Page 1

van 12 tot 18 januari 2017

N° 1553 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

UIT IN BRUSSE

+ L | VOS SORTIES

À BRUXEL LES

| OUT AND

ABOUT IN BRUSSE

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS

LS 13

19 | 1 | 2017

#1553

1050 ELSENE/IXEL

LES | AFGIFTEKANT

OOR BRUSSEL

X P702124

NL FR EN

EEN UITGAVE

VAN VLAAMS-BRU

SSELSE MEDIA

VZW | FLAGEYPLEIN

18 PLACE FLAGEY,

HANGEN ME FIEN TROCH T NICO LEUNENEN

WEEKBLAD |

HOE TRANSPARANT IS HET BELEID?

1553_01

HOME

BRUSSELS JAZZ RIVER JAZZ DJANG CHRISTOPHER OFOLLLIES DE BÉTHUNE CARLY WIJS SUPERAMAS HÉLOÏSE MEIRE CONGOLISATI FLORIAN KINIQU ON ES

_cover.in

dd 1

09-01-17

19:18

HET GLAZEN HUIS IS NOG NIET VOOR MORGEN

© JURGEN WALSCHOT

p 2, 6 - 9

Hind Fraihi

‘De Europese islam is een uitvinding van Westerlingen die de islam niet kennen’ p 12 - 13

‘Pas wanneer politici zich gesurveilleerd voelen, zullen ze zich ethisch en verantwoordelijk gedragen’ Christophe Van Gheluwe, Cumuleo

Op stap met verzamelaars van voedseloverschotten

‘Wij weten wanneer de meloenen rijp zijn’ p 10 - 11


2 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

EDITO Macht

Steven Van Garsse Chef Weekblad

“De Brusselse regering heeft op het vlak van transparantie een serieuze inhaalbeweging te maken”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar.  OPLAGE 62.609 exemplaren.  ADVERTEREN? Barbara Hartert: sales@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef )  EINDREDACTIE Karen De Becker  ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier  REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet  FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene.  Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Macht toont zich in vele gedaanten, maar een wezenskenmerk is dat ze moeilijk in te tomen valt. Het is altijd nuttig om dat voor ogen te houden bij het aanschouwen van het politiek bedrijf. En er valt maar één ding tegen in te brengen: een transparant beleid. Zodat burgers, pers, gerecht en parlement zìen wat er gebeurt. Brussel heeft een horrorjaar achter de rug en het is misschien wat onkies om er nu op te wijzen, maar de Brusselse regering heeft op het vlak van transparantie een serieuze inhaalbeweging te maken. De canapépolitiek is weer helemaal terug. Het dossier van het Eurostadion is er een schoolvoorbeeld van. De verstrengeling van belangen is zo groot dat er geheid malheuren van komen. Maar hoe de vork precies aan de steel zit, weten alleen ingewijden. Terwijl de federale en de Vlaamse regering netjes de regeringsbeslissingen op een website posten, neemt de Brusselse regering beslissingen waar zelfs het parlement, dat er toch de controle op moet voeren, niet volledig inzage in kan krijgen. De agenda van de wekelijkse ministerraad? Onbekend. Dit is een democratie anno 2017 onwaardig. Voor de pers is het balen. Vroeger waren er nog de wekelijkse persconferenties na de ministerraad, die zijn vervangen door af en toe een communiqué. Het is

WAUTER MANNAERT

steeds moeilijker om feitelijke informatie te krijgen. De dikke laag aan perswoordvoerders zorgt ervoor dat alleen informatie doorkomt waarmee deze of gene minister zijn voordeel kan doen. Natuurlijk is dat een spel, een machtsspel zou men haast kunnen zeggen, dat al decennia bestaat tussen pers en politiek, maar er zijn grenzen aan het fatsoen. Zeker in een tijdperk dat kreunt onder post-truth, is een gezonde relatie tussen pers en politiek een conditio sine qua non voor een goed werkende democratie. Burgers laten dit niet langer meer zomaar gebeuren. In korte tijd zijn er enkele websites bijgekomen die de transparantie in de politiek ten goede moeten komen. We laten in deze krant de initiatiefnemers aan het woord. Tegelijk getuigt de oppositie hoe de Brusselse regering er alles aan doet om beslissingen in duisternis te verhullen. Het is geen mooi gezicht. Het begin van het jaar is er ook één van goede voornemens. Een transparant beleid zou voor de hele regering een minimum moeten zijn. Het moet een ingesteldheid zijn, een houding, als antidotum tegen de zichzelf versterkende dynamiek van de macht. Anders houdt de democratie op met bestaan, of wordt ze door populisme gekannibaliseerd.

Deze hervorming is slecht bestudeerd, slecht voorbereid” MICHEL PIERSOUL Vakbondsdelegué van Net Brussel over de nieuwehuisvuilophaling (RTBF)

Ik onderga een onwaarschijnlijke druk van de autolobby” YVAN MAYEUR, Burgemeester van Brussel (in ‘L’Echo’)


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 3

nieuwe regelgeving Open VLD vraagt oplossing voor Brussel

‘Oneerlijke concurrentie tussen kunstacademies’

Brug. Het hoogteverschil tussen de Graystraat en de Kroonlaan bedraagt ongeveer 20 meter.

MOBILITEIT Drie miljoen euro voor proefproject wijkcontract

Lift tussen Graystraat en Kroonlaan ELSENE - Fietsers en voetgangers kunnen over enkele jaren met een lift van de Graystraat naar de Kroonlaan en omgekeerd. Onderaan de lift komt een nieuw pleintje en lokalen voor een atelier, een coworkingspace en een horecazaak. Het gaat om een proefproject van het wijkcontract Maalbeek. De Graystraat, tussen het Flageyplein en het Jourdanplein, volgt het tracé van de oude Maalbeek. Halverwege wordt de straat overschaduwd door twee grote bruggen, eentje voor de treinsporen tussen de stations Luxemburg en Mouterij, en eentje voor de Kroonlaan. Het hoogteverschil van ongeveer 20 meter tussen die Kroonlaan en de Graystraat zal over enkele jaren overbrugd worden door een stadslift. Die moet de wijken beneden en boven dichter bij elkaar brengen, maar ook zorgen voor een verbinding tussen twee gewestelijke fietsroutes en een overstap mogelijk maken tussen buslijnen 59 en 95. Of het een verticale of hellende lift wordt, is nog niet uitgemaakt. Voor de uitwerking van het project is zopas een oproep aan ontwerpers verschenen. Teams die hun kandidatuur indienen, moe-

Treuracacia doet herintrede SCHAARBEEK – Binnenkort groeit er in Brussel weer een treuracacia, een boom die decennialang verdwenen was uit ons land. Basissschool Hendrik Conscience plant de zeldzame boom in het kader van de campagne van de bûûmplanters.

De bûûmplanters is een nieuw burgercollectief dat de leefbaarheid van de stad wil verhogen door meer groen. Het collectief heeft een growfundingsactie opgezet om particulieren, scholen en bedrijven aan te moedigen om te planten. Wie meedoet, krijgt een klimplant, struik of boom voor de eigen tuin

Brusseel en Dejonghe vragen aan Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) om de scholen meer flexibel te laten werken, zowel op financieel vlak als bij het samenstellen van de lessenreeksen. Dat zou de Brusselse academies ook moeten toelaten om de concurrentie met de Franstalige academies aan te gaan. Dat Crevits nu ook, net zoals al langer in het Franstalig onderwijs, de deuren openzet voor kinderen, vindt Brusseel een goede zaak, maar de inschrijvingsgelden kunnen ouders ertoe aanzetten voor de Franstalige concurrent te kiezen. Dejonghe: “Het is uitermate belangrijk dat - Nederlandstalige en anderstalige - kinderen die schoollopen in het Nederlandstalig onderwijs, ook naar de Nederlandstalige academies kunnen, het is een gelegenheid om in een andere context Nederlands te spreken.” Danny Vileyn

HORECA Uitbater stopt, twee populaire cafés dicht

ten de lift inpassen in een bredere interventie. Zo is sprake van een nieuwe openbare ruimte van 1.700 vierkante meter. Die moet de lift “zichtbaar en aantrekkelijk voor gebruik maken”. De Graystraat wordt tussen de twee bruggen een gedeelde ruimte. Autoverkeer wordt er plaatselijk beperkt tot één richting (naar Jourdan toe). Bussen, fietsers en voetgangers zullen nog steeds in beide richtingen kunnen. Ook het aanpalende gebouw wordt aangepakt. In het pand huizen, behalve een rusthuis op de bovenste verdiepingen (uitgevend op de Kroonlaan), ook de filmarchieven van Cinematek. Mogelijk verhuizen die over enkele jaren, maar in afwachting kan er al 1.200 vierkante meter aan voorzieningen gerealiseerd worden, deels door renovatie, deels door nieuwbouw. Zo komt er ruimte voor een atelier, een coworkingspace en een horecazaak. In totaal gaat het om een investering van meer dan 3 miljoen euro. Een deel daarvan komt uit het budget van het wijkcontract Maalbeek (grotendeels van het Gewest), de rest komt van het federaal Brusselfonds Beliris. Bouwmeester Kristaan Borret begeleidt het project. Laurent Vermeersch

LEEFMILIEU School plant zeldzame bomen

BRUSSEL - De Vlaamse regering werkt aan een nieuw decreet voor het Deeltijds Kunstonderwijs. Brussels parlementslid Carla Dejonghe (Open VLD) en haar partijgenote in het Vlaams parlement Ann Brusseel vragen een oplossing voor de oneerlijke concurrentie van de Franstalige academies in Brussel. Een vergelijking van de inschrijvingsgelden van twee bekende academies, het Nederlandstalige RHoK in Etterbeek en de Franstalige Académie des Beaux Arts van de stad Brussel levert onthutsende resultaten op. Aan het RHoK betalen volwassenen 350 euro inschrijvingsgeld, aan de Académie 176 euro. Jongeren tussen 12 en 21 euro betalen aan de Académie maar 71 euro, en kinderen van zes tot twaalf jaar zelfs maar 15 euro. Aan het RHoK betalen kinderen en jongeren tussen 6 en 17 jaar 70 euro, tussen 18 en 24 jaar 155 euro.

Ook Grand Café van Muntpunt gesloten

BRUSSEL - Niet alleen eetcafé De Markten aan de Oude Graanmarkt, ook het café van Muntpunt is momenteel dicht. Het café werd uitgebaat door dezelfde exploitant, Kiso Projects, die vroegtijdig stopte. Kiso Projects hield er eind december mee op, vroeger dan gepland. De bvba, tot 2014 ook exploitant van het café van gemeenschapscentrum De Kroon in Sint-AgathaBerchem, baatte De Markten uit sinds 2008 en het Grand Café van Muntpunt

met bijbehorende planttips. Wie zelf geen tuin heeft, kan zijn boom in een school laten planten en zo investeren in de vergroening van de Brusselse scholen. Omdat de bûûmplanters ook de biodiversiteit in de stad willen verrijken en aandacht hebben voor de botanische en cultuurhistorische waarde van planten, geven ze de voorkeur aan vergeten of verdwenen bomen. “We kiezen voor niet-alledaagse exemplaren, die je niet in het tuincentrum vindt,” zegt bûûmplanter Yoeri Bellemans. “We werken daarvoor samen met

sinds de opening in 2013. De vroegtijdige stopzetting heeft vermoedelijk te maken met het overlijden van Harald Kirschner, één van de vennoten. Zowel De Markten als Muntpunt zag zich bijna van de ene dag op de andere zonder café-uitbater. Het café van De Markten blijft dicht tot aan de zomer. Gezocht wordt naar een nieuwe concessionaris, maar de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het gemeenschapscentrum willen van de leegstand profiteren om het etablissement te renoveren. De opfrissingswerkzaamheden in de zaal, de keuken en de toiletten zijn gepland voor april en mei. Het café zou voor de zomer weer open kunnen. Muntpunt wil zo lang niet wachten. “Wij hopen snel een nieuwe concessiehouder te vinden zodat het Grand Café in februari kan heropenen,” zegt woordvoerster Eva Drees.

het Centrum voor Botanische Verrijking.” Hoewel de growfundingcampagne nog loopt, wordt toch nu al begonnen met het planten. “Het is immers volop plantseizoen,” zegt Bellemans. Zo zal basisschool Hendrik Conscience in Schaarbeek op 23 januari dertig zeldzame bomen en planten in de grond steken. Het pronkstuk is de treuracacia. “Deze boom heet treuracacia, maar is eigenlijk de treurvariant van de valse christusdoorn,” zegt Kris Michielsen van het Centrum voor Botanische Verrijking. “De boom werd

Bettina Hubo

voor het eerst beschreven in 1822. Hij werd altijd op kleine schaal gekweekt, maar verdween rond 1850 uit onze contreien.” Het Centrum kon aan materiaal geraken van een overgebleven oude treuracacia uit Engeland en slaagde erin de variant opnieuw te kweken. Het eerste exemplaar komt dus in Schaarbeek. Op 27 januari organiseren de bûûmplanters een benefiet in café Les Brasseurs. Het collectief hoopt dat er dankzij de campagne deze winter zeker zo’n 200 tot 250 nieuwe bomen geplant worden. Bettina Hubo


4 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

DE WEEK

IN BEELD Waar Leibeek en Maalbeek proper richting stad stromen, kraakt het Scheutbos. Ooit gitzwart, als middeleeuws steenkoolbos. Ooit bloedrood, als slagveld van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male die de Brusselaars klein sloeg. Vorig en wellicht ook volgend weekend ijzig wit, maar ondergronds zwanger van de nieuwsoortige bloemen die er elk jaar bijkomen. Het halfnatuurgebied viert twintig jaar klassering. JMB

in het NIEUWS Agenten massaal ziek

De interventiedienst van de zone Brussel-West meldde zich donderdagnacht collectief ziek om de hoge werkdruk aan te klagen. De ochtendploeg van de eerstelijnsdienst deed vrijdag hetzelfde. Wijkagenten zouden niet onderbemand zijn, maar het personeelstekort snijdt in de motivatie van de regiopolitie. Oorspronkelijk werd de actie gevoerd zonder overleg met de vakbonden.

Smet weer op post

Maandag hervatte Brussels minister Pascal Smet (SP.A), bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, zijn werk na twee maanden ziekte door een ernstige longontsteking en bijkomende com-

plicaties. Smet liet op zijn eerste werkdag horen dat hij van collega’s veel steunbetuigingen kreeg, “op twee à drie personen na, die van de situatie misbruik probeerden te maken”. Voor MR werd hij inderdaad de pispaal, en ook Open VLD en de PS maakten misbruik van zijn afwezigheid, in verband met het mobiliteitsdossier rond het Louizaplein. Ook burgemeester van Ganshoren Hervé Gillard (MR) is al twee maanden afwezig wegens een nog ernstigere ziekte.

Rogiertunnel dicht

Voka had het over “middeleeuwse toestanden”.

Doek valt voor Bruparck-dorp

Eveneens maandag was de Rogiertunnel op de Kleine Ring urenlang dicht nadat brand was ontstaan in een technische ruimte. Daardoor viel de stroom uit en werd de controleapparatuur die moet instaan voor de veiligheid in de tunnel beschadigd. De onverwachte sluiting leidde tot extra verkeershinder en deed het debat over de Brusselse mobiliteit opnieuw oplaaien. Werkgeversorganisatie

De cafés en restaurants in het dorp van Bruparck op de Heizel hebben definitief de deuren gesloten. De acht overgebleven zaken waren goed voor zestig tot tachtig banen. In de zomervakantie kwamen daar nog een pak tijdelijke krachten bij. Bruparck, geopend in 1988, moet plaats ruimen voor de vernieuwing van de Heizelsite. Bioscoop Ki-

nepolis en attracties Mini-Europa en Océade blijven open tot volgend jaar. Om de bezoekers te blijven bedienen, wil de Stad Brussel foodtrucks laten aanrukken.

Meer series gedraaid in Brussel

Het afgelopen jaar zijn voor twintig televisieseries opnamen gemaakt in Brussel. In 2015 lag het aantal nog op acht. Ook het totaal aantal draaidagen steeg in 2016 fors, tot 280. Dat blijkt uit cijfers van Screen.Brussels, een koepelorganisatie voor de audiovisuele sector in Samengesteld door Brussel.  

