Issuu on Google+

D I T D O S S I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S m a rt m edi a E N V A L T N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D V A N D E R E D A C T I E V A N K N A C K

Moderne stad METROPOOL OP MENSENMAAT

september 2013

Logistiek Slagaders naar het hart van de stad

Urban Mining Op weg naar de materiaalneutrale stad

Duurzaam Meten, weten, isoleren

Freya Van den Bossche ‘Voor stadsbewoners is de kwaliteit van de openbare ruimte van cruciaal belang’

Trend

Bevolkingsgroei

Een tweede leven voor de elektrische auto

Steden op creatieve en leefbare manier verdichten


2

e d ito r ial

‘De januskop van de moderne stad’ Vlaanderen moet zijn ingewortelde angst voor de stad overwinnen. Brengen we dus de sterke punten van het stedelijke samenleven voor het voetlicht. De stad vormt immers de grondlaag voor de economische, sociale en politieke kracht van Europa.

Jan Vranken Emeritus gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen

“De stad is niet langer synoniem voor verloedering, onveiligheid, criminaliteit en armoede. Vrij recent kreeg ze (opnieuw) een positief imago: als laboratorium voor individuele en collectieve vormen van dynamiek en creativiteit. Niet alleen voor wetenschap en technologie, maar ook voor nieuwe vormen van samenleven, voor tolerantie en wederzijds respect. Stadslucht maakt nog altijd vrij en de stad was altijd al synoniem voor diversiteit; recent wordt zelfs gewaagd van superdiversiteit en hyperdiversiteit. Deze vele elkaar doorkruisende vormen van verscheidenheid worden nog te vaak uitsluitend als bedreiging gezien; de erin vervatte opportuniteiten worden verwaarloosd. Maar steden waren, zijn en blijven de knooppunten van de Europese beschaving.

kwaliteitsonderwijs voor iedereen en een gezonde leefomgeving dragen bij tot de sociale vooruitgang. Economische activiteiten die in zo’n stedelijke context thuishoren, maken van de stad een innoverende kracht voor de hele samenleving. Daarvoor mag ze niet worden opgesloten in haar administratieve grenzen. De ontwikkeling van stadsgebieden en van duidelijke relaties met de omliggende steden en met het platteland zijn nodig.

Kan de kracht van de stad nog versterken? Door haar compacte structuur en haar ruimtelijke en sociale diversiteit is de stad een uitgelezen laboratorium voor ecologisch bouwen en leven. Oude en nieuwe vormen van individueel en collectief transport kunnen worden samengebracht, met bijzondere aandacht voor de stadswandelaar. Traagheid, publieke plekken en een florerend verenigingsleven helpen om van de stad een platform voor democratie, culturele dialoog en diversiteit te maken. Diverse woonvormen,

Zo’n dynamische

‘Steden blijven de knooppunten van de Europese beschaving’ en creatieve stad vereist ook dat de ‘klassieke’ stedelijke problemen worden aangepakt, tegelijk met en via zo’n dynamisch beleid. De binnenstedelijke tweedeling tussen de rijke en de achtergestelde buurten kunnen worden overwonnen door een echt polycentrische ruimte te scheppen. De stedelijke arbeidsmarktparadox moet worden aangepakt door tegelijk het opleidingsniveau van lagergeschoolden te verhogen en aangepaste kwalitatieve jobs te voorzien. Dan zijn er de uitdagingen van de demografische

ontwikkelingen. Ook de vergrijzing kan bijdragen tot de creativiteit van een gemeenschap, net als de vergroening. Maar dan moet vooral het verwaarloosde menselijke kapitaal bij de allochtone jongeren wordt aangeboord. Nieuwe vormen van structurele solidariteit en cohesie moeten worden ontwikkeld, voorbij aan de uitersten van buurtfeesten en van controlerende en sanctionerende initiatieven zoals bewakingscamera’s en GAS-boetes. Conflictsituaties mogen zeker niet worden uitgebuit om groepen tegen elkaar op te zetten of voor persoonlijk gewin. Ze vormen een uitstekende opstap om mensen en instellingen te doen nadenken over waar ze met de stad heen willen. Ook hier geldt het eeuwenoude adagium: ‘Au choc des idées jaillit la lumière’ (Boileau). binnen innovatieve vormen van urban governance. Wat houden die in? Een holistisch model van duurzame stedelijke ontwikkeling, waarin de uitdagingen geïntegreerd en binnen een langetermijnperspectief worden aangepakt. De vraag naar wat er eerst komt – de bebouwde ruimte of de samenlevende mensen en groepen – is niet relevant. Naast de formele beleids- en bestuursstructuren moeten ook de flexibelere informele circuits worden aangesproken.” Dat moet gebeuren

04

08

10

12

04 Meten, weten en isoleren 06 Urban mining: op weg naar de materiaal neutrale stad 08 Profielinterview: Freya Van den Bossche 10 Een tweede leven voor de elektrische auto 12 Slagaders naar het hart van de stad 14 Steden op creatieve en leefbare manier verdichten

Colofon

Over Smart Media

Project Manager: Ruben Lancksweerdt, ruben.lancksweerdt@smartmediapublishing.com Productieleider: Oskar Wästlund Hoofdredactie: Jerry Huinder, redactie@smartmediapublishing.com Beeld cover: Sander de Wilde Tekst: Frederic Petitjean, Senne Starckx Grafische vormgeving: Leon Mooijer Drukkerij: Roularta Printing

Smart Media ontwikkelt, produceert en financiert themabijlagen die via landelijke, gerenommeerde kranten worden verspreid. Elke themabijlage wordt gemaakt door zorgvuldig samengestelde redactieteams. De grafische productie wordt verzorgd door creatieve vormgevers met gevoel voor de productie van moderne tijdschriften. Onze basisgedachte is een sterke onderwerpgerichtheid. Door zichtbaar te zijn in onze themabijlagen bereiken onze klanten het gehele verspreidingsterrein van de dragende krant. En selecteren ze automatisch de doelgroep die in de markt is voor de producten en diensten van het bedrijf. Smart Media is een jonge en dynamische onderneming met hoge doelstellingen. Wij ontwikkelen ons snel en onze planning is erop gericht een van de toonaangevende bedrijven van Europa in ons vakgebied te worden. Op dit moment zijn we vertegenwoordigd in Zweden, Noorwegen, Zwitserland, België en Nederland.

Voor meer informatie kunt u een e-mail sturen naar info.be@smartmediapublishing.com Smart Media Publishing Belgium BVBA, Leystraat 27, 2018 Antwerpen, Belgium. Tel +32 3 289 19 40, www.smartmediapublishing.com

D I T DOSSIE R WOR DT GE PUBLICE E R D D O O R S m a rt m edi a E N VA L T N I E T O N D E R D E V E R A N T W OO RDELIJ KH EID VAN DE REDAC TIE VAN KN AC K

Wil jij schrijven voor deze bijlage? Smart Media Publishing is op zoek naar journalisten met een aantoonbare technische/bedrijfseconomische achtergrond die op freelance basis voor ons willen werken. We hebben journalisten nodig die artikelen en interviews voor dit soort bijlagen kunnen aanleveren. Gelieve niet te reageren zonder een technische/ bedrijfseconomische achtergrond of in ieder geval een diepgaande interesse in de onderwerpen! Een aantal jaar ervaring als journalist is een vereiste. Ervaring bij een krant of magazine is een grote plus. Interesse? Mail! vacature@smartmediapublishing.com

www.smartmediapublishing.com

Volg ons


Urban mining: de jacht op grondstoffen in Vlaanderen GRES N O C

12 november 2013

In Vlaanderen zijn weinig grondstoffen aanwezig. Daardoor zijn we sterk a�hankelijk van invoer. Onze bedrijven worden nu al geconfronteerd met schommelende grondstofprijzen en op lange termijn zullen deze stelselmatig de hoogte in gaan. Maar er valt binnen onze sterk verstedelijkte regio een schat aan materialen te recupereren. Door oude producten en gebruikte materialen in te zamelen, te recycleren en vervolgens opnieuw te gebruiken remmen we de nood aan primaire grondstoffen af. Het succes van onze economie zou in de toekomst wel eens kunnen gaan a�hangen van hoe goed we de Vlaamse ‘stadsmijn' exploiteren. Het Vlaams Materialenprogramma wil dit helpen realiseren.

