__MAIN_TEXT__

Page 1

JURIDISCHE FACULTEIT DER AMSTERDAMSCHE STUDENTEN

notabene 01

The Supreme Court “Hoe werkt het eigenlijk?” p. 16

Gerard Reve en het Ezelproces p. 30


COLOFON Hoofdredactie Doris Buijs Eindredactie Doris Buijs Karel van Vliet Marjolijn Feenstra Sebastian de Bruijn

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en verschijnt tweemaal per jaar.

Redactie Anna Ida Hudig Bryan Verheul Doris Buijs Karel van Vliet Myrthe van der Brug VIola Lam Vormgeving Tharim Cornelisse Drukkerij Printhuus JFAS-bestuur 2018-2019 Olaf Stolk - Voorzitter Fanny Spiekerman - Secretaris Britt van der Klink - Penningmeester Rosanne Wollrabe - Vicevoorzitter & Comissaris Onderwijs & Facultaire Zaken Audrey Hendrix - Commissaris Intern Lidwien Stegeman - Commissaris Extern Doris Buijs - Commissaris Media Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Roeterseiland Campus Gebouw A Nieuwe Achtergracht 166 1018WV Amsterdam De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas.com.

@JFAS - Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

@studieverenigingjfas


Inhoud Voorwoord Het nieuwe bestuur Berlijn hotspots The Supreme Court, hoe werkt het eigenlijk? Dure rechtsspraak De Judas verklaringen Ezelsproces Deliveroo, ga toch fietsen! Co2 op zee Klimaatwet

4

6 12 16 18 22 25 28 31 33


4

Voorwoord De broeierige zomerdagen liggen achter ons, een nieuw studiejaar staat te wachten. Wat dit jaar ons ook zal brengen, van een ding ben ik in ieder geval zeker: de entree van studenten. Want dat valt me op: de ernst waarmee de gemiddelde student de universiteit binnentreedt. Gehaast, gestrest, geconcentreerd. Misschien is dat juist wel kenmerkend voor de rechtenstudent, zonder iedereen over een kam te scheren. De jurist in spe kiest voor de aureo mediocritas, de gulden middenweg. Enerzijds bloedserieus en met volle focus op de carrière, anderzijds linea recta uit college door naar de Roeter, Kriterion of CREA, als er maar bier geschonken wordt. Typisch vind ik het, doch mooi. In deze editie passeren verschillende onderwerpen de revue. Hoe vergaat het Amerika, met de benoeming van een nieuwe rechter in het Supreme Court? Of dichter bij huis: hoe Reve, een van mijn favoriete schrijvers, vijftig jaar na dato nog niets aan actualiteitswaarde heeft ingeboet met het Ezelproces. Lees over griffierechten, het klimaat en zzp’ers. Onderwerpen waar elke rechtenstudent vaak een welgevormde mening over heeft. Maar wat vind u? Was de dt-fout in de vorige zin u opgevallen? Kritisch blijven is essentieel. Spreek met elkaar, tijdens de colleges, de werkgroepen of in de metro. Laat deze editie de aanleiding zijn tot gesprek. Mijn advies: wees oordeelkundig, daag elkaar uit, maar zie de studie, de universiteit en de tentamens niet als de Heilige Drie-eenheid. Zoek die gulden middenweg waar Aristoteles zo vervuld van was. Want de rechtenstudent is in mijn ogen een verbaal sterk en kritisch denkend persoon. Gebruik dat, pak de pen op en schrijf mee aan de volgende editie van ons verenigingsblad. Verrijk je omgeving met je kennis; denk en spreek, ad dies vitae. Doris Buijs Hoofdredacteur 2018-2019


DE STUDENT Student (de; m.), studente (de; v.) [-1350- <Lat. studens (studerend)] 1 iem. die de colleges van een universiteit of hogeschool volgt; â&#x20AC;˘ de eeuwige student, iem. die steeds maar ingeschreven blijft, zonder ooit zijn studie te voltooien of zelfs enig examen te doen; â&#x20AC;˘ het student, het prototype van een student (met de gevoelswaarde: veel drinken, weinig studeren, lang slapen, bekaktheid); 2 (Belg.N., w.g.) leerling van een middelbare school. Van Dale, 13e druk, 1999


6

Het nieuwe bestuur Sinds de ALV van 25 juni 2018 is er weer een nieuw bestuur gezeteld. Wie zijn de zeven leden ervan en wat doen ze precies? Leer de bestuursleden en hun commissies kennen en wie weet vind je wel de commissie die bij jou past!


Voorzitter

Olaf A. Stolk Beste Lezer, Voor u ligt de eerste Nota Bene van het academische jaar 2018/2019. Het is mij een eer en genoegen u in de hoedanigheid van voorzitter der JFAS toe te kunnen spreken. Toen ik twee jaar geleden als jong en ongehavend student begon aan de UvA kwam ik vrijwel direct in aanraking met de JFAS en daarmee ook de Nota Bene. Alhoewel mijn nonchalance ten aanzien van het verenigingsblad allereerst aanzienlijk groot was kan ik nu het tegendeel beweren. Bladen als de Nota Bene zijn belangrijk. Ze bieden studenten een podium om te schrijven en lezers een kans het kritisch denkvermogen te sterken. Daarnaast kwalificeert een juridisch verenigingsblad tevens als vakliteratuur. Ik wil deze kans dan ook aangrijpen om u aan te moedigen dit blad te omarmen en te verwelkomen in uw leven, en wellicht er op een dag zelf aan bij te dragen. Want ook dat is de charme van een studentenblad, u hoeft geen journalist van hoog allooi te zijn om uw bijdrage aan het blad te leveren. Enkel enthousiasme voor de (digitale) pen en enige affectie met de juridische wetenschap. Dat laatste raad ik u Ăźberhaupt aan als u heeft gekozen voor de studie rechtsgeleerdheid. Kort over mijzelf dan maar. Ik ben gezegend mijn 22e levensjaar invulling te mogen geven met het voorzitterschap van de JFAS. Met zes sterke vrouwelijke collega-bestuurders hoop ik dit jaar de JFAS wederom te kunnen laten groeien en tegelijkertijd haar kerntaak goed te waarborgen: het ondersteunen van de UvA rechtenstudent op vakinhoudelijk ĂŠn sociaal gebied. Daarbij hoort ook een sterk verenigingsblad. Mocht u daar gedurende dit jaar een idee over hebben of opmerkingen willen delen, nodig ik u uit mij - dan wel enig ander bestuurslid - daarover te contacteren. Dit kan per mail, brief, Whatsapp, postduif (erg onbetrouwbaar in Amsterdam helaas) of telefoon. Alle gegevens hiervoor staan op de website. Voor nu een goed jaar gewenst waarin wij elkaar hopelijk veel tegen zullen komen op de diverse activiteiten die de JFAS haar leden biedt. Wij spreken elkaar ten laatste bij de volgende editie van de Nota Bene. Blijft u ten allen tijde kritisch. Gegroet, Olaf Stolk Voorzitter 2018-2019

7


Secretaris Fanny Spiekerman

Penningmeester Britt van der Klink

8 Lieve lezers, Mijn naam is Fanny Spiekerman en sinds 25 juni mag ik met zekerheid zeggen dat ik de 108e Secretaris van de JFAS ben. Na 107 voorgangers ben ik dan eindelijk aan de beurt de touwtjes in handen te nemen en mij te ontfermen over de administratieve bezigheden binnen de vereniging. Op 1 september 2016 kwam ik vol grootse verwachtingen voor het eerst de collegezaal van de UvA binnen. Ik had de verhalen over de studententijd als ‘leukste jaren van je leven’ wel gehoord, maar had geen idee of deze belovende woorden voor mij wel werkelijkheid zouden worden. De studie zelf bleek mij gelukkig al snel als een tweede huid te passen. Daarnaast kwam ik steeds meer in aanraking met de JFAS en ging er een hele wereld voor mij open met borrels, reizen en interessante activiteiten. Na mijn eerste jaar rolde ik min of meer in de Bachelorreiscommissie. Zonder ooit enige ambities op dit vlak te hebben gehad bleek dit voor mij heel nuttig en interessant en vooral iets om door te zetten. Van het een kwam het ander en nu mag ik met trots zeggen dat mijn studententijd niet alleen hele leuke levensjaren zijn, maar ook – zo is de verwachting – een ontwikkeling op veel verschillende vlakken. Je kunt mij altijd aanspreken wanneer je even wil kletsen of – niet geheel onbelangrijk – eventuele vragen hebt.

Hi lezers, Mijn naam is Britt van der Klink, ik ben 23 jaar oud, ik heb net mijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond en ik mag dit jaar de mooie en uitdagende functie van Penningmeester vervullen. In het tweede jaar van mijn bachelor vond ik dat ik ‘toch eens iets aan mijn cv moest gaan doen’. Iets wat je vaak hoort onder rechtenstudenten. Ik kwam op het idee om te solliciteren voor de Bachelorreiscommissie. Zo raakte ik in aanraking met de JFAS en achteraf gezien heeft die commissie mij zoveel meer gebracht dan alleen een aantekening op mijn cv. Ik heb ontzettend veel geleerd en heel veel nieuwe mensen leren kennen en daarom ben ik nu ook super enthousiast om aan ons bestuursjaar te beginnen. Ik ga mij voor de volle 100% inzetten om er een succesvol jaar van te maken! Hopelijk tot snel op een van onze borrels of kom eens gezellig langs bij ons op de kamer!

Comissaris Onderwijs & Facultaire Zaken & Vicevoorzitter Rosanne Wollrabe Mijn naam is Rosanne en dit jaar zal ik de functie van Commissaris Onderwijs & Facultaire Zaken vervullen binnen het 108e bestuur van de JFAS. Op dit moment zit ik in mijn derde jaar van de bachelor en daarnaast studeer ik deeltijd Taal en Communicatie aan de UvA. In ben met de vereniging in aanraking gekomen door de eerstejaarsreis naar Berlijn in 2016. Ik heb toen zoveel leuke mensen ontmoet, waardoor de JFAS me vooral op sociaal gebied aansprak. Naar aanleiding daarvan ben ik dat jaar deel uit gaan maken van de Borrelcommissie, een commissie waarin je alle borrels van de JFAS organiseert en zo op een laagdrempelige manier een groot deel van de vereniging leert kennen. Tijdens het tweede jaar van mijn studie heb ik ook de inhoudelijke kant van de JFAS goed leren kennen. Ik ben erachter gekomen dat de vereniging niet alleen gezellig is, maar zeker ook kan bijdragen aan je juridische ervaringen. Zo kun je je studie Rechtsgeleerdheid aanvullen met kantoorbezoeken, masterclasses en lezingen, georganiseerd door de JFAS. En nu ben ik hier, maak ik onderdeel uit van dit onwijs leuke bestuur en ben ik talloze onvergetelijke ervaringen rijker en dat worden er dit jaar alleen maar meer. Als Commissaris Onderwijs & Facultaire Zaken sta ik ervoor de belangen van de studenten te behartigen bij de FdR en de UvA en ben ik daarnaast verantwoordelijk voor de verkoop van de boeken- en samenvattingen. Dus mocht je zitten met een vraag, opmerking or whatsoever, je weet me te vinden: onderwijs@jfas.com.


