__MAIN_TEXT__

Page 1

1


De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en verschijnt viermaal per jaar.

‘JFAS Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten’

@studievereniging JFAS 2


Inhoud De positieve (?) veranderingen van Trump

6

Kliekjesdag of klikobak?

9

Laure Burgers: over de mondiale revolutie van klimaatzaken

12

De macht van links op de universiteit

15

Cryptocurrency en blockchain

19

Virtuele prostitutie in het licht gezet

22

Advies van een plebejer aan het Corps

25

Fotograaf Eddo Hartmann Op zoek naar het Noord-Koreaanse individu

30

3


Voorwoord Geachte leden, De tijd schijnt mij met de dag in ernstigheid toe te nemen. Het kan natuurlijk zo zijn dat dit nu precies de uitwerking van volwassenheid op mij is: het serieuzer NEMEN van de tijd. Maar toch lijkt het alsof de tijd zelf ook serieuzer wordt. Zorgen over economie en huizenprijzen vervallen bij de gedachte aan een terroristische aanslag. Dat het Nederlands Elftal al een tijd niet goed meer functioneert maakt plaats voor de daadwerkelijk gruwelijke gevolgen van klimaatverandering. Gaat Trump op z’n rode knop drukken en veegt hij in een handomdraai Noord-Korea van de kaart? Als u even jong bent als ik, dan moeten dit toch kwesties zijn van serieuzer aard dan u ooit eerder zijn toegevallen. En daarachter schuilt dan juist hetgeen de studenten in zo’n tijd verbindt: de onverwoestbare karaktereigenschap om zorgeloosheid boven alles de hoogste en zuiverste toon te laten zingen. Want laten we wel wezen; of het nou de volwassenheid is die toeneemt of de tijdgeest die niet langer een spelletje speelt, dan wel de media die het volk op stang proberen te jagen: de student blijft student, omdat bier nog steeds bier is en we de tentamens uiteindelijk vast wel allemaal halen. Dames, heren en overig, in deze editie leest u over zorgen, maar ook over simpele schoonheid. Onderwerpen als milieu, cryptocurrency, politiek, prostitutie, Noord-Korea en opnieuw Trump komen allemaal aan bod. Smul vooral. En als u niet kritisch bent, sla dan toch nogmaals eens een pagina om, want kritiek moet overal te vinden zijn. Laat het weten op media@jfas.com en schrijf. Hoofdredacteur Karel van Vliet

4


THE TRUMPETIST TRUMPERY (definition) Pronunciation: (TRUHM-puh-ree) MEANING: noun: 1. Something showy but worthless. 2. Nonsense or rubbish. 3. Deceit; fraud; trickery. ETYMOLOGY: F rom French tromper (to deceive). Earliest documented use: 1481.

5


De positieve(?) veranderingen van Trump

D

Tekst: Maud de Haas e redactie van de Nota Bene vond het tijd om tegengeluid te laten horen en eens licht te werpen op de positieve veranderingen die Trump in zijn eerste jaar als president tot stand heeft gebracht. Trump in een positief daglicht? ‘Fake news!’ hoor ik u denken, maar als er over deze president écht niets positiefs te melden viel, dan was er toch allang een impeachment procedure aangevangen? Waarschijnlijk een zeer controversieel onderwerp, dus wees gewaarschuwd.

Infrastructuur Wie wel eens in de Verenigde Staten (hierna: ‘VS’) van Trump is geweest, kan zich misschien wel herinneren dat de infrastructuur, zoals bijvoorbeeld de luchthavens, van mindere kwaliteit is dan onze infrastructuur, zoals Schiphol. Dit is dan ook iets wat Trump graag wil aanpakken en geef hem eens ongelijk: al die gaten in de wegen zijn niet goed voor de veiligheid van het verkeer. Amerika heeft zo’n 614.000 bruggen, waarvan een op de tien onderhoud nodig heeft. Niet alleen leidt deze investering tot veel zogenaamde ‘low-paid jobs’, ook geeft het de VS beter aanzien als wereldspeler. Trump wil maar liefst 250 miljard dollar in de infrastructuur investeren. Waarschijnlijk zal het niet lastig zijn om een meerderheid te behalen in de Senaat, omdat vermoedelijk ook de Democraten niet tegen dit plan zullen zijn. Belastingverlaging voor bedrijven De eerste politieke overwinning voor Trump als president was afgelopen december. In de Amerikaanse Senaat werd een wet aangenomen waardoor de belastingen voor bedrijven drastisch worden verlaagd. Dit moet ervoor zorgen dat de economie een impuls krijgt en bedrijven meer gaan investeren, waardoor de staatsschuld door deze investering (hopelijk) niet zal oplopen tot één biljoen dollar. Het zijn dus vooral de grote bedrijven die

6

profiteren van deze nieuwe wet. De winsten van Amerikaanse bedrijven die zijn gemaakt in het buitenland worden nauwelijks belast, wat ervoor moet zorgen dat Amerikaanse bedrijven voortaan vanuit de VS gaan opereren. Veel Amerikaanse bedrijven zoals Google en Apple zijn ook gevestigd in belastingparadijzen als Luxemburg en de Kaaimaneilanden. De VS wil er met deze maatregel dus voor zorgen dat het weer populairder wordt om vanuit de VS zaken te doen. Bovendien wordt de inkomstenbelasting voor alle inkomensgroepen verlaagd, hoewel het voornamelijk de rijke Amerikanen zijn die daar profijt van hebben.

“Trump wil maar liefst 250 miljard dollar in de infrastructuur investeren.”


Wall Street Onder meer door deze belastingverlaging loopt het ook goed op Wall Street. En dat is ook positief voor de gewone Amerikaanse burger, want Amerikaanse pensioenfondsen beleggen ook op de beurs en dit zorgt er weer voor dat de Amerikaanse bevolking straks een hoger pensioen uitgekeerd krijgen en meer te besteden hebben. Bovendien juichen de banken Trump toe om de DoddFrank Act af te schaffen. Deze wet is in het leven geroepen door Trumps voorganger Obama om te voorkomen dat banken grote risico’s nemen. Op Wall Street wotrdt de wet voornamelijk gezien als een belemmering.

EHT TSITEPMURT

Eindoordeel Al met al kan worden gesteld dat Trump toch wel een paar positieve veranderingen in gang heeft gezet met de investeringen in de infrastructuur en de belastingverlaging voor bedrijven, maar dit valt een beetje in het niet als we kijken naar het inreisverbod, het nieuws dat de FBI een onderzoek naar Trump is gestart vanwege de banden van zijn campagneteam met Rusland, of nog recenter: dat Trump een groot aantal Afrikaanse en Midden-Amerikaanse landen ‘shitholes’ heeft genoemd.

) n o i t i n i f e d ( Y R E P M UR T :noitaicnunorP ) e e r - h u p - M H UR T ( :GNINAEM Bronnen Bos 2017 :nuon A. Bos, Trump investeert in bruggen en dat heeft Pittsburgh hard nodig, 2 juli 2017, https://nos.nl/artikel/2181114-trump-investeerttub y wohs gnihtemo S .1 in-bruggen-en-dat-heeft-pittsburgh-hard-nodig.html .s s e l h t r ow Mouthaan 2016 . h spresident i b b uTrump r rgoed o eis svoorndee s n o N . 2 E. Mouthaan, Dit is waarom VS (en de wereld), 11 november 2016, https://www.rtlnieuws.nl/ .y r e k c i r t ; d u a r f ; t i e c e D . 3 buitenland/dit-is-waarom-president-trump-goed-is-voor-de-vsen-de-wereld :Y G O L O M Y T E Lanting 2017 o tpolitieke ( r eoverwinning p m o rvoor t hTrump: c n eSe-r F m o r F B. Lanting, Eerste grote naat stemt in met drastische belastingverlaging, 2 december - u c o d t s e i l r a E . ) e vi e c e d 2017, https://www.volkskrant.nl/buitenland/eerste-grote-politieke-overwinning-voor-trump-senaat-stemt-in-met-dras.1841 :esu detnem tische-belastingverlaging~a4542822/

7


MILIEU

8


Kliekjesdag of klikobak? Tekst: Myrthe van der Brug andaag de dag zijn er 795 miljoen mensen in de wereld voedselonzeker . Dit betekent dat één op de negen mensen niet genoeg te eten heeft. Dit is onvoorstelbaar als je bedenkt dat er wereldwijd één

V

derde van al het voedsel, met een waarde van 550 miljard euro, wordt weggegooid.

