Page 1

nummer 4, april 2012

ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR PROFESSIONELE BEVEILIGING

www.securitymanagement.nl

THEMA: SOCIALE VEILIGHEID

Handhaving en Toezicht

Hoe werkt het? Wat kost het? Wat levert het op?

Maatschappelijke tendensen en trends in sociale veiligheid

Burgerparticipatie: een niet te stoppen fenomeen

Preventie winkeldiefstal: een gedragsbenadering


be bright be sure


Onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging Security Management, onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging, is een uitgave van Kluwer BV. Kluwer legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)overeenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Hoofdredacteur Arjen de Kort (adekort@kluwer.nl) Eindredactie Ineke de Graaff Redactieadres Postbus 4 2400 MA Alphen aan den Rijn Telefoon (0172) 46 64 88 Fax (0172) 42 28 04 Uitgever Fréderique Zeemans Marketing Judith Verkerk E-mail: jverkerk@kluwer.nl Advertentieverkoop Liesbeth van den Hoek/Arjen Tuitert Telefoon (0172) 46 64 71 / 46 64 42 E-mail: lvdhoek@kluwer.nl, atuitert@kluwer.nl Abonnementen Vragen over abonnementen kunt u richten aan de Klantenservice, ☎ (0570) 67 33 58, www.kluwer.nl/klantenservice De abonnementsprijs is € 129,- exclusief btw, per jaar. Studenten betalen € 55,- inclusief btw. Prijzen zijn inclusief verzend- en administratiekosten. Losse verkoopprijs € 19,- per nummer, exclusief btw. Een abonnement kan op elk moment ingaan. Op elk tweede en volgende abonnement krijgt u 25% korting. U ontvangt 10 nummers per jaar. Opzeggen kan schriftelijk tot 3 maanden voor de nieuwe jaargang bij Kluwer bv, Postbus 878, 7400 AW Deventer. Adreswijzigingen (met de oude adresgegevens) doorgeven aan Kluwer bv, afd. Relatiebeheer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Abonnementen in België Wolters Kluwer Belgium (WKB) Motstraat 30, B- 2800 Mechelen Telefoon: 0800-30143 Fax: 0800-17529 E-mail: info@kluwer.be U vindt de algemene voorwaarden van WKB op www.kluwer.be Auteursrecht voorbehouden Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de Standaardpublicatievoorwaarden van Wolters Kluwer Nederland BV van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, onder nummer 217/1999; een kopie kan kosteloos bij de uitgever worden opgevraagd. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing. Deze kunt u lezen op www.kluwer.nl of opvragen via ☎ (0570) 67 33 58. Partners ARAS Security, Axis Communications, EuroPAC Alarmcentrale, G4S Beveiliging bv, Insasco, Securitas, Trigion Opmaak en DTP colorscan bv, Voorhout - www.colorscan.nl

Hondenpoep

co lum n

In de voorbereiding van dit themanummer kreeg ik verschillende keren de vraag of sociale veiligheid wel een onderwerp was voor Security Management. Op mijn wedervraag waarom dat niet zo zou zijn, antwoordden deze sceptici dat sociale veiligheid toch vooral over hangjongeren en hondenpoep gaat en weinig te maken heeft met ‘echte’ security. Daarmee kon ik het niet anders dan eens zijn. Want ja, sociale veiligheid is de mate waarin mensen zich beschermd weten en voelen tegen persoonlijk leed als gevolg van criminaliteit en overlast. En dan gaat het om alledaagse veiligheidsproblemen in de directe woon- en leefomgeving en de openbare ruimte, schrijft Arnt Mein in het openingsartikel van dit themanummer. Daar komt inderdaad weinig security bij kijken. Waarom dan toch dit thema? Met name omdat sociale veiligheid volgens mij zo mooi laat zien dat de werelden van veiligheid en beveiliging steeds vaker aan elkaar raken. We zien namelijk een overheid die met meer toezicht en strengere veiligheidsmaatregelen probeert te beantwoorden aan de roep van de burger die zich de afgelopen decennia steeds onveiliger is gaan voelen in zijn leefomgeving. In de dagelijkse veiligheidspraktijk heeft dit onder andere geleid tot de integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken, waarbij verschillende organisaties (publiek & privaat) de handen ineenslaan om gezamenlijk een veiligheidsvraagstuk aan te pakken. En wat te denken van de privatisering van veiligheid, ofwel de opkomst van de particuliere veiligheidszorg in het publieke domein. Ook het huidige kabinet heeft veiligheid (van de burger) hoog in het vaandel staan, waarbij een intensievere samenwerking tussen overheid en particuliere veiligheidsbranche wordt gestimuleerd. En waar aanvankelijk medewerkers van particuliere beveiligingsorganisaties vooral preventief werden ingezet, leert de praktijk dat zij in toenemende mate ook worden ingezet voor repressieve taken (straatcoach, buitengewoon opsporingsambtenaar). Dit alles met als doel de leefbaarheid en veiligheid op straat te vergroten. In het praktijkverhaal over het effect van particuliere toezichthouders op de veiligheid in de Amsterdamse Transvaalbuurt wordt duidelijk dat het werkt en dat dit type toezicht een positieve bijdrage kan leveren aan de sociale veiligheid in een buurt. Ik hoop dat ook de sceptici na lezing van dit gevarieerde themanummer anders aankijken tegen sociale veiligheid en beseffen dat het verder gaat dan alleen het probleem van wat poep op de stoep.

Basisvormgeving Verheul Media Supporters, Alphen aan den Rijn Druk: Ten Brink, Meppel

Arjen de Kort Hoofdredacteur Security Management, adekort@kluwer.nl

ISSN 1386-0941

www.securitymanagement.nl

Security Management Groep Meer Security Management? Volg ons ook op Twitter: www.twitter.com/@Security_Mgt Security Management nummer 4 april 2012

3


Onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging

t hema | sociale veiligheid

12 Trends in sociale veiligheid Veiligheid is een dominant maatschappelijk thema. In het openingsartikel van het themanummer sociale veiligheid geeft Arnt Mein antwoord op de vraag waarom dit zo is. Verder schetst hij een drietal trends in het sociale veiligheidsbeleid, die voortvloeien uit de maatschappelijke tendensen die hij signaleert.

t hema | sociale veiligheid

15 Handhaving en Toezicht - Meer doen met minder budget

Handhaving en Toezicht is een actueel onderwerp voor gemeenten. Naar aanleiding van de Benchmark Handhaving & Toezicht voor Nederlandse gemeenten 2011 stelt Herbert van Larsdonk, manager Public Security bij G4S: ‘Gemeenten hebben meer verantwoordelijkheden gekregen, maar moeten die het hoofd bieden met een steeds krapper budget en minder mankracht.’

t hema | sociale veiligheid

18 Inzet particuliere toezichthouders op straat: werkt dat nou? We zien steeds vaker nieuwe gezichten met een ander uniform in woonbuurten surveilleren. Van stadswachten tot straatcoaches en van vliegende brigades tot stadstoezicht. Al deze toezichthouders hebben als taak de leefbaarheid en veiligheid op straat te vergroten. Over een periode van drie jaar is in kaart gebracht wat het effect van particuliere toezichthouders was op de veiligheid in de Amsterdamse Transvaalbuurt.

4

Security Management nummer 4 april 2012


t hema | sociale veiligheid

22 Resultaatgericht uitbesteden en sociale veiligheid Meer dan één op de drie Nederlandse gemeenten huurt wel eens (private) toezichthouders of handhavers in. De traditionele wijze van aanbesteden voldoet hier echter niet langer. Een pleidooi voor resultaatgericht uitbesteden.

26 Sociale veiligheid in het openbaar vervoer Sociale veiligheid in het openbaar vervoer is en blijft een actueel thema. Wat zijn de aard en de omvang van deze problematiek? En wat zijn de mogelijkheden om de veiligheid te verbeteren?

30 Burgerparticipatie: niet te stoppen fenomeen Burgerparticipatie is een bestaand concept dat herontdekt is door de politiek in een zoektocht naar nieuwe wegen om de veiligheid in Nederland te verhogen. Maar wordt het echt veiliger? En moeten we burgerparticipatie willen?

33 Agressie afgerekend TNO ontwikkelde het ‘Rekenmodel Veilige Publieke Taak’ om de kosten van agressie tegen medewerkers, door derden vast te stellen. Naast de kosten van agressieincidenten berekent het model ook de kosten en baten van agressiemaatregelen.

36 Eindhoven investeert in zichtbare veiligheid Veiligheid is belangrijk binnen de gemeente Eindhoven: van medewerkers én bezoekers van de diverse gemeentelijke instellingen. Een camerabeveiligingssysteem in en rond gemeentelijke gebouwen speelt hierbij een belangrijke rol.

En verder 3

colofon

3

column

6

nieuws

51

Congres: ‘Innovatie in beveiliging’

56

recherche

57

recht

59

contacten en contracten

60

producten

62

young professional

38 De informatiegestuurde toezichtruimte Video-observatieruimtes in het publieke domein kunnen beter worden benut. Met een integraal supportsysteem kan een belangrijke stap worden gezet op de weg van observatie tot en met opvolging en procesverbetering.

42 Gastcolumn Henk Neddermeijer 44 Winkeldiefstalpreventie: een gedragsbenadering Van maatregelen tegen winkeldiefstal is vaak niet onderzocht waarom ze effect hebben. Jeske Nederstigt pleit voor een gedragswetenschappelijke, integrale benadering in de bestrijding van winkeldiefstal.

48 Brandveiligheid in de zorg In 2011 is een groot aantal zorginstellingen getroffen door een brand. Het volledig uitsluiten hiervan zal niet gaan, maar het is wel mogelijk om de kans op en de impact van een brand te beperken.

52 Beheersing van interne fraude De praktijk leert dat interne fraude een behoorlijke uitdaging is voor veel organisaties. Dit artikel biedt praktische handreikingen hoe hiermee om te gaan. Coverfoto: G4S

Security Management nummer 4 april 2012

5


nieuws

Nieuw: dossier Informatiebeveiliging Bedrijven krijgen steeds vaker te maken met ICT-incidenten. Dit is niet langer exclusief een probleem voor de ICT-afdeling blijkt uit de Security Management Survey. Ook de security manager is hier in toenemende mate voor verantwoordelijk. Bovendien nemen informatiediefstal en lekken van informatie een prominente

plaats in in de Top 10 security risico’s. Informatiebeveiliging is daarmee ook

een gedeelde verantwoordelijkheid geworden. Reden genoeg om een dossier Informatiebeveiliging op te nemen op www.securitymanagement.nl. Andere dossiers zijn: brandveiligheid, cctv, en toegangscontrole. In de dossiers vindt u nieuws, achtergrondartikelen, en columns. Neem eens een kijkje, alle informatie is gratis toegankelijk!

Gehackt KPN bouwt permanent crisiscentrum KPN richt een groot ICT-bewakingscentrum op om het eigen netwerk veel beter te bewaken. Deze ‘war-room’ moet zo snel mogelijk operationeel worden. De onderneming erkent te weinig aandacht te hebben gehad voor beveiliging. Dat stelt Joost Farwerck, Managing Director KPN Nederland, tegenover NU.nl.

een inbraak had plaatsgevonden en dat het bedrijf onvoldoende controle had. Er moeten structurele verbeteringen komen. Zo kondigt hij in het interview de komst aan van een controlecentrum om de cybersecurity 24 uur per dag te monitoren. ‘Zo’n war-room functioneert dag in dag uit en houdt de IT-infrastructuur in de gaten.’ Inmiddels is besloten om daarvoor een Chief Security Officer aan te nemen, die verantwoordelijk is voor het optuigen van het security operations center en het bewaken van de veiligheid van het KPN-netwerk.

Farwerck trad op 1 maart van dit jaar aan en kreeg als eerste taak het beheersen van de crisis na de hack op het telecombedrijf. Hij erkent dat het bedrijf te laat in de gaten had dat er

Verzekeraars en politie pakken gezamenlijk fraude aan Verzekeraars en politie Rotterdam-Rijnmond gaan gegevens uitwisselen om verzekeringsfraude een halt toe te roepen. Verzekeraars die claims krijgen waarbij een sterk vermoeden van fraude bestaat, kunnen bij de politie nadere gegevens opvragen om te controleren of het vermoeden gegrond is. Andersom geldt dat zodra de politie stuit op situaties waarvan zij vermoedt dat fraude in het spel is, de politie bij verzekeraars navraagt of (valse) schade is gemeld. De aanpak van fraude door verzekeraars en de politie Rotterdam-Rijnmond is onderdeel van het convenant ‘Versterking eigenlijke aangiften’. Doel van de samenwer-

6

king is – naast een daling van verzekeringsfraude – minder administratieve lasten voor verzekeraars en politie en het aanscherpen van het criminaliteitsbeeld. Sinds 1 juli 2011 loopt voor de duur van een jaar een proef met verzekeringsmeldingen in de regio Rotterdam-Rijnmond. Bij schade of vermissing kunnen inwoners van de regio via de website van de politie een digitaal meldingsformulier invullen, waarmee ze een claim bij hun verzekeraar kunnen indienen. De gegevensuitwisseling tussen verzekeraars en politie is een volgende stap in de samenwerking. De partijen hebben een procedure afgesproken voor de gegevensuitwisseling. Dat gebeurt via het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude (CBV)

Security Management nummer 4 april 2012

van het Verbond van Verzekeraars. Een verzekeraar onderzoekt eerst zelf de claim. Bij een ernstig vermoeden van verzekeringsfraude door een inwoner van Rotterdam-Rijnmond stelt de verzekeraar via het CBV de politie op de hoogte. De politie checkt aan de hand van de beschikbare gegevens vervolgens of er inderdaad zeer waarschijnlijk sprake is van verzekeringsfraude en verstrekt informatie aan de verzekeraar. Die bepaalt vervolgens of de claim wordt afgewezen en of er al dan niet civielof strafrechtelijke stappen worden ondernomen. De omgekeerde route kan ook: de politie kan bij vermoedens van fraude bij de verzekeraar nagaan of een onterechte claim is binnengekomen.


nieuws

‘Organisaties zelf verantwoordelijk voor vitale scada-systemen’ Minister Ivo Opstelten van V & J antwoordt op Kamervragen van D66 dat overheidsorganisaties en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van vitale scada-systemen. De veiligheid van die systemen staat ter discussie. De Kamerleden van D66 wilden van de minister weten welke veiligheidseisen de overheid stelt aan de scada-systemen en hoe er toezicht op wordt gehouden. ‘Organisaties binnen de overheid en de commerciële sector zijn zelf verantwoordelijk voor hun scadasystemen’, schrijft Opstelten. Dit geldt ook voor systemen die op internet aangesloten zijn, al wijst de minister wel

op de grotere veiligheidsrisico’s die hiermee gepaard zijn. Hij verwijst wat betreft veiligheidseisen naar een check-

list van het Nationaal Cyber Security Centrum die naar vitale organisaties is verstuurd. Ook is er geen centraal toezicht op vitale systemen, blijkt uit de antwoorden: ‘Toezicht op de veiligheid van scada-systemen ligt bij sectorale toezichthouders, die vallen onder de relevante vakdepartementen.’ Wat betreft het gevaar van usb-sticks voor cruciale industriële infrastructuren, wijst Opstelten opnieuw naar de eigen verantwoordelijkheid van de organisaties. Ook vitale organisaties moeten wat betreft deze risico’s zelf toezien op het opstellen en naleven van beveiligingsprotocollen en het opvolgen van adviezen van het NCSC.

Lancering Dutch Institute for Technology Safety & Security Op 21 maart is het Dutch Institute for Technology Safety & Security gelanceerd. Dit kennisinstituut gaat zich richten op technologische innovaties en nieuwe samenwerkingen in het veiligheidsdomein. In dit instituut worden de krachten van twee regio’s gebundeld. De samenwerking van bedrijfsleven, kennisinstituten en overheid in beide regio’s met

technologische innovatie in Brainport Regio Eindhoven en social innovation in Midpoint Brabant. Social innovation is het slimmer toepassen en combineren van bestaande en nieuwe producten op een creatieve, nieuwe manier. Brainport Regio Eindhoven en Midpoint Brabant gelden als proeftuin voor de rest van Nederland. De innovaties op het gebied van veiligheid kunnen in de toekomst ook nationaal en op Euro-

pese of wereldschaal worden toegepast. In het Dutch Institute for Technology, Safety & Security werken de volgende partners samen: Stichting Technologie & Veiligheid, Geodan, Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing OostBrabant, Technische Universiteit Eindhoven, Tilburg University, Brainport Development, Midpoint Brabant, gemeente Eindhoven, gemeente Tilburg, provincie Noord-Brabant.

‘Struikelmat’ tegen koperdiefstal Om het spoor minder toegankelijk te maken voor koperdieven legt spoorbeheerder ProRail, bij wijze van proef, bij twee spoorovergangen zogenoemde struikelmatten aan. Als de proef slaagt, kunnen de matten op meer plaatsen worden aangelegd.

mat moet niet alleen koperdieven weren, ook spoorlopers en suïcidalen hoopt de spoorbeheerder op deze wijze tegen te houden.

In 2010 waren er bijna 400 koperdiefstallen. Dat leverde ProRail een schadepost op van 13 miljoen euro en leidde tot 167 uur extra vertraging.

Een woordvoerder van ProRail wees er op dat de matten in Engeland al worden gebruikt. ‘Daar zijn ze effectief gebleken’, zegt hij. ‘Ze zijn van hard rubber, zo hard dat je er bijna niet over kunt lopen. Aangezien koperdieven veel gereedschap bij zich hebben, wordt het hen zo extra lastig gemaakt.’ ProRail maakt niet bekend op welke plekken het middel wordt getest. De

Security Management nummer 4 april 2012

7


nieuws

‘Bedrijven slecht voorbereid op cybercrime’ Nederlandse bedrijven en instellingen zijn slecht voorbereid op aanvallen door cybercriminelen. Uit onderzoek van adviesbureau KPMG onder ruim 170 bestuurders blijkt dat slechts één op de vijf organisaties zichzelf in staat acht om met succes een digitale aanval af te slaan. De afgelopen maanden zijn diverse incidenten naar buiten gekomen. Zo waren onder meer de websites van Philips, KPN en Bavaria doelwit van hackers, die vele persoonsgegevens buit wisten te maken. Het overgrote

merendeel van de cybercriminaliteit wordt echter niet naar buiten gebracht. Van de door KPMG onderzochte bedrijven was bijna de helft het afgelopen jaar slachtoffer van cybercriminelen. Ruim 60 procent geeft aan dat de schade zich jaarlijks beperkt tot een bedrag van 100.000 euro. Bij ruim 10 procent overstijgt de schade een bedrag van 1,5 miljoen euro. Phishing blijkt de belangrijkste vorm van cybercriminaliteit. De financiële sector is het populairste doelwit, hier vindt 75 procent van de aanvallen plaats.

Crisis impuls voor samenwerking burgers en bedrijven

Digitale criminaliteit en sombere economische vooruitzichten zijn een grote uitdaging voor iedereen die zich inzet om Nederland veiliger te maken. Maar terwijl veiligheidsbudgetten krimpen, krijgt de gezamenlijke inzet van overheid, bedrijven en burgers steeds meer vorm. Dat blijkt uit het nieuwe Trendsignalement van het CCV.

Minder mensen voelen zich onveilig Gevoelens van onveiligheid onder de Nederlandse bevolking zijn vorig jaar iets afgenomen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voelde een kwart van de Nederlanders zich in 2011 wel eens onveilig. Dat was het jaar daarvoor 26 procent. In 2005 was dat nog een op de drie. In stedelijke gebieden is vaker sprake van gevoelens van onveiligheid. Volgens het CBS gold dat voor 30 procent van de inwoners van de regio’s Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. In die gebieden zijn mensen ook vaker slachtoffer van criminaliteit. Landelijk gezien was dat een kwart. Laatstgenoemde aantal nam de afgelopen jaren net als de gevoelens van onveiligheid af. In 2005 verklaarde ongeveer een derde van de mensen slachtoffer te zijn geweest van criminaliteit.

8

Ook het aantal mensen dat contact had gehad met de politie, nam af. In 2011 was dat 30 procent. Daarbij groeide het aantal mensen dat tevreden was over de politie van 57 procent in 2010 naar 60 procent vorig jaar. De cijfers staan in de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM). Het onderzoek is een samenwerking van CBS met het ministerie van Veiligheid en Justitie, politieregio’s en diverse gemeenten.

Security Management nummer 4 april 2012

Uit het vierde Trendsignalement komen internetcriminaliteit en de recessie naar voren als de grootste bedreigingen voor een veilig Nederland. Op internet doen zich steeds meer veiligheidsrisico’s en -problemen voor, waarop nog geen adequate reactie beschikbaar is. Skimmen, identiteitsdiefstal en dreigtweets zijn digitale varianten van ‘klassieke’ delicten zoals diefstal en bedreiging. Ondanks de economische recessie signaleert het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid ook een positieve trend: de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers krijgt steeds meer vorm. ‘In tijden van economische nood is een gezamenlijk optreden van bedrijven, burgers, overheid en andere veiligheidsprofessionals slimmer dan ooit’, aldus CCV-directeur Onno Peer. Een derde trend is ‘de onstuitbare opkomst’ van de sociale media binnen de maatschappelijke veiligheid. Sociale media zijn met name in trek om burgers en bedrijven te betrekken bij lokale veiligheid. Het Trendsignalement 2012 is digitaal beschikbaar via www.hetccv.nl/trends


nieuws

Winkeldief krijgt straatverbod Winkeldieven kunnen nog dit jaar een straatverbod opgelegd krijgen, waarmee een heel winkelgebied verboden terrein voor ze wordt. De officier van justitie kan de maatregel opleggen zonder tussenkomst van een rechter. Nu kunnen ondernemers al een winkelverbod opleggen aan winkeldieven,

maar justitie gaat een stapje verder. ‘Het opleggen van een straatverbod aan een winkeldief is een goed voorbeeld van hoe wij willen bestraffen’, zegt een woordvoerder van het Parket-Generaal van het Openbaar Ministerie. Vorig jaar deelden ondernemers een recordaantal van 10.000 winkelverboden uit aan winkeldieven. Detailhandel Nederland is blij dat dieven straks

ook een straatverbod kunnen krijgen. De branchevereniging denkt dat het veel meer effect op een dief heeft dan wanneer een ondernemer een winkelverbod oplegt. De schade van winkeldiefstal liep vorig jaar verder op naar een bedrag van rond de 350 miljoen euro. Zo’n 35.000 winkeldieven werden in de kraag gevat.

Dieven omzeilen volgsysteem dure auto’s Dure auto’s worden sinds augustus vaker gestolen, ondanks dat ze zijn uitgerust met een voertuigvolgsysteem. De dieven gebruiken om uit handen van de politie te blijven zenders die het volgsysteem verstoren.

liteit erkent het probleem, maar stelt dat het tot nog toe ‘beheersbaar’ is. ‘80 tot 85 procent van de gestolen auto’s

Naast de dure wagens als Mercedessen en sportwagens betreft de diefstal vooral jong gebruikte auto’s als Volkswagen Golf en BMW’s van de series 1, 3 en 5. De Stichting Aanpak Voertuigcrimina-

die met een volgsysteem zijn uitgerust wordt teruggevonden’, aldus een woordvoerder. Van alle gestolen dure wagens samen komt ongeveer 40 procent weer bij de rechtmatige eigenaar terug. Volgens de stichting is er een oplossing, die sinds een paar maanden ook in Nederland verkrijgbaar is: het radiosignaal. Als het volgsysteem gebaseerd op gps en gsm verstoord raakt, neemt het radiosignaal het over en is de wagen nog steeds traceerbaar, zo legt de woordvoerder uit.

Rotterdam keert eerste tipgeld overval uit Justitie heeft voor het eerst een beloning uitgekeerd aan een tipgever volgens een regeling die vorig jaar april in het leven is geroepen om overvalcriminaliteit in de regio Rotterdam-Rijnmond te bestrijden. De met 2.500 euro beloonde tip leidde tot de aanhouding van twee verdachten van een gewapende overval op een café in Rotterdam, afgelopen november. Daarbij werden de aanwezigen bedreigd met een shotgun. De overvallers gingen er met geld en goederen van de cafébezoekers vandoor. De ‘regeling beloning overvalcriminaliteit’ is een initiatief van het Openbaar Ministerie in Rotterdam, de politie Rotterdam-Rijnmond en de gemeente Rotterdam. Zij maakt het mogelijk een beloning van maximaal 5.000 euro in te zetten in onderzoeken naar overvalcriminaliteit. De gemeente financiert de beloning.

Rotterdam-Rijnmond is de eerste regio die met zo’n regeling werkt. Mogelijk krijgt de regeling landelijk navolging, aldus een woordvoerder van het OM.

De Rotterdamse regeling bestaat naast de landelijke Circulaire bijzondere opsporingsgelden, die betrekking heeft op hogere beloningen.

Security Management nummer 4 april 2012

9


nieuws

NEN-EN 50136-1 vernieuwd De geheel vernieuwde norm NENEN 50136-1:2012 en ‘Alarmsystemen - Alarmtransmissiesystemen en -apparatuur - Deel 1: Algemene eisen voor alarmtransmissiesystemen’ is gepubliceerd. NEN-EN 50136 geeft de eisen voor de werking, betrouwbaarheid en veiligheid van alarmtransmissiesystemen. Een alarmtransmissiesysteem regelt de communicatie tussen een alarmsysteem op een bewaakt terrein en meldapparatuur in een alarmcentrale. De norm bestaat uit negen delen en is van toepassing op transmissiesystemen voor alle typen alarmsystemen, waaronder: brand-, inbraak- en personenalarm, toegangscontrole, enzovoort. Onder deze norm vallen ook andere alarmeringen, zoals technische meldingen en statusmeldingen. De term ‘alarm’ wordt in de ruimste zin van het woord gebruikt. Aanvullende en/of toepassing specifieke eisen voor alarmtransmissie zijn te vin-

den in de hierop van toepassing zijnde Europese normen. De nieuwe norm NEN-EN 50136-1 vervangt NEN-EN 50136-1-1:1998 + A1:2001 + A2:2008, NEN-EN 501361-2:1998, NEN-EN 50136-1-3:1998, NEN-EN 50136-1-4:1998 en NEN-EN 50136-1-5:2008.

Om de invoering van de norm goed te laten verlopen, is een overgangsperiode ingesteld. Met ingang van 26 december 2012 moet deze norm zijn geïmplementeerd als nationale norm in de EU-landen. De nationale normen die conflicteren met deze norm moeten dan zijn ingetrokken.