Jean-Marie Binst en Laurent Vermeersch

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© BART DEWAELE

Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 5

UITGELICHT Alles blijft te doen op het vlak van mobiliteit

‘Tijd dat de turbo aanslaat’ BRUSSEL - De dossiers stapelen zich op voor Pascal Smet (SP.A), net terug van twee maanden ziekteverlof. De minister van Mobiliteit en Openbare Werken heeft nog maar twee jaar om zijn ambities waar te maken. Coalitiepartner CD&V wordt ongeduldig. De eerste werkdag na de Kerstvakantie stuurde een nieuw tunnelincident nog maar eens het autoverkeer in de war. Het mag duidelijk zijn dat de Brusselse mobiliteit ook in 2017 niet uit de actualiteit te houden is. Bevoegd minister Pascal Smet, nog maar net bekomen van een levensbedreigende longontsteking, toonde zich meteen opnieuw zijn strijdvaardige zelf in interviews en in het parlement. Brussel wordt elke werkdag overspoeld door auto’s en daar moeten we iets aan doen, zo klonk het. De vraag is hoe, en de tijd begint te dringen. Het fietspadenplan blijft een mysterie, het taxiplan is al ettelijke keren uitgesteld en rond het busplan is het al lang verdacht stil. Ook binnen de meerderheid groeit de scepsis, getuige een opiniestuk van CD&V-fractieleider Paul Delva: “De Brusselse regering heeft heel wat projecten in de steigers, maar om tegen het einde van de rit een mooi rapport te kunnen voorleggen, wordt het tijd dat de turbo aanslaat.” Het ongeduld bij CD&V is begrijpelijk. In het begin van deze legislatuur heeft Smet zich enkele keren laten ontvallen dat zijn voorgangster, Delva’s partijgenote Brigitte Grouwels, dossiers heeft laten aanslepen. Als Smet straks weinig resultaten kan voorleggen, zal hij hetzelfde verwijt krijgen. Tot nu toe ziet Delva vooral ondergrondse in-

vesteringen: de tunnels worden gerenoveerd, en ming van lijn 71, de herinrichting van de Leuvensesteenweg en de uitrol van het gewestelijk er vloeit veel geld naar de geplande nieuwe metrolijn. Maar die laat nog ettelijke jaren op zich parkeerbeleid. “De negentien gemeenten dragen wachten. Bovengronds zijn oplossingen nodig op vandaag een grote verantwoordelijkheid in het korte termijn. welslagen van de gewestelijke ambities.” CD&V is Delva suggereert dat de regering meer moet inzetvoorstander om het Gewest meer zeggenschap te ten op nieuwe mobiliteit. Het gaat dan over elekgeven inzake mobiliteit. “Zolang dat niet gereatrische en op termijn zelfrijdende auto’s, en het liseerd wordt, zal de turbo pas aanslaan als het delen van auto’s en ritten. Zeker dat laatste is ook Gewest en de gemeenten elkaar beter vinden,” volgens Smet deel van de oplossing. “Als de meer dan 200.000 autopendelaars carpoolen, is het Brussels mobiliteitsprobleem opgelost,” klonk het maandag in de commissie Infrastructuur. Daarnaast verwees de minister echter vooral naar de medeverantwoordelijkheid van de federale regering (bevoegd voor de NMBS) en de andere gewesten (voor de bouw van pendelparkings). Smet onderstreepte wel nog eens dat Brussel de Pascal Smet, minister van Mobiliteit komende jaren 5,2 miljard euro in het openbaar vervoer pompt. Maar de hamvraag is misschien wel of zegt Delva nog. “Hopelijk gebeurt dat wel in de het Gewest ook de neuzen van de negentien getweede helft van deze legislatuur.” Dat er in 2018 meenten in dezelfde richting kan krijgen. “Elke al gemeenteraadsverkiezingen aankomen, maakt gemeente lijkt een vetorecht te hebben, waardoor de zaak nog complexer. De gewestverkiezingen zij beslissingen van het Gewest kunnen blokkevolgen in mei 2019.  ren,” zegt Delva, die verwijst naar de vertramLaurent Vermeersch

“Als de meer dan 200.000 autopendelaars carpoolen, is het probleem opgelost”

De spraakmaker De zelfverklaarde Brusselse mensenrechtenactivist Dyab Abou Jahjah zei eerder deze week dat de strijd tegen Israël op alle mogelijke manieren gevoerd moet worden. Jahjah zei dat nadat een Palestijn opzettelijk vier Israëlische soldaten had doodgereden in Jeruzalem. Hoewel Jahjah nog steeds kan rekenen op supporters bij het Brusselse establishment – zoals Eric Corijn – verspeelde hij met zijn uitspraak wel alle krediet bij ‘De Standaard’, waar hij een column had. Jahjah deed zijn bewuste uitspraak op Facebook, en beriep zich op de conventie van Genève die voorschrijft dat verzetsdaden tegen militaire doelen gelegitimeerd zijn wanneer het oorlog is. Het is een narratief dat vaak terugkomt in de Arabische wereld en

bij het progressieve West-Europese establishment. Het Israëlische-Palestijnse conflict zit wel ingewikkelder in elkaar dan Jahjah ons voorhoudt. De (poging tot) seculiere Palestijnse natievorming die een antwoord was op het ontstaan van Israël heeft geleidelijk aan vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw plaatsgemaakt voor een hoofdzakelijk islamitisch geïnspireerde strijd. Dat heeft verschillende oorzaken. Maar het gevolg van die verschuiving is wel dat de strijd verlegd werd van een strijd om land naar een strijd om religieuze principes. Daar waar het Jodendom zich een veilig thuisland wil geven, daar ziet het om zich heen miljoenen moslims die in hun denken steeds meer afstand nemen

DYAB ABOU JAHJAH

van het begrip ‘natie’ zoals wij dat kennen: voor het moslimbroederschap is de natie een samenleving van moslims, onder moslimbestuur, waar ook ter wereld. Binnen dat denken heeft een Joodse Staat geen plaats.

De dader van de aanslag tegen de vier Israëlische militairen was zo’n religieus, te zien aan foto’s die op het internet circuleren en getuigenissen van zijn familieleden. Ironisch genoeg steunt Jahjah dus wat hij in nagenoeg alle interviews of columns meent te bestrijden – ‘islamofascisme’ als de slachtoffers Israëlische militairen zijn. Religieus is Abou Jahjah, kind van een sjiitisch-christelijk Libanees huwelijk, naar eigen zeggen niet, gewoon een voorstander van mensenrechten en een strijder tegen de onderdrukking van minderheden in het Westen. Maar het is zoals de Britse schrijver V.S. Naipaul in de jaren 1970 al observeerde tijdens zijn rondreis in Iran: linkse revolutionairen uit islamitische landen zijn

meer door de islam beïnvloed dan ze zelf willen beseffen. De islam die aan de basis lag van de islamitische revolutie in Iran ging hand in hand met eveneens linkse begrippen als ‘gelijkheid’ en ‘broederschap’ en werd zo een modern en revolutionair alternatief – ook voor Westerlingen. Jahjah doet nu hetzelfde: hij maakt de gewelddadige islam tot een moderne optie door ze als revolutionaire verzetsdaad goed te praten. En daar trappen nog altijd vele Westerlingen in, want Israël is voor velen hier ook een revolutie waard. Niemand buiten hemzelf natuurlijk die in Jahjahs plaats kan bepalen wat zijn werkelijke agenda is. Dat doet hijzelf beter dan hij denkt. Christophe Degreef


6 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

SAMENLEVING/POLITIEK Overheden in Brussel hebben lak aan wet op openbaarheid van bestuur

HOE TRANSPARANT IS HET BELEID? Burgerbewegingen Cumuleo, Anticor en Transparencia p6-7 Parlementsleden van de oppositie aan het woord p 8-9

Het glazen huis is BRUSSEL - De Brusselse overheden lappen de nochtans wettelijk verplichte openbaarheid van bestuur geregeld aan hun laars. De oppositie, het gerecht, noch de media lijken in staat om daar veel tegen in te brengen. Daarom willen enkele wakkere burgers aan de boom schudden met websites zoals Cumuleo en Transparencia.

V

ia het internet is de laatste jaren een netwerk ontstaan van kritische burgers die opkomen voor meer bestuurlijke transparantie. Spin in het web is Brusselaar Christophe Van Gheluwe, die Cumuleo boven de doopvont hield in 2009. De website raakte bekend door de jaarlijkse publicatie van de mandatenlijst. Iedereen kan er nagaan welke functies elke politicus combineert en of die mandaten al dan niet bezoldigd zijn. “De mandaten van politici werden gepubliceerd in het Staatsblad, maar ik vond dat die informatie veel toegankelijker kon,” vertelt Van Gheluwe. “Aangezien ik webdesigner ben, en werk rond het vindbaar maken van informatie via Google, besloot ik om een website te maken.” Ondertussen werkte Van Gheluwe mee aan andere websites. Zo werd in september Anticor Belgium gelanceerd. Naar het gelijknamige Franse voorbeeld wil de website in sa-

“Op het vlak van transparantie staan we nergens in Brussel” Christophe Van Gheluwe, Cumuleo

menwerking met klokkenluiders allerhande onfrisse praktijken aan de kaak stellen. Met de vermeende belangenvermenging van Yves Goldstein, jarenlang kabinetschef van minister-president Rudi Vervoort (PS) liep Anticor alvast meteen in de kijker. Goldstein zou subsidies hebben toegekend aan een vzw die hij zelf beheerde.

CULTUUR België heeft geen cultuur van transparantie en burgercontrole. “In Engeland moet een politicus voor het minste opstappen,” zegt Christophe Van Gheluwe. “In België is dat nooit zo geweest.”

© BART DEWAELE

Sinds kort is er ook transparencia.be. Dat is een platform waarmee iedereen documenten of informatie kan opvragen bij de Brusselse overheden. De antwoorden komen automatisch online en zijn zichtbaar voor iedereen. “Op die manier zien we welke administraties meewerken, en welke echt problematisch zijn,” zegt Van Gheluwe. “Het is een manier om de krachten te bundelen en druk te zetten.” Burgers vragen bijvoorbeeld of in dit of dat schoolgebouw asbest zit, of waarvoor bepaalde subsidies zijn aangewend. En wat blijkt? De antwoorden blijven vaak heel lang uit, en soms weigert de administratie de gevraagde informatie gewoon te geven. “Men zoekt allerlei belachelijke excuses. Dat ze de documenten niet per e-mail mogen sturen bijvoorbeeld. Of we horen dat ze te veel werk hebben. Terwijl alles tegenwoordig digitaal is en in een klik verstuurd is.” Hoewel de openbaarheid van bestuur wettelijk is verankerd, blijkt transparantie dus nog altijd niet evident. “Politici hanteren een dubbel discours,” zegt Van Gheluwe. “Ze zeggen dat ze voor openheid zijn, maar als we iets opvragen weigeren ze vaak hun medewerking.” Ook partijen die minder met de macht geassocieerd worden zoals Défi of Ecolo bezondigen zich eraan. “Christophe Magdalijns, waarnemend burgemeester van Oudergem, schreef een opiniestuk in ‘Le Soir’ waarin hij ons werk prees, maar ook hij geeft niet thuis als we documenten opvragen.” Bij een negatief antwoord kunnen mensen naar de Commissie voor Toegang Bestuursdocumenten (CTB) gaan, maar zelfs als die oordeelt dat er geen geldige reden is om de informatie achter te houden, blijft de radiostilte vaak oorverdovend. De intransparantie doet vermoeden dat er heel wat dingen gebeuren die het daglicht niet mogen zien. “Ofwel is de politieke wereld incompetent, ofwel wil de grote meerderheid niet dat het systeem verandert om zich te beschermen,” zegt Van Gheluwe. “Veelzeggend is ook dat er geen enkele promotie bestaat rond de Brusselse CTB. De voorzitter vraagt al tien jaar om een eigen website, maar die komt er maar niet.” Eigenlijk zouden alle documenten spontaan op een toegankelijke website moeten komen, vindt Van Gheluwe. “We voelen voortdurend dat politici transparantie lastig vinden. Alsof er een tirannie van transparantie is. In werkelijkheid staan we nergens in Brussel. Compleet onaanvaardbaar voor een democratie anno 2017. Politici willen niet dat de burgers zich mengen in de politiek. Ze willen met rust gelaten worden tot de volgende verkiezingen. Dat is de realiteit. Ze verdragen niet dat we meekijken.” Cumuleo en co willen evenwel niet de jacht openen op beleidsmakers. “Het gaat er ons niet om politici te ‘pakken’,” vertelt Van Ghe-

luwe. “We willen gewoon een beter systeem. Het kan niet dat we als burgers niet mogen weten hoe het overheidsgeld besteed wordt. Burgers moeten de politiek en de administraties voortdurend in de gaten kunnen houden. Pas wanneer politici zich gesurveilleerd voelen, zullen ze zich ethisch en verantwoordelijk gedragen.”

Deep state De bestuurlijke complexiteit helpt de transparantie ook niet vooruit. Mensen weten vaak niet welk niveau bevoegd is. Bovendien is er een enorme wirwar van instellingen en vzw’s rond de lokale overheden. “Er bestaat een machtsnetwerk van verborgen administraties,” zegt Guy*, medewerker van Anticor. “Dat is een soort deep state. Niemand weet hoeveel vzw’s, intercommunales en paracommunale organisaties er eigenlijk zijn in Brussel. Het zijn er vele honderden. Vaak zijn dat zogezegd burgerinitiatieven, maar die zijn meestal helemaal gepolitiseerd. De ministeriële ka-


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 7

niet voor morgen

© JURGEN WALSCHOT

binetten zijn ook heel ondoorzichtig. Waar komen die mensen vandaan?” Jaar na jaar wordt het systeem bovendien nog ingewikkelder. “De regering-Vervoort wil allerlei nieuwe parastatalen oprichten, onder andere voor fiscaliteit en stedenbouw,” zegt Van Gheluwe. “Terwijl er competente administraties voor bestaan. Waarom? Om mensen te kunnen benoemen, want de administraties zijn min of meer gedepolitiseerd. Maar ook om de regels te omzeilen. Dat gebeurt dan onder het mom van efficiëntie. Men vindt de procedure van de openbare aanbesteding veel te zwaar en wil een sneller systeem. Maar die regels zijn er natuurlijk net om misbruiken moeilijker te maken.” Ook macht speelt hierin een rol. “Door mensen op sleutelposten te benoemen, wil men ook in de volgende legislatuur nog zijn stempel drukken”, zegt Guy. “Dat zien we bijvoorbeeld bij Leefmilieu Brussel. Ecolo zit niet meer in de regering, maar enkele ex-kabinetsleden van minister Evelyne Huytebroeck zwaaien er nog altijd de plak.”

De verschillende bestuurlijke niveaus verklaren ook voor een stuk waarom de parlementen onmondig zijn. Partijen die federaal of in het gewest oppositie voeren, zitten bijvoorbeeld wel mee aan de knoppen in enkele gemeenten. Reden genoeg om niet te diep te gaan graven. “De parlementen zouden het heft in handen moeten nemen,” zegt Van Gheluwe. “Tenslotte zijn zij de wetgevende macht. De regering moet gewoon de wet toepassen, en kan die niet naast zich neerleggen. Maar de parlementen worden gecontroleerd door de dezelfde partijen. De scheiding der machten is eigenlijk een illusie.” De Kazachgate toont de onmacht van de parlementen. “Over die afkoopwet had natuurlijk een heus debat gevoerd moeten worden, maar dat is niet gebeurd,” klinkt het. “Er is de corruptie van Armand De Decker, maar de vraag is wie daarnaast allemaal druk uitgeoefend heeft voor een wet die alleen de belangen van enkele miljardairs dient,” zegt Guy. “Een onderzoekscommissie moet nu klaarheid brengen, maar die bestaat voor 95 procent uit le-

den van de betrokken partijen. We hebben dan ook sterke twijfels over de uitkomst.”

Emancipatie Ook de derde macht, het gerecht, slaagt er amper in om toppolitici tot de orde te roepen. “Jaarlijks blijven duizenden dossiers zonder gevolg wegens een gebrek aan middelen,” zegt Guy. “Wie geld heeft om zelf naar het gerecht te stappen, kan misschien iets bereiken. Maar

“Niemand weet hoeveel vzw’s, intercommunales en paracommunale organisaties er eigenlijk zijn in Brussel” Guy, medewerker Anticor

niet iedereen heeft zomaar 10.000 euro ter beschikking. Zoniet ben je af hankelijk van het parket, maar dat is strikt hiërarchisch georganiseerd en aan het hoofd staan vijf procureurs die politiek benoemd zijn. Zij kunnen makkelijk dossiers blokkeren. Door middelen af te snijden, of onderzoeksrechters te verplaatsen. In de strijd tegen de terreur werden bijvoorbeeld meer mensen op Molenbeek gezet. Zo ging het onderzoek naar De Decker niet vooruit. Amper vijf procent van de dossiers van de antiwitwascel wordt opgevolgd. De partijen, de procureurs en de kabinetschefs bepalen alles in dit land. Maar ze zijn niet zichtbaar voor het publiek.” En de media? De vierde macht is al vaker een onmacht genoemd. “Er is een groot gebrek aan onderzoeksjournalistiek, zeker in Brussel,” klinkt het. “Journalisten hebben steeds minder tijd, moeten constant stukjes produceren op basis van persberichten en verdienen amper meer dan een werkloze… Er zijn natuurlijk uitzonderingen.” “Ander probleem is dat sommige, meer gevestigde journalisten onder invloed staan van politici”, zegt Van Gheluwe. “Na onze publicatie over Yves Goldstein mocht die zich in ‘Le Soir’ verdedigen zonder dat wij gecontacteerd werden. Er stond foute informatie in dat stuk. De schrijver ervan heeft vroeger gewerkt voor de studiedienst van de PS…” Conclusie? Het systeem is ziek en beschermt zichzelf. Mensen stappen misschien met goede bedoelingen in de politiek, maar raken daarna zelf besmet of doen alsof hun neus bloedt. En wie buiten het systeem staat, kan niet opboksen tegen de electorale machine van de gevestigde partijen. “We zouden kunnen beginnen met een eigen lijst, maar we kunnen nooit optornen tegen politici die medewerkers van kabinetten of een netwerk van vzw’s kunnen inzetten om voltijds campagne te voeren,” zegt Guy, die onder meer verwijst naar Joëlle Milquet (CDH). Grondprobleem is misschien dat België geen cultuur van transparantie en burgercontrole heeft, “Ik ken de situatie in Engeland een beetje en daar moet een politicus voor het minste opstappen,” zegt Van Gheluwe. “In België is dat nooit zo geweest.” Maar dat wil niet zeggen dat er niets kan veranderen. De sleutel ligt bij de wakkere burger. Die weet echter niet altijd hoe de zaken aan te pakken. “Het is gemakkelijk voor een administratie om een document te weigeren,” klinkt het. “De meeste mensen dringen niet aan. Velen weten zelfs niet dat het recht hebben. Laat staan dat ze tijd en geld hebben om een procedure te starten.” Transparencia.be wil mensen bewustmaken van hun rechten en aanmoedigen om zelf op onderzoek uit te gaan. “Iedereen kan in zijn eigen wijk zien of er iets niet pluis is”, zegt Guy. “Waarvoor heeft die subsidie gediend? Waarom staan er zoveel mensen op de loonlijst van een vereniging die niets organiseert? We moedigen mensen aan om zelf detective te spelen. Indien nodig brengen wij hen in contact met vrijwillige juristen. Mensen moeten vooral niet bang zijn. Dit is een recht. Door te tonen dat ze heel wat te weten kunnen komen, door bijvoorbeeld naar de handelsrechtbank te stappen met een ondernemingsnummer, geven we hen zelfvertrouwen. Yes you can. Het gaat ook over empowerment en emancipatie van de kleine man tegenover het overheidsapparaat.” Laurent Vermeersch

* Schuilnaam op vraag van de betrokkene


8 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

INTERVIEW Meerderheid maakt het de oppositie moeilijk

‘Transparantie zit niet in het DNA van de Brusselse politici’ BRUSSEL - Parlementsleden moeten wetten, decreten en ordonnanties voorstellen en stemmen, maar bovenal moeten ze de regering controleren. Terwijl de parlementsleden van de meerderheid zelden hun stem verheffen, klaagt de oppositie meer dan ooit. Vragen worden afgewimpeld of niet beantwoord. Nooit eerder stond transparantie zo hoog op de agenda, het zijn de Vlaamse oppositiepartijen Groen en N-VA die in de hoofdstad de kat de bel aanbinden. Danny Vileyn

> Annemie Maes

E

r is een heel klein stapje vooruit gezet, de Brusselse parlementsleden moeten niet langer wachten tot de postbode twee maanden na datum een brief in de bus gooit met de mededeling: ‘De regering heeft beslist dat... Zie bijlage.’ Maar de bijlage zat er nooit bij,” zegt Annemie Maes (Groen). “De parlementsleden krijgen de mededeling over wat de regering beslist heeft ondertussen ook per mail, maar de bijlages blijven nog altijd uit.” “Eind 2014, begin 2015 ben ik begonnen met brieven te schrijven aan parlementsvoorzitter Charles Picqué om te beschikken over alle documenten die een

ondertussen ook de beslissingen van het Verenigd College. Dat is nieuw. Meer dan twintig jaar heeft de instelling bestaan zonder haar beslissingen bekend te maken.” Maes belooft dat ze zal blijven brieven schrijven aan Picqué: “Ik blijf zeuren zodat wij ons werk, de regering controleren, zouden kunnen doen.”