In de hele productieketen en overal ter wereld vind voedselverspilling plaats. In ontwikkelingslanden wordt het grootste deel van het voedsel verspild aan het begin van de productieketen: het voedsel gaat teniet tijdens de oogst, de opslag en het vervoer. De oorzaken hiervan zijn vaak gelegen in nadelige omstandigheden zoals bijvoorbeeld een slecht wegdek of gebrek aan een goede opslag. In de westerse landen vind de meeste verspilling aan het einde van de keten plaats: de supermarkten en de consument. De oorzaken staan lijnrecht tegenover die van ontwikkelingslanden: overproductie, supermarkten die geen misvormde groentes willen verkopen en consumenten die voedselresten in de klikobak gooien.

Volgens Toine Timmermans, voedselverspillingsdeskundige verbonden aan de Universiteit van Wageningen, hebben de Nederlandse supermarkten de laatste jaren echter vooruitgang geboekt. Bijna alle supermarkten hebben inmiddels een contract met de Voedselbank. Toch zijn we er nog niet. Supermarkten verspillen gemiddeld 1,5% van de producten . Dit betekent dat er jaarlijks voedsel wordt verspild van in totaal bijna één miljard euro. Van deze anderhalve procent wordt een deel verwerkt tot veevoer en biogas. Dit laatste is volgens Timmermans geen oplossing. Je haalt er namelijk maar weinig energie uit terwijl je er voedsel voor gebruikt wat meestal nog van goede kwaliteit is.

Als vijftienjarig meisje heb ik een tijdje in een supermarkt gewerkt. Ik hield mij bezig met het zogenoemde ‘afboeken’. ‘s Avonds haalde ik producten die over datum waren of de volgende dag over datum zouden zijn uit de schappen. Ook producten die er niet meer mooi uitzagen of waarvan de verpakkingen stuk waren werden weggegooid. Ik vroeg me altijd af waarom die producten niet naar de Voedselbank konden, of desnoods aan werknemers konden worden meegegeven. Die laatste vraag legde ik een keer voor aan mijn teamleider. Hij antwoordde dat dat niet mogelijk was, uit angst dat werknemers expres de verpakkingen zouden stukmaken zodat ze op deze manier meer voedsel mee naar huis zouden krijgen.

Ondanks deze enorme verspilling moet er niet enkel naar de supermarkten gewezen worden; de meeste verspilling vindt namelijk plaats in het consumentenstadium. Volgens onderzoek aan de Universiteit van Wageningen is ongeveer 45% van het verspilde voedsel afkomstig van de consument . Per persoon wordt er 50 kilo voedsel per jaar met een waarde van 150 euro verspild . Om dit te veranderen moeten we als consument structureel ons gedrag aanpassen. Hoewel deze gedragsverandering volgens Timmermans moeilijk te bereiken is, blijkt uit onderzoek dat consumenten voedselverspilling associëren met een negatief moreel gevoel; jij gooit een bord eten in de vuilnis terwijl er aan de andere kant van de wereld iemand

9


honger lijdt. 85% van de onderzochten vindt voedsel in de vuilnisbak gooien beschamend en 75% vindt dit ook onaanvaardbaar . Het besef dat er iets moet veranderen is er dus wel, maar het gedrag blijft nog achter. Door kleine aanpassingen zouden we al een hoop teweeg kunnen brengen. Zo weten velen niet dat THT ‘tenminste houdbaar tot’ betekent en TGT ‘te gebruiken tot’. Als er op de verpakking THT staat betekend dit dat de kwaliteit van het product achteruit kan gaan, maar het alsnog geschikt is voor consumptie. Gebruik dan dus je zintuigen om te bepalen of het nog houdbaar is. Probeer daarnaast op maat te koken, zet je koelkast op de juiste temperatuur (4˚C), vraag in restaurants om een doggybag, vries eten in en introduceer een kliekjesdag. Toch zouden we er met enkel structureel minder voedsel weggooien nog niet zijn. De voedselverspillingsproblematiek heeft een dieperliggende oorzaak waarvan de verspilling op zichzelf slechts een symptoom is. Deze oorzaak is de prijs van het voedsel. Voedselverspilling is in de westerse cultuur een luxe geworden die we ons door de lage prijzen kunnen permitteren. Eten heeft op economisch en moreel vlak zijn waarde verloren. Het is fijn, die goedkope producten, maar toch zullen we als consument moeten toegeven dat we een stadium hebben bereikt waarin ons eten eigenlijk té goedkoop is geworden. Zelfs zo goedkoop dat we het eerder weggooien dan dat we het invriezen en hergebruiken. Slachtoffer van deze lage prijzen zijn de onderbetaalde boeren in ontwikkelingslanden en het tegengaan van voedselverspilling kan een ongewild gevolg voor hun met zich meebrengen. Als we als consumenten minder voedsel zouden verspillen, zouden we namelijk minder eten hoeven kopen en zou er een andere balans ontstaan tussen vraag en aanbod. De prijzen van het voedsel zouden hierdoor door de afnemende vraag waarschijnlijk nog lager worden. Enerzijds betekent dit dat voedsel goedkoper en dus beter bereikbaar wordt voor mensen in ontwikkelingslanden, anderzijds betekent dit dat boeren in ontwikkelingslanden, die een groot deel uitmaken van de mensen zonder eten, nóg minder betaald zouden krijgen voor hun producten. Voor mensen in ontwikkelingslanden zou er derhalve weinig verbeteren. Volgens Toine Timmermans ligt de oplossing hiervoor in het kopen van fairtrade producten. Zo krijgen de kleine boeren een eerlijke prijs voor hun producten. Voedselverspilling is dus een ingewikkeld probleem dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Toch denk ik dat ik het volgende kan stellen: Zie voedsel niet als een wegwerpproduct maar erken de waarde ervan. Stop voedselverspilling waar mogelijk maar investeer het geld dat je ermee bespaart vervolgens wel in fairtrade producten. Zo draag je bij aan een verandering in het voedselsysteem en draag je daarnaast een steentje bij om de honger de wereld uit te helpen.

10

Bronnen: • https://programma.bnnvara.nl/groenlicht/media/354286 • https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voeding/ vermindering-voedselverspilling https://www.volkskrant. nl/koken-en-eten/wat-is-er-zo-erg-aan-voedselverspilling~a4104606/ • https://www.milieucentraal.nl/milieubewust-eten/ voorkom-voedselverspilling/ • https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4213873/supermarkten-verbieden-voedsel-weg-gooien-niet-nodig.html


GA NU ZELF VOEDSELVERSPILLING TEGEN

GA NU ZELF VOEDSELVERSPILLING TEGEN DOOR JE GROENTE EN FRUIT ELKE DINSDAG

FOOD CYCLE MARKET Elke dinsdag @tastebeforeyouwaste

11


Laura Burgers: over de mondiale revolutie van klimaatzaken

S

Tekst: Anna Ida Hudig tel je voor: het is 2050 en de zeespiegel is zo ver gestegen dat je genoodzaakt bent huis en haard te verlaten om droge voeten te behouden. Je lijdt schade, maar wie zou je kunnen aanwijzen als veroorzaker van deze schade? Shell, de Nederlandse Staat of misschien Trump? De Peruaanse boer Lliuya hield het Duitse energiebedrijf RWE verantwoordelijk toen hij als gevolg van het smelten van een nabijgelegen gletsjer vreesde zijn land te moeten verlaten. Hiervoor eiste hij een schadevergoeding van ruim 23.000 euro. De Duitse rechter heeft zich onlangs bevoegd verklaard en het is nu aan Lliuya om te bewijzen dat er een causaal verband bestaat tussen de activiteiten van RWE en zijn schade.

De zaak die Lliuya aanspande is niet nieuw in zijn soort. Dergelijke klimaatzaken schieten als paddenstoelen uit de grond. Neem bijvoorbeeld de Urgendazaak, waarin de Nederlandse Staat door de rechter verplicht werd gesteld om in 2025 25 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Deze rechtszaak inspireerde promovendus Laura Burgers om onderzoek te doen aan de UvA naar klimaatzaken. Laura is een duizendpoot. Ze studeerde rechten en Frans aan de UvA en volgde een half jaar rechtenvakken in Parijs. Tijdens haar master ging ze op uitwisseling naar New York University. In de weekenden en avonduren schreef ze nog twee jeugdboeken en een essaybundel. Haar PhD-onderzoek richt zich met name op de spanning tussen democratie en het milieuprobleem.

12

Milieuprobleem versus het recht Ons recht ontleent zijn legitimiteit aan het feit dat het democratisch is vormgegeven, licht Laura toe. De democratie dient ertoe om procedureel te garanderen dat alle belangen van iedereen worden meegewogen. Bij het milieuprobleem blijkt dat die procedurele garantie van de democratie eigenlijk niet volstaat. Volgens Laura zijn er drie vlakken waarop wetten tekortschieten als het gaat om het milieuprobleem. Dat is ten eerste dat democratieën vaak in een natiestaat zijn gesitueerd, terwijl milieuproblemen doorgaans een grensoverschrijdend karakter hebben. Bovendien wordt het democratisch recht vormgegeven door de mensen die nu leven, terwijl het milieuprobleem bij uitstek een probleem is dat ook toekomstige generaties treft. Tot slot wordt het recht door mensen

vormgegeven, terwijl milieuproblemen ook dieren en de natuur raken. Rol van de rechter Laura wil uitzoeken in hoeverre zaken uit het Europees privaatrecht, zoals de Urgenda-zaak en de zaak van de Peruaanse boer, de grenzen van het democratisch legitiem vormgegeven wetten kunnen doorbreken. ‘In sommige zaken zie je dat de belangen van toekomstige generaties wel degelijk worden meegewogen. In andere zaken krijgen niet-menselijke natuurentiteiten een stem. En in weer andere zaken gaat het om transnationale belangen.’ Haar onderzoek focust op de rol van de rechter. Ze benadert de rol van de rechter op een filosofische wijze. ‘In hoeverre is de rechter beperkt door democratische wetten, en in hoeverre mag hij grenzen doorbreken?’


Causaliteit Dergelijke zaken zijn natuurlijk niet zonder haken en ogen. Vaak lopen zaken vast op causaliteit. De Peruaanse boer Lliuya stelt dat RWE verantwoordelijk is, omdat het bedrijf een aandeel heeft van 0,47 procent in de wereldwijde CO2-uitstoot. Maar hoe gaat Lliuya nu bewijzen dat er een verband bestaat tussen de activiteiten van RWE en het overstromingsgevaar in Peru? Ook in de Urgenda-zaak werd de causaliteit betwist door de Nederlandse Staat. Een ambitieuzer klimaatbeleid van Nederland op zichzelf zou het klimaatprobleem niet kunnen oplossen. Wel heeft de staat haar verantwoordelijkheid al genomen door maatregelen te treffen die klimaatverandering tegengaan. Met het nemen van die maatregelen is enige causaliteit dus al aangenomen door de Nederlandse staat zelf.

“In sommige zaken zie je dat de belangen van toekomstige generaties wel degelvjk worden meegewogen.”

Relevantie van het recht voor het milieu Het recht als zodanig is ontzettend relevant voor het milieu, omdat in het recht staat wat wij gaan doen. Laura legt uit: ‘juridische procedures gaan het klimaatprobleem niet oplossen, maar leveren wel een bijdrage. Zelfs een zaak die niet gewonnen wordt kan een bijdrage leveren, omdat het mensen meer bewust maakt van het probleem.’ Na de Urgenda-zaak zijn de CO2-reductiedoelen van de staat meteen ambitieuzer gemaakt. Zelfs als de zaak sneuvelt, is er wel veel aandacht voor geweest in de media. ‘Een van de leuke dingen van privaatrecht is dat het bottom-up werkt. Het privaatrecht is dynamischer en sluit beter aan bij de gewone man. Zolang er niets geregeld wordt in het publiekrecht, blijft het privaatrecht ontzettend interessant. Dan kunnen private partijen, mensen zoals jij bijvoorbeeld, actie ondernemen.’

13


POLITIEK & SAMENLEVING

14


De macht van links op de universiteit In gesprek met de man achter de facebookpagina ‘Linkse indoctrinatie op mijn universiteit’

A

Tekst: Bryan Verheul l enige tijd volg ik een pagina op Facebook onder de naam ‘Linkse indoctrinatie op mijn universiteit’. Eigenlijk een beetje voor de fun: geregeld kwam er een bericht voorbij op mijn tijdlijn met een nét iets te provocerende ondertoon. Ik houd ervan. Het is een pagina die lijkt aan te kaarten dat universiteiten en hogescholen over het algemeen te links zijn. Toen op een van onze redactiebijeenkomsten de politieke gekleurdheid van ons blad ter sprake kwam bedacht ik me dat het wellicht leuk zou zijn om in gesprek te gaan met de bedenker van deze Facebookpagina. Waar komt de behoefte aan een degelijke pagina vandaan en is de universiteit echt zo links? Na wat contact over en weer via Facebook Messenger heb ik een telefoongesprek met Yernaz Ramautarsing, de bedenker van de pagina. Wat blijkt: deze man is niet zomaar iemand. Yernaz is een bekend gezicht binnen Forum voor Democratie en was kandidaat-raadslid voor diezelfde partij voor de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen in ons eigen Amsterdam.

15


Ik heb een interessant telefoongesprek met de man achter ‘Linkse indoctrinatie op mijn universiteit’, een Facebookpagina met inmiddels meer dan vijfduizend volgers. Een verslag: Wat fijn dat je wat vragen wilt beantwoorden Yernaz! Kun je jezelf misschien even kort introduceren? Natuurlijk werk ik mee! Ik ben Yernaz Ramautarsing. Ik ben op dit moment bezig met het afronden van mijn studie politicologie. Ik moet nog drie vakken doen, waaronder mijn scriptie. Daarnaast sta ik op plek twee van de kandidatenlijst van Forum voor Democratie Amsterdam. Ik zit ook in het bestuur van de jongerenafdeling van Forum voor Democratie, de JFVD. Naast dit alles heb ik ook een fulltimebaan. Kun je misschien het ontstaan van de pagina toelichten? De pagina bestaat sinds april 2013. Eigenlijk is de pagina een beetje ontstaan als een grap. Een goede vriendin van mij, Marie Hemelrijk (die trouwens is genomineerd voor de VU Scriptieprijs), zat in een college waarin haar docent begon over anti-EU-gedachtegoed. Hij zei dat iedereen die tegen de EU was van hem mocht uitsterven. Naar aanleiding daarvan heb ik de pagina opgericht. In het begin had ik maar enkele honderden likes van een aantal fanatieke libertariërs die ik kende. Het werd echter al snel iets groots: ik werd benaderd door AT5 en de NOS en ook de UvA legde contact met me. Als hoogtepunt werd ik uitgenodigd in Pauw en Witteman, terwijl de pagina nog maar een kleine vierhonderd likes had. Tegenwoordig heeft de pagina meer dan vijfduizend likes. Ik denk vooral dat de pagina toen zo in the picture

16

stond omdat het een snaar raakte. Iedereen in de overwegend linkse mediawereld heeft gestudeerd en heeft wel een mening over dit onderwerp. Het ging niet om het aantal likes, maar om het feit dat er überhaupt een dergelijke pagina bestond. Dus je zegt dat de oprichting van de pagina eigenlijk een soort grap was? Nou, het was wel serieus. Ik meende echt dat het niet kon wat de professor van mijn vriendin had gezegd. Het was absoluut geen trolachtige actie of iets dergelijks, maar ik had natuurlijk niet gedacht dat ik er gelijk mee op de televisie zou komen. Ik merkte dat er behoefte was aan een dergelijke pagina als een soort tegengeluid. In andere landen heb je veel meer dat er een soort politieke strijd uitgevochten wordt. Dat gaat misschien niet op de manier zoals ik heb gedaan met mijn pagina, maar het is wel bijzonder dat dat niet gebeurt in Nederland. Oké, duidelijk. Ik stel deze vraag omdat mij al scrollend over de pagina ook opvalt dat enkele berichten wel erg provocerend zijn. Het lijkt soms een beetje een rebelse schop tegen de gevestigde orde. Ja, ik begrijp absoluut dat je dat zegt! Kijk, een pagina ontwikkelt zich natuurlijk door de jaren heen. Op een gegeven moment is het punt een beetje gemaakt en wil je je pagina ook interessant houden. Dat universiteiten links zijn is op een gegeven moment wel duidelijk. De berichten die je naar verloop van tijd gaat plaatsen zijn soms daarom iets minder serieus. Een enkele keer worden er wel dingen geplaatst over typische ‘linkse gekkies’, maar dat neemt verder niet weg

dat de pagina absoluut nog wel een serieuze boodschap heeft. Waarom denk je eigenlijk dat universiteiten links zijn en is dat per se een probleem? Laat ik beginnen met dat ik denk dat links gedachtengoed verkeerd is. Dus als je inderdaad groot fan bent van links vind je het misschien een goed idee. Maar daarnaast worden universiteiten natuurlijk wel publiek gefinancierd. Dat betekent dat er allerlei mensen aan meebetalen die het niet eens zijn met het gedachtegoed dat veelal wordt uitgedragen op universiteiten. Er komt steeds een nieuwe groep mensen de arbeidsmarkt op die is opgevoed, of in ieder geval in het onderwijs is begeleid, met links gedachtegoed, wat in mijn ogen dus kwaadaardig is. Natuurlijk gaat niet iedereen daarvoor vallen, kijk naar mij; ik ben er ook niet voor gevallen. Maar ik vind gewoon dat de universiteit niet een soort verlengstuk moet zijn van de overheid of van de staatsomroep. De reden dat ik denk dat universiteiten heel links zijn is eigenlijk heel logisch. Mensen die links zijn willen eerder voor de staat werken. Mensen die rechts zijn willen over het


De universiteit is natuurlijk niet alleen een soort school. Het is een wetenschappelijk instituut waar mensen werken die middels artikelen en dergelijke op een professionele manier bijdragen aan de wetenschap en het publieke debat. Denk je ook dat het op dat punt een probleem is dat de universiteit wellicht te links georiënteerd is? Ik heb een natuurlijk wantrouwen tegen de staat. Elke keer als de staat iemand een zak met geld geeft om een bepaald onderzoek te doen is er eigenlijk reden voor wantrouwen. Begrijp me niet verkeerd; ik ben absoluut niet tegen wetenschappelijk onderzoek. Helemaal niet. Maar hoe meer de staat bijdraagt ergens aan, hoe meer ik het wantrouw. Ik vind dit wel echt een legitiem punt, want we zijn immers ook wantrouwig als onderzoeken worden gefinancierd door bepaalde bedrijven. Als Volkswagen morgen wetenschappelijk onderzoek heeft dat zegt dat er geen enkel probleem is met de uitstoot van auto’s voor het milieu, dan reageert ook iedereen afkeurend. Iedereen zal zeggen: ‘Ja natuurlijk. Jullie hebben dat onderzoek zelf betaald!’ Ik begrijp gewoon niet waarom mensen zulk onderzoek wel wantrouwen, maar het onderzoek dat door de staat is gefinancierd niet. De overheid heeft namelijk net zo goed belangen die niet overeenkomen met de belangen die burgers hebben. Het is gewoon heel gezond om een natuurlijk wantrouwen te hebben tegen alles wat de overheid financiert. Ik hoor je eigenlijk zeggen dat je zowel het onderzoek dat is gefinancierd door de overheid als het onderzoek dat is gefinancierd door private partijen moet wantrouwen. Hoor ik je zeggen dat er überhaupt geen onderzoek gedaan kan

worden? Er moet namelijk toch een partij zijn die de geldschieter speelt, of dat nou een publieke of private partij is. Nee dat zeg ik niet! Dat is natuurlijk het debat dat gevoerd moet worden. Het is goed om altijd onderzoek op een bepaalde manier te wantrouwen. Wat ik aan probeer te geven is dat ik het heel gek vind dat er wel vaak wantrouwen is richting private partijen maar niet richting de overheid. Ik vind het vreemd dat het wantrouwen altijd zo eenzijdig is. Nog voor de duidelijkheid: ik zeg hier absoluut niet mee dat ik niet geloof in wetenschap of dat objectiviteit niet bestaat. Ik geloof absoluut in een objectieve waarheid. Het is geen anti-intellectuele boodschap. Het is alleen altijd goed om te beseffen welke belangen een financier heeft bij een bepaald onderzoek. Klimaat is zo’n voorbeeld. Het heeft vooral te maken met je omgeving. Als iedereen op de universiteit dezelfde kant op kijkt is het natuurlijk moeilijker om kritisch te zijn. Je doet weinig andere inzichten op. Als tachtig procent van de docenten links is dan is het natuurlijk veel makkelijker dat rechtse docenten worden weggehoond. Andersom zou dat waarschijnlijk ook gelden hoor! Als een merendeel van de docenten rechts was geweest zou er waarschijnlijk ook plaats zijn geweest voor rechtse mensen met een net iets te extreemrechts gedachtengoed. Ik pleit voor meer neutraliteit. Ik zou het ook afwijzen als een rechtse docent tegen studenten zou zeggen dat iedereen vooral moet gaan stemmen de komende verkiezingen, maar dat het absoluut niet op een linkse partij mag. Ik pleit voor meer gelijkwaardigheid tussen links en rechts op de universiteit.

17


Ik heb een beetje rondgekeken op de pagina en wat mij opvalt is dat veel berichten betrekking hebben op het diversiteitsbeleid dat wordt gevoerd op universiteiten en hogescholen. Vind je dat iets links en dus iets verkeerds? Zeker als het gaat om bestuurders geven deze mensen toe aan links. Neem Louise Gunning*; of zij links is weet ik verder niet, maar ze geeft in ieder geval gemakkelijk toe aan links. Kijk bijvoorbeeld naar het andere uiterste: als een groepje PVV’ers een moskee zou bezetten zou het land te klein zijn. Maar blijkbaar mag je wel gewoon wekenlang een gebouw van een paar miljoen kraken en krijg je min of meer je zin. Daar zit iets wrangs in: links is blijkbaar de norm. Ik ben er enorm tegen dat moskeeën worden bedreigd, maar waarom zouden we wel accepteren dat het Maagdenhuis wordt bezet? Dat is meten met twee maten. Het is de linkse traditie in het westen. Om op het diversiteitsbeleid in te gaan: ik denk dat het verkeerd is om diversiteitsbeleid te voeren als universiteit. Je zet eigenlijk een ‘target on my back’ op mij als niet-blanke student. Als ik nu de arbeidsmarkt op ga, hoe weet die werkgever nou hoe ik aan mijn diploma ben gekomen? Hij zou wellicht denken dat ik dit te danken heb aan het diversiteitsbeleid van de UvA en zou zodoende mijn diploma niet meer op waarde schatten. Het is dus contraproductief. Bovendien, de universiteit discrimineert helemaal niet. Er is helemaal geen toelatingsbeleid dat is gericht op ras of afkomst. Natuurlijk is ook mij wel opgevallen dat er maar vier allochtonen op een paar honderd studenten waren in mijn eerste jaar politicologie. Dat kan aan verschil-

18

lende dingen liggen: allochtone studenten kiezen wellicht eerder voor de VU of ze worden misschien thuis ontmoedigd. Het kan ook zijn dat ze van school lagere adviezen krijgen. Dat vind ik wel een kwalijke zaak. Dat moet aangepakt worden. Ik zie alleen geen taak weggelegd daar voor de UvA of universiteiten. Zie ook in dit verband het onderzoek van Duisenberg en de KNAW**. Ik denk dat ik alles heb gevraagd wat ik heb willen vragen. Heb je zelf nog iets wat je zou willen zeggen in het kader van dit gesprek of meer in het algemeen? Ja, eigenlijk wel. Don’t be a hero. Als je een linkse docent hebt en je denkt dat het problemen zou opleveren als je aan zou kaarten dat je zijn politieke voorkeur vervelend vindt, probeer dan vooral niets te riskeren. Je moet uiteindelijk dat diploma halen! Als je denkt dat je medestudenten kunt overtuigen moet je vooral het gesprek met ze aangaan. Als je een leuke mededeling hebt die geplaatst kan worden op de Facebookpagina moet je dat zeker ook doorsturen!

*Louise Gunning kreeg in 2015 als voorzitter van het College van Bestuur van de UvA landelijke bekendheid tijdens de bezetting van het Maagdenhuis. Na enkele weken werd er met de actiegroepen in het Maagdenhuis en het College van Bestuur een akkoord bereikt over meer democratie en transparantie binnen de UvA. Toen de actievoerders het Maagdenhuis echter niet wilden verlaten stapte het CvB naar de rechter, die oordeelde dat de actievoerders het pand moesten verlaten. De volgende dag ontruimde de politie het gebouw. Na een open brief in het NRC waarin het aftreden van het CvB werd verzocht door enkele hoogleraren stapte Gunning op. ** Duisenburg was Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij diende begin vorig jaar een motie in om door de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) onderzoek te laten doen naar de rol van zelfcensuur en diversiteit in het wetenschappelijk onderzoek.


Cryptocurrency en blockchain

H

Tekst: Anna Ida Hudig en Daniel de Bruijn et kan niet anders dan dat je er in de afgelopen maanden ook over hebt gehoord: cryptocurrency. De gekte rondom digitale valuta als Bitcoin en Ethereum steeg in 2017, ondanks waarschuwingen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) en net als de prijs, tot grote hoogten. Cryptomunten De tijd dat alleen een enkele programmeur of fanatieke crypto-anarchist, dromend van een wereld zonder banken of overheden, digitale valuta bezat behoort inmiddels tot het verleden. Met prijsstijgingen van enkele procenten per dag of in sommige gevallen zelfs (tien)duizenden procenten per jaar zijn deze digitale muntsoorten onder de huidige lage spaarrente niet alleen in trek bij speculanten die, ondanks de bijbehorende risico’s, snel fortuin willen maken, maar ook bij particuliere beleggers. Zo verdubbelde het aantal Nederlanders dat cryptomunten bezit het afgelopen jaar al tot 135.000 huishoudens die samen goed zijn voor een digitaal vermogen van 135 miljoen euro. Handelen in cryptomunten is echter niet zonder risico’s. De waarde is instabiel en sterk afhankelijk van speculaties. In januari daalde de waarde van cryptomunten plotseling sterk, nadat Zuid-Korea had aangekondigd een wet voor te bereiden die handel in de

Bitcoin verbiedt. China heeft inmiddels al maatregelen genomen tegen bitcoinmining, en de EU wil strengere regels opstellen om witwassen via cryptomunten te voorkomen. Blockchain Hoewel de interesse bij velen, inclusief ondergetekenden, voornamelijk voortkomt uit verhalen over gouden bergen en de angst deze mis te lopen, is de achterliggende technologie van digitale valuta voor veel overheden en ondernemers vele malen interessanter dan het snelle geld: blockchain en smart contracts.

meer kloppen en het daaropvolgende blok óók niet (enzovoort) waarmee fraude en/of manipulatie praktisch onmogelijk wordt aangezien de blokketen met bijbehorende data openbaar is en door iedereen kan worden gezien.

Blockchain-technologie maakt het, in theorie, mogelijk om data op te slaan en uit te wisselen zonder tussenkomst van een derde. Dit gebeurt in een open en transparant ‘grootboek’ bestaande uit een keten van elkaar controlerende ‘blokken’ (ofwel: de Blockchain) die data-elementen bevatten en op volgorde van totstandkoming worden vastgelegd. Immers, als blok één niet meer klopt zal blok twee ook niet

19


Het principe van blockchain is abstract en nog relatief onbekend maar wordt eigenlijk al langere tijd gebruikt en kan met onderstaand voorbeeld worden geïllustreerd. Tot en met de twintigste eeuw gebruikten de bewoners van Yap, een eilandstaat in de Grote Oceaan, namelijk grote stenen schijven van soms wel drie meter in doorsnee als betaalmiddel voor grote uitgaven. Logischerwijs was het niet bepaald praktisch om deze met elke transactie naar de nieuwe eigenaar te verplaatsen. In plaats daarvan lieten ze de stenen gewoon staan en onthield iedereen op het eiland van wie welke steen was en waren bij elke transactie getuigen aanwezig. Dit maakte het twee keer uitgeven van dezelfde steen of de steen van iemand anders praktisch onmogelijk en zorgde er bovendien voor dat voor het ‘goedkeuren’ van een transactie geen stamhoofd of vergelijkbare autoriteit nodig was. Moderne blockchain-technologie doet in feite hetzelfde: transacties worden automatisch en digitaal vastgelegd in een decentraal ‘grootboek’ dat door iedereen kan worden ingezien en gecontroleerd. De toepassingsmogelijkheden hiervan zijn nagenoeg eindeloos en kunnen variëren van het doen van betalingstransacties zonder gebruik te hoeven maken van de diensten van een bank tot het vaststellen (en afdwingen) van een contract zonder tussenkomst van een notaris. Smart contracts Deze contracten waarbij blockchain-technologie wordt toegepast staan ook wel bekend als smart contracts. In deze slimme contracten staan de van toepassing zijnde regels en voorwaarden als het ware geprogrammeerd in

20

het contract zelf, zodat afwijken hiervan niet mogelijk is en deze contracten zichzelf handhaven. Technologie die bijvoorbeeld kan worden toegepast bij het afsluiten van verzekeringen en hypotheken en het afwikkelen van erfenissen. Financiële instellingen, die de dreiging voelen gepasseerd te worden door de introductie van blockchain, investeren volop in onderzoek naar smart contracts. Als smart contracts traditionele overeenkomsten gaan vervangen, kan dat grote consequenties hebben voor het juridische werkveld. Maar uiteindelijk zijn er altijd juridische beginselen die niet door een computer, maar slechts door mensen kunnen worden geïnterpreteerd. Het blijft belangrijk na te denken welk deel van overeenkomsten zich leent voor omzetting in code, en welk deel in natuurlijke taal moet worden omvat. AI economie? De mogelijkheden van handelen via blockchain reiken nog veel verder wanneer kunstmatige intelligentie in het spel komt. SingularityNET is een voorbeeld van een gedecentraliseerde marktplaats die gereguleerd wordt door zelflerende algoritmes op het blockchainnetwerk. Cryptomunten worden hier niet verhandeld door menselijke gebruikers, maar door robots die handelen op basis van algoritmes. Dit klinkt misschien futuristisch, maar in feite is dit al realiteit. Het is zelfs zo ver gegaan dat een van deze robots achter SingularityNET, genaamd Sophia, onlangs is ingeschreven als staatsburger van Saoedi-Arabië. Het is echter nog niet duidelijk wat het precies inhoudt, zo’n robot met staatsburgerschap in Saoedi-Arabië. Daar kunnen we slechts over speculeren.

Wat precies de consequenties van blockchaintechnologie zijn voor de economie is nog onduidelijk, maar de mogelijkheden zijn groot. We moeten onszelf de vraag stellen in hoeverre het wenselijk is om mensen via zo’n gedistribueerd blockchainsysteem geld te laten verhandelen. Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Moeten we de handel op internationaal niveau reguleren, of de regulering ervan aan landen zelf overlaten?


Rai van Yap: de eerste bitcoin?

21


Virtuele prostitutie in het licht gezet

K

Tekst: Lyke Besteman inderrechtenorganisatie Terre des Hommes gaat een ‘lokjongen’ inzetten op sekssites om mannen op te sporen die minderjarige jongens tot prostitutie dwingen, zo meldt De Telegraaf op 9 januari 2018. De organisatie werkt hierbij samen met het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel en Fier, een behandelcentrum gespecialiseerd in de opvang van slachtoffers van loverboys en jeugdprostitutie. Het project is bekend onder de naam WATCH Nederland.

22

WATCH Nederland Dit project is in 2017 ook al uitgevoerd, maar toen werd het virtuele minderjarige lokmeisje ‘Sweetie’ ingezet. Het project heeft toen aangetoond dat de vraag naar seks met minderjarige meisjes groot is. Uit de testfase met minderjarige jongens is gebleken dat hetzelfde geldt voor deze groep. In die testfase, een paar maanden geleden, zijn zeven lokadvertenties geplaatst die binnen twee dagen leidden tot 1.296 mannen die afspraakjes wilden maken met de minderjarige jongens.

organisatie is het opsporen van mannen die kinderen dwingen tot prostitutie en het afschrikken van potentiële klanten. Dit doen zij door het gebruik van nepaccounts van minderjarigen.

Om die reden heeft Terre des Hommes bij het nieuwe project een adviseur in de arm genomen die jarenlang actief is geweest als prostitué. De informant is een man van begin twintig die als minderjarige begon als prostitué en nu weg wil uit de wereld die volgens hem vol zit met misbruik van minderjarigen. WATCH Nederland zal zich door deze man laten adviseren. Het doel van de

Wijze van uitvoering WATCH Nederland zet geen mens van vlees en bloed in, maar zal online ‘lokprofielen’ en ‘lokadvertenties’ plaatsen. De advertentie lijkt dan geplaatst door een minderjarige jongen, maar is eigenlijk geplaatst door Watch Nederland. Door de adviseur die bekend is met de gang van zaken in deze wereld, kunnen ze de nep-profielen en –advertenties zo

Niet alleen de bovengenoemde organisaties werken mee aan dit project. Ook studenten van de opleidingen Cyber Security en Forensisch ICT van de Haagse Hogeschool en de Hogeschool Leiden helpen bij de ontwikkeling van de lokprofielen. Het project wordt gefinancierd door goededoelenorganisaties.

echt mogelijk maken. De data die met de lokadvertenties worden opgehaald gaan niet naar de politie. Dit is omdat het alleen strafbaar is om een seksdate voor te stellen met een minderjarige als het een persoon van vlees en bloed betreft. Omdat het in het geval van de lokadvertenties gaat om een nep-persoon is het momenteel niet strafbaar. Wetswijziging Er kan verandering komen in deze regel. Bij de Eerste Kamer ligt op dit moment namelijk een wet ter goedkeuring, die het ook strafbaar maakt om een seksafspraak te maken met een virtuele minderjarige. Daarnaast is er een wetswijziging in behandeling bij de Eerste Kamer, waardoor iemand voortaan al strafbaar is als hij de intentie heeft om af te spreken met een minderjarige en daarnaar handelt. Hiermee wordt reageren op een lokadvertentie ook strafbaar.


Wanneer deze wetsvoorstellen worden aangenomen is het wel de vraag wat die intentie precies is en hoe je de intentie van de persoon in kwestie achterhaalt. Misschien was die persoon maar iets aan het uitproberen of zocht hij spanning op internet, maar was hij niet daadwerkelijk van plan af te spreken. Er zullen dus waarschijnlijk veel rechtsregels moeten volgen over dit onderwerp om handhaving mogelijk te maken. Naast de intentie telt bij de vervolging ook mee of iemand zich bewust is van de jonge leeftijd van de prostituee. Uitlokking Terug naar de werkwijze van WATCH Nederland. De werkwijze binnen het project is, zoals al eerder genoemd, het inzetten van lokprofielen en nepaccounts om mannen op te sporen die minderjarige jongens de prostitutie in proberen te dwingen. Is dit wel geoorloofd? Mag een organisatie dit zomaar doen? Is dit geen uitlokking? Uitlokking – zo staat in het Wetboek van Strafrecht – is als je iemand door middel van giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding, of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen opzettelijk uitlokt en dus eigenlijk overhaalt om iets te doen wat hij of zij niet van plan was. Hans Guijt, projectleider bij Terre des Hommes, zegt over de werkwijze binnen het project het volgende: “Het is niet strafbaar om iemand een voorstel te doen als degene toch al de intentie had”.

mag brengen om een strafbaar feit te plegen, als diegene van tevoren die intentie niet had. De politie mag pas onderzoek doen wanneer er vermoeden is van een strafbaar feit, zoals staat gegeven in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Nu Terre des Hommes voorafgaand aan de strafbare feiten al onderzoek verricht door de aanpak van hun project, komen zij dus in een soort grijs gebied terecht. Echter ben ik wel van mening dat zolang er geen daadwerkelijke sprake is van uitlokking, deze aanpak niet over de grenzen van het grijze gebied gaat. Wat de organisatie doet is nog legaal. Deze poging om meer zicht te krijgen op de omvang van deze duistere wereld– waar nog vrij weinig over bekend is – moedig ik alleen maar aan. De wetsvoorstellen zijn in ieder geval een stap in de goede richting, nu moeten ze enkel nog worden aangenomen.

Hierbij komt het project misschien toch in een soort grijs gebied omdat de politie bij de bestrijding en opsporing van criminaliteit gebonden is aan regels zoals het Tallon-criterium. Dit criterium houdt in dat de politie een verdachte niet op andere gedachten

23


DE STUDENT

24


Advies van een plebejer aan het corps Tekst: Doris Buijs Het studentencorps is een fenomeen dat al sinds het begin van de negentiende eeuw bestaat. Iedereen vindt er wat van en waarschijnlijk staat jouw mening ook al vast. Ik ben nooit een voorstander geweest, maar na alle negatieve aandacht die het corps de afgelopen tijd heeft gekregen, kunnen de corpora het ook niet echt meer goed doen. Toch kunnen de incidenten die het nieuws halen niet meer weggezet worden als excessen: de excessen lijken inmiddels de standaard te zijn geworden. Ik vraag me af of en hoe het corps kan voortbestaan. Als het zo doorgaat denk ik dat het heel hard zal gaan en er weinig overblijft van de glorieuze en elitaire status van het corps. Ik, slechts een simpele ziel, zal proberen een manier te verzinnen waarop het corps kan blijven bestaan, zonder de maatschappij maandelijks te pijnigen met bizarre incidenten. Lesje mores voor Rogier Laten we beginnen met een recent voorval uit het noorden. Het Groningse studentencorps Vindicat heeft het namelijk het verste geschopt van alle corpora: tot in de rechtszaal. Wouter B. werd verdacht van zware mishandeling bij aspirant-lid Rogier. Rogier zat in zijn ontgroeningstijd en Wouter was voorzitter van de COCK: Commissie Overdracht Corps Kennis. ‘Feuten’ die ‘ongewenst gedrag’ vertoonden, moesten voor deze commissie verschijnen. Wouter kende Rogier echter al: Rogier had hem tijdens het uitgaan twee tikken op de wang gegeven, wat afgestraft moest worden. Voor Rogier werd al vrij snel duidelijk dat hij harder aangepakt werd tijdens zijn kennismakingstijd (‘KMT’) dan andere aspirant-leden. Zo

moest hij tijdens de ontgroening als enige door een sloot met modder banjeren en zijn hoofd onder water houden. Toen Rogier later in de ontgroening naar binnen werd geleid bij de COCK werd er door betrokken gezegd: “hier is je projectje”. Vervolgens heeft Wouter B. zijn voet op het hoofd van Rogier geplaatst en druk uitgeoefend. Zodanige druk zelfs, dat Rogier er een hersenoedeem en een breuk in zijn schedel aan overhield. De officier van justitie bepleitte dat Wouter B. met dit gedrag bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat Rogier hier zwaar letsel aan zou overhouden. Dat Wouter B. geen intentie had om hem pijn of letsel toe te brengen, deed er dus niet toe. Voorwaardelijk opzet was voldoende.

De rechter achtte het ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. Ook voegde zij hieraan toe dat Wouter B. zijn positie heeft misbruikt om wraak te nemen op Rogier. De officier van justitie gaf in haar requisitoir aan dat het gedrag van Wouter B. relevant was voor de zaak, niet de cultuur binnen Vindicat. Straf voor Wouter B.: 240 uur taakstraf, een celstraf van 31 dagen, waarvan dertig voorwaardelijk en een schadevergoeding van maar liefst €5066. Vereniging vs. individu vs. vrije wil Dan nu de andere kant van het verhaal over Rogier. Ik denk namelijk dat de meeste lezers met volle overtuiging zullen zeggen dat Rogier een vrije wil heeft en

25


zelf voor de ontgroening gekozen heeft. Aangenomen dat dat zo is: waarom sta je dan in godsnaam toe dat iemand vanaf de kant van een sloot naar je schreeuwt dat je met je kop onder water door een sloot bagger moet banjeren?! Elk zichzelf respecterend mens denkt dan toch: “spring lekker zelf die sloot in”?! Ik begrijp heel goed dat er een bepaalde sfeer heerst rondom de ontgroeningsactiviteiten en dat je hetgeen je wordt opgedragen niet zo snel uit jezelf zou doen. “Het hoort er nu eenmaal bij”. Maar dít zou mij in ieder geval toch wel een stap of tien te ver gaan.

“Het hoort er nu eenmaal bij.” En dat is nu juist het lastige in de hele discussie rondom het corps en de ontgroening: jij met je vrije wil kiest er zelf voor om hier aan mee te doen, toch? Maar waar kies je precies voor? Waar geef je jezelf voor op? Dat weet je natuurlijk niet van tevoren. Je weet alleen dat het “heftig” gaat worden. Verhalen van voorgaande jaren hoor je niet omdat alles uiteraard strikt geheim moet blijven. Dat is juist de hele mystiek rondom het corps en deels wat het zo interessant maakt. Dat maakt het in mijn ogen ook nogal kinderachtig, een soort “een geheime club”. Een lastig punt is dus dat mensen er zelf voor kiezen dit alles lijdzaam te ondergaan. Ook al weet je van tevoren niet precies wat je kunt verwachten, je kunt je altijd terugtrekken op het moment dat iets je te ver gaat. Vind je het niet leuk meer? Dan kun je er per direct mee stoppen. Van onderdrukking of volledig tegen je wil in handelingen verrichten, is dus niet echt sprake.

26

Corps gunstig voor je carrière? Wat zet mensen er dan toch toe aan om deze ontgroening te ondergaan? Is het de gedachte dat later alles beter wordt, je vrienden voor het leven maakt, en er ook nog eens een goede carrière aan overhoudt? Volgens NRC Handelsblad loont lid zijn van het corps nog steeds. De NRC deed onderzoek naar de hoeveelheid oud-corpsleden in de huidige bestuurderswereld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat ten minste dertig procent van de onderzochte bestuurders tijdens zijn studententijd lid van een corps was. Het is geen overweldigend percentage, maar het corps is dus zeker aanwezig in de bestuurstop. Oud-leden zijn verdeeld over de vraag of lid zijn van het corps bijdraagt aan je carrière. Wel ontwikkel je bepaalde vaardigheden, waaronder het respect hebben voor ouderejaars (is dit überhaupt een vaardigheid?), en worden je manieren bijgebracht, aldus Alexander Rinnooy Kan, oud-voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en nu hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ik kan deze uitspraak niet begrijpen omdat ik simpelweg niet inzie hoe men respect kan hebben voor iemand die, ik noem maar wat, je kop in een bord eten duwt, of je voeten onder je vandaan schopt, zodat je keihard op de grond valt. Blijkbaar zijn dat “manieren” en blijkbaar krijg je respect voor de ouderejaars die je op deze manier aanpakken. Word je hard van. Het komt erop neer dat de meeste oud-leden het er wel over eens zijn dat het corps bijdraagt aan je sociale netwerk, maar dat het je niet direct een baan oplevert. Toch denk ik dat geen enkel oud-lid zal toegeven dat hij zijn baan te danken heeft aan het lidmaatschap. Ik denk dat bij de keuze tussen nagenoeg even goede sollicitanten toch gekozen zal worden voor degene die bij het

corps heeft gezeten. Misschien is het een te ver doorgetrokken gedachte: maar het lijkt me niet heel onrealistisch dat iemand die zelf bij het corps heeft gezeten, liever een sollicitant aanneemt die ook lid was. Schept toch een band. Lidmaatschap van het corps kan dus zeker voordelig zijn, al ligt dat waarschijnlijk wel aan de branche. Of dat voordeel terecht en eerlijk is, is een andere vraag. Huidige situatie Goed, lid zijn (geweest) van het corps is dus toch nuttig voor je carrière, en tsja, je kiest er zelf voor om aan de ontgroening mee te doen. Waarom dan toch alle commotie en ophef? Waarom komt er elke week wel één van de corpora in het nieuws, en niet op een positieve manier? Ik denk dat het studentencorps momenteel in een slechte periode zit. De toename in excessen komt voort uit het feit dat de studenten die de ontgroening organiseren niet meer goed weten waar ze mee bezig zijn. Het lijkt alsof de studenten de achterliggende gedachte achter het ontgroenen niet meer kennen, of deze misschien wel bewust naast zich laten liggen. Er wordt volkomen los van een bepaalde ‘moraal’ (het is maar wat je moraal is) gehandeld. Want mensen helemaal de grond in boren, de voeten onder ze vandaan trappen of medicijnen afpakken is naar, onwenselijk gedrag en dient werkelijk waar geen enkel hoger doel. Mij zul je niet overtuigen dat dit soort gedrag te maken heeft met respect afdwingen of manieren leren. Hoe is het mogelijk om respect te ontwikkelen voor mensen die je zo afschuwelijk behandelen? Nu ben ik niet de enige die dit vindt; er is een tendens van verzet ontstaan in de maatschappij. Het corps was altijd een elitair en intellectueel genootschap. Ik ben bang dat er van die status weinig overblijft met alle gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Nu is het zo dat er vroeger ook incidenten


waren bij de corpora. Ik noem het ‘Dachautje spelen’ bij het toen nog ASC, waar onlangs een uitzending aan gewijd is door het programma ‘Andere Tijden’. Maar het lukt in deze maatschappij niet meer om zo gesloten te blijven als vroeger. Nu hebben we de sociale media, waardoor ontzettend veel beelden direct de wereld in kunnen worden gestuurd. Alles staat veel meer in verbinding met elkaar en de gevolgen daarvan gelden ook voor het corps. Want nee, het corps kan zich niet hierbuiten plaatsen. Het zit zo in onze maatschappij ingebakken om alles met elkaar te delen: transparantie is een groot goed geworden. Het corps kan zich niet buiten de maatschappij, danwel de rechtsstaat plaatsen. Het corps roept nu steeds meer weerzin op bij mensen, en terecht. Het opvolgen van onzinnige regels zoals bepaalde woorden wel of niet mogen zeggen, jezelf “helemaal de gedver in helpen” en strontlazarus “HA BIER” of “KUTFEUTEN” roepen, tsja. Je kunt het onsmakelijk of naar vinden, maar strafbaar is het niet. Dit gebeurt daarnaast ongetwijfeld ook bij andere studentenverenigingen. Zolang dit binnen gesloten deuren gebeurt moet iedereen dit lekker zelf weten. Het is ongetwijfeld ook heel erg gezellig allemaal. Zielig wordt het wat mij betreft wel. De onzinnige regels opvolgen en elkaar uitschelden wordt nu wanhopig. Het lijkt erop dat men zich nu krampachtig aan deze onzinnige regels vasthoudt, omdat de huidige corpsleden geen idee meer hebben wat nou eigenlijk het idee erachter is. Er is geen hoger doel meer, geen nuance, geen humor, niets. Het is nu simpelweg smakeloos, maar wel op een niveau dat menig mens te ver gaat. Veel te ver. De analogie tussen de recentelijk ook veel in het nieuws geweeste motorclubs als No Surrender en Satudarah, wordt voor mij steeds duidelijker. Begrijp me niet

verkeerd: een sushirestaurant slopen en medicijnen afpakken komt niet in de buurt van de ernstig strafbare feiten waar de motorclubleden van beticht worden, maar afgezien van dat is er wel enige gelijkenis. Tegen de corpsleden die zich nu helemaal de shit voelen en het een genot vinden om aspirant-leden letterlijk en figuurlijk kapot te maken, zeg ik: begin lekker je eigen motorclubje. Daar kun je vast meer jezelf zijn. In plaats van dispuutsgenootjes kun je nu je broeders vinden. De Latijnse variant van broeders fratres mag ook, misschien klinkt dat iets elitairder. Misschien kun je bij de motorclub wel voorzitter of praeses worden, als dat niet gelukt was bij het corps. En ook de motorclub heeft een speciaal leren hesje, misschien wel verfrissend na al die tijd in pak lopen. Over de status en het aanzien van vrouwen zal ik verder zwijgen. Beetje makkelijk ook misschien om het corps hard aan te pakken op seksisme: dat zit helaas in de hele maatschappij (of ben ik nu te cynisch?).

“Maar ach, een beetje fysiek contact moet kunnen toch?” Enig minpuntje wel nog: je moet behoorlijk wat klappen vangen om full member te worden, maar ach: een beetje fysiek contact moet kunnen toch? Het is net de ontgroening.

27


De glamour van het corps Maar hoe moet het dan verder met het corps? Oud-rector Boris Bekkering van het Amsterdamsch Studenten Corps (A.S.C. / A.V.S.V.) gaf in het verenigingsblad Nos Iungit Amicitia aan dat zelfs hij vreesde voor het voortbestaan van het corps. “Groenactiviteiten” die drie jaar geleden zijn opgezet, worden gezien als een traditie. Bekkering vertelt dat hij het nut van de geheimzinnigheid niet inziet. Je zou zeggen: als zelfs een oud-bestuurder van het ASC zelf aangeeft dat hij vreest voor de toekomst van de Nederlandse corpora, lijkt mijn gedachtegang dat het corps niet veel langer zo kan voortbestaan des te gegronder. Echter, het feit dat het aantal aanmeldingen per jaar bij de corpora alleen maar toeneemt, geeft aan dat het dus alleen nog maar interessanter en spannender wordt om lid te worden. Waar iedereen dus zo pleit voor transparantie en verzachting van het ontgroeningsbeleid, zal dit voor de corpora zelf niet voordelig uitpakken. Zonder mystiek en schandalen gaat de glamour er een beetje vanaf. Als het corps inderdaad transparant wordt en open zal zijn over wat er allemaal gebeurt op ‘de soos’, zal de kritiek zeker niet afnemen. Dan wordt alleen maar duidelijker hoe het er daadwerkelijk aan toe gaat, en aan de hand van de afgelopen berichten ziet dat er niet best uit. Dat moeten we natuurlijk niet hebben: liever alles, zoals altijd, stil houden.

28

“Dan zit er dus maar één ding op en dat is dat het corps zich aanpast aan de wensen van de maatschappij.” Dan zit er dus maar één ding op en dat is dat het corps zich aanpast aan de wensen van de maatschappij, in de hoop dat corpsleden eindelijk een keer beseffen dat het gedrag dat wordt vertoond echt walgelijk is. Mensen zo naar behandelen, toeschreeuwen en vernederen, getuigt van een nare persoonlijkheid. Ik hoop dat het inzicht toch een keer komt en dat een ontgroening helemaal niet op zo’n vervelende manier hoeft te verlopen. Het zal wel een utopie zijn. Toch hebben heel wat corpora al laten weten een interne verandering in te zullen zetten, waaronder strenger toezicht op de regels. Het Rotterdamse corps gaat zelfs voor een ‘ingrijpende cultuurverandering’. Op hoop van zegen dan maar. Dan als laatste voor alle corpora in Nederland nog een voorstel voor een nieuwe verenigingsleus: luctor et emergo. Dan komen jullie er wel.


DE RECENSIE

29


Fotograaf Eddo Hartmann op zoek naar het Noord-Koreaanse individu

N

Tekst: Viola Lam oord-Korea staat bekend als een gesloten land, actueel door de oplopende geopolitieke spanningen met de Verenigde Staten. Mensen en informatie kunnen het land niet zomaar in en uit. De Noord-Koreaanse overheid streeft ernaar elke beeltenis uitgebreid te controleren voordat deze het land verlaat. Het beeld dat bekend is van Noord-Korea is daarom voornamelijk beperkt tot socialistische propaganda: statige portretten van de leider, massa’s nette, gelukkige schoolkinderen die hem bewonderen, enorme parades en grootse militaire oefeningen. De vraag is echter hoe het leven van het Noord-Koreaanse individu eruitziet. In de tentoonstelling Setting the Stage/ Pyongyang, North Korea, Part 2 in Huis Marseille, te Amsterdam, probeert de Nederlandse fotograaf Eddo Hartmann het individu in de stad uit te lichten en zijn betekenis binnen het collectieve karakter van Noord-Korea te duiden. De tentoonstelling begint in een kleine, donkere ruimte met daarin een enkele foto in een lichtbak. Het gaat om een weergave van een etalage, waarbij de centrale etalagepop duidelijk wordt uitgelicht. Ze ziet er uit als een vredige, tevreden, Noord-Ko-

30

reaanse vrouw in traditionele kleding. Geeft dit een indicatie van het soort beeld dat de fotograaf van de overheid aan de buitenwereld mag tonen? Een ruimte verder is het hooggeplaatste lichtsculptuur van een hart het eerste wat de aandacht van de bezoeker trekt. Dit correspondeert met de foto daarnaast, waar hetzelfde orgaan op het centraal station van de stad is geplaatst samen met de tekst ‘Pyongyang, het hart van Noord-Korea’. Deze kamer verbeeldt de hoofdstad duidelijk als het hart van het land, zijn belangrijkste stad. Twee foto’s van flatgebouwen van de stad zijn te zien in vogelvluchtperspectief. Ze lijken zwart-wit, maar als aandachtig wordt gekeken blijkt dat dit de werkelijke kleuren zijn en dat smog de stad verduistert. De beschouwer wordt mogelijk geactiveerd om zorgvuldig te kijken om de werkelijkheid van een samengestelde foto te kunnen onderscheiden in een land waar propagandistische afbeeldingen de overhand hebben.

“Het is interessant hoe de kleur van het socialisme steeds terugkomt in deze zaal.”

In de volgende ruimte wordt Pyongyangs propagandistische infrastructuur getoond. Het is interessant hoe de kleur van het socialisme steeds terugkomt in deze zaal. Zo heeft de witte ruimte een rode vloer, zijn er opvallende rode elementen in bijna alle veelal grijzige voorstellingen te zien en bevatten de witte tekstborden rode letters. De infrastructuur en de architectuur van het land werden ingezet om Juche, de Noord-Koreaanse ideologie van zelfredzaamheid, en de revolutionaire missie van het socialisme te verkondigen nadat de hoofdstad tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) bijna geheel verwoest werd. Triomfbogen met traditionele Noord-Koreaanse architectonische elementen, billboards met idealistische voorstellingen en grootse beeltenissen van de voormalige leiders Kim Il-sung en Kim Jong-il zijn hier voorbeelden van. Het beeld dat hiermee geschetst wordt is een gelukkige socialistische samenleving onder het machtige regime van de leider. Tussen alle gebouwen wordt het individu slechts op twee foto’s in die ruimte getoond. Op een foto is een vrouw te zien in de traditionele Koreaanse Joseon Ot. Deze kleding wordt gedragen tijdens feestdagen en officiële gelegenheden. Naast haar staat een modelraket als onderdeel van


een tentoonstelling over de drie revoluties in Korea. Dat de vrouw in die specifieke klederdracht op die locatie geplaatst is, impliceert het belang van het wapen en de trots op de revoluties. De andere foto toont een klein, onidentificeerbaar persoon in werkkleding naast het indrukwekkende gebouw van de elektronica-industrie. De suggestie wordt gewekt dat de persoon als anonieme dienaar van de maatschappij wordt verbeeld. De tentoonstelling wordt vervolgd in een zaal waar de modelstad Pyongyang als decor voor de inwoners centraal staat. Hartmann mocht slechts na goedkeuring van zijn Noord-Koreaanse gidsen fotograferen. De toestemming werd enkel gegeven indien de geportretteerde mensen er representatief uitzagen. Zo mocht hij een huisvrouw, een bewaker en een schietinstructeur in keurige (beroeps)kleding in een publieke ruimte fotograferen. Verder kreeg Hartmann de kans om enkele feilloze modelslaapkamers te fotograferen. Dit is een perfecte illustratie van de titel van de tentoonstelling ‘Setting the Stage’. De creatie van een volmaakt beeld staat centraal. Hierbij gaat het om het overbrengen van een voorstelling van een sterke socialistische natie naar de buitenwereld.

“Geliefde generaal, waar bent u?”

het metrostelsel. Hiermee wordt de illusie gewekt dat men zich werkelijk in Noord-Korea bevindt.

In de daaropvolgende ruimte is het donker. Twee video-installaties worden getoond, waarin diverse plaatsen in het centrum van Pyongyang te zien zijn. Daarbij klinken fragmenten van het partijprogramma, die werkelijk via luidsprekers in de stad worden uitgedragen. Ook een gedeelte van de klaagzang over het overleden staatshoofd Kim Ilsung, genaamd ‘Geliefde generaal, waar bent u?’, is te horen. Het beeld van het individu ontbreekt hier compleet. In plaats daarvan wordt door een combinatie van nagenoeg verlaten, donkere straatbeelden, melancholisch gezang en lange, vervreemdende elektronische tonen een enigszins desolate sfeer opgeroepen.

Met de constante aanwezigheid van zijn gidsen en hun benodigde goedkeuring was Hartmann slechts in staat om nauwkeurig samengestelde voorstellingen van Pyongyang vast te leggen. De gruwelijkheden van het regime zijn daarbij onzichtbaar. Toch biedt dit een interessante kijk op de gecontroleerde wereld van het individu in de collectivistische samenleving en het beeld dat Noord-Korea wil uitdragen naar de buitenwereld. De burger loopt rond in een stad die volledig in het teken staat van Juche en het socialisme. De architectuur, infrastructuur en zelfs luidsprekers dragen de boodschap van deze verwrongen socialistische ideologie uit. In Pyongyang staat het kleine, trotse, onwetende individu volledig in dienst van het grote, totalitaire collectief.

De laatste zaal toont enkele beelden van het metrostation van Pyongyang. Hartmann maakte tijdens het drukke spitsuur foto’s met een relatief lange sluitertijd. Individuen zijn vervormd geraakt en slechts een anonieme schim van hun aanwezigheid is nog zichtbaar. Daarnaast krijgt de bezoeker met een virtual-realitybril een levendig driehonderdzestig-gradenbeeld van een straat in de stad en een deel van

31


achterkant

32

Profile for JFAS

Nota Bene (02)  

Nota Bene (02)  

Advertisement