Page 1

Zesde jaargang nr.6 DECEMBER 2013

BR ME AN ER DV NI EIL EU IG WS .CO M

Thema Bouwkundige brandpreventie / Installatietechniek Rondetafeldiscussie over Brandveiligheid


Beveiliging | Aviation Security | Receptie Services | Bedrijfsrecherche, ICT-security, Consultancy & Opleidingen Brand en Beveiligingstechniek | AlarmServiceCentrale | Toezicht & Handhaving | Evenementenlogistiek en verkeersbegeleiding

Veiligheid krijgt een gezicht Veiligheid blijft een basisbehoefte voor medewerkers en gasten van uw organisatie. Een basisbehoefte waar Trigion, als meest toonaangevende en meest complete beveiligingsbedrijf van Nederland, als geen ander aan voldoet. We staan voor decennia aan ervaring, opgedaan bij gerenommeerde en veeleisende opdrachtgevers. Het maakt Trigion tot dĂŠ toonaangevende partner in veiligheid. Een partner die veiligheid een gezicht geeft. Dat doen we met ruim 8.000 medewerkers die ingezet worden voor alle bekende diensten op het gebied van beveiliging en veiligheid. Uiteraard afgestemd op uw specifieke behoefte. Bent u benieuwd hoe wij veiligheid een gezicht kunnen geven binnen uw organisatie? Kijk dan op www.trigion.nl of bel (010) 298 11 33. Trigion. Toonaangevend in veiligheid

De juiste mensen op de juiste plek


8

Inhoud

Thema Bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

10

8 | Deregulering beïnvloedt bouwkundige brandpreventie 10 | Doorvoeringen belangrijk voor brand- en rookveiligheid 14 | ‘Wie de geschiedenis kent, kent de toekomst’

30 Verder in dit nummer

36

6

NIEUWS

18

CORROSIEVORMING IN SPRINKLERINSTALLATIES

22

UIT HET BRANDLAB

25

EEN NIEUWE REGELING BRANDREGRES

28

OP ZOEK NAAR EEN STOK ACHTER DE DEUR

30

PRAKTIJK

32

BASIS VOOR BRANDVEILIGHEID

34

BRANCHE-INFORMATIE VBE

36

SCHADEPRAKTIJK

37

COLUMN JORIC WITLOX

39

PRAKTIJKTOEPASSING

41

CONGRES BRANDBEVEILIGINGSSYSTEMEN

42

BEDRIJVENINDEX nummer 6

december 2013

3


Hoe veilig is een schacht?

.

H

et is daarom dat schachten optimaal uitgevoerd dienen te worden. De uitvoeringen van de schachten worden in het algemeen volledig benut. Alle installaties worden erin gestopt en de schacht wordt kleiner. De brandlast in de schachten neemt niet af in de loop van de jaren maar neemt juist alleen maar toe. Het is dan ook van groot belang dat de uitvoering van de schachtwanden en

openingen in de schachten goed worden uitgevoerd. Er wordt wel steeds meer gecontroleerd op de buis- en kabeldoorvoeringen. Het beste is natuurlijk om al CE-gemarkeerde systemen toe te passen. Dan is het zeker dat die voldoen aan de Europese testmethode en aan het Bouwbesluit 2012. schachten. De inspectie luiken!.

Inspectieluiken Inspectieluiken van DMS Brandwerende Systemen voldoen aan alle nieuwe regelingen en testmethodes. De testen zijn op de luiken zijn tweezijdig uitgevoerd. Dus brand van zowel in als buiten de schacht is getest. Er zijn verschillende uitvoeringen mogelijk. EI120/EI90/EI60/EI30 ( o i volgens de classificatie rapport volgens EN13501 - 2 onafhankelijk van het wandsysteem met een minimale metalstud profiel van CW50 Mogelijke plaatdiktes zijn, 2 x 20mm , 2 x 25mm , 3 x 15mm en in 2 x 12.5 mm GKF met of zonder minerale wol.. Het inspectieluik moet uiteraard in een minimaal gelijkwaardige wand geplaats worden. De inspectieluiken zijn ook getest in massieve wanden. Ook voor plafondsystemen zijn er vele oplossingen. De geluidsisolatie van lichtgewicht wand wordt niet be誰nvloed door de installatie van het inspectieluik volgens de rapporten. Tevens zijn de luiken ook stofdicht.

Verschillende optische bekleding voldoen aan alle eisen . Getest volgens EN 1364 deel 1 en EN 1634 deel 1 en geclassificeerd volgens EN 13501 deel 2. Uitgebreide informatie en montage voorschriften is eenvoudig van onze site www.brandwerendeconstucties.nl te downloaden.

Tel:0031(0)486-461880 Web:www.brandwerendeconstructies.nl


Colofon B+B VAKMEDIANET

Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Monique van der Woude Medewerkers aan deze uitgave Dennis van Asselt, Frank Donkers, Erwin van Leeuwen, Marko van Leeuwen, Leo Porrio, Betty Rombout, Emiel van Rossum, Jan Sterk, Aad van den Thoorn en Joric Witlox Redactieraad De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.

Coen van Beek, Eric Bosscher, Xander van Bree, Arnoud Breunese, Maarten de Groot, Dingeman de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen en Joric Witlox Art Direction Mr. Richardson Vormgeving Publish Impulse Group - Cross media Solutions Alphen aan den Rijn Cover Fotografie: Jasker Kamp. Ontwerp: Arjan Anderiessen, Mr. Richardson Uitgever Geert van den Bosch, geertvandenbosch@vakmedianet. nl Marketing Leendert van Wezel, leendertvanwezel@vakmedianet.nl Juliette Lammers, juliettelammers@vakmedianet.nl Accountmanager Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl Abonnementenadministratie & Traffic klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088 - 5840888 Adres B + B Vakmedianet Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn Tel. 088-5840918 www.brandveilig.com, info@brandveilig.com Abonnementen Brandveilig.com is een tweemaandelijkse uitgave. Abonnement: Nederland € 97,50, overige landen € 120,00, los nummer € 17,00. Prijzen exclusief BTW. Abonnementen worden automatisch verlengd, tenzij twee maanden voor vervaldatum schriftelijk is opgezegd. Bankrelatie ING bank 65.23.73.763 Druk Van der Wiel & Rosmalen Drukkers, Arnhem Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopie-en, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Disclaimer Alle in Brandveilig.com opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. B + B Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.

Verantwoordelijkheid In de eerste negen maanden van dit jaar deden zich al 109 grote bedrijfsbranden voor waarbij de schade wordt geraamd op één miljoen euro of meer, zo blijkt uit recente cijfers van het NIVRE. Het totale schadebedrag van ruim een half miljard euro is nog geen record: in 2000 was dit door de vuurwerkramp in Enschede 571 miljoen euro. Maar zodra de cijfers van het laatste kwartaal bekend worden, zou 2013 weleens een recordjaar kunnen Arjen de Kort blijken te zijn. hoofdredacteur Brandveilig.com Na het lezen van dit bericht concluarjendekort@vakmedianet.nl deerde ik dat er nog veel te schrijven is over brandveiligheid. Immers, als het zo vaak mis gaat ontbreekt het kennelijk aan bijvoorbeeld kennis en bewustzijn. Dat leerde ook de rondetafeldiscussie over dit onderwerp, waarvan u in dit nummer het verslag kunt lezen. Een van de stellingen was: “Brandveiligheid in Nederland is een illusie”. En als je die recente cijfers leest, slaat deze stelling de spijker op de kop zo lijkt het. Maar cijfers zijn altijd voor meerdere uitleg vatbaar. Want ook al stelde een van de deelnemers dat als het gaat om brandschade Nederland het in de EU inderdaad niet goed doet en vierde van onderen staat, bracht een ander daar tegenin dat we gemeten naar het aantal dodelijke slachtoffers als een van de brandveiligste EU-landen uit de bus komen. “Maar dit soort cijfers zijn er vaak vooral voor het shockeffect”, concludeerde weer een andere deelnemer. Daarom ging de discussie ook over wie verantwoordelijk is voor de brandveiligheid. Een vraag die als gevolg van de verdergaande deregulering - denk aan de aanstaande privatisering van de kwaliteitsborging bouwregelgeving waarvan de brandveiligheidsregelgeving onderdeel uitmaakt - steeds urgenter wordt. De deelnemers waren het met elkaar eens dat alle betrokkenen daarom hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Bijvoorbeeld om door voorlichting en communicatie het kennis- en bewustzijnsniveau van brandveiligheid te vergroten. Met de nieuwe regeling Brandregres wordt dit voor ondernemers nog belangrijker. Zij kunnen na 1 januari 2014 namelijk geconfronteerd worden met regresacties van brandverzekeraars als onvoldoende preventie heeft geleid tot het ontstaan van een brand. Met name bedrijven die brandgevaarlijke werkzaamheden uitvoeren, worden zo aangesproken op hun maatschappelijke verplichting om hun werkzaamheden op de juiste wijze uit te voeren en hun preventie op orde te hebben. Al met al voldoende ontwikkelingen waarover Brandveilig.com u ook het komende jaar zal informeren. Voor nu wens ik u prettige en brandveilige feestdagen. Brandveilig.com nummer 1 verschijnt op 18 februari 2014.

B + B VAKMEDIANET IS AANGESLOTEN BIJ HET OPLAGE INSTITUUT (HOI) ISSN-NUMMER: 1876-5750

nummer 6

december 2013

5


NIEUWS

Agenda 17 DECEMBER 2013 AAN DE SLAG MET DE DYNAMISCHE RI&E DOORN HTTP://PRAKTIJKDAG.ARBOONLINE.NL/

Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com

28 JANUARI 2014 SEMINAR BRANDOVERSLAG EN WBDBO TIEL WWW.BP-AC.NL

30 JANUARI 2014 DAG VAN DE VEILIGHEIDSREGIO EINDHOVEN WWW.DAGVANDEVEILIGHEIDSREGIO.NL

14 APRIL 2014 NATIONAAL BRANDVEILIGHEIDSCONGRES 2014 EDE WWW.SBRCURNET.NL

Watermistprogramma Ajax Fog breed inzetbaar Het Ajax Fog watermistprogramma van Ajax Chubb Varel is recentelijk uitgebreid met een lagedruk watermistsysteem. Daar waar conventionele sprinklersystemen van toepassing zijn, zal het Ajax Fog lagedruk watermistsysteem een betere en duurzame oplossing bieden. Watermist heeft een hoger blusrendement dan een conventioneel sprinklersysteem met minder gebruik van water. Watermist werkt met kleine waterdruppels wat ervoor zorgt dat er een groot koelend vermogen ontstaat en de warmte snel wordt onttrokken uit de brandhaard. Bij activering van een watermistsysteem is de waterschade aanzienlijk minder dan bij conventionele sprinklersystemen. Het Ajax Fog hoge en lagedruk watermistprogramma is voor diverse toepassingen voorzien van goedkeuringen; zowel op systeem- en componentniveau. Hierdoor zijn watermistsystemen certificeerbaar en kunnen dus volledig als gelijkwaardig alternatief voor conventionele sprinklersystemen worden toegepast. Ajax Fog lagedruk watermistsysteem zijn vooral zeer geschikt om toe te passen voor turbines en motoren, in de scheepvaart, tunnels, hotels, ziekenhuizen, zorgcentra, computerruimtes, datacentra en zowel in hoog- als laagbouw.

Van duurzaam ondernemen tot veilige werkomgeving Van 15 - 17 januari vindt de zestiende editie plaats van vakbeurs Facilitair. Drie dagen lang kunnen professionals terecht in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch voor de meest uiteenlopende zaken op het gebied van facilitair management. Facilitair 2014 biedt uiteenlopende producten en diensten voor het bedrijfsleven, het onderwijs, de overheid en de zorg. Diversiteit is één van de onderwerpen waarop de vakbeurs zeer goed scoort. Beursmanager Aleike Roos: “Het algemene aanbod van standhouders op de vakbeurs Facilitair is zeer gevarieerd.” Ook voor energiebesparing en verantwoord en duurzaam ondernemen zal op de zestiende editie - met als thema duurzaamheid - de nodige aandacht zijn. Verder vinden tijdens de beursdagen diverse bijeenkomsten plaats. Net als in 2013 is er een Noviteitenplein met presentaties van alle kandidaten voor de FGNoviteitenprijs 2014. De toegang tot Facilitair 2014 is na registratie op www.vakbeursfacilitair.nl gratis. Daar zijn tevens de voorlopige standhouderslijst en de bijbehorende plattegrond te vinden. Voor meer informatie over de FGNoviteitenprijs, kunnen belangstellenden terecht op www.fgnoviteiten.nl.

Bureau Veritas neemt belang in CIBV Bureau Veritas dat onder meer inspecties en certificaties van brandbeveiligingssystemen uitvoert neemt een belang in de Certificatie Instelling voor Beveiliging & Veiligheid CIBV. In 2011 ging Bureau Veritas al een strategische samenwerking met de CIBV aan. Het belang van Bureau Veritas in CIBV heeft geen consequenties voor de deelname van R2B Inspecties aan CIBV. CIBV is een certificatie-instelling op het gebied van productcertificatie van brand- en inbraakbeveiliging. Bureau Veritas en R2B Inspecties hebben zich op dit terrein geprofileerd als onafhankelijke inspectie-instelling. CIBV blijft door middel van licentie-overeenkomsten met ook andere inspectie-instellingen op dit werkgebied een vruchtbare samenwerking voor steekproefinspecties in het kader van productcertificatie nastreven.

6

nummer 6

december 2013


NIEUWS Groot deel C2000-portofoons vervangen Een groot deel van de brandweerlieden in Nederland krijgt binnenkort een andere portofoon. De brandweer Midden- en West Brabant is namens 15 van de 25 veiligheidsregio’s een aanbesteding gestart om een groot deel van de brandweerlieden in Nederland binnenkort van een andere portofoon te voorzien. De nieuwe portofoon komt in plaats van de C2000-portofoons, die regelmatig problemen veroorzaakten. Zo traden er storingen op tijdens grote incidenten, als veel hulpverleners onderling met elkaar wilden communiceren. Tijdens de rellen in Haren kampte de Groningse politie hier nog mee. Ook specifiek voor de brandweer spelen de communicatieproblemen met het C2000-systeem al langer. Het C2000-systeem wordt niet afgeschaft. Het blijft in gebruik voor communicatie tussen brandweerlieden die bijvoorbeeld een brandend pand ingaan en hun bevelvoerders. Wel krijgen de bevelvoerders een nieuwere C2000-portofoon. Daarvan zijn er 4500 besteld.

Brandbeveiliging windmolens schiet tekort Windmolens in Nederland zijn onvoldoende beveiligd tegen brand. De brandweer is niet altijd in staat adequaat hulp te verlenen als het misgaat. Dat verklaarden experts tegen BNR Nieuwsradio naar aanleiding van de recente brand in een windmolen in het Zuid-Hollandse Ooltgensplaat, waarbij twee monteurs om het leven kwamen. “Als er een brand uitbreekt als gevolg van oververhitting of kortsluiting zijn er genoeg brandbare materialen in de vorm van olie en smeermiddelen. Hierdoor kan de brand zich sneller ontwikkelen”, zegt brandveiligheidsexpert Frank Butterman. Personeel zou ook onvoldoende getraind zijn in het handelen tijdens noodsituaties.

2013 mogelijk recordjaar grote brandschades Het jaar is nog niet afgelopen, maar nu al is er ruim een half miljard euro schade door bedrijfsbranden. In de eerste negen maanden van dit jaar deden zich in ons land reeds 109 grote branden voor waarbij de schade wordt geraamd op één miljoen euro of meer. Dit is het hoogste aantal miljoenenbranden sinds de start van de registratie ervan in 1998, zo blijkt uit de meest recente cijfers van het NIVRE. Een uitschieter in het derde kwartaal is de brand bij een kunststofbedrijf in Zevenaar in september. Die brand leidde tot een schade van 65 miljoen euro. In juli had een afvalverwerkingsbedrijf in Alkmaar 57 miljoen euro schade door brand. Een andere afvalverwerker in Leiderdorp had in augustus 14,5 miljoen euro brandschade. Het schadebedrag door bedrijfsbranden in de eerste negen maanden van 2013 is geen record. In 2000 was het schadebedrag hoger: 571 miljoen euro. Dat hoge bedrag werd veroorzaakt door de vuurwerkramp in Enschede. Volgens het Verbond van Verzekeraars ontstaan veel branden tijdens het werk. “Denk dan aan iemand die aan het lassen, solderen of slijpen is. Meestal gebeurt het onbewust en gaat iemand aan het werk en loopt het uit de hand.” ADVERTEERDERSINDEX Zeker één op de tien bedrijfsbranden ontstaat tijdens brandgevaarlijke werkzaamheden. Dat betekent – naast direct gevaar – veel schade op korte en lange Hertek B.V. 13 termijn. Om ondernemers bewust te maken van brandrisico’s en hen te helpen Dictator Productie BV 40 Dutch Marine Systems B.V. 38 brandveilig te ondernemen heeft het Verbond van Verzekeraars een vernieuwde Dutch Marine Systems B.V. 4 Checklist Brandgevaarlijke Werkzaamheden gepubliceerd op checklistbrand.nl. Metacon B.V. 40 Voor de checklist werkte het Verbond van Verzekeraars samen met Brandweer SALTO SYSTEMS BV 12 Nederland, VNO-NCW en MKB-Nederland. Trigion Brand & Beveiligingstechniek 2 Zie ook: Brandveilig.com, nummer 4 /2013 het artikel “Failliet na brand” van Jan Walraven B.V. 44 Sterk.

nummer 6

december 2013

7


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

Doel is om met brandveilige producten een brandveilig gebouw te realiseren.