Luisteren en noteren In de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn er geen problemen, zegt Maes. “Het college van de VGC werkt transparant, natuurlijk wegen de dossiers minder zwaar omdat de VGC in grote mate afhangt van beslissin-

“Ik blijf zeuren zodat wij ons werk, de regering controleren, zouden kunnen doen” Annemie Maes (Groen)

parlementslid nodig heeft om zijn werk te doen. In andere parlementen kreeg ik te horen dat de parlementsleden de agenda van de regering op voorhand krijgen - wij weten niet eens wat er op staat. De Vlaamse regering streeft ernaar om binnen de twee dagen de regeringsbeslissing met bijlagen ter beschikking te stellen van het parlement. Ik heb aan Picqué gezegd: als Vlaanderen dat kan, moet dat in Brussel ook kunnen.” Picqué schreef dan een brief aan de regering, met een heel klein beetje resultaat volgens Maes. “Behalve de digitale mededelingen krijgen de parlementsleden

gen in Vlaanderen. Wat onderwijs en cultuur aangaat, zijn we beter af met de informatie uit Vlaanderen. Maar toch. De beleidsverklaring die de minister-president in het parlement en de collegevoorzitter in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie presenteren bijvoorbeeld: het college maakt de beleidsverklaring over aan de raad een week voor de openingszitting, in het parlement moeten we luisteren en noteren en drie uur later reageren. Het zou de kwaliteit van de debatten ten goede komen mocht het parlement de werkwijze van de VGC overnemen. Eerlijkheidshalve

> Bruno De Lille moet ik eraan toevoegen dat dat ook zo was toen de groenen deel uitmaakten van de meerderheid. Picqué wou de beleidsverklaring niet vrijgeven als minister-president, en hij verdedigt datzelfde standpunt als parlementsvoorzitter. Hij vindt dat parlementsleden in staat moeten zijn om te noteren en onmiddellijk ad rem te reageren.” De Brusselse regering werkt veel minder transparant dan de Vlaamse, maar ook de verschillen tussen de ministers onderling zijn groot. ”CDH-minister van Leefmilieu Céline Frémault werkt transparant: de toelichting bij de begroting voor Leefmilieu is vuistdik, we weten waar het geld naartoe gaat. PS-minister van Openbare Netheid Fadila Lanaan daarentegen, dat is huilen met de pet op. Mijn Ecolo-collega Arnaud Pinxteren is naar het Rekenhof moeten gaan om te weten waar het geld - 135 miljoen euro per jaar is toch niet niets - naartoe gaat. Het beleid van Lanaan, dat is echt achterkamertjespolitiek, Net Brussel werkt met dochter- en kleindochterondernemingen, die allicht wel wettelijk zijn, maar geenszins goed bestuur. Ze wekt op zijn minst de indruk van gefoefel. Lanaan zegt dat alles in orde is en ze heeft beloofd om in een speciale commissie te laten zien dat alles in orde is. Ik herinner haar binnenkort aan die speciale commissie: ze moet open kaart spelen. Maar waar het vooral over gaat: ieder jaar gaat er meer geld naar openbare netheid, maar echt proper is Brussel nog altijd niet. En wat sorteren betreft: Lanaan beweert dat ze op schema zit, maar weigert documenten voor te leggen. Dat is toch vragen om achterdocht?”

A

ls voormalig staatssecretaris en schepen in de stad Brussel kent Bruno De Lille (Groen) ook ‘de andere kant’, de kant van de uitvoerende macht. “Als staatssecretaris heb ik altijd de vragen beantwoord, MR-polliticus Philippe Pivin, niet direct het makkelijkste parlementslid, heeft me daarvoor vaak gefeliciteerd. Met mijn ervaring als schepen en staatssecretaris heb ik misschien iets meer begrip voor ministers, burgemeesters en schepenen. Als je een uitvoerend mandaat bekleedt, denk je algauw: ‘Dat moet hier vooruitgaan.’ Als het niet vooruitgaat, zijn parlements- en gemeenteraadsleden immers de eersten om vertragingen aan te klagen. Ook ik heb wel eens gezucht: ‘Moet ik dat nog eens uitleggen?’, maar je legt het nog eens uit omdat het je verdomde plicht is. Het fenomeen van ministers en burgemeesters of schepenen die te lang aan de macht zijn en zich van parlement en gemeenteraad afvragen waarvoor die eigenlijk dienen, is een zeer kwalijke aangelegenheid.” “De huidige ministers en staatssecretarissen verzinnen smoesjes als: ‘Is dat wel onze bevoegdheid?’ Of ze draaien eindeloos rond de pot. Als

oppositie is het heel erg frustrerend om aankondigingen van de regering die voor de namiddag geagendeerd staan ‘s ochtends al in een of andere krant te lezen. U moet weten dat de vragen die we dan indienen vaak pas twee maanden later kunnen worden bediscussieerd en dan is het onderwerp weg. En Facebook of geen Facebook, als een journalist iets schrijft heeft dat een ander gewicht dan als de minister dat op Facebook zet.”

Vergeten studie De regering heeft een aantal grote werkzaamheden op het vlak van vertramming moeten uitstellen omdat de metro naar Schaarbeek meer gaat kosten dan voorzien. Ze baseert zich daarvoor onder meer op een studie van PWC. “Wij willen die studie zien. Maar de regering wil de studie niet geven omdat ze die zogezegd nog niet gevalideerd heeft. Wat is het punt? De regering gaat niets met die studie aanvangen, zo vermoeden wij en dus hoopt ze dat we die vergeten. Hetzelfde geldt voor documenten in verband met het voetbalstadion die Guy Vanhengel en Yvan Mayeur niet willen geven. We waren het erover eens dat de deontologische commissie

“Voor Charles Picqué heb ik wel veel sympathie, maar hij zou veel harder moeten zijn voor de regering en haar ministers” Bruno De Lille (Groen)


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 9

© JURGEN WALSCHOT

mocht oordelen of Vanhengel ons die moest geven, maar daarvoor moest de commissie inzage krijgen in de documenten. Omdat Vanhengel de documenten niet bezorgt, kan de commissie niet oordelen, maar daar staat geen straf op, het parlement ging er destijds van uit dat een minister zich daaraan ging houden. Niet dus, ze respecteren hun eigen ordonnanties niet. Met het ondergraven van dat soort instrumenten krijg je een juridisering van de politiek en dat is een slechte zaak. Groen wil een integriteitsbureau zoals in Amsterdam en Antwerpen.” Het Brussels parlement relativeert zichzelf kapot, zegt de Lille. “Ik heb het niet voor de N-VA, maar Jan Peumans is wel een zeer goede parlementsvoorzitter. Voor Charles Picqué heb ik wel veel sympathie, maar hij zou veel harder moeten zijn voor de regering en haar ministers. Hoe meer informatie het parlement heeft, hoe meer body de discussies hebben. En dat moet toch de bedoeling zijn?” Binnenkort komt er wel een burgerparlement. De Lille: “Ik ben echt blij dat Picqué daarin meegegaan is, al zijn we veel minder gelukkig met het debatvoorstel dat op tafel ligt: de autoloze zondag. Als dat het onderwerp wordt, maken we ons belachelijk: het grote probleem is toch niet de autoloze zondag? Veel Brusselse politici vertrouwen hun eigen bevolking niet. Een burgerparlement kan veel bijdragen aan de democratie, maar uiteindelijk is het de politiek die de knoop doorhakt. Leg een serieus onderwerp voor: veiligheid, luchtvervuiling of mobiliteit. Dan doe je het parlement eer aan.”

> Cieltje Van Achter

> Johan Vandendriessche

C

J

ieltje Van Achter (N-VA) zegt dat haar fractie al van in het begin van de legislatuur gefrustreerd is, omdat ze niet over de nodige documenten beschikt om de regering te controleren. “In Vlaanderen kan iedere burger sinds september vorig jaar online de besluiten van de Vlaamse regering lezen.” Vanachter vertelt dat ze als nieuwbakken parlementslid moest slikken toen ze op een dag van minister van Mobiliteit Pascal Smet geen antwoord kreeg op een vraag. “Het kwam erop neer dat ik maar het Belgisch Staatsblad moest lezen.” Vanachter legt uit: “Eigenlijk is het begonnen in de lente van 2015 toen ik aan Pascal Smet het fietspadenplan vroeg. Je zou denken dat er in zo’n plan geen staatsgeheimen staan, maar ik heb het tot op vandaag nog altijd niet. We hebben daarover een felle discussie gevoerd in het parlement, en het ultieme antwoord van Smet luidde dat zo’n document alleen maar dient om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Maar is dat niet net een reden om het wel te geven?“

mijn buur krijgt, dan heb ik geen recht op die informatie, omdat het een schending van de wet op de privacy is. Ook als ik wil weten waar er legeroefeningen plaatsvinden, kan de regering die informatie weigeren. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Maar er moet wel een motivatie zijn. Als ik naar de ordonnantie verwijs, krijg ik als antwoord dat er in Brussel geen traditie is om regeringsdocumenten over te maken. Welnu, die traditie staat niet in de wet, de regering vindt zomaar iets uit. Dat is een echte schande, de politiek zou een glazen huis moeten zijn. Ik begrijp niet dat een parlement zich zomaar buitenspel laat zetten.”

Tunnels De abominabele staat waarin autotunnels verkeren, is volgens Van Achter een gevolg van het gebrek aan transparantie: “De eerste documenten die gewag maken van de slechte toestand van de tunnels dateren al van in 2002 en nadien zijn er nog verschillende gevolgd, maar ze zijn nooit tot bij het parlement geraakt. Zo kon minister-pre-

“In Brussel is het de ‘traditie’ om het parlement een samenvattingske te geven en de originele documenten achter te houden” Cieltje Van Achter (N-VA)

Wij betalen allemaal belastingen waarmee de regering beleid voert, legt Van Achter uit, dus is het minste wat de burger van ons kan verwachten dat we de regering controleren. Van Achter: “In Brussel is het de ‘traditie’ om het parlement een samenvattingske te geven en de originele documenten achter te houden, welnu, dat is geen goed beleid. De parlementsleden en de burgers hebben recht op informatie.” “Ik heb de Belgische Grondwet geraadpleegd en artikel 32 zegt letterlijk: ‘Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134.’ Als iemand naar de regering of de administratie stapt en het fietspadenplan vraagt, dan moet de regering ons dat plan geven. De manier waarop je dat moet vragen en de uitzonderingen staan overigens beschreven in een ordonnantie van het Brussels parlement van 30 maart 1995. Als ik wil weten hoeveel kinderbijslag

sident Rudi Vervoort in 2016 boudweg beweren dat hij geen weet had van die studies en hij dus niet wist dat de tunnels in slechte staat waren (voor hij minister-president werd, was hij van 1999 tot 2013 parlementslid was, red. ). Als parlement en regering op de hoogte geweest waren geweest, hadden ze de vele miljoenen van de herfinanciering van Brussel, die nu in een shoppingcenter op de Heizel gestopt worden, in de tunnels kunnen investeren.”

ohan Vandendriessche (N-VA) is de kwelduivel van burgemeester Yvan Mayeur (PS) en minister Guy Vanhengel (Open VLD). Hij probeert het dossier van het voetbalstadion op Parking C ten gronde uit te spitten, maar dat is geen sinecure. Vandendriesssche: “Ik zie geen verschil in transparantie tussen het stadsbestuur en de Brusselse

is een ontmoedigingsstrategie, ik heb al moeten dreigen met een officiële klacht om een antwoord te krijgen. In de stad geldt de regel niet, maar je moet er ook rekening mee houden dat in het parlement de regel geldt dat je drie maanden moet wachten om over hetzelfde onderwerp opnieuw een vraag te stellen. Uiteindelijk dreigen vervolgvragen vijgen na Pasen te

“Zonder zicht op het hele plaatje kunnen de minister en de burgemeester je gemakkelijk met een kluitje in het riet sturen” Johan Vandendriessche (N-VA) regering. Ik verwijt de regering dat ze nooit het hele project voor het nieuwe stadion heeft voorgesteld. Dat is allemaal fragmentarisch gebeurd, ik vind dat enorm storend. Uiteindelijk zei Vanhengel: ‘Ik ben al die vragen beu, ik zal alles eens in één vergadering toelichten.’ Toen we aandrongen, klonk het: ‘Ik ga die vergadering houden als alles rond is.’ Zo kan het parlement zijn werk niet naar behoren doen en is de burger ook niet op de hoogte. Een project van deze omvang en grote maatschappelijke invloed verdient beter. Hoeveel stakeholders zijn hierbij betrokken, hoeveel geld gaat er om en hoeveel contracten zijn er getekend?” “Als we geen zicht hebben op het hele plaatje kunnen de minister en de burgemeester ons gemakkelijk met een kluitje in het riet sturen en dat proberen ze ook. Ze voelen zich zelfs niet verplicht om te antwoorden. Dat heb ik ook al met Mayeur meegemaakt: je krijgt een antwoord, maar geen antwoord op de vraag die je gesteld hebt of je stelt drie vragen en je krijgt maar antwoord op één. Dring je aan, dan zegt Mayeur doodleuk dat hij geantwoord heeft. Het

worden. Ik moet geen tekeningetje maken hoe moeilijk het de oppositie wordt gemaakt.”

Alternatieve routes Als Vandendriessche geen parlementslid en gemeenteraadslid was geweest, was hij aan veel minder informatie geraakt. “U herinnert zich misschien dat er tijdens de zomer van vorig jaar een aantal contracten getekend werd in het Brusselse stadhuis. De burgemeester en het bestuur van voetbalclub RSCA zijn toen ‘s avonds breeduit op alle tv-zenders te zien geweest. Ik heb toen aan de stad gevraagd hoeveel contracten er getekend waren, maar er kwam geen duidelijk antwoord. Uiteindelijk antwoordde Vanhengel dat er op die bewuste dag in het stadhuis vier overeenkomsten getekend waren en zo had ik informatie om de contracten bij de stad op te vragen. Soms moet ik alternatieve routes volgen, zeker als er vzw’s in het geding zijn waar geen openbaarheid van bestuur geldt. Ik kan begrijpen dat de stad om operationele redenen taken uitbesteedt aan een vzw, maar dat is geen reden om het toezicht op die vzw aan de gemeenteraad te onttrekken.” Vandendriessche weigert het gebrek aan transparantie te herleiden tot een spel van meerderheid en oppositie: “De Brusselse politici willen geen pottenkijkers, transparantie zit niet in hun DNA, ze zijn gewoon om te doen wat ze willen en zijn verontwaardigd als iemand uitleg durft te vragen. Een rapport van het Rekenhof van 19 september 2016 waarin beschreven wordt wat er allemaal misliep tijdens de periode 2012-2014 wat financieel toezicht aangaat, heeft bij de MR, de grootste oppositiepartij amper voor deining gezorgd. Het is allemaal zo erg Ons kent ons.”


10 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

VOEDING Tal van organisaties proberen voedseloverschotten uit vuilnisbakken te houden

Voedselrecuperatie is cool en trendy BRUSSEL – In Brussel wordt elk jaar 25.000 ton voedsel weggegooid. Maar er komen altijd meer initiatieven om onverkochte voeding te recupereren, zodat nog perfect eetbaar voedsel niet langer in de vuilnisbakken terechtkomt. Tal van organisaties uit de sociale sector zetten hun schouders mee onder die acties.

Z

akken vol perfect eetbaar voedsel die een Brusselse Delhaize had gedumpt, deden een lezer steigeren. Dat vroeg om een verklaring van de winkelketen, waar nochtans een Zero food waste-project loopt. “De ambitie bij Delhaize is honderd procent van de onverkochte voedingsmiddelen weg te schenken door contracten te sluiten met lokale verenigingen die voedselhulp organiseren,” zegt coördinator Linde Raport. “Het gaat om producten die op de vervaldag om 17 uur nog niet verkocht zijn.” Succesvolle samenwerkingen in Brussel zijn er bijvoorbeeld tussen de Delhaizes Theodor, Hankar en Debroux in Oudergem en vzw Les Zinnekes du Coeur, tussen Delhaize Mozart en Mon toit à toi in Ukkel en tussen Delhaize Chazal en Saint-Vincent de Paul in Sint-Joost. In Brussel werd vorig jaar op die manier zo’n 300 ton vers voedsel gerecupereerd, voor droge voeding werken supermarktketens al langer samen met de voedselbanken. Hoe is het mogelijk dat er dan toch nog eetbaar voedsel in de vuilnisbak terechtkomt? “We kunnen het Zero food waste-project niet opleggen aan de zelfstandige Delhaizes (AD, Proxy, Shop’n Go), wellicht was het er zo een,” zegt Roel Dekelver, hoofd van de externe communicatie. “Delhaize heeft ook veel ultraverse producten, die van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) na de vervaldatum niet meer mogen verkocht, maar moeten vernietigd worden. En soms is er geen lokale vereniging, of ontbreken logistiek, opslagruimte of vrijwilligers.” In Delhaize Veeweyde in Anderlecht, waar het project in Brussel proefdraaide, begint Asghar Safaei stipt om 16 uur aan zijn ronde voor

Bel Mundo, het restaurant van Atelier Groot Eiland. We kijken mee uit naar de afgeprijsde producten met de gele sticker, maar Safaei is geroutineerd: “Yoghurt niet, want die kunnen we niet invriezen. Met hamburgers en meatsticks koken we niet, wel met deze kippenvleugels en stukken konijn. Bij thuiskomst wordt alles ingevroren.” Het veggiebeleg is voor Bel’O, de broodjeszaak van het Atelier, en van het brood is het vooral de glutenvrije versie die meekan in de koelboxen. Alles wordt gescand, voor de traceerbaarheid mochten er producten uit de handel moeten worden genomen. Van de directeur mogen we eens in de afvalcontainer kijken waarin

“Voedselverspilling kan je nooit helemaal vermijden,” zegt Rob Renaerts van Coduco (Consommation durable/Duurzame consumptie). “Als het barbecueseizoen eraan komt, bestellen de winkels veel vlees, maar als het weer slecht is, zitten ze met overschot dat ze niet verkocht krijgen.” “De consument wil zogezegd geen kromme paprika’s, maar die consument wordt ook opgevoed door de supermarkten die hun kromme paprika’s voor bereidingen houden en de gavere exemplaren voor in de winkel. We zijn ook vervreemd van de landbouw, waardoor we onbewust zijn gaan denken dat rare vormen minder goed zijn.”

