BRUSSEL LEEFT 2022 Nr. 2 / BRUXELLES VIT 2022 N° 2 / TAPTOE BRUSSELS

Page 1

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 1


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vzw Hoge Bescherming: Zijne Majesteit de Koning Beschermcomité: Erevoorzitter : Guy VANHENGEL : Eerste Vicevoorzitter Brussels Parlement Vice-erevoorzitter: Carla DEJONGHE : Lid Brussels Parlement Dagelijks bestuur VAN NEROM Edgard, Voorzitter

e-mail: edgard.vannerom@skynet.be

HUYBANDT Marijke, Secretaris

e-mail: marijke_huybandt@hotmail.com

HUYBANDT William, Penningmeester

e-mail: william.huybandt@telenet.be

Raad van bestuur : dagelijks bestuur + onderstaande e-mail: katleen.tilley@telenet.be DE KLIPPEL Roland VAN CAMP Cecile VAN NEYGHEM Lieve

e-mail: cecile.van.camp@skynet.be e-mail: vanneyghemlieve@gmail.com

Algemene vergadering : dagelijks bestuur + raad van bestuur + onderstaande e-mail: michaelhuybandt@hotmail.com HUYBANDT Michaël

CONTACT KMF BHG / FRM RBC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

CONTACT VIA MAIL: muziekfederatie@hotmail.com

KMF BHG / FRM RBC - 2


INHOUD/CONTENU Bestuur KMF BHG // Comité FRM RBC ............................................................................. 02

Inhoud ................................................................................................................................ 03

Agenda & activiteiten verenigingen …………………………..………….......................................... 04

Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bestaat 25 jaar…..09

La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capital, fête ses 25 ans………………..18

Vlaams Studie en documentatiecentrum voor vzw’s…..….…….…..……................................ 26

200 jaar geleden werd de componist César Franck geboren……………………........................ 29

Il y a 200 ans que le compositeur César Franck est né…………. ……………….…………...............38

Muziek voor de Paastijd…………………………………………………………..………………………………….....48

Colofon……………………………………………………………………………………………………………………….….62

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 3


AGENDA 2022 KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELES -CAPITALE

07-8/05/2022

Irisfeesten – Fête de l’Iris Brussel - Bruxelles

11/07/2022

Vlaanderen feest in de stad Brussel Fête de la Communauté Flamande dans la ville de Bruxelles

10/09/2022 14u/h – 18u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand-Place de Bruxelles

10/09/2022 20u/h

TAPTOE BRUSSELS Grote Markt - Brussel – Grand-Place de Bruxelles

11/09/2022 10u/h – 22u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand- Place de Bruxelles

19/11/2022 17.30u/h

Sint Ceciliaviering – Célébration Ste. Cécile Sint-Michiels & Sint-Goedele kathedraal – Brussel Cathédrale Saints-Michel et Gudule – Bruxelles Muziekensemble van de K.H. St. Cecilia Evere L’ensemble musical de l’H.R. Ste Cécile - Evere

../12/2022 ……………

Muziekconcerten tijdens de Brusselse kerstmarkt Concerts lors du marché de Noël Bruxelles Wij nodigen al onze verenigingen uit tot deelname aan onze activiteiten.

Uiteraard zullen wij u eerstdaags, per E-mail, verdere informatie bezorgen over de plaats en de inhoud van de evenementen. Ondertussen kunt u deze data al vrijhouden. Muzikanten en bestuursleden, wij rekenen op uw deelname. Samen met de medewerking van onze verenigingen willen wij, in een vriendschappelijke sfeer, muziek beleven en er hoogstaande culturele activiteiten van maken, uw vereniging, onze organisatie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waardig. Bedankt voor uw bijzonder gewaardeerde medewerking.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 4


ACTIVITEITEN VERENIGINGEN 2022 ACTIVITÉS SOCIÉTÉS 2022 03/04/2022 15u/h

VUB-orkest Inhaalconcert Aula VUB Pleinlaan 2 Q, 1050 Elsene

24/04/2022 16.15u/h

Koninklijke Muziekmaatschappij van Stokkel Gemeenschapscentrum De Lijsterbes Lijsterbesbomenlaan 6

30/04/2022 13.30u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile Concert Muntplein, Brussel / Place de la Monnaie Bruxelles

7/05/2022

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Concert Handelaars Vredeplein/ Concert Commerçants Place de la Paix Vredeplein Evere/ Place de la Paix Evere

15/05/2022 15.00u/h

The Brussels Concertband KVS, Brussel

22/05/2022 15.00u/h

Société Royale Philharmonique Jette – Koninklijke Philharmonie Jette Concert : Nouvelle maison communale Av. des Casernes 31 – Etterbeek

18/06/2022

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile Evere feest ! concert Omgeving gemeentehuis Evere

19/06/2022 12.30u/h

Southern Brussels Concertband Durbuy

25/06/2022 20.00u/h

Société Royale Philharmonique Jette – Koninklijke Philharmonie Jette Concert Feestzaal Jette Kardinaal Mercierplein 10

25/08/2022 20.00u/h

Société Royale Philharmonique Jette – Koninklijke Philharmonie Jette Concert fleuri Église St Pierre, Place Cardinal Mercier

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 5


28/08/2022

Dolle dorpsdagen Neder-over-Heembeek

08/10/2022 u/h

The Brussels Concertband Trammuseum/ Musée du tram, Tervurenlaan/ Avenue de Tervuren 364 St. Pieters-Woluwe/ Woluwé St. Pierre

15/10/2022

Southern Brussels Concertband Night of the Music Ceria / Coovi Av. Emile Gryson 1 – 1070 Anderlecht

16/10/2022

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile Koffie-concert GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

20/11/2022 15u/h

VUB-orkest concert Aula VUB, Pleinlaan 2 Q, 1050 Elsene

21/11/2022 9.45u/h

Société Royale Philharmonique Jette – Koninklijke Philharmonie Jette Sint-Cecilia Misviering Sint-Pieterskerk, Cardinaal Mercierplein

03/12/2022 11u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere St. Ceciliafeest, misviering, Fête de Sainte Cécile, messe, GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

18/12/2022 ….u/h

The Brussels Concertband Residentie “De Wilde Rozen” Neder-over-Heembeek

04/12/2022 14.00u/h

Koninklijke Muziekmaatschappij van Stokkel Concert met Yannick Bovy Cultureel Centrum Sint-Pieters-Woluwe Zaal Fabry

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 15 juni 2022 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 15 juin 2022 au plus tard

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 6


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 7


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 8


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST VZW, BESTAAT 25 JAAR Een terugblik in de geschiedenis.

Hoewel de officiële geboorteakte van zelfstandigheid van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw slechts 12 september 1996 vermeldt, is deze sinds vele jaren actief in het muzikaal gebeuren in ons land en nauw verbonden met het ontstaan van het Koninklijk Muziekverbond van België vzw.

Het prille begin

Jarenlang stonden de muziekverenigingen in voor een sociale, ideologische en zelfs economische entiteit binnen de gemeenschappen. Hun artistieke en pedagogische roeping kon enkel worden waargemaakt door een gezonde clubgeest: het samen lid zijn van een muzikale amateurvereniging. De dynamiek van de beslotenheid van een harmonie, fanfare, brassband of koor werd vaak geruggesteund door familie en vrienden die het vaandel van de vereniging mee hielpen dragen. De lokale muziekverenigingen bezorgden ons een typisch cultuurpatrimonium. Een overkoepelende organisatie zou de belangen van al deze muziekverenigingen kunnen ondersteunen.

Brussel als gangmaker voor het ontstaan van het Koninklijke Muziekverbond van België

Een poging om dit te realiseren in 1933, ter gelegenheid van de voorbereiding van de Internationale Tentoonstelling 1935 van Brussel door de heer Fatzaum mislukte. Het voorstel stuitte echter op belangenverdeeldheid tussen zangverenigingen en instrumentale muziekverenigingen. Maar de heer Fatzaum liet zich niet ontmoedigen. Zijn inspanningen werden beloond in 1937 toen hij, op uitnodiging van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en van Schone Kunsten, verzocht werd zijn medewerking te verlenen aan de Hogere Raad van de Volksopleiding, opgericht in 1929, en met zoveel beleidsbekwaamheid en gezag voorgezeten door wijlen Louis Piérard. Het was ook juist op dat ogenblik dat de heer

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 9


Fatzaum, op een conferentie te Brussel, het stichten van een muziekfederatie in brede trekken schetste. Uiteindelijk kon toch tijdens een eerste congres in Elsene, in een ijskoude zaal Union Coloniale op 25 november 1945 enthousiasme gevonden worden voor de oprichting van een Muziekverbond van België met als voorzitter de heer Fatzaum. Meteen sloten zich een groot aantal muziekverenigingen aan. Met een dynamiek en een groeidrift die hun eigen is zouden de muziekverenigingen geleidelijk loskomen uit het cordon en de beslotenheid van eigen stad of dorp, uit de greep van politieke of ideologische beperkingen, om met een gezonde rivaliteit in alle vrijheid te kunnen groeien. Na de Tweede Wereldoorlog vonden de muziekverenigingen de weg naar het Muziekverbond van België als gestructureerde landelijke federatie, die het amateurmuziekleven vooruit trok. Zij vond haar inspiratie in de Koninklijke Federatie voor Verenigingen van Samenzang, die al sinds 1895 de zangverenigingen overkoepelde. Sommige orkesten of fanfares hadden nu eenmaal ook een koor, of waren daaruit zelfs gegroeid. Naar het voorbeeld van Frankrijk zou een groot Muziekverbond beide genres patroneren. De werking van de provinciale geledingen van het Muziekverbond was daarbij onontbeerlijk. Over heel de verdere twintigste eeuw zou het Muziekverbond van België samen met haar provinciale federaties op toonaangevende wijze, in binnen- en buitenland, de belangen van de amateurmuziekverenigingen behartigen.

België een federale staat; samengesteld uit gemeenschappen en gewesten

Een van de provinciale federaties van het KMVB, de Koninklijke Muziekfederatie van VlaamsBrabant bevatte bij haar oprichting in 1946 zowel het grondgebied van de huidige provincie Vlaams-Brabant, als van Waals-Brabant als van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Door de derde grondwetsherziening in 1970, kwam er een splitsing volgens taalgebied en kreeg de Muziekfederatie van Brabant twee communautaire afdelingen: een Nederlandstalige en een Franstalige. In 1993, als gevolg van de splitsing van de Provincie Brabant werd volgens het decreet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als een volwaardige provincie beschouwd. Als gevolg hiervan ontstond op 20 mei 1997 de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als een ZELFSTANDIGE MUZIEKFEDERATIE. De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, officieel de jongste telg, gegroeid uit de schoot van het Koninklijk Muziekverbond van België heeft zich ondertussen meer dan 25 jaar zelfstandig ingezet voor de amateurmuziek en haar muzikanten.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 10


Koninklijk Muziekverbond van België, structuur - Antwerpse Muziekfederatie - Koninklijke Limburgse Muziekfederatie - Koninklijke Muziekfederatie Vlaams-Brabant - Koninklijk Muziekverbond Oost-Vlaanderen - Koninklijk Muziekverbond West-Vlaanderen - Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Samengevat mogen we stellen dat Brussel van bij het prille begin, een vooraanstaande rol gespeeld heeft bij het tot stand komen van een Belgische Muziekfederatie: het Koninklijk Muziekverbond van België. We staan er niet bij stil maar Brussel is naast een wereldstad ook een muziekstad en heeft een prominente plaats in het culturele muzieklandschap. Diverse gereputeerde instellingen vonden er hun plaats: de internationale Koningin Elisabethwedstrijd, het Koninklijke Conservatorium, het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) alsook het toonaangevende operahuis de Muntschouwburg. Naast het professioneel beoefenen van de muziek blijft ook het loutere liefhebben belangrijk. In Brussel ontbreekt het niet aan muzikanten die als amateur met muziek begaan zijn. Deze amateurs hebben op tal van vlakken nood aan degelijke ondersteuning zowel inhoudelijk als logistiek. Het Koninklijk Muziekverbond van België heeft gedurende menige jaren deze functie vervuld tot ze in het jaar 2000 door het amateurkunstendecreet van Minister Anciaux vakkundig gemuilkorfd werd. De nieuwe overkoepelende organisatie erkend door het Ministerie van Vlaamse Cultuur werd Vlamo. Voor Vlamo werd de subsidiekraan rijkelijk opengedraaid. De toekomst dient uit te wijzen of het onze verenigingen hiermee beter voor de wind zal gaan. Ten gevolge deze politieke beleidswijziging kreeg het Koninklijk Muziekverbond van België vzw geen financiële middelen meer. Uiteindelijk heeft het Koninklijk Muziekverbond van België op haar Algemene Vergadering van 28/12/2019 besloten om de vzw te ontbinden. Vermits de provinciale federaties van het Koninklijk Muziekverbond van België autonome vzw’s zijn staat het hun vrij om hun werking op zelfstandige wijze verder te zetten en de muziekverenigingen nog steeds een hart onder de riem te blijven steken.

Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, doelstelling De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil de instrumentale amateurmuziek binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valoriseren als een waardige discipline binnen de amateurkunstensector, binnen het brede veld van kunst en cultuur en het

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 11


de plaats geven die het in het culturele landschap van Brussel verdient om alzo het muzikale hart van Brussel kloppend te houden.

Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest vzw, realisaties Taptoe Brussels De organisatie van de jaarlijkse taptoe op de Brusselse Grote Markt met deelname van muzieken showkorpsen uit Brussel, Vlaanderen, Wallonië en Europa. Deze taptoe is telkens een uniek gebeuren die niet alleen weerklank vindt te Brussel maar in heel het land en zelfs tot ver over onze landsgrenzen. Telkens met een massa toeschouwers die de Grote Markt volledig bezetten. Taptoe Brussels is dit jaar aan zijn 20’ste editie toe! Brussels Hafabra Concerts Gedurende 2 dagen concerten op de Grote Markt te Brussel met deelname van muziekverenigingen uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië. Het zijn hoogdagen van de muziek waar men op de koppen kan lopen. Tijdschrift Brussel Leeft Het driemaandelijks tijdschrift “Brussel Leeft” wordt op digitale wijze GRATIS aan de muziekverenigingen of haar leden bezorgd. Dit tijdschrift is de spreekbuis voor alles wat er reilt en zeilt in de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de Brusselse muziekverenigingen. Website https://muziekfederatie.be/ Via deze website kunnen de amateurmuziekverenigingen informatie en foto’s vinden van de diverse activiteiten.

Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest vzw, samenstelling bestuursraad

Eddy VAN NEROM – voorzitter Marijke HUYBANDT – secretaris William HUYBANDT – penningmeester Roland DE KLIPPEL – bestuurder Cecile VAN CAMP – bestuurder Lieve VAN NEYGHEM – bestuurder Michaël HUYBANDT – lid van de Algemene Vergadering

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 12


Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest vzw, taakverdelingen Om een muziekfederatie draaiende te houden dient heel wat werk verzet te worden. onderstaand een overzicht van enkele taakverdelingen. Algemene taakverdelingen KMF BHG -

Algemene leiding & coördinatie: voorzitter Eddy Van Nerom Dagelijks bestuur: Eddy Van Nerom, William Huybandt, Marijke Huybandt Financiën: William Huybandt Website en digitale toepassingen: Marijke Huybandt

Taakverdeling Projecten Taptoe Brussels & concerten Bovenstaande evenementen vragen heel wat voorbereidend dossierwerk, planning, permanente opvolging/bijsturing tijdens het evenement zelf en nadien een evaluatie van heel het gebeuren. -

Taptoe Brussels hoofdcoördinatie, William Huybandt, Taptoe Brussels coördinatie, Edgard Van Nerom, Taptoe Brussels coördinatie /digitale toepassingen / presentatie, Marijke Huybandt Taptoe Brussels, programmaboek teksten Cecile Van Camp Taptoe Brussels, programmaboek vertalingen Louis Meeus,

Magazine Brussel Leeft: -

Verantwoordelijke uitgever / eindredactie, William Huybandt, Redactie & teksten, Cecile Van Camp, William Huybandt, Vertalingen, Louis Meeus, Lay-out magazine, William & Marijke Huybandt:

Alle bestuurders werken op vrijwillige en onbezoldigde basis.

Cecile / William

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 13


De geschiedenis van het Koninklijke Muziekverbond van België is nauw verwant met Brussel. Wie was erbij vanaf het prille begin? Cecile Van Camp Mevrouw Meeus-Van Camp, afkomstig uit de streek van Pallieter en de Nete trad in 1964 in dienst bij het Koninklijk Muziekverbond van België, in het hartje van Brussel. In 1971 verhuisden de kantoren naar een mooie site in Evere (1140 Brussel) met een ruime parkeergelegenheid en verwijderd uit het drukke verkeer in Brussel. Hoe belangrijk ook een locatie is, nog veel belangrijker zijn de personen die het secretariaat en de werking van de organisatie beheren. In dat opzicht heeft het Muziekverbond van België over een era van niet

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 14


minder dan veertig jaar, het geluk gehad te kunnen beschikken over de uitzonderlijke capaciteiten, de katalyserende impact en inzet van Cecile Van Camp. Jarenlang zette zij zich enthousiast in voor de begeleiding van het amateurmuziekleven in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Voor Cecile was haar taak méér dan zomaar een job. Haar ervaring en deskundigheid zette zij tijdens haar loopbaan in bij talrijke binnenlandse en buitenlandse organisaties. Door haar liefde voor de muziek, vriendelijkheid en geduld wist zij eenieders hart te veroveren zodat iedereen zich onmiddellijk thuis voelde wanneer men voor om het even wat terecht kwam bij het Muziekverbond van België. Met haar aangeboren zin voor diplomatie kon zij tal van problemen oplossen en werd zij “de glimlach van het Muziekverbond” genoemd. Martin De Rijck, redacteur, schreef destijds in het tijdschrift “Caecilia”: “In de kantoren van het Koninklijk Muziekverbond van België brandt steeds de vriendschapslamp en aan de basis ligt mevrouw Cecile Van Camp”. Niemand meer dan zij geldt als representatief voor de ideeën en de idealen die, met grote toewijding verdedigd, steeds het waarmerk uitmaakten van het Koninklijk Muziekverbond van België. In de loop der jaren verwierf zij de functie “directeur van het Koninklijk Muziekverbond van België”. Bij het tot stand komen van Vlamo lukte het haar om zonder vooroordelen mee binnen te stappen in de nieuwe organisatie. Zij werd aangesteld als directeur interne relaties, functie die ze zou uitoefenen tot aan haar pensioen. Ook in deze organisatie werd zij geprezen voor de juiste mix van enorme inzet, vastberadenheid, dossierkennis en niet in het minst haar vriendelijkheid en luisterbereidheid. Ondanks het feit dat Cecile zelf geen muzikant is, heeft ze een enorme interesse voor heel wat muziekgenres, met een voorkeur voor opera, klassieke muziek, instrumentale amateurmuziek en koorzang. In het weekend is zij, samen met haar spontane en aangename echtgenoot Louis, vaak terug te vinden op concerten van orkesten met wie ze in de loop der jaren een vertrouwens- en vriendschapsband heeft opgebouwd. Na haar professionele loopbaan is het muzikale enthousiasme bij Cecile nog niet geblust en blijft zij de ideeën uitdragen waarvan zij haar heel professioneel leven de belichaming is geweest. Zo werd Cecile vrijwilliger bestuurder bij de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest, waar ze het grootste deel van de teksten voor het driemaandelijks tijdschrift “Brussel Leeft” voor haar rekening neemt. Voor de vertaling van de teksten naar het Frans zorgt haar echtgenoot Louis. Verder is Cecile ook bestuurder bij de Antwerpse Muziekfederatie, waar haar echtgenoot penningmeester is. Bij Vlamo maakt zij samen met haar echtgenoot deel uit van de stuurgroep “Accordeons”. Tevredenheid, fierheid en dankbaarheid zijn de gevoelens die bij haar opkomen als zij terugblikt op het reilen en zeilen van het Koninklijk Muziekverbond van België en haar provinciale federaties.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 15


Het was een periode waar bestuur, personeel en een grote schare vrijwilligers in vriendschap en samenhorigheid de blijde klanken van de muziek uitdroegen ten bate van de talrijke amateurmuziekverenigingen in Vlaanderen en Brussel.

Ook al horen wij nog de prachtige klanken van de muziek, de nostalgie zal haar vergezellen haar heel leven lang.

Als besluit een passend stukje poëzie van Rolf van Scheldelande; Muziek dat is de glimlach van je leven Die alle daagse daagsheid helder maakt. Muziek is melodieus zichzelf geven, waarbij het schone in je eigen ik ontwaakt.

William Huybandt

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 16


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 17


LA FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELLES – CAPITALE a.s.b.l. FETE SES 25 ANS Un retour dans l’histoire. Même si l’acte officiel de la fondation de la Fédération Royale Musicale de la Région BruxellesCapitale a.s.b.l. mentionne la date du 12 septembre 1996, celle-ci est depuis déjà des dizaines d’années active dans le monde musical Belge et est étroitement liée à la fondation de la Confédération Royale Musicale de Belgique a.s.b.l. Au tout début. Durant des années les sociétés musicales représentaient des idéologies tant sociales qu’économiques pour les communautés. Leur vocation artistique et pédagogique n’existait que par un sain esprit de corps, être ensemble membre d’une société musicale d’amateurs. La dynamique de l’isolement d’une fanfare, harmonie, brass-band ou chorale était souvent épaulée par des membres de la famille ou amis qui étaient fiers de porter l’étendard ou drapeau de la société. Les sociétés musicales locales nous ont apportées un riche patrimoine culturel. Une organisation faîtière (primordiale) pourrait soutenir les intérêts de toutes ces sociétés.

Bruxelles comme meneur pour la fondation de la Confédération Royale Musicale de Belgique asbl Une tentative pour réaliser cela en 1933 en préparation pour l’Exposition Universelle de Bruxelles en 1935 par Mr Fatzaum échoua. Cette proposition rencontra l’opposition des intérêts entre les chorales et les sociétés musicales instrumentales. Mais Monsieur Fatzaum ne se laissa pas décourager pour autant. Ses efforts furent récompensés en 1937 lorsque à l’invitation du Ministère des Beaux - Arts et de l’Enseignement on lui demanda sa collaboration au Conseil supérieur de l'Education Populaire fondée en 1929 sous la compétence politique et autorité de feu Monsieur Louis Piérard. C’est à ce moment que Mr Fatzaum, lors d’une conférence à Bruxelles esquissa à grands traits ses idées pour la création d’une fédération musicale. Finalement en date du 25 novembre 1945 à l’occasion d’un premier congrès à Ixelles dans une salle glaciale de l’ Union Coloniale la Confédération Musicale de Belgique vit le jour avec comme Président Mr Fatzaum. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 18


Aussitôt un grand nombre de sociétés se fit membre. Avec une dynamique et croissance les sociétés se libérèrent de leur cordon local et isolement de leur ville ou commune, hors de l'emprise des contraintes politiques ou idéologiques, et ainsi pouvoir grandir en toute liberté avec une saine rivalité.

Après la seconde guerre mondiale les sociétés musicales s’adhèrent à la Confédération Royale Musicale de Belgique en tant que fédération nationale structurée, faisant avancer ainsi la vie de la musique amateur. La CRMB a trouvé son inspiration dans la Fédération Royale des Sociétés de Chant de Congrégation, qui depuis 1895 regroupa toutes les chorales. Plusieurs fanfares ou orchestres avaient également une chorale. En prenant l’exemple de la France une grande Confédération pourrait ainsi patronner ces deux genres. Le fonctionnement des sections provinciales de la Confédération Musicale de Belgique était indispensable à cet égard. Pendant le reste du XXe siècle, la Confédération Royale Musicale de Belgique , avec ses fédérations provinciales, représentera les intérêts des sociétés de musique amateur de manière prépondérante, tant au pays qu'à l'étranger.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 19


La Belgique un État fédéral ; composé de communautés et de régions Une des fédérations provinciales de la CRMB, la Fédération Royale Musicale du Brabant fondée en 1946 comprenant les communes du Brabant et Bruxelles. En 1970 après la troisième révision de notre constitution le pays fut divisée en 2 communautés et la province ainsi que la Fédération fut scindée en 2, une néerlandophone et une francophone. (Brabant Flamand & Brabant Wallon). En 1993, suite à un nouveau décret la Région Bruxelles-Capitale fut créée et reconnue comme une région à part entière. En conséquence, le 20 mai 1997 vit le jour de la Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale en tant que fédération autonome. La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale, officiellement la plus jeune progéniture, issue de la Confédération Royale Musicale de Belgique, s’est déjà depuis plus de 25 ans s’engagé à défendre les intérêts de toutes les sociétés musicales instrumentales et de leurs musiciens.

Structure de la Confédération Royale Musicale de Belgique -

Fédération Musicale Provinciale d’Anvers Fédération Royale Musicale Provinciale du Limbourg Fédération Royale Musicale Provinciale du Brabant Flamand Fédération Royale Musicale Provinciale de la Flandre-Orientale Fédération Royale Musicale Provinciale de la Flandre-Occidentale Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale (Cette dernière étant la seule bilingue, suite à la scission dans les années 70 des communautés)

En bref nous pouvons dire et écrire que Bruxelles a dès le début joué un rôle primordial pour la création d’une fédération musicale, à savoir la Confédération Royale Musicale de Belgique. Bruxelles n’est pas seulement une ville du monde mais également une ville musicale avec une place prépondérante dans le monde culturel ; comme le Palais des Beaux-Arts (Bozar), le Conservatoire Royal, la Monnaie, le Concours Reine Elisabeth et tant d’autres. Mais à côté des musiciens professionnels il y a encore beaucoup de musiciens amateurs qui s’y adonnent bénévolement mais qui ont besoin d’un solide appui technique et logistique. La Confédération Royale Musicale de Belgique a jusqu’en 2002 soutenue cette musique d’amateurs . En effet, en l’an 2000 suite à un nouveau décret pour les arts culturels néerlandophones (théâtre, écriture, musique, etc ….élaboré par le ministre de la culture flamande Bert Anciaux, toutes les fédérations musicales ont été regroupées en une seule fédération Vlamo qui elle seule a été reconnue par le ministère de la culture flamande, avec pour conséquence que tout subside pour la CRMB a été supprimé. Pour Vlamo le tiroir des

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 20


subventions a été largement ouvert. Reste à savoir si toutes nos sociétés prospéreront mieux avec cela. Suite à ce changement politique culturel la Confédération Royale Musicale de Belgique asbl n’ayant plus d’aides financières s’est fut obligé par une assemblée générale le 28/12/2019 de se dissoudre. Mais vu que les fédérations musicales provinciales de la Confédération Royale Musicale de Belgique asbl sont autonomes, certaines poursuivent quelques activités et soutiennent ainsi leurs sociétés.

La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles – Capitale asbl – Historique et Objectifs La “Fédération” est pour toutes les sociétés de musique et de chant Bruxelloises: harmonies, fanfares, brass- bands, symphonies, big-bands, corps de majorettes, ensembles de concert, sociétés de jeunes musiciens, corps de tambours, ensembles de musique folklorique, ensembles de cuivres, saxophones, accordéons (de duos à …) et chorales. Après une existence d’une cinquantaine d’années riches en expérience comme “division régionale” de la Fédération Musicale du Brabant elle devient en 1997 une fédération musicale INDÉPENDANTE à plein titre. La Fédération Royale Musicale de la Région de Bruxelles-Capitale se donne pour objectif, – en dehors et au-dessus de toute tendance politique et philosophique-, de servir les intérêts de la pratique musicale amateur et de soutenir, encourager et accompagner les sociétés tant instrumentales que vocales. Dans ses activités elle s’adresse surtout aux jeunes afin d’assurer l’avenir et la pérennité de la musique amateur. La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles – Capitale asbl - Réalisations Taptoe Brussels Un taptoe est un spectacle musical fait de lumière, de sons et de couleurs. Ecouter un corps de musique est déjà un plaisir en soi. Mais le public gâté désire aussi “voir” la musique. C’est pour cela qu’il faut “l’habiller”, de préférence avec beaucoup d’effets de surprise. Certains corps y sont devenus maître. Suivant en cela l’exemple anglo-saxon le ‘Taptoe’ s’est mué cette dernière décennie en un spectacle musical dans lequel les corps de musique donnent le meilleur d’eux-mêmes. La finale perpétue en quelque sorte le Taptoe cérémonial d’origine. Si auparavant le Taptoe était une affaire strictement militaire; il y a belle lurette que cela n’est plus le cas. De plus en plus les corps de musique civils s’approprient l’exécution de ce cérémoniel. Cela fait des années que la Grand Place de Bruxelles attire des milliers de touristes. De tous les coins de notre planète ils viennent pour admirer ce patrimoine historique sans pareil. A chaque fois ce site unique se voit couvert d’éloges.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 21


C’est dans l’année 2001 que La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles - Capitale a pris l’initiative d’organiser un « Taptoe International » à la Grand-Place de Bruxelles. Au début, l’évènement était annoncé simplement : « Taptoe International » ce qui est maintenant bien connu comme « Taptoe Brussels ». Entretemps Taptoe Brussels a obtenu une bonne réputation tant à l’intérieur du pays qu’à l’étranger. L’alliance de chapelles musicales nationales et internationales talentueuses avec les bâtiments historiques en style renaissance flamand résulte en un spectacle Bruxellois unique.« Taptoe Brussels » est devenu un événement qui contribue à l’image nationale et internationale de la Région de Bruxelles Capitale. Brussels Hafabra Concerts Durant 2 jours des concerts sur la Grand Place de Bruxelles avec la participation de sociétés musicales de la Région Bruxelloise, des Flandres et de la Wallonie. Ce sont les beaux jours de la musique où règne la grande foule. Publications Notre propre revue trimestrielle “BRUXELLES VIT” “KLANKBORD BRUSSELS GEWEST” reprend l’information spécifique concernant toutes les sociétés musicales et toutes les chorales Bruxelloises affiliées et offre un éventail d’informations sur le monde de la musique. Ce périodique forme le maillon indispensable entre les sociétés et apporte de surcroît les informations utiles et les impulsions nécessaires à la croissance. Cette revue est transmise gratuitement via courriel à toutes les sociétés musicales et leurs musiciens Site Web https://muziekfederatie.be/ Via ce lien toutes les sociétés de musique amateurs peuvent trouver les informations et photos des activités. La Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles – Capitale asbl Composition du Conseil d’Administration

-

Eddy VAN NEROM – Président Marijke HUYBANDT – Secrétaire William HUYBANDT – Trésorier Roland De KLIPPEL– Administrateur Cécile VAN CAMP – Administrateur Lieve VAN NEYGHEM – Administrateur Michaël HUYBANDT – Membre de l’Assemblée Générale

Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles – Capitale asbl - Répartition du travail Il y a beaucoup de travail à faire pour maintenir le bon déroulement d’ une fédération musicale. Vous trouverez ci-dessous un aperçu de certaines tâches.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 22


Répartition générale des tâches FRMRBC -

Direction Générale : Président Eddy Van Nerom Comité Exécutif : Eddy Van Nerom, Cecile Van Camp, William Huybandt Finances: William Huybandt Site Website et applications : Marijke Huybandt

Répartition des tâches Projets Taptoe Brussels & concerts Les évènements ci-dessus exigent beaucoup de travail de préparation des dossiers, planning, un suivi permanent /ajustement pendant l’évènement et après une évaluation du tout.. -

Coordinateur principal et organisation, William Huybandt, Coordinateur Edgard Van Nerom, assistent coordinateur Grand Place. Coordinateur, les médias sociaux et présentation Taptoe Marijke Huybandt, Brochure programme, textes Cécile Van Camp Brochure programme, traductions, Louis Meeus

Magazine Brussel Leeft : Bruxelles vit -

Rédacteur en chef et Editeur responsable, William Huybandt Rédaction, textes Cécile Van Camp, William Huybandt Traductions, Louis Meeus Lay-out magazine Marijke Huybandt, William Huybandt

Enfin, nous tenons à vous informer que tous les administrateurs le font bénévolement et sont non rémunérés. Comme vous avez pu le lire précédemment, l'histoire de la Confédération Royale Musicale de Belgique est étroitement liée à Bruxelles. Quelqu'un était là depuis le tout début, nous aimerions vous présenter cette personne. Cécile Van Camp Madame Cécile Van Camp, épouse de Louis Meeus, est née dans la région entre Anvers et Malines, et est entré en fonction à la Confédération Royale Musicale de Belgique en 1964 en ses bureaux au cœur de Bruxelles. En 1971 les bureaux déménagent à Evere (1140 Bruxelles) avec de spacieuses places de parking et bien éloigné de la dense circulation Bruxelloise. Aussi important que soit un lieu, les personnes qui gèrent le secrétariat et le fonctionnement de l'organisation sont encore plus importantes. A cet égard, la Confédération Royale Musicale de Belgique a, en pas moins de quarante ans, eu la chance d'avoir accès aux capacités exceptionnelles, à l'impact catalytique et à l'engagement de Cécile Van Camp. Pendant des années, elle s'est consacrée avec enthousiasme à l'accompagnement de la vie musicale amateur en Flandre, à Bruxelles et en Wallonie. Pour Cécile, son travail était plus qu'un simple travail. Au cours de sa carrière, elle a mis à profit son expérience et son expertise dans de

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 23


nombreux événements nationaux et internationaux. Grâce à son amour pour la musique, sa gentillesse et sa patience, elle a réussi à conquérir le cœur de chacun afin que chacun se sente immédiatement chez lui quand il vient chercher ou demander quoi que ce soit à la Confédération Royale Musicale de Belgique. Avec son sens inné de la diplomatie, elle était capable de résoudre de nombreux problèmes et on l'appelait "le sourire de la Confédération Royale Musicale de Belgique”. Nul plus qu'elle n'est considéré comme représentatif des idées et des idéaux qui, défendus avec un grand dévouement, ont toujours été la marque de fabrique (le symbole) de la Confédération Royale Musicale de Belgique.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 24


Au fil des années, elle acquit le titre de directrice de la Confédération Royale Musicale de Belgique. Lors de la création de Vlamo, elle a réussi à intégrer la nouvelle organisation sans préjugés. Elle a été nommée directrice des relations internes, poste qu'elle occupera jusqu'à sa retraite. Dans cette organisation également, elle a été félicitée pour le bon mélange d'engagement énorme, de détermination, de connaissance des dossiers et, enfin et surtout, de sa convivialité et de sa volonté d'écouter. Bien que Cécile ne soit pas musicienne elle-même, elle s'intéresse à de nombreux genres musicaux, avec une préférence pour l'opéra, la musique classique, la musique instrumentale amateur et le chant choral. Le week-end, elle et son époux Louis, spontané et sympathique, se retrouvent souvent aux concerts d'orchestres avec lesquels elle a tissé des liens de confiance et d'amitié au fil des années. Après sa carrière professionnelle, l'enthousiasme musical de Cécile ne s'est pas éteint et elle continue de propager les idées dont elle a été l'incarnation durant sa vie professionnelle. Cécile, par exemple, est devenue administrateur bénévole à la Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale, où elle est l’auteur de la plupart des textes du magazine trimestriel « Bruxelles vit ». Son mari Louis est traducteur des textes en français. Cécile est également administratrice à la Fédération Musicale Provinciale d'Anvers, où son mari est trésorier. Chez Vlamo, elle et son mari font partie du groupe de travail « Accordéons « . Satisfaction, fierté et gratitude sont les sentiments qui lui viennent lorsqu'elle revient sur les tenants et les aboutissants de la Confédération Royale Musicale de Belgique et de ses fédérations provinciales. Ce fut une période où le conseil d'administration, le personnel et un grand groupe de bénévoles, dans l'amitié et la solidarité, ont diffusé les sons joyeux de la musique au profit des nombreuses associations de musique amateur en Flandre et à Bruxelles. Même si nous entendons encore les beaux sons de la musique, la nostalgie l'accompagnera toute sa vie.

Enfin, un texte poétique approprié de Rolf van Scheldelande; La musique qui est le sourire de ta vie qui rend la vie quotidienne claire. La musique est don de soi mélodieux, où le beau s'éveille en soi Traduction Louis Meeus.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 25


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 26


VLAAMS STUDIE- EN DOCUMENTATIECENTRUM VOOR VZW’s De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is sinds jaren aangesloten bij het VSDC (Vlaams Studie- en documentatiecentrum voor VZW’s) Met hun toestemming enkele interessante weetjes uit hun magazine van maart-april 2022. NIEUWE BEDRAGEN VRIJWILLIGERSVERGOEDING 2022 -36,84 €/ dag -1.473,37 € per jaar Zolang de vrijwilliger één van beide grenzen NIET overschreden heeft, zijn de vergoedingen NIET belastbaar en niet onderworpen aan RSZ. FORFAITAIRE KOSTENVERGOEDING VOOR KUNSTENAARS : MAXIMA 2022 (KVR) 134,63 €/ dag 2.692,64 € / jaar Alleen geldig voor wie in het bezit is van een kunstenaarskaart. Deze moet aangevraagd worden bij Artist@Work

VERENIGINGSWERK 2022 SOCIAAL -CULTURELE AMATEURKUNSTENSECTOR. Verenigingswerkers kunnen, onder een nieuw statuur, opnieuw ingezet worden sinds 1/1/2022. OPGELET: De Raad van State dient het wettelijk kader nog te beoordelen. Voorwaarden : -

Arbeidscontract Max 300u/jaarbasis beperkt tot 100 u / kwartaal met uitzondering van het derde kwartaal, plafond van 285 u.

Geen sociale zekerheid te betalen. Verenigingswerker zou 10% belastingen dienen te betalen. Zolang de Raad van State geen beslissing genomen heeft, NEEMT U EEN GROOT RISICO wanneer u verenigingswerkers inschakelt (vooral bij ongeval). Bron VSDC. (Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor VZW’s) Lidmaatschap en info VSDC; 056/41 03 68 www.vsdc.be

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 27


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 28


200 JAAR GELEDEN WERD DE COMPONIST CESAR FRANCK GEBOREN Het leven van César Franck omvatte de meest belangrijke muzikale gebeurtenissen van de negentiende eeuw. Beethoven stierf toen Franck nog maar vijf jaar oud was. Als jongen leerde hij Hummels pianoconcert spelen terwijl Hummel nog leefde. Hij overleefde Liszt met vier jaar en hij leefde om Debussy zijn “Cinq Poèmes” van Baudelaire te zien publiceren en Richard Strauss “Tod und Verklärung” te horen. Francks eigen invloed op de wereld blijkt uit zijn late meesterwerken. Zijn hele groep Franse discipelen bekend als de Frankisten, hebben ons ook zijn grote invloed nagelaten. Ondanks dit alles was Franck een rustige man. Hij zocht geen eer, hij gaf er de voorkeur aan het leven van een organist te leiden in de kerk Sainte-Clotilde. Franck is een van de grote meesters componisten en muzikanten in de geschiedenis van de Westerse muziek geworden. Van zijn zonnige “Vioolsonate in A-Majeur” tot de ingewikkelde “Variations Symphoniques” voor piano en orkest, alsook zijn orgelwerken, elke reis door Francks muziek is zeker en vast de moeite waard. César Franck, Belgisch/Frans componist, pianist, organist en muziekpedagoog, werd geboren op 10 december 1822 in Luik, toen deze stad nog deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het geboortehuis was een bijgebouw van het hotel Grady in de rue Saint-Pierre nr 24 in het centrum van Luik waar zijn vader werkte. Heden is het een modern appartement waarvan de buitengevels nog de sporen van het verleden vertonen. Een herdenkingsplaat herinnert het verblijf van de componist in deze woning. Enkele stappen daar vandaan werd César gedoopt in de collegiale kerk Sainte-Croix. Zijn moeder Marie-Catherine Barbe Frings Franck werd geboren te Aken en zijn vader Nicolas Joseph Franck kwam uit Gemmenich, destijds Hertogdom Limburg.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 29


Op jonge leeftijd had de kleine César reeds interesse in muziek en tekenen. Zijn vader droomde reeds dat zijn zoon zoals Franz Liszt een wonderkind zou worden en dat hij de familie beroemd en rijk zou maken. Het was de wens van zijn ambitieuze en tirannieke vader dat zijn zoon een carrière als concertpianist zou opbouwen. Daarom moest de kleine César Franck reeds op 8 jarige leeftijd notenleer, piano en orgel gaan studeren aan het Koninklijk Conservatorium van Luik. In 1834 behaalde hij zijn einddiploma eerste prijs notenleer en piano en begon hij harmonieleer te studeren. César Franck gaf zijn eerste concerten in 1834 waarvan een voor Koning Leopold I. Ondanks de prille jeugd van zijn zoon, organiseerde vader Franck een reeks concerten, niet alleen in Luik, maar ook in Brussel en Aken. Omwille van het groot succes zag de vader het nog grootser en verhuisde hij in 1835 met zijn gezin naar Parijs, in de hoop dat zoonlief in de grootstad nog meer succes zou kennen en er ook beroemder zou worden. César en zijn jongere broer Joseph volgden privélessen contrapunt en piano in Parijs bij Anton Reicha en Pierre Zimmerman. Beide heren waren ook professor aan het Conservatorium van Parijs. Toen Reicha enkele maanden later overleed, probeerde vader Nicolas-Joseph de twee zonen aan het conservatorium te laten studeren. Het conservatorium accepteerde echter geen buitenlanders en Nicolas-Joseph was verplicht om voor zijn gezin het Franse staatsburgerschap aan te vragen, hetgeen hem in 1837 werd verleend. In tussentijd organiseerde Nicolas-Joseph -meestal met succes- concerten en recitals in Parijs met een of beide zonen die populaire muziek uit die periode speelden. De jonge César en zijn broer begonnen in 1837 hun studies aan het conservatorium waar César zijn pianostudies verderzette bij Joseph Zimmerman en compositie bij Aimé Leborn. Hij behaalde er de eerste prijs voor piano en contrapunt. Tevens studeerde hij orgel bij François Benoist en behaalde de tweede prijs in 1841. Zijn betrachting was de “Prix de Rome” te behalen. Dit was een in Frankrijk ontstane muziekprijs voor kunstenaars tussen de 20 en 30 jaar, bestaande uit een toelage die hen in staat stelde een tijd in Rome te studeren in de Villa Médecis. Terwijl César studeerde gaf hij op vraag van zijn vader ook privélessen en concerten, sommige samen met zijn broer, andere als solist met eigen composities. De concerten uitgevoerd door de jonge César hadden veel succes, maar de promotie die vader Franck voor zijn zonen voerde ergerde de journalisten en critici van de Franse muziektijdschriften. De hele toestand liep uit te hand toen de belangrijkste criticus van de Revue et Gazette musicale geen enkele gelegenheid liet voorbijgaan om de agressieve pretentie van vader Franck te hekelen. Deze toestand was waarschijnlijk de oorzaak dat vader Nicolas-Joseph besliste Frankrijk te verlaten. Alvorens César kon meedingen naar de destijds prestigieuze “Prix de Rome”, moest hij van zijn vader het conservatorium verlaten en verhuisde de familie terug naar België. Het gezin vestigde zich in Brussel. Hier had de jonge Franck niet veel succes omdat zijn werk niet commercieel genoeg was en ook de sponsering uitbleef. Vader besloot dat zoonlief terug moest lesgeven en concerteren in Parijs. Na ongeveer twee jaar in Brussel keerde het gezin terug naar Parijs. Ondertussen had César ook niet stil gezeten en had hij al enkele werken voor trio: piano, viool en cello gecomponeerd. De componist Franz Liszt moedigde hem aan en gaf zijn waardevolle opmerkingen. Liszt voerde de werken zelf enkele jaren later uit in Weimar. In 1843 begon César aan zijn eerste niet kamerwerk het “Oratorium Ruth”. Het werk ging in 1845 voor enkele

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 30


componisten zoals Liszt en Meyerbeer en andere belangrijke notabelen in première. Begin 1846 werd het werk omwille van zijn eenvoud, door het publiek met veel onverschilligheid onthaald. De compositie zou pas in 1872 na bewerking opnieuw met succes worden uitgevoerd. Franck was nog niet zeker over zijn toekomst en ambitie. Twee belangrijke veranderingen in zijn leven zouden de rest van zijn toekomst bepalen. César Franck was bevriend met zijn piano-leerlinge en actrice Eugénie-Félicité-Caroline Saillot die hij al jaren kende van aan het conservatorium. Haar ouders waren lid van de Comédie Française en traden op onder de artiestennaam Desmousseaux. Het ouderlijk huis van Félicité was tevens een toevluchtsoord voor César wanneer hij wilde ontsnappen aan zijn bemoeizieke vader. Omdat het gezin in het theater werkte werd het door vader Franck ongeschikt bevonden en verbood hij César alle contact met Félicité. Toen Nicolas-Joseph in 1846 toevallig achter de ontluikende liefde van het koppel kwam en tussen de papieren van César een compositie vond opgedragen aan mademoiselle F. Desmousseaux, met de vermelding “met aangename herinneringen”, verscheurde hij het werk in bijzijn van zijn zoon. César ging onmiddellijk naar het huis van de familie Desmousseaux , schreef het werk opnieuw uit zijn hoofd en overhandigde het aan Félicité. Hierdoor werd de relatie met zijn vader nog slechter. Vader Franck verbood hem zich te verloven of te huwen met Félicité. Zijn moeder steunde haar zoon maar hield zich volledig buiten het conflict tussen vader en zoon. Een tijdje later was de maat vol en César pakte zijn koffers, verliet het ouderlijk huis en nam zijn intrek bij de familie Desmousseaux, waar hij met open armen werd ontvangen. César nam het besluit een ander mens te worden. Tijdens zijn verblijf bij de familie Desmousseaux werd hij oprecht verliefd op Félicité. Op zijn 25e. verjaardag liet hij zijn vader weten dat hij ging trouwen. Het huwelijk vond plaats op 22 februari 1848 in de parochiekerk Notre-Dame-de-Lorette , tijdens de maand van de Parijse opstand. Om aan de kerk te komen moest het gezelschap over de barricades klimmen die door de revolutionairen waren geplaatst. De ouders van César waren ondertussen verzoend met het huwelijk en woonden de plechtigheid bij. Om zijn familie te kunnen onderhouden moest de componist privélessen geven.

Reeds lang droomde César Franck van een functie als organist, vooral omdat het hem een vast inkomen zou bezorgen. In 1847 werd hij aangesteld als assistent-organist in de kerk NotreDame-de-Lorette, de eerste van een opeenvolging van steeds belangrijker functies als organist. César Franck was Rooms-Katholiek en nu had hij de gelegenheid zich volledig te wijden aan de rituelen en vaardigheden die nodig waren voor een openbare eredienst. Ook had hij de gelegenheid om af en toe de hoofdorganist Alphonse Gilbat te vervangen. In 1851 werd hij organist van de kerk Saint-Jean-François du Marais. In 1858 werd hij aangesteld als organist en kapelmeester van de kerk Sainte-Clotilde. De kerk genoemd naar de tweede vrouw van Clovis was de eerste neogotische kerk in Frankrijk. In 1897 werd de kerk door paus Leo XIII tot basiliek gewijd. Franck bleef daar organist tot aan zijn overlijden. Enkele maanden na zijn aanstelling werd hij in deze kerk titularis van een nieuw prachtig orgel van de beroemde instrumentenbouwer Aristide Cavaillé-Coll.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 31


De concerten en improvisaties van César na de misvieringen werden massaal bijgewoond. Geïnspireerd door het orgelspel van Jacques-Nicolas Lemmens, leraar aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, verbeterde César zijn pedaalgebruik en ontwikkelde een zeer persoonlijke improvisatiestijl. Met dit prachtige nieuwe orgel ontstond de vruchtbare bodem waarop zijn nieuwe orgelcomposities tot bloei konden komen. Maar ook een vruchtbare bodem voor een geheel nieuwe impuls van het componeren voor orgel. De uren die César aan het orgel in deze kerk doorbracht, losten veel dissonante levensklanken op en brachten hem weer in een harmonisch evenwicht. Hij componeerde ook honderden orgelwerken voor de liturgische erediensten.

De speelvaardigheden van César en zijn liefde voor het nieuwe orgel leidde tot een samenwerking met de orgelbouwer Cavaillé-Coll en César reisde naar de grote steden in heel

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 32


Frankrijk om op de orgels van Cavaillé-Coll te concerteren. Zijn concerten en improvisaties werden overal bekend en hij had naam en faam als muzikant en componist. In de periode 1860-1862 schreef hij met succes “Six Pièces” voor orgel. Deze composities werden door César opgedragen aan zijn collega’s-componisten en organisten, aan zijn leermeester Benoist en aan de instrumentenbouwer Cavaillé-Coll. Zijn werken werden populair en gepromoot door de Société Nationale de Musique, een vereniging in Parijs die zich inzette voor de verspreiding van Franse muziek. Een werk van Franck was het openingsstuk bij het eerste concert dat door deze vereniging in november 1871 werd gegeven. Later gingen veel van zijn werken bij de Société Nationale de Musique in première. Vanaf 1886 tot aan zijn overlijden was Franck voorzitter van deze vereniging. César Franck had reeds in 1845 het oratorium “Ruth” gecomponeerd. Bijna vijfentwintig jaar later in 1869 keerde hij terug naar dit genre omdat hij een werk wilde schrijven over de “Bergrede” uit het Nieuwe Testament (evangelie volgens Matheus). Hij besloot toen het oratorium “Beatitudes” te componeren, een monument van religieuze muziek over de acht zaligsprekingen van Christus. Hij wist toen nog niet dat deze compositie van acht delen hem tien jaar zou kosten. Hij vertrouwde het libretto, dat commentaar geeft op de woorden van Christus (het is een tenor die optreedt als voordrager en een bariton die Christus belichaamt), toe aan mevrouw Colomb, De compositie werd pas in 1879 voltooid. Toch heeft Franck, die nog 11 jaar leefde, het werk nooit in zijn geheel gehoord. De première van het volledige werk vond plaats op 19 maart 1893. Deze compositie wordt beschouwd als een van de grote meesterwerken van de componist. Ook César zelf was heel tevreden, want toen de partituur klaar was riep hij: “we hebben nog nooit beter geschreven”.

In 1872 ging Benoist met pensioen als leraar orgel aan het Conservatorium van Parijs. César Franck werd voorgesteld als zijn opvolger. Op dat ogenblik kwam aan het licht dat Franck geen Frans staatsburger was. Toen in 1835 de familie Franck naar Frankrijk verhuisde om de twee zonen te laten studeren aan het Conservatorium van Parijs, namen zij de Franse nationaliteit aan. Hetgeen vader Franck niet wist, was dat zijn zonen slechts tot de leeftijd van eenentwintig jaar als Franse burgers werden beschouwd. Op het ogenblijk dat men meerderjarig werd moest men terug een aanvraag tot het bekomen van de Franse nationaliteit indienen. In feite had César op dat ogenblijk zonder het te weten terug de Belgische nationaliteit. César deed onmiddellijk het nodige voor zijn naturalisatie en op 1 februari 1872 werd hij hoogleraar orgel en improvisatie aan het Conservatorium van Parijs en leidde hij een regelmatig leven. Elke dag stond hij op rond halfzes en componeerde twee uren om daarna de hele dag les te geven. Al vlug werd hij bekend als een uitstekend leraar en organist die openstond voor nieuwe ideeën. Veel van zijn oorspronkelijke studenten kwamen studeren bij Franck aan het conservatorium. Hij was een geliefde docent die door zijn studenten op handen werd gedragen. Hij stond ook bekend om zijn speciale manier van lesgeven. Hij probeerde op een luchtige en aangename manier de leerstof aan zijn studenten over te brengen door af te wijken van de soms saaie officiële leerstof in de boeken van het conservatorium.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 33


Nu hij docent was kon hij meer tijd besteden aan veel ideeën die de voorbije jaren in zijn gedachten waren gerijpt. Hij schreef nieuwe werken en bewerkte vroeger gecomponeerde stukken. De meeste werken componeerde Franck tijdens de tien laatste jaren van zijn leven. César Franck componeerde slechts één symfonie, de “Symfonie in D-Mineur”. In tegenstelling tot de traditionele vier delen, nam de componist genoegen met drie delen. Het werk is opgebouwd in het cyclische principe; een klein melodisch motiefje wordt langzaam uitgebreid tot een volwaardig thema. Bijzonder mooi is de melodische lijn aan het begin van het langzame deel met harp, althobo en de geheimzinnige gedempte strijkers. De symfonie werd vooral bewonderd door de jongere generatie Franse componisten en was in hoge mate verantwoordelijk voor het nieuw leven inblazen van de Franse symfonische traditie. Dankzij zijn sympathieke en toegankelijke aard was Franck bij veel van zijn collega’s een graag gezien persoon. De enige uitzondering daarop was de componist Camille Saint-Saëns. Eigenlijk was dat vreemd, want op het eerste gezicht hadden de twee veel met elkaar gemeen. Zij studeerden samen in dezelfde orgelklas in Parijs en werkten beiden voor de beroemde orgelbouwer Cavaillé-Coll. Hoewel Saint-Saëns veel werken van Franck speelde, bleef hij een diepe jaloezie voor zijn collega koesteren. Saint-Saëns was vooral verbolgen over het feit dat Franck zijn pianokwintet dat in 1880 werd gepubliceerd aan hem opdroeg. De ware inspiratiebron voor het werk was volgens hem een vrouw, namelijk Augusta Holmès op wie zowel Saint-Saëns als Franck verliefd waren. Geïnspireerd door de ballade “De Wilde Jager” van Gottfried August Burger, componeerde Franck In 1882 het symfonisch gedicht “Le Chasseur Maudit”. Deze ballade vertelt hoe een jonge graaf op een zondagmorgen besluit om op jacht te gaan. Twee vreemde ruiters sluiten zich bij hem aan. De ene ruiter is zijn boze geest die hem aanspoort verder te gaan, de andere is zijn geweten die hem verzoekt om terug te gaan. De graaf gaat verder en achtervolgt een hert. Het hert vlucht de kapel in van een kluizenaar. Deze smeekt de graaf om het hert op deze goddelijke plaats en tijdens deze heilige dag te sparen. De graaf weigert naar deze smeekbede te luisteren en lastert God. Na zijn Godslastering verdwijnen zijn knechten, paarden en honden plotseling spoorloos en de graaf staat helemaal alleen. In de duisternis hoort de graaf nu een angstwekkende stem van 'boven'. De graaf moet de gevolgen van zijn Godslastering dragen. Hij moet nu elke nacht - door duizend hellehonden achtervolgd - eeuwig jagen. César Franck begint zijn compositie met een muzikale uitbeelding van het woud en de jacht. Kerkklokken geven aan dat het zondag is. De hoorns geven in een steeds stijgend ritme de jacht aan. Muzikaal treffend weergegeven door de componist is ook de aankondiging van de verschrikkelijke toekomst van de graaf en het eeuwige razen door de nacht. Dit werk is nog steeds een groot succes. In 1885 werd César Franck benoemd tot “Chevalier de la Légion d’Honneur ». Razend populair is zijn compositie “Panis Angelicus”, muziek die ongetwijfeld iedereen kent en die door Franck werd opgenomen in zijn “Messe à trois voix” gecomponeerd in 1859. Het werd later een op zichzelf staand werk. “Panis Angelicus” is de laatste strofe van de hymne “Sacris Solemnis” die in 1264 ter gelegenheid van de invoering van Sacramentsdag in opdracht van paus Urbanus IV werd geschreven door Thomas van Aquino als onderdeel voor een volledige liturgieviering. De strofe van “Sacris Solemnis” die begint met de woorden “Panis Angelicus” (brood der engelen) was oorspronkelijk een compositie voor tenor, orgel, harp, cello en

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 34


contrabas. Later bewerkte Franck het voor tenor, koor en orkest. Het is een werk dat werd gezongen door alle wereldsterren. Tot op vandaag staat het nog altijd op het repertoire van de grote tenoren, sopranen en koren. Het is muziek en tekst waar het hart gaat van zingen. In 1885 schreef Franck zijn “Symfonische Variaties” een werk voor piano en orkest. Het hoofdthema, dat zoals de titel reeds aangeeft verschillende malen gevarieerd wordt, is in één woord een schitterende melodie. Het klagende thema doet simpel aan, het klinkt als blues en impressionistisch. De première op 1 mei 1886, tijdens het jaarlijkse orkestconcert van de Société Nationale de Musique, verliep bijna onopgemerkt. De solist was Diémer en de componist dirigeerde. Het tweede optreden was pas op 30 januari 1887 tijdens een concert geheel gewijd aan Franck. Het werk maakte nog steeds geen indruk. Voor en na de dood van Franck werden zijn werken echter gepromoot en uitgevoerd door zijn studenten en de “Symfonische Variaties” kwamen al snel in het repertoire van de grote pianisten. In 1886 componeerde Franck zijn beroemde “Vioolsonate in A-Majeur”. Hoewel César Franck voornamelijk bekend is om zijn machtige werken voor orgel en de omvangrijke stukken voor orkest, laat hij zich in deze vioolsonate gelden als componist van perfect klinkende kamermuziek. Toch is dit de enige zelfstandige sonate die César ooit schreef. We horen een veelvuldig afwisselend spel van levendige melodieën tussen viool en piano en juist door de verschillen in klankkleur van beide instrumenten krijgt het werk zijn kleur en uitdrukkingskracht. Het liedachtige karakter van de vioolpartij schept een melancholieke sfeer, terwijl de piano in de wat snellere passages verhaalt van heftige, innerlijke beroering. In 1886 gaf César Franck zijn “Vioolsonate in A-Majeur” als huwelijksgeschenk aan de Belgische violist Eugène Isaÿe. De première van de “Vioolsonate in A-Majeur” vond plaats in 1887 in de Société Nationale de Musique in Parijs. Het werk werd uitgevoerd in Brussel in het Museum voor Schone Kunsten. Om de tentoongestelde schilderijen niet te veel te belasten, werd er geen licht aangestoken. Hierdoor konden de violist Eugène Ysaÿe en de pianiste Léontine Marie Bordes-Pene de partituur niet lezen. Het publiek werd gevraagd te vertrekken maar protesteerde zo fel dat de musici uiteindelijk toch probeerden het werk uit het hoofd te spelen. Tegen alle verwachtingen in werd de avond een groot succes. In 1924 speelde Ysaÿe het werk tijdens een concert in Kopenhagen en vertelde: “Altijd als ik dit werk speel, doe ik het met liefde”. Het is een van de mooiste en populairste werken van de componist. In 1887 schreef Franck het symfonisch gedicht “Psyché”, gebaseerd op de Griekse mythe. Het is een werk voor koor en orkest. Dit zeer romantische verhaal inspireerde de bezadigde César Franck om een prachtige romantische partituur te schrijven. In de oude Griekse mythe was Psyché zo mooi dat Eros zelf verliefd op haar werd en haar heimelijk als bruid wilde. Om zijn identiteit geheim te houden, kwam Eros elke avond wanneer het donker was naar Psyché. Maar Psyché’s nieuwsgierigheid naar haar minnaar zorgde ervoor dat ze op een avond een kaars aanstak om hem te zien. Maar helaas viel er gesmolten was van de kaars op Eros en werd hij boos. Eros vluchtte en liet haar in de steek. Maar de liefde van Psyché was zo groot dat ze hem wijd en zijd zocht tot zij hem uiteindelijk vond en hij haar vergiffenis schonk. Aanvankelijk had het werk geen succes. De controverse ging niet over de muziek, maar sommigen vonden het te sensueel. Later werd de compositie door velen beschouwd als zijn grootste symfonische schepping. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 35