Schrijf in via www.ovam.be/vlaamsmaterialenprogramma en kies één van de interactieve sessies. De domeinen bouw, kunststoffen, metalen en bio-economie ontmoeten elkaar in een verstedelijkte omgeving en tonen hun speci�ieke bijdrage tot de moderne stadsmijn. Experts uit de verschillende sectoren zullen samen met minister-president Kris Peeters, toonaangevend architect Thomas Rau, minister van leefmilieu Joke Schauvliege en Rosalinde Van der Vlies van het kabinet van EU commissaris Potocnik ingaan op hoe onze steden kunnen evolueren tot werkelijke stadsmijnen. ^

Het Vlaams Materialenprogramma wordt gerealiseerd in samenwerking met:

Het Vlaams Materialenprogramma heeft de ambitie van Vlaanderen een Europese topregio op vlak van duurzaam materialenbeheer te maken. In het Vlaams Materialenprogramma bundelen de bedrijfswereld, de overheid, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld de krachten en combineren we ambitieuze langetermijn visie-ontwikkeling met beleidsrelevant onderzoek en concrete acties op de korte termijn. In nauw overleg met alle sleutelactoren in Vlaanderen op het vlak van materialenbeheer, identi�iceerden we 9 he�bomen die tegen 2020 de basis moeten leggen voor een economie waarin materialen draaien in slim gesloten kringlopen.

advertOrial

Smart grid: een muSt voor elke moderne Stad Het elektriciteitsnet van de stad van de toekomst verbindt zogenaamde ‘prosumers’: gezinnen of bedrijven die zowel stroom van het net afnemen als eraan toevoegen. Om kortsluitingen te vermijden, is een smart grid onontbeerlijk. CG Power Systems ontwikkelt hiervoor slimme producten en diensten. Slimme elektriciteitsnetwerken, of smart grids, zijn al volop aanwezig in Vlaanderen. Alleen zijn ze nog niet volledig zichtbaar voor de eindconsument. Momenteel is het hoogspanningnet reeds ‘slim’ – waardoor de windmolens aan de Belgische kust bijvoorbeeld probleemloos konden worden aangesloten op het landelijke net en grote energiestromen worden uitgewisseld met de buurlanden. Het is investeren tot ook het laagspanningsnet (het distributienetwerk) is opgewaardeerd vooraleer we écht van een smart grid kunnen spreken.

“Elektriciteit wordt het transportmedium van de toekomst”, zegt Jan Declercq, chief technology officer (CTO) van CG Power Systems uit Mechelen, de Belgische dochter van de CG-groep - die internationaal actief is met producten, systemen en diensten op het vlak van productie, transmissie en distributie van energie. CG Power Systems is betrokken in tal van demonstratieprojecten – in binnen- en buitenland – waarbij met smart grids wordt geëxperimenteerd. Dat gebeurt in nieuwe woonwijken, in bedrijvencentra of zelfs in kleine steden. Wat vormt de kern van een smart grid? Declercq: “Transmissie en distributie van elektriciteit zal in de toekomst niet meer denkbaar zijn zonder communicatie. Bovendien zal zowel de stroom als de communicatie in twee richtingen gaan. Als we onze elektrische wagen ’s avonds inpluggen aan de laadpaal in de garage zodat hij ’s ochtends weer startklaar is, doet z’n grote batterij dienst als stroombuffer voor het elektrische thuisnetwerk. Het woonhuis wordt een mini-energiecen-

‘Transmissie en distributie van elektriciteit zal in de toekomst niet meer denkbaar zijn zonder communicatie’ Dr. Jan Declercq, CTO van CG Power Systems

trale, zeg maar.Want met zonnepanelen op het dak levert dat huis op regelmatige tijdstippen stroom aan het net. In een smart grid is alles met elkaar verbonden, en door slimme software en apparatuur is alles op elkaar afgesteld.” Volgens Declercq zijn naast rurale gebieden en industriezones vooral steden – en verstedelijkte omgevingen, zoals Vlaanderen – gebaat bij een slim elektriciteitsnet. “Een smart grid is een absolute must voor een moderne stad. De stad brengt op een kleine opper-

vlakte enorm veel ‘prosumers’ – gezinnen of bedrijven die elektriciteit afnemen, maar ook toevoegen aan het net – bij elkaar. Daardoor zullen de gevolgen van een smart grid in de stad vele keren zichtbaarder zijn dan bijvoorbeeld op het dunbevolkte platteland.” Als ook het distributienet slim wordt, dan zullen bovenop de communicatie de klassieke, groene transformatorhuisjes omgebouwd worden tot zogeheten smart active substations. Die vormen in feite de flexibele adaptieve knooppunten van het slimme laagspanningsnet.

En ze krijgen genoeg te doen, want een netwerk dat zowel voorziet in afname als in toevoer van elektriciteit – waarvan de hoeveelheden afhangen van grillige factoren zoals het weer en dagdagelijks menselijke gedrag – kan niet anders dan uitgroeien tot een hypercomplex geheel. Afhankelijk van de continu fluctuerende vraag en aanbod in een wijk of stad, communiceren de smart active substations met elkaar, regelen ze de stromen en optimaliseren ze de kwaliteit van de afgegeven stroom. Als we verder innoveren kunnen ze eventueel dienst doen voor elektriciteit opslag. Declercq: “De nu passieve transformatorhuisjes worden omgetoverd tot actieve elementen in het smart grid.”


4

i n s p i rati e

d u u r zaam

Meten, weten en isoleren Willen we een leefbare planeet achterlaten voor onze kinderen, dan zullen we energie moeten besparen en onze CO2-uitstoot drastisch terugdringen. Ook in de stad kan dat perfect, al moet de technologie dan wel een handje helpen. Tekst Frederic Petitjean

Het aandeel van de verwarming van gebouwen was in 2010 goed voor zowat twintig procent van de totale CO2-uitstoot in Vlaanderen, zo blijkt uit het Vooruitgangsrapport 2011 van het Vlaams klimaatbeleid. Als we kijken naar de totale CO2-emissies, exclusief de grootindustrie (die onder Europees geregelde emissiehandelssystemen valt), stijgt dat zelfs naar 38 procent. Daar valt dus duidelijk nog een flinke vooruitgang te boeken, zeker in een zwaar verstedelijkt gebied als Vlaanderen. Ook de overheid beseft dat en daarom geeft ze een hele resem premies en subsidies aan mensen die de energie-efficiëntie van hun huis of appartement willen opkrikken. Maar wat zijn nu eigenlijk de mogelijkheden om dat te doen? En wat levert het op? Wij gingen ons licht opsteken bij Sara Van Dyck, energiespecialiste van de Bond Beter Leefmilieu. “Er zijn heel wat manieren om op een schone manier elektriciteit, warmte en warm water op te wekken”, zegt Van Dyck. “Maar de allerbelangrijkste en eerste stap die je moet zetten, is isoleren. Zeker in onze steden zijn er nog hele wijken met oude gebouwen die slecht geïsoleerd zijn. En als je dat niet eerst aanpakt, zijn alle andere ingrepen eigenlijk nutteloos.”

moet je niet op een centimeter kijken, geeft Van Dyck mee. “Je moet het doorgedreven doen. Als het kan, pak je best ook meteen het hele gebouw aan. Lukt het niet om dat in één keer te doen, omwille van praktische of financiële obstakels, dan

Bij dat isoleren

maak je best een totaalplan, waarbij je stapsgewijs isoleert en de verschillende werkzaamheden (dak, ramen, muren…) op elkaar afstemt. Eenvoudige maatregelen zoals dakisolatie zijn goed, maar niet voldoende. Een totaalplan geeft direct het beste rendement.” Pas nadat je de isolatie in orde hebt gebracht, kun je verdere stappen overwegen. En dan komen zaken als zonnepanelen en -boilers, windenergie, warmtepompen en stadsverwarming in beeld. “Zonnepanelen kennen de meeste mensen al, maar een zonneboiler is eigenlijk nog een beter idee, omdat het rendement daarvan

‘Zonder te isoleren zijn alle andere ingrepen eigenlijk nutteloos’ Sara Van Dyck

hoger ligt dan van panelen. Er bestaan varianten die zo goed de warmte vasthouden, dat je ze zelfs niet naar het zuiden moet oriënteren. Op die manier zijn ze makkelijker te plaatsen en beter bereikbaar voor meer mensen.” Ook de warmtepomp kan bij de energiespecialiste op goedkeurend geknik rekenen. Met zo’n warmtepomp kun je water verwarmen met gratis energie die je uit de grond of het grondwater haalt. Ook in hartje winter zit er diep in de grond namelijk nog voldoende warmte om dat voor elkaar

te krijgen. Het systeem is niet bepaald goedkoop om te installeren, maar daarna produceer je bijna gratis warm water, bijvoorbeeld voor je vloerverwarming. Stadsverwarming is dan weer een collectief verwarmingssysteem, waarop meer dan één huis wordt aangesloten. De restwarmte van bijvoorbeeld grote industriële sites of verbrandingsovens wordt daarbij gebruikt om huizen te verwarmen. Omdat er flink wat graafwerk bij komt kijken, ligt het grootste potentieel bij deze techniek, vooral in nieuw te ontwikkelen stadswijken. Doordat ze ons energieverbruik en onze CO2-uitstoot onder controle helpen te houden, zijn al deze technieken een zegen voor het milieu. Maar ze brengen ook zo hun eigen, onvermoede problemen mee. Ons elektriciteitsnetwerk, waarvan de fundamenten meer dan honderd jaar geleden werden gelegd, is eigenlijk niet voorzien op een bevolking die zelf energie gaat opwekken, via zonnepanelen en windturbines. Gelukkig hebben slimme ingenieurs ook hier een oplossing voor klaar: de smart grid of het ‘slimme’ elektriciteitsnetwerk.