8

nummer 6

december 2013


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

Frank Donkers *

Deregulering beïnvloedt bouwkundige brandpreventie De door de overheid ingezette deregulering als het gaat om bouwregelgeving heeft ook gevolgen voor de passieve brandveiligheid. Wat zijn de effecten hiervan op de bouwkundige brandpreventie?

U

it de meest recente statistieken blijkt dat de meest voorkomende oorzaak van brand in utiliteitsgebouwen wordt veroorzaakt door brandstichting. Bijna de helft van alle grote branden wordt opzettelijk aangestoken, aldus Marko van Leeuwen (Verbond van Verzekeraars). Brandveiligheid is bij alle gebouwtypen van belang. Echter bij het ontwerpen en bouwen van scholen, ziekenhuizen en andere publieke gebouwen, is de prioriteit nog vele malen hoger door het grote aantal gebruikers van het gebouw.

Deregulering

Tot voor kort verkeerde de markt in de veronderstelling dat de verantwoordelijkheid voor het brandveilig ontwerpen en bouwen van gebouwen ligt bij de architecten, adviesbureaus, aannemers en onderaannemers. Deze denklijn vindt zijn oorsprong vanuit de nationale bouwregelgeving die brandveiligheid waarborgt op een minimumniveau binnen de kaders van het Bouwbesluit. Ondertussen is de trend van deregulering ingezet, wat tot gevolg heeft dat de overheid de verantwoordelijkheid inzake de passieve brandveiligheid door middel van minder regels probeert over te hevelen naar de markt. Gebouweigenaren krijgen zonder dat zij zich daar altijd van bewust zijn meer verantwoordelijkheid. Inmiddels begint het besef door te sijpelen dat men zich actief met het ontwerp- en bouwproces van het

Gebouweigenaren moeten een nauwere relatie aangaan met schadeverzekeraars gebouw dient bezig te houden. Vooruitlopend op de deregulering zijn principalen door verschillende branches gewezen op hun verantwoordelijkheid, maar het is de vraag of deze stakeholders wel voldoende kennis en ervaring in huis hebben om conform de nieuwe spelregels te gaan acteren.

eigenaar van het pand de kans dat zijn gebouw niet verzekerd kan worden. Uiteindelijk zorgt dit niet alleen voor brandveiliger gebouwen, maar tevens voor financiële voordelen aangezien de premies lager worden ingeschaald door de schadeverzekeraars.

Schadeverzekeraars

Met deregulering van passieve brandveiligheid in volle gang is het nu hoog tijd voor gebouweigenaren om de verantwoordelijkheid op zich te nemen en een nauwe samenwerking aan te gaan met de schadeverzekeraars, die met behulp van de nodige certificeringen genoeg tools in handen krijgen om de intrinsieke kwaliteit van brandveilige producten te controleren en zo een brandveilig gebouw te kunnen realiseren.

Hier ligt wellicht een nieuwe rol voor de schadeverzekeraars, die een belangrijke plaats in dit proces kunnen gaan innemen. Tegelijkertijd is ‘de markt’ druk bezig om integrale controlesystemen te ontwikkelen, waarmee de brandveiligheid van gebouwen kan worden geborgd tijdens ontwerp-, bouw- en gebruiksfase. In Engeland zijn ze op dit vlak al verder, aangezien ze deze deregulering reeds enkele jaren geleden hebben geïmplementeerd. Daar zie je dat de verzekeraar meer in het ontwerpproces wordt betrokken, waardoor vroegtijdig in het traject de juiste materialen, detailleringen en montagevoorschriften kunnen worden gekozen. Mochten er door de verantwoordelijke onbewust de verkeerde beslissingen worden genomen, dan loopt de

Conclusie

* Frank Donkers is Managing Director Benelux Kingspan Geïsoleerde Panelen. Dit artikel is geschreven namens de projectwerkgroep Platen, Blokken, en Isolatie van BBN.

nummer 6

december 2013

9


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

Aad van den Thoorn *

Doorvoeringen belangrijk voor brand- en rookveiligheid Doorvoeringen door wanden en vloeren zijn potentiële zwakke plekken bij het creëren van brandcompartimenten in een gebouw. Fabrikanten ontwikkelen nieuwe producten en de regelgeving is voortdurend in ontwikkeling. Naast brandwerende oplossingen krijgen daarin ook rookwerende voorzieningen steeds meer aandacht. Het waren redenen om de bestaande SBR/ISSO-publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ uit 2010 te updaten. Wat is er nieuw in deze update en waar liggen de accenten?

I

n elk gebouw, woonhuis, kantoor of fabrieksgebouw, komen leidingen, kanalen of kabels voor die water, gas, lucht of elektriciteit transporteren. Leidingen, kabels of ventilatiekanalen die wanden en vloeren passeren met een brand- of rookwerende functie moeten ook brand- en/of rookwerend zijn. Het Bouwbesluit en andere regelgeving stellen eisen aan die doorvoeringen, en de verschillende fabrikanten en leveranciers spelen met hun producten in op die eisen. De doorvoeringen in kwestie en de leidingen kunnen zijn uitgevoerd in metaal zoals verzinkt staal, of uit kunststof, waarin een grote variëteit bestaat. Welke producten zijn er op de markt om deze leidingen, kanalen en kabeldoorvoeringen brandwerend te maken en in welke situaties moeten die worden toegepast? Vanuit de behoefte aan deze informatie is in 2010 de publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ uitgebracht als praktijkgids voor architect, aannemer, installateur en gebouwbeheerder.

Wat is nieuw?

Ir. Carolien Boot - Dijkhuis is auteur van de nieuwe editie van de publicatie Brand- en rookwerende doorvoeringen.

10

nummer 6

december 2013

Vanwege de vele nieuwe ontwikkelingen is besloten een update van deze publicatie te maken. Wat is er anders of nieuw in deze herziening? Wij vroegen dat aan ir. Carolien Boot, senior projectleider fire safety engineering bij Efectis Nederland, en auteur van de huidige en de nieuwe publicatie.


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

Boot: “In de eerste plaats is er op het gebied van regelgeving het nodige veranderd. Het Bouwbesluit 2012 is nu van kracht en de norm NEN 6069 is gewijzigd; in NEN 6069 worden voor doorvoeringen en ventilatiekanalen nu de Europese normen aangestuurd. Daarnaast spelen we met de publicatie nu al in op de nieuwe norm NEN 6075, die gericht is op het weren van koude rook.” Het Bouwbesluit 2012 stuurt deze norm nog niet aan, maar dat gebeurt in de toekomst (2014/2015) wel. Met het weren van ‘koude rook’, blijven vluchtroutes langer rookvrij en wordt materiële schade door rook en roet beperkt. Onderscheid zal worden gemaakt in het weren van rook van 20 ˚C (=rookdoorlatendheid Sa) en van

RELEVANTE NORMEN 1. Bouwbesluit 2012: Hierin is de brandtechnische indeling veranderd (begrippen); regels i.v.m. vluchten zijn veranderd (principe en begrippen); eisen aan brand- en rookwerende scheidingen zijn iets gewijzigd. 2. NEN 6069 - Experimentele bepaling brandwerendheid: Aansturing Europese normen voor ventilatiekanalen (NEN-EN 1366-1 en -2) en (officiele) aansturing Europese norm voor

In de update wordt veel aandacht besteed aan nieuwe producten van fabrikanten en leveranciers 200 ˚C (=rookdoorlatendheid S200). Doorvoeringen door een rookwerende wand moeten zelf ook rookwerend zijn. Onder de oude NEN 6075 (die nu dus nog van kracht is) is een brandwerende doorvoering tevens een rookwerende doorvoering. Doorvoeringen die brandwerend zijn uitgevoerd (en daarmee hete rook weren) houden echter niet per definitie ook ‘koude rook’ tegen. Grafiet in manchetten schuimt bijvoorbeeld pas op bij temperaturen van 120 – 150 °C; daarvoor kan rookverspreiding via een niet goed aansluitend manchet plaatsvinden. Om bij 20 °C een goede afdichting te krijgen moet de sparing rondom een buis visueel dicht zijn, bijvoorbeeld met een al dan niet brandwerende kit of met het voorzien een compriband in een manchet.

Ventilatiekanalen

Een ander punt dat in de update ruim aandacht krijgt zijn ventilatiekanalen. Omdat deze de verspreiding van brand en rook sterk kunnen bevorderen, zijn in deze kanalen ter plaatse van de doorvoering door brandwerende wanden of vloeren brandkleppen opgenomen. Boot: “In de praktijk is er veel onduidelijkheid over de manier waarop die kanalen moeten worden opgehangen en over de plaatsing van die brandkleppen. In de praktijk van bijvoorbeeld renovatieprojecten kunnen die kleppen niet altijd in de wand worden

doorvoeringen (NEN-EN 1366-3) 3. NEN 6075 - Bepalingsmethode rookwerendheid: koude rook. Deze norm is nog niet van kracht, maar in de publicatie wordt al wel aangegeven welke sing van deze norm op de doorvoeringen heeft.

Rookgasafvoerkanalen

Nieuw in de publicatie zijn de rookgasafvoerkanalen (RGA) en verbrandingsluchttoevoerleidingen (VLT). Zowel in woord als in beeld wordt aangegeven op welke wijze de RGA en VLT-kanalen brand- en/of rookwerend kunnen worden uitgevoerd. Brandtests aan deze systemen vormen daarvoor de basis. Hiermee wordt een hiaat in de regelgeving weggenomen.

Nieuwe producten

In de update wordt ook veel aandacht besteed aan het opnemen van nieuwe producten van de verschillende fabrikanten en leveranciers. Boot: “We hebben geprobeerd een zo breed mogelijk overzicht te geven van wat er op de markt is; het moet tenslotte een objectieve en onafhankelijke publicatie zijn.”

Calamiteiten

Gericht op weren van

consequenties de toepas-

geplaatst, maar moeten ze op enige afstand van de wand komen. Hiervan zijn maar weinig testen bekend; daarom worden hiervoor in de publicatie oplossingsstrategieën gegeven.” Eveneens een belangrijk punt in de update is volgens Boot de voorkoming van rookverspreiding via ventilatiekanalen. Kleppen in ventilatiekanalen worden nu veelal dicht gestuurd met een smeltlood (reageren bij 70 ˚C), maar volgens de nieuwe NEN 6075 (die nog niet door het Bouwbesluit 2012 wordt aangestuurd) moeten kleppen in veel situaties via een rookmelder worden dicht gestuurd, om ook koude rook te kunnen weren.

Brandklep die op afstand van de wand is geplaatst. In de publicatie wordt aangegeven onder welke omstandigheden dit mogelijk is.

Doorvoeringen, ventilatiekanalen en leidingschachten kunnen zwakke plekken vormen in de brandcompartimentering en de oorzaak zijn van grootschalige branden, zo blijkt uit een overzicht dat Boot laat zien. Een korte samenvatting van enkele grote calamiteiten: t Brand in het auditorium van de TU Eindhoven in 1994. Het vuur bleek te zijn ontstaan door het doorbranden

nummer 6

december 2013

11


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

VEILIG EN BEVEILIGD SLEUTELBEHEER

van een ventilatiemotor in een luchtbehandelingskanaal, waarna de brand zich via de luchtbehandelingskanalen verspreidde. Er waren geen persoonlijke ongevallen, maar wel grote materiële schade door de verspreiding van rook en veel roet door het gebouw; collegezalen waren daardoor lange tijd onbruikbaar. t Brand in de disco Kingdom Venue in Amsterdam, mei 2005. De brand ontstond in een technische ruimte in de kelder. Een enorme hoeveelheid rook had zich via sparingen/doorvoeringen en het ventilatiesysteem al door het hele pand verspreid toen de brandweer arriveerde, wel waren de nog aanwezige gasten tijdig geëvacueerd. t Brand in de TU Delft, faculteit Bouwkunde, in 2008. De brand was op één van de verdiepingen ontstaan door kortsluiting in een koffiezetapparaat. De brand breidde zich snel uit door verkeerd afgedichte doorvoeringen richting de leidingenschacht. Via deze schacht heeft de brand zich snel uitgebreid naar andere verdiepingen. Dit leidde uiteindelijk tot instorting van het hele gebouw. Boot: “Deze treffende voorbeelden laten zien dat doorvoeringen, en dan vooral bij schachten, een grote rol hebben gespeeld bij de uitbreiding van brand. Ook ventilatiekanalen waren een belangrijke oorzaak. Beheerders hebben vaak onvoldoende aandacht voor brandcompartimentering en voor de gevolgen van verbouwingen.”

Gebouwbeheerders

Bij oplevering van een gebouw is er veelal voldoende aandacht voor brand- en rookscheidingen. Niet dat ze allemaal voldoen aan de eisen; maar dat komt meer aan een gebrek aan inzicht dan aan aandacht hiervoor. Maar de oplevering is slechts een kort moment in de levensduur van een gebouw. In de gebruiksfase ondergaan veel gebouwen meer of minder ingrijpende interne verbouwingen. Boot: “De indeling van gebouwen kan in de loop van de tijd dusdanig wijzigen, dat nieuwe brandscheidingen moeten worden aangebracht. Het effect van de verbouwing op de brandveiligheid van het gehele pand wordt nog wel eens onderschat; men heeft teveel oog op de verbouwing ‘an sich’ en te weinig op het geheel. Soms gaat het niet verder dan even een nieuw kabeltje trekken. Dan wordt nog wel eens vergeten om de doorvoer meteen weer brandwerend te maken.” Maar ook zonder dat verbouwin-

SALTO Virtual Network (SVN)

Foutief gemonteerd manchet rondom kunststof leiding.

12

nummer 6

december 2013


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

gen plaatsvinden is onderhoud aan doorvoeringen (en andere brandscheidingen als deuren) belangrijk; het goed functioneren van de aangebrachte voorziening (bijvoorbeeld brandklep) is hiervan afhankelijk. De eigenaar van een gebouw is verantwoordelijk voor de brandveiligheid daarvan, maar in de praktijk wordt de brandveiligheid meestal niet periodiek gecontroleerd. Algemeen onderhoud van installaties vindt bij grotere organisaties nog wel plaats, door bijvoorbeeld de technische dienst; zij hebben echter onvoldoende verstand van brandscheidingen waardoor niet alle tekortkomingen op dat vlak worden opgemerkt. Boot: “Vaak is het vanuit kostenbesparingen dat de brandveiligheid niet of nauwelijks wordt gecontroleerd, maar er is ook veel onwetendheid bij gebouweigenaren. Zij moeten door brandweer of adviseur dan gewezen worden op onveilige situaties.”

Is er inderdaad sprake van (te) krappe onderhoudsbudgetten bij beheerders van gebouwen, dan adviseert Boot prioriteit te geven aan brandscheidingen (met doorvoeringen en afdichtingen) met belangrijke vluchtroutes (trappenhuizen) en leidingschachten en aan het voorkomen van brand- en rookverspreiding via ventilatiekanalen. Zoals uit de casussen blijkt is hier is het risico van brand- en rookverspreiding het grootst.

Denkpatroon

Producten zoals brandwerende manchetten voor doorvoeringen voldoen aan alle mogelijke eisen en hebben veelal een productcertificaat. Toch is het mogelijk een goed product op een onjuiste manier toe te passen, bijvoorbeeld door toepassing van een product dat is getest voor metalen leidingen toe te passen bij een kunststofleiding. Ook komt het voor dat bijvoorbeeld manchetten alleen aan de niet-vuurbelaste

kant van een brandscheidende wand worden toegepast; het grafiet in dit manchet zal te laat opschuimen om de doorvoer brandwerend af te dichten. Boot: “In de praktijk kom je veel niet-standaard situaties tegen die niet overeenkomen met de geteste situatie. In de publicatie geven we voor deze situaties het denkpatroon om te komen tot een goede toepassing van brandwerende voorzieningen. In deze situaties waar bouwkunde en installatietechniek elkaar kruisen en normen of BRL’s geen houvast bieden, kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan. Met deze publicatie willen we bijdragen aan het voorkomen daarvan.” * Aad van den Thoorn werkt bij SBRCURnet. De SBRCURnet-publicatie Brand- en rookwerende doorvoeringen zal in januari/februari 2014 worden gepubliceerd. Kijk voor meer informatie op www. sbrcurnet.nl.

ADVERTORIAL ADVERTORIAL

Blijf alert met de 5000 Solisto PentaPenta 5000 sprinklermeldcentrale

de stand alone krachtpatser Een sprinklerinstallatie moetis worden voorzien van een sprinklermeldinstallatie. De Penta 5000 De Penta 5000 een brandmeldcentrale voor projecten. De Penta 5000 Solisto Solisto van van Hertek Hertek is een betaalbare betaalbare brandmeldcentrale voor kleine kleine en en middelgrote middelgrote projecten. Met én 54-13 keur. En in bediening en Met uitgebreide uitgebreide programmeerfuncties programmeerfuncties én NEN-EN NEN-EN 54-13 de keur. En eenvoudig eenvoudigen in installatie, installatie, bedieningvoert en sprinklermeldcentrale van Hertek verzorgt hiervoor signaleringen statusmeldingen, onderhoud. De in zijn onderhoud. De krachtpatser krachtpatser in door. zijn klasse. klasse. sturingen uit en meld Klein Klein maar maar groot groot

Hoogwaardig Met Met de de Penta Penta 5000 5000 Solisto Solisto maakt maakt Hertek Hertek Een sprinklerinstallatie wordt in de bouwre-van de programmeerfuncties de uitgebreide uitgebreide programmeerfuncties van gelgeving niet5000 voorgeschreven. Wel kan zij haar serie haar Penta Penta 5000 serie ook ook toegankelijk toegankelijk voor en projecten. Zij voor kleine kleine en middelgrote middelgrote projecten. Zij fungeren als gelijkwaardige oplossing om aan ontwikkelde volwaardige ontwikkelde een een volwaardige 1-lus brandprestatie-eisen uit het Bouwbesluit1-lus 2012 brandte meldcentrale voor stand alone meldcentrale voor stand alone toepastoepasvoldoen. Zo maakt een sprinklerinstallatie grosing, waar met nevenpasing, waar geen geen koppeling koppeling met1.000 nevenpatere brandcompartimenten (boven m2) nelen, geografi sche brandweerpanelen nelen, geografi sche(boven brandweerpanelen en en hogere gebouwen 70 m) mogelijk. en andere andere netwerkdeelnemers netwerkdeelnemers is is vereist vereist en en De Penta 5000 sprinklermeldcentrale (SMC) 126 126 luscomponenten luscomponenten volstaan. volstaan. werkt conform NEN-EN 12845 en NEN 1073 en is NEN-EN54-2, 4 en -13 VdS-goedgekeurd. Meer Meer voor voor minder minder Toegepast in een Pentavan 5000 brandmeldnetDoor netwerkfunctioDoor het het ontbreken ontbreken van netwerkfunctiowerk kunnen ontruiming, sprinkler naliteiten is de van lager naliteiten isbrand, de prijs prijs van het het systeem systeemen lager brandweerpanelen wordenPenta geïntegreerd. dan 5000 dan van van de de standaard standaard Penta 5000 1-lus 1-lus

centrale, centrale, maar maar gelijk gelijk aan aan de de vorige vorige Penta Penta Flexibel Solisto. Solisto. Voor Voor die die prijs prijs krijgt krijgt men men nu nu echter echter ook NEN-EN 54-13 keur en één ookde NEN-EN 54-13 keur en niet niet één maar maar Met Penta 5000 SMC kunnen tot 250 drie drie jaar jaar garantie. garantie. De Penta 5000 5000 Solisto Solisto statusmeldingen vanDe de Penta sprinklerinstallatie is uitgerust met is standaard standaard uitgerust met een een 1-zone (alarmen, storingen, technischeen1-zone superontruimingspaneel ontruimingspaneel conform conform NEN2575. NEN2575.

Kracht Kracht en en eenvoud eenvoud

visiemeldingen) worden Dateen kan via De Penta combineert De Penta 5000 5000 Solisto Solistoingelezen. combineert een de lusbekabeling met behulp met van XP95 switch krachtige programmeerset eenvoudige krachtige programmeerset met eenvoudige monitor units detoetsenpaneel. nabijheid van alarmkleppen, bediening via het De bediening viain het toetsenpaneel. De verbeverbeterde menustructuur het terde menustructuur maakt maakt het makkelijk makkelijkOf stromingsschakelaars en storingscontacten. om standaard (zoemer om standaard bedienfuncties (zoemer uit, rechtstreeks opbedienfuncties de Penta 5000 SMC door uit, één signaalgevers enz.) signaalgevers uit, reset, reset, enz.) te te gebruiken gebruiken of meer Penta uit, 5000 10-ingangenkaart(en) te en (groepen) en (groepen) melders melders en en sturingen sturingen snel snel iningebruiken. en en uit uit te te schakelen. schakelen.

Alles Alles of of niets niets

Modulair Naast de Naast de diverse diverse brandmelders brandmelders en en interinterDe Penta 5000 SMCApollo, bevat standaard 2 lussen faces van die lus faces van fabrikant fabrikant Apollo, die op op de de lus van elkaangesloten, 126 adressen en is ook modulair uitbreidbaar worden zijn worden aangesloten, zijn ook lusgestuurde lusgestuurde signaalgevers itslichten en met signaalgevers (fl itslichten en sirenes sirenes met naar 4 lussen.(fl Om brandmeldingen respectieveo.a. toe o.a. slow-whoop) toe te te passen. passen. In In combicombilijkslow-whoop) technische en supervisiemeldingen gelijktijdig natie met ingebouwde isolatoren het natie metaparte ingebouwde isolatoren wordt het en met indicatoren te kunnenwordt signaleren, gebruik van functiebehoud gebruik van bekabeling bekabeling met functiebehoud is de centrale uit te rustenmet tot vijf Penta 5000 dan overbodig. De 5000 is dan overbodig. De Penta Penta 5000 Solisto Solisto is ledpanelen (ledkleuren eenvoudig programmeeruit uit voorraad voorraad leverbaar leverbaar baar). De Penta 5000 SMC heeft een 19-inch behuizing in IP55-wanduitvoering; staande 19-inch behuizingen zijn optioneel verkrijgbaar.

Hertek Hertek B.V. B.V. Copernicusstraat Copernicusstraat 88 6003 6003 DE DE Weert Weert Tel. Tel. 0495-584111 0495-584111 hertek@hertek.nl hertek@hertek.nl www.hertek.nl www.hertek.nl

Hertek_advertentie_opmaak.indd 1

16-10-13 13:39

nummer 6

december 2013

13


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

Betty Rombout *

‘Wie de geschiedenis kent, kent de toekomst’ Voor de toepassing van isolatie is er een grote verscheidenheid aan materiaal op de markt. De materialen verschillen in prijs, in structuur, in kwaliteit, in toepassingsmogelijkheden én brandgedrag. Door strengere overheidsregels voor energiebesparing worden de meer brandbare materialen vaker gebruikt in gevels. Wat is de reden, hoe ‘dealt’ de markt hiermee en welke maatregelen kan zij nemen?

I

solatiematerialen zijn onder te verdelen in een aantal categorieën. Luc Schaap, brandveiligheidsexpert en directeur van adviesbureau LBP|SIGHT, vertelt: “Naast de mineraalwolproducten, zoals glaswol en steenwol, kennen we de kunststofschuimen. Denk hierbij aan geëxpandeerd en geëxtrudeerd Polystyreenschuim, PUR- en PIR-schuim en Resolschuim. Een bijzondere variant is Foamglas. Naast deze gangbare isolatiematerialen zien we de laatste jaren allerlei alternatieve producten, zoals cellulose of schapenwol. In gevels van woningen en utilitaire gebouwen wordt mineraalwol het meest toegepast. Kunststofschuimen zien we vaker terug bij daken, tenzij geluidisolatie een belangrijk criterium is. De keuzes volgen dikwijls uit overweging van praktische toepasbaarheid, isolatiewaarde en kosten. Kijken we naar het brandgedrag van de materialen, dan kunnen we stellen dat de mineraalwol, die in gevels wordt toegepast, in de regel onbrandbaar is. Deze levert dus geen bijdrage aan branduitbreiding via de gevelspouw. Voor de kunstofschuimen kunnen we dat niet zonder meer concluderen.”

Keuze

Tot voor kort gebruikte men dus veelal mineraalwol in gevelspouwen. Echter, omdat de isolatie-eisen door de overheid verder worden opgeschroefd in verband met energiebesparing, kiest men vaker

14

nummer 6

voor kunststofschuimen in gevels, vernemen we van Schaap. “Kunststofschuimen hebben dikwijls een betere isolatiewaarde. Hoe hoger de benodigde warmteweerstand is, hoe breder de gevelspouw moet zijn. Om deze verbreding zoveel mogelijk te beperken, valt de keuze vaker op hoogwaardige kunststofschuimen die met kleinere diktes toch het vereiste isolatieniveau opleveren. Het risico op brandvoortplanting via de gevelspouw kan als gevolg hiervan toenemen. Vooral bij hoogbouw waar in het gebouw in verticale richting verschillende brandcompartimenten voorkomen. De mate waarin er extra risico ontstaat, is voor de verschillende materialen echter niet duidelijk. We hebben er weinig praktijkervaring mee. Dit gedrag is ook niet eerder goed onderzocht.”

de geschiedenis kent, kent de toekomst’. Eind jaren zeventig kwam de overheid met eisen ten aanzien van het isoleren van woningen in het kader van energiebesparing. Wat kregen we er voor terug? Een hele berg vochtproblemen. De verandering

Herhaling

Het aanscherpen van de isolatie-eisen voor de gebouwschil, is een prima zaak, volgens Schaap. “Maar bij het substantieel wijzigen van regels is belangrijk om de neveneffecten goed in beeld te brengen. Wat voor neveneffect ontstaat als gekozen wordt voor ander isolatiemateriaal in gevels van gebouwen? Dat er effecten optreden, is te voorzien. Maar wat voor mogelijke gevolgen dit kan hebben voor de brandveiligheid, lijkt niet te zijn mee gewogen. Daarom vragen wij hier alsnog aandacht voor. Kijk naar de historie: ‘Wie

december 2013

Luc Schaap: “Laten we er met z’n allen voor zorgen dat we ook nu niet door schade en schande wijs moeten worden.”


Thema bouwkundige brandpreventie / installatietechniek

‘Aanscherpen van de isolatie-eisen voor de gebouwschil is een prima zaak’ in de manier van omgaan met gebouwen gericht op energiebesparing, leidde tot neveneffecten, die niet te voorzien waren. Middels extra regelgeving is dit achteraf zoveel mogelijk gerepareerd. In de jaren negentig introduceerde de overheid de EPC (red: Energiepestatiescoëfficent). De EPC-methodiek resulteerde in een grote toename van de toepassing van gebalanceerde ventilatiesystemen. Het gevolg was een groot aantal klachten over ‘zieke’ woningen. Het principe deugde wel, de manier waarop het uitgevoerd en onderhouden werd niet. Inmiddels is ook op dit gebied de regelgeving aangescherpt en zijn allerlei private kwaliteitscriteria ontwikkeld. Kortom, aangescherpte energie-eisen resulteerden vaak in een andere manier van bouwen, wat vervolgens nieuwe problemen introduceerde, die niet voorzien waren. Het lijkt erop dat we een herhaling zien van dit fenomeen. We gaan weer een stap verder in energiebesparing; de bouwwijzen wordt aangepast met mogelijk ongewenste neveneffecten.”

Voorbeelden

De bouwregelgeving stelt eigenlijk geen eisen aan de brandbaarheidseigenschappen van isolatiematerialen die in gevels worden toegepast, vertelt Schaap. “Niets staat in de weg om andere keuzes te maken. Echter, de impact hiervan op de brandveiligheid is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat er potentiële risico’s kunnen ontstaan, die ongewenst zijn. Ik wil niet beweren dat het meteen allemaal fout gaat. Maar het punt is, dat we niet weten hoe die kunststofschuimen zich precies gedragen in gevelspouwen. Wel zijn er voorbeelden, met name uit het buitenland, van hoge gebouwen waar branden zijn uitgebreid via gevels. Denk aan de Windsor Tower in Madrid. We vermoedden dat er ook voorbeelden in Nederland zijn.”

Belangen

Het is een gevoelig onderwerp. Diverse partijen hebben verschillende belangen; overheid, leveranciers van isolatiematerialen. Schaap: “Juist daarom is het

SYSTEM PERFORMANCE Men moet zich altijd bewust zijn van de risico’s op brandvoortplanting. Echter, enkel kijken naar de brandbaarheid van een component is relatief kortzichtig. Op het recente seminar ‘Fire Safety of Façades’ in Parijs was een duidelijke conclusie dat het niet om brandbaarheid of onbrandbaarheid van componenten gaat, maar om ‘system performance’. Kijk bijvoorbeeld naar de brand van de Polat Tower in Istanbul. Hier was een onbrandbare isolatie toegepast, maar niet correct uitgevoerd. Het feit dat er geen kennis over brandgedrag in een constructie is, ziet men in landen om ons heen anders en men kan bijvoorbeeld in Zweden en het VK een grootschalige test doen om het veiligheidsniveau aan te tonen. Ook een ‘onbrandbaar’ materiaal kan een brand smeulend met temperaturen tot 700 °C verplaatsen. Binnen Europa is men momenteel bezig met een testmethode om ook dit fenomeen inzichtelijk te krijgen. Frank Donkers, managing director Benelux Kingspan Geïsoleerde Panelen

belangrijk te onderzoeken welke maatregelen we kunnen nemen om de risico’s te beperken en in te dammen. Tot nu toe lijkt er vanuit overheidswege weinig actie te worden ondernomen. Men laat het vooralsnog aan de markt over. We zijn hierover ook in gesprek met marktpartijen uit de isolatiewereld. Er is brede ondersteuning voor ons standpunt dat er nagedacht moet worden over de consequenties van veranderd beleid van de overheid. De leveranciers zien het als hun verantwoordelijkheid goede richtlijnen te ontwikkelen voor een veilig gebruik van hun product. Het is in ieders belang. Helpen zij de klant, dan bevordert dat het vertrouwen en dus de afzet van het product.”

Maatregelen

Welke technische maatregelen kunnen we nemen? Luc Schaap: “Hierbij moeten we denken aan maatregelen die tegengaan dat de brand in de spouw terecht komt, of maatregelen die voorkomen dat de brand zich over de compartimentsgrens voortplant. Bij de toepassing van buitengevelisolatiesystemen op basis van geëxpandeerd Polystyreen (EPS) wordt al jarenlang gebruik gemaakt van stroken onbrandbaar isolatiemateriaal, veelal steenwol, ter plaatse van de compartimentsgrenzen. Ook in platte en hellende daken is toepassing van steenwolbarrières een geëigende methode om branduitbreiding van compartiment naar compartiment tegen te gaan. Een andere optie kan zijn, de isolatie zo te behandelen dat het materiaal niet kan branden.”

Met z’n allen

“Het is een feit, dat elke keer als er een ‘major chance’ in bouwwijze noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan aangescherpte isolatie-eisen, er neveneffecten zijn opgetreden. ‘Wie de geschiedenis kent, kent de toekomst’, ik zei het al. Hier ligt in ieder geval weer een effect voor het oprapen. Laten we er met z’n allen voor zorgen dat we ook nu niet door schade en schande wijs moeten worden,” aldus Schaap. * Betty Rombout is freelance journalist

nummer 6

december 2013

15


Rondetafeldiscussie

Tekst Dennis van Asselt, fotografie Jasker Kamp

Brandveiligheid in Nederland: een illusie? Een terugtredende overheid en een private sector waar kennis over veiligheid vaak ontbreekt; wat betekent dat voor gebouwen en gebruikers? Zes arbo- en (brand)veiligheidsdeskundigen proberen helderheid te creëren tijdens een bevlogen rondetafeldiscussie. ‘De eindgebruiker heeft verdraaid weinig inzicht.’

B

randveiligheid in Nederland is een illusie. Van alle stellingen waar de zes deelnemers van de rondetafeldiscussie zich over buigen, is deze opvatting misschien wel het meest confronterend. Discussieleider Steven van der Minne legt ‘m halverwege de bijeenkomst op tafel. Danny van Goudzwaard is er als de kippen bij om de stelling te weerleggen: “Brandveiligheid is geen illusie in Nederland. Naar mijn idee hebben we het goed geregeld. Dat laten de statistieken ook zien.” Van Goudzwaard doelt op cijfers van het Nederlands Instituut Fysiek Veiligheid (NIFV), waarin Nederland, gemeten naar het aantal dodelijk slachtoffers, als een

van de meest brandveilige EU-landen uit de bus komt (4,1 dodelijke slachtoffers per miljoen inwoners per jaar). Wel is hij van mening dat de terugtrekkende overheid een probleem veroorzaakt. “We zijn vergeten om die private sector een richting te geven. Hoe zetten we de aanwezige kennis optimaal in? Dat is nog niet duidelijk.”

Schade

Niet iedereen aan tafel is onder de indruk van de cijfers van het NIFV. Louis Cleef attendeert de groep ten eerste op een addertje onder het gras. Hij heeft zijn twijfels over de wijze waarop dodelijke slachtoffers van branden geteld worden.

“In België telt iemand die twee weken later in het ziekenhuis overlijdt ook als slachtoffer van een brand.” Cleef wijst daarna op een ander lijstje. “Als het gaat over schade door brand staan we vierde van onderen. Schade wordt door de verzekeraar gedekt, oké, maar bij een brand gaat het over meer dan dat. Denk ook aan de emotionele impact. Dus afgedekt door de verzekering en daarmee klaar? Nee.”

Voorlichting

Met een terugtredende overheid is het voor Jauk van der Craats duidelijk wie de draad moet oppakken. “Het gaat om de eigen verantwoordelijkheid van een bedrijf.” Daar heeft Van der Craats zelf

De deelnemers aan de rondetafeldiscussie

Steven van der Minne (voorzitter) is voormalig consultant NEN, nu branchevoorzitter BHV-Platform

16

Jauk van der Louis Cleef is fire Craats is portfolio- safety manager manager brand- en Rockwool inbraakbeveiliging bij Kenteq/COPLA

nummer 6

december 2013

Annette Jeronimus is normenspecialist HAVEP

Sjon de Bie is manager PBM en beroepskleding Wiltec

Roy Senden is directeur Kiwa BPSI

Danny van Goudzwaard is algemeen directeur Gerco Brandpreventie


Rondetafeldiscussie

Louis Cleef: ‘In België is iemand die later in het ziekenhuis overlijdt ook brandslachtoffer’

geen goede ervaringen mee. “Ik werk al tien jaar in een modern kantoorpand. In al die tijd heb ik nog nooit een brandoefening meegemaakt. Best bizar.” Hij is dan ook niet bijster positief over het brandveiligheids- en kennisniveau in Nederland. Van der Craats heeft de CBS-cijfers erop nageslagen en vindt dat te veel branden ontstaan door menselijke fouten. “Van de binnenbranden wordt 55 procent veroorzaakt door onwetendheid en ondeskundig gebruik van apparatuur. Er wordt te weinig gedaan aan voorlichting voor de gebruikers om hen te attenderen op de gevaren. Ook installateurs van brandmeldinstallaties zouden zich beter moeten laten scholen zodat ze meer innovatieve apparatuur kunnen gebruiken.”

gebouweigenaar richt zich vooral op een vergunning en denkt dat daarmee de veiligheid van gebruikers is geregeld. Maar brandveiligheid gaat over mensen. Daarom zou het beter zijn om de brandveiligheid in de gebruikersfase bij de Arbowet onder te brengen.” Maar tot die tijd? Van Goudzwaard: “De bedrijfshulpverlening. Dat is hét voertuig om bij de gebruikers in ieder geval in beginsel te

komen tot enige mate van controle, beheer en bewustwording.” Sjon de Bie, manager PBM en beroepskleding bij Wiltec, is minder overtuigd van de macht van BHV-organisaties. “BHV’ers hebben vaak wel de ambitie, dat is heel goed. Het is alleen jammer dat goede initiatieven vaak sneuvelen om economische redenen. Maatregelen worden dan teruggedraaid om kosten te besparen. Daar zou ik meer regelgeving of richtlijnen voor willen zien, zodat bedrijven iets meer gedwongen worden.” Roy Senden weet hoe onze zuiderburen dit aanpakken. “In België heeft elk bedrijf een preventiemedewerker in dienst, dat is verplicht. Deze is altijd horizontaal in gesprek met de directie. Als het in ons land om bedragen gaat, wordt je als BHV’er weggestemd. We kunnen dus heel veel leren van onze zuiderburen.” Senden is

Roy Senden: ‘De Belgische preventiemedewerker is altijd horizontaal in gesprek met de directie’

BHV

Volgens Danny van Goudzwaard is er voor eigenaren geen trigger om meer aan brandveiligheid te doen. “De

Jauk van der Craats: ‘Installateurs van brandmeldinstallaties moeten zich beter scholen’

overigens niet ongerust. “55 procent van branden wordt veroorzaakt door onwetendheid en ondeskundigheid. Dat klinkt als veel, maar hoe vaak komt het nou voor? 55 procent van tien keer is niet veel. Dat soort cijfers zijn er voor het shockeffect, om mensen bewust te maken.”

Angst

Sommigen ervaren de tactiek van het shockeren echter als bangmakerij, zegt Annette Jeronimus. Ze wijst op de wetten en normen omtrent werkkleding. “Voor beschermende kleding zijn specifieke

nummer 6

december 2013

17


Rondetafeldiscussie

Danny van Goudzwaard: ‘BHV is hét voertuig voor controle, beheer en bewustwording bij gebruikers’ hoger kan zijn dan de norm van de certificatie. Daarom is het van belang dat gebruikers zich goed laten adviseren.” normen en voorschriften opgesteld voor de verschillende gevaren. Maar in de praktijk kiest de eindgebruiker vaak voor kleding die in ‘alle’ situaties beschermt. We worden met z’n allen bang gemaakt in deze maatschappij. Ik vraag me af hoe vaak mensen daadwerkelijk met al die gevaren in aanraking komen.” Jeronimus ziet een verontrustend patroon. “Veel partijen zetten angst in om het een en ander voor elkaar te krijgen.” Volgens Sjon de Bie, die bij zich bij Wiltec ook bezighoudt met beroepskleding, is ook hier sprake van onduidelijkheid. “Het grootste issue is dat mensen weten dat ze brandvertragende kleding moeten dragen, maar dat het vaak niet duidelijk is welke ze precies nodig hebben. Zo kan een overall met een vlammetje erop de indruk wekken dat het goed is, omdat het gecertificeerd is, terwijl de brandklasse waarmee ze te maken kunnen krijgen veel

Inzicht

Denken dat je veilig te werk gaat, maar er toch naast zitten. Danny van Goudzwaard van Gerco kan erover meepraten. “De eindklant heeft verdraaid weinig inzicht in

nummer 6

Kwaliteit

De vraag is dus hoe eindgebruikers gemotiveerd raken om meer na te denken over (brand)veiligheid en hoe de expertise, die in Nederland zeker aanwezig is, bij hen terechtkomt. Louis Cleef zoekt de oplossing bij de overheid. “Met meer deregulering wordt de kwaliteit zichtbaarder. Als de overheid goed communiceert wat ze bedoelt met brandveiligheid en arboveiligheid, dat het te maken heeft met mensen, komt dat kwaliteitsbewustzijn bij de eindgebruiker wel bovendrijven. Nu denkt iedereen: ‘ik voldoe toch?’.” Als eindgebruikers meer moeten doen aan brandveiligheid, wijst Roy Senden tot slot op een lastig dilemma. “Neem een

Sjon de Bie: ‘Initiatieven van BHV’ers sneuvelen vaak om economische redenen’ de normen. Wij voorzien onze medewerkers van de buitendienst van veiligheidsschoenen die een ondoordringbare zool hebben. Vier weken geleden ging een medewerker met zo’n ondoordringbare zool op een spijker staan. Dwars erdoor-

Annette Jeronimus: ‘De eindgebruiker kiest vaak kleding die in ‘alle’ situaties beschermt’ 18

heen. Wat blijkt? Ondoordringbaarheid betekent dat de zool een puntlast van honderd kilo moet kunnen doorstaan. Ik wist dat niet.”

december 2013

zorginstelling of een hotel. Die staan niet te springen om een brandveiligheidsscan door een deskundige uit te laten voeren. Ze zijn er als de dood voor dat een eventuele negatieve uitslag bekend wordt. Alles waar een diploma aan vast zit, of een bordje bij de voordeur, draagt een risico met zich mee. Sommige gebouwen kunnen nooit aan de eisen van zo’n scan voldoen, maar dat betekent niet dat ze onveilig zijn.”


Automatische blusinstallaties

Erwin van Leeuwen *

Onderzoek in sprinklerinstallaties

Staat corrosie op doorbreken? Sprinklerinstallaties zijn een betrouwbare en effectieve vorm van brandbeveiliging. Maar de sprinklerindustrie raakt er sinds 2004 steeds meer van doordrongen dat er een potentiële bedreiging van die betrouwbaarheid groeit in diezelfde systemen. Corrosie kan er toe leiden dat leidingen en waterreservoirs verstopt of geperforeerd raken. Dit kan in potentie leiden tot schades door lekkage. En, in het ergste geval, weigering van dienst van het blussysteem bij brand.

D

at corrosie een potentieel gevaar voor brandveiligheid vormt, werd ook onderkend door de marktpartijen en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Deze publiceerde in april 2013 een conceptversie van een Technisch Bulletin (TB75) met voorschriften voor inwendige inspectie van sprinklersystemen. De definitieve versie blijft echter nog uit (zie kader).

Onderzoek

Valt het dus wel mee met die dreiging? Het Duitse inspectie-instituut VdS concludeerde na onderzoek van circa 20.000 systemen in mei 2008 dat 73% van de droge systemen na 12,5 jaar moet worden afgekeurd vanwege aantasting door corrosie. Van de natte systemen moest 35% na 25 jaar worden afgekeurd en moest 3% volledig worden vervangen. Doen sprinklerinstallateurs voldoende om problemen als gevolg van corrosie te signaleren, te voorkomen en op te lossen?

Gesloten markt

Jamie Braes, sales manager van Nova Protection dat is gespecialiseerd in corrosiebeheersing in sprinklersystemen,

is kritisch over het huidige beheer van sprinklerinstallaties. “Er wordt onvoldoende inwendig onderzoek gedaan, waardoor corrosieprocessen te laat worden gedetecteerd. De specifieke omstandigheden in sprinklerinstallaties zorgen voor een omgeving waarin bacteriën zich snel vermenigvuldigen. Het gaat om unieke gesloten milieus. Zowel droge als natte systemen zijn niet steriel en het vulwater biedt een omgeving waarin bacteriën verstoppingen en andere corrosieproblemen kunnen veroorzaken. Kenmerkend voor MIC is de vaak hoge corrosiesnelheid van meerdere millimeters per jaar, die kan leiden tot schade in korte periode.” De TB75 vindt Braes een mooie stap in de goede richting. “De sprinklerindustrie is een zeer gesloten markt. Partijen delen weinig informatie met elkaar. Door deze TB krijgen mensen inzicht in de omvang van het probleem. Gebouweigenaren die ik spreek zijn vaak boos omdat ze onvolledig werden geïnformeerd over de risico’s en preventiemogelijkheden”. Daarom pleit Braes vol vuur voor meer inwendig onderzoek van bestaande systemen. “Met camera-inspecties is het mogelijk de inwendige status van het

systeem in kaart te brengen. Vervolgens kan in overleg met de installateurs en principaal een corrosiebeheerplan worden gemaakt om die 100% betrouwbaarheid terug te krijgen”. Ze heeft ook suggesties voor preventieve maatregelen. “Monitor de waterkwaliteit en voeg breed spectrum corrosie additieven toe, en beperk de waterverversing in het systeem.”

Bypass

Dit laatste advies geeft ook Armand Gademan, accountmanager bij Geberit en als een van de leden van de werkgroep corrosie betrokken bij de TB75. “Bouw een natte sprinklerinstallatie waar zo min mogelijk zuurstof in zit en bij kan komen. Kijk daarom ook goed naar de manier van testen. Test een alarmklep en flowswitch met een bypass zodat je het water in het systeem circuleert en geen vers water toedient. Stop bij voorkeur ook met de ITC test. Kortom; hou een gesloten installatie gesloten.” Gademan wijst ook op het belang van de waterkwaliteit. “Tijdens de installatie is schoon werken belangrijk. Snijolie kan al een voedingsbron voor bacteriën zijn. Al voor de start van het ontwerp met de

nummer 6

december 2013

19


Automatische blusinstallaties

opdrachtgever zijn waterkwaliteit aantonen. De waterkwaliteit bepaalt onder andere de keuze van de materialen. Zo speelt het tegengaan van corrosie een rol in zowel de fase van het ontwerp, de bouw, inbedrijfstelling en het onderhoud.”

Onderhoud en beheer 4” hoofdleiding, gegalvaniseerde leiding uit droog systeem, systeem uit 1971, grote tuberkels.

4” hoofdleiding, vlak voor verloop naar 2”, systeem uit 1971, metalen uitgeboord stuk in leiding, grote kans op verstopping, tuberkels op bodem.

Jan Braakman, service manager bij Aqua+ sprinklersystemen, weet exact wat er allemaal komt kijken bij onderhoud van sprinklersystemen. Hij is dan ook lid van weer een andere werkgroep van het CCV, de Werkgroep Onderhoud. Een van de opdrachten aan deze werkgroep was meer uniformiteit te scheppen in de manier waarop onderhoud wordt gepleegd. “We werken toe naar een uniform onderhoudsvoorschrift. Hoe, en hoe vaak controleer je de watervoorziening, werking van de pomp, druk en capaciteit en de verschillende meldingen, enzovoorts.” Intern onderzoek maakt momenteel nog geen onderdeel uit van die inspecties, maar volgens Braakman kan corrosievorming wel worden geconstateerd. “We leggen al 35 jaar systemen aan, en ik moet zeggen, de situatie in Duitsland, waarbij 75% van de droge systemen werd afgekeurd, daar herken ik me niet in. Corrosie kan zoveel oorzaken hebben, hoe leg je het aan, wat is de kwaliteit van het staal, enzovoorts.”

Certificatie en Inspectie 3” hoofdleiding, gegalvaniseerde leiding uit droog systeem, 10 jaar oud, veel grote tuberkels en biofilm.

3” stalen hoofdleiding, nat systeem, 8 jaar oud, veel drab in leiding.

20

nummer 6

Hoe is dat toezicht op het beheer en onderhoud van sprinklerinstallaties nu geregeld in Nederland? Dit weet John van Lierop, landenmanager voor de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB) en EFSN (European Fire Sprinkler Network) tot in detail toe te lichten. Het blijkt een complexe situatie. “De verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt primair bij de eigenaar. In het uitgangspuntendocument (UPD) worden de uitgangspunten, normen en voorwaarden voor brandbeveiliging van een gebouw en de sprinklerinstallaties in dat gebouw vastgelegd. De Certificatieinstelling (CI) toetst of de sprinklerinstallatie volgens die normen is ontworpen en geïnstalleerd. Bij goedkeuring krijgt de installatie een productcertificaat. Tijdens gebruik van het gebouw wordt dat certificaat verlengd volgens het Certifica-

december 2013

tieschema Onderhoud VBB-systemen. Inspectie-instellingen verlenen een inspectiecertificaat wanneer de installatie in goede samenhang met bouwkundige en organisatorische maatregelen functioneert. Gecertificeerde installateurs, waarvan de meeste zijn aangesloten bij de Verenigde Sprinkler Installa-

‘Hou een gesloten installatie gesloten’ teurs, worden op hun beurt ge-audit door een onafhankelijke certificatieinstelling. De inspectieinstellingen zijn verendigd in het VIVB (Branchevereniging voor brandveiligheidsinspecties) staan net als de CI’s onder toezicht van de Raad van Accreditatie.”

Schema’s en Bouwbesluit

In tegenstelling tot veel van de ons omringende landen waar de private sector, en dan met name verzekeringsmaatschappijen de eisen aan brandblussystemen bepalen, komen deze in Nederland voort uit een overlegmodel tussen verschillende belanghebbenden die samen het niveau van brandveiligheid in Nederland hoog houden. In het Bouwbesluit staan de minimale eisen aan bouwwerken en wordt inspectie wel genoemd, maar schema’s daarvoor worden door de marktpartijen opgesteld. We kennen hier de inspectieen VBB schema’s voor onderhoud van installaties en certificatieschema’s voor nieuwe installaties. Deze zijn in beheer door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). En we kennen de Commissie van Belanghebbenden Brandveiligheid (CvB). Dit is een overlegorgaan waarin brandweer, overheid en andere belanghebbenden zoals gebruikers zijn vertegenwoordigd. Zij bepalen welke VBB schema’s van toepassing zijn. Een deskundigenpanel adviseert de CvB. Dit panel is in het leven geroepen om te kijken of de voorscrhiften die we hante-


Automatische blusinstallaties

WAAR BLIJFT DE TB75? In 2009 gaf de Commissie van Deskundigen Blussystemen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) opdracht aan een Werkgroep Corrosie te onderzoeken hoe groot de problemen van corrosie nu daadwerkelijk zijn, en hoe ze zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Op 15 april 2013 publiceerde deze werkgroep zijn rapportage van deze verkenning. In 2012 bleek dat meer kennis vergaard moest worden over de inwendige toestand van sprinklersystemen in Nederland. Daarom werd besloten een aanvulling te publiceren op bestaande normen en voorschriften voor ontwerp, aanleg en onderhoud van sprinklerinstallaties. Deze werden beschreven in het Technisch Bulletin 75, getiteld “Inwendig onderzoek sprinklerinstallaties”, waarvan de Commissie van Deskundigen het eerste concept in april 2013 goedkeurde. Het Technisch Bulletin 75 bevat voorschriften over de frequentie en wijze waarop inwendig onderzoek van sprinklersystemen moet worden uitgevoerd. Het zou vanaf 1 januari 2015 gebruikt moeten gaan worden voor installaties die op of na 1 januari 2005 zijn opgeleverd. In november 2013 zijn we enkele revisierondes verder, maar nu heeft het College van Belanghebbenden publicatie van het TB 75 on-hold gezet. Er waren aanvullende vragen gerezen over de 10-jaarlijkse frequentie van de inwendige controle. Coördinator van de werkgroep Corrosie Willem van Oppen geeft desgevraagd aan dat de TB 75 “voorlopig in ieder geval niet gepubliceerd gaat worden”. De discussie rond invoering van dit Technisch Bulletin loopt nog en blijkt een heikel politiek onderwerp.

’TB 75 gaat voorlopig niet gepubliceerd worden’

ren nog wel passen binnen de Nederlandse situatie. Bij nieuwe inzichten of signalen uit de markt wordt er een Technisch Bulletin opgesteld dat situaties verduidelijkt of aanvullende maatregelen voorschrijft. Het TB75, dat nu in concept ter discussie ligt, beschrijft nu hoe, en hoe vaak inwendig onderzoek in sprinklerinstallaties nodig is om corrosie op te sporen.

Paniek?

Corrosie in sprinklersystemen is een gegeven. Publicatie van voorschriften over intern onderzoek naar sprinklersystemen is blijven steken bij de Commissie van Belanghebbenden. Moeten we ons nu zorgen

maken? Volgens Van Lierop is er geen reden tot paniek. “Een sprinklerinstallatie is bewezen bijna 100% betrouwbaar”, verzekert hij. “Bij aanleg van die installaties wordt bij bepaling van de capaciteit van leidingen al rekening gehouden met een zekere veiligheidsmarge.” Ook Rob Lindenberg van Aqua+ nuanceert de corrosieproblematiek. “Natuurlijk, water en metaal geeft roest, dat is een gegeven. Maar onze ervaring is dat significante corrosieproblemen slechts voorkomen bij een klein percentage van de geïnstalleerde installaties. En natuurlijk adviseren we onze klanten bij inspecties. Wanneer we een leiding zien die er niet zo best uit ziet adviseren we

tot vervanging of verder onderzoek. Maar goed, er hangen duizenden van dit soort installaties in Nederland, en het is echt niet zo dat die nu allemaal naar beneden komen vallen.” * Erwin van Leeuwen is redacteur bij Vakmedianet De foto’s zijn gemaakt door Marc Claassen van Borbotech.

nummer 6

december 2013

21


Uit het brandlab

Nieuw bedrijfspand Efectis Nederland

Via Bleiswijk richting de toekomst Efectis heeft wereldwijde ambities. Met de nieuwe locatie in Bleiswijk komen die plannen een stuk dichterbij. Jacques Veenendaal, nauw betrokken bij het ontwerp van het pand, vertelt over de mogelijkheden die het nieuwe lab biedt. ‘We zijn er bijzonder trots op.’

A

fgelopen mei verkaste Efectis Nederland van het laboratorium in Rijswijk twintig kilometer oostwaarts naar een groter bedrijfspand, ontworpen ‘op de groei’. In het nieuwe testlab op Prisma Bedrijvenpark in Bleiswijk, pal naast het viaduct van de hogesnelheidslijn, gaat Efectis met vertrouwen de toekomst tegemoet. Efectis

Jacques Veendendaal was vanwege zijn ervaring als chef van het laboratorium nauw betrokken bij het Programma van Eisen.

22

nummer 6

groeit snel, niet alleen in Nederland maar ook internationaal. Meer testen, meer faciliteiten en privacy voor de klant, plannen voor activiteiten op locaties over de hele wereld; het nieuwe lab is er klaar voor. Niet alleen de wens om te plannen voor de toekomst maakte een vertrek uit Rijswijk noodzakelijk. Dat de testfaciliteit op het terrein van TNO de recente marktontwikkelingen niet kon bijbenen, was al een aantal jaren duidelijk. Mede door de invoering van Europese testnormen nam de vraag naar testen toe. Efectis was hier als internationale groep immers goed op voorbereid. Daardoor groeide Efectis uit zijn voegen in Rijswijk. Het lab kon de vraag simpelweg niet aan. De oven in de testhal bijvoorbeeld, draaide maar een halve dag. De voorbereiding van de proefstukken gebeurde namelijk naast de oven. Vanwege de rookontwikkeling waren de ochtenden gereserveerd voor het opbouwen van proefstukken door de klanten en voorbereidingen door Efectis en de middagen voor de oventesten. Een ander probleem: klanten hadden minder privacy, want het voorbereiden van proefstukken gebeurde in één grote ruimte. Niet ideaal voor bedrijven die geen pottenkijkers dulden. Daar kon in de planning wel enigszins rekening mee gehouden worden, maar dat ging ten koste van de efficiency. Dat kon zo niet meer, vond Efectis.

december 2013

Snel

Al enkele jaren werd nagedacht over het ontwerp voor een nieuw lab. Het bleek een hele opgave te zijn om enerzijds de investeringskosten te beperken en anderzijds wel de gewenste functionaliteit te realiseren. Eind 2011 werd begonnen aan het uiteindelijke ontwerp. Vanaf toen is het heel snel gegaan. Efectis ging na een zorgvuldige selectieprocedure in zee met Hercuton Betonbouw in Nieuwkuijk. De bouw van het pand zelf nam slechts zeven maanden in beslag. Toch was er sprake van een onconventioneel ontwerpproces, zegt Jacques Veendendaal, die vanwege zijn ervaring als chef van het laboratorium nauw betrokken was bij het Programma van Eisen. “We wilden niet een gebouw hebben waar we onze activiteiten in moesten passen, maar een gebouw ontworpen om die activiteiten heen.” Het resultaat, het pand dat nu ruim een half jaar staat, is een rechthoekig, betonnen bouwwerk met een metalen schoorsteen. Dit past bij de ontwerpfilosofie, waarbij functionaliteit op de eerste plaats stond. Het verschil wordt volgens Efectis gemaakt in de indeling en het gebruik van het gebouw, niet in het uiterlijk. Binnen is het niet anders: geen verlaagde plafonds in de kantoorgedeeltes en geen designmeubilair. Wie over de betonnen vloer loopt en zich afvraagt waar de vloerbedekking blijft: die komt niet, want die is nooit besteld.

Complexer

Voor de brandtesten beschikt Efectis nu over een moderne, grotere testoven in een aparte testhal. Een modulair exemplaar, legt Jacques Veenendaal uit: “Voorheen bestond de oven uit een stalen frame en gemetselde stenen. Dat


Uit het brandlab

UIT HET BRANDLAB

HET NIEUWE BEDRIJFSPAND VAN EFECTIS t Adres: Brandpuntlaan Zuid 16, Bleiswijk t Begin nieuwbouw: juli 2012 t Ingebruikname: juli 2013 t Officiële opening: 23 januari 2014 t Aannemer: Hercuton t Oppervlakte: 2145 m2

was het. Maar klanten worden steeds veeleisender, testen complexer en afmetingen van proefstukken wijken steeds vaker af. Een modulaire oven kunnen we in feite verbouwen zoals we dat willen en we kunnen verschillende brandertechnieken toepassen. Nu hebben we een prototype staan van Sistem Teknik, een Turkse ovenbouwer met wie we een partnerschap zijn aangegaan voor deze ontwikkeling. Van deze over gaan we een tweede generatie ontwikkelen met alle kennis die we vervaardigd hebben.”

Naast de oven is ruimte gereserveerd voor een kleinere oven, die Efectis in de toekomst nodig zou kunnen hebben. Natuurlijk is een gigantisch afzuigsysteem noodzakelijk, aangesloten op de schoorsteen. Naast de grote testhal is onder meer een ruimte ingericht voor speciale proeven die niet in een oven plaatsvinden. Deze ruimte is net als de grote testhal op volledige gebouwhoogte (drie verdiepingen). Er kunnen bijvoorbeeld proeven worden uitgevoerd op blussystemen, elektrische kabels, opslag van goederen of voor de klant op maat gemaakte testopstellingen.

In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Rijswijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig personeel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatiemiddelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksinstanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl

nummer 6

december 2013

23


Uit het brandlab

Gescheiden

Het fundamentele verschil met het oude testlab is dat het de ovenhal compleet gescheiden is van de rest van het pand. Een sluis met hefdeuren beschermt de inbouwfaciliteiten – waar ook klanten gebruik van maken – van de rook. Het drie verdiepingen tellende kantoorgedeelte, waar ook een vergaderzaal en aparte kamers voor overleg met klanten zijn ingedeeld, is eveneens volledig afgescheiden. “We kunnen testen wanneer we willen”, aldus Jacques Veenendaal. Het principe van gescheiden compartimenten is tevens terug te vinden in het inbouwgedeelte van het pand. Er zijn vier separate ruimtes gebouwd voor klanten, ieder met eigen stroomvoorziening, waar klanten met een eigen sleutel bij kunnen komen. Deze ruimtes zijn ook gescheiden van de grote inbouwhal waar medewerkers van Efectis inbouwframes opbouwen en opslaan en kleinschalige materiaaltesten uitvoeren. Het klantgedeelte bevindt zich aan de achterkant van het gebouw en heeft een aparte ingang. Veenendaal: “Op dit moment is het nog niet mogelijk om 24/7 toegang toe te staan. Maar we kunnen de klant wel veel meer flexibiliteit bieden als voorheen.” Door de strakke indeling in het nieuwe gebouw is de planning van de ruimtes en testfaciliteiten nog belangrijker geworden, zegt Veenendaal. “Daardoor zullen we met de klanten vaak nauwkeurig moeten afspreken in welke ruimte en op welke

24

nummer 6

MOBIELE OVENS Met de ontwikkelingen rondom de modulaire testoven van Efectis komt de introductie van mobiele ovens, die dezelfde technologie bevatten als de testoven in het lab, ineens binnen handbereik. Jacques van Veenendaal: “Voor een klant die in een ontwikkelingstraject zit en aan de opdrachtgever moet bewijzen dat een product werkt, zijn doorlooptijden van groot belang. Dat gaat op een gegeven moment geld kosten. Dan scheelt het enorm als we de oven bij de klant op locatie kunnen neerzetten. Dat willen we bereiken met dit soort technologie, dat inmiddels gepatenteerd is. Leuk dat zo’n ontwikkeling parallel loopt aan het nieuwbouwproces.” Lees meer over de ontwikkeling van mobiele ovens en Efectis Outlabs in het januarinummer van Brandveilig.com.

tijdstippen ze aan de slag gaan. Het is strakker, maar daardoor beter gefaciliteerd. En daardoor klantvriendelijker.”

Wennen

En de medewerkers, hoe hebben zij de verhuizing ervaren? In het begin was het wel even wennen in het nieuwe pand. Door de nieuwe indeling en logistiek moest iedereen even zijn plek vinden en ervaring opdoen met de nieuwe testapparatuur. Veenendaal: “Inmiddels is de taakverdeling en het gebruik van de faciliteiten behoorlijk uitgekristalliseerd. Het aantal proeven dat we per maand uitvoeren, is al hoger dan voorheen in Rijswijk. Naarmate we beter vertrouwd

december 2013

raken met de faciliteiten en onze werkwijze er beter op afstemmen, zal dit alleen maar toenemen.” Efectis wilde sterker worden, en is wat Jacques Veenendaal betreft aardig op weg. “We zijn op groei berekend en daarom zijn we bijzonder trots op dit pand. We kunnen dit hele concept één-op-één in het buitenland toepassen. Onze ambities liggen veel hoger. We willen wereldwijd groeien, en dit proces heeft ons veel kennis opgeleverd.”


Regeling

Marieke Beugel en Marko van Leeuwen *

Een nieuwe regeling Brandregres

BBr voor zakelijk markt afgeschaft In 2011 is vanuit het Verbond van Verzekeraars besloten de Bedrijfsregeling Brandregres (BBr) opnieuw onder de loep te nemen. Dit resulteerde in het voorstel om de huidige regeling aan te passen. De nieuwe definitieve tekst en inhoud van de BBr 2014 zijn op de algemene ledenvergadering van het Verbond van 12 juni 2013 goedgekeurd. Dit betekent dat het nemen van regres door brandverzekeraars op nietparticulieren, met uitzondering van de zakelijke huurder, per 1 januari 2014 mogelijk wordt. De nieuwe regeling is gepubliceerd op de website van het Verbond.

D

e wet biedt brandverzekeraars het recht de uitgekeerde schadevergoeding te verhalen op de daadwerkelijke schadeveroorzaker. Brandverzekeraars hebben van dit recht altijd maar beperkt gebruik gemaakt. Dit omdat door een verhaalsactie van een verzekeraar de verhoudingen tussen verzekerden en verzekeraars en tussen verzekerden onderling verstoord worden. Met name in de relatie met particulieren vinden verzekeraars dit ongewenst.

Historie

Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, kent de Nederlandse brandverzekeringsmarkt al tientallen jaren een voor Europa unieke regeling, te weten de Bedrijfsregeling Brandregres (de BBr). Onder verschillende namen zijn in de loop der jaren brochures verschenen waarin de kaders van de regresbeperking precies staan beschreven. De Vereniging van Brandassuradeuren publiceerde in 1984 een editie onder de naam Bindend Besluit Regres. Deze versie is in 2000 door het Verbond van Verzekeraars vervangen door de Bedrijfsregeling Brandregres 2000 (BBr

Doel van de nieuwe regeling: vergroten brandveiligheid en verminderen totale (brand) schadelast 2000). Daarin werd, naast het opnemen van eurobedragen, met name de tekst vereenvoudigd en werden verschillende onderdelen van de regeling nader toegelicht. Voor een historisch overzicht van de regeling en de wijzigingen erin verwijzen we naar het artikel van Peter van Zwieten ‘Het toepassingsbereik van de Bedrijfsregeling Brandregres 2000 gewijzigd’ in het Nederlands Tijdschrift voor Handelsrecht 2012-6.

Ter discussie

De huidige BBr staat echter al lange tijd ter discussie. Menig grootzakelijk verzekeraar pleitte al voor afschaffing van de BBr voor de zakelijke markt Daarbij ondersteund door buitenlandse verzekeraars, die aangaven dat de

regeling de internationale concurrentieverhoudingen beïnvloedt en binnen de vrijedienstenruimte in Europa uiteindelijk onhoudbaar is. Andere verzekeraars waren om principiële redenen tegen de regeling en zagen daarom soms zelfs af van het Verbondslidmaatschap. Gevolg hiervan was dat deze maatschappijen eenzijdig konden profiteren, terwijl Verbondsleden vast zaten aan een voor hen bindende regeling. Hierover waren zij op hun beurt weer ontevreden. Voorstanders van de regeling wezen op de nadelen van aanpassen of afschaffen van de regeling: verlies aan efficiency, reputatierisico, risico op lange en dure juridische procedures en onder- of onverzekerbaarheid van bepaalde bedrijven.

nummer 6

december 2013

25


Regeling

Onderzoek

In 2011 is door het Verbond een onderzoek gestart waarin de vraag centraal stond of de huidige bedrijfsregeling nog te handhaven is. Diverse Verbondscommissies hebben zich over deze vraag gebogen. Een commissie, bestaande uit leden van de afdelingscommissies Brand en Algemene aansprakelijkheid, heeft uitgebreid alle voor- en nadelen van het handhaven van de regeling op een rijtje gezet. Ook is gesproken over diverse opties met betrekking tot de regeling, zoals onverminderd vasthouden aan de huidige regeling, de regeling alleen handhaven voor de particuliere markt, deelname op intekenbasis, (gefaseerde) verhoging van het grensbedrag, het afschaffen van de gehele regeling en gecombineerde oplossingen. Deze opties zijn samen met de voor- en nadelen aan het sectorbestuur Schade voorgelegd. Uiteindelijk heeft het sectorbestuur geconcludeerd dat de BBr voor de zakelijke markt moet worden afgeschaft. Als invoeringsdatum is gekozen voor 1 januari 2014. Aan een werkgroep is gevraagd de afschaffing en de gevolgen hiervan verder te bestuderen en mogelijke problemen rond de invoering te inventariseren en hiervoor oplossingen aan te dragen. Deze werkgroep heeft gewezen op het probleem van de niet-particuliere huurder (waarover hierna meer). Hierop is voorgesteld dat ook de niet-particuliere (‘zakelijke’) huurder onder de regeling blijft vallen. Ook werd opnieuw bevestigd dat er geen cijfers beschikbaar zijn van het aantal

26

nummer 6

De nieuwe regeling Brandregres moet preventie door de ondernemer stimuleren.

december 2013


Regeling

Ondernemers kunnen nadrukkelijker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid

zakelijke brandschades die onder de nieuwe regeling regreswaardig zouden zijn, evenals van de hoogte van de schadebedragen. Dit maakt de overgang lastig, maar volgens de aansprakelijkheidsverzekeraars van het Verbond zeker niet onmogelijk. Op de algemene ledenvergadering van 12 juni 2013 is bekrachtigd dat per 1 januari 2014 de BBr niet meer van toepassing zal zijn op de zakelijke markt en dat de regeling voor de particuliere markt en de niet-particuliere huurders onveranderd van kracht blijft.

Verantwoordelijkheden en preventie

Een belangrijk punt dat heeft meegewogen bij de beslissing om de BBr voor de zakelijke markt af te schaffen is dat ondernemers nadrukkelijker kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om de brandveiligheid te vergroten en brandpreventie te stimuleren. Ook vanuit de maatschappij en politiek komt de wens om de verantwoordelijkheid voor de (brand)schade neer te leggen bij de partij die deze daadwerkelijk veroorzaakt. Door het afschaffen van de BBr voor de zakelijke markt worden bedrijven gestimuleerd om hun brandpreventie goed op orde te hebben. Omdat zij nu zelf aangesproken kunnen worden als er op dit vlak wordt verzuimd of als er anderszins onzorgvuldig wordt gehandeld. Bedrijven kunnen na 1 januari 2014 geconfronteerd worden met regresacties van brandverzekeraars als het onvoldoende zorgen voor preventie heeft geleid tot het ontstaan van een brand. Met name bedrijven die brandgevaarlijke werkzaamheden uitvoeren, worden op deze wijze aangesproken op hun maatschappelijke verplichting om hun werkzaamheden op de juiste wijze uit te voeren en hun preventie op orde te hebben.

Uitzondering: zakelijke huurders

In de nieuwe regeling is bewust voor de zakelijke huurder een uitzondering opgenomen. Onder de BBr 2000 en de voorgangers daarvan, werd geen regres genomen op niet-particuliere huurders, pachters, lessees, bruikleners en bewaarnemers van de beschadigde zaak. Deze groepen worden geacht via de brandpremie mee te betalen aan het afdekken van het risico. Indien de BBr 2014 enkel van toepassing is op particulieren, vallen de zakelijke huurders niet langer onder de regeling. Het nemen van regres op deze groep wordt dan mogelijk. Tegelijkertijd biedt de standaard aansprakelijkheidsverzekering (AVB) van de huurder echter geen dekking voor schade aan de door hem gehuurde zaken. Dit is onderdeel van de opzichtbepaling die is opgenomen in de AVB. De zakelijke huurder zou daarmee tussen wal en schip terechtkomen en onverzekerd zijn. Hij zou dan de schade uit eigen middelen moeten vergoeden, met mogelijk ingrijpende gevolgen voor zijn bedrijfscontinu誰teit. Dit terwijl de brandverzekeraar, via de eigenaar van het gehuurde pand, premie heeft ontvangen voor het verzekerde risico. Een onwenselijke situatie. Daarom is besloten om ook voor deze groep de BBr te handhaven. De aanpassing van de BBr kan grote gevolgen hebben voor de verzekeringspositie van ondernemers. Voor de uitvoering van het besluit zijn verzekeringstechnische aanpassingen nodig, met name aan de kant van de aansprakelijkheidsverzekeraars. Het is aan verzekeraars zelf om hier invulling aan te geven. In verband met de mededingingsrechtelijke beperkingen mag en zal het Verbond hierbij geen rol spelen. Wel zal het Verbond samen met onder andere

VNO-NCW/MKB-Nederland ondernemers in Nederland informeren over de wijzigingen in de brandregresregeling en de mogelijke gevolgen voor de bedrijfsvoering.

Afsluiting

Omdat de BBr al jaren ter discussie staat, is door het Verbond de regeling opnieuw onder de loep genomen. Besloten is de BBr voor de zakelijk markt af te schaffen per 1 januari 2014. Deze wijze van afschaffing zal bij ondernemers, verzekeraars en het intermediair vragen en onduidelijkheden oproepen. Het zal zeker in de beginperiode voor alle partijen zoeken zijn naar de wijze van invulling van de nieuwe BBr. Het gebrek aan vergelijkend cijfermateriaal maakt het lastig om het nieuwe risico van een ondernemer goed in te schatten en de benodigde aansprakelijkheidslimiet te bepalen. Verzekeraars, beursmakelaars en het intermediair staan in deze voor een uitdaging. De bezwaren tegen het handhaven van de huidige regeling wegen echter niet op tegen het doel van de nieuwe regeling: stimuleren van preventie door de ondernemer, vergroten van de brandveiligheid en verminderen van de totale (brand)schadelast. * Marieke Beugel en Marko van Leeuwen zijn als beleidsadviseur werkzaam bij het Verbond van Verzekeraars te Den Haag. Dit artikel is eerder gepubliceerd in: de Beursbengel, nr. 827, september 2013.

nummer 6

december 2013

27


Congres

Arjen de Kort

Verantwoordelijkheid brandveiligheid

Op zoek naar een stok achter de deur Deregulering, ook als het gaat om bouwregelgeving, zorgt voor onduidelijkheid in de markt. Wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de brandveiligheid van gebouwen? Tijdens het door Kingspan georganiseerde Fire Seminar werd geprobeerd deze vraag te beantwoorden.

R

uim 150 bezoekers hadden zich op 30 oktober verzameld in het Fata Morgana Paleis in de Efteling om zich tijdens het vierde Kingspan Fire Seminar te informeren over het actuele thema ‘Brandveiligheid uw verantwoordelijkheid?!’

Efficiëntere regelgeving

Die actualiteit bleek direct al uit de presentatie van SP-kamerlid Paulus Jansen, die de huidige politieke agenda bouwre-

Paulus Jansen (SP) pleit voor een APK voor bestaande gebouwen.

28

nummer 6

gelgeving en brandveiligheid schetste. Daaruit vloeien een aantal discussiepunten over brandveiligheid voort, die nog dit najaar in de Tweede Kamer aan de orde zullen komen. Een van de vragen daarbij is of er minder regels of betere regels zouden moeten komen? Jansen verloochende zijn politieke achtergrond niet en stelde dat “de markt geen moraal heeft”. Daarom moet wat hem betreft - ook als het gaat om brandveiligheid - niet volledig op die markt worden vertrouwd en kiest hij niet alleen voor minder regels maar vooral voor betere en efficiëntere regelgeving. En daarbij moet volgens Jansen wel degelijk een publieke stok achter de deur worden gerealiseerd om uiteindelijk de gebouwgebruiker te beschermen. Die stok zou onder andere kunnen worden vormgegeven met een gedifferentieerde invulling van het Bouwbesluit (licht, middel, zwaar), private toetsing in combinatie met een verzekerde garantie, een gebouwdossier, en een APK voor bestaande gebouwen. Met name die APK staat hoog op de strategische agenda van Jansen. In een reactie op kanttekeningen uit de zaal stelde hij dat rondom de invoering van de APK voor auto’s er ook kritisch werd gereageerd, maar inmiddels zijn we er aan gewend en zien we het nut ervan in. Jansen zou zo’n APK willen starten met een vierjaarlijkse controle van gebouwgebonden installaties.

december 2013

Lange adem

Een aantal andere punten uit de strategische agenda van Jansen kwamen ook terug in de presentatie van Nico Scholten van de Stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw. Scholten stelde in zijn levendige verhaal de Nederlandse modelburger - een rol die dankbaar werd ingevuld door dagvoorzitter Jochem van Gelder - centraal. Volgens Scholten wordt die modelburger geacht de (Woning)wet

Nico Scholten (Stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw): “Brandveiligheid leeft niet.”


Congres

noodzakelijk is om burgers en ondernemers in beweging te krijgen, zeker als het gaat om brandveiligheid.

Internationaal perspectief

Graham Orne (LPCB) vertelde hoe de Britse markt heeft ingespeeld op deregulering. te kennen, maar is deze in de praktijk onwetend en eigenlijk niet geïnteresseerd in brandveiligheid. Bovendien zien we in de praktijk dat als er regels worden geschrapt, er ook niet meer naar wordt gehandeld. Als voorbeeld gaf hij het schrappen in 2003 van de verplichting in het Bouwbesluit om schuurtjes te bouwen, waarna er dus huizen werden gebouwd zonder schuur. Volgens Scholten een typisch voorbeeld van het huidige ‘ondoordachte dereguleren’. Een oplossing zou wat hem betreft een vereenvoudiging van de bouwregelgeving zijn, waarbij hij een pleidooi hield om de zogenaamde 5 - 15 - 80 procent regel toe te passen op het Bouwbesluit. In de praktijk gaat het immers in 80 procent van de gevallen om veelvoorkomende standaardoplossingen, waarvoor een vereenvoudigde procedure voldoende zou zijn. De overige zaken vallen uiteen in 15 procent minder voorkomende en 5 procent innovatieve oplossingen, waarvoor wel extra eisen kunnen worden gesteld. Scholten erkende dat een dergelijke vereenvoudiging van de regelgeving een kwestie van lange adem zal worden, waarbij ook wat hem betreft de door Jansen bepleite stok achter de deur

De burger is onwetend en eigenlijk niet geïnteresseerd in brandveiligheid

Dat vereenvoudigde brandveiligheidsregelgeving in de praktijk kan werken, werd vervolgens getoond in de presentaties van Charlotte Roben en Pascal Steenbakkers (Arup) en Graham Orne (LPCB). Roben en Steenbakkers schetsten de situatie in het Verenigd Koninkrijk, waar sinds een aantal jaren de Building Regulations voor brandveiligheid sterk zijn vereenvoudigd en teruggebracht tot een vijftal functionele eisen en de verantwoordelijkheid voor het beheer en gebruik van een gebouw is belegd bij de gebruiker. Volgens hen werkt dit in de praktijk inmiddels goed. Vervolgens vertelde Orne hoe de Britse markt heeft ingespeeld op deze deregulering. Als voorbeeld gaf hij de ontwikkeling van Loss Prevention Standards (LPS), die kunnen worden gebruikt in geval er geen passende regelgeving van de overheid voorhanden is. Zo is LPS 1181 voor sandwichpanelen door de Britse verzekeraars geaccepteerd, waardoor gebruik en toepassing ervan is gereguleerd.

Preventie

Als laatste spreker ging Marko van Leeuwen namens het Verbond van Verzekeraars in op brandveiligheidsrisico’s

Dagvoorzitter Jochem van Gelder leidde de afsluitende paneldiscussie. en de rol van verzekeraars. Van Leeuwen stelde dat deregulering en het elders beleggen van verantwoordelijkheden prima is. Maar hij benadrukte dat het dan wel van belang is dat burgers en bedrijven daarvan bewust moeten worden gemaakt. Reden dat hij een pleidooi hield voor publiek-private samenwerking om risicobewustwording en preventie te bevorderen, waarbij verzekeraars graag een rol willen spelen. Goede voorbeelden hiervan zijn er al, zoals de website www. checklistbrand.nl.

Bewustwording

Marko van Leeuwen (Verbond van Verzekeraars) is voorstander van publiek-private samenwerking om risicobewustwording en preventie te bevorderen.

In de afsluitende paneldiscussie werd nog eens concreet ingegaan op het thema van de dag en nadrukkelijk gevraagd wiens verantwoordelijkheid brandveiligheid is? Scholten herhaalde nog maar eens dat de feitelijke situatie al zo is dat burgers en ondernemers zelf verantwoordelijk zijn, “maar brandveiligheid leeft niet”. Daarom luidde de conclusie dat werken aan bewustwording prioriteit moet krijgen, maar dat dit wel een kwestie van lange adem zal worden.

nummer 6

december 2013

29


Praktijk

Emiel van Rossum *

Brandwerende doorvoeringen en functiebehoud Brandveilig bouwen is een zaak van details. Kleine details kunnen grote investeringen in veiligheid teniet doen, zoals bij het brandveilig afdichten van doorvoeringen door brandwerende muren.

E

en brandwerende muur is meestal zestig minuten WBDBO, dat wil zeggen: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. Dit om te voorkomen dat brand overslaat van het ene brandcompartiment naar het andere. In een WBDBO-scheiding van bijvoorbeeld

30

nummer 6

een stenen muur mag geen opening zitten, want door zo’n opening zou de brand alsnog door kunnen slaan naar het andere brandcompartiment. Elektriciteitskabels spelen een belangrijke rol in gebouwen. Elektrotechnische

december 2013

installaties bestaan voor ongeveer tachtig procent uit kabels en leidingen die in bundels, vaak onzichtbaar, door het gebouw verspreid liggen en ruimtes onderling met elkaar verbinden. Ongeveer negentig procent van alle kunststof materialen in elektrotechnische installaties


Praktijk

NIEUWE RUBRIEK Brandveilig bouwen is een zaak van details. Maar juist die details kunnen grote investeringen in veiligheid teniet doen. In de dagelijkse praktijk stuit Emiel van Rossum regelmatig op deze details en adviseert hij opdrachtgevers hoe zij vervolgens toch tot een brandveilige oplossing kunnen komen. In deze nieuwe rubriek deelt hij zijn ervaringen met de lezers van Brandveilig.com.

is verwerkt in kabels. Steeds vaker worden elektriciteitskabels uitgevoerd in functiebehoud. Dat wil zeggen dat de kabels 30, 60 of 90 minuten blijven functioneren tijdens een brand. Dit biedt bedrijfszekerheid voor cruciale installaties, zoals bijvoorbeeld brandbeveiligingsinstallaties, maar ook voor bedrijfskritische installaties.

Project

Het betreft de renovatie van een 30 jaar oude ondergrondse metrolijn. In het project wordt onder andere de brandveiligheid op het hedendaagse niveau gebracht door middel van een brandmeldinstallatie en een rook- en warmteafvoerinstallatie. In het project worden veel installaties vernieuwd en ook de brandcompartimentering naar huidige standaarden gebracht.

Probleem

Wat als je elektriciteitskabels van de ene naar de andere ruimte wilt leiden? Dan ontstaat er een opening bij de doorvoer,

Elektriciteitskabels spelen een belangrijke rol in gebouwen

waardoor de brand van het ene brandcompartiment naar het andere kan overslaan. De oplossing hiervoor is brandwerend afwerken met bijvoorbeeld steenwol en endotherme pasta en coating. Wat als de kabels die doorgevoerd moeten worden functiebehoud zijn? Blijft het functiebehoud in stand als de kabels met een chemisch goedje behandeld worden? Garandeert de fabrikant de werking van functiebehoud nog als een derde partij de kabels behandelt met de endotherme pasta? In het project waar wij ons dit hardop afvroegen, stelde de fabrikant van de functiebehoud bekabeling zich op het standpunt dat hij het functiebehoud niet meer kon garanderen als de bekabeling met endotherme pasta werd behandeld. Functiebehoud bekabeling is beproefd onder bepaalde condities en daar hangt vervolgens een certificaat aan vast. Om aan dit certificaat te voldoen, moeten de condities waar de bekabeling wordt aangebracht overeenkomen met de testcondities. Dit zou betekenen dat de doorvoeren op een andere manier brandwerend moeten worden afgewerkt. Een van de mogelijke oplossingen is het inpakken van de kabels in brandwerende schuimdelen, die dan afgewerkt worden met een brandwerende vezelplaat. Dit is uiteraard een zeer arbeidsintensieve en dus ook erg dure oplossing. Een andere oplossing is het inpakken van de functiebehoud bekabeling met zogenaamde brandwerende flexibele hoesjes, waarna de kabels beschermd zijn voor eventuele pasta’s die er daarna overheen gesmeerd worden. Het project heeft honderden van deze doorvoeringen. Beide oplossingen zouden een enorme kostenpost voor de opdrachtgever betekenen.

Overwegingen

Is de fabrikant niet erg behoudend in zijn uitspraak? Als we de gedachtegang van de fabrikant volgen, betekent dit dat we in Nederland een groot probleem hebben. Bijna alle doorvoeringen worden in Nederland afgesmeerd met endotherme pasta. Zou de

brandwerende pasta de brandwerendheid van de kabelmantel echt teniet doen? Is het redelijk om te verwachten dat alle functiebehoud kabels bij doorvoeringen met een arbeidsintensieve oplossing beschermd worden, zoals het inpakken in brandwerende schuimdelen en het afwerken met brandwerende vezelplaat?

Oplossing

Het functiebehoud was een wens van de opdrachtgever en geen wettelijke eis. Dat gaf ons de ruimte om er iets praktischer naar te kijken. In plaats van te kijken of de fabrikant het garandeert, zijn we gaan kijken of we verwachten dat functiebehoud in de praktijk standhoudt. Vanuit die optiek zijn we bij andere fabrikanten gaan navragen wat zij voor standpunt hadden op dit onderwerp. Deze fabrikanten kwamen met een positiever verhaal, namelijk dat het helemaal geen probleem was. Vervolgens hebben we de samenstellingen van de twee functiebehoud kabels naast elkaar gelegd. Dus de samenstelling van de functiebehoud bekabeling die wij in ons project gebruiken - van de fabrikant die het niet garandeert - naast de samenstelling van de functiebehoud bekabeling van een concurrent, die zegt dat het geen probleem is. De uitkomst was dat de samenstelling nagenoeg gelijk was. Zoals eerder genoemd, gaat het in dit project om een wens van de opdrachtgever en niet om een wettelijke eis. De garantie van de fabrikant is dus ondergeschikt aan het feit of de installatie in de praktijk zijn doel behaald. Voorgaande heeft ons doen besluiten om de kabels gewoon af te werken met een standaard oplossing van steenwol met een endotherme pasta. * Emiel van Rossum is brandpreventieadviseur en daarnaast docent bij Brandpreventie Academy. Hij gebruikt zijn ervaringen uit de praktijk om als docent praktijkgericht les te geven. Meer info: www.bp-ac.nl

nummer 6

december 2013

31


Symposium

Jan Sterk *

Basis voor brandveiligheid Tijdens het symposium ‘Basis voor brandveiligheid’ presenteerden René Hagen en Louis Witloks van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) hun nieuwe boek onder dezelfde titel. De twee auteurs gaven een toelichting op het nieuwe kennisdocument.

“D

it boek is meer dan alleen een leerboek”, trapte Louis Witloks af. “Het is een praktijkhandboek, dat bedoeld is voor alle betrokkenen als ‘denkraam’ voor de brandbeveiliging van gebouwen volgens de risicobenadering. Daarmee is het de vervanger van de ‘brandbeveiligingsconcepten, een serie boekjes die destijds de basis waren voor de brandveiligheid.” Aan die boekjes heeft Witloks zelf nog meegewerkt en hij is trots dat het nu gelukt is de visie te actualiseren met de nieuwste inzichten in brandbeveiliging en te bundelen in een allesomvattend boek.

Driedeling

Voor de opzet van het boek kozen de auteurs voor een driedeling. Eerst gaat het in deel A over het denkraam en de aanpak van brandpreventie. In deel B worden de

GEBOUW-

kaders van de brandveiligheid beschreven. Ten slotte zijn er in deel C de bijlagen, waarin het gaat over een kenschets van gebouwen, over een analysemodel vluchtveiligheid en afsluitend om de casuïstiek, waarbij 18 kenmerkende branden zijn beschreven. Allereerst negen voorbeelden van branden in gebouwen met wakende, zelfredzame personen, zoals kantoren en industriegebouwen. Dan twee branden met slapende zelfredzame personen: een hotel en een pension. Vervolgens vier branden met slapende niet-zelfredzame personen in zorg- en cellengebouwen. En ten slotte drie branden in woningen en woongebouwen. Witloks: “Waar het bij dit alles om gaat, is natuurlijk de veiligheid van mensen. Bij brandbeveiliging staat dat voorop en daarop zijn verschillende factoren van invloed. Dat is te zien in het ‘kenmerken-

MEEST BEPALENDE RISICOFACTOREN

GEBOUWSOORT

1

personen zelfredzaam

t t t t t

kantoorgebouwen onderwijsgebouwen gebouwen met een publieksfunctie industriegebouwen

2

personen zelfredzaam en slapen

t

logiesgebouwen

3

personen niet zelfredzaam en slapen

t t

gezondheidszorggebouwen cellen en cellengebouwen

4

bewoners zelfredzaam en slapen

t t

woongebouwen woningen

GROEP

32

nummer 6

december 2013

schema’, dat weergeeft dat de mate van brandveiligheid de resultante is van een vijftal ‘kenmerken’. Dat betreft allereerst de aard van de brand, maar ook die van het gebouw en van de mens daarin. Van buiten komen dan nog mogelijke invloeden vanuit de omgeving en de hulpverlening door de interne organisatie (BHV) en de brandweer. Deze manier van denken is best wel complex. We zijn gewend om in regels te denken en bij dit model moet je zelf denken.”

Risico’s

Over de omslag van regelgericht- naar risicogericht denken, memoreerde René Hagen dat het omgaan met kleine of grote kansen in relatie tot kleine of grote gevolgen niet makkelijk is. “Welke risico’s zijn we bereid te nemen? Bij wintersport of roken? Met brandveiligheid? In het boek werken we een systematiek uit die het mogelijk maakt om alle factoren mee te wegen. Vooral de mens is daarbij maatgevend, maar we moeten ook niet vergeten om de kans op brand te beperken. Heel belangrijk is ook de soort brand die we verwachten kunnen. We moeten leren om in brandscenario’s te denken. Aan de hand daarvan kunnen we nagaan welke gevolgen bij brand zijn te verwachten. En dat vormt dan de basis voor de te treffen maatregelen.” Witloks gaat daar nog verder op in en trekt de parallel met Fire Safety Engineering (FSE). Ook daarbij gaat het om risicogerichte preventie. De werkwijze voor een FSE-oplossing is vergelijkbaar met - en ook


Symposium

wennen en vergt extra opleiding, maar het is wel interessant. De brandweer hecht daarbij grote waarde aan de insteek van de opdrachtgever, want dat is waar uiteindelijk de verantwoordelijkheid ligt.”

Gebouwkenmerken

inpasbaar in - de werkwijze bij het gelijkwaardigheidsbeginsel volgens de huidige regelgeving. Van belang is daarbij vooral dat er sprake moet zijn van voldoende deskundigheid en van adequate communicatie. “Bij risicobenadering moet je elkaar wel kunnen vinden. Voor de brandweer brengt de omslag een nieuwe werkwijze met zich mee. Dat is nog

In de modelmatige aanpak - het denkraam - wordt een onderscheid gemaakt in vier soorten gebouwen. De mens is daarbij de meest bepalende factor, waarbij het verschil maakt of er mensen slapend aanwezig zijn en of ze in staat zijn om zelf te vluchten. Zo ontstaan de vier gebouwgroepen, zoals weergegeven in de tabel. Hagen vertelt dat voor de indeling in groepen gekeken is naar brandoorzaken, de risico’s bij repressie, een kenschets van de gebouwen en de branden die hebben plaatsgevonden. Wat je dan ziet is dat in de afgelopen tien jaar in Groep 1 (kantoren e.d.) gemiddeld zo’n 5 doden per jaar vielen. In Groep 2 (logiesgebouwen) waren het er in die periode 2 doden tegen tien keer zo veel in Groep 3 (zorg en cellen). De meeste doden vielen in Groep 4 (woningen) met gemiddeld 46 doden per jaar. Om een beeld te schetsen hoe branden in de verschillende groepen verliepen, is de

INHOUD BASIS VOOR BRANDVEILIGHEID A: Denkraam en aanpak brandveiligheid 1. Denkraam brandpreventie 2. Brandpreventie: van regelgeving naar risicogericht 3. Risicogerichte brandpreventie (FSE) 4. Brandbeveiligingsvoorzieningen en –maatregelen B: Kaders van brandveiligheid 5. Risico’s bij brand 6. Wettelijk kader en doelen brandpreventie 7. Wetenschappelijke onderbouwing 8. Brand en brandverloop C: Bijlage Bijlage A Kenschets gebouwen Bijlage B Analysemodel vluchtveiligheid Bijlage C Casuïstiek van branden Bijlage D Literatuurlijst

René Hagen: “We moeten leren om in brandscenario’s te denken.”

casuïstiek bijgevoegd van 18 recente branden. Hierbij gaat het om twee branden uit de jaren negentig en de rest van na 2005. De verschillen tussen de branden hebben invloed gehad op de repressie door de brandweer, waarvoor het kwadranten model werd ontwikkeld.

Verheugd

Tijdens de presentatie van Hagen en Witloks waren er allerlei vragen van de toehoorders, zoals over de introductie in de regio’s of over veilige dierenverblijven. Na afloop was het duidelijk dat de beschikbare tijd voldoende was om een eerste indruk te geven, maar meer ook niet. Hagen was daarom verheugd om te kunnen melden dat het boekwerk niet alleen te verkrijgen is via de webshop van het IFV, maar ook is te downloaden via: http://www.infopuntveiligheid.nl/ Publicatie/DossierItem/15/4939/basisvoor-brandveiligheid.html. Bovendien organiseert de Brandweeracademie van het IFV 2-daagse bijscholingscursussen ‘Basis voor brandveiligheid’. Centraal element is de koppeling van de theorie aan de praktijk. De opleiding heeft een brede doelgroep. Meer informatie via: www.brandweeracademie.nl > vakbekwaam blijven > risicobeheersing > bijscholing Basis voor brandveiligheid. * Jan Sterk is freelance journalist

nummer 6

december 2013

33


Branche-informatie VBE Doelstellingen

De Verenigde BrandveiligheidsExperts (VBE) stellen zich ten doel de kennis van brandveiligheid te delen, te vergroten en te verspreiden. Zij bieden een platform voor discussie over allerlei (actuele) brandveiligheidsthema’s. De VBE bestaat sinds 2007 en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB), een koepelorganisatie die zich sterk maakt voor een brandveiliger Nederland. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan vergroting van kennis over brandveiligheid en de doelstellingen van de vereniging onderschrijft, kan lid worden. Het lidmaatschap is uitsluitend op persoonlijke titel en mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. De huidige leden zijn afkomstig uit onder andere installatiebedrijven, inspectie-instellingen, de brandweer, de overheid, de bouw- en projectontwikkelaarswereld, toeleveringsbedrijven, het facilitair management en de verzekeringswereld.

Lid worden?

Bent u expert op één of meer brandveiligheidsterreinen en geïnteresseerd in een lidmaatschap dan kunt u zich via de website aanmelden en bij voorkeur een VBE-lid als referentie opgeven. Het VBE-comité beslist over de toelating. Het comité bestaat uit de VBE-leden Maarten de Groot (voorzitter), Bruno van Burik, Alex Ivanovic, Siem-Jan Stam en Wim van de Geijn. Verenigde Brandveiligheid Experts Hogeweg 37A 5301 LJ Zaltbommel Tel. 0418-510828 E-mail info.vbe@novb.nl www.brandveiligheidslimbekeken.nl www.vbe.novb.nl

www.brandveiligheidslimbekeken.nl

34

nummer 6

VBE-Jaarprogramma

De VBE realiseert haar doelstellingen onder andere door geregeld themabijeenkomsten te organiseren en een jaarlijks seminar in het najaar. Daarin komen allerlei (actuele) brandveiligheidsonderwerpen aan de orde.

Innovaties in watervoerende stationaire blussystemen

De laatste VBE-themabijeenkomst van 2013 stond in het teken van innovaties. Siron en Tyco gaven inzicht in de allerlaatste ontwikkelingen aan de bijna 50 aanwezigen. Antoon Buitenhuis van Siron belichte diverse type sprinklers voor specifieke toepassingen. Hij gaf uitleg over een sprinkler met een vergroot sproeivlak die speciaal ontwikkeld is voor toepassing boven systeemplafond. Ook een sidewallsprinkler die het water juist heel breed sproeit kwam aan de orde, maar ook een sprinkler voor toepassing in atria. De drinkwatersprinkler leidde tot een discussie over wat brandveiligheid nu eigenlijk is! De airfoam-producten en een testsysteem voor delugesystemen (open sprinklersystemen) kunnen worden toegepast bij opslag van gevaarlijke stoffen en respectievelijk productieplatforms op zee. Hans Schipper die dagelijks mensen in Europa en het Midden Oosten opleidt, gaf ons een kijkje in de innovatieve keuken van Tyco. Een droge ESFRsprinkler, speciaal voor in koel- en vrieshuizen. Nieuwe pre-action systemen en software die ontwerpers ondersteunt bij een efficiënt ontwerp. Een mooi voorbeeld was het voetbalstadion in Stockholm (65.000 plaatsen), waar enorme besparingen mogelijk bleken door het ontwerp te optimaliseren met behulp van die software. Een watermistapplicatie speciaal voor

‘oil-cookers’ in de voedingsmiddelenindustrie werd uitgebreid besproken. Er gaat een wereld voor je open qua oplossingen die ook voor deze complexe situatie mogelijk zijn. In het rijtje passeerden de raamsprinkler, een systeem dat op boorplatforms zelf de brand opspoort en bestrijdt. Ook nozzles voor in leidingen, sprinklers voor de tunnels ontbraken niet bij de fabrikant. Tyco neemt de 69e plaats in op de innovatieranglijst van Forbes. Alles bij elkaar weer een succesvolle en leerzame themabijeenkomst.

De VBE adviseert het OpleidingsCentrum Brandveiligheid (OCB ) over de ontwikkeling van opleidingen.

Toegepaste Sprinklerbeveiliging

De vierdaagse cursus Toegepaste Sprinklerbeveiliging gaat vanaf 4 december weer van start. De cursus is interessant voor met name preventisten, architecten, installateurs, risk- en facilitair managers, verzekeringsmakelaars, ambtenaren Vergunning & Handhaving die betrokken zijn bij het ontwerp, de realisatie, het gebruik van een bouwwerk met sprinkler of de instandhouding ervan. Voor meer informatie: http://hetocb.nl/ cursussen/sprinklertechniek/toegepaste-sprinklerbeveiliging-voor-de-brandweer/sprinklerbeveiliging-brandweer

Eendaagse workshop model IBB

Deze workshop is bedoeld voor diegenen die mede beslissingen nemen in een bouwteam, zoals: opdrachtgevers, gebruikers, verzekeraars, bouwkundigen, architecten, adviseurs, projectontwikkelaars, vertegenwoordigers van de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Kortom, mensen die

De drinkwatersprinkler leidde tot een discussie over brandveiligheid

december 2013


Branche-informatie VBE

Hans Schipper gaf een kijkje in de innovatieve keuken van Tyco.

Antoon Buitenhuis van Siron belichte diverse type sprinklers voor specifieke toepassingen.

betrokken zijn bij de totstandkoming van brandveilige objecten vanaf het ontwerp tot en met een brandveilig gebruik van het object. Het opstellen van een uitgangspuntendocument voor de brandveiligheid is een complex samenspel van de gebruiker/ eigenaar met zijn adviseur, de overheid en eventueel de verzekeraar. Gezamenlijk bepalen zij de meest geschikte mix van brandbeveiligingsmaatregelen met het daaruit voortkomend acceptabel restrisico. De analyse en de daaruit volgende keuzes komen in een uitgangspuntendocument UPD dat in het Model IBB ‘Integraal Plan Brandveiligheid’ of IPB heet. GeĂŻnteresseerden kunnen zich aanmelden voor een eendaagse workshop model IBB. Er is nog een datum waarop kan worden ingetekend: 10 december. Voor meer informatie en aanmelden: http://hetocb.nl/cursussen/wet-regelgeving/ workshop-UPD-model-ibb

er ook commentaar aantreffen op branden. Bovendien is het een goed medium voor aankondigingen van symposia en evenementen waarin de brandveiligheid aan de orde komt.

Voordeel voor VBE-leden

VBE-leden mogen gratis deelnemen aan al verenigingsactiviteiten, ontvangen regelmatig informatie over de activiteiten van de vereniging en hebben hun eigen discussieplatforms. Daarnaast zijn er regelmatig kortingen op evenementen van derden. Kent u een seminar, opleiding of andere interessant item, neem dan contact met ons op. Ook ontvangen VBE-leden dit blad tegen een aantrekkelijke prijs.

LinkedIn

De leden kunnen zich aansluiten bij de VBE Linkedin groep. De bijdragen aan de op VBE Linkedin groep zijn zeer divers. Men kan elkaar vragen stellen, er vindt discussie plaats over de beste beveiligingsmethoden van bijvoorbeeld parkeergarages en tunnels en over onderzoeksresultaten en men kan

nummer 6

december 2013

35


Schadepraktijk

Leo Porrio *

Gevalletje waterschade De herfst van 2013 is in de top 5 van de natste herfstseizoenen sinds 1901 beland. Zaterdag 12 en zondag 13 oktober viel plaatselijk meer dan 120 mm in 24 uur. Een zorgelijke ontwikkeling voor eigenaren/huurders van gebouwen met platte daken.

E

en risk control consultant komt regelmatig bij zijn klant om risico’s in kaart te brengen en om zaken na een verbouwing, na aanschaf van nieuwe machines, of na aanleggen van een blussysteem te actualiseren.

Historie

Op 24 augustus 2002 stortte een deel van het dak van de Ikea-vestiging Amsterdam in. Een enorme ravage was het gevolg. Gelukkig waren er geen personen aanwezig in het pand, waardoor er alleen materiële schade was. De dakinstorting was wel aanleiding voor het toenmalige ministerie van VROM een brief te sturen aan 68.000 eigenaren of huurders van gebouwen met lichte platte daken met het advies onderzoek te (laten) doen naar de kwaliteit van de daken. En in 2004 heeft het Verbond van Verzekeraars hier een nieuwsbrief aan gewijd (nr.179).

Dakinstorting

Gemiddeld kent Nederland 20 dakinstortingen per jaar. Uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de oorzaken wordt gevormd door: onvoldoende afvoercapaciteit en/of niet goed functioneren van de reguliere afvoeren (80%), ontbreken van noodafvoeren of onvoldoende/verkeerd geplaatste noodafvoeren (84%), onvoldoende afschot (55%), onvoldoende stijfheid van de dakconstructie (44%), en een aantal minder voorkomende oorzaken. In Nederland is een aantal deskundige ingenieursbureaus actief, die uitstekend in staat zijn een wateraccumulatieberekening te leveren. Het bouwproces zelf biedt blijkbaar onvoldoende garanties voor een goed resultaat in alle gevallen. De constructeur, die een sleutelrol vervult in het proces, is veelal niet betrokken bij de oplevering van het gebouw. Navraag bij een constructeur - “Heeft u de tekeningen

Een dakconstructie beoordelen in al zijn facetten is lastig.

36

nummer 6

december 2013

daadwerkelijk gecontroleerd na uitvoering?” - leverde het volgende antwoord op: “Daar heb ik geen opdracht voor gekregen”.

Het advies

Een dakconstructie beoordelen in al zijn facetten is lastig. De onderhoudstoestand van de dakbedekking, de aanwezigheid van een noodafvoersysteem, en de afwezigheid van vervuiling zijn wel snel vast te stellen. Controlemeting van het dak en de steunconstructie, gecombineerd met een (computer)berekening levert het gewenste resultaat. In een aantal gevallen zal aanpassing van het dak plaats dienen te vinden. Vergroting van de capaciteit van de hemelwaterafvoeren, en in het bijzonder het noodafvoersysteem, is dikwijls het gevolg. Het normale hemelwaterafvoersysteem loost op het gemeenteriool. Ook dit systeem laat het vaker afweten bij extreme situaties. Zonder adequaat noodafvoersysteem is het wachten op de instorting. De schade door dakinstorting aan het gebouw en de in het gebouw aanwezige goederen en machines is veelal aanzienlijk. Vaak in combinatie met een gehele of gedeeltelijke bedrijfsstilstand. Het gebouw dient zo snel mogelijk hersteld te worden, zonder discussie of het evenement nu wel of niet gedekt is volgens de polisvoorwaarden. Een lichte premieverhoging zou dit probleem in de volle breedte uit de wereld moeten helpen. Onderzoek naar mogelijke oorzaken kost immers veel tijd en is ook niet goedkoop. * Leo Porrio is risk control consultant


Column

Joric Witlox

Boerenverstand Zaterdag 19 oktober. Ik zit wat te zappen op TV en kom een bericht tegen over een brand in Leeuwarden. Duidelijk is dat de belendende percelen van het pand waar de brand is ontstaan niet gespaard zijn. De brandoverslag en waarschijnlijk ook branddoorslag is duidelijk. Ik word boos. Verdorie, weer een bewijs dat de brandveiligheid niet is zoals verwacht mag worden. Zoiets zou gewoon niet nodig moeten zijn. Nijdig stuur ik een Twitterbericht‌ Even later begrijp ik dat er waarschijnlijk een dode te betreuren valt. Vreselijk. Oei! Snel open ik Twitter weer om mijn bericht te verwijderen. Zeer ongepast om hierover nu berichten te sturen, ontevredenheid te uiten. Helaas, ik was te laat. Er waren al drie reacties die duidelijk maakten het ongepast te vinden dat ik een Tweet gestuurd had. Terecht. Over een concrete situatie van een brand waar slachtoffers zijn spreek je niet publiek. Maar laat wel duidelijk zijn dat het mij zeer aan het hart gaat als het mis gaat.

Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).

Stappen we over naar een algemeen beeld over brandveiligheid, dan zien we dat preventisten van brandweer en bouw- en woningtoezicht intensief werken om gebouweigenaren te helpen hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid waar te maken. Zij verdienen onze hartelijke steun in dit streven. Echter, hun streven wordt niet altijd positief gewaardeerd, maar blijkt toch echt nodig vanwege de vele situaties waar wellicht door onwetendheid, onzorgvuldigheid of zelfs nalatigheid, de brandveiligheid in gevaar komt. In de organisatie van deze brandpreventie gaat wellicht veel veranderen. Regionale Uitvoeringsdiensten worden in dit kader wel genoemd. Het is van groot belang dat hierbij de brandveiligheid voorop blijft staan, onder welke organisatie het ook valt. Daar wil ik voor pleiten. Eigenlijk zou iedereen daarvoor moeten pleiten. Want je wilt toch niet je buren in gevaar brengen, of omgekeerd je in gevaar laten brengen door de brandgevaarlijke situatie bij de buren? Er is nog veel te bereiken qua brandveiligheid. Dat hoeft niet eens met heel ingewikkelde middelen. Veel weten we al. De conclusie van een van de congressen van BBN was bijvoorbeeld: gebruik je boerenverstand, dan kun je veel bijdragen aan brandveiliger gebouwen. Het ging toen over de vraag waarom we als we weten hoe we brandveilig zouden kunnen bouwen het toch in veel gevallen niet doen? De mensen die op de werkvloer iedere dag weer werken aan verbetering van die brandveiligheid verdienen aanhoudend onze steun. Ik zou gebouweigenaren ook willen oproepen hen met respect te ontvangen en lering te trekken uit wat die preventist te bieden heeft. Je kunt wel een mooi, geweldig, duurzaam pand neerzetten, maar als het korte tijd na oplevering afbrandt heb je nog niets. Maar wel een geweldige milieubelasting. Daarmee is brandveilig bouwen dus duurzaam bouwen. Vandaar mijn oproep. Bouw, renoveer en onderhoud zoals het hoort, met producten die getest zijn op hun brandprestatie in een geaccrediteerd lab. En controleer regelmatig en adequaat de brandveiligheidsvoorzieningen. De publicatie EssentiĂŤle bouwkundige controlepunten die Brandweer Nederland samen met BBN publiceert, is hiervoor een voor iedere betrokkene bewezen hulpmiddel.

nummer 6

december 2013

37


Praktijktoepassing

Gelijkwaardige brandveiligheid? Levert een reductie op de waarde van de brandwerendheid op bezwijken en een vergroting van de omvang van brandcompartimenten in combinatie met toevoeging van een sprinklerinstallatie een zelfde mate van brandveiligheid op als wordt beoogd met de brandveiligheidsvoorschriften in het Bouwbesluit 2003? Het is aan de aanvrager om dat aan te tonen.

D

eze adviesaanvraag betreft de nieuwbouw van een nieuw stadskantoor dat deels bestaat uit nieuwbouw en deels uit bestaande bouw. Het gebouw bevat brandcompartimenten met een maximale grootte van 5.000 m2, die groter zijn dan de grenswaarde in de prestatie-eis van 1.000 m2 volgens artikel 2.105, lid 4 van Bouwbesluit 2003. De WBDBO tussen de compartimenten bedraagt 60 minuten. De hoofddraagconstructie wordt uitgevoerd in staal met een brandwerende coating. De brandwerendheid op bezwijken van de hoofddraagconstructie bedraagt 90 minuten, minder dan de grenswaarde in de prestatie-eis van 120 minuten volgens artikel 2.9, lid 2. In de onderbouw wordt een sprinklerinstallatie met verbeterd uitvoeringsniveau van de watervoorziening toegepast om een gelijkwaardige brandveiligheid te bieden. Het deel van de constructie in de bovenbouw behaalt de benodigde brandwerendheid zonder sprinklerinstallatie.

Standpunt aanvrager

De aanvrager is van mening dat de combinatie 90 minuten brandwerende hoofddraagconstructie met sprinkler en

compartimenten van maximaal 5.000 m2 een veiliger gebouw oplevert dan dit gebouw met een hoofddraagconstructie van 120 minuten zonder sprinkler en compartimenten van maximaal 1.000 m2.

Standpunt bevoegd gezag

De gemeente, afdeling Vergunningen, is van mening dat van gelijkwaardigheid door toepassen van de sprinklerinstallatie geen sprake is, omdat het de bedoeling is dat de constructie 120 minuten in stand blijft nadat alle andere brandwerende maatregelen zijn benut en uitgewerkt. Bij falen van de sprinklerinstallatie is er geen 120 minuten maar 90 minuten brandwerendheid aanwezig.

Advies

De vraag die moet worden beantwoord is of door toepassing van de door de aanvrager opgevoerde sprinklerinstallatie, het bouwwerk ten minste de zelfde mate van brandveiligheid biedt als is beoogd met artikel 2.9, lid 2 en artikel 2.105, lid 4 van het bouwbesluit 2003. Sprinklerinstallaties kunnen, zoals aangegeven in de toelichting bij afdeling 2.22 van Bouwbesluit 2003, worden toegepast om in grote brandcompartimenten (groter dan de grenswaarden in

de prestatie-eisen) een gelijke mate van veiligheid te bieden als beoogd met de voorschriften, door te voorkomen dat er bij brand een onbeheersbare situatie ontstaat en door ervoor te zorgen dat, ondanks lange vluchtafstanden, veilig kan worden gevlucht. Er is in deze casus sprake van een reductie op de waarde van de brandwerendheid op bezwijken en een vergroting van de omvang van brandcompartimenten. Dat het gebouw met deze wijzigingen en met toevoeging van een sprinklerinstallatie met verbeterd uitvoeringsniveau van de watervoorziening minimaal gelijkwaardig is aan het veiligheidsniveau van een ‘standaardgebouw’ moet door de aanvrager worden aangetoond. De door de aanvrager gebruikte Methode Beheersbaarheid van Brand 2007 is daarvoor niet bedoeld en niet geschikt. De Adviescommmissie is dan ook van mening dat de door aanvrager aangevoerde gelijkwaardigheid onvoldoende is onderbouwd. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften, advies met registratienummer 1306, 2 oktober 2013, status definitief.

nummer 6

december 2013

39


%FWFJMJHTUFLFV[FBMTIFU PNCSBOECFWFJMJHJOHHBBU .FUBDPOJTE¶NFFTUJOOPWBUJFWFGBCSJLBOUWBOCSBOEWFSUSBHFOEF EFVSFO SPMEFVSFO TDIVJGEFVSFO PWFSIFBEEFVSFOFOCSBOEXFSFOEF EPFLFO .FUBDPOWFSWBBSEJHUUFWFOTJOCSBBLWFSUSBHFOEFSPMMVJLFO FOSPMIFLLFONFUEJDIUF HFQFSGPSFFSEFPGUSBOTQBSBOUFMBNFMMFO FOTDIBBSIFLLFO.FFSXFUFOPWFSPO[FNBBUXFSLQSPEVDUFO /FFNDPOUBDUNFUPOTPQ

+BNFT8BUUTUSBBUt1"(PVEB 5FM    'BY    JOGP!NFUBDPOOMtXXXNFUBDPOOM

Brandveiligheid voor deuren

In combinatie met optimale toegankelijkheid

HLS-CATCH DRAAGT BIJ AAN BRANDWERENDHEID VAN DE DEUR HLS-catch; een veiligheidspal getest voor toepassing bij 30 en 60 minuten brandwerende deuren. Als er een omgevingstemperatuur van ca. 500° wordt bereikt, zal de pen uit de behuizing lopen in het tegenoverliggende sluitplaatje en wordt de deur gefixeerd. Daarmee wordt voorkomen dat de deur kan kromtrekken en daardoor de kans op vuurdoorslag aanzienlijk verkleind. De invloed van de HLS-catch op brandwerende deuren? Zie hiervoor de algemene beoordeling van Efectis (2010-R0451). DICTATOR; ook fabrikant en leverancier van deze brandveilige oplossingen:

ROOK- EN WARMTEMELDERS

DEURHOUDMAGNETEN (vloer)

DEURHOUDMAGNETEN (wand)

NETDELEN 24 VDC

(vrijloop) DEURDRANGERS


Jan Sterk *

Congres Brandbeveiligingssystemen VdS Schadenverhütung wint aan bekendheid in ons land. Het goed bezochte congres telde dit keer dan ook meer deelnemers dan de eerste editie van vorig jaar. De focus lag op nieuwe ontwikkelingen en inzichten op het gebied van brandbeveiligingssystemen.

H

ans de Jong, vertegenwoordiger van VdS in Nederland, deed de aftrap van dit tweede congres en sprak daarin over het risico van bevriezing van watervoerende blussystemen in vorstperiodes. Na dit winterse onderwerp gaven Joop Ruijgers en Willem van Oppen een toelichting op de certificatieschema’s van het CCV. Van Oppen wees er op dat het certificeren van brandbeveiliging in het verleden niet gebeurde volgens de regels van de Raad voor Accreditatie. Dat leidde

tot onduidelijkheden en de klant was er eigenlijk niet bij betrokken. Bij de huidige regelingen is dat wel het geval en is er bovendien de goedkeuring van de RvA.

Automatisch en veilig

“Opslagsystemen voor goederen worden tegenwoordig steeds ingenieuzer”, vertelde Norbert Reinhardt van VdS. In computergestuurde systemen worden de goederen daarbij steeds dichter op elkaar geplaatst. Dat maakt de brandbeveiliging er niet makkelijker op. En al helemaal niet als de goederen ook nog voortdurend in beweging zijn om de weg vrij te maken voor goederen die worden opgehaald. De brandbeveiliging van zo’n complex opslagsysteem is niet eenvoudig. Voor de (verticale) paternostersystemen komt VdS binnenkort met nieuwe richtlijnen. Het onderwerp ‘woningsprinklers’ is voor ons land niet nieuw, maar het was toch goed om daar nog eens met een internationale bril naar te kijken. Dat deed Nick Groos van de International Fire Sprinkler Association. Hij vertelde over de voortdurende pogingen om voor woningsprinklers met zo weinig mogelijk water toch het optimale resultaat te bereiken. Onlangs publiceerde VdS een nieuwe richtlijn voor woningsprinklers.

Het congres Brandbeveiligingssystemen telde meer deelnemers dan de eerste editie van vorig jaar.

Peter Vlemmix van Hertek ging in op de gevolgen van een verlaagd zuurstofpercentage in de lucht bij brand of bij het blussen daarvan. In ons land vormt de

wettelijke zorgplicht van de ondernemer het uitgangspunt voor de betreffende regelgeving. Helaas pakt dat volgens Vlemmix in de praktijk lang niet altijd goed uit, omdat in 90 procent van de gevallen de door de Arbowet verplichte RI&E niet aanwezig blijkt te zijn.

Kennis en efficiency

De visie van verzekeraars op het gebied van brandbeveiliging werd vertolkt door Gerard Kerkman van Hannover Risk Consultants. Bouwkundige preventie krijgt tegenwoordig minder aandacht, vuurbelasting en waardeconcentratie in bedrijfsgebouwen zijn sterk toegenomen en is er te weinig aandacht voor brandrisico’s. Wel worden meer automatische blussystemen toegepast, al maakt Kerkman zich zorgen over de huidige certificeringsregelingen die hij te ingewikkeld vindt. Het laatste onderwerp van de dag was ‘watermist’. Stefan Kratzmeier van VdS vertelde dat het ontwerpen van een watermistsysteem gecompliceerder is dan van een sprinklerinstallatie, omdat tijdens het ontwerpproces middels proefbranden moet worden aangetoond dat het ontwerp zal voldoen. VdS is nu bezig om voorschriften voor watermistsystemen uit te werken, waarin brandproeven overbodig worden voor veelvoorkomende ruimten. Ze zullen in 2014 verschijnen. * Jan Sterk is freelance journalist

nummer 6

december 2013

41


Brandveilig.com bedrijvenindex ADEMBESCHERMING

ASPIRATIESYSTEMEN

BOUWMATERIALEN

ADVIESBUREAUS

BHV

Gyproc www.gyproc.nl

Dräger Nederland www.draeger.com

AerOcheck www.aerocheck.eu

Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Wagner www.wagner-nl.com

DGMR dgmr.nl

BINNENDEUREN Albo Deuren www.albodeuren.nl

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

Berkvens www.berkvens.nl

Floriaan www.floriaan.nl Leeuwesteijn Bandveiligheid www.leeuwesteijn.org Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl Obex www.obex.nl Peutz www.peutz.nl

Vgib Onderhoudsmanagement www.vgib.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

AFDICHTINGEN BBWest www.bbwest.nl

DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl Firestopsupply www.firestopsupply.nl Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

BRAND/GASDETECTIE Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

Dräger Nederland www.draeger.com

Theuma DoorSystems www.theuma.nl

BRANDBEVEILIGING BBD Brandveiligheid www.bbdbrandveiligheid.nl

P&G Safety www.pengsafety.nl

BrandPrevent Applications www.brandprevent.nl

BLUSGASINSTALLATIES

Dictator Productie www.dictator.nl

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl Hefas Branddetectie www.hefas.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

BRANDSLANGHASPELS Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

BRANDTESTEN

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl

BRANDVERTRAGING BrandPrevent Applications www.BrandPrevent.nl Finivlam www.finivlam.nl Fireprevention.NL www.fireprevention.nl Walraven www.walraven.com

BRANDWERENDE COATINGS DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

Sika Nederland www.sika.nl

Hi-Safe Systems www.hisafe.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Alprokon Aluminium www.alprokon.com

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

BLUSMIDDELEN

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Tremco illbruck www.nullifire.nl

BOUWPLANTOETSING

Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

IBMO www.ibmo.eu

Reppel www.reppel.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

AED

Promat www.promat.nl

KONE Deursystemen www.konedeursystemen.nl

BLUSDEKENS

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Draka Kabel www.draka.nl

BRANDKLEPPEN

BRANDWERENDE DEUREN

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl GNS Brinkman www.gnsbrinkman.nl Indeko Holland www.indeko.nl

FSS International www.firestopsystems.nl

KONE Deurystemen www.konedeursystemen.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

Rucon Systemair www.systemair.nl

Metacon www.metacon.nl

Walraven www.walraven.com

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

BRANDMELDINSTALLATIES Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

AFSLUITERS

P&G Safety www.pengsafety.nl

BD Service Nederland www.bdservice.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

BERMAD Fire Protection www.bermad.nl

AFVALBAKKEN EHCM www.ehcm.nl

42 42

Schuurman Brandbeveiliging www.schuurman-brandbeveiliging.nl

nummer 6

december 2013

Theuma DoorSystems www.theuma.nl

CFD

Peutz www.peutz.nl


Brandveilig.com bedrijvenindex Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl/ Exiss www.exiss.eu ONE Simulations www.onesimulations.com

KABELS

Cable Masters www.cablemasters.nl Draka Kabel www.draka.nl

Wolter & Dros www.blussenmetbeleid.nl

TRAINING/OPLEIDING Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Eldra www.eldra.nl

Dräger OpleidingsCentrum www.draeger.com

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl

NOODVERLICHTING

Hefas Branddetectie www.hefas.nl

Firetexx www.firetexx.com

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Hoefnagels Branddeuren BV www.hoefnagels.com

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

Merford Special Doors www.specialdoors.nl

Raca Batteries www.racabatteries.nl

Metacon www.metacon.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Protec Industrial Doors www.protecindustrialdoors.com

PARKEERGARAGE-VENTILATIE

DEUREN INDUSTRIE

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

DEURVERGRENDELINGEN Dictator Productie www.dictator.nl

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

VLUCHTLUIKEN Gorter Luiken www.dakluiken.nl

VUURLASTBEREKENING Leeuwesteijn Brandveiligheid www.leeuwesteijn.org Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Colt International www.coltgroup.com

Floriaan www.floriaan.nl

Rucon Systemair www.systemair.nl

WATERMIST

ROOK- EN WARMTEAFVOER

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Fire Technology www.firetechnology.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Colt International www.coltgroup.com

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

ROOKMELDERS

Technoship www.ultrafog.com

DROGE BLUSLEIDINGEN

GASBLUSSYSTEMEN

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

GLAS

P&G Safety www.pengsafety.nl

ROOKSCHERMEN Brakel Atmos www.brakelatmos.com

AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com

Firetexx www.firetexx.com

INSPECTIEBUREAUS

Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com

Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl Bureau Veritas www.bureauveritas.nl

ROOSTERS

Aralco www.firecatch.nl

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

FSS International www.firestopsystems.nl

Kiwa BPSI www.kiwabpsi.nl

SPRINKLERS

R2B Inspecties www.r2b.nl

ISOLATIEMATERIAAL

Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl/brandbeveiliging.htm

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Unilin Insulation www.unilininsulation.com

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Rockwool Benelux www.rockwool.nl

Kemkens Brandbeveiliging www.kemkensbrandbeveiliging.nl

Uw bedrijf ook in de bedrijvenindex? Bel of mail accountmanager Marion Smits, marionsmits@ vakmedianet.nl, 06 - 52867200

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

nummer 6

december 2013

43


Het antwoord op al uw brandwerende vraagstukken! Handboek Brandveilig doorvoeren en bevestigen

■ Duidelijke praktijksituaties ■ Overzichtelijke selectieschema‘s ■ Uitgebreide productinformatie ■ Conform Bouwbesluit 2012

Voor elke situatie de juiste brandwerende oplossing

walraven.com Walraven B.V. | Postbus 15 | 3640 AA Mijdrecht (NL) | Tel. +31 (0)297 23 30 00 | Fax +31 (0)297 23 30 99 | info@walraven.com | walraven.com

Brandveilig.com, nr. 6, december 2013  

Vakblad voor professionals in brandpreventie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you