Brussel Leeft 2021 nr2

Page 1

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 1


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vzw Hoge Bescherming: Zijne Majesteit de Koning Beschermcomité: Erevoorzitter : Guy VANHENGEL : Eerste Vicevoorzitter Brussels Parlement Vice-erevoorzitter: Carla DEJONGHE : Lid Brussels Parlement Dagelijks bestuur VAN NEROM Edgard, Voorzitter

e-mail: edgard.vannerom@skynet.be

HUYBANDT Marijke, Secretaris

e-mail: marijke_huybandt@hotmail.com

HUYBANDT William, Penningmeester

e-mail: william.huybandt@telenet.be

Raad van bestuur : dagelijks bestuur + onderstaande e-mail: katleen.tilley@telenet.be DE KLIPPEL Roland e-mail: cecile.van.camp@skynet.be

VAN CAMP Cecile

e-mail: vanneyghemlieve@gmail.com

VAN NEYGHEM Lieve

Algemene vergadering : dagelijks bestuur + raad van bestuur + onderstaande e-mail: michaelhuybandt@hotmail.com HUYBANDT Michaël

CONTACT KMF BHG / FRM RBC

CONTACT VIA MAIL: muziekfederatie@hotmail.com

Fijne charcuterie - Belegde broodjes Charcuterie fine - Sandwichs garnis Plattesteen 4, 1000 Brussel Tel : 02 512 06 37 Van maandag tot vrijdag / Lundi au vendredi

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 2


INHOUD/CONTENU Bestuur KMF BHG // Comité FRM RBC ............................................................................. 02

Inhoud/Contenu...................................................................................................................03

Agenda & activiteiten verenigingen …………………………..………….......................................... 04

Taptoe Brussels 2021 geannuleerd………….…………………………..…….......................................05

Taptoe Brussels 2021 annulé ……………………………………..……………….....................................06

Lenteklanken…………………………………………………………….….…….…..……...................................08

Wettelijk kader voor de niet-fysieke algemene vergadering………………………….................. 20

De Connectie met cultuur……………………………………………………………….………….……...............26

Il y a 50 ans que le compositeur Igor Stravinsky est decédé…..…………………………………......31

50 jaar geleden overleed de componist Igor Stravinsky………………………………………………….37

Colofon ……………..…………………………..................................................................................46

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 3


AGENDA 2021 KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELES -CAPITALE

18/09/2021

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS

14u/h – 18u/h

Grote Markt – Brussel – Grand-Place de Bruxelles Geannuleerd omwille van Covid-19 Annulé en raision de la pandémie Covid-19

20.00u / h

TAPTOE BRUSSELS Grote Markt Brussel / Grand-Place de Bruxelles Geannuleerd omwille van Covid-19 Annulé en raision de la pandémie Covid-19

19/09/2021 10u/h – 22u/h

CONCERTBAND FESTIVAL BRUSSELS Grote Markt – Brussel – Grand-Place de Bruxelles Geannuleerd omwille van Covid-19 Annulé en raision de la pandémie Covid-19

ACTIVITEITEN VERENIGINGEN 2021 ACTIVITÉS SOCIÉTÉS 2021 Deze agenda werd NIET aangevuld omwille van Covid-19 Cet agenda n’a pas été complété en raison de la pandémie Covid-19

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 1 JUNI 2021 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 1 JUIN 2021 au plus tard

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 4


TAPTOE BRUSSELS 2021 Geannuleerd

Vorig jaar zou Taptoe Brussels haar 20’ste verjaardag vieren, door de Corona-pandemie dienden we ons event te annuleren.

We hadden er zo naar uitgekeken om in 2021 het uitgestelde jubileum – in combinatie met het 25-jarig jubileum van onze eigen Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – uitgebreid te vieren. Taptoe Brussels 2021 zou een knal-editie worden.

Ondertussen ligt de cultuursector al een jaar stil, een datum van heropstart is bij het schrijven van dit artikel nog niet aan de orde. Ook de voorwaarden waaraan een event zal moeten voldoen zijn heden nog niet gekend.

Een beslissing omtrent het al dan niet doorgaan van Taptoe Brussels 2021 kan niettegenstaande de opstart van de vaccinatiecampagne niet langer uitgesteld worden.

We zijn van oordeel dat “Taptoe Brussels” alsook de bijhorende concerten de nodige uitstraling verdienen. We moeten rekening durven houden dat last-minute annuleringen door gecontacteerde taptoekorpsen en muziekverenigingen tot de mogelijkheden behoren.

Na lang overleg heeft de Raad van Bestuur van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest beslist om de editie 2021 volledig te annuleren.

Wij blijven de toekomst positief inzien en hopen in 2022 het 20-jarig jubileum Taptoe Brussels alsook het 25-jarige jubileum Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Gewest met de nodige muzikale klanken te kunnen vieren.

En last but not least. De gezondheid van onze medewerkers, deelnemers en publiek behoren steeds tot het allerhoogste goed. Hou het vooral veilig en gezond.

Met vriendelijke groeten, Edgard Van Nerom (KMF BHG, voorzitter) William Huybandt (KMF BHG, penningmeester)

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 5


TAPTOE BRUSSELS 2021 Annulé

L’année dernière en 2020 nous aurions dû fêter le 20e Taptoe Brussels, malheureusement par la faute de la pandémie Covid 19 nous avons dû annuler cet évènement.

Nous avions espéré en 2021 pouvoir organiser ce Taptoe jubilaire ceci combiné avec la célébration des 25 ans de notre Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale, ceci aurait été un Taptoe 2021 exceptionnel .

Malheureusement nous devons constater que dans le secteur culturel tout est à l’arrêt depuis plus d’un an, et qu’à ce jour nous n’avons toujours pas de conditions et dates auxquelles nous pouvons reprendre nos activités culturelles.

Une décision pour le déroulement du Taptoe Brussels 2021 ne pouvait plus être retardé, ceci malgré le début de la campagne de vaccination contre le Covid 19. Après de longues concertations et discussions le Conseil d’Administration de la Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles – Capitale a pris la décision d’annuler complètement l’édition 2021, tant le Taptoe que les Brussels Concerts.

Nous sommes d’avis que le “Taptoe Brussels” ainsi que tous les concerts de ces deux jours méritent le maximum d’éclat. Nous devons tenir compte qu’il y a des sociétés et corps de musique qui peuvent annuler en dernière minute, ceci étant donné le peu de temps de préparation qu’ils auraient eu.

Nous restons optimistes et espérons qu’en 2022 nous pouvons organiser le 20e Taptoe Brussels et célébrer les 25 ans de notre Fédération Royale Musicale de la Région Bruxelles-Capitale avec tout le lustre voulu.

Et last but not least. La santé des participants, du public et de nos collaborateurs nous est chère et primordiale. Nous voulons tous que vous êtes sains et saufs.

Salatations amicales, Edgard Van Nerom (Président FRMRBC) William Huybandt (Trésorier FRMRBC)

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 6


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 7


LENTEKLANKEN Die winter is vergangen, Ik zie des meien schijn. Ik zie die bloemkens hangen, des is mijn hart verblijd. (Oud-Nederlands lied)

We hebben er lang en ongeduldig naar uitgekeken en eindelijk is het lente. Het mooiste seizoen laat zich langzaam zien. De donkere winterse nachten vervagen en de zon kruipt elke dag hoger de lucht in. De natuur maakt zich klaar en de sapstroom van bomen en planten komt op gang. Het schuchter ontluiken van de eerste bloempjes en weldra haalt de natuur haar fleurigste klederen uit de kast en begint het nieuwe leven weer volop aan zijn jaarlijkse dans. Eekhoorntjes worden er vrolijk van en gaan op zoek naar een speelkameraadje. Ook de vogels voelen de lente kriebelen en bouwen ijverig aan hun nest. Zodra je het zingen van de merel hoort, weet je dat de lente begonnen is. En niet alleen de merels maar ook van andere vogelsoorten hoort u hun mooiste lied. Ze hebben niet overwinterd in een warme streek, maar hebben zich stilgehouden in ons land en nu luiden ze de lente in . Waar de lente de muziek in de vogels doet ontwaken, doet muziek de lente in ieder mens steeds opnieuw ontwaken. De lente is het seizoen van een fris begin. Ook wij krijgen de kriebels om het leven weer een frisse draai te geven. Geniet van al het mooie dat dit seizoen te bieden heeft en van onderstaande composities die de zonnige lentetijd bezingen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 8


FRUHLINGSSTIMMEN OPUS 410 – Johann STRAUSS (Jr) Strauss junior componeerde “Frühlingsstimmen” oorspronkelijk in 1883 als een werk voor solosopraan - in het bijzonder voor de beroemde coloratuursopraan Bertha Schwartz, artiestennaam Bianca Bianchi, een ster van de Weense Hofopera. Zij zong het werk voor het eerst in 1883 tijdens een matinée-liefdadigheidsconcert in het Theater an der Wien in Wenen. De tekst werd geschreven door Richard Genée, die net met Strauss werkte als librettist voor de operette “Eine Nacht in Venedig” . Zijn gedicht gaat in feite over zingen - in het bijzonder het zingen van een leeuwerik en een nachtegaal terwijl een zwoele bries de velden en weiden doet ontwaken en de lente in al zijn pracht ontluikt. Strauss droeg het werk op aan de pianist en componist Alfred Grünfeld. Omdat het werk zo geliefd was bij het publiek verloor Strauss geen tijd om ” Frühlingsstimmen” te bewerken voor orkest. Deze compositie werd op 18 maart 1883, slechts zeventien dagen na de première van de vocale versie, in première uitgevoerd door het Strauss Orkest onder leiding van Johann's broer Eduard. Ook deze uitvoering was een schot in de roos. Het publiek was wild enthousiast en bleef geestdriftig applaudisseren tot het werk werd herhaald. “Frühlingsstimmen” is een compositie vol vrolijkheid en met een enorm lentegevoel.

LE PRINTEMPS – Darius MILHAUD Niet alleen Robert Schumann, maar ook de Franse componist Darius Milhaud schreef een lentesymfonie, weliswaar van totaal andere omvang dan het romantische zusterwerk. Milhauds symfonie uit drie delen, is geschreven voor acht instrumenten. Het is luchtige, mediterrane lentemuziek, zo spontaan als Vivaldi's Primavera-concert, alleen korter en lichter. Net als andere componisten van zijn tijd begon Milhaud kamersymfonieën te schrijven voor soloinstrumenten. In totaal componeerde hij er zes en noemde ze : “Les Petites

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 9


Symphonies”. Deze juweeltjes werden tussen 1917 en 1923 gecomponeerd. Het eerste van de zes werken “Le Printemps” doet zijn titel alle eer aan dankzij de consistent heldere kleuren van de blaasinstrumenten en de pakkende, eenvoudige, landelijke melodieën. Het werk is vol zonneschijn. Men hoort de uitbundige klanken van de harp als een kabbelende beek. Het werk belichaamt de geest van zon, zee, bloemen en een mediterraan lentelandschap samen met een vleugje volksmuziek. “ Le Printemps” werd gecomponeerd tijdens het verblijf van Milhaud in Rio de Janeiro in 1917 en ging er ook in première in 1918.

FRUHLINGSSYMPHONIE (EERSTE SYMFONIE) – Robert SCHUMANN Schumanns inspiratie voor deze levendige symfonie was, althans gedeeltelijk, een gedicht over de lente van de Duitse schrijver Adolf Böttger wiens verzen, vanwege hun beeldspraak over de lente, populair waren bij componisten.

Wanneer Schumann in 1841 aan zijn eerste symfonie begon, had hij tot dan enkel pianomuziek geschreven. Hij had nog geen compositie gemaakt voor "meerdere instrumenten". Ervaring met orkestbezettingen, instrumentaties en de mogelijkheden van orkestinstrumenten had hij dus niet. Tien jaar eerder moest Schumann toegeven dat zijn gevoelloze vingers het einde betekenden van zijn pianistencarrière, die nog niet echt was begonnen. Na dit besef leerde hij zichzelf het vak van componeren en richtte hij ook het "New Magazine for Music" op. Schumann was juist getrouwd met de beroemde pianiste Clara Wieck die hem aanmoedigde een symfonie te schrijven. in 1839 schreef zij : "„Ich glaube, das Beste ist, er componiert für Orchester, seine Phantasie kann sich auf dem Clavier nicht genug ausbreiten“. Na zijn huwelijk wilde hij zich tegenover het publiek (en misschien ook wel tegenover Clara's vader die niet was opgezet met

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 10


het huwelijk van het jonge paar) bewijzen in het meest prestigieuze instrumentale genre van allemaal: de symfonie. Zo voltooide Schumann in een vierdaagse uitbarsting van creativiteit een ontwerp van zijn eerste symfonische meesterwerk. Hij bleef er in de daaropvolgende maanden aan sleutelen en bracht enkele belangrijke wijzigingen aan, maar de snelheid en het geluk waarmee hij het componeerde waren opmerkelijk. Hij presenteerde zijn nieuw werk aan zijn vriend, de internationale succesvolle componist en dirigent Felix Mendelssohn. Deze gaf Robert een paar tips over de orkestratie en was akkoord de première te dirigeren tijdens een speciaal concert ten voordele van het pensioenfonds van het Gewandhausorchester Leipzig op 31 maart 1841. De eerste helft van het programma was het eerste openbare optreden van Clara na haar huwelijk met Robert. In de tweede helft werd zijn symfonie uitgevoerd. Het concert was een schitterend succes, een gelukkige triomf voor het jonge stel. Hoewel de symfonie in het holst van de winter werd gecomponeerd werd Schumann geïnspireerd door gedachten aan de lente. Het werk werd een symfonische ode aan de lente en de liefde, een ja tegen het leven. Over het openingsdeel schreef Schumann: “Ik zou graag willen dat de allereerste trompetklanken klinken alsof ze van boven komen, als een oproep tot ontwaken. Verder in de inleiding zou ik willen dat de muziek suggereert dat de wereld groen wordt, misschien met een vlinder die in de lucht zweeft, en dan in het allegro, laten zien hoe alles wat met de lente te maken heeft tot leven komt”. De opening van het werk schreeuwt voorjaar en brengt het nieuwe seizoen in huis. Het eerste deel begint met het prachtig schallen van de hoorns en de trompetten gevolgd door een lentehymne. Er zijn zachte avondstemmingen in het tweede deel, levendige dansen in het derde deel en gevarieerde melodieën in het vierde deel om te eindigen met een vlammende finale. Tegen het einde gaat het tempo omhoog en danst de muziek vol ontluikende levenslust in de richting van het slotakkoord. Men kan zich moeikijk voorstellen dat er een werk is dat meer doordrenkt is met de geest van de lente dan de “Frühlingssymphonie” van Robert Schumann.

FRUHLINGSLIED – Felix MENDELSSOHN-BARTHOLDY Felix Mendelssohn was al tijdens zijn leven een van de meest geliefde componisten en een uitmuntend dirigent. Zijn subtiele composities bruisen van leven en zijn ook tegenwoordig nog zeer populair. Zijn “Hochzeitsmarch” begeleidde in meer dan honderd films het bruidspaar naar het altaar.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 11


Tijdens zijn leven was Mendelssohn een internationale ster. Robert Schumann noemde hem: “der Mozart des 19 Jahrhunderts”. Hij was niet alleen een wonderkind, maar sloot ook wat muzikaal talent betreft, direct bij zijn voorganger aan. Onder de titel “Lieder Ohne Worte” heeft Mendelssohn 48 korte pianowerken samengebracht. Hij componeerde de stukken voor een tamelijk nieuwe, maar snel groeiende kring van geïnteresseerde enthousiaste amateurpianisten uit de bourgeoisie. Zij verlangden goede, maar niet te moeilijke klassieke muziek om thuis te kunnen spelen. De titel weerspiegelt het liedachtige karakter van de werken – ieder stuk lijkt te zijn ontstaan door een toevallige vlaag van inspiratie. Van Mendelssohns talrijke “Lieder ohne Worte” (liederen zonder woorden) voor piano is “Frühlingslied” waarschijnlijk het bekendste. Vermoedelijk voegde Mendelssohns uitgever pas later de titel “Frühlingslied” toe – een treffende inval, want dit zorgeloze, uitgelaten stuk met de vele kleine, lichtvoetige frasen vol hartstocht en gevoel kon alleen maar gemaakt zijn voor de begroeting van de lente, als vrolijkste en meest hoopvolle seizoen van het jaar.

SPRING SYMPHONY – Benjamin BRITTEN Het schrijven van deze symfonie bezorgde de Britse componist Benjamin Britten veel stress en hij kreeg zelfs een inzinking. Toch is het werk een van zijn meest originele en verrassende werken, dat steeds veel succes oogst bij de uitvoering. De “Spring Symphony” is levensecht, met een prachtige veelheid aan expressie.

De componist zelf zei over dit werk : “Ik schreef de Spring Symphony in de herfst en de winter van 1948-1949 en voltooide de partituur in het late voorjaar van 1949. Twee jaar lang had ik zo’n

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 12


werk in mijn gedachten: een symfonie die niet alleen over de lente ging, maar ook over de overgang van de winter naar de lente en wat het ontwaken van de aarde en het leven betekent”. Het werk is geschreven voor een groot orkest, gemengd koor en jongenskoor, drie solisten (sopraan, alt en tenor) en een koehoorn. Het is in de traditionele vierdelige vorm van een symfonie. Na een inleiding, die een gebed is in de winter voor de komende lente, gaat het eerste deel over de lente, de koekoek, de vogels, de bloemen, de zon en de schoonheid van de meimaand. Het tweede deel schildert de donkere kant van de lente - de kwijnende viooltjes, regen en nacht. Het derde deel is een reeks dansen en de liefde van jonge mensen. Het vierde deel is een festival op een zonnige meidag, dat eindigt met een geweldig 13e-eeuws traditioneel lied "Sumer is i-cumen in", gezongen of liever geroepen door de jongens.

PRINTEMPS – Claude DEBUSSY Tijdens zijn verblijf in de Villa Medici in Rome van 1885 tot 1887, waar hij zou deelnemen aan de felbegeerde Grand Prix de Rome, moest Debussy een aantal composities schrijven om de autoriteiten in Parijs te overtuigen dat hij zijn tijd niet verspilde en winstgevend gebruik maakte van zijn verblijf in de Eeuwige Stad. In deze periode componeerde Debussy het werk “Printemps”, een compositie voor piano vierhandig en vrouwenstem. Een werk van harmonische durf waarmee hij reeds opviel door zijn originaliteit. Debussy werd voor dit werk geïnspireerd door het schilderij “Primavera” van Sandro Botticelli. De compositie werd later bewerkt voor orkest. We vinden in dit werk alle sfeer die eigen is aan deze componist. Het is heel mooi, heel magisch, doordrongen van zachtheid en verfijning.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 13


In “Printemps” geeft de componist, zoals hij het zelf zei: “ uitdrukking aan de langzame en pijnlijke ontstaansgeschiedenis van wezens en dingen in de natuur. Vervolgens het langzaam openbloeien en eindigen in een oogverblindende vreugde van herboren worden in een nieuw leven”.

FRUHLINGSRAUSCHEN OP 32 – Nr.3 – Christian SINDING De Noorse componist Christian Sinding werd geboren in 1856 in Kongsberg. Tijdens zijn leven werd hij niet alleen beschouwd als de opvolger van zijn landgenoot Edvard Grieg, maar ook als de beroemdste componist van Noorwegen. Zijn muziek werd in heel Europa gespeeld en in 1909 werd hij zelfs benoemd tot lid van de "Academy of Arts" in Berlijn. In dat jaar werden slechts twee kandidaten aangenomen, namelijk Sinding en Puccini. Hoewel Sinding vier symfonieën, drie concerto's, een groot aantal kamer- en concertwerken, liederen, koorwerken en een opera componeerde, is zijn naam permanent verbonden met zijn zes pianostukken Op. 32. Vooral het derde pianostuk uit de reeks, “Frühlingsrauschen Op.32” dat werd geschreven in 1896 en uitgegeven door een groot aantal uitgeverijen in Europa, is wereldberoemd geworden. Ooit werd gezegd dat het, het meest gespeelde pianowerk ter wereld was. Met deze compositie verdiende Sinding een fortuin. Het werk deed zelfs mensen vergeten dat de componist ook nog andere werken had geschreven. Vanaf 1880 ontving Sinding regelmatig subsidies van de Noorse regering. De muziek van Sinding combineert laat-romantische klankmagie met mysterieuze Scandinavische tonen zoals die typisch zijn voor de Noorse componisten Edvard Grieg en Niels W. Gade. Als dank voor zijn bijdrage aan de cultuur, schonk de Noorse regering aan Sinding een pensioen en een huis. De componist overleed in de Noorse hoofdstad Oslo in 1941.

“Frühlingsrauschen” veroverde het publiek stormenderhand. Het is een charmant en kort pianowerk waarvan talrijke arrangementen werden gemaakt. Het is een volmaakt voorbeeld van

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 14


salonmuziek. Dit bekoorlijke pianostuk beschrijft de milde kant van de natuur. Sierlijke loopjes doen denken aan een voorjaarsbries die de jonge knoppen in de bomen doet ritselen. Het vrolijke hoofdthema drukt de stemming van de lente uit. Men hoort zowel de voorjaarsstormen als de welriekende en kleurrijke bloesems. Juichend begroeten de slotakkoorden de terugkerende warmte – het begin van een nieuwe cyclus in het leven van mens en natuur.

VIOOLSONATE OP 24 - NR.5 – FRUHLINGSSONATE – LUDWIG VAN BEETHOVEN De vioolsonates van Ludwig van Beethoven zijn al ruim twee eeuwen lang een inspirerende ontdekkingsreis voor violisten, pianisten en luisteraars. Beethoven schreef tien sonates voor viool en piano, waarvan de vioolsonate op 24 (nr.5) - “Frühlingssonate” een van de bekendste en populairste is. Het enthousiasme had veel te maken met de toegankelijkheid van het werk. De eerste schetsen van de “Vioolsonate nr. 5” dateren van 1794, maar Beethoven voltooide ze pas in 1801. Het werk werd opgedragen aan graaf Moritz von Fries, een belangrijke mecenas van de componist. Het is de eerste vioolsonate van Beethoven die bestaat uit vier delen. De bijnaam ‘Frühling’ (lente) werd pas na de dood van de componist toegevoegd door de uitgever en sluit heel goed aan bij het pastorale karakter van het werk.

Het is een frisse, zangerige en levensblije compositie, waarin viool en piano evenveel kansen hebben om hun lyriek en klankpracht te laten horen. De compositie doet haar naam alle eer aan omwille van het zonnige karakter. Het is een luchthartig en vrij onbekommerd werk dat met een van de meest charmantste en meest lyrische melodieën van Beethoven begint.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 15


Beethoven maakte van deze sonate een evenwichtig opgebouwd en geïnspireerd meesterwerk. Van het opgewekte openingsallegro, over het romantische adagio en het korte, humoristische scherzo, tot het exuberante rondo aan het einde, ademt alles elegantie, opgewektheid en frisheid. Nooit ontbreekt het de componist aan verfijnde inspiratie.

SYMFONIE NR. 8 IN A “SOUNDS OF SPRING” OP 205 – Joseph Joachim RAFF Joachim Raff werd geboren op 27 mei 1822 in het stadje Lachen aan de oevers van het meer van Zürich in Zwitserland. Raff ontpopte zich in de jaren 1870 als een van de belangrijkste componisten van de symfonie en werd door zijn collega’s aanzien als de opvolger van de stijl van Schumann. De begaafde autodidact werd gesteund door twee grote componisten: Mendelssohn zorgde ervoor dat Raffs vroege werken werden gedrukt en Franz Liszt bezorgde hem een baan als muziekhandelaar in Keulen. Zes jaar lang was Raff de assistent van Liszt in Weimar. Vanaf 1856 wijdde Raff zich volledig aan het componeren en lesgeven.

Raff componeerde 11 symfonieën, waarvan negen geschreven zijn als programmamuziek, vooral thema’s uit de natuur. Een cyclus van vier werken was een specialiteit in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het was duidelijk dat Raff reeds in 1876 van plan was vier symfonieën te schrijven over de seizoenen. Terwijl de ringtetralogie van Richard Wagner in Bayreuth in première ging, schreef Raff een tetralogie van de seizoenen (symfonieën 8 -11). Raff begon zijn cyclus van vier seizoenen met de “Symfonie nr. 8 - Sounds of Spring”, een symfonie vol lenteklanken, een ode aan de lente. Zijn hele leven lang heeft Raff als een echte romanticus genoten van de natuur en het platteland.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 16


Raff componeerde het werk in Wiesbaden tijdens de zomer en herfst van 1876. Rond die tijd werd hij aangesteld als directeur van het nieuwe Hoch Conservatorium in Frankfurt. Het was aan het einde van een periode van creatieve onzekerheid en twijfel aan zichzelf. Het werk ging het jaar daarop in première in het Kurhaus van Wiesbaden en werd door het publiek geestdriftig ontvangen. In dit werk componeerde Raff drie opeenvolgende bewegingen van opzwepende vitaliteit, demonische opwinding, pastorale delicatesse en een kleurrijke georkestreerde finale. In het eerste deel Allegro, “Springs return”, een uitgebreide sonatevormige beweging, verklankt Raff vreugde en plezier bij de terugkeer van zijn favoriete seizoen. Het is zonder uitzondering vrolijk van karakter en er heerst uitbundigheid. De tweede beweging: een demonisch Allegro “The Walpurgis Night” (“Tijdens de Walpurgisnacht”). Raff had een voorliefde voor het schrijven van duivelse muziek in een aantal van zijn symfonieën. Dit deel is adembenemend en zonder twijfel één van de beste ‘heksendansen’ sinds de componist Berlioz. Het derde deel: het Larghetto “With the first bunch of flowers” ( “Met de eerste bos bloemen”). Deze pastorale idylle is een prachtig voorbeeld van Raffs bekwaamheid om te charmeren. De zachte lyriek van dit stuk staat in schril contrast met het vurige vorige deel. Bij deze muziek denken we aan een warme lentemiddag en bloemen wiegend op een zacht briesje. De vierde beweging het Vivace “ Wanderlust”. Hoewel Raff uitkijkt naar de komst van de lente, was hij bij het begin ook ten prooi aan rusteloosheid, en het is zijn persoonlijke reislust die de finale beschrijft.

UN MATIN DU PRINTEMSPS – Lili BOULANGER Lili Boulanger werd geboren op 21 augustus 1893 in Parijs. Zij was de jongere zus van de beroemde docente, dirigente en componiste Nadia Boulanger.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 17


Geboren in een muzikaal gezin, toonde Lili reeds op zeer jonge leeftijd haar enorm muzikaal talent en werd ze beschouwd als een muzikaal wonderkind. Ze zong en speelde piano, viool, cello en harp, Zij studeerde aan het Conservatoire National de Paris en volgde les in compositie bij haar beroemde zus Nadia en bij de componist Gabriel Fauré. Lili was de eerste vrouwelijke componiste die de prestigieuze “Prix de Rome”, de hoogste en felbegeerde prijs voor compositie in Frankrijk ontving. Als onderdeel van de prijs mocht ze twee jaar werken in de kunstacademie van de Villa Medici in Rome. Lili was duidelijk op weg om een van de grootste componisten van Frankrijk te worden, maar haar gezondheid hield dit tegen. Zij overleed op 24 jarige leeftijd. Toch liet Lili in haar korte carrière een belangrijk oeuvre na hetgeen haar een prominente plaats in de Franse muziekgeschiedenis heeft gegeven. Met haar sterke persoonlijkheid, gevoelig en gepassioneerd, en met haar speciaal gevoel voor klank, schreef zij muziek zoals niemand anders. Slechts een jaar voor haar overlijden in 1947, componeerde Lili, wetende dat er geen nieuwe lente meer zou komen “Un Matin de Printemps”, een stuk dat alle magie van de ontwakende lente illustreert. Het is één van de zeldzame, vrolijke en lichtere composities van de componiste. Het is een werk met een bruisende energie en een buitengewone delicatesse, opvallend in de stijl van de Franse impressionistische componisten. Het werk betovert de luisteraar vanaf het begin. Het is verleidelijk om “Un Matin de Printemps” te vergelijken met de lentemorgen die Frederick Delius schilderde in zijn “On Hearing the First Cuckoo in Spring”. Bij Boulanger is een koekoek echter ondenkbaar: de lentemorgen is bij haar niet zoet, maar onstuimig, vol windvlagen, niet lyrisch maar ritmisch en met een gekruide harmonische smaak. De ruim twintig muziekstukken die Lili Boulanger heeft gecomponeerd, vallen nog altijd op door hun originele stijl. Ze schreef diepgaande en kleurrijke muziek, vaak met exotische en overweldigende klanken. Lili nam de lichtheid en elegantie van de Franse muziekstijl op in haar lyrische melodieën, maar innoveerde en experimenteerde: ze liet samenklanken uit bijzondere combinaties van tonen bestaan en koos veel hogere en lagere tonen dan gebruikelijk. “Golvend van gratie”, zo beschreef Debussy haar muziek.

DIVERTIMENTO IN D-MAJEUR KV 136 – Wolfgang Amadeus MOZART In de tijd dat Mozart dit Divertimento schreef, reisde hij als jonge knaap enkele keren met zijn vader naar Italië in de hoop dat hij daar een aanstelling kon krijgen. Aartshertog Ferdinand, stadhouder van Lombardije, overwoog hem een betrekking aan te bieden, maar keizerin MariaTheresia schreef aan de aartshertog: “ik raad u met klem aan uzelf niet te belasten met onbruikbare lieden. Het zal de staatsdienst in diskrediet brengen als zij rondlopen zoals bedelaars”. En zo moest Mozart terugkeren naar Salzburg. Mozarts reizen door Europa waren niet alleen concertreizen van een wonderkind, het waren ook studiereizen van een componist. Stijlen, genres en lokale muzikale smaken werden door Mozart zorgvuldig onderzocht en als een spons nam hij de nieuwe muzikale indrukken op.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 18


In 1877, na een reis naar Rome, schreef Mozart op zestienjarige leeftijd, het sprankelend “Divertimento in D majeur KV 136”. Vijf maanden voordien werd hij benoemd tot concertmeester met een salaris van 50 gulden per jaar aan het hof van aartsbisschop Geronimo van Colloredo in Salzburg. “Divertimento in D majeur KV 136” is het eerste van drie werken die samen bekend staan als de “Salzburger symfonieën”. Deze werken onderscheiden zich van zijn andere symfonieën omdat ze alleen voor strijkers zijn geschreven. Ze bestaan slechts uit drie, in plaats van vier delen zoals bij de andere symfonieën van Mozart. De briljante inventiviteit en virtuositeit van dit Divertimento is volgens de woorden van Alfred Einstein : “een meesterwerk van meesterwerken”.

De jeugdige overmoed van de jonge Mozart komt al naar voren in de openingsmaten. Het uitgelaten tempo van de hoge strijkerspassages bruist van de kracht van het voorjaar. De zonnige opening met een levendig allegro heeft een prachtige dialoog tussen de vioolpartijen. Het wordt gevolgd door een charmant en statig andante en om te eindigen een schitterend presto. Het werk is geschreven in de typische Weense stijl, zeer galant en sierlijk met veel virtuoze passages in snelle bewegingen. Het stuk is sinds Mozart het schreef razend populair gebleven. Het “Divertimento in D majeur KV 136” is een compositie vol frisheid en levensvreugde. Het geeft de luisteraar een uitbundig lentegevoel. Met deze muziek haalt u de lente in huis

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 19


NIEUW: WETTELIJK KADER VOOR DE NIET-FYSIEKE ALGEMENE VERGADERING

Eind 2020 werd gewerkt aan een wetsvoorstel dat de algemene vergadering op afstand zou toelaten in het verenigingsleven. Intussen is de wetgeving in werking getreden. We bespreken de krijtlijnen van een algemene vergadering op afstand. De regeling is definitief en zal ook kunnen toegepast worden na corona. Specifiek voor de algemene vergadering van 2021 geldt een tijdelijke versoepeling. 1. Situering problematiek De coronacrisis legde een aantal pijnpunten uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bloot. De wetgeving voorzag namelijk niet in de mogelijkheid om op afstand te vergaderen. In het begin van de coronacrisis werd daarom een speciaal koninklijk besluit in het leven geroepen, dat toeliet om de jaarlijkse algemene vergadering van 2020 tijdelijk uit te stellen. Als alternatief liet het koninklijk besluit vzw’s gedurende een bepaalde periode toe om de jaarlijkse algemene vergadering schriftelijk te organiseren. Deze oplossing was echter tijdelijk en dus wordt nu voorzien in een definitieve regeling met betrekking tot een algemene vergadering op afstand. De regels traden onmiddellijk in werking op 24 december 2020. Er werden twee nieuwe procedures ingevoerd: - De schriftelijke algemene vergadering, - De mogelijkheid om de algemene vergadering op afstand te organiseren. Beide procedures mogen toegepast worden, zonder dat u de statuten moet aanpassen. 2. De schriftelijke algemene vergadering (nieuw artikel 9:14/1 WVV) De schriftelijke besluitvorming van de algemene vergadering wordt ingevoerd, onder de volgende voorwaarden: - De besluiten moeten met eenparigheid van stemmen van alle effectieve genomen worden; - De formaliteiten van bijeenroeping van de algemene vergadering moeten in dat geval niet vervuld worden; - De schriftelijke besluitvorming is niet toegestaan om een statutenwijziging door te voeren; - De besluitvorming moet schriftelijk gebeuren, zonder fysieke bijeenkomst van de effectieve leden. - De bestuurders en in voorkomend geval de commissaris, mogen op hun verzoek van die besluiten kennis nemen. De voorwaarden van eenparigheid zijn streng, maar dat is ook logisch. Er kan immers niet beraadslaagd worden, dus moet iedereen dezelfde mening toegedaan zijn inzake de te nemen beslissing. In de praktijk zal de schriftelijke algemene vergadering als volgt verlopen: - Vooraf moet er een document opgemaakt worden waarin een ontwerp van een beslissing opgenomen is. Bijvoorbeeld: Keurt u de jaarrekening van 2020 goed?

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 20


- Dit wordt rondgestuurd naar alle effectieve leden. Stuur de jaarrekening mee, eventueel ook een woordje uitleg bij de cijfers in de jaarrekening. - Elk effectief lid duidt bij elke beslissing aan of men al dan niet akkoord gaat. Voorzie dus een optie met JA / NEE. - Elk lid ondertekent uiteindelijk het document en bezorgt dit (bij voorkeur) aan de voorzitter of een andere aan te duiden persoon. Dit kan per post of bijvoorbeeld per scan. De voorzitter kan vervolgens het unaniem akkoord vaststellen en dit meedelen aan de bestuurders en de leden. - Is er geen unaniem akkoord, dan is er geen geldig schriftelijk besluit. Een onthouding zorgt ervoor dat er geen unaniem akkoord is. Voor vzw’s met een kleine algemene vergadering valt de schriftelijke algemene vergadering eenvoudig te organiseren. Voor de vzw’s met een grote algemene vergadering van enkele tienof honderdtallen leden, is een schriftelijke algemene vergadering praktisch zeer moeilijk te organiseren, omdat de uitdrukkelijke instemming van elk effectief lid vereist is. 3. Op afstand vergaderen (nieuw artikel 9:16/1, §1 WVV) De keuze om een algemene vergadering op afstand te organiseren wordt toevertrouwd aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan kan de effectieve leden de mogelijkheid bieden om op afstand deel te nemen aan de algemene vergadering door middel van een door de vzw ter beschikking gesteld elektronisch communicatiemiddel. Het aanwezigheidsquorum en het stemquorum zoals bepaald door de wet of de statuten, blijven van toepassing. De leden die op afstand aan de algemene vergadering deelnemen, worden geacht aanwezig te zijn op de plaats waar de algemene vergadering wordt gehouden. De vzw moet de hoedanigheid en de identiteit van de leden kunnen controleren aan de hand van het gebruikte elektronische communicatiemiddel. Het gekozen communicatiemiddel moet het de deelnemers mogelijk maken om ten minste rechtstreeks, gelijktijdig en ononderbroken kennis te nemen van de besprekingen tijdens de vergadering en om hun stemrecht uit te oefenen met betrekking tot alle punten waarover de vergadering zich dient uit te spreken. Het elektronische communicatiemiddel moet de leden bovendien in staat stellen om deel te nemen aan de beraadslagingen en vragen te stellen. Vergaderen via video- of (indien de algemene vergadering niet te groot is) via teleconferentie voldoet aan deze voorwaarden. De oproeping tot de algemene vergadering (minstens 15 dagen op voorhand!) omvat een heldere en nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de deelname op afstand. Als de vzw een verenigingswebsite heeft als bedoeld in artikel 2:31 WVV worden die procedures voor diegene die het recht heeft aan de algemene vergadering deel te nemen toegankelijk gemaakt op de verenigingswebsite. De notulen van de algemene vergadering vermelden de eventuele technische problemen en incidenten die de deelname langs elektronische weg aan de algemene vergadering of aan de stemming hebben belet of verstoord. De leden van het bureau van de algemene vergadering kunnen niet langs elektronische weg aan de algemene vergadering deelnemen. De leden van het bureau zijn de personen die de notulen

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 21


van de algemene vergadering zullen tekenen en die namens de vereniging de verantwoordelijkheid nemen over de geldige samenstelling van de vergadering op afstand. In het wetsvoorstel was oorspronkelijk voorzien dat de leden van het bestuursorgaan en, in voorkomend geval, de commissaris niet langs elektronische weg aan de algemene vergadering mochten deelnemen. Dit werd gelukkig niet weerhouden, zij mogen dus deelnemen, om vragen van leden te kunnen beantwoorden. De leden van het bureau van de algemene vergadering, die tevens bestuurder zijn, kunnen ons inziens dan ook perfect deelnemen aan de algemene vergadering om vragen te beantwoorden en kunnen ook stemmen, indien zij zelf ook lid zijn van de algemene vergadering. Zoals gezegd moet het elektronische communicatiemiddel de leden in staat stellen om deel te nemen aan de beraadslagingen en vragen te stellen. Op deze mogelijkheid tot interactie is een uitzondering mogelijk 4. Op voorhand stemmen op de algemene vergadering (nieuw artikel 9:16/1, §2 WVV) Tot slot kunnen de statuten ieder effectief lid toestaan om langs elektronische weg op afstand te stemmen vóór de algemene vergadering, volgens de statutair bepaalde modaliteiten. Als de vzw stemmen op afstand vóór de algemene vergadering langs elektronische weg toestaat, moet zij in staat zijn de hoedanigheid en de identiteit van het lid te controleren, op de bij of krachtens de statuten bepaalde wijze. Daarnaast kunnen de leden uiteraard ook steeds een volmacht geven (al dan niet met steminstructies) aan iemand die wel aanwezig kan zijn op de algemene vergadering. 5. Wat met het bestuursorgaan en het dagelijks bestuur? a) Schriftelijke besluitvorming We merken nog even op dat de schriftelijke besluitvorming van het bestuursorgaan al bestaat sinds de invoering van het WVV en is uitgewerkt in het WVV (zie artikel 9:9 WVV). Dezelfde praktische regels gelden als voor een schriftelijke algemene vergadering. Voor het dagelijks bestuur is de schriftelijke besluitvorming niet voorzien. b) Vergaderen op afstand In het wetsvoorstel werd via een amendement ook voor het bestuursorgaan in de mogelijkheid voorzien om toe te laten dat er vanop afstand zou kunnen beraadslaagd en beslist worden, via een elektronisch communicatiemiddel. Dit is uiteindelijk niet in de wetgeving opgenomen. De bevoegde minister heeft via een antwoord op een schriftelijke parlementaire vraag bevestigd dat het bestuursorgaan nu al elektronisch kan vergaderen op basis van de bepalingen in het WVV, ook wanneer dit niet expliciet in de statuten wordt opgenomen. De wet hoefde op dat vlak dus niet te wijzigen. Zolang het collegiaal karakter wordt gerespecteerd door beraadslaging mogelijk te maken, is elke wijze van vergaderen mogelijk, voor zover niet aan banden gelegd door de vzw zelf. Dit geldt ons inziens ook voor het dagelijks bestuur. Bron: Wet van 20 december 2020 houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, B.S. 24 december 2020. Overgenomen uit het tijdschrift Review van VSDC vzw – Wevelgem

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 22


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 23


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 24


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 25


De connectie met cultuur MEER DAN OOIT ACTUEEL INTERVIEW met psychiater Dirk De Wachter door Viviane Redant

Psychiater Dirk De Wachter schreef in 2012 het boek ‘Borderline Times, Het einde van de normaliteit’ inmiddels aan zijn 35ste druk toe. Dit getal spreekt voor zich! Méér dan ooit actueel. De subtitel: ‘Het einde van de normaliteit’, had visionaire trekjes. We bevinden ons inderdaad in getroebleerde tijden. De scherpe lijnen tussen schaduw en licht, de vrijheid om te staan en lopen waar we willen versus het ontnemen van onze bewegingsvrijheid refereren ook naar borders, scheidingslijnen. Er is een kruisbestuiving met Borderline. Daarom willen we onze focus oprekken.

Psychiater en psychotherapeut Dirk De Wachter straalt rust en vertrouwen uit. Beroepshalve benadert hij de medemens empathisch, niet oordelend of veroordelend maar met een discrete scherpzinnigheid. Ongewild is hij een chroniqueur van deze tijd doordat hij in zijn vakgebied geconfronteerd wordt met de verwoestende impact van deze pandemie. Het isolement, het teruggeworpen worden op zichzelf is voor heel wat mensen, jong en oud, problematisch. Politieke beslissingen, zoals de lockdown, hebben een directe invloed op de lichamen van mensen, zowel fysiek als cerebraal. Ze gaan gebukt onder eenzaamheid, doelloosheid en kwellende gedachten die alleen maar toenemen hoe langer dit virus de wereld in zijn greep houdt. Doordat ze hun kinderen, kleinkinderen, noch vrienden mogen zien voelen ze zich geamputeerd van alles wat hun lief en dierbaar is. Hun veerkracht en draagkracht brokkelt af. Niet enkel een vaccin, maar ook het isolement is de achillespees van onze maatschappij.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 26


Eenzaamheid was in 2012 al een heikel punt. De eenzaamheidscultuur is geen nieuw fenomeen. Achter de façade van de anonimiteit zit veel leed verscholen. In deze precaire periode, nu we allemaal teruggeworpen worden op onszelf, wordt het voor velen een toxisch element in hun levenscyclus. Problemen zullen er altijd zijn. De kunst is er doorheen te geraken en aan de andere kant uit te komen. Ons leven was geordend, enigszins chaotisch, maar toch… Er was een vast stramien. Normaliter zit ieders leven intens verweven met creatieve draden: muziek, theater, film, dans, literatuur… Met hun uitgebreid expressief palet vulden de kunsten constant onze reserve aan verbeelding en welbehagen. Verstoken blijven van cultuur is een enorme reductie van onze levenskwaliteit. Cultuur kan de wereld weliswaar niet veranderen, wel voor een evenwicht zorgen, het een en het ander in balans houden. Omdat mensen in performers iets herkennen of projecteren van zichzelf is cultuur zo helend en verrijkend. Dirk De Wachter is een bewonderaar van de kunsten en kunstenaars. Hij noemt ze ergens zijn kompanen. Einstein zei het al: “De grote morele leraren van de mensheid waren in zekere zin genieën in de levenskunst.” -Cultuur, in de brede zin van het woord -en dan zeker muziek, theater, film en dans- is een avondje uit, een bron om zich aan te laven. Het is ook socializen, deel uitmaken van het collectief, een venster op de wereld, een vlucht uit de dagelijkse routine. Nu dat allemaal wegvalt, welke repercussies heeft dat op de maatschappij, het individu? We vragen het aan psychiater Dirk De Wachter. Dat soort problemen uiten zich niet onmiddellijk. Het is niet omdat iemand niet naar een voorstelling of concert kan gaan dat er moeilijkheden opduiken. Zo gaat dat niet. Het is meer iets dat zich onderhuids manifesteert. Een residu van een heel proces dat zich op langere termijn opbouwt. Nu de lege, open vrije tijd niet kan opgevuld worden, geraakt dit proces in een stroomversnelling en borrelt alles meer naar de oppervlakte. -Het cumulatief aspect. Heel wat mensen kampen met psychische problemen. Door alle beperkingen, komen ze zichzelf tegen en steken hun demonen de kop op. Het ontbreken van cultuur dreigt op langere termijn een maatschappij te ontmenselijken. Cultuur maakt fundamenteel deel uit van de menselijkheid. Theater, dans, muziek kan een trip zijn door de menselijke psyche. In het micro/macro van processen kunnen we ons spiegelen aan de wereld en de wereld aan onszelf. -De samenleving heeft een complete transformatie ondergaan. We zijn het slachtoffer geworden van een virus. De illusie dat we de wereld naar onze hand kunnen zetten, is eens te meer gesneuveld. Het is misschien nog niet zo slecht dat het ons een beetje bescheiden maakt en ons doet nadenken over ‘Wat is er essentieel?’ . Hoe kunnen we een oververhitte consumptiecultuur een beetje temperen en kijken wat echt belangrijk is. Dat zou een heel goed gevolg kunnen zijn van deze pandemie. Mijn vrees is dat het geheugen zeer kort van duur is en van zodra de teugels weer wat losser gelaten worden zal de grote massa zich weer op het consumptiegegeven smijten. De laatste dag voor de versoepelde lockdown inging, op 1 november, was er nog een koopzondag. Ik ging, 1- novembergewijs samen met mijn vrouw naar het kerkhof om het graf van mijn schoonouders te bezoeken.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 27


-Een moment van introspectie, de deur openzetten naar het verleden, herinneringen toelaten. Inderdaad, een moment van verstilling, introspectie en dankbaarheid. Veiligheidshalve hadden we ons voorzien van een mondmasker. We dachten dat er veel volk zou zijn. Er waren amper mensen. ’s Avonds verschoot ik van de beelden in het tv-nieuws: op de Meir en in de Nieuwstraat kon je op de koppen lopen. Nog even alle remmen los! In een onstuitbare rush naar de winkels. De dwingende heerschappij van mode, lifestyle, looks en design. Het consumptiegedrag haalt het op veiligheidsoverwegingen. Het beperkte leven van onze voorouders is vervangen door een grenzeloosheid die geen einde kent. De homo consumens houdt zich staande zolang hij zich de dure prikkels kan veroorloven die hem de illusie schenken dat daarmee zijn gevoel van leegte wordt gemaskeerd. -Een manco aan burgerschap! Ik vrees dat al onze ideeën over verdieping en bewustzijn vlug vergeten zullen zijn als de regels versoepeld worden. -Ik citeer uit uw boek: “We passen ons –ondanks de nieuwe en onontkoombare sociologische realiteit- niet zo vlot aan de opdracht van individualiteit, van ‘alleen-heid’ en van eenzaamheid aan.” Eenzaamheid, het woord valt constant. Corona veroorzaakt niets nieuw, maar heeft een aantal processen die al in gang waren versterkt. Eenzaamheid is een probleem van onze maatschappij dat al langer woekert, zowel bij ouderen als bij jonge mensen. Door corona wordt dit nu heel zichtbaar en duidelijk, soms pregnant. Dit biedt opportuniteiten om ons te bezinnen. De kansen die er in zitten moeten nu worden aangepakt. Het mag geen solidariteit van korte duur zijn. Maar, wederom, vrees ik, dat het snel vergeten en onder de mat geveegd zal worden. In ieder geval als corona tot gevolg heeft dat we ons daar bewust van zijn en er iets daadwerkelijk gaan aan doen, dan heeft deze epidemie toch iets goed voort gebracht. -Sociaal geconnecteerd blijven is belangrijk. Wezenlijk. De mens is een sociaal, gehecht, verbonden wezen. Dat is de definitie van de mens. Connecties zijn van cruciaal belang. -Elke mens heeft een pijn die hij niet meedeelt. Een sluimerende draak die hij bevecht. De pijn van het zijn, de condition humaine. Een beetje ongelukkig zijn, de lasten dragen van het leven, zijn onvermijdelijk. We hebben allemaal al eens disputen met onze baas, onze kinderen, onze partners. -Een leven kan zo beladen worden dat de innerlijke pijn soms als een eruptie, een vulkaanuitbarsting losbarst. Dat is een sterk beeld. Maar uit alle bevragingen en onderzoek blijkt dat de problemen significant toenemen: gezinsgeweld, partnergeweld, het gebruik van drugs, depressie, angst. Die problematiek mogen we zeker niet onderschatten.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 28


-Muziek is vaak een krachtige hefboom om je beter te voelen. Voor de jeugd kan dat een festival zoals Werchter zijn, voor ouderen een stevige opera van Wagner of de verstilde en fluïde composities van Arvo Pärt. Je kunt je daar aan opladen, laven, troosten ook. Er is een connectie, het ervaren van een soort gemeenschappelijkheid. Het samen genieten van een mooie theatervoorstelling, concert, dans. Het is ook een gegeven van verbondenheid. -De mens, het individu, heeft nood aan gezamenlijke begeestering. Zeker. Tussen de twee coronagolven waren er toch weer voorstellingen. Ik heb er een kunnen meepikken in de Bourla. De social distance moest wel gerespecteerd worden en iedereen moest een mondmasker dragen. Het geheel was bevreemdend. Ik zat in een bubbel met mijn vrouw. Maar links en rechts van ons waren stoelen vrij. Weer een bubbel en weer ruimte. Het gemis van iemand naast u. Dat bewees voor mij hoe belangrijk nabijheid is. Ook in cultuur. -Kunst, zowel hoge als lage cultuur, is een bindmiddel en een soort levenselixir. Dat zijn terechte termen. Op een tentoonstelling, het kijken naar een schilderij doe je alleen, maar het idee dat er nog mensen om je heen naar kijken geeft onrechtstreeks een soort verbinding, over culturele- en leeftijdscategorieën en achtergronden heen. Mensen van allerlei slag die in een kunstwerk of muziekstuk iets beleven dat resoneert met de andere. -Ritme is dans, muziek, leven, energie. Een overrompelende en ontketende bezwering. Bijna een transcendente belevenis. Mijn jongste zoon was op een concert in de AB en had de zinderende sfeer voor het thuisfront gefilmd. Die massa in golvende bewegingen zien meedeinen voelde aan als een soort hypnotiserend gebeuren. Dat heeft te maken met rituelen zoals je die soms ziet bij bepaalde volksstammen. Het heeft inderdaad iets bezwerend, iets ontladend. Het is ook gezond om bepaalde impulsen te kunnen kanaliseren. Cultuur en zeker muziek kan ontwapenend, troostend, zuiverend werken en de diepere lagen van ons bewustzijn aanspreken. -Mag ik een zin uit uw boek citeren: “De hedendaagse mens is –zo niet unifocaal- dan wel in hoofdzaak gericht op zelfontplooiing en beperkende banden zijn dan wel het laatste waarop hij zit te wachten!” De samenleving heeft het daar geweldig moeilijk mee. Inderdaad. De vrijheid die ik bekritiseer is de vrijheid van het individu die denkt dat hij alles moet kunnen en alles realiseren. We zijn in zo sterke mate bezig met ontplooiing, dat we onszelf verliezen in de plooien! De vrijheid die nu in vraag wordt gesteld, en dat vind ik erg, is de vrijheid van verbinding, de vrijheid om mekaar te zien, samen dingen te doen. Dat is problematisch. Zeker nu het zo lang duurt en cultuur speelt een heel grote rol in verbinding. Cultuur, en we mogen dat zeker niet elitair bekijken, dat gaat ook over sport, is mensen samenbrengen. Samen enthousiast zijn. Iets gemeenschappelijk kunnen beleven is belangrijk voor het welbevinden van de mens. -Heel de cultuursector betaalt een zware tol en likt zijn wonden. Behind the curtains is er veel miserie. De mentale kwetsbaarheid in de cultuursector -met een stijgend aantal zelfdodingenis groot en onderbelicht. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 29


Het zijn trieste en ontnuchterende cijfers. Ik heb heel wat mensen uit de artistieke sector onder mijn hoede, zal ik maar zeggen. Het is ook een groot genoegen om met deze mensen te kunnen werken. Mijn persoon is een beetje gemediatiseerd omdat ik vaak over cultuur praat. Misschien vinden ze daardoor makkelijker de weg naar mij. Mensen met artistieke gaven, zowel in de literatuur, als de dans of eender welke kunstvorm zijn vaak ook individuen met een grote gevoeligheid en kwetsbaarheid. Omdat ze in hun kwetsbaarheid ook creatief en raar kunnen zijn. Het is een fragiel evenwicht. -Er is passie en emotionele intelligentie mee gemoeid. Artiesten voeren het publiek naar een parallel universum. Het zijn out of the box denkers met aparte voelsprieten. Ze creëren een wereld tussen ratio en verbeelding. De eerste en prangende vraag die ze zich nu stellen: hoe moet het verder met onze toekomst? -“Kunstenaars schilderen hun tijd”, schrijft u in uw boek. Nu kregen ze evenwel een dwangbuis aangemeten! Ja, dat is erg. Er zijn er die zeggen: “Het is in de dwingende regimes, zoals vroeger in het Oostblok, dat de kunst zich nog meer revolutionair kan tonen.” Maar deze toestand mag echt niet te lang meer duren. Ik hoop dat we terug kunnen genieten van schoonheid. Dat mensen hun talenten kunnen tonen en dat wij die mogen bewonderen. De live beleving, de rechtstreekse communicatie van mens tot mens, de hier-en-nu-ervaring missen we. Nogmaals, cultuur is geen extraatje in het leven. Het voegt een dimensie toe. Dat is geen versiering. Het is een wezenlijkheid. Een noodzakelijkheid omdat het de menselijkheid brengt. De kunst kan verbinden, kan complexiteit bezweren en genereren. Het is een antigif tegen de altijd dreigende ontmenselijking. -Het muziekcentrum Trix in Antwerpen, waar normaliter concerten doorgaan, biedt nu voor artiesten sessies met psychiaters aan. Ik ondersteun in principe alle initiatieven om de kunstwereld bij te staan, ook met psychiatrische ondersteuning. Anderzijds wil ik de wereld niet nodeloos psychiatriseren en wil ik inzetten op de eigen talenten, de gezonde mechanismen. -U haalt in uw boek de Zwitserse psychiater Jules Angst (what’s in a name) aan: “Af en toe gedeprimeerd zijn is heel menselijk” en “Dalen horen net zo goed bij een geslaagd leven als pieken.” Precies daar heeft het grote publiek het moeilijk mee. Onze cultuur zet geweldig in op een fantastisch leven, op prestaties en succes. Iedereen moet knap, slim en eeuwig jong zijn. Alles moet fast, short, kicking en new zijn. De gretigheid om alles te willen hebben: groter, exclusiever, exuberanter… De jeugd heeft er een woord voor: FOMO: Fear Of Missing Out. Die buitensporigheid baart mij zorgen. -Het streven naar geluk is disproportioneel! We hebben allemaal wel iets voor. De illusie die ook via de media wordt gecreëerd dat we allemaal het lijf moeten hebben van de heren en dames van Temptation Island. Het frappantste is dat het ook in het gehypet Temptation Island allemaal faliekant afloopt met de relaties.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 30


-Heeft u een raad voor de gewone man/vrouw in de straat en voor kunstenaars om deze heikele periode te overbruggen. Wel ik hoop dat deze periode voor kunstenaars opportuniteiten biedt om zich te bezinnen. Zoals de Fransen zeggen: ‘Reculez pour mieux sauter’. Dat het in deze gedwongen stilte creatief kan borrelen, ideeën zich kunnen uitkristalliseren en dat we daarna een extra lading krijgen van pracht en schoonheid. Ik hoop dat de bewonderaars met veel ongeduld, hunker, enthousiasme en goesting het einde van de lockdown afwachten en nog meer dan voorheen gaan inzetten op cultuurbeleving. Omdat we nu aan den lijve ondervonden hebben hoe belangrijk dat is. -Mag ik eindigen met een bijzonder mooie frase uit het boek ‘De Barbaren’ (Alessandro Baricco) dat u citeert. Aan de hand van een rijk arsenaal aan voorbeelden houdt de auteur een bevlogen en hoopvol pleidooi voor de toekomst van onze cultuur: “Verveling is de betoverde vogel die het ei van de ervaring uitbroedt.” Mooier verwoorden kan ik het niet. Viviane Redant – Cultureel journaliste .

Gepubliceerd op de digitale muzieksite: www.klassiek-centraal.be

IL Y A 50 ANS QUE LE COMPOSITEUR IGOR STRAVINSKY EST DECEDE

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 31


De l’enfance à Diaghilev Igor Stravinsky est né le 17 juin 1882 à Oranienbaum en Russie, où ses parents se trouvaient en vacances, mais il passa toute son enfance au 66 Krioukov Kanal, à Saint-Petersbourg, où la famille résidait. Son père, Feodor Stravinsky était un basse chantant au théâtre Mariinsky. Igor était le troisième d'une famille de quatre enfants. La vie familiale était difficile. Ses parents étaient sévères et les rapports qu'il avait avec ses deux frères aînés étaient également froids. « Il ne me montrait de tendresse que lorsque j'étais malade », écrit-il à propos de son père dans Souvenirs et commentaires. Malgré le fait que son père soit un chanteur de renom, le jeune Stravinsky n'a que très peu de contacts avec la musique classique dans sa jeunesse. En 1890, à huit ans, La Belle au bois dormant de Tchaïkovski et plus tard Une vie pour le tsar de Glinka restent ses deux seules expériences de concerts importants de son enfance. Igor commence des leçons de piano à l'âge de neuf ans et « ne semble du reste pas montrer de dispositions particulières pour la musique ». Ce que le jeune enfant aimait le plus faire au piano, c'était improviser, malgré les nombreux reproches qu'on lui faisait. « Ce travail continu d'improvisations n'était pas absolument stérile, car il contribuait d'une part à une meilleure connaissance du piano, et d'autre part faisait germer des idées musicales », écrit-il dans ses Chroniques de ma vie. Son professeur élève d'Anton Rubinstein, fait travailler Stravinsky au répertoire classique et romantique d'une manière très autoritaire, allant même jusqu'à interdire totalement l'usage de la pédale. Ses premiers essais de composition n'étant pas suffisamment satisfaisants, son père l'inscrit à la faculté de droit de Saint- Petersbourg en 1901. Durant la même période, il prend des leçons d'harmonie et de contrepoint. Quoique l'étude de l'harmonie ne lui donne « aucune satisfaction », il s'exerce beaucoup au contrepoint pour son propre compte. Cependant, le décès de son père lui enlève un poids considérable. Même s'il reste inscrit pendant quatre ans à l'université, il n'assiste au plus qu'à une cinquantaine de cours. Il passe maintenant ses soirées au théâtre Mariinski et aux concerts symphoniques de la Société impériale et fait d'autres essais de composition, dont le chant Nuages d'orage et un Scherzo pour piano. Le point tournant de l'éducation musicale de Stravinsky est sa rencontre avec Nikolaï RimskiKorsakov pendant l'été 1902. « Je lui ai exposé mon désir de devenir compositeur et lui demanda son avis. », raconte-t-il. Le célèbre compositeur, lui déconseillant le Conservatoire, lui dit qu'il serait prêt à lui enseigner une fois qu'il aurait acquis les notions élémentaires d'harmonie et de contrepoint. C'est l'été suivant que Rimski-Korsakov commence à lui donner des leçons, après avoir entendu sa Sonate pour piano en fa dièse mineur. Ces enseignements, qui continuèrent jusqu'à sa mort, se sont principalement centrés sur l'art de l'orchestration et des formes classiques. Il me donnait à orchestrer des pages de la partition de piano d'un nouvel opéra qu'il venait d'achever. Quand j'avais orchestré un fragment, il me montrait son instrumentation personnelle du même morceau. Je devais confronter les deux et c'est encore moi qui devais lui expliquer pourquoi lui l'avait orchestré autrement. Dans le cas où je n'y arrivais pas, c'est lui qui me l'expliquait.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 32


Igor Stravinsky épouse en 1906 sa cousine Catherine Gavrilovna Nossenko qui lui donnera quatre enfants : Fiodor (dit Théodore) en 1907, Lioudmilla en 1908, Sviatoslav (dit Soulima) en 1910 et Milena (dite Milène) en 1914. La première œuvre composée par Stravinsky lors de son apprentissage avec Rimski-Korsakov est la Symphonie en mi bémol, en 1907. Suivront le Scherzo fantastique et Feu d'artifice, celui-ci interrompu à l'annonce de la mort de son maître. Stravinsky compose alors un Chant funèbre à sa mémoire, œuvre perdue durant la Révolution russe et retrouvée en 2015 . La création du Feu d'artifice est décisive pour la carrière du compositeur, car Serge de Diaghilev est présent.

Les premiers grands succès Au moment où Diaghilev découvre Stravinsky, il est déjà très populaire à Paris, non pas avec des ballets, mais plutôt avec des concerts de musique russe et des opéras, dont la création française de Boris Godounov. Au début de 1909, il s'attaque au ballet. Pour Les Sylphides, Diaghilev demande à plusieurs compositeurs d'orchestrer des pièces de Chopin. Impressionné par le Feu d'artifice qu'il vient de voir, il demande à Stravinsky d'orchestrer le Nocturne en la bémol majeur et la Valse brillante en mi bémol majeur destinés à son futur spectacle. Au cours de l'été, alors que Diaghilev part pour Paris où il rencontre un succès extraordinaire avec sa première saison des Ballets russes, Stravinsky se retire à Oustiloug en Ukraine, pour composer le premier acte de son opéra Le Rossignol. Cependant, il devra interrompre sa composition puisque Diaghilev lui commande un premier ballet. Pour sa nouvelle saison, il désirait présenter une œuvre inédite, inspirée de la légende de l'oiseau de feu. Anatoli Liadov devait à l'origine en écrire la musique, mais étant un compositeur trop lent, il décida de se tourner vers Stravinsky, qui était alors âgé de vingt-sept ans. L'immense succès de L'Oiseau de feu, créé en 1910, fait du compositeur instantanément une vedette. Après L'Oiseau de feu, les deux prochains ballets que Stravinsky composera pour la troupe de Diaghilev marqueront un changement de direction dans son approche musicale. Alors que L'Oiseau de feu est encore bien ancré dans la tradition post-romantique héritée, entre autres, de Rimski-Korsakov, Petrouchka, créé en 1911 marquera une rupture importante. Stravinsky y abandonne toute l'harmonie chaleureuse et « magique » de L'Oiseau de feu, caractérisé entre autres par l'utilisation abondante du chromatisme. Il utilise maintenant la polytonalité et la juxtaposition de séquences rythmiques. Les deux années suivantes, Stravinsky compose très peu de pièces : deux cycles de chants et une brève cantate mystique, Le Roi des étoiles. Cependant, il compose ce qui va devenir probablement son œuvre la plus célèbre et qui lui assurera définitivement une place parmi les compositeurs les plus marquants. Il s'agit du Sacre du printemps. Sa création, une des plus scandaleuses de l'histoire de la musique, eut lieu au Théâtre des Champs-Élysées, à Paris, sur une chorégraphie de Vaslav Nijinski et sous la direction musicale de Pierre Monteux. Le compositeur décrit ainsi la représentation dans ses Chroniques de ma vie : « [J'ai] quitté la salle dès les premières mesures du prélude, qui tout de suite soulevèrent des rires et des moqueries. J'en fus révolté. Ces manifestations, d'abord isolées, devinrent bientôt générales et, provoquant d'autre part des contre-manifestations, se transformèrent très vite en un vacarme épouvantable. » Dans le Sacre, Stravinsky approfondit les éléments déjà expérimentés avec ses deux premiers

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 33


ballets, soit le rythme et l'harmonie. L'un est constitué d'un dynamisme sans précédent, alors que l'autre repose en partie sur l'utilisation d'agrégats sonores.

L'après Sacre Quelques jours après la première représentation du Sacre du printemps, Stravinsky attrape une forte fièvre typhoïde qui l'oblige à passer six semaines dans une maison de santé à Neuilly. À sa sortie, il compose les trois petites chansons dites Souvenirs de mon enfance, mais déjà, il décide de se remettre à son opéra Le Rossignol, dont la composition avait été interrompue au premier acte lorsqu'il reçut la commande de L'Oiseau de feu, en 1909. Cependant, son style ayant beaucoup changé depuis, Stravinsky fera du premier acte de 1909 une sorte de prologue, justifiant ainsi les différences musicales entre celui-ci et le reste de l'opéra. Le poème symphonique Le Chant du rossignol, qu'il en tire en 1917, est considéré par plusieurs comme étant « un adieu définitif au Sacre. » Les années suivantes voient Stravinsky aborder des formations plus restreintes, alors que les activités de Diaghilev et des Ballets russes sont interrompues par la guerre. Lors de son dernier voyage en Russie, un mois seulement avant le début de la Première Guerre mondiale, le compositeur rapporte deux recueils de chants populaires russes, qui serviront de base à la plupart de ses œuvres jusqu'à Pulcinella, en 1920. Ce n'est qu'en 1962 que Stravinsky remettra les pieds dans son pays natal, cette fois en tant que citoyen américain. Entre 1914 et 1917, Stravinsky compose Les Noces, relatant un mariage paysan russe. Cependant, n'arrivant pas à se décider quant à l'instrumentation de l'œuvre, il ne l'achèvera que six ans plus tard, pour voix, quatre pianos et percussions. C'est entre 1915 et 1916 que le compositeur termine Renard (pour quatre voix et dix-sept musiciens), d'après le conte populaire russe du renard et du coq. En 1917, au lendemain de la Révolution de Février, Stravinsky passe quelque temps à Rome, en compagnie de Diaghilev, Massine, Bakst, Cocteau, Ansermet et, surtout, Picasso, avec qui il développe une grande amitié et qui fera de lui trois portraits célèbres (un en 1917 et deux en 1920). À son retour de Rome, Stravinsky est bouleversé d'apprendre que sa gouvernante allemande, qui l'avait élevé dès sa naissance et à laquelle il « était profondément attaché et [qu'il] aimait comme une seconde mère », est décédée. Quelques mois plus tard, il s'agit de son frère Goury qui meurt sur le front roumain. Stravinsky se trouve à ce moment dans une situation matérielle très précaire, arrivant difficilement à nourrir sa femme et ses quatre enfants. Il imagine donc, en collaboration avec l'écrivain Charles-Ferdinand Ramuz et le chef d'orchestre Ernest Ansermet, un spectacle de poche ambulant. Ce sera L'Histoire du soldat, spectacle pour trois récitants et sept musiciens, terminé en 1918. L'œuvre qui suivra marquera un tournant très important dans la carrière du compositeur, car il s'agit de sa première composition de sa période dite néoclassique. Pendant la période de la guerre, Stravinsky habitait principalement en Suisse (avec un voyage en Italie et un autre en Espagne), ensuite dit-il « comme après la paix, la vie active dans toute l'Europe, et surtout en France, avait repris de la façon la plus intense, (...) je résolus de transporter mes pénates en France où alors battait le pouls de l'activité mondiale ».

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 34


Le néoclassicisme Avec Pulcinella (1920), d'après Pergolèse, débute la période dite « néoclassique » de Stravinsky (voie d'ailleurs explorée, juste avant lui, par des compositeurs comme Georges Enesco avec sa Suite d'orchestre op. 20 ou Maurice Ravel avec son Tombeau de Couperin) : elle dure jusqu'à la composition de l'opéra The Rake's Progress, en 1951. Il emprunte alors aux musiques de : Machaut, Bach, Weber, Rossini, Tchaïkovski et d'autres, mais avec un humour, un métier et une originalité n'ayant rien de ceux d'un épigone. Du printemps 1921 à l'automne 1924, Stravinsky vit à Biarritz sur la côte basque. Ses amis Ravel, Alexandre Benois, Arthur Rubinstein, mais surtout Coco Chanel et une riche Chilienne qui deviendra son mécène l'avaient encouragé dans ce choix. Sont alors achevés : . • • • •

les Symphonies d'instruments à vent (1920), l'opéra bouffe Mavra (1922), lOctuor pour instruments à vent (1922-1923), le Concerto pour piano avec instruments à vent, contrebasse et timbales, créé à l'opéra de Paris en 1924 avec l'auteur au piano sous la direction de Serge Koussevitsky.

À la fin 1924, la famille déménage à Nice. Cette période voit naître deux nouvelles œuvres de grande ampleur et aux sujets sévères : • •

l'opéra-oratorio Œdipus Rex (1928), suivi du ballet Apollon musagète (1928), et la Symphonie de psaumes (1929-1930).

Cependant avec le Capriccio pour piano (1929), l'écriture se fait plus sereine et aérée, voire facétieuse, sans abandonner une certaine rigueur formelle. Sont alors créés; • • • •

le Concerto en ré pour violon (1931), écrit pour le violoniste américain Samuel Dushkin, le ballet-théâtral Perséphone (1934), d'après la pièce Perséphone d'André Gide (mis en scène Jacques Copeau et chorégraphie de Kurt Jooss), le ballet Jeu de cartes (1936), le Concerto per due pianoforti soli (1935) et le Dumbarton Oaks Concerto (1938), en mi bémol pour orchestre de chambre.

En 1940, Stravinsky se réfugie aux États-Unis avec sa seconde épouse, Véra de Bosset.

L'ultime période créatrice Il est possible de distinguer deux phases dans la période américaine de Stravinsky, la première depuis la Symphonie en ut (1940) jusqu'à l'opéra The Rake's Progress (1951). La seconde débute autour de 1950 et se poursuit jusqu'à Threni (1958). Vers 1950, face à l'impact grandissant des trois Viennois (Schönberg, Berg, et surtout Webern) et dans une moindre mesure de Varèse — qui lui travaille plus avec les sons qu'avec les concepts et l'héritage du passé —, Stravinsky peut apparaître comme le porte-parole de la « réaction »

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 35


musicale. Il effectue alors sa volte-face apparemment la plus spectaculaire en adoptant un sérialisme très personnel, plus dans la lignée de Webern que de Schönberg. En témoignent après de timides essais dans la Cantate de 1952 sur des textes médiévaux anglais, le Septuor — en particulier la gigue, clin d'œil au Schönberg de la Suite pour piano opus 25 (1953) —, les Trois chants de Shakespeare (1953), In memoriam Dylan Thomas (1954) puis, surtout, le Canticum Sacrum, qu'il fit entendre en première audition à la basilique Saint-Marc de Venise devant le patriarche de Venise, qui devenu pape quelques années plus tard sous le nom de Jean XXIII, l'invita à la redonner à la Chapelle Sixtine et l'anoblit par la même occasion. Le ballet Agon en 1957 clôtura cette période. Son style se fait dépouillé, d'une grande austérité, et l'inspiration religieuse occupe une place importante (Stravinsky qui était orthodoxe était fanatiquement croyant, dixit Nadia Boulanger), avec Threni (1958), œuvre maîtresse, Abraham et Isaac (1963) dédiée à la nation d'Israël et chanté en hébreu, le lugubre Introïtus (1965) ou encore les ultimes Requiem canticles (1966) qui semblent un résumé de toute son œuvre. Citons encore Mouvements pour piano et orchestre (1959) très webernien d'allure et les méconnues Variations (Aldous Huxley In Memoriam) pour orchestre (1963): plusieurs passages font penser au Karlheinz Stockhausen des Gruppen. Après plusieurs jours à l'hôpital, il passe l'été 1970 à Évian-les-Bains où il reçoit sa famille, ce sera son dernier séjour en Europe puisqu'il meurt d’un œdème pulmonaire le 6 avril 1971 à New York après avoir présenté The Rake's Progress. Selon ses dernières volontés, il est enterré quelques jours plus tard à Venise, dans le cimetière de l'île de San Michele. Médiathèque de Bouchemain

MUSEE Le musée Stravinsky est situé à Ustyluh dans la maison où le compositeur a vécu. Ustyluh est une ville située à l’est de la frontière Ukraine – Pologne, 13 Km à l’ouest de Volodymyr –Volynskyi. .

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 36


Le bâtiment est classé «Monuments historiques d'importance nationale».

C’est l’unique musée au monde dédié à Igor Stravinsky. Parmi les expositions: album de photos du père du compositeur ukrainien - Fyodor Stravinsky, Photos de famille Stravinsky, images auteur compositeur, lettres fils aîné du compositeur Fyodor Stravinsky, Piano Becker fin du 19e siècle. Le bâtiment, qui abrite le musée a été construit en 1907. Fait intéressant, le projet de construction a été développé par le compositeur Igor Stravinsky. Stravinsky n'a pas vécu longtemps dans la maison. Il a travaillé à Ustylug chaque été de 1907 à 1914. Ici, il a écrit ses meilleures œuvres. Le bâtiment abrite une salle de concert et une école de musique. Depuis 1994 à Lusk (ville proche) se tient chaque année un festival musical Igor Stravinsky.

50 JAAR GELEDEN OVERLEED DE COMPONIST IGOR STRAVINSKY Igor Stravinsky’s stijl van componeren was zeer aan veranderingen onderhevig – waren zijn vroege werken zoals “L’oiseau de Feu” (“de Vuurvogel”) nog romantisch, in zijn latere werken overheerste het serialisme. De schurende ritmes en de schrille, felle harmonieën vinden we echter in zijn hele oeuvre terug: een muzikale vingerafdruk. Deze stijlelementen en de veelzijdige toepassingen daarvan verklaren mede waarom Stravinsky een van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw is geworden. Igor Stravinsky werd dikwijls als een muzikale kameleon aangeduid omdat hij zich in zijn eigen muziek dikwijls aanpaste aan de stijlen die op bepaalde momenten in de mode waren. In de loop van zijn lange leven voegde hij verschillende stijlen uit de twintigste eeuw samen, zonder zijn positie als briljant en eigenzinnig componist te verliezen. In opdracht van de Russische impresario Sergei Diaghilev componeerde hij indrukwekkende balletmuziek die nog onder invloed stond van de romantische traditie van grote orkestwerken. Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog nam hij de wat minder toegankelijke stijl van het neoclassicisme over, beïnvloed door de barok, de klassieke tijd en de jazz. Weer later eigende hij zich de compositietechnieken van de twaalftoonsmuziek toe. Igor Stravinsky werd geboren op 17 juni 1882 in Oranienbaum (vanaf 1948 noemde het Lomonosov) aan de Finse Golf, ongeveer 40 km van Sint-Petersburg – Rusland. Zijn vader, Fjodor Ignatjevits Stravinsky, met Poolse roots, stamde uit het grafelijke geslacht der SoulimaStravinsky’s. Hij was bas-bariton aan het “Marinsky Theater” en een vooraanstaande kunstenaar in Rusland. Zijn moeder Anna Kirillovna, afkomstig uit de landadel van Wit-Rusland, was een pianiste. Zij trad op als concertmeester tijdens de concerten van haar man. De componist had nog twee broers. Een was architect en de andere was evenals zijn vader, zanger aan het keizerlijk theater.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 37


Igor groeide op in de sfeer van het operamuziekleven van Sint-Petersburg. Zijn ouders organiseerden regelmatig bij hun thuis muziekavonden voor kunstenaars, musici en schrijvers. F. Dostojevski was een regelmatige gast ten huize Stravinsky.

Op 9 jarige leeftijd begon Igor Stravinsky met pianolessen. Toen Igor zijn middelbare studies beëindigde drongen zijn ouders erop aan dat hij, ondanks zijn interesse voor muziek, een diploma in de rechten zou behalen. Zij wilden hun zoon de ups en downs van een leven als musicus besparen. De toekomstige componist ging studeren aan de universiteit van SintPetersburg. Tegelijkertijd studeerde hij muziektheorie en compositie en luisterde hij tussendoor naar muziek, vooral die van Rimsky-Korsakov, Tsjaikovsky en Glinka. Tijdens zijn studies aan de universiteit werd Stravinsky bevriend met Vladimir Rimsky-Korsakov, de zoon van de beroemde en meest prominente componist Nikolai Rimsky-Korsakov. In 1902 had Stravinsky in Heidelberg een ontmoeting met de componist Nikolai Rimsky-Korsakov. Deze spoorde Igor aan te componeren en stelde hem voor privélessen te volgen in plaats van te studeren aan het conservatorium. In hetzelfde jaar overleed de vader van Stravinsky en RimskyKorsakov ontpopte zich al vlug als een vaderfiguur voor de jonge Igor en nam hem onder zijn bescherming. Vanaf 1905 tot aan de dood van Rimsky-Korsakov in 1908 volgde Stravinsky “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 38


tweemaal per week muzieklessen bij de beroemde componist. De eerste orkestwerken van Stravinsky werden geschreven tijdens zijn studies bij Rimsky-Korsakov. De band met de componist was enorm sterk. Toen Rimsky-Korsakov overleed was Igor intens verdrietig. Ter nagedachtenis aan zijn leermeester schreef hij het werk “Chant Funèbre”. Het stuk ging op 17 januari 1909 in première in de Grote Zaal van het Conservatorium van Sint-Petersburg. De partituur van dit werk raakte echter tijdens de Russische Revolutie verloren. Maar in september 2015 werd het teruggevonden in een achterkamer van het Conservatorium van de stad. Van 1890 tot 1914 bezocht de componist regelmatig Ustiluh, een stad in de moderne Volyn Oblast, Oekraïne. Hij bracht het grootste deel van de zomers daar door en ontmoette er regelmatig zijn nicht Catherine Nosenko. Op 23 januari 1906 huwde hij met haar. Het echtpaar kreeg vier kinderen. In 1907 bouwde Stravinsky zijn eigen huis in Ustiluh. Het was voor Igor de perfecte plaats voor creativiteit en ontspanning. Hij noemde het “mijn hemelse plek ". In dit huis componeerde Stravinsky zeventien van zijn vroege composities. Het is heel normaal dat Stravinsky zijn fascinatie voor de Oekraïense folklore uitte in zijn vroege orkestcomposities, maar ook in zijn revolutionaire balletten. Gezien zijn aanzienlijke compositorische output in die periode, is het duidelijk dat zijn inspiratie vaak werd gehaald uit de legendes, melodieën en klanken van de Oekraïense traditie. In 1909 ontmoette Stravinsky Sergei Diaghilev, de choreograaf en artistiek leider van het Russische balletgezelschap “Ballets Russes” in Parijs. Het was een ontmoeting die voor de jonge componist uiterst belangrijk zou blijken. Tussen de twee ontstond een vriendschap die jaren zou standhouden. Diaghilev maakte met zijn “Ballets Russes” niet alleen furore in Parijs, maar gaf ook de Russische cultuur internationale faam. Tijdens een concert in Sint-Petersburg was Diaghilev helemaal onder de indruk van de uitvoering van Stravinsky’s werken: “Scherzo Fantastique” en “Feu d’artifice”, een werk dat Igor componeerde ter gelegenheid van het huwelijk van de dochter van Rimsky-Korsakov met de Russische muzikant Maksimilian Steinberg. In 1910 kreeg Stravinsky van Diaghilev de opdracht muziek te schrijven voor een ballet gebaseerd op het Russische sprookje “De Vuurvogel”. Tijdens de première op 25 juni in Parijs maakte Stravinsky kennis met de culturele elite van deze stad. Het werk was een enorm succes en Stravinsky werd beroemd en geprezen als een van ’s werelds toonaangevende jonge componisten van klassieke muziek. “De Vuurvogel” was nieuw door zijn stijl en expressie, maar het was ook tegelijkertijd niet revolutionair, hetgeen zorgde voor een onmiddellijk succes bij zowel critici als publiek. Ook kunstenaars zoals Claude Debussy, Maurice Ravel, Manuel de Falla, Florent Schmitt en Erik Satie toonden hun bewondering voor de componist. Bij het horen van de laatste noten van “de Vuurvogel” zei de componist Sergei Rachmaninoff “ Grote God wat een geniaal werk is dit, het is waarlijk Rusland!” Het verhaal gaat over twee soorten magische wezens: de Vuurvogel, die het goede vertegenwoordigt, en de tovenaar Kastchei, de belichaming van het kwaad. Wee de mens die in zijn macht komt. Meisjes worden gevangen gehouden, mannen worden in steen veranderd. Kastchei is onsterfelijk zolang als zijn ziel onaangetast blijft. Die ziel wordt in de vorm van een ei

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 39


bewaard in een kistje. De jonge Prins Ivan Tsarevitch, zwerft ‘s nachts door de tovertuin van Kastchei op jacht naar de wonderbare Vuurvogel. Hij vindt de Vuurvogel in de bomen met de gouden appels. Wanneer Ivan de vogel vangt smeekt die hem te sparen en belooft hem te helpen in ruil voor zijn vrijheid. Ivan trekt bij de vogel een veer uit als voorwaarde voor zijn vrijheid. Vervolgens ontmoet Ivan een groep van 13 meisjes en hij wordt verliefd op een van hen; hij ontdekt dat zij en de andere meisjes prinsessen zijn die door Kastchei werden gevangengenomen. Bij dageraad moeten de meisjes terugkeren naar Kastchei’s paleis. Ivan breekt de poort open en er klinkt muziek waardoor hij wordt ontdekt door de wachtmonsters van Kastchei. Ivan wacht het lot van de andere mannen en zal in steen veranderen. Dan herinnert Ivan zich de veer van de Vuurvogel; hij zwaait er mee, de vogel verschijnt en betovert Kastchei en zijn volgelingen. Vervolgens zingt de Vuurvogel een slaaplied en Kastchei en de zijnen vallen in slaap. De Vuurvogel onthult Ivan het geheim van Kastchei’s onsterfelijkheid en brengt hem naar de grot waar het ei is verstopt. Ivan opent het kistje en smijt het ei kapot. De tovenaar sterft meteen, de betoveringen worden verbroken en de gevangenen zijn weer vrij. Ivan en zijn Tsarevna trouwen. Na de laatste voorstelling van “de Vuurvogel” verbleef Stravinsky een tijdje in Frankrijk. Dankzij het enorme succes van “de Vuurvogel” ontving Stravinsky nog twee nieuwe opdrachten : “Petroesjka” en “Le Sacre du Printemps”. Het werk Petroesjka wordt dikwijls in concertversie uitgevoerd, maar is een ballet dat Igor componeerde voor Diaghilev. Het werk ging in 1911 in première in Parijs met het balletgezelschap “Ballets Russes” en de legendarische danser Vaslav Nijinsky in de hoofdrol. Het verhaal : op een carnavalsfeest vermaken een orgelman en een danseres het publiek. Vervolgens verschijnt een tovenaar met drie levenloze poppen. Op de tonen van een toverfluit komen de poppen Petroesjka (Petertje), de Ballerina en de Moor tot leven en gaan midden van het publiek een dans uitvoeren. Pretroesjka is verwant met Jan Klaassen of Harlekijn, de rampfiguur met tegenslag, de grote pechvogel. Is hij verliefd, dan wordt de liefde niet beantwoord. Met vechten verliest hij altijd, maar hij heeft wel menselijke emoties. De Moor heeft meer succes want hij is in trek bij de Ballerina. Petroesjka is jaloers en valt de Moor aan die hem neerslaat met zijn kromzwaard. De geschrokken menigte denkt dat er een moord is gepleegd. De tovenaar schudt voor het publiek het zaagsel uit het levenloze lijfje van Petroesjka, wat zoveel wil zeggen als het was maar een pop. De tovenaar gaat naar huis met de slappe Petroesjka. Maar zodra de nacht valt verschijnt boven het theater de geest van Petroesjka. Woedend roept hij de tovenaar na die snel wegvlucht. Het publiek blijft verdwaasd in twijfel achter: wat was nu echt, en wat niet… In 1913 componeerde Stravinsky het ballet “Le Sacre du Printemps” (De Lentewijding – The Rite of Spring ), een compositie die nog gedurfder en extravaganter was dan zijn vorige werken. Met dit stuk had Igor de lef om met traditionele klanken, harmonieën en ritmes te breken. Hij liet met deze compositie de wereld op zijn grondvesten trillen. Bij de première in het Théatre des Champs Elysées in Parijs, ontstond er complete en oorverdovende chaos. Al vanaf de eerste noten gaf de Parijse beau monde luidkeels blijk van ongenoegen. Er ontstonden ruzies in de zaal. Voor- en tegenstanders dreigden met elkaar op de vuist te gaan. Terwijl Stravinsky totaal

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 40


van streek was, stond de balletmeester Diaghilev tussen de coulissen het orkest toe te schreeuwen dat het moest verder spelen. Om een einde aan de opstand te maken liet Diaghilev de schijnwerpers aan en uit flikkeren. Langzaam werd het publiek terug kalm, maar het bleef die nacht onrustig in Parijs. Uit een fagotthema ontwikkelt zich een van de meest revolutionaire stukken uit de muziekgeschiedenis. In dit werk liet Stravinsky een enorm symfonisch orkest volgepropt met slagwerkinstrumenten, oerritmes en schreeuwende dissonanten uitvoeren. Om het ritmisch geweld kracht bij te zetten, werden er metalen platen opgehangen die met hamers werden bespeeld. Zelfs de strijkers en blazers moesten eraan geloven: op veel plaatsen ondersteunden zij de slagwerkinstrumenten in plaats van andersom. De dag na de première stond er in de kranten : « Ce n’est pas le sacre du printemps, mais le massacre du tympan ». Het was niet zozeer de muziek van Stravinsky die het tumult veroorzaakte maar vooral de choreografie die woester en wilder was dan men ooit had meegemaakt. Maar nog geen jaar later werd dit werk standaardrepertoire. Door in deze compositie meer belang te hechten aan ritme dan aan melodie was Stravinsky zijn tijd ver vooruit. Het werk is een van de meest revolutionaire werken van de twintigste eeuw. “Le Sacre du Printemps” beoogt de Lentewijding uit het primitieve Rusland in balletvorm weer te geven. Het ballet verbeeldt een heidens ritueel waarin een jonge maagd is uitgekozen om zich dood te dansen als offer aan de Zonnegod zodat de lente kan beginnen. Het ballet bestaat uit twee delen: “Adoration de la Terre” ( “De aanbidding van de aarde”) en “Le Sacrifice” ( “Het offer”). In die periode verbleef Stravinsky met zijn gezin in Frankrijk. Omdat zijn vrouw Catharine een zwakke gezondheid had en ook nog zwanger was werd besloten niet naar Sint-Petersburg terug te keren, maar de winter in Zwitserland door te brengen en daar de geboorte van hun zoon af te wachten. Omwille van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog , die werd gevolgd door een revolutie kon de familie niet naar Rusland terugkeren en moest ze lang in Zwitserland verblijven. Hierdoor verloor het gezin Stravinsky al hun bezittingen en het geld dat ze in Rusland bezaten. Door te emigreren naar het buitenland mochten al zijn werken in Rusland gratis worden uitgevoerd en moesten er geen auteursrechten worden betaald. Dit was voor Stravinsky een ware catastrofe.