Vertrouwen Volgens Renaerts lig t het percentage verspilling bij voedingsbedrijven nog veel hoger dan bij supermarkten. “Er zijn mensen op de Vroegmarkt in Brussel die aan de geur van een lading meloenen al weten dat ze nooit op tijd bij de consument raken. Maar ze zijn op dat moment nog wel perfect eetbaar.” Door de Schenkingsbeurs, een website die aanbieders en ontvangers samenbrengt, kan dat al voor een deel opgevangen worden. “In Brussel werden er in een jaar tijd 95.000 kg overschotten doorgegeven. De belangrijkste schenker is het OCMW van de Stad Brussel dat inzamelt op de Vroegmarkt en onmiddellijk levert aan sociale organisaties in de negentien gemeenten,” zegt Catherine Rousseau van FdSS (Fédération des Services Sociaux), een van de partners van het project. Bij het Brusselse OCMW halen medewerkers 500 tot 1.000 kilo voedsel op per dag voor het Dream

“We proberen in kaart te brengen wat met overschotten allemaal kan” Rob Renaerts Coduco

voorverpakte sla zit: “Dat zijn de ‘vierde gamma’-groenten waarop we geen prijsvermindering geven als de kwaliteit vermindert. Op versheid willen we niet inboeten.” “Bij Bel Mundo kan een maaltijd buiten het tuinseizoen tot tachtig procent uit giften bestaan,” zegt Nena Cornelis, coördinator duurzame voeding van Atelier Groot Eiland. “De mensen die hier een opleiding volgen, verwerken ook occasionele giften zoals een pallet speculaas dat een bank ons schonk waarvan een heerlijke speculaasparfait werd gemaakt. Tot de zomer geeft Eatmosphere/Marie Pop-in restaurant hier in het weekend ook kookles en brunch met voedseloverschotten.”

Project. “Onze troeven zijn de koelcellen en de levering, wat bij voedselhulp het grootste probleem is. Het is moeilijk om constant op vrijwilligers te rekenen,” zegt Esteban Jaime Tornin. “Ons team heeft zes mensen in vaste dienst. Een zestigtal handelaars schenkt voedsel.” “Voor ons is gezondheid heel belangrijk,” zegt Tornin. “Mensen die het moeilijk hebben, moet je niet eender wat toestoppen. Die belegde broodjes werden vannacht gebracht door Exki, we bezorgen ze straks aan het nachtasiel Hoeksteen/ Pierre d’Angle. Of alle verenigingen alles echt nodig hebben? Zonder vertrouwen kan je niet geven.” Ook het Food Surplus Entrepreneurs (FSE) Network ontwikkelt dit jaar in samenwerking met ondernemersorganisatie BECI een Food waste challenge om de hoeveelheid afval bij voedingsbedrijven te verminderen. “Ondernemers, studenten en young professionals brengen we samen,” zegt Joris Depouillon van FSE Network. “Het resultaat zal altijd een haalbaarheidsstudie of een start-up zijn, die bijvoorbeeld van het bananenoverschot chips maakt.”

Zicht op de keten In het VUB-restaurant op Campus Etterbeek zag je destijds bij de afwas alleen maar frieten passeren. Dat is fel geminderd sinds Coduco voorstelde om de porties friet gewoon te verkleinen. Renaerts kwam ook met het idee om van oud brood bier te brouwen zoals de Babyloniërs al deden. “Coduco probeert in kaart te brengen wat met overschotten allemaal kan: met koffiegruis champignons kweken, van diepgevroren melk, die na ontdooien schift, smoothies maken. Al die concrete acties zoals ook het Restorestje zijn mediageniek, maar beter nog is om zicht te krijgen op de voedselketen. De verspilling is in grootkeukens, vooral in ziekenhuizen, ook groter dan in supermarkten. We deden onderzoek in een Brussels ziekenhuis waar dage-

lijks 400 gram voedsel per persoon wordt weggegooid. Dat heeft allerlei oorzaken: de koks die niet in contact staan met de patiënten, en die niet te zien krijgen wat er blijft liggen, omdat dat naar een andere afdeling wordt doorgesluisd. Of er wordt een standaardportie opgediend, terwijl iemand in de geriatrie minder zal eten dan een jongeman.” Ondanks alle initiatieven schat Leefmilieu Brussel dat er in het gewest elk jaar zo’n 10.000 ton voedsel wordt weggegooid door bedrijven, en 15.000 ton door gezinnen. Het is als gezin dus goed om eens in eigen vuilnisbak te kijken. Dumpsterdivers doen dat in de vuilnisbak van supermarkten. “Dat wordt steeds moeilijker, want in Brussel staan de vuilnisbakken van supermarkten bijna allemaal achter slot en grendel,” zegt een van hen. “Ik moest mijn trots opzijzetten, maar eigenlijk vind ik het nu wel fijn om de boodschap te geven: kijk wat er allemaal wordt weggegooid.” Nu vraagt hij gewoon vlakaf in enkele groente- en fruitwinkeltjes in Vorst of ze iets voor hem hebben. In minder dan een kwartier staat hij terug op de stoep met enkele bakken druiventrossen en mandarijnen voor zijn Afghaanse An Devroe buren. 


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 11

bruikbaar Rachid Ahallal (links) van Atelier Groot Eiland zoekt in de Delhaize overschotten die bruikbaar zijn voor restaurant Bel Mundo.

Niets verloren Ayyoub El fouhi (links) van het Brusselse OCMW samen met een handelaar die vaak overschotten schenkt. De OCMW-medewerkers halen 500 tot 1.000 kilo voedsel op per dag voor het Dream Project.

© IVAN PUT

“In Brussel werden er in een jaar tijd 95.000 kg overschotten doorgegeven” Catherine Rousseau FdSS © IVAN PUT

Vroegmarkt

© IVAN PUT

De belangrijkste schenker is het OCMW van de Stad Brussel dat inzamelt op de Vroegmarkt en onmiddellijk levert aan sociale organisaties in de negentien gemeenten.


12 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

INTERVIEW Onderzoeksjournaliste Hind Fraihi over het verloren decennium en de toekomst

‘De Europese islam, wat is dat eigenlijk?’ BRUSSEL - Tien jaar geleden ging ze op onderzoek in Molenbeek en tekende ze er op hoe het salafisme aan invloed won. Tien jaar later stelt Hind Fraihi vast dat er weinig veranderd is, en dat het salafisme en het identitaire denken alleen maar erger zijn geworden. Daar dragen ook onze overheden in belangrijke mate toe bij, zegt de onderzoeksjournaliste. “Overheden zijn handelaars in achterstand, en kiezen voor de moslimkiezer en het oliegeld in plaats van voor seculiere principes.”

W

e kunnen gerust al een clubje oprichten van critici die door de goegemeente worden genegeerd wanneer we het over Molenbeek of de radicale islam hebben,” zegt Hind Fraihi schertsend. “Eerst was ik er met mijn onderzoek naar de invloed van de politieke islam in Molenbeek, dan Arthur van Amerongen met hetzelfde werk en tenslotte Teun Voeten met zijn striemende analyse. Alle drie kwamen we tot dezelfde conclusie: de politieke islam wint aan aanhang, en moslims vormen in bepaalde wijken in Molenbeek steeds meer een parallelle samenleving waar we geen greep op hebben.” Tien jaar geleden publiceerde Hind Fraihi als jonge journaliste Undercover in Klein-Marokko, waarin zij na geheim onderzoek waarschuwde voor de extremistische islam die opgang maakte in de Brusselse gemeente en van daar uit kon stralen. In 2006 werd zij wel geloofd, maar niet echt serieus genomen. Tien jaar en vele andere onderzoeken en aanslagen later bleek de pionier Fraihi gelijk te krijgen. Dat viel na de aanslagen ook de New York Times en de Washington Post op. In eigen land is haar boodschap nog altijd geen gemeengoed geworden, zo bleek onlangs nog toen de Molenbeekse Groen-schepen Annalisa Gadaleta in een eigen boek waarschuwde voor de conservatieve reflexen van de Molenbeekse moslim. Gadaleta werd door de Parti Socialiste en haar eigen zusterpartij Ecolo op de korrel genomen, ja, zelfs gebrandmerkt als ‘islamofoob’. “Er is dus echt nog niets veranderd,” zegt Fraihi daarover.

Is in Vlaanderen het probleem met de politieke islam niet bespreekbaar? FRAIHI: Het zijn inderdaad vooral Brussel en Wallonië die achterophinken. Maar de aansla-

gen van 22 maart hebben ons ook geleerd dat geen enkel politiek niveau voldoende de impact van de extremistische islam kent. Ook het federale niveau maakt geen principiële keuzes om de strijd aan te gaan.

Dat argument kennen we, de Marokkaanse traditie is eerder spiritueel islamitisch. Maar waarom hebben die gastarbeiders zich dan een voor hen vreemde vorm van godsdienst laten opdringen? FRAIHI: O, maar de Marokkaanse gemeen-

Wat bedoelt u? FRAIHI: Kijk, de problemen zijn bekend en al

verschillende keren benoemd. In 1974 is de islam als religie erkend in België, en al sinds 1974 nodigen we de meest giftige vorm van de islam - het Saoedische wahabisme - uit om hier de moslimcultus vorm te geven. Toen Marokkaanse arbeiders in ons land aankwamen,

“De Belgische overheid heeft carte blanche gegeven aan de Saoedische variant van de islam om hier het beleid voor moslims vorm te geven” Hind Fraihi Onderzoeksjournaliste

waren zij wel moslim, maar vooral spiritueel. De Belgische overheid heeft echter carte blanche gegeven aan de Saoedische variant van de islam om hier het beleid voor moslims vorm te geven, en ze heeft die variant opgelegd op een hiërarchische manier, van boven naar beneden, net zoals het pauselijke christendom werkt. Maar de islamitische wereld is nooit hiërarchisch geweest. De politieke islam is dus onder onze neus opgedrongen aan Marokkaanse moslims die voordien niet zo openlijk religieus waren.

schap moet toch ook in eigen boezem kijken, hoor. Een deel van Molenbeek nestelt zichzelf in een parallelle samenleving, kijkt naar zenders uit het Midden-Oosten en zoekt zijn godsdienst op het internet, waar ze verworden is tot een radicale boodschap die ver staat van elke spiritualiteit. Dat is niet alleen voor de Marokkanen zo, maar zie je bij bepaalde moslims in heel West-Europa, ook bij de Pakistanen in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld. Ik denk dat de felle manifestatie van die moslimidentiteit vooral te maken heeft met de macht van het getal: in Molenbeek zijn de Marokkanen met velen onder elkaar, in het VK zijn de Pakistanen met velen onder elkaar. Zo wordt het gemakkelijk om je als moslim te profileren op een identitaire in plaats van een spirituele manier. Moslim zijn wordt een daad van verzet in heel West-Europa. Een beetje zoals de punkers zich in de jaren 1970 afgezet hebben tegen het Westen. In de jaren 1970 hebben West-Europese landen gekozen om een islam zonder spiritueel verhaal te importeren, en die islam sloot aan bij wat de blanke Westerling goed achtte voor de moslim. Niemand die eraan dacht om eens de vele klassieke Saoedische boekjes te lezen die voorschreven wat vrome moslims moesten doen of laten, zoals naar de jihad streven. Boekjes die je nog altijd in Molenbeek vindt, ook al heeft het internet hun rol overgenomen. Dankzij het internet zijn we nog lang niet klaar met de radicale islam en gaan we de rekening nog meer be-

HIND FRAIHI “Als we echt willen omgaan met de extremistische islam, dan moeten we gewoon op onze strepen staan: gescheiden zwemmen kan niet, en de hoofddoek achter het loket kan niet, net zoals een kerststal geen plaats heeft in een overheidsgebouw.”

talen, want dankzij het internet is die radicale islam ook bijzonder interactief en consumentistisch geworden. De conservatieve onderstroom is op het internet losgerukt van alle spiritualiteit en is een levensstijl geworden. Het Westen kan daartegen een principiële keuze maken: geen geld en invloed meer van Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. Maar het maakt die keuze niet. Laat u niets wijsmaken: omdat er te veel geld mee gemoeid is, knijpen overheden een oogje dicht en durven zij niet op hun strepen te staan en tegen afzonderlijk zwemmen of hoofddoeken achter het loket te pleiten.

Is die conservatieve islam hervormbaar, helpt het bijvoorbeeld om een ‘Europese islam’ voorop te stellen als antwoord, zoals je zo vaak hoort vandaag de dag? FRAIHI: Die Europese islam, wat is dat eigen-

lijk? Trouwens: identiteiten zijn meerlagig, dus waarom zou er dan één Europese islam mogelijk zijn die iedereen zou passen? Neen, ik denk dat een eenvormige Europese islam opnieuw vooral een uitvinding is van Westerlingen die de islam niet kennen. Het soort Westerling dat eerst vijftig jaar inte-


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 13

© BART DEWAELE

gratie bepleit heeft zonder veel succes, en nu de integratiesector noodgedwongen moet omvormen tot deradicaliseringssector omdat het kalf verdronken is, en ook om de postjes te kunnen behouden. Als we echt willen omgaan met de extremistische islam, dan moeten we gewoon op onze strepen staan: gescheiden zwemmen kan niet, en de hoofddoek achter het loket kan niet, net zoals een kerststal geen plaats heeft in een overheidsgebouw. En we gaan hard, zeer hard met elkaar moeten debatteren over waarden, want eigenlijk doen we dat nooit, ook al is het debat volgens de media altijd ‘open’. Verhalen zoals wat Gadaleta overkomt, bewijzen dat: er is geen echt debat.

Maar echt debatteren, dat wordt gemakkelijk populisme genoemd… Marine Le Pen, Geert Wilders en Donald Trump zijn antwoorden die kiezers geven.

sprake meer is. Men bestuurt per doelgroep. En die evolutie zie je ook elders: de islam lijkt dankzij de globalisering inpasbaar geworden, is verworden tot een merk, een product. Halalketens zijn fashionable, er is islamitische

“Dankzij het internet zijn we nog lang niet klaar met de radicale islam en gaan we de rekening nog meer betalen” Hind Fraihi Onderzoeksjournaliste

FRAIHI: Echt debatteren betekent in de spiegel

kijken, aan beide kanten. Maakt het Westen de waarden waar die het denkt voor te staan? Ik merk op dat in een (euro)sceptisch land als Groot-Brittannië islamitisch bankieren wordt aangemoedigd voor moslims en dat er dus van een seculiere maatschappij geen

mode en moslimvrouwen beroepen zich op het liberale feminisme om een hoofddoek te kunnen dragen. Het extremistische gedachtegoed is dan maar één angel van het probleem, andere zijn de globalisering en het

internet, die gewone moslims steeds meer dwingen tot een hapklare commerciële beleving van de islam. Zolang het merk islam maar draait, is het goed, ook voor het Westen. Maar dat merk islam, dat brengt ook keer op keer een tegenreactie van de extremistische moslim mee, waardoor we in een vicieuze cirkel, een opbod terechtkomen van islams. Terwijl de westerse maatschappij meer zou moeten ordenen dat die zaken, ook de christelijke, tot de privésfeer behoren.

Bent u optimistisch over de toekomst? FRAIHI: Ik noem mezelf een hoop-

volle pessimist; sceptisch voor het vermogen van onze politici om een vuist te maken, maar hoopvol omdat er ook moslims zijn die zachtere mengvormen en privé-islams aanhangen en beseffen dat zulks hun eigen spirituele geloof is. Wat voor ieder geloof geldt overigens, la religion sera spirituelle ou ne sera plus. Christophe Degreef

>

UNDERCOVER IN KLEIN-MAROKKO Tien jaar geleden publiceerde Hind Fraihi als jonge journaliste Undercover in Klein-Marokko, waarin zij waarschuwde voor de extremistische islam die opgang maakte in de Brusselse gemeente Molenbeek.


14 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

innovatie Simone a Soif wil met innovatieve dorstlesser het land veroveren

Kruiden ja, suiker nee SCHAARBEEK - Niet de zoveelste limonade, maar een hydrolade. De drie Brusselse ondernemers van ‘Simone a Soif’ produceren op basis van stoomdestillatie een natuurlijk kruidendrankje zonder toegevoegde suikers of andere zoetstoffen. In 2017 zal de productie bijna verdriedubbelen. “We willen mensen beter laten drinken.”

beiendrankje smaakt zoeter, maar verrast door de kruidige afdronk, terwijl de sterke komkommersmaak niet ieders meug zal zijn. De vierde variant is een subtiele dorstlesser. Ook in cocktails met gin of wodka zouden de verfrissende drankjes tot hun recht komen.

Liever lokaal In het afgelopen jaar zag de Compagnie Bruxelloise des Boissons officieel het licht. Bonfond heeft twee medestrijders aan haar zijde. Alexandre van der Vaeren was vroeger aan de slag bij frisdrankgigant Coca-Cola. Antoine de Menten stuurde de interne communicatie aan bij Leefmilieu Brussel en is nu persverantwoordelijke. Hij is overtuigd van zijn product. “We hebben iets unieks: een 100% natuurlijk drankje met zeer weinig suiker en calorieën, dat lekker is en goed voor de gezondheid en het milieu. Daar kunnen gearomatiseerde waters en biologische limonades niet aan tippen.” Hij benadrukt dat lokale groenten en fruit de voorkeur krijgen. De productie houdt ook rekening met de seizoenen, zodat momenteel appelen en peren worden verwerkt. De productie gebeurt niet in Brussel zelf, maar in een appelboerderij in het Nederlands-Limburgse Herten. “Het is gewoon erg moeilijk om hier een betaalbaar productieatelier te vinden,” verdedigt De Menten die beslissing. Brussel geldt als uitvalsbasis voor de verovering van de Belgische markt.

Zoen van het seizoen

© SASKIA VANDERSTICHELE

Simone a soif Antoine de Menten (links), Agnès Bonfond en Alexandre van der Vaeren brachten een subtiele dorstlesser op de markt.

ADVERTENTIE

U zoekt een rusthuis of een andere woonvorm voor ouderen? Vraag informatie en advies bij Home-Info. Met de steun van de VGC en de GGC.

D

e sfeer in het hoofdkwartier in een achtergebouw aan het FunKey-hotel in Schaarbeek is die van een ambitieuze start-up. De deur staat open, een trap leidt naar een industrieel depot waar de drie vaste medewerkers en de stagiairs tussen geïmproviseerde meubels werken, aan de muur hangt een poster met de missie, visie en waarden in het Engels. Negende gebod: op een dag nemen we Coca-Cola over. Agnès Bonfond, een dynamische vrouw met managementservaring bij Delhaize, krijgt het idee voor Simone a Soif in 2014. Ze is gefrustreerd omdat er geen alternatief lijkt te bestaan voor chemische frisdrank, te zoet fruitsap en saai mineraalwater. In de Dordogne, waar ze een ecologisch vakantiehuis uitbaat, leert ze Simone kennen, een kranige 80-jarige herboriste. Onder haar invloed begint ze etherische olie te destilleren. Niet voor de olie, maar voor de stoom die tijdens het proces ontstaat en neerslaat als hydrolaat. Dat aromatische extract, dat in de cosmetica vaste prik is, mengt ze met versgeperst fruit of groenten en water. Simone mag van het eindresultaat proeven en drinkt haar glas meteen uit zonder op de uitleg van Bonfond te wachten.

De niet-koolzuurhoudende drankjes van Simone a Soif bevatten geen toegevoegde zoetstoffen, kleur- of smaakstoffen of bewaarmiddelen. Om de voedselveiligheid te garanderen, worden ze gepasteuriseerd. Veruit de meeste ingrediënten zijn biologisch geteeld.