Commissaris Intern Audrey Hendrix Hi lieve leden en lezers, Mijn naam is Audrey Hendrix en ik ben meer dan trots dat ik de - naar mijn mening - mooiste functie binnen het 108e bestuur van de JFAS mag vervullen: Commissaris Intern. Ik ben 20 jaar oud en ik plak een bestuursjaar in mijn Bachelor Rechtsgeleerdheid. Voor mij komend jaar dus geen jurisprudentie blokken of een half uur voor openingstijd in de rij staan voor de UB. De aanstelling tot deze functie is de kers op de taart van mijn trouwe lidmaatschap bij de JFAS. Vanaf mijn eerste jaar heb ik meegewerkt in verschillende commissies. Na twee jaar heb ik de gok gewaagd en zie hier: aan mij nu de taak om voor jullie o.a. de studiereizen en maandelijkse borrels te organiseren! Ik kan jullie met volle honderd procent beloven dat ik mij volledig zal inzetten om zoveel mogelijk succesvolle en gezellige activiteiten te organiseren. Mocht je een idee hebben, een vraag, een koffietje willen drinken of zin hebben om te kletsen? Spreek mij aan of kom langs op de kamer (A 0.55c)! Voor digitale high-fives, mail dan naar intern@jfas.com.

Commissaris Extern Lidwien Stegeman

Commissaris Media Doris Buijs

Mijn naam is Lidwien Stegeman, ik ben 20 jaar oud en ik vervul het komende academische jaar de functie van Commissaris Extern binnen het bestuur van de JFAS. Twee jaar geleden ben ik begonnen met mijn bachelor Rechtsgeleerdheid, wat zeker de juiste keuze voor mij is geweest. Toch had ik na twee jaar puur theoretisch bezig geweest te zijn de behoefte om andere mogelijkheden te onderzoeken. Ik wilde graag meer praktisch bezig zijn en vaardigheden ontwikkelen waar ik ook in de toekomst nog veel aan ga hebben, maar wel in het licht van mijn studie. Zo is de gedachte ontstaan om mij intensief in te zetten voor de JFAS als bestuurslid. De functie van Commissaris Extern sprak mij in het bijzonder aan omdat ik zelf merkte en om mij heen zag dat er behoefte is aan een beter beeld van de rechtspraktijk.

Als Commissaris Media mag ik komend jaar hoofdredacteur zijn van dit prachtige blad. Met liefde heb ik samen met de redactie geprobeerd om een mooi en inspirerende editie uit te brengen. Ik weet het, mensen lezen steeds minder, alles is digitaal. Betreurenswaardig, maar wel de werkelijkheid. Toch denk ik dat een blad als de Nota Bene wel degelijk iets te bieden heeft (in ieder geval meer dan de gemiddelde Instagram-post waar we dagelijks naar kijken). Zelf begon ik als redactielid mee te schrijven in het studiejaar 20172018. Een mooi leerproces, want goed schrijven is een kunst die maar weinig mensen in deze tijd nog beoefenen. Je bent dus zeker ook welkom bij de redactie, als je goed wil leren schrijven.

Als Commissaris Extern ben ik verantwoordelijk voor de externe activiteiten. Hierbij word ik ondersteund door de Acquisitiecommissie en de Commissie Extern. Met het oog op het geven van een beter beeld van de rechtspraktijk zullen er dit jaar verschillende informerende en inspirerende activiteiten georganiseerd worden in alle soorten rechtsgebieden. Denk hierbij aan kantoorbezoeken, rechtbankbezoek, lezingen en andere juridische inhoudelijke activiteiten.

Naast de Nota Bene, houd ik me ook bezig met alle promotie en marketing voor de JFAS. Hoe zorg je ervoor dat alle activiteiten/ reizen/kantoorbezoeken binnen no time vol zitten? Jullie zullen zien hoe ik het ervan af breng. Ik wil jullie allemaal in ieder geval aanraden om mee te gaan naar de activiteiten die worden georganiseerd. Dit bedoel ik niet als slap verkooppraatje, maar omdat het vaak inspirerende en ontzettend interessante bezoeken zijn. Op deze manier krijg je echt een idee van je latere werkplek, want tijdens onze theoretische opleiding zul je dat niet altijd goed meekrijgen.

Ik hoop je snel te zien bij een van onze activiteiten! Heb je nog vragen of suggesties? Je kunt me bereiken via e-mail: extern@jfas.com

Lieve lezers, geniet van ons blad (of niet, kritiek is altijd welkom op media@jfas.com). Ik hoop jullie allemaal te mogen ontvangen op onze kamer A0.55c!

9


Fanny Spiekerman:

10

Almanakcommissie De almanakcommissie zal aan het eind van dit studiejaar –uiteraard – een jaarboek uitbrengen. De commissie schrijft teksten over alle activiteiten en gebeurtenissen van het afgelopen jaar, zoekt foto’s erbij en houdt gedurende het hele jaar goed in de gaten wat er allemaal speelt binnen de vereniging. Lijkt het jou leuk om je te verdiepen in wat er speelt onder de leden? Hou je van schrijven, zonder een al te serieuze ondertoon? Meld je dan volgend jaar aan bij de Almanakcommissie! Goede Doelencommissie De Goede Doelencommissie is opgezet met het doel als vereniging iets te kunnen betekenen voor de maatschappij. De commissie zal zich bezighouden met het opzetten van evenementen die een bepaald doel dienen om daar zoveel mogelijk leden bij te betrekken. Ben jij maatschappelijk betrokken en lijkt het je leuk om onderdeel te zijn van de Goede Doelencommissie? Meld je dan volgend jaar aan!

Rosanne Wollrabe:

Academische commissie De academische commissie organiseert inhoudelijk interessante activiteiten, voornamelijk op drie gebieden. Het bevorderen van studievaardigheden, het ontwikkelen van juridische vaardigheden en het beroepsperspectief van de rechtenstudent verbreden. ​ ijkt het jou leuk om bij te dragen L aan het organiseren van deze activiteiten voor je medestudenten en daarmee tegelijkertijd je CV op te krikken? Meld je dan volgend jaar aan voor de Academische commissie!

JFAS+ Dit jaar introduceert de vereniging een nieuwe commissie: de JFAS+. Deze commissie is de borrelcommissie van de actieve leden en zal twee keer per jaar al onze actieve leden verzamelen om samen met hen een ontzettend leuke dag te hebben. ​Dus heb jij altijd al een speurtocht in elkaar willen zetten of zoek je nog een reden om dat ene actieve lid terug te pakken bijvoorbeeld tijdens paintballen? Solliciteer dan voor de JFAS+! Aanmelden kan tot 7 september. Wintersportcommissie Dit jaar gaat de JFAS natuurlijk weer een week in de sneeuw vertoeven. De Wintersportcommissie zal zich dan ook bezighouden met het organiseren van deze reis en met de organisatie op locatie. De commissie werkt samen met twee leden van SFEER om samen een onvergetelijke reis neer te zetten. Ben jij een doorgewinterde après-skiër en lijkt het je leuk om zo’n reis te organiseren? Meld je dan volgend jaar aan voor de Wintersportcommissie!

Audrey Hendrix:

Borrelcommissie De Borrelcommissie valt niet meer weg te denken uit de geschiedenisboeken van de JFAS. De commissie bestaat enkel uit eerstejaarsstudenten en de naam verklapt het al: in deze commissies draait het om het organiseren van de maandelijkse borrels en andere feestelijke aangelegenheden van de JFAS. Tijdens de borrel zorg jij ervoor dat alles vlekkeloos verloopt. Denk hierbij aan het zorgen voor een goede sfeer, lekkere nummers aanvragen en het uitdelen van bandjes aan leden. ​ en jij die ene kroegtijger die B altijd tot het laatst blijft terwijl je eigenlijk maar één afzakkertje zou doen? Kom dan je ruggengraat trainen en geef je op voor de Borrelcommissie!

Eerstejaarsreiscommissie De eerstejaarsreis is zoals elk jaar een van de eerste activiteiten die door de JFAS georganiseerd wordt. In het laatste weekend van september reizen we met tachtig eerstejaars af naar het bekende en altijd verrassende Berlijn. Daar staat een driedaags programma klaar voor de net begonnen studenten, dat door de commissie is neergezet. Het organiseren begint bij het regelen van vervoer, het vinden van een geschikte accommodatie, op zoek gaan naar leuke inhoudelijke/culturele activiteiten en uiteraard het uitzoeken van een booming avondprogramma. Ben jij altijd de persoon die met Google Maps voorop in de groep loopt, of ben je juist degene die met zijn vlotte babbel de weg wel vraagt aan omstanders? Meld je dan volgend jaar aan voor de Eerstejaarsreiscommissie! Bachelorreiscommissie De Bachelorreiscommissie is verantwoordelijk voor het organiseren en het verloop van een vijfdaagse studiereis naar een nader te bepalen bestemming. Een ‘breek-de-week’ onder de activiteiten van de JFAS, want deze reis vindt plaats in het midden van het studiejaar. Als commissielid ben je verantwoordelijk voor het zoeken naar de beste accommodatie, vlucht en data, het in elkaar zetten van een (juridisch) inhoudelijk én cultureel programma en meer. Bepaal jij de volgende bestemming? Ben jij organisatorisch sterk, niet op je mondje gevallen en oplossingsgericht? Geef je dan vanaf oktober op voor deze commissie! De commissie zal eind oktober gevormd worden.


Global Legal Experiencecommissie De Global Legal Experience organiseert voor gemotiveerde derdejaars- en masterstudenten een internationale studiereis, van ongeveer tien à elf dagen, naar een nader te bepalen bestemming. In een wekelijkse vergadering wordt erop los gediscussieerd over o.a. vliegtickets, verblijf, visa, openbaar vervoer en meer. Het dagprogramma dient gevuld te worden met een goede verhouding tussen juridisch inhoudelijke, cultureel interessante en sociale activiteiten. Wil jij ​(advocaten)kantoren aan de andere kant van de wereld benaderen, jouw organisatorisch talent verder ontwikkelen en je onderdompelen in een vreemde cultuur? Meld je dan volgend jaar aan voor de Global Legal Expierence-commissie!

Lidwien Stegeman

Acquisitiecommissie De Acquisitiecommissie zal de Voorzitter en Commissaris Extern ondersteunen bij de administratieve werkzaamheden van de acquisitie. Dit houdt in dat huidige contacten met sponsoren worden opgehaald maar dat er ook contact wordt gezocht met nieuwe sponsormogelijkheden. Deze samenwerkingen zullen eruit bestaan dat leden direct in contact komen met mogelijke toekomstige werkgevers, bijvoorbeeld tijdens een kantoorbezoek. De commissie bestaat uit vijf leden, die na de acquisitieperiode in de zomer worden samengevoegd met de Commissie Extern. Wil je ook onderdeel zijn van de Acquisitiecommissie? Meld je dan volgend jaar aan!

De Commissie Extern De Commissie Extern organiseert samen met de Commissaris Extern juridisch inhoudelijke activiteiten. Dit kunnen onder andere zijn: kantoorbezoeken, rechtbankbezoeken en lezingen. Gedurende het jaar krijg je de mogelijkheid je eigen ideeën uit te werken en te organiseren. Een belangrijk onderdeel hiervan is het promoten van de activiteiten. De commissie zal bestaan uit vier leden, die worden bijgestaan door de Acquisitiecommissie. Wil jij onderdeel zijn van de Commissie Extern? Meld je dan aan via de site! Wij nemen contact met je op voor het verdere verloop van de sollicitatieprocedure. Solliciteren kan na aanvang van het academische jaar 2018/2019. Sportcommissie De Sportcommissie verzorgt sportieve activiteiten binnen de JFAS. Na het succes van afgelopen jaar, zal komend jaar opnieuw een voetbaltoernooi plaatsvinden. Dit jaar was de derde helft net zo leuk als de eerste en de tweede, omdat er onder het genot van een biertje kon worden nagepraat. Naast het voetbaltoernooi worden er lessen georganiseerd waarbij leden kennis kunnen maken met allerlei soorten sporten. Wil jij onderdeel zijn van de Sportcommissie? Meld je dan via de site! Wij nemen contact met je op voor het verdere verloop van de sollicitatieprocedure. Solliciteren kan na aanvang van het academische jaar 2018/2019.

