Page 1

NOTA BENE nummer 22 oktober 2010 jaargang 18

Amsterdam De valkuilen van onderhuur Het einde van de Ajax-hooligan? Verder: Over Amsterdamse identiteit, en fietsendiefstal.


“Of we jOu gaan uitdagen? wat dacht je van precies andersOm?”


Hoofdredactioneel

Over Identiteit

V

eel studenten komen naar Amsterdam voor de spanning, anderen voor de mogelijkheden. Op zoek naar een nieuwe identiteit? Of noem het een ontplooing van de oude. Om welke reden we ook naar Amsterdam komen, er zal gestudeerd moeten worden. Want, dat is de trend tegenwoordig. Studeren is hip! Dit is wel eens anders geweest. De tijd dat men na tien jaar nog steeds niet klaar was met studeren is gepasseerd. Nu wordt er gedacht aan een baan vinden, carrière maken, zekerheid. De sociale verhoudingen in onze maatschappij zijn duidelijk veranderd, maar hoeveel we ook achter de studieboeken zitten, dat is niet genoeg. Intellectuele en sociale ontplooing buiten de studie om behoren mijns inziens ook tot de verplichte taken van een rechtenstudent. Of dit nu gaat om het lezen van die mooie boeken in je boekenkast, het bijwonen van een gastcollege, het volbrengen van een stage, of een uitwisseling in het buitenland. Ze vullen allemaal de studie aan.

Introducing...

lees verder op de ommezijde

Het JFAS bestuur 2010-2011 Van links naar rechts: De aquisitie en samenwerking binnen de JFAS wordt geregeld door onze voorzitter Dianora Rekveld. De functie van vice-voorzitter wordt vervuld door Bas Kentie. De reizen worden dit jaar door Anouk Vendel verzorgd. Dankzij Nina de Groote kunnen we dit studiejaar interessante inhoudelijke activiteiten verwachten en daarnaast volop genieten van de borrels en feestjes. Nina Tutein Nolthenius houdt zich bezig met het ledenbestand en de boekenverkoop, zij draagt zorg voor de functie van secretaris. Het budget wordt afgesteld door penningmeester Floris Maessen. En ik, Valeria Boshnakova, hoop jullie allemaal te informeren, interesseren en amuseren in ons vakgebied, het recht. Ik zal hier mijn best voor doen in deze en de drie volgende edities van de Nota Bene dit studiejaar.

3


Maar nog belangrijker, je ontwikkelt op die manier jouw eigen identiteit. Ook hobbies of kennis uit andere disciplines dragen hieraan bij. In wezen heb ik het hier over enthousiasme. Over een uitgesproken wil. De wil om kennis en informatie op te doen maar ook de wil om je te ontplooien als persoon. Dit kan van alles inhouden. De één stort zich op sporten, terwijl de ander zijn creativiteit uit door te schilderen. Of men spendeert uren achter de computer op zoek naar informatie, bespeelt graag een instrument, of heeft een druk bijbaantje. Wat men ook doet met zijn of haar ‘wil’, zolang het met enthousiasme gebeurd geldt het citaat, ‘action is character!’ En wat is nu een betere stad om in die geestdrift te voorzien dan Amsterdam? Amsterdam is altijd een centrum van kennis en cultuur geweest. Onze hoofdstad, telt maar liefst 760.000 inwoners met 178 nationaliteiten, meer dan 50 musea, twee universiteiten en heel veel moois. Ik zie Amsterdam dan ook als een beheerder van identiteiten. Met alles en iedereen wordt rekening gehouden. Behalve aan de massa van studenten die hier een kamer zoeken. Dat is elk jaar weer een beproeving. En hoe liberaal ons imago ook zijn mag, er heerst een vreemde drang naar steeds meer regels in de stad. Wanneer houdt die betutteling op? Elke geweldige stad heeft haar keerzijde. Beiden kanten van de medaille worden in deze eerste editie besproken. Over de JFAS en ons nieuwe bestuur. De Juridische Faculteit der Amterdamsche Studenten bestaat dit studiejaar 100 jaar! Dit betekent dat we in de april editie een extra lustrum special uitgeven. Zie verder pagina 7 voor meer informatie hierover. We zullen dit jaar proberen om gerichte inhoudelijke activiteiten te organiseren, speciaal voor die gemotiveerde leden. Dus vorm jouw identiteit en wees enthousiast! Valeria Boshnakova

Colofon De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier keer per jaar. Hoofd- en eindredactie Valeria Boshnakova Studentredactie Aan deze editie hebben meegewerkt: Rutger de Beer Suzanne van den Broek Bas Kentie Stijn Kloosterboer Bouke Knop Kristina Kovacheva Jaimy Lankman Vivian Oliana Maartje Stabel Vincent Vleugel Overige bijdragen aan deze editie: Stichting strafrechtswinkel Amsterdam Stichting wetwinkel Amsterdam Nina de Groote

4

DLA Piper Nederland N.V. Jeroen Westveer Zsófia Zsíros Sponsorexploitatie Dianora Rekveld Vormgeving Willem Don Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS bestuur Dianora Rekveld - voorzitter voorzitter@jfas.nu Bas Kentie - vice-voorzitter vvz@jfas.nu Floris Maessen - penningmeester penningmeester@jfas.nu Nina Tutein Nolthenius - secretaris secretaris@jfas.nu Nina de Groote - PR & Activiteiten activiteiten@jfas.nu Anouk Vendel - Reiscommissaris reiscommissie@jfas.nu Valeria Boshnakova - Hoofdredacteur Nota Bene notabene@jfas.nu

Juridische Faculteit der Amsterdamse studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A 204 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.nu Internet: http://www.jfas.nu Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene mogelijk hebben gemaakt. In de Nota Bene geplaatste artikelen vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op notabene@jfas.nu. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar notabene@jfas.nu. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.nu


inhoud

ACTUALITEIT

3

Hoofdredactioneel

7

Aankondiging lustrum JFAS 100 jaar ‘De week van de eeuw’

9

Stichting strafrechtswinkel Amsterdam geopend!

13

Aankondiging symposium ALIBI en JFAS ‘Solliciteren in crisistijd’

OPINIE

15

Vrijheid tenzij schade Column door vaste columnist Bouke Knop

19

(G)een fiets in Amsterdam Bas Kentie over zijn ervaring met fietsen

21

Linkse regelzucht? Over Amsterdamse regeltjes

RUBRIEKEN

6

Van het oude bestuur Voormalig voorzitter van de JFAS kijkt terug

16

‘Wij zoeken voor onze zoon’. Een schets van wonen in Amsterdam Drie korte interviews met studenten over hun kamer

18

Gezocht: Kamer in Amsterdam! JFAS bestuurslid Nina zoek een kamer

23

Arrest bespreking

40

Stageverslag Door Jeroen Westveer

47

Vraag en Antwoord: Wie is de gemiddelde Amsterdamse student?

VERDIEPING

10

De valkuilen van onderhuur Waar op te letten?

26

Van de kantoren ‘De verschillen tussen kantoorruimte en winkelruimte’

30

De Holland Belgium Bid De procedure van de FIFA m.b.t het WK 2018/2022

32

Symposium Stichting Wetwinkel Amsterdam ‘Toegankelijkheid van het juridisch systeem’

35

Amsterdams drugsbeleid ‘Een doolhof van drugs’

38

Voetbalvandalisme ‘De voetbalwet: Het einde van de Ajax hooligan?’

5


Van het oude bestuur

D

at was hem dan, ons bestuursjaar. Een jaar wat je “ooit gedaan” moet hebben. Een jaar waarin wij allen het studeren naar het tweede plan verwezen hebben en nét iets teveel borrels hebben afgelopen. Een jaar waarin we als (relatief) jonge mensen ineens de controle kregen over een organisatie die toch ineens best veel voeten in de aarde bleek te hebben. Een jaar waarin sommigen volwassen werden en anderen gewoon lekker kind bleven! Een leerzaam en leuk jaar. Ik kan het iedereen aanraden!

‘Als oud bestuur zijn we trots op wat we hebben neergezet’

Allemaal hebben we nog minstens een jaar te gaan op de poort en de meesten van ons zullen zeker nog betrokken blijven bij de JFAS. Als adviseur of gewoon lekker als borrelaar, waar overigens vaak de beste adviezen verstrekt worden! De JFAS is inmiddels, deels onder onze leiding, meer dan alleen een gezelligheidsvereniging. Als oud bestuur zijn we trots op wat we hebben neergezet. We zijn inmiddels een vereniging die er weer goed opstaat in juridisch Nederland. Met uitzondering van één kantoorbezoek waar we de drempel van 15 personen net niet haalden, zijn al onze activiteiten een groot succes geweest. Ik weet van veel deelnemers, waaronder Mathijs en ondergetekende, dat ze een stageperiode hebben overgehouden aan één van de bezoeken. Ook onze studiereizen waren een groot succes en alle deelnemers kijken met veel plezier terug op deze pareltjes van reizen. Een collectieve topprestatie. Sociaal én inhoudelijk, ik denk dat we onze doelen bereikt hebben! Wij willen onze leden bedanken voor alle steun en positieve feedback en we willen onze opvolgers, in wie wij ontzettend veel vertrouwen hebben, enorm veel succes wensen! Jeroen

Boekenverkoopcommissie gezocht: De boekenverkoop van het eerste semester is nog niet eens zo heel lang achter de rug, maar nu beginnen we al weer met de organisatie van de boekenverkoop van het volgende semester. We willen een webshop voor masterboeken realiseren en alles nog gestructureerder laten lopen. Als lid van de boekenverkoopcommissie help jij ons dit voor elkaar te krijgen. Je kunt ervoor kiezen al deel uit te maken van het voorbereidende proces, of puur te helpen met het verkopen van de boeken. Je bent daardoor niet heel veel tijd kwijt aan deze commissie, maar leert de JFAS toch ook achter de schermen kennen. Bovendien is het natuurlijk heel leuk om in een team van enthousiaste mensen te werken, want het is uiteraard ook van belang dat het een gezellige commissie wordt! Mocht jij dus zin hebben om je in te zetten voor de JFAS en actief te worden binnen de boekenverkoopcommissie, of wil je wat extra informatie, stuur dan een mail naar secretaris@jfas.nu.

6


actualiteit

De week van de eeuw Door Stijn Kloosterboer

O

p 18 april 1911 werd de Universiteit van Amsterdam een vereniging rijker, de JFAS was geboren. Voor iedereen die niet gelijk scheel gaat kijken wanneer er cijfers op papier staan is het duidelijk dat er dit academisch jaar iets unieks staat te gebeuren. Hoe groot is de kans dat je exact rond deze tijd door de gangen van de Oudemanhuispoort zwerft op zoek naar een lokaal of docent, maar jullie, degenen die dit lezen, en ook ik zullen getuigen zijn van dit heugelijke feit: in april bestaat de JFAS een eeuw! Tijdens mijn studie ben ik erg betrokken geweest bij het reilen en zeilen van de JFAS en ben dat nu nog. Drie jaar geleden begonnen wij het te hebben over het aanstaande lustrum. Het was nog wel ver weg, maar toch moest er al over worden nagedacht en er moest een start worden gemaakt met het achterhalen wie de oude bestuursleden waren, zodat ook zij konden meedelen in deze feestvreugde. Drie jaar later is het dan bijna zover. Na een tijdje in het buitenland te hebben gezeten begon bij thuiskomst de JFAS toch weer bij me te kriebelen en werd ik aangenomen in de Lustrumcommissie. Wij zijn een commissie bestaande uit zes leden en doen er alles aan om er een succes van te maken. Mede daarom is mij gevraagd een soort van ‘teaser’ te schrijven om iedereen op de hoogte te brengen van dit evenement en alvast een tipje van de sluier te lichten. Zij het in wat beknopte vorm omdat de meeste activiteiten tijdens dit evenement nog niet zwart op wit staan.

‘zakelijke etiquette’. Vervolgens is er een speciale avond ingepland voor alle oud bestuurders van de JFAS die hebben meegeholpen de JFAS zover te brengen. Zij worden meegenomen op een boottochtje door de Amsterdamse grachten waarna zij nog een heerlijk diner aangeboden krijgen. Op de afsluitende dag, de woensdag, is er nog maar één activiteit over en voor een aantal van de leden zal dit jammer genoeg de belangrijkste zijn, het gala! Qua locatie is de JFAS inmiddels rond met ‘Werck’. Voor diegenen die dit trendy restaurant niet kennen is er nog genoeg tijd om er een keertje langs te gaan. Zo’n vijf jaar geleden opende deze hippe tent haar deuren en het is nog altijd even mooi, een uitstekende plek om de viering van 100 jaar JFAS in af te sluiten.

‘in april bestaat de JFAS een eeuw!’ De JFAS, de Lustrumcommissie en ik persoonlijk hopen dat iedereen met volle teugen kan genieten tijdens dit evenement en dat de data alvast worden genoteerd in de agenda’s. De JFAS heeft duizenden leden gekend, maar alleen jullie, de leden van dit moment, hebben de kans dit eeuwfeest mee te vieren, dus grijp die kans!

De JFAS wil uiteraard dat zoveel mogelijk van haar leden deelneemt aan wat er komen gaat. Daarom organiseert zij in de week van 18 april 2011 haar lustrum en doet dit drie dagen lang. Maandag de 18e, op de daadwerkelijke verjaardag zelf, zal iedereen rond een uurtje of 12 kunnen genieten van een glaasje bubbels in de centrale hal. De andere activiteiten vragen meer van de leden. Later die dag begint het symposium waarbij kosten noch moeite gespaard zullen blijven om goede sprekers aan te trekken. Aansluitend bij dit symposium zal de eeuwborrel plaatsvinden, maar let goed op, men kan slechts naar binnen indien zij aanwezig waren bij het symposium! Op dinsdag zullen er verscheidene workshops worden aangeboden waarvan de inhoud nog nader dient te worden bepaald, maar denk bijvoorbeeld aan ‘speed-reading’ of

7


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.

8


actualiteit

Stichting strafrechtswinkel Amsterdam

A

msterdam telt anno 2010 negen rechtswinkels. Wij zijn zo vrij geweest om een voorschot op de toekomst te nemen en de op handen zijnde Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam te rekenen tot het gezelschap van deze rechtswinkels. Het nobele gezelschap bestaat tot op heden verder uit het Juridisch Spreekuur Gedetineerden, de Rechtswinkel Amsterdam, de Rechtswinkel Clinic, de Wetwinkel, de Belastingwinkel, de Kinderen- en Jongerenwinkel Amsterdam, de Rechtswinkel Bijlmermeer en tot slot de Rechtswinkel Migranten. Gezamenlijk wordt geprobeerd om op meerdere gebieden laagdrempelige bijstand te verlenen aan hulpbehoevenden. De bijstand, voor zover deze geleverd kan worden, is kosteloos. Ondanks de grote variatie aan rechtswinkels bevindt Amsterdam zich momenteel in een grijs gebied, als het aankomt op het strafrecht. Amsterdam kent tot op heden, anders dan in Leiden, geen laagdrempelige organisatie die zich bezig houdt met het strafrecht. Waar het gaat om lichte vergrijpen zal de Amsterdamse burger er veelal alleen voor staan. Sommige zaken lenen zich immers niet voor de inschakeling van een advocaat. Het is hier dat de Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam, nu nog in oprichting, zich in de tweede helft van 2010 wil profileren als reddende engel. Het uitgangspunt is om cliënten, al dan niet tijdens de spreekuren in het kantoor op de Spuistraat 47A, een beter inzicht te geven in hun eigen rechtspositie. Wij hopen als een gids te kunnen fungeren in het doolhof van de bureaucratie. Om het voorgaande te illustreren is een voorbeeld wellicht niet misplaatst. Stelt u zich eens voor. U rijdt terug naar huis na een heerlijk dagje zonnen aan het strand met vrienden. U staat te wachten voor het rode licht als er uit het niets een ambulance van achteren nadert. Links en rechts van u staan auto’s. De enige uitweg is rechtdoor. Een paar weken later krijgt u de foto keurig thuisgestuurd met de rekening erbij. €160, er zijn fotografen die minder rekenen voor de vereeuwiging van memorabele stranduitjes…

dat zij uit zichzelf zullen onderzoeken of een dergelijke situatie zich heeft voorgedaan. De bekeurde zal zelf een balletje moeten opgooien. Waar nodig helpt de Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam met het wijzen van de juiste instantie. In verdere gevallen bieden wij ook ondersteuning met het opstellen van de brief, dan wel andere zaken binnen onze competentie. Het dienen van een maatschappelijk belang is niet het enige doel dat de Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam zich gesteld heeft. Gedurende haar ontstaan is besloten om onze medewerkers een totaalpakket aan te bieden. Dit uit zich, naast de praktijkervaring, in een periodieke bijscholing. Verschillende onderwerpen zullen worden behandeld door gastsprekers. Gastsprekers hopen wij te vinden in onder andere docenten en mensen uit de praktijk. Deze theoretische verrijking kan zeer handig zijn gedurende de werkzaamheden van de Strafrechtswinkel. Wij hopen immers tijdens de bijscholing niet alleen aandacht te kunnen besteden aan de kunst van de overtuiging (retorica), maar ook aan feitelijke zaken zoals het indienden van een bezwaarschrift. Want ook zaken als een bezwaarschrift indienen vallen onder het bereik van de Strafrechtswinkel nu veel overtredingen via het bestuursrecht worden gehandhaafd. Tot slot is het interessant om te vermelden dat de Strafrechtswinkel en haar oprichters veel waarde hechten aan een hechte band met de Universiteit van Amsterdam. In Arjen van den Herik (Strafrecht), Koen Vriend (Strafrecht) en Arnoud Klap (Bestuursrecht) hebben wij drie capabele en enthousiaste docenten gevonden die zich bereid hebben verklaard om ons van het nodige advies te voorzien. Verdere informatie over de Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam is onder meer te vinden op Facebook. Voor vragen of opmerkingen hebben (of maken) wij altijd een plekje vrij in onze agenda. Met hartelijke groet, De oprichters van de Stichting Strafrechtswinkel Amsterdam,

De situatie zoals deze zich voordoet in het voorbeeld zullen velen ervaren als onterecht. Het door rood rijden wordt immers gerechtvaardigd door het hogere belang, namelijk het vrijbaan maken voor de ambulance. Wellicht dat de instantie, die verantwoordelijk is voor de bekeuring, er net zo over denkt. Het licht alleen niet in de lijn der verwachting

Albert Verhoeven Abdel El Yousfi Christian Mutlu Navid Zahedi

9


De valkuilen van onderhuur Door Vivian Oliana

A

msterdam en huisvestiging. Met het noemen van deze twee woorden zullen velen een sip gezicht trekken, aangezien er momenteel een grote schaarste aan woningen in Amsterdam is. In dit artikel willen wij de Amsterdamse student enerzijds waarschuwen voor de gevaren van aanlokkelijke verleidingen, maar anderzijds ook wijzen op de huurbescherming waar zij in vele gevallen recht op blijken te hebben. Aandacht in dit artikel geniet voornamelijk het eerder besproken onderwerp `onderhuur´. Zoals Rutger Beer in zijn artikel “Wij zoeken voor onze zoon….” kort aangeeft is onderhuur het geheel of gedeeltelijk onderverhuren van het gehuurde aan een derde. De wet is erg duidelijk over onderhuur. Het geheel onderverhuren van de woning is in beginsel verboden, maar hoe kijkt de Nederlandse rechter hier tegenaan? Aangezien de Amsterdamse student eerder in een situatie als onderhuurder zal verkeren dan in de situatie als verhuurder die onrechtmatig het gehuurde onderverhuurt, zullen wij onze aandacht vestigen op de rechtspositie van de onderhuurder.

In de eerste plaats, hoe herken je onderhuur? Onderhuur is niet altijd zichtbaar. Vandaar dat de wetgever er ook voor heeft gekozen om onderhuurders in zekere mate een degelijke bescherming te verschaffen, maar daarover later meer. Kunnen Amsterdamse studenten voorzorgsmaatregelen treffen om zodoende de situatie als onderhuurder te voorkomen? Jazeker, onderhuur is in de meeste gevallen namelijk makkelijk te achterhalen. Ten eerste verklapt de huurprijs in de meeste gevallen al een vorm van onderhuur, vooral als het een sociale woning betreft. Woningen in Amsterdam mogen dan over het algemeen wel minimumprijzen hebben van € 500,00, toegestaan is het in de meeste gevallen niet, vooral niet wanneer het zeer kleine woningen betreffen die eigenlijk nog geen € 200,00 waard zijn. Onderhuur kan echter ook vanwege “eerlijke” beweegredenen plaatsvinden, vanwege bijvoorbeeld een reis die de hoofdhuurder gaat maken of het samenwonen van de hoofdhuurder met een partner. Echter in dat soort gevallen zijn er andere mogelijkheden om tijdelijk iemand op het gehuurde te laten wonen, zoals bijvoorbeeld huisbewaring in overeenstemming met de verhuurder. Onderhuur is dus in de meeste gevallen geen legale optie. Echter is artikel 7:244 BW van regelend recht en is afwijking hiervan dus mogelijk, wanneer de verhuurder een uitzondering mogelijk maakt. Ten tweede verklapt het achterwege laten van een schriftelijk contract, het tijdelijke karakter van een huurovereenkomst, dan wel het contant betalen van de huurprijs vaak wel de aanwezigheid van onderhuur, ook al hoeft er in het tweede geval niet per definitie sprake te zijn van onderhuur. De volgende tips hebben wij dan ook voor alle (nieuwe) studenten in Amsterdam die op zoek zijn naar een woning: 1. Ga eens bij de buren langs om na te gaan wie de verhuurder(s) van de buren zijn, particulier en/of sociale woningbouwverenigingen, en of deze overeenkomen met jouw verhuurder. 2. Neem een Kadastraal uittreksel bij het Kadaster om de eigenaar van het gehuurde te achterhalen. Op die manier kom je er altijd achter of je een overeenkomst aangaat met de rechtmatige eigenaar van het gehuurde. Wanneer dit niet het geval mocht blijken weet jij in ieder geval waar je aan begint.

10


verdieping

Maar wat als je toch in die situatie bent terechtgekomen als onderhuurder, omdat je echt niet wist dat je met een onrechtmatige verhuurder te maken had of omdat je geen andere keus had, en helaas het laatste komt vaker voor dan we eigenlijk graag zien. Enerzijds gelukkig voor de onderhuurder heeft de wetgever een zekere bescherming voor de onderhuurder in het leven geroepen, zodat hij/zij niet zomaar op straat kan worden gezet. Menig mens zal zich kapot schrikken bij het zien van een deurwaardersbrief op de deurmat die aan jou geadresseerd is met het vriendelijke verzoek om binnen een termijn van een x aantal dagen de woning te ontruimen. Maar waar moet ik dan heen, zal de eerste reactie zijn. In de meeste gevallen zijn woningbouwcorporaties en particulieren wel bereid om de onderhuurder een redelijke termijn te gunnen om passende woonvervanging te zoeken. De meeste verhuurders zien een rechtszaak namelijk ook niet zitten en dit vooral omdat het veel tijd, moeite en kosten vergt om een onderhuurder uit het gehuurde te krijgen, om dan nog maar niet te spreken over de moeilijkheidsgraad van de bewijslast. De verhuurder zal in de meeste gevallen in de eerste plaats de huurovereenkomst tussen hem en de rechtmatige hoofdhuurder willen ontbinden en zal daarvoor naar de rechter moeten stappen. In de praktijk zal de vordering tot ontruiming jegens de onderhuurder dan ook gelijk meegenomen worden. Echter wanneer onderhuur vaststaat brengt dit niet altijd gelijk simpel een toewijzing van de vordering tot ontruiming van de onderhuurder met zich mee. Wanneer de huurovereenkomst tussen de verhuurder en de hoofdhuurder namelijk is beëindigd, wordt de onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder zijn hoofdverblijf heeft, voortgezet door de verhuurder (artikel 7:269 lid 1 BW). Wanneer de verhuurder van de onderhuurder af wil, dient de verhuurder vervolgens binnen een termijn van zes maanden nadat de huurovereenkomst tussen de verhuurder en de oorspronkelijke hoofdhuurder is beëindigd de rechter te verzoeken om de ex artikel 7:269 lid 1 BW ontstane overeenkomst te beëindigen. Dit kan de rechter echter pas toewijzen op grond van vier verschillende gronden, welke de bescherming voor de onderhuurder vormen. In de eerste plaats is een geldige grond voor de verhuurder de onvoldoende financiële waarborg van de onderhuurder voor een behoorlijke nakoming van de huur in de toekomst. In de tweede plaats kan beëindiging worden toegewezen

wanneer de onderhuur is aangegaan met de kennelijke strekking de onderhuurder de positie van huurder te verschaffen. Dit punt is echter lastig aan te tonen en daar ondervindt de rechtspraak dan ook enig hinder van. Want op welke manier kan er aangetoond worden dat er sprake is van een kennelijk doel om de onderhuurder de positie van huurder te verschaffen? Hier zal sprake van zijn als de hoofdhuurder kennelijk de intentie heeft gehad om zelf de positie als huurder op te geven, bijvoorbeeld bij vertrek naar het buitenland, om zodoende een derde de bescherming conform artikel 7:269 lid 1 BW te bieden.

‘Menig mens zal zich kapot schrikken bij het zien van een deurwaardersbrief op de deurmat’ In de derde plaats wordt de maatstaf redelijkheid en billijkheid benoemd, alsmede de inhoud van soortgelijke huurovereenkomsten en van de beëindigde huurovereenkomst. Wanneer aan de hand van de inhoud van de huurovereenkomst en/of de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de verhuurder niet verwacht mag worden dat hij de huur met de onderhuurder voortzet kan dit een grond vormen voor beëindiging van de overeenkomst, met name bij de onderverhuur van sociale huurwoningen. Sociale woningen zijn namelijk in het leven geroepen om voor een ieder de mogelijkheid te bieden tegen een redelijke prijs een woning te bewonen. Omdat er meer vraag is dan aanbod ontstaan er bij de woningbouwverenigingen wachtlijsten. Onderhuur kan deze sector in gevaar brengen wanneer een ieder zomaar vrij woningen kan doorverhuren aan willekeurige derde, terwijl veel eerlijke mensen jaren moeten wachten. Deze gevoelige kwestie is dan ook voornamelijk de reden dat de onderhuurder van een sociale huurwoning sneller tot ontruiming wordt veroordeeld dan een onderhuurder van een particuliere woning. De rechtbank te Utrecht heeft in 2002 beoordeeld en inmiddels is het vaste jurisprudentie, dat het voordringen bij onderhuur ten koste van woningzoekenden die al langer op de wachtlijst staan een handelwijze is die in strijd is met de belangen van

11


de verhuurder. Deze belangen bestaan namelijk volgens de rechtbank uit het op een rechtvaardige wijze verdelen van de beschikbare woningen onder de woningzoekenden wier belangen zij als sociale woningbouwvereniging behartigt. De rechter zal in dit geval een belangenafweging maken tussen de belangen enerzijds van de onderhuurder om in de woning te blijven en anderzijds de eerder genoemde belangen van de verhuurder1. Een vierde grond voor beëindiging van de onderhuur is het niet kunnen overleggen van een huisvestigingsvergunning als bedoeld in artikel 7 lid 1 van de Huisvestigingswet. Voor sommige woningen is een huisvestigingsvergunning vereist, omdat de huurprijs onder een bepaalde grens ligt. Deze vergunning is namelijk bedoeld om een eerlijke verdeling van schaarse of goedkope woningen te realiseren en heeft in die zin eenzelfde strekking als het derde genoemde punt. Wanneer de onderhuurder niet in het bezit is van een dergelijke vergunning kan dit een grond vormen voor beëindiging van de overeenkomst.

‘de wetgever breidt de bescherming van de huurder in sommige gevallen uit naar de onderhuurder’ Zoals beschreven is het dus niet zo vanzelfsprekend om als verhuurder de onderhuurder uit de woning te krijgen. Maar heeft de rechter altijd in het voordeel van de onderhuurder beslist? Nee dit is niet het geval. Zoals eerder aangegeven kunnen sociale woningbouwverenigingen hun eigenbelang inroepen om over het gehuurde te beschikken, vanwege hun taak als sociale verhuurder om de schaarse hoeveelheid goedkope ruimte te verdelen onder degenen die daarvoor het meest in aanmerking komen. In een bodemprocedure wijst de rechter in Amsterdam dergelijke vorderingen tot beëindiging van de overeenkomst en tot ontruiming van het 1 Rb. Utrecht, 27 juni 2002, nr 146847/KG ZA 02-581/WV

12

gehuurde door de onderhuurder in dergelijke gevallen dan ook regelmatig toe. Zoals wellicht bekend, is onderhuur in maatschappelijk opzicht een actueel onderwerp. Iedereen in een stad als Amsterdam heeft indirect wel eens met onderhuur te maken gehad, als verhuurder, onderhuurder of als buurtgenoot van een onderhuurder. In een geliefde stad als Amsterdam is dit namelijk aan de orde van de dag. Project Zoeklicht is dan ook in het leven geroepen door verhuurders en gemeentes om deze vorm van woningfraude tegen te gaan. Het project lijkt gezien de vele uitspraken succes te hebben en de strijd tegen onderhuur zal zolang de woningnood bestaat nog voortduren. Gelukkig voor de Amsterdamse student probeert de wetgever echter een soort van balans te vinden in dergelijke zaken door de bescherming van de huurder uit te breiden naar de onderhuurder. Concluderend kan gesteld worden dat indien u de dupe van onderhuur bent geworden of wanneer u doelbewust uit noodzaak of vanwege andere redenen de positie van onderhuurder heeft aangenomen er rekenschap gehouden dient te worden met de gevaren die dit met zich mee kan brengen. Het verschil tussen de onderhuurderpositie met betrekking tot enerzijds sociale huurwoningen en anderzijds particuliere huurwoningen bestaat vanwege de sociale aspecten van de sociale huurwoningen. Voor onderhuurders wordt het door sociale redenen extra moeilijk om de overeenkomst te laten voortduren, vanwege het streven naar een zo eerlijk mogelijke verdeling van de schaarse beschikbare woningen. Wij hopen dat u met een dergelijke situatie als hierboven beschreven niet in aanmerking komt of hoeft te komen, maar mocht dit toch wel het geval zijn dan hopen wij dat u nu meer bekend bent met de juridische positie als onderhuurder.


actualiteit

Solliciteren in crisistijd Door Bas Kentie

D

e crisistijd is langzaam maar zeker aan het verdwijnen. Men durft al meer te investeren, maar de huizenmarkt bijvoorbeeld blijft gestagneerd. De crisis heeft uiteraard ook effect op de werkgelegenheid. Gaat solliciteren met crisistijd goed samen of moeten wij ons voorbereiden op een baantje bij de Albert Heijn na onze studietijd? Eerlijk gezegd heb ik, als student, vrij weinig gemerkt van de crisis. De mogelijkheid om te werken is voor mij onveranderd gebleven, maar waarschijnlijk omdat de branche waarin ik werk slechts licht crisisgevoelig is. Om mij heen zijn wel enkele mensen ontslagen wegens bezuinigingen, maar ondertussen hebben deze mensen al een ander baantje gevonden. Misschien heeft de crisis weinig invloed gehad op bijbaantjes voor studenten. Buiten de studentenbaantjes om zijn er namelijk andere verhalen: bezuinigingen op grote advocatenkantoren, veel ontslagen, moeilijkere acquisitiegesprekken, maar ook de ingestorte huizenmarkt en de tegenvallende winsten van bedrijven. Na de studietijd is het streven van het grootste gedeelte van de afgestudeerden het vinden van een goede baan met leuke toekomstperspectieven, zodat zij niet hoeven te blijven hangen in hun studentenbaantje. De vraag is echter of dit wel mogelijk is voor de grote groep studenten die elk jaar afstudeert. De vraag wat de invloed van de crisis is op het solliciteren en op het vinden van een goede juridische baan bleef door een aantal hoofden spoken, waardoor de Alibi, het opinieblad van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, en de JFAS besloten deze hoofden bij elkaar te steken om een symposium te organiseren. In dit symposium zullen we verschillende specialisten aan het woord laten die de rechtenstudent zullen uitleggen wat er precies veranderd is. Er zullen drie personen spreken, die elk de crisis vanuit een heel ander punt kunnen belichten. Mr. G.J. Kemper is lid van de Deken van de Orde van Advocaten van Amsterdam. Deze Orde van Advocaten is de beroepsorganisatie voor alle advocaten van Amsterdam en op haar beurt is de Orde van Amsterdam onderdeel van de Nederlandse Orde. De Orde is onder andere verantwoordelijk voor een opleidingsprogramma voor de advocatuur en is ook belast met het opstellen van verordeningen en bindende regels voor advocaten. We zijn erg blij dat Mr.

Kemper wil spreken op het symposium, omdat Mr. Kemper zal uitlichten wat de crisis heeft veroorzaakt voor advocaten in de praktijk. Dit is zeer interessant, omdat wij misschien kunnen verwachten tegen welke problemen wij in de toekomst kunnen lopen. En misschien zal de advocatuur nooit veel te lijden hebben, omdat er bijvoorbeeld nieuwe rechtsgebieden tijdens de crisis interessanter worden. Mr. S. de Hoop Scheffer is een recruiter bij het advocatenkantoor Loyens & Loeff. Een recruiter is een werknemer bij een bedrijf die ervoor zorg draagt dat de juiste persoon terechtkomt op de juiste functie. Door het verminderde en veranderde aanbod van banen, zal een recruiter minder mensen kunnen aannemen. Zo zullen mensen nodig zijn die zich kunnen bezighouden met meer dan één functie. Mr. De Hoop Scheffer zal ons uitlichten welke veranderingen binnen de sollicitaties zijn veroorzaakt door de crisis. Mr. J. Glas is de voorzitter van FNV Jong. Deze jongerenorganisatie van de Federatie Nederlandse Vakbeweging zet zich niet alleen in voor de rechten van jongeren tot 27 jaar, maar is ook gespecialiseerd in het geven van sollicitatietrainingen. Het is belangrijk om te weten waar wij ons kunnen plaatsen in economisch zwaardere tijden. We horen graag zijn ervaringen met jongeren in de crisis! Verschillende kanten van de crisis zullen belicht worden, waardoor we goed te weten zullen komen waar we aan toe zijn. Misschien zijn alle negatieve berichten wat overdreven geweest voor de juridische kant van de samenleving, zodat wij zonder veel zorgen kunnen afstuderen en kunnen solliciteren. Misschien heeft de economische neergang echter een enorme impact op onze nabije toekomstperspectieven, zodat wij het moeilijk zullen krijgen met het zoeken van een baan na onze studie. Daar tussenin kunnen er nieuwe banen gecreëerd zijn, die goed kunnen inspelen op economisch zwaardere tijden. Het is tenslotte zeker dat wij niet in de supermarkt terecht willen komen na onze studie. Kom naar het symposium zodat alle twijfels omtrent solliciteren weg zullen worden genomen! Solliciteren in Crisistijd 18 november 2010, 17.00-18.30 Zaal D1.09 van de Oudemanhuispoort Toegang gratis, voor een hapje en een drankje zal worden gezorgd!

13


Van online daten een succes maken vraagt om businesswise studenten

BEN JIJ

ISE BUSINESSOW E D R GENOEG VO OLLO GLOBAL AP E EXPERIENC 2011?

Hartstikke leuk, zo’n masterclass of business course van een paar dagen in het buitenland... maar volgens Allen & Overy kom je daar niet echt verder mee. Dus duurt de Global Apollo Experience vijf maanden. Je krijgt college van juridische kopstukken, vaardigheidstrainingen en werkt aan een internationale case. Ten slotte bewijs je in Rome dat jij die businesswise student bent die wij zoeken. Schrijf je in op businesswiseadvocaten.nl


opinie

Vrijheid tenzij schade Door Bouke Knop

E

en nieuw studiejaar, een nieuw jaar Nota Bene en dus nieuwe columnisten. In deze eerste column wil ik mezelf graag even kort voorstellen. Mijn naam is Bouke Knop en ben inmiddels derdejaars student Rechtsgeleerdheid. Sinds het begin van mijn studie woon ik in Amsterdam en daar ben ik meestal heel erg blij mee. Dit jaar zal ik me in mijn studie gaan richten op het doen van rechtswetenschappelijk onderzoek en later op grondrechten. Grondrechten zijn voor mij één van de boeiendste en belangrijkste delen van de rechtswetenschap en zijn en blijven altijd actueel. Ook of misschien vooral nu, hier in Amsterdam. De conflicten tussen vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en de rechten van bijvoorbeeld homoseksuelen laaien hier vrijwel dagelijks op. Dat het alleen in Amsterdam al in 82 gevallen tot geweld heeft geleid in 2009 maakt dit echter wel tot een groter probleem dan een ordinair meningsverschil. In een stad die heeft kunnen floreren door tolerantie is dit een vreemde paradox. Amsterdam probeert krampachtig het imago van Gay Capital hoog te houden maar heeft de feiten vooralsnog tegen zich. Bovenop de gevallen waarin het tot geweld kwam, was er nog eens in 289 gevallen sprake van andere “homo-gerelateerde incidenten”. Het maakt daarbij niet uit of het geweld wordt ingegeven door Christelijke, Islamitische of simpelweg homofobe ideeën. De vrijheid van godsdienst en van meningsuiting worden immers door de Grondwet gewaarborgd. Het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid staat echter nog steeds niet expliciet genoemd in artikel 1 van deze Grondwet. Dat dit een politiek gevoelig thema is mag duidelijk zijn, maar is geen excuus. Net zo min als godsdienstvrijheid een excuus zou mogen zijn om voorlichting over seksuele diversiteit op scholen te blokkeren. Dat het Openbaar Ministerie inmiddels de strafeis heeft verhoogd in geval van geweld tegen een minderheidsgroep is een goed teken. Echter zal het niet snel een oplossing voor de problemen zijn. Bij preventie van misdrijven speelt de pakkans immers een veel grotere rol dan de hoogte van de straf. De strafmaat lijkt mij in dit geval enkel een teken naar de buitenwereld en de gedupeerde dat de incidenten serieus genomen worden. Ook het geschreeuw van Geert Wilders is in dit geval weinig constructief. Het probleem ligt namelijk mijns inziens niet geheel in de religieuze sfeer. In Amsterdam

wordt het anti-homogeweld net zo vaak door autochtonen als door MarokkaansNederlandse daders gepleegd.1 Doordat er meer autochtonen dan Marrokaanse mensen in Amsterdam wonen is deze laatste groep verhoudingsgewijs wel oververtegenwoordigd. Dit is een reden hier extra aandacht aan te besteden. Maar ook zonder deze groep, die in het nieuws veel aandacht krijgt, blijft er nog erg veel anti-homogeweld over.

‘dat homosexuelen geweld zelf uitlokken door hun gedrag vind ik een non-argument’ Ook de opmerking dat homosexuelen het geweld zelf uitlokken door hun gedrag, zoals uit een Telegraaf onderzoek zou blijken, vind ik een non-argument. Mills schadebeginsel zou hier de standaard moeten zijn; vrijheid tenzij schade aan anderen. Dat iets afkeuren daarbij volledig los staat van schade is dan niet meer dan logisch. Zoland die schade er dus niet is moeten homosexuelen vrij zijn samen over straat te lopen, hand in hand, zoenend, zoals iedereen dat mag doen in een vrij land. Het lijkt mij duidelijk dat de oplossing dus echt gezocht moet worden in voorlichting. Op ALLE scholen en bij jongerenwerk. Zonder fluwelen handschoentjes en desnoods met SIRE spotjes in de rust van de meest “homo-vrije sport”: voetbal. 1 NOS nieuws, 25 mei 2010, Fact check: homohaters zijn alleen Marokkaans?

15


“Wij zoeken voor onze zoon” Door Rutger de Beer

Z

o luidde de titel van een advertentie door mijn vader geplaatst in een Amsterdamse krant. Het was in de jaren ‘70 zeer gebruikelijk dat soortgelijke artikelen in kranten geplaatst werden om een kamer te vinden. Laat het bekend wezen dat mijn vader in de jaren ‘70 nog geen zoon had, en dat zijn ouders niets met de advertentie te maken hadden. Hij hoopte (niet zonder succes) dat respondenten hem als een braaf jongetje zou­ den aanschouwen en daardoor eerder zouden reageren. “Als student ging je toen alle mogelijkheden af om in tijden van woningschaarste zelfs de simpelste kamer te vinden.” Jawel, dit verhaal klinkt ons maar al te bekend in de oren. Het kamertekort in Amsterdam is ook vandaag alomtegenwoordig en dwingt veel studenten te reiken naar een creatieve oplossing voor hun woonprobleem. Tegenwoordig echter, doen we dit niet via een advertentie in de krant. Gelukkig biedt het internet ons een helder platform voor aanbieders en zoekers van een kamer. Studentenwoningweb.nl is een centraal punt waar belangrijke studentenhuisvesters hun woningaanbod tonen, en waar je jezelf tegen een jaarlijkse betaling op een wachtlijst kan zetten om kans te maken op een kamer. Hoewel de site voorrangregels kent voor eerstejaars studenten, biedt het niet alle studenten soelaas. Lange wachttijden van gemiddeld 2 tot 3 jaar teisteren vele studenten die van deze studentenwoningen afhankelijk zijn, omdat ze het vermogen niet hebben om bijvoorbeeld via een makelaar iets te vinden op de vrije markt. LSVb, de landelijke studentenvakbond, meldt dat er dit jaar naar alle waarschijnlijkheid 20.000 studenten zijn die geen kamer zullen vinden. Dit betekent dat veel studenten voor wie het absoluut noodzakelijk is dat ze verhuizen, voor een woonruimte zullen uitwijken naar een ‘creatieve oplossing’. In Amsterdam kennen we veel verschillende typen woonruimten. De een is iets meer bijzonder dan de ander. Containerwoningen, antikraakpanden, kraakpanden, woonboten, en daarnaast allerlei verschillende vormen van onderhuur zijn hier voorbeelden van. Staat er een bed in en een bureau, dan zijn velen tevreden. In Amsterdam zou men haast zeggen dat je gek bent als je een kans op een kamer niet aangrijpt. Maar hoe kom je aan zo’n kamer en zijn wij ons wel bewust van de eventuele (juridische) nadelen die zo’n ‘creatieve oplossing’ met zich meebrengt?

16

Huurbescherming in een notendop Huurders hebben tegenover de verhuurder, zoals gebruikelijk bij een contractuele overeenkomst, zekere rechten en plichten. Hoewel in het Nederlands privaatrecht het beginsel van de contractuele vrijheid heerst, wat betekent dat partijen zelf invulling kunnen geven aan de inhoud van het contract, bestaat in het bijzonder een systeem van huurbescherming die deze vrijheid beperkt. Die bescherming bestaat uit twee hoofdcomponenten: Enerzijds huuropzeggingsbescherming, anderzijds huurprijsbescherming. Dit heeft de strekking te voorkomen dat huurders van woonruimte zonder pardon op straat worden gezet of buitensporige huurbedragen moeten betalen. Dit ligt besloten in boek 7 van het BW waar de bijzondere overeenkomsten worden behandeld en is van dwingend recht. Containerwoning Containerwoningen lijken een prima oplossing voor een tekort aan studentenkamers in Amsterdam. Het zijn op elkaar gestapelde zeecontainers die gereed zijn gemaakt voor huisvesting. In alle primaire behoeften zoals een keuken, douche en toilet is voorzien. De verhuur van deze containerwoningen gaat via een woningcorporatie. Je hebt dus gewoon te maken met een huurovereenkomst met de bijkomende huurbescherming. Volgens critici betekent dit soort huisvesting een vereenzaming voor studenten aangezien er weinig gemeenschappelijks wordt gedeeld. Bewoners wijzen juist op de gezelligheid door een grote concentratie studenten. Hoe dit ook zij, een containerwoning betreden gaat niet zomaar. Tijn, 2e jaars rechtenstudent, had zich al twee jaar voordat hij begon met studeren ingeschreven op Studentenwoningweb.nl. Niet gek bekeken. “Na het betalen van inschrijfgeld van 30 euro kon ik via internet wekelijks reageren op 1 aangeboden kamer in de regio Amsterdam. Vervolgens kreeg ik een uitnodiging voor bezichtiging toen ik eenmaal een hoge positie had op de wachtlijst voor de kamer waar ik op had gereageerd. Hierna kon ik (ook via internet) bevestigen of ik de kamer wilde hebben. Uiteindelijk stond ik bijna 3 jaar ingeschreven op de site toen ik deze containerwoning kreeg.” Heb je jezelf officieel ingeschreven in de gemeente Amsterdam? “Ja het was ook een verplichting om me in te schrijven


bij de gemeente. Dit in verband met het aanvragen van huurtoeslag. Bij de IB-groep moest ik me inschrijven zodat gecontroleerd kon worden of ik een officiële student was. Daarnaast kreeg ik direct de uitwonende beurs uitbetaald.” Hoe lang kun je hier blijven wonen? “De verhuurder werkt met zogenaamde campuscontracten, wat inhoudt dat ik voor onbepaalde tijd mag blijven zolang ik ingeschreven sta als student. “ Betaal je een redelijke huurprijs? “Het bedraagt 442 euro per maand. Omdat het via de officiële weg gaat en het een zelfstandige woonruimte is krijg ik 99 euro aan huurtoeslag terug per maand van de belastingdienst.” Ben je tevreden met je woonruimte? “Ja, vooral omdat het een zelfstandige woonruimte is en je met 300 andere studenten in 1 complex woont. “

‘In Amsterdam ben je gek als je een kans op een kamer niet aangrijpt’ Antikraak woning Het kraken van een woning is het in gebruik nemen van een leegstaande gebouwde onroerende zaak zonder toestemming van de eigenaar. Amsterdam kent een aantal bekende kraakpanden zoals Spuistraat 199 waar een oud pand van de beruchte huisjesmelker Tabak meer dan 25 jaar werd bewoond door krakers. Tot dusver gold dat het kraken van een pand dat langer dan 12 maanden leegstaat legaal is met de voorwaarde dat het kraken aan de politie gemeld werd. Het is echter niet lang geleden dat door de regering een Antikraakwet is opgesteld welke het kraken voortaan onder alle omstandigheden strafbaar stelt. Het houdt in dat krakers kunnen worden aangehouden, ook als ze niet op heterdaad zijn betrapt, en tot een jaar celstraf kunnen krijgen en zelfs tot twee jaar als het kraken gepaard gaat met geweld. Deze wet zal per 1 oktober dit jaar in werking treden. De gemeente Amsterdam heeft echter verklaard niet gecharmeerd te zijn van deze wet en is niet van plan panden te ontruimen als niet zeker is of deze daarna

gebruikt worden of leeg zullen staan. Het kraken kent een systematische tegenhanger; het antikraken. Dit is een huurvorm die maar tijdelijk is en door een heel korte opzegtermijn weinig zekerheid biedt. Je geniet als antikraker geen huurbescherming omdat de antikraak bemiddelaars bruikleenovereenkomsten hanteren in plaats van huurovereenkomsten. Daar staat tegenover dat de maandelijkse woonlasten erg laag zijn. Bas, 3e jaars rechtenstudent, is aan een antikraak woning gekomen door zich direct aan het begin van zijn studie in te schrijven voor Tijdelijke Verhuur van Ymere.“Na enkele weken was er een huis beschikbaar in Amsterdam-Noord. Gelukkig heb ik deze slechte locatie geaccepteerd. Na 3 maanden moest ik eruit, maar Ymere bood mij meteen een nieuw huis aan op een veel betere locatie.” Heb je jezelf officieel ingeschreven in de gemeente Amsterdam? “Bij Ymere is het verplicht om ingeschreven te staan bij de gemeente Amsterdam en bij Woningnet. Hierdoor kreeg ik direct een uitwonende beurs van de IB-groep.” Hoe lang kun je hier blijven wonen? “In maart 2009 betrok ik de woning. Toen werd mij verteld dat ik daar ongeveer tot oktober 2009 kon blijven wonen. Die grens bleef maar verschuiven. Nu wordt mij verteld dat ik er pas in februari 2011 uit hoef. Voorlopig kan ik er dus nog fijn blijven zitten.“ Betaal je een redelijke huurprijs? “Ik hoef alleen de service-kosten te betalen, die bedragen ongelooflijk genoeg 12 euro per maand. Daarnaast moet ik wel apart mijn Nuon rekening betalen van 35 euro.” Ben je tevreden met je woonruimte? “Ik ben heel blij met de toplocatie, de huurprijs en de ruimte. Ik realiseer me dat ik erg veel mazzel heb gehad.“ Onderhuur Onderhuur doet zich voor als de huurder een deel van het gehuurde onderverhuurt aan een derde, de onderhuurder. Onderhuren mag volgens art 7:244 BW echter in beginsel niet. Pas als de hoofdhuurder een zelfstandige woonruimte huurt waarin hij zelf een hoofdverblijf heeft, kan hij een deel van de woonruimte onderverhuren. Artikel 7:244 BW is van regelend recht, waardoor het in de praktijk vaak voorkomt dat de onderhuur in het huurcontract uitgesloten wordt. lees verder op de ommezijde

17


Het kan voorkomen dat er dan toch onbevoegd onderverhuurd wordt. De hoofdhuurder levert in dit geval wanprestatie. Wat als je als onderhuurder niets weet van die bevoegdheid, en de huurovereenkomst tussen de hoofdverhuurder en de hoofdhuurder wordt beëindigd? Art 7:269 voorkomt dat de onderhuurder hier direct nadeel van ondervindt, en op straat kan worden gezet. De onderhuurder is dan beschermd want er ontstaat een huurovereenkomst tussen de hoofdverhuurder en de onderhuurder waardoor deze de nieuwe hoofdhuurder wordt. Hier staat tegenover dat de verhuurder naar de rechter kan gaan om het contract te beperken met een bepaalde tijd als hier de juiste gronden voor zijn. De onderhuurbescherming geldt niet voor de onderhuur van bijvoorbeeld een deel van een kamer, dienstwoning of bedrijfsruimte. Ruud, 2e jaars rechtenstudent, heeft zijn kamer gevonden door een e-mail campagne onder vrienden en kennissen. “Ik ben pas deze zomer op zoek gegaan naar een kamer. Ik heb nog een jaar lang thuis gewoond hiervoor. Ik heb me niet ingeschreven op studentenwoningweb.nl waardoor ik uitgesloten was van een kamer via die bemiddelaar. Ik heb daarom een aanzienlijk aantal mensen in mijn e-mail lijst een mail gestuurd met het bericht dat ik op zoek was. Na een week werd ik gebeld door een bekende die mij een kamer wilde verhuren. Hij huurt zelf de gehele ruimte inclusief mijn kamer van een huisbaas.” Kun je jezelf officieel inschrijven in de gemeente Amsterdam? “Nee. Het is eigenlijk bestemd als een bedrijfsruimte, waardoor de ruimte niet bewoond mag worden. Hierdoor kan ik eigenlijk ook geen uitwonende beurs ontvangen van DUO.” Hoe lang kun je hier blijven wonen? “Ik kan hier net zo lang blijven als mijn verhuurder/ huisgenoot, die zeker nog een jaar blijft. Natuurlijk is dat geen echte zekerheid.“ Betaal je een redelijke huurprijs? “Ik betaal 300 euro per maand inclusief. Het is een grote ruimte die we delen net buiten het centrum van Amsterdam, dus de prijs is relatief heel laag.” Ben je tevreden met je woonruimte? “Ik ben tevreden met de keuze omdat het gezien de locatie en grootte relatief goedkoop is. De verhuurder is daarnaast

18

heel redelijk. Dat had ook anders kunnen zijn.” Een kamer vinden is soms een kwestie van geduld en kan soms een kwestie zijn van geluk. Op het moment dat je iets vindt, kan de vraag rijzen of je daar goed zit, zeker als studiefinanciering of huurbescherming in het geding komt. De woningschaarste brengt echter nog altijd met zich mee dat iets al snel beter is dan het behoren tot die groep van 20.000 studenten die nog niet eens aan die vraag is toegekomen.

JFAS Bestuurslid zoekt een kamer! Amsterdam telt volgens wikipedia 767.849 inwoners. Heeft iemand enig idee hoe ik inwoner 767.850 wordt? Na een hele lange zomer ben ik weer terug van weggeweest. Nouja, bijna dan. Ik heb namelijk geen kamer meer. Voor de zomer zat ik op een heel leuk plekje vlak bij de Wibautstraat, maar helaas was dat tijdelijk. Vandaar dat ik al drie weken als een nomade door Amsterdam ga. Met al mijn spulletjes in een rolkoffer fiets ik van de ene vriendin in oost naar de andere in west. En als het echt noodzakelijk is, pak ik zelfs de trein terug richting mijn ouders. Dat is gezellig voor een weekend, maar daarna wil ik weer graag terug naar Amsterdam. Want wat is het leven in onze hoofdstad leuk! Helaas zijn er nog een heleboel studenten die daar zo over denken, want wat is het moeilijk om een kamer te vinden!  Zeker nu ook alle eerstejaarsstudenten net als ik op zoek zijn naar die perfecte kamer (in het centrum.) Ik struin het internet af, en reageer op briefjes die in de UvA hangen. Maar mijn zoektocht vlot niet echt. Had ik me op mijn 17e maar ingeschreven op studentenwoningweb.nl. Dat is nu te laat. En met die nieuwe anti-kraakwet zal het ‘antikraken’ ook zijn langste tijd wel gehad hebben. Jammer! Vandaar bij deze mijn oproep: Ik zoek een kamer! Kun jij me helpen bij mijn huizenjacht in Amsterdam? Ken je iemand die graag een kamer verhuurt aan een keurige rechtenstudente? Of ben jij op zoek naar een leuke huisgenote? Laat het me als je blieft weten! Ik ben blij met iedere tip! Nina de Groote PR en Activiteiten JFAS


opinie

(G)een fiets in Amsterdam Door Bas Kentie

E

en student zonder fiets is als een borrel zonder drank, als een huis zonder kachel of als een column zonder woorden. Een fiets is dus erg belangrijk en bovendien is de fiets vaak sneller dan de tram: met de tram kom ik zeker te laat aan in de werkgroepen. Als ik fiets weet ik dit altijd te beperken tot enkele minuten. Crossend over de Plantage Middenlaan, waar trouwens met enige regelmaat een ambulance te vinden is, probeer ik de langere slaaptijd of de slomere ochtendrituelen in te halen. Voor de één is de fiets toch iets belangrijker dan voor de ander. Oké, eigenlijk is de fiets altijd een heikel punt voor mij geweest. Als nieuwe, onwetende Amsterdamse fietser plantte ik mijn fiets in de eerste weken van mijn studietijd tegen het Centraal Station. Van de AFAC (Algemene Fiets Afhandel Centrale) had ik nog nooit gehoord, dus toen ik bij terugkomst na enkele minuten merkte dat mijn fiets er echt niet meer stond, heb ik geconcludeerd dat deze dan gestolen was. Eigenlijk vond ik het heel grappig dat mij dit al na enkele weken overkwam, maar deze makkelijke instelling kwam mij toch wat duur te staan. Na enkele dagen was ik weer in het bezit van een fiets, het fenomeen junk was mij niet onbekend. Ik fietste vrolijk door heel Amsterdam, al denkende dat fietsen niet zo vaak worden gestolen als toen gezegd werd, totdat ik verhuisde naar de Dappermarkt. Nadat ik daar een paar weken had gewoond, was mijn makkelijke instelling totaal verdwenen: In twee weken tijd werden twee fietsen gestolen. Één fiets stond niet aan iets vast, de ander was weggeknipt. Al snel begon ik te geloven dat er een mysterie hangt om de fietsen die ik gebruik, althans, ik móest dit wel geloven. Van een studiegenoot mocht ik een fiets lenen met slechts één slot. In het hol van de leeuw, op de brug bij Café de Jaren, stond deze enkele dagen vast met slechts dat ene slot, dat de fiets helaas niet met de brug kon verbinden. Wonder boven wonder stond deze fiets bij terugkomst nog op de brug, terwijl hij dus niet vaststond áán de brug. Ik besloot de fiets direct terug te brengen, maar blijkbaar was het kwaad al geschied. In de nacht die volgde werd de fiets namelijk gestolen, terwijl hij vaststond in een straat waar zelfs het gemiddelde grachtengordeldier alleen maar van kan dromen.. De hoop op een goede relatie met fietsen had ik bijna opgegeven, totdat ik na een avondje kroeghangen over

straat liep. Het leek namelijk alsof er plotseling een fiets uit de lucht was komen vallen. Voor mijn neus stond er één met de sleutels in het slot! Niet nadenkend pakte ik de fiets en reed er zo snel mogelijk mee naar huis. De helderheid was ver te zoeken die avond, maar bij het wakker worden was alles ineens heel duidelijk: ook ik was vergeten die fiets op slot te zetten. Iemand anders was er dus net zo snel op weggefietst als ik had gedaan. En die persoon had groot gelijk.

‘De hoop op een goede relatie met fietsen had ik bijna opgegeven’ Sindsdien heb ik enkele maanden strijd gevoerd. Ik heb in totaal maar liefst zeven keer mogen concluderen dat ik geen fiets meer had, terwijl ik mijn straat in wandelde of uit mijn raam keek. Bij de verhuizing van een vriend kwam er plotseling een fiets tevoorschijn uit de schuur, die ik graag in ontvangst nam. Het is ongelooflijk maar waar: ik heb hier enige maanden op rond kunnen fietsen. Er is nu zoveel stuk aan dat het zeker de moeite waard was om aan het begin van dit nieuwe studiejaar een nieuwe, tevens legale, fiets aan te schaffen. Maar gestolen is de vorige niet! Mijn nieuwe aanwinst moest ik halen uit IJburg, wat ik na alle ellende met fietsen helemaal niet erg vond, en van een illegale overdracht was geen sprake. Na een gezellige borrel fietste ik terug naar huis, waar ik de nieuwe fiets precies naast mijn oude plaatste. Helaas was de borrel zo gezellig, dat ik niet meer door had dat ik mijn nieuwe hangslot aan mijn oude fiets had vastgemaakt. Toen ik de dag erna zag dat fiets nummer negen er nog stond, concludeerde ik dat mijn les heb geleerd. Met legaal gekochte fietsen maak ik blijkbaar veel meer kilometers..

19


25 november 2010...

...maak jij het nieuws van de dag. Het kabinet werkt aan nieuwe plannen voor de komende jaren. Het ministerie van Financiën is daarbij nauw betrokken. Geld kan maar één keer uitgegeven worden, dus het is van belang dat de juiste keuzes worden gemaakt. Logisch dat de pers daar bovenop zit. De minister heeft advies nodig. En snel ook.

Werken bij het Rijk. Als je verder denkt www.werkenbijhetrijk.nl

Tijdens de Studentendag 2010 sta je oog in oog met de minister en de staatssecretaris van Financiën. Je werkt aan een echte case, met alle media-aandacht van dien. En je maakt kennis met een interessante werkgever. Een jonge organisatie waarin nieuw talent direct wordt beloond met een flinke dosis verantwoordelijkheid. Bij Financiën tel je meteen mee. Schrijf je in voor 15 november 2010 Wat betreft je profiel: je bent eindejaars bachelor- of masterstudent algemene, bedrijfs- of fiscale economie. Ook met Nederlands of fiscaal recht en met bestuurskunde ben je van harte welkom, net als met iedere andere studie met het vak openbare financiën. Dus: heb je interesse in het financieel nieuws? En wil je op 25 november 2010 zelf het nieuws van de dag maken? Schrijf je dan vóór 15 november 2010 in via www.studentendag.nl.


opinie

Linkse regelzucht? Door Bouke Knop

A

msterdam, de stad waar iedereen vogelvrij is, waar alles kan, waar alles mag. Maar ook de stad waar het Oosterpark ondoordacht wordt drooggelegd, de stad waar je niet staand op een terras mag drinken1 en waar een uiterst populaire en varende uitgaansgelegenheid zonder pardon wordt uitgezwaaid2. Ook de anderhalf miljoen fietsen die in de stad rondrijden, stilstaan of van eigenaar wisselen mogen niet zomaar overal neergezet worden... De Algemene Plaatselijk Verordening van de gemeente Amsterdam kent, met name op het gebied van horeca, tal van regels. Zo is onder andere in de APV bepaalt dat: Fietsen niet aan lantaarnpalen vastgemaakt mogen worden, of zo geparkeerd dat het uitzicht van iemand uit diens gebouw belemmerd wordt. Ook mag een horeca exploitant bijvoorbeeld geen drank verstrrekken aan iemand die geen gebruik maakt van de aanwezige zitplaatsen. Vanuit de landelijke politiek klinkt vaak de kritiek dat links de regelzucht vergroot. VVD en PVV pleiten al jaren voor “minder regels”, Toch lijkt het er op dat de kritiek wat betreft Amsterdam doel treft. Amsterdam staat niet alleen bekend als links nest maar vertoont dit ook qua zetelverdeling in de gemeenteraad. Van de vijf grootste partijen is alleen VVD niet als links aan te merken. En ook de linksprogressieve GroenLinks en het linkse D66 geven vaak af op de regelzucht. Beide partijen waren dan ook geen voorstander van de regelgeving omtrent terrassen die in 2008 is gewijzigd. Dus gaat de beschuldigende vinger snel richting PvdA. Amsterdam heeft al jaren een PvdA’er als burgemeester. Ook de wethouders van het college bestaan vrijwel altijd uit PvdA’ers, aangevuld met andere partijen. In die hoedanigheid was onder andere Job Cohen ook betrokken bij het intrekken van de vergunning van de Stubnitz. Het plan het Oosterpark alcoholvrij te maken kwam van de stadsdeelvoorzitter Martin Verbeet, niet toevallig een PvdA’er.3 Maar waardoor wordt de regelzucht dan veroorzaakt? En hoe relateert dit zich tot het linkse karakter van Amsterdam? Het lijkt logisch dat de lokale politici het beste voor hebben 1 Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 2 Het Parool, 02 december 2009 Stubnitz leent geld en vaart uit. 3 Het Parool. 26 mei 2009 Verbeet verslikt zich in alcoholverbod Oosterpark.

‘In een stad met zoveel handelsgeest kunnen Free Riders gemakkelijk de kop opsteken’ met de stad en de bewoners. Maar welke bewoners maakt hier nogal een verschil. Want waar een groot terras voor bewoners en met name ondernemers een mooie droom is, kan het voor touristen met trollies of andere mensen die de Nieuwmarkt of het Spui passeren erg vervelend zijn. En ook deze touristen zijn weer van groot belang voor dezelfde ondernemers. Deze afweging maken Amsterdammers zelf ook iedere vier jaar wanneer er gemeenteraadsverkiezingen zijn. Jaar na jaar scoort de PvdA daar goed bij. lees verder op de ommezijde

21


Zoals al eerder met voorbeelden is geïllustreerd is de PvdA een partij die een sterk instrumentalistische kijk op het recht heeft. Het recht wordt als middel gezien om beleid uit te voeren. Dat dit voor veel en vooral precieze regels leidt, is evident. En hiertegen richt zich de meer liberale kijk op het recht. Want of het recht daadwerkelijk een goed instrument is, valt te betwisten. De ondernemers die naar eigen zeggen veel last ondervinden van de regels hebben natuurlijk ook belang bij een aantrekkelijke, veilige en toegankelijke stad. Wellicht is in overleg met of na adviezen van de gemeente ook veel te bereiken. Uiteindelijk zal de neiging deze aanbevelingen in regels om te zetten echter nauwelijks onderdrukt kunnen worden. Met name als ondernemers zich niet allemaal even streng aan de afspraken houden. Het fenomeen van de Free Rider zou in een stad met zoveel handelsgeest gemakkelijk de kop op kunnen steken. Als iedereen zich aan de regels houdt, is het voor één ondernemer interessant om zich aan deze regels te onttrekken, zeker als hier geen sancties op staan. Wellicht ligt hier een verschil tussen de rechtse liberalen en de linkse instrumentalisten. Waar de liberalen vertrouwen hebben in het feit dat ondernemers zelf de beste keuzes maken, heerst vanuit de linkse hoek een wantrouwen. Een wantrouwen dat zich vertaalt in een overijverige drang regels te creeëren om uniformiteit binnen de stad te waarborgen. Voordeel hiervan is wel dat de omstandigheden en regels voor alle ondernemers binnen een stadsdeel hetzelfde zijn en concurrentieposities niet afhankelijk zijn van willekeur of goede bedoelingen van de ondernemer zelf. Een resultaat hiervan is te zien in de versoepeling van de openingstijden op zondag in stadsdeel Amsterdam Noord. Het wordt hiermee al dan niet terecht gelijkgesteld met de andere stadsdelen aan de andere kant van het IJ. Toch wil Amsterdam zelf ook de regeldruk verlichten. Op de website kan door ondernemers relatief eenvoudig melding worden gemaakt van tegenstrijdige of hinderlijke regels. Dit lijkt een stap in de goede richting. Ook zijn er plannen vanuit de VVD om de aanvragen van vergunningen voor bijvoorbeeld een buitentap tijdens evenementen te versoepelen. Nu kan een dergelijke aanvraag circa vijf weken in beslag nemen. En niet alleen de VVD maakt hier haar stokpaardje van. Op de websites van de meeste lokale politici is te lezen dat de regeldruk voor met name ondernemers verlicht moet worden. Tot slot is het wel boeiend de discussie te volgen die per één oktober weer verder zal oplaaien. Het kraakverbod

22

treedt dan in werking waarmee kraken een misdrijf wordt. Dit is weliswaar een landelijke wet die door het parlement is aangenomen, maar er blijft voor de gemeentes wel de taak om de wet al dan niet uit te voeren. Nu was het college in de oude samenstelling absoluut geen voorstander van dit verbod. Het zou “contraproductief” zijn. Maar na de afgelopen deelraadsverkiezingen maakt ook de VVD deel uit van het college van B&W. En laat de VVD nu net een van de allergrootste voorstanders en initiatiefnemers van het genoemde verbod zijn. Dit regeltje mag dus wat de VVD betreft zeer strikt worden nageleefd. Dit betekent in de praktijk dat een pand zodra het gekraakt is, ook direct weer ontruimd moet worden. De loco burgemeester Lodewijk Ascher gaf nog aan de wet uit te gaan voeren maar de nieuwe burgemeester Eberhart van der Laan heeft naar de wens van coalitiepartner Groenlinks aangegeven niet te ontruimen voor leegstand.4 Dit geeft wel aan dat de regels door beiden partijen vooral worden opgesteld en aangewend voor de eigen politieke programma’s. Zodra het de VVD uitkomt zijn ze wel voorstander van regels en een strikte naleving hiervan. Omgekeerd komt het de PvdA nu eens uit zich niet al te strikt naar de regels te schikken. Met het oog op hetzelfde beleid, het voorkomen van leegstand, wendt de PvdA haar regelgevende bevoegdheid binnen het college natuurlijk wel aan om er voor te zorgen dat het aanhouden van een tweede woning in Amsterdam compleet oninteressant wordt. Hierbij wordt een wellicht nog grotere inbreuk op het eigendomsrecht van de huiseigenaren gemaakt. Doel van dit stuk was het linkse karakter van Amsterdam te verbinden met de veelgehoorde klacht dat er zo veel regeltjes zijn. Beiden zijn waar; Amsterdam heeft een links electoraat en er zijn veel regels. Maar dit hoeft niet per sé samen te gaan. Zowel op landelijk als lokaal niveau maken politici zich schuldig aan het invoeren van soms impopulaire of controversiële regels. Deze regels zijn lang niet altijd van links of zelfs maar van de PvdA afkomstig. Toch kan van veel van de politici niet gezegd worden dat ze de regels bedenken enkel om iets te doen te hebben. De bedoelingen zijn goed en de regels worden als middel gezien. Zolang beseft wordt dat regels alleen, niet het enige middel zijn om beleid uit te voeren en men bereid is kritiek te ontvangen zoals Amsterdam op haar website doet, zal de bewoner zelf door middel van haar stem ervoor kunnen kiezen wélke regels er dan komen. En dat is in ieders belang. 4 Elsevier, 20 augustus 2010 College Amsterdam: wij voeren kraakverbod niet uit.


arrestbespreking

Het Kelderluik-arrest Door Jaimy Lankman

A

msterdam, de stad van de grachten, de NoordZuidlijn, de welbekende coffeeshops, studenten, Sail, Red Light Destrict (oftewel de wallen) én niet te vergeten de mooie uitgaansgelegenheden. Wanneer je je langs de grachten en gevels begeeft, bruist het hoofdstedelijke leven je tegemoet. Met andere woorden een prachtige hoofdstad om in te vertoeven. Maar zelfs in Amsterdam is het niet altijd zonneschijn, want er zijn dagelijks gebeurtenissen die negatieve feiten opleveren. Feiten die in het nieuws komen of zelfs in de jurisprudentie worden opgenomen. Wat bijvoorbeeld de voorpagina haalde, was de ontvoering van Heineken in 1982 door Willem Holleeder. Ook wanneer je ergens in Amsterdam aan het drinken bent, kan het soms nadelige gevolgen hebben. Een mooi voorbeeld: je gaat met je vrouw en een vriend naar een café op de Singel om iets te nuttigen en wilt even naar het toilet, valt plotseling in een kelderruimte met als gevolg dat je in het ziekenhuis belandt. Dit verhaal staat ook wel bekend als het veel besproken Kelderluik-arrest (NJ 1966/136). Het arrest heeft een belangrijke rol gespeeld in de juridische wereld (en met name voor het aansprakelijkheidsrecht) vanwege de onrechtmatige daad. In 1961 had Sjouwerman, een employé van The Coca-Cola Corporation, bij het afleveren van frisdrank aan café ‘De Munt’ het kelderluik open laten staan. Dit had tot gevolg dat de heer Duchateau, die op weg was naar het toilet, door het kelderluik viel en naar het ziekenhuis moest vanwege zijn verwondingen. Duchateau klaagde de vennootschap, ‘The Coca-Cola Export Corporation’ vervolgens aan voor het onrechtmatig gedrag van haar personeelslid wegens het achterwege laten en verzuimen van de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen. Daarbij eiste de heer Duchateau vergoeding vanwege de veroorzaakte schade doordat de employé gevaarzettend had gehandeld. De rechtbank gaf ‘The Coca-Cola Export Corporation’ haar gelijk, want Duchateau had beter moeten uitkijken en was dus zelf aansprakelijk voor de geleden schade. Echter, het Hof en de Hoge Raad hadden een andere kijk op de desbetreffende kwestie. De HR heeft om dit te beoordelen vier (kelderluik)criteria geformuleerd die moeten aangeven of iemand voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen. De vraag die men hierbij stelt is: Heeft de persoon gevaarzettend gehandeld?

De criteria: • De mate van waarschijnlijkheid waarmee de nietinachtneming van de vereiste voorzichtigheid en oplettendheid kan worden verwacht. Hiermee wordt bedoeld dat men bij zichzelf te rade moet gaan of een bepaalde situatie gevaarlijk is en de vraag stellen: Zien deze mensen het gevaar als zij eraan worden blootgesteld? • De hoegrootheid van de kans dat daaruit een ongeluk kan ontstaan. Met andere woorden: wat voor veiligheidsmaatregelen er dan genomen moeten worden en in welke situatie dat dan zou moeten zijn. • De ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben. Als er een gevaarzettende situatie is, is het belangrijk te realiseren wat voor consequenties dit kan opleveren (Duchateau eindigde in het ziekenhuis). • Maatregelen treffen ter voorkoming van een ongeval. Om ernstige gevolgen te voorkomen, kunnen er bijvoorbeeld bordjes met een waarschuwing worden opgehangen. De Hoge Raad heeft door middel van deze criteria beoordeeld dat Sjouwerman onvoldoende zorgvuldig is geweest en was mede daarom verantwoordelijk voor de val van de cafébezoeker, de heer Duchateau. Volgens de HR moet men over het algemeen rekening houden met dat er minder oplettende mensen zijn waardoor goede veiligheidsmaatregelen gepast zijn. Tijdens het proces heeft het Hof echter niet nader bekeken of de heer Duchateau voor zijn val het luik wel of niet heeft opgemerkt. Zou de cafébezoeker inderdaad het luik hebben opgemerkt, dan zou de beoordeling van de aansprakelijkheid voor de toegebrachte schade in twijfel gebracht kunnen worden. Dit betekent dat de nalatigheid van Sjouwerman en de eigen schuld van het slachtoffer met elkaar moet worden vergeleken. Het oordeel zal dan wellicht zijn dat Sjouwerman aansprakelijk is voor de gevaarzetting, maar dan wel in mindere mate. Het bovengenoemde arrest wordt vaak in het rechterlijk systeem gebruikt voor de beoordeling van gevaarzetting bij onrechtmatige daad. Kortom: een mooi voorbeeld voor de juridische zaken van het aansprakelijkheidsrecht.

23


Become complete.

Discover our world of opportunity.

By advising the world’s most important clients on their most complex and high-profile deals, we are becoming the leading premium global law firm. In Amsterdam, we are thriving in a dynamic office with the backing of impressive global resources. You will work closely with some of the most outstanding legal minds in the Netherlands on deals for a variety of prominent Dutch and global clients.

We will give you real responsibility early in your career as you work on innovative, cross-jurisdictional transactions. Alongside a commitment to world-class training that supports and develops you throughout your career, we can provide you with the global opportunities that will help fulfil your ambitions to become a complete lawyer. To find out more about designing your own internship or working as a junior associate, visit our website.

www.linklaters.com/nlgraduates


Become complete.

Our business

and insight that is critical to the success

developing your legal technical skills and

We are a truly global law firm, focused on

of domestic deals and we work on the

your commercial awareness to become a

meeting the complex needs of the world’s

most important deals globally too.

trusted business advisor. You will work

leading corporations and financial

We are also winning acclaim in the press.

institutions. Our global capabilities give us access to the most interesting markets, the most exciting deals and the most prominent clients. Every Linklaters office and every one of our lawyers is committed to making Linklaters the leading premium global law firm.

In 2008, we won Cross-border Deal of the

Year at the Acquisitions Monthly Awards, M&A Deal of the Year at the Legal Business Awards and Chambers awarded us European Law Firm of the Year. With our global client list and involvement in

closely with some of the most outstanding legal minds on complex, challenging and often innovative deals for important Dutch and global clients. This combination will help us to achieve our global strategy and help you to become the lawyer you’ve always wanted to be.

major transactions, you will be assigned to

Internships

Our office in the Netherlands has a vital

clients that are every bit as important as

We believe internships provide the perfect

role to play as we continue to develop our

they are global.

opportunity to find out if we’re really right

Graduate opportunities

for each other. So, rather than a structured

capabilities to meet the needs of our clients. We started in Amsterdam in 1999 with two partners and four associates. Today we have more than 60 lawyers and notaries, and every one of them has the chance to shape an impressive firm.

Our work We provide our clients with legal advice across a broad range of capital markets, corporate, private equity, banking, notarial,

Join us as a graduate on a three-year traineeship and we will focus on giving you the tools to develop the expertise, skills and insight to take on complex work. We offer two 18-month placements (or ‘seats’) in capital markets, corporate or banking, and there are also possibilities to work within our employment, notarial and tax departments.

employment and tax disciplines. Through

You may be part of a team working on a

changes in global markets and legislative

deal being led from Amsterdam, or you

practice, the Dutch legal market is more

may be co-ordinating with colleagues in

important than ever. We offer expertise

other offices. In either case, you will be

programme, we give you the chance to design your own internship. You will be able to tell us which legal experience is most relevant to you. Most importantly, you will have real involvement in challenging, complex and prominent deals – and you will be treated as a colleague from the outset. Discover more about our business, graduate opportunities and how to design your own internship on our website.

www.linklaters.com/nlgraduates

We are a truly global law firm, focused on meeting the complex needs of the world’s leading corporations and financial institutions.


De verschillen tussen kantoorruimte

V

ijfentwintig jaar geleden werd het World Trade Center aan de Zuidas geopend, destijds één van de grootste kantoorgebouwen van Nederland. Naast een grote verscheidenheid van grote en kleine kantoren, zijn er in het WTC inmiddels ook enkele restaurants en winkels gevestigd. Als je op je fiets langs het WTC rijdt, realiseer je je waarschijnlijk niet dat er grote verschillen zijn in het huurrecht dat van toepassing is op de huurders van kantoorruimte en huurders van restaurant/winkelruimten in het WTC. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen tussen deze twee typen huur aan bod. 1. Twee typen huur bedrijfsruimte Het huurrecht is geregeld in titel 4 van Boek 7 BW. De artikelen 7:201 BW tot en met 7:231 BW (behoudens 7:230a BW) bevatten de algemene bepalingen die op ieder type huur van toepassing zijn. In titel 4 wordt - naast het huurrecht voor woonruimte grofweg een onderscheid gemaakt tussen de huur van twee soorten (bedrijfs)ruimten: 1. Huur van bedrijfsruimte (7:290 tot en met 7:310 BW; afdeling 7.4.6); 2. Huur van overige gebouwde onroerende zaken (7:230a BW). 2. Huur van bedrijfsruimte In artikel 7:290 lid 2 BW is bedrijfsruimte - kort gezegd gedefinieerd als de ruimte die krachtens een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een café- of restaurantsbedrijf, een ambachtsbedrijf, een afhaal- of besteldienst of een kleinhandelsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is. Ook een hotelbedrijf en een kampeerbedrijf vallen onder de definitie van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW. Over de vraag of een bepaalde ruimte al dan niet onder de definitie van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW valt, is veel jurisprudentie verschenen. Het gaat het bestek van dit artikel te buiten om hier uitgebreid op in te gaan. Zeker is echter wel dat de restaurants en winkels (detailhandel) in het WTC onderworpen zijn aan het regime van 7:290 BW.

26

De huur van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW (ook wel “290-ruimte” of “winkelruimte” genoemd) is onderworpen aan semi-dwingend recht. Zo kan bijvoorbeeld niet ten nadele van de huurder worden afgeweken van afdeling 7.4.6. Afwijken ten nadele van de huurder kan overigens wel indien de kantonrechter de afwijking vooraf heeft goedgekeurd. 1.1 Drie kenmerken huurrecht bedrijfsruimte Grofweg zijn er drie hoofdkenmerken van het hiervoor genoemde semi-dwingende recht van artikel 7:290 e.v. BW, namelijk het termijnenstelsel, de huurbeëindigingsbescherming en de nadere huurprijsvaststelling. Dit zijn tevens de grootste verschillen met de huur van overige gebouwde onroerende zaken. 1.1.1 Het termijnenstelsel Een huurovereenkomst voor 290-ruimte wordt aangegaan voor vijf jaar of langer. Een huurovereenkomst die voor een periode van vijf jaar is aangegaan, wordt na deze periode verlengd met vijf jaar. Overeenkomsten die zijn aangegaan voor een periode van méér dan vijf jaar, maar minder dan tien jaar, worden verlengd met een tweede termijn tot tien jaar. Partijen zijn aldus vrij om huurperioden van langer dan vijf of tien jaar overeen te komen. Is de huurovereenkomst aangegaan voor een periode van tien jaar of bijvoorbeeld twee maal vijf jaar, dan wordt de overeenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd. Partijen kunnen hier echter van afwijken en dat gebeurt in de praktijk veelvuldig. Vaak wordt afgesproken dat de huurovereenkomst na de tweede termijn wordt voortgezet voor aansluitende perioden van bijvoorbeeld telkens vijf jaar. Op het voorgaande bestaat één belangrijke uitzondering, namelijk voor huurovereenkomsten aangegaan voor een periode korter dan twee jaar. Een groot deel van het 290-recht is op deze huurovereenkomsten niet van toepassing. Wordt de huurovereenkomst na twee jaar echter voortgezet, dan zijn voornoemde artikelen wél weer van toepassing. In dat geval geldt van rechtswege dat een overeenkomst van vijf jaar is aangegaan, waarop de eerste twee jaar in mindering worden gebracht.


van de kantoren

en winkelruimte 1.1.2 De huurbeëindigingsbescherming Een huurovereenkomst voor 290-ruimte eindigt niet door het enkele verloop van de bepaalde tijd waarvoor deze is aangegaan. De huurovereenkomst moet expliciet worden opgezegd tegen het einde van de bepaalde tijd met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één jaar en onder vermelding van de opzeggingsgrond. De overeenkomst eindigt echter niet door de enkele opzegging van de verhuurder. Als de huurder niet binnen zes weken instemt met de opzegging, moet de verhuurder een beëindigingsvordering instellen bij de kantonrechter. Gedurende deze procedure - tot onherroepelijk op de vordering van de verhuurder is beslist - blijft de huurovereenkomst van kracht en kan de huurder het gehuurde gewoon blijven gebruiken. Niet alleen wordt de huurder van 290-ruimte beschermd door de verplichte beëindigingsprocedure, maar voorts door het limitatieve aantal mogelijke beëindigings­gronden. Een verhuurder kan tegen het einde van de eerste huurtermijn de overeenkomst namelijk slechts op twee limitatieve beëindigingsgronden opzeggen, te weten een slechte bedrijfsvoering van de huurder of dringend eigen gebruik (niet verkoop) door de verhuurder. De kantonrechter dient in de beëindigingsprocedure te toetsen of daadwerkelijk sprake is van een slechte bedrijfsvoering of dringend eigen gebruik. Bij een opzegging tegen het einde van de tweede (of latere) huurtermijn gelden extra beëindigingsgronden op grond van de wet, te weten een belangenafweging, het niet instemmen van de huurder met een redelijk aanbod van de verhuurder tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst of de verwezenlijking van een krachtens een geldig bestemmingsplan op het verhuurde liggende bestemming.

‘Winkeliers hebben een vaste klantenkring in de omgeving, waardoor zij zich niet zo gemakkelijk tien kilometer verderop kunnen vestigen’

Indien de kantonrechter de beëindigingsvordering van de verhuurder toewijst, dan kan hij aan de huurder, ten laste van de verhuurder, een vergoeding toekennen ter tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten. Het gaat hier echter wel expliciet om een tegemoetkoming en niet om een vergoeding van alle door de huurder gemaakte kosten.

27


1.1.3 Nadere huurprijsvaststelling Het laatste belangrijke kenmerk van 290-ruimte is de dwingendrechtelijk voorgeschreven mogelijkheid voor zowel de huurder als de verhuurder om de huurprijs nader te laten vaststellen door de rechter. Tijdens de looptijd van de huurovereenkomst kan hierdoor de huurprijs worden aangepast aan die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Voor de verhuurder kan dit van belang zijn, indien de huurprijzen in de omgeving sterker zijn gestegen dan de huurprijs van het gehuurde. Gedurende de looptijd van een huurovereenkomst wordt de huur doorgaans namelijk enkel verhoogd op basis van indexering. Na verloop van tijd kunnen hierdoor grote verschillen ontstaan tussen de huurprijs van het gehuurde en de huurprijs van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Voor de huurder geldt uiteraard het tegenovergestelde; de huurder heeft belang bij nadere huurprijsvaststelling indien de huren van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse lager zijn. Een vordering tot nadere huurprijs vaststelling kan bij een overeenkomst voor bepaalde tijd worden ingesteld na afloop van de overeengekomen duur. In alle overige gevallen kan de vordering worden ingesteld wanneer tenminste vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan, danwel de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd. Van belang is dat een vordering tot nadere huurprijsvaststelling slechts ontvankelijk is, indien deze vergezeld gaat van een deskundigenadvies. Dit deskundigenadvies moet zijn opgesteld door een door partijen gezamenlijk benoemde deskundige. Indien partijen niet gezamenlijk een deskundige aanwijzen, omdat overeenstemming omtrent de aan te wijzen deskundige ontbreekt, dan kan de rechter worden verzocht een deskundige aan te wijzen. 3. Huur van overige gebouwde onroerende zaken Indien de huur betrekking heeft op een gebouwde onroerende zaak die noch woonruimte noch bedrijfsruimte is, is er sprake van huur van overige gebouwde onroerende zaken (ook wel overige bedrijfsruimte of 230a-ruimte genoemd). Voorbeelden van overige bedrijfsruimten zijn kantoren, fabrieken, loodsen, banken, bioscopen, sportzalen en reisbureaus. Anders dan bij 290-ruimte is 230a-ruimte nauwelijks aan

28

dwingend recht onderworpen. Voor 230a-ruimte gelden geen wettelijk voorgeschreven huurtermijnen, eindigt de huur van rechtswege na het verstrijken van een huurtermijn en hoeft de verhuurder de kantonrechter niet in te schakelen bij de opzegging van de huur. In de praktijk wordt echter veelvuldig aangehaakt bij het termijnenstelsel van 290-ruimte. In sommige gevallen wordt ook een regeling omtrent nadere huurprijsvaststelling in de huurovereenkomst opgenomen die soortgelijke is aan de wettelijke regeling voor 290-ruimte. De enige dwingendrechtelijk bescherming van de huurder van 230a-ruimte is de ontruimingsbescherming van artikel 7:230a BW voor de duur van twee maanden. De huurder van 230a-ruimte hoeft het gehuurde hierdoor bij beëindiging van de huur niet direct te ontruimen. De huurder kan de rechter bovendien verzoeken om de termijn van de ontruimingsbescherming te verlengen. Kort gezegd bedraagt de maximale termijn waarmee de termijn voor ontruiming kan worden verlengd één jaar. De huurder kan echter in totaal drie keer verzoeken om verlenging, waardoor de maximale termijn van de ontruimings­bescherming in totaal drie jaar kan bedragen. 4. De reden van de verschillen tussen 290-ruimte en 230a-ruimte De huurders van winkelruimte en restaurants in het WTC worden op grond van de wet beter beschermd tegen grillen van de verhuurder dan de huurders van kantoorruimten in de torens van het WTC. De reden van deze verdergaande bescherming van winkeliers is onder andere gelegen in de plaatsgebondenheid van winkeliers en restaurants. Winkeliers hebben over het algemeen een vaste klantenkring in de omgeving, waardoor zij zich niet zo makkelijk tien kilometer verderop kunnen vestigen. Kantoorgebruikers zijn doorgaans veel minder afhankelijk van de plaats waar zij zijn gevestigd en kunnen hierdoor gemakkelijker een pand aan de andere kant van de stad betrekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor hun business. mr. F. Spraakman DLA Piper Nederland N.V., sectie Real Estate�


de Verdieping

‘Het bidbook is een smeekbrief aan de FIFA’ (p.30) ‘de rechtshulp paradox is een wrange werkelijkheid in deze tijden van economische onzekerheid’ (p.32) ‘tegenwoordig proberen coffeeshops je de “drugs van de dag” aan te smeren’ (p.35)


De HollandBelgiumBid Door Maartje Stabel

M

et de nederlaag nog vers in het hoofd inspecteert de FIFA in augustus de Nederlandse speelsteden en stadions voor de HollandBelgiumBid 20182022. Er ontstaat een storm van kritiek omtrent fiscale voordelen, gereserveerde rijstroken en verregaande commerciële rechten. De kritiek is niet alleen op de FIFA gericht; Nederland danst gewillig naar de pijpen van de voetbalbond. Hoewel de kritiek al snel genuanceerd – en ontkend – wordt, beginnen andere actoren toch te twijfelen over de wenselijkheid van het organiseren van een WK. Ook de gemeente Amsterdam heeft zijn bezwaren geuit over de rol als speelstad tijdens het toernooi. Het enthousiasme van andere actoren lijkt ook te zijn bekoeld en de vraag rijst of Nederland en België nog wel kans maken op de organisatie van het WK. Volgens de HollandBelgiumBid is de kritiek die geuit is op de organisatie van het WK ongegrond. HollandBelgiumBid organisator Frans van der Grint verklaart dat fiscale voordelen voor de FIFA geen uitzondering zijn.1 Andere ondernemingen die hun activiteiten kortere tijd in Nederland ontplooien genieten deze fiscale voordelen ook. Net als toeristen mogen medewerkers van de FIFA “taxfree” winkelen en hun btw terug vorderen. Ook kan Nederland geen inkomstenbelasting heffen, omdat de inkomsten van de FIFA hoofdzakelijk uit sponsorgeld en tv-rechten bestaan. Contracten worden in Zwitserland gesloten, waar het hoofdkantoor van de FIFA zich bevindt. Er geldt dus geen ander belastingregime voor de FIFA. Van der Grint doet ook andere kritieken af als onzin.

NOS-redacteur Ilan Sluis analyseerde het geheimzinnige Bidbook dat gemaakt werd door de HollandBelgiumBid waarin alle plannen omtrent de WK organisatie zijn opgenomen. Het boekwerk is niet via internet verkrijgbaar, maar kan alleen worden ingezien bij bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. Sluis komt tot de conclusie dat veel van de geuite kritieken ongegrond zijn, hoewel sommige plannen toch opmerkelijk te noemen zijn.2 Zo worden inderdaad rijstroken vrijgehouden om mensen van de FIFA 1 Frans van der Grint in gesprek met Radio 1, 6 augustus 2010, http://www.radio1.nl/contents/18306-ophef-over-bidbookwk-2018. 2 Ilan Sluis, 10 augustus 2010, http://nos.nl/artikel/177541-nederland-slikt-niet-alle-eisen-wk.htm.

30

te vervoeren, hoewel het gaat om enkele spitsstroken waar ook spelersbussen en fans over vervoerd zullen worden. Gezien het fileprobleem in Nederland, zal deze maatregel nodig zijn om de wedstrijd op tijd te kunnen laten beginnen. Ook zullen er strikte marketingregels worden gehanteerd. Binnen een straal van 2 km rond de speelstadia hebben WK sponsoren niet het alleenrecht om reclameborden te exploiteren, maar wordt hen wel eerst de mogelijkheid geboden om hier gebruik van te maken. De Heineken Music Hall hoeft dus niet worden gesloten gedurende het WK, maar een incident zoals in Zuid-Afrika met Bavaria jurkjes kan ertoe leiden dat een gebiedsverbod wordt opgelegd.

‘Nederland is van mening dat het toernooi georganiseerd kan worden binnen bestaande wetgeving’ Toch zit er verschil in wat de FIFA eist en wat Nederland biedt. De FIFA wenst bijvoorbeeld zeggenschap over politieinzet, hoewel dit voor Nederland uit den boze is omdat deze bevoegdheid bij de burgemeesters ligt. Nederland is van mening dat het toernooi georganiseerd kan worden binnen bestaande wetgeving. Het is echter de vraag of er wel voldoende naar de pijpen van de FIFA is gedanst en Nederland en België het toernooi in de toekomst mogen organiseren. Sluis noemt het Bidbook een “smeekbrief”, dus aan de organisatie van de HollandBelgiumBid zal het niet liggen. Er zijn echter andere actoren in het spel die hun twijfels beginnen te uiten. De gemeente Amsterdam maakt zich vooral zorgen om het financiële plaatje. De PvdA is de enige partij die geen bezwaren heeft tegen de organisatie van het WK in de stad.3 3 NOS, 10 augustus 2010, “WK-bid: alle bezwaren op een rij”, http://nos. nl/artikel/183270-wkbid-zonder-garanties-geen-wk.html


verdieping

Hoewel de partij wel erkent dat er financiële problemen zijn, gaat de PvdA er van uit dat deze problemen in 2018 zijn opgelost. Ook de VVD is gematigd positief, maar stelt wel dat Den Haag de rekening zal moeten betalen, aangezien het geld in Amsterdam op is. Felste tegenstanders van de manier waarop bestuurlijk is omgesprongen met het WK-bid zijn D66, het CDA, Groen Links en Red Amsterdam. Wachten met een discussie over financiering tot na de toewijzing vinden de tegenstanders volstrekt onverantwoord. In december beslist de Gemeenteraad pas of zij akkoord gaat met plannen omtrent de organisatie van het WK. Ook andere gemeente hebben hun bezwaren geuit en het enthousiasme van enkele jaren geleden lijkt te zijn bekoeld. De inspectie is achter de rug en het afwachten is begonnen. De kans dat Nederland en België het WK mogen organiseren lijkt te zijn verkleind met alle kritiek en financiële problemen. Nederland kan niet voldoen aan alle wensen van de FIFA en de huidige wetgeving moet volstaan. Het gekibbel over geld in de Gemeenteraden helpt ook niet mee. Misschien beslissen de Raden in december wel tegen de organisatie van het WK in de stad. Zonder geld uit Den Haag lijkt het ook geen reële optie te zijn. Het kat en muisspel is begonnen en dit zal geen positief effect hebben op de WK-Bid. Zolang alle politieke neuzen niet dezelfde kant op staan, zal de FIFA toch kiezen voor een gastland zonder mening.

31


Symposium Wetwinkel Amsterdam: Door Suzanne van den Broek

D

e Stichting Wetwinkel Amsterdam bestaat 25 jaar. Ter gelegenheid daarvan werd op 10 september een symposium gehouden over ophoging van de competentiegrens van de kantonrechter In 1985 is de Wetwinkel Amsterdam opgericht door een groepje UvA-studenten. Het doel dat hen voor ogen stond was het toegankelijk maken van juridische bijstand voor een breed publiek. Nu 25 jaar later is het stokje overgedragen aan studenten die de Wetwinkel Amsterdam met dezelfde idealen voortzetten. Zij richten zich op een breed terrein en geven advies over huurrecht, arbeidsrecht, consumentenrecht, bestuursrecht en overige civiele kwesties. In het kader van het jubileum was er op 9 september een actie op het Spui. Studenten in toga gaven kosteloos juridisch advies aan voorbijgangers. Met deze ludieke actie werd aandacht gevraagd voor de Wetwinkel en de nog steeds aanwezige noodzaak tot het toegankelijk maken het juridisch systeem. Die toegankelijkheid is nu, gezien het wetsvoorstel tot verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter, een actueel thema. Dit was dan ook het thema van het symposium dat de Wetwinkel Amsterdam organiseerde. Lars van Amsterdam, voorzitter van de Stichting Wetwinkel Amsterdam, beet het spits af. Met zijn persoonlijke inleiding gaf hij een terugblik met in het licht van het wetsvoorstel zeer actuele waarde. Als eerstejaars student had hij een mevrouw bijgestaan in een weinig kansrijke kwestie. Ze had een telefoonrekening niet betaald, die bij binnenkomst van de dagvaarding verviervoudigd was. Ter zitting leek alles toch goed te komen, de kantonrechter vroeg stevig door en uitte zijn verbazing over het feit dat op geen enkel moment de dialoog was aangegaan of geprobeerd was tot een minnelijke regeling te komen. Net voor beëindiging van de zitting nam mevrouw opeens zelf het woord, zij riep uit dat zij toch eigenlijk zelf ook wel fouten had gemaakt en verkeerd had gehandeld. De uitkomst van de rechtszaak was helaas niet in haar voordeel. Wat gebeurt er als men in de toekomst tot een financieel belang van € 25.000,- bij de kantonrechter terecht kan en tot dit bedrag dus geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt? Kan een leek op juridisch gebied zijn eigen belangen wel goed behartigen? Zal de uitkomst van een proces even

32

nadelig eindigen als in het voorbeeld van Lars? Of is het veel te paternalistisch om te beweren dat een niet juridisch geschoold persoon tegen zichzelf beschermd moet worden en niet zelf het woord kan voeren? Wordt door de verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter het juridisch systeem toegankelijker, of is dit eigenlijk helemaal niet de essentie van het probleem rondom toegankelijkheid? De genodigde sprekers gaven verschillende visies en een genuanceerde kijk op diverse vragen die het wetsvoorstel doet rijzen.

‘Wordt door de verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter het juridisch systeem toegankelijker?’ Mevrouw dr. M. Westerveld (hoogleraar sociale rechtshulp aan de UvA) gaf een overzicht van de ontwikkeling van de sociale rechtshulp. Juni 1970 kwam het ‘Zwarte Nummer’ van Ars Aequi uit. Dit nummer was een aanklacht tegen de praktijken van de toenmalige advocatuur. De schrijvers stelden aan de kaak dat de advocatuur geen gevoel voor mensen in een achterstandspositie had. De kritiek was echter ook gericht op de overheid, die er in 1970, ruime tijd na invoering van de Wet op de Rechtsbijstand, niet in was geslaagd toegankelijke instanties op te richten om de burger te voorzien van juridische ondersteuning. Rond deze tijd kwamen overal in Nederland Wetwinkels op, gedreven door maatschappelijk bewuste juristen. In 1983 werd in artikel 18 van de Grondwet het recht op rechtsbijstand voor minder draagkrachtigen vastgelegd (ook opgenomen in het EVRM). De laatste jaren is een kentering te zien van de eens sterk ideologische achtergrond van sociale rechtshulp naar een meer zakelijke insteek zichtbaar bij het huidige Juridisch Loket. Het Juridisch Loket geeft eerstelijns juridisch advies, staat mensen meestal 1 uur te woord en doet veel minder aan belangenbehartiging. Nu, in tijden van economische onzekerheid en aankomende bezuinigingen, is de rechtshulp paradox een wrange


verdieping

Toegankelijkheid van het juridisch systeem werkelijkheid. Daar waar in tijden van economische voorspoed meer geld is voor sociale rechtshulp, is er bij economische neergang sprake van bezuinigingen. Dit terwijl juist in economisch minder goede tijden meer vraag is naar sociale rechtshulp. De heer dr. M. Loos (hoogleraar privaatrecht aan de UvA) is specialist op het gebied van consumentenrecht. Hij plaatste een aantal kanttekeningen bij procesvertegenwoordiging door individuen die niet juridisch geschoold zijn. Over het algemeen geldt dat de bereidheid tot klagen bij de consument wel aanwezig is. Maar de kennis van rechten en plichten is zowel bij koper als bij verkoper vaak laag. Na een boos telefoontje of het schrijven van een brief weet men niet wat de volgende stap is. Het ontbreekt aan bekendheid met het juridisch jargon, vormvoorschriften die gelden voor het opstellen van een dagvaarding en regels van het bewijsrecht. Daarnaast is het zo dat de consument geconfronteerd wordt met diverse kostenposten, die van tevoren niet waren voorzien. Een risico vormt met name de veroordeling in proceskosten van de wederpartij. Een leek op juridisch gebied zal soms moeite hebben met het inschatten van de haalbaarheid van een bepaalde zaak. Hij zal dan niet alleen het risico lopen het bedrag waar de procedure inhoudelijk over gaat niet toegewezen te krijgen, maar kan vervolgens ook geconfronteerd worden met hoge proceskosten die de wederpartij heeft gemaakt. Hiertegenover staat het zelf inschakelen van een advocaat behoorlijk veel kosten met zich mee kan brengen. De heer mr. J. Westhoff (vice-voorzitter en kantonrechter bij de Rechtbank Amsterdam) stelde in zijn betoog de vraag aan de orde waar verhoging van de competentiegrens precies een oplossing voor is. De kosten van een proces bij de sector kanton zijn aanmerkelijk lager dan bij de andere sectoren

van de rechtbank. Ook is er veelal sneller een vonnis. Achtergrond van het wetsvoorstel kan dus gelegen zijn in een kostenaspect. Voor wat betreft het verschil in kwaliteit van geschilbeslechting tussen rechters kan geen eenduidige conclusie worden getrokken. Kantonrechters hebben op een aantal gebieden veel specifieke deskundigheid. Deze betreft onder andere het arbeidsrecht, maar bijvoorbeeld ook kwesties als telefoonabonnementen. Dit laatste dient qua complexiteit niet te worden onderschat. De andere sectoren van de rechtbank hebben vaak op andere gebieden weer meer deskundigheid, bijvoorbeeld betreffende bouwzaken. Karakteristiek aan de kantonrechter is dat hij door het grote aantal zaken dat wordt behandeld dichtbij de maatschappij staat. Hoewel natuurlijk de wet wordt toegepast ligt toch vaak de nadruk op een praktische oplossing. Westhoff gaf aan dat rechters een zeker improviserend vermogen hebben om een niveau van rechtvaardigheid te bereiken. Een gevolg van het ophogen van de competentiegrens is dat de selectie van kantonrechters zal veranderen. In de huidige groep van kantonrechters onderling is juist veel reflectie op het rechtersbeleid. Een voorbeeld hiervan was de vergadering over de ontbindingsvergoeding bij ontslagzaken. Door deze onderling vast te stellen, werd als het ware geformuleerd dat ontslag deels een ondernemersrisico is, waarvoor bedrijven moeten reserveren. Een maatschappelijke kostenpost werd gelegitimeerd. Opmerkelijk is dat de vraag of justitiabelen zelf procedures willen voeren niet is onderzocht. In de praktijk blijkt wel, dat boven een financieel belang van â‚Ź 5000,- vrijwel niemand zelf optreedt als gemachtigde. Mensen hebben dan ook vaker een rechtsbijstandverzekering. Op de vraag of er kwaliteitsverschil is tussen mensen die zichzelf verdedigen en mensen die zich door een gemachtigde laten bijstaan is moeilijk antwoord te geven. Het is al ingewikkeld om in dit verband vast te stellen wat men moet verstaan onder kwaliteit. Wordt hieronder verstaan het op het verkeerde been zetten van de rechter, maar met een gunstig resultaat, of het in alle eerlijkheid fouten toegeven met nadelige gevolgen? Verschillen in soorten rechtshulpverleners zijn ook moeilijk te duiden. De kwaliteit van advocatenkantoren is wisselend. De heer mr. C. Schouten (advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan) vergeleek de kantonrechter met een dorpsoudste, die vaak kiest voor de meest praktische oplossing van een

33


geschil. Het verhogen van de competentiegrens is naar zijn mening niet verstandig. Hierbij haalt hij het spreekwoord aan: ‘he who is his own lawyer has a fool for a client’. Om belangen goed te behartigen is een bepaalde mate van distantie noodzakelijk. Om deze reden kan een individu beter niet optreden als zijn eigen vertegenwoordiger. In een proces zijn feiten belangrijker, dan strikt het juridisch kader. Juist om feiten helder voor het voetlicht te brengen en ze voor zichzelf te laten spreken is afstand belangrijk. Kritiek op de advocatuur en de kwaliteit hiervan is geen goede reden om een cliënt zijn eigen belangen te laten vertegenwoordigen. Vakkennis is noodzakelijk bij het voeren van een procedure. Hierbij ligt er een valkuil in het eenzijdig afgaan op het financieel belang dat met een zaak gemoeid is. Juridische complexiteit is niet gekoppeld aan het materieel belang. Een zaak met een relatief laag belang kan veel ingewikkelder zijn dan een miljoenenkwestie. Het wetsvoorstel brengt het gevaar met zich mee dat dit een eerste stap zal zijn tot beperking van door de overheid gefinancierde rechtshulp. Wellicht wordt eerder aangenomen dat een individu zichzelf wel kan vertegenwoordigen. Door het verhogen van de competentiegrens van de kantonrechter bestaat volgens Schouten de kans dat een nieuwe leemte ontstaat. Mensen zullen minder snel een advocaat raadplegen, maar zullen waarschijnlijk wel enige vorm van ondersteuning wensen. Dit kan leiden tot een grote toevloed van zaken naar de Wetwinkel. In verband met het toegankelijk maken van sociale rechtshulp wijst hij op de ‘code Drion’. Mr. Drion heeft zich sterk gemaakt voor het toegankelijk maken van rechtshulp en gewezen op de verantwoordelijkheid die advocatenkantoren hierin zelf moeten nemen. Als laatste spreker op het symposium nam mevrouw dr. M. Ter Voert (onderzoekster bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie) het woord. Zij wijst op een evaluatieonderzoek van dr. Eshuis, dat is gedaan naar aanleiding van de in 1999 doorgevoerde verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter. Destijds ging het bedrag waarvoor men nog kon procederen bij het kantongerecht van f 5000,- naar f 10.000,-. Dit heeft niet geleid tot meer zaken in de categorie boven f 5000,-, slechts het segment is verschoven. Wel zijn er minder zaken voor de kantonrechter gekomen met een financieel belang onder de f 5000,-, de oorzaak hiervan is dat voor de ophoging veel vorderingen werden opgesplitst om toch nog bij de kantonrechter terecht te kunnen. Bij

34

de wijziging in 1999 is er ook het een en ander verandert in de procesvertegenwoordiging. Het zelf starten van een procedure bleef weinig voorkomen, wel kwam het duidelijk vaker voor dat iemand zich zonder gemachtigde ging verweren. In verhouding werd veel vaker gebruik gemaakt van gerechtsdeurwaarders en minder van advocaten. Mevrouw Ter Voert sprak de verwachting uit, dat verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter niet zal leiden tot meer zaken voor de rechter. Waarschijnlijk zal een juridische procedure wel goedkoper en sneller worden. Wat precies de meerwaarde van procesvertegenwoordiging is en of de kwaliteit van procedures achteruit gaat is niet duidelijk. Ook kan niets gezegd worden over een te verwachten verschil in winst- en verliespercentages gezien het feit dat een grotere groep mensen de eigen procesvertegenwoordiging op zich neemt. De verschillende invalshoeken en standpunten van de sprekers maken het moeilijk een conclusie te trekken. In ieder geval is het duidelijk dat nog weinig gezegd kan worden over consequenties van het ophogen van de competentiegrens van de kantonrechter. Advocaten zullen waarschijnlijk minder snel geraadpleegd worden. Hoe dan ook is een goede taalvaardigheid en kennis van procedures noodzakelijk. Zeker als het gaat om grote financiële belangen van boven de € 5000,- is het daarom aan te raden een deskundige te raadplegen. Voordeel is dat deze deskundige niet meer perse een dure advocaat hoeft te zijn. Het speelveld van de sociaal juridische dienstverlening wordt hiermee ruimer. Belangrijk blijft dat een persoon zich bewust is van de noodzaak van deskundigheid en het hebben van distantie tot de feiten. Een kritische noot bij deze discussie vormt de vraag of het wetsvoorstel niet voorbij gaat aan de essentie van het probleem. Is het wel daadwerkelijk zo, dat mensen die nu geen goede oplossing voor een geschil vinden gebaat zijn bij ophoging van de competentiegrens? Of moet er veel meer aandacht zijn voor het realiseren van betaalbare rechtsbijstand voor hen die tussen wal en schip vallen? Juist op dit laatste punt wordt er veel goed werk verricht door de Wetwinkel. Vanaf 1 november 2010 zoekt de Wetwinkel Amsterdam nieuwe vrijwilligers. Dit is de uitgelezen mogelijkheid om praktijkervaring op te doen en een goed CV op te bouwen. Kijk voor meer informatie op www.wetwinkelamsterdam.nl.


verdieping

Amsterdam: een doolhof van drugs Door Zsofia Zsiros

O

p het Leidseplein rookt een groepje Italiaanse jongeren een joint. Onder veel Italiaans geschreeuw wordt het rokende object doorgegeven. Een Amerikaans echtpaar kijkt enigszins geschrokken toe. Ze kijken elkaar aan, mompelen wat en lopen vervolgens snel door. De man van het echtpaar kijkt nog stiekem even om, alsof hij ieder moment aangevallen kan worden door deze ‘criminelen’. Hoe on-Amsterdams het ook mag zijn, ergens begrijp ik deze reactie nog steeds wel. Dat het gebruik van bepaalde drugs wordt toegestaan is één ding, dat dit midden op straat gebeurt en dat coffeeshops tegenwoordig je ‘de drugs van de dag’ proberen aan te smeren is een ander ding. Alsof het over de dagschotel van je favoriete eetcafé gaat. Mag je eigenlijk reclame maken als coffeeshop? Zijn er nog restricties met betrekking tot het gebruik van drugs bijvoorbeeld midden op een plein, park, of in een bushalte? Gek dat ik over Amsterdams belangrijkste ‘selling point’ eigenlijk zo weinig weet. Een korte rondvraag onder mijn mederechtenstudenten leidt tot dezelfde conclusie. Tijd dus voor een overzicht van wat nu precies wel en niet mag. Voor de liefhebber. Achtergrond Natuurlijk weten de meesten wel dat het enigszins ingewikkelde beleid dat niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland gevoerd wordt, ten eerste te maken heeft met het ‘zichtbaar maken’ van drugsgebruik. De Nederlandse wetgever is van mening dat het beter is drugs in de legaliteit te betrekken. Om een zodanig hardnekkig probleem volledig te verbieden zal er alleen maar voor zorgen dat er meer en meer een illegaal drugscircuit zal ontstaan, dat nog moeilijker onder controle te krijgen is. Op de tweede plaats baseert de wetgever zijn beleid op het beginsel dat het gebruik van drugs in beginsel een persoonlijke aangelegenheid is: iedereen mag zelf beslissen over zijn of haar eigen gezondheid. Of je nu besluit alcohol te drinken, te roken, alleen maar ongezond te eten en niet te sporten of drugs te gebruiken, in de ogen van de overheid is dat niet een keuze die de wetgever voor jou mag maken. Het is niet direct een kwestie van criminaliteit. Net zoals het geen criminele kwestie is om verslaafd te zijn aan Ben & Jerry’s ijs.

Verschillende drugs, verschillend beleid Alle drugs in Nederland valt te verdelen in twee categorieën: hard drugs en soft drugs. Deze onderverdeling wordt gemaakt in de Nederlandse Opiumwet, in tegenstelling tot vele andere Europese landen, waar men dit onderscheid niet kent. Het gebruik van harddrugs acht de Nederlandse overheid zeer ongewenst, aangezien dit onaanvaardbare risico’s met zich mee zou brengen. De regels met betrekking tot deze eerste categorie drugs zijn dan ook vrij eenduidig. Artikel 2 van de Opiumwet stelt dat het verboden is alle drugs genoemd op Lijst I van dezelfde wet binnen of buiten het

‘iedereen mag zelf beslissen over zijn of haar gezondheid’ grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Deze lange lijst komt er eigenlijk op neer dat het vervaardigen van harddrugs verboden is en alle handel daarin ook. Onder lijst I van de Opiumwet vallen onder andere Heroïne, Cocaïne, Opium, Morfine, XTC, LSD, en nog veel meer. Regelmatig worden er nieuwe soorten drugs geïntroduceerd en worden soms dus ook nieuwe soorten aan lijst I toegevoegd. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2003, toen er een discussie over de in smartshops verkrijgbare drugs Ephedra op gang kwam. Na grondig onderzoek naar de mogelijke bijwerkingen van deze drugs (hartaanvallen, beroertes, hartkloppingen) heeft de wetgever besloten om deze drugs ook op te nemen om lijst I van de Opiumwet. Een ander voorbeeld zijn Paddo’s, die vroeger op lijst II van de Opiumwet stonden en als softdrugs werden beschouwd. Na jaarlijks honderden gevallen van medische zorg na het gebruik van Paddo’s, met als toppunt het overlijden van een 17-jarige Franse toeriste na het gebruik van deze drugs, heeft de wetgever per 1 november 2008 de verkoop ervan verboden. Naast de Opiumwet zijn nog meer regels te vinden over het gebruik van harddrugs in lagere wetgeving. Zo schrijft de APV van Amsterdam in artikel 2.2 voor dat het ‘verboden is

35


om op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw of vaartuig harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voor handen hebben..’ Als de Italiaanse jongeren aan het begin van dit artikel dus harddrugs hadden gebruikt waren de boze blikken van het Amerikaanse echtpaar wel terecht geweest. Eigenlijk zijn de regels met betrekking tot de categorie softdrugs degenen die verwarring zaaien. Net als voor de harddrugs is er in de Opiumwet artikel 3 opgenomen dat het verboden is ‘om middelen opgenomen op lijst II van dezelfde wet binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren’. Je mag ze ook niet vervaardigen of aanwezig hebben. Op lijst II kunnen we bijvoorbeeld de in onze ogen relatief ‘onschuldige’ hasj en hennep vinden. Wederom wordt het gebruik zelf van deze middelen niet volledig verboden, maar wel aan banden gelegd. In Amsterdam luidt artikel 2.8 van de APV dan ook: ‘het is verboden om op door Burgemeester en Wethouders aangewezen wegen of weggedeelten alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen e.d. bij zich te hebben, of softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben’. De gemeente kan dus bepaalde openbare gebieden aanwijzen als gebied waar het verboden is om enige vorm van softdrugs te gebruiken. Afgaande op deze regels met betrekking tot softdrugs lijkt het ondenkbaar dat in Amsterdam zo open softdrugs gekocht en verkocht kan worden. Dit komt door het inmiddels beruchte gedoogbeleid dat Nederland voert ten aanzien van softdrugs. Het bezit van softdrugs voor persoonlijk gebruik wordt weliswaar gezien als een overtreding, maar wordt niet strafrechtelijk vervolgd in bepaalde omstandigheden. Dit is het geval als je bezit gaat om kleine hoeveelheden, namelijk maximaal 5 gram cannabis. Bovendien moet je boven de 18 jaar zijn om softdrugs te mogen kopen. Mocht je deze regels overtreden hangt je wel eventueel een strafrechtelijke vervolging boven het hoofd. Voor coffeeshops gelden ook bijzondere regels, de zogenaamde AHOJ-G criteria. De maximale voorraad softdrugs die een coffeeshop mag hebben is 500 gram, maar iedere gemeente kan een lager maximum vaststellen. Daarnaast mag een coffeeshop geen alcohol verkopen. Er is een verbod op toegang voor personen jonger dan 18 jaar en de softdrugs mag niet met meer dan 5 gram tegelijk verkocht worden. Ook mogen coffeeshops geen reclame maken voor hun producten. Ze dienen geen overlast te

36

veroorzaken in de buurt en mogen tot slot uiteraard geen harddrugs verkopen. Met inachtneming van deze regels is het in sommige gemeenten toegestaan om in een coffeeshop softdrugs te verkopen. Hoe verder? Dit simpele gedoogbeleid van Nederland is natuurlijk nog steeds over de hele wereld bekent. Al lijkt in Nederland zelf de discussie over het gedogen van softdrugs nog lang niet te zijn beslecht. In 2009 nog publiceerde de adviescommissie drugsbeleid van het kabinet een rapport onder de naam ‘Geen deuren maar daden’, waarin toch gepleit wordt voor meer controle op het drugsgebruik. Zo wil de commissie een nieuwe drugsautoriteit in het leven roepen, die het drugsbeleid permanent zal monitoren en waardoor de regels systematischer gehandhaafd kunnen worden. Met name het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren, moet volgens de commissie sterk tegen worden gegaan, nu de gevolgen van dit gebruik veel ernstiger blijken te zijn dan aanvankelijk werd aangenomen. Het verschil tussen hard – en softdrugs zou moeten komen te vervallen en de coffeeshops zouden weer kleinschaliger moeten worden. Aan de andere kant blijven er ook continu berichten verschijnen van mensen die een wat andere mening verkondigen. In mei van dit jaar meldden de kranten nog dat het PvdA een onderzoek instelt naar de legalisering van softdrugs. Zij menen dat ‘Coffeeshops in de toekomst hetzelfde behandeld moeten worden als een gewone kroeg’. Drugsbendes kunnen volgens hen op deze manier verdreven worden, waardoor de werkdruk van politie en justitie omlaag gaat en de samenleving veiliger zal worden. Kortom, of je nou ‘softdrugs legaliseren’ of ‘einde gedoogbeleid softdrugs’ intypt op google, je zal gegarandeerd honderden medestanders vinden. Het laatste woord lijkt hierover niet gezegd. Als afsluiting kan ik waarschijnlijk dan ook beter zeggen: to be continued…


NEW YORK - SÃO PAULO - WASHINGTON D.C. - AMSTERDAM - BARCELONA - BRUSSEL - BOEKAREST - DÜSSELDORF - FRANKFURT - KIEV - LONDEN - LUXEMBURG - MADRID MILAAN - MOSKOU - MÜNCHEN - PARIJS - PRAAG - ROME - WARSCHAU - ABU DHABI - DUBAI - RIYAD - BANGKOK - PEKING - DELHI - HONG KONG - SJANGHAI - SINGAPORE - TOKIO

Rondje van de zaak?

Please select a pull-quote Opleiding van de zaak?

Fiets van de zaak? Word advocaat-stagiair bij Clifford Chance Wil jij ook bij de top van de internationale advocatuur horen? Word dan advocaat-stagiair bij Clifford Chance, één van de meest toonaangevende advocatenkantoren ter wereld. Je vindt Clifford Chance in hartje Amsterdam, waar we je in drie jaar tijd klaarstomen tot een advocaat van wereldniveau. Ook vanuit deze toplocatie werken in de internationale advocatuur? Solliciteer nu op wordadvocaatstagiair.nl en begin je eerste werkdag op een fiets van de zaak!

wordadvocaatstagiair.nl


De Voetbalwet; Door Vincent Vleugel

A

msterdam en voetbalvandalisme: de twee lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit voorjaar nog werd - uit angst voor supportersrellen - de bekerfinale tussen Ajax en Feyenoord in tweeën gesplitst, met een bezoekverbod voor supporters van de uitspelende club. Eén wedstrijd, met beide supportersgroepen aanwezig, zou de maatschappij ruim 1 miljoen euro hebben gekost aan beveiliging. Het is een structureel probleem: In het seizoen 2008-2009 besteedde de Nederlandse politie 287.360 uur aan het betaald voetbal. Ajax was dat seizoen na Feyenoord (ruim 27.000 uur) en ADO Den Haag (ruim 17.000 uur) de club met de meeste politie inzet: 16.790 uur. Aangezien voor de inzet van één politie agent zo’n 36 euro per uur moet worden gerekend, leert een klein rekensommetje dat de totale kosten voor de inzet van de politie om de orde te handhaven bij voetbalwedstrijden ongeveer 10,5 miljoen euro bedroeg.1 Een veelgenoemd probleem bij het bestrijden van voetbalvandalisme is de beperkte bevoegdheid van burgemeesters om preventief in te grijpen. Immers, is voorkomen niet beter dan genezen? Voor de oplossing van dit probleem is nu de hoop gevestigd op de per 1 september 2010 in werking getreden ‘Voetbalwet’, of voluit de ‘Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast’. 2 Met de bevoegdheden uit artikel 172a van de Gemeentewet, artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering en artikel 141a van het Wetboek van Strafrecht wordt beoogd het instrumentarium van de veiligheidsautoriteiten uit te breiden met instrumenten waarmee de burgemeester, de politie en het Openbaar Ministerie het overlastgevende gedrag vroegtijdig kunnen stoppen, preventief kunnen ingrijpen en het groepsproces kunnen doorbreken door het scheiden van voorlopers en meelopers. Op basis van artikel 172a van de Gemeentewet kan de burgemeester een gebiedsverbod, een groepsverbod en/of een meldingsplicht opleggen. De officier van justitie verkrijgt op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven. De OvJ kan vier soorten gedragsaanwijzingen geven, te weten een straat- of gebiedsverbod, een contactverbod, een meldingsplicht of de aanwijzing zich te doen begeleiden bij hulpverlening. Tot slot maakt artikel 141a van het Wetboek van Strafrecht het 1 CIV, Jaarverslag Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme, <http://www.civ-voetbal.com/Organisatie/document/jaarverslag_2008-2009.pdf> 2 Stb. 2010, 325

38

mogelijk dat de officier van justitie een opsporingsonderzoek kan starten tegen personen die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen. Inlichtingen uit communicatievormen als sms, telefoon en internet (twitter, facebook, etc.), over het voorbereiden van een geweldpleging worden hierdoor strafbaar gesteld. Hiermee wordt opsporing van deze handelingen al in een vroeg stadium mogelijk en kan de persoon die de handelingen heeft gepleegd strafrechtelijk worden vervolgd.3 De voetbalwet heeft tot veel discussie geleid. Zo is volgens een vertegenwoordiger van de politievakbond (ACP) de wet te beperkt, omdat een burgemeester volgens de nieuwe wet alleen een stadion- of gebiedsverbod in de eigen gemeente op kan leggen. Met andere woorden: een Feyenoordhooligan die zich in Amsterdam bij Ajax misdraagt, kan dat daarna in Den Haag, Utrecht, Tilburg en Groningen weer doen. Ook Frank Pauw, binnen de Raad van Korpschefs verantwoordelijk voor de aanpak van voetbalgeweld, heeft al gewaarschuwd voor te hoge verwachtingen. In vergelijking met de Engelse voetbalwet, die als voorbeeld heeft gediend, is de Nederlandse wet vele malen milder. In Engeland zijn de straffen veel zwaarder en de uitvoering ervan is zonder pardon. Ze krijgen een landelijk stadionverbod, een contact- of omgevingsverbod voor alles dat met voetbal te maken heeft en een uitreisverbod voor het buitenland. In de Nederlandse wet is de maximale strafeis voor het overtreden van het stadion- of omgevingsverbod 3 maanden tot 1 jaar.4   Tegenover het oordeel vanuit politiekringen dat de wet te beperkt is, staat het oordeel van de Raad van State. Deze vindt de voetbalwet juist te ver gaan. Met betrekking tot de meldingsplicht merkt de Raad op dat in het wetsvoorstel niet is geregeld hoe vaak per dag, per week of per maand iemand verplicht kan worden zich te melden. Zij vindt dat daardoor het gevaar bestaat dat de beperking van de bewegingsvrijheid niet meer in verhouding staat tot het doel dat daarmee wordt gediend. De Raad plaatst ook kanttekeningen bij het strafbaar stellen van ‘opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen’. De Raad wijst erop dat iemand aldus strafbaar kan 3 Ministerie van BZK, Handreiking wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, <http://www.hetccv.nl/ binaries/content/assets/ccv/dossiers/uitgaan-en-recreeren/voetbalvandalisme/handreiking-wet-mbveo.pdf> 4 <http://www.binnenlandsbestuur.nl/voetbalwet-stuit-op-scepsis.203607.lynkx>


verdieping

Het eind van de Ajax hooligan? zijn zonder dat hij daadwerkelijk poogt de openbare orde te verstoren: Alles wat hij doet is nog in het voorbereidende stadium. In het stelsel van het Nederlandse strafrecht is voorbereiding alleen strafbaar als het gaat om zeer ernstige strafbare feiten. Het gaat dan om terroristische misdrijven en misdrijven waarop een maximumstraf van acht jaar staat. Het nu voorgestelde misdrijf is lichter, de maximumstraf is vier en een half jaar. De Raad vindt dan ook dat deze strafbaarstelling een bijzondere rechtvaardiging verdient.5

‘de maximale strafeis voor het overtreden van het stadion- of omgevingsverbod is 3 maanden tot 1 jaar’ De Groningse hoogleraar rechtswetenschap Jan Brouwer noemt de Nederlandse wet een ‘panacee’ en een ‘slap aftreksel’. Hij denkt zelfs dat de wet het optreden van burgemeesters minder daadkrachtig maakt. De burgemeester moet volgens de Voetbalwet wachten tot de officier van justitie heeft beslist of een raddraaier strafrechtelijk wordt aangepakt. Dat vertraagt het proces alleen maar. In de praktijk zal de Voetbalwet slechts sporadisch uit de kast worden gehaald, voorspelt Brouwer. Hij verwacht dat de burgemeester in eerste instantie zal grijpen naar zijn eigen APV en daaruit omgevingsverboden zal inzetten.6 Ook onder burgemeesters zijn de reacties verdeeld. De eerste reacties van gemeenten op het aannemen van de wet zijn positief. Een aantal burgemeesters vindt vooral het signaal dat er van de wet uitgaat prima, zij zien het als een steuntje in de rug. Maar de meeste aarzelen of ze de bevoegdheden zullen benutten. Een groot deel is nog bezig de wet te vertalen naar de praktijk. Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, heeft al aangegeven de wet ontoereikend te vinden. Aboutaleb

betreurt het dat burgemeesters pas mogen optreden als sprake is van ‘herhaaldelijke verstoring van de openbare orde’.7 Burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht denkt dat de Voetbalwet “het gat tussen de wetten van de straat en de staat” kan dichten. Veroordeelden gaan volgens Wolfsen vaak in hoger beroep en daarna in cassatie. Hangende deze zaken kan een burgemeester niets doen, en dat acht hij slecht voor het imago van het strafrecht. Met de Voetbalwet kan de burgemeester of de officier van justitie een voorlopig gebiedsverbod of straatverbod opleggen, hangende de procedure. Dat biedt de mogelijkheid om het rustig te houden in de buurt.8 En Amsterdam? Hoe zijn de reacties vanuit onze eigen stad? Het lijkt er op dat onze burgemeester Van der Laan vooralsnog niet echt een mening heeft over de Voetbalwet. Of hij verkondigt hem niet. Gezien de verdeeldheid van de bovenstaande discussie misschien niet eens zo onverstandig. De wet zal in de praktijk zijn waarde moeten bewijzen. En als de praktijk tegenvalt, dan is er altijd nog de Motie-Dölle. In deze motie spreekt de Eerste Kamer uit dat, indien zou blijken dat op het punt van de bestrijding van voetbalvandalisme de wet onverhoopt onvoldoende effect heeft gehad,   een onderzoek dient plaats te vinden naar de mogelijkheden om elementen  uit de Engelse wetgeving (Football Spectators Act), al dan niet aangepast, te incorporeren in de Nederlandse wetgeving.9 Ondertussen lijkt één ding zeker: van de Ajax hooligan zijn we nog lang niet af…

