BRUSSEL LEEFT 2022 Nr 1 / BRUXELLES VIT 2022 N° 1 / TAPTOE BRUSSELS

Page 1

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 1


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vzw Hoge Bescherming: Zijne Majesteit de Koning Beschermcomité: Erevoorzitter : Guy VANHENGEL : Eerste Vicevoorzitter Brussels Parlement Vice-erevoorzitter: Carla DEJONGHE : Lid Brussels Parlement Dagelijks bestuur VAN NEROM Edgard, Voorzitter

e-mail: edgard.vannerom@skynet.be

HUYBANDT Marijke, Secretaris

e-mail: marijke_huybandt@hotmail.com

HUYBANDT William, Penningmeester

e-mail: william.huybandt@telenet.be

Raad van bestuur : dagelijks bestuur + onderstaande e-mail: katleen.tilley@telenet.be DE KLIPPEL Roland VAN CAMP Cecile VAN NEYGHEM Lieve

e-mail: cecile.van.camp@skynet.be e-mail: vanneyghemlieve@gmail.com

Algemene vergadering : dagelijks bestuur + raad van bestuur + onderstaande e-mail: michaelhuybandt@hotmail.com HUYBANDT Michaël

CONTACT KMF BHG / FRM RBC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

CONTACT VIA MAIL: muziekfederatie@hotmail.com

KMF BHG / FRM RBC - 2


INHOUD/CONTENU Bestuur KMF BHG // Comité FRM RBC ............................................................................. 02

Inhoud ................................................................................................................................ 03

Nieuwjaarsboodschap…………………………..……………………..………........................................... 04

Message de nouvel-an………………………………………………………………………………….………………….05

Agenda & activiteiten verenigingen …….……………..….………………........................................ 07

Kamiel D’Hooghe overleden…..………………...........................................................................10

125 jaar geleden overleed de componist Johannes Brahms….…….…..……...........................11

Il y a 125 ans que le compositeur Johannes Brahms est décédé……………………...................21

Muziek met een knipoog naar Valentijn ………………………………..…………….…………................31

Elisabeth Sprague Coolidge Nl.……………………………………………………………………………………....42

Elisabeth Sprague Coolidge Fr……………………………….…….………………..………………..……….......48

Colofon………………………………………………………………………………………………….………..…………….54

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 3


Nieuwjaarsboodschap Na het afsluiten van een periode begint een nieuwe periode. Dit is nooit anders geweest. Na het beëindigen van een dag komt een nieuwe dag. Na het afsluiten van een week volgt een nieuwe week. Na het afsluiten van een maand volgt een nieuwe maand en na het einde van een jaar begint een nieuw jaar. Een nieuw jaar waar we hoopvol toekomstgericht naar uit kijken en mekaar oprecht het beste toewensen. Tegelijk nemen we afscheid van het oude jaar en blikken we even terug. Ook 2021 staat volop in het teken van corona. Omdat het virus zich via contacten razendsnel verspreidt is één van de genomen maatregelen het aantal contacten te beperken. Dit leidde tot een hele verandering in ons maatschappelijk bestel. Op de noodzakelijk beroepen na valt zowat heel ons maatschappelijk en privéleven stil. Ondertussen wordt koortsachtig verder gewerkt aan de ontwikkeling van vaccins. Een grootschalige vaccinatiecampagne wordt opgestart en we waren ervan overtuigd om na de zomerperiode weer te kunnen genieten van onze herwonnen vrijheid, ondertussen weten we beter. Ook het muzikale verenigingsleven stond in 2021 sterk onder druk. Begin 2021 waren repetities en concerten nog verboden. Bij de herwonnen vrijheden mocht het muzikale verenigingsleven als laatste sector op rij hervatten. Repetities werden onder strenge veiligheidsprotocollen hervat en concerten mochten weer georganiseerd worden. Helaas bleek dit alles van korte duur. De coronacijfers stegen heel sterk en de eerste sector die van de overheid verplicht moest sluiten was de volledige cultuursector. Taptoe Brussels zou in 2021 zijn uitgestelde 20’ste verjaardag vieren. Aan het organiseren van een taptoe gaan heel wat maanden voorbereidend werk vooraf. Begin 2021 was de deadline. Veel te veel ongekende parameters hebben ons toen terecht doen besluiten dat de organisatie van Taptoe Brussels met bijhorende concerten tijdens de maand september 2021 onrealistisch was. Om deze reden hebben we met heel veel spijt Taptoe Brussels editie 2021 dienen te annuleren. Ondertussen is er een volledige malaise in de cultuursector. Bepaalde maatregelen opgelegd door het overlegcomité werden door de Raad van State nietig verklaard. Cultuurhuizen, bioscopen mogen onder strikte voorwaarden weer openen, ook concerten kunnen weer doorgaan mits een beperking van het aantal toegelaten toeschouwers tot een maximum van 200 personen. Aangesloten verenigingen stellen ons de vraag waarom er een verbod op repetities bestaat terwijl concerten wel toegelaten zijn en het de logica zelve is dat concerten onmogelijk zijn zonder voorafgaande repetities. Hoe komt het dat repetities van muziekverenigingen ondanks de strenge veiligheidsprotocollen niet toegelaten zijn terwijl het binnensporten net toegelaten wordt voor het mentale welzijn van zijn beoefenaars. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 4


Begrijp ons niet verkeerd, we gunnen het gerust dat cultuurzalen, bioscopen kunnen openen en concerten kunnen doorgaan, het binnensporten toegelaten is en we willen gerust onze bijdrage leveren in de strijd tegen het coronavirus maar als muziekfederatie is het voor ons NIET mogelijk om op de gestelde vragen een gefundeerd antwoord te formuleren. We hadden het graag anders gezien maar we wensen ook enigszins te relativeren. Naast de corona waren er in 2021 ook de problemen met de watersnood. De gevolgen van deze ramp waren verschrikkelijk, mensen verloren er het leven bij en er was een nooit geziene materiële schade. De omvang van deze ramp was zo groot dat heden – zes maanden na deze ramp – herstellingen nog volop aan de gang zijn. Ondertussen kunnen wij 2022 voorzichtig toewuiven. Als alles goed gaat zou voor het voor de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest vzw een spetterend jubileumjaar kunnen worden. De voorbereidingen van de 20’ste verjaardag van Taptoe Brussels zijn volop aan de gang en haar organisator de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw bestaat 25 jaar. Daarover meer in ons volgend magazine. Laten we verwijzend naar de inleiding van deze nieuwjaarsboodschap het oude jaar uitwuiven en een toast uitbrengen op een nieuw begin. We hopen dat we mekaar in 2022 weer mogen ontmoeten alsook onze muzikale klanken samen kunnen delen. We wensen al onze aangesloten verenigingen, leden en sympathisanten een sprankelend nieuw jaar toe, vol geluk, vreugde en gezondheid. Namens de Raad van Bestuur van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw en Taptoe Brussels, Edgard Van Nerom & William Huybandt

Message de Nouvel-An Après clôture d’une période, débute une autre période. Cela a toujours été ainsi. A la fin d’une journée, commence une autre journée ; il en va de même pour les semaines et les mois. Après le 31 décembre 2021 vient 1 janvier 2022. Début d’une nouvelle année. Une nouvelle année que nous regardons avec beaucoup d’espoir et que nous vous souhaitons de tout cœur bienheureuse et pleine de bonheur et de santé. 2021 fut une année à oublier au plus vite. Une année qui comme en 2020 n’était qu’une pandémie Covid 19. Toutes les activités culturelles et musicales furent suspendues. Apart les travaux de premier ordre toutes les autres activités furent arrêtées, par exemple : coiffeurs – magasins de luxe et de couture, manucures et pédicures, etc…. tout était à l’arrêt. Entretemps les scientifiques mettaient tout leur savoir ensemble pour mettre au point un vaccin pour combattre ce virus. Une large campagne vaccination fut mise en place et tout le monde espérait que pour l’été tout aurait été en place pour recouvrir sa liberté. Entretemps, nous savons ce qu’il en fut.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 5


Toutes les activités musicales furent défendues durant les premiers mois de 2021, pas de répétitions et pas de concerts. Ce n’est qu’au début de l’été que la vie culturelle musicale reprit mais sous de sévères mesures de sécurité pour la santé. Hélas, cela ne dura qu’un petite période, la pandémie qui n’avait jamais arrêté fit de nouveau de nombreuses victimes, les hôpitaux à nouveau étaient remplis de nouvelles victimes du Covid 19. Et, les autorités à nouveau ont suspendues toutes les activités musicales. Taptoe Brussels aurait en 2021 fêté son 20è anniversaire qui avait déjà dû être reporté en 2020. Toutefois l’organisation d’un tel Taptoe demande des mois de travail et la date limite était fin janvier, mi-février au plus tard. Avec tant d’inconnues notre Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale n’a pu qu’annoncer l’annulation du Taptoe Brusssels 2021 avec ses concerts qui auraient eu place en septembre 2021. Actuellement nous ne savons plus sur quel pied danser. Il règne un malaise complet dans le secteur culturel musical. Des directives annoncées par les autorités ont été annulées par le Conseil d’Etat. Nous nous voyons donc forcés d’attendre les décisions à venir pour nos activités. En 2021 à côté du Covid 19 les inondations de juillet en Wallonie ont faits beaucoup de victimes et à ce moment les réparations sont toujours en cours. Si tout va bien 2022 sera pour la ASBL Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale une année faste. Les préparatifs pour le jubilé du 20ème Taptoe Brussels 2022 sont en cours et la Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale fêtera ses 25 ans d’existence. Vous aurez plus d’informations à ce sujet dans notre prochain magazine. Revenons à notre premier paragraphe et introduction à ce message de Nouvel AN et levons le verre d’amitié pour un nouveau début en 2022. Nous espérons vous revoir en 2022 et partager avec nous nos activités musicales. Nous souhaitons à toutes nos sociétés affiliées, membres et amis une Bonne et Heureuse Année 2022 pleine de bonheur et de santé. Pour la a.s.b.l. Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale, son Conseil d’Administration et Taptoe Brussels,

Edgard Van Nerom & William Huybandt

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 6


AGENDA 2022 KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELES -CAPITALE ONDER VOORBEHOUD / SOUS RESERVE

07-8/05/2022

Irisfeesten – Fête de l’Iris Brussel - Bruxelles

11/07/2022

Vlaanderen feest in de stad Brussel Fête de la Communauté Flamande dans la ville de Bruxelles

09/09/2022 14u/h – 18u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand-Place de Bruxelles

10/09/2022 20u/h

TAPTOE BRUSSELS Grote Markt - Brussel – Grand-Place de Bruxelles

10/09/2022 10u/h – 22u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand- Place de Bruxelles

../11/2022 ……………

Sint Ceciliaviering – Célébration Ste. Cécile Magdalenakerk – Eglise de la Madeleine – Brussel/Bruxelles Met de medewerking van het muziekensemble van de K.H. St.

Cecilia Evere Avec la collaboration de l’ensemble musical de l’H.R. Ste Cécile Evere ../12/2022 ……………

Muziekconcerten tijdens de Brusselse kerstmarkt Concerts lors du marché de Noël Bruxelles Wij nodigen al onze verenigingen uit tot deelname aan onze activiteiten.

Uiteraard zullen wij u eerstdaags, per E-mail, verdere informatie bezorgen over de plaats en de inhoud van de evenementen. Ondertussen kunt u deze data reeds vrijhouden. Muzikanten en bestuursleden, wij rekenen op uw deelname. Samen met de medewerking van onze verenigingen willen wij, in een vriendschappelijke sfeer, muziek beleven en er hoogstaande culturele activiteiten van maken, uw vereniging, onze organisatie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waardig. Bedankt voor uw bijzonder gewaardeerde medewerking. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 7


ACTIVITEITEN VERENIGINGEN 2022 ACTIVITÉS SOCIÉTÉS 2022 ONDER VOORBEHOUD / SOUS RESERVE 13/03/2022 15u/h

Brussels Concertband Irish Party Concert Cultureel Centrum, Avenue Charles Thielemans 93, 1150 Sint-Pieters-Woluwe

20/03/2022 15u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere T-Dansant concert - Concert T-Dansant GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

03/04/2022 15u/h

VUB-orkest Inhaalconcert Aula VUB Pleinlaan 2 Q, 1050 Elsene

7/05/2022

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Concert Handelaars Vredeplein/ Concert Commerçants Place de la Paix Vredeplein Evere/ Place de la Paix Evere

06/06/2022 u/h

The Brussels Concertband Concert – Thema Dixieland – Thème Dixieland Trammuseum/ Musée du tram, Tervurenlaan/ Avenue de Tervuren 364 St. Pieters-Woluwe/ Woluwé St. Pierre

20/10/2022 15u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere Koffieconcert - Café-concert GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

03/12/2022 11u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere St. Ceciliafeest, misviering, muziek, banket en dans Fête de Sainte Cécile, messe, musique, banquet et danse GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 1 maart 2022 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 1 mars 2022 au plus tard “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 8


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 9


KAMIEL D’HOOGHE OVERLEDEN Kamiel D’Hooghe kende wereldwijd een bijzonder succesvolle carrière in de klassieke muziek. Hij werd geboren op 17 november 1929 in Vrasene (Oost-Vlaanderen). Kamiel D’Hooghe volgde de opleiding voor koster aan de Bisschoppelijke Normaalschool te SintNiklaas waar hij in 1949 zijn diploma behaalde. Hij deed verdere muziekstudies aan het Lemmensinstituut en de Koninklijke Conservatoria van Antwerpen en Gent bij Flor Peeters, Marinus De Jong, Jules Van Nuffel en Prosper Van Eechaute en behaalde het Hoger Diploma Orgel met de grootste onderscheiding. Op 17-jarige leeftijd werd hij in 1947 benoemd tot organist te Verrebroek. Hier bespeelde hij het oudste, best bewaarde Van Peteghemorgel. Het was het begin van een muzikale loopbaan zonder gelijke. Op 22-jarige leeftijd volgde zijn benoeming tot organist van de Sint-Salvatorskathedraal te Brugge, waar hij later, ter gelegenheid van de 10e. verjaardag van de Orgelconcerten, de eerste Internationale Orgelweek organiseerde, die in 1964 werd opgenomen in het Festival van Vlaanderen. Het daaropvolgende jaar adviseerde hij de eerste Internationale week voor klavecimbel die intussen een wereldwijde bekendheid geniet.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 10


In de periode 1964-67 was hij directeur van de Stedelijke Muziekacademie Adriaan Willaert te Roeselare en van 1967 tot eind 1994 directeur van het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Als docent orgel aan het Lemmensinstituut en het Conservatorium te Maastricht vormde hij talrijke organisten in binnen -en buitenland. Hij gaf talrijke concerten en cursussen in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Japan, Afrika, NieuwZeeland en Rusland en was een regelmatig gevraagd jurylid op internationale wedstrijden. Als solist trad hij op in verschillende festivals. In de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen deed hij grote inspanningen voor het behoud van het historisch orgelerfgoed. Vanuit deze bezorgdheid werd op zijn initiatief in 1978 het tijdschrift Orgelkunst opgericht waarvan hij 27 jaar hoofdredacteur was. Hij lag mede aan de basis van het eerste artisanaal gemaakte orgel in Vlaanderen, (abdij Male,1972), het eerste Bach-orgel te Brugge, (Sint-Gilliskerk,1976), het eerste 'Sweelinck'orgel (1981) en het eerste nieuw Zuid-Nederlands orgeltype in barokstijl (2000) te Grimbergen. Kamiel D’Hooghe was organist van de Abdijkerk van Grimbergen en ereburger van Grimbergen. Hij was de eerste musicus die in 1988 de prijs van de Vlaamse Gemeenschap ontving. Paus Johannes Paulus II benoemde hem in 1999 tot Ridder in de Orde van de Heilige Gregorius. Kamiel D’Hooghe overleed op 23 december 2021.

125 JAAR GELEDEN OVERLEED DE COMPONIST JOHANNES BRAHMS De muziek van de jonge Brahms wordt vooral gekenmerkt door de ernstige, zware sfeer die ervan uitgaat. Maar met het ouder worden en vooral na de verhuizing naar Wenen, komt de creativiteit van de componist in een ontspannen atmosfeer tot bloei en wordt zijn muziek vrolijker. Pas op oudere leeftijd sluipt er weer een herfstachtige melancholie in zijn stukken. Veel mensen houden van Brahms vanwege zijn strikte muzikale denken. Toch ziet men de persoonlijkheid van deze “ruwe bolster, blanke pit” en zijn laatste zware, maar ook mooie levensjaren weerspiegeld in zijn romantische en warme muziek. Toen Brahms een volwassen man was, stond de romantiek in muzikaal opzicht in volle bloei. Terwijl Berlioz, Liszt en Chopin de muziek al op de nieuwe paden van de grotere vrijheid in vorm en uitdrukking hadden geleid, keek Brahms achterom – naar Bach en de fuga, naar Beethoven en de sonates en symfonieën. In werkelijkheid was Brahms echter niet zo traditioneel als hij dikwijls wordt afgeschilderd. Hoewel hij grote symfonieën, concerten en kamermuziek in de stijl van Beethoven schreef, had hij ook een uitgesproken romantische

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 11


kant. Hij hield hartstochtelijk veel van de Hongaarse zigeunermuziek en de Weense wals van bijvoorbeeld Johann Strauss jr. De fijne balans waarmee Brahms klassieke stijlelementen verbond met de gevoelswereld van de romantiek, maakte hem tot een van de beste componisten van de negentiende eeuw.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 12


Johannes Brahms werd geboren op 7 mei 1933 in Hamburg. De vader van Johannes Brahms, Johann Jakob kwam vanuit Dithmarschen (Dithmarschen is het zuidelijke deel van de westkust van Sleeswijk-Holstein. Het gebied loopt van de Elbe tot aan de Eider) naar Hamburg op zoek naar een betrekking als stadsmuzikant. Hij leerde verschillende instrumenten bespelen: fluit, hoorn, viool en contrabas. In 1830 werd hij hoornist bij een plaatselijke fanfare en werkte hij als fluitist en contrabassist in het orkest van de Filharmonie van Hamburg. In datzelfde jaar trouwde hij met de zeventien jaar oudere Johanna Henrika Christiane Nissen die naaister was van beroep. Het gezin had het niet breed maar woonde toch in een respectabele middenklasse buurt. Johannes Brahms had nog een oudere zus en een jongere broer. Moeder Johanna hield zich bezig met het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Vader Johan was onvolwassen en door zijn temperament ongeschikt voor de verantwoordelijkheden van een gezin. Toch kreeg de kleine Johannes een degelijke opvoeding. Hij studeerde geschiedenis, wiskunde, Frans, Engels en Latijn. Bovendien was hij een fervent lezer. Aan het einde van zijn leven bevatte zijn bibliotheek 800 boeken. Zijn vader merkte al vlug het muzikaal talent van zijn zoon. Naast schooltijd leerde Johannes de eerste beginselen van de muziek bij zijn vader en volgde daarna les voor piano en cello. De familie had al een piano, maar kocht ook een cello voor de jonge Johannes. Toen hij zeven jaar was volgde Johannes les bij Otto Friederich Cossel en daarna bij Eduard Marxsen, de beste pianoleraar van Hamburg. Toen hij veertien jaar was dirigeerde Johannes voor het eerst een koor. Op zijn vijftiende begon hij volksliedjes te verzamelen en te bewerken en in 1849 componeerde hij zijn eerste virtuoze pianostukken “Fantasieën over een populaire wals”. In 1851 schreef Brahms zijn eerste orkestwerk, het “Scherzo in es-klein ( Opus 4)”. Omwille van de armoede in het gezin moest de jonge puber bijdragen aan het gezinsinkomen door piano te spelen in danszalen en bordelen aan de haven in Hamburg. Brahms dirigeerde koren vanaf zijn vroege tienerjaren en werd een bekwame koor- en orkestdirigent. Hij werd ook een groot liefhebber van poëzie. Hierdoor was hij in staat teksten te vinden voor zijn prachtige liederen. Ondanks het gepassioneerde karakter van Brahms voor literatuur en muziek en zijn talent als musicus was hij heel verlegen en gereserveerd. Door zijn bescheidenheid gecombineerd met zijn eisen voor perfectie voor zijn werk zou hij zijn hele leven partituren die hem niet bevielen vernietigen. Maar hetgeen verscheen, ademde een enorme kracht. In zijn vele liederen lijkt Brahms – door gedichten van anderen – te kunnen spreken met de vrouwen van wie hij hield, maar aan wie hij nooit zijn diepste gevoelens durfde toevertrouwen. De jonge Brahms hield ontzettend veel van zijn ouders. De spanningen door het verschil in leeftijd en karakter, die in het gezin al jarenlang aanwezig waren, werden zo groot dat zijn ouders tenslotte uit elkaar gingen, ondanks Johannes pogingen om dit te verhinderen. Johannes moest voor hen twee afzonderlijke woningen zoeken en betalen, hetgeen voor hem een enorme financiële last betekende die hij tot aan de dood van zijn moeder zou moeten dragen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 13


Brahms was een tamelijk nuchter mens en een harde werker die zijn jeugd louter doorbracht met componeren, lesgeven en musiceren. De jonge Brahms gaf enkele openbare concerten in Hamburg, maar werd pas bekend als pianist toen hij op negentienjarige leeftijd een concerttournee maakte in Duitsland. De kracht en vurigheid van de jonge Brahms aan de piano beantwoorden aan zijn enthousiasme voor Duitse romantische poëzie die dromen tot leven brengt, maar ook de nostalgie van het zijn naar buiten laat stromen. Zijn composities hadden niet veel bijval totdat hij in 1853 op concerttournee ging als begeleider van de Hongaarse violist Ede Reményi, die als politiek vluchteling zijn heil zocht in het vrije Westen. De Hongaar zag in de jonge en energieke Brahms een uitstekende begeleider. Wandelend vertrok het muzikaal duo door Duitsland een nieuwe toekomst tegemoet. Brahms was onder de indruk van het mooie Duitse landschap en was verbaasd over de machtige Rijn en de imposante bergen. Samen met zijn metgezel gaf Brahms concerten in de dorpen en stadjes die ze tijdens hun reis aandeden. Van de violist leerde Brahms de Hongaarse volksmuziek kennen. Wellicht heeft de omgang met Reményi ertoe bijgedragen dat Brahms in 1869 zijn beroemde “Hongaarse Dansen “ schreef. Het betreft hier 21 dansen voor vierhandig piano. Later zou hij transcripties maken voor piano tweehandig. Tevens orkestreerde hij de dansen voor symfonieorkest. De meest geliefde Hongaarse dans is nummer 5. Door zijn “Hongaarse Dansen” is Brahms geliefd geworden bij het grote publiek. Het zijn dansen vol zonneschijn en levensvreugde. Uitgezonderd de nummers 11, 14 en 16 zijn het bestaande Hongaarse melodieën waar Brahms arrangementen van maakte. Overigens is het niet verwonderlijk dat de componist zich aangetrokken voelde tot de lichte dansmuziek, want later zou hij fan worden van de muziek van zijn tijdgenoot de walsenkoning Johann Strauss jr. Het jaar 1853 was een zeer belangrijk jaar voor Brahms. Tijdens zijn concertreis met Reményi ontmoette Brahms de violist Joseph Joachim een gevierde concertviolist met wie hij al spoedig zeer bevriend werd. Brahms werd geïntroduceerd aan het muzikale hof van Weimar waar hij in contact kwam met Franz Liszt, Peter Cornelius en Joachim Raff. De eerste ontmoeting met Liszt was geen succes. Door wederzijds onbegrip zouden ze altijd vijandig tegenover elkaar staan. De vriendschap met Joseph Joachim leverde Brahms, die intussen zijn eerste composities had voltooid, een groot aantal nieuwe contacten op, waaronder de familie Schumann die toen in Dűsseldorf woonde. De allereerste kennismaking tussen Robert Schumann die steeds meer en meer in zichzelf gekeerd geraakte en de wat schuchtere Brahms verliep moeizaam, maar toen Brahms begon te musiceren brak het ijs. De jonge componist speelde bij die gelegenheid fragmenten uit zijn “Eerste Pianosonate”. Robert Schumann was daarvan zo onder de indruk dat hij zijn vrouw Clara, componiste en pianiste erbij haalde, waarna Brahms het stuk niet alleen herhaalde, maar ook delen uit de dan nog niet voltooide “Tweede Sonate” en het “Scherzo in es-klein” speelde. Zijn gastheer en –vrouw waren zeer enthousiast en Brahms viel bij het echtpaar in de smaak. Clara en Robert nodigden Brahms uit terug te komen, alhoewel Brahms daar eerst niet veel voor voelde. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 14


Zijn twijfels aan zijn eigen kunnen waren groter dan zijn drang tot een hernieuwde kennismaking. Uiteindelijk liet Brahms zich overhalen en verbleef hij meerdere weken bij de familie Schumann. Robert schreef kort daarna een artikel in “Neue Zeitschrift für Musik”, waarin hij de muzikale kwaliteiten van Brahms uitvoerig prees met de woorden: “de componist die de grote Duitse romantische traditie zou voortzetten”. Op aandringen van Schumann nam de nog steeds aarzelende Brahms contact op met belangrijke muziekuitgevers en niet zonder resultaat: al na korte tijd werden zijn eerste composities voor piano solo, een sonate voor viool en piano en een aantal liederen gepubliceerd. Johannes componeerde, gaf concerten als pianist en daarna als dirigent. Zijn faam overschreed de grenzen en zelfs de oceaan, want in de Verenigde Staten werd de Duitse musicus bewonderd. Terwijl hij in Düsseldorf was, werkte Brahms samen met Schumann en Albert Dietrich aan het schrijven van een sonate voor Joseph Joachim. Dit werk staat bekend als de "F-A-E Sonata - Free but Lonely" (Duits: Frei aber einsam). Door de ziekte van Robert in 1854 raakte Brahms nauw betrokken bij de familie en dat bleef zo tot de dood van Schumann in 1856. Ook na Schumanns dood bleef Brahms de steun en toeverlaat van Clara. Uit briefwisseling blijkt dat Brahms verliefd was op Clara die veertien jaar ouder was dan hijzelf, maar dat het een zuivere platonische relatie was. De betekenis van hun vriendschap ligt veel eerder in de muzikale en persoonlijke artistieke interactie die er tussen hen is geweest vanaf de zomer in 1853 tot aan de dood van Clara in 1896. Zoals zij dat ook was voor haar man Robert, was Clara, voor Johannes Brahms een inspiratiebron bij vele van zijn composities en een ontvankelijke geest voor zijn soms geniale ingevingen. Er was geen compositie van Brahms die niet aan Clara werd getoond alvorens het werk werd uitgegeven. Ze bleef de trouwe toegewijde adviseur van de componist In 1856 dirigeerde Brahms een dameskoor in Hamburg. In 1857 werd hij aangesteld als leraar en dirigent aan het hof van de vorsten” Lippe” in Detmold. In 1858 componeerde Brahms zijn “Pianoconcert nr.1”. Brahms begon het werk als een sonate voor twee piano's, maar hij was niet tevreden met het resultaat. Hij besloot er een symfonie van te maken, maar ook daar was Brahms niet blij mee. Hij achtte zichzelf niet in staat een krachtige symfonie te componeren en besloot terug te vallen op zijn ervaring als pianist, waarna hij het werk aanpaste tot het huidige pianoconcert. De première vond plaats op 22 januari 1858 in Hannover met de componist zelf als solist. Het publiek vond het werk verschrikkelijk en ook de critici keurden de compositie af. Tegenwoordig wordt dit jeugdwerk van Brahms beschouwd als een van zijn meesterwerken.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 15


Brahms vestigde zich in Hamburg. Hij hoopte directeur van de Singakademie te worden. Het was echter zijn vriend Julius Stockhausen die werd benoemd. Teleurgesteld reisde hij in 1862 naar Wenen waar hij werd benoemd tot directeur van de Singakademie aldaar, maar hij zou er nog geen jaar blijven. Nadat hij had uitgerekend dat hij van zijn uitgegeven werken en van zijn optredens kon leven beëindigde hij in 1864 alle verplichtingen en werd zelfstandig musicus. Brahms werd in Wenen een volwassen kunstenaar en zijn oeuvre werd uitgebreid met grote symfonische werken. Zijn eerste concert met werken van Bach, Schumann en ook zijn eigen composities werd een enorm succes. Hij kreeg tevens een goede recensie van de gevreesde criticus Hanslick. Brahms werd overal beroemd als componist, pianist, begeleider en dirigent en ging op concertreis naar Polen, Hongarije, Rusland, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Zwitserland, Engeland en Duitsland. Toen Brahms In Hamburg een vrouwenkoor dirigeerde raakte hij smoorverliefd op een van de zangeressen, Betha Porubsky, een dochter van een dominee uit Wenen die bij haar tante verbleef. Het paar correspondeerde met elkaar via de tante. Tijdens hun wandelingen zong Bertha een Oostenrijks volksliedje “S’is Anderscht” dat hun lied werd. Maar de liefde bleef niet duren. Na de romance bleven ze echter vrienden. Toen Bertha terug naar Wenen ging, trouwde ze uiteindelijk met Arthur Faber, een succesvolle zakenman. In de zomer van 1868 beviel Bertha van haar tweede zoon. Brahms hoorde het nieuws tijdens zijn vakantie in Bonn en hij besloot als geschenk een wiegelied voor de Fabers te componeren met hetzelfde Oostenrijkse volksliedje verborgen in de tegenmelodie. Brahms schreef het werk voor solozang en piano en stuurde een gesigneerd exemplaar naar de Fabers. Het “Wiegelied Opus 49 nr.4” werd in november 1868 samen met vier andere liederen gepubliceerd. De première vond plaats in Wenen op 22 december. Clara Schumann speelde de pianopartij, de zang was voor de zangeres Luise Dustmann. Brahms liep al jaren rond met het idee een requiem te schrijven. Hij wilde geen requiem voor de doden, maar een werk als troost voor de nabestaanden. Na het overlijden van Robert Schumann nam Brahms een deel van een werk uit zijn kast dat ooit bedoeld was voor een pianoconcert. Hij bewerkte een deel van het werk voor koor met teksten uit de bijbel. Hij heeft wel de traditionele woorden van de Latijnse requiemmis weggelaten. Dat was het begin van “Ein Deutsche Requiem”, een werk voor koor, solisten en symfonisch orkest, soms ook met orgel. Toen zijn moeder tien jaar later overleed, voltooide de componist het monumentale werk. Het koorwerk staat bol van overpeinzingen over de sterfelijkheid van de mens en de hoop op een beter leven in het hiernamaals. Zes delen van “Ein Deutsche Requiem” werden op Goede Vrijdag in 1868 met groot succes uitgevoerd in Bremen. Het volledige werk van zeven delen ging onder leiding “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 16


van Carl Reinecke in première op 18 februari 1869 in het Gewandhaus in Leipzig. Deze première bevestigde de Europese reputatie van Brahms. Het succes heeft hem misschien het vertrouwen gegeven om eindelijk een aantal werken te voltooien waarmee hij jarenlang had geworsteld. De “Altrapsodie, voor altsolo en mannenkoor op.53” werd door Brahms in een vlaag van uiterste wanhoop gecomponeerd. Clara Schumann schreef in haar dagboeken dat Brahms een oogje had laten vallen op haar dochter Julie. Alweer een van Brahms dwaze verliefdheden. Julie die zich helemaal niet bewust was van Brahms gevoelens beschouwde hem slechts als een weldoende oom en ze trouwde in 1869 met de ware man van haar keuze, niet beseffend wat zij bij Johannes aanrichtte. Johannes was helemaal van slag en als huwelijksgeschenk bood Brahms haar de “Altrapsodie” aan. Het is een werk naar een gedicht van Goethe “Harzreise im Winter”. Hier gaat het om een treffend voorbeeld van Brahms zelfmedelijden, iets wat Clara Schumann wel en Julie niet doorhad. De sfeer van het werk is helemaal niet in harmonie met een vrolijk en gelukkig huwelijk, maar de wanhopige somberheid van het begin, maakt vervolgens plaats voor berusting en op het moment dat het mannenkoor zich bij de soliste aansluit, is de luisteraar getuige van een van de meest verwarmende momenten in Brahms oeuvre. Ondanks zijn voorliefde voor vrouwelijk gezelschap en langdurige vriendschappen met vrouwen is Johannes Brahms nooit getrouwd. Hij had intense romances met jonge zangeressen, uitmondend in een voorgenomen huwelijk dat altijd op het laatste moment niet plaatsvond. Een van de oorzaken was waarschijnlijk het afschrikwekkende voorbeeld van zijn ouders die een slechte relatie hadden. Ook de tafrelen die hij destijds in de achterbuurten van Hamburg had gezien bleven hem achtervolgen. Toen Brahms rond de twintig was had hij een romance met Agathe von Siebold, een zangeres uit Göttingen voor wie hij al verschillende liederen had gecomponeerd. Maar hoewel hij van haar hield, kon hij zich niet binden, een besluit waarvan hij zijn hele leven spijt zou hebben. Jaren later schreef hij voor haar het “Sextet in G”. Drie keer in het eerste deel spellen de violen Agathe’s naam in muzieknotatie. Zelf schreef Brahms over het werk “hier heb ik mezelf bevrijd van mijn laatste liefde”. In 1872 kocht Brahms een eigen woning in de Karlsgasse jn Wenen en bleef er wonen de rest van zijn leven. In 1874 was de componist Antonin Dvorák buiten de Praagse regio nog onbekend. Brahms zat dat jaar in de jury van de Oostenrijkse Staatsprijs voor compositie. Door zijn invloed werd de prijs toen en de twee volgende jaren toegekend aan Dvorák. De componist werd door Brahms bij zijn eigen uitgeverij aanbevolen. Na enkele jaren had Dvorák wereldfaam en werd hij benoemd tot directeur van de National Conservatory in New York.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 17


Van 1872 tot 1875 was Brahms directeur van de concerten van de Weense “Gesellschaft der Musikfreunde”. In Wenen. Hij zorgde voor een heel nieuw repertoire. Hij verrijkte het repertoire van oude muziek maar ook van werken van tijdgenoten. De amateurmuzikanten werden vervangen door professionele krachten. Tevens verhoogde hij het aantal uren repetitie. Johannes Brahms heeft ooit gezegd: “Je hebt geen idee hoe het is om steeds die reus in je nek te voelen ademen”. Die reus was Beethoven. Brahms aarzelde jaren voordat hij in 1876 zijn “Eerste Symfonie” publiceerde, omdat hij bang was dat zijn muziek geen stand zou houden in vergelijking met de machtige negen symfonieën van Beethoven. Maar Brahms versloeg zijn demonen. In plaats van zich te laten verlammen door alle verwachtingen en de prestaties van zijn voorgangers, maakte hij ze tot zijn grootste kracht. Hij liet bewust de stijl van Beethoven doorklinken in zijn “Eerste symfonie” en koos er zelfs dezelfde toonsoort voor als Beethovens “Vijfde symfonie”. Het werkte: Brahms’ symfonie was een succes en de componist kon ontspannend aan de slag gaan met de volgende drie. Voor velen zijn de vier symfonieën, naast die van Beethoven, de mooiste symfonische werken die ooit zijn gecomponeerd. Aan zijn “Symfonie nr.1” werkte Brahms twintig jaar, maar tijdens zijn zomervakantie in Portschach in de Oostenrijkse bergen in 1877, raakte hij geïnspireerd door het landschap en de eenvoudige sympathieke bewoners en componeerde hij zijn “Symfonie nr.2 in D-majeur” in een tijdspanne van drie maanden. Brahms reisde veel, zowel voor concerttornooien als voor zijn plezier. Vanaf 1878 bezocht hij dikwijls Italië in de lente en zocht hij in de zomer meestal een aangename landelijke locatie om te componeren. Hij hield van wandeltochten en vond het vooral aangenaam zijn tijd in openlucht door te brengen waar hij helder kon denken en inspiratie vond voor zijn composities. In augustus 1878 schrijft Johannes Brahms aan zijn goede vriend, violist en componist Joseph Joachim, dat hij enkele vioolpassages voor hem heeft klaarliggen. In werkelijkheid gaat het om vergevorderde schetsen voor een gigantisch vierdelig werk, feitelijk een symfonie voor viool en orkest. Brahms had daar echter wel hulp bij nodig: hij was nu eenmaal pianist en geen strijker en zijn technische kennis schoot tekort om een concert voor viool te schrijven. In de maanden daarop werkten de twee vrienden via brieven en tijdens bezoeken intens aan het stuk, waarbij Brahms uiteraard de regie in handen had en Joachim zich vooral met de praktische kant bemoeide. Joachim zette zijn vriend daarbij wel onder druk: de violist wilde het werk in première laten gaan op het nieuwjaarsconcert van 1879 in Leipzig. Op het programma stond, imponerend genoeg, ook Beethovens “Vioolconcert in D groot”. Brahms zei daar achteraf over, met typerend droge zelfspot: ‘Er stond veel D groot op het programma, en verder niet veel.’

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 18


Een enorm succes was Brahms compositie aanvankelijk niet. Er werd zelfs gesproken van een “concert tegen in plaats van voor de viool”. Nu, anderhalve eeuw later, is het een van de vijf meest gespeelde vioolconcerten, samen met die van Beethoven, Mendelssohn, Tsjaikovski en Bruch. Het verlenen van een academisch eredoctoraat aan componisten begon in zwang te komen toen de invloed van de universiteiten in de muziekwereld toenam. Brahms was een van de meesters die onderscheidingen ontving van verschillende Europese instituten. Een van de eerste universiteiten die eredoctoraten verleenden aan componisten, was Cambridge. In 1877 weigerde Brahms een eredoctoraat van muziek van de universiteit van Cambridge, maar in 1879 aanvaardde hij het eredoctoraat in filosofie van de universiteit van Breslau. De directeurs van de universiteit verwachtten van Brahms dat hij een nieuw werk zou componeren als “dankjewel” voor de eer. Brahms was op vakantie in Bad Ischl toen hij begon aan het componeren van het werk, “Akademische Festouvertüre”. De componist leidde zelf de première op een speciale feestviering die op 4 januari 1881 door de universiteit werd gehouden. Het levendige stuk dat de vreugde van het studentenleven beschrijft, bestaat uit drie thema’s die gebaseerd zijn op de toen bekende broederschapsliederen. De ouverture begint rustig en bedaard. Spoedig wordt de inleiding steeds bruisender. Al snel wordt het een stroom van vrolijke muziek die uiteindelijk plechtig uitmondt in het oude Latijnse studentenlied “Gaudemus igitur”, waarmee de ouverture met volle inzet van het orkest wordt afgerond. Door zijn gemakkelijke structuur, zijn lyrische warmte, evenals zijn opwinding en humor, is het werk een hoofdbestanddeel van het hedendaagse concertzaalrepertoire gebleven. Vanaf 1881 kon Brahms zijn nieuwe orkestwerken uitproberen bij het hoforkest van de hertog van Meiningen, onder leiding van Hans von Bülow. Tegen de tijd dat Brahms in 1883 zijn “Symfonie nr.3 in F- majeur” componeerde had hij duidelijk zijn eigen stijl gevonden: lyrische snaarlijnen en prachtige herfstachtige houtblazerspassages maken van dit werk een genot van het begin tot het einde. Over het derde deel zei de componist Dvorãk: “het is een en al liefde waardoor het hart zich opent”. Brahms componeerde de “Symfonie nr.4”, tevens zijn laatste symfonie, tijdens de zomers van 1884-1885 gedurende zijn vakantie in zijn zomerverblijf in de bergen in Mürzzuschlag ten zuidwesten van Wenen. In september 1885 schreef Brahms aan Hans von Bülow, dirigent van het Meiningen Orkest, dat hij de hoop koesterde dat von Bülow de nieuwe symfonie zou opnemen in zijn programma. Brahms gaf ook toe te twijfelen aan de aantrekkingskracht van het werk. Ondanks de zorgen van Brahms voelde Von Bülow zich in zijn nopjes met de nieuwe symfonie. Na zijn eerste repetitie schreef von Bülow: "Nr. 4 gigantisch, straalt ongeëvenaarde energie uit van de eerste tot de laatste noot.”

