Overijssel Toen en Nu Historisch Tijdschrift, april 2023

Page 1

OVERIJSSEL TOEN EN NU

Historisch tijdschrift

‘Een taal die niet verandert, sterft uit’

• Redde Zwolle de Republiek?

• Een Mauser gebruikt bij de grootste bankoverval allertijden

De zoektocht naar

Gerhard Nijland

JAARGANG 14 • NUMMER 2 • APRIL 2023

COLOFON

Redactie

Dinand Webbink, Marcel Mentink, Maartje Koelma (Collectie Overijssel), Anne van Geuns (Deventer Verhaal)

Correspondenten

Frank Krake, Jan van der Steeg, Harrie Scholtmeijer (Stichting Overijsselacademie)

Redactieadres

info@mijnstadmijndorp.nl

Vormgeving

Frank de Wit

Partners Collectie

IJsselacademie

OVERIJSSEL TOEN EN NU

Historisch tijdschrift

van de redactie

Mogelijk

Het Nedersaksisch leeft nog steeds

Met de jaarlijkse herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en het vieren van vrijheid in het vooruitzicht is er opnieuw aandacht voor een bijzondere gebeurtenis tijdens de bezetting. Op 15 november 1944 werd de Nederlandsche Bank in Almelo beroofd. Het wordt de grootste bankoverval aller tijden genoemd, maar het is niet de succesvolste, zoals u kunt lezen. In het Memory Vrijheidsmuseum worden nog allerlei voorwerpen bewaard die een rol speelden tijdens de spectaculaire bankroof, zoals een 6,5 mm Mauser, een pistool waar overigens niet mee geschoten is.

Een van de slachtoffers die de Duitsers maakten in hun jacht naar de daders is Gerhard Nijland uit Daarlerveen. Lange tijd was niet bekend waar hij begraven lag. Frank Krake, de auteur van de bestseller De grootste bankoverval aller tijden, beschrijft op ontroerende wijze zijn geslaagde zoektocht naar de laatste rustplaats van deze verzetsheld.

Is de streektaal aan een opmars bezig? Je zou het haast denken. Er zijn weer dialectcafés, vorig jaar verscheen er een Sallaandse vertaling van het Oudsaksisch epos de Heliand en de podcast De Nedersaksen is zo’n groot succes dat de makers, Albert Bartelds en Hendrik Jan Bökkers, een theatertour maken langs verschillende Hanzesteden in Gelderland en Overijssel. ‘Je wordt serieus genomen’, benadrukt Albert Bartelds, de streektaalconsulent van de Overijsselacademie.

Gerhard Nijland

Al met al weer een gevarieerd nummer. Veel leesplezier, völle wille! Foto cover: Gerhard Nijland.

Overijssel
Jaargang 14 • Nummer 2 • april 2023
gemaakt door
De zoektocht naar ‘Een taal die niet verandert, sterft uit’ • Redde Zwolle de Republiek? • Een Mauser gebruikt bij de grootste bankoverval allertijden OVERIJSSEL TOEN EN NU Historisch tijdschrift JAARGANG 14 NUMMER • APRIL 2023

‘Een

die niet verandert, sterft uit’ Over de populaire podcastserie De Nedersaksen

GESCHIEDENIS VAN DE TAAL IN OVERIJSSEL
Een belgicisme in Overijssel
bij de grootste bankoverval allertijden OVERIJSSEL IN BOEKEN
Boekenrubriek inhoud
15
TOPSTUKKEN 16 Een Mauser gebruikt
18
11 8 4 APRIL 2023 3
De zoektocht naar Gerhard Nijland taal Redde Zwolle de Republiek?

De zoektocht naar Gerhard Nijland

Op 15 november 1944 wordt de Nederlandsche Bank in Almelo door plaatselijke verzetsmannen overvallen. De buit bedraagt ruim 46 miljoen gulden, die wordt verborgen in de hooiberg van de familie Nijland in Daarlerveen. Door noodlottige omstandigheden worden alle overvallers opgepakt. Ook Gerhard Nijland is de klos.

DOOR FRANK KRAKE 4

Gerhard zat samen met de zes andere opgepakte ‘bankovervallers’ in een van de ijskoude cellen op De Kruisberg, een gevangeniscomplex van de Sicherheitsdienst in Doetinchem waar verzetsmensen en de zwaardere gevallen waren opgesloten. Gerhard had de buit van de overval van 46 miljoen verstopt in hun hooiberg. Geld dat hard nodig was voor de financiering van de onderduik van duizenden spoorwegmedewerkers en hun families. Op 1 februari 1945 ging hij na twee maanden gevangenschap samen met ruim negentig medegevangenen op transport naar een voor hem onbekende bestemming. In concentratiekamp Neuengamme, onder de rook van Hamburg stapte hij na een lange treinreis van meerdere dagen zonder eten of drinken weer uit.

En daar hield het spoor op …

De familie heeft jarenlang gezocht, advertenties geplaatst, teruggekeerde gevangenen aangeschreven en er alles aan gedaan om te achterhalen waar Gerhard was gebleven. Tevergeefs. Eén uit Neuengamme teruggekeerde man kon vertellen dat hij Gerhard op 15 februari daar nog had gezien. Over wat er daarna was gebeurd bleek niets te vinden en de familie bleef met een kruiwagen aan vraagtekens achter.

Voor vader Nijland was deze last te zwaar, het gemis van zijn jongste zoon, de gedoodverfde opvolger van de boerderij, was voor hem zo intens dat hij de beproevingen van het leven niet langer aan kon en er in februari 1948 uit stapte. Zo maakte de oorlog jaren na de capitulatie van Duitsland opnieuw een slachtoffer en bleef een heel gezin in shock en vol levenslange trauma’s achter.

APRIL 2023 5
De hooischuur van boer Nijland uit Daarlerveen waar 46 miljoen gulden verstopt was.

75 jaar na dato zit ik met de dochter van de zus van Gerhard aan tafel, een kop dampende koffie voor ons. De verdwijning van haar oom blijkt binnen de familie nog altijd een meestal onbesproken maar toch nog altijd pijnlijk thema te zijn. Het gemis is er nog steeds, alhoewel de scherpe randen zijn afgevlakt. Ik krijg wat foto’s en een krantenknipsel mee en ben vastbesloten alles boven water te halen over Gerhard. De foto waarop hij samen met zijn verloofde blijmoedig in de lens van de fotograaf kijkt, laat mij niet los. Hij is genomen op de ochtend van zijn arrestatie. De volgende dag zou hij zich verloven met Fine Zomer, maar in plaats daarvan werd Gerhard bruut in een overvalwagen geduwd. Zelf heeft hij zijn verlovingsfoto daarom nooit kunnen zien. Een lange zoektocht zou volgen.

