__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

po inclu or sief t-p os ter

Aansprakelijkheid bij

zelfrijdende auto’s (p.8)

Start je

eigen

advocatenkantoor (p.14)

JFAS nummer 49 zomer 2017 jaargang 25


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt viermaal per jaar. Hoofdredactie Louisa Bergsma Eindredactie Hannah van Kolfschooten Marjolijn Feenstra Sebastian de Bruijn Redactie Anna Ida Hudig Audrey Hendrix Bryan Verheul Caspar Klos Daniël de Bruijn Hannah van Kolfschooten Louisa Bergsma Lyke Besteman Nicky Willemsen Rogier Plokker Saar Hoek Gastredactie Anna Chatelion Counet Fotografie Marilu van der Dong Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Printhuus JFAS-bestuur Mirte Visser voorzitter@jfas.com Ajay Heidsma vvz@jfas.com Duco de Vries penningmeester@jfas.com Isabelle Raven secretaris@jfas.com Stéphanie de Jong intern@jfas.com Iga Mamczarz extern@jfas.com Louisa Bergsma media@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegen-woordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook en Instagram Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’

Volg ons op @studieverenigingjfas


REDACTIONEEL

Vaarwel Poort, hallo Roeters A

fgelopen maand verscheen er een verontrustend bericht in de WhatsApp-groep van de Nota Bene-redactie. “Ze hakken de boom in de binnentuin om!” Verontwaardiging alom. Bijna had de voltallige redactie zich aan de 140 jaar oude Hollandse Iep geketend, maar nieuwsgierigheid won het van sensatiezucht. Na scherpe ondervraging van de man die ‘onze’ boom had ingesnoerd, bleek dat deze boosaardige houthakker gewoon een bomendokter was. Opgelucht verliet de redactie de plaats delict. Zolang wij hier nog de dienst uitmaken blijven ze van onze Poort af. Toch gaat het in augustus echt gebeuren. Deze Nota Bene is de laatste die op de Oudemanhuispoort zal verschijnen. Tegelijkertijd is het de eerste die op de Roeterseilandcampus zal liggen. Over een paar jaar kent geen rechtenstudent de kortste route van A2.01 naar C0.17 nog. Daarom hebben we dit jaar gepoogd van de Nota Bene een laatste herinnering aan de Poort te maken voor jullie. In het midden van dit blad vind je bijvoorbeeld een kort overzicht van de geschiedenis van dit gebouw en een poster voor boven je bed. Daarnaast heeft de redactie dit jaar weer met een kritische juristenblik om haar heen gekeken om ons op de hoogte te houden van wat er buiten onze binnenstadsbubbel gebeurt. Lees deze editie onder andere over de aansprakelijkheid van zelfrijdende auto’s (p.8), een belangrijke wijziging in onze Grondwet (p.10) en de politieke situatie in Myanmar (p.26). Blader vervolgens helemaal naar achter om weer een stukje uit ons eigen leven te vinden. In het JFAS-jaaroverzicht vind je de foto’s van het afgelopen jaar en een afsluitend woord door onze secretaris. Alles bij elkaar geven deze vier Nota Benes een tijdbeeld van het leven in en rond de Poort in studiejaar 2016 – 2017. Een jaar dat voor de rechtenfaculteit de boeken in zal gaan als het laatste op de Oudemanhuispoort. Hardhandig worden wij uit ons vertrouwde nest geplukt en in een nieuw gebouw geplant. Toch zal ook dat weer wennen en zal ook Roeters zijn mooie kanten hebben. Daarover hopelijk volgend jaar meer. Door een nieuwe hoofdredacteur, in een nieuwe editie, in een nieuw gebouw. Gelukkig nog wel met de JFAS, en natuurlijk de Nota Bene.

Louisa Bergsma Hoofdredacteur Nota Bene 2016 – 2017

3


INHOUD

8

It wasn’t me, it was my car - Aansprakelijkheid bij zelfrijdende auto’s

14

Start je eigen advocatenkantoor

6 8

    Ik ga naar Roeters en ik neem mee...

    It wasn’t me, it was my car - Aansprakelijkheid bij zelfrijdende auto’s

10 11

 Van telegraafgeheim naar Whatsappgeheim  

 “Door topsport heb ik geleerd om altijd vol voor iets te gaan.” - Ondernemen naast je studie

14

 Start je eigen advocatenkantoor

16

 Medicijnen voor iedereen - Hoeveel mag een mensenleven kosten?

19

 Boekrecensie “All Rise!” - De grote ambities van het Internationaal Strafhof en de weerbarstige werkelijkheid

20 22 24 26 28 30 32 33 34

 Bekende gezichten van de Poort:  Koffiedame Lidia

 Van Oude Mannenhuis tot Poort

 Kartelboetes - meer dan enkel een bonnetje

 Hoop voor de democratie in Myanmar?  Aan de slag met Suus Stress- en studieproblemen

22

Van Oude Mannenhuis tot Poort

 Studeren in het buitenland Brandblussers op de fiets

 Update FSR

 Sneakpeak bij Amsterdam Law Firm  JFAS jaaroverzicht 2016 - 2017

5


Ik ga naar Roeters en ik neem mee...

nb

6

Een potje muffige lucht voor in de nieuwbouw.

ca

s pa r Mooie herinneringen aan de Poort en een plattegrond van Roeterseiland zodat ik niet verdwaal.

nicky

Mijn cursusboek ‘omgaan met teleurstellingen’.

da

niel

Het goede voornemen dat - aangezien Roeterseiland op loopafstand van mijn huis is - ik vaker naar de sportschool zal moeten. Bij gebrek aan het fietsen naar de Oudemanhuispoort. l y k e

h

De herinneringen aan mijn dagelijkse fietstocht door het centrum, met mijn a n n a h fietsbel als enige wapen tegen wegpiraten op MacBikes. Beste toeristen, de binnenstad is nu helemaal van jullie.


REDACTIE

Mijn paspoort, mijn reisverzekering, mijn zorgpas… Onee, onze overplaatsing naar Roeterseiland is geen vakantie. We gaan verhuizen, definitief. Veel studenten zullen er moeite mee hebben om de karakteristieke Oudemanbr y a n huispoort te verlaten. We laten de charme van de Poort achter ons, maar we krijgen er op Roeters wel een eigen Moot Court en een dakterras voor terug. 7 Veel mooie herinneringen aan de oververhitte lokalen, en een herkansing contractenrecht. a u drey

Minimaal één standbeeld van Minerva, en de boekenmarkt.

lo

uisa Van verdwalen in alle gebouwen, verdiepingen en letters van de oude juridische faculteit naar een nieuw (hopelijk) overzichtelijk gebouw. r o gier

sa ar

Een biertje uit CREA of Kriterion en mijn diploma, om tentamenstrijders mee te pesten.


It wasn’t me, it was my car Aansprakelijkheid bij zelfrijdende auto’s nb

8

Tekst: Anna Ida Hudig

Onlangs ging er een filmpje viral van een Tesla die automatisch afremde bij het waarnemen van een ongeluk voor de auto op de snelweg. De bestuurder had het ongeluk nog niet gezien en waarschijnlijk had hij zonder hulp van de auto niet op tijd kunnen remmen. Zelfrijdende auto’s zijn duidelijk al lang geen science fiction meer. Onlangs heeft de ministerraad een wetsvoorstel van minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen aangenomen dat het mogelijk maakt om zelfrijdende auto’s te testen zonder dat er een bestuurder aanwezig is. Zelfrijdende auto’s gaan de nieuwe realiteit vormen en zouden zomaar voor je op de weg kunnen rijden.

D

e ontwikkeling van zelfrijdende auto’s wordt van veel kanten sterk aangemoedigd en zou verschillende voordelen opleveren. De belangrijkste verdienste van de zelfrijdende auto is dat er minder ongelukken zullen plaatsvinden. 90% van de ongevallen wordt namelijk veroorzaakt door menselijk falen. Robots daarentegen dommelen niet in slaap achter het stuur, kunnen door dichte mist navigeren, lijden niet aan zelfoverschatting en kunnen tegelijkertijd hun Whatsapp checken en op de weg letten. Bovendien zijn zelfrijdende auto’s zuiniger en schoner in het verkeer, omdat ze minder gas hoeven te geven en te remmen. In 2016 deed zich het eerste ongeluk voor met een zelfrijdende auto dat niet te wijten was aan de (controlerende) bestuurder. Een Tesla reed op de automatische piloot tegen de witte aanhangwagen van een tractor aan. De auto had de aanhanger niet waargenomen tegen de door de laagstaande zon felverlichte lucht, en remde niet. Een veel gestelde vraag rond dit thema is daarom wie er aansprakelijk is voor de schade die deze ongelukken veroorzaken. Is dat de inzittende, de fabrikant, of de ontwikkelaar van de software? Hiervoor bestaat er nog geen wetgeving. De huidige opvatting is dat in beginsel de bestuurder aansprakelijk is voor schade. Ook als hij niet zelf stuurt, blijft hij verantwoordelijk. Anders wordt het als het ongeluk is toe te schrijven aan een fout in het systeem. Dat is bijvoorbeeld het geval als het remsysteem niet werkt of de auto vanzelf gas geeft, zoals bij Tesla gebeurde. In dat geval valt de schade te verhalen op de producent. Dat blijkt in praktijk echter niet zo gemakkelijk te zijn. Er zal een onderzoek moeten worden gestart naar waar de fout is ontstaan, terwijl er veel verschillende partijen aan de auto hebben gesleuteld: een softwareontwikkelaar, ontwerper en de leveranciers van de onderdelen. Een dergelijk onderzoek kan heel complex worden. Nog lastiger wordt het als de auto voor een ethische keuze komt te staan. Stel dat er een kind plotseling de weg op rent, dan is het aan de auto om in een fractie van een seconde te beslissen tussen zelf uitwijken - met de aanmerkelijke kans om op een tegenligger te stuiten - en niet uitwijken voor het kind. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van twee elementen: de inzittenden van de zelfrijdende auto’s en de kans dat de inzittenden overlijden bij uitwijken.


Als in de auto drie volwassenen zitten en de tegenligger is een bus, dan wordt de kwestie pas echt ingewikkeld. De ethische afwegingen die een mens zou maken zullen worden voorgeprogrammeerd in de software van de auto. Maar blijkt het de verkeerde keuze te zijn, dan is de ontwikkelaar van de software aansprakelijk. Er is nog niets geregeld over welke normen en waarden we auto’s meegeven. Google, Apple en BMW zouden ieder voor hetzelfde geld gemakkelijk andere regels kunnen voorprogrammeren. Op die manier zouden merken zich kunnen onderscheiden op basis van snelheid of diervriendelijkheid: een absurde situatie. Kortom, een zelfrijdende auto zal in de toekomst waarschijnlijk veel levens redden. Toch blijft er een angst bestaan voor het geval dat het misgaat. De discussie rondom zelfrijdende auto’s in acht genomen, lijkt het alsof men zich veiliger voelt wanneer hij zelf achter het stuur zit dan wanneer hij door een autonome machine wordt vervoerd. Hopelijk blijft deze angst bestaan wanneer de transitie zich al heeft ingezet, want tenzij zich een fabrieksfout voordoet, is de inzittende voorlopig nog aansprakelijk voor ongelukken. Bronnen Gersdorf, F. (24 februari 2017). Schultz versoepelt regels voor zelfrijdende voertuigen. Financieele Dagblad. Rijksoverheid. Wie is aansprakelijk bij een ongeluk met een zelfrijdende auto? Sitalsing, S. (8 januari 2015). Nooit meer verzekeren. De Volkskrant. Letselschade.nl Voermans, T. (16 maart 2016). Wat een keuze: zelf crashen of toch niet uitwijken voor kind? Algemeen Dagblad. Visser, Y. (geen datum). Implementatie van een moreel kompas in intelligente systemen. Interview Jan Broersen. Universiteit Utrecht.

