Page 1

KLIM- EN BERGSPORTMAGAZINE

MONTE

2021 / 3

een blik op: woestijnen WOESTIJNEN: Oman, Namibië, Tafraoute Drie maal klimmen in de woestijn ...

The Moonwalk Traverse Interview met Sean Villanueva O'Driscoll Klimtraining is geen meerkeuzemenu...

VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR - JANUARI (SPECIAL EDITION - OPLEIDINGSBROCHURE), MAART, JUNI, OKTOBER, DECEMBER AFGIFTEKANTOOR 2300 TURNHOUT - AFZENDERADRES STATIESTRAAT 64 - ZWIJNDRECHT - ERKENNINGSNR. P309808

1


MY HELMET MY CHOICE

© Frank Kretschmann / Marc Daviet

SEAN VILLANUEVA O’DRISCOLL // The most important muscle for climbing is not between your ears, it’s in the rib cage, but it is important to protect the thing between your ears. // #helmetup

SIROCCO®

Ultra-lightweight helmet with enhanced protection for climbing, mountaineering and ski touring. www.petzl.com

2


JAARGANG 14

2021 / 3

EEN BLIK OP...

Woestijnen 18

Inhoud

24

34

Actueel 3 Inhoud 5 Voorwoord 7 Up2Date 8 Het KBF-integriteitsbeleid uitgelicht / Api's aan het woord 16 Zuurstofschuld - interview met auteur Toine Heijmans 28 Life in...: Life in France - Franse Pyreneeën Veiligheid & techniek 10 Klimenbergsportongevallen.eu - een eerste analyse 13 Wat bij een bergongeval? 14 Materiaal en techniek 18 Hungaria klimt 'met speciale aandacht' 20 Hangboardtraining - train smart, become strong 24 Klimtraining is geen meerkeuzemenu bergbeklimmen 30 Mount Coach 9: meet the team 34 The Moonwalk - solo over de Fitz Roy bergketen Interview met Sean Villanueva O'Driscoll 60 Steenslaggevaar? Luister naar de wijze raad van Ragnar

52

een blik op... woestijnen 6 Boekbespreking - woestijnen 40 Oman, de Verborgen Parel van het Midden Oosten 44 Vier maal klimmen in de woestijn 48 Tafraout - een week vol avontuur in het zuiden van Marokko 52 Namibië - woestijnlandschap par Excellence 56 Het fijne van... woestijnen

rotsklimmen 64 Onbekend is onbeklommen: Mozet

64 Foto kaft: © Arne Monstrey - Namibië 3


OVER de KLIM- EN BERGSPORTFEDERATIE De Klim- en Bergsportfederatie vzw is een unisportfederatie met meer dan 13 000 leden, erkend en gesubsidieerd door Sport Vlaanderen. De KBF telt 33 aangesloten clubs. Vind een club in jouw regio op www.kbfvzw.be > clubs

BEREIKBAARHEID Statiestraat 64, 2070 Zwijndrecht Bereikbaar van maandag tot vrijdag, tussen 9:00 en 17:00 uur T: 03 830 75 00*

De mooiste berg ter wereld, de Alpamayo, ligt in Peru. Het mooiste klimcentrum met dezelfde naam vind je op de be-MINE, in de voormalige elektriciteitscentrale. Individuelen, groepen en scholen zijn er welkom.

*Tijdens het weekend: uitsluitend voor de melding van ernstige ongevallen. Andere ongevallen meld je op maandag. E: info@kbfvzw.be W: www.kbfvzw.be Klachten: ombudspersoon@kbfvzw.be

Op de hoogte blijven?

Klimcentrum ALPAMAYO be-Mine 21, 3582 Beringen info@alpamayo.be facebook/alpamayo.klimcentrum 011/96.66.66

W W W. ALPAMAYO.BE

Volg ons op

SHOP In de KBF-webshop kun je topo’s, allerlei boeken en cursusteksten aankopen aan democratische prijzen. Meer op www.kbfvzw.be > webshop KBF-HUTTEN Chaveehut Rue de la Chavée 7, 5330 Maillen Van 1 maart tot 30 oktober: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Vennhütte Am Bahnhof 13, 4790 Burg-Reuland Vanaf 30 maart: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Reserveer je slaapplaats via www.kbfvzw.be of info@kbfvzw.be. Voor KBF-leden geldt een kortingstarief.

KLIMGREPEN

KLIM VOLUMES

S P O RT

HARDWAREN

KLIM MATERIALEN

DE BESTE PRIJZEN VIND JE OP

WWW.KLIMWANDSHOP.BE

4

ENZE MET GR

N

ro n d t v ra g e n ra g ? Z it je m e end ged jd o v e rs c h ri s n re g l) (s e k s u e e lp li jn 17 12 e v a l: h u 75 02 • Noodg 03 830 z w.b e o f fv b k i@ p :a • A d v ie s


VOORWOORD Woestijn Bergwandelaars zullen misschien verbaasd zijn, maar sport is heel vaak competitie. Voetbal, tennis en wielrennen zijn ondenkbaar zonder wedstrijden. Vanaf dit jaar – als corona het toelaat – is ook sportklimmen een Olympische sport. Vlaamse atleten zullen er niet meedingen naar een Olympische medaille. Als we daar verandering in willen brengen en talentvolle jongeren naar Parijs (2024) of Los Angeles (2028) willen sturen, vraagt dat een doordachte aanpak.

KBF werkt samen met: MOUNT COACH-Academy

De KBF heeft haar topsportplan klaar: talent spotten via een regiowerking en dan laten doorgroeien onder professionele begeleiding, met aandacht voor mentaal en fysiek welzijn, en een podiumplaats op de Olympische spelen als einddoel. Sport Vlaanderen vindt het een goed plan, maar heeft er toch geen geld voor over. Het statuut van sportklimmen als Olympische discipline is te onzeker en dus wil de overheid niet investeren op lange termijn. We krijgen hooguit een paar duizend euro als niet-Olympische discipline, minder nog dan in 2020. Als we onze topatleten toch kansen willen bieden, zullen we het dus zelf moeten doen, met eigen middelen en die van de atleten (of hun ouders), aangevuld met een kleine aalmoes. We zullen moeten schrappen in de plannen, minder inzetten op de werking in de breedte en onbeschaamd focussen op de toptalenten. Het is geen prettige oefening om te maken. Het voelt alsof we terug de woestijn in gejaagd worden. De kans dat het manna er weer eens uit de hemel valt, is niet zo groot. Maar de woestijn is, in de woorden van T.E. Lawrence, een plaats van ‘mediation and physical abandonment’. Er is wel eens vaker iemand verlicht en herboren uit teruggekeerd. Bruno Vermeeren

SPORTKADERKLEDIJ

Teamlead

colofon Het federatietijdschrift Monte verschijnt vijf maal per jaar en is een uitgave van de Klim- en Bergsportfederatie VERSCHIJNINGSDATA 2021 januari (Special Edition - Opleidingen en workshops), maart, juni, oktober, december deadlines 2021 Maart 25.12.2020 / juni 05.04.2020 / oktober 30.07.2020 / december 06.10.2020 REDACTIEVERANTWOORDELIJKE Reginald Roels / reginald.roels@kbfvzw.be REDACTIEMEDEWERKERS Reginald Roels, Lisa Viane, Hilde De Dobbeleer, Lus Van den Bossche, Arne Monstrey, Jan Cools, Ben Van Poucke, Bart Haenraets, Ignace Bral VORMGEVING, PREPRESS EN DRUK Lay-out / Opmaak en beeldvorming Reginald Roels Druk: Drukkerij Albe de Cocker - Hoboken VERANTWOORDELIJKE UITGEVer Frank Stevens - p/a Statiestraat 64 - Zwijndrecht

5


BOEKBESPREKING

Tekst Ignace Bral

De woestijn in mij Reinhold Messner is 60 jaar. Hij heeft alle bergen boven de 8000 m beklommen, de Noord- en de Zuidpool doorkruist. Wat wil hij nog? Een langeafstandstrektocht door de Gobi-woestijn. Nog één keer ‘het ritme van de aarde proeven’. Hij bereidt zijn tocht voor in de Ténéré met zijn dertienjarige zoon Simon. En dan is hij weg. Licht bepakt, goed 10 kg aan materiaal en daarbovenop een speciaal ontworpen waterzak die meer dan 20 l water kan bevatten. Messner stapt soms meer dan 60 km per dag en komt langzaam zichzelf tegen. ‘De eigenlijke reden voor mijn reis ligt in de wens de beschaving de rug toe te keren. Nu wil ik er zo gauw mogelijk weer naar terug.’ Hij wordt geconfronteerd met zijn kapotte lichaam. Eén zaak houdt hem recht: zijn familie. ‘Ik zou geen zestig jaar zijn geworden als ik geen kinderen had.’ Reinhold Messner laat diep in zijn hart kijken. Hij reflecteert over zijn vroegere bergtochten, escapades, ouder worden en verlies. Vooral de dood van zijn broer Günther die hij op de Nanga Parbat verloor, blijft hem voor altijd bij. De tocht zelf is een repetitief gebeuren: opstaan, vertrekken, aankomen, eten, slapen en weer opstaan, vertrekken… Maar ondertussen neemt Messner je mee naar een wereld die we niet kennen. Zullen er over 100 jaar nog nomaden zijn? De evolutie van de wereld zal het uitwijzen. Dit boek geeft je dieper inzicht in hoe het leven er in de Gobi-woestijn werkelijk aan toe gaat. Allicht het meest filosofische boek van één van de grootste bergbeklimmers aller tijden. ISBN 90 5847 455 0

De wonderen van de woestijn Michael Martin is al meer dan 40 jaar avonturier en fotograaf. Hij slaagt erin om in goed 270 pagina’s een beeld te schetsen van talloze woestijnen verspreid over alle continenten. Hij laat ons kennis maken met heel gekende woestijnen zoals de Sahara, de Gobi-woestijn of de Atacama. Maar kennen wij de Danakildepressie ‘hellegat van de schepping’, de Rub-al-Khali op het Arabisch Schiereiland of de koude woestijn van Franz-Jozefland? Michael Martin was aanvankelijk vooral aangetrokken door de hemellichamen en de sterren. Waar kon je die beter waarnemen dan in de woestijn? Zo kwam hij er toe vele tientallen reizen te maken naar de meest afgelegen gebieden ter wereld. Hij observeerde er mens en dier, gebruiken, gewoonten, natuurfenomenen. Hij probeert te achterhalen hoe de woestijnen ontstonden en welke invloed ze hebben op de huidige klimaatontwikkelingen. In dit boek heeft hij heel veel aandacht voor het leven van de woestijnbewoners, zowel voor zij die zich daar gesetteld hebben als voor de nomaden. Martin vraagt zich af of het nomadisme nog een toekomst heeft. En wat de gevolgen voor de natuur zullen zijn indien hun levenswijze verdwijnt. Dit boek ontsluit de fascinerende wereld van het uitgebreidste natuurlandschap ter wereld. We weten ontzettend weinig over de woestijn. Michael Martin licht met dit zeer toegankelijke boek meer dan een tip van de sluier. ISBN 978 94 027 0476 1

Vertel het iemand Vertel het iemand is een prachtige historische en literaire roman. Rachida Lamrabet (1970) schetst op een intrigerende wijze het verhaal van een jonge Marokkaan die in de Eerste Wereldoorlog moet vechten in het leger van het land dat hen koloniseert. Het boek speelt zich af op twee totaal verschillende fronten: de Marokkaanse woestijn en de loopgraven. De schrijfster typeert het leven in de woestijn van honderd jaar geleden met een scherpte alsof ze er zelf bij was. Ze brengt het simpele dorpsleven tot bij de lezer, je volgt de herders die in de lente naar de vallei trekken, je vraagt de weg naar het eerstvolgende dorp… En aan de andere kant maak je de oorlogsgruwel mee in de modder van de Europese slagvelden en lees je hoe de jonge Marokkaan en zijn landgenoten dienen als kanonnenvoer. Het ganse boek bestaat uit een lang verhaal dat hij in de gevangenis vertelt aan zijn vader, een Fransman die door Marokko trok om te tekenen en het land te ontdekken. Een boek met heel veel facetten: het woestijnleven, kolonialisme, onderdrukking, zoeken naar de waarheid. Rachida Lamrabet ontving in 2007 de Vlaamse Debuutprijs voor haar roman Vrouwenland. Met Een kind van God won ze in 2008 de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Meerdere van haar romans werden vertaald in het Duits. ISBN 978 94 6310310 7

6


UP2DATE belangrijk! NIEUW! KBF-verzekering voor 80+’ers

Ben je lid van KBF en ben je 80 jaar of ouder? Om gedekt te zijn door de verzekering moeten leden ouder dan 80 jaar een medisch attest van goede gezondheid ter beschikking houden voor de verzekering. Dit moet afgeleverd worden door een erkend geneesheer.

sportkaderpakket zomer 2021

Het KBF-sportkaderpakket zomer 2021 is er! Als KBF-lid ontvang je 20% korting bij aankoop van deze kledij. Ben je een erkend KBF-sportkader? Dan ontvang je 50% korting. Nu verkrijgbaar in je favoriete bergsportwinkel: De Berghut in Hamme, De Kampeerder - K2 in Antwerpen en Mounteqshop in Bevere-Leie. Bekijk de collectie op de KBF-website of vraag er naar in één van de winkels.

Nieuw klimmassief in Profondeville

In de bossen van Profondeville schuilt een tot nu toe onbekend klimpareltje. Het nieuwe KBF-massief Burnot, ook gekend als Rocher des Béguines, werd op 29 mei officieel geopend in een klein gezelschap. Toegegeven, we hadden liever meer toeters en bellen ingezet voor de opening van dit massief, maar dat halen we beslist in bij een volgende nieuwkomer. KBF dankt de rotswerkers van het Belgian Rebolting Team voor hun onfnuikbare inzet en enthousiasme om deze opening mogelijk te maken. Burnot is een wand van 24 meter hoog, telt zo’n 21 routes, en varieert in niveau van 4+ tot 7A met overwegend routes in de 5e en 6e-graad. Je leest er alles over in de nieuwe topo, verkrijgbaar in de KBFwebshop of in je favoriete bergsportwinkel! De eerste weken zal dit massief druk bezet zijn. Klim dus verstandig, en geef de voorkeur aan het najaar voor een eerste klimbezoekje. Parkeren in maar op één plaats toegestaan. Zie het plannetje in de topo!

Klim-en Bergsportfederatie

2021

topo burnot

BRENDA IS TERUG, en Debbie komt er bij!

open European Youth Cup, dé jeugdklimwedstrijd van 2021

Sporttechnisch medewerker Brenda de Fré was er even tussenuit voor een verdiende moederschapsrust. Maar nu de pamper-routine er goed is ingebakken, staat Brenda opnieuw paraat voor alle KBF-leden. Brenda neemt opnieuw de Cel Bergbeklimmen, sportkaderopleidingen bergbeklimmen en beleidsondersteuning voor haar rekening. Verwelkom haar terug op bergbeklimmen@kbfvzw.be

We tellen af naar het grootste klimevent in België van 2021: de European Youth Cup vindt plaats op 2, 3 en 4 juli in Klimax te Puurs. Onze jongste klimkampioenen zullen het opnemen tegen de Europese topklimmers. Onder welke coronaregels het evenement zal plaatsvinden blijft onzeker. Maar je zal het event ongetwijfeld online kunnen volgen. Reserveer alvast het eerste weekend van juli in je agenda!

Aan vrouwelijke krachten geen gebrek bij KBF sinds de komst van de nieuwe Sporttechnische Medewerker Bergwandelen Debbie Sanders. Vanaf 1 juli vervoegt deze bergwandel-goeroe het team en zal ze zich bekommeren over de disciplines Bergwandelen en Winter. Verwelkom je Debbie graag in haar nieuwe functie? Dan kan dat via debbie@kbfvzw.be.

Van de Belgische jeugdklimmers kan je alvast topprestaties verwachten. Hannes Van Duysen (16 jaar) presteerde reeds sterk op het EK Lead te Perm (zilver) en de EYC Boulder te Graz (brons) in de categorie Jeugd A. Op naar goud!

7


Tekst Dominique Van Eyken

Het KBF-integriteitsbeleid uitgelicht In 2014 is het Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport (ICES) in samenwerking met de universiteiten van Leuven, Antwerpen, Brussel en Gent gestart met een onderzoek naar (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de sport. Uit dit onderzoek is gebleken dat er zich veel vaker ongewenst gedrag voordeed dan dat er gemeld werd. Dit is dan ook de reden waarom Sport Vlaanderen vanaf 2017 is beginnen inzetten op preventie en sensibilisering omtrent dit toch wel gevoelige thema.

S

inds de opstart van het beleid is er in ons sportlandschap heel wat veranderd. Heel wat sportfederaties, alsook de hieraan gekoppelde clubs, zijn vanaf het prille begin zelf begonnen met de ontwikkeling van een gelijkaardig beleid. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in de daaropvolgende jaren. heel wat zaken aan het licht zijn . Ook vanuit de Klim- en Bergsportfederatie is de ontwikkeling van een beleid omtrent (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in deze zelfde periode gestart. Vanaf de beleidsperiode 2021-2024 is het vanuit Sport Vlaanderen een verplichting dat de federatie beschikt over een integriteitsbeleid dat bestaat uit 7 hoofdzaken, nl. (1) Het beschikken over een federatieAPI, (2) de federatie zet in op preventie, sensibilisering en vorming, (3) het adviesorgaan komt jaarlijks samen ongeacht het aantal cases, (4) de federatie ontwikkelt gedragscodes en stelt deze ook ter beschikking, (5) de federatie beschikt over een handelingsprotocol, (6) de federatie beschikt over een tuchtreglement en (7) de federatie ondersteunt haar clubs in de ontwikkeling en opvolging van een eigen beleid omtrent grensoverschrijdend gedrag. Dit heeft ervoor gezorgd dat er een zekere vorm van uniformiteit ontstaan is binnen het sportlandschap in Vlaanderen, alsook dat de krachten gebundeld kunnen worden voor zaken waarin we als federatie minder expertise hebben. Wat doet de KBF zoal omtrent (S)GG? Als sinds het prille begin probeert KBF de weg tot bij het aanspreekpunt integriteit (API) van zowel de clubs als federatie te vergemakkelijken en ruim bekend te maken. Dit doen we onder andere via de wegwijzer die je kan terugvinden in iedere Monte (ga maar eens kijken op pagina 4) en ook via onze eigen website. Op dit moment zijn er 13 club-API’s in 10 clubs, die de federatie ondersteunen en zorgen voor een laagdrempelig aanspreekpunt. Bovendien heeft de federatie ook een blauwdruk van gedragscodes ontwikkeld die (deels of volledig) overgenomen kunnen worden door de clubs. Deze gedragscodes zijn niet alleen gericht op de sporters en coaches, maar eveneens op de bestuurders en toeschouwers. Om de clubs nog verder te ondersteunen, beschikt de federatie ook over het vlaggensysteem dat ontwikkeld is door ICES: het is mooie weergave om de ernst van de case te helpen bepalen. Clubs kunnen deze tool gratis ontlenen en wanneer de club-API gevormd wordt via de door ICES ontwikkelde opleiding, krijgen zij deze volledig terugbetaald.

8

Daarnaast beschikt de KBF over een reactieplan dat ook door de clubs kan gebruikt worden. In dit reactieplan staat bijvoorbeeld welke instanties aangesproken kunnen worden afhankelijk van de ernst van een case. Op vlak van het reactieplan is er in het voorjaar, naar aanleiding van de ontwikkeling van het tuchtreglement, ook heel wat progressie gemaakt. Zo is de Klim- en Bergsportfederatie aangesloten bij het Belgisch Arbitrage hof voor de Sport voor zaken in tucht in eerste aanleg en bij het Vlaams Sport Tribunaal (recent omgevormd vanuit het Vlaams Doping Tribunaal) voor cases in tweede aanleg. Het heeft het ook een intern tuchtorgaan ontwikkeld voor lichtere cases. Naar de toekomst toe De komende jaren zal ICES haar werking verder uitbreiden en niet alleen richten op seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook op fysiek en psychisch overschrijdende gedrag. Het spreekt natuurlijk voor zich dat de Klim- en Bergsportfederatie die mee zal opvolgen en haar club-API’s zal bijscholen om ook hier paraat te staan. Dit zal hoogstwaarschijnlijk gebeuren via een terugkomavond die de federatie aan het ontwikkelen is om club-API’s met elkaar in contact te brengen, ervaringen te delen, alsook expertise op te bouwen. Tot de dag van vandaag hebben we amper meldingen gekregen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag: iets waar we blij om moeten zijn, maar toch geeft het een dubbel gevoel. Wat is de reden van dit lage aantal meldingen? Komt dit omdat de klim- en bergsporters zeer brave sporters zijn die elkaars grenzen ten allen tijden respecteren, of vinden slachtoffers de weg niet naar hulp? Een vraag waar we zeker een antwoord op willen vinden om onze dienstverlening naar de toekomst te verbeteren.

Iets te melden? Heb je zelf iets meegemaakt of maak je je zorgen om iemand anders? Twijfel dan zeker niet om het te melden bij de club- of federatie-API.


API’s aan het woord Wat motiveert jou om te werken aan een veiligere sportomgeving?

Hoe zou jij het landschap graag veranderd zien op vlak van (S)GG?

Annelies: Iedereen heeft het recht om sport op een eigen manier te beleven. Vrouwen en mannen hebben zo hun eigen taalgebruik, gespreksonderwerpen, omgangsvormen, … noem maar op. Als vaak enige vrouw in een groep mannen, ondervind ik vaak een andere aanpak, een andere manier om de werkelijkheid te benoemen. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen zomaar om kan met een eerder mannelijke ‘aanpak’, visie of interpretatie. Op zich is dit vaak absoluut geen probleem en zijn sommige opmerkingen helemaal niet kwetsend of bewust verkeerd bedoeld. Hoewel ikzelf besef dat dit een gevolg is van het verschil in leefwereld en verschil in omgang met elkaar: toch zou deze manier van omgaan voor een ander toch hard of onaangenaam kunnen aankomen. Dit heeft natuurlijk invloed op de sportbeleving van deze persoon. Als API wil ik er dan ook voor zorgen dat de integriteit van alle sporters bewaard blijft en wil ik een aanspreekpunt vormen voor hen die hun ervaring willen delen. Het bespreekbaar maakt, schept vaak duidelijkheid. Niet onlogisch, maar als vrouw heb je vaak ook een andere visie dan een man. Het lijkt mij dan ook noodzakelijk om beide visies samen te leggen in de vorming van een beleid. Zo creëren we een aangenamer sportlandschap voor iedereen.

Annelies: Ik zou graag zien dat alle clubs over een API beschikken, die zich zichtbaar en open opstelt binnen de werking van de club. Het zou dan ook zeker een meerwaarde zijn als deze persoon mee helpt het om (S)GG bespreekbaar te maken en de bewustwording te verhogen.

Waarom is de API zo belangrijk? Dominique: Voordat ik bij KBF ben beginnen werken, werkte ik als redder in een zwembad. Geloof het of niet, maar hier kom je wel geregeld in contact met vormen van grensoverschrijdend gedrag. Dit kon gaan over pestgedrag tussen zwemmers groepen, koppeltjes die de handen niet kunnen thuishouden in de jacuzzi tot zelfs huishoudelijk geweld en ongewenst aanrakingen. Als redder was je heel vaak het eerste aanspreekpunt en was snel handelen een noodzaak om de integriteit van de zwemmers te beschermen. Aangezien er toen nog geen protocollen waren voor de opvolging en afhandeling, was dit een heel moeilijke opgave waarin je niet altijd wist of wat je deed, wel juist was. Desalniettemin denk ik toch dat de aanwezigheid van de redders als gekend en centraal aanspreekpunt de drempel verlaagd heeft voor de personen in kwestie waardoor ze niet gewoon zijn vertrokken met een slecht gevoel. Dat is dan ook waarom ik de club-API zo belangrijk vind. Ik ben ervan overtuigd dat de API dezelfde rol kan vervullen als de redder, met dat verschil dat hij/zij wel is voorbereid om de situatie op een correcte manier te behandelen en een persoon in nood op te vangen.

Daarnaast zou het ook mooi zijn als de API’s binnen de club bekend zouden staan als een vertrouwenspersoon, want dat zijn ze uiteindelijk ook. Hun belangrijkste taak is op de eerste plaats niet het ondernemen van actie, maar het wel een luisterend oor bieden aan de persoon die zijn/haar hart lucht. Er moet een mogelijkheid gecreëerd worden om zijn/haar twijfels bespreekbaar te maken. Het moet mogelijk zijn over het onaangename gevoel te spreken en zo een eventuele verontrustende reden te verhelderen. Wat zijn jouw boodschap aan andere API's Annelies: Zoals ik eerder al zei: zorg dat de API zichtbaar en bereikbaar is. Een eerste stap om hulp te kunnen bieden, is bekend maken dat je klaar staat voor hen die hier nood aan hebben. Een slachtoffer of melder die niet weet dat men bij jou terecht kan, zal zelden de weg vinden. Maak eveneens duidelijk wat jouw bevoegdheden zijn, zodat de persoon in kwestie weet wat te verwachten. Het is bovendien heel interessant om het thema actueel te houden. Een slachtoffer zal zich gesterkt voelen wanneer hij/zij weet dat het onderwerp bespreekbaar is. Het is belangrijk te weten dat ze niet alleen staan met hun verhaal of dat ze dit alleen moeten verwerken. Wat is jouw boodschap aan eventuele slachtoffers? Dominique: Ongeacht of het nu met vrienden, familie, een API of andere is, praat erover. Hoewel ik besef dat het niet makkelijk is, weet dat er personen zijn die klaar staan om naar jou te luisteren. Zij zullen jouw tempo volgen en zullen nooit actie ondernemen wanneer dit niet jouw wil is. Van begin tot einde behoud jij de controle over het verloop.

Wie?

Waarom?

Contact

Hulplijn “geweld, misbruik en kindermishandeling

Melding van geweld en misbruik bij uzelf of anderen.

Tel: 1712 website: www.1712.be

Lokale Politie

Dringende hulp en noodgevallen.

Tel: 101 (112: EU) website: www.lokalepolitie.be

Child Focus

Melding of hulp bij verdwijningen of melding van misbruik bij kinderen.

Tel: 116000 Website: www.childfocus.be

Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport (ICES)

Alle info over ethiek inde sport.

Website: ethicsandsport.com www.sportmetgrenzen.be

Huisarts

Luisterend oor en medische hulp. Kan doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp.