Convenant Bestrijding Rondtrekkende Dadergroepen Winkeliers gaan samen met politie en justitie strijden tegen rondtrekkende, internationaal opererende bendes die de Nederlandse winkeliers jaarlijks voor 250 miljoen euro aan schade bezorgen. Dat blijkt uit het Convenant Bestrijding Rondtrekkende Dadergroepen. Het convenant heeft als doel de bendes effectiever te bestrijden en de samen-

werking over de hele linie te versterken. De aanpak van rondtrekkende bendes is onderdeel van het bredere publiek-private Actieplan bestrijding criminaliteit bedrijfsleven dat minister Ivo Opstelten (Veiligheid & Justitie) medio februari lanceerde. Kern van de aanpak is het op grote schaal delen van informatie van de bedrijven met politie en het Openbaar Ministerie (OM). Landelijk opererende winkeliers beschikken vaak over

Nederland tekent verdrag cybercrime Nederland en de VS gaan samenwerken bij het aanpakken van cybercriminaliteit. Minister Ivo Opstelten (V&J) heeft daartoe in Washington een verdrag getekend. Over bescherming van de privacy is niets afgesproken. De samenwerking richt zich volgens de minister op het beschermen van vitale infrastructuur.’Je kunt dan denken aan de energievoorziening, de banken, de

10

waterhuishouding en vliegvelden.’ Afgesproken is dat deskundigheid wordt samengebracht om te voorkomen dat zoiets als de energiehuishouding gevaar kan lopen als hackers daar een aanval op inzetten. ‘We gaan ook beter forensisch onderzoek doen dat erop is gericht de boeven die hierachter zitten te vangen.’ Omdat het vaak om internationale kwesties gaat is het volgens de minister belangrijk samen te werken.

Security Management nummer 4 april 2012

beeldmateriaal en informatie over de werkwijze van de rondtrekkende bendes. Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) gaat de gegevens analyseren en vergelijken met andere informatie die bij de politie bekend is. Het convenant is afgesloten voor een periode van drie jaar.

Adverteerdersindex AIB Safetech bijsluiter ARAS Security b.v. 24 Axis Communications BV 28 Bosch Security Systems BV 11 G4S Beveiliging bv 46 Geutebrück GmbH 35 ISS Security Services 50 Nedap N.V. Security Management 43 Nsecure B.V. 2 NVD Beveiligingsgroep 17 RSI Video Technologies 64 Saxion 21, bijsluiter Trigion 63


Conventionele Brandmeldcentrale 500 Serie Zo eenvoudig als tellen tot drie

De Conventionele Brandmeldcentrale 500 Serie is eenvoudig te installeren, conďŹ gureren en te gebruiken. Dankzij het moderne en aantrekkelijke ontwerp integreert ze onopvallend in de omgeving. De 500 Serie is ideaal voor toepassingen in kleine winkels, magazijnen, kantoorgebouwen, scholen en kinderdagverblijven.

Kijk voor meer informatie op www.boschsecurity.nl of neem contact met ons op 040 - 257 72 00.


t hema | sociale veiligheid

Trends in sociale veiligheid Veiligheid is een dominant maatschappelijk thema. In dit openingsartikel van het themanummer sociale veiligheid geeft Arnt Mein antwoord op de vraag waarom dit zo is. Vervolgens schetst hij drie trends in het sociale veiligheidsbeleid, die voortvloeien uit de maatschappelijke tendensen die hij signaleert. ARNT MEIN *

V

eiligheid is een belangrijk maatschappelijk thema. De media berichten er vrijwel dagelijks over en politici profileren zich er op. Het bepaalt de maatschappelijke context waarin security managers werken en is een belangrijk werkterrein voor de particuliere veiligheidsbranche. Maar als we het over veiligheid hebben, bedoelen we eigenlijk onveiligheid, dat wil zeggen gevaren en risico’s die onze veiligheid bedreigen en ondergraven. We hebben het dan over de vraag hoe onveilig het is, wie daar wat aan moet doen, op welke manier en wat we daarvoor overhebben. Daarmee is veiligheid ook een allesomvattend en ongrijpbaar thema: wanneer is het veilig genoeg? In dit artikel beschrijf ik een aantal actuele ontwikkelingen op het gebied van veiligheid. Ik concentreer me daarbij op wat wel wordt genoemd sociale veiligheid, het onderwerp van dit themanummer. Daaronder wordt verstaan de mate waarin mensen zich beschermd weten en voelen tegen persoonlijk leed als gevolg van criminaliteit en overlast. Het gaat dan om alledaagse veiligheidsproblemen in de directe woon- en leefomgeving en de openbare ruimte (denk aan woninginbraak, winkeldiefstal, voetbalvandalisme, overlast door hangjongeren, enz.).

12

Veiligheid als maatschappelijk vraagstuk Allereerst ga ik in op de vraag waarom veiligheid nu zo’n dominant maatschappelijk thema is. Verscheidene sociologen en criminologen hebben zich hierover gebogen. Zo schetst de Britse criminoloog Garland een ‘New Culture of Crime Control’, dat wil zeggen: een samenleving waarin criminaliteit een permanente bron van zorg en onvrede is. Een samenleving waarin criminaliteit wordt gezien als een bedreigend verschijnsel, waaraan iedereen ten prooi kan vallen. Tegelijkertijd is criminaliteit en meer in het algemeen onveiligheid, sterk gepolitiseerd. In reactie hierop is in het overheidsbeleid het accent meer komen te liggen op preventie, controle en bescherming van het publiek. Hier lijkt voorlopig nog geen verandering in te komen, ondanks het feit dat veiligheidsmonitoren uitwijzen dat het langzaam maar zeker steeds veiliger wordt in ons land. Een andere benadering is die van de Duitse socioloog Beck, die de moderne westerse samenleving als een ‘risicosamenleving’ kenschetst: een samenleving die wordt gedomineerd door onzekere risico’s en gevaren. Hij schetst een beeld van een samenleving die zich in technologisch opzicht

Security Management nummer 4 april 2012

vergaand heeft ontwikkeld en een hoog welvaartsniveau heeft bereikt. Een samenleving waarin we veel (klassieke) veiligheidsrisico’s onder controle hebben gekregen (bijv. overstromingen, hongersnood of de aloude kinderziekten). Maar nieuwe technologieën en welvaart scheppen ook weer nieuwe risico’s (bijv. kernenergie, nanotechnologie of nieuwe infectieziekten). Bovendien zijn we ons veel bewuster geworden van deze nieuwe risico’s en potentiële gevaren en minder bereid die te aanvaarden, door het hoge kennis- en welvaartsniveau dat we hebben bereikt. Hierdoor is de behoefte om die risico’s en gevaren te beheersen sterk toegenomen. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in een risicogestuurd en preventief veiligheidsbeleid (denk aan gerichte huisbezoeken op basis van risicoprofielen of preventief fouilleren in probleemwijken). In samenhang met deze behoefte aan veiligheid en bescherming signaleert de Nederlandse sociaal-psycholoog Boutellier een sterke vitalistische tendens in onze samenleving. Hij doelt daarmee op een behoefte tot expressie en zelfontplooiing, in werk, sport en recreatie. Kortom, om uit het leven te halen wat er in zit. Tegelijkertijd moet


t hema | sociale veiligheid

Bij sociale veiligheid gaat het om alledaagse veiligheidsproblemen in de directe woon- en leefomgeving en de openbare ruimte. dit allemaal wel op een verantwoorde en veilige manier kunnen gebeuren. Met andere woorden: men wenst zich maximaal te ontplooien in een gegarandeerd veilige omgeving. Boutellier beschrijft dit als een utopisch verlangen naar het samenvallen van maximale vrijheid en optimale bescherming. Hij gebruikt hiervoor het veelzeggende beeld van de bungeejumper: extreem spannend, maar toch veilig ‌ Deze tendensen in de samenleving leidden tot een roep om meer toezicht en strengere veiligheidsmaatregelen, nadrukkelijk gericht tot de overheid. De overheid heeft deze roep niet onbeantwoord gelaten, zo blijkt in de dagelijkse veiligheidspraktijk. In het onderstaande ga ik in op drie trends in het (sociale) veiligheidsbeleid, die voortvloeien uit voornoemde maatschappelijke tendensen.

Ingrijpender bevoegdheden en strengere straffen Een eerste trend is het creĂŤren van extra en verdergaande bevoegdheden voor politie, openbaar ministerie en strengere straffen op te leggen door de rechter.

Opsporingsbevoegdheden worden verruimd, privacybepalingen versoepeld en de strafmaat verhoogd. Naast het strafrecht wordt ook het bestuursrecht benut om de (lokale) veiligheid te bevorderen. Bestuursrechtelijke bevoegdheden bieden bij uitstek de mogelijk-

uitgesproken rol heeft gekregen bij de aanpak van onveiligheid. Dit verschijnsel wordt ook wel de juridisering van het veiligheidsbeleid genoemd: de wetgevingsmachine draait op volle toeren. Critici hebben er wel op gewezen dat het effect op de veiligheid van veel van

Als we het over veiligheid hebben, bedoelen we eigenlijk onveiligheid heid om preventief op te treden tegen (groepsgewijze) ordeverstoringen. Dit past goed in het hiervoor beschreven beeld van de risicosamenleving. Denk bijvoorbeeld aan het opleggen van een gebieds- of groepsverbod aan voetbalvandalen zodat ze de volgende wedstrijd niet kunnen verstoren, het preventief fouilleren op wapenbezit van iedereen die zich in een bepaald gebied bevindt of het opleggen van een (tijdelijk) huisverbod aan (mogelijke) plegers van huiselijk geweld, waardoor die zich een aantal dagen niet rond hun huis en huisgenoten mogen vertonen. Deze bevoegdheden worden toegepast door de burgemeester, die hiermee een

deze maatregelen onduidelijk blijft, terwijl de bevoegdheden toch behoorlijk ingrijpend kunnen zijn. Daarmee dreigt het te blijven bij symbolische maatregelen.

Een integrale aanpak Een tweede trend is de integrale of samenhangende aanpak van veiligheidsvraagstukken. Dat wil zeggen dat verschillende organisaties de handen ineenslaan om gezamenlijk een veiligheidsvraagstuk aan te pakken. Denk aan de samenwerking tussen jongerenwerkers, toezichthouders, straatcoaches, opleidingscentra en de politie bij de aanpak van overlast door hangjon-

Security Management nummer 4 april 2012

13

Âť


t hema | sociale veiligheid

geren. Het gaat vaak om hardnekkige problemen op het snijvlak van veiligheid en zorg waarvan de praktijk heeft geleerd dat die interdisciplinair moeten worden aangepakt. Dit gebeurt vaak onder regie van de gemeente, die het geheel overziet en partijen bij elkaar brengt en houdt. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de Veiligheidshuizen, waar deze partijen bij elkaar zitten en gezamenlijk een strategie ontwikkelen om probleemgevallen aan te pakken. Vaak wordt een aanpak op maat ontwikkeld (persoonsgericht) voor bijvoorbeeld veelplegers. Responsabilisering In het voorgaande heb ik aangegeven dat hedendaagse veiligheidsvraagstukken complex zijn en dat vele partijen een rol spelen bij de aanpak daarvan. Niet alleen de overheid en maatschappelijke organisaties zijn van belang, maar ook buurtbewoners en lokale ondernemers. Sterker nog, de overheid kan die veiligheidsvraagstukken niet eens meer alleen oplossen en moet een nadrukkelijk beroep doen op anderen. Dit wordt wel responsabilisering genoemd: anderen worden medeverantwoordelijk gemaakt voor de aanpak van veiligheidsproblemen. Typische voorbeelden daarvan zijn het ‘Keurmerk Veilig Wonen’ en het ‘Keurmerk Veilig Ondernemen’. In dit kader treffen buurtbewoners en ondernemers zelf preventieve maatregelen (bijv. inbraakbeveiliging, toegangscontrole, cameratoezicht), waarop gemeentelijke toezichthouders en politie dan weer kunnen inspelen met hun surveillance. Netwerksturing Zo ontstaan samenwerkingsverbanden rondom lokale veiligheidsproblemen. Deze worden wel beschouwd als veiligheidsnetwerken en passen in het bredere geheel van de hedendaagse netwerksamenleving. Deze veiligheidsnetwerken kenmerken zich door hun informele, flexibele en doelgerichte karakter; samen klaren zij een klus. De partijen in het netwerk zijn min of meer zelfstandig, maar wel afhankelijk van elkaar. Niemand is formeel de baas, hoewel de gemeente vaak de regie voert. In de praktijk blijkt de rol van de politie dikwijls doorslaggevend, omdat die er nu eenmaal altijd is

14

en er dicht bovenop zit. Netwerksamenwerking is door haar informele en pragmatische karakter ook wel weer kwetsbaar. Veiligheidsnetwerken zijn vaak afhankelijk van de betrokkenheid en inzet van individuen (de trekkers) en kunnen ook zo weer uit elkaar vallen. Hardnekkige veiligheidsvraagstukken worden dus in toenemende mate aangepakt in lokale, horizontaal (bottom up) georganiseerde netwerken, naast de klassieke, verticale (top down) sturing die de justitiële veiligheidsorganisaties kenmerkt. Dat deze modellen wel eens botsen, blijkt wel uit de discussie rond de vorming van de nationale politie en de consequenties daarvan voor het lokale veiligheidsbeleid en de positie van de burgemeester en gemeenteraad.

Privatisering Een derde trend is de privatisering van veiligheid. Dat wil zeggen de opkomst van de particuliere veiligheidszorg. Daarbij valt te denken aan particuliere beveiligingsorganisaties, alarmcentrales, geld- en waardetransporteurs, bedrijfsbeveiligingsdiensten, recherchebureaus, forensische accountants en verzekeringsmaatschappijen (risk management). De particuliere veiligheidsbranche is de laatste jaren sterk gegroeid. De groei kan voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan eerdergenoemde responsabilisering. Hierdoor is het spreekwoordelijke gat in de markt ontstaan voor particulier initiatief en ondernemerschap. Ook recent bepleitte onze veiligheidsminister Ivo Opstelten nog eens een intensievere samenwerking tussen de overheid en de particuliere veiligheidsbranche. In het kader van voornoemde integrale aanpak werken particuliere beveiligingsorganisaties vaak samen met gemeente en politie. Aanvankelijk werden medewerkers van particuliere beveiligingsorganisaties preventief ingezet (de politie treedt dan repressief op, als dat nodig is). De praktijk leert echter dat zij in toenemende mate ook worden ingezet voor repressieve taken. Bijvoorbeeld als straatcoach of als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA), dit laatste onder strikte voorwaarden en in opdracht van de gemeente. De inzet van particuliere beveiligers als toezichthouder of BOA

Security Management nummer 4 april 2012

roept wel weer allerlei sturings- en samenwerkingsvragen op: wie stuurt ze aan, aan wie leggen ze verantwoording af en hoe werken ze samen met de politie?

Toekomstperspectief Hoe zal het veiligheidsbeleid zich de komende jaren ontwikkelen? Ik verwacht dat het accent nog wel even zal blijven liggen op strenger straffen. Anders gezegd: het punitieve klimaat zal nog wel aanhouden. Met deze veiligheidsminister kunnen we rekenen op een serie strenge maatregelen, met name strafrechtelijke. De aloude gedachte dat het strafrecht toch vooral moet worden beschouwd als laatste en zwaarste middel, het zogenoemde ultimum remedium, lijkt door hem te zijn losgelaten. Het strafrecht zal dus een steeds sterkere symboolfunctie vervullen. Aan de andere kant zal de roep om resultaten ook steeds sterker worden: geen woorden, maar daden … In het verlengde hiervan zal de centralisering (nationalisering?) van het veiligheidsbeleid ook wel verder worden doorgezet. Denk aan de veiligheidsregio’s en de nationale politie. Wat wordt dan nog de speelruimte op decentraal niveau, in de verschillende veiligheidsnetwerken? Hoe zal de politie zich verhouden tot de toezichthouders? Wat heeft de burgemeester nog te zeggen? Wat betekent de huidige economische recessie voor het veiligheidsbeleid? Tegen de achtergrond van krimpende veiligheidsbudgetten zal vermoedelijk meer aan het particulier initiatief worden overgelaten. Publiek-private samenwerking zal verder opbloeien. Dit zal allerlei samenwerkings- en afstemmingsvragen oproepen. Maar ook een roep om meer bevoegdheden en geweldsmiddelen voor toezichthouders (particuliere) en BOA’s. Verder zullen krimpende budgetten leiden tot een sterkere behoefte aan inzicht in effecten: werkt het, wat kost het en wat levert het op? Daar ligt ook een uitdaging voor de particuliere sector om dat beter inzichtelijk te maken. ‹‹ * mr. Arnt Mein is onderzoeker veiligheid en rechtshandhaving (http://www.linkedin.com/in/arntmein)


t hema | sociale veiligheid

Handhaving en Toezicht

Meer doen met minder budget Hondenpoep, overlast van jongeren en een algeheel gevoel van onveiligheid. Het is aan de orde van de dag en de overheid wordt aangekeken voor een doelgerichte oplossing. ‘Handhaving en Toezicht is een actueel onderwerp’, zegt Herbert van Larsdonk, manager Public Security bij G4S. ‘De gemeenten hebben meer verantwoordelijkheden gekregen, maar moeten die het hoofd bieden met een steeds krapper budget en minder mankracht. Je ziet een verschuiving plaatsvinden, waarbij gemeenten onderling meer samenwerken, maar ook kijken naar externe partijen.’ RIK VISSCHEDIJK *

D

e gemeenten worstelen met de vraag hoe ze met minder budget méér kunnen doen. Deze tendens wordt bevestigd in de Benchmark Handhaving & Toezicht voor Nederlandse gemeenten 2011, waaraan 40 procent van de Nederlandse gemeenten heeft deelgenomen. Het algemene beeld is dat veel gemeenten behoefte hebben aan een betere onderbouwing van het beleid en er wordt vaak opgetreden aan de hand van binnengekomen klachten. Daarbij kan weer een onderscheid worden gemaakt tussen de grotere en klei-

nere gemeenten: de grote gemeenten hebben Handhaving en Toezicht vaak naar tevredenheid ingericht omdat ze de middelen hebben, kleinere gemeenten zoeken naar de juiste invulling en ontberen die middelen.

Op zoek naar aansluiting Bij praktisch alle gemeenten staat Handhaving en Toezicht hoog op de ambtelijke agenda. Dit blijkt wel uit het gegeven dat bijna altijd de burgemeester de portefeuillehouder is. ‘Handhaving en Toezicht is voor burgers belangrijk,

Pim van Dijk (senior beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid gemeente Binnenmaas) over Handhaving en Toezicht: ‘Het is goed om te zien hoe gemeenten elders in het land omgaan met Handhaving en Toezicht. We staan voor een uitdaging: er komen op dit terrein meer taken op ons af, die we met dezelfde of minder middelen moeten opvangen. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe Drank- en Horecawet of wetgeving over prostitutie. Om gemeentelijk taken structureel aan te pakken, kijken wij naar externe samenwerking, met omliggende gemeenten en met de politieregio Zuid-Holland-Zuid. Wij werken al met gecertificeerde BOA’s die uit onze eigen organisatie komen en we huren een BOA in voor zestien uur in de week. Omdat Binnenmaas een groot gebied beslaat, kan het interessant zijn om met de vijf omliggende gemeenten op te trekken op het gebied van Handhaving en Toezicht. Daarvoor zijn al stappen gezet: bijvoorbeeld door de APV’s op elkaar af te stemmen.’

omdat het hun beleving van de openbare ruimte voor een groot deel bepaalt’, zegt Herbert van Larsdonk, manager Public Security bij G4S. ‘Vooral de kleinere gemeenten ondervangen de bezuinigingen door samenwerkingsverbanden aan te gaan met omringende gemeenten. Een goed voorbeeld hiervan is de BOA die de Brabantse gemeenten Sint-Oedenrode, Oisterwijk en Landerd gezamenlijk inhuren. Je ziet deze samenwerkingsverbanden en convenantgebieden steeds meer opkomen. Logisch, want het is efficiënter om samen te werken en een externe partij voor meer productieve uren in te huren.’ Samenwerking heeft het voordeel dat gezamenlijk fondsen aangewend kunnen worden, maar ook is het mogelijk om één ambtenaar vrij te spelen om Handhaving en Toezicht goed op de kaart te zetten. Een struikelblok kan hierbij zijn dat gemeenten de APV veelal verschillend hebben ingevuld. Maar met de huidige technologie hoeft dat geen probleem meer te zijn. Zo kan een BOA uitgerust worden met een handheld device, waarop hij direct de plaatselijke regels kan vinden. Zo’n apparaat heeft meerwaarde in de efficiency, met als

Security Management nummer 4 april 2012

15

»


t hema | sociale veiligheid

Foto: G4S

rekenen wat de financiële en personele consequenties zijn en wanneer extra maatregelen genomen moeten worden of extra capaciteit wordt ingezet.’

Reactief of de regierol

bijkomend voordeel dat de ‘straattijd’ aanzienlijk verhoogd kan worden. De handhaver kan het verbaal direct invoeren, waardoor hij niet voor allerlei administratieve taken naar zijn bureau hoeft.

Klachtgestuurd: meldingen bepalen de agenda Handhavingsplannen zijn leidend voor het gemeentelijk beleid, maar prioriteiten worden in verreweg de meeste gevallen bepaald door binnenkomende klachten en meldingen van burgers. ‘Het gaat wat ver om dat schrikbarend te noemen’, zegt Van Larsdonk. ‘Maar in combinatie met het gegeven dat negen van de tien gemeenten aangeven dat de openbare ruimte het belangrijkste thema is binnen handhaving, kun je voorzichtig de conclusie trekken dat het hier vooral gaat om ad hoc-optreden tegen bijvoorbeeld hangjongeren, hondenpoep en overlast.’ Het gemeentelijk beleid is hierin dus vooral reactief. Dat is begrijpelijk, want

16

als gemeente wil je uiteraard optreden als er klachten binnenkomen. Maar gemeenten geven ook aan dat ze hier een actievere rol willen spelen, en dat ze dat eigenlijk ook moeten. Om dit te bereiken zou de relatie tussen alle beschikbare gegevens geanalyseerd kunnen worden. Dan kan bijvoorbeeld blijken dat de overlast toeneemt aan het begin van de vakantieperiode, omdat er caravans in de straat verschijnen of grof vuil ongeoorloofd wordt aangeboden. Maar de gemeente zou ook tot de conclusie kunnen komen dat er een fietsenstalling bij een winkelcentrum zou moeten worden aangelegd, omdat er consequent fietsen op de wandelpaden worden geplaatst. Pas als je door de data heen kunt kijken, is het mogelijk om een scherp beleid te formuleren. Een oplossing ligt volgens Van Larsdonk in een business intelligence systeem. ‘Door het samenvoegen van actuele en historische gegevens, komen trends aan het licht en kun je prognoses opstellen. Na deze stappen kan de gemeente door-

Security Management nummer 4 april 2012

Zeker de kleinere gemeenten zouden graag meer de regierol op zich nemen, in plaats van ad hoc reageren op meldingen. Maar hier komt weer de moeilijke positie van de gemeente naar voren. Meer dan de helft van de gemeenten doet slechts eens in de paar jaar onderzoek naar de veiligheidsbeleving van haar burgers, of helemaal niet. Grotere gemeenten geven aan dat ze dit wel doen, waarschijnlijk omdat ze hiervoor meer middelen beschikbaar hebben. Hier zouden kansen kunnen liggen voor de gemeenten, wanneer ze meer sensitiviteit hebben met wat er bij de burger leeft. Dat kan door onderzoek, maar ook door een kleinschalige aanpak waarbij handhaving meer in de keten gaat zitten. Neem een hangjongere: hij komt doorgaans in aanraking met de handhaver wanneer hij de fout in gaat en daarvoor op de bon wordt geslingerd. Een andere, meer ketengerichte aanpak, is door de expertise van de verschillende instanties en organisaties te bundelen. Misschien spijbelt deze jongere regelmatig, of wordt hij vaker in een overlastgevende situatie aangetroffen. Zo’n aanpak vraagt om samenwerking en uitwisseling van gegevens, maar zou een integrale aanpak mogelijk maken. En dit is slechts één voorbeeld van slim omgaan met informatie. Neem het handhaven op één van de grootste ergernissen van de burger: hondenpoep. Wanneer controleer je of hondenbezitters de poep opruimen? Idealiter voor en na werktijd, want dan laten mensen hun hond uit. Dit vraagt dus om kennis van de overlast en een flexibele inzet van handhavers en toezichthouders. Tegelijkertijd is dit één van de grootste pijnpunten, want slechts een vijfde van de respondenten slaagt erin om handhavers 90 procent van de tijd op straat te laten zijn. En dan is het nog maar de vraag of ze ook op het juiste moment op de juiste plek controleren. ‘Handhaving en toezicht zijn tijdrovend’, vervolgt Van Larsdonk. ‘En de medewerkers hebben veel neventaken. Bij grotere gemeenten speelt dit min-


t hema | sociale veiligheid

der, omdat ze verder zijn in de digitalisering en de back-office professioneler is ingericht. De kleinere gemeenten halen soms nog geen 50 procent “straatgraad”. Dat zou beter kunnen, door slimme oplossingen met bijvoorbeeld moderne communicatiemiddelen of het anders inrichten van de organisatie. Een handhaver die meer op straat is, kan zijn taak ook breder nemen: een parkeercontroleur kan bijvoorbeeld een melding van overlast door jongeren doorgeven via zo’n handheld device.’

Publiek-private samenwerking: een kans? Dat gemeenten ‘iets’ moeten met de inrichting van Handhaving en Toezicht blijkt wel uit het gegeven dat liefst zes van de tien gemeenten met andere gemeenten samenwerken op dit terrein. En nog eens een kwart van de gemeenten is deze mogelijkheid aan het onder-

zoeken. Voor de uitvoering van taken op het terrein van Handhaving en Toezicht huurt 60 procent van de gemeenten externe mensen in. De belangrijkste reden is het opvangen van pieken in de capaciteitsvraag. Meer dan de helft van de gemeenten noemt publiek-private

record. ‘Publiek-private samenwerking valt of staat met duidelijke kaders vanuit de overheid. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden moeten transparant zijn. Als je een kwaliteitsslag wil maken, dan moet je hierover nadenken en kaders scheppen. Een integrale aanpak,

Meer dan de helft van de gemeenten noemt publiek-private samenwerking een ‘kans’ samenwerking een ‘kans’ en 14 procent van de respondenten geeft aan dat het zich al heeft bewezen. Hierbij gaat het vooral over toezicht in de openbare ruimte (ook met camera’s), afhandeling van ongevallen, begeleiding van zware transporten en parkeercontrole. Volgens Van Larsdonk zijn dit taken die private partijen goed kunnen oppakken en er is inmiddels een bewezen track

waarbij de gemeente de regie heeft, behelst meer dan achter meldingen aanrennen. Expertise en informatie zijn sleutelwoorden: ga slim met de gegevens over jeugd, verslaving, overlast, parkeren en andere handhavings- en toezichtsgebieden om.’ ‹‹ * Rik Visschedijk is copywriter bij Tekstbureau De Nieuwe Lijn

(Advertentie)

Security Management nummer 4 april 2012

17


t hema | sociale veiligheid

Veiligheid in de Amsterdamse Transvaalbuurt

Inzet van particuliere straat: werkt dat nou? We zien steeds vaker nieuwe gezichten met een ander uniform in onze woonbuurten surveilleren. Van stadswachten tot straatcoaches en van vliegende brigades tot stadstoezicht. Al deze toezichthouders hebben als taak de leefbaarheid en veiligheid op straat te vergroten. Over een periode van drie jaar is in kaart gebracht wat het effect van particuliere toezichthouders was op de veiligheid in de Amsterdamse Transvaalbuurt. PAUL HULSHOF, SANDER FLIGHT *

V

eiligheid is tegenwoordig niet meer de exclusieve verantwoordelijkheid van de politie. Gemeenten, ondernemers en zelfs bewoners moeten daar een steeds grotere steen aan bijdragen. De terugtrekkende trend van de politie heeft zich al een aantal jaren geleden ingezet. Om het ontstane gat op te vullen, hebben gemeenten de afgelopen jaren verschillende nieuwe toezichthouders in het leven geroepen. De grote vraag is of particuliere toezichthouders daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren aan meer veiligheid op straat en zo ja, hoe dat dan het beste georganiseerd kan worden. In Amsterdam Oost weten ze inmiddels hoe dit werkt. Daar is ruim drie jaar lang geĂŤxperimenteerd met de inzet van particuliere toezichthouders.