Drie jaar later zit het nichtje van Gerhard met haar man op mijn schrijfkantoor, ook nu dampt de koffie. Ik heb haar uitgenodigd om te vertellen over mijn onderzoek en speurwerk. Ik haal diep adem en begin te vertellen.

‘Gerhard was met de zes andere overvallers aangekomen in concentratiekamp Neuengamme. De commandant van de knokploeg, Derk Smoes, bleef achter in dat kamp en is er volgens diverse verklaringen daar ook gestorven. Vijf mannen zijn afgevoerd naar Wöbbelin, een concentratiekamp verder in het oosten van Duitsland, tussen Hamburg en Berlijn. Gerhard was de jongste van het stel, een potige boerenzoon, die kon door de ogen van de toenmalige vijand nog hard werken. Ik heb allerlei transportlijsten gevonden van gevangenen die zijn afgevoerd naar een klein kamp in de buurt van Hannover, Ahlem. Op een van die lijsten vond ik de naam van Gerhard. Hij heeft er echt loodzwaar werk moeten doen, dag en nacht in de donkere asfaltgroeves moeten bikken voor Continental Gummiwerke AG, een bedrijf dat we nu nog altijd kennen van zijn autobanden. Zij schakelden de SS in voor de levering van productiemedewerkers. Dat dit onder mensonterende omstandigheden gebeurde en dat de gevangenen zich letterlijk doodwerkten, maakte ze niets uit. Een drietal prints van microfiches van het Rode Kruis uit 1945 bevestigen de aanwezigheid van Gerhard in dat kamp. Mannen die zijn teruggekeerd vertellen over een boerenzoon uit de buurt van Enschede, een zekere Nijland. Op de derde print staat vermeld dat hij gestorven zou zijn in het ziekenhuis Heidehaus in Hannover, vijf da-

gen na de bevrijding. Deze microfiches zijn nooit gepubliceerd en ik heb ze na jaren research via een bevriende onderzoeker kunnen achterhalen.’ Dan vertel ik over mijn recherchewerk naar de begraafplaats van Gerhard. ‘Nadat ik wist dat hij in het Heidehaus zijn laatste adem had uitgeblazen, zette

ik mijn zoektocht voort in de archieven van de stad Hannover. Bij een bezoek aan het herinneringscentrum daar mocht ik foto’s maken van het dodenboek, een register met alle omgekomen patiënten in de periode kort na de oorlog. Parallel daaraan zette ik allerlei lijntjes uit naar de Oorlogsgravenstichting, de gemeente Hellendoorn, het Nationaal Archief waar het Rode Kruis archief ook is ondergebracht en het stadsarchief van Hannover. Het document dat ik voor me had liggen van de Oorlogsgravenstichting bleek de sleutel naar de oplossing te bevatten.’ Twee paar grote ogen staarden mij aan, met vraagtekens die spiegelden in de pupillen.

‘Kijk, hier staat het. Hendrik Neuland, bauer. Met een grote streep er door heen. Met pen staat er NIJLAND bijgeschreven. En in de hoek van het formulier staat getypt: ’De naam Neuland komt niet in het bevolkingsregister of archief voor’. Zijn naam is verwisseld! Kamp Ahlem, en daarmee Gerhard, is op 10 april bevrijd door de Amerikanen. Hij moet toen al zo ziek en verzwakt zijn geweest dat hij is afgevoerd naar het ziekenhuis van Hannover, dat was een voormalig sanatorium genaamd Heidehaus. Daar heeft hij bij binnenkomst zijn naam moeten zeggen. De buitenlandse verpleger of verpleegster heeft fonetisch die naam genoteerd

6 DE ZOEKTOCHT NAAR GERHARD NIJLAND
De Sterbeurkunde van Gerhard Nijland, zijn naam verbasterd tot Hendrik Neuland. Vermelding van Hendrik Neuland op een metalen zuil bij de Gedenkstätte in Hannover.

die Gerhard waarschijnlijk alleen nog kon fluisteren. Daar moet het zijn fout gegaan. Voor een buitenlander klinkt Neuland of Nijland bijna hetzelfde. Een paar dagen later al is Gerhard gestorven, op 15 april 1945, in vrijheid.

Toen ik dit eenmaal wist heb ik mijn zoektocht voortgezet. Ook in het dodenboek van het ziekenhuis vond ik de naam Hendrik Neuland terug, en in allerlei aktes in het stadsarchief van Hannover. Hier heb ik zijn officiële Sterbeurkunde, opnieuw Hendrik Neuland.

Ook heb ik de Gedenkstätte bezocht, het herinneringscentrum. Daar staan een tweetal metalen zuilen met de namen van alle omgekomen concentratiekampgevangenen. En opnieuw … Hendrik Neuland. Tenslotte ben ik op aanwijzing van de Oorlogsgravenstichting op de stadsbegraafplaats Seelhorst geweest. Daar ligt een Nederlands ereveld, met ontelbaar veel graven. En nu komt het, op een grote marmeren gedenkzuil staat de naam Gerhard Nijland wel correct vermeld. Je kunt daar dus zijn graf bezoeken en Gerhard zijn laatste eer bewijzen. Ik ben er recent zelf geweest, ontzettend indrukwekkend.’

Gerhards nicht en haar man zijn stil, hun ogen vol ongeloof. Na meer dan 75 jaar vraagtekens en ongewis moeten ze dit nieuws eerst verwerken. Na een nieuw kop koffie vertel ik verder.

‘Maar dat is nog niet alles. Via een hele andere speurtocht, naar de namen van celgenoten op De Kruisberg van deze verzetshelden kwam ik iets heel bijzonders op het spoor. Er bleek daar iemand in dezelfde cel als Gerhard te hebben gezeten, die ook in diezelfde trein naar Neuengamme is vervoerd en uiteindelijk ternauwernood de oorlog heeft overleefd. Dokter Pieron heet hij, huisarts in Dedemsvaart. Dat is degene die verklaard heeft dat hij Gerhard nog op 15 februari 1945 in Neuengamme heeft gezien. Pieron was destijds al van middelbare leeftijd en is inmiddels al lang overleden, maar ik heb zijn zoon getraceerd.

Die stuurde mij een blad met drie foto’s van mensen die hij zelf niet kende en schreef er bij dat hij het van zijn vader had gekregen. Het zijn de mannen waar hij naar was vernoemd en zijn vader had hem verteld dat die mannen een onuitwisbare indruk op hem hadden gemaakt. Geen van hen had de oorlog overleefd en uit respect en eerbetoon heeft hij zijn zoon, die in 1947 is geboren, naar deze moedige man-

nen vernoemd. Ook het geboortekaartje zat erbij.

Deze zoon heet voluit Johan Willen Adriaan Gerhard Pieron. En op een van de foto’s prijkte het gezicht van Gerhard. Het bleek de verlovingsfoto te zijn van hem en zijn Fine. De naam van Gerhard leeft dus nog altijd voort …’.

