Page 1

van 23 februari tot 2 maart 2017

+

N° 1559 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

uit in brusse

L | vos sorties

à bruxeL Les

| out and

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS

about in brusse

Ls 24 | 2

2 | 3 | 2017

#1559

weekblad |

eeN UITGaVe

VaN VlaaMS-bRU

SSelSe MedIa

VZw | FlaGeYPleIN

18 Place FlaGeY,

1050 elSeNe/Ixel

leS | aFGIFTekaNT

ooR bRUSSel

x P702124

nL Fr en

1559_01

Le rendez us de tes les créatu-vo res animétou es

anima

_cover.in

POP-UP de doe-het-zelfstad

dd 1

strand oF oaks carL de keyze r sohn a taste oF poiso n Labtr Feiko beckersio

20-02-17

18:47

p 10 - 11

© SASKIA VANDERSTICHELE

VINCENT DE WOLF (MR)

‘De tolerante geluidsnormen afschaffen was mijn idee’

Brussel bakt het niet al te bruin

‘Centre Pompidou komt vooral naar Brussel voor het geld’

p6-7

p9

p 12 - 13

De Bruzzfrietkotentest

DIRK SNAUWAERT (Wiels)


2 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

EDITO Geen akkefietje

Steven Van Garsse Chef Weekblad “Een stad besturen is respect hebben voor de inwoners, en voor de wetten die de politiek zichzelf heeft opgelegd”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar.  OPLAGE 62.609 exemplaren.  ADVERTEREN? Ineke Le Compte, Ute Otten: sales@bruzz.be 02-650 10 63 ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef )  EINDREDACTIE Karen De Becker  ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier  REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet  FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene.  Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Het is een wet van Perzen en Meden. Regels die niet afdwingbaar zijn, verliezen binnen de kortste keren hun kracht. Zo is het ook met de taalwet in Brussel. Elk jaar staat het zwart op wit in het rapport van de vicegouverneur die waakt over de benoemingen in de lokale besturen in Brussel. Voor de ambtenaren is er geen vuiltje aan de lucht. Wie geen taalattest heeft van de andere landstaal, wordt niet benoemd. Punt uit. De wet laat het niet anders toe. Onwettige benoemingen zijn er (bijna) onbestaande. Voor contractuelen is het een ander paar mouwen. Een benoeming van een kandidaat zonder taalattest wordt in het beste geval geschorst, maar zelden vernietigd. De contractueel kan rustig in dienst blijven. Omdat de lokale besturen steeds meer contractuelen aanwerven is de tweetaligheid in de Brusselse gemeenten in ijltempo aan het verschralen. En zo wordt de taalwet een vodje papier. Men kan als burger de schouders ophalen, on parle tous français. Toch is het geen akkefietje, zoals blijkt uit de verhalen die onze redactie geregeld ter ore komen. Neem nu Cecile: niet alleen weigert de stad Brussel haar volledig ten onrechte te domiciliëren, de brief die ze kreeg met de weigering was er één in schabouwelijk – onbe-

grijpelijk - Nederlands. Zelfs Google Translate doet beter. Bruzz schreef erover, maar de stad Brussel doet er het zwijgen toe. De schepen van Burgerlijke Stand, de burgemeester, ze zouden in elkaar moeten krimpen van schaamte, ze zouden zich even moeten voorstellen wat een brief in vergelijkbaar Frans met hen zou doen. Een stad besturen is respect hebben voor de inwoners, en voor de wetten die de politiek zichzelf heeft opgelegd. Als er achterpoortjes zijn in de wet, dan moeten die dicht. Dat is wat kamerlid Henrdik Vuye (ex-N-VA) voorstelt. Een geschorste benoeming ook meteen vernietigen. De tweetaligheid in de lokale besturen zou er meteen stukken beter aan toe zijn. Het is een goed voorstel, waar al heel wat Nederlandstalige politici in Brussel voor gepleit hebben, maar waar tot vandaag niets mee is gedaan. Jammer genoeg heeft Vuye nul macht. Hij is, en dat weet hij, niet meer dan de luis in de pels van de N-VA. En zo zullen we kunnen zien hoe N-VA, en bij uitbreiding CD&V en Open VLD, zich in de Kamer in bochten zullen wringen om het wetsvoorstel niet te moeten goedkeuren. Terwijl dat nu écht iets zou kunnen doen aan de gebrekkige tweetaligheid in de hoofdstad van dit land.

WAUTER MANNAERT

Alain Courtois, van MR, een echte voetbalbobo, die denk ik nog nooit in zijn leven gewerkt heeft” DE BRUSSELSE SP.A-MINISTER PASCAL SMET haalt in ‘Alloo op Zondag’ (Joe FM) zwaar uit naar de Brusselse eerste schepen met wie hij samen in de meerderheid in de stad Brussel zit.

Ik kan geen begrip opbrengen voor de keuze van staatssecretaris Sleurs” KMSK-directeur Michel Draguet vindt dat Elke Sleurs (N-VA) er niet veel van bakte, maar ze moet volgens hem nu wel op post blijven (op ‘Bruzz’.be).


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 3

ONDERWIJS Grondwettelijk hof laat zwaardere test toe

LOP handhaaft niveau B1 voor taalkennis ouders BRUSSEL - Ondanks de beslissing van het Grondwettelijk Hof zal de taaltest B1 volstaan voor anderstalige Brusselse ouders die voorrang willen krijgen in een Nederlandstalige secundaire school. “Wij hebben de afgelopen jaren een afwijking gevraagd van de Vlaamse regelgeving en we gaan dat ook blijven doen,” zegt Petrus Van den Cruyce, voorzitter van het Lokaal Overlegplatform (LOP) Brussel secundair onderwijs.

Nederlandstaligen die hun kind willen inschrijven in een Brusselse basisschool of secundaire school krijgen voorrang. Die is evenwel beperkt tot 55 procent van de plaatsen. Om aan te tonen dat men Nederlandstalig is, volstond aanvankelijk een ‘verklaring op eer’ van een van de ouders. Omdat er met die verklaringen blijkbaar ‘gefraudeerd’ werd, besloot de Vlaamse overheid destijds de eisen strenger te maken. Anderstaligen die van de voorrang wilden genieten, moesten een getuigschrift van Nederlandstalig onderwijs afleveren of anders een taaltest van niveau B1 afleggen in het Huis van het Nederlands. Omdat sommige basisscholen het niveau B1 als onvoldoende ervaarden om de communicatie met de ouders vlot te laten verlopen, werd de taalvereiste in 2014 aange-

scherpt. Via een decreetswijziging trok de Vlaamse regering de vereiste kennis op tot het ‘academische’ niveau B2, zowel voor ouders

“Wij blijven een afwijking vragen” Petrus Van den Cruyce Voorzitter LOP Brussel secundair onderwijs

die een kind in het basisonderwijs wilden inschrijven als voor aanmeldingen in het secundair. Het betekende dat sommige anderstalige ouders, wier kind al negen jaar in het Nederlandstalige basisonderwijs had gezeten, plots een zware taaltest moesten afleggen

als ze hun kind met voorrang wilden inschrijven in het secundair. De Brusselse Open VLD-, CD&V-, SP.A- en Groenfracties vonden dat onaanvaardbaar en vroegen een aanpassing van het Vlaamse inschrijvingsdecreet. Daar is voorlopig echter niets van in huis gekomen, onder meer omdat de N-VA gekant is tegen de versoepeling van de voorrangsregels. Ondertussen vocht de vzw Foyer samen met enkele ouders de strengere taalvereiste aan bij het Grondwettelijk Hof. Dat besliste nu dat er geen probleem is. Maar in de praktijk heeft deze uitspraak volgens LOP-voorzitter Van den Cruyce geen gevolgen voor de ouders. “Omdat we ervan uitgingen dat het decreet zou worden aangepast heeft het LOP de afgelopen jaren telkens aan de onderwijsminister gevraagd om te mogen afwijken van de regel en voor het secundair onderwijs het niveau B1 te hanteren. We zullen dat ook blijven doen.” Voor Van den Cruyce heeft een taaltest voor ouders van kinderen die uit het Nederlandstalige basisonderwijs komen geen zin. “Eigenlijk zou iedereen die uit het Nederlandstalige basisonderwijs komt voorrang moeten krijgen in het middelbaar. Maar als je dat doet en alle plekjes raken op die manier ingevuld, dan lopen we het risico dat ouders uit het Franstalige onderwijs naar de rechter trekken wegens discriminatie.” Bettina Hubo 

STAd Bedrijventerrein achter Thurn & Taxis krijgt vorm

Auto’s, bier en toiletten BRUSSEL – Brasserie de la Senne heeft een vergunningsaanvraag ingediend voor de bouw van een nieuwe brouwerij met een café-restaurant. Het gebouw komt op een nieuw bedrijventerrein tussen Thurn & Taxis en het logistiek centrum TIR. De brouwerij krijgt er gezelschap van autodeler Citroën en een badkamerfabrikant.

DEGUSTATIE Simulatiebeeld van de nieuwe brouwerij met degustatieruimte.

De groeiende Brasserie de la Senne zit momenteel krap behuisd in Molenbeek, en kondigde een jaar geleden aan te willen verhuizen. Hun project, een ontwerp van architectenbureau L’Escaut, past helemaal in de stedenbouwkundige visie van het Kanaalplan, dat wonen wil verzoenen met productieve activiteiten. Voor bouwmeester Kristiaan Borret is het erg belangrijk dat nieuwe industriële gebouwen verzorgd zijn en ook een link leggen met de stad. Vandaar het idee om behalve een brouwerij ook een publieke degustatieruimte te maken. De opening is gepland in de loop van volgend jaar. Ondertussen hebben ook nog enkele andere bedrijven hun komst naar de zogenaamde TACT-site

(Terrain adjacent au centre Tir) bevestigd. Citroën is er al begonnen met de bouw van een nieuwe showroom, ter vervanging van het iconische gebouw aan het IJzerplein dat zoals bekend een museum moet worden. Ook drankencentrale Vizyon Drinks plant er een nieuwbouw. Bovendien toont nog een brouwerij interesse. Dat blijkt uit een parlementair antwoord van minister-president Rudi Vervoort (PS) in de commissie Territoriale Ontwikkeling. Behalve verkopers en producenten van auto’s en dranken komen er bedrijven gespecialiseerd in bouwmaterialen en sanitaire installaties. De Stad Brussel overweegt om er een nieuw logistiek centrum te Laurent Vermeersch bouwen.

MOBILITEIT Brussel plant inhaalbeweging om elektrische auto te promoten

Nijpend tekort aan laadpalen Het aantal elektrische wagens zou de komende jaren fors kunnen toenemen. Maar in Brussel dreigt de opmars van de elektrische auto gefnuikt te worden door een gebrek aan laadpalen. De gewestregering plant een inhaalbeweging. In 2015 werden in Brussel 82.889 auto’s geregistreerd, waarvan minder dan 1 procent elektrisch. Dat in Brussel minder elektrische voertuigen rondzoemen dan in naburige hoofdsteden zoals Amsterdam of Parijs komt onder meer door het beperkt aantal laadpunten. Ook minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) vindt dat een inspanning nodig is. “We werken deze legislatuur aan een uitbreiding, om meer publieke oplaadpalen te hebben op gewest- en gemeentewegen,” klinkt het op zijn kabinet. “Brussel Mobiliteit schrijft momenteel een concessie uit.” Er komt een basisnetwerk van laadpunten, maar daarnaast zullen mensen ook kunnen aangeven dat ze een paal in hun omgeving nodig vinden. Een zogeheten ‘paal op aanvraag’. Energieregulator Brugel heeft een studie besteld om in te schatten hoeveel extra laadpalen er nodig zijn en waar die best komen. Voor de groei van het aantal elektrische wagens

stelden de analisten drie scenario’s op. In het eerste, ‘business as usual’, voert het gewest geen specifieke subsidie in en laat het ook geen extra laadpalen zetten. Toch zou dat al 14.000 elektrische voertuigen opleveren tegen 2020. Mocht de Brusselse regering een aankoopsubsidie invoeren, houden de onderzoekers rekening met 16.000 extra elektrische voertuigen. Als ze een aankoopsubsidie geeft én jaarlijks tweehonderd laadpunten installeert, dan kan Brussel 18.000 nieuw geregistreerde elektrische wagens verwachten. In de studie gaat Brugel uit van de installatie van duizend nieuwe laadpunten (twee per laadstation) tegen 2020, om al die nieuwe elektrische voertuigen te kunnen bedienen. Om te weten waar de nood aan laadinfrastructuur in de komende jaren het grootst is, verdeelden de onderzoekers het geschatte aantal extra elektrische voertuigen eerst proportioneel over de negentien Brusselse gemeenten. Op basis van factoren als inkomen en grootte van huizen en gezinnen werden die aantallen vervolgens verdeeld over de districten in de gemeente. Zo kwamen ze tot een geschatte gemiddelde vraag naar elektrische voertuigen per district en een geschiktheidsscore. Brugel voorziet eerst een snelle uitrol in de

SCHAARS. Laadpalen voor elektrische wagens zijn dun gezaaid in Brussel (op de foto een elektrische deelauto).

© SHUTTERSTOCK

zuidoostelijke gemeenten, waar de vraag naar elektrische voertuigen het eerst zal toenemen. Zo worden de laadpalen daar economisch meteen rendabeler. In 2017 zou het aantal nieuwe laadplekken ook in de Vijfhoek en het westen van de stad moeten stijgen, om

dan in de jaren daarna evenwichtiger te spreiden over het hele gewest. Sara De Sloover en Laurent Vermeersch  Lees ook het opiniestuk over elektrische voertuigen p 15.


4 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

DE WEEK

IN BEELD Jan Baptista van Helmont zou het bij leven nooit verhoopt hebben, dat zijn herdenkingsbeeld voor het onderzoek naar gasvorming en zuren die inwerken op je lichaam, met een mondmaskertje gesmoord zou worden. Tweehonderd mensen van het collectief Bruxsel’AIR kleedden zaterdag stadsbeelden ludiek aan om de aandacht te vestigen op de trieste slachtoffers: de Brusselaars en pendelaars die het goedje aan fijn stof, zure regen en luchtverontreiniging moeten blijven slikken. JMB

in het NIEUWS GENT OMARMT BRUSSEL

Vrijdag is de Hogeschool Gent (HoGent) een intentieverklaring aangegaan voor een strategische alliantie met de Erasmushogeschool Brussel. Maandag tekende de Erasmushogeschool van haar zijde. De concrete inhoud van de samenwerking én het plan tot fusie moeten nog worden uitgeschreven.

secretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, Grootstedenbeleid en Wetenschapsbeleid, waardoor ook voor de federale wetenschappelijke instellingen in Brussel, en de twee grootste musea.

ANDERLECHT BLIJFT THUIS SPELEN

SLEURS STAPT OP

Federaal staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA) heeft ontslag genomen om de nieuwe fractieleider in Gent te worden. Sleurs stelde zich meteen kandidaat-burgemeester. De wissel is het gevolg van het vertrek van Siegfried Bracke als fractieleider en lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, na de commotie rond zijn adviseursfunctie bij Telenet. Sleurs was staats-

Daarin zakte Brussel met vier plaatsen, tot de 45ste beste studentenstad ter wereld. Leuven, Gent en Antwerpen staan niet in de top honderd. Brussel zou worden geliefd om zijn gezelligheid, diversiteit en lekker eten.

STUDENTEN MINDER BRUSSELMINDED

Het Britse Quacquarelli Symonds, dat 18.000 studenten worldwide bevraagt over de beste studentensteden ter wereld, heeft een nieuwe ranking bekendgemaakt.

RSC Anderlecht heeft ernstige bezwaren tegen het Eurostadionproject en liet dat aan Ghelamco weten. Burgemeester van Anderlecht Eric Tomas (PS) wil dat RSC Anderlecht in zijn gemeente blijft. Hij wijst daarbij naar de goedgekeurde bouwvergunning voor de uitbreiding en renovatie van het huidige Constant Vanden Stockstadion.

HALLEPOORTTUNNEL DICHT

Brussels minister voor Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) maakte bekend dat de Hal-

MARKS&SPENCER LANGER OPEN

lepoorttunnel op de Kleine Ring vanaf maandag 27 februari voor drie weken dichtgaat. Het asbest wordt aangepakt. Daarna volgen nog renovatiefases met verkeersomleidingen. De minister raadt automobilisten aan om andere vervoersmiddelen en wegen te gebruiken. En oppert oplossingen als het gebruik van overstapparkings zoals (het ontoegankelijke) Coovi, dat echter door het gewestelijk parkeeragentschap gereserveerd is voor 210 vaste klanten.

Anderhalf jaar na de heropening van een Marks&Spencer-filiaal in Brussel kondigde het Britse hoofdbestuur in november 2016 aan de winkel te sluiten. Nu werd onderhandeld om de zaak toch nog tot 30 september 2017 open te houden. De termijn is nodig voor betere loopbaanheroriëntering van de ontslagen werknemers en om een nieuwe bestemming voor het pand te vinden.

Samengesteld door Jean-Marie Binst

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© IVAN PUT

Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 5

ONDERWIJS Tweetalige lerarenopleiding volgend jaar van start

‘Twee diploma’s is voor de happy few’ BRUSSEL - De Erasmushogeschool en de Haute Ecole Francisco Ferrer (HEFF) beginnen met een tweetalige lerarenopleiding. Studenten die na een bachelor in de ene school nog een traject in de andere voltooien, kunnen in beide taalgemeenschappen aan de slag. “Dat is alleen weggelegd voor de happy few,” zegt Frank Noten, directeur Onderwijs van de Erasmushogeschool. Echt tweetalig onderwijs is er nog altijd niet of nauwelijks in de hoofdstad. Maar in het Brussels regeerakkoord en het bestuursakkoord van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) werd wel ingeschreven dat er werk moest gemaakt worden van een tweetalige lerarenopleiding. “Als we ooit met tweetalig onderwijs zouden beginnen, heb je tweetalige leerkrachten nodig. Daarvan zijn er nu steeds minder,” zei VGC-collegevoorzitter Guy Vanhengel (Open VLD) dinsdag bij de presentatie van de nieuwe opleiding. Voor het proefproject ging de VGC in zee met de Erasmushogeschool en de HEFF, een school van de stad Brussel. “Wij doen graag mee, want we kampen met een groot tekort aan leerkrachten voor onze Nederlandstalige basisscholen, dit kan een oplossing zijn,” zei Brussels schepen van Onderwijs Faouzia Hariche (PS). Volgend schooljaar gaat in beide hogescholen de vernieuwde driejarige bachelor lager onderwijs van start. Daarin zal er meer aandacht zijn voor de andere landstaal, voor taalpedagogie en voor de grootstedelijke problematiek. “Het is onze bedoeling om van al onze bachelorstudenten taalsensitieve leerkrachten te maken die maximaal voorbereid zijn op de Brusselse context,” zegt Frank Noten. “Van-

af het eerste jaar zijn er taalimmersiestages en gemeenschappelijke activiteiten met de HEFF-studenten. Zo hopen we ook een positievere houding aan te kweken ten aanzien van de andere taalgemeenschap. Daar schort het soms wat aan, zeker bij studenten die uit een eentalige context komen.” Ondertussen bereiden beide instellingen de vervolgopleiding voor. Want studenten die hun bachelor afronden in de ene school kunnen daarna in de andere instelling een verkort traject volgen en op die manier nog een diploma in de andere landstaal krijgen. Het is dus geen echte bidiplomering: het ene diploma is erkend door de Vlaamse Gemeenschap, het andere door de Franse. Hoe lang het vervolgtraject zal duren, ligt nog niet vast. “We schatten één academiejaar, zestig studiepunten,” zegt Noten. Hij gaat er niet van uit dat iedereen met twee diploma’s zal eindigen. “Dat zou te ambitieus zijn. Slechts enkelen, de perfect tweetaligen, zullen als volwaardig klasleraar in de twee onderwijssystemen lesgeven. Het is immers niet aan iedereen gegeven om de andere landstaal voldoende onder de knie te krijgen. Als het taalniveau van de HEFF-studenten niet hoog genoeg is, verwacht ik niet dat ze naar ons zullen overstappen. Wij hanteren immers

een officieel referentiekader waarin het vereiste taalniveau voor het Nederlands vastligt. En daar wijken we niet van af. Als wij na het vervolgtraject een diploma afleveren is dat ook meteen een bekwaamheidsattest voor heel Vlaanderen.”

“Als we ooit met tweetalig onderwijs beginnen, heb je tweetalige leerkrachten nodig. Daarvan zijn er nu steeds minder” Guy Vanhengel Collegevoorzitter VGC Hiermee pareert Noten de kritiek van de N-VA op het project. Vorige week zei Brussels parlementslid Liesbet Dhaene te vrezen dat er Franstalige leerkrachten in het Nederlandstalige onderwijs terecht zullen komen zonder voldoende kennis van het Nederlands. 

Bettina Hubo

De spraakmaker Het is natuurlijk niet de eerste keer dat Brussels minister van Begroting en Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) de voorpagina van een Franstalige krant haalt, Vanhengel is dan ook al heel lang minister. Maar dit weekeinde beroerde de minister de Vlaamse gemoederen: om de geluidsoverlast (in Brussel) aan te pakken stelde Vanhengel in ‘La Libre Belgique’ boudweg voor om de luchthaven 1.800 meter op te schuiven. Dat niemand daar ooit aan gedacht had! Dat Vanhengel met zijn uitspraak de Vlamingen op stang zou jagen, dat wist hij natuurlijk, - pagina één haal je niet zomaar - maar de collateral damage viel toch wat tegen.

Dat Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) in de gaten had dat Vanhengel hiermee een paar Vlaamse dorpen van de kaart ging vegen, tot daaraan toe. “Dit ideetje kan je moeilijk ernstig nemen,” zei Weyts aan de VRT. “Daarvoor zouden er dorpen en gemeenten moeten verdwijnen: Haacht, Kortenberg en Steenokkerzeel.” Bovendien zou het verplaatsen van de luchthaven ervoor zorgen dat er alleen nog vluchten over Vlaanderen zouden vliegen. Weyts: “Ik veronderstel dat het minister Vanhengel daarom te doen is.” Maar hier bleef het niet bij. Ook Open VLD-voorzitter Gwendolyn

Guy Vanhengel

Rutten staat niet achter het idee van haar partijgenoot: “Het gaat om zijn persoonlijke mening, maar die

wordt absoluut niet gedeeld door Open VLD,” zei Rutten aan VRT Nieuws. “We moeten niet polariseren, wel zoeken naar oplossingen. Zo werkt het niet, dat weet meneer Vanhengel ook.” En toen werd het tijd om de dubbele bodem van zijn uitspraak te verhelderen: natuurlijk sprak Vanhengel over het verlengen van de startbanen en niet over het wegvegen van dorpen. Die Vlamingen toch. Dat zelfs zijn eigen voorzitster dat niet doorhad. Het interview met Vanhengel was deel van een uitgebreid dossier in ‘La Libre Belgique’, dat overigens

mooi aantoont hoe (Franstalige) Brusselaars tegen de luchthaven aankijken. Maar niet alleen de politiek (Brussel tegen Vlaanderen en omgekeerd) is verdeeld. Ook het patronaat en de vakbonden zitten volgens ‘La Libre’ niet op één lijn: “Terwijl de Vlaamse sociale partners de Brusselse beleidsvoerders aanvallen, hebben de leiding en de vakbonden van de luchthaven van Luik zich tot de politieke wereld gericht om de ‘problematische activiteiten’ van Zaventem naar Luik te doen verhuizen.” En volgens ‘La Libre’ mag Charleroi zich dan op dit ogenblik discreter opstellen. In Charleroi denken ze niet anders dan Luik. Danny Vileyn


6 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

POLITIEK Vincent De Wolf (MR) waarschuwt voor antipolitiek klimaat

‘In een democratie zijn mandaten nodig’ ETTERBEEK - Het was in een antwoord op een parlementaire vraag van Vincent De Wolf (MR) dat minister van Leefmilieu Céline Fremault (CDH) verklapte dat er tolerantie is op de geluidsnormen voor vliegtuigen. De liberaal pleitte prompt voor een verstrakking, en de regering ging daarop in.

A

ls we Vincent De Wolf spreken, hebben we het niet alleen over de luchthaven, maar ook over mobiliteit, en over transparantie en decumul, momenteel de talk of the town. De burgemeester van Etterbeek en MR-fractieleider in het parlement combineert zelf 24 mandaten en vindt dat geen probleem. “We moeten de dingen in de juiste context plaatsen,” vertelt hij. “Het is niet omdat enkelen dingen doen die wettelijk of ethisch niet kunnen dat we iedereen over dezelfde kam moeten scheren. Willen we een democratie? Dan hebben we mandaten en mandatarissen nodig. Het is geen makkelijk leven. Je moet altijd beschikbaar zijn en er zijn ook veel onzekerheden. Je weet niet of je herverkozen wordt, en de regels kunnen altijd veranderen. Als het bekleden van een publiek mandaat verdacht wordt, is dat gevaarlijk voor de democratie. We moeten reageren en werk maken van meer transparantie. Maar dat moet gebeuren in alle kalmte en sereniteit.

U zit in een parlementaire werkgroep rond transparantie. Wat stelt u voor? VINCENT DE WOLF: Met de MR gaan we drie tek-

sten voorstellen. De belangrijkste is de oprichting van een commissie voor deontologie en ethiek. Voormalige topmagistraten, academici en politici moeten controleren of er geen belangenvermenging is, en of het plafond van 150 procent verloning voor parlementsleden gerespecteerd wordt.

Momenteel wordt dat gecontroleerd door de gemeenten, maar dat gebeurt niet overal even minutieus, volgens Bernard Clerfayt. De Wolf: Ik heb het volste vertrouwen in onze

gemeentesecretaris. Ik heb een rapport gevraagd, want de oppositie heeft daarover een interpellatie gedaan. Wettelijk moeten we alles aangeven bij het Rekenhof tegen 31 maart, en dan zullen we het ook publiek maken.

Uw partijvoorzitter wil het aantal mandaten beperken tot drie. Akkoord? De Wolf: De vraag is hoe we tellen. Vaak hangen

verschillende mandaten vast aan een bepaalde functie. Wie in Brussel burgemeester is, heeft

automatisch ook een zitje in de conferentie van burgemeesters. Het is schadelijk dat bepaalde verenigingen (verwijst naar Cumuleo, red.) en media die mandaten eenvoudig optellen. De realiteit is veel genuanceerder. Als schepen of burgemeester ben je vaak ook voorzitter van vzw’s die zich inzetten voor jongeren of sport. Aangezien dat boven het plafond van 150 procent zit, verdien ik daar echter niets aan.

U bent behalve burgemeester en fractieleider in het parlement ook actief als advocaat en geeft les aan de ULB. Hoe kan u dat allemaal combineren en belangenvermenging vermijden? De Wolf: Als advocaat pleit ik amper nog, ik beheer wel mijn kantoor. Daarnaast geef ik 12 uur les per jaar. Dat levert mij 250 euro op, voor het geld moet ik het niet doen. Ik was voorbestemd om professor te worden, maar men is mij komen zoeken in de politiek. Lesgeven, c’est ma joie et ma fierté.

U bent lang niet het enige parlementslid dat daarnaast ook schepen of burgemeester is. Nu wil ook de PS daar komaf mee maken…

Vincent De Wolf

De Wolf: Eerst wilden ze decumul in 2024, dan

1981 Behaalt diploma Rechten (ULB) en schrijft zich in aan Brusselse Balie

2018… er is duidelijk sprake van paniekvoetbal. Volgens mij is het een goede zaak om een zekere proportie gemeentelijke mandatarissen in het parlement te hebben. Zij kunnen wijzen op praktische problemen. Kijk naar het gewestelijk parkeerplan. Dat is opgesteld door een Frans studiebureau en veel voorstellen waren gewoon onuitvoerbaar. Een chauffagist die langskomt voor een herstelling zou bijvoorbeeld twee weken op voorhand een plaats moeten reserveren bij de betrokken gemeente. Maar een verwarming herstellen dat is vaak toch heel dringend? Er zitten niet alleen idioten bij de gemeenten, weet u. Het is weinig bekend, maar er is een Europese aanbeveling die decumul verplicht vanaf 50.000 inwoners. Dat kan een objectieve regel zijn.

1958 Geboren in Etterbeek

1984 Diploma Criminologie (ULB) 1992-nu Burgemeester van Etterbeek 1999-nu Brussels Parlementslid 2000-nu beheerder van advocatenkantoor Vincent De Wolf & Associés

Hoeveel inwoners heeft uw gemeente Etterbeek? De Wolf: U zult lachen. We zitten aan 47.000.

“Politiek combineren met een privéberoep moet mogelijk blijven” Vincent De Wolf MR-fractieleider

Op het vlak van cumul is er vooral nood aan openheid. Combineren met een privéberoep moet volgens ons mogelijk blijven. Zo houden we voeling met de realiteit en maken we geen wetten die onuitvoerbaar blijken in de praktijk. Om belangenvermenging tegen te gaan kan je nog zoveel regels maken als je wil, uiteindelijk is het een zaak van persoonlijke ethiek.

Heeft uw partijgenoot Armand De Decker, advocaat en burgemeester van Ukkel, een grens overschreden? De Wolf: Sta me toe om daar geen uitspraken over te doen. Ik ken het dossier niet en wacht het gerechtelijk onderzoek af.

Maar ik denk dat we nog deze legislatuur de kaap van 50.000 zullen ronden.

U bent een van de grootste tegenstanders van het gewestelijk parkeerplan. Ondertussen is het flink bijgestuurd. Bent u nog niet tevreden? De Wolf: De grote fouten zijn eruit, maar er blij-

ven problemen. Ook PS-burgemeesters zeggen dat. De problemen zijn vooral sociaal. De tijdelijke abonnementen die wij geven aan mensen die hun ouders willen bijstaan zijn voorbeeld allemaal afgeschaft. Het zijn regeltjes die het verschil niet zullen maken voor de verkeersstromen, maar die wel belangrijk zijn voor de mensen.

Gaat het u om die praktische problemen, of om het behoud van de gemeentelijk controle? De Wolf: Neen, we kunnen ons vinden in het

principe van harmonisatie. Het zou wel beter geweest zijn om de tarieven duurder te maken naar het centrum toe.

Zult u het plan opnieuw aanvechten? De Wolf: We kunnen het plan onmogelijk toe-

passen voor april of mei. We hebben een ge-

meentelijk parkeerplan dat werkt en met inspraak tot stand is gekomen. Minister Smet had beloofd om zijn voorstel opnieuw in het parlement te bespreken, maar dat heeft hij niet gedaan. In plaats daarvan heeft hij snel de besluiten gepubliceerd en alles ingevoerd vanaf januari 2017, zonder overleg, zonder informatie naar de bewoners. Dat is idioot.

U hebt wel meer problemen met Smet: de plannen voor Schuman en de heraanleg van de Oudergemselaan liggen op uw lever. De Wolf: Persoonlijk kan ik het goed met hem vinden, maar op de Oudergemselaan is de vergunning niet gerespecteerd. Dan kan ik


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 7

“Het probleem is dat elke minister de spreiding heeft georganiseerd in functie van zijn eigen woonplaats” Vincent De Wolf MR-fractieleider

dan nemen mensen het. Dat zie je in de wijken waar een metrostation is. Wie twee keer moet overstappen, kiest echter voor de auto. Er is een veelvoud van maatregelen nodig. Meer metro, en meer overstapparkings, ook buiten Brussel. Verder moeten we de bestaande spoorinfrastructuur beter benutten zodat de trein ook kan dienen voor intra-Brusselse verplaatsingen. Ik heb met minister Bellot gesproken en hij heeft wel oren naar een dergelijk Brussels Expresnet.

Er is opnieuw veel te doen over de geluidsnormen voor vliegtuigen. Hebt u met mijnheer Bellot ook over de luchthaven gepraat? De Wolf: Ik heb in een resolutie gevraagd om

de tolerantie op de geluidsnormen af te voeren. Dat probleem is aan het licht gekomen toen ik minister Fremault over de kwestie interpelleerde. Niemand had ooit gehoord van die tolerantie. Ik ken het dossier dus goed, en ik denk dat Bellot goed bezig is. Het is heel moeilijk. Geen enkele minister heeft het tot nu toe kunnen oplossen, en Wathelet heeft het dossier echt kapotgemaakt. Het probleem is dat elke minister de spreiding heeft georganiseerd in functie van zijn eigen woonplaats.

MOBILITEIT. Vincent De Wolf op de vernieuwde Oudergemselaan. “Je kan een andere mobiliteit niet opleggen door wegen te versmallen. Zo creëer je extra files.”

Bellot is afkomstig van Rochefort. Misschien kan hij objectiever te werk gaan…

© BART DEWAELE

toch niet applaudisseren? We hadden onze procedure bij de Raad van State ingetrokken na een akkoord over de verkeerslichten en rijstroken om links en rechts af te slaan. Maar na de heraanleg heb ik zelf eens 45 minuten gedaan over 20 meter. Mensen werden gek en reden tegen de richting in. Ik heb brieven geschreven naar Brussel Mobiliteit, maar kreeg geen antwoord. Pas na een artikel in ‘Le Soir’ is het probleem opgelost. Het is toch niet normaal dat ik daarvoor naar de pers moet stappen?

Is het probleem niet dat u een andere visie heeft. Smet wil minder auto’s, de MR vindt

dat de automobilist het al moeilijk genoeg heeft. De Wolf: Dat is een karikatuur. We zijn er ons

zeer goed van bewust dat we ook iets moeten doen aan de luchtkwaliteit en de geluidsoverlast als we Brussel als levendige stad willen houden. Maar dat wil niet zeggen dat we duizenden parkeerplaatsen moeten schrappen zonder compensatie of alternatieven. Brussel heeft tien jaar niets gedaan voor de metro en de beloofde plaatsen op overstapparkings blijven uit, maar ondertussen worden wel maatregelen genomen tegen de auto. Ik begrijp de wil om de auto terug te dringen. Ik ben ook voor de fiets. Wij waren twintig jaar geleden

de eerste gemeente die fietsers in tegenrichting liet rijden door eenrichtingsstraten. Je kan een andere mobiliteit echter niet opleggen door wegen te versmallen. Zo creëer je extra files.

Is het niet net om plaats te maken voor alternatieven zoals fietspaden en busbanen dat men parkeerplaatsen schrapt of rijbanen versmalt? De Wolf: Wegen versmallen kan, maar mag de

doorstroming voor de auto niet verminderen. Anders krijg je meer file en dus meer uitstoot en lawaaihinder. Als het openbaar vervoer performant, makkelijk, proper en veilig is,

De Wolf: Ja, misschien. We zullen er alleen uitraken als we met alle entiteiten samenzitten. We moeten niet kijken naar de tegenstellingen tussen de gewesten of bepaalde wijken. We mogen niet zeggen dat het oké is zolang we er zelf geen last van hebben. Neen, we moeten met goede wil en te goeder trouw de lasten verdelen.

Vreest u niet dat luchthaven ten dode opgeschreven is met de geluidsnormen zoals de Vlaamse liberalen zeggen? De Wolf: Ik ben en blijf optimistisch. Volgens mij kunnen we een compromis vinden tussen de economische belangen en de problemen met onze gezondheid, het lawaai en het fijn stof. Het is een moeilijk dossier, zeker omdat de bevoegdheden versnipperd zijn, maar het biedt tegelijk een kans om het vertrouwen in de politiek te herstellen. 

Steven Van Garsse en Laurent Vermeersch


ADVERTENTIE

VERKEN DE STAD

Schrijf in voor een WOONTOUR en ontdek de wijken van BRUSSEL. WWW.WONENINBRUSSEL.BE

WAAR WIL JE WONEN? IN BRUSSEL. Op zoek naar een plek in Brussel om te huren of te kopen? Alleen, met z’n tweeën of met je gezin en de hond? Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit 19 gemeenten en 118 wijken. Van rustige buitenwijken tot het levendige centrum. Ontdek je stad.

ADVERTENTIE

Zorg je voor een ander, zorg dan ook voor jezelf.

Jij bent mantelzorger en daar mag je best fier op zijn. Met MOK geven de mantelzorgverenigingen je informatie, motivatie en inspiratie die jou helpen bij je zorgtaak. Voor al jouw vragen over mantel-

zorg, hulp aan huis of premies, contacteer ons: Tel: 02/546.14.71, E-mail: mzbrussel@gmail.com


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 9

REPORTAGE Twintig frietkoten getest op aanwezigheid kankerverwekkende stof in frieten

Brussel bakt het niet te bruin BRUSSEL - Acrylamide, de buitenlandse kranten staan er de laatste weken vol van. Onderzoek leert dat die kankerverwekkende stof, die ontstaat bij het bakken van zetmeelrijke voedingsproducten zoals chips, koekjes, ontbijtgranen en babybiscuits, in veel van die producten in te hoge concentraties voorkomt. En dat is een probleem. Een test bij twintig Brusselse frietkoten.

A

crylamide is zowel bij proefdieren als mensen kankerverwekkend gebleken,” zegt toxicoloog Jan Tytgat van de KU Leuven. “Bij de mens is dat voornamelijk een verhoging van het risico op baarmoeder- en eierstokkanker. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in 2005 gesteld dat acrylamide zowel kankerverwekkend als mutageen is.”

“Voor mij zouden deze richtwaarden bindend mogen zijn” Jan Tytgat Toxicoloog KU Leuven

Brusselse friet Ook frieten zijn, door het bakken op hoge temperaturen, een belangrijke bron van acrylamide - zeker in het besef dat naar schatting de helft van de Belgen elke week frietjes eet. Samen met Changing Markets, een organisatie die ijvert voor meer voedselveiligheid, ging Bruzz langs bij twintig frietkoten, pitazaken en hamburgertenten voor een groot pak friet (zonder saus), dat naar SGS België werd opgestuurd. Dat laboratorium, een referentie op het gebied van inspectie- en controleactiviteiten, testte de frietjes op acrylamide. Drie van de twintig zaken haalden meer dan 600 microgram acrylamide per kilo friet, wat boven de Europese richtwaarde is. Die richtwaarde is berekend op het negentigste percentiel, wat betekent dat je bij overschrijding ervan, tot de tien procent slechtste leerlingen van de klas behoort. Daarbij is het belangrijk aan te stip-

pen dat maar één pak friet per zaak werd getest. Een hertesting zou misschien andere resultaten opleveren. Maar ook: had iemand dat pak friet opgegeten, dan had die die hoeveelheid kankerverwekkende stof, die als problematisch wordt gezien, wel degelijk binnen. De andere zeventien frituren zitten onder de richtwaarde van 600 microgram, maar vertonen onderling wel grote verschillen. Zo bevatte de puntzak bij frituur Big Moustasje aan het station in Jette maar 100 µg/kg, terwijl hetzelfde product in Fritland 500 µg/kg haalt. Een duidelijk hogere concentratie aan kankerverwekkende stoffen dus, en perfect te vermijden. Door de frieten op maximaal 175 graden te bakken bijvoorbeeld. Ook het buiten de koelkast bewaren van aardappelen helpt tegen de aanmaak van suikers. Bak de frieten ook zeker niet te lang, licht goudgeel is perfect. Hoe bruiner de frieten, hoe meer acrylamide. Echt bruine frieten werden bij de staalafname trouwens niet aangetroffen. Ook blijkt er geen systematisch verschil te zijn tussen de frieten van de ‘echte’ frietkoten en die van meer generieke snackbars. Want hoewel één zo’n zaak de hoogste waarde van alle geteste zaken laat optekenen, scoren pitabars Le Dôme en Sultans of Kebap dan weer relatief laag. Zaken die te hoog scoren worden nu niet beboet. De grens van 600 microgram per kilogram is een indicatieve waarde van de Europese Commissie, een streefdoel dus eerder dan een absolute grens. Voor chips is dat 1000 µg/kg, en voor cichorei zelfs 4000 µg/kg, maar daar neem je natuurlijk geen kilo’s van in. “Voor mij zouden die richtwaarden bindend mogen zijn,” zegt Tytgat. “Dat betekent dat er bij overschrijding een onderzoek moet gebeuren naar de oorzaak, met intensere controles in de tijd en, als het probleem blijft bestaan, een boete.” Dat is nu niet het geval, maar tot excessen lijkt dat in elk geval niet te leiden in het Brusselse frietlandschap. Al blijft voorzichtigheid geboden. “Die drie frietkoten met meer dan 600 microgram per kilogram hebben een probleem dat moet onderzocht worden,” besluit Tytgat. “De andere zijn ‘safe’.” Bram Van Renterghem

Frietkoten getest

BIG MOUSTASJE, Jette

Acrylamide levels (µg/kg) 100

FRITKOT BOMPA FRITERIE, Elsene

110

LE DÔME, Sint-Gillis

130

FRITERIE FONTAINAS, Sint-Gillis

150

FRITERIE DU MIROIR, Jette

180

CHEZ EUGÈNE, Ukkel

230

SULTANS OF KEBAP, Brussel

230

FRITERIE ANTOINE, Elsene

250

FRITUUR PITTA DE LA CHAPELLE, Brussel

260

FRITUUR IJZER, Brussel

260

MANNEKEN FRITES, Brussel

270

DE CORTE, Laken

380

BARRIÈRE, Sint-Gillis

440

FRIT FLAGEY, Elsene

440

MCDONALDS, Brussel

450

FRITLAND, Brussel

500

FRITTERIE CHEZ PALMA, Sint-Joost-ten-Node

500

FRITERIE TABORA, Brussel

620

CHEZ CLEMENTINE, Ukkel

660

SNACK WATERLOO, Ukkel

670

BAKJE FRIET. Van de twintig geteste frietkoten scoren er zeventien goed.

ACRYLAMIDE ontstaat als suikers en eiwitten bij hoge temperatuur met elkaar reageren. Frieten, maar ook koffie(bonen) kleuren bruin bij verhitting. De schadelijke stof helemaal uitbannen is niet haalbaar. Voedsel verhitten is belangrijk om schadelijke bacteriën te doden, en het zorgt voor de vorming van geur- en smaakstoffen.

Acrylamidegehaltes boven de 600 microgram per kilogram “voldoen niet” aan de richtwaarden vermeld in aanbeveling (2013/647/EU) van de commissie van 8 november 2013 inzake onderzoeken naar de acrylamidegehalten in levensmiddelen. BRON: SGS BELGIË

© IVAN PUT


10 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

INTERVIEW Stedelijk ontwerper Jeroen Beekmans bestudeert pop-up-urbanisme

POP-UP zoektocht naar

een nieuwe thuis Hoe maken we stad in een wereld die steeds vloeibaarder wordt? Die prangende vraag houdt de Nederlandse stedelijke ontwerpers Jeroen Beekmans en Joop de Boer bezig. Op hun populaire internationale blog ‘Pop-upCity’ hebben ze het dagelijks over de verfrissende creatieve oplossingen waarmee stedelingen wereldwijd op de proppen komen. Een gesprek over het pop-up-urbanisme dat de strijd aanbindt met de ‘starchitecture’.

P

op-upcafés, pop-upmoestuinen op daken en pleinen, pop-upstores en een pop-upnaaiatelier: intussen kunt u dagelijks vaststellen dat ook Brussel een echte Pop-up City aan het worden is. Tijdens de make.Brussels-projectwedstrijd dong zelfs een pop-upbos voor de Grote Markt mee, om het belang van natuur in de stad te onderstrepen. Die pop-upbeweging is in veel steden te zien, en ze illustreert de zoektocht van burgers, overheden en ondernemingen naar hoe ze hun toekomstige omgeving willen vormgeven. Early adopters van die trend zijn Jeroen Beekmans en Joop de Boer, de twee jonge Nederlanders die samen Golfstromen hebben opgericht, een Amsterdams bureau voor ruimtelijke ontwikkeling. Zij kregen vroeg in de smiezen dat de heroverde publieke ruimte in de stad veel minder voorspelbaar zou gebruikt worden dan voorheen. In hun inspirerende boek Pop-Up City illustreren ze die beweging, en ze berichten er dagelijks over op de gelijknamige blog. U verneemt er alles over een hotel van zeecontainers in Vietnam, plug-inhuizen voor Chinese gigasteden of Parijse publieke urinoirs die ook minituintjes vormen. In het boek noemen ze de pop-ups geen hype, maar de geboorte van een nieuwe dimensie in het stad maken. “We merkten in 2008 dat de wereld steeds sneller veranderde door de nieuwe technologie en de economische en sociale crisis,” vertelt Jeroen Beekmans. “En wij zagen steeds meer creatieve ideeën van overheden, ontwerpers en burgers die inspelen op die voortdurende staat van verandering. Om enkele voorbeelden te geven: je zag dat een groot kledingmerk als Puma bedacht had dat het leuk was om flagshipstores in zeecontainers te bouwen en die over de hele wereld te sturen. Je zag ook dat architectuurstudenten steeds

vaker bouwsels voorstelden van plastic, heel licht en bij wijze van spreken makkelijk op en weer uit te rollen. En we spotten steeds meer bedrijven die flexibele plug-inmodules maken om kantoorgebouwen direct om te bouwen tot woning of hotel of een andere functie. De bredere trend viel ons op, en we zijn die voorbeelden gaan verzamelen. Zo kwamen we erachter dat we te maken krijgen met een soort Pop-up City. De stad wordt steeds flexibeler, steeds vloeibaarder. Dat is de dimensie in stad maken die we willen beschrijven.

Wat is het grote verschil met voorheen? JEROEN BEEKMANS: Dat alles zo snel gaat dat nieuwe sociale groepen in de samenleving zich aandienen om de stad mee te gaan maken. Vroeger was het vooral de overheid die de stad plande met grote masterplannen. Die zijn ver van tevoren ontstaan op de tekentafel, en dan over de stad uitgestrooid. Dergelijke top-downbeslissingen zie je nog steeds, maar wij stellen vast dat mensen die atypisch zijn voor stad maken - burgers allerhande, werkelijk iedereen - zich ook beginnen te bemoeien met het vormgeven van hun eigen omgeving, als reactie omdat die steeds sneller verandert. We vonden dat heel interessant en dat zijn we gaan beschrijven in het boek. Stadsinitiatieven die niet van stedelijke planners komen, maar van doodgewone mensen die met kleine zachte ingrepen hun omgeving net iets beter willen maken. Die heel lichtvoetige ingrepen, dat noemen wij de Pop-up City.

Het is een tegenstroom die voortleeft, eerder dan een hype? BEEKMANS: Ja, dat geloof ik wel heel erg. De

beweging draait om zelfredzaamheid en om met kleine goedkope initiatieven toch iets voor elkaar krijgen. Nu de economie stabiliseert, lijken de grote plannenmakers wel weer wat meer grip te krijgen op stadsontwikkelingen, maar die tegenstroom leeft voort. Het

“Doodgewone mensen willen met kleine zachte ingrepen hun omgeving net iets beter maken” Jeroen Beekmans Stedelijk ontwerper

POP-UpCITY. “Door de pop-upbeweging gaat het minder om hoe het eruitziet, en meer om wat het doet, om de functie,” zegt Jeroen Beekmans.


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 11

ene is een reactie op het andere, maar ze kunnen gerust naast elkaar bestaan. Ook overheden durven vandaag steeds flexibeler te zijn, en leren de inbreng van burgers te waarderen. Ze beginnen dat in te bouwen in hun grotere plannen. Er wordt ook in het beleid ruimte geschapen om die vorm van stad maken mogelijk te maken. Overheden hebben wel interesse en gaan er mee aan de slag. Kijk maar naar de Leefstraten in Gent (een experiment waarin bewoners hun straat autoluw maken en ombouwen tot hun droomstraat, red.). Zo’n idee werkt haast besmettelijk op andere stedelijke overheden. Tegenwoordig zijn ze ook in Amsterdam bezig met zo’n project. Het begon met bewoners in België, en bewoners in Nederland omarmen het omdat ze daar de positieve impact van zien.

Ziet u dergelijke experimenten uitmonden in nieuwe vaste structuren? BEEKMANS: Mensen vragen me inderdaad vaak hoe duurzaam dit allemaal is. Volgens mij moet pop-up geen doel zijn, maar een middel. Je ziet momenteel twee sterke zuilen ontstaan. Er is een intellectuele creatieve groep die goed gedijt bij een flexibele wereld, en die kosmopolitisch is ingesteld. Die leven ook steeds meer nomadische levensstijlen. Dat zie je ook aan de sterke opkomst van short-stayoplossingen in steden wereldwijd en aan de coliving. Waarbij mensen gewoon korte tijd ergens in de wereld willen verblijven, en dan weer verder hoppen. Er is een heel mooi voorbeeld uit Bali, Miami en Buenos Aires: Roam (een internationaal netwerk van colivingplaatsen, red.), waarbij je een maandabonnement op wonen neemt, en daarbij jezelf het recht geeft om in een van die appartementencomplexen ergens over de wereld te wonen. Maakt niet uit waar. Je kunt dus een tijdje op Miami wonen, maar ook op Bali. Maar je ziet ook een brede middengroep die onzeker is over de flexibiliserende wereld, en die liever wil vasthouden aan hoe het was. Ook dat moet naast elkaar kunnen bestaan. De wereld flexibiliseert heel hard, maar dat wil niet zeggen dat iedereen er zin in heeft. Ik denk ook niet dat die flexibilisering volledig zal zijn. Mensen zijn veiligheidszoekers. We blijven op zoek naar zekerheden. De pleidooien voor een basisinkomen tonen toch dat velen nadenken over hoe we weer vastheid kunnen inbouwen in het leven en mensen bestaanszekerheid bieden.

Ook ons professionele leven en ons wonen is fluïde aan het worden? BEEKMANS: Ja. Jonge generaties krijgen nog

maar zeer moeilijk een vast arbeidscontract, mensen gaan vaker op vakantie, zijn flexibeler in huizen, menselijke relaties worden sneller verbroken. Dit is zeker een moment van flexibilisering. Ik zie ook de coworkingplekken om me heen als paddenstoelen uit de grond schieten. WeWork, een bedrijf uit San Francisco, is over de hele wereld coworkingcentra beginnen uit te bouwen, ook bij ons in Amsterdam. En dat begint zich te vertalen naar coliving. Als je samen met andere freelancers werkt, © JURGEN WALSCHOT

kun je misschien ook met diezelfde mensen samenleven.

Speelt de pop-uptrend in alle wereldsteden? BEEKMANS: Je ziet de trend vooral in de steden

die het meeste geprofiteerd hebben van de globalisering. Het zijn aantrekkelijke leefbare omgevingen. De menselijke maat speelt daar toch ook vaak een rol in. Steden die anoniem zijn of sterk op industrie gefocust, hebben moeite met stadsvernieuwing.

Maar misschien kunnen andere steden die nood hebben aan innovatie inspiratie opdoen bij de leefbare steden? BEEKMANS: Zeker weten. In China zie je een

enorme trek naar de stad van mensen die slecht betaald werk willen doen. Het pop-updenken zou zeker een belangrijke rol kunnen spelen in het vinden van bestaanszekerheid voor die mensen. In ons boek staat in het hoofdstuk Wonen het voorbeeld van Peoples architecture office, een Chinees designbureau. Waarbij ze met een Trycicle House, een driewieler met een concepthuisje achter op de fiets, een voorstel doen voor die Chinese arbeidersgemeenschappen om een soort zelfregulerende dorpjes te maken in die Chinese steden. Om hen een gevoel van belonging te geven.

Wat zal uiteindelijk de impact zijn op de stedelijke architectuur? BEEKMANS: Door de pop-upbeweging gaat het minder om hoe het eruitziet, en meer om wat het doet, om de functie. De vraag die speelt is: heeft architectuur een bepaalde flexibiliteit ingebakken? Kan architectuur meebewegen met nieuwe uitdagingen waar de wereld mee te maken heeft? Dat neemt niet weg dat er nog steeds heel veel stedelijke gebieden blijven waar starchitecture wordt neergezet, waarbij een bekende architect de kans krijgt om iets bureaucratisch neer te zetten. Dat zal nooit echt helemaal verdwijnen, maar je merkt wel dat de architectuur veel lichtvoetiger is geworden, veel flexibeler, en makkelijker in staat zich aan te passen aan de wensen van de tijd. Je merkt ook heel erg dat groepen van gelijkgestemden elkaar weer opzoeken. Mensen met dezelfde leefstijlen, bijvoorbeeld. Als je op de gemiddelde coworkingplek kijkt, zie je allemaal mensen zitten met dezelfde laptops, dezelfde uitstraling, dezelfde kleding. In de steden ontstaan zo nieuwe Interest-Based communities. Voor mij is dé uitdaging van deze tijd om verschillende sociale groepen met elkaar in contact te blijven houden. En ik geloof dat dat heel veel te maken heeft met de vraag hoe je in een Pop-Up City - die vloeibare, flexibele stad - toch een gevoel van thuis kan creëren voor heel veel mensen. Dat is echt een van deze uitdagingen van deze tijd, en daarom staan we zelf ook erg kritisch tegenover die pop-upbeweging. We beschrijven die alleen. Er zitten heel veel kansen in, maar ze doen ook nieuwe problemen ontstaan die we met zijn allen moeten oplossen. Thomas Verbeke

>

Pop-Up City BIS Publishers, 267 blz., 34 euro http://popupcity.net/


12 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

I

n april, samenvallend met de tiende verjaardag van Wiels, en met het Kunstenfestivaldesarts, waarmee het een vaste alliantie aanging, presenteert Wiels de tentoonstelling Het afwezige museum - met werk van een vijftigtal vooraanstaande kunstenaars onder wie Francis Alÿs, Sammy Baloji, Guillaume Bijl, Dirk Braeckman, Marcel Broodthaers, stanley brouwn, Carsten Höller, Oscar Murillo, Felix Nussbaum, Gerhard Richter en Luc Tuymans. Daarmee zal Wiels zich licht provocatief opstellen als het museum voor hedendaagse kunst dat onze stad nog altijd niet heeft. Op dit ogenblik loopt in Wiels de tentoonstelling over Sven ‘t Jolle, die ook al past in het historiserende overzicht van belangrijke Belgische kunstenaars dat het centrum de afgelopen tien jaar heeft willen brengen. “Omdat die historiserende aanpak hier ontbrak, hebben we met Wiels de facto een museale rol op ons genomen die ons eigenlijk niet toegewezen is,” zegt Dirk Snauwaert. “Ook al hebben we niet de opdracht voor dat soort serieuze wetenschappelijke benadering, noch de ondersteuning die we daarvoor zouden kunnen gebruiken.”

Is een museum voor hedendaagse kunst geen contradictio in terminis?

INTERVIEW Directeur Dirk Snauwaert blikt terug en vooruit na tien jaar Wiels

‘Pompidou komt niet voor de Citroëngarage’ VORST - Op zijn vijfde verjaardag kreeg Wiels nog een strak schuldherschikkingsplan opgelegd. Op zijn tiende verjaardag is het Centrum voor hedendaagse kunst gezond, en wil het zelfs even de rol spelen van ‘Het afwezige museum voor hedendaagse kunsten’ in Brussel. Dirk Snauwaert over de positie van hedendaagse kunst tussen de discussies over geld en gebouwen. het Hoofdstedelijk Gewest aan het spelen is. Dat reflecteert zich ook in het feit dat mensen het gewoonlijk hebben over het ‘Wiels-museum’.

DIRK SNAUWAERT: Ik vind van niet.

Als je een museum tenminste niet ziet als een tabernakel en bewaarplaats van een collectie, maar als een productie- en presentatieplatform dat een actieve rol speelt in het verruimen van het perspectief. Het gaat om het verzamelen van intelligentie en kennisoverdracht rond materiële cultuur. Daarvoor hoef je zelfs geen eigen collectie te hebben. Als er geen museum is, dan heb je ook geen ijkpunt voor het publiek, de kunstenaars en de professionals in de kunstwereld. En als je geen ijkpunt hebt, kan eender wie eender wat beweren. Je moet de voorlopers kennen om te weten waar de vernieuwing en de paradigmawissels zitten. Voor hedendaagse kunst is dat net hetzelfde als voor moderne en oude kunst. Ik denk dus dat Brussel zich een museum voor hedendaagse kunst moet toemeten. Dat zou de functie van Wiels ook opnieuw duidelijker stellen. Met de tentoonstelling in april wijzen we naar het feit dat Wiels nu die rol van het afwezige museum in

De viering van de tiende verjaardag wordt dus niet zomaar een feestje, maar ook een kleine manifestatie? SNAUWAERT: De discussie over het museum voor hedendaagse kunst is alomtegenwoordig in de stad. We gaan die discussie niet uit de weg. Hoewel wij - net zomin als de rest van het Brusselse artistieke veld - weten hoe dat dossier precies in elkaar zit, wordt ons wel gevraagd er een opinie over te hebben. Dus antwoorden we met een praktijkvoorbeeld en een blauwdruk van hoe zo’n nieuw museum eruit zou moeten en kunnen uitzien. Voor mij gaat dit ook over een herdefiniëring van Brussel, dat geen klein gewestje of provincienest meer is. Het herbergt het hoofdkwartier van twee grote internationale organisaties (EU en Navo, red.). In tijden van Trump en Le Pen moeten we tonen waar het idee van Europese kunst voor staat. Brussel zit centraal in het ecosysteem tussen Parijs, Keulen, Londen en Amsterdam dat al decennia be-

staat en dat onze kunstenaars en publieken dagelijks gebruiken. Het project is artistiek en intellectueel hoog gegrepen, maar we moeten naast het Centre Pompidou, Museum Ludwig, Tate Modern en het Stedelijk Museum durven te gaan staan.

Tenzij we onze museale functie wat hedendaagse kunst betreft door het buitenland laten invullen. SNAUWAERT: Als we geen greintje

eergevoel, zelf bewustzijn of erfgoed-trots meer zouden hebben, dan kunnen we het inderdaad aan anderen overlaten. Zo niet moet je de vraag stellen waarom je hiervoor een buitenlands museum moet uitnodigen. Dan moeten we dus ook aan onze collega’s van Pompidou vragen of zij voor ons dan een franchisedepot gaan openen? Van Pompidou en Parijse intellectuelen verwacht je toch iets anders. Veel heeft natuurlijk te maken met de grote budgetkortingen die er ook in Frankrijk geweest zijn. Pompidou slaagt er niet meer in zijn eigen tentoonstellingen te financieren, dus zoeken zij hun financiering in het buitenland. Pompidou komt naar Brussel om middelen op te halen

“Pompidou komt naar Brussel om middelen op te halen en opnieuw te mobiliseren voor zijn activiteiten in Parijs” Dirk Snauwaert Directeur Wiels

en opnieuw te mobiliseren voor zijn activiteiten in Parijs. Zij komen niet voor de Citroëngarage. Hebben wij dan geld over om Pompidou mee te financieren? Dat is de vraag die je moet durven te stellen. Eigen collecties hebben we in ieder geval wel. Ze zitten alleen in de magazijnen, omdat de gebouwen van onze musea slecht behandeld worden. In het Museum voor Schone Kunsten staat

duizenden vierkante meter leeg. Dat is een heel museum.

Is het aangekondigde museum ook niet vooral een vastgoedproject? SNAUWAERT: Het verwijt een vast-

goedproject te zijn, heeft ook lang aan Wiels gekleefd. Dat is ook een van de redenen waarom we met Het afwezige museum nog eens alle drie de gebouwen van de voormali-


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 13

grafen rond die volle zalen trekken. Waarom zou het Kaaitheater dan niet uitgenodigd worden in een verhaal dat zich naast hun deur zal afspelen?

Terug naar Wiels. Aan jullie aanwezigheid wordt ook een flink deel van de bloei van de kunstmarkt in Brussel toegeschreven. Steekt u die pluim op uw hoed? SNAUWAERT: Ik zal in april dertig jaar

in deze sector actief zijn, maar op het vlak van hedendaagse kunst hollen de publieke instellingen nog al-

dat we zonder blikken of blozen kunnen zeggen dat we met ons inventieve team van de beste tentoonstellingen in Europa maken. Misschien niet met de meest klinkende namen, maar wel met opkomende namen. Daardoor, en door onze spaarzin, zijn we in zo’n goede gezondheid dat we dit jaar een nieuwe banklening zijn aangegaan om een aantal dingen te kunnen afwerken. Zoals de verlichting op tweede verdieping, het auditorium, het meubilair in het café, en het dakterras, waarvoor Bas Smets groenruimte

“Met de tentoonstelling ‘Het afwezige museum’ wijzen we naar het feit dat Wiels de rol van het afwezige museum in het gewest aan het spelen is” Dirk Snauwaert Directeur Wiels

tijd de dynamiek van de kunstmarkt - van de galeries, de verzamelaars, de beurzen en de kunstenaars - achterna. Dat is trouwens al lang zo. Wij hebben met Wiels wel geluk dat de Vlaamse Gemeenschap, het Brussels Gewest, en voor een deel de Franse Gemeenschap hier een duurzaam project hebben mogelijk gemaakt. Die duurzaamheid betekent dat ook privépartners en mecenaat hier een grote inbreng hebben gehad en blijven hebben. Het enige dat verbaast, is dat de directe fiscale aftrekbaarheid voor Wiels nog altijd niet is ondertekend. Verschillende ministers hebben er zich over gebogen en alles is goedgekeurd, maar in dit land duren de zaken soms zo lang dat de patiënt al lang is overleden eer hij kan worden behandeld.

Bent u financieel helemaal uit de zorgen?

DIRK SNAUWAERT. “Als er geen museum is, dan heb je ook geen ijkpunt voor het publiek, de kunstenaars en de professionals in de kunstwereld. En als je geen ijkpunt hebt, kan eender wie eender wat beweren.” © IVAN PUT

ge brouwerij Wielemans bespelen. Om te tonen dat we met kunst en sociocultuur ook aan de heropleving van deze buurt meewerken. Ik geloof dus in de rol die een kunstcentrum kan spelen bij de verbetering van sociale omstandigheden in een buurt. Ik geloof alleen niet dat je met wat prestigieuze signatuurarchitectuur de lokale economie er bovenop gaat helpen. Dat is

een vals argument, dat een ander doel dient. Maar vooral vreemd is dat blijkbaar niemand uit de sector in Brussel over dit project mag meedenken. Niemand werd geraadpleegd, zelfs de directeurs van de grote instellingen niet. Als het klopt dat een architectuurinstelling als het CIVA mee kan verhuizen, dan is dat een goede

zaak. Op voorwaarde dat het niet de bedoeling is om alleen wat art nouveau en modernisme van voor 1958 mee in het toeristisch pakket met de Grote Markt en het Atomium te stoppen. Want onze identiteit is wel wat complexer dan dat. Denk ook aan dans. Daarin hebben we een ononderbroken traditie van Béjart tot Anne Teresa De Keersmaeker. Er lopen hier verschillende choreo-

SNAUWAERT: We kunnen door de subsidies, ticketverkoop en het mecenaat zwarte cijfers schrijven, terwijl we onze schulden van het tumultueuze verbouwingsdossier verder af betalen. Het breekpunt in de beginperiode wordt best geïllustreerd aan de hand van een anekdote. Op een moment was de situatie zodanig dat we in paniek naar twee kunstenaars zijn gestapt om te vragen of ze in Wiels geloofden – Luc Tuymans en Ann Veronica Janssens. Met de boodschap dat het zonder hen afgelopen zou zijn. Tuymans heeft toen meteen toegezegd, ook al kon ik hem niet garanderen dat we licht en elektriciteit zouden hebben voor zijn tentoonstelling. Op dat moment hing het voortbestaan van Wiels echt aan een zijden draadje.

Ondertussen hebt u er al een vijftigtal tentoonstellingen opzitten. SNAUWAERT: Ik reis veel, en ik denk

ontwerpt, en Ann Veronica Janssens als eerste in een reeks een daksculptuur maakt.

Ondertussen hebben ook uw buren bouwplannen waarover wel wat commotie is ontstaan. Voor de woontorens moet onder meer het ‘moeras’ naast Wiels wijken. SNAUWAERT: Ik heb nooit gedacht

dat deze site niet verder zou ontwikkeld en bebouwd worden. Op kantoren waren we niet zo happig. Dat het woontorens zijn geworden, is dus een grote verbetering. Als de geruchten kloppen dat ook het Insas er een plek zou kunnen vinden, zou dat natuurlijk mooi zijn. En voor het derde gebouw, de Metropool, willen we graag een gedeelte voor onze educatieve dienst en hiervoor meeschrijven aan het scenario voor de renovatie. Wat dat ‘moeras’ betreft, moeten we bij de feiten blijven: dat is grondwater dat een parkeergarage overspoelde, en het braakland is vooral een magneet voor zwerfvuil. We hopen wel dat er bij de herontwikkeling voldoende groenruimte aanwezig blijft. We hebben met Brass en de gemeente mee de moestuinen ontwikkeld. Na een aarzelende start loopt dat nu als een trein. Zestig families hebben daar een tuin. Dat moeten we kunnen bewaren. We houden er ook het openingsfeest van het Kunstenfestivaldesarts, en het sluitingsfeest dat samenvalt met onze officiële tiende verjaardag. Met het Kunstenfestivaldesarts doen we trouwens nog vier projecten, en dan hopen dat we die intense samenwerking om de drie jaar kunnen herhalen om tot een soort Brusselse Festspiele voor hedendaagse kunsten in de lage landen te komen. Michaël Bellon


14 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

Gil uit Halle:

Zou het ooit mogelijk zijn om het Volkshuis van Horta herop te bouwen?

H “In de jaren zestig vond men art nouveau ouderwets” Jos Vandenbreeden

Sint-Lukasarchief

et Volkshuis van Brussel heropbouwen is een oude droom van iedereen die houdt van art nouveau. Met een berg goede wil en genoeg financiële middelen moet het mogelijk zijn, zegt erfgoedarchitect Jos Vandenbreeden. De Belgische Werkliedenpartij, voorloper van PS en SP.A, liet op het einde van de 19de eeuw een groot Volkshuis bouwen naar plannen van architect Victor Horta. Het gebouw tussen Zavel en Kapellekerk geldt als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Brusselse art-nouveaumeester. Dat kon echter niet verhinderen dat de constructie in 1965 werd afgebroken om plaats te maken voor een betonnen kantoortoren. “In die jaren vond men art nouveau ouderwets,” zegt Jos Vandenbreeden van het Sint-Lukasarchief. “Ongeveer 40 procent van het oeuvre van Horta is afgebroken. Pas in de jaren zeventig is men de art nouveau opnieuw gaan waarderen.” Omdat toch niet iedereen blind was voor de waarde van het gebouw, werd het stuk voor stuk ontmanteld met het idee het later op een andere plek opnieuw in elkaar te steken. Bovendien zijn veel van de plannen van het gebouw bewaard, en zijn er ook veel foto’s gemaakt tijdens de afbraak. Door de jaren heen zijn de oorspronkelijke bouwmaterialen echter zoek geraakt en verspreid. In eerste instantie werden ze opgeslagen in een loods in Tervuren. Nadien kwamen ze in Jette terecht. Het plan om daar enkele onderdelen te gebruiken voor een paviljoen in het Koning Boudewijnpark werd echter nooit concreet. Ondertussen waren al heel wat waardevolle stukken beschadigd of ontvreemd. Bovendien kwam een

VOLKSHUIS. Ingehuldigd in 1899, afgebroken in 1965.

deel van het ijzerwerk bij een schroothandelaar terecht... In meer recente tijden werden de nog overgebleven ijzeren spanten gebruikt in het Antwerpse Grand Café Horta. Enkele balkons werden verwerkt in het premetrostation Horta in Sint-Gillis. In Gent liggen nog enkele blauwe hardstenenen van het Volkshuis in het wijkpark De Porre. Andere elementen kwamen terecht bij de Archives d’Architecture Moderne en in het Hortamuseum. Toch zou het Volkshuis ook zonder de oorspronkelijke materialen heropgebouwd kunnen worden. “De overgebleven elementen kunnen als referentie dienen om nieuwe materialen te maken,” zegt Vandenbreeden. “Theoretisch en praktisch is een heropbouw dus zeker mogelijk. In Barcelona hebben ze in de jaren tachtig ook het paviljoen van Mies van der Rohe heropgebouwd en in Londen willen ze het Crystal Palace herbouwen.” Rest de vraag waar het heropgebouwde Volkshuis zou moeten komen. Voor Vandenbreeden best op

de oorspronkelijke lokatie. Zo kunnen we meteen ook komaf maken met de Blatontoren, die volgens velen het uitzicht vanop de Zavel verstoort. Gebouwen af breken en vervangen is tenslotte nog steeds een courante praktijk in Brussel. Op de Warandeberg is het bankgebouw van BNP Paribas Fortis uit de jaren zeventig pas ontmanteld om plaats te maken voor een nieuwe zetel. “Alles kan met de nodige goede wil en voldoende financiering, eventueel uit het buitenland,” zegt Vandenbreeden. “Ik denk dat de heropbouw van het Volkshuis minder zou kosten dan de afbraak en nieuwbouw van Fortis.” Laurent Vermeersch

VOLGENDE WEEK Waar was het voormalige ministerie van Koloniën precies gevestigd?

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

STRALINGSNORMEN

Aan het Kasteel van Laken blijkt een mysterieuze plek te zijn zonder gsm-bereik. Politica Els Ampe grijpt dat gretig aan om te pleiten voor een nog groter stralingsbad te Brussel. Geen goed idee: de Brusselse stralingsnorm (6 volt per meter) is al minder streng dan wat de Hoge Gezondheidsraad aanbeveelt (3 volt per meter) en laat overal een meer dan perfect bereik toe. Het domein van het Kasteel van Laken is simpelweg een grote oppervlakte zonder gsm-antennes. Veel Brusselse burgers procederen zich suf om gsm-antennes uit hun buurt te weren, voor de koning is dat wellicht iets makkelijker gedaan te krijgen. In tegenstelling tot wat Els Ampe zegt, wijst een enorme hoeveelheid wetenschappelijke studies op zorgwekkende

biologische effecten (zie onder meer www.emfscientist.org) en ook in real life rapporteren mensen wereldwijd gezondheidsproblemen, zoals hoofdpijn, slaapstoornissen en cognitieve problemen. Het probleem is dat elektrosmog ook voor politici iets abstracts blijft. Ik zou graag Els Ampe eens een paar uur zien doorbrengen in een stralingsniveau van 20 volt per meter, wat zij als norm wil, maar vrees dat we dan helemáál geen zinnig woord meer van haar mogen verwachten.

Fien De Kuyper, Elsene

GELUIDSNORMEN

Het artikel ‘De luchthaven in acht cruciale vragen’ in Bruzz 1558 heeft het niet over het gebruik van baan 19. Die kan gebruikt worden voor alle vluchten naar het zuiden zonder een boete te moeten betalen. Kamerlid Eric Van Rompuy

wil dat Diegem 90.000 vertrekken slikt, maar voor Sterrebeek zijn het er vandaag minder dan 3.000. Waar is de sociale rechtvaardigheid die de CD&V hoog in het vaandel draagt? U lijkt me verkeerd geïnformeerd over de ochtendvluchten, alsook over de verschillende opties die diverse hubs geven. Is het normaal dat Ryanair minstens zoveel bestemmingen garandeert vanuit Eindhoven als vanop Zaventem, maar altijd na acht uur ‘s morgens? Wat wil zeggen dat de vliegtuigen elders “slapen”? Wat Ryanair in Eindhoven kan, moet ook mogelijk zijn bij ons. Onze slaap is niet minder waard dan die van iemand in Eindhoven. Voor wat de ochtendvluchten tussen 6 en 7 uur betreft. Zoals door minister Bellot vorige zomer gepresenteerd, is er ’s morgens geen enkel transatlantisch vertrek.

De overgrote meerderheid van de ochtendvluchten zijn charters voor toeristen. Het gaat om vluchten die makkelijk naar minder vervuilende luchthavens verplaatst kunnen worden en die geen economische meerwaarde opleveren. Daarnaast zijn er nog enkele vertrekken naar hubs… die concurreren met Brussels Airlines.

Jean-Noël Lebrun, Coeur Europe

TWEETALIG

Ik trek naar de Hubo in Sint-Stevens-Woluwe en word daar twee-

maal in het Frans aangesproken. Als ik erop wijs dat in Vlaanderen de officiële taal het Nederlands is, krijg ik van alles naar mijn hoofd van tweetalig België, en meer. Ik trek naar de Cool Blue op de grens met Evere en word daar door Franstaligen in het Nederlands bediend zonder problemen. De omgekeerde wereld! Ik ken geen Franstaligen die in Brussel of Wallonië er ook maar aan denken als eersten iemand in het Nederlands te begroeten.

Ernest Gillioen, Leuven

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


MIJN GEDACHT

Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 15

FIJN STOF. “Mensen overlijden vroegtijdig door al het fijn stof en dieselroet in de lucht. Elektrische auto’s kunnen daar zeker iets aan doen,” zegt Joeri Van Mierlo.

© SASKIA VANDERSTICHELEN

‘Elektrische auto kan luchtvervuiling in Brussel zwaar doen dalen’

E

lektrische auto’s stoten geen vuile lucht uit in de stad. Zo kan je de luchtkwaliteit in Brussel in korte tijd enorm verbeteren,” zegt Joeri Van Mierlo, professor elektromobiliteit aan de VUB. “Zelfs als je rekening houdt met de uitstoot die vrijkomt bij de productie van de elektriciteit, scoort de elektrische auto een stuk beter.” In de afgelopen weken werd de informatiedrempel van luchtvervuiling, de EU-limiet, minstens vijf keer overschreden. “Mensen overlijden vroegtijdig door al het fijn stof en dieselroet in de lucht. Elektrische auto’s kunnen daar zeker iets aan doen,” zegt Van Mierlo, die bij de vakgroep MOBI van de Vrije Universiteit Brussel werkt. “Elektrische auto’s hebben geen uitstoot aan de uitlaatpijp, terwijl de uitstoot van gewone auto’s rechtstreeks in de longen van voorbijgangers terechtkomt. Elektriciteitsproductie buiten de stad heeft een veel kleinere impact op de gezondheid. En zelfs als je rekening houdt met de uitstoot bij de productie, ergens buiten de stad, dan stoten gewone auto’s nog altijd vier keer meer fijn stof uit, en twintig keer meer stikstofoxide (NOx).” “Daarbovenop is het een Europese doelstelling dat elektriciteit op een steeds milieuvriendelijkere manier geproduceerd moet worden. Wie vandaag een elektrische wagen koopt, weet dus dat die elk jaar nog milieuvriendelijker zal worden.”

Zelfrijdende auto’s “Als je de auto’s die op brandstof rijden vervangt door elektrische auto’s, lost dat de fileproblemen in Brussel op korte termijn natuurlijk niet op. Maar op langere termijn kunnen elektrische wagens makkelijk worden omgebouwd tot autonome, zelfrijdende voertuigen.” “Die mogen natuurlijk pas de weg op als ze veilig genoeg zijn. Dan zal je via een app een auto thuis kunnen bestellen, op het uur dat je hem nodig hebt. Na of zelfs tijdens de rit kan de auto weer anderen oppikken. Die zelfrijdende auto’s zullen een aanvulling op het openbaar

Joeri Van Mierlo Professor elektromobiliteit aan de VUB

“Er wordt nu te weinig gedaan in Brussel om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren”

vervoer zijn, en zullen de parkeerdruk en files gevoelig verminderen. Ze moeten wel duurder blijven dan het openbaar vervoer: mensen worden sterk gestuurd door hun portemonnee, en het zijn de inzittenden van privéwagens die je uit de auto wil krijgen.” “Een nu al realistisch alternatief voor de (gewone) auto is de elektrische fiets, die in één klap zowel de luchtvervuiling als de files doet verdwijnen. Meer en meer mensen kopen er een, zeker zij die fysiek niet zo sterk zijn of opkijken tegen al de hellingen in de stad. Uit onderzoek in de jaren negentig zagen wij al dat je er autobestuurders mee op de fiets kan krijgen.” Een elektrisch rijwiel kun je opladen via een gewoon stopcontact, maar voor een auto is best een speciaal daarvoor geschikt oplaadpunt nodig. En er zijn veel te weinig openbare laadpunten in Brussel, zei Joost Kaesemans van de automobielfederatie Febiac afgelopen week. “Dat klopt,” zegt Van Mierlo. “Er wordt nu te weinig gedaan in Brussel om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren. Slechts 11 procent van de Brusselaars heeft een eigen garage, waar ze hun elektrische auto eventueel zouden kunnen opladen.” “In opdracht van energieregulator Brugel heeft MOBI onlangs een studie uitgevoerd naar de distributie van nieuwe laadpunten, op basis van socio-economische kenmerken van de inwoners van wijken, en de hoeveelheid garages.” “Ook fiscaal geeft Brussel geen stimulansen zoals Vlaanderen dat doet, hoewel dat wel in het regeerakkoord stond. Vlaanderen heeft een in de tijd dalende subsidie bij de aankoop van elektrische wagens, die tegen 2020 helemaal zal zijn afgeschaft. Tegen dan verwacht de Vlaamse overheid dat die wagens minder duur zullen zijn, door de schaaleffecten van de grotere productie. Brussel kan daardoor achterlopen wat het aantal elektrische wagens betreft, en dus iets langer een slechte luchtkwaliteit hebben.” Sara De Sloover 


16 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 febrUAri 2017

VADROUILLE

19 Boules dans un volume ouvert © Luc Schrobiltgen, Brussels

TENTOONSTELLING Retrospectieve ‘Pol Bury, Time in Motion’ in Bozar

Een zinderend punt en verder niets Met het grote plafondkunstwerk in metrohalte Beurs valt het artistieke opzet van Pol Bury maar half te begrijpen. De installatie hangt stil in plaats van wind te laten horen. De pionier van de kinetische kunst heeft nochtans veel te vertellen aan de drukdoende, gsm-gestuurde passant. Een ommetje langs Bozar, waar historische werken van Bury verzameld staan, leert ons tijdsbesef te hertekenen.


Donderdag 23 febrUAri 2017 I BRUZZ 1559 I 17

E POL BURY-FONTEIN. Koning Albert II-laan. FLICKR - CREATIVE COMMONS

49 boules sur un plan incliné mais surélevé © Luc Schrobiltgen, Brussels

en les in tijdsbeheer, geduld en humor, dat is wat Pol Bury (Haine-Saint-Pierre 1922 - Parijs 2005) ons anno 2017 nog zeer tijdloos kan voorhouden. Want het leven is niet afhankelijk van de tijd, die verveling lijkt op te wekken als die niet is ingevuld. Tijd is veeleer een gegeven dat bewust wordt, als je ernaar kijkt, zo leert de kinetische en tegelijk abstracte en humoristisch-surrealistische kunst van le petit Belge die in Parijs en de States groot werd. Het is sinds 1996 en Oostende geleden dat Pol Bury een overzichtstentoonstelling kreeg. Hij was toen nog ver van het eind van zijn aldoor evoluerende zoektocht. Voor Brussel bleef het tot 2007 wachten toen de Brussels-New Yorkse galerij Patrick Derom met een solo-expositie uitpakte. En tot 2009, toen de galerie na het afstoffen van het oud atelier van de artiest in Parijs de tuinen van het Museum Van Buuren in Ukkel vulde met monumentale tuinfonteinen en -sculpturen. Te gek en zen tegelijk. Nog blijft de schilder, beeldhouwer, graficus, juweelontwerper, auteur en cineast ‘geen sant in eigen land’, zoals hijzelf wrang en gefrustreerd poneerde. Als een buitenbeentje onder de surrealisten, is hij nochtans van Amerika tot Japan een gelauwerd pionier. Zeg maar diegene die de humorvolle ‘knipoogkunst’ toegepast heeft op de abstracte kunst, In het bijzonder zijn autodidactisch verworven insteek van de kinetische kunst is frappant. Waarbij kinese staat voor omgaan met tijdsduur en vooral traagheid,

Rode draad Bury bleek nochtans niet voorbestemd tot groot artiest. Als tiener hield hij het maar een jaartje vol aan de Académie Royale des BeauxArts de Mons. Op zeventien was zijn cv ‘fabrieksarbeider’ in La Louvière. Toch sloot hij zich in 1939 aan bij de surrealistische groep Rupture, zeer beïnvloed door René Magritte en Yves Tanguy. “Het surrealistische zou zijn hele leven een rode draad blijven in de zoektocht naar iets ruimtelijks als kunst,” stelt Gilles Marquenie, curator van de overzichtstentoonstelling in Bozar en auteur van de nieuwe catalogue raisonné (de vorige dateert van 1994). Marquenies becommentarieerde inventaris zit eraan te komen en zal online gratis toegankelijk zijn. “Dat komt omdat weduwe Velma Bury, Bury’s tweede vrouw uit Amerika, alle reproductierechten afstond, en al bij de overzichtstentoonstelling in de Fonda-

tion EDF in Parijs, anderhalf jaar terug, enorm meewerkte om een juiste teneur te kunnen weergeven van het verspreide historische werk van Bury.” De erfenis van Bury’s eerste vrouw, Claudine Strebelle, ging in 2002 onder de veilinghamer ten voordele van Unicef. En sinds het overlijden van de kunstenaar zelf, in 2005, zijn ook minder bekende en zelfs onbekende werken opgedoken. In 1947 participeerde Bury voor het eerst in het Paleis voor Schone Kunsten aan de expositie van de Jeune Peinture Belge. Maar deze ‘Bozarerfenis’ is een vergulde referentie. Destijds konden de tentoonstellingen van het jonge geweld maar door mecenaat in het leven gehouden worden: het ging om opgedirkt maar niet publiek gedeeld talent dus. De huidige retrospectieve brengt daar vandaag verandering in. Bury is een door Amerika en Parijs gedragen naam.

Tegelijk en gelukkig maar, maakt het deze ‘belevenistentoonstelling’ minder schools en belerend. Al herkent de Belg wel snel waar Magritte om het hoekje meespeelt in dit werk. In een volgende zaal volgt de overgangsstijl van de jaren vijftig, waar Bury Cobra trouw wordt. En zich in 1952 aansluit bij de groep Art abstrait (Jo Delahaut, Jean Milo) en volledig in de ban raakt van de mobielen van de Amerikaanse modernist Alexander Calder. Mooi is dat Carders Whirling Ear (mobielsculptuur uit 1957-1958) naast Bozar, op de Kunstberg, staat. Bury maakt dan zijn eerste niet-gemotoriseerde werken, die naar esthetiek bij zijn sculpturen van de jaren vijftig aansluiten. Verder ontdek je ook zijn ‘grillige humor’, die hij in illustraties en schrijfwerk (en als boekhandelaar) tot expressie liet komen met zijn vriend André Balthazar, met wie hij de Académie Montbliart creëert. Hij schrijft dan amusante boekjes, zoals over “de gigantische uitvinding van het warm water. En mocht het niet waar zijn dat de Belgen het warm water hebben uitgevonden, dan mag men wel beweren dat ze het tenminste hebben geprobeerd.” Illustraties en verwijzingen naar absurde negentiende-eeuwse prenten zetten de grappige teneur, iets wat Bury en Balthazar de filosofie van Daily-Bül noemden.

“En mocht het niet waar zijn dat de Belgen het warm water hebben uitgevonden, ze hebben het tenminste geprobeerd” Pol Bury

“Weliswaar kon Bozar een en ander realiseren ondanks zware financiële beperkingen, waardoor geen groot overzees werk of geen gaanderij aan fonteinen aanwezig is,” geeft Marquenie mee. De grote kunstgalerieën en verzamelaars in de wereld bepalen nu eenmaal vandaag wat en wanneer het grote publiek iets te zien krijgt in grote expositiezalen. Voor de expo Pol Bury, Time in Motion kon wel een evenwichtige aperçu gebracht worden van het historische werk. Al komen Bury’s realisaties van pakweg de laatste tien jaar amper aan bod. De eerste van de negen zalen begint met het allervroegste, vooroorlogse surrealistische werk, dat meteen de toon zet van herkenbaarheid in het gros van zijn latere oeuvre. “Qua vorm zal Bury’s werk wel veranderen, maar niet naar inhoud,” vindt Marquenie. “Het gaat om Bury’s zin voor het mysterieuze, het ongewone en bizarre. En later in zijn abstract werk, blijft dat verrassingselement alom aanwezig.” De expositie vergelijkt zijn werk echter niet met tijdgenoten, en maakt het hiermee minder toegankelijk voor een groot publiek dat niet vertrouwd is met tijdsprongen in de kunstgeschiedenis.

Abstracte kunst Na een zaal met de Plans mobiles, eerst zonder dan met motor, komt Bury’s Ponctuation-periode (vanaf 1959). In één zin samen te vatten met zijn woorden “un point, c’est tout”. Het is abstracte kunst met dat tikkeltje meer: het bewegend bolletje of wit puntje aan het eind van een staaf of nylondraad, wat maakt dat er beweging, leven en een tijdsgevoel komt in het abstracte werk en de multiplans met metaalstaven. Een motortje is daar het technisch vernuft, dat het robotje als hulp van de mens en het tijdsgevoel stimuleert. Ook de jaren zestig zijn interessant, als Bury door de Parijse galerie Demaeght uit New York wordt teruggehaald (in 1968), want Paris vaut bien un Bury. Demaeght betaalt hem zelfs twee jaar een leefloon om te experimenteren en creëren. Marquenie: “Een hele rits werken komt uit Europese private collecties en van Belgische verzamelaars voor

de surrealistische periode, uit Europese musea ook. Bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België werd werk uit de reserves gekozen, een viertal van de vijftien in bezit. Daar hoort de prachtige Zigzag, 19 kogels op 12 vlakken bij, in cortenstaal. En omdat het gemotoriseerde werk moeilijk en fragiel transporteerbaar is, hebben we voor één enkele, maar dan wel een monumentale fontein gekozen, die de voorlaatste zaal vult.” Dat werk staat voor alle fonteinen, sinds eind jaren zeventig, dé obsessie van Bury. Wie Bury’s megafontein als de bollen aan het begin van de Koning Albert II-laan (hoek Boudewijn- en Kruidtuinlaan) kent, heeft toch het summum aan spielereien en rust-aansturing mee waar Bury voor staat. Op campussen in Amerika en Japan, voor de Olympische Spelen van Seoul (Zuid-Korea) en bij het Provinciehuis van Antwerpen heeft hij dergelijke hydraulisch gestuurde mobielen neergepoot. De spiegelende fonteinen tonen een andere leefomgeving, zetten ook abrupt de tijd stil en herstarten plots. Het geeft het perfecte gevoel aan dat niets grijpbaar is, en alle ruimte in rustmomenten te vatten valt. In New York, waar hij werd geïntroduceerd door Alechinsky, werd Bury een instantsucces in 1964 - in België vergde het wat tijd, hoe surrealistisch ook. Vermits de kern van zijn arbeid zich in de jaren zestig en zeventig in Parijs en Amerika heeft afgespeeld, is hij te land een miskende artiest gebleven. Zijn deelname aan de Biënnale van Venetië in 1964 namens België, kwam maar omdat men voor het evenwicht ook een Waal uitzocht, die ‘actueel’ bezig was. “De opstelling is chronologisch, en we willen afsluiten met vuurwerk en niet in mineur,” geeft Marquenie toe. “Vandaar een laatste zaal met frappante, prachtige stukken uit diverse periodes, behalve zijn laatste.” Het grote kamerscherm van zeven meter van het Centre Pompidou, met allemaal cilindertjes die onvoorspelbaar bewegen, 4087 cylindres érectiles, is een van die betoveringen. Een werk om ons eigen tijdsbesef in te herkennen. Wat ons bezighoudt, en rust geeft. En hoe klein en minuscuul ons tijdsbolletje Jean-Marie Binst op de wereld is. 

>

POL BURY, TIME IN MOTION van 23/2 tot 4/6 in Bozar, Ravensteinstraat 23, Brussel Open van 10-21u., behalve maandag Donderdag tot 21u. Toegang: 2 tot 16 euro 02-507.83.36 www.bozar.be


18 i BRUZZ 1559 i DonDerDag 23 febrUari 2017

ENFANT TERRIBLE JILL MARCHANT DICHTER/SFEERBLAZER boven en beneden Brussel wat een verleiding, ta tentation mondiale grootstad met vele monden laat ons spreken van jouw charme in elk portaal likken we hoopvol liefde jouw wonden Een fragment uit het gedicht ‘Zoektocht’

JILL MARCHANT (30) is een geboren en getogen Brusselaar. Ze is dichter, al zegt ze zelf liever sfeerblazer, maar ook trajectbegeleidster bij groep Intro en freelanceloopbaancoach. Ze werkte mee aan het boek Sterker worden waar het pijn doet. Ze laat je smullen van haar woordensprokkels op haar blog www.verhaalgemaak. wordpress.com

I

k ben geboren in Anderlecht en groeide later op in de rand rond Brussel. Ik reisde al van kleins af aan mee met mijn papa naar de grote hoofdstad om verse basilicum te halen achter de Vismarkt, vlees aan de Abattoir, champignons bij Champigros of garnalen bij Mer du Nord en leerde zo de stad en de binnenweggetjes kennen. De puzzel viel voor mij in elkaar toen ik van boven op Parking 58 het uitzicht zag en snapte: deze stad is ongelooflijk… Later studeerde ik sociologie, die interesse in mensen is er altijd al geweest en vormt samen met mijn nieuwsgierigheid de rode draad zowel in mijn professionele leven als jobcoach en trajectbegeleider als in mijn uitlaatklep als dichter/ schrijver. Een grapje is als regen, soms valt het zomaar uit de lucht, moet mijn eerste gedicht ooit geweest zijn. Ik maakte het voor een schoolop-

“Ik sprokkel woorden, meestal onderweg”

dracht en mijn leerkracht geloofde niet dat ik het zelf geschreven had. Met echt schrijven begon ik toen ik een blessure had tijdens het basketseizoen, ik moest mij uiten op de een of andere manier. Ik kom niet uit een literair nest en schreef als jong meisje in het geheim in mijn

kamer. Dat was mijn natuur, het voelde heel juist. Bij de lancering van mijn blog viel iedereen plots uit de lucht en waren mensen verbaasd over mijn schrijftalent. Ik sprokkel woorden, meestal onderweg. Ik heb altijd een balpen en een stukje papier op zak. Ik heb

treintickets volgekrabbeld. Sommige stukken zijn een weergave van beelden die ik zag, op tram 51 bijvoorbeeld. Als ik onderweg ben, als ik reis, stel ik mij heel erg open, ben ik kwetsbaar en slorp ik alles op. Ik pik flarden van conversaties op die ik uit hun context haal. Die

ADVERTENTIE

Tele-Onthaal vrijwilligers beantwoorden elke dag meer dan 300 mensen in nood via telefoon of chat

ben jij een luistertalent? op zoek naar zinvol engagement? interesse in een opleiding crisisopvang en gesprekstechnieken?

PRATEN IS DE EERSTE STAP

gratis, anoniem, 24/7

bel (106) & chat

kan je je inleven in mensen en hun problemen? heb je 4 uur tijd per week?

word VRIJWILLIGER bij Tele-Onthaal en bied een UITWEG r ee m via fo in

02/511.86.63 brussel@tele-onthaal.be www.vlaamsbrabantenbrussel.tele-onthaal.be

start opleiding 22.04.2017


Donderdag 23 febrUAri 2017 I BRUZZ 1559 I 19

NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt

Poon De VLAM, de Vlaamse agro-marketingorganisatie, heeft weer een vis van het jaar benoemd. De rode poon. Dat is niet de eerste keer maar ja, zoveel soorten vis worden er ook weer niet gevangen vanuit Vlaanderen. Er zijn haast geen vissers meer. Het is een hard en gevaarlijk beroep en de vissers worden ook langs alle kanten gepest. Niet door de vangstquota, zij beseffen beter dan anderen dat die belangrijk zijn. Maar vissers worden afgeschilderd als een stelletje piraten die liever louche zaken doen in plaats van te gaan vissen. Een hardnekkig verhaal wil dat drugshonden niet meer inzetbaar zijn wanneer er vis in de buurt is. Er moeten door de vissers en reders formulieren ingevuld worden dat het niet mooi meer is: hoeveel gevangen, waar, wanneer? Hoeveel flessen drank aan boord, sigaretten? Voor het vertrek en na de terugkeer? Getankt? Hoeveel? Namen van de bemanning? Een schipper zei ooit: “Het is bijna onmogelijk geworden om uit te varen zonder iets verkeerds te hebben gedaan.” En dan is daar nu ook nog de discard ban bij gekomen, waarbij Europa verplicht om alle vis aan te voeren die werd gevangen. Dat is bijna allemaal ondermaatse vis, wat een ramp is voor de visbestanden. Eenmaal aan land is die vis onverkoopbaar en wordt die dan ook prompt uit de handel genomen en vernietigd. Allemaal meer werk voor niets. Daarom steunen we hen een beetje met een vis van het jaar. Want niet alle vissen brengen evenveel geld op: er zijn soorten die een steuntje van de marketeers kunnen gebruiken. De rode poon is er zo één. Met een snuit die weggelopen lijkt uit een cartoon, en (soms) een hevig rode kleur schrikt hij consumenten af. Dat zullen dan geen Chinezen zijn, want een rode vis is bij hen een teken van geluk. Een poon wordt ook niet zo erg groot, dikke moten kun je er niet van snijden. Wij noemen poon alle leden van de familie der Triglidae. Er zijn er drie die door onze vissers worden aangevoerd, maar wereldwijd komen er heel wat meer voor. De Fransen spreken van grondin, de Britten van gurnard. In de winkel kan hij helemaal gefileerd worden gekocht, maar zelf koop ik hem natuurlijk altijd heel. Ponen worden niet gestript (“gekuist”) aan boord, daarvoor zijn ze blijkbaar te goedkoop. Dat geeft mij gelukkig de lever en de ingewanden als bonus, eventueel wat kaviaar plus de

stevige zwemblaas (waarmee men bier kan klaren). Die ingewanden gaan karakter geven aan de soep die ik met de kop en graten maak. Poonsoep is bijzonder aangenaam. De vis heeft een heel ander parfum dan - bijvoorbeeld kabeljauw. De officiële voorstelling van de vis van het jaar gebeurde in januari in een sterrenkijkend restaurant in Beveren aan de Leie. De jonge chef Maarten Bouckaert brouwt er een uitbundige keuken van eenvoudige ingrediënten zoals poon, gecombineerd met dingen als boerenbrood, feta en aubergine,... Verrassend. Spijtig van het gebouw, dat de gezelligheid heeft van een uitvaartcentrum. Hij serveerde ons poon in verschillende combinaties. Maar wat mijn aandacht vooral trok, was het recept waarbij de chef vertelde dat hij de vis eenvoudig had gegaard door ze te overgieten met kokende vloeistof en dan enkele minuten te laten staan. Die techniek is al best oud en staat bekend als jugging. Jugged hare is een Britse klassieker die eigenlijk hetzelfde is als civet de lièvre, maar hetzelfde woord jugging wordt ook gebruikt voor het koken van kippers. Neem een jug, een melk- of waterkan dus, hang de gerookte haring bij de staart erin en overgiet met kokend water of court-bouillon. Laat de vis in de kan staan gedurende vijf à tien minuten. Het resultaat is een perfect gegaarde vis, waar de zoute rook al een beetje is uit gewassen. Ik fileerde dus een poon. Het vel, dat geen schubben bevat, liet ik er aan. Dat zorgt voor stevigheid. Ik sneed de filets in lange repen. Tegelijk zette ik kippenbouillon op het vuur. Waarom kippenbouillon? Waarom niet? Chinezen, bijvoorbeeld, koken ook vis in kippenbouillon, het is een basis in de Chinese keuken. In plaats van een kan nam ik een geïsoleerde koffiemok, zo’n Amerikaans ding met een deksel, waarmee studenten in Boston Massachusetts steevast rondlopen of op de bus zitten, en ik deed daar de reepjes vis in. Toen de bouillon kookte, heb ik die erover gegoten, deksel op de mok en drie minuten laten staan. Ik kreeg nadien warme, mooi gare, gekrulde stukjes vis, met achteraf bijzonder weinig vaat. Ik zou het best met grotere filets durven. Smakelijk.

“Poonsoep is bijzonder aangenaam. De vis heeft een heel ander parfum dan - bijvoorbeeld - kabeljauw”

© SASKIA VANDERSTICHELE

sprokkels schrijf ik meteen op, want anders is het een verloren schat, een begin van een tekst die nooit meer zal groeien. Het moment en het gevoel zijn volledig weg. Mijn schrijfproces komt in golven, soms overspoelen ze mij, maar even vaak sta ik te turen aan de oever en wacht ik wanhopig op een golf. Alles hangt af van mijn gemoed, energie en openheid op dat moment. Thema’s die regelmatig in mijn werk naar boven komen drijven, zijn: Brussel als muze, liefde, duisternis, bos, conversatie, zin, mens, koffie - al ben ik net een kleine week aan het afkicken. Mensen zeggen me vaak dat ze geraakt zijn door wat ik schrijf en dat ze zich in mijn teksten herkennen. Dat voelt fijn. Het is niet allemaal even poëtisch, het mag ook eens wringen. Ik schrijf om de schoonheid te delen die mij te binnen valt. Ik dring niets op. Mijn schrijfsels mogen gevonden worden door wie zoekt, of op zoek is of door iemand die ze gewoon ineens tegenkomt. Maar meestal schrijf ik

gewoon om te overleven. Om alles wat binnenkomt een plaats te geven. Er zit een heel sterke dualiteit in mij. Ik voel me een einzelgänger en toch zit er een oeverloze interesse in mensen en de stad in mij. Ik heb ze alle twee nodig, ze zitten allebei in mijn natuur. Ik had het op een bepaald moment nodig om trots te kunnen zijn op mezelf. Met een bang hartje heb ik me toen ingeschreven voor een poëziewedstrijd. Ik won de text-on-stagewedstrijd, Naft. Door zo’n prijs krijg je erkenning voor waar je mee bezig bent. Het heeft mij vooral rustig gemaakt. Ik had nooit gehoord ‘He, het is mooi waarmee je bezig bent, doe daar meer van’. Met deze prijs zijn er meer mensen die mij gevonden hebben. Hoe ik mijn schrijfcarrière zie evolueren? Iemand suggereerde mij dat ik het nog tot stadsdichter van Brussel zou kunnen schoppen (lacht). Ik wil zeker ooit een bundel uitbrengen. Dat komt vast ook weer in een golf. Hilke Andries

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet


20 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 febrUAri 2017

RAY AZZOPARDI.

“Brussel is een kos­ mopolitische stad, met lekker eten, een echte cafécultuur, schitte­ rende art-nouveauge­ bouwen en prachtige parken en openbare ruimten.”

© SASKIA VANDERSTICHELE

europees voorzitterschap Ambassadeur van Malta was in een vorig leven mediafiguur

De atypische ambassadeur BRUSSEL - Nu Malta voorzitter is van de EU staat de kleine staat wat meer in de belangstelling. Malta wordt niet alleen omgeven door mysterie, het heeft ook een atypische ambassadeur. Ray Azzopardi (°1956) werd diplomaat na een carrière van meer dan veertig jaar in de media en de showbusiness. “Als mediafiguur moest ik voortdurend informatie verspreiden. In de diplomatie moet ik terughoudend zijn.”

O

p de koffie gaan bij de ambassadeur van Malta en geen vragen stellen over de ‘Orde van Malta’, dat zou pas getuigen van wereldvreemdheid. Als de Orde in het nieuws komt, worden er meer vragen gesteld dan antwoorden gegeven. Rond de Orde blijft een waas van geheimzinnigheid hangen. Maar hoe zit het met de reputatie in het thuisland Malta? Ray Azzopardi: “Als we het over de Orde van Malta hebben, dan spreken we over The Sovereign Military Hospitaller Order of Saint John of Jerusalem of Rhodes and of Malta, afgekort als SMOM en niet over andere organisaties die ook onder de noemer ‘Orde van Malta’ door het leven gaan. Mensen mogen zich niet laten misleiden. De Orde heeft in mijn land een uitstekende reputatie. Ze is actief in 120 landen en zorgt voor behoeftigen met sociaal werk, medische hulp en humanitaire acties, dat alles vooral in gebieden waar conflicten woeden of natuurrampen plaatsvinden. Menselijke waardigheid staat bij de Orde voorop, met ras of godsdienst, wordt geen rekening mee gehouden, de Orde helpt wie hulp nodig heeft.” “De Orde van Malta werd gesticht in 1133 en hangt van geen enkele staat of regering af. Ze heeft wel diplomatieke relaties met 120 landen en is lid van de Verenigde Naties. De

Orde is neutraal, onpartijdig en apolitiek.” Azzopardi voelt zich erg in zijn sas in Brussel en het - nochtans vaak grijze, regenachtige weer stoort hem niet. “Niet dat ik niet van het zuiderse weer in mijn land hou, maar het kan er erg warm zijn.”

“Ik bezwijk iedere keer opnieuw voor de Belgische chocolade” Ray Azzopardi Ambassadeur Malta

Toch staat het weer niet op één als hij vertelt waarom onze hoofdstad hem erg bevalt. “Brussel is een echte kosmopolitische stad, een stad met lekker eten en een echte cafécultuur, schitterende art-nouveaugebouwen en prachtige parken en openbare ruimten,“ zegt Azzopardi. “Ik weet niet of de Brusselaars beseffen hoeveel de stad te bieden heeft

op cultureel vlak. Er zijn zoveel interessante plekken in Brussel, er zijn niet alleen de Munt en Bozar. En ik bezwijk iedere keer opnieuw voor de Belgische chocolade. Brussel is een unieke stad, gelegen op een paar uur van om het even welke Europese hoofdstad. Brussel laat het beste van België zien.” Wat deelt Brussel met Valetta, de hoofdstad van Malta? Azzopardi: “Heel veel zaken, maar zeker de tweetaligheid. Iedere Maltees kent Engels en Maltees. Brussel is de hoofdstad van Europa en mijn land is heel erg pro-Europa, de regeringen in mijn land hebben zich altijd veel moeite getroost om ‘Europa’ uit te leggen en dat is nodig. Europa verdient het, het is een prachtig project.” Het Maltees is een van de officiële talen van de Europese Unie, overigens de enige semitische. Maltees stamt af van het Siculo-Arabisch, de variant van het Arabisch die zich in Sicilië ontwikkelde en tussen de negende en twaalfde eeuw overwaaide naar Malta. Het Maltees is een unieke tak van het Arabisch, die ontstaan is onafhankelijk van het literaire Arabisch. Het onderging de voorbije achthonderd jaar een proces van latinisatie. De helft van de woordenschat is afgeleid van het Italiaans en het Siciliaans, Engelse woorden zijn goed voor zes tot twintig procent van de woordenschat. De semitische basis is goed voor één derde van de woordenschat.” Azzopardi spreekt ook vol vuur over de Maltese keuken: “Winteravonden brengen kommen met gouden minestra, een dikke groentesoep geserveerd met Maltees brood en olie. De zee brengt ons lekkere vis, aljotta is een heerlijke vissoep met look...” En zo had hij meteen een menukaart van een goed restaurant samengesteld.

radiostations en zeven tv-zenders, het is mediatiek een ongemeen boeiend land. Ik begon mijn carrière op twintigjarige leeftijd bij de nationale zender Malta Radio met liveshows, nadien heb ik jazzprogramma’s gepresenteerd - mijn favoriet is Ken Vandermark, een Amerikaanse jazzcomponist, saxofoonspeler en klarinettist.” Iedere zondag presenteerde hij urenlange liveshows op televisie, waarvoor hij Malta rondtrok. “Ik mis de media en het lesgeven aan toekomstige journalisten heel erg, maar ook mijn baan als ambassadeur voor België, Luxemburg en de NAVO is ongemeen boeiend,” zegt Azzopardi. Malta is een klein eiland met iets meer dan 400.000 inwoners en een bloeiende economie - “We zijn alle crisissen te boven gekomen” - in textiel, scheepvaart, elektronica en financiën. “Ook de filmindustrie heeft Malta met zijn mooi weer en 7.000 jaar geschiedenis ontdekt.” Voor de ambassadeur van een klein land is Brussel een paradijs om aan networking te doen, vertelt Azzopardi. “Als ik naar alle activiteiten zou gaan die de ambassades organiseren en alle ambassadeurs zouden present tekenen, dan zouden we elkaar iedere dag twee tot drie keer ontmoeten,” zegt Azzopardi. “Het is een ontzettend druk leven,” bevestigt hij, “maar in de media Danny Vileyn was mijn leven even druk.”

>

Foto’s van Valetta In de gebouwen van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie loopt tot 31 maart een tentoonstelling met foto’s van Valetta, de hoofd­ stad van Malta. Iedere werkdag open van 10 uur tot 17 uur aan de Lombardstraat 67, 1000 Brussel.

Muzikant

‘Malta, Land of Sea’

Azzopardi speelt klarinet, saxofoon, piano en viool. Hij was radio en tv-presentator, produceerde en presenteerde ontbijtshows op radio ONE. Azzopardi: “Malta telt meer dan dertig

In Bozar, Ravensteinstraat 23, loopt tot 28 mei ‘Malta, Land of Sea’. Een expo over de geschiedenis van het eiland met meer dan zestig kunstwerken.


ADVERTENTIE

Donderdag 23 febrUAri 2017 I BRUZZ 1559 I 21

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

© Nicolas Fong

Laptopia

presents

THE BRUSSELS ANIMATION FILM FESTIVAL

Hotellobby Métropole dinsdag 14 februari, 14u

Tenzij je handelsreiziger bent van beroep, gaat er weinig boven een halfuurtje in een hotellobby - topbestemming van elke vakantie. Als toerist ben je sowieso ver weg van dagelijkse standplaats en sleur, maar heb je er toch alle baat bij de zaak nog wat op de spits te drijven, het reisschema naast je neer te leggen, en neer te zakken in de lommer van de lounge. De Taj Mahal kan wachten. Je hebt daarnet nog in het zog van de Touareg een bochtje gemaakt in de woestijn, en gaat straks eten op een ondergelopen San Marco, maar nu neem je de ‘The Herald Tribune’ ter hand om een halfuurtje boven de bladrand uit te kijken. Je bent gedurende een weekend in Biarritz om uit te testen of de man die je nu al vijf maanden kent echt de ware is, maar nu bestel je nog even een gin-tonic. Je was gisteren nog in Frankfurt en vandaag alweer in Lissabon, maar je laat die twee steden nog even door elkaar waaien, terwijl je de benen over elkaar plooit in een laagzittende fauteuil. Van daaruit zie je een beroemd dirigent met montuurloze bril en overjas over de arm zijn biezen pakken. Ondertussen neemt een waardig grijs geworden dametje met een koket sjaaltje de trap in plaats van de lift, die nochtans blijmoedig op en neer stuitert om Kaukasische schaakgrootmeesters en Singaporese maffiabazen op hun bestemming te brengen. Een besmuikt bekvechtend koppel is er zich nu al van bewust dat ze hun ruzie straks zullen moeten bijleggen indien ze hun vakantie niet willen vergallen. Achter het glas van de draaideur rijden taxi’s voor die daarnet nog aan de heteluchthaven hun klanten opwachtten. Dat soort vibe hangt echter niet meteen in de lobby van Hotel Métropole. In plaats van gin-tonic tref je er wel een halfleeg blikje Coca-Cola aan. De bar is gesloten, dus staat ook het overaanbod aan fauteuils helemaal leeg. De wifi draait neurotisch rondjes door de

ruimte zonder met iemand connectie te kunnen maken. De piano zwijgt stil. Onder de glasplaten op de bijzettafeltjes zijn op een ordinaire manier de visitekaartjes geschoven van de art studio die de rommelige en gedateerde kunsttentoonstelling in de lobby op zijn geweten heeft. Tapijten met luipaardmotief typeren de mikmak van stijlen. De neorenaissance heeft zich van tijdstip en locatie vergist. De mooie zuilen zijn te dicht bij elkaar gaan staan. Paravents faciliteren benauwde gevoelens. Zachtjes klinken een handboor in één van de prozaïsche hotelkamers, een ventilator in een verluchtingsschacht, de werken aan Brouckèreplein. De deuren naar buiten stremmen in plaats van open te zwaaien. Daarbuiten leggen nergens bootjes aan die voor een vlotte aanvoer van door de stad wervelende reizigers kunnen zorgen. In deze lobby dus geen aangeschoten actrices, geen verveelde rijkeluismeisjes met een lolly, geen veelbelovende jongemannen die met hun smartphone de financiële markten betokkelen. Alleen wat heertjes van stand en hoge leeftijd die uit de Rotary-vergadering lopen om te bellen naar hun vrouw die in een file zit en dus maar wat blijft doorzeuren. Geen blik op de wereld, want de spiegels kaatsen alles terug. Hoe zou het hier ook ooit vakantie kunnen zijn als blote benen hinderlijk blijven plakken tegen het leer van de zetelbekleding? Dit is een hotel voor de winter. Als het buiten nog donkerder is dan binnen, en het eten van slagroomtaarten en drinken van donkere bieren een kwestie van overleven is. Of zou hier toch eens iemand de ramen kunnen openzetten?

“In deze lobby geen aangeschoten actrices, geen verveelde rijkeluismeisjes met een lolly”

Brussels, Flagey

24 Feb> 5 March 2017 www.animafestival.be - info : 0 32 2 502 63 47

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S

Michaël Bellon

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia

Het SVK garandeert : = een stipte huurbetaling = een degelijk verhuurbeheer = het ouderhoud van uw woning = hulp bij renovatie = fiscale voordelen

www.fedsvk.be - 02 412 72 44


22 I BRUZZ 1559 I Donderdag 23 februari 2017

PADEL – Jeremy Gala is eerste professionele padelspeler van België

‘Padel is een amusante sport’ BRUSSEL – Het leven heeft soms leuke verrassingen in petto, dat weet ook Jeremy Gala (24). De Brusselaar trok naar Madrid om er zijn Spaans bij te schaven, onderhield er regelmatig zijn padelspel en kreeg via zijn sponsors zowaar de kans om prof te worden. Zijn doel: zich met de besten meten in de World Padel Tour.

T

ot een tweetal jaar geleden was ik bij de honderd beste tennisspelers van België,” vertelt de Brusselaar. “Ik debuteerde op mijn vierde bij TC Woluwe en rond mijn achtste begon ik heel wat wedstrijden te spelen. Ik haalde een zeker niveau en had zelfs een tijdje de ambitie om een professionele carrière uit te bouwen.” Vier jaar geleden kreeg Gala daar zelfs de kans toe, toen hij een voorstel kreeg uit de Verenigde Staten om er zijn studies te combineren met tennis. Het voorstel was zeer aanlokkelijk: hij kon er trainen in uitstekende omstandigheden en zijn limieten aftasten. “Ik zou een beurs krijgen aan een universiteit vlak bij Manhattan en 95 procent van mijn collegeld zou worden betaald. Dat kan tellen, want dat collegegeld kan oplopen tot vijftigduizend euro. Bovendien kon ik er met uitstekende coaches werken en kon ik veel reizen binnen de VS.” “De overstap ging uiteindelijk niet door, omdat bepaalde studiepunten niet konden worden overgezet. Dat was een klap voor mij en het heeft me moeite gekost om die te boven te komen. Tennis was mijn passie en dit was een unieke opportuniteit. Maar kijk, een paar jaar later krijg ik alsnog de kans om sport op een hoger niveau te beoefenen.” Gala breekt in een heel andere discipline door: padel, een mix van tennis en squash. Hij ontdekte de sport drie jaar geleden op vakantie in Bordeaux, en breide er in Brussel op voorstel van een vriend een vervolg aan. De combinatie van tennis en squash viel in de smaak en bood hem de nieuwe uitdaging die hij nodig had. “Tennis speelde ik al zeer lang, het begon routine te worden. Om een goed klassement in het tennis te hebben, moest ik vijftig à zestig wedstrijden in een jaar spelen. Dat tikt aardig aan. En indien ik hoger in het klassement wou raken, moest ik twintig uur of meer per week trainen. Dat zag ik niet meteen zitten.” “Padel is een zeer goed alternatief. Ik leer veel bij en voel dat ik een grote progressiemarge heb, waardoor de zin om te spelen nog toeneemt. Ik amuseer me wonderwel. Het is een spectaculaire sport die ook grappig kan zijn. Zo mag je, als de bal buiten

het veld gaat, de deur nemen om die bal alsnog te spelen. Dat is toch wel uitzonderlijk.”

World Padel Tour Gala trok er graag op uit om tornooien te spelen, zowel in België als in onze buurlanden. Hij maakte deel uit van het eerste Belgische duo in het internationaal klassement – padel wordt bijna altijd per twee gespeeld – en behoort naar eigen zeggen tot de drie beste Belgen. Maar door steeds tegen dezelfde tegenstanders te spelen, boekte hij geen vooruitgang meer. In Spanje vond hij opnieuw een uitdaging. “Ik verblijf sinds sep-

tember vorig jaar in Madrid om mijn Spaans te verbeteren. Madrid is de internationale hoofdstad van padel. De eerste maanden dat ik hier was, speelde ik een vijftal keer per week tegen mensen die ik kende. Het werd meteen duidelijk dat het niveau hier zeer hoog ligt.” “Van sinds ik in België speel, kan ik rekenen op de steun van onder meer Padel International en Black Crown. Via die sponsors is het idee ontstaan om professional te worden. Ze contacteerden me in december om met een project te beginnen: van mij de eerste Belg maken die professioneel is en de World Padel Tour speelt.

“Het zou mooi zijn mocht ik een uithangbord worden voor padel in België” Jeremy Gala Professioneel padelspeler

Natuurlijk ben ik daar meteen in meegestapt. Zonder hen zou ik niet staan waar ik nu sta, ik ben hen heel dankbaar. Het is een droom die waar wordt, maar tegelijk besef ik het nog niet helemaal.” De Brusselaar begon in november al te trainen met een van de beste Spaanse coaches, die met heel wat grote namen heeft samengewerkt. Zijn spelpeil verbeterde zienderogen en het lijkt erop dat die evolutie nog niet gedaan is. De taallessen heeft hij afgewerkt, hij kan zich sinds kort volledig toeleggen op padel. “Ik train een zestal uur per week met mijn coach, zit een vijftal uur in de fitness en zal ook wedstrijden spelen om me voor te bereiden. We zitten nu in het voorseizoen en moeten ons proberen te plaatsen voor de World Padel Tour.” “Dat kan op twee manieren. Je kan uitgenodigd worden. Die kans is niet eens zo klein, omdat buitenlandse spelers interesse opwekken. Toch vind ik dat ik het zelf moet verdienen. Daarvoor moet ik bij de dertig beste spelers van mijn gemeenschap zijn. Wetende dat het niveau van de Madrileense gemeenschap zeer hoog is, is dat geen evidentie. Mijn ploegmaat staat al in die top dertig, dat kan ons zeker helpen.”

Uithangbord

JEREMY GALA. “Spectaculair en grappig, zo is padel. Zo mag je, als de bal buiten het veld gaat, de deur nemen om die bal alsnog te spelen.”

BIO - Geboren op 4 februari 1993 - Begon drie jaar geleden met padel - Behoort tot de Belgische top drie - Is professioneel padelspeler in Madrid

Als Gala de komende weken goede resultaten neerzet met zijn partner, dan mag hij op 29 maart aan de World Padel Tour beginnen, in Santander. De spelers werken vooral manches in Spanje af, maar er wordt ook uitgeweken naar onder meer Miami en Argentinië. Fantastische vooruitzichten, waar de Brusselaar zeker een toekomst in ziet, maar hij loopt liever niet vooruit op de zaken. “Het doel dit seizoen is de World Tour te halen en zo ver mogelijk te raken. Maar er zijn uiteraard veel factoren waardoor het kan mislukken. Denk maar aan blessures of het ritme dat te hoog ligt.” “Het is moeilijk om te zeggen waar ik kan geraken. Toen ik hier aankwam, speelde ik een paar tornooien en was het niveau te hoog voor mij. Die gasten hier zijn met een padelracket geboren, hé. Mijn ervaring als tennisspeler, is zowel een voor- als een nadeel. Voor de volleys bijvoorbeeld is het een voordeel, maar op het vlak van tactiek en verdedigend spel heb ik een achterstand. Daar werken we hard aan.” Hoe dit seizoen ook uitdraait, Gala wil al wat hij meemaakt delen en padel ook in België doen aanslaan. Die evolutie is al aan de gang. “Er zijn tussen de zestig en zeventig velden in België en het zou me niet verbazen mochten dat er tussen de honderd en honderdvijftig zijn eind dit jaar. Heel wat tennisclubs tonen interesse. Padel boomt stilaan in België. Ik zou daar graag bij helpen met lessen, exhibitiewedstrijden en dergelijke. Het zou mooi zijn mocht ik een uithangbord worden.” Tim Schoonjans


Donderdag 23 februari 2017 I BRUZZ 1559 I 23

SPORTagenda

ESTAFETTE FILIP VAN DER ELST

“We zitten nu in de hoek waar de klappen vallen. Maar we moeten met z’n allen voor de spiegel gaan staan. En dan zullen we hier sterker uitkomen.” Van wie is dit citaat afkomstig? Ongetwijfeld van elke voetballer na een slechte wedstrijd. Ooit. De verkopers van spiegels moeten gouden zaken doen aan voetballers die een verlieswedstrijd moeten verteren. Zouden ze bij het thuiskomen werkelijk tegen hun vrouw zeggen: “Schat, zet het eten nog maar even aan de kant, ik moet eerst nog voor de spiegel gaan staan.” Niet alleen bij een nederlaag vliegen de clichés je om de oren. Meestal overlopen de spelers na een wedstrijd gewoon het matchverslag: “We maakten met een gelukje gelijk. Dat deed ons goed. Vanaf dan hadden we de controle en we zijn blij dat we de 1-2 hebben kunnen maken,” zo citeer ik even willekeurig Hans Vanaken na de gewonnen wedstrijd van Club Brugge op Westerlo. Nog erger is het als er vooruitgeblikt moet worden, en de protagonisten moeten praten over iets dat nog niet gebeurd is. “Het is vooral belangrijk om geen vroeg doelpunt te slikken,” zeggen ze dan, alsof er ooit iemand aan een wedstrijd is begonnen met het idee om snel op achterstand te komen. Doen het ook altijd goed: relativerende statements. “Blij met mijn doelpunt? Ja, maar het is toch vooral de verdienste van heel het team.” Mediatraining is de dood van het voetbalinterview geweest. Sinds de voetballers wordt ingepeperd dat ze zich in interviews moeten beperken tot dezelfde twintig standaardzinnen, zegt elke voetballer in wezen hetzelfde. Wie die strakke formule niet volgt, vliegt er onverbiddelijk uit. Kijk maar naar Anthony Vanden Borre: één eerlijk, open, en beenhard interview gaf hem de definitieve doodsteek. Is het slim om je ploeggenoten in een breed kranteninterview mietjes te noemen? Niet echt. Maar het was wel kostelijke lectuur, en het leerde me wel iets over wat er in een kleedkamer gebeurt. Zijn in hetzelfde bedje ziek: voetbalanalisten. Niet toevallig zijn dat vaak mensen die zelf voetballer zijn geweest, en die dan maar meteen het jargon uit hun voormalige carrière hebben meegenomen naar hun nieuwe vakgebied. Ooit haalde het VTM-programma Stadion ex-voetballer Tom Soetaers in huis als analist. Zijn tussenkomsten resulteerden af en toe in pareltjes van clichés. Het leverde hem een eigen fanpagina op Facebook op, waar je schitterende quotes kon terugvinden als: “Na de rust heeft Anderlecht nog 45 minuten om deze scheve situatie recht te trekken”, “Als Anderlecht gewonnen had, dan hadden ze drie punten en zag het er plots heel wat beter uit”, en de klassieker die ik graag in een tegeltje boven mijn toiletdeur wil hangen: “Als je 0-3 achterkomt, dan weet je dat het moeilijk wordt.” Nog een nieuwe trend in analistenland, zeker sinds het succes van Jan Mulder bij jong en oud: Nederlanders! Hoe meer, hoe beter! Johan Boskamp is allang een vaste waarde, en de voorbije jaren zagen we ook Aad De Mos en ex-Genktrainer Mario Been regelmatig

de Vlaamse huiskamers vullen met een niet zo boeiende mening met een sappig accent. Nochtans laten ze de beste Hollanders links liggen: voor wie zijn voetbalanalyse graag met een korrel zout en een ferme scheut humor en zelfrelativering wil, kan ik het Nederlandse programma Voetbal Inside aanraden. Johan Derksen, een man voor wiens snor alleen al ik graag een uur lang voor de buis hang, bediscussieert daar het voorbije voetbalweekend met gastheer en ijdeltuit Wilfred Genée, en vooral met René Van der Gijp, die tijdens zijn spelerscarrière bij onder meer Lokeren al knettergek was, en die karaktertrek vlijtig doorzet als voetbalanalist. Anders dan in België nemen zij geen blad voor de mond, soms op het randje van het toelaatbare. Zo omschreef Derksen de Nederlandse trainer Louis Van Gaal met een heerlijke intonatie als “megalomane gek”, en pikte Van der Gijp wekelijks de schabouwelijke voorzetten van de PSV-rechtsback Stanislav Manolev eruit, met smakelijk hoongelach erbovenop. Met diezelfde lach noemde hij onze nationale held Jean-Marie Pfaff eens “totaal koekoek” en “een totale idioot”. Van der Gijp praat bovendien niet alleen over voetbal op zich, want de man leeft van anekdotes. We leren dus ook over hoe hij ooit dronken op het veld stond, hoe hij eens een emmer water over een piepkleine grensrechter uitkapte, en hoe hij in België zijn loon cash betaald kreeg, en er meteen een Porsche mee ging kopen. René vertelt ook met welke bekende en minder bekende vrouwen hij weleens het bed heeft gedeeld, en hoe één van hen zelfs heel het hotel bij elkaar schreeuwde. Bij het Nederlands elftal verving hij ooit de videoband van de scoutinganalyse door een pornofilm. Toenmalig bondscoach, de strenge Rinus Michels, keek het aan en zei nadien alleen maar: “Ik hoop dat jullie er iets uit opgestoken hebben.” Ook Boskamp is regelmatig studiogast in Voetbal Inside, en hij komt er beter uit de verf dan op de Belgische tv. Legendarisch zijn de talloze fragmenten waarin hij de naam van een speler compleet verkeerd uitspreekt, of vooral dat filmpje waarin hij spreekt over de zakken geld die hij maandelijks bij de sjeik ging ophalen toen hij trainer was in Dubai. Ook de Nederlanders beseffen dat voetballers vaak niets te zeggen hebben. Neem nu een prachtig fragment met Wesley Sneijder, na een gewonnen wedstrijd van het Nederlands elftal op een WK: “We hebben tijdens de rust gezegd: ‘Laten we de tweede helft ingaan met het gevoel dat het de laatste 45 minuten kunnen zijn’, en daarna gewoon alles van ons afgegooid.” Maar Van der Gijp was niet overtuigd: “Denk je nu echt dat er iemand bij de tegenstander zou zeggen: ‘Het is nu wel welletjes geweest, laten we nu maar gewoon terug naar huis gaan’?” Ik denk dat René Van der Gijp niet zo vaak voor de spiegel staat, en maar goed ook.

Met z’n allen voor de spiegel

Journalist Filip Van der Elst kijkt bij het betreden van een voetbalstadion eerder naar de tribunes dan naar de grasmat

lopen Nu al voorbereiden op traditionele grootse stadsloop

Daar komt de 20 kilometer BRUSSEL – De 20 kilometer door Brussel is een sportevenement dat leeft. Wie wil deelnemen, begint best nu al met zijn voorbereiding. Zelfs al is het nog ruim drie maanden wachten voor het startschot wordt gegeven. De sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie biedt al wie zijn loopvorm wil opkrikken de kans om zich geleidelijk aan voor te bereiden op de 20km door Brussel. Zondag begint net als vorig jaar de lessenreeks ‘Op naar de 20km’, in het Jubel-

park. Vanaf dan wordt veertien weken lang elke zondagochtend (tussen 10 en 12 uur) een looptraining georganiseerd, telkens in een verschillend Brussels park of bos. Een ervaren lesgever organiseert de trainingen en kiest voor verschillende aanpakken (duurloop, intervaltraining, etc.). De deelnemers krijgen alle troeven in handen om op zondag 28 mei fit aan de start te staan. Alle details over inschrijvingen vindt u op www.sportinbrussel.be. Schudt u die twintig kilometer nu al zonder problemen uit uw benen, of bereidt u zich lie-

ver alleen voor? Denk dan misschien stilaan aan de administratieve voorbereiding. Op zaterdag 25 maart beginnen de inschrijvingen (kostprijs: 25 euro), maar u kunt ook al eerder zeker zijn van uw startnummer. Verschillende organisaties, zoals Artsen Zonder Grenzen en de Stichting Tegen Kanker, organiseren voorinschrijvingen. Er wordt dan wel van u verwacht dat u een bepaalde som inzamelt ten voordele van hun goed doel. Wie zich voorbereidt op de 20km moet zeker een kijkje nemen op www.20kmdoorbrussel.be. U vindt er onder meer interessante tips, en wie niet kan wachten tot mei, kan aan de hand van de racetrack het parcours al eens aflopen. Tim Schoonjans

Cureghem Sportief in het nieuw Wielerclub Royal Cureghem Sportief kreeg eind vorig seizoen een klap te verwerken toen hoofdsponsor Bioagrico de boeken neerlegde. Er werden ondertussen nieuwe sponsors gevonden, maar om budgettaire redenen heeft de club dit seizoen geen beloften- of eliterenners in zijn rangen. Er zullen een kleine vijftig jeugdrenners voor Cureghem Sportief rijden, en dat voor het eerst sinds lang niet meer in groene truitjes.

Zaterdag 25 februari Tangobal Milonga Gemeenschapscentrum De Maalbeek wordt zaterdag nog maar eens ondergedompeld in zwoele sferen. Vanaf 14u wordt er een intensieve tangoworkshop van twee uur georganiseerd met Argentijnse maestro’s, vanaf 18u verzorgen Andrés en Nathalie een workshop, ook al van twee uur, en om 21u barst het tangobal los, ondersteund door livemuziek. Alle informatie hierover vindt u op www.demaalbeek.be.

Zondag 26 februari Run & Bike Evere De PromoRunBike Challenge houdt zondag voor de laatste manche halt in Evere. De vierde editie van deze wedstrijd gaat van start aan het sportcomplex van Evere. Om 10.45u beginnen de deelnemers aan het parcours van vijftien kilometer eraan, een kwartier later is het aan de deelnemers van de 7,5 kilometer. De prijzen worden om 12.30u uitgereikt. Meer informatie over inschrijvingen vindt u op www.promorunbike.be.

Marcel Clause Judotornooi Het sportcentrum van Etterbeek wordt het decor van een katatornooi van de European Judo Union. Judoka’s van zestien jaar en ouder zullen per twee kata’s uitvoeren: stijloefeningen met een reeks vastgelegde bewegingen, die worden uitgevoerd tegen denkbeeldige tegenstanders. Een jury beslist welke koppels doorstoten naar de volgende ronde. De competitie begint om 9u, de finales gaan om 14.30u van start. Alle details vindt u op www.ffbjudo.be.

Maandag 27 februari Sportstages Verschillende Brusselse sportclubs organiseren sportkampen om ketjes tijdens de krokusvakantie de kans te bieden sporten te leren kennen of zich in een discipline te verdiepen. De meeste stages zullen al volzet zijn, maar wie toch nog een plaatsje te pakken hoopt te krijgen, moet niet aarzelen om te rade te gaan bij de clubs. De sportkampen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn zo goed als volzet. Op www.sportinbrussel.be vindt u een overzicht van eventuele vrije plaatsen.

Dinsdag 28 februari Open memorial Alain Hémon Petanqueclub Auderghem Sainte-Anne organiseert voor het tweede jaar op rij de Open Memorial Alain Hémon. Doubletteploegen kunnen zich op vijf verschillende data (28 februari en 2, 7, 9 en 11 maart) proberen te plaatsen voor de finale, die op zondag 12 maart plaatsvindt. Op de Facebookpagina van het evenement vindt u al de nodige informatie.  Tim Schoonjans

BRUZZ - editie 1559  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you