Issuu on Google+

nummer 6, juni 2012

ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR PROFESSIONELE BEVEILIGING

www.securitymanagement.nl

THEMA: BRANDVEILIGHEID

Harm van Dijk (security manager van het jaar):

‘Je hebt meer aan kennissen dan aan kennis’ Bouwbesluit 2012: wat zijn de veranderingen?

Veilig vluchten: waar is hier de nooduitgang?

Nationale Denktank Integrale Beveiliging gestart


7IGYVMRK =SYV ;SVPH :SPKSRWSSOST +7C20 :IMPMKLIMH &IZIMPMKMRK

1IXZIMPMKLIMHIRFIZIMPMKMRKLIIJXMIHIVIIRHMVIGX SJ MRHMVIGX  HEKIPMNOW XI QEOIR 3J LIX RY KEEX SQHIZIMPMKLIMHZERQIRWIRSJHIFIZIMPMKMRKZER KIFSY[IR KSIHIVIR SJ TVSGIWWIR IPOI WMXYEXMI ZVEEKXSQIIRIMKIREERTEO%PWLIXSQFIZIMPMKIR IR ZIMPMKLIMH KEEX MW +7 ZER EPPI QEVOXIR XLYMW +7EREP]WIIVXHIWMXYEXMIHIROXQIIIRZSSV^MIX YZERHINYMWXIQIRWIRIRHIRMIY[WXIXIGLRMIOIR 2MIX XI ZIIP RMIX XI [IMRMK QEEV TVIGMIW [EX Y RSHMKLIIJXMR[WMXYEXMI'SQTPIIXFIXVSY[FEEV IRTVSJIWWMSRIIP :SSVQIIVMRJSVQEXMI[[[KWRPWIGYVMX]

;MPXYSTHILSSKXIFPMNZIRZER EPPIXVIRHWIRSRX[MOOIPMRKIR FMRRIR+7#7GERHERHI56 GSHI IR WGLVMNJ Y MR ZSSV HI +7RMIY[WFVMIJ


Onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging Security Management, onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging, is een uitgave van Kluwer BV. Kluwer legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)overeenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Hoofdredacteur Arjen de Kort (adekort@kluwer.nl) Eindredactie Ineke de Graaff Redactieadres Postbus 4 2400 MA Alphen aan den Rijn Telefoon (0172) 46 64 88 Fax (0172) 42 28 04 Uitgever Fréderique Zeemans Marketing Judith Verkerk E-mail: jverkerk@kluwer.nl Advertentieverkoop Liesbeth van den Hoek/Arjen Tuitert Telefoon (0172) 46 64 71 / 46 64 42 E-mail: lvdhoek@kluwer.nl, atuitert@kluwer.nl Abonnementen Vragen over abonnementen kunt u richten aan de Klantenservice, ☎ (0570) 67 33 58, www.kluwer.nl/klantenservice De abonnementsprijs is € 129,- exclusief btw, per jaar. Studenten betalen € 55,- inclusief btw. Prijzen zijn inclusief verzend- en administratiekosten. Losse verkoopprijs € 19,- per nummer, exclusief btw. Een abonnement kan op elk moment ingaan. Op elk tweede en volgende abonnement krijgt u 25% korting. U ontvangt 10 nummers per jaar. Opzeggen kan schriftelijk tot 3 maanden voor de nieuwe jaargang bij Kluwer bv, Postbus 878, 7400 AW Deventer. Adreswijzigingen (met de oude adresgegevens) doorgeven aan Kluwer bv, afd. Relatiebeheer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Abonnementen in België Wolters Kluwer Belgium (WKB) Motstraat 30, B- 2800 Mechelen Telefoon: 0800-30143 Fax: 0800-17529 E-mail: info@kluwer.be U vindt de algemene voorwaarden van WKB op www.kluwer.be Auteursrecht voorbehouden Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de Standaardpublicatievoorwaarden van Wolters Kluwer Nederland BV van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, onder nummer 217/1999; een kopie kan kosteloos bij de uitgever worden opgevraagd. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing. Deze kunt u lezen op www.kluwer.nl of opvragen via ☎ (0570) 67 33 58. Partners ARAS Security, Axis Communications, EuroPAC Alarmcentrale, G4S Beveiliging bv, Insasco, Securitas, Trigion Opmaak en DTP colorscan bv, Voorhout - www.colorscan.nl

50

co lum n

Als historicus kan ik genieten van het doorbladeren van zoiets als een jubileumboek. Neem nu de uitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de VBN. Leuk om de ontwikkeling van het vakgebied en de beroepsgroep aan de hand van de historie van de vereniging geschetst te zien. Het enige minpuntje: er staan wat weinig historische archieffoto’s in. VBN-voorzitter Geert van de Laar vraagt zich in zijn voorwoord af of de vereniging wel voldoende meebeweegt met de veranderingen in het vakgebied en de trend zet. Eigenlijk is dit vragen naar de bekende weg, want dat is natuurlijk wel het minste wat je van een beroepsvereniging mag verwachten. Dat VBN in de loop van haar bestaan daarin geslaagd lijkt, wordt geïllustreerd aan de hand van de verschillende namen die de vereniging heeft gevoerd: begonnen als een wat selecte Contactgroep Hoofden en Leidinggevende Functionarissen Bedrijfsbeveiligings- en Bewakingsdiensten, transformeerde zij uiteindelijk tot een brede Vereniging Beveiligingsmanagers Nederland die ook aandacht heeft voor actuele ontwikkelingen als informatiebeveiliging en Het Nieuwe Werken. Een jubileum is ook altijd een goed moment om na te denken over de toekomst. Of die er voor VBN is, zal moeten blijken. Maar de voortekenen zijn gunstig. Zo is VBN met haar 50 jaar inmiddels ouder dan de gemiddelde security manager (46,6 jaar volgens de Security Management Survey 2011) en dat lijkt mij niet onbelangrijk voor een beroepsvereniging. En dan zijn er nog twee initiatieven van recente datum die illustreren hoe een beroepsvereniging haar eigen toekomst kan inkleuren. Allereerst de verkiezing van de security manager van het jaar, die vorige maand al weer voor de derde keer plaatsvond. In dit nummer komt winnaar Harm van Dijk uitgebreid aan het woord. Zijn uitspraak ‘dat je meer hebt aan kennissen dan aan kennis’ benadrukt het belang van een actieve beroepsvereniging, nu en in de komende jaren. Een tweede initiatief van VBN, samen met ASIS Benelux Chapter, is de Nationale Denktank Integrale Beveiliging. Voorzitter Berndt Rif gaat in dit nummer in op de doelstelling en taak van de Denktank. Professionalisering van het vakgebied en signaleren van trends en ontwikkelingen zijn in zijn betoog voor VBN’ers ongetwijfeld herkenbare zaken. Rest mij om vanaf deze plaats namens het oudste vakblad in de branche (jaargang 37 loopt inmiddels) VBN te feliciteren en een mooie toekomst toe te wensen.

Basisvormgeving Verheul Media Supporters, Alphen aan den Rijn Druk: Ten Brink, Meppel

Arjen de Kort Hoofdredacteur Security Management, adekort@kluwer.nl

ISSN 1386-0941

www.securitymanagement.nl

Security Management Groep Meer Security Management? Volg ons ook op Twitter: www.twitter.com/@Security_Mgt Security Management nummer 6 juni 2012

3


Onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging

10 ‘Je hebt meer aan kennissen dan aan kennis’ Een paar dagen na zijn uitverkiezing tot security manager van het jaar is Harm van Dijk nog steeds niet helemaal bekomen van de eer die hem hiermee ten deel is gevallen. Het besef is inmiddels wel tot hem doorgedrongen en zijn enthousiasme om met de bijbehorende verplichtingen aan de slag te gaan is groot. Een portret van een doelgerichte securityprofessional.

t hema | brandveiligheid

20 Met 300 km/u veilig onder de grond Weg- en spoortunnels zijn over het algemeen veilig. Maar als zich een ongeval voordoet, kan dat catastrofale gevolgen hebben. Door een integrale visie op tunnelveiligheid te ontwikkelen, kan men de gevolgen van calamiteiten beperken en een snelle redding van tunnelgebruikers garanderen.

t hema | brandveiligheid

24 Veilig vluchten uit gebouwen: waar is hier de nooduitgang? Aan welke eisen moet een nooddeur voldoen om ervoor te zorgen dat bij een calamiteit alle aanwezigen snel, onbelemmerd en zelfstandig op een veilige plek kunnen komen? Infoblad 320 van SBR geeft via een aantal vragen en antwoorden de oplossingsrichting. Daarbij is uitgegaan van het Bouwbesluit 2012.

4

Security Management nummer 6 juni 2012


t hema | brandveiligheid

14 Bouwbesluit 2012: wat zijn de veranderingen? In het Bouwbesluit 2012 is een groot aantal voorschriften veranderd, aangepast of aangevuld. Ook zijn het Gebruiksbesluit en de bouwverordening verder geïntegreerd in het Bouwbesluit. Meer eenvoud, minder voorschriften en meer uniformiteit, dat was de insteek van de wetgever. Dat is waargemaakt, maar is daarmee ook de brandveiligheid op eenzelfde niveau geborgd?

18 Meer ICT: effectieve brandalarmverificatie mogelijk? Een belangrijke doelstelling van het Bouwbesluit 2012 is om de nodeloze brandmeldingen op meerdere fronten aan te pakken. Gevolg is dat voor een groot aantal ondernemingen de directe verbinding met en doormelding naar de brandweer komt te vervallen. Innovaties op ICT-gebied bieden hierbij uitkomst.

27 Bedrijfshulpverlening en ontruimen verenigd De afgelopen jaren heeft de bedrijfshulpverlening een grote ontwikkeling doorgemaakt. Opmerkelijk is dat deze ontwikkeling de laatste tijd enigszins tot stilstand is gekomen en zich vooral beperkt tot het aanscherpen van de NEN 4000 en de NTA 8112.

31 Voorkomen is beter dan blussen Gastcolumn Louis Cleef

En verder 3

colofon

3

column

6

nieuws

42

Security in musea: een drieluik

46

Baas in eigen winkel

48

recherche

49

recht

51

contacten en contracten

53

producten

54

young professional

32 Informatiebeveiliging: onderbelicht aspect bij brandveiligheid Bij brandveiligheid en brandpreventie denken we doorgaans aan de bescherming van mensen en goederen. Maar hoe zit dat als het om het beveiligen van informatie gaat?

34 ‘Van voorschrift naar nieuwe mindset’ Minder regelgeving, meer eigen verantwoordelijkheid en de daarmee gepaard gaande cultuurverandering als het gaat om brandveiligheid zijn zaken waarmee veel brandveiligheidsprofessionals worstelen. Dat bleek tijdens het door SBR georganiseerde Nationaal Brandveiligheidscongres.

36 PSIM: de nieuwe generatie security management software Tegenwoordig zie je steeds meer verschillende Security Management Systemen (SMS). Ze helpen maar zeer beperkt bij het verbeteren van het beveiligingsniveau. De nieuwe generatie PSIM (Physical Security Information Management) software doet dit wel.

40 Nationale Denktank Integrale Beveiliging gestart Sinds 1 januari heeft de Nederlandse beveiligingswereld zijn eigen Denktank. De stand van zaken en een interview met voorzitter Berndt Rif.

Coverfoto: Eduard van der Worp

Security Management nummer 6 juni 2012

5


nieuws

Nederlandse publiek heeft vertrouwen in particuliere beveiliging Het grootste deel van het Nederlandse publiek heeft vertrouwen in de beveiligingsbranche en een groot deel heeft een goede of neutrale indruk. Over de reputatie in Nederland, de bereikte successen en de kwaliteit van de dienstverlening is men minder uitgesproken. Over het algemeen vindt men dat de beveiliger bijdraagt aan het gevoel van veiligheid. De sector is vooral bekend door de man of vrouw die herkenbaar is aan een uniform en zich correct gedraagt. Dit blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO naar het imago van de beveiligingsbranche, in opdracht van het Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging. Aanleiding is de behoefte aan een sterkere profilering van de sector mede in het licht van de groeikansen in de markt. In het onderzoek is naast een breed kwantitatief deel de dialoog gezocht met

maatschappelijke stakeholders over het huidige en gewenste beeld van de sector. Bestuurders, politici, politie, overheid, gemeenten, opdrachtgevers, opleiders, werkgevers en (potentiële) werknemers zijn in het onderzoek meegenomen. De sector constateert een informatieachterstand bij diverse doelgroepen, wil de beeldvorming verder inkleuren

en signaleert een aantal aandachtspunten voor de achterban. De branche heeft vijf imagothema’s geselecteerd om mee aan de slag te gaan: vernieuwing, reputatie, beroepsbeeld, sociale vaardigheden, waardering. De thema’s krijgen een plek in een campagne die naar verwachting in het najaar van 2012 van start gaat.

vallen, onder leiding van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, lijken ook bij juweliers, tabakszaken en benzinestations hun vruchten af te werpen. Juweliers blijken vaak baat te hebben bij ingenieuze volgsystemen die gestolen juwelen weten te traceren. Een sector die niet van deze positieve tendens profiteert en zelfs kampt met een forse toename, is de horeca. Daar vonden de eerste maanden van dit jaar 170 overvallen plaats (tegen 149 in die periode in 2011). Zowel restaurants, snackbars als cafés zijn vaker de dupe. Alle snackbars in de regio’s met veel overvallen krijgen de komende tijd bezoek van een veiligheidsadviseur, die hen moet helpen de juiste

voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals de installatie van een afroombox of het plaatsen van camera’s. Het kabinetsbeleid is erop gericht om het totale aantal overvallen in 2014 onder de 1.900 te krijgen.

Aantal overvallen daalt In de eerste vier maanden van 2012 is het aantal overvallen met 24 procent afgenomen ten opzichte van dezelfde maanden in 2009. In totaal zijn er in de eerste vier maanden van dit jaar 825 overvallen gepleegd. Het gaat hierbij om overvallen op bedrijven (winkels) en woningovervallen. Vooral de transportsector heeft minder te lijden. Daar is het aantal overvallen van 103 tot 88 teruggebracht. Ook in de detailhandel (van 271 naar 259), de groothandel (van 51 naar 42) en bij woningen (van 269 tot 253) worden de berovingen teruggedrongen. Maatregelen van de Taskforce Over-

Klokkenluiders beter beschermen SP-Kamerlid Ronald van Raak heeft een wetsvoorstel ingediend om de rechtspositie van klokkenluiders beter te beschermen. In het voorstel wordt de oprichting van een ‘Huis voor Klokkenluiders’ gere-

6

geld; een onafhankelijk orgaan dat onderzoekt of de klacht van een klokkenluider wel of niet gegrond is. Bovendien beschermt het de rechtspositie van de klokkenluider. Ook Pieter van Vollenhoven, voormalig voorzitter van de Onderzoeksraad voor

Security Management nummer 6 juni 2012

Veiligheid, wil een wettelijke bescherming. ‘Het huidige meldpunt, daar heb je absoluut niets aan. Je hebt een meldpunt nodig dat onderzoek kan doen met bevoegdheden vergelijkbaar met de Onderzoeksraad voor Veiligheid of de Ombudsman’, aldus Van Vollenhoven.


nieuws

Wetsvoorstel aanpak witteboordencriminelen Demissionair minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil de mogelijkheden om financieeleconomische criminaliteit aan te pakken aanzienlijk verruimen. Bedrijven die de fout ingaan, kunnen straks een geldboete krijgen van 10 procent van hun jaaromzet. Ook komen er hogere straffen voor witwassen en corruptie, en wordt misbruik van gemeenschapsgeld strafbaar gesteld. Verder kunnen daders van economische delicten, die bij herhaling de wet overtreden, een zwaardere straf krijgen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat op 15 mei voor advies aan verschillende instanties is gestuurd, zoals het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak. Om criminelen harder en effectiever te kunnen aanpakken, verhoogt Opstelten de strafmaxima van de verschillende vormen van witwassen van

vier naar zes jaar gevangenisstraf. Gebeurt het witwassen uit gewoonte, dan komt er nog eens twee jaar bij en wordt de gevangenisstraf maximaal acht jaar. Profiteurs van witwasactiviteiten, die een luxeleven leiden, omdat zij geld aannemen van criminelen, kunnen een gevangenisstraf tegemoetzien van maximaal twee jaar. Nu is dat nog één jaar. De rechter kan straks een hogere geldboete opleggen aan foute bedrijven: tot maximaal 10 procent van de jaaromzet van de onderneming. Daarnaast stelt de bewindsman misbruik van gemeenschapsgeld strafbaar. Op dergelijk fraudegedrag komt een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar te staan. Verder kunnen corrupte ambtenaren voortaan rekenen op een maximale gevangenisstraf van zes jaar als zij uit hoofde van hun functie gunsten aannemen. Ook de strafmaat voor corrup-

Samenwerking beveiligingsbedrijven

Facilicom groeit, maar voorziet teruggang Facilicom Services Group, moederbedrijf van beveiligingsorganisatie Trigion, groeide in 2011 met 4 procent tot bijna 1,1 miljard euro omzet. Het bedrijf is daarover niet ontevreden, omdat veel van de markten waarin Facilicom opereert krimpen. Autonome groei werd met name gerealiseerd in integrale multi-service contracten, catering en zorgactiviteiten. In Nederland handhaafden beveiliging (Trigion) en schoonmaak hun positie, terwijl de bouw- en installatiebedrijven hun omzet zagen dalen. Groei door acquisities vond met name plaats

in het buitenland. Overall liep de nettowinst met 14 procent terug tot 29 miljoen euro, vooral vanwege krimp bij bestaande contracten bij opdrachtgevers en scherpe tarieven bij nieuwe contracten. De markt voor facilitaire dienstverlening is sterk afhankelijk van het aantal kantoormeters in Nederland. Als gevolg van de economische recessie en flexibilisering van de arbeid (Het Nieuwe Werken) daalt het kantoorvolume. Facilicom houdt voor 2012 dan ook rekening met stagnatie of zelfs een lichte teruggang in omzet.

Bezoek de Security Management dossiers Op www.securitymanagement.nl staan vier dossiers met informatie – nieuws, achtergrondartikelen, columns – over brandveiligheid, cctv, toegangscontrole en informatiebeveiliging. Neem eens een kijkje, alle informatie is gratis toegankelijk!

tie in de private sector gaat omhoog, van twee naar vier jaar. Het gaat onder andere om het omkopen van financieel verantwoordelijken van grote bedrijven om daarvan opdrachten te verkrijgen, en om corrupte dienstverleners.

Het Centraal Beveiligings Orgaan (CBO) is een nieuwe stichting, waarin een aantal beveiligingsbedrijven een samenwerking is aangegaan. Het CBO zal namens alle aangesloten bedrijven zekerheden gaan bieden aan klanten en opdrachtgevers op het gebied van kwaliteit, continuïteit, landelijke dekking, betrokkenheid en specialisten op diverse vlakken van beveiliging, zoals manbewaking, bouwkundige en technische oplossingen. Daarnaast wil het CBO deel gaan nemen aan aanbestedingen en heeft het een commercieel doel voor ogen voor alle aangeslotenen. Momenteel zijn er vijf bedrijven lid: Blue Star Security services, FSS Security, Ripa Safety & Security, Securbouw, VDZ Security. Het streven is om uiteindelijk te komen tot een fijnmazige dekking met ongeveer 25 tot 30 bedrijven. Meer informatie: www.cbo.nl

Security Management nummer 6 juni 2012

7


nieuws

Start samenwerking POB’s, politie en OM Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie heeft de aftrap gegeven voor een proef, waarbij particuliere onderzoeksbureaus, de politie en het openbaar ministerie gaan samenwerken om criminaliteit aan te pakken. De proef is op 1 mei in vier regio’s van start gegaan en richt zich op de bestrijding van zogeheten horizontale fraude. Daaronder vallen vormen van criminaliteit als ladingdiefstal, phishing, diefstal bij bedrijven door eigen personeel en heling. Horizontale fraude leent zich volgens Teeven goed voor een gezamenlijke aanpak door burgers, bedrijven en overheid. Particuliere onderzoeksbureaus, die in opdracht en voor rekening van bedrijven onderzoek doen naar fraude, hebben namelijk de expertise om onderzoek te doen naar frauduleuze praktijken die niet altijd zichtbaar zijn voor de politie en het OM. Over een jaar wordt de proef geëvalueerd.

Door meer samenwerking tussen particuliere onderzoeksbureaus, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) kan de opsporing en vervolging van horizontale fraude worden verbeterd. Dit blijkt uit het rapport ‘Particulier onderzoek in strafzaken’ van de Nederlandse Veiligheidsbranche, dat aanleiding is voor de proef. Uit het rapport komt naar voren dat bedrijven weinig aangifte doen bij de politie, als er horizontale fraude wordt geconstateerd door onderzoeksbureaus. Ook krijgen aangiften van horizontale fraude bij de politie onvoldoende opvolging. Staatssecretaris Teeven en de Nederlandse Veiligheidsbranche hebben een gezamenlijk plan gemaakt om te onderzoeken hoe samenwerking kan bijdragen aan verbetering van de bestrijding van horizontale fraude. In het plan is bijvoorbeeld afgesproken dat particuliere onderzoeksbureaus bij onderzoek naar fraude vroegtijdig naar de politie stappen om af te

spreken aan welke voorwaarden hun onderzoeksdossier moet voldoen. Als deze dossiers vanuit het oogpunt van de rechtshandhaving in orde zijn, kunnen zaken na afronding van het particuliere onderzoek gemakkelijk worden opgevolgd door de politie. Die hoeft verdachten dan alleen nog maar te confronteren met de resultaten van het particuliere onderzoek.

Controles op voorkomen agressie en stress transportsector De Inspectie SZW gaat in de transport en logistiek controleren of bedrijven genoeg doen om de risico’s van agressie en geweld te beperken. Bekeken wordt of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de problemen het hoofd te bieden.

port en de distributie. Met name locaties in binnensteden zullen worden bezocht, omdat agressie en geweld hier vaker voorkomen. Inspecteurs zullen spreken met werkgevers, werknemersvertegenwoordigers, chauffeurs en planners.

Onderzoek van Transport en Logistiek Nederland vorig jaar laat zien dat de helft van de vrachtwagenchauffeurs te maken heeft met agressie. In 30 procent van die gevallen is er ook sprake van fysiek geweld. Korte lontjes van medeweggebruikers leiden regelmatig tot agressie, geweldsuitingen en gevaarlijke situaties. Ondertussen moeten chauffeurs voldoen aan steeds hogere verwachtingen in afleversnelheid. Dit levert stress op. Ook de toenemende kans op ladingdiefstal zorgt voor meer stress onder werknemers in de transportbranche. Agressie en geweld en stress hebben een negatieve invloed op de arbeidsomstandigheden. De inspecties richten zich op bedrijven met chauffeurs in het wegtrans-

8

Security Management nummer 6 juni 2012

De Inspectie SZW heeft een uitgave gemaakt voor werkgevers en werknemers in het transport en de logistiek: ‘Samen op weg naar veilig en gezond werk’ met daarin de belangrijkste risico’s in de sector waarop de Inspectie SZW zal controleren.


nieuws

Tjibbe Joustra: ‘Te veel veiligheidsregio’s’

Nationaal uniform voor stadswachten Gemeentelijke handhavers moeten overal in Nederland hetzelfde uniform dragen. Het publiek heeft geen idee van de taken en bevoegdheden van deze buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s). In elke gemeente zijn die weer anders.