Nu moest ik zelf ook slikken.

De verzetsman en de voetbalheld

Meer over Gerhard Nijland is te lezen in het onlangs verschenen boek De verzetsman en de voetbalheld, een waargebeurd oorlogsverhaal, geschreven door Frank Krake.

APRIL 2023 7
Op een grote marmeren gedenkzuil in Seelhorst staat Gerhard Nijland correct vermeld.
75 jaar na dato zit ik met de dochter van de zus van Gerhard aan tafel, een kop dampende koffie voor ons. De verdwijning van haar oom blijkt binnen de familie nog altijd een meestal onbesproken maar toch nog altijd pijnlijk thema te zijn.
In Daarlerveen wordt Gerhard Nijland geëerd met zijn eigen straat. Uitgeverij Achtbaan, 96 blz., € 14,99.

‘Een taal die niet verandert, sterft uit’

Over de populaire podcastserie De Nedersaksen

‘Of we de Nedersaks al gevonden hebben?’, lacht Hendrik Jan Bökkers, ‘daar moet ik wel even over nadenken.’ Albert Bartelds vult aan: ‘Henk Scholte uit Groningen is misschien wel een goede kandidaat. Een wandelende encyclopedie, dichter, schrijver, maker van het radioprogramma Twij deuntjes veur ain cent. Al voelt hij zich meer een Groninger dan een Nedersaks.’

Ik zit aan tafel in de gezellige kamer van Albert Bartelds, medewerker van de IJsselacademie en muzikant bij Harvest en de Verveners. We drinken koffie met koek, die Albert kreeg van Hendrik Jan Bökkers. Hij praat mee via een inbelverbinding op het schermpje van Alberts smartphone. Bökkers is de frontman van de gelijknami-

ge Sallandstalige rockband en hij maakt in 2021 furore in het veel bekeken programma de Beste zangers. Samen produceren ze sinds september 2021 de podcastserie De Nedersaksen [https://open.spotify.com/ episode/3QeW0SgM4klq7XanCzldp5]

In de trailer vertelt Hendrik Jan over de te ondernemen zoektocht: ‘We gaan nadenken en praten en bekijken: wat is

nu een Nedersaks, is daar eigenlijk wel sprake van, wat is de taal, de cultuur, de muziek, de instelling, de kijk op het leven van de Nedersaks.’ In de meer dan twintig afleveringen passeert een bonte stoet aan muzikanten, theatermakers, politici, schrijvers, dichters, cabaretiers, ondernemers, historici, organisatoren, radiopresentatoren en kunstenaars.

DOOR DINAND WEBBINK 8
Henrik Jan Bökkers en Albert Bartelds presenteren De Nedersaksen. Foto: © De Nedersaksen.

Saksivist

Onder hen de veelzijdige theatermaker Laurens ten Den en de Rijssense ‘Saksivist’ Martin ter Denge. Laurens vertelt over zijn samenwerking met Willem Wilmink en wat hij van hem geleerd heeft: ‘Willem Wilmink is genoeg geëerd, ook bij zijn leven, maar eigenlijk niet om zijn vertalingen. Een gedicht van Yates kon hij zo vertalen dat het in bedoeling en metrum hetzelfde blijft, maar dat het niet kapot gemaakt wordt door de Nederlandse taal. Hij keek naar waar het over ging en wat de man bedoelde, en dan kwam zo’n gedicht van Yates in de Javastraat terecht, of bij zijn tante Hannie. De methodeWilmink heb ik kunnen toepassen toen ik met Shakespeares Romeo en Julia bezig was.’

Ook Martin ter Denge buigt zich over het vraagstuk van de Nedersaks: ‘Wij kijken net iets anders naar de dingen als in andere delen van Nederland. In Twente is de hang naar harmonie heel kenmerkend, we zeggen niet zo gauw dat we het ergens niet mee eens zijn, we brengen het altijd met een omweg. Mijn favoriete voorbeeld is een vrouw die in een winkel een jurk aan het passen was. Het paste net niet, het zag er niet uit. Dat zeg ik nu hardop, maar die winkelbediende bracht het anders: “Dat andere stond je misschien wel net zo mooi.”’

Populair bij jongeren

‘We krijgen enorm veel reacties op onze podcasts’, glundert Albert met gepaste trots. Hendrik Jan doet er nog een schepje bovenop: ‘We staan in de Spotify top 200 van best beluisterde podcasts in Nederland’. Ze krijgen heel veel tips, dus ze kunnen nog wel even vooruit. Jonge mensen zijn zeer geïnteresseerd en het valt op hoe veel belangstelling ze hebben voor de meer wetenschappelijke kant van de geschiedenis van de taal. ‘Honderd jaar geleden werd al gezegd dat het dialect zou uitsterven, maar de streektaal leeft bij jonge mensen. Onlangs waren er jongelui aan het werk bij ons aan het huis.

Ze spraken allemaal dialect. Ze leren het niet meer van hun ouders, maar pikken het op straat op en nemen het van elkaar over. Het klinkt misschien niet zo als wij het van kinds af aan geleerd hebben, maar taal verandert. Een taal die niet verandert, sterft uit.’

Veel muziek

Gezien de muzikale achtergrond van beide heren ligt het voor de hand dat er regelmatig bandleden en liedjeszangers langs komen, zoals Esther Groenenberg. Zij werkt onder meer samen met Bertolf en Daniel Lohues, en schreef muziek voor het succesvolle theaterspektakel

APRIL 2023 9
Theatermaker Laurens ten Den. Foto: © De Nedersaksen. ‘Saksivist’ Martin ter Denge. Foto: © De Nedersaksen. Esther Groenenberg. Foto: Nienke de Groot.
‘We gaan nadenken en praten en bekijken: wat is nu een Nedersaks, is daar eigenlijk wel sprake van, wat is de taal, de cultuur, de muziek, de instelling, de kijk op het leven van de Nedersaks.’

Hanna van Hendrik. In het Nedersaksisch

heeft ze nooit gezongen. ‘Maar je zingt wel in het Engels’, zo daagt Albert haar uit, ‘waarom dan niet in het dialect?’ Ze pakt de handschoen op en brengt het schitterend liedje Angst is mar veur eben, spiet is veur altied van Daniel Lohues.

De Nedersaksen is een coproductie van het kenniscentrum voor streektaal en streekcultuur Overijsselacademie en poppodium Hedon. Voor het kenniscentrum is het vertrouwd terrein, dat geldt niet voor het poppodium. Albert: ‘Het is heel bijzonder dat een organisatie die met popcultuur geassocieerd wordt, zich verbindt met dit project. Dat is goed voor het imago van de streektaal en -cultuur. Je wordt serieus genomen.’

Bestaat de Nedersaks?

