__MAIN_TEXT__

Page 1

Get inspired by

ECONOMICS & BUSINESS ECONOMEN

IN HET LABORATORIUM

INFORMATIE­TECHNOLOGIE

VERLEID

DOOR EEN LABEL

VERZWAKT ONZE COGNITIEVE VAARDIGHEDEN

van de makers van


Ever considered obtaining your PhD? Do you want to write a PhD thesis without interrupting your professional career? The Professional PhD program proposes an academically sound and high quality program to professionals operating in the fields of economics and business. Join one of the world’s leading schools of economics and management to earn your PhD.

TiSEM Professional PhD Program (PPP) 5-year trajectory

Excel

Innovate

Business

TopAcademic education

Knowledge Society

Economics

Connect

For more information regarding the structure, admission and fees, please contact our PPP team at ppp@tilburguniversity.edu.

www.tilburguniversity.edu/ppp


vooraf

COLOFON ONDERZOEKSSPECIAL februari 2020 GET INSPIRED BY ECONOMICS & BUSINESS Deze onderzoeksspecial is gemaakt door de redactie van New Scientist in opdracht van Tilburg University, Tilburg School of Economics and Management (TiSEM). TiSEM is een toonaangevende Europese speler voor onderzoek en onderwijs op het gebied van Business en Economie. Hoofdredactie Jim Jansen (New Scientist) en Annemeike Tan (TiSEM) Eindedactie Wim de Jong Beeldredactie Jaap Augustinus Aan dit nummer werkten mee Pepijn Barnard, Bram Belloni, Josta Bosma, Bob Bronshoff, Irene Faas, Yannick Fritschy, Fenna van der Grient, Ans Hekkenberg, Peter de Jong, Joris Janssen, Jean-Paul Keulen, Maaike Putman, Sebastiaan van de Water Basisontwerp Sanna Terpstra (Twin Media bv) Vormgeving Donna van Kessel (Twin Media bv) CONTACT NEW SCIENTIST Mail redactie@newscientist.nl (voor pers­ berichten), info@newscientist.nl (uitsluitend voor vragen aan redactie), klantenservice@ newscientist.nl (voor vragen en wijzigingen in lidmaatschap) Tel +31-(0)85-6202600 Adres (post en bezoek) Oostenburgervoorstraat 166 a-b, 1018 MR Amsterdam Brandmanager Thijs van der Post (thijs@newscientist.nl) Marketing Hannah Jansen (hannah.jansen@veenmedia.nl ) Sales Alex Sieval (alex@newscientist.nl) Productiemanager Sonja Bon CONTACT TISEM Annemeike Tan (A.M.Tan@tilburguniversity.edu) www.tilburguniversity.edu/tisem Druk Habo DaCosta bv ISSN 2214-7403 De uitgever is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van druk- en zetfouten. COPYRIGHT Niets, maar dan ook echt helemaal niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen of in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten van de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot de uitgever.

Fundamenteel met impact Onderzoek met maatschappelijke impact en fundamenteel onderzoek lijken vaak op gespannen voet met elkaar te staan. In diverse notities wordt zelfs het onderscheid gemaakt tussen ongebonden, excellent, uit nieuwsgierigheid gedreven onderzoek en maatschappelijk relevant onderzoek. Maar is dat gemaakte onderscheid wel terecht? Uiteraard zijn de meeste maatschappelijke problemen te breed en te omvangrijk om op te lossen vanuit individuele disciplines. Samenwexrking van onderzoekers uit diverse hoeken van ons wetenschappelijk spectrum is noodzakelijk om deze problemen het hoofd te bieden. Multidisciplinaire vraagstukken vragen immers om multidisciplinaire oplossingen. Inderdaad is het zo dat echte radicale wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken vaak gebaseerd zijn op nieuwe combinaties van kennisdomeinen. Toch spelen ook fundamentele ontwikkelingen

Interview 06 ‘TiSEM is een toonaangevende Europese speler’

In gesprek met vice-decaan Joost Driessen, hoogleraar gedragseconomie Sigrid Suetens en Bart Bronnenberg, hoogleraar marketing

14 Armoede te lijf Patricio Dalton en

Elena Cettolin bouwen voort op onderzoek van Nobelprijswinnaars om mensen te helpen ontsnappen aan armoede.

20 Man van uitersten John

Einmahl houdt zich bezig met extreme waarden.

14

in het eigen vakgebied hierin een belangrijke rol van betekenis. In dit magazine laten we vanuit Tilburg School of Economics and Management zien hoe excellentie in fundamenteel onderzoek kan bijdragen aan een betere wereld dan wel aan een scherpere analyse van belangrijke trends, toepassingen en maatschappelijke ontwikkelingen. De betrokken onderzoekers hebben de spreekwoordelijke ivoren toren verlaten zonder daarbij concessies te doen aan disciplinaire ­verdieping en wetenschappelijke kwaliteit. De voorliggende artikelen in dit prachtige magazine laten zien dat dit kan – en moet. Ik wens u veel leesplezier. Prof. dr. Geert Duijsters

Decaan Tilburg School of Economics and Management, Tilburg University

Get inspired by

ECONOMICS & BUSINESS Onderzoeksspecial | februari 2020

ECONOMEN

IN HET LABORATORIUM

INFORMATIETECHNOLOGIE

VERLEID

DOOR EEN LABEL

VERZWAKTONZE COGNITIEVE VAARDIGHEDEN

Reportage van de makers van

COVERONTWERP: DONNA VAN KESSEL

28 Data voor het goede doel Hoe

bergen gegevens maatschappelijke problemen kunnen oplossen.

30 ‘IT verzwakt onze cognitie’ We moeten niet te veel vertrouwen op technologie zonder de gebruikers grondig te trainen, waarschuwt Anne-Françoise Rutkowski.

22 Verleid door een label Arjen van Lin

analyseert de invloed van labels, voedingswaarden en kortingen op wat we in ons supermarktmandje stoppen.

Spotlight 09 Arjan Lejour

‘Vroeger werd er laconieker tegen belastingontwijking aangekeken’

17 Jasmin Gider

‘Onderzoek is soms een thriller’

25 Christoph Sextroh ‘Ik heb

geen kwast, maar data’

In beeld

04 Inzicht

Reyer Gerlagh: ‘Het probleem met klimaatverandering is dat mensen zich er niets bij kunnen voorstellen.’

10 Inzicht Is Bitcoin de munt van de toekomst?

12 Ingezoomd

CentERlab: een uniek laboratorium

18 TiSEM in feiten & cijfers 26 Krediet en bubbels Rik Frehen, Fabio Braggion en Emiel Jerphanion doen onderzoek naar het verband tussen goedkoop krediet en beurs­ speculatie.

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 3


INGEZOOMD

‘Het is best bizar als je naar de grafieken kijkt’, zegt Reyer Gerlagh, hoogleraar economie aan de Tilburg School of Economics and Management. ‘Al in 1990 wisten we dat onze CO2-uitstoot een probleem was, maar sindsdien hebben we die gewoon door laten ­stijgen.’ ‘Het probleem bij het aanpakken van de klimaatverandering is dat mensen zich moeilijk iets kunnen voorstellen wat ze niet kunnen zien. Pas nu de bossen in Australië in brand staan, zeggen ze: “Ah, dát is die ­klimaatverandering waar wetenschappers het al zo lang over hebben!”’ ‘In het verleden is dat ook zo gegaan. Dertig, veertig jaar geleden zagen we dat door de zure regen bossen afstierven en standbeelden oplosten. Toen hebben we maatregelen genomen en is dat probleem opgelost. Ik verwacht dat dat bij de klimaatverandering ook zal gebeuren. Het vervelende is alleen dat waar bossen zich na het stoppen van de zure ­regen vrij snel hebben kunnen herstellen, het ­klimaatsysteem daar honderden of duizenden ­jaren over zal doen.’ ‘En dat terwijl de oplossing in principe eenvoudig is: we moeten afstappen van fossiele brandstoffen. Daar maken we echt onze economie niet mee kapot, zoals doemdenkers beweren. De afgelopen decennia ­hebben we geleerd dat economische groei voortkomt uit de behoefte van de mens om nieuwe dingen te ontwikkelen. En daar hebben we geen fossiele ­brandstoffen voor nodig.’ ‘Wat je níét moet doen, is de consument zelf verantwoordelijk maken voor zijn uitstoot. Dat is een schijnoplossing. Ik wil niet bij elk product hoeven bedenken wat de CO2-uitstoot is. Ik wil dat de ­overheid ervoor zorgt dat, als ik iets koop, ik erop kan vertrouwen dat zo’n product niet heel slecht is voor het klimaat.’ ‘Wat wel kan werken, is bijvoorbeeld een vlees­ belasting. Maar dan moet de bevolking eerst ­begrijpen dat dat een goede maatregel is. En het duurt heel lang voordat we zoiets doorhebben. Mensen willen ­gewoon zonder nadenken een lapje vlees op hun bord. We gaan pas overstag als we worden geconfronteerd met zoveel ellende dat we het wel onder ogen móéten zien.’ –JPK

MAAIKE PUTMAN

‘De oplossing is in principe eenvoudig’


interview

‘We willen in de ­ mondiale top blijven meedraaien’


Het gaat goed met de Tilburg School of Econo­mics and Management (TiSEM), zeggen vice-decaan Joost Driessen, hoogleraar gedragseconomie ­ Sigrid Suetens en Bart Bronnenberg, hoogleraar marketing. ‘TiSEM is de toonaangevende Europese speler voor onderzoek en onderwijs op het gebied van Business en Economie.’