Dealen, gokken en hangen Onderzoeks- en adviesbureau DSPgroep heeft over een periode van drie jaar in kaart gebracht wat het effect van particuliere toezichthouders was op de veiligheid in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Deze arbeiderswijk uit de jaren twintig in AmsterdamOost, werd in 2007 door voormalig minister Ella Vogelaar aangemerkt als

18

Krachtwijk. In de wijk is meer dan de helft van de bewoners niet-westers allochtoon, de woningen zijn klein en veel kinderen hangen dagelijks tot laat in de avond rond op straat. Uit een onderzoek bleek dat een substantieel deel van de bewoners en ondernemers in de buurt slachtoffer was van ernstige overlast en criminaliteit. De politie signaleerde een toename van de problemen, veelal veroorzaakt door hangjongeren, gokkers, dealers en drugsgebruikers. Kortom, de Transvaalbuurt was enkele jaren geleden een buurt met structurele veiligheidsproblemen. De politie had te weinig mankracht om dagelijks op te

konden zijn in de buurt. Alleen particuliere organisaties konden deze flexibiliteit garanderen. Gestart werd met een pilot, waarbij de keuze viel op het bedrijf International Security Agency (ISA). Zij konden toezichthouders leveren die voldeden aan het gewenste profiel: fysieke kracht, stevige uitstraling en het beheersen van straattaal. Na het succes van de pilot is het project met drie jaar verlengd.

Toezichthouders Elke dag hielden de toezichthouders in tweetallen toezicht in de buurt. Ze reden rond op fietsen, maar maakten ook wandelingen of bleven een tijdlang

Zowel de feitelijke veiligheid als het gevoel van veiligheid is sterk gestegen treden tegen allerlei overlastveroorzakers. Het bestuur van het stadsdeel besloot daarom de hulp in te roepen van extra toezichthouders die zowel gedurende de dag als de nacht en zowel doordeweeks als in het weekend op wisselende tijden zichtbaar aanwezig

Security Management nummer 4 april 2012

zichtbaar aanwezig op hotspots. Vooraf verwachtten politie en stadsdeel dat een deel van de overlast en criminaliteit zich zou verplaatsen naar andere plekken in de buurt of op tijdstippen waarop de toezichthouders niet aanwezig waren. Daarom is zoveel mogelijk


t hema | sociale veiligheid

toezichthouders op gewerkt met wisselende toezichturen en werd het toezichtgebied uitgebreid of ingekort, afhankelijk van de ontwikkelingen in de buurt. De gedachte was dat overlastveroorzakers zich op die manier niet konden aanpassen aan het ritme van de toezichthouders. Op momenten met meer kans op overlast zoals zomerse dagen werd zelfs gewerkt met dubbele diensten. Toezichthouders waren dan gedurende zestien uur per dag aanwezig. De particuliere toezichthouders hadden primair als taak om overlast en criminaliteit te signaleren en zoveel mogelijk

overlastveroorzakers aan te spreken op hun gedrag of weg te sturen uit de buurt. De prioriteit van het toezicht lag bij het aanpakken van drugsgebruik, dealen en overlast van rondhangende groepen jongeren. Tijdens hun aanwezigheid werd ook gelet op leefbaarheidszaken zoals het signaleren en melden van grofvuil en kapotte verlichting. Als de toezichthouders getuigen waren van criminaliteit, werd dit direct gemeld aan het wijkteam van de politie. Bij voldoende capaciteit van de politie, hielden de toezichthouders de dader vast om deze vervolgens over te dragen aan de politie. Bij grote incidenten

Randvoorwaarden voor succes bij onbevoegd particulier toezicht op straat 1. Zorg dat dit soort toezicht een vast onderdeel uitmaakt van bevoegd toezicht (politie of BOA). Als de particuliere toezichthouders geen ‘back-up’ krijgen van regulier bevoegd toezicht, is hun effect beperkt. 2. Particulier toezicht moet onderdeel uitmaken van een breder pakket aan maatregelen. Aanspreken van dealers op hun hinderlijke aanwezigheid heeft geen zin wanneer er geen gebiedsverboden kunnen worden opgelegd. 3. Samenwerking tussen stadsdeel, politie, particulier toezicht en gemeentelijk toezicht is cruciaal gebleken. Dit is een proces dat tijd kost en waar tijd voor genomen moet worden. Het heeft een aantal maanden geduurd voordat het particulier toezicht opgenomen was binnen het dagelijkse proces van de politie. Beide partijen moeten elkaar leren kennen en op elkaar leren vertrouwen. 4. De politie moet duidelijk regie voeren in de dagelijkse aansturing van de toezichthouders. Omdat de groep toezichthouders wel eens wisselt van samenstelling is het belangrijk dat de politie leidend hierin is. 5. De kwaliteit van de toezichthouders is doorslaggevend. Zij moeten fysiek en mentaal sterk zijn en niet bang om de overlastveroorzakers aan te spreken. Communicatieve vaardigheden in combinatie met het kunnen uitoefenen van gezag zijn belangrijke voorwaarden. 6. Tot slot is de inzet van particulier toezicht een project met lange adem. Om ervoor te zorgen dat het toezicht effectief blijft, dient periodiek gemonitord te worden wat de resultaten en effecten zijn. Dat heeft er in de Transvaalbuurt toe geleid dat het project tussentijds een aantal malen is bijgesteld wat betreft wijze van optreden, toezichtgebied, toezichttijden en informatie-uitwisseling.

werd van de toezichthouders terughoudendheid verwacht: wachten op de politie en observeren welke personen betrokken zijn bij het incident zodat deze later kunnen worden aangehouden. Alle dagelijkse werkzaamheden en bevindingen werden na afloop van de dienst vastgelegd in dagrapporten. Deze informatie was niet alleen nodig om sturing te geven aan het werk van de toezichthouders, maar vergrootte bij politie en gemeente de informatiepositie ten aanzien van de ontwikkeling van criminaliteit en veiligheid in de buurt.

Resultaten Veel mensen denken dat hangjongeren, drugsdealers of drugsverslaafden zich niets aantrekken van onbevoegde toezichthouders. Deze raddraaiers zouden immers precies weten dat het geen politiemensen zijn en dat ze geen wettelijke bevoegdheid hebben om tegen hen op te treden. Toch hebben de toezichthouders in de Transvaalbuurt een belangrijke bijdrage geleverd aan meer veiligheid in de buurt. Zowel de feitelijke veiligheid als het gevoel van veiligheid is sterk gestegen. Uit de dagrapportages van de toezichthouders blijkt dat zij in het laatste jaar 80 procent minder overlast op straat waarnamen in vergelijking met het eerste jaar. Vooral het openlijk dealen en gebruiken van drugs was afgenomen. Ook de aangiftecijfers van de politie laten een positieve trend zien: het aantal aangiften is sinds de start van het project met 13 procent gedaald. Deze positieve ontwikkelingen hebben zich uiteindelijk ook vertaald in een verhoogd gevoel van veiligheid van bewoners. Aan het einde van het project gaven die een rapportcijfer

Security Management nummer 4 april 2012

19

Âť


t hema | sociale veiligheid

Foto: International Security Agency

verbetering in de buurt. Voor de bijdrage van het particuliere toezicht aan de verbetering van de veiligheid is vooral de vraag hoe het toezicht functioneerde van belang.

Hoe werkte het particuliere toezicht? De particuliere toezichthouders traden vooral op tegen rondhangende dealers, drugsgebruikers en overlastgevende jongeren. In veel gevallen hoefden ze niet eens een waarschuwing te geven. Hun aanwezigheid was meestal afdoende voor dealers, gebruikers en jongeren om te vertrekken. De toezichthouders bleven hinderlijk in de buurt van groepen dealers en jongeren rondhangen en wachtten net zo lang totdat zij vertrokken, of spraken hen aan en stuurden ze weg. Natuurlijk is dit proces niet zonder slag of stoot verlopen. De toezichthouders hebben een aantal maanden nodig gehad om gezag te winnen bij de doelgroep. Door hun kordate manier van optreden werden de toezichthouders ook verschillende keren ernstig bedreigd of uitgescholden. Dat heeft hen er niet van weerhouden om steeds maar weer hinderlijk in de buurt van overlastgevers te staan, een gesprek aan te knopen, of hen weg te sturen.

De particuliere toezichthouders hadden primair als taak om overlast en criminaliteit te signaleren en overlastveroorzakers aan te spreken op hun gedrag of weg te sturen uit de buurt. voor veiligheid dat twee punten hoger lag dan het cijfer dat ze gaven bij de start van het project. Met name het bedreigende gedrag, dealen, drugsgebruik, geluidsoverlast en vervuiling

diezelfde periode gestart met een integrale aanpak van drugspanden, een aantal dealers hebben gebiedsverboden opgelegd gekregen, het stadsdeel stelde een alcoholverbod in, en de politie

Een belangrijke motor van succes is de hechte samenwerking tussen politie en toezichthouders waren volgens bewoners afgenomen. Natuurlijk kunnen deze positieve cijfers niet alleen worden toegeschreven aan de aanwezigheid van de particuliere toezichthouders. In de buurt is in

20

hield samen met gemeentelijke handhavers op bepaalde momenten speciale acties tegen de drugs- en jongerenoverlast. Uiteindelijk heeft het hele pakket aan maatregelen geleid tot een forse

Security Management nummer 4 april 2012

De kracht van het optreden zit vooral in hun doorzettingsvermogen en de back-up die zij kregen van de politie. Dat zijn twee open deuren, maar blijkt in de praktijk moeilijker te realiseren dan het lijkt. Samenwerking tussen nieuwe toezichthouders en politie heeft tijd nodig. Zij moeten elkaar leren kennen, vertrouwen wekken en aan elkaar wennen. Veel politiemensen keken raar op toen er van de ene op de andere dag twee toezichthouders in blauwe jassen bij de koffieautomaat in het politiebureau stonden. Het gewennings- en samenwerkingsproces heeft in de Transvaalbuurt bijna een jaar geduurd, ondanks het feit dat de politieleiding het project omarmde en vanaf het begin veel tijd investeerde in samenwerking, afstemming en aansturing. De politie had de dagelijkse leiding over de toezichthouders (operationele regie) en de toezichthouders startten en eindigden hun rondes op het poli-


t hema | sociale veiligheid

tiebureau. Eens per week werd er op het politiebureau een uitgebreide briefing gegeven waarbij alle toezichthouders aanwezig waren. Tijdens deze briefing werden de laatste ontwikkelingen en acties met elkaar doorgesproken. De politie gaf aan welke acties zij gepland had in de buurt en er werden ervaringen uitgewisseld over incidenten. Op die manier wisten politie en toezichthouders van elkaar waar de ander mee bezig was. Door het dagelijkse persoonlijke contact zagen toezichthouders en politiemensen elkaar als collega’s, wat het vertrouwen om op te treden tegen de overlast alleen maar versterkte. Ook voor de overlastgevers moest het duidelijk zijn dat politie en toezichthouders een hecht team vormden. Zo hebben toezichthouders van ISA samen met de politie speciale acties gedraaid, waarbij tot in de nachtelijke uren gezamenlijke patrouilles werden gehouden. Kortom, een belangrijke motor

van succes is de hechte samenwerking tussen politie en toezichthouders.

Conclusie Het project in de Transvaalbuurt heeft laten zien dat dit type toezicht een positieve bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid en veiligheid in een buurt. Voorwaarde is wel dat de politie het toezicht omarmt, bereid is tijd te steken in het project en toezichthouders ziet als belangrijk verlengstuk. De kracht van het optreden van toezichthouders zit in het actief zijn in het aanspreken en ontmoedigen van overlastveroorzakers. Daarnaast voorzien zij de politie en het stadsdeel van belangrijke informatie over criminaliteit in de buurt. Bijkomend voordeel van het inhuren van particuliere toezichthouders is hun grote mate van flexibiliteit. Ze kunnen namelijk zowel overdag als in de nacht worden ingezet. Per week kan worden

bepaald aan hoeveel uur toezicht behoefte is en zodra de problematiek is afgenomen kan het toezicht worden afgebouwd. In de Transvaalbuurt zijn bewoners, ondernemers, bestuurders en politie overtuigd: onbevoegde particuliere toezichthouders kunnen een grote bijdrage leveren aan het verbeteren van de veiligheid en leefbaarheid op straat. Zelfs in woonbuurten waar sprake is van ernstige (drugs)overlast, bedreigingen en intimidatie. ‹‹ * Paul Hulshof is senior adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep. Hij adviseert ministeries, gemeenten, politiekorpsen en het bedrijfsleven bij de aanpak van allerlei veiligheidsvraagstukken. Sander Flight is partner bij DSP-groep en adviseert eveneens gemeenten, politiekorpsen, ministeries en private partijen bij de aanpak van allerlei veiligheidsvraagstukken.

(Advertentie)

Academie Bestuur & Recht

Toe aan een volgende stap in uw carrière? Kies dan de hbo deeltijdopleiding

Security Management

Als afgestudeerd Security Manager krijgt u het diploma Bachelor of

Deze compacte studieroute leidt op tot manager van securityvraagstukken in organisaties, met name in de vitale infrastructuur. U zorgt voor business continuity, met nadruk op het voorkomen en oplossen van calamiteiten. De opleiding heeft een stevige bedrijfskundige basis met zowel relevante theorie als praktische vaardigheden en sluit aan bij actuele thema’s. Het is ontwikkeld in samenspraak met security managers die in diverse sectoren werkzaam zijn.

Business Administration (BBA).

Meer weten of aanmelden? Kijk op saxion.nl/sec

| organisatiekunde | recht en privacywetgeving | internationale theorie | ICT en veiligheid | criminologie | crisismanagement | | risico-inventarisatie en analyse | corruptie en fraudebestrijding | internetbeveiliging | security modellen en concepten |

saxion.nl/sec

Security Management nummer 4 april 2012

21


t hema | sociale veiligheid

Resultaatgericht uitbe veiligheid Meer dan één op de drie Nederlandse gemeenten huurt wel eens (private) toezichthouders of handhavers in. In dit artikel betogen wij dat de traditionele wijze van aanbesteden niet langer voldoet en pleiten we daarom voor resultaatgericht uitbesteden. Een nieuwe werkwijze voor het uitbesteden van (sociale) veiligheidstaken met als primair kwaliteitscriterium het gerealiseerde resultaat. SEBASTIAAN BARLAGEN *

J

aarlijks wordt er in Nederland meer dan 1,5 miljard euro besteed aan ingehuurde (veelal private) veiligheidsprofessionals. Uit recent verschenen onderzoek in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt dat meer dan één op de drie Nederlandse gemeenten wel eens (private) toezichthouders of handhavers inhuurt, die worden ingezet om een diversiteit aan sociale veiligheidsproblemen tegen te gaan. Bijvoorbeeld: parkeerovertredingen, hangjongeren, hondenpoepoverlast en evenementenveiligheid. Voor opdrachtgevers blijkt het vaak moeilijk om echt te sturen op de kwaliteit van de ingehuurde dienstverlener. De traditionele wijze van aanbesteden voldoet hier in onze ogen echter niet langer. Een nieuwe manier van uitbesteden van (sociale) veiligheidstaken met als primair kwaliteitscriterium het gerealiseerde resultaat, sluit wat ons betreft beter aan op de praktijk.

De inspanningsverplichting Mede als gevolg van de economische crisis zien we dat steeds meer organisaties en overheden bezuinigen. Hierdoor staan ook de budgetten voor veiligheid en beveiliging onder druk. Tegelijkertijd is er behoefte aan flexibele capaciteit, omdat buffers zijn verminderd en er minder snel vaste krachten worden

22

aangenomen. Een deel van deze behoefte wordt vervuld door ingehuurde veiligheidsprofessionals. Echter, op het moment dat een potentiële opdrachtgever de keuze maakt voor externe inhuur, staat hij voor de zware uitdaging om ervoor te zorgen dat hij ook waar krijgt voor zijn geld. Hij zal moeten bepalen hoe de kwaliteit van de ingehuurde dienstverlener wordt beoordeeld en dit moeten vastleggen in de aanbestedingsprocedure. Ondanks uiteenlopende redenen voor externe inhuur is de wijze waarop deze diensten worden ingehuurd bijna altijd dezelfde. Op basis van

Security Management nummer 4 april 2012

een korte analyse van enkele aanbestedingstrajecten kan de essentie van een offerteverzoek voor (private) veiligheidszorg als volgt worden samengevat: Het leveren van X uur capaciteit van Q, op dagen Y tot en met Z, voor een periode van P maanden. Vervolgens worden er verschillende eisen gesteld aan de ingehuurde professional en de wijze waarop deze wordt aangestuurd. Bijvoorbeeld: diploma’s, uitrusting en uniform, eventueel bepaalde vaardigheden, het aantal ervaringsjaren, maar ook het gebruik van


t hema | sociale veiligheid

steden en sociale managementsystemen. De uiteindelijke keuze wordt veelal gemaakt op basis van de laagste prijs of de economisch meest voordelige aanbieding. Deze manier van uitbesteden van (sociale) veiligheidstaken heeft een aantal nadelige consequenties. De twee belangrijkste zijn: 1. dat opdrachtgevers betalen voor de gewerkte uren en niet voor het gerealiseerde resultaat. Een opdrachtgever draagt dus altijd een zeker restrisico als het gaat om de mate waarin het probleem - dat de aanleiding was voor de inhuur - uiteindelijk wordt opgelost. 2. dat (private) dienstverleners investeringen in de kwaliteit van hun dienstverlening niet vertaald zien in de prijs die zij hiervoor kunnen vragen. Hierdoor krijgt een opdrachtgever uiteindelijk de kwaliteit die hij vraagt maar mogelijk niet de kwaliteit die hij wenst en die de opdrachtnemer graag levert. De oplossing voor dit probleem zit in het inzichtelijk maken van de kwaliteit van (ingehuurde) veiligheidsdienstverlening. De kwaliteit van veiligheidsmaatregelen en interventies wordt primair bepaald door de mate waarin men een veiligheidsprobleem of -risico weet te reduceren. De huidige situatie waarbij opdrachtgevers vragen om ‘een X aantal uren van Q’, lijkt hiermee achterhaald. Het is tijd voor een nieuwe aanpak, waarbij een opdrachtgever eerst de aard en omvang van een specifiek veiligheidsprobleem in kaart brengt. Vervolgens kan deze probleemstelling worden voorgelegd aan potentiële opdrachtnemers om een voorstel uit te brengen hoe zij dit probleem denken terug te kunnen brengen tot de gewenste proporties. Dit is de kern van resultaatgericht uitbesteden.

Resultaatgericht uitbesteden De essentie van resultaatgericht uitbesteden is het scherp formuleren en inzichtelijk maken van het veiligheidsprobleem dat de aanleiding is voor de behoefte aan extra capaciteit. Hierdoor kan worden vastgesteld wanneer de ingehuurde opdrachtnemer het gewenste resultaat heeft bereikt. Hoewel het gedetailleerd omschrijven van een veiligheidsprobleem eenvoudig lijkt, is dit een bijzonder lastige opgave. Hierna zal aan de hand van een voorbeeld het concept van resultaatgericht uitbesteden worden uitgelegd. Dit concept omvat vier stappen: 1. probleemdefinitie; 2. ambitieformulering; 3. beloningsmodel kiezen; 4. effectmeting.

Een voorbeeld Stel dat een gemeente wordt geconfronteerd met aanhoudende overlast van een groep jongeren in een bepaald stadsdeel. De gemeente ontvangt steeds meer meldingen van verschillende omwonenden die klagen

capaciteit om ook deze groep jongeren gericht aan te pakken. Er wordt besloten extra toezicht- en handhavingscapaciteit in te huren. Stap 1: probleemdefinitie De eerste stap is het in kaart brengen van de aard en omvang van de overlastproblematiek. Hiervoor moet specifiek worden gekeken naar de beschikbare overlastmeldingen en aangiftes. Zowel het geografische gebied als de personen die deze overlast ervaren dienen in kaart gebracht te worden. Deze groep dient even goed in beeld te zijn als de groep jongeren die de overlast veroorzaakt. De reden hiervoor is dat overlast een sterke subjectieve component heeft. Daarom is het belangrijk om - naast het verminderen van de feitelijke overlast - ook de overlastbeleving van mensen te adresseren. Vervolgens dient er gedegen inzicht te zijn in de overlastgevende groep jongeren. Dit ligt echter gecompliceerd vanwege de privacy van deze jongeren. Tussen de betreffende gemeente en de

Resultaatsturing is een instrument om gerichter samen te werken aan complexe veiligheidsproblemen over overlast en onveiligheidsgevoelens vanwege ‘ongure types’. Tegelijkertijd registreert de politie een toename van het aantal vernielingen en diefstallen in en rond dit gebied en blijken er schermutselingen op straat plaats te vinden. Tevens gaan er geruchten over drugshandel. Aangezien de toezicht- en handhavingsorganisatie van de betreffende gemeente het al erg druk heeft, is er onvoldoende

politie moeten specifieke afspraken worden gemaakt over het delen van dergelijke informatie. Deze worden veelal in een convenant vastgelegd. Desondanks is het van belang om bijvoorbeeld te weten over hoeveel jongeren het gaat en wat voor type jeugdgroep het is. Zo vergt elk type jeugdgroep een andere aanpak evenals verschillende soorten situaties en personen. Deze informatie is voor een opdrachtnemer belangrijk om in te

Security Management nummer 4 april 2012

23

»


De facility manager

Hét high security management systeem voor bedrijven. Als facility manager stelt u hoge eisen aan uw beveiligings-

technisch én financieel zowel voor grote als voor kleinere syste-

systeem; in functionaliteit, rapportage, analyses en uiteraard

men zeer geschikt. De bediening via een uniek touchscreen

betrouwbaarheid. NOX Systems is vanuit die eisen ontwik-

maakt NOX tot een van de meest gebruiksvriendelijke systemen

keld. Het is een high security management systeem dat u een

in de markt. Bovendien werkt het systeem zeer snel door de

complete integratie biedt van inbraakdetectie, toegangscon-

communicatie via de standaard aanwezige TCP/IP-chip. Wilt

trole, videobewaking en klimaatbeheersing. Door de modulaire

u meer weten over dé voorwaarde voor waarde? Bel dan ARAS

opbouw en de zeer gunstige prijs/kwaliteit verhouding is NOX

Security op 0416 - 320042 of kijk op www.aras.nl.

Dé voorwaarde voor waarde. NOX Systems is een product van ARAS

HIGH SECURITY MANAGEMENT


t hema | sociale veiligheid

kunnen schatten welke werkwijze en methoden geschikt zijn maar ook om in te kunnen schatten hoe het gedrag van deze jongeren te beïnvloeden is. Hierbij zal telkens goed gekeken moeten worden welke informatie nodig is en op welke wijze dit gedeeld kan worden. In het geval van vragen of onduidelijkheden kan het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) om advies worden gevraagd. Stap 2: ambitieformulering Als aard en omvang van de jeugdoverlast in beeld zijn gebracht, kan de probleemstelling worden geformuleerd. In essentie bestaat deze uit een beschrijving van de gewenste situatie ten aanzien van het betreffende overlastprobleem. De probleemstelling zou er samengevat - en bij wijze van voorbeeld - als volgt uit kunnen zien. De gemeente wil dat: » op 31 december 2012 » het totale aantal overlastmeldingen en » het totale aantal aangiftes » uit gebied X » met 25 procent is afgenomen ten opzichte van » het – op basis van een meerjarentrendanalyse – geprognosticeerde aantal overlastmeldingen en aangiftes voor 2012 van respectievelijk 150 en 50 » hierbij wordt gecorrigeerd voor veranderingen in de aangifte- en meldingsbereidheid en » voor eventuele verplaatsing van de overlastproblematiek. Hiernaast wil de gemeente dat: » 50 procent van de inwoners » uit gebied X » bekend is met de inzet van medewerkers van het bedrijf en » de reden voor deze inzet » tevens dient de opdrachtnemer in de tussenmeting (na zes maanden) en de eindmeting (na twaalf maanden) gemiddeld een 7 te scoren qua tevredenheid onder de inwoners in gebied X. Verder wil de gemeente dat het aantal jongeren dat deel uitmaakt van de overlastgevende jeugdgroep(en), gelijk blijft.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat alleen al het formuleren van een dergelijke probleemstelling een grote kwaliteitsverbetering kan betekenen. Specifiek voor de gerichte inzet van toezichthouders en handhavers maar ook voor betrokken samenwerkingspartners als politie en jeugdzorg. Stap 3: beloningsmodel kiezen Wanneer de probleemstelling is geformuleerd, kan de gemeente hier een beloningssysteem aan verbinden. Voorbeelden van beloningsmodellen die aan potentiële opdrachtnemers kunnen worden voorgelegd, zijn: » ‘No cure – No pay’. De opdrachtnemer krijgt dan alleen betaald als de gestelde doelen zijn gerealiseerd. » Het gerealiseerde resultaat kan in staffels worden beloond. Bijvoorbeeld bij een reductie van 15 procent, X procent van de opdrachtsom. » Een gecombineerde inspanningsvergoeding en een ‘No cure – No pay’ structuur. Een deel van de opdrachtsom is gegarandeerd en een deel bestaat uit een resultaatsverplichting. Kortom, een bijzonder flexibele beloningsstructuur waarbij de resultaatsverplichting op basis van de probleemstelling essentieel is. Stap 4: effectmeting Tot slot is er de uitvoering van de werkzaamheden en de beoordeling van de gerealiseerde resultaten. Hierbij is het van belang om bewust te zijn van mogelijke perverse prikkels als gevolg van de resultaatsverplichting. Hierover zijn diverse studies verschenen, waarin de risico’s rond resultaatsverplichtingen worden beschreven. Een bekend voorbeeld is het ‘bonnen jagen’ bij de politie. Door bewust om te gaan met deze risico’s en hier de benodigde waarborgen voor in te voeren, kan worden voorkomen dat de meerwaarde van resultaatsturing overschaduwd raakt door haar beperkingen. Hierbij is het van belang dat er geen discussie ontstaat over de uitkomsten van de tussen- en eindmeting en de hiervoor gehanteerde methoden. Hiertoe dient van tevoren overeenstemming te zijn over de gehanteerde methoden en dient de feitelijke meting te worden uitgevoerd of gecontroleerd door een

onafhankelijke derde. In reguliere zakelijke transacties ligt hier een rol voor een accountant. Ten aanzien van het uitbesteden van complexe veiligheidsactiviteiten zijn andere competenties nodig, zoals het inzicht in de veiligheidsproblematiek en de sterke en zwakke kanten van bepaalde onderzoeksmethoden. Hierbij is het bovendien van belang dat er een zekere vertrouwensrelatie is tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Resultaatsturing mag namelijk geen instrument worden om voordeel te behalen ten nadele van de andere partij. Het is primair een instrument om gerichter samen te kunnen werken aan complexe veiligheidsproblemen.