Eigen contactgegevens

9


Tekst Koen Hauchecorne en Bart Smets

Klimenbergsportongevallen.eu Een eerste analyse… Sinds februari 2019 kan je op de website klimenbergsportongevallen.eu melding doen van (bijna-) ongevallen bij het klimmen of in één van de bergsportdisciplines. Niet als verzekeringsaangifte (dat doe je rechtstreeks bij KBF), wél om met z’n allen te kunnen leren uit incidenten. Deze meldingen worden anoniem en gebundeld twee keer per jaar gepubliceerd. Daarnaast, en minstens even belangrijk, analyseren we vanuit KBF die info om zo een beter zicht te krijgen op veel voorkomende oorzaken van ongevallen. Op die manier kunnen we, aanvullend op kennis uit internationale vakliteratuur, de sport veiliger maken.

enkele algemene observaties Sedert het activeren van de website in maart 2019 werden 63 ongevallen en 7 bijna-ongevallen aangemeld tot februari 2021. In het eerste jaar (tot februari 2020 dus) waren dat er 49. Het kleinere aantal meldingen vanaf maart vorig jaar houdt verband met de coronasituatie. Het lijkt logisch te veronderstellen dat er zonder de pandemie in totaal een honderdtal meldingen zouden geweest zijn. We kunnen dus voorzichtig tevreden zijn met zo’n input aan informatie. Anderzijds behandelde het KBF-secretariaat ongeveer 400 verzekeringsdossiers in dezelfde periode. Nu zijn daar zijn ook tientallen wintersportongevallen bij, terwijl slechts één ‘melding’

10

van een ski-ongeval. Een aantal verzekeringsdossiers hebben ook betrekking op ziekte, bijstand zonder ongeval of zijn ‘voor de zekerheid’ opgestart, zonder veel letsels. Ook van de bijnaongevallen is er logischerwijze geen verzekeringsdossier opgestart. Dus is er nog veel marge... Oorzaken van ongevallen Rekening houdend met de verscheidenheid aan disciplines en context is 70 meldingen een te klein aantal om een statistische verwerking mogelijk te maken. Toch tekenen zich een aantal tendensen af, zoals deze tabel verduidelijkt. De ernst van de ongevallen en voornaamste letsels zijn geval per geval (en anoniem) te bekijken op de website.

ACTIVITEIT

MELDINGEN

COURANTE OORZAKEN EN CONTEXT

Bergwandelen

5

• 4 van de 5 - uitschuiven, struikelen of verlies van grip op ondergrond

Bergbeklimmen

3

• 1 weggeschoven met stijgijzers, • 1 steenslag

Rotsklimmen op goed behaakte massieven

22

• 12 keer blessure / letsel door val bij het voorklimmen (waaronder 2 ernstige ongevallen door loslaten zekeringstouw), • 2 bij rappel, • 2 bij het neerlaten of topropen (zoals touw te kort en geen eindknoop gelegd, één ernstig ongeval hierdoor), • 2 door onjuist of onvoldoende gekend materiaalgebruik, • 1 door overbelasting, • 1 door uitschuiven op de grond

Alpiene rotsklimmen

5

• steeds loszittend of vallend gesteente dat cruciale rol speelde

Sportklimmen (Indoor)

16

• 6 keer volledig doortrekken van de GriGri-hendel, • 4 bij voorklimmersvallen met ongunstig wandcontact, • 1 door touwbreuk bij voorklimmen(!)

Boulderen (indoor)

10

• 5 door verkeerd neerkomen op de mat na een val/sprong • 2 door neerkomen naast of tussen mat(ten), • 2 door overbelastingsletsels.

Boulderen (outdoor)

2

• Slechte landing na val of sprong

Via ferrata

3

• 1 bij uitglijden op trede (natheid), • 1 uitglijden bij afdaling op pad, • 1 door overbelasting

Canyoning

3

• 2 door verkeerd neerkomen bij sprong

Andere

3

• 2 ongevallen bij Mountainbike • 1 ski-ongeval


Wat kunnen we eruit leren? Bij het bergwandelen is ‘tredzekerheid’ uiteraard een belangrijke vaardigheid. De geregistreerde ongevallen bevestigen dat. Vertrek met voor het terrein aangepaste bergschoenen met degelijke zool. Oefen intensief op staptechniek en leer goed om risico’s te herkennen en inschatten. Durf rechtsomkeer te maken of voor veiligere alternatieven te kiezen. Met een goede conditie en alertheid, is er minder kans op glijpartijen. Kijken we naar het bergbeklimmen, dan zijn de schaarse meldingen onvoldoende om er een tendens in te ontwaren. Wat uiteraard niet wegneemt dat een goede stijgijzertechniek van essentieel belang is. Ook het bewust zijn van - en kunnen anticiperen op- mogelijke steenslag maakt deel uit van de noodzakelijke kennis, kunde en ervaring van een bergbeklimmer.

Ga je op rots een route voorklimmen, dan maak je best vooraf een soort ‘mini-risico-analyse’. Hoe groot is de kans op een voorklimmersval? Waar zitten de moeilijke passages? Zijn er gladde of loszittende grepen? Is het een route dicht tegen je maximumniveau ? Ben je al erg vermoeid? … En verder maak je een afweging over wat er kan gebeuren bij een val? Denk daarbij aan de afstand tussen de zekeringspunten, gevaarlijke richels of uitstekende rotspunten, enz. Op basis van die analyse kan je mogelijks besluiten de route niet voor te klimmen, maar misschien wel de route ernaast... Verder is een geoefende en oplettende zekeraar onmisbaar. Denk ook aan de mogelijkheid die een clipstick biedt om het eerste (en soms ook 2e) setje reeds in te pikken en zo de kans op een bodemval te vermijden. En vergeet niet dat je een onverwachte val vaak kan verkorten, als je de tussenzekering pas inpikt als de haak zich ter hoogte van je heup bevindt. Voel je dat je als voorklimmer op de limiet zit, denk er dan aan dat de meeste passages ook af te klimmen zijn, zodat je niet hoeft eruit te springen of vallen. Communiceer ook goed met je zekeraar. Het is betreurenswaardig dat 2 rotsklimongevallen op goed behaakte massieven te wijten waren aan een te kort touw bij het topropen. De eindknoop is en blijft belangrijk, ook al ben je reeds ervaren! Kenmerkend aan de ongevallen bij het alpiene rotsklimmen was dat de betrokkenen meestal veel klimervaring hebben. Wat er op duidt dat het correct inschatten van de stevigheid van het gesteente waar je op klimt echt niet makkelijk is.

Een vast onderdeel bij stages bergbeklimmen is het grondig inoefenen van je stijgijzertechnieken. Een noodzaak om op gevaarlijke passages op je voeten te kunnen vertrouwen. (foto Helmuth Van Pottelbergh)

Ook bij via ferrata of canyoning zijn er numeriek te weinig meldingen om conclusies te trekken. Voor canyoneers geldt alleszins dat een goede inschatting maken van de landingsplaats bij een afsprong belangrijk is om letsels te vermijden, iets wat zeker voor beginners en lichtgevorderden vaak een uitdaging blijkt. Dat een flink deel van de ongevallen in het rotsklimmen gebeurt bij een voorklimmersval, hoeft niet te verwonderen. Zeker in makkelijke, niet overhangende of niet verticale routes impliceert zo’n val een groter risico op letsels dan in de klimzaal. De daar gebruikelijke attitude waarbij een voorklimmersval wordt aanzien als deel van het ‘uitwerken’ van een route is dus niet zomaar over te zetten naar de rotscontext.

Het alpiene rotsklimmen vergt een goede inschatting van de rotskwaliteit om betrouwbare tussenzekeringen op cams & nuts te kunnen plaatsen. (foto Helmuth Van Pottelbergh)

Bij het sport- en rotsklimmen zekeren met een autotuber, impliceert minder risico’s dan bij het gebruik van een gewone tuber (bijv. Reverso) omwille van het remmende of zelfblokkerende effect bij een valbelasting.

De meeste tot hiertoe geregistreerde meldingen hadden betrekking op het indoor sportklimmen, wat zeker ook te verklaren is vanuit de populariteit en het laagdrempelige karakter ervan. Het correct leren omgaan met zekeringsapparaten zal hier je veiligheid in belangrijke mate verhogen: er gebeurden ten minste 6 ongevallen omdat de zekeraar de hendel van de Petzl GriGri te ver doortrok bij het laten zakken van de klimmer! Het inoefenen van een voorklimmersval is in een klimzaal (zowel voor de klimmer zelf, als voor de zekeraar) wél vrij makkelijk en zonder veel risico’s te organiseren, vermijd ook hier het risico op een bodemval. Klimmers met groot gewichtsverschil kunnen een Edelrid Ohm in de eerste tussenzekering aanbrengen om dit te compenseren. Door de beperkte hoogte van de wanden wordt van boulderen dikwijls gedacht dat het weinig kans op blessures inhoudt. Niet helemaal terecht, zo blijkt uit de binnen gekomen meldingen én het aantal verzekeringsaangiften. Toegegeven, de ernst van de letsels is hier eerder beperkt (maar daarom niet minder vervelend), en vergelijkbaar met die in andere sporten zoals judo. Maar ook judoka’s leren hoe ze correct, of in elk geval met minder kans op blessures, moeten vallen… Verder zou de keuze van valmatten in boulderzalen, wellicht ook een aantal toekomstige ongevallen kunnen vermijden.

11


Wat nu verder ? De gemelde ongevallen worden nu reeds besproken en geanalyseerd in de verschillende adviserende sportcellen van KBF. In zoverre relevant en mogelijk, gaan we er mee aan de slag om opleidingen te verbeteren, informatiecampagnes te voeren en aan bewustmaking te doen. Blijf daarom ook ongevallen en bijna-ongevallen melden, je helpt iedereen er mee verder! Ongeacht waar deze plaatsvinden, maar wel als er een Belg bij betrokken is. Twijfel je of jouw melding wel de moeite waard is? Doe het! Iedere situatie waarbij je het gevoel had «Oef, dit had net zo goed slecht kunnen aflopen!» is de moeite waard. Iedereen kan een melding doen, ongeacht of je KBF-lid bent of klimzaalmedewerker, met school of jeugdvereniging een klim- of bergsportactiviteit doet enz. Alle meldingen worden vertrouwelijk behandeld conform de GDPR, en dus volledig anoniem opgeslagen en weergegeven.

Bergwandelen in Durmitor NP in Montenegro. Met een goede tredzekerheid én de juiste wandelschoenen voor het gekozen terrein, verkleint de kans om uit te glijden op gevaarlijke passages. (foto Bart Smets)

Wat zeggen de verzekeringsdossiers? Voor het merendeel van de ongevallen waar KBF-leden bij betrokken zijn, wordt vermoedelijk ook een verzekeringsaangifte via KBF gedaan. Die aantallen geven ons dus de meest exacte aantallen qua ongevallen en incidenten met veelal ook fysiek letsel. In een jaar dat vanaf half maart door coronasituatie ernstig beïnvloed werd, blijkt ook het totale aantal ‘ongevallen’ gedaald van 212 in 2019 naar 179 in 2020. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat het dus niet steeds om een ongeval gaat, maar over een geopend dossier, dat dus ook kleinere kwetsuren betreft of bijvoorbeeld inzet van de bergredding bij noodoproep zonder ongeval. In 2020 waren er bijvoorbeeld 29 helicopterreddingen in de berggebieden en vielen helaas ook 3 dodelijke slachtoffers te betreuren bij de beoefening van één van onze sportdisciplines. Ook deze cijfers maken duidelijk dat veiligheid een absolute prioriteit hoort te zijn.

WAT BIJ EEN KLIMONGEVAL IN EIGEN LAND? (aanvulling op tekst paginal 13) Gebeurt er een ongeval op één van onze Belgische rotsmassieven, dan gelden dezelfde maatregelen als in de bergen: verwittig de hulpdiensten en geef je locatie door. Stuur iemand naar de straat om de ambulanciers op te wachten. De 112-app is een snelle en vlotte manier om automatisch je locatie mee te sturen naar de alarmcentrale, zodat de hulpdiensten je makkelijk kunnen vinden. Hangt het slachtoffer nog tegen de rotswand aan, meld dat dan in je oproep. De brandweer heeft een gespecialiseerd klimteam (‘GRIMP’) en er kan eventueel bijstand geleverd worden door Alpi-Secouristen.

Oefenen van reddingstechnieken op de Belgische rotsen. (foto Alpi Secours)

12


Wat bij een bergongeval? Tekst Bart Smets

Een ongeval wil je liever voorkomen uiteraard, daarom is het belangrijk dat je goed voorbereid óf begeleid de bergen in trekt. De realiteit is dat je risico’s nooit helemaal kan uitsluiten. Weet dus wat te doen bij een ongeval tijdens het klimmen of in de bergen. Hier in 5 belangrijke stappen… 1. Wat is er gebeurd? (inschatting situatie) Heb oog voor de eigen veiligheid, die van je tochtgenoten en andere bergsporters. Tracht snel in te schatten wat er gebeurd is. Als je het slachtoffer snel kan benaderen, dan tracht je tot een inschatting te komen over de verwondingen, lukt dat niet of schat je in dat het ernstig is, direct hulpdiensten contacteren. Probeer verder zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de situatie én over het slachtoffer. Als je met meerderen bent om hulp te verlenen, verdeel dan de taken. Laat ook iemand opschrijven wat er wanneer gebeurt en neem best ook foto’s van de situatie. Dat helpt nadien het reconstrueren van het ongeval. 2. Hulp inroepen! (contacteren nooddienst) Het noodnummer over heel Europa en dus ook in alpiene gebieden is 112. Vaak zijn er aanvullend andere noodnummers in gebruik die je in rechtstreeks contact brengen met de bergreddingsdienst. In de Alpen is er meestal (maar niet altijd!) bereik met je gsm, vaak ook mobiel internet. Een (volledig opgeladen) mobiele telefoon maakt dus deel uit van je standaarduitrusting. Via apps zoals AlpenvereinAktiv kan je vlot de hulpdiensten contacteren en ineens ook je exacte positie doorgeven met gps-coördinaten. Bij een noodoproep vermeld je deze informatie: - Wie doet de melding en op welk nummer ben je bereikbaar? - Wat is er gebeurd en wanneer? - Waar is het gebeurd en waar is het slachtoffer ? Eventueel locatie van oproeper indien elders dan slachtoffer? - Toestand slachtoffer? (bij bewustzijn? welke letsels waargenomen? Eventueel iets over context zoals ‘hangt in klimgordel aan rotswand 50m hoog’?) - Wat zijn de lokale weersomstandigheden (zichtbaarheid en wind)? - Kan er een helikopter landen op de plaats van het ongeval? Als er geen mobiel netwerk beschikbaar is, dan is het interessant als je ook een satellietnoodbaken bij je hebt. Zo kan je een hulpsignaal uitzenden, die via een internationale SOS-dienst wordt overgemaakt aan de lokale reddingsdiensten. Een Garmin Inreach is tegenwoordig het meest voor de hand liggende toestel. Het maakt een minimale communicatie mogelijk, vergelijkbaar met sms. Een ander noodbaken is de Spot, maar die heeft minder mogelijkheden. Als laatste redmiddelen zijn er nog het hulp gaan inroepen in een bijv. berghut of het ‘alpiene noodsignaal’ uitzenden. Je kan dat geven met geluid (roepen, fluiten) of visueel (lichtsignaal met zaklamp of spiegeltje). Je geeft dit signaal via een patroon: 6 keer per minuut met regelmatige tussenpozen, daarna 1 minuut pauze. Blijf het signaal herhalen tot er hulp komt of als je signaal kreeg dat anderen je hulproep ontvangen hebben. Als je je voorzorgen hebt genomen en anderen hebt geïnformeerd over je tocht, slaan zij mogelijk alarm als je niet op tijd terug bent. Maar dan gaat er sowieso meer tijd over dan wanneer je zelf een SOS kan uitsturen.

3. Verleen de eerste hulp aan je slachtoffer Als er een incident gebeurt met lichamelijk letsel, dan voorkom je best dat de situatie verergert. Doe wat je kan om het zelf op te lossen, in afwachting van de professionele hulp of latere behandeling. De basis is stabiliseren van een slachtoffer bij levensbedreigend letsel. Bewustzijn en ademhaling zijn daarbij bepalend. Stelp ernstige bloedingen en bescherm het slachtoffer tegen onderkoeling. Het volgen van een EHBO-opleiding is voor iedereen zinvol en zal je vroeg of laat van pas komen. Zet de ‘Eerste Hulp’-app van het Rode Kruis op je smartphone, zo heb je steeds een duidelijke EHBOhandleiding op zak! 4. Klaar voor redding In de bergen vergt een redding vaak de inzet van een helikopter, tenminste als de weersomstandigheden het toelaten, anders komt het reddingsteam te voet omhoog. Het snelste, veiligste en meest comfortabele is dat de helikopter kan landen. Daarvoor is er een behoorlijk vlak terrein nodig van minstens 5 op 5 meter, met open ruimte rondom. In onherbergzaam terrein zal de redding via een winchkabel onder de heli gebeuren. Dan komt er eerst een redder naar het slachtoffer, die vervolgens de leiding neemt. Vermijd losliggende kleding- en uitrustingsstukken en wees je bewust van eventuele steenslag veroorzaakt door de helikopter. Vaak is het voor de piloot niet eenvoudig om jou als slachtoffer te vinden. Opvallende kledij helpt, net als duidelijk het YES-gebaar te tonen. Hoor je een helikopter, maar heb jezelf geen hulp nodig, ga dan niet staan zwaaien, maar doe niets of maak eventueel een NOgebaar.

5. Aangifte én melding van het ongeval Eens in een veilige omgeving is het belangrijk je verzekeraar en bij medische inzet de mutualiteit te informeren, evenals de partner of familie van het slachtoffer. Bel of mail KBF, vervolgens openen we een verzekeringsdossier en krijg je de nodige aangifteformulieren toegestuurd. Ook in het weekend kan je dringende repatriëringen, ernstige of dodelijke ongevallen telefonisch melden (hou je lidkaart erbij). Voor andere ongevallen neem je best de eerstvolgende werkdag contact op. Verder zal je ook je mutualiteit op de hoogte moeten brengen van het ongeval, net als eventuele andere verzekeringen, mocht je die hebben. Verzamel alle documenten die verband houden met het ongeval: rekeningen, facturen, proces verbaal van reddingsdiensten, verklaring van de spoedarts, doktersbriefjes, ... Registreer ook jouw ervaring op www.klimenbergsportongevallen.eu, zodat ook anderen ervan kunnen leren en we samen werken aan meer veiligheid in onze klim- en bergsporten. Voor sportkaders in de outdoorsporten is er op zaterdag 23 oktober een praktijkoefening in ongevalsrespons voorzien, zowel voor context van bergwandelaars als bij redding uit verticale (rots) omgeving. Ook het GRIMP-team van de brandweer verleent haar medewerking.

13


MATERIAAL EN TECHNIEK

Tekst Arne Monstrey (verkoper bij K2)

LOOKING FOR WILD – Fitz Roy en Laila Peak Pants ‘hoe een goede klimbroek ook modieus kan zijn’ Dit relatief nieuwe Franse merk (°2016) legt zich hoofdzakelijk toe op functionele outdoorbroeken. Hun hoofddoel is het vervaardigen van goed zittende en technische klimbroeken, maar tegelijkertijd willen ze modellen uitbrengen die stijlvol en comfortabel genoeg zijn om elke dag te kunnen dragen. En daar slagen ze wonderwel in. Zowel de FitzRoy broek voor heren als de Laila Peak voor dames wonnen vorige zomer een ISPO-award, zeg maar de Oscars van de buitensportwereld. De grootste reden hiervoor is de ‘ultra-stretch’ die ze in hun broeken gebruiken. De bewegingsvrijheid die je als klimmer ervaart is echt ongelooflijk. Tegelijkertijd is het merk ook heel begaan met ecologische en sociale duurzaamheid. Adviesverkoopprijs: 88,95 euro Samenstelling: 95% katoen, 5% elastaan

AKU – Rock DFS GTX ‘voor al je aanloop avonturen’ De Rock DFS van Aku is eigenlijk een erfgenaam van hun historische Rock-model. Hieraan heeft het de typische constructie van de voorvoet ontleent en ook de beschermende rubber stootrand. De DFS-versie heeft echter een stijvere zool meegekregen, inclusief een ‘climbing zone’ vooraan. Deze technische benadering zorgt voor een lichte en tegelijkertijd stevige approachschoen. Ideaal dus om er via ferrata’s mee te doen, als aanloopschoen op weg naar multipitch routes of gewoon als lichtgewicht wandelschoen in de Bergen. Met het nieuwe Dual Fit-systeem met dubbele veters kun je het comfort en de precisie van de pasvorm aanpassen in de verschillende gebruiksfasen: een traditionele veter voor maximaal comfort tijdens het lopen en een snelle vetersluiting om de gevoeligheid tijdens de klimfase te vergroten. De Vibram Approcciosa-zool met Megagrip high-performance compound biedt maximale grip met een specifiek ontwerp voor klimmen. Bovendien is deze schoen dankzij het GoreTex membraan ook volledig waterdicht. Ze is verkrijgbaar in een heren- en een damesversie. Adviesverkoopprijs: 179,90 euro Gewicht: 760 gram (per paar) 5.10 – Niad ‘een oude schoen in een nieuw kleedje’ De foto van deze klimschoen doet bij de meeste klimmers wellicht een belletje rinkelen. De ‘Anasazi’ was jaar en dag dé klassieker bij 5.10. Eens het bedrijf overgenomen werd door Adidas (Terrex) volgde helaas een korte periode waarbij er problemen waren met de maatvoering. En laat net zoiets heel gevoelig liggen bij klimmers. Maar deze iconische schoen kon en mocht niet verloren gaan. Nu de productie terug op peil staat en een correcte maatvoering is verzekerd, is enkel de naam veranderd. ‘Niad’ staat voor ‘Nose in a Day’, waarmee gerefereerd wordt naar de beklimming van The Nose op El Capitan in één dag. De klassieke versie met velcro (Niad VCS) heeft nog steeds een medium stijve zool, een strakke pasvorm en het bekende C4 rubber waar 5.10 klimmers bij zweren. Het blijft een allround schoen waar je alle klimkanten mee uitkunt. Daarnaast bestaat er ook nog een ‘Mocassym’ versie die eerder bedoeld is voor boulderaars of de pure zaalklimmers, en een versie met veters. Deze laatste, de Niad Lace, zal iets aangenamer zitten tijdens multipitch beklimmingen. Zowel de VCS als de Lace bestaan in een dames- en herenversie. De Mocassym is uniseks. Adviesverkoopprijs: 139,95 euro (voor de VCS en de Lace versie); 119,95 euro (voor de Moccasym) Gewicht: (nog) niet meegegeven door de leverancier

14


EDELRID – Neo 3R 9,8 MM ‘een touw gemaakt van touw’ Met de Parrot 9,8 mm had Edelrid al één van de meest ecologische touwen op de markt gebracht. Dit klimtouw was immers vervaardigd uit kleine restje nieuw touw. Daarmee dat elk van deze touwen ook uniek was en dus een eigen kleurencombinatie had, afhankelijk van de beschikbare overschotjes. Maar nu heeft Edelrid een procedé uitgevonden waarbij ze oude klimtouwen kunnen recycleren en er nieuwe klimtouwen van kunnen maken! Van duurzaamheid gesproken. Voor hen zijn er hiervoor drie R’s van belang (vandaar ook de naam): Reduce, Reuse, Recycle. Na jaren onderzoek zijn ze er dus in geslaagd om een klimtouw te vervaardigen dat voor de helft uit oude touwen bestaat. En dit zonder in te boeten op veiligheid, functionaliteit en de slijtvastheid waarvoor ze bekend zijn. Het touw is beschikbaar in 50, 60, 70 of 80 meter, weegt 63 g/m en verdraagt vijf normvallen voor een diameter van 9,8 mm. Adviesverkoopprijs: 189,95 euro (voor 70 meter); 209,95 euro (voor 80 meter) Gewicht: 63 gram per meter

SPEKTRUM – Kall en Anjan ‘de meest duurzame zonnebrillen op de markt’ Spektrum is geboren in de Zweedse bergen. Het is een relatief nieuw merk en heeft als doel om de meeste duurzame brillen op de markt te brengen. Ze maken sportbrillen met een duurzame insteek. De frames van hun zonnebrillen zijn gemaakt van castorolie, die van de skibrillen van mais-afval. En verder maken ze deel uit van de 1% For the Planet gemeenschap. Dit wilt zeggen dat ze 1% van hun totale omzet (niet winst) afstaan aan NGO’s die zich inzetten voor natuurbehoud. De lenzen die ze gebruiken zijn van het bekende merk Zeiss en bestaan in verschillende soorten (S2, S3, Polarized…) en kleuren (grijs, bruin, violet, goud, helder). Verder hebben alle brillen aanpasbare beentjes voor een beter pasvorm en komen ze met extra neusbeentjes voor persoonlijk comfort. Bovendien dampen ze niet aan en zijn ze krasbestendig. Adviesverkoopprijs: 99,90 (grijze lens); 119,90 (violet lens); 159,90 (polarized brown lens) Gewicht: niet meegegeven door leverancier

JETBOIL – Stash ‘Dream Big, pack small’ De ‘Stash’ is het lichtste en compactste vuur van Jetboil ooit. 40% lichter zelfs dan elk ander vuur dat ze ooit gemaakt hebben. En dit alles zonder in te boeten op de iconische Jetboil-prestatie. Zowel jij als je vuurtje worden dus performanter. Het vuurtje zelf is gemaakt uit titanium. De kookpot heeft een inhoud van 0,8 liter en heeft onderaan een zogeheten ‘fluxring’ voor een efficiëntere opwarming. Dat dit werkt, bewijst het feit dat het slechts 2,5 minuten duurt om zo’n met water gevulde pot aan de kook te brengen. Het systeem wordt geleverd met een ‘stove stabilizer’ en dit alles past mét een gascartouche van 100 gram én een kleine aansteker in elkaar. De grip kan naar binnen geplooid worden, over het deksel heen waardoor alles mooi op zijn plaats blijft zitten. De inhoud van 0,8 liter maakt hem ideaal voor iedereen die hoofdzakelijk water wilt opwarmen voor warme dranken of om vriesdroogmaaltijden te bereiden. Dit wordt hét vuurtje van de zomer, ideaal voor iedereen die lichtgewicht wandelen of bikepacken serieus neemt. Adviesverkoopprijs: 179 euro (zonder gascartouche) Gewicht: 200 gram (stabiliseerder, 0,8 L pot, grip, deksel en vuurtje)

15


Tekst Ignace Bral

Zuurstofschuld

Interview met auteur Toine Heijmans Toine Heijmans (1969) is columnist en romancier van de Volkskrant in Nederland. Als romancier debuteerde hij met Op zee, verfilmd en in vele vertalingen verschenen – de Franse vertaling kreeg meerdere prijzen, waaronder de prestigieuze Prix Médicis Etranger die nooit eerder aan een Nederlander is toegekend.

D aarna

volgde Pristina, een roman met een politiek thema. De twee hoofdrolspelers zijn veroordeeld tot elkaar: hij is een succesvol emigratie ambtenaar, zij een vluchtelinge die wordt uitgezet. In Nederland ligt er prima bij is de columnist aan de slag. Hij schetst fijntjes Nederland in al zijn facetten. Met mijn vader is niets mis beschrijft hij liefdevol het proces tegen dementie. Arnon Grunberg noemt hem ‘Een bijzonder goed schrijver’. KBF: Vooreest Toine, proficiat met je prachtig boek. Gewoonweg schitterend. Toine: Dankjewel. Dat doet me plezier. Ik vroeg me af hoe klimmers erop zouden reageren. KBF: De reacties zullen heel goed zijn. Je schrijft over de bergen alsof je er zelf heel veel bent geweest. Is dat ook zo? Maar neen, laat ons eerst kennismaken. Hoe ben je tot schrijven gekomen, want ‘Zuurstofschuld’ is niet je eerste boek. Toine: : Ik heb geschiedenis gestudeerd. Dat is een goede vooropleiding. En natuurlijk ook journalistiek. Ik werk al 25 jaar als columnist bij de Volkskrant. Tien jaar geleden schreef ik mijn eerst roman Op zee. Dan volgden er nog drie boeken met allemaal een verschillend onderwerp. Zuurstofschuld is het vijfde. KBF: De titels en thema’s getuigen van een brede blik. Hoe kom je er nu toe om een roman te schrijven over bergbeklimmen? Toine: : Ik ben zelf nooit een top alpinist geweest. Ik zocht het vooral bij afgelegen en rustige bergen. Verzamelde wat vierduizenders. De overschrijding van de Nadelgrat (in 2000) blijft me bij als een boeiende en mooie klim. KBF: Waar haal je de inspiratie om zo goed over het expeditieklimmen te schrijven? Toine: Veel met hoogte klimmers praten, o.a. Katja Staartjes, Ronald Naar, Wilco van Rooijen, alle gelauwerde klimmers. Hen overviel ik met vragen. Hoe voelde je je? Welke praktische tips zijn er onontbeerlijk of helpen je hard om tot een geslaagde beklimming te komen? Hoe ga je om met eenzaamheid? Wat is het belang van klimvrienden?...

