vbhfdst_StoriaHD-GO-3D-leerwerkboek

Page 1

Doorstroomfinaliteit

Senne Hendrickx Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos Van Dooren

uk

vo or

be

o.l.v. Katleen Dillen

oo fd st

Gorik Goris

el dh

Inaya Gabriëls

ST RIA HD GO! 3 LEERWERKBOEK

Kristel Bekers

LEERWERKBOEK

ISBN 978-94-641-7177-8 597777

vanin.be


tu k

ds

el dh oo f

be

or

vo


ds

tu k

3

el dh oo f

Doorstroomfinaliteit

Leerwerkboek

vo

or

be

Kristel Bekers Inaya Gabriëls Gorik Goris Senne Hendrickx Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos van Dooren o.l.v. Katleen Dillen


tu k

ds

el dh oo f

be

or

vo


Inleiding 4 A Heden –Eigen identiteit in een 9 superdiverse samenleving Verleden –Over oude en nieuwe dingen 10 A1 Even je geheugen opfrissen 11 A2 De middeleeuwen, het begin van 20 een nieuwe samenleving Ontdekplaat –De Germanen Onderzoek: een beeld van de 25 middeleeuwen Overzicht –Heden 30

Heden –Wij leven in België 31 Verleden –De vroege middeleeuwen 32 B1 Het Romeinse Rijk houdt stand in 33 het oosten Ontdekplaat –De Hagia Sophia B2 De Franken, nieuwe heersers 40 in het westen 51 B3 De Vikingen Overzicht –Verleden 60 Overzicht –Heden 61

be

C

or

Heden –Safety first voor iedereen! 62 Verleden –Op stap door verschillende tijden 63 64 C1 De evolutie van de bevolking C2 De Zwarte Dood, een middeleeuwse 70 pandemie Ontdekplaat –De pest C3 Landbouw en voedsel 77 Ontdekplaat –Landschap C4 De standensamenleving 84 Onderzoek: jong zijn in de 93 middeleeuwen en de vroegmoderne tijd Onderzoek: de vrouw in de klassieke 101 oudheid en in de middeleeuwen Ontdekplaat –De vrouw in de middeleeuwen Overzicht –Verleden 105 Overzicht –Heden 106

vo

Heden –Blik op de buitenwereld 107 Verleden –Niet-westerse samenlevingen 108 D1 De islam 109 Ontdekplaat –De islam in Europa Onderzoek: het gouden tijdperk 118 van Mansa Moussa in Mali (14e eeuw) D2 China en de Mongolen 126 Overzicht –Heden 138 E

Heden –Rechten en plichten in België 139 Verleden –De middeleeuwen van 900 140 tot 1450 E1 De feodaliteit of het leenwezen 141 E2 De opkomst van de steden in onze 147 gewesten Ontdekplaat –Kenmerken van steden E3 De vorsten strijden om de macht 155 Onderzoek: de Normandiërs 170 veroveren Engeland E4 De Nederlanden 177 E5 De Guldensporenslag 188 Ontdekplaat –Wapens en belegering Overzicht –Verleden 198 Overzicht –Heden 199

el dh oo f

B

D

tu k

INHOUD

ds

F

Heden –Het christendom in de westerse 200 cultuur Verleden –Cultuur in de middeleeuwen 201 F1 Kerk en christendom 202 Onderzoek: misdaad en straf 216 F2 De kruistochten 224 Onderzoek: Arabische bronnen over 233 de inname van Jeruzalem in 1099 Ontdekplaat –De kruistochten F3 Romaanse en gotische kunst 241 Ontdekplaat –Cultuur in de middeleeuwen: bouwkunst Onderzoek: de Vlaamse Primitieven 249 Overzicht –Verleden 254 Overzicht –Heden 255

Woordenlijst 256 Mijn persoonlijk woordenboek 264 Uitvouwbare tijdlijn Schema historisch denken INHOUD

3


1

Op verkenning in STORIA HD GO!

tu k

1

INLEIDING

ds

Je vindt de inhoudsopgave van dit leerwerkboek op blz. 3. De lessen zijn gegroepeerd in zes onderdelen. Een onderdeel begint steeds met een les over het heden. Daarna komen de lessen over het verleden. Op het einde van het onderdeel vind je een overzicht van de geziene leerstof over het verleden en/of het heden.

Het leerwerkboek

el dh oo f

Alle lessen hebben dezelfde structuur, maar de leerstof wordt op verschillende manieren aangebracht. Tijdens sommige lessen zal je leraar veel vertellen; andere lessen worden grotendeels of volledig opgebouwd aan de hand van verschillende soorten opdrachten. Die opdrachten kun je klassikaal, in groepjes of individueel oplossen. De volgende illustraties maken de structuur van elke les duidelijk.

be

1 Titel van het onderdeel

C

Safety first voor iedereen!

We leven in een welvaartstaat: de overheid zorgt voor een sociaal vangnet voor mensen die het financieel moeilijk hebben. Ook het welzijn van de mensen is belangrijk. Geld (alleen) maakt niet gelukkig. Sociale wetten beschermen de levenskwaliteit van de mensen, de overheid regelt de gezondheidszorg en de laatste tijd wordt er ook steeds meer aandacht besteed aan ons leefmilieu. We beseffen dat duurzame ontwikkeling noodzakelijk is. Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

OPDRACHT 1

Op het Europese grondgebied begint de coronacrisis in Italië op 31 januari 2020. Op 9 maart 2020 wordt Italië in quarantaine geplaatst. Heel kort daarna, op 18 maart 2020, besluit België om in lockdown te gaan om zoveel mogelijk besmettingen te voorkomen.

2 Het diddit-icoon verwijst naar onlinelesmateriaal.

- De lockdown beperkt je vrijheid. Je mag niet meer doen wat je wilt, wanneer je wilt en met wie je wilt. Wie beslist daarover en op welke basis?

or vo

HEDEN

- Is dat volgens jou een beperking van het vrijheidsbeginsel dat in de grondwet wordt gegarandeerd? Zoek informatie op over het ‘vrijheidsbeginsel’ en bespreek klassikaal. Vat jullie antwoord hieronder samen.

daarover een krantenartikel. OPDRACHT 2

Vandaag worden graan, groenten, fruit en vlees op grote (industriële) schaal geproduceerd. Daarvoor worden soms methoden en producten gehanteerd die voor het leefmilieu (mens, dier en planten) niet zo goed zijn. Maar er zijn steeds meer voedingsmiddelen die met respect voor ‘duurzame ontwikkeling’ geproduceerd worden. Ze krijgen na controle door een keuringsdienst een logo zoals ‘fair trade’ of ‘biologische producten’. Herken je dat label? Waarvoor staat het?

De welvaartstaat heeft pas in de hedendaagse tijd vorm gekregen. In het verleden behelpen de mensen zich op andere manieren.

INLEIDING

OPDRACHT 1

OPDRACHT 2

- Tijdens de lockdown ging het onder andere ook over (de schending van) kinderrechten. Zoek

62

4

3 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard vanaf blz. 256. Als er nog In dit onderdeel gaan de lessen over de middeleeuwen en zijn de vroegmoderne woorden die tijd. Vul die twee periodes in op de tijdlijn. jeWelke niet begrijpt, zes onderwerpen horen thuis in het sociaal en economisch domein? Omcirkel. schrijf je ze op landbouw in schilderkunst je ‘persoonlijk oorlogen bevolkingsgroepen woordenboek’ wetenschap armoede opbestuur blz. 264 leefgewoonten in dit nijverheid bevolkingsgroei leerwerkboek. godsdienst welvaartDe verklaring zoek je op in een (online) woordenboek zoals www.woorden.org.

C

SAFETY FIRST VOOR IEDEREEN!


5 Duidelijke lestitels

B3

4 Lesnummer 8 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.

7 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat. In het vakje onder de kaart kun je verwijzen naar kaarten uit je historische atlas.

6 Een krachtige inleiding met de historische vragen waarop de les een antwoord geeft.

Aanwezigheid van de Vikingen in de 8e-11e eeuw

De Vikingen De Vikingen zijn de geschiedenis ingegaan als woeste plunderaars. Dat beeld strookt echter niet helemaal met de waarheid. De Scandinavische landen zijn zelfs heel trots op hun Vikingverleden. Je kunt er prachtige musea bezoeken over de Vikingen.

Kaartnr(s).

1

Bron 2 Reconstructie van het schip

© Vikingschipmuseum in Roskilde

© BELGA / AFP

5

0

10

0 8

±

±

OPDRACHT 1

9 De tijdlijn situeert de les in de tijd.

Bron 1 Restanten van Skuldelev 2

0

OPDRACHT 3

tu k

Wie waren de Vikingen? Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? Wat leert verder onderzoek ons?

Wat weet je al over de Vikingen? Vanwaar heb je die informatie? Bespreek klassikaal en vergelijk het beeld dat je hebt met de inhoud van de les.

De Vikingen zijn Germanen uit het noorden De Vikingen komen uit Scandinavië, de landen die vandaag Noorwegen, Zweden en Denemarken heten. Tussen 800 en 1050 leven ze in een periode van grote bloei. De Vikingen bouwen snelle, sterke en wendbare schepen waarmee ze niet alleen Europa afreizen, maar ook verdere gebieden. Ze verkennen, plunderen en veroveren grondgebied. Rond het jaar 1000 bereikt Leif Eriksson Amerika.

ds

OPDRACHT 2

Skuldelev 2 is een van de vijf Skuldelevschepen die in 1962 worden opgegraven in de baai van Roskilde. De Skuldelevschepen worden daar rond het jaar 1070 tot zinken gebracht om de kust

te verdedigen tegen invallen vanuit zee. Skuldelev 2 is een eiken langschip: een oorlogsschip van 30 m lang en 3,8 m breed, met een diepgang van slechts 1 m. Het schip bood plaats aan een grote bemanning van ongeveer 65 personen, waaronder 60 roeiers. Dankzij het grote zeil van ca. 112 m² kon het topsnelheden behalen van 20 knopen (36 km/u). Een langschip werd dikwijls versierd

Bekijk de kaart op de volgende bladzijde. - Welke hedendaagse landen zijn in de 8e en 9e eeuw belangrijke Vikinggebieden?

met een slangenkop of een draak. Daarom wordt het ook drakar genoemd. De restanten van de Skuldelevschepen staan tentoongesteld in het Vikingschipmuseum in Roskilde in Denemarken. Het hout kreeg een speciale behandeling zodat het goed zou bewaren en werd op een metalen skelet gemonteerd. Tussen 2000 en 2004 bouwt het Vikingschipmuseum een reconstructie van het

- In welke gebieden zijn er Vikingen in de 10e en 11e eeuw? Bespreek klassikaal en vat kort samen.

el dh oo f

schip.

- ‘Zowel bron 1 als bron 2 is een bewerkte bron.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

- Omcirkel het juiste antwoord. De Vikingen leven in een maritieme / continentale ruimte.

B

De vroege miDDeleeuwen

10 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.

51

52

LES B3

De Vikingen

11 De context­informatie helpt je om de bron te begrijpen.

12 In de rubriek ‘onWAARschijnlijk’ vind je extra informatie over de les: boeiende verhalen die je normaal niet in schoolboeken vindt.

LES E5 SCHEMA

ONWAARSCHIJNLIJK!

be

Het Frankische Rijk betaalt aan de Vikingen grote sommen zilver en goud om de aanvallen te stoppen. In 911 staat koning Karel de Eenvoudige zelfs een heel stuk van zijn grondgebied aan de monding van de Seine af aan Vikingaanvoerder Rollo. Rollo zou in ruil nieuwe invallen via de Seine verhinderen. Niet onbelangrijk, want ook Parijs ligt aan de Seine. Dat land van de Noormannen (dat is een andere naam voor de Vikingen) kennen we vandaag als Normandië. Via de Wolga en de Dnjepr dringen de Vikingen in de loop van de 9e eeuw ook ver door naar het oosten. Ze stichten er het Rijk van Kiev. De lokale bevolking noemt hen ‘Roes’, een woord dat vermoedelijk van het Oudnoorse woord voor ‘roeiers’ is afgeleid. De Roes geven hun naam aan Rusland. De Russen zelf willen tot vandaag weinig weten over hun Vikingverleden. Zij vinden dat dat hun volk oneer aandoet. Zelfs in de Hagia Sophia, de Byzantijnse kathedraal in Constantinopel, hebben Vikingen sporen achtergelaten. Onderaan op de foto zie je runentekens die in het marmer zijn gekrast. De inscriptie is niet helemaal ontcijferd maar bevat zeker de naam Halfdan.

or

1 de begrippen ‘maritieme ruimte’, ‘continentale ruimte’ en ‘handel’ uitleggen 2 de begrippen ‘getuigenis’, ‘reconstructie’, ‘scheepsgraf’, grafgift, ‘stereotiep’ en ‘stereotypering’ uitleggen

vo

3 de Vikingen in de ruimte en de tijd situeren 4 drie voordelen van de constructie van een Vikingschip geven 5 twee redenen geven waarom de Vikingen de geschiedenis ingingen als woeste plunderaars 6 vier voorbeelden geven van archeologische vondsten die dat beeld bijstellen

58

LES B3

De Vikingen

1 De Vlaamse graaf strijdt tegen de Franse koning

+

+

leliaards

klauwaards

Centrum van het verzet: Brugge

KUNNEN 1 verschillende soorten bronnen onderscheiden 2 de betrouwbaarheid, de functie en het doelpubliek van een bron beoordelen 3 de beperkingen van bronnen en de gevolgen daarvan op historische beeldvorming aantonen 4 aantonen hoe een bron bewerkt is 5 informatie uit bronnen afleiden 6 een bron in zijn context plaatsen om die bron beter te begrijpen 7 bronnen vergelijken 8 de invloed van standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming aantonen met een voorbeeld 9 de presentatie van een bron evalueren

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

De Guldensporenslag

Franse troepen bezetten het graafschap Vlaanderen.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

13 Een schema van de lesinhoud helpt je de les te studeren.

10 de invloed van standplaats­ gebondenheid op historische beeldvorming analyseren met behulp van opdrachten 11 historische vragen stellen

2 De Guldensporenslag wordt uitgevochten op 11 juli 1302 Brugse metten Het Vlaamse en het Franse leger • Vlaamse leger steunt op voetvolk. • Franse leger steunt op ruiterij. Leger van de Vlaamse graaf verslaat het Franse leger op 11 juli 1302. Verdrag van Athis-sur-Orge • Vlaanderen moet een zware belasting betalen. • Graafschap blijft Frans leen, maar onder controle van een graaf.

3 De Guldensporenslag gerecupereerd De Guldensporenslag in onze collectieve herinnering Hendrik Conscience schrijft in 19e eeuw ‘De Leeuw van Vlaanderen’. Doel: duidelijk maken dat België niet onder Franse controle mag komen. Vlaamse beweging verwijst naar het boek. Reden: Om hun verzet duidelijk te maken tegen de discriminatie van Nederlandstaligen door Franstaligen in België. Vlaanderen viert zijn feestdag op 11 juli.

E

De miDDeleeuwen van 900 tot 1450

197

14 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. Het icoontje verwijst naar de oefeningen op diddit. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

INLEIDING

5


het onlineleerplatform bij STORIA HD GO!

Je kunt vrij oefenen en de leraar kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les, - oefeningen op ‘het referentiekader’, - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’, - oefeningen op ‘kennis en begrippen’, - oefeningen op ‘historische redeneerwijzen’.

ier vind je de opdrachten die de H leraar voor jou heeft klaargezet.

Hier kan de leraar taken voor jou klaarzetten.

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en

el dh oo f

tu k

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

ds

opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

VERHAAL

Doopsel

1

5

Hier vind je het lesmateriaal per les of per

or

be

leerstofonderdeel (onder andere de kennisclips, de verhalen van Dirk Bracke en de video- en audiobestanden). Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er bijvoorbeeld allerlei soorten bronnen en filmmateriaal rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!

DIRK BRACKE

Over Chlodovech, koning van de Franken tussen 481 en 511, en over zijn bekering tot het christendom

10

15

20

25

30

35

40

‘Het loopt verkeerd’, voorspelde Alderik somber. Zijn ogen stonden zorgelijk terwijl ze over alle hoeken van het slagveld schoten. ‘Nog even en de Visigoten lopen over ons heen.’ Hij trok de leidsels van zijn paard strak omdat het dier nerveus trappelde. Chlodovech streek zwijgend over zijn lange baard. Samen met zijn lange haar was zijn baard een symbool van zijn koningschap. Voor zijn ogen drong een lafbek zich brutaal door de rijen strijdmakkers naar achter. Zijn gezicht was verkrampt van angst. Zodra hij voorbij de achterhoede geraakt was, gooide hij zijn zwaard en schild weg en vluchtte terwijl hij voortdurend schichtig om zich heen keek. ‘Er moet een ruiter achter hem aan om hem te doden!’ gromde Chlodovech woedend. Meteen stuurde Alderik iemand uit. Chlodovech volgde de ruiter met zijn ogen. De lafaard moest gedood worden. Hij wist dat de man een voorbeeld voor anderen kon zijn. Als hij hem liet lopen, zouden anderen ook hun leven willen redden door te vluchten. In een oogwenk had de ruiter hem ingehaald en hij dreef de lanspunt tussen de schouders van de deserteur. ‘Daar!’ wees Alderik. Een ruiterafdeling van de Visigoten drong onweerstaanbaar diep door de linies van de Franken. Onafgebroken hakten en boorden zwaarden en lansen zich in schilden, in Frankische lichamen. De Franken werden langzaam achteruitgedrongen.. Chlodovech wist dat het gevecht niet lang meer zou duren. Het stormde in zijn hoofd. Zijn vrouw Clotilde wilde al langer dat hij christen zou worden, net zoals zij. Het was een moeilijke keuze. Zijn mannen baden tot de oeroude goden van hun voorouders. Goden die ze meegebracht hadden toen ze over de Rijn trokken om voor de Hunnen te vluchten en in

45

50

55

60

65

70

75

80

het Romeinse Rijk een beter leven op te bouwen. Het was niet gemakkelijk om die oude, vertrouwde goden op te geven. Ook zijn vader had tot de oude goden gebeden. Kon een koning voor een andere god kiezen dan zijn volk? Maar als hij christen werd, zou hij de steun van de bisschoppen krijgen. Het zou het hem veel gemakkelijker maken om de Gallo-Romeinse bevolking achter zich te krijgen. En de steun van hun soldaten kon hij best gebruiken. Omdat zijn vrouw had aangedrongen, had hij twee kinderen laten dopen; een van hen was bijna meteen daarna gestorven. Het had hem sceptisch gemaakt tegenover de God van de christenen. Maar nu … Chlodovech maakte zich meer zorgen dan hij liet blijken. Zijn mannen mochten niet zien dat hij nerveus was, dat hij niet meer in de overwinning geloofde. Hij had zoveel te verliezen. Wellicht zou de koning van de Visigoten zijn haar en baard laten afsnijden en hem daarna doden. Dat zou hij ook doen. En zijn Rijk zou door de Visigoten worden ingepalmd. Misschien werden zijn mannen slaaf of werden ze gedwongen om in het leger van Visigoten te vechten. Alles wat zijn vader en hij zo zorgvuldig hadden opgebouwd, zou in deze veldslag verloren gaan. ‘Kijk!’ zei Alderik ongerust. Stap voor stap weken de Franken onder de zwaarden en de lansen. ‘Terugtrekken vooraleer we allemaal sterven?’ Chlodovech klemde zijn tanden op elkaar, zodat zijn kaakspieren gespannen stonden. Hij moest iets doen! Zijn goden hielpen hem niet. Als nu … God van Clotilde, dacht hij. Als je me de overwinning geeft, laat ik me dopen. Hij trok zijn zwaard. ‘Vecht met me mee! Maak ze af!’ schreeuwde hij terwijl hij zijn paard vooruitdreef. DOOPSEL - DIRK BRACKE

vo

Gotische kerk

6

LES 1

INLEIDING HET ONLINELEERPLATFORM BIJ STORIA HD GO!

Ontdekplaat - Hagia Sophia

39


2

Geschiedenis studeren: in de klas en thuis Welkom in de geschiedenislessen van het derde jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte in de vorige schooljaren al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is niet zo moeilijk, als je de lessen op de juiste manier aanpakt. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten in de klas brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen.

Thuis

be

Voorbereiden Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerwerkboek, notities, een te verbeteren test ... Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.

or

Verkennen Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de maatschappelijke domeinen en de tijdlijn. Daarna noteer je de titels en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al. Lezen en begrijpen Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de bronnen brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden begrijpen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. We onderscheiden historische begrippen en structuurbegrippen. Die structuurbegrippen gaan over het vak geschiedenis. Je vindt ze in het oranje in de woordenlijst. Maak per les een woordenlijst met de begrippen die je moet kennen. De uitleg kun je meestal

vo

tu k

Oefenen Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Je leert ook om kritisch om te gaan met je bronnen. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.

el dh oo f

Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je thuis gemakkelijker de leerstof kunnen instuderen. In de klas doe je het volgende: - onthoud de titel van de les; - let op de ondertitels: ze vatten de hoofdlijnen van de les samen; - het is belangrijk dat je alles begrijpt: woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je immers moeilijk onthouden; - probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt; - bestudeer de bronnen en de opdrachten aandachtig; - zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn.

kopiëren uit de woordenlijst of uit de les. Bekijk vervolgens het schema. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op die manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen.

ds

In de klas

Studeren Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop nog eens alle opdrachten. Let daarbij extra op de titels, zodat je inzicht hebt in de opbouw van de les. Bij een toets of examen is het echter niet voldoende om enkel de informatie van je schema op te schrijven. Controleren Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je leerwerkboek. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. KENNEN geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. KUNNEN somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. De puntjes die je onder de knie hebt, kruis je aan in het voorziene vakje. Zo heb je altijd een goed overzicht. Op diddit vind je interactieve opdrachten om KENNEN en KUNNEN verder in te oefenen. INLEIDING

7


3

Historisch denken Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe die verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden én in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. We geven je hier een overzicht van de vier bouwstenen van historisch denken. Dat hoef je niet uit het hoofd te leren. Lees de krachtlijnen van historisch denken. - Probeer het woord te achterhalen dat in elke krachtlijn ontbreekt. - Onderstreep de kernwoorden in de uitleg.

tu k

OPDRACHT

HD1 Een beeld van het verleden opbouwen

ds

Geschiedkundigen ordenen stukjes geschiedenis in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein (zie les A1). Zo krijg je een beter overzicht en inzicht. Tegelijkertijd leer je historische begrippen en structuurbegrippen (zie woordenlijst) om de kenmerken van de samenlevingen die je bestudeert juist te benoemen.

el dh oo f

HD2 Kritisch redeneren met en over

Onze kennis over het verleden leiden we af uit bronnen: we redeneren met bronnen. Daarom is het heel belangrijk om goede bronnen uit te kiezen. Je leert controleren of een bron bruikbaar, betrouwbaar en representatief is: dat is redeneren over bronnen.

HD3 Tot historische komen

be

Het antwoord op een historische vraag is een samenhangende historische redenering. Typische historische redeneringen zijn: aanleiding – oorzaak – gevolg –toeval, evolutie – revolutie, gelijktijdigheid – ongelijktijdigheid en continuïteit – verandering. Zo vormen we ons een beeld van het verleden.

HD4 Reflecteren over de relatie verleden, en toekomst

vo

or

Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief. Dat heet dan standplaatsgebondenheid. We weten bovendien niet alles over het verleden. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.

8

INLEIDING


Eigen identiteit in een superdiverse samenleving De Vlaamse centrumsteden zijn vandaag superdivers. Daar wonen en werken mensen uit verscheidene culturen, met verschillende talen en levensbeschouwingen. Er zijn 192 landen in de wereld. In Antwerpen leven mensen van 173 verschillende nationaliteiten en er worden meer dan 400 talen gesproken. In Brussel leven 183 nationaliteiten samen. Superdiversiteit is een demografisch kenmerk. Sinds de migratiestromen – die op gang kwamen na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren 50 en 60 – wonen er verschillende etnischculturele gemeenschappen in Vlaanderen, vooral in de Vlaamse steden. Ook binnen die gemeenschappen is de diversiteit vandaag heel divers. Daarom noemen we die steden ‘superdivers’.

OPDRACHT 1

el dh oo f

Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

ds

tu k

A

HEDEN

- Markeer de betekenis van 'superdiversiteit' in de tekst. - Wat betekent diversiteit binnen de diversiteit, denk je? Leg uit met enkele voorbeelden.

- Hoe komt het dat centrumsteden diverser zijn dan kleine(re) steden en gemeenten? Bespreek klassikaal. Ga je akkoord of niet akkoord met de volgende stellingen? Bespreek je antwoorden in groep. Akkoord

be

OPDRACHT 2

Niet akkoord

a Als er veel mensen met verschillende achtergronden samen zijn, dan geeft dat enkel problemen.

or

b In een buurt wonen met veel kleur en mensen van verschillende afkomst is leuk.

vo

c Ik heb zelf vrienden die een andere achtergrond hebben dan ik en dat vind ik tof. - Heb jij vrienden met een andere achtergrond op het vlak van taal, nationaliteit, cultuur, etnische achtergrond of religie? Bespreek met je buur.

OPDRACHT 3

- Mensen worden soms gepest of uitgesloten omdat ze ‘anders’ zijn. Wat vind je daarvan? Bespreek klassikaal. - Denk je dat er in de middeleeuwen in West-Europa diversiteit was zoals wij die vandaag kennen? Toch is migratie van alle tijden. De middeleeuwen beginnen met migratie. Daarover leer je meer in de volgende lessen. A

Eigen identiteit in een superdiverse samenleving

9


VERLEDEN

Over oude en nieuwe dingen

tu k

In het derde jaar leer je tijdens de geschiedenislessen over de middeleeuwen. Dat tijdvak volgt op de klassieke oudheid – die je vorig schooljaar bestudeerd hebt – en gaat de vroegmoderne tijd vooraf.

OPDRACHT 1

el dh oo f

ds

In dit eerste onderdeel frissen we de historische vaardigheden op en maak je al even kennis met de middeleeuwen. We gaan na hoe en hoeveel je in je dagelijkse leven met die tijd te maken hebt en wat de belangrijkste kenmerken ervan zijn. In les A1 herhalen we de historische vaardigheden. Zo ben je vanaf les B1 helemaal klaar om de middeleeuwen in te duiken.

Vul de tijdvakken in op de tijdlijn.

± 800 v.C .

± 500

± 1750

Europa tussen 500 en 1450

vo

or

be

OPDRACHT 2

± 1450

In de geschiedenislessen vertrekken we van een westers of West-Europees perspectief. - Kleur West-Europa op de kaart. - Geef vijf hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in dat gebied liggen.

- Kijk in een historische atlas. Welk groot rijk blijft in Zuidoost-Europa voortbestaan? - Perspectief is een historische redeneerwijze. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

10

A

Over oude en nieuwe dingen

A


A1

Even je geheugen opfrissen

ds

Wat zijn historische vragen? Hoe ordenen we het verleden in de tijd, de ruimte en het domein? Welke beperkingen hebben bronnen? Waarom is de geschiedenis niet hetzelfde als het verleden? Welke historische redeneerwijzen ken je al?

tu k

De vorige schooljaren leerde je al heel wat over het geschiedkundige onderzoek. Je weet dat een geschiedkundige zich baseert op bronnen om historische vragen te beantwoorden en een beeld te krijgen van het verleden. In deze les frissen we de historische vaardigheden op.

±

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0

19 ±

±

14 ±

17

5

5

0

0

50

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

el dh oo f

Kaartnr(s).

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Historisch denken begint met het stellen van historische vragen

- Vul de verschillende soorten historische vragen aan in het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

or

OPDRACHT 1

be

Geschiedkundigen stellen en beantwoorden historische vragen. Er zijn verschillende soorten historische vragen: vragen over het verleden, vragen over de relatie heden-verleden, vragen over de totstandkoming van historische kennis en vragen over historische beeldvorming.

- Zijn deze vragen historische vragen?

vo

• Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars?

KENNISCLIP HISTORISCHE VRAAG

• Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen? • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag? • Hoeveel procent van het gezinsbudget wordt besteed aan voedsel? • Hoe werkt het spijsverteringsstelsel? • Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag?

- Voeg de verschillende soorten historische vragen toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn. A

Over oude en nieuwe dingen

11


OPDRACHT 2

Over welke soort historische vragen gaat het? • Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? • Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen? • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag? • Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag?

2

tu k

Het historische referentiekader

Om je weg te vinden in al die eeuwen geschiedenis, komt het erop aan dat verleden te ordenen in het referentiekader. Dat betekent situeren in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein. - Bekijk de tijdlijn op blz. 11. Dat is de meest gebruikte indeling van de geschiedenis in West Europa. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, zijn scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen deze jaartallen?

ds

OPDRACHT 3

ca. 3500 v.C.:

el dh oo f

ca. 800 v.C.: ca. 500:

ca. 1450: ca. 1750: ca. 1945:

- Wat is de duur van de middeleeuwen? Met hoeveel eeuwen en millennia komt dit overeen? OPDRACHT 4

- Vergelijk met de tijdlijn op blz. 109 en noteer een opvallend verschil.

be

- Vergelijk de westerse indeling van de geschiedenis met de Chinese indeling hieronder en noteer een opvallend verschil.

4 4 16

8 6 13

79 12

7

0 6

0 9

9

18 6

81 5

20 4

20

6

v.

22

C

.

0 26 5

or

HAN

JIN

SUI TANG

SONG

YUAN MING

vo

QIN

QING

De Chinezen delen het Vroege en Late Keizerrijk verder op volgens de vorstenhuizen of dynastieën die aan de macht zijn. De Chinese periodisering focust op de eigen politieke geschiedenis.

- Wat kun je besluiten over tijdrekeningen en indelingen van de geschiedenis? TIP Gebruik de woorden ‘tijd’, ‘plaats’ en ‘afspraken’.

12

LES A1

Even je geheugen opfrissen


OPDRACHT 5

- Historische gebeurtenissen kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Op ruimtelijk vlak maken we een onderscheid tussen globaal, lokaal, regionaal, continentaal en nationaal. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving. Begrip

Betekenis verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …)

KENNISCLIP RUIMTE

verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …)

verwijst naar het werelddeel verwijst naar de wereld

tu k

verwijst naar de staat of het land

Begrip

Betekenis

el dh oo f

de stad

ds

- Om ruimte structuur te geven, maken we ook een onderscheid tussen: • stedelijke ruimte en rurale ruimte, • continentale ruimte en maritieme ruimte.

het platteland

landinwaarts, niet gericht op de zee in of aan zee

OPDRACHT 6

We maken verder nog onderscheid tussen: • open ruimte en gesloten ruimte, • centrum en periferie. Begrip

Betekenis

een gesloten landschap of een gesloten samenleving het middelpunt van een gebied aan de rand van een gebied, verwijderd van het centrum

or

be

een open landschap of een open samenleving

Tot slot ordenen we geschiedenis volgens de maatschappelijke domeinen. - Geef bij elke omschrijving het passende domein: politiek, sociaal, economisch of cultureel. - Zoek op het stickervel het symbool dat Storia HD voor elk domein gebruikt en kleef het bij de juiste uitleg.

vo

OPDRACHT 7

Domein

Omschrijving Dit domein gaat over machthebbers zoals koningen en het grondgebied waarover ze heersen. Het gaat ook over machtsverhoudingen en over rechten en plichten. Dit domein gaat over de verschillende groepen mensen in de samenleving. Die indeling kan gebeuren op veel manieren: volgens rijkdom, politieke macht, godsdienst ...

A

Over oude en nieuwe dingen

13


Dit domein gaat over wat mensen doen om te (over-)leven. Economische activiteiten zorgen voor voedsel, kleding, onderdak ... of voor een inkomen om dat aan te schaffen. We doen aan landbouw, handel, nijverheid ... Dit domein gaat over kunst, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs ... Ook onze dagelijkse gewoonten zoals eten, drinken, mode en ontspanning behoren tot dit domein.

Tijd Bron 1

KENNISCLIP REFERENTIEKADER

Domein

ds

Bron 2

Ruimte

tu k

Synthese: Waarover gaan de bronnen? Situeer in het referentiekader.*

OPDRACHT 8

Bron 3 Bron 4

el dh oo f

Bron 5

* Dikwijls passen meerdere domeinen. Eén juist antwoord is hier voldoende.

be

Bron 1

Detail van de rotsschilderingen in Lascaux,

De abdij van Lorsch wordt gesticht in 764 in

Frankrijk, tussen 18 000 en 15 000 jaar oud

de Duitse deelstaat Hessen. In de 16e eeuw wordt

vo

or

Bron 3 Het Romeinse Rijk in 117

14

LES A1

Bron 2 De abdijpoort van Lorsch

Even je geheugen opfrissen

de abdij gesloten. De restanten zijn sinds 1991 geklasseerd als werelderfgoed.


Bron 4

Bron 5 Zodra hij de macht had, bevrijdde Solon de mensen voor eens en altijd. Hij verbood elke lening die een persoon als waarborg had. [Bij zo'n lening word je een slaaf van de schuldeiser, als je de lening niet kunt terugbetalen.] Daarbij vaardigde hij

wetten uit die schulden kwijtschold.

na 33O v.C.

grafschildering, Deir-El-Medina, Egypte

De tekst komt uit de omgeving van de Griekse filosoof Aristoteles. Hij en zijn studenten zouden het bestuurssysteem van 170 polissen beschreven hebben. De staatsinrichting of 'grondwet' van Athene is bewaard gebleven.

el dh oo f

Redeneren over bronnen

tu k

Vrij naar Aristoteles, De staatsinrichting van Athene,

ca. 1200 v.C. Fragment van de

ds

3

Grafmonument van Sennedjem,

Bronnen zijn de basis van onze historische kennis. Ze worden op drie manieren in groepen gedeeld. Ten eerste maken we een onderscheid tussen ‘historische bronnen’ en ‘historische werken’. Historische bronnen zijn voorwerpen uit het verleden en getuigenissen over het verleden. Historische werken zijn het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek dat na de feiten met behulp van bronnen en andere werken is gemaakt.

KENNISCLIP BRONNEN INDELEN

Ten tweede maken we een onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘secundaire’ bronnen. Primaire bronnen zijn gemaakt door mensen die rechtstreeks betrokken zijn, bijvoorbeeld ooggetuigen. Secundaire bronnen zijn gemaakt door mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn, vaak in een andere tijd.

be

Ten derde maken we een onderscheid tussen ‘geschreven’ en ‘ongeschreven’ bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder verdeeld in mondelinge en materiële bronnen.

or

Om een antwoord te vinden op een historische vraag zoeken en selecteren we bronnen. Je weet al uit de lessen van vorig schooljaar dat je daarmee voorzichtig moet omspringen. Bronnen hebben immers altijd bepaalde beperkingen. Die beperkingen zijn afhankelijk van de historische vraag die je stelt en kunnen te maken hebben met de bruikbaarheid, de representativiteit en/of de betrouwbaarheid van de bron. In de loop van het schooljaar zullen we dat regelmatig inoefenen. Je moet er ook rekening mee houden dat de historische bronnen die in de lessen worden gebruikt, dikwijls zijn bewerkt. Dat betekent dat ze niet gelijk zijn aan de originele bron. Bronnen worden ingekort of vertaald, er wordt een titel toegevoegd ... Die ingrepen kunnen de betekenis van de bron beïnvloeden.

vo

KENNISCLIP BRONNEN BEOORDELEN

OPDRACHT 9

Neem de bronnen van de vorige opdracht. Welke soort bron zijn bron 3 en bron 5? Bron 3: Bron 5:

A

Over oude en nieuwe dingen

15


Wat wordt er bedoeld met de volgende kritische vragen die je aan bronnen moet stellen? Verbind.

OPDRACHT 10

Is de bron bruikbaar?

Geeft de bron een juist antwoord op de hisotrische vraag?

Is de bron representatief ?

Geeft de bron een antwoord op de historische vraag?

Is de bron betrouwbaar?

Geeft de bron een antwoord dat algemeen geldt voor die periode?

tu k

Vorig schooljaar leerde je dat de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is van de maker, het doelpubliek en de bedoeling van de bron. Vul het schema aan.

OPDRACHT 11

ds

BRON

el dh oo f

KENNISCLIP STANDPLAATSGEBONDENHEID

informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren

wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken standplaatsgebondenheid Wat betekenen de volgende vermeldingen bij bronnen? Verbind.

OPDRACHT 12

Vertaald ‘Naar ...’ (...) […]

Er wordt maar een stukje van de materiële bron getoond, dus niet de hele bron.

De originele bron is in een andere taal.

Er is op die plaats tekst aan de originele bron toegevoegd.

Er is op die plaats in de originele tekst een stuk tekst weggelaten.

or

4

Het is geen letterlijke weergave van de originele tekst. Het is bijvoorbeeld een samenvatting van de originele bron.

be

Detail

Geschiedenis is een beeld van het verleden

vo

Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Over sommige periodes uit ons verleden weten we slechts weinig door het gebrek aan bronnen. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, kan onze kennis over het verleden veranderen. Dat gebeurt ook als de geschiedkundigen een bron anders gaan interpreteren. Dat wil dan zeggen dat ze om de een of andere reden anders gaan denken over de informatie die ze uit een bepaalde bron halen. Het is dus belangrijk om zoveel mogelijk bronnen te gebruiken en te vergelijken om een nauwkeurig beeld te krijgen van het verleden.

KENNISCLIP HISTORISCHE REDENEERWIJZEN

Om feiten met elkaar in verband te brengen of om informatie te structureren gebruiken geschiedkundigen typische historische redeneerwijzen. De vorige jaren heb je er al een aantal gezien. Die herhalen we hier. In de loop van het schooljaar komen er nog enkele nieuwe bij.

16

LES A1

Even je geheugen opfrissen


OPDRACHT 13

Lees de lestekst en omcirkel het juiste antwoord. • Het verleden kan veranderen / blijft hetzelfde. • Onze kennis over het verleden is volledig / onvolledig. • Ons eigen standpunt beïnvloedt wel / niet hoe wij naar het verleden kijken. • De beperkingen van bronnen hebben wel / geen invloed op ons beeld van het verleden. Hoe heten deze typische, historische redeneerwijzen? Vul in. Betekenis

De gebeurtenis die iets tot gevolg heeft. De reden waarom iets gebeurt. Het effect van iets. Iets wat plaatsvindt zonder bedoeling. De veranderingen gebeuren geleidelijk. De veranderingen gebeuren snel. De dingen blijven hetzelfde.

el dh oo f

De dingen veranderen.

tu k

Begrip

ds

OPDRACHT 14

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

vo

or

be

1 de begrippen ’breuk’, ‘tijd’, ‘duur’, ‘millennium’, ‘eeuw’, ‘tijdrekening’, ‘ruimte’, ‘lokaal’, ‘regionaal’, ‘globaal’, ‘stedelijke en rurale ruimte’, ‘continentale en maritieme ruimte’, ‘domein’, ‘politiek’, ‘sociaal’, ‘cultureel’ en ‘economisch’ uitleggen 2 de begrippen ‘historische bron’, ‘historisch werk’, ‘primaire bron’, ‘secundaire bron’, ‘tijdvak’ en ‘reconstructie’ uitleggen 3 de zeven tijden met begin- en eindjaar opnoemen 4 de gebeurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen 5 de vier verschillende maatschappelijke domeinen opnoemen en uitleggen 6 drie beperkingen van bronnen opnoemen 7 de drie elementen waarvan de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is, opnoemen 8 het verschil tussen de geschiedenis en het verleden uitleggen

9 de begrippen ‘open en gesloten ruimte’ en ‘centrum en periferie’ uitleggen

KUNNEN

1 een historische vraag herkennen 2 een gebeurtenis in het referentiekader situeren 3 verschillende tijdrekeningen en indelingen in tijdvakken met elkaar vergelijken 4 bepalen welke soort bron het is 5 afleiden uit de presentatie van de bron hoe de originele bron is bewerkt 6 de historische redeneerwijzen: ‘aanleiding’, ‘oorzaak’, ‘gevolg’, ‘toeval’, ‘evolutie’, ‘revolutie’, ‘continuïteit’ en ‘verandering’ benoemen 7 de verschillende soorten historische vragen onderscheiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

17


LES A1 SCHEMA

Even je geheugen opfrissen Historische vragen zijn: • vragen over het verleden, • vragen over de relatie heden-verleden, • vragen over historische beeldvorming.

2 Het historische referentiekader

Ruimte

el dh oo f

Tijd

ds

• vragen over de totstandkoming van historische kennis,

tu k

1 Historisch denken begint met het stellen van historische vragen

aanduiden

tijdrekening

ordenen

tijden of tijdvakken

christelijke, islamitische

een werelddeel, een deel van een werelddeel, een land, een streek, een gemeente … stedelijke en rurale ruimte

continentale en maritieme ruimte open en gesloten ruimte

be

centrum en periferie

Domein

bestuur en grondgebied

sociaal

verschillende bevolkingsgroepen

vo

or

politiek

18

LES A1

Even je geheugen opfrissen

armoede en rijkdom

economisch

hoe voorziet de mens in zijn levensonderhoud?

cultureel

het streven naar wijsheid en schoonheid   godsdienst, tradities en gewoonten


3 Redeneren over bronnen Bronnen worden ingedeeld in: • geschreven en ongeschreven bronnen, • primaire en secundaire bronnen, • historische bronnen en historische werken. Een bron moet je, in functie van de historische vraag die je stelt, beoordelen op:

tu k

• bruikbaarheid = geeft ze een antwoord op de historische vraag?

• representativiteit = geeft ze een antwoord dat algemeen geldt voor die periode? • betrouwbaarheid = geeft ze een betrouwbaar antwoord op de historische vraag? De betrouwbaarheid van bronnen is afhankelijk van: persoonlijke kenmerken), • het doelpubliek,

ds

• de standplaatsgebondenheid van de maker (wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie,

el dh oo f

• de functie of bedoeling van de bron (informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren).

4 Geschiedenis is een beeld van het verleden De kennis die we hebben van het verleden is bepaald door: • de beschikbaarheid van bronnen,

• de interpretatie die we aan de bronnen geven. Gebruik en vergelijk zoveel mogelijk bronnen.

Geschiedkundigen gebruiken historische redeneerwijzen • om feiten met elkaar in verband te brengen,

vo

or

be

• om informatie te structureren.

A

Over oude en nieuwe dingen

19


A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

ds

el dh oo f

Hoe is de middeleeuwse samenleving ontstaan? Welk beeld hebben mensen in latere tijden van de middeleeuwen?

tu k

In deze les ontdek je hoe de samen­ leving is ontstaan en welk beeld mensen in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd van de middeleeuwen hebben.

±

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0 17

±

±

19

5

0 5 14 ±

±

50

0

.

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

Kaartnr(s).

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

vo

or

be

Vanaf de 5e eeuw komen er Germaanse koninkrijken in de plaats van het West-Romeinse Rijk. De Germanen brengen nieuwe leefgewoonten naar West-Europa. Maar de klassieke samenleving gaat niet helemaal verloren: sommige Romeinse gebruiken, technieken in de bouw en in de kunst en talen blijven verderleven. Ook de christelijke godsdienst blijft behouden en wordt in de middeleeuwen zelfs heel belangrijk. Bisschoppen en abten worden belangrijke raadgevers van de koningen en de mensen leven op het ritme van de Kerk (zondagsmis, sacramenten, kerkelijk jaar ...). Uit de versmelting van de Germaanse, Romeinse en christelijke cultuur ontstaat dus een nieuwe samenleving. Die middeleeuwse samenleving legt de basis voor onze eigen samenleving.

OPDRACHT 1

Bekijk de kaart op de volgende bladzijde. - Welk volk vestigt zich in onze gewesten? - In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus, tot troonsafstand. Daardoor houdt het West-Romeinse Rijk officieel op te bestaan. Zijn soldaten roepen hem uit tot koning. Van welk gebied wordt Odoaker koning?

20

LES A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


2

Het einde van het West-Romeinse Rijk Het Oost-Romeinse Rijk is dichter bevolkt en rijker. Het houdt daardoor beter stand. Het West-Romeinse Rijk gaat langzaam ten onder. De bevolking daalt, waardoor er minder belastinginkomsten zijn. De troepen zijn er opstandig. De West-Romeinen proberen het tij nog

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat totRijk 1453. Vergelijk deze kaart met te keren. Enkele Germaanse stammen mogen zich in het vestigen op voorwaarde dat ze heteen helpen verdedigen tegen andere invallers. Germanen krijgen ook belangrijke functies binnen hetOosthedendaagse kaart. Welke van de onderstaande hedendaagse landen horen bij het Romeinse leger. Germanen en Romeinen weten zo samen de Hunnen te verdrijven. Steeds meer Romeinse Rijk? Omcirkel. grondgebied komt echter onder controle van vooral Germaanse aanvoerders.

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije De Germaansestammen stammen in het West-Romeinse De Germaanse in het West-Romeinse Rijk Rijk

OPDRACHT 2

el dh oo f

ds

tu k

OPDRACHT 2

Welkhier volkenkele vestigt typische zich in onze gewesten?van de middeleeuwen. Hebben ze een Romeinse, een Je - ziet kenmerken Germaanse of een christelijke oorsprong?

Romeins

Germaans Christelijk

- In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus,

a tot Grootgrondbezit is de basis van het macht en rijkdom.Rijk officieel op te bestaan. Zijn troonsafstand. Daardoor houdt West-Romeinse roepenenhem uit totworden koning.dikwijls Van welkmondeling gebied wordt Odoaker koning? b soldaten Rechtspraak bestuur geregeld.

c Het Latijn is de cultuurtaal en de taal van de Kerk.

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat tot 1453. Vergelijk de kaart met een

d hedendaagse Het christendom is een staatsgodsdienst. kaart. Welk van de onderstaande hedendaagse landen hoort bij het Oost-

be

Rijk? zijn Omcirkel de juiste namen. e Romeinse Kaas en melk belangrijke voedingsmiddelen.

f

26

LES B1

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije

Mannen dragen een hemd en een broek.

g Wijn is een populaire middeleeuwse drank.

DE VAL VAN HET WEST-ROMEINSE RIJK

h De mensen leven op het ritme van de Kerk. De mensen spreken er talen zoals Nederlands en Duits.

or

i

67574_HD_STORIA 3A_DEEL1.indd 26

Hoewel de middeleeuwen de basis leggen voor onze eigen samenleving, zijn er toch belangrijke verschillen. Bij welke tijd horen deze uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. TIP Lees eerst de onWAARschijnlijk op blz. 23.

vo

OPDRACHT 3

15/02/16 15:47

Middeleeuwen

Hedendaagse tijd

a Er worden veel kathedralen gebouwd.

b Een kunstenaar ondertekent meestal zijn werk niet. c De meeste mensen werken in de landbouw. d De meeste mensen leren kritisch om te gaan met informatie.

A

Over oude en nieuwe dingen

21


2

De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

OPDRACHT 4

- In welke richting schuift de taalgrens op?

el dh oo f

- Hoe heeft Calais in het Nederlands?

ds

tu k

Tot vandaag zijn de taalverhoudingen in België een gevolg van de Germaanse invallen. België ligt op de grens van het Germaanse en Romaanse taalgebied. Het Nederlands en het Duits behoren tot de eerste groep. Het Frans maakt deel uit van de tweede groep. Een taalgrens snijdt België in drie stukken. Vroeger dacht men dat het Germaanse taalgebied samenvalt met het gebied dat door Germaanse stammen bezet werd. De realiteit is heel wat ingewikkelder. De Germanen zijn zeer diep Gallië binnengedrongen, maar niet alle Gallo-Romeinen zijn weggetrokken. Soms nemen zij de taal van de invallers over. Soms nemen de invallers de taal van de overwonnenen over. Tussen een duidelijk Germaanstalig gebied en een duidelijk Romaanstalig gebied ontstaat er een gebied met taaleilanden. Men bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat in een Germaanstalig gebied er een regio voorkomt waar Romaans gesproken wordt en omgekeerd. Die taaleilanden verdwijnen geleidelijk en het ‘gemengde’ gebied verkleint tot een smalle regio. In 1962 legt België de grens tussen de taalgebieden vast: de taalgrens.

- Tot wanneer spreekt men in St.-Omaars Nederlands? Zoek op hoe de stad vandaag heet.

3

Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd

be

In de 15e en 16e eeuw hebben Italiaanse geleerden een negatief beeld van de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt. Het zijn die geleerden die de naam ‘middeleeuwen’ voor die periode bedenken: een voor hen duistere, barbaarse, onbelangrijke ‘tussenperiode’.

or

In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt met heimwee terug aan de middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde.

vo

De historici in de hedendaagse tijd weerleggen het beeld van de duistere middeleeuwen en ze verwerpen ook de romantische blik waarmee in de 19e eeuw naar de middeleeuwen wordt gekeken. Toch zijn ook hedendaagse historici niet neutraal. Ze kiezen bijvoorbeeld meestal spectaculaire onderwerpen (ketters, heksen, feesten, epidemieën, vorsten ...) om onderzoek naar te doen en boeken over te schrijven. Ook bij de restauratie van middeleeuwse gebouwen zeggen de gemaakte keuzes soms meer over ons beeld van de middeleeuwen dan over de middeleeuwen zelf. Zo houden we bijvoorbeeld de gevels van de kerken en kathedralen mooi wit, terwijl ze in de middeleeuwen beschilderd zijn.

22

LES A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


Wat verbindt men in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd met de middeleeuwen? TIP Raadpleeg de lestekst en rangschik de begrippen bij de juiste tijd. Kies uit: sociale orde – cultureel dieptepunt – spectaculaire onderwerpen – barbaarsheid – donkere tijd – ridderlijkheid – godsdienstigheid. Vroegmoderne tijd

Moderne tijd

Hedendaagse tijd

ONWAARSCHIJNLIJK!

tu k

OPDRACHT 5

el dh oo f

ds

Vele middeleeuwers geloven dat de wereld en het heelal perfect zijn. De middeleeuwse geleerden hechten erg veel belang aan de ‘kosmische orde’. Die orde is voor de middeleeuwers vanzelfsprekend. Daarom is in de middeleeuwen bewaren belangrijker dan vernieuwen, respect belangrijker dan verstand, en de samenleving belangrijker dan het individu. De kathedralen vormen het sluitstuk van de kosmische orde: de verbinding tussen hemel en aarde. In Frankrijk worden er op 100 jaar tijd (tussen 1150 en 1250) maar liefst een tachtigtal kathedralen gebouwd. Het zijn allemaal dingen die wij vanuit onze leefwereld maar moeilijk kunnen begrijpen. Met het ongelukkige gevolg dat we de neiging hebben om de middeleeuwen als een barbaarse periode af te schilderen. Fout dus: de middeleeuwen zijn gewoon anders.

be

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

vo

or

1 de drie culturen die met elkaar versmelten, opnoemen 2 vier bijdragen van de Germanen en vier bijdragen van de Romeinen aan de middeleeuwse samenleving opnoemen 3 het belang van de christelijke Kerk in de middeleeuwse samenleving met twee voorbeelden aantonen 4 de evolutie van het beeld van de middeleeuwen in drie stappen uitleggen 5 het ontstaan van de taalgrens in vier stappen uitleggen

KUNNEN 1 informatie uit een historische kaart afleiden 2 de middeleeuwen met de hedendaagse tijd vergelijken 3 het beeld van de middeleeuwen in een bepaalde periode herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

23


LES A2 SCHEMA

tu k

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving 1 Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

Christelijke Kerk • Bisschoppen en abten zijn belangrijke raadgevers van de koningen. • De mensen leven op het ritme van de Kerk.

ds

Romeinse invloed • geschreven wetten en besluiten • druiventeelt: wijn • technieken voor bouw en kunst • Romaanse talen in ZW-Europa • het gebruik van Latijn in de Kerk

el dh oo f

Germaanse invloed • mondelinge wetten en besluiten • veeteelt: kaas, melk en vlees • kleding: broek • germaanse talen in NW-Europa

DE SAMENLEVING VAN DE MIDDELEEUWEN

2 De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

be

Invallen van de Germanen in Gallo-Romeins gebied. Germaanse talen en Romaanse talen worden vermengd. Soms nemen de Germanen de Romaanse taal over. Soms nemen de Gallo-Romeinen de taal over.

or

Er ontstaan streken met taaleilanden. Taaleilanden verdwijnen

vo

Taalgrens

3 Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd middeleeuwen In de 15e en 16e eeuw donker en barbaars (een tussenperiode, vandaar de term ‘middeleeuwen’) In de 19e eeuw ook positieve waardering Hedendaagse historici kiezen dikwijls spectaculaire onderwerpen maken keuzes bij restauraties

24

LES A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving


Onderzoek: een beeld van de middeleeuwen

el dh oo f

ds

tu k

In de vroegmoderne tijd kijken Italiaanse geleerden neer op de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt: een donkere periode. In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld, ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt dan met heimwee terug aan de Kaartnr(s). middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde. Hedendaagse historici verwerpen zowel het negatieve als het positieve beeld van de middeleeuwen. Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen?

4

5

0 ±

17 ±

19

5

0 5 14

±

8 ±

be

±

35

±

v.

50

C

0

Score:

0

0

Nr.:

.

Klas:

0

0

v.

C

.

Naam:

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

or

PREHISTORIE

OPDRACHT 1

Lees de inleiding. Welk beeld (positief of negatief) heeft men in deze periodes van de middeleeuwen? Leg uit.

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

vo

vroegmoderne tijd: moderne tijd:

OPDRACHT 2

Situeer de historische vraag die we in deze les onderzoeken, in het referentiekader.

OPDRACHT 3

Welke soort historische vraag is het? Kruis aan. Over het verleden Over de relatie heden-verleden

Over de totstandkoming van historische kennis Over historische beeldvorming A

Over oude en nieuwe dingen

25


OPDRACHT 4

Dit zijn de bronnen waarmee je in deze onderzoeksles zult werken. - Bekijk ze en lees de teksten. - Probeer al te achterhalen wat ze vertellen over het hedendaagse beeld van de middeleeuwen: markeer wat je daarover opvalt. Bron 1

tu k

mid∙del∙eeuws (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1 (als) van, uit de middeleeuwen 2 heel erg ouderwets, achterlijk

Uit: Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, onlinewoordenboek

ds

Bron 2

el dh oo f

De middeleeuwen: een donkere periode waarin geweld regeert en mannen de samenleving domineren. Vrouwen komen er amper aan te pas, zo luidt het cliché. Dit boek brengt een ander verhaal. ‘Wijven’, het middeleeuwse woord voor vrouwen, zijn het hoofdpersonage. In de Lage Landen hadden vrouwen veel rechten die ze gebruikten om handel te drijven, hun mening te verkondigen en hun wil door te drukken. ‘Wijvenwereld’ hangt een verrassend beeld op van de late middeleeuwen, de periode tussen 1250 en 1550. Uit: Jelle Haemers, Andrea Bardyn en Chanelle Delameilieure, Wijvenwereld, 2019

De drie auteurs zijn verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze vinden dat hedendaagse historici te weinig aandacht hebben voor het gewone leven en meer bepaald voor dat van de vrouw in de middeleeuwen. Deze bron is een stukje uit de tekst op de achterkant van het boek.

26

ONDERZOEK

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

Bron 3b

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

vo

or

be

Bron 3a

Middle-earth –Shadow of War, 2017, game

Assassins’s Creed Valhalla, 2020, game

In de productinformatie kun je lezen dat het een actiespel is waarin spelers een nieuwe krachtring smeden, vestingen veroveren in grootschalige gevechten en Mordor overheersen met hun eigen persoonlijke orkleger.

In de productinformatie kun je lezen dat je in de rol kruipt van Eivor, een dappere Viking in een dynamische en prachtige open wereld die zich afspeelt in de duistere middeleeuwen van Engeland.

een beeld van de middeleeuwen


De kathedraal Notre-Dame in Parijs, gebouwd tussen 1163 en 1345

tu k

Bron 4a

Bron 4b

el dh oo f

ds

Op 15 april 2019 woedt er een hevige brand waardoor het dak en de centrale torenspits instorten. Iedereen is het erover eens dat de kathedraal heropgebouwd moet worden, maar over hoe dat moet gebeuren, lopen de meningen uiteen. De Franse president Emmanuel Macron denkt erover om de kathedraal een 21e-eeuwse renovatie te geven. Anderen vinden dat de Notre-Dame in haar oorspronkelijke staat moet worden hersteld. Maar welke oorspronkelijke staat dan? Hoort de 19e-eeuwse torenspits daar bijvoorbeeld ook bij? Of de kathedraal haar middeleeuwse kleurenpracht moet terugkrijgen, wordt nauwelijks besproken. Blijkbaar houden we meer van de witte gevels met witte beelden. Op 9 juli 2020 is de knoop doorgehakt: de kathedraal zal volgens de laatste bekende staat worden heropgebouwd, zonder verf en met de 19e-eeuwse torenspits dus.

De torenspits van architect Eugène Viollet-le-Duc op de Notre-

or

be

Dame in Parijs, ingehuldigd in 1859

De torenspits komt er ter vervanging van de originele die op het einde van de 18e eeuw op instorten staat, en tussen 1786 en 1792 uit voorzorg wordt afgebroken. De 19e-eeuwse ‘renovaties’ van historische gebouwen krijgen in de hedendaagse tijd veel kritiek van specialisten (archeologen en historici) omdat ze de originele ontwerpen niet hebben nagevolgd.

vo

Bron 4c

Grez productions, reconstructie-tekening van de kathedraal Notre-Dame in Parijs, ca. 1550

Grez productions is gespecialiseerd in architecturale 3D-reconstructies van historische sites. Het beeld komt uit de documentaire: Paris au Moyen Âge. In de middeleeuwen ziet de kathedraal er inderdaad heel kleurrijk uit. De exacte kleuren zijn niet precies bekend.

A

Over oude en nieuwe dingen

27


OPDRACHT 5

- Heb je al boeken gelezen, films gezien of games gespeeld die zich volgens jou afspelen in de middeleeuwen? Waarover gingen ze? Welke elementen doen je aan de middeleeuwen denken? - Heel wat films, boeken en games spelen zich af in de middeleeuwen. Wat kun je daaruit afleiden?

tu k

- Denk je dat je leraar geschiedenis daar blij om is? Waarom (niet)?

ds

el dh oo f

- Films, games en boeken krijgen een genre toegewezen, bijvoorbeeld ‘historisch’ of ‘fantasy’. In de praktijk lopen die twee genres door elkaar. Waar kun je de games uit bron 2 plaatsen? Verbind. Middle-earth –Shadow of War Assassin’s Creed Valhalla

Fantasie

Fantasie met middeleeuwse elementen Historisch

Historisch met fantasie

- Welk beeld van de middeleeuwen schetst de productbeschrijving van ‘Assassin's Creed Valhalla’?

- Waarom doen de spelmakers dat, denk je?

be

- Zoek in de bronnen nog twee andere voorbeelden die aantonen dat het negatieve beeld van de middeleeuwen tot vandaag doorleeft.

or

vo

OPDRACHT 6

- Welke bronnen zijn bruikbaar om het beeld dat hedendaagse wetenschappers neerzetten van de middeleeuwen, te analyseren? - Welke kritiek geven de auteurs van ‘Wijvenwereld’ op hun collega-historici?

28

ONDERZOEK

een beeld van de middeleeuwen


- Welk beeld van de middeleeuwen schetst ‘Wijvenwereld’? - Waarom geven hedendaagse specialisten kritiek op 19e-eeuwse renovaties van historische gebouwen? - Toch doen we dat vandaag ook niet altijd. Bespreek het voorbeeld van de Notre-Dame.

tu k

- Onze standplaatsgebondenheid beïnvloedt onze historische beeldvorming. Leg uit.

Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen? Onderstreep de juiste antwoorden en vul aan.

el dh oo f

BESLUIT

ds

In de hedendaagse populaire cultuur zijn de middeleeuwen populair / onpopulair. Maar het negatieve / positieve beeld leeft nog sterk door (bijvoorbeeld: Het is belangrijk dat je kritisch kijkt want populaire media bekommeren zich altijd / niet altijd even erg om de historische betrouwbaarheid.

).

Hedendaagse wetenschappers proberen een betrouwbaar beeld van de middeleeuwen te geven. • Historische gebouwen worden • Onderzoekers gaan onwetenschappelijk / wetenschappelijk te werk.

be

Dat lukt helemaal / niet helemaal. Bijvoorbeeld: • De middeleeuwse kerken en kathedralen zijn beschilderd / onbeschilderd. • Onderzoekers besteden veel / weinig aandacht aan het leven van gewone mensen.

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

vo

or

KUNNEN

1 verschillende soorten historische vragen onderscheiden 2 de bruikbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 3 informatie uit bronnen afleiden 4 aan de hand van opdrachten historische beeldvorming evalueren 5 historische bronnen vergelijken 6 een kritische houding t.o.v. populaire geschiedenis aannemen

7 aan de hand van het voorbeeld van de restauratie van de Notre-Dame de invloed van onze standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming analyseren 8 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.

A

Over oude en nieuwe dingen

29


HEDEN

OVERZICHT A

Vlaanderen = superdivers Superdiversiteit

Identiteit

tu k

Eigen identiteit in een superdiverse samenleving

eigen identiteit: biologische aspecten, persoonlijkheidskenmerken, familiale achtergrond

nationaliteiten

culturen talen

groepsidentiteit: regionale, nationale of supranationale groepen en subculturen, gendergerelateerde, socio-economische en levensbeschouwelijke groepen

el dh oo f

levensbeschouwingen

ds

etniciteiten

+ diversiteit binnen de diversiteit

belangrijk om respectvol, open en constructief met elkaar om te gaan en in dialoog te treden

Discriminatie en racisme

verboden in België = strafbaar

or

be

Superdiverse samenleving

vo

KENNEN

30

A

1 de begrippen ‘superdiversiteit’, ‘identiteit’, ‘levensbeschouwing’, ‘etniciteit’, ‘uitsluiting’, ‘discriminatie’ en ‘racisme’ uitleggen 2 je eigen identiteit en die van anderen (groepsidentiteit) toelichten 3 weten dat discriminatie en racisme verboden zijn in België

Eigen identiteit in een superdiverse samenleving

GA ZELF AAN DE SLAG!

KUNNEN 1 je mening op een respectvolle manier delen met medeleerlingen 2 actief luisteren naar het verhaal van anderen 3 strategieën hanteren om constructief om te gaan met mensen met verschillende achtergronden 4 nadenken over de omgang met elkaar


Wij leven in België België is een grondwettelijke parlementaire democratie. Het land wordt dus volgens democratische principes die gelden in een rechtstaat bestuurd. De rechtstaat beschermt elke burger ongeacht zijn of haar stand of afkomst op basis van de grondwet en de mensenrechten. Dat vinden wij allemaal heel normaal. Toch is minder dan de helft van de landen in de wereld democratisch en slechts een 20-tal volledig democratisch. De meeste van die landen zijn lid van de Europese Unie. Op diddit vind je extra opdrachten bij deze les.

- Verbind de begrippen met de passende omschrijving.

el dh oo f

OPDRACHT 1

ds

tu k

B

HEDEN

Democratie

Legt staatsvorm, bevoegdheden van instellingen, rechten, vrijheden en plichten vast

Grondwet

De volksvertegenwoordigers, zij maken de wetten en controleren de regering.

Parlement

Dat betekent letterlijk dat het volk de macht heeft. Het volk regeert zichzelf.

- Op welke manier heeft het volk ‘de macht’ in een democratie?

- Heeft de Kerk vandaag nog politieke macht in de democratische landen? Leg uit.

be

- Tussen de lidstaten van de Europese Unie zijn er ook grote culturele verschillen. Geef daarvan enkele voorbeelden.

or

OPDRACHT 2

vo

- Ken je stereotiepe uitspraken over Europese landen? Bespreek klassikaal. - Zoek in de woordenlijst op wat stereotiep betekent.

- Wat is het probleem met stereotypen? Culturen worden doorheen de geschiedenis gevormd. Er wordt wel eens gezegd dat Karel de Grote de vader van Europa is. Daarover leer je meer in de volgende lessen. B

Wij leven in België

31


VERLEDEN

De vroege middeleeuwen

Bron 1

el dh oo f

OPDRACHT

ds

tu k

In dit onderdeel bestudeer je het eerste deel van de middeleeuwen, tussen de jaren 500 en 900. De Germaanse Franken spelen hier een belangrijke rol. Zij stichten een rijk dat je min of meer als de opvolger van het West-Romeinse Rijk kunt beschouwen.

Na een veldtocht tegen de moslims in Spanje trekt het leger van de Frankische koning Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën. In de bergpas van Roncevalles overvallen Basken, boos over plunderingen, de achterhoede. Roeland, een belangrijke Frankische aanvoerder, biedt met enkele krijgers weerstand. Met zijn jachthoorn waarschuwt hij de rest van het Frankische leger. Dat schiet hem te hulp, maar voor de zwaargewonde Roeland is het te laat. Hij sneuvelt. Fragment uit een verhaal over een van de krijgstochten van de Franken

be

Over Karel de Grote en zijn krijgers ontstaan gedichten en gezangen. Dat gebeurt ook na de dood van Roeland. Die verhalen blijven zeer lang populair.

Omcirkel de volgende taferelen op de tekening. Zet er telkens het juiste cijfer bij.

vo

or

1 De moslims vallen aan. 2 Roeland blaast op zijn hoorn. 3 Vele moslims sneuvelen. 4 Roeland neemt afscheid van een stervende vriend. 5 De zwaargewonde Roeland doodt een tegenstander met zijn hoorn.

Miniatuur, 13e eeuw

De tekening is eeuwen na de gebeurtenis gemaakt. In deze versie overvallen moslims, in plaats van Basken, de held Roeland.