Voor wie is het drankje bestemd? De Menten ziet het ruim: “We mikken op mensen die bewuster consumeren omdat ze rekening houden met gezondheid en milieu, maar evengoed op consumenten die graag iets nieuws uitproberen.” Je vindt de producten van Simone a Soif in Brussel onder meer in de biowinkels van Färm, de luxenachtwinkels van White Night, de delicatessen- en traiteurszaken van Delitraiteur en Belgomarkt, de supermarkt voor Belgische producten. Voor twee euro heb je een flesje van 33 centiliter, een liter kost iets meer dan het dubbele. 2017 wordt een belangrijk jaar voor de Brusselse onderneming. “We willen onze productie opdrijven van 35.000 naar 100.000 liter. En we willen voet aan de grond krijgen in Vlaanderen, in steden als Gent, Antwerpen en Leuven,” klinkt het resoluut. Het buitenland is de volgende stap. De makers blijven ook op zoek naar nieuwe recepten. Voor het perendrankje schakelde het bedrijf de sociale media in om te stemmen op een ludieke slogan voor de etiket van het flesje. ‘Net dat tikkeltje peer’ is de opvolger van ‘Aardige bei’, ‘Kom komkommer dichtbij’ en ‘Zoen van het seizoen’. Tom Van Bogaert 

“We mikken op mensen die bewuster consumeren omdat ze rekening houden met gezondheid en milieu” Antoine de Menten Simone a Soif

Sinds vorige maand is de kruidendrank beschikbaar in vier originele smaken: appel-geranium, komkommer-munt, aardbei-melisse en nieuwkomer peer-strobloem. Een smaaktest leert dat je de drankjes het best kunt vergelijken met ongezoete kruidenthee. Zo heeft de appel-geranium een zachte bloemensmaak met een vleugje lychee en citrusvruchten erin. Het aard-


ADVERTENTIE

KLEUTER EN LAGER ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2017 - 2018

OOK VOOR ALLE KINDEREN GEBOREN

IN 2015

Je kind inschrijven in een Nederlandstalige kleuter- of lagere school in Brussel? Meld je kind aan op inschrijveninbrussel.be inschrijveninbrussel.be, tussen 9 januari en 3 februari 2017. Meld ook kinderen aan, geboren in 2015. Ook als ze pas naar school gaan vanaf 1 september 2018. Meer informatie over de procedure? Informatie over het kleuter-, lager en secundair onderwijs? Surf naar inschrijveninbrussel.be inschrijveninbrussel.be.

ADVERTENTIE

Zoek je Nederlandstalige

? r

Surf naa


ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

Ivan De Vadder Karl Meersman Jan De Smet

BANG ! 14 JANUARI 2017 20u00

www.atomium.be/sabena

EIGENZINNIG JAAROVERZICHT 2016

© KMKG-MRAH

ATOMIUM Atomiumsquare - 1020 Brussel

W W W.DESIGNBYSIGN.COM

VAUDEVILLETHEATER, KONINGINNEGALERIJ 13 1000 BRUSSEL

TICKETS €10 TE BESTELLEN VIA WILLEMSFONDS.BRUSSEL@SKYNET.BE OF 02/218.44.88 ADVERTENTIE

VERKEN DE STAD

Schrijf in voor een WOONTOUR en ontdek de wijken van BRUSSEL. WWW.WONENINBRUSSEL.BE

WAAR WIL JE WONEN? IN BRUSSEL. Op zoek naar een plek in Brussel om te huren of te kopen? Alleen, met z’n tweeën of met je gezin en de hond? Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit 19 gemeenten en 118 wijken. Van rustige buitenwijken tot het levendige centrum. Ontdek je stad.


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 17

samenleving Huidig zorgaanbod onvoldoende voor inwoners van dichtstbevolkte wijken in Anderlecht en Molenbeek

Dokters van de wereld opent twee wijkgezondheidscentra ANDERLECHT/MOLENBEEK - Hulporganisatie Dokters van de Wereld opent in 2017 twee centra voor gezondheidszorg en sociale diensten in Molenbeek en Anderlecht, omdat het bestaande aanbod daar de noden van de snel groeiende bevolking niet dekt. Via het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling krijgen de dokters 7,4 miljoen euro om de centra te bouwen en op te starten. “Dit is een proefproject dat ook politiek getint is.”

Vlak bij Citygateproject In Kuregem komt het nieuwe medisch-sociale centrum op een perceel op de hoek van de Grondelstraat en de Dokter Kubornstraat. Verbeeren: “Vlak bij het immense bouwproject Citygate van Citydev, met wie we nu praten over toegankelijke zorg. Citydev bouwt een nieuw stuk stad, en heeft ook voorzieningen voor de inwoners nodig. Wij willen geen getto, we willen een gezonde mix van patiënten. Daarom zullen we ook activiteiten van andere partners organiseren. Ik denk bijvoorbeeld aan een presentatie rond gezonde voeding, of kookworkshops, of een sessie van Kind en Gezin.” In Molenbeek, waar samengewerkt wordt met vijf lokale partners voor eenzelfde soort aanbod, wordt nog gezocht naar een geschikte locatie in de Brunfautwijk.

T

oen de Europese Commissie en het Brussels Gewest de miljoenensubsidie in de media voorstelden, legden ze allebei sterk de nadruk op de “steun voor vluchtelingen en migranten in de huidige humanitaire crisis”. Maar lang niet alleen vluchtelingen zullen in de twee nieuwe centra terechtkunnen, zegt Dokters van de Wereld. “De nieuwe voorzieningen moeten zorg bieden aan alle inwoners van de dichtbevolkte volkswijken in Anderlecht en Molenbeek,” zegt de directeur van Dokters van de Wereld, Pierre Verbeeren. “De bestaande groepspraktijken in die gemeenten kunnen de bevolkingsgroei niet slikken en moeten voortdurend patiënten weigeren. Ook op het vlak van mentale zorg zijn er lange wachtlijsten.” Dokters van de Wereld is bekend om zijn mobiele medische noodhulp aan daklozen, asielzoekers en sans-papiers, onder meer bij Samusocial. “In ons hoofdkwartier aan de Kruidtuin helpen we ook mensen uit de nood die geen toegang hebben tot de gewone gezondheidszorg. Wij geven hun dringende zorg en medicijnen, en proberen de toegang tot de gewone zorg voor hen geregeld krijgen. Maar dat duurt telkens een paar maanden, en de vraag is veel groter dan het aantal mensen dat we kunnen helpen.”

“Wij willen geen getto, we willen een gezonde mix van patiënten” Pierre Verbeeren Directeur Dokters van de Wereld

Verzadigd systeem Hoeveel mensen in België geen beroep kunnen doen op de gewone gezondheidszorg, weet de organisatie niet: er bestaan geen exacte cijfers over. Het gaat zowel om Belgen die een tijd op straat hebben geleefd of gewoon hun administratie niet goed hebben bijgehouden als om vluchtelingen en sans-papiers, of soms ook om Europeanen die al langer dan drie maanden in het land zijn zonder verblijfsvergunning. Maar de groep die bij Dokters van de Wereld komt aankloppen, wordt in elk geval groter. “Terwijl we elke dag maar twintig patiënten kunnen opvangen. Alle dokters en psychologen in het doorverwijscentrum zijn vrijwilligers,” zegt Verbeeren. Daarom focust het verwijscentrum nu noodgedwongen

“Er komt ook een sociale dienst die bijvoorbeeld kan doorverwijzen naar vervolgopleidingen, en microkredieten of hulp aan drugsverslaafden zal kunnen verlenen. Buurtbewoners kunnen zo op één plek terecht voor alle gezondheidszorg en sociale diensten,” zegt Verbeeren. Het project gaat al in september 2017 van start. Tot de nieuwbouw klaar is, zal Dokters van de Wereld gebouwen huren.

De groep die bij Dokters van de Wereld komt aankloppen, wordt groter. “Terwijl we elke dag maar twintig patiënten kunnen opvangen,” zegt directeur Pierre Verbeeren. © BART DEWAELE

op ouderen, mensen met chronische ziekten, en gezinnen. Zodra de papieren in orde waren, merkte Dokters van de Wereld ook dat het moeilijker en moeilijker werd om een huisdokter of specialist te vinden om hun patiënten naar door te verwijzen. De gezondheidszorg is simpelweg overbelast, zegt Verbee-

ren. “We kregen mensen zelfs het systeem niet meer in, want het systeem is verzadigd. En dus moesten we het systeem zelf uitbreiden.” “We hebben het probleem met 31 partners besproken: van onderzoeksinstituten, universiteiten en de Europese Commissie tot andere ngo’s en ministeriële kabinetten.”

Twee jaar lang bereidde de organisatie haar subsidiedossier voor. “De nieuwe wijkgezondheidscentra zullen niet alleen de klassieke afdelingen van een groepspraktijk combineren – huisarts, verpleegzorg en kinesitherapie –, maar ook familieplanning (inclusief abortussen), en psychologische bijstand.”

In de twee centra zullen telkens ongeveer zestig mensen werken. Dokters van de Wereld gaat wetenschappers ook laten evalueren welk van beide modellen - alles zelf aanbieden zoals in Kuregem of werken met partners zoals in Molenbeek uiteindelijk de beste dienstverlening oplevert. Voor het idee en de samenstelling van de wijkgezondheidscentra keek Dokters van de Wereld onder meer naar de Centres intégrés de santé et de services sociaux in Québec, de Afrique Clinique op de Waversesteenweg, en het gelijkaardige sociaal-medische huis ‘Entr’Aide’ in de Marollen. “Het is heel moeilijk geworden voor een dokter om in je eentje een praktijk uit de grond te stampen,” zegt Verbeeren. “Steeds vaker zetten zorgverstrekkers samen een globaal aanbod op poten. Daarom zijn onze centra een proefproject dat ook politiek getint is. Er moet een permanent overheidsbeleid komen om dit soort projecten op te zetten, zodat we overal voldoende eerstelijnszorg hebben.” Sara De Sloover 


18 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

RIK uit Elsene:

Hoeveel dak- en thuislozen telt Brussel?

O

“Het is afwachten wat de impact is van de vluchtelingen uit Syrië”

m de twee jaar telt La Strada de dak- en thuislozen in Brussel. In maart worden de meest recente cijfers gepubliceerd. Voorlopig moet het we stellen met de vorige telling. Die werd naar buiten gebracht in maart 2015. Het steunpunt telde toen 2.603 mensen. Dertig procent daarvan is dakloos. Dat wil zeggen: zij brengen meestal de nacht op straat door. Daarnaast is er een ongeveer even grote groep thuislozen. Dat zijn mensen die geen eigen woning hebben, maar wel een dak boven het hoofd, omdat ze bijvoorbeeld in opvangtehuizen zitten. De derde groep zijn de mensen die in onaangepaste huisvesting leven. Dat zijn onder meer bewoners van kraakpanden. Geografisch gesproken is er een duidelijke concentratie in het centrum. Meer dan de helft van de dak- en thuislozen verblijft in de grote stations of in de Vijfhoek. Bij La Strada wijzen ze erop dat de cijfers waarschijnlijk een onderschatting zijn. “Het is een momentopname,” klinkt het. “We tellen de daklozen gedurende één nacht. Maar er zijn grijze zones, zoals kraakpanden, mensen die zich verbergen, bij derden logeren, enzovoort.” De doelgroep is bovendien moeilijk af te bakenen. Zo worden asielzoekers die op straat slapen meegeteld, maar zij die in opvangcentra zitten niet. Exacte cijfers zijn er met andere woorden niet. Sinds de eerste telling acht jaar geleden was er wel telkens een duidelijke stijging. De vrees is dat het aantal opnieuw de hoogte ingaat. “Het is afwachten wat de impact zal zijn van de vluchtelingen uit Syrië en de ontmanteling van het kamp in Calais,” zegt Yahya Hachem Samii, directeur van La Strada. Bij de vorige telling werd de toename onder meer toegeschreven aan de gevolgen van de economi-

Yahya Hachem Samii

Directeur La Strada

DAKLOOS Twee jaar geleden telde steunpunt La Strada 2.603 mensen. Dertig procent daarvan is dakloos. sche crisis. Steeds meer mensen komen financieel in zwaar weer terecht. Bovendien zijn de huizenprijzen ondertussen niet gezakt. Vandaar dat bijvoorbeeld de vzw Doucheflux een petitie gestart is om de schulden van daklozen kwijt te schelden. De opgebouwde schuld verhindert hen vaak om een nieuw leven op te bouwen. La Strada pleitte in dit verband al voor meer preventie en betere huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Volgens de sector pakt de overheid immers vooral de nijpende problemen aan, denk aan de winteropvang, maar is er te weinig aandacht voor de dieperliggende oorzaken. Ook het armoederapport met focus op thuislozen van enkele jaren geleden pleitte voor meer preventie en een thuislozenbeleid dat is ingebed in een breder armoedebeleid. “Dat betekent dat het thuislozenbeleid ook gericht is op de instroom in de thuisloosheid verminderen en de uitstroom

bevorderen, via een degelijk huisvestingsbeleid, een goed uitgebouwd migratie- en onthaalbeleid, toegankelijke sociale diensten, een ontslagbeleid in verschillende instellingen (zoals ziekenhuizen en gevangenissen),” klonk het. Ondertussen is Brussel een stad met twee gezichten. Het is een plek waar veel rijkdom gegenereerd wordt - volgens sommige statistieken is Brussel de derde rijkste regio van Europa. De welvaart is echter steeds slechter verdeeld en steeds meer Brusselaars leven onder de armoedegrens. Die mensen hebben niet veel tegenslag nodig om echt in de problemen te komen. Laurent Vermeersch

VOLGENDE WEEK: Waar gaan de honderden mannen naartoe die dagelijks op busjes staan te wachten in de Diksmuidelaan?

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

Parkieten

Wilde parkieten geven volgens uw redacteur de stad kleur. Ze doen veel meer dan kleur geven. De noten, appelen, peren lang voor ze rijp zijn, met hele zwermen onder afgrijselijk gekrijs kaalplunderen, waarvan onze boomgaard rechtstreeks slachtoffer is. Driekwart van de oogst moet eraan geloven. Ook de voederhuisjes van onze inheemse soorten worden geplunderd. Wie zullen we morgen in onze tuinen nog zien? Verdelg deze exoten: halsbandparkieten, nijl- en canadaganzen asap. Ondergetekende is een zeer grote natuurliefhebber die voor de inlandse vogels en viervoeters een uitzonderlijk biotoop heeft geschapen. Maar niet voor exoten.

Gilbert Verhaegen, Anderlecht

Explosieve groei

In een artikel over de explosieve groei van het aantal Syriërs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest schrijft de auteur dat België weinig Syrische vluchtelingen ontving in vergelijking met de buurlanden van Syrië. In Libanon verblijven inderdaad meer dan één miljoen vluchtelingen, maar buurland Israël is niet zo happig om Syrische moslimvluchtelingen op te nemen, omdat het joods karakter van het land in het gedrang zou komen, in navolging van Hongarije dat alleen christelijke vluchtelingen wil binnenlaten. Ook Palestijnse vluchtelingen uit Syrië zijn in Israël niet welkom ondanks de VN-resolutie 194 van 11 december 1948 over het recht op terugkeer.

Werner De Bus, Brussel

Gekwetst

Als Franstalige ben ik gekwest door de bewering van Carlo Pollaert (Bruzz 1552) dat “als je gewoon om de Nederlandse vertaling vraagt in onze hoofdstad, ben je een racist in de geest van veel francofonen”, die ik als een onterechte veralgemening beschouw. Ik betwijfel dat onze samenleving van zulke ondoordachte wederzijdse beschuldigingen beter wordt.

Ghislain Thonon, Oudergem

Onbeschoft

Ik ging op 2 januari inkopen doen in de Zara-winkel aan de Guldenvlieslaan. Ik sprak de man aan de kassa aan in het Nederlands, hij zei me de prijs van mijn inkopen in het Frans. Toen ik vroeg of hij Nederlands sprak, antwoordde hij

niet in het Nederlands of verontschuldigde hij zich niet dat hij geen Nederlands sprak, maar werd hij agressief. Hij dreigde de beveiliging te roepen, riep ‘Nein’, zei dat niemand in België Nederlands spreekt enzovoort. Een ander personeelslid was vriendelijker, maar vroeg me of ik Frans zou spreken indien ik bij Zara in Parijs zou winkelen. Er bleek in de hele winkel uiteindelijk één personeelslid te vinden dat zeer gebrekkig Nederlands sprak.

Terwijl je in de Vlaamse Rand in de kleinste kruidenierszaak zonder enig probleem in het Frans of Engels kan geholpen worden, kan je als Nederlandstalige in Brussel, dat zo ‘geweldig’ is, en een ‘voorbeeld’ voor ‘heel’ het land, op heel wat plekken niet in het Nederlands terecht en word je bovendien nog uitgescholden ook. Na een verbetering, gaat het er de voorbije jaren in Brussel weer op achteruit.

Rudi Coel, Brussel

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


MIJN GEDACHT

Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 19

‘Alle politieke partijen moeten samen aan tafel om personeelstekort bij politie op te lossen’

© BART DEWAELE

‘Politieagenten zijn geen robots’

J

aarlijks zijn er, alleen al om de uitstroom van agenten te compenseren, 1.400 nieuwe rekruten nodig,” zegt Vincent Houssin, nationaal ondervoorzitter van de liberale politievakbond VSOA. “Maar sinds 2009 begon de regering fel te besparen op de politie. Niet alleen op voertuigen en middelen (het investeringsbudget per inwoner daalde bijvoorbeeld van 20 euro in 2009 naar 13,8 euro in 2014, red.), maar ook op het vlak van personeel.” Met één uitzondering zijn sindsdien jaarlijks maar achthonderd nieuwelingen aangenomen. “Daardoor stapelen de tekorten zich al jarenlang op.” “Door de terreurdreiging afgelopen jaar werden de problemen duidelijker en voelde minister Jambon (N-VA) zich verplicht meer agenten aan te werven. In 2016 zijn er 1.600 mensen bijgekomen – tenminste, dat was de bedoeling. Tweehonderd van die agenten zitten hopelijk nog in de pijplijn. Het budget was er wel, maar de rekruteringsafdeling is zelf onderbezet en kan niet volgen.” Het personeelstekort is een vicieuze cirkel, zegt Houssin, te beginnen met de federale dotaties die de overheid aan de politie geeft. Een paar weken geleden bleek nog dat de politiezone West, waarin Molenbeek zit, verhoudingsgewijs de laagste dotatie krijgt van het gewest. “Toen minister Milquet in 2013 eenmalig groen licht gaf voor extra agenten, moesten lokale zones garanderen dat ze werkelijk nieuwe rekruten zouden aanwerven – en daarbij zelf in het nodige budget voorzien. Maar daar zijn heel weinig zones op ingegaan. De Brusselse zones bijvoorbeeld hebben gezamenlijk tweehonderd vacatures openstaan, maar ze rekruteren niet, omdat ze het geld niet hebben.” De verdeelsleutel voor de federale dotaties dateert van 2001. “Hij houdt geen rekening met de groei van de bevolking, en met de toenemende terreurdreiging,” zegt Houssin. ”Het was de bedoeling

dat de dotatie geregeld zou worden geëvalueerd, en dat is niet gebeurd.” “Wij vinden het een beetje flauw dat minister Jambon het probleem met die dotatie erkent, maar zegt niks te kunnen doen omdat een herziening niet in het regeerakkoord staat. Zijn Kanaalplan staat toch ook niet in het regeerakkoord?”

