a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D

MAART ‘20

CHEMIE Duurzaamheidsrapport Kwestie van de juiste ‘reactie’

Chemie voor de klas Meer O2 voor onze jongeren

Kunststofsector gaat circulair Innovaties in chemische recyclage

JAN VAN HAVENBERGH ”We zouden het comfort en de welvaart van vandaag niet hebben zonder chemie en plastics.” LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE. #FOKUSCHEMIE

Your Peptide needs, from the Simplest to the Most Complex Peptides, PolyPeptide provides Global Support for a Quality Solution. BELGIUM – FRANCE – INDIA - SWEDEN - USA

www. po l ypept id e. co m


02

EDITORIAL LEENTJE CROES

FOKUS-ONLINE.BE

04

06

08

14

LEES MEER... 04 Het nieuwe duurzaamheidsrapport 06 De chemiesector staat voor de klas 08

Profielinterview: Jan Van Havenbergh, Catalisti

12 Expertpanel: Veiligheid en preventie

De sleutel tot een duurzame samenleving Duurzame chemie is de sleutel tot een klimaatneutrale en circulaire economie. Er rust een grote taak op de schouders van onze chemische industrie. We zijn ons hiervan bewust, meer nog: we gaan deze gigantische uitdaging niet uit de weg.

14

Saskia Walraedt: De Belgische kunststofsector

omarmt de circulaire economie

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST:

J

en haar eigen productieprocessen radicaal transformeert. Hiervoor is veel innovatie en onderzoek nodig.

e leest dit artikel misschien in je warme thuis, op je smartphone of tablet. Zo dadelijk maak je een verplaatsing met de wagen of de fiets. Tijdens de middag geniet je van een lekkere salade die veilig verpakt was en vers bewaard bleef in een herbruikbare doos, gemaakt uit kunststof. Al die producten worden gemaakt van grondstoffen uit de chemie. Er zit chemie in zowat alles rondom ons. De sleutel tot een duurzame samenleving ligt bij een innovatieve chemische industrie: energie-efficiënt bouwen, batterijen die langer meegaan, lichtgewicht materialen voor wagens die minder energie verbruiken, de wieken van windmolens, recycleerbare plastics… De voorbije decennia heeft de chemiesector al veel innovatieve producten op de markt gebracht en substantiële verbeteringen in haar productieprocessen doorgevoerd. De sector produceert steeds meer met minder energie, minder CO2 en minder afval. De chemiesector is ook de drijvende kracht achter het ambitieuze Moonshot-programma dat de Vlaamse overheid vorig jaar heeft opgestart. Het doel: doorbraaktechnologieën ontwikkelen voor een koolstofcirculaire en CO2arme industrie. Kortom, er worden grote inspanningen geleverd. Maar er mag niet worden vergeten wat de omvang is van de uitdaging die voor ons staat. De verwachtingen staan hooggespannen en de chemiesector in Vlaanderen wil haar verantwoordelijkheid nemen. Een klimaatneutraal Europa zal alleen mogelijk zijn als de chemiesector klimaatvriendelijke producten aanlevert

Vlaanderen heeft de ambitie om innovatiekampioen te worden.

Een transitie van deze omvang wordt niet gerealiseerd door één individueel bedrijf. Samenwerking is de sleutel tot succes. Duurzaam en circulair ondernemen is geen solo-activiteit. Enkel door samen te werken, binnen de sector en ook over verschillende sectoren heen, kan de doelstelling van een duurzame chemische industrie bereikt worden. Er zijn verschillende initiatieven om die samenwerking te stimuleren. Zoals de speerpuntcluster Catalisti, die open innovatieprojecten in chemie en kunststoffen opzet en het Vlaamse Moonshot-programma in goede banen leidt, en ook BlueChem, de incubator voor duurzame chemie die start-ups en groeibedrijven helpt om hun duurzame innovaties sneller op de markt te brengen. BlueChem opent overigens eind april haar deuren op het nieuwe eco-effectieve bedrijventerrein Blue Gate Antwerp. Ik hoor je al denken: ‘Wanneer gaan de oplossingen er zijn?’ Er is inderdaad geen tijd te verliezen, daarom zet de chemische industrie zwaar in op innovatie. Vlaanderen is vandaag al wereldkampioen in chemieproductie, met de ambitie om ook de innovatiekampioen te worden dankzij excellent onderzoek. Zo wordt de chemische industrie ook dé gangmaker van een duurzame en circulaire economie. TEKST LEENTJE CROES, MANAGER BLUECHEM

Hannes Dedeurwaerder Marleen Walravens Frédéric Clijmans COVERBEELD: Ian Hermans VORMGEVING: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Corelio

SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Cheryll Smolders Project Manager


WATERZUIVERING GRONDSTOFFEN

#FOKUSCHEMIE

Afvalwater, een verborgen goudmijn

W

ie ons afvalwater goed doorzoekt – al raden we niet aan dat je dit thuis zelf probeert – zal ontdekken dat er heel wat waardevolle metalen in te vinden zijn. Belgische en Nederlandse onderzoekers proberen nu manieren te vinden om die metalen eruit te vissen en opnieuw te gebruiken.

nanodeeltjes ontwikkelen met daarop een molecuul dat specifiek één element bindt, zoals bijvoorbeeld goud. Eenmaal het goud gebonden is, vissen we de nanodeeltjes met een magneet weer uit de oplossing”, legt Brion uit. Momenteel zit het onderzoek nog in de labo-fase, en is er nog niets in de praktijk getest.

Het project van de VUB en ULB, met de naam SUBLIMUS, probeert een duurzaam en goedkoop proces te ontwikkelen waarmee we goud en zilver zouden kunnen oogsten uit restjes slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Primaire grondstoffen worden alsmaar schaarser. De meeste mijnen zullen binnen 20 jaar stilaan uitgeput raken, waardoor het belangrijk wordt om metalen te verkrijgen uit andere bronnen en die te hergebruiken. Sinds maart onderzoeken Belgische wetenschappers aan de VUB of het mogelijk is om die metalen uit ons afvalwater te halen. Daarbij richten ze zich vooral op de waardevolle edelmetalen: goud, zilver en platina. Die komen het vaakst voor in het slib, een afvalproduct van de waterzuivering dat ontstaat wanneer bacteriën alle organische stoffen in het water afbreken. Slib werd gebruikt als meststof in de landbouw, maar door de aanwezigheid van metaal is dat nu verboden, en moet het slib worden verbrand. Natacha Brion, coördinator van het project en onderzoeker in de groep Analytische- Milieu- en Geochemie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) betreurt in een gesprek met NEMO Kennislink het feit dat we slib verbranden: “In een ton slib zit 0,5 tot 1 gram goud en 7 tot 10 gram zilver. In een stad als Brussel, met 1 miljoen inwoners, zou je in een jaar al snel 5 tot 10 kilogram goud, 70 tot 100 kilogram zilver

Door metalen uit het slib te halen, kom je niet alleen de metaalschaarsheid tegemoet, maar maak je van een toxisch afvalproduct ook een volwaardige grondstofbron. en zeker een paar honderd gram platina kunnen winnen. Dat is een mooie winst, zeker als je bedenkt dat waterzuivering op dit moment alleen maar geld kost.” Het verwijderen van metalen zou kunnen betekenen dat we slib terug mogen gebruiken in de landbouw. “Door die metalen uit het slib te halen, kom je dus niet alleen de metaalschaarsheid tegemoet, maar maak je ook van een toxisch afvalproduct een volwaardige grondstofbron”, zegt Brion. Die metalen uit het slib halen, dat is andere koek. “Wij werken samen met microbiologen van Meurice R&D”, vertelt Brion. “Zij gebruiken speciale bacteriën die zwavel in het slib kunnen omzetten naar zwavelzuur, waarin vervolgens vrijwel alle zware metalen zoals ijzer, zink, koper en aluminium oplossen.”

Aandachtige lezers merken meteen op dat het misschien niet meteen de edelmetalen zijn die je zoekt of zou verwachten. En toch is dit een belangrijke stap. Door de zwaardere metalen alvast uit het slib te halen, wordt het gemakkelijker om vervolgens de edelmetalen nauwkeurig te extraheren. Daarnaast is er nog een voordeel: “Zware metalen zijn een van de redenen waarom we slib nu niet gebruiken voor de landbouw. Zelfs als we de edelmetalen uiteindelijk niet kunnen winnen, hebben we wel een mooie en ecologische manier gevonden om het slib schoner te maken”, stelt Brion. Om uiteindelijk ook de edelmetalen te kunnen verkrijgen, werkt de VUB samen met de Université Libre de Bruxelles (ULB), omdat die gespecialiseerd zijn in nanodeeltjes. “Ze gaan magnetische

Onze noorderburen lieten hun oog ook al vallen op de verborgen metalen in het afvalwater. Belangrijk verschil: zij zien voor de terugwinning van metalen meer potentieel in het as van verbrand slib. “Na de verbranding is de concentratie van de metalen nog hoger; dat maakt het makkelijker om ze terug te winnen”, zegt Kees Roest, senior onderzoeker Industrie, Afvalwater & Hergebruik aan het Nederlandse wateronderzoeksinstituut KWR. Het project van de VUB en de ULB loopt nog tot februari 2022. Het Nederlandse onderzoek aan het KWR is ondertussen bijna afgerond, maar volgens Roest zijn ze nog niet klaar: “Wij zien afvalwater zeker als een interessante nieuwe bron van metalen. Om de technieken verder te ontwikkelen en te testen zijn we druk op zoek naar partners.” Voor Brion zijn de voordelen alvast duidelijk: “Er zijn zeker nog wel obstakels te overwinnen en we moeten ook nog analyseren of het economisch haalbaar is. Maar onze eerste resultaten zijn veelbelovend en we denken dat we mooie technieken gaan ontwikkelen. En mochten deze technieken uiteindelijk niet voor urban mining worden toegepast, kunnen we altijd nog kijken of ze toepasbaar zijn in de mijnbouw, om daar de zuiveringsstappen te verduurzamen.”