32

B

De vroege middeleeuwen

Bron 2

B


Je weet al dat het Romeinse Rijk in 395 gesplitst wordt in een westelijk en een oostelijk deel. Het WestRomeinse Rijk houdt in de 5e eeuw op te bestaan. Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk houdt nog meer dan 1 000 jaar stand.

tu k

B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten

el dh oo f

ds

Hoe valt het succes van dat rijk te verklaren? Welke contacten blijven er met West-Europa bestaan? Hoe komt er een einde aan het Oost-Romeinse Rijk?

CONSTANTIJN 307-337

53

0

14

50

JUSTINIANUS 527-565

Val van Constantinopel

Constantijn bouwt een nieuwe hoofdstad

be

1

±

±

30

0

Kaartnr(s).

vo

or

De Romeinse keizer Constantijn kiest in het oosten de Griekse stad Byzantium als zijn nieuwe hoofdstad. Byzantium krijgt een nieuwe naam: Constantinopel of ‘stad van Constantijn’. In 330 huldigt de keizer zijn nieuwe hoofdstad in. Het Oost-Romeinse Rijk overleeft de volksverhuizingen van de 5e eeuw dankzij de strategische ligging van Constantinopel en de behendige diplomatie van de keizers. Zo sluit keizer Zeno een overeenkomst met de Ostrogoot Theoderik. Die mag met zijn leger Italië binnenvallen (489), waardoor de plunderende Ostrogoten geen bedreiging meer vormen in het oosten. Verder kent het Oost-Romeinse Rijk niet dezelfde economische en demografische achteruitgang als het West-Romeinse Rijk. Onder de regering van keizer Justinianus groeien de stad en het rijk. Zijn generaals veroveren zoveel gebieden dat het lijkt alsof ze het oude Romeinse Rijk aan het herstellen zijn. Een aantal van die veroveringen gaan echter na Justinianus weer verloren.

OPDRACHT 1

Bekijk de kaart en de foto van de stadsmuren van Constantinopel. Leg in je eigen woorden uit waarom men die stad zo moeilijk kan innemen. B

De vroege middeleeuwen

33


Constantinopel

Bron De muren van keizer Theodosius

muren van antiek Byzantium

tu k

Hagia Sophia

Theodosius II laat in de 5e eeuw een

derde muur bouwen. Een deel ervan is

OPDRACHT 2

De veroveringen van Justinianus

el dh oo f

Omcirkel het juiste antwoord. Justinianus controleert een groot deel van de Middellandse Zee. Ja / nee

ds

gerestaureerd.

2

be

Justinianus legt het Romeinse recht vast

vo

or

Constantinopel is een Griekse stad. De Griekse cultuur domineert het Oost-Romeinse Rijk. In de 6e eeuw spreekt men nog wel Latijn in Illyrië, aan de Adriatische Zee. Uit die streek komt keizer Justinianus. Hij laat het Romeinse recht tussen 528 en 534 officieel vastleggen in wetboeken. Zo’n wetboek heet een codex. Die Codex van Justinianus bestaat uit een leerboek voor studenten, een overzicht van de keizerlijke wetten en opinies van Romeinse rechtsgeleerden over allerlei mogelijke problemen. Het is in het Latijn geschreven. De nieuwe wetten die de keizer later uitvaardigt, de zogenaamde ‘Novellae’, moet hij hoofdzakelijk in het Grieks laten noteren. In de tweede helft van de 11e eeuw bestuderen rechtsgeleerden in West-Europa die codex. Vanaf de 12e eeuw nemen veel West-Europese landen grote delen van dat recht over. Een belangrijk element daarbij is dat het Romeinse recht de almacht van de keizer beklemtoont. De Europese vorsten willen maar al te graag dat principe invoeren.

OPDRACHT 3

Bron (…) in alles wat er bestaat, kan er niets gevonden worden dat meer aandacht verdient, dan het gezag van de wetgeving. Die wetgeving regelt op een goede manier alle zaken, of het nu over goddelijke of menselijke zaken gaat. Die wetten verdrijven alle onrecht. We hebben

34

LES B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten


tu k

ondervonden dat de hele wetgeving, die tot ons is gekomen vanaf de stichting van de stad Rome en de tijd van Romulus, enorm verwarrend is. Dat komt omdat die wetgeving tot in het oneindige was uitgebreid. Het is onmogelijk voor een mens om dat allemaal te kennen. Dat bracht ons ertoe om te beginnen met het onderzoek van welke wetten er werden uitgevaardigd door vroegere (…) keizers, om hun wetteksten te corrigeren en ze samen te brengen in een duidelijke volgorde. (…) Wanneer al het overbodige, de herhalingen en de tegenstrijdigheden zijn verwijderd, kunnen de wetteksten alle mensen helpen om hun ware betekenis te begrijpen. Vrij vertaald uit: Voorwoord van keizer Justinianus bij de Digesten, december 530

Justinianus legt uit wat hij al gedaan heeft. De ‘Digesten’ zijn een verzameling van teksten van Romeinse rechtsgeleerden.

ds

- Onderstreep twee doelen van wetgeving in het algemeen.

- Justinianus beschouwt zich als een echte Romein. Toon aan met een voorbeeld uit de bron.

el dh oo f

- Wat is het doel van de Codex Justinianus volgens de keizer?

3

Godsdienst in het Oost-Romeinse Rijk

Bron

vo

or

OPDRACHT 4

be

Het christendom is in het Oost-Romeinse Rijk de staatsgodsdienst. De keizer is het hoofd van de staat én van de Kerk (caesaropapisme). Hij is de vertegenwoordiger van God op aarde. De Oost-Romeinen of Byzantijnen menen dat zij het ware geloof (orthodoxie) hebben. De patriarch van Constantinopel staat onder de keizer en leidt de Oost-Romeinse Kerk voor hem. Het Grieks is de taal van de Kerk. In West-Europa wint de bisschop van Rome, de paus, aan macht en aanzien. Hij wordt de leider van de westelijke christelijke Kerk. Die Kerk maakt gebruik van het Latijn. Geleidelijk aan wordt de kloof tussen de christenen in West-Europa en de christenen in het OostRomeinse Rijk (of Byzantijnse Rijk) groter. Mozaïek van keizer Justinianus met gevolg, afgewerkt in 547, in de kerk van San Vitale in Ravenna, Italië

Ravenna blijft vrij lang in Byzantijnse handen. Generaal Belisarius verovert de stad in 540. Pas in de 8e eeuw geven de Byzantijnen de stad prijs aan de Langobarden. In en rond Ravenna getuigen gebouwen en kunstwerken van dat verleden.

B

De vroege middeleeuwen

35


- Keizer Justinianus is te herkennen aan zijn purperen mantel en aan een aureool. Waarvoor staat een aureool symbool? - Wat kun je daaruit besluiten over de Byzantijnse opvattingen over de keizerlijke macht?

4

Byzantijnse kunst

Bron 1 Icoon

Bron 2 Icoon

Mozaïek van Jezus met keizer Constantijn IX en

Mozaïek van de maagd Maria, Hagia

keizerin Zoë, Hagia Sophia, Istanboel, 11e eeuw

Sophia, Istanboel, 11e eeuw

© imageselect

el dh oo f

ds

OPDRACHT 5

tu k

De Byzantijnse kunst is bekend om zijn mozaïeken, iconen en koepelkerken. De koepelkerken hebben in het midden van het gebouw een koepel. De islamieten hebben zich bij de bouw van hun moskeeën waarschijnlijk gebaseerd op die koepelkerken.

Het einde van het Oost-Romeinse Rijk

or

5

be

Zoek de betekenis van het woord ‘icoon’ in deze context op.

vo

De Arabische veroveringen vanaf de 7e eeuw verzwakken het Oost-Romeinse Rijk. Met wisselend succes bevechten de Oost-Romeinen in de volgende eeuwen de Arabische en de Turkse legers. In de 13e eeuw nemen de kruisvaarders Constantinopel in en plunderen ze de stad. Het zal meer dan een halve eeuw duren vooraleer Constantinopel opnieuw heroverd kan worden als hoofdstad. Maar het Oost-Romeinse Rijk is dan al enorm verzwakt. Uiteindelijk veroveren de Turkse Ottomanen Constantinopel in 1453. Griekse vorsten blijven zich op verschillende plaatsen verzetten, maar tevergeefs. De Griekse cultuur blijft in het Ottomaanse Rijk wel bestaan en komt zelfs tot bloei. Vandaag noemen de Grieken de stad nog altijd Constantinopel, maar wij kennen de stad onder de naam Istanboel. In de 15e eeuw komen veel Oost-Romeinen in Italië en West-Europa terecht. In die periode begint men in plaats van het Oost-Romeinse Rijk ook de naam ‘Byzantijnse Rijk’ te gebruiken om een onderscheid te maken met het Romeinse Rijk uit de klassieke oudheid.

36

LES B1

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten


Bron 1a

Bron 1b

Hagia Sophia

tu k

OPDRACHT 6

Bron 2

el dh oo f

ds

In 532 wordt de Hagia Sophia, de Kerk van de Heilige Wijsheid, in Constantinopel volledig verwoest. Keizer Justinianus laat de kerk heropbouwen. De hoofdkoepel van de kerk is 56 m hoog en heeft een diameter van 31 m. Halfkoepels, tongewelven, zware muren en steunpilaren vangen de zijwaartse druk van de hoofdkoepel op. Nadat de Turken in 1453 Constantinopel veroveren, wordt de Hagia Sophia een moskee. In 1934 wordt het een museum. In 2020 doet de Hagia Sophia opnieuw dienst als moskee en dat op aandringen van de Turkse president Erdoğan.

be

In Constantinopel staat de mooiste kerk van de wereld, die van de heilige Sophia. En voor die kerk staat een beeld van verguld koper van de keizer [Justinianus] gekroond te paard. En vroeger droeg hij in zijn hand een vergulde ronde appel, maar die is lang geleden gevallen. Men zegt dat dat betekent dat de [Oost-Romeinse] keizer een groot deel van zijn land en heerschappij heeft verloren. Want vroeger was hij keizer van Rome, van Griekenland, van Klein-Azië en van geheel Syrië en van het Joodse land, waar Jeruzalem is, van het land van Egypte, van Arabië en van Perzië. Maar nu heeft hij alles verloren behalve Griekenland alleen en het land dat daartoe behoort. Men heeft dikwijls geprobeerd de appel terug te plaatsen in zijn hand, maar die appel wilde daar niet blijven. Die ronde appel heeft als betekenis de heerschappij die hij had in de wereld die rond is.

Uit: N.A. Cramer, ed., De reis van Jan van Mandeville, naar de Middelnederlandse handschriften en

or

incunabelen, 1908, Leiden

vo

Het reisverhaal Jan van Mandeville is oorspronkelijk in het Frans geschreven. De tekst is talloze keren overgeschreven en vertaald, ook naar het Nederlands. Hij schrijft zelf dat hij zijn werk in 1356 heeft geschreven. Een groot deel van zijn verhaal is fictie. In dit geval is het beeld niet van koper, maar van steen, bedekt met bronzen platen. Hieronder kun je het eerste deel van die bron lezen in het Middelnederlands.

Te constantinoplen is die scoonste kerke die in die werelt is die is van sente sophien. Ende voor dese kerke soe staet een beelt van copren vergult ghemaect naden keyser te paerde ghecroont. Ende hi plach te houden in sijn hant enen vergulden ronden appel, mar hi is wt gheuallen, dies is langhe tijt leden. Ende men seyt, dat bediet, dat die keyser heeft verloren een groot deel van sinen lande ende van sijnre heerscapien. (...)

B

De vroege middeleeuwen

37


tu k

Bron 3

Tekening van ca. 1430 van het ruiterstandbeeld van keizer Justinianus, geplaatst op een zuil bij de Hagia Sophia

Op zijn hoofd heeft de keizer pauwenveren.

ds

- Onderstreep in de bron de gebieden die de Oost-Romeinen in de 14e eeuw volledig verloren hebben.

el dh oo f

- Benoem en omschrijf het symbool dat de keizer in zijn linkerhand heeft.

- Waarvan is dat voorwerp het symbool?

- In welk jaar verliezen de Oost-Romeinen Constantinopel? Wat gebeurt er dan met de Hagia Sophia?

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

be

KENNEN

1 de begrippen ‘codex’, ‘icoon’ en ‘rijksappel’ uitleggen 2 drie redenen geven waarom Constantijn van Byzantium zijn hoofdstad maakt

1 met behulp van een kaart de strategische ligging van Constantinopel uitleggen 2 vragen bij een historische kaart over het Byzantijnse Rijk oplossen

3 verklaren waarom het Oost-Romeinse Rijk de volksverhuizingen overleeft 4 twee belangrijke verwezenlijkingen van Justinianus opnoemen en uitleggen 5 de verhouding tussen de keizer en de orthodoxe Kerk uitleggen 6 drie soorten van Byzantijnse kunstvoorwerpen opnoemen

3 informatie opzoeken 4 een kunstvoorwerp met behulp van een observatieschema beschrijven 5 een geschreven bron met een materiële bron vergelijken

or vo 38

LES B1

KUNNEN

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES B1 SCHEMA

tu k

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten 1 Constantijn bouwt een nieuwe hoofdstad

Keizer Constantijn kiest in het oosten de Griekse stad Byzantium als zijn nieuwe hoofdstad. • 330: Constantinopel of ‘stad van Constantijn’ = goed verdedigbaar (stadsmuren)

ds

Oost-Romeinse Rijk overleeft de volksverhuizingen: • strategische ligging van Constantinopel • behendige diplomatie van de keizer • niet dezelfde economische en demografische achteruitgang als het West-Romeinse Rijk

el dh oo f

Keizer Justinianus (527-565) • veroveringen: Noord-Afrika, Italië en het zuiden van Spanje

2 Justinianus legt het Romeinse recht vast

Codex Justinianus (528-534): verzameling Romeinse wetteksten bestaat uit • leerboek voor studenten • overzicht keizerlijke wetten • opinies van Romeinse rechtsgeleerden over allerlei mogelijke problemen Vanaf de 12e eeuw nemen West-Europese landen grote delen van dat recht over.

3 Godsdienst in het Oost-Romeinse Rijk

be

Het christendom is staatsgodsdienst in het Oost-Romeinse Rijk.

West-Europese Kerk

Keizer • hoofd van de staat en van de Kerk • vertegenwoordiger van God op aarde Patriarch leidt de Kerk voor de keizer. Grieks

Bisschop van Rome = de paus • wint aan macht en aanzien. Latijn

vo

or

Byzantijnse Kerk

4 Byzantijnse kunst mozaïeken, iconen en koepelkerken Justinianus laat de Hagia Sophia (532-537) in Constantinopel heropbouwen.

5 Het einde van het Oost-Romeinse Rijk • Arabieren (vanaf de 7e eeuw) en Turken (vanaf 11e eeuw) veroveren grote delen van het Oost-Romeinse Rijk. • Turkse Ottomanen veroveren in 1453 Constantinopel. B

De vroege middeleeuwen

39


el dh oo f

Hoe komt het dat het Frankische Rijk blijft bestaan? Wie leidt het rijk? Welke rol speelt de christelijke Kerk bij de Franken? Hoe wordt het rijk bestuurd? Hoe zijn de Franken economisch georganiseerd? Wat gebeurt er op cultureel vlak? Komt er een einde aan het rijk?

tu k

De meeste Germaanse rijken in West-Europa verdwijnen na een tijdje. De Franken slagen er wel in om een rijk te stichten dat voor lange tijd blijft bestaan.

ds

B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen

0 0

10

±

±

9

0

0

0

0

8

1

75

±

4

8

0

Kaartnr(s).

DE FRANKEN

MEROVINGERS

keizerskroning Karel de Grote

De Merovingers stichten een koninkrijk

be

1

KAROLINGERS

or

De Franken wonen oorspronkelijk langs de Rijn. In de 4e eeuw mogen volledige Frankische stammen zich in de West-Romeinse provincie ‘Belgica’ vestigen. Zij moeten een deel van de Romeinse grens helpen verdedigen tegen andere stammen. Al heel vlug breiden ze hun eigen grondgebied uit.

vo

De Franken vormen aanvankelijk geen politieke eenheid. Het Frankische gebied bestaat uit verschillende koninkrijkjes, die elk bestuurd worden door een familie- of een stamhoofd. Chlodovech (reg. ca. 481-511), het hoofd van de familie van de Merovingers, verovert een steeds groter gebied en schakelt alle andere Frankische koningen uit. Zijn zonen zetten de veroveringen verder. De Merovingers controleren uiteindelijk Gallië en het Rijnland. Dat gebied wordt het Frankische koninkrijk. Vanaf de 6e eeuw beschouwt men alle inwoners van het Frankische Rijk, ongeacht hun taal of afkomst, als Franken. De koningstitel wordt via erfenis doorgegeven van vader op zoon. We noemen dat een erfelijk koningschap. Bij de Franken erven alle zonen. Het koninkrijk wordt daardoor soms in stukken opgedeeld. Soms slaagt een koning er via oorlog en erfenis in om het volledige koninkrijk weer onder zijn gezag te krijgen.

40

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


Bron 2

Tekening, 14e eeuw, uit Les Grandes Chroniques de France de Charles V

Bewerking van Gregorius Van Tours, Geschiedenis van de Franken

Gregorius (538-594) komt uit een belangrijke Gallo-Romeinse familie. Hij wordt bisschop van Tours, een zeer belangrijke functie binnen de Kerk en in het Frankische Rijk. Gregorius kent verschillende Merovingische koningen persoonlijk. Zijn werk is een van de weinige geschreven bronnen over de Franken in de 6e eeuw. Gregorius gebruikt zowel persoonlijke ervaringen als bronnen. Voor zaken waar hij zelf weinig van weet, die hij niet zelf heeft meegemaakt of waarover hij geen bronnen vindt, baseert hij zich op geruchten en roddels. Ook al wat christelijk is, vindt hij zeer belangrijk.

el dh oo f

Dit is een rijk geïllustreerd manuscript gemaakt in opdracht van de Franse koning Charles V tussen 1370 en 1379. Boven de tekening kun je lezen: puis comment il se venga de celui qui le contredist (en hoe hij zich wreekt op diegene die hem tegenspreekt).

De bisschop van de beroofde kerk vraagt aan Chlodovech de vaas terug. Bij het verdelen van de buit vraagt de Frankische aanvoerder zijn mannen om hem de vaas te geven bovenop zijn gewoon deel van de krijgsbuit. De meesten gaan akkoord en juichen hem toe. Eén krijger schiet echter naar voren en slaat de vaas stuk. Terwijl hij dat doet, roept hij: ‘Jij gaat niet meer dan jouw rechtmatig deel ontvangen!’ Chlodovech blijft kalm en zendt de brokstukken naar de bisschop. Later op het jaar houdt hij een wapeninspectie. Hij keurt de bijl van dezelfde krijger af en gooit het wapen op de grond. Terwijl de man het wapen opraapt, splijt Chlodovech zijn schedel met een bijl en roept: ‘Dat is wat jij met de vaas deed in Soissons.’

tu k

Bron 1

ds

OPDRACHT 1

be

- Omcirkel het juiste antwoord en motiveer je antwoord. Bron 1 is een primaire – secundaire bron. Bron 2 is een primaire – secundaire bron.

or

- Vergelijk bron 1 met het verhaal in bron 2. Wat klopt er niet in bron 1? TIP Let op de wapens.

vo

- Lees de contextinformatie bij bron 2. Waarom moet je kritisch zijn tegenover wat Gregorius schrijft? Kruis aan. Gregorius durft geruchten en roddels gebruiken. Hij kent Chlodovech persoonlijk.

- Waarom gebruiken historici het werk van Gregorius, zelfs als het niet zo betrouwbaar is? Onderstreep het antwoord in de uitleg over Gregorius.

B

De vroege middeleeuwen

41


2

De Franken bekeren zich tot het christendom De Germaanse stammen aanbidden aanvankelijk verschillende goden. De christelijke Kerk aanbidt slechts één God (monotheïsme). Zij stuurt geestelijken, missionarissen genoemd, naar de Germanen en probeert ze zo te christianiseren. Geleidelijk aan lukt dat. Ook koning Chlodovech bekeert zich.

Beluister het verhaal van Dirk Bracke over de doop van Chlodovech. - Tegen wie vechten de Franken? - Welk geloof heeft Clotilde?

VERHAAL

el dh oo f

- Waarom wil Chlodovech de veldslag winnen?

ds

OPDRACHT 2

tu k

De christelijke Kerk behoudt veel van de Romeinse gebruiken: het Latijn blijft bijvoorbeeld in het westen de taal van de Kerk. Ze gebruikt ook het schrift om belangrijke beslissingen, gebeurtenissen en ideeën op te schrijven. De Frankische koningen maken dankbaar gebruik van geestelijken om een deel van hun wetten te laten opschrijven. Bisschoppen en abten zijn ook belangrijke raadgevers.

- Welke belofte maakt Chlodovech?

- Welke twee voordelen krijgt Chlodovech als hij christen wordt?

be

- Men vecht tijdens een groot deel van de middeleeuwen te voet. Paarden dienen om de krijgers over het slagveld te verplaatsen. Welk historisch foutje staat er dan in het verhaal over de aanval van de Visigoten?

Grootgrondbezit is belangrijk

or

3

vo

Grondbezit garandeert rijkdom en macht. In het gebied tussen de rivieren de Loire en de Rijn worden een klein aantal heren eigenaar van uitgestrekte domeinen. De domeinen breiden zich uit ten nadele van de kleine boerderijen. De kleine boeren staan hun grond af in ruil voor bescherming, of omdat hun opbrengsten te laag zijn. Ze hopen een beter leven te hebben als ze werken voor een machtige grondheer. De meeste boeren zijn horigen: in ruil voor een hoeve en de bescherming van de heer moeten ze diensten (zoals de grond van de heer bewerken) en betalingen in natura leveren. Behalve boeren wonen er op het domein ook ambachtslieden zoals een smid, een timmerman, een pottenbakker ... Men streeft lokaal naar een zelfvoorzienende of gesloten economie: de opbrengsten van het domein dienen hoofdzakelijk voor de eigen behoeften van de bewoners. Handelaars leveren producten die een domein niet zelf voorbrengt. Ze verhandelen ook goederen die een heer wenst te verkopen (een deel van de oogst, gebruiksvoorwerpen ...).

42

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


OPDRACHT 3

Schematische voorstelling van een domein Opmerking: In werkelijkheid liggen de drie delen door elkaar. - Uit welke drie delen bestaat een domein? - Wat is een ‘mansus’?

tu k

- Waaruit bestaat een tenure? - Waar zou de heer van het domein wonen?

en het vee te laten grazen?

De Karolingers komen aan de macht

el dh oo f

4

ds

- Welk deel van de drie wordt niet bewerkt en mag gebruikt worden om hout te sprokkelen

De macht van de Merovingische koning neemt vanaf de 7e eeuw af: de koningen organiseren nog maar zelden veroveringstochten en verwerven geen prestige meer op het slagveld. Zij verarmen doordat ze medewerkers voor hun trouw belonen met landerijen en andere rijkdommen. Na verloop van tijd besturen rijke hofmeiers de vorstendommen in plaats van de koningen. Een hofmeier is oorspronkelijk een soort beheerder van de koninklijke bezittingen. In 751 bestijgt een familie van hofmeiers, de Karolingers, de troon. De paus steunt hen in ruil voor hulp tegen de Langobarden, een Germaans volk dat Noord-Italië verovert. De Karolingers versterken het koninklijke gezag en breiden het Frankische Rijk verder uit. In 800 wordt de Karolinger Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond. Het Frankische Rijk wordt daarmee de politieke erfgenaam van het West-Romeinse Rijk.

be

Bron

[De laatste Merovingische koning] werd afgezet op bevel van Stephanus, paus in Rome. Zijn haar werd kort geschoren en hij werd in een klooster opgesloten (751). De Merovingers bezaten geen enkel machtsmiddel meer (...). Het enige wat de koning nog overbleef, was dat hij (...) op zijn troon zat om de rol van regeerder te spelen (...) zoals men hem had voorgedaan of zelfs had opgedragen. Behalve die inhoudsloze koningstitel en de krappe vergoeding (...) die de hofmeier hem verleende, had de vorst geen enkel bezit, afgezien van een enkel landgoed met een zeer kleine jaarlijkse opbrengst.

vo

or

OPDRACHT 4

Bewerking van Einhard, Het leven van Karel de Grote, inleiding, ca. 830

De geleerde Einhard (770-840) komt uit de Mainstreek (nu Duitsland) en is een belangrijke medewerker van Karel de Grote en zijn opvolger Lodewijk de Vrome. Einhard schrijft de biografie omstreeks 830 in opdracht van Lodewijk de Vrome. In zijn werk wil hij vooral Karel ophemelen.

- Op wiens bevel wordt de Merovingische koning afgezet?

B

De vroege middeleeuwen

43


- Wat gebeurt er met de afgezette koning? - Lees de informatie over de auteur. Waarom mag je twijfelen over wat hij in de bron vertelt?

el dh oo f

- Geef drie gebieden of volkeren die door de Karolingers zijn onderworpen.

tu k

- ‘Onze gewesten horen al lang bij het Frankische Rijk.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

ds

OPDRACHT 5

Het Frankische Rijk van de 5e tot de 9e eeuw

- Onderstreep de hedendaagse landen die in het Karolingische Rijk liggen (ook al is het maar een klein deeltje). België – Duitsland – het Verenigd Koninkrijk – Frankrijk – Ierland – Italië – Nederland – Luxemburg –Polen – Spanje

Het bestuur van het Karolingische Rijk

be

5

or

De Frankische koning (of keizer) heeft alle macht en beschouwt het rijk als zijn persoonlijk bezit. Bij zijn dood wordt het rijk verdeeld over al zijn mannelijke erfgenamen. De koning is de hoogste bestuurder, wetgever en rechter. Hij regeert niet vanuit een vaste hoofdstad. Het koninklijk hof verbruikt meer voorraden dan één landgoed kan voortbrengen. De hele hofhouding reist daarom van het ene landgoed naar het andere. Dat is gemakkelijker dan de voorraden te verplaatsen.

vo

Het rijk wordt ingedeeld in gouwen (provincies), waar gouwgraven of hertogen de bevelen van de koning uitvoeren. De Karolingers richten in grensgebieden marken op. Daar gaan Frankische krijgers met hun gezin wonen. Een mark dient om het rijk te beschermen tegen invallers en wordt bestuurd door een markgraaf. Hertogen en markgraven hebben dezelfde taken als een gouwgraaf, maar commanderen ook nog een Frankisch leger. Onder Karel de Grote (768-814) controleren inspecteurs, zendgraven genaamd, of de graven, hertogen en markgraven de bevelen van de koning wel uitvoeren. Om de rechtspraak te vergemakkelijken laten de Frankische koningen een deel van de wetten en gewoonten opschrijven.