“Tot nog toe vloeide elektriciteit van een centrale via een transport- en distributienetwerk naar een consument”, zegt Thomas Zeebergh, smart grid-specialist bij Siemens. “Met de hernieuwbare energiebronnen injecteert de consument vandaag ook zelf energie in het netwerk. Die productie is moeilijk te voorspellen en ook niet constant: soms is er veel zonneschijn en wind en soms ook

Stroom van eigen kweek

bis bo uw - & im salon

Pluk de vruchten van een eigen zonnestroominstallatie Produceer zelf groene stroom en geniet seizoenenlang van een voordelige en stabiele energieprijs. Vind alle voordelen en een vakman in zonnestroom in uw buurt op www.stroomvaneigenkweek.be

stroom_van_eigen_kweek_adv_knack_255x120.indd 1

mo

BR ENG EEN BE ZOEK AA N ON ZE STAND IN HAL 3 TIJDENS BIS, DÉ BOUW BEURS VA N 05 TOT 13 OK TOBER IN FL ANDERS EX PO

11/09/13 10:03


 5

3 VRAGEN AAN...

‘Met de hernieuwbare energiebronnen injecteert de consument vandaag ook zelf energie in het netwerk’ Thomas Zeebergh

Geert Flipts, niet. Het probleem daarbij is dat de productie en het verbruik van stroom eigenlijk altijd in evenwicht moeten zijn. Wat geproduceerd wordt, moet meteen verbruikt worden en omgekeerd, omdat het momenteel economisch bijna onmogelijk is om geproduceerde stroom op te slaan. Doordat de energie die de consument zelf opwekt erg onvoorspelbaar is, wordt dat evenwicht steeds moeilijker te bereiken.” De smart grid bestaat uit een heleboel technologieën die er op gericht zijn om verbruik en productie opnieuw in balans te brengen. Een belangrijk onderdeel is de slimme meter die bij de eindverbruiker wordt geïnstalleerd en die heel veel informatie geeft over het verbruik en de status van het netwerk. “Als je consumenten bewust maakt van hun gedrag, zal dat hun gedrag ook beïnvloeden”, zegt Zeebergh. Die meter communiceert met het energienetwerk en (in de toekomst) ook met de toestellen die in huis staan. Zo zal bijvoorbeeld je wasmachine aanspringen wanneer er veel stroom is op het netwerk. Of je vaatwasser stelt zijn programma uit wanneer er weinig stroom is, allemaal volledig automatisch. “Dat hoeft ook niet noodzakelijk ’s nachts te zijn. In de toekomst zal de prijs van elektriciteit schommelen per uur of zelfs per kwartier, volledig afhankelijk van de vraag en het aanbod aan stroom.” Voor de leveranciers scheppen deze nieuwigheden nog een interessant

commercieel voordeel, zegt Zeebergh. “De stroomproducenten zullen heel scherpe gebruikersprofielen kunnen opstellen en hun productportfolio daar op afstemmen. Een gezin met twee kinderen heeft immers een heel ander profiel dan een alleenstaande gepensioneerde.” Er lopen in ons land momenteel al verschillende proefprojecten met smart grids en slimme meters. De echte uitrol zal heel gefaseerd gebeuren en verschillende jaren in beslag nemen, meent Zeebergh. “Technisch gezien kan het, het zal vooral zaak zijn om een economisch zinvol model te vinden. De kostprijs blijft een zeer belangrijke parameter.” trouwens ook voor alle technologieën die energie besparen en opwekken bij de consument. Toch is zo’n investering bijna altijd rendabel. “Een Duitse studie van het Jülich Research Centre toont aan dat elke euro die de overheid investeert in energiebesparende maatregelen, onmiddellijk vijf euro opbrengt”, zegt Sara Van Dyck. “Een groot deel daarvan via de bouw, die een zeer lokale economie is en heel veel werkgelegenheid schept. Energiebesparing in gebouwen links laten liggen omwille van economische besparingen is dan ook een zeer kortzichtige aanpak.” Van Dyck wijst daarnaast op nog een mogelijke financieringsbron: de opbrengsten uit de emissiehandel. “De Europese lidstaten mogen de komende jaren kiezen hoe ze die gaan besteden. Ons lijkt het logisch dat ze die toch minstens voor een deel zullen inzetten voor het renoveren van hun patrimonium.”

Datzelfde geldt

communicatieverantwoordelijke van het Vlaams Energieagentschap (VEA). ■ Wat is de beste manier om je energiefactuur snel te doen dalen?

“Het isoleren van muren en daken en dubbel glas plaatsen. Een dak van 100 m2 isoleren, kost gemiddeld 2.120 euro, of 850 euro na subsidies. Op minder dan twee jaar is dit terugverdiend. Na-isolatie van spouwmuren heb je op vier jaar terugverdiend. Een condensatieketel in je CV-installatie bespaart 20 tot 30 procent op je energiefactuur. Ook het gebruikersgedrag is belangrijk. Verwarm je op 20°C of op 22°C?” ■ Welke steunmaatregelen van de overheid mag je zeker niet vergeten?

“De netbeheerders subsidiëren alle isolatiemaatregelen in bestaande huizen: dak, muur, vloer, glas. Er is een belastingvermindering van 30% voor dakisolatie en premies voor een zonneboiler of warmtepomp. Voor grotere renovaties is er de Vlaamse renovatiepremie die kan oplopen tot 10.000 euro.” ■ Gaat de burger tegenwoordig bewuster met energiebesparing om?

“Negen op tien Vlamingen vinden energiebesparing belangrijk, zeven op tien omschrijven zichzelf als zuinig qua verbruik. Energiebesparing is dus een prioriteit.”

More than a rock. It’s a natural choice. De unieke combinatie van thermische, isolerende en accumulerende eigenschappen maakt ROCKWOOL producten tot uiterst duurzame bouwmaterialen. Kou en hitte worden effectief uit een gebouw geweerd, waardoor een laag energieverbruik wordt gerealiseerd. ROCKWOOL producten dragen substantieel bij aan CO2-reductie en hebben een positieve ‘carbon footprint’. ROCKWOOL rotswol is 100% recyclebaar en kan worden herwerkt tot hoogwaardige nieuwe producten. www.rockwool.be


6

actu e e l

u r b an m i n i n g

‘België behoort op het vlak van postshreddertechnologie tot de allerbesten in Europa’ Catherine Lenaerts

Op weg naar de materiaalneutrale stad Onze verstedelijkte leefomgeving moet zoveel mogelijk in haar eigen grondstoffen gaan voorzien. Maar hoe? Sloop van gebouwen levert nieuwe bouwmaterialen op, sanering van vervuilde bodems genereert nieuwe open ruimte en producten die worden afgedankt, worden gerecycleerd en elders hergebruikt. Tekst Senne Starckx

Vorig jaar werden door Febelauto, de beheerder voor afgedankte voertuigen in België, meer dan 160.000 afgedankte voertuigen ingezameld. Na een intensief recyclageproces leverde dat dezelfde hoeveelheid op aan nuttige materialen zoals koper, aluminium, ferro-metalen en diverse kunststoffen. Liefst 93 procent van die gerecupereerde materialen werd gerecycleerd – in een nieuwe auto of een geheel ander product – of verbrand om elektrische stroom mee op te wekken (energetisch gevaloriseerd). Tegen 2015 wil Febelauto de mijlpaal van 95 procent halen. Daarmee schaart de organisatie zich volledig achter de idee van urban mining. Waarom (vaak dure) materialen uit het buitenland importeren, als er dagelijks 6 miljoen ‘mobiele metalen’ over de Belgische wegen denderen? en recyclage van materialen is cruciaal bij het exploiteren van de zogenaamde ‘Vlaamse stadsmijn’. Maar urban mining houdt natuurlijk veel meer in. “Slim design, een betere samenwerking tussen alle actoren binnen een materiaalketen – van de ontwerper over de distributie en de consument tot de eindverwerker – en een aangepast regelgevend kader zijn nodig om de waardevolle materialen, die momenteel gestockeerd zijn in

Selectieve inzameling

onze huizen, goederen en bedrijven, maximaal terug te winnen”, vertelt Jan Verheyen, woordvoerder bij de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Nog dit najaar organiseert OVAM een congres over urban mining. Dit naar aanleiding van de tweede verjaardag van het Vlaams Materialenprogramma. In dat initiatief bundelen de bedrijfswereld, de overheid, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld hun krachten om materialengebruik in Vlaanderen te verduurzamen. Verheyen: “We combineren daarbij een ambitieuze visievorming voor de lange termijn met gericht wetenschappelijk onderzoek en concrete projecten op het terrein. De gedeelde ambitie is om tegen 2020 koploper te zijn in Europa op het vlak van materialenbeheer. Zo zal de Vlaamse economie minder afhankelijk zijn van grondstoffenimport. We streven naar de omvorming van een lineair productiesysteem naar een kringloopeconomie, waarbij materialen in gesloten kringlopen bewegen.” Het is immers een feit dat in Vlaanderen weinig grondstoffen aanwezig zijn, waardoor onze regio

erg afhankelijk is van invoer. En dit in een internationale context waarin grondstofprijzen volatiel zijn. “Aan de andere kant valt er in onze sterk verstedelijkte regio een schat aan materialen te recupereren”, gaat Verheyen verder. “Door afgedankte producten en gebruikte materialen in