16

KBF: Je hoofdfiguren, Walter en Lenny, zijn dus wel degelijk fictief. Toine: Jazeker. Uit de overvloed aan materiaal heb ik Zuurstofschuld gepuurd. En natuurlijk heb ik me ook gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Zo heb ik ooit een wand zien en horen instorten. Die gebeurtenis inspireerde me om het over het instorten van de Bonatti pijler op de Petit Dru te hebben. KBF: Hier laat je al een eerste keer een grote naam vallen. En je noemt er verschillende in je boek. Waarom? Toine: Walter en Lenny zijn ook geïnspireerd door die mannen/ vrouwen. Lenny heeft een grote verzameling bergsport boeken. Bergbeklimmers willen dat de geschiedenis -hun geschiedeniswordt vastgehouden. Klimmers zijn levende verhalenvertellers. Hun boeken geven de kans aan lezers om vanuit hun zetel mee de berg op te gaan. Sommigen zijn hierdoor geïnspireerd en proberen in de voetsporen van die klimmers te treden. Anderen lezen met afschuw wat er allemaal kan misgaan op een berg, maar ze lezen het toch… De verhalen van die beroemde klimmers heb ik willen oprakelen omdat ze toch langzaam aan het ondersneeuwen zijn. In de jaren 2000 werden er veel bergsport boeken geschreven. De moderne jeugd verlaat zich nu meer op het internet met zijn vele YouTubefilmpjes of blogs. Neem nu Walter Bonatti, die man kon klimmen, maar ook schrijven en hij was een heel goede fotograaf. Hij laat in zijn hart kijken. Die verhalen mogen niet verloren gaan. Walter is niet toevallig de naam van een van de hoofdfiguren. En zo heb ik me nog door andere namen laten inspireren. De lezer kan het uitpluizen. KBF: In Zuurstofschuld vlieg je er onmiddellijk in, je begint midden in de actie. En dan? Toine: Dan heb ik het over het feit dat alles al beklommen is, over de gevoelens, over het contrast tussen solo klimmers en de mannen die in het gelid voor volk en vaderland de Himalaya bestormen. KBF: Je schrijft niet alleen over het beklimmen van een berg maar hebt het ook dikwijls over het afdalen. Toine: Mijn boek begint boven op een berg en eindigt boven, maar ik wilde het zeker ook over het afdalen hebben. Over wat de klimmer voelt als hij de top heeft bereikt. ‘Hij heeft niets meer om naar te streven, zijn positie moet onbevredigend zijn’ – Edward Whymer.


KBF: Beneden wacht het gewone leven. Wachten man/vrouw/ kinderen. Wat denk jij hoe het is voor de achterblijvers? Toine: Wat voelen achterblijvers? Angst. Ze vertrouwen erop dat het goed gaat, maar ze weten dat het heel regelmatig mis gaat, soms met de dood tot gevolg. Maar het kan niet anders. Een klimmer kan je niet thuis houden. Maar wat achterblijvers doormaken is zeker niet te onderschatten. KBF: Hoe reageerde je toen je de dood van Ronald Naar vernam? Hij was een van de mensen waarmee je geregeld over bergsport sprak. Ikzelf had een onbestemd gevoel. In mijn bergsportbibliotheek staan verschillende van zijn boeken. Ik had hem ook een paar keer aan de lijn. Het was alsof ik een vriend verloor. Of hij me letterlijk achterliet. Toine: Ik begreep het niet. Ik was in een gerechtsgebouw en kreeg een sms ‘Ronald is dood’. Ik snapte het niet. Ronald had veel branie. Maar hij was altijd heel goed voorbereid. Hij was superfit. Hij vatte een beklimming aan als een wiskundig probleem. Hij zakte ineen op de Cho Oyu. Zijn dood is nooit helemaal opgehelderd. Een hartstilstand. Ja, iedereen sterft als zijn hart stilvalt. Niemand wilde er over praten. Ik snap het nog altijd niet. KBF: Begrijp je het moderne expeditieklimmen? Toine: Er is heel veel commercie mee gemoeid. Een CEO van een groot bedrijf die in veertien dagen de Everest beklimt, omdat hij vooraf thuis weken in een zuurstoftent heeft geslapen, kan je bezwaarlijk nog een bergbeklimmer noemen. Hij maakt van zo een beklimming gewoonweg een veroveringstocht om op zijn naamkaartje te kunnen zetten. Die stappen in het basiskamp in de helikopter en staan twee dagen later al hun raad van bestuur toe te spreken. Expedities die een alpiene stijl aanhouden, dat is nog het echte werk. Er komen nu gelukkig ook meer en meer Indiase en Nepalese klimmers bij die zelf hun bedrijfje opzetten en op die manier het geld dat ze verdienen in het eigen land kunnen houden. KBF: Hoe sta jij tegenover de klimaatopwarming, of is dit een regelrechte fabel? Toine: Was dat maar waar. Die bestaat echt. Vorige zomer nog was ik aan de Mer de Glace in Chamonix. Onvoorstelbaar. Ze hebben plaatjes gezet waaraan je kunt zien waar de gletsjer zoveel jaar geleden lag. Je ziet het opschuiven. In de stad merk je dat niet zo, in de bergen des te meer. KBF: Toine je hebt een formidabel mooi boek geschreven, waarin ook het literaire niet ontbreekt. Je woordkeuze, de vele prachtige vergelijkingen, de spanning die je in elk verhaal en in je hele boek houdt. Wil je hier nog iets aan toevoegen?

Zuurstofschuld Auteur Toine Heijmans Walter Welzenbach heeft geproefd van zijn eerste bergtocht: vanaf nu wil hij niets anders. Samen met Lennaert Tichy, die hem zijn eerste stappen heeft leren zetten en altijd voor klimt, jaagt hij zijn/hun dromen na in de Alpen en de Himalaya. Na een eerste lezing wist ik dat ik een prachtig boek in handen had, maar ik was niet helemaal mee met de verhaallijn. Had ik te snel gelezen? Wat was me ontgaan? Waar was de scheiding tussen het bewust beleven en het onderhuids beleven? Maar op het einde van het boek daagde het… ik moest deze roman gewoon een tweede keer lezen. Dat kostte me geen moeite. Integendeel, ik genoot nog veel meer van de prachtige taal, het verplaatsen van de tijd en de ruimte, de beschrijving van het innerlijke van een klimmer/klimster, het ontrafelen van oude verhalen. Een roman over vriendschap en vrijheid. Over het zoeken naar het waarom. Over omhoog gaan en weer afdalen. Over keuzes maken, mét hun gevolgen. Een boek dat tot de diepste gedachten en gevoelens van bergbeklimmers tracht door te dringen. Soms haalt de auteur daarvoor citaten of verhalen van grote namen aan zoals Toni Kurz, Maurice Herzog, Tenzing Norgay, Wanda Rutkiewicz, Walter Bonatti, Alison Hargreaves, Reinhold Messner… ‘Zuurstofschuld’ wekt zoveel herkenbaars op dat menig alpinist zich gaat afvragen… waarom? Wanneer verdwijnen de bergen voorgoed uit ons leven? Een fictief verhaal, zo realistisch en fijn beschreven, dat je je in de bergen waant. Zelden nam een bergsport verhaal me zo mee. Elke zin, elk woord heeft zijn betekenis. Dus, langzaam eten en goed kauwen. Een absolute aanrader.

Een absolute aanrader. ISBN 978 90 831 0820 9

Toine: Ik heb het vast en zeker over de vriendschap willen hebben: ‘Lenny deelde zijn energie als bij een bloedtransfusie.’ Maar ook over het gevaar dat in vriendschap zit of de keuzes van de solo klimmer. Volgens Walter ‘Vriendschap kan gevaarlijk zijn, het leidt af.’ Tenzing Norgay en Raymond Lambert haalden de top van de Everest net niet. Ze waren zo bevriend met elkaar dat ze niet wilden dat de ene of de andere iets overkwam. Hilary daarentegen stelde zich boven Tenzing. De top ging voor vriendschap (die er niet was). Een ander voorbeeld: Wilco van Rooijen keerde in 2018 om toen zijn vriend Cas van de Gevel zich niet goed voelde tussen kamp twee en kamp drie op de Kanchenjunga. Alleen de top halen was niet genoeg, het was samen of niet. KBF: Toine, ik meen dat veel klimmers, maar ook niet-klimmers, met heel veel plezier je boek zullen lezen. En… broedt er al een ander boek? Toine: Ik ben begonnen, ja. Maar eerst genieten van dit nieuw kind. KBF: Doen we!

17

17


Tekst en foto's Jo Franckx

Hungaria klimt 'met speciale aandacht' We zijn einde maart, we halen de kinderen op beneden aan de ingang van Klimzaal De Stordeur in Leuven. De zaal is eigenlijk gesloten, alleen georganiseerde lessen voor kinderen onder de 13 jaar mogen doorgaan in groepjes van maximum tien. Zes kinderen en drie begeleiders komen vol verwachting enthousiast de klimzaal binnen. We beginnen met te vragen hoe het gaat vandaag: “Is er iets dat je wil vertellen? Heb je zin om te klimmen vandaag?” Hayley heeft wat pijn aan de voet en Nora zegt dat haar klimschoen wat klemt. Even kijken: “we zullen afspreken dat…”

We gebruiken een prusik-knoopje aan de gordel als back-up zekering: is bovendien een extra uitdaging, het maakt de soms saaie taak toch wat boeiend, het vraagt focus... en is superveilig!

18


W e doen het rustig aan in de klimles. Geen grote doelen, want elk kind heeft haar/zijn eigen kleine en grote doelen. Het ene kind blijft elke keer geïmponeerd door de grote hoogte, het andere is mateloos gefascineerd door de achtknoop, nog een ander kind heeft de neiging zichzelf te overschatten en heeft het nog moeilijk om haalbare doelen te stellen voor zichzelf… Maar hé, in deze les is er extra aandacht voor élke deelnemer. Cruciaal is het hier om van bij het begin een veilige omgeving te scheppen. In onze club is vorig jaar een wel héél interessante samenwerking ontstaan. Ik stel je even voor: `Leen Gysemans, Initiator Sportklimmen bij BVLB én als psychomotorisch therapeute werkzaam in CAR Antenne 3000, Leuven met als doelgroep kinderen/jongeren met ASS, ADHD, DCD... Met de kinderen die ze begeleidt ging ze al regelmatig klimmen. Ze zette klimmen al vaker als medium in tijdens de therapie. Net zoals Leo Torfs, bakken ervaring als psychiatrisch verpleegkundige in Gasthuisberg die werkt met kinderen en jongeren tot 16 jaar. Hij is ook initiator Sportklimmen, zowel actief bij BVLB als bij ons in Klimclub Hungaria. Ikzelf, ook initiator, bestuurder en lesgever bij Klimclub Hungaria, was al een tijd op zoek hoe we onze klimsport konden inzetten om kinderen/jongeren met beperkingen of moeilijkheden te helpen. Leo en ik volgden als enige Belgen tot nu toe de Oostenrijkse cursus “Therapeutisch Klimmen’, samen met Sven De Ridder en Robbe Boyen.

intakegesprek om te peilen naar de klimervaring en de specifieke noden van de kinderen. De vele intakegesprekken, de voorbereiding, de klimlessen zelf vragen behoorlijk wat engagement. Maar de laaiend positieve reacties van de ouders over ons initiatief deden veel deugd en gaven een boost. Mama van Seppe: "Klimmen met aandacht". De flyer prikkelde meteen onze nieuwsgierigheid. Een uitnodigende aankondiging voor een al even uitnodigend concept. We waren reeds geruime tijd op zoek naar een nieuwe sportieve uitdaging voor onze zoon met ass. Hij is gek op sport, maar functioneren in een grote, drukke groep is voor hem niet zo vanzelfsprekend. Zeker niet in de initiële fase, wanneer alles nieuw is. Deze lessenreeks bleek een schot in de roos. Hij neemt de uitdaging dankbaar aan, vertrekt met veel goesting en komt voldaan en fier als een gieter met de blos op de wangen naar huis. Zelfs zijn hoogtevrees lijkt verdwenen als sneeuw voor de zon! En wij laten hem zonder zorgen achter in enthousiaste en capabele handen. Een prachtig initiatief dat tegemoet komt aan de grote nood die leeft binnen de doelgroep. Merci! " Klimmen is een geniale sport. Er is het complete pakket aan bewegingen van het lichaam, er is het avontuurlijke van de hoogte ingaan tot de top van een rots of een muur, maar er is ook het mentale aspect.

Vorig jaar vonden we elkaar. Leo, Leen, Seppe, ook lesgever bij onze club en de lijm tussen BVLB en Klimclub Hungaria, en ikzelf steken de koppen bijeen. Leen kende de nood van kinderen en jongeren met autisme, ADHD of DCD (een probleem met automatisatie en coördinatie van bewegingen). Terwijl ze wel héél graag bij een club willen horen, is participatie aan een ‘echte’ sportclub meestal niet evident. Ze hebben vaak meer aandacht nodig om iets onder de knie te krijgen, zijn gevoeliger voor bepaalde prikkels of kunnen iets moeilijker aandacht vasthouden. In een grote groep gaat het vaak te snel voor deze kinderen die extra aandacht vergen. Onvoldoende positieve ervaringen of negatieve opmerkingen leiden vaak tot frustratie. Sommigen worden overdonderd door de veelheid aan prikkels, zodat ze gestresseerd naar huis gaan. En daar wilden we als club iets mee doen.

De klimsport biedt zo tal van groeikansen zowel op motorisch, cognitief als op sociaal vlak. Coördinatie, concentratie, zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander spelen een belangrijke rol.

Het coronavirus vertraagde onze plannen. Maar met hulp van Sam maakten we een mooie folder en verspreidde deze via scholen, de Stad Leuven en ondersteuningsnetwerken, en we vroegen G-sportsubsidie aan bij Sport Vlaanderen. Met alle kandidaten hadden we een online

Op het einde van de klimsessie overlopen we met elk van hen even hoe de ervaring was. Stilstaan bij wat ze leerden, wat ze moeilijk vonden maakt het geheel af. De bedoeling is ze een veilig gevoel te geven én een startpunt te creëren voor volgende sessie.

In deze lessen leren we de deelnemers veilig klimmen en plezier beleven aan klimmen, zoals in andere jeugd klimlessen. Maar we doen dit allemaal ‘met veel aandacht’: op eigen tempo, op eigen niveau. Met geduld en aandacht voor hun specifieke ervaringen leren we hen grenzen kennen en verkennen. We leren ze omgaan met angst en vertrouwen met speciale aandacht voor zowel fysieke, psychische als sociale context. Met aandacht, mildheid en geduld willen we deze kinderen succeservaringen laten opdoen in het klimmen, en ze opnemen onze klimclub. Het lukt aardig en we zijn vastberaden om dit in de toekomst verder te zetten.

19


Tekst en foto's Tess Driessens / Motion Coaching

Hangbordtraining

Train smart, become strong Vele klimmers hebben het voorbije coronajaar de weg naar het hangbord gevonden. Voor sommigen is het een succesverhaal, voor anderen de start van ellendige elleboog- en vingerblessures. En dan rest er nog een grote groep klimmers die de stap naar het hangbord nog niet hebben durven wagen, omdat ze geen idee hebben hoe eraan te beginnen. Als klimcoach streef ik naar langetermijn klimprestaties, waarbij een progressieve trainingsopbouw, oog voor blessurepreventie en plezierbeleving centraal staan. Via dit artikel geef ik alvast een voorzet over hoe je op een gezonde, slimme en duurzame manier kan hangborden.

Waarom?

Welk hangbord?

Hangborden is een ideale manier om specifieke vingerkracht te trainen, hetgene je toelaat om die ‘slechte grepen’ effectief vast te houden en te kunnen recupereren i.p.v. te verzuren op andere grepen. Omdat hangborden je vingerpezen versterkt, word je minder vatbaar voor vingerblessures; een win-winsituatie. Naast de vingers, zal je bij een correcte hangtechniek ook het bovenlichaam activeren en versterken (d.i. schoudergordel, armspieren, rug en core).

Tegenwoordig is het aanbod aan verschillende hangbordtypes en merken zo groot, dat een juiste keuze maken een heuse opdracht wordt! Toch is het uiterst belangrijk om een hangbord te selecteren dat overeenstemt met je klimniveau, trainings- en klimdoelen, en blessuregevoeligheden. Enkele voorbeelden ter verduidelijking: als je een beginnend hangborder bent, dan is het niet aangewezen om te starten op een Beastmaker 2000 (voor de gevorderde) met platte slopers en mono’s. Voor beginners tot gemiddeld niveau raad ik meestal een Metolius simulator 3D of de Beastmaker 1000 aan omwille van de grote variëteit aan grepen, inclusief goede bakken, diepe regletten en pockets. Heb je als klimdoel specifiek een project op kleine crimps of is deze grippositie het enige wat je als gevorderde zou willen bijtrainen, dan kan een simpel, kleiner hangbord met regletten voor jou volstaan. Is jouw trainingsdoel echter om algemene vingerkracht en krachtuithouding te verbeteren, dan is een hangbord met een grotere verscheidenheid aan grepen de betere keuze. Als je gevoelig bent voor schouder- en elleboogblessures kan een hangbord in 2 aparte stukken een meerwaarde bieden (vb. Trango Rock Prodigy). Je kan dan de breedte van je hangpositie zelf afstemmen op de voor jou meest ergonomische manier. Het belang van ergonomische vingerposities geldt voor elk hangbord. Zorg dat je een hangbord met afgeronde randen ter hoogte van de vingerpezen koopt of zelf maakt.

Een hangbordtraining kan je perfect thuis doen, hoeft niet lang te duren en is daarom gemakkelijk en flexibel in te plannen. Let wel, bij hangborden ligt de focus voornamelijk op de fysieke component en minder op het technisch-tactische en mentale aspect van klimmen. Voor het merendeel van de klimmers blijft de beste training voor klimmen simpelweg ‘veel klimmen’, omdat hierbij alle aspecten aan bod komen. Conclusie: hangborden biedt een ideaal alternatief in tijden dat er niet geklommen kan worden, bij drukke periodes in je leven of als aanvullende specifieke training in combinatie met klimmen.

Vervolgens is er de keuze hout versus plastiek. Houten hangboards zijn gladder (minder contactwrijving) en daarom ook huidvriendelijker. Ze zijn vaak iets esthetischer om in je living te hangen. De plastieken hangboards hebben dezelfde ruwe textuur als de grepen in de klimzaal (meer wrijving dus).

Foto pag 34 © Fabian Poels Foto pag 37 © Lena Drapella

20

Tot slot hebben we nog de compacte, draagbare hangboards, die tegenwoordig hip zijn. Ze worden vooral gebruikt door de elite klimmer om op verplaatsing te blijven trainen en om aan de rotsen gerichter te kunnen opwarmen, maar zijn ook een optie voor klimmers die thuis geen mogelijkheid hebben om een hangbord vast te monteren.


Montage en opstelling

Hangtechniek

De meeste klimmers installeren hun hangbord boven een deuropening (Fig. 1), maar tegen een vlakke muur of vrijstaand kan ook mits de nodige houten constructies. Indien je niet de mogelijkheid hebt om thuis gaten in de muur te boren, kan je werken met een deuroptrekstang om het hangbord op te monteren. Hang je bord op een geschikte hoogte; d.i. enerzijds voldoende hoog om in hang de grond niet te raken (mits plooien van benen), en anderzijds voldoende laag zodat je zonder veel manoeuvres snel kan gaan hangen en tevens de mogelijkheid hebt om op te trekken zonder je hoofd tegen het plafond te stoten.

De voornaamste oorzaken van blessures bij hangborden zijn zonder twijfel foute hangtechniek of een te hoge trainingsbelasting. In Figuur 2 worden de belangrijkste aandachtspunten van het bovenlichaam tijdens de hangpositie voor jou op een rijtje gezet. Probeer de positie van de pols neutraal te houden (Fig. 2a). Fel gebogen polsen zijn uit den boze en komen vaak tevoorschijn in combi met verzuurde voorarmen (zie Fig 2d). Zorg voor geëngageerde voorarmen met een lichte buiging in de ellebogen en houdt je schouders laag (passieve deadhang positie, Fig 2a). Ga zeker niet in je elleboog- en schoudergewrichten hangen zoals in Fig. 2b. Let wel, overactivatie van schouderbladen en rugspieren is ook niet de bedoeling. Probeer je buikspieren te activeren en zo de onderrug recht te houden (Fig.2a). Het doorhangen in de rug, door mij benoemd als ‘banana hanging’, is een veelvoorkomende fout (Fig. 2c).

Wat de hangbordopstelling betreft, is het belangrijk een systeem te voorzien om lichaamsgewicht te kunnen verminderen of toe te voegen. Dit is noodzakelijk om op verschillende gripposities aan een juiste intensiteit te trainen. Om lichaamsgewicht te ontlasten, kan je bijvoorbeeld werken met verscheidene weerstandsbanden (Fig. 1) of nog beter, met een katrolsysteem en gewichten. Om extra lichaamsgewicht toe te voegen is een gewichtsvest de beste keuze. Andere attributen die onmisbaar zijn bij je opstelling zijn: een timer of smartphone in het gezichtsveld, magnesium voor extra grip, een borstel en eventueel een opstapje. Een foto van je klimproject of één van je ‘klimhelden’ naast je hangbord kan de motivatie om te trainen alleen maar boosten.

Fig.2 - Hangpositie do's (a) & don'ts (b-c-d) Als we de vingerposities onder de loep nemen, onderscheiden we algemeen drie gripposities (Fig. 3): a) open hand of tendu, b) half crimp of arqué en, c) full crimp of arqué met duim. Slopers, grote bakken, bidoigts en mono’s neem je typisch open hand. Regletten kan je zowel in open hand als crimp positie nemen. Als beginnend hangborder is het verstandig om voornamelijk open hand en slechts af en toe half crimp te trainen. De belasting op je ringbandjes en daarmee ook de kans op vingerblessures neemt toe naarmate je meer en intensiever gaat crimpen. Als gevorderde hangborder kan je in principe open hand en half crimp even intensief trainen. Hangbord sessies in full crimp positie (Fig. 3c) wordt absoluut afgeraden in het kader van blessurepreventie! Ready to hang? Fig.1 - Hangbord montage en opstelling

Fig.3 - Gripposities

21


Reeds 30 jaar uwbuitensportspecialist!

OUDEGENTBAAN255 – 9300 AALST 053/ 705 222 - info@trek-king.be – www.trek-king.be

De Berghut

Plezantstraat 11, 9220 Hamme tel. 052/47.85.22 info@berghut.be bezoek ook onze webshop https://berghut.be

22


Hoe trainen? Het internet staat tegenwoordig vol met allerhande hangbord work-outs om ‘snel’ sterk te worden, meestal gepromoot door elite klimmers. De grote valkuil is echter dat de intensiteit en belasting van deze trainingen niet zomaar kunnen doorgetrokken worden naar recreatieve klimmers! Volg dus nooit blindelings een trainingsprotocol van je klimheld, maar kies er eentje op maat in functie van jouw hangbordniveau, klimdoelen en blessuregeschiedenis. Net zoals bij klimtrainingen, is het volgens het 'train smart' principe aan te raden om de verschillende energiesystemen zoveel mogelijk apart te trainen op je hangbord (zie Box I). Het juist afstemmen van intensiteit (d.i. grippositie, greepvorm-en grootte, # kg waarmee greep belast wordt ), volume (d.i. # herhalingen en sets, totale hangtijd ) en rusttijden (tussen # herhalingen en sets ) zijn hierbij bepalend. Het is aangewezen om hetzelfde hangbordprotocol voor 4-8 weken te volgen om een optimaal trainingseffect te hebben en het risico op blessures te beperken (de exacte duur varieert naargelang het gekozen hangprotocol, trainingsfrequentie, belastbaarheid,…). Algemeen raad ik aan om niet meer dan 2-2.5 hangbordsessies/ week te doen met min. 2 dagen rust na elke sessie (voor gevorderde hangborders kunnen eventueel 3 sessies/week). Hier volgen enkele Apps die nuttig zijn bij het kiezen van work-outs of toelaten om zelf je hangbordprotocol in te voeren: Grips & grades (Android, gratis), HangClimb timer (Iphone, gratis), Boulder trainers (Iphone, betalend), Beastmaker (Android & Iphone, gratis bij BM hangbord/ betalend zonder) en Crimpd (Android & Iphone, deels gratis/deels betalend, voor gevorderden!). De laatste app bevat tevens goede vingerkracht testprotocols om jouw maximale intensiteit voor bepaalde gripposities te bepalen. Aandachtspunten • Een vereiste om met hangborden te kunnen starten = min. 1 jaar klimervaring + klimniveau 5c beheersen. Vroeger starten verhoogt het risico op blessures drastisch, aangezien de vingerpezen nog niet klaar zijn voor zulke repetitieve belastingen. • Kies het juiste hangbord en geef voldoende aandacht aan een correcte hangtechniek (film jezelf desnoods) • Train aan een juiste intensiteit en respecteer vooropgestelde rusttijden zowel tijdens als tussen je sessies. Bouw je hangbordtrainingen progressief op! Een gevorderde klimmer die nooit eerder heeft gehangbord = een hangbord beginner en dus geen hangbord gevorderde. • Doe nooit een hangbord sessie in vermoeide toestand, bijvoorbeeld na een zware klimsessie. • Stop tijdig indien je pijn voelt in de belaste weefselstructuren. • Investeer in een goede opwarming! Leg voldoende focus op activatie en mobiliteit van de schoudergordel, ellebogen, polsen en vingers. Check out https://motion-coaching.be/blog/ voor een degelijke hangbord warm-up. Ook een gepaste cooling down is nuttig, inclusief het verorberen van een eiwitrijke snack om herstel te bevorderen. • Tot slot, schrijf je klimdoelen neer en hang ze op een zichtbare plek om jezelf te blijven motiveren om te trainen. Een topschijf afspelen tijdens je hangbordsessie kan ook een extra boost geven...