10 veiligheidsregio’s in plaats van 25 lijkt Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, meer dan voldoende. In een interview met Binnenlands Bestuur pleit Joustra voor minder veiligheidsregio’s, met name met het oog op de communicatie. Eén van de hoofdconclusies uit het OvV-onderzoek naar de brand bij Moerdijk was dat de crisiscommunicatie faalde. De betrokken autoriteiten waren niet ‘rolvast’ waardoor er bestuurlijke drukte ontstond, waar de buitenwe-

reld om heldere antwoorden vroeg. Met als bredere conclusie dat een calamiteit waarbij meerdere Veiligheidsregio’s betrokken zijn, wat communicatie betreft al snel een warboel wordt. ‘De Veiligheidsregio’s worden geëvalueerd’, zegt Joustra diplomatiek. ‘Je kunt je voorstellen dat daaruit komt dat de veiligheidsregio’s dezelfde grenzen krijgen als de nieuwe politieeenheden. Dus van 25 terug naar 10 eenheden. Dat zou geen vreemde uitkomst zijn. Het zou alleen al handig zijn als het gaat om de meldkamers.’

Een nationaal uniform geeft de gemeenteboa’s met straatfuncties een duidelijker imago, stelt beroepsvereniging Beboa. Demissionair minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie staat welwillend tegenover een nationaal uniform, zolang dat niet te veel lijkt op een politieoutfit. In Nederland werken 25.000 boa’s in 115 functies, zoals conducteur en leerplichtambtenaar. De gemeentelijke handhavers zijn het zichtbaarst, omdat ze op straat plaatselijke verordeningen en milieuregels handhaven. Steeds vaker werken zij ook aan de openbare orde en veiligheid.

Minder terroristische aanslagen in Europa Het aantal mislukte, verijdelde en geslaagde terroristische aanslagen in de Europese Unie blijft volgens Europol afnemen. Het samenwerkingsverband van Europese politiediensten registreerde vorig jaar in totaal 174 incidenten in zeven landen, waarvan de meeste in Frankrijk (85), Spanje (47) en Groot-Brittannië (26). Nederland komt in deze lijst niet voor. Ook het aantal arrestaties wegens terrorisme daalde, meldde de Europese politieorganisatie in een onlangs gepubliceerd rapport. In totaal werden vorig jaar 484 verdachten aangehouden. Ook deze lijst wordt aangevoerd door Frankrijk (172), gevolgd door Ierland (69) en Spanje (64).

Nederland staat op deze lijst met drie arrestaties. Deze gunstige ontwikkelingen laten volgens directeur Rob Wainwright van Europol onverlet dat terrorisme en extremistisch geweld in de EU nog altijd een significante dreiging vormen. Hij waarschuwt in dat verband voor eenlingen (lone actors), zoals de Noor Anders Behring Breivik. Verder moet volgens Europol nog altijd rekening worden gehouden met aanslagen van terroristen die verbonden zijn met of zich laten inspireren door al-Qaeda. Wainwright merkt in dat verband op dat de vrees bestaat dat de Olympische Spelen die deze zomer in Londen worden gehouden, doelwit kunnen zijn.

Leo Weerden Buitengewoon herkenbaar Leo werkt als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) voor de gemeente Amsterdam. Samen met zijn collega’s zorgt hij voor veiligheid op straat. Als boa heeft Leo bepaalde opsporingsbevoegdheden. Binnenkort kan iedereen dat in een oogopslag zien, want vanaf 1 januari 2008 zijn boa’s herkenbaar aan het boa-insigne. Kijk voor meer informatie op: www.justitie.nl/boa

Buitengewoon opsporingsambtenaar, buitengewoon herkenbaar

Adverteerdersindex Axis Communications BV Bosch Security Systems BV Brandveilig.com G4S Beveiliging bv Geutebrück GmbH Nsecure B.V. Saval BV Trigion

Security Management nummer 6 juni 2012

22 56 30 2 13 55 39 17

9


por tret

Harm van Dijk (security manager van het jaar):

‘Je hebt meer aan kennis Een paar dagen na zijn uitverkiezing tot security manager van het jaar is Harm van Dijk nog steeds niet helemaal bekomen van de eer die hem hiermee ten deel is gevallen. Het besef is inmiddels wel tot hem doorgedrongen en zijn enthousiasme om met de bijbehorende verplichtingen aan de slag te gaan is groot. Een portret van een bescheiden, maar doelgerichte securityprofessional. ARJEN DE KORT

‘T

oen de VBN mij benaderde met de vraag of ik genomineerd wilde worden voor de verkiezing, heb ik wel even bedenktijd gevraagd. Ik wist namelijk niet dat ik was voorgedragen. Daarom wilde ik eerst weten wat er van mij verwacht zou worden en ik wilde met mijn management bij ING overleggen hoe zij hier tegenover stonden.’ Met deze schets van de voorgeschiedenis laat Harm van Dijk meteen iets van zijn karakter zien en hoe hij in het vak staat. Want even later in het interview kenschetst hij de ideale security manager als iemand die ‘eerst goed nadenkt voordat hij een weloverwogen beslissing neemt’.

Credo Nadat hij de VBN had laten weten de nominatie te accepteren, volgde op 10 mei zijn uitverkiezing. Van Dijk werd hierdoor toch nog verrast en dat laat weer een andere kant van hem zien, namelijk bescheidenheid. En op de

vraag of hij zichzelf de terechte winnaar vindt, reageert hij afhoudend en prijst hij allereerst zijn medekandidaten om hun inzet voor de ontwikkeling van het vakgebied. ‘Jan van Twillert heeft een boek gepubliceerd en Theo Stevens heeft de LOI-opleiding security management mee ontwikkeld.’

‘De ideale security manager denkt goed na voordat hij een weloverwogen beslissing neemt’ Na enig nadenken vervolgt hij voorzichtig formulerend: ‘De titel security manager van het jaar heeft niet alleen betrekking op je werk, maar voor een belangrijk deel ook op wat je daarbuiten doet. Voor mij is dat wat ik de afgelopen anderhalf jaar als voorzitter van VBN regio Zuid heb gedaan. Ik heb vooral de regiobijeenkomsten een impuls gegeven,

Security management volgens Harm van Dijk ‘Security management is het beheersbaar maken van mogelijke incidenten die in een organisatie kunnen voorkomen. Het vakgebied zal zich de komende jaren verder verbreden, met name richting ICT. Maar ik denk dat het zelfs nog een stapje verder gaat en dat we ook een afdeling marketing & communicatie erbij moeten betrekken. Met name vanwege de snelle ontwikkeling van social media en wat dat betekent voor bedrijven. De combinatie van marketing, communicatie, ICT en security zal daarom volgens mij steeds belangrijker worden.’

10

omdat ik het belangrijk vind dat we als securityprofessionals meer kennis met elkaar delen. Mijn credo is namelijk dat je meer aan kennissen hebt dan aan kennis. Je kunt immers nooit alles zelf weten, maar je moet er wel voor zorgen dat je een netwerk hebt waar je informatie kunt halen.’

Security Management nummer 6 juni 2012

Keuze voor beveiliging De nieuwe security manager van het jaar heeft geen traditionele blauwe of groene achtergrond, maar volgde een opleiding HTS Elektrotechniek. Na deze studie doorliep hij bij Stork Installatietechniek een jobrotation programma, waarna hij kon kiezen tussen een functie als sales engineer in de ICT, of in de beveiliging. ‘ICT was in 2000 met de millenniumhype volop in het nieuws. Toch trok beveiliging mij meer, omdat het een breder vakgebied is waarbij je niet alleen te maken hebt met de E-, maar ook met de O- en de B-aspecten. Uiteindelijk ben ik heel blij dat ik die keuze heb gemaakt.’ In 2004 werd Van Dijk fulltime consultant en deed hij projecten voor banken,


por tret

sen dan aan kennis’

Security manager van het jaar Harm van Dijk over zijn keuze voor beveiliging: ‘Beveiliging trok mij meer, omdat het een breder vakgebied is waarbij je niet alleen te maken hebt met de E-, maar ook met de O- en de B-aspecten.’

waardetransporteurs en universiteiten. Een paar jaar later volgde de overstap naar ING. ‘Ik was niet bewust op zoek

naar een andere baan, maar had wel de ambitie om een keer de overstap te maken naar een bedrijf waarbij ik aan de

andere kant van de tafel zou komen te zitten en waarbij ik zelf het stuur in handen zou hebben. Als consultant

Security Management nummer 6 juni 2012

11

»


por tret

schrijf je een rapport en breng je een advies uit, waarna je de opdracht vaak uit handen moet geven. Je kunt een opdracht niet altijd afmaken. Nu zit ik bij een bedrijf waar ik beleidsverantwoordelijk ben en kan ik samen met het management bepalen welke kant de organisatie op gaat met security.’ Wat betekent security voor ING? ‘Security heeft een hoge prioriteit en er wordt samen met de andere Non Financial Risk-gebieden ieder kwartaal aan de Board gerapporteerd. Vanuit wet- en regelgeving ingegeven moeten we bij ING natuurlijk ook een aantal zaken goed geregeld hebben. Daarom is er een stevig apparaat neergezet als het

Harm van Dijk over de security manager ‘De ideale security manager is analytisch. Hij denkt eerst goed na om vervolgens een weloverwogen beslissing te nemen. Maar in geval van een incident moet hij natuurlijk wel snel kunnen reageren. De traditionele security manager bereikte zijn positie vaak op basis van jarenlange ervaring. Tegenwoordig zie je dat er steeds vaker hbo- en academisch geschoolden worden gevraagd. Maar zij moeten wel weten wat er op de werkvloer gebeurt en wat bijvoorbeeld de OBE-mix inhoudt. De nieuwe generatie zal dus af en toe zelf ook moeten meedraaien in de praktijk en niet in zijn ivoren toren blijven zitten.’

richt: transparantie, korte heldere lijnen en meedenken met het bedrijf. Ik ben verantwoordelijk voor het physical securitybeleid binnen ING. Dat betekent dat ik het beleid en de

‘Het belangrijkste uitgangspunt is een goede risicoanalyse’ om security gaat, bestaande uit operational risk management, information risk management, en corporate security & investigations. Deze afdelingen vallen allemaal onder corporate operational risk management. Ik denk dat we hiermee op een hoog niveau acteren.’ Wat houdt jouw functie als senior corporate security officer in? ‘Binnen de afdeling security kennen we vier disciplines: physical security, personal security, business continuity, en anti-fraude. We ondersteunen onze business in het veiliger maken van het bedrijf. Daar is alles op ge-

standards schrijf voor alle ING-objecten over de hele wereld. Dat zijn er zo’n 5.000. Die kan ik natuurlijk niet allemaal zelf controleren, hoewel ik wel regelmatig naar het buitenland reis. Maar er zijn zes zogenoemde business line security officers die verantwoordelijk zijn om de door mij opgestelde minimum standards uit te dragen en die daarover aan mij rapporteren.’ Bij de verkiezing noemde de juryvoorzitter je een vakinhoudelijke specialist, maar ook iemand die van zijn specialisme heeft kunnen loskomen. Kun je dit uitleggen? ‘Toen de juryvoorzitter dit uitsprak,

Curriculum Vitae Harm van Dijk (1970) Opleidingen: » HTS, commercieel technisch ingenieur » DHM security management » MBA security management Carrière: 1997 - 1999: Stork Installatietechniek, Jobrotator 1999 – 2001: Stork Installatietechniek, sales engineer afdeling beveiliging 2001 – 2004: Stork WorkSphere, security consultant 2004 - 2008: Mactwin Security, security consultant 2009 – heden: ING Bank, senior corporate security officer

12

Security Management nummer 6 juni 2012

had ik in eerste instantie niet het gevoel dat het over mij ging. Maar nadat ik het wat heb kunnen laten bezinken en zoals we het nu ook weer bespreken, zie je dat ik vanuit een technische hoek kom. Maar ik heb mezelf in de loop der jaren ontwikkeld en verbreed naar een beleidsbepaler bij een groot internationaal concern. Dus het klopt wel dat ik los ben gekomen van mijn specialisme.’ Maar ben je ook die vakinhoudelijke specialist? Ben je bijvoorbeeld vraagbaak voor collega’s vanuit andere organisaties? ‘Jazeker. Maar ik weet niet of dat specifiek voor mij is, of dat zoiets te maken heeft met het niveau van security binnen ING.’ Van Dijk toont hier weer zijn bescheidenheid, maar uit zijn verhaal blijkt dat hij wel degelijk regelmatig door collega’s wordt benaderd met vakinhoudelijke vragen. En als hij daarover praat, blijkt hoe leuk hij het vindt om zijn kennis uit te dragen en te delen. Niet voor niets vertelt hij over het bericht dat hij naar aanleiding van zijn verkiezing ontving en waarin een collega schreef dat door te delen je ook kunt vermenigvuldigen. ‘Hierin herken ik mij helemaal.’ Waarop ben je het meest trots van wat je de afgelopen jaren hebt gedaan? ‘Allereerst het versimpelen van de minimum standards binnen ING. Toen ik hier begon, waren het er nog zes, maar dat aantal heb ik teruggebracht tot een. Als belangrijkste uitgangspunt heb ik daarin vastgesteld dat er altijd moet worden begonnen met een goede risicoanalyse. Ik zag – en zie nog – te vaak dat er maatregelen worden genomen zonder dat er


portret

vooraf wordt nagedacht over de vraag welke risico’s ermee worden afgedekt. Dat is een behoorlijk proces geweest en omdat ING een grote organisatie is, is dat natuurlijk niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Daar gaat ook nog wel enige tijd overheen, voordat het wereldwijd is geïmplementeerd. Maar het voordeel van die ene standard is wel dat het beleid behapbaar is geworden en daardoor wordt gedragen door de organisatie en de betrokkenen. Als ik kijk naar mijn rol als regiovoorzitter bij de VBN, ben ik zeker trots op wat ik de afgelopen tijd heb gerealiseerd. Zo organiseren we nu vier in plaats van twee bijeenkomsten per jaar. De halfjaarlijkse regiobijeenkomsten hebben in de regio Zuid een ander karakter dan die van de andere regio’s, omdat het sessies van een hele dag zijn. En later dit jaar starten we met een nieuwe activiteit, waarbij we in de middag starten met een bedrijfsbezoek en dit combineren met een netwerkdiner. Inmiddels is regio Zuid qua ledenaantal de grootste regio binnen de VBN, en we groeien nog steeds.’

(Advertentie)

ALARM!

The next lightning bolt will hit hall 1!

Voor de security manager van het jaar is een belangrijke ambassadeursrol weggelegd. Hoe kijk je daar tegenaan? ‘Dat vind ik interessant en ik heb veel zin om die rol op te pakken. Bijvoorbeeld straks als voorzitter van de Denktank Integrale Veiligheid, waarbij de contacten naar de overheid van belang zijn en we veiligheidsvraagstukken met elkaar kunnen delen en bespreken. En het is een kans om mijn eigen netwerk te verbreden.’ Wat zijn verder je speerpunten als ambassadeur? ‘Er loopt momenteel een enquête over de samenwerking tussen VBN en ASIS Benelux Chapter. Daar wil ik graag bij aansluiten om te kijken wat deze vakverenigingen nu betekenen. En wellicht kunnen we nog breder kijken naar andere verenigingen op beveiligingsgebied, zoals het Platform voor Informatiebeveiliging. Daarbij staat voor mij de vraag centraal hoe we uiteindelijk nog beter kennis kunnen delen. Verder wil ik mij de komende tijd inzetten om studenten van de verschillende voltijdopleidingen die we in het vakgebied hebben, al in een vroegtijdig stadium bij onze verenigingen te betrekken. Daardoor creëer je denk ik een win-win-situatie: voor die jongeren is het goed om snel aan te haken bij de securityvakverenigingen, vanuit onze positie als professional is het interessant om van hen te horen wat de nieuwste methodieken op het vakgebied zijn.’ Heb je ten slotte nog een boodschap voor je vakgenoten? ‘Dan kom ik toch weer uit bij mijn credo dat je meer hebt aan kennissen dan aan kennis. Ik zou mijn collega’s daarom willen oproepen om meer gebruik te maken van hun netwerk en daarin kennis te delen. Er wordt volgens mij nog steeds te weinig gebruikgemaakt van elkaars kennis en men blijft vaak nog in het eigen hokje zitten. En natuurlijk weet ik dat je niet al je problemen op tafel kunt leggen, maar we moeten elkaar op securitygebied vooral niet als concurrenten zien.’ ‹‹

Nog sneller en ze kunnen de toekomst voorspellen! GEUTEBRÜCK TopLine IP cameras met H264CCTV – sneller kan niet! Megapixel IP camera's zetten nieuwe maatstaven: w w w.geutebrueck.com

Competence in Video Security

Security Management nummer 6 juni 2012

13


t hema | brandveiligheid

Bouwbesluit 2012

Veel veranderingen? Dat In het Bouwbesluit 2012 is een groot aantal voorschriften veranderd, aangepast of aangevuld. Ook zijn het Gebruiksbesluit en de bouwverordening verder geïntegreerd in het Bouwbesluit. Meer eenvoud, minder voorschriften en meer uniformiteit, dat was de insteek van de wetgever. Dat is waargemaakt, maar is daarmee ook de brandveiligheid op eenzelfde niveau geborgd? RENÉ HAGEN EN JANS WEGES *

E

en voor de brandveiligheid ingrijpende verandering in het Bouwbesluit 2012 is het verbouwen (het wijzigen van de functie) van bijvoorbeeld kantoren naar een andere bestemming, zoals woningen. Dit is nu veel eenvoudiger (en goedkoper) geworden. De noodzakelijke aanvraag tot ontheffing bij verbouwen tot het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk is met de komst van het nieuwe Bouwbesluit vervallen. Daarvoor in de plaats zijn landelijke uniforme voorschriften voor verbouw gekomen. Verbouw en functiewijziging zijn daarmee procedureel soepeler en tegen lagere kosten mogelijk, maar ook het brandveiligheidsniveau is daarmee omlaaggegaan. Maar daarover later meer. Eerst maar eens kijken naar welke veranderingen het Bouwbesluit 2012 heeft gebracht op het terrein van brandveiligheid. Het Bouwbesluit 2012 bevat op het gebied van brandveiligheid: » Bouwtechnische eisen. » Gebruiksvoorschriften uit het Besluit brandveilig gebruik (Gebruiksbesluit). » Gebruiksvoorschriften en stedenbouwkundige voorschriften uit de model-bouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

14

Het totale aantal voorschriften is met ongeveer een derde teruggebracht. Door de integratie krijgen de ontwerper en de toetser een beter inzicht in de onderlinge samenhang. Hierdoor zullen minder snel voorschriften over het hoofd worden gezien. En door het overhevelen van de voorschriften uit de (model-)bouwverordening is de landelijke uniformiteit verder versterkt.

De belangrijkste veranderingen op een rijtje Het Bouwbesluit 2012 bevat een nieuwe systematiek voor brandveiligheidseisen. De regels voor de indeling in brandcompartimenten zijn eenvoudiger geworden. Ook de systematiek van de eisen voor vluchten zijn sterk veran-

is, vereenvoudigd. Verder is de uitleg van een aantal begrippen zoals kamergewijze verhuur en woonfuncties voor de zorg verbeterd. Het aantal personen in een gebouw is nu voor het stellen van voorwaarden leidend geworden. Het niveau van eisen verandert niet meer sprongsgewijs met het veranderen van de bezettingsgraadklasse, maar de nieuwe eisen houden rekening met het werkelijke aantal personen dat in het gebouw of een gedeelte daarvan aanwezig zal zijn. De eisen zijn nu dus gebaseerd op het werkelijke aantal personen.

Functiewijziging Zoals in de inleiding al is aangegeven, zijn de eisen voor verbouw en functie-

Bouwbesluit 2012 bevat een nieuwe systematiek voor brandveiligheidseisen derd. Het niveau van deze eisen verandert overigens met de komst van het Bouwbesluit 2012 niet. De gebruiksvoorschriften zijn eenvoudiger geworden. In het nieuwe Bouwbesluit worden de situaties waarbij een automatische doormelding naar de brandweer verplicht is, sterk verminderd. Ook zijn de criteria voor de bepaling of een brandmeldinstallatie nodig

Security Management nummer 6 juni 2012

wijziging weliswaar eenvoudiger geworden, maar daardoor niet direct duidelijker. Het ‘verbouwniveau’ is nu zonder tussenkomst van de gemeente vast te stellen. De vergunningaanvrager is hierdoor niet meer afhankelijk van de gemeente voor het verkrijgen van een ontheffing voor het afwijken van het nieuwbouwniveau. Maar het niveau dat toegepast moet worden, is daarmee niet direct duidelijk. Het betreffende


t hema | brandveiligheid

(b)lijkt mee te vallen …

Voor de te verbouwen delen van het bouwwerk gelden dus de eisen die net zo streng zijn als toen het bouwwerk werd gebouwd. Als er geen rechtens verkregen niveau is, kan de aanvrager daardoor ‘terugvallen’ op het niveau bestaande bouw. De toelichting op het Bouwbesluit geeft daarnaast nog aan: ‘een verandering van de gebruiksfunctie van een bouwwerk betekent niet dat de nieuwe gebruiksfunctie aan het kwaliteitsniveau voor de nieuwbouw van die functie moet voldoen. Bij functieverandering, bijvoorbeeld wanneer een kantoorgebouw wordt getransformeerd tot woongebouw, gelden voor de nieuwe gebruiksfunctie(s) de voorschriften die voor een bestaande gebruiksfunctie van die categorie gelden als absolute ondergrens.’ Hiermee kan dus een kantoortoren worden verbouwd tot woontoren op het niveau bestaande bouw. Het wordt

Foto: Gerard Dessing

artikel geeft immers aan dat de voorschriften voor een te bouwen bouwwerk (dus ‘nieuwbouweisen’) van toepassing zijn, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. Hierdoor wordt de indiener wel een beetje op het verkeerde been gezet, want in de afdelingen wordt in het algemeen aangegeven dat in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.

Het verbouwen van kantoren naar een andere bestemming is eenvoudiger geworden met het Bouwbesluit 2012. daardoor zeker wel goedkoper, maar of dat ook voldoende veilig zal zijn, zal de toekomst moeten gaan uitwijzen. Het betekent in ieder geval een verlaging van het brandveiligheidsniveau ten opzichte van het Bouwbesluit 2003.

Brandcompartimenten Daar waar in het Bouwbesluit 2003 een brandcompartiment, afhankelijk

Meer informatie over Bouwbesluit 2012 In dit artikel zijn de belangrijkste veranderingen in het Bouwbesluit 2012 op het gebied van brandveiligheid beknopt op een rijtje gezet. Om u nader te informeren kunt u gebruikmaken van de inmiddels verschenen hulpmiddelen zoals het Praktijkboek Bouwbesluit 2012, informatiebladen, en natuurlijk de integrale tekst van het Bouwbesluit 2012. Daarnaast zijn door de ministeries helpdesks ingesteld (Helpdesk Bouwregelgeving en Infopuntveiligheid) die op het gebied van onder andere brandveiligheid uw vragen kunnen beantwoorden. De genoemde documenten kunt u eenvoudig downloaden via de site www.rijksoverheid.nl. Wilt u nog meer weten of ondersteuning, het NIFV organiseert cursussen over brandveiligheid in het Bouwbesluit 2012. Inlichtingen: www.nifv.nl.

van de gebruiksfunctie, is onderverdeeld in een rookcompartiment of subbrandcompartiment, bestaat er in het Bouwbesluit 2012 een onderverdeling in een subbrandcompartiment (subbc) en een beschermd subbrandcompartiment (bsubbc). Het begrip rookcompartiment is daarmee volledig komen te vervallen. De omvang van het subbc is afhankelijk van de loopafstand en het hoogteverschil. Bij het bsubbc komt daarbij ook nog een eis aan de maximale oppervlakte. Aangezien een bsubbc niet groter kan zijn dan een subbc, is de strengste eis van de drie maatgevend. Een brandcompartiment in een industriegebouw mag nu maximaal 2.500 m2 zijn in plaats van 1.000 m2. Een woning in een woongebouw is nu een zelfstandig brandcompartiment, zodat een extra onderverdeling van het woongebouw in brandcompartimenten niet meer nodig is.

Security Management nummer 6 juni 2012

15

»


t hema | brandveiligheid

ruimte A B C D E F

gebruiksfunctie verkeersruimte logiesverblijf gezondheidszorg bedgebied kinderdagverblijf bedgebied celfunctie woonfunctie

G

kantoorfunctie

status aparte ruimte

status ruimte A

subbc en bsubc bsubbc subbc en bsubbc bsubbc brandcompartiment en subbc geen

beschermde vluchtroute vluchtroute beschermde vluchtroute vluchtroute extra beschermde vluchtroute vluchtroute

Vluchtroute naar twee zijden

A

B

C

D

E

A

F

G

hoogteverschil van meer dan acht meter wordt overbrugd, een extra beschermde vluchtroute is. Als vanuit een subbc twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbc door dezelfde ruimte voeren, worden ook eisen gesteld aan de ruimte waardoor die vluchtroute voert. In de tabel is schematisch, op basis van de tekening, aangegeven wat de status van een verkeersruimte wordt als er vanuit een ruimte door eenzelfde verkeersruimte naar twee zijden gevlucht wordt. Hierbij is er van uitgegaan dat het gehele gebouwdeel, dat hier is weergegeven, dezelfde functie heeft als de functie die beoordeeld wordt.

Brandmelding

Vluchten Ook het principe van het vluchten bij brand is wezenlijk veranderd. Het Bouwbesluit 2003 was gebaseerd op de aanwezigheid van ten minste twee vluchtroutes, waarbij onder voorwaarden met één vluchtroute kon worden volstaan. Het Bouwbesluit 2012 gaat uit van ten minste één vluchtroute, tenzij een tweede vluchtroute noodzakelijk is, waarbij - afhankelijk van de omstandigheden - een bepaald be-

eis dat deze vluchtroutes beschermd moeten zijn tegen brand en rook. Een tweede vluchtroute is pas nodig als de enige vluchtroute niet veilig kan zijn. Dit leidt wel tot meer universele voorschriften voor alle gebruiksfuncties, echter niet altijd tot eenvoudig toepasbare voorschriften. Aan de vluchtroute binnen het subbc worden geen nadere voorwaarden gesteld. Echter zodra het subbc wordt verlaten via één vluchtroute, wordt afhankelijk van het aantal personen dat

Het principe van het vluchten bij brand is wezenlijk veranderd schermingsniveau is vereist. Hoe risicovoller, bijvoorbeeld hoe meer personen er gebruik van maken, des te hoger het beschermingsniveau dient te zijn. Het principe is dus veranderd, maar het veiligheidsniveau is ten opzichte van Bouwbesluit 2003 gelijk gebleven. De voorschriften voor vluchten waren in Bouwbesluit 2003 over meerdere afdelingen verspreid. Met de nieuwe systematiek zijn de eisen in één afdeling ondergebracht, waardoor dubbele voorschriften zijn vervallen. De vluchtroute begint nu op elk punt van een voor personen bestemde vloer. Deze ene vluchtweg moet dan beschermd zijn tegen rook en brand, afhankelijk van de locatie. Zijn er wel twee vluchtmogelijkheden, dan vervalt de

16

van die ene vluchtroute gebruikmaakt, de bescherming van de ruimte waardoor die vluchtroute loopt vastgesteld. Tot en met 37 personen wordt een beschermde vluchtroute voorgeschreven, tussen 38 en 150 personen een extra beschermde vluchtroute en daarboven een veiligheidsvluchtroute. Op het moment dat vanuit het subbc twee vluchtroutes voeren door verschillende ruimten, die met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van dertig minuten van elkaar gescheiden zijn, worden er geen eisen gesteld aan de ruimte waardoor de vluchtroute voert. Hierop zijn uiteraard wel weer uitzonderingen. De eenvoudigste is de eis dat een trappenhuis waarin een

Security Management nummer 6 juni 2012

In een aantal situaties zijn rookmelders toegestaan (de zogenoemde koppelbare stand-alone huisbrandmelder volgens NEN 2555) in plaats van een brandmeldinstallatie. De rookmelder wordt nu toegepast in de woonfunctie (gewone woningen en kamergewijze verhuur), de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang voor kinderen jonger dan vier jaar, en bij de logiesfunctie. Het voorschrift dat eerder alleen voor te bouwen woonfuncties gold, is nu ook van toepassing op situaties waar na een functiewijziging een woonfunctie ontstaat. Iedere woonfunctie die is ontstaan na functiewijziging, moet wat betreft rookmelders aan het nieuwbouwniveau voldoen. Bij kamergewijze verhuur moeten alle verblijfsruimte nen alle ruimten op de vluchtroute tot aan de voordeur van de woonfunctie doorgekoppelde rookmelders hebben. De ontheffing die gold als iedere kamer een subbc is, blijft ook hier van kracht. Bij een (kleine) kinderopvang voor kinderen jonger dan vier jaar en een te bouwen logiesfunctie (zoals een zomerhuisje) moet ook in iedere verblijfsruimte en elke op een vluchtroute gelegen besloten ruimte, tot aan de uitgang van het gebouw, één of meer rookmelders hebben. In alle gevallen geldt wel nog steeds dat indien voor een gebruiksfunctie een brandmeldinstallatie is voorgeschreven, het niet nodig om in aanvulling op die brandmeldinstallatie rookmelders aan te brengen. ‹‹ * René Hagen is Lector Brandpreventie bij het NIFV. Jans Weges is onderzoeker/ adviseur Brandpreventie bij het NIFV


Toonaangevend in veiligheid

Bedrijven willen de veiligheid waarborgen en de continuĂŻteit van de bedrijfsvoering garanderen. Technische beveiligingsmiddelen spelen hierin een steeds belangrijkere rol. Trigion Beveiligingstechniek loopt voorop in het ontwikkelen en het introduceren van geavanceerde technische beveiligingssystemen. Bovendien beschikt Trigion over een AlarmServiceCentrale met een meldkamer die alle data op een intelligente manier kan koppelen en verwerken. Die unieke combinatie zorgt ervoor dat steeds meer diensten op afstand kunnen worden geleverd. Dat is niet alleen veel veiliger, het is ook bijzonder kostenefficiĂŤnt. Wilt u weten wat Trigion voor uw organisatie kan betekenen? Kijk dan voor meer informatie op www.trigion.nl of bel (010) 298 11 33. Wij zijn u graag van dienst.

Trigion. Toonaangevend in veiligheid

De juiste mensen op de juiste plek


t hema | brandveiligheid

Meer ICT: effectieve mogelijk? Een belangrijke doelstelling van het Bouwbesluit 2012 is om de nodeloze brandmeldingen en daarmee het nodeloos uitrukken door de brandweer op meerdere fronten aan te pakken. Innovaties op ICT-gebied bieden hierbij uitkomst. BART POSTELMANS *

H

et nieuwe Bouwbesluit 2012 dat sinds 1 april van kracht is, heeft de afgelopen maanden vanwege mogelijke gevaarlijke effecten tot discussies geleid. Een opvallende maatregel om te komen tot minder nodeloos uitrukken door de brandweer is het loskoppelen van circa 15.000 locaties (voornamelijk ondernemingen) die nu een directe verbinding en doormelding met de Regionale Alarm Centrale (RAC) van de brandweer hebben. Voor locaties waar deze directe brandalarmdoormelding vervalt, zal er vooral een beroep worden gedaan op de zelfredzaamheid van het personeel, maar ook op de interne bedrijfshulpverlening (BHV) van die onderneming. De verantwoordelijkheid hiervoor is dan volledig bij de ondernemer gelegd en daar-

bij ook de aansprakelijkheid voor alle gevolgen als zaken niet op orde zijn. De vraag is of ondernemers zich dit wel voldoende beseffen. Uiteraard kan, wellicht door de verzekeraar geëist, een geverifieerd brandalarm alsnog via een Particuliere Alarm Centrale (PAC) naar de brandweer worden doorgemeld. Verzekeringsmaatschappijen maken zich zorgen over voornoemde ontwikkelingen. Arjan Hendriksen, managing risk engineer van Interpolis Achmea: ‘Goede, integrale brandveiligheid is een zaak van alle betrokken partijen. Brandveiligheid in de juiste betekenis van dat woord ophangen aan alleen het Bouwbesluit volstaat daarom geheel niet. Het recente, door de Onderzoeksraad voor Veiligheid gepubliceerde rapport “Brand in Rivierduinen: Veronder-

Software Er zijn gespecialiseerde aanbieders op het gebied van normconforme alarmtransmissie die 24 x 7 bewaking en beheer (functiebereidheid) op afstand leveren van vele duizenden geïnstalleerde brandmeldinstallaties conform de Europese regelgeving (NEN EN 50136). Ook voor die locaties die door het Bouwbesluit 2012 worden gemaand wijzigingen in hun aansluiting met de RAC door te voeren, zijn diverse oplossingen beschikbaar. In veel van deze gevallen wordt dat een brandalarmdoormelding via een PAC. Ron Heij (ASB-Security): ‘Hierbij speelt ons Security Control Software (SCS) meldkamerpakket een belangrijke rol. Onze applicatie is gericht op een efficiënte en operatorvriendelijke afwikkeling van alarmberichten voor brand en inbraak. Het pakket is toegerust om innovatieve alarmverificatie zoals de inzet van voice, data en video toe te passen en te integreren. Daarbij is overleg en afstemming met brandweerorganisaties essentieel om tot duurzame oplossingen te komen.’

18

Security Management nummer 6 juni 2012

stelde veiligheid” is daar een treffend en droevig voorbeeld van.’

Bewaakte BMI blijft in meeste gevallen verplicht Voor een onderneming blijft het in vrijwel alle gevallen een vereiste om een brandmeldinstallatie (BMI) te hebben. Een nieuw belangrijk accent daarbij is dat de onderneming de functiebereidheid van deze brandmeldinstallatie 24 x 7 verplicht moet (laten) bewaken. Volgens het Bouwbesluit 2012 betekent dit in de praktijk dat de verbinding tussen brandmeldinstallatie en een externe locatie van het ‘Type 2’ dient te zijn. Dit is een ‘genormeerde’ bewaakte verbinding tussen de locatie van de BMI en de uitvoerder van de externe supervisie op functiebereidheid. Je kunt je afvragen of de overheid dit in de dagelijkse praktijk voldoende zal controleren. Menigeen is daar in de huidige tijd van budgettaire crisis niet erg gerust op, terwijl toch een groot deel van het aantal brandmeldingen via deze BMI’s aan de brandweer wordt gemeld.

Afgebrande onderneming vaak failliet Een onbewaakte (lees ook: onbeheerde) brandmeldinstallatie vergroot het risico van het falen van brand melden naar een RAC of PAC als het er op aankomt. Met alle gevolgen van dien, zoals het totaal afbranden van de onderneming. Daarbij komt dan de vraag aan de orde of de verzekeringsmaatschappij


t hema | brandveiligheid

brandalarmverificatie Meer inzet van ICT door innovaties

Camera’s kunnen worden ingezet voor brandalarmverificatie, zowel op basis van de infraroodgevoeligheid van een camera alsook thermische of warmtebeeldcamera’s. wel uitkeert als blijkt dat er iets mis was met de BMI. Je mag verwachten dat geen enkele bonafide onderneming ‘wil afbranden’. Echter, uit statistieken blijkt dat circa 80 procent van de ‘afgebrande’ ondernemingen binnen één jaar na een brand failliet is.

Nodeloze uitruk moet minder Een belangrijke doelstelling van het Bouwbesluit 2012 is om de nodeloze brandmeldingen op meerdere fronten

alarm. Van deze meldingen waren er 48.500 afkomstig van een automatische brandmeldinstallatie. Bij 33,9 procent van de branden was de brandweer binnen acht minuten ter plaatse (bron: CBS). De genoemde cijfers van nodeloze uitruk vragen om aandacht en actie. De cruciale vraag is wel of het afkoppelen van een groot aantal directe lijnen hier de enige en juiste oplossing is. Zo blijven bijna alle zorginstellingen wel di-

Branddetectie kan op basis van de infraroodgevoeligheid van een camera aan te pakken. In 2010 kwamen er bij de brandweer 102.000 brandmeldingen binnen, daarvan was er in 60 procent van de gevallen sprake van loos

rect gekoppeld aan de RAC’s en juist dit zorgsegment is goed voor bijna 50 procent van het huidige aantal nodeloze uitrukken.

Optische branddetectie en observatie Ben Manders (directeur Aivex): ‘Wij onderzoeken op dit moment hoe camera’s kunnen worden ingezet voor efficiënte en effectieve brandalarmverificatie. Daarbij is branddetectie en -verkenning op basis van de infraroodgevoeligheid van een camera mogelijk. Ook thermische of warmtebeeldcamera’s kunnen daarvoor worden ingezet. De uitdaging hierbij is dat deze oplossingen economisch haalbaar moeten zijn en substantieel dienen bij te dragen aan het verminderen van het risico van brand op die locaties en objecten, waar deze nieuwe toepassingen worden ingezet.’

Alarmtransmissie van object naar meldkamers van de brandweer geschiedt meer en meer op basis van Alarmtransmissie over Breedband (IP). Dat is een logische en positieve ontwikkeling en wel om verschillende redenen. Logisch, omdat traditionele telecomdiensten zoals analoge vaste verbindingen per 1 januari 2012 door KPN zijn uitgefaseerd en het einde van Datanet 1 en Digi-Access medio 2014 een feit is (bron: KPN). En positief juist voor brandalarm vanwege het toepassen van Breedband (IP) infrastructuur en de daardoor mogelijke innovaties van alarmtransmissie en alarmverificatie. Zo kan alarmoverdracht gecombineerd worden met zowel spraak (Voice over IP/hotline object-RAC) als videotransmissie voor branddetectie en -verkenning. Nu er meer brandaansluitingen worden ‘omgebogen’ van een directe aansluiting op een RAC naar alarmdoormelding via een PAC, kunnen deze PACs hierbij een belangrijke rol gaan vervullen. Dit in nauwe samenwerking met aanbieders van alarmsurveillancediensten. Laten we ook de inzet van smartphones en tablets niet vergeten waarop alarmen spraakberichten, maar ook video in het kader van branddetectie, -verkenning en -verificatie vanaf bijna elke locatie te ontvangen zijn. Technisch en economisch zijn de geschetste ontwikkelingen mogelijk als er meer dan nu wordt samengewerkt tussen partijen die betrokken zijn bij een normconforme brandalarmoverdracht. ‹‹ * Bart Postelmans is senior consultant business development & innovation bij ASB-Security

Security Management nummer 6 juni 2012

19


t hema | brandveiligheid

Met 300 km/u veilig onder de grond Weg- en spoortunnels zijn over het algemeen veilig. Maar als zich een ongeval voordoet, kan dat catastrofale gevolgen hebben. Door een integrale visie op tunnelveiligheid te ontwikkelen, kan men de gevolgen van calamiteiten beperken en een snelle redding van tunnelgebruikers garanderen. JORIS VAN AALST *

W

eg- en spoortunnels spelen een sleutelrol in de economische ontwikkeling van regio’s waar water of bergen obstakels vormen voor vervoer en handel. Ze bieden toegang tot vaak geïsoleerde gebieden, verminderen de reistijd en vormen cruciale economische verbindingen. Tunnels hebben ook een positief effect op de levenskwaliteit van mensen, omdat het verkeer ondergronds wordt geleid en de verkeersdrukte op straat zodoende wordt verminderd. En voor bouwers en exploitanten van tunnels heeft de veiligheid van reizigers de hoogste prioriteit.

Snelle escalatie Veel mensen vinden het gevaarlijker om door een tunnel te rijden dan op een open weg. Het tegendeel is echter waar. Een analyse van het Zwitserse rijkswegennet laat zien dat het gemiddelde aantal ongevallen in tunnels 0,35 per miljoen voertuigkilometers is, vergeleken met 0,47 op open wegen. Op basis hiervan beschouwen vervoersplanologen de risico’s verbonden aan het gebruik van wegtunnels als zijnde van het type ‘lage waarschijnlijkheid, grote gevolgen’, bijvoorbeeld in geval van een ongeval met een voertuig dat benzine of andere gevaarlijke chemische stoffen vervoert. Daarom gelden er strenge regels voor het rijden met dergelijke voertuigen. De vrachtwagen die in 1999 de brand in de Mont Blanc-tunnel veroorzaakte, die

20

53 uur woedde en 39 mensenlevens eiste, vervoerde echter meel en margarine. Na opeenvolgende rampen, zoals in de Tauern-tunnel (mei 1999) en de Sint Gotthard-tunnel (oktober 2001), en in de opzettelijk veroorzaakte rampen in Daegu (februari 2003), Madrid (maart 2004) en Londen (juli 2005) is men opnieuw gaan nadenken over tunnelveiligheid. Een belangrijke factor bij veel ernstige ongevallen was het gegeven dat een klein incident soms snel kon escaleren tot een grote brand.

Brand grootste gevaar Brand vormt een groot gevaar in tunnels. De afgesloten ruimte van een tunnel kan een betrouwbare melding van beginnende branden door rookdetectiesystemen bemoeilijken, vooral vanwege de intensieve ventilatie die in lange tunnels noodzakelijk is. Wegko-

Security Management nummer 6 juni 2012

Lasertechnologie Stratificatie bij brand in een tunnel is de vorming van verschillende (thermische) lagen. De hittebron stuwt warmte en rook omhoog. Als de bovenste stijggrens is bereikt door het plafond van de tunnel, wordt door de hitte de rook naar beneden gedwongen. Deze laagvorming beperkt uiteindelijk het zicht en dus het zicht op de vluchtroute, maar is door de hitte en de rook ook zeer bedreigend voor de ademhaling.

Wanneer branddetectie en andere tunnelinformatie worden gecombineerd in één enkel geïntegreerd systeem, krijgen operators een compleet beeld van de condities die in de tunnel heersen. men bij een tunnelbrand is moeilijk vanwege de lange vluchtwegen, verminderd zicht en stratificatie (zie kader Stratificatie) van rook over de vloer. In de besloten ruimte van een tunnel kan door een brand de temperatuur extreem snel stijgen. Bij proeven in Noorwegen met een vrachtwagenlading hout en kunststof stegen de gastemperaturen binnen tien minuten tot 1100 °C. Omdat een tunnelbrand zich zo snel ontwikkelt, moeten mensen bijzonder snel reageren om ongedeerd weg te komen. De uitzonderlijk hoge temperaturen


t hema | brandveiligheid

kunnen voor mensen die zich in de buurt van de brand ophouden, voor nog andere problemen zorgen, namelijk de afsplintering van beton, met name explosieve afsplintering, waarbij betonbrokken van de tunnelwanden of van het plafond worden losgerukt. Iedereen die zich in de baan van het losspringende beton bevindt, loopt kans op ernstig of dodelijk letsel.

Zelfredzaamheid en evacuatie Veiligheid in tunnels is een omvangrijk thema en omvat het ontwerp en de constructie van de tunnel, het operationele management, de toegepaste veiligheidsmaatregelen, calamiteitenrespons en de communicatie met slachtoffers en hulpverleners. Veiligheid is van groot belang, niet alleen voor gebruikers, maar ook vanwege de grote economische gevolgen als een tunnel korte of langere tijd moet worden afgesloten. De brand in de Mont Blanc-tunnel kostte de Italiaanse economie tussen de 350 en 500 miljoen euro per jaar door het wegvallen van deze verbinding met Frankrijk. Hieruit is lering getrokken en inmiddels gelden nationale en internationale veiligheidsrichtlijnen met normen waar tunnels minimaal aan moeten voldoen. De Europese richtlijn 2004/54/EC geldt voor alle wegtunnels op het Europese wegennet langer dan 500 meter. De internationale normen voor spoortunnels zijn vervat in de Safety in Railway Tunnels (SRT) TSI (zie: http:// tinyURL.com/cb4svhv. Deze link ver-

Systemen voor automatische incidentdetectie (AID) hebben hun nut bewezen in zowel weg- als spoortunnels. wijst naar de normen over Safety in Railway Tunnels). Deze richtlijnen stellen normen op de vier belangrijkste gebieden: infrastructuur, exploitatie, gebruikersveiligheid en calamiteitenmanagement, met bijzondere nadruk op de zelfredzaamheid en veilige evacuatie van mensen. Studies hebben uitgewezen dat voor de meest effectieve benadering van tunnelveiligheid calamiteitenmanagement en -respons een integraal onderdeel moet vormen van de dagelijkse tunnelexploitatie, gecombineerd met moderne technologieën voor observatie en informatieverzameling.

Afwijkingen van het normale patroon Het toepassen van moderne technologieën kan de afloop van een calamiteit sterk beïnvloeden. Systemen voor automatische incidentdetectie (AID) hebben

Er zijn vijf tunnels op het HSL-Zuid traject, waarvan de langste zeven kilometer meet. Ze zijn voorzien van integrale brandbeveiligingssystemen om een brand en de locatie ervan snel te kunnen detecteren.

hun nut bewezen in zowel weg- als spoortunnels. AID-systemen herkennen via een automatische analyse van videobeelden afwijkingen in ‘normale’ patronen en waarschuwen operators bij elke ongebruikelijke situatie. Deze systemen waarschuwen in een vroeg stadium voor een potentieel gevaarlijke situatie, zoals stilstaande voertuigen, auto’s met pech, spookrijders, voetgangers en voorwerpen op de weg of het spoor, maar ook ongewenste personen die je al bij de tunnelmond wilt detecteren. Door integratie van verschillende branddetectietechnologieën kunnen tunnelbranden effectiever worden geidentificeerd en beheerst. We noemden al het probleem met het detecteren van

Stratificatie Het lineaire detectiesysteem FibroLaser maakt gebruik van bewezen lasertechnologie om brand snel te ontdekken en precies aan te geven waar hij is ontstaan. Met al meer dan 2.000 kilometer geïnstalleerde meetkabel en meer dan 1.200 controllers in bedrijf, is het het meest succesvolle detectiesysteem op de markt. In de nu gelanceerde derde generatie is de maximale detectielengte van tien kilometer verdubbeld, is het systeem nauwkeuriger en is het sneller geworden. Toepassingen vindt men niet alleen in de Mont Blanc-tunnel in Frankrijk, de San Bernardino-tunnel in Zwitserland of de KP Expressway in Singapore en de metro in Bangkok, maar ook in weg- en spoortunnels in ons eigen land, zoals de HSL-Zuid, de Betuwelijn, de overkapping van een stuk snelweg bij Utrecht en zelfs op de buitengevel van een gebouw.

Security Management nummer 6 juni 2012

21

»


t hema | brandveiligheid

Het lineaire detectiesysteem FibroLaser voor weg- en spoortunnels maakt gebruik van lasertechnologie om brand snel te ontdekken en aan te geven waar hij is ontstaan. rook in een omgeving met intensieve ventilatie. Het combineren van conventionele systemen met de modernste video-rookdetectieapparatuur en lineaire hittedetectiesystemen als FibroLaser (zie kader Lasertechnologie) biedt operators de mogelijkheid om de exacte locatie van de hittebron en de omvang en richting van de brand te bepalen. Hiermee winnen de operators kostbare tijd voorafgaand aan het activeren van de rookwarmte-afvoer (RWA) systemen, actieve signalering, blussing en omroepinstallaties, zodat de personen in de omgeving op eigen kracht kunnen evacueren, voordat de toestand verergert.

HSL-Zuid Door branddetectiegegevens en andere tunnelinformatie in één geïntegreerd beheersysteem samen te voegen, krijgen operators een compleet beeld van de omstandigheden in de tunnel en kunnen zij optimaal op situaties reageren. Het Sitraffic International Tunnel Control Centre van Siemens omvat stroomvoorziening, luminantie- en luchtmeting, communicatie, verkeersmanagementsystemen, automatische incident-detectie- en veiligheidsystemen, enzovoort, in een allesomvattende geïntegreerde beheeromgeving.

Een voorbeeld van een volledig geïntegreerde benadering van veiligheidsmanagement is de HSL-Zuid. Het is een van de grootste hogesnelheidsspoorprojecten in Europa, waarbij ultrasnelle treinen met snelheden tot 300 km/u over het 100 kilometer lange traject tussen Amsterdam en de Belgische grens rijden. Siemens speelt een belangrijke rol in Infraspeed, het consortium dat de spoorlijn heeft gebouwd, en heeft de levering verzorgd van cruciale veiligheidssystemen, waaronder het voedingssysteem, het treinbeveiligingssysteem ETCS (European Train Control System) en de GSM-Rcommunicatiesystemen.

Integrale brandbeveiliging Er zijn vijf tunnels op het traject, waarvan de langste zeven kilometer meet. Deze zijn voorzien van integrale brandbeveiligingssystemen die verschillende rook- en branddetectietechnologieën combineren om een brand en de locatie ervan snel te kunnen detecteren. De vluchtpaden en technische ruimten in de tunnels bevatten meer dan 900 rookmelders en meer dan 50 rookaanzuigdetectiesystemen voor onmiddellijke detectie, zelfs in gebieden met intensieve ventilatie. De ingangen en

uitgangen worden bewaakt met speciale videosurveillance en er zijn een kleine 600 handbrandmelders in de tunnels. De stroboscoopverlichting bij de vluchtwegen zorgt voor een snelle interventie en veilige evacuatie. Voor een optimale calimiteitenbeheersing in de tunnels en op het spoor was een hoge mate van integratie vereist, waarbij alle verkeers-, verlichtings-, brandveiligheids-, beveiligings- en ventilatiesystemen werden gecombineerd via het Sitraffic verkeersmanagementsysteem in de centrale spoorverkeercentrale en de bedieningsposten van de afzonderlijke tunnels. Het managementsysteem beheert alle functionele en veiligheidsgerelateerde aspecten, van de dagelijkse exploitatie tot calamiteitenbeheer. Het systeem reageert automatisch op calamiteiten en neemt snel maatregelen (bijvoorbeeld door aanpassing van de ventilatiesnelheid of het activeren van knipperende waarschuwingsborden) met minimale menselijke tussenkomst. Tegelijkertijd biedt het operators een compleet beeld van de calamiteit en de omstandigheden in de tunnel.

Duurzame tunnelveiligheid Om de HSL-Zuid op het vereiste niveau operationeel te houden (99,46% beschikbaarheid in de eerste 25 jaar), biedt Siemens een verscheidenheid aan diensten zoals doorlopend onderhoud, waaronder een jaarlijkse keuring van de brandbeveiligingsapparatuur om naleving van de regelgeving te garanderen. In het geval van systeemuitval of een calamiteit biedt men via de remote service technische ondersteuning die 24 uur per dag beschikbaar is, voor snelle reparaties en een zo kort mogelijke buitenbedrijfstelling. Mede dankzij de geleverde brandveiligheidssystemen en -services in de vijf tunnels van de HSL-Zuid zijn treinreizigers verzekerd van een veilige reis en blijft er een hoogwaardige economische verbinding tussen Nederland en de rest van Europa beschikbaar. Op deze manier kunnen reizigers ook over 25 jaar nog net zo veilig reizen als vandaag. ‹‹ * Joris van Aalst is als accountmanager Transport, Logistiek en Infrastructuur werkzaam bij Siemens Building Technologies in Den Haag en bewerkte het artikel ‘Safe Underground at 300 km/h’

Security Management nummer 6 juni 2012

23


t hema | brandveiligheid

Veilig vluchten uit gebouwen

Waar is hier de nooduitgang? Aan welke eisen moet een nooddeur voldoen om ervoor te zorgen dat bij een calamiteit alle aanwezigen snel, onbelemmerd en zelfstandig op een veilige plek kunnen komen? Infoblad 320 van SBR geeft via een aantal vragen en antwoorden de oplossingsrichting. Daarbij is uitgegaan van het Bouwbesluit 2012. WOUTER NOTENBOMER *

» Wat is een nooddeur? Voor gebouwen zijn in de wet- en regelgeving vluchtroutes gedefinieerd. De deuren in deze vluchtroutes worden vluchtdeuren genoemd. Door de afstemming van bouw- en arbo-regelgeving is in het Bouwbesluit 2012 de volgende definitie opgenomen: ‘Een nooddeur is uitsluitend bestemd voor het ontvluchten in geval van calamiteiten en zal niet voor regulier gebruik worden benut. Een nooddeur moet onder alle omstandigheden van binnenuit zonder sleutel kunnen worden geopend, bijvoorbeeld door middel van een zogenoemde “panieksluiting”. Bovendien mag een nooddeur geen schuifdeur zijn.’ Een deur die dus alleen voor calamiteiten is bedoeld, en niet voor regulier gebruik. In artikel 2.107 van Bouwbesluit 2012 staat verder: ‘Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m, en een hoogte van ten minste 2,3 m’ (woning- en utiliteitsbouw). » Is de gebruikelijke toegangsdeur

ook nooddeur? Nee, maar dat is vooral een kwestie van terminologie. De bouwregelgeving zegt dat een deur in de vluchtroute die onder normale omstandigheden ook wordt benut voor het bereiken van ruimten in een gebouw, geen nooddeur is. Het is dan een deur van een toe-

24

gang, die ook als vluchtdeur kan dienen. Ook een nooduitgang – uitsluitend bedoeld voor het ontvluchten van een gebouw – is volgens de systematiek van het Bouwbesluit ‘een toegang’.

» Waar bevinden zich nooddeuren? Kijkend naar definities van vluchtroutes in de wet- en regelgeving, moet steeds duidelijk zijn waar de nooduitgangen zich bevinden. De weg naar de nooddeuren moet met de vluchtwegaanduiding volgens de Europese richtlijn 92/58/EEG ‘Minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of

Security Management nummer 6 juni 2012

gezondheidssignalering op het werk’ en NEN 6088 ‘Brandveiligheid van gebouwen - Vluchtwegaanduiding - Eigenschappen en bepalingsmethoden’ worden aangegeven. Waar de bordjes precies moeten hangen, is soms een punt van discussie met het bevoegd gezag. Maar het gaat er vooral om dat ze (in combinatie met noodverlichting) goed moeten opvallen. Ook kan eventueel een – op een goed waarneembare plek aanwezige – plattegrond met aangeven vluchtplan worden geraadpleegd. Laat die plattegronden door eigen – niet-deskundige – medewerkers en be-


t hema | brandveiligheid

zoekers toetsen: wordt de plattegrond wel goed begrepen?

» Zijn er normen voor nooddeuren? Niet specifiek voor complete nooddeuren, maar wél voor het hang- en sluitwerk van die deuren, inclusief de elektrisch gestuurde uitvoeringen. Het betreft vier Europese normen (Engelstalig) die als Nederlandse norm gelden en in Bouwbesluit 2012 worden benoemd. Dit zijn onder andere: » NEN-EN 179 (Building hardware Emergency exit devices operated by a lever handle or push pad, for use on escape routes) voor sluitingen van nooduitgangen met een deurkruk of een drukplaat; » NEN-EN 1125 (Building hardware - Panic exit devices operated by a horizontal bar) voor de panieksluiting van vluchtdeuren met een horizontale bedieningsstang; ook wel ‘push’ of ‘touch-bar’ genoemd. Deze normen gaan ervan uit dat je nood- en vluchtdeuren met één simpele beweging, snel, en met geringe kracht moet kunnen openen. Ze gaan als het ware al open als je er tegenaan loopt. Bij de ‘Panic exit devices’ wordt er rekening mee gehouden dat de bedieningskracht voor het ontsluiten ook bij een voordruk op het deurblad (veroorzaakt door mensen in paniek) gering blijft. Met een gebruikelijk slot zou zo’n deur onder die omstandigheden, en het daardoor klemmen van de schoot, mogelijk niet meer geopend kunnen worden.

» Hoe snel moet zo’n deur te

openen zijn? Je moet een nooddeur onder alle omstandigheden van binnenuit, snel, en zonder sleutel kunnen openen. Bijvoorbeeld met een zogenoemde ‘panieksluiting’, terwijl deze deur normaliter niet

van buitenaf te openen is. De Europese normen voor nood- en vluchtdeuren geven aan dat de sluitingen zo ontworpen moeten zijn, dat je ze in 1 seconde moet kunnen openen (in één soepele doorgaande beweging in de vluchtrichting en/of neerwaarts).

» Zijn sleutelkastjes toegestaan?

Nee. Om ongewenst gebruik van nooden vluchtdeuren te voorkomen is lange tijd het ‘rode sleutelkastje met breekglas’ toegepast. Een soort barrière om de betreffende deuren minder gemakkelijk ongewenst te kunnen openen. Dat is uiteraard strijdig met het snel en onbelem-

bevoegde personen met sleutel. Die kunnen ook het slot bedienen en zonder alarm de deur openen. Bedoelde kastjes, ook wel ‘exit control’ genoemd, moeten bij voorkeur door een erkend testinstituut zijn beproefd op een goede samenwerking met producten die aan NEN-EN 179 en 1125 voldoen.

» Zijn er eisen voor de ruimte vóór

de nooddeur? Ja. De belangrijkste en meest bekende eis is dat de route naar en de ruimte vóór de nooddeur niet geblokkeerd mogen worden. Onaangekondigde inspecties leren helaas steeds weer dat op dit

Een nooddeur is uitsluitend bestemd voor het ontvluchten in geval van calamiteiten merd kunnen vluchten. Sleutels en sleutelkastjes zijn daarom expliciet verboden in de huidige bouwregelgeving en de praktijkrichtlijnen van de brandweer. Een bezwaar in de praktijk was vooral dat de ruitjes vaak werden vernield, de sleutel zoek was en de deur dus niet meer als nooddeur kon worden gebruikt.

» Is ongewenst gebruik goed

oplosbaar? Ja. In plaats van de verboden rode sleutelkastjes (of kettingen met hangsloten) kan dat onder meer door op nooddeuren de ‘groene kastjes met alarm’ toe te passen. Deze worden onder de deurkruk of horizontale stang van de panieksluiting geplaatst. Tijdens de vereiste ‘enkelvoudige handeling’ raakt de kruk of stang het ‘groene kastje’, waarna alarm volgt; lokaal (luid en eventueel optisch) en eventueel op afstand als onderdeel van een beveiligingssysteem. Resetten kan alleen door

punt nog steeds ernstig wordt gezondigd. Het even ‘tijdelijk’ parkeren van goederen (pallets, fietsen, schoonmaakkarren, overcomplete bedden, etc.) komt helaas nog steeds op grote schaal voor. Andere eisen voor die ruimte vóór de nooddeur sluiten aan op die van de gehele vluchtroute: heldere, opvallende informatie en goede (nood-)verlichting.

» Mag een nooddeur over het

trottoir draaien? Ja, dat mag. Nooddeuren moeten met de vluchtrichting meedraaien. In voorkomende gevallen mag dat over de openbare weg. Bij het verlenen van vergunningen gaf dat tot voor kort nogal eens problemen met de lokale overheid. In Bouwbesluit 2012 is het uitgangspunt dat een nooddeur uitsluitend gebruikt wordt voor het vluchten uit een gebouw, waarbij het veilig kunnen vluchten zwaarder weegt dan de hinder voor eventuele passanten. Het gaat dan wel om ‘een niet voor motorrijtuigen openstaande weg’. Om deze reden mag een nooddeur bijvoorbeeld naar buiten draaien over een voetpad.

» Zijn er eisen voor de ruimte achter

Voorbeelden van panieksluitingen.

de nooddeur? Ja, op z’n minst moet de deur naar buiten toe volledig open kunnen draaien. Maar dat lukt helaas niet altijd, omdat er fietsen zijn gestald, auto’s staan ge-

Security Management nummer 6 juni 2012

25

»


t hema | brandveiligheid

Op z’n minst moet de nooddeur naar buiten toe volledig open kunnen draaien. parkeerd, grof vuil tegenaan is gestort, bomen zijn geplant of zelfs illegaal direct achter de nooddeur is gebouwd.

Aandachtspunten In aanvulling op voornoemde vragen en antwoorden is hét aandachtspunt

De route naar en de ruimte vóór de nooddeur mogen niet worden geblokkeerd Gaat de nooddeur al voldoende ver open, dan blijken er soms nog de nodige risico’s te zijn door een afstapje van een halve meter, een nagenoeg direct aansluitende sloot of een incomplete noodtrap. Dat soort situaties moet dus worden aangepast. Ook moet de plek direct achter de nooddeur goed zijn verlicht, evenals de daarop nog te volgen route buiten het gebouw naar de veilige plaats.

Achtergrond Niet alleen bij spectaculaire branden met veel slachtoffers blijkt achteraf dat het niet goed zat met de nooddeuren. Ook (onaangekondigde) inspecties leren helaas steeds weer dat het met de zorg rond nooddeuren vaak slecht gesteld is. Gelukkig is de nooddeur sinds kort een uiterst belangrijk onderwerp in de (handhaving van) wet- en regelgeving geworden.

26

bij uitstek: het organiseren van de handhaving van de zorg rond nooddeuren.

Overige informatie Informatie over bouwregelgeving, vluchtroutes, opvang- en doorstroomcapaciteit, brandbeveiligingsinstallaties, enzovoort is te vinden op onderstaande websites en in SBR-infobladen: » www.rijksoverheid.nl (zoek op: Brandveilig gebruik gebouwen) » www.sbr.nl (zoek op: veilig vluchten) » www.nifv.nl (zoek op: vluchten > Presentaties Symposium Vluchten bij brand) » www.nen.nl (zoek op: ontruiming, vluchten, vluchtroutes) » www.nvbr.nl ( > Publicaties > Preventie) » SBR-Infoblad 102: Bepaling van de

Security Management nummer 6 juni 2012

maximale loopafstand in woning » SBR-Infoblad 108: Bepaling van de maximale loopafstand in een niet tot bewoning bestemd gebouw » SBR-Infoblad 230: Dimensionering van vluchttrappenhuizen (niet aangepast aan Bouwbesluit 2012) » SBR-Infoblad 231: Status van een vluchtroute (niet aangepast aan Bouwbesluit 2012) » SBR-Infoblad 234: Breedte van nooduitgangen en draairichting van vluchtdeuren » SBR-Infoblad 291: Wat is een veiligheidstrappenhuis? » SBR-Infoblad 317: Veilig vluchten uit gebouwen: Wegwijs worden in de regelgeving » SBR-Infoblad 318: Veilig vluchten uit gebouwen: Vluchtgedrag en maatregelen » SBR-Infoblad 319: Veilig vluchten uit gebouwen: Vluchtwegaanduidingen en noodverlichting » SBR-Infoblad 320: Veilig vluchten uit gebouwen; nooddeuren » SBR-Infoblad 321: Veilig vluchten uit gebouwen: Ontruiming (niet aangepast aan Bouwbesluit 2012) ‹‹ * Wouter Notenbomer is projectmanager bij SBR


t hema | brandveiligheid

Bedrijfshulpverlening en ontruimen verenigd

BHV vandaag De afgelopen jaren heeft de bedrijfshulpverlening een grote ontwikkeling doorgemaakt. Opmerkelijk is dat deze ontwikkeling de laatste tijd enigszins tot stilstand is gekomen. De huidige bewegingen beperken zich vooral tot het aanscherpen van de NEN 4000 en de NTA 8112. Hierbij wordt getracht om beide documenten tot een document te vormen. JANE JACOBS *

W

aar gaat het nu eigenlijk om? De werkgever draagt verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers. Hiertoe moet gericht beleid worden gevoerd op de arbeidsomstandigheden binnen de organisatie. Dit alles vloeit voort uit de vigerende wet- en regelgeving, waarvan bedrijfshulpverlening onderdeel uitmaakt. Veel werkgevers voelen en ervaren deze verantwoordelijkheid en willen dan ook daadwerkelijk invulling geven aan bedrijfshulpverlening. Maar hoe dat te doen is soms een groot vraagteken. NTA 8112: Leidraad voor ontruimingsplannen geeft duidelijkheid voor wat betreft ontruimen. Wanneer een op een gevolgd, geeft deze NTA een werkgever een richtlijn om een ontruimingsplan op te stellen, zoals bedoeld door de opstellers van het document. Wanneer we

Doelstelling Beleid wordt vastgelegd in een plan. De werkgever neemt hiermee het initiatief te voldoen aan de gestelde eisen vanuit de geldende wet- en regelgeving: onder andere Arbowetgeving, Gebruiksbesluit en aanvullende regelingen, NEN 4000, NTA 8112, Milieuwetgeving, Wet op de ondernemingsraden. De werkgever laat zich hierin bijstaan door een preventiemedewerker. In het beleid en in de uitvoering ervan wordt invulling gegeven aan de Risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E), gevolgd door een Plan van Aanpak, een BHV-plan en het inrichten van een BHV-organisatie aangevuld met middelen en voorzieningen. Het voorgaande dient in samenspraak te gaan met de aanwezige vertegenwoordiging van belanghebbenden van de werknemer. Na vast-

Belangrijk onderdeel van opleiden en trainen is bewustwording van het belang van veiligheid kijken naar NEN 4000: Bedrijfshulpverlening, dan blijkt dit wat lastiger. In dit artikel wordt in grote lijnen uitgelegd hoe in de praktijk invulling gegeven kan worden aan bedrijfshulpverlening, mede gebaseerd op NEN 4000.

stelling wordt het beleidsplan gecommuniceerd met alle medewerkers. De werkgever geeft aan dat de hulpverlening die gegeven kan worden, bestaat uit het verlenen van hulp aan slachtoffers (levensredden-

de handelingen), het beperken en bestrijden van brand, het beperken van de gevolgen van ongevallen en het alarmeren van aanwezigen en het ontruimen van het gebouw. De werkgever geeft in een toelichting aan op welke wijze voorgaande beleidsdoelstellingen ingevuld worden.

Invulling BHV-beleidsdoelstellingen De werkgever legt in het beleidsplan de beleidsdoelen overeenkomstig de gestelde wettelijke en andere van toepassing zijnde eisen schriftelijk vast. Ten behoeve van de bedrijfscontinuïteit stelt de werkgever ook het belang vast dat dit een levend document blijft. Mede op basis hiervan is het uitgangspunt dat het beleidsplan, in het licht van de aan verandering onderhevige interne en externe omgeving, en gericht op het continu optimaliseren van het kwaliteitsniveau van de uitvoering van bedrijfshulpverlening in stand gehouden wordt. De doelstellingen worden zo mogelijk gekwantificeerd – SMART - gemaakt, waarbij de output van de inspanningen en de inzet van het budget gevolgd kunnen worden. Er wordt een omschrijving gegeven van de activiteit die uitgevoerd moet worden. Er wordt een functionaris verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering van een activiteit. Door middel van een frequentie wordt het aantal keren dat een activiteit minimaal moet plaatsvinden aangegeven,

Security Management nummer 6 juni 2012

27

»


t hema | brandveiligheid

anders dan incidenteel of tussentijds. Hierna dient er een doelstelling te worden gehangen aan de uit te voeren activiteit. Tijdens de uitvoering wordt het percentage bijgehouden dat aan de doelstelling voldaan wordt. Deze informatie dient meegewogen te worden in de jaarlijks te houden audit en kan gebruikt worden voor het jaarverslag. Gericht op bedrijfshulpverlening kunnen onder andere de volgende doelstellingen geformuleerd worden: » De werkgever draagt zorg voor een actueel beleidsplan, overeenkomstig de vigerende wet- en regelgeving en andere eisen gesteld aan de organisatie van de werkgever. De werkgever draagt een deskundige binnen de organisatie op om de ontwikkelingen te volgen op de betreffende gebieden en hierover schriftelijk te rapporteren aan de werkgever. De werkgever toetst bovenstaande gegevens. Noodzakelijke aanpassingen worden aan goedkeuring onderworpen en doorgevoerd. » Vergunningen, de doelstellingen hangen veelal samen met de hieraan verbonden eisen. » Uitvoeren van de RI&E, eventueel opstellen notitie over de verschillen met voorgaande RI&E en communiceren.

28

» Op basis van een actuele RI&E een Plan van Aanpak opstellen, aanpassen, prioriteren en acties plannen en uitvoeren. » Opstellen/aanpassen van plannen. Controle uitvoeren op de inhoud, dit biedt ook een moment tot commitment van de organisatie door medewerkers hierbij te betrekken. » Opleiden van BHV-gerelateerde functies. Dit behelst te allen tijde maatwerk, gericht op restrisico’s en de toetsing op kwaliteit ten behoeve van de inzet. » (Ontruimings)oefeningen, communicatieoefeningen enzovoort (zowel ‘droog’ als ‘nat’ oefenen). » Trainen van het crisismanagement. » Incidentenregistratie. » Controle BHV-middelen, blusmiddelen, vluchtwegen en vluchtwegbewegwijzering, brandmeldinstallatie en overige installaties op basis van vergunningen, licenties, certificaat. » Opleidingen overige (opgeleid persoon en preventiemedewerker). » Opvang na incident. » Veiligheidsronde/audit (o.b.v. specifieke vragenlijst), door BHV-leden, verslaglegging naar deskundige en aanpassing van beleid indien noodzakelijk. » Documentatie goedgekeurd door di-

Security Management nummer 6 juni 2012

rectie archiveren, wijzigingen schriftelijk vastleggen, implementeren en communiceren. » Aanpassingen communiceren, intern en extern.

BHV-plan Om uitvoering te geven aan het BHVbeleid wordt het BHV-plan opgesteld. Het BHV-plan geeft planmatig handen en voeten aan de uitvoering van het opgestelde beleid van de organisatie. Het geeft inzicht in de maatgevende factoren en de technische voorzieningen die aanwezig zijn, naast veiligheidsmaatregelen die getroffen worden in ongewenste situaties die zich echter wel kunnen voordoen. Maatgevende factoren zijn factoren die een vast onderdeel zijn van de organisatie en die niet of nauwelijks veranderen. Techniek zijn zaken die aangebracht of ingericht zijn ten behoeve van het voorkomen van calamiteiten en/of het reduceren van de gevolgen van een calamiteit. Veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen die passen binnen het normale proces van de organisatie. De medewerkers binnen de organisatie die bij deze veiligheidsmaatregelen betrokken zijn, zijn ervan op de hoogte welke procedure zij moeten volgen.


t hema | brandveiligheid

Denk bij maatgevende factoren aan onder andere de aard van het proces, de grootte en de ligging van het bedrijf (inclusief omgevingsrisico’s). Hierbij rekening houdend met het redelijkerwijze te verwachten aantal aanwezige medewerkers en derden op bepaalde tijden en op bepaalde dagen en eventueel het aantal niet-zelfredzamen (bijvoorbeeld zorginstellingen en scholen). De opkomsttijd van externe hulpdien-

voor zover dit nodig is en passend bij de specifieke situatie. Zo wordt een passende BHV-organisatie geformeerd. Op basis van de RI&E, ervaringen vanuit het verleden (incidenten) of vanuit de branche, kan een overzicht gemaakt worden van bepaalde calamiteitenscenario’s. De combinatie van deze calamiteitenscenario’s en de beschikbare functionarissen vanuit de BHV-organisatie zal een adequate inzet bepalen.

Bedrijfshulpverlening is onderdeel van het beleid van een organisatie sten en de aanwezigheid van een infrastructuur op het gebied van arbeidsomstandigheden, de aantoonbare aanwezige deskundigheid en de bekendheid met aanwezige noodprocedures. Dit niet alleen voor eigen personeel maar ook voor derden. Denk bij techniek onder andere aan de aanwezigheid van de brandmeldinstallatie in combinatie met doormelding naar de brandweer en aanverwante zaken als aansturingen ten behoeve van het dichtvallen van brandwerende deuren en compartimentering; de ontruimingsinstallatie; blusinstallaties, sprinkler enzovoort. Op basis van het voorgaande zal de BHV-organisatie vorm moeten krijgen, gericht op adequate inzet in de eerste minuten van een incident of calamiteit. In het BHV-plan liggen de actuele gegevens en werkwijze vast.

Opzet van het BHV-plan Wanneer we kijken naar de opzet van een BHV-plan, dan zijn de volgende onderwerpen van belang. De maatgevende factoren op basis van de RI&E en de keuze voor het organieke model bedrijfshulpverlening. Wanneer een calamiteit zich voordoet, valt de staande organisatie en start de calamiteitenorganisatie. Op basis van de huidige wetgeving kan vervolgens gekozen worden voor een hoofdbedrijfshulpverlener, ploegleiders, een specifiek aantal bedrijfshulpverleners, eventueel aangevuld met ontruimers en EHBO’ers, dit

Dit alles proactief, waarbij taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, procedures en werkwijzen vastgelegd worden. Het opleiden en trainen van BHVfunctionarissen moet gericht zijn op de algemene kennis met betrekking tot bedrijfshulpverlening en de calamiteitenscenario’s zoals beschreven. Leren gebruikmaken van BHV-middelen en communicatiemiddelen, als zodanig gericht op de maatgevende factoren en restrisico’s. Het gaat om het competent zijn van functionarissen in bepaalde specifieke situaties, kwalitatieve competenties die meetbaar zijn. Een belangrijk onderdeel van opleiden en trainen is bewustwording van het belang van veiligheid en veilig werken. Het begrijpen van het belang en naleving BHV-beleid, kennis hebben van het BHV-plan en van de risico’s, en de risico’s bij afwijking van veiligheidsprocedures. Dit niet enkel voor de organisatie en haar medewerkers maar ook voor BHV-functionarissen zelf. Lokale bekendheid is hierbij natuurlijk een must. Informatie en aanvullende kennis van aanwezige en ondersteunende techniek in situaties van een calamiteit. Denk aan de aanwezigheid van een brandmeldinstallatie of sprinkler. Kennis en ervaring van middelen en materialen die beschikbaar zijn ten behoeve van de BHV. Kennis en ervaring vanuit het ontruimingsplan conform NTA 8112,

de werkwijzen bij ontruiming en zaken als verzamelplaats en samenwerking met buren. Inclusief de tekeningen conform NEN 1414 en het gebruik van ontruimingsplattegronden. Het (be)oefenen van de bedrijfshulpverlening op locatie, waarbij specifieke BHV-competenties beoefend kunnen worden. Onderwerpen als ontruiming, alarmering en communicatie, eventueel uitgebreid met de BHV-inzet voor wat betreft brand of EHBO. Vervolgens de verplichting tot evaluatie en schriftelijke vastlegging. Aanvullende onderwerpen: » Corrigerende en preventieve maatregelen op basis van evaluatie oefening en/of incident(en) implementeren. » Meldingsformulieren van incidenten en incidentenregistratie bijhouden. » Overzicht opstellen voor kennis, competenties, houding en vaardigheden van BHV-functionarissen vaststellen. » Aanstellen BHV-functionarissen met formele aanstellingsbrief. » Opvang na incident. » Voorlichting en instructie verzorgen aan medewerkers betreffende noodprocedures. » Rapportage aan directie en andere belanghebbenden en het doen van aanbevelingen. » Instructies voor medewerkers en derden schriftelijk vastleggen en implementeren. » Communicatie directie naar BHV, medewerkers en andere belanghebbenden.

Continuproces Bedrijfshulpverlening is onderdeel van het beleid van een organisatie. Door het implementeren van bedrijfshulpverlening op de geëigende wijze zoals bekend bij een organisatie - visie, missie en beleid, een strategisch plan inclusief een organiek model, passend management en aandacht voor cultuur - wordt ook bedrijfshulpverlening daadwerkelijk een onderdeel van het proces van de organisatie. ‹‹ * Jane Jacobs is managing director van Securityfit (www.securityfit.nl)

Security Management nummer 6 juni 2012

29


gastcolumn

Voorkomen is beter dan blussen Het voorgaande betekent dat vastgelegd moet worden welk ambitieniveau u nastreeft. Het alleen voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit is niet in alle gevallen verstandig. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor brandveiligheid tijdens renovatie- en verbouwwerkzaamheden. Welke eisen worden er gesteld aan (onder)aannemers bij brandgevaarlijke werkzaamheden? En belangrijker: zou het niet beter zijn bewoners c.q. gebruikers tijdelijk ergens anders onder te brengen?

De overheid legt met het Bouwbesluit 2012 de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid veel meer bij de gebouweigenaar. Er is hier sprake van een verschuiving van verantwoordelijkheden. Maar als de overheid zich terugtrekt, dan moet die verantwoordelijkheid wel bij partijen komen te liggen die er verstand van hebben en zich bewust zijn van het verantwoordelijkheidsniveau. Waar gaat het eigenlijk om? Beperken van het risico, dat is de belangrijkste boodschap die met de introductie van het nieuwe Bouwbesluit wordt uitgedragen. Het alleen voldoen aan de regels betekent niet automatisch dat een gebouw ook daadwerkelijk brandveilig is. We moeten van normdenken naar risicodenken en daarbij is een integrale benadering van essentieel belang. Bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen moeten met elkaar in evenwicht zijn.

Er dient een omslag te komen van normdenken naar risicodenken

Daarnaast worden er door de overheid (lees: Bouwbesluit) geen eisen gesteld hoe een gebouw eruitziet na een brand. Schade en bedrijfscontinuïteit, maar ook bijvoorbeeld imagoschade, zijn niet geregeld. Die risico’s zijn voor de eigenaar/ gebruiker van het gebouw. Het doel is het voorkomen van slachtoffers (personen aanwezig op het moment dat brand uitbreekt). Daarom zal de brandweer - indien mogelijk – proberen de nog in een gebouw aanwezige personen te redden en door het uitvoeren van een zogenoemde binnenaanval de brand te blussen en uitbreiding naar andere compartimenten en buurpercelen te voorkomen. Bedenk dat diezelfde brandweer in principe geen rol heeft in het ontruimen van een gebouw en dat ‘indien mogelijk’ geen prestatieverplichting is.

Neem de brand die ontstond door dakwerkzaamheden bij zorgcentrum De Geinsche Hof in Nieuwegein. Dankzij de inzet van zorgpersoneel, professionele hulpverleners en omstanders liep deze redelijk goed af. Maar mogen we daar altijd op vertrouwen? De kans op een brand lijkt relatief klein, maar als het misgaat staan we steeds weer te kijken van het effect.

Daarom is het zo belangrijk dat we ons bewust worden van risico’s op het gebied van brandveiligheid, zeker bij zorginstellingen. Het gaat hier namelijk om niet- of minder zelfredzame patiënten en bewoners. Maar bouwregelgeving gaat voornamelijk uit van het normeffect gebaseerd op een beperkt aantal brandscenario’s, niet van dat wat je reëel kunt verwachten. Maar juist voor het reele gevaar is te weinig aandacht, terwijl de reële situatie van groot belang is bij het bepalen van brandveiligheidsmaatregelen. Daarom dient er een omslag te komen van normdenken naar risicodenken. Bewustwording van dat alles is van essentieel belang. Louis Cleef, fire safety manager bij Rockwool BV Roermond

Security Management nummer 6 juni 2012

31


t hema | brandveiligheid

Informatiebeveiliging: bij brandveiligheid Bij brandveiligheid en brandpreventie denken we doorgaans aan de bescherming van mensen en goederen. Als gevolg van wet- en regelgeving en ten behoeve van de fysieke veiligheid zijn we bereid om daarvoor ook preventieve maatregelen te treffen. Maar zijn we dat ook als het om het beveiligen van informatie gaat? Dit artikel gaat in op de relatie tussen brandveiligheid en informatiebeveiliging. ANDRÉ VAN SOEST *

V

oor velen is het belang van brandveiligheid in de informatiebeveiliging onduidelijk. De casus in het kader beschrijft een fictieve situatie waaruit dit belang mogelijk blijkt.

Risico’s Welke informatierisico’s heeft het stadsarchief uit de voorbeeldcase zoal gelopen? » De personeelsdossiers zijn voor een deel vernietigd of zwaar beschadigd. In het geval dat de personeelsdossiers niet gedigitaliseerd zijn, zal men mogelijke kopieën moeten opvragen bij leidinggevenden en medewerkers. Als de dossiers wel gedigitaliseerd zijn, is het een kwestie van

primaire bedrijfsprocessen, zoals het personeelsinformatiesysteem en het systeem van de financiële administratie, niet te benaderen zijn. De mate van beschadiging heeft gevolgen voor de tijdsduur dat de bedrijfsprocessen niet (goed) functioneren. Is er vervangende apparatuur zodat men de serverruimte snel kan inrichten en is er een uitwijkmogelijkheid? » Een deel van de archiefstukken is zwaar beschadigd en moet worden gereataureerd, waardoor de stukken voor een lange periode niet meer beschikbaar zijn en mogelijk voorgoed verloren zijn gegaan. Zijn van de beschadigde en verdwenen stukken digitale exemplaren beschikbaar, of is

Het is verstandig belangrijke documenten op te slaan in een brandveilige kluis uitdraaien van de dossiers, ‘mits’ er regelmatig back-ups zijn gemaakt. Deze back-ups zijn van belang, omdat de server zwaar beschadigd is. Hoe zit het met de personeelsdossiers van medewerkers die uit dienst zijn? Waren deze dossiers ook nog opgeslagen in het kantoor, mogelijk in archiefdozen, of waren deze al verplaatst naar een apart archief? » Doordat de serverruimte zwaar beschadigd is, heeft dat tot gevolg dat de

32

men daar nog niet aan toegekomen vanwege capaciteitsproblemen?

Maatregelen In de casus wordt duidelijk dat een organisatie van tevoren de risico’s moet inventariseren. Is overal aan gedacht? Is bij een calamiteit alles weer te herstellen, of is er mogelijk sprake van grote gevolgschade? Wat zou er bijvoorbeeld zijn gebeurd als het gehele pand was afgebrand?

Security Management nummer 6 juni 2012

Om te voorkomen dat voornoemde risico’s werkelijkheid worden, zal een aantal maatregelen moeten worden getroffen. Daarbij valt te denken aan: » digitaliseren van belangrijke en vertrouwelijke informatie; » fysieke documenten zoals contracten en archiefstukken veilig opslaan in een brandveilige kluis; » maken van back-ups en restoren van back-ups; » nemen van afdoende maatregelen met betrekking tot uitwijkmogelijkheden en vervangende apparatuur. Digitaliseren Alvorens over te gaan tot het digitaliseren van belangrijke en vertrouwelijke informatie, moet de vraag worden beantwoord waarom bepaalde informatie dient te worden gedigitaliseerd. Als de enige reden is om een back-up van bijvoorbeeld de personeelsdossiers te hebben, is het ook mogelijk om van alle dossiers een kopie te maken en deze ergens anders te bewaren. Men


t hema | brandveiligheid

onderbelicht aspect dient er dan wel voor te zorgen dat de opslag tegen calamiteiten is beschermd. Daarnaast moet de beveiliging op orde zijn, zodat de vertrouwelijkheid gewaarborgd is. Als echter een reden bijvoorbeeld is om bestanden snel terug te kunnen vinden of digitaal beschikbaar te maken voor de organisatie of voor het publiek, dan is digitaliseren een goede oplossing. Opslaan in brandveilige kluis Er zijn verschillende redenen om belangrijke informatie - documenten zoals contracten, archiefstukken, projectinformatie - in een (brandveilige) kluis op te slaan: » voorkomen dat informatie voorgoed verloren gaat als gevolg van brand; » voorkomen van diefstal;

» voorkomen dat er ongeautoriseerd toegang wordt verkregen tot de informatie. In een kluis is de betreffende informatie gedurende een bepaalde periode beschermd tegen brand (afhankelijk van de brandwerendheidsklasse) en blijft ze

ling volgens een back-upbeleid backupkopieën van informatie maakt. Deze back-ups slaat men vaak op op optische schijven (cd, dvd), magneetschijven (harddisk) of magneetbanden, en deze worden extern opgeslagen. Het regelmatig testen van deze back-ups is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze

Een organisatie zal moeten nadenken over een uitwijkvoorziening vrijwel gevrijwaard van de soms dramatische gevolgen van bluswater. Bewaren back-ups op externe locatie In veel organisaties is het de normaalste gang van zaken dat een ICT-afde-

Voorbeeldcase In het stadsarchief van een Nederlandse gemeente breekt ‘s avonds, als iedereen al naar huis is, brand uit bij de afdeling personeelszaken. De beveiliging had nog geen sluitronde uitgevoerd, om te controleren of alle ramen en deuren waren afgesloten en of alle stekkers uit het stopcontact waren gehaald. Het kantoor van personeelszaken ligt naast de serverruimte en op de verdieping boven personeelszaken is het archief gevestigd, waar een zeer grote collectie van historische gegevens van de stad en haar inwoners is opgeslagen. De brand is mogelijk veroorzaakt door een kortsluiting in een waterkoker. Toen de laatste medewerker de afdeling verliet, is de afdeling afgesloten maar er is niet gecontroleerd of alle stekkers uit het stopcontact waren gehaald. In het kantoor zelf is geen brandmelder geïnstalleerd, wel op een aantal punten in de gang. In de serverruimte en in het archief is eveneens een aantal brandmelders geïnstalleerd. De brand in de kantoorruimte neemt een dermate grote omvang aan dat deze overslaat naar de serverruimte en via het plafond van het kantoor naar het archief. Ondertussen heeft de beveiliging een brandmelding gekregen en ze heeft daarop actie ondernomen. Nadat de brandweer is gearriveerd en de brand is geblust, neemt men de schade op. » Het kantoor van personeelszaken is volledig uitgebrand en de personeelsdossiers zijn voor een deel vernietigd of zwaar beschadigd door het bluswater. » De serverruimte heeft grote schade opgelopen, waarbij de apparatuur zwaar beschadigd is. » Het archief heeft grote waterschade opgelopen, waardoor het publiek een deel van de collectie tijdelijk niet meer kan raadplegen en de collectie mogelijk verloren is gegaan.

betrouwbaar zijn en in geval van nood te gebruiken zijn. Deze back-ups dient men op een locatie op te slaan die zich op voldoende afstand bevindt, zodat er geen schade door brand op de hoofdlocatie kan ontstaan. Een andere mogelijkheid om deze informatie te back-uppen is bijvoorbeeld gebruik te maken van online back-updiensten. Uitwijk en herstel Een organisatie zal maatregelen moeten treffen als zich een calamiteit voordoet. Belangrijke informatie back-uppen is een van de maatregelen die men dient te nemen, maar is niet in alle situaties voldoende. Ingeval de serverruimte zwaar beschadigd is of het gebouw is afgebrand, heeft men wel een back-up maar geen apparatuur om de back-up op terug te zetten. Medewerkers zijn hun werkplek kwijt maar kunnen mogelijk tijdelijk vanuit huis werken, als zij toegang krijgen tot hun documenten. Een organisatie zal daarom moeten nadenken over een uitwijkvoorziening om te voorkomen dat zij als gevolg van een brand in de problemen komt doordat niet aan de verplichtingen kan worden voldaan. ‹‹ * André van Soest is adviseur bij LBVD Informatiebeveiligers, www.lbvd.nl

Security Management nummer 6 juni 2012

33


t hema | brandveiligheid

Nationaal Brandveiligheidscongres 2012

‘Van voorschrift naar nieuwe mindset’ Minder regelgeving, meer eigen verantwoordelijkheid en de daarmee gepaard gaande cultuurverandering als het gaat om brandveiligheid zijn zaken waarmee veel brandveiligheidsprofessionals worstelen. Dat bleek tijdens het door SBR georganiseerde Nationaal Brandveiligheidscongres dat op 12 april in Ahoy Rotterdam plaatsvond. ARJEN DE KORT

H

et nieuwe Bouwbesluit dat sinds 1 april van dit jaar van kracht is, heeft grote impact op het denken en werken van architecten, bouwers, gebouweigenaren en brandbestrijders. Hiermee wordt voor deze groepen de terugtredende overheid, die op veel terreinen minder wet- en regelgeving wenst, tastbaar. Maar dat is lastig, als die uitgebreide en gedetailleerde regelgeving jarenlang richtinggevend en in veel gevallen juist je houvast is geweest in je denken en doen. Meer eigen verantwoordelijkheid kan zelfs als bedreigend worden ervaren. Dagvoorzitter Jan de Vreugd hield de congresdeelnemers in zijn openingswoord echter voor dat minder regels en voorschriften ook kansen biedt. Maar dat vraagt wel een andere manier van denken over brandveiligheid. Daarmee zette hij het thema ‘Van voorschrift naar nieuwe mindset’ helder neer. En hij liet de aanwezigen meteen weten dat om te wennen aan die onzekerheden en eigen verantwoordelijkheid de congresorganisatie had gekozen voor het ‘open space’-principe: geen strak geregisseerd inhoudelijk programma, maar meer interactieve sessies om ideeen met elkaar uit te wisselen.

Van regels naar prestaties Desalniettemin werd het programma met een plenaire presentatie geopend.

34

In een duopresentatie gingen Gerard van der Veer (architect) en Dirk Smeets (veiligheidsadviseur) in op de dilemma’s bij het ontwerpen van brandveiligheid op Schiphol. Concreet behandelden zij daarvoor het ontwerp en de bouw van Lounge 1, het bij reizigers meer dan bekende achter de douane

eisen. Deze vertaalden zich in met name striktere regelgeving (Bouwbesluit 2003) en het volgen daarvan. Dit zorgde uiteindelijk voor meer samenwerking vooraf tussen architect, veiligheidsadviseur en specialisten brandveiligheid, met als eindresultaat een gebouw dat voldoet aan de wensen

Brandveiligheid 2.0 kan de grenzen van het Nederlandse brandveiligheidssysteem doorbreken gelegen horeca- en winkelgebied. Het zogenaamde ‘one roof terminal’ concept van Schiphol brengt zeer specifieke brandveiligheidseisen met zich mee, omdat (brand)compartimentering hierdoor erg lastig wordt. Dit maakte het ontwerpen van Lounge 1 tot een uitdaging. Architect en veiligheidsadviseur moesten de wensen van de opdrachtgever/gebouweigenaar (Schiphol) – geen gecompartimenteerd gebouw – in overeenstemming brengen met de regelgeving op het terrein van brandveiligheid. Tijdens dit proces werden zij onder andere als gevolg van incidenten zoals de cellenbrand op Schiphol, geconfronteerd met zowel bij gebouweigenaar als wetgever veranderende opvattingen en

Security Management nummer 6 juni 2012

van de opdrachtgever en een brandveiligheidsplan dat voldoet aan de regelgeving. Volgens Van der Veer is ‘Lounge 1’ een toonbeeld van een atypische oplossing voor een atypisch gebouw, dat voor de branche als voorbeeld kan dienen hoe met de nieuwe omstandigheden kan worden omgegaan: met minder regels toch in staat zijn om een gewenst prestatieniveau te realiseren.

Open space Met deze boodschap gingen de deelnemers richting workshops. Daarin konden zij volgens het ‘open space’-principe met elkaar ideeën uitwisselen en discussiëren over onderwerpen als onder andere nut en noodzaak van brandon-


t hema | brandveiligheid

Tijdens het congres werd de Innovatieprijs Brandveiligheid uitgereikt. De congresdeelnemers kozen in grote meerderheid voor Nodazzle.

Henk Geveke (algemeen directeur integrale veiligheid TNO) wil een brug slaan van regelgeving naar een nieuwe mindset, wat moet resulteren in Brandveiligheid 2.0.

derzoek, gebruik van duurzame materialen, monumenten en brandveiligheidseisen, persoonlijke verantwoordelijkheid, de vraag of duurzame gebouwen wel brandveilig zijn, en brandveiligheid bij herbestemming en verbouw.

werd aangelopen vanwege de bestaande bouw. Uiteindelijk is er veel aandacht besteed aan het ontruimingsplan en het creëren van nieuwe, betere vluchtwegen.

Sportpaleis Ahoy Dat laatste konden de deelnemers ook daadwerkelijk aanschouwen tijdens een rondleiding door het ruim een jaar geleden volledig verbouwde Sportpaleis Ahoy. De verbouwing vereiste een nieuw brandveiligheidsontwerp, waarbij tegen een aantal problemen

De conclusie was dat ook het Sportpaleis een voorbeeld is van een atypisch gebouw, waarbij als het gaat om de brandveiligheid moest kunnen worden afgeweken van de geldende regelgeving. Specialisten hebben hier hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen en hun creativiteit ingezet om passende oplossingen te bedenken.