TEKST FRÉDÉRIC CLIJMANS

03


04

DUURZAAMHEIDSRAPPORT INSPANNINGEN

FOKUS-ONLINE.BE

Een klimaatneutrale chemiesector? Kwestie van de juiste ‘reactie’ Uit het nieuwe duurzaamheidsrapport van essenscia blijkt onder meer dat 95 procent van alle producten en goederen in Europa gerelateerd is aan chemie of chemische processen. Met andere woorden: duurzame inspanningen in de chemiesector kunnen een grote impact hebben. Die inspanningen worden vandaag al ruimschoots geleverd, maar zoals het tv-programma al wist: Alles kan beter.

H

et zesde duurzaamheidsrapport van essenscia werd eind oktober van vorig jaar gelanceerd en focuste zich vooral op vier concrete, maatschappelijk relevante thema’s: de klimaatuitdaging, duurzame kunststoffen, circulaire economie en het aantrekken en opleiden van talent. Voor ons land zijn die thema’s cruciaal: niet alleen stelt de sector van chemie en life sciences hier meer dan 90.000 mensen direct en 150.000 indirect te werk, er is ook geen enkel ander land ter wereld waarin de sector meer omzet per inwoner draait, met 65,8 miljard euro in 2017. Anno 2019 bewijst het feit dat de Oostenrijkse chemiereus Borealis besloot om een nieuwe propyleenfabriek in de Antwerpse haven te bouwen, tegen een investering van 1 miljard euro, dat onze regio nog steeds aantrekkelijk is voor de industrie. Maar hoe houden we dat zo? Professor Kevin Van Geem is directeur van het Centrum voor Duurzame Chemie. “Zowat alle spelers binnen de sector beseffen vandaag dat de uitdagingen niet langer individueel aangepakt worden, wel door een combinatie van expertises. Het concurrentiële speelt niet langer een hinderende rol: zo sloten recent zes bedrijven de overeenkomst om een oplossing te zoeken voor de reductie van CO2-uitstoot bij de productie van ethyleen, de bouwsteen voor polyethyleen, en om daarbij ook de ontwikkelingskosten te delen. De perceptie dat chemiebedrijven hun knowhow niet samen willen ontwikkelen, is wat mij betreft dus verkeerd. Gewoon omdat de bedrijven beseffen dat samenwerken vandaag een noodzaak is, omdat de kosten en risico’s in R&D hoog zijn. Heel wat landen zijn trouwens jaloers op onze voortrekkersrol in deze duurzame ontwikkeling, onder meer via het Moonshotproject van Vlaanderen (zie p.8-9, nvdr).”

Duurzaamheid moet trouwens, zeker wat de kapitaalintensieve chemiesector betreft, ook op meer dan één manier worden geïnterpreteerd. “Er is de ecologische duurzaamheid, dat de impact op milieu en het klimaat betreft”, aldus Pieter Nachtergaele, die doctorandus aan UGent is en het gebruik van hernieuwbare grondstoffen in de chemische industrie bestudeert. “Maar daarnaast moet er ook ingezet worden op zowel de sociale als economische duurzaamheid.”

Die inspanning is nodig, want de (petro)chemie en staalsector zijn verantwoordelijk voor een groot stuk van de emissies in Vlaanderen. Tel daarbij op dat de sector ook goed is voor ongeveer 10 procent van het BNP, en je begint een beeld te krijgen van de impact. “Als er geen actie wordt ondernomen, heerst er het risico dat die bedrijven uit ons land zullen vertrekken, of zullen moeten sluiten, omdat ze niet meer voldoen aan de duurzaamheidsvereisten”, aldus professor Van Geem.

Veel innovatieve technologieën die bijdragen aan verduurzaming zijn mogelijk dankzij de chemische industrie . — PIETER NACHTERGAELE, UGENT

Reden genoeg om in te zetten op duurzame maatregelen. Zeker gezien het duurzaamheidsrapport vermeldt dat ‘plastics essentiële materialen zijn om de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN te behalen en waardevolle resources vormen om de circulaire economie te versnellen’. Het komt er volgens het rapport op neer om duidelijk te maken dat plastics – bijvoorbeeld in de vorm van de ‘plasticsoep’ in de oceanen – niet alleen deel zijn van het probleem, maar ook van de oplossing. “Dan moet de beeldvorming natuurlijk ook wat veranderen”, aldus Nachtergaele. “Veel innovatieve technologieën die bijdragen aan het verduurzamen van de samenleving zijn mogelijk dankzij de chemische industrie. Denk bijvoorbeeld aan isolatiematerialen of batterijen in elektrische wagens. Maar die plasticsoep of een brand in een chemiebedrijf valt natuurlijk meer op en oogt mediageniek. Dus qua communicatie kan er nog een en ander verbeteren, zeker omdat de sector vandaag al heel wat forse inspanningen levert. Het is essentieel om ook te communiceren over de positieve impact die chemische producten hebben op de mens en het milieu.” Tot slot: mogen we dromen van een volledig klimaatneutrale sector? Is dat een utopie, of haalbaar? Professor Van Geem oppert dat laatste: “Een klimaatneutrale chemische sector is effectief mogelijk. Vandaag nog niet, omdat we nog niet over voldoende economisch haalbare alternatieven voor het genereren van warmte via verbranding beschikken. Maar eenmaal we die wel hebben – vooral in de vorm van elektrificatie en het gebruik van groene elektriciteit – zal het mogelijk zijn.” TEKST HANNES DEDEURWAERDER


MVO VLAANDEREN BRAND REPORT

#FOKUSCHEMIE

05

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is het nieuwe normaal

M

eer en meer bedrijven, ook kmo’s, willen inzetten op ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ of MVO. Maar wat is dat eigenlijk? Hoe begin je eraan? En wat win je ermee als bedrijfsleider?

om economische waarde én een positieve impact te creëren. In dit geval spreken we van gedeelde waarde of shared value voor alle mogelijke stakeholders: van je leveranciers over je werknemers tot je aandeelhouders en zelfs je buren.”

“Gezond ondernemen, waarbij je de verantwoordelijkheid opneemt voor de effecten van je bedrijfsactiviteiten en -beslissingen met aandacht voor mens, milieu en maatschappij.” Zo definieert Bie De Keulenaer van MVO Vlaanderen, het kenniscentrum van de Vlaamse overheid over duurzaam ondernemen, MVO. Het is een manier van ondernemen waarbij je de mogelijke negatieve impact opspoort, voorkomt en vermindert. “Bovendien zoeken steeds meer organisaties vanuit hun expertise en invloedssfeer oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Deze worden voor hen een opportuniteit, een middel

De tijd dat MVO een pure imagokwestie was, ligt al een tijdje achter ons, zegt De Keulenaer. “Met een maatschappij die zich almaar bewuster wordt van de impact van bedrijven op hun omgeving en met consumenten die van ondernemingen verwachten dat ze ‘het goede’ doen, wordt MVO het dominante zakenmodel voor de toekomst. Het is het nieuwe normaal. Er is ook geen andere optie meer, wat er om ons heen gebeurt met de maatschappij en onze planeet, dwingt bedrijven ertoe om hun manier van zakendoen kritisch onder de loep te leggen. Trouwens: ook de overheid neemt almaar meer maatregelen om ondernemingen in de richting van MVO te duwen.”

En er zijn nog goede redenen om als bedrijfsleider mee op die kar te springen. “Ook puur economisch is het zinvol: Duurzaam ondernemen gaat ook hand in hand met innovatie, waardoor deze ondernemingen dikwijls pioniers zijn binnen hun sector. MVO-bedrijven blijven stabieler tijdens mogelijke crisissen en ook investeerders hebben er wel oren naar: als je als bedrijf niet duurzaam bezig bent, ben je voor investeerders niet meer interessant. Last but not least is het ook een wapen in de war for talent. Laat jonge mensen kiezen tussen werken bij een bedrijf dat duurzaam onderneemt en één dat dat niet doet en de overgrote meerderheid gaat voor de eerste optie als de andere voorwaarden gelijkwaardig zijn.” Voor organisaties die zich op het pad van maatschappelijk verantwoord ondernemen willen begeven, biedt MVO Vlaanderen

verschillende inspiratiebronnen, een stappenplan en tools. Daarmee kunnen ondernemingen zich laten inspireren en zich stap voor stap omturnen. “De eerste belangrijke stap is vooral om een overzicht te krijgen van je sterke en zwakke punten rond duurzaamheid”, zegt De Keulenaer. “Wat doe je al? Wat zijn je werkpunten? En waar wil je naartoe?” Het is belangrijk een duidelijk actieplan op te stellen en je personeel daarbij te betrekken, waardoor dit plan intern gedragen wordt. Vergeet ook je andere stakeholders niet; zij kunnen een grote meerwaarde zijn bij het bepalen van je ambities. Daar speelt communicatie en transparantie natuurlijk een grote rol. “Als dat allemaal goed zit, kun je verdergaan met de uitrol van je plan. Onthoud zeker ook dat MVO een proces is en geen eindbestemming. De uitdagingen veranderen in de tijd en met elke strategische beslissing.”

Meer over... MVO Vlaanderen, een initiatief van de Vlaamse overheid, departement Werk en Sociale Economie, is een start- en ontmoetingsplaats voor iedereen met interesse in duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Het bevat een ruim aanbod praktijkvoorbeelden, instrumenten en informatie met als doel organisaties te helpen om MVO in praktijk om te zetten.