Tekst: Jim Jansen Beeld: Bob Bronshoff

‘T

iSEM staat er goed voor en we leveren puike onderzoeksprestaties,’ zegt Sigrid Suetens. ‘Onze economieopleidingen zijn de beste van Nederland. En ook in Europa en de rest van de wereld staan we aan de top.’ Bart Bronnenberg vult aan: ‘Twee van onze voornaamste taken zijn onderwijs en onderzoek. We doen het uitstekend in de rankings op beide fronten. Volgens de NSE en Elsevier worden onze onderwijsprogramma’s uitstekend gewaardeerd. Op onderzoeksgebied draaien we internationaal in de top mee zo blijkt uit de ShanghaiRanking (vijfde plaats) en U.S. News & World Report Ranking (zeventiende plaats). Dit is iets waar we erg trots op mogen zijn.’ Joost Driessen: ‘Loop eens binnen bij MIT of Harvard en vraag een econoom daar naar Tilburg. Ze zullen ons kennen en erkennen als een belangrijke speler op de onderzoeksgebieden Business en Economics.’ Hoe ontwikkelt het onderzoeksklimaat zich in Tilburg?

Suetens: ‘De universiteit en TiSEM staan inter-

nationaal bekend om het onderzoeksklimaat en


interview

‘Nog meer dan vroeger willen we ­ onder­zoek doen dat impact heeft, zowel ­wetenschappelijk als maatschappelijk’

CV

Joost Driessen (1974) is ­Professor of Finance aan Tilburg University en vice-­decaan ­onderzoek bij de Tilburg School of Economics and Management. Zijn onderzoek richt zich op financiële markten, vooral ­obligatiemarkten en de markt voor financiële derivaten.

de PhD-opleidingen. Het is de belangrijkste reden waarom toponderzoekers uit het buitenland naar Tilburg willen komen.’ Bronnenberg: ‘Ik ben erg trots op onze graduate school, CentER, waar jonge ­onderzoekers in een kleinschalige setting opgeleid worden voor een carrière in de academische wereld. Een uniek programma. En ik ben erg blij met hoe onze graduates zich ontwikkelen in de nationale en mondiale universiteitswereld.’ Driessen: ’We groeien. In kwantiteit – meer studenten en meer wetenschappers – maar ook zeker in kwaliteit. Nog meer dan vroeger willen we onderzoek doen dat echt wetenschappelijke impact heeft, en uiteindelijk ook maatschappelijke impact. Het gaat ons dus juist niet om aantallen publicaties: goed onderzoek kost tijd en duurt dus langer, maar levert uiteindelijk meer op.’ Wat is de grootste uitdaging voor de toekomst?

Suetens: ‘We moeten voldoende blijven

zoek, onder meer op fundamenteel onderzoek, dat niet per se gedaan wordt vanwege een specifieke toepassing maar omdat het vele mogelijke toepassingen heeft.’ Bronnenberg: ‘Een universiteit is zo goed als de beste academici die er werken. We hebben de ambitie om in de mondiale top mee te blijven draaien en zo mogelijk nog te verbeteren. Daarom moeten we heel goede mensen aantrekken, opleiden en behouden.’ Driessen: ‘Nieuws en informatie lijken steeds vluchtiger te worden in de huidige maatschappij, terwijl de wetenschap zich geleidelijk en traag ontwikkelt. De waarde en het belang van goed onderzoek laten zien, is dus een grote uitdaging. Deze uitgave van New Scientist is een voorbeeld van de manier waarop we dit willen doen.’ Een laatste persoonlijke vraag: waarom is het zo leuk om bij de Tilburg School of Economics and Management te werken?

Suetens: ‘Ik hou ervan om te werken in

een klimaat waar veel ruimte is voor

CV

Bart Bronnenberg (1963) is als hoogleraar marketing verbonden aan de Tilburg ­University. Hij onderzoekt hoe consumenten keuzes maken en hoe merkentrouw ontstaat. Tevens is hij research fellow bij het Center for Economic Policy Research (CEPR) in London.

inzetten op kwalitatief hoogstaand onder8 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

CV

Sigrid Suetens (1977) is als hoogleraar gedragseconomie verbonden aan Tilburg ­University. Haar onderzoek focust zich onder meer op ­begrijpen van vertrouwen en reciprociteit.

­ iscussie. Het geeft energie om te werken d met inspirerende en kritische collega’s met diverse achtergronden en uit verschillende landen. TiSEM laat me toe om in alle vrijheid onderzoek te doen. Het ­gedrag proberen te begrijpen van mensen in sociale dilemma’s en wat de gevolgen daarvan zijn voor sommige maatschappelijke problemen motiveert me bij mijn ­onderzoek.’ Bronnenberg: ‘Onze faculteit is een plek waar veel jonge mensen samenkomen, die energie uitstraalt en waar studenten hoogwaardig worden opgeleid. Dat alleen al maakt het leuk om hier te werken en over de campus te wandelen. Als onderzoeker kan ik vrijwel zonder beperking werken aan onderwerpen die ik zelf kies. Dit biedt een grote mate van intellectuele vrijheid. Tot slot is het prettig en spannend te ­werken in een ambitieuze organisatie, met mensen die continu willen verbeteren.’ Driessen: ‘De combinatie van ambitie en een goede en collegiale werksfeer, en de internationale omgeving, met collega’s en studenten uit alle windstreken. Wat me in het algemeen motiveert in onderzoek doen is dat veel vraagstukken altijd meer genuanceerd en complexer zijn dan ze in eerste instantie lijken.’


SPOTLIGHT

‘Vroeger werd er laconieker tegen belastingontwijking aangekeken’

Arjan Lejour (53) is de man van de belasting­ paradijzen. Multinationals die belasting ont­ wijken fascineren hem. ‘Vroeger werd er ­laconieker tegen aangekeken, tegenwoordig heeft de maatschappij veel meer een oordeel. Goedkoop benzine tanken vlak over de grens vinden we oké. Maar Google die belasting ­ontwijkt is niet oké. Waar ligt de grens?’ Naast belastingontwijking concentreert Lejours o ­ nderzoek zich op de economische effecten van belastingdruk op bedrijven. ‘Voor het ­vestigingsklimaat is de fiscaliteit maar één van de factoren. Stabiliteit van een land, ­opleidingsniveau en logistiek zijn ook belang­ rijk voor een bedrijf.’

Vorig jaar maart lukte het Tilburg University hem te strikken voor de functie van hoog­ leraar Taxation and Public Finance. Hij combi­ neert dit met zijn werk als projectleider belas­ tingen bij het Centraal Planbureau. Lejour is geen onbekende in Tilburg. Hij promoveerde er in de jaren negentig. ‘Na dik ­twintig jaar beleid maken bij het CPB had ik er behoefte aan mijn kennis te delen. Lesgeven aan studenten. Het bevalt me prima hier. Er heerst hier een goede onderzoekscultuur. Wij delen veel met elkaar. Niet alleen op het werk, maar ook daarbuiten, tijdens etentjes. Dat hebben ze hier goed voor elkaar.’ Hij werd geboren in Den Haag en groeide op in

Moerkapelle. Op de middelbare school was zijn favoriete vak economie. Hij werd getrig­ gerd door het boek waar generaties middelbare scholieren mee opgroeiden, De Kern van de Economie van Arnold Heertje. ‘Hoe men geld kon verdienen, dat fascineerde mij. ­Persoonlijk geef ik niet zo veel om geld. Als dat wel zo was, had ik beter bij een bank ­kunnen gaan werken.’ Hij is gehecht aan zijn token. ‘Dit minuscule apparaatje geeft me telkens de cijfercode om in een eldorado van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek te gras­ duinen. Onontbeerlijk voor mijn onderzoek.’ –PdJ

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 9

BRAM BELLONI

Arjan Lejour, hoogleraar belastingen en openbare financiën


inzicht

Munt van de toekomst? De Bitcoin, een digitale munt, bestaat al ruim tien jaar. Het is misschien de munt van de toekomst. Maar met welk doel is de Bitcoin eigenlijk gemaakt? De Bitcoin, een digitale munt, bestaat al ruim tien jaar. Iedereen moet deze munt kunnen gebruiken zonder afhankelijk te zijn van een tussenpersoon. Maar is deze munt wel toekomstbestendig? Een digitale munt heeft vier problemen waar het tegenaan loopt: er mag geen vals geld in omloop komen, er mogen niet oneindig veel nieuwe munten gemaakt worden, bij een betaling mag niemand meekijken en tot slot mogen er geen tussenpersonen zijn die transacties tegen kunnen houden. Twee van deze problemen lost ons huidige financiële systeem al op, maar twee andere problemen niet. Daarom is de Bitcoin bedacht.

