__MAIN_TEXT__

Page 1

De Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

notabene Algemene Verordening Gegevensbescherming Meer naamsbekendheid dan bekendheid van inhoud p. 12

Identiteitscrisis binnen het OM

Het is nota bene de overheid! p. 35

Amerikanen, doe normaal.

Geweigerde advocaten in de Verenigde staten p. 38


Colofon Hoofdredactie Doris Buijs Eindredactie Marjolijn Feenstra Sebastian de Bruijn Redactie Daniel de Bruijn Hella Huisman Hugo Botman Laura van der Wijk Toon Meijerink Wessel Wierda Willem van der Mierden Zita Mees Vormgeving Tharim Cornelisse Drukkerij Printhuus JFAS-bestuur 2018/2019 Olaf Stolk - Voorzitter Britt van der Klink - Penningmeester Fanny Spiekerman - Secretaris Rosanne Wollrabe - Vicevoorzitter en Comissaris Onderwijs & Facultaire Zaken Audrey Hendrix - Commissaris Intern Lidwien Stegeman - Commissaris Extern Doris Buijs - Commissaris Media

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en verschijnt tweemaal per jaar.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Roeterseiland Campus Gebouw A Nieuwe Achtergracht 166 1018 WV Amsterdam De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas.com.

2

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53

@JFAS Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

@studieverenigingJFAS

@Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten


5 7 9 12 16 20 25 29 35 38

Inhoud

Voorwoord De strijd om het water Identiteitscrisis binnen het OM Algemene Verordening Gegevensbescherming Julian Assange: wie, wat en waarom? Interview: Thom Poorthuis Partijverbod Nederland, Duitsland en het EHRM Koning Midas zetelt in Straatsburg Universiteit van Affectie ‘Retour afzender’ voor Nederlandse Advocaten? Amerikanen, doe normaal.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

3


Voorwoord Met een mild desolate teneur schrijf ik dit laatste voorwoord van het jaar. Enigszins ontredderd, omdat ik het stokje van ons prachtige blad moet overdragen. Mild, omdat ik het volste vertrouwen heb dat de volgende Commissaris Media de Nota Bene weer verder zal brengen. Het centrale thema van het afgelopen jaar, het meest besproken en bediscussieerde onderwerp binnen de redactie was de persvrijheid. Met de persvrijheid is het over het algemeen goed gesteld in Nederland, maar vergis je niet: wereldwijd staat de persvrijheid onder druk. Nederland is zelfs een plek gedaald op de jaarlijkse globale ranglijst; we staan nu op de vierde plaats. Meerdere redacties in Nederland hebben dit jaar letterlijk onder vuur gelegen. Ik wil maar zeggen dat de vrijheid waar binnen geschreven kan worden relatief is. Kritisch nadenken en een sterke mening verkondigen wordt niet altijd gewaardeerd, is dat terecht? Het is in ieder geval de kunst om je mening genuanceerd en onderbouwd met feiten uiteen te zetten en zo een discussie te voeren. Het doel van een discussie is niet – in tegenstelling tot wat velen denken – de ander te overtuigen van jouw standpunt. Een discussie is het uitwisselen van gedachten om zo een breder perspectief te krijgen, en heeft als doel tot een compromis komen waar beide partijen mee kunnen leven. De redactie is in conclaaf gegaan en heeft haar gedachten uitgewisseld over zowel de persvrijheid als de vrijheid van meningsuiting. Daaruit is het volgende gekomen: een debat. Woensdag 12 juni zullen studenten hun mening verkondigen in de arena van A2.09, samen met André Nollkaemper en Edgar du Perron. Ik hoop jullie allen te (hebben) ontvangen tijdens ons afsluitend evenement van dit academisch jaar, een afsluiting waarbij de student, precies zoals het hoort, vol elan haar mening zal laten horen. Want wie kritisch naar de maatschappij kijkt, open staat voor andere perspectieven, eloquent is en retorisch begaafd, is niet alleen een goede jurist, maar heeft het altijd bij het rechte eind.

Doris Buijs

Commissaris Media 2018/2019 Hoofdredacteur Nota Bene 2018/2019


Politiek & Samenleving po·li·tiek

(de; v) 1 alles wat met het besturen van een land, provincie, gemeente enz. te maken heeft: de binnenlandse politiek 2 beleid, gedragslijn: de onder wijspolitiek van de regering 3 de gezamenlijke politici

sa·men·le·ving

(de; v) 1 het geheel van de met elkaar verkerende mensen; = maatschappij: de moderne samenleving

6

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


De strijd om het water en het aanpakken van druktepunten behoren tot de minder stringente maatregelen. Maar de splijtzwammen betreffen vooral het mogelijke alcoholverbod voor passagiers, het verbod op varen met meer dan twaalf personen en de nachtsluiting van elf uur s ’avonds tot zeven uur s ’ochtends.

Door: Wessel Wierda “… en over het water gaat er een bootje net als weleer’’ hoor ik Wim Sonneveld zingen in zijn prachtige smartenlap: Aan de Amsterdamse grachten. In zijn oeuvre is de hang naar het verleden immer prominent aanwezig. De tijd van vredig ogende bootjes die het beeld van de grachten louter esthetiseren is helaas voorbij. Toerisme en feestgedruis is aan de orde van de dag en overlast voor omwonenden is het gevolg. In 2008 werd al gesproken over een grove mentaliteitsverandering.1 De boot als festivalterrein waar zo veel mogelijk gedronken en gefeest wordt met bezoekers die als attractie fungeren voor toeschouwers langs de kade. Tel daar een stroom aan toeristen bij op en de ooit rustgevende stroom van het water is nauwelijks meer hoor- of zichtbaar. Overlastmeldingen door omwonenden stapelen zich op en de roep tot handhaving door de gemeente wordt indringender. In de Nota Varen – Deel 1 komt de gemeente nu dan ook met een lijst van maatregelen ter voorkoming van de wanorde.2 Maar de vraag is in hoeverre deze maatregelen proportioneel tornen aan dit culturele erfgoed en of er geen alternatieven te bedenken zijn. De vaarnota bevat achttien concrete maatregelen ter verwezenlijking van minder wanorde. Vanwege aanhoudende onrust en onduidelijkheid omtrent eerdere maatregelen zag de gemeente zich genoodzaakt om het gehele vaarbeleid in Amsterdam te veranderen. Van verduurzaming en modernisering in de sector tot veranderende vaarroutes door Amsterdam. Nieuwe open afstapplaatsen, het inrichten van recreatiezones 1 2 3

Naar aanleiding van de nota heeft de Stichting Pleziervaart een petitie opgesteld in de hoop dat de gemeente enkele maatregelen achterwege zal laten. De onvrede bij recreanten werd snel duidelijk toen de petitie binnen drie dagen duizend keer ondertekend was. De meest impopulaire maatregelen betreffen het limiet van twaalf passagiers op een vaartuig en het niet mogen varen tussen 23:00 en 07:00 uur. Deze regelingen gelden alleen voor particulieren. Een opvallende keuze voor een bestuur dat zich als links-liberaal profileert. Een gegronde reden hiervoor blijft namelijk achterwege. De recentelijke suggestie van Sharon Dijksma voor een alcoholverbod op boten is tevens met veel kritiek ontvangen.3 Overmatig alcoholgebruik als aanjager van overlast is volgens de wethouder een veelvoorkomend fenomeen op de grachten dat middels een verbod een halt toegeroepen dient te worden.

‘Anno 2019 lijkt het liberale karakter van de stad Amsterdam steeds verder te verwateren.’

De laatste jaren kent Amsterdam een steeds intoleranter beleid als het gaat om vormen van vertier. Zo trad het verbod op bierfietsen in Amsterdam op 1 november 2017 in werking voor grote delen van het centrum. De vervoersmiddelen werden eveneens als bron van hevig rumoer beschouwd, waardoor ze inmiddels in vrijwel het gehele straatbeeld van Amsterdam onzichtbaar zijn

‘Overlast plezierboten rijst de pan uit’, Het Parool, 18 juli 2019 Nota Varen Deel 1, beleidsnota van de Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit, november 2018 R. Knoops, ‘Amsterdam overweegt alcoholverbod voor bootpassagiers’, Het Parool, 9 mei 2019

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

7


handhaving door buitengewone opsporingsambtenaars (BOA’s) of camera’s op drukke locaties met als doel openbaar dronkenschap te voorkomen zou een proportionele maatregel zijn om de relatieve rust te waarborgen. Een verbeterd toezicht op het water zou eveneens het bestaan van illegale rondvaartboten drastisch kunnen inperken. Vaak zijn het juist de passagiers op deze illegale boten die voor veel geluidsoverlast zorgen.4 De draconische regel met betrekking tot het uitsluiten van particuliere boten op het water van 23:00 tot 07:00 is impliciet door de gemeente zelf disproportioneel genoemd. Volgens metingen van de gemeente zijn er weinig tot geen boten in de grachten op dit tijdsbestek.5 De overlast die mensen ervaren tijdens hun slaaptijden is dus nihil. Daarnaast kan gesteld worden dat deze mensen weten dat ze aan een gracht wonen en dus sowieso rekening moeten houden met voorbijgaande boten op het water. Al is het alleen maar omdat ze ‘Aan de Amsterdamse grachten’ uit hun hoofd behoren te kennen.

geworden. Ook de barbecues in het Vondelpark worden sinds 2017 geweerd wegens vermeende overlast, tot grote spijt van vele barbecue-liefhebbers. De pleziervaart is aldus de volgende vorm van vertier die aangepakt zal worden om wanorde te voorkomen. Anno 2019 lijkt het liberale karakter van de stad Amsterdam steeds verder te ‘verwateren’. Om zowel het liberale karakter van Amsterdam te behouden als de overlast tot een minimum te beperken is een compromis nodig. Aangezien openbare dronkenschap de grootste veroorzaker is van overlast, is een strenger beleid gericht op het tegengaan van grote hoeveelheden alcohol aan boord een logische gevolgtrekking. Een geheel verbod op alcohol aan boord is desalniettemin een te rigoureuze zet. Het genot van varen tijdens een bruiloft, familiereünie of dispuutsactiviteit zou dan door de gemeente vrijwel volledig worden ontnomen. Meer

8

Zo zijn minder rigoureuze stappen afdoende om zowel de overlast in bedwang te houden als de pleziervaart fundamenteel te behouden. Door meer handhaving in de vorm van menselijk kapitaal (BOA’s) of technologie (camera’s in de stad) kan openbaar dronkenschap en dus overlast beter worden tegen gegaan. Betreffende het verbod op nachtelijke vaartijden kan sowieso gesproken worden over een maatregel die niet voldoet aan de proportionaliteits- en subsidiariteitsseis. De overlast is in de nacht namelijk nihil, blijkt uit hoogstwaarschijnlijk meticuleus onderzoek van de gemeente zelf. Genot en overlast zijn vaak aan elkaar inherent, dus in een culturele stad als Amsterdam zal overlast in beperkte mate behouden moeten worden. De petitie is nodig geweest om naast de kant van de omwonenden ook de harde tegenspraak van de recreanten te horen. Hopelijk ziet de gemeente in dat wij tijdens het varen aan de Amsterdamse grachten onze harten voor altijd verpand hebben. Niet alleen Wim Sonneveld, maar elke Amsterdammer.

4 D. Hielkema, ‘Rederijen niet onder de indruk: alcoholverbod op de grachten is een schijnbeweging’, Algemeen Dagblad, 10 mei 2019 5 Nota Varen Deel 1, beleidsnota van de Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit, november 2018

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


Identiteitscrisis binnen het OM Het is nota bene de overheid!

Door: Hugo Botman In het voorjaar van 2014 krijgt de NRC een in blokletters geschreven brief van een anonieme, hooggeplaatste functionaris binnen het Openbaar Ministerie. Uit angst voor consequenties heeft de klokkenluider er alles aangedaan niet herkend te worden. De aantijgingen die in de brief naar voren komen zijn van dusdanige aard dat ze de top van het OM in enorme verlegenheid kunnen brengen en niemand heeft dat graag openlijk op zijn/haar geweten. In de brief wordt procureur-generaal Marc van Nimwegen ervan beticht een relatie te hebben met een ondergeschikte, te weten hoofdofficier van het functionele parket, Marianne Bloos. Los van het feit dat beiden op dat moment elk een eigen relatie hebben, geldt binnen het OM als overheidsinstantie een strikt verbod op relaties tussen personen die in 1

een gezagsrelatie staan. Ook wordt in de brief gewaarschuwd voor andere integriteitsschendingen en dat alles in de doofpot dreigt te eindigen. Van Nimwegen is niet alleen hoger in rang dan Bloos, maar ook verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Enkele jaren daarvoor was hij betrokken bij het aanstellen van Bloos. De top van de justitiële organisatie zou naar aanleiding van deze situatie besloten hebben Van Nimwegen te benoemen tot hoofdofficier in Rotterdam, toevallig hiërarchisch gezien een functie gelijk aan die van Bloos. Het duurt niet lang voordat deze transfer zich inderdaad voltrekt en Van Nimwegen Fred Westerbeke opvolgt in de Maasstad. Op zijn beurt verhuist Westerbeke naar het landelijke parket, waar Gerrit van der Burg plaatsmaakt en een functie gaat bekleden binnen het college van procureurs-generaal, waar met het vertrek van Van Nimwegen toevalligerwijs net een plekje is vrijgekomen. Het OM is in feite het decor van een baantjescarrousel zoals Thierry Baudet ze alleen in zijn ergste nachtmerries tegenkomt. Hoewel de anonieme bron gelijk heeft over de aanstaande verschuivingen, leidt navraag door de NRC niet tot openbaringen. Zowel de hoogste functionaris binnen het OM, Herman Bolhaar, als Van Nimwegen ontken-

nen stellig dat er sprake is van een, al dan niet verboden, relatie. Bloos werd niet benaderd, maar ontkende volgens andere bronnen tegenover collega’s alle aantijgingen.1 Twee jaar later valt het volgende dominosteentje in de lange rij van gebeurtenissen die leiden tot de penibele situatie waarin het Openbaar Ministerie zich anno april 2019 bevindt. Van Nimwegen en Bloos, die op dat moment al enkele jaren gelijk staan in de hiërarchie binnen het OM, komen er sinds begin 2016 openlijk voor uit een relatie te hebben, wat volgens de Gedragscode Integriteit Rijk geen probleem is, omdat er geen gezagsrelatie meer bestaat. Het bewijst wat velen binnen het OM al dachten, maar nooit bevestigd kregen. Omdat de twee in het midden laten wanneer de relatie precies is gestart, blijft de onvrede sluimeren, totdat in 2018 een kookpunt wordt bereikt en de NRC, vier jaar na de eerste meldingen, alsnog besluit te publiceren over het wel en wee van de OM-top. De druppel die de emmer doet overlopen is de benoeming van Heleen Rutgers tot hoofdofficier van het parket Oost-Brabant. Zij komt daarbij in hetzelfde college van hoofdofficieren terecht als Van Nimwegen en Bloos. Rutgers en Van Nimwegen kennen elkaar al uit hun tijd in Bre-