PolyPeptide, een innovatief bedrijf op mensenmaat. De groep PolyPeptide is een leider in de ontwikkeling en productie van peptiden voor therapeutische en cosmetische doeleinden, van de preklinische onderzoeksfase tot de commercialisering. PolyPeptide kan prat gaan op meer dan 50 jaar ervaring en gaat resoluut voor technologische innovatie en operationele uitmuntendheid om diensten te leveren die voldoen aan de strengste veiligheids- en kwaliteitsnormen. Dankzij deze aanpak kan het bedrijf sterke vertrouwensrelaties en samenwerkingen opbouwen met zijn klanten en de regelgevende instanties. De groep PolyPeptide is sinds zijn oprichting gegroeid dankzij de selectieve overname van wereldwijde bestaande expertise. Daardoor kan de groep zich vandaag positioneren als een van ‘s werelds meest toonaangevende organisaties op het gebied van de productie van peptiden. De uitgebreide capaciteiten voor de ontwikkeling en productie van GMP stellen de groep PolyPeptide in staat om aan de hoogste eisen van zijn klanten te voldoen. De groep heeft productiesites in België, Zweden, Frankrijk, India en de Verenigde Staten. Als multinational met ongeveer 800 werknemers beschikt de groep over een diversiteit die heel wat competenties, kennis en ervaring met zich meebrengt. De exclusieve focus op peptiden en de sterke financiële basis zorgen voor een bijna unieke leveringszekerheid voor de klanten.

Met de laatste overname van de Belgische dochteronderneming PolyPeptide N.V. in 2017 geeft de groep PolyPeptide opnieuw blijk van zijn engagement om te anticiperen op de behoeften van zijn klanten en om de flexibiliteit en betrouwbaarheid voor bestaande en toekomstige projecten te verzekeren. PolyPeptide N.V., gelegen in Eigenbrakel, is een site waar GMP-peptiden ontwikkeld en geproduceerd worden voor projecten op kleine tot grote schaal, wat de groep bijkomende capaciteiten en technologieën biedt. De synthese van de peptiden wordt uitgevoerd in de vloeibare of vaste fase, terwijl de zuivering en de isolatie gebaseerd zijn op chromatografie, kristallisatie en distillatie, gevolgd door lyofilisatie of verstuiving. De dynamische site in Eigenbrakel telt momenteel 250 medewerkers. De afzetmarkten zijn nog steeds de sectoren die gespecialiseerd zijn in actieve farmaceutische bestanddelen, d.w.z. moleculen die de basis vormen van nieuwe geneesmiddelen die op de markt worden gebracht of die zich in de fase van de klinische ontwikkeling bevinden.


06

OPLEIDINGEN DUAAL LESGEVEN

FOKUS-ONLINE.BE

Meer O2 voor onze jongeren Meer Overheid, meer Ondernemers: een nieuwe zuurstofinjectie om chemie aantrekkelijker te maken bij de jeugd is in de maak. Het nut voor de arbeidsmarkt van technische en wetenschappelijke vakken wordt nog sterker in de verf gezet.

Deelnemende scholen en bedrijven in duaal leren Scholen: Don Bosco Haacht, KTA Da Vinci Edegem, PITO Stabroek, SintCarolus Sint-Niklaas, Sint-Jozefinstituut Bokrijk en Technisch Heilig-Hartinstituut Tessenderlo. Bedrijven: Agfa-Gevaert, BASF Antwerpen, Bayer, Borealis, Chevron Phillips, Covestro, Datwyler Pharma Packaging, DuPont, Eastman, EuroChem, Evonik, ExxonMobil, Indaver, INEOS Oxide, INEOS Styrolution, JSR Micro, Kaneka, LANXESS, Nippon Shokubai, Prayon, Sanofi, Sumitomo Bakelite Europe, SVEX, Tessenderlo Kerley, Trinseo en Vynova.

‘D

uaal lesgeven’ is het nieuwe proefproject dat eind vorig jaar werd aangekondigd door Vlaams Minister van Onderwijs Ben Weyts en Vlaams Minister van Werk Hilde Crevits. Door experts uit de chemische bedrijven deeltijds voor de klas te zetten, zou het tekort aan vakleerkrachten in de scholen kleiner worden. Langs de andere kant krijgen leerlingen de kans om de theorie uit de boeken te koppelen aan praktijkvoorbeelden. Maar wat is dan het verschil met ‘duaal leren’?

De meeste van onze studenten hebben al een werkcontract op zak voor het einde van het schooljaar. — DIRK VLAEMINCK, DON BOSCO, HAACHT

STEM – tweede editie Het eerste STEM-Actieplan van de Vlaamse regering (2012 - 2020) had als belangrijke doelstelling meer instroom van jongeren en meisjes voor wetenschappelijke opleidingen en beroepen. Het nieuwe STEM-Actieplan (2020-2030), dat in het regeerakkoord zal opgenomen worden, mag volgens de Vlaamse Onderwijsraad veel breder gaan op vlak van didactiek, maatschappelijke relevantie, beleid en financiering en zal STEM-geletterdheid bevorderen voor alle burgers.

In 2016 is het duaal traject opgestart voor de TSO-opleiding ‘Chemische Procestechnieken’. Terwijl in de klassieke vorm de leerlingen hun studie afwerken op school, aangevuld met een stage, brengen de leerlingen in het duale systeem meer tijd door in een bedrijf om de link tussen theorie en praktijk nog verder uit te diepen. Na drie jaar proefdraaien is het tijd voor een eerste evaluatie die de weegschaal sterk naar de positieve kant doet doorbuigen. “De directe beleving en het feit dat ze echt deel uitmaken van een bedrijfsteam geven de leerling een realistisch beeld

van de job”, stelt Dirk Vlaeminck, stagecoördinator voor de richting Chemische Procestechnieken in de Don Bosco school in Haacht. “De meeste van onze studenten hebben al een werkcontract op zak voor het einde van het schooljaar. Maar de afspraak is wel dat ze eerst hun diploma halen.” En niet alleen de leerlingen, maar ook de scholen zelf hebben baat bij dit systeem, vervolgt Vlaeminck. “De interactie met de bedrijfswereld is sterker geworden, waardoor een directer inzicht ontstaat in de noden van de sector. Bovendien behouden we voeling met de nieuwste technologieën en de moderne infrastructuren van onze chemische bedrijven.” De bedrijven in de chemiesector zijn grote voorstander van deze praktijkgerichte onderwijsvorm. “Het duaal leertraject is een perfect kanaal voor de instroom van de juiste profielen”, zegt Sandy Vandewalle, HR Manager bij Agfa-Gevaert NV. “Een langere tijd op de werkvloer is ideaal om de competenties van potentiële werknemers in te schatten. Niet alleen de technische kennis, maar ook de motivatie en de maturiteit van de leerling zijn heel belangrijk tijdens de werkopleiding.” Dat het duaal traject niet alleen is weggelegd voor jongeren die schoolmoe zijn, beaamt ook Dirk Vlaeminck. “De leerling moet absoluut getuigen van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.” Agfa zet dan ook heel sterk in op het mentorschap van duale leerlingen, vervolgt Vandewalle. “Medewerkers die zich geroepen voelen hun expertise door te geven, nemen deel aan de tweedaagse opleiding die verplicht is voor de mentorkandidaten. Zowel de inhoudelijke als de didactische vaardigheden worden meegegeven om de student zo optimaal

mogelijk op te leiden en aan te sturen.” Genderevenwicht in de chemische industrie is een ander belangrijk aandachtspunt. “Meisjes krijgen langzaam maar zeker meer interesse voor STEM-richtingen, maar in het TSO en BSO blijven ze ondervertegenwoordigd”, licht Vlaeminck toe. “We moeten niet alleen meisjes maar alle jongeren stimuleren en overtuigen van de maatschappelijke relevantie van wetenschap en technologie.

De motivatie en de maturiteit van de leerling zijn heel belangrijk tijdens de werkopleiding. — SANDY VANDEWALLE , AGFA GEVAERT Chemie kan immers innovatieve oplossingen bieden voor vraagstukken als klimaatverandering, duurzaamheid of de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.” De omschakeling naar een positieve framing en dito communicatie is belangrijk. De meerwaarde van het duaal lesgeven is een verdere structurering van de wisselwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Alle partijen zullen in de komende maanden samenzitten en een regelluwe context creëren om vanaf volgend schooljaar ook van dit project een groot succes te maken. Het is immers van cruciaal belang dat onderwijsprogramma’s goed afgestemd blijven op de steeds veranderende behoeftes van de chemische sector. TEKST MARLEEN WALRAVENS


Kuraray: gasbarrières zonder internationale grenzen Kuraray, een internationaal bedrijf met hoofdvestiging in het Japanse Tokyo, is gespecialiseerd in de productie en verkoop van (onder meer) chemische producten. Duurzaamheid en efficiëntie staan er hoog in het vaandel. In de Antwerpse vestiging ligt de focus op EVAL™, een polymeer plastic van enkele microns dik dat een gas- en aromabarrière vormt voor kwaliteit- en smaakhandhaving. De toepassingen zijn legio: EVAL™ wordt gebruikt voor de bescherming en bewaring van verpakte voeding, cosmetica, vitamines … De stikstof of CO2 binnen de verpakking wordt perfect vastgehouden, terwijl de zuurstof erbuiten – dat de producten kan aantasten – wordt tegengehouden. Ook brandstof in een wagen kan met zo’n gasbarrière worden ‘verpakt’, zodat die binnen de tank worden gehouden. De laatste jaren worden deze polymeren ook gebruikt in de landbouw (verpakking van gewassen) en bouwwereld (bescherming in vloerverwarmingsen sanitaire buizen). Heel concreet wordt binnen de Antwerpse vestiging het granulaat geproduceerd waarmee de eindklant meerlagige structuren maakt – EVAL™ is een van die lagen. Duurzaamheid hoog op de agenda Kris Nauwelaerts, Vice President Manufacturing & Technology: “Kuraray heeft, vooral dankzij de sterke R&D-afdeling, heel wat number one- en one and only one-producten, waarmee we ons kunnen differentiëren. Dat doen we verder ook door te focussen op duurzaamheid. Wij opereren in de sector van polymeren, en plastics hebben vandaag geen beste reputatie. Daarom werken wij zo circulair mogelijk en zetten we in op recycleerbaarheid – zowel binnen onze productontwikkeling als productieprocessen.”