Het huidige financiële systeem: centrale controle

Hieronder staat een schematische weergave van hoe onze huidige betalingssystemen zijn georganiseerd. Elk systeem, bijvoorbeeld uw bank, is centraal geregeld. In het netwerk controleert één partij (de bank) alle transacties die plaatsvinden. Als die partij wegvalt, functioneert het systeem niet meer. Dit financiële systeem lost twee van de vier, maar helaas niet alle, problemen op.

Oplossing financiële systeem

Probleem financiële systeem

Door de controle van het centrale punt kan geld maar één keer uitgegeven worden.

De centrale partij kijkt altijd mee met een transactie. In dit systeem is er geen privacy bij een transactie tussen twee punten.

Privacy

Geen vals geld De centrale partij heeft controle over hoeveel geld er gedrukt wordt. Als er heel veel geld gedrukt zou worden, is dat geld niks meer waard.

Beperkte uitgifte

De centrale partij in dit systeem is bij elke transactie betrokken. Deze moet volledig betrouwbaar zijn.

Geen tussenpersonen

10 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial


Infographic: Pepijn Barnard, tekst: Josta Bosma Bron: Financial Market Infrastructures and Payments: Warehouse Metaphor Textbook, Ron J. Berndsen (2018), warehousemetaphor.com. De lezer wordt rondgeleid door een metaforisch pakhuis waarin een gids uitlegt hoe het betalings- en effectenverkeer achter de schermen werkt. De auteur is hoogleraar Financiële Marktinfrastructuren en systeemrisico, Tilburg University.

Bitcoin: vertrouwen op het netwerk

Digitale munten werken met een blockchain. Hierin zijn alle punten van het netwerk met elkaar verbonden. Elk punt is een gebruiker/ computer in het netwerk. De transacties worden door elk punt goedgekeurd. Hierdoor is er geen centrale partij meer nodig en draait het netwerk door als er een gebruiker/computer wegvalt. De Bitcoin lost alle vier de problemen op, maar creëert ook weer nieuwe problemen. Het is dus maar de vraag of deze munt écht de munt van de toekomst is.

Oplossing Bitcoin

Geen vals geld

In het systeem zijn alle transacties die ooit zijn gedaan terug te vinden. Als een munt twee keer verstuurd is, telt degene die het eerste is verzonden.

Voor elke transactie wordt een nieuw adres aangemaakt door de ontvanger. Hierdoor is de ontvanger niet te traceren.

Privacy

Het aantal digitale munten is vastgesteld op 21 miljoen munten. Hierdoor kunnen er niet oneindig veel nieuwe munten gemaakt worden.

Er is geen derde partij meer betrokken bij transacties. In het netwerk is geen centrale partij.

Geen tussenpersonen

Beperkte uitgifte Probleem Bitcoin Er kunnen maar 4 tot 7 transacties per seconde gedaan worden, veel minder dan in het centrale systeem. Hierdoor werkt dit netwerk veel trager.

51% attack

Erg langzaam

Inefficiënt

Om veranderingen in het netwerk door te voeren, moet 51% van de gebruikers hiermee instemmen. Als de meerderheid van het net­ werk in verkeerde handen terecht komt bestaat de mogelijkheid van valsemunterij.

Het netwerk kost erg veel energie. Dit komt door de rekenkracht achter het systeem. De computers die al die berekeningen uitvoeren (de computers van alle punten) kosten elektrische energie. Eén transactie kost net zoveel energie als 30 huishoudens in een dag.

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 11


INGEZOOMD

ERIK VAN DER BURGT

CentERlab: een uniek laboratorium Waar letten consumenten op als ze een smartphone moeten kiezen? Waarom liegen mensen? Hoe onder­handelen we? Deze en nog veel meer vragen worden in het CentERlab van Tilburg University beantwoord. Het CentERlab biedt onderzoekers de mogelijkheid om een economische of business-­ setting te simuleren en zo het gedrag van mensen te onderzoeken. Dit gedragsonderzoek is erg belangrijk. Gedrag speelt namelijk in allerlei gebieden van de economie een cruciale rol: financiële markten, handel, ­marketing, accounting, management, etcetera. Het is dus belangrijk voor organi­ saties dat hier inzicht in komt.

Het CentERlab bestaat uit drie delen: een groot lab met 65 computers waar het economisch gedrag van mensen onderzocht wordt. Hier bestuderen onderzoekers ­bijvoorbeeld waarom en hoe mensen investeren in aandelenmarkten. In een ander deel van het CentERlab onder­zoeken wetenschappers waar mensen hun productkeuze op baseren. Dit gebeurt met eye-tracking. Deelnemers krijgen in een geluidsdichte ­cabine bijvoorbeeld smart­phones met ­verschillende features te zien. Het eye-­ tracking-systeem in de cabine registreert naar welke ­features de deelnemers kijken. Op deze manier kan ook onderzocht worden

of keuzes van consumenten te sturen zijn. Het CentERlab bevat daarnaast een onderhandelings­kamer waar onderhandelingsexperimenten plaatsvinden. Deze ­kamer bevat ook een keuken waar experimentele studies rond smaak en product ­keuzes uitgevoerd worden. Vinden mensen een A-merk bijvoorbeeld lekkerder dan een huismerk? Dankzij de grote omvang en de vele mogelijkheden is het CentERlab uniek in Nederland. Het lab is een grote meerwaarde voor het onderzoek van de Tilburg University, en biedt antwoorden op vragen waarmee bedrijven vandaag de dag worstelen. –JB


BRAM BELLONI

Armoede bestrijden met experimenten Patricio Dalton en Elena Cettolin bouwen voort op het onderzoek van Nobelprijswinnaars om uiteindelijk mensen te helpen ontsnappen aan armoede. Door Joris Janssen

H

oe krijg je een economie draaiende? En hoe zorg je dat dat zo blijft? Aan ingewikkelde theorieën, modellen en denkwijzen daarover is in de economische wetenschap bepaald geen gebrek. Maar hoe kom je erachter of een economische maatregel die ergens aan een beleidstafel is bedacht daadwerkelijk hout snijdt? Hiervoor krijgen economen hulp uit onverwachte hoek: de geneeskunde.

14 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

De manier waarop onderzoekers testen of een medicijn werkt, blijkt namelijk ook heel geschikt om te testen of economische interventies werken. Denk aan onderzoek naar de effectiviteit van allerlei soorten ontwikkelingshulp. De methode werkt zelfs zo goed dat de drie economen die deze onderzoeksstrategie in de economische wetenschap introduceerden er in 2019 de Nobelprijs voor ontvingen. Esther Duflo, Abhijit Banerjee en Michael Kremer zijn sindsdien ware grootheden in het ­relatief nieuwe onderzoeksveld van de ­experimentele economie. Ontwikkelingseconoom Patricio Dalton en experimenteel econoom Elena Cettolin, beide verbonden aan Tilburg University, bouwen voort op het onderzoek van deze Nobelprijswinnaars. Elk op hun eigen ­manier: Dalton doet veel onderzoek in ontwikkelingslanden, Cettolin test economische


Ontwikkelingseconoom Patricio Dalton en experimenteel econoom Elena Cettolin doen verschillend onderzoek maar willen er hetzelfde mee bereiken: mensen helpen ontsnappen aan armoede.

theorieën in een laboratoriumsetting. Toch overlappen hun werelden behoorlijk. Niet alleen omdat ze behalve collega’s ook een koppel zijn, ook omdat het ultieme doel van hun onderzoek hetzelfde is: mensen helpen ontsnappen aan armoede.