Maar wat is nou die Nedersaks, wat zijn de kenmerken, hoe onderscheidt zij of hij zich? Het blijft een lastige kwestie. Natuurlijk is er de taal, Nedersaksisch

De Nedersaksen on tour

2023 staat in het teken van de Hanze. Reden voor De Nedersaksen om samen met taalkundige Harrie Scholtmeijer het theater in te gaan, muzikaal ondersteund door de broers ROO. In verschillende Hanzesteden in het oosten van het land wordt het verhaal verteld over de taal en cultuur van de Nedersaksen met in elk stad een plaatselijke gast. De première was op 4 april j.l. in Odeon te Zwolle en de tour eindigt bij Mimik in Deventer. Zie voor het hele programma www.denedersaksen.nl

wordt gesproken van Groningen tot Gelderland, van Urk tot Enschede, en natuurlijk ook over de grens. Hendrik Jan doet een poging: ‘Het is ook wel een kwestie van platteland versus stad, iets ruraals. Een Nedersaks is wat minder outgoing, eerder bescheiden, autonoom en houdt van tradities op een goede manier.’

Op de vraag welke aflevering hun het meest aan het hart ligt, is nauwelijks een antwoord mogelijk. ‘Er zijn zoveel verschillende identiteiten, iedereen is zo gepassioneerd. En dan het verschil in taal qua klanken. Prachtig Gronings en Drents, al die variaties in dialecten per plaats. Albert besluit: ‘Elke aflevering voelt als een soort kindje.’

‘EEN TAAL DIE NIET VERANDERT, STERFT UIT’
10
‘Het is heel bijzonder dat een organisatie die met popcultuur geassocieerd wordt, zich verbindt met dit project. Dat is goed voor het imago van de streektaal en -cultuur. Je wordt serieus genomen.’
Foto: Erik Delobel.

Redde Zwolle de Republiek?

In diverse publicaties wordt kort aandacht gegeven aan de Slag bij de Berkumerbrug op 2 augustus 1606. Gerard van Warmelo sloeg een Spaanse aanval af. En dat is het dan zo ongeveer. Deze veldslag, die overigens niet bij de Berkumer brug plaatsvond, is ten onrechte een ‘vergeten slag’ geworden. Het gevecht was van belang voor de hele Republiek. Dit artikel is een poging tot een reconstructie van deze strijd op het grondgebied van Zwolle en een aanzet tot herwaardering van Gerard van Warmelo, drost van Salland.

Problemen voor de Republiek

De historicus Fruin duidt de succesvolle acties van Maurits kort en pakkend aan met de term Tien Jaren (1590-1600). Maurits slaagt erin oostelijk Nederland af te sluiten door een reeks vestingsteden veilig te stellen.

Met de komst van de Italiaan Ambrogio Spinola (1569-1630) krijgt het Spaanse bewind in de Zuidelijke Nederlanden een boost. Spinola neemt manschappen en geld uit eigen middelen mee, en slaagt er in 1604 in de vesting Oostende te veroveren. Maurits heeft daarna de handen vol aan het zeker stellen van Zeeuws Vlaanderen. En Spinola glipt er met de helft van zijn soldaten tussenuit, trekt razendsnel op naar Duitsland en valt Oost-Nederland binnen.

Maurits’ vrees

‘... dat de Marquis SPINOLA … tot omtrent 5000 man tot Almelo had doen vergaderen en dezelven doen voorzien met een groot getal zoo Almelosche als andere schuiten en nog drie halve kartouwen in ponten geladen van meening wezende daarmede en de Vecht af te komen en het Mastenbroek te overvallen.’

Met deze brief van 29 juli 1606 van Maurits aan de Staten zitten we meteen in het brandpunt van dit onderzoek. Maurits roept de Staten op om ‘Hoognodelijk Grol, Breedevoort promptelijk te repareren wegens verval en de plaatsen in behoorlijke defensie te brengen.’ (Brief 25 mei 1605). Maurits neemt verdere maatregelen:

DOOR JAN VAN DER STEEG → APRIL 2023 11

‘en hebben de Drossaard van Salland belast, als de vijand over de Rijn wil trekken deze [compagnieën cavalerie, JvdS] doen vergaderen en hem daarmee te laten vinden op alzulke plaatsen als ’t hem bij U.Ed. bevolen zal worden. (Brief Maurits aan de Staten 27 mei 1605).

Met de Drossaard van Salland wordt Gerard van Warmelo bedoeld, die Zwolle als standplaats heeft.

Gerard van Warmelo (1535 –1610)

In 1584 wordt Gerard van Warmelo door prins Willem van Oranje benoemd tot drost van Salland. Hij is een aantal jaren afgevaardigde voor Overijssel geweest bij de Staten Generaal. Van Warmelo heeft in 1597 Ootmarsum veroverd en kwam in 1595 met Willem Lodewijk van Naussau, in de problemen gekomen bij Wesel: ‘is

12 REDDE ZWOLLE DE REPUBLIEK?
Het leger van Spinola was modern uitgerust, met pontons en kant-en-klare bruggen, en deze mobiele keukenwagens.
‘... dat de Marquis SPINOLA … tot omtrent 5000 man tot Almelo had doen vergaderen en dezelven doen voorzien met een groot getal zoo Almelosche als andere schuiten en nog drie halve kartouwen in ponten geladen van meening wezende daarmede en de Vecht af te komen en het Mastenbroek te overvallen.’

met sijn Peerdt van den hoogen oever in de Lippe ghespronghen by hem hebbende den Drost van Sallant.’

Maurits schrijft aan de Staten op 20 mei 1605: ‘De drossaard van Salland is naar boven vertrokken met vier compagnieën ruiters, nog zes zullen hem volgen.’ Uit de correspondentie van Maurits met de Staten blijkt dat Van Warmelo Spinola volgt tot Keulen, en steeds rapportage doet van diens bewegingen.

Twente en de Achterhoek

Maurits treft een regio aan die in chaos verkeert. De verdedigingslinie is stukgeslagen. Oldenzaal viel op 6 augustus 1605, Lingen op 18 augustus. Bredevoort, Lochem, Goor vielen alle in handen van Spinola. Ook kleinere plaatsen als Enschede, Delden en Goor werden bezet. Dit bracht veel ellende mee voor boeren en burgers. Spinola betrok de burcht in Goor, waar hij min of meer vast zat.

Het weer in 1606

‘… daer is in de Somermaenden sulck eenen gheduyrighen reghen dach by dach ghevallen dat over al de weghen en passagien diep onder ‘twater stonden soo dat men over al de hooghe weghen soecken moest.’

