Page 1

platform voor professionals in brandpreventie

Zevende jaargang nr. 3 juni 2014

Thema

Certificering Let op: meer informatie vindt u op brandveilig.com

gecertificeerd dus brandveilig?

vluchten en evacueren in ziekenhuizen

veranderen van gebouwen


Inhoud

11

Thema Certificering 11 | Gecertificeerd, dus brandveilig? 14 | Certificering BMI’s

25

17 | Druk op overdruk 20 | Als certificering een last wordt

Verder in dit nummer

28

6

nieuws

10 column Joric Witlox 21 uit het brandlab 25 Wet is alleen nog basis 28 Brandoffers 31 redden met de stopwatch 34 fire sprinkler international 2014 36 praktijk 38 branche-informatie VBE

39

39 vele kleine druppels maken één grote 40 schadepraktijk 42 bedrijvenindex

nummer 3

juni 2014

3


Brandveiligheid voor deuren Design & Barrièrevrije toegang

Maak nu kennis met het vernieuwde programma van brandgestuurde TJSS deurdrangers volgens EN 1154

TJSS T6 FL & Flight vrijloopdeurdrangers met glijrail

of schaararm. Compacte afmetingen, bij normaal gebruik vrijlopend, in geval van een calamiteit als brand of stroomuitval zelfsluitend

TJSS T6 EMF voor het gecontroleerd vastzetten van de deur Geïntegreerde elektro-mechanische vastzetinrichting bij normaal gebruik vastgezet, in geval van een calamiteit als brand of stroomuitval zelfsluitend

TJSS T6 GSR EMF voorzien van geïntegreerde sluitvolgorderegeling, bij normaal gebruik vastgezet, in geval van een calamiteit als brand of stroomuitval zelfsluitend.

Kijk voor meer informatie op www.dexter.eu

Cooper MEDC

Stahl (Clifford & Snell)

Cooper Fulleon

Fire & Gas

FHF

Federal Signal

E2S non-Ex

Miscellaneous

Bakkenzuigerstraat 40 • 1333 HA Almere • The Netherlands • Tel: +31 (0)36 - 53 68 216 • E-mail: info@dexter.eu


Colofon B+B VAKMEDIANET

Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Inge Mulder Medewerkers aan deze uitgave Arjan Anderiesen (coverontwerp), Dennis van Asselt, Louis Cleef, Frank van Elsen, Nico Kluwen, Henk Jan Kooijmans, John van Lierop, Björn Peters, Leo Porrio, Betty Rombout, Emiel van Rossum, Niels Strating, Aad van den Thoorn en Joric Witlox Redactieraad

De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.

Coen van Beek, Eric Bosscher, Xander van Bree, Arnoud Breunese, Maarten de Groot, Dingeman de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen en Joric Witlox Uitgever Geert van den Bosch Accountmanager Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl tel. 06-52867200 Vormgeving & opmaak Content Innovators Alphen aan den Rijn Druk Ten Brink, Meppel Adres Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn Tel. 088-5840918 www.brandveilig.com, info@brandveilig.com Abonnementenadministratie klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888

Abonnementen Brandveilig.com verschijnt 6 keer per jaar. Abonnement: Nederland € 110,-, overige landen € 125,00, los nummer € 17,00; prijzen exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Die zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Partner Trigion Brand en Beveiligingstechniek Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2014 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. ISSN 1876-5750

Déjà vu Twee jaar geleden organiseerde ik het Security Management Congres. Naar aanleiding van een veelgestelde vraag om eens iemand uit de boardroom over security te laten spreken – de security manager vindt namelijk dat zijn boodschap daar thuisArjen de Kort hoort, maar er volgens hem ten hoofdredacteur Brandveilig.com arjendekort@vakmedianet.nl onrechte niet of onvoldoende wordt gehoord – had ik een CEO van een wereldwijd opererende logistieke onderneming uitgenodigd als keynote spreker. Hij hielp de aanwezige security managers met zijn eerste sheet meteen uit de droom. Daarop stond namelijk tot ieders verrassing een doosje aspirine afgebeeld. De boodschap daarbij: hij kreeg vooral hoofdpijn van security (managers). “Het kost altijd alleen maar geld en ze vertellen me nooit wat het voor het bedrijfsresultaat oplevert.” Afgelopen 17 april had ik tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres een déjà vu, toen 's middags ineens de gebouweigenaar/-gebruiker op het podium stond. Hij stond erbij als een hert dat in de koplampen van een aanstormende auto kijkt en gaf eerlijk toe dat hij zich niet helemaal op zijn plaats voelde tussen al die brandveiligheidsdeskundigen. Die deskundigen hadden echter de hele dag – en sowieso de afgelopen tijd – verkondigd dat brandveiligheid steeds meer draait om die gebouweigenaar/-gebruiker; die moet zijn verantwoordelijkheid pakken. Maar wat bleek? Die is helemaal niet bezig met brandveiligheid. Zijn core business is het behalen van rendement op zijn investering. Bij huur of nieuwbouw zijn locatie, prijs en comfort doorslaggevend. De (brand)veiligheid is slechts beperkt van belang en al zeker geen showstopper. Beide voorbeelden laten maar weer eens zien dat je als professional/deskundige nog zo gedreven en van je gelijk overtuigd kunt zijn (en ook gelijk kunt hebben), als je primaire doelgroep in een totaal andere realiteit leeft en andere organisatiedoelstellingen nastreeft, heb je nog een lange weg te gaan. Realiseer je daarbij dat je tegenwoordig ook andere competenties nodig hebt; dat je je kunt verplaatsen in de uitdagingen van je CEO, bijvoorbeeld. Ik wens u een mooie en vooral brandveilige zomer. nummer 3

juni 2014

5


Nieuws

Stijging miljoenenbranden gestopt

Agenda Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com 16 september 2014

Brandveiligheid van gebouwen Velp www.sbo.nl 2 oktober 2014

Brandweer congres Rotterdam www.brandweernederland.nl

In het eerste kwartaal van 2014 woedden er in Nederland 31 grote branden, waarvan de schade wordt geraamd op één miljoen euro of meer. In 2013 waren dat er 35 en in het jaar daarvoor 32. Dit meldt het Nederlands Instituut van Register Experts (Nivre). De 31 grote branden zorgen naar verwachting voor een totale schadelast van 74,5 miljoen euro. Sinds 1998 viel de geraamde schadelast voor verzekeraars in het eerste kwartaal van een jaar acht keer hoger en acht keer lager uit. Daarmee lijkt de trend van vorig jaar te zijn doorbroken, waarin in alle kwartalen sprake was van een toename en zelfs van een recordaantal en record schade-omvang. Dat valt op te maken uit de meest recente registratie van de grote branden, tot stand

gekomen in samenwerking met de bij het Nivre aangesloten expertisebureaus, expertise-organisaties van verzekeraars en met verzekeraars. Er deed zich in het eerste kwartaal slechts één grote calamiteit voor: een brand in een bedrijfspand in Hoofddorp, waarvan de schade wordt geraamd op 26 miljoen euro. Op ruime afstand volgt de brand van 1 januari in een woningcomplex in Nijmegen, die naar verwachting een schadelast van 3,5 miljoen euro met zich zal meebrengen. De op twee na grootste schade deed zich voor op 30 januari bij een brand in een bedrijfspand met opslagloods in Bunschoten, waarvan de schade wordt geschat op 3,2 miljoen euro. De kwartaaloverzichten zijn te vinden op www.nivre.nl en www.verzekeraars.nl.

13 november 2014

BBN Congres

Infosheet Inspectie en Onderhoud RBI

Nieuwegein www.bbn.nl

Vanaf 2015 moeten rookbeheersingsinstallaties (RBI) die in het kader van bouwregelgeving zijn vereist, worden voorzien van een inspectiecertificaat. Het CCV stelt een infosheet beschikbaar, waarin opdrachtgevers door vijftien vragen en antwoorden informatie krijgen over deze verplichting. De informatie in de infosheet is opgesteld in nauwe samenwerking met onderhoudsbedrijven en inspectie-instellingen. Het verduidelijkt het belang van goed en regelmatig onderhoud van rookbeheersingsinstallaties in het kader van het Bouwbesluit. De infosheet staat op: www.hetccv.nl.

Adverteerdersindex Dexter 4 Dictator Productie

4

Dutch Marine Systems

2

Kiwa BPSI NMC sa

8-9 15, 27, 41

Rockwool 24 Stöbich Fire Protection

19

Studiecentrum voor Bedrijf & Overheid bijsluiter Technoship 27 Trigion Brand & Beveiligingstechniek

6

nummer 3

44

juni 2014

Miljoenenschade door brand afvalcontainers Containerbranden die overslaan op nabijgelegen bedrijven, winkels en woningen veroorzaken jaarlijks vele miljoenen euro’s schade. Ondernemers lijken zich onvoldoende bewust van het brandrisico van afvalcontainers en verpakkingsmateriaal dicht bij hun gevels, stelt het Verbond van Verzekeraars. Het verbond inventariseerde het probleem met overslaande afvalbranden. In 2013 en de eerste vier maanden van 2014 komt de geschatte schade door deze afvalbranden uit op iets meer dan 20 miljoen euro. Hierbij liepen 18 bedrijven, zes scholen en sportverenigingen, zes horecagelegenheden en 20 woningen schade op of gingen zelfs verloren.


Nieuws

SSA verhuist naar najaar Vanaf 2015 wordt de vakbeurs Safety Security Amsterdam (SSA) in het najaar gehouden. Reden hiervoor is een betere afstemming met Security Essen. SSA 2015 wordt van 22 tot en met 24 september gehouden in Amsterdam RAI. Beursmanager Nynke Lipsius van Amsterdam RAI: “Essen is de toonaangevende vakbeurs in Europa. Om onze (inter) nationale positie te kunnen versterken, zullen wij SSA na goed overleg met onze partners voortaan precies in het andere jaar programmeren. Uit onderzoek onder reeds ingeschreven deelnemers blijkt dat de datumwijziging enthousiaste reacties oproept.” SSA is het tweejaarlijkse trefpunt op het gebied van beveiliging en brandveiligheid. Op dit kennisplatform krijgen installateurs, eindgebruikers, overheidsfunctionarissen en andere professionals inzicht in oplossingen voor branchespecifieke veiligheidsvraagstukken. De organisatie van het evenement is in handen van Amsterdam RAI.

Online

feiten

NCTV @NCTV_NL Grote brand met veel rook? Direct informatie bij een noodsituatie met #NLAlert. Ga nu naar nl-alert.nl en stel je mobiel in. BrandwondenStichting @BrandwondenNL Wat is gevaarlijker: vuur of rook? brandwondenstichting.nl/brand-voorkomen/veiligvluchten/wat-gevaarlijker-vuur-rook NationaleNederlanden @NNrisicodesk 15 mei Afvalcontainers bij gevels veroorzaken jaarlijks miljoenen euro’s brandschade bit.ly/ T5pZXX #brandpreventie pic.twitter.com/GxkDEN8IlD meer info www.brandveilig.com

Position paper ‘Brandveiligheid parkeergarages’ De NOVB heeft een herziene versie gepubliceerd van het position paper ‘Brandveiligheid van parkeergarages’. In deze herziene versie heeft de NOVB een ‘functionaliteitentabel’ opgenomen die tot stand is gekomen in samenwerking met Vebon. De functionaliteitentabel helpt eigenaren en beheerders, maar ook andere stakeholders die betrokken zijn bij het brandveilig maken van parkeergarages, bij de besluitvorming. In de nieuw toegevoegde tabel wordt aangegeven welke functionaliteiten worden vervuld bij verschillende brandveiligheidsmaatregelen. De brandveiligheidsmaatregelen die worden vergeleken zijn Detectie en ventilatie volgens de LNB richtlijn, Detectie en stuwdruk NEN 6098, Sprinklers en Detectie en stuwdruk NEN 6098 in combinatie met sprinklers.De position paper is te downloaden op: www.novb.nl.

Nieuwe erkenningsregeling Rookbeheersingssystemen Per 1 juni 2014 heeft Kiwa de erkenningsregeling Rookbeheersingssystemen 2002 omgezet naar de Beoordelingsrichtlijn BRL-K21025. Het schema omvat de levering van het product van Rookbeheersingssystemen en de levering van dienst onderhoud aan Rookbeheersingssystemen. De regeling is mede tot stand gekomen op initiatief van Vebon en beoogt in Nederland een kwaliteitsniveau voor rookbe-

heersingssystemen vast te leggen. Dit kwaliteitsniveau geldt enerzijds voor geleverd werk, anderzijds betreft dit kwaliteitscriteria voor de erkenning van bedrijven en personen die betrokken zijn bij het proces om te komen tot een rookbeheersingssysteem. Deze BRL gaat meer uit van meetbare prestatie-eisen en geeft aan hoe handhaving en controle plaatsvinden. De leden van Vebon ondersteunen deze

kwaliteitsslag unaniem en zijn voornemens over te stappen naar de nieuwe certificeringsregeling. Vebon hoopt al op de volgende stap: dat bedrijven die een wettelijk verplichte inspectie op brandveiligheid moeten laten uitvoeren, in aanmerking kunnen komen voor een ‘light inspectie’ als zij beschikken over een rookbeheersingssysteem dat volgens dit nieuwe certificaat is aangelegd en wordt onderhouden.

nummer 3

juni 2014

7


Advertorial

Veranderingen in inspectieschema’s 2014 Wie een brandbeveiligingsinstallatie heeft die periodiek geïnspecteerd wordt of wie betrokken is bij het ontwerp en/of aanleg van deze installaties heeft er dit jaar waarschijnlijk al mee te maken gehad, de nieuwe inspectie- en certificatieschema’s op basis waarvan inspectie-instellingen de inspecties uitvoeren. Het gaat hier om het CCV inspectie schema ‘Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI). Veranderingen in wetgeving en voortschrijdende inzichten en nieuwe technologische ontwikkelingen vormen de basis van het ontstaan van dit nieuwe schema. Maar wat voor gevolgen heeft dat nu voor leveranciers, onderhoudsbedrijven, installateurs en eindgebruikers van dergelijke installaties? Wat is nu eigenlijk een inspectiecertificaat en hoe verhoud zicht dat ten opzichte van een installatieen onderhoudscertificaat?

Inspecteren conform de lichte of zware kolom

In het bouwbesluit 2012 is vastgelegd dat onder bepaalde voorwaarden een vast opgestelde brandbeveiligingsinstallatie voorzien moet zijn van een inspectiecertificaat. Dit certificaat kan worden afgegeven wanneer de inspectie met een positieve conclusie is uitgevoerd conform het CCV inspectieschema op basis van afgeleide doelstellingen.

8

nummer 3

juni 2014

Dit schema beschrijft waaraan een inspectie-instelling moet voldoen, de eisen die gesteld worden aan de kwalificaties en competenties van inspecteurs en de inspectiepunten waarop geïnspecteerd moet worden. Verder wordt in dit schema onderscheid gemaakt tussen inspecties uitgevoerd in de zware kolom en inspecties uitgevoerd in de lichte kolom. Het verschil tussen deze kolommen zit hem in de diepgang van de inspectie. Indien er geïnspecteerd wordt conform de lichte kolom houdt dit in dat bepaalde inspectiepunten niet geïnspecteerd worden. Bij een inspectie conform de zware kolom worden deze punten wel geïnspecteerd.

Wanneer inspecteren in de lichte kolom en wanneer in de zware kolom

Of er geïnspecteerd moet worden in de lichte kolom of in de zware kolom is afhankelijk van het aanwezig zijn van een zogenaamd onderhoud- of installatie certificaat. Indien een dergelijk certificaat kan worden overlegd, wordt geacht dat de kwaliteit van de installatie voldoende geborgd is. Deze certificaten kunnen worden afgegeven door een hiertoe erkend installateur, leverancier of onderhoudsbedrijf.

Erkend houdt hierbij in dat het bedrijf een geldig productcertificaat kan tonen voor de regeling waarvoor zij is erkend (BMI, OAI, RWA, VBB of een combinatie van deze). De productcertificaten voor deze bedrijfserkenningen worden afgegeven door een geaccrediteerde certificatie instelling zoals Kiwa NCP. De basis hiervoor vormen de certificatieschema’s. Deze schema’s worden net als het inspectieschema door Het CCV beheert. Indien een erkend bedrijf zijn werkzaamheden uitvoert conform het schema kan deze vervolgens een certificaat afgeven waarmee wordt verklaart dat de betreffende installatie aan de voorschriften voldoet. Dit is dan de basis om de inspectie conform de lichte kolom te inspecteren.

Wat als er geen installatie- of onderhoudscertificaat aanwezig is Om uitlopende redenen kan het voorkomen dat een certificaat niet aanwezig is. Bijvoorbeeld als het onderhoud nog moet plaatsvinden, of indien het onderhoud wordt uitgevoerd door een niet erkend installateur of onderhoudsbedrijf. Dat wil niet zeggen dat het onderhoud in een dergelijk geval ook niet deskundig is uitgevoerd. Echter omdat onvoldoende aangetoond kan worden dat het onderhoud wel correct is uitgevoerd zal de


inspectie met meer diepgang, te weten de zware kolom, worden uitgevoerd. Op basis hiervan kan dan alsnog worden aangetoond dat aan alle inspectiecriteria wordt voldaan. Doordat de inspectie met meer diepgang uitgevoerd dient te worden is er meer tijd benodigd voor de inspectie. Dit zal consequenties hebben voor de tijdsbesteding van de inspectie en de daarmee gepaard gaande kosten. Zo kan het voorkomen dat de inspecteur bij het uitvoeren van het onderhoud aanwezig moet zijn om de kwaliteit van het onderhoud visueel te kunnen beoordelen. Vervolgens zal ook de inspectie meer tijd in beslag nemen. Dit kan in de praktijk betekenen dat een inspecteur de inspectie niet in één keer kan afronden en dat er aanvullend onderzoek gedaan moet worden.

ficaat aanwezig is, dus conform de lichte kolom. Op dat moment kan er nog geen positieve conclusie afgegeven worden. Hiertoe dient dan nog door middel van het alsnog overhandigen van het genoemde certificaat, en het onderhoudsrapport, aangetoond te worden dat het onderhoud deskundig is uitgevoerd en dat er geen gebreken zijn geconstateerd. Het onderhoudscertificaat dient dan wel binnen 3 maanden alsnog te worden aangeleverd. Op deze wijze valt dan te rechtvaardigen dat de inspectie is uitgevoerd met minder diepgang. Indien vervolgens blijkt dat er toch geen onderhoudscertificaat kan worden afgegeven dan zal om een inspectiecertificaat te kunnen verkrijgen de inspectie uitgebreid moeten worden. De inspecteur zal dan terug moeten komen om de inspectie deels of geheel opnieuw uit te voeren.

De extra tijd benodigd voor het inspecteren conform de zware kolom is niet met een vuistregel te bepalen. Dit is afhankelijk van het te inspecteren object en de te inspecteren brandbeveiligingsinstallaties.

Inspectie op basis van normconformiteit of in het kader van productcertificering

Wel onderhoud maar nog geen certificaat, wat dan?

Als gebruiker of als installateur heeft u de zaken prima op orde, echter een installatie- of onderhoudscertificaat is nog niet voor handen. Het onderhoud is bijvoorbeeld wel uitgevoerd en er is ook een onderhoudscontract afgesloten tussen de gebruiker en de onderhoudende partij maar het onderhoudscertificaat is nog niet beschikbaar omdat het nog administratief afgehandeld moet worden. Wanneer een inspecteur van Kiwa BPSI de inspectie uitvoert zal hij de inspectie uitvoeren alsof er wel een installatie- of onderhoudscerti-

Naast de bovengenoemde inspectiemethode waarbij het CCV inspectie schema de basis vormt kan het ook zijn dat er een inspectie uitgevoerd moet worden in het kader van productcertificering. Dit is het geval bij aanleg van een installatie waarbij de certificerende instantie (in het kader van afgifte en/of verlenging productcertificaat) een inspectie uitgevoerd wenst te hebben op het geleverde werk van de installateur. Ook in deze gevallen is Kiwa u graag van dienst. Hierbij wordt de inspectie op basis van normconformiteit uitgevoerd en niet op basis van afgeleide doelstellingen zoals in het CCV inspectie schema is omschreven. De inspectiecriteria wijken hierbij af. In de voorkomende gevallen waarbij Kiwa BPSI de inspectie

moet uitvoeren in het kader van productcertificering (dus normconformiteit) en waarbij ook een inspectie uitgevoerd moet worden in het kader van het verkrijgen van een inspectiecertificaat zullen er twee rapporten worden afgegeven. Eén in het kader van productcertificering op basis waarvan de certificerende instantie wel of geen productcertificaat kan verstrekken en een rapport waarmee bij een positieve conclusie een inspectiecertificaat wordt afgegeven.

Samenvattend

Op basis van veranderende wet- en regelgeving en nieuwe technologische ontwikkelingen zullen er altijd wijzigingen komen waarmee de veiligheid steeds beter geborgd wordt. Het kan daarbij ook voorkomen dat installaties die conform eerdere normen prima functioneerden nu niet meer aan de eisen voldoen. Uiteindelijk is het de verantwoording van de eindgebruiker om de brandveiligheid te waarborgen. Met behulp van een inspectiecertificaat kunt u aantonen aan de belanghebbende partijen zoals een verzekeraar of eisende instantie dat aan de vereiste voorwaarden is voldaan.

Ing. John (J.W.) Busch Kwaliteits-en office manager bij Kiwa BPSI Kiwa BPSI is een type-A geaccrediteerde inspectie-instelling en onderdeel van de divisie Fire Safety & Security. Meer informatie is te vinden op www.kiwabpsi.nl

nummer 3

juni 2014

9


Column

Joric Witlox

Veilig vluchten? Compartimenteer! Waarom staat veilig vluchten steeds meer onder druk? Brandweer Nederland geeft aan dat je bij een woningbrand circa drie minuten hebt om te vluchten. Laten we die drie minuten eens analyseren. Ik heb het gelukkig nooit hoeven meemaken, maar van ervaringsdeskundigen begrijp ik dat er bij een brand eerst sprake is van ongeloof. Brand, toch niet bij ons? Eer het besef is doorgedrongen dat men weg moet uit het gebouw, zijn in de praktijk vaak al minuten verstreken. Vervolgens moet je nog weten waar je naartoe moet. En hopelijk ben je goed ter been en kom je snel weg. Kortom, drie minuten is erg kort. Te kort misschien om veilig te vluchten? Tegelijk zijn er in het eerste kwartaal van 2014 weer meer slachtoffers door brand te betreuren. Bovendien zijn de afgelopen maanden meerdere gebouwen binnen een uur afgebrand. Dit terwijl tussen gebouwen minimaal een uur brandwerendheid zou moeten zitten en de brandweer door nathouden ook nog eens brandoverslag naar naastgelegen panden zou moeten beperken. Ik vind het zorgwekkend dat er maatschappelijk nog geen alarmbellen afgaan als rijtjes huizen in korte tijd afbranden. Ik hoop toch niet dat er eerst hele wijken moeten afbranden? Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).

Wat zou er aan het gebouw kunnen worden veranderd om voldoende vluchttijd te realiseren? Wat zou een degelijke langetermijnoplossing zijn? Hierbij zouden we kunnen leren van de scheepvaart. Om te voorkomen dat een schip bij een ramp in een keer onder water komt te staan en ervoor te zorgen dat opvarenden de tijd krijgen het schip te verlaten, worden waterdichte schotten gebruikt om compartimenten te maken. In een gebouw zouden we er ook voor moeten zorgen dat niet alles in een keer in de giftige rook staat en de brand in een beperkt gedeelte van het pand blijft. Ook hier geldt dus: compartimenteer als je veilig wilt vluchten. Hoe zou je dit kunnen aanpakken? Ik denk dat zorgvuldige compartimentering van een gebouw en handhaving van de brandscheidingen tussen gebouwen begint met erom te vragen. De gebouweigenaar heeft hier als opdrachtgever een belangrijke rol. Hij zou moeten nadenken over de risico’s die hij loopt en zich moeten afvragen wat daar de effecten van kunnen zijn. Bijvoorbeeld: wat als de dak- en wandconstructie tussen mijn pand en dat van de buren niet brandwerend zou zijn? Deze en andere vragen staan in het boekje ‘Essentiële controlepunten’ van Brandweer Nederland en BBN (zie www.bbn.nu) en zullen ook aan de orde komen op het BBN congres op 13 november. Want het gaat wel om de veiligheid van mensen in een gebouw, iets waar de gebouweigenaar verantwoordelijk voor is. De vraag wat je kunt doen om de mensen in een pand meer tijd te geven om te vluchten, heb ik al beantwoord. Compartimenteer!

10

nummer 3

juni 2014


Thema Certificering

Aad van den Thoorn

Creatief met kennis van zaken

Gecertificeerd, dus brandveilig? De brandveiligheid van gebouwen wordt door middel van certificaten, normen en (overheids)toezicht zo goed mogelijk gewaarborgd. Er is echter een tendens richting strengere certificeringseisen en strikte naleving ervan. Ralph Hamerlinck pleit voor meer creativiteit en flexibiliteit bij het voldoen aan de regels. Maar daarvoor is wel kennis van zaken nodig.

W

ie als afnemer van producten of diensten zoveel mogelijk zekerheid wil dat die producten of diensten voldoen aan de eisen die eraan gesteld worden, is gebaat bij een kwaliteitsverklaring van de producent, een certificaat. Een certificaat wordt gecontroleerd door een certificerende instelling; deze ziet er met regelmatige controles en steekproeven op toe dat de beloofde prestaties kunnen worden waargemaakt. Certificaten spelen in het economisch verkeer een onmisbare rol, want ze geven de afnemer een ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ dat de producten of diensten die hij heeft afgenomen doen wat ze moeten doen. Dat betekent echter niet dat certificaten garanderen dat brandveiligheid, door bouwkundige voorzieningen of installaties, onder alle omstandigheden is gegarandeerd. Een gebouw dat geheel is opgebouwd uit onderdelen die gecertificeerd zijn, hoeft nog geen goed gebouw te zijn, en het hoeft ook geen gebouw te zijn dat aan de brandveiligheidseisen voldoet. Met andere woorden: bouwproducten moeten op de juiste wijze worden toegepast.

Marketinginstrument

Volgens Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) gaat het bij certificering om meer dan alleen het vertrouwen tussen producent en

afnemer: “Het hele stelsel wordt ook gebruikt als marketinginstrument, want je kunt je met certificaten onderscheiden ten opzichte van de concurrent. Certificaten zijn daarmee private documenten, die door private opdrachtgevers verplicht kunnen worden gesteld, maar niet door de overheid. Het Bouwbesluit verplicht dus niet producten toe te passen met certificaten.”

‘Best spannend, die overgang naar geheel private kwaliteits­ borging’ Dan zijn er ook nog de erkende kwaliteitsverklaringen: “Dit zijn door de minister erkende kwaliteitsverklaringen die aangeven dat een product voldoet aan de betreffende eisen van het Bouwbesluit. Ze worden afgegeven door geaccrediteerde certificerende instellingen. Belangrijk voor opdrachtgevers is dat de gemeente of bijvoorbeeld de brandweer geen extra eisen mag stellen aan producten waar-

voor een erkende kwaliteitsverklaring is afgegeven.”

CE-markering

Op het gebied van certificering speelt er nog meer: de CE-markering die voor de meeste bouwproducten vanaf 1 juli 2013 verplicht is en voor producten van staal op 1 juli aanstaande van kracht wordt. De CE-markering is een verklaring van de producent waarin deze aantoont dat het product voldoet aan de fundamentele eisen voor bouwwerken. Hij moet dat aantonen op grond van geharmoniseerde testmethoden, die dus voor alle landen in de EU gelden. Brandveiligheid is één van de gebieden waarop bouwproducten aan prestatie-eisen moeten voldoen. “De invoering van de CE-markering betekent een omwenteling op het gebied van certificering”, vindt Hamerlinck. “Het betekent dat veel nationale productcertificaten niet meer nodig zijn. Hoogstens kunnen voor gespecialiseerde producten op het gebied van brandbestrijding of brandveiligheid aanvullende eisen in een nationaal certificaat worden geregeld, maar dat is dan iets tussen producent en afnemer.”

Procescertificering

Hoewel er dus minder behoefte is aan nationale productcertificaten, is er wel een tendens in de richting van meer

nummer 3

juni 2014

11


Thema Certificering

Ralf Hamerlinck: “De invoering van de CE-markering betekent een omwenteling op het gebied van certificering.�

12

nummer 3

juni 2014


Thema Certificering

procescertificering. Hamerlinck: “Die beweging zie ik momenteel heel sterk. Het heeft te maken met een toenemend belang van de juiste toepassingen en de juiste manier van verwerken van producten in gebouwen. Immers, een goed product dat op een verkeerde manier is toegepast, leidt tot een minder goed bouwwerk. Brandwerende coatings bijvoorbeeld voldoen aan de Europese productnormen, maar ze moeten wel goed worden gespecificeerd en aangebracht. Er is daarom behoefte aan procescertificaten voor het op de goede manier aanbrengen van coatings, in de juiste laagdikte.” Tijdens de bouwvoorbereiding kan volgens Hamerlinck nog zo goed worden aangestuurd op juiste toepassingen, er wordt nog vaak geïmproviseerd op de bouwplaats. “Even een gat boren in een wand om een kabel door te voeren, en niet denken aan de brandwerende doorvoering, kan de brandveiligheid van dat onderdeel teniet doen. Wat je eigenlijk zou willen is een certificaat voor de brandveiligheid voor een heel gebouw, dat bij de oplevering wordt afgegeven (en daarna jaarlijks wordt gecontroleerd). De gemeente Den Haag heeft in het verleden wel gewerkt aan een brandveiligheidskeurmerk op gebouwniveau, maar daar heb ik de laatste jaren weinig meer over gehoord.”

Sprinklers

Volgens Hamerlinck zou er in Nederland vaker gekozen kunnen worden voor sprinklers als gelijkwaardige methode voor het realiseren van brand- of vluchtveiligheid. “Op het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014 heb ik een voorbeeld uit de praktijk genoemd. In die situatie voldeden de sprinklers bij een verbouwing niet geheel aan de eisen, maar ze hadden wel voldoende capaciteit om 90 procent van de potentiële branden te bestrijden. Niet voldoende voor alle situaties dus. Nu is er een brandwerende gevel toegepast in plaats van sprinklers. Ik denk dat het te strikt vasthouden aan certificeringseisen in dit en andere gevallen tot minder optimale keuzes leidt. Door te strikte toepassing van eisen en te weinig creativiteit bij het voldoen aan die eisen, worden kansen gemist. Door de strenge eisen aan

sprinklers is de faalkans ervan heel klein, maar ze drijven wel de kosten op. Het resultaat is vaak dat opdrachtgevers alleen voor sprinklers kiezen als het niet anders kan, en dat is jammer. Een combinatie van creativiteit, lef en kennis is nodig om te komen tot een juiste mix van voorzieningen.”

Renovatie

Ook betere kennis van het gedrag van materialen en de nieuwe inzichten die dat oplevert, kunnen leiden tot strengere eisen. Een voorbeeld uit de praktijk, zoals ook toegelicht op het onlangs gehouden Nationaal Brandveiligheidscongres: “Bij renovatie gaat het bij de brandwerendheid om het niveau zoals destijds vergund. In het geval van een wand met spiegeldraadglas kan het zijn dat destijds 60 minuten brandwerendheid vergund was, maar dat toen slechts het E-criterium voor vlamdichtheid gold. Nieuwe inzichten hebben ertoe geleid dat nu ook het W-criterium voor warmtestraling van kracht wordt. Bij een bepaald glasoppervlak voldoet de wand dan niet meer en kan zelfs onder de afkeurgrens van 20 minuten komen. Het oude certificaat voldoet in zo’n geval ook niet meer.”

Privaat bouwtoezicht

De overheid trekt zich terug en verwacht van de (bouw)sector dat deze zijn zaken zelf regelt, ook de kwaliteitsborging. Volgens Hamerlinck is die beweging dus niet zozeer ingegeven door bezuinigingen, maar door de overtuiging dat de sector zelf meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de kwaliteit. Dit is volgens de overheid de enige manier om die zelfregulering te bereiken. De private bouwplantoetsing, waarover momenteel veel discussie bestaat, past in deze trend. De gemeente toetst in de nieuwe opzet nog wel het bestemmingsplan en de welstandseisen, maar de toetsing van een bouwplan aan het Bouwbesluit wordt ondergebracht bij private adviesbureaus. Zij nemen die taak dus over van het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht, die alleen nog steekproeven uitvoert. Hamerlinck: “Die overgang naar private toetsing, dus naar geheel private kwaliteitsborging, gaat de komende tijd gestalte krijgen en dat wordt nog best

Meer informatie •• Alle voordrachten die gehouden zijn tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014 zijn te vinden op: http://www.sbrcurnet.nl/ projecten/nationaal-brandveiligheidscongres-2014 •• Meer informatie vindt u op www.brandveiligmetstaal.nl en op www.sbrcurnet.nl •• Deel D van de SBRCURnet serie ‘Brandveiligheid: ontwerpen en toetsen’ geeft nadere informatie over de certificering van bouwmaterialen (hoofdstuk 2).

spannend. De controlerende bureaus worden namelijk aansprakelijk voor de schade die ontstaat als er iets misgaat met het door hen goedgekeurde gebouw. Om die aansprakelijkheid te kunnen dragen, zullen zij zich moeten verzekeren, maar dat kunnen forse premies worden. Daarover is dus nog veel discussie, maar het zou best kunnen dat private toetsingsbureaus strengere eisen gaan stellen dan de overheid nu doet met het Bouwbesluit, om de kans op claims vanwege bouwfouten terug te dringen. Kortom: de opdrachtgever krijgt meer verantwoordelijkheid en de rol van verzekeraars zal groter worden.” Tot slot merkt Hamerlinck nog op dat, willen we de brandveiligheid in Nederland op een hoger peil brengen, dat dan moet komen vanuit de bestaande bouw: eigenaren aanspreken op het voldoen aan de brandveiligheidseisen van nu. “Er is een discrepantie tussen de eisen en de feitelijke gebouwde situatie. Door de lat misschien wat lager te leggen, maar zeker bij de bestaande bouw echt werk te maken van het voldoen aan de eisen, zou de brandveiligheid over het geheel genomen op een hoger plan kunnen komen.” Aad van den Thoorn werkt bij SBRCURnet.

nummer 3

juni 2014

13


Thema Certificering

Nico Kluwen

Antwoord op veelgestelde vragen

Certificering BMI’s Over certificering van brandmeldinstallaties (BMI’s) leven veel vragen. In dit artikel geeft de auteur op een aantal van die vragen antwoord.

W

elke mogelijkheden zijn er om een brandmeldinstallatie gecertificeerd te krijgen? We onderscheiden: •• verplichte certificering conform het Bouwbesluit 2012 of de PGS (Publicatie Gevaarlijke Stoffen) 15; •• vrijwillige certificering. Indien certificering verplicht is vanuit het Bouwbesluit 2012 of PGS 15, dan zijn er momenteel twee mogelijkheden: •• volgens de regeling BMI 2002 (overgangsregeling tot eind 2014); •• volgens het CCV inspectieschema brandbeveiliging.

Regeling BMI 2002

Een certificaat voor de installatie heeft een beperkte geldigheidsduur, zodat periodiek moet worden aangetoond dat de installatie nog aan het Programma van Eisen voldoet. Het periodiek beheren en onderhouden is een noodzakelijk onderdeel van de certificatie. Een NCP-erkend Branddetectiebedrijf verstrekt het certificaat op basis van het Rapport van Oplevering respectievelijk Rapport van Onderhoud. Op basis van de risicocategorie van de betreffende brandmeldinstallatie wordt bepaald of er een inspectie moet worden uitgevoerd.

CCV inspectieschema brandbeveiliging

Vanaf 2015 moet, indien dit is vereist vanuit het Bouwbesluit 2012 of de PGS 15, een inspectiecertificaat worden afgegeven voor de BMI door een inspectie-instelling. Tot eind 2014 kan nog gebruik worden gemaakt van de regeling zoals hiervoor genoemd (regeling BMI 2002).

14

nummer 3

juni 2014

Indien de verplichting aanwezig is vanuit het Bouwbesluit 2012 of vanuit de PGS 15, kan het CCV inspectieschema brandveiligheid worden gevolgd. Hier kan de eigenaar van de brandmeldinstallatie natuurlijk van afwijken (tot eind september 2014). Volgens het CCV inspectieschema brandbeveiliging zijn er voor zowel de initiële als de vervolginspectie verschillende inspectiemethoden, afhankelijk van de onderstaande situaties: •• de BMI is geleverd met een, onder accreditatie tot stand gekomen, installatiecertificaat; •• de BMI is geleverd zonder een installatiecertificaat; •• de BMI is geleverd met een rechtsgeldig certificaat volgens de CCV regeling Brandmeldinstallatie: 2002.

laties: 2011’ een installatiecertificaat voor de BMI worden afgeven. Indien door het branddetectiebedrijf een installatiecertificaat is afgegeven, dan kan een Inspectieinstelling volstaan met een relatief eenvoudiger inspectie van de BMI. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven. BMI zonder een installatiecertificaat Indien een BMI is geleverd zonder een installatiecertificaat, zal de meest uitgebreide inspectie van de BMI plaatsvinden door de Inspectie-instelling. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema

Hanteer voor nieuw te certificeren BMI’s liefst direct het CCV inspectieschema brandbeveiliging Initiële inspectie BMI met installatiecertificaat De BMI is aangelegd door een gecertificeerd brandmeldinstallatiebedrijf. Voor de brandmeldinstallatiebedrijven is het CCV certificatieschema ‘Installeren Brandmeldinstallaties 2011’ van toepassing. Indien een brandmeldinstallatiebedrijf is gecertificeerd, zal deze voor het installatiewerk van de BMI een attest afgeven. Vervolgens zal door het brandmelddetectiebedrijf dat gecertificeerd is volgens het CCV-certificatieschema ‘Brandmeldinstal-

brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven. BMI met een rechtsgeldig certificaat volgens CCV regeling Brandmeldinstallatie: 2002 Indien een BMI is aangelegd door een branddetectiebedrijf conform de regeling Brandmeldinstallatie: 2002 en dat hiervoor een rechtsgeldig certificaat heeft afgegeven, zal eveneens een uitgebreide inspectie van de BMI plaatsvinden door de inspectie-


instelling. Bij deze uitgebreide inspectie komen een aantal controlepunten te vervallen ten opzichte van de BMI zonder certificaat. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven.

Vervolginspectie BMI met onderhoudscertificaat De BMI wordt onderhouden door een gecertificeerd brandmeldonderhoudsbedrijf. Voor de brandmeldonderhoudsbedrijven is het CCV-certificatieschema ‘Onderhoud Brandmeldinstallaties: 2011’ van toepassing. Indien een brandmeldonderhoudsbedrijf is gecertificeerd, kan deze onder certificaat onderhoud aan de brandmeldinstallaties leveren. Indien de BMI wordt onderhouden door een brandonderhoudsbedrijf en een

onderhoudscertificaat is afgegeven. dan kan door een inspectie-instelling worden volstaan met een relatief eenvoudiger inspectie van de BMI. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven. BMI zonder onderhoudscertificaat Indien een BMI niet wordt onderhouden of wordt onderhouden door een nietgecertificeerd brandmeldonderhoudsbedrijf, zal de meest uitgebreide inspectie van de BMI plaatsvinden door de inspectie-instelling. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven.

BMI met een rechtsgeldig certificaat volgens CCV regeling Brandmeldinstallatie: 2002 Indien een BMI wordt onderhouden door een branddetectiebedrijf conform de regeling Brandmeldinstallatie: 2002 en dit bedrijf hiervoor een rechtsgeldig certificaat heeft afgegeven, zal eveneens een uitgebreide inspectie van de BMI plaatsvinden door de inspectie-instelling. Bij deze uitgebreide inspectie komen een aantal controlepunten te vervallen ten opzichte van de inspectie zonder certificaat. Zie hiervoor het inspectieschema dat is opgenomen in CCV inspectieschema brandbeveiliging ‘Inspectie van brandbeveiligingssysteem’. Indien de beveiliging voldoet, zal de inspectie-instelling een inspectiecertificaat afgeven.

Vrijwillige certificering

Indien gekozen wordt voor een vrijwillige certificering die niet vanuit Bouwbesluit 2012 of de PGS 15 is geëist, dan zijn er

MEEr zEkErhEiD MEt EX® FL A M i 0 CL B Ls1d

De allereerste flexibele PE-buisisolatie met deze hoge brandveiligheidsklasse ! Climaflex®by NmC is zeer moeilijk ontvlambaar (Bl), veroorzaakt nauwelijks rookontwikkeling (s1) en voorkomt druppelvorming (d0). Climaflex® by NmC is de perfecte oplossing voor de hoogste rendementen en vooral voor Uw brandveiligheid! insulation technologies NMC sa Gert-Noël-Strasse – B - 4731 Eynatten +32 87 85 85 00 – +32 87 85 85 11 info@nmc.eu – www.nmc.be

nummer 3

juni 2014

15


Thema Certificering

Opdrachtgever

Inspectie-instelling Detailontwerp, basisontwerp en normatief kader uit UPD (§ 4.1)

Basisontwerp en detailontwerp (§ 4.1)

Installatiecertificaat (§ 7.3)

Initiële inspectie (§ 7.3 t/m § 7.6)

Inspectierapport (§ 7.11)

Eventuele acties onder verantwoordelijkheid van opdrachtgever

NEE

Beveiliging voldoet? (§ 7.10)

Inspectieplan (§ 4.1)

Meetmiddelen (§ 8)

Opdrachtgever Basisontwerp en detailontwerp (§ 4.1)

JA

Inspectierapport (§ 7.11)

Eventuele acties onder verantwoordelijkheid van opdrachtgever

Bestaande installaties (VERVOLGCERTIFICAAT) Voor bestaande installaties zijn er de volgende mogelijkheden: •• volgens de CCV regeling Brandmeldinstallatie: 2002. Let op: deze regeling eindigt eind 2014; •• volgens het CCV inspectieschema Brandbeveiliging hetgeen resulteert in een inspectiecertificaat; •• de installatie laten onderhouden door een brandmeldonderhoudsbedrijf dat is gecertificeerd conform de CCV certificatieregeling ‘Onderhoud Brandmeldinstallaties: 2011’. Indien een brandmeldonderhoudsbedrijf is gecertificeerd,

16

nummer 3

juni 2014

NEE

Collegiale toets (§ 5.4)

Beveiliging voldoet? (§ 7.10)

JA

Herinspectie (§ 7.9)

Figuur 1: Processchema initiële inspectie (bron: CCV Inspectie-schema brandbeveiliging)

Nieuwe installaties Bij een vrijwillige certificering van een nieuwe installatie zijn er de volgende mogelijkheden: •• volgens de CCV regeling Brandmeldinstallatie: 2002, zie hiervoor. Let op: deze regeling eindigt eind 2014; •• volgens het CCV certificatieschema ‘Brandmeldinstallatie 2011’; •• volgens het CCV inspectieschema Brandbeveiliging.

Meetmiddelen (§ 8)

Collegiale toets (§ 5.4)

Inspectiecertificaat (§ 7.11)

momenteel verschillende mogelijkheden, ook weer afhankelijk van of het een nieuwe of bestaande BMI betreft.

Inspectieplan (§ 4.1) Vervolginspectie (§ 7.4 t/m § 7.6 en § 7.8)

Onderhoudscertificaat (§ 7.7)

Herinspectie (§ 7.7)

Inspectiecertificaat beschikbaar voor andere partijen

Inspectie-instelling

Inspectiecertificaat beschikbaar voor andere partijen

Figuur 2: Processchema vervolginspectie (bron: CCV Inspectieschema brandbeveiliging)

kan deze onder certificaat onderhoud aan de brandmeldinstallaties leveren (productcertificaat dienst onderhoud). Een inspectiecertificaat van een inspectie-instelling is niet vereist. In deze situatie moet wel een installatiecertificaat aanwezig zijn.

Stand van zaken

Inspectiecertificaat (§ 7.11)

Momenteel is er slechts een beperkt aantal brandmelddetectie- en brandmeldonderhoudsbedrijven gecertificeerd die een installatie- of onderhoudscertificaat kunnen afgeven conform het CCV certificatieschema’s ‘Brandmeldinstallaties 2011’. De aanwezige inspectie-instellingen binnen Nederland kunnen momenteel certificaten afgeven op grond van het CCV inspectieschema brandbeveiliging. Voor bestaande brandmeldinstallaties, die al een certificaat volgens regeling 2002 hebben, kan tot en met september 2014 gebruik worden gemaakt van de regeling BMI 2002. Voor nieuw te certificeren brandmeldinstallaties is het het beste om, indien de installatie is geëist vanuit het Bouwbesluit 2012 of de PGS 15, direct het CCV inspectieschema brandbeveiliging te hanteren. Uiteraard kan men besluiten toch de regeling BMI 2002 te kiezen. Met de keuze

voor de regeling BMI 2002 wordt de invoering voor zo’n installatie naar het CCV inspectieschema brandbeveiliging uitgesteld tot eind 2014 en zullen dubbele initiële kosten aan de orde zijn. Veelal zijn de kosten tot het verkrijgen van een certificaat volgens de regeling BMI 2002 niet inzichtelijk, omdat dit is opgenomen in de levering van de brandmeldinstallatie. Bij de keuze voor het CCV inspectieschema brandbeveiliging zijn er slechts eenmalige initiële kosten aanwezig. Daarnaast kunnen wellicht problemen voor het verkrijgen van het certificaat in de toekomst worden voorkomen. Voor brandmeldinstallaties waarvoor geen inspectiecertificaat is geëist vanuit het Bouwbesluit 2012 of de PGS 15, kan eventueel – indien de opdrachtgever een kwaliteitswaarborging vraagt – een zogenoemd installatiecertificaat (voor de nieuwe installaties) en voor het vervolgtraject een zogenoemd onderhoudscertificaat (voor bestaande installaties) worden verlangd. Het probleem is echter dat er tot nu toe slechts weinig bedrijven zijn die dit kunnen. In de loop van 2014 zal duidelijk worden of meer brandmeldonderhoudsbedrijven zich zullen laten certificeren. Nico Kluwen, EFPC N.V. te Bilthoven.


Thema Certificering

Betty Rombout

Eenduidig certificatieschema voor duikbranche

Druk op overdruk

Brandweer Nederland beschouwt het levensreddend duiken als een belangrijke taak van de brandweer. Amsterdam-Amstelland bijvoorbeeld kent tussen de 250 en 300 uitrukken per jaar. In 2013 redde dit team negen mensen. Duiken levert een verhoogd arbeidsrisico op en sinds kort erkent de brandweer dit ook. Niet verwonderlijk dat zij serieus omgaat met het borgen van veiligheid en kwaliteit van deze vorm van ‘werken onder overdruk’.

Ron Stil: “Het IFV en de Brandweeracademie zijn bezig met het oplijnen van hun processen en het verhogen van de kwaliteit, wat vervolgens ten goede komt aan Brandweer Nederland.”

S

inds december 2009 is Ron Stil manager Duikzaken bij Brandweer Amsterdam-Amstelland. Daarvoor werkte hij 25 jaar voor Defensie en Politie in diverse disciplines als operationeel

medewerker en leidinggevende. Eén van die disciplines was duiken. Omdat hij zich als leidinggevende multidisciplinair wilde ontwikkelen en zijn affiniteit met duiken kon combineren, maakte hij de

overstap naar de Brandweer AmsterdamAmstelland. Naast regionaliseren was zijn doel het duiken technisch en organisatorisch naar een hoger niveau te brengen, zowel regionaal als landelijk.

nummer 3

juni 2014

17


Thema Certificering

Naast zijn werk bij de Brandweer Amsterdam-Amstelland heeft hij zitting in het College van deskundigen van de SWOD, de Stichting Werken onder Overdruk van het ministerie van SZW.

Overdruk

Alvorens we dieper in gaan op het borgen van veiligheid en kwaliteit van werken onder overdruk, vragen we Stil kort uit te leggen wat ‘overdrukwerk’ inhoudt. Hij vertelt: “Als je onder water werkzaamheden verricht, dan heet dit ‘werken onder overdruk’. Boven water heerst een omgevingsdruk van 1 bar. Onder water neemt de druk al snel toe. Overdruk heeft een negatieve invloed op weefsels, vochthuishouding en gasuitwisseling van het lichaam. Om de risico’s van overdruk (duiken) op de gezondheid te beperken, is werken onder overdruk strak geregisseerd en over het algemeen aan een maximale tijdsduur gebonden.” Naast duikarbeid bestaat er ook caissonarbeid; ‘droog’ werken onder overdruk. Denk daarbij aan de tunnelbouw voor de Noord-Zuid lijn in Amsterdam.

Basiskennis

Naast de Brandweer werken ook Defensie en Civiel onder overdruk. Alle hebben te maken met dezelfde natuurkundige wetten en -begrippen en daarmee dezelfde arbeidsrisico’s. “We werken allemaal onder water”, zegt Stil. “De basiskennis en -vaardigheden over werken onder overdruk zijn opgenomen in de opleidingcurricula van alle drie de disciplines. Buiten deze opleidingsbasis heeft elke discipline te maken met specifieke kennis en vaardigheden. De brandweerspecifieke kennis ‘gieten we in een plus’. In feite is er sprake van twee ‘opleidingen’ die vervlochten zijn met elkaar. Dit is noodzakelijk, omdat we bij de Brandweer werken volgens een landelijke werkinstructie. Hierin zijn onder andere duik- en uitrukprocedures beschreven, zoals het redden van personen uit een voertuig onder water.”

Certificeringschema

Omdat Civiel, Defensie en Brandweer alle onder overdruk werken en de duikwerkzaamheden risico’s met zich meebrengen, lijkt het logisch dat wet- en regelge-

18

nummer 3

juni 2014

SCUBA

9

15

A1 9 mtr bassins

SSE

A2 15 mtr openbare orde en veiligheid

Saturation

B1 15 mtr openbare orde en veiligheid A3 30 mtr

B2 30 mtr

B3 50 mtr 30

B4 50 mtr wetbell

C saturation

Figuur 1: Overzicht certificatieschema’s ving op dit gebied voor alle drie geldt. Stil: “Dat is nu wel zo, maar een aantal jaren geleden was de Arbo-wetgeving omtrent werken onder overdruk maar zeer beperkt van toepassing op de Brandweer. Vertegenwoordigers van Defensie en Civiel waren aangesloten bij de SWOD. De Brandweer ontbrak. Dat was, redenerend vanuit arbeidsveiligheid, vreemd. Mijn verklaring hiervoor is dat het duiken bij de Brandweer in het verre verleden bij veel gemeentelijke brandweerkorpsen vaak hobbymatig is ontstaan. Het werd gaandeweg gemeengoed bij de Brandweer als hulpverleningstaak. Maar het aanmerken van die brandweerduiker als beroepsduiker en het aansluiten bij de branche hebben destijds nooit plaatsgevonden. Om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden bij het werken onder overdruk te bevorderen, besloot het ministerie van SZW in samenwerking met experts uit het werkveld tot nadere uitwerking van eisen aan personeel en materieel. Om daarna over te gaan op gelijkwaardige certificatie voor de gehele duikbranche, inclusief de Brandweer. Vanaf 2010 is er dan ook hard gewerkt aan de ontwikkeling en inrichting van een eenduidig

certificatieschema (zie figuur 1). Uiteindelijk is het schema in zijn huidige vorm formeel in 2012 gelanceerd. De Brandweer is in de afgelopen jaren aangesloten bij de geldende wet- en regelgeving, de Arbocatalogus en de SWOD. Zoals het hoort, want duiken is een vak!”

Categorieën

Stil: “Het schema kent een A1, A2, A3 voor Scuba (red. duiken met een ademluchtfles), B1, B2, B3, B4 voor SSE (red. Surface Supplied Equipment, oftewel de duiker wordt van adem voorzien via slangen vanaf de oppervlakte) en C, voor Saturatieduiken (red. lange tijd op diepere diepte duik-/onderwater werkzaamheden verrichten vanuit een onderwaterverblijf). Elke letter/cijfercombinatie in het schema vertegenwoordigt een certificaat en staat voor het niveau van opleiding in relatie tot werkzaamheden en duikdiepte. De brandweer is opgeleid tot A2 (Scuba), eventueel aangevuld met B1 (SSE): duiken tot 15 meter in het kader van openbare orde en veiligheid. Certificatie is verplicht. Controle op de kwaliteit van het duikpersoneel wordt verricht door een tweejaarlijkse logboekcontrole en een vierjaarlijkse hercertifica-


Thema Certificering

tie. Blijf je voldoen aan de voorwaarden voor hercertificatie volgens het schema en ben je adequaat geoