__MAIN_TEXT__

Page 1

R

NOTA BENE

EW IN I V TE TER S N I R E IEF M S U M L A EXC

R A C OS

H

DILEMMA’S

JFAS nummer 38 najaar 2014 jaargang 21

VIJF DECEMBER

ZEURPIET OF NIET? EEN SEMESTER IN

NEW YORK EERSTEJAARS DILEMMA

STOPPEN/

DOORBIJTEN


Doe de Kluwer Navigator CHALLENGE en win 3 maanden

CHALLENGE 2014

Kluwer Navigator is de meest complete juridische databank voor (aankomend) juristen. Perfect voor jou, want in de juridische wereld ben je afhankelijk van betrouwbare en gevalideerde bronnen.

Van 15 september t/m 7 november 2014 verschijnt er 2x per week een challenge op facebook.com/kluwernavigator Post jouw oplossing onder het Facebookbericht en win een Spotify Premium Gift Card van â‚Ź 30,-.

Like en doe nu mee via facebook.com/kluwernavigator 33106-2_advertentie A4 activatiecampagne Facebook Navigator community.indd 1

02-09-14 16:25


HOOFDReDACTiOneeL

De moderne westerse mens heeft een scala aan keuzemogelijkheden, op allerlei terreinen. De wereld is groot, en grenzen bestaan nauwelijks meer. Maar misschien hebben we wel te véél keuzevrijheid, worden we daar onzeker van, of onrustig. Vroeger was het leven misschien simpeler, overzichtelijker. Zelfs de makkelijkste keuzes (pindakaas of hagelslag?) kunnen tegenwoordig al dilemma’s worden. En het kan nog erger. Biologische pindakaas, crunchy, met extra noten? Vlokken, vruchtenhagel of extra pure chocola? En op welk brood – zuurdesem of tijgerbrood zonder gluten? Toch is het fenomeen ‘dilemma’ ouder dan het glutenvrije zuurdesembrood. Bekend is The Prisoner’s Dilemma uit de jaren ‘50, een echte hersenkraker. De situatie is ongeveer zo: je wordt samen met je vriendin Truus opgepakt. Er is een bankoverval gepleegd en jullie renden toevallig net de hoek om, bewapend en met bivakmutsen op het hoofd. Bewijs dat júllie de overval hebben gepleegd is er niet. De officier van justitie doet jullie een voorstel. Als jullie beiden blijven zwijgen, zullen jullie een kleine straf krijgen wegens wapenbezit zonder vergunning. Als de één bekent, zal die vrijgesproken worden. De ander zal dan minstens tien jaar krijgen. Als jullie allebei bekennen, krijgen jullie allebei vijf jaar celstraf. Een duivels dilemma – zwijgen en samenwerken voor een kleine straf? Of de ander verloochenen om overal onderuit te komen? Ook vóór de jaren ’50 hield men zich bezig met het probleem van de onmogelijke keuze. Al in de klassieke oudheid was het dilemma onderwerp van vele tragedies. Zo stond de Griekse Orestes voor een moeilijke keuze. Enerzijds was er de morele plicht om de moordenaar van zijn vader te doden, om zo zijn dood te wreken. Echter: zijn moeder was de moordenares. Je morele plicht nakomen en je eigen moeder doden? Of je moeder in leven laten en je plicht verzuimen? Voor eenzelfde dilemma stond Koning Agamemnon in de Trojaanse oorlog: zijn dochter Iphigeneia offeren en de oorlog winnen? Of zijn dochter sparen en zijn land ten onder laten gaan? Een keuze tussen je land, met duizenden inwoners, en je eigen dochter. Dilemma’s zijn er dus altijd geweest. Wel lijkt het of de dilemma’s van vandaag niet meer om leven of dood draaien, zoals in het verhaal van koning Agamemnon, maar om trivialere zaken. Maar maakt dit de keuze makkelijker? Dat denk ik niet. Veel leesplezier! Hannah van Kolfschooten Hoofdredactrice Nota Bene & Commissaris media 2014 – 2015

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt vier maal per jaar.

JFAS-ACTIVITEITEN NAJAAR 2014

Hoofdredactie Hannah van Kolfschooten

30 oktober

Eindredactie Jacqueline de Vries Rogier van der Wolk Redactie Louisa Bergsma Sebastian de Bruijn Lars Groeneveld Kim Hogewoning Anna Ida Hudig Baruch Hummen

Bezoek Buitenlandse Zaken Bastiaan Loopstra Mischa Marchi Loes ter Meer Guilliano Serginio Thomas Verstege Nicky Willemsen

6 november

Novemberborrel 7 november

Fotografie Jaëla Arian

Top of Tax

Overige bijdrage Niels van der Neut Stichting Amsterdamse Juridische Bedrijvendag

13 november

Adverteerders NautaDutilh Kluwer

4 december

Sinterklaasborrel

Sponsorexploitatie Sasha van Gelder Vormgeving Willem Don, willemdon.nl

19 december

Kerstgala

Drukkerij Studiemags JFAS Bestuur Sasha van Gelder Lucas Wolthuis Scheeres Marjolijn Feenstra Anna-Maria Kempers Nina Visser Mathijs IJkhout Hannah van Kolfschooten

Story behind the headlines

voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@ jfas.com.

Meer informatie staat op www.jfas.com. Vragen kan je mailen naar intern@jfas. com of extern@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’ Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Houd Google Play en iTunes in de gaten, want binnenkort verschijnt hierop de Nota Bene App. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)


inHOUD

6 Vergadering café Rialto 7 Introductie van het JFAS-bestuur 2014-2015

12

Duizend bommen en granaten!

OPINIE 10 Gett, The Divorce Trial of Viviane Amsalem 12 Duizend bommen en granaten! 14 De etalage 15 Bij mij ging het anders

VERDIEPING 16 Nog niet dood maar al wel weg 19 Zeurpiet of niet 21 Virtuele vrienden met collega’s of baas. No go of yes please?

36

Interview met Oscar Hammerstein

23 Wat te doen met mijn rechten?!

STUDIE 26 “This will be the best year of your life” Verslag van een exchange naar New York City 30 Eerstejaars dilemma: stoppen of doorbijten? 32 Law and… Een interview met Rob Schwitters

CARRIÈRE 36 IJzeren regels, zachte handschoenen – een interview met Oscar Hammerstein

16

Nog niet dood maar al wel weg

40 Van rechtswinkelier tot President – een interview met de president van de Rechtbank 42 Amsterdamse Juridische Bedrijvendag

34 Juridische quiz

5


Café Rialto

(Ceintuurbaan 338, Amsterdam)

6

De eerste vergadering Op de eerste maandag van september, tevens de eerste dag van het cursusjaar 2014-2015, kwamen wij met de Nota Bene-redactie bijeen om te vergaderen. Twaalf nieuwe gezichten klopten aan bij filmtheater Rialto op de Ceintuurbaan, midden in de hipste buurt van Amsterdam – de Pijp. Tussen alle nieuwe superfood-cafés en de computerwinkels die nog dateren uit de jaren ‘90, valt de bioscoop met haar grijze, sobere gelaat meteen op. Gewapend met frisdrank en koffie van de bar beneden beklommen we de steile wenteltrap die ons naar het entresol van de bioscoop leidde. Rialto heeft namelijk, behalve drie bioscoopzalen, ook twee bars en een terras. Wij kozen voor de bar boven vanwege het uitzicht over de mooie brede Ceintuurbaan, en de comfortabele banken in de zithoek. Tussen de filmposters van over de hele wereld bespraken wij, onder het genot van biertjes en frisdrank, de plannen voor komende editie. Misschien wel geïnspireerd door de omgeving besloten wij de artikelen in de Nota Bene voortaan in een breder perspectief te plaatsen: meer actualiteit, cultuur, geschiedenis en creativiteit. Wij hopen dat dit te zien is in deze najaarseditie. Een keer twee uurtjes vrij tussen colleges door? Spring op de fiets, kies een film, en laat je meeslepen door verhalen van over de hele wereld. Ook staan er elke maand twee filmklassiekers op het programma - van die films die je gezien moet hebben om het gemiddelde culturele gesprek door te komen. Wil je eerst weten wat medestudenten van een film vonden? Kijk dan op http://www.lariot.nl voor kritische en creatieve recensies van leeftijdgenoten. Geen zin in de film? Je kunt ook alleen een kopje koffie of een biertje drinken in het café.

nb

nummer 38

|

jaargang 21


Introductie van het JFAS bestuur 2014-2015 Tekst: Sasha van Gelder

Lieve leden, Met uitzondering van een enkele toerist hier en daar en soms een kat, staat het binnenplaatsje van de Oudemanhuispoort weer vol met studenten. De stoeltjes van de collegezalen worden weer opengeklapt, de kofďŹ e vloeit weer rijkelijk uit de machines van de kantine en de administratieve afdeling van de UvA krijgt het weer zwaar te verduren. We moeten er toch echt aan geloven‌ De zomervakantie is voorbij. Maar voor elke deur die sluit gaat een nieuwe open. Het eind van de zomer wordt gevolgd door het begin van een nieuw collegejaar vol gezellige en inhoudelijke JFAS activiteiten die de dagelijkse sleur van de rechtenstudie wat dragelijker zullen maken. Met hulp van onze vele commissies zal het bestuur van de JFAS zich wederom honderd procent inzetten om de vereniging een prachtig nieuw levensjaar in te blazen. Aan mij als voorzitter de eer om het 104e bestuur van de JFAS aan jullie voor te stellen.

7


8

N

a veel zenuwslopende sollicitatiegesprekken en een hoop speculaties omtrent de uitkomst, kwam het voormalig bestuur eindelijk tot een nieuwe bestuursformatie. Op een zeer creatieve manier wisten onze voorgangers onze nieuwe rollen binnen de vereniging aan ons bekend te maken. Hoewel de JFAS weinig geheimen kent, kan ik jullie hierover niet te veel verklappen. Wat ik wel kan zeggen is dat wij, als kandidaatsbestuur, plots oog in oog stonden met elkaar in een setting waarin wij volledig op elkaar aangewezen waren. Opgelucht en trots vanwege het nieuws dat wij zojuist hadden gekregen, vond daar de eerste ontmoeting plaats tussen het nieuwe bestuur. Met dank aan de aanwezigen op afsluitende Algemene Ledenvergadering van afgelopen jaar, zijn wij op 16 juni officieel in functie getreden. Hoewel voor velen een zomerperiode van ontspanning aanbrak, begonnen vanaf dat moment onze wekelijkse vergaderingen en gingen wij aan de slag met het voorbereidend werk voor het – inmiddels – lopende collegejaar. De meeste sponsoren zijn binnen, de boekenverkoop is achter de rug, de Berlijnreis is geregeld en de eerste inhoudelijke activiteiten staan op de agenda. Hieronder geef ik een korte introductie van de bestuurders van de JFAS van het jaar 2014 - 2015. Secretaris Hoewel velen haar vast en zeker zullen kennen als Algemeen Raadslid van de Facultaire Studentenraad van afgelopen jaar, is Anna-Maria Kempers dit jaar de secretaris van de vereniging. Anna is 20 jaar jong, geboren in Amsterdam en zeldzaam genoeg niet veel langer dan ik. Zij zal er aankomend jaar zorg voor dragen dat al het geklets

nb

tijdens onze ellenlange bestuursvergaderingen op neutrale wijze wordt vastgelegd op papier. Daarnaast zal Anna het ledenbestand van de vereniging beheren en zal zij tevens een smoelenboek ontwikkelen voor al onze actieve leden als aandenken aan het 104e jaar van de vereniging. Anna is dit collegejaar derdejaars rechtenstudente. Penningmeester Dit jaar neemt Marjolijn Feenstra de functie van penningmeester van de JFAS op zich. Marjolijn is 28 jaar geleden geboren in Amsterdam en nu woonachtig in Landsmeer. Zij zal er zorg voor dragen dat de vereniging financieel gezond blijft. Vanwege haar financiële achtergrond bij verschillende bedrijven, beschikt zij over de benodigde specialistische kennis. De functie van penningmeester brengt ook een zekere toezichthoudende rol mee op onze maandelijkse borrels. Hoewel wij het erg jammer vinden dat wij niet in staat zullen zijn om altijd de dorst van al onze leden te lessen, is het belangrijk dat er iemand is die de rest een halt toeroept ten behoeve van ons budget. Gelukkig is onze Marjolijn ook daar toe bereid. Zij zal zich naast haar bestuursjaar bezighouden met het afronden van twee masters. Commissaris Media & Hoofdredactrice Nota Bene Hoewel sommigen van jullie dit artikel misschien op onze website of tabletapplicatie aan het lezen zijn, heeft onze nieuwe Commissaris Media, Hannah van Kolfschooten, ervoor gekozen om de Nota Bene ook nog op papier uit te brengen. Naast het beheren van onze website en Facebook-pagina is deze zeer gemotiveerde 19-jarige uit Amsterdam tevens de hoofdredactrice van dit blad. Met een redactie die zij zorg-

vuldig heeft uitgekozen, zal zij dit jaar haar eigen draai geven aan vier nieuwe edities. Vanwege alle moderne ontwikkelingen op het terrein van social media, zijn er steeds meer kanalen waarmee wij leden kunnen bereiken. De taak van de Commissaris Media wordt daardoor steeds verder uitgebreid. Hannah zal naast haar bestuursjaar proberen om zoveel mogelijk vakken van het tweede jaar van de rechtenstudie te volgen. Commissaris Interne Activiteiten Onze Commissaris Interne Activiteiten, Nina Visser, is 20 jaar geleden geboren in Amsterdam en is een derdejaars rechtenstudente. Naast de maandelijkse borrels, het kerstgala, de pubquizzen en het eindfeest, is Nina verantwoordelijk voor de organisatie en realisatie van alle JFAS reizen. De eerste reis naar Berlijn met een grote groep eerstejaars zal eind september al plaatsvinden. Ook de wintersport, de bachelorreis en de masterreis worden dit jaar niet overgeslagen. Kortom, een erg drukke functie dus. Gelukkig heeft Nina haar organisatorische skills in eerdere commissies binnen de JFAS al kunnen ontwikkelen en kan zij daarnaast rekenen op de hulp van de vele commissies die zij onder zicht heeft. Commissaris Externe Activiteiten & PR Dit jaar is Mathijs IJkhout de Commissaris Externe Activiteiten & PR van de JFAS. Mathijs is een 23-jarige Bennekommer die inmiddels al wat jaren in Amsterdam woont. Hij zal zich aankomend jaar inzetten om in samenwerking met een aantal van onze partners mooie inhoudelijke activiteiten te organiseren voor onze leden. In dit kader is hij afgelopen zomer mee geweest tijdens de acquisitiegesprekken om met vooraanstaande advocatenkantoren