‘Robots dommelen niet in slaap achter het stuur, kunnen door dichte mist navigeren, lijden niet aan zelfoverschatting en kunnen tegelijkertijd hun Whatsapp checken en op de weg letten. ’

9


Tekst: Nicky Willemsen

De Grondwet, daar kom je niet zo maar aan. Een wijziging van de Grondwet voltrekt zich dan ook niet van de ene op de andere dag: het is een proces dat jaren duurt. Dat is niet vreemd, nu de impact van een wijziging juridisch gezien zeer groot is. Zo nu en dan komt het toch voor dat de Grondwet niet meer aansluit bij de huidige samenleving en de roep om een wijziging vanuit maatschappelijk oogpunt steeds groter wordt. Zo ook bij artikel 13 van de Grondwet betreffende het briefgeheim.

nb

10

I

n 2014 werd het startschot gegeven voor een vooruitstrevend voorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet. Door de technologische revolutie is ook bij de wetgever doorgedrongen dat een e-mailgeheim en whatsappgeheim relevanter zijn dan ooit. Weinigen zullen tegen spreken dat het telegraafgeheim nog van deze tijd is. Het idee achter het voorstel is dan ook dat artikel 13 Grondwet in een technologie-onafhankelijke vorm gegoten moet worden, waarbij de nadruk niet meer ligt op de vorm van communicatie. Het artikel moet onafhankelijk van verschillende soorten techniek geĂŻnterpreteerd kunnen worden, wat er vooral voor moet zorgen dat de toekomstige vormen van communicatie niet buiten de strekking van het artikel zullen vallen. Het voorstel werd drie jaar ingediend door de minister van Veiligheid en Justitie Opstelten, de minister van Binnenlandse zaken Plasterk en minister-president Rutte. Het proces van een Grondwetswijzing is niet eenvoudig. Zo moet er zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer twee keer over gestemd worden. Tijdens de eerste stemming moet in beide kamers een meerderheid behaald worden. Tijdens de tweede stemronde moet er in beide kamers een tweederde meerderheid behaald worden. Inmiddels is over het voorstel tot grondwetswijziging voor het eerst door de Tweede Kamer gestemd. Er werd unaniem voor gestemd. Nu zal de Eerste Kamer gaan stemmen.

Artikel 13 Grondwet ziet er anno 2017 zo uit: 1 Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter. 2 Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen. Als de grondwetswijziging wordt doorgevoerd, zal artikel 13 Grondwet er voortaan zo uit komen te zien: 1 Ieder heeft recht op eerbiedigen van zijn brief- en telecommunicatiegeheim. 2 Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van een of meer bij de wet aangewezen ministers. 3 De wet stelt regels ter bescherming van het brief- en telecommunicatiegeheim. Natuurlijk zullen er op het communicatiegeheim uitzonderingen blijven bestaan, ook als de grondwetswijzigingen zijn doorgevoerd. Zo blijven politie en justitie de mogelijkheid behouden om dit elektronische gegevensverkeer te kunnen inzien. Indien de grondwetswijziging wordt doorgevoerd zal de bescherming van de Grondwet niet beperkt blijven tot bepaalde communicatiemiddelen, maar zal in beginsel al onze elektronische communicatie beschermd worden. Ook het whatsapp-en e-mailverkeer krijgt dan voortaan de grondwettelijke bescherming van artikel 13 Grondwet. Zo wordt het appje de nieuwe brief, die niet zo maar door anderen gelezen mag worden.


Ondernemen naast je studie

“Door topsport heb ik geleerd om altijd vol voor iets te gaan.” Tekst: Lyke Besteman en Bryan Verheul

M

Elke editie interviewen we een rechtenstudent die een eigen onderneming heeft opgezet tijdens zijn studie. Deze keer hebben we Mitchel Schildwacht geïnterviewd, de eigenaar van Schildwachten Juristen. Dit familiebedrijf, waar Mitchels twee oudere broers en zus ook aan verbonden zijn, fungeert als externe juridische afdeling van ondernemingen. Hiermee heeft het bedrijf een nieuw en vooral interessant concept in handen.

itchel Schildwacht rondt dit jaar de master Arbeid en Onderneming af aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn studie is hij veel bezig geweest met voetballen op hoog niveau, maar zijn tijd bij Ajax en AZ ligt inmiddels een aantal jaren achter hem. Wij ontmoeten Mitchel in Café de Jaren, achter de Oudemanhuispoort. Als wij aan een tafeltje zitten te wachten komt de goedlachse, in stijl geklede jongeman naar ons toegelopen. Na een leuke begroeting valt het enthousiasme van Mitchel over zijn eigen onderneming ons gelijk op: al voordat wij het gesprek kunnen opnemen, rollen we in één van de eerste vragen die wij wilden stellen; Mitchel begint levendig te vertellen over het ontstaan van zijn bijna twee jaar oude bedrijf. ‘Het ontstaan van Schildwacht Juristen is eigenlijk afhankelijk geweest van twee gebeurtenissen. Mijn broer Jesper Schildwacht had tijdens zijn rechten-

studie een bedrijfje opgericht dat zich specialiseerde in online juridisch advies aan particulieren. Tijdens het runnen van dat bedrijfje kwam hij erachter dat ook bij bedrijven behoefte bestond aan juridisch advies. Tegelijkertijd had ik door mijn ervaring in de topsport de eigenaar leren kennen van het bedrijf CST, de grootste fietsbandenproducent van de wereld en één van de hoofdsponsors van voetbalclub Ajax. Hij vroeg mij of ik het leuk vond om met hem aan een juridische case te werken. Ik heb toen met mijn broer Jesper deze case opgepakt en naar tevredenheid van CST afgerond. Hierna wisten wij het zeker: er is een markt voor juridische dienstverlening aan bedrijven. Vandaar dat wij de slogan ‘De externe juridische afdeling van uw onderneming’ hebben bedacht. Omdat Jesper net klaar was met zijn studie en een fulltimebaan kreeg aangeboden, heb ik Schildwacht Juristen alleen opgericht. Ik had het echter ook leuk gevonden

om het samen met hem op te richten. Het idee van mijn broer en de case van CST hebben mij dus aanleiding gegeven om Schildwacht Juristen op te richten. Ik ben hen daar allebei ontzettend dankbaar voor.’ Je zei net iets over ervaring met topsport: hoe zit dat? ‘Vanaf het moment dat ik kon lopen en tegen een bal aan kon trappen heb ik eigenlijk altijd op serieus niveau gevoetbald. Eerst bij HFC Haarlem en later bij Ajax en AZ. Door de topsport heb ik geleerd om altijd vol voor iets te gaan. Dit betekende dat ik me niet alleen vol inzette voor de sport, maar ook op het vwo. Na mijn periode bij Ajax heb ik nog even voor AZ gevoetbald, maar ik merkte dat mijn interesses inmiddels veranderd waren. Ik ben toen gaan nadenken over wat ik allemaal wilde, gestopt met topsport en me meer gaan concentreren op mijn nieuwe studie, rechten.’

11


nb

12

Je werkt samen met familie. Is het toevallig dat je twee broers en zus ook jurist zijn? ‘Ja eigenlijk wel, want mijn moeder werkt in de sales en mijn vader in de pensioen- en verzekeringswereld. Dat laatste heeft natuurlijk ook wel met juridische vraagstukken te maken, maar het is niet zo dat rechten echt in de familie zit. Ik denk dat we elkaar aan tafel een beetje hebben aangestoken. Met z’n vieren zijn we betrokken bij het bedrijf, maar ik als jongste telg ben degene die de kar trekt. Aan mijn broer Jesper heb ik veel bij belangrijke beslissingen, hij is mijn echte sparringspartner. De naam ‘Schildwacht Juristen’ staat voor de vier juristen binnen de familie.’ Hoe is het om met familie te werken? ‘In zekere zin heb je met ‘normale’ collega’s altijd een bepaalde afstand en met familie heb je dat natuurlijk veel minder. Vanuit mijn positie als drijver van de onderneming kan ik de taken verdelen. Op die manier kan je een goede inschatting maken van welke taken het beste aansluiten bij de persoon. Omdat je je familie natuurlijk goed kent, kan je die inschatting vaak goed maken. Dat komt de samenwerking dus ten goede. Veel van de opdrachten doe ik echter zelf.’ Is Schildwacht Juristen goed te combineren met je studie? ‘Ja en dat komt denk ik vooral door de topsportervaring. Daardoor leer je vanzelf om zelfstandig en doelgericht te studeren. Door mijn tijd bij Ajax heb ik bijvoorbeeld nooit alle lessen op school kunnen volgen, omdat ik alles na 13:00 uur miste. Ook was ik vaak laat thuis van voetbal en had ik dus weinig tijd om aan school te werken. Je bent daardoor genoodzaakt om je tijd efficiënt in te delen en zelfstandig aan het werk te gaan. Je ontwikkelt een echte topsportmentaliteit en die neem je ook mee in je maatschappelijke functioneren. Ik merk dat ik daar profijt van heb bij het runnen van Schildwacht Juristen. Ondanks de topsport en een minder meewerkende school, ben ik in één keer geslaagd

voor mijn vwo-diploma. Daar ben ik trots op. Sommige studenten willen zichzelf liever eerst volledig storten in hun studie en daarna pas aan het werk gaan of een onderneming oprichten. Ik doe het liever meteen en tegelijk.’ Heb je eerst nog ervaring opgedaan in de advocatuur of stages gelopen voordat je Schildwacht Juristen oprichtte? ‘Jazeker. Zo heb ik in een vroeg stadium van mijn studie gewerkt bij een advocatenkantoor in Haarlem en heb ik stage gelopen bij de rechtbank in Den Haag. Ik vond het leuk om met rechters te sparren en vonnissen te schrijven. Ook heb ik nog drie maanden stage mogen lopen bij advocatenkantoor VanEps Kunneman VanDoorne op Curaçao. Schildwacht Juristen richtte ik op vlak voor die stage. Toen ik terugkwam heb ik de website gemaakt, het

logo ontworpen, het lettertype voor ons briefpapier gekozen en alle dingen gedaan die bij het opstarten van een onderneming komen kijken. Ik vond dat hartstikke leuk.’ Zou je andere studenten ook aanraden om een onderneming naast hun studie te starten? ‘Ja, als je maar realistisch naar je op te starten onderneming kijkt. Daarmee bedoel ik dat je jezelf de vraag dient te stellen: wat zijn de bezwaren tegen het starten van de onderneming? Bij Schildwacht Juristen zijn die bezwaren vrij klein. De kennis haal ik uit mijn studie en de website heb ik zelf gemaakt. Daardoor had ik lage investeringskosten. Als student of pas afgestudeerde dien je voor het geven van een juridisch advies, in vergelijking met een ervaren advocaat, alleen


‘Sommige studenten willen zichzelf liever eerst volledig storten in hun studie en daarna pas aan het werk gaan of een onderneming oprichten. Ik doe het liever meteen en tegelijk.’ wat meer tijd te steken in het opzoeken van informatie maar ook dat is voor mij geen bezwaar. Verder heb ik Schildwacht Juristen vanuit huis opgericht en dat vind ik ook wel leuk. Met mijn laptop en Kluwer Navigator als grootste informatiebron is het allemaal begonnen. Inmiddels hebben we een mooi klantenbestand opgebouwd en zijn we aan het kijken naar een kantoorlocatie, maar voor nu werken we nog prima vanuit huis. Daardoor kunnen we goedkoper zijn.’ Wil je na je master verder met Schildwacht Juristen of wil je eerst nog advocaat worden? ‘Die vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Aan de ene kant: als je in je bedrijf gelooft wil je dat met de huidige adviespraktijk verder ontwikkelen en groter maken. Aan de andere kant: als wij ons verder willen ontwikkelen zullen we misschien de advocatuur in moeten zodat we onze adviespraktijk kunnen aanvullen met een procespraktijk. Daardoor zouden we onze cliënten niet alleen kunnen adviseren, maar ook kunnen bijstaan als advocaat. Op dit moment geven wij onze cliënten echter vooral advies zodat zij juist geen advocaat hoeven in te schakelen. Toch is een gang naar de rechter soms onvermijdelijk. Onze dienstverlenging kan daarom goed aansluiten op de dienstverlening van een advocaat. Laatst zijn we ook een samenwerking aangegaan met een advocatenkantoor, toen hebben we zelfs onze eerste zaak gewonnen!’