M. Haenen, ‘Hoe de sfeer in de top van het OM verziek raakte’, NRC Handelsblad 15 mei 2018

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

9


da. Zij werkten nauw samen, totdat een observatieteam van de politie bij het observeren van een verdachte de twee betrapte en erachter kwam dat de twee meer dan nauw samenwerkten. Hoewel ook deze relatie in strijd was met de Gedragscode van het Rijk, bleef de misstap zonder gevolgen voor de betrokkenen. Sterker nog, enkele jaren later was het Van Nimwegen die, als hoofd personeelszaken, de leiding had over het functioneringsgesprek van niemand minder dan de man waarmee Rutgers getrouwd was voordat ze besloot te bedvogelen met Van Nimwegen. Ook Rutgers Brabantse achtergrond deed het bloed van veel collegeleden koken. Anonieme bronnen van binnen het college bevestigen negatieve gevoelens over Van Nimwegen en zijn ‘Brabantse Maffia’. Men had het gevoel dat een onevenredig deel van de topfunctionarissen binnen het OM uit het zuiden van het land afkomstig was en te veel elkaar de hand boven het hoofd hielden, met in het bijzonder Van Nimwegen die altijd kon rekenen op de onvoorwaardelijke steun van zijn wederhelft Bloos. Verder vallen harde woorden over Van Nimwegen en hoe hij is omgegaan met zijn vermeende affaire met Bloos. De publieke bekendmaking uit 2016 wordt gezien als het toegeven van de leugens waarmee de schimmige baantjescarrousel twee jaar eerder werd omhuld. Een van de weinigen functionarissen binnen de justitiële top die wel onder eigen naam reageerde, was Herman Bolhaar. Na de eerste klokkenluiderbrief bezwoer hij niets te weten van een relatie, maar vier jaar later biecht hij in het artikel van de NRC op onjuiste verklaringen afgegeven te hebben. Desondanks stelt hij in eer en geweten gehandeld te hebben en toentertijd niets geweten te hebben van de mogelijke relatie. Het artikel, waarin niet alleen niet naar voren komt dat de werksfeer binnen de toplaag van het OM verziekt is, maar ook dat hoge functionarissen integriteit aan hun laars lapten en er vervolgens alles aan deden dit te maskeren, leidt ertoe dat de man aan het justitiële roer, Gerrit van der Burg, besluit stappen te ondernemen. Er wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld, die alle aantijgingen moet onderzoeken. Niet alleen wordt er gekeken wanneer de relatie nu daadwerkelijk opbloeide, maar ook in hoeverre men ervan op de hoogte was en welke stappen daarbij ondernomen zijn om de affaire in de doofpot te krijgen, specifiek de overplaatsing van Van Nimwegen naar Rotterdam in 2014. Hoewel er binnen deze casus al genoeg roddel en achterklap bleek te zijn voor Jan Watse Fokkens, die de leiding had over het onderzoek, om zich doorheen te worstelen, werd de reikwijdte gedurende het onderzoek uitgebreid naar een vermeend geval van belangenverstrengeling. Van Nimwegen zou in zijn tijd als procureur-generaal aanbestedingen van IT-opdrachten zonder fatsoenlijk proces hebben toegewezen aan het bedrijf van zijn zus en zwager.

Terwijl Fokkens en zijn team hun onderzoek uitvoeren en het rapport schrijven, zitten Van Nimwegen en Bloos met buitengewoon verlof thuis. Hoewel Fokkens als voormalig procureur-generaal een absolute professional is, blijkt dat de sleutel van het onderzoek lag bij het onderzoeken van de juistheden van de smeuïge roddels en verhalen die de rondte gingen over de vermeende affaire. Een van de roddels is een conferentieweekend in Zuid-Limburg in 2011, waarbij de hele OM-top in hetzelfde hotel verblijft. Het verhaal gaat dat de kamergenoot van Van Nimwegen expres elders sliep, zodat hij Bloos kon ontvangen. Van Nimwegen stelt echter dat het tegenovergestelde waar is en dat hij elders sliep zodat zijn kamergenoot ruimte had voor nachtelijk bezoek. Fokkens zag deze strijdige verklaring als sleutel tot de vraag of de relatie toentertijd al aan de gang was.2 Ook onderzocht Fokkens een reis naar Thailand in 2012, waarbij Van Nimwegen en Bloos beiden het OM vertegenwoordigden op een congres voor aanklagers. Volgens verklaringen probeerden de twee een eigen hotel te boeken, uit het zicht van collega’s. Limburg en Bangkok waren echter niet de enige plaatsen waar de twee topjuristen hun samenwerking een eigen invulling gaven. Volgens de handgeschreven brieven die de NRC in 2014 ontving gebruikten beiden hun dienstwagens om naar een Van der Valkhotel gereden te worden, alwaar de chauffeurs van beiden wachtten tot het weer tijd was om te gaan. Donderdag 25 april jl. is het rapport van Fokkens gepubliceerd, bijna een jaar na de publicatie van de NRC waardoor de zaak voor het grote publiek aan het licht kwam. De bevindingen zijn geen goed nieuws voor de betrokkenen. Het 113 pagina’s tellende rapport oordeelt vernietigend over het handelen van het OM rondom de relatie. Fokkens stelt in zijn conclusie voldoende aanleiding te hebben gevonden dat de relatie, die officieel pas vanaf 2016 is ontstaan, al sinds 2011 aan de gang is. Over de scène in Limburg wordt geschreven dat ondanks stellige ontkenningen door de betrokkenen, het niet ondenkbaar is dat er toentertijd al een relatie bestond. Omdat het weekend vlak na de aanstelling van Bloos plaatsvond kan daarom niet gesteld worden dat deze relatie geen effect heeft gehad op haar aanstelling, wat zou betekenen dat de aanstelling niet conform de integriteitsregels van het Rijk is verlopen. Ook wordt er ingegaan op de Thailandreis, waar de twee volgens Fokkens vanaf hadden moeten zien, omdat deelname de toen al bestaande geruchtenstroom alleen maar meer zou voeden.3 Deze geruchtenstroom zou ook de reden geweest zijn, dat Van Nimwegen in 2014 werd overgeplaatst. Zijn eigen verklaring, dat hij op verzoek werd overgeplaatst vanwege ontwikkelende gevoelens voor Bloos, acht Fokkens niet aannemelijk. Eerder denkt hij dat de geruchtenstroom, in combinatie met het speuren door

2 J. Tromp en E. Stoker, ‘Werden OM-kopstukken Marc van Nimwegen en Marianne Bloos nou wel of niet op het correcte moment verliefd?’, de Volkskrant 24 april 2019 3 Hoofdstuk 9.2 rapport Commissie Fokkens

10

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


‘Twee jaar later valt het volgende dominosteentje in de lange reeks van gebeurtenissen die leiden tot de penibele situatie waarin het Openbaar Ministerie zich anno april 2019 bevindt.’ de NRC, de reden zijn geweest voor de geïmproviseerde baantjescarrousel.4 Niet alleen van Nimwegen komt er dus slecht vanaf. Ook de betrokken bestuurders van het OM moeten het ontgelden. Hen wordt een gebrek aan actie verweten. Hoewel Fokkens erkent dat er geen concreet bewijs was en de twee de relatie ontkenden, hadden er diverse maatregelen genomen kunnen worden. In plaats daarvan gebeurde er niets en werd er pas actie ondernomen toen de reputatie naar buiten toe in gevaar kwam. De angst voor externe reputatieschade woog voor de bewindslieden klaarblijkelijk zwaarder dan de kans om de interne verhoudingen, die al geruime tijd op scherp stonden, te verbeteren. De overplaatsing van Van Nimwegen wordt echter gezien als te verantwoorden. De gezagsrelatie tussen hem en Bloos verdween en omdat er nog steeds geen bevestiging was van het daadwerkelijke bestaan van de relatie was deze stap, waarbij de relatie door de veranderde verhoudingen aanvaardbaar werd, indien die alsnog naar buiten zou komen, een correcte.5

De eindconclusie van het rapport is evident vernietigend. Van Nimwegen heeft niet alleen tegen de regels in een relatie gehad met een ondergeschikte, ook heeft hij er alles aan gedaan om deze verborgen te houden voor zijn collega’s en meerderen. Zelfs nadat het voor iedereen duidelijk was dat de twee een relatie onderhielden, hield hij vol dat er niets aan de hand was. Ook de rest van de OM-top heeft steken laten vallen. In plaats van de integriteit te beschermen is ervoor gekozen de reputatie te beschermen, met alle gevolgen van dien. Er is tekortgeschoten in het handhaven van de integriteitsregels, wat niet alleen zorgde voor een verziekte werksfeer binnen de organisatie, maar ook, met het onderzoek en de resultaten ervan, voor een enorme scheur in wat een onkreukbaar imago moet zijn gezorgd. De grote vraag is hoe het OM nu verder gaat. Van Nimwegen en Bloos zitten nog steeds thuis. Eerstgenoemde is geschorst, de tweede is met bijzonder verlof. Het is uitgesloten dat zij terug zullen keren op hun posities, maar een ontslag ligt niet voor de hand. Het OM heeft echter grotere problemen. De verziekte werksfeer wordt door Fokkens voor een deel op het conto geschreven van het lakse handelen van de eindverantwoordelijken. Van Nimwegen is jarenlang een dominant figuur geweest binnen het college van procureurs-generaal en heeft in die tijd veel mensen tegen zich in het harnas gejaagd met zijn autoritaire uitstraling en gebrek aan empathie.6 Dat hem lange tijd de hand boven het hoofd is gehouden wordt niet in dank afgenomen. Toch blijkt Gerrit van der Burg het vertrouwen te genieten waar hij om vraagt. Bij publicatie van het rapport stelde hij al dat alles eraan gedaan moet worden om de reputatie te herstellen. Volgens Marcel Haenen, de journalist van de NRC die betrokken was bij de ondertussen beruchte eerste publicatie, staat het gros van de OM-medewerkers achter Van de Burg. Hij staat bekend als een man met uitgebreide kennis van de organisatie en was niet betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming rondom de affaire. De grote vraag is of de publieke opinie hersteld kan worden. De gevreesde reputatieschade is alsnog geleden en in een tijd waarbij elke fout van het OM breed wordt uitgemeten door populistische partijen en media en het vertrouwen in de rechtsstaat onder groepen binnen de bevolking is gedaald tot een laagtepunt, zal het lastig zijn om te laten zien dat het OM toch de feilloze, onkreukbare organisatie is die zij beweert te zijn.

4 Hoofdstuk 9.3 rapport Commissie Fokkens 5 Hoofdstuk 9.4 rapport Commissie Fokkens 6 J. Tromp en E. Stoker, ‘Werden OM-kopstukken Marc van Nimwegen en Marianne Bloos nou wel of niet op het correcte moment verliefd?’, de Volkskrant 24 april 2019

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

11


Algemene Verordening Gegevensbescherming Meer naamsbekendheid dan bekendheid van inhoud

Door: Laura van der Wijk De hele dag door sluiten we overeenkomsten af. Deze uitspraak zal de jurist niet als onbekend in de oren klinken. Voorbeelden hiervan zijn het kopen van een broodje of het gebruik van onze OV-chipkaart. Nu zal je bij het kopen van een broodje niet heel erg veel te maken hebben met persoonsgegevens, maar voor bijvoorbeeld het afsluiten van een OV-abonnement wel. Wat gebeurt er met deze persoonsgegevens en door wie of wat worden deze beschermd? Bedrijven moeten zich vanaf 25 mei 2018 houden aan de Algemene Verorde1 2 3 4

12

ning Gegevensbescherming.1 Deze verordening van het Europees Parlement en de Europese Raad heeft tot doel de bescherming van grondrechten en de fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met verwerkingsactiviteiten te harmoniseren en het waarborgen van het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Europese Unie.2 Het lijkt alsof de overheid zich vanaf dit moment heel erg druk bezighoudt met het beschermen van onze persoonsgegevens, maar dat was al veel langer zo. Persoonsgegevens zijn alle informatie die gaat over een geïdentificeerde of identificeerbaar natuurlijk persoon. Iemand wordt beschouwd als identificeerbaar wanneer een natuurlijk persoon direct of indirect kan worden onderscheiden. Dit aan de hand van een ‘identificator’ zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens of elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of

J.Hof, Archiefwet versus het Recht om vergeten te worden, ICTRecht in de praktijk nr. 4 2017 Kamerstukken II 2015/16, 34 413, 3, p. 32 (MvT) ArOkel 4 lid 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming C. Meindersma, De 6 grondslagen van de AVG, charlotteslaw.nl 4 april 2018

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53

sociale identiteit van die natuurlijke persoon.3 Je kunt stellen dat dit de informatie is die voor jou als persoonlijk en privé wordt ervaren, en wanneer dit op straat komt te liggen je hiermee in jouw privacy wordt geschonden. Voordat bedrijven gewone gegevens mogen verwerken, moeten zij dit baseren op minimaal een van de zes ‘verwerkingsgrondslagen’: toestemming, vitale belangen, wettelijke verplichting, overeenkomst, algemeen belang en gerechtvaardigd belang4. Toestemming is de eerste grondslag die genoemd wordt in artikel 6 van de AVG. De voorwaarden voor toestemming zijn strenger geworden t.o.v. de oudere privacywetgeving. De toestemming mag ook weer worden ingetrokken, hierbij vervalt de grondslag voor de onderneming om jouw persoonsgegevens te mogen verwerken. Julie Visser, masterstudent Informatierecht had een aanvulling hierop. “Een vaker gehoord verbeterpunt voor de AVG is de (te) grote rol van toestemming. Dit komt door de


zogeheten ‘tyranny of the minority’. Privacygegevens zijn sociale gegevens. Een toestemming van een enkele persoon kan veel informatie over verschillende personen onthullen. Een voorbeeld hiervan is de toestemming tot het inzien van mijn bankafschriften. Dit geeft niet alleen informatie over mijzelf weer, maar ook informatie over familie, vrienden, mijn huisbaas, oppasadres enzovoort. Zij hebben hiervoor helemaal geen toestemming gegeven.” Een tweede grondslag voor verwerking van persoonsgegevens is voor de uitvoering van een overeenkomst. Van belang is hier dat zonder de persoonsgegevens de overeenkomst niet uitgevoerd kan worden. Persoonsgegevens mogen verwerkt worden om de vitale belangen van een natuurlijk persoon te beschermen. Deze grondslag mag alleen gebruikt worden als last resort. Met vitaal wordt bedoeld, dat het om het leven van een persoon gaat en dan niet zozeer de algemene medische gegevens, maar persoonsgegevens verwerkt mogen worden om iemand beter te behandelen als hij/zij in een ongeval terecht is gekomen. Wettelijke verplichting houdt in dat er in sommige gevallen een wettelijke verplichting bestaat op basis waarvan je persoonsgegevens moet verwerken. De grondslag van algemeen belang houdt in dat er een taak van algemeen belang vervuld moet worden waarvoor de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is. Ten slotte het gerechtvaardigd belang waarmee gedoeld wordt op een belangenafweging tussen het belang van verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene. Wanneer de privacybelangen van betrokkenen zwaarder wegen kunnen de gegevens niet verwerkt worden, tenzij kan worden gesteld dat de betrokken persoon had kunnen weten of verwachten dat

de verwerking zou plaatsvinden en met welk doel.

‘Dit geeft niet alleen informatie over mijzelf weer, maar ook over familie, vrienden, mijn huisbaas, of mijn oppasadres.’ Voor de verwerking van bijzondere of strafrechtelijke gegevens dien je je te kunnen beroepen op een specifieke wettelijke uitzondering en dien je je te baseren op minimaal een van de zes verwerkingsgrondslagen.5 Naast een geldige grondslag mogen persoonsgegevens alleen verzameld worden voor een welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doel. De gegevens mogen niet worden verwerkt op een met dat doel onverenigbare wijze dit principe heet ‘doelbinding’. Uitzonderingen hierop zijn opgenomen in de AVG. De nationale regelgeving bepaalt het doel van de verwerking van de persoonsgegevens en zou kunnen ingaan op de voorwaarden die de verordening stelt aan een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. “De AVG is deels een codificatie van wat er in de afgelopen jaren in de jurisprudentie en rechtspraak is ontwikkeld”, zei privacy-expert en hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam Nico van Eijk.6 We herkennen het ‘recht der vergetelheid’ al uit de jurisprudentie van he Europese Hof van Justitie. Het wordt nu in de AVG geformaliseerd.7 Doordat de Wet bescherming persoonsge-

gevens en de Databeschermingsrichtlijn vervangen zijn door de AVG, zijn er veel overeenkomsten en slechts een beperkt aantal echte veranderingen. Informatierecht studente Julie Visser stelt dat er al heel veel privacywetgeving was en het “overgrote deel van de normen in de AVG ook al voorkwam onder de Wet bescherming persoonsgegevens, die weer gebaseerd was op een Europese richtlijn.” Waar Visser ook naar refereert is dat er ontwikkelingen plaatsvinden in de samenleving mede door de “ernst van de privacy schandalen’ en om deze reden wetgeving wordt gecreëerd. Deze ‘nieuwe’ wetgeving wordt gemaakt om zich aan de nieuwe ontwikkelingen aan te passen.” Al eerdergenoemd is dat we de wet bescherming persoonsgegevens hadden, deze wet was bedoeld voor burgers om hun een wettelijke regeling ter bescherming van privacy te geven, ofwel de ‘eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’.8 Doel van deze wet was burgers meer inzicht te geven voor welk doel hun gegevens verwerkt worden en zo mogelijk hiertegen bezwaar in te dienen. Het recht om bezwaar aan te tekenen is niet in zijn geheel vergelijkbaar met het ‘recht der vergetelheid’ zoals vermeld in art. 17 AVG, maar het gaf burgers de mogelijkheid voorwaarden hieraan te stellen.9 Het recht der vergetelheid neemt het nog een stapje verder doordat het bedrijf de gegevens moet wissen (hier zijn ook voorwaarden aan verbonden). Voor de Databeschermingsrichtlijn gold dat de richtlijn ook van toepassing is op de zuiver binnenlandse verwerking van persoonsgegevens.10 Dit geldt nog steeds voor de AVG. Het uitgangspunt van de Databeschermingsrichtlijn, Wbp en de AVG is ook hetzelfde: de verwerking van de bijzondere categorieën van persoonsgegevens is verboden, tenzij

5 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/algemene-informatie-avg/mag-u-persoonsgegevensverwerken 6 Interview Nico van Eijk 3 mei 2019 7 ArOkel 17 lid 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming 8 ArOkel 10 van de Grondwet 9 ‘Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)’, hr-kiosk.nl 22 nov. 2017 10 20 mei 2003, HvJ EG, 20-05-2003 gevoegde zaken nr. C-465/00, nr. C-138/01, nr. C-139/01

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

13


een van de limitatief opgesomde uitzonderingen zich voordoet.11 De sanctionering is anders dan voorheen in de privacywetgeving. Voor de AVG geldt dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een boete van maximaal 10 miljoen euro of twee procent van de jaaromzet kan geven wanneer bedrijven en organisaties zich niet voldoen aan de verplichtingen.12 Er zijn twee verschillende categorieën van overtredingen. Een schending van de beginselen of grondslagen van de AVG door verantwoordelijke, degene die de persoonsgegevens verwerkt, of een verantwoordelijke komt een van zijn verplichtingen niet na.13 We zijn het dus met z’n allen eens dat we onze persoonsgegevens goed beschermd willen hebben en ook dat zodra er een lek is ontdekt dit goed wordt opgepakt. De AP heeft als taak toezicht te houden op de wet- en regelgeving voor bescherming van de persoonsgegevens.14 We zien in de actualiteit de AVG veel voorbijkomen, met name in gevallen waar het mis is gegaan, zoals de kroegbazen die camera’s in de mannentoiletten ophingen15 of het datalek bij jeugdzorg doordat de organisatie de domeinnaamregistratie niet verlengde en iedereen bij de gegevens kon.16 Hoe zit het precies met toezicht? Een klein intermezzo. Tijdens het kantoorbezoek bij Kennedy van der Laan werden wij JFAS-leden uitgedaagd met een crisismanagementgame. Naar aanleiding van een situatie vroeg ik mij af als een bedrijf een datalek heeft en dit meldt bij de AP bij wie vervolgens de verantwoordelijkheid ligt een lek in de toekomst te voorkomen. In artikel 34 van de AVG staat dat er geen meldplicht is naar de

betrokkenen om wiens persoonsgegevens het gaat als: ‘de verwerkingsverantwoordelijke achteraf maatregelen heeft genomen waardoor het hoge risico voor de rechten en vrijheden van betrokkenen zich waarschijnlijk niet meer zal voordoen.’ ‘Waarschijnlijk’ is een erg ruim begrip en ik vroeg mij af hoe het zat met de meting naar of ‘waarschijnlijk niet meer zal voordoen’ voldoende is voor bescherming van de persoonsgegevens. Van Eijk vertelde mij dat er in een aflevering van het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde werd gevraagd naar wat er volgens de fabrikant wordt verstaan onder ‘vers’. ‘Vers’ is ontdooid vlees, was het antwoord. Er is hier verder niets bij verteld over hoe lang het vlees al bevroren zou zijn. Met andere woorden twee jaar oud ‘filet americain’-vlees zou onder ‘vers’ worden verstaan, omdat het ontdooid en verwerkt is. Dit laat zien dat het lastig is voor ruime begrippen, waaronder ‘waarschijnlijk’ een vaste uitleg te hanteren. Wie er verantwoordelijk is voor de bescherming van de persoonsgegevens is een opzichzelfstaand lastig vraagstuk, omdat dit sterk afhangt van het geval. Het hangt er vanaf of er op de toezichthouder een inspanningsverplichting berust of een resultaatsverplichting. Onderscheid tussen deze twee is dat voor wanprestatie bij de resultaatsverplichting slechts het behaalde resultaat niet is behaald, terwijl bij een inspanningsverplichting moet worden bewezen dat er niet voldoende inspanningen zijn gedaan.17 Wat positief is, is dat er zodra er een melding wordt gedaan bij de AP er een ‘awareness’ komt bij het bedrijf dat er mogelijk nog een kans is op een lek en er maatregelen worden getroffen om dit te voorkomen. Overigens wijst hij

nog op een onderzoek gedaan door Reuters waarin wordt gevraagd aan vierentwintig nationale privacytoezichthouders of zij klaar zijn voor de nieuwe privacywetgeving. Zeventien hiervan zeiden nog niet voldoende middelen of uiteindelijk niet genoeg mankracht te hebben om de AVG voldoende toe te passen.18 De AVG heeft de Wbp vervangen in een periode van veranderend klimaat in de samenleving op het gebied van persoonsgegevensverwerking. Al met al ervoeren bedrijven dit als grote verandering in het verwerken van persoonsgegevens, maar de AVG was een uitbreiding op al bestaande privacywetgeving. De AP kijkt streng toe op de naleving van de AVG door de bedrijven. Als jurist kan het een uitdaging zijn ruime begrippen zoals eerdergenoemd: ‘waarschijnlijk’ uit te moeten leggen. Voor ons als consument betekent het niet heel veel meer dan een toevoeging op de al eerder bestaande privacywetgeving.

11 AVG 4.3 De bijzondere categorie van persoonsgegevens zijn zowel de direct betrekking hebben op bijvoorbeeld een lidmaatschap, maar ook indirect. 12 Autoriteit Persoonsgegevens verwacht eerste privacyboetes in 2019, nu.nl 14 maart 2019 13 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/ap-past-boetebeleidsregels-aan 14 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-privacy/het-werk-van-de-autoriteit-persoonsgegevens 15 ‘Kroegen in Nijmegen filmen op mannentoilet’, nos.nl 30 apr. 2019 16 D. Verlaan, ‘Groot datalek bij Jeugdzorg: dossiers duizenden kwetsbare kinderen gelekt’, rtlnieuws.nl 10 april 2019 17 http://www.wetrecht.nl/inspanningsverplichting-of-resultaatsverplichting/ 18 D. Busvine, J. Fiorer, M. Rosemain, ‘European regulators: We’re not ready for new privacy law’, reuters.com 8 mei 2018

14

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


15


Julian Assange Wie, wat en waarom? 16

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


Door: Zita Mees Julian Assange is al jarenlang af en aan in de media. Hij is alom bekend en er zijn meerdere films en boeken over hem verschenen. Vaak wordt hij meteen geassocieerd met WikiLeaks. Maar wist je dat hij ook in opspraak kwam omdat hij door twee vrouwen werd beschuldigd van verkrachting? En wist je dat hij meerdere prijzen heeft ontvangen in onder andere de journalistiek? Er hangt een hoop controverse in de lucht rondom Assange. In dit artikel hoop ik die lucht een beetje te kunnen ophelderen door drie vragen te beantwoorden: wie is Julian Assange? Wat heeft hij allemaal uitgespookt waardoor hij bekend werd? Waarom zijn de meningen over deze man zo verdeeld? Vervolgens is de keuze aan jou om te besluiten of je een voor- of een tegenstander bent van Assange.

Wie?

De jeugd van Assange valt te typeren als een nomadebestaan met hippie-achtige ouders. Hij werd geboren op 3 juli 1971 in Townsville, Australië en was voor z’n veertiende al 37 keer verhuisd. Zijn ouders werkten bij een rondreizend theatergezelschap. De term ‘ouders’ moet hier ruim worden opgevat omdat Assanges biologische vader, John Shipton, al vroeg vertrok, waarna zijn moeder al snel trouwde met Brett Assange, Julians stiefvader. Ongeveer acht jaar later zullen ook zij scheiden, waarna Assanges moeder wederom zal trouwen. Assange ging niet regelmatig naar een lagere of middelbare school.

Hij zou wel zijn ingeschreven op verschillende scholen, maar of hij ook daadwerkelijk onderwijs kreeg is onduidelijk.1 Het merendeel van de tijd was de kleine Julian buiten aan het spelen, aan het paardrijden en aan het vissen. Dit was een bewuste keuze, vertelde zijn moeder later aan de media, omdat ze geloofde dat het autoritaire systeem op school slecht is voor de ziel. Ze wilde dat haar zonen – Assange heeft nog een jongere halfbroer – zelfstandig leerden nadenken. Deze non-conformistische jeugd heeft ertoe bijgedragen dat Assange van jongs af aan geloofde dat de media de overheid moeten controleren op transparantie en corruptie. Het is hun taak en hun recht om alles wat overheden doen bloot te leggen. Dit schuilt ook achter het motto van WikiLeaks: “we open governments”.2 Al snel werd duidelijk dat de jonge Julian een bijzonder slimme jongen was. Op zijn dertiende kreeg hij van zijn moeder zijn eerste computer. Computers waren namelijk zijn grote passie, verklaarde zijn moeder aan de media. Assange had er inderdaad talent voor en binnen een paar jaar stond hij bekend als een geraffineerd programmeur en hacker, onder de schuilnaam Mendax (Latijn voor ‘leugenaar’). Tegen de tijd dat hij twintig was, in 1991, had de politie hem opgespoord en werd hij aangeklaagd voor hacken. Zijn vrouw, met wie hij op achttienjarige leeftijd was getrouwd en een kind had, verliet hem en nam hun zoon Daniel mee. In 1995 werd Assange veroordeeld, maar hij hoefde de gevangenis niet in onder de voorwaarde dat hij niet weer de fout in zou gaan. De jaren negentig was een stressvolle periode voor Assange. Niet alleen vanwege de rechtszaak tegen hem, maar ook

vanwege het gevecht om de voogdij met zijn vrouw om hun zoon. Deze periode heeft Assange naar eigen zeggen zoveel stress opgeleverd, dat hij daardoor de kleur uit zijn haar is verloren. Uiteindelijk, in 1999, kwam er een omgangsregeling zodat Assange zijn zoon kon blijven zien. Om geld te verdienen werkte Assange als conslutant, journalist en ondernemer. Toen hij eind twintig was ging hij wiskunde en natuurkunde studeren aan de Melbourne University. In 2006 lanceerde Assange WikiLeaks.3

Wat?