‘Verrassend genoeg ontdekten we dat gestreste mensen niet irrationeler handelden’

Ondernemers in Indonesië Het werk van Dalton speelde zich de afgelopen jaren af in landen als Kenia, Ghana en Indonesië. Daar onderzocht hij de ­barrières waar kleine ondernemers tegenaan lopen in hun pogingen hun bedrijfje te laten groeien. Met zijn collega’s sleepte Dalton hiervoor een beurs binnen van vier miljoen euro van het Department for International Development, een overheidsdienst van het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor ontwikkelingshulp. In Indonesië nam het team van Dalton retailers onder de loep. Daarvan zijn er in een stad als Jakarta duizenden, misschien wel honderdduizenden. En hoewel die op het eerste oog enorm op elkaar lijken, ­verschillen ze flink van elkaar, ontdekte Dalton. ‘Sommige werken op een enorm efficiënte manier en slagen erin met hun bedrijfje te groeien. Andere groeien juist helemaal niet. We wilden onderzoeken wat voor praktijken al die ondernemers erop nahouden op het gebied van bijvoorbeeld

niet alleen het handboek, maar ook twee keer een halfuur hulp bij het implementeren van de tips. Een volgende 260 kreeg het handboek en de mogelijkheid een documentaire te bekijken over collega-ondernemers die de tips al succesvol in de praktijk brachten. Tot slot ontving eenzelfde aantal ondernemers het hele totaalpakket en een laatste set ondernemers, de controlegroep, kreeg helemaal niks. ‘Daarna wachtten we achttien maanden’, zegt Dalton. ‘Vervolgens keken we welke tips waren opgepakt, welke ondernemers er wél of níet mee aan de slag waren gegaan en of dit effect had op hun inkomsten.’ Het onderzoek van Dalton is een schoolvoorbeeld van ‘gerandomiseerd onderzoek met controlegroep’, een onderzoeksstrategie die in de geneeskunde al eeuwen gemeengoed is. De Schotse dokter James Lind ­gebruikte de techniek in 1747 voor het eerst om erachter te komen hoe je scheurbuik het beste kunt behandelen – zijn verslag is althans de oudste beschrijving ervan. Randomized controlled trials (RCTs) hebben sindsdien hun weg gevonden naar de psycho­logie, het onderwijs, de landbouw en sinds twintig jaar dus ook de economie.

Armoede en stress verslaglegging, marketingstrategieën, ­planning en of ze belangrijke beslissingen bespreken met vrienden en familie. Daarna keken we welke praktijken bijdragen aan het succes van de bedrijfjes.’ Hiervoor voerde het team diepte-interviews uit met zo’n honderd retailers, waarna ze de uitkomsten naast de prestaties van de bedrijfjes legden. Hieruit rolde een lijst van tien best practices. Vervolgens was het tijd voor het experimentele deel van het onderzoek: als je deze goede praktijken bundelt in een handboek, samen met richtlijnen voor hoe je ze kunt implementeren en met een aantal bekende valkuilen die je moet vermijden, kun je daarmee dan andere ondernemers helpen groeien? Een groep van 260 willekeurig geselecteerde retailers kreeg het handboek uitgereikt. Een andere groep van 260 ontving

Voor economische experimenten hoef je echter niet per se het veld in te duiken ­zoals Dalton dat doet. Ook in het laboratorium valt genoeg te halen, bijvoorbeeld als je wilt onderzoeken hoe mensen economische beslissingen maken – de tak van sport waar Elena Cettolin zich mee bezighoudt. Zijn de beslissingen die mensen op economisch vlak maken altijd rationeel? En zo niet, wat beïnvloedt dan de mate waarin mensen in staat zijn rationeel te handelen? Wil je antwoord krijgen op zulke specifieke vragen, dan moet je als onderzoeker je ­variabelen zo goed mogelijk kunnen controleren. Hiervoor geldt dat onderzoek in het veld allemaal wel leuk en aardig is, maar dat je eigenlijk een omgeving nodig hebt die zo veel mogelijk ontdaan is van ongewenste externe invloeden. In haar onderzoek houdt Cettolin zich onder meer bezig met de vraag of armoede

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 15


experimentele economie

‘Esther Duflo zal een heel belangrijk rolmodel worden voor vrouwen in de economie’ een negatieve invloed heeft op het vermogen van mensen om rationele beslissingen te maken. Een saillant onderzoeksonderwerp, want de gedachtegang wil nog weleens omgekeerd zijn: dat arme mensen arm zijn omdat ze irrationele, en dus minder goede, beslissingen nemen. ‘Onze veronderstelling is dat arme mensen meer stress ervaren dan andere mensen, omdat ze ­vaker met omstandigheden worden geconfronteerd die reden geven tot zorg’, zegt ­Cettolin. ‘We willen onderzoeken of dit ­rationeel denken belemmert.’ In een recent experiment liet Cettolin een aantal proefpersonen een taak uitvoeren die hun flink wat stress opleverde. Het stressniveau kon worden gemeten door te kijken naar stofjes in het speeksel. Vervolgens moesten de proefpersonen een aantal economische beslissingen maken. Hieruit volgde hoe rationeel ze op dat moment handelden. Het resultaat? ‘Verrassend genoeg kwamen we erachter dat de gestreste mensen niet irrationeler handelden’, zegt Cettolin. Dit betekent volgens haar niet dat er ­definitief geen link bestaat tussen stress en de rationaliteit van iemands beslissingen. ‘We hebben een situatie getest met een ­extreem hoge, maar kortdurende stress. De volgende stap is kijken naar besluitvorming bij mensen die onder chronische stress ­gebukt gaan.’

Doordat je in het laboratorium heel goed kunt inzoomen op afzonderlijke economische theorieën en voorspellingen, vormt het een heel mooie aanvulling op het ­onderzoek in het veld, zoals dat van collega en vriend Patricio Dalton. ‘Het lab en het veld hoeven niet met elkaar te concurreren’, zegt Cettolin.

Nobelprijs als stimulans Zowel Cettolin als Dalton staan met hun ­onderzoek op de schouders van Nobelprijswinnaars Duflo, Banerjee en Kremer. Zij brachten experimentele methoden de economie in en legden het fundament om zulke experimenten ook ‘in het wild’ van de dagelijkse praktijk in opkomende economieën te kunnen uitvoeren. ‘We hebben bijna alles aan hen te danken’, zegt Dalton. ‘Ze hebben deze methodologie eigenhandig uit de geneeskunde gehaald en zijn begonnen te onderzoeken hoe je er mensen mee kunt helpen om aan armoede te ontsnappen. Bovendien, en dat is minstens zo belangrijk, hebben ze de organisaties ontwikkeld die wetenschappers in staat stellen om in ontwikkelingslanden onder ingewikkelde omstandigheden onderzoek te doen. Zonder een organisatie als het Abdul Latif Jameel Poverty Action Lab (J-Pal) was mijn onderzoek in Indonesië bijvoorbeeld niet mogelijk geweest.’

16 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

Cettolin deelt die mening. Volgens haar hebben Duflo, Banerjee en Kremer een ­revolutie teweeggebracht in hoe men in de economie nadenkt over het testen van ­beleid en het leggen van causale verbanden. Daarnaast wijst ze ook op een mooie potentiële bijvangst van de uitgereikte Nobelprijs. ‘Duflo is de jongste winnaar van deze prijs ooit. En ze is ook nog eens een vrouw – pas de tweede die deze prijs heeft gewonnen. Ik denk dat ze hierdoor een heel belangrijk rolmodel voor vrouwen in de economie zal worden.’ Terug naar Indonesië. Wat voor resultaat rolde er nu uit die RCT van Patricio Dalton en zijn collega’s? Het handboek vol tips zorgde er in combinatie met de film en met name de twee hulpsessies voor dat de ­inkomsten van de ondernemers met 30 procent toenamen. Een uitkomst waarmee ­Dalton in zijn nopjes is. ‘Dit is een ongelooflijk resultaat. De kosten voor dit project ­waren 120 dollar per ondernemer en hun inkomsten stegen met maar liefst 300 dollar per maand.’ RCTs zoals die van Dalton hebben al veel mensen in opkomende economieën een zetje in de goede richting gegeven. ‘Volgens een schatting van Esther Duflo hebben zo’n 400 miljoen mensen profijt gehad van ­programma’s die zijn opgeschaald nadat hun effect was aangetoond door een RCT’, zegt Cettolin. Het experimentele werk van economen zoals Dalton, Cettolin en de Nobelprijs­ winnende grondleggers ervan is eigenlijk pas net begonnen. ‘Ik denk dat het onderzoeksveld de komende tijd explosief gaat groeien’, zegt Dalton. ‘De Nobelprijs is een geweldige stimulans geweest. RCTs zijn nu een gevestigde methode in het veld waar veel mensen allemaal creatieve dingen mee aan het doen zijn die voortborduren op het werk van de drie Nobelprijswinnaars.’ En het mooie is: waar beleidsmakers soms nog weleens moeite hebben om de resultaten van wetenschappelijke onderzoek om te zetten in actie – hoe lang duurde het wel niet totdat significante klimaatmaatregelen werden getroffen – lijken ze de resultaten uit de experimentele economie goed ter harte te nemen. ‘RCTs zijn op dit moment het ­beste wat we hebben om causale verbanden aan te tonen tussen economische maatregelen en hun effect’, verklaart Cettolin. ‘Dat valt gewoon niet te negeren.’