Innovatieprijs Brandveiligheid Het is inmiddels traditie dat tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres de Innovatieprijs Brandveiligheid wordt uitgereikt. De genomineerden dit jaar waren: Slimme meters en (brand)veiligheid Oplossing voor een interactief gasleverings-/lekcontrolesysteem, met name voor de woningbouw. Vergelijkbaar met de welbekende aardlekschakelaar, maar dan voor de gasleidingen. Hiermee worden brand-, explosie- en vergiftigingsgevaar als gevolg van koolmonoxide in de woning drastisch gereduceerd. Rookcompartimentering met behoud van evacuatiemogelijkheid in Meander Medisch Centrum Nieuw rookwerend rolscherm, waarmee bij brand rookcompartimenten worden gecreëerd die eenvoudig te passeren zijn, zelfs met rolstoelen en ziekenhuisbedden. Nodazzle, the smart safety light Nieuw systeem op het gebied van nood-, evacuatie- en veiligheidsverlichting, waarbij intuïtief vluchten centraal staat. Opvallend is dat er met oranje in plaats van met wit licht wordt gewerkt. Daardoor reikt het licht verder, omdat het minder wordt weerkaatst door de aanwezige rook. De noodverlichtingsarmaturen blijven zodoende bij brand beter zichtbaar. De congresdeelnemers kozen met een overweldigende meerderheid voor Nodazzle.

Het is de ambitie verschillende stakeholders uit het veld te betrekken om middels samenwerking tot een brandveilig(er) Nederland te komen.

Brandveiligheid 2.0 De dag werd weer op traditionele wijze afgesloten met een plenaire lezing van Henk Geveke (algemeen directeur integrale veiligheid TNO) over de weg naar een nieuwe brandveiligheid. Geveke betoogde een brug te willen slaan van regelgeving naar een nieuwe mindset, wat uiteindelijk moet resulteren in wat hij noemt Brandveiligheid 2.0. Dit nieuwe concept zou moeten worden opgebouwd uit de volgende vier elementen: 1. Risicobenadering. Introductie van het risicodenken over brandveiligheid; doelen stellen en kwantificeren. 2. Systematische kennisontwikkeling & -overdracht. Nu kent het veld veel specialisten, maar zij spreken niet dezelfde taal. Hieraan zou door met name het onderwijs moeten worden gewerkt. 3. Casestudies om te zien wat er in de praktijk werkt. Momenteel wordt er in Nederland bijna geen brandveiligheidsonderzoek gedaan; daarin moet verandering komen. 4. In kaart brengen van kosten & baten. Volgens Geveke kan Brandveiligheid 2.0 de grenzen van het huidige Nederlandse brandveiligheidssysteem doorbreken. Om dit te bewerkstelligen is het de ambitie van een aantal betrokken kenniscentra (NIFV, TNO, Effectis) om dit met een roadmap vorm te geven. Daarbij willen zij de verschillende stakeholders uit het veld betrekken om middels samenwerking tot een brandveilig(er) Nederland te komen. ‹‹

Security Management nummer 6 juni 2012

35


securit y

PSIM: de nieuwe gener management software Tegenwoordig zie je steeds meer verschillende security managementsystemen. Ze doen wat ze beloven: aanwezige securitytechniek integreren en meldingen centraliseren. Dat is hun kracht, maar ook hun zwakte. Ze helpen maar zeer beperkt bij het verbeteren van het beveiligingsniveau. De nieuwe generatie PSIM-software doet dit wel. Physical Security Information Management, is ontwikkeld voor het managen en snel onder controle krijgen van situaties. Dit in tegenstelling tot een SMS. FRANK WALRAVEN *

B

ij de huidige security managementsystemen (SMS) staat het managen van de techniek centraal. Meestal zijn gebouwbeheer-, videomanagement- en toegangscontrolesystemen uitgebouwd tot een SMS. Ondersteund door een plattegrond en

securitysoftware is ontwikkeld vanuit de visie dat je bij (ernstige) incidenten de interpretatie van gegevens en beelden niet volledig aan een operator kunt overlaten. Noch dat je voor de opvolging afhankelijk mag zijn van de kennis en ervaring van een individu. Bij de ont-

Een PSIM is een open, hardware- en systeemonafhankelijke softwaretoolbox met wat videobeelden moet de operator grote aantallen meldingen zelfstandig interpreteren en afhandelen. Naar eigen inzicht en op basis van actuele kennis van procedures en richtlijnen. In de praktijk worden hierbij regelmatig fouten gemaakt. Het vermogen om juist te reageren neemt nog verder af in stress-situaties; wanneer zich ernstige(re) incidenten of zelfs rampen voordoen.

wikkeling van PSIM-software ligt daarom de nadruk op het ondersteunen van de beveiligingsorganisatie. De software biedt uitgebreide functionaliteit om Standard Operating Procedures en be-

Physical Security Information Management (PSIM) Ernstige incidenten, zoals 11 September 2001, de aanslagen in de metro van Londen, en de schietpartij op de luchthaven van Frankfurt, hebben geleid tot het ontstaan van de nieuwe generatie PSIM-software. Deze nieuwe generatie

36

Security Management nummer 6 juni 2012

veiligingsrichtlijnen te automatiseren en situational awareness te creĂŤren. Met een PSIM neemt het reactievermogen van een operator toe en worden medewerkers gesteund en gestuurd bij het adequaat afhandelen van een dreiging, incident of crisissituatie. Hierdoor is een situatie snel onder controle en wordt schade voorkomen en beperkt.

Wat is en kan een PSIM? Een PSIM is een open hardware- en systeemonafhankelijke softwaretoolbox. Een PSIM integreert niet alleen alle bestaande en nieuwe (security)systemen in een organisatie. Met de software kan ook een gecentraliseerde command & control infrastructuur worden opgezet gericht op situatiema-

Succesvolle PSIM-implementatie door IBM IBM UK implementeerde met veel succes een PSIM-oplossing (IPSecurityCenter). Met deze oplossing realiseerde IBM een centraal command & control center dat alle bestaande (zo’n 700) securitysystemen integreerde. Hierdoor wist IBM een consistent beveiligingsniveau bij de 26 vestigingen te realiseren. Bovendien is zowel de efficiency van haar control rooms als reactiesnelheid bij incidenten aanzienlijk verbeterd. IBM heeft dankzij de rapportagemogelijkheden beter inzicht in de regelmatig voorkomende incidenten, waardoor ze aanvullende maatregelen kan nemen. De terugverdientijd bedroeg slechts achttien maanden. Het succes bij IBM UK heeft tot de implementatie van de oplossing bij IBM India en vorig jaar bij IBM USA geleid, wat op dit moment de grootste PSIM-implementatie in de wereld is.


securit y

atie security nagement. De werking en de opzet van het PSIM leiden vervolgens tot de volgende resultaten: » Een controleroom/operator wordt uitsluitend belast met relevante situaties; niet-relevante data/events worden zoveel mogelijk gefilterd. Waar mogelijk worden acties geautomatiseerd – en dus zonder tussenkomst van operators – afgehandeld. » Een operator wordt geholpen om zo snel mogelijk (het ontstaan van) incidenten en crisissituaties te herkennen en te prioriteren. » Een operator wordt gedurende de afhandeling van het incident of de crisissituatie steeds opnieuw voorzien van relevante informatie (gegevens, videobeelden, plattegronden, geo-informatie, etc.) die hem/haar inzicht geeft in (het verloop van) de situatie. Dit creëert situationeel inzicht (situational awareness). » Een operator wordt, via dynamische en geautomatiseerde responsplannen met workflows, uitgebreid ondersteund bij het managen en onder controle krijgen van de situatie. Responsplannen kunnen anders verlopen, afhankelijk van onder meer de combinatie van events, het dreigingsniveau, het tijdstip van de dag en andere variabelen. » Het verloop van een incident en de volledige afhandeling ervan worden automatisch vastgelegd/gelogd. Hierdoor is analyse achteraf mogelijk en kunnen verbeteringen of optimalisatieslagen worden doorgevoerd, bijvoorbeeld in de correlatieschema’s van events, filtering, responsplannen of de organisatie. Het schema laat de gelaagde structuur zien waaruit veel PSIM-applicaties zijn opgebouwd. Voor een deel corresponderen deze met voornoemde punten.

PSIM-instrumentarium Een PSIM bevat, in tegenstelling tot een SMS, een groot aantal nieuwe instrumenten om het voorgaande te realiseren. Dankzij deze instrumenten kan een controlroom veel effectiever en efficiënter werken en kan aanzienlijk worden bespaard op operationele beveiligingskosten. Veel van de instrumenten kunnen met behulp van de visuele toolbox van het PSIM worden geconfigureerd. Programmeren is dus niet nodig. Het configureren van de responsplannen met workflows werkt eenvoudig via ‘drag & drop’. Ook de bij iedere fase in een workflow behorende userinterfaces voor beeldschermen en videowalls kunnen eenvoudig zelf worden ontworpen door het slepen van objecten.

Rules Engine Met de Rules Engine kunnen complexe oorzaak- en gevolgscenario’s worden geconfigureerd. De combinatie van correlerende events uit onderliggende systemen, het crisisniveau waar de organisatie of een locatie in verkeert, het tijdstip van de dag en andere variabelen activeren een bepaald responsplan met meestal een (alarm)melding voorzien van prioriteit. Via de Rules Engine worden zoveel mogelijk events of alarmen uit onderliggende systemen gefilterd. Vaak is een op zichzelf staand event, zoals de mel-

ding dat een niet-geautoriseerde toegangskaart wordt aangeboden, niet bedreigend. Deze hoeft dus niet aan de operator getoond te worden. Een combinatie van dit event met andere events kan echter een dreiging betekenen. Als dezelfde toegangskaart nu op meerdere ongeautoriseerde deuren wordt aangeboden, dan kan dat betekenen dat iemand een kaart heeft gestolen of gevonden en probeert binnen te komen. Op dat moment dient er wel degelijk een alarm te worden gegeven. Ook enkelvoudige meldingen uit een hekwerkdetectiesysteem zijn meestal minder relevant. Wanneer er tegelijkertijd een melding binnenkomt vanuit het videoanalysesysteem dat een mens zich in de hekwerkzone begeeft, dan kan er sprake zijn van een inbraakpoging en moet een bepaald responsplan met alarm geactiveerd worden. Komen er vervolgens ook meldingen van detectoren binnen het hekwerk, dan worden deze events tevens bij het bestaande alarm gevoegd en zal de prioriteit van het alarm opgehoogd worden. In hoogrisicogebieden en afhankelijk van de prioriteit, kan tevens een escalatieprocedure in gang worden gezet indien de melding niet binnen een bepaalde tijd wordt opgepakt. Dit alles conform de configuratie van het systeem.

Responsplannen Door de Rules Engine kan een gedefinieerd responsplan in gang worden gezet. Dit is een procedure met eventuele subprocedures vastgelegd in één of meerdere workflows. De ene work-

Security Management nummer 6 juni 2012

37

»


securit y

flow kan de andere aanroepen. In iedere fase van een workflow krijgt een operator belangrijke informatie, functies en (beoordelings)vragen aangeboden. Na het beantwoorden van de vragen worden nieuwe acties in gang gezet en nieuwe functies, informatie, plattegronden en/of andere camerabeelden aan de operator aangeboden. Deze zorgen steeds voor situationeel inzicht (situational awareness) voor de behandeling van de volgende fase van het incident. Dankzij de responsplannen worden operators gestuurd om: » in de juiste volgorde, de juiste en alle benodigde acties te nemen; » de juiste escalatieprocedures in gang te zetten; » te handelen conform standard operating procedures, richtlijnen en wet en regelgeving. Vaak wordt geëindigd met een incidentenformulier voor verslaglegging.

bij het implementatieproces betrokken mensen een goed inzicht moeten hebben in beveiligingsprocessen. Zowel organisatorisch als procesmatig. Dit in tegenstelling tot het implementatieteam van een traditioneel SMS, dat vooral bestaat uit technisch specialisten. Bij het implementeren van een PSIM-oplossing wordt meestal een projectgroep in het leven geroepen die ver-

Het belangrijkste voordeel van een PSIM is dat bedreigende situaties sneller onder controle zijn antwoordelijk is voor de oplevering van een goed geïmplementeerd systeem. Als projectmanagementmethodiek wordt PRINCE2 aanbevolen. Deze sluit goed aan bij dit type software-implementaties. Geadviseerd wordt om een PSIM-systeem niet in één keer uitgebreid en volledig in te richten. Het is beter om met een beperkt aantal processen te starten, waarmee direct succes geoogst kan worden, en vervolgens periodiek op basis van de ervaring en systeemgegevens verder te optimaliseren. Dit leidt tot een beter op de praktijk afgestemd systeem.

Analyse en rapportage Alle events, alarmen, doorlopen responsplannen met bijbehorende informatie worden gelogd. De gegevens kunnen worden gebruikt voor rapportagedoeleinden, om de PSIM-managementdashboards te voeden of om compliancy aan wet- en regelgeving aan te tonen. Werkelijke incidenten kunnen later worden gebruikt voor analyse, trainingsdoeleinden, bewijsvoering en verdere optimalisatie van het systeem.

Implementatieproces Het succes van een PSIM-oplossing wordt in belangrijke mate bepaald door het implementatieproces. Daarbij staat het inventariseren en categoriseren van incidenten, het uitwerken en optimaliseren van de te automatiseren procedures en richtlijnen en het vaststellen van correlatiematrices en filterregels centraal. Dit maakt direct duidelijk dat de

38

gebaseerde securitytechniek. De operator zelf merkt hier niets van. Hij heeft altijd één identiek werkoppervlak. Implementaties bewijzen dat een systeem zich snel terugverdient. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat door de flexibele opzet en toolboxgedachte van een PSIM, de software uitermate geschikt is voor de integratie van bijvoorbeeld gebouwbeheer, verkeersmanage-

Tot slot PSIM is een uitgebreide softwaretoolbox en biedt zeer veel nieuwe functionaliteit ten opzichte van traditionele security managementsystemen. Met een PSIM-oplossing kunnen de efficiency en effectiviteit van een controlroom of meldkamer en het beveiligingsniveau van de organisatie significant worden verbeterd. Dit komt vooral doordat via de software de organisatorische aspecten van beveiliging worden ondersteund en geoptimaliseerd. Hierdoor kan een aanzienlijke besparing worden gerealiseerd op de operationele beveiligingskosten. Tevens zullen organisaties minder afhankelijk zijn van hardwareleveranciers. Binnen een PSIM-systeem kunnen namelijk meerdere toegangscontrole- of videomanagementsystemen tegelijk worden opgenomen, zelfs naast nieuwe en op IP

Security Management nummer 6 juni 2012

ment en facility managementfuncties, waardoor het systeem gedeeld kan worden. Het belangrijkste voordeel van een PSIM is natuurlijk dat bedreigende situaties sneller onder controle zijn. Door vroegtijdige herkenning van een dreiging of incident, verbetering van het reactievermogen op crisissituaties en een adequatere en goed gestuurde afhandeling. Hierdoor wordt schade voorkomen en/of beperkt. Of het nu gaat om schade aan gebouwen, diefstal, persoonlijk letsel of psychische schade. Ook zorgt een PSIM voor een beperking van de risicoaansprakelijkheid doordat volledige audit trails mogelijk zijn waarmee aangetoond kan worden dat er goed gehandeld is. Tot slot een waarschuwing. Wanneer u zich laat voorlichten over een PSIM-oplossing, wees dan kritisch. We zien in landen waar PSIM-systemen al breder operationeel en bekend zijn, dat traditionele systemen zich ook als PSIM gaan profileren, terwijl de specifieke PSIMfunctionaliteit niet of nauwelijks aanwezig is. Traditionele SMS-systemen zijn moeilijk om te bouwen naar de vijflagenarchitectuur van een PSIM met de flexibele configuratietoolbox die een PSIM-oplossing zo krachtig maakt. Laat u dus niet teleurstellen. ‹‹ * Frank Walraven is Business Development Manager bij Mactwin Security Solutions


securit y

Nationale Denktank Inte Sinds 1 januari heeft de Nederlandse beveiligingswereld zijn eigen Denktank. Op initiatief van VBN en ASIS Benelux Chapter treffen toonaangevende professionals elkaar in dit platform met als doel de professionalisering van het vakgebied te stimuleren. ARJEN DE KORT

D

e Nationale Denktank Integrale Beveiliging fungeert als platform, waar de ambassadeurs van de Nederlandse security manager en de Nederlandse beveiligingsprofessional samenkomen. De doelstelling is als volgt geformuleerd: ‘In het algemeen belang kennis van en informatie over beveiliging en (maatschappelijk) beveiligingsvraagstukken te ontsluiten teneinde een effectieve en efficiënte publiek-private samenwerking en verdere professionalisering van het vakgebied in Nederland te stimuleren’. Dit betekent dat de Nationale Denktank Integrale Beveiliging ook aandacht zal gaan en zal blijven vragen voor verbetering van zowel vigerende regelgeving – waar nodig – en voor de verbetering van de kwaliteit en de samenhang van (bestaande) opleidingen in Nederland.

Taakstelling De Nationale Denktank Integrale Beveiliging ziet het als zijn taak om proactief uit te leggen dat beveiliging een vak is, waarvoor bepaalde competenties (waaronder integriteit), en kennis en kunde noodzakelijk zijn.

Om zijn doelstelling waar te maken, ziet de Nationale Denktank Integrale Beveiliging het ook als zijn taak om naar aanleiding van beveiligingsincidenten die zich in Nederland voordoen, en die onderdeel worden van een maatschappelijke discussie, neutraal en vakinhoudelijk commentaar te geven. Dit kan alleen als de integriteit van de Nationale Denktank Integrale Beveiliging niet ter discussie staat. Professionaliteit, objectiviteit en onafhankelijkheid zijn derhalve belangrijke voorwaarden om goed te kunnen functioneren. Adviezen en vakinhoudelijk

Leden » » » » » »

Berndt Rif (voorzitter / Security Manager van het Jaar 2010-2012) Willem van Egmond (vice-voorzitter, Security Manager van het jaar 2008-2010) Marten Dijkstra (lid) Jan Ketting (lid) René Polfliet (lid) Erik de Vries (lid, voorzitter ASIS Chapter Benelux).

Op 10 mei werd Harm van Dijk tot Security Manager van het Jaar gekozen. Hij zal met ingang van 1 januari 2013 het voorzitterschap overnemen van Berndt Rif.

40

Security Management nummer 6 juni 2012

commentaar van de Nationale Denktank Integrale Beveiliging mogen niet voortkomen uit commerciële of politieke belangen.

Organisatie De Nationale Denktank Integrale Beveiliging is verbonden aan de (tweejaarlijkse) verkiezing Security Manager van het Jaar. De nieuwgekozen Security Manager van het Jaar wordt uitgenodigd om op 1 januari van het jaar volgend op zijn of haar uitverkiezing, voor een periode van twee jaar het voorzitterschap van de Nationale Denktank Integrale Beveiliging op zich te nemen. Bij de samenstelling van de Denktank zal altijd worden geprobeerd om enerzijds de twee Nederlandse vakverenigingen van beveiligingsmanagers en beveiligingsprofessionals (VBN en ASIS Benelux Chapter) zo goed mogelijk te laten vertegenwoordigen, en anderzijds een goede afspiegeling te zijn van in de sector aanwezige expertise. De leden hebben op persoonlijke titel zitting in de Denktank en vertegenwoordigen geen bedrijf of organisatie. ‹‹


securit y

grale Beveiliging gestart Berndt Rif, voorzitter Nationale Denktank Integrale Veiligheid

‘We willen vanuit een helikopterview naar de sector kijken’ Op de dag dat de Security Manager van het Jaar 2012 wordt gekozen en daarmee tegelijkertijd zijn opvolger als voorzitter van de Denktank Integrale Veiligheid, neemt zittend voorzitter Berndt Rif de tijd om een aantal zaken rond de Denktank toe te lichten en geeft hij aan waar zij momenteel staan. ‘We hebben de afgelopen periode gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Daar denkt men nu na over de vraag hoe de Denktank het beste gepositioneerd kan worden en wie binnen het ministerie daadwerkelijk de juiste gesprekspartner zou kunnen worden. We willen ons als gesprekspartner positioneren die voor de sector en de overheid zaken kan signaleren, zowel in positieve als in negatieve zin. Maar gezien onze doelstelling om beveiliging niet verkokerd maar juist integraal te benaderen, is het nog de vraag welke partij daar het beste bij aansluit. Omdat er momenteel binnen het ministerie veel in beweging is - je had bijvoorbeeld eerst het NCTb, dat is nu het NCTV geworden - is nog niet duidelijk welke afdeling gesprekspartner wordt. Binnen het ministerie wordt hier uiterst serieus mee omgegaan. Ik verwacht dat er voor de zomer hierover helderheid zal zijn, waarna we langzaamaan kunnen beginnen om onze plek in te nemen.’ Wat is die plek? ‘Wij willen op een wat meer objectieve manier, vanuit een helikopterview naar de beveiligingssector kijken. Dat betekent dat we niet zozeer op incidentniveau willen zeggen wat goed of slecht is gegaan, maar kiezen voor de benadering vanuit de vraag wat er nu eigenlijk gebeurd is. We willen knelpunten waar-

nemen en trends en ontwikkelingen signaleren waarmee wellicht iets zou moeten worden gedaan. Dat willen we doen zowel richting de sector als richting de overheid.’ Je hebt het steeds over de overheid. Maar kijken jullie ook naar de media en het grote publiek? Zeker in relatie tot jullie taakstelling om proactief uit te leggen dat beveiliging een vak is. ‘Om aan te geven wat we zouden willen bereiken, haal ik graag het voorbeeld aan van de Vereniging Verkeersvliegers Nederland. Zodra er de afgelopen jaren in die sector iets speelde, trad toenmalig voorzitter Benno Baksteen altijd op als woordvoerder. Ook wij willen op termijn een dusdanige positie innemen dat bijvoorbeeld bij een incident wij de relativerende factor kunnen zijn.’ Baksteen was op een gegeven moment inderdaad het gezicht van de VVN. Hoe zie jij dat voor de Denktank en de beveiligingsbranche? ‘Idealiter – en dat zie je ook aan de huidige samenstelling van de Denktank – zou daar een groep professionals moeten zitten die moet kunnen worden bevraagd. Vandaar dat het ook belangrijk is dat ieder lid op persoonlijke titel zitting heeft in de Denktank.’ Dus in geval van een incident zouden de media bij de Denktank moeten aankloppen? ‘Ik zeg liever kunnen aankloppen. Als je een dergelijke positie kunt waarmaken om vanuit zo’n platform met wat meer afstand naar zaken te kijken - en dat is wat ons betreft wel een voorwaarde - dan zou dat heel goed zijn. Mensen zouden op persoonlijke titel en vanwege hun expertise moeten worden benaderd, vanuit een platform dat geen enkel ander belang heeft en dat achter de schermen de vraag op de juiste plek kan neerleggen. We willen dus

geen belangenbehartiger worden, maar puur op inhoud en expertise koersen.’ Dat betekent wel dat de Denktank bekend moet zijn. Hoe gaan jullie dat realiseren? ‘Dat is inderdaad zo. Maar ons past hier enige bescheidenheid. Want niets is dodelijker dan je een positie aan te meten die je op een gegeven moment niet waar kunt maken. Op dit moment zijn we nog steeds een groep van zes mensen die nadenken over hoe we het vakgebied professioneel kunnen neerzetten. Pas als we dat helder hebben, willen we naar buiten treden.’ Wanneer is het zover? ‘Die vraag zal ongetwijfeld komen, maar nog niet dit jaar. Eerst zullen de contouren moeten staan. De bedoeling is dat we eind dit jaar zover zijn. Vervolgens heeft de nieuwe security manager van het jaar die per 1 januari 2013 als voorzitter van de Denktank zal aantreden, een instrument in handen om mee te gaan werken. Dan zal ook de tijd rijp zijn om naar buiten te treden. Maar nogmaals, dat zal met de nodige voorzichtigheid moeten gebeuren. Want het gezegde luidt niet voor niets “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard”. Om als objectieve gesprekspartner te worden geaccepteerd, kunnen we ons in de beginperiode geen uitglijder permitteren.’

Security Management nummer 6 juni 2012

41


securit y

Security in musea: een drieluik Wat doe je als museum met een beperkt budget om een collectie te beschermen? Alles wat je uitgeeft aan beveiliging, kun je niet meer uitgeven aan conserverende maatregelen. Dat vereist een weloverwogen aanpak. Maar wat komt daar in de praktijk van terecht? Waarop is de inzet van beveiliging gebaseerd? Meestal is het een gewoonte, slechts een enkele keer zien we een helder concept. In dit artikel wordt security beschreven als een drieluik: inactief, reactief en proactief. STEVEN VAN DER MINNE *

Inactief: het object met een stropdas Beveiliging is niet sexy. Vaak is de beveiliging gebaseerd op een algemeen idee dat het inzetten van securitypersoneel preventief werkt, dat ze kunnen ingrijpen als er iets gestolen of vernield dreigt te worden en dat buiten openingstijden de camera’s hun werk doen. Toegankelijkheid Fysieke beveiliging zorgt voor een eerste bescherming. Denk aan sloten, inbraakwerende gevels, meeneembeveiliging (alarm) en dergelijke. Dit is ge-

Personeel, onderhoudsmedewerkers en vrijwilligers hebben allemaal toegang tot de objecten en weten in veel gevallen hoe deze beveiligd zijn en ook hoe je die beveiliging kunt omzeilen. Zo wordt wel de gelegenheid tot diefstal geboden. De aard van het gebouw en de daarmee gepaard gaande toegankelijkheid voor het publiek, medewerkers en anderen biedt dus tevens de gelegenheid om daar misbruik van te maken. En daar wordt niet altijd even goed over nagedacht. Vergelijk een museum met een depot. De inbraakwerende maatregelen zijn vergelijkbaar. In een depot wordt

Beveiliging is geen afdeling of uniform, maar een state of mind richt op het voorkómen van inbraak en diefstal. Het is alleen wel typisch voor musea dat de mooie en gewilde objecten goed zichtbaar en vindbaar zijn. Je komt er zo bij, of je nu een goedwillende bezoeker bent of een kwaadwillende dief. En als je bij het object bent, is de snelste weg naar de uitgang goed aangegeven. Je hoeft dus niet eens in te breken om je slag te slaan. Een ander probleem is de achterdeur.

42

bijna nooit iets gestolen. Een dief moet eerst binnenkomen, dat is de eerste drempel. Overdag heb je daar als vreemde niets te zoeken, dus je zult al hulp van binnenuit moeten hebben of moeten inbreken. Daarna heb je de volgende drempel: waar ligt het object? Weet je als dief wat je zoekt en waar je moet zijn? Toegankelijkheid is niet het eerste doel van een depot. Tijd om iets te traceren, te pakken en mee te nemen werkt in je nadeel. Daardoor kan de

Security Management nummer 6 juni 2012

bewaking eerder ter plaatse zijn als het object nog niet is meegenomen. Ook staan depots bij voorkeur op een bewaakt bedrijventerrein met voortdurende voertuigregistratie, waardoor de pakkans groter is. Blinde vlekken en oogkleppen Je kunt aan de voorkant alles dichttimmeren, maar wat zegt dat over de achterkant? Heb je dan je inbraakrisico beheerst? De beperkingen in de huidige benadering zitten in blinde vlekken en in oogkleppen. Blinde vlekken zijn aspecten die je niet ziet en daarom niet meeneemt. Een voorbeeld van een blinde vlek is het personeel, inclusief eventuele vrijwilligers en medewerkers van bedrijven. Zijn alle betrokkenen gescreend? Als ze al een bewijs van goed gedrag hebben, hoe recent is dat? Bekend is dat medewerkers in musea doorgaans zeer loyaal zijn aan hun werkgever, alleen is een ooit afgegeven bewijs van goed gedrag op een zeker moment over de houdbaarheidsdatum heen. Oogkleppen zijn het tegenovergestelde: een beperkt aantal aspecten krijgt de volledige aandacht. Denk aan een sprinklerinstallatie voor de brandveiligheid, gevelbeveiliging of een camera die een waardevol object zo goed bewaakt dat daarmee alle aandacht voor de omgeving wordt opgeëist.


securit y

Een van de doelstellingen van een museum is de collectie te bewaren voor de eeuwigheid.

Reactief: the show must go on De beveiliging loopt vaak achter de feiten aan. Om door te gaan op de oogkleppen uit het vorige fragment: voor sommige objecten staat een camera die voortdurend aan staat. Zelfs als deze verbonden is met een monitor, die ook aan staat en voortdurend bekeken wordt, of verbonden is aan een alarmsignaal, dan nog registreert de camera alleen een diefstal. Vaak lijkt het om techniek te gaan. Immers, je kunt het cameratoezicht zo regelen dat de hele ruimte bewaakt wordt, maar daar gaat het niet om. Wat wil je beveiligen? Af en toe wordt een kostbaar werk gestolen, zoals de Schreeuw van Munch. Een dergelijk werk is onverkoopbaar en komt meestal uiteindelijk wel weer terug. Het risico zit in de middenmoot:

waardevol maar geen wereldtop. Los daarvan vindt een conservator zijn collectie altijd uniek en onvervangbaar en wordt deze als zeer waardevol gepresenteerd. Dat is begrijpelijk uit het oogpunt van oudheid of kunstzinnigheid, maar als er niets is wat echt het stelen waard is, lijkt een overmaat van beveiliging eerder een PR-stunt, ook al is dat niet zo bedoeld. Dat speelde enige tijd geleden bij Naturalis waar een schedel onder grootscheepse politie-escorte het museum in werd gebracht. Niet dat het veel waard is, maar zo is wel de suggestie gewekt dat de beveiliging zo serieus is dat je zelfs de politie daarvoor kunt inzetten. Beveiliging krijgt dan onbedoeld het imago van een modeverschijnsel. Misschien is dat jammer. Je kunt ook kiezen voor een professionele aanpak en je geld slim investeren. Dan houd

je nog wat over voor je collectiebeheer. Misschien ook is dat heel slim wanneer de acties resulteren in een hoger bezoekersaantal. Dat vereist een economische risicoafweging en die wordt in de erfgoedwereld niet overal gericht toegepast. Reactief scenariodenken Kennelijk wordt er niet goed nagedacht over mogelijke scenario’s. Kijken we hoe groot de kans is dat een object gestolen wordt? En welke werkwijze kunnen we verwachten? Eerst over de kans. Neem het Museon waar enkele jaren geleden een kostbare juwelencollectie geroofd is. Ze hebben van dit incident geleerd en voor een aanzienlijk bedrag beveiligingsmaatregelen genomen. Maar waarvoor eigenlijk? Beveiligers zijn op uurbasis wel wat duurder dan

Security Management nummer 6 juni 2012

43

Âť


PLATFORM VOOR FACILITY PROFESSIONALS

WWW.FACTOMAGAZINE.NL

E-MAILNIEUWSBRIEF: Hier kunt u zich gratis abonneren op de wekelijkse e-mailnieuws. Samengesteld door onze afhankelijke redactie.

COLUMNS: Kritische columns door vakspecialisten

DOSSIERS: Uitgebreide informatie op het gebied van hospitality, duurzaamheid, regie en Het Nieuwe Werken

ARCHIEF: Abonnees hebben gratis toegang tot het archief van Facto Magazine. Alle artikelen vanaf 2003 zijn hier te raadplegen!

NIEUWS: Iedere dag het allerlaatste vaknieuws

LEVERANCIERS: Een makkelijk doorzoekbare, online catalogus met een groot aanbod facilitaire producten en diensten

www.factomagazine.nl

TIPS: Handige checklists, tips en achtergrondinformatie


securit y

camera’s, maar als je die maar een paar weken in het jaar nodig hebt, ben je minder kosten kwijt en kun je het budget besteden aan het conserveren en zo mogelijk uitbreiden van je collecties. Na de juwelenroof vormen de collecties doorgaans een laag risico voor diefstal. Meestal valt er niet veel te halen. Mooie en qua cultuur interessante voorwerpen, maar niets wat het stelen waard is. Critici zullen de beveiliging dan eerder zien als een modeverschijnsel dan als een effectief middel om de collectie veilig te stellen.

teerd in klantonvriendelijke maatregelen die helemaal niet nodig zijn. De tweede optie is dat er misschien helemaal geen extra geld uitgegeven hoeft te worden om bepaalde collectiestukken optimaal te beschermen. Security als service De basis is simpel. Denk maar aan het bord ‘Wij waken over uw en onze eigendommen’. Dat is enerzijds een waarschuwing, maar appelleert tegelijkertijd aan een gezamenlijk belang. Hoe zou het zijn om daar eens op door te gaan? Zou het museumperso-

Je zwakke plek schept een gelegenheid voor misdaad Dan over de werkwijze: wat kunnen we verwachten? Bij een roof in Athene ging zo vaak het alarm af dat de bewakers gingen geloven in loze alarmen. Het zoveelste loze alarm bleek een echte inbraak te zijn. Recentelijk, bij een roof in Gouda, hadden de dieven kennelijk de mogelijkheid om binnen één minuut een zeer kostbaar museumstuk te stelen door de nooddeur op te blazen. Is dat de nieuwe criminele werkwijze voor de museumwereld? Succes krijgt meestal navolging. De verantwoordelijken van musea zullen dus serieus rekening moeten houden met deze voor de museumwereld nieuwe werkwijze.

Proactief: zal ik dit schilderij voor u inpakken? Een goedwillende klant lacht om deze grap. Iemand met kwaad in de zin wordt echter zenuwachtig en denkt ‘Hebben ze me nu al door?’ Wat is er in de kern mis met museumbeveiliging? De verkeerde volgorde wordt gebruikt bij het nemen van maatregelen. Men begint namelijk vrijwel altijd met de budgetmogelijkheden en de vraag wat de bezoekers ervan zullen vinden. Helaas niet met de vraag naar de mogelijkheden die een crimineel heeft om een museum te beroven. De uitkomst van de eerste benadering is dat de kans groot is dat er onnodig wordt geïnves-

neel wat beveiligingstaken op zich kunnen nemen? En zou de beveiliger hen daarin kunnen begeleiden vanuit zijn kennis en visie? Hoe zou het zijn om samen te kijken naar wat je wilt beschermen, wat er kan gebeuren, met welke middelen, en hoe je dat gezamenlijk benadert? Verplaats je in je gast. Als de gast goede bedoelingen heeft, dan ben je gastvrij. Als hij slechte bedoelingen heeft, dan is dit de eerste stap in een klantgericht securityconcept. Predictive profiling en red teaming Je zwakke plek schept een gelegenheid voor misdaad. Je kent alleen niet altijd je zwakke plekken. Dan is het wel handig om je voor te stellen hoe een dief of andere kwaadwillende zich zou gedragen. Besef wel dat een roof zoals recentelijk in Gouda voor een crimineel een grondige voorbereiding noodzakelijk maakt. Dat is te zien aan afwijkend bezoekersgedrag. Welk gedrag zou je herkennen als verdacht? Niet dat iedereen die een beetje zenuwachtig rondloopt meteen een dief, vandaal of terrorist is, maar je zou daar misschien wel net iets meer aandacht aan kunnen besteden. Is er een mogelijkheid om de actie al in de voorbereidende fase te mitigeren? Natuurlijk. Alleen zul je dan wel moeten kiezen voor een proactieve opstelling en niet moeten afwachten totdat de criminelen hebben toegeslagen.

Zou je je kunnen opstellen als gastheer? Klantgericht aanspreken? De meeste goedwillende bezoekers vinden dat prettig en dan merk je snel genoeg of er iets aan de hand is of niet. Iemand die iets van plan is, zal eerder van zijn a propos gebracht zijn en dan heb je een boos plan in de kiem gesmoord. Een dergelijke methodiek wordt vooral toegepast in predictive profiling. Wie heeft er een beetje fantasie? Dan kun je een interessante oefening houden. Een klein team verzint een misdaad (red team), een ander team (blue team) probeert dat te voorkomen en een derde team (white team) observeert beide andere teams. Uiteraard kent het red team de situatie ter plaatse, maar pas op: misdadigers doen zelden iets onvoorbereid, los van een incidentele psychotische aanval.

Ten slotte Een van de doelstellingen van een museum is de collectie te bewaren voor de eeuwigheid. Doe dit dan ook! Maak iedereen die in een museum werkt verantwoordelijk voor deze doelstelling. Beveiliging is geen afdeling of uniform maar een state of mind. Die begint bij de directie. Security is dus vooral een kwestie van mentaliteit en gezond verstand, en niet van het domweg combineren van technische hulpmiddelen. Door goed te kijken naar de objecten of collecties, de waarde en het totaal aan risico’s, kunnen maatregelen slim worden gecombineerd. Als je alleen al aan brand en inbraak denkt, wil je een museum niet eerst verbouwen om aan de brandveiligheidseisen te voldoen en een tweede keer voor inbraakwerendheid. Als je breder denkt, kijk je naar het totaal aan risico’s, dus ook van waterschade en beschadiging bij transport tot schimmels en kakkerlakken. Maatregelen tref je in een afweging tussen de waarde en de kosten. Juist door de maatregelen te integreren in de normale bedrijfsprocessen, kun je zowel kosten besparen als effectiever beveiligen. En de beveiliger vindt het nog leuk ook. ‹‹ * Steven van der Minne is consultant bij NEN. Met dank aan Bert van Pel (So Secure)

Security Management nummer 6 juni 2012

45


securit y

Winkelverbod nog te weinig toegepast

Baas in eigen winkel Ondernemers en winkelmedewerkers hebben in hun winkel meer rechten dan zij vaak denken. Bijvoorbeeld het recht om ‘klanten’ die zich misdragen een winkelverbod op te leggen. Winkeliers maken nog te weinig gebruik van deze mogelijkheid. Dat is een gemiste kans. De wettelijke mogelijkheden zijn er en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft een aantal hulpmiddelen om personen die overlast bezorgen aan te pakken. MIRIAM VAN ETTEN *

H

ij kan het niet vaak genoeg benadrukken, Hendrik-Jan Kaptein, hoofd afdeling bestrijding winkelcriminaliteit van het HBD. De winkel is privé-eigendom en daar ben je als ondernemer de

die lastig is in je winkel, een grote mond heeft of een strafbaar feit pleegt, zoals diefstal, kun je direct een winkelverbod opleggen. Zo ontzeg je die persoon voor een bepaalde periode de toegang tot je winkel. Het

‘Met een collectief winkelverbod daalt winkeldiefstal tot maar liefst 60 procent’ baas. ‘Je stelt zelf de regels vast. Mits je maar niet discrimineert. Iemand

opleggen van een winkelverbod is niet ingewikkeld’, aldus Kaptein.

‘Winkeliers hoeven alleen een formulier in te vullen, dat je kunt downloaden op www.hbd.nl. Je vult de naam van de overtreder in en laat het formulier door hem of haar ondertekenen. Zelfs zonder handtekening is het verbod geldig, mits je het formulier aan de overtreder overhandigt in aanwezigheid van een getuige, bijvoorbeeld een winkelmedewerker. Ook al verscheurt de overtreder het formulier ter plekke: het verbod is geldig. Komt die persoon dan toch weer in je winkel, dan is er wettelijk gezien sprake van huisvredebreuk. En daar staan forse straffen op.’

Collectief winkelverbod HBD-verenigingswebsite Voor winkelgebieden heeft het HBD een speciale website ontwikkeld, die ondernemers helpt hun winkeliersvereniging professioneel op te zetten, Naast een ledenadministratie en een module om eenvoudig nieuwsbrieven te maken, biedt deze site ook een gratis sms-alarmeringssysteem. Daarmee kunnen collega’s in het winkelgebied elkaar waarschuwen als er bijvoorbeeld zakkenrollers of winkeldieven zijn gesignaleerd of als er in het winkelgebied vals geld wordt uitgegeven. De alerts worden ook regelmatig ingezet om de hulp van collega-winkeliers in te roepen bij problemen met agressieve klanten of bij vermiste kinderen. Zo nodig kan ook de wijkagent of beveiligingsbeambte direct worden gealarmeerd. De belangrijkste toepassing van de site is het standaard registratiesysteem voor een (collectief) winkelverbod. Winkeliers die mee willen doen, moeten daarvoor een protocol ondertekenen. Via de gratis online training ‘Baas in eigen winkel’ leren deelnemers aan de hand van praktijkvoorbeelden hoe te handelen in bepaalde situaties. Meer informatie: www.hbdlokaal.nl

46

Security Management nummer 6 juni 2012

Als winkelier kun je iemand die overlast pleegt, al snel een winkelverbod voor je eigen winkel opleggen. Dat noemen we een individueel winkelverbod. Nog effectiever is een collectief winkelverbod. Kaptein: ‘Met een collectief winkelverbod kunnen winkeliers ongewenste klanten de toegang tot alle aangesloten winkels binnen hun winkelgebied ontzeggen. Dat werkt zeer preventief. In winkelgebieden met een collectief winkelverbod daalt winkeldiefstal bijvoorbeeld tot maar liefst 60 procent. In de praktijk blijkt dat ook de overlast flink afneemt, waardoor ondernemers, medewerkers en klanten zich een stuk veiliger gaan voelen.’


securit y

Standaard registratiesysteem Voor het vastleggen van individuele en collectieve winkelverboden heeft het HBD een standaard registratiesysteem ontwikkeld, dat is goedgekeurd door het College Bescherming Persoonsgegevens. Dit systeem is onderdeel van de gratis HBD-verenigingswebsite: een ‘basismodel’ website die de lokale ondernemersvereniging kan uitbouwen tot een ‘eigen’ site voor het desbetreffende winkelgebied. De site bevat praktische tools die de onderlinge communicatie in het winkelgebied vergemakkelijken. Vooral de tools ter bestrijding van winkelcriminaliteit – het genoemde registratiesysteem collectief winkelverbod, maar

werkt preventief. Als klant laat je het wel uit je hoofd om overlast te bezorgen of te stelen als een winkelverbod voor het hele winkelgebied dreigt. Zeker als je bedenkt dat verreweg het grootse deel van de winkeldiefstallen impulsief is. Het zijn “gewone” klanten die het eens proberen. Juist die groep blijkt heel gevoelig voor een dreigend winkelverbod.’

Huisvredebreuk Is het winkelverbod eenmaal van kracht, dan heb je als winkelier of medewerker het recht om de betrokken persoon aan te houden als deze je winkel toch betreedt. Aanhouden kun

‘Overtreden van winkelverbod valt onder huisvredebreuk en de straffen die daarop staan zijn hoger dan voor winkeldiefstal’ ook bijvoorbeeld het sms-alarmeringssysteem – blijken zeer effectief. Kaptein: ‘Er zijn nu landelijk 160 verenigingswebsites in de lucht. Bij een deel daarvan is het registratiesysteem in gebruik. In 2011 zijn daardoor in Nederland zo’n duizend personen geregistreerd met een ontzegging of een waarschuwing.’

Communicatiemiddelen Voor winkelgebieden die werken met een collectief winkelverbod, heeft het HBD stickers en posters ontwikkeld. Kaptein: ‘Het is natuurlijk belangrijk te communiceren dat je winkelverboden kunt opleggen. Een artikel in de lokale krant, posters bij de ingang van het winkelgebied en stickers op alle winkeldeuren, dat

je zelf doen of overlaten aan de politie. Kaptein: ‘Het overtreden van een winkelverbod valt onder huisvredebreuk en de straffen die daarop staan zijn hoger dan voor winkeldiefstal. Het is de moeite waard om dit aan pakken. Daar komt bij dat mensen die echt overlast bezorgen in winkels, doorgaans veelplegers zijn. Zij hebben vaak al een dossier bij de politie. Als de aangiftes zich tegen hen opstapelen, worden de straffen steeds hoger. In tegenstelling tot wat veel ondernemers denken, loont het dan wel degelijk om iemand aan te geven voor iets kleins als het stelen van een rol drop.’

Minder onrust Kaptein wijst er tot slot op dat meedoen aan het collectief winkelverbod

Afrekenen met winkeldieven Winkeliers die een winkeldief hebben aangehouden, kunnen de dief een schadevergoeding van 151 euro laten betalen voor de tijd die ze kwijt zijn aan de afhandeling van de diefstal. Bij deelname aan de HBD-regeling ‘Afrekenen met winkeldieven’ helpt het HBD bij het innen van de schadevergoeding. Deelnemers ontvangen bovendien gratis voorlichtingsmateriaal om te laten zien dat ze ‘afrekenen met winkeldieven’. Aanmelden is gratis: www.afrekenenmetwinkeldieven.nl.

niet alleen een veiliger gevoel geeft, maar ook de onrust in de winkel beperkt. ‘Natuurlijk mag je iemand met een winkelverbod aanhouden of door de politie laten aanhouden. Maar het is nog mooier als je dit soort vervelende incidenten in je winkel kunt vermijden. Omdat je de personen met een winkelverbod dankzij het registratiesysteem van gezicht kent, kun je ze al bij de deur aanspreken - Sorry, maar u heeft hier een winkelverbod en u mag dus niet naar binnen - waarbij je kunt verwijzen naar de sticker op de deur. Dat blijkt in de meeste gevallen afdoende. De persoon in kwestie begrijpt dat hij in jouw winkelgebied niets meer te zoeken heeft.’ ‹‹ * Miriam van Etten is marketing- en communicatieadviseur bij HBD

Security Management nummer 6 juni 2012

47


recherche

Sweethearting als compensatie voor ‘slecht werkgeverschap’ In een bedrijf worden onder meer etenswaren verkocht, ook aan het eigen personeel. Tijdens een steekproefsgewijze controle blijkt een grote groep medewerkers niet alle artikelen op de kassa aan te slaan. Hun verklaring: ‘Het is geen stelen van de baas.’ RENÉ TERWEY *

H

et is bij de medewerkers algemeen bekend dat er bij de afrekenpunten zichtbare camera’s hangen, waarmee opnames worden gemaakt van hetgeen de medewerkers doen. De werkgever gaat zelfs nog een stapje verder: binnen het bedrijf worden regelmatig steekproefsgewijze controles gehouden om te kijken of alles goed gaat met het afrekenen. Ook hiervan zijn de medewerkers op de hoogte, want na een dergelijke controle worden de resultaten altijd met de medewerkers besproken. Dit alles om de vaardigheden en de werkwijze voortdurend te verbeteren.

Sweethearting Groot was dan ook de verbazing toen bij een dergelijke controle aan het licht kwam dat er medewerkers waren die

hiermee een grote groep medewerkers opgespoord die dit soort handelingen verrichtten. Na overleg tussen de onderzoekers en de opdrachtgever werd besloten om van alle betrokken medewerkers een onderzoekdossier samen te stellen en op basis hiervan de medewerkers te horen over de geconstateerde feiten. Opmerkelijk was wel dat de ‘sweethearting’ alleen plaatsvond tussen collega’s onderling. Slechts een enkeling had de activiteiten ook uitgebreid naar de persoonlijke vriendenkring.

Geen stelen van de baas De echte verbazing ontstond eigenlijk pas tijdens de interviews. Zonder uitzondering legden de medewerkers een bekentenis af over de geconstateerde feiten. De reden voor de vrij eenvoudi-

‘Vertrouwen is goed, maar controle vele malen beter’ niet alle artikelen op de kassa aansloegen. Overigens een veelvoorkomend fenomeen dat voor fraudeurs lange tijd goed kan gaan. Dit soort zaken komt over het algemeen pas aan het licht als het al lange tijd speelt en vormen aanneemt dat er daadwerkelijke voorraadverschillen worden geconstateerd. Door de structurele controles in dit bedrijf kon het echter al na korte tijd worden ontdekt. Daarop werd de controle dan ook direct uitgebreid om te kijken of er meer medewerkers waren die zich hieraan schuldig maakten. Uiteindelijk werd

48

ge bekentenissen was dat de medewerkers dergelijke handelingen niet als fraude zagen. Ze vonden niet dat ze hun werkgever benadeelden door niet alle artikelen af te rekenen. De onderzoekers vonden de verklaring ‘Het is geen stelen van de baas’ wel erg opmerkelijk. In alle reglementen van de opdrachtgever staat namelijk dat dergelijke handelingen als frauduleus worden gezien en dat daarop altijd passende maatregelen zullen worden genomen. Hierin zit dus geen enkele onduidelijkheid. De betrapte medewerkers droegen

Security Management nummer 6 juni 2012

tijdens de interviews vervolgens wel allerlei redenen aan waarom in hun ogen ‘het slechte werkgeverschap’ gecompenseerd diende te worden. Dit was natuurlijk bedoeld om hun eigen handelen te vergoelijken. De onderzoekers verbaasden zich over het feit dat het in een groep kennelijk normaal wordt gevonden dat goederen die eigendom zijn van de werkgever ‘om niet’ aan elkaar worden meegegeven en dat dit niet wordt gezien als strafbaar handelen. Dit standpunt werd overigens na het onderzoek door de ex-werknemers – de werkgever had hen inmiddels ontslagen - op de diverse sociale media nog eens uitvoerig onderling gedeeld. De teneur in hun berichten was dat het toch normaal is dat je dergelijke dingen doet en dat een werkgever vervolgens overgaat tot sanctiemaatregelen is helemaal verbazingwekkend …

Mijn en dijn Waren dit nu beroepscriminelen in de dop? Op geen enkele wijze. Het waren stuk voor stuk medewerkers afkomstig uit goede milieus, bezig met serieuze studies, en medewerkers waarvan je mag verwachten - zeker gezien de interne voorlichting - dat ze het verschil tussen mijn en dijn weten. Gelukkig werd deze fraude al in een vroegtijdig stadium ontdekt. Maar het is niet zo moeilijk voor te stellen welke vormen dit had kunnen aannemen als de controles er niet waren geweest. Zo blijkt maar weer eens: ‘Vertrouwen is goed, maar controle vele malen beter.’ ‹‹ * René Terwey is directeur van VMB security & solutions te Almere (www.vmbrecherche.nl)


recht

Vergunning beveiliger wegens geweld ingetrokken Een beveiliger wordt strafrechtelijk vervolgd wegens het gebruik van geweld in de uitoefening van zijn functie. Daarop wordt zijn vergunning om te mogen werken als beveiliger ingetrokken. ROB POORT *

T

ijdens nachtelijke beveiligingswerkzaamheden houdt een beveiliger samen met een collega, die nog niet in het bezit is van politietoestemming, een man aan. De aanhouding is vastgelegd door beveiligingscamera’s en daaruit blijkt dat er tijdens de aanhouding buitensporig geweld is gebruikt. De aangehouden man is tegen een muur gegooid en de beveiliger heeft de man een kniestoot en een vuistslag gegeven. De man heeft aangifte gedaan van zware mishandeling, er is proces-

kan uitoefenen. Volgens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr), mag een beveiligingsorganisatie alleen personen laten werken na toestemming van de regionale korpschef. Die toestemming wordt onthouden of ingetrokken als de bedoelde persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid nodig voor het te verrichten werk. Uit de criteria, die staan in een Circulaire van de minister van Justitie, blijkt dat bij de toetsing van belang is dat de betrokke-

Aan beveiligingsmedewerkers mogen strengere eisen worden gesteld verbaal opgemaakt tegen de beveiliger die vervolgens is gedagvaard. Daarop besluit de korpschef de vergunning van de beveiliger in te trekken. De beveiliger erkent dat hij fout is geweest en een grens heeft overschreden. Hij betreurt dat, maar vindt de intrekking veel te ver gaan. Hij werkt al jaren zonder problemen als beveiliger. Er is sprake van een eenmalig incident, mede veroorzaakt doordat hij samenwerkte met een onervaren beveiliger. Bezwaar tegen de beslissing van de korpschef is vergeefs en de beveiliger spant een kort geding aan. Hij vindt dat hij door het besluit onevenredig wordt geschaad en ook dat het onzorgvuldig is, omdat aan de intrekking geen termijn is verbonden.

Betrouwbaarheid in geding De rechter stelt eerst vast dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat de beveiliger zijn werk niet langer meer

ne de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak niet mag schaden. De korpschef heeft de vergunning ingetrokken, omdat de beveiliger rechtsregels naast zich heeft neergelegd en de overtreding gezien kan worden als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde waardoor de betrouwbaarheid van de beveiliger in het geding is gekomen.

Strengere eisen Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de korpschef ruime vrijheid heeft bij het beoordelen of iemand voldoende betrouwbaar is. Ook mogen aan medewerkers van de beveiligingsbranche, gelet op de aard van deze branche, strengere eisen worden gesteld dan aan werknemers in willekeurige andere betrekkingen. De beveiliger heeft geweld gebruikt,

waarvoor hij strafrechtelijk wordt vervolgd. Hij heeft de feiten toegegeven en erkend dat hij over een grens is gegaan. Daarom is de rechter van oordeel dat de korpschef terecht heeft gesteld dat tegen de beveiliger een serieuze verdenking bestaat van tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Dat er tijdens het intrekken van de vergunning nog geen strafrechtelijke uitspraak was, maakt dat niet anders. Een serieuze verdenking is immers voldoende om aan te nemen dat een beveiliger niet langer betrouwbaar is. Ook toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule betekent nog niet dat iemand die niet aan de eisen van betrouwbaarheid voldoet, toch tewerkgesteld mag worden. Voor de stelling dat aan de intrekking een termijn verbonden zou moeten worden, kan de rechter geen wettelijke aanknopingspunten vinden. Het verzoek wordt afgewezen.

Aantekening Het gaat hier om een voorlopige voorziening. Op grond van artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, als spoed - gelet op de betrokken belangen - dit vereist. In dit geval heeft de beveiliger geen inkomen meer en daarmee is er sprake van een spoedeisend belang. Het oordeel in zo’n procedure heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de eindbeslissing in de bodemprocedure. ‹‹ Rechtbank Alkmaar, 22 maart 2012, LJN: BV9807 * mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige (www.bureaupoort.nl)

Security Management nummer 6 juni 2012

49


over

MASTERCLASS: Het Nieuwe Werken 

AAN DE SLAG MET EEN MODERNE WERKSTIJL Shift

Ctrl

Home

Unieke 5-daagse masterclass op inspirerende locaties Tijdens deze 5 masterclasses wordt, op verschillende inspirerende locaties, aandacht besteed aan alle aspecten van het nieuwe werken: de fysieke omgeving, de ICTwereld, de gevolgen op het gebied van cultuur en leiderschap. Tenslotte wordt in de laatste masterclass ook ingegaan op het verander- en communicatietraject. Bestemd voor: project-en programmamanagers, HR-, IT-, FM en communicatieprofessionals en andere (beleids)medewerkers die de eerste verkennende stappen in Het Nieuwe Werken hebben gedaan en er nu concreet mee aan de slag zijn en/of willen.

Nu â‚Ź 250 korting bij elke 2e inschrijving!*

Wegens succes herhaald! Start 4 oktober 2012

*www.ohnw.nl/masterclass


Mail uw informatie (met jpg-foto) voor deze rubriek naar adekort@kluwer.nl

Com-Connect verhuisd Begin juni heeft Com-Connect haar intrek genomen in het nieuwe, multifunctionele opleidingscentrum Peelbergen in Sevenum. De officiële opening van het centrum is op 7 en 8 september. Vanaf dan kunnen cursisten ook aan de slag in een realistisch decor met onder andere een supermarkt, een bank-

Signum Interfocus zet volgende stap

gebouw, een grand café en een snackbar. Tijdens de trainingen wordt gewerkt met computergestuurde camera’s, waarmee praktijksimulatie wordt opgenomen. Het nieuwe adres is: Spoorstraat 5, 5975 RK Sevenum.

Op 25 april ontving Signum Interfocus een groot aantal relaties in het fraaie kantoor in Hummelo. Tijdens dit kennis- en netwerkevenement presenteerde directeur Marcel Boekhorst zijn toekomstplannen.

Meer informatie: www.peelbergen.nl

In zijn welkomstwoord hanteerde Boekhorst de metafoor dat SI de eerste jaren van haar bestaan in de Eredivisie heeft gespeeld, maar nu de ambitie heeft om door te stoten naar de Champions League. Daarbij blijft de integrale aanpak van integriteit de centrale propositie, maar deze wordt met de recente uitbreiding van het team versterkt. Zo zijn onder andere een forensisch accountant en een forensisch onderzoeker aangetrokken om deze volgende stap te zetten. Vervolgens hield oud-toptennisser Jacco Eltingh een boeiende presentatie over topsport, integriteit en veiligheid. Kernbegrippen daarin waren imago, reputatie en branding. Daarna werd de aanwezigen de gelegenheid geboden een aantal workshops te bezoeken, waarin zij kennis konden maken met de verschillende diensten van SI. Onderwerpen waren sweepen, social engineering, forensic accountancy, digitale recherche, en integriteit. De middag werd afgesloten met een netwerkbuffet.

Samenwerking Verdonk en De Vries Joop Verdonk van European Security Academy en Erik de Vries van 1-Line Risk Management hebben tijdens de ASIS-conferentie in Londen medio april een samenwerkingsovereenkomst getekend. Hiermee trekken de ondernemingen naar elkaar toe en beslaan zij bijna het hele securityspectrum, van stra-

tegisch advies tot operationele ondersteuning en uitvoering.

SSA Conference Op 10 mei vond de Security Conference 2012 plaats in Amsterdam RAI. Bijna 160 bezoekers waren aanwezig tijdens deze middag over ‘Het Nieuwe Beveiligen’. Tevens vond de verkiezing Security Manager van het Jaar 2012 plaats. De jury, bestaande uit Peter van den Ende (directeur Stichting Criminee), Peter van Heemst (fractievoor-

zitter PvdA Rotterdam) en Berndt Rif (Security Manager van het Jaar 2010), riep samen met het publiek Harm van Dijk (ING) uit tot winnaar. De andere genomineerden waren Theo Stevens (Nationale Nederlanden) en Jan van Twillert (Promundo). De Security Conference stond verder in het teken van vijftig jaar VBN.

Partnerovereenkomst Aras Security, Croon Elektrotechniek en Panasonic hebben een partnerovereenkomst getekend. Voortaan zal Croon Elektrotechniek, in de rol van security integrator, haar klanten kunnen voorzien van Panasonic cctv-apparatuur geleverd door Aras Security.

de regels omtrent vrij verkeer van diensten binnen de EU beheerders van gevoelige objecten op inferieure particuliere alarmcentrales gaan vertrouwen, is de afgelopen jaren gewerkt aan de totstandkoming van deze Europese kwaliteitsnorm.

Foto: André Pluimers, Pluimers Mediaservice

Europees certificaat voor EuroPAC EuroPAC in Oss is sinds begin april de eerste particuliere alarmcentrale in Europa die volledig voldoet aan de Europese kwaliteitsnorm EN50518. Er gelden al langer nationale kwaliteitsnormen, maar deze verschillen per EU-staat. Om te voorkomen dat door

contacten en contracten

Oud-toptennisser Jacco Eltingh hield een presentatie over topsport, integriteit en veiligheid.

Security Management nummer 6 juni 2012

51


produc ten -/dienstenregister Beveiliging en toegangscontrole

CCTV

Nedap N.V. Security Management Postbus 103 7140 AC Groenlo (T) 0544 471 666 (F) 0544 464 255 (I) www.nedap-securitymanagement.com

Deursloten

Parkeervoorzieningen

Toegangscontrolesystemen

DE PARKEERBEUGEL MET AFSTANDSBEDIENING

072 - 511 59 27 www.privapark.nl

✠Graag ontvang ik meer informatie over de plaatsingsmogelijkheden in het Producten-/ dienstenregister van Security Management.

Organisatie Naam

M/V

Ingevulde coupon kunt u sturen naar:

Postbus Postcode Plaats

U kunt ook bellen: (0172) 46 64 71 of mailen: bumalphen@kluwer.nl

Tel. Email

52

Kluwer t.a.v. Liesbeth van den Hoek Postbus 4 2400 MA Alphen aan den Rijn

Security Management nummer 6 juni 2012


Mail uw informatie (met jpg-foto) voor deze rubriek naar adekort@kluwer.nl

Communicatieplatform voor alarmopvolging

Indoor videobeveiligingssysteem

Siemens Building Technologies breidt haar Siveillance-portfolio uit met een Unified-Communications-oplossing voor safety- en securitymeldkamers. De software Siveillance Vantage Connect helpt exploitanten van kritische infrastructuren hun respons-resources efficiënter in te zetten. Met de software kan de volledige communicatie worden geconsolideerd en overzichtelijk op een beeldscherm worden weergegeven, ongeacht of de informatie via het analoge of digitale netwerk, het mobiele netwerk, via IPgebaseerde kanalen (Internet Protocol) of per fax wordt verstuurd. Het is geschikt voor meldkamers van brandweer, politie en reddingsdiensten, alsmede voor exploitanten van kritische infrastructuren zoals luchthavens, chemische fabrieken en elektriciteitscentrales. In Siveillance Vantage Connect worden alarmoproepen, normale oproepen via

het vaste en mobiele netwerk, analoge radio-oproepen en andere notificaties gecombineerd en verder verwerkt. Hierdoor beschikt het personeel van de controlekamer over een geconsolideerd overzicht van alle informatie die via de diverse communicatiekanalen binnenkomt, waardoor snel de noodzakelijke maatregelen kunnen worden genomen. In de toekomst zal het systeem verder worden uitgebreid met andere communicatiemedia zoals Tetra, sms, Instant Messaging en sociale media.

Nieuwe generatie brandmelders ADT Fire & Security Benelux introduceert generatie 6, de MZX 850/ 830serie automatische brandmelders en de nieuwe servicedienst MZX remotedienstverlening. Generatie 6 brandmelders beschikken over bi-directionele infraroodcommunicatie, waarmee de melders via de 850EMT handheld programmeer- en servicetool geadresseerd, geprogrammeerd en gedetailleerd uitgelezen kunnen worden. Dit kan zonder deze uit de melderlus te nemen. De 850/ 830-serie brandmelders is ontworpen en gecertificeerd volgens de EN54- en WEEE- en ROhS-richtlij-

producten

Logitech voegt een nieuw videobeveiligingssysteem aan haar assortiment toe: het Alert 750n Indoor Master System. Dit alles-in-een videobeveiligingssysteem is eenvoudig te installeren, beschikt over een slimme camera met nachtzicht en krachtige computersoftware. Daarnaast wordt wereldwijd gratis weergave via live-video geboden, zodat eigendommen altijd onder controle zijn. Logitech introduceert daarnaast de Alert 700n Indoor Add-On Camera voor beveiliging van een extra ruimte. Deze ‘stand-alone’ camera met nachtzicht is eenvoudig toe te voegen aan het bestaande Alert Master System en zorgt ervoor dat meerdere ruimten en/of locaties beveiligd kunnen worden.

4CIF WDR-netwerkcameraserie

nen. De nieuwe melders kunnen een breed scala aan brandrisico’s in verschillende toepassingsgebieden detecteren.

Upgrade iPolis mobile Er is een nieuwe versie van de Samsung iPolis mobile-applicatie gelanceerd voor iPhone en Android-smartphones. De applicatie biedt verbeterde toegang tot Samsung-camera’s en dvr’s, plus verbeterde live- en afspeelopties. Versie 2.0 van de gratis applicatie kan via iTunes en de Android-markt worden gedownload.

Samsungs nieuwe 4CIF WDR-netwerkcamera-serie bevat Power over Ethernet, waarmee installatiekosten kunnen worden verlaagd, doordat stroom en videoen audiotransmissies via één Ethernetkabel verlopen. De camera biedt ook multiple streaming, met een keuze uit mjpeg-, mpeg-4- en H.264-compressiemethoden, met de optie beelden simultaan te verzenden naar meerdere locaties op diverse framesnelheden tot 25 frames per seconde en op verschillende resoluties. Hierdoor kunnen verschillende geautoriseerde gebruikers live-beelden bekijken op één locatie, terwijl beelden voor bewijs worden opgenomen op een andere locatie. Beelden kunnen tegelijkertijd worden opgeslagen op een interne sd-geheugenkaart en e-mailmeldingen over incidenten kunnen naar een smartphone worden verzonden.

Security Management nummer 6 juni 2012

53


y o u n g p ro f e ssi o n a l

Dirk Pichel Leeftijd: 28 Opleiding: Integrale Veiligheid, CPO Functie: Assistant Security Manager Europe

Persoonlijk

Security management ontwikkelt zich tot …

Ik woon in Dordrecht, ben getrouwd en vader van twee kinderen. Ik ben nu vier jaar werkzaam in security management.

een vakgebied met veel kansen voor young professionals die zich specialiseren in ‘klassieke’ security. Ik schat de gemiddelde leeftijd van de security manager rond de vijftig jaar. Dat betekent dat er over vijftien jaar een groot gat gaat vallen dat opgevuld moet worden. Er komt bovendien steeds meer focus op IT-security, waardoor er op termijn te weinig securityspecialisten zijn die kennis én ervaring hebben van de ‘klassieke’ OBE security.

Opleiding Na het VWO ben ik naar de Koninklijke Marine gegaan. Na twee jaar ben ik uit dienst gegaan en gestart met de opleiding Integrale Veiligheid. Mijn uiteindelijke keuze voor security is min of meer toevallig tot stand gekomen. Via het CPO-netwerk kwam ik voor mijn afstudeerstage in contact met Samsung Electronics. Tijdens deze stage werd daar het securityteam uitgebreid en heb ik gesolliciteerd. Zo ben ik in security terechtgekomen. Het securityvak boeide mij sowieso meer, omdat ik er meer vrijheid in heb dan in safety. Waar in safety de wet voorschrijft wat minimaal moet, is het bij security meer dat de wet voorschrijft wat niet mag. Binnen die kaders heb ik vervolgens alle vrijheid om creatief te zijn.

Carrière Bij Samsung Electronics Europe Logistics begon ik als Security Officer NL, waarbij ik verantwoordelijk was voor alle securityzaken van onze twee distributiecentra in Nederland. Daarnaast vielen alle transportbewegingen vanaf die locaties onder mijn verantwoordelijkheid. Al snel werd mijn rol uitgebreider en vloog ik heel Europa door. In 2011 is mijn functie dan ook gewijzigd naar Assistant Security Manager Europe en ben ik medeverantwoordelijk voor het Europese beleid voor supply chain security.

De security manager verdwijnt niet, omdat … het vak daarvoor te specialistisch is. De spoeling van goede traditionele security managers zal wel steeds dunner worden.

Social media Ik maak alleen gebruik van LinkedIn. Ik kijk er bijna dagelijks op om te zien of er nog interessante discussies zijn over het vakgebied of andere onderwerpen waar ik interesse in heb. Social media maken het leven van een criminologisch onderzoeker wel een stuk eenvoudiger. Mensen delen tegenwoordig bijna alles op internet, waardoor je snel kunt inschatten met wie je te maken hebt.

Securitytrends 1. Vergrijzing binnen het vakgebied 2. Grotere focus op IT-security 3. Toenemende connectiviteit tussen verschillende (intelligente) securitysystemen/-oplossingen (cctv/toegangscontrole/ alarmsystemen, enz.)

Over 5 jaar ben ik … Wat ik heb geleerd van mijn manager … Mijn leidinggevende is een ervaren security manager. In de afgelopen jaren heb ik veel van hem geleerd over criminologisch onderzoek, over technische systemen, en over het opzetten van complete beveiligingsplannen.

Security Manager Europe. Dat zou voor mij een logische stap zijn. Hopelijk binnen hetzelfde, of anders een vergelijkbaar bedrijf. Het Europese continent waar ik nu al veel in werk, is een enorm leuk speelveld. Naarmate ik meer kennis en ervaring opdoe, wil ik dat speelveld alleen maar uitbreiden.

Wat mijn manager van mij heeft geleerd … Ik ben een analytisch persoon en heb veel kennis van MS Office programma’s. Daardoor hebben we veel data inzichtelijk kunnen maken. Het inzichtelijk maken van, reduceren tot en presenteren van relevante data zijn denk ik zaken die mijn manager van mij heeft geleerd.

In deze rubriek aandacht voor jonge securityprofessionals. Zij komen aan het woord over hun opleiding, hun carrière, het vakgebied en hun ambities. Aanmelden van personen voor deze rubriek kan bij de redactie: adekort@kluwer.nl

Security Management nummer 6 juni 2012

54


be bright be sure


Branddetectie en gesproken woord ontruiming De juiste combinatie voor de ultieme bescherming Het ge誰ntegreerde systeem van Bosch levert een volledige veiligheidslijn, van vroege detectie tot een goed geregelde ontruiming. Melders van Bosch staan bekend om hun nauwkeurige detectie en geven precies aan waar er gevaar is. Via het gesproken woord ontruimingssysteem kan het probleemgebied of het gehele gebouw worden bereikt met het juiste bericht. Voor meer info: 040 2577 200 of www.boschsecurity.nl

Intelligente koppeling tussen brandmeldcentrale en Plena of Praesideo PA systemen


SECURITY_2012_06