In 1890 voltooide Franck zijn “Kwartet voor Strijkers”. Het werk had veel succes bij het publiek en de critici. Begin 1890 was César Franck betrokken bij een verkeersongeval. Hij herstelde maar begon moeilijk te stappen. Hij was soms afwezig op concerten en repetities en kon gedurende een korte periode geen lesgeven. Hij ging op vakantie naar Nemours met de hoop daar volledig te herstellen en te kunnen werken aan enkele orgelwerken alsook werken in opdracht voor harmonium te componeren. Hoewel Franck deze geplande grote verzameling met stukken voor harmonium niet kon voltooien, (ongeveer de helft kwam klaar) werden wel de geplande orgelstukken in augustus en september 1890 voltooid. Het zijn de “Trois Chorals”, die tot de grootste schatten van de orgelliteratuur behoren en die tegenwoordig een vast onderdeel van het orgelrepertoire zijn. Franck schreef in zijn brieven en dagboeken “Alvorens te sterven zal ik de goede God eren met een aantal koorwerken, zoals Bach dat deed, maar dan op een andere manier”. “Trois Chorals” zijn verregaande fantasieën op eigen thema’s. Als je als leek goed luistert is het alsof je een symfonieorkest hoort, volledig met strijkers, houtblazers en trompetten. De Franse musicoloog Léon Vallas schreef: “Hun schoonheid en belangrijkheid zijn van dien aard dat ze kunnen worden beschouwd als een soort muzikaal testament”. Het eerste werk is opgedragen aan Eugène Gigout, het tweede aan Auguste Durand en het derde aan Augusta Mary Anne Holmès.

Begin oktober hernam Franck zijn werk aan het conservatorium maar vatte kou. Zijn toestand verergerde en de componist overleed op 8 november 1890. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de kerk Sainte-Clotilde in Parijs. De tenor Mazalbert zong “Panis Angelicus”. Een grote menigte woonde de begrafenis bij waaronder Léo Delibes componist en officiële vertegenwoordiger van het conservatorium, Eugène Gigout, Camille Saint-Saëns, Edouard Lalo, Alexandre Guilmant, Gabriël Fauré en Charles-Marie Wildor die César Franck zou opvolgen als leraar orgel aan het conservatorium. César Franck werd tijdelijk begraven op het kerkhof in Montrouge. Zijn leerling Emmanuel Chabrier sprak een ontroerende afscheidsrede uit. Enkele jaren later werd zijn lichaam opgegraven en begraven op de begraafplaats Montparnasse in Parijs. Het grafmonument werd ontworpen door zijn vriend, architect Gaston Redon. In 1893 werd een buste, gemaakt door Auguste Rodin en op het graf geplaatst. Een standbeeld van César Franck aan het orgel, gemaakt door de beeldhouwer Alfred Lernon staat op de Square Samuel Rousseau, tegenover de basiliek Sainte-Clotilde in Parijs.

César Franck componeerde liederen, koormuziek, cantaten en oratoria, missen, muziek voor harmonium, kamermuziek, symfonieën, muziek voor piano, symfonische gedichten en composities voor orgel die hoogtepunten zijn van het gehele romantische orgelrepertoire.

Franck was een van de grootste orgelvirtuozen van zijn tijd en ook de grootste improvisator op dit instrument. Hij werd ondanks een aantal successen niet altijd meteen begrepen. Door het cyclische karakter van zijn muziek, werd hij af en toe onterecht als een soort van Wagner versleten. Dit alles ondanks het feit dat zijn muziek wel degelijk puur een eigen product volgens

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 36


een eigen visie was en op zoveel manieren verschillend was in stijl en bezetting. Hij was trouwens door zovele anderen geïnspireerd, vooral door Bach, wat eigenlijk niet verwonderlijk is. Zowel Bach als Franck gedijen nog steeds het best onder oude gewelven om de volle betekenis achter hun muziek hoorbaar en voelbaar te maken. Op basis van twaalf grote orgelwerken wordt César Franck door velen aanzien als de grootste componist van orgelmuziek na Johann Sebastiaan Bach. Zijn werken voor orgel behoorden tot de mooiste composities die in meer dan een eeuw uit Frankrijk kwamen en legden de basis voor de Franse symfonische orgelstijl. César Franck hielp de kamermuziek vernieuwen en nieuw leven in te blazen en ontwikkelde het gebruik van cyclische vormen. In februari 2009 kocht de Koninklijke Bibliotheek van België een volledig autografisch handschrift met een reeks van zeven werken voor harmonium van César Franck. Deze pagina’s bevatten de allerlaatste werken van de componist. Ze werden opgenomen in een mooi geheel van autografische partituren die al in de Koninklijke Bibliotheek werden bewaard

CVC MUSEUM LE GRAND CURTIUS Het Museum LE GRAND CURTIUS is gelegen in het historische hart van Luik aan de oevers van de Maas – Féronstrée 36 – 4000 LIEGE

Ter gelegenheid van de tweehonderdste geboortedag van de Luikse componist, die in de 19e eeuw een ware revolutie in de Franse muziek teweegbracht, wijdt de Stad Luik een jaar lang een tentoonstelling aan César Franck, in samenwerking met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège. Vanaf 12 januari 2022 en gedurende één jaar zal in deze ruimte de speeltafel (klavieren, pedalen en toebehoren) te zien zijn van het Cavaillé-Coll-orgel waarvan César Franck titularis-

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 37


organist was in de Basiliek Sainte-Clotilde in Parijs (in bruikleen van het Museum Vleeshuis van de Stad Antwerpen). Het originele manuscript van de “Variations symphoniques” voor piano en orkest, (bewaard in het Conservatoire Royal de Liège) en talrijke voorwerpen, documenten en getuigenissen uit die tijd (uit het Fonds Patrimoniaux de la Ville de Liège), muzikaal huiswerk van de jonge César die student was aan het Conservatorium van Luik, artikelen uit de Luikse pers die verhalen over zijn eerste concerten, e.a. zijn daar ook te vinden..

CVC

IL Y A 200 ANS QUE LE COMPOSITEUR CESAR FRANCK EST NÉ Franck est né à Liège , alors une partie du Royaume-Uni des Pays - Bas (à partir de 1830 une partie de Wallonie de Belgique) son père Nicolas-Joseph Franck, un employé de banque dont la famille venait de la frontière germanobelge, et Marie-Catherine-Barbe Franck (née Frings), originaire d' Allemagne. Si le jeune César-Auguste, comme on l'appelait à ses débuts, montrait à la fois des talents de dessins et de musique, Nicolas-Joseph l'envisageait comme un jeune pianistecompositeur prodige, à la manière de Franz Liszt ou de Sigismond Thalberg , qui apporterait la renommée et fortune à sa famille. Son père fait entrer César Franck au Conservatoire Royal de Liège, étudie le solfège , le piano, l'orgue et l'harmonie avec Joseph Daussoigne-Méhul et d'autres professeurs. César-Auguste donne ses premiers concerts en 1834, un devant Léopold Ier du Royaume de Belgique nouvellement formé. En 1835, son père décida que le temps était venu d'élargir son public, et fit venir César-Auguste et son frère cadet Joseph à Paris, pour étudier en privé : contrepoint avec Anton Reicha et piano avec Pierre Zimmerman. Les deux hommes étaient également professeurs au Conservatoire de Paris. À la mort de Reicha une dizaine de mois plus tard, Nicolas-Joseph cherche à inscrire les deux garçons au Conservatoire. Cependant, le Conservatoire n'accepterait pas d'étrangers ; Nicolas-Joseph a été obligé de demander la nationalité française, qui a été accordée en 1837. [3] Dans l'intervalle, Nicolas-Joseph a promu des concerts et des récitals à Paris mettant en vedette un ou les deux garçons jouant de la musique populaire de l'époque, la plupart du temps avec de bonnes critiques. Le jeune Franck et son frère entrent au Conservatoire en octobre 1837, César-Auguste poursuit ses études de piano auprès de Zimmerman et commence la composition avec Aimé Leborn. Il obtint le premier prix de piano à la fin de sa première année (1838) et a constamment maintenu ce niveau de performance. Son travail de contrepoint est moins spectaculaire, “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 38


remportant successivement les troisième, deuxième et premier prix entre 1838 et 1840. Il ajoute des études d'orgue avec François Benoist , qui comprennent à la fois l'interprétation et l'improvisation, remportant le deuxième prix en 1841, dans le but de concourir pour le Prix de Rome de composition l'année suivante. Cependant, pour des raisons qui ne sont pas explicites, il se retire « volontairement » du Conservatoire le 22 avril 1842. Son retrait peut avoir été à la demande de son père. Pendant que César-Auguste poursuivait ses études universitaires, il enseignait aussi, à la demande de son père, en privé et donnait des concerts. C'était une vie dure pour lui et pas facilitée par le comportement de mauvaise humeur et même vindicatif de son père. Les concerts joués par le jeune Franck (certains avec son frère au violon, certains comprenant les propres compositions de Franck) ont d'abord été bien accueillis, mais de plus en plus la promotion commerciale de Nicolas-Joseph de ses fils a contrarié les journaux et critiques musicaux parisiens. Les capacités techniques de CésarAuguste en tant que pianiste sont reconnues ; ses capacités en tant que compositeur étaient (probablement à juste titre à ce stade) ressenties comme insuffisantes. Toute la situation s'est aggravée par ce qui est finalement devenu une querelle entre Nicolas-Joseph et Henri Blanchard, le principal critique de la Revue et Gazette musicale , qui n'a pas perdu l'occasion de fustiger les prétentions agressives du père et de se moquer de "l'impérial" noms du fils aîné. Cette animosité, « sans doute personnelle », peut bien avoir fait décider Nicolas-Joseph qu'un retour en Belgique s'imposait, et en 1842 un ordre péremptoire au jeune Franck contraint ce dernier à quitter le Conservatoire et à l'accompagner.

Le retour en Belgique a duré moins de deux ans. Il n'y eu pas de concerts rentables ; les critiques étaient indifférents ou méprisants ; le patronage de la cour belge n'était pas au rendez-vous (bien que le roi ait envoyé plus tard une médaille d'or à César-Auguste) et il n'y avait pas d'argent à faire. Pour Nicolas-Joseph, l'excursion est un échec, et il ramène son fils dans un régime d'enseignement et de concerts familiaux à Paris, que Laurence Davies qualifie de rigoureux et mal payé. Pourtant, il y avait des bénéfices à long terme pour le jeune Franck. Car c'est à partir de cette période, remontant à ses dernières années au Conservatoire et audelà de son retour à Paris, qu'émergent ses premières compositions matures, un ensemble de Trios (piano, violon, violoncelle) ; ce sont les premières de ce qu'il considérait comme son œuvre permanente. Liszt les a vues, a offert des encouragements et des critiques constructives, et les a exécutées quelques années plus tard à Weimar . En 1843, Franck commence à travailler sur sa première œuvre hors chambre, « l'oratorio Ruth » . Il a été créé en privé en 1845 devant Liszt, Meyerbeer et d'autres notables musicaux, qui ont donné une approbation modérée et une critique constructive. Cependant, une représentation publique au début de 1846 a rencontré l'indifférence du public et des rebuffades critiques pour la naïveté et la simplicité de l'oratorio. Le travail n'a pas été exécuté de nouveau jusqu'en 1872, après une considérable révision. En réaction, César-Auguste s'est essentiellement retiré de la vie publique pour une obscurité en tant que professeur et accompagnateur, à laquelle son père a souscrit à contrecœur. Le jeune Franck reçut des commandes tant à Paris qu'à Orléans pour ces activités, et pour la composition de chansons et de petites œuvres. Deux changements cruciaux dans ces années devaient façonner le reste de sa vie. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 39


Le premier était une rupture presque complète des relations avec ses parents. La cause immédiate était son amitié et plus tard son amour pour l'une de ses élèves de piano privées, Eugénie-Félicité-Caroline Saillot (1824-1918), dont les parents étaient membres de la ComédieFrançaise compagnie sous le nom de scène Desmousseaux. Il la connaissait depuis ses années au Conservatoire, et pour le jeune Franck Félicité Desmousseaux, la maison familiale était devenue une sorte de refuge contre son père autoritaire. Lorsqu'en 1846 Nicolas-Joseph trouva dans les papiers de César-Auguste une composition dédiée à "Mlle F. Desmousseaux, dans d'agréables souvenirs", il la déchira en présence de ce dernier. César-Auguste se rend directement chez les Desmousseaux, rédige la pièce de mémoire et la présente à Félicité avec une ligne de dédicace. Les relations avec son père se dégradent, qui interdit toute pensée de fiançailles et de mariage (ce que la loi française autorisait d'un père pour un fils de moins de 25 ans), l'accusant d'avoir bouleversé sa mère et de lui crier dessus à propos d'un cas d'empoisonnement alors notoire entre mari et femme comme le résultat le plus probable de tout match entre son fils. Le rôle de sa mère dans le conflit n'est pas clair : elle soutenait modérément son fils ou restait complètement à l'écart du conflit. Un dimanche de juillet, CésarAuguste sort pour la dernière fois de la maison de ses parents avec rien d'autre que ce qu'il peut emporter, et s'installe chez les Desmousseaux, où il est accueilli. Sous les yeux amicaux mais vigilants des parents de Félicité, il continue de la courtiser. Dès ses 25 ans en 1847, il fait part à son père de son intention d'épouser la dame, ce qu'il fait en fait le 22 février 1848, le mois de la révolte de Paris. Pour se rendre à l'église, le groupe a dû escalader les barricades érigées par les révolutionnaires – avec l'aide volontaire des insurgés qui se sont massés derrière cette fortification improvisée. Les Francks aînés étaient suffisamment réconciliés avec le mariage pour assister à la cérémonie et signer le registre dans ce qui était devenu l'église paroissiale de César, Notre-Dame-de-Lorette . C'est le deuxième grand changement qui fait l'église paroissiale Notre-Dame-de-Lorette Franck : sa nomination comme organiste adjoint en 1847, le premier d'une succession de postes d'orgue de plus en plus importants et influents. Bien que le jeune Franck n'ait jamais brillé au Conservatoire comme organiste comme il l'avait fait en tant que pianiste, il avait voulu un poste d'organiste, notamment parce qu'il lui procurait un revenu stable. Il a maintenant eu l'occasion de faire correspondre sa dévotion catholique avec l'apprentissage des compétences nécessaires pour accompagner le culte public, ainsi que l'occasion occasionnelle de remplacer son supérieur, Alphonse Gilbat. Dans cette position, il a gagné l'attention favorable de l'abbé Dancel de l'église, qui en 1851 a déménagé dans la nouvelle église de Saint-Jean-Saint-François-auMarais (une petite église dans le quartier du Marais ), comme curé et deux ans plus tard, il invita Franck à occuper le poste de titulaire , ou organiste principal. En même temps, un changement révolutionnaire se produisait dans les techniques d'exécution de l'orgue français. L'organiste allemand Adolf Hesse (1809-1863), un élève du biographe de Bach Johann Nikolaus Forkel, avait démontré en 1844 à Paris la technique de la pédale qui (avec un pédalier de style allemand ) a rendu possible l'exécution des œuvres de Bach. Cela dépassait totalement le cadre du genre de jeu que Franck avait appris de Benoist au Conservatoire; la plupart des orgues français n'avaient pas les notes de pédalier requises pour

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 40


un tel travail, et même la grande tradition d'orgue classique de la France datant de la période des Couperin était à cette époque délaissée au profit de l'art de l'improvisation. Les performances de Hesse ont pu être traitées simplement comme une courte sensation pour leur virtuosité éblouissante, mais l'élève de Hesse Jacques-Nicolas Lemmens (1823-1881) est venu à Paris en 1852 et de nouveau en 1854. Lemmens était alors professeur d'orgue au Conservatoire royal de Bruxelles , et n'était pas seulement un interprète virtuose de Bach, mais un développeur de méthodes d'enseignement de l'orgue avec lesquelles tous les organistes pouvaient apprendre à jouer avec précision, clarté et phrasé legato. Franck est apparu sur le même programme de concert inaugural que Lemmens en 1854, admirant beaucoup non seulement l'interprétation classique de Bach mais aussi la rapidité et la régularité du travail de pédale de Lemmens. Léon Vallas affirme que Franck, pianiste avant d'être organiste, « n'a jamais entièrement acquis lui-même le style legato » ; néanmoins il a réalisé l'expansion du style d'orgue rendue possible par l'introduction de telles techniques et s'est mis à la tâche de les maîtriser. Dans sa recherche de la maîtrise de nouvelles techniques de jeu d'orgue, il a été à la fois mis au défi et stimulé par son troisième et dernier changement de poste d'orgue. Le 22 janvier 1858, il devient organiste et maître de chapelle à la nouvellement consacrée Sainte-Clotilde (à partir de 1896 la Basilique-Sainte-Clotilde ), où il restera jusqu'à sa mort. Onze mois plus tard, la paroisse installe un nouvel instrument Cavaillé-Coll à trois claviers, après quoi il est nommé titulaire, Théodore Dubois prend la relève comme chef de chœur et organiste assistant. L'impact de cet orgue sur l'interprétation et la composition de Franck ne peut être surestimé; avec ses premières expériences pianistiques, cela a façonné sa création musicale pour le reste de sa vie. De plus, la capacité de jeu de Franck et son amour des instruments Cavaillé-Coll ont conduit à sa collaboration avec le facteur pour faire la démonstration des instruments de ce dernier, Franck se rendant dans les villes de France pour montrer des instruments plus anciens ou jouer des concerts inauguraux sur de nouveaux. Pour se préparer aux capacités de cet orgue (y compris son pédalier de trente notes), Franck a acheté un pédalier d'entraînement à Pleyel et Cie pour la pratique à domicile pour améliorer sa technique, ainsi que passer de nombreuses heures au clavier de l'orgue. La beauté de sa sonorité et les facilités mécaniques fournies par l'instrument ont contribué à sa réputation d'improvisateur et de compositeur, non seulement pour la musique d'orgue mais aussi dans d'autres genres. Des pièces pour orgue, pour chœur et pour harmonium commencèrent à circuler, dont la plus notable fut « la Messe à 3 voix » (1859). La qualité des mouvements de cette œuvre, composée sur plusieurs années, est inégale, mais de là découle l'une des compositions les plus durables de Franck, l'hymne de communion " Panis Angelicus ". Plus remarquable encore est l'ensemble des « Six Pièces pour orgue », écrit de 1860 à 1862 (mais pas publié avant 1868). Ces compositions (dédiées à d'autres organistes et pianistes, à son vieux maître Benoist et à Cavaillé-Coll) font toujours partie du répertoire d'orgue moderne et furent, selon Rollin Smith, la première contribution majeure à la littérature française pour orgue depuis plus d'un siècle, et "la musique d'orgue la plus importante écrite depuis celle de Mendelssohn ." Le groupe comprend deux de ses œuvres pour orgue les plus connues, le "Prélude, Fugue et Variation, op. 18 » et la " Grande Pièce Symphonique op. 17 »

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 41


Dans sa propre église, les gens ont commencé à venir écouter les improvisations pour la messe et l'office. Par ailleurs, Franck commence à donner des "concerts d'orgue" ou des récitals à Sainte-Clotilde de ses propres œuvres et de celles d'autres compositeurs. Franck continue à écrire des compositions pour chœur à cette époque, mais la plupart ne sont jamais publiées. Néanmoins, il est encouragé à commencer le travail (1869) sur une œuvre chorale majeure, « Les Béatitudes » , qui va l'occuper pendant plus de dix ans, le retard étant en partie dû aux interruptions de la guerre franco-prussienne. La guerre, comme la Révolution de 1848, avait fait disparaître nombre de ses élèves, soit parce qu'ils avaient quitté Paris, soit parce qu'ils avaient été tués ou mutilés au combat. Mais un changement arrivait dans la façon dont les musiciens français considéraient leur propre musique; surtout après la guerre, ils recherchaient un Ars Gallica qui serait nettement français. Le terme est devenu la devise de la Société Nationale de Musique nouvellement fondée, dont Franck est devenu le membre le plus âgé ; sa musique apparaît dans son premier programme en novembre 1871.

La réputation de Franck était maintenant suffisamment répandue, grâce à sa renommée en tant qu'interprète, son appartenance à la Société et son groupe d'étudiants plus petit mais dévoué, que lorsque Benoist prit sa retraite de professeur d'orgue à la réouverture du Conservatoire de Paris en 1872, Franck fut proposé comme successeur. Il existe une certaine incertitude quant à savoir qui a fait la nomination au gouvernement; à des moments différents, Saint-Saëns et Théodore Dubois revendiquent la responsabilité, ainsi que Cavaillé-Coll. Ce qui est certain, c'est que le nom de Franck figurait en tête de la liste des candidats – et que la

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 42


nomination révélait le fait embarrassant que Franck n'était pas un citoyen français, une condition pour la nomination. Il s'est avéré que Franck ne savait pas que lorsque son père, Nicolas-Joseph, est devenu citoyen français naturalisé pour inscrire ses fils au Conservatoire comme étudiants, ils n'étaient comptés comme citoyens que jusqu'à l'âge de vingt et un ans, date à laquelle ils étaient obligés de déclarer leur allégeance à la France à l'âge adulte. Franck s'était toujours considéré comme français depuis la naturalisation de son père. En fait, il était revenu à son insu à sa nationalité belge de naissance en devenant majeur. Franck est passé par la procédure de naturalisation d'emblée ; sa nomination initiale le 1er février 1872 a été régularisée en 1873. Beaucoup de son cercle d'étudiants d'origine avaient étudié ou étudiaient au Conservatoire. Franck a connu quelques tensions dans sa vie de professeur : il a eu tendance à enseigner la composition autant qu'il a enseigné l'orgue et l'improvisation ; il était considéré comme non systématique dans ses techniques d'enseignement ( Franck n'a jamais enseigné au moyen de règles dures et rapides ou de théories sèches et toutes faites , avec une attitude désinvolte envers les textes officiels et les livres approuvés par le Conservatoire ; et sa popularité parmi certains étudiants a provoqué une certaine jalousie parmi ses collègues professeurs.. Il est désormais en mesure de passer du temps à composer des œuvres dont les idées germaient depuis des années. Il interrompt son travail sur « Les Béatitudes » pour produire (parmi de nombreuses œuvres plus courtes) l'oratorio « Rédemption » (1871, révisé en 1874), le poème symphonique « Les Éolides » (1876), « les Trois Pièces pour orgue » (1878) et « le Quintette pour piano » (1879) . « Les Béatitudes » elle-même a finalement vu sa première représentation en 1879. Comme pour beaucoup d'autres créations d'œuvres chorales et orchestrales plus importantes de Franck, elle n'a pas été couronnée de succès : l'œuvre était fortement segmentée et se prêtait à l'exécution d'extraits plutôt que dans son ensemble. Comment exactement tout ce bouleversement a pu se dérouler dans l'esprit du compositeur est incertain. Il est certain qu'un certain nombre de ses œuvres les plus "avancées" sont apparues à cette époque : les poèmes symphoniques « Le Chasseur maudit » (1882) et « Les Djinns » (1883-1884), le Prélude, « Chorale et Fugue pour piano » (1884), « les Variations symphoniques » (1885) et l'opéra « Hulda » (1879-1885). Beaucoup ont rencontré un succès indifférent ou nul, du moins lors de leurs premières présentations du vivant de Franck ; mais « le Quintette » 1879 (l'une des aversions particulières de Saint-Saëns) s'était révélé être une œuvre attirante et stimulante (les critiques l'ont décrite comme ayant une « vitalité inquiétante » et un « sinistre presque théâtral » ). En 1886, Franck compose « la Sonate pour violon » comme cadeau de mariage pour le violoniste belge Eugène Ysaÿe . Cela est devenu un succès retentissant; Ysaÿe l'a joué à Bruxelles, à Paris, et l'a emmené en tournée, souvent avec son frère Théo Ysaÿe au piano. Vallas , écrivant au milieu du vingtième siècle, dit que la Sonate était « devenue l'œuvre la plus populaire de Franck, et en France du moins, l'œuvre la plus généralement acceptée dans tout le répertoire de la musique de chambre ». Le 4 août 1885, Franck est fait chevalier de la Légion d'honneur française .

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 43


Franck a publié « Psyché » (écrit 1886-1888), un poème symphonique basé sur le mythe grec La controverse (ne se limitant pas aux connaissances immédiates de Franck) ne portait pas sur la musique, mais sur les implications philosophiques et religieuses du texte. La femme et le fils de Franck trouvaient le travail trop sensuel et souhaitaient que Franck se concentre sur une musique plus large et plus populaire. Une autre controverse surgit avec la publication de la seule symphonie de Franck, celle en ré mineur (1888) . L'œuvre est mal reçue : l'orchestre du Conservatoire s'y oppose, le public « glacial », La symphonie est néanmoins bien accueillie par la jeune génération des compositeurs Français et est grandement responsable pour une nouvelle tradition symphonique Française. La composition fut un grand succès. En 1888, Franck s'essaye à nouveau à un autre opéra, « Ghiselle ». Il était plus ébauché que composé et Franck ne l'a jamais achevé. En revanche, un quatuor à cordes massif a été achevé et joué en avril 1890, et a été bien accueilli par le public et la critique. Il y avait eu d'autres succès récents, y compris ses propres performances en tant que pianiste de concert dans et autour de Paris, De plus, il jouait encore des improvisations dominicales devant de grandes congrégations habituellement à Sainte-Clotilde. Il avait en tête des œuvres majeures pour orgue et peut-être une sonate pour violoncelle. En juillet 1890 (et non en mai 1890, comme on le pensait auparavant) Franck était à bord d'un taxi qui a été heurté par un chariot tiré par des chevaux , se blessant à la tête et provoquant un court évanouissement. Il ne semblait pas y avoir de séquelles immédiates; il termina son voyage et lui-même le considérait sans importance. Cependant, la marche devient pénible et il se trouve de plus en plus obligé de s'absenter d'abord des concerts et des répétitions, puis d'abandonner ses cours au Conservatoire. Il prend ses vacances dès qu'il le peut à Nemours , où il espère travailler sur les pièces d'orgue proposées ainsi que sur quelques commandes pour harmonium . Pendant les vacances, il a pu commencer sur les deux projets. Alors que Franck n'a pas pu compléter la collection d'harmonium, les pièces d'orgue furent achevées en août et septembre 1890. Ce sont les Trois Chœurs , qui comptent parmi les plus grands trésors de la littérature pour orgue, et qui font aujourd'hui partie intégrante du répertoire. À propos d'eux, Vallas a écrit : « Leur beauté et leur importance sont telles qu'ils peuvent être correctement considérés comme une sorte de testament musical. [ Franck a commencé le nouveau trimestre au Conservatoire en octobre, mais a attrapé un froid au milieu du mois. Cela s'est transformé en pleurésie compliquée de péricardite . Après cela, son état s'est rapidement aggravé et il est décédé le 8 novembre. Les funérailles de Franck ont eu lieu à Sainte-Clotilde, en présence d'une importante congrégation dont Léo Delibes (représentant officiel du Conservatoire), Camille Saint-Saëns, Eugène Gigout, Gabriel Fauré Alexandre Guilmant, Charles-Marie Widor (qui succéda à Franck comme professeur d'orgue au Conservatoire) et Édouard Lalo. Emmanuel Chabrier s'est exprimé sur le lieu de sépulture d'origine de Montrouge. Plus tard, le corps de Franck a été déplacé à son emplacement actuel au cimetière

Montparnasse à Paris, dans une tombe conçue par son ami, l'architecte Gaston Redon. Un certain nombre d'élèves de Franck, dirigés par Augusta Holmès , commandèrent à Auguste Rodin un médaillon en bronze, un buste de trois quarts de Franck, qui fut placé en 1893 sur le

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 44


côté du tombeau. En 1904, un monument à Franck du sculpteur Alfred Lenoir, César Franck à l'Orgue, est placé square Samuel-Rousseau en face de Sainte-Clotilde. Stringfixer

Un Espace César Franck au Grand Curtius À l’occasion du bicentenaire de la naissance du compositeur liégeois, qui a véritablement révolutionné la musique française du XIXe siècle, la Ville de Liège consacre à César Franck une exposition d’une année, en collaboration avec l’Orchestre Philharmonique Royal de Liège. Dès le 12 janvier 2022 et durant un an, cet espace accueille l’emblématique console (claviers, pédalier et accessoires) de l’orgue Cavaillé-Coll dont César Franck fut titulaire à la basilique Sainte-Clotilde de Paris, prêtée par le Vleeshuis Museum de la Ville d’Anvers. Le manuscrit original des Variations symphoniques pour piano et orchestre (1886, conservé au Conservatoire Royal de Liège) et de nombreux articles, documents et témoignages d’époque issus des Fonds Patrimoniaux de la Ville de Liège (devoirs musicaux du jeune César élève au Conservatoire de Liège, articles la presse liégeoise relatant ses premiers concerts…) sont également à y découvrir. Au côté de la console d'orgue, se trouve également un chef d'oeuvre des collections permanentes des arts décoratifs du Grand Curtius : le magnifique piano Serrurier-Bovy.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 45


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 46


Grand-Place Brussels

20.00 h

https://www.taptoebrussels.com

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 47


MUZIEK VOOR DE PAASTIJD

De meteorologische lente start op 1 maart, maar vanaf midden februari komt het voorjaar voorzichtig op gang. De zon klimt stilaan wat hoger en op een windstille dag is het dan ook genieten van de eerste warme zonnestralen. De lente hangt in de lucht met ontluikende kleuren en geuren en de natuur maakt zich klaar voor een nieuw jaar. Ondanks tijdens de herfst en de winter veel leven in de natuur afsterft, ontspringt in de lente uit die vergane glorie nieuw leven. Bomen en struiken vormen de eerste knoppen en de narcissen en krokussen steken voorzichtig hun kopje boven de grond. Alles staat barstensvol nieuw leven. Vogels worden actiever en sommige verwennen ons met enkele schuchtere melodieën. Maar zodra je het zingen van de merels hoort, weet je dat de lente echt begonnen is.

Pasen valt altijd in de lente, de dageraad van het jaar, het seizoen van ontwaken, verwachting en opnieuw beginnen. Het ontwaken van de natuur uit haar winterslaap benadrukt op haar manier de betekenis van Pasen: de overwinning van het licht op de duisternis, het leven haalt het op de dood. Eerst komt de Goede week, dan volgt het hoogfeest van Pasen en dan begint de paastijd die zal duren tot het hoogfeest van Pinksteren. Het paasverhaal is vereeuwigd in enkele van de grootste klassieke werken aller tijden. Heel wat componisten hebben voor deze periode prachtige composities gemaakt en zorgen met hun muziek voor een moment van bezinning. Even rustig tot jezelf komen en blijven stilstaan bij de noden van je hart en laat het binnenin lente worden. Hierna volgen enkele werken die u zeker moet beluisteren. Neem rustig de tijd en geniet van de tijdloze schoonheid van deze monumentale muziek.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 48


MATTHEUSPASSIE – J.S.BACH

Wie kent niet de Mattheuspassie van J.S. Bach? Duizenden, tienduizenden, waarschijnlijk zelfs miljoenen mensen over de hele wereld hebben dit meesterstuk van één van de beroemdste componisten in hun hart gesloten. Elk jaar in de aanloop naar Pasen, zorgt Bach met zijn “Mattheuspassie” voor een moment van bezinning en introspectie. Zijn interpretatie van het lijden van Christus én de troost die Hij zovelen bracht (en nog steeds brengt) laat al sinds de eerste uitvoering op Goede Vrijdag in 1727 in de Thomaskirche in Leipzig niemand onverschillig. In zijn vaardige handen wordt het lijdensverhaal van Christus een dramatische voorstelling, met uitgesproken muzikale retoriek en een beeldend verhaal vol emoties. Bach had voor zijn Mattheuspassie geen betere librettist dan de evangelist Mattheus kunnen wensen. Het is een meesterwerk dat nooit zijn glans zal verliezen. Over dit geniale werk valt alleen in superlatieven te spreken: een grootse muzikale architectuur, bijzonder expressieve recitatieven en briljante koorpassages. Dat we dit werk vandaag kennen, hebben we in de eerste plaats te danken aan de componist Felix Mendelssohn. Hij haalde het werk een eeuw na het overlijden van Bach terug van onder het stof uit en paste het aan, aan de noden van zijn tijd. Na de dood van Bach in 1750, geraakte veel van zijn muziek in de vergetelheid. Slechts enkele kenners bleven een diepe bewondering voor dit genie koesteren. Een van die specialisten was Sarah Levy, de zus van Mendelssohns grootmoeder. Sarah had nog klavecimbel gestudeerd met een van de zonen van Bach. Zij was lid van het koor van de Berlin Singakademie en de dirigent aldaar, Carl Friederich Zelter had een grote voorliefde voor de werken van Bach. Felix Mendelssohn en zijn zus Fanny werden eveneens lid van dit koor en zo werd ook hun de liefde voor de muziek van Bach ingelepeld.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 49


De Berlin Singakademie was in het bezit van vele Bach manuscripten die werden gebruikt als bron voor de werken die door het koor werden uitgevoerd. Zo kwam Mendelssohn in contact met enkele uittreksels van de Mattheuspassie. Maar de grote ommekeer in zijn leven kwam er, toen hij in 1823 van zijn eigen grootmoeder Bella Salomon, een kopie van de volledige “Mattheuspassie” cadeau kreeg. Vanaf dat ogenblik was het Mendelssohns bedoeling de Mattheuspassie in ere te herstellen.

Felix Mendelssohn deed een paar aanpassingen aan het werk, maar liet de compositie verder intact. Hij voerde de Mattheuspassie opnieuw uit op 11 maart 1829 in Berlijn. Felix zelf dirigeerde het koor van de Berlin Sangakademie . Bach mikte met zijn Mattheuspassie op een totaalervaring: het tastbaar maken van lijden, dood en verlangen naar verlossing. De kracht van de muziek van deze compositie is dat ze gevoelens uitdrukt die we anders niet zo intens ervaren. De “Mattheuspassie” van Bach is van een onaardse schoonheid, meeslepend en smartelijk. Ze maakt in iedere noot het lijden van Christus tastbaar. Bachs meesterwerk zal altijd de harten blijven beroeren.

CHRISTUS AM OLBERGE – Ludwig VAN BEETHOVEN

Ludwig van Beethoven componeerde “Christus am Ölberge” (op. 85), zijn enige oratorium, in 1801 in twee weken tijd. Met een Duits libretto van dichter Franz Xaver Huber werd het voor

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 50


het eerst uitgevoerd op 5 april 1803. Het is een veel profanere verbeelding van de lijdensweg van Christus dan in andere oratoria. In het werk staat Jezus mentale worsteling en persoonlijke aanvaarding van zijn lot centraal, wanneer hij na het Laatste Avondmaal met zijn leerlingen naar de Olijfberg in de tuin van Gethsemane trekt om er te waken en te bidden, want hij voelde zijn arrestatie aankomen. De nadruk ligt op zijn eigen besluit in plaats van op de kruisiging of de opstanding. Het is geen evangelische vertelling, maar een subjectieve schildering van de tweestrijd waarin Jezus verkeert. Moet Hij zijn lot ontvluchten of zich overgeven aan zijn missie: te sterven voor de zonden van de mensheid om aldus verzoening met de Vader te bewerkstelligen? Beethoven zelf vond zijn eigen compositie te dramatisch. Zo wachtte hij tien jaar voordat hij het werk liet uitgeven. Toch was het gedurende zijn leven een geliefd werk dat men graag uitvoerde. Het slotkoor: “Welten singen” werd zelfs, net als het “Halleluja” uit de Messiah van Händel, een populair op zichzelf staand koorwerk.

DIE SIEBEN LETZTEN WORTE – Joseph HAYDN “Die sieben letzten worte unseres Erlösers am Kreuze”, De zeven laatste woorden van onze Verlosser aan het kruis gebaseerd op de dood van Jezus Christus aan het kruis, nemen een unieke plaats in, in het oeuvre van de Oostenrijkse componist Joseph Haydn. Van dit meesterwerk bestaan maar liefst vier versies. Het origineel voor orkest schreef Haydn in 1786, voor een viering op Goede Vrijdag in een kerk in het Spaanse Cádiz. Een jaar later maakte hij er een versie voor strijkkwartet van en tien jaar later bewerkte hij het voor groot oratorium met koor en solisten. Haydn gaf later ook zijn fiat voor een versie voor piano solo.

In alle versies blijft de kracht van de muziek, gedrapeerd rondom de zeven woorden van Christus aan het kruis, volledig overeind. Het gaat over de volgende zeven teksten: 1. Vater! Vergib ihnen. 2. Furwahr, ich sag’es dir. 3. Frau, hier siehe deinen Sohn. 4. Mein Gott! Mein Gott! 5. Jesus rufet. 6. Es ist volbracht. 7. Vater in deine Hände.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 51


De Zeven laatste Woorden van Christus laten ons ook de kwetsbaarheid van een ter dood veroordeelde voelen, al wordt het nergens dramatisch zwaar. Want dat is de kracht van Haydn. Hij kan ongelooflijk ingetogen zijn; het volmaakte tegendeel van Wagner of Bruckner en dat hoort men in zijn muziek. Het werk bestaat uit wondermooie muziekminiaturen om Christus te herdenken. De muziek is uiterst gracieus en toch afgemeten en straalt de droefheid en plechtigheid uit van Christus laatste momenten aan het kruis, in de wetenschap dat Hij door zichzelf op te offeren de hele mensheid zou redden.

MISERERE MEI DEUS – Georgio ALLEGRI De zanger en componist Georgio Allegri werd geboren in 1582. Op negenjarige leeftijd werd hij koorknaap in de kerk San Luigi dei Francesi in Rome die nog steeds beroemd is voor haar schilderingen van Caravaggio. In 1600 ging Georgio Allegri muziek studeren en in 1607 kwam hij als koorzanger en componist terecht in de kathedraal van Tivoli en in die van Fermo. Bij zijn terugkeer in Rome werd hij koorleider in de kerk van Santo Spirito. Het hoogtepunt van zijn glansrijke carrière kwam toen hij in 1629 als zanger en componist toetrad tot het koor van de Sixtijnse kapel, onder paus Urbanus VIII. Allegri stierf in 1652 in Rome.

Het “Miserere mei Deus” is de getoonzette psalm 51 “God wees mij in uw goedheid genadig”. Allegri schreef dit werk in 1638 voor het pauselijke koor van de Sixtijnse kapel, waar het werk nu nog steeds wordt gezongen in de week voor paaszondag, in een mis die als “Tenebrae” (duisternis) bekend werd. Het Miserere beschrijft het moment van de dood van Jezus wanneer het op het middaguur ineens donker wordt en Jezus zijn laatste woorden spreekt “Mijn God waarom hebt Gij mij verlaten”. Het werk wordt dan ook in het volledig duister gezongen, terwijl de paus en de kardinalen voor het altaar knielen. Het werk was zo waardevol, dat de partituur slechts bij uitzondering mocht worden ingezien; degene die het werk kopieerde kon geëxcommuniceerd worden.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 52


Maar het Vaticaan had niet gerekend op een slimme bezoeker van veertien jaar. Het was W.A. Mozart die het werk had opgeschreven nadat hij het tweemaal had gehoord. Het muziekwerk werd gepubliceerd en Mozart werd door de paus ontboden in Rome. In plaats van te worden geëxcommuniceerd prees de paus Mozart voor het prachtige werk dat hij had geleverd.

OUVERTURE TOT HET RUSSISCH PAASFEEST – Nicolai RIMSKY- KORSAKOV Het Russisch-Orthodoxe ritueel dat in deze ouverture zo luisterrijk wordt weergegeven, dateert uit het jaar 988, toen prins Vladimir van Kiev (de eerste hoofdstad van Rusland) zich tot het christendom bekeerde. Zijn bekering was meer een kwestie van politiek dan van geloof: hij nam de nieuwe godsdienst aan om met de zuster van de Byzantijnse keizer te kunnen trouwen en dwong zijn onderdanen tot massale doopplechtigheden. De nauwe band met de GrieksOrthodoxe kerk is af te leiden uit de uivormige koepels van Russische kerken, de mozaïeken en fresco’s, maar ook uit de beroemde iconen. Zelfs het Griekse alfabet werd gedeeltelijk opgenomen in het Russisch.

Deze concertouverture die Rimsky-Korsakov componeerde in 1888 is gebaseerd op de traditionele gezangen en psalmen van de Russisch-orthodoxe kerk. De componist zei hierover: “In deze ouverture wilde ik vooral de overgang verklanken van de plechtigheid en het mysterie van de avond van Stille Zaterdag naar de uitbundige vieringen en feestvreugde op Pasen”. Het werk begint plechtig met klanken die doen denken aan spreekgezangen en een gedempte melodie die wordt begeleid door de fluiten. Dan zet het volledige orkest jubelend in – kerkliederen zijn duidelijk te horen en een passage roept het luiden van een klok op. Nog eenmaal komt de plechtige sfeer terug en begint het blijde feest van paasmorgen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 53


SABAT MATER - Antonin DVORAK Zelfs toen Dvorák wereldberoemd was zei hij van zichzelf: “ik ben maar een eenvoudige Tsjechische musicus”. Op muzikaal gebied ging het Dvorák voor de wind, maar in zijn persoonlijk leven had hij heel wat tegenslag. In 1875 verloor hij zijn eerstgeboren dochter Josefa. Een half jaar later voltooide hij zijn schetsen van het “Sabat Mater”, maar het werk bleef op de plank liggen. In de zomer van 1877 stierven kort na elkaar ook zijn twee andere kinderen. In plaats van te wanhopen putte Dvorák kracht uit zijn geloof en voltooide hij in korte tijd zijn machtige “Sabat Mater”. Het werd zijn eerste grote compositie met een religieus thema. Het werk bestaat uit tien delen waarvan het eerste en het laatste deel thematisch met elkaar verbonden zijn. Het werk duurt anderhalf uur en is geschreven voor symfonieorkest, orgel, gemengd koor en zangsolisten.