Moreel

VINCENT HOUSSIN

“Als gevolg van het personeelstekort draait iedereen veel te veel overuren en nachtshifts”

“Als de korpschef van de Brusselse zone West klaagt dat hij te weinig personeel heeft, belooft Jambon hem vijftig tijdelijke krachten uit de federale reserve. Maar dat is geen duurzame, structurele oplossing.” “De federale reserve heeft zelf zowat 3.000 agenten tekort op een totaal van 13.000 mensen. Ook de gewestelijke politie Brugge bijvoorbeeld heeft bijna dertig procent te weinig personeel, net zoals de scheepvaartpolitie in Luik. Plots worden de federale agenten die daar al jaren ‘invallen’ opgeroepen om de volgende maandag in Molenbeek te verschijnen. Dat zijn gaten in de kennis van een korps, en nefast voor het moreel van de agenten. Niet te verwonderen dat ze op zoek gaan naar vacatures in zones dichter bij huis, en zo snel mogelijk weg willen.” “Als gevolg van het personeelstekort draait iedereen veel te veel overuren en nachtshifts, en dat is waarom een interventieteam in de politiezone West zich vorige week spontaan ziek meldde. Na de aanslagen in Parijs heeft minister Jambon een nota geschreven dat de Europese normen tijdelijk geschrapt werden. Dat kan ook in uitzonderlijke omstandigheden. Maar inmiddels leven we al een jaar in die noodtoestand. Politieagenten zijn uiteindelijk ook maar mensen, het zijn geen robots. Ook zij kunnen burn-outs krijgen.” Houssin vraagt van de regering dringend een investeringsplan op lange termijn. “Dit deficit kun je niet rechtbreien in een paar jaar tijd. Alle partijen moeten daarvoor aan tafel gaan zitten, zodat ook een volgende regering de investeringen Sara De Sloover aanhoudt.”


20 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 JANUARI 2017

VADROUILLE HERDENKING Honderd jaar Finse onafhankelijkheid gevierd met tientallen projecten

Samen zweten voor Europa Lang voor de kerstman uit Lapland opnieuw langskomt, is het in 2017 de beurt aan een artistieke saunatruck en andere projecten uit Finland om ons te verbazen en te verwonderen. Het land gaat met tweeduizend evenementen zijn honderdjarige onafhankelijkheid internationaal herdenken. En daar krijgt Brussel ruim zijn deel van.

M

et veel blauw-wit viert de republiek Finland 1917-2017, een eeuw itsenäinen (onaf hankelijk). Dat gebeurt niet met een ijzige terugblik op het loswrikken van Rusland een eeuw terug. Vijf Romanov-tsaren eigenden zich van 1809 tot 1917 achtereenvolgens de titel van grootvorst van Finland toe. Voordien zwaaiden de Zweedse vorstenhuizen sinds 1249 de plak. Even was er een foute War Victory-inschatting in 1917, toen zeer kort een Duitse vorst als alternatief werd ingezet, maar de Finnen houden voor hun eeuwviering liever een saunapraatje over hun identiteitsversterking vanaf 1917. En blikken met een kaneelbroodje vooruit op een toekomst ‘samen’ met andere culturen en gemeenschappen. Samen (Together, luidt het thema van de eeuwviering) wordt het nieuwe leefmodel, gestoeld op jarenlange ervaring om zelf met de som van alle kleintjes een gemeenschap op te bouwen. De Sami in Lapland, het Zweeds van een kleine minderheid (maar als volwaardige tweede landstaal) en recenter de instroom van vluchtelingen die voor snelintegratie kunnen kiezen: het ging allemaal niet over een nacht ijs. De 5,5 miljoen Finnen zijn sinds 1995 toegetreden tot de Europese Unie en werden de beste EU-onderhandelaars-maatjes met buurland Rusland. Kwestie van cultuurgevoeligheden te kunnen inschatten. Gezien het gros van de vijfduizend Finnen die in België wonen in en rond Brussel huist, krijgt de eurohoofdstad ook een feestprogramma. Een pak evenementen gaat na Helsinki en andere Finse steden naar steden als Berlijn (retrospectieve van de homo-stripkunst Tom in Finland) en Moskou (het Finnish Radio Symphony Orchestra) en verder. Telkens wordt het jubileumthema ‘Samen’ cultureel en sociaal heel ruim ingevuld. Met zelfs start-ups voor asielzoekers in samenwerking met 350 bedrijven, om het ondernemersschap een boost te geven en werkkansen aan te moedigen. Voor Brussel is het jaarprogramma nog niet rond. Bruzz geeft u een voorjaarsselectie (zie kaderstukken). Zaterdag begint het al met

een concert in Bozar, waarbij veelgevraagd pianist-componist Leif Ove Andsnes met het Brussels Philharmonic de zaal deelt. Twee monumenten van het Finse muziekimago staan naast Mozart op de partituur: vaderlandsidool Jean Sibelius (1865-1957) en de levende legende Esa-Pekka Salonen (°1958). Een heel andere, uniek Finse klank krijgen we van Apocalyptica, een rock- en metalband die zijn twintigste verjaardag viert. De klassiek geschoolde band staat als baanbreker in de muziekgeschiedenisbijbels om zijn aparte soundvernieuwing in het genre. Op zijn Europatour, doet Apocalyptica Brussel aan met de herneming van de hele eerste plaat: het oergeluid. En het duizendmerenland heeft nog meer in petto. Tijdens het festival Balkan Trafik! In Bozar zullen Jaakko Lairinen en Väärä Raha bewijzen dat er in het Hoge Noorden werk gemaakt is van een nieuwsoortige LaplandBalkanmuziek. Iets in het midden tussen klezmer, zigeunermuziek en Finse dans- en volksmuziek, dat duidelijk het mooiste de sound aan multiculturalisme samenbrengt. Zoals alle Finse folkgroepen zijn ze kleinschalig begonnen, en heeft een ruggensteuntje vanuit het Noorden hen de wereld

In de sauna geven de CEO en de arbeider zich bloot aan elkaar, een model voor de politicus en de burger leren kennen. Zo vergaat het ook Kebu, met frontman Sebastian Kebu Teir, dat met zestien analoge synthesizers naar Ichtegem en Heffen afzakt. Zij spelen nog graag in kleine zalen waar het publiek de sfeer mee dicteert. Een en ander kadert in het kansenondersteunend kunstproject TelepArt van het Fins Cultureel Instituut, dat artiesten een podium in het buitenland biedt, hoe lokaal ook.

Literatuur Ook de onderschatte kracht van de Finse literatuur wordt dit jaar in de verf gezet. Ver-

talingen van boeken, en niet meer alleen in het Engels, dragen ertoe bij dat de bijzondere, vaak intimistische, maar tegelijk dromerige en harde sfeer van het Hoge Noorden als uniek gesmaakt wordt. Van de ‘Kalevala’, het bekendste poëtisch en mythologisch epos, tot in de hedendaagse debuutromans. In ‘Witte honger’ van Aki Ollikainen bijvoorbeeld (net in het Nederlands vertaald) wordt het historisch gegeven van Finse vluchtelingenstromen (om hongersnood) in de negentiende eeuw schrijnend in beeld gebracht. De herkenbaarheid met vandaag zit hem in het elementair opvangen met ‘winterhulp’, maar ook in het stigmatiseren als ‘allemaal dieven en hoeren’. Verder heeft Magasin d’ecriture théatrale (MET) Finse theaterteksten in het Frans laten vertalen om het anderssoortig, noordelijk theater ingang te doen krijgen in Midden- en Zuid-Europa. Er is ‘La chica conejita’ van Saara Turunen, ‘Le fondamentaliste’ van Juha Jokela, ‘Je suis Adolf Eichmann’ van Jari Juutinen en ‘Joue pour moi, Billy’ van Heini Junkkaala, die in aanwezigheid van de auteurs voorgedragen en toegelicht worden in het theater Comédie Claude Volter. Mogelijk komt ook de biseksuele Finse schrijfster Sofi Oksanen naar het literatuurfestival Passa Porta. Met al een handvol Nederlandse vertalingen van haar werk, wordt bewezen dat


Donderdag 12 JANUARI 2017 I BRUZZ 1553 I 21

haar roem buiten Helsinki weerklank vindt. Nog één ander groots event willen we uit de festiviteitenlijst voorrijden: Sweating for Europe. Het is een reeks van interviews en debatten die Finland met europarlementariërs in Brussel wil opzetten over problematieken die het nieuwe ‘thuisland’ Europa aanbelangen. Daarvoor wordt een unieke locatie gebruikt, een omgebouwde, oude brandweerwagen die ‘komt blussen’. Kunstenaar Dida Zende vertimmerde de truck tot een rijdende sauna, waarvan hopelijk ook het publiek na de debatsessies kan gebruikmaken, in de schaduw van het Europees Parlement. Het idee om europolitici samen te doen zweten met de burger mag curieus lijken, maar Finser kan echt niet. De sauna is een eeuwenoud cultuur- en belevingselement van de Fin. Er zijn naar schatting meer dan drie miljoen sauna’s in het land. Iedereen wil en moet er nu eentje. In de sauna worden de belangrijkste beslissingen van het leven genomen, luidt het. Privé, beroepshalve en politiek. De Fin laat zijn identiteit van CEO of arbeider met zijn kleren aan de kapstok achter, en geeft zich letterlijk bloot aan de anderen in het saunapraatje. Diplomatie, overleg en akkoorden hebben het miljoenen keren gehaald in de sauna onder Finnen. Het is nu aan Europa om zijn balls te tonen, in een eerlijke dialoog met Jean-Marie Binst de nieuwe burgers. 

100 Jaar finland

Festiviteiten in Brussel

Leif Ove Andsnes Niets is zo majestueus en zelfverheerlijkend als de symfonieën van Jean Sibelius, Finlands grootste exportproduct de voorbije eeuw. In zijn houten villa Ainola – nu opengesteld voor het publiek - vond Sibelius de grote merenrust, die nodig bleek om tot grootse ideeën te komen. Het Brussels Philharmonic brengt de Tweede symfonie uit de romantisch-nationalistische periode van de componist, en al even uniek als het alombekende Finlandia. Wonderboy-pianist

14/1 Brussels Philharmonic en pianist Leif Ove Andsnes met Sibelius, Salonen en Mozart in Bozar, Ravensteinstraat, Brussel, www.bozar.be Leif Ove Andsnes voegt daar een concerto van Mozart aan toe. Ook Fins hedendaags werk, Nyx (2011) van Esa-Pekka Salonen, staat op het repertoire. Salonen, die al op 26-jarige leeftijd het

Los Angeles Philharmonic dirigeerde, toont in het symfonisch gedicht Nyx dat er ‘geen eenvoudige waarheden zijn, geen zuiver zwart of wit, maar een eindeloze variëteit aan grijze tinten’.  JMB

17/2 Frigg, Petri Prauda en Griff, Finse en Belgische folk in MuziekPublique, Bolwerksquare 3, Elsene, www.muziekpublique.be 20/2 Gothenburg Symphony Orchestra, met Sibelius’ Finlandia en Griegs Peer Gynt suite,

Bozar, www.bozar.be

Frigg en Griff Aficionados van de Finse tango onder neonlicht krijgen zeker de danskriebels als ze Frigg horen spelen. De zevenkoppige folkgroep zet met haar tunes, die het midden houden tussen noordse tradities en Americana, de deur open naar de wereld. Frontman, multi-instrumentalist en arrangeur Petri Prauda liet zich ook inpakken door het Belgische trio Griff, dat een totaal ander palet aan folk etaleert met zijn violen. Onder het motto Bagpipes but no Kilts herintroduceerde Prauda

24/2 Apocalyptica, 20 years of playing metallica by 4 cellos, Koninklijk Circus, Onderrichtstraat 81, Brussel, www.cirque-royal.org

de liefde voor de doedelzak in Finland. Het verbindingspunt richting publiek voor beide groepen is de muziek die over alle grenzen wortels kent: van Keltische heldendichten,

vocale polyfonie, AC/DC en zelfs Riverdance. In dat opzicht speelt Finland, als land met het grootste aantal folkfestivals in Europa, nog eens de eerste noot richting multiculturalisme. JMB

Saunatruck Niets beters dan de sauna om het debat tussen politici en burger warm te stomen, dacht

artiest Dida Zende. Hij bouwde een brandweertruck om tot een mobiele sauna die naar het

Europees Parlement in Brussel afreist. Tijd voor het relaxerende discours. JMB

Syrië in Brussel Thuisloos en statenloos zijn is een van de topics waarmee Europa wordt geconfronteerd sinds de vergrote instroom van vluchtelingen. Het Fins Cultureel Instituut prikkelde artiesten die dramatiek en haar consequenties te visualiseren in kunst. Uit een concoursselectie werd multimedia-artiest Anssi Pulkkinen (°1982) aangewezen, die al eerder in Wiels in residentie werkte. Voor zijn straatkunstproject Street View (reassembled) laat hij Syriërs de ruïnes van hun

26/3 schrijfster Sofi Oksanen, onder voorbehoud Literatuurfestival Passa Porta www.passaporta.be (festivalprogramma nog niet online) 29-31/3 selectie van Finse theaterstukken, in primeur vertaald in het Frans, Comédie Claude Volter, Gebroeders Legrainlaan 98, Sint-Pieters-Woluwe, www.comedievolter.be 21/4 Jaako Laitinen & Väärä Raha, LaplandBalkan world music, Bozar, www.finncult.be 24-26/4 Sweating for Europe, sauna-interviews en debatten met politici, nav het kunstproject sauna-truck van Dida Zende, naast het Europees Parlement, Brussel, www.finncult.be Mei-Juni, datum te bepalen. Europese tour street art van Anssi Pulkkinen met het project ‘Street View (reassembled)’: in situ assemblage van ruïneresten van Syrische huizen verscheept naar Europa. Locatie te bepalen, start in Brussel, nadien Amsterdam en Helsinki.

vernielde huizen verpakken. In containers komen de brokstukken Europa binnen. Pulkkinen laat zien hoe de stukgeschoten huizen herstapeld in onze welstaatsstraten tot nadenken

aanzetten. Het plaatst thuisloosheid in een West-Europese context en opent de ogen voor de mens, die geen (t)huis meer kent. Na Brussel toert het kunstproject door Europa.  JMB

>

Meer evenementen in Vlaanderen en voor het najaar in Brussel, volgen nog. Zie www.finncult.be en suomifinland100.fi


22 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

ENFANT TERRIBLE JOOST RENSON MARKETEER Als het stadscentrum autovrij wordt, groener wordt en de trottoirs vol terrassen staan, dan zal het in een mum van tijd een nieuwe ervaring creëren”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Ik zat niet te wachten op Docks Bruxsel, al is het wel het beste antwoord op het centrum dat te traag evolueert. Maar die kat komt stilaan weer. Over vijftig jaar zal er geen Docks meer zijn, maar het historische centrum zal altijd opnieuw aantrekkingskracht uitoefenen. Ook al bloedt het ‘klassieke’ concept van handelscentrum vandaag dood. In dat opzicht komt het zeker weer goed met Brussel. Zodra de rem op verandering - die al te lang aansleept - gelost wordt, kan het tij snel keren. Er is een fout beeld van negativisme ontstaan. Het ging zich in een eigen deken wentelen. Bijgevolg ziet de kleine ondernemer het niet zo helder meer in deze disruptieve tijden. Die zetten de marktlogica op zijn kop. Veel sectoren zijn plots onderuitgehaald, zoals door taxi-alternatief Uber en immosite Realo. De kmo’er moet zich sterk bewapenen tegen de strategieën van de grote Zalando’s van deze tijd, die de stad overnemen. Met ons marketingbedrijf Plant a Flag, van tien jonge zelfstandigen, willen we de kmo’er ruggensteun geven om de technologische evoluties en de

veranderingen in consumentengedrag aan te kunnen. Kleine bedrijven in de stad gaan zeer onbeholpen om met hun klanten, ze willen voor iedereen goed doen en klaar staan. Bij Monk (zaak van zijn schoonbroer, red.) hoor je de Vlaamse Brusselaar, die het van vroeger kent, zeggen: ‘Zit het hier weer zo vol? En al die buitenlanders!’ Vijf jaar terug moest Monk van nul herbeginnen. Het werd het een andere zaak, die boomt. Het probleem van de winkelier is dat die zich op een commerciële elite richt, en niet op de klant in zijn achtertuin. Met een bepaalde marketinglogica kan je dat wel bijsturen. Dat zie je genoeg rond Sint-Katelijne, weinigen volgen de tijdsgeest. Ze maken de oefening niet van welk publiek voor hen zou kiezen. Men verwacht alles van de sociale media, terwijl veel zaken daar niet correct mee omspringen. Handelspuien draaien rond beleving en strategie, niet meer rond Facebook om klanten te ronselen. Authenticiteit wordt de nieuwe tegenbeweging: the next big is small. Docks zou er niet gekomen zijn, mocht het

“Iedereen moet positief over Brussel communiceren, vanuit het buikgevoel” centrum niet als dood ervaren worden. Maar als het autovrij wordt, groener wordt en de trottoirs vol terrassen staan, dan zal het centrum in een mum van tijd een nieuwe ervaring creëren. Zoals in Mechelen is gebeurd. Wat het dan wordt, weten we niet: meer internationaal of meer Vlaams? Dat zal de ondernemer bepalen. Voor mij is Brussel letterlijk de interessantste en mooiste stad ter wereld. In Brussel leef je in het surrealisme, en dat omarm ik. Het blijft

boeien en verrassen. Je gaat ergens eten en begint in het Nederlands, zegt iets in het Frans, en eindigt misschien in het Engels of toch ergens waar je het niet had verwacht. Niemand vindt dat vreemd. En Vlamingen mogen zeggen wat ze willen, Brussel heeft een enorme aantrekkingskracht. Als ik in Brugge te kennen geef dat ik in Brussel kantoor hou, kijkt men naar mij op. Neen, ik wil de problemen niet ontkennen. Het is spijtig dat militairen op straat een genormaliseerd beeld geworden zijn, sinds ruim een jaar. Hopelijk is die verarming voor Brussel tijdelijk. Want Brussel heeft historisch een imago van kracht, van dynamiek en een bepaalde wijsheid. En die dynamiek die over de gewestgrenzen straalt, kan je als bedrijf goed gebruiken. Brussel is gewoon een sterk merk, waarmee je je gerust kan associëren. Als we Brussel positief uitstralen tegenover onze klanten, vanuit het buikgevoel, dan komen zij graag naar hier. Trouwens wie twijfelt er nog aan? Brussel gaat er komen, daar teken ik honderd procent voor. Jean-Marie Binst

JOOST RENSON (35) selfmade man. Maakte tijdens zijn studies marketing, communicatie en informatica websites voor het sportmarketingbureau Octagon. Mede-oprichter van Plant a Flag, een jong marketing- & communicatiebureau in het bedrijvencentrum The Egg.