Doris Buijs:

Grafische commissie (Grafico) De Grafico verzorgt alle promotie en marketing. Hoe zetten we JFAS op de kaart? Daarnaast verzorgt de Grafico alle foto’s en aftermovies van activiteiten en reizen. Heb jij affiniteit met ontwerpen, vormgeven, fotografie of marketing? Lijkt het je leuk om in een team te werken aan de promotie van de JFAS? Dan is de Grafico absoluut iets voor jou! Meld je aan via onze site: https://www.jfas.com/activiteiten/aanmeldingen-commissies-geopend. Redactie Nota Bene Wat nu in je handen ligt, is het resultaat van een hardwerkende redactie, die altijd op zoek is naar artikelen met een perfecte balans tussen juridische inhoud en studentikoos amusement. Als redactie vergaderen we eerst over de onderwerpen en actualiteiten waarover geschreven zal worden. Je zult ons vanaf dit jaar ook veel online vinden. ‘Like’ onze Facebookpagina en blijf op de hoogte van al het juridisch en facultair nieuws en lees de scherpe en kritische artikelen van onze eigen redactie. Wil je meeschrijven? Mail naar media@jfas.com of meld je aan via https://www. jfas.com/activiteiten/aanmeldingen-commissies-geopend.

11


12

D

Berlijn hotspots

it artikel is speciaal voor de eerstejaars in deze editie verwerkt: alle hotspots (toegegeven, een greep uit het scala van opties) in Berlijn! Berlijn heeft niet één centrum: het is opgedeeld in verschillende wijken, alle met een eigen karakter. Natuurlijk is er al een onvergetelijke reis voor jullie verzorgd, maar als je zelf op stap wil gaan, zijn dit dé plekken waar je moet zijn. Waan je een echte Berlijner (en niet die klassieke, onwetende toerist) en meng je onder de locals! Wil je een origineel souvenir, in plaats van de welbekende, afzichtelijke clichésouvenirs? Ga dan naar Schönhauser Design (Kastanienallee 55, Prenzlauer Berg), een cadeauwinkel met souvenirs, design en vintage meubels. Misschien een beetje prijzig, maar zeker de moeite waard als je een mooi aandenken aan de stad wil hebben.

Door: Doris Buijs Club Visionaere Om de hoek van het leukste zwembad van Berlijn, Badeschiff (gebouwd op de rivier de Spree, zeker naartoe gaan in de zomer!) zit Club Visionaere. De naam laat het een club zijn, maar soms lijkt het meer een loungeplek van hippe locals. Je zult het zelf ontdekken in deze heerlijke, relaxte oase. Tip: neem cash mee, Berlijners betalen altijd met contant geld. Kastanienallee De Kastanienallee is een grote, drukke straat in de wijk Prenzlauer Berg. Hier vind je gezellige winkels, lunchrooms en cafeetjes om even uit te rusten na een lange dag door de stad. Tijdens het DDRtijdperk was de Kastanienallee het centrum van een arbeiderswijk, waar men liever niet wilde wonen gezien de kleine huizen en slechte faciliteiten. Na de Wende werd de straat het symbool voor kunstzinnigheid, creativiteit en alternatief. Een straat met allerlei verschillende winkels, én historie dus.


Wil je lekker een biertje doen? Plof dan neer bij Café Godot (Kastanienallee 16, Prenzlauer Berg). Een typisch Berlijns café, omdat het net als de rest van de stad niet perfect is, maar wat rauwer. Geen net gelakte tafels, maar eenvoud en druipende kaarsen. Ga je voor een echt avondje bier drinken zoals de Berlijners daar goed in zijn? Dan moet je wel naar de Berliner Prater Garten (Kastanienallee 7-9, Prenzlauer Berg). Een klassieker in Berlijn, en terecht. Stap een terrein op dat direct aan de Parade doet denken, of de Biertuin van de Linnaeusstraat (maar dan tien keer zo groot). Op een groot grasveld staan overal biertafels uitgestald waar iedereen lekker grote Duitse biertjes aan zit te drinken of curryworst (moet je van houden) zit te eten. Haal bij een van de vele stands aan de zijkant een biertje (wederom cash) en geniet van de gezelligheid om je heen. Niet op de Kastanienallee maar wel zin om naar een biergarten te gaan? Geen zorgen, in heel Berlijn zijn de biertuinen te vinden.

“Na de Wende werd de straat het symbool voor kunstzinnigheid, creativiteit en alternatief.” Honger gekregen na dat biertje? Of zin in pizza als lunch? Haal het vooral bij Pizza Pane (Kastanienallee 28, Prenzlauer Berg). Deze pizzeria is zelfs voor Berlijnse begrippen goedkoop en biedt goede kwaliteit. Je moet wel op tijd zijn! Om 00:00 uur sluiten ze, dus voor je echt uitgaat kun je hier nog je honger stillen.


14

Topografie des Terrors Om gezellig af te sluiten: de Topografie des Terrors (Niederkirchnerstraße 8, Kreuzberg). Deze tentoonstelling (overigens om de hoek bij Checkpoint Charlie, als je toch wat klassiek sightseeing wil doen), staat niet in het teken van het DDR-verleden, maar de Tweede Wereldoorlog. Op de plek van deze tentoonstelling vormde zich ten tijde van Hitlers Derde Rijk een bolwerk van nazi-macht: hier bevond zich namelijk het hoofdkwartier van niet minder dan de Gestapo, de Schutzstaffel (SS) en de Sicherheidsdienst (SD). Nu kun je hier aan de hand van vele foto’s zien wat er zich op dit terrein afspeelde en de terreur van dit tijdperk. Vergeet vooral niet langs het gedeelte te gaan dat voor ons juristen interessant is. Hier zie je onder meer Roland Freisler, de gevreesde rechter

die in dienst was van Hitler, die ook wel ‘Krijsende Roland’ werd genoemd. Een indrukwekkende tentoonstelling, die zeker de moeite waard is.

“Hier zie je onder meer Roland Freisler, de gevreesde rechter die in dienst was van Hitler, die ook wel ‘Krijsende Roland’ werd genoemd.” Met deze tips kun je een heel eind komen om een goed beeld te krijgen van Berlijn. Ga ze allemaal af en zorg dat je ook ein Berliner wordt!


POLITIEK & SAMENLEVING 1 De mens is van nature een sociaal wezen (Grieks: ζωον πολιτικου), en kan alleen in een polis-gemeenschap zijn volmaaktheid vinden; 2 Er is geen "ideale" staat: de beste staatsvorm verschilt naargelang de concrete, lokale omstandigheden, als zij maar het welzijn van ál haar onderdanen nastreeft. Aristoteles, Politika, 350 v. Chr.


The Supreme Court, hoe werkt het eigenlijk?

16

H

et einde van witte en zwarte scholen; de legalisatie van het homohuwelijk en abortus; maar ook de goedkeuring voor Donald Trumps omstreden inreisverbod van afgelopen jaar: het negenkoppige Amerikaanse Hoger Gerechtshof heeft veel politieke invloed en bepaalt daarmee deels de beleidsagenda van de Verenigde Staten. Regelmatig worden we er in het nieuws mee om de oren geslagen: gedoe over de benoeming van een nieuwe rechter in het Gerechtshof. Nu Trump deze zomer de nieuwe conservatieve rechter Brett Kavanaugh in de plaats liet treden voor gematigd conservatieve rechter Anthony Kennedy, lijkt er weer een stilte te zijn ontstaan rondom de benoeming van leden in het Gerechtshof.1 We horen heel veel over het Hoger Gerechtshof,

maar hoe werkt dit belangrijke politieke orgaan eigenlijk?

Door: Bryan Verheul

Het Hoger Gerechtshof en de Hoge Raad Hoewel het Hoger Gerechtshof fungeert als hoogste beroepsinstantie, is zij niet vergelijkbaar met de Hoge Raad. Het Gerechtshof toetst in hoogste instantie wetten aan de Amerikaanse grondwet. Anders dan in Nederland het geval is (gezien het constitutioneel toetsingsverbod, art. 120 Grondwet) heeft het Gerechtshof de grondwettelijke taak gekregen om de constitutionele recht-

matigheid van wetten te toetsen op het moment dat haar dat voorgedragen wordt (Article III en Amendement XI Grondwet van de Verenigde Staten). Het oordeel van het Gerechtshof is definitief en overrulet daarmee het oordeel van lagere rechters.

ident, die de steun moet krijgen van zestig leden van het van het Huis van de Afgevaardigden. Op dit moment is de oudste rechter (in senioriteit) Clarence Thomas, die nog in 1991 door George H.W. Bush is benoemd tot lid van het Hof.

Het hof bestaat uit totaal negen rechters waarvan een rechter de opperrechter is, de Chief Justice. Hoewel het Hof al een hele tijd uit negen rechters bestaat, is het aantal niet bij wet vastgesteld en het aantal is zodoende regelmatig gewijzigd in het verleden.2

Op deze manier kunnen presidenten hun invloed nog door laten werken tot ver na hun presidentschap.3 De benoeming van hetzij een conservatieve, hetzij een progressieve rechter is onderdeel geweest van hun politieke beleid.

Het Hof in zijn werk Zoals uitdrukkelijk in de Amerikaanse Grondwet is verwoord, is het werk van het Hof politiek gekleurd. Amerikanen zijn van mening dat de Grondwet ruimte laat voor politiek gekleurde interpretatie. In het hof zitten negen rechters die in principe voor het leven benoemd worden door de dan zittende pres-

Trump’s politieke agenda Trump is al geruime tijd bezig met het naar zijn hand zetten van het Amerikaanse rechtssysteem. Trump heeft niet alleen nu al twee conservatieve rechters benoemd in het Hof, maar Trump heeft ook in een hoog tempo jonge conservatieve rechters benoemd in lagere rechtbanken in de VS.4

1 B. de Hond, ‘Trumps nieuwe conservatieve rechter is conservatief, maar hoe conservatief moet nog blijken’, Trouw 10 juni 2018 2 'Zo gaat de benoeming van een Amerikaanse opperrechter

in zijn werk’ (video), Volkskrant 4 april 2017 3 Idem 4 K. van Houwelingen, ‘Trump kan opnieuw conservatieve rechters benoemen’, Algemeen Dagblad 29 juni 2018


Dat Trump de afgelopen rechter heeft weten te benoemen in het Hof, heeft te maken met een zogenaamde politieke snitch van de Republikeinen: Barack Obama kreeg in de laatste maanden van zijn ambtstermijn niet meer de mogelijkheid om zelf een rechter te benoemen omdat de Republikeinen de stemming in het Huis van de Afgevaardigden tot in den treure hebben weten te vertragen. Op deze manier heeft Trump de mogelijkheid gekregen om in zijn termijn nog iemand aan te dragen. Zodoende werd een gematigde rechter vervangen door een uiterst conservatieve rechter en daarmee is de verhouding binnen het Hof weer vijf conservatieven en vier progressieven.5 Wat dat zal betekenen voor de toetsing van wetten is nog onduidelijk; er liggen niet per se hele controversiële wetten voor bij het Hof. Wat wellicht interessant gaat zijn voor de toekomst is de protectionistische economische koers die Trump nu vaart. Kunnen deze maatregelen de constitutionele toetsing van het Hof doorstaan?