nummer 38

|

jaargang 21


9

afspraken te maken in het kader van kantoorbezoeken, grote(re) in-house evenementen, recruitmentdiners en meer. Hij barst van de nieuwe ideeën en zal voor de realisatie hiervan een door hem gekozen commissie aansturen. Aankomend jaar zal hij zijn bachelor rechtsgeleerdheid afronden. Vicevoorzitter Na een lange zomerstop moesten onze leden er ook aan geloven dat het studiejaar er toch echt weer aan zat te komen. Bij studeren horen nou eenmaal boeken en waar zouden de kersverse eerstejaars rechtenstudenten zijn zonder onze vicevoorzitter Lucas Wolthuis Scheeres. Een week lang verstopte deze 22-jarige Amsterdammer zich in de kelder met een team vrijwilligers om alle bestelde boeken te overhandigen aan onze leden. De voorbereiding van een boekenverkoop op zo’n grote schaal is een tijdrovende klus. Tijdens de zomermaanden heeft Lucas er alles aan gedaan om zo snel

mogelijk de juiste informatie over de voorgeschreven literatuur te bemachtigen van de verschillende leerstoelen binnen de UvA. Naast de boekenverkoop zal Lucas aan het eind van het jaar onder andere zorgdragen voor het organiseren van een alumniborrel, waarbij hij zal trachten zoveel mogen oud-besturen te verenigen. Ook Lucas zal aankomend jaar zijn bachelor rechtsgeleerdheid afronden. Voorzitter Dit collegejaar ben ik de voorzitter van de JFAS. Ik stel mij graag aan jullie voor. Mijn naam is Sasha van Gelder en ik ben 21 jaar oud. In combinatie met het besturen van de JFAS probeer ik zo veel mogelijk vakken van de master Commerciële rechtspraktijk te volgen. De afgelopen zomermaanden heb ik mij met name bezig gehouden met het voeren van acquisitie voor de vereniging. Ik bewaar het overzicht over de afspraken die ik maak in dat kader en onderhoud het contact hierover met

onze partners. Daarnaast leid ik de bestuursvergaderingen en ben ik voor veel leden en organisaties een eerste aanspreekpunt. Tot zover deze korte introductie van het 104e bestuur. Ik heb er alle vertrouwen in dat de vereniging een mooi nieuw levensjaar tegemoet zal gaan. Wij zijn erg blij dat ook dit jaar weer zoveel nieuwe studenten zich bij ons hebben aangesloten. Ik hoop dat wij aankomend jaar de kans krijgen om alle nieuwe leden nog persoonlijk welkom te heten tijdens onze activiteiten. Tijdens onze Berlijnreis zullen wij daar alvast een klein begin mee maken. Ook is iedereen welkom om een kopje koffie te komen drinken in de JFAS-kamer (A2.04) en eventuele vragen te stellen. Sasha van Gelder Voorzitter JFAS 2014-2015


10

Gett, The Divorce Trial of Viviane Amsalem Tekst: Louisa Bergsma

Gett is de derde film van regisseur Shlomi Elkabetz uit een trilogie over het huwelijk van Viviane Amsalem, waarin de positie van de Israëlische vrouw getoond wordt. De drie films staan op zich zelf en zijn dus prima apart te kijken. In Gett (Hebreeuws voor ‘echtscheiding’) wil Viviane Amsalem (Ronit Elkabetz, zusje van regisseur en zelf co-regisseur) na jarenlang ongelukkig getrouwd te zijn geweest, scheiden van haar man Elishia (Simon Abkarian). Als Jodin in Israël gaat dit echter niet zomaar. Viviane is al drie jaar bij hem weg en ergens anders gaan wonen, maar zonder scheiding kan ze geen nieuw leven beginnen. Ze is niet vreemdgegaan, zorgt nog goed voor de kinderen en woont bij familie. Toch wordt zij aan alle kanten tegengewerkt wanneer zij eindelijk vrij wil zijn van haar man - hij is het namelijk niet eens met de scheiding. In Israël bestaat er geen civiel huwelijk en dus ook geen civiele echtscheiding. Een echtscheiding kan alleen voltrokken worden door de rabbijnse rechtbank en met volledige instemming van de echtgenoot. Alleen hij kan opdracht geven tot het schrijven van de echtscheidingsbrief. De hele film speelt zich af binnen de rechtbank. Je wordt meegesleept in een eindeloze stroom van rechtszaken

nb

waarbij de een nog minder oplevert dan de ander. Met een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen blijven Viviane en haar advocaat drie jaar lang elke keer weer in beroep gaan tegen de uitspraak van de rabbijnen. Elishia blijft tegenwerken door niet te komen opdagen en wanneer hij er is vrijwel niets te zeggen. Ondertussen luistert niemand naar Vivianne, hoe goed zij ook meewerkt - zij is immers slechts een vrouw. Wanhopig probeert zij de rabbijnen duidelijk te maken dat haar man haar diep ongelukkig maakt. Ondertussen blijft iedereen om haar heen, zelfs haar eigen getuigen, benadrukken wat een geweldige man Elishia wel niet is. Gett biedt een kijkje in de positie van de vrouw in het hedendaagse Israël. Het is heftig om te zien hoe achtergesteld vrouwen in andere culturen nog kunnen zijn. In dit geval in een cultuur waarvan ik dat zelf niet had verwacht. De eindeloze herhalingen van processen en het wachten op een beslissing maakt zelfs de kijker radeloos. Het is bijzonder hoe meeslepend en heftig deze film is, terwijl er eigenlijk maar zo weinig gebeurt op slechts één locatie. Ondanks de ‘eentonige’ verhaallijn blijf je op het puntje van je stoel zitten, bij elk nieuw proces duimend dat Viviane de vrijheid krijgt waar zij zo naar verlangt. Dit artikel is gepubliceerd in samenwerking met www.lariot.nl

nummer 38

|

jaargang 21


ACTUALiTeiT


12

‘Duizend bommen en granaten!’ Tekst: Thomas Verstege & Baruch Hummen

Afgelopen zomer was sinds tijden weer een spannende zomer. Van de komkommertijd was geen sprake. Het nieuws werd beheerst door Oekraïne versus de Russische separatisten, Israël versus Hamas, en, misschien wel de belangrijkste, IS(IS) versus iedereen die in de weg staat - op dit moment de Verenigde Staten.

A

fgelopen zomer was sinds tijden weer een spannende zomer. Van de komkommertijd was geen sprake. Het nieuws werd beheerst door Oekraïne versus de Russische separatisten, Israël versus Hamas, en, misschien wel de belangrijkste, IS(IS) versus iedereen die in de weg staat - op dit moment de Verenigde Staten. Op 10 september 2014 – bijna dertien jaar na de aanslagen op het WTC – kondigde de Amerikaanse president Barack Obama aan dat Amerika militair zou gaan ingrijpen tegen de IS in Syrië en Irak. Dezelfde president wilde niet ingrijpen toen dictator Assad zijn eigen bevolking bestookte met chemische wapens. Na een afwezigheid van slechts tweeëneenhalf jaar keren de Amerikanen terug naar Irak. Maar is militair ingrijpen wel het juiste antwoord op dit duivels dilemma? En in hoeverre zijn de Verenigde Staten zelf verantwoordelijk voor de huidige onrust in het Midden-Oosten? In de afgelopen decennia heeft het Midden-Oosten meer oorlog dan vrede gekend. Wanneer een situatie in het Midden-Oosten een bepaald kritiek niveau bereikt, gaat het Westen steevast over tot militaire interventie. Keer op keer lukt het echter niet om het probleem adequaat op te lossen en soms heeft inmenging zelfs een averechts effect. De Verenigde Staten hebben in de jaren ‘80 de rebellen die in Afghanistan tegen de Russen vochten bewapend en getraind. Een paar jaar later werden Amerikaanse soldaten in de Golfoorlogen beschoten met hun eigen wapens. En na negen jaar oorlog in Irak is Amerika er nog niet in geslaagd

nb

de Taliban of Al-Qaida uit te roeien. Het politieke gat dat in Irak is achtergelaten nadat de troepen van de Verenigde Staten zich hadden teruggetrokken was een uitstekende kans voor terroristische groeperingen om de macht te krijgen. De continue militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten heeft een anti-Amerikaans sentiment veroorzaakt waar IS, net als haar voorloper Al-Qaida, nu dankbaar gebruikt van maakt om strijders te ronselen. Het lijkt er dan ook op dat IS het gevolg is van de fouten van Obama en zijn voorgangers. Obama staat nu voor de taak om dit gevolg te vernietigen, wat geen gemakkelijke klus zal zijn. Dat de Verenigde Staten dan ook de redder in nood zijn, zoals president Obama het doet overkomen, is niet de juiste insteek van dit conflict. Als je naar het verleden kijkt, is de slagingskans van deze missie klein. Net als de Taliban en Al-Qaida kunnen de strijders van IS makkelijk in de burgerbevolking opgaan en zullen zij moeilijk te bestrijden zijn. Obama blijft een slag om de arm houden door geen grondtroepen te sturen. Het gevolg daarvan is dat hij zijn woord niet na zal kunnen komen wat betreft het vernietigen van IS. Het enkel bestoken van belangrijke posten van IS vanuit de lucht zal echter niet leiden tot het opheffen van de organisatie. Zelfs in het uiterste geval dat de Verenigde Staten en zijn bondgenoten IS wel de nekslag kunnen geven, zal er een andere organisatie opstaan. Deze zal wellicht nóg radicaler zijn dan IS. Er heerst nu eenmaal een dergelijk sentiment in de regio en dat is niet met bommen te bestrijden. Het vernietigen van IS zal een

nummer 38

|

jaargang 21


Opinie

13

veel lastigere klus zijn dan enkel een militaire interventie: een oplossing moet niet in de vorm van een oorlog worden gegoten, want de situatie in het Midden-Oosten bevindt zich al jaren in een uitzichtloze vicieuze cirkel van oorlogen. De constante inmenging van het Westen is een belangrijke component van die cirkel. IS is een politiek probleem. Een probleem van volksopruiing, een probleem van ons allen. De grove schending van elk mensenrecht dat men kan bedenken wordt op dit moment op het grondgebied van IS begaan, maar de enige remedie wordt niet toegepast.

‘Militaire interventie heeft in de afgelopen decennia nooit zijn oorspronkelijke doel bereikt.’ De financiering van terroristische organisaties zal harder aangepakt moeten worden. Zo is de IS op dit moment de rijkste terroristische organisatie van de wereld met een geschat vermogen van zo’n twee miljard dollar.1 Ongeveer een kwart van dit gigantische bedrag komt uit plunderingen, maar het overgrote deel komt uit Saoedi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit; landen die berucht zijn om hun donaties aan terroristische organisaties. Hoewel deze geldstromen wel worden bemoeilijkt,2 worden ze om politieke redenen niet onmogelijk gemaakt. De Golfstaten zijn immers waardevolle handelspartners. Daarnaast kan er worden gedacht aan een diplomatieke oplossing. Een groot deel van de strijders van de IS zijn soennieten die tegen de dominante sjiitische regering in Bagdad zijn. Als

er politieke consessies van de kant van de sjiitische regering gedaan worden dan zal de IS de steun van de soennieten verliezen. Deze strategie heeft in 2008 al gewerkt.3 Tot slot is het mogelijk om steun te bieden aan partijen in de regio die strijden tegen terroristische organisaties. Uiteindelijk moeten de landen in de regio toch zelf vooruitgang boeken. Het experiment in Afghanistan heeft wel aangetoond dat het onmogelijk is om in een dergelijk land even een democratie in te stellen. Met de wrange smaak van de vorige oorlog nog in de mond is de man die in 2003 de oorlog in Irak ‘a dumb war’4 noemde, er nu zelf één begonnen. Dat de Verenigde Staten iets willen doen spreekt alleen maar in hun voordeel. Dat deze staat een lastige positie heeft in de wereldpolitiek is evident; wanneer er iets in de wereld gebeurt wordt eerst de reactie van de wereldmacht afgewacht. Toch heeft in de afgelopen decennia militaire interventie nooit zijn oorspronkelijke doel bereikt en op de lange termijn zelfs de voedingsbodem voor verdere radicalisering gecreëerd. Keer op keer reageert het Westen, en met name de Verenigde Staten, op dezelfde manier in de hoop betere resultaten te krijgen. In de woorden van Einstein: ‘Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results’.

Noten 1 Andreas Becker, ‘Who finances ISIS?’, Deutsche Welle, 19 juni 2014, http://www.dw.de/who-finances-isis/a-17720149 2 ‘Oil, Extortion and Crime’, NBC News, 11 september 2014, http://www.nbcnews.com/storyline/isis-terror/oil-extortioncrime-where-isis-gets-its-money-n200991 3 Andreas Gorzewski, ‘Iraq: Ten questions, ten answers’, Die Welle, 13 juni 2014, http://www.dw.de/iraq-ten-questionsten-answers/a-17704102 4 ‘The time Obama was decidedly against dumb wars’, Huffington Post, 9 september 2013, http:// w w w.huf fing tonpost.com /2013/09/09/obama- dumb wars_n_3895933.html


De Etalage Tekst: Lars Groeneveld

14

Sollicitatie Nog niet zo heel lang geleden zat ik met een goede vriend die ik lang niet had gesproken de gescheiden weken door te nemen. Na enige tijd bracht dit ons op het punt van zijn aanstaande sollicitatiegesprek. Deze vriend, een gedecideerde jongeman, is een stukje ouder, met als gevolg dat dit sollicitatiegesprek door ons beide met enige ernst besproken werd. Terugkomend van de wc zag ik dat hij via zijn telefoon Facebook bezocht. Iets dat ik hem niet kwalijk kan nemen; ik betrap mijzelf namelijk ook regelmatig op deze bezigheidsreflex. Dit keer was er zelfs in het geheel niets op aan te merken. In een helder moment ongehinderd door vermoeidheid en loom bier herinnerde hij zich namelijk de foto’s van die ene vakantie. Foto’s die digitaal lagen te verstoffen maar daardoor niet minder scherp de halfnaakte waarheid konden openbaren. Misschien had kantoor X al de moeite genomen om hem even op te zoeken en was hij te laat met verwijderen. Een dilemma waar hij na enige tijd toch smakelijk om kon lachen.

Vroeg of laat zul je als jurist ook antwoord dienen te geven. Een van de beste en gelijkertijd vervelendste eigenschappen van juristen is dat ze altijd wel een antwoord hebben. Nu er al enige vraagtekens gezet kunnen worden bij de academische waarde van de rechtenstudie of liever gezegd het gebrek eraan, zoek deze zelf. Een goede algemene kennis en brede interesse zijn onmisbaar voor een geëngageerde studie als rechtsgeleerdheid. Je toekomstige baas zal blij verrast zijn. Maar ook als mens, en zeker als jurist, ben jij beter af. Wil je daarnaast het beetje klasse die een universiteit nog met zich draagt behouden, zul je welhaast genoodzaakt zijn dit te doen. De geplande exodus vanuit de Oudemanhuispoort naar Roeterseiland is al treurig genoeg. Ik denk dat een kleine verandering je al een boel hypocrisie zal schelen voorafgaand aan je eerste sollicitatiegesprek.

#hetwasgeweldig In een tijd waarin het etaleren van het geweldige ‘ikke’ op alles behalve smaakvolle wijze plaats vindt zullen velen tegen ditzelfde dilemma aanlopen. Want ook ik, in al mijn desinteresse, zie foto’s van mensen zwaaiend met ballonnen op een festival dat ‘lekker ging’. Je toekomstige baas is niet gek. Die begrijpt ook wel dat jij, als jonge jurist, in jouw berichtje gewoon heel slim het festival ‘lekker laat gaan’, in plaats van schrijft: Mijn pupillen waren zo groot als struisvogeleieren en ik stond nog net niet te schuimbekken #hetwasgeweldig. Misschien is het los van je carrière ook wel verstandig wat eerder de grens te trekken. Kleine zaken Dat het bijvoorbeeld niet verstandig is opgepakt te worden en al helemaal niet tijdens je rechtenstudie, heb je waarschijnlijk al begrepen. Kun je het toch niet laten, weet dat je strafblad bij kleine vergrijpen na vijf jaar zal worden verschoond (begin dus vroeg). Nu je je nog niet aan gedragscodes dient te houden zijn de grenzen niet heel anders dan die van je medestudenten op de andere faculteiten. Toch denk ik dat het verstandig is om met kleine dingen rekening te houden. Begin in je werkgroep bijvoorbeeld de soms wonderlijke stilte met goede moed te doorbreken. Ik heb sowieso nooit begrepen waarom het er vaak zo schaapachtig aan toe gaat.

nb

nummer 38

|

jaargang 21


Opinie

Bij mij ging het anders

Tekst: Guilliano Serginio

“Ik wil al sinds ik acht jaar oud ben officier van justitie worden”, zegt een meisje zelfverzekerd in mijn werkgroep. Ik kijk haar starend aan en besef dat het bij mij iets minder makkelijk was dan voor andere studenten die in hun ouders voetsporen wilden treden en rechten gingen studeren.

I

k zag mezelf vijf jaar geleden, in tegenstelling tot de meeste studenten aan de FdR, na de middelbare school niet rondlopen op een universiteit. Op mijn 22e stond ik voor een dilemma. Zou ik als late student nog beginnen aan een studie die mij heel erg interesseert of zou ik luisteren naar de adviezen van vrienden die mij aanraadde te gaan werken met het welbekende argument “je ben toch al (te) oud”. Er was een periode in mijn leven dat ik gedemotiveerd door het leven ging en niet uit bed wilde komen, tenzij het het roken van een jointje betrof. In mijn vriendenkring studeerde niemand en was ook niemand dat van plan. Toch wist ik dat het tijd was voor een verandering en dat mijn leven niet enkel kon bestaan uit de Jimmy Woo ‘s nachts en m’n roes uitslapen overdag. Ik trok de stoute schoenen aan en keek online wat rond of er ergens een studie was die bij mij paste.

15

Zo kwam ik terecht bij de grootste bron van verwarring: studiekeuzetesten. Sinds ik had besloten te gaan studeren heb ik wel 100 verschillende keren een studietest gedaan en ik kwam er elke keer weer depressief en verward uit. De resultaten liepen uiteen van Psychologie tot de lerarenopleiding Engels. Geen touw aan vast te knopen dus. Uiteindelijk heb ik naar mezelf geluisterd en voor Rechtsgeleerdheid gekozen. Immers, ik was altijd degene in de klas die het hoogste woord had en de leraar er maar graag op attendeerde wat onze rechten als leerlingen waren, en bovenal wees op zijn plichten als docent. Na twee jaar ingeschreven te staan op de FdR heb ik veel knopen doorgehakt en heb ik afscheid moeten nemen van mijn uitzichtloze milieu. Dit is de beste keuze die ik na lange tijd heb gemaakt en ik heb geleerd dat juiste keuzes nemen vaak te maken heeft met het eigen heft in handen nemen en risico’s durven nemen. Ik liet me te vaak meeslepen in een circuit waarin ik niet thuishoorde. Nu pas voel ik me op m’n plek en laat me niet meer van de wijs brengen. Toch, de dilemma’s zijn de wereld nog niet uit. Zo word je alsnog geteisterd door een aantal moeilijke beslissingen. Een uitwisseling naar het buitenland of niet? Welke master moet ik doen? Een minor, moet dat nou? Gelukkig sla ik mij er wel doorheen, net als al die andere studenten.


Nog niet dood maar al wel weg Tekst: Anna Ida Hudig

16

In 2008 overleed de beroemde Belgische schrijver Hugo Claus door de toepassing van euthanasie. Hij leed al vier jaar aan Alzheimer, een vorm van dementie.1

D

it klinkt tegenstrijdig: hoe is het mogelijk dat iemand euthanasie kan aanvragen als hij dement is, dus wilsonbekwaam? Deze situatie heeft dan ook veel verontwaardiging opgeroepen en er is een grote discussie rond dit ethisch dilemma ontstaan. Het lijkt voorstelbaar dat iemand besluit niet meer te willen leven op het moment hij Alzheimer krijgt. Het idee dat je geestelijk gaat aftakelen en je eigen familie niet meer herkent, is voor de meeste mensen een enorm schrikbeeld. Hoe kun je als arts echter nog euthanasie toepassen als iemand niet meer in staat is om zijn verzoek om euthanasie goed te formuleren? En hoe weet je als arts of familielid of een dement persoon echt lijdt aan zijn dementie?

Euthanasiewet In België is euthanasie bij dementie dus mogelijk, maar hoe zit dit in Nederland? Nederland heeft al een jaar eerder2 een euthanasiewet aangenomen: de Wet Toetsing Levensbeëindiging op Verzoek en Hulp bij Zelfdoding (Wtl, of Euthanasiewet). In artikel 2 lid 1 van deze wet wordt een aantal zorgvuldigheidseisen genoemd waaraan voldaan moet zijn voordat een arts iemand euthanasie mag verlenen. Lid 2 van artikel 2 van de Euthanasiewet richt zich specifiek op personen die niet langer in staat zijn hun wil te uiten, dus wilsonbekwamen. Er mag gesteld worden dat demente mensen wilsonbekwaam zijn, aangezien dementie een hersenaandoening is die leidt tot verwarring en geheugenverlies. Naast een dement persoon kan bijvoorbeeld ook een geestelijk gehandicapte of een comapatiënt onder dit lid vallen. Deze categorieën patiënten mogen, zo lang ze nog wel wilsbekwaam zijn, een schriftelijk verzoek tot levensbeëindiging indienen: een euthanasieverklaring. Zo’n van tevoren opgesteld schriftelijk verzoek zou als het ware het mondelinge verzoek, dat in de toekomst niet meer kan

nb

worden gedaan, kunnen vervangen. Wanneer het gaat om dementie mogen ouderen nog tot in het beginnend stadium van hun dementie een verzoek indienen, zo lang ze dit nog helder weten te formuleren. In dit verzoek laten ze weten in welk stadium van dementie ze niet meer willen leven. De arts dient vervolgens te oordelen of er aan de zorgvuldigheidsvereisten van lid 1 is voldaan. 3 En dat kan voor zo’n arts enorme dilemma’s opleveren. Het eerste zorgvuldigheidsvereiste uit lid 1 van artikel 2 van de Euthanasiewet is dat de arts de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt. Belangrijk hierbij is dat het verzoek vanuit de patiënt komt, en niet dat de familie zich ermee bemoeit. We kunnen er vanuit gaan dat als het schriftelijke verzoek om euthanasie is aangenomen, er op het moment van aanvraag aan deze voorwaarde is voldaan. Toch kan het lastig worden voor de arts als hij bij de inmiddels demente aanvrager op bezoek gaat, en deze zijn verzoek om euthanasie helemaal lijkt te zijn vergeten. Of als de aanvrager zegt niet langer dood te willen. Als arts kun je dan in een hele benarde positie worden geplaatst. Het gaat hier om een kwestie van leven of dood en een foute beslissing kan letterlijk fataal aflopen. De arts moet uitkijken dat hij zich niet op het gebied van artikel 293 van het Wetboek van Strafrecht gaat begeven. Dit artikel verhindert dat iemand – buiten de in artikel 2 van de in de euthanasiewet genoemde zorgvuldigheidsvereisten – de doodswens van een ander tegemoet komt en deze om het leven brengt. Naast een enorm schuldgevoel zou een verkeerde beslissing een arts dus ook nog een celstraf kunnen opleveren. Goed. De eerste voorwaarde van artikel 2 lid 1 van de Euthanasiewet brengt al een hoop moeilijkheden met zich mee, maar ook de tweede voorwaarde kan het erg lastig voor de arts maken. De tweede voorwaarde houdt namelijk in dat de arts de overtuiging moet hebben gekregen dat er sprake is van een ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dit kan heel duidelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand nergens meer toe in staat is en alleen maar zit weg te kwijnen in een hoekje. Het komt echter ook voor dat oude mensen de hele dag liedjes gaan zingen of enthousiast over jeugdherinneringen beginnen te praten. Als zo’n situatie zich voordoet, lijkt het haast onmenselijk om iemand een spuitje te geven. Zelfs als diegene er van tevoren uitdrukkelijk om heeft gevraagd.

nummer 38

|

jaargang 21


VeRDiepinG

Chabot en Brongersma Al v贸贸r de totstandkoming van de Euthanasiewet zijn er gevallen bekend waarbij een arts euthanasie heeft verleend. Bijvoorbeeld in de zaak-Chabot in 1994. Toen bood de psychiater B.E. Chabot een zwaar depressieve 50-jarige vrouw hulp bij zelfdoding. Ze was gescheiden en haar twee zoons waren overleden en de vrouw zag niet meer in dat het leven enigszins beter zou kunnen worden. Chabot vond dat het niet ging om een psychische stoornis (dus ze was nog wilsbekwaam) en deed een beroep op overmacht4. Dit beroep werd door de rechtbank gehonoreerd. De rechtbank oordeelde dat de oorzaak van het lijden en de stervensfase in beginsel niet relevant zijn bij de vraag of er sprake is van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden, en vond dat Chabot voldoende zorgvuldig te werk was gegaan. De Hoge Raad was het deels eens met de rechtbank, maar vond dat Chabot zijn pati毛nte door een tweede psychiater had moeten laten onderzoeken. Dit is ook een van de zorgvuldigheidsvereisten in de Euthanasiewet. Derhalve werd Chabot schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Bijzonder is dat in deze zaak voor het eerst een onderscheid wordt gemaakt tussen psychisch en lichamelijk lijden. 5 Een andere belangrijke zaak was de zaak Brongersma. De voormalig PvdA-senator E. Brongersma was levensmoe

en vond dat hij ondraaglijk leed. Hij stierf in 1998 door medicijnen die zijn huisarts hem had toegediend. Maar valt levensmoe zijn wel onder ondraaglijk en uitzichtloos lijden? De rechtbank vond van wel, maar het OM was het hier niet mee eens en stelde een vervolging in tegen de huisarts. Het Hof en de Hoge Raad oordeelden dat er geen sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dit werd een helder criterium voor artsen. 6 Els Borst Op 1 april 2002 trad de Euthanasiewet in werking.7 Els Borst, oud-minister van Volksgezondheid, vertelt in een lezing8 over dementie en Alzheimer in relatie tot de mogelijkheid van euthanasie, over de motieven van de wetgever bij het schrijven van de Euthanasiewet. Deze wet was in de eerste plaats bedoeld voor mensen die lijden aan een ernstige lichamelijke ziekte die onherroepelijk tot de dood gaat leiden en waarbij een situatie kan ontstaan waarin dat lijden uitzichtloos en ondraaglijk is. Denk bijvoorbeeld aan kanker, hart- en longziekten of ALS: ziektes waarbij mensen geestelijk gezond zijn en nog in staat om hun wil aan de arts duidelijk te maken.Voor de arts zal het dan niet moeilijk zijn om hun verzoek in te willigen, zo lang aan de zorgvuldigheidsvereisten voor euthanasie is voldaan.

17


18

Het wordt echter veel ingewikkelder wanneer het gaat om geestelijke aftakeling. Onder de 4188 meldingen van euthanasie in 2012, waren er slechts 42 gevallen van euthanasie bij dementerende patiënten.9 Toch, zo lichtte Els Borst toe in haar lezing, hebben minister Korthals en zij bij de wetsbehandeling in de Tweede Kamer uitdrukkelijk gesteld dat euthanasie bij dementie én hulp bij zelfdoding bij onbehandelbare depressies binnen deze wetsartikelen wel mogelijk zijn. Els Borst verklaart verder dat hierbij vooral gekeken dient te worden naar de twee criteria ontluistering en verlies van waardigheid; twee criteria die niet letterlijk in de wet worden genoemd. Zij stelt voor dat mensen in hun wilsverklaring zo duidelijk mogelijk formuleren in welk stadium van dementie ze dood willen. Als ze angstig zijn? Als ze geen familieleden meer herkennen? Of misschien wanneer ze incontinent worden? In sommige gevallen zitten mensen in het beginstadium van dementie, maar kunnen ze al ondraaglijk lijden aan het vooruitzicht van geestelijke aftakeling. Bij de behandeling van de Euthanasiewet in de Tweede Kamer heeft het kabinet bepaald dat ook het vooruitzicht van het lijden in de zin van de wet beschouwd kan worden als ondraaglijk en uitzichtloos lijden.10 Tweestrijd Of Hugo Claus vóórdat hij dement werd zijn wilsverklaring heeft afgelegd, of in het vroege stadium van zijn Alzheimer, is niet duidelijk. In ieder geval mag worden aangenomen dat hij nog wilsbekwaam was. Maar de vraag blijft daarnaast: valt dementie of het vooruitzicht van dementie nu onder ondraaglijk lijden? Els Borst zegt in haar lezing van wel: ‘als je mensen met Alzheimer goed observeert, zie je eigenlijk de situatie dat iemand permanent angstig is en volkomen

nb

gedesoriënteerd is.’ Dit levert volgens haar een angstbeeld op dat wel degelijk als ondraaglijk lijden kan worden gedefinieerd. De Euthanasiewet staat toe om zelfdoding te verlenen bij mensen die dement worden of al dement zijn. Dit is de theorie, maar in praktijk het is aan de arts om te bepalen of iemand ondraaglijk lijdt en tot in welk stadium van dementie hij nog wilsbekwaam is. De vraag blijft of hier echt concrete regels voor te stellen zijn. Er zullen zich altijd gevallen blijven voordoen waarin het onduidelijk is of iemand nog in staat is zijn wil te tonen, dus een dilemma voor arts en familie zal euthanasie bij dementie altijd blijven.

Noten 1 Wilfred van der Bles, ‘Zachte dood mag bij begin van dementie’, Trouw 31 maart 2008. Zie ook <http://www.trouw. nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1248319/2008/03/21/ Zachte-dood-mag-bij-begin-van-dementie.dhtml>. 2 De Euthanasiewet is op 1 april 2002 in werking getreden: Stb. 2002, nr. 165. 3 Kamerstukken II 2013/14, 32 647, nr. 30, p. 2-3. 4 Artikel 40 Wetboek van Strafrecht. 5 HR 21 juni 1994, NJ 1994, 656 (Chabot). 6 HR 24 december 2002, NJ 2003, 167 (Brongersma). 7 Stb. 2002, nr. 165. 8 Els Borst over dementie en Alzheimer in relatie tot de mogelijkheid van euthanasie, lezing bij het afscheid van Dick Swaab als hoogleraar neurologie, 17 juni 2010. 9 Regionale toetsingscommissies euthanasie, jaarverslag 2012, p. 7-8. 10 Kamerstukken II 1998/99, 26 691, nr. 3.

nummer 38

|

jaargang 21


VeRDiepinG

Zeurpiet of Niet Tekst: Mischa Marchi

Het nieuwe studiejaar is gestart. De geur van vers beplakte nieuwe wetboeken vult de relatief volle collegezalen. Ondanks een sporadische zonnige dag is er door het aanhoudende slechte weer alweer sprake van een prille herfst. Fervente zomeraanhangers bibberen nog in ontkenningsfase met korte broeken op de fiets. De eerste verdorde blaadjes luiden echter, behalve een nieuw jaargetijde, ook de terugkeer van de discussie rond Zwarte Piet in.

D

e discussie die bij menig persoon ongewild onder de huid is gaan zitten krijgt uiteraard nog een staartje. Warenhuizen, supermarkten en schminkproducenten wachten met angst en ongeduld op de uitkomst van dit debat. Deze discussie over het spanningsveld tussen fundamentele vrijheden en verboden vormt een indrukwekkend sluitstuk van het publieke debat in een multiculturele democratische rechtsstaat. Grootheden als Niccolò Machiavelli, John Locke, Dwight Eisenhower en Martin Luther King zijn door het stof gegaan zodat wij anno 2014 het Zwarte Pieten-dilemma op kunnen lossen. Voorkomen Zwarte Piet als Negatief Stereotype Alvorens in te gaan op de inhoud is het zaak om het spel en de spelers van de discussie te duiden. Het spel ziet toe op de rol die Zwarte Piet vervult in het Sinterklaasfeest. De rode draad betreft de vraag of de persoon Zwarte Piet al dan niet een negatieve stereotypering van zwarte mensen met zich meebrengt. De spelers van dit spel hebben zich naar mijn mening opgedeeld in vier kampen. Het eerste kamp is het contra-Zwarte Pietenkamp. Dit kamp bestaat voornamelijk uit de, met de politiek correcte term aangeduide, nakomelingen van de eerste generatie Spaans-Afrikaanse expats. Zij menen dat Zwarte Piet een negatieve stereotypering van zwarte mensen is. Dit idee wordt onderbouwd door te wijzen op het stereotype voorkomen van Zwarte Piet – de rode lippen, zwarte krullen en grote oorbellen – en zijn gebroken Nederlands. Ook de dienende en ondergeschikte rol die

Zwarte Piet vervult zou rolbevestigend zijn. De met snoepgoed gooiende joviale knecht, die echter van oudsher in loondienst staat, zou hierdoor tegen de historische achtergrond van de slavernij geplaatst zijn. Tegen dit kamp heeft zich een fel pro-Zwarte Pietenkamp gevormd. Dit kamp is erg divers en heeft meer en minder extremistische leden. De leden verschillen van mensen die niet van verandering houden tot mensen die nog zwarte schmink over hadden van voorgaande jaren. Hun argumenten lopen uiteen van: “Zwarte Piet is zwart doordat hij door de schoorsteen moet” tot “Als het hen niet bevalt dan moeten ze maar terug naar hun eigen land”. Het derde kamp, dat erg weinig aanhang heeft, is het Mark Rutte-kamp. Dit kamp volhardt in het feit dat Zwarte Piet geen negatieve stereotypering van zwarte mensen met zich meebrengt en dat zwarte mensen juist blij moeten zijn met Zwarte Piet, volgens Mark Rutte op de nucleaire top, omdat de vrienden van Mark Rutte op de Nederlandse Antillen “don’t have to paint their faces”. Het vierde kamp bestaat uit mensen, die zich bewust of onbewust afzijdig houden van de discussie. Velen van hen kijken met lede ogen naar de andere kampen. Menig jurist schaarde zich onder dit vierde kamp totdat de rechtbank van Amsterdam op 3 Juli 2014 een vonnis velde 1 over het besluit op het bezwaar van de gemeente Amsterdam betreffende de vergunning voor de intocht van Sinterklaas van dit jaar. Juridisch Licht op de Discussie Wanneer men het samen namelijk niet kan oplossen komt vrouwe Justitia om de hoek kijken om haar juridisch licht op het dilemma te schijnen. De eisers hadden eerst bezwaar ingediend tegen de verlening van de intochtsvergunning, omdat onder de huidige vergunning de persoon Zwarte Piet onaangetast bleef. De gemeente verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de eisers het besluit aanvochten bij de rechtbank. Ironisch genoeg werden de blanke eisers niet-ontvankelijk verklaard wegens hun huidskleur. Het beroep op het IVRK werd ook niet-ontvankelijk verklaard aangezien de eisers geen kinderen waren en geen kinderen vertegenwoordigden. Het beroep op artikel 1 Gw en het IVUR werd ongegrond verklaard aangezien er geen sprake

19


20

is van ongelijke behandeling naar ras. De intocht is namelijk voor één ieder toegankelijk. 2 Het beroep op artikel 3 EVRM (folterverbod) werd eveneens ongegrond verklaard aangezien er niet genoeg ernst in de zaak was om het als foltering aan te merken. Het beroep op artikel 8 EVRM (recht op privéleven) werd wel gegrond verklaard. 3 Het recht op privéleven omvat namelijk ook de sociale identiteit van een persoon volgens EHRM Aksu vs. Turkey 4: “The Court reiterates that the notion of “private life” within the meaning of Article 8 of the Convention is a broad term not susceptible to exhaustive definition. The notion of personal autonomy is an important principle underlying the interpretation of the guarantees provided for by Article 8. It can therefore embrace multiple aspects of the person’s physical and social identity. The Court further reiterates that it has accepted in the past that an individual’s ethnic identity must be regarded as another such element in particular, any negative stereotyping of a group, when it reaches a certain level, is capable of impacting on the group’s sense of identity and the feelings of self-worth and self-confidence of members of the group. It is in this sense that it can be seen as affecting the private life of members of the group.” 5 Er moet aldus eerst worden gekeken of er sprake is van negatieve stereotypering van de zwarte mens en of dit een zekere mate van ernst heeft. De rechtbank besloot dat het uiterlijk van Zwarte Piet, het feit dat hij gebroken Nederlands spreekt en de rol van knecht vervult aanleiding geeft tot het aannemen van negatieve steretypering en dat deze negatieve stereotypering een zekere mate van ernst heeft 6. Hierbij verwees de rechtbank naar een oordeel van het College van de Rechten van de Mens en een steekproef onder de inwoners van Amsterdam. De verlening van de intochtsvergunning levert dus een inbreuk op artikel 8 EVRM op. Hiermee is de zaak echter nog niet afgedaan. De inbreuk kan namelijk een rechtvaardigingsgrond hebben. Hierbij moet het belang van de eisers worden afgewogen tegen het algemeen Nederlands belang. De rechtbank wilde hierbij geen bestuurlijke lus inzetten en droeg de gemeente Amsterdam op het besluit binnen zes weken te herzien. De gemeente Amsterdam is tegen dit besluit in beroep gegaan, omdat zij van mening is dat de rechtbank gebruik heeft gemaakt van een

nb

verkeerd toetsingskader. Volgens de gemeente kan een evenementvergunning enkel worden getoetst aan de openbare orde en veiligheid en kan er geen inhoudelijke beoordeling plaatsvinden. Tot die tijd zal de gemeente echter een nieuw besluit moeten nemen met de uitspraak van de rechtbank. Door de belangenafweging blijft het echter goed mogelijk dat de intocht maar beperkt of niet wordt aangepast. Burgemeester Eberhard van der Laan, de eisers en het Amsterdamse Sinterklaascomité zitten echter al rond de tafel om samen tot een oplossing te komen. 7 Discriminatie bij kinderfeest De vaststelling van de rechtbank dat er bij de huidige vorm van de intocht sprake is van een inbreuk op artikel 8 EVRM geeft het anti-Zwarte Pietenkamp voorlopig niet meer dan symbolische erkenning. Het hoger beroep, de gesprekken met het Sinterklaascomité en het nieuwe besluit dat Van der Laan zal moeten nemen op het bezwaar zullen uitwijzen hoe de intocht van 2014 eruit zal zien. Vooralsnog lijkt het erop dat grote veranderingen in de rol van Zwarte Piet uitblijven. Verkopers van feestartikelen nemen wel alvast het zekere voor het onzekere en passen hun productie aan. De verschillende kampen zullen de komende maanden allemaal tevreden moeten worden gehouden. Waar de kinderen in dit hele verhaal voorkomen blijft onduidelijk. Dat komt uiteraard omdat zij discriminatie nog niet helemaal begrijpen. Het is dan dus logischerwijs noodzakelijk om discriminatie uit te bannen op een feest voor kinderen, die discriminatie nog niet kunnen identificeren.

Noten 1 RB Amsterdam, 3 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3888 2 EHRM, 15 Maart 2012, Aksu vs. Turkey, nr. 4149/04 3 EHRM, 15 Maart 2012, Aksu vs. Turkey, nr. 4149/04, r.o. 12.2 4 EHRM, 15 Maart 2012, Aksu vs. Turkey, nr. 4149/04, r.o. 15.6 5 EHRM, 15 Maart 2012, Aksu vs. Turkey, nr. 4149/04, r.o. 58 6 EHRM, 15 Maart 2012, Aksu vs. Turkey, nr. 4149/04, r.o. 15.8 t/m 15.12 7 <h t t p: // w w w. a m s t e r d a m. nl /ac tue el /per sberichten / persbericht _actueel/@791258/ besluiten-gemeente>

nummer 38

|

jaargang 21


VeRDiepinG

Virtuele vrienden met collega’s en baas No go of Yes please? Tekst: Nicky Willemsen

Het aantal Facebookgebruikers is ook in 2013 weer gestegen. Uit cijfers van het Nationale Sociale Media Onderzoek 2014 blijkt dat 8,9 miljoen mensen in Nederland gebruik maken van Facebook.1 Jong en oud is te vinden op dit platform. Studenten, basisschoolvrienden maar ook collega’s worden met elkaar verbonden.

N

atuurlijk wil je zelf de controle houden over je eigen profiel. Daarom kan het wel eens vervelend zijn wanneer kennissen je toevoegen op Facebook en jij ze geen kijkje wil geven in je “privéleven”. Maar hiervoor is al snel een oplossing gevonden: het vriendschapsverzoek niet accepteren. Toch zijn er ook vriendschapsverzoeken die je eigenlijk niet kan weigeren, zoals die van je leuke collega’s. Binnen vooraanstaande advocatenkantoren zal het misschien een no go zijn om elkaars virtuele vriend te worden, maar het ligt heel anders wanneer je bij een bedrijf werkt waar een informelere sfeer heerst. Wat moet je nu doen als je toch dat vriendschapsverzoek krijgt van je collega, of zelfs van je baas? Het zijn natuurlijk wel de mensen waarmee je verplicht omgaat op je werk en waarmee je waarschijnlijk ongemerkt veel persoonlijke verhalen deelt.

‘Piet is vrienden geworden met zijn baas’ – 23 minuten geleden Uit een studie naar Facebook en werkrelaties blijkt dat werknemers een vriendschapsverzoek ervaren als een kans om hun relatie met hun baas buiten de werkplaats nog meer te versterken,2 dit geldt met name voor de Generatie Y. Dit zijn personen die tussen 1980 en 2000 zijn geboren. Deze generatie deelt veel informatie over hun persoonlijke leven op platforms als Facebook. Maar wat zijn nu precies de voordelen van bevriend zijn met werkrelaties? Personen die hun leidinggevende toevoegen op Facebook ervaren het werk als prettiger, zijn doorgaans

loyaler naar hun baas en tonen meer respect.3 Zo kan een vriendschapsverzoek onder meer leiden tot een positievere blik met betrekking tot het werkklimaat. Daarnaast kan Facebook ook gezien worden als een plaats waar het netwerk van een werknemer uitgebreid kan worden. Dit gegeven speelt wellicht ook mee bij het accepteren van het vriendschapsverzoek. Hierdoor vervaagt de grens tussen werk en privé steeds meer. Toch kun je de “schade” ook beperken wanneer een collega of leidinggevende virtuele vrienden met je is geworden. Zo kun je content blokkeren voor bepaalde vrienden: je kunt ervoor kiezen om alleen statusupdates zichtbaar te maken en bijvoorbeeld foto’s niet te laten zien. Het motto van Facebook blijft echter wel like and share, en alles wegfilteren: wil je dat wel? Facebook is bij uitstek hét middel om op te scheppen over je geweldige leven.

21


22

‘U heeft het vriendschapsverzoek van uw baas geweigerd’ Er zijn ook mensen die vinden dat werk en privé strikt gescheiden moeten blijven. Collega’s zijn immers niet je vrienden, maar je collega’s. Je presenteert je op je werk op een andere manier dan wanneer je met je vrienden in de kroeg staat. Je gedraagt je vaak anders wanneer je onder de mensen bent. Dit heet ook wel de onstage performance en deze is verschillend per sociale situatie. De tegenhanger is de offstage performance: je hangt bijvoorbeeld in een trainingsbroek voor de televisie, niet al te flatteus.4 Op Facebook wordt de meest positieve versie gepresenteerd. Toch kun je bij jezelf nagaan of je wel wil of je baas die leuke party pics ziet. Dit kan natuurlijk je onstage performance die je op de werkplaats hebt beïnvloeden. Het kan zo zijn dat je graag één collega wilt toevoegen als vriend. Het kan echter in je voordeel zijn om te bepalen waar de grens ligt. Is het wel oké om één collega toe te voegen, maar het verzoek van anderen en je baas af te wijzen? Ze kunnen immers via de netwerksite zien dat jij vrienden bent geworden met die ene collega. Grenzen trekken Vriendschapsverzoeken kunnen daarnaast vragen over privacyschending oproepen.5 Zeker wanneer het accepteren van een vriendschapsverzoek onder druk gebeurt. Stel dat de hierboven beschreven situatie werkelijkheid wordt: je wordt vrienden op Facebook met één collega. Hierdoor stromen andere vriendschapsverzoeken van collega’s binnen en word je hierover aangesproken op je werk. Zo word je min of meer gedwongen om vrienden te worden met je co-workers. Alles onzichtbaar voor hen maken is onmogelijk: ze zijn heel open tegenover elkaar en praten volop over hun activiteiten op Facebook. Om dit soort situaties te voorkomen is het van belang dat je duidelijk een grens trekt. Tevens is het goed om bij jezelf na te gaan hoe je gedrag op sociale media is. Ben jij iemand die graag klaagt over je werk? Of iemand die in dronken buien van alles online post? Dan is het vrij duidelijk dat je geen virtuele vrienden hoeft te worden met co-workers. Zo worden bijzonder ongemakkelijke situaties voorkomen en blijf jij de perfecte werknemer.

nb

Noten 1 <http://www.marketingfacts.nl/berichten/nationalesocialmediaonderzoek 2014>. 2 Joy van Eck Peluchette, Katherine Karl, Jason Fertig, ‘A Facebook ‘friend’ request from the boss: Too close for comfort?’, Business Horizons Vol. 56, nr. 3, 2013, p. 294. 3 Joy van Eck Peluchette, Katherine Karl, Jason Fertig, ‘A Facebook ‘friend’ request from the boss: Too close for comfort?’, Business Horizons Vol. 56, nr. 3, 2013, p. 294. 4 Joy van Eck Peluchette, Katherine Karl, Jason Fertig, ‘A Facebook ‘friend’ request from the boss: Too close for comfort?’, Business Horizons Vol. 56, nr. 3, 2013, p. 293. 5 Bethany D. Frampton, Jeffrey T. Child, ‘Friend or not to friend: Coworker Facebook friend request as an application of communication privacy management theory’, Computers in Human Behavoir, Vol. 29, nr 6, 2013, p. 2258.

nummer 38

|

jaargang 21


VeRDiepinG Tekst: Kim Hogewoning

Waarschijnlijk is het jou als rechtenstudent ook weleens opgevallen dat je, sinds je studeert, een andere kijk op bepaalde gebeurtenissen hebt gekregen. Een overeenkomst zal nooit meer hetzelfde zijn en ‘ik ga akkoord met de algemene voorwaarden’ maakt je lichtelijk nerveus. Ondanks dat je nu beter op de hoogte bent van wat je rechten zijn, is het leven er niet altijd relaxter op geworden.

Wat te doen met mijn rechten?!

J

e denkt altijd drie juridische stappen verder dan ‘normale’ mensen en daarbij wil jij, als goede rechtenstudent, natuurlijk wel je opgedane kennis in de praktijk brengen. Het dilemma waar jij en ik als rechtenstudenten dan ook dagelijks mee te maken hebben, is of wij ons recht ook daadwerkelijk willen halen of dat we het er lekker bij laten zitten zoals we dat ‘vroeger’ deden. Online koopovereenkomst Iedereen uit onze generatie heeft weleens online een koopovereenkomst gesloten. Nadat je al je persoonlijke gegevens hebt ingevuld, wil je op ‘volgende stap’ klikken om de betaling van je droomtruitje af te ronden. Helaas, op de pagina verschijnt een rode balk ‘U dient eerst de algemene voorwaarden te accepteren’. Voordat je rechten studeerde geloofde je het allemaal wel en klikte je zonder na te denken op het vinkje. Nu zijn de tijden veranderd, je hebt de vakken contractenrecht en consumentenrecht afgerond en je weet daardoor dat er cruciale dingen in de algemene voorwaarden kunnen staan. Je vindt dat je ze eigenlijk moet lezen, maar tegelijkertijd ga je er vanuit dat het bij een bekend bedrijf toch wel goed zal zitten. Ondanks de twijfel ben je te lui om ze te lezen en klik je door. Een week later ontvang je dat superleuke truitje thuis. Wat blijkt? Er zit een grote scheur in het truitje en de verpakking is stuk. Je belt het bedrijf op omdat je je geld terug wilt, maar tot je grote verbazing verwijst de dame aan de telefoon je naar de algemene voorwaarden waarin staat dat zij als bedrijf in het geheel niet aansprakelijk zijn voor dergelijke schade en dat terugsturen geen mogelijkheid is. Terwijl veel mensen zullen berusten in dit beding uit de algemene

voorwaarden, weet jij beter. Dit is een typisch geval van een non-conform product en het beding is hoogstwaarschijnlijk onredelijk bezwarend. Leuk allemaal, je weet theoretisch gezien wat je recht is, namelijk je geld terugkrijgen en veertien dagen bedenktijd, maar heb je op de universiteit ooit geleerd hoe je hier in de praktijk mee om moet gaan? Ik niet. Totdat ik bij de rechtswinkel ging werken. Ik moet daar wekelijks voor cliënten problemen van deze aard oplossen en ik ben het daarom wel gewend om voor anderen brieven te schrijven. Een bekend bedrijf waar veel online gekocht wordt staat ver van je af, dus de drempel om een boze (aangetekende) brief namens jezelf te sturen, is niet al te hoog. Je vertelt ze waar je recht op hebt, geeft ze een termijn van 14 dagen om het geld terug te storten en je belooft het truitje terug te sturen. Maar stel dat je na een maand nog niks van het bedrijf vernomen hebt. Zodra je ze opbelt laten ze

23


24

weten dat ze weigeren mee te werken waardoor je voor een lastige keuze komt te staan: ga ik een ingebrekestelling sturen en zo nodig procederen of is die € 29,95 me niet zoveel tijd en geld waard. Ondanks dat de kantonrechter de partij die ongelijk heeft gekregen kán veroordelen tot betaling van de kosten van de tegenpartij (kostenveroordeling)1, is het maar de vraag of de kosten opwegen tegen de baten. Alleen het griffierecht kost namelijk al € 77,00. 2

‘Het is de vraag hoe belangrijk je het vindt om gelijk te krijgen’ Huurbaas Toch is dit een makkelijkere situatie dan wanneer je te maken hebt met je huurbaas. Niet alleen ik, maar ook veel vrienden en cliënten van de rechtswinkel hebben te maken met lastige huiseigenaren. Amsterdams probleempje, denk ik. Als er cliënten van de rechtswinkel problemen hebben met hun huiseigenaar weet ik altijd precies hoe ik ze kan helpen. Als onderhandelen niet meer helpt, schrijf ik wel even een aangetekende brief met juridische onderbouwing, geen probleem. Beseffende dat hun relationele verhouding toch al ernstig verstoord is, kan een brief er ook nog wel bij, toch? De vraag is of mensen weten waar ze aan beginnen zodra ze een geschil juridisch vorm gaan geven en of zij niet liever op zoek gaan naar een ander huisje omdat het er in de toekomst niet gezelliger op zal worden. De partij waarmee je te maken hebt, staat ineens veel dichter bij je dan het bedrijf waar je je truitje hebt besteld. Je weet dat

nb

je recht hebt op een goed werkende centrale verwarming, want daar heb je immers voor getekend. Maar als de spanningen al hoog zijn opgelopen, is het de vraag of je nog wel juridische stappen durft te ondernemen. Voor mijn cliënten weet ik het antwoord wel: ik zal ze gelijk laten krijgen, maar voor mezelf ben ik er nog niet uit. Het gaat nu niet meer om een bedrag van € 29,95, maar over een dak boven je hoofd. Mijn vorige huisbaas dreigde met ongekende sancties als ik ook maar één stap in de richting van de rechter zou doen. Daar werd ik eerlijk gezegd wel een beetje bang van. Ik heb dus de keuze gemaakt om een ander huis te zoeken, maar sommigen houden voet bij stuk en willen procederen. Het is dus de vraag hoe belangrijk je het vindt om je gelijk te halen. Deze keus laat ik dus ook altijd aan mijn cliënten over. Als het gaat om een dak boven je hoofd is de € 77,00 griffierecht misschien wel een goede investering, maar hier staat tegenover dat de verhouding met je huurbaas voor altijd ernstig verstoord zal zijn. Concluderend kan ik stellen dat het best leuk is om te weten waar je recht op hebt en hoe je je recht kunt halen, maar dat het in de praktijk niet betekent dat gelijk hebben het ook waard is om gelijk te willen krijgen.

Noten 1 ‘Kostenveroordeling’, De Rechtspraak, 13 september 2014, http://www.rechtspraak.nl/Naarde-rechter/Kantonrechter/ Kosten/Pages/Kostenveroordeling.aspx 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken, bijlage

nummer 38

|

jaargang 21


25


Verslag van een exchange naar New York City

26

“This will be the best year of your life” Tekst: Bastiaan Loopstra

Een exchange begint met afscheid nemen van vrienden en familie. Dan vliegen; landen in New York City met een jetlag. De eerste week waren er weinig verplichtingen, maar moest ik wel op zoek naar een kamer. Upper West Side, Lower East Side, Midtown, Harlem, Brooklyn. Waar wil je wonen? De tweede week moesten we veel op de universiteit zijn (wel steeds gratis lunch), maar toen had ik tenminste de zekerheid van een dak boven mijn hoofd. Ik zou graag zeggen dat ik me de derde week “pas echt thuis voelde”, maar eerlijk gezegd zoek ik nog steeds dat geruststellende gevoel van zekerheid en planning dat ik associeer met ‘thuis’. Ik ben nu vier weken in New York en ken het metronetwerk uit mijn hoofd, weet waar je $0.99 pizza kunt halen en kan je een rondleiding geven door onze bibliotheek van drie verdiepingen. Maar is het ook, zoals de pr-praatjes beloofden, “THE BEST YEAR OF YOUR LIFE”?

nb

nummer 38

|

jaargang 21


STUDie

LL.M.’s Gastor is 38, heeft een zoon van mijn leeftijd en komt uit Venezuela. Hij begint en eindigt iedere zin die hij uitspreekt met een welgemeende “okay”, zodat je weet dat je rustig achterover kunt leunen om iets zinnigs te maken van zijn hakkelende Engels. Merav is een getrouwd meisje van 27 uit Israël en heeft vóór haar studie in het leger gevochten. Ze is zo gesteld op haar kat dat ze hem heeft meegenomen uit Tel Aviv door hem de gehele vliegreis in een kooi tussen haar benen te klemmen. Gian-Carlo heeft een Italiaanse naam maar is 100 procent Duits. Tijdens het uitgaan was een aantrekkelijk Amerikaans meisje zó van hem onder de indruk dat ze hem na een halfuurtje kletsen bloedserieus uitnodigde om met haar het bed te delen. Dit zijn slechts enkele anekdotes van mijn klasgenoten, de “LL.M.’s” (dat is min of meer het Amerikaanse equivalent van masterstudenten Rechten). De LL.M.’s van Cardozo School of Law zijn bijna allemaal buitenlands: slechts drie Amerikanen in een groep van 28. Net als ik zijn ze recent aangekomen in de stad en vrij van de beslommeringen van ‘thuis’. Als je voorstelt om naar een feest of een wedstrijd van de Yankees te gaan, wordt er steevast enthousiast gereageerd.

Ik heb een vak in intellectueel eigendomsrecht genomen, Copyright, want daar is mijn universiteit in gespecialiseerd. Verder twee vakken over internationaal humanitair recht (oorlogsrecht dus), een introductie in Amerikaans recht en een praktijkgericht vak dat je leert om met cliënten om te gaan, Interviewing and Counseling. Geen al te zwaar pakket, omgerekend 27,5 ECTS, want het moet wel leuk blijven. Maar niettemin zit ik gemiddeld vier dagen per week van 10.00 tot 20.00 uur ofwel in college ofwel in de bibliotheek, mijn lessen voor te bereiden. Want we krijgen veel leerstof voorgeschreven en het heeft simpelweg geen zin om onvoorbereid naar de les te komen. Je móet voorbereid naar de les komen, anders kun je jezelf niet trainen in het argumenteren. De stof is niet ingewikkelder dan in Amsterdam, maar je wordt geacht er als een volleerd advocaat naar te kijken: dát maakt het lastig. Of het nu komt door de torenhoge schuld die Amerikaanse studenten opbouwen (een jaar Cardozo kost normaal $50.000) of door een verschil in cultuur: er wordt hier hard gestudeerd. Iedereen is up to date. Eerlijk gezegd is het een verademing als je van een rechtenfaculteit komt waar het gros van de mensen zo min mogelijk tijd aan zijn studie spendeert!

Het Common Law systeem in de VS verschilt in zoverre van de Nederlandse Civil Law, dat de wet in grote mate geschreven wordt door rechters in plaats van door de wetgever. Aan het begin van het jaar krijg je geen wettenbundel, maar een omvangrijk casebook vol jurisprudentie. Waar in Nederland iedere jurist bekend is met een ‘6:162’, wordt je hier geacht de namen van zaken een plaats te geven in je juridische vocabulaire. Na twee jaar wetten doorspitten is het een verfrissende manier van studeren, want je bent veel meer bezig met ‘verhalen’ en argumenten dan in Nederland. Je wordt actief aangemoedigd om vraagtekens te zetten bij de uitspraken van de rechters. Is er een goede beslissing genomen? Hoe verhoudt het zich tot eerdere uitspraken? Amerikanen worden niet zozeer tot juristen, maar direct tot advocaten opgeleid. En zo gedragen ze zich ook: al mijn klasgenoten zijn uitstekend voorbereid en zeer eloquent. Zelfverzekerd overkomen is hier belangrijker dan gelijk hebben. Als ze het woord krijgen, preken ze vastberaden over hun kijk op de zaak, ook al is het er een die weinig stand houdt.

Van Amsterdam naar New York City in twee jaar Als je bij mijn universiteit naar buiten loopt (na sluitingstijd van de bieb, uiteraard), zie je rechts het Empire State Building en links de Freedom Tower (ter vervanging van het verwoeste World Trade Center en momenteel het hoogste gebouw van de Verenigde Staten). Als je drie blokken doorloopt kom je in Washington Square Park, waar Obama in 2007 een gigantische menigte op de been wist te brengen voor een politieke rally. Nu stikt het er van de studenten (Cardozo zit direct naast het grote complex van New York University en het jonge The New School, niet toevallig allemaal in de buurt van ‘University Place’). Er is altijd een muzikaal optreden, vaak van hoog niveau, en je kunt er altijd aanschuiven voor een potje schaak. Maar wat het park vooral bijzonder maakt is de enorme verscheidenheid aan mensen die je er vindt. Zwart, wit, Latino en Aziatisch; jong, oud en bijna dood; als gezin of gewoon alleen, haastig of ontspannen, genietend of gestrest. Het park heeft een centrale locatie in de stad en is voor veel mensen een achter-

27


tuin. Of je nu een hipster bent en een rustig plekje zoekt om Nietsche te lezen, of een drukke moeder die haar kinderen even wil laten spelen terwijl ze op een bankje zit: dit is waar je moet zijn.

28

Ik heb geluk dat ik in New York mag wonen. De aanmelding bij de UvA was een hel, jazeker, maar niettemin is het relatief makkelijk om toegelaten te worden. Als je al je vakken haalt in de eerste anderhalf jaar van je studie, gemiddeld een 7 of hoger staat en een goede motivatiebrief kan schrijven, ben je binnen. Ik kan het iedereen aanraden. Vorig jaar waren er 15 plekken voor New York, en er moest een tweede aanmeldingsronde worden georganiseerd om alle plekken vol te krijgen! Met andere woorden: iedereen die zich aanmeldde is toegelaten! Niemand weet zeker waarom het animo zo laag was, maar iedereen heeft vermoedens. Zo bestaat er het beeld dat de Honours-groep voorrang zou krijgen voor plekken in New York, maar dat is zeker niet waar. Ik zit zelf in de Honours groep, en het enige voordeeltje dat wij hadden was een extra informatie-uur met de coördinator van het buitenland-programma, omdat wij als Honours-studenten geacht werden om voor de beste buitenlandplekken in aanmerking te komen. Maar ook mensen buiten de Honours kunnen hun cv oppimpen en solliciteren. Het is een beetje eng en onwerkelijk om naar een lange lijst met universiteiten te kijken, in andere landen en op andere continenten, en er dan eentje uit te kiezen waar je nog nooit van gehoord hebt, om daar vervolgens al je tijd en energie in te steken. De aanmeldingsprocedure is een lange weg vol formulieren, verklaringen, handtekeningen, en andere administratieve rompslomp. Maar er is één heel eenvoudige reden om het toch te doen: je moeite wordt beloond. Na maanden van voorbereiding neem je het vliegtuig, en vier je kerstmis op het strand van Australië, treed je in de voetsporen van Amerikaanse presidenten op Ivy League-universiteiten of ontmoet je juristen van over de hele wereld op de leukste rechtenfaculteiten van Europa. Alles is mogelijk. Als je twijfels hebt: maak een afspraak met Martha van Oosterom, de buitenland-coördinator die altijd voor je klaar staat, bereid je voor op de grootste administratieve nachtmerrie ooit, en ga ervoor.

A city that doesn’t sleep New York is een fantastische ervaring. Het beste woord om de stad te omschrijven is ‘variatie’: álles is hier mogelijk, wat je maar wilt. Theater, techno, klassiek, schilderkunst, architectuur, natuur, wetenschap, geld, strand, eten, sport: New York trekt van iedere discipline het beste van het beste aan. Mijn docent Contemporary Conflicts and the Law heeft een prachtige carrière bij het internationale Rode Kruis achter de rug. Hij heeft onder andere lesgegeven aan Columbia Law School (Ivy League) en was de vertegenwoordiger van het Rode Kruis bij het opstellen van verschillende internationale tribunalen, waaronder het Internationale Strafhof in Den Haag. Ieder woord dat hij uitspreekt is weloverwogen. Hij nodigde me uit op zijn kantoor om de opzet van mijn ‘research paper’ te bespreken. Hij verbaasde me: het werd geen zakelijk, just-business gesprek maar hij vroeg geïnteresseerd naar mijn mening over het Amerikaanse onderwijssysteem, mijn wetenschappelijke aspiraties en mijn visie op New York. De stad is nooit ‘stil’, Frank Sinatra noemde het “a city that doesn’t sleep” (en hij was vast niet de eerste). Er worden iedere dag talloze evenementen georganiseerd: filmfestivals, fietstochten, parades, feesten. Ook Cardozo nodigt dagelijks sprekers uit: advocaten, burgemeesters, entrepreneurs. Iedere New Yorker gelooft in hetzelfde, eenvoudige principe: inzet en wilskracht brengen het beste in je naar boven. Iedereen is geïnteresseerd in je verhaal. Op de universiteit, in de rij voor de kassa, in de metro: overal raak je aan de praat. Hard werken en veel genieten; work hard, play hard. De tijd van je leven? Ik ben hier pas een maand, nog vier te gaan, en voor de volgende Nota Bene zal ik opnieuw een stukje schrijven. Was de afgelopen maand “de tijd van mijn leven”? Bij gebrek aan een minder dramatische omschrijving zeg ik: ja. De connecties die ik heb gelegd met juristen over de hele wereld (échte connecties: we zijn elkaars substituutfamilie deze vijf maanden), de uitdagingen, de feesten, de uitstapjes, de vrijheid, de energie die door de stad raast. Het is geweldig, en alles (behalve misschien de sneeuw) wijst erop dat het alleen maar beter zal worden de komende maanden! Bedankt voor het lezen, en tot de volgende Nota Bene!

nb

nummer 38

|

jaargang 21


STUDie

â&#x20AC;&#x2DC;Iedere New Yorker gelooft in hetzelfde principe: inzet en wilskracht brengen het beste in je naar boven.â&#x20AC;&#x2122;

29


Eerstejaars dilemma: Stoppen of doorbijten Tekst: Louisa Bergsma

30

Bij veel eerstejaars rechtenstudenten doet zich halverwege het jaar een welbekend dilemma voor: stoppen of doorgaan? Sommige vakken wel gehaald, andere niet. Terwijl je toch wel goed geleerd had voor je gevoel. Je wilt wel doorgaan, de motivatie ontbreekt niet, je hebt het net een beetje onder de knie. Maar ja, je moet het BSA in de gaten houden. Als je het niet haalt moet je stoppen en kan je het jaar erna niet opnieuw beginnen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), tenzij…

T

enzij je vóór het tweede semester stopt. Voor februari stoppen is sowieso erg aantrekkelijk. Als je opnieuw begint blijven je behaalde punten staan, hoef je geen collegegeld te betalen voor de tweede helft van het jaar en heb je een heerlijk halfjaartje vrij. Conclusie: de collegezalen zullen na februari een stuk rustiger zijn. Hoe zit het met de UvA De vele afvallers in het eerste jaar is een veelbesproken onderwerp en ik hoor mensen vaak de schuld aan de UvA geven omdat deze percentages op andere universiteiten lager liggen. Ik vraag me af in hoeverre dat waar is. Het probleem van rechten studeren is namelijk bekend in heel Nederland. Toch moet ik helaas melden dat het doorstroompercentage van de UvA inderdaad het laagste is. Maar 64% van de eerstejaarsstudenten gaat door naar het volgende jaar.1 Kan je hieruit concluderen dat de UvA de slechtste rechtenopleiding biedt of is er een andere verklaring voor?

nb

Verschil met andere universiteiten Zelf ervaar ik de UvA niet als een slechte universiteit. Ik heb goede docenten, boeken en colleges. Toch is er een duidelijk aanwijsbaar verschil met andere universiteiten. Namelijk de begeleiding van de studenten. Bij de Universiteit van Utrecht (doorstroompercentage 73%2) heb je bijvoorbeeld naast de reguliere hoorcolleges en werkgroepen ook nog mentoruren en persoonlijke tutors. Ook die uren horen bij de verplichte onderdelen. Daarnaast zijn er ook diverse verplichte opdrachten zoals presentaties en tussentoetsen waardoor je minder snel achter zal liggen met leerwerk. 3 Ook op de Vrije Universiteit (VU) zijn de doorstroomcijfers een stuk hoger dan op de UvA, namelijk 83%. Op de VU krijgen studenten veel meer begeleiding aangeboden in het eerste jaar. Eerstejaars hebben hier maar liefst 18 tot 24 contacturen per week tegen een landelijk gemiddelde van 12 contacturen.4 Wel is het zo dat je steeds minder begeleiding krijgt naarmate je studie goed blijkt te gaan. Wanneer je cijfers lager zijn krijg je

extra begeleiding aangeboden. 5 Op de UvA zijn er echter ook mogelijkheden tot extra begeleiding, zoals peercoaching en studenten services6. Als je van deze faciliteiten gebruik wilt maken moet je wel weten dat ze bestaan en assertief genoeg zijn om zelf hulp te zoeken. Met andere woorden; op de UvA moet je een stuk zelfstandiger zijn dan op andere universiteiten. Je wordt in het diepe gegooid - je zit niet meer op de middelbare school. Ergens klopt dit wel; je gaat studeren, dus de interesse en motivatie zouden uit jezelf moeten komen. Zouden zelfstandigheid en eigen interesse geen vereisten moeten zijn op de universiteit? Oplossen Ik ben voor een tussenweg. Ik houd van mijn vrijheid, en studeer daarom graag aan de UvA. Maar ook ik heb het eerste jaar studeren als een heel grote overgang ervaren. In plaats van me te kunnen focussen op de stof moest ik eerst nog uitzoeken hoe alles nu eigenlijk werkte op de universiteit en hoe ik nu het best kon leren. Op dit moment weten veel studenten niet eens dat er een mogelijkheid tot begeleiding is, en is de drempel naar mijn mening ook te hoog. Het lijkt mij een goed idee als begeleiding actiever wordt aangeboden aan eerstejaarsstudenten. Bijvoorbeeld in de vorm van mentoruren, waarvoor je dan wel automatisch ingeschreven staat, maar welke niet verplicht zijn. Zo behoud je toch nog de vrijheid, kenmerkend aan de studententijd. Tip aan de eerstejaars Onze studententijd zal een stuk korter zijn dan die van onze geldslurpende voorgangers, dus geniet ervan. Echter

nummer 38

|

jaargang 21


31

heb ik zelf ervaren dat studeren echt leuker is als je naast alle geweldige feestjes ook nog eens goede cijfers haalt en niet steeds hoeft te herkansen. Een tip voor eerstejaars is om niet alle schuld aan de universiteit te geven, maar eerst eens kritisch naar jezelf te kijken. Heb je echt alles gegeven afgelopen tentamenweek of zat je steeds hartstikke brak naast de tv te studeren? Het werkt uiteindelijk het beste als je de stof vanaf week één goed bijhoudt. Sluit jezelf af en toe eens voor één of twee uurtjes op in de kelder. Dan kan je jezelf ’s avonds lekker vrij geven zonder jezelf druk te hoeven maken over die opdrachten

die je eigenlijk nog moest maken. Lukt het dan nog steeds niet, of deed je dit al? Vraag dan op tijd om hulp bij de studenten services die de UvA biedt (http://student.uva.nl/rechten/az/item/ studenten-services.html). Hopelijk hebben jullie dan wat minder afvallers dan wij hadden afgelopen jaar.

Noten 1 Rechtsgeleerdheid UvA, ‘Studie in cijfers’, 22-05-2014, <www. studiekeuze123.nl> 2 Rechtsgeleerdheid UU, ‘Studie in cijfers’, 22-05-2014, <www. studiekeuze123.nl> 3 Hanna, eerstejaars rechtenstudent Universiteit van Utrecht, vorig jaar eerstejaars rechtenstudent UvA 4 Rechtsgeleerdheid VU, ‘Studie in cijfers’, 22-05-2014, www. studiekeuze123.nl 5 Erik, tweedejaars rechtenstudent VU 6 Rechtsgeleerdheid, informatie A-Z, <http://student.uva.nl/rechten/az/item/ studenten-services.html>


Law and…

interview met Rob Schwitters Interview door Loes ter Meer en Hannah van Kolfschooten

32

Het recht speelt in veel aspecten van de maatschappij een grote rol. Een deel van deze aspecten bestuderen wij in de studie rechtsgeleerdheid, een ander deel wordt bestudeerd binnen andere disciplines op de universiteit. Om de interdisciplinariteit van het recht te duiden zullen wij telkens een specialist op het gebied van “law and…” interviewen over de rol van het recht in andere studies. Dit keer interviewden wij Rob Schwitters, dé rechtssocioloog van de Universiteit van Amsterdam.

Wat is rechtssociologie precies? ‘Rechtssociologie is het verband tussen recht en menselijk handelen, met bijzondere aandacht voor het groepskarakter van de mens. Ik leg het aan mijn studenten altijd zo uit: we verwonderen ons er graag over dat mensen die in een stam in Afrika opgroeien een heel ander karakter krijgen dan mensen die opgroeien in Manhattan, New York. Wat bepaalt dat zij anders gaan handelen, of andere mensen worden, is niet gelegen in een verschil in genetische of psychische eigenschappen, maar in de kenmerken van Manhattan, dan wel van de stamsamenleving in Afrika. Rechtssociologen leggen dan een verband tussen groepskenmerken enerzijds en het recht anderzijds. Ik vond het toen ik sociologie studeerde geweldig om vakken te volgen op de rechtenfaculteit. Ik vond het contrast fascinerend: het hele precieze redeneren van juristen, gericht op beslissingen die een ingrijpende impact kunnen hebben op mensenlevens. Terwijl de sociologie, waar ik mij mee bezig hield, gericht was op het opsporen van maatschappelijke ontwikkelingen waarover in de rust van de studeerkamer gereflecteerd kon worden.’ Wat doet een rechtssocioloog? ‘Er zijn twee richtingen binnen de rechtssociologie. De ene richting heeft een wat praktischer oriëntatie. Het gaat daarbij vooral om de sociale effecten van recht. Het toetsen of de door de wetgever en eventueel door de rechter beoogde doelen in werkelijkheid gerealiseerd worden. Het gaat hier

nb

om de sociale werking van het recht, waarin de socioloog de rol van social engineer heeft. De tweede benaderingswijze is ingegeven door een meer sociaal-culturele belangstelling. Het recht wordt gezien als uitkomst van specifieke maatschappelijke verhoudingen. Daarbij kunnen ontwikkelingen historisch benaderd worden, maar vanuit dat perspectief kan het recht in verschillende samenlevingen ook vergeleken worden. In deze benadering gaat het met name om de vraag hoe het komt dat het recht verandert. Waarom hadden we in de 19e eeuw een schuldaansprakelijkheid, en nu veel meer een risicoaansprakelijkheid? Waarom heeft Amerika een claimcultuur, en Nederland niet? Dat heeft te maken met hoe mensen met elkaar samenleven, hoe ze naar de samenleving kijken. De verandering in het recht is dus de te verklaren variabele, die je verklaart op basis van variërende groepskenmerken. In deze benadering wordt het recht beschouwd als bepaald door maatschappelijke verhoudingen.’ Wat is de rol van de sociologie in de huidige organisatie van het recht? ‘In Nederland wordt de sociologie redelijk goed betrokken bij het wetgevingsproces. Je hebt in Den Haag het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie. Daar werken zo’n vijftig sociale wetenschappers die niets anders doen dan onderzoek naar de effecten van wetgeving. Ook werken er rechtssociologen bij de Raad van de rechtspraak,

nummer 38

|

jaargang 21


STUDie

en hebben ze adviesfuncties bij verschillende ministeries. Je ziet dat juristen de denkwijze van sociologen, maar ook van filosofen en economen, gaan overnemen. Voor de jaren zeventig was hier geen sprake van. Het recht was toen een statisch geheel – men geloofde nog niet in de maakbaarheid van de samenleving. Nu, met de huidige verzorgingsstaat, zijn er veel hogere reguleringsambities. Mensen verwachten meer van het recht, verwachten dat ze de samenleving ermee kunnen veranderen. Ook de Raad voor de Rechtspraak zet veel onderzoek op dat gericht is op het feitelijk functioneren van rechters. Zo doen binnen onze afdeling Nina Holvast en Nienke Doornbos onderzoek naar de invloed die de griffie heeft op rechterlijke besluitvorming.’ Wat is het grote vraagstuk van de rechtssocioloog? ‘Ik ben zelf veel bezig met aansprakelijkheidsrecht en in de loop der tijd veranderende criteria van aansprakelijkheid. Daaruit spreekt een geheel andere manier van denken: een andere rationaliteit. Het aansprakelijkheidsrecht heeft een publiek karakter gekregen en wordt als een manusje van alles ingezet om grote maatschappelijke problemen aan de kaak te stellen en op te lossen. Het is de vraag of dit recht kan voldoen aan de vele verschillende verwachtingen die eraan zijn gesteld.

‘Je ziet dat juristen de denkwijze van sociologen gaan overnemen’ Een ander groot vraagstuk betreft de grenzen en mogelijkheden van regulering met behulp van het recht. Steeds verder gaande regulering lijkt een niet te stoppen tendens. Je ziet het op allerlei terreinen, ook binnen universiteiten. Overal komen steeds meer regeltjes, en worden commissies in het leven geroepen om die regels te handhaven. Deze reguleringsdrift beantwoordt natuurlijk wel aan het maakbaarheidsideaal van de social engineer. Maar tegelijkertijd zijn het juist ook sociologen die oog hebben voor de grenzen die gesteld zijn aan reguleringscapaciteit en voor de onwenselijke neveneffecten van regulering.’

Het thema van deze editie is dilemma. Zijn er bepaalde dilemma’s waar een rechtssocioloog tegenaan loopt? ‘Allereerst is er het onderwijsdilemma: wanneer moet je met rechtssociologisch onderwijs beginnen? Meteen? Of is het beter om te wachten tot studenten zich een juridische rationaliteit eigen hebben gemaakt? Ik vind het beter om te wachten tot ze het positief recht onder de knie hebben, maar hier verschillen de meningen sterk over. Dan is er nog het dilemma betreft benadering van de wetenschap. Enerzijds zijn er de sociologen die pleiten voor een empirische, neutrale wetenschap, vrij van normatieve waarden. Zij nemen enkel waar hoe de wereld in elkaar zit zonder hier uitspraken over te doen in de zin van goed of slecht. Anderzijds zijn er sociologen die het empirische en het normatieve sterk met elkaar verbinden. In beide benaderingen schuilt een gevaar. Als sociologen te normatief denken, loopt de sociologie het risico haar eigen identiteit te verliezen – te dicht bij de filosofie te komen. Een sociologie die zich echter volledige loszingt van normatieve vragen dreigt een vergaarbaak te worden van feitjes. Ik vind dat sociologen zich in ieder geval altijd moeten laten leiden door urgente normatieve kwesties.’

33


1.

In welk land mag je niet zoenen op het perron omdat de treinen anders vertraging oplopen?

5.

In welke Nederlandse stad mag je je v贸贸r 5 december niet verkleden als Sinterklaas?

8.

In welk land is het verboden om je zonder onderbroek in openbare ruimtes te begeven?

2.

In welk land is het verboden om kauwgom te kauwen op straat?

6.

9.

In welk land is het niet toegestaan om je gazon te besproeien als het regent?

3.

In welk land is het roken van een sigaret illegaal?

In welke Nederlandse stad mag je niet meer dan 100 meter verwijderd zijn van een supermarkt met je winkelwagentje?

4.

In welke Amerikaanse staat mag een politieagent een hond bijten om hem te kalmeren?

7.

In welk land is het verboden om je hond Napoleon te noemen?

10. Op welk eiland is het verboden om na zonsondergang hardop te zingen?

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

34

Juridische Quiz

Frankrijk en Engeland Singapore Bhutan Ohio Deventer Nieuwegein Frankrijk Thailand Canada Hawaii

Antwoorden:

nb

nummer 38

|

jaargang 21


35


36

IJzeren regels, zachte handschoenen Interview met strafrechtadvocaat Oscar Hammerstein Tekst: Sebastian de Bruijn

Oscar Hammerstein (1954) is strafrechtadvocaat en houdt sinds 2011 onder eigen naam kantoor aan de Herengracht. Hammerstein studeerde in Leiden, waar hij lid was van Minerva en Pro Patria. Na zijn afstuderen maakt hij carrière bij verschillende van de grotere advocatenkantoren die Amsterdam rijk is. Meer recent houdt Hammerstein samen met Spong kantoor. De oprichting van zijn eigen Hammerstein Advocaten is nog een stap verder in de richting van kleinschaligheid. Hammerstein staat bekend als een voortreffelijke advocaat en een begenadigd pleiter, maar kent een bewogen verleden. In zijn recent uitgegeven boek Ik heb de tijd beschrijft hij hoe een HIV-diagnose, een witwasbeschuldiging en de moord op zijn vriend Pim Fortuyn zijn leven drastisch hebben veranderd. Wij stellen hem, in de beschutting van zijn kantoortuin, enkele vragen over zijn leven als student en als advocaat. Zoals elk jaar zijn er ook nu veel nieuwe rechtenstudenten aan de Universiteit van Amsterdam bijgekomen. Waarom bent u rechten gaan studeren? Ik wilde eigenlijk internist worden, maar mijn vader heeft dat uit mijn hoofd gepraat. Die vond dat niets. Toen ben ik rechten gaan studeren en vanaf dag één wist ik dat ik advocaat wilde worden. Er gaan veel mensen rechten studeren omdat ze niets beter weten, maar de mensen die weten wat ze

nb

doen als ze aan hun studie beginnen, studeren beter. Los daarvan: luister niet naar je ouders en doe wat je zelf wil. Dat houden we natuurlijk graag in gedachten. U bent daarnaast tijdens uw studie lid geweest van Minerva. Wat voor invloed heeft dat op uw leven gehad? Het geldt misschien niet voor elke stad, maar in Leiden maak je je studietijd veel completer door lid te worden van een studievereniging. Het brengt me

ook nu nog steeds terug naar die stad en de mensen die ik nog uit Leiden ken zijn allemaal lid geweest. Mijn netwerk bestaat zelfs voor een belangrijk gedeelte uit mensen die ik destijds heb leren kennen en zij zitten nu overal op de belangrijkste posities. Dat wil toch iedereen? De mensen die dat niet hebben, haten het dat als je binnenkomt, je iedereen gedag zegt omdat je zoveel mensen van vroeger kent. In je studententijd leer je mensen kennen en leer je ze ook vertrouwen. Het is moeilijk om later in je leven nog mensen te ontmoeten die je dat grote vertrouwen geven. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Hoe reageert u dan als blijkt dat een sollicitant lid is geweest van Minerva? Een lidmaatschap van Minerva weegt zeker mee, want ik heb daar iets mee. Het kan overigens ook tegen je werken als je net uit de verkeerde hoek daar komt. Ik weet je in ieder geval heel makkelijk te plaatsen. Dat neemt niet weg dat alles wat je naast je studie doet mooi is meegenomen. Het leren van talen is misschien zelfs belangrijker dan het lidmaatschap van een studievereniging, maar vlak het laatste vooral niet uit. U zegt het al, de situatie is in Leiden heel anders. Zou u ook aan Amsterdamse studenten aan willen raden ‘lid’ te worden? Uiteraard! Waarom niet? In Leiden

nummer 38

|

jaargang 21


â&#x20AC;&#x2DC;Amsterdamse studenten hebben altijd bekend gestaan om hun grote bek, geweldig!â&#x20AC;&#x2122;


zeiden we overigens altijd: “Weet je waarom Amsterdamse studenten zo’n grote bek hebben?” [Lachend:] “Omdat ze niks te vertellen hebben.” Amsterdamse studenten hebben altijd bekend gestaan om hun grote bek. Dat is geweldig!

38

nb

‘Het is stoer van Spong om te zeggen dat hij elke zaak aanneemt, maar er is geen enkele advocaat die dat doet.’

Naast het verenigingsleven heeft u ongetwijfeld stage gelopen. Hoe is dat bevallen? Ik heb een stage gedaan bij het kantoor dat tegenwoordig Nauta Dutilh heet. Zij zaten destijds nog aan de Keizersgracht en hadden boven hun poort de spreuk staan: “De wereld is een speeltoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel”. Dat was een mooie plek om stage te lopen. Ik denk daar nog heel vaak en met heel veel genoegen aan terug. Het is echter niet bij dat kantoor gebleven. Integendeel. Ik ben na mijn studie begonnen bij het kantoor dat nu De Brauw Blackstone Westbroek is, waarna ik ben overgestapt op de voorloper van Loyens & Loeff en heb tot slot gewerkt voor Boekel De Nerée. Maar weet je wat het is? Bij grote kantoren draait alles om presteren en prestaties worden dan in het algemeen uitgedrukt in geld. Bij kleinere kantoren gaat in het in de eerste plaats om goede verhoudingen en daar is die prestatiedrang een stuk minder. Dat is een van de redenen geweest dat ik mijn eigen kantoor heb opgericht. Daarnaast ben

je bij grote kantoren veel meer een specialist, terwijl ik vind dat je juist breder zou moeten worden opgeleid. Echte generalisten bestaan niet meer, althans niet onder de advocaten. Als je de verbindingen tussen verschillende rechtsgebieden kent, krijg je een veel beter rechtsgevoel. Wat bij de meeste advocaten ontbreekt, is een algemeen inzicht in het recht. Jammer genoeg geldt dat ook voor de wetgever, want die lijkt ook de hele samenhang kwijt. Zijn er meer vaardigheden die u essentieel vindt voor een afgestudeerde advocaat? Een heel belangrijke vaardigheid is het beheersen van de Nederlandse taal. Je drukt je uit in een taal en onze taal is al armer dan de talen om ons heen. De Duitse taal heeft twee à drie keer zoveel woorden. Maar wil je je met dat beperkte aantal woorden dat je gebruikt goed kunnen uitdrukken, dan moet je wel je Nederlandse taal beheersen. Foutloos een processtuk of een brief schrijven is voor heel veel beginnende juristen echt een onmogelijke opgave. Dat zou niet moeten kunnen. Op verjaardagen wordt u vast vaak gevraagd naar de situatie waarin uw cliënt beschuldigd wordt van moord en dit aan u bekent. Hoe gaat u hier mee om? Alles wat je cliënt je vertelt, moet je geheimhouden. Een bekentenis van een cliënt aan jou kan overigens ook van

nummer 38

|

jaargang 21


CARRiÈRe groot belang voor de te voeren verdediging. Je moet die vraag dus altijd stellen en ongeacht het antwoord je client zo goed mogelijk in de rechtszaal verdedigen. Als je dat niet kunt, moet je geen strafrechtadvocaat worden. In het merendeel van de zaken weet een advocaat namelijk dat zijn cliënt het gedaan heeft. Dat mag echter op geen enkele manier de verdediging beïnvloeden. De dag dat je je cliënt afvalt, moet je met wortel en tak uit de balie worden gesneden. Honderd procent zeker weet je trouwens nooit of iemand het gedaan heeft, daarvoor moet je er zelf bij zijn geweest.

39

We begrijpen dat u uw cliënten nooit zult afvallen, maar wat doet u met een cliënt of zaak waarvan u op voorhand al weet dat u daar niets mee te maken wilt hebben? Als je zegt dat een bepaalde zaak je fysiek of mentaal tegenstaat moet je hem niet behandelen. Dat zie je bijvoorbeeld bij kinderpornozaken of kinderverkrachters. Je moet iedere keer als iemand een beroep op je doet je afvragen of je in staat bent om namens die persoon alles naar voren te brengen wat voor die persoon van belang is. En als je zegt: ik heb zelfs geen zin om in het dossier kijken, dan kun je hem ook niet verdedigen en moet je het niet doen. Gerard Spong heeft ons tijdens een gastcollege verteld dat hij alle zaken zou aannemen, zolang ze maar betaalden en zijn familie niet in het spel was. Daar heeft hij duidelijk een andere mening over dan ik. Het is wel stoer om dat zo te zeggen, of niet? Ik ken echter geen enkele advocaat die dat ook in werkelijkheid doet. Ethiek en morele overwegingen spelen dus een belangrijke rol in het leven van een advocaat? Nee, als je moraalridder bent en elk verhaal dat je hoort je doet walgen, moet je onmiddellijk de strafrechtadvocatuur uit gaan. Voor mij zijn het dossiers, ik neem het niet mee naar huis. Je hebt als advocaat een bepaalde rol en als je die niet prettig vindt, ben je niet geschikt voor het beroep.

Heeft u dan nooit wakker gelegen van een bepaalde zaak? In het begin van mijn carrière wel. Ik heb wel eens een ontsnapte boef aan mijn voordeur gehad, die ik ook kende als cliënt. Een jongen die uit de gevangenis in Nieuwesluis was uitgebroken. Ja, dat is moeilijk. Je weet wie het is en je vindt het eigenlijk nog wel een aardige vent ook, maar je weet dat je geen ontsnapte gevangene mag helpen. Een ding mag je zeker niet doen: dat is de politie bellen. Ik heb hem toen een paar schoenen - hij liep op blote voeten -, honderd gulden, wat te eten en een douche gegeven en hem vervolgens zo snel mogelijk weer de deur uitgewerkt.

Maar ik weet dat ik me toen op glad ijs heb begeven. Maar de heilige Franciscus zou precies hetzelfde hebben gedaan. Het is belangrijker dat je je met het lot van mensen begaan voelt, dan dat je mensen uitsluitend wil straffen. Dat is ook een sympathieker standpunt dan stellen dat iedereen altijd overal maar voor gestraft moet worden. Dus niet met ijzeren hand de wet toepassen? Nee. Geen ijzeren hand maar ijzeren regels, die met zachte handschoenen moeten worden toegepast.


40

Van Rechtswinkelier tot President Tekst: Niels van der Neut

Afgelopen september was er belangrijk bezoek op de Oudemanhuispoort: de President van de Rechtbank Noord-Holland, Mr. E.J. van der Molen. Hij kwam een scholing Bewijsrecht geven aan de Rechtswinkeliers van de Stichting Rechtswinkel Bijlmermeer. Na afloop van de scholing stelde ik de ietwat brutale vraag of de heer Van der Molen het goed zou vinden om deze week een interview te geven voor de Nota Bene, waarop volmondig ‘natuurlijk’ werd geantwoord. Hieronder het resultaat van het interview met deze prominente ex-Rechtswinkelier. Wat voor werk doet u momenteel? Ik ben sinds 2008 President van de Rechtbank, eerst van de Rechtbank Alkmaar en, sinds de herziening van de gerechtelijke kaart, van de Rechtbank Noord-Holland. Mijn werk bestaat naar schatting voor 90% uit het besturen van de rechtbank en voor 10% uit rechtszaken. Bij de rechtbank Noord-Holland werken in totaal 800 mensen, waarvan 180 rechters. Je kunt je dus voorstellen dat er de nodige tijd op gaat aan het in goede banen leiden van de organisatie. Welke studie(s) heeft u gedaan voordat u de praktijk in ging? Rechtsgeleerdheid aan de VU met een uitstapje van slechts twee weken naar Theologie, want mijn Latijn bleek daar niet adequaat voor. Ik heb de masters privaatrecht en strafrecht gevolgd. Wat voor werk heeft u in het verleden gedaan? Hoe bent u President van de rechtbank geworden? In 1977 kwam ik met een aantal studenten van de VU over van de destijds bestaande VU rechtswinkel (RechtshulpVU) om de toen zieltogende rechtswinkel Bijlmermeer nieuw leven in te blazen. De winkel werd gedreven door een aantal UvA studenten, maar daar waren er niet veel meer van over.

nb

Het was dus een soort overname van VU studenten. Daarna heb ik op mijn 23e met vier studenten waarmee ik bij de Rechtswinkel Bijlmermeer zat een advocatenkantoor geopend. We hadden weinig beginkapitaal en begonnen daarom zonder secretaresse ,met tweedehands spullen, in een oud pand. Doordat we veel aanloop hadden konden we het kantoor uitbouwen en verhuizen naar een betere locatie. Dit heb ik zo’n 12 jaar gedaan. Vervolgens heb ik ongeveer 8 jaar gewerkt bij de Vakcentrale FNV, waar ik leiding gaf aan de juridische (rechtshulp)afdeling. Daarnaast werd ik rechterplaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam. In 2000 stond ik voor een belangrijke beslissing: meer leiding gaan geven of toch terug naar het juridisch ambacht? Ik koos uiteindelijk voor de rechterlijke macht. Bij de rechtbank Alkmaar kreeg ik een opleidingsplaats en kreeg daar een baan als rechter met een managersfunctie in het civielrechtelijk werk. In 2008 werd ik President van de toenmalige rechtbank Alkmaar. Waarom heeft u gekozen voor de rechterlijke macht? Het beroep van rechter is prachtig. Partijen vertrouwen je om een geschil te beslechten en dat probeer ik op een zo verantwoorde en rechtvaardige wijze - dan wel door een beslissing, dan wel door een regeling – te bewerkstelligen. Hoewel ik als President niet heel veel zittingen meer kan doen, zit ik nog steeds met veel plezier in de rechtszaal. De zaken die ik nu nog doe zijn kortgedingen, de raadkamer gevangenhouding en gezag en omgangszaken in het familierecht. Welke kwaliteiten dient een rechter te bezitten? Een deel is gelijk aan de kwaliteiten die een advocaat moet

nummer 38

|

jaargang 21


CARRiÈRe

bezitten: een behoorlijk analytisch vermogen, goed en helder kunnen schrijven, en overtuigingskracht. Er zijn uiteraard ook verschillen. Zo moet een rechter een beslissing kunnen nemen en is de competentie van goed kunnen luisteren erg belangrijk. Ook moet je als rechter goed blijven luisteren en niet te snel tot een beslissing komen. Dat laatste zou het gevoel van procedurele rechtvaardigheid bij partijen doen afnemen. Vond u het een goede beslissing om van 19 naar 11 rechtbanken te gaan? In eerste instantie vond ik dit als President van de Rechtbank Alkmaar helemaal geen goede beslissing. De voordelen van de herziening zijn wel duidelijk: meer mogelijkheden voor kwaliteit en specialisatie en besparing van kosten. Die besparingen komen ten goede aan het werk waarvoor wij eigenlijk zijn: het rechtspreken. Waarom is de Rechtswinkel Bijlmermeer belangrijk? Dit is om twee redenen. Allereerst is het natuurlijk een prima voorziening die helpt om de nog steeds bestaande leemte in de rechtshulp te verkleinen. Daar hebben, net als in mijn Rechtswinkeltijd, vooral arme mensen mee te maken, waar er veel van zijn in Nederland, zeker ook in de Bijlmer. De laatste jaren is de eigen bijdrage voor toevoegingzaken (door de overheid gesubsidieerde rechtshulp) verhoogd en is

in het algemeen de toegang tot de rechter lastiger geworden, door bijvoorbeeld hogere griffierechten. Daarom is het mooi dat mensen voor een eerste advies en bijstand terecht kunnen bij de rechtswinkel. Daarnaast is het voor studenten zelf een prachtige gelegenheid om te ervaren of juridische hulpverlening wat voor hen is. Bij mij is het zo gegaan dat de studie Rechten mij maar matig boeide. Dat werd anders toen ik in mijn rechtswinkeltijd merkte hoe je het recht in de praktijk kunt toepassen en wat je ermee kan bereiken. Toen ging het voor mij allemaal veel meer leven en heeft het uiteindelijk ook mijn keuze om verder te gaan in de rechtspraktijk, in mijn geval de sociale-advocatuur, bepaald. Wat voegt het zijn van Rechtswinkelier toe aan de ontwikkeling van een rechtenstudent? Het proeven van de praktijk. Je denkt na drie of vier jaar studeren dat je intussen wel wat weet, maar dat blijkt in de praktijk nogal tegen te vallen. Zo verging het mij althans. Heel veel vragen die ik op een spreekuur kreeg, kon ik niet zomaar beantwoorden doordat ik de kennis over de praktische toepassing miste. Dit hadden we op college niet gehad. Ook de oefening in gespreksvoering tijdens de spreekuren is mooi meegenomen. Je leert gesprekken te voeren met mensen met allerlei achtergronden. Heeft u verder nog tips of opmerkingen voor rechtenstudenten? 1. Rechtswinkelier zijn betekent enthousiasme gekoppeld aan vakmanschap, waarbij het laatste de basis is. Zorg voor een goede basiskwaliteit van je werk, want dan heb je de cliënten echt iets te bieden. Net als een timmerman die fijn houtwerk als specialiteit heeft: zorg voor goed juridisch gereedschap. 2.Denk voordat je een standpunt inneemt ook alvast na over eventuele argumenten van de tegenpartij. 3. Bekijk, zeker in gevallen waar de partijen met elkaar verder moeten (buren, partners, vennoten), of iets regelen niet veel beter is dan in een juridische vechthouding te schieten.

Wil jij ook juridisch advies verstrekken, bezwaar- en beroepschriften schrijven, dagvaardingen opstellen, procederen en interessante scholingen bijwonen? Stuur dan een e-mail bijgaand met uw gewaarmerkte cijferlijst, C.V. en sollicitatiebrief naar secretaris@rechtswinkelbijlmermeer.nl.

41


42

Amsterdamse Juridische Bedrijvendag Interview met het AJB-bestuur Op het moment van schrijven loopt een warme zondag ten einde. Aan een bureau zitten vijf studenten gepropt. Discussiërend en druk gebarend werken ze gehaast de laatste happen pastasalade weg. Voor dit gezelschap zit het vrije weekend er alweer op. Het is namelijk het bestuur van Stichting Amsterdamse Juridische Bedrijvendag (afgekort AJB), en nu het aftellen begonnen is moeten de laatste puntjes op de spreekwoordelijke i gezet worden tijdens een vergadering. Maar wat organiseren ze nou precies? Wij konden het voorzitter Angeleca Veerman en penningmeester Fay Keeris vragen! Wat is de AJB precies en waarom is het ontstaan? De AJB is een stichting die onder QBDBD, de juridische faculteitsvereniging van de VU, valt. De stichting behelst een samenwerking tussen studenten enerzijds en kantoren en andere instanties anderzijds. Amsterdam is daar de geschikte locatie voor, aangezien veel van de kantoren hier gevestigd zijn, en er twee universiteiten zijn. Waarom het is ontstaan? Er was veel vraag naar van zowel studenten als kantoren, dus is het vanuit de juridische vereniging opgezet. Wie houdt zich allemaal bezig met de organisatie? De organisatie bestaat uit bestuursleden en een groep commissieleden. Het vijfkoppig bestuur (bestaande uit de voorzitter, secretaris, penningmeester, assessor extern en assessor marketing ) bekommert zich over het reilen en zeilen van de stichting. Zij zijn eindverantwoordelijk voor de AJB. De commissies zijn de motor van de stichting. Zij zorgen er met hun inzet voor dat de organisatie voor en tijdens de bedrijvendagen vloeiend verloopt. Is de AJB altijd hetzelfde geweest of is het door de jaren heen veranderd? De AJB is door de jaren heen juist veel veranderd. Zo bestond de AJB eerst uit één algehele juridische bedrijvendag. Vandaar

nb

ook de naam Amsterdamse Juridische Bedrijvendag. Vervolgens is het uitgebreid naar twee dagen met de gedachten dat één dag te kort is om het volledige scala aan mogelijke werkgevers de revue te laten passeren. Want voor de rechtenstudent is er meer dan de advocatuur! Sindsdien is er dus de ‘Prospectu Iuridici-dag’, waar vooral overheidsinstanties aan bod komen, en de Recruitmentdag voor alle (grote) kantoren. De aankomende editie wordt alweer de 18e. Om ons toch wat te onderscheiden van die eerdere zeventien hebben we voor een ongebruikelijk thema gekozen, verwoord in ‘Passie maakt je meester’. Wij willen namelijk benadrukken dat mensen niet voor het ‘snelle geld’ moeten gaan, maar een baan moeten vinden die bij ze past. Daarnaast hebben we er een pleitwedstrijd aan toegevoegd. Hier zal begin oktober een workshop voor zijn, waarna er op 14 november, tijdens de Prospectu Iuridici, in het Paleis van Justitie een finalewedstrijd plaatsvindt. Uiteindelijk past de AJB zich erg aan naar vraag en aanbod. Wie weet wordt de AJB van 2015 wel weer in een heel ander jasje gestoken.

nummer 38

|

jaargang 21


CARRiÈRe

43

Is er een bepaald doel dat jullie als bestuur voor ogen hebben? We willen dit jaar veel meer studenten bereiken om zo meer kwalitatief hoogstaande studenten aanwezig te hebben op de dagen. Echter, dat is dubbel, want het moet ook een oriëntatiemogelijkheid zijn voor ieder die dat wil. Hierin moet een goede middenweg worden gekozen. Dat hopen we te realiseren met onze marketing: laagdrempelig maar ook deels gericht op de excellente student. Wat zijn tot dusver jullie hoogte- en dieptepunten geweest? Dat is moeilijk te zeggen. Die vraag moet eigenlijk in de wacht tot na 14 november. Als organisatie leef je namelijk toe naar deze dagen. Dit betekent dat je tegen het eind hoge pieken hebt qua drukte, waarin nog van alles kan misgaan. Het is daarom van groot belang dat je je goed instelt op deze wisselende drukte. Goed plannen, deadlines afwerken, en handelen tijdens een topdrukte is soms lastig, maar erg leerzaam en handig voor toekomstig werk. Het geeft een kick als alles goed verloopt en je gezamenlijk kan zeggen: “Wauw, dit hebben wij neergezet!”.

‘De concurrentie voor een arbeidsplek is moordend’

In het kort: waarom moeten studenten naar de AJB komen? Je hebt dergelijke evenementen tegenwoordig nog meer nodig dan vroeger. De concurrentie voor een arbeidsplek is moordend. Je bent als student haast wel genoodzaakt om zorgvuldig na te gaan welk kantoor of welke instantie het best bij jou past. Vervolgens moet je in contact komen met die organisatie, want het moet dan natuurlijk wederzijds zijn! Daarnaast hoef je als WO-student geen stage te lopen, maar zul je toch een keuze moeten maken welke kant je op gaat. Het voordeel van een brede studie is namelijk ook meteen het nadeel. Met dat in het achterhoofd moet je dus goed uitvogelen waar je aan de slag wil. Waar beter dan een evenement waar op twee dag een breed scala aan potentiele werkgevers aanwezig is, midden in het bruisende Amsterdam. Voor meer informatie en/of inschrijvingen zie www. ajbonline.nl, of volg Amsterdamse Juridische Bedrijvendag op Facebook. Tot 7 & 14 november!


Schrijf je nu in voor de Rabo/Nauta Combistage Twijfel je tussen de advocatuur of het werken als bedrijfsjurist? Studeer je rechten en heb jij interesse in en affiniteit met de financiĂŤle wereld? Dan is de combistage van Rabobank en NautaDutilh jou op het lijf geschreven. Gedurende twee maanden loop je stage bij de juridische afdeling van ĂŠĂŠn van de grootste internationaal opererende banken van Nederland en bij de Banking & Finance praktijk van een toonaangevend Benelux advocatenkantoor. Je ervaart hoe het er bij grote internationale transacties en deals aan beide kanten aan toe gaat. Hierdoor krijg je binnen een korte

periode een uniek inzicht in de verschillen en overeenkomsten tussen het werken als bedrijfsjurist en advocaat en kan je zelf ervaren hoe deze vakgebieden samenwerken. Solliciteren voor de Rabo/Nauta Combistage kan via het sollicitatieformulier op werkenbijnautadutilh.nl. We zien je aanmelding met belangstelling tegemoet. Aanmelden kan tot 31 oktober 2014. Kijk voor meer informatie op www.rabobank.nl/graduates www.werkenbijnautadutilh.nl

Profile for JFAS

Nota Bene najaar 2014 - Dilemma  

Nota Bene najaar 2014 - Dilemma  

Advertisement