De riviertjes in de Achterhoek en Twente waren forse stromen geworden en de IJssel, die normaal bijna droog stond in de zomer was een brede snelstromende rivier geworden. Spinola ontwikkelt een plan om de impasse te doorbreken. Almelose schuiten worden bemand met honderden elitesoldaten, kanonnen en materiaal voor een schipbrug. De bedoeling is het fort Kijk-in-de-Vecht ten noorden van de stad Zwolle te overmeesteren en de stad te veroveren. De Veluwe zou zo binnen bereik komen. Over land volgen vijfduizend man met zwaarder materiaal. De graaf van Solre krijgt het bevel. Spinola laat voor de schijn peilingen verrichten aan

de oever van de IJssel, ter afleiding van Maurits.

Maurits’ verdediging

Maurits voert, aanvankelijk tegen de zin van de Staten, een defensieve oorlog. Hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Maar uiteindelijk sluiten zich de rijen: ‘De Ed. Hooch-Mog. Heeren Staten der Geunieerder Provincien met sijn Princelijcke …, resolveerden dat sy dit jaer alleen defensive oorloghe voeren wouden, hare Steden en vasticheden op de Frontieren wel besettende.’

De prins besteedt veel krijgsvolk aan de beveiliging van de Waal, Rijn en IJssel. Om de twee kilometer worden schansen opgeworpen langs de hele IJssel, en er varen een tiental oorlogsschepen continu op en neer. Maurits geeft Van Warmelo opdracht om met zijn troepen naar Zwolle te gaan. Want hoe zit dat met al die schuiten (een soort Reggezompen) uit Almelo?

13 APRIL 2023
Portret van Ambrogio Spinola door Michiel Jansz. van Mierevelt (1609). Rijksmuseum Amsterdam. Maurits, prins van Oranje, door Michiel Jansz. van Mierevelt (ca. 1613-ca. 1620). Rijksmuseum Amsterdam.

Conclusies

Redde Zwolle de Republiek? Denkelijk wel. Wanneer Spinola in zijn opzet geslaagd was, zou dat een ramp zijn geweest.

Gerard Van Warmelo is een belangrijk bevelhebber geweest in dienst van Maurits en de Republiek.

De benaming Slag bij de Berkumerbrug moet verdwijnen. Beter is bijvoorbeeld: De Zwolse veldslag

Bronnen

• W. Baudartius, Afbeeldinge ende beschryvinghe van alle de veldslagen, belegeringen ende and’re notabele geschiedenissen ghevallen in de Nederlanden Geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien: onder het beleydt van den Prince van Oraengien, ende Prince Maurits de Nassau. 1616.

• J. Bosscha, Neêrlands heldendaden te land, van de vroegste tijden af tot in onze dagen. Vol. 1. Leeuwarden, Suringar, 1834. P. Giustiniani, Delle guerre di Fiandra. Lib. VI. 1609.

• J. Israël, De Republiek 1477-1806. Franeker 2020

• C.M. van der Kemp, Maurits van Nassau, prins van Oranje: in zyn leven, waardigheden Rotterdam, 1843.

• E. van Meteren, Historie van de oorlogen en geschiedenissen der Nederlanderen, en der zelver naburen: beginnende met den jare 1315, en eindigende met den jare 1611. Vol. 9. Gorinchem etc., N. Goetzee, 1761.

Ondertussen is het overal in de Republiek wel doorgedrongen dat de situatie kritiek is: ‘De hele Republiek was nu in rep en roer … Haastig werden troepen naar de IJssel verplaatst vanuit verafgelegen garnizoenen met delen uit de schutterijen: vanuit Amsterdam kwamen 200 man naar Zwolle, 200 Utrechtenaren gingen naar Deventer …’.

De amfibische aanval

Op 1 augustus hebben de troepen van Spinola over land Dalfsen bereikt. Zij zetten daar een legerkamp op. In de vroegte van 2 augustus gaan de schuiten op weg naar Kijk-in-de-Vecht. De landtroepen gaan over de smalle dijk langs de noordelijke oever van de Vecht. Echte actie kan die lange rij met allerlei materiaal nog niet ondernemen.

Van Warmelo in actie.

Iemand kwam Van Warmelo waarschuwen. Wie, dat is niet bekend. Maar het is wel duidelijk dat de vijand bijna op de stoep staat! Van Warmelo heeft zijn vendels waarschijnlijk met twee oorlogsbodems en andere schuiten overgebracht naar een terrein aan de noordkant van de Vecht. Kijk-in-de-Vecht wordt versterkt met Zwolse schutters. De ruiterij gaat

zich waarschijnlijk via het Hasseltse veer bij de vendels aansluiten. Waarschijnlijk vindt dit allemaal plaats in de avond van 1 augustus.

Ze liggen die nacht in een hinderlaag.

Zij waren er eerder dan wij

Een plotselinge kanonnade vanaf het fort en de twee oorlogsschepen dwingen de Spanjaarden aan land te gaan. Precies op het gedeelte waar Van Warmelo in hinderlaag ligt. Uiteindelijk hebben de Spanjaarden zich in grote haast teruggetrokken ‘vresende dat hunne Vijand sterker mogt werden.’ En ‘wederzijds is door grote hardnekkigheid veel volks verloren.’ De Italiaanse kolonel Giustiniani schrijft zijn memoires vanuit Spaans perspectief.

Hij merkt op: ‘Zij waren er eerder dan wij’ en vervolgt: ‘Drie stukken geschut en twee oorlogsbodems en veel volk stonden ons op te wachten. En onze kanonnen die moesten optreden tegen de oorlogsbodems ... die hadden vanuit Lingen en Oldenzaal per ongeluk de verkeerde maat kogels meegekregen. Het was noodzakelijk om terug te keren …’.

Het kanonskogelverhaal weten we dus van de vijand zelf ... Met wel werkende kanonnen had het er slechter uitgezien.

Redde Zwolle de Republiek?

Wie meer wil weten over de slag bij Zwolle kan terecht bij het boek van Jan van der Steeg, getiteld Zwolle redt de republiek; het verhaal van de “vergeten” slag aan de monding van de Vecht in augustus 1606.

112 p. ISBN 9789403670614 € 16,95. Verkrijgbaar in de boekhandel of online te bestellen.

De polder Mastenbroek met rechtsboven tegenover de monding van de Vecht het fort Kijk-in-de-Vecht.
14 REDDE ZWOLLE DE REPUBLIEK?
Kaart waarop het terrein van de veldslag te zien is.

Geschiedenis van de taal in Overijssel

DOOR: HARRIE SCHOLTMEIJER

Een belgicisme in Overijssel

In 1874 publiceerde Pieter Heering, die van 1862 tot 1868 predikant in Steenwijkerwold was geweest, het verhaal Dagenvanspanning. Dat verhaal werd in 1883 opgenomen in de bundel Overijsselsche Vertellingen, die onlangs (2019) heruitgegeven is. Het onderwerp van het verhaal is zijn beroeping, inclusief de proefpreek, in de gemeente.