Dat hebben we inderdaad gezien! Hoe was dat? ‘Super vet. Wij stonden in die zaak een cliënt bij die bij ons terecht was gekomen doordat een bestaande cliënt van ons hem had doorverwezen. Alleen dat was natuurlijk al leuk. Het was de eerste keer dat wij naar de rechter gingen, dan ben je heel erg met de zaak bezig en bijt je jezelf er helemaal in vast. Als je dan hoort dat je de zaak hebt gewonnen, is niet alleen de cliënt heel blij, maar ben je dat natuurlijk zelf ook. Ook omdat je echt iemand helpt vanuit jouw eigen onderneming. Dan voel je je verantwoordelijk. Van a tot z ben je bij de zaak betrokken en bedenk je de strategie. Als je dan uiteindelijk wint, krijg je echt een boost.’ Heeft je onderneming ook je kijk op het recht veranderd? Vind je het recht misschien minder rechtvaardig dan je tijdens je studie hebt ervaren? ‘In de studie leer je als rechter te denken. Je krijgt een casus en je moet dan altijd het juiste antwoord geven. Bij je onderneming zal je een inschatting moeten maken van de kans dat je cliënt de zaak wint als het voor de rechter komt. Als je cliënt niet veel kans heeft, vind ik dat je dat altijd eerlijk moet communiceren. Bij Schildwacht Juristen staat niet het uurtje-factuurtje principe voorop, maar de cliënt. Als je een slechte zaak hebt, dien je het maximale voor je cliënt eruit te halen buiten de rechter om. Dan heeft hij echt iets aan je en kun je uiteindelijk een veel groter klantenbestand opbou-

wen. Natuurlijk heeft dat tijd nodig, maar dat is wel onze filosofie.’ Kijk je door je ervaring in de praktijk ook anders tegen de studie Rechtsgeleerdheid aan? ‘De materie van de studie is vaak algemeen, omdat je altijd te maken hebt met standaardcasussen. In de praktijk is de casus echter nooit standaard. Er komen per zaak hele andere dingen naar voren dan je leert in de studie. Ik wil de studenten dan ook aanraden om iets naast je studie te doen, zoals een stage bij de rechtbank of een baantje bij een advocatenkantoor. Zo leer je de casuïstiek van de studie in de praktijk toe te passen. Wij zouden het zelfs leuk vinden om studenten hierbij te helpen en ze te betrekken bij Schildwacht Juristen. Dus als er studenten geïnteresseerd zijn om samen met ons aan de slag te gaan, dan kunnen zij ons e-mailen!’

Ben jij geïnteresseerd in een bijbaantje bij Schildwacht Juristen? Kijk dan op de website www.schildwachtjuristen. nl en stuur Mitchel een e-mail naar info@schildwachtjuristen.nl.

13


Start je eigen advocatenkantoor Tekst: Daniël de Bruijn

nb

14

Veel rechtenstudenten dromen van een prestigieuze, goedbetaalde baan als advocaat aan de Zuidas of Amsterdamse grachten. Bestuursjaren, buitenlandervaringen en hoge cijfergemiddelden: alles wordt uit de kast getrokken voor die éne felbegeerde baan. Slechts weinigen hoor je nog over die andere droom. Een droom waar zelfstandigheid, het snelle partnerschap en je eigen naam op de kantoorgevel lonkend in het vooruitzicht liggen. Ofwel, je eigen advocatenkantoor.

Z

o simpel als hierboven geformuleerd ligt het natuurlijk allemaal niet. Het starten van een zelfstandig, eigen advocatenkantoor is verre van makkelijk en zeker niet zonder risico’s. Zijn deze risico’s het – allemaal – waard? We vragen het aan Adi van Koningsveld. Als voormalig advocaatmedewerker bij niemand minder dan Gerard Spong en Oscar Hammerstein richtte zij onder de naam van Koningsveld Boomstra advocaten haar eigen goedlopende kantoor op en weet dan ook als geen ander wat hier bij komt kijken.

1.

De basis Voor je überhaupt aan het starten van een eigen kantoor kan beginnen is het natuurlijk van belang dat je de basis op orde hebt: je bachelor/masterdiploma, het volgen van de beroepsopleiding en je eerste jaren als advocaat: ‘Denk niet te snel aan de glamour van een eigen kantoor. Advocaten zijn allemaal heel arrogant en denken ‘ik kan het zelf wel’, maar dan kom je jezelf echt wel tegen. Zorg eerst voor een goede achtergrond, zoals ik die bij Spong en Hammerstein heb gehad. Begin niet na drie jaar advocaatmedewerker zijn je eigen kantoor, dan weet je gewoon nog niets. Een Nota Bene advocaten N.V. zit er voorlopig dus nog niet in.’

2.

De overstap Na het leggen van een stevig fundament onder je professionele, juridische carrière is het tijd om verder te denken. In de loop van je carrière als advocaat-medewerker zal het voor de advocaat-ondernemer in spé heel belangrijk zijn om te bouwen aan een eigen cliëntenkring binnen het kantoor waar je werkt: ‘Het is afwachten welke cliënten er met je mee willen en in hoeverre er cliënten bijkomen als je de stap maakt. Hebben ze voldoende vertrouwen in je zonder de naam van het kantoor waar je aan bent verbonden? Dat bleek in mijn geval zo te zijn. Ik heb geen dag zonder cliënten gezeten. Iedereen is meegegaan.’ Voor zo’n soepele overstap van advocaat-medewerker naar partner van je eigen kantoor is het dus cruciaal om


OPINIE

jezelf al als advocaat-medewerker te onderscheiden en dit ook met je eigen kantoor te blijven doen. Stel jezelf de vraag: waarom moet een cliënt voor jouw kantoor kiezen? Met jou de overstap maken? Wat onderscheidt jou en je kantoor van de (talloze) anderen op de markt? ‘Ik ben heel breed en algemeen opgeleid. Nog volgens de oude school. Tegenwoordig wil de Orde van Advocaten juist dat je je specialiseert. Nou, ik vind dat onzin. Het is heel prettig voor een cliënt om ergens binnen te stappen en te weten dat hij daar voor alle rechtsgebieden terecht kan. In sommige complexe of met elkaar samenhangende zaken moet een cliënt soms wel bij vier tot vijf verschillende – gespecialiseerde – advocaten langs. Bij ons niet. Daarin onderscheiden we ons. Verder is het ook een kwestie van stijl, daar moet je van houden. Ik heb heel laagdrempelig contact met mijn cliënten, bijvoorbeeld ook via Whatsapp. Ze kunnen me altijd bellen of appen. Ik ben juridisch een vechter, maar de helft van de tijd ook een psycholoog voor mijn cliënten. Uiteindelijk gaat het voor de cliënt om een combinatie van uurtarief, een prettige onderlinge relatie, kennis en ervaring: de match. Wij onderscheiden ons door het persoonlijke aspect en het feit dat wij een echte procespraktijk zijn. Wij knokken net zo hard voor een kleine als voor een grote zaak.’

3.

Verder bouwen Na het vinden van een eigen locatie, aannemen van je eerste cliënten en afronden van andere praktische zaken ben je good to go. Nu beginnen de mogelijkheden zich aan te dienen om je kantoor desgewenst verder uit te bouwen en waar mogelijk te verbeteren. Zo kun je denken aan het aannemen van extra advocaten en medewerkers om op die manier meer zaken te kunnen doen, het vergroten van je naamsbekendheid of je kantoor juist verder te specialiseren: ‘Je moet het ondernemen óók leuk vinden. Naast het werk als advocaat krijg je als zelfstandige ook met veel randzaken te maken. Ik kreeg in het begin zo veel doorverwijzingen dat ik meteen iemand heb moeten aannemen om te helpen. Dat zal in de toekomst misschien weer nodig zijn. Het is vooral belangrijk om niet vergeten dat je je aandacht voldoende moet verdelen tussen de zaken van je huidige cliënten en die van eventuele nieuwe. Een kwestie van balans.’

15


Medicijnen voor iedereen

Hoeveel mag een mensenleven kosten? nb

16

Tekst: Hannah van Kolfschooten

De prijs van medicijnen is al enige tijd punt van discussie. Enkele krantenkoppen van de afgelopen maanden luidden als volgt: “Prijzen voor medicijn tegen epilepsie stijgen met 2.600 procent”, “Ziekenhuizen maken steeds meer winst op dure medicijnen” en “Hoeveel mag een mensenleven kosten?” Er wordt steeds sterker geageerd tegen farmaceutische bedrijven, die er om bekendstaan enorme winstmarges te hanteren op medicatie die goedkoop wordt geproduceerd. Daar komt nog bij dat veel medicijnen niet meer vergoed worden in een basiszorgverzekering, waardoor patiënten enorm veel geld kwijt zijn aan een medicijn waar zij niet zonder kunnen of zelfs genoodzaakt zijn met het medicijn te stoppen. Hoe kan het dat medicijnprijzen zo hoog liggen? En belangrijker: hoe kunnen we ervoor zorgen dat geneesmiddelen wereldwijd toegankelijk worden? Octrooien op geneesmiddelen Farmaceutische bedrijven ontwikkelen en verkopen medicijnen. Als zij een nieuw medicijn ontwikkelen, vragen ze op dat medicijn een octrooi aan: de fabrikant heeft dan het exclusieve recht om dat medicijn in een bepaalde periode (vaak twintig jaar) te ontwikkelen en verkopen. Het idee achter dit octrooirecht is dat het farmaceutisch bedrijf de hoge kosten van wetenschappelijk onderzoek voor de ontwikkeling van het product terug kan verdienen. Door dit alleenrecht hoeven zij in de bepaling van hun prijs geen rekening te houden met concurrenten die het product voor minder geld aanbieden. De fabrikant kan zijn prijs daarom vaststellen op basis van wat het maximale bedrag is dat men bereid is voor het geneesmiddel te betalen. Deze maximumprijs zal hoog liggen als er geen andere behandelingsmogelijkheid voorhanden is. Pas als het octrooirecht verlopen is en ook andere bedrijven het medicijn op de markt mogen brengen, zakken de prijzen meestal. Deze kopieën van het originele medicijn, ook wel ‘generieke geneesmiddelen’, zijn een stuk goedkoper om te ontwikkelen: de nieuwe fabrikanten mogen de onderzoeksresultaten van het eerste bedrijf aanvoeren en hoeven zelf geen onderzoek meer te verrichten. Om die reden worden de generieke geneesmiddelen voor een lagere prijs aange-

boden, wat ertoe leidt dat ook de fabrikant van het originele middel zijn prijzen verlaagt. Een goed voorbeeld daarvan zijn hiv-remmers: uit onderzoek van Artsen zonder Grenzen blijkt dat een behandeling met hiv-remmers in 2001 nog 7500 euro per jaar kostte, maar door de komst van generieke medicijnen naar 60 euro per jaar gedaald is.1 Door dit systeem van octrooien op geneesmiddelen blijft de prijs hoog, waardoor er vaak geen toegang tot essentiële medicijnen is in ontwikkelingslanden en landen zonder goe-de regeling voor vergoeding van zorg. Organisaties als Artsen zonder Grenzen en Dokters van de Wereld verzetten zich actief tegen dit soort octrooien. Afgelopen jaar vochten zij de beslissing aan van het Europees Octrooibureau om een octrooi te verlenen voor een belangrijk medicijn voor hepatitis C aan. Het medicijn had een productieprijs van 1 dollar per pil en werd in Amerika verkocht voor 1000 dollar per pil. Volgens de organisaties mocht er geen octrooi aangevraagd worden omdat de werkzame stof in het medicijn al gebruikt werd, en het octrooi een betaalbare behandel-

1 www.artsenzondergrenzen.nl/ontdekken/nieuws/aidsfonds-en-artsen-zonder-grenzen-overhandigen-petitie-tegenonnodig-dure-hiv.