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 19


Brahms leidde von Bülows Meiningen Court Orchestra bij de première van de “Vierde symfonie” op 25 oktober 1885. Ondanks Brahms' twijfels dat het publiek niet goed zou reageren op zijn “neue traurige Symphonie” (nieuwe tragische symfonie), applaudisseerde het publiek voor elke beweging. Een tijdgenoot van Brahms schreef: “Nadat het publiek de zaal had verlaten, bleven de hertog van Meiningen en zijn gevolg samen met de buitenlandse gasten achter om het eerste en derde deel opnieuw te horen. Deze keer regisseerde Brahms met zo mogelijk nog meer vuur en het orkest leek geëlektrificeerd…” Brahms zelf vond het zijn meest geslaagde werk. Deze compositie is een monument onder de symfonieën en wordt beschouwd als zijn magnum opus, samen met “Ein Deutsches Requiem”. In 1889 werd Johannes Brahms benoemd tot ereburger van Hamburg. In 1890 besloot Brahms te stoppen met componeren. Maar toch kon hij zich niet aan zijn beslissing houden. In de volgende jaren componeerde hij nog een aantal bekende meesterwerken. In 1891 leerde Brahms de klarinettist Richard Mülhfeld kennen. Deze vriendschap en de herontdekking van een instrument met een fluweelzacht timbre de klarinet, prikkelden de verbeelding van de componist. Brahms was enorm onder de indruk van het spel en de toon van de klarinettist. Als eerbetoon aan deze vriend schreef hij verschillende kamermuziekstukken met de klarinet in de hoofdrol, muziekwerken die doordrongen zijn van een diepe maar serene melancholie waaronder het fabuleuze “Klarinetkwintet in b mineur opus 115”. Hij componeerde dit meesterwerk in slechts vier weken. Dit Klarinettenkwintet van Brahms wordt als een van de hoogtepunten uit de kamermuziekliteratuur beschouwd. Zijn laatste rustige jaren bracht Brahms door samen met enkele goede trouwe vrienden. Tijdens het voltooien van zijn “Op. 121 liedjes” werd hij ziek. Zijn laatste openbaar optreden was op 3 maart 1897 toen hij de uitvoering van zijn “Vierde Symfonie” door de Wiener Philharmoniker onder de leiding van Hans Richter in de Muziekverein bijwoonde. Er volgde een ovatie na elk van de vier delen. Toen de zieke Brahms aan het einde van de voorstelling verscheen, volgde een daverend applaus. Florence May, die Brahms ontmoette en zijn Engelstalige biograaf werd, beschreef wat er gebeurde: “Tranen liepen over zijn wangen terwijl hij daar stond en afscheid nam. Nog een daverend applaus, nog een en nog een, een erkenning van de meester”. De gezondheidstoestand van Johannes Brahms verslechterde geleidelijk en hij stierf een maand later op 3 april 1897.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 20


Johannes Brahms werd begraven op het Wahringkerkhof in Wenen, dichtbij Beethoven en Schubert. Zijn begrafenis was een gepaste eer aan een groot componist. Op de weg naar de begraafplaats waren duizenden mensen aanwezig. De stoet werd begeleid door vlaggendragers en toortsdragers. De kist werd gevolgd door vele vrienden zoals Antonin Dvorãk en Alice Barbi, een Italiaanse mezzosopraan en violiste. Het gebouw aan de Wiener Musikverein was behangen met zwarte doeken. Brahms “Fahr wohl “werd uitgevoerd door de Singverein. Ook Hamburg, zijn geboortestad treurde. Tijdens de begrafenis hingen de vlaggen halfstok.

CVC MUSEUM JOHANNES BRAHMS IN HAMBURG

Het Johannes Brahms museum is gelegen in het Komponisten Quartier in het stadsdeel Neustadt in de Duitse stad Hamburg (PeterstraBe 39). Een voor het historische Hamburg kenmerkend koopmanshuis uit 1751 is sinds 1971 de thuisbasis van het Brahms museum. In de buurt stond in 1943 het verwoeste geboortehuis van Johannes Brahms.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 21


Het museum is opgericht en wordt gesponsord door de “Hamburgse Johannes Brahms Vereniging”. In deze tentoonstelling over het leven en werk van de beroemde componist richt het museum zich in de eerste plaats op de bijna drie decennia waarin de jonge Brahms in Hamburg zijn muzikale opleiding als pianist en componist kreeg en in dit vroege stadium reeds schitterende werken componeerde. In het museum worden muziekwerken, geschriften, concertprogramma’s, kunstvoorwerpen, foto’s, muziek en sculpturen van Brahms tentoongesteld waaronder een marmeren buste gemaakt door de Weense kunstenares Ilse Conrad, in permanente bruikleen van de Hamburg Art Gallery. Ook is er een vierkante piano, gemaakt in 1851 door de Hamburgse firma Baumgardten & Heinz, waarmee Brahms zelf pianoles gaf. Het museum bezit de volledige opgenomen muziek van Johannes Brahms op CD. De oude en nieuwe volledige edities van Brahms werken zijn te vinden in de naslagbibliotheek van het museum.

CVC

IL Y A 125 ANS QUE LE COMPONSTE JOHANNES BRAHMS EST DECEDE Un prodige : L’histoire de Brahms est également celle de sa famille. Son père, Johann Jacob, était contrebassiste de formation – accessoirement il pratiquait aussi la flûte et le violon – et au fil des voyages, se fixe à Hambourg où il épouse sa logeuse, Christina Nissen, qui est son aînée de dixsept ans. De cette union naquit Johannes Brahms le 7 mai 1833 ; son père à 27 ans, sa mère 44 ans. C’est donc sur les genoux de son père que le jeune Johannes reçut ses premières leçons de musique. Très vite, il fait montre d’une précocité remarquable et son père lui fit prendre des leçons avec le très estimé Otto Cossel en 1841 afin qu’il lui enseigne le piano. Mais ce professeur autodidacte le confia dès 1843 au meilleur professeur de la région, Eduard Marxsen, un compositeur et technicien de premier ordre. De ces deux enseignements, Brahms gardera au fond de lui le culte des classiques (J.S. Bach, Haydn, Mozart, Beethoven).

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 22


Parallèlement à l’étude de la musique, le jeune prodige devait très vite subvenir aux besoins financiers de la famille. Pour cela et dès l’âge de douze ans, il enseigna, accompagna des chanteurs ou des spectacles au théâtre municipal, publia diverses petites compositions sous plusieurs pseudonymes, ou joua du piano dans des tavernes de marins. A cette époque, il se livre aussi à une autre activité, la lecture, et découvre Eichendorf, Chamisso, Tieck, Herder, Heine Hoffmann. En 1849, Brahms fait la rencontre du violoniste hongrois Eduard Remenyi, ancien condisciple de Joseph Joachim, qui va fortement influencer son destin : en 1853, il décide Brahms de l’accompagner en tournée. Celle-ci aboutit à Hanovre où ils visitent Joachim, qui conquit par le talent du jeune compositeur, lui fait une lettre de recommandation pour Liszt, mais à cette époque, Brahms est rebelle et se montre hostile à toute forme de modernité musicale – même Schumann lui pose quelques problèmes stylistiques. Le 30 septembre 1853, il se rend à Düsseldorf et y rencontre Schumann ; c’est la naissance d’une profonde amitié, au travers de sa Sonate pour piano en ut majeur op.1 qu’il joue devant le couple musicien admiratif. Après avoir fréquenté les Schumann pendant un mois, il se rend à Leipzig où il reçut un accueil chaleureux. Il y rencontra l’un de ses premiers admirateurs Hector Berlioz et Liszt qui marque envers lui une sympathie remarquable. Son amitié pour les Schumann était telle que lorsque l’auteur du Paradis et la Péri se jette dans le Rhin et se retrouve en clinique (1854), il est présent pendant plus de deux années dans la famille de son ami. Cette situation rapprocha naturellement Johannes et Clara, en amitié et en amour ; l’amour entre ces deux âmes gardera des signes jusqu’à la mort de Clara. Quoiqu’il en fut, ils restèrent très bons amis et Brahms accompagna souvent Clara dans ses tournées ; elle fut pour beaucoup dans la diffusion des œuvres de Brahms. De Hambourg à Vienne : Malgré ces épreuves, Brahms continuait toujours à donner des concerts en Allemagne du Nord, avec ou en duo avec Joachim, et à se perfectionner dans l’étude des maîtres anciens, comme Schütz ou Palestrina. Il ne peut pas écrire beaucoup et se contenta simplement d’harmoniser de nombreux chants populaires. En 1857, il obtint le poste de chef des chœurs à la cour du prince de Lippe, à Detmold, mais en démissionna deux ans plus tard à cause de son caractère timide. C’est à cette cour qu’il compose les deux Sérénades op.11/op.16. En janvier 1859, il fit représenter le Concerto pour piano n°1 op.15 en ré mineur, qui fut un succès à Hanovre et Hambourg et un fiasco à Leipzig. Ce demi-échec lui fera abandonner la musique symphonique pendant deux années. A la place, il veut se consacrer à l’écriture de lieder et de musique de chambre.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 23


Aussi, il retourne dans sa ville natale et s’occupe d’un chœur féminin de 28 membres, le Hamburgischer Frauenchor ; pour elles, il va écrire les Quatre chœurs de femmes, les Marienlieder et le Psaume XIII. Il restera à Hambourg jusqu’en 1862, et de cette période naissent le Premier Sextuor à cordes, les deux premiers Quatuors avec piano, les Variations sur un thème de Haendel et les deux premiers cahiers de ses Romances de Maguelone. Il sollicite également la direction de la Société Philharmonique de Hambourg mais ce fut son ami le chanteur Stockhausen qui l’obtint. Cet échec le conforte alors dans sa décision de s’installer à Vienne. Il y est à peine installé qu’une solide réputation s’étend à son sujet, notamment de la part du critique Hanslick : à son trentième anniversaire, il est nommé directeur de la Singakademie de Vienne. Cela fut de courte durée et dû donner sa démission étant donné que le public viennois n’appréciait guère sa programmation trop « classique » en faisant figurer des maîtres anciens tels que Eccard, Gabrieli , Isaac, Schütz… En attendant, sa renommée s’étend à toute l’Europe, et ce grâce à Clara Schumann et Joseph Joachim. Brahms compose plus que jamais : le Quintette pour piano, le Deuxième Sextuor à cordes. Toutefois, il va reprendre dès 1865 son activité de concertiste qui le conduit jusqu’à Presbourg, Budapest, Copenhague et en Suisse, durant deux années (1866-1868). Durant ces tournées, il compose frénétiquement : le Requiem allemand, la Rhapsodie pour alto, chœur d’hommes et orchestre, Rinaldo la cantate pour ténor, chœur et orchestre, et les Liebesliederwalzer (Valses d’amour chantées). Le Requiem fut d’ailleurs dirigé le 10 avril 1868 pour la première fois en la cathédrale de Brême avec un succès considérable. Alors qu’il espérait encore une fois le poste de la Société Philharmonique de Hambourg et qu’on lui refusa une nouvelle fois, il décida de s’installer définitivement à Vienne et y restera jusqu’à sa mort. Vienne : C’est donc en décembre 1871 que Brahms se fixe définitivement à Vienne et à sa grande surprise, il apprend qu’il est nommé président de la Wiener Gesellschaft der Musikfreunde (Société des amis de la musique de Vienne), succédant ainsi à Herbeck et Anton Rubinstein. Pendant trois années, il fit l’unanimité dans le rang des musiciens et du public, avec toujours ces maîtres de prédilection au programme – il fit surtout entendre les musiques chorales des polyphonistes franco-flamands, des oratorios de Bach, Haendel mais aussi Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert et Schumann. Alors qu’il est en pleine gloire, il donne sa démission en 1875, ayant un grand besoin de liberté pour composer et voyager à sa guise. De plus, les revenus de sa musique étant plus que confortable, il put enfin envisager l’avenir avec sérénité.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 24


Durant ces trois années, il composa notamment les lieder op.59/63, les deux premiers Quatuors à cordes et surtout les Variations sur un thème de Haydn, sa première œuvre véritablement symphonique – même si son Concerto pour piano n°1 avait davantage été conçu comme une symphonie qu’une œuvre concertante. L’année 1876 est une année importante : outre une tournée triomphale qui le conduit en Hollande, il présente son Troisième Quatuor à cordes et répond enfin aux attentes des Schumann en écrivant sa Première Symphonie ; une gestation de quinze années fut nécessaire. A son âge, Brahms s’est confronté désormais à tous les genres musicaux, hormis l’opéra, ce dont il rêve mais sans parvenir à trouver le bon livret – ce ne sont pourtant pas les propositions d’écrivains reconnus qui manquèrent, comme Tourguéniev. Brahms règle sa vie comme un métronome : il réside à Vienne durant l’hiver, et dans des lieux propices à son inspiration les mois d’été. Aussi, les dernières années de la décennie 1870 naissent des chefs-d’œuvres : la Deuxième Symphonie, le Concerto pour violon, le Deuxième Concerto pour violon, la Première Sonate pour piano et violon, l’Ouverture pour un Festival académique et l’Ouverture tragique. La décennie suivante s’écoule dans les mêmes conditions, succédant les voyages, les compositions, les honneurs. Parmi la nouvelle moisson musicale : le Premier Quintette à cordes, le Deuxième Trio avec piano, les Lieder op.96/97, les deux dernières Symphonies, la Deuxième Sonate pour violon, la Deuxième Sonate pour violoncelle, le Troisième Trio avec piano, le Double Concerto pour violon et violoncelle, les Zigeunerlieder (chants tziganes) pour chœur à quatre voix et piano. Vers la fin des années 1890, son activité compositionnelle se réduit, Brahms estimant que son œuvre est terminée. A partir du Deuxième Quintette, ses compositions changent de style : elles se font plus sombres, plus intimes avec une harmonie plus moderne. Parmi elles, des œuvres pour clarinette, suite à sa rencontre avec le clarinettiste Meiningen (le Trio pour clarinette, violoncelle et piano, 1891 ; le Quintette avec clarinette, 1891 ; les deux Sonates pour clarinette, 1894).