zelforganisatie”, aldus HR Coordinator Marijke Tavernier. “Ook focus op veiligheid is hier, zeker gezien onze sector, primordiaal. Nog een waarde binnen het bedrijf is de creation of added value: we zoeken constant manieren om toegevoegde waarde te creëren.” Nieuwe markten ontwikkelen Omdat Kuraray sterk groeit, is het bedrijf op zoek naar nieuwe profielen. Marijke Tavernier: “Heel concreet zijn wij op zoek een reliability engineer voor ons onderhoudsteam, die op lange termijn meewerkt aan het optimaliseren van onze Antwerpse vestiging. Verder zoeken we een market development engineer, die internationaal nieuwe markten voor ons product ontwikkelt door met grote brand owners te praten. Ten slotte zijn we op zoek naar process operators om in volcontinu shifts mee onze installaties aan te sturen. Bij voorkeur A2-profielen die een chemie-gerelateerd specialisatiejaar achter de rug hebben.” “We brengen een heel technisch product op de markt”, vult Kris Nauwelaerts aan, “dus zijn we vooral op zoek naar technische profielen – ook van onze salesen marketingmensen verwachten we een technische achtergrond.” Hoe dan ook komen nieuwe medewerkers terecht in een ambitieus bedrijf, dat een PROUD 2020-plan uittekende. Kris Nauwelaerts: “PROUD verwijst naar de fierheid die we voor het bedrijf en de producten voelen, maar daarnaast staat elke letter voor een strategische ambitie: P voor profitability, R voor responsability, O voor opportunity, U voor Unique products & services, en ten slotte de D voor diversity: we willen diversiteit in onze manier van werken én in ons medewerkersbestand.”

Naast duurzaamheid wordt nog een aantal andere bedrijfswaarden gehanteerd. “Zoals respect voor de werknemer als individu, stimuleren van initiatiefnemen en

Het zijn uitdagende tijden voor de technische diensten. Tal van installaties zijn vrij oud. Sommigen hebben nood aan levensduurverlenging of moeten de komende jaren vervangen worden. Maar ook digitalisering en automatisering zorgen voor nieuwe uitdagingen. Al deze installaties dienen het juiste onderhoud te krijgen. Onderhoud hoeft hierbij geen kostenpost te zijn. Een goed ingerichte technische dienst kan precies het verschil maken en waarde creëren. Mainnovation is een toonaangevend adviesbureau dat bedrijven helpt om dit te realiseren. Hierbij werken we aan de inhoud met aandacht voor de mens: Focus+Change. Meer weten? Ga naar www.mainnovation.com

FI Focus + Change AD.indd 1

8/01/20 14:00


08

INTERVIEW PETER VANACKER

FOKUS-ONLINE.BE

‘Onze fout? We denken in te grote stappen. En we polariseren.’ Aan het hoofd van het derde meest duurzame bedrijf ter wereld staat een Belg: Peter Vanacker kreeg grote schoenen te vullen als nieuwe CEO van Neste, wereldleider in de raffinage van hernieuwbare brandstoffen. Daarvoor hoefde hij geen wollen sokken aan.

H

et zingende West-Vlaams van Peter Vanacker verraadt de tongval van iemand die lang in het buitenland heeft verbleven. De 53-jarige ingenieur bouwde een internationale topcarrière uit bij Bayer en leidde nadien twee vooraanstaande chemiebedrijven in Duitsland. In 2018 werd hij aangesteld als nieuwe CEO bij Neste. Het Finse olieraffinagebedrijf is wereldwijd marktleider in de productie van hernieuwbare dieselbrandstoffen. “Uit afval en reststoffen halen we nieuwe, koolstofarme grondstoffen. We produceren in Finland, op de Maasvlakte in Nederland en in Singapore. Onze brandstoffen verkopen we op dit moment voornamelijk aan steden en aan bus- en transportbedrijven in Scandinavië en de VS. Maar ook in België rijden er bijvoorbeeld al huisvuilwagens rond op onze hernieuwbare diesel.” Neste staat al jaren aan de top van de meest duurzame bedrijven. Wat bracht jullie daar? “Onze filosofie is heel duidelijk gearticuleerd. We willen een betere wereld scheppen voor de generatie van morgen, door elke dag verantwoordelijke keuzes te maken. Dat devies inspireert onze medewerkers; het heeft ook mij overtuigd. Een halve eeuw geleden was Neste nog een traditionele olieraffinaderij die in directe competitie stond met een aantal massieve olie- en gasbedrijven. De keuze om te investeren in hernieuwbare brandstoffen hebben we iets meer dan tien jaar geleden gemaakt. Die markt hebben we volledig zelf moeten creëren. Moeilijke tijden waren dat voor het bedrijf. Vernieuwing was onze stuwkracht: bijna 30 procent van onze mensen werkt in de innovatie. Algemeen ligt dat percentage bij bedrijven tussen de 5 à 10 procent. Die passie voor innovatie en creativiteit zit in het DNA van onze onderneming.”

Is duurzaamheid economisch interessant? “Dat hebben we de afgelopen tien jaar wel bewezen. Op dit moment komt 70 procent van onze bedrijfsresultaten uit het domein van de duurzame producten. Neste is in feite een toonvoorbeeld dat een onderneming tot een topbedrijf kan uitgroeien, precies vanuit een focus op duurzaamheid – in een sector waar dat allesbehalve evident is. Wie een duidelijk doel vooropstelt, kan – met vallen en opstaan – die kritische massa creëren. Met

Neste is een toonvoorbeeld dat een onderneming tot een topbedrijf kan uitgroeien, precies vanuit een focus op duurzaamheid. onze visie bezielen we ook andere bedrijven en organisaties: we hebben een netwerk van startups, universiteiten en ontwikkelingscentra met wie we samenwerken. En niet onbelangrijk, er beginnen ook dingen te bewegen vanuit politieke hoek.” Op welke manier zijn, volgens jou, de verantwoordelijkheden verdeeld? “Bedrijven, maar uiteraard ook politici, moeten hun klont boter in de pan doen. In België rijdt op dit moment nog ongeveer 60 procent van de wagens rond op diesel. We kunnen aan de kant zitten toekijken tot er uiteindelijk voldoende elektrische wagens beschikbaar zijn en iedereen het geld heeft om er een te kopen. Of de overheid kan, zoals dat nu al

gebeurt in Scandinavië of Californië, bepaalde kredieten of taksen vastleggen die ervoor zorgen dat het bestaande wagenpark gaat tanken met hernieuwbare brandstof. Naar mijn idee moet de politiek de omgeving scheppen zodat duurzame bedrijven zich verder kunnen ontwikkelen, door innovatie te stimuleren of via een gedragssturende regelgeving.” Hoe dringend is dat regelgevend kader? “Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climat Change, nvdr.) stelt dat we twaalf jaar de tijd hebben om de klimaatcrisis aan te pakken. Er zijn enorm veel oplossingen, maar geen gemakkelijke antwoorden. We willen vaak te grote stappen nemen. En we polariseren. We maken een opdeling tussen goede en minder goede opties, om dan te kiezen voor die ene zaligmakende uitkomst. Terwijl ik denk: we moeten én onze huizen goed isoleren, én gebruik maken van winden zonne-energie, én hernieuwbare diesel aanwenden voor ons grondtransport en onze luchtvaartenergie, én ons wagenpark elektrificeren… Het is niet zo dat we geen oplossingen hebben voor de volgende generaties, integendeel. Je hoeft echt geen grasgroene jongen te zijn om te geloven dat het kan. Maar de voorwaarde is wel dat onze bedrijven en overheden gaan samenwerken en de juiste regels maken.” Waar ligt de toekomst voor hernieuwbare brandstoffen? “Ongeveer een vijfde van de Europese CO2-emissies komt van het transport op de weg. Dat is een aandeel dat nog altijd groeit. Hernieuwbare brandstof heeft een CO2reductiepotentieel van bij de 90 procent. Ter illustratie: vorig jaar hebben we onze klanten geholpen om 8 miljoen ton aan CO2-emissies te reduceren. Dat is bijna tweemaal het aantal emissies van een stad als Berlijn. Tegen 2030 willen we gaan naar 20 miljoen ton CO2. Een andere grote uitstoter is de luchtvaartindustrie. Daar zetten we nu onze renewable jet fuel

in de markt. Die kunnen we voor de helft mengen met kerosine. We hebben intussen een duizendtal binnenlandse testvluchten achter de rug in Duitsland. Nu zijn we bezig te onderhandelen met de verschillende luchtvaartmaatschappijen.” Jullie werken nu ook met plastic als grondstof. “Daarover hebben we vorig jaar nog een publicatie gelanceerd. In samenwerking met

Het is niet zo dat we geen oplossingen hebben voor de volgende generaties, wel integendeel. chemiepartner LyondellBassell hebben we als eerste op industriële schaal een polymeer op basis van afval gemaakt. Plastic bestaat uit koolstof, zoals wij allemaal, trouwens. Dat koolstof willen we via chemische recycling gaan onttrekken uit het polymeer, om er dan een brandstof of een nieuw product mee te maken. Dat is een van de processen waarin we grote mogelijkheden zien. Of we er ook de plasticsoep mee helpen oplossen? Eerst en vooral moet plastic afval natuurlijk niet in onze zeeën en rivieren belanden, het moet verzameld en gerecycleerd worden voor het zover komt. Maar als bedrijf maak je natuurlijk wel deel uit van een waardeketen. Het vergt moed en samenwerking om die keten te doen bewegen, bij ieder van ons.” TEKST HELEEN DRIESEN


BIOTECH UITGELICHT

#FOKUSCHEMIE

09

De steile opmars van biotechnologie Vlaanderen: pionier in de biotechnologie. Je leest het, je hoort het, maar ondertussen is het ook gewoon bewezen. Ons kleine landsdeeltje verricht baanbrekend onderzoek binnen de biotechnologie, waardoor wetenschappelijk onderzoek bijdraagt tot toepassingen in de geneeskunde, landbouw en industrie.