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 23

NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt Met het nieuwe jaar komt de lange rij van recepties en “drinks”. Hebt u daarbij al aan punch gedacht? Nu en dan zie je er nog één staan bij een oudtante of grootmoeder: een punchbowl, een grote kom. Vaak is hij van glas of kleurig materiaal, met glazen kopjes die dan van de rand van de kom af hangen. Hij staat in een kijkkast, want niemand gebruikt zo’n punchbowl nog. Ik weet niet wanneer het ooit de gewoonte was om elkaar zo’n ding cadeau te doen, want het gebruik zelf is verdwenen in de mist der consumptietijden. Ze dateren in ieder geval van voor de fonduestellen, de gourmetbranders, de raclettehoogtelampen, sapcentrifuges, yoghurtwarmers of eierstomers. Dingen die twee keer in een leven worden gebruikt en dan verder onderstoffen in de kelder of op zolder. Punch draagt een heel oud verhaal mee. De uitvinding van de gedestilleerde drank mogen we situeren in Alexandrië, ergens in het late Romeinse Rijk. Met de Perzen reisde die drank naar Indië, waar het de gewoonte werd arak te stoken. Zelfs tot in China werd de techniek van het destilleren verspreid. Het woord arak dekt heel wat ladingen, maar op het Subcontinent was dat

vooral een sterkedrank van gegist en gestookt kokoswater. Rudimentair gedestilleerde drank is doorgaans bijzonder slecht van smaak, maar de drinker verzakt in een weldadige roes, wat over heel de aardbol niet onaangenaam wordt gevonden. Om sterkedrank lekker te maken, lengde men hem aan met water, maar ook met andere ingrediënten. Op een gegeven ogenblik is dat geformaliseerd in een bereiding met vijf ingrediënten: panj betekent vijf in het Hindi en het Oud-Perzisch. Die vijf zijn: iets sterks, iets zwaks, iets zoets, iets zuurs en kruiden. Zeelui namen vroeger op hun reizen bier of wijn mee. Gewoon water was al snel ondrinkbaar. Wanneer de zeereizen langer werden, gingen ook die licht alcoholische dranken bederven. In Indië ontdekten de zeelui dat aangelengde alcohol heel aangenaam kon zijn en van dan af namen ze die zelf sterk gedestilleerd mee, zo sterk dat het wel moest verdund worden met smaakmakers. Ze keerden met de punchrecepten terug naar Engeland

Punch

punch liet vullen. Daarop dreef een bootje met een scheepsjongen erin die de drank aan de genodigden uitschonk met een grote lepel (er waren zesduizend gasten). Het drankmisbruik in Engeland werd, eerst door import van goedkope Nederlandse jenever, de volgende eeuw een gigantisch probleem. Het volk ging sterkedrank puur drinken. De punch evolueerde zo van volksdrank tot elitaire drank, omdat het een ‘beschaafde’ omgang met gedestilleerd suggereerde. Tot niet zo gek lang geleden was het in betere kringen not done om welke sterkedrank dan ook puur te drinken. Onder de temperance-beweging, waar ook koningin Victoria toe behoorde, werden alcoholloze mengsels de norm. Daarom is punch tot vandaag nog populair als drank van vruchtensappen en siropen, op kinderfeestjes. Punch werd gemaakt met alles wat je kan bedenken, vaak ook thee, maar daarom niet onschuldig. Men serveerde de punch ook warm, vandaar de grog. Zo herinner ik mij

“Tot niet zo gek lang geleden was het in betere kringen not done om welke sterkedrank dan ook puur te drinken” waar het een hele mode werd. Het woord punch, als drank, duikt in het Engels op in 1632. Het woord cocktail, bijvoorbeeld, raakte pas anderhalve eeuw later bekend. Het eerste bewaarde punchrecept (1638) werd opgetekend door ene Johann Albrecht von Mandelslo, een Duitse avonturier in Azië. Er kwamen punch houses in Engeland. En zo ontstond een hele punchcultuur. Alexandre Dumas schrijft in zijn dictionnaire de cuisine hoe de opperbevelhebber van het Britse leger in 1694 een marmeren bassin in de tuin vol

een café met zigeunerorkest aan de Zavel waar men dertig jaar geleden thé slave serveerde. Het mierzoete goedje werd brandend opgediend in kopjes. Te enthousiaste drinkers verlieten de zaak soms op handen en voeten. De zaak bestaat niet meer. Ik heb het recept nergens kunnen terugvinden, maar ik vermoed dat thé slave een variatie was op wat meer naar het oosten Jägertee heet, op basis van Strohrum (80%) en zwarte thee. In de Franse koloniën is punch iets anders gaan betekenen. Ti-ponch is een ritueel dat ik leerde kennen tijdens het wachten op de bac, de veerpont over de rivieren van Frans-Guyana. Bij elke rivier moest gewacht worden en daar stond dan een bar in een houten barak. Bij de bestelling ponch, kreeg je voor je neus een fles rum agricole, een fles suikerrietsiroop, enkele halve limoenen en (desnoods) ijs. De rest was selfservice. Hoe langer je moest wachten, hoe minder erg je dat vond. Er waren zeker drie overzetboten tot aan de grens. Gelukkig nieuwjaar.

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet

ADVERTENTIE

HAD U GRAAG EEN VOORSMAAKJE VAN ONS NIEUWE MODELAPPARTEMENT? D EN R ES I

TIAL

I C E SD V R S E LU DEktische I NanbCod voannlijkperadiensten A erso en p JAAR 2 U N AT I S

GR

OPENDEURDAG OP ZONDAG 22 JANUARI CHAMBON. KOM VAN ONZE OPENDEURDAG PROEVEN EN BEZOEK HET NIEUWE MODELAPPARTEMENT. WOLVENGRACHT 48, 14-17U.

EEN VASTE WAARDE OP EEN UNIEKE LOCATIE • Uniek historisch erfgoed: een duurzame investering • Prime location in het hart van de Europese hoofdstad • Met exclusief dienstenpakket • Een “once in a lifetime opportunity”

ALLE INFO OP WWW.THECHAMBON.BE OF 02/201 00 01


24 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

FOTOBOEK Zweedse fotografe Cici Olsson portretteert ‘La Bruxelloise’

‘Een Brusselse vrouw is genereus’ LA BRUXELLOISE

Boven vlnr: Brigitte de Meeus (boekhandelaar), Anna Luyten (schrijfster), Cécile Grosjean (binnenhuisarchitecte), Onder vlnr: Valérie Bach (galeriehoudster), Nathalie Dufour (manager L’Archiduc), Sarah Massoni (brandweervrouw). © CICI OLSSON

BRUSSEL - Om alle negativiteit over Brussel uit 2016 door te spoelen, gaf uitgeverij Racine fotografe Cici Olsson de opdracht om het Brusselse positivisme een gezicht te geven. Het resultaat werd ‘La Bruxelloise, Brussel in 100 portretten’. Het laat goedlachse vrouwen van 18 tot 88 jaar schitteren. Staan zij voor alle Brusselse vrouwen?

G >

La Bruxelloise. Brussel in 100 portretten. Cici Olsson Racine, 232 blz., Fr/Nl/En, 24,95 euro

edoemd als the failed city, was het Brusselse imago in 2016 toe aan een positieve lifting. Dat gaf aanleiding tot een fotoboek vol stralende vrouwen uit Brussel, die het ware gezicht van de stad fatsoeneren. Het idee lijkt wat artificieel, maar is zonder twijfel goed bedoeld. De Zweedse fotografe Cici Olsson, die in de jaren 1990 haar Franstalige Belgische man naar Luik volgde, en sinds twaalf jaar in Bosvoorde woont, ging op zoek naar ‘La Bruxelloise’. De Brusselès die zich goed in haar vel voelt en dat ook uitstraalt. “Via een netwerk van relaties van relaties werd me een groot aantal namen van interessante vrouwen bezorgd,” zegt Olsson. “Mijn eigen kennissenkring is beperkt. Ik verhuisde naar Brussel omdat die stad de minst slechte

optie was om in België te wonen.” Olsson presenteerde haar namenlijst aan de uitgever, en daar kwam een gezamenlijke shortlist uit. Sterk gefilterd op vrouwen van diverse beroepscategorieën en in leeftijd variërend van 18 tot 88 jaar. “Ik had te veel actrices en kunstenaars, er moest ook een taxichauffeur en een brandweervrouw bij. Al zocht ik ook uit wie in het grootste ziekenhuis de hoogst aangeschreven kankerspecialiste bleek. Dat was Martine Piccart-Gebhart.” Zo werden dubbele pagina’s gemaakt met aan de ene kant een spetterend portret, en aan de andere kant in handschrift van de gefotografeerde een korte bio en het antwoord op twee vragen: “Uw lievelingsbuurt in Brussel” en “Een Brusselse herinnering”. Die gaan

van een café in Jette voor journaliste Cécile Grosjean en de Dansaertwijk voor lingerieontwerpster Carine Gilson, tot flaneren in de postkaartjeswinkel ‘Avec Plaizier’ voor Nathalie Dufour, manager van café L’Archiduc. Het boek is echter niet evenwichtig naar hoofdstedelijke populatiegroepen. Zo staan in het boek voor 95 procent blanke gezichten. En van een andere actieve minderheid, de Vlaams-Brusselse vrouwen, selecteerde de uitgave amper zes gezichten. Die komen hoofdzakelijk uit twee sectoren: modegoeroe Linda Van Waesberge en Sonja Noël van boetiek Stijl, journalisten Nica Broucke, Anna Luyten en Natalie Helsen, en Leen Ochelen van de Museumraad. “Ik ken geen Nederlandstalige Brusselaars. Ik ben

hier niet geboren. Het is mijn land niet. Het is mijn cultuur niet, en zeker niet mijn taal. Had ik met een Vlaming kinderen gehad, was het wellicht anders uitgedraaid. Maar ik leef nu in de Franstalige gemeenschap van mijn man. En Bosvoorde is duur en boring,” zo verantwoordt Olsson dat hiaat. Het boek is wel drietalig. Wie de Brusselse vrouw dan wel is, willen we toch weten, als zij een naam draagt als Laurence Van Ypersele (UCL-professor), Monica Nève de Mévergnies (stichter Nativitas), Marie-Françoise Plissart (fotografe) of Marie Warnant (singer-songwriter). “Brusselse vrouwen vind ik heel cool. A good girl, die gul is, goedgeefs en milddadig. Brusselse vrouwen stralen sowieso iets positiefs uit, omdat ze minder gesofistikeerd zijn, minder artificieel. In het algemeen voel je je meer relax bij die vrouwen, dan bij vrouwen uit andere hoofdsteden en zelfs uit Antwerpen. Daar lopen vrouwen veel beter gekleed, maar tegelijk is dat erg onnatuurlijk. Ja, de Brusselse vrouw voelt zich goed in haar biotoop. Ze is zeer genereus en brengt je back to Jean-Marie Binst earth.”


‘nu ben ik een man 3 op het veld’ Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 25

Laptopia

ADVERTENTIE

stappen om een taal te leren

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

Theater Toone maandag 26 december, 16u

Theater Toone is een theater dat zijn toeschouwers ontvangt in de coulissen van de stad. Niet ver van de grote opera installeerde de volksmens zijn eigen driestuiveropera in een karaktervolle krocht, bevolkt door intrigerende, met hout en stangen in elkaar gedraaide personages. Het poesjenellentheater zit ergens op een niet helemaal duidelijk omschreven plek, die je alleen op intuïtie kan vinden. Je moet even opgaan in de massa en de folklorefuik van het oude centrum induiken. Van de boulevard de Beenhouwersstraat in, en dan nog door twee steeds kleiner wordende steegjes, die leiden tot in de ingewanden van de ‘Îlot Sacré’. Zodra je daar bent, kan je ongezien van de ene wereld de andere inschuiven. Naar het Brussel van een jaar of vierhonderd geleden, want zo oud is de kunst van het poppenspel ongeveer. Toone, zelf bijna tweehonderd jaar oud, zit hier pas sinds de jaren zestig, maar dat weerhoudt je er niet van te mogen denken dat vroeger heel Brussel zo in elkaar stak: steenweg, straat, kleinere straat, steeg, doodlopende steeg, gang, deur, een andere wereld. Al moet je, zodra je voorbij de deur bent, nog door de nauwe trapzaal naar boven, waarin je als eenentwintigste-eeuwer al gauw komt vast te zitten als je niet oplet. Vroeger waren mensen niet veel groter dan de poppen die hen in dit theater verbeelden, maar de dimensies van het pand zijn nooit aangepast aan de groeiende horden die het nu moet ontvangen. Bukkend voor de balken en omzichtig de vergeelde affiches op de vergeelde muren ontwijkend, passeer je kassa en vestiaire, om daarna nog in hetzelfde aanhoudende gestommel op de rijen houten bankjes plaats te nemen. Als toegift op de hedendaagse normen inzake zitcomfort zijn die bankjes van een kussentje voorzien. Dat zorgt voor

een goede luim onder de aanwezigen, al hebben de kindjes die deze tijd van het jaar een pullover over hun hemd moeten dragen het in het licht van de spots al te warm nog voor de voorstelling begint. Als de poppen aan het dansen zijn, stellen een zere rug en de rudimentaire enscenering het publiek op de proef dat van high definition en surround sound voorziene 3D-avatars gewoon is. Wat ook zo vreemd is: dat er zo weinig moeite wordt gedaan om de illusie van de fictie voortdurend in stand te houden. De scène is niet veel groter dan de poppenkast thuis, en je kan heel duidelijk de spelers zien die achter de schermen de touwtjes in handen hebben. Wij die deze beeldtaal ontgroeid zijn, draaien ongemakkelijk op ons zitvlak, als olifanten in een poppenwinkel. Er zit wat aarzeling en improvisatie in deze eenmalige opvoering in ‘t Brussels Vloms, maar die wordt overstemd door baldadige zwanze, gelach, en liedjes die alleen de echte autochtonen nog kunnen meezingen - zij die de tijd hebben meegemaakt dat een aantal van de figuren die Toone ten tonele voert ook nog in het echt bestonden. In het stuk wordt enigszins voorspelbaar een kerstekind geboren, maar dankzij de erfenis van Toone, Michel de Ghelderode en Bruegel worden ook de onnozele kinderen niet vergeten die door Herodes de dood worden ingejaagd. Dit theater balanceert dan ook zelf tussen leven en dood. Het is erfgoed dat letterlijk in leven wordt gehouden door de houten klompvoeten van de poppen weer even op de planken te laten hameren. Tot ze weer dode materie worden en opnieuw worden bijgehangen bij de honderden andere marionetten die in de nok van het theater hun bestofte danse macabre opvoeren.

“De scène is niet veel groter dan de poppenkast thuis, en je kan heel duidelijk de spelers zien die achter de schermen de touwtjes in handen hebben” Michaël Bellon

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia

SINT-JANS-MOLENBEEK – voetballers die ook supporter zijn van hun club worden schaarser, maar nicolas maeyens (24) is er nog zo een. hij maakte zijn debuut bij FC brussels en keert nu terug naar rWDm. een keuze van het hart, maar ook . Surfmet . Kies . Start naar titelambities.

1

I

www.cvomj.be

2

je cursus

3

Nederlands: voor elementaire en intermediaire niveaus, in Brussel“Ik woont k vind dat jegratis als jonge gast voorging met ups als enjedowns. herinner al moet spelen, niet opItaliaans de bank me mijn eerste wedstrijd nog goed: Frans, Engels, Spaans,

zitten. Daarom heb ik Anderthuis tegen Doornik. We wonnen Troeven: lecht op mijn veertiende verlamet 1-0 dankzij een goal van Lu• de lessen zijn praktijkgericht • verschillende ERK-niveaus ten,”ofvertelt “Ik kwam • met officieel certificaat tula. Een fantastische herinnering. • met zonderMaeyens. afstandsonderwijs bij FC Brussels terecht, speelde Je debuut maken in het Edmond • alle talen worden in de doeltaal • lessen in Jette, Laarbeeklaan 121 er op mijn zestiende al bij de re- en Leopold-I-straat 329 Machtensstadion is toch wel wat.” gegeven serven en maakte als zeventien“Ik was maar gedurende sommige jarige debuutvanaf in tweede periodes een titularis. Bij het begin onlinemijn inschrijven nu klasse. Mijn keuze was dus de juiste.” van mijn derde seizoen kreeg ik van Het is in een ploeg met onder anMichel De Wolf minder speelgederen Le Postollec, 02 892 24 00 Lutula en Vese- legenheid en ben ik over mijn toelinovic dat de jonge Maeyens zijn komst beginnen na te denken. Ik besliste opnieuw te studeren en in eerste stappen bij de grote jongens zette. Twee seizoenen lang maakte een lagere divisie te spelen, bij Wohij deel uit van de eerste ploeg. Dat luwe-Zaventem. Dat23/12/2016 ik in de14:49:12 vestiBDW 9 januari.indd 1

www.cvomj.be

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S Het SVK garandeert : = een stipte huurbetaling = een degelijk verhuurbeheer = het ouderhoud van uw woning = hulp bij renovatie = fiscale voordelen

www.fedsvk.be - 02 412 72 44


26 I BRUZZ 1553 I Donderdag 12 januari 2017

VOETBAL – Wie durft het aan om Leopold-voorzitter Jacques Maricq op te volgen?

‘Het is niet gemakkelijk om in mijn voetsporen te treden’ BRUSSEL – Jacques Maricq (81) is al ruim vijftig jaar voorzitter van Royal Leopold FC. Hij vertelt de straffe verhalen die hij meemaakte met plezier, met verve ook, maar hij zoekt al even een opvolger om de fakkel aan door te geven. De zoektocht is tot nu toe vruchteloos geweest.

