3 minute read

Belgische Gouda op hoog niveau

Wanneer Jan Desmet de kaasgroothandel van zijn vader overneemt, is de markt om hem heen volop aan het veranderen. Hij neemt een risico en investeert in de productie van een eigen Gouda kaas. Acht jaar later zijn de op-en-top Belgische Flandrien Kazen al meermaals bekroond en produceert hij 1,4 miljoen kaas per jaar.

Flandrien Kaas is met zijn 25 medewerkers een middelgrote familiale kaasmakerij. “Onze ambitie is om de Belgische kaasmarkt naar een hoger niveau te tillen”, vertelt eigenaar Jan Desmet. “De markt van de Gouda kazen wordt gedomineerd door Nederlandse spelers. Maar wij willen het verschil maken met een Belgische variant die net iets meer karakter heeft.”

Zijn Flandrien Kaas is een ambachtelijke én puur Belgische kaas. “Maar we pakken het wel super professioneel aan met een zuiveltechnoloog, een kwaliteitscontroleur en een kaasmaker met dertig jaar ervaring.”

“Onze ambitie is om de Belgische kaasmarkt naar een hoger niveau te tillen.”

Ook de interne logistiek werd geautomatiseerd zodat de kaasmakers, die anderhalf jaar lang in het bedrijf worden opgeleid, zich kunnen focussen op het kaas maken. En dat is nodig. “Onze grondstof is melk. Dat is een product dat enorm varieert, naargelang de seizoenen en het melkveebedrijf. Met een zeer fluctuerende grondstof moeten we telkens een stabiel eindproduct maken. Het handmatig bewerken door onze kaasmakers van wrongel tot kaas zorgt net voor het unieke karakter en het smeuïge mondgevoel.”

Kaas maken is een fermentatieproces, weet Jan ons nog te vertellen. De (melk-) suikers of lactose worden omgezet naar melkzuren. Zit er dan nog lactose in de kaas? “Door het natuurlijke fermentatieproces verdwijnt de lactose. Maar in onze jonge kazen kan je wel nog sporen van lactose vinden. Na vier maanden is alle lactose wel weg. De Flandrien Gerijpt (6 maanden rijping), Flandrien Oud (12 maanden rijping) en Flandrien Grand Cru (18 maanden rijping) zijn dus allemaal lactosevrij. De Flandrien Jong (6 weken rijping) is lactosearm.”

Derde generatie

Jan heeft duidelijk kaas gegeten van de kaasmakerij. Hij is dan ook de derde generatie in het bedrijf. “Mijn grootvader heeft in 1934 Triporteur opgestart. Met een bakfiets leverde hij kaas in de buurt. Mijn vader heeft de zaak uitgebouwd tot een kaasgroothandel die tot de subtop van België behoorde. Om je een idee te geven: mijn grootvader had een dertigtal kazen in het assortiment. Mijn vader had er in zijn topjaren wel 800.”

Wanneer Jan in de jaren ’90 Triporteur op zijn beurt overneemt, is de markt grondig aan het veranderen. “De kleine zelfstandige winkeliers verdwenen en maakten plaats voor grote supermarkten met eigen centrales. Onze leveranciers staken ons voorbij om rechtstreeks te leveren. En er was de opkomst van Aldi, Lidl, Colruyt, allemaal bedrijven die de markt innamen en niet echt de klanten waren van een kaasgroothandel zoals de onze.”

Mijn grootvader had een dertigtal kazen in het assortiment. Mijn vader had er in zijn topjaren wel 800.

Jeugdige onbezonnenheid

In 2003 wordt Triporteur exclusief en succesvol verdeler van Vlaskaas. Jan bewijst dan dat hij een merk kan uitbouwen. Als hij in 2009 ook in het Gouda segment op zoek gaat naar een exclusief product, besluit hij voor de vlucht vooruit te kiezen en een eigen Belgische Gouda te produceren en op de markt te brengen.

“In 2010, 2011 en 2012 hebben we gepland, gebouwd en recepturen op kleine schaal getest bij een bevriende kaasmakerij. We hebben echt geschifte dingen gedaan in die recepturen”, lacht Jan. “Tot we een recept hadden dat ons beviel en in productie is gegaan.” Hij geeft toe dat het een enorme gok was met een zeer forse investering. “Noem het jeugdige onbezonnenheid. Maar wanneer je als jonge ondernemer een bedrijf overneemt dat stagneert, moet je risico’s durven nemen.”

In 2014 schrijft Jan zijn Flandrien Kaas in voor de prestigieuze World Cheese Awards. “We hebben toen meteen de hoofdprijs mee naar huis genomen. Dat heeft heel veel persbelangstelling opgeleverd en onze kaas een vliegende start gegeven.”

“Wanneer je als jonge ondernemer een bedrijf overneemt dat stagneert, moet je risico’s durven nemen.”

De kaasgroothandel is ondertussen verkocht zodat Jan en zijn echtgenote, met wie hij de zaak runt, zich kunnen concentreren op het kaasmaken. En met succes. “We komen nog ieder jaar naar huis met een karrenvracht aan medailles én het bedrijf groeit heel sterk. Acht jaar na de start produceren we al 1,4 miljoen kilo kaas per jaar. Dat bewijst dat we de juiste beslissing hebben genomen.”