SPOTLIGHT

‘Onderzoek is soms een thriller’

Jasmin Gider (36) is een globetrotter. Op het cv van het kind van een Turkse vader en een Duitse moeder prijken Bonn, Bayreuth, Londen, Singapore en Toronto. En sinds een jaar ook Tilburg. Daar voelt de universitair docent Finance zich als een vis in het water. ‘Ik heb collega’s uit Italië, Spanje, België en Nederland, maar ook uit Turkije en Iran. Ik leer hier elke dag nieuwe dingen in een ambitieuze omgeving. Wat wil je nog meer?’ Als kind was ze al een nieuwsgierig aagje. Lachend: ‘Volgens mijn ouders stelde ik te veel vragen, en was ik nooit tevreden met de antwoorden.’ Op de universiteit studeerde ze economie én filosofie. ‘Dat gaat prima samen. Filosofie leerde me om problemen op een gestructureerde manier aan te pakken.’ Op tafel ligt het boek White Collar Crime van Edwin H. Sutherland uit 1949. ‘Daar ben ik erg aan gehecht. Sutherland beschrijft op indringende wijze de financiële misdaden in de jaren dertig en veertig. Van hem komt ook de term ‘witteboordencriminaliteit’.’ We komen te spreken over een van haar specialiteiten, de handel met ­voorkennis. Over de wereld van ceo’s, advocaten en fiscalisten, betrokken bij grote (beurs)transacties. De anekdotes vliegen over tafel. Bijvoorbeeld over de cfo die op een meeting van de Anonieme Alcoholisten klaagde over de stress die hij had van een komende overname van het bedrijf. Een ander AA-lid kocht vervolgens de aandelen en werd rijk. ‘Wie doet het hier verkeerd? De cfo die zijn nood klaagt, zijn ­lotgenoot, of beiden? Het is een grijs gebied dat leidt tot ­geruchtmakende zaken. Een hedgefundmanager verdiende ­zeventig miljoen dollar met het opkopen met voorkennis, maar kreeg ook elf jaar cel.’ Ze ziet een parallel met de wetenschap. ‘Onderzoek doen is soms ook een thriller, you never know how it’s going to end up.’ –PdJ

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 17

BRAM BELLONI

Jasmin Gider, universitair docent Finance


Tilburg School of Economics and Management in feiten & cijfers

#5

wereldwijd in Business Administration volgens Shanghai ARWU 2019

#4

in Europa volgens UT Dallas Top 100 Business Schools Ranking 2019

#2

in Europa en

#12

wereldwijd in Finance volgens Shanghai ARWU 2019

7000

studenten Economie en Business waarvan 26% internationaal

#9

in Europa en

#33

wereldwijd in Business en Economics volgens de Times Higher Education Ranking 2020

400

wetenschappers waarvan 50% internationaal

#4

in Europa en

#17

wereldwijd volgens Economics & Business News Ranking 2020

38

PhD-dissertaties in 2019

Met internationaal toponderzoek naar onder andere duurzaamheid, ondernemerschap, innovatie, markt­werking en vergrijzing, draagt Tilburg School of Economics and Management bij aan een groot aantal ­ maatschappelijk relevante onderwerpen.

ERIK VAN DER BURGT/ VERBEELD

#2

in Europa en


Man van ­uitersten Van de snelste sportrecords tot de ­maximale ­verzekeringsschade: John ­Einmahl houdt zich bezig met ­extreme waarden. Daarmee ­combineert hij zelf ook twee ­uitersten, ­namelijk ­fundamentele wiskunde en ­praktijkgericht ­onderzoek.

20 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

Door Yannick Fritschy

W

at is het hoogste wat we kunnen bereiken? Wat is het ergste wat ons kan overkomen? In allerlei situaties willen we weten wat de uiterste mogelijkheden zijn. Maar die grenzen zijn lang niet altijd makkelijk af te bakenen. Hoogleraar John Einmahl is gespecialiseerd in het onderzoek naar extreme waarden. Dit is een deelgebied van de mathematische statistiek, een toegepast onderdeel van de wiskunde. ‘Eigenlijk houd ik me bezig met fundamentele ­wiskunde. 80 à 90 procent van de tijd ben ik stellingen aan het bewijzen, om te doorgronden hoe iets in elkaar zit’, zegt hij. Op de economiefaculteit staat het werk van Einmahl dan ook te boek als bijzonder theoretisch. Maar voor wiskundigen is het juist heel praktijkgericht. Want het onderzoek naar extreme waarden heeft legio toepassingen: van het wereldrecord op de 100 meter sprint tot de verzekeringsschade bij een grootschalige ramp.


kwaliteit van de toplopers in de loop der jaren gelijk blijft. Dat lijkt de afgelopen jaren bij de 100 meter wel het geval, maar bij de marathon niet’, verklaart Einmahl. ‘Daarnaast heb je bij marathons te maken met wisselende omstandigheden, zoals het parcours en of de lopers in groepjes lopen of alleen.’ Waarom houden statistici zich eigenlijk bezig met het voorspellen van sport­ records? ‘Het is voor de maatschappij minder ­belangrijk dan onderzoek naar bijvoorbeeld verzekeringsuitkeringen, maar het is wel iets wat veel mensen aantrekt’, zegt Einmahl. ‘Ons onderzoek is in toptijdschriften gepubliceerd en er was veel aandacht voor in internationale media.’

Oudste

BRAM BELLONI

Snelste Sneller, hoger, sterker. In navolging van het Olympische motto vestigen sporters steeds weer nieuwe, onbevattelijke records. Vorig jaar nog liep de Keniaan Eliud Kipchoge als eerste mens een marathon in minder dan twee uur. Waar ligt de grens? Samen met Tilburg-collega Jan Magnus heeft Einmahl in 2006 de uiterste records voor de 100 meter en de marathon voorspeld. Bij de 100 meter kwamen ze uit op 9,36 seconden als ultieme toptijd. Een tijd die vijftien jaar geleden, met het wereld­ record op 9,79 seconden, nog voor onmogelijk werd gehouden. Maar toen Usain Bolt in 2009 de 100 meter in 9,58 seconden liep, bleek de voorspelling van de statistici opeens wel reëel. Aan de andere kant was de marathon een stuk lastiger te voorspellen. In 2006 kwamen Einmahl en Magnus erop uit dat het wereldrecord de jaren erna net boven de twee uur en twee minuten zou blijven. Inmiddels staat het wereldrecord op 2:01.39 – en zelfs onder de twee uur als je de tijd van Kipchoge, die geen officiële wedstrijd liep, meerekent. ‘In onze voorspelling namen we aan dat de gemiddelde

Als je een grafiek van de levensverwachting bij geboorte in Nederland bekijkt, zie je een duidelijke stijging: van 71,4 jaar in 1950 tot 81,8 jaar in 2018. We leven gemiddeld dus steeds langer. Je zou daarom verwachten dat de maximale leeftijd die je kunt bereiken, ook steeds verder opschuift. Maar dat blijkt niet het geval. In 2017 liet Einmahl, samen met zijn zoon Jesson en Laurens de Haan, de extremewaardentheorie los op onze maximale levensduur. Daaruit bleek dat we al sinds 1986 tegen een muur aanlopen, en die muur ligt op ongeveer 115 jaar. Daar zit een foutmarge aan vast, je zou best nog 120 kunnen worden, maar het lijkt er niet op dat iemand 200 kan worden.

‘Bij de 100 meter sprint gaat Usain Bolt slechts een paar procent harder dan nummer honderd’ ‘Sommige onderzoekers beweren dat er geen maximale leeftijd bestaat. Ons ­onderzoek toont aan van wel’, zegt ­Einmahl. ‘Dat is een heel sterk punt van extremewaardentheorie: je kunt vaststellen of ergens een grens aan zit. Bij ander statistisch onderzoek moet je van tevoren

kiezen of je een model met of zonder grens gebruikt.’ Hoe kan de gemiddelde leeftijd wel ­oplopen, maar de maximale leeftijd niet? ‘Vroeger gingen mensen vaker op jonge leeftijd dood’, zegt Einmahl. ‘Maar waarom je geen 200 kunt worden, weet ik niet; ik ben geen bioloog.’

Rampzaligste Een dijk moet hoog genoeg zijn om de sterkste stormen te weerstaan. Maar hoe hoog is hoog genoeg? Je kunt de dijk voor de zekerheid tientallen meters hoog maken, maar dat kost bakken met geld en is slecht voor het uitzicht. Liever heb je een dijk die net hoog genoeg is om (vrijwel) nooit te overstromen. In Nederland is vastgesteld dat een overstroming zoals die in 1953 slechts eens in de 10.000 jaar mag voorkomen. Met extremewaardentheorie kun je uitrekenen welke dijkhoogte daarmee overeenkomt. Soortgelijk onderzoek wordt gedaan naar de maximale kracht van een aard­beving, bijvoorbeeld in Groningen. Aan de hand daarvan kun je bepalen wat voor ­fundering de huizen in het gebied moeten krijgen. Een ander belangrijk toepassingsgebied van extremewaardentheorie vloeit daaruit voort. Stel dat er een ramp gebeurt, hoeveel geld moet een verzekeringsmaatschappij dan uitkeren? Een verzekeraar wil genoeg reserves hebben om in zo’n geval niet failliet te gaan. Maar aan de andere kant wil die ook weer niet te hoge premies vragen, want dan stappen klanten over naar de concurrent. De maximale uitkering bij een calamiteit is een stuk lastiger uit te rekenen dan sport­records of de uiterste levensverwachting. ‘Bij de 100 meter sprint gaat Usain Bolt slechts een paar procent harder dan de nummer honderd. En de oudste mens is maar een paar procent ouder dan de honderdste op de lijst van oudste mensen’, zegt Einmahl. ‘Bij de grootst denkbare ramp is het schadebedrag maar liefst twintig keer zo hoog als bij de nummer veertig op die lijst van grootste rampen. Daardoor is de totale uitbetaling heel moeilijk te voorspellen, wat het onderzoek een stuk spannender maakt. We kunnen geen wonderen ­verrichten, maar gebruiken wel de beste methoden om dit soort dingen zo goed mogelijk te voorspellen.’