In een notendop is WikiLeaks een platform voor klokkenluiders. Door via deze website geheime informatie openbaar te maken – bijvoorbeeld over Scientology, Guantánamo Bay, privé-emails van politici – verkreeg Assange zijn wereldfaam. Hierbij wordt hij geholpen door vele, meestal anonieme vrijwilligers van over de hele wereld. Een van deze vrijwilligers was Chelsea Manning.4 Tussen 2006 en 2010 kon WikiLeaks ongestoord een paar miljoen documenten lekken. Maar toen de soldaat Manning kwam aanzetten met onder andere een video waarop te zien was hoe achttien burgers en journalisten vanuit de lucht werden gedood door het Amerikaanse leger in Irak, was WikiLeaks in één klap beroemd. Vanuit een afgelegen huisje in IJsland werden in april 2015 de video en nog zo’n elfduizend documenten openbaargemaakt . Het was het grootste overheidslek ooit.5 Aanvankelijk kwam er amper respons vanuit de Amerikaanse overheid. Maar in november van dat jaar begonnen justitie en FBI toch een onderzoek naar Manning en WikiLeaks op grond van de Espionage Act of 1917.6 Nog nooit was

1 R. Manne, ‘The Cypherpunk Revolutionary’, The Monthly 16 februari 2011. 2 G. Kwek, ‘Magnet for trouble: how Assange went from simple island life to high-teck public enemy number one’, The Sydney Morning Herald, 8 december 2010. 3 Idem 4 M. Calabresi, ‘Wikileaks’ War of Secrecy: Truth’s Consequences’, TIME 2 december 2010. 5 R. Khatchadourian, ‘Julian Assange’s mission for total transparency”, The New Yorker 7 juni 2010. 6 M. Calabresi, ‘Wikileaks’ War of Secrecy: Truth’s Consequences’, TIME 2 december 2010.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

17


het gelukt om een non-gouvernementeel persoon te veroordelen onder deze wet. Assange en zijn compagnons zouden namelijk Manning actief geholpen hebben bij het openbaar maken van de vertrouwelijke documenten. Op 11 april 2011 werd Assange gedagvaard door de federale rechtbank in Verginia.7 Er waren chatgesprekken gevonden tussen Assange en Manning, waarbij ze echter allebei een schuilnaam gebruikten. Assange ontkende vervolgens überhaupt ooit gehoord te hebben van de naam Chelsea Manning.8 Een direct verband tussen de twee kon dan ook niet bewezen worden. Waar Manning 35 jaar de gevangenis inging, liep Assange vrijuit. Natuurlijk waren de Amerikanen hier niet blij mee en ze verloren Assange geen moment uit het oog. Ondertussen verbleef Assange op de Ecuadoriaanse ambassade in Londen. Hij was daarnaartoe gevlucht omdat hij door twee Zweedse vrouwen werd beschuldigd van verkrachting in augustus 2010 in Stockholm. Om uitlevering naar Zweden te voorkomen had hij zichzelf opgesloten in de ambassade en daar politiek asiel aangevraagd.9 Je valt immers niet onder het Europees Uitleveringsverdrag als je je niet op Europees grondgebied bevindt, zoals een ambassade van een land dat geen partij is van het verdrag. De Zweden en Britten stonden echter klaar om hem te arresteren zodra hij een voet buiten de ambassade zou zetten. Assange werd ondervraagd en op borg vrijgelaten, maar nadat de Zweden van gedachten waren veranderd stuurden ze een arrestatiebevel naar Assange. Dit arrestatiebevel werd aangevochten

door Assange en zijn advocaten, maar in mei 2012 oordeelde de Supreme Court in Engeland dat het bevel rechtmatig was. Al deze tijd verbleef Assange op de ambassade. Op 16 augustus 2012 kreeg hij asiel en kon hij dus niet worden uitgeleverd door de Britten aan Zweden. Pas in november 2016 werd Assange vanuit de ambassade ondervraagd door de Zweedse Officier van Justitie. Assange ontkende natuurlijk de verkrachtingsbeschuldigingen bij hoog en laag.10 Uiteindelijk is het onderzoek begin 2017 gestaakt en is Assange nooit vervolgd. Ook is het Zweedse arrestatiebevel ingetrokken. Dit heeft Zweden niet gedaan omdat zij Assange niet wilde veroordelen, maar omdat zij inzag dat het praktisch heel moeilijk ging worden. Juridisch gezien is dit een overwinning voor Assange, maar zo voelde het niet voor hem. Hij stuurde deze boze tweet de wereld in: “Detained for 7 years without charge... while my children grew up and my name was slandered. I do not forgive or forget.”11 Los van het Zweedse uitleveringsbevel hadden de Britten in 2010 een arrestatiebevel opgesteld met als grondslag dat Assange niet zou hebben voldaan aan de gestelde voorwaarden van zijn borg in de verkrachtingszaak. Door de ambassade in te vluchten was hij namelijk ontsnapt aan de voorwaarde om te verschijnen in de rechtszaal. Deze overtreding was tot op dat moment de enige concrete vorm van vervolging die in Assanges nek hijgde.12 In juli 2018 was de Ecuadoriaanse president Lenín Moreno in onderhandeling getreden met de Britten om het asiel van Assange te beëin-

7 G. Greenwald, ‘FBI serves Grand Jury subpoena likely relating to WikiLeaks’, Salon 27 april 2011. 8 G. Gavett, ‘New Evidence in Assange-Manning Link’, Frontline 19 december 2011. 9 D. Carr en R. Somaiya, ‘Assange, Back in News, Never Left U.S Radar’, The New York Times 24 juni 2013. 10 S. Cannane, ‘Julian Assange: What are the sexual assault allegations and why has it taken six years for him to be interviewed?’, ABC News 7 december 2016. 11 ‘Julian Assange: Sweden drops rape investigation’, BBC 19 mei 2017. 12 J. Grierson, ‘Why is WikiLeaks founder Julian Assange in Ecuador’s embassy?’, The Guardian 5 april 2019. 13 ‘Why Ecuador ended asylum for ‘spoiled brat’ Julian Assange, NBC News 12 april 2019. 14 G. Greenwald, ‘Ecuador Will Imminently Withdraw Asylum for Julian Assange and Hand Him Over to the U.K. What Comes Next?’, The Intercept 21 juli 2018 15 ‘Julian Assange: WikiLeaks co-founder arrested in London’, BBC 12 april 2019. 16 A. Jones, ‘Julian Assange wins EU journalism award’, The Canberra Times 17 april 2019. 17 ‘Vijftig weken cel in VK voor Julian Assange’, NRC 2 mei 2019.

18

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53

digen en hem over te leveren aan de Britse politie. Ecuador wilde van Assange af wegens zijn wangedrag in de ambassade.13 Het grote risico is dan dat de Amerikanen weer om de hoek komen kijken. Assange zou dan door de Britten kunnen worden uitgeleverd aan de VS, waar de regering van president Trump heeft laten weten dat ze Assange zullen vervolgen en WikiLeaks zullen vernietigen. De Amerikanen zitten dus nog steeds met de eerdere lekken van Chelsea Manning en WikiLeaks in hun maag.14 Op 11 april dit jaar gebeurde het bovenstaande ook: Assange werd onder luid protest gearresteerd door de Britse politie. De kans is aanzienlijk dat de Britten hem zullen uitleveren aan de VS. De VS zullen hem dan proberen te gaan vervolgen voor spionage. Als dat het geval is kan hij voor jaren de gevangenis in gaan. Assange werd meteen voor de rechter gebracht en schuldig bevonden aan de Britse aanklacht uit 2010. De rechter beschreef zijn gedrag in de rechtszaal als narcistisch.15 Wel heeft hij een paar dagen na zijn arrestatie nog een prijs in de journalistiek gewonnen als klokkenluider en verdediger van het recht op informatie.16 Assange bleef in hechtenis en werd op 2 mei veroordeeld voor vijftig weken cel voor het schenden van zijn borgtocht.17

Waarom?

Op de website van WikiLeaks zelf staat dat zij dient ter publicatie van gecensureerd of vertrouwelijk materiaal vaak over oorlog, spionage en corruptie. Assange zelf noemt het een reusachtige bibliotheek. Het doel van WikiLeaks in


niet zozeer transparantie, maar begrip en educatie over hoe overheden werken en wat de invloed is van grote bedrijven op de samenleving. Daarnaast dient WikiLeaks volgens Assange ter bescherming en bevrijding van onschuldige mensen die onterecht worden of zijn veroordeeld of vervolgd.18 Er zijn meerdere grondrechten en ongeschreven beginselen die te associëren zijn met een transparante overheid. Natuurlijk onze eigen Grondwet, artikel 7 (persvrijheid), en ook artikel 19 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (vrijheid van meningsuiting en recht op informatie), artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (idem) en artikel 11 van het Handvest van de EU (idem). Maar denk ook aan de Wet Openbaarheid van bestuur, het transparantiebeginsel en vele artikelen in het Wetboek van Strafrecht die omkoping van ambtenaren verbieden. Van oudsher zijn mensen het met elkaar oneens over interpretatie en toepassing van grondrechten. Dat is ook het twistpunt van de discussie rondom de acties van Assange en WikiLeaks; sommigen politici, actiegroepen, juristen, journalisten en non-gouvernementele organisaties vinden Assange een held, anderen vinden hem een terrorist. Burgerrechtenactivisten en non-gouvernementele organisaties zijn voor het merendeel voorstanders van Assange omdat hij schendingen van mensenrechten blootlegt. Zeker als er geweld bij betrokken is, moet de democratie beschermd worden tegen de macht van de overheid. Er komt echter ook kritiek vanuit deze hoek: de privacy van mensen die in documenten en video’s voorkomen zou worden geschonden, waardoor zij in gevaar kunnen worden gebracht. Deze kritiek betreft dus 18 19 20 21 22 23 24 25

eerder de werkwijze van WikiLeaks in plaats van het lekken an sich. Bovendien kan het lekken van geheime informatie een averechts effect hebben: nog zwaardere beveiliging om lekken in de toekomt te voorkomen. Volgens sommigen lijkt het alsof Assange tegen elke vorm van geheimhouding van de overheid is. Het doet de vraag rijzen of sommige geheimen niet ook gewoon geheim horen te blijven. Misschien is dat soms juist wel in het publiek belang.19

‘ ...een paar dagen na zijn arrestatie heeft Assange nog een prijs in de journalistiek gewonnen als klokkenluider en verdediger van het recht op informatie.’ Politici als de Braziliaanse oud-president Luiz Inacio Lula da Silva en de Russische president Vladimir Putin steunen Assange. Ook zij noemen argumenten als vrijheid van meningsuiting en de bescherming van de democratie in de Westerse wereld.20 Oud-president van Rusland Dimitry Medvedev meende zelfs dat Assange de Nobelprijs voor de vrede moest krijgen.21 Logischerwijze steunen politici Assange alleen als de lekken niet over hen gaan. Zo was Trump aanvankelijk een fan van WikiLeaks tijdens de

verkiezingen omdat WikiLeaks informatie had gelekt die schadelijk was voor zijn tegenstander Hillary Clinton. Later werd er informatie van de CIA en NSA gelekt die schadelijk was voor de regering, met Trump inmiddels aan het hoofd. Het zal je niet verbazen dat Trump toen van mening is veranderd.22 De Amerikaanse vervolging van Assange is uniek: nog nooit was een niet-Amerikaanse burger vervolgd voor iets wat niet op Amerikaans grondgebied had plaatsgevonden. Volgens journalisten en juristen zou een veroordeling dan ook een gevaarlijke precedent scheppen voor journalisten van over de hele wereld. Zij zouden dan niet meer veilig hun werk kunnen doen zonder bang te zijn dat ze zomaar vervolgd kunnen worden door een land waarvan zij niet de nationaliteit hebben. Dit zou schadelijk zijn voor de persvrijheid.23 Dit was ook de reden voor voormalig president Barack Obama om Assange niet te vervolgen. WikiLeaks werd gezien als een journalistieke organisatie en veroordeling zal een onwenselijk voorbeeld scheppen.24 Trump denkt hier duidelijk anders over. Ook al heeft Assange nooit een opleiding tot journalistiek gevolgd, veel journalisten verdedigen hem en zien hem als een van hun collega’s. Zij menen dat hij respect verdient en gesteund moet worden omwille van de persvrijheid.25 Welke kant je ook besluit te kiezen na het lezen van dit artikel: naar mijn mening valt er voor beide kampen iets te zeggen. Misschien moet je het niet zwart-wit zien omdat de zaak daarvoor te complex is. De belangenafweging tussen persvrijheid en het recht op informatie enerzijds en het recht op privacy en geheimhouding anderzijds kan denk ik beter per apart geval worden gemaakt.

M. Sontheimer, ‘Interview with Julian Assange: We Are Drowning in Material’, Der Spiegel 20 juli 2015. P. Karhula, ‘What is the effect of WikiLeaks for Freedom of Information?’, IFLA 5 oktober 2012. ‘WikiLeaks: Brazil President Lula backs Julian Assange’, BBC 10 december 2010. ‘Russia: Julian Assange deserves a Nobel prize’, The Jerusalem Post 11 december 2010. M. Hosenball en W Strobel, ‘CIA chief calls WIkiLeas a ‘hostile intelligence service’, Reuters 13 april 2017. M. Moore en O. Stone, ‘WikiLeaks and Free Speech’, The New York Times 20 augustus 2012. N. Layne en J. Wolfe, ‘Assange hacking charge limits free speech defense: legal experts’, Reuters 11 april 2019. ‘Journalists’ union shows support for Assange’, ABC News 23 december 2010.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

19


Het Interview:

Thom Poorthuis

‘AKvV is een onmisbare schakel in het veranderende studieklimaat’


Thom Poorthuis (21 jaar) heeft deze week zijn Bachelordiploma Economie aangevraagd als student van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Praeses van het 37e bestuur der Amsterdamse Kamer van Verenigingen (AKvV). Lid der Unitatis Studiosorum Amstelodamensium (USA).

punt van de overkoepelende organisatie. Op een zakelijke toon weet hij de kernwaarden van de AKvV kristalhelder uit de doeken te doen. Met af en toe een filosofische of studentikoze insteek in zijn relaas komt ook zijn lidmaatschap aan de oppervlakte. Als hoeder van de studentenverenigingen geef je per slot van rekening niet louter colleges, maar zul je ook de donkerste krochten van elke sociëteit in Amsterdam ‘geïnspecteerd’ hebben. Door: Wessel Wierda Amsterdam kent een grote verscheidenheid aan studentenverenigingen met eigen kenmerken en tradities. Ontgroeningsexcessen en conservatieve normen en waarden binnen enkele verenigingen worden breed uitgemeten in de media. Dit lijkt het belang van een bron van sociale contacten voor studenten te ondermijnen. Studentenverenigingen halen desondanks een recordaantal inschrijvingen binnen, blijkt uit een onderzoek van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV).1 Hoe faciliteert de Amsterdamse Kamer van Verenigingen (AKvV) het gedijen van studentenverenigingen in onze hoofdstad? De Amsterdamse Kamer van Verenigingen behartigt sinds 1982 de belangen van 25 studentenverenigingen. Thom Poorthuis geldt dit jaar als het gezicht en aanspreek-

Bij aankomst in de gang van CREA, waar de AKvV zetelt, ontmoet ik een opgewekte Thom Poorthuis. ‘Koffie of thee? Het koffiezetapparaat werkt hier standaard op volle toeren rond dit tijdstip (11:00).’ We gaan dan ook allebei voor een kopje cafeïne. Voorts laten we in de gang onze ogen over de volgeplakte wanden glijden. Tientallen posters met bestuursleden en een exorbitant aantal promotors voor KersVers (introductieweek HvA) staren ons aan. De poster van de AKvV stelt de volgende vraag: ‘Wil jij 25 studentenverenigingen vertegenwoordigen?’ Naast mij staat de jongeman die dat heeft aangedurfd. De bestuurskamer oogt warm en uitnodigend. Na een korte introducerende vertolking van hit notering ‘Kan de microfoon aan’ van Thierry Baudet zijn ook de stemmen opgewarmd en starten we het gesprek.