Box I: hangprotocols per trainingstype - Maximale vingerkracht: zeer hoge intensiteit, laag volume, lange rusttijden. Een voorbeeld, 2-4 sets van 5x (10 sec. hang + 3 min rust) met 2 extra min. rust tussen sets; per set een andere grippositie (kies telkens een greep waar je max. 13 sec. aan kan hangen = max I). Bij max. vingerkracht is het niet de bedoeling om verzuring te voelen. - Krachtuithouding: hoge intensiteit, gemiddeld volume en rusttijd. Een voorbeeld, 3-5 sets van 6x (10 sec. hang + 10 sec rust) met 1 min. rust tussen sets; wissel per set van grippositie. De meeste hangprotocols die je op internet vindt, focussen op dit energie-systeem (7/3, 5/5,…) - Lange weerstand: gemiddelde intensiteit, hoog volume en weinig rust. Een voorbeeld, 3-5 sets van 4x (30 sec. hang + 15 sec. rust) met 1 min. rust tussen sets; wissel per set van grippositie. Een alternatief op het standaard 'repeaters' hangprotocol, zijn de 'moving hands'. Plaats je voeten op een stoel en ga aan het hangbord hangen. Verplaats je handen elke 5 sec. naar andere handgrepen. Als je sterke verzuring voelt, ga dan met beide handen naar de grootste handgrepen op het hangbord en schudt elke arm ca. 30 sec uit om deels te recupereren. Ga verder met de moving hands en bouw zo nodig meer momenten in om de armen uit te schudden bij felle verzuring. Eén set komt overeen met 5 min. moving hands; doe 2-3 sets in totaal met 10 min. rust tussen de sets. Belangrijk bij deze sessies is dat je een felle verzuring in de voorarmen voelt. - Aerobe uithouding: lage intensiteit, zeer hoog volume, weinig rust. Een hangbord is niet ideaal om dit energie-systeem te trainen, maar bij gebrek aan klimfaciliteiten in coronatijden zijn we creatief. Bijvoorbeeld, moving hands aan een lagere intensiteit (gemakkelijke grepen en/of minder lichaamsgewicht) en met het inbouwen van meer uitschudmomenten. Bij aerobe uithouding moet je onder de drempel van felle verzuring blijven. Niet-klimspecifieke aerobe training zoals lopen, fietsen of zwemmen zijn sowieso ook een meerwaarde voor klimmers om algemeen sneller te kunnen recupereren.

Heb je graag persoonlijk advies omtrent klim- en hangbordtraining, dan kan je steeds terecht op www.motion-coaching.be of bij tess@motion-coaching.be

23


Tekst en foto's Senne Trogh

Klimtraining is geen meerkeuzemenu… Er gaat geen dag voorbij zonder dat Senne Trogh met klimmen bezig is. Vanuit zijn achtergrond als leerkracht lichamelijke opvoeding is hij ongeveer zeven jaar geleden begonnen met de jeugdwerking van Kajoe in klimzaal Wallstreet. Dat is geëvolueerd naar het begeleiden van het rots- en competitieteam van Kajoe, specifiek voor sterke klimmers met ambitie. Daarnaast begeleidt hij ook volwassen klimmers en tekent hij voor hen individuele trainingen uit op basis van het ‘Lattice-principe’. Verder is Senne routebouwer en werkt hij zijn opleiding Trainer B sportklimmen af. Hieronder lees je zijn blik op het belang van trainingen op maat binnen de klimsport.

N iemand twijfelt er nog aan: sportklimmen zit duidelijk in de lift! Onze sport is nu zelfs een Olympische discipline. Overal in het land openen nieuwe klimzalen en wanneer het een beetje goed weer is, hangen de Belgische klimmassieven vol met enthousiastelingen die hun graad proberen te breken. Een verslavende passie Een passie wordt al gauw verslavend! Iedere klimmer vindt telkens een uitdaging op zijn of haar niveau. We kennen het allemaal: niets is motiverender dan die ene route waarop je zo lang gewerkt hebt eindelijk te toppen. Het blijft door je hoofd spoken. Wat kan je nog beter doen en hoe moet je juist trainen om dit te kunnen? Laaghangend fruit plukken

Senne op het Lattice board. Foto Erik Mercelis

24

Het begeleiden van volwassenen is voor mij een enorme uitdaging. Zij voelen vaak veel moeilijker de natuurlijke bewegingen aan dan kinderen. Ons volwassen lichaam is die bewegingen immers verleerd. Voor klimmers met niveau 5a, 5b of 5c ontwikkelden we de cursus KTT5 (klimtechnische training). Hier focussen we vooral op basistechnieken zoals o.a. gekruiste coördinatie, evenwicht en routes lezen. De KTT6 (6a, 6b, 6c) gaat een stap verder door het leggen van de fysieke basis te combineren met meer gevorderde technieken. Voor klimmers met een hoger niveau werken we iets persoonlijker. We concentreren ons op hun zwaktes, het zogenaamde ‘plukken van laaghangend fruit’, oftewel het werken aan die vaardigheden waarvoor, ondanks het hoge klimniveau, nog het meeste persoonlijke groei mogelijk is. Bij meer complete klimmers botsen we op het fenomeen van de verminderde meeropbrengst: hoe hoger je niveau, hoe moeilijker het wordt om nóg beter te worden. Bij hen moet je grondig gaan zoeken, waar hun focus zou moeten liggen.


De klimsport ontleed

Gewoontebeesten

Klimmen is een zeer complete sport en kent talloze trainbare aspecten. Om het overzicht te houden, delen we ze meestal op in drie categorieën. De technische vaardigheden zijn de technieken die, zoals al eerder aangehaald, als eerste zouden verworven moeten worden. Het gaat erom je bewegingen zo uit te voeren dat je zo efficiënt mogelijk over de wand beweegt. Mentale en tactische aspecten zijn zonder twijfel de meest vergeten en onderschatte vaardigheden. Wat gaat er om in je hoofd en hoe pak je een beklimming strategisch aan? De fysieke aspecten zijn waarschijnlijk het meest besproken en ook de meest getrainde categorie, maar daarom niet altijd op de slimste manier. We kunnen allemaal zonder lang nadenken verschillende vaardigheden opsommen per categorie, maar met welke skill ga jij effectief aan de slag? En hoe maak je deze beslissing?

Iedere klimmer komt op een bepaald moment in zijn klimcarrière op het befaamde ‘plateau’. Ondanks je inspanningen gaat je klimniveau niet meer vooruit. Het lijkt wel of je je lichamelijke plafond hebt bereikt, maar is dit wel degelijk zo? Stel je klimsessie eens in vraag! Doe jij al zes maanden drie keer per week dezelfde oefeningen? Mijd je nog altijd touw eenentwintig in de overhang? Kan je verwachten dat je lichaam nog verrast reageert op deze voorspelbare routines? Denk ruimer en kijk met een kritische blik naar je gewoontes. Durf nieuwe doelen en uitdagingen aan te gaan en treed uit je comfortzone!

Growth mindset De atleet die zich bewust deze vraag stelt, is al een stap verder in zijn leerproces. Almaar meer klimmers willen dit leerproces doelmatig in handen nemen, zelfs al gaat het ‘maar’ om een hobby. De tijd waarin goed trainen betekende dat je ‘gewoon veel moet klimmen’ is duidelijk voorbij. In een eigentijds trainingskader vliegen honderden trainingsmiddelen je voortdurend en overal om de oren: in de klimzaal, op Youtube, op Instagram, … Te weten welke van deze trainingsmiddelen je best gebruikt en vooral wanneer en hoe is echter geen sinecure. Een coach is daarbij van goudwaarde. Hij kan je helpen met het uitstippelen van een plan. Zo loop je niet verloren en kan je gemotiveerd blijven doortrainen zonder je doelen uit het oog te verliezen.

De systeemwand. Een symmetrische wand om identieke bewegingen links en rechts te trainen. Foto Erik Mercelis

Appels met peren We moeten beseffen dat geen twee klimmers dezelfde zijn. Van lichaamsbouw, achtergrond, ervaring, motivatie, skills, enz... Twee klimmers reageren niet gelijkaardig op eenzelfde training. Toch verwacht men dit vaak. Hoe hoger je klimniveau, hoe persoonlijker de aanpak zal moeten zijn. Daarom starten wij de begeleiding van een ervaren klimmer met een Lattice assessment. La-watte? Als je ooit al iets over training hebt opgezocht, ben je Lattice ongetwijfeld al tegengekomen. Tom Randall en Ollie Torr zijn de oprichters van Lattice, gevestigd in Sheffield, Groot-Brittannië. Het is één van ‘s werelds grootste bedrijven op vlak van klimtraining en dat komt hoofdzakelijk door hun wetenschappelijke aanpak. Ze hebben de voorbije jaren enorm geïnvesteerd in het verzamelen van data over klimmers en daarmee helpen zij jou nu enorm vooruit.

De spray wall in klimzaal Wallstreet is een wand die volledig vol staat met grepen. Zo heb je eindeloos veel mogelijkheden. Foto Erik Mercelis

25


eigen VOORRAAD

Hét 5 sterren restaurant in jouw backpack

voor 23 uur besteld, VOLGENDE DAG bezorgd

in Nederland en België

GRATIS verzenden

vanaf 25 euro

XFood.nl service@xfood.nl

beurt m li k s i t a r G rtner a p e z n o ij b

p van o o k n a a ij b een paar nen klimschoe

ergym.com rhinobould

Wij aanvaarden eco- en consumptie cheques van Edenred, Sodexo en Monizze digitale en papieren versie

Actie geldig t.e.m. 31 augustus 2021 bij aankoop in onze winkel te Waregem.

Kortrijkseweg 353 26

8791 Waregem

mounteqshop.be


Testing in 1, 2, 3…

Interesse?

De test bestaat uit een twee uur lange reeks van oefeningen die telkens een ander deel van je klimvaardigheid toetsen. Zo wordt je resultaat vergeleken met dat van duizenden andere klimmers uit de database die overeenstemmen met jouw profiel (geslacht, lengte, gewicht, leeftijd en niveau). Zo kunnen we zien of jij voor elk aspect onder- of overpresteert. Al deze gegevens worden in kaart gebracht, zodat we een duidelijk beeld krijgen van wat voor jou persoonlijk de prioriteiten zouden moeten zijn in je training.

Wij maken ons sterk dat wij iedereen kunnen helpen om een betere klimmer te worden. Toch is het Lattice Assessment ontwikkeld voor de meer ervaren klimmer. Er zijn drie vereisten om de test te kunnen afnemen: - Je moet blessurevrij zijn. - Je kan tien seconden op een rand van twintig mm hangen. - Je klimt 6b on sight. Meer info:

Periodisering Waarvoor zou jij willen beginnen trainen? Voor een klimtrip, een expeditie, een wedstrijd of ben je een echte weekend warrior? De volgende stap is om je doel te stellen, want je doel bepaalt je voorbereiding. Een term die voor elke duursporter bekend in de oren klinkt, maar ook in de klimsport zijn intrede heeft gedaan, is ‘periodisering’. Je kan niet het hele jaar door in topvorm zijn. Daarom gaan we onze momenten uitkiezen. De uitdaging is om elk energiesysteem op het juiste moment te doen pieken, want in een beklimming komt alles samen. Om deze verschillende stadia in het jaar te kunnen onderscheiden is deze testing uitermate geschikt. We zien waar je staat, wat het effect is geweest van vorige trainingen en welke weg we gaan bewandelen in de toekomst.

Het Lattice Assessment gebeurt altijd op afspraak en wordt afgenomen in Klimzaal Wallstreet (Antwerpen) door Senne Trogh (senne.trogh@sgkod.be) of Benny Jochums (bennyjochums@gmail. com) De kostprijs is 140 € voor een eerste test. Een eventuele opvolgingstest kost 110 €. Kajoeleden genieten 10 € korting. Deze test kan aangevuld worden met een persoonlijk trainingsschema.

Max moves Lattice ontwikkelde een specifieke testwand waarop ook enorm gericht getraind kan worden. De wand bestaat uit identieke houten latten. Op deze latten zijn verschillende klimcircuits mogelijk. Doordat alle grepen dezelfde zijn, ondergaan je armen een enorm monotone verzuring. Bij de ‘Max moves’ test is het de uitdaging om zoveel mogelijk rondjes te klimmen. Eens je je score hiervan kent, kan je gericht beginnen trainen voor jouw klimniveau. Er zijn verschillende trainingsprotocollen die je bij ons kan terugvinden of op de immens populaire Lattice app: ‘Crimpd’ (gratis downloadbaar). Je werkt dan aan een bepaald percentage van je ‘Max’ en krijgt dus net op tijd wat rust. Dit zorgt ervoor dat je heel specifiek een energiesysteem kunt triggeren. Ideaal voor uithouding, korte en lange weerstandstrainingen. We nodigen je graag uit om eens te komen proberen.

Gert Mercelis in de route ‘Spriggan’ in Ulassai. Foto Klaas Willems

Wallstreet innoveert De voorbije jaren zien wij in klimzaal Wallstreet, samen met een sterke aanstormende nieuwe generatie, het gemiddeld klimniveau enorm stijgen. Het is onze doelstelling om jullie zo goed mogelijk te ondersteunen op alle mogelijke vlakken. Naast het implementeren van het Lattice-principe investeren we ook in een nieuwe campuswand. Het uitbreiden van de harde routes in de lengtezaal gaat gepaard met een verloop van de routes in de boulderzaal van slechts acht weken. Boven de boulderzaal bieden we je tevens een rustige trainingsruimte aan met spray wall en systeemwanden. Je kan hier in alle rust yoga of mobiliteitsessies doen. Tot slot kan je na een afmattende training weldra terecht aan de gloednieuwe toog, misschien wel de grootste troef na alle trainingopties bij klimzaal Wallstreet.”

Senne op een 7a in Isatis in Fontainebleau. Foto: Lucas De Ridder

27


Tekst en foto's Bart Raymaekers

Life in France Franse Pyreneeën

Bart Raymaekers liet in 1995 het vlakke Vlaamse land achter zich om zich te gaan vestigen in een piepklein dorpje hoog in het oostelijk deel van de Franse Pyreneeën. Een polyvalente bergsporter die van een passie – canyoning - zijn beroep maakte. Bij KBF kennen we hem ook als de ervaren professional die onze sportkaders met bijscholingen van de meest actuele kennis voorziet. Samen met zijn vrouw baat hij in Nohèdes een gastenverblijf uit. Een verhaal over "Leven als god in Frankrijk". Van de zee naar de bergen Begin jaren ’90 werd me al snel duidelijk dat een "carrière" als leerkracht lichamelijke opvoeding te weinig actie in mijn leven zou brengen. Op zoek naar meer ruimte en natuur, werkte ik ook een tijdje als sporttechnisch medewerker voor het toenmalige BLOSO. Als fanatiek watersporter - vooral windsurfen - vond ik zo een job in Oostende. Helaas werd het centrum na enkele jaren gesloten en stond ik weer op straat. Ik besloot dan maar om de zee in te ruilen voor de bergen. Een verhuis drong zich op… De keuze viel op de Franse Pyreneeën. Alles achterlaten en opnieuw beginnen in een nieuw land om enkele dromen te verwezenlijken verloopt maar zelden zoals gepland, maar met een beetje geluk komt alles goed… Het was putje winter. Geleid door mijn intuïtie kwam ik na amper drie dagen rondtoeren in een god verlaten vallei terecht met op het einde het dorpje Nohèdes. Op 2 kilometer daarvandaan, aan de rand van een rivier, vond ik een huis dat net te koop stond. Liefde op ‘t eerste zicht en het begin van Maison de la Montagne "La Découverte". Een dikke 25 jaar later leef ik er nog steeds, met vrouw en kind, tussen bergen en zee, genietend van de woeste natuur en het milde klimaat.

1

28


Hoe natuurlijke glijbanen naar een job kunnen leiden

Het leven in een klein dorpje

Het leven in de bergen is niet duur, maar er aan de kost komen is niet gemakkelijk. Na een tijdje kon ik enkele Vlaamse reisbureaus overhalen mijn “avontuurlijke vakantie in de Pyreneeën” te verkopen. De eerste klanten waren zeer tevreden en langzamerhand kreeg ik steeds meer groepen. In de toeristische sector werken betekent hard werken in vrij korte seizoenen. Het voordeel ervan is dat je een groot deel van het jaar veel tijd hebt om andere dingen te doen. En als je veel tijd en weinig geld hebt, is rondtrekken in de bergen, op zoek naar nieuwe uitdagingen een goede oplossing.

Met de jaren ben ik me meer en meer gaan interesseren in de dorpspolitiek. Leven in een dorpje met een 70-tal inwoners heeft zijn voor- én nadelen. Iedereen kent iedereen en alles wat je doet wordt in de gaten gehouden. Er wordt serieus wat geroddeld, min of meer ‘gedwongen’ om samen te leven, wetende dat we allemaal zeer verschillend zijn. Sommige bewoners leven in Nohèdes om aan landbouw te doen, andere investeren in het toerisme… en nog andere willen gewoon "rustig" kunnen zijn. Het is niet altijd eenvoudig voor de burgemeester en zijn 6 gemeenteraadsleden -waarvan ik er eentje ben - om de gulden middenweg te vinden.

Ik heb sommige jaren meer in mijn slaapzak geslapen, ergens onderweg, dan in mijn eigen bed. Bergbeklimmen, rotsklimmen, toerskiën, alles is mogelijk zonder ver te moeten rijden. Mijn lokale vriendenkring groeide en ik leerde enkele gidsen kennen. Dankzij hen begon ik met speleologie en canyoning. Aanvankelijk had ik van dat laatste nog nooit gehoord… maar de eerste kennismaking was onmiddellijk een schot in de roos. Op drie kwartier rijden van mijn gastenverblijf bevindt zich de Llech, één van Europa's leukste canyons dankzij het grote aantal spectaculaire glijbanen. Ik was dadelijk verkocht voor deze sport waar water en bergen worden gecombineerd. Aangemoedigd door de lokale gidsen en met een lichte druk van de Franse overheid behaalde ik een ‘Brevet d'État Spéléologie et Canyoning’. Vele jaren later speelde ik een belangrijke rol bij de creatie en het lesgeven van het lange opleidingstraject naar het ‘Diplôme d'Etat Canyonisme’.

Het grondgebied van Nohèdes is iets meer dan 2800 hectare groot, waarvan ongeveer twee derde natuurgebied en een derde landbouwgrond is. 25 jaar geleden was er enkel een kleine gîte d'étape voor 6 personen, vandaag telt de toeristische infrastructuur er ruim 50 bedden. Samen met de buitenverblijven maakt dit dat er in de zomermaanden bijna driemaal zoveel inwoners zijn. Sinds de pandemie merken we dat er meer en meer mensen uit de omgeving en buiten het zomerseizoen naar Nohèdes komen om terug wat energie op te laden. Als je in onze vallei blijft en offline gaat van media, zou de miserie van de wereld zo aan je voorbijgaan…

Website : https://airbnb.fr/h/maison-de-la-montagne

29


Tekst Annelore Orije & Niels Brack, / Fotos Mount Coach 9

MOUNT COACH 9: meet the team Dat we met z’n allen uitkijken naar ‘wanneer we terug mogen’ was er aan te merken bij de afgelopen selectie voor Mount Coach Academy. Een recordaantal van 22 gegadigden meldden zich om deel uit te maken van de negende lichting Mount Coachers. Deze doorgedreven alpiene opleiding richt zich op jonge snaken die gepassioneerd zijn om de bergsport in al haar veelzijdigheid te doorgronden. Met de steun van de Klim- en Bergsportfederatie, enkele ijzersterke coaches en genereuze sponsors doorlopen ze een traject van een kleine drie jaar met als einddoel het volbrengen van een zelfstandig ondernomen expeditie. Een kans die niet voor iedereen is weggelegd. Maar eerst dien je de revue te passeren van Mount Coach-peetvaders Sanne Bosteels en Koen Hauchecorne in een reeks uitdagende ingangstesten.

Mount Coach wordt mede mogelijk gemaakt door de steun van:

30


W anneer

de laatste motivatiebrieven in Koens en Sanne’s mailboxen terechtkomen, zijn de meesten onder ons zich al enkele weken gefocust aan het voorbereiden op de fysieke en psychologische proeven. We zijn een week van de Nadri-test verwijderd en hier en daar zal iemand al eens wat minder vast gesnurkt hebben. Door hetgeen we niet hoeven te vermelden, zijn de testen namelijk aardig in de war gestuurd. Waar deze beproeving normaal binnen op plastic grepen afgenomen wordt, mag deze lichting het beste uit zichzelf halen op de ontelbare regletten van klimmuur Renaat Muys te Bornem. De dagen die volgen worden menig nagels kort gebeten terwijl Sanne en Koen zich buigen over een eerste schifting tot 13 beloftevolle jongeren. Traditiegetrouw zou het eerstvolgende weekend een forse wandeling van Bouillon naar Vresse gepland staan, moest er geen lusvormig alternatief op de proppen gekomen zijn. Het nieuwe traject strekt zich uit over een goeie 35 kilometer waarin je meer dan 1000 hoogtemeters moet stijgen, in de adembenemende valleien rond Freyr. Gezien de onbekende factor van het nieuwe traject starten sommigen wat behoudend, maar halverwege staat ieders turbo toch volledig opengedraaid. En omdat ook Mount Coach niet aan clichés kan ontsnappen zit het venijn vanzelfsprekend in de staart. Zij die al op de majestueuze rotswanden van Freyr zijn gaan klimmen kunnen zich ongetwijfeld inbeelden hoe deze laatste kilometers gelopen zijn. Een straffe 5u20 na het startsignaal komen de eersten lichtjes vermoeid aan, de anderen stromen niet veel later mondjesmaat binnen.

Veel rust en ademruimte (niet te veel in uw stoflap happen!) wordt de kandidaten echter niet gegund. Een aanzienlijke vragenlijst met breinbrekers uit de driehoeksmeetkunde, meteorologie en andere vakgebieden van het alpinisme wordt hen onder de ogen geschoven. Het valt ook op dat wanneer vragen onderling besproken worden, niemand de behoefte heeft zijn persoonlijke antwoorden aan te passen. Ondanks het competitieve karakter van sommige testen is het duidelijk dat iedereen het elkaar gunt de ‘final cut’ te halen. Hadden ze van bovenstaande opdracht nog geen klamme handjes gekregen, dan stonden Sanne en Koen later klaar met een heus vragenvuur om hier verandering in te brengen. Goed vermoeid kruipen de kandidaten op tijd elk in hun eigen tentje, want de dag er op volgt nog een rotsklimproef. De daaropvolgende ochtend haalt iedereen nog een laatste keer het onderste uit de kan op de nog iets wat brokkelige rotswanden van een klein klimgebiedje dat zo in de Monte-rubriek ‘onbekend is onbeklommen’ zou passen. Je ziet ondertussen Koen en Sanne hier en daar al een blik delen en tegen de namiddag volgt de apotheose van het weekend: het tweetal scheidt zich af van de anderen en moet nog enkele zware, soms hartverscheurende, knopen doorhakken. Een tiental minuten later draaien ze zich om, de nieuwe lichting Mount Coachers is bekend. Het resultaat is zoals de afdronk van een intense bak Mount Roast koffie: sterk van karakter en prikkelend voor de zintuigen. Mogen we je voorstellen aan:

31


Miel Cox (19, BeSlack North) Een ijverige student met een fascinatie voor de bergen en natuur. Van jongs af aan trekt hij er geregeld op uit in het gezelschap van zijn broers en zus. Zo verzamelde Miel al heel wat dierbare bergsport-herinneringen. Dat zijn ervaring als coole kikker op exposed highlines boven de Verdon ons ten goede mag komen bij beklimmingen langs winderige en smalle bergkammen!

Christian Suys (20, BPA) Student wiskunde en monitor bij de hooggebergtecursus van de BPA. Wanneer hij niet bezig is met wiskundige stellingen te bewijzen, is hij altijd in de bergen te vinden. Nog voor hij tot twintig kon tellen wandelde hij al naar hutten of beklom hij zijn eerste toppen. Met zijn wiskundige talenten kijken we naar hem voor de 'marginal gains'.

Loïc Puylaert (24, LUAK) Zoekt steeds nieuwe challenges en manieren om zijn limieten te verleggen. Deze onvermoeibare Jak zal de uithouding van het team ongetwijfeld opdrijven. Hij was dan ook de enige die na het selectieweekend doodleuk zei “Gasten, ik moet door, anders ben ik ben ik te laat voor mijn hockeytraining!” En dit terwijl de anderen het stilaan welletjes vonden. Bergsport is een wereld op zich, en Loïc voelt zich er helemaal in thuis.

32


ceric De Smet (21, LUAK) Is naast Mount Coacher ook trotse voorzitter van de LUAK. Gebeten door het klimvirus bleef hij zijn weg zoeken in de klimwereld. Bij elk stapje groeide de passie meer en meer. Nu Mount Coach zijn pad kruist, belooft zijn engagement alleen maar groter te worden. Hopelijk stijgt hij even snel op de bergflanken als door de bestuurlijke organen van de LUAK

Niels Brack (25, Vertical Thinking) Gemakkelijk te herkennen door zijn niet-zo-fraaie snor. Laten we hopen dat de andere mannen hier de komende drie jaar geen voorbeeld aan nemen. Het meest voelt hij zich thuis op zijn ski’s in waist deep powder. Wanneer Niels niet fysiek of met zijn gedachten in de bergen kan zijn is hij druk bezig met programmeren als Digital Innovation Engineer.

Annelore Orije (27, KAJOE) Aan de klimmers uit de Wallstreet hoeven we haar niet meer voor te stellen. ‘Die van achter den toog’ brengt een extra vleugje oestrogeen in MC9. Grootgebracht in een gezin met 5 dochters zal ze zeker de evenknie zijn van haar mannelijke collega’s! Daarnaast maakte ze van haar passie haar job en deed ze alpiene ervaring op bij de Leading Ladies.

33


Tekst en interview Arne Monstrey en Bart Smets

THE MOONWALK TRAVERSE

solo over de Fitz Roy bergketen Interview met Sean Villanueva O’Driscoll

“Ik had vooral zin om eens een groot avontuur in de bergen alleen te beleven...” Sean Villanueva O’Driscoll is al vele jaren een bekende naam in de internationale klimmerswereld. We kennen hem al langer van zijn extreme rotsbeklimmingen, die hij meestal uitvoert met de broers Favresse. Hun voorstellingen hierover zijn steeds vergezeld van een portie humor en muzikale ambiance. In voorjaar 2020 - toen de coronasituatie toesloeg - was Sean in Patagonia. De keuze tussen ‘in lockdown-België terechtkomen’ of in zijn favoriete speeltuin blijven, was snel gemaakt… Voor zijn 40ste verjaardag begin februari, deed Sean zichzelf een bijzondere ‘taart’ cadeau. Eentje van 5 kilometer graniet en 10 bergtoppen, samen meer dan 4000 hoogtemeters, met rotsklimmen tot 6c… en dat in ’rope solo’. Een avontuur van 6 dagen en een topprestatie waar ook Tommy Caldwell en Alex Honnold diep van onder de indruk zijn. De Klim- en Bergsportfederatie kón niet achterblijven en strikte hem als één van de eerste voor een live interview.