‘Grondstofprijzen zouden in de toekomst wel eens kunnen afhangen van hoe goed we de Vlaamse stadsmijn exploiteren’

geldt niet alleen voor aardolie als basis voor heel wat plastics, maar ook voor koper, lood en zelfs fosfaat (een essentiële grondstof bij de productie van landbouwgewassen). Ook de zeldzame aardmetalen, die nodig zijn in groene technologieën zoals windmolens en zonnepanelen, en heel wat courante gebruiksgoederen, zoals (elektrische) auto's, mobiele telefoons en laptops, worden steeds zeldzamer.

te zamelen, te recycleren en vervolgens opnieuw te gebruiken, kan de nood aan primaire grondstoffen afgeremd worden. Grondstofprijzen zouden in de toekomst wel eens kunnen afhangen van hoe goed we de Vlaamse stadsmijn exploiteren.”

De Vlaamse stadsmijn bevat niet alleen waardevolle, recycleerbare materialen. Een andere, niet-tastbare grondstof is ruimte – een schaars goed in onze dichtbevolkte, verstedelijkte regio. “Sanering van bodems, het vrijkomen of hergebruik van ruimte past natuurlijk helemaal in de kwalitatieve transformatie naar een duurzame, moderne stad”, weet Verheyen. “Die ruimten kunnen nieuwe combinaties bevatten van wonen, werken, produceren, consumeren en recreëren. Met nieuwe mobiliteitsdiensten en nieuwe bedrijvigheid. Aan het einde van de rit moeten al deze ontwikkelingen samen uitmonden in de zogenaamde ‘materiaalneutrale stad’.”

Bovendien worden veel materialen steeds schaarser en dus duurder. Dat

Bij recyclage denken we in de eerste plaats aan de recuperatie van

Jan Verheyen

nuttige materialen uit ons elektronisch afval of uit afgedankte voertuigen, maar de materiaalneutrale stad eist dat ook hele gebouwen worden gerecycleerd. “Daarbij is het belangrijk dat de puinfracties, net zoals dat van toepassing is voor andere afvalstromen, goed van elkaar worden gescheiden”, vertelt Lieven Fermon van afvalinzamelaar en -verwerker SITA. “In een van onze filialen onderzoeken we momenteel hoe we dit scheidingsproces beter kunnen afstemmen op de huidige tendensen – waarin het aandeel van niet-traditionele bouwmaterialen zoals gyproc aan belang wint. Zo willen we bijvoorbeeld handpicking vervangen door robotische selectie om tot een betere scheiding en dus recyclagekwaliteit te komen.” SITA onderzoekt ook hoe het bouwmaterialen kan vervaardigen uit afval. “Bij Valomac, een filiaal gespecialiseerd in de valorisatie van bodemassen (assen van verbrand restafval), is men erin geslaagd om op basis van een specifiek procedé een nieuwe soort betonblok te maken”, aldus Fermon. “De stapelbare blokken gebruiken we momenteel in de scheidingscompartimenten van onze sorteer- en verwerkingsinstallatie.”

behoefte aan nieuwe inventieve recyclagemethodes. Ook bij Febelauto wordt volop onderzoek gedaan naar nieuwe, hoogtechnologische manieren om nog meer te recycleren nadat een afgedankt voertuig is ‘geshredderd’. “Zo zetten we bijvoorbeeld bacteriën in om concentraten van ultrafijne metalen te filteren uit het shredderresidu”, zegt Catherine Lenaerts van Febelauto. Daarnaast recupereren we diverse kunststoffen uit het shredderresidu van afgedankte voertuigen, zodat ze als grondstof kunnen dienen voor kunststofcomponenten bij de productie van nieuwe voertuigen. Dit soort unieke knowhow zorgt ervoor dat België op het vlak van post-shreddertechnologie tot de besten in Europa behoort.”

Er is nog altijd


ADVERTORIAL

De juiste ingrepen op ruimtelijk vlak creëren niet enkel oplossingen voor hemelwater maar dragen ook bij tot een aangenamere leefomgeving.

Steden en gemeenten moeten zich voorbereiden op klimaatverandering De verandering van het klimaat laat zich ook in Vlaanderen duidelijk voelen. Een hogere zeespiegel, verdroging van de bodem en een gewijzigd neerslagpatroon zijn effecten die nu al meetbaar zijn. Om te anticiperen op deze en toekomstige gevolgen, is het nu het moment om op lokaal niveau in te grijpen met adaptieve maatregelen.

Onze winters worden steeds natter, waardoor het waterpeil in beken en rivieren hoger komt te staan. In de zomer regent het dan weer beduidend minder vaak, zoals ook de voorbije maanden was vast te stellen. En àls het regent in de zomer, zijn de buien meestal kortstondig en feller dan vroeger. Het water krijgt niet of nauwelijks de kans om in de bodem te dringen, enerzijds door de intensiteit van de bui, maar anderzijds ook door de toenemende hoeveelheid verharde oppervlakte. Beide oorzaken zorgen voor een daling van de grondwatervoorraden, die in Vlaanderen op dit moment al erg klein zijn in vergelijking met andere Europese landen.

Wateroverlast voorkomen

Meer neerslag in de winter en piekbuien in de zomer verhogen de kans op wateroverlast. Natuurlijk kan je als nieuwbouwer het risico op wateroverlast in je woning voor een groot stuk beperken door bijvoorbeeld niet te bouwen in overstromingsgevoelig gebied of door ‘waterproof’ te bouwen. Maar ook de rioleringssector nam maat-

regelen om plotse pieken van hemelwater op te vangen. Nieuwe ontwerprichtlijnen voor rioolstelsels, die aangepast zijn aan recente neerslagparameters, moeten ervoor zorgen dat de riolen in de toekomst grote hoeveelheden regenwater beter aankunnen. Daarnaast zullen het inbouwen van bergingscapaciteit in het rioolstelsel en wachtbekkens voor de tijdelijke opvang van grote neerslaghoeveelheden, een teveel aan water op één punt vermijden. Helaas kan niemand met zekerheid zeggen hoe het klimaat verder zal evolueren. Maar modellen met verwachtingspatronen tonen niet meteen een ommekeer van het probleem aan, eerder in tegendeel. Wat vandaag beschouwd wordt als een bui die slechts om de twintig jaar voor komt, kan tegen 2100 misschien wel een vijfjaarlijkse bui zijn. Dat is geen rampscenario, maar de realiteit. Zowel Europa als Vlaanderen benadrukken in hun adaptatiestrategieën dat ze actie verwachten op lokaal niveau en dus van de steden en gemeenten.

Visie op maat

Ruimte geven aan water blijft hoe dan ook de belangrijkste maatregel tegen wateroverlast. Algemeen bestaat de strategie erin om regenwater zoveel mogelijk ter plaatse te laten infiltreren. Waar dat niet kan, worden ruimtes voorzien om het water tijdelijk te bufferen of gecontroleerd te laten overstromen. Voor hemelwater dat niet op een van deze manieren kan ‘verwerkt’ worden, moeten afvoermogelijkheden voorzien worden. Steden en gemeenten kunnen ervoor kiezen om een hemelwaterplan te laten opmaken. Dat geeft aan waar best voor welke optie gekozen wordt. De Vlaamse rioolwaterzuiveraar Aquafin maakt ook zo’n hemelwaterplannen op voor lokale besturen. Gezien Aquafin de gewestelijke rioleringsinfrastructuur beheert in gans Vlaanderen, beschikt het bedrijf over een uitgebreide gebiedskennis. Dat is uiteraard een belangrijke troef en zelfs een voorwaarde om in een plan alle hydrologische

aspecten van het gebied en de interactie tussen waterlopen en riolen in kaart te brengen. Bovendien heeft Aquafin hierdoor ook een helikopterzicht op de waterhuishouding in Vlaanderen, zodat het in een bepaalde gemeente geen maatregelen zal voorstellen die nadelig zijn voor een buurgemeente. Om de theorie aan de praktijk te toetsen, werkt Aquafin momenteel aan een hemelwaterplan voor twee Vlaamse gemeenten. Na deze testcases is het uiteraard de bedoeling om het hemelwaterplan ook aan andere gemeenten aan te bieden. Bij de uitwerking van het plan wil Aquafin steeds maximaal rekening houden met de omgeving en de functies van het gebied dat in kaart wordt gebracht. Door de goede oplossingen voor hemelwater te combineren met architecturale stadslandschappelijke elementen, kan het hemelwaterplan ook een toegevoegde waarde bieden op het vlak van stadsontwikkeling. ■