1 ‘Recordaantal inschrijvingen studentenverenigingen’, Landelijke Kamer van Verenigingen 14 januari 2019

21


Als hoofdtaken van de AKvV gelden: het promoten, verbinden en behartigen van belangen van studentenverenigingen. Hoe zien we het promoten van verenigingen terug in jullie beleid? ‘’Bij promoten kun je vooral denken aan het regelen van promotielocaties voor de verenigingen. Zo willen we verenigingen zichtbaar hebben voor aankomende studenten tijdens de introductiedagen van de UvA, VU en de HvA. Sinds dit jaar werken we tevens samen met hogeschool InHolland om nog meer bekendheid voor verenigingen te vergaren en hebben we verenigingen reeds tijdens de eerst bachelor- en open dagen in oktober/november gepromoot. Daarnaast kun je bij promoten nog denken aan het regelen van studiebeurzen voor de besturen van verenigingen.’’ In Groningen is het bestuur van Vindicat recentelijk haar studiebeurs kwijtgeraakt vanwege een ‘dwangmatige zuipcultuur’. Ook andere verenigingen staan tegenwoordig onder een vergrootglas. Zijn de onderwijsinstellingen in Amsterdam nog wel bereid om promotie voor studentenverenigingen te faciliteren? ‘’Amsterdam is een brave stad op het gebied van studentenverenigingen. Zo hebben er in mijn bestuursjaar geen grote incidenten plaatsgevonden die het karakter van de verenigingen geschaad zouden kunnen hebben. We willen ons met de onderwijsinstellingen zelfs meer gaan inzetten op positieve samenwerking. De onderwijsinstellingen zien hier net als wij de goede aspecten van studentenverenigingen, zoals het opbouwen van een sociaal netwerk. De verstandhouding tussen de onderwijsinstellingen en verenigingen is in Amsterdam op het moment dus uitstekend.’’ Is Amsterdam dan ook de brave hendrik op het gebied van ontgroeningen? Ik kan het me niet voorstellen. ‘’Relatief gezien wel. Maar voornamelijk bij de praktijken met een ontgroenend karakter van disputen valt inderdaad nog wel wat winst te behalen. Vooral het in de gedragscode van 2019 vastgelegde alcoholverbod tijdens activiteiten van ontgroenende aard, proberen we door middel van samen te werken met de besturen van verenigingen ook bij dispuutsontgroeningen te handhaven. We merken dat de besturen zich hierin actief opstel-

22

len en beseffen dat er bij een aantal leden van bepaalde verenigingen een omslag in mentaliteit en houding jegens alcohol vereist is. Als AKvV hebben we meer zicht op de ontgroeningen van de verenigingen zelf, voor die ontgroeningen zijn dit jaar geen sancties opgelegd.’’ Zijn er naast een verhoogde samenwerking nog andere concrete veranderingen doorgevoerd in de nieuwe gedragscode? ‘’Zeker, sinds dit jaar hebben we een meldingsplicht ingesteld voor incidenten die zal gelden voor het hele studiejaar, in plaats van louter tijdens de Kennismakingstijd-periode. Zo willen we een vertrouwensband creëren met de leden.’’

‘Voornamelijk bij de praktijken met een ontgroenend karakter van disputen valt nog winst te behalen.’ Je sprak zojuist over de wil om in verhoogde mate positief samen te werken met onderwijsinstellingen. Op welke manier hebben onderwijsinstellingen en verenigingen baat bij een omvangrijkere samenwerking? ‘’Bijvoorbeeld door verenigingen te laten participeren aan carrière-events. Voor de onderwijsinstellingen is

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


het van belang dat deze events goed bezocht worden en voor de leden bieden ze een kans om kennis te vergaren omtrent bedrijfsactiviteiten. Ook willen we studentenverenigingen graag laten deelnemen aan evenementen als de UvA Health-week. Dit evenement is bij uitstek geschikt om leden meer bewust te maken van problemen verbonden aan drank, drugs, mentale gezondheid en seksueel ongemak. Deze problemen komen steeds vaker voor in het huidige studieklimaat en dienen meer aandacht te krijgen onder leden. Als overkoepelende organisatie proberen we daarnaast ook het gesprek tussen verenigingen onderling aan te stuwen. Vooral de kleinere studentenverenigingen hebben op organisatorisch vlak veel baat bij vergaderingen met besturen van grotere verenigingen. 1+1 is namelijk 3.’’ Ah, daar zie ik toch een glimp van je economische vaardigheden. Is je studie Economie niet gaan lijden onder het voorzitterschap van de AKvV? ‘’Nee, ondanks de twee dagen in de week die ik op CREA met de AKvV doorbreng en bepaalde weekenden bij de Nationale Reserve, heb ik deze week mijn Bachelordiploma Economie aan kunnen vragen. Buitengewone omstandigheid dat je zo’n diploma moet aanvragen trouwens.’’ Zal ik deze geïmpliceerde roep om verandering ook in het interview verwerken? ‘’Nee, doe maar niet.’’ Uitstekend, dan gaan we verder. Een ander prangend punt in het huidige studieklimaat is de roep om meer diversiteit. Zo kent ook de UvA sinds kort een diversiteitscommissie. Houden jullie je ook bezig met diversiteit binnen verenigingen?

gelijkgestemden omgaat (lees verenigingen). De beleidsopgave is de komende jaren deze veelheid aan latrelaties in balans te brengen. We houden ons dus niet bezig met diversiteit binnen verenigingen; omdat er maar liefst 25 verenigingen zijn met tienduizend leden in Amsterdam die reeds een zeer divers karakter hebben. Wel proberen we als AKvV sinds twee jaar om meer internationale studenten te betrekken bij het verenigingsleven, door bijvoorbeeld een Nederlands lid aan een internationaal lid te koppelen (vertaalbuddy genoemd). Verenigingen als SIP, AJ en ASVGay beginnen bij internationale studenten aantrekkingskracht te ondervinden. Dit zijn dan ook voorbeelden van verenigingen die zeer toegankelijk zijn voor internationale studenten.’’ Je houdt je dus bezig met tienduizend leden, toe maar. Waarin verschilt een bestuursjaar van de AKvV nog meer ten opzichte van een bestuursjaar bij een studie- of studentenvereniging? ‘’De verstandhouding met je bestuur onderling is in het begin wat zakelijker, omdat je elkaar van te voren nog niet kent. Maar uiteindelijk creëer je juist daardoor wel een innigere band. Daarnaast moet je als bestuurslid van de AKvV oprecht interesse hebben in elke studentenvereniging die Amsterdam rijk is. Ik vond het dan ook het leukst om langs te gaan bij elke vereniging. Ten aanzien van mijn functie als Praeses binnen de AKvV moet je vooral goed kunnen luisteren naar zowel je bestuur als naar de onderwijsinstellingen, gemeentefracties en de verenigingen. Nieuwe inzichten en consensus dienen immer gevonden te worden.’’

‘’Als koepelorgaan kun je een belangrijke rol spelen bij het in contact brengen van verschillende groepen uit de studentenpopulatie. Daar zou ik graag Filosoof Wessendorf bij willen parafraseren: zij tekent aan dat het samenleven in de publieke sfeer hand in hand gaat met samenleven met gelijkgestemden in de eigen privékring (lees vereniging). Filosoof Ignatieff gebruikt in dit verband het begrip: side by side living: het vermogen om op een tolerante manier met elkaar om te gaan en tegelijkertijd de behoefte hebben aan gemeenschappen waar men met

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

23


De Verdieping ver¡die¡ping

(de; v; meervoud: verdiepingen) 1 het dieper maken 2 ruimte tussen twee horizontale vlakken van een gebouw; = etage


Partijverbod Nederland, Duitsland en het EHRM

Door: Hella Huisman In 2017 is de staatscommissie parlementair stelsel ingesteld om te onderzoeken of veranderingen nodig zijn in de parlementaire democratie en het Nederlandse parlementaire stelsel.1 Recentelijk heeft de staatscommissie het eindrapport uitgebracht, waarin is voorgesteld een partijverbod in te voeren.2 In Nederland bestaat er geen rechtsregel die het mogelijk maakt partijen te verbieden. In de praktijk zijn de meeste partijen rechtspersonen, vaak verenigingen. Dit is een privaatrechtelijke rechtspersoon in de zin van art. 2:3 BW. Het is mogelijk een rechtspersoon te verbieden op grond van art. 2:20 BW. Hiervoor is vereist dat het Openbaar Ministerie een verzoek indient bij de rechtbank. De rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde kan verboden worden verklaard en ontbonden. Nederland heeft een dergelijk verbod slechts tweemaal plaatsgevonden. De Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB) en de Nationale Volkspartij/CP’86 zijn door de rechtbank verboden verklaard in 1955 en 1998. Naar aanleiding van het rapport is het interessant om te kijken hoe een partijverbod uitgelegd kan worden. Hiervoor zal gekeken worden naar ons buurland Duitsland en de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens. 1 2

Duitsland In Duitsland oordeelt het Bundesverfassungsgericht (hierna: BVerG) over de bepalingen van de grondwet. Zo heeft het BVerfG recentelijk een uitspraak gedaan over het partijverbod ten aanzien van de Nationale Partei Deutschlands (hierna: NPD). De NPD maakt volgens de verzoekers inbreuk op de menselijke waardigheid. Door de verzoeker wordt aangevoerd dat de NPD streeft naar een etnisch homogeen volk en discrimineert ze mensen die niet uit Europa komen. Vertegenwoordigers van de partij hebben tegen het huidige parlementaire systeem gepleit, waaruit een gevaar voor de democratie zoals Duitsland deze kent zou blijken. In Duitsland is het partijverbod neergelegd in art. 21 lid 2 van de Duitse Grondwet. De bepaling luidt als volgt: ‘Parteien, die nach ihren Zielen oder nach dem Verhalten ihrer Anhänger darauf ausgehen, die freiheitliche demokratische Grundordnung zu beeinträchtigen oder zu beseitigen oder den Bestand der Bundesrepublik Deutschland zu gefährden, sind verfassungswidrig.’ Vrij vertaald staat hier dat partijen die als doel hebben of waarvan uit gedragingen van aanhangers blijkt dat zij de liberale democratische basisorde willen schaden of de Bondsrepubliek Duitsland in gevaar brengen, ongrondwettig zijn. Er moet aan de volgende elementen zijn voldaan: • • •

Benadelen of verwijderen van de liberale democratische basisorde. Partijen hebben dit als doel of uit gedragingen van aanhangers blijkt dat ze dit doel hebben. De partij is erop uit dit doel te verwezenlijken.

Rijksoverheid 27 januari 2017 Staatscommissie parlementair stelsel 2018

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

25


Oordeel BVerfG De liberale democratische basisorde wordt door het BVerfG ingevuld aan de hand van drie beginselen: de menselijke waardigheid, het democratiebeginsel en het rechtstaatsbeginsel. De menselijke waardigheid omvat de waarborg van persoonlijke identiteit, individualiteit en integriteit en de rechtsgelijkheid.3 Het democratiebeginsel houdt in dat de vrije en gelijke mens het bestuur kan kiezen.4 Bij het rechtstaatsbeginsel gaat het om het beschermen van de vrijheid, onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en beginselen die uit art. 20 lid 2 en 3 GG volgen. Met beseitigen wordt bedoeld het schaden van de huidige basisorde of het vervangen van de huidige basisorde door een ander systeem. Het beeinträchtigen houdt in dat de partij een politiek programma heeft dat een gevaar vormt voor de liberale democratische basisorde. Uit de doelen van de partij in het programma moet blijken dat ze een gevaar vormt voor de liberale democratische rechtsorde. Ook kunnen de gedragingen van aanhangers van de partij duiden op een mogelijk gevaar. Hierbij is van belang te kijken hoe de aanhangers zich presenteren. Het element eropuit zijn om het doel te verwezenlijken houdt een actief handelen van de partij in. De partij moet bewerkstellingsmogelijkheden hebben om hun doelen te realiseren. Voorbeelden hiervan zijn organisatiestructuur of de vertegenwoordiging van de partij in vertegenwoordigende lichamen. Het is volgens het BVerfG in ieder geval noodzakelijk dat uit deze elementen een toereikende mate van concrete en belangrijke aanknopingspunten volgt. Uit de aanknopingspunten moet kunnen worden geconcludeerd dat de mogelijkheid van het succesvolle handelen van de partij tegen de liberale democratische rechtsorde van art. 21 lid 2 GG in potentie aanwezig is. Het tweede geval wanneer aan dit ele3 4 5 6

26

ment is voldaan is wanneer de partij gebruik maakt van geweld. Dit element heeft de doorslag gegeven in het oordeel van het BVerfG en is door Duitse rechtsgeleerden bekritiseerd. Het BVerfG oordeelt dat de NPD niet verboden kan worden op grond van art. 21 lid 2 GG. Er wordt wel erkend dat de zowel de partij als aanhangers van de partij doelen nastreven die de liberale democratische basisorde schaden. Ook wil de NPD de huidige grondwettelijke rechtsorde vervangen door een autoritaire Nationalstaat. De NPD hanteert een politiek concept dat de menselijke waardigheid minacht, omdat bepaalde groepen in de samenleving worden uitgesloten. Bovendien oordeelt het BVerfG dat de NPD planmatig te werk gaat om de ongrondwettige doelen te bereiken. Tot slot oordeelt het BVerfG echter dat er niet genoeg zwaarwegende aanknopingspunten zijn die erop duiden dat het handelen van de NPD daadwerkelijk succes zal kunnen hebben. De partij heeft slechts een beperkt aantal vertegenwoordigers in het vertegenwoordigende lichaam, waaruit het BVG concludeert dat de kans op succes van de NPD niet genoeg is. De NPD wordt ongrondwettig verklaard omdat ze in strijd met de liberale democratische basisorde handelt, maar niet verboden omdat er geen potentieel succes van de partij is.5 EHRM De uitspraak die hierbij behandeld wordt is het Refah Partisi – arrest. In deze zaak ging het om een partij die in Turkije aan de macht was gekomen en die de Sharia-wetten wilde invoeren. Het constitutionele hof heeft de partij verboden, waarna de leiders van de partij naar het EHRM stapten met de vraag of de inbreuk op art. 11 EVRM gerechtvaardigd wordt door lid 2 van hetzelfde artikel, waarin een beperkingsclausule staat. Dit moet strikt worden uitgelegd en staten hebben hierbij een kleine margin of appreciation.6 Het

BVerfG 17 januari 2017, ECLI:DE:BVerfG:2017:bs20170117.2bvb000113, r.o. 539 t/m 547. BVerfG r.o. 541. BVerfG r.o. 844 en 845, zie ook de Leitsätze op p. 4. EHRM 31 juli 2001, ECLI:NL:XX:2001:AN6942 (Refah Partisi), r.o. 77.