34


KBF: Sean, zoals we van jou hebben mogen leren, begint alles met goesting. Was het een bewuste keuze om de route van Honnold en Caldwell (A Line Across The Sky) in de omgekeerde richting te doen? Sean: Wel, Patagonië ligt in het zuidelijk halfrond. Dus omdat ik al een heel jaar met mijn hoofd naar beneden sta, heb ik eigenlijk gewoon per vergissing die route in de omgekeerde richting gedaan. Haha, nee, het trok me net aan omdat het nieuw was, met meer vraagtekens en meer avontuur… Want niemand deed het al eerder. Ik had vooral zin om een groot avontuur in de bergen eens alleen te beleven. KBF: Jouw klimmersleven lijkt een droom. Gesponsord over de hele wereld prachtige klimavonturen beleven. Is het echt de idylle die wij ervan maken of hangen er ook minpuntjes aan vast? Sean: Ik leef zéker mijn dromen, en dat wil ik blijven doen. Al zal het niet voor iedereen weggelegd zijn, zo leven zonder zekerheden en met nauwelijks eigen bezittingen. Ik leef eigenlijk heel simpel. Het voorbije jaar was dat in El Chaltén vanuit een vriend zijn caravan. Best wel afzien in de winter, waar bij een temperatuur van -10 of -20°C alles bevroor, inclusief mijn watervoorraad. Ook de lokale bevolking zag af door het wegvallen van het toerisme, vaak hun enige bron van inkomsten. Maar al bij al was het er goed te doen, als je de crazyness zag waarin de rest van de wereld zich met momenten bevond. KBF: In één van je recente videofragmenten zeg je dat je minder risico's durft te nemen dan vroeger. Solo klimmen klinkt net als het nemen van méér risico’s, maar is dat voor jou ook het geval? Sean: Dat hangt er natuurlijk van af hoe je het bekijkt. In Patagonia solitair klimmen heeft zeker risico’s. Je kán uitglijden en een domme val maken. Als je daar je been breekt, is er geen reddingsdienst. Niemand komt je halen, behalve misschien je vrienden… als ze al weten waar je zit! Je bent dus op jezelf aangewezen, er is bij solo klimmen geen klimpartner om je te helpen. Tegelijkertijd had ik op het einde wel nog voor meerdere dagen eten over en klom ik ruim onder mijn maximum klimniveau. Op je solo-beklimming had je voor je zelfbeveiliging een 60m enkeltouw mee van 9,1mm dikte en verder een 6mm dik Rap line, om je rugzak en haulbag telkens op te takelen. Maar reeds de eerste dag liep er iets mis… Sean: Bij het ophijsen van mijn haulbag kwamen er rotsblokken los, waardoor mijn klimtouw op 3 plaatsen beschadigd geraakte. Ik heb dat met tape ‘hersteld’ en had niet gedacht dat deze ook zou houden. Ik wilde het wel proberen, mijn hoofd zat gewoon goed. Ik ben wel voorzichtig gebleven bij verdere touwmanipulaties. Pas op de zesde dag kwam de mantel echt volledig los.

KBF: Hoe komt het dat je zo goed om kunt gaan met tegenslagen? Sean: Door mijn ervaring en mijn mentale ingesteldheid. Ik klim al meer dan 20 jaar en doe al 15 jaar expedities. Ik leg weinig nadruk op succes of het bereiken van de top. Het gaat meer om de ervaring zelf, het genieten van het moment. Een tegenslag zoals die beschadiging van het touw is geen obstakel, maar deel van de beleving. Zo was er ook een moment dat ik net mijn tent had opgezet op een platform. Doordat de wind hard begon te blazen, wilde ik de stormkoordjes aanhalen. Ik verloor echter mijn evenwicht en in mijn val haalde ik mijn duim open. Een diepe snee en veel bloedverlies. Onmiddellijk is mijn mentale ingesteldheid dan dat dit deel is van wat ik zoek. Ik aanvaard het als stuk van mijn challenge. KBF: Een vraag die velen zich stellen… Je deed aan gezekerd solo klimmen. Zonder daarom anderen te willen inspireren (het is écht niet zonder risico’s!), maar hoe doe je dat? Sean: Ik wil mensen zeker niet aanmoedigen om solo te gaan klimmen, met twee of meer is gezelliger, vlotter en veiliger! Op voorhand heb ik in een veilige, maar realistische klimomgeving getest of mijn systeem een val kon houden. Ik heb de nodige marge qua klimniveau én ben nooit gevallen tijdens het voorklimmen. Het komt er op neer dat ik mijn touw vastknoop aan de relais onder mij, het dan door mijn GriGri laat lopen die ik aan mijn gordel vastmaak. Daarna plaats ik mobiele tussenzekeringen en klip mijn touw daar in. Eens boven maak ik dan opnieuw relais, waarna ik terug afdaal om al het materiaal te recupereren. Daarna moest ik opnieuw naar boven klimmen of jumaren (n.v.d.r. stijgen op het touw met bijvoorbeeld een MicroTraxion). Om tenslotte ook nog eens telkens mijn rugzak omhoog te hijsen, want die was met 25 à 30 kg veel te zwaar om mee te klimmen. KBF: Welke reacties heb je ontvangen vanuit de klimmerswereld en van het thuisfront? Sean: Dat was echt ongelooflijk. Ik heb felicitaties mogen ontvangen van Jan en alleman. Dat gaat dan echt over grote klimmers die ik al ken, maar net zo goed topalpinisten die ik zelf nog nooit ontmoet heb. Maar dus ook van de man in de straat. Pas op de dag van mijn vertrek had ik aan twee bevriende klimmers gezegd wat ik wou doen. Maar toen ik in het dorp terugkwam, was precies de hele wereld al op de hoogte van de beklimming die ik net achter de rug had. Ik had dat helemaal niet verwacht, want ik heb deze beklimming helemaal voor mezelf gedaan. Mijn ouders zijn geen klimmers, toen ik ze nadien aan de telefoon had, vroegen ze of ik iets leuks gedaan had voor mijn verjaardag… Ze snapten niet goed waarom ik alleen was gaan klimmen, tot er wereldwijd reacties kwamen en ze vooral heel content bleken voor mij.

35


KBF: Hoe ben je zelf begonnen met klimmen? Zijn er beslissende momenten geweest in je klimcarrière? Sean: Ik ben begonnen in de klimzalen in Brussel, door vrienden die me meepakten. Via monitors in de klimzaal en daarna via cursussen bij de CAB, vorderde ik vlug. Ook de vele jaren klimmen in Freyr spelen een belangrijke rol. Maar veel is toch toeval en het is hoe je hierop reageert dat je verdere levenspad bepaalt. Ik beschouw mezelf als iemand die vooral veel geluk heeft gehad. Als ik dan toch één beslissend moment zou moeten noemen, dan is het wel dat ik Nicolas Favresse heb ontmoet. Hij is en blijft toch wel mijn voornaamste klimpartner. KBF: Niet alleen de omstandigheden in de route en het weerbericht moeten goed zitten om zo’n beklimming waar te maken, ook als atleet moet je op je scherpst staan. Hoe heb jij je hierop voorbereid? Fysiek en ook mentaal? Sean: Ik had al jaren goesting om zo’n grote beklimming alleen te doen. Dit jaar zat ik hier plots zonder mijn klimpartners van voorheen. Een ideale kans, zou je dus denken… Maar toch bleef ik met veel vragen zitten. Zo gaat gezekerd solo klimmen bijvoorbeeld echt wel traag en is Patagonia zelden gezegend met lange periodes van stabiel mooi weer. Maar door erover te dromen en het effectief te gaan voorbereiden, wilde ik wél écht een poging doen. Het idee vorm geven, wekte een vlam van motivatie in mij op om fysiek en mentaal zo sterk mogelijk te staan. Uiteindelijk werd mijn enige voorwaarde een langere periode van stabiel mooi weer.

“ 50°blauw ijs […] en ik had alleen mijn approachschoenen, aluminium crampons en één ijsbijl...”

De winter in El Chaltén kan héél hard en koud zijn. -20°C is geen uitzondering, zelfs mijn toilet bevroor in de caravan. Ik vind zo’n beetje ontbering wel tof. Elke dag ging ik in de rivier zwemmen, ook al was het sterk aan het vriezen en lag er een meter sneeuw. Ik houd wel van koud water. Verder deed ik elke dag wel iets van sport: lopen, hangboarden, klimmen, stretchen… Mijn training is misschien wat ongestructureerd, maar het draaide er voor mij om, om elke dag, bij om het even welk weer, buiten te zijn om hard te trainen. Daarbij is het niet zo dat ik elke ochtend super gemotiveerd wakker werd, maar ik deed het dus wel. Ook heb ik regelmatig last van mijn buik, door coeliakie, een auto-immuunziekte, maar toch tracht ik ook op de minder goede dagen nog steeds buiten te gaan. Mentaal deed ik vooral veel aan ‘visualisatie’. Door me te proberen in te beelden hoe het zou zijn om daar alleen te zijn, welk gevoel er bij me zou opkomen. De topo van Rolando Garibotti bestuderen, notities nemen en uitvissen hoe beklimmingen aan elkaar te linken zijn. Tijdens de klim voelde het daarom vaak aan alsof ik er al eerder was geweest.

36


KBF: Een andere bekende klimmer, Reinhold Messner, zegt over bivakkeren dat hij deed zoals de wilde dieren doen: die zoeken een veilige plek en daar vertrouwen ze dan maar op, om hun ogen te sluiten en te slapen, wetende dat ze de energie nodig hebben om de dag nadien weer verder te gaan. Was dat bij jou ook zo? Sean: Ik heb eigenlijk heel veel geluk gehad. Al mijn bivakplekken waren supermooi. Juist voor Fitz Roy, de hoogste top dus, wist ik dat verder gaan minder mogelijkheden zou geven en dat er veel wind zou opsteken. Dit dwong mij tot een vroege stop. Maar hierdoor kon ik de rest van de namiddag rusten en had ik een geweldige plek om te slapen. Ik ontmoette die dag trouwens twee klimvrienden die mij vertelden dat het vervolg van mijn route kletsnat lag. Maar de volgende dag was alles droog! Dit was waarschijnlijk ook wel te wijten aan de felle wind die was komen opsteken. Net die dag moest ik ook een kleine waterval passeren… Hier had ik echt schrik voor mijn toch al beschadigde touw. Een nat touw wordt immers een pak onhandelbaarder… en daar kwam ik plots weer een piepklein platform tegen waar net mijn tentje op paste. Wederom een goede beslissing! Daarmee ook dat ik een tent verkoos boven een lichtere bivakzak. Zo was ik beter beschermd van de wind en zat ik in een soort van gezellige cocon waarin ik me kon ontspannen en beter recupereren. Ik kan Messner daar dus volledig in volgen!

KBF: Op de meeste toppen nam je de tijd om ‘je verjaardagstaartje’ te vieren, te zingen en op je Irish Tin Whistle te spelen. Je bent ongetwijfeld als een betere klimmer naar huis gekomen, maar ook als een betere muzikant? Sean: Haha, ja, ik denk het wel, ik heb mijn stembanden goed kunnen oefenen. Dat is mijn manier van ontspannen. Muziek maken helpt om ‘het gewicht’ van waar je mee bezig bent, eventjes los te laten en je te verbinden met de sfeer en de realiteit. Dit maakt het gewoon ook allemaal leuker. Op de top van de Fitz Roy heb ik gedanst en muziek gemaakt. Het maakt helemaal deel uit van het genieten… KBF: Hoe koud was het? Kon je klimmen zonder handschoenen? Sean: Het was uitzonderlijk warm en goed weer, 5 à 10°C om te klimmen en ’s nachts misschien rond het vriespunt. Maar dat was dus zeker warm genoeg om zonder handschoenen te klimmen. Het waren allemaal zuidwanden, dus vergelijkbaar met noordwanden hier… er komt dus nooit zon en toch lag alles in goede conditie! De rots was redelijk droog, dus er was slechts zelden ijs te vinden. KBF: Heb je op een gegeven moment angst gevoeld? Sean: Misschien op de top van de Fitz Roy. In de topo staat dit stuk als 200m gemakkelijk sneeuwterrein. Na de laatste échte klimlengte dacht ik om even gemakkelijk omhoog te stappen. Het bleek echter puur blauw ijs van nog steeds zo’n 50° steil, hier en daar onderbroken door rotseilandjes. Ik had alleen mijn approachschoenen, lichtgewicht aluminium crampons, één ijsbijl en slechts één ijsschroef.

Sean op de middelste top!!

37


KBF: Waar trek je zelf de lijn van wat gevaarlijk is? Sean: Van zodra ik voel dat ik geen marge heb op het klimniveau, het niet goed zit, of vrees te ver te gaan, dan keer ik terug. Ik heb geen problemen met terugkeren of opgeven. KBF: Als we je social media berichten en interviews lezen, klinkt het alsof je traverse leutig en plezant was, een tof avontuur waar je van hebt genoten. De film die gemaakt is over Tommy en Alex is serieus, benadrukt hoe zwaar het wel niet was en het grote risico dat ze namen. Is dat Amerikaanse overdramatisering, of net een andere mindset? Sean: Goh, goeie vraag. Ik wil wel vertellen dat 2014, dus het jaar dat zij de traverse andersom deden, één van de natste jaren was. Dus de condities waren slecht met vaak ijs in de barsten en soms dus een zwaardere moeilijkheid. Dit jaar was net een van de droogste jaren, dus de condities waren meer in mijn voordeel. Tegelijkertijd is de Amerikaanse filmstijl natuurlijk wel iets sensatiegerichter…

KBF: Zijn er bepaalde uitrustingsstukken die voor jou onmisbaar geworden zijn tijdens je beklimmingen? Sean: Passie en doorzettingsvermogen, de wil hebben om een droom te realiseren, zijn belangrijker dan het beste of nieuwste materiaal hebben. Dertig jaar geleden werden al ongelofelijke beklimmingen gedaan en toen was het materiaal nog lang niet zo goed als wat nu gangbaar is. Maar om toch enkele items te benoemen: 3 Petzl MicroTraxions, ideaal om op te jumaren, bij zelfreddingstechnieken en het optakelen van de haulbag. Uiteraard mijn klimtouw en mijn extra 6mm rappeltouw, beide ook van Petzl. En verder nog 20 meter cordelette, waar ik af en toe iets af sneed om relais of rappelstanden te installeren. Mijn Scarpa Kalipe approachschoenen deden het ongelofelijk goed. Ik heb er vaak mee geklommen in gemakkelijkere lengtes, want die zaten veel comfortabeler in de brede barsten. Voeding had ik zeker genoeg bij. Ik had na de laatste rappel zelfs nog voor enkele dagen eten over, maar nog slechts 1 velletje wc-papier. Ik heb het dus juist gehaald!

“De wil om een droom te realiseren, is belangrijker dan het nieuwste materiaal hebben.”

38


KBF: Voor veel bergsporters is eten soms ook het mentale hoogtepunt van de dag. Hoe beleef jij dat? Sean: Eten is belangrijk en moet ook een beetje fun geven. Ik had oorspronkelijk veel gevriesdroogde maaltijden mee, maar na een jaar in El Chaltén had ik er geen meer over. Dus droeg ik pureevlokken, soepen, gedroogde groentjes, specerijen, kaas… én een halve liter olijfolie mee. Ik kookte écht ter plaatse mijn ontbijt en avondmaal, en dat is wel tof. Overdag liet ik mezelf toe om, na elke touwlengte die ik volledig had afgewerkt, één handvol nootjes en rozijnen te eten. Als watervoorraad moest ik steeds opnieuw sneeuw smelten, niet enkel om te koken, maar ook om drinkwater te hebben voor de volgende dag. Dus was het belangrijk dat ik telkens ook een goed bivakplatform vond met sneeuw of ijs. Eén dag vond ik dat niet… Ik ben dan blijven doorklimmen tot 2u ’s nachts, tot waar ik wél ijs kon smelten. KBF: Als laatste vraag tenslotte: Stel dat je ooit terug in België geraakt, denk je dan nog steeds te kunnen genieten van een zonnige 6c in Freyr? Sean: Absoluut! Freyr zal voor mij altijd een magische plek blijven. Zelfs hier in Patagonia denk ik er vaak aan terug. Die plaats, die sfeer, het blijft voor mij iets bijzonder... Niet in het minst door de vele klimmers die week na week terugkomen en die ik ondertussen allemaal als vrienden beschouw.

• Dit artikel is een weerslag van het live online interview van 15 maart dat bijgewoond werd door 250 enthousiaste kijkers. • Sean wordt gesponsord door Petzl, Lyofood, Patagonia, Totem en Scarpa • Netelcurry : https://lyofood.com/products/nettle-curry-by-sean-villanueva-odriscoll • Topo ‘Patagonia Vertical: Chaltén Massif’ - Climbing Guide by Rolando Garibotti & Dörte Pietron 2012. • Het boek “Me, Myself & I” van Andy Kirkpatrick is een goede referentie voor gezekerd solo klimmen.

39


Tekst en foto's Patrick Van Daele

Oman, de Verborgen Parel van het Midden Oosten Ik druk mijn voet diep in het zachte zand aan de vloedlijn. Kleine golfjes rollen lusteloos af en aan. Het strand strekt zich uit tot aan de einder. De weeë geur van oleander komt mij tegemoet op de avondbries. De Indische Oceaan glinstert in de ondergaande zon... Muscat – de hoofdstad uit Duizend-en-Een-Nacht

T

ot het midden van de vorige eeuw was Oman afgesloten van de buitenwereld en was het leven er spartaans. ’s Avonds gingen de poorten van het ommuurde Muscat onherroepelijk op slot. Het hele land had slechts vijf km geasfalteerde weg, twee scholen en twee hospitalen. In 1970 stootte Sultan Qaboos zijn vader van de troon, het begin van een periode van ongekende vooruitgang met respect voor tradities. Sultan Qaboos werd op handen gedragen, tot zijn dood begin 2020. Oman heeft zich in de laatste decennia opgeworpen als een topbestemming, met een palet aan mogelijkheden voor de avontuurlijke en de minder avontuurlijke reiziger. Een land met authenticiteit en gastvrijheid. Een veilig land met veel troeven. Tien jaar heb ik hier gewoond, Oman omarmde mij met hartelijkheid. Het is een paradijs voor wie zich openstelt voor de Arabische cultuur. Oman is ook een paradijs voor wie houdt van de bergen en van avontuur, weg van de massa. Negentig procent van Omans landoppervlak is wel een karakterloze woestijn. Maar die woestijn herbergt de belangrijkste inkomstenbron van het land: olie en gas. De avontuurlijke reiziger heeft op deze troosteloze vlakte weinig te zoeken. De magie van Oman ligt elders.

40

De hoofdstad is de startplaats van elk avontuur, al was het maar om op adem te komen na de nachtvlucht. Hier doe je de laatste inkopen, wissel je geld en regel je een 4WD – al dan niet met gids/chauffeur. Maar het hoofdstedelijke gebied rond Muscat heeft ook zijn eigen charmes. De traditionele markt (souq) van Muttrah bijvoorbeeld, vijftig jaar geleden wellicht een mysterieus nest vlak bij de haven, in de rug gedekt door bergen en rotsen, waar de kustbevolking en de harde bedoeïenen hun inkopen deden, in donkere steegjes met de geur van wilde, vreemde specerijen. Verder zijn het prachtige Nationaal Museum, de majestueuze Sultan Qaboos moskee en het imposante Operagebouw een bezoek waard. In de baai van Muttrah dobbert nog een eenzame dhow – het Arabische zeilschip dat van Oman in de 18e en 19e eeuw een belangrijke zeevarende natie maakte, en een knooppunt op de handelsroutes tussen Europa, de Indische Oceaan en Oost-Afrika. Als de avond valt komen overal de kleine steegjes tot leven, en verandert elk streepje strand of stukje gras in een voetbalveld. Op de perfect gemanicuurde gras-en-bloemenvelden naast de autowegen wordt nog even bijgepraat tot de roep voor het maghribgebed uit alle minaretten galmt.


Zilveren Kustlijn 1500 km kustlijn, begrensd door de Verenigde Arabisch Emiraten in het Noorden en Yemen in het Zuiden. De kuststrook is ook waar negentig procent van de bevolking leeft en werkt. Omans bevolkingsgroei bedraagt drie procent per jaar, zes maal meer dan België. Door deze dynamische groei zijn de kuststeden langzaam vergroeid tot één lang groen lint, met clusters van witte huizen en moskeeën met kleurige minaretten. Sommige stranden hebben hierdoor hun aantrekkingskracht verloren. Maar eenmaal weg van de Muscat-Sohar strook ontdek je nog echte pareltjes – paradijselijke baaien, kleine strandjes genesteld in rotsachtige alkoven, en hier en daar lagunes die een waar paradijs vormen voor vogelspotters. Aan het meest oostelijke puntje van Oman, bij Ras al Hadd en Ras al Jinz, komen elk jaar twintigduizend groene zeeschildpadden hun eieren leggen. ’s Nachts hijsen ze hun 150 kg zware lichaam het strand op om een honderdtal eieren te leggen. Deze stranden genieten bescherming maar kunnen wel bezocht worden om het legritueel te observeren of om de kleintjes het ruime sop te zien kiezen. Er is een ruim, goed georganiseerd aanbod voor wie houdt van snorkelen, diepzeeduiken of sportvissen, of voor wie dolfijnen of walvissen wil spotten. Op verschillende plaatsen ten zuiden van Ras al Hadd liggen scheepswrakken, de stille getuigen van de verraderlijke moessonwinden.

Omdat je realistisch slechts water voor twee dagen kan meenemen moeten meerdaagse trektochten goed voorbereid worden. In sommige dorpjes kan je pakezels (in het noorden) of kamelen (in het zuiden) met begeleider organiseren. Dergelijke service is nog niet echt uitgebouwd, er moet ter plaatse onderhandeld worden. Rotsklimmen in Oman werd ooit beschreven als “Diamants in the Dust”, een verwijzing naar de aantrekkelijke klimmogelijkheden in dit dorre land. Een groot aantal routes is gepubliceerd (tot 8b+): www. omanclimbing.com is een goede site voor ideeën en contacten. Met duizend meter is de bijna verticale zuidflank van de alleenstaande Jebel Misht de hoogste wand van het Arabisch Schiereiland, en in de vakliteratuur wel eens beschreven als de El Capitan van de woestijn. Wees voorzichtig als je op eigen houtje klimt: het gesteente in Oman is vaak heel broos aan de oppervlakte, en er zijn geen gespecialiseerde reddingsdiensten. De Oostelijke Hajjar biedt een aantal spectaculaire mogelijkheden voor speleologie. ‘Seventh Hole’ en ‘Majlis al Djinn’ (de Kamer der Geesten) zijn de meest bekende. Je kan via Seventh Hole afdalen naar een ondergronds systeem dat je tien à twaalf uur volgt tot je weer aan de oppervlakte komt in een enorme kathedraal, de Tahiri grot.

Het ruige Hajjargebergte Het Hajjargebergte is het uitgelezen doel voor een eerste bezoek aan Oman. Het ontstond toen de Arabische tektonische plaat miljoenen jaren geleden tegen Iran aanbotste. De hoogste top is Jebel Shams (Berg van de Zon), 3009m. De natuurelementen hebben het gebergte gesculpteerd met diepe, grillige wadi’s (droge rivierbeddingen). Her en der ontspringen bronnen – en waar water is, is leven. Felgroene oases schitteren oogverblindend in dit overwegend dorre gebergte. De dorpjes zijn vaak verbonden door een netwerk van historische paden, aangelegd toen de Perzen over Oman heersten. Langsheen die paden heb je vaak overweldigende uitzichten. Vooral in de Westelijke Hajjar is een aantal wandelroutes uitgestippeld, de ene al wat langer en pittiger dan de andere. Vaak heb je een 4WD nodig om aan de start van deze tochten te komen. Buiten de gemarkeerde paden kan je altijd je eigen tocht uitstippelen – de mogelijkheden zijn onuitputtelijk.

Majlis al Djinn is een reusachtige grotkamer zonder gangenstelsel. Afdalen is mogelijk door drie openingen in het dak, waarvan de hoogste en meest gegeerde Cheryl’s Drop, 158.2m bedraagt. Pittige afdaling, maar vooral ook pittige klim naar boven! Om de toename in ongecontroleerde afdalingen en base jumps te stoppen kan je Majlis al Djinn alleen met een vergunning betreden.

41


Immense zeeën van zand – Rub’ al Khali en Wahiba Sands

Musandam – Sleutel tot de Straat van Hormuz

Wie volledige afzondering en een prachtige sterrenhemel verkiest, trekt naar de Rub’ al Khali (of Het Lege Kwartier), ’s werelds grootste continue zandvlakte. In de Rub’ al Khali komt het zand dat zijn oorsprong heeft in Noord Afrika en de Levant uiteindelijk tot rust.

Het noordelijke tipje van het Arabisch schiereiland behoort ook toe aan Oman: het Musandam schiereiland. Dit schiereiland is van enorm strategisch belang omdat het de straat van Hormuz overziet waar dagelijks twintig procent van het wereldolietransport doorheen gaat. Musandam is zeker een bezoek waard, het heeft een ruig gebergte en prachtige baaien die je kan verkennen op een lokale dhow. Het is een paradijs voor diepzeeduiken en snorkelen.

Duinen in de Rub’ al Khali zijn tot 250m hoog en hebben een geel-oranje kleur die prachtig oplicht in de zonsondergang. Tussen de duinen liggen vlaktes waarvan de Umm As Samim (Moeder der Giffen) de meest notoire is, een uitgestrekte zoutvlakte die op sommige plaatsen verraderlijk drijfzand verbergt. De Rub’ al Khali lag op de route van de vroegere wierookkaravanen. De toenemende verzanding maakte deze routes echter onmogelijk vanaf de derde eeuw, toen ook de ‘verloren stad’ Ubar door het zand werd opgeslokt. Het Lege Kwartier is – zoals de naam al doet vermoeden – leeg. Je vindt hier geen hotels, geen kruidenierswinkeltje, geen benzinestation, geen bandenreparateur. Een tocht door de Rub’ al Khali vergt nauwgezette planning en wordt best gedaan met meerdere voertuigen. Op amper twee uur rijden van Muscat ligt de Wahiba zandwoestijn, een stuk toegankelijker, en daardoor ook vaker bezocht door toeristen, met goede en minder goede gevolgen. De duinen van de Wahibawoestijn zijn iets minder indrukwekkend, maar je kan er comfortabel overnachten in een tentenkamp. Ook korte geleide kameeltochtjes en andere toeristische activiteiten behoren tot de mogelijkheden. Je kan ook de hele woestijn doorkruisen met een 4WD – het gemakkelijkst in Noord-Zuid richting. De Wahibawoestijn en omliggende steden zijn het territorium van de bedoeïenen, indrukwekkend in hun eenvoud. Geharde mensen, trouw aan traditie, en één met de natuur. Hier worden kamelen geracet en verhandeld voor enorme bedragen, hoewel ook de Toyota pick-up nu een belangrijke plaats heeft ingenomen.

