TAPTOE BRUSSELS / BRUSSEL LEEFT 2021 NR 4

Page 1

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 1


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vzw Hoge Bescherming: Zijne Majesteit de Koning Beschermcomité: Erevoorzitter : Guy VANHENGEL : Eerste Vicevoorzitter Brussels Parlement Vice-erevoorzitter: Carla DEJONGHE : Lid Brussels Parlement Dagelijks bestuur VAN NEROM Edgard, Voorzitter

e-mail: edgard.vannerom@skynet.be

HUYBANDT Marijke, Secretaris

e-mail: marijke_huybandt@hotmail.com

HUYBANDT William, Penningmeester

e-mail: william.huybandt@telenet.be

Raad van bestuur : dagelijks bestuur + onderstaande e-mail: katleen.tilley@telenet.be DE KLIPPEL Roland e-mail: cecile.van.camp@skynet.be

VAN CAMP Cecile

e-mail: vanneyghemlieve@gmail.com

VAN NEYGHEM Lieve

Algemene vergadering : dagelijks bestuur + raad van bestuur + onderstaande e-mail: michaelhuybandt@hotmail.com HUYBANDT Michaël

CONTACT KMF BHG / FRM RBC

CONTACT VIA MAIL: muziekfederatie@hotmail.com

Fijne charcuterie - Belegde broodjes Charcuterie fine - Sandwichs garnis Plattesteen 4, 1000 Brussel Tel : 02 512 06 37 Van maandag tot vrijdag / Lundi au vendredi

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 2


INHOUD/CONTENU Bestuur KMF BHG // Comité FRM RBC ............................................................................. 02 Inhoud ................................................................................................................................ 03 Agenda KMF BHG / FRM BRC & activiteiten verenigingen …………………………..…………........ 04 In Memoriam…………………………………………. ……………………………….……………………..………………07 Koffieconcert Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia Evere………….……………….........................08 St. Petersburg State Academic Choir in Belgium……………………………………..........................10 Herfstklanken……………………..………………………….…..………………........................................... 13 350 jaar geleden werd de componist Tomaso Albinoni geboren....................................... 28 Il y a 350 ans que le compositeur Tomaso Albinoni est né ……………….………..………...............35 De vrouw die Beethovens piano’s bouwde…..................................................................... 39

La femme qui a construit les pianos de Beethoven ……..….……………………......................... 42 Colofon………………………………………………………………………………………………………………….……...46 Concerten Grote Markt / Concerts Grand-Place…………………………………………………………....47 Taptoe Brussels …………………………………………….……………………………………………………………..48

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 3


AGENDA 2022 KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELES -CAPITALE 08/05/2022

Irisfeesten – Fête de l’Iris Brussel - Bruxelles

11/07/2022

Vlaanderen feest in de stad Brussel Fête de la Communauté Flamande dans la ville de Bruxelles

10/09/2022 14u/h – 18u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand-Place de Bruxelles

10/09/2022 20u/h

TAPTOE BRUSSELS

11/09/2022 10u/h – 22u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand- Place de Bruxelles

../11/2022 ……………

Sint Ceciliaviering – Célébration Ste. Cécile Magdalenakerk – Eglise de la Madeleine – Brussel/Bruxelles Met de medewerking van het muziekensemble van de K.H. St. Cecilia Evere Avec la collaboration de l’ensemble musical de l’H.R. Ste Cécile - Evere

../12/2022 ……………

Muziekconcerten tijdens de Brusselse kerstmarkt Concerts lors du marché de Noël Bruxelles

Grote Markt - Brussel – Grand-Place de Bruxelles

Wij nodigen al onze verenigingen uit tot deelname aan onze activiteiten. Uiteraard zullen wij u eerstdaags, per E-mail, verdere informatie bezorgen over de plaats en de inhoud van de evenementen. Ondertussen kunt u deze data al vrijhouden. Muzikanten en bestuursleden, wij rekenen op uw deelname. Samen met de medewerking van onze verenigingen willen wij, in een vriendschappelijke sfeer, muziek beleven en er hoogstaande culturele activiteiten van maken, uw vereniging, onze organisatie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waardig.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 4


Bedankt voor uw bijzonder gewaardeerde medewerking.

ACTIVITEITEN VERENIGINGEN 2021 - 2022 ACTIVITÉS SOCIÉTÉS 2021 - 2022 Laken 18/11/2021 19.00u/h

Orkest Kunsthumaniora Herfstconcert Kunsthumaniora, Zaal (Salle) Castellucci Chrysantenstraat 26, 1020 Brussel ♪♪♪♪♪

Sint-Pieters-Woluwe 19/11/2021 15.00u/h

Brussels Concertband Irish Party Cultureel Centrum (Centre Culturel) Sint-Pieters-Woluwe Zaal (Salle) W:Hall Av. Charles Thielemans 93, Sint-Pieters-Woluwe ♪♪♪♪♪

Evere 04/12/2021 11.00u/h

Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia Sint-Ceciliamis / Messe de Saint-Cécile Église/kerk Sint-Vincentius Sint-Vincentiusplaats 2, 1140 Evere ♪♪♪♪♪

Evere 16/01/2022 11.00u/h

Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia Nieuwjaarsconcert / Concert de nouvel an Everna (Cultureel centrum / Centre Culturel) Sint-Vincentiusstraat 30, 1140 Evere ♪♪♪♪♪

Sint-Pieters-Woluwe 19/11/2021 15.00u/h

Koninklijke Muziekmaatschappij Stokkel Concert met Yannick Bovy Cultureel Centrum (Centre Culturel) Sint-Pieters-Woluwe Zaal (Salle) Fabry Av. Charles Thielemans 93, Sint-Pieters-Woluwe ♪♪♪♪♪

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 5


De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 10 DECEMBER 2021 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 10 DECEMBRE 2021 au plus tard

Wij bieden onze lezers de mogelijkheid om ons magazine ook digitaal te lezen Het volstaat om uw E-mailadres te bezorgen aan muziekfederatie@hotmail.com Dorénavant vous pouvez lire notre revue également numériquement. Il vous suffit de nous envoyer votre adresse E-mail å muziekfederatie@hotmail.com

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 6


In Memoriam GEORGES SEGHERS ° 24-08-1948 - + 06-10-2021

Met droefheid en verbazing vernamen we het overlijden van dhr. Georges Seghers. Georges was een goedlachse man, steeds positief ingesteld en het hart op de juiste plaats. Hij was bestuurslid bij de Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia te Evere en stond steeds ten dienste van diverse Everse verenigingen. Ook Taptoe Brussels mocht gedurende vele jaren beroep doen op zijn medewerking. We zullen je missen. Vaarwel Georges.

Avec grande tristesse et stupéfaction nous avons appris le décès de Mr Georges Seghers. Georges était un bon vivant, avec un grand coeur et toujours optimiste. C’était une figure bien connue à Evere, il était membre du comité de l’Harmonie Royale Sainte-Cecile d’Evere et il était toujours prêt à aider dans diverses autres sociétés. Taptoe Brussels a pendant plusieurs années pu profiter de ses services. Adieu Georges, déjà tu nous manque.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 7


Koffieconcert Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia Evere

Op zondag 10 oktober was het zover. We konden opnieuw een concert met de Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia van Evere spelen onder leiding van de dirigent William Huybandt. Een hele opluchting na die vervelende corona periode waarin we tot huisarrest veroordeeld werden. Het was een zonnige zondag, we moesten met de coronapas werken en ondanks alles kregen we de feestzaal Everna netjes gevuld. Wat een trouw publiek hebben we toch. We begonnen het concert met een trieste noot. Onze vriend Georges Seghers was onverwacht heengegaan. Wie was Georges? Een man met een groot hart, altijd klaar om een helpende hand uit te steken of het nu in onze vereniging was, of op het mosselfeest van de gemeente of om de rolstoel van een mindervalide persoon voort de duwen – altijd stond hij klaar. Hij was de vriend van jong en oud: van de jongeren van de Jeannekesboys tot spelers van de toneelvrienden, de muzikanten van de muziekverenigingen, … hij kende god en klein pirreke Het eerste stuk van dit concert 'Avoir un bon copain' werd dan ook opgedragen aan Georges. Het was een nummer dat hem blij maakte en dat hij dikwijls meezong. En de titel van dit stuk kon moeilijker juist gekozen zijn. Boven geld, macht en roem stond voor Georges de eenvoudige vriendschap. Vervolgens pakte de harmonie uit met Tedee, een Rumba. De Rumba, zowel de dans als de muziek, is van Cubaanse oorsprong. Dat er dan een flinke portie sensualiteit bij komt kijken is niet te verwonderen. Het is een trage dans met sierlijke bewegingen. In deze dans is het niet de man, maar de vrouw die de man verleidt met fraaie heupbewegingen. Olala. Dit was een verborgen boodschap aan de alleenstaande mannen op het podium of in de zaal.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 8


Nadien pakte de harmonie uit met “What's a woman”, een nummer van Vaya Con Dios gezongen door een dame met Everse Roots : Danni Klein. Wat vertelde ze over Evere? Danni Klein: “Mijn grootvader langs moeders kant was zowat het buitenbeentje van de familie: hij had een café in Evere, maar was ook een intellectueel, een overtuigd communist en niet vies van een potje discuteren. Met de rest van de familie woonden we boven zijn café. Café des Sports in de Sint-Vincentiusstraat. Mijn slaapkamer lag pal boven de zaal van het café. Geen pretje, voor mij was het café zelfs een beetje angstwekkend, omdat de klanten regelmatig de vuisten lieten spreken. Soms lag ik te beven in mijn bed. Geroep, getier, kabaal. “ De volgende twee nummers op het programma waren “ what's new pussycat” en “ik ben zo eenzaam zonder jou” van de keizer van het Vlaamse lied Will Tura. Will Tura is er ondertussen 81 geworden en doet dit jaar zijn tournee voor zijn 80ste verjaardag om een gekende reden. Hij kreeg dit jaar een standbeeld in Veurne. Ongelooflijk wat een lange carrière deze man achter de rug heeft. Zijn hoogtepunt is nog altijd de sobere maar magistrale uitvoering van 'Hoop doet leven' bij de begrafenis van Koning Boudewijn in de Sint-Goedele Kathedraal. Dat sneed door merg en been. Kippenvel. Als je dit kan, ben je een groot artiest. Wij speelden de grootste hit van Will Tura – gearrangeerd door onze dirigent.

Na een obligate uitsmijter 'Sweet Caroline' werd het 1ste deel afgesloten en kwamen de taartjes op de tafel. William speelde op zijn synthesizer nog een verassend tweede deel met Vlaamse en Franse chansons. We zijn terug vertrokken. Op naar het jaarlijks banket op 4 december. Houdt uw coronapas maar gereed. Dan kunnen we opnieuw een ferm danske placeren.

Walter Nuyts “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 9


ST. PETERSBURG STATE ACADEMIC CAPELLA CHOIR IN BELGIUM Op 2 september 2021 gaf het prestigieuze “St. Petersburg State Academic Capella Choir” een concert in de Brusselse Sint-Michiels en Goedele Kathedraal te Brussel.

Dit Russisch professioneel koorensemble had tot heden nog nooit opgetreden in België en kwam langs om 4 concerten te geven te Kortrijk, Luik, Oostende en Brussel. De Kathedraal was afgeladen vol, het publiek was massaal aanwezig, en ook onze Koninklijke Muziekfederatie mocht erbij zijn. Ook de Russische ambassadeur in België, zijne Excellentie Alexander TOKOVININ vereerde met zijn aanwezigheid dit hoogstaand cultureel evenement. De concertreeks werd georganiseerd door “Un Elan Pour l’Europe” die hiermee toe was aan haar eerste grote event. Tijdens de openingsrede sprak dhr. Serge Delvenne, voorzitter, zijn hoop uit over dialoog en vooral vrede niet enkel en alleen tussen onze twee naties, maar vrede in het algemeen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 10


Le jeudi 2 septembre 2021, Un Élan Pour l’Europe a entamé son premier grand événement. Une tournée à travers la Belgique du Choeur de Saint-Pétersbourg pour quatre dates d’exeptions (2-3-4-5 septembre) C’est au choeur même de la cathédrale des Saints Michel et Gudule de Bruxelles, de NotreDame de Courtrai, de la cathédrale des Saints Pierre et Paul d’Ostende en sur la rotonde du musée de la Boverie en plein centre du salon « Retrouvailles «, que l’ensemble Capella de Saint-Pétersbourg s’est produit pour le plus grand plaisir du public qui a massivement répondu présent à chaque fois. Cette tournée est également importante de par le message de paix et d’union, entre la Fédération de Russie et la Belgique, qu’elle portait notamment par la présence de son Excellence Monsieur l’Ambasadeur de Russie, Alexander Tokovinin. Le Président, Monsieur Serge Delvenne, a su retranscrire dans chacun de ses discours l’esprit de dialogue et d’apaisement nécessaire à l’entretien de la paix non entre nos deux pays mais dans le monde. Nous remercions, très chaleureusement, le public et les officiels qui furent présents à chacune de ces représentations mémorables. Merci Bruxelles, Merci Courtrai, Merci Ostende, Merci Liège et vive la paix.

Extrait de texte « Un Élan pour l’Europe

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 11


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 12


HERFSTKLANKEN De Herfst blaast op den horen, en 't wierookt in het hout; de vruchten gloren. De stilten weven gobelijnen van gouddraad over 't woud, met reeën, die verbaasd verschijnen uit varens en frambozenhout, en sierlijk weer verdwijnen. De schoonheid droomt van boom tot boom, doch alle schoonheid zal verdwijnen, want alle schoonheid is slechts droom, …..………………………….. Felix Timmermans (1886 – 1947)

Na een verzopen zomer is de herfst begonnen. Alhoewel het gure weer ons humeur niet opfleurt, is de natuur een bron van inspiratie. Mistige bossen en na twee seizoenen (lente en zomer) vol groen, komt de herfst met een kleurrijke uitbarsting van allerlei tinten: geel, rood en bruin, een festival van kleuren. De eerste herfststormen schudden de bladeren en de eikels van de bomen, om ze in een grote vlaag van activiteit rond te

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 13


strooien en alzo de wereld ineens een stuk kaler en opener te maken. In het bos komt de geur van natte aarde en paddenstoelen ons tegemoet en hoort je het geschal van de jachthoorns. Met een beetje geluk zie je ook eekhoorntjes en andere dieren druk bezig met hun herfstbezigheden. IJverige spinnetjes weven ragfijne kunstwerkjes tussen de herfstanemonen en de paarse asters. Vogels oefenen voor hun tocht naar het zuiden. De natuur maakt zich klaar voor de naderende winter. In september neemt het zonlicht af en worden de dagen korter. De zomer maakt plaats voor de herfst, de duisternis wint het van het licht. Je lichaam schakelt van een dynamische zomercyclus over naar een tragere herfstcyclus. Nu en dan kruipen nog enkele laatste gouden zonnestralen naar binnen en geven de dagen een gouden randje. De herfst staat voor loslaten, naar binnen keren, reflecteren en warmte. Het haardvuur en de kaarsjes worden aangestoken, dus tijd om in je luie zetel te genieten van een heerlijke kop thee of warme chocolademelk en muziek die dit seizoen treffend vat. Bij de wisseling van het seizoen zijn sommige componisten in reflectieve stemming, terwijl anderen meteorologische omstandigheden portretteren. De zoete weemoed van een herfstdag was de inspiratiebron van enkele van de meest ontroerende muziekstukken aller tijden. In volgende werken hoort u hoe grote componisten op deze gevoelige tijd reageren. Ze brengen u in een wereld van schoonheid, waar ook een vleugje droefheid bij hoort.

IN AUTUMN – Edvard GRIEG De Noorse componist en pianist Edvard Grieg componeerde tijdens de periode van de romantiek. Hij is vooral bekend om zijn “Pianoconcert in a mineur”, zijn toneelmuziek bij Hendrik Ibsens toneelstuk “Peer Gynt” en zijn verzameling pianominiaturen “Lyric Pieces”. Grieg staat bekend als een nationalistisch componist. Sommigen noemen hem de “Chopin van het Noorden” omdat vele van zijn korte werken voor piano, dikwijls gebaseerd zijn op Noorse volksmelodieën. Men zou denken dat Grieg zijn werk “In Autumn” componeerde in de periode september – november, wanneer in zijn geboortestad Bergen, de bergen rondom de stad op hun mooiste zijn. Maar in werkelijkheid componeerde Grieg het werk in de winter van 1865 – 1866 tijdens een bezoek aan Rome. In Kopenhagen ontmoette Grieg de componist Niels Gade en toonde hem zijn ouverture “In Autumn”, waarop deze zei “ga naar huis Edvard en componeer iets beter”. Grieg arrangeerde het werk voor pianoduet en stuurde de compositie naar een wedstrijd van

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 14


de Zweedse Academie. Een van de juryleden was Niels Gate en Grieg won er met zijn ouverture de eerste prijs. Later bewerkte hij het stuk tot een concertouverture. “In Autumn” beschrijft de klanken van de natuur in de herfst. Van de zonnige open velden tot de woeste herfststormen. Het werk bevat drie delen met een verbindend thema. Een deel van deze compositie komt uit een lied “Eftersstormen” (herfststormen) dat Grieg in 1865 schreef op een tekst van de Deense dichter Christian Richardt. De woorden verbeelden de herfst als een tijd van vernietigende dood en verval, maar ook een tijd van oogsten.

FEUILLES MORTES – Claude DEBUSSY

Claude Debussy componeerde twee preludeboeken in een opmerkelijke korte tijd: de eerste tussen december 1909 en februari 1910, de tweede gedurende ongeveer dezelfde periode in 1912 -1913. In totaal 24 preludes. “Feuilles Mortes” staat op de tweede plaats in het tweede preludeboek. Dode bladeren staan voor de melancholie van de herfst. Lang aangehouden akkoorden die uitsterven, geladen verwachtingsvolle harmonieën: uit de muziek spreekt een mysterieus afwachten. Het is een grimmig en melancholisch stuk, dat het gevoel geeft geïsoleerd te staan tussen de kale bomen, neerkijkend op de bedekte aarde met kleurrijke bladeren, maar onvermijdelijk met de hoop en verwachting van de terugkeer van leven. Deze prelude geeft een beeld van de vluchtige landschappen die we in de herfst zien. In dit werk kan men niet anders dan vele vormen van dode bladeren zien en horen. Bladeren die langzaam van de bomen vallen en wervelende bladeren. Opnieuw laat Debussy de geluids- en visuele werelden met succes versmelten om het vluchtige herfstlandschap in beeld te brengen. Het perfecte werk om bij te mijmeren en naar de vallende bladeren te kijken.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 15


EINE HERBSTSYMPHONIE – Joseph MARX

Joseph Marx, de Oostenrijkse componist, muziekpedagoog, pianist en muziekcriticus werd geboren op 11 mei 1882 en overleed in 1964. Als kind uit de betere kringen en met een grootmoeder in Italië, genoot Joseph van een zorgeloze jeugd die zich afspeelde tussen zijn geboorteplaats Graz, het nabije Tirol en diverse Italiaanse buitenverblijven. Muziek was hem aangeboren en met de paplepel ingegeven door zijn pianospelende moeder. Voor zijn vader was componist en muzikant een onaanvaardbaar beroep. Toch werd zijn rechtenstudie al spoedig vervangen door muzikale activiteiten. Hij studeerde kunstgeschiedenis, filosofie en muziek o.a. piano, viool en cello. Hij was docent aan de Weense Muzikakademie, vervolgens rector aan de Hochschule für Muzik in Wenen. Later werd hij hoogleraar aan de universiteit van Graz. Marx wist zich al componerend een weg te banen tot zijn ware roeping. Tussen 1908 en 1912 ontstonden zo'n 120 liederen waarvan een aantal succesvol hun weg vonden naar de belangrijkste vocalisten van zijn tijd. Daarna wijdde hij zich aan het schrijven van symfonische werken en kamermuziek. De eerste schetsen van zijn grootste symfonische schepping “Eine Herbstsymphonie” dateren uit 1916. De wereldpremière van het werk had plaats in 1922 met de Wiener Philharmoniker met als dirigent niemand minder dan Felix Weingartner. De titel van de compositie zegt het al, het is een ode aan de natuur, grotendeels pastoraal, romantisch, lyrisch en rijk georkestreerd. Het doel van de componist was de stemmingen die de menselijke geest in de herfst beroeren, het onderwerp te maken van muzikale representatie – de wisseling van de seizoenen, de groei en het verval van de natuur als eeuwig symbool van het menselijk leven. Het zijn de stemmingen van de goede oogst, van het rijpen, dan weer gedachten van afscheid nemen van de geneugten van de zomer en het besef van de naderende winter, die de emotionele inhoud van het werk vormen. In de titels blijft het overal

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 16


herfst, maar in de muziek schijnt regelmatig een gouden zon. Marx noemde ze achtereenvolgens “Ein Herbstgesang” – “Tanz der Mittagsgeister” – “Herbstgedanken” en “Ein Herbstpoem”. Strikt genomen is hier geen sprake van een symfonie, maar een viertal symfonische gedichten, waarvan de eerste twee zonder pauze in elkaar overgaan. Met zijn “Herfstsymphonie” creëerde de componist een werk dat, dankzij zijn uniciteit en individualiteit, op geen enkele manier onderdoet voor de beroemde grote symfonieën van de twintigste eeuw. De werken van Joseph Marx zijn stemmingsmuziek van de puurste vorm en een uitdrukking van een ongewoon gevoel voor schoonheid.

WOODLAND SKETCHES – IN AUTUMN Nr.4 - Edward MACDOWELL

Hoewel MacDowells composities tegenwoordig niet zo hoog aangeschreven staan als vroeger, behoren ze nog steeds tot de meest uitgevoerde Amerikaanse werken. Wat stijl betreft, heeft MacDowell veel gemeen met de Noorse componist Edvard Grieg. Zijn kleinere pianostukken zijn over het algemeen superieur aan zijn grotere orkestwerken. Edward MacDowell was een van de meest gevierde Amerikaanse componisten van de negentiende eeuw. Zijn composities wonnen de goedkeuring van muziekrecensenten, zowel in Europa en de Verenigde Staten, als van zijn tijdgenoten waaronder componisten als Franz Liszt en Joachim Raff. De vroege werken van MacDowell dragen de invloed van zijn opleiding in Duitsland en weerspiegelen Europese stijlen en culturen. Bijna al zijn composities hebben beschrijvende titels, een trend die representatief is voor romantische muziek. Hij was een van de eerste zeven Amerikanen die geëerd werd met het lidmaatschap van de American Academy of Arts and Letters (1904).

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 17


Edward MacDowell werd in 1861 geboren in New York. Op zijn vijftiende schreef hij zich in aan het conservatorium van Parijs om piano en compositie te studeren. In Duitsland leerde hij Franz Liszt kennen en speelde voor hem zijn eerste pianoconcert. Op voorspraak van Liszt ging het werk in 1882 in Leipzig in première en het was meteen een groot succes. MacDowell was de eerste Amerikaanse componist die internationale faam verwierf. Hij woonde een paar jaar in Europa, waar hij bij Joachim Raff studeerde en liet zien wat een begaafd Amerikaan kon bereiken op een terrein dat tot die tijd volledig werd gedomineerd door Europese kunstenaars. In 1889 keerde MacDowell met zijn vrouw Marian Nevins terug naar de Verenigde Staten. Van 1896 tot 1904 gaf hij les aan de universiteit van Columbia In 1896 ging de droom van MacDowell en zijn vrouw, om eigenaar te worden van een landhuis in vervulling. Zij kochten een boerderij in Peterborough, New Hampshire. De woonst werd hun zomerverblijf waar de componist het werk “Woodland Sketches” schreef. In de zomer van 1896 werd MacDowell geïnspireerd door de natuur rond zijn zomerhuis en componeerde hij elke morgen een korte melodie die hij weglegde. Op aanraden van zijn vrouw nam MacDowell een van de weggelegde werken en noemde het “To a Wild Rose”. Het was het eerste van tien stukken die MacDowell die zomer componeerde en die samen de “Woodland Sketches” vormen. Edward MacDowell was een componist met een aanzienlijk talent en melodische gaven. “ In Autumn nr. 4” van “Woodland Sketches” wordt zijn liefde voor de natuur weerspiegeld. Na de grijze herstdagen in Europa, was MacDowell aangenaam verrast door de herfst in Peterborough. Men hoort het ruisen van de wind door de boomtoppen. Het werk trilt van vrolijkheid en is levendig en pittig, net als een herfstdag na de loomheid van de zomer.

NOVEMBER WOODS – Sir Arnold BAX Sir Arnold Bax , een van de belangrijkste Britse componisten werd geboren op 8 november 1883 in Londen en stierf op 3 oktober 1953 in Cork. Zijn werk is representatief voor de neoromantische trend in de muziek die plaatsvond tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. In 1900 ging Bax naar de Royal Academy of Music waar hij piano studeerde. Beïnvloed door de Keltische revival en Ierse poëzie schreef hij in 1909 het symfonisch gedicht “In the Faëry Hills”. Hij bracht het jaar 1910 door in Rusland. In de daaropvolgende jaren publiceerde hij in Ierland, waar hij veel tijd doorbracht, onder het pseudoniem Dermot O'Byrne, korte verhalen en gedichten. In 1916 en 1917 schreef hij drie symfonische gedichten, “The Garden of Fand”, “Tintagel” en “November Woods”, waarmee hij zijn reputatie alle eer aandeed. Zijn ballet, “The Truth About the Russian Dancers”, naar een scenario van toneelschrijver JM Barrie, werd in 1920 uitgevoerd door Serge Diaghilev. Tussen 1921 en 1939 schreef Bax zeven symfonieën opgedragen aan verschillende musici die hij bewonderde, waaronder John Ireland en Jean Sibelius. Hij schreef ook talrijke piano- en kamermuziekwerken, waaronder een sonate voor altviool en harp (1928) en een nonet voor blazers, strijkers en harp.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 18


Hij woonde lange tijd aan de kusten van Ierland en Schotland en schreef muziek die romantisch tot de verbeelding sprak en rijkelijk georkestreerd was. Hij werd geridderd in 1937 en in 1941 benoemd tot Master of the King's Musick.

“November Woods”, de titel suggereert iets zachts, maar deze bossen zijn, te oordelen naar de muziek geteisterd door een storm, een match met de onstuimigheid van het liefdesleven van de componist. Bax heeft zelf de twee met elkaar verbonden. De componist verklaarde dat het werk kan worden opgevat als een impressie van de vochtige en stormachtige natuur in de late herfst, maar dat het hele werk en zijn oorsprong verbonden zijn met bepaalde nogal lastige ervaringen die hij destijds op dat moment doormaakte. Hij werd toen overvallen door een storm in de beukenbossen van Buckinghamshire na een afspraakje met de pianiste Harriet Cohan met wie hij een liefdesaffaire had en voor wie hij overwoog zijn vrouw en kinderen te verlaten.

De zachte bries van het openingsgedeelte wordt al snel dreigender en we kunnen de wind door de bomen horen razen. Het middengedeelte is zachter met enkele mooie melodieën – “een droom van gelukkiger dagen” aldus Bax – voordat de turbulente stemming terugkeert. Het einde is griezelig, misschien een overzicht van de schade die de storm heeft aangericht. Bax heeft alvast veel emotie in het werk gestoken.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 19


AUTUMN LEGEND – William ALWYN

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 20


William Alwyn was een veelzijdige en zeer productieve componist die een aanzienlijk oeuvre schreef voor het podium, de concertzaal en de film. Hij behoorde tot de grote groep post-romantische Engelse componisten die in het kielzog van Ralph Vaughan Williams en Gustav Holst aan populariteit won. William Alwyn werd geboren in Northampton op 7 november 1905 en stierf op 11 september 1985 in Southwold Suffolk. De jonge Alwyn studeerde aan de Northampton Grammar School, waar hij een veelbelovende student bleek te zijn in zowel muziek als kunst. Hij ging naar de Royal Academy of Music van 1920 tot 1923 en studeerde fluit en compositie. Door het overlijden van zijn vader moest William toen hij achttien jaar was, zijn studies onderbreken om te gaan werken. Na drie jaar keerde hij terug naar de Academie als leraar compositie, een functie die hij bijna dertig jaar zou uitoefenen. Tevens vervulde hij een belangrijke en invloedrijke rol in het openbaar muziekleven van het naoorlogse GrootBrittannië. Alwyns doorbraak als componist vond plaats in 1927, toen Sir Henry Wood tijdens een promenadeconcert in Londen, de première van zijn “Five Preludes for Orchestra” dirigeerde. De laatste vierentwintig jaar van zijn leven woonde Alwyn met zijn vrouw, de componist Doreen Carwithen in Blythburgh, waar hij zich volledig aan compositie wijdde. Zijn werken - waaronder vijf symfonieën, vier opera's, balletten, kamermuziek en vele kortere pianostukken en liederen combineren een sterke romantische impuls en een veelzeggende melodische gave met een compositorisch vakmanschap. 1955 was een belangrijk jaar voor Alwyn, toen hij zijn prachtige nostalgische “Autumn Legend” (“Herfstlegende”) voltooide, een kort werk voor Engelse hoorn en orkest. Alwyn zei dat hij werd geïnspireerd door zijn liefde voor prerafaëlitische schilderijen en de poëzie van Dante Gabriel Rossetti. Het is een werk met verrukkelijke solo’s en mooie orkestkleuren.

SYMPHONIE NR.10 - ZUR HERBSTZEIT – Joachim RAFF De in Zwitserland geboren Duitser Joachim Raff (1822-1882) was een uitzonderlijk begaafd, grotendeels autodidactisch, zeer ijverig componist en pedagoog. Tegenwoordig is hij wat vergeten, maar in zijn tijd was hij een van de meest uitgevoerde en invloedrijke componisten. Joachim Raff componeerde bijna 300 werken, en dit in zowat alle genres. Raff componeerde zijn tiende symfonie “Zur Herbstzeit” in de zomer en de herfst van 1879, na zijn verhuis naar Frankfurt. In die periode was hij ook bezig met een aantal grotere werken. De compositie is een meeslepende mix van klank en sfeer. De première vond plaats op vrijdag 12 november 1880 tijdens het 30e. Symphonie Konzert des Städtlichen Orchesters onder leiding van Louis Lüstner in het Kurhause van Wiesbaden. In de loop van 1881 herwerkte Raff deze compositie. Hij werd hierin bijgestaan door zijn vrouw Doris die haar ongenoegen uitte over de pathos en de passie in het derde deel.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 21


Zoals gebruikelijk bij Joachim Raff, krijgen de afzonderlijke delen in “Symfonie nr. 10 - Zur Herbstzeit" namen die bedoeld zijn om te benadrukken wat er te horen is zonder dat het eigenlijk programmamuziek is. Het eerste deel van deze symfonie “Eindrücke und Emphindungen” (allegro) zet zijn evocatie met een seizoen van nevels en zachte vruchtbaarheid, met soms milde zonnestralen maar niet brandend heet.

In het griezelige tweede deel “Gepenster-Reigen” (allegro), horen we fantoomdrums en contrabassen die de spookachtige dans introduceren, een mysterieuze wals en een koraal om een beeld te scheppen van dansende geesten. Het derde deel “Elegie” (adagio) waarvan het hoofdthema droevig en verlangend is, werd ook prachtig uitgewerkt. Het laatste deel “Die Jagd der Menschen” (allegro), is een energieke jachtoproep. Raff beschrijft ook heel goed de opwinding wanneer de jacht begint en ook de dreiging vanuit het perspectief van de dieren. De afwisselende dromerige scenes zijn heel mooi en wanneer de jacht voorbij is eindigt het werk met een triomfantelijke coda. Dit is echt geweldige herfstmuziek. Raff op het hoogtepunt van zijn kunst.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 22


AUTUMN GARDENS – Einojuhani RAUTAVAARA

De Finse componist Einojuhani Rautavaara componeerde “Autumn Gardens” in 1998. Het is een van zijn bekendste orkestwerken. Het werk werd geschreven in opdracht van het Scottish Chamber Orchestra ter gelegenheid van hun 25-jarig jubileum.

De herfst is een seizoen van glinsterende, stralende kleuren. Lange schaduwen vallen te midden van vervagend zonlicht en een frisse kou sijpelt de lucht in. Dit alles is te voelen in “Autumn Gardens”, een levendige orkestrale soundscape in drie delen. De wervelende energie en stijgende melodieën vangen de magische geest van het seizoen. Rautavaara geloofde zelf dat zijn muziek erg op de natuur leek. De titel is ontleend aan een passage uit het libretto van zijn kameropera ”The House of Sun” uit 1990 “ … als een vlinder in de tuin van de zwarte herfst …”. Het motief waarop deze woorden in de opera worden gezongen is het zaad waaruit de eerste beweging (Poetico) is ontstaan. Uit de openingsmaten komt het motief uit de opera met een beklijvende aandrang naar voren. Als luisteraar kunnen we de grootsheid van elk moment in ons opnemen: mooie, ruige vergezichten, de converserende stemmen van de houtblazers. Af en toe komen de stemmen van de fluiten tevoorschijn met een schittering die lijkt op het zonlicht dat op vers gevallen sneeuw valt . Het tweede langzame deel “Tranquillo”, ritmisch en dynamisch kalm volgt zonder pauze. Het derde deel “Giocoso e Leggiero”, begint levendig, maar de herfst is een tijd van vallende bladeren, van kleuren en dood en wordt al snel een plechtige dans, misschien een sarabande ter ere van de stervende pracht van de zomer. Of zoals de Amerikaanse-Britse dichter Thomas Stream Eliot zei: “late rozen gevuld met vroege sneeuw”.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 23


THE SEASONS - Pjotr Lljits TCHAIKOVSKY – september – oktober - november Er is nauwelijks een componist te bedenken die zo geliefd is als Tchaikovsky. De werken van deze Rus behoren tot de meest gespeelde composities in de internationale concertzalen. Tchaikovsky creëerde heldere klankbeelden door de instrumenten in het orkest in te zetten zoals de schilder de kleuren op zijn palet gebruikt. Ook de seizoenen lieten deze componist niet onberoerd.

“The Seasons” van Peter Tchaikovsky is een van de beroemdste cycli in de Russische pianomuziek van de tweede helft van de negentiende eeuw. Het werk werd geschreven in de periode 1875-1876. Deze stukken werden door Tchaikovsky gecomponeerd in opdracht van het muziektijdschrift Nuvellist dat van 1840 tot 1906 in het keizerlijk Rusland werd uitgegeven. Tchaikovsky ging graag akkoord om 12 stukjes muziek te schrijven, zodat gedurende het ganse jaar 1876 elk nummer van het maandblad begon met een nieuw stuk muziek van de cyclus. Aan het einde van het jaar 1876 konden alle abonnees de volledige editie als geschenk krijgen. Het was de redacteur NM Bernard die Tchaikovsky de titel “The Seasons” voorstelde, twaalf stukken genoemd naar de twaalf maanden. Dankzij deze samenwerking verscheen een echte muzikale schat voor pianisten over de hele wereld. Muziek van ongelofelijke schoonheid, die de visie van de grote componist op de tradities, die verband houden met het leven van het Russische volk en de natuur gedurende het hele jaar weerspiegelt. In deze compositie viert Tchaikovsky het unieke van elke maand van het jaar. In “september” (de jacht), springen jagers op hun paarden en verdwalen in de bossen. Wanneer "oktober" (herfstlied) aanbreekt, vallen de veelkleurige bladeren op de grond, wachtend om door de wind te worden weggeblazen. In “november” (Trojka) nadert de winter en worden grijze tinten het nieuwe palet. De poëtische titels aan het begin van elk stuk zijn van de grote Russische dichters Poesjkin, Maikov, Fet en Nekraskov. Zij vullen en verrijken het karakter van deze unieke Tchaikovsky-cyclus.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 24


AUF DER JAGD op. 373 – Johann STRAUSS Jr.

In de achttiende eeuw was de jacht een geliefd tijdverdrijf bij de adel. Jachttaferelen waren dan ook zeer in trek. Niet alleen in de schilderkunst, maar ook in de muziek.

Strauss leefde in wat op het eerste gezicht een van de meest briljante en welvarende periodes van de Habsburgse monarchie was. Subversieve tongen zeiden altijd dat keizer Franz Joseph I slechts tot de dood van Strauss regeerde. De charme, elegantie, levendigheid en verfijning van zijn muziek weerspiegelden de glitter en levensvreugde van het 19e-eeuwse keizerlijke Wenen. Het is muziek die niet langer de sfeer ademt van landelijke herbergen en gewone stadscafés, zoals de muziek van zijn vader tot op zekere hoogte nog deed, maar een samenleving weerspiegelt waarin de geest van Wenen zijn meest uitgesproken uitdrukking vond. De smaak van volksliedjes kreeg gaandeweg een meer verfijnd karakter, hetgeen bij Strauss vooral tot uiting komt. Johann Strauss was op jacht naar succes en applaus en scoorde een voltreffer met zijn werk “Auf der Jagd”. Dat was het geval toen het werk voor het eerst werd uitgevoerd op 5 oktober 1875 in de Weense Volksgarten, waarschijnlijk onder de leiding van de broer van de componist Eduard, die het Straussorkest dirigeerde. Het werk is nog steeds een succes. “Auf der Jagd” is een snelle (of zeer snelle) jachtpolka en geeft een levendig jachttafereel in de herfst weer samen met enkele geweerschoten.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 25


AUTOMNE – ETUDES DE CONCERT OP.35 – Cécile CHAMINADE Cécile Chaminade werd geboren in Parijs in 1857. Al op jonge leeftijd begon ze piano te spelen, waarbij haar moeder haar eerste leraar was. Daarna studeerde ze bij Félix Le Couppey. Naast het leren van het pianospel, was Chaminade ook geïnteresseerd in het bespelen van de viool en volgde zij lessen bij Marie Gabriel Savard en Martin Pierre Marsick. Chaminade floreerde zo sterk in het componeren dat ze enkele van haar muziekwerken aan Georges Bizet liet zien. Hij was erg onder de indruk van haar talent en werkte nauw samen met de jonge componist. Toen ze 18 was gaf ze haar eerste concert. Koningin Victoria was zo enthousiast over haar muziek en nodigde haar in 1892 uit in Windsor Castle om er meer van te horen.

Cécile Chaminade had een succesvolle carrière als uitvoerend pianist en componist, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Vanuit haar woonplaats Monte Carlo ondernam ze regelmatig concertreizen. Dit leidde zelfs tot de oprichting van talloze Chaminademuziekclubs in de Verenigde Staten. In 1913 werd ze de eerste vrouwelijke componist die door de Franse president werd onderscheiden met het Légion d'Honneur. Cécile had het niet zo gemakkelijk als vrouwelijke componist. Ze was een vrouw in een door mannen gedomineerde wereld, ze was een Française in een door Duitsers gedomineerde muziekwereld en ze was een componiste van salonmuziek in een tijdperk met vooral muzikale revolutionairen. Haar muziek heeft een zekere vrouwelijke sierlijkheid en gratie. Hoewel Chaminade een begaafde en veelzijdige pianiste was, is ze voornamelijk bekend voor haar korte pianostukken, die een bijzondere betovering uitstralen. “Automne” uit haar “Six études de concert” - Op. 35, is het beroemdste en meest populaire pianowerk van Cécile Chaminade. Het werk, gecomponeerd in 1893, is een compositie die zowel technische als artistieke uitdagingen voor de speler combineert. De zangrijke hoofdmelodie wordt begeleid door delicate texturen, die de rust en melancholie van het herfstseizoen weerspiegelen, terwijl het con fuoco middengedeelte een dramatische storm opzweept voordat de muziek weer langzaam rustig wordt.

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 26


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 27


350 JAAR GELEDEN WERD DE COMPONIST TOMASO ALBINONI GEBOREN Albinoni’s muziek ontstond in de bloeitijd van de barok. De kunst en architectuur van dit tijdperk zijn beroemd vanwege het fijnzinnige gevoel voor licht en ruimte en deze sfeer van helderheid horen we terug in zijn muziek. Hij schreef meer dan 80 opera’s, maar is tegenwoordig vooral beroemd voor zijn instrumentale werken. Albinoni had weinig belangstelling voor composities van andere componisten en dankzij zijn weigering om invloeden van buitenaf over te nemen is zijn muziek bijzonder individueel. Het kunsttijdperk van de barok duurde van de 17e. tot halverwege de 18e. eeuw en bracht veel muzikale veranderingen met zich mee. Een daarvan was de toenemende betekenis van de opera tot een van de mooiste en belangrijkste muzikale vormen. Maar er was ook een ontwikkeling van de puur instrumentale muziek, terwijl daarvoor de vocale muziek op de eerste plaats stond. Zo konden nieuwe genres ontstaan, zoals de sonate en het soloconcert. Italië was aanvankelijk het toneel van deze veranderingen en de Venetiaanse Tomaso Albinoni, die veel opera’s en andere toneelwerken, concerten en sonates componeerde, speelde daarbij een belangrijke rol. Tegenwoordig zijn de werken van zijn tijdgenoten Corelli en Vivaldi nog steeds zeer bekend, maar Albinoni met zijn bijzondere aanleg voor melodieuze muziek maakte de opera als stijlvorm veel rijker. Op het gebied van de instrumentale muziek droeg hij bovendien bij aan de nieuwe vorm en stijl van het soloconcert. Tomaso Albinoni werd geboren op 8 juni 1671 in Venetië dat in die periode de culturele en artistieke parel van Europa was. Tomaso was het tweede kind en oudste zoon van Antonio Albinoni en zijn vrouw Lucrezia Fabris. Vader Antonio was een rijke fabrikant van papierwaren en speelkaarten. Na het overlijden van Antonio’s werkgever erfde hij het hele bedrijf, samen met een landhuis en gronden. Hierdoor werd het gezin een welvarende familie. Vader Albinoni had een duidelijke bestemming voor zijn oudste zoon in gedachten. Hij leidde Tomaso op tot speelkaartenmaker die hem op het juiste moment kon opvolgen als hoofd van het familiebedrijf. De jonge Tomaso had een zorgeloos leven en ontwikkelde al heel vroeg een passie voor “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 28


muziek. Een gloednieuwe viool in je handen krijgen doet al snel wonderen! Amper twintig jaar oud ontpopte Tomaso zich al als een volleerd violist en begon hij te componeren. Maar met hart en ziel een carrière als muzikant met een onzekere toekomst lanceren is niet zo eenvoudig als je een omvangrijk familiebedrijf hoort te erven. Er was voorlopig geen sprake van boos worden op zijn vader en Tomaso zou zich wijden aan de mysteries van het papier maken. Daarnaast volgde hij echter viool-, zang- en compositielessen. Hij had opmerkelijk veel talent als zanger en nog meer als violist. In die periode moesten in Venetië de muzikale artiesten lid zijn van het “Musician’s Guild”, anders konden ze niet in het openbaar optreden. Als gevolg hiervan begon Albinoni te componeren als een middel voor muzikale expressie. In schril contrast met andere musici van zijn tijd, streefde Tomaso Albinonni niet naar rijke beschermheren om de creaties van zijn composities te ondersteunen. Dankzij zijn aanzienlijke rijkdom, hoefde hij niet in opdracht van de adel of de kerk te werken, maar eerder als zelfstandig muzikant en componist. Hij was trots op zijn onafhankelijkheid die hem in staat stelde zich te concentreren op zijn muzikale voorkeuren: toneelmuziek en werken voor orkest of voor kleine ensembles. Hij gaf zichzelf de bijnaam “Dilettante Veneto”. In 1694 maakte Tomaso met veel succes zijn eerste muzikale optreden met de opera “Zenobia, Regina de Palmireni” (Zenobia, Koningin van de Palmyranen), een opera in drie bedrijven met een libretto van Antonio Marchi. De première van het werk vond plaats in het Teatro Santi Giovanni e Paolo in Venetië tijdens de periode van carnaval. Zenobia, koningin van Palmyra, is verslagen door de Romeinse keizer Aureliano vanwege het verraad van Ormonte, de gouverneur van Palmyra , die hoopt zijn dochter Filidea met de keizer te laten trouwen. Zenobia weigert zich aan hem te onderwerpen, zelfs als hij aanbiedt met haar te trouwen. Woedend besluit Aureliano, Zenobia en haar zoon ter dood te brengen, maar als hij hoort dat Ormonte aanbiedt hem te vermoorden en Zenobia weigert, denkt hij er ernstig over na en geeft Aureliano de troon terug aan Zenobia. Ormonte wordt verbannen en eenheid en orde worden hersteld. “Zenobia” was voor Albinoni het begin van een schitterende operacarrière. Vanaf dat moment componeerde hij gemiddeld één of twee opera's per jaar, aanvankelijk voor Venetië, maar vanaf 1703 steeds meer voor andere steden (Florence, Genua, Bologna, Ferrara, Brescia, Rome, Treviso), waar hij enkele van de premières zelf regisseerde. Veel van zijn werken zijn gebaseerd op historische feiten en legendes. De Venetiaanse kardinaal Pietro Ottoboni, achterneef van paus Alexander VIII, was een van de rijkste mannen van Europa en een van de grote mecenassen van zijn tijd. Hij was een groot kunstliefhebber en beschermheer van componisten, schilders, beeldhouwers en dichters. Hij beschikte over een uitmuntend orkest en organiseerde wekelijks in zijn paleis concerten en operavoorstellingen. De componist Alessandro Scarlatti was bij hem in dienst en de componist Arcangelo Corelli woonde bij hem in. Ook G. Fr. Händel was er regelmatig aanwezig. Het was aan Pietro Ottoboni dat Albinoni zijn “ op.1” opdroeg.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 29


Albinoni was omstreeks 1700, korte tijd werkzaam als violist voor Karel IV, hertog van Mantua, aan wie hij zijn “opus 2” verzameling instrumentale stukken opdroeg. In 1701 schreef hij zijn populaire “suites opus 3” en droeg die verzameling op aan Cosimo III de Medici, groothertog van Toscane. Zoals men kan zien op zijn uitgegeven werken droeg Albinoni heel wat composities op aan andere persoonlijkheden zoals: kardinaal Francesco Maria de Medici (op.4), markies Carlos Felipe Spinola y Colonna (op.5), graaf Cristiano Heinrich von Watzdorf (op.8) en markies Don Luca Fernando Patiño (op.10). Albinoni schreef ook muziek voor de verjaardagen van keizer Karel VI ( Il nome glorioso in terra, santificato in cielo , 1724) en zijn vrouw Elisabeth Christine von Braunschweig-Wolfenbüttel ( Il nascimento dell'Aurora ). In 1705 huwde Albinoni in Milaan met Margherita Raimondi die reeds op 15-jarige leeftijd als zangeres debuteerde in Venetië. Antonino Biffi, kapelmeester van de Basiliek van San Marco in Venetië, was getuige van hun huwelijk. Het echtpaar ging in de Venetiaanse gemeente San Trovaso wonen en kreeg drie zonen en vier dochters. Na haar huwelijk trad Margherita op in opera’s maar, op één uitzondering na ( I rivali generosi ), niet in de werken van haar man. Hoewel Albinoni zich aanvankelijk vooral toelegde op sonates en concerten voor specifieke instrumenten (viool, hobo), veranderde hij vanaf 1705 enigszins van genre. Zijn werken waren meestal opera's die hem veel succes opleverden in bijna heel Italië en Duitsland. In totaal componeerde hij tachtig opera’s. De meest populaire waren de komische intermezzo’s. Dit genre ontstond aan het begin van de 18e eeuw uit de wederzijdse invloed van twee onafhankelijke operatradities - het intermezzo en de komische scène. “Vespetta e Pimpinone” van Tomaso Giovanni Albinoni, een werk uit 1708, krijgt een bijzondere plaats in de geschiedenis van de komische opera. Als muzikaal werk is het niet een van de belangrijkste werken van de componist, maar in de beginperiode van de ontwikkeling van dit genre, stond dit stuk permanent op Italiaanse podia, waardoor het niet alleen effect had op hedendaagse componisten, maar ook op de ontwikkeling van het operagenre. Het verhaal is zo oud als de wereld: een slimme, onstuimige en gracieuze dienares wil koste wat kost een welgestelde echtgenoot vinden en verleidt een rijke oude man. Zij belooft hem liefde, terughoudendheid en nederigheid. Maar als ze eenmaal met hem getrouwd is komt haar ware aard naar boven en onthult zij een grillig karakter en is zij een liefhebster van luxe en frivoliteit. In januari 1709 overleed de vader van Albinoni. Op dat moment had Tomaso al de beslissing genomen te stoppen met zijn functie in de fabriek en zich volledig met de muziek bezig te houden. Het bedrijf werd overgedragen aan zijn twee jongere broers Domenico en Giovanni. Tomaso zou recht hebben op een derde van de inkomsten. Vanaf dat moment noemde hij zichzelf “Musico di violo”, hetgeen op al zijn uitgegeven werken werd gedrukt. Na enkele jaren werkte het familiebedrijf met verlies en werd het bedrijf overgenomen door de schuldeisers. Tomaso moest nu zelf zorgen voor het levensonderhoud van zijn gezin. Om de kosten te drukken verhuisde hij naar San Barnaba, een minder dure buurt in Venetië waar hij een zangschool oprichtte. In 1721 overleed de echtgenote van Tomaso Albinoni.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 30


In 1722 bereikte het succes van Albinoni zijn hoogtepunt. Tijdens die periode componeerde hij, tot dan toe, zijn meest schitterende concertcollectie “12 Concerti a cinque op. 9 “. Hij droeg het werk op aan Maximilian II Emanuel, keurvorst van Beieren en dirigeerde zelf de succesvolle première van dit werk in Munich. Ter gelegenheid van het huwelijk van keurvorst Karl Albrecht (de latere keizer Karl VII) , zoon van Maximiliaan II met Maria Amalia, aartshertogin van Oostenrijk en dochter van keizer Joseph II, componeerde Albinoni de opera’s “Veri Amaci” en “Il trionfo d’Amore”. Op uitnodiging van Maximiliaan II reisde Albinoni naar Munchen om er, als onderdeel van de huwelijksfestiviteiten ter gelegenheid van het jonge paar, de uitvoering van hogergenoemde opera’s te dirigeren. In deze periode componeerde Albinoni ook overvloedig instrumentale muziek. Vóór 1705 schreef hij voornamelijk triosonates en vioolconcerten. Nadien, tot ongeveer 1719 schreef hij solosonates en concerten voor hobo. Albinoni was vooral dol op de hobo, een relatief nieuw instrument in Italië. Men beweerde ook dat Albinoni de eerste Italiaan was die hoboconcerten componeerde. Liefhebbers van barokhobo zullen van deze muziek genieten, net als iedereen die de veelal zonnige en oorstrelende klanken van vroeg-18e-eeuwse Italiaanse orkestmuziek weet te waarderen. “La Statira” is een opera-seria in drie bedrijven en neemt ons mee terug naar het oude Perzië. Het werk vertelt de conflicten en beproevingen van Statira en Barsimo terwijl ze twisten over de opvolging van de Perzische troon na de dood van koning Artaxerse. Albinoni schakelde de librettisten Apostolo Zeno en Pietro Pariati in om een dynamische en intrigerende plot te maken. “La Statira” beleefde zijn première in Teatro Capranica in Rome in 1726. De compositie is een uitstekende weerspiegeling van Albinoni’s rijke en expressieve compositiestijl. Het werk bewijst alweer de onbetwistbare talenten van Albinoni en is een fantastische reis terug in de tijd naar de 18e-eeuwse bloeiperiode van de opera. In 1729 componeerde Albinoni “Il Concilio de ‘pianet”. Hij schreef het werk op verzoek van Jacques Vincent Languet, graaf van Gergy en Franse ambassadeur in Venetië, met het oog op de vieringen die werden georganiseerd ter gelegenheid van de geboorte van de Dauphin van Frankrijk. Het werk werd uitgevoerd op 16 oktober 1729 in het paleis van de graaf van Gergy in Venetië. Eternity (sopraan) brengt de twee planeten Jupiter (mezzosopraan, castraat?) en Mars (tenor) samen. Ze vraagt Jupiter, een lichtgele planeet, met zacht en heilzaam licht, om de kwade invloeden van Mars, een rode planeet, de kleur van bloed en geweld, te temperen. Na verloop van de tijd geraakten de opera’s van Tomaso een beetje op de achtergrond en werd zijn instrumentaal werk meer en meer gewaardeerd. Zijn gevoel voor melodie, opgewekte stemming, lange melodieën en pulserende ritmes maakte hem bijzonder en Albinoni groeide uit tot een gewaardeerde en populaire componist. Tot ver over de grenzen van Italië was hij een beroemde man.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 31


Albinoni oogstte zelfs roem in Leipzig, waar Johann Sebastiaan Bach enkele van zijn triosonates bewerkte. Bach gebruikte thema’s uit de triosonates om er vier fuga’s mee te componeren. Hij gebruikte ook werken van Albinoni in het onderwijs. Dit betekende toch dat Bach de werken van Albinoni wist te waarderen. Mede door het overlijden van zijn vrouw begon Albinoni vanaf 1730 minder en minder te componeren en nam zijn creatieve kracht geleidelijk af. Hij voltooide echter nog twee opera’s: “Candalide” in 1741 en “Artamene” in 1743. “Artamene” was een opera in drie bedrijven op een libretto van Bartolomeo Vitturi. De première vond plaats in het “Teatro Sant Angelo” in Venetië tijdens de periode van carnaval. In 1743, Tomaso was toen reeds 72 jaar, solliciteerde hij naar de goed betaalde functie van maestro di coro en zangleraar aan het Ospedale del derelitti. Zijn kandidatuur werd echter niet weerhouden. De betrekking was voor Nicola Porpora. De laatste jaren van zijn leven trok Tomaso zich terug uit het openbare leven. Hij woonde samen met drie van zijn kinderen in heel bescheiden omstandigheden. Hij werd ziek en overleed op 17 januari 1750 in Venetië, de stad waar hij zijn hele leven had gewoond. Hij werd 79 jaar, wat in die tijd een hoge leeftijd was. Albinoni werd begraven in de San Marco basiliek in Venetië. Albinoni’s oeuvre bevat ongeveer 80 opera’s, waarvan de meeste verloren zijn gegaan. Zijn instrumentale werk heeft het beter overleefd en omvat 99 sonates, 59 concerto’s en 9 symfonieën. Hij wordt gezien als de eerste Italiaan die concerten schreef voor hobo, een relatief nieuw instrument in die tijd. Net als Vivaldi wist Albinoni zijn muziek feilloos aan te passen aan de heersende mode en ging hij moeiteloos mee met de “moderne” opera uit Napels. Het is spijtig voor de liefhebbers van barokmuziek dat veel van wat Albinoni componeerde, vooral na 1720, niet meer bestaat. Een grote collectie van zijn geschreven composities was ondergebracht in de Staatsbibliotheek van Dresden. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog begon de Saksische

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 32


Staatsbibliotheek veel van zijn schatten uit de bibliotheek over te brengen naar achttien geselecteerde kastelen om ze veilig te bewaren. Helaas behoorden de originele manuscripten van Tomaso Albinonin niet tot de verplaatste documenten. Toen de Britse en de Amerikaanse luchtmacht in februari en maart 1945 het oude centrum van Dresden (inclusief de beroemde bibliotheek) bombardeerden gingen ongeveer tweehonderdduizend volumes met historische documenten en kunstwerken verloren, waaronder veel van de originele manuscripten van de componist. Albinoni was in zijn tijd een productief componist, maar met het verlies van deze collectie is het resterende deel van zijn werken heel klein. “Adagio in G Mineur” of het “Adagio van Albinoni”. Tomaso Albinoni schrijft tot op de dag van vandaag muziekgeschiedenis met een Adagio dat niet door hemzelf, maar door de Italiaanse componist Remo Giazotto (1910-1998) werd geschreven. Toen de Staatsbibliotheek van Dresden, jammer genoeg, in de winter van 1945 tijdens de inval van de geallieerde vliegtuigen en het bombardement van de stad voor een groot gedeelte werd vernietigd, besloot Remo Giazotto, de Italiaanse componist, musicoloog, biograaf en professor geschiedenis aan de universiteit van Florence, een biografie van Tomaso Albinoni te schrijven en zijn resterende ongepubliceerde werken te catalogiseren. Een tijdje nadien verscheen zijn boek “Tomaso Albinoni Musico di Violin Dilettante Veneto”. Vier jaar later liet Giazotto weten dat hij een muziekfragment van een onbekend werk in het handschrift van Albinoni had gevonden tussen de tijdens de oorlog grotendeels verbrande manuscripten in de bibliotheek van Dresden. Het gevonden document, een deel van een sonate, bevatte slechts een paar schetsen voor de basso continuo en enkele losse vioolmotieven. Giazotto was gefascineerd door de vondst en bevestigde dat hij zeker en vast de compositie van Albinoni die dateerde uit 1708 zou doen herleven. In 1958 publiceerde de componist-musicoloog het “Adagio in G Minor” voor strijkinstrumenten en orgel, dat gebaseerd was op de gevonden fragmenten van Albinoni. Toch was er twijfel over de authenticiteit van het werk. De compositie werd zo beroemd dat Giazotto aan het einde van zijn leven een heel ander verhaal vertelde over het ontstaan van het werk. Hij zei dat er geen fragment van Albinoni’s sonate bestond, maar dat hijzelf dit werk had gecomponeerd. Veel musicologen ondersteunen de bekentenis van de professor omdat nog nooit iemand een fragment van het manuscript had gezien. Tevens vonden deskundigen achteraf geen officiële gegevens over de aanwezigheid van het fragment of het werk in de collectie van de Saksische Staatsbibliotheek. Wat men ook zegt, het “Adagio in G Minor” is een prachtig en vredig muziekstuk, waarin de melodie, onderbroken door het tussenspel van de soloviool, afwisselend wordt opgepakt door orgel en strijkers. Ironisch genoeg zijn Albinoni’s werken dankzij het “Adagio in G Mineur” tegenwoordig weer net zo populair als in de tijd dat hij leefde.

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 33


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 34


350 ANS QUE LE COMPOSITEUR TOMASO ALBINONI EST NE

Tomaso Giovanni Albinoni est né à Venise en 1671, fils aîné d'un riche marchand de papier. Dès son plus jeune âge, il devient compétent en tant que chanteur et, plus particulièrement, en tant que violoniste, même s'il n'est pas membre de la guilde des interprètes, il ne peut pas jouer en public. Il s'oriente donc vers la composition. Son premier opéra, Zenobia, regina de Palmireni , fut produit à Venise en 1694, coïncidant avec son premier recueil de musique instrumentale, la 12 Sonate a tre, Op.1. Par la suite, il partagea son attention presque également entre la composition vocale (opéras, sérénades et cantates) et la composition instrumentale (sonates et concertos). Jusqu'à la mort de son père en 1709, il était capable de cultiver la musique plus pour le plaisir que pour le profit, se référant à lui-même comme « Dilettante Veneto » - un terme qui au XVIIIe siècle en Italie était totalement dépourvu de connotations défavorables. Aux termes du testament de son père, il a été déchargé de la fonction (qu'il aurait normalement assumée en tant que fils aîné) de prendre en charge l'entreprise familiale, cette tâche étant confiée à ses frères cadets. Désormais, il devait être un musicien à plein temps, un compositeur prolifique qui, selon un rapport, dirigeait également une académie de chant couronnée de succès. Un résident de longue date de Venise, Albinoni a épousé une chanteuse d'opéra, Margherita Raimondi (d1721), et a composé jusqu'à 81 opéras dont plusieurs ont été joués dans le nord de l'Europe à partir des années 1720. Dans 1722, il se rend à Munich à l'invitation de l'électeur de Bavière pour superviser les représentations de I veri amici et Il trionfo d'amore dans le cadre des célébrations du mariage du prince-électeur et de la fille de feu l'empereur Joseph Ier.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 35


La plupart de ses œuvres d'opéra ont été perdues, n'ayant pas été publiées de son vivant. Neuf recueils d'œuvres instrumentales furent cependant publiés, rencontrant un succès considérable et des réimpressions conséquentes ; c'est donc comme compositeur de musique instrumentale (99 sonates, 59 concertos et 9 symphonies) qu'il est connu aujourd'hui. De son vivant, ces œuvres étaient favorablement comparées à celles de Corelli et de Vivaldi, et ses neuf collections publiées en Italie, à Amsterdam et à Londres étaient soit dédiées, soit parrainées par une liste impressionnante de la noblesse du sud de l'Europe. Albinoni aimait particulièrement le hautbois, une introduction relativement nouvelle en Italie, et est crédité d'être le premier Italien à composer des concertos pour hautbois (Op. 7, 1715). Avant Op.7, Albinoni n'avait publié aucune composition avec des parties pour instruments à vent. Le concerto, en particulier, avait été considéré comme l'apanage des instruments à cordes. Il est probable que les premiers concertos comportant un hautbois solo soient issus de compositeurs allemands tels que Telemann ou Haendel. Néanmoins, les quatre concertos avec un hautbois (Nos 3, 6, 9 et 12) et les quatre avec deux hautbois (Nos 2, 5, 8 et 11) dans l'Op.7 d'Albinoni furent les premiers du genre à être publiés , et s'est avéré si réussi que le compositeur a répété la formule dans Op.9 (1722). Bien qu'Albinoni ait résidé à Venise toute sa vie, il a voyagé fréquemment dans le sud de l'Europe ; la noblesse européenne aurait également fait sa connaissance à Venise, désormais ville de destination prisée. Avec ses fortunes commerciales dans l'Adriatique et la Méditerranée en déclin, la Cité-État entreprenante s'est tournée vers le tourisme comme sa nouvelle source de richesse, profitant de son cadre aquatique légendaire et de ses bâtiments ornés, et organisant des carnavals allongés et élaborés qui attiraient régulièrement les Européens, les Cours et la noblesse. En dehors de quelques autres œuvres instrumentales circulant sous forme de manuscrit en 1735, on sait peu de choses sur la vie et l'activité musicale d'Albinoni après le milieu des années 1720. Cependant, une grande partie de sa production a été perdue, on ne peut sûrement pas imputer notre manque de connaissances à l'inactivité musicale ou de composition. Une grande partie de son travail a été perdue au cours des dernières années de la Seconde Guerre mondiale avec le bombardement de Dresde et de la bibliothèque d'État de Dresde - ce qui nous amène au célèbre Adagio.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 36


En 1945, Remo Giazotto, un musicologue milanais s'est rendu à Dresde pour terminer sa biographie d'Albinoni et sa liste de la musique d'Albinoni. Parmi les ruines, il a découvert un fragment de manuscrit. Seules la ligne de basse et six mesures mélodiques avaient survécu, peut-être du mouvement lent d'une sonate en trio ou d'une sonate da Chiesa. C'est à partir de ce fragment que Giazotto a reconstitué le désormais célèbre Adagio, une pièce qui est instantanément associée à Albinoni aujourd’hui, mais qu’ironiquement Albinoni reconnaîtrait sans doute à peine. Tomaso ALBINONI mourut en 1751, dans sa ville natale. Après son décès, une grande partie de la musique inédite d'Albinoni est parvenue à la bibliothèque d'État de Saxe à Dresde, où elle a été conservée avant d'être presque complètement détruite lors des bombardements alliés de l'hiver 1945. La même année, le musicologue milanais Remo Giazotto entreprend d'écrire une biographie d'Albinoni et de cataloguer ses œuvres restantes, extrayant ce qui restait des archives de Dresde. Giazotto a publié son livre, Musico di Violino Dilettante Veneto , peu de temps après et, à toutes fins utiles, cela aurait probablement été le dernier des cercles classiques les plus éloignés du sujet et du biographe. Cependant, quatre ans plus tard, Giazotto réapparut, affirmant qu'il avait récupéré un morceau de musique d'Albinoni non publiée à la Bibliothèque d'État de Saxe : un fragment de manuscrit, probablement du mouvement lent d'une sonate en trio ou d'une sonate da chiesa en sol mineur, peutêtre dans le cadre de son op. 4 set (1708), qui ne comprenait que la basse continue et six mesures mélodiques. Giazotto a affirmé qu'il avait achevé le mouvement unique d'Albinoni en hommage, en le rédigeant et en le publiant en 1958 sous son propre nom avec le titre mélodieux Adagio in G Minor for Strings and Organ on Two Thematic Ideas and on a Figured Bass de Tomaso Albinoni. Se distinguant par sa ligne de base descendante et sa mélodie induisant le ver des oreilles, Adagio d'Albinoni, comme on l'a appelé, a rapidement gagné la faveur des musiciens pop et des superviseurs de musique de film à tendance baroque, attirés par la simple ligne du dessus et les gravités mineures. Apparu pour la première fois comme thème principal du film L'année dernière à Marienbad d'Alain Resnais en 1961 , Adagio est devenu un pilier de la culture populaire. Apparaît, comme le souligne Lane, dans une variété de films, de publicités et de programmes télévisés populaires et variés. Notamment, contrairement à d'autres pièces classiques omniprésentes, Adagio en sol mineur conserve toujours son droit d'auteur, malgré la revendication originale de Giazotto de paternité partagée. Plus tard dans la vie, peut-être conscient des implications financières, Giazotto s'est rétracté, s'attribuant seul le mérite de l'article. (Il est décédé en 1998, ce qui signifie qu'Adagio en sol mineur n'entrera dans le domaine public qu'en 2048, ou 2068 en Europe). À ce jour, le fragment d'Albinoni n'a pas été produit et aucune trace officielle de sa présence n'a été trouvée dans la collection de la Bibliothèque d'État de Saxe. Dans cet esprit, il est peut-être préférable d'augmenter le plaidoyer d'Anthony Lane au titre de la pièce. L'Adagio en sol mineur d'Albinoni ne doit-il pas être repensé comme un simple Adagio en sol mineur ? Tout morceau de musique qui a été utilisé pour Rollerball , Gallipoli et Manchester by the Sea devrait, par définition, être correctement attribué. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 37


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 38


DE VROUW DIE BEETHOVENS PIANO’S BOUWDE Ze kreeg niet veel erkenning, pianobouwster Nannette Streicher. Toch was ze een van de beste pianofabrikanten van Europa.

Geheimzinnig hulpje In The New York Times verscheen een artikel over de vooruitstrevende pianobouwster Nannette Streicher-Stein. Ze kreeg weinig erkenning maar was een van de beste pianobouwers in Europa met een eigen bedrijf dat jaarlijks 50 tot 60 piano’s bouwde. Haar man Andreas Streicher, pianist en leraar, deed voor haar de verkoop, de boekhouding en handelde de zakelijke correspondentie af. Nannette was goed bevriend met Ludwig van Beethoven, zo kwam ze ook in contact met zijn studenten. Die vonden het ondenkbaar dat een 18e-eeuwse vrouw een piano zou kunnen bouwen en beschouwden Andreas als de fabrikant en Nannette als zijn schimmige hulpje.

Mechanisch wonderkind Geboren in Augsburg, Duitsland, in 1769, was Nannette het zesde kind van Johann Andreas Stein, een gerenommeerde fabrikant en een van de grootste pianofortebouwers uit de geschiedenis. Hij ontwierp vele innovatieve mechanismen voor muziekinstrumenten. Op haar achtste speelde Nannette voor Mozart, die kritiek had op haar houding en haar grimassen, maar toegaf dat er een genie in haar schuilde. Twee jaar later had ze veel van de bouwtechnieken van haar vader onder de knie en kreeg daarmee de reputatie van mechanisch wonderkind.

De “Geschwister” Stein Na de dood van haar vader in 1792 vervoerde Nannette, toen 23 jaar en pas getrouwd, de piano’s per vlot en richtte ze haar eigen bedrijf op in Wenen. Ze werkte samen met haar 16-jarige broer Matthäus, en veranderde de naam van het bedrijf van J.A. Stein naar ‘Geschwister’ (broers en zussen) Stein. De ontwikkelingen in de ontwerpen voor piano volgende elkaar snel op in die tijd. Met concerten die zich van de aristocratische salons verplaatsten naar grotere zalen, stonden fabrikanten onder druk om zwaardere, meer resonerende instrumenten te produceren.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 39


Te goed voor Beethoven Beethoven, die Nannette jaren daarvoor in Augsburg had ontmoet, vroeg of hij een van haar piano’s mocht lenen voor een concert in Pressburg (nu Bratislava). In een brief aan Nannettes man Andreas schreef Beethoven gekscherend dat de piano ‘te goed’ voor hem was, omdat hij liever vrij wilde zijn in het creëren van zijn eigen klanken. In een volgende brief klaagde hij dat de piano nog steeds de minst ontwikkelde van alle instrumenten was en te veel klonk als een harp. De elegante Stein piano, met zijn lichte touch en zilverachtige toon, was nu niet bij uitstek geschikt voor Beethovens wilde en krachtige stijl. Andreas, duidelijk uithalend naar de componist, schreef een essay waarin hij een naamloze pianist beschreef als een op wraak beluste, brutale moordenaar op het toetsenbord. “Al bij de eerste akkoorden wordt er met zoveel geweld gespeeld dat je je afvraagt of de speler doof is”, schreef Andreas met een helaas vooruitziende blik. Beethoven had net gemerkt dat zijn gehoor achteruitging, maar had dat aan niemand verteld. Hoewel hij later een luider instrument nodig had om zijn doofheid te compenseren, was hij op dat moment vooral bezig met het zoeken naar een piano die geschikt was voor zijn dynamisch en krachtig pianospel.

Streicher geboren Stein Na een geschil besloten broer en zus het bedrijf te ontbinden en ieder afzonderlijk verder te gaan. Matthäus wierp zich op als de rechtmatige erfgenaam van de naam Stein. Nannette vestigde zich als Streicher geboren Stein. Ze kreeg stevige concurrentie van lokale bouwers, zoals Anton Walter, maar ook van Franse en Engelse fabrikanten. Beethoven had in 1803 een Franse Erard gekocht, maar hij bleef de Streichers onder druk zetten om gelijke tred te houden met zijn steeds ambitieuzere composities. Nannette bouwde het ontwerp van haar vader om tot een van de grootste, luidste en stevigste piano’s in Wenen.

Eigen concertzaal In 1812 bouwden de Streichers naast hun showroom een concertzaal met 300 zitplaatsen . De zaal werd versierd met borstbeelden van bekende pianisten, waaronder een tijdens zijn leven gemaakt masker van Beethoven. De daar gehouden concerten werden graag bezocht door aartshertog Rudolf,

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 40


Beethoven en Andrea’s pianostudenten. De locatie werd het centrum van het muzikale leven van Wenen. In 1817 was Nannette bereid om Beethovens chaotische huishouden te leiden tijdens een van de vele crisissen die zijn leven markeerden. Zijn gehoor werd slechter en hij zat in een creatief dal. In die periode schreef Beethoven meer dan 60 brieven aan Nannette, waarin hij haar opdroeg zijn was te verzorgen, zijn sokken te stoppen, boodschappen te doen en zijn schoenen te poetsen.

Relaties met vrouwen Beethovens relaties met vrouwen waren steeds ingewikkeld. Was hij niet verliefd op mooie aristocratische dames, die nooit zouden trouwen met een gewone man, dan was hij wel verwikkeld in relaties met getrouwde vrouwen. Nannette, met haar hoekige gezicht en havikachtige ogen, was niet mooi of hooggeboren. Maar ze was vriendelijk en gul. Hij noemde haar zijn “barmhartige Samaritaan”. Beethovens relatie met haar was misschien wel zijn meest succesvolle met een vrouw. De pianist en de pianobouwer kenden elkaar in die tijd al meer dan twee decennia; zij hadden een band en waren één in hun liefde voor de piano.

Grootse werken Omdat Nannette de dagelijkse beslommeringen regelde in Beethovens huishouden, kon hij zijn meest ambitieuze pianosonate schrijven:” Hammerklavier”. De compositie was langer en moeilijker dan een van zijn andere pianowerken en eindigend met een wilde fuga. Het was het begin van enkele van zijn grootste werken: de “Missa Solemnis”, de “Diabelli Variaties” en “de Negende Symfonie”. Hoewel hij inmiddels een Engelse Broadwood piano gebruikte, vertrouwde hij Nannette in een brief toe dat de Streicher na 1809 altijd zijn geliefd instrument was geweest. Nannette stierf in 1833, vijf jaar na Beethoven. Ze werd 64. De firma Streicher bleef bloeien onder haar zoon, Johann Baptiste, en later haar kleinzoon, Emil, die piano’s voor Brahms bouwde. In 1895 ging Emil met pensioen en sloot het bedrijf zijn deuren. Ben je nieuwsgierig geworden naar het leven van Nannette Streicher? Duik dan eens in de publicatie van Martine de Boer: Nannette Streicher, geboren née Stein “Een vrouw om op te bouwen”.

CVC Classic nl - Bron: The New York Times, Patricia Morrisroe.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 41


.

LA FEMME QUI A CONSTRUIT LES PIANOS DE BEETHOVEN

Elle n'a pas eu beaucoup de reconnaissance, la fabricante de pianos Nannette Streicher. Pourtant, elle était l'un des meilleurs fabricants de pianos en Europe. Son usine de Vienne produisait environ 50 à 60 pianos par an. Et elle était une amie proche de Beethoven.

AIDE OBSCURE Début de Novembre, le New York Times a publié un article sur le piano progressif constructeur Nannette Streicher-Stein. Elle a reçu peu de reconnaissance mais était l'un des meilleurs manufacteurs de pianos en Europe avec sa propre entreprise. Son mari Andreas Streicher, pianiste et professeur, s'occupait pour elle des ventes, de la comptabilité et de la correspondance commerciale. Nannette était une amie proche de Ludwig van Beethoven, c'est ainsi qu'elle est entrée en contact avec ses élèves. Ils pensaient qu'il était inconcevable qu'une femme du XVIIIe siècle puisse construire un piano et considéraient Andreas comme le fabricant et Nannette comme son acolyte ténébreux.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 42


PRODIGE DE LA MECANIQUE Née à Augsbourg, en Allemagne, en 1769, Nannette était le sixième enfant de Johann Andreas Stein, un fabricant renommé et l'un des plus grands manufacteurs de pianos de l'histoire. Il a conçu de nombreux mécanismes innovants pour instruments de musique. . A huit ans, Nannette joue pour Mozart, qui critique son attitude et ses grimaces, mais reconnaît qu'il y a un génie dans son école. Deux ans plus tard, elle maîtrisait de nombreuses techniques de construction de son père, ce qui lui valut une réputation de prodige de la mécanique. LE GESCHWISTER STEIN Après la mort de son père en 1792, Nannette, alors âgée de 23 ans et nouvellement mariée, transporte les pianos en radeau et crée sa propre entreprise à Vienne. Elle a travaillé avec son frère Matthäus, âgé de 16 ans, et a changé le nom de l'entreprise de JA Stein en 'Geschwister' (frères et sœurs) Stein . Les développements dans la conception des pianos se sont succédé rapidement à cette époque. Les concerts passant des salons aristocratiques à des salles plus grandes, les fabricants étaient sous pression pour produire des instruments plus lourds et plus résonnants.

TROP BIEN POUR BEETHOVEN Beethoven, qui avait rencontré Nannette à Augsbourg des années auparavant, lui a demandé s'il pouvait emprunter un de ses pianos pour un concert à Presbourg (aujourd'hui Bratislava). Dans une lettre au mari de Nannette, Andreas, Beethoven a écrit en plaisantant que le piano était « trop bon » pour lui, car il préférait être libre de créer son propre son. Dans une lettre de suivi, il s'est plaint que le piano était encore le moins développé de tous les instruments et sonnait trop comme une harpe. L'élégant piano Stein, avec son toucher léger et sa sonorité argentée, n'était pas parfaitement adapté au style sauvage et puissant de Beethoven. Andreas, s'en prenant clairement au compositeur, a écrit un essai dans lequel il décrivait un pianiste anonyme comme un assassin brutal et assoiffé de vengeance au clavier. "Même avec les premiers accords, il y a tellement de violence qu'on se demande si le joueur est sourd", écrit Andreas avec une triste prévoyance. Beethoven venait de remarquer que son audition se détériorait, mais n'en avait parlé à personne. Bien qu'il ait eu besoin plus tard d'un instrument plus fort pour compenser sa surdité, à l'époque, il était principalement préoccupé par la recherche d'un piano capable de gérer ses extrêmes dynamiques.

STREICHER NE STEIN Après un différend, frère et sœur ont décidé de dissoudre l'entreprise et de continuer séparément. Matthäus s'est imposé comme l'héritier légitime du nom de Stein. Nannette s'est installée sous le nom de Streicher né Stein. Elle fait face à une rude concurrence des constructeurs locaux, comme Anton Walter, ainsi que des fabricants français et anglais. Beethoven avait acheté un Erard français en 1803, mais il continua à faire pression sur les Streicher pour qu'ils suivent ses compositions de plus en plus ambitieuses. Nannette a converti la conception de son père en l'un des pianos les plus grands, les plus bruyants et les plus robustes de Vienne.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 43


PROPRE SALLE DE CONCERT

En 1812, les Streicher construisirent une salle de concert de 300 places à côté de leur salle d'exposition. La salle était décorée de bustes de pianistes célèbres, dont un masque de Beethoven réalisé de son vivant. Les concerts qui s'y déroulent sont fréquentés par l'archiduc Rudolf, les étudiants en piano de Beethoven et d'Andreas et deviennent le centre de la vie musicale viennoise. En 1817, Nannette était prête à diriger la maison chaotique de Beethoven pendant l'une des nombreuses crises qui ont marqué sa vie. Son ouïe se détériorait et il était dans un creux créatif. Pendant ce temps, Beethoven a écrit plus de 60 lettres à Nannette, lui demandant de prendre soin de son linge, de raccommoder ses chaussettes, de faire des courses et de cirer ses chaussures. RELATIONS CHARGEES AVEC LES FEMMES Les relations de Beethoven avec les femmes étaient tendues. S'il n'était pas amoureux de belles aristocrates, qui n'épouseraient jamais un homme ordinaire, il était impliqué dans des relations avec des femmes mariées. Nannette, avec son visage anguleux et ses yeux de faucon, n'était ni belle ni très née. Mais elle était gentille et généreuse ; il l'appelait sa "Bonne Samaritaine". La relation de Beethoven avec elle était peut-être sa plus réussie avec une femme. A cette époque, le pianiste et le fabrcant de pianos se connaissaient depuis plus de deux décennies ; ils avaient un groupe et étaient unis dans leur dévouement au piano. GRANDES OEUVRES Parce que Nannette s'occupait des soucis quotidiens de la maison de Beethoven, il a pu écrire sa sonate pour piano la plus ambitieuse : Hammerklavier . C'était plus long et plus difficile que n'importe laquelle de ses autres œuvres pour piano, se terminant par une fugue endiablée. Ce fut le début de certaines de ses plus grandes œuvres : la Missa Solemnis , les Variations Diabelli et la Neuvième Symphonie . Bien qu'il utilise désormais un piano anglais Broadwood, il confie dans une lettre à Nannette que le Streicher a toujours été son préféré après 1809. Nannette mourut en 1833, cinq ans après Beethoven. Elle avait 64 ans. La firme Streicher a continué à prospérer sous son fils, Johann Baptiste, et plus tard son petit-fils, Emil, qui a construit des pianos pour Brahms. Quand Emil a pris sa retraite, en 1896, l'entreprise a fermé.Vous êtes devenu curieux de la vie de Nannette Streicher ? Plongez ensuite dans l'ouvrage de Martine de Boer : Nannette Streicher née Stein « Une femme sur laquelle bâtir » . Source : Le New York Times, Patricia Morrisroe. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 44


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 45


“Brussel Leeft” “Klankbord Brussels Gewest” Driemaandelijks tijdschrift. Een uitgave van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw. Redactieadres, lezersbrieven, abonnementen en advertenties KMF BHG E-mail: muziekfederatie@hotmail.com Gelieve uw bijdrage elektronisch aan te leveren

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 10 DECEMBER 2021 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 10 DECEMBRE 2021 au plus tard Het overnemen van artikels en illustraties (of een gedeelte ervan) kan alleen na de uitdrukkelijke toestemming van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Verantwoordelijke uitgever: William Huybandt, Brugstraat 27, 1730 Asse Werkten mee aan dit nummer: Cecile Van Camp, Louis G. Meeus, Edgard Van Nerom, William Huybandt, Marijke Huybandt.

Lezersbrieven zijn welkom! Indien mogelijk zullen wij uw brief publiceren: hou er wel rekening mee dat om diverse redenen uw brief kan worden ingekort of beknopt weergegeven.

Wie graag dit “gratis” magazine graag digitaal ontvangt klikt: Qui désire recevoir ce magazine << gratuit >> numériquement cliquez

https://muziekfederatie.be/contact/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 46


Concerts 10/09/2021 & 11/09/2021 Grand-Place Brussels

in het kader van dans le cadre de

Info & inschrijvingen Info & inscriptions https://www.taptoebrussels.com/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 47


Grand-Place Brussels

20.00 h

https://www.taptoebrussels.com/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 48


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.