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 21


Verleid door een

label Supermarkten en voedselfabrikanten zijn meesters in het manipuleren van ons koopgedrag. Kunnen en willen ze ons ook verleiden tot een gezonder en ­duurzamer consumptiepatroon? Arjen van Lin ­analyseert de invloed van labels, voedingswaarden en superkortingen op wat we in ons mandje stoppen.

Tekst Sebastiaan van de Water

E

en jonge vrouw in een getailleerde jas blijft staan voor een bak vol ­blauwe plastic verpakkingen. Haar opzij getrokken mond verraadt ­twijfel. De inhoud van deze glimmende zakjes heeft weinig te maken met het ­ideaal van duurzame wholefoods. Toch ligt hier een niet te missen kans, vertelt een witoranje uithangbord met de afbeelding van een knaagdier. Dit zijn de hamster­weken. En dus zijn bij deze AH XL in T ­ ilburg de ­instant noodles van Unox 1+1 gratis. Dit soort megakortingen zijn een ­belangrijk wapen voor Albert Heijn, weet Arjen van Lin, assistant professor of marke-

ting aan Tilburg University. ‘Albert Heijn is geen EDLP-supermarkt. Ze hebben dus niet ‘elke dag lage prijzen’, maar hanteren het hi-lo-format. Met extreme kortings­ acties lokken ze klanten, in de hoop dat die hun wagentje ook volgooien met duurdere artikelen.’ Maar de tactiek van AH ligt onder vuur. ‘De Britse overheid heeft supermarkt­ ketens verzocht te stoppen met alle 1+1gratis-acties,’ vertelt Van Lin. ‘De vrees ­bestaat dat mensen verleid worden meer te kopen dan ze opeten, waarna ze de overschotten weggooien.’ Maar klopt deze aanname wel? Van Lin en zijn collega-onderzoekers hebben het koopen weggooigedrag van huishoudens in kaart gebracht. ‘Onze gegevens suggereren dat mensen juist bewuster lijken om te gaan met

22 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial


BRAM BELLONI

‘Waarom kopen mensen wat ze kopen? Die vraag vormt nog altijd het hart van mijn onderzoek’ producten gekocht tijdens acties. Ze vriezen de artikelen bijvoorbeeld eerder in.’ Superkortingen maken ons dus niet ­verspilzieker. Toch is de jonge vrouw nog niet overstag. Ze heeft een van de blauwe zakjes in haar handen gepakt en knijpt haar ogen fijn. Verstopt achter de vouwflap staan in kleine lettertjes de ingrediënten afgedrukt. Als er ‘made in Chernobyl’ op had gestaan, had ze het zakje niet vlugger terug de witte bak in geworpen dan ze nu doet. Gedecideerd beent ze weg van de ­stapel gedehydrateerd deeg met palmvet, suiker en zout. Winkelde iedereen maar zo bewust. Politici willen niets liever, met het oog op de uit de pan rijzende zorgkosten. Vandaar dat in supermarkten steeds meer sporen zichtbaar worden van (overheids)campagnes om ons gezonder te laten consumeren. Maar gaan die initiatieven ook werken? Als iemand daar antwoord op kan geven, dan is het Van Lin. Zijn blonde haren ­reikten nog tot zijn schouders toen hij als

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 23


reportage

‘Factor nummer één, zeker voor laagopgeleide klassen, is nog altijd de prijs’

In het schap, ­tussen honderden potten vol logo’s en labels, vallen de letters van de Nutri-Score nauwelijks op. BRAM BELLONI

vijftienjarige scholier aan een bijbaantje in de C1000 begon. Melkpakken spiegelend werkte hij zich in ruim zeven jaar op tot vulploegleider. Ondertussen voltooide hij het vwo en een studie marketing in Tilburg. ‘Ik raakte geïnteresseerd in de vraag: waarom kopen mensen wat ze kopen? Die kwestie vormt nog altijd het hart van mijn onderzoek.’

Gezonde letters Met Van Lin als gids voelt een bezoek aan een supermarkt alsof je de waarheidsbril uit de sciencefictionfilm They Live draagt. Hij laat je dingen expliciet zien die normaal slechts subliminaal op je inwerken. ‘Kijk dit is interessant,’ zegt de assistant professor, terwijl hij naar een detail op een pot appelmoes van HAK wijst. ‘Dit gaan we in de toekomst veel vaker zien: de Nutri-Score. Eén waarde, van A tot E, die de gezondheid moet weergeven. De Nederlandse overheid wil hier zwaar op inzetten en heeft meerdere bedrijven al meegekregen. De score van deze pot is wel opmerkelijk trouwens.’ Op de verpakking prijkt een groen hokje met een A. Een pot rode kool met appel krijgt een B. Lagere scores zijn nergens te bekennen. Toeval? ‘Vanwege Europese

r­ egels worden Nutri-Scores niet verplicht. Bedrijven mogen zelf weten of ze hun eventuele D of E op de verpakking zetten.’ Zullen Nederlanders hierdoor heilzamer gaan consumeren? Van Lin trekt dezelfde blik als de vrouw eerder bij de bak noodles. Hij kent de studies die ‘bewijzen’ dat mensen positief reageren op de nieuwe labels. ‘Ja, als ze in een labsetting mogen kiezen tussen twee potten. Maar in het schap, ­omringd door honderden potten vol logo’s en labels vallen deze letters nauwelijks op. Dit zal waarschijnlijk niet genoeg zijn om vooral lager opgeleide segmenten anders te laten consumeren.’

Stopbord Van Lin kent betere oplossingen. ‘Mensen hebben meer oog voor negatieve informatie. Daar hebben ze in Chili slim op ingespeeld. Daar bevatten alle producten met overmatig veel suiker, zout of vet zwarte waarschuwingslabels in de vorm van een stopbord. Ons onderzoek toont aan dat dit wél effectief kan werken, afhankelijk van de productcategorie. Kom mee, ik zal je iets laten zien.’ Van Lin loopt linea recta naar het pad met knaagbare producten en pakt een zak chips van Lay’s uit het schap. ‘Kijk links­

24 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

onder.’ Daar prijken vier getalletjes: de hoeveelheden suiker, vet, verzadigd vet en zout. De hoogste waarden hebben een rode kleur. ‘Lay’s is eigendom van Pepsico. Die hebben uit naam van transparantie op al hun producten deze getallen geplaatst. Maar niet altijd op dezelfde manier.’ De ­onderzoeker loopt naar een volgend pad, waar de pakken Cruesli van Quaker pronken. Ook deze dozen bevatten op de voorkant de voedingswaarden. ‘Maar nu staan er géén kleurtjes bij. Ze vallen minder op. Hier zit mogelijk een idee achter. Van chips of roomijs weten mensen heus wel dat het ongezond is. Een paar kleurtjes zullen geen effect hebben op de consumptie. Dat blijkt ook in Chili. Maar ontbijtgranen genieten dankzij marketing een reputatie als ‘goede start’ van de dag. Terwijl ze soms barsten van de suiker. Ons Chileense onderzoek toont aan dat waarschuwingslabels op ­ontbijtgranen de verkoop wél remmen. Het is vermoedelijk geen toeval dat Pepsico, eigenaar van Quaker, opvallende kleuren bij ontbijtgranen vermijdt.’ Bedrijven als Hak en Pepsico weten heel goed hoe ze nobele gezondheids­labels moeten omarmen zonder hun eigen winstcijfers in het gevaar te brengen. Maakt dit het veranderen van consumptiegedrag een mission impossible? Van Lin: ‘Nee. Maar we moeten beseffen dat factor nummer één, zeker voor laagopgeleide klassen, nog altijd de prijs is. Een suikertaks zou effectief kunnen werken. Maar een combinatie van opvallende labels en hierop inspelende kortingsacties is ook een krachtige optie. Want dat 1+1 acties werken is zeker. Dat weet ik niet alleen uit de data. Mijn eigen garage staat vol met voorraden opgekocht tijdens de hamsterweken.’