A partir de 1892, les deuils de ses amis se firent de plus en plus nombreux, et Brahms fait de la mort sa compagne presque quotidienne. C’est au piano qu’il confie ses impressions, avec la composition de quatre recueils op.116/117/118/119 puis au chant (Vier ernste Gesänge – quatre chants sérieux) et l’orgue ; c’est un dernier hommage à Bach et à la musique pure qu’il rend avec les onze Préludes de chorals pour orgue.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 25


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 26


Brahms est fragile, sa santé décline. Atteint d’un cancer du foie, il s’éteint le 3 avril 1897. Il repose à Vienne, sa ville d’adoption, aux côtés de Beethoven et Schubert. L’univers musical Brahmsien : Brahms est considéré comme le dernier compositeur de tradition classique à la manière de Beethoven, Haydn, Mozart ou Bach. Pourtant, sa musique relève d’une réelle modernité – Schoenberg écrira d’ailleurs un article intitulé « Brahms le progressiste » - même s’il n’a jamais voulu se considérer comme un compositeur moderne. En cela, il s’oppose à la musique de l’avenir de Liszt et Wagner car il ne conçoit pas que les anciennes formes passées soient épuisée, d’où son attirance pour les maîtres anciens tels que Bach mais également les polyphonistes de la Renaissance ou les origines du lied allemand. Ce goût s’explique peut-être par son père qui avait été formé à la musique par une institution dont les origines remontaient au Moyen-Age.

Si l’influence de ces maîtres est primordiale dans ces œuvres, celle de Beethoven ne l’est pas moins, mais davantage dans son caractère : par exemple, il détruisit la plupart de ses œuvres de jeunesse car pour lui elles n’étaient pas dignes de survivre, où il attendit la quarantaine passée pour faire connaître ses quatuors à cordes et symphonies.

Brahms utilise les citations musicales. D’elles, il en tire un sens de l’ordre et de l’architecture qui se mêle de manière extraordinaire à une invention linéaire et rythmique novatrices et révolutionnaires. Ses superpositions et oblitérations rythmiques, annihilant parfois la barre de mesure, ont sûrement ouvert la voie à la modulation rythmique cher à Elliott Carter.

Autre caractéristique : sa polyphonie dense et linéaire, ses relations motiviques riches mais ayant toujours le sens de la direction, ou sa palette orchestrale qui fit de lui l’héritier de Bach et Haydn. Toutefois, c’est dans l’intimité du piano, de la musique de chambre et du lied qu’il trouve sa plus belle expression. Les musiques tziganes l’attirent également et il arrive à établir un mélange des plus élaborés entre musique savante et musique populaire (Danses hongroises). Si comme d’autres musiques postérieures (Mahler, Alban Berg), Brahms évoque un héritage lointain, elle évoque aussi la sensation d’être né plus tard. Cependant, malgré cela, il ne fut jamais à la recherche d’un idéal. Brahms n’avait que trois désirs : occuper une place importante à Hambourg, fonder une famille et écrire un opéra. Ils ne se réalisèrent jamais. A la place, il marque de son empreinte l’histoire de la musique et influença en grande partie la musique du futur XX° siècle.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 27


MUSEE DE JOHANNES BRAHMS A HAMBOURG C’est à l’écart du centre de Hambourg, après s’être éloigné des quartiers commerçants proches de l’Alster (bassin du nom de la rivière, situé au cœur de la ville) que l’on découvre, en s’enfonçant dans les ruelles qui serpentent jusqu’au quartier de Neustadt, une autre facette de la ville, plus discrète. Le musée Johannes Brahms est installé depuis 1971 au n° 39 de la St Peter Strasse, non loin de l’emplacement de la maison natale du compositeur qui fut détruite lors des bombardements de 1943. Cette rue paisible est proche de l’église luthérienne de St. Michaelis, dans laquelle Johannes Brahms fut baptisé le 26 mai 1833 et qui programme, chaque année en novembre, son Requiem allemand (Ein deutsches Requiem).de Brahms et qui vous racontera, en allemand ou en anglais, le parcours du compositeur comme elle le ferait d’une histoire de famille… La maison, voisine du musée Telemann, est une construction coquette en briques rouges qui date de 1751, typique des maisons de marchands de Hambourg. En franchissant le seuil, loin du bruit et de l’agitation de la ville, vous êtes invités à découvrir le parcours du compositeur dans le cadre douillet d’un intérieur hambourgeois, sur deux étages. Au rez-de-chaussée, consacré à la jeunesse de Brahms, les murs recouverts de panneaux de bois contribuent à l’atmosphère chaleureuse de l’endroit. Pour peu que vous arriviez au bon moment, vous aurez la chance d’entendre un enregistrement de Brahms qui vous accompagnera tout au long du parcours. Vous effectuerez alors votre visite dans un véritable cocon musical ! Un escalier en colimaçon vous conduira au premier étage, où vous découvrirez la bibliothèque du compositeur. Le piano de Brahms vous y attend… Arrivés au musée, vous croiserez, avec un peu de chance, une dame d’un certain âge, passionnée

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 28


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 29


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 30


MUZIEK MET EEN KNIPOOG NAAR VALENTIJN 14 februari is het Valentijn, de dag dat we onze geliefde extra willen verwennen. Uiteraard moet u elkaar elke dag de nodige aandacht geven maar Valentijn is bij uitstek toch de dag dat Cupido hoogtij viert.

Misschien verrast u uw uitverkorene met een etentje bij kaarslicht of gaat u samen genieten van een mooi concert. Anderen zullen het thuis vieren. Gezellig samen bij het haardvuur, met parelende champagne, dieprode rozen en romantische muziek. Zalig wegdromen en genieten van elkaar. In de geschiedenis van de klassieke muziek hebben de grote componisten van alle tijden aan het gevoel liefde bijzonder veel uitdrukking gegeven. Hoe kunt u de liefde beter laten spreken dan via muziek? De mooiste opera-aria’s gaan over de liefde en worden hartstochtelijk gezongen. De meeste romantische scenes in de film worden ondersteund door de mooiste muziek en componisten schreven hun indrukwekkendste werken voor hun grote liefdes. Muziek laat liefde voelen. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 31


Hieronder enkele muziekwerken vol romantiek. Alle registers van de liefde worden opengetrokken en wij zijn er zeker van dat deze muziek in ieder hart een gevoelige snaar zal raken. Niets is zo ontroerend, niets raakt zo diep als muziek. Zij vindt haar weg naar ons diepste wezen en geeft geluk en warmtegevoelens om ons hart te kleuren. Laat u meevoeren op roze wolken van muziek langs het gehele palet van menselijke gevoelens. Ik wens u met deze muziek uren vol tederheid en een gezellige liefdevolle Valentijnsdag.

SALUT D’AMOUR - Edward ELGAR De componist Edward Elgar was in zijn jonge jaren muziekleraar. Hij verloofde zich in 1888 met de acht jaar oudere schrijfster Caroline Alice Roberts die bij hem pianoles had gevolgd. Zij droeg aan haar geliefde Edward Elgar het gedicht “The Wind at Dawn” op. Hij componeerde, een jaar voor zijn huwelijk voor haar zijn “Liebesgruss”, een kort meesterwerk dat later beroemd werd onder de Franse titel “Salut d’amour”. Dit eenvoudige maar ontroerende werk met een beklijvende melodie componeerde hij aanvankelijk voor piano, maar hij bewerkte het later voor een groot orkest. Op de partituur zette Elgar: “à Carice”, een samenvoeging van haar beide voornamen, Caroline Alice, de naam die zij enkele jaren later aan hun dochter gaven. Salut d’amour ontstond uit de liefde die drie decennia lang het componeervuur bij Elgar brandende hield. Dit meesterwerk is daarmee in zekere zin de kiem waaruit al het andere is ontstaan. Het werk verkondigt de liefde in haar meest zoete en tedere vorm.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 32


PIANOCONCERT NR.2 IN F – Frédéric CHOPIN Frédéric Chopin behoort tot de allergrootste. Die positie is opmerkelijk omdat zijn instrumentarium beperkt was. Hij componeerde geen opera’s of symfonieën. Alles wat hij componeerde deed hij op fenomenale wijze met de piano. Met dit instrument kon hij vrijwel alles uitdrukken, overigens met een sterke nadruk op het poëtische, het heroïsche en het morbide.

Frédéric Chopin was pas negentien toen hij zijn “Pianoconcert nr.2” componeerde. Nog steeds behoort het werk met zijn ongeremde hartstocht, virtuositeit en prachtige melodieën tot zijn meest geliefde muziek. Op het moment dat hij het werk componeerde was hij tot over zijn oren verliefd op een knappe medestudente aan het conservatorium, een begaafde aankomende operazangeres Constance Gladkowska. Uiteraard waren zijn gevoelens voelbaar in de muziek. Hij schreef aan een vriend: “ik heb mijn ideaal gevonden dat ik trouw en oprecht aanbid. Zes maanden zijn verstreken en ik heb nog geen woord gesproken met haar van wie ik elke nacht droom, zij die in mijn gedachten was toen ik het langzame deel van mijn concerto componeerde”. Dit tweede deel is inderdaad een van Chopins mooiste creaties, die rechtstreeks uit zijn door liefde getroffen hart vloeide. Toen het werk enkele jaren later verscheen was Chopin zijn oude liefde blijkbaar al lang vergeten. Hij droeg het werk op aan zijn leerling gravin Delphine Potocka. Alleen al de eerste pianotonen van het Larghetto laten u heerlijk wegdromen. De perfecte basis voor een dag vol romantiek. De première van het werk vond plaats in 1829 in Warschau. Chopin zelf was de solist en maakte zijn publiek debuut in de hoofdstad van zijn land. De uitvoering was een enorm succes.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 33


STRIJKKWARTET NR.2 - INTIMATE LETTERS - Leos JANACEK Leos Janácek was een Tsjechische componist en muziekpedagoog uit de negentiende en twintigste eeuw. Hij was een laatbloeier. Zijn meeste composities schreef hij in de laatste twintig jaar van zijn leven. In zijn beginperiode voelden zijn meeste composities somber en kil aan, maar later schreef hij een groot aantal energieke werken die sterke invloeden van de Slavische volksmuziek vertonen. Hij was al bijna vijftig jaar toen zijn eerste grote succes de opera “Jenufa” in première ging.

Zijn “Tweede Strijkkwartet”, bekend als “intieme brieven” componeerde Léos in 1928. Het werk is een verklanking van de vurige liefdesbrieven die de 62-jarige componist schreef aan een jonge muze, de bijna veertig jaar jongere gehuwde vrouw Kamila Stösslová op wie hij, naar eigen zeggen, platonisch verliefd was en die hem inspireerde tot zijn beste werk. De soms bevlogen correspondentie is verschenen onder de titel “Intimate Letters”. De 750 intieme brieven heeft de componist niet lang voor zijn dood op muziek gezet. De structuur van deze muziek is heel direct met grote extremen van passie. Na de première zei de componist: “ik denk dat ik nooit nog iets schrijf met meer diepgang”. De vrouw van de componist was niet blij met deze romance en schreef een aangrijpende biografie.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 34


WEDDING DAY AT TROLDHAUGEN – Edvard GRIEG Edvard Grieg werd geboren in 1843 in Bergen, Noorwegen en stierf daar in 1907. Grieg had een zeer succesvolle carrière als concertpianist en componist . Hij wordt nog steeds vereerd door de burgers van Noorwegen vanwege zijn enorme bijdrage aan de Noorse cultuur. Grieg hield van het Noorse platteland en zijn huis "Troldhaugen" werd gebouwd op een heuvel met uitzicht op een meer in de buurt van Bergen. Grieg's vrouw Nina (geboren Hagerup) was een lyrische sopraan en ze traden vaak samen op. “Wedding Day at Troldhaugen” was een pianowerk dat Grieg componeerde voor zijn vrouw ter gelegenheid van hun zilveren huwelijksverjaardag die plaatsvond in 1896. Het werk werd voor het eerst gepubliceerd in een compilatie van pianostukken, " Lyric Pieces, Boek VIII, op. 65”, en werd later een lievelingswerk van orkestleiders en arrangeurs.