B

iotechnologie. Het woord zegt het eigenlijk zelf al, maar we hebben hier – inderdaad – te maken met technologische ontwikkelingen gebaseerd op biologie. Biotechnologie maakt gebruik van dieren, bacteriën en planten voor de ontwikkeling van medicijnen, voedsel of nieuwe stoffen. Dat gaat van het maken van kaas tot het kweken van bacteriën die uiteindelijk leiden tot vaccins. Waarom Vlaanderen de voorbije decennia steeds Champions League speelde binnen dit segment, legt Philippe Muyters uit, voormalig Vlaams minister van Werk, Economie, Sport en Innovatie: “Vlaanderen heeft een aantal bijzondere troeven. Op een kleine oppervlakte, op een kruispunt in Europa, vind je hier een dichte concentratie aan hooggeschoold personeel, innovatieve kmo’s, multinationals en sterke kennisinstellingen. Met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) als belangrijke motor zijn we erin geslaagd om een ecosysteem rond biotechnologie te creëren waar bedrijven graag deel van willen uitmaken.” Johan Cardoen is managing director van dat Vlaams Instituut voor Biotechnologie en vertelt dat er in de jaren 80 slechts twee biotechbedrijven in Vlaanderen waren. Ondertussen is dat aantal gestegen tot boven de 200. “Daarmee stellen we ruim 20.000 mensen tewerk, en met de toeleveranciers loopt dit aantal zelfs op tot 75.000. Dat bewijst de economische impact van de biotechnologie.” Er zijn verschillende redenen die deze explosieve groei verklaren: “De biotechsector is kennisgedreven. Succesvolle clusters worden rond kenniscentra gebouwd.  We hebben hier in Vlaanderen uitstekende kenniscentra – VIB en universiteiten – die een bron zijn van innovaties en talent. De sector werkt nauw samen met de expertise van VIB en de universiteiten, wat zich vertaalt in een dynamisch ecosysteem met kernen in Gent en Leuven. De voorbije

jaren werd er gewerkt rond de uitbouw van een biotechnologisch kenniscentrum dat wereldwijd naam en faam verkreeg.” Cardoen prijst ook de financiële slagkracht van de sector. “Enerzijds is er de steun van de overheid geweest, over de

legislaturen heen, en anderzijds is er heel wat durfkapitaal. Dat moet je hebben om innoverende projecten te kunnen uitbouwen.” Die fondsen komen vaak ook uit Amerika. Ze komen hier kijken omdat we wereldwijd op de kaart staan. “Vlaanderen is een steengoede grond voor biotech.”

Blijven investeren in innovatie is de boodschap. Op die manier moeten we onze wereldwijde status vasthouden. — JOHAN CARDOEN, VIB

Het is een open deur intrappen, maar innovatie gaat vandaag razendsnel. Muyters: “We staan met Vlaanderen op Europees vlak mee aan de top qua innovatie. Maar het is uiteraard ook een uitdaging om daar te blijven.” Vanuit de overheid werd de voorbije jaren vooral ingezet op samenwerking tussen biotechbedrijven, -sectoren en kennisinstellingen. “Die innovatieve samenwerking is voor een groot stuk onze Vlaamse kracht. Met initiatieven zoals het Flanders Future Techfund willen we er bovendien voor zorgen dat innovaties vanuit onze strategische onderzoekscentra versneld naar de markt kunnen stromen.” De grootste uitdaging blijft dan ook om die positie op zijn minst te kunnen handhaven. Geen sinecure. Cardoen: “Blijven investeren in innovatie is de boodschap. Op die manier moeten we onze wereldwijde status vasthouden.” De wereld wordt echter steeds kleiner, waardoor de competitie naar talent zal aanhouden. Opleidingscentra worden daarin onmisbaar. “We moeten het talent van de toekomst klaarstomen zodat bedrijven én geschoolde werknemers naar hier komen. Momenteel is er per jaar 1.000 vierkante meter ruimte nodig voor groei-infrastructuur rond Leuven en Gent”, aldus Cardoen. Inderdaad, rond die steden, want investeerders willen echt in die kenniscluster zitten. Investeren op een afstand van dat ‘episch centrum’, doen ze namelijk minder graag. “Daar gebeurt het, daar willen ze bij zijn. Niet onlogisch. Samen met de aanwezigheid van groeikapitaalfondsen moeten we bedrijven ook in de toekomst financieel ondersteunen en financieel verankeren, om stabiliteit te kunnen garanderen. Zo moeten we ook de komende decennia een speerpunt blijven inzake biotechnologie.” TEKST DAAN VANSLEMBROECK


010

INTERVIEW JAN VAN HAVENBERGH

FOKUS-ONLINE.BE

J

an Van Havenbergh is managing director bij Catalisti, de speerpuntcluster die zo’n 120 bedrijven, instellingen, alle Vlaamse universiteiten en de overheid samenbrengt om gezamenlijk op lange en korte termijn in te zetten op innovatie en zo in eerste instantie de sector te verduurzamen. Enerzijds is er de reguliere Catalisti-werking die de transformatie naar duurzame chemie en kunststoffen katalyseert, anderzijds voert de organisatie de regie van Moonshot, een overheidsinitiatief dat de klimaatdoelstellingen voor chemie, kunststoffen, petrochemie en staalindustrie helpt realiseren. “Catalisti is een privaat-publieke samenwerking met 50 procent financiering van de overheid (VLAIO) en 50 procent van de bedrijven. Heel concreet zijn wij de speerpuntcluster voor duurzame chemie, kunststoffen en kunststofverwerking. Dit innovatie-instituut was nodig,

De chemiesector is altijd innovatieintensief geweest.

‘De toegevoegde waarde van onze sector wordt nog te vaak onderbelicht’ Onze relatie met chemie is dubbel: enerzijds zorgt de sector voor tal van producten die ons leven gemakkelijker maken, anderzijds is het een van de meest vervuilende industrieën. Tel daarbij nog eens op dat de chemische sector voor heel wat werkgelegenheid zorgt, en je krijgt een duurzame uitdaging om U tegen te zeggen.

TEKST HANNES DEDEURWAERDER

BEELD IAN HERMANS

omdat de chemie dat, in tegenstelling tot sectoren als textiel, bouw, materialen…, nog niet had. Chemie heeft ook nooit die behoefte gehad omdat de sector vanuit zichzelf innovatie-intensief is. Maar omdat die innovatie bedrijfsspecifiek is, is de concurrentie groot.” Waarom kwam dat innovatie-instituut er dan toch? “Omdat essenscia, de sectorfederatie van chemie, kunststoffen en life sciences in Vlaanderen, duurzame partnerships wilde. Daarom heeft ze in 2012 het innovatieplatform Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH) opgericht. Dat werd in 2017 omgedoopt tot Catalisti.” Hoe situeert het Moonshot-initiatief zich hierin? “Met Moonshot, gelanceerd in maart van vorig jaar, heeft Vlaanderen zich geëngageerd om de komende twintig jaar elk jaar 20 miljoen euro te investeren in basisresearch en innovatie binnen drie cruciale energie-intensieve industrie-

Alle analytische diensten op één site www.quality-assistance.com


JAN VAN HAVENBERGH INTERVIEW

#FOKUSCHEMIE ën: chemie, petrochemie en staal, samen goed voor 85 procent van de industriële CO2-emissies. Catalisti coördineert dit programma. De ambitie is eerst en vooral om CO2-neutraliteit te helpen realiseren tegen 2050 en ten tweede om deze oplossingen wereldwijd te exporteren. Dat doen we zonder concrete tussenstappen of milestones, zodat we een continue inspanning van alle partners kunnen bewerkstelligen en op verschillende snelheden werken. De doelstellingen rond CO2 worden op drie manieren nagestreefd: vervanging van fossiele, CO2-emitterende grondstoffen door biogebaseerde chemie, behoud van koolstof in de kring door middel van afvalstoffenvalorisatie (circulaire kunststofeconomie), en CO2-emissie vermijden door hergebruik. Door de oefeningen die we reeds binnen Catalisti-projecten hebben gedaan, kunnen we snel tot tastbare oplossingen komen.” Beseffen chemiebedrijven de noodzaak van innovatie en ingrijpende verandering? En speelt dat concurrentiële nog steeds? “Onze bedrijven zijn zeker doordrongen van de noodzaak tot verduurzamen van de sector, wij hebben de laatste vijftien jaar niets anders gedaan. Maar het klopt dat we in een van de moeilijkere sectoren werken, waarin iedereen concurrent en/of klant is van elkaar. Niettemin: aangezien we ook afhankelijk zijn van elkaars componenten én hetzelfde duurzame doel nastreven, is samenwerking aangewezen. In dat opzicht hebben we met Catalisti de laatste zeven jaar een steen verlegd, door de koudwatervrees bij bedrijven om samen te innoveren, weg te nemen.” Chemie heeft een vrij negatieve reputatie. Moet haar positieve rol beter gecommuniceerd worden vanuit de sector? “Chemie is heel nuttig en nodig: zonder chemie geen ontwikkeling van nieuwe medicijnen, geen dagelijkse gebruiksvoorwerpen zoals computers en koffiezetapparaten, geen fotovoltaïsche cellen, geen voedselveilige verpakkingen, geen medische apparatuur, geen beschermende kleding... Denken we verder maar aan kunststoffen die worden gebruikt voor onderdelen van wagens en vliegtuigen, zodat die lichter en dus energiezuiniger worden. Kortom, we zouden het comfort en de welvaart van vandaag niet hebben zonder chemische additieven, plastics en kunststof. Maar