42


Het (soms) Groene Zuiden Duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad ligt Salalah. Omdat Salalah op het pad van de zuidwestelijke moesson ligt krijgt het in de zomermaanden veel regen, waardoor het ruige landschap verandert in een weelderig groen tapijt, grazende koeien inbegrepen. Dit trekt veel regionaal toerisme aan. Ook het Jebel Samhan gebergte net ten noorden van Salalah geniet van deze regenval. In dit gebied groeien de wierookbomen die tot op de dag van vandaag (weliswaar illegaal) geoogst worden. Jebel Samhan is ook de laatste schuilplaats van de Arabische luipaard. Slechts een honderdtal van deze schuwe dieren is nog in leven en wordt daarom ook beschermd. Toegang tot de regio vereist toestemming. Omans grootste troef Omans grootste troef: de Omanis zelf. Het zijn zij die dit mooie land uniek maken. Met een speelsheid, een vrolijkheid en levensvreugde, een zekere fierheid, veel oprechtheid en een mateloze gastvrijheid maken zij Oman magisch

Praktisch Klimaat Bezoek Oman tussen Oktober en Maart. De andere maanden zijn soms ondraaglijk warm (tot 50 ° ) en bovendien vaak onaangenaam vochtig aan de kust. Overnachten Er is een ruim aanbod aan hotels, hoewel minder low-budget. In de grote steden en op de koele plateaus van het Hajjar gebergte vind je 5- of 6-sterren luxe – met het bijhorend prijskaartje. In de Wahiba woestijn zijn een aantal tentenkampen. In sommige dorpjes zijn traditionele huisjes omgevormd tot sfeervolle guesthouses. Wild kamperen is toegestaan. Geld Elektronisch betalen is mogelijk in hotels en grote winkels maar nog niet overal ingeburgerd. Je kan Euro’s wisselen in wisselkantoortjes of met je credit card afhalen in geldautomaten. Taal Voertaal is Arabisch maar de meeste Omanis spreken aardig Engels. Leuk als je een paar Arabische begroetingen onder de knie hebt. Lokale gebruiken Omanis zijn heel tolerant maar appreciëren als hun lokale gewoontes gerespecteerd worden. Op drukke plaatsen is het goed om je te kleden met enig decorum. Sommige moskeeën zijn toegankelijk – daar zijn shorts niet toegelaten en moeten dames het haar bedekken. Groeten en eten doe je enkel met de rechterhand. Alcohol kan je alleen kopen in de dutyfree bij aankomst of meebrengen in je bagage. Drink verstandig en niet in het openbaar. Water Water is heel schaars, bereid je goed voor als je erop uit trekt. Jammer genoeg laten onbezonnen avonturiers nog steeds het leven omdat ze zonder water komen te zitten. Regen is zeldzaam, maar tevens heel destructief. Water kan maar moeilijk de rotsige ondergrond in, en droge rivierbeddingen veranderen in een mum van tijd in kolkende stromen die alles meesleuren.

Interesse in een kleinschalige, avontuurlijke reis? De jonge en dynamische Belgische reisorganisatie www.thewildlinger.com heeft dergelijke reis in hun aanbod.

43


Tekst Arne Monstrey

Vier maal klimmen in de Woestijn Van zodra ik doorhad dat de essentie van klimmen voor mij persoonlijk niet langer rond alpinisme draaide, maar eerder rond het beklimmen van traditionele avontuurlijke rotsroutes van meerdere touwlengtes, kwam ik bijna onvermijdelijk terecht in warme droge klimaten, met de woestijnen als absolute hoogtepunt. Alles wat ik zoek in het klimmen, zoals avontuur, natuur en vriendschap, kwam hier voor mij telkens samen. Vaak ben je alleen onderweg met vrienden en krijg je de kans om intense en persoonlijke contacten op te bouwen met de lokale bevolking. De bivaks in het wild zijn van een onbeschrijfelijke schoonheid en je ontdekt dat er veel meer leven in de woestijn zit, dan je zou denken. Het bereiken van een top in de woestijn geeft een gevoel van absolute volheid, in een omgeving van absolute leegheid. In de loop der jaren mocht ik zowel de pracht van Algerije, Namibië als Jordanië aanschouwen. Mali staat nog steeds hoog op mijn wishlist, maar dat gaat nu even niet. Graag neem ik jullie mee naar enkele van mijn favoriete plekken op deze wereld. Van bijna al deze beklimmingen werden in het verleden verslagen gepubliceerd in het KBF-magazine.

Namibië – de Spitzkoppe ‘op de top ervaar je een gevoel van absolute volheid, met zicht op de absolute leegte’ Eerst de cijfers: de Spitzkoppe is zo’n 1.728 meter hoog en steekt een 700 meter boven de omringende woestijn uit. De eerste (bekende) beklimming dateert van 1946 en verliep langs wat nu bekend staat als de normaalroute. Deze loopt eerst over de oostwand en gaat na een zeer nauwe lastige passage ‘in’ de rots en twee rappels, vervolgens verder over de noordwand. Dit betekent ook dat er vanaf hier geen weg meer terug is en je wel tot boven zult moeten klimmen. En dat terwijl het maximum klimniveau tot hier slechts 3c is en je in het bovenste deel twee opties hebt. Een moeilijkere, maar beter behaakte 6a variant, of de eigenlijke normaalroute die veel geëxponeerder is, maar slechts tot 5c gaat. De route is geëquipeerd maar je doet er goed aan om een set Camalots mee te nemen van maat 0.3 tot 3. De beklimming van deze berg zal misschien niet de moeilijkste, de langste of de grootste uit je klimcarrière zijn, maar zeker één van de memorabelste. Voor een normaalroute is ze best wel spectaculair, met allesbehalve evidente passages. Een ‘avontuurlijke neus’ komt hier goed van pas. En het zicht van op de top is werkelijk fe-no-me-naal.

44

Bovendien is Namibië een echt postkaart-land waar je veilig en zelfstandig met een gehuurde auto kunt rondrijden. Het zou zonde zijn om enkel naar hier te komen voor de beklimming van de Spitzkoppe, terwijl er in de rest van het land nog zoveel moois ligt te wachten: Etosha National Park, de Skeleton Coast, Fish River Canyon, Sossusvlei… Wil je toch enkel naar hier komen om te klimmen, weet dan dat er aan de voet van deze Bergen een sublieme camping ligt en dat niet alleen op de Spitzkoppe, maar ook op de omliggende ‘Pontoks’ meerdere multipitch routes lopen.

Beste periode voor een beklimming: van begin april tot eind oktober, met juni, juli en augustus als meest aangename en minst warme maanden. Vliegen op: Windhoek en ter plekke een auto huren (een 4x4 is niet nodig om er te geraken). Verblijf ter plekke: fantastische camping aan de voet van de bergen. Kleine restauratie mogelijk, maar neem best vooraf een voorraad eten en drinkbaar water mee. Alsook genoeg hout voor je dagelijkse ‘braai’.


Algerije – het Hoggar gebergte ‘de woestijn opent meer poorten dan ze er sluit’ Elf jaar geleden is het ondertussen. De mooiste klimvakantie van mijn Leven. Zestien dagen doorheen de prachtige woestijn van zuid Algerije. Negen verschillende bergtoppen, vanaf dewelke je telkens opnieuw het gevoel had dat je je op de top van de wereld bevond. En dat met enkele van mijn beste vrienden. Het klimmen gebeurt hier hoofdzakelijk op basalt. Deze bergen zijn de harde vulkaankernen die zijn overgebleven nadat de zachte buitenlaag is weggeërodeerd, in de loop der tijd. Les Tizouyags moeten van de mooiste bergen zijn die er bestaan op deze wereld. Dat wisten J. Alzetta, A. en M. Capel en N. Simandel al in 1961. Deze vier Belgen openden toen een route op de prachtige Tizouyag Sud. Hetzelfde geldt voor de Adriane, waar Coupez, Duchesnes en Foquet in 1954 een andere voie des Belges openden. Helaas, net zoals in Mali is het ook hier niet langer veilig om er te gaan klimmen. Wat een zonde. De aantekeningen in mijn topo staan vol superlatieven: ‘wat een Berg, wat een Avontuur’ voor de beklimming van de Ihaghen; ‘Supermooi’ bij de Adaouda; ‘ontladingskreet op de top’ bij de Adriane. Trouwens, de foto die hier werd getrokken van mij in de ondergaande zon, staat al meer dan tien jaar op de vlaggen van de KBF. Maar ook schreef ik regelmatig in mijn verslag: ‘mooi, maar instabiel’, ‘super brokkelig’, ’grote losse stenen, bijna catastrofe, zitten we wel juist?’ en één keer zelfs ‘rotte levensgevaarlijke rots – Koen trekt als laatste klimmer een blok ter grootte van een koelkast los…’.

Ook al werden we begeleid door een gids, een chauffeur, een kok en twee jeeps, zij kenden alleen hun woestijn. Van klimmen wisten ze niks, we moesten alles zelf doen. Het begin en de afdaling van onze routes zoeken, het klimmen zelf. We beseften maar al te zeer wat een slechte voorklimmersval kon betekenen. Ongetwijfeld droeg dit bij aan onze intense vriendschapsband, ook met onze begeleiders. Hoe mooi was het om samen met Moussa de kok te slacklinen tussen de twee trekhaken van de jeeps. Eén keer namen we hem zelfs al klimmend mee naar een top. Hoe mooi was het ook om onze begeleiders zich ’s avonds te zien terugtrekken om te bidden in de pracht en kracht van de woestijn. Of om onze gids de woorden te horen zeggen, toen we hem vroegen wat hij nu eigenlijk écht dacht over klimmers: ‘aaah, les grimpeurs, ils ont une amitié spéciale’. Elke nacht bivakkeerden we onder de open hemel in ons hotel van duizenden sterren. De woestijn opent meer poorten dan ze er sluit. Laten we hopen dat ook hier weer binnen korte tijd avontuurlijke Belgen hun weg weten te vinden. Mogelijkheden genoeg voor een nieuwe ‘voie des Belges’.

Beste periode voor een beklimming: van half oktober tot half april. Rond de kerstperiode kan het er zelfs té koud worden (de bergen bevinden zich immers op een hoogplateau). Vliegen op: Tamanrasset en ter plekke een auto huren (4x4 is absoluut noodzakelijk). Als je genoeg tijd hebt en de situatie van het land verbetert, kun je ook een fantastische roadtrip maken. Verblijf ter plekke: elke avond bivakkeren in wat misschien wel het mooiste woestijnlandschap ter wereld is

45


Mali – het Hombori gebergte ‘omdat dromen belangrijker zijn dan herinneringen’ De adem van iedere avontuurlijke rotsklimmer stokt bij het zien van ‘de Hand van Fatima’ in Mali. De Kaga Tondo is een surrealistische rotsnaald die als een vinger van meer dan 700 meter recht naar de hemel wijst. Helaas is het land de laatste jaren niet meer veilig om te bezoeken. Tot voor een decennium terug ging dat nog wel en laten we hopen dat het land zo vlug mogelijk zijn stabiliteit terugvindt. Niet in het minst voor de lokale burgers die altijd de grootste slachtoffers zijn van de stomste uitvinding van de mens: oorlog. Maar dromen zijn belangrijker dan herinneringen. Het Hombori gebergte bestaat uit meerdere aparte rotsformaties met de volgende mooie namen: Kaga Pamari, Kaga Tondo, Wangel Debridu, Wanderdu en Suri Tondo. Over elk van deze wanden lopen avontuurlijke rotsroutes. Zo is er ‘Black Mamba’ op de Suri Tondo, 350 meter klimmen tot 7a+ en redelijk goed behaakt. Een uitzondering, met name omdat het hier in Mali nogal moeilijk is om een rotsboor elke dag opnieuw elektrisch te kunnen opladen. In 2005 was er in het dorp aan de voet van de rotsen nog steeds geen elektriciteit te vinden. Het is één van de armste streken ter wereld en als klimmer vraag je je af wat jij hier in godsnaam als rijke westerling te zoeken hebt. Maar dit gevoel is tweeledig, want tegelijkertijd ben jij een soort poort naar een betere wereld voor veel lokale inwoners.

46

Een andere bron van extra inkomsten is hier gewoonweg niet. Op de Wanderdu liggen enkele kortere, meer toegankelijke routes, zoals bijvoorbeeld ‘Mariage Traditionnel’, 240 meter klimmen tot maximum 6a. Ook hier is de route behaakt, maar steek je best hier en daar nog iets bij. De absolute winnaar in dit gebied is de magische ‘Kaga Tondo’. De mooiste manier om de top van deze rotsnaald te bereiken is langs de ‘Voie Pujos’. 700 effectieve klimmeters over een verticale hoogte van 550 meter, 6a max, 5c obligatoire, achttien touwlengtes. Over heel de route vind je twee (!) boorhaken en slechts enkele mephaken. Al de rest dien je zelf af te zekeren. Avontuur primeert hier nog, en zo hoort het ook. Afhankelijk van je capaciteiten doe je zo’n vijf tot elf uur over deze beklimming. Ook al is ze vaak heel luchtig, ze is nooit extreem moeilijk of gevaarlijk. Het is waarschijnlijk één van de mooiste avontuurlijke rotsroutes die je kunt klimmen op onze planeet.

Beste periode voor een beklimming: van begin december tot half februari, met een zeer sterke voorkeur voor januari als minst warme maand. Vliegen op: Mopti en dan met openbaar vervoer en/of een gehuurde taxi naar Daari. Verblijf ter plekke: Kampeermogelijkheden in Daari. Kleine restauratie mogelijk, maar neem best op voorhand een voorraad eten en drinkbaar water mee.


Jordanië – Wadi Rum ‘slow climbing en het absoluut mooiste bivak uit mijn Leven’ Het enige stabiele land in het hele Midden Oosten heeft toevallig ook de mooiste klimrotsen: die van Wadi Rum. Schitterende rotswanden springen hier wel 500 meter loodrecht uit het zand omhoog. Ook hier moet je zelfredzaam zijn. De meeste routes zijn niet behaakt, maar ze lenen zich wel perfect tot het zelf afzekeren ervan. De echte barstklimmer haalt zijn hart op in routes als ‘Merlin Crack’ (160m, 6a+), ‘The Beauty’ (150m, 6b), ‘Coeur de Lion’ (200m, 6c) en ‘Desert’s Rat’ (150m, 6b). Maar de echte parels liggen hier voor de avontuurlijke liefhebber van meerdere touwlengtes. Zo is er de werkelijk prachtige ‘Pilier de la Sagesse’ op Hammad’s Dome (400m, 6a) met een meer dan indrukwekkende aanloop en een afdaling die al een avontuur op zich is. Even prachtig is ‘Hiker’s Road’ op de Nassrani Nord, 400 meter klimmen tot 5c. Wat voor mij de mooiste route van het gebied was, is de ‘Voie Thamudique’ op de Djebel Rum. Het is niet echt een klimroute, maar toch meer dan een wandelroute. De lokale Bedouinen gebruikten deze route om tot op het topplateau van de berg te geraken om er te kunnen jagen op wilde geiten. Het is dus een zeer intuïtieve route waarbij je goed moet kijken naar de gemakkelijkste weg. Er dient veel geklauterd te worden (maximum 3c), maar dan zonder klimuitrusting.

Deze route nodigt uit tot ‘slow climbing’. Elk op zijn eigen tempo, elk in zijn eigen gedachten verzonken, maar wel samen onderweg en samen op de top. Een top trouwens die eerder een immens plateau is, doorsneden door canyons en rotsspleten. Je waant je bijna op een rots-gletsjer. Hier en daar zijn er ingezonken plateaus vol zacht zand en waar zelfs struikjes groeien. Ideaal voor een bivak met kampvuur. In al die jaren dat ik al buiten slaap, blijft de nacht op deze top in het midden van de woestijn, onovertroffen op nummer één staan.

Beste periode voor een beklimming: van half oktober tot half april. Rond de kerstperiode kan het er zelfs té koud worden. November en februari zijn de absolute topmaanden. Vliegen op: Amman of Aqaba. Ter plaatse kun je een auto huren, of je regelt een taxi tot in Rum zelf. Als je vooraf een verblijfplaats hebt geboekt, kan je hen vragen om je op de luchthaven af te halen. In dat geval is Aqaba het dichtste, gemakkelijkste en goedkoopste. Verblijf ter plekke: Rum is een dorpje met meerdere campings en overnachtingsmogelijkheden. Er zijn genoeg winkeltjes en restaurantjes aanwezig. Maar het interessantst blijft het overnachten bij een inwoner die je elke ochtend en avond van lokale gerechten kan voorzien.

47


Tekst en foto's Arne Monstrey

TAFRAOUT een week vol avontuur in het zuiden van Marokko

Marokko staat al jarenlang op de toeristische kaart. Het is en blijft een magisch land en is een perfecte introductie tot Afrika en ook tot de Arabische wereld. Bekend, en dus toeristisch, zijn Marrakesh en het circuit rond de Toubkal, met zijn 4167 meter de hoogste berg van noordelijk Afrika. Andere hotspots zijn de prachtige steden Casablanca, Fez, Meknes en Essaouira. Verbazingwekkend genoeg blijft het zuiden tot op de dag van vandaag zijn avontuurlijke charme behouden. En laat dat net hetgeen zijn waar wij naar op zoek waren. Tafraout en de bergen rondom leken alles te bieden wat we zochten en stonden garant voor een avontuurlijke week vol sportieve uitdagingen.

BOULDEREN In de directe omgeving van Tafraout zijn honderden, zo niet duizenden rotsblokken te vinden waarop je kunt boulderen. Deze liggen ten zuiden van de stad en bestaan uit graniet. Dit in tegenstelling tot het kwartsiet waaruit de bergen ten noorden van Tafraout bestaan. Het zijn vooral deze grote wanden die de meeste klimmers lokken, maar op een rustdag of gewoon om eens iets anders te doen, zijn ook de boulders absoluut de moeite. Laat vooral je eigen creativiteit de vrije loop gaan, want de meeste rotsblokken zijn hier niet gedocumenteerd. In de uitstekende topo ‘Pocket Guide Tafraout’ van de Oxford Alpine Club, staat wel een geel gemarkeerd circuit uitgetekend, van zo’n dertig routes, gemiddeld niveau 4+. Nog iets zuidelijker liggen ‘les Pierres Peints’. Een verzameling boulders die in 1984 door de Belgische kunstenaar Jean Vérame beschilderd zijn. Het is een zeer surreëel zicht om in deze bruinrode woestenij ineens roze, paarse en hoofdzakelijk blauw geschilderde rotsen aan te treffen. Er kan ook op geklommen worden, maar om echt te boulderen zijn de meeste te hoog. Je vindt er dus boorhaken op. De mooiste route hier is ongetwijfeld de prachtige barst van ‘Azules de Vergara’ die deels behaakt en deels zelf af te zekeren is. De route is ongeveer vijftien meter hoog en heeft het niveau 5+.

48


SPORTKLIMMEN Laten we eerlijk zijn, net zoals het boulderen hier eerder een leuke extra is, kan hetzelfde gezegd worden van sportklimmen. Er zijn in Marokko veel betere plaatsen te vinden (zoals Todra en Taghia). Als hier al eens boorhaken te vinden zijn, dan enkel op plaatsen waar de rots zo compact is dat je er geen eigen materiaal in kwijt kunt. Zo lopen er op de Black Wall, een klein massief ten zuiden van Tafraout, een drietal mooie zesde graads routes, waaronder ‘The Black Wall’ zelf, een prachtige, doch stevige 6a+. Op de Amalu Wall lopen drie perfect behaakte, maar stevige zevendegraads routes die de hele dag in de schaduw liggen. Als je het niveau aankunt, zijn het alledrie toppers! Er ligt een 7a, een 7b en een 7c. Opwarmen kun je doen op les Pierres Bleues die hier vlakbij liggen. Voor de betere dalklimmer liggen er op Yelmo Carpantónico een viertal behaakte sportklimroutes gaande van 6b+ tot 6c+. Maar de mooiste route hoeft niet per se de moeilijkste te zijn. Onze persoonlijke favoriet lag op Tazka’s 2nd Dome en had de naam ‘Freeway’. Ze bestaat uit drie touwlengtes van niveau 4+ en brengt je naar een top vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over deze sublieme omgeving.

Je vindt hier routes in alle niveaus en alle lengtes. De enige constante is je zin voor avontuur en je zelfredzaamheid in het plaatsen van eigen materiaal. Het absolute prijsbeest in deze vallei is de beklimming van de Lion’s Face. Een rotswand waarin je in de ondergaande zon, met een beetje fantasie, het gezicht van een leeuw kunt herkennen. De langste route van het gebied loopt hierover, met name ‘The Great Ridge’: AD+, Very Severe, 5a. Je volgt een rotsgraat waarbij je zo’n 1000 meter moet klimmen over een verticale afstand van 800 hoogtemeters, wauw! Ik laat even de topo voor zich spreken: ‘Stukken van schitterend klimmen worden afgewisseld met klauteren over begroeide rotsen. Een zekere motivatie en een gevoel voor avontuur zijn vereist om hier te slagen. Onderweg moeten verschillende torens overwonnen en nadien ook weer afgedaald worden. Soms gebeurt dit al afklimmend, soms met behulp van tijdrovende rappels. Hoewel velen de route in één dag proberen te klimmen, is succes uiterst zeldzaam en moet er bivakuitrusting worden meegenomen. Je zou het eerste cordée niet zijn dat moet overnachten tijdens de afdaling.’ Zelf waagden we ons aan een ander avontuur. Op de Jebel el Kest, met zijn 2375 meter de hoogste top van het massief, vonden we de route ‘The Angel’s Crest’. Een klim-wandel-klauter combinatie van zo’n drieënhalve kilometer lang. Dat avontuur zagen we wel zitten! Bovendien wilden we bivakkeren op de top en namen we in onze rugzak dus ook extra eten, drinken en slaapgerief mee. Tenslotte hadden we in een andere topo een vage foto gezien met daarop een uitgezette lijn. Bleek dat er langs de andere kant van de berg een wandelpad terugliep naar een ander dorp. Dát wilden we doen, een overschrijding van de hoogste berg van het massief, met een bivak op de top.

TRADITIONEEL KLIMMEN Als er één reden is waarom je naar hier zou moeten komen, dan wel omdat je fan bent van het klimmen van lange, avontuurlijke routes. En dat in een grandioze setting, in ongelooflijk compacte kwartsiet rots die zich perfect leent tot het plaatsen van je eigen materiaal. Deze prachtige bergen zijn als klimbestemming ‘ontdekt’ door de Britten. Gelukkig maar! bij de Fransen bijvoorbeeld, hadden de bergen hier vol boorhaken gezeten, nu vind je er bijna geen. Zelfs niet op de relais. Hoe heerlijk dat je prachtige plaatsen kunt blijven vinden, waar je steeds op eigen zelfredzaamheid moet vertrouwen en waar je samen met je vrienden kunt genieten van mooie avonturen in een schitterende omgeving. Alles wat ik zoek in het klimmen, zoals avontuur, natuur en vriendschap, komt samen in deze prachtige wanden. De beste klimgids voor dit gebied, de ‘Pocket Guide Tafraout’, uitgegeven door de Oxford Alpine club, besteedt welgeteld twee pagina’s aan boulderen, acht aan sportklimmen en de andere van de 245 bladzijden aan trad climbing…

Zo gezegd zo gedaan. En dus namen we een taxi naar Anergui, een stil dorpje hoog in deze bergen. Het begin van onze klimroute was niet duidelijk maar zou grosso modo over de rechtergraat van de rotsen moeten lopen. Alles zag er min of meer hetzelfde uit en dus begonnen we er aan. Ik heb jarenlange ervaring in dit soort terrein, maar voor Katrien was het de eerste keer. Dit betekende voor mij een andere manier van klimmen. Zo probeerde ik enkel cams of klemblokjes te steken op plaatsen waar je als klimmer even kon staan. Net zo probeerde ik telkens relais te maken op brede terrassen die niet te indrukwekkend over kwamen. Op twee moeilijke momenten na verliep dit al bij al redelijk goed. We waren best wel laat begonnen aan onze beklimming, 12u30 en stonden om 17u30 op onze eerste top… Geen toptijd, maar niet slecht voor driehonderdvijftig meter avontuurlijk klimmen zonder ook maar één haak tegen te komen. En dus beslisten we om vroeger dan gepland te stoppen en hier al te bivakkeren aan de voet van het tweede klimdeel. Terwijl Katrien het bivak installeerde ging ik alvast op verkenning naar de route van morgen.

49


Op vijftig meter van ons kamp kwam ik een grote slang tegen… Daar heb ik over gezwegen tot de volgende ochtend… Ik had de wekker stiekem om zeven uur gezet, wat mij niet in dank werd afgenomen, maar ik wou niet dezelfde fout maken als gisteren. Dankzij onze sublieme bivaklocatie, inclusief kampvuur en een volle maan, waren we vol energie. Het tweede klimstuk verliep zeer vlot. We deden zo’n twee uur over vier touwlengtes. Daarna volgde een mooi stuk wandelen om uiteindelijk de resterende vijfhonderd hoogtemeters naar de top te klauteren. We haalden het touw niet meer boven, hoewel dat af en toe wel gemogen had. Maar we hadden er beide vertrouwen in en iets na de middag stonden we eindelijk op de top! We aten wat ons nog restte en waren voorzichtig met onze voorraad water. We hadden immers gepland om hier de avond voordien toe te komen… Gelukkig was het vanaf hier alleen maar dalen. We vonden zowaar iets wat op pad leek. We vertrokken om na tien minuten uit te komen op een splitsing… de foto uit mijn boek bleek niks waard en dus gokten we op de linkse vallei… Waar we zowaar na verloop van tijd zelfs verfstrepen tegenkwamen! Goed gegokt! Tot we na enkele uren stappen op een gevaarlijke plaats uitkwamen. Verfstreepjes zagen we niet meer en voor ons stond een verticale wand van een tiental meters hoog. Maar wat nog verontrustender was, was dat wij ons in één groot blokkenveld bevonden.

Blokken die leken te rusten op een zeer steile gladde rotsplaat die honderd meter onder ons stopte en in een ravijn verdween… Hier wilden we niets in beweging brengen. Bovendien hadden we niet alleen geen eten meer, ook ons laatste drinken was ondertussen op. Terugkeren en de andere vallei nemen, was geen optie. Dan maar op zoek naar een andere uitweg. Ik gooide mijn rugzak neer en ging op zoek, eerst naar beneden richting ravijn en dan weer omhoog, richting de top. Onverrichter zake keerde ik terug naar onze rugzakken, Katrien was nergens meer te bespeuren. Was het de dorst die haar aanzette of had ze zo’n vertrouwen gekregen in haar klim kunsten? Ze was even tien meter solo omhoog geklommen, maar had zo wel een uitweg uit onze situatie gevonden! Nadien volgde nog anderhalf uur afklimmen en wandelen tot we uiteindelijk in Tagdicht kwamen. Alweer een doods dorp. Het plan was om hier een taxi te bellen, maar we vonden niemand aan wie we dat konden vragen. Toen we plots een auto met Duitse nummerplaat zagen passeren, sprongen we ervoor en versperden de weg. Of ze ons alstublieft een lift konden geven naar ons hotel? Tot op de dag van vandaag blijft het onze ‘grootste’ beklimming, waar ik ondanks (of net dankzij) al onze avonturen met veel warmte aan terugdenk.