Er waren in totaal twaalf kandidaten, en een van de gemeenteleden blikt op de dag terug: ‘Toen die twaelf begosten te preken, toe docht mij zo, en ‘k ebbe ’t ook ezegd, ik zegge: Jongens, onze volk, let op: nu zal er iene bij wezen, die al de aeren de boas is.’ Dat woord begosten, met als betekenis ‘begonnen’, is merkwaardig. Spa noteert in zijn grammatica van het Steenwijkerwolds (2004) niet dat woord, maar het woord begunnen als verledentijd van beginnen. Ook andere grammaticale beschrijvingen van Noordwest-Overijsselse dialecten kennen het niet. Van der Haar, die een studie wijdde aan het Genemuidens van het begin van de 20ste eeuw, noteert voor zijn dialect

begón(n). Maar relatief kort daarvoor, in 1882, schreef Hendrikus van Dalfsen, geboren en grtogen in Genemuiden, in zijn dialectverhaal Kraggenburg: ‘de toestand begos ’n bietien gunstiger te wörren’. Waar heeft hij dat begos vandaan? Niet uit Genemuiden zelf, want de kans dat dat dialect in nog geen twintig jaar overstapte van begost naar begon is klein. Overigens woonde Van Dalen in die tijd al niet meer in Genemuiden, en het kan zijn dat hij zich door andere bronnen liet inspireren. Misschien had hij het overgenomen van Heering, maar dan moet hij wel lezer van De Gids zijn geweest, waarin Dagen van spanning voor het eerst verscheen; de bundeling Overijsselsche Vertellingen kwam immers na de publicatie van het

verhaal Kraggenburg. Maar zelfs als er van overname sprake is, hebben we nog niet het antwoord op een andere vraag, die automatisch opkomt: waar had Heering zijn begosten vandaan? Een dialectenquête die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gehouden laat zien waar het voltooid deelwoord begosten, met -st- voorkomt (de verledentijdsvorm is niet afgevraagd, maar waarschijnlijk heeft de stam daarvan dezelfde eindmedeklinkers). Een kaartje op basis van dat materiaal is hier afgedrukt. De vorm begosten is een zuidelijk verschijnsel: Oost-Vlaanderen, Brabant en Limburg, sporadisch in West-Vlaanderen en de provincie Antwerpen. Tientallen, zo niet honderden kilometers van Steenwijkerwold verwijderd. Hoe kwam die vorm met -st dan in het verhaal van Heering terecht? Heering en ook Van Dalen waren met hun dialectschrijverij in Nederland pioniers. In die tijd, de negentiende eeuw, werd er bij ons nauwelijks in het dialect geschreven. Maar wel in Vlaanderen. Gezelle en Conscience schreven dan wel geen dialect, maar ze schrokken er ook niet voor terug om een woord uit de volkstaal in hun geschreven werk op te nemen. Heering, die in zijn verhalen schreef in het verre Nederlandse-Indië, zonder de mogelijkheid om zijn dialect in Steenwijkerwold te verifiëren, zal in die Vlaamse auteurs een voorbeeld hebben gezien – en ze in een enkel woord iets te letterlijk hebben overgenomen.

Literatuur

• Heering, P. (20195) Overijsselse Vertellingen. Ingeleid en hertaald door Dr. H. Scholtmeijer. Tuk: Sens Uitgevers (oorspronkelijk Overijsselsche Vertellingen, 1883).

• Spa, J. (2004), De dialecten van Kallenkote, Steenwijk en Steenwijkerwold. Klank- en vormleer. Kampen: IJsselacademie.

• Dalen, H. W. van (1882) Kraggenburg. In: Joh. A. Leopold en L. Leopold, Van de Schelde tot de Weichsel. Nederduitsche gedichten in dicht en ondicht, deel 1. Groningen: Wolters, p. 572-580.

• Haar, D. van der (1967), Gællemuun en ‘et Gællemunegers. Nijmegen: Thoben.

15 APRIL 2023

Een Mauser

gebruikt bij de grootste bankoverval allertijden

Het is woensdag 15 november 1944, iets na halfzes. Een koude, bewolkte herfstdag. In Almelo dringen vijf met pistolen en handgraten bewapende mannen de Nederlandsche Bank binnen. Bankdirecteur Smits, een NSB-er, wordt gedwongen de kluis te openen. Dertien kisten worden naar buiten gedragen gevuld met ruim 46 miljoen gulden, omgerekend naar nu bijna 300 miljoen Euro. Het is de grootste bankoverval aller tijden, er wordt meer

DGerard Frielink in Harbrinkhoek. Derk Smoes is de leider van de plaatselijke Knokploeg. Hij bedenkt het plan om de bank te beroven. Geld is hard nodig om de vele onderduikers ten gevolge van de in september begonnen Spoorwegstaking te ondersteunen. Smoes is een ondergedoken oud-medewerker van de bank, hij weet van de hoed en de rand. Ook weet hij dat er in opdracht van Reichskommissar Seyss-Inquart een enorm bedrag vanuit Arnhem naar Almelo is gebracht met als eindbestemming

Duitsland. Daar wil Derk een stokje voor steken en samen met andere leden van de Almelose KP wordt de bankroof tot in alle details uitgewerkt.

Miljoenen in een hooiberg

De overval slaagt zonder dat er een schot is gelost. Wanneer op het laatst een van de overvallers de telefoondraad doorknipt om te voorkomen dat de politie gebeld wordt, gaat het alarm af. Met het geluid van de snerpende bel in hun oren snellen de heldhaftige verzetsmannen met hun vluchtauto de stad uit. In Daarle wordt de buit verborgen in de schaapskooi van boer Kerkdijk. Om veiligheidsreden worden

16 DOOR DINAND WEBBINK
TOPSTUKKEN
De Nederlandsche bank in Almelo, inmiddels afgebroken.
Geld is hard nodig om de vele onderduikers ten gevolge van de in september begonnen Spoorwegstaking te ondersteunen.

later de miljoenen met paard en wagen overgebracht naar de boerderij van de familie Nijland in Daarlerveen, waar het geld in de hooiberg verdwijnt.

Maar het loopt helemaal verkeerd als er bij een straatcontrole blanco persoonsbewijzen worden gevonden op de Zwolse verzetsman Berend Bruijnes. Via hem komt de Sicherheitsdienst bij Gerard Frielink en zijn broer Herman terecht. Ook

zij slaan door waarna de hele groep wordt opgepakt, ook Gerard Nijland. Hoe het hem verging, is elders in dit nummer te lezen. De buit is weer in Duitse handen.