7 <http://www.nrc.nl/binnenland/article2605553.ece/Aboutaleb_Voetbalwet_is_te_beperkt> 8 <http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article1394075.ece/ Voetbalwet_dicht_gat_tussen_wetten_van_de_straat_en_wetten_van_de_staat> 9 <http://www.eerstekamer.nl/motie/motie_dolle_cda_c_s_over_ onderzoek>

5 <http://www.raadvanstate.nl/adviezen/samenvattingen/ samenvatting/?summary_id=35> 6 <http://www.binnenlandsbestuur.nl/voetbalwet-stuit-op-scepsis.203607.lynkx>

39


Mijn zomer – student stagiar op de Zuidas Door Jeroen Westveer

Z

oals een aantal van jullie weten ben ik afgelopen jaar voorzitter geweest van deze mooie vereniging. Een mooie ervaring waar ik enorm veel van heb geleerd. Mijn ouders zeiden vroeger al tegen me dat ik advocaat moest worden, “omdat ik zo makkelijk en vooral zo veel praatte”. Nu is het waar dat je met een grote mond vaak opvalt en misschien makkelijker binnenkomt, maar toch ben ik op een punt beland waar mijn communicatieve vaardigheden niet meer genoeg zijn voor een plekje aan de top. Inhoud moet ik leveren. Diep de materie induiken. Kwaliteit boven kwantiteit. Hmm… Als voorzitter ben ik een jaar lang het gezicht geweest van de vereniging voor de “buitenwereld”. Daarmee bedoel ik niet alleen de studenten, maar ook onze sponsoren, die het mogelijk maken dat de JFAS bestaat. Een groot deel van die sponsoren zijn gehuisvest aan de Zuidas. De Zuidas, een plek die sommige mensen de rillingen geeft. Die mensen zullen vervolgens aan zichzelf eerlijk moeten toegeven dat ze er nog nooit geweest zijn, althans niet bij de grote advocatenkantoren die daar zitten. Nou, ik dus wel afgelopen jaar, ha! Ik heb, door allerlei gesprekken die ik had in het kader van de sponsorwerving en ook door de kantoorbezoeken die wij hebben georganiseerd naar alle kantoren, inmiddels best een goed beeld van wat er allemaal gebeurd in dat wereldje, al zeg ik het zelf. Het is een ambitieuze wereld, een harde soms, maar wel uitdagend en interessant. Ik voelde me in a way soms geïmponeerd, maar wel aangetrokken. Ik voelde een sterke noodzaak om nader kennis te maken met de Zuidas. En dat heb ik gedaan! Ik heb mijn zomerplannen opgegeven om stage te gaan lopen bij Freshfields Bruckhaus Deringer, een van origine Engels-Duits kantoor waarvan de hoofdvestiging zich in Londen bevindt. Ze hebben over de hele wereld vestigingen, waaronder dus ook in Amsterdam, waar ik zat. Alhoewel de plekjes op de ranglijsten nog wel eens verschillen zitten ze standaard bij de top 3 ter wereld qua grootte. Als je puur naar Nederland kijkt zijn ze niet zo groot als bijvoorbeeld een De Brauw of een Stibbe, maar alsnog gewoon groot.1 1 Geen idee waar dit allemaal over gaat? Zie voor een ranglijst bijvoorbeeld: http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_100_largest_ law_firms

40

Laat ik maar gewoon gelijk beginnen bij het grootste minpunt van je zomer opgeven voor een stage. Je geeft je zomer op! Je zit binnen, je maakt flinke dagen, terwijl je vrienden je mails sturen over tuben in Cambodia, full-moon parties in Thailand of interrailen door het voormalig Oostblok. En dat is…soms…gewoon ENORM BALEN. Het voordeel van je stage in de zomer doen is wel dat je gewoon verder kan gaan met je studie in september. Ik vond het tijdtechnisch niet relaxed om er een semester voor op te geven. Je kan namelijk naast je stage écht niet studeren, daarvoor werk je simpelweg teveel. Dan de voordelen. Je leert echt ontzettend veel. Ik kan met alle eerlijkheid zeggen dat ik in twee maanden stage meer heb geleerd dan in twee jaar studeren. Een punt van kritiek op het systeem van de universiteiten in Nederland is dat de praktijk en theorie te ver uit elkaar staan. Daar was ik het al mee eens, maar nu helemaal. Ben je op de universiteit bezig met het beschouwen van problemen, op kantoor was ik bezig met het oplossen van problemen.

‘Het is een ambitieuze wereld, soms een harde, maar wel uitdagend en interessant.’ Als stagiair bij zo een kantoor hoef je echt geen koffie te halen of te kopieëren, dat zijn fabeltjes. Ze waren geïnteresseerd in mij als persoon en ik werd dan ook als volledig lid van de sectie beschouwd. Ik mocht mee naar jurisprudentielunches, rechtzaken waar we mee bezig waren en ook natuurlijk naar de sociale activiteiten zoals de vrijdagmiddagborrels. De foto bij dit artikel is genomen op Sail, waar we met de hele sectie zijn gaan varen met de boot van de partner van onze sectie, a.k.a. De Kapitein.


stageverslag

Ik deed overdag “klusjes”, kleine jurisprudentie- en literatuuronderzoekjes. Ook schreef ik veel memo’s, waarbij een advocaat mij vroeg om even de huidige stand van zaken op het gebied van een bepaalde rechtsvraag samengevat weer te geven. Het leukste is, en daar werken de advocaten vaak aan mee, dat je later, als het eindresultaat van het onderzoek uiteindelijk naar de cliënt gaat, kunt zien wat je daadwerkelijke bijdrage is geweest aan het geheel. Soms waren mijn stukken flink gecorrigeerd en eigenlijk onherkenbaar, en soms (vooral op het eind..want je maakt een mooie groeicurve mee) werden mijn stukken gelijk in het dossier opgenomen. Dat is een enorm mooi gevoel, omdat onze cliënten ook vaak hele grote bekende bedrijven zijn, zowel nationaal als internationaal. Ik heb mezelf enorm verbeterd deze zomer en had deze ervaring voor geen goud willen missen. Mijn collega’s waren zeer bereid om mij op pad te helpen met mijn memo’s en als ik “klaar” was mij van opbouwende kritiek te voorzien wat betreft de structuur, inhoud en taalgebruik (Engels en Nederlands). Er worden geen wereldwonderen van je verwacht want, eerlijk is eerlijk, je bent gewoon nog student. Aan het eind van de stage kwam er een evaluatiegesprek waarbij eerlijk en open wordt gepraat over je sterke en zwakke punten. Heel verfrissend om te horen, al moet gezegd worden dat ik wel blij was met wat ze tegen me zeiden. Punten van kritiek waren er ook: Soms wat minder gezelligheid, meer inhoud. Ik kon het er niet meer mee eens zijn. Point taken en ik ga ervoor!

41


Profielschets. Voorpaginanieuws en maatschappelijk relevant werk. Hoge verwachtingen. Herkenbaar? Voor ons wel.


De advocaten en notarissen van Pels Rijcken leveren juridisch maatwerk. Gedreven door inhoud werken we voor toonaangevende cliënten, waaronder publieke organisaties en ondernemingen. Als geen ander hebben we ervaring in de publieke sector, de landsadvocaat is een van onze partners.

adv Profiel 195x235 mm los:adv Profiel A4 losse pagina's 22-12-09 12:06 Pagina 2

De advocaten en notarissen van Pels Rijcken leveren juridisch maatwerk. Gedreven door inhoud werken we voor toonaangevende cliënten, waaronder publieke organisaties en ondernemingen. Als geen ander Meer weten? Student-stage Werken Pels Rijcken in de publieke Investeren in kennis is hebbenbijwe ervaring sector, de landsadvocaat is een van onze partners. Eén van de mogelijkheden Wil jij mee naar een zitting, Vanaf het begin van je stage investeren in mensen deel je een kamer met een meer ervaren sectiegenoot. Zo word je al vanaf het begin inhoudelijk bij zaken betrokken, raak je sneller thuis in dossiers en heb je steeds een klanbord. Je werkterrein is natuurlijk niet beperkt tot je kamer; binnenlopen doe je bij iedere sectie genoot. Samenwerking is een uitgangs punt dat wezenlijk is voor kwaliWerken bij Pels Rijcken teit en werk-plezier. Bij dit Vanaf het begin van je stage leren in de praktijk hoort het deel je een kamer met een meer bijwonen van besprekingen, ervaren sectiegenoot. Zo word je cliëntbezoek en meegaan al vanaf het begin inhoudelijk bij naar zittingen: zo leer je om zaken betrokken, raak je sneller te gaan met cliënten, wederthuis in dossiers en heb je steeds partijen en andere advocaten, een klankbord. Je werkterrein is notarissen en rechters. natuurlijk niet beperkt tot je kamer; binnenlopen doe je bij Kiezen voorgenoot. Pels Rijcken iedere sectie SamenKiezen Pels Rijcken is dat werkingvoor is een uitgangs punt kiezenvoor een informeel wezenlijk is voor kwaliteit en en uitdagendkantoor werkplezier. Bij dit leren in de waar opleiding, praktijk hoort hetjuridische bijwonen van interesse en plezier in en besprekingen, cliëntbezoek het werk naar centraal staanzo leer meegaan zittingen: en kwaliteit van je om te gaanhet metwint cliënten, kwantiteit.Wij selecteren wederpartijen en andere en trainen notarissen onze advocaten advocaten, en en notarissen niet enkel op rechters.

juridisch talent. Analytisch en probleemoplossend Kiezen voor Pels Rijcken vermogen, reële kijk Kiezen voor een Pels Rijcken is kiezen op dingen en sociale voor een informeel en uitdagend competentie zijn minstens kantoor waar opleiding, juridische interesse en plezier in het even belangrijk. werk centraal staan en kwaliteit het wint van kwantiteit. Wij selecteren en trainen onze advocaten en notarissen niet enkel op juridisch talent. Analytisch en probleemoplossend vermogen, een reële kijk op dingen en sociale competentie zijn minstens even belangrijk.

We hechten een groot belang aan een permanente ontwikkeling van onze juristen. Je passie voor inhoud, je ambitie om cliënten het beste advies te bieden, je talent en intellectuele scherpte: samen bepalen ze je loopbaan bij Pels Rijcken. Je loopbaan in de advocatuur start met een advocaat-stage. Onze interne opleiding, “De Investeren in kennis is investeren Verrijcking”, is een aanvulin mensen ling op de beroepsopleiding Het opleiden van juristen vinden die iedere stagiaire volgt wij belangrijk. Zij bepalen vanaf het begin van de stage. tenslotte de kwaliteit van onze De Verrijcking richt zich op juridische dienstverlening. de praktijk van kantoor en Daarom wordt geïnvesteerd in omvat een aantal inhoudekennis, leiden we onze juristen lijke verdiepingscursussen – beginnende en gevorderde – en vaardigheidstrainingen. op en hechten groot belang aan Gedurende je stage leer je de permanente ontwikkeling. aangeleerde vaardigheden van dekennismaken? opleiding in te bedden Nader in de dagelijkse Student-stage praktijk.

om kennis te maken is het volgen van een studentstage. Een student-stage bij Pels Rijcken is twee maanden aan de slag tussen gedreven advocaten en notarissen. De eerste twee weken van je stage is onze bibliotheek je uitvalsbasis. Samen met de andere student-stagiaires maak je kennis met ons kantoor en met de secties Mr.Z Meesterzet en praktijkgroepen. Hierna In juli 2010 maak je drie dagen werk je zes weken in een lang de praktijk mee van ons sectie. Ondertussen schuif kantoor. Samen met je team ga je je wekelijks aan bij de de juridische strijd aan en komen werkgroep voor advocaater vele interessante, onverwachte stagiaires en kandidaaten boeiende situaties op je pad. notarissen, onder leiding van Met hulp van onze advocaten en de landsadvocaat. notarissen maak je je deze meester. Op de laatste dag komt Mr.Z deze strijd tot een eind in een In juli 2011 kun je drie dagen zinderende finale. Kortom, dit de praktijk meemaken van mag je niet missen!

ons kantoor tijdens Mr. Z, de Rijcken. Een student-stage bij Pels Rijcken masterclass Daarnaast zijnvan wij Pels het gehele Samen met jeopteam ga je Nader kennismaken? betekent meer dan het vanuit jaar aanwezig juridische de juridische strijd aan en Pels Rijcken je mee onderzoek enneemt literatuur beantbedrijven dagen, seminars, komen er vele interessante, naar eenvan zitting woorden vragen. Je bent ook workshops in het hele land. Hoe hetverantwoordelijk is om bij Pels Rijcken (mede) voor het onverwachte Ook ontvangenen weboeiende graag situaties op je pad.enOp te werken, zie je niet alleen maken van notities en concepten studieverenigingen de laatstegezelschappen dag komt deze op ons kantoor. Veel van het voor processtukken. Verder ga je studenten tot een eind in een werk van onze regelmatig mee advocaten naar zittingen en strijd op kantoor. speelt zich af Heel in dewat rechtsbesprekingen. van onze zinderende finale. Kortom, dit mag je niet missen! zaal. Nieuwsgierig wat onder dat huidige kantoorgenoten, wie de huidige inhoudt? Looplands dan advocaat, met ons zijn korter of langer geleden als mee. student-stagiaire begonnen.

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen

deelnemen aan één van onze activiteiten of meer informatie over Pels Rijcken? Kijk op onze website www.werkenbijpelsrijcken.nl of neem contact op met Anne van Busselen of Robin Funnekotter. De deur staat open! Anne van Busselen at.vanbusselen@pelsrijcken.nl Direct solliciteren? 070 515 38 25 Pels Rijcken is constant op zoek naar talent en publiceert regelRobin Funnekotter matig vacatures voor specifieke r.funnekotter@pelsrijcken.nl secties. Als zo’n plek je aan070 515 38 43 spreekt, kun je gericht solliciteren. Maar liever maken we plek voor het juiste talent. Dus als je jezelf herkent in onze manier van werken, als je weet wat je in huis hebt en je wilt je talent verder ontwikkelen, dan zien we je open sollicitatie graag tegemoet. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn T.a.v. Ellen Lette (recruiter) Postbus 11756 2502 AT Den Haag e: recruitement@pelsrijcken.nl t: 070 515 36 66 of kijk op www.pelsrijcken.nl


WIL JE BIJ EEN KANTOOR WERKEN DAT IN DE TOP 3 STAAT OF BRENG JE HET ER LIEVER ZELF NAAR TOE? YOU MATTER

YOUMATTER.NU


45


46


Vraag en antwoord

Jaimy:

Hoe zou jij de gemiddelde Amsterdamse rechtenstudent omschrijven?

Al vrij snel was het voor mij duidelijk dat ‘Rechtsgeleerdheid’ de juiste studiekeuze zou zijn. Wanneer ik dat, toen ik de leeftijd van 18 had, vertelde aan mijn omgeving werd er verbaasd gereageerd. Er werd namelijk gezegd: ‘Dat is een saaie studie en dan word je zeker zo’n typische Amsterdamse rechtenstudent.’ Die typische studenten zijn in hun ogen het minst gemotiveerd (dit komt met name door de hoge uitval in het eerste jaar) en ook hebben zij een hoge pet van zichzelf op. Nou zijn er natuurlijk altijd studenten die aan deze omschrijving voldoen, maar niet allemaal! De rechtenstudent

die ik ken, is gezellig, gaat ervoor en doet buiten de studie volop activiteiten (commissies, bestuur, etc.) die met zijn of haar opleiding te maken hebben. Bovendien is dat ontzettend leuk en leerzaam. Ook ik zie mezelf niet als het prototype rechtenstudent, want ben zeker gemotiveerd en ga er nog steeds voor de volle 100% tegenaan. Natuurlijk houdt een student van gezellig stappen, maar er wordt ook zeker hard gestudeerd. De Amsterdamse rechtenstudent is met andere woorden niet (altijd) zo’n typische Amsterdamse rechtenstudent waar menigeen het over heeft.

Kristina:

De gemiddelde Amsterdamse rechtenstudent is − corporaal of JFAS-lid − gewend aan een driedubbel academisch kwartiertje − lui, maar productief 2 weken voor de tentamens − vergeleken met het minimale aantal druppels studiezweet uiterst positief ingesteld over zijn of haar toekomst − betrokken en sociaal − UvA vrij en liberaal of goed georganiseerd zoals op de VU − eens in zijn of haar carriere betrokken geweest bij de rechts- of wetwinkel of een ander studenteninitiatief − balanseert tussen een bruisend studentenleven en 100000 wetten

Vivian:

Ik kom oorspronkelijk uit Alkmaar, in vergelijking met Amsterdam een klein inimien stadje. Vijf jaar geleden zei ik stellig dat ik nooit in Amsterdam zou gaan wonen, ondanks dat ik er studeerde, en kijk waar ik nu al vier jaar met vol plezier woon! Amsterdam! Amsterdam heeft mijn hart veroverd, maar niet zonder slag of stoot. In het begin is het erg wennen geweest. Ik woonde niet in een studentenhuis, maar met 1 vriendin samen (lees vriendinnetje kreeg je er gratis bij;-)) en mijn meeste vriendinnen woonde gewoon nog in Alkmaar en omgeving. Op zich geen ramp, want het is een uurtje reizen, maar toch je kan niet even op en neer wippen. Op een gegeven moment leer je meer mensen kennen en opeens zitten veel vriendinnen in je buurt. Ik zou deze stad op dit moment ook voor geen andere plaats in Nederland willen inruilen, Amsterdam is echt mijn ding! En of ik mezelf als een gemiddeld Amsterdams rechtenstudent zie? Nee, om eerlijk te zijn niet. Ik zit niet in een studentenvereniging en de meeste vriendinnen, op een paar van college na dan, komen toch uit mijn  “oude” vriendinnengroep vandaan. Ik woon daarnaast al vier jaar met een vriendinnetje samen en hebben het in dat opzicht wel erg luxe.  Nu ben ik in afwachting voor mijn eerste echte huurhuis! 60m2 en ik ben nog niet eens afgestudeerd!:-)

47


Nota Bene oktober nr. 22  

De Nota Bene is het verenigingsblad van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, de JFAS, en komt vier keer per jaar uit. Thema...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you