50

MOUNTAINBIKEN Deze streek is echter meer dan klimmen alleen! En dus huurden we enkele mountainbikes voor een tweedaagse trip, ‘want er stond zo wel iets in de Lonely Planet dat dat kon…’ ‘Eén uur en tien minuten tot op de col’, zei onze verhuurder nog. Die had dat duidelijk nooit zelf gedaan! We deden er meer dan drie uur over. Door ons late en uitgebreide ontbijt, waren we hier op het heetst van de dag bergop aan het fietsen. En de wind die normaal voor wat verkoeling zorgde, waaide vandaag los in ons gezicht en zorgde op de langste en steilste stukken voor wat extra tegengas. Eens boven volgde nog een oneindig op en neergaand plateau om dan eindelijk over te gaan in een lange afdaling die alsmaar mooier en mooier werd. Onbeschrijfelijk mooi zelfs. Van het mooiste en meest afgelegen dat we als fietsers ooit gezien hadden. Op twee auto’s per uur na, hadden we het hier helemaal voor ons alleen. Het woord ‘wauw’ kwam meermaals over onze verstilde lippen. Aït Mansour was onze eerste officiële stopplaats en we genoten er van de gastvrijheid van Abdou, jus d’orange en ‘omelette berber complet’, die hij claimde uitgevonden te hebben. We hadden gerust wat langer willen blijven en zelfs overnachten, maar Tiwadou lag 18

kilometer verder, en we hadden zo’n vier uur over twee derde van de tocht gedaan. Of zoals Katrien zei: ‘als ik dat had geweten, had ik het nooit per fiets gedaan’. Een geluk dat we het niet wisten, het was hier super mooi. Abdou wenste ons een goede reis en meldde dat het nog slechts één uur en vijftien minuten fietsen was. En dat we de groeten moesten doen aan zijn neef Hicham, die de Auberge runde waar wij diezelfde avond wilden overnachten. Wat een schot in de roos alweer. Met een klein rugzakje op onze rug en zonder reservatie reden we in de ondergaande zon zijn erf op: Auberge Sahnoun werd onze thuis voor een nacht. Een verfrissende douche, een dakterras met uitzicht op de omringende bergen, een heerlijke tajine en een jonge belezen gastheer die niet uit was op ons geld en er graag voor de rest van de avond bij kwam zitten voor een babbel en veel thee. Het was het woord van de dag geweest, maar we herhaalden het ’s avonds graag nog eens: ‘wauw’. Waar onze terugkeer per fiets gisteren nog onmogelijk leek, zagen we het na onze verkwikkende nachtrust weer helemaal zitten. Gelukkig waren we vandaag al vroeg op pad en konden we iets langer gebruik maken van de koele ochtend. We reden van mini oase naar mini oase en langzaam ging het bergop tot we aan één hele lange steile klim begonnen.


Halverwege namen we onze lunchpauze in de schaduw van wat struiken. Hoog boven ons zagen we de ruïnes liggen van een oude stad. Ik kon de drang niet weerstaan en ondanks mijn verzuurde bovenbenen besloot ik er toch naartoe te klimmen. Wauw! Tientallen oude vervallen huizen, van meerdere verdiepingen, waar je zo in kon en waar je zelfs versieringen uit keramiek kon meenemen als souvenir. Verder door dan maar. De col bleef op zich laten wachten en nét voor we eindelijk aan onze afdaling konden beginnen, merkten we dat er op Katrien haar voorband een nogal vreemde uitstulping zat… Dju, hoe gaan we dat oplossen. We hadden wel een reserve binnenband en wat sleutels meegekregen, maar het probleem leek zich vooral in de buitenband te situeren… Maar toen kwam Mohammed van zijn berg af, met een brommertje. Hij stopte, bekeek ons probleem, vroeg onze sleutels en ging aan de slag. Ik weet nog altijd niet goed hoe hij het deed, maar er kwam veel klopwerk aan te pas met zijn blote handen, maar ‘in no time’ had hij onze band gefixt en konden we onze afdaling eindelijk inzetten. Bedankt Mohammed! WANDELEN Waar de klimroutes zeer goed gedocumenteerd zijn, zijn de wandelroutes dit niet. Getuige onze afdaling van de Jebel El Kest…

praktisch Tafraout heeft voor elk wat wils! Klimmen, wandelen, mountainbiken. Afgewisseld met lekker eten en drinken in een omgeving die nog steeds authentiek is. Je moet alleen wat zin hebben voor avontuur om hier het beste uit je verblijf te halen. Geniet met maten! Hoe er te geraken Het gemakkelijkste is om te vliegen op Agadir en daar een auto te huren. Je kan ook per taxi naar Tafraout. Ter plaatse kun je mountainbikes huren of taxi’s regelen. Beste periode Van januari tot en met april, maar zeker ook nog in oktober en november. Verblijf ter plaatse Hotel les Amandiers ligt net buiten de stad en is de plaats waar de meeste (vooral Britse) klimmers verzamelen. Reden hiervoor is ongetwijfeld het zwembad, maar misschien toch ook wel de goedgevulde bar… Zelf verbleven we in Hotel Salama, een sfeervolle en authentieke plek met vriendelijke bediening, een schitterend dakterras en een lekkere keuken. Probeer de kamers aan de voorkant van het hotel te krijgen voor het beste uitzicht. Handige topo’s Pocket Guide Tafraout van de Oxford Alpine Club en Climbing in the Moroccan Anti-Atlas van Cicerone (in deze laatste staat een apart hoofdstuk over wandelen).

Een populaire bestemming hier zijn de eerder vernoemde Pierres Peints. Op weg daarnaartoe passeer je langs de ‘Chapeau Napoleon’, een zeer herkenbare en mooie rotsformatie. De avontuurlijke wandelaar kan deze trouwens ‘beklimmen’ tot net onder de top. Je vindt er nog vele resten van oude huizen en hun terrassen terug. Iets wat wij zelf niet op voorhand wisten en ons een ongelooflijk gevoel van ontdekking gaf (sorry voor de spoiler…). De hoogste top, de Jebel El Kest, kan zowel vanuit Anergui als vanuit Tagdicht te voet bereikt worden. Deftige kaarten zijn van deze top niet te vinden. Het is gemakkelijker om één van de twee routes te kiezen en langs dezelfde weg af te dalen. Dit geeft iets minder kans om verloren te lopen.

Pag 48: Op de Chapeau Napoleon Pag 48: Boulders - highball Pag 49: Sportklimmen - tweede relais op Freeway 4+ Pag 49 bivakkeren Päg 50: Trad Climbing - Flake Quake - TL3 5a Pag 50: Mountainbiken over het Afella Ighir circuit Pazg 51: Wandelen op de indrukwekkende richel op de terugweg van de Lion's Face Pag 51: Tafraoute

En verder is de afdaal route van de beklimming van de Lion’s Face op zich ook een sublieme wandelroute. Misschien wel de mooiste en zeker één van de avontuurlijkste van deze streek, waarbij je helemaal bovenaan een opening in de topgraat dient te vinden om van de ene kant van de berg naar de andere te gaan. Plots wandel je op een richel van enkele meters breed met aan de rand een klif van meerdere honderden meters diep. Overal vind je hier sporen van kampvuurtjes. Ongetwijfeld van klimmers die in het donker hun weg niet meer vonden na een lange vermoeiende dag klimmen...

51


Tekst en foto's Arne Monstrey

NAMIBIE woestijnlandschap par Excellence... Namibië blijft voor velen nog steeds een relatief onbekend land in het zuiden van Afrika. En dat mag verbazen, want het is één van de meest ‘westerse’ landen van dit continent. Zelfstandig rondreizen is hier zeer gemakkelijk en zeer veilig. Het kraantjeswater is er overal drinkbaar en je wordt hier nauwelijks benaderd door opdringerige verkopers. Bovendien is het landschap er gewoonweg ‘picture perfect’! De highlights liggen verspreid doorheen het land. Hou er dus rekening mee dat je vele uren in je huurwagen zult doorbrengen. Die uren achtereen gaan echter nooit vervelen, want de landschappen zijn onbeschrijflijk mooi en onderweg kom je meer dan genoeg wildlife tegen. In november 2016 trok ik er met mijn vriendin heen op ‘babymoon’, onze laatste grote reis zonder kinderen. Naar aanleiding van de ‘woestijnen-editie’ van Monte, droom ik graag nog even terug. Tips & Tricks First things first: Namibië is geen goedkope bestemming, maar hoeft ook niet uitzonderlijk duur te zijn. Eens ter plekke betaalden wij zo’n 50 euro per persoon per dag, all-in. Dit wil zeggen: eten, drinken, overnachtingen, brandstof voor de auto, inkomstgeld voor de parken… Alleen het vliegtuigticket en de huurauto waren hier niet bij inbegrepen, maar ook daar viel redelijk wat geld te besparen: • Rechtstreekse vluchten naar Windhoek zijn relatief duur. Zelf vlogen we eerst naar Londen, dan naar Johannesburg en dan pas naar Windhoek. Op die manier betaalden we ongeveer 750 euro per persoon. Als je flexibele data hebt, kan het waarschijnlijk voor nog eens 100 euro minder. • De meeste mensen huren een jeep met daktent. Klinkt heel idyllisch en avontuurlijk, maar de meesten rijden ook gewoon op gravelroads waar dit niet per se nodig is. Zelf deden we alles in een gewone Volkswagen Polo en betaalden nog geen 600 euro voor 21 dagen. Zo’n jeep zou al vlug 2.400 euro gekost hebben. Bepaal dus op voorhand welke bestemmingen je zou willen bezoeken en bekijk aan de hand van een goede kaart of een 4x4 echt nodig is. • Mensen die niet in zo’n daktent sliepen, lieten zich vaak rondrijden in 4x4 busjes op een georganiseerde trip. Zij sliepen dan ook altijd binnen in een lodge. De standaard hiervan ligt zeer hoog en de prijzen zijn dan ook navenant. Wij hadden van thuis uit ons eigen kampeergerief meegenomen. Een nacht op een camping kostte ons meestal zo’n 35 euro voor ons twee. Voor een overnachting in een lodge kom je toch al vlug aan 120 tot 150 euro per koppel, inclusief ontbijt. • Naast ons eigen kampeergerief hadden we dus ook ons eigen kookgerief mee. Ter plekke huurden we enkel een tafel, twee stoeltjes en een frigobox. ’s Avonds kookten we meestal zelf. Er zijn genoeg winkels waar je Europees aandoend voedsel kunt inslaan. ’s Middags gingen we meestal lunchen in de lodges. Vaak kreeg je er voor 15 euro per persoon een ‘all you can eat’ buffet. Wij koppelden er meestal de voorwaarde aan vast dat we dan ook gratis gebruik mochten maken van hun zwembad. Een zeer aangename verfrissing, want de dagtemperatuur schommelde vaak rond de 37°C.

52

Namibië heeft veel waanzinnig mooie natuurlijke trekpleisters. De meeste liggen echter wel verspreid over het land en de afstanden ertussen zijn niet van de minste… Probeer in uren rijden te denken en niet in aantal kilometers. Zo deden we ooit eens 9 uur over 360 kilometer. Tracks 4 Africa heeft een kaart met daarop niet alleen de rijafstand, maar ook de reistijden bij vermeld. Zeer handig bij het plannen van je trip. Dit gezegd zijnde is het geen straf om hier kilometers te malen. Het landschap is gewoonweg fenomenaal. Neem van thuis uit een muziekselectie mee en je kunt nog jarenlang nadromen bij het horen van bepaalde liedjes. Onderweg kom je trouwens gegarandeerd wildlife tegen. Daarmee dat het een goed idee is om je bezoek aan Etosha National Parc meer naar het einde van je vakantie te schuiven. Op die manier behoud je de verwondering. Wij stopten in het begon nog omdat we 100 meter ver een struisvogel hadden gezien, of een Oryx! Die dan nauwelijks te zien was op onze foto’s. Eén keer stopten er zelfs locals om te vragen of we autopech hadden. En wij maar joelen en enthousiast zijn over die zwarte vlek die daar in de verte rondstapte! Eens in Etosha toegekomen, moesten we redelijk vlug de regel instellen dat we alleen nog maar foto’s namen van dieren die dichter dan 10 meter stonden.


Bushmans Paradise, aan de voet van de Spitzkoppe Een eerste absolute aanrader die nauwelijks op het klassieke toeristische circuit staat, is de Spitzkoppe, die met zijn 1.728 meter de hoogste van het land is en ook wel eens de Matterhorn van Namibië genoemd wordt. En dat is niet gelogen als je dichterbij rijdt. Zelfs als je hier niet bent om te klimmen, is de camping aan de voet van deze bergen een waar paradijs. De naam is niet voor niks ‘Bushmans Paradise’. We kregen er direct een voorsmaakje van wat kamperen in Namibië inhoudt. Na ons ingecheckt te hebben, kregen we een plannetje met 24 beschikbare plekken. De eerste plek lag al bijna twee kilometer verder en van diegene die wij uitgekozen hadden, hadden we het gevoel dat we er helemaal alleen stonden. En dat in het midden van Afrika. Het is te zeggen, samen met een twee meter lange zwarte slang die over de weg kronkelde toen we, eens geïnstalleerd, terug naar de receptie reden… Was dat misschien de reden dat iedereen hier toch in een daktent wou slapen…

Een ander voordeel is dat het eten hier superlekker was en dat ze duidelijk niet gewoon waren om wijn uit te schenken. Iedereen dronk hier frisse pintjes, terwijl er toch uitstekende Zuid Afrikaanse wijn werd aangeboden, die dan ook nog eens tot aan de rand van een groot wijnglas gegoten werd. Een zeer kostenefficiënte manier voor ons om zachtjes beschonken weg te soezen bij onze eerste zonsondergang in dit prachtige gebied. De douche nadien deed eens zoveel deugd. Temeer daar het gewoon wat muren in de Savanne waren, zonder dak erbovenop zodat je al douchend een schitterend zicht had op de Spitzkoppe en de Pontoks. Had ik al gezegd dat Bushman’s Paradise een aanrader was?

53


Langs de Skeleton Coast naar Twyfelfontein

Zoals al aangehaald was een van de redenen van onze reis een bezoek aan Etosha. Ook al kun je daar vanuit Windhoek heel snel en gemakkelijk geraken over een goed geasfalteerde weg, wilden wij toch een iets avontuurlijkere omweg maken. En zo kwam het dat we na de Spitzkoppe doorreden richting Hentiesbaai. We lunchten er met zicht op de Atlantische Oceaan en zagen vanop ons bankje zowaar een tiental dolfijnen door de golven springen, ook dat nog. Walvisbaai en Swakopmund lieten we (letterlijk) links liggen. Té toeristisch, te Duits en teveel stad. Nee, dan liever naar het noorden, langsheen de Skeleton Coast. Zo genoemd omdat er vroeger veel schepen gestrand geweest zijn. Schepen die er trouwens nog steeds liggen en waarvan je er enkele kunt gaan bezichtigen. Een schipbreukeling hier was echter ten dode opgeschreven. Hij belandde immers in de Namib woestijn en stierf ofwel van de dorst ofwel van de wilde dieren die hier rondliepen en nog steeds lopen. Zelf waren we misschien een beetje overmoedig toen we onze auto parkeerden en te voet op zoek gingen naar zo’n scheepswrak. Onderweg zagen we flamingo’s en ook het wrak zelf hebben we gevonden. Wat voelden we ons een avonturiers. Tot Katrien plots nu ook weer niet zó ver van ons iets groots zag bewegen… Shit, en hier kunnen zelfs leeuwen zitten. Proficiat Arne, daar sta je dan met je vriendin die bijna vijf maanden zwanger is van jullie eerste kind. En dus zetten we het op een lopen, terug naar onze auto, die we op tijd bereikten. Om dan te zien dat het om een jakhals ging en geen leeuw. Maar de jakhals had ons nog niet gezien en bleef maar dichter komen. En dus ging ik uit de auto hangen om er foto’s van te maken. De jakhals bleef maar dichter en dichter komen en ik stond klaar voor een National Geographic waardige foto tot… ik met mijn elleboog op de toeter van de auto duwde en niet alleen mezelf maar ook de jakhals een hartverzakking bezorgde. Logeren deden we ’s avonds op de camping aan Cape Cross Lodge. Een prachtige locatie aan het einde van de wereld. Een locatie die we deelden met een kwart miljoen(!) zeeleeuwen verderop. Het was net geboorteseizoen en de geur die die massa met zich meebracht was… onbeschrijfelijk. Gelukkig stond de wind die avond goed en hadden we er in de tent geen last van.

Foto's: Pag 52-53: beklimming van Dune 40 Pag 52 rechtsonder: Katrien en Arne op de top van Dune 40 Pag 53 bovenaan: de Spitzkoppe, Namibiës hoogste berg Pag 53 midden: Onze trouwe Polo met de Spitzkoppe en de Pontoks op de achtergrond Pag 53 onderaan: op stap rond de Vingerklip Lodge Pag 54 boven: het schoolbord in Twyfelfontein Pag 54 onderaan: Op stap in Sesriem Canyon - Sossusvlei Pag 55 links: Woestijnolifanten Pag 55 rechtsboven: Katrien op weg naar Dune 40 Pag 55 rechtsonder: Zicht vanop Waterberg

54

De volgende dag ging het dan door naar Twyfelfontein. Alleen moesten we hiervoor nog een kleine zandstorm doorstaan… Geen sinecure met ons kleine polootje. Toen de storm dan eindelijk ging liggen besliste de weg over te gaan op een zogenaamd wasbordpatroon, ribbels die ervoor zorgen dat 30 kilometer per uur het maximum werd dat we konden rijden. Even was er nog een hele groep stokstaartjes die ons leed wat verzachtte (Katrien haar lievelingsdieren), maar al vlug kwam de bezorgdheid bovendrijven. De deuren van het park sluiten met zonsondergang en ook daarna zou ik liever niet in het donker meer rondrijden. Katrien was vooral bezorgd dat al het hotsen en botsen ons baby’tje geen deugd zou doen. Uiteindelijk haalden we de Aba Huab Community Campsite net voor het donker werd. En de dag nadien kwamen we tijdens onze klassieke lunch-zwembad scenario per toeval vrienden van mijn ouders tegen. Zij stelde ons met haar verpleegkundige achtergrond gerust dat een baarmoeder de beste schokdemper is die een baby zich maar kan wensen en hij was vooral verbaasd, dat wij de mensen waren geweest die met dat kleine witte autootje die zandstorm hadden doorstaan. Ze waren ons gisteren immers voorbij gereden. Twyfelfontein staat bekend voor zijn hiëroglyfen en vormde voor ons een aangenaam streepje cultuur op deze natuurreis. Vooral het ‘schoolbord’ was fascinerend. Een grote platte plaat met daarop alle grote dieren en hun pootafdrukken erbij, er stonden zelfs zeeleeuwen een een pinguin op! Op 100 kilometer van de kust. Het was voor ons niet moeilijk om in te beelden dat de kinderen van de Bosjesmannen hier vroeger school moesten gevolgd hebben. Dat is nogal iets anders dan onze klaslokalen in België.


Op safari in Etosha National Parc, een absolute aanrader En toen kwam dus Etosha… Ik was al op safari geweest in Tanzania en ik wist dus dat we sowieso veel dieren te zien gingen krijgen en dat dat meestal zelfs mijn verwachtingen zou overtreffen. En zo ook hier weer. Het enige verschil met Tanzania was dat je hier zelf met je voertuig mocht rondrijden en dat maakte voor ons wel een groot verschil. Heelder stukken reden we alleen, zonder auto’s zichtbaar voor of achter ons, wat dan ook echt ruimte liet voor ‘ontdekkingen’. Anders houden de chauffeurs elkaar per radio op de hoogte. Ook leuk, want je krijgt altijd wel iets spectaculairs te zien, maar je moet het dan ook wel delen met tientallen andere voertuigen. Hier hadden we de dieren vaak voor ons alleen. En heel vaak ook héél dichtbij onze auto. Zebra’s, giraffen, gazelles, kudu’s, struisvogels, steenbokken, springbokken, oryxen, gnoes… allemaal op minder dan 10 meter van onze auto. Van de grotere dieren zoals olifanten bleven we iets verder weg, zo’n 20 meter, maar van de neushoorns hielden we met 50 meter nog meer afstand. Ongelooflijk hoe elk dier op de savanne de neushoorns in het oog houdt als die komen drinken aan dezelfde waterput. Ook leeuwen en hyena’s kwamen aan bod. Wat ook heel leuk is, is dat je hier nightdrives kunt boeken. Dit mag je niet zelf en is dan verplicht met gids en driver maar wat je dan allemaal te zien en te horen krijgt! We hadden net een aanval van enkele leeuwen op een giraffe gemist, maar zagen wel nog enkele hyena’s het karkas opkuisen. Etosha, een absolute aanrader! Ook als je nog inspiratie wilt opdoen voor babynamen. Vraag me niet waarom, maar tijdens deze nachtelijke rit hebben we beslist om onze eerste dochter Eena te noemen.

ligt), maar gewoon Duin 40. En die hadden we helemaal voor ons alleen. In de verte zagen we een hele stroom mensen als mieren een hoop zand optsjokken en wij stonden hier helemaal alleen. Mooi zo! Om geen zand in onze schoenen te krijgen, hadden we beslist om die beneden te laten staan en blootsvoets naar de top te klimmen. Dat is allemaal goed gelukt en leverde naast een gelukzalig gevoel en enkele fantastische topfoto’s ook, en vooral, verbrande voetzolen op! Waren we nog vertrokken in de koelte van de ochtend, dan was het zand tijdens onze afdaling al zodanig heet geworden, dat we naar beneden zijn gerold, gelopen, gesprongen… Alles om onze arme voeten te sparen. Laat ook dit dus een belangrijke tip zijn: hou je schoenen aan! En flip flops zijn niet goed genoeg. Katrien is er een kwijt geraakt ergens in het zand en we hebben hem nooit meer teruggevonden, waarna ze de rest van onze dag op mijn sokken door de woestijn moest stappen. Als laatste stop vooraleer huiswaarts te keren, deden we nog het Namib Naukluft Nationaal Park aan. Na de drukte in Sossusvlei waren we hier plots weer helemaal alleen. En dat terwijl je hier prachtige avontuurlijke dagtochten kunt maken in alweer een fenomenaal landschap! Namibië overtrof al onze stoutste verwachtingen! Het werd uiteindelijk onze ‘babymoon’, ook al kenden we dat woord toen nog niet. En tot op de dag van vandaag hopen we nog steeds er ooit eens met onze eigen kinderen naartoe te kunnen gaan. Naast geld, is het enige dat we daarvoor nodig hebben een stabiel evenwicht met dat verdomde coronavirus. Ik hoop samen met jullie allemaal mee dat iedereen binnenkort weer op prachtige reizen mag vertrekken die voor altijd indrukken mogen nalaten.

De pracht en kracht van Sossusvlei Na deze absolute must in Namibië werd het moeilijker kiezen… Fish River Canyon leek ons wel wat, maar was wel heel ver rijden naar het zuiden. Idem voor de met zand ondergewaaide oude huizen in Kolmanskop. Maar wat we absoluut wél nog wilden zien was Sossusvlei! Op weg daarnaartoe namen we nog even Waterberg Nationaal Park en de Kalahari woestijn mee. Net zoals we op de weg tussen Twyfelfontein en Etosha ook nog even in de absoluut sublieme VIngerklip Lodge verbleven. Maar reizen is nu eenmaal keuzes maken… En één van die keuzes was om tijdens onze daguitstap naar Sossusvlei niet, net zoals werkelijk élke toerist hier, Duin 45 te beklimmen (zo genoemd omdat die op 45 kilometer van de ingang van het park

55


Tekst Jan Cools

Het fijne van... woestijnen

Zandduinen tot zover je kan zien. Dat is het beeld dat bij velen opkomt als je aan een woestijn denkt. Denk maar aan de beelden van de rally Parijs-Dakar, het zand aan de piramides of de toeristisch aantrekkelijke Namibwoestijn. Een zandwoestijn is maar één type woestijn. Er zijn ook steen-, zout- en ijswoestijnen. Eigenlijk is een woestijn een gebied waar het amper regent, ongeacht of het daar nu heet of koud is. Ook Europa heeft woestijnen. En ja, er is ook een Sahara in België...

56


Overstroming in de woestijn Woestijnen of meer wetenschappelijk gezegd ‘drylands’, hebben per definitie een aride of droog klimaat. Dat wil zeggen dat een gebied een woestijn is als het minder dan 250 mm/jaar regent. In een halfwoestijn, met een semi-aride klimaat, regent het 250-500mm/ jaar. Dat is best nog veel als je weet dat het in België jaarlijks gemiddeld 925 mm regent. In Spanje regent het bijvoorbeeld gemiddeld 650 mm/jaar, al zijn er in Spanje ook woestijnen, met maar ongeveer 100mm regen/jaar. Als we aan een woestijn denken, is het meestal aan de extreem droge drylands. Dat zijn die gebieden met een hyperaride klimaat, waardoor het minder dan 25 mm/jaar regent. 40% van de Aarde bestaat trouwens uit drylands, en dat percentage groeit, o.a. door de klimaatverandering, maar ook door ontbossing en vee dat het land kaal vreet.

De bescherming tegen flash floods heeft in sommige plaatsen voor bizarre infrastructuren gezorgd. In Egypte beschermt een heuse stuwdam van minstens 50m hoog en 100m breed de trekpleister Sharm-El-Sheikh (Egypte) tegen de desastreuze overstroming die hopelijk nooit komt. Het zicht op de dam is wel bizar: een dam met aan beide kanten een woestijn. Er zijn andere voorbeelden uit de regio rond de Middellandse Zee, waar bruggen zijn gebouwd van meer dan 50m terwijl het stroompje op de meeste dagen amper water bevat. Ervaring leerde dat smallere bruggen en wegen om de paar jaren worden weggeblazen door een vloedgolf. Een tip voor kampeerders in droge streken is om je tent niet vlak naast een riviertje te zetten, en ook niet in, of dichtbij, een droge canyon. Het zou maar eens die ene nacht kunnen zijn dat een vloedgolf je tent wegvaagt.

Het regent zelden in woestijnen, 1-2 dagen per jaar, maar als het regent, regent het wel eens kortstondig hard. Het is niet ongewoon dat de zeldzame regen dan leidt tot een vloedgolf en overstroming. Een zogenoemde ‘flash flood’ kan heel wat schade aanrichten, en maakt soms slachtoffers. Tegelijk is een flash flood ook een voorname bron van water voor een woestijnregio, als het reservoir tenminste stand houdt tegen de kracht van water. In 2018 was er bijvoorbeeld een flash flood in Petra, de oude woestijnstad in Jordanië. Plots hevige neerslag deed een alarm afgaan. 10 minuten later stroomde de vloedgolf Petra binnen. 10 minuten waren er dus om de toeristen uit Petra te evacueren naar hoger gelegen grond. In het nabij gelegen stadje Wadi Musa stond het water 4m hoog. Een paar uur later was het water al weer verdwenen, weggespoeld door de droge rivierbedding en geïnfiltreerd in de bodem.

57


Nooit regen

Zout en batterijen

De droogste woestijn ter wereld is de Atacama woestijn in Chili. Daar regent het gemiddeld minder dan 5 mm/jaar. Het is zo droog dat zelfs de 6000’ers in de Atacamaregio maar zelden sneeuw zien. Ook de nabijgelegen Ojos del Salado (6885m), de 2de hoogste berg in ZuidAmerika na de Aconcagua, en één van de vulkanische 7 summits, heeft vaak geen sneeuw. Experts denken dat het in het centrum van de Atacama slechts een paar keer regende in de laatste eeuwen, tot in 2015. In 2015 en opnieuw in 2017 trok een storm over de Atacama. Plots regende het. Plots waren er lagunes. De geografische ligging van de Atacama, met de Andes aan de ene kant en het Chileens kustgebergte aan de andere kant, verklaart de extreme droogte. De Andes houdt de wolken uit het Oosten tegen en zorgt aan die kant voor neerslag. De andere kant, de Atacama, ligt in de regenschaduw en blijft droog.

In de 19de eeuw streden Bolivië en Chili om de Atacama, een woestijn waar amper iets groeit. Maar de grond is rijk aan mineralen. Inzet toen was natriumnitraat of Chilisalpeter, een zout dat als kunstmest gebruikt werd en als grondstof voor explosieven in de Eerste Wereldoorlog. Technologische innovatie heeft dit wat in de vergetelheid gebracht. De huidige rijkdom is lithium, een bronstof voor batterijen. De Atacama blijft een superpower in termen van lithium. Lithium wordt vooral gezien als een milieuvriendelijke grondstof, want het is essentieel voor elektrische auto’s. De ontginning vergt echter veel van de omgeving. Er is veel water nodig bij de ontginning, in een gebied dat al droog is. Een woestijn lijkt dan misschien doods, maar er is toch heel wat leven van afhankelijk. Flamingo’s die graag foerageren in de ondiepe lagunes zijn een typisch voorbeeld, naast de cactussen, schorpioenen, coyotes en slangen om maar een paar voorbeelden te geven.