6,5 mm Mauser

In het Memory Vrijheidsmuseum in Nijverdal is een hele vitrine ingericht over de bankoverval. Op een plateautje ligt een 6,5 mm Mauser, die door Jo Ribbers gebruikt is om het inwonende gezin van bankmedewerker Hendrik van Schooten onder schot te houden, mede om hen te vrijwaren van verdenking van medewerking. Het pistool is omringd door een pasfoto van Gerard Frielink, een brief vanuit gevangenschap aan zijn vrouw, zijn portefeuille, bril en horloge, alsmede het persoonsbewijs van zijn echtgenote Maria Johanna Timmerhuis. Verder is zijn jas te zien, zijn kampschoenen met houten zolen en het aanplakbiljet waarop te lezen valt dat de bezetter maar liefst een miljoen gulden uitlooft voor de tip die naar de daders leidt.

In De grootste bankoverval aller tijden beschrijft

Frank Krake hoe een groep vastberaden verzetsvrienden een spectaculaire overval pleegt op de Nederlandsche Bank in Almelo. De hele voorgeschiedenis, de overval zelf, het verbergen van de buit en de verdere tragische afloop wordt tot in detail beschreven. Het is een verhaal over ongekende dapperheid, onvoorwaardelijke vriendschap en een ontluikende liefde tegen de achtergrond van een alles verscheurende oorlog.

De grootste bankoverval aller tijden; het waargebeurde verhaal van een groep heldhaftige verzetsvrienden

Auteur: Frank Krake | Uitgever: Uitgeverij Achtbaan | € 24,99

Bron: NIOD
Gerard Frielink (1912-1945).
Om veiligheidsreden worden later de miljoenen met paard en wagen overgebracht naar de boerderij van de familie Nijland in Daarlerveen, waar het geld in de hooiberg verdwijnt.
De mauser omringd met spullen van cafébaas Gerard Frielink.
APRIL 2023 17

Markeboek Tilligte-LattropBreklenkamp

Henk Koop

Hoeveel hout mag iedere boer wegkappen uit de wal, waar precies mag hij zijn varkens naar eikels laten zoeken, de schapen laten grazen of tot welk punt mag er turf gestoken worden om brandstof te hebben onder de kookpot? Voor zover het alledaagse praktische zaken betrof, mochten de bewoners van het Twentse platteland het onderling met elkaar uitvogelen, inclusief het uitvoeren van controles en desnoods het opleggen van sancties bij overtredingen. Deze en nog veel meer onderlinge afspraken werden bijgehouden in zogenoemde markeboeken. Met dank aan keizer Karel de Grote, die al in de negende eeuw de basis had gelegd voor een beperkt zelfbestuur in de uithoeken van zijn immense west-Europese rijk. Een groot aantal van deze markeboeken zijn bewaard gebleven, waaronder die van Tilligte en Lattrop en die van Breklenkamp. Al deze vragen worden beantwoord in deze vuistdikke transcriptie van de markeboeken. Samensteller Henk Koop heeft voor zijn onderzoek ook veel veldwerk gedaan, door oude kaarten te vergelijken met de actuele situatie en door boerenbedrijven te bezoeken. Enkele namen van nog in het gebied wonende families, zoals Varwick, Meinders of Scholtenhave komen al in de markeboeken voor.

Uitgever: Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Lattrop Breklenkamp | 700 pag. | € 42,50

Landgoederen van textiel

Martijn Horst

Bij Landschap Overijssel hebben ze negen ‘Landgoederen van Textiel’ in beheer. Blijdenstein, Ter Kuile, Van Heek en Ledeboer. Zomaar vier namen waarbij menigeen een directe link legt naar de hoogtijdagen van de textielfabricage in Enschede. Maar wat veel mensen niet weten, is dat zij niet alleen textielfabrikanten waren, maar ook wereldburgers. Met een grote voorliefde voor bosbouw, fruitteelt en stamboekvee. Ze waren buitengewoon geïnteresseerd in

innovaties op dat gebied. Het geld dat zij verdienden in de textiel, investeerden ze in het Twentse landschap: enerzijds door historische boerenerven op te kopen en te ontwikkelen, anderzijds door woeste gronden te ontginnen en landgoederen aan te leggen. Vandaag de dag wandelen wij nog altijd in hun voetsporen. ‘Veel bomen zijn aan het einde van hun levensduur en de verandering van het klimaat geeft hen in versneld tempo een laatste zetje. Daar moeten we iets mee’, aldus Horst. Tijd voor herinrichting. Maar hoe? Dit boek geeft daartoe een eerste aanzet.

Uitgever: Landschap Overijssel

190 pag. | € 38,95

Hellendoorn van A tot Z Dinand Webbink

Hellendoorn van A tot Z is een cultuurhistorische ontdekkingsreis. Met kennis van zaken en onderkoelde humor neemt Dinand Webbink de lezer mee naar plaatsen in de gemeente Hellendoorn, die zelfs bewoners van de gemeente zelf nauwelijks kennen of waarvan ze de historische achtergronden niet weten. Scheepswerven langs het kanaal, het diepvrieshuisje in de Geuren, erve Goos, de Isakke, het gat van Cor Bal, de Leemkulen, dit alles en nog veel meer komt aan bod. Stonehenge, Rembrandt en Goethe komen voorbij, maar ook inbrekers als Kale Mannes en Jan de Schaarslijper. En hoe zit het met die badmeester die niet kon zwemmen, wat heeft Michelle Obama met het aloude ‘eierkulen’ te maken en waarom moet je bang zijn voor de Heemennekes? Natuurlijk liet in de gemeente Hellendoorn de Tweede Wereldoorlog zijn sporen na. Startbanen van de V1 zijn opnieuw te bezoeken, maar ook de treurige geschiedenis van het Joodse werkkamp Twilhaar ontbreekt niet.

Dit boek nodigt de lezer uit er op uit te gaan en de onbekende, maar bijzonder interessante plekken van de gemeente te bezoeken. Plekken die je na het lezen van dit boek met heel andere ogen bekijkt.

Uitgever: Uutgeverieje ’n Boaken

ISBN: 9789 0762 7246 7 | 144 pag. | € 14,50

Het papieren verzet

Jenny en Herman Hoolt

Het verhaal van Frits Hoolt en zijn vrouw die door het drukken en uitgeven van illegale kranten en andere illegale geschriften, waaronder ‘de eerste oproep aan de doctoren in Nederland tot het verzet tegen de Duitse maatregelen’ (zgn. Artsenverzet) en ‘geschriften over het verzet der Twentse vakbeweging’. Frits Hoolt begon begin 1941 met het drukken en uitgeven van ‘De Vrije Journalist’. Hij werd gearresteerd en verbleef in het Oranje Hotel en later in een tuchthuis in Duitsland. Veel brieven die hij aan zijn vrouw schreef zijn bewaard gebleven en geven inzicht in die tijd en de impact die het heeft gehad op hun leven.

Uitgever: Proboek

ISBN: 9789 4933 0335 5 | 167 pag.