In 1914 componeerde Stravinsky “Les Noces”, een monumentaal werk dat zowel krachtig als rauw is, is geworteld in de Russisch-Joodse volksthema's van Stravinsky’s partituur. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd in Parijs in 1923 door Diaghilevs Ballets Russes. Het libretto voor het ballet toont een Russische bruiloft in vier scènes. Voor dit werk gebruikte Stravinsky elementen uit de oude gebruiken en tradities van Russische boerenbruiloften. In 1914 ging zijn eerste opera “Le Rossignol” (de nachtegaal) in première. Het libretto is gebaseerd op een sprookje van Hans Christian Andersen. Het verhaal: de keizer van China is verliefd op het gezang van de nachtegaal en zijn kamenier brengt de vogel naar het paleis. Omdat je een vogel niet op commando kunt laten zingen schonk men de keizer een mechanische “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 41


nachtegaal waar iedereen elke dag naar kon luisteren. De echte vogel werd, met tranen van ontroering, voor zijn lied beloond. Maar de Keizer kwijnde weg. Toen de echte nachtegaal terugkwam en zijn ontroerende lied weer aanhief genas de keizer. Het werk was een opdracht van het Moscow Free Theatre voor het mooie bedrag van 10.000 roebels. Stravinsky componeerde het werk “Histoire du Soldat” in 1918 tijdens zijn verblijf in Morges aan het meer van Genève bij Lausanne in Zwitserland. De eerste uitvoering vond plaats op 28 september 1918 in het Théâtre Municipal de Lausanne onder leiding van Ernest Ansermet. Dit meesterwerk componeerde Stravinsky in samenwerking met Charles-Ferdinand Ramuz die zijn tekst ontleende aan een oude Russische fabel. In dit werk wordt voor het eerst gebruik gemaakt van stijlelementen uit de Jazz. Maar we vinden in dit werk ook elementen terug uit : de marsmuziek, Spaanse en Franse melodieën, een tango en een protestants koraal. Het verhaal van deze compositie luidt als volgt: een vioolspelende soldaat is op weg naar huis en wil naar zijn meisje toe. Onderweg ontmoet hij de duivel die hem zijn viool wil ontfrutselen in ruil voor geld en macht. Aanvankelijk is de soldaat de duivel te slim af, maar uiteindelijk moet hij toch het onderspit delven... Terwijl Igor dit werk componeerde benaderde Stravinsky de Zwitserse filantroop Werner Reinhart voor financiële steun. Reinhart sponsorde grotendeels het eerste optreden op 28 september 1918. Als dank droeg Stravinsky het werk op aan zijn weldoener en gaf hem het originele manuscript. Reinhart steunde Stravinsky ook in 1919 door een reeks concerten van zijn kamermuziek te financieren. Inbegrepen was een suite uit “Histoire du Soldat”, gearrangeerd voor viool, piano en klarinet . Als dank aan zijn sponsor droeg de componist zijn drie stukken voor klarinet op aan Reinhart, die een uitstekende amateur- klarinettist was. In april 1915 ontving Stravinsky een opdracht van Winnaretta Singer (prinses Edmond de Polignac) voor een kleinschalig werk voor theater dat in haar Parijse salon zou worden uitgevoerd. Het resultaat was “Renard” (1916), dat Igor "A Burlesque in Song and Dance" noemde. In 1920 keerde Stravinsky terug naar Parijs voor de première van het ballet “Pulcinella”. “Pulcinella” was een opdracht van Diaghilev. Picasso maakte het decor en de kostuumontwerpen. De première was een groot succes, evenals de uitvoering in het Royal House the Convent Garden in Londen een maand later. “Pulcinella” is de traditionele held van het Napolitaanse volkstheater en is een van de oudste typetjes van de Italiaanse commedia dell’arte. Het is een grappige en listige figuur met een wit kostuum, een punthoed en een zwart half masker. De figuur Pulcinella kan eveneens een vrouw zijn. Er bestaan twee versies van het werk: een compleet ballet uit 1920 en later bewerkte de componist het ballet tot een orkestsuite. In 1920 terwijl Stravinsky op zoek ging naar een geschikt huis in Parijs, verhuisde het gezin van Morges naar het vissersdorp Carantec in Bretagne. In die periode had Stravinsky het financieel heel moeilijk en werd hij geholpen door de beroemde Franse modeontwerpster Coco Chanel. Zij nodigde de familie uit om in haar villa “Bel Respiro” in de Parijse voorstad Garches te wonen “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 42


totdat ze een nieuwe woning in Parijs hadden gevonden. Stravinsky woonde twee jaar bij Mademoiselle Chanel. Zij sponsorde de organisatie van Stravinsky’s concerten en steunde de familie. Toen de componist niet meer in haar villa woonde, stuurde Coco Chanel nog elke maand geld aan Igor en dit gedurende enkele jaren. De volgende tien jaar woonde de familie Stravinsky op verschillende locaties in Frankrijk: Anglet bij Biarritz, Nice en Voreppe bij Grenoble. Tijdens die periode componeerde hij neoklassieke werken die beïnvloed waren door de oude Griekse mythologie. In 1934 nam Stravinsky de Franse nationaliteit aan en vestigde de familie zich definitief in Parijs. In 1917 componeerde Stravinsky “Berceuse”, een compositie voor zang en piano opgedragen aan zijn dochtertje Ludmilla. Het werk komt uit een schetsboek waarin hij verschillende kleine werken voor kinderen opnam. In 1924 maakte Igor zijn debuut als pianist en voerde zijn eigen werken uit. Ook dirigeerde hij regelmatig zijn eigen composities. Zijn succesvolle carrière als pianist en dirigent bracht hem naar veel van 's werelds grootste steden, waaronder Parijs, Venetië, Berlijn, Londen, Amsterdam en New York. Stravinsky was geliefd en stond bekend om zijn beleefde, hoffelijke en behulpzame manier van doen. In 1925 componeerde Stravinsky een opera-oratorium “Oedipus Rex” naar Sophocles. Jean Cocteau schreef het libretto. Voor een vertaling in het latijn zorgde kardinaal Jean Daniélou. Tussen zijn drukke werkzaamheden door schreef Stravinsky de autobiografie “Croniques de ma vie” die in 1935 in Parijs verscheen. Ludmilla, de dochter van Stravinsky overleed in 1938. Zijn vrouw Catherine en zijn moeder Anna stierven in 1939. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog trok Stravinsky naar de Verenigde Staten van Amerika en vestigde zich in Hollywood. Aan de universiteit van Havard gaf hij in het Frans lezingen over componeren, stijl en Russische muziek. Deze lezingen werden later gebundeld tot “Poétique Musicale”. Kort na zijn aankomst in Amerika kwam Vera de Bosset, de echtgenote van de Russische schilder Sudekein hem vervoegen. Stravinsky had sinds 1921 een verhouding met haar en leidde dus een dubbelleven, een situatie die door de vrouw van Stravinsky als een “fait accompli” werd aanvaard. Op 9 maart 1940, een jaar na het overlijden van zijn vrouw, huwde Stravinsky met Vera de Bosset met wie hij tot aan zijn dood in 1971 gehuwd bleef. Vera overleed in 1982. In 1944 maakte Stravinsky een ongewoon arrangement van het Amerikaans volkslied en voerde het werk uit tijdens een concert. Hiervoor werd hij gearresteerd en kreeg een straf voor het bewerken van de hymne. In 1945 kreeg de componist het Amerikaans staatsburgerschap. Terwijl hij zich aanvankelijk omringde met Russische immigranten, werd hij al vlug opgenomen in de intellectuele kringen van Los Angeles. In 1945 ontmoette Stravinsky Ralph Hawkes van de Britse muziekuitgeverij Boosey and Hawkes. Stravinsky kwam met deze uitgeverij tot een akkoord om niet alleen zijn nieuwe werken uit te geven, maar ook alle werken die eerder door de Editions Russe de Musique waren gepubliceerd.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 43


Deze overeenkomst gaf Stravinsky de mogelijkheid om een groot aantal van zijn vroegere werken te herzien en te bewerken om alzo weer het auteursrecht te kunnen ontvangen. De opera “The Rake’s Progress” die in 1951 in première ging in het Teatro Fenice in Venetië onder de leiding van de componist zelf, was een buitengewoon succes. Het werk is gebaseerd op de gravurereeks “The Rake’s Progress” van de 18e. eeuwse schilder en graveur William Hogarth. In zijn latere creatieve periode kreeg Stravinsky belangstelling voor de twaalftoonsmuziek, een techniek van componeren die hij lange tijd had vermeden. “Canticum Sacrum”, “Threni” en het ballet “Agon” waren het resultaat van Stravinsky’s bestudering van Anton Weberns muziek van 1952 tot 1955. In 1957 vonden in verschillende landen concerten plaats ter gelegenheid van de 75 e. verjaardag van Stravinsky. . Bij zijn 80e. verjaardag kreeg Stravinsky een officiële uitnodiging om de Sovjet-Unie te bezoeken. Stravinsky aanvaardde de uitnodiging en bracht in 1962 een bezoek van twee weken aan zijn geboorteland. Hij dirigeerde er zes concerten en ontmoette premier Nikita Chroesjtjov en de componisten Dimitri Sjostakovitsj en Aram Khatchaturian. Gezondheidsproblemen in 1967 verhinderden Stravinsky aanwezig te zijn op allerlei activiteiten. In 1969 verhuisde het echtpaar Stravinsky van Los Angeles naar een appartement in New-York. Oud en vermoeid maar geestelijk nog bijzonder actief bracht de componist nog een laatste bezoek aan Rusland. Op 6 april 1971 overleed Igor Stravinsky in zijn appartement in New-York. In zijn testament had hij de wens uitgedrukt dat hij wilde begraven worden in Venetië naast zijn oude vriend Sergei Diadhilev. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de kerk Santi Giovanni e Paolo in Venetië. Tijdens de plechtigheid werd het Requiem “Missa Defunctorum” van Alessandro Scarlati uitgevoerd, naast drie orgelwerken van Andrea Gabrieli. Van Stravinsky zelf klonk het “Requiem Canticles”. De componist werd begraven op het Russische gedeelte van de begraafplaats Isola di San Michele ( het eiland San Michele) in Venetië, niet ver van het graf van Diadhilev. Stravinsky was een van de belangrijkste componisten van de 20e. eeuw. Voor zijn werk in Amerika ontving Stravinsky een ster op de Walk of Fame van Hollywood, evenals een postume Grammy Lifetime Achievement-prijs. Gelegen naast het Centre Pompidou in Parijs , werd de Igor Stravinsky-fontein ontworpen door de kunstenaars Jean Tinguely en zijn vrouw Niki de Saint Phalle ingehuldigd in 1983. Het is een opvallend werk. De 16 kleurrijke sculpturen die waterstralen spuiten, zijn bedoeld om het werk van de beroemde Russische componist uit te beelden. Op het plein, dat alleen voor voetgangers toegankelijk is, wordt de Stravinsky-fontein omringd door een paar restaurants, het IRCAMcentrum voor hedendaagse muziek en de Saint-Merri-kerk. Het is een aangename en populaire plek om rond te wandelen of te zitten en te ontspannen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 44


Op de planeet Mercurius is er een krater die naar Stravinsky werd genoemd.

STRAVINSKY MUSEUM Het Stravinsky Museum is gevestigd in Ustyluh. Het is het huis waar de componist woonde. Ustyluh is een stad gelegen aan de oostkant van de Oekraïens-Poolse grens, 13 kilometer ten westen van Volodymyr-Volynskyi. Dit is het enige museum ter wereld dat gewijd is aan Igor Stravinsky. De expositie bevat : documenten, albums met familiefoto's, foto’s van Stravinsky, brieven, zijn piano, muziekwerken. Het gebouw herbergt eveneens een concertzaal en een muziekschool. Sinds 1994 is er in de nabij gelegen stad Lusk, een jaarlijks internationaal Stravinsky muziekfestival.

CVC

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 45


“Brussel Leeft” “Klankbord Brussels Gewest” Driemaandelijks tijdschrift. Een uitgave van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw. Redactieadres, lezersbrieven, abonnementen en advertenties KMF BHG E-mail: muziekfederatie@hotmail.com Gelieve uw bijdrage elektronisch aan te leveren

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 1 JUNI 2021 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 1 JUIN 2021 au plus tard Het overnemen van artikels en illustraties (of een gedeelte ervan) kan alleen na de uitdrukkelijke toestemming van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Verantwoordelijke uitgever: William Huybandt, Brugstraat 27, 1730 Asse Werkten mee aan dit nummer: Cecile Van Camp, Louis G. Meeus, Edgard Van Nerom, William Huybandt, Viviane Redant Lay-out: Marijke Huybandt Lezersbrieven zijn welkom! Indien mogelijk zullen wij uw brief publiceren: hou er wel rekening mee dat om diverse redenen uw brief kan worden ingekort of beknopt weergegeven.

Wie graag dit “gratis” magazine graag digitaal ontvangt klikt: Qui désire recevoir ce magazine << gratuit >> digitale cliquez

https://muziekfederatie.be/contact/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 46


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 47


TAPTOE BRUSSELS & Concerts September 2021

CANCELED We hope to see you in September 2022 Date 2022 will be announced later Follow us on website www.taptoebrussels.com “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 48


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.