‘Wereldwijd is er genoeg geld om iedereen van essentiële medicijnen te voorzien, maar de verdeling is zo oneerlijk’

ing voor hepatitis C in de weg staat.2 Dergelijke organisaties hebben al eerder medicijnenoctrooien met succes aangevochten, en hebben een actie tegen onrechtmatige octrooien opgezet onder de naam Patent Opposition Database.3 Als een octrooi op een medicijn succesvol aangevochten wordt, kunnen andere fabrikanten immers met kopieën op de markt komen, waardoor er concurrentie ontstaat en de prijs sterk daalt. Access to Medicine De Stichting Access to Medicine houdt zich bezig met het verbeteren van de toegankelijkheid van medicijnen in ontwikkelingslanden. Om dit te bewerkstelligen publiceert zij jaarlijks de Access to Medicine-index: een ranking van farmaceutische bedrijven. De index geeft een overzicht van het beleid dat de bedrijven voeren ten aanzien van beschikbaarheid van essentiële medicijnen in ontwikkelingslanden. Essentiële medicijnen zijn de medicijnen die op de Essential Medicines List van de World Health Organisation (‘WHO’) staan; de meest efficiënte medicijnen om de belangrijkste en meest voorkomende ziektes te bestrijden, waaronder insuline en morfine, en medicatie voor hiv en malaria.4 De volgorde van de lijst wordt bepaald aan de hand van verschillende factoren, bijvoorbeeld of de bedrijven een gedifferentieerd prijs-beleid voeren in ontwikkelingslanden, en of ze hun medicij-nen alleen in het westen op de markt brengen of ook in Afrika.5 Op deze manier probeert de stichting de farmaceutische industrie aan te sporen in hun beleid rekening te houden met de toegankelijkheid van medicijnen. Actief overheidsingrijpen The Lancet Commission on Essential Medicines Policies heeft onderzoek gedaan naar de wereldwijde toegankelijkheid van medicijnen. In haar rapport komt zij tot de conclusie dat er wereldwijd genoeg geld is om iedereen van essentiële medi-cijnen te voorzien, maar dat de verdeling zo oneerlijk is dat een kwart van de wereldbevolking geen toegang heeft tot de belangrijkste basisgeneesmiddelen. De commissie concludeert dat de ontoegankelijkheid het gevolg 2 www.artsenzondergrenzen.nl/nieuws/artsen-zondergrenzen-vecht-patent-peperduur-hepatitis-c-medicijn-aan. 3 https://www.patentoppositions.org. 4 www.who.int/medicines/services/essmedicines_def/en. 5 www.accesstomedicinefoundation.org.

is van slecht beleid op het gebied van eerlijkheid, solidariteit en mensenrechten. Om dit probleem op te lossen adviseert de commissie regeringen van ontwikkelingslanden met aanbevelingen om hun beleid aan te passen.6 Eén van die aanbevelingen is dat overheden een actievere rol moeten innemen in de productie van geneesmiddelen. Een voorbeeld dat de commissie noemt is het verlenen van dwanglicenties door de overheid. De overheid kan een houder van een medicijnenoctrooi dwingen een licentie af te geven aan een andere producent. Hiermee is het exclusieve recht van de octrooihouder om het medicijn op de markt te brengen verdwenen, en kunnen anderen (tegen betaling van een vergoeding) het middel ook produceren. Zo’n dwanglicentie kan worden verleend bij een grote maatschappelijk noodzaak. Een te hoge prijs van een essentieel geneesmiddel zou als een grote maatschappelijke noodzaak gekwalificeerd kunnen worden.7 Een andere aanbeveling voor de overheid is het actief belonen van innovatieve geneesmiddelen. Op dit moment wordt innovatie in de geneesmiddelenproductie enkel gestuurd door winsten: farmaceutische bedrijven ontwikkelen alleen nieuwe geneesmiddelen als ze weten dat ze hier een exclusief recht op kunnen krijgen én hier hoge winsten mee te behalen zijn. De medicijnen die volgens deze theorie ontwikkeld worden zijn niet per se de medicijnen waar grote behoefte aan is. Als de overheid een lijst met “missende” medicijnen opstelt en (hoge) financiële beloningen uitreikt aan de bedrijven die deze medicijnen ontwikkelen, laten farmaceuten zich minder leiden door octrooien en kunnen nieuwe essentiële medicij-nen voor een lage prijs aangeboden worden.8 Medicines Patent Pool Daarnaast heeft de commissie ook suggesties voor een internationale aanpak van het geneesmiddelentekort in arme landen: het systeem van medicijnenoctrooien moet op de 6 www.umcg.nl/NL/UMCG/Nieuws/Persberichten/Paginas/ essentiele-medicijnen.aspx. 7 www.nrc.nl/nieuws/2016/11/08/overheid-doorbreek-hetmonopolie-van-de-farmaceut-5197432-a1530784. 8 www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS01406736(16)31599-9/fulltext

17


nb

18

schop. Ze pleit voor een ‘Essential Medicines Patent Pool’ voor middelen op de Essential Medicines List van de WHO.9 Een patentpool werkt als volgt: verschillende farmaceutische bedrijven met octrooien op medicijnen gaan een partnerschap aan, waarin ze hun octrooien bij elkaar brengen en vervolgens beschikbaar stellen aan andere geneesmiddelenproducenten. Producenten die een goedkopere variant van de medicijnen uit de patentpool op de markt willen brengen hoeven dan niet meer jaren te wachten tot het octrooi verlopen is, maar kunnen tegen betaling van een lage prijs aan de patentpool direct een nieuwe versie op de markt brengen. Door dit systeem komen er eerder goedkope varianten op de markt en kunnen de geneesmiddelen in ontwikkelingslanden aangeboden worden. Er is momenteel al een succesvolle ‘Medicines Patent Pool’, gefinancierd door de Verenigde Naties (‘VN’). Deze organisatie is echter enkel gericht op het vergroten van de toegankelijkheid van medicijnen voor HIV, hepatitis C en tuberculose.10 De Lancet-commissie wil een dergelijke patentpool opzetten voor álle essentiële medicij-nen. Ook de demissionaire minister Schippers en staatssecretaris Ploumen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport pleiten voor een doorbreking van het huidige patentenmodel om voor iedereen ter wereld toegang tot benodigde medicijnen te bewerkstelligen. Zij benadrukken dat overheden dit niet alleen kunnen doen: ook farmaceutische bedrijven moeten hun beleid aanpassen. Het is noodzakelijk dat de farmaceutische industrie volledige transparantie over de productiekosten en prijzen verschaft om tot een rechtvaardig systeem te komen.11

9 www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS01406736(16)31599-9/fulltext. 10 www.medicinespatentpool.org. 11 www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS01406736(16)31905-5/fulltext.

Leaving no one behind “Leaving no one behind” is de slogan van de Verenigde Naties in de nieuwe ontwikkelingsagenda.12 Om dit streven wat betreft de toegankelijkheid van medicijnen waar te kunnen maken, is het noodzakelijk dat zowel overheden als farmaceutische bedrijven hun beleid aanpassen. Het huidige octrooisysteem houdt innovatie op het gebied van noodzakelijke medicijnen tegen en leidt tot torenhoge prijzen voor patiënt en overheid. Verandering is alleen mogelijk als er vanuit alle hoeken van de samenleving tegen dit systeem geageerd wordt. NGO’s kunnen beslissingen van het Europees Octrooibureau om bepaalde octrooien te verlenen aanvechten en een ranking als de Acces to Medicines-index kan farmaceuten aanmoedigen een ethischer beleid dan hun concurrenten te voeren. Ook overheden zelf zullen actiever moeten ingrijpen, bijvoorbeeld door dwanglicenties af te geven en innovatieprijzen uit te reiken. Daarnaast kan de overheid ook een patentpool faciliteren. Door al deze maatregelen actief en volhardend uit te voeren, zal de concurrentie op de geneesmiddelenmarkt toenemen, de innovatie voor essentiële geneesmiddelen verbeteren, en komen wij uiteindelijk tot een wereld waarin medicijnen voor iedereen toegankelijk zijn.

12 www.unstats.un.org/sdgs/report/2016/leaving-no-onebehind.


boekrecensie

“All Rise!”

De grote ambities van het Internationaal Strafhof en de weerbarstige werkelijkheid 19

Tekst: Anna Chatelion Counet

Om te weten hoe Lingsma denkt over het Internationale Strafhof in Den Haag hoef je niet veel van haar boek gelezen te hebben. All Rise wordt geopend met een beschrijving van de Nederlandse waarschuwingsbordjes over het schrikdraad bij de ingang van het Strafhof, een verwijzing naar de slecht lopende communicatie van het Strafhof met de buitenwereld, aldus Lingsma. Deze vergelijking is een open deur en daarmee het toonbeeld voor de weinig verdiepende kritiek op het Strafhof in het vervolg van het boek.

L

ingsma volgt het reilen en zeilen van het Internationale Strafhof in haar hoedanigheid als journalist en besluit haar bevindingen in een boek op te nemen. Het boek getuigt dan ook van journalistieke kunsten met rechtbankverslagen waarbij een uitgebreid verslag van hetgeen er gebeurt, wordt afgewisseld met interessante achtergrondinformatie over de casussen die voorliggen bij de rechtbank. Over de hoofdstukken die betrekking hebben op de vijf verschillende zaken die voor het Strafhof gespeeld hebben, heb ik dan ook niets aan te merken. Ze geven een aardig kijkje in de wereld van het internationale strafrecht voor elke leek die er graag meer over wil weten. Toch kreeg ik, als aanstormend juriste, de kriebels bij het lezen van de rest van het boek. Het gemak waarmee Lingsma het Strafhof verwijten maakt, is voor mij onbegrijpelijk. Er wordt constant de nadruk gelegd op hoe weinig mensen het Hof nog berecht heeft en hoeveel geld dat wel niet gekost heeft. Zijn dit nou de maatstaven die we nodig hebben om te oordelen over het functioneren van het strafhof? “Een miljard euro, twee veroordelingen, zes geflopte zaken” is hoe Lingsma haar nawoord opent. De geflopte zaken waarover ze rept zijn de vijf vrijspraken en de twee

teruggetrokken zaken die veelal werden afgeschreven vanwege een gebrek aan bewijs. Dit geringe resultaat heeft het aanzien van het Strafhof flink geschaad, aldus Lingsma. Hebben we dan niks geleerd van onze eigen strijd voor betere rechtsstatelijk waarborgen? Is beyond reasonable doubt dan niet de milestone van het strafrecht, zowel internationaal als commuun? Naar mijn idee is de uitdaging van het internationale strafrecht nu juist om zich niet te laten verleiden om mensenrechten zoals het recht op een eerlijk proces te schenden, ook al staan er verdachten terecht die de mensenrechten van vele anderen veelal aan hun laars hebben gelapt. Daarnaast lijkt Lingsma de - vaak terechte - kritiek op de lidstaten van het Statuut van Rome ten aanzien van hun tegenwerkingen of overmatige invloed uitsluitend aan het Strafhof te wijten. Ze raakt met dit onderwerp een gevoelige snaar die precies het probleem aangeeft waar het Hof mee kampt: het feit dat het volledig afhankelijk is van de lidstaten terwijl de verdachten in de rechtszaken vrijwel altijd leiders van lidstaten zijn. Deze problematiek valt echter niet zonder meer te kwalificeren als tekortkoming van het Strafhof. Terecht wijst Lingsma echter wel op

het feit dat de veelgehoorde kritiek met betrekking op de focus van het Strafhof op Afrika niet altijd eerlijk is. De meeste Afrikaanse zaken zijn namelijk door de Afrikaanse landen zelf bij het Strafhof neergelegd. Tot slot is mijn aanbeveling dus om vooral het middenstuk van het boek te lezen, te gruwelen bij de uitgebreide omschrijvingen van de verklaringen van getuigen en het boek terug te brengen naar de bibliotheek als je bij het nawoord bent aangekomen.


Bekende gezichten van de Poort

Koffiedame Lidia

nb

20

Tekst: Audrey Hendrix en Caspar Klos

College na college, dan nog een werkgroep en vervolgens drie tussenuren. Koffie is onze beste vriend op lange dagen en dat maakt haar van levensbelang. De Nota Bene ging langs bij de poortwachter van de cafeïne: het verhaal achter koffiedame Lidia.

L

idia werkt al tien jaar met plezier op de Oudemanhuispoort. 21 jaar geleden is ze verhuisd naar Nederland. Haar jeugd heeft ze doorgebracht in Duitsland, maar haar roots liggen in Italië. Van alle markten thuis dus: Nederlands, Duits, Italiaans en ook nog eens de lekkerste koffie. Inmiddels is ze geworteld in Amsterdam met twee kinderen en sinds kort een kleinkind, vertelt ze ons met een brede glimlach. Acht van die tien jaar werkt ze al samen met Aisha, haar partner in crime. Aisha, met net zo’n grote glimlach maar een tikkeltje verlegen, is inmiddels een goede vriendin. Toch kibbelen Lidia en Aisha wel af en toe. Dat ligt naar eigen zeggen vooral aan de

stress die het gemiddelde studentengedrag oplevert. De grootste ergernis is niet de drukke ochtendspits, maar het fenomeen ik-ga-koffie-bestellen-maarmoet-blijven-appen. Het ongeïnteresseerde staren naar het telefoonscherm dwingt de koffiedames soms om met luide stem te vragen: “Wat wil je?” De toekomst van Lidia is onzeker. Met de verhuizing in zicht weet ze nog niet waar ze volgend jaar staat. Als het aan Lidia ligt, doet ze dit werk tot aan haar pensioen. Het liefst op de nieuwe rechtenfaculteit, want Lidia is niet alleen een bekend gezicht voor ons, maar wij zijn dat ook voor haar.