5 K. van Houwelingen, ‘Trump kan opnieuw conservatieve rechters benoemen’, Algemeen Dagblad 29 juni 2018

17


Dure rechtsspraak: de overheidsrechter voorbij?

civiele recht alternatieve vormen van rechtsspraak in de hand. Vandaag wil ik graag stilstaan bij een van deze ‘nieuwe’ vormen van rechtsspraak: de digitale rechter. Doet straks de digitale rechter het werk van de overheidsrechter?

18

Door: Bryan Verheul

Kosten van overheidsrechtspraak De hoogte van griffierechten1 staat al lange tijd ter discussie. In civiele zaken bij de rechtsbank (dus niet-kanton), betaalt zowel de eiser of verzoeker als de gedaagde of verweerder griffierecht.2 Bij de sector kanton hoeft de partij die zich verdedigt geen griffierechten te betalen.3

Het inschakelen van een advocaat, verschijnen op zitting, het afwachten van een uitspraak en eventueel in hoger beroep gaan; bij procederen komt veel kijken, om het over de slapeloze nachten nog maar niet te hebben. Om je gelijk te krijgen moet je soms lang touwtrekken, uiteindelijk allemaal voor de goede zaak. Maar wat nu als je gelijk krijgen duurder is dan de waarde van je gelijk? Steeds vaker komt het voor dat griffierechten dermate hoog zijn dat deze niet meer in verhouding staan tot de hoogte van de vordering. Dat werkt vooral in het

Het is moeilijk om een algemeen beeld te krijgen van wat het aanhangig maken van een proces kost. Dat algemene beeld lijkt er niet te zijn; bedragen lopen zo ver uit elkaar dat de kosten voor rechtsspraak voor iedereen anders zijn. Wie als natuurlijk persoon een vordering instelt bij de kantonrechter kan voor 79 euro zijn of haar proces op de rol laten zetten, maar wie in de gedaante van een BV procedeert over een vordering van meer dan een ton betaalt bijna vierduizend euro. Hieronder een greep met voorbeelden van verschillende soorten processen.4

Niet-natuurlijke personen

Natuurlijke personen

Onvermogenden

Zaken met een beloop van minder dan €100.000,-

€ 1.950,-

€ 895,-

€79,-

Zaken met een beloop van meer dan €100.000,-

€3.946,-

€1.565,-

€79,-

Zaken van onbepaalde waarde*

€626,-

€291,-

€79,-

Kantonzaken met onbepaalde waarde of niet meer dan €500,-

€119,-

€79,-

€79,-

Kantonzaken met een waarde tussen €500 €1.250,-

€476,-

€226,-

€79,-

*Daaronder valt ook het verzoekschrift van een conservatoir beslag. 1 Aangezien strafzaken vrij zijn van griffierechten en omdat het bestuursrecht op een dergelijke manier anders van aard is dat alternatieve vormen van geschillenbeslechting daar niet echt voorkomen, houd ik me in deze bespreking bij de kosten voor een proces bij de privaatrechtelijke rechter.

2 3 4

Art. 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Art. 5 lid 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken. www.rechtsspraak.nl


19

De gevolgen van griffierechten Onze rechtsstaat is kostbaar en waardevol, maar ook zeker niet goedkoop. Volgens de Rijksbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid kost rechtspleging en rechtsbijstand bijna anderhalf miljard euro, terwijl deze post aan de andere kant van de balans nog geen driehonderd miljoen euro opbrengt.5 Griffieopbrengsten zijn een deel van deze post. Hoewel het moeilijk direct uit de Memorie van Toelichting bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken blijkt, is absoluut de veronderstelling dat de griffierechter een rem opwerpt voor de gang naar de civiele rechter, om zo de druk op (dure) rechtsspraak te verminderen. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is de afgelopen jaren de druk op de burgerlijke rechter enorm afgenomen: het aantal bodemzaken voor de burgerlijke rechter neemt duidelijk een dalende trend aan. Alleen bij de Hoge Raad komen de laatste jaren iets meer verzoekschriften binnen dan voorheen.6 Wat de reden is van de dalende gang naar de rechter is nog niet onderzocht door het WODC, toch kan ik het niet laten om het bijna te logische verband met de opkomst van digitale rechtsspraak hier te maken, zoals anderen reeds in het verleden hebben gemaakt.7 De digitale rechter Wat ik duidelijk heb geprobeerd te maken, is dat rechtsspraak duur is en dat daarmee de kosten voor het aanhangig maken van een geschil bij de burgerlijke rechter ook veel geld kan kosten. Het Wetboek 5 Kamerstukken II 2016/17, 34 550 VI, p. 5-6. 6 Kamerstukken II 2016/17, 34 550 VI, p. 5-6. 7 Voorbeeld: Ruth de Bock,’Nieuwsuur’, NOS NPO 2, 17 januari 2018. 8 De belangrijkste zijn wellicht arbitrage (art. 1020 Rv ev.) en

van Burgerlijke rechtsvordering laat duidelijk opties open je geschil op een andere manier te beslechten dan bij de burgerlijke overheidsrechter.8 Laten we even de volgende casus nemen: A heeft een betalingsachterstand van 4 maanden bij energiemaatschappij B. A betaalt de kosten van 650 euro achterstand niet aan B. B wil graag een proces aanhangig maken bij de kantonrechter zodat B beslag kan leggen op (een deel van) de rekening en/of spullen van A. B moet echter in dat geval €476,- betalen om een proces bij de kantonrechter op de rol te krijgen. Dat is een risico voor B, omdat de waarde van zijn vordering bijna even hoog is als het aanhangig maken van een proces, om dan maar over de bijstand in rechte nog niet te spreken (in de vorm van bijvoorbeeld een raadsman of een juridisch medewerker op de afdeling van B). B wil toch zijn geld zien, maar niet tegen iedere prijs en gaat naar ‘e-court’. E-court is een in 2009 opgerichte stichting die privaat rechtspreekt. Middels arbitrage en bindende adviezen kunnen private partijen hun geschil voor e-court brengen. Daarmee zijn vooral niet-natuurlijke personen voordeliger uit dan bij de overheidsrechter (gemiddeld €80,-). Volgens de site van e-court kijkt dan een onafhankelijke (digitale) rechter naar het geschil en neemt zodoende een beslissing die alleen nog maar bij een gerecht een ‘grosse’ moet bekomen, wat in de praktijk een stempel voor formaliteit is. In de praktijk blijken vooral incassogeschillen (bijvoorbeeld het geschil tussen A en B) volgens e-court geschikt voor een beslissing bij de digitale rechter.9 bindend advies. (art. 7:900 BW). 9 http://www.e-court.nl/over-ons/


20

De digitale rechter tegen het licht Digitale rechtsspraak lijkt een mooi middel om de druk op de burgerlijke rechter te beperken en voor partijen een mooie manier om kosten te besparen. Het lijkt zodoende precies op wat de wetgever en de rechtsspraak zelf bedoelen met alternatieve vormen van geschilbeslechting. Toch is de vraag of dat waar is. Hetprogramma Nieuwsuur liet op 17 januari een reportage zien over de werkwijze van e-court en het ontstaan van digitale rechtsspraak. Daar kwam ook Ruth de Bock aan de buurt, onze eigen hoogleraar bijzonder privaatrecht en tevens Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad. Zij maakte zich zorgen over de vonnissen van e-court, omdat partijen (meestal de natuurlijke persoon) niet weten dat het mogelijk is dat hun geschil aan een digitale rechter wordt voorgelegd. Partijen weten zo niet wie de arbiters zijn, omdat het hele proces digitaal verloopt en er bijna geen zittingen worden gehouden.10 Frits Bakker, de voorzitter van de Raad voor de Rechtsspraak, onderschreef de stelling van de Bock en zei daarbij dat hij vanwege de geringe transparantie bang is voor de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de digitale E-court rechter. De kantongerechten hebben een tijdje geleden laten weten dat zij het met de Bock en Bakker eens zijn: in april werd duidelijk dat de kantonrechter in Amsterdam geen zaken meer van E-court in behandeling zou nemen. Aanvankelijk leek alleen de rechter in Almelo de vonnissen van E-court marginaal te toetsen,11 maar in een vonnis van begin juni heeft rechtbank Almelo twee vonnissen van E-court naar de prullenbak verwijzen omdat volgens de rechtbank uit het vonnis van E-court niet bleek dat de arbiter onpartijdig en onafhankelijk was.12 Er is in hoogste instantie nog niet een oordeel gegeven over de legaliteit van het bestaan en de werkwijze van E-court. De Hoge Raad zegt dat te willen doen, maar heeft naar eigen zeggen geen casus van de Raad voor de Rechtsspraak gekregen daarvoor.13 E-court geeft in bijna alle berichten weinig tot geen commentaar over de actualiteit, maar zegt voorstander te zijn van het toetsen van een vonnis door het Hof van Justitie van de Europese Unie.14

10 R. de Bock, in ‘Nieuwsuur’, NOS NPO 2, 17 januari 2018. 11 H. Kock, ‘Digitale geschillendienst e-court zit zonder geschillen’, Trouw 24 april 2018. 12 B. Zevenbergen, ‘Rechter verwijst ‘spookzaak’ e-court naar de prullenbak’, Advocatenblad 18 juni 2018.

De overheidsrechter voorbij? De vraag is wat mij betreft of de tekortkomingen die nu spelen binnen e-court te maken hebben met het bestaan van digitale rechtsspraak of met het feit dat digitale rechtsspraak nog in de kinderschoenen staat en zich een weg zoekt in de enorme markt van geschillenbeslechting en de concurrentiepositie met overheidsrechtsspraak. Rinus van Etten, gerechtsdeurwaarder van de GGN zegt in een verklaring dat hij denkt dat e-court toekomst heeft, in ieder geval voor incassogeschillen.15 Incassogeschillen zijn relatief (juridisch gezien) eenvoudige geschillen en lenen zich volgens van Etten uitstekend voor een goedkopere en efficiëntere manier van rechtsspraak, die er ook nog eens voor zou kunnen zorgen dat de druk op kantonrechters of civiele rechters in het algemeen afneemt. Een duidelijk wettelijk kader betekent wat mij betreft nog niet dat de digitale rechter alle geschillen kan en zou moeten beslechten. Het vaststellen van een betalingsachterstand bij een energiemaatschappij is van andere aard dan de ontbinding van een huurovereenkomst die misschien tot gevolg heeft dat een huurder zijn huis moet verlaten. De belangenafweging, die nauw verbonden is aan hetgeen rechtmatig is, is denk ik van die orde dat de maatschappij nooit zal accepteren dat een digitale rechter daarover beslist. Een einde aan de overheidsrechter zal er misschien nooit komen, maar wat de rol zal zijn van digitale rechtsspraak daarin zal de toekomst moeten uitwijzen.

13 H. Kock, ‘Digitale geschillendienst e-court zit zonder geschillen’, Trouw 24 april 2018. 14 Idem 15 R. van Etten, in ‘Nieuwsuur’, NOS NPO 2, 17 januari 2018.


DE ZAAK Zaak (v.(m.);zaken)[Mnl.sake(rechtszaak, oorzaak, zaak), het woord heeft in de eerste plaats betrekking op de rechtspraak en is verwant met zoeken en met Lat. sagire (opsporen)].

Gerechtszaak, proces, rechtsgeding: de zaak komt morgen voor; men kan, mag geen rechter in eigen zaak zijn; Belang, rechtsvordering: de verweerd er in zuiver persoonlijke zaken, of in die welke roerend goed betreffen (W.v.B.R., art. 126); iemands zaak verdedigen; een rechtvaardige zaak voorstaan.

Van Dale, 12e druk, 1993


De Judas-verklaringen

W

Een korte weergave over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van Astrid en Sonja Holleeder.

22

illem Holleeder: de knuffelcrimineel, de Heineken-ontvoerder, de maniak. De Jordanese topcrimineel is even beroemd als berucht. Ook zijn zussen zijn inmiddels bekende Nederlanders geworden. Maar hoe goed kennen we hen? Astrid en Sonja Holleeder zijn de laatste jaren steeds meer in beeld gekomen. Astrid, de oudste van de twee zussen, heeft twee boeken uitgebracht: ‘Judas’ en ‘Dagboek van een getuige’. Daarin omschrijft ze hoe ze samen met Sonja tot het besluit is gekomen om tegen haar broer te gaan getuigen.

Door: Doris Buijs Willem Holleeders proces is na jarenlang onderzoek van het OM, dan eindelijk begonnen op 5 februari 2018. Hij wordt ervan verdacht vijf moorden te hebben gepleegd (waaronder die op zijn zwager Cor van Hout, de man van zijn zus Sonja), daarnaast van doodslag, poging tot zowel moord als doodslag en het deelnemen aan een criminele organisatie. Zijn zussen beschuldigen hem van betrokkenheid bij zeven liquidaties en van nog drie pogingen daartoe.1 De vraag die al sinds de start van het proces boven de zaak hangt is: hoe zwaarwegend zijn de verklaringen van Sonja en met name Astrid? Hoe veel heeft de rechter daaraan? Wat moet de rechter daarmee? Spreken de zussen wel de waarheid? Zonder sensatie op te zoeken, is de vraag kortom: hoe betrouwbaar en belangrijk zijn deze belastende verklaringen tegenover Willem Holleeder?

1 P. Vugts, ‘Zussen beschuldigen Willem Holleeder van zeven liquidaties’, Parool 26 maart 2015. 2 Dubelaar, DD 2014/73, p. 21. 3 Dubelaar, DD 2014/73, p. 29.

Systematiek In Nederland kennen we een aantal principes en ideeën binnen het bewijsrecht. In het strafrecht geldt dat bewijs dient tot een reconstructie van een feitelijke toedracht.2 Het onderzoek draait om de waarheidsvinding met een daaraan verbonden eventuele strafbeslissing. De rechter onderzoekt dus, voornamelijk op basis van de onderzoeksresultaten, wat er daadwerkelijk gebeurd is. De bewijsbeslissing vormt het sluitstuk in het onderzoek naar de waarheidsvinding, met die bewijsbeslissing wordt de waarheid vastgesteld. Essentieel voor het onderzoek en de bewijsvoering zijn getuigenverklaringen. Het paradoxale echter aan het gebruik van getuigenverklaringen, is de betrouwbaarheid ervan: getuigenverklaringen worden als bewijs beschouwd, maar niemand kan de juistheid met zekerheid vaststellen. Los van de eventuele achterliggende belangen van de verklaringen, zijn ze een bewijsbron uit tweede hand, en dus eigenlijk inferieur ten opzichte van de overige bewijsbronnen. Daarnaast speelt de feilbaarheid en de subjectiviteit van het menselijk geheugen een rol: ook al willen getuigen misschien wel de absolute waarheid vertellen, het is niet uit te sluiten dat getuigen delen zijn vergeten of verkeerd onthouden hebben.3 De betrouwbaarheid is als gevolg hiervan al langer een punt van discussie.


Getuigenverklaringen, geaccepteerd door de rechter als bewijsmatieraal, vallen onder inferential reasoning. Dit houdt in dat van bekende feiten, die niet direct tot één waarheid leiden maar hier wel op wijzen, een sprong wordt gemaakt naar een vaststelling van waarheid. Hier zit een zekere mate van onwaarschijnlijkheid in, die gunstig is voor de verdachte. De verdachte wordt namelijk altijd vrijgesproken in geval van twijfel: in dubio pro reo. Dit systeem wordt ook wel het asymmetrische beslissingsprincipe genoemd.4 De Hoge Raad laat de feitenrechter, de rechter in eerste en tweede aanleg, volgens vaste rechtspraak vrij in de waardering van het bewijsmateriaal. 5 Stel dat het Openbaar Ministerie in de onderhavige zaak in hoger beroep wil gaan, omdat het OM wel van mening is dat de verklaringen betrouwbaar zijn. De kans is dan groot dat het Gerechtshof, met de waarschijnlijke uitspraak (gelet op de vaste rechtspraak van de Hoge Raad) in het vooruitzicht, zal oordelen dat het middel van het OM faalt . Het is vrij bijzonder eigenlijk, dat de Hoge Raad de feitenrechter niet meer richtlijnen geeft hoe om te gaan met verklaringen van getuigen. De Hoge Raad zal zich uitsluitend uitlaten over de begrijpelijkheid van het oordeel van de feitenrechter, maar geeft niet aan wat welke getuigenverklaring wel of niet overtuigend maakt. Zo tast de feitenrechter dus in het duister. In sommige zaken creëert het Hof een eigen bewijsminimum; voor het gebruik van getuigenverklaringen moet voldoende steunbewijs zijn. Betrouwbaarheid in casu Terug naar de zaak. Het OM heeft al eerder een deal met Sonja Holleeder gesloten, namelijk in de zogenaamde Goudsnipzaak. Daar hebben Sonja en het OM afgesproken dat in ruil voor 1,1 miljoen euro van Sonja’s kant (de gehele opbrengst van de ontvoering was omgerekend maar liefst 16 miljoen euro), het OM haar niet zou vervolgen voor witwassen. Zij werd ervan verdacht de erfenis (die bestond uit het losgeld van de Heinekenontvoering) van haar man Cor van Hout te hebben witgewassen. Deze deal roept bij mij twijfels op wat betreft de overtuigingskracht van de verklaringen van Sonja. Uit deze overeenkomst volgde ook dat Sonja een verschoningsrecht kreeg toegewezen, waardoor ze op geen enkele vraag hoefde te antwoorden over de Goudsnipzaak.6 Hier ging de verdediging van Willem Holleeder niet mee akkoord. Er moest meer openheid komen over de inhoud van de afspraken die waren gemaakt. Alleen zo kon vastgesteld worden dat Sonja de waarheid sprak, stelde de verdediging.7 Dit verzoek tot openheid over de deal tussen het OM en Sonja wees de rechtbank af. Tussen de transactie en de belastende verklaringen bleek geen verband. Daarnaast zou verdere informatie over de transactie niet relevant zijn. 8 Astrid Holleeder schrijft zelf ook in 'Dagboek van een getuige' over de waarde die zij hecht aan getuigenverklaringen: “Getuigen zijn van het grootste belang binnen het strafrecht. Een verdachte kan niet worden veroordeeld zonder bewijs. En in dat bewijs spelen getuigen een belangrijke rol. Zonder getuigen kan de wet niet functioneren en kan de wet ons niet beschermen. Het gaat hier niet alleen om mij. Het gaat om een goed functionerend rechtssysteem.”9

4 Dubelaar, DD 2014/73, p. 34. 5 Stevens, AA 2016, p. 281. 6 W. Thijssen, ‘Zussen Holleeder hebben ‘enorm financieel belang’ bij belastende verklaringen’, Volkskrant 2 september 2016. 7 Idem 8 ‘Geen verdere openheid over overeenkomsten OM en Sonja Holleeder’, www.rechtspraak.nl, 23 maart 2018. 9 A. Holleeder, Dagboek van een getuige, p. 83.

"Zo tast de feitenrechter dus in het duister."

23


Het inroepen van het verschoningsrecht is een van de factoren die ook volgens Lonneke Stevens, die afdoet aan de betrouwbaarheid en transparantie.10 Ineens zwijgen of dingen vergeten, lijkt ongeloofwaardig. Zeker in deze zaak: zo kunnen de zusjes nu exact uitkiezen waar ze wel of niet over willen zwijgen. De advocaten van Willem waren het er vanzelfsprekend niet mee eens.11 Ze hebben natuurlijk ook een punt: waarom getuigen als je niet de volledige waarheid kunt spreken?

24

Want dat Sonja niet volledig naar waarheid had gesproken werd duidelijk. Het geld van de Heinekenontvoering zou zogenaamd verbrand zijn, maar bleek achteraf in prostitutiepanden in Alkmaar te zijn gestoken. Niet onbegrijpelijk dus dat de advocaten van Willem Holleeder meer inzicht wilden om te kijken waar wellicht nog meer over gelogen werd. Tevergeefs. Opgroeien in de Eerste Egelantiersdwarsstraat Aan de andere kant, de zaken waar de zussen – vooral Sonja waarschijnlijk – over zouden willen zwijgen, doen verder niets af aan de tirannie van Holleeder, waar Astrid weer wel veel over schrijft. De megalomanie die rond hem hangt, de manie, de hebzucht en onverwerkte trauma’s: het druipt ervan af. Zeker als je de boeken hebt gelezen, krijg je meer inzicht in het bizarre gezinsleven van de familie Holleeder. Als hoeksteen van het gezin een alcoholverslaafde vader, die dagelijks zijn kinderen zowel psychisch als fysiek mishandelde. Aan zijn zijde zijn vrouw die niets tegen de terreur durfde te doen, bang om zelf ook in elkaar geslagen te worden en uitsluitend gemachtigd om op commando blikjes Heineken aan te geven. Willem Holleeder is hier zo vroeg mogelijk aan ontsnapt, hij heeft zijn familie min of meer achter gelaten en is zijn eigen geld gaan verdienen. Uiteraard op geheel eigen wijze, met alle gevolgen van dien. Toen de kinderen Holleeder opgroeiden, bleek al snel hoe Willem zich ontwikkelde. Samen met zijn partner in crime Cor van Hout ontvoerde hij Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Astrid vertelt in haar boeken hoe ze onder de plak zat bij haar broer. Dag en nacht moest ze voor hem klaar staan, hij had aan alles en iedereen om hem heen lak en de wereld draaide om hem. Iedereen die hem niet zinde of zogenaamd tegen hem was, moest maar gaan. Gaan in de definitieve zin, zo meende hij. Een portret van een vreselijke man, maar niet per definitie van een crimineel. De verklaringen van Astrid gaan over de geluidsopnames die zij stiekem heeft gemaakt van de gesprekken die ze met Willem voerde. In een soort codetaal laat Holleeder weten wat zijn plannen zijn en wie er ‘moet gaan’ of ‘wat er gebeurt als iemand niet luistert’. Welke gronden of redenen de zussen ook hebben voor hun verklaring, feit blijft dat de rechter vrij is in zijn waardering ervan. Persoonlijk denk ik dat Astrids verklaringen een stuk betrouwbaarder zijn dan Sonja’s verklaringen, omdat Astrid nooit met een topcrimineel getrouwd is geweest (zoals Sonja), ze daarnaast zelf strafadvocaat is geworden en zich altijd voor zover haar broer dit toeliet heeft gedistantieerd van haar broer. Ze heeft dus nooit de vruchten geplukt van het criminele curriculum van haar broer.