De meerwaarde Resultaatgericht uitbesteden heeft als werkwijze veel potentieel. Zo zal het feit dat opdrachtgevers niet langer betalen voor uren capaciteit maar voor daadwerkelijk gerealiseerd resultaat, naar verwachting resulteren in effectievere en efficiëntere inzet van schaarse veiligheidsmiddelen. Ook biedt het voor opdrachtnemers een kans om gericht te investeren in kwaliteit en differentiatie. Het belangrijkste hierbij is dat investeren in kwaliteit weer rendabel wordt, omdat het zich vertaalt in opbrengsten en marge en daadwerkelijke afname van veiligheidsproblemen. De mogelijkheden van resultaatgericht uitbesteden beperken zich niet tot de inhuur van (private) toezichthouders en handhavers door gemeenten. Het is toepasbaar op een veelheid aan veiligheidsproblemen en potentiële opdrachtgevers en dienstverleners. Hierbij valt te denken aan: fietsendiefstal bij onderwijsinstellingen, graffiti op treinen, evenementenveiligheid, of het verminderen van recidive onder gedetineerden. Resultaatgericht uitbesteden kan zelfs worden gebruikt voor de afspraken tussen (semi-)overheidsorganisaties onderling zoals gemeenten en Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD). In ultimo kan resultaatgericht uitbesteden ertoe bijdragen dat Nederland aantoonbaar veiliger wordt tegen een lagere maatschappelijke prijs. ‹‹ * Sebastiaan Barlagen is onderzoeker/ adviseur bij COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement

Security Management nummer 4 april 2012

25


t hema | sociale veiligheid

Sociale veiligheid in het openbaar vervoer Sociale veiligheid in het openbaar vervoer is en blijft een actueel thema. Overlast door schoolgaande of uitgaande jeugd, diefstal en berovingen, vandalisme in bus en trein, mishandeling van en overvallen op chauffeurs, helaas komt het nog al te vaak voor. Dit artikel geeft een overzicht van de aard en omvang van deze problematiek en schetst een aantal mogelijkheden om de veiligheid te verbeteren. GUY HERMANS *

D

e centrale gedachte achter sociale veiligheid is dat een (sociaal) veilig openbaar vervoer (OV) een reden kan zijn om voor het openbaar vervoer te kiezen. Anders gezegd: sociale onveiligheid in het openbaar vervoer kan leiden tot minder reizigers, omdat reizigers deze vorm van transport gaan mijden. Ook bestaat er een relatie tussen sociale veiligheid en leegloop, ziekte, verzuim en arbeidsongeschiktheid bij het personeel van het vervoerbedrijf.

hun bestemming te komen, in de regel voor zowel een heen- als een terugreis (Bron: ‘Het belang van openbaar vervoer: de maatschappelijke effecten op een rij’, Centraal Planbureau en Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, januari 2009). Het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV) onderzoekt de sociale veiligheid van reizigers en personeel in het stads- en streekvervoer. NS voert eigen onderzoeken uit.

Wat is sociale veiligheid in het OV?

Reizigers Jaarlijks wordt de sociale veiligheid van reizigers in stads- en streekvervoer in kaart gebracht. Dit gebeurt op basis van de Klantenbarometer van het KpVV. Het gaat hier om een onderzoek onder ruim 75.000 reizigers in het stads- en streekvervoer, waarvan een deel van de vragen over sociale veiligheid gaat. Uit de cijfers over 2010 blijkt dat minder reizigers in het stads- en streekvervoer een incident hebben meegemaakt: 7,5 procent in 2010 en 7,8 procent in 2009. In 2006 was dit percentage overigens nog 9,2 procent. Deze incidenten zijn onderverdeeld in vijf categorieen, namelijk: 1. Mishandeling 2. Bedreiging 3. Diefstal 4. Lastigvallen 5. Anders …

Sociale veiligheid in het openbaar vervoer heeft twee dimensies: 1. Objectieve veiligheid heeft betrekking op feitelijke incidenten en bestaat uit persoonsgerelateerde criminaliteit en overlast, zowel van reizigers als van personeel. 2. Subjectieve veiligheid heeft betrekking op het veiligheidsgevoel (beleving) van reizigers en personeel. Ter illustratie: dagelijks werken 28.000 mensen in het openbaar vervoer in een functie waarin ze contact hebben met reizigers. Bijvoorbeeld als buschauffeur, treinconducteur, toezichthouder, metrobestuurder, trambestuurder enzovoort. Deze personeelsleden zorgen dat ruim één miljoen mensen het openbaar vervoer kunnen gebruiken om op

26

Oordeel reizigers en personeel over sociale veiligheid

Security Management nummer 4 april 2012

Reizigers werden in 2010 - in lijn met voorgaande jaren - vooral slachtoffer van lastigvallen (3,2%). Op afstand volgden bedreiging (1,5%) en diefstal (1,1%). Het merendeel van de reizigers die in 2010 slachtoffer waren, maakte eenmaal een incident mee. De reizigers gaven mooie cijfers voor de beoordeling van de sociale veiligheid. Zo waardeerden zij de veiligheid tijdens de rit in 2010 met gemiddeld een 7,9. De sociale veiligheid in het algemeen kreeg een 7,5. In beide gevallen betekent dit een consolidatie van het resultaat uit 2008 en 2009. De beoordeling van de sociale veiligheid is het hoogst onder busreizigers (rit: 8,1 en algemeen: 7,7). Tramreizigers (rit: 7,7 en algemeen: 7,2) en metroreizigers (rit: 7,5 en algemeen: 7,0) zitten daaronder. Personeel Medewerkers van OV-bedrijven in het stads- en streekvervoer voelden zich in 2010 gemiddeld veiliger dan in 2008. Zij maakten ook minder incidenten mee in 2010 dan in 2008. Dat blijkt uit de KpVV personeelsmonitor stadsen streekvervoer. Deze monitor verschijnt elke twee jaar en beschrijft de ontwikkeling van de objectieve en subjectieve veiligheid van het personeel. Het personeel beoordeelde de veiligheid in en rond het stads- en streekvervoer in 2010 met een rapportcijfer van gemiddeld 6,5. In 2008 was dit 6,3. In de


t hema | sociale veiligheid

OV-personeel wordt het vaakst slachtoffer van pesten en lastigvallen. vier grote steden (G4) steeg het rapportcijfer van 6,5 naar 6,6 en in de rest van Nederland van 6,2 naar 6,5. Het percentage incidenten daalde in 2010. Het percentage medewerkers dat slachtoffer was van strafbare en niet-strafbare incidenten, daalde van 69 procent naar 64 procent. Als we alleen naar de strafbare incidenten kijken, dan bedroeg de daling 6 procent (van 41% naar 35%). In de G4 zijn relatief meer medewerkers slachtoffer van incidenten dan in de rest van Nederland, maar het verschil wordt kleiner. In zowel de G4 als in de rest van Nederland was sprake van een afname van het percentage slachtoffers. In de G4 daalde dit sterker dan in de rest van Nederland. OV-personeel wordt het vaakst slachtoffer van treiteren/pesten en lastigvallen. Mishandeling komt het minst vaak voor (6% in 2010 en in 2008 9%).

Wie werken er aan sociale veiligheid in het OV? De ontwikkelingen in sociale veiligheid voor reizigers en personeel zijn positief

te noemen, zoals blijkt uit voorgaande uitkomsten van beide monitoren. Daaraan wordt door veel partijen in en rond het openbaar vervoer hard gewerkt. Het is een onderwerp dat ten minste twee beleidsvelden raakt: openbare orde en veiligheid, en openbaar vervoer. Een korte toelichting op het beleidsveld openbaar vervoer is in het kader van dit artikel op zijn plaats. Openbaar vervoer in Nederland wordt ingekocht door de provincies en stadsregio’s: de OV-autoriteiten. Zij zijn opdrachtgever en leggen in een programma van eisen vast waaraan het vervoer moet voldoen. Sociale veiligheid is een van de aspecten waarover afspraken met de vervoerder worden gemaakt. Aard en omvang van de afspraken verschillen per opdrachtgever. Het varieert van duidelijke afspraken op inputaspecten (bijv. het aantal toezichthouders), tot afspraken die meer op de uitkomst gericht zijn en waarin een bepaald veiligheidsniveau dient te worden gerealiseerd.

De OV-autoriteit heeft er belang bij deze vormen van veiligheid te waarborgen. Argumenten hiervoor zijn: » voorkomt vermijdingsgedrag van reizigers en verhoogt daarmee de kostendekkingsgraad; » verlaagt de kosten van ziekteverzuim voor het vervoerbedrijf; » voorkomt (reparatie)kosten aan materieel, stations, abri’s en haltepalen; » zorgt voor werkplezier in de OV-sector; » draagt bij aan een beter imago en kwaliteitsniveau. De figuur op pagina 29 geeft een overzicht van de betrokken partijen bij sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Dit overzicht kan in de praktijk nog verder worden uitgebreid. Naargelang de aard en de ernst van de problematiek in de lokale situatie komen er partijen bij of vallen er partijen af. Denk aan partijen als scholen, horeca, stadswachten en bureau Halt.

Security Management nummer 4 april 2012

27

»


t hema | sociale veiligheid

doeltreffend: één coördinator voor sociale veiligheid bij de politie en één coördinator bij de vervoerders overleggen structureel (eens in de vier weken). De incidentenregistraties van politie en vervoerders worden samengebracht en in samenhang geanalyseerd. En op basis hiervan bedenken politie en vervoerders al dan niet gezamenlijke acties om de veiligheid van het vervoer te vergroten.

ov- autoriteit politie

vervoerbedrijven

justitie / OM

krachtenveld sociale veiligheid in het ov

gemeente

nederlandse spoorwegen

reiziger

rijksoverheid

media

Amsterdam VOV-team: OV als veilige haven

Overzicht van de betrokken partijen bij sociale veiligheid in het openbaar vervoer.

Welke maatregelen werken en waarom? Op dit moment voert het KpVV in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een vergelijkend onderzoek uit rond sociale veiligheid in het openbaar vervoer. De kern van dit onderzoek is beant-

eren. De politie en het KLPD, vervoerbedrijven, gemeenten en het openbaar ministerie zijn individueel beperkt in hun mogelijkheden om te reageren op (toekomstige) excessen of om de veiligheid in stand te houden. Samen staan zij sterker. Daarnaast werkt een arrangement ook goed bij minder ernstige

Samenwerking is een belangrijke voorwaarde om sociale veiligheid in het OV te verbeteren woording van de volgende vraag: welke maatregelen werken en waarom? Er zijn veel verschillende mogelijkheden om de maatregelen in het openbaar vervoer te rubriceren. Kijken we terug op de lessen en ervaringen van de afgelopen jaren, dan springen twee maatregelen in het oog: 1. Samenwerkingsarrangementen of convenanten. 2. Toezichthouders in het openbaar vervoer. Samenwerking is een belangrijke voorwaarde om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te borgen of te verbeteren. Dit vindt bij voorkeur plaats in een veiligheidsarrangement. Zo’n arrangement blijkt in de praktijk de beste garantie om het openbaar vervoer - ook op langere termijn - veilig te stellen. Een veiligheidsarrangement is een set van inhoudelijke en procedurele afspraken tussen verantwoordelijke en betrokken partijen met als doel om een bepaald veiligheidsniveau in een OVgebied te bewerkstelligen of te continu-

incidenten en in de strijd tegen verloedering. Het zorgt ervoor dat in het geval van calamiteiten partijen elkaar makkelijk kunnen vinden en weten hoe te handelen. De afspraken en de maatregelen in een arrangement hebben betrekking op het beheer, de fysieke inrichting, het toezicht en de handhaving in het openbaar vervoer. Enkele mooie voorbeelden van samenwerking zijn het Liverpool-model en het VOV-team in Amsterdam.

Liverpool-Model: simpele oplossing Het openbaar vervoer in de Britse stad Liverpool kampte zo’n zes jaar geleden met veel agressie- en geweldsincidenten. Vooral de ‘smashed windows’ waren een begrip. De contacten over deze incidenten liepen dwars over de verschillende wijken. De vervoerders in de regio hebben toen samen met de politie bedacht om hun contacten, communicatie en werkprocessen beter te koppelen. Het ei van Columbus was even simpel als

Sinds een aantal jaren is in Amsterdam het team Veiligheid Openbaar Vervoer (VOV) actief. Een team van 75 BOA’s, 25 vaste en 50 flexibel toegevoegde politiemensen, dat in wisselende combinaties kan optreden. Daarnaast zetten het GVB en de andere partijen in op een breed scala van maatregelen. Deze variëren van voorlichting aan scholieren, tot adoptie van bepaalde lijnen en de inzet van kunst in de metro. Resultaat in Amsterdam in 2010 is een afname van aan het openbaar vervoer gerelateerde aangiften van algemeen prioritaire delicten (geweld, roof, zakkenrollerij, vernielingen, diefstal) met 14 procent. Deze enorme daling is te verklaren door onder meer: » de sterkere informatiegestuurde inzet bij het team VOV; » een bredere benadering van de politie en het VOV: niet alleen toezicht en handhaving, maar ook gerichte opsporing, projectmatige inzet met verschillende interne en externe partners; » het plaatsen van poortjes bij de metro; » de integrale aanpak schoon, heel en veilig (Convenant veiligheid openbaar vervoer); » het cameratoezicht binnen het openbaar vervoer. (Bron: actieplan 2010 en 2011 van het VOV) ‹‹ * Guy Hermans is senior adviseur OV bij het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (www.kpvv.nl). Het KpVV helpt decentrale overheden bij het maken van het eigen verkeers- en vervoersbeleid. Een van de onderwerpen waar het KpVV bij betrokken is, is de sociale veiligheid van reizigers en personeel in en rond het OV.

Security Management nummer 4 april 2012

29


t hema | sociale veiligheid

Burgerparticipatie, een fenomeen Wat denkt u? Is burgerparticipatie iets nieuws of is het een bestaand concept dat is herontdekt door de politiek in een zoektocht naar nieuwe wegen om de veiligheid in Nederland te verhogen? Maar wordt het echt veiliger en moeten we burgerparticipatie wel willen? In dit artikel een nadere beschrijving van het fenomeen burgerparticipatie. Ook wordt ingegaan op het ontstaan, de toepassingsmogelijkheden en de kansen en bedreigingen van deze bijzondere vorm van publiek-private samenwerking. RUUD HAMERS *

B

urgerparticipatie, je komt het in diverse vormen tegen, zowel binnen als buiten ons vakgebied. Ik heb er wel een beeld bij, maar ik ben toch op zoek gegaan naar een definitie. Tijdens mijn zoektocht kwam ik veel omschrijvingen tegen. Terugkerende elementen zijn: » Een open houding. » Samen vorm en inhoud geven. » Gericht op het benutten van elkaars deskundigheid. » Het verhogen van draagvlak. » Het vroegtijdig betrekken van partners en openheid en gelijkwaardigheid tussen deze partners. Kortom, kijken naar de mogelijkheden om optimaal met elkaar samen te werken ter verhoging van de veiligheid in Nederland. Daar kun je niet tegen zijn. Maar heiligt het doel alle middelen?

toe drijft om misdrijven te plegen, maar naar wat mensen tegenhoudt. Volgens Hirschi is het antwoord gelegen in de band die mensen hebben met de samenleving. Zijn stelling: als je mensen betrekt bij hun omgeving, weerhoudt dat hen van het plegen van strafbare feiten. Het gaat om maar twee woorden: sociale binding.

Sociale binding Sociale binding werd in het verleden gerealiseerd door het geloof, het gezin, het werk, de buurt en de school. Met het wegvallen van deze maat-

Toename criminaliteit Dat de individualisering en de anonimisering van de samenleving gevolgen hebben voor het niveau van de criminaliteit is al in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw geconstateerd, onder anderen door de Leidse criminoloog Van Dijk. Hij stelde in 1991 dat de afname van sociale binding een van de redenen was voor de stijgende misdaadcijfers, omdat er daardoor ook meer gelegenheid kwam voor het plegen van strafbare feiten. Het gat dat ontstond door het wegvallen van traditionele verbanden, is ech-

Als je mensen betrekt bij hun omgeving, weerhoudt dat hen van het plegen van strafbare feiten

Criminologie Burgerparticipatie op zich is niet nieuw. De vorm waarin het in de huidige samenleving wordt toegepast wel. De basis voor dit fenomeen is in 1969 gelegd door de Amerikaanse criminoloog T. Hirschi. Hirschi is een pessimist waar het de menselijke natuur betreft. Hij gaat er vanuit dat mensen in principe hun eigen belang nastreven, ook als dat leidt tot strafbare feiten. Hij zoekt daarom niet naar wat mensen er-

30

schappelijke verbanden zijn we de sociale binding kwijtgeraakt. Toch hebben we er als samenleving duidelijk behoefte aan. Kijk maar eens om u heen als ‘ons’ Oranje speelt of de recente Elfstedentochtkoorts. Ook tvprogramma’s, al dan niet in het kader van een goed doel, dragen bij aan een gevoel van saamhorigheid. Ieder mens heeft de behoefte ergens bij te willen horen.

Security Management nummer 4 april 2012

ter niet eenvoudig te herstellen. Als reactie is er dan ook vooral veel geïnvesteerd in het beperken van de gelegenheid. Er is gekozen voor het aanstellen van diverse soorten toezichthouders en het nemen van preventieve maatregelen op het organisatorische en technische vlak. Een begrijpelijke reactie, maar het is een oplossing die uiteindelijk het gebrek aan sociale binding slechts voor een


t hema | sociale veiligheid

niet te stoppen deel kan compenseren. De toezichthouder kan niet overal tegelijk zijn en preventieve maatregelen moeten – los van wettelijke bepalingen – de leefbaarheid en ons gevoel van privacy niet te veel beïnvloeden.

Voorbeelden Aansprekende vormen van burgerparticipatie in ons vakgebied zijn Burgernet en Amber Alert. Maar er zijn ook veel lokale voorbeelden. Denk aan twitterende wijkagenten, buurtvaders en wijkverenigingen die initiatieven nemen om de buurt heel en schoon te houden. Uiteindelijk dragen zij allemaal bij aan het realiseren van sociale binding. Dit zijn relatief ‘onschuldige’ vormen van burgerparticipatie. Soms schiet men een beetje door in de wens om de burger te betrekken bij de opsporing. Het filmen van een overvaller is wat mij betreft een sprekend voorbeeld van burgerparticipatie die te ver is doorgeschoten. Ik begrijp de gedachte erachter, maar ik vraag mij af of de goedwillende burger in staat is de juiste risicoafweging te maken en of je als overheid de burger met deze afweging moet willen opzadelen.

Kritiek Recent bracht het tv-programma Zembla een interessante reportage over de invloed van de beveiligingsbranche getiteld ‘De macht aan de beveiligers’. Of nog recenter was er de reportage ‘Huurlingen’, van het programma Reporter. En heel recent, het programma ‘Undercover in Nederland’ van Alberto Stegeman. Dit zijn vormen van burgerparticipatie die verder gaan dan alleen het betrekken van burgers bij het verhogen van hun sociale veiligheid. Best gek eigenlijk dat dit soort initiatieven kunnen ontstaan in een democratie. Hebben we geen recht op een politie die in staat is de burgers van Katwijk te

Aansprekende vormen van burgerparticipatie zijn Burgernet en Amber Alert. Maar er zijn ook veel lokale voorbeelden, zoals twitterende wijkagenten. beschermen tegen nachtelijke vandalen? Hebben Nederlandse reders geen recht op bescherming? Hebben kinderen geen recht op bescherming?

James Bond Mijn vraag is: hoe ver willen we burgerparticipatie laten gaan? Is het marktdenken hier gepast en moeten we onze veiligheid overlaten aan com-

merciële partijen? Wellicht sla ik nu zelf een beetje door, maar ik moet bij dit onderwerp altijd denken aan diverse James Bond-achtige films, waarin grote beveiligingsorganisaties min of meer de macht overnemen in het publieke domein en het openbaar bestuur volledig in de tang hebben. In die films is er altijd een held, maar waar is onze held?

Security Management nummer 4 april 2012

31

»


t hema | sociale veiligheid

Onze sector Menig lezer van het blad Security Management is, net als ik, als burger werkzaam in een sector waar burgerparticipatie lijkt te zijn uitgevonden. Onze sector heeft in de afgelopen jaren een behoorlijke groei doorgemaakt en een veelheid aan verschillende uniformen vult onze winkelcentra, industrieterreinen en evenementen. Zichtbare aanwezigheid, maar wat dacht u van de onderzoeken die worden verricht in onze sector? Ik kan u zeggen dat het echt niet alleen meer gaat over een medewerker die een paar extra kopieën maakt voor eigen gebruik.

Ontwikkelingen In de Politieregio Twente draait momenteel een interessant project. Drie beveiligingsbedrijven werken nauw samen met de politie voor een veiliger Twente. Er is sprake van wederkerige informatiedeling. Het project wordt in april 2012 geëvalueerd en ik ben benieuwd naar de uitkomsten, vooral op het punt van informatiedeling, want daar zitten nog wat hobbels die genomen moeten worden. In Security Management nummer 1/2 is aandacht besteed aan een vergelijkbaar initiatief. De Rotterdamse Zeehavenpolitie gaat samenwerken met twee beveiligingsbedrijven met als doelstelling de veiligheid in de Rotterdamse haven verder te vergroten. Het wachten is nu op het eerste initiatief waarin een onderzoeksbureau gaat samenwerken met een rechercheafdeling van de politie. Ik heb daar wel ideeën bij. Ook sociale media spelen steeds vaker

32

een rol. Er zijn websites die u als burger de gelegenheid geven uw eigen filmpjes van uw inbraak online te zetten. Het College Bescherming Persoonsgegevens verstoorde dit initiatief kortstondig door te dreigen met hoge boetes voor slachtoffers die op deze manier het heft in eigen handen wilden nemen. Maar een aangenomen motie in de Tweede Kamer zorgt er nu voor dat het toch mogelijk is. Onze overheid lijkt actieve participatie van burgers ter bestijding van criminaliteit alleen maar steeds meer toe te juichen. Recent zag het ‘Actieplan Criminaliteit tegen Bedrijven’ het licht met daarin een duidelijke rol voor diverse private partijen. Het lijkt of er geen weg meer terug is.

Rechtsbescherming Deze ontwikkeling gaat zich doorzetten en ik ben er ook geen tegenstander van, maar wie maakt zich nog druk om onze rechtsbescherming? In de Zembla-documentaire kwam een anonieme eigenaar van een beveiligingsorganisatie aan het woord. Hij vertelde dat er sprake is van gebrekkig toezicht op de sector en ik ben daar behoorlijk van geschrokken. Moeten we het toezicht op beveiligingsorganisaties wel bij de politie onderbrengen? Het is niet dat ik het politiebedrijf daartoe niet in staat acht, maar met de totstandkoming van de nationale politie en de uitkomsten van het recente onderzoek van De Rekenkamer heeft de politie haar handen meer dan vol. Nee, niet nog een toezichthouder. Er zijn er al meer dan honderd! Ik zie meer in uitbreiding van taken en be-

Security Management nummer 4 april 2012

voegdheden van het College Bescherming Persoonsgegevens. Er is al een warme band met de sector en extra toezichthoudende taken zijn te realiseren met enkele wetswijzigingen en allocatie van toezichthouders.

Initiatief Natuurlijk moeten wij als sector niet stil gaan zitten. Naast de huidige WPBR-vergunning moet er volgens mij worden gestreefd naar verhoging van de kwaliteit door certificering van beveiligingsorganisaties en permanente educatie voor medewerkers. Verder zou ik graag zien dat deze educatie gericht is op de mogelijkheid om medewerkers onder voorwaarden makkelijker uit te wisselen tussen private en publieke organisaties. Burgerparticipatie is niet meer te stoppen, maar ons alleen focussen op het herstellen van de sociale binding in onze samenleving getuigt van een gebrek aan visie. Burgerparticipatie is een veelbelovend middel om criminaliteit tegen te gaan, maar het vereist zorgvuldigheid en op sommige punten ook enige terughoudendheid. Ik zie een duidelijke regiefunctie voor de politie, maar het vraagt ook zeker om meer aandacht voor toezicht op de sector. Kwaliteitsverhoging van de beveiligingsorganisaties en ontwikkeling van de medewerkers in onze dynamische sector. Alleen door gecombineerde inspanningen maken we Nederland echt veilig. ‹‹ * Ruud Hamers, partner bij IR}S Forensic Investigations & Integrity Services. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.


t hema | sociale veiligheid

Rekentool voor kosteneffectiviteit agressiemaatregelen

Agressie afgerekend TNO ontwikkelde het ‘Rekenmodel Veilige Publieke Taak’ om eenvoudig de kosten van agressie tegen medewerkers door derden vast te stellen. Naast de kosten van agressie-incidenten berekent het model ook de kosten en baten van agressiemaatregelen. Zo maken managers een transparante en gefundeerde keuze om agressie aan te pakken. ROOS SCHELVIS & SETH VAN DEN BOSSCHE *

E

en gewone week in een publieke organisatie**: twaalf fysieke geweldsincidenten en meer dan dertig bedreigingen en scheldkanonnades. De portefeuillehouder agressie van een afdeling binnen deze organisatie besluit tot actie en start een proef. Verscheidene medewerkers worden uitgerust met een technische device. De kosten van deze maatregel springen direct in het oog: de geavanceerde techniek, een training in het gebruik, de ICTinfrastructuur voor bereikbaarheid op de werkvloer. Wat het oplevert is moeilijker uit te drukken. Hoe beslist de organisatie of de proef over de andere afdelingen uitgerold moet worden?