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53

EHRM kijkt of er sprake is van een wettelijk voorschrift, of er een legitiem doel was en of de maatregel noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het wettelijke voorschrift stond in de art. 103 van de Wet op regulering van politieke partijen. Hierna werd gekeken of de beperking onder een van de doelen van art. 11 lid 2 geschaard kon worden. ‘Artikel 11 1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen. 2. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dit artikel verbiedt niet dat rechtmatige beperkingen worden gesteld aan de uitoefening van deze rechten door leden van de krijgsmacht, van de politie of van het ambtelijk apparaat van de Staat.’ In casu oordeelde het EHRM dat het hier ging om bescherming van de nationale veiligheid en de openbare orde. Ten eerste omdat de wetgeving gebaseerd op de sharia de scheiding tussen kerk en staat in gevaar kon brengen. Bovendien hebben een aantal vertegenwoordigers van de partij opgeroepen tot geweld tegen tegenstanders. Tot slot keek het EHRM of het verbod noodzakelijk is in de democratische samenleving. In een noot bij het Refah Partisi – arrest vat Marjon Kanne vat het als volgt samen: ‘Het feit dat de partij een meervoudig rechtsstelsel wilde invoeren; de


Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

27


regels van sharia wilde opleggen aan de moslims en de jihad zag als politiek instrument, maakte dat het Hof de ontbinding niet als een disproportionele maatregel zag. De ontbinding was noodzakelijk in een democratische samenleving, was misschien — als ik de woorden van het Hof juist interpreteer — zelfs noodzakelijk voor het behoud van een democratische samenleving.’7 Belangrijk is dan de vraag wanneer een partij verboden kan worden. Het Hof erkent dat van een staat niet verwacht moet worden dat gewacht wordt met het verbieden van een partij: ‘Until a political party has seized power and begun to take concrete steps to implement a policy incompatible with the standards of the Convention and democracy, even though the danger of that policy for democracy is sufficiently established and imminent.’8 Er is vereist dat sprake is van een ‘pressing social need.’9 De volgende punten zijn hierbij van belang: ‘(i) whether there was plausible evidence that the risk to democracy, supposing it had been proved to exist, was sufficiently imminent; (ii) whether the acts and speeches of the leaders and members of the political party concerned were imputable to the party as a whole; and (iii) whether the acts and speeches imputable to the political party formed a whole which gave a clear picture of a model of society conceived and advocated by the party which was incompatible with the concept of a “democratic society”.’10 In een later arrest is de toets van het partijverbod bevestigd en deze risicotoets iets anders geformuleerd:11

7 8 9 10 11 12 13 14

28

(i) whether there was plausible evidence that the risk to democracy, supposing it had been proved to exist, was sufficiently and reasonably imminent; and (ii) whether the acts and speeches imputable to the political party formed a whole which gave a clear picture of a model of society conceived and advocated by the party which was incompatible with the concept of a “democratic society” Tot slot geeft het Hof aan dat de historie van een land ook van belang is om mee te nemen in de overweging.12 Het Hof benadrukt dat de opkomst van bepaalde politieke stromingen moeten bekeken worden in het licht van de ervaring van historische gebeurtenissen van een bepaald land.13 Voor de timing van het partijverbod is dus van belang dat er bewijs is dat de dreiging voor de democratie voldoende en redelijkerwijs dreigend is. BVerfG vs. EHRM In de Duitse literatuur is veel kritiek geweest op het element Potentialität.14 Het BVerfG oordeelt namelijk dat een partij verboden kan worden wanneer er voldoende zwaarwegende aanknopingspunten zijn waaruit blijkt dat een partij in potentie succesvol kan zijn. Het EHRM hanteert in haar rechtspraak het criterium dat een partij voldoende en redelijkerwijs dreigend moet zijn om verboden te kunnen worden. Waar zit hier het verschil? Het BVerfG vindt het van belang dat een partij succesvol is. Dit zou kunnen betekenen dat een partij in meerdere parlementen in Duitsland verkozen moet zijn. Maar waar precies het kantelpunt ligt is onduidelijk. Mocht een partij zo’n grote aanhang hebben dat ze op veel plekken verkozen worden, lijkt het moeilijk om deze partij nog te verbieden. Het zou kunnen lijken alsof andere partijen juist deze partij willen verbieden om de concur-

Kanne 2002, p. 13. EHRM 31 juli 2001, ECLI:NL:XX:2001:AN6942 (Refah Partisi) r.o. 102. Idem, r.o. 104. Idem, r.o. 104. EHRM 30 juni 2009, ECLI:NL:XX:2009:BJ7504 (Herri Batasuna en Batasuna) r.o. 83. EHRM (Refah Partisi) r.o. 105. EHRM (Refah Partisi) r.o. 124. Zie bjjvoorbeeld Letzing, Das Parteiverbot als stumpfes Schwert.

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53

rentie uit te schakelen. Het EHRM zegt dat een partij voldoende en redelijkerwijs dreigend moet zijn. Hierbij speelt ook de vertegenwoordiging van de partij in het bestuur een rol. Als je in meerdere plaatsen vertegenwoordigd bent, is de kans groter dat de ongrondwettige ideeën uitgevoerd worden, waardoor de democratie beschadigd raakt. Is een partij die ongrondwettige ideeën heeft niet altijd voldoende en redelijkerwijs dreigend wanneer deze ook in potentie succesvol is? Een partij zou mijns inziens voldoende en redelijkerwijs dreigend kunnen zijn, maar niet de potentie hebben om succesvol te zijn. Het in potentie succesvol zijn duidt in ieder geval op een uitleg waarmee partijen niet te vroeg verboden kunnen worden. Conclusie Uit deze jurisprudentie volgt dat het moment van het verbieden van een partij een heikel punt is. Er moet voorkomen worden dat te vroeg ingegrepen wordt, maar het te laat ingrijpen is evenzo ontoelaatbaar. Mij lijkt het onwenselijk het criterium van het Bundesverfassungsgericht te hanteren, omdat het haast onmogelijk is te omschrijven wanneer sprake is van het potentiele succes van een partij die in strijd handelt met de democratische grondbeginselen. Nu we gezien hebben dat het moment van het verbieden van een partij lastig is in te vullen door de rechterlijke macht, ligt bij de invoering van een partijverbod in Nederland misschien een taak voor de wetgever. De wetgever zou kunnen proberen te omschrijven op welk moment een partij zoveel dreiging vormt voor de democratie dat deze verboden moet worden. Op deze manier zou de democratie het beste gewaarborgd kunnen worden.


Koning Midas zetelt in Straatsburg

De legitimiteit van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Door: Daniel de Bruijn Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is in 1950 door lidstaten van de Raad van Europa ondertekend, met decennia van politieke instabiliteit en grootschalige mensenrechtenschendingen nog in het achterhoofd. Doelstelling van het verdrag is blijkens de preambule de uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) volgende rechten en fundamentele vrijheden te handhaven en verder te verwezenlijken, ook om daarmee een grotere eenheid tussen de leden van de Raad van Europa te bereiken. Rechten van de mens zijn fundamentele rechten die individuen beschermen tegen staatsmacht en die voorwaarden bieden waaronder individuen zich kunnen ontplooien.1 Sinds de 1 2

inwerkingtreding heeft het verdrag hiertoe een aanzienlijke bijdrage geleverd, met name in zwakke rechtsstaten in het voormalig Oostblok en in Turkije.2 Er is met de tijd echter ook veel kritiek ontstaan op het functioneren van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het Hof, dat met de taak is belast om het verdrag te handhaven, zou de reikwijdte van het begrip mensenrechten en daarmee haar eigen bevoegdheden steeds verder oprekken en daarmee de soevereiniteit en positie van de wettelijke en rechterlijke macht in verdragsstaten aantasten. In dit artikel zal ik de legitimiteit van het EHRM in zowel Europees als Nederlands opzicht behandelen en aan de hand van drie deelvragen beoordelen:

1

Hoe interpreteert het EHRM het EVRM en hoe vult het de eigen bevoegdheden in?

2

Wat is de invloed van het EHRM op de Nederlandse rechtspraktijk?

3

Vormt het EHRM een bedreiging voor de (nationale) parlementaire soevereiniteit?

A. Nollkaemper, Kern van het Internationaal Publiekrecht, p. 293, Den Haag: Boom Juridisch 2016. ECHR, Violations by article and state, 2017: hNps://bit.ly/2IE3zGE.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

29


Koning Midas zetelt in Straatsburg Het EHRM heeft op grond van artikel 19 EVRM als taak nakoming van de uit het verdrag volgende verplichtingen te verzekeren. Indien sprake is van een (vermeende) schending kan op grond van artikel 33 of 34 EVRM door een staat, (natuurlijk) persoon, niet-gouvernementele organisatie of groep een klacht worden ingediend tegen een staat. Dit kan op grond van artikel 35 lid 1 EVRM slechts nadat de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. In beginsel bestaat deze klachtmogelijkheid alleen om de fundamentele rechten van burgers bescherming te bieden tegen de staat, ofwel, zoals Baudet in zijn essay stelt, tegen ‘overschrijding van de ultieme grenzen van rechtvaardigheid’.3 Het probleem hierbij is echter dat de in het EVRM vastgelegde fundamentele rechten mijns inziens dermate vaag zijn geformuleerd dat zij, om in de praktijk een beroep op te kunnen doen, in veel gevallen nadere interpretatie vereisen. Interpretatie, welke bevoegdheid enkel aan het EHRM toekomt. Zodoende rijst de vraag hoe het Hof het EVRM interpreteert. Op welke wijze geeft het EHRM hierbij invulling aan de eigen bevoegdheden? Aan de wortel van het probleem van de EVRM-terminologie ligt de overheersende gedachte dat beginselen op het gebied van mensenrechten geen van tijd en plaats afhankelijke interpretatie zouden vergen. Mensenrechten zijn blijkens het UVRM immers universeel. De abstracte formulering maakt daarbij dat zij overal en altijd van toepassing kunnen zijn nu het vanzelfsprekend onmogelijk is elke vorm van een (potentiële) mensenrechtenschending concreet en extensief in het verdrag op te nemen. Mijns inziens is het tegendeel echter waar en vergen mensenrechten in véél gevallen juist wel een van tijd en plaats afhankelijke interpretatie. Een voorbeeld is artikel 2 EVRM dat het recht op leven waarborgt: wat betekent dit recht nu eigenlijk? Valt het ongeboren kind ook onder het wettelijk beschermde ‘recht van een ieder op leven’ en hoe verhoudt dit recht zich tot (hulp bij) euthanasie? Een ander voorbeeld is het uit artikel 3 EVRM volgende verbod van foltering of onmenselijke behandeling en bestraffing. Valt een corrigerende tik aan een kind hier ook onder? En geldt dit recht alleen voor de verdragsstaat zelf, of valt uitlevering of uitzetting van een persoon aan een land met hoogst discutabele mensenrechten in bijvoorbeeld het Midden-Oosten of Afrika hier ook onder? Niet alleen de formulering op zichzelf is vaag. De opvattingen over hoe deze abstracte begrippen dienen te worden ingevuld variëren van land tot land en veranderen bovendien met de tijd. Het EHRM heeft dit probleem ten dele onderkend met toepassing van een margin of appreciation (beoordeligngsmarge) en de in Tyrer v. UK geïntroduceerde living instrument-doctrine. Op basis van de margin of appreciation laat het Hof overeenkomstig de beginselen van subsidia-

riteit en proportionaliteit staten meer beslissingsruimte in zaken waarover geen consensus tussen verdragsstaten bestaat4, zoals huwelijksgelijkheid tussen hetero- en homoseksuele stellen of de vrijheid van godsdienst. Met de living instrument-doctrine formuleerde het Hof het beginsel dat het EVRM een living instrument is, waarmee wordt bedoeld dat het verdrag ‘leeft’ en zodoende aan verandering onderhevig kan zijn. Het verdrag moet dus in het licht van hedendaagse omstandigheden en opvattingen worden geïnterpreteerd.5

‘Het lijkt alsof het Hof zich niet alleen over humanitaire kwesties uitspreekt, maar simpelweg over elke zaak met een humanitair aspect.’

3 T. Baudet, ‘Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een ernstige inbreuk op de democratie’, NRC Handelsblad 13 november 2010. 4 EHRM 2 juni 1956, Application No. 176/56, (Greece v. United Kingdom, “Cyprus”). EHRM 7 December 1976, (Handyside v. The United Kingdom). 5 EHRM 25 April 1978, (Tyrer v. The United Kingdom).

30

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


De margin of appreciation is echter geen volledige oplossing. Het leidt tot willekeur, nu het hof zelf bepaalt wanneer en in hoeverre er sprake is van een consensus en gebruik van de margin of appreciation voorts haaks staat op twee elementaire beginselen van recht: voorspelbaarheid en gelijkheid. Hoe kunnen immers ongelijke zaken gelijk worden behandeld? Het EHRM miskent met de margin of appreciation het belang van precedentwerking, en daarmee rechtszekerheid, nu gelijke gevallen niet gelijk (hoeven te) worden behandeld en men daarom het gedrag er niet op aan kan passen.6 Nu het EHRM zelf de spelregels voor toepassing van de margin of appreciation bepaalt, biedt de terminologie van het EVRM nog altijd de mogelijkheid tot het in nagenoeg elke zaak toetsen van nationaal recht aan de eigen opvattingen van het EHRM. In het met jurisprudentie en protocollen uitgebreide verdrag leest het hof op bijna activistische wijze steeds méér en specifiekere mensenrechten, waardoor het lijkt alsof het Hof zich niet alleen over humanitaire kwesties uitspreekt, maar simpelweg over elke zaak met een humanitair aspect. Zo groeide het aantal uitspraken van het hof van zo’n gemiddeld 21 uitspraken per jaar tussen 1959-1998, naar 177 in 1999 tot een duizelingwekkend duizendtal uitspraken in 2017.7 In haar uitspraken verlegt het EHRM zaak na zaak de grens van het begrip ‘mensenrechten’ en breidt zo in haar jurisdictie onder andere de reikwijdte van het recht op leven, de vrijheid van godsdienst en het martelverbod uit.8 Niet voor niets vergeleek prof. dr. Zwart het Hof al met Koning Midas: ‘alles wat het aanraakt verandert in mensenrechten.’9 Hoewel het fundamentele aspect en belang van mensenrechten mijns inziens niet valt te ontkennen, is hun praktische betekenis vaak onduidelijk en onderwerp van discussie. Dit is een volstrekt onwenselijke situatie nu geldt dat, zoals Baudet reeds heeft betoogd, ‘wie de macht heeft te bepalen wat een fundamenteel recht in de praktijk precies betekent, heeft de macht zijn politieke opvattingen op te leggen aan anderen.’10 De beoordelingsmarge is een stap in de goede richting maar niet voldoende. Een dergelijke macht hoort in een rechtstaat of goed functionerende Europese Unie bij democratisch gekozen politici te liggen, die in contact staan met de burgers wiens rechten zij vertegenwoordigen en beschermen en die kunnen worden beoordeeld op hun beleid. Niet bij 47 rechters in

Straatsburg. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens interpreteert mensenrechtelijke begrippen in toenemende mate te ruim en vult haar bevoegdheden bij vlagen haast activistisch in. Het EHRM en de Nederlandse rechtspraktijk Nu is vastgesteld dat het EHRM humanitaire begrippen in toenemende mate ruim interpreteert, de bevoegdheden zelfstandig verbreedt en bij vlagen activistisch invult, is de vraag wat hiervan de invloed is op de Nederlandse rechtsorde. In de Nederlandse rechtspraktijk zijn een aantal factoren daarvoor in het bijzonder van belang. Allereerst kent Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog een bijzonder open en betrokken houding ten opzichte van internationaal recht en/of internationale organisaties.11 Zo is het land verdragsstaat of in sommige gevallen zelfs (mede-)oprichter van diverse internationale organisaties of gerechtshoven. Vanuit deze open en betrokken houding ten opzichte van internationaal recht kan voorts ook (mede) verklaard worden dat Nederland op grond van artikel 93 Grondwet directe werking en op grond van artikel 94 Grondwet voorrang toekent aan internationaal recht. Op grond van deze bepalingen genieten bepalingen uit het EVRM, die voor hun toepassing in de praktijk zo afhankelijk zijn van (vaak extensieve) interpretatie door het EHRM, directe werking in de monistische Nederlandse rechtsorde en krijgen zij voorrang boven strijdig Nederlands recht. Ook geldt er op grond van artikel 120 Grondwet een grondwettelijk toetsingsverbod voor verdragen, waaronder het EVRM. Op grond van deze bepalingen mag de Nederlandse rechter verdragen niet toetsen aan de grondwet. Juist dit direct doorwerkende, door het EHRM extensief geïnterpreteerde, recht in combinatie met het toetsingsverbod en de vaak activistische houding van het hof is een aanwijzing voor een niet geringe invloed van het EHRM op de Nederlandse rechtspraktijk.12

Anderzijds geldt echter ook dat ten opzichte van rechtspraak van het EHRM het niet lijkt uit te maken of een land monistisch of dualistisch is. In beide gevallen is de invloed van het hof aanzienlijk en zullen nationale rechters de uitleg van het hof zo nauwkeurig mogelijk proberen te volgen.13 Alhoewel Nederlandse rechters over het algemeen welwillend zijn om betekenis toe te

6 J.A. Brauch, ‘The margin of appreciation and the jurisprudence of the European Court of Human Rights: Threat to the rule of law’, CJEL 2005, volume 11, p. 125. & J. H. Gerards, ‘Pluralism, Deference and the Margin of Appreciation Doctrine’, ELJ 2011, volume 17, p. 102-115. 7 ECHR Overview 1959-2017 2018, M. Bossuyt, ‘Mensenrechtenhof gaat boekje te buiten in asielzaken’ Gazet van Antwerpen 11 mei 2010. 8 EHRM 29 April 2002, (PreNy v. The United Kingdom) & EHRM 8 juli 2004, EHRM 18 maart 2011, (Lautsi v. Italy) & EHRM 2 oktober 2001, (Pichon and Sajous v. France ), EHRM 7 juli 1989, (Soering v. The United Kingdom) & EHRM 11 januari 2007, (Salah Sheekh v. The Netherlands) & M. Bossuyt, ‘Mensenrechtenhof gaat boekje te buiten in asielzaken’ Gazet van Antwerpen 11 mei 2010. 9 T. Zwart, ‘Bied dat mensenrechtenhof weerwerk’, NRC Handelsblad 17 januari 2011. 10 T. Baudet, ‘Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een ernstige inbreuk op de democratie’, NRC Handelsblad 13 november 2010. 11 J.H. Gerards & J.W.A. Fleuren, Implementatie van het EVRM en de rechtspraak van het EHRM in nationale rechtspraak. Een rechtsvergelijkend onderzoek, p. 1, 2013. 12 Idem & G. Boogaard en J. Uzman, Commentaar op artikel 120 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2018 (www.Nederlandrechtsstaat.nl). 13 J.H. Gerards & J.W.A. Fleuren, Implementatie van het EVRM en de rechtspraak van het EHRM in nationale rechtspraak. Een rechtsvergelijkend onderzoek, p. 3, 2013.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

31


kennen aan een uitspraak jegens een ander land hebben de uitspraken van het EHRM bovendien geen erga omnes-werking (gelding richting iedereen).14 Zij zijn geenszins verplicht om tegen andere verdragsstaten gedane uitspraken zelf ook op te volgen, dit gebeurt op vrijwillige basis. Verder geldt dat uitspraken van het EHRM doorgaans van declaratoire aard zijn en er dus enkel een schending wordt vastgesteld. Indien een degelijke uitspraak tegen Nederland gedaan wordt heeft de rechter dus de ruimte om doorwerking van het EVRM te verzachten en te ‘vertalen’ in nationaal recht. De rechter kan dan doctrines, criteria en factoren afkomstig uit uitspraken van het EHRM zodanig bijbuigen en kneden dat zij aansluiten op het Nederlands recht.15 Nederlands open houding ten opzichte van internationaal recht en het feit dat de grondwet verdragen voorrang en directe werking toekent, in combinatie met toetsingsverbod en een activistisch hof dat dit internationaal recht moet interpreteren en handhaven, zorgen er kortom voor dat de Nederlandse rechtspraktijk wordt beïnvloed door het EHRM. Nu er geen erga omnes-werking is, EHRM-uitspraken van declaratoire aard zijn en de rechter daarom de ruimte heeft deze uitspraken te vertalen in Nederlands recht of zelfs naast zich neer te leggen geldt dat deze mate van beïnvloeding echter op grotendeels vrijwillige basis geschiedt. Nederlands parlementaire soevereiniteit: (on)bedreigd door het EHRM? Na behandeling van de wijze waarop het EHRM het EVRM interpreteert, de eigen bevoegdheden invult en hoe dit de Nederlandse rechterlijke praktijk beïnvloedt, zal ik nu onderzoeken wat de invloed van het EHRM

op de nationale parlementaire soevereiniteit is en in hoeverre deze door het EHRM bedreigd wordt. Aan de grondslag van de kritiek op de legitimiteit van het EHRM ligt de gedachte dat het EHRM met uitspraken op regelmatige basis democratisch tot stand gekomen beleid en wet- en regelgeving terzijde schuift, zonder daarbij altijd acht te slaan op de voorafgaande democratische procedures en onderzoeken die in een verdragsstaat (kunnen) hebben plaatsgevonden. Hiermee vormt het EHRM volgens critici een bedreiging voor de nationale parlementaire soevereiniteit. Op grond van drie redenen is dat echter niet het geval. Indien het EHRM beslist dat Nederland in strijd met een EVRM-bepaling heeft gehandeld is die uitspraak allereerst weliswaar bindend, maar een dergelijke uitspraak is declaratoir van aard, inhoudende dat slechts door het hof wordt vastgesteld dat een fundamenteel recht wordt geschonden. Hoewel een concrete aanwijzing soms wordt gegeven geeft dit nationale autoriteiten de mogelijkheid om zelf en naar eigen inzicht beleid en wet- en regelgeving in overeenstemming met het EVRM te brengen. In tegenstelling tot wat Bossuyt beweert, is het hof dus niet vergeten dat hun werk dubbel subsidiair is en pas na de politiek verantwoordelijke nationale wetgever en de rechtscolleges komt.16 Het is dus zeker niet zo dat het EHRM nationale parlementen zomaar buitenspel zet of kan zetten. Voorts kan een staat het eigen constitutionele recht in stelling brengen tegen het EHRM middels een pluralistisch systeem. In sommige gevallen zou Nederland dan de voorkeur kunnen geven aan een eigen interpretatie van open constitutionele normen, zoals ook Duitsland en het Verenigd Koninkrijk al hebben gedaan.17 Hiervoor is wel een wijziging van de uit artikel 94 Grondwet volgende voorrangsregel vereist.18 Echter

14 J.H. Gerards, ‘Waar gaat het debat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens eigenlijk over?’, NJB 2011, afl. 10, p. 610. 15 Idem. 16 M. Bossuyt, ‘Mensenrechtenhof gaat boekje te buiten in asielzaken’ Gazet van Antwerpen 11 mei 2010. 17 J.H. Gerards, ‘Waar gaat het debat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens eigenlijk over?’, NJB 2011, afl. 10, p. 610. Bundesverfassungsgericht 14 oktober 2004, ECLI:DE:BVerfG: 2004:rs20041014.2bvr148104. Supreme Court of the United Kingdom 9 december 2009, UKSC 14 (R v Horncastle & Others). 18 Rapport Staatscommissie Grondwet 2010, bijlage bij kamerstuk 31570, nr.17.

32

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


kan wel worden opgemerkt dat uit de praktijk blijkt dat dit nauwelijks doorwerkt in een toe- of afname van de invloed van het hof nu nationale rechtscolleges doorgaans de uitleg van het hof proberen te volgen. Tot slot kan Nederland, indien het daadwerkelijk meent dat de nationale parlementaire soevereiniteit dusdanig onder druk van het EHRM en EVRM staat dat dit noodzakelijk is, het EVRM op grond van artikel 58 lid 1 EVRM opzeggen. Mijns inziens is dit echter een paardenmiddel en kan Nederland veel beter via het eigen constitutionele recht druk op het EHRM uitoefenen om terughoudend met de bevoegdheden en de mogelijkheid tot interpretatie om te gaan. Alle omstandigheden in aanmerking genomen vormt het EHRM geen bedreiging voor de parlementaire soevereiniteit van Nederland nu uitspraken declaratoir van aard zijn, het constitutionele recht in stelling gebracht kan worden naar voorbeeld van Duitsland of het Verenigd Koninkrijk en als dit niet voldoet kan men als laatste redmiddel het EVRM altijd nog opzeggen. De (il)legitimiteit van het EHRM Het fundamentele aspect en belang van mensenrechten behoeft in dit stuk geen discussie. Door de abstracte terminologie in mensenrechtenverdragen is de concrete betekenis echter vaak onduidelijk en is in veel gevallen nadere (rechterlijke) interpretatie nodig voor toepassing van deze rechten in de praktijk. Het EHRM vervult deze interpretatietaak echter te ruim en breidt zo de reikwijdte van eigen bevoegdheden uit. Een onwenselijke situatie nu de bevoegdheid tot het vaststellen van fundamentele rechten bij de wetgevende macht in een democratie hoort te liggen. Hiermee is het EHRM van significante

invloed op de Nederlandse rechtspraktijk nu, door het hof vaak extensief geĂŻnterpreteerde verdragen directe werking en voorrang genieten in de Nederlandse rechtsorde en Nederland van oudsher een open houding kent tegenover internationaal recht. Uitspraken van het EHRM zijn echter declaratoir en indien zij tegenover andere verdragsstaten zijn gedaan is er geen sprake van erga omnes-werking zodat deze niet moeten worden opgevolgd. De behoorlijke EHRM-invloed op de Nederlandse rechtspraktijk bestaat dus wel, maar goeddeels op een vrijwillige, Nederlandse basis. Nu uitspraken declaratoir van aard zijn, na een grondwetswijziging het constitutionele recht in stelling gebracht kan worden en als laatste redmiddel het EVRM altijd nog kan worden opgezegd vormt het EHRM geen bedreiging voor de nationale parlementaire soevereiniteit. EHRM-critici hebben kortom gelijk als zij beweren dat het hof met de extensieve interpretatie teveel nationaal recht onder eigen de bevoegdheden brengt of wil brengen en hiermee in toenemende mate de legitimiteit van zichzelf en eigen beslissingen vermindert. Het EHRM vormt hiermee echter geenszins een bedreiging of te grote invloed op de soevereiniteit en rechtsordes van verdragsstaten nu er in zowel nationaal als internationaal recht voldoende balancerende factoren aanwezig zijn.

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

33


Opinie & Satire opi·nie

(de; v; meervoud: opinies) 1 mening

sa·ti·re

(de; v(m); meervoud: satiren, satires) 1 hekelende voorstelling, spottend geschrift enz.

34

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


Universiteit van Aversie pleintje met de imposante Minervabuste, nu staat men ongemakkelijk wachtend te leunen op lijkbleke plantenbakken met vier langzaam treurig ontkiemende bonsaiboompjes (ben ik de enige die zich afvraagt of daar over een paar jaar niet enorme baobabs uit groeien?).

Door: Toon Meijerink De zoetheid van aardbeien, de geur van vers gemaaid gras, het geluid van golven op het strand. Het gekletter van regen op je dak, wakker worden met de zon op je gezicht en goede gesprekken. Er zijn zo veel dingen waar je van kunt houden. Maar er zijn vooral veel dingen die je kunt haten. Mensen zonder zelfspot, doorweekte sokken, meisjes die praten in foto’s op Instagram en niets te zeggen hebben. Treden die net niet goed uitkomen, inspiratieloze DC-films, Marco Borsato. En bovenal de volgende vijf frustratiefactoren op de Universiteit van Amsterdam à la Jan Mulder: Roeterseilandcampus A Van de romantische boekenstalletjes van de Oudemanhuispoort naar de romantische pijpleidingen van Roeters. Ooit vertoefde men in de zomer liggend op het grasgroene

1

Mordor is een kleurrijker gebied dan de grote hal van Roeterseiland, die witter is dan de gemiddelde UvA-student. Tsjernobyl is een vermakelijke Center Parksaccommodatie vergeleken met de kernreactor waarin rechtenstudenten hun colleges moeten volgen. Kernafval is echter moeilijker te dumpen dan een onenightstand, aangezien prullenbakken op Roeters net zo makkelijk te vinden zijn als werk met een master Internationaal Recht. De kantine is gemaakt voor studenten die al drie jaar met hun scriptie bezig zijn en intermenselijk contact geheel verleerd zijn, want de caissières worden klaargestoomd voor een leven als Wall-E of C-3PO. Naast de onsmakelijke voorverpakte benzinepompsandwiches kan men letterlijk alles vinden: twinkies, pulsvissen, babyvoedsel, Infinity Stones, Creedence Clearwater Revival tapes, de basiself van FC Twente en naar verluidt kan je er zelfs gratis burn-out influencers afhalen.

2

Hoorcolleges Dan kom je je bed al uit om 10:55 om helemaal vanaf je appartement in de Pijp binnen vijf minuten in dat Griekse theater van A0.01 te moeten zijn, zit je daar ook nog eens een plek te zoeken om daar tussen 600 eerstejaars, waarvan de helft volgend jaar toch Algemene Sociale Wetenschappen aan het studeren is, een plek op iemands schoot te vinden. 3,5 uur Recht en Menselijk Gedrag met een uur responsiecollege voorwaardelijk, Willem Holleeder zou er een moord voor doen. Meestal ben je alleen, want 90 procent van je vrienden die je ooit maakte zijn door de jaren heen een voor een afgevallen net als in Final Destination. Je laat precies één stoel tussen jou en degene naast je, want je zit natuurlijk niet te wachten op het ongemakkelijk aanraken van elkaars elleboog, toch het meest intieme stukje van je lichaam, of op een leuk gesprek (gesprekken zijn zo 20ste eeuw). Rechtsvoor zorgt een meisje met Beadiesoorbellen dat het gehele magazijn van Zalando wordt leeggehaald en geplaatst wordt in haar containerwoning van 5m² in Oost-Osdorp. Links naast je heeft een gast, half ruikend naar hard fietsen, half ruikend naar Axe Africa, exact weten uit te rekenen dat je in 3,5 uur net de eerste vijf afleveringen van Game of Thrones seizoen

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

35


acht kan zien. ‘’Waarom kom je dan hier’’, vraag je je dan af. Zelf vernieuw je je Facebooktijdlijn vaker dan Mark Zuckerberg zijn ondergoed. Het bekertje cappuccino met koffie en melkschuim, die net zo goed mengen als Protestanten en Katholieken in het Parijs van 1572, heeft niet geholpen. Na twee uur verlaat je niet eens echt beschaamd voortijdig de gladiatorenarena, verslagen door dr. Schwitters als Real Madrid in een kwartfinale. Op de eerste rij zag je een vage kennis aantekeningen schrijven, je appt haar wel een keer of iets dergelijks.

3

Studieplekken Mensen zeggen dat er veertig miljoen mensen in Tokyo wonen, dat twee op de vijf aardbewoners Chinees zijn, dat de Ganges verwelkt onder het vuil van de enorme Indiase populatie. Die mensen zijn nog nooit op Roeterseiland geweest. De zoektocht naar de Heilige Graal was een all-inclusive vakantie naar Antalya voor Parcival in vergelijking met de queeste naar een studieplek voor de moedige UvA-student. Elisabeth Kübler-Ross kwam ooit eens naar de UvA en bedacht daar, nadat ze vier uur lang op de grond van de UB had lopen wegkwijnen, een hersenspinseltje. Ze verzon vier fasen van het zoeken naar een studeerplaats: Fase 1: Ontkenning. Misschien is in Rec E dan nog wel plek? Achter de piano, in de draaideur of hangend aan de brug. Het kan niet zo zijn dat er geen ‘’hotspot’’ is voor alle 32.631 UvA-studenten. Mogelijk is die irritante gozer in de Juridische Bibliotheek wel even koffie halen en kan je snel per ongeluk op zijn stoel gaan zitten. Jij bent anders. Jij mag dat. Fase 2: Woede. Is hij nou nog steeds geen koffie halen?! Heeft dat meisje in dat computerlokaal nou een van haar zeven tabbladen open staan met Youtube? Ik trek die vier poten onder haar uit; ze moet haar plek kennen en ik moet haar plek hebben! En die gast die net een hap van zijn zelfgesmeerde boterham kaas neemt, zal ik eens veranderen in een pot mosterd! Dit Atheneaum Sinister kan niet eens faciliteiten bieden. Volgende stop: Maagdenhuisbezetting. Fase 3: Onderhandelen. ‘’Hallo, hoe lang zit jij hier nog? Nee ik ga wel even koffie halen dan haha. Wat zeg je? Wil je voor een date met mij vijf minuten van plek ruilen? Maak er een half uur van en ik ga met je naar bed.’’ Fase 4: Neerslachtigheid. Hoe diep is dit kanaaltje voor de ingang van Rec A? Ik ga die scriptie toch nooit meer redden. Of kan ik beter van de loopbrug afspringen? Dan neem ik misschien nog een ander wanhopig geval mee in mijn val. Hopen dat ik voor Het Laatste Oordeel geen kennis over Fundamentele Rechten hoef te hebben en dat de oneindige vuren van de Hel wat minder benauwd zijn dan een Rechtsgeleerdheidlokaal. Fase 5: Aanvaarding. Over tien jaar is de samenleving gerobotiseerd en heb ik toch niks aan dat diploma. Ik doe Insolventierecht wel een keer na mijn persoonlijk faillissement. Over een uurtje begint Bed & Breakfast bij omroep Max. Wie wil er nou drie uur naar dat lezende, wonderschone meisje tegenover je staren als je ook kunt kijken naar zes senioren die vertellen waarom het nacht-

36


kastje van hun kamer beter onder de het raam kan staan, zodat ze meer licht hebben voor het lezen van hun van hun Libelle? ‘’Vergeven doe je voor jezelf. Zolang je boos blijft, laat je de ander winnen’’- Arthur Japin

4

De opstandige mentaliteit Mijn analfabetische vriend zei vorige week: “Ik struikel letterlijk over de mensen.” “Het woord ‘’letterlijk’’ wordt zo vaak fout gebruikt”, antwoordde ik. Toen struikelde ik met mijn broze enkel over een naar riool ruikende slaapzak. Dat je wilt slapen in de chemisch geurende afvalcontainer genaamd Roeterseilandcampus A deed mij betwijfelen of de man “wel helemaal goed snik was?!”. De beste hobo verklaarde dat hij 24 uur op de steenkoude grond lag voor het opwarmende klimaat. Dat leek mij an sich een goede optie: als de hele wereld voor altijd zou blijven liggen, hadden we ook geen milieuproblemen meer. Zoals Frank de Boer ooit zei: ‘’Ik win liever slecht, dan winnend verliezen.’’ Net zoals wanneer je niets vermoedend op het P.C. Hoofthuis komt om te doen wat mensen op het P.C. Hoofthuis doen (nog steeds een raadsel voor de niet-ingewijden) en je niet naar de vijf studieplekken daar kunt omdat een pedante groep Calimero Che Guevara’s revolutionair zijn gaan zitten. Als protest tegen de uitholling van het onderwijs hollen ze wat Tony’s verpakkingen en 89.000 euro kostende sloten uit. Met leuzen als ‘’nu niet, nooit niet, nooit meer fascisme’’, ‘’bezet, blokkeer, dit beleid pik ík niet meer’’ en “Hoe laat is het? Solidaritijd’’ wordt duidelijk dat het niveau van de UvA inderdaad verslechtert. De leus ‘’Modaal, modaal, het proletariaat is superschraal’’ valt normaliter minder in de smaak bij de kameraden.

5

Interne communicatie De UvA-website is vernieuwd. De herindeling ging ongeveer net zo goed als in Europa na de Eerste Wereldoorlog. De pagina’s die wel werken kosten net zo veel stappen om te vinden als de pelgrimstocht naar de Kaäba. De Profeet openbaarde zichzelf in Mekka, de Proleet openbaarde zichzelf in Recca. Ook Canvas werkt als een doek voor informatie. Niet op de site te vinden: welke docent je hebt, werkgroepsamenstellingen, het goud van El Dorado, een rooster, games of een poging tot overzicht. Bij een verhelderende mail van de Student Service Desk is het bidden geslagen dat er geen doorverwijzing in staat. Er wordt gezegd dat sommige studenten dan in zo’n gigantisch web vallen dat ze op hun tachtigste in een zolderkamertje in de Indische Buurt worden teruggevonden tussen tien zakken chips, wat pasta pesto en met hun handen vastgegroeid aan hun MacBook. Zo blijf je haten op onduidelijke docenten, haten op matige literatuur en haten op merkwaardige tentamens. Maar als iemand vraagt of de UvA echt de slechtste universiteit van Nederland is, wijs je telkens naar onderzoek dat uitwijst dat de UvA perfect is. Bovendien, de UvA is toch de enige universiteit van Nederland? Binnen de ring dan. Och, wat haat ik alles wat buiten de ring is. Ik kap mezelf snel af.

37


‘Retour Afzender’ voor Nederlandse strafrechtadvocaten? van Weening positief antwoord, hijzelf kreeg drie dagen later een afwijzing. Hij vroeg daarom bij het Amerikaanse consulaat in Amsterdam een visum aan. In maart had hij daarvoor een gesprek. Niettemin werd ook Weenings visum geweigerd.1 2

Door: Willem van der Mierden Gekke toestanden in advocatenland. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is zeer verontrust over het nieuws dat vier Nederlandse strafrechtadvocaten de toegang tot de Verenigde Staten van Amerika is geweigerd. Terecht verontrust, als je het mij vraagt, want geweigerd worden omdat je advocaat bent, kan niet. Een kleine introductie. De Limburgse strafrechtadvocaat Serge Weening (Weening Strafrechtadvocaten te Maastricht) was voornemens met zijn vriendin vakantie te gaan vieren in Miami. Daarvoor heb je, zoals bekend, een zogeheten ESTA-reistoestemming (‘Electronic System for Travel Authorisation) nodig. Binnen een half uur ontving de vriendin 1 2 3 4 5 6 7

38

Dat kwam volgens Weening vanwege zijn beroep: Weening is strafrechtadvocaat en staat geregeld verdachten in terreurzaken bij. ‘Mij werd gevraagd wat voor werk en wat voor soort zaken ik doe. “Strafzaken, alles van diefstal tot moord,” antwoordde ik. “Doet u ook high profile zaken?” werd er gevraagd. Ik antwoordde: “U gaat me toch niet vertellen dat mijn ESTA is afgewezen om het werk dat ik doe?”’3 Nou, wel dus. Toen Weening het woord ‘terrorisme’ liet vallen, was het gesprek kennelijk klaar en kon de advocaat zijn toegang tot de Verenigde Staten wel vergeten. Weening is namelijk een van de advocaten die de groep terreurverdachten verdedigt die volgens justitie in september een aanslag zou willen plegen op een groot evenement in Nederland.4 Weening was niet de enige. Ook de Rotterdamse strafpleiter André Seegberts (Seegberts&Saey Strafrechtadvocaten) en twee andere advocaten van het kantoor van Wee-

ning, die geen intreden maakten in de media, mochten Amerika niet in. Allemaal hebben ze terreurverdachten bijgestaan in hun verdediging. 5 Krap een half jaar eerder deed dit voorval zich al voor bij Belgische collega’s. Volgens La Dernière Heure werd de toegang tot Amerika voor vijf advocaten, allemaal werkend aan terrorismedossiers, ontzegd.6 Geweigerd omdat ze advocaat zijn. Schandalig, maar waar. Ja, verscherpte aandacht voor terrorisme is nodig. Advocaten beoordelen op gedragingen en daden van hun cliënten, totaal niet. In deze poging van de Amerikanen om het werk van de advocaat te belemmeren worden de rechten van het individu aangetast. Wij, ‘juristen vanaf dag één’, zoals de universiteit ons maar al te graag wil noemen, weten dat strafrechtadvocaten, als partijdige belangenbehartigers, mensen bijstaan die verdacht worden van enig strafbaar feit. Van moord en verkrachting tot het stelen van een pakje kauwgom bij de plaatselijke Albert Heijn, hoe gruwelijk of eenvoudig het feit ook is, een advocaat verdedigt zijn cliënt. Dit, omdat we nu eenmaal leven in een rechtsstaat waar iedereen recht heeft op een eerlijk proces.7 Een arts opereert toch ook iedereen, ongeacht wat de patiënt

S. Droogleever Fortuyn, ‘VS weigeren Nederlandse advocaten toegang’, Advocatenblad 22 maart 2019 Redactie RTL Nieuws, ‘Nederlandse ‘terrorisme-advocaat’ mag VS niet in’, RTL Nieuws 5 april 2019 S. Droogleever Fortuyn, ‘VS weigeren Nederlandse advocaten toegang’, Advocatenblad 22 maart 2019 J. Peeters, ‘OM: Infiltratieactie politie heeft aanslag met ‘tientallen’ doden voorkomen’, NU.nl 10 januari 2019 ‘Advocaten: ‘inreisverbod VS is ontoelaatbaar’, Mr. 5 april 2019 Redactie HLN, ‘Belgische advocaten van terreurverdachten mogen VS niet in’, Het Laatste Nieuws 18 september 2018 Artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten

Nota Bene - Jaargang 27, nr. 53


Amerikanen, doe normaal.

op zijn of haar kerfstok heeft? Waar de wet wordt gehanteerd, geldt deze wet voor iedereen, ook voor verdachten. Het is daarom ontoelaatbaar dat een westers land als de Verenigde Staten, dat zichzelf nota bene The Land of The Free noemt, deze opvatting niet deelt en advocaten buiten de grenzen houdt.

waarom exact datgene gebeurd is bij onze advocaten, het riekt er in ieder geval naar. De woordvoerder zegt geen uitspraken te kunnen doen over individuele zaken.10 Een lekker duidelijk antwoord. (NB: als u het fenomeen ‘sarcasme’ niet kent, raad ik u aan het op te zoeken ten behoeve van de laatste zin.)

Graag opheldering dus. De NOvA heeft naar eigen zeggen meteen contact gezocht met Weening en de andere advocaten, het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Buitenlandse Zaken en met Belgische collega’s8. Het blijkt dat ook zij dit beleid, waarin de advocaat vereenzelvigd wordt met de cliënt, afkeuren. Mooi, maar nogal een open deur als je het mij vraagt. Waar ik persoonlijk meer geïnteresseerd in ben is het praatje dat de Amerikaanse overheid klaar heeft voor deze abjecte gang van zaken. Een woordvoerder liet weten dat iemand niet geweigerd kan worden vanwege zijn beroep. “Bij een aanvraag voor een ESTA wordt naar meerdere dingen gekeken, zoals connecties en reisgeschiedenis.”9 Ik vraag me dan af

Nu bekend is dat advocaten een geheimhoudingsplicht met zich dragen, vraag ik me af hoe de Amerikanen weten welke Nederlandse advocaten terreurverdachten bijstaan. De kans dat de advocaten die informatie aan een autoriteit in Miami doorspelen lijkt me namelijk erg klein. Komt het dan via Nederlandse autoriteiten? Er wordt over en weer veel informatie uitgewisseld door inlichtingendiensten. Nu wil ik geen complottheorie ontketenen, maar het lijkt me op zijn minst belangrijk uit te zoeken of de uitgewisselde informatie niet misbruikt wordt. De advocatuur is namelijk een beschermde beroepsgroep.

8 9 10 11 12

Het buiten de grenzen houden van strafrechtadvocaten op basis van

hun cliënten is ronduit ‘unheimlich’ en onacceptabel. Het druist zelfs tegen de mensenrechten in. Een ieder heeft namelijk het recht zich vrijelijk te verplaatsen binnen de grenzen van elke Staat ex. artikel 13 van de Universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM), de welbekende vrije mobiliteit of vrijheid van beweging.11 Op deze manier worden advocaten gecriminaliseerd, dat kan niet. Daarom is het noodzakelijk dat de Nederlandse regering hier hard tegen optreedt en duidelijk maakt dat zij de kant kiest van onze strafrechtadvocaten. Zorg ervoor dat Nederlandse terrorismeadvocaten de VS weer in kunnen.

Een laatste feitje voor de geïnteresseerden: mr. Serge Weening heeft zijn vakantie omgeboekt en zal in plaats van Miami een paar weken vertoeven op Jamaica.12 Ook niet verkeerd. Tegen de Verenigde Staten zou ik, als pedant eerstejaars rechtenstudentje, willen zeggen: Doe normaal.

J. Rijlaarsdam, ‘Acces denied’, Advocatenorde 22 maart 2019 S. Verbeek, ‘Limburgse advocaat mag Verenigde Staten niet in’, 1Limburg 3 april 2019 Redactie RTL Nieuws (5 april 2019) ‘Nederlandse ‘terrorisme-advocaat’ mag VS niet in’, RTL Nieuws Artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens S. Droogleever Fortuyn, ‘VS weigeren Nederlandse advocaten toegang’, Advocatenblad 22 maart 2019

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

39


Profile for JFAS

Nota Bene juni 2019  

Nota Bene juni 2019  

Advertisement