Het driedelige werk begint feestelijk en vrolijk met de aankomst van de gasten. Het feest gaat enigszins uitgelaten verder. Het middendeel geeft enerzijds de vermoeidheid van de gasten aan, anderzijds is het een van Grieg’s bekende natuurschilderingen. Daarna vieren de gasten opgewekt verder en een korte Coda symboliseert het vertrek van de gasten.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 35


LA BOHEME – Aria CHE GELIDA MANINA – Giacomo PUCCINI Giacomo Puccini, geboren op 23 december 1858 in de pittoreske Italiaanse stad Lucca in Toscane, behoorde tot de vijfde generatie Puccini’s die zich intensief met muziek bezighield. Hij wordt naast Giuseppe Verdi en Richard Wagner beschouwd als de grootste meester van de internationale operascène van de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zijn opera’s veroverden de podia over gans de wereld. Tijdens een carrière van veertig jaar schreef hij twaalf opera’s die nu nog altijd even succesvol zijn. “Che gelida manina is een aria uit zijn bekende en misschien wel zijn mooiste opera “La Bohème”. Het werk ging in première op 1 februari 1896. Puccini baseerde zijn opera op het prozawerk “Scènes de la Bohème” van Henry Murger“. Het is een verhaal over een groep studenten in Parijs midden de 19e eeuw. Het verscheen in negentien afleveringen in het tijdschrift Le Corsaire. Puccini had zijn opera in 1896 klaar. 125 jaar later is zijn “La Bohème” nog steeds een van de populairste, mooiste en meest opgevoerde opera’s. Het verhaal gaat over vier jonge, arme kunstenaars: de dichter Rodolfo, de schilder Marcello, de muzikant Schaunard en de filosoof Collin, die op een zolderkamer in Parijs wonen. Rodolfo is verliefd op zijn buurmeisje Mimi, maar zij lijdt aan een ongeneeslijke ziekte. Rodolfo verbreekt de relatie omdat hij haar niet kan onderhouden. Uiteindelijk vinden de twee geliefden elkaar terug, maar voor de doodzieke Mimi is het te laat. In “La Bohème” weet Puccini kleine alledaagse emoties te verheffen tot grote kunst. De opera is een mengeling van komedie, romantiek en tragiek, vol prachtige melodieën. Bijvoorbeeld de aria “Che gelida manina”, het moment waarop de liefde tussen Rodolfo en Mimi ontluikt. Rodolfo is een dichter die geniet van verheven woorden en stijlfiguren, maar hij gebruikt deze vaak op een half-grappende manier, alsof hij de spot drijft met zijn eigen onvolwassen verlangen om voortdurend kunstenaar te zijn. Hij is vooral een dichter wanneer hij Mimi probeert te versieren. Zijn aria is een subtiel meesterwerk van muzikale karakterisering en effectieve verleiding.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 36


VIOOLCONCERTO IN D-OPUS 35 – Erich KORNGOLD Erich Wolfgang Korngold werd in 1897 geboren in de stad Brünn, Moravië dat toen deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Het is het huidige Brno in Tsjechië. Erich groeide op in Wenen en werd al snel bekend als een muzikaal wonderkind. De componist Gustav Mahler moedige hem aan om te studeren bij Alexander Zemlinsky, die ook Schönbergs leraar was geweest. Op 9-jarige leeftijd ging Erich naar het conservatorium in Wenen en hij werd zelfs vergeleken met Mozart. Als kind gaf hij concerten in de grote steden van Europa. Toen reeds wist hij dat hij componist wilde worden. Toen hij vijftien jaar was schreef hij zijn eerste orkestpartituur, een indrukkend werk “Sinfonietta” dat een internationaal succes werd. Op 23jarige leeftijd voltooide hij zijn eerste opera.

In de jaren dertig emigreerde Korngold zoals vele joden, omwille van het politieke klimaat naar de Verenigde Staten van Amerika waar hij al vlug een van de meest begeerde filmcomponisten van Hollywood werd. Van het moderne moest Korngold niet weten. Volgens hem had muziek in de eerste plaats een melodie nodig. Met het einde van de Tweede Wereldoorlog trok hij zich terug uit de filmwereld om zich te concentreren op muziek voor de concertzaal. Zijn eerste werk was het prachtige “Vioolconcerto in D – opus 35” dat hij componeerde in 1945. Het werk is gebaseerd op thema’s uit enkele van zijn films. Erich droeg het werk op aan Alma Mahler, de weduwe van de componist Gustav Mahler die volgens Erich, zijn mentor was en zoveel had gedaan om hem als wonderkind aan te moedigen. De première in St. Louis was een groot succes met als gevolg lovende reacties vanuit de hele muziekwereld. Het werk werd de meest populaire compositie van Korngold. Het 25 minuten durende vioolconcert bevat behalve virtuositeit, prachtige melodische en lyrische momenten, vooral in het langzame deel Romanze. Deze compositie is een romantisch vioolconcert geworden, prachtig in zijn eenvoud en rijk aan gevoelens

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 37


RHAPSODIE OP EEN THEMA VAN PAGANINI – VARIATIE NR.18 – Sergej RACHMANINOFF Door de Russische Revolutie werd de Russische componist Sergei Rachmaninoff gedwongen op 23 december 1917 haastig Rusland te ontvluchten - om er nooit meer terug te komen. Hij was toen 44 jaar en op het hoogtepunt van zijn succes als componist, dirigent en pianist. Hij emigreerde naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij kreeg al snel de muzikale leiding van de Cincinnati en Boston Symphonies aangeboden, maar sloeg beide aanbiedingen af. Zonder inkomsten uit zijn vooroorlogse Russische muziek, waarop geen internationaal auteursrecht rustte, moest hij toch zijn gezin onderhouden en legde hij zich neer bij het leven van een fulltime reizende pianovirtuoos, maar wel een van de grootste van de twintigste eeuw. Amerika met zijn onverzadigbare vraag naar concertoptredens, maakte hem rijker dan hij ooit in Rusland was geweest. Maar ziJn heimwee naar zijn geboorteland zou altijd blijven.

Rachmaninoff was een bijzondere lieve echtgenoot en vader voor zijn kinderen. Hij liet in Zwitserland een villa bouwen waar hij tijdens de zomermaanden kon componeren en waar hij met volle teugen van het samenzijn met zijn gezin kon genieten. Sergej Rachmaninoff was zo vol van een thema van de Italiaanse componist Niccolo Paganini dat hij er 24 variaties op schreef. Als Paganini nog zou geleefd hebben om het te horen zou hij zeker gevleid geweest zijn om te ontdekken dat Rachmaninoff zijn “Caprice nr.24 voor viool” had gekozen voor zijn piano en orkest. Op 7 november 1934 speelde The Philadelphia Orchestra onder de leiding van Leopold Stokowski de première in het Lyric Opera House in Baltimore.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 38


Rachmaninoff speelde de pianopartij bij de première. Voor het optreden was Rachmaninov ontzettend zenuwachtig. Het verhaal doet de ronde dat hij een glaasje crème de menthe had gedronken om zijn zenuwen te bedaren.

Alles ging spectaculair goed en voorafgaand aan elke volgende uitvoering van de Rhapsody dronk hij een glaasje crème de menthe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de lokale pers - niet alleen om muzikale redenen - het stuk "Crème de Menthe Variations" noemde. De “variatie nr.18” (Andante cantabile) is de meest geliefde en zeker een van de mooiste melodieën ooit geschreven. Het werk laat uw hart overstromen van liefde. Als u nog niet verliefd was dan bent u het na het beluisteren van deze muziek wel.

WIDMUNG UIT DE LIEDERENCYCLUS MYRTHEN – Robert SCHUMANN

Een van de grootste liefdesverhalen in de muziekgeschiedenis van de westerse muziek is dat van Robert en Clara Schumann. Deze twee grote musici waren vanaf het moment dat ze elkaar leerden kennen smoorverliefd op elkaar. Robert kon uren wachten in een nabijgelegen taverne om Clara enkele minuten te zien na een van haar concerten. De opwinding en de vlinders die deze flirt bij Schumann teweegbracht leidde tot een ware explosie van liedcomposities.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 39


De tortelduifjes moesten zelfs een tijdje hun relatie geheimhouden omdat de vader van Clara, Robert niet goedkeurde als partner voor zijn geliefde dochter. Na een lange verloving trouwden ze uiteindelijk in 1840 en zo begon Roberts meest productieve periode. Tot dan had hij vrijwel alleen pianowerken geschreven, maar in 1840 componeerde hij maar liefst 168 liederen. Robert was zo blij en gelukkig met zijn vrouw dat hij voor Clara als huwelijksgeschenk de liederencyclus “Myrthen” componeerde. Het prachtige nummer “Widmung” (Toewijding) uit deze cyclus laat ons vanaf het begin voelen hoeveel Robert van Clara hield en haar bewonderde. Voor zijn lied “Widmung” gebruikte Robert de melodie van het naspel van Schuberts Ave Maria als eerbetoon aan zijn lieve vrouw. In het werk hoort u de opwinding en de warme gevoelens Met “Widmung” opent de liederencyclus Myrthen, genoemd naar de bloemen die traditioneel bij huwelijksfeesten werden gebruikt. Toen Schumann na enkele maanden de cyclus had voltooid, werden de partituren ingebonden met fluweel met daarbij de inscriptie “voor mijn lieve bruid”. Muzikaal gezien is dit lied zeer kenmerkend voor de latere werken van Schumann met heel vaak opwindende pianopassages. Gekenmerkt door zijn technische bravoure, is “Widmung” een van de meest populaire toegiften gebleven bij pianorecitals, waardoor pianisten hun virtuositeit kunnen tonen. Dit werk werd later voor piano solo bewerkt door Franz Liszt.

STRIJKKWARTET NR.2 IN D-MAJEUR – Aleksandr BORODIN Alexandr Borodin was een Russische componist tijdens de Romantiek. Borodin was ook een zeer gerespecteerde scheikundige, arts en leraar. Hij was de onwettige zoon van een Russische edelman prins Luka Stepanovich Gedianov die het kind liet registreren als de zoon van een van zijn lijfeigenen Porfiry lonvich Borodin. Zijn moeder voedde hem op in St. Petersburg. Dankzij de financiële steun van prins Luka konden ze genieten van een bevoorrechte levensstijl. De edelman zorgde ervoor dat zijn kind een goede algemene opvoeding en muziekles kreeg. In zijn tienerjaren speelde Borodin piano en cello. Toen hij compositie studeerde maakte hij deel uit van de groep “het Machtige Hoopje” bestaande uit vijf Russische componisten Mily Balakirev, Cesar Cui, Modest Mussorgsky, Nikolai Rimsky-Korsakov en Borodin zelf. Borodin ging voor hij zeventien jaar was naar de Medische Chirurgische Academie en bracht na zijn studies een jaar door in het leger als chirurg. Wanneer hij tijdens zijn studie even pauzeerde componeerde hij of speelde kamermuziek met zijn vrienden. In 1859 werd hij naar het buitenland gestuurd door de Russische Raad van Bestuur van de Medisch-Surgical Academy voor studies in de scheikunde. Hij keerde terug naar St. Petersburg en werd er professor in de scheikunde aan de Imperial Medical Surgical Academy. Het Strijkkwartet nr.2 van Borodin is ongetwijfeld een van de meest geliefde werken voor strijkkwartet aller tijden. Borodin schreef het werk in 1881 tijdens zijn verblijf op het landgoed van zijn vriend de componist Lodyzhensky in Zhitovo. Met zijn lyrische en onvergetelijke

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 40


melodieën en zijn zwoele romantische nocturne geeft het werk een gevoel van diepe genegenheid. Borodin droeg het werk op aan zijn lieve vrouw, de pianiste Ekaterina Protopopova, als herinnering aan hun verkering in Heidelberg. Het werk bestaat uit vier delen. Het derde deel de Nocturne is zowel lyrisch als rapsodisch met een zoete en expressieve melodie.

L’ELISIR D’AMORE – ARIA UNA FURTIVA LAGRIMA – Gaetano DONIZETTI In de vroeg-negentiende eeuw was Gaetano Donizetti een van de populairste operacomponisten van zijn generatie. Hij werd in 1797 geboren in Bergamo, Italië en stierf daar ruim vijftig jaar later. Donizetti heeft talrijke opera’s geschreven waarvan er vandaag de dag nog een tiental regelmatig met veel succes worden uitgevoerd. Een van de bekendste is “L’elisir d’Amore”. Donizetti schreef deze opera toen hij 34 jaar was. Misschien was het grootste talent van de componist wel gelegen in het feit dat hij niet alleen prachtige melodieën kon schrijven, maar ze ook zo wist te verfraaien dat de bekwaamheid van de zangers zeer goed tot uitdrukking kwam. Het publiek was dol op zijn werken en hij was tijdens zijn leven een gevierde componist. Stel je voor dat er een middeltje zou bestaan dat ervoor zorgt dat degene op wie jij verliefd bent ook verliefd op jou wordt. De onbereikbare liefde zou met het wonderlijke elixir ineens voorgoed opgelost kunnen zijn. Donizetti speelt in zijn opera “L'elisir d’amore” met dit idee.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 41


De opera van Donizetti over de nep-wijnfles, die zo wordt beweerd “het liefdeselixir” bevat is een hoogst onderhoudend verhaal.

Nemorino is een jonge boer die, afgewezen werd door Adina de jonge mooie en rijke boerin op wie hij verliefd is. Van een kwakzalver in het dorp koopt hij een liefdesdrankje met de belofte dat de toverdrank hem onweerstaanbaar voor haar zal maken. Het drankje is natuurlijk waardeloos, maar zijn argeloze en hardnekkige pogingen om het te verkrijgen overtuigen Adina van zijn liefde voor haar en wint hij uiteindelijk haar hart. Deze ontroerende en tedere aria “una furtiva lagrima” (een verborgen traan) , waarin de potentiële liefde tussen Nemorino en Adina centraal staat, komt vlak voor het einde van de opera, juist voordat Adina eindelijk toegeeft dat ze verliefd is op haar bewonderaar. In deze aria zingt Nemorino hoe er een stille traan uit A1dina’s oog drupte. Daaraan ziet hij dat ze toch van hem houdt. Het verrast hem en blij roept hij uit: “ze houdt van mij, ja ik heb het zelf gezien!” dan zingt hij dromerig en ietwat peinzend verder – “wat zou het mooi zijn als mijn zuchten zich met de hare vermengen”. Het is een prachtige aria met een uiterst delicate begeleiding die de ongelooflijke reikwijdte en diepte van het talent van Donizetti weergeeft. “L’elisir d’amore” is één van de succesvolste opera’s van Donizetti. De aria ‘Una furtiva lagrima’ behoort zonder meer tot de bekendste tenorsolo’s ooit gecomponeerd.

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 42


ELIZABETH SPRAGUE COOLIDGE

Als je gepassioneerd bent door de kamermuziek van de twintigste eeuw, is de kans groot dat de werken te danken zijn aan Elizabeth Sprague Coolidge (1864-1953) - een van de meest opvallende mecenassen. Zonder haar visie en financiële steun zouden de talrijke kamermuziekmeesterwerken die ze bestelde niet in het bezit zijn van de Library of Congress en zou het Library of Congress Coolidge Auditorium, waar tot op de dag van vandaag prachtige programma's worden uitgevoerd, niet gebouwd zijn. De componisten die ze ondersteunde, lazen als een who's who-lijst - Bartók, Barber, Britten, Copland, Ravel, Prokofiev, Stravinsky en vele andere belangrijke figuren uit die tijd. Ze was een verre neef van president Calvin Coolidge en werd soms ten onrechte als zijn vrouw geïdentificeerd en voor de grap de 'andere mevrouw Coolidge' genoemd.

De vader van Elizabeth Sprague Coolidge was een rijke groothandelaar in kruidenierswaren in Chicago. Zijn dochter Elizabeth werd geboren in 1864. Haar jeugd speelde zich af in de bevoorrechte omgeving van Chicago's “Gold Coast”. De muzikale opvoeding van Elizabeth Sprague begon al vroeg. Ze studeerde piano en compositie bij eminente docenten. Toen ze zeventien jaar was, begon zij samen met haar ouders aan een lange reis om de belangrijke concertzalen van Europa te bezoeken en er ook de muziekuitvoeringen bij te wonen, waaronder het Théâtre de l'Opéra in Parijs en het Bayreuth-festival van Wagner in Duitsland. In die periode was ze een opvallende slanke mooie vrouw en volgens de beschrijvingen in de archieven van de Library of Congress, “hoog voorhoofd, blauwe ogen, rechte neus, puntige kin, lichtkleurig haar, lichte huidskleur, ovaal gezicht”. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 43


Elizabeth was zevenentwintig jaar toen ze in 1891 met arts Frederick Shurtleff Coolidge trouwde. Hij was een vooruitstrevende man, die haar aanmoedigde om op te treden en te componeren. Elizabeth organiseerde salonavonden met muziekconcerten en programma’s voor liefdadigheid. In 1893 werd Elizabeth uitgenodigd om op te treden op de World's Columbian Exposition, waar ze Robert Schumann's “Piano Concerto in A Minor” speelde met een orkest onder leiding van Theodore Thomas (1835-1905), oprichter en eerste dirigent van het Chicago Symphony Orchestra. Naast het studeren van piano en optredens, vond Elizabeth ook spirituele toevlucht in de compositiekunst. Ze componeerde een werk voor strijkkwartet en ter gelegenheid van haar tiende huwelijksverjaardag, een liederencyclus op tekst van sonnetten uit het Portugees van Elizabeth Barrett Browning. Het is tragisch dat Elizabeth's echtgenoot en haar ouders kort na elkaar, tussen januari 1915 en maart 1916 zijn overleden. In juni studeerde haar enig kind Albert Sprague af aan de universiteit van Harvard, trouwde en ging elders wonen. Zo had Elizabeth haar familie verloren en was ze plotseling helemaal alleen - niet alleen om de stukken van haar eigen leven te lijmen, maar ook om het Sprague-fortuin te beheren. Dit was destijds niet eenvoudig in een samenleving die een vrouw weinig gelegenheid bood om de nodige kennis te verwerven in het wereldje van financiën en management. Bovendien gaven de diepgewortelde puriteinse waarden, arbeidsethos en morele rechtschapenheid die ze als voorbeeld van haar ouders had geërfd, haar een gevoel van verantwoordelijkheid tegenover de samenleving dat haar min of meer voorbestemde om de arena van filantropie te betreden. Bij al haar tegenslagen zocht ze troost en moed in de muziek. Ter ere van haar vader richtte ze een pensioenfonds op voor de musici van het Chicago Symphony Orchestra, waarvan haar vader beschermheer was geweest. Onmiddellijk na het verlies van haar familie leek ze haar rijkdom soms met een gulle, zelfs onverschillige overgave in het buitenland te verspreiden. Omdat haar man arts was geweest, schonk ze veel van haar legaten aan de medische wereld. Haar huis in Chicago en dat van haar ouders schonk ze voor het inrichten van verpleeghuizen. Ze richtte een trustfonds van 200.000$ op voor het bouwen van een ziekenhuis en schonk bescheiden bedragen voor medisch onderzoek aan de Columbia University. Tevens schonk ze 200.000$ aan de Berkshire County Society for Crippled Children. Ook haar prachtig huis in Berkshire schonk ze aan deze organisatie voor het bouwen van een school. Twee jaar na de dood van haar vader begon Elizabeth aan haar grote carrière als mecenas van kamermuziek. Mevrouw Coolidge was een bekwame muzikante die hunkerde naar samenwerking met andere artiesten. In 1916 ontving Elisabeth een brief van Hugo Kortschak, een jonge Oostenrijkse violist die zij nog nooit had ontmoet of van wie ze nog nooit had gehoord. Hij had even voordien de Chicago Symphony verlaten om zich aan kamermuziek te wijden en had met drie van zijn collega's die nog in het orkest zaten een kwartet gevormd. Maar met de eisen van een strak orkestschema was het voor hen onmogelijk om de nodige tijd aan repetities te besteden. Wetende van Coolidge's

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 44


toewijding aan de kunst in het algemeen, maar aan kamermuziek in het bijzonder, stuurde Kortschak een eerbiedige, maar oprechte oproep tot steun met de woorden: “help ter wille van de kunst”. Als Elizabeth hen kon ondersteunen, zouden ze hun dagelijkse baan kunnen opzeggen en fulltime als kwartet optreden. Het soort idealisme dat door zijn welgekozen woorden werd gesuggereerd klonk als muziek in de oren van Elisabeth. Nog dezelfde dag schreef ze in haar antwoord aan Kortschak:“het is vreemd dat uw voorstel precies is wat ik al een tijdje in gedachten heb”. Enkele dagen later reisde ze naar Chicago waar ze luisterde naar de uitvoeringen van het kwartet. Elizabeth bood hun een contract aan waarin stond dat het kwartet onmiddellijk naar Pittsfield, Massachusetts moest verhuizen waar zij voor hun onderdak zou zorgen. De repetities die Elizabeth uiteraard zou bijwonen zouden plaatsvinden in de muziekkamer van haar appartement. Ze had het recht samen met de groep op te treden wanneer piano nodig was en raakte nauw betrokken bij de selectie van repertoire en planning. Binnen twee jaar werd het Berkshire Quartet, Elizabeth's "Berkshire Boys" de basis van het Berkshire Music Festival in South Mountain, dat uiteindelijk bekend werd als het Festival in Tanglewood, een van de toonaangevende zomermuziekfestivals in het land. Elizabeth begon aan de voet van South Mountain, op het terrein van haar zoon aan de rand van Pittsfield een eigen muziekzaal voor haar festivals en huisjes voor haar muzikanten te bouwen. Haar werk werd al vlug overal bekend, zowel in de Verenigde Staten als in het buitenland. Het was haar wens om duizenden muziekliefhebbers van waar ook ter wereld uit te nodigen in plaats van een paar vrienden uit New York en Pittsfield en er samen een hoogstaand artistiek gebeuren van de maken. Mevr. Coolidge startte een jaarlijkse wedstrijd voor nieuwe composities. De eerste Berkshireprijs in 1919 was voor een werk voor altviool. De jury die niet kon kiezen tussen twee werken, deed een beroep op Elizabeth om haar keuze te maken. Beide componisten waren goede vrienden van mevrouw Coolidge. Ze verkoos Ernst Bloch's “Suite voor altviool en piano”boven Rebecca Clarke's “Sonate voor altviool en piano”, maar programmeerde beide stukken voor het volgende festival. Sindsdien zijn deze werken niet meer weg te denken uit het repertoire. Bloch was een naaste medewerker van Carl Engel, de nieuwe benoemde chef van de muziekafdeling van de Library of Congress. Bloch stelde voor dat Coolidge deze verstandige man zou uitnodigen voor het volgende Berkshire Festival. Toen Engel en Coolidge elkaar ontmoetten, was er geen houden meer aan. Hun vriendschap leidde al snel tot een samenwerking om kamermuziek in de Library of Congress in Washington op het programma te zetten. Het feit dat er geen geschikte locatie was voor de voorstellingen, hield Elizabeth niet tegen om haar wil door te drijven. Ze pleitte voor het bouwen van een zaal voor kamermuziek, "de meest perfecte en mooie zaal voor muziek" en zou extra geld verstrekken om uitvoeringen te ondersteunen en een auditorium in de Library of Congress te bouwen. Ze beloofde een stichting op te richten “The Elizabeth Coolidge Foundation”. Het plan vereiste goedkeuring van het Congres, maar Elizabeth zegevierde en de bouw van een auditorium met 500 zitplaatsen en een uitstekende akoestiek werd in 1925 gebouwd.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 45


Het auditorium werd officieel ingewijd met een driedaags festival dat eindigde op 30 oktober de verjaardag van Elizabeth. Zo begon de traditie van de zogenaamde Founder's Day-festivals, die later de gelegenheid zouden bieden voor de premières van enkele zeer belangrijke werken van de twintigste eeuw.

Het eerste festival vond plaats in 1925. Componist Charles Martin Loeffler's zetting van “het Zonnelied” van Sint Franciscus van Assisi werd voor de gelegenheid besteld. Mevrouw Coolidge, een echte leidinggevende figuur, was van mening dat manuscripten die zich in de archieven van de Library of Congress bevonden, moesten worden uitgevoerd. Bovendien moest een zo breed mogelijk publiek van de muziek kunnen genieten. Ze had een groot vertrouwen in de kracht van de radio. Elizabeth zorgde ervoor dat er apparatuur voor radio-uitzendingen in de zaal werd geïnstalleerd, zodat concerten in het hele land konden beluisterd worden. Tot de baanbrekende activiteiten van mevrouw Coolidge en haar Stichting behoorde ook de dans. De eerste balletopdracht was Stravinsky's Apollon Musagète van 1928. Soms liep het niet van een leien dakje. Stravinsky miste deadlines, net als Ravel, die te laat was met zijn “Chansons Madécasses” . Elizabeth was heel ontevreden en tolereerde dergelijke zaken niet, zelfs niet van de meest vooraanstaande kunstenaars. Volgens Cyrilla Barr in haar werk “The Coolidge Legacy” , werd Elizabeths gevoel van onpartijdigheid weerspiegeld in een brief die ze schreef over componist Arthur Schönberg. De componist probeerde te onderhandelen over een hogere vergoeding dan gebruikelijk was voor een optreden en Elizabeth schreef "... ik ben het ermee eens dat het een geweldige aanvulling zou zijn van ons programma als zijn kwartet zou optreden, maar ik zie niet in waarom we hem een hogere vergoeding zouden moeten betalen…” Gelukkig kwamen ze tot een akkoord. Schönbergs derde en vierde strijkkwartet werden uitgevoerd.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 46


Hoewel Elizabeth zuinig was, was ze niettemin buitengewoon genereus voor muzikanten in nood. Toen Schönberg in 1934 zijn leerling Alban Berg probeerde te helpen met de verkoop van de opera-partituur van “Wozzeck”, betaalde Coolidge een groot deel van het geld en tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde ze kunstenaars te helpen die probeerden te ontsnappen aan het door oorlog verscheurde Europa. Mevrouw Coolidge had een instinctieve muzikale gevoeligheid en een kritische smaak. Onder auspiciën van de” Elizabeth Sprague Coolidge Foundation” was ze verantwoordelijk voor een verbazingwekkende reeks nieuwe kamermuziek van Amerikaanse en Europese componisten, die in haar prachtige auditorium werden uitgevoerd. De stukken werden gekoesterd door zowel het publiek als de muzikanten, o.a. Samuel Barber's “Hermit Songs, Op. 29”, Ottorino Respighi’s “Trittico Botticelliano”, Béla Bartók's “String Quartet No. 5”, en Francis Poulenc “Fluitsonate” als aanvulling van de kamermuziek van de componisten Ernst Bloch, Bohuslav Martinu, Paul Hindemith, Rebecca Clarke en Frank Bridge. Elizabeth was goed bevriend met vrijwel elke grote componist en uitvoerder van kamermuziek van de twintigste eeuw. Ze richtte ook een stichting op om componisten te ondersteunen en opdrachten te geven voor nieuwe werken. Hoewel ze zelf een Amerikaanse was, had ze geen voorkeur voor nationaliteiten. Ze gaf opdrachten aan praktisch elke toonaangevende componist van de vroege 20e. eeuw. In feite gingen de meeste van haar opdrachten naar Europese componisten. Ze had ook geen enkele voorkeur voor vrouwelijke componisten. Coolidge's financiële middelen waren niet onbeperkt, maar door haar sterke persoonlijkheid en overtuiging slaagde ze erin om kamermuziek in de Verenigde Staten, waar de grote belangstelling van componisten eerder bij orkestmuziek lag, te promoten en populair te maken. Haar toewijding aan de muziek en vrijgevigheid aan muzikanten werden aangewakkerd door haar eigen ervaring als uitvoerend muzikant. Elizabeth bleef optreden. Zelfs toen ze ver over de tachtig was oefende ze meerdere uren per dag, begeleidde ze beroemde instrumentalisten en nam ze deel aan kamermuziekbijeenkomsten. Helaas verloor ze haar gehoor. Volgens mevrouw Barr: "Ze gaf ooit toe aan haar vriend Hans Kindler: Je hebt geen idee hoe moeilijk het is om je op Brahms te concentreren als er een heel andere compositie in je hoofd bruist, zonder ritme of harmonie, maar gewoon onophoudelijke geluiden”. Mevrouw Coolidge sleepte haar verschillende hoortoestellen mee naar concerten en af en toe een enorme oortrompet in een logge zwarte doos. Wanneer ze echter niet blij was met een uitvoering zette ze het apparaatje gewoon uit. Coolidge leefde bescheiden en bleef de kunst ondersteunen. Haar mecenaat werd het model voor allerlei schenkingen die volgden. Haar erfenis was een verbazingwekkende erfenis voor de uitvoering van prachtige concerten, het Coolidge Auditorium, de Stichting en de aankoop van nieuwe werken. Ook de schenking van haar eigen enorme collectie originele manuscripten en muziekdocumenten was van ontzettend veel waarde.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 47