Het probleem, de oplossing Agressie tegen werknemers die publieke taken uitvoeren, is een probleem. Driekwart van de werknemers in de sector openbaar bestuur (o.a. politie, brandweer, bewakers) noemt confrontatie met geweld het belangrijkste gevaar tijdens het werk (TNO/CBS: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2010). Jaarlijks maakt een op de tien werknemers in het openbaar bestuur daadwerkelijk een lichamelijk geweldsincident mee en een kwart van de werknemers in die sector wordt geintimideerd (Arbobalans, 2009). Werkgevers kunnen maatregelen nemen om agressie door ‘derden’ aan te pakken. Een manier om werkgevers te stimuleren om maatregelen te nemen, is inzichtelijk te maken wat agressie kost. Een tweede manier is duidelijk

maken wat (beleids)maatregelen kosten en opleveren. TNO ontwikkelde in opdracht van het programma Veilige Publieke Taak (VPT; ministerie BZK) een rekentool. De rekentool helpt bij het optimaliseren van beleid door: 1. het doorrekenen van de jaarlijkse

lid, een beleidsmedewerker en een P&O’er. Tijdens een bijeenkomst van twee uur vullen zij samen de (Microsoft Excel) rekentool in. Voor ontbrekende gegevens geeft het team schattingen, zo kunnen kosten en baten toch berekend worden. Zowel harde

Managers zijn in staat gefundeerde keuzes te maken voor preventieve maatregelen kosten van incidenten; 2. het doorrekenen van de sociale en financiële kosten en baten van agressiemaatregelen (kosteneffectiviteit); 3. hulp te bieden bij de selectie van nieuwe agressiemaatregelen. De tool is geschikt voor alle organisaties die publieke taken uitvoeren en voor alle soorten agressiemaatregelen. De resultaten zijn direct bruikbaar in jaarverslag, business case of beleidsnota.

Stappen van het Rekenmodel VPT Weer terug naar de publieke organisatie: de portefeuillehouder agressie van de betreffende organisatie maakt gebruik van de VPT-tool om zijn beleidsbeslissing te funderen. Hij wil de kosten van agressie, maar ook de kosten en baten van de technische devicemaatregel weten. Het doorrekenen van de kosten doet hij niet alleen achter zijn bureau, maar samen met een MT-

(monetaire) als zachte (niet-monetaire) kosten worden meegenomen.

Situatie vóór invoering maatregel Wat gebeurt er precies in die twee uur? Eerst brengen portefeuillehouder, MTlid, beleidsmedewerker en P&O’er de situatie vóór introductie van de devices in kaart: aantal incidenten, urenbesteding na een incident, materiële gevolgschade, juridische kosten en verloop. Er waren 44 incidenten per week, van uiteenlopende aard. Medewerkers door alle hiërarchische lagen van de organisatie heen besteedden in totaal bijna 5.000 uur per jaar aan de verwerking van een incident. De materiële gevolgschade (per geval) en juridische kosten (per jaar) worden geschat. Op grond van literatuurgegevens is bekend dat een deel van het ziekteverzuim (5,8%) wordt veroorzaakt door of het gevolg is van agressie en geweld. Dit geldt ook voor verloop; 4,4 procent is direct of

Security Management nummer 4 april 2012

33

»


t hema | sociale veiligheid

indirect toe te schrijven aan een agressie-incident (TNO/CBS: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2010). Met deze gegevens worden de kosten van verloop van personeel door het viertal geschat. In totaal bedraagt de gevolgschade van agressie voor de afdeling ruim € 420.000,-.

Investeringen De volgende stap van de portefeuillehouder en zijn team is het in kaart brengen van de investeringen in materiaal, ICT en werknemersuren. De totale investering bedraagt € 53.000,-. Het viertal verwacht dat de devices ook bijdragen aan de optimalisering van andere werkprocessen. Daarom noteren zij in de spreadsheet van het rekenmodel dat 75 procent van de maatregel in het teken staat van het anti-agressie-

Agressie wordt gecategoriseerd als: » » » » »

34

Verbaal geweld Fysiek geweld Intimidatie Seksuele intimidatie Discriminatie

beleid. Daarmee bedraagt de investering dan ongeveer € 40.000,-. De investering wordt in drie jaar afgeschreven, wat jaarkosten oplevert van bijna € 18.000,-. Ook onderhoudskosten en vervanging van accu’s worden opgeteld (€ 5.000,-). De totale jaarkosten lopen daarmee op tot € 23.000,-, waarvan 75 procent in het kader van agressie en geweld: € 17.000,-.

Opbrengsten Nu heeft de portefeuillehouder de gevolgkosten van agressie en de (jaar) kosten van de maatregel helder. Om een juiste beslissing te nemen wil hij ook de te verwachten baten duidelijk

sten: voelen mensen zich veiliger? Verbetert het imago van de publieke organisatie? Omdat niet duidelijk aantoonbaar is welk effect de technische devices hebben op het aantal incidenten, schatten de portefeuillehouder en zijn drie collega’s deze effecten. Die schattingen baseren ze op de ervaringen van de buitendienstmedewerkers. Duidelijk is dat de aanwezigheid van devices in een aantal gevallen escalatie voorkomt of beperkt. Daarom rekenen zij met 8 procent minder incidenten met fysiek geweld, en 10 procent minder incidenten van intimidatie en verbaal geweld. De

Werknemers in de sector openbaar bestuur noemen confrontatie met geweld het belangrijkste gevaar tijdens het werk hebben. Wat is de vermindering van incidenten als gevolg van het gebruik van devices? Tot welke reductie in materiële schade leidt dit? En hoe zit het met de niet-monetaire opbreng-

Security Management nummer 4 april 2012

materiële schade daalt naar schatting met 8 procent, de juridische kosten met eenzelfde percentage. De kosten-batenanalyse leert dat er forse investeringen nodig zijn. Maar


t hema | sociale veiligheid

het rekenmodel laat zien dat het effect van de maatregelen op de schadelast gunstig is. Het totaaleffect op de bedrijfsvoering is een kostendaling van bijna € 36.000,per jaar, onder andere doordat er 750 manuren per jaar worden ‘gewonnen’. Daarmee is de maatregel kosteneffectief. Naast de financiële opbrengsten zijn er ook positieve kwalitatieve effecten. Het gevoel van veiligheid onder de medewerkers neemt duidelijk toe, doordat ze zich geruggesteund voelen door de devices. Het imago van de organisatie verbetert en de betrokkenheid van medewerkers neemt ook toe. De portefeuillehouder weet nu dat de investeringen en de effecten op deze afdeling kosteneffectief zijn en ‘zachte’ factoren verbeteren. Voordat besloten wordt het gebruik van de devices over de hele organisatie uit te rollen, wordt de tool nog eens ingevuld maar dan voor de andere afdelingen.

(Advertentie)

ALARM!

The next lightning bolt will hit hall 1!

Totstandkoming tool Aan de basis van het rekenmodel staan diverse wetenschappelijke studies en analyses op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en CBS. TNO analyseerde onder andere verzuim en verloop bij werknemers met een publieke taak en verwerkte deze gegevens in de tool. De tool werd beoordeeld door beleidsmakers, wetenschappers en vertegenwoordigers uit de praktijk. Daarna is de tool getest in elf publieke organisaties, onder meer binnen de politie, gezondheidszorg, onderwijs en vervoer. De pilotorganisaties waren lovend. Zij vonden de tool ‘gebruiksvriendelijk, snel’ en ‘stimulerend voor de discussie’. De in te voeren gegevens waren al voorhanden. De uitkomsten zijn ‘nuttig en direct toepasbaar’.

Ook voor private partijen TNO ondersteunt organisaties bij gebruik van de rekentool en verwerkt de resultaten desgewenst tot een business case. Nu het rekenmodel voor de publieke taak in gebruik is, verkent TNO de mogelijkheden voor doorontwikkeling van de tool, zodat deze ook voor de private sector ingezet kan worden. Het is mogelijk de rekentool te koppelen aan registratiesystemen en diagnostische instrumenten. Zo werkt TNO aan een incidentenanalysemethodiek, die inzicht verschaft in agressierisicofactoren in het primaire proces van organisaties. Door deze inzichten te koppelen aan informatie uit het rekenmodel zijn managers in staat transparante en gefundeerde keuzes te maken voor preventieve maatregelen. ‹‹ Meer informatie: tno.nl/rekenmodelvpt * Roos M.C.Schelvis MSc is research scientist bij TNO Work & Health. Drs. Seth N.J. van den Bossche MSc is senior research scientist bij TNO Work & Health.

Nog sneller en ze kunnen de toekomst voorspellen! GEUTEBRÜCK TopLine IP cameras met H264CCTV – sneller kan niet! Megapixel IP camera's zetten nieuwe maatstaven: w w w.geutebrueck.com

Competence in Video Security

** De gegevens zijn gebaseerd op een bestaande casus, maar uitgebreid en versimpeld ter illustratie van de tool.

Security Management nummer 4 april 2012

35


t hema | sociale veiligheid

Eindhoven investeert in zichtbare veiligheid Binnen de gemeente Eindhoven speelt veiligheid een belangrijke rol. Veiligheid van medewerkers én veiligheid van bezoekers van de diverse gemeentelijke instellingen: van Stadskantoor tot zwembad. Daarnaast noemt Eindhoven zich ´Leading in Technology´. Twee uiteenlopende zaken die door het ingenieuze camerabeveiligingssysteem in en rond steeds meer gemeentelijke gebouwen slim en doeltreffend met elkaar worden verbonden. KEES VERHEIJ *

D

e zwembaden De Tongelreep en het ir. Ottenbad, de tennishal en de sporthal in Eindhoven Noord, de fietskelder op het 18 Septemberplein, het Inwonersplein in het recentelijk geheel vernieuwde Stadskantoor, Werkplein Mercado en het nieuwe onderkomen van sportbedrijf de Karpen aan de Hondsheuvels. Dit zijn een aantal voorbeelden van gebouwen, waarbinnen de gemeente Eindhoven met een toekomstgericht, centraal ingericht camerabeveiligingssysteem werkt om de veiligheid van ie-

dereen binnen die complexen naar een hoger niveau te tillen. André de Kok, Chief Information Officer van de gemeente Eindhoven is nauw betrokken bij dit grootschalige project: ‘Met dit beveiligingssysteem kunnen we adequater optreden als er iets aan de hand is. Bijvoorbeeld in het geval van agressief gedrag of vandalisme. De camera’s werken zowel preventief als proactief en reactief. Preventief, omdat mensen wel twee keer nadenken voordat ze onder het oog van de camera grenzen overtreden. Als er onver-

hoopt toch iets gebeurt wat niet door de beugel kan, dan kunnen we dankzij de beelden direct reageren of - na bestudering van de beelden - het voorval en de betrokkene(n) alsnog duidelijk in kaart brengen.’

Adequate actie Het cameraproject bestaat in deze vorm sinds 2009. Er zijn inmiddels een aantal voorbeelden, waaruit blijkt dat het zijn vruchten afwerpt. Peter Scheepers, projectleider onder wiens leiding het project is opgeleverd: ‘Door de camera’s kunnen we snel ondersteuning bieden aan de politie. Dit kan real-time of achteraf. In de praktijk worden camera’s gebruikt als ondersteuning bij uitvoerende taken. Zo kan bijvoorbeeld ook drukte in openbare gebouwen via de camera worden geconstateerd. Vervolgens kan het besluit worden genomen om extra mensen in te zetten bij kassa’s, balies of suppoostwerk. Maar camerabeelden worden bijvoorbeeld ook gebruikt bij analyses ter verbetering van de sportprestaties.’

Razendsnel brandjes blussen Het Inwonersplein in het vernieuwde Stadskantoor is een van de gebouwen, waarbinnen de gemeente Eindhoven met een centraal ingericht camerabeveiligingssysteem werkt om de veiligheid van iedereen naar een hoger niveau te tillen.

36

Security Management nummer 4 april 2012

‘Maar alleen een ingenieus camerabeveiligingssysteem is niet zaligmakend’, benadrukt De Kok. ‘Het is een wezenlijk instrument binnen een breed pakket, waartoe ook zaken als fysiek


t hema | sociale veiligheid

kers op de toegangsdeuren van de gemeentelijke gebouwen wordt het publiek bij binnenkomst erop gewezen dat cameratoezicht van kracht is.

Zoektocht naar nieuwe mogelijkheden

De privacy van iedereen moet worden gewaarborgd. Het systeem is daarom aan een strikt protocol gebonden. Dat betekent dat slechts een paar medewerkers op de betreffende locatie de beelden mogen bekijken. toezicht, goede ontsluitingen en reactiviteit behoren.’ Een mooi voorbeeld van dat brede pakket is Werkplein Mercado aan de levendige Smalle Haven. Op deze plek, waar de gemoederen soms hoog kunnen oplopen, is de beveiliging op het niveau waarop de gemeente uiteindelijk elk project wil tillen. De beveiligingsbeambten hier hebben een scherp oog voor alles wat er in de vele meters rondom hen gebeurt. Bewegingen worden nauwgezet gevolgd, zowel vanaf een strategisch gekozen plaats in de grote ontvangstruimte als via camerabeelden op een omvangrijk scherm in de centraal gelegen beveiligingsruimte. ‘In totaal hebben we hier op dit moment 37 camera’s in beheer’, aldus het hoofd Beveiling. ‘De beelden van die hdtv-camera’s zijn haarscherp, zelfs wanneer je maximaal inzoomt. Door de combinatie van camera’s en onze fysieke aanwezigheid in uniform kunnen we als team heel snel een goed

» Project » Samenwerking van » » » » » » »

Camerasoftware Dome camera’s Aantal camera’s Aantal uitleeswerkplekken Aantal fysieke servers Aantal logische servers Opslag voor camerabeelden

beeld vormen van mogelijke risicosituaties. Vaak is het brandje al geblust voordat het echt ontstoken is. Dankzij de camerabeelden hebben we ook bewijsstukken in huis, mochten gerechtelijke stappen nodig zijn.’

Privacy voorop ‘Privacy is een heikel punt binnen de gemeentelijke camerabeveiliging en daar wordt dan ook op uiterst zorgvuldige wijze mee omgegaan’, verzekert De Kok. ‘De privacy van iedereen, medewerker en burger, moet te allen tijde worden gewaarborgd. Het systeem is daarom ook aan een strikt protocol gebonden.’ Dat betekent onder meer dat slechts een paar medewerkers op de betreffende locatie de eigen beelden mogen bekijken. Ook heeft slechts een klein aantal gemeenteambtenaren op het Stadskantoor toegang tot de beelden. Deze beelden mogen zonder officiele toestemming niet langer dan 24 uur worden bewaard. Met duidelijke stic-

: IP-camerasysteem binnen gemeentelijke gebouwen, voor-/achterdeurbewaking en stallingen : Gemeente Eindhoven, AjaxChubb Varel, Genetec, Axis : Omnicast : Axis (hdtv-kwaliteit, vandalismebestendig) : circa 250 : 20 :3 : 12 : tot 40 TB

Het Eindhovense credo ‘Leading in Technology’ houdt tenslotte ook een constante zoektocht in naar de verbetering van bestaande systemen. De doorontwikkeling van het camerasysteem van de gemeente Eindhoven heeft dan ook geen einddatum. Scheepers: ‘Momenteel zijn er circa 230 camera’s operationeel. In 2012 zullen dat er in totaal naar verwachting ongeveer 300 worden. We starten met projecten in de fietsenstalling Heuvelgalerie en de biocentrale in Meerhoven. Later volgen waarschijnlijk projecten in het IndoorSportcentrum Eindhoven en het stadhuis. Uiteraard zijn we continu op zoek naar nieuwe manieren om de bestaande camerabeveiliging nog beter te laten werken. Denk hierbij aan mensentellingen in verband met de veiligheid in een gebouw en aan camera’s die patronen of personen kunnen herkennen. Nuttig als iemand een toegangsverbod heeft en toch probeert binnen te komen. De camera signaleert dit straks direct, waardoor er meteen actie kan worden ondernomen.’

Hoog niveau ‘Alles bij elkaar opgeteld is dit een prachtig, langlopend project van zeer hoog niveau’, vindt Eric Schreibing, de technisch specialist die zich namens Ajax Chubb Varel intensief met het cameratoezicht binnen de gemeente Eindhoven bezighoudt. ‘Hoog niveau als het gaat om de technologie, maar zeker ook waar het de samenwerking met de gemeente betreft. Samen met de gemeente werken we naar een zo goed mogelijk eindresultaat. We maken Eindhoven samen stukje bij beetje een gemeente, waarin iedereen zich overal en altijd veilig kan voelen. En dat lijkt te lukken: in de jaarlijkse Misdaadmeter van het Algemeen Dagblad is Eindhoven in 2011 al gezakt van de eerste plek naar de zesde positie. We zijn op de goede weg.’ ‹‹ * Kees Verheij werkt bij Whizpr

Security Management nummer 4 april 2012

37


t hema | sociale veiligheid

Van observatie tot en met opvolging:

De informatiegestuurde toezichtruimte Video-observatieruimtes in het publieke domein kunnen beter worden benut. Door toepassing van een integraal supportsysteem dat zowel videomanagement als incidentmanagement omvat, kan een belangrijke stap worden gezet op de weg van observatie tot en met opvolging en procesverbetering. ROBIN DE GRUIJTER *

H

et centraal uitkijken van camerabeelden vindt vaak plaats in regionale toezichtruimtes en andere videomeldkamers door gemeenten, politie, openbaarvervoerbedrijven, beveiligingsbedrijven of publiek-private initiatieven. Observatie van openbare gebieden heeft als belangrijk doel om ongewenste of criminele activiteiten te signaleren op het moment dat ze plaatsvinden, en hiermee de ‘heterdaadkracht’ te vergroten. Wanneer de observant in de toezichtruimte een incident waarneemt, kan direct actie worden ondernomen, bijvoorbeeld door een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) of surveillant naar de betreffende locatie te sturen. Ondertussen kan de route van de dader vanuit de videomeldkamer worden gevolgd, mits er voldoende camera’s op de juiste plekken aanwezig zijn.

onderzoek, proces-verbaal en aangifte. De oorspronkelijke basisfunctionaliteiten van een VMS zijn daarom in de loop der jaren uitgebreid om een betere ondersteuning te geven aan het observatieproces. Zo heeft ieder modern VMS de mogelijkheid om ook opgenomen beelden te bekijken en te exporteren naar derden. Tevens zijn de meeste systemen in staat om intelligente videocontentanalyse (VCA) te gebruiken of te koppelen. De operator wordt hierdoor meer geholpen met het ordenen van de overvloed aan beeldinformatie.

Desillusie geautomatiseerde beeldanalyse Slimme beeldanalyse (VCA) helpt observanten door afwijkende patronen in beelden automatisch te signaleren. Dat is noodzakelijk om de immense stroom van videobeelden betaalbaar te kunnen verwerken. De verwachtingen in de markt van de mogelijkheden van VCA zijn echter onrealistisch hoog geweest, onder andere ingegeven door fantastische beloftes van de leverende industrie. In mensenmassa’s zouden gezichten

Geen doel op zich Een videomanagementsysteem (VMS) is een belangrijk stuk gereedschap in observatieruimtes. Met een VMS kan een observant live camerabeelden opvragen en beweegbare camera’s besturen. Maar camerabeelden ter beschikking hebben is geen doel op zichzelf. Het ondersteunt een breder proces waarbij het acteren op incidenten centraal staat, zowel bij direct ingrijpen als achteraf bij forensisch

38

Het koppelen van locatiegebonden informatie uit meerdere bronnen geeft een betrouwbaarder beeld van de situatie bij incidenten, en kan worden gebruikt voor het efficiënter plannen van observatie- en surveillanceactiviteiten.

Security Management nummer 4 april 2012


t hema | sociale veiligheid

achteraf in statistieken te verwerken, kan wel worden herkend op welke tijden en op welke locaties het waarschijnlijk is dat er graffiti wordt gespoten. Op basis van deze statistieken kan selectief worden gesurveilleerd of geobserveerd, en daarmee de organisatie efficiënter worden ingezet.

Effect beleid moeilijk meetbaar

In een traditionele toezichtruimte is een VMS het belangrijkste gereedschap. van individuen op een zwarte lijst feilloos herkend moeten kunnen worden, en zou iedere vorm van verdacht gedrag moeten leiden tot het automatisch opschakelen van camerabeelden. Denk aan het spuiten van graffiti, het rondhangen van autokrakers en zakkenrollers, of de aanwezigheid van agressieve personen. In de praktijk is het echter zeer moeilijk gebleken om het uitkijken door mensen op grote schaal te vervangen door betrouwbare automatische systemen. Een universeel VCA-algoritme bestaat niet. Wel zijn op een beperkt aantal specifieke toepassingen successen behaald. Een volwassen toepassing is bijvoorbeeld detectie van indringers of rondhangende personen in rustige omgevingen, zoals een industrieterrein in de nacht. In het volgen van verkeersstromen kan nummerbordherkenning ondertussen ook als een betrouwbare informatiebron dienen. De ontwikkelingen gaan gestaag verder, waardoor meer toepassingen op termijn haalbaar worden.

Beeldanalyse betrouwbaarder Maar voorlopig zal de behoefte aan goede VCA-toepassingen voor een groot deel op een andere manier ingevuld moeten worden om als betrouwbaar te

worden ervaren door gebruikers. Een manier om beeldanalyse betrouwbaarder te maken is door andere realtime informatie toe te voegen. Een camera die een rennend persoon automatisch detecteert, zal voor de observant een andere betekenis krijgen als in de buurt van die camera zojuist een overvalalarm is binnengekomen. Een informatiefusiesysteem kan automatisch camera’s van rennende personen opschakelen, maar dan alleen als er ook andere ‘onregelmatigheden’ in de buurt zijn. Dit voorkomt een overvloed aan ongewenste alarmen van mensen die bijvoorbeeld de bus willen halen.

Statistische informatie is een onmisbaar gereedschap voor managers van operationele diensten en hun stakeholders. Een gemeente zal bijvoorbeeld willen bijhouden welke incidenten plaatsvinden en wat het effect is van beleid en maatregelen om tot reductie van deze incidenten te komen. Bij openbaarvervoerbedrijven wordt een landelijk monitoringsysteem gebruikt volgens de zogenoemde ‘A-B-C methodiek’, waarbij enkele tientallen incidenttypen zijn ondergebracht in drie categorieën: A: overtredingen of misdrijven op grond van het Wetboek van Strafrecht; B: overtredingen van de Wet Personenvervoer; C: meldingen van overlast. Het mag duidelijk zijn dat de observanten in een videomeldkamer in staat moeten zijn om bovenstaande incidenttypen te registreren en te koppelen aan bijbehorende beeldopnamen. Sommige VMS hebben hiervoor een ingebouwde voorziening. Het probleem hierbij is echter dat een groot deel van de incidenten via andere kanalen dan video-observatie wordt gesignaleerd. Incidenten kunnen door surveillanten worden gesignaleerd, of incidenten worden bijvoorbeeld telefonisch gemeld door een slachtoffer. In veel organisa-

Een ‘informatiegestuurde’ toezichtruimte geeft een hogere heterdaadkracht Een andere manier om met relatief onbetrouwbare VCA-signalen om te gaan is om ze statistisch te verwerken. Zo kan een algoritme dat het spuiten van graffiti signaleert, misschien niet betrouwbaar genoeg zijn voor het op heterdaad oppakken van de dader zonder dat er ook te veel valse meldingen worden gegeven. Maar door de meldingen

ties is daarom een incidentregistratiesysteem aanwezig dat losstaat van het VMS. Het koppelen van de systemen is technisch mogelijk, maar in de praktijk is het verzamelen van statistische informatie uit de diverse systemen zodanig complex of arbeidsintensief dat dit tot onvolledige of zelfs onjuiste managementinformatie leidt.

Security Management nummer 4 april 2012

39

»


t hema | sociale veiligheid

alle gevallen heeft de operator behoefte aan ondersteuning in het nemen van de juiste actiebeslissingen. Hij heeft hiervoor ‘situational awareness’ nodig, waarbij zoveel mogelijk informatie over de context van het incident wordt gebruikt, zoals plattegronden, incidenten of speciale situaties in de directe omgeving, of de nabijheid van surveillanten en camera’s. Real-time video-forensische analyse en voorspellingsmodellen (bijvoorbeeld over de verspreiding van grote mensenstromen) kunnen daarbij ook van belang zijn.

Cruciaal

Video-observatie en incidentmanagement ondergebracht in één integraal systeem leidt tot een grotere heterdaadkracht, en levert waardevolle managementinformatie van de hele procesketen.

Meten aan hele operationele proces Ook heeft de operationeel manager een probleem in het verkrijgen van de juiste informatie uit het VMS om zijn organisatie te meten en te optimaliseren. Want een VMS laat vaak wel zien of observanten actief camera’s opschakelen en incidenten registreren, maar het zegt vrijwel niets over bottlenecks in de hele incidentopvolgingsketen. Wat zijn de bezettingsgraad en de benuttingsgraad van mensen en middelen? Is er voldoende of juist te veel bezetting voor de telefonische meldingen? Is er veel of weinig gsm- of portofoonverkeer tussen meldkamer en surveillanten, en waarom? Hoe snel na het signaleren van een incident is opvolging ter plekke, en wat is hiervan de impact op de heterdaadkracht? Welke externe partijen zijn betrokken bij incidentopvolging, en hoe presteren zij?

‘workflow’ gebaseerde IT-omgeving past hierbij. In tegenstelling tot de huidige VMS die vrijwel geen workflow-ondersteuning bieden, hebben incidentmanagementsystemen deze ondersteuning wel in een uitgebreide vorm. De laatste generatie incidentmanagementsystemen kent bovendien een zeer goede ondersteuning voor video, waardoor een integraal supportsysteem voor videoobservatieruimtes mogelijk wordt. Naast video-observatie kunnen dan ook andere bronnen van incidenten worden geïntegreerd, zoals telefonische meldingen en automatische meldingen van objecten (panden, woningen, voertuigen enz.). Informatiefusie wordt hierdoor mogelijk, en ook kan historische geografisch gebonden incidentinformatie worden geïntegreerd waardoor op efficiëntere wijze een planning kan worden gemaakt voor observatie van bepaalde publieke gebieden.

VM versus IM Om een oplossing te bieden voor de hiervoor beschreven informatiebehoefte zal op een andere manier naar VMS gekeken moeten worden. Video-observatie hangt vrijwel altijd nauw samen met het registreren en managen van ongewenste gebeurtenissen. Een sterk op

40

Snel beslissen bij incidenten Zeker als er snel moet worden gehandeld, zal de observant ook snel moeten beslissen hoe te handelen. Kan hij het incident zelf behandelen, heeft hij hulp nodig, of moet het hele incident worden doorgezet naar een centralist met meer bevoegdheid en/of opleiding? In

Security Management nummer 4 april 2012

Als de operator een actiebeslissing heeft genomen, zullen de acties ook daadwerkelijk in het veld aangestuurd moeten worden. Communicatiesystemen zoals C2000, gsm en pda/smartphones kunnen hiervoor worden ingezet. De locatie, de capaciteiten, de beschikbaarheid en de status van de opvolgingstroepen zijn daarbij van cruciaal belang voor een juiste en efficiënte inzet.