De aangrijpende tekst uit de veertiende eeuw, over Maria die haar zoon aan het kruis genageld ziet, gaf de componist de mogelijkheid zijn verdriet in muziek om te zetten. Het duurde drie jaar voordat het werk in 1880 in Praag in première ging. In Engeland dirigeerde Dvorák zijn “Sabat Mater” zelf. In een volle Albert Hall werd de componist door twaalfduizend mensen toegejuicht nadat het werk was uitgevoerd. Engeland had na Händel en Haydn opnieuw een groot musicus van het vaste land in haar armen gesloten.

PARSIFAL – Richard WAGNER De opera “Parsifal” is op vele plaatsen de Paasopera bij uitstek. De betovering van Goede Vrijdag verbindt deze opera aan de Passieweek.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 54


De geschiedenis van Parsival baseerde Wagner voor een groot deel op het Middeleeuwse verhaal van Wolfra von Eschenbach. Deze vertelt ons over de zoon van een overleden graalridder die in eenzaamheid is opgegroeid. Tijdens een van zijn tochten belandt deze dwaze zwanenjager op het kasteel van koning Amfortas. De koning treurt, hij is ernstig gewond. Door zijn verwonding is hij niet meer in staat de dagelijkse graalceremonie uit te voeren. Een gevolg is dat de graalridders futloos zijn en het land en het vee onvruchtbaar. Aan het hof neemt men het de domme Parsifal kwalijk dat hij niets begrijpt van de functie van de graal die de zieke koning en zijn land kan genezen. Parsifal begint een lange zoektocht naar de graalburcht. Hij vindt de graal en geneest de wond van Amfortas. Parsifal wordt de nieuwe graalkoning van een prachtig land, het Paradijs.

De opera “Parsifal” is de laatste die Richard Wagner schreef. Het werk zit boordevol verwijzingen naar de christelijke traditie. Zo speelt de kelk van het Laatste Avondmaal waarin nadien het bloed van Christus is opgevangen een rol in het verhaal en ook de lans waarmee Christus aan het kruis werd verwond. De derde en laatste akte speelt zich af op Goede Vrijdag. Bovendien vertelt Wagner in zijn autobiografie dat het idee voor de opera hem inviel op een zonnige Goede Vrijdag in 1857, toen hij op vakantie was in het Zwitserse Zürich. Parsifal lag Wagner nauw aan het hart. Zozeer dat hij de opera enkel wilde laten opvoeren in zijn eigen Festspielhaus in Bayreuth, zodat niemand anders afbreuk kon doen aan zijn visie op het werk en ook wel om zijn nabestaanden na zijn dood van een inkomen te voorzien. Pas in 1914, 32 jaar na de dood van Wagner, werd die beperking opgeheven.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 55


De première van het werk vond plaats op 26 juli 1882 in het Festspielhaus in Bayreuth, onder de directie van Hermann Levi, muzikaal directeur bij de Bayerische Staatsoper. Er waren zestien uitvoeringen in juli en augustus van dat jaar. Voor de laatste uitvoering op 29 augustus, nam Richard Wagner zelf de dirigeerstok in handen om de overgangsscène en het tweede deel van het derde bedrijf zelf te dirigeren. Dit was de eerste en tegelijkertijd de laatste keer dat Wagner in Bayreuth dirigeerde. Na een stormachtig applaus bij het einde van de uitvoering bedankte Wagner met een korte dankbetuiging zijn publiek. Hij eindigde met de woorden “tot volgend jaar”, maar voor hem zou er geen volgend jaar meer zijn, hij stierf op 13 februari 1883. Wagners Parsifal is niet zomaar een opera. Voor veel operaliefhebbers is het een filosofischreligieuze totaalervaring over (mede)lijden en verlossing. Het verhaal van de vijf uur durende opera is niet eenduidig en staat dan ook open voor veel interpretaties. Het gaat onder meer ook over de innerlijke zoektocht naar een zinvol en zuiver leven, de moed om verleidingen en het kwade te weerstaan, en het belang van medelijden - een begrip ontleend aan de boeddhistische traditie.

CAVALLERIA RUSTICANA – Het Paaskoor - Pietro MASCAGNI Mascagni schreef “Cavalleria Rusticana” in 1889 voor een operawedstrijd. De 26-jarige jongen won de wedstrijd met glans. Geen van zijn volgende 14 opera’s had zo veel succes. Mascagni heeft het altijd spijtig gevonden dat hij de opera in zijn jeugd had geschreven en klaagde: “ik ben gekroond voordat ik koning werd”.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 56


Pasen vormt de spirituele achtergrond voor de rauwe eenakter “Cavalleria Rusticana” van Pietro Mascagni (1863-1945). Het “Intermezzo” daaruit blijft steeds ontroeren, net als deze krachtige, dramatische paashymne.

“Cavalleria Rusticana” speelt zich af in de 19e eeuw op Sicilië, dat toen met Napels een koninkrijk onder de Bourbons vormde. Deze schitterende lofzang horen wij op paasmorgen in een stadje op Sicilië. Mensen zingen in een pittoresk kerkje een paaslied (Regina Coeli) begeleid door het orgel. De dorpsbewoners die buiten staan antwoorden met een halleluja. Santuzza, ontroostbaar omdat zij haar geliefde kwijt is, valt in met een sopraansolo en heft daarmee een veel rijkere melodie aan, die door de anderen op het plein wordt overgenomen en naar een overweldigend hoogtepunt wordt gestuwd (Paashymne Inneggiamo, il Sigor non è morto) . Dit is slechts een van de prachtige stukken waaraan Mascagni’s opera zijn populariteit te danken heeft. De wereldpremière in Rome in 1890 was een van de grootste triomfen in de geschiedenis van de opera. Mascagni moest zestig keer terug het podium opdraven voor het uitbundige publiek te groeten. Dit duurde ongeveer even lang als de voorstelling zelf. Het werk begon al snel aan zijn triomftocht over de hele wereld en is tot op de dag van vandaag nog altijd een enorm succes.

EASTER SUITE – Oscar PETERSON

De jazzlegende Oscar Peterson was een van Canada's meest geëerde muzikanten en wordt

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 57


algemeen beschouwd als een van de grootste jazzpianisten aller tijden. Hij was tevens componist. Hij trad op als solist en ook met het Oscar Peterson trio. Peterson werd geboren in een muzikaal gezin in 1925. Zijn interesse in muziek begon toen hij vijf jaar oud was en opgroeide in de zwarte arbeidersgemeenschap van Little Burgundy in Montreal in een sfeer die sterk was beïnvloed door de jazzcultuur. Hij begon trompet te spelen maar om gezondheidsredenen werd hij verplicht te stoppen met dit instrument en ruilde hij de trompet voor de piano. Deze onverwachte speling van het lot zorgde ervoor dat hij jazzpianist werd. Oscar Petersson overleed op 23 december 2007 in Mississauga een voorstad van Toronto. Peterson’s “Easter Suite” is een puur instrumentaal werk. Peterson vertelt het verhaal van de opstanding als een reeks contrasterende scènes. Terwijl specifieke citaten duidelijk worden afgebakend in de muziek werken de bewegingen goed als op zichzelf staande stukken. Maar door zichzelf in de spirituele context van deze suite te plaatsen, kan de luisteraar de wind door de olijfbomen horen in “The Garden of Getsemane” en de Romeinse soldaten in “The Trial” visualiseren. Zoals bij de beste Petersons trio-uitvoeringen is er veel interactie tussen de drie instrumenten (piano, bas, drums) en is het samenspel een belangrijk onderdeel van Peterson’s composities. In “The Denial” staat Peterson’s piano in schril contrast met de drums als de twee beschuldigingen en ontkenning heen en weer slingeren. De bas fungeert als de belichaming van Christus en verbeeldt de dood van Jezus aan het kruis. De suite bevat een breed scala van stijlen waaronder jazz wals, mineur blues, koraal en spiritueel. Hoewel er verschillende momenten zijn van Peterson’s uitbundigheid (vooral in het afsluitende “He has Risen”) verliest hij nooit de eerbiedige focus van het totale werk.

L’ASCENSION – HEMELVAART – Olivier MESSIAEN

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 58


Olivier Messiaen wordt gerekend tot de grootste componisten van de twintigste eeuw. Zijn werk is sterk beïnvloed door zijn geloof, dat hij op een zeer persoonlijke, moderne en kleurrijke wijze verklankt. Zijn muziek wordt gekenmerkt door een statische structuur, veelal een samenvoeging van losse segmenten. Messiaen werkte als hoofdorganist in de Trinitékerk in Parijs en stortte zich met dit werk op de Hemelvaart van Christus. Olivier Messiaen beleefde met zijn “L'Ascension”, geschreven in 1933 een hoogtepunt in zijn carrière. Hij gebruikte het evangelie volgens Johannes geschreven tussen 60 en 90 als uitgangspunt en het resultaat is een alles overstijgend, wonderschoon orkestwerk. De ondertitel van het werk luidt: “Quatre méditations symphoniques” – vier symfonische meditaties. Elk deel begint met Messiaens theologische intenties, verteld aan de hand van Bijbelse of liturgische opschriften. Van majestueus en vredig tot gejubel en ontroerend. In dit orkestwerk beschrijft Messiaen de tegenstelling tussen de eeuwigheid van het hemelse rijk en de vergankelijkheid van het aardse leven. Het stuk overstijgt, in Messiaens eigen woorden, "ruimte en tijd".

THE MESSIAH – HALLELUJAH – G. Fr. HANDEL The “Messiah” van Händel, dat is pas echt Pasen. Tijdens zijn leven kreeg Georg Friedrich Händel voor zijn unieke oratoriumcompositie “The Messiah” zowel enthousiaste als afwijzende reacties. De een was gefascineerd door de muzikale intensiteit van het Bijbelse Verlosser-epos, de ander beschouwde het op muziek zetten van de christelijke heilsleer als een godslastering. De tekst voor het Messiah-libretto komt uit verzen van het Oude Testament en de Openbaring van Johannes. Het wordt verdeeld in drie grote hoofdstukken: Aankondiging en Geboorte – Passie en Verrijzenis van Jezus – Toepassing en betekenis van het geloof. Deze zelfstandige thema’s werden door Händel samengeweven tot een rijk tapijt van klanken. “The Messiah” hoort thuis in de christelijke traditie en tegelijkertijd is het ook absolute muziek die in ruime mate de pure geloofsinhoud overstijgt. "The Messiah" van Händel is een muzikaal meesterwerk. Händel schreef de partituur van 259 bladzijden in slechts 24 dagen, van 22 augustus tot 14 september 1741. Händel ging in deze periode van zijn leven door een dieptepunt, zowel lichamelijk als geestelijk. Maar zoals dikwijls, blijken dieptepunten achteraf ook hoogtepunten te zijn. Zo goed als failliet en min of meer afgedankt als componist door de Londense society, kreeg Händel een brief van Charles Jennens die hem aanspoorde om aan de hand van een uitgewerkt libretto, een oratorium te schrijven. Het libretto van Charles Jennens was een aaneenschakeling van Bijbelteksten. Het was een korte weergave van de boodschap van de Bijbel van het begin tot het einde.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 59


Geestdriftig zette Händel zich aan het werk. Zijn bediende zag hem amper nadat hij zich in zijn kamer had opgesloten. Nauwelijks raakte hij zijn eten aan. Als door de Geest van God gedreven schreef hij, zoals hij het later noemde: "Het Heilig Oratorium". Tegen zijn bediende zei hij na afloop: "Het leek alsof ik de hele hemel zag en de grootheid van God Zelf". Deze uitspraak zegt iets over de gemoedstoestand van de componist en de overgave waarmee hij zich op zijn compositie wierp. "The Messiah" bracht Händel niet ten gehore in Londen, maar in Dublin, waar hij veel populairder was. Hij had namelijk een verzoek uit Ierland gekregen om in Dublin een benefietconcert te geven ten bate van zieken en gevangenen. De première vond plaats op 13 april 1742 in de "Neale's Music Hall" van Dublin en de uitvoering was een daverend succes. Een jaar later bracht Händel "The Messiah" in Londen ten gehore. Deze voorstelling werd bijgewoond door koning George II die zo onder de indruk was, dat hij toen het refrein "Hallelujah" klonk, uit eerbied voor Christus de Messias, spontaan opstond. De hele zaal volgde zijn voorbeeld met als gevolg dat het nu in Engeland een algemeen gebruik is om bij dit bekende refrein "Hallelujah" recht te staan.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 60


Vooral dit “Hallelujah”, dat het magistrale einde is van het tweede gedeelte, is geliefd bij de muziekliefhebbers. Het is het stralende en jubelende hoofdthema van dit gedeelte en roept de optimistische sfeer van Pasen in alle heerlijkheid op. Het woord “hallelujah” stamt uit het Hebreeuws en betekent zoveel als “Looft de Heer”. Het woord wordt in de loop van het werk niet minder dan 48 maal herhaald en vormt zodoende een geloofsbelijdenis die zowel verheven als vrolijk aandoet. Met trompetten en koperblazers wordt het effect van de machtige zang nog eens versterkt. Bij de woorden “King of Kings” en “Lord of Lords” worden de stemmen geleidelijk aan hoger en intenser, en met het steeds herhaalde “Hallelujah” eindigt het koor in een laatste, spectaculaire lofprijzing. "The Messiah" behandelt zowel de geboorte als de dood van Christus en is daardoor zowel geschikt voor Kerstmis als voor Pasen. Händels creatieve geloofsbeleving maakt “The Messiah” tot een schitterende muzikale geloofsbelijdenis. Deze fenomenale compositie is niet meer weg te denken uit te muziekgeschiedenis en zal zonder twijfel de podia blijven domineren. Ik kan mij een feestelijk en jubelend paasfeest zonder de blijde klanken van het “Halleluja” van Georg Friedrich Händel niet voorstellen.

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 61


“Brussel Leeft” “Klankbord Brussels Gewest” Driemaandelijks tijdschrift. Een uitgave van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw. Redactieadres, lezersbrieven, abonnementen en advertenties KMF BHG E-mail: muziekfederatie@hotmail.com Gelieve uw bijdrage elektronisch aan te leveren

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 15 JUNI 2022 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 15 JUIN 2022 au plus tard Het overnemen van artikels en illustraties (of een gedeelte ervan) kan alleen na de uitdrukkelijke toestemming van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Verantwoordelijke uitgever: William Huybandt, Brugstraat 27, 1730 Asse Werkten mee aan dit nummer: Cecile Van Camp, Louis G. Meeus, Edgard Van Nerom, William Huybandt, Lay-out: Marijke Huybandt Lezersbrieven zijn welkom! Indien mogelijk zullen wij uw brief publiceren: hou er wel rekening mee dat om diverse redenen uw brief kan worden ingekort of beknopt weergegeven.

Wie graag dit “gratis” magazine graag digitaal ontvangt klikt: Qui désire recevoir ce magazine << gratuit >> digitale cliquez

https://muziekfederatie.be/contact/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 62


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 63


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 64


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.