‘Grootste ergernis is niet de drukke ochtendspits, maar het fenomeen ik-ga-koffie-bestellen-maarmoet-blijven-appen’


Van Oude Mannenhuis ››

1877 – Universiteit van Amsterdam In 1877 wordt een nieuwe wet aangenomen waardoor het Athenaeum Illustre een universiteit kan worden. Geen rijksuniversiteit, maar een gemeentelijke universiteit. Zij is meteen de grootste van Nederland met 427 studenten, waaronder 76 rechtenstudenten. Om al deze studenten een plek te kunnen bieden is een nieuw gebouw nodig…

1880 – UvA X OMHP De Universiteit van Amsterdam betrekt de Oudemanhuispoort. Er zijn in de opeenvolgende jaren verschillende voorstellen om de naam van deze plaats te veranderen, zoals naar de Universiteitsstraat. Zoals wij weten is geen van allen aangenomen.

1876 – Boekengang De boekverkopers betrekken de doorgang die naar de binnenplaats van de Oudemanhuispoort leidt. Voorheen stond de dagelijkse boekenmarkt op het Rembrandtplein – toen nog De Botermarkt. Zoals dat zo vaak gaat, waren de verkopers het eerst niet eens met hun nieuwe locatie. Toch waren zij uiteindelijk snel tevreden met de overdekte kasten en tot op de dag van vandaag brengen boekenliefhebbers hun tweedehandsboeken aan de man in de oude winkelkasten.

‹ ‹ ‹

1881 – De eerste Minerva Het borstbeeld van Minerva dat het centrum van de binnentuin siert, werd op 22 februari 1881 aangeboden aan de stad Amsterdam namens het Amsterdams Studenten Corps. De beeldhouwer is Franz Stracké. In 1972 verbrijzelde Minerva – 500 kilo zwaar - het been van een actievoerder toen hij haar beklom en een bord om de nek wilde hangen. Op Minerva’s helm is nog steeds een barst zichtbaar.

1890 – Aula De universiteit mist nog een gemeenschappelijke aula. Deze wordt in de grote hal gebouwd. Tegenwoordig misschien onvoorstelbaar dat onze koffiehal, waar studenten elkaar ontmoeten na college en werkgroep, vroeger een statige aula was met zuilen en marmer. Het enige restant van deze aula staat in een hoek tussen een grote rode prullenbak en een collegekaart oplaadautomaat; het beeld van Minerva. Ooit prijkte dit beeld in een nis, centraal boven het podium van de aula.

1950 – Rechtenfaculteit De Grote Verbouwing van de Poort vindt in de jaren ‘50 en ‘60 plaats. Vanaf dit moment zal deze locatie bekend staan als de juridische faculteit. Het gebouw wordt nog steeds gedeeld met de sociale wetenschappen.

› › ›


›› tot Poort Tekst: Louisa Bergsma

Wij rechtenstudenten zijn slechts een klein onderdeel van de geschiedenis van het gebouw waar wij onze studiepunten proberen binnen te slepen. Een driejarige bachelor is niets op het 415-jarige leven van onze Poort. Enkele hoogtepunten uit de gezamenlijke geschiedenis van de Poort en de UvA op een rij.

1602 – De eerste bewoners 9 Augustus 1602 betrok de eerste groep vrijgezelle heren en dames voor het eerst het nieuwe gebouw van het Oude Mannen en Vrouwen Gasthuis. Menigeen was verbaasd dat voor deze armelui een dergelijk statig pand was gebouwd. Tot 1831 bleef de Poort bewoond door deze oude mannen en vrouwen.

‹ ‹ ‹ ‹

› › ›

1831 – Bestemming Het gebouw krijgt een nieuwe bestemming. In de 50 opeenvolgende jaren zal deze vaak veranderen. Van cholera hospitaal tot kunstacademie.

1962 – Lutherse kerk De aula in de Oudemanhuispoort wordt te klein. De nieuwe aula wordt gesitueerd in de Lutherse kerk aan het Spui, waar deze zich nog steeds bevindt. In 1963 wordt de aula in de Poort gesloopt.

1632 – Athenaeum Illustre 385 Jaar geleden werd het Athenaeum Illustre opgericht, de voorganger van de Universiteit van Amsterdam. Toentertijd was zij echter nog geen universiteit, maar een voorbereidend instituut voor de drie Rijksuniversiteiten van Nederland; Leiden, Utrecht en Groningen.

2017 – REC-A In augustus zal de rechtenfaculteit naar gebouw A van de Roeterseilandcampus verhuizen. Wat de nieuwe bestemming van het gebouw wordt, is nog niet duidelijk. Wel blijft de Poort onderdeel van de Universiteit van Amsterdam. Waarschijnlijk zal de Faculteit der Geesteswetenschappen zitting nemen in het pand, een alternatief plan is het gebouw ombouwen tot de nieuwe UB. Wat het wordt? De tijd zal het ons leren. Zeker is dat de nimmer stoppende herbestemming van de Poort ook nu nog niet op haar eind zal zijn.

Bron: Jurjen Vis, De Poort Geïnteresseerd in de geschiedenis van de OMHP, haar eerdere bewoners en de UvA? Lees het boek van Jurjen Vis: De Poort; De Oudemanhuispoort en haar gebruikers, 1602 tot 2002. Geschreven ter gelegenheid van het 400-jarige bestaan van het gebouw in 2002.

23


Kartelboetes meer dan enkel een bonnetje nb

24

Tekst: Bryan Verheul

‘352 miljoen euro kartelboetes voor Air France-KLM’, je kunt je de krantenkop vast nog herinneren. Begin dit jaar eiste de Europese Commissie honderden miljoenen van verschillende luchtvaartmaatschappijen vanwege een vermeend kartel. Zij zouden afspraken met elkaar hebben gemaakt over de prijzen van vooral vrachtverkeervluchten binnen de Europese Unie. Één luchtvaartmaatschappij ontsprong de dans, Lufthansa. Zij verklapte het bestaan van het kartel - waar ze zelf onderdeel van was - aan de Commissie en hoefde daardoor niets te betalen. De luchtvaartmaatschappijen gaan uiteraard in beroep, maar wanneer de boete definitief toegewezen wordt, begint het juridisch touwtrekken pas echt.

De commissie Sinds het officiële ontstaan van de Europese Unie bestaat er in de EU-commissie een Commissielid dat zich primair bezighoudt met het handhaven van de afspraken omtrent de mededinging, geregeld in artikel 101 tot 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op dit moment is het een van de weinige posten die wordt ingevuld door een vrouw, namelijk de Deense liberaal Margrethe Vestager. Zij is met haar ambtenarenapparaat verantwoordelijk voor het opsporen van vermeende kartels; het toezien op de staatsteunmaatregelen van lidstaten aan bedrijven; en het voorkomen van machtsmisbruik van grote multinationale ondernemingen. Een ‘spannend’ werkveld waarin economen en juristen samenwerken en geregeld bedrijven binnenvallen om kartels en andere overtredingen van de mededingingsregels op te sporen. Zoals hierboven al bleek, kan de Commissie ver gaan in de boetes die ze oplegt aan overtreders van de mededingingsregels. De hoogte van de boetes verschilt per geval, maar ze nemen al snel enkele honderden miljoenen euro’s aan en kunnen boven een miljard euro uitkomen. Na het vaststellen van een kartel en een veroordeling tot het betalen van een boete, is het hele verhaal vaak nog lang niet afgedaan. Met het betalen van de boete is de schade die de ‘markt’ heeft geleden, nog niet gecompenseerd. De civiele aansprakelijkheid die dan volgt is een interessant proces dat zich veelvuldig in de rechtspraktijk voordoet. Schadevergoeding voor de directe afnemers Het is vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dat particulieren en bedrijven die nadeel ondervinden van een verboden kartel recht hebben op schadevergoeding, mits er voldoende causaal verband bestaat tussen het kartel en de geleden schade. Om de omvang van de geleden schade vast te stellen, wordt er door juristen van het Hof, in samenwerking met economen, een hypothetische voorstelling gemaakt van de prijsvorming en machtsverhouding van de markt wanneer het kartel niet zou hebben bestaan. Het verschil tussen de werkelijke situatie die is ontstaan door het kartel en de hypothetische voorstelling is in principe de omvang van de schade. Het berekenen van de omvang van deze schade is erg ingewikkeld; het vergelijken van de


hypothetische en werkelijke situatie is meer dan een verschil in aanschafprijs vermenigvuldigd met de afzet. Door een hoge prijs kan het zijn dat consumenten of bedrijven eerder geneigd waren producten te kopen bij ondernemingen die niet onderdeel waren van het kartel. Bij het vaststellen van de schade speelt dus ook het aantal alternatieve aanbieders en hun hoedanigheid van aanprijzing, verschil in kwaliteit, marktgrote en machtspositie van andere ondernemingen alsmede de complementariteit van producten en diensten een rol. Het doorrekenverweer Des te groter het kartel, des te waarschijnlijker dat afnemers van producten en diensten de hoger uitgevallen kosten weer hebben doorgerekend aan hun afnemers. In een markt met veel schakels vóór de uiteindelijke verkoop aan de consument zullen de ondernemingen die deel uitmaken van het kartel al snel beweren dat er voor degenen die zich direct op de schade beroepen (de afnemers) er helemaal geen schade is. Zij zullen namelijk de hogere aanschafkosten gewoon doorrekenen naar de volgende in de schakel. De overtreders kunnen stellen dat door deze doorberekening de schade bij hun afnemers beperkt is gebleven en dat zij daarom niet alle schade hebben die eerst was vastgesteld. Dit doorberekeningsverweer kan het vaststellen van de schade ingewikkeld maken. Volgens het Hof mogen de overtreders zich op het doorberekeningsverweer beroepen. Anders kan er voor de afnemers namelijk een situatie ontstaan waarbij ze zich ongerechtvaardigd verrijken, nu de kosten doorberekend worden naar de volgende schakel in de keten. De mogelijkheid dat de overtreders zich beroepen op het doorberekeningsverweer roept de vraag op of degenen aan wie is doorberekend ook een claim kunnen indienen bij de overtreders. In principe heeft het Hof ook die mogelijkheid opengelaten, maar in de praktijk is een dergelijke claim nog niet voorgekomen. Umbrella pricing Gelet op het grote marktaandeel dat een kartel kan behelzen, is het goed mogelijk dat andere aanbieders die geen onderdeel uitmaken van het kartel wel met de prijsafspraken meegaan. Helemaal als de overtreders een groot marktaandeel in handen hebben, kun je als kleinere aanbieder makkelijker meegaan. Het kan dus in feite voorkomen dat een aanbieder niet meedoet aan de kartelafspraken, maar toch op precies dezelfde wijze voordeel verkrijgt als de overtreders. Dit fenomeen heet umbrella pricing en valt volgens het Hof gewoon onder de toepassing van artikel 101 VWEU. Welke voorwaarden daar precies aan gesteld moeten worden, wil een bepaalde aanbieder beschuldigd worden van umbrella pricing, ligt volgens het Hof bij de lidstaten. Om dit vast te stellen moet er dus weer een zaak aanhangig worden gemaakt bij de nationale rechter.