Rapportages en statistieken Omdat iedere stap in het incidentmanagementproces wordt geregistreerd, is het mogelijk om uitgebreide incidentrapportages en statistieken te produceren. Het opmaken van een proces-verbaal wordt vergemakkelijkt en versneld. Ook de overdracht van incidentinformatie naar een andere partij is snel geregeld, of zelfs volledig te automatiseren. En met een real-time dashboardfunctie kan een dienstmanager in de gaten houden of KPI’s worden gehaald, zoals de wachttijd voor binnenkomende telefoontjes, of het aantal operators dat bezig is een incident af te handelen. Het primaire proces van een (video) meldkamer wordt daardoor een stuk efficiënter en effectiever. Maar ook voor de lange termijn kunnen statistieken helpen om de processen te optimaliseren en de kosten te reduceren. Deze managementinformatie kan worden gebruikt om resultaten voor stakeholders aan te tonen, toekomstige investeringen te onderbouwen, en besparingen te identificeren.

Van videomanagement naar managementinformatie Videomanagementsystemen zijn een belangrijk hulpmiddel binnen video-


t hema | sociale veiligheid

observatieruimten. Deze systemen geven echter onvolledige ondersteuning voor alle processen die plaatsvinden in een (video) meldkamer. De incidentopvolging en bijbehorende registratie kan aanzienlijk worden verbeterd door toevoeging van incidentmanagementfunctionaliteiten en het real-time aanbieden van informatie uit een verscheidenheid aan bronnen. Door de integratie van VMS met communicatiemiddelen zoals portofoon en mobiele smartphones, is informatie sneller en op uniforme wijze voorhanden bij de video-observant. Door ook nog andere informatiebronnen te koppelen, zoals overige sensor- en meldsystemen, voertuigvolgsystemen, historische incidentstatistieken en speciale objectgegevens, krijgt de observant een completer overzicht van de situatie waar hij naar kijkt. Hij kan daardoor sneller en beter beslissen welke actie het beste uitgevoerd kan worden. Als deze opvolgingsactie ook nog vanuit hetzelfde systeem wordt uitgevoerd, al dan niet door een andere

Voorbeeld van een meldkamer voor zowel incidentmanagement als video-observatie. centralist, kan sneller en efficiënter worden gereageerd. Daarnaast zal ook het incidentproces, van observatie tot en met opvolging, integraal worden geregistreerd waardoor operationeel managers en beleidsmakers de beschikking krijgen over procesinformatie met een hoge kwaliteit. Dit betreft zowel het functioneren van de eigen organisatie als het functioneren van de ketenpartners waarmee wordt samengewerkt bij

incidentafhandeling. Een ‘informatiegestuurde’ toezichtruimte geeft een hogere heterdaadkracht, kan aantonen wat de resultaten van het beleid zijn, en kan dit efficiënt doen door inzicht in bottlenecks en overbodige processtappen. ‹‹ * Robin M. de Gruijter MSSM RSE, Solution Manager Public Security bij Siemens Nederland (robin.de.gruijter@ siemens.com)

(Advertentie)

Veilig en herkenbaar samenwerken Bent u net als Johan, Thomas, Barbara en Wesley op zoek naar alles op het gebied van persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfskleding? Dan zien wij u graag op S&F @work 2012 op 18 en 19 april.

Johan > INKOPER

Thomas > VEILIGHEIDSDESKUNDIGE

Barbara > POSTBEZORGSTER

Wesley > BRANDMANAGER

Schrijf u nu alvast gratis in op: www.sfwork.nl

Security Management nummer 4 april 2012

41


gastcolumn

Sociale veiligheid en CPTED: hetzelfde of toch niet …? Sociale veiligheid en CPTED (crime prevention through environmental design) zijn onderwerpen die zo’n geweldige reikwijdte hebben dat er meer dan genoeg over te schrijven valt. Dat geldt trouwens voor veel zaken waarover we met zijn allen als securityprofessionals praten. Een voorbeeld? Een kleine maar niet limitatieve opsomming: integrale veiligheid, inherente veiligheid, fysieke veiligheid, al dan niet integrale veiligheidskunde, security management (en dat ook nog eens gemakkelijk in te delen in hokjes: corporate en andersoortig security management). Waar hebben we het eigenlijk over met elkaar? Is het definiëren van begrippen zo belangrijk? Tja, dat lijkt me wel – hoe moet en kun je bijvoorbeeld mensen opleiden als niet duidelijk is hoe het beroepsprofiel van een aanstaande securitycollega eruitziet? Vergelijk het curriculum van enkele hogescholen maar eens met hun opleiding ‘integrale veiligheidskunde’. Elk jaar studeren integraal veiligheidskundigen af, maar het enige wat hen bindt is de studierichting die op hun diploma staat. Helaas hebben we in Nederland geen gemeenschappelijke ‘Body of Knowledge’ op het gebied van security zoals in veel Angelsaksische landen. We kunnen proberen in ons werk daarop zoveel mogelijk aan te sluiten, maar we zijn er helaas niet door deze BoK één op één te vertalen naar Nederlandse omstandigheden – daarvoor zijn de verschillen tussen de Angelsaksische landen en Nederland op securitygebied te groot. Zeker is wat mij betreft, dat het ontbreken van een collectie van gemeenschappelijke kennis op dit gebied ons in de toekomst steeds meer parten zal gaan spelen. Ik pleit er dan ook voor om met elkaar een kennisbank samen te stellen. Misschien kan dat onder de regie van bijvoorbeeld ASIS Benelux Chapter worden opgepakt. Of misschien voelt een andere partij zich wel geroepen om dit initiatief te nemen … Zo kom ik bij de kernvraag van deze gastcolumn: Sociale veiligheid en CPTED: hetzelfde of toch niet …? Van den Bigge-

laars (psycholoog) uitleg van sociale veiligheid spreekt mij erg aan: ‘Sociale veiligheid ligt besloten in menselijke relaties, in wonen, werken en recreëren, kortom in het leven van alledag. Daar waar men normafwijkend destructief gedrag ziet of beleeft en waardoor mensen in enigerlei vorm de dupe worden, is er sprake van sociale onveiligheid.’ CPTED kenmerkt zich door preventie. Het toepassen ervan betekent simpelweg dat er gedragsdoelen in een bepaalde ruimte moeten worden gedefinieerd: ‘Wat wilt u dat hier gebeurt?’ en: ‘Wat wilt u dat hier niet gebeurt?’ Afhankelijk daarvan wordt de ruimte waar het om te doen is op basis van een twintigtal CPTED-strategieën (her)ontworpen, (her)ingericht en vervolgens beheerd. Een succesvol concept, dat het onderwerp sociale veiligheid zeker meeneemt in de ontwerp- en beheerfase: tweede generatie CPTED. De aandachtige lezer heeft al kunnen vaststellen dat ik een ander lastig begrip in security management, namelijk dat van ‘risico’, vermeden heb. Ik constateer dat CPTED sociale veiligheid adresseert vanuit preventie. Security management tracht daarentegen sociale onveiligheid op basis van een risico-identificatie en -analyseproces te ‘blokkeren’. Welke aanpak zou meer acceptabel en effectiever zijn en minder kostbaar, kortom efficiënter zijn, denkt u? Food for thought zou je zeggen én een prachtige stelling om over te discussiëren – toch? Misschien levert het alvast een kleine bijdrage op voor een Nederlandse ‘Security Risk Management Body of Knowledge’?

Ik constateer dat CPTED sociale veiligheid adresseert vanuit preventie

42

Security Management nummer 4 april 2012

Henk Neddermeijer Eigenaar / algemeen directeur van Kernel Facilities, lid van de Raad van Advies van de Master of Security Science and Management (MSSM) van Delft TopTech, bestuurslid van de Stichting Veilig Ontwerp en Beheer, en secretaris van de Commissie van Deskundigen van Stichting N’Lloyd


Security Redefined Het is uw verantwoordelijkheid om het bedrijf te beveiligen. Mensen vertrouwen erop dat u zorg draagt voor een veilige werkomgeving. Dit is niet eenvoudig, omdat de beveiligingstechnologie vaak complex en inflexibel is. Uw taak wordt vaak ondergewaardeerd, ondanks het feit dat het noodzakelijk is. Wat als security management lonend is? Als rapporteren een plezier is en bezoekersmanagement makkelijk? Dit is precies wat het security management systeem AEOS biedt. Het is hèt platform van de 21e eeuw waarmee dynamische security management geboden wordt. Als u voor deze droombaan wilt gaan, neem dan contact op met Nedap Security Management www.nedap-securitymanagement.com

!

B

ons k e o ez

2012 I FS E C ei – 14 m ei g a d Maan dag 17 m er Dond 0 -17:00 08:0 m, U K ingha 60 m r i B 4/ B N EC stand Hal 4,


securit y

Winkeldiefstalpreventie: Van maatregelen tegen winkeldiefstal is vaak niet onderzocht waarom ze effect hebben, waardoor niet te voorspellen is of ze bij anderen en onder andere omstandigheden ook werken. Dit artikel houdt daarom een pleidooi voor een gedragswetenschappelijke, integrale benadering in de bestrijding van winkeldiefstal. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het zogenoemde Triade-model. JESKE NEDERSTIGT *

D

at winkeldiefstal een groot probleem is voor de Nederlandse detailhandel is geen nieuws. De cijfers spreken voor zich: de directe schade door winkeldiefstal bedroeg in 2009 325 miljoen euro. Aan preventie wordt jaarlijks nog eens 130 miljoen euro uitgegeven (Detailhandel Nederland, 2011) en de nasleep – aangifte doen bij politie en verzekering – kost de winkeliers nog eens circa 60 miljoen euro per jaar (Schaafsma 2009). Winkeldiefstal is dan ook een hardnekkig probleem dat om een efficiente aanpak vraagt.

Huidige aanpak Er zijn veel cijfers bekend met betrekking tot winkeldiefstal die worden gebruikt ter onderbouwing van een gerichte aanpak. Veelal in opdracht van brancheorganisaties wordt nauwkeurig in kaart gebracht wat en hoeveel er waar gestolen wordt, wie er zijn aangehouden en welke maatregelen zijn ingezet. Er is zicht op de verschillende methoden van diefstal en soorten win-

Object

Persoon

Context

Figuur 1. Een winkeldiefstalscenario schematisch weergegeven.

44

keldieven (bendes, gelegenheidsdieven, jeugd). Ook kennis van (technische) mogelijkheden op het gebied van antidiefstalmaatregelen lijkt voldoende aanwezig. Eén ding valt op met betrekking tot het gebruik van onderzoeksgegevens in de strijd tegen winkeldiefdiefstal: in de gegevens die worden gebruikt, ontbreekt een onderbouwd antwoord op de vraag

iets werkt – bekend is, maatregelen veel gerichter kunnen worden ingezet.

Winkeldiefstal is gedrag Verklarend inzicht in het gedrag van winkeldieven wordt bij de huidige aanpak van winkeldiefstal weinig gebruikt. En dat is vreemd, want winkeldiefstal is uiteindelijk gedrag, en daarmee is security management – voor zover het pre-

Security management is voor zover het preventie van winkeldiefstal betreft te beschouwen als ‘gedragsmanagement’ waaróm bepaalde maatregelen werken. Vaak is wel duidelijk of, en in welke mate diefstal afneemt na het gebruik van bepaalde maatregelen. Maar welke mechanismen ten grondslag liggen aan de gedragsverandering van (potentiële) winkeldieven is niet bekend. Maatregelen worden dikwijls geëvalueerd in termen van effect zonder dat er een verklaring is voor het effect. Op basis van alleen beschrijvende informatie is echter moeilijk te voorspellen of eerder gebruikte maatregelen in andere situaties hetzelfde effect zullen hebben. Winkeliers kiezen voor een bepaalde maatregel die eerder, in een andere situatie zijn effectiviteit bewezen heeft, zonder te weten of het effect ook in zijn winkel, met andere omstandigheden, hetzelfde zal zijn. Onderzoek wijst uit dat, als het ‘mechanisme’ – een verklaring waarom

Security Management nummer 4 april 2012

ventie van winkeldiefstal betreft – te beschouwen als ‘gedragsmanagement’. En dus rijst de vraag hoe het komt dat er bij de bestrijding van winkeldiefstal zo weinig gebruikgemaakt wordt van gedragswetenschappelijke kennis. Het antwoord blijkt niet zozeer te liggen bij de detailhandelspraktijk, maar bij de gedragswetenschappen zelf.

Telelens of groothoeklens? In de conventionele gedragswetenschap is het gebruikelijk om een gedragsdomein –zoals winkeldiefstal – niet in één keer te bestuderen, maar op te delen in kleine stukjes die dan los van elkaar, diepgaand onderzocht kunnen worden. Studies over het gedrag van winkeldieven zoomen bijvoorbeeld in op de ‘sociale omgeving van de dader’, zonder rekening te houden met andere kenmerken van de dader (bijvoorbeeld zijn


securit y

een gedragsbenadering financiële situatie), of met de kenmerken van de winkel (bijvoorbeeld de aard van de beveiliging), of met kenmerken van het gestolen product (bijvoorbeeld grootte). Dit soort onderzoek leidt tot een gedetailleerd beeld van fragmenten, maar een gefragmenteerd beeld van de werkelijkheid. Onderzoekers weten heel veel van een klein stukje van de werkelijkheid, maar niets over de invloed van alles wat niet onderzocht is. Ter verduidelijking een fictief voorbeeld. Stel dat onderzoek naar beveiligingscamera’s heeft uitgewezen dat de kans op diefstal afneemt als camera’s duidelijk zichtbaar worden opgehangen. Winkeliers besluiten op grond van dat onderzoek camera’s op te hangen. In tegenstelling tot de verwachting neemt bij enkele winkels het aantal diefstallen echter niet af. Wat blijkt? In deze winkels zijn voornamelijk scholieren actief die stelen ‘voor de kick’. Voor hen is de uitdaging juist groter geworden nu er een camera hangt. Als in het onderzoek ook aandacht was besteed aan verschillen tussen personen, had dit voorkomen kunnen worden. Omdat ook de niet-onderzochte factoren van invloed kunnen zijn op het gedrag, hanteren wetenschappers de zogenaamde ‘ceteris paribus clausule’. Dat houdt in dat de conclusies uit het onderzoek gelden onder de voorwaarde dat ‘al het overige’ (al het niet-onderzochte) constant blijft. Maar in werkelijkheid is dat natuurlijk niet het geval. Resultaten van dergelijk onderzoek zijn voor de detailhandelspraktijk dan ook zeer beperkt bruikbaar: het is immers nog steeds niet bekend wat het effect zal zijn van alle niet-onderzochte factoren. Deze ‘partiële’ benadering is vergelijkbaar met het gebruik van een telelens in de fotografie: details worden zichtbaar, maar informatie over de context ontbreekt. Resultaten van gedragswetenschappelijk onderzoek zijn pas echt

bruikbaar in de praktijk als rekening wordt gehouden met alle mogelijke factoren die bepalend kunnen zijn voor het gedrag van winkeldieven. Alleen dan is te voorkomen dat het gedrag van potentiële winkeldieven in een bepaalde praktijksituatie anders is dan voorspeld, ‘omdat de omstandigheden anders waren’. Rekening houden met alle mogelijke factoren is echter een complexe taak, zeker gezien het grote aantal factoren dat mogelijk een rol kan spelen. Alleen als genoegen wordt genomen met een minder gedetailleerd, minder diepgaand analyseniveau dan gebruikelijk is in de gedragswetenschap, is het haalbaar om alle factoren tegelijk ‘in beeld’ te krijgen. Ter verduidelijking een metafoor uit de fotografie: een groothoeklens kan wel een totaalplaatje van de omgeving bieden, maar details zijn niet meer te onderscheiden.

Een integrale benadering: winkeldiefstalscenario’s Eigenlijk is het vreemd dat in de sociale wetenschap de hierboven beschreven partiële benadering gebruikelijk is. In dezelfde wetenschappelijke literatuur is namelijk te vinden dat veel onderzoekers het erover eens zijn dat winkeldiefstal alleen voorkomt als aan drie eisen is voldaan: een gemotiveerde dader, een aantrekkelijk object, en een toegankelijke winkelcontext. Logisch dus om deze drie elementen ook integraal, als één geheel in onderlinge samenhang, te bestuderen. Daarmee wordt het onderwerp van gedragsonderzoek dus niet alleen de potentiële dief maar de combinatie van persoon, object en winkelcontext, ofwel: het ‘winkeldiefstalscenario’ (zie figuur 1.)

Triade-model De logische vervolgvraag luidt: is het mogelijk om – op een praktisch hanteerbare wijze – winkeldiefstalscenario’s te analyseren, zodanig dat aanknopingspunten worden gevonden voor een effectieve en efficiënte aanpak

Motivatie

Gelegenheid

Capaciteit Figuur 2. Het Triade-model van Poiesz (1999). van winkeldiefstal? Het antwoord op deze vraag is gevonden in het zogeheten Triade-model van Poiesz. Met behulp van het Triade-model kan elk soort gedrag worden beschreven, verklaard en beïnvloed. De kracht van het model is tweeledig. Enerzijds de integrale benadering van gedrag: alle mogelijke gedragsdeterminanten worden meegenomen in de analyse. Anderzijds de eenvoud (en dus praktische hanteerbaarheid). Volgens het model is gedrag namelijk te verklaren aan de hand van slechts drie factoren: Motivatie, Capaciteit en Gelegenheid. Onder Motivatie wordt verstaan ‘de mate waarin een persoon belangstelling heeft voor (het resultaat van) van het gedrag’. Capaciteit is: ‘de mate waarin een persoon over de eigenschappen, macht, vaardigheden en instrumenten beschikt om het gedrag te vertonen’. En met Gelegenheid wordt bedoeld: ‘de mate waarin tijd en omstandigheden het gedrag faciliteren of belemmeren’. De waarde van elke factor kan worden uitgedrukt in een getal tussen 0 en 1,0. Om te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat in een bepaald scenario winkeldiefstal zal worden gepleegd, moeten de waarden van Motivatie, Capaciteit en Gelegenheid worden vastgesteld en met elkaar worden vermenigvuldigd: de waarschijnlijkheid (of intentie) tot winkeldiefstal = M x C x G.

Security Management nummer 4 april 2012

45

»


7IGYVMRK =SYV ;SVPH :SPKSRWSSOST +7C20 :IMPMKLIMH &IZIMPMKMRK

1IXZIMPMKLIMHIRFIZIMPMKMRKLIIJXMIHIVIIRHMVIGX SJ MRHMVIGX  HEKIPMNOW XI QEOIR 3J LIX RY KEEX SQHIZIMPMKLIMHZERQIRWIRSJHIFIZIMPMKMRKZER KIFSY[IR KSIHIVIR SJ TVSGIWWIR IPOI WMXYEXMI ZVEEKXSQIIRIMKIREERTEO%PWLIXSQFIZIMPMKIR IR ZIMPMKLIMH KEEX MW +7 ZER EPPI QEVOXIR XLYMW +7EREP]WIIVXHIWMXYEXMIHIROXQIIIRZSSV^MIX YZERHINYMWXIQIRWIRIRHIRMIY[WXIXIGLRMIOIR 2MIX XI ZIIP RMIX XI [IMRMK QEEV TVIGMIW [EX Y RSHMKLIIJXMR[WMXYEXMI'SQTPIIXFIXVSY[FEEV IRTVSJIWWMSRIIP :SSVQIIVMRJSVQEXMI[[[KWRPWIGYVMX]

;MPXYSTHILSSKXIFPMNZIRZER EPPIXVIRHWIRSRX[MOOIPMRKIR FMRRIR+7#7GERHERHI56 GSHI IR WGLVMNJ Y MR ZSSV HI +7RMIY[WFVMIJ


securit y

Motivatie Object

X Intentie tot winkeldiefstal

Capaciteit Persoon

X

Context Gelegenheid

Figuur 3. Het Triade-model als instrument voor het verklaren van de Intentie tot winkeldiefstal in verschillende winkeldiefstalscenario’s. Deze uitleg van het Triade-model is slechts een zeer beknopte samenvatting. Om het model goed te kunnen toepassen, is uitgebreidere kennis van het model noodzakelijk. De drie verklarende factoren representeren volgens het Triade-model alle mogelijke oorzaken van gedrag. Dat zou betekenen dat elke denkbare determinant van winkeldiefstal is onder te brengen onder één van deze drie ‘parapluvariabelen’. Heeft een winkeldief veel kennis van en ervaring met verschillende methoden van winkeldiefstal? Dan is zijn Capaciteit hoog. In een overzichtelijke winkel met veel bewakingspersoneel is de Gelegenheid tot winkeldiefstal laag. En als een klant met weinig geld de zonnebril bij de kassa erg mooi vindt, is de Motivatie tot winkeldiefstal hoger dan wanneer hij de bril niet mooi vindt. Als één van de factoren de waarde 0 heeft, zal er geen winkeldiefstal worden gepleegd. Ga maar na: een klant die een sjaaltje heel lelijk vindt (Motivatie = 0) zal het niet stelen, ook al ligt het voor het grijpen (Gelegenheid = 1), en heeft hij een jaszak om het in te verbergen (Capaciteit = 1). De waarschijnlijkheid van winkeldiefstal = M x C x G = 0 x 1 x 1 = 0. De waarde van een Triade-factor is het resultaat van een (onbewuste) afweging van verschillende scenariokenmerken. Zo kan de Motivatiescore hoog zijn op basis van de ‘aantrekkelijkheid van het object’, maar gecompenseerd worden door ‘waarden en normen van de persoon’. Hieruit blijkt nog eens het belang van een ‘integrale benadering’, het bestuderen van scenario’s als geheel. Motivatie-, Capaciteit- en Gelegenheidscores moeten worden bepaald over het complete scenario, en niet voor alleen

Triade-model in de praktijk

de winkel, alleen de potentiële dief, of alleen het object (zie figuur 3).

Triade-model en winkeldiefstal Het ‘samenvatten’ van alle mogelijke oorzaken in drie overkoepelende variabelen (Motivatie, Capaciteit en Gelegenheid) maakt het model overzichtelijk en hanteerbaar, maar ook minder nauwkeurig. Om na te gaan of de generieke ‘parapluvariabelen’ van het Triade-model toch kunnen dienen om het gedrag van winkeldieven te verklaren is het in het kader van een promotieon-

Het Triade-model kan op verschillende manieren worden ingezet bij de bestrijding van winkeldiefstal. Door bestaande antidiefstalmaatregelen te plaatsen op de drie componenten van het Triade-model wordt duidelijk wat de te verwachten effecten zijn en waar eventueel aanvullende interventies nodig zijn. Niet alleen voor de evaluatie van bestaande maatregelen kan het Triademodel toegepast worden. Bij het zoeken naar nieuwe, alternatieve interventies

Met het Triade-model kan elke soort gedrag worden beschreven, verklaard en beïnvloed derzoek (Nederstigt 2011) getoetst onder scholieren. Hiertoe zijn eerst fictieve winkeldiefstalscenario’s ontworpen. De input voor de scenario’s was afkomstig uit gesprekken met scholieren, winkeliers en deskundigen uit de beveiligingsbranche. Uiteindelijk zijn 24 verschillende scenario’s ontworpen. Scholieren kregen steeds acht verschillende scenario’s voorgelegd. Uit de resultaten bleek dat er voor bijna alle scenario’s een samenhang was tussen de Intentie tot winkeldiefstal en M x C x G. Dat betekent dus dat met behulp van het Triade-model uitspraken kunnen worden gedaan over de waarschijnlijkheid van winkeldiefstal in een bepaald scenario. Maar dat niet alleen. Het model biedt ook inzicht in de oorzaken. De gevonden Motivatie-, Capaciteit- en Gelegenheidwaarden bieden aanknopingspunten voor gerichte maatregelen.

kunnen scenario’s worden geëvalueerd aan de hand van het Triade-model. Motivatie- Capaciteit- en Gelegenheidscores maken duidelijk aan welke eisen effectieve en efficiënte maatregelen zouden moeten voldoen. Bijkomend voordeel is dat tegelijkertijd rekening gehouden kan worden met de invloed van antidiefstalmaatregelen op koopgedrag (en van marketingmaatregelen op winkeldiefstal). Elk ‘winkeldiefstalscenario’ is immers ook een ‘koopscenario’! ‹‹ Een uitgebreide versie van dit artikel is gepubliceerd in Jaarboek Beveiliging Totaal 2012, Kluwer, Alphen aan den Rijn, 2011, ISBN 978 90 13 08997 4. * Jeske Nederstigt is docent Consumentengedrag en Onderzoek bij de opleiding Toegepaste Psychologie van Fontys. In 2011 promoveerde zij aan de Universiteit van Tilburg op onderzoek naar een gedragsbenadering van winkeldiefstal.

Security Management nummer 4 april 2012

47


brandveiligheid

Werken aan bewustwording

Brandveiligheid in de zorg In 2011 is een groot aantal zorginstellingen getroffen door een brand, waarbij in enkele gevallen zelfs slachtoffers te betreuren waren. Het volledig uitsluiten van dergelijke situaties zal niet gaan, maar het is wel degelijk mogelijk om de kans op en de impact van een brand aanzienlijk te beperken. HANS SEVENSTERN EN BAS VAN VLIET *

I

n de zorgsector staat patiëntveiligheid hoog in het vaandel. Dit heeft echter bijna vanzelfsprekend voornamelijk betrekking op het behandelen of verzorgen van patiënten. De link met de veiligheid van de gebouwen waar deze patiënten verblijven of worden behandeld, wordt nog altijd onvoldoende gelegd. Zo kan het gebeuren dat er nog steeds onnodig gewonden en slachtoffers vallen te betreuren in zorginstellingen als gevolg van brand. Een tweede aspect is dat bij een brand de continuïteit van de zorgprocessen in het gedrang komt. De levering van zorg wordt onderbroken en patiënten dienen voor langere tijd elders te worden ondergebracht. Kortom, de dienstverlening wordt ernstig beïnvloed. In combinatie met eventuele slachtoffers kan dit een enorme impact hebben op het imago van, het vertrouwen in, en de financiële positie van een zorginstelling.

evacuatietijd van een pand doet toenemen. Deze trend zal nog zeker enige tijd aanhouden. Daarnaast ligt een deel van het probleem bij de zorginstellingen zelf. Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan het nastreven van een veilige omgeving. Tevens wordt onvoldoende ingegrepen bij situaties die een verhoogd risico met zich meebrengen. Denk daarbij aan geblokkeerde nooduitgangen en ongeoorloofde opslag, zoals opslag in technische ruimtes, gangen en niet-gebruikte patiëntenkamers die niet

Waar liggen de problemen? Een deel van de problemen ligt bij de regelgeving rondom bouwen en brandveiligheid. Veel zorginstellingen hebben gebouwen die in de vorige eeuw zijn gebouwd en die destijds keurig voldeden aan het Bouwbesluit. Echter, het Bouwbesluit geeft geen correcte afspiegeling meer van de situatie anno 2012. Immers, door de vergrijzing is het aantal bedlegerigen enorm gestegen, wat de

48

Security Management nummer 4 april 2012

ingericht zijn voor de in geval van een brand aanwezige vuurlast.