we moeten betere manieren vinden om die te recycleren in plaats van zomaar te verbranden of in de grond te stoppen.” Toch komen chemie en vooral plastics in de eerste plaats negatief in de media. En dat terwijl de sector ook al heel wat inspanningen achter de rug heeft: de afgelopen jaren verdubbelde de productie, terwijl de uitstoot van broeikasgassen halveerde. “Ik wil hier geen klaagzang afsteken, maar we worden in de media inderdaad al te vaak negatief afgeschilderd. Dat komt enerzijds doordat negatieve effecten als de plasticsoep − terecht − de media halen, en anderzijds doordat de toegevoegde waarde wordt onderbelicht. Iedereen pocht graag met zijn vederlichte carbonfiets of smartphone, maar niemand staat stil bij de hoogwaardige kunststofmaterialen en -technologie die eraan ten grondslag liggen. Misschien moeten we dat vanuit de sector inderdaad vaker benadrukken, maar doorgaans zijn we te kritisch en koel om dat sexy te doen. Er bestaan jammer genoeg ook nog geen films of tv-series waarin een plasticontwikkelaar of industrieel ingenieur een relatie heeft met een fotomodel. Misschien moeten we daar eens in investeren (lacht).” Je denkt ook out-of-the-box, door bijvoorbeeld biomassagrondstof in de chemie te suggereren. Is dat realistisch? “We moeten weg van fossiele brandstoffen en kijken naar biomassa als alternatief. Zo hebben we een enorme massa aan plantaardig afval en voedselafval waaruit we nieuwe plastics en medicatie kunnen winnen. Dat is echter heel

Mexico Natie biedt sinds 1871 geïntegreerde logistieke oplossingen via de haven van Antwerpen. De onafhankelijke logistieke specialist kent een uitgebreide expertise inzake opslag, behandeling en transport van gevaarlijke en ongevaarlijke goederen, van schip tot levering aan de klant. Opslag Mexico Natie heeft talrijke Sevesogoedgekeurde opslagfaciliteiten, volledig ingericht voor opslag van kerngrondstoff en en specialisaties. Alle magazijnen hebben eveneens een douanevergunning voor de opslag van non-EU-goederen, met een erkend accijnsentrepot en een vergunninghoudende accijnsinstelling. Daarboven beschikt Mexico Natie ook over een speciaal magazijn voor staal, met speciale apparatuur voor de behandeling van lange en platte staalproducten.

complexe materie, die nog veel onderzoek vraagt. Anderzijds kunnen we niet naast de voordelen kijken. Dus het is onze plicht om die pistes te bewandelen.” Je vergelijkt de chemie van de toekomst graag met een driesterrenrestaurant, zij het met een compleet andere invulling. “Een driesterrenrestaurant dat zonder klassieke ingrediënten en in een keuken zonder traditionele kookvuren werkt, zal alleen maar populair zijn als het minstens dezelfde kwaliteit levert als een klassiek restaurant. Hetzelfde geldt voor de nieuwe chemie: de innovatieve producten op basis van nieuwe (biomassa)grondstoffen zullen kwalitatief minstens gelijkwaardig moeten zijn aan de klassieke producten die ze vervangen. Anders heeft het geen zin. Maar dat zal van onze driesterrenchefs – want dat zijn onze bedrijven – wel vragen om uit hun comfortzone te komen en samen te werken. Met elkaar en met kennispartners.”

SMART FACT. Als ik niet in de chemie was gegaan, dan … “De liefde voor chemie zat er al vroeg in, ik heb er dan ook mijn studies naar ingericht door aan Universiteit Antwerpen voor biochemie te kiezen. Na een carrière bij onder meer Agfa-Gevaert ben ik in 2012 aan boord gehaald als management director bij FISCH, dat in 2016 is overgegaan in Catalisti. Dus chemie is wel een rode draad geweest doorheen mijn leven.”

Als opslagbedrijf is Mexico Natie ook in het bezit van de nodige vergunningen en goedkeuringen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) voor de opslag van verpakte levensmiddelen en voedingsproducten bij de juiste omgevingstemperatuur. Via Mexico Natie kan men Foodproducten naar China verzenden. Value-added services Mexico Natie biedt verschillende value-added services aan op gebied van chemie. Via een afvulinstallatie worden isotanks overgepompt in vaten, IBC’s en blikken. Een distributieplatform voor de afname van chemische producten wordt opgevolgd via een geïntegreerd GHSsysteem. Mexico Natie biedt eveneens het verpakken en debulken van vaste producten; droge productverpakkingen (granulaten/ poeders) en conditionering van chemische producten, waaronder het fi lteren, mengen, verdunnen en zeven, metaaldetectie en verwarming aan.

011

Andere speerpuntclusters Catalisti is een speerpuntcluster: een organisatie die instaat voor “de ontwikkeling en uitvoering van een ambitieuze langetermijnstrategie en competitiviteitsprogramma voor strategische domeinen in Vlaanderen.” De vijf andere speerpuntclusters in ons land zijn Flanders Food voor de agro- en voedingsindustrie, SIM voor materialen, FLUX50 voor energie, VIL voor logistiek en transport en de Blauwe Cluster voor maritieme projecten.

Cijfers over plastics Nee, de cijfers over plastic zijn ondanks de inspanningen nog niet om over naar huis te schrijven. Zo belandt er jaarlijks nog zo’n 9 miljard kilo plastic in onze oceanen. Zonder drastische maatregelen zal dat in 2025 ruim 15,5 miljard zijn. Het wordt nog bedroevender als we vergelijken met vroeger: produceerden we in 1950 met zijn allen ‘amper’ 2,3 miljoen ton plastic in een heel jaar, was dit in 2015 448 miljoen ton, ofte 220 keer meer. Hoog tijd voor extra inspanningen dus?

Laden en lossen Mexico Natie biedt een grote verscheidenheid aan stuwadoorsdiensten. De terminal op kaai 740 is uitgerust met drie mobiele havenkranen en kunnen zo optimaal coils, platen, profi elijzer in grote hoeveelheden behandelen en, in combinatie met elkaar, colli tot 150 ton behandelen. De terminal faciliteert eveneens groen multimodaal transport met dagelijkse binnenvaartverbindingen naar alle belangrijke deepsea-terminals en spoorverbindingen. Trimodaal transport Mexico Natie beschikt over een gediversifi eerd en goed onderhouden wagenpark voor haar distributieactiviteiten. Zo verzorgt Mexico Natie het havenvervoer en het internationale vervoer van goederen en containers van en naar haar magazijnen. De vloot is uitgerust voor ADRtransport. Dankzij de ideale ligging van haar magazijnen en terminal zijn er trimodale transportoplossingen per spoor en per binnenschip aan te bieden.


012

UITGELICHT DIGITALISERING

FOKUS-ONLINE.BE

Data is the new gold Industrie 4.0: het is een concept dat ongetwijfeld de revue is gepasseerd binnen de sector waar je werkt. Het omvat het samenkomen van nieuwe technologieën – zoals data-analyse, Internet of Things, 3D-printing, artificial intelligence… –  om uitgebreide voordelen te bieden aan industrieën in allerlei sectoren. Maar ziet iedereen die voordelen?

E

r schuilt een groot algemeen maatschappelijk belang in het stimuleren van innovatie. Zo kunnen slimme verkeerslichten zorgen voor een betere verkeersdoorstroming, en in de strijd tegen de klimaatopwarming en de uitputting van fossiele brandstoffen kunnen alternatieve energiebronnen voor meer ademruimte zorgen. Maar wat gebeurt er op bedrijfsniveau wanneer het concept Industrie 4.0 of onbekend of verkeerd geïnterpreteerd wordt door zij die de beleidslijnen uitzetten? Vooraleer eender welk Industrie 4.0-project effectief kan werken, moet er een duidelijke visie komen. En die visie moet van bovenaf komen. Eva Gobien, Business Development Manager Cronos aan de Leie bij Cronos Groep, is het daar volledig mee eens. “Spijtig genoeg denken nog veel bedrijfsleiders dat hun bedrijf niet geconfronteerd zal worden met de disruptie. Wil je echter je positie in de markt behouden, dan moet je vandaag nog nieuwe technologieën inzetten. Hoe meer data en processen er beschikbaar zijn, hoe sneller je die kunt inzetten voor toekomstige belangrijke beslissingen. Data is the new gold.” Innovatie moet een standaardproces binnen een organisatie worden waarbij je blijvend experimenteert, stelt Gobien verder nog. “Voor innovatieve projecten hou je best een bepaald percentage van je winst vrij. Spijtig genoeg denken nog heel veel ondernemers lineair en vinden ze het voor hun sector of bedrijf nog te vroeg om nieuwe technologieën te verkennen en te kijken wat dit voor hun organisatie kan betekenen. Maar nieuwe technologieën worden exponentieel geaccepteerd door de maatschappij en voor je het goed en wel beseft, word je als bedrijf voorbijgestoken”, besluit ze. Productieprocessen zijn cruciale activiteiten binnen een onderneming die constant in de gaten worden gehouden met efficiency scores en waarbij er zo lean mogelijk te werk wordt gegaan. Innovatie gaat vaak gepaard met