Consumenten Doordat claims via het doorrekenverweer vaak terecht komen bij latere schakels in de keten, betalen uiteindelijk kleinere bedrijven of consumenten de ‘kosten’ van een kartel. In een Unie die is opgericht om de interne markt te vergroten en te reguleren, is dit niet wenselijk. Ze streeft immers naar een hoog niveau van consumentenbescherming. Sinds enkele tientallen jaren komen er daardoor steeds meer bedrijven op die, namens gedupeerden van een kartel, claims instellen tegen de overtreders. De belangrijkste en een van de grootste binnen de Europese Unie is de Stichting Cartel Compensation (SCC), gevestigd in Nederland. Deze stichting richt zich primair op de handhaving van Europese mededingingsregels. Stichting Cartel Compensation initieerde al eerder enorme en spraakmakende claims, onder andere tegen een eerdere veroordeling van Air France-KLM voor het overtreden van de mededingingsregels. Een kartelboete is dus meer dan alleen een bonnetje met een fikse boete erop. De kartelboete is het startpunt van de volgende juridische strijd die op gang komt: de civiele aansprakelijkheid. De overtreders zitten nog veel langer vast aan een kartel dan ze eigenlijk zouden willen. Bronnen https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/17/europese-commissielegt-klm-air-france-325-miljoen-kartelboetes-op-a1550797 - HvJ 5 juni 2014, zaak C-557/12 (Kone). - B. van der Wiel, ‘Schadevergoeding bij schending van mededingingsrecht’, NJB 2009/600. Uit: https://www.equesnijmegen.nl Umbrella pricing and cartel damages under EU competition law, Jens-Uwe Franck, 2015

25


Aung Sun Suu Kyi en de Rohingya

nb

26

Hoop voor de democratie in Myanmar? Tekst: Rogier Plokker

In Zuidoost Azië wonen al eeuwenlang Rohingya. Al in 1600 migreerden islamitische bewoners naar Rakhine. Dit veranderde toen aan het eind van de achttiende eeuw het gebied werd ingelijfd door een Birmese koning. Door executie en deportaties vluchtten veel Rohingya naar het toenmalige Brits-India en Brits-Bangladesh. Birma ontkwam echter ook niet aan de macht van de Britten, waardoor de Rohingya uiteindelijk in 1824 onder Brits bestuur vielen. De inlijving zorgde voor een flinke groei van het aantal bewoners in het gebied ten westen van Birma.1

H

et land kende in 1824 een feodaal stelsel waar veel verschillende stammen naast elkaar leefden. In het begin van de twintigste eeuw stond daarom in het akkoord bij de onafhankelijkheid van Birma dat deze stammen gelijke rechten en een zekere autonomie moeten krijgen. De in 1947 overleden onafhankelijkheidsstrijder en politiek activist Aung San speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van deze ‘Panglong Overeenkomst’. Er zijn toen maar liefst 135 verschillende stammen erkend, de Rohingya zijn echter nooit erkend als stam. In 1948 werd het land uiteindelijk onafhankelijk.2 1 http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/aung_san_suu_kyi/ , geraadpleegd op 30-4-2017 2 https://decorrespondent.nl/3418/het-meest-onderdruktevolk-ter-wereld-wordt-bedreigd-door-genocide-hoe-kandat/245289352-61f2b86b, geraadpleegd op 30-4-2017

De dochter van Aung San, Aung San Suu Kyi, studeerde in Delhi en Oxford om uiteindelijk net als haar vader ook politiek actief te worden. Birma veranderde namelijk steeds meer in een dictatuur na de militaire staatsgreep in 1962. Het land veranderde van naam, en werd: ‘Myanmar’. In haar strijd voor een nieuw bestuur richtte Suu Kyi met anderen de ‘Nationale Liga voor Democratie’ op.3 De partij won in 1990 uiteindelijk de verkiezingen met een meerderheid. De uitslag werd door het regime echter ongeldig verklaard. Aan Suu Kyi werd in hetzelfde jaar de Nobelprijs voor de Vrede verleend voor haar lange vredige politieke strijd tegen het regime. In de jaren daarna zat zij echter gevangen of onder huisarrest voor maar liefst vijftien jaar. Het bewind van Birma veranderde in de loop der jaren echter langzaamaan. In 2010 veranderde het militaire bestuur naar een (deels) civiel bestuur. De Nationale Liga voor Democratie kon bij de verkiezingen van 2010 echter maar beperkt meedoen aan de verkiezingen, waarna de partij de verkiezingen boycotte.4 In 2015 werden voor het eerst in maar liefst 25 jaar vrije verkiezingen gehouden. Maar doordat de grondwet van Birma, is gewijzigd tijdens de militaire dictatuur kon Aung San Suu Kyi geen president worden. Haar kinderen bezitten namelijk de Britse identiteit. De partij won de verkiezingen en sinds april 2016 vervult Aung San Suu Kyi de rol van ‘Adviseur van de Staat’ van Myanmar5. De zege van de partij zorgde voor een verandering in het land na vijftig jaar militaire macht. Omdat het land verbeteringen zou hebben gemaakt op het gebied van mensenrechten en democratie werden de 3 www.nos.nl/artikel/329493-wie-is-aung-san-suu-kyi.html, geraadpleegd op 30-4-2017 4 http://www.volkskrant.nl/buitenland/hoge-opkomst-bijhistorische-verkiezingen-birma~a4181296/ , geraadpleegd op 30-4-2017 5 http://nos.nl/artikel/2166804-aung-san-suu-kyi-geenetnische-zuiveringen-in-myanmar.html, geraadpleegd op 30-4-2017


‘Verschillende Nobelprijswinnaars, onder andere Malala Yousafzai en Desmond Tutu hebben het beleid van Aung San Suu Kyi bekritiseerd en waarschuwen voor een etnische zuivering’

economische sancties van de Verenigde Staten in 2016 door Obama ongedaan gemaakt.6 Een jaar na de overwinning van de partij kijken verschillende groepen echter wel kritisch naar het beleid van de regering. The Guardian interviewde verschillende diplomaten, adviseurs en experts over Birma. Sommigen zien in Aung San Suu Kyi een harde bestuurder, die banden heeft met de nationale elite van het land. Anderen zien echter dat zij een moeilijke taak te vervullen heeft in het land. Het leger heeft bijvoorbeeld nog steeds de macht over verschillende ministeries. Bovendien eindigen machtsovernames onstuimig, zoals ook duidelijk werd bij de veranderingen van de Arabische lente.7 De meeste kritiek krijgt het land echter op de behandeling van de Rohingya. Verschillende Nobelprijswinnaars, onder andere Malala Yousafzai en Desmond Tutu hebben het beleid bekritiseerd en waarschuwen voor een etnische zuivering. Aung San Suu Kyi heeft namelijk nog weinig gedaan om de islamitische Rohingya te beschermen. Zij erkent de naam Rohingya zelfs niet.8 Volgens haar probeert zij verschillende bevolkingsgroepen te verenigen en kloppen de berichten over genocide niet.9 Uit verschillende rapporten wordt echter duidelijk dat er vervolgingen plaatsvinden tegen de Rohingya. Ook hebben zij zeer beperkt recht op medische 6 http://nos.nl/artikel/2132167-obama-biedt-myanmar-uitzicht-op-schrappen-sancties.html, geraadpleegd op 30-42017 7 https://www.theguardian.com/global-development/gallery/2017/apr/07/rohingya-muslims-aung-san-suu-kyi-myanmar-un-inquiry-in-pictures, geraadpleegd op 30-4-2017 8 https://www.theguardian.com/world/2016/dec/30/nobellaureates-aung-san-suu-kyi-ethnic-cleansing-rohingya, geraadpleegd op 30-4-2017 9 https://www.theguardian.com/world/2017/apr/05/myanmar-aung-san-suu-kyi-ethnic-cleansing, geraadpleegd op 30-4-2017

behandeling en onderwijs. In 1982 werd er bovendien een wet aangenomen die de Rohingya stateloos maakten.10 De conflicten met de Rohingya en de Boeddhistische meerderheid van Birma zijn in 2012 nog meer opgelaaid. Human Rights Watch stelde door satellietbeelden vast dat duizenden huizen vernietigd waren. Amnesty International en de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties rapporteerde over verkrachtingen en de moorden op Rohingya. Deze vervolgingen leidden tot een vluchtelingenstroom in Bangladesh, het land dat grenst aan Rakhine.11 Ook probeerden veel Rohingya te vluchten naar andere landen in Zuidoost-Azië. Kofi Annan staat nu aan het hoofd van een VN-commissie die de etnische zuiveringen onderzoekt. Ook is er door de Verenigde Staties een onafhankelijke ‘fact-finding’ commissie in Rakhine aangesteld.12 Al eeuwenlang wonen de Rohingya in Zuidoost-Azië. Toch wordt deze islamitische minderheid al jarenlang vervolgd. De onafhankelijkheid in 1948 en de militaire dictatuur in Zuidoost-Azië veranderde niet veel voor deze groep. In de tijd van de militaire dictatuur werden zij zelfs stateloos. Aung San Suu Kyi, Nobelprijs winnaar voor de Vrede en nu ‘Adviseur voor de Staat’ werd gezien als de belofte van het land. Toch lijkt de overgang van het land naar een democratie nog onstuimig te verlopen. De vervolgingen van de Rohingya lijken namelijk niet te stoppen. De opgerichte commissies lijken een duidelijke stap om het geweld te onderzoeken. De toekomst zal echter uitmaken hoe Aung San Suu Kyi haar beleid ten opzichte van de Rohingya zal invullen. 10 https://www.theguardian.com/global-development/gallery/2017/apr/07/rohingya-muslims-aung-san-suu-kyi-myanmar-un-inquiry-in-pictures, geraadpleegd op 30-4-2017 11 http://www.smh.com.au/world/aung-san-suu-kyihung-out-to-dry-say-east-timorese-australian-politicians20170414-gvkwxf.html, geraadpleegd op 30-4-2017 12 https://www.irrawaddy.com/news/burma/internationalcommunity-calls-govt-cooperate-un-fact-finding-mission. html, geraadpleegd op 30-4-2017

27


nb

28

Aan de slag met Suus

Stress- en studieproblemen

´S

tudenten komen voornamelijk met studie gerelateerde problemen bij me. Ik ga heel erg uit van het principe dat studie- en stressproblemen aan elkaar gerelateerd zijn, want onder studieproblemen ligt vaak iets heel anders, zoals faalangst of perfectionisme. Studenten die naar mij toe komen zitten vaak in de knoop met hun planning of weten niet of ze de juiste studiekeuze hebben gemaakt. Als ik dan met ze begin te praten, merk je toch dat er vaak iets onder ligt. Toen ik zelf in Amsterdam ging studeren kwam ik uit Baarn en had ik best veel moeite met acclimatiseren. Alles was heel groot en er waren veel prikkels. Ik had af en toe een paniekaanval en kon me somber voelen. Het voelde alsof ik daar alleen in stond, maar toen ik erover ging vertellen merkte ik dat veel mensen hetzelfde hadden. Er heerst nog een taboe op psychische klachten, daarom komen mensen er vaak uit zichzelf niet mee. Ze zijn bang voor een stigma. Er

Tekst: Audrey Hendrix en Louisa Bergsma

Suzanne Slagt (26), ook wel Suus, studeerde vorig jaar af als psycholoog en richtte eind 2016 haar eigen bedrijfje op: Aan de slag met Suus. ‘Ik wil gewoon mensen helpen. Dus ik dacht, waarom begin ik niet voor mezelf?’ Al vanaf haar eerste studiejaar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam zag Suus dat er heel veel studenten met problemen zitten, studiegerelateerd of psychologisch. Alhoewel het vaak om lichte klachten gaat, kunnen mensen hier veel last van hebben. Ze vertelt ons over de klachten waar studenten over het algemeen mee zitten, waar die vandaan komen en hoe zij kan helpen om die klachten te verlichten.

wordt vaak meteen een label op mensen geplakt: “jij hebt een paniekstoornis, jij hebt een depressie”. Als je in therapie wilt, moet je zo’n label hebben, een diagnose voor een stoornis. Dat probeer ik te omzeilen. Bij een kliniek hebben ze vaak een protocol van vijf of tien sessies

en zijn ze heel erg gericht op de problematiek, niet op de persoon. Ik hoef niet vast te houden aan zulke protocollen. Sommige mensen praten een keer over hun problemen en zijn dan al heel erg opgelucht. Voor hen is de helft van het probleem dan eigenlijk al opgelost.