Hoe te werk gaan? Omdat niet op alle vlakken tegelijk verbeteringen doorgevoerd kunnen worden, zal bekeken moeten worden waar de belangrijkste knelpunten liggen. Door een koppeling te leggen tussen (zorg)activiteiten, locaties waar deze plaatsvinden, de (brand)beveiliging op de locaties en de financiering/inkomsten van deze activiteiten, kan een eerste inschatting worden gemaakt van

Probleemgebieden Uit de hand gelopen incidenten kunnen verschillende oorzaken hebben. Hieronder enkele voorbeelden. Leg uw instelling langs de meetlat. Kunt u een of meerdere criteria met ‘ja’ beantwoorden, dan is het tijd om actie te ondernemen: » Oude panden die slechts voldoen aan het ‘oude’ Bouwbesluit. » Geen eigen drempelniveau gedefinieerd, waaraan brandveiligheid moet voldoen. » Compartimentering is te ruim bij kritische activiteiten en/of patiëntengroepen. » Fysieke maatregelen worden omzeild door vervangende maatregelen, bijvoorbeeld zelfsluitende deuren niet toepassen op subbrandcompartimenten, maar laten sluiten door de BHV. » BHV niet ingericht op basis van risicoprofiel van gebouw en patiënten. » BHV wel getraind, maar niet onder vergelijkbare (locatiespecifieke) omstandigheden. » Geen gedegen eigen risicoanalyse. » Geen integrale risicobeheersing. » Onduidelijke verantwoordelijkheden op het vlak van risico- en crisisbeheersing. » Nieuwbouw en gebouwbeheer vinden afzonderlijk plaats. » Geen crisisplannen.


brandveiligheid

televisies) en de aanwezigheid van brandbare materialen.

Organisatorische maatregelen

Om zoveel mogelijk leed op organisatorisch gebied te voorkomen, is het van belang dat zorginstellingen aandacht besteden aan de bedrijfshulpverlening (BHV). mogelijke knelpunten. Denk hier bijvoorbeeld ook aan de zelfredzaamheid van patiënten. Potentiële dreigingen, zoals brand, maar ook andere oorzaken als stroomstoringen, wateroverlast, virusuitbraken enzovoort dienen te worden meegewogen. Hetzelfde geldt voor de gevolgen. Waar bestaat een gevaar voor de veiligheid van personen? Wat als onze primaire locatie verloren gaat? Wat zijn gevolgen voor de financiële continuïteit van de zorginstelling tegen de achtergrond van de al maar wijzigende financiering van de zorgsector? Deze benadering geeft een beeld waar kritische activiteiten en knelpunten liggen. Maar het mag niet bij alleen een vaststelling van probleemgebieden blijven. Daadkrachtig optreden en (ingrijpende) veranderingen zijn noodzakelijk om gevaarlijke situaties zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Vervolgens dient een juiste mix te worden toegepast van (brand)beveiligingsmaatregelen die het minimale niveau van het Bouwbesluit ontstijgen - een mix van Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische maatregelen (BIO). Bij deze zogeheten BIO-maatregelen zijn de bouwkundige maatregelen leidend, gevolgd door de maatregelen op installatietechnisch en, tot slot, organisatorisch gebied.

Bouwkundige maatregelen In de eerste plaats gaat het hier om brandcompartimenten en bijbehorende beveiligingsmaatregelen. In de zorg

hebben we het dan over ruimtes van maximaal 500 m2 en subbrandcompartimenten als kamers voor niet-zelfredzame patiënten. Veelal wordt voldaan aan deze prestatie-eisen uit het Bouwbesluit. Zorg echter dat brandcompartimenten adequaat worden afgesloten. Dat betekent dus geen keggen onder branddeuren, geen open afscheidingen tussen compartimenten bij doorvoeren van kabels, en zeker geen gebruik van brandbare isolatiematerialen. Brandbaar isolatiemateriaal is naast het openhouden van branddeuren één van de meest voorkomende oorzaken van snelle verspreiding van brand en grote rookproductie.

Installatietechnische maatregelen Hier gaat het er niet alleen om dat elektrische en werktuigbouwkundige installaties tijdig en adequaat onderhouden worden, maar ook dat voldoende redundantie wordt ingebouwd. Deze redundantie zal grotendeels moeten worden gebaseerd op kritische processen en knelpunten. Verder zijn brandbeveiligingssystemen van groot belang. Een sprinklersysteem is in veel gevallen de meest betrouwbare beveiliging, maar wordt vaak als duur gezien en lastig aan te brengen in bestaande bouw. Maar ook de projectie van de brandmeldinstallatie is essentieel. Bij het aanbrengen van bijvoorbeeld rook- en/of brandmelders dient rekening te worden gehouden met wederom de zelfredzaamheid van patiënten, potentiële bronnen (zoals oude

Bij organisatorische maatregelen gaat het om menselijk handelen. En juist dat menselijk handelen is de meest onbetrouwbare factor. Om zoveel mogelijk leed op organisatorisch gebied te voorkomen, is het daarom van belang dat zorginstellingen veel aandacht besteden aan de bedrijfshulpverlening (BHV) en het instrueren van het personeel hoe te handelen in geval van brand. Vaak blijkt dat de bedrijfshulpverlening onvoldoende is geëquipeerd om snel te kunnen reageren tijdens de nachtelijke uren. Hier dient rekening te worden gehouden met afstanden tussen locaties, aanwezigheid van personeel en wederom de zelfredzaamheid van personen. BHV’ers moeten ook worden getraind op hun eigen locatie, in plaats van enkel op een externe oefenlocatie. Daarnaast dienen er crisisplannen te zijn die de organisatie in staat stellen om adequaat te reageren op een incident. Binnen deze plannen dienen verantwoordelijkheden, rollen en informatielijnen duidelijk te worden benoemd. Om enige mate van zekerheid te verkrijgen met betrekking tot de feitelijke crisisbeheersing, dienen deze plannen en de verantwoordelijken ook daadwerkelijk getraind te worden. De ervaring leert dat dergelijke training als zeer nuttig wordt ervaren, maar vooral essentieel is voor een goede respons.

Conclusie Uit de vele incidenten van het afgelopen jaar blijkt dat er nog steeds een onderschatting van de risico’s plaatsvindt bij veel zorginstellingen. Door op een proactieve wijze met risicobeheersing en brandveiligheid om te gaan, kunnen veel problemen worden voorkomen of beperkt. Het is echter wel zaak dat er bewustwording komt voor de dreigingen en gevolgen waaraan dagelijks patiënten, personeel en de omgeving worden blootgesteld binnen zorginstellingen. ‹‹ * Hans Sevenstern en Bas van Vliet zijn beiden senior consultant bij Marsh Risk Consulting B.V.

Security Management nummer 4 april 2012

49


A World of Service

Veiligheid met een glimlach. ISS Security Services. Veiligheid is als gastvrijheid: voor een groot deel een kwestie van gevoel. Moderne beveiligers zorgen daarom niet alleen voor een veilige omgeving, hun bijdrage gaat verder dan dat. Zij dragen zorg voor gastvrijheid en een goede sfeer. Beveiligers met oog voor risico’s en gevaar, maar ook personen met hart voor de mensen in hun omgeving. De beveiligers zijn professionals die zich bewust zijn van de extra waarde die zij kunnen toevoegen: een plek waar medewerkers en gasten zich prettig voelen en met optimaal resultaat hun activiteiten kunnen uitvoeren.

Ons dienstenpakket bestaat niet alleen uit bedrijfsbeveiliging, maar ook uit objectbeveiliging, mobiele surveillance, meldkamersurveillance en winkelsurveillance. Wilt u weten wat ISS Security Services voor u kan betekenen? Bel dan 030 24 24 344 of ga naar www.isssecurity.nl.


congres

Innovatie & beveiligen De beveiligingswereld heeft de afgelopen jaren niet te klagen over dynamiek. Technische en organisatorische vernieuwingen volgen elkaar in hoog tempo op. Toch prikkelt een begrip als innovatie nog steeds de verbeelding van securityprofessionals, zo bleek onlangs tijdens het ASIS/ADT Solution Event in het Evoluon in Eindhoven. Ruim tachtig bezoekers bleken geïnteresseerd in het thema ‘Innovatie in beveiliging’. ARJEN DE KORT

D

at veranderingen in de samenleving elkaar in hoog tempo opvolgen, illustreerde dagvoorzitter John Flanderhijn (director business development ADT) met een ‘Did you know’ video, waarvan de pay off was: ‘shift happens’. Hij plaatste dit vervolgens in het perspectief van de securityprofessional die deze uitdagingen vanuit risicomanagement en security innovatief tegemoet moet treden.

Dynamiek van PPS Met de programmering van Peter van den Ende (o.a. directeur stichting Criminee!) als eerste spreker van de dag

Peter van den Ende: ‘Informatiegestuurde veiligheid resulteert in een veiliger Nederland voor minder geld.’(Foto: Masaypics)

kreeg het thema meteen ‘handen en voeten’. De politiecommissaris schetste de historie van de stichting Criminee!, die vanaf de start in 2004 criminaliteit door middel van technologie beheersbaar wil maken. Dit heeft geresulteerd in een aantal programmalijnen: veilige bedrijventerreinen, veilige binnensteden, veilige parkeerplaatsen, en overvaller live in beeld. Allemaal projecten, waarbij innovatieve techniek en een vernieuwende organisatorische aanpak (publiek-private samenwerking) niet werden geschuwd. Dat dit zijn vruchten heeft afgeworpen, illustreerde Van den Ende aan de hand van het succesvolle Secure Lane project, waarbij vijftien parkeer- en verzorgingsplaatsen tussen Rotterdam en de Duitse grens met camera’s zijn beveiligd. Het resultaat: het aantal incidenten van ladingdiefstal is teruggebracht van 74 naar 4. Ten slotte ging Van den Ende in op een nieuwe programmalijn: netcentrisch werken. De filosofie die hieraan ten grondslag ligt, is om niet meer in territoriale configuraties te denken, maar in grensoverschrijdende netwerkconfiguraties. Immers, criminelen laten zich ook niet stoppen door territoriale grenzen. Dit vereist een integrale aanpak van de criminaliteit op organisatorisch, technologisch, politiek-bestuurlijk en juridisch niveau. Volgens Van den Ende moet dit leiden tot informatiegestuurde veiligheid, waarbij publiek-private samenwerking - inclusief informatiedeling - normaal is. Daarbij moet de overheid niet schromen om kennis en kunde te delen, op basis waarvan priva-

te partijen tot technologische innovatie komen. Dit resulteert in een veiliger Nederland voor minder geld, aldus een bevlogen Van den Ende.

High Tech Campus Het middagprogramma stond in het teken van twee presentaties over de High Tech Campus Eindhoven. Allereerst schetste Harrie Arends (operations manager HTC) een beeld van ‘de slimste vierkante kilometer van Nederland’. Deze kwalificatie baseerde hij op het feit dat de ruim 100 bedrijven met meer dan 8.000 medewerkers die op de campus zijn gevestigd, meer dan de helft van het aantal jaarlijkse patenten in Nederland realiseert. Om dit mogelijk te maken, moet de HTC deze bedrijven faciliteren met ‘state of the art’ faciliteiten zoals laboratoria en ICTnetwerken. Deze gedeelde infrastructuur is de succesbepalende factor in het ecosysteem van bedrijven op de Campus waar open innovatie en kennis delen centraal staan. Bert Tordoir (senior account manager ADT) ging in op de specifieke security-oplossingen op de HTC, waarbij de uitdaging is dat mensen zich vrij kunnen bewegen en zo min mogelijk merken van beveiliging. Om dit te realiseren werkt de HTC al sinds de start in 1998 samen met ADT. In de loop der jaren zijn diverse innovatieve oplossingen gekozen, zoals cctv-integratie met toegangscontrole. Tordoir erkende echter wel dat het huidige systeem inmiddels het einde van de levenscyclus heeft bereikt en dat innoveren nodig is. ‹‹

Security Management nummer 4 april 2012

51


fraudepreventie

Beheersing van interne ongewenst gedrag Fraude wordt vaak geassocieerd met een bedreiging die van buiten de organisatie komt, maar de praktijk leert dat interne fraude eveneens een behoorlijke uitdaging is voor veel organisaties. Dit artikel biedt een aantal praktische handreikingen hoe hiermee om te gaan. HENK-ANNE RIJPMA *

G

evallen van fraude of overig ongewenst gedrag blijven een constante bedreiging voor het publieke vertrouwen in organisaties. Wetgevingen zoals Sarbanes Oxley laten ruimte voor de concrete invulling van beheersmaatregelen, wat in de praktijk verschillende vragen kan oproepen bij het management, zoals: » Hebben we alle frauderisico’s inzichtelijk die onze organisatiedoelstelling ondermijnen? » Hoe kunnen we bepalen of ons antifraude-programma en de beheersmaatregelen effectief genoeg zijn? » Hoe kunnen we de kans op aansprakelijkheid, sancties en gerechtelijke procedures als gevolg van wetschendingen tot een minimum reduceren? » Hoe vergroten we het bewustzijn rondom integriteit? In dit artikel wordt ingegaan op de praktische invulling van beheersmaatregelen om de kans op interne fraudes te reduceren.

Sleutelbegrippen Voor organisaties is het de uitdaging om een geïntegreerde antifraudebenadering te kiezen die (relevante) medewerkers in staat stelt om samen te werken. Deze benadering zorgt voor het voorkomen van dubbel werk, versplintering van middelen en ‘het tussen wal en schip raken’ door silogedachtes. Een geïntegreerde benadering begint met het begrijpen van de diverse be-

52

heersmaatregelen en alle (wettelijke) criteria die betrekking hebben op de organisatie. Voor een effectieve en prak-

In de tabel wordt een voorbeeld gegeven van een integraal programma dat ten doel heeft de kans op fraude te be-

Voor organisaties is het de uitdaging om een geïntegreerde antifraudebenadering te kiezen tijkgerichte benadering om frauderisico’s te beheersen moet er worden uitgegaan van drie doelstellingen: 1. Preventie: beheersmaatregelen die ten doel hebben om de kans op fraude en overig ongewenst gedrag te beperken. 2. Detectie: beheersmaatregelen die ten doel hebben om fraude en overig ongewenst gedrag (tijdig) te signaleren. 3. Respons: beheersmaatregelen die ten doel hebben om correctie- en herstelmaatregelen te nemen op het moment dat een fraude of overig ongewenst gedrag zich heeft voorgedaan.

perken (preventie), fraude tijdig te signaleren (detectie) en adequaat te reageren op fraude en overig ongewenst gedrag (respons). In de komende paragrafen worden de individuele elementen uit de tabel nader toegelicht.

Preventie 1. Toezicht directie De directie speelt een belangrijke rol in het toezicht en bij de implementatie van beheersmaatregelen om het risico van fraude en ongewenst gedrag te beperken. De directie heeft niet alleen de

Preventie

4. 5. 6. 7.

Detectie Respons 1. Toezicht Directie 2. Lijnmanagementfuncties 3. Internal audit, compliance en overige toezichthoudende functies 11. Frauderesponsplan: 8. Meldstructuur Frauderisicoanalyse t0OEFS[PFLTQSPUPDPM Gedragscode en overige gere- 9. Interne controle en t4BODUJFCFMFJE monitoren lateerde regelingen t)FSTUFMQSPUPDPM Screenen van medewerkers en 10. Proactieve data-analyse relevante derden Communicatie en training

Voorbeeld van elementen uit een antifraudeprogramma.

Security Management nummer 4 april 2012


fraudepreventie

fraude en overig Bepalen van de business units, locaties en processen die onderwerp zijn van de frauderisicoanalyse. Inzichtelijk maken en categoriseren van frauderisico’s Het rangschikken van de frauderisico’s op basis van de waarschijnlijkheid en de mogelijke impact Het terugbrengen van de frauderisico’s door het optimaliseren van de beheersmaatregelen Het proces van een frauderisicoanalyse. vanzelfsprekende verantwoordelijkheid dat de beheersmaatregelen aanwezig zijn, maar heeft tevens de verantwoordelijkheid om er op toe te zien dat deze effectief zijn. Tevens is zij, samen met het overige hogere management, verantwoordelijk om de juiste ‘tone at the top’ te tonen en dient zij er op toe te zien dat er een klimaat wordt geschapen waarin integer handelen gestimuleerd wordt.

gemerkt wordt door medewerkers van internal audit. Voorbeelden van antifraudeactiviteiten waar internal audit verantwoordelijk voor zou moeten zijn, zijn ondersteuning bij de uitvoering van de frauderisicoanalyses en het helpen formuleren van conclusies en aanbevelingen.

2. Lijnmanagement Om zeker te stellen dat de beheersmaatregelen om het risico van fraude en ongewenst gedrag te beperken effectief blijven, zou de verantwoordelijkheid hiervoor gedeeld moeten worden met het lijnmanagement. De verantwoordelijkheid begint met de preventieve beheersmaatregelen maar heeft tevens betrekking op detectie en respons.

4. Frauderisicoanalyses Een frauderisicoanalyse maakt inzichtelijk waar de zwakheden zitten in de interne beheersing en hoe deze kunnen worden weggenomen. De leiding van de organisatie zou ervoor moeten zorgen dat een dergelijke analyse door de gehele organisatie wordt uitgevoerd. Hierbij moeten de meest significante bedrijfsonderdelen en processen in ieder geval in ogenschouw worden genomen. In de figuur worden de stappen van een frauderisicoanalyse weergegeven.

3. Internal audit, compliance en overige toezichtfuncties De internal audit functie heeft in veel organisaties een sleutelfunctie in de antifraudeactiviteiten. Onderzoek dat door KPMG is uitgevoerd, wijst uit dat 65 procent van de ontdekte fraudes op-

5. Gedragscode De gedragscode is een van de belangrijkste communicatieplatforms waarover de leiding beschikt om richting medewerkers het gewenste gedrag te communiceren. Het is een ‘parapludocument’ dat de meeste gedetailleerde

regelingen (bijvoorbeeld een regeling nevenfuncties of clean desk policy) dient te vertegenwoordigen. Een goed geformuleerde gedragscode is toonaangevend voor de cultuur binnen de organisatie en verhoogt de bewustwording bij medewerkers om gewenst gedrag na te leven. Elementen uit een goede gedragscode zijn onder andere praktische voorbeelden van gedragsregels en een beschrijving van de mogelijkheid om een melding te maken van eventuele schendingen van de gedragscode. 6. Screenen van medewerkers en relevante derden Een belangrijk deel van een effectief fraudepreventiebeleid is het gebruik van screening voor het aannemen en/ of promoveren van medewerkers, tijdelijke medewerkers, onderaannemers, leveranciers of andere relevante derde partijen. Een dergelijke screening is met name belangrijk voor die medewerkers die een financieel gerelateerde functie vervullen. De breedte en diepte van de screeningsactiviteiten hangen af van het risicoprofiel dat de organisatie aan de betreffende functies heeft gegeven en aan

Security Management nummer 4 april 2012

53

»


fraudepreventie

bijvoorbeeld de mate van autorisatiebevoegdheid of specifieke nationale wetgeving. 7. Communicatie en training Om medewerkers bewust te maken van hun verantwoordelijkheid in relatie tot fraude en overig ongewenst gedrag dient men te starten met het communiceren van de norm. In de praktijk zien we dat organisaties veelal ad hoc hierover communiceren zonder een planning en prioriteitstelling. Hierdoor loopt men het risico dat medewerkers niet duidelijk de boodschap meekrijgen en dat ze hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het gewenste gedrag niet scherp op het

nitoringplan te ontwikkelen dat gebaseerd is op de geïdentificeerde risico’s die het resultaat zijn van de frauderisicoanalyses. Dit plan zou richtinggevend moeten zijn voor de activiteiten die aangepast zijn in aard en omvang naar de aard van de geïdentificeerde frauderisico’s. Vanzelfsprekend dienen de grootste risico’s voorrang te krijgen, bijvoorbeeld als er specifieke zorgen en/ of verdenkingen zijn ten aanzien van belangrijke processen of posities.

die anders, vaak jaren, onopgemerkt blijven. Er zijn tegenwoordig zelfs organisaties die gebruikmaken van kunstmatige intelligentie bij de uitvoering van hun data-analyses. Voordelen van proactieve data-analyse zijn onder andere de mogelijkheid om verborgen relaties tussen mensen, organisaties en handelingen te identificeren en verdachte transacties snel en efficient te kunnen onderzoeken.

10. Proactieve data-analyse Veel indicatoren van potentiële en/of feitelijke fraude en overig ongewenst gedrag zijn besloten in de financiële en

11. Frauderesponsplan Onderzoeksprotocol Op het moment dat vastgesteld is dat een melding ‘onderzoekswaardig’ is, moet de leiding van de organisatie er op voorbereid zijn om een uitvoerig en objectief onderzoek uit te kunnen voeren. Het doel van dit onderzoek is om de feiten te verzamelen op basis waarvan de vermeende overtreding geloofwaardig kan worden beoordeeld. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kan de leiding een degelijke beslissing nemen over verdere acties. Door effectief onderzoek kan de leiding een schending aanpakken om zo erger te voorkomen en/of om de geleden schade te verhalen.

De gedragscode is een van de belangrijkste communicatieplatforms waarover de leiding beschikt netvlies hebben. Bewustwordingsactiviteiten zouden bondig moeten zijn en afgestemd op de functies en risico’s waarvoor ze bestemd zijn.

Detectie 8. Meldstructuur Veel organisaties vragen hun medewerkers een melding van fraude of ander ongewenst gedrag aanhangig te maken bij hun eigen leidinggevende of, indien aanwezig, een HR of compliance-medewerker. Steeds vaker zien we dat organisaties ook een telefoonnummer of emailadres openen dat medewerkers kunnen benaderen als eerdere acties niet effectief of gewenst zijn, ook wel klokkenluiderregeling genoemd. Deze faciliteit is meestal 24 uur per dag toegankelijk en kan een anonieme melding faciliteren. Een aantal kenmerken van een goede meldlijn zijn de vertrouwelijkheid en bereikbaarheid van de lijn, gekwalificeerde assistentie, het correct omgaan met gegevens, goede nazorg, en een heldere communicatie rondom de lijn en het proces. 9. Interne controle en monitoring Omdat het onmogelijk is om iedere fraude te ondervangen, is het verstanding om een bondig controle- en mo-

54

operationele data en de transactiedata van de organisatie. Ze kunnen ontsloten worden met behulp van data-analytische instrumenten en technieken. Bij proactieve data-analyse maakt men gebruik van geavanceerde analytische testen, kruisverbanden en identificatie van ongebruikelijke relaties om mogelijke fraudes aan het licht te brengen

Respons

Sanctioneringsbeleid Door serieuze sancties op te leggen kan de leiding naar interne en externe par-

Een belangrijk deel van een effectief fraudepreventiebeleid is het gebruik van screening voor het aannemen en/of promoveren van medewerkers.

Security Management nummer 4 april 2012


fraudepreventie

tijen het signaal afgeven dat de organisatie het tegengaan van het risico van fraude en ongewenst gedrag als topprioriteit beschouwt. Hier gaat dan ook weer een preventieve werking van uit. Een goed opgezet sanctioneringsbeleid wordt aan alle medewerkers gecommuniceerd en omvat organisatiebrede richtlijnen ter bevordering van correcte, uniforme en consistente sancties. Daarnaast moeten ook leidinggevenden verantwoording afleggen wanneer hun ondergeschikten in de fout zijn gegaan. In gevallen waarin managers wisten of hadden kunnen weten dat zich mogelijk fraude of overig ongewenst gedrag voordeed, moet worden overwogen of ook zij gesanctioneerd dienen te worden. Herstelprotocol Wanneer eenmaal duidelijk is dat er sprake is van fraude of overig ongewenst gedrag, moet de leiding overwegen passende actie te ondernemen om de veroorzaakte schade te herstellen. Het is verstandig om dit vast te leggen

in een zogenoemd herstelprotocol. Zo kan het management overwegen om de resultaten van het onderzoek bekend te maken, de veroorzaakte schade te herstellen of een onderzoek te starten naar de onderliggende oorzaken (root cause analyse).

Conclusie Organisaties krijgen steeds meer te maken met interne en externe regeldruk. Toch hebben veel organisaties zich nog niet weten te ontworstelen aan de vraag hoe zij de ontelbare risico’s van fraude en overig ongewenst gedrag kunnen beheersen. Veelal zijn de maatregelen fragmentarisch en ad hoc ingestoken. Dit kan zelfs wel eens improductief werken. De ontwikkeling van een integraal antifraudeprogramma is een belangrijke stap in het managen van deze uitdaging. Organisaties die hieraan willen beginnen, moeten allereerst beoordelen hoe goed zij de frauderisico’s beheersen door na te gaan welke elementen van

preventie, detectie en respons zij nu daadwerkelijk (goed) hebben geïmplementeerd. Een integraal antifraudeprogramma helpt niet alleen bij correcte naleving van wet- en regelgeving, maar helpt de organisatie ook haar kernwaarden en prestatie op elkaar af te stemmen en de vele (tastbare en ontastbare) bezittingen te beschermen. ‚‚ * drs. Henk-Anne Rijpma is senior manager bij KPMG Forensic & Integrity, Amstelveen. Binnen deze afdeling heeft hij opdrachten uitgevoerd die zowel preventief als repressief van aard zijn. Organisaties in de beveiligingsbranche heeft hij onder andere ondersteund bij het vormen van gedragscodes, bewustwordingsactiviteiten en het opstellen en invoeren van klokkenluiderregelingen. Een uitgebreide versie van dit artikel is gepubliceerd in: Beveiliging Totaal 2012, ISBN 9789013089974, Kluwer, Alphen aan den Rijn

(Advertentie)

LINKPOWER PASSIE RESULTAAT EVENWICHT VISIE POWERED BY KLUWER

Economisch PRHLOĂłNHWĂłGHQ" ÂœZRUJDQLVDWLH NDQKHWDDQ

WWW.LINKPOWER.NL

/LQNSRZHUPHHWEDDUEHWHU Teamcoaching en RUJDQLVDWLHRQWZLNNHOLQJ

Security Management nummer 4 april 2012

55


recherche

Fraude met declaraties Fraude met declaraties is een regelmatig terugkerend fenomeen in rechercheonderzoeken. Daarin zijn verschillende vormen te onderscheiden. Zo blijkt een onduidelijke hiërarchie – ofwel wie is de baas van de baas? – in de praktijk fraude ook in de hand te werken. In dit artikel een aantal recente praktijkvoorbeelden. RENÉ TERWEY *

I

n veel bedrijven is de zogenaamde kleine kas een bekend fenomeen. Een gulden regel daarbij is dat er een limiet is gesteld aan het maximumbedrag dat door de beheerder van de kas mag worden uitbetaald.