SPOTLIGHT

‘Ik heb geen kwast, maar data’

Energiek. Dat is Christoph Sextroh (35), in één woord. Honderduit praat hij over zijn werk, maar ook over zijn andere passie: kunst. Trots laat hij de zeefdrukken zien aan de muur van zijn werkkamer. Beelden van een steak en worstjes. ‘Kunst bestudeert, net als wetenschap, de maatschappij. Kunst is voor mij een inspiratiebron om op een creatieve manier naar de werkelijkheid te kijken. Out of the box te denken. Als wetenschapper moet je ook creatief zijn in het bedenken van oplossingen. Alleen de gereedschapskist is anders. Ik heb geen kwast, maar data.’ Sextroh groeide op in het Duitse Wester­stede, bij Bremen, op een uur rijden van ­Groningen. Op de middelbare school was hij (nog) geen studiebol. Hij was drummer in de percussie-

groep Drammerland-Ensemble, zat in een plaatselijk jeugdparlement en maakte filmpjes van popconcerten, voor de lokale tv. Vrienden van hem werden acteur, Sextroh kwam op het pad van de wetenschap. Accountancy, zijn vakgebied, boeit hem ­mateloos. ‘It is way more than bookkeeping’, zegt hij lachend. ‘Accountancy is meer dan alleen de cijfers in een jaaroverzicht. De ­relevante informatie staat mogelijk niet in de ­cijfers waar u naar kijkt, maar in de communicatie eromheen. De wereld van financiële ­informatie is het laatste decennium sterk veranderd en blijft dat doen. De maatschappij verwacht veel meer openheid van bedrijven. Die communiceren hun resultaten tegenwoordig ook via Twitter en Facebook. Er

wordt over ze gepraat op social media en op gespecialiseerde internetfora. De accountant is niet langer de klerk die de jaarrekening ­produceert, maar iemand die actief alle informatie van en rond het bedrijf begrijpt en ­beheert – of het nu is om betere informatie te geven of betere beslissingen te nemen.’ In Tilburg is hij op zijn plek. ‘De universiteit is een internationale gemeenschap, waar je steeds weer nieuwe ideeën opdoet. Iedereen denkt hier out of the box. Ook de studenten hier zijn nieuwsgierig en kritisch. Dat is fijn les­ geven. Voor mij als academicus gaat het niet alleen om kennis te produceren, maar ook te delen. In het vakgebied, de maatschappij, maar zeker met de studenten. Z ­ odat zij de fakkel verder kunnen dragen in de toekomst.’ –PdJ

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 25

BRAM BELLONI

Christoph Sextroh, universitair docent accountancy


INGEZOOMD

Kredietverstrekking en bubbels Rik Frehen, Fabio Braggion en Emiel Jerphanion van Tilburg School of Economics and Management doen onderzoek naar het verband tussen goedkoop krediet (lage rentes) en beursspeculatie. Ze bestuderen of toegang tot goedkoop krediet speculatief gedrag bij beleggers veroorzaakt. ­Gezien de ongekend lage rentes op dit moment is dit een zeer relevante vraag. De vraag is echter moeilijk te beantwoorden, omdat er veel redenen kunnen zijn waarom beleggers krediet nemen en kredietverstrekking mogelijk ongerelateerd is aan roekeloos handelsgedrag. Om inzicht te krijgen in de relatie tussen kredietverstrekking en speculatie zijn de onderzoekers de geschiedenis in gedoken. Op basis van zeer gedetailleerde historische aandelentransacties bestuderen ze het handelsgedrag van meer dan 15.000 beleggers die ­betrokken waren bij de zogenoemde South Sea Bubble in 1720. Zij concluderen dat goedkoop ­krediet bij heeft gedragen aan overwaardering en uiteindelijk ook aan het uiteenspatten van de ­bubbel.

ALAMY

De auteurs hebben ook een blog geschreven over dit onderzoek: www.tilburguniversity.edu/tisem/bubble Illustratie: spotprent van William Hogarth die de chaos van de ondergang van de South Sea ­Company in 1720 verbeeldt.


Data voor het

goede doel Een oplossing voor maatschappelijke problemen zit mogelijk verstopt in de bergen en bergen aan data die de mensheid dagelijks produceert.

Hein Fleuren

Tekst: Ans Hekkenberg

D

e hoeveelheid data die de mensheid de afgelopen twee jaar verzamelde, is groter dan die van alle jaren daarvoor bij elkaar. Het zijn de miljarden Whatsapp-berichten

die we dagelijks versturen, maar ook patiënten­gegevens, beursinformatie en de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vergaart. In zulke enorme bergen data zitten geheimen verstopt die data­wetenschap kan blootleggen. Met het programma Data Science for ­Social Good geeft Tilburg University haar

28 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial

Dick den Hertog

onderzoekers een duidelijke opdracht: zoek voor maatschappelijke problemen naar oplossingen die nu nog in data ­verstopt zitten. Dick den Hertog, die tot begin 2020 het Impactprogramma van de universiteit trok, en Hein Fleuren, zijn opvolger, introduceren drie projecten waarbij onderzoekers van de economiefaculteit aan het roer staan.


Voedzame data

Een goed begin

K

un je met data hongerige monden voeden? Volgens het Zero Hunger Lab wel. Met dit project willen ­Tilburgse wetenschappers voedseltekorten bestrijden. Hun belangrijkste ­wapenfeit: een wiskundig model dat de efficiëntie verbetert van de noodhulp­ keten in gebieden waar hongersnood heerst. ‘We werken samen met het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties’, zegt Hein Fleuren, initiatiefnemer van het project. ‘Het Wereldvoedselprogramma voorziet jaarlijks tussen de 80 en 100 miljoen mensen van eten. Daar gaat een gigantische logistiek achter schuil. Waar koop je voedsel? Hoe vervoer je het? Hoe lang sla je het op? Er spelen zo

veel factoren dat er miljoenen verschillende mogelijkheden zijn om eten te ­verspreiden.’ Voor mensen is het onmogelijk om al deze scenario’s te overwegen. Het wiskundig model dat Fleurens studenten maakten, kan dat wél. Het leidde tot een flinke efficiëntieslag bij het verspreiden van voedselpakketten. ‘Ons model is gebruikt in Jemen, waar nu 17 procent meer mensen toegang hebben tot noodvoedsel, voor hetzelfde budget als voorheen. Ook konden we de kosten van Syrische voedselpakketten met 12 procent terugbrengen’, zegt Fleuren. Het is de bedoeling om het Tilburgse model op termijn in te zetten in alle landen waar het Wereldvoedselprogramma actief is.

Persoonlijk plan

H

SHUTTERSTOCK

‘Met data kunnen we bedrijven rijker maken. Liever helpen we mensen die het nodig hebben’

oe maak je het beste bestralingsplan voor een patiënt met kanker? Je moet ­rekening houden met de locatie en grootte van de tumor, maar ook de plek van de gezonde organen eromheen. Uit welke richtingen kun je dan het beste bestralen, en hoe lang? Voor een arts is het bijna onmogelijk om tot het optimale plan te komen, omdat er veel verschillende factoren meespelen. Daardoor verschilt het ­antwoord per patiënt. Ook hier opent datawetenschap deuren. ‘We kunnen een model maken dat de beste oplossing berekent’, zegt Den Hertog. Het model overweegt verschillende scenario’s, waarbij uit ­verschillende hoeken en met verschillende ­intensiteit bestraald wordt. ‘Uit een grote bak van mogelijke bestralingsplannen, vind je zo het beste plan.’ Het is een voorbeeld van personalized medicine, medische behandelingen die op maat zijn gemaakt voor een individu. Een ultiem doel voor veel artsen. ‘Met slimme wiskundige technieken is het te realiseren’, zegt Den Hertog. ‘We kunnen binnen dertig seconden het beste bestralingsplan vinden.’

H

adden je ouders toen jij geboren werd een koophuis? Gefeliciteerd, grote kans dat je als volwassene een leuke baan hebt. Gegevens van het CBS laten zien dat kinderen die in een kansrijke omgeving opgroeien zich beter ontwikkelen, minder in aanraking komen met criminaliteit en een ­ruimere beroepskeuze hebben dan kinderen voor wie dat niet geldt. ‘Waar kunnen we kwetsbare jeugd vinden en wat kunnen we doen om ze te helpen? Dat waren de vragen die leidden tot het Smart Start-project’, zegt Fleuren. De Smart Start-onderzoekers willen problemen vóór zijn. Dick den Hertog: ‘Als een kind in de problemen komt, is het eigenlijk te laat. Je doet wat je kunt om zo’n kind te ondersteunen, maar het is dweilen met de kraan open. Daarom willen we gezinnen waar problemen kúnnen ontstaan vroegtijdig signaleren en hen een positieve steun in de rug bieden.’ Om dat voor elkaar te krijgen bestuderen de onderzoekers data van het CBS, de GGZ en de voedselbank. Ze zoeken naar karakteristieken waaraan je een kwetsbaar gezin kunt herkennen. ‘Bijvoorbeeld ouders met een laag opleidingsniveau en schulden – twee ingre­ diënten die kunnen leiden tot minder kansen voor kinderen’, zegt den Hertog. Een van de pilotprojecten van Smart Start gebeurt in de gemeente Heusden. Als daar een kindje geboren wordt, ontvangen ouders met ‘kwetsbare karakteristieken’ een aanbod om in de toekomst coaching te krijgen. Den Hertog: ‘Een soort blije doos, maar dan precies voor die groepen die het goed kunnen gebruiken.’