44

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


Bron 1 De Salische wet

Bron 2

ds

• Als iemand een koe of een os steelt, bedraagt het weergeld [schadevergoeding] 35 solidi [goudmunten]. • Als iemand volgens koninklijke voorschriften gedagvaard wordt [voor een rechtbank moet verschijnen] en niet verschijnt, (...) wordt hij, wanneer hij geen aanvaardbare verontschuldigingen kan inroepen, veroordeeld tot het betalen van 600 denarii [zilvermunten] of 15 solidi. • Als iemand een vrij man overvalt en berooft , (...) wordt hij (...) veroordeeld tot het betalen van 2 500 denarii of 62,5 solidi. Maar als een Frank een Romein berooft, (...) wordt hij veroordeeld tot het betalen van 1 200 denarii of 30 solidi. • Als iemand een ander aan het hoofd verwondt, op een manier dat de hersenen te voorschijn komen, (...) wordt hij veroordeeld tot het betalen van 1 200 denarii of 20 solidi.

tu k

OPDRACHT 6

el dh oo f

Een kopie van de Lex Salica

Een uittreksel uit de Lex Salica

Historici vermoeden dat de Salische wet in de 4e eeuw ontstond als een reglement voor Frankische troepen aan de Rijn. De wet wordt later aangepast, uitgebreid en op bevel van Chlodovech omstreeks 507 opgetekend. De originele Salische wet bevat waarschijnlijk 65 artikels.

uit 793, handschrift van Vandalgrius, bewaard in St. Gallen

- Rechts zie je hoe de wet er in de tijd van de Franken uitzag. Hoe wordt de wet door de auteurs van STORIA HD gepresenteerd opdat je hem gemakkelijker kunt interpreteren?

be

- Omschrijf in je eigen woorden wat de wet doet.

or

- Onderstreep in de wet een fragment dat aantoont dat er geen gelijkheid is tussen Franken en Romeinen.

De Friezen zijn belangrijke handelaars

vo

6

De meeste handelaars en ambachtslieden werken ook op de velden of hebben een eigen veestapel. De producten die de ambachtslieden voortbrengen (gereedschap, textiel, wapens ...) worden samen met eventuele landbouwoverschotten (van de domeinen) verhandeld. In het noorden van het Frankische Rijk spelen de Friezen een zeer actieve handelsrol. Zij zijn zowel boer of visser, als handelaar. De Friezen stichten bij de monding van Schelde, Maas en Rijn handelsnederzettingen, zoals Dorestad en Tiel. Zij verwerven, met Vikingen als tussenpersonen, allerlei luxegoederen (zijde, peper, ivoor ...) uit het Oost-Romeinse Rijk en het Midden-Oosten. Soms nemen de Friezen deel aan de plundertochten van de Vikingen, en soms worden ze zelf het slachtoffer van de aanvallen van de noorderlingen. In het zuiden van het Frankische Rijk blijven oude steden zoals Marseille en Genua een belangrijke rol in de handel spelen. B

De vroege middeleeuwen

45


OPDRACHT 7

De Rijn spreekt tot de Elzas: ‘Het was een nuttig besluit uw wijn aan de Friezen en andere schippers te verkopen’ (...) Friesland spreekt tot de Elzas: ‘Ik kleed mijn bewoners met bontgekleurde klederen die U nooit bekend geweest zouden zijn [zonder de Rijn] (...) In ruil voor uw goud brengen wij schitterende edelstenen.’ Bewerking van de dichter Ermoldus Nigellus, Carmina, 9e eeuw

- In welk hedendaags land ligt de Elzas?

- Geef twee producten uit de Elzas.

7

el dh oo f

Een heropleving van de cultuur

ds

- Geef twee producten die de Friezen verhandelen.

tu k

- Welke rivier is een belangrijke verkeersweg bij die handel?

Het Karolingische Rijk telt honderden abdijen. Enkele grote abdijen en het koninklijk hof spelen een belangrijke rol in de heropleving van de cultuur vanaf de 8e eeuw. Geleerden schrijven er boeken en verzamelen zoveel mogelijk klassieke literatuur. Abdij- en kathedraalscholen onderwijzen de zeven vrije kunsten (filosofie, redenaarskunde, spraakkunst, meetkunde, rekenkunde, muziek en astronomie). Kunstenaars en bouwmeesters vervaardigen op basis van Romeinse voorbeelden nieuwe beeldhouwwerken en gebouwen. In de gebouwen gebruikt men dikwijls onderdelen van oude Romeinse gebouwen. De heropleving is echter beperkt: buiten het hof en de abdijen zijn weinig geleerden en kunstenaars actief. De zeven vrije kunsten worden slechts gedeeltelijk aangeleerd: in plaats van muziek geeft men bijvoorbeeld zangles, in plaats van astronomie doet men aan kalenderberekeningen ... Bron De paltskapel in Aken (Duitsland)

be

OPDRACHT 8

or

Bewijs met twee elementen van het gebouw dat men zich baseert op de klassieke kunst.

vo

46

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen


8

Het Karolingische Rijk valt uiteen Karel de Grote is net zoals zijn voorgangers een vorst die regelmatig op veroveringstocht vertrekt. Dat zorgt ervoor dat zeer veel krijgers en bestuurders hem trouw blijven. Ze willen immers de kans op een rijke oorlogsbuit niet laten schieten.

tu k

Lodewijk de Vrome (reg. 814-840), zoon en opvolger van Karel de Grote, heeft meer interesse voor godsdienstige zaken en verwaarloost het bestuur van zijn rijk. Hij voert weinig oorlog en controleert de plaatselijke bestuurders minder. De slechte staat van het wegennet en de uitgestrektheid van het rijk bemoeilijken de contacten. De plaatselijke bestuurders doen meer en meer hun zin.

OPDRACHT 9

Het Verdrag van Verdun (843)

el dh oo f

- Wie krijgt wat? Vul de tabel aan.

ds

De zonen van Lodewijk maken nog tijdens zijn leven openlijk ruzie over de verdeling van het rijk. Drie jaar na zijn dood komen ze tot een akkoord. In het ‘Verdrag van Verdun’ (843) verdelen zij het Frankische Rijk in drie delen. Het middelste stuk valt later verder uiteen in kleinere vorstendommen. De twee andere delen leggen de basis voor het hedendaagse Frankrijk en Duitsland.

Karel de Kale Lotharius

Lodewijk de Duitser

- In welk gebied ligt het grootste deel van onze gewesten?

be

- Geef de naam van drie buitenlandse groepen die het Frankische Rijk in de 9e eeuw aanvallen.

or

- Met welk hedendaags land komt West-Francië grotendeels overeen? Onderstreep het juiste antwoord.

vo

België – China – Duitsland – Frankrijk – Italië – Zweden - Wie van de zonen krijgt de keizerstitel?

B

De vroege middeleeuwen

47


ONWAARSCHIJNLIJK! Waar zijn de Franken gebleven? Na de 8e eeuw vertalen historici over het algemeen het Latijnse ‘Franci’ in ‘Fransen’. De Franken worden dus Fransen. De inwoners van Oost-Francië noemt men Duitsers, net zoals hun koning Lodewijk door ons ‘de Duitser’ wordt genoemd. De bewoners van de Duitse provincie Frankenland blijft men wel Franken noemen.

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

12 de verdeling van het Karolingische Rijk schetsen

el dh oo f

KENNEN

ds

tu k

Op het vlak van taal zijn de Vlamingen en een deel van de Nederlanders de directe afstammelingen van de Merovingers en Karolingers. Het Nederlands wordt ook wel ‘Neder-Frankisch’ genoemd. In het moderne Arabisch noemt men Europa nog altijd ‘Firanja’, afgeleid van Francia.

vo

or

be

1 de begrippen ‘rechtspraak’, ‘filosofie’, ‘handel’ en ‘lokaal’ uitleggen 2 de begrippen ‘christianiseren’, ‘hofmeier’, ‘gouw’, ‘mark’, ‘gouwgraaf’, ‘markgraaf’, ‘hertog’, ‘domein’ en ‘zelfvoorzienende economie’ uitleggen 3 uitleggen wie de Franken, de Merovingers en de Karolingers zijn en ze in de tijd situeren 4 de rol van de christelijke Kerk in het bestuur uitleggen 5 het economisch systeem van het domein uitleggen 6 de opkomst van de Karolingers schetsen 7 de bestuurlijke organisatie van het rijk uitleggen 8 uitleggen hoe er in het rijk handel gedreven wordt 9 drie voorbeelden van de culturele heropleving onder de Karolingers geven 10 aantonen dat de culturele her­ opleving haar beperkingen heeft 11 vier oorzaken van de verbrokkeling van het Karolingische Rijk opnoemen

48

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen

13 het ontstaan van ‘Frankrijk’ en ‘Duitsland’ verklaren 14 een politiek, sociaal, economisch en cultureel kenmerk van het Frankische Rijk geven

KUNNEN

1 een eenvoudig schema met de structuur van het domein tekenen 2 de veranderingen aan het territorium van het Frankische Rijk schetsen met behulp van een kaart 3 bronnen vergelijken en indelen op vlak van soort, inhoud, betrouwbaarheid en presentatie 4 de betrouwbaarheid, het doel en de bruikbaarheid van een bron om een historische vraag op te lossen inschatten

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES B2 SCHEMA

1 De Merovingers stichten een koninkrijk

tu k

De Franken, nieuwe heersers in het westen

ds

De Franken = stammen bij de Rijn • 4e eeuw: volledige Frankische stammen als Romeinse bondgenoten in Belgica • geen eenheid: verschillende koninkrijkjes o.l.v. verschillende families

el dh oo f

De Merovingers = Frankische familie • Stamhoofd en krijgsheer Chlodovech schakelt alle andere Frankische vorsten uit. • Ze controleren heel Gallië + Rijnland (5e eeuw). • Gallo-Romeinen en Franken aanvaarden hen als koning. • Het koningschap is erfelijk, alle zonen erven.

2 De Franken bekeren zich tot het christendom

Germaanse stammen aanbidden verschillende goden. Christelijke Kerk: monotheïsme • missionarissen om Germanen te christianiseren Germanen (ook Chlodovech) bekeren zich geleidelijk. • behoud van Romeinse gebruiken: Latijn, schrift Frankische koningen gebruiken geestelijken.

be

3 Grootgrondbezit is belangrijk

vo

or

Grondbezit = rijkdom en macht. Uitgestrekte domeinen tussen Loire en Rijn • uitbreiding ten nadele van de kleine boerderijen • Meeste boeren zijn horigen. - hoeve + bescherming van de grondheer - diensten en betalingen in natura • een zelfvoorzienende of gesloten economie • drie delen: vroonhof, tenures (mansus + grond) en woeste gronden

4 De Karolingers komen aan de macht Afname macht Merovingische koning (vanaf 7e eeuw) bestuur in handen van rijke hofmeiers 751: Karolingers, familie van hofmeiers, op de troon • steun van de paus in ruil voor hulp tegen de Langobarden

B

De vroege middeleeuwen

49


800: Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond Frankische Rijk = politieke erfgenaam van het West-Romeinse Rijk

5 Het bestuur van het Karolingische Rijk

rijk ingedeeld in gouwen en marken

plaatselijke bestuurders: (gecontroleerd door zendgraven)

gouwgraaf hertog markgraaf

ds

tu k

Frankische koning of keizer: • alle macht • rijk = persoonlijk bezit • opperste bestuurder, rechter en wetgever • geen vaste hoofdstad moet verschillende delen van rijk in het oog houden

commanderen een Frankisch leger

el dh oo f

6 De Friezen zijn belangrijke handelaars

Rol in de handel: Friezen • verkopen producten van ambachtslieden + landbouwoverschotten; • stichten in onze streken handelsnederzettingen bij monding grote rivieren; • verwerven via Vikingen als tussenpersonen luxegoederen uit Midden-Oosten en Oost-Romeinse Rijk.

7 Een heropleving van de cultuur

be

Abdijen en koninklijk hof culturele heropleving • geleerden schrijven er boeken • verzamelen klassieke literatuur • onderwijzen de ‘zeven vrije kunsten’ • kunstenaars en bouwmeesters: nieuwe gebouwen (naar Romeins voorbeeld)

vo

or

Beperkingen • buiten hof en abdijen weinig geleerden en kunstenaars • zeven vrije kunsten: slechts gedeeltelijk aangeleerd

8 Het Karolingische Rijk valt uiteen Lodewijk de Vrome (814-840): zoon en opvolger van Karel de Grote • verwaarloost het bestuur • contacten moeilijk de plaatselijke bestuurders doen meer en meer hun zin. Verdrag van Verdun (843): verdeling van het Frankische Rijk in drie delen: West-Francië = Frankrijk, Midden-Francië, Oost-Francië = Duitsland

50

LES B2

De Franken, nieuwe heersers in het westen

B