HCO Magazine voorjaar 2021

Page 1

magazine

Inspiratie en kennis voor je onderwijspraktijk

HET GESPREK

Wat ging juist goed tijdens het lesgeven op afstand? De training basis ve: een verrijking voor iedere pedagogisch medewerker WIE OF WAT HEEFT JE KIJK OP HET VAK VERANDERD?

Petje af voor de leraar

voorjaar 2021


2    HCO IN CIJFERS FOTOMODELLEN HCO VERTELLEN Wat vind je leuk om te leren? Hoe leer je graag? Wat helpt jou bij het leren? We vroegen het aan Dilainey, Esmlem en Mikolaj leerlingen van basisschool Cosmicus.

35000 ONDERWIJSPROFESSIONALS bezochten de World Education Summit afgelopen maart. Waarvan 2200 uit Nederland kwamen.

Redactie Susanne Reiss Inge Douwes René Kops Laura Verzaal Elisah Walburg Tekstuele bijdragen Ton Burger Katja Tas Fotografie Bart van Vliet (cover, artikelen) Cover Dilainey Grigorius Eslem Babayigit Fatih Özbasi Mikolaj Nowik Ontwerp Ontwerpwerk Druk Opmeer  papier pixels projecten HCO Magazine verschijnt 3x per jaar. Redactieadres communicatie@hco.nl

HCO Zandvoortselaan 146 Postbus 53509 2505 AM Den Haag 070 448 28 28 www.hco.nl Volg ons via      

250

Mikolaj vertelt: “Ik vind het leuk om aan mijn werkstuk te werken en om muziek te maken en leren spelen. Ik leer graag samen met mijn klasgenoten. Zo kunnen we elkaar overhoren.”

Eslem geeft aan: “Ik leer graag als ik hulp krijg van de juf bij de instructietafel en thuis leer ik graag als mijn moeder of mijn zus komt helpen. Als ik thuis hulp krijg van mijn zus en op school van de juf of mijn boezemvriendin Dilainey.”

INTERNATIONALE TOPSPREKERS organiseerden een workshop of lezing tijdens de World Education Summit en vertegenwoordigden daarmee 44 landen.

Dilainey knikt bevestigend: ‘Het helpt mij ook als ik met Eslem mag samenwerken en het helpt mij ook als ik plaatjes kan zien of op spelenderwijs opdrachten doe. Mikolaj vult aan: “Een oefenblad of samenvatting helpt mij te leren. Dan lees ik het een paar keer over en vergeet ik het niet meer.”


3 TROTS OP

INHOUD

World Education Summit Grenzeloos leren

De frisse wind er doorheen!

VAN DE REDACTIE

In de week van 22 tot en met 25 maart maakten onderwijs­goeroes en topsprekers hun opwachting bij de World Education Summit. Een internationaal congres dat digitaal plaats­vond. Eindelijk weer een onderwijsfeestje! Bazalt Groep, bestaande uit Bazalt, HCO en RPCZ, had daar haar eigen podium. Podium 9 was het toneel voor onze trainers en onderwijs­adviseurs. Zij maakten daar de koppeling naar het Nederlandse onderwijs. Thema’s zoals kansengelijkheid en digitalisering werden besproken. Wij zijn heel trots hoe onze collega’s daar hun opwachting maakten en zorgden voor een grenzeloos leren ervaring.

We hebben een pittige winter achter de rug. Door corona zaten de leerlingen weer thuis. Dat vroeg veel van de ouders, leerkrachten en uiteraard de leerlingen zelf. Met weinig perspectief en weinig mogelijkheden om iets te doen in je vrije tijd. ‘Weer wandelen?’ was een veelgehoorde uitspraak. Maar het voorjaar is aangebroken. Het zonnetje schijnt. Wellicht dit jaar maar een kleine voorjaarsschoonmaak, omdat we in de eerste lockdown al goed hebben opgeruimd. De vraag die we ons voor deze uitgave van HCO Magazine stelden, was: willen we ook iets meenemen uit deze periode? We gingen in gesprek met vier leerkrachten. Zij nemen ons mee in wat zij hebben ervaren, in wat juist goed ging en waar ze wellicht nu nog mee verdergaan. We hebben ook een mooi interview met ouders waarin ze vertellen of hun kijk op het vak nu is veranderd. In deze voorjaarseditie is ook meer te lezen over hoe burgerschap een belangrijk thema is voor Cosmicus Den Haag en hoe zij als school hiermee omgaan. We wensen je veel inspiratie en een mooie lente waarin we nét weer wat meer mogen.

4

HET GESPREK

Wat ging juist goed tijdens het lesgeven op afstand?