Hein Fleuren en Dick den Hertog zijn ­ver­bon­den aan de economische faculteit. Hoe raakten zij betrokken bij onderzoeksprojecten die zo ver van de economie l­ ijken te staan? Den Hertog: ‘De wiskundige methoden van datawetenschap zijn ­generiek. Je kunt ze toepassen op business – dat heb ik jarenlang gedaan. Maar je kunt ze ook gebruiken voor toepassingen die de maatschappij beter maken.’ Fleuren sluit zich daarbij aan. ‘Als datawetenschappers kunnen we rijke bedrijven rijker maken. Of we kunnen mensen helpen die het nodig hebben. Met deze programma’s kiezen we voor maatschappelijke impact.’

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 29


opinie interview

‘Informatietechnologie verzwakt onze cognitieve vaardigheden’ Als we te veel vertrouwen op technologie, zonder de ­gebruikers ervan grondig te trainen, geven we de ­ controle en hiermee onze vrijheid weg, waarschuwt Anne-Françoise Rutkowski.

BRAM BELLONI

30 | New Scientist | Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial


Door Fenna van der Grient

I

nformatietechnologie, beter bekend als IT, heeft veel zonnige kanten. IT verbindt wereldwijd mensen, verspreidt razendsnel informatie en draagt bij aan betere zorg. Maar hiertegenover staat een duistere zijde die vaak onderschat wordt en voor grote problemen kan z­ orgen. Hoogleraar informatiemanagement Anne-Françoise Rutkowski onderzoekt hoe we ons tegen deze duistere z­ ijde kunnen wapenen en schreef hierover met Carol Saunders van de University of Central Florida het boek Emotional and cognitive overload – The dark side of Information Technology. Waaruit bestaat die duistere kant van IT?

‘Informatietechnologie veroorzaakt overbelasting van het brein. Dankzij technologieën als internet, e-mail en smartphones komt er meer informatie op ons af dan ons brein aankan. De gevolgen hiervan kun je opdelen in een emotioneel en een cognitief deel, die elkaar beïnvloeden. Onder het emotionele deel vallen zaken als stress en problemen met de work-lifebalance. Aan de andere kant blijkt dat IT onze cognitieve vaardigheden kan verzwakken, wat zich bijvoorbeeld uit in ­gebrekkige besluitvaardigheid. Dat laatste kan in combinatie met tijdsdruk ramp­ zalige gevolgen hebben.’ Wat voor rampzalige gevolgen zijn dat?

‘In de cockpit van een vliegtuig is goede besluitvaardigheid essentieel. We hebben gepubliceerd over crashes van Boeing 737 MAX-vliegtuigen. Boeing ging ervan uit dat de piloten gemiddeld maar vier seconden nodig hebben om een brokje informatie te verwerken. Na de crashes van de 737 MAX erkent Boeing inmiddels dat piloten hier zo’n tien tot vijftien seconden voor nodig hebben. De mate van getraind­ heid speelt hier uiteraard een grote rol. In 2009 stortte een vliegtuig van Air France in de Atlantische Oceaan. Later bleek dat een van de oorzaken was dat de copiloten niet goed getraind waren. Ze hadden vijftien minuten de tijd tussen het optreden van de problemen en het neerstorten. Dit bleek niet genoeg om het probleem te doorgronden. Een combinatie van te veel

informatie, beperkte tijd en gebrek aan training kan tot slechte besluitvaardigheid leiden, met desastreuze gevolgen.’ Hoe kun je dit soort rampen voorkomen?

‘Met training, en in een b ­ reder perspectief goed onderwijs. Er zijn langetermijneffecten van IT waarvan we ons niet genoeg bewust zijn, in het bijzonder op kinderen. Zij zijn de eerste generatie die met deze hoeveelheid technologie opgroeit, ook op school. Onderzoeken laten zien dat het gebruik van IT in het onderwijs de manier waarop kinderen informatie verwerken beïnvloedt. Onderzoekers ontdekten dat de neurale activiteit veel sterker was bij kinderen die met de hand hadden geoefend in het schrijven dan bij degenen die alleen maar naar letters op een scherm hadden gekeken. Ook gaat bij overmatig IT-­gebruik hun concentratie achteruit. Ze verliezen echt belangrijke vaardigheden.’

‘We hebben een beter begrip nodig van hoe de algoritmes achter technologieën werken’ Krijgen ze daar dankzij IT ook nieuwe vaardigheden voor terug?

‘Ze doen inderdaad ook wel andere vaardigheden op, zoals flexibel en interactief leren. Maar we weten nog niet wat de ­precieze impact van veel IT-gebruik is op hun brein. En dat is gevaarlijk, daarom raden psychiaters aan om minder IT te gebruiken in het onderwijs. De Duitse psychiater Manfred Spitzer beschouwt Steve Jobsscholen, waar kinderen alles via de iPad leren, zelfs als kindermis­ handeling. Er zijn wel voordelen, maar die wegen niet op tegen de nadelen, zoals verslaving en hyperconnectiviteit.’ Hoe veroorzaakt IT overbelasting van het brein?

‘IT produceert gigantische hoeveelheden informatie, die veel mensen niet aan­ kunnen. Mensen krijgen daarvan vaak de schuld: we zijn te langzaam, we maken fouten, we raken overbelast, en krijgen

stress. In ons boek gebruiken wij de ­blendermetafoor. Stel dat je brein een blender is waar informatie binnenkomt in de vorm van stukken fruit. Als de motor van je blender sterk genoeg is, kun je er iets behapbaars van maken. Als je te veel fruit tegelijk in de blender gooit, dan kun je het niet goed verwerken. Je eindigt met onverteerbare brokken.’ Kan de IT zelf ons ook een oplossing aanreiken voor de overbelasting van ons brein, of moeten we die oplossing buiten de digitale wereld zoeken?

‘Kunstmatige intelligentie kan ons hierbij helpen, maar het gevaar is dat je de controle kwijtraakt. Denk bijvoorbeeld aan de problemen die we hebben met Cambridge Analytica, dat via Facebook verkiezingen beïnvloedde. We hebben een beter begrip nodig van hoe de algoritmes achter dit soort technologieën werken. Als we te veel gaan vertrouwen op technologie, zonder mensen te trainen om de kunstmatige intelligentie en de algoritmes ­erachter te begrijpen, geven we de controle en hiermee onze vrijheid weg. Kunstmatige intelligentie kun je zien als een blender met een heel sterke motor die je kan helpen met mixen. Je zult dan misschien minder problemen met onverteerbare informatie hebben. Maar als je niet goed weet wat de input is, dan heb je geen controle: je weet niet of je uiteindelijk aardbei, banaan of aardappel drinkt.’ Is er een wereld mogelijk waarin we wel de lusten, maar niet de lasten van IT ervaren?

‘Ik denk het wel, maar we zullen altijd het probleem van globalisering houden. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven en landen waar ze goede stappen zetten op het ­gebied van work-lifebalance. Mercedes geeft zijn medewerkers bijvoorbeeld de mogelijkheid om alle e-mails die tijdens de vakantie binnenkomen automatisch te verwijderen. Een nieuwe arbeidswet in Frankrijk geeft medewerkers right to ­disconnect buiten werktijd. Maar het ­probleem is dat bedrijven in deze landen communiceren, handelen of concurreren met bedrijven in andere landen. Daar ­gelden andere regels, en dan is het meestal niet het gezondere land dat wint.’

Tilburg University Economics and Management | Onderzoeksspecial | New Scientist | 31


Onderwijs bij Tilburg School of Economics and Management Tilburg School of Economics and Management biedt je een breed scala hoogstaande bachelor- en masteropleidingen, uitdagende research masters en promotieopleidingen (PhD). We willen studenten opleiden tot denkers die doen, en vooral: denkers die goed doen.

Profiteer van Tilburg University’s nabijheid tot de Brainport-regio, waar hightechmultinationals volop stage- en arbeidskansen bieden. En geniet van onze compacte groene campus, die bruist van het studentenleven.

Onderwijsfeiten

• •

7000 studenten

7 bacheloropleidingen waarvan: • 4 Engelstalig • 1 nieuwe vanaf september 2020: Entrepreneurship and Business Innovation

14 masteropleidingen

2 research masters

Rankings • #5 wereldwijd in Business Administration, ARWU Shanghai 2019 • #17 wereldwijd, #4 in Europa in Economics and Business, US News 2020

Meer weten? www.tilburguniversity.edu/study-tisem

Ons onderwijsprofiel •

Het verkrijgen van kennis, het trainen van vaardigheden en de ontwikkeling van je karakter staan centraal

Het study mentoring program en student career services helpen je op weg

Nauwe contacten met het bedrijfsleven in de regio bieden je uitstekende stage- en arbeidskansen

Profile for Veen Media Algemeen

Tilburg University tijdschrift 'Get inspired by Economics & Business'