10 Stevens, AA 2016, p. 284. 11 M. Van Dun, ‘Advocaten Holleeder: ‘Verklaringen zussen zijn onbetrouwbaar’, Parool 2 september 2016. Bronnen: M.J. Dubelaar, Betrouwbaar getuigenbewijs. Totstandkoming en waardering van strafrechtelijke getuigenverklaringen in perspectief (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2014.

L. Stevens ‘Het toetsen van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de bewijsconstructie: wat vermag de rechter?’. AA 2016, p. 281-285.


De verruiming van het juridische begrip

EZEL

Godslastering). In het jaar van zijn intreden in de Rooms-Katholieke kerk, 1966, wordt Reve vervolgd voor de volgende twee passages, die naar zijn en mijn eigen zeggen tot twee van zijn beste werken kunnen worden gerekend:

Door: Karel van Vliet

Hier volgt een korte uiteenzetting over een achterhaald en al uitgekauwd onderwerp, dat vandaag de dag niet meer van belang is en hoogstwaarschijnlijk voor de langst voorstelbare tijd niet meer van belang zal zijn. Toch vraag ik de aandacht van studenten en van geïnteresseerde voorbijgangers, omdat stof die ooit tot nadenken heeft aangezet de potentie heeft om dat ooit nogmaals te doen. Vooral voor mij en voor u, studenten, de generatie die voor alles altijd maar te laat geboren is: echte platen, echte auto’s en echte literatuur. Normaal gesproken bespreekt de jurist het hoognodige van een zaak: het arrest van de Hoge Raad. Maar nu juist de einduitspraak door haar huidige trivialitieit aan sensatiezucht heeft ingeboet, is het voorspel tussen de gerechtelijke instanties, het Openbaar Ministerie (OM) en de verdachte van groter belang. In eerste aanleg Gerard Reve (G.), de held van deze geschiedenis en schrijver van beroep, heeft ons allen ooit weten te bevrijden van de Goddelijke ketting die op straffe van Diens lastering strakker aan kon worden getrokken: het inmiddels vervallen art. 147 Sr. (smalende

1 Tijdschrit ‘Dialoog’, uitgave 1965-I 2 Reve, G.K. van het , Nader Tot U, Brief uit het huis genaamd ‘Het Gras’, p. 112-113, Amsterdam: G.A. Van Oorschot, 1966

1. ‘Als God zich opnieuw in de Levende Stof gevangen geeft, zal Hij als ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen.’1 2. ‘En God zelf zou bij mij langskomen in de gedaante van een eenjarige, muisgrijze Ezel en voor de deur staan en aanbellen en zeggen: “Gerard, dat boek van je — weet je dat Ik bij sommige stukken gehuild heb?” “Mijn Heer en mijn God Geloofd weze Uw naam tot in alle Eeuwigheid Ik houd zo verschrikkelijk veel van U”, zou ik proberen te zeggen, maar halverwege zou ik in janken uitbarsten, en Hem beginnen te kussen en naar binnen trekken, en na een geweldige klauterpartij om de trap naar het slaapkamertje op te komen, zou ik Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezitten, en daarna een presenteksemplaar geven, niet gebrocheerd, maar gebonden — niet dat gierige en benauwde — met de opdracht: ‘Voor de Oneindigde zonder woorden’. 2

25


26

G. wil oorspronkelijk zelf de verdediging voeren, maar laat zich van dit idee afbrengen door zijn uitgever G.A. van Oorschot, die hem in plaats daarvan een advocaat uit Amsterdam aanpraat. Deze advocaat brengt G. uiteindelijk een bedrag van 4.685,gulden in rekening voor een op schrift gestelde maar nooit uitgesproken verdediging, die hij achteraf nooit aan G. heeft gestuurd en die zich bij de behandeling in hoger beroep niet bij de stukken bevindt. Wel heeft G., zij het nog voorzichtig, zijn gedachten kunnen uiten in zijn Slotwoord voor de Rechtbank. Hij stelt dat het in deze zaak helemaal niet gaat over de vraag of de voorstelling van een incarnatie Gods als homoseksueel zoogdier als verwerpelijk beschouwd zou moeten worden, maar om niets meer dan godsdiensttwist. Het is volgens hem niet aan de rechtbank om het ene Godsbeeld tegenover het andere te verdedigen. Hoe godslasterlijk is het immers voor de Joden denkende aan de Nazarener timmerman die pretendeert de Messias te zijn? Of de opvatting dat zij, de Joden, niets meer zijn dan de moordenaars van God? Hoe godslasterlijk zijn christelijke geschriften waarin Boeddha doodleuk als de Satan en de boeddhisten als diens volgelingen worden gekwalificeerd? Wat zou er gebeuren als de betrokkenen hiervoor dag in dag uit naar de rechter zouden kunnen lopen? ‘Zou deze rechtbank, Edelachtbaar College, door zijn vonnis de onverdraagzaamheid van het gepeupel moeten legaliseren? Ik meen dit te moeten betwijfelen.’ Toen een groep voorbijgaande kinderen hem vragen stelde over het Boeddhabeeld in de tuin van zijn landgoed in Greonterp gaf hij hun als antwoord: ‘Dat is Jezus Christus, maar dan voor Azië. Hij is niet verwekt door de Heilige Geest, maar door een witte olifant, die driemaal om het bed van de moeder van Boeddha heenliep, en daarna in haar zijde werd opgenomen.’ ‘Dat kan toch helemaal niet,’ merkte het pienterste kind op, waarop hij antwoordde: ‘Nee, maar wat jij op catechesatie leert, dat kan wel.’ En met zijn altijd ondubbelzinnig provocerende verzuchting eindigt hij: ‘Of God een Lam is met bloedig doorboorde poten dan wel een eenjarige, muisgrijze Ezel, die zich door mij driemaal achtereen langdurig in zijn Geheime Opening laat bezitten, welk verschil vermag het uit te maken, zolang Hij de zonden der wereld wegneemt, en zich ontfermt over ons allen.’ Het inmiddels vervallen art. 147 Sr. luidde in zijn eerste sub als volgt: Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft: 1°. hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende

3 Noyon, Langemeijer, Remmelink, Commentaar op Wetboek van Strafrecht art. 147, 348 en 349 (Strafrecht), aant. 1. 4 Rb. Amsterdam, 3 november 1966, NJ 1966, 450.

Godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat. De twee relevante bestanddelen die de Rechtbank onderzoekt: Godslastering op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze en smaling. Godslastering Artikel 147 Sr. is oorspronkelijk geschreven om de ‘dienaar van God’ te beschermen in zijn of haar geoorloofde waarneming van zijn bediening.3 Daarom is het in eerste instantie niet onbegrijpelijk dat de Rechtbank Amsterdam bekijkt of voornoemde passages als Godslastering in wettelijke zin kunnen worden gekwalificeerd op basis van de gevoelens van de gelovige en niet die van de schrijver. Er is aldus sprake van Godslastering, zo redeneert de Rechtbank, omdat de door G. opgeroepen beelden sterk afwijken van het naar algemene bekendheid en ook volgens de gehoorde deskundigen aanvaarde Godsbeeld en seks met een dergelijke God de harten van gelovigen krenkt. Smaling (honend; bespottend) Bij de beoordeling van het tweede bestanddeel gaat de rechtbank ervanuit dat de uitlating smalend is als er aan haar vormgeving geen andere dan een honende strekking kan worden toegekend. Hoewel G. zich wel degelijk provocerend heeft uitgelaten, zo redeneert de rechtbank, verklaart zij het bestanddeel smaling niet bewezen, omdat zijn uitlatingen niet van puur en alleen bespottende strekking zijn. En dan, tegen alle verwachtingen in, weet de rechtbank ons in droge en archaïsche taal toch nog ongelooflijk te boeien met een grove beginnersfout: de verwarring tussen ontslag van alle rechtsvervolging en vrijspraak. Na haar oordeel om het bestanddeel smaling niet bewezen te verklaren, ontslaat de Amsterdamse Rechtbank G. van alle rechtsvervolging!4 Ja, studentikoze juristen, voor zover de juridische wereld zich enige vorm van humor heeft eigen gemaakt, valt u daar toch van uw stoel van het lachen?5 In tweede aanleg Beide partijen gaan in hoger beroep. Het OM met het doel het bestanddeel smaling alsnog bewezen te verklaren en aldus G. schuldig te verklaren; de verdachte omdat hij van mening is dat de redenering van de rechtbank niet concludeert tot ontslag van alle rechtsvervolging maar tot vrijspraak en, veel belangrijker, het hem diep raakt dat het vonnis de kern van de beschuldiging – Godslastering – bewezen verklaart. Na het kostbare falen van zijn advocaat uit Amsterdam, voert G. ditmaal de verdediging zelf.

5 ‘Wat is het verschil tussen vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging?’ https://www.om.nl/@90335/verschil-tussen/ (5).


Hij opent zijn ‘Pleitrede Voor Het Hof’ met zijn verontwaardiging over de manier waarop de zaak in de rechtbank te Amsterdam is afgedaan. Het duidelijke afgrijzen, waarmee een lid van de rechtbank hem vroeg of hij het aan God toedichten van seksualiteit iets gewoons en fatsoenlijks vond; de vraag van de president aan de getuigen-deskundigen of zij een werkelijke, tastbare paring van een mens met een echt dier al dan niet moreel verwerpelijk achtten, terwijl van zulk een paring in zijn boeken geen sprake is en hij daartoe nooit het verlangen zou hebben. Volgens hem zou de vraag moeten luiden: “Acht U het door verdachte in geschrifte uiten van de in de dagvaarding onderstreepte teksten, waarin verdachte een religieuze voorstelling ontvouwt, waarin hij seksuele intimiteit heeft met een als Ezel geïncarneerde Godheid, smalende godslastering op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze in de zin der Wet?” Hij staat immers niet terecht voor seksueel verkeer met een dier, maar voor het publiceren van twee teksten waarin zijn Godheid als dier geïncarneerd een seksuele rol vervult. Waarom hebben de leden van de rechtbank hem nooit vragen gesteld als, en ik citeer onze schrijver G. “Wat betekenen die teksten volgens U precies?” “Welke functie kent U ze toe?” “Welk literair dan wel buiten-literair effect poogt u ermede te bereiken?” “In welke verhouding staan zij tot het geheel van Uw werk?” “Vertolken deze teksten een concrete, lichamelijke begeerte, of zijn het misschien uitingen van een speelse zucht naar bizarriteit?” “Hebt U in deze teksten, naar Uw eigen oordeel, religieuze gevoelens serieus verwoord, of hebt U in de eerste plaats zulke gevoelens willen relativeren of bespotten?” Vervolgens stelt G. het als noodzakelijk om zijn Godsbegrip uiteen te zetten. Voor hem zijn God en Zijn schepping Een, ‘want niet alleen wij mensen, maar al het bestaande is naar Zijn Beeld geschapen.’ En zo redenerend, stelt hij het Hof de vraag: ‘Met welk recht toch zouden wij God attributen van ons bestaan, als liefdesverlangens, eenzaamheid, angst en lijden, bij voorbaat mogen ontzeggen?’ Daarnaast stelt hij

Bronnen:

dat, zoals de rechtbank in haar vragen doet vermoeden, seksueel verkeer met een godheid helemaal niet ‘moreel verwerpelijk’ is, maar juist heel gewoon in de godsdienstgeschiedenis: de Heilige Maagd Maria wordt immers zwanger door God in de persoon van de heilige Geest. En zelfs seksuele toenadering van een als dier geïncarneerde Godheid tot een mens is niets nieuws: Zeus, die als zwaan Leda overweldigt, die als stier Europa schaakt, en die, als arend, de beeldschone jongeling Ganymedes rooft. ‘De Godheid, Edelgrootachtbaar College, is van oudsher niet kieskeurig, maar “lust van het hele varken”.’ Hij roept het Hof op om zowel smaling als godslastering niet bewezen te verklaren, hem vrij te spreken en zo de jurisprudentie te scheppen, dat geen schrijver ooit nog zijn teksten hoeft aan te passen aan het begripsvermogen van slechte verstaanders. Het Hof te Amsterdam zwicht en spreekt het recht, een jaar later door de Hoge Raad bekrachtigd, waar velen van ons, toch vooral kunstenaars met veel vreugde, zij het niet juridisch met gevaar voor eigen leven, een beroep op doen. Indien het herkauwen van deze stof aan het einde van mijn gedachtegang over de held van mijn geschiedenis, meneer Gerard Reve, schrijver van beroep, de student en de toevallige voorbijganger niet opnieuw tot nadenken heeft aangezet, laat ik het dan in het kort als volgt samenvatten: zorg dat u de theorie van het recht beheerst en het verschil kent tussen ontslag van alle rechtsvervolging en vrijspraak, zorg dat u uzelf niet laat afleiden door huidige heersende begrippen van de kwestie, maar dat u altijd zelf blijft kijken naar de intentie en de noodzakelijke vrijheid van de kunstenaar, met het doel nooit te verworden tot de slechte verstaander die uiteindelijk, tot op de dag van vandaag, nog altijd aan de grondslag ligt van de meeste conflicten.

Reve, G.K. van het, Pleitrede Voor Het Hof, Maastricht: Huis Clos, 2011. Reve, G.K. van het, 'Slotwoord voor de rechtbank', in: Vier pleidooien, Amsterdam, 1972.


28

Deliveroo, ga toch fietsen!

Door: Myrthe van der Brug Het is een zonnige dag en ik fiets door Amsterdam. Een jongen op een racefiets passeert me. Om zijn rug hangt een groene koelbox vol maaltijden waar met grote letters ‘’Deliveroo’’ op staat. Navigatie in de hand en op weg naar zijn volgende bezorgadres. Best een relaxed baantje, denk ik bij mezelf. Geld verdienen terwijl je in beweging bent. Kun je dat sportschoolabonnement ook weer opzeggen, ideaal. Alhoewel, nu is het mooi weer, maar wat als het regent… Toch niet zo relaxed dan. Toen ik wat meer onderzoek naar het bedrijf deed kwam ik er echter achter dat de regen wel het laatste is waar de koeriers zich druk om maken. Deliveroo is een populaire bezorgdienst voor verschillende maaltijden. Ze bieden een digitaal platform aan waarop onafhankelijke restaurants digitaal gekoppeld worden aan klanten. Het eten wordt bezorgd door koeriers die zich door de stad verplaatsen op de fiets. De koeriers waren altijd in loondienst bij Deliveroo.

Maar in februari gooide Deliveroo het roer om. De koeriers die voorheen een arbeidsovereenkomst hadden gesloten, konden alleen blijven als zij een overeenkomst van opdracht zouden ondertekenen, en dus zzp’er zouden worden. Deliveroo stelt dat hier veel voordelen aanzitten voor de koeriers. Zo zouden ze meer gaan verdienen omdat er niet meer per uur werd uitbetaald maar per maaltijd. Daarnaast krijgen de koeriers meer vrijheden. Zo kunnen ze nu zelf inplannen wanneer ze willen werken en of ze een bestelling aannemen. Klinkt inderdaad voordelig, maar veel koeriers stellen het tegengestelde. Er wordt juist minder uitbetaald omdat er vaak geen bestellingen zijn en de koeriers dan lang moeten wachten. Daarnaast rijden ze rond zonder verzekering en pensioensopbouw. Sytze Ferwerda is een van de talloze jongeren die met pizza’s en pasta’s op zijn rug door Amsterdam fietst. Hij gaf zijn baan op voor gerechtigheid en sleepte Deliveroo in januari voor de rechter. Ferwerda stelt dat de overeenkomst die gesloten is met Deliveroo geduid moet worden als een arbeidsovereenkomst en niet als een overeenkomst van opdracht. Er is volgens hem namelijk sprake van een gezagsverhouding en dus van schijnzelfstandigheid. Ferwerda werd in zijn strijd tegen Deliveroo bijgestaan door de PvdA, die hem hielp met een crowdfundactie zodat hij onder meer zijn advocaat kon betalen.


Inmiddels heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan. De rechtbank stelt dat uit de overeenkomst van opdracht die Deliveroo en Ferwerda hebben gesloten, duidelijk de intentie naar voren komt dat Ferwerda als zzpâ&#x20AC;&#x2122;er aan het werk zou gaan. Dit is per email bevestigd en Ferwerda heeft zichzelf ook ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De vraag is echter of er sprake is van een schijnconstructie, zoals Ferwerda meent. Hierbij moet er worden gekeken of er sprake is van een gezagsverhouding. De rechtbank oordeelde dat deze er niet is. Ferwerda kon immers zelf bepalen of en wanneer hij wilde werken. Ook had hij het recht voor een concurrerend bedrijf opdrachten uit te voeren en zich te laten vervangen door een ander. Bovendien stond het hem vrij in eigen kleding te werken en mocht hij ook een eigen koelbox gebruiken. De kantonrechter geeft toe dat in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de uit de nieuwe platformeconomie voortkomende arbeidsverhoudingen. Toch maakt dit niet dat de gesloten overeenkomst in opdracht tussen Deliveroo en Ferwarda onredelijk en onbillijk is en ziet de rechter geen reden tot ingrijpen. De rechter voegt nog toe dat wanneer de huidige omstandigheden ongewenst worden geacht, het niet aan de rechter maar aan de wetgever is om daartegen maatregelen te treffen, Ferwerda geeft aan erg teleurgesteld te zijn in de uitspraak van de rechter en blijft bij het standpunt dat er sprake is van een schijnzelfstandigheid. Hij overweegt in hoger beroep te gaan. Dus wie weet krijgt deze zaak nog een staartje, maar tot die tijd zullen de koeriers als zelfstandigen door Amsterdam moeten fietsen. Bronnen: * Rb. Amsterdam, 23 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183

29


MILIEU 1 het biologische leefklimaat 2 het geheel van de natuurlijke maatschappelijke en culturele omgeving dat op een levend wezen zijn invloed doet gelden: opgegroeid in een beschermd milieu; hij is bekend in het milieu in de onderwereld


D

CO2 op zee

e internationale scheepvaart is verantwoordelijk voor 2,8 procent van de wereldwijde CO2-emissie. Ter illustratie: dit is evenveel als Duitsland. Afhankelijk van de energie-efficiëntie in de scheepvaart en de ontwikkeling van scheepsbrandstoffen, zal de CO2-emissie 50% tot 250% meer bedragen in 2050 ten opzichte van 2014. De noodzaak om de scheepvaart te verduurzamen is dus evident. In april 2018 heeft de scheepvaart een klimaatakkoord gesloten. Dat was noodzakelijk, want zowel het Kyotoprotocol als het Klimaatakkoord van Parijs regelen niets over broeikasgassen afkomstig van de scheepvaart. Welke regels liggen er nu? En wat zijn de grootste obstakels voor verduurzaming in de scheepvaart? In april 2018 is een klimaatplan vastgesteld met betrekking tot CO2-emissies in de scheepvaart. Afgesproken is de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 50% te reduceren ten opzichte van 2008. Dit besluit kwam niet zonder slag of stoot tot stand: de Verenigde Staten, Rusland en Saoedi-Arabië waren grote tegenstanders van het voorstel. De Europese Unie daarentegen was ambitieuzer en pleitte voor een reductie van 70-100%.

Door: Anna Ida Hudig De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is verantwoordelijk voor het stellen van standaarden voor de CO2-emissies in de scheepvaart. De IMO heeft in de International Convention on the Prevention of Pollution from Ships (MARPOL) regelgeving vastgelegd rondom verontreiniging door de internationale scheepvaart in het algemeen. Met betrekking tot luchtverontreinigende emissies zoals stikstof, roet en zwavel zijn er veel duidelijke regels vastgelegd. Met betrekking tot CO2 bood het MARPOL tot voor kort echter weinig aanleiding om te verduurzamen. De IMO heeft in 2011 vlaggenstaten verplicht gesteld in het bezit te zijn van het International Energy Efficiency-certificaat (IEE-certificaat), dat alleen wordt toegewezen aan schepen die voldoen aan het Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP). Voor schepen gebouwd na 1 januari 2013 geldt bovendien de Energy Efficiency Design Index (EEDI). Deze maatregelen hebben betrekking op de energie-efficiëntie van scheepsmotoren. Verwacht wordt dat de CO2-reductie als gevolg van invoering van de EEDI en de SEEMP jaarlijks 13-23% bedraagt.

Dat sommige staten tegen de opgelegde regels zijn is niet geheel onbegrijpelijk. Opkomende economieën zoals India en Zuid-Afrika krijgen nu namelijk dezelfde regels opgelegd als veel westerse landen die decennia lang vrijelijk broeikasgassen kunnen uitstoten. Exportstaten stellen bovendien extra hard getroffen te worden als exporteconomie. Zo voert Brazilië aan dat veel exportproducten zoals bananen lange afstanden moeten afleggen over zee naar hun afzetmarkten. Obstakels De reductiedoelstelling is een stip aan de horizon, maar er liggen obstakels op de loer. Ten eerste moeten de middelen om de reductiedoelstellingen te behalen nog worden bepaald. Kiest de scheepvaart voor dure geavanceerde brandstoffen? Of voor nog duurdere zonne- of windenergieproductie aan boord van het schip? Misschien besluiten landen het probleem wel af te doen met eenvoudige CO2compensatie. Het is aan de staten die betrokken zijn bij het akkoord om een invulling te geven. Omdat de zeescheepvaart bij uitstek grensoverschrijdend is blijft deze invulling ingewikkeld. Dit is grotendeels te danken aan het tweede obstakel: het fenomeen van de flag of convenience.

31


32

Flag of convenience houdt in dat rederijen hun schip laten registreren in een staat waaronder ze de gunstigste regelgeving genieten. Rederijen hebben er belang bij de transportprijzen laag te houden, om een goede concurrentiepositie veilig te stellen. Rederijen laten schepen registreren in staten die niet gebonden zijn aan de regels van het IMO, om toepassing van de IMO-regels te voorkomen. Zo hoeven schepen uit onder meer China, India, Brazilië en ZuidAfrika niet aan de IMO-regels te voldoen. Circa 78% van het wereldwijde scheepstransport wordt uitgevoerd door schepen die niet hoeven te voldoen aan de IMO-regels.

“Kiest de scheepvaart voor dure alternatieve brandstoffen?” NMFT en CBDR Kunnen we wat leren van de beginselen die ten grondslag liggen aan regels over vervuiling in de scheepvaart in het algemeen of op CO2-emissies in de luchtvaart? Voor de IMO-regels zijn het No More Favourable Treatmentbeginsel (NMFT-beginsel) en het Common But Differentiated Reponsibilities-beginsel (CBDRbeginsel) van belang. Met het NMFT-beginsel wordt gestreefd naar uniforme toepassing van standaarden voor alle

schepen, onafhankelijk van de vlag waaronder wordt gevaren. Dit principe is grootschalig toegepast door de IMO bij zaken rondom vervuiling in de scheepvaart en geldt als een gewoonterechtelijke regel binnen het IMO-regime. Het NMFT-beginsel is relatief eenvoudig te implementeren en heeft de potentie om het probleem van de gelegenheidsvlag aan te pakken, mits het nader wordt uitgewerkt. Aandachtspunten zijn daarbij regelmatige voortgangsrapportage aan de Verenigde Naties, ter voorkoming van conflicten, en de wens van ontwikkelingslanden om de lasten van het verleden niet te hoeven dragen.

Het lijkt erop dat de enige oplossing voor het probleem van CO2emissies een universele aanpak is, waaraan alle staten gebonden zijn. De afspraken om 50% CO2 reductie te realiseren in 2050 zijn een stap in de goede richting, maar het einde is nog niet in zicht. Er moet gezocht worden naar adequate middelen om de doelstelling te bereiken, zodanig dat elke staat in redelijkheid gebonden is.

Het CBDR-beginsel is vastgelegd in artikel 3 van het Klimaatverdrag (UNFCCC) en erkent dat alle staten gezamenlijk de verplichting hebben om klimaatschade aan te pakken, maar benadrukt dat deze verplichting niet voor iedere staat gelijk is. Het CBDR-beginsel biedt een basis om de kosten bij de vervuiler neer te leggen, zodat staten naar evenredigheid van hun milieuschade de lasten dragen. Dit beginsel, ook wel bekend als het vervuiler-betaaltprincipe, wordt momenteel al toegepast in de luchtvaart. De luchtvaart is vergelijkbaar met de internationale scheepvaart: in beide sectoren zijn de CO2-emissies niet geregeld door het Klimaatverdrag en beide sectoren worden gekenmerkt door een grensoverschrijdend element. Het CBDR-principe heeft als voordeel dat de kosten bij de vervuiler komen te liggen, en komt tegemoet aan de wens van ontwikkelingslanden om niet de kosten te dragen van de westerse economieën. Er is echter veel onenigheid tussen staten over de juiste toepassing van het CBDRprincipe.

T.W.P. Smith e.a., Third IMO GHG Study 2014, London: International Maritime Organization (IMO) 2014.

Bronnen: Y. Shi, Climate Change and International Shipping: The Regulatory Framework for the Reduction of Greenhouse Gas Emissions (Serie Legal Aspects of Sustainable Development, volume 23), Leiden: Brill | Nijhoff 2016.

P. Hotse Smit, ‘Nu ook de zeescheepvaart een akkoord sluit, hebben alle grote vervuilende sectoren een klimaatplan’, Volkskrant 14 april 2018. ‘Zeescheepvaart zet eerste stap naar schonere toekomst’, Het Financieele Dagblad 14 april 2018


Nederlandse

klimaatwet

O

Ontoereikend door groeiende veeteelt

p 27 juni 2018 werd de Nederlandse Klimaatwet aangenomen. Met de ambitieuze Klimaatwet wordt gestreefd naar een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen van 95 procent in 2050, ten opzichte van 1990. Dat doel zal echter niet bereikt worden, doordat er in die wet te weinig rekening wordt gehouden met de toenemende veeteelt en de groeiende uitstoot van broeikasgassen die daarmee gepaard gaat.

het KNMI. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de extreme weersomstandigheden die de wereld te verduren heeft. Het breken van warmterecords is echter niet incidenteel.

Door: Viola Lam De wereld staat in brand. Letterlijk. Eind juli werd er internationale hulp gevraagd voor de enorme bosbranden binnen de Noordpoolcirkel, die zich uitbreidden tot Zweden. In het noorden van Siberië werd het 32 graden, 22 graden warmer dan normaal in deze tijd van het jaar. Bovendien is de hittegolf in Japan uitgeroepen tot een natuurramp. Volgens de krant The Japan Times eiste deze hittegolv van 77 mensen het leven en zijn er 30.000 mensen opgenomen in het ziekenhuis. Een temperatuur van 41.1 graden Celsius werd aangetikt in de stad Kumagaya, 40 kilometer ten noordwesten van Tokio. Daarmee is het warmterecord van het land verbroken. Ook maakte Afrika zijn hoogste temperatuur ooit mee. In de stad Ouargla, Algerije werd het maar liefst 51.3 graden Celsius. Het record dat op 13 juli 1961 in Marokko is gevestigd is daarmee verbroken. Ook dichter bij huis is het warm: het is in Nederland nooit droger geweest dan in deze zomer, zo meldt

“In de stad Ouargla, Algerije werd het maar liefst 51,3 graden celsius.” Nu wil het kabinet de klimaatverandering beteugelen door de uitstoot van broeikasgassen drastisch in te perken met behulp van de Klimaatwet. Er is echter geen rekening gehouden met de exponentiële bevolkingsgroei en de toenemende vraag naar vlees van de bevolking. Het voorgenomen doel zal daarom niet bereikt kunnen worden. Bovendien worden in het 89 pagina’s tellende Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord slechts enkele regels gewijd aan actie op het gebied van veeteelt. Er wordt geen aandacht besteed aan de noodzakelijke vermindering van de hoeveelheid veeteelt voor het behalen van de klimaatdoelen. In 1927 waren er nog maar 2 miljard mensen op aarde. Dat aantal verdriedubbelde binnen 62 jaar tot 6 miljard mensen in 1999. Volgens de prognose van de Verenigde Naties zal dat aantal

33


34

Binnen vijftig jaar is de gemiddelde hoeveelheid vlees die per persoon geconsumeerd wordt bijna verdubbeld, van 23 kg in 1961 tot 43 kilo in 2014. Vooral in ontwikkelende regioâ&#x20AC;&#x2122;s zoals Zuid-Amerika, Afrika en AziĂŤ is een toename van vleesconsumptie te zien. Een recent onderzoek van de Verenigde Naties voorspelt dat in 2050 de wereldvleesconsumptie met 76 procent zal stijgen. Deze toenemende vleesconsumptie is met name zorgelijk, omdat vee veel broeikasgassen uitstoot. Volgens het onderzoek van de Worldwatch Institute, een gerespecteerd milieuonderzoeksinstituut, is veeteelt schuldig aan de uitstoot van 51 procent van alle broeikasgassen. De Nederlandse overheid is daarmee te terughoudend met het erkennen van de gevaren van broeikasgassen die door de veeteelt vrijkomen. Volgens een onderzoek van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties is vee namelijk verantwoordelijk voor de uitstoot van 37 procent van alle door mensen veroorzaakte methaangassen. Dat gas houdt volgens de Global Carbon Project, een groep klimtonderzoekers, 28 keer meer warmte vast dan koolstofdioxide. Het is zorgelijk dat er veel meer aandacht wordt besteed aan het broeikasgas dat minder schadelijk is voor het milieu. Voor het terugdringen van de uitstoot van koolstofdioxide is er immers wel in de Klimaatwet opgenomen dat er wordt gestreefd naar een CO2-neutrale energieproductie in 2050. De grootschalige veeteelt brengt meer problemen met zich mee. Zo is een hoge vleesconsumptie slecht voor de volksgezondheid. Daarnaast draagt veeteelt bij aan de verslechtering van de biodiversiteit, doordat grote tukken bos en ander land gebruikt worden voor het grazen van dieren en water in rivieren en meren afneemt, omdat het water wordt gebruikt voor het irrigeren van land waarop granen voor veevoer verbouwd worden. Een duidelijk voorbeeld van de afname van biodiversiteit is te vinden in de dramatische daling van het aantal insecten. Uit een recent onderzoek van de Radboud Universiteit blijkt dat binnen 27 jaar 76 procent van de insecten is verdwenen. De oorzaak die wordt beschreven is de intensivering van het agrarisch landgebruik, de toename van het gebruik van fosfaat en stikstof in de landbouw, de stijging van het gebruik van pesticides en mogelijk ook de versnippering van de oorspronkelijke leefgebieden van de insecten.

Het zojuist beschreven voorbeeld is een vicieuze cirkel. De landbouw neemt toe, waardoor de insectenpopulatie afneemt. Insecten zijn essentieel voor het behoud van bloemen en planten. Door de daling van het aantal insecten kunnen minder bloemen bestuift worden. Daardoor neemt het aantal planten af. Minder planten hebben als gevolg dat er minder CO2 wordt opgenomen door de natuur. De aarde zal verder opwarmen.


De gevolgen van landbouw zijn dus ernstig. Daarom is het belangrijk dat het volk goed onderwezen wordt over de problemen die het met zich meebrengt. Het is onbegrijpelijk hoe populaire politici, zoals Thierry Baudet, klimaatverandering nog kunnen ontkennen, terwijl de natuur zulke duidelijke signalen geeft. Hoewel de vleesproductie en de bevolkingsgroei in Nederland in mindere mate toenemen dan in veel ontwikkelende landen, is het belangrijk dat Nederland zijn voorbeeldfunctie op het internationale wereldtoneel voortzet en strenger optreedt tegen de groeiende veeteelt. Zo staat Nederland al bekend om zijn progressieve optredens op het gebied van homorechten, euthanasie en abortus. Als Nederland ook op het gebied van veeteelt het voortouw neemt, is er een grote kans dat er ook op dat vlak een domino-effect in gang wordt gezet en er meer landen volgen. Een voorbeeld waarmee klimaatschade eenvoudig inperkt kan worden is het toevoegen van roodalgen aan veevoer. Het wetenschappelijke tijdschrift Animal Production Science publiceerde in 2015 al een onderzoek waarin wordt bewezen dat de uitstoot van methaan met 70 procent wordt verminderd door het toevoegen van slechts 2 procent gedroogde roodalgen aan veevoer. Een andere manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen is door over te stappen van veeteelt naar kweekvlees. De technologie is er al en het probleem is dringend. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) staat echter in de weg van de verkoop van kweekvlees, omdat het de innovatie nog niet goedgekeurd is onder de Europese novel food-wetgeving. In 2013 werd de eerste kweekhamburger al aan de wereld gepresenteerd door de Nederlandse hoogleraar Mark Post. Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse overheid nog steeds geen effectieve stappen heeft genomen om de productie en verkoop van kweekvlees op grote schaal mogelijk te maken. De gevolgen van klimaatverandering zijn zeer zorgwekkend. Het is daarom van essentieel belang om zo veel mogelijk te doen om de planeet leefbaar te houden voor de komende generaties. Dat kan gebeuren door bewust te worden van de ernst van het probleem en door strengere klimaatwetgeving op het gebied van veeteelt op te stellen.

35

â&#x20AC;&#x153;Het is onbegrijpelijk hoe populaire politici, zoals Thierry Baudet, klimaatverandering nog kunnen ontkennen, terwijl de natuur zulke duidelijke signalen geeft.â&#x20AC;?


Profile for JFAS

Nota Bene - september 2018  

Nota Bene - september 2018  

Advertisement