8

i nte rvi ew

‘We moeten slimmer omgaan met de beschikbare ruimte’ Wonen en (samen)leven in de stad van de toekomst. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Een en ander staat in het Woonbeleidsplan waaraan Vlaams minister van Steden, Energie en Wonen, Freya Van den Bossche, momenteel de laatste hand legt. “Eerst en vooral zullen we met nog meer samenleven op een beperkte ruimte.” Tekst Senne Starckx beeld Sander de Wilde

In september 2012 zette minister Van den Bossche de krijtlijnen uit van een toekomstvisie op wonen in Vlaanderen in 2050. Dit ambitieuze ‘Woonbeleidsplan’ moet de Vlaamse overheid de komende jaren in staat stellen een doeltreffend en duurzaam woonbeleid te voeren. Van den Bossche hoopt dat het plan ten laatste begin volgend jaar door de Vlaamse regering wordt goedgekeurd. Uw Woonbeleidsplan heeft 2050

tuin. Als er meer mensen dichter bij elkaar komen wonen, is er ook nood aan meer en kwaliteitsvolle open ruimte. Dat besef is het laatste decennium in onze Vlaamse steden sterk gegroeid. Op het vlak van stadsvernieuwing hebben we flinke stappen vooruit gezet, en heus niet alleen in de grootsteden Antwerpen en Gent. Ook in centrumsteden wordt gewerkt aan stadsvernieuwing door wijken te herdenken. Niet enkel ruimtelijk, maar ook sociaal. Zoals die

als horizon. Wat zullen de belangrijkste verschillen zijn, op woongebied, met de huidige situatie in Vlaanderen?

“Eerst en vooral zullen we met nog meer samenleven op een beperkte ruimte. In 2050 zijn we naar schatting met een miljoen Vlamingen meer dan nu, en die zullen voor een groot deel leven en wonen in onze steden. We zullen dan ook op een andere en vooral slimmere manier moeten leren omgaan met de beschikbare ruimte, zodat ieders levenskwaliteit en wooncomfort er op kan vooruitgaan. Want dat blijft de ambitie.” Die beschikbare ruimte zal dan wel op een andere manier moeten worden ingevuld...

“Dat is waar. Onze publieke ruimte wordt een nog kostbaarder goed. Zeker voor stadsbewoners is de kwaliteit van de openbare ruimte van cruciaal belang. Ze wonen doorgaans kleiner en hebben vaak geen tuin. De pleinen zijn hun terras, de parken hun

‘Ik weet niet of vaker de fiets of bus nemen een kleinere mentaliteitswijziging vergt dan je dak of je muren isoleren’ steden de afgelopen jaren fors geïnvesteerd hebben in de kwaliteit van hun openbaar domein, moet dat ook gebeuren op het vlak van openbaar vervoer. Als we een aangename en groene woonomgeving willen creëren voor alle stedelingen, zullen we immers geen extra wegen en parkeergarages kunnen blijven aanleggen. Nu al gebruiken steeds meer mensen in de stad het openbaar vervoer of de fiets. Die trend is onomkeerbaar.”

Zal in de stad van de toekomst het delen van auto’s en fietsen meer regel dan uitzondering zijn?

“Ik denk het wel. Ik ben ervan overtuigd dat we op mobiliteitsvlak nog veel collectiever zullen gaan leven en denken. Denk maar aan het succes van de fietsdeelsystemen in Antwerpen en Brussel, of de opkomst van autodeelsystemen zoals Cambio en de autodeelgroepen die her en der ontstaan. Waarom zelf een dure auto kopen die je nergens kwijtgeraakt om die vervolgens 95 procent van de tijd te laten stilstaan? Samen met mijn collega Hilde Crevits (Vlaams Minister van Mobiliteit, nvdr.) investeer ik daarom in de verdere uitbouw van die fiets- en autodeelsystemen in onze steden.” Hoe pakken we het probleem van leegstand en verkrotting aan in de moderne stad? Dit staat de verdichting en de levenskwaliteit immers sterk in de weg.

“Wanneer de ruimte schaars wordt, kun je het je niet permitteren om ze te verkwisten. Een doorgedreven aanpak van leegstand en verkrotting is daarom noodzakelijk. Als ik nu al zie hoe duur een eigen huis wordt voor jonge mensen, vind ik het wraakroepend dat anderen hun eigendommen zomaar laten leegstaan in de hoop er later nog meer aan te kunnen verdienen. Het is echter in de eerste plaats aan de steden zelf om daar een beleid rond te voeren – zij zitten er met hun neus bovenop en ze beschikken over de instrumenten. Een flinke leegstandsheffing kan

dé bouwbeurs 5 – 13 oktober

Schrijf u in voor gratis bouwadvies via www.bisbeurs.be

iedereen kan op bis terecht!

Dringend tijd voor een nieuwe keuken?

Voelt het toch wat koud aan zonder geïsoleerd dak?

Wilt u een huis kopen of laten bouwen?

Op zoek naar de perfecte gevelsteen?

Benieuwd van welke bouwpremies u kan genieten?

Openingsuren: week ➞ 13u-18u30 weekend ➞ 10u-18u30 vrijdag 11 oktober ➞13u-23u nacht van bis

www.bisbeurs.be bis de bouwbeurs


 9

‘Dit jaar nog maken we in Vlaanderen middelen vrij om ook hier de eerste warmtenetten aan te leggen’ Alex Polfliet, voorzitter van PV-Vlaanderen

bijvoorbeeld sturend werken. Maar de steden kunnen dat niet alleen. Ook voor Vlaanderen is een belangrijke rol weggelegd. Zo hebben we de procedures voor onteigening en het ongeschikt of onbewoonbaar verklaren van woningen veel efficiënter gemaakt.” Toch zijn er steden en gemeenten voor wie dit geen prioriteit is.

“Inderdaad. Ik vind dan ook dat we hard tegen hen mogen optreden. Alle Vlaamse steden en gemeenten zijn verplicht om een leegstandsregister op te maken. Doen ze dat niet, wil ik daar sancties aan verbinden.” In uw Woonbeleidsplan hebt u het over een ‘perimeter duurzaam wonen’. Wat bedoelt u daarmee?

“Gebieden gelegen binnen die perimeter zijn geschikt om verder te ontwikkelen en vernieuwen. Het is onder meer daar dat we de bevolkingsgroei kunnen opvangen. Maar dan liefst in compactere en energiezuinige woningen. De overheid zou haar steunmaatregelen – renovatie- en aanpassingspremies, fiscale stimuli – dan in de eerste plaats in gebieden binnen die perimeter inzetten.” De stad van de toekomst is ook duurzaam. Vraagt dat een mentaliteitswijziging?

“Ik weet niet of vaker de bus of fiets nemen en een auto delen een kleinere mentaliteitswijziging vergt dan je dak of je muren isoleren. Integendeel misschien zelfs. Maar we zullen in

ieder geval beide moeten doen als we het wonen en leven in onze steden betaalbaar en comfortabel willen houden. Sowieso moeten alle nieuwe woningen van Europa vanaf 2021 ‘quasi energie-neutraal’ zijn, en ik wil zelf zeker ook blijven inzetten op energiebesparende maatregelen. Die zijn niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portefeuille van de bewoners. Op het vlak van energie zullen we collectiever gaan denken. Fabrieken, grote bedrijven en verwerkingsinstallaties produceren vaak heel wat restwarmte. Ze blazen die nu doorgaans gewoon de lucht in. Je zou die restwarmte evengoed kunnen gebruiken om de huizen en appartementen in de buurt te verwarmen. In Kopenhagen worden ondertussen al hele wijken verwarmd via zo’n warmtenet. Dit jaar nog maken we in Vlaanderen middelen vrij om de eerste warmtenetten aan te leggen.”

smart Facts Als Freya Van den Bossche niet de politiek was ingegaan, dan was zij...? “Ik wilde vroeger oorlogsjournalist worden, om zo de wereld te veranderen. Tonen wat er gebeurt, in de hoop de mensen wakker te schudden. Toen mijn dochter werd geboren, heb ik echter voor een veiligere job gekozen waarin ik evenwel ook de wereld kon veranderen: de politiek.”

■ Waar moet de stad van de toekomst zijn hernieuwbare energie vandaan halen?

“We moeten gaan naar maximale integratie van hernieuwbare energie. Zonnepanelen lenen zich daar uitstekend toe, omdat ze bovenop daken of geïntegreerd in gevels kunnen worden geplaatst en dus geen extra ruimte innemen. Ook microwindturbines kunnen een optie worden.” ■ Houdt een smart grid automatisch een lager energieverbruik voor particulieren in?