grondige herstructureringen die niet altijd van de eerste keer werken. Het wordt daarom soms als een bedreiging gezien. Maar wie vooruit wilt, moet durven falen. “Wereldwijd worden er successen geboekt dankzij digitale transformaties, maar om echt succesvol te zijn, vereist dat vaak ingrijpende veranderingen”, bevestigt Nicolas Deruytter, CEO van het Gentse groeibedrijf ML6. “Dat in combinatie met een gebrek aan leiderschap – uit een recente studie van NTT Data blijkt dat slechts 11 procent van de organisaties tevreden is over hun verantwoordelijke voor digitale transformatie – houdt veel bedrijven tegen om te investeren in innovatie”, licht hij toe. “Een extra moeilijkheidsfactor is dat er ondertussen enorm veel tools bestaan om in je bedrijf te integreren. One-size-fits-all bestaat niet. Het is een kunst om de juiste keuzes te maken die voortbouwen op de huidige sterktes van het bedrijf. Hier worden dus best multidisciplinaire teams op gezet, die tijd genoeg voorzien om de huidige datamuren tussen de verschillende departementen naar beneden te halen. Dat team moet voldoende autonomie krijgen in de keuze van de geschikte tools om snel tot waardevolle inzichten te komen rond datakwaliteit, beschikbaarheid en integratie”, stelt Deruytter. Een goede bedrijfsleider stimuleert dus maar beter samenwerkingen over de departementen heen en is helemaal mee met het concept Industrie 4.0. Het is zijn taak de mensen rondom hem te informeren en te inspireren. AI en IoT-projecten zijn enorm fascinerend en essentieel om mensen te overtuigen van de waarde die het kan hebben voor de organisatie. Pick your battles en durf je IoT-infrastructuur uitbesteden aan gespecialiseerde partners. Start klein met een proof-of-concept en trek je conclusies, vooraleer je deze methode(s) uitrolt over verschillende afdelingen. Je winst? Een gegarandeerd concurrentievoordeel. TEKST EVELIEN JANSEN

Nieuwe technologieën worden exponentieel geaccepteerd door de maatschappij. Voor je het goed en wel beseft, word je als bedrijf voorbijgestoken. — EVA GOBIEN, CRONOS GROEP


AANVRAAG PATENT INTELLECTUEEL EIGENDOM

#FOKUSCHEMIE

013

Een patent is nog niet zo evident Stel, je hebt een uitvinding die je in de markt wilt zetten of je broedt op een idee waarvan je niet wilt dat iemand anders het kopieert. Dan kun je een octrooi, ook wel patent genoemd, aanvragen. Maar dat is nog niet altijd zo simpel.

I

deeën en inspiratie zijn praktisch eindeloos, maar octrooien zijn dat evenwel niet. De geldigheid van zo’n octrooi is dan ook altijd beperkt in tijd en ruimte. Heb je enkel een patent aangevraagd voor België, kun je met andere woorden niets doen tegen het feit dat iemand met eenzelfde product naar buiten komt in pakweg Duitsland of Frankrijk. Het enige dat je dan wel kunt tegenhouden, is dat datzelfde product zijn ingang vindt in ons land. Bovendien is het patenteren maximaal 20 jaar geldig, al verschilt dat van land tot land. En ook niet om het even welk product komt in aanmerking voor een octrooi. Een product is alleen ‘octrooieerbaar’ als het nieuw is. Dat wil zeggen dat het nog niet tot de huidige stand van een reeds bestaande techniek behoort. Het moet een oplossing bieden voor een technisch probleem, en bovendien het resultaat zijn van uitvinderswerkzaamheid – dus niet al te ‘gemakkelijk’ of voor de hand liggend voor een deskundig oog – en daarnaast nog een industriële toepasbaarheid bevatten. Als laatste mag het nog niet bekend zijn op het moment dat je de aanvraag doet. Als je een octrooi aanvraagt, kun je ervoor kiezen om die alleen voor België aan te vragen. Voor een Belgisch octrooi heb je een jaar de tijd om uit te breiden naar andere landen. Een nadeel is wel dat in België de voorwaarden niet altijd goed worden onderzocht. Zo slaagde een bedrijf in ons land er ooit in om een octrooi te krijgen voor het wiel, allesbehalve een nieuwe uitvinding dus. Bij een Belgisch octrooi heb je dus een grotere kans dat een concurrent de geldigheid ervan zal aanvechten, zoals de producent van speculoospasta Lotus ondervond. Hun octrooi werd door de rechtbank van koophandel in Gent nietig verklaard, omdat het recept al eerder op een Nederlandse receptenwebsite had gestaan. Je kunt er ook voor kiezen om een Europees of internationaal octrooi aan te vragen bij

het Europees Octrooibureau (EOB) te München, Den Haag of Berlijn. Op Europees niveau is die geldig voor landen die lid zijn van de EU, en enkele andere landen die zich hebben aangesloten bij het Europese verdrag, zoals Turkije en Zwitserland. Bij een internationaal octrooi krijg je 30 maanden om te beslissen in welke delen van de wereld je daadwerkelijk een octrooi wilt. Dit kan dan wel maximaal zijn voor de 152

landen die zich hebben aangesloten bij het octrooisamenwerkingsverdrag. Maar wat zijn nu de voordelen van zo’n octrooi? Allereerst verkrijg je een monopolie op een bepaald gebied voor een zekere tijd. Het heeft ook een afschrikkend effect op concurrenten. Ze zullen je product minder snel proberen te kopiëren, aangezien ze weten dat jij hen anders een rechtszaak kunt aanspannen.

Daarnaast kun je de vermelding ‘patented’ gebruiken als een marketinginstrument – een zekere intrinsieke stamp of approval. Ook kan een octrooi fiscaal aantrekkelijk zijn. Via de zogenaamde ‘innovatieaftrek’ kunnen de netto-inkomsten die voortvloeien uit een octrooi(aanvraag) tot 85 procent worden vrijgesteld van belastingen. Maar soms wringt het schoentje. Zo wordt elke octrooi(aanvraag) gepubliceerd. Zelfs als het uiteindelijk niet wordt goedgekeurd, maak je je uitvinding de facto bekend voor het grote publiek. Meestal wordt je uitvinding 18 maanden na de aanvraag publiek gemaakt. Je kunt er dus belang bij hebben om er nog even mee te wachten. Bovendien zijn de kosten voor een aanvraag erg hoog. Voor een Belgisch octrooi lopen deze al snel op tot €5.000 - €7.000, inclusief de €800 voor een verplicht nieuwheidsonderzoek. Een Europese aanvraag en instandhouding zou voor ongeveer acht landen voor zes jaar ongeveer €30.000 - €35.000 kosten. De wereldwijde kost loopt al gauw op tot €50.000. Nog een bijkomend nadeel zijn de eventuele juridische geschillen. Een octrooi komt altijd samen met het recht hierop, maar dat zal je wel zelf moeten verdedigen. Als iemand zich dus onwettig met jouw octrooi mengt, moet je dus zelf actie ondernemen. Kosten voor een advocaat komen daar natuurlijk ook bij. Als je een octrooi aanvraagt, is het belangrijk dat je de eerste bent. In Europa geldt first come, first served, terwijl in Amerika het octrooi wordt toegekend aan de persoon die als eerste de uitvinding maakt. Of het nu verstandig is om een octrooi aan te vragen, en wat voor één, bespreek je het best met een of meerdere adviseurs. Dat kunnen zogenaamde octrooigemachtigden zijn, gespecialiseerde advocaten of consultants.


014

EXPERTPANEL VEILIGHEID

FOKUS-ONLINE.BE

De essentie van preventie Gevaarlijke stoffen, moeilijke werksituaties: vaak een harde realiteit voor werknemers in de chemiesector. Daarom zetten onze chemische bedrijven extra in op veiligheid en risicopreventie. We laten drie experten aan het woord.

MARCUS BOLLYN.

DIRK GYZELS.

PROF. KRISTEL BERNAERTS.

Preventieadviseur - Manager Dienst VGM bij AGFA

Preventieadviseur van het jaar 2019/HSQ & Facility Manager bij Inovyn

Programme Director of the Master of Safety Engineering, Holder of the essenscia Chair Safety Engineering KU Leuven

Wat zijn de basisprincipes voor risicopreventie in de chemiesector? “Risicopreventie is tweeledig: enerzijds is er het veiligheidsbeleid van het bedrijf, anderzijds moet je voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het principe bij uitstek is de techniek van risicobeoordeling die aan de basis ligt van het opstellen van preventiemaatregelen. Een tweede pijler is een gedetailleerde, technische beschrijving van de installaties en processen. Een goed ontwerp en bijhorend onderhoud zijn ook primordiaal. Verder is een permanente opleiding van de juiste medewerkers zeer belangrijk, aangevuld door management- en inspectiesystemen. Ook de overheid neemt haar verantwoordelijkheid op door regelmatige inspecties en de controle op het naleven van de Seveso-richtlijnen.”

“Aan de basis van een solide risicopreventie ligt een goed uitgebouwd veiligheidsbeheersysteem. Zowel voor arbeids- als procesveiligheid, gericht op het voorkomen van alle types incidenten, zoals bijvoorbeeld het vrijkomen van gevaarlijke chemische stoffen of milieu-incidenten. Gedetailleerde info over de gevaren van chemische stoffen, de technologie en de apparatuur is fundamenteel. Er bestaan verschillende technieken voor risicoanalyse in het kader van incidentbeheersing. Echt belangrijk is ‘management of change’, namelijk het beheersen van wijzigingen. Intern kan dit gaan over het aanpassen van installaties, gebouwen, machines, personeelsbezetting, en extern kan een verandering uitgaan van een klant- of leveranciersbehoefte.”

“We maken een onderscheid tussen procesveiligheid, het veilig besturen van installaties, arbeidsveiligheid en de veilige werkomstandigheden voor de medewerkers. Het veiligheidsbeheer is gebaseerd op de volgende principes: het bepalen van de gevaren, het inschatten van de risico’s en het identificeren van maatregelen die risico’s maximaal reduceren, waarbij ook aandacht gaat naar uitzonderlijke noodsituaties. Opleiding is een onmiskenbaar onderdeel van het risicobeheer. Onze chemiebedrijven zijn gekend voor hun expertise: 50 procent van de lesgevers in de Master of Safety Engineering komt uit de chemische industrie. Met deze leerstoel zet essenscia volop in op veiligheid in de chemiesector.”

Hoe wordt de veiligheid van externe partijen gegarandeerd? “Juist omdat de veiligheid van de externe partijen even belangrijk is als die van onze eigen medewerkers, hanteren we een strenge procedure bij de selectie van contractoren: ze moeten veiligheid hoog in het vaandel dragen en zich veilig gedragen binnen ons bedrijf. Elk contract met een externe partij bevat een duidelijke, projectmatige beschrijving van de uit te voeren taken en een VGM-plan (veiligheid - gezondheid - milieu). Voor elke contractor wordt een contactpersoon aangesteld die de opvolging doet. Onveilige situaties of handelingen worden gemeld; eventuele ongevallen onderzocht. Bij nood aan verzorging kunnen externe medewerkers altijd terecht bij onze bedrijfsgeneesheer of EHBO-post.”

“Veiligheid van derden garanderen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Een stappenplan met grondige prekwalificatie en selectie is fundamenteel, net als duidelijke wederzijdse informatie, permanente controles tijdens de uitvoering en een doorgedreven evaluatie van de kwaliteitsen veiligheidsprestaties. Opdrachtgevers beschikken over veiligheids- en milieuregels voor derden, die bij het opstellen van het contract ondubbelzinnig worden vastgelegd. Derden dienen hun eigen werknemers te instrueren over die regels voor de aanvang van de werken. Voor elke opdracht of taak wordt een risicoanalyse gemaakt en een werkvergunning opgemaakt met de verplicht te nemen preventiemaatregelen. Observaties laten toe om het veiligheidsgedrag bij te sturen.”

“Elke taak, zowel voor interne als externe medewerkers, ondergaat een risicoanalyse die resulteert in het vastleggen van veiligheidsmaatregelen. Werkvergunningen zorgen ervoor dat instructies correct worden opgevolgd. Het is van groot belang dat instructies en extra randvoorwaarden bij kritieke taken juist gecommuniceerd worden. De toenemende internationalisering van contractoren is hierbij zeker een uitdaging: een juiste communicatie en interpretatie van procedures kan bemoeilijkt worden door de verschillende talen op de werkvloer en kan soms leiden tot onveilige situaties. Vertalingen van de basisprocedures en pictogrammen zijn daarom belangrijke hulpmiddelen.”

Hoe kunnen nieuwe technologieën de veiligheid op de werkvloer vergroten? “Technologie wordt in eerste instantie ingezet in het domein van de kwaliteit. Pas in een latere fase zal ze in aanmerking komen voor de veiligheid, omwille van de strenge eisen wat nauwkeurigheid en betrouwbaarheid betreft. Bovendien zijn er voor chemische installaties specifieke, technische vereisten die de nieuwe technologieën nog niet volledig tegemoet kunnen komen. Maar onze technische diensten volgen de ontwikkelingen van Industrie 4.0 zeer nauwkeurig op. Bij Agfa geven vooral de IT-systemen ondersteuning aan de operatoren op de werkvloer om de chemische processen veilig uit te voeren. Zo kan bijvoorbeeld het scannen van grondstoffen productwisselingen voorkomen.”

“Technologie heeft een grote rol gespeeld in de procesautomatisatie. Scanners, camera’s en drones hebben hun diensten al bewezen bij de beveiliging van de site-infrastructuur, het voorkomen van diefstallen, inspecties en beeldvorming in noodsituaties. De nieuwe digitale ontwikkelingen zullen taken van werknemers nog beter ondersteunen of vereenvoudigen: gezichtsherkenning, geolocalisatie, permanente gezondheidsmonitoring en dataverzameling. Virtual reality zal leiden tot een doorbraak in de opleidingen van werknemers. Levensechte situaties kunnen nagebootst worden zodat medewerkers risico’s en gevaren echt beleven. Hierin schiet een traditionele aanpak in een klassikale setting nog tekort.”

“Industrie 4.0 draagt op verschillende vlakken bij tot de veiligheid in chemische bedrijven. De digitalisering vergemakkelijkt bijvoorbeeld de on-site controle van elektronische werkvergunningen en de communicatie rond productie en onderhoud via informatieplatformen. Drones kunnen worden ingezet voor inspectie op lekken en corrosie op moeilijk toegankelijke of gevaarlijke plaatsen. Virtual reality biedt extra mogelijkheden bij trainingen waar ervaring een meerwaarde heeft, zoals valervaring bij een training rond valbeveiliging. Wearables kennen vandaag hun opmars vooral in de privésfeer. Tijdens onze opleiding komt het potentieel van industriële toepassingen van wearables wel aan bod.” TEKST MARLEEN WALRAVENS


SASKIA WALRAEDT CHRONICLE

#FOKUSCHEMIE

De Belgische kunststofsector omarmt de circulaire economie Dat plastics onmisbaar zijn in ons dagelijks leven is een stelling die vaak de wenkbrauwen doet fronsen. Dat de kunststofsector volop inzet op de circulaire economie is eveneens veelal onbekend. Zo is de recyclagegraad van kunststoffen fors toegenomen en zijn er veelbelovende innovaties in chemische recyclage.

B

ij plastics wordt er snel gedacht aan wegwerpproducten en de plasticsoep in de oceanen. Maar die zogenaamde ‘Single Use Plastic Products’ of SUP’s zijn maar een deel van het verhaal. Kunststoffen zijn niet weg te denken uit ons dagelijks leven. Er is niet één type plastic, maar een verscheidenheid aan kunststoffen, elk met unieke eigenschappen. Zonder kunststoffen geen computers of smartphones, auto’s of vliegtuigen, windturbines of zonnepanelen, sportkledij of steriele verpakkingen van medicatie… om maar enkele toepassingen te noemen.

Plastics voor eenmalig gebruik hoeven geen probleem te zijn.

Zelfs plastics voor eenmalig gebruik hoeven geen probleem te zijn, zolang ze ingezameld en gerecycleerd worden. Net daar wringt het schoentje: het plastic zwerfvuil, en bij uitbreiding de plasticsoep, zijn een gevolg van onverantwoord omgaan met waardevolle grondstoffen. Nog te vaak worden plastic voorwerpen achteloos in de natuur achtergelaten en in nog te veel landen is er geen degelijk systeem voor afvalophaling of is het storten van afval nog altijd toegelaten.

technologiefederatie Agoria toont aan dat ons land er op het vlak van kunststofrecyclage flink op vooruitgaat. In België werd in 2018 nog 34 procent van het plastic afval gerecycleerd. Dat is een stijging met 54 procent tegenover 2006. De weg is nog lang, maar de bocht is duidelijk genomen. Aandachtspunt is wel dat gerecycleerde kunststoffen nog te weinig als grondstof worden hergebruikt in productieprocessen. Andere opvallende vaststelling uit de studie: meer dan de helft van de kunststofproducten hebben een lange levensduur, van 2 tot 50 jaar, waardoor ze pas later gerecycleerd kunnen worden.

Een studie van essenscia, de sectorfederatie van de chemie, kunststoffen en life sciences, en

Momenteel wordt er fors geïnvesteerd in pilootinstallaties voor de ontwikkeling van chemische

recyclage. Hierbij worden gebruikte kunststoffen omgezet in een olie-achtige substantie die door chemiebedrijven kan gebruikt worden als alternatief voor fossiele grondstoffen. De recyclagetechniek laat ook toe om de polymeren waaruit kunststoffen zijn opgebouwd opnieuw op te splitsen in afzonderlijke monomeren waarmee nieuwe kunststoffen kunnen worden gemaakt. Om kunststoffen hun cruciale rol te laten spelen in de circulaire economie is het ook nodig dat er intens wordt samengewerkt. De productontwikkelaar aan de tekentafel moet beseffen dat ontwerp- en materiaalkeuzes een grote impact hebben op de recycleerbaarheid van het product. Overheden hebben op hun beurt een belangrijke taak om een ondersteunend wetgevend kader uit te werken voor chemische recyclage en het gebruik van gerecycleerde materialen toe te laten in nieuwe toepassingen, zolang het aan alle objectieve veiligheidscriteria en technische vereisten voldoet. TEKST SASKIA WALRAEDT, DIRECTOR ESSENSCIA POLYMATTERS

Nog meer weten? Surf snel naar

Fokus-online.be @fokusonlinebe • #fokuschemie

015


ADVERTENTIE_255x380.pdf

1

13/01/2020

15:43

Profile for Smart Media Agency | Fokus

Fokus Chemie