Walter Wilson Cobbett noemde Elizabeth “The lady Bountiful” toen hij haar in 1925 de Cobebett-medaille uitreikte. Ter gelegenheid van het vijfde Library of Congress Festival sprak Andrew W. Mellon als volgt:“Ze heeft haar eigen middelen ter beschikking gesteld om haar mecenaat in praktijk om te zetten. Ze deed het zonder een organisatie, zonder politieke invloed. Ze deed het helemaal alleen. Als ze geeft, geeft ze met beide handen”. Hoewel ze niet door de Russen werd onderscheiden toen ze in 1931 een festival in Moskou gaf, werd ze gelauwerd met het Legioen van Eer van Frankrijk en de Belgische Kroonorde en Leopoldsorde. Ze werd ook tot ereburger van Frankfurt benoemd. Ze werd verkozen tot Fellow van de American Academy of Arts and Sciences in 1951. Een lange lijst eredoctoraten van Amerikaanse hogescholen maakt de lijst van vereremerkingen compleet. Maar meer dan dit alles koesterde zij de dankbetuigingen van al diegenen die ze had geholpen of wie ze gelukkig had kunnen maken. Een musicoloog schreef: “ze ontvangt lofbetuigingen van elke muzikant van over de hele wereld”. Bij de viering van haar tachtigste verjaardag zei president Roosevelt: "Elizabeth Sprague Coolidge heeft gedaan waar niemand voor haar de middelen voor had gevonden. Niemand heeft meer bijgedragen aan de muziek in Amerika, en niemand heeft componisten en uitvoerders van muziek in Amerika meer aangemoedigd dan mevrouw Coolidge. " Elizabeth Sprague Coolidge overleed op 4 november 1953 en werd begraven op het Pittsfield, Massachusetts Cemetery op de 13 Rural Line Section.

CVC Bron: - Library of Congress: Elizabeth Sprague Coolidge

ELIZABETH SPRAGUE COOLIDGE Si vous êtes passionné par la musique de chambre du XXe siècle, il y a de fortes chances que les œuvres soient dues à Elizabeth Sprague Coolidge (1864-1953), l'une des mécènes les plus notables de notre époque. Sans sa vision, nous n'aurions pas les nombreux chefs-d'œuvre de musique de chambre qu'elle a commandés ou l'auditorium Coolidge de la Bibliothèque du Congrès où de merveilleux programmes sont joués à ce jour. Les compositeurs qu'elle a soutenus se lisent comme une liste de who's who : Bartók, Barber, Britten, Copland, Ravel, Prokofiev, Stravinsky et de nombreuses autres figures marquantes de l'époque. Cousine éloignée du président Calvin Coolidge, elle a parfois été identifiée à tort comme sa femme et a appelé « l'autre Mme Coolidge » en plaisantant.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 48


L'éducation musicale d'Elizabeth Sprague a commencé tôt. Elle a étudié le piano et la composition avec d'éminents professeurs. À l'âge de dix-sept ans, ses parents et elle ont entrepris un long voyage pour découvrir les images et les sons des principales salles de concert d'Europe, notamment le Théâtre de l'Opéra de Paris et le Festival de Bayreuth de Wagner en Allemagne. À ce moment-là, elle était une femme frappante mesurant un peu plus de six pieds de haut et, selon les archives de la Bibliothèque du Congrès, « le front haut ; yeux bleus; nez droit; menton pointu ; cheveux clairs; teint clair; visage ovale.avait vingt-sept ans lorsqu'elle épousa le médecin Frederick Shurtleff Coolidge en 1891, un homme progressiste, qui l'encouragea à jouer et à composer. Elizabeth a continué ses soirées de salon et ses programmes caritatifs. Elle a composé un quatuor à cordes et, en l'honneur de son dixième anniversaire de mariage, un cycle de chansons sur le texte des Sonnets du portugais d'Elizabeth Barrett Browning. Tragiquement, le mari et les parents d'Elizabeth sont décédés l'un après l'autre. Pour honorer son père, elle a créé un fonds de pension pour les musiciens de l'Orchestre symphonique de Chicago, dont son père était un mécène. Mme Coolidge était une musicienne habile qui recherchait des collaborations avec d'autres interprètes. En 1916, quatre membres du Chicago Symphony, qui avaient formé un quatuor à cordes, firent appel à Elizabeth. Si elle pouvait les soutenir, ils pourraient quitter leur « emploi de jour » et se produire en quatuor à temps plein. Quand Elizabeth a accepté, le quatuor a déménagé à Pittsfield, Massachusetts. En deux ans, le Berkshire Quartet, les « Berkshire Boys » d'Elizabeth, est devenu la base du Berkshire Music Festival à South Mountain, finalement connu sous le nom de Festival at Tanglewood, l'un des principaux festivals de musique d'été du pays.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 49


Mme Coolidge a lancé un concours annuel pour de nouvelles compositions. Le premier prix Berkshire en 1919 était pour une œuvre pour alto. Le jury, incapable de trancher entre deux œuvres, a fait appel à Elizabeth pour qu'elle vote. Les deux compositeurs étaient de chers amis de Mme Coolidge. Elle choisit la Suite pour alto et piano d' Ernst Bloch plutôt que la Sonate pour alto et piano de Rebecca Clarke, mais programme les deux pièces pour le festival de 1916. Ils sont depuis devenus des incontournables du répertoire. Bloch était un proche collaborateur du nouveau chef de la division musicale de la Bibliothèque du Congrès, Carl Engel. Bloch a suggéré que Coolidge invite l'homme cultivé et intelligent au prochain festival de Berkshire. Une fois qu'Engel et Coolidge se sont rencontrés, il n'y avait plus moyen de les arrêter. Leur amitié a rapidement mené à une collaboration, d'abord pour proposer des programmes de musique de chambre à la Bibliothèque du Congrès de Washington. Le fait qu'il n'y avait pas de salle de spectacle n'a pas arrêté Elizabeth. Elle a préconisé la construction d'une salle de musique de chambre, « la salle la plus parfaite et la plus belle pour la musique » et fournirait des fonds supplémentaires pour soutenir les représentations et les commandes en cours. Le plan nécessitait l'approbation du Congrès et des machinations en coulisses, car il n'y avait aucun mécanisme en place pour détenir et distribuer des fonds à la bibliothèque.Mais Elizabeth l'emporta et la construction d'un auditorium commença en 1925.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 50


Le premier festival a eu lieu cette année-là. La mise en musique par le compositeur Charles Martin Loeffler du Cantique du Soleil de saint François d'Assise a été commandée pour l'occasion. Mme Coolidge, une véritable visionnaire, pensait que les manuscrits conservés dans les archives de la Bibliothèque du Congrès devaient être exécutés, et non ramasser la poussière sur les étagères. De plus, le public le plus large devrait apprécier la musique. Elle avait une grande foi dans le pouvoir de la radio. Elizabeth s'est assurée que l'équipement de diffusion radio était installé dans la salle afin que les représentations puissent être entendues à travers le pays. Les activités pionnières de Mme Coolidge et de sa Fondation comprenaient la danse. La première commande de ballet était Apollon Musagète de Stravinsky de 1928. Parfois, les choses ne se passent pas bien. Stravinsky a raté les échéances, tout comme Ravel, qui était en retard avec ses Chansons Madécasses . Elizabeth était très mécontente et ne tolérait pas de telles absurdités, même de la part des artistes les plus en vue. Selon l'universitaire Cyrilla Barr dans sa présentation The Coolidge Legacy , le sens de l'impartialité d'Elizabeth se reflète dans une lettre qu'elle a écrite au sujet du compositeur Arthur Schoenberg, qui a essayé de négocier des honoraires plus élevés que d'habitude pour une commande de quatuor à cordes, « … Je suis d'accord qu'il serait un excellent ajout à nos programmes d'avoir son quatuor, mais je ne vois pas pourquoi nous devrions lui payer des frais importants… » Heureusement, ils sont parvenus à un accord. Les troisième et quatrième quatuors à cordes de Schoenberg sont terminés. Même si Elizabeth était frugale, elle était néanmoins extrêmement généreuse envers les musiciens dans le besoin. En 1934, lorsque Schoenberg tenta d'aider son élève Alban Berg à vendre la partition d'opéra de Wozzeck , Coolidge fournissait une grande partie des fonds et pendant la Seconde Guerre mondiale, elle tenta d'aider les artistes qui tentaient de fuir l'Europe déchirée par la guerre. Mme Coolidge avait une sensibilité musicale instinctive et un goût exigeant. Sous les auspices de la Fondation Elizabeth Sprague Coolidge, elle était responsable d'une gamme étonnante de musique de chambre nouvellement commandée à des compositeurs américains et européens, qui ont été présentées dans son bel auditorium. Les pièces sont chéries par le public et les musiciens—Samuel Barber's Hermit Songs, Op. 29, Trittico Botticelliano d' Ottorino Respighi , le Quatuor à cordes n° 5 de Béla Bartók et la Sonate pour flûte de Francis Poulenc , en plus de la musique de chambre des compositeurs Ernst Bloch, Bohuslav Martinû, Paul Hindemith, Rebecca Clarke et Frank Bridge. Elizabeth est devenue une amie proche de pratiquement tous les grands compositeurs et interprètes de musique de chambre du XXe siècle malgré sa présence formidable et sa personnalité souvent intimidante. Elizabeth a continué à se produire jusqu'à ses quatre-vingts ans, pratiquant plusieurs heures par jour, participant à des rassemblements de musique de chambre. Malheureusement, elle perdait son audition ; Selon Mme Barr, « Elle a un jour avoué à [son ami] Hans Kindler : « Vous n'avez aucune idée à quel point il est difficile de se concentrer sur Brahms lorsqu'une composition entièrement différente rugit dans sa tête, sans rythme ni harmonie, mais simplement des bruits

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 51


incessants.' » Mme Coolidge a traîné ses divers appareils auditifs aux concerts, parfois une énorme trompette d'oreille contenue dans une boîte noire encombrante. Parfois, elle l'éteint au milieu d'un morceau. Elle n'était pas toujours satisfaite des commissions. Coolidge a vécu modestement et a pu soutenir les arts d'une manière tout aussi nécessaire aujourd'hui. Sa philanthropie est devenue le modèle des dotations qui ont suivi. Le sien était un héritage étonnant non seulement pour les magnifiques concerts, le Coolidge Auditorium, la Fondation et la commande de nouvelles œuvres, mais aussi pour le don de sa vaste collection de manuscrits et de papiers originaux. Aujourd'hui, les performances de haute qualité continuent à dater de plus de 100 œuvres dont quatre ballets. Bibliothèque du Congrès : Elizabeth Sprague Coolidge

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 52


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 53


“Brussel Leeft” “Klankbord Brussels Gewest” Driemaandelijks tijdschrift. Een uitgave van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw. Redactieadres, lezersbrieven, abonnementen en advertenties KMF BHG E-mail: muziekfederatie@hotmail.com Gelieve uw bijdrage elektronisch aan te leveren

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 1 MAART 2022 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 1 MARS 2022 au plus tard Het overnemen van artikels en illustraties (of een gedeelte ervan) kan alleen na de uitdrukkelijke toestemming van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Verantwoordelijke uitgever: William Huybandt, Brugstraat 27, 1730 Asse Werkten mee aan dit nummer: Cecile Van Camp, Louis G. Meeus, Edgard Van Nerom, William Huybandt, Marijke Huybandt Lay-out: William Huybandt Lezersbrieven zijn welkom! Indien mogelijk zullen wij uw brief publiceren: hou er wel rekening mee dat om diverse redenen uw brief kan worden ingekort of beknopt weergegeven.

Wie graag dit “gratis” magazine graag digitaal ontvangt klikt: Qui désire recevoir ce magazine << gratuit >> digitale cliquez

https://muziekfederatie.be/contact/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 54


Grand-Place Brussels

20.00 h

https://www.taptoebrussels.com

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 55


De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw wenst u

La Fédération Royale Musicale de la Région de Bruxelles-Capitale vous souhaite

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 56


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.