Tichelwaerk

Jan Poorthuis en Jan Ensing

Het boek beschrijft de geschiedenis van steenfabriek De Werklust in Losser en ook van de ruim twintig andere kleine steenfabriekjes die Losser in het verleden rijk was, kleine veldovens die vaak bij boerderijen op kleileemrijke grond gebouwd werden. Met mooie foto’s van Jan Poorthuis en een duidelijke aanduiding waar de vroegere steenbakkerijen stonden in de gemeente Losser. Er wordt in uitgelegd hoe de ringoven is ontstaan en hoe die werkt. Hoe het vuur hiervoor onderhouden wordt. Een zeer compleet boek dat de historie over deze industrie bloot legt.

Uitgever: Drukkerij Jansen

ISBN: | pag. | € 22v,95

De zielzorgers van Schokland - Uit het leven van de pastoors en predikanten van Ens en Emmeloord.

Bruno Klappe

Veel animo was er doorgaans niet om pas-

18 Overijssel in boeken

toor of predikant te worden op Schokland, het afgelegen eiland in de Zuiderzee dat meer geschikt was voor eenden en ganzen dan voor mensen. Veel geestelijken konden het harde leven op het armzalige eiland niet aan en stelden alles in het werk om overgeplaatst te worden. Mede daardoor kregen de Schokkers te maken met zielzorgers van diverse pluimage. Sommigen maakten zich schuldig aan zedenmisdrijven, hadden geestelijke problemen of raakten aan de drank.

Maar er waren zeker ook geestelijken die veel betekend hebben voor de Schokkers, zoals pastoor Doorenweerd in de jaren 1796-1808. Hij was een zeer wijs man die veel anekdotes en verhalen over de Schokkers op schrift gesteld heeft, waarvan in dit boek dankbaar gebruik is gemaakt. Ook pastoor Ter Schouw, die in 1856 naar Schokland kwam, was erg begaan met de in armoede gedompelde vissersbevolking, en hij zou de aanzet geven tot de ontvolking van Schokland in 1859. Alle geestelijken die op Schokland gewerkt hebben komen in dit boek aan bod, waardoor een indringend beeld ontstaat van het leven op het eenzame eiland in de Zuiderzee.

Uitgever:Eigenboekuitgeven.com

ISBN: 9789 4922 4780 3 | 498 pag. | € 28,50

Wijhe november 1813

H.C. Brandt

Dit boek vertelt het verhaal van een 22-jarige burgemeester die aan het einde van de Franse overheersing de doortrekkende Kozakken opvangt en organiseert dat ze de IJssel kunnen oversteken om Nederland te bevrijden van de Fransen. Honderd jaar later, in 1912, schrijft zijn kleinzoon, H.C. Brandt, een levensecht, spannend en humorvol feuilleton, dat in tien delen wordt gepubliceerd in de zondagbijlage van de Zwolsche Courant. De Historische Vereniging Wijhe heeft het verhaal voorzien van afbeeldingen en uitgegeven als ‘Wijhe november 1813’. In het boek worden veel mensen met naam opgevoerd. Namen die nu, zo’n twee-

honderd jaar later, nog steeds in Wijhe voorkomen.

Uitgever: Historische Vereniging Wijhe

ISBN: | pag. | € 19,95

Bier in Zwolle

Jan ten Hove & Saskia Zwiers

Dit boekje omvat de geschiedenis van het brouwen van bier in Zwolle vanaf de Middeleeuwen tot nu. Bier was vroeger voor iedereen de dagelijkse drank. Het werd vroeger door jong en oud, rijk en arm, man en vrouw de hele dag door gedronken, omdat het veilig te drinken was. Ook kinderen dronken dus bier, een dun bier met slechts een procent alcohol. Met bier brouwen kon ook goed geld verdiend worden. Rond 1673 waren er maar liefst

PODCASTS

Bommen Berend in Overijssel

Bommen Berend: voor de Münsterse bisschop Bernard von Galen was dat zowel zijn scheldnaam als artiestennaam. In het Rampjaar 1672 veroverde hij in een mum van tijd heel Overijssel. Zijn reputatie als krijgsheer bezorgde steden als Deventer, Zwolle en Kampen knikkende knieën. De snelle overgave werd binnen de Republiek altijd gezien als hoogverraad. Maar klopt het wel dat onze provincie zo laf was? En was Bommen Berend wel die oorlogszuchtige bisschop die ons land leegplunderde? Of zat er misschien meer achter?

https://www.bommenberendinoverijssel. nl/podcast/

De Nedersaksen –Hedon Zwolle

Het succesverhaal van De Nedersaksen is begonnen als een tweewekelijkse podcast van, over en met (de) Nedersaksen. Hendrik Jan Bökkers en Albert

meer dan vijftien bierbrouwerijen in Zwolle. Bierbrouwerij De Gouden Kroon in de Voorstraat (nu nr. 34), waar de stichteres van het Vrouwenhuis werd geboren, produceerde het meest. Aleida Greve’s vader Geurt was een van de twee brouwers in Zwolle die ook witbier kon brouwen. Na de dood van ouders en oudste broer zetten de 21-jarige Aleida Greve en haar zusjes de brouwerij voort. De jonge onderneemster leverde ook een speciaal bier aan het stadsbestuur van Zwolle. Een telg uit dit welgestelde geslacht, Aleida Greve (1670-1742) is de stichteres van het Vrouwenhuis, voorheen een hofje en nu een museum.

Uitgever: Stichting het Vrouwenhuis, Zwolle

ISBN: 9789 0903 2847 8 | 88 pag. | € 12,50

Bartelds dompelen je onder in de Nedersaksische cultuur, taal en geschiedenis. Gesprekken met diverse ‘cultuurdragers’ uit de Nedersaksische regio en regelmatig livemuziek in een van de Nedersaksische streektalen.

https://www.hedontalentsupport.nl/pagina/97/nedersaksen

Twente: Jacobus Craandijk

Wandeling door het moderniserende Twenthe van 1870. De fabrieken van Hengelo en Enschede, de mooie landerijen van Kasteel Twickel, het Volkspark in Enschede en een wandeling van Almelo via Borne naar Hengelo worden beschreven. Het verslag eindigt met de verzuchting dat slechts een zeer klein deel van al het fraais dat Twenthe te bieden heeft bezocht is kunnen worden.

https://archive.org/details/twenthe_1211_ librivox

APRIL 2023 19

Verder:

Abe Lenstra, voetbaltrainer in Overijssel

De Oostendorper watermolen bij Haaksbergen

La Fleur van de Caap, een lijfknecht in Windesheim En

In het volgende nummer Jaargang 15, nummer 3, juli 2023
nog veel meer…
ook
OVERIJSSEL TOEN
NU
Kijk
op www.mijnstadmijndorp.nl
EN
OVERIJSSEL TOEN EN NU
De kerk van Windesheim.
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.