De Atacama ligt bovendien tussen 2 bergketens en ligt dus in een dubbele regenschaduw. Bovendien passeert de koude Humboldtzeestroming aan de Atacama, waardoor weinig wolken worden gevormd en het dus weinig regent. Elke 2 tot 7 jaar is er wel meer kans op regen. Dan warmt zeewater op ten gevolge van een verandering in de zeestroming: het zogenoemde El Niño-fenomeen. Warmer water verdampt meer en dus worden meer wolken gevormd. Dit leidt tot een hogere kans op neerslag. Het is trouwens niet eens zo heet in de Atacama. Op het hoogplateau (2500m) is het overdag gemiddeld 22°C. ’s Nachts wordt het 20°C kouder. In de zomer is het overdag ongeveer 25°C en ’s nachts ongeveer 15°C. Wel wat draagbaarder dan de 40+°C in grote delen van de Sahara en het Midden-Oosten. Maar ook daar kan het ’s nachts berekoud zijn. Nog een laatste weetje: de samenstelling van de bodem van de Atacama woestijn lijkt hard op die van Mars. Bergsporters met ambitie voor een Marsexpeditie trainen dus best in de Atacama woestijn.

Zoutwoestijnen zijn ook toeristisch interessant. In de Salar de Uyuni in Bolivië, een hoogplateau op 3650m hoogte, kan je in hotels uit zout slapen. In de Black Rock desert in de Verenigde Staten gaat dan weer elk jaar het Burning Man festival door. En dan is er de spectaculaire White Sands woestijn, ook in de Verenigde Staten, een spierwitte woestijn, met duinen gemaakt van gipskorrels.

De grootste woestijn in de wereld is trouwens niet de Sahara maar wel Antarctica. Gemiddeld valt er minder dan 200mm per jaar aan neerslag op de Zuidpool, meestal in de vorm van sneeuw. Op de Zuidpool is er trouwens een nog drogere plaats dan de Atacama woestijn: de McMurdo Dry Valleys. Daar heeft het al 2 miljoen jaar niet meer geregend of gesneeuwd. De Dry Valleys zijn twee grote ijs- en sneeuwvrije steen vlaktes. Eigenlijk sneeuwt het er wel, maar sterke valwinden zorgen ervoor dat de sneeuw verdwijnt alvorens het de grond raakt.

58


Woestijnen in Europa Gemiddeld gezien regent het in Europa wel genoeg. In het Middellandse Zeegebied is het weliswaar heel droog in de zomer, maar vaak toch ook nat in de winter. Toch zijn er gebieden in Europa die zo droog zijn dat er woestijnen zijn ontstaan. In Spanje zijn woestijnen verspreid over het land. In Andalusië liggen de Tabernas woestijn, het beschermd heuvelachtig natuurgebied op 30 km noordelijk van Almería, en het Cabo de Gata - Níjar Nationaal Park, vulkanische kliffen aan zee met El Fraile als hoogste piek (493m). De Tabernas woestijn ligt in de regenschaduw van de omringende Sierra’s (gebergtes). Opvallend is dat slechts een deel van de Tabernas woestijn effectief een woestijn is. Enkel tussen 400-800m hoogte is de Tabernas een woestijn. Daarboven regent het meer, en kan dus niet meer als woestijn geklasseerd worden. In de zomer wordt het op lagere hoogte meer dan 40°. In de winter vriest het net niet. In het noorden van Spanje heb je ook nog de Monegros woestijn (Aragon) en de Bardenas Reales (Navarra). Eerder dan woeste natuur, zijn dit bewoonde gebieden met verspreide dorpen. De lavawoestijnen van de Canarische eilanden zijn wellicht de bekendste woestijnen van Spanje. Alhoewel Italië en Griekenland een vergelijkbaar klimaat hebben als Spanje, vind je toch minder plekken waar het extreem droog is. In Griekenland is bijvoorbeeld het toeristische eiland Santorini een semi-woestijn. De Accona woestijn in Italië wordt genoemd als de enige woestijn in Italië, maar het regent er toch te veel om een woestijn genoemd te kunnen worden. Ook het binnenland van Ijsland wordt vaak beschouwd als een semi-woestijn, al klopt dat wetenschappelijk gezien niet. Het regent er meer dan genoeg, maar de grond is er zo poreus dat het regenwater supersnel infiltreert. Daardoor is er amper nog iets over planten, waardoor het eruitziet als een woestijn.

De zogenoemde Europese Sahara bevindt zich dan weer in Servië. De Deliblatska Peščara, ofwel de Zanden van Deliblato, is de grootste zandvlakte van Europa (300km²). De duinen zijn 70-200m hoog. Heel wat hoger dan de hoogste duin van België, de Hoge Blekker in Oostduinkerke (33m hoog). Eigenlijk zijn de zandduinen de vroegere zeebodem. Verder is er weinig dat aan een woestijn doet denken. Het is eerder een steppegebied, met vruchtbare bodem en verspreide bomen. De Zanden zijn een erkend natuurgebied: er zijn meer dan 900 plantensoorten, waarvan 20 soorten orchideeën, een wereldrecord voor een woestijn. Het is een paradijs voor vogelaars. Er komen herten, everzwijnen en zelfs wolven voor.

Ook België heeft een Sahara, de Lommelse Sahara, in de regio Bosland in de provincie Limburg. De zandduinen doen denken aan een woestijn, maar eigenlijk staat het evengoed bekend voor zijn bos, meertjes, moeras en heide. De 30m hoge uitkijktoren geeft je een zicht over de Sahara. De Lommelse Sahara is nu één van de mooiste plekjes van Vlaanderen, maar nog niet zo lang geleden zag het er slechter uit. De vervuilde gassen van de vroegere zinkfabriek maakten het landschap dor. Droog weer met veel wind in de twee decennia nadien deed een woestijn ontstaan. Een ideale plaats voor een springstoffenfabriek om granaten en antipersoonsmijnen te testen tussen 1957-1967. En natuurlijk kan je niet naast de zandwinning zien. Zand uit de streek van Lommel is het zuiverste van de wereld en dus een ideale grondstof om glas van te maken. De vijvers zijn het resultaat van zandwinning. Maar ook nu nog is zandwinning in de streek belangrijk, al is het niet meer in de Lommelse Sahara zelf. Saharazand, van de echte Sahara in Noord-Afrika, vind je trouwens ook wel eens terug in de Alpen. In de voorbije winter (2021) zag de lucht in grote delen van de Alpen rood-oranje. Grote stofwolken met rood Saharazand daalden uiteindelijk neer in de Alpen. Stofwolken met Saharazand komen wel vaker voor, maar meestal minder intens dan de voorbije winter.

Foto pag 56: duinenwoestijn © Fernando Paredes Murillo Foto pag 57: Het klooster van Petra, Jordanië © Diego Delso) Foto pag 58 links: de Atacama woestijn, Chili © Piedras Rojas Foto pag 58 rechtsboven: Salar de Uyuni in Bolivië © diego Aguilar Foto pag 58 rechtsonder: White Sands, USA, © Christopher Ott Foto pag 59 links: Tabernas woestijn, Spanje © Colin C Wheeler Foto pagina 59 rechts:Lommelse Sahara © dienst Toerisme Lommel

59


Vertaling Ben Van Poucke / verwerking Bart Smets

Steenslaggevaar?

Luister naar de wijze raad van Ragnar Wie regelmatig in bergachtig gebied onderweg is, heeft ongetwijfeld al markeringen tegengekomen zoals : “Pad gesloten vanwege vallende rotsen!” of “Gevaar voor steenslag”. Helaas is het aantal afgesloten paden in het recente verleden aanzienlijk toegenomen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor bestemmingen in geologisch onstabiele regio's of regio's die bijzonder worden getroffen door het ontdooien van permafrost (vb. Mont Blanc of Matterhorn), maar ook voor bergen en paden in de niet-alpine omgeving. Een groep Oostenrijkse experts heeft R.A.G.N.A.R. (Risiko Analyse Gravitativer Naturgefahren im Alpinen Raum) ontwikkeld om steenslag (en soortgelijke gevaren) correct te kunnen beoordelen én praktijk gerichte maatregelen te nemen. Ragnar is ook een oude Germaanse voornaam en betekent zoiets als "raad van de goden" en in deze context een "wijze raadgever".

WETGEVING Laten we eerst kort de wet- en regelgeving toelichten voor diegenen die wegen en paden beheren en onderhouden. In Oostenrijk is het verplicht dat bijv. een Alpenclub of een toeristische dienst zorgt dat paden in een goede staat verkeren. Een wegversperring is dus een maatregel die een wegbeheerder verplicht moet nemen als de weg in slechte staat verkeert. In de regel wordt een pad afgesloten als er twijfels zijn over de algemene veiligheid. Als je als bergsporter een wegversperring negeert, doe je dit op eigen verantwoordelijkheid en kan je geen aanspraak maken op eventuele schadevergoeding. NATUURLIJKE EN MAATSCHAPPELIJKE VERANDERINGEN Er zijn verschillende redenen waarom het aantal wegversperringen op alpine paden toeneemt. Zo is er méér en zwaardere neerslag, het ontdooien van permafrost en het smelten van gletsjers in het hooggebergte. Aan de andere kant neemt ook de angst voor aansprakelijkheid toe, vooral door een gebrek aan verantwoordelijkheid bij degene die op dergelijke paden onderweg zijn. Daarboven komt nog dat vele bergsporters naast een ongevallenverzekering ook een wettelijke beschermingsverzekering hebben, waardoor er meer rechtszaken kunnen komen.

Samenvatting gebaseerd op vertaling door Ben Van Poucke van het artikel ‘R.A.G.N.AR. – Naturgefahren im Alpenraum’ van Christoph Höbenreich, Peter Kapelari, Klaus Pietersteiner, Dieter Stöhr, Walter Würtl & Günther Zimmerman, eerder gepubliceerd in Berg und Steigen #110 Lente 2020 & Analyse: Berg Jahrbuch Sommer 2020. Uitgebreide versie te lezen op de infobank van de website KBF!

1

60

Foto’s: Walter Würtl, Christoph Höbenreich, Land Tirol & Ben Van Poucke


VERPLICHTINGEN VAN WEGBEHEERDERS

BEOORDELING VAN MOGELIJKE “PROBLEEMPADEN”

Inspecties van wandel- en bergpaden gebeuren meestal éénmaal per jaar. Tijdens deze controles worden de markeringen indien nodig vernieuwd, worden bruggen, leuningen, staalkabels ... gecontroleerd, wordt het pad zelf hersteld of worden duidelijke hindernissen verwijderd.

Hoewel de overgrote meerderheid van de berg- en wandelpaden zonder grote inspanningen veilig kan worden gebruikt; zijn er toch enkele paden waar steenslag, grondverschuivingen, modderstromen en dergelijke geregeld voorkomen.

Het is al decennia lang bewezen dat de verantwoordelijken handelen met hun alpine expertise of met hun “gezond verstand”. De ongevallencijfers laten zien dat deze praktijk heel effectief en doelmatig is: Alpen ongevallen die gerelateerd zijn aan de slechte staat van een pad zijn eerder uitzonderlijk. Ook de (overdreven) vrees voor aansprakelijkheid van de wegbeheerders is ongegrond, aangezien het op grond van een juridische beoordeling moet bewezen worden dat het gaat over opzet of grove nalatigheid. Om deze wegbeheerders de best mogelijke ondersteuning te bieden bij hun werk, worden door de alpine verenigingen regelmatig trainingen aangeboden waar ze vertrouwd worden gemaakt met de Afbeelding 1 geldende standaarden en waar ze de nodige technische skills krijgen. Een meer gedetailleerde beoordeling en beveiliging van wandel- en bergpaden, is over het algemeen noch wettelijk noch beroepsmatig noodzakelijk en ook niet echt opportuun, dit om het zelfstandig karakter van wandelen en bergbeklimmen in een alpine omgeving niet te verliezen!

In het verleden kregen experts meestal de opdracht om de situatie te beoordelen en vervolgens in een rapport een deskundig oordeel te vellen. Maar gevaren toekomstgericht inschatten is zelfs voor hen moeilijk, zo niet onmogelijk. Vandaar dat bepaalde paden voorzichtigheidshalve werden afgesloten of extra beveiligd. Grote, structurele maatregelen zijn extreem duur, daardoor kunnen dergelijke uitgaven voor een normaal wandel- of bergpad niet worden verantwoord. Uitgebreide metrologische monitoring kan alleen worden gebruikt bij grote impact op wegeninfrastructuur (rotsof aardverschuivingen). Paden afsluiten vanwege vrees voor aansprakelijkheid en minder vanwege een reëel risico is dan ook weer niet aan te raden, omdat het soms lastige beperkingen in het alpine netwerk van paden betekent (vb. belangrijke doorsteek plaatsen of toegang tot hutten) en tegelijkertijd, worden deze soms genegeerd door wandelaars en bergbeklimmers met kennis van het gebied, wat uiteindelijk weer tot conflicten kan leiden. Het doel van RAGNAR is om weggebruikers een instrument te bieden dat praktisch, technisch verantwoord, maatschappelijk erkend en juridisch haalbaar is. Men zal risico’s vastleggen, documenteren en communiceren, de eindverantwoordelijkheid blijft evenwel bij de bergwandelaar zelf liggen.

Afbeelding 2

61


STEENSLAG, WAT MAAKT HET ZO TYPISCH?

VOOR WIE IS DIT OPGESTELD?

Steenslag wordt over het algemeen als een typisch alpine gevaar ervaren. Ook al is elk ongeval tragisch en stijgt de kans door de steeds warmere zomers, en/of veroorzaakt door andere bergwandelaars of wild, het objectief risico van vallende stenen hoeft niet gedramatiseerd te worden. Volgens de ongevallenstatistieken van de Oostenrijkse Raad van Toezicht voor Alpine Safety vonden in Oostenrijk gemiddeld honderd dodelijke alpine ongevallen per jaar plaats tijdens het wandelen en bergbeklimmen. Slechts 2% hiervan is te wijten aan vallende stenen. Aangezien het aantal mensen dat tijdens het wandelen en bergbeklimmen gewond raakt of sterft door vallende stenen, min of meer constant blijft, kan geen toename van dergelijke ongevallen worden vastgesteld. En dat ook tegen de achtergrond van stijgende bezoekersaantallen en een verslechterende natuurlijke situatie.

Aan de hand van het voorbeeld van het wandel- en bergpaden concept van Tirol kunnen vier gebruikersgroepen en overeenkomstige paden worden geïdentificeerd. 1 - Wandelpaden zijn bedoeld voor wandelaars zonder alpine kennis en met een gering risicobewustzijn, geen grootse fysieke vereisten noch een specifieke uitrusting is daarbij nodig. Objectief gezien moet de omgeving relatief veilig zijn en geschikt om veel publiek te verdragen. 2 - Rode (matig moeilijke) bergpaden zijn bedoeld voor de meer geoefende bergwandelaar met een degelijke fysieke conditie en passende uitrusting, die alpiene gevaren correct kan inschatten en ernaar handelen. 3 - Zwarte (moeilijke) bergpaden: eerder voor de ervaren bergbeklimmers. Hier geldt het bekende “Trittsicher und schwindelfrei”. Zij beschikken over hoge mate van alpiene verantwoordelijkheid, goede fysieke conditie annex uitrusting. Bovendien heb je hierbij technische skills nodig waardoor je moeilijke passages kan herkennen en inschatten. Er is slechts een kleine doelgroep op dergelijke paden waardoor het ‘restrisico’, dat wordt "overgedragen" van degene die de routes onderhoudt op de gebruiker, een zeer hoge waarde heeft. Typisch voor dit terrein is dat tot in de vroege zomer sneeuwvelden gevaarlijke passages creëren. 4 - Alpine routes: op deze paden is er geen aansprakelijkheid voor bepaalde medewerkers aangezien deze routes niet hoeven gemarkeerd, bewegwijzerd of onderhouden worden. R.A.G.N.A.R. houdt hier dan ook geen rekening mee.

1

62


RISICOCONCEPT

BEPERKINGEN VAN HET R.A.G.N.A.R SYSTEEM

Het RAGNAR concept werkt in vier stappen:

Een systeem van risicobeoordeling is gericht op reduceren van risico’s, volledig uitsluiten van natuurlijke gevaren kan niet. Indien nodig moeten lokale experts worden geraadpleegd om het specifieke gevaar te beoordelen en moet hun expertise worden betrokken bij zowel de risicoanalyse als de planning van maatregelen.

1. Doel van bescherming: wat mag er gebeuren? Tot waar zijn risico's acceptabel en vanaf wanneer is er een gebrek aan voorzorgsmaatregelen? Als maatstaf gebruikt men de kans op overlijden op wandel- en bergpaden, wat per seizoen in detail wordt berekend op de te beoordelen routes. Hoewel bergsporters er niet vanuit kunnen gaan dat iemand anders het risico op natuurlijke gevaren voor hen beperkt, werkt R.A.G.N.A.R. met internationaal gebruikte route classificaties voor berggebieden. Dit komt omdat heel weinig wandelaars en bergbeklimmers de moeilijkheidsgraden kennen en dus vaak niet weten welke inspanningen hun te wachten staan. Doel is om in de toekomst daar nog meer bewustwording rond te creëren. 2. Risicoanalyse: wat kan er gebeuren? Hierbij worden de bestaande gevaren bepaald in termen van hun mogelijke ernst, de mate van blootstelling aan het gevaar en hun potentiële gevolgen. De algemene risicoanalyse is gebaseerd op een beoordeling door lokale experts, inclusief een berekening van Afbeelding 1 de kans op overlijden. Hiervoor worden voor elk risico onderweg de nodige parameters van frequentie, duur, blootstellingsduur en frequentie van personen ter plaatse verzameld. Als het berekende risico voor de route boven de te beschermen doelen ligt, moet dit met gepaste maatregelen worden verminderd. Lukt dit niet, wordt een weg geblokkeerd. 3. Risicobeheersing of risicomanagement: wat te doen? Hieruit blijkt welke maatregelen en middelen nodig zijn om de doelen te behalen. Klassieke maatregelen hebben betrekking op het vermijden, het verminderen en het overdragen van risico’s via waarschuwingsborden. Na de uitvoering hiervan zijn er restrisico's die wandelaars zelf op zich moeten nemen. Het komt erop neer dat een nul risico in berggebied niet mogelijk is!

SAMENGEVAT • RAGNAR is een laagdrempelig en innovatief instrument voor het beoordelen van natuurlijke gevaren door gravitatiekracht in alpine gebieden. Het is gebaseerd op aanbevelingen en principes van de relevante beroepsverenigingen. Er wordt rekening gehouden met de jarenlange ervaring en kennis van lokale experts. • Met RAGNAR krijgen weggebruikers een tool waarmee ze op een objectieve manier actief het risico kunnen inschatten en wordt ervoor gezorgd dat een risico niet wordt onderschat. • RAGNAR analyseert en evalueert niet alleen het risico, maar stelt ook maatregelen voor die zijn aangepast aan de situatie. Zo zal men RAGNAR ook kunnen gebruiken om te beslissen of een specifieke route terug open kan gesteld worden. Het zorgt ervoor dat een wandelaar of een bergbeklimmer de zekerheid heeft dat alles gedaan wordt om veilig onderweg te zijn. • De online calculator vertegenwoordigt slechts een deel van een volledige analyse en kan deze nooit vervangen. Het is geschikt om het risico van individuele gevaren plekken in te schatten en maakt het gemakkelijker om te beslissen of een RAGNAR-analyse geschikt is of niet. De online calculator is niet alleen handig voor weggebruikers. Het biedt geïnteresseerde bergsporters de mogelijkheid op een interactieve manier met de eisen van de verschillende routes en bijbehorende persoonlijke verantwoordelijkheid om te gaan. Je kan zelf de RAGNAR online calculator uittesten op: https://www.bergwelt-miteinander.at/ragnar

4. Controle. De drie voorgaande stappen moeten in de toekomst geregeld worden gecontroleerd of ze voor het desbetreffende pad nog geldig zijn. Informatieborden "Bergwereld samen" Bedoeld om wandelaars en bergbeklimmers gericht te kunnen waarschuwen voor risico's. Afbeelding 2

63


Tekst en foto's Koen Hauchecorne

Onbekend is onbeklommen: MOZET

Wie ooit een klimopleiding volgde heeft ongetwijfeld kennis gemaakt met de rotsmassieven in Dave, Durnal, Yvoir of Mozet. Ook na afloop van de opleiding grijp je gauw terug naar dat bekende terrein. Maar wist je dat Wallonië nog talrijke andere, weliswaar kleinere klimgebieden herbergt? In deze rubriek “Onbekend is onbeklommen” stellen we in iedere editie van ons tijdschrift een onbekend of vergeten rotsmassief aan je voor.

-Foto links: na een dag rotswerken door de vrijwilligers van het BRT-team van de Bergsportvereniging Provincie Antwerpen Foto midden: Cover nieuwe topo van Moze Foto rechts: Een eenzame BRT-er op het Arendsmasief

64


M et deze inleiding beginnen we meestal de rubriek 'onbekend is onbeklommen. Maar... Mozet in deze rubriek? Een massief dat al sinds mensenheugenis deel uitmaakt van het federatie-patrimonium? Dat klopt. Maar onder impuls van hun bezielde coördinator Tom De Vocht is het Belgian Rebolting Team van de Bergsportvereniging Provincie Antwerpen (BRT-BPA, die het peterschap over het massief waarneemt) hier de laatste twee jaar druk bezig geweest aan een heuse facelift van het massief. Er is dus nog onbekend terrein te verkennen. Mozet (aka ‘les Rochers de Thon-Samson’ aka ‘Rocher des Desmoiselles’) is inderdaad een oude bekende voor vele klimmers. Het heeft de reputatie glad en afgeklommen te zijn. Dat is zo voor een aantal routes, maar toch is het BRT-BPA er in geslaagd hier nog nieuw terrein en dus ruwe rots te vinden. Er zijn liefst veertien nieuwe routes bijgekomen! Uiterst links op het Arendsmassief is dat al het geval. Normaal gezien moet je een stevige zesdegraadsklimmer zijn om op dit deelmassief je gading te vinden, maar ‘Barbwire’ is een toegankelijke vijfdegraads route geworden. Vrijwel iedereen kent de ‘picknickplaats’ in Mozet, aan de achterkant (de noordkant, dus) van het Gemsmassief. Een ideale plek om een ondertussen klassiek geworden ‘Piton Palace’ te installeren: een serie oefenstandplaatsen vlak boven de grond, waar het voor een lesgever makkelijk is om beginners een aantal principes van het rotsklimmen diets te maken. Een paar meter verder zijn ook enkele erg eenvoudige derdegraadsroutes behaakt. Ideaal om die lessen meteen in de praktijk om te zetten.

Het bleef niet bij het boren van nieuwe routes: - Alle routes werden gepoetst, de standplaatsen nagekeken en desgevallend aangepast; - In een aantal routes werd de oude behaking vervangen, en sommige (makkelijke weliswaar) kregen, om ze meer geschikt te maken voor initiatie, een extra tussenzekering. - Opvallend in de topo 2014 was dat de makkelijke routes (net degene waar lesgevers van een klimopleiding naar zoeken) ondergewaardeerd waren. Verscheidene stonden als een 4 vermeld, hoewel ze bij nader inzien een 5a of zelfs een 5b verdienen. In de nieuwe topo is dat rechtgezet. - Tenslotte legt de milieuvergunning ons ook de nodige vereisten op. Zo werden de houtige gewassen op de toppen van het Steenbok- en Gemsmassief verwijderd, er werd gesnoeid en gezaagd op en rondom de paadjes en uiteraard werd er kritisch gekeken naar de rotskwaliteit. Als gevolg van dit laatste werden ‘Vos’, ‘Meesje’ en ‘Meiklokje’, op de oostkant van het Arendsmassief, onbeklimbaar gemaakt. Niet alleen het BRT-BPA was actief bij de facelift. Twee oudgedienden vonden een nieuwe variante in de vijfde graad, die een flink deel van het Arendsmassief dwarst: “Nestorix”. Ze lieten er ook een nieuwe tweede touwlengte op aansluiten, eveneens in de vijfde graad. Multipitchen dus in Mozet! Op de zuidflank van het Gemsmassief creëerden ze ‘Zilverberk’, een technische 5c. Dankzij de geestdrift en daadkracht van al die vrijwilligers is het massief nu een stuk geschikter geworden om er klimopleiding te geven. De nieuwe topo van Mozet, al enige tijd verkrijgbaar via onze webshop, zal dat duidelijk maken!

Wie kent er niet de amfitheaterachtige formatie, achter de overhang aan het Steenbokmassief? Op de wanden aan de binnenkant werd nog maar weinig geklommen. De rots was er vaak overwoekerd, de routes hadden een onduidelijk verloop en een vaak beperkte behaking. Met ‘Pangolin’, ‘Das’ en ‘Marter’ zijn hier een aantal makkelijke en goed behaakte (en nog ruwe!) scholingsmogelijkheden bij gekomen. ‘Flintstone’, ‘Caveman’ en ‘Heat Wave’ zijn dan weer meer uitdagende, nieuwe vijdegraadsroutes (‘Caveman’ is zelfs een 6a). De klassiekers hier (waaronder ‘Alpenroosje’, een makkelijke maar altijd weer spectaculaire traverse) kregen een grondige quality check. Helemaal rechts op het massief (in de sector Steenbok Oost) kwam er met ‘Oldskool’ een stevige 6b+ bij.

65


12 uren van Durnal Na 6 succesvolle edities (2015-2020) lanceert de Klim- en Bergsportfederatie, samen met de Club Alpin Belge en de Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging de ZEVENde editie van de klimchallenge: 12 uur van Durnal. De uitdaging? Slaag jij erin om samen met je klimpartner duizend hoogtemeters te klimmen binnen 12 uur tijd? Afgelopen edities slaagde ruim de helft van de deelnemers in deze opdracht! Mag het iets meer zijn? Hardcore rotsklimmers gaan voor de ultieme uitdaging: het klimmen van àlle 66 routes in het massief (goed voor 1562 meter) binnen 12 uur tijd.

11 sept 2021 Klimchallenge: 12 uur van Durnal De uitdaging? 1000 meter klimmen in 12 uur tijd! Meer info op www.kbfvzw.be

Inschrijven: www.kbfvzw.be vanaf de start van de zomervakantie

Toptijd voor alle 66 routes: 8u15'59'' Doet jouw touwgroep beter? 66


GIGA JUL The Best of Both Worlds The Giga Jul combines the functions of a standard and an assisted braking tuber. The assisted braking function which enhances the braking force can be activated or disabled by a smart mechanism. For situation-dependent belaying and abseiling, especially in alpine terrain. www.edelrid.com


TH E SOF T E S T H A R DS HE L L KIN E TIC A LPINE 2. 0 J ACKE T

Met ons Kinetic Alpine 2.0 Jacket klim je licht, droog en ongehinderd. Deze tot het minimum gestripte hardshell ademt en functioneert als de beste en biedt uitzonderlijke bescherming en bewegingsvrijheid aan snelle elite-alpinisten. WWW.RAB.EQUIPMENT


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.