Kleine kas Zo ook bij een hotelketen, waar de secretaresse van het hoofd Technische Dienst de kleine kas beheerde. Zij was onder meer bevoegd om bedragen tot maximaal 500 euro te betalen aan leveranciers die niet op rekening leverden. Er zat standaard 2.000 euro in de kas. Deze werd wekelijks opgemaakt en

ook de kasuitgaven kritisch onder de loep. Hij stuitte op ‘originele’ facturen van bestaande leveranciers met bedragen tussen de 150 en 200 euro. Deze facturen kon hij niet thuisbrengen. Toen na een aantal telefoongesprekken met de betreffende leveranciers bleek dat deze facturen niet door hen waren opgemaakt en ingediend, voelde hij nattigheid en besloot hij tot een officieel onderzoek. De onderzoekers maakten een forensische kopie van de harde schijf van de computer van de secretaresse. Nadat de ‘verwijderde’ bestanden waren teruggehaald, bleek dat alle aangetroffen ‘originele’ facturen door de

Schenk bij declaraties ook aandacht aan relatief lage bedragen aangevuld. Gemiddeld waren er circa tien kasbetalingen per week. Aan het einde van de week werd de kas netjes opgemaakt en werd het uitgegeven geld door de afdeling Boekhouding aangevuld. De secretaresse deed dit alles volledig zelfstandig en dat al gedurende een dienstverband van achttien jaar. In de procedure was elk half jaar een controlemoment ingebouwd, waarbij de kas werd geteld door iemand van de boekhouding. De secretaresse was nog nooit op een fout ‘betrapt’. Tot het moment dat in verband met de recessie drastisch moest worden bezuinigd op het budget van de Technische Dienst. Tijdens deze bezuinigingsoperatie nam het hoofd Technische Dienst

56

secretaresse zelf waren gemaakt en vervolgens geprint op de kleurenprinter van de Technische Dienst. In het daarop volgende confronterende gesprek gaf zij toe op deze wijze circa 9.000 euro aan zichzelf te hebben uitbetaald.

Dubbel declareren Een onduidelijke hiërarchie – ofwel wie is de baas van de baas? – blijkt in de praktijk fraude ook in de hand te werken. Zo werkte bij een grote beursgenoteerde onderneming een afdelingshoofd, die voor zijn diverse taken verantwoording moest afleggen aan twee directeuren. Van deze constructie maakte hij echter ook gebruik bij het indienen van zijn declaraties. Toen een

Security Management nummer 4 april 2012

wakkere medewerker van de salarisadministratie argwaan kreeg en er onderzoek werd gedaan, bleek dat de man gedurende 1,5 jaar exact dezelfde bonnen bij beide directeuren had gedeclareerd en zodoende al zijn declaraties dubbel uitbetaald had gekregen.

Bonnen van anderen Een corpulente verkoper vertelde aan zijn vrouwelijke collega’s van de financiële administratie dat hij stevig aan het afvallen was. Dat deed hij door tijdens de lunch shakes te nuttigen. Eén van de dames op de administratie kreeg korte tijd later een declaratie van de man in handen, waarop hij een behoorlijk aantal lunches in wegrestaurants declareerde. Dit leek dus geheel in tegenspraak met zijn gemelde afvalrace. Na een korte observatie bleek de man regelmatig een kop koffie te halen bij wegrestaurants. Bij het afrekenen nam hij bonnen mee van klanten die deze hadden laten liggen of in de prullenbak hadden gegooid. Deze declareerde hij. In het confronterende gesprek erkende hij dit al lange tijd te doen. Dit was zo’n gewoonte geworden dat hij was vergeten dat hij trots over zijn afvalrace had verteld op de administratie.

Advies Schenk bij declaraties van medewerkers ook aandacht aan relatief lage bedragen. 10 x 50 euro is immers ook 500 euro. ‹‹ * René Terwey is directeur van VMB security & solutions te Almere (www.vmbrecherche.nl)


recht

Schuldbekentenis terzijde geschoven Een werkneemster wordt verdacht van diefstal. In een gesprek met onder meer de bedrijfsrecherche tekent zij een schuldbekentenis van 115.500 euro voor de terugbetaling van de gestolen goederen. Maar de rechtbank vindt dat de werkneemster daar niet aan gebonden is, omdat de werkgever misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden. ROB POORT *

E

en werkneemster werkt sinds 2008 als verkoopster bij een warenhuisketen. In september 2010 wordt een onderzoek ingesteld, omdat zij wordt verdacht van diefstal van kleding uit de magazijnen. Om dit vast te stellen zijn onder meer camera’s opgehangen in de magazijnen van twee vestigingen. De verkoopster wordt met deze diefstal geconfronteerd in een gesprek met de bedrijfsleider en een medewerker van

gifte gedaan van diefstal en vordert vervolgens bij de civiele rechter veroordeling van de werkneemster om het schadebedrag te voldoen. De werkgever beroept zich daarbij op de ondertekende schuldbekentenis. De werkneemster stelt echter dat er sprake is van misbruik van omstandigheden, omdat zij niet goed besefte wat zij deed toen zij de schuldbekentenis met de verklaring tot de betaling van de schadevergoeding ondertekende.

De werkgever had de werkneemster van tevoren beter moeten informeren over de gevolgen de bedrijfsrecherche. In dit vijftien minuten durende gesprek bekent zij de diefstallen. Aan de hand van haar verklaringen wordt berekend voor welk bedrag zij goederen heeft weggenomen. Het schadebedrag is 115.500 euro. Dit wordt vastgelegd in een schuldbekentenis, waarin de werkneemster ook verklaart dat zij het schadebedrag middels inhouding op haar salaris of anders door middel van een betalingsregeling zal terugbetalen. De verklaring wordt door de bedrijfsrechercheur direct uitgetypt en de drie A4-tjes worden geprint en kort na het gesprek door de drie partijen ondertekend. De werkneemster wordt nog dezelfde dag geschorst en kort daarop ontslagen. De werkgever heeft bij de politie aan-

genomen, die zij bij een voor een dergelijke beslissing normaal te achten voorbereiding niet zou hebben genomen. De werkgever had dan ook moeten begrijpen dat de werkneemster niet zou hebben ingestemd met het schadebedrag, wanneer zij de tijd had gekregen zich te beraden en advies in te winnen. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat er sprake is van misbruik van omstandigheden van de kant van de werkgever. Daarom wordt de vordering van de werkgever om de werkneemster te veroordelen tot betaling van het schadebedrag van 115.500 euro afgewezen.

Aantekening

Misbruik omstandigheden De rechtbank is van oordeel dat het de werkgever kan worden aangerekend dat hij de werkneemster – op korte termijn na haar bekentenis van de diefstal – ook een schuldbekentenis van 115.500 euro heeft laten ondertekenen voor de schadevergoeding. De manier waarop de schuldbekentenis was opgesteld, heeft verstrekkende gevolgen voor de werkneemster. Het had dan ook op de weg van de werkgever gelegen om de werkneemster te informeren over de gevolgen van het ondertekenen van de schuldbekentenis. Dat is kennelijk niet gedaan. Volgens de rechtbank mag aangenomen worden dat de werkneemster door ondertekening van de schuldbekentenis een voor haar nadelige beslissing heeft

Er is sprake van misbruik van omstandigheden als de werkgever wist of had moeten begrijpen dat de werkneemster door bijzondere omstandigheden bewogen werd om in te stemmen met een schuldbekentenis van 115.500 euro en de werkgever ook nog eens de instemming van de werkneemster bevorderde, terwijl hij wist of had moeten begrijpen dat het beter was haar daarvan te weerhouden. Of anders gezegd: de werkgever had de werkneemster van tevoren beter moeten informeren over de gevolgen van het ondertekenen van de schuldbekentenis en haar ook wat meer bedenktijd moeten gunnen. ‹‹ Rechtbank Amsterdam, 23 februari 2012, LJN: BV3669 * mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige (www.bureaupoort.nl)

Security Management nummer 4 april 2012

57


produc ten -/dienstenregister Beveiliging en toegangscontrole

CCTV

Nedap N.V. Security Management Postbus 103 7140 AC Groenlo (T) 0544 471 666 (F) 0544 464 255 (I) www.nedap-securitymanagement.com

Deursloten

Parkeervoorzieningen

Toegangscontrolesystemen

DE PARKEERBEUGEL MET AFSTANDSBEDIENING

072 - 511 59 27 www.privapark.nl

✠Graag ontvang ik meer informatie over de plaatsingsmogelijkheden in het Producten-/ dienstenregister van Security Management.

Organisatie Naam

M/V

Ingevulde coupon kunt u sturen naar:

Postbus Postcode Plaats

U kunt ook bellen: (0172) 46 64 71 of mailen: bumalphen@kluwer.nl

Tel. Email

58

Kluwer t.a.v. Liesbeth van den Hoek Postbus 4 2400 MA Alphen aan den Rijn

Security Management nummer 4 april 2012


Mail uw informatie (met jpg-foto) voor deze rubriek naar adekort@kluwer.nl

Van Berg operationeel directeur In verband met een herstructurering van de directieportfolio is Ruben van Berg per 6 februari aangesteld als operationeel directeur bij Securitas. Van Berg werkt sinds 2002 bij Securi-

tas en was eerder onder andere werkzaam als product manager voor het segment Government & Institutions en area manager voor de regio Zuid-West Nederland.

Trigion blijft ministeries beveiligen Het inkoopcentrum van het ministerie van BZK heeft een groot deel van de interdepartementale aanbesteding beveiligings- en receptiediensten opnieuw aan Trigion gegund. Het ging bij de aanbesteding om het

leveren van beveiligers, receptionisten, centralisten en (mobiele) surveillanten. Het betrof bijna alle kernlocaties van de betrokken ministeries. De nieuwe raamovereenkomst heeft een looptijd van minimaal vier jaar.

Trigion beveiligt haven Den Helder

Security host bij UPC

De beveiliging van de haven in Den Helder is ook de komende drie jaar in handen van Trigion Beveiliging. Dat is het resultaat van een Europese aanbesteding. De beveiliging geldt voor alle havengerelateerde ISPS-locaties in Den Helder. Trigion was ook de afgelopen jaren verantwoordelijk voor de beveiliging.

D&B Security, onderdeel van D&B The Facility Group, verzorgt sinds februari de receptie- en beveiligingstaken bij UPC Nederland. UPC kiest met de security host voor een nieuwe invulling van de beveiligings- en receptiediensten op haar locaties in Nederland, waarbij de nadruk ligt op gastvrijheid en klantgerichtheid.

C1000 positief over DNA-spray De proef met DNA-douches die in 2011 in een aantal C1000-filialen plaatsvond, is positief geëvalueerd.

C1000 heeft de proef in overleg met het CBL en samen met SDNA Forensic Marking en ACV Beveiligingstechniek uitgevoerd, met als doel verschillende aspecten rond de inzet van DNA-douches binnen de levens-

Het CCV is verhuisd Per 26 maart is het kantoor van het CCV gevestigd op een nieuwe locatie: Churchilllaan 11 in Utrecht. De contactgegevens zoals het postbusnummer en de telefoonnummers zijn onveranderd. Uitgebreide adres- en contactgegevens zijn te vinden op: www.hetccv.nl

middelenbranche te onderzoeken. Uit het eindrapport blijkt dat in alle filialen de reacties van ondernemers, werknemers en klanten positief waren. De strategie achter het systeem dat gebaseerd is op preventie door geloofwaardige afschrikking, wordt algemeen positief beoordeeld. Werknemers en klanten geven aan preventie belangrijk te vinden.

contacten en contracten

Rowden directeur marketing & sales

Gary Rowden is benoemd tot verkoop- en marketingdirecteur voor Samsung Techwin Europe Ltd. Hiervoor was hij verkoopdirecteur van IP-distributeur Anixter International. Rowden zal werken vanuit het hoofdkantoor van Samsung Techwin Europe in Chertsey.

Nieuwe locatie BetaGuard BetaGuard is verhuisd. Door de groei van de afgelopen jaren en uitbreiding van werkzaamheden was de leverancier van onder andere tijdelijke beveiligingsoplossingen toe aan een grotere locatie. Het nieuwe adres is: Weijinksweg 30 te Hengelo. Uitgebreide adres- en contactgegevens zijn te vinden op: www.betaguard.nl

Profi-Sec beveiligt Gemeente Almere Profi-Sec Security gaat de beveiligings- en receptiediensten verzorgen van de Gemeente Almere. Het beveiligingsbedrijf uit Rosmalen breidt met deze opdracht zijn opdrachtenportefeuille in de sector Overheidsdiensten uit.

TKH Group neemt Aasset over TKH Group neemt het Franse Aasset Security International over. De acquisitie sluit aan bij de doelstellingen van TKH om de omzet van security systems verder uit te bouwen tot 20 procent van de totaalomzet. Aassett is als leverancier van security-oplossingen en videobewakingssystemen actief in Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

René Burgler, directeur Stafdienst Bedrijfsvoering van Gemeente Almere (links) en Melvin Reingoud, directeur Operations van Profi-Sec Security tekenen de overeenkomst.

Security Management nummer 4 april 2012

59


producten

Mail uw informatie (met jpg-foto) voor deze rubriek naar adekort@kluwer.nl

Uitbreiding Cemacs Security Suite Mactwin Security Solutions introduceert binnen de Cemacs Security Suite twee nieuwe modules: Video Management en Access & ID management. De software ondersteunt de securityprocessen van kleine tot grotere omgevingen. De nieuwe modules bieden uitgebreide functionaliteit voor onder andere: toegangsmanagement, identity management, tijd- en aanwezigheidsregistratie, card management, receptie-

functionaliteit, cameraobservatie, videoanalyse, case management, kentekenplaatherkenning, integrale monitoring. De modules kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingezet, maar vormen te zamen een integrale oplossing voor security management. De software is geschreven vanuit de behoefte van securityprofessionals, maar biedt ook functionaliteit voor aanpalende domeinen, zoals HRM en FM,

Spectra+ bewegingsmelders Friedland presenteert een serie passief-infraroodbewegingsmelders, die onder meer kunnen worden gebruikt voor het automatisch in- en uitschakelen van buitenverlichting. Er zijn in de serie Spectra+ verschillende uitvoeringen. Zo zijn er de geheel draadloze modellen. Daarnaast zijn er diverse typen die bedoeld zijn voor bedrade aansluiting, waarbij keuze is uit een specifiek bewakingsgebied. De PIR-bewegingsmelders zijn ondergebracht in een kunststof behuizing, die voldoet aan beschermingsklasse IP55. Dankzij het 868 MHz frequentiesignaal kan in de open lucht op een reikwijdte van zo’n 200 meter worden gerekend. De toegepaste 9V alkalinebatterij is voldoende voor een werking gedurende twaalf maanden. Bij de

Derde uitgave vluchtwegmap

bedrade melders wordt de keuze bepaald door het bewakingsgebied: 140°, 200° of 360°, bij een detectiebereik van 10, 12 of 15 meter.

Analoge kentekenplaatcamera Osec introduceert met de EL‐ID1 een alles‐in‐één analoge kentekenplaatcamera. De camera heeft een bereik van 5 tot maximaal 18 meter en geeft de kentekenplaten weer van voertuigen tot een snelheid van 50 km per uur. De ingebouwde infraroodverlichting maakt het mogelijk een kentekenplaat weer te geven onder extreme omstandigheden. Wazig beeld, veroorzaakt door beweging en tegenlicht als gevolg van koplampen of zonlicht, wordt gefilterd met een contrastrijk beeld als resultaat.

60

en is eenvoudig te integreren met andere bedrijfsapplicaties op basis van webservices.

De EL‐ID1 kan voor zowel kentekens aan de voor- als aan de achterzijde van een voertuig worden gebruikt. Overdag produceert de camera een zwart-witbeeld, waarbij de kentekenplaat goed zichtbaar is. ’s Nachts of in laaglichtcondities ziet de camera alleen de kentekenplaat.

Security Management nummer 4 april 2012

Assa Abloy Nederland presenteert een nieuwe, derde uitgave van de vluchtwegmap met advies, vluchtroutes, voorbeeldconcepten en schema’s die een keuze voor de juiste oplossing vergemakkelijken. In deze nieuwe vluchtwegmap zijn de vluchtwegnormen NEN-EN 179 en NEN-EN 1125 aangepast aan de nieuwe situatie. Bovendien wordt het Bouwbesluit 2012 toegelicht. Naar aanleiding van alle wijzigingen zijn er tevens nieuwe productbladen en deurconcepten toegevoegd. De huidige deurconcepten zijn geactualiseerd en voorzien van de nieuwste producten. Ook de CE-certificeringen en aanvullende NEN-normeringen staan in de nieuwe uitgave op veel productbladen vermeld. De vluchtwegmap kan worden aangevraagd op: www.assaabloy.nl


producten

IP-video-deurintercom met wereldwijde verbinding

Mobotix bundelt de IP-video-deurintercom T24 met een rfid-toegangsmodule (keypad), veiligheidsdeuropener en twee-aderige netwerkmodule (Mx2wire) tot een complete toegangsoplossing. Dankzij ondersteuning van de nieuwe IP-telefoonstandaard is deze deurintercom direct te verbinden met elke VoIP-telefoon en computer, of smartphone met VoIP-software. Bij aanwezigheid van een geschikte netwerkinfrastructuur is het tevens mogelijk overal ter wereld een videoverbinding tot stand te brengen, deuren op afstand te openen of achtergelaten videoberichten en opnamen te bekijken. De deurintercom kan wereldwijd in een netwerk worden opgenomen. Hierbij wordt de IP-telefoonverbinding via dat netwerk zelfstandig tot stand gebracht; er is dus geen centrale besturing of computer nodig. De rfidid-module maakt toegang zonder sleutel mogelijk, met behulp van een transponder in bankpasformaat, of door een pincode in te voeren. De gelezen toegangsverzoeken worden via een twee-aderige kabel versleuteld overgedragen aan de veiligheidsdeuropener, die pas na het verifiëren van de toegangsrechten de deur opent.

Lineair temperatuurdetectiesysteem Siemens Building Technologies brengt haar nieuwe generatie lineair temperatuurdetectiesysteem op de markt: de FibroLaser III-serie. Dit geheel opnieuw ontworpen brandbeveiligingssysteem biedt snelle en nauwkeurige detectie binnen een detectiegebied tot wel 2 x 10 kilometer lengte. De technologie is gebaseerd op een glasvezelkabel en is geschikt voor zowel weg- en spoortunnels als voor parkeergarages en industriële toepassingen. De intelligentie zit bij de FibroLaser in de controller. In de glasvezelkabel zelf zitten geen actieve componenten, waardoor deze in principe niet defect kan raken. Gedurende de levensduur van 25 jaar is er geen onderhoud aan de kabel noodzakelijk. In de nu gelanceerde derde generatie van het brandbeveiligingssysteem wordt de maximale detectielengte van 10 kilometer verdubbeld. Bovendien is de detectie nauwkeuriger en sneller geworden. Op de kabel kunnen nu 1.000 alarmzones worden gedefinieerd. Elke alarmzone kan op basis van verschillende alarmcriteria worden geconfigureerd. De alarmzone kan voor de aansturing van diverse functies worden gebruikt. Bijvoorbeeld: alarmelementen, ventilatie of verlichting.

De controller van de nieuwe generatie kan men uitrusten met 40 ingangen en 106 relaisuitgangen. Met de geïntegreerde Ethernet-interface kan de controller worden geïntegreerd in een netwerk. Voor de modernisering van oudere systemen beschikt het apparaat bovendien over een RS232-interface. De FibroLaserIII-controller werkt in omgevingstemperaturen van -10 tot 60 °C en heeft voor de koeling geen ventilatoren nodig, waardoor het gehele systeem beter bestand is tegen invloeden van buiten. FibroLaser III detecteert zowel warmtestraling als -stroming (convectie) en maakt daarmee branddetectie over grote afstanden mogelijk, met een ruimtelijke resolutie van 0,5 meter. Daarmee is het systeem geschikt voor toepassing in ruwe omgevingen, zoals spoor- en wegtunnels, maar ook voor toepassingen zoals transportbanden, kabelschachten en productielijnen. FibroLaser III is VdS-gecertificeerd overeenkomstig prEN 54-22.

Introductie WiseNetS-serie Samsung heeft haar assortiment IPen netwerkvideobewakingsoplossingen uitgebreid met zes nieuwe camera’s die gebruikmaken van WiseNetS, de nieuwste DSP-chipset (Digital Signal Processor) die speciaal is ontworpen voor de VGA-resolutie IP-camera’s. Andere functies in deze nieuwe compacte Onvif-compatibele camera’s zijn Super Noise Reduction (SSNRIII), Super Dynamic Range (SSDR), en simultane multistreaming van videobeelden tot dertig frames per seconde. Hierbij kan een keuze worden gemaakt uit mjpeg of bandbreedtevriendelijke H.264-compressiemethoden, PoE-bediening (Power over

Ethernet) en polygonale privacymaskering. Behalve standaard bewegingsdetectie, beschikken alle WiseNetS-camera’s ook over ingebouwde gezichtsdetectie.

Security Management nummer 4 april 2012

61


y o ung prof e ss ional

Stijn Merkelbach Leeftijd: 27 Opleiding: Integrale Veiligheidskunde Functie: Branch Manager bij Securitas

Persoonlijk Structuur is een belangrijk begrip in mijn benadering. Dit komt sterk naar voren in de manier waarop ik mijn einddoel bepaal en de zaken die stapsgewijs nodig zijn bij de realisatie hiervan. Ik denk graag in mogelijkheden en oplossingen en werk graag samen met mensen met dezelfde mentaliteit.

Opleidingen Ik heb de studie Integrale Veiligheidskunde gedaan. Mijn keuze voor dit werkterrein komt voort uit mijn sterke rechtsvaardigheidsgevoel. Daarnaast heb ik veel inhoudelijke interesse in veiligheid. Ik lever graag mijn bijdrage aan het einddoel van alle activiteiten waarin mensen en organisaties op het juiste niveau beschermd zijn tegen ongewenste gebeurtenissen.

Carrière Mijn huidige baan is Branch Manager bij Securitas Beveiliging. Daarvoor ben ik werkzaam geweest als Operationeel Manager bij de Gemeente Den Haag, en als projectleider Continuïteitsbeheer bij het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam. Voor meer informatie verwijs ik de lezer graag naar mijn LinkedIn profiel: http://nl.linkedin.com/in/stijnmerkelbach

Wat ik heb geleerd van mijn managers … is allereerst het steeds redeneren vanuit een visie of strategie en het controleren of activiteiten daaraan bijdragen. Maar ook om binnen de juiste kaders te delegeren.

Wat mijn managers van mij hebben geleerd ... is dat daar waar in het verleden over het algemeen meer aansturende vaardigheden nodig waren in mijn functiesoort, mijn manager naar mij toe nu een meer faciliterende rol heeft. Daarnaast heeft mijn manager vakinhoudelijk van mij geleerd.

Security management ontwikkelt zich tot … Risico’s veranderen in een tijd waarin het uitwisselen van informatie razendsnel gaat en uiterst confidentiële informatie digitaal beschikbaar is, op elke plaats ter wereld. Opvallend is dat slechts 2 procent van de huidige securityverantwoordelijken betrokken is bij ICT-beveiligingsvraagstukken. Het vakgebied zal zich meer en meer ontwikkelen richting dit domein. Vaak wordt gesproken over security (management). Ik meen

62

Security Management nummer 4 april 2012

echter dat deze term niet de lading dekt van alle activiteiten. De oplossingen die worden geboden binnen dit brede vakgebied, dragen bij aan de bedrijfscontinuïteit. Het vakgebied zal daarom steeds meer vanuit dit vertrekpunt worden gerealiseerd. ‘Security als onderdeel van de bedrijfscontinuïteit’. Hierbij zal naast het voorkomen van een ongewenste gebeurtenis door security, meer structureel worden gekeken naar de activiteiten die nodig zijn na het optreden van een ongewenste gebeurtenis om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

De security manager verdwijnt, omdat … In mijn optiek verdwijnt de manager en komt de consultant. Een rol waarin een inhoudelijk advies wordt geven aan de directie van bedrijven. Hierin staat centraal dat de directie beslist en ‘managet’. De consultant stelt de impact (financiële schade) van de potentiele continuïteitsrisico’s vast en geeft oplossingen - inclusief de bijbehorende kosten - zodat ‘security’ een meer bedrijfskundige benadering vormt. Hiermee vinden maatregelen een feitelijke en doordachte grondslag.

Social media Ik gebruik LinkedIn redelijk intensief en ervaar dit als zeer positief. Naast het feit dat je eenvoudig relaties tussen mensen kunt leggen, benader ik ook mensen via dit medium.

Securitytrends 1. Security zal zich steeds meer gaan richten op ICT-vraagstukken 2. Security wordt een meer bedrijfskundig continuïteitsvraagstuk 3. Continuïteitsvraagstukken spelen zich af op een hoger niveau in een organisatie

Over 5 jaar ben ik … meer projectmatig actief met inhoudelijke continuïteitsvraagstukken.

In deze rubriek aandacht voor jonge securityprofessionals. Zij komen aan het woord over hun opleiding, hun carrière, het vakgebied en hun ambities. Aanmelden van personen voor deze rubriek kan bij de redactie: adekort@kluwer.nl


De deur staat altijd voor u open

Iedereen waardeert een vriendelijke ontvangst bij het betreden van een kantoor. Maar gastvrijheid mag niet ten koste gaan van veiligheid. Dat weten wij van Trigion maar al te goed. Daarom zetten wij altijd de juiste mensen in. Vriendelijke, uitstekend opgeleide en doortastende professionals. Wij zoeken proactief naar nieuwe oplossingen voor een gastvrije ontvangst ĂŠn efficiĂŤnte bescherming van mensen en eigendommen. Onze opdrachtgevers waarderen dat. Dat blijkt niet alleen uit onze klanttevredenheidsonderzoeken maar ook uit onze langdurige relaties. Omdat we doen wat er van ons verwacht wordt. En eigenlijk net iets meer dan dat. Wilt u weten wat Trigion voor uw organisatie kan betekenen? Kijk voor meer informatie op www.trigion.nl of bel (010) 298 11 33.

Trigion. Toonaangevend in veiligheid

De juiste mensen op de juiste plek


Detector

A R R E S TAT I E S Dankzij bevestiging door

DRAADLOOS

CA

M ER A

videobeelden zorgt het Videofied® - systeem dat inbraken per direct vermeden Infrarode LED’s

worden.

GAR AN D E E R uw Veiligheid

D R A AD LOZE VID EO B EVEILIG IN G • Geen kabelaansluiting • Levensduur van de batterijen: 4 jaar • IP65 : weersbestendig • Van -20°C tot +60°C • Snelle installatie • Draadloze technologie • Voorkomt loss alarm

VID EO FIE D - SYSTE E M

www.videofied.com

SECURITY_2012_04