W

eet je dat ik al meer dan de helft van de geschiedenis van Leopold bij de club ben betrokken?” Jacques Maricq weet maar al te goed wat hij betekent - en betekend heeft - voor Leopold, een van de oudste clubs van het land. Een club die in 1893 werd opgericht en twee jaar later mee aan de wieg stond van de Belgische Voetbalbond. In 1953 tekende Maricq zijn eerste lidkaart als veldspeler, een aanwinst die de geschiedenis van de club zou kleuren. “Ik was achttien en had tot dan toe alleen op school gevoetbald. Ik koos voor Leopold omdat heel wat vrienden er speelden. We speelden op dat moment in de derde regionale divisie. Ik raakte tot in de eerste ploeg.” Maricq maakte aan den lijve mee hoe Leopold bijna aan zijn einde kwam. De club organiseerde in 1958 een tornooi waarvoor het Juventus, Wolverhampton, RSC Anderlecht en Beerschot uitnodigde. Het werd een grote mislukking, met verregaande gevolgen. “Expo 58 was toen volop aan de gang. Iedereen zat daar. Tijdens de wedstrijden zaten er misschien 1.500 toeschouwers op de Heizel. Tot dat tornooi werd georganiseerd, hield Leopold zich goed, daarna was het zo goed als dood.” “Juventus werd 2,5 miljoen Belgische frank beloofd. Enorm veel geld en een zeer slechte zet van de toenmalige bestuurders. Het werd een fiasco. En je moet weten dat zij dat seizoen, tegen de toenmalige regels in, een ploeg hadden samengesteld met spelers die betaald werden. Ze hadden die overgenomen van ploegen uit hogere divisies. Ook dat kostte geld.” De toenmalige schatbewaarder van de club kreeg achteraf de rekening gepresenteerd. Omdat op papier stond dat hij borg stond voor de gemaakte kosten, werd bij hem aangeklopt. Ondanks afspraken met sommige ploegen moest hij uiteindelijk nog twee miljoen Belgische frank betalen. De club werd daarop gestript. “Zowat de volledige eerste ploeg werd verkocht en de

JACQUES MARICQ “Als ik het aan een manager zou willen overlaten, heb ik morgen een opvolger. Maar dat wil ik niet, met managers praat ik niet.”

450 jeugdspelers werden afgestaan aan White Star. Bovendien moesten we verhuizen naar een veld aan de Joseph Bensstraat, een echt patattenveld waar amper vestiaires waren. We moesten weg uit het Fallonstadion omdat de gemeente de voorkeur gaf aan de komst van White Star, dat toen in tweede klasse speelde.”

de amateurbond ABSSA over te stappen. Ik, toen een 29-jarige advocaat, kon mijn oren niet geloven. Een van de oudste clubs zou zomaar opstappen bij de Belgische Voetbalbond? Dat kon toch niet. Daarom nam ik het woord en zei ik dat de vergadering ongeldig was, omdat er geen dagorder was. De voorzitter gaf me gelijk, maar nam me achteraf even apart. Hij zei dat ik hem moest opvolgen. Dat zou ik doen, zei ik, onder twee voorwaarden: dat er geen schulden meer waren en dat er een goed veld beschikbaar zou zijn.”

“Ik heb al gesprekken gehad met goede kandidaten, maar het type voorzitter van de oude stempel vind je nog zeer moeilijk” Jacques Maricq Voorzitter Royal Leopold FC

“In 1964 had de club amper vijftien spelers, had ze schulden en speelde ze op een barslecht veld. Op een algemene vergadering meldde toenmalige voorzitter Jean Mahieux dat hij ermee stopte en werd er voorgesteld om naar

Vijf reserveploegen

Het leek een onmogelijke opdracht, maar de jonge Maricq trok zijn stoute schoenen aan en zou de twee voorwaarden inlossen. Tot zijn eigen verbazing. Met twee telefoontjes, heel wat inside-informatie en de nodige portie lef overtuigde hij de vroegere schatbewaarder en voorzitter om hun geldeisen aan de club te laten vallen. Een veld vond hij in

JACQUES MARICQ - Geboren op 20 februari 1935 - Aangesloten als speler bij Leopold in 1953 - Voorzitter van Leopold geworden in 1964 - Zoekt al een paar jaar naar een overnemer

Ukkel. “La Terrienne had daar net sociale gebouwen opgetrokken en had er ook twee voetbalvelden aangelegd voor de arbeiders. Het was een prachtige omgeving met een mooie vestiaire en een buvette. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om de conciërge te overtuigen, maar uiteindelijk ben ik erin geslaagd. Zo zijn de Griottes de thuisbasis van Leopold geworden voor de matchen. Trainen deden we op Ukkel Sport.” Maricq speelde het klaar om Leopold een nieuwe start te laten nemen, met een gezonde werking. Om de eerste ploeg te versterken, klopte hij aan bij clubs als Union Saint-Gilloise en Racing White, die spelers van hun reserveploegen ter beschikking stelden. De club werd rustig aan uitgebouwd, promoveerde zelfs en bouwde ook langs het veld een reputatie op. “De mooiste momenten maakte ik op de Griottes mee. Het was er zeer familiaal, na elke match dineerde iedereen samen. De spelers vonden dat zo leuk dat ze niet meer weg wilden, zelfs als ze hun plaats niet meer hadden in de eerste ploeg (lacht). Omdat iedereen bleef, hadden we op een bepaald moment maar liefst vijf reserveploegen. Het was ongelooflijk. Zelfs spelers van tweede en derde klasse kwamen daarom bij ons spelen.” Die mooie periode kwam volgens de voorzitter in 1990 tot een einde. De gemeente Ukkel kocht toen de Griottes en toenmalig burgemeester Deridder wou nog maar één voetbalploeg overhouden. Leopold moest samengaan met Ukkel Sport, een club waar heel wat problemen bleken te zijn. “Het financiële beheer was er desastreus. Ik stemde met de fusie in om de duurzaamheid van de club te verzekeren, maar daardoor heb ik vijf afgrijselijke jaren meegemaakt. De fusie gebeurde in zeer slechte omstandigheden.” “Op de beheerraden gingen hun bestuurders altijd met mij akkoord, maar ik kreeg in de wandelgangen te horen dat ze achter mijn rug bezig waren om mij van de macht te stoten. Hun oplossing was dat ze geen lidgeld meer zouden betalen. Ik nam onze statuten erbij en liet hen weten dat ze ontslagen waren, want wie vijftien dagen te laat zijn lidgeld betaalde, kon ontslagen worden. Zo simpel was dat (lacht).”

Geen koorknaap Dé speler die de geschiedenis van de club heeft gekleurd, is Julien Kialunda. Een topper die in de jaren zeventig de overstap maakte naar Leopold. “Hij was 32, een titularis bij het grote Anderlecht naast spelers als Van Himst en Jurion, en Congolees international. Hij was een stopper en vormde er een ijzersterk duo met Verbiest. Vergeleken met hem is Vincent Kompany een koorknaap. Hij was een beest.” “Waarom hij bij ons is komen spelen, is voor mij nog altijd een raadsel. Hij verdiende miljoenen en kon naar de ploeg die hij wou. Toen ik Fernand Beeckman, de toenmalige


Donderdag 12 januari 2017 I BRUZZ 1553 I 27

kinesitherapeut van Anderlecht, eens zei dat hij me altijd iets mocht laten weten indien er een interessante speler voor ons bij de Anderlechtse jeugd zat, noemde hij de naam van Julien. Ik dacht natuurlijk dat hij lachte, maar hij vertelde me dat er een twist was tussen hem en Anderlecht, en dat hij niet wou dat ze iets aan zijn transfer verdienden.” Een kwartier later hing Kialunda aan de lijn. En niet veel later zat hij aan zijn bureau. De voorzitter van Leopold viel van de ene verbazing in de andere en legde nogmaals uit dat zijn club een amateurploeg was, waar spelers moesten betalen voor hun lidmaatschap. “Hij zei dat Anderlecht 25 miljoen frank vroeg voor hem, maar dat hij weet had van een administratieve fout. In het reglement bleek te staan dat een speler die op de transferlijst stond en niet verkocht werd, op het einde van die transferperiode vrij was. Dat punt is na de Kialunda-affaire trouwens geschrapt.” “Ik ben naar het Constant Vanden Stockstadion gegaan en heb daar aangekondigd dat ik voor de overgang van Kialunda kwam. Een gratis overgang. Ze dachten dat ik aan het grappen was. Ze hebben inderhaast een bestuursvergadering bijeengeroepen, maar dat heeft niet geholpen.” Kialunda speelde zeven jaar voor Leopold. Om hem toch enigszins te vergoeden, bood voorzitter Maricq hem een maandloon aan van tienduizend frank om ook trainer te zijn. Kialunda aanvaardde en genoot ten volle van de goede sfeer bij Leopold.

Takenpakket Vandaag nog doet Maricq onnoemelijk veel voor de club, van subsidies aanvragen bij het gewest tot artikels voor de persmap uitknippen. Zijn uitgebreide takenpakket schrikt mogelijke opvolgers volgens hem af. “Het wordt te veel, ik kan niet alles meer doen wat ik vroeger deed. Al doe ik uiteraard nog veel. Elke maand komen de spelers bijvoorbeeld bij mij langs om hun loon te halen. Ze blijven dan een uurtje praten, sommigen moet ik dan weleens oppeppen. Veel spelers hebben dat bij hun vorige clubs niet gekend, maar ik vind dat contact belangrijk.” “Ik zoek al een vijftal jaar naar een opvolger. Ik heb gesprekken gehad met goede kandidaten, maar het type voorzitter van de oude stempel vind je nog zeer moeilijk. Het is niet zo dat ik mij vastklamp, maar het moet iemand zijn die geschikt is. Als ik het aan een manager zou willen overlaten, heb ik morgen een opvolger. Maar dat wil ik niet, met managers praat ik niet. Het is niet gemakkelijk om in mijn voetsporen te treden. Dat begrijp ik. Maar je moet niets betalen, krijgt een cleane, gezonde club onder je hoede met een uitgebreide jeugdwerking en een goede eerste ploeg. Ik kan alvast zonder problemen achteruitkijken, ik ben altijd correct geweest, en daar ben ik trots op.” Tim Schoonjans

ESTAFETTE FILIP VAN DER ELST

Een doorsneevoetballiefhebber houdt van voetbal vanwege technische hoogstandjes of geweldige afstandsschoten. Ik niet. Zulke tierlantijntjes zijn een leuk extraatje, maar an sich maakt het mij niet uit of de speler van mijn favoriete ploeg de bal vanop dertig meter in de winkelhaak poeiert, of dat hij zonder het zelf te beseffen een afgeweken bal met de schouder, onderrug of scheenbeen in doel devieert. Zolang het maar de speler van mijn favoriete ploeg is die scoort. En wat als je die voorkeur in een welbepaald duel niet hebt, vraag je dan? Onmogelijk. Ik kan met de beste wil van de wereld niet begrijpen hoe mensen onbevangen naar een wedstrijd kunnen kijken. Net zoals ik niet kan begrijpen hoe mensen met de ambitie om het tot scheidsrechter te schoppen, hun neutraliteit kunnen garanderen. Voetbal draait om de beleving, en vanaf het moment dat ik een groene mat met 22 actoren erop zie, wil ik erbij betrokken zijn. Schotel mij een willekeurige wedstrijd uit de Slovaakse derde klasse voor, en het zal niet zo lang duren vooraleer ik een keuze heb gemaakt: een motivatie om de wedstrijd uit te kijken. Laat ploeg A of ploeg B maar winnen. Of het nu ligt aan het gezellige stadion van de thuisploeg of de mooie truitjes van de bezoekers, er zal altijd wel iets zijn wat me aantrekt in een welbepaalde ploeg. Een constante is er niet, behalve dan dat spelniveau er niet zo toe doet. In Schotland is de club die mijn voorkeur wegdraagt niet het grote Celtic, of zijn stadsgenoot Rangers, maar wel het kleinere Heart of Midlothian. Een mythische clubnaam met heerlijk bordeauxrode clubkleuren, meer was er niet nodig. In Duitsland volg ik de resultaten van FC Köln met argusogen: niet omdat ze zo’n goede voetballers hebben, wel omdat ze een geweldig leuke geit als clubmascotte hebben geadopteerd. Die bestaat echt en mag voor elke thuiswedstrijd een wandeling over de grasmat maken, aangevuurd door de supporters. Voor de liefhebbers: hij heet Hennes en heeft een eigen Facebookpagina. Maar als er in mijn irrationaliteit bij de keuze van favoriete teams dan toch een tendens moet worden opgemaakt, dan is het wel dat ik bijna altijd voor de underdog zal kiezen. Verwacht het onverwachte. Wanneer de logica van de budgetten en de kwaliteit van topspelers niet gevolgd wordt, pas dan is voetbal op zijn best. Twaalf jaar geleden schreeuwde voetbalminnend Europa moord en brand toen het nietige Griekenland Europees kampioen werd. Ik niet. Het was prachtig. De Grieken klopten thuisland Portugal, met Cristiano Ronaldo als rijzende ster, terwijl de ploeg niet meer was dan een verzameling beenhouwers en één kopbalsterke spits. Werkelijk elke wedstrijd die ze wonnen, haalden ze binnen door met tien voor de eigen goal te gaan liggen en te hopen op één rake counter, die doorgaans door Angelos Charisteas werd binnengekopt.

Zowat elke Griek die na dat tornooi door een kortzichtige Europese topclub werd weggekocht, mislukte totaal. Want zoals elf goede voetballers niet noodzakelijk een sterk team maken, staat een sterk team lang niet altijd garant voor elf sterke voetballers. In doel stond Antonios Nikopolidis, die meer bekendstond als lookalike van George Clooney dan voor zijn keeperskwaliteiten, al keepte hij in Portugal wel het tornooi van zijn leven. In de halve finale tegen Tsjechië kopte Traianos Dellas de Grieken naar de overwinning: een bankzitter bij AS Roma, bijgenaamd ‘De Kolossus’ vanwege zijn enorme postuur, en niet vanwege zijn voetbaltalenten. De Grieken konden hun huzarenstukje achteraf nooit meer herhalen: in de kwalificatieronde voor het recente EK slaagden ze erin om zowel thuis als uit te verliezen van de Faeroëreilanden. Onlangs zag ik een Engelse documentaire die als mooiste voorbeeld voor de triomferende underdog mag dienen. “The Crazy Gang”, over het kleine Wimbledon (toen in de Engelse tweede klasse) dat de Engelse beker won, tegen het grote Liverpool, dat in die periode de prijzen aan elkaar reeg. Al is het een verhaal dat liefhebbers van fair play niet als muziek in de oren zal klinken, want de spelers van Wimbledon waren veeleer “ongeleide projectielen”. Eén van hen was Vinnie Jones, die later nog een aardige acteercarrière zou weten uit te bouwen, maar zich toen hoofdzakelijk beperkte tot het in mekaar stampen van tegenspelers. In de bekerfinale stopte hij al vroeg in de wedstrijd Liverpoolspeler Steve McMahon onder de zoden, met een vliegende tackle waar je vandaag de dag vijf maanden schorsing en een celstraf erbovenop zou krijgen. Maar Jones mocht gewoon op het veld blijven staan. Zoals hij het zelf zei: “People hated playing us, and who could blame them? This wasn’t just a football team, it was an attack on the senses. It was the Crazy Gang.” De spelers van Wimbledon stonden er ook om bekend om met teamgenoten de vreemdste grapjes uit te halen, gaande van uitrustingen in brand steken tot auto’s vernielen. Vechtpartijen in de eigen kleedkamer waren niet ongewoon, zeker met nieuwe spelers die niet bij “the Crazy Gang” hoorden. Spits John Fashanu, een type dat je doorgaans alleen in een dwangbuis tegenkomt, vertelde wat hij deed met een speler die een boete niet wou betalen. “Only me, him and God who knows what’s happened. But I assure you, you come out looking different than when you went in,” zei Fashanu. BBC-commentator John Motson sprak bij het laatste fluitsignaal van de bekerfinale, die Wimbledon met 1-0 won van Liverpool, de gevleugelde woorden: “The Crazy Gang have beaten the Culture Club!” Alle smeerlapperij ten spijt, ik verkies “the Crazy Gang” elke dag boven “the Culture Club”.

Verwacht het onverwachte

Journalist Filip Van der Elst kijkt bij het betreden van een voetbalstadion eerder naar de tribunes dan naar de grasmat

SPORTagenda Tickets Zwarte Duivels Onze nationale rugbyploeg neemt het binnenkort op tegen Georgië (11 februari), Rusland (18 februari) en Roemenië (11 maart). Die wedstrijden worden naar aanleiding van het Rugby Europe Championship gespeeld, een competitie waarin de Zwarte Duivels in divisie 1A uitkomen. Wie het spektakel live op de kleine Heizel wil meemaken, kan nu tickets kopen via www.rugby.be.

Zaterdag 14 januari Turnen voor kinderen Gemeenschapscentrum HeembeekMutsaard (Neder-Over-Heembeek) biedt kinderen (van 3 tot 4 en van 4 tot 6 jaar) de kans om zich elke zaterdagvoormiddag sportief uit te leven. Hun psychomotorische vaardigheden worden dan getraind via allerlei bewegings-

activiteiten. Dat kan met de bal spelen zijn, of klimmen of tuimelen. Op www.heembeekmutsaard.be vindt u al de details over de beginuren en tarieven.

Zondag 15 januari Lindy Hop & Charleston Wilt u graag eens dansstijlen als Lindy Hop en Charleston uitproberen? Dan moet u om 20 uur naar La Tricoterie (Théodore Verhaegenstraat 158 in Sint-Gillis) trekken. Daar organiseert Easy Swing een gratis les van anderhalf uur. Op zaterdag 21 januari kan u op dezelfde locatie (ook vanaf 20 uur) naar een heus Swing Bal, waar onder meer lessen en swing dansshows plaatsvinden. Op www.easy-swing.be vindt u al de informatie en kunt u zich ook meteen inschrijven voor de gratis les.

Jah Boxing Event Boksfanaten kunnen zondag terecht in de Zespenningenstraat 42 (Brussel Stad). Vanaf 13u vinden daar twee professionele en twaalf amateurgevechten plaats. Het wordt zeker uitkijken naar de Brusselse Sanae Jah, die al meermaals heeft bewezen dat ze top is in de ring. Tickets kan u onder meer vinden in de Yara Fight Shop, in de Centrumgalerij. Dames die zelf willen leren boksen, kunnen trouwens bij Sanae Jah terecht. Zij geeft elke maandag, woensdag en vrijdag (telkens van 18 tot 19.30u) bokslessen in het Zuidpaleis.

Maandag 16 januari Potje darts Darts, ofwel vogelpik, iedereen heeft het ooit wel al eens gespeeld. Het krijgt de laatste tijd af en toe zelfs een pas-

sage op televisie, want onze nationale toppers behalen mooie resultaten in het internationale circuit. Wilt u zich meten met anderen, of gewoon een leuk potje darten en een gezellig moment beleven? Dan moet u in het gemeenschapscentrum Kontakt in Sint-PietersWoluwe zijn. Daar wordt van 19.30 tot en met 22u met pijltjes gesmeten. Meer informatie hierover en over volgende data vindt u op www.gckontakt.be.

Dinsdag 17 januari Indoor hockeyinterlands Onze nationale indoorhockeyploegen nemen het op 17 en 18 januari vriendschappelijk op tegen hun collega’s uit Australië. De vrouwen beginnen telkens om 19.30u aan hun wedstrijd, de mannen om 21u. Plaats van afspraak is de indoorzaal van Ukkel Sport.

Tim Schoonjans

BRUZZ - editie 1553