‘Sommige mensen zijn bang dat ze uren moeten mediteren met hun benen in hun nek, maar dat valt allemaal wel mee. Een kwartiertje rust nemen en luisteren naar wat je lichaam echt voelt kan al genoeg zijn

Anderen willen juist twaalf keer komen. Daarom doe ik het op deze manier, zonder protocol. Het staat mijn cliënten geheel vrij hoe vaak ze willen komen. Dat kost dan wel wat geld, maar omdat ik weet dat studenten weinig te besteden hebben probeer ik scherpe prijzen te hanteren. Betaalbaar voor studenten. Een ander doel van mij is dat ik toegankelijk wil zijn voor studenten. Mensen kunnen me gewoon appen of skypen. Wat ook vaak helpt is een stukje wandelen in plaats van geforceerd tegenover elkaar zitten. Ik merk dat het voor mensen iets luchtiger is als je elkaar niet zoveel aan hoeft te kijken. Ik probeer iemand te zijn die tussen een vriend of vriendin en een gevestigde therapeut in zit. Je moet wel afstand houden en objectief blijven, maar iemand moet zijn of haar verhaal bij me kwijt kunnen. Vervolgens kan ik helpen op verschillende manieren, bijvoorbeeld door cognitieve gedrags-therapie, maar ik geloof ook heel erg in ontspan-

ning en mindfulness. We zijn overprikkeld doordat we de hele dag bezig zijn met onze telefoons en beeldschermen. Dat er steeds meer burn-outs onder de 30 voorkomen staat volgens mij in direct verband met het feit dat we onze hersenen geen rust geven. Af en toe mindful wandelen zou bijvoorbeeld al heel goed zijn. Even zonder muziek en gewoon kijken wat je om je heen ziet. Daar zijn mensen al te weinig mee bezig. En mediteren, dus zitten en proberen te focussen op in- en uitademen. Sommige mensen zijn bang dat ze uren moeten mediteren met hun benen in hun nek, maar dat valt allemaal wel mee. Een kwartiertje rust nemen en luisteren naar wat je lichaam echt voelt kan al genoeg zijn. Naast de overprikkeling waar ik het eerder over had is de arbeidsmarkt ook een factor waardoor veel studenten last hebben van stress, studenten gaan daardoor heel veel naast hun studie doen. Soms denk ik “wat voor rooster heb jij?” als

studenten bij mij komen. Als ik dagen van negen tot vijf maak, waarom wordt er van jou dan verwacht dat je dagen van negen tot twaalf uur ‘s avonds maakt? Voor sommigen werkt dat, en gaat het ook goed als je voldoende rustmomentjes tussendoor weet te vinden. Maar soms vraag ik: “joh, moet dat echt allemaal? Is dat echt wat je wilt en wat als dat bijvoorbeeld niet gebeurt?” Het is belangrijk om jezelf eens de vraag te stellen waar je het nou eigenlijk voor doet en of het je echt zoveel plezier brengt dat dit het waard is. Ik vind toch dat we op de wereld zijn om het naar ons zin te hebben. Wat ik zonde vind, is dat generaties hiervoor altijd zeiden dat je studententijd de mooiste tijd van je leven is. Voor veel studenten is dat tegenwoordig helemaal niet meer zo. Het zou wel goed zijn om daar een beetje naar terug te gaan. Het enge aan een burn-out is dat het je overvalt, je kan opeens niets meer en op die manier kom je erachter dat je het hebt. Rustmomentjes zijn ook daarom belangrijk, je ontspant er niet alleen maar mee, maar op die momenten kan je ook bij jezelf nagaan wat je allemaal voelt. Dat merk je pas als je gaat ontspannen. Als je dat voldoende doet, kan het bijna niet dat je opeens in een burnout zit. Dan voel je dat wel aankomen en kun je er op tijd iets aan doen. Je hebt nu een piek van mensen met overspannen klachten en ik hoop dat dat snel gaat dalen. Daarom probeer ik zoveel mogelijk mensen erover te vertellen. Ik denk dat er snel een omkeerpunt komt. Mensen zijn zich in ieder geval al iets bewuster. En bewustwording is de eerste stap in het proces.

29


Studeren in het buitenland

Brandblussers op de fiets Tekst: Saar Hoek

nb

30

Eind april was ik naar huis aan het fietsen. Iets heel normaals wat ik al ontelbare keren eerder heb gedaan, maar de omstandigheden waren drastisch anders. De tocht was bergopwaarts en door een sneeuwbui, wat al verklapt dat het genoemde huis niet mijn trouwe optrekje in de Pijp is. Daarnaast was er een brandblusser achterop mijn fiets geklemd. De brandblusser – die overigens ontzettend zwaar was – was door een van mijn vrienden gestolen tijdens een feestje in mijn corridor. Gelukkig had het kwaadaardige meesterbrein dit de volgende dag op Instagram gezet dus de boete voor vermis kon vermeden worden. Deze absurde fietstocht was voor mij heel typerend voor de uitwisseling, want hoewel je hier komt als uitwisselstudent, studeren staat hier in een gulle bui nog op de tweede plaats. Lesroosters worden om de vakanties gepland in plaats van andersom en wee je gebeente als je zegt dat je niet mee kan naar een feest omdat je moet leren.

H

et moet ook gezegd worden: dronken twijfelachtige beslissingen nemen is een uitstekende manier voor het opbouwen van internationale relaties. Die van mij zijn onder meer opgebouwd door samen uit een raam te springen, een halve watermeloen te gooien naar een nietsvermoedende Zweed, te proberen vijftig McNuggets naar binnen te werken en vervolgens met hartkloppingen en zweetdruppels stoppen bij achtenveertig en waterverfschilderijen te maken onder de invloed van een alarmerende hoeveelheid whisky. Omdat alle exchange studenten in eerste instantie alleen zijn, levert dat op dat we uit wanhoop de hele tijd samen zijn. De hele bende leeft in angst zijn potentiële beste

vriend of een verbindend moment mis te lopen en komt dus elke keer weer opdraven. Niet alleen naar feestjes maar ook met de trein naar Stockholm, in de hondenslee door Lapland en met een cruiseschip naar Riga. De eerste maanden waren dan ook getekend door verwondering. Ik heb het Noorderlicht door de lucht zien dansen, met zonsondergang in Finland geskied, geproost in alle talen die de wereld te bieden heeft, het conservatorium van Malmö een Zweedse schlagerwedstrijd uit zien voeren en vooral al mijn zakgeld van DUO uitgegeven aan vakantie en alcohol. Toch kwam ik er op gegeven moment achter dat het leven hier nog steeds het echte leven is, maar dan zonder je supportsysteem. Erger nog,

het supportsysteem leeft haar leven ook door zonder jou. Vrienden kwamen thuis van reizen en ik miste in het welkomstcomité, nieuwe relaties begonnen, de oranje-gekleurde selfies van Koningsdag in de groepchat waren niet van mijn gezicht, mijn beste vriendin drinkt goedkope rode wijn met iemand anders en wanneer er hier iets gebeurt weet ik niet goed met wie ik het wil delen. Mijn weemoedige periode kwam ongeveer op het halverwege-punt van de uitwisseling, wanneer je beseft dat sommige dingen niet goed op te bouwen zijn in een enkel semester. In mijn geval was dit gelukkig ook het punt waarop mijn vaste vriendengroep echt vorm kreeg, ik een uitdagend mastervak ging volgen dat volledig aansluit bij mijn interesses en het eindelijk – na maanden wachten – lente werd. Juist op het moment dat ik mijn fundament ging


missen had ik weer stevige grond onder de voeten. Een beetje dubbel is dat wel, want hoewel ik altijd al wist dat ik weer terug naar Amsterdam zou gaan, gaat mijn huidige omgeving ook ieder zijn eigen kant op. Het is moeilijk te beseffen dat je een plek verlaat en het nooit op dezelfde manier terug zal kunnen vinden. Het is heel onwaarschijnlijk dat de mensen die ik nu bijna elke dag zie ooit weer allemaal samen gaan zijn. Ik heb nog een maand of twee te gaan maar het is nu al een onvergetelijke ervaring. Los van alle nieuwe dingen, mensen en inzichten die ik tegen ben gekomen heeft het me ook een nieuwe waardering voor het oude gegeven. Voor de manier waarop de zon weerspiegelt op de Amsterdamse grachten, het feit dat onze fietsen op drie sloten moeten, de onmogelijkheid van onze taal en zelfs mijn eigen naam die opeens exotisch was geworden. Ik raad iedereen aan om er een half jaar op uit te vliegen als het kan. Bekijk het zo: al het geld nu uitgegeven, wordt bespaard op airbnbs en hostels later wanneer je de logeeradresjes in Duitsland, Frankrijk, Ierland, BraziliĂŤ, Ecuador, de VS en Nieuw-Zeeland opzoekt. Al met al een wijze investering.

31


FSR

update Beste allemaal,

nb

32

Bij het ter perse gaan van deze editie van de Nota Bene zullen de verkiezingen voor de nieuwe studentenraad in volle gang zijn. Voor de kandidaten betekent dit een spannende week waarin volop campagne gevoerd zal worden, terwijl dit voor ons het einde van ons raadsjaar signaleert. Het was een bewogen jaar waarin wij onder andere de verhuizing vanuit het oogpunt van de student in goede banen geprobeerd hebben te leiden en meegewerkt hebben aan het herziening van het bachelorcurriculum. Hieronder kan je lezen waar wij in de laatste periode mee bezig zijn geweest. Hopelijk vinden jullie dat wij onze taak naar behoren hebben vervuld. Wij hebben er in ieder geval van genoten! Advies studieplekken Een van de belangrijkste manieren waarop de studentenraad invloed uit kan oefenen op het bestuur van de faculteit is door het uitbrengen van gevraagde, maar met name ook van ongevraagde schriftelijke adviezen. Een advies bespreekt een belangrijke ontwikkeling of een onderwerp dat op het desbetreffende moment speelt, of waarvan de studentenraad vindt dat er aandacht aan zou moeten worden besteed. Belangrijk aan een advies is dat het bestuur verplicht is tot een inhoudelijke (schriftelijke) reactie binnen 6 weken. De afgelopen weken zijn wij onder andere bezig geweest met een advies

omtrent studieplekken op REC-A. In de oorspronkelijke plannen was een zeer groot gedeelte van de voorziene studieplekken namelijk aangemerkt als ‘lage intensiteit’ studieplekken. Dit zijn plekken die voornamelijk gericht zijn op samenwerken. In ons advies hebben wij het bestuur en de projectontwikkelaar gewezen op het feit dat de rechtenstudie voornamelijk stilteruimtes vereist. Het is immers niet erg fijn dat wanneer jij arresten uit je hoofd aan het leren bent, jouw buren nog aan het napraten zijn over het festival waar zij het afgelopen weekend zijn geweest. Wij hopen dat de betrokken partijen ons advies ter harte zullen nemen. Winnaar docent van het jaar Tussen dinsdag 14 februari en donderdag 2 maart brachten ongeveer 1800 studenten hun stem uit in de strijd om de felbegeerde titel van Docent van het Jaar. De resultaten zijn binnen en de winnaar op de FdR is bekend. Dit jaar heeft de alom gewaardeerde mevrouw Muntjewerff de titel in ontvangst mogen nemen. Wij willen haar daarom bij dezen hartelijk feliciteren!

Degenen die het geluk hebben gehad de werkgroepen van mevrouw Muntjewerff te mogen bijwonen, hebben nog steeds haar schema’s in het hoofd die zij met veel liefde en eindeloos veel geduld elke keer weer op het bord tevoorschijn toverde. Daarom hopen wij van harte dat mevrouw Muntjewerff ook de UvA-brede verkiezing zal winnen. De winnaars van alle faculteiten zullen het binnenkort tegen elkaar opnemen en zullen worden beoordeeld door een jury welke bestaat uit studenten en collega’s. Eindfeest Oudemanhuispoort – 6 juli Zoals jullie ongetwijfeld al hebben gehoord, nemen wij eind van dit academisch jaar afscheid van de Oudemanhuispoort alvorens wij naar het Roeterseilandcomplex zullen verhuizen. Het bestuur heeft toegezegd dat ook de studenten afscheid zullen mogen nemen van de Poort. De FSR gaat daarom samen met de JFAS op 6 juli een heus eindfeest organiseren! Er zullen plaatjes op de binnenplaats gedraaid worden en het bier zal rijkelijk vloeien. Houd onze Facebook in de gaten, daar zal nadere informatie volgen.

De Facultaire Studentenraad, achterste rij van links naar rechts: Nina Visser, Marlene Straub, Chloë van den Berk, Maciek Bednarski, Tjapko van Noort, Maurits van de Sande. Voorste rij van links naar rechts: Anne-fleur Slagt, Anne Myra van der Meulen, Anthony Leigh, Sona Shakhverdian, Sasha Borovitskaya.