“Niet noodzakelijk, maar het kan wel beter de noden op het aanbod afstemmen. Concreet: wanneer de zon schijnt, dalen de prijzen op de elektriciteitsmarkt doordat er veel gratis stroom van zonnepanelen op het net komt. Slimme verbruikers kunnen dan een deel van hun verbruik verschuiven naar die goedkope uren.” ■ En voor bedrijven? “In de industrie worden momenteel reeds de eerste stappen gezet inzake demand response management. Bepaalde installaties slaan automatisch aan of af, naargelang de prijzen op de markt. Een voorbeeld: de koeling van een datacenter hoeft niet de hele tijd aan vol vermogen te draaien zolang er geen bepaalde maxima worden overschreden.”

ADVERTORIAL

RENSON® zorgt voor een lager E-peil en een gezond binnenklimaat RENSON® is een specialist in ventilatie, zonwering en terrasoverkappingen. Vraaggestuurde ventilatie en een efficiënte buitenzonwering zorgen voor een gezond binnenklimaat in de woning of het appartement. Dankzij een terrasoverkapping kan de gebruiker echt van de zomer genieten, het hele jaar door. Slim ventileren Het vraaggestuurde ventilatiesysteem C+®EVO II en zijn uniek Smartzone-principe passen de ventilatie aan de leefstijl van de gebruiker aan. Er wordt automatisch meer geventileerd in die ruimtes, waar de bewoners zich bevinden, ook in de slaapkamer. Op die manier garandeert RENSON® niet alleen een optimale luchtkwaliteit in elke ruimte, maar ook een E-peilverlaging tot 24 punten in woningen en zelfs tot 27 punten in appartementen.

De zon onder controle Een efficiënte buitenzonwering zorgt voor een aangename temperatuur in de woning, zelfs op warmere zomerdagen. De windvaste Fixscreen®, een luifel met aluminium lamellen boven het raam of de beweegbare Loggia®-schuifpanelen laten de gebruiker toe de zon onder controle te houden en

oververhitting te vermijden, zonder het zicht naar buiten te verliezen. Verleng de zomer Als de zon gaat schijnen, willen we echter naar buiten. Lekker zonnen of loungen, ja zelfs buiten koken. Maar we moeten ook rekening houden met de grillen van de natuur: teveel zon, een plotse regenbui, een koude bries, …. De terrasoverkappingen Algarve®, Camargue® en Lagune® bieden dan een oplossing. Geen last van zon of regen dankzij het dak met roteerbare lamellen of windvaste doekzonwering en de intelligente regenwaterafvoer. Volledig afsluitbaar naar eigen wens met windvaste screens, glazen schuifwanden of Loggia®-schuifpanelen. Als de zon ’s avonds onder gaat, kan de sfeervolle verlichting aan en als het plots gaat afkoelen, zorgen geïntegreerde verwarmingselementen voor een aangename warmte.

EXIT 5 RENSON® opende onlangs zijn Experience & Meeting center EXIT 5 in Waregem. Maak een afspraak, bezoek deze showroom en ontdek alles over ventilatie, zonwering en terrasoverkappingen. Meer info? www.renson.be


10

tr e n d

ve rvo e r

‘Veel zal inderdaad ook afhangen van de batterijen, want de grote doorbraak is er nog niet geweest op dat gebied’ Walter Van den Bossche

Een tweede leven voor de elektrische auto De meeste specialisten zijn het er over eens: de ontploffingsmotor loopt op zijn laatste benen. De kans is groot dat we binnenkort allemaal elektrisch rijden. Als die batterijen nu toch eens beter werden. Tekst Frederic Petitjean

Geen mens die het nog weet, maar in de kindertijd van de auto reden er al elektrische auto’s rond. Meer nog, het leek er lange tijd zelfs op dat elektriciteit het zou gaan halen als hét aandrijfmiddel voor deze nieuwe uitvinding. De ontdekking van olie in de VS, de spotgoedkope benzine die daar uit werd geraffineerd én de populariteit van de Ford Model T, die op benzine liep, maakten een einde aan de elektrische droom. Dat elektrische wagens toen al dezelfde problemen hadden als nu (zware batterijen, lange oplaadtijden) hielp ook al niet.

Ruim honderd jaar later lijkt de elektrische auto klaar voor een comeback. Hoewel het nog altijd wachten is op de grote doorbraak. De meeste specialisten twijfelen er echter niet aan dat dit een kwestie van tijd is. Ook heel wat stadsbesturen pushen de schone elektrische of hybride voertuigen. In Londen bijvoorbeeld betalen chauffeurs van elektrische auto’s niet mee aan de beruchte congestion charge. “Er zijn wel enkele redenen te bedenken waarom de elektrische auto nog niet is doorgebroken”, zegt Joachim De Vos van het onderzoeksinstituut Living Tomorrow in Vilvoorde. “Heel wat chauffeurs hebben bijvoorbeeld last van range anxiety, de angst om met een platte batterij aan de kant van de weg te staan. Helemaal onrealistisch is die angst niet, maar de constructeurs doen er alles aan om de autonomie van hun voertuigen te verbeteren. Er komen steeds meer laadpalen en snelladers bij, waarmee je op 15 minuten weer een opgeladen batterij hebt.”

Ondertussen zijn er al elektrische auto’s waarmee je in alle comfort (met de airco en de lichten aan) zo’n 200 kilometer ver geraakt. Sommige modellen zijn ook uitgerust met een

‘In Nederland of Californië zijn de incentives om elektrisch te rijden veel groter dan in België’ Joachim De Vos

kleine benzinemotor, die de elektrische batterij opnieuw oplaadt als ze plat is. Op die manier hoef je geen angst meer te hebben om stil te vallen. hinderpaal zijn de zwakke fiscale stimuli van de

Een tweede grote

overheid, zegt De Vos. “In Nederland of Californië zijn de incentives om elektrisch te rijden veel groter dan in België. De meeste elektrische auto’s zijn ook behoorlijk prijzig, omdat de batterijtechnologie zo duur is.” Al moet je als chauffeur ook wel verder kijken dan de aankoopkost alleen. In verbruik en onderhoud is een elektrische wagen stukken goedkoper dan zijn benzine- en dieselbroertjes. Schoon is zo’n elektrische auto natuurlijk ook, al schuilt daar wel een addertje onder het gras. “Het hangt er natuurlijk wel van af met wat voor stroom je hem oplaadt”, zegt De Vos. “Is dat groene stroom, dan is er geen probleem. Is dat stroom uit een gas- of bruinkoolcentrale, tja, dan verplaats je het probleem alleen maar.” En als we met z’n allen elektrisch gaan rijden, moeten we dan geen twintig kerncentrales bijbouwen om de massale vraag naar stroom op te vangen? Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, zegt Walter Van den Bossche, CEO van de netdistributiebeheerder

Eandis. “Hopelijk hebben we tegen dan voldoende groene energie ter beschikking om de pieken op te vangen en is onze afhankelijkheid van kernenergie afgebouwd.” Het is volgens Van den Bossche ook geen uitgemaakte zaak dat elektriciteit de volgende standaard zal worden in autoland. “Afhankelijk van de afstand die je wilt afleggen en het soort auto waar je mee rijdt, zijn er alternatieven. CNG of SNG bijvoorbeeld (twee soorten aardgas-varianten, nvdr.) zijn erg interessant, vooral voor vrachtwagens. Veel zal inderdaad ook afhangen van de batterijen, want de grote doorbraak is er nog niet geweest op dat gebied.” Ook De Vos onderkent de mogelijke alternatieven voor elektriciteit. “Het voordeel van CNG is dat er al een aardgasnetwerk ligt. En hoewel niet helemaal emissieloos, zijn ook deze motoren erg schoon. Vooral voor vrachtwagens zou dit wel eens kunnen werken, want batterijen ontwikkelen voor een dertigtonner, dat wordt helemaal een moeilijke zaak.”

advertorial

cambio autodelen... eenvoudig elektrisch rijden Ontdek de mobiliteit van de toekomst vandaag! Van bescheiden stadswagen tot zevenzitter of bestelwagen... cambio autodelen biedt je altijd een auto op maat. En voor je kortere verplaatsingen in of rond de stad kan dit nu zelfs 100% elektrisch. Zo spaar je niet alleen je portemonnee, maar ook het milieu. Cambio autodelen telt momenteel ruim 200 ophaalpunten, verspreid over steden als bvb. Antwerpen, Gent, Leuven en Mechelen. Op deze locaties staan dag en nacht deelauto’s voor je klaar. Afhankelijk van je rit kies je voor een stadswagen, een zevenzitter, een kleine bestelwagen ... Reserveren kan 24/24 en 7/7

(telefonisch, via internet of met de cambioApp) en weg ben je. Naar de auto’s zelf heb je geen omkijken. Cambio zorgt voor verzekering, poetsen, onderhoud, ... Op het einde van de maand volgt de afrekening. Je betaalt volgens het

gebruik, de vaste kosten zijn minimaal. Rij je minder dan pakweg 10.000 km per jaar, dan spaar je al snel heel wat geld uit. Voor wie slechts enkele duizenden kilometer rijdt, kan deze besparing al snel oplopen tot enkelen duizenden euro op jaarbasis.