TOEKOMSTGERICHT ONDERWIJS

15

Wereldburgerschap en De Vreedzame school    De week van

7

Poster 8 Leren van en met elkaar

10

De training basis ve voor pedagogisch medewerker 12 Wie of wat heeft je kijk op het vak veranderd?

14

Boeken en congressen

16


4    HET GESPREK

Een gesprek over wat juist goed ging tijdens het lesgeven op afstand Dat lesgeven op afstand voor zowel ouder als leerkracht een zware beproeving was, dat hebben we in de lockdown goed meegekregen uit eigen ervaring, en van collega’s, familie en vrienden. Was alles een zware beproeving of gingen er juist ook dingen goed? Zó goed dat we na de tweede lockdown zeggen: dit houden we erin! Een gesprek met verschillende leraren uit het primair onderwijs. TEKST: INGE DOUWES EN ELISAH WALBURG

Désirée Herber

leerkracht NISBO 2-groep (bovenbouw SBO-groep nieuwkomers) OBS De Springbok

Niels Persoon

gymleerkracht bij Stichting Openbaar Onderwijs Westland (op 3 scholen)

Marlies Straver

leerkracht groep 3-4 St. Maartensschool Voorburg

Hans Kleijweg,

leerkracht groep 6-7 CBS Waalse Louise de Coligny

Lockdown Hans: “Het grootste verschil met de eerste lockdown was dat we in de tweede lockdown veel beter wisten wat we moesten doen. Via Onlineklas en live met Microsoft Teams organiseerden wij onze lessen.” Marlies vult aan: “Je wist dat het eraan zat te komen, dus wij zijn ook meteen bij elkaar gaan zitten over hoe we het gingen aanvliegen. In de eerste lockdown gaven we twee keer per week les en in de tweede lockdown zijn we dagelijks les gaan geven. Om ondanks de fysieke afstand goed aan te sluiten op het sociaal-­emotionele aspect, lieten we de kinderen nadenken over reflec­tieve vragen, zoals ‘welk binnenpretje heb je gehad?’ of ‘welke dagdroom heb je?’. Hier startten we iedere ochtend mee.” Hans: “Wat opviel na de kerstvakantie was dat kinderen zich gedroegen alsof ze in de klas zaten. Ze staken zelfs hun hand op om te vragen of ze naar de wc mochten. De betrokkenheid van de kinderen was echt superhoog.” Désirée: “We zijn meteen de twee dagen voor de vakantie begonnen. Meteen het contact onderhouden. Als daar weer twee weken tussen zit door de kerst­vakantie, ben je de leerlingen gewoon kwijt. Hoe zat het met de betrokkenheid van de ouders?” Hans: “Via Social Schools was er intensief contact met de ouders. De betrokkenheid lag bij de ene ouder hoger dan bij de ander. Sommige ouders zaten echt letterlijk naast het kind, terwijl andere ouders gewoon aan het werk gingen. Wij zetten op onze school erg in op eigenaarschap en dat uitte zich in deze periode waarin we zagen dat kinderen elkaar opzochten om samen te werken en elkaar vragen te stellen. Eigenaarschap wordt verwacht, maar ook gegeven. Ik kreeg een keer een appje van een kind dat zij de les niet kon volgen en dat zij maar zelf had doorgewerkt aan onder­ delen die voor haar ‘de volgende stap’ betekenden.”


Het interview namen we digitaal af vanwege de corona-maatregelen, maar dat was voor deze leerkrachten eigenlijk niets nieuws.

Nieuwe manier van communiceren Désirée vertelt: “Voor mij was WhatsApp dé uitvinding. Hoe ik dit als communicatiemiddel kon gebruiken om toch contact te houden met de kinderen, maar ook met de ouders. Ik sta voor een nieuwkomersgroep en dan heb je echt met alle niveaus te maken. Een klasseninstructie is er al nooit; het is altijd instructie op niveau. Ik ging veel videobellen en kon op die manier ook even bij de kinderen in huis kijken. Of het veilig was, of er iemand was die voor ze zorgden. Het leren werd een secundair doel. Daarnaast ben ik ook twee keer in de vijf weken in de lockdown fysiek langs­gegaan. Dat heeft geholpen om een completer beeld te krijgen van de kinderen. Deze huisbezoeken zetten we voort.”

Online gymles “Deze verhalen zijn echt heel anders dan hoe ik het heb ervaren”, reageert Niels. “Als gymmeester dacht ik in maart: wat moet ik doen?. Ik zag bij filmpjes van anderen dat je bijvoorbeeld vijf pingpong­ ballen nodig had om een oefening te doen. Wie heeft er nou

‘Ik kreeg een keer een appje van een kind dat zij die les niet kon volgen en dat zij maar zelf had doorgewerkt.’ Hans Kleijweg, leerkracht groep 6-7 CBS Waalse Louise de Coligny


6

‘We lieten de kinderen nadenken over vragen, zoals ‘welk binnenpretje heb je gehad?’ Marlies Straver, leerkracht groep 3-4 St. Maartensschool Voorburg

vijf pingpongballen thuis? Ik heb ze zelf al niet! Dus zo zou ik de kinderen niet in beweging krijgen. Dus keek ik naar materialen die de kinderen wel in huis hebben. Zo verzon ik oefeningen met een paar sokken en een pan of krantenballen gemaakt van kranten met tape. Het eerste filmpje werd duizenden keren bekeken. Ik moest er wel even in komen om goede filmpjes te maken; er ging veel tijd in zitten, maar ik werd er steeds handiger in.” Hans vraagt: “Weet je of ze het ook wel écht hebben gedaan?” Niels: “Dat is natuurlijk maar gissen, maar aan de views te zien, werd het wel goed bekeken. Na de eerste lockdown kreeg ik ook van de kinderen terug dat ze het leuk vonden en dat ze veel gedaan hadden. Een bevestiging dat mijn filmpjes meerwaarde hebben, kreeg ik door de enthousiaste reacties van kinderen bij de afkondiging van de tweede lockdown.” Marlies: “Onze gymjuf heeft ook onlinelessen verzorgd. Het leuke was dat ook broertjes en zusjes meededen en soms zelfs de moeders.” Niels: “Net als in mijn gymlessen zijn de oefe­ ningen in de filmpjes zo opgebouwd dat je niet kunt falen, maar dat het bij succes moeilijker wordt. Ik heb ook een online gymles gegeven, dat waren spelletjes met bootcampachtige oefeningen tussendoor.

Makkelijker is niet het goede woord, maar de tweede lockdown was in die zin wel anders.” Désirée: “Wat is voor jou nou echt iets wat je wilt behouden uit deze tijd?” Niels: “Deze tijd heeft me ook extra tijd gegeven, waarin ik veel over mijn vak ben gaan nadenken. Ik ben aan het bekijken hoe ik meer met een portfolio kan werken in plaats van beoordelingen.”

Google Classroom Marlies: “We willen Google Classroom ook nu blijven gebruiken. Vooral voor de keuzeopdrachten die we normaal gesproken voor de plusklas gebruiken. Nu zijn deze beschikbaar voor alle kinderen. En het is leuk om te zien dat de leerlingen van wie je het niet verwacht, het juist heel goed oppakken.” Hans: “Je geeft les aan groep 3-4. Merkte jij daar technische problemen? Dat kinderen niet mee konden komen?” Marlies: “Ik merkte dat de kinderen er steeds handiger in werden.” Désirée: “Was digitaal vaardig worden al onderdeel van jullie onderwijs?” Marlies: “Ja, sowieso doen we een groot aantal dingen digitaal. Ze hadden hiervoor de keuze om een verwerkingsvorm digitaal te kiezen, zoals een Worddocument of een PowerPoint. Met Citycreator.com krijgen ze bijvoorbeeld de opdracht ‘bouw een stad in de sneeuw’.” Hans: “Wat waren de reacties van de kinderen dat ze weer naar school mochten?” Marlies: “In de eerste lockdown­periode waren kinderen echt boos. Boos op corona. Boos dat ze niet naar school konden. Nu accepteerden ze het makkelijker, maar vonden ze het moeilijker om vol te houden. We moesten dan ook veel in de strijd gooien. Ze waren dus blij dat ze weer naar school mochten. En zoals professor Scherder adviseerde, hebben we ze de eerste dag lekker buiten laten dollen met elkaar.”


7    DE WEEK VAN ZEYNEP, ONDERWIJSADVISEUR-TRAINER-COACH

‘ Ook al is het overleg op afstand, het is fijn om elkaar weer even te zien en te spreken.’

1

2

3

4

TEKST/FOTOGRAFIE: ZEYNEP OZYILMAZ

Naam: Zeynep Ozyilmaz Z.Ozyilmaz@hco.nl

5

6

Maandag  Op maandag ben ik vrij. De kinderen hebben online les. Mikail, mijn zoon van elf, volgt de lessen zelfstandig en mijn vijfjarige dochter Nisa help ik hierbij. Ze werken rondom het thema ‘bakker’ en daarom maken we cup­cakes. Rekening houdend met de huidige maat­regelen werk ik de komende week voornamelijk vanuit huis. Alleen als het echt nodig is, werk ik op kantoor. 1 2 Dinsdag  Heerlijk om de dag op te starten met een kopje thee. We beginnen het teamoverleg met de vraag van de dag: ‘Wat was voor jou een levensveranderende ervaring?’ Die kan ik wel heel makkelijk beantwoorden. Dat was mijn eerste schooldag op de basisschool; dankzij mijn liefdevolle en creatieve juf Marja ben ik het onderwijs in gegaan. Vandaag werk ik samen met mijn collega Clara aan het doorontwikkelen van de training ‘Opvallend gedrag bij peuters’. We nemen actuele artikelen door en op kantoor scan ik artikelen die wij later nog willen teruglezen. 3 4 Woensdag  Woensdagochtend bereid ik de training ‘Spelend leren’ voor en pleeg wat telefoontjes en beantwoord en schrijf mailtjes. In de middag hebben we met het team SOWJK een tussentijds overleg via Teams. Ook al is het op afstand, het is fijn om elkaar weer even te zien en te spreken. Na ons overleg maak ik een start met een nieuw innovatieproject ‘Samen Groeigericht Oefenen’. Het is een handreiking voor de basisschool, gericht op groei en samen oefenen m.b.v. (inzet van) coöperatieve werkvormen. 5 Donderdag   Donderdagochtend heb ik telefonisch overleg met een aantal scholen om bijeenkomsten in te plannen. In de middag heb ik overleg via Teams met de IB’er en bouwcoördinator van basisschool Prins Willem Alexander. Dit is een afstemmingsoverleg over de training KIJK! Beredeneerd Aanbod dat op de planning staat. Ook bespreken wij de ins en outs van de beheerdersrol in KIJK! Webbased. Vrijdag Vrijdagochtend werk ik op kantoor. Ik geef de onlinetraining ‘sociaal-emotionele ontwikkeling’. Deze training is een onderdeel van de instroomtraining ‘Basis ve’ voor pm’ers. De deelnemers zijn heel betrokken en enthousiast en dat is zo fijn bij een onlinetraining. In de middag heb ik telefonisch overleg met de directrice van de Meester Schabergschool. Samen stemmen we af en plannen we data in voor een coachingronde (op spelend leren). 6



Fragment uit het boek Slim leren , auteur: Bradley Busch en Edward Watson

Verkrijgbaar via shop.bazalt.nl


10    LEREN VAN EN MET ELKAAR

Kleuters kunnen soms net een extra steuntje in de rug nodig hebben om de overgang van groep 2 naar groep 3 soepel te laten verlopen. Het kleuter­ traject helpt hierbij. “Het traject is niet leidend of ze wel of niet overgaan, maar het gaat er vooral om de kleuter sterker te maken.” Een gesprek met twee betrokkenen van het eerste uur: Nelleke de Mooij, intern begeleider bij de Liduina basis­school, en onderwijsadviseur Ingrid Paling. TEKST: ELISAH WALBURG FOTOGRAFIE: BART VAN VLIET


11

Het kleutertraject: concrete aanpak, met grote gevolgen Nelleke: “Vanaf het begin waren we als school betrokken bij het kleutertraject. Ingrid ging ermee starten. En omdat er vaak kleuters in groep 2 zijn waar twijfel over is om hen naar groep 3 te laten gaan, zijn wij ingestapt. Kinderen die nog iets nodig hebben om sterk over te kunnen naar groep 3 worden samen met de ouders en leerkracht begeleid.”

Het traject Vanaf de herfst wordt in groep 2 gekeken welke kin­deren dit steuntje kunnen gebruiken. In de leerlingbespreking wordt bekeken hoe deze kinderen begeleid kunnen worden in dat waar zij wat extra hulp bij nodig hebben. Er volgt een oudergesprek waarin toestemming wordt gevraagd om mee te doen en er wordt uitgelegd wat het kleutertraject inhoudt. Nelleke: “Ouders kunnen dan een beetje schrikken. Maar als het traject wordt uitgelegd en we vertellen dat we met een specialist van buitenaf werken, HCO, wordt het heel erg gewaardeerd en stemmen zij eigenlijk altijd in. Vaak is er bij de ouders ook al iets opgevallen en voelt het juist als een bevestiging én voelen ze dat hun kind gezien wordt.” In november worden de leerlingen in de groep geobserveerd. Nelleke: “Dit doet Ingrid van het HCO en is dus altijd objectief. Ook de leerkracht observeert en vult een observatieformulier in. Het helpt als leerkracht ook echt hun blik op een kind te doen veranderen.” In december worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek om samen te bekijken wat nodig is om in de behoefte van het kind te voorzien en welke aanpak nodig is. Daar wordt een handelingsplan voor geschreven. Daaruit komen maximaal twee concrete doelen, waar zowel de school als de ouders bij gaan helpen. Nelleke: “Het gaat echt om heel concrete doelen, met grote gevolgen voor het kind.” Ingrid: “Iedereen gaat vervolgens met het handelingsplan aan de slag en in maart komen we weer bijeen om te

evalueren. Dat is zo sterk aan dit kleutertraject. Het is niet alleen iets van school, maar ook van de ouder om het kind zo goed mogelijk te ondersteunen in zijn behoefte. De school blijft de leerlingen na het traject volgen in groep 3 en soms ook nog in groep 4. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we altijd nog een keer met ouders en school bij elkaar komen.”

Steuntje in de rug Ingrid: “Soms voelen ouders dat er ‘iets’ mis is. Maar daar ligt niet de focus. Het is net dat extra steuntje in de rug en ook gebruikmaken van de sterke kanten. Net even boven tafel krijgen waarom een kind bijvoorbeeld de hele tijd afkijkt, maar eigenlijk gewoon aan het observeren is wat een ander aan het doen is. Dan ga je heel anders met zo’n kleuter om, waardoor die veel beter tot zijn recht komt.” Nelleke vult aan: “Zij zijn constant in ontwikkeling en hebben soms een zetje nodig, bijvoorbeeld om zich te leren concentreren of om door te zetten als het lastig is. Door over het kind te praten, wordt er ook anders gekeken naar het kind. Door de inzet van kleine oefeningen zowel thuis als op school gaan ze ongemerkt met sprongen vooruit. Kleuters zijn eigenlijk de meest innoverende en zich snelst ontwikkelende mensen. Zij leren in een paar jaar alles waar je je hele leven mee verder kunt.”

Wil je zelf ook aan de slag met het kleutertraject? Informeer dan bij Annemieke Roeleveld wat we voor jouw school kunnen betekenen. Annemieke Roeleveld - a.roeleveld@hco.nl


12

De ‘training basis ve’ is een verrijking voor iedere pedagogisch medewerker Als specialist in de voor- en vroegschoolse educatie (vve) heeft HCO diverse trainingen voor medewerkers van kinderdagverblijven, peutergroepen en basisscholen. Speciaal voor pedagogisch medewerkers is er een zeer complete ‘Training Basis VE’. De bijeenkomsten worden uitgevoerd door diverse jongekindspecialisten. Aan het woord zijn Clara Buter en Marije van der Schelling, onderwijsadviseurs van HCO met veel praktijkervaring en expertise betreffende het jonge kind. TEKST: INGE DOUWES FOTOGRAFIE: BART VAN VLIET

‘Als je het over auto’s hebt, moet een kind een auto in handen hebben.’ Clara Buter

Vve is voor een bepaalde groep kinderen, waarvoor de criteria wettelijk bepaald zijn. Marije: “De focus lag in eerste instantie op taal, maar er is steeds meer aandacht gekomen voor de samenhang van de ver­­schillende ontwikkelingsgebieden. Veel kinderen hebben niet alleen te maken met een taalachterstand. Vaak blijft de ontwikkeling op motorisch, sociaalemotioneel of cognitief vlak ook achter en deze hebben allemaal invloed op elkaar.”

De inhoud van de bijeenkomsten is divers en rijk gevuld, altijd met een link naar NT2. Naast de bijeenkomsten wordt de pedagogisch medewerker op de werkplek gecoacht. Marije vertelt: “Tijdens de coaching laat de pedagogisch medewerker zien of ze dat wat ze geleerd hebben goed kunnen implementeren in de praktijk. Deze coaching wordt als zeer waardevol ervaren.” De training wordt afgesloten met een persoonlijk port­folio waarin de deelnemers opdrachten en reflectieverslagen opnemen alsmede de voorbereiding van hun coachactiviteit. Na afronding van de ‘Training Basis VE’ volgen de meesten aansluitend een training voor het werken met een vve-programma.

Spelbegeleiding Marije: “Ik zie vaak een kwartje vallen als we laten zien hoe je spel begeleidt, hoe je het kind echt volgt en het kind centraal stelt. Als je gaat theedrinken in de huishoek en vraagt ‘wat voor kleur heeft dit kopje?’, dan ben je niet aan het meespelen, maar aan het checken of het kind de kleuren kent. Veel pedagogisch medewerkers vinden het heel lastig om geen vragen te stellen en om echt een rol aan te nemen in het spel. Als kinderen spelen dat er brand is, dan moet jij ook een brandweerman worden en dat vuur gaan blussen. In de training is er ook veel aandacht voor de verschillende spelfases. Zo leren de deelnemers de kenmerken van bijvoorbeeld hanterend spelen. Dat zijn de kinderen die torens bouwen en weer omgooien, nog een keer bouwen en weer omgooien. Of het kind dat ontdekt: hé, ik kan deze beker op de grond gooien en dan maakt het herrie, leuk! Precies het spel dat wij als volwassenen irritant vinden. Wij geven dan de tip om het spel te verplaatsen naar bijvoorbeeld de grond, een kleedje of de gang, in plaats van het spel af te breken.”


Breinontwikkeling Het doel van alle trainingsonderdelen is dat de pedagogisch medewerkers veel meer gaan snappen waar de kinderen zitten in de ontwikkeling. En hoe ze daarop kunnen aansluiten. De bijeenkomst over motoriek is vaak een eyeopener. Clara: “Door te handelen (spelen) met zoveel mogelijk verschillende concrete materialen doen kinderen ervaringen op via de zintuigen. Al die prikkels worden verwerkt in het brein. Wij geven de hele dag taal aan al die ervaringen waardoor het taalnetwerk steeds verder wordt uitgebreid. Soms is dat behoorlijk vermoeiend, maar zeer belangrijk omdat we via de motorische en taalgebieden de linken naar het voorste gedeelte van het brein kunnen maken.” Een rijke speelleeromgeving is hierin heel belangrijk: welk materiaal heb je in de hoeken, welke ontwik­ kelingsspellen staan er in de kast, is er voldoende concreet materiaal? Als je het over auto’s hebt, is het belangrijk dat de kinderen een auto in hun handen hebben, ermee kunnen spelen in plaats van een plaatje bekijken. De koppeling naar het platte vlak (een foto of plaatje) komt daarna. Clara: “Het is de kunst om echt aan te sluiten met jouw handelen en verwachtingspatroon bij het niveau van ieder kind. Het kan zijn dat een kind van 2,5 jaar in zijn ontwikkeling op 1,5 jaar zit. In de bijeenkomst over observeren zien we vaak dat dat besef echt doordringt.

Ik heb een keer teruggekregen dat ze op een groep de hele speelleeromgeving hadden veranderd met mate­­riaal en activiteiten. Naast dat de kinderen nu op hun eigen niveau werden uitgedaagd, zag de IB’er ook een positief effect op gedrag. Het is toch mooi dat kinderen door zulke professionals worden ondersteund in hun ontwikkeling? En voor ons is het mooi om met deze training professionals bewust te maken en inspiratie te geven.”

‘Je voelt de ervaring van jullie als trainers en dat werkt inspirerend.’ Serena (deelnemer):

Marije en Clara zijn ervan overtuigd dat iedere peda­ gogisch medewerker er baat bij heeft deze training te volgen omdat ieder kind het verdient om op deze manier ondersteund te worden. Neem voor vragen contact op met Marije van der Schelling, m.vanderschelling@hco.nl, of Clara Buter, c.buter@hco.nl.


14    WIE OF WAT HEEFT JE KIJK OP HET VAK/ONDERWIJS VERANDERD?

De pet van de leraar Het imago van leraren in het onderwijs is de afgelopen decennia achteruitgegaan. Een oorzaak lijkt onder andere te liggen in onwetendheid over wat er allemaal komt kijken bij het leraarschap. Heeft de pandemie, waarin ouders door het geven van thuisonderwijs zélf de leraarspet hebben opgezet, de kijk op het onderwijs veranderd?

TEKST: RENÉ KOPS

manier. Zo werd door de één vrolijk letterbingo met hun kleuter gespeeld en werd bij de ander het geduld op de proef gesteld tijdens de uitleg van een breuken­ som. Samia, moeder van Bilal uit groep 5, verwoordde de veranderde blik misschien wel het beste: “Ik vind het echt knap als ik zie wat er allemaal komt kijken bij een rekenles. Ik word nu al gek. En dan heb ik er maar eentje! De juf heeft er dertig in de klas.”

Welke leraar heeft zich niet ooit op een verjaardags­ feestje moeten verdedigen tegen de vooroordelen over het werken in het onderwijs? ‘Jullie hebben altijd vakantie en werken halve dagen.’ Veel leraren beginnen er niet eens meer aan om zich tegen dit soort uit­ spraken te verdedigen. Hoe leg je aan iemand uit wat er naast het lesgeven allemaal bij komt kijken op een dagelijkse schooldag? Door de Covid-pandemie werd de leraar gedwongen om een deel van de werkzaamheden op het bordje van de (groot)ouders te leggen. Gelukkig zijn onder­ wijsprofessionals geboren met een ‘flexibel DNA-­ profiel’ om snel te schakelen. Dat zorgde ervoor dat het thuisonderwijs door veel scholen snel georgani­ seerd was. Teams-, Meet- en Zoomsessies vlogen digitaal de huiskamers binnen. Veel ouders maakten hierdoor kennis met een voor hen tot dan toe onbe­ kende wereld: de wereld van instructie, motiveren, enthou­siasmeren en geduld hebben. Oftewel... de wereld van de leraar! Heeft het thuisonderwijs de kijk van de ouder(s) op het onderwijs veranderd? Een voorzichtig ‘ja’ is het antwoord. Over het algemeen lijkt het respect voor de juf en meester gegroeid. De ouders met wie we spraken, ervoeren ‘de pet van de leraar’ op hun eigen

Connie van Tricht, moeder van ‘bovenbouwer’ Emma op een Westlandse daltonschool, zegt dat zij nu meer inzage heeft gekregen in de veelheid en diversiteit van leerstof. “Ik was mij voorheen niet bewust dat er zo veel verschillende methodes bestaan”, zegt Connie. Zij vindt dat het als ouder thuis soms lastig is om iets uit te leggen. “Ik leg het immers toch anders uit dan de juf”, zegt Connie met een knipoog. Hoewel zij, net als de andere ouders, positief is over de rol van de leraar, heeft zij ook wel een kritische opmerking: “Ik merk dat er online vrijwel elke keer direct gestart wordt met de orde van de dag. Het programma staat centraal en de kinderen werden overladen met instructies. Hierdoor raakte de aandacht voor het individuele kind nogal eens naar de achtergrond.” Connie vindt dit jammer en zij hoopt dat dit in het fysieke onderwijs weer snel wordt ‘rechtgezet’. Over één ding zijn de ondervraagde ouders het unaniem eens: petje af voor de leraar!

En wat zegt professor Hattie? Prof. John Hattie heeft veel onderzoek gedaan naar factoren in het onderwijs die het meeste effect hebben op het leren van kinderen. De centrale rol van de leraar en de manier van lesgeven blijken daarbij van groot belang. Dit geldt voor zowel fysiek als online­onderwijs. De betrokkenheid van ouders bij het leren van hun kinderen en de hoge verwachtingen van ouders spelen eveneens een rol hoe succesvol het thuisonderwijs verloopt, volgens Hattie.


15    TOEKOMSTGERICHT ONDERWIJS

Wereldburgerschap is niet alleen een thema op de politieke agenda, maar ook een onderwerp dat Fatih Őzbasi, basisschooldirecteur van Cosmicus Den Haag, nauw aan het hart ligt.

Wereldburgerschap en De Vreedzame school   TEKST: LAURA VERZAAL FOTOGRAFIE: BART VAN VLIET

Fatih studeerde af als ingenieur in de luchtvaart- en ruimtetechniek. Hij was werkzaam bij Airbus, maar bleef diep van binnen roeping voelen om een grotere bijdrage te doen aan de wereld. “Vanuit een innerlijke gedrevenheid en vanuit mijn geloof ingegeven, heb ik de wens om mijn steentje bij te dragen. Als ik met een toverstafje zou kunnen zorgen voor wereldvrede, dan zou ik dat doen. Helaas is het niet zo gemakkelijk. Je moet klein beginnen, op lokaal niveau, bij de jeugd.” Toen hij in 2012 werd gevraagd om in Den Haag een school te starten met als onderwijsconcept ‘wereldburgerschap’, voelde hij dat hier zijn kans lag, ook al had hij geen onderwijsachtergrond. Hij maakte de gewaagde carrièreswitch en met een jong en gedreven team maakten ze de school tot een succes. Door met kinderen te werken aan draagvlak voor wederzijds respect, naastenliefde, solidariteit, geduld en moed, hoopt hij te bouwen aan een betere wereld in de toekomst.

Wereldburgerschap, UNESCO-school en De Vreedzame School Alle leerlingen leren wat het betekent om een wereldburger te zijn. Een burger die in verbinding staat met zichzelf en anderen. Dat is een proces. Fatih: “Met onderwijs kun je zaadjes planten die verder ontspruiten nadat leerlingen de school hebben verlaten. De kinderen leren bijvoorbeeld conflicten oplossen, zich inleven in anderen en hoe ze zich kunnen inzetten voor anderen én de wereld. Dit wordt vormgegeven in projecten als Kleur bekennen, waarbij de kinderen zich verdiepen in een ander land.” Met het HCO is De Vreedzame School geïmplementeerd om nog meer invulling te geven aan burgerschapsontwikkeling. Fatih: “De studiedagen waren mooie momenten van reflectie: wat doen we en waarom doen we het zo?”

‘Als we elkaar niet meer willen leren kennen en niet meer open kunnen staan voor elkaar, leven we op eilandjes.’ Fatih Őzbasi

Onderwijs voor de toekomst Op school worden de feesten uit alle geloofsstromingen gevierd en diversiteit wordt in de breedste zin besproken. Dat leidt tot wrijving, maar het geeft ook opening tot een goed gesprek. Het voeren van het goede gesprek is belangrijk voor de toekomst. Fatih: “Als we elkaar niet meer willen leren kennen en niet meer open kunnen staan voor elkaar, leven we op eilandjes. Dan is er geen openheid, geen verbinding en verdwijnt de tolerantie. Via onderwijs willen we draagvlak creëren voor de universele waarden van de mens. Onderwijs voor de toekomst.”

HCO biedt een passend traject: De Vreedzame School De Vreedzame School is een compleet programma op het gebied van burgerschap en sociale veiligheid. De Vreedzame School is erkend als ‘effectief volgens eerste aanwijzingen’, en als zodanig opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd­ instituut (NJi). Kijk voor meer informatie op www.hco.nl of neem contact op met Laura Verzaal l.verzaal@hco.nl.


LEESTIP!

AGENDA

Slim leren

Bradley Busch en Edward Watson TEKST: KATJA TAS | FOTOGRAFIE: BART VAN VLIET

Katja Tas, onderwijsadviseur HCO: Goede voornemens maken en doelen stellen. We doen het waarschijnlijk allemaal. En we komen ook vast de nodige belemmeringen én tegenvallers tegen op ons eigen pad naar succes. Succesvol in iets worden gaat nooit vanzelf, maar ‘goede gewoontes’ kunnen je zeker helpen om ergens goed in te worden. Het mooie is dat iedereen die gewoontes kan aanleren. Of je nu beter wilt worden in je sport, het leren op school, het leren bespelen van een instrument, het lukt allemaal een stuk beter als je het slim aanpakt. In het boek Slim leren lees je hoe je doelen kunt stellen, uitstelgedrag kunt overwinnen (ja, we hebben er allemaal last van!) en zelfverzekerd kunt starten. En als je eenmaal op pad bent, hoe je gefocust en met voldoende zelf­ vertrouwen kunt werken of oefenen, zodat je geniet van de stappen die je maakt en eventuele tegenvallers (die er zeker gaan komen!) kunt ombuigen naar leer­ervaringen. Specifiek voor het leren op school worden slimme tips gegeven, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek: tips om je dag in te delen (van ontbijten, telefoongebruik, beweging tot leerblokken inplannen). Manieren om je geheugen te verbeteren en adviezen hoe je om kunt gaan met toetsen, examens en leerstress. En, heel actueel nu in deze coronaperiode, gaat een deel over gelukskunde en goed voor jezelf zorgen. Leerzaam en (zoals alle tips in dit boek) gelijk toepasbaar!

Slim leren

NIEUWE UITGAVEN Bestel deze nieuwe uitgaven in onze webshop: shop.bazalt.nl

Differentiëren pocketboek

Omgaan met werkdruk

26

Instroomtraining basis VE pedagogisch medewerkers – traject 1 Programma specifieke instroomtraining Uk & Puk voor pedagogisch medewerkers

Gedurende het hele jaar zet Bazalt Groep zich in voor de kwaliteit van het onderwijs. Bazalt Groep organiseert organiseert congressen, bijeen­ komsten en trainingen om kennis te bevorderen en het netwerk te vergroten. Houd voor de actuele informatie de agenda in de gaten: www.hco.nl/agenda of www.bazaltgroep.nl/agenda

Tip! We geven van elke nieuwe uitgave een exemplaar weg op onze Facebookpagina /HCOactiviteiten

€ 16,95

6

Meld je aan voor onze trainingen!

Slim leren is een vrolijk, kleurrijk en toegankelijk boek dat je kunt gebruiken als hulpmiddel om je dromen te gaan verwezenlijken. Het is speciaal geschreven voor leerlingen van groep 7-8/VO en jongeren, maar zéker ook interessant voor volwassenen die een zetje in de rug willen om hun eigen leren/werken onder de loep te nemen en hun doelen te realiseren.

€ 16,95

mei

€ 15,95

Het jongetje dat niet stil kon zitten