Sneakpeak bij Amsterdam Law Firm Tekst: Lyke Besteman

Samen met mijn collega’s van de Amsterdam Law Firm loop ik vrijdag 17 maart 2017 rechtbank Amsterdam binnen. Best indrukwekkend, zo’n groot gebouw. Als we de zaal betreden waar we straks zullen gaan pleiten, word ik een beetje zenuwachtig. Ik ga vandaag voor de eerste keer in mijn leven pleiten, in de rechtbank van Amsterdam, met een toga aan! En dat in mijn eerste halfjaar als rechtenstudent.

D

e Amsterdam Law Firm is een programma vanuit de UvA waar studenten samenwerken met kantoren, de rechterlijke macht en bedrijven, vooral gericht op de togaberoepen. In teams ga je aan de slag met een dossier van de instantie waar je “stage” loopt. Van A tot Z speel je de rol van advocaat, officier van justitie of rechter in de zaak. Het eerste blok van de Amsterdam Law Firm werkten we samen met De Brauw Blackstone Westbroek. Een gerenommeerd kantoor op de Zuidas. Bij dit kantoor werken 650 medewerkers voor de top van het Nederlandse en internationale bedrijfsleven. Het advocatenkantoor heeft vestigingen in Shanghai, Londen, Singapore, New York, Brussel en uiteraard Amsterdam. Toen ik voor het eerst bij de vestiging in Amsterdam kwam, waande ik me even op de set van Suits. Vloeren, muren, tafels, alles was van marmer. Gouden kleerhangers om je jas aan op te hangen en een volledig glazen lift waren aanwezig. Meerdere keren gingen we langs bij De Brauw om een presentatie te krijgen, zelf een presentatie te geven of om te onderhandelen met andere teams teneinde de best mogelijke optie te verkrijgen zodat de gang naar de rechter achterwege kon blijven.

33

Zitting van de Amsterdam Law Firm. Foto gemaakt door Peter Rijpkema

In de zaak die je behandelt maak je onderdeel uit van een team. Het is dus belangrijk dat je kunt samenwerken. De rollenspellen - zoals een presentatie aan de cliënt geven, pleiten in de rechtbank en onderhandelen met de tegenpartij -worden verdeeld onder de mensen van je team. Weliswaar heb of krijg je een bepaalde rol toegewezen, maar achter de schermen werk je als team hecht samen. Elke week overleg je over de inhoud van het dossier, schrijf je mee aan de analyse, de dagvaarding en de pleitnota. Je wordt geacht elke ‘meeting’ aanwezig te zijn, ook als je zelf geen presentatie moet geven. Het werkt namelijk zo: één team, één taak. Momenteel behandelen we een strafrecht dossier, wat goed aansluit bij ons vak straf(proces)recht in dit blok. Het is in samenwerking met het Openbaar Ministerie. Het leuke is dat daardoor het vak strafrecht meteen interessanter wordt, omdat je er door de ALF meer mee bezig bent dan alleen het lezen van de boeken en het volgen van de colleges. De Amsterdam Law Firm geeft dus de mogelijkheid om naast de hoorcolleges en de werkgroepen praktijkervaring op te doen als jurist. Daarbij is het natuurlijk heel erg handig voor je contacten in het bedrijfsleven, aangezien je al

advocaten, officieren en rechters leert kennen en de mogelijkheid hebt om een praatje met ze te maken, feedback te krijgen op je werk of vragen aan ze te stellen. Daarnaast krijg je ook nog eens studiepunten voor het volgen van dit leerzame programma, dus wat wil je nog meer?


JFAS

jaaroverzicht 2016 -2017

H

et is begin september 2016 als langzaam maar zeker de zongebruinde rechtenstudent naar de Poort wederkeert. Het bestuur van de JFAS heeft de hele zomer doorgewerkt om het jaar goed van start te kunnen laten gaan. Met de intreeweek net achter de rug, hebben zich veel nieuwe leden ingeschreven en kunnen wij met trots zeggen dat dit wel het startschot moet zijn voor een mooi JFAS-jaar. Voor het bestuur betekent september vooral constitutieborrels. Oftewel, avonden aaneengesloten stad en land afreizen om zusterverenigingen te feliciteren met hun aanstelling. Simpel gezegd is dit gewoon bonden met de besturen die exact hetzelfde doormaken. Deze borrels staan garant voor de nodige gezelligheid, welke ik naar alle waarschijnlijkheid niet inhoudelijk nader hoef te concretiseren. 22 September was het aan de JFAS de eer om een constitutieborrel te organiseren. Met gepaste

spanning nam het 106 e bestuur op het podium in de Heeren van Aemstel de felicitaties in ontvangst. Deze ging-en gepaard met de nodige sterke verhalen en drank. Dit mocht de pret niet drukken en het gevierde 106 heeft zich er kranig doorheen geslagen. Uiteraard bestaat een jaar niet enkel uit borrels. Vrij snel stond het eerste kantoorbezoek op het programma. De aftrap van een jaar vol juridisch inhoudelijke activiteiten vond plaats bij Loyens & Loeff. Enkele dagen later zou er koers worden gezet richting Berlijn. 80 dartele eerstejaars stonden te trappelen om het studentenleven te proeven, elkaar beter te leren kennen en de eerste vriendschappen op te doen. Dat deze reis de boeken in is gegaan als legendarisch, zal onder vele van jullie bekend zijn. Was je er niet bij? Balen, what happens in Berlin, stays in Berlin.


Na deze reis wordt er hard gestudeerd voor de naderende tentamenweek, er moeten punten worden binnengesleept. Zoals elke tentamenweek probeert de JFAS er het beste van te maken voor haar leden door de verkoop van samenvattingen. Ook dit jaar hebben wij een hoop studenten gered die daags voor het tentamen ten einde raad waren. Gelukkig is de tentamenweek maar 1 week per blok en blijft er voldoende tijd over om je leven een gezelliger invulling te geven. Inmiddels is het november als het nieuwe blok van start gaan. De dagen zijn donker, koud en kort. Gelukkig bood de JFAS weer licht in deze dagen. De maand ging van start met een inhousedag bij JBL&G, een bureau gespecialiseerd in letselschade. Daarnaast hebben we een uitzending van Pauw bijgewoond op het Westergasterrein en was het ook weer tijd voor de maandelijkse borrel. Veel leden komen achter Netflix vandaan om even te highfiven met hun studievrienden in de Heeren van Aemstel. Als kerstreces nadert, vindt de halfjaarlijkse ALV plaats. Een spannende aangelegenheid voor het bestuur. Gelukkig loopt dit allemaal gesmeerd en kunnen wij na een half jaar hard werken ons JFAS-nest tijdelijk verlaten om kerst te vieren bij het ouderlijk element. Na wat ontwenningsverschijnselen is het eindelijk januari, gaat de Oude-manhuispoort weer open, en mogen we de JFAS-kamer weer openen. Wij zijn alle zeven ontzettend blij

elkaar weer terug te zien na twee hele lange weken zonder elkaar. Na een grondige winterschoonmaak van de JFASkamer zijn we weer helemaal klaar om onze leden te kunnen ontvangen. Januari is ook de maand waarin ons Wintergala plaatsvond. Met uitzicht over Amsterdam hadden we met Level Eleven een prachtige locatie. Opgedoft in mooie jurken lieten de vrouwen zich van hun mooiste kant zien tegenover de in smoking gestoken heren. Het is februari als de JFAS een tot in de puntjes verzorgde activiteit neerzet. JFAS on tour wordt geboren. Drie opeenvolgende donderdagen bezoekt de JFAS een advocatenkantoor. Van Benthem en Keulen in Utrecht bijt het spit af, gevolgd door KienhuisHoving in Enschede en CMS in Amsterdam. JFAS-leden kunnen hier hun ambitieuze hart ophalen. Nog bijkomend van deze reeks kantoorbezoeken staat de volgende reis voor de deur: de bachelorreis naar Valencia. Met een goede voorbereiding en ruim 30 blije gezichten stonden we 1 maart om vier uur op Schiphol. Het was mooi, het was zonnig en het was gezellig. Met een rechtbankbezoek en een bezoek aan de bar van advocaten was het ook nog inhoudelijk. De bachelorreis was geslaagd. Met deze reis achter de rug kwam het einde voor ons als bestuur ineens dichtbij. De sollicitatieperiode brak aan en ineens moet er nagedacht worden over een nieuw bestuur. Het liefst wil je dat zo een jaar nooit stopt, dat je elkaar altijd blijft zien en dat we

in onze bubbel kunnen blijven, maar iedereen weet dat aan alles een einde komt. Voordat dit einde echt gerealiseerd wordt, mochten we nog op masterreis naar Canada. Een reis die begon in Montréal en eindigde in Toronto. Met een leuke groep masterstudenten, de commissie en het bestuur hebben we ook hier weer een fantastische reis neergezet. Bij terugkomst begint het einde dan toch écht te knagen. De sollicitatieprocedure wordt opgestart en na lang wikken en wegen wordt een kandidaatsbestuur vastgesteld. Inmiddels is kandidaatsbestuur 107 een feit en is het inwerken begonnen. Wij halen de laatste weken nog alles uit ons bestuursjaar voordat we het stokje officieel moeten overdragen aan het nieuwe bestuur die het ongetwijfeld fantastisch gaan doen. Lieve leden, ontzettend bedankt voor het afgelopen jaar. Zonder jullie was dit niet gelukt. Wij hopen jullie volgend jaar allemaal te zien op Roeterseiland! In de laatste plaats zou ik graag van deze gelegenheid gebruik maken om een shoutout te doen naar mijn medebestuurders die dit jaar voor mij onvergetelijk hebben gemaakt. Beter had het niet gekund. Voor de laatste keer namens het 106e bestuur der Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, Isabelle Raven Secretaris 2016 – 2017


Borrels


37

Gala


Externe activiteiten


Pubquiz, dodgeball & hockey

39


Berlijnreis


Bachelorreis

41


Masterreis


Bedankt!

De JFAS is niets zonder haar commissies. Duizendmaal dank. Zonder jullie zou de JFAS zijn als een reis zonder bestemming, een borrel zonder bier, een inhoudsloze inhousedag of een lege Nota Bene. Borrelcommissie Puck Groeneweg Never Kdekian Niels Koenders Loulou van Vulpen Rosanne Wollrabe Sude Zorluozpina Nota Bene Lyke Besteman Daniel de Bruijn Sebastian de Bruijn Marjolijn Feenstra Audrey Hendrix Saar Hoek Anna Ida Hudig Caspar Klos Hannah van Kolfschooten Bastiaan Loopstra Rogier Plokker Bryan Verheul Nicky Willemsen Berlijnreis Olivier Bergh Iga Mamczarz Giovanni Pronk Leon de Rond Matthieu Smakman Marketingcommissie Marilu van der Dong Rogier Plokker Karel van Vliet

Bachelorreis Julia Brouwer Britt van der Klink Marieke Pielaat Joel van der Velde Myron Warta Masterreis Coos Maas Arsen Saakyan Stijn Winters Externe activiteiten Femke Beelen Olivier Bergh Els Dudink Johan Emmen May-Lynn van Es Anfernee Leemans Matthieu Smakman Boekenverkoopcommissie Lisa Ann Abas Philo Schirris Hervormingscommissie Linda Knap Marianne Meijer Marcus Wester Lucas Wolthuis Scheeres Kascontrolecommissie Giovanni Pronk Marjolijn Feenstra


De buitenlandse stages van Loyens & Loeff. Een kleine kans op een grote kans.

Het hele jaar door komen alleen de allerbeste studenten door de strenge selectie voor een buitenlandse stage van Loyens & Loeff. Het mooie is wel dat als je eenmaal binnen bent, je ook echt gaat leren van de allerbesten in je vakgebied. Daarbij staan onze kantoren in de belangrijkste wereldsteden en financiële centra. Van Parijs tot Singapore, van Londen tot New York. Geïnteresseerd in een stage van twee maanden waarvan één in het buitenland? Solliciteer naar een stageplaats via onze website: www.loyensloeffacademy.nl AC A D E M Y

Profile for JFAS

Nota Bene Voorjaar 2017: Ode aan onze Poort #4  

Nota Bene Voorjaar 2017: Ode aan onze Poort #4  

Advertisement