Je spaart echter niet alleen je portemonnee, maar ook het milieu .. zeker met de elektrische deelwagens van cambio. Leen er eens één uit en ontdek de voordelen van elektrisch rijden: je rijdt heel vlot dankzij de automaat en de geruisloze motor staat garant voor een ontspannen en

aangename rit. Kortom, de ideale wagen voor je kortere ritten in en rond de stad (tot pakweg 60 km). Vergeet dus die eigen wagen die meestal stilstaat voor de deur en ontdek de voordelen van (elektrisch) autodelen, de mobiliteit van de toekomst voor wie in de stad woont.

Wil ook jij elektrisch rijden? Of de voordelen ontdekken van een (deel)auto op maat? Probeer cambio autodelen twee maanden vrijblijvend uit. Ontdek ons tijdelijk proefaanbod op www.cambio.be


www.volkswagen.be

De nieuwe ECO up! Mobiliteit heruitgevonden. Volkswagen breidt het aanbod van zijn ultieme stadswagen uit met een versie op aardgas (CNG). CNG, niet te verwarren met LPG, beschikt vandaag de dag over tal van economische en ecologische voordelen. Een voorbeeld: 1 kg aardgas kost 30 tot 40% minder dan een liter diesel en dat voor hetzelfde rendement. Daarnaast zorgt de schonere verbranding van aardgas voor minder CO2-uitstoot en minder fijn stof in de lucht en laat het ook minder schadelijke stoffen achter in de motor. Dit betekent minder onderhoudskosten en een langere levensduur van de motor. Zowel het milieu als uw portemonnee proďŹ teren van de nieuwe ECO up! Kom meer te weten over de nieuwe ECO up! op www.eco-up.be

2,9 KG/ 100 KM • 79 G CO2/KM Milieu-informatie (KB 19/03/2004) : www.volkswagen.be

DIETUP6196_365x255_ECOUP_NL.indd 1

19/09/13 12:30


12

ve r d i e p i n g

lo g i st i e k

‘Een serieus probleem waar we nu mee kampen, is dat er geen goederen mogen gelost worden tussen acht uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends’ Philippe Degraef

Slagaders naar het hart van de stad België heeft een reputatie hoog te houden als logistiek centrum in Europa. Al wil dat niet zeggen dat er geen uitdagingen en problemen zijn voor de transportsector. Tekst Frederic Petitjean

Een stad is een levend organisme. Elke dag vertrekken er goederen en mensen uit de stad. En elke dag komen er goederen en mensen aan. Aan- en afvoer, zoals bij een hart dat bloed rondpompt. Om dat in goede banen te leiden, moet je een beroep doen op een goed uitgebouwd distributienetwerk. Door onze centrale ligging in Europa, onze grote havens en luchthavens en ons fijnmazig wegennet is België een logistieke draaischijf. zijn in België even belangrijke sectoren als de chemie of de bouw”, zegt transporteconoom Thierry Vanelslander van de Universiteit Antwerpen. “Ook indirect. De transportbewegingen van pakweg Colruyt zijn gigantisch, maar dat staat natuurlijk zo niet in de boeken.” Vergeleken met de meeste buurlanden steekt België er echt wel boven uit, zegt Vanelslander. “Nederland heeft natuurlijk ook die reputatie en de ervaring, hun havens gaan ook al eeuwen mee. In Duitsland of Frankrijk is dat al minder. Frankrijk heeft zijn havens altijd vrij centralistisch geleid, terwijl de uitbouw van onze havens meer aan ondernemers werd overgelaten. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen.”

“Logistiek en transport

economisch ontzettend belangrijk is en zeer veel werkgelegenheid schept, betekent niet dat er geen problemen zijn. Vooral het wegvervoer ligt onder vuur. “Wegvervoer brengt heel wat externaliteiten mee”, aldus

Dat de transportsector

Vanelslander. “Problemen die wel veroorzaakt worden, maar die niemand vergoedt. Neem bijvoorbeeld de files: we staan er allemaal in, maar het tijdsverlies krijgen we niet vergoed. Hetzelfde met lawaaihinder of de uitstoot van vervuilende stoffen. Zelfs ongevallen kun je in die categorie onderbrengen. Het bedrag van de verzekering dekt nooit helemaal de (maatschappelijke) kost, laat staan het moreel verlies.” van de transportfederatie Febetra onderkent de problemen, maar niet alle zonden mogen in de schoenen van de sector geschoven worden, zegt hij. “Een serieus probleem waar we nu mee kampen, is dat er geen goederen mogen gelost worden tussen acht uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends. Als we dat meer konden spreiden, zouden al veel moeilijkheden opgelost zijn. In industriezones kan dat volgens mij perfect.” Zoiets werkt wel alleen maar als ook de rest van de logistieke ketting volgt, waarschuwt Degraef. En dat zal geld kosten. Ook op nieuwe wegen moeten we voorlopig niet rekenen, meent Degraef. “Nog maar bij het plannen van een nieuwe weg regent het

al klachten en procedures, denk maar aan de Oosterweelverbinding. Gewoon de missing links tussen de grote assen afwerken, zou al een hele stap in de goede richting zijn.” de verzuchting van de transportsector. “Als je een verbod invoert op nachtelijk laden en lossen, creëer je een enorme puzzel om alles goed op mekaar af te stemmen. Er zullen zo ook veel extra transportbewegingen bijkomen. Je zou

Vanelslander kent

krijgen.” Is transporteren via het spoor of het water dan geen oplossing? Vanelslander: “Het spoor is een oude overheidssector waar de werkorganisatie te weinig op efficiëntie gericht is. Die markt is ook al een tijdje vrijgemaakt, zodat de interessantste stukken al weg zijn. Alleen de minder rendabele verbindingen blijven over. Ik denk dat het management van de NMBS wel wil, maar er is ook een sterke politieke insteek, wat het allemaal nogal gecompliceerd maakt.”

Ook Philippe Degraef

‘Iedereen zal moeten innoveren en creatief zijn om deze sector sterk te houden, inclusief de overheid’ Thierry Vanelslander

ook alternatieve transportmiddelen kunnen promoten, fietskoeriers bijvoorbeeld. Alleen is dat niet voor alles geschikt, een piano of een koelkast ga je zo niet vervoerd

De binnenvaart kampt met ongeveer dezelfde problemen, zegt de transporteconoom. “Die doet haar werk zoals ze dat al eeuwen doet. De sector is heel kleinschalig en niet efficiënt genoeg. Jonge schippers willen wel schaalvergroting, maar grote boten kunnen dan weer de te kleine kanalen niet op.” Een oplossing ligt in het baggeren of verbreden van kanalen, wat handenvol geld kost en op veel maatschappelijke weerstand botst. Of je kunt innoveren, met kleine, zuinige schepen. Maar dan heb je de banken nodig, die door de crisis compleet risicoavers zijn geworden. Ook vervoerders zelf zijn met die alternatieven bezig, zegt Degraef. “Er zijn al traditionele transportbedrijven die ook via het water vervoeren, maar een aansluiting op wegvervoer blijft nodig. De last mile naar de winkels en de bedrijven kun je niet via het water afleggen. Het hangt ook af van het soort transport dat je verkiest. Voor bulktransport kan dit werken, voor pakjes lijkt me dat al heel wat lastiger.”

als we de rol van logistiek centrum willen houden, is er werk aan de winkel. “Dat is zeker geen verworven recht”, zegt Vanelslander. “De markt verandert in een razendsnel tempo. De rol van de havens verandert, Azië lonkt naar bedrijven als consumptieparadijs. Iedereen zal moeten innoveren en creatief zijn om deze sector sterk te houden, inclusief de overheid.”

Samengevat:

Veel vraag naar vrachtwagens De vrachtwagenbouwers in België werven honderden mensen extra aan. Bij DAF in Westerlo gaat het om zowat 250 tijdelijke contracten, bij Volvo in Gent zelfs om 350. Er is momenteel veel vraag naar vrachtwagens met een Euro5-motor. Vanaf 1 januari 2014 mogen immers alleen nog trucks met een schonere Euro6-motor verkocht worden, maar die zullen een stuk duurder zijn dan de huidige modellen, tot wel 8.000 euro.

Elektrische fiets rukt op Ongeveer één fiets op acht die momenteel in België wordt verkocht, is een elektrische fiets. Dat blijkt uit cijfers van Federauto. Elk jaar worden er in ons land 400.000 tot 430.000 fietsen verkocht. Momenteel zijn al ongeveer 50.000 daarvan met een elektrische motor uitgerust. In 2010 waren dat er nog maar 20.000. In heel Europa gaan jaarlijks zo’n 690.000 elektrische fietsen over de toonbank. Tegen 2015 verwacht de sector dat het er vlot drie miljoen zullen worden.

Kilometerheffing voor trucks vanaf 2016 Vanaf 2016 zullen vrachtwagens vanaf 3,5 ton en meer een kilometerheffing moeten betalen. Het systeem, dat ViaPass werd gedoopt, zal gebaseerd zijn op gps-technologie en zal elke verreden kilometer registreren en belasten. Een vrachtwagen die veel rijdt, zal dus meer moeten betalen dan een truck die minder rijdt. Met de opbrengst (geschat op ongeveer één miljard euro per jaar) wil de overheid de weginfrastructuur en mobiliteit verbeteren. De tarieven van het nieuwe systeem zijn nog niet bekendgemaakt.


Wil jij in de toekomst een bedrijf managen? Smart Media is een snelgroeiend mediabedrijf waar jij het heft in handen hebt. Ook als Belg, want na Zweden, Zwitserland en Nederland zijn wij ook actief in België. Wij bepalen onze limieten niet, dat doe jij! Wij weten hoe belangrijk het is om het juiste personeel te hebben. Daarom bieden we goede werknemers de kans om snel door te groeien naar een sleutelrol binnen onze organisatie. Zo is de country manager van België onze zeer gewaardeerde collega Ellen D' hondt. Net zoals iedereen kwam zij als project manager met een sterke sales drive binnen, nu zo’n 2 jaar geleden. Interesse in eenzelfde succesvolle carrière als Ellen? Mail haar! ellen.dhondt@smartmediapublishing.com

www.smartmediapublishing.com


14

ch ron icle

‘Omwille van de forse bevolkingsgroei moeten er ongeveer 309.000 woningen bijkomen tegen 2020’ Marc Dillen

Steden op creatieve en leefbare manier verdichten De bevolkingsgroei in Vlaanderen zal hoger uitvallen dan in de meeste andere West-Europese landen waardoor we veel indringendere maatregelen moeten nemen om die aanwas te kunnen opvangen. Een creatieve verdichting van al de gebieden die voor wonen zijn bestemd, kan hier een oplossing bieden. Tekst Marc Dillen van Vlaamse Confederatie Bouw

Vlaanderen kan alle bijkomende uitdagingen op het vlak wonen, werken, recreatie en mobiliteit grotendeels oplossen binnen de 26 procent van de Vlaamse oppervlakte die voor harde bestemmingen is voorbehouden en binnen de 16,5

procent die voor wonen is bestemd. De forse aangroei van de Vlaamse bevolking opvangen binnen de reeds afgebakende gebieden impliceert wel een grotere verdichting, met name in stedelijk gebied, en tegelijk de volledige benutting van de oppervlakte die voor wonen is bestemd, inclusief de woonuitbreidingsgebieden. woongebouwen in Vlaanderen waren in 2012 40 procent een viergevelwoning, 25 procent een driegevelwoning, 30 procent een rijwoning en amper 5 procent een flatgebouw. Maar bij de bouw van nieuwe woningen is er de voorbije jaren een sterke trendbreuk opgetreden, waarbij er nog zeer weinig viergevelwoningen worden gebouwd. De ommekeer is erg snel gebeurd en met name op privaat initiatief onder druk van de markt zelf.

gebouwen slechts één bouwlaag, 52 twee tot drie bouwlagen en slechts 2 procent meer dan drie bouwlagen. Sedert het begin van deze eeuw merken we echter dat het aantal gebouwen met twee of drie bouwlagen groeit en het aantal gebouwen met vier bouwlagen en meer nog forser toeneemt. Deze evolutie zal de komende jaren nog moeten versnellen.

Van de circa 2,2 miljoen

Daarnaast zullen we de mogelijkheden om hoger te bouwen meer moeten benutten. Op dit ogenblik tellen 46 procent van de woon-

Hoe groot is de ecologische voetafdruk van uw bedrijf? Is hij bewonderenswaardig klein, mag de hele wereld dat weten. Is hij verontrustend groot, dan is er nood aan een actieplan. SITA brengt met de EcoScan op wetenschappelijke wijze de invloed van het afvalbeheer van uw bedrijf op het milieu in kaart, door de ‘milieuscore’ (ReCipe Single Score) te berekenen. Ook geeft de Ecoscan gedetailleerde informatie over 7 subcategorieën zoals energieverbruik, CO2 - uitstoot, toxische emissies, fijn stofvorming en exploitatie van land, water en grondstoffen. Heeft u interesse in een EcoScan? Surf dan naar www.sita.be of contacteer ons op 0800/90 789 voor een afspraak.

zouden er in totaal 116 moderne torengebouwen van 15 verdiepingen bestaan. De overgrote meerderheid van deze torengebouwen dateren van de jaren 60 en 70. Nadat in de jaren 80 het oprichten van nieuwe torengebouwen bijna tot stilstand kwam, zien we de laatste jaren een vernieuwde interesse in deze manier van bouwen. Wanneer we de functies van de 116 gerepertorieerde torengebouwen bekijken, valt het op dat de residentiële functie sterk overweegt. Vooral gebieden die gelegen zijn vlakbij rivieren, kanalen en vijvers of bij bossen en parken maken een leefbare hoogbouw mogelijk.

Om te verhinderen dat de concentratie van het wonen in de steden tot een schrale omgeving zal leiden, moeten we creatieve oplossingen bedenken om in een stedelijke omgeving meer groen te integreren. Horizontale groenstructuren in de vorm van groendaken komen steeds meer op. Daarnaast zien we wereldwijd een belangrijke tendens naar verticale groene structuren in de vorm van groene gevels.

moeten bijkomen tegen 2020 en nog eens ongeveer 268.000 extra woningen tegen 2030. Deze doelstelling bereiken is slechts mogelijk door een combinatie van maatregelen: door een versnelde vernieuwing van stadscentra, door het slopen van gebouwen en hun vervanging door nieuwbouw met een groter aantal wooneenheden en door de oprichting van woontorens.

Omwille van de beperkte

ruimte wordt het bovendien almaar belangrijker om functies te vermengen in nieuwe multifunctionele complexen. De verwevenheid van functies wint aan belang. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen koppelde het wonen en werken te strikt aan de steden. Het wonen moet eveneens groeikansen krijgen in gebieden langs de grote verkeersassen waar nieuwe jobs ontstaan.

Maar zelfs met een forse

uit dat, omwille van de forse bevolkingsgroei er ongeveer 309.000 woningen

verhoging van het aantal woontorens en van het aantal bijkomende woningen dat ontstaat via stadsvernieuwing en via renovatie en afbraak, blijft het noodzakelijk bijkomend onbebouwde percelen aan te snijden, ook in woonuitbreidingsgebieden. In het ruimtelijk beleid bestaan echter tendensen om op elk van deze domeinen het initiatief te gaan afremmen. Woningtypetoetsen remmen de appartementsbouw af en woonuitbreidingsgebieden worden van verdere bebouwing uitgesloten.

In Vlaanderen

Berekeningen wijzen

ECOSCAN ECOSCAN Op basis van diverse wetenschappelijke bronnen is een milieuanalyse gemaakt van de verwerking van het bedrijfsafval van

UW BEDRIJF

44%

De combinatie van afvalpreventie en -scheiding in uw bedrijf en de inzamelen verwerkingstechnieken van SITA, heeft geresulteerd in een totale verminderde milieu-impact van

Ik feliciteer u en uw bedrijf van harte met het behaalde resultaat! Daarnaast geven wij u de garantie dat SITA blijvend met u meedenkt om de milieu-impact van uw afval nog verder te verminderen.

Ellen Joncheere General Manager SITA België en Luxemburg

UW BESPARINGEN: Energieverbruik

Toxiciteit

CO2-uitstoot

Landverbruik

Fijn stof

Waterverbruik

CO2

CO2

SITA_AdvertentieEcoscan.indd 1

10-09-13 16:40


MBG realiseert al uw bouwprojecten op maat, zowel nieuwbouw als renovatie. De deskundigheid van onze medewerkers verzekert u een kwalitatieve uitvoering met de grootste zorg voor uw budget en timing.

www.mbg.be

Verbeelding krijgt vorm Gyproc biedt U de oplossingen

SILVER

SILVER

Uw gids in duurzame en innovatieve afbouwsystemen

SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS BELGIUM NV Divisie GYPROC Sint-Jansweg 9 - Haven 1602 - B9130 KALLO Tel.: +32 (0)3 360 22 11 - Fax: +32 (0)3 360 23 80 www.gyproc.be - info@gyproc.be


SLIMME ELEKTRICITEIT VOOR ELKE WONING.

Nieuwbouw, verbouwing, bestaande woning? ONE Smart Control tovert je klassieke elektriciteitsnetwerk om in een slim netwerk. Alle drukknoppen en stopcontacten worden veelzijdiger dan ooit èn je kan alles bedienen met je smartphone. Lichten gegroepeerd in- en uitschakelen, sferen creÍren, verwarming aanzetten vanop afstand, muziek bedienen ... Een waaier aan mogelijkheden, maar jij kiest enkel wat voor jouw woning past. ONE Smart Control geeft ook je energieverbruik weer, zodat je kan ingrijpen waar nodig om energie te besparen. Bovendien is het systeem gemakkelijk installeerbaar, zonder nieuwe bekabeling of breekwerk.

www.onesmartcontrol.com

Advertentie Moderne Stad 0913.indd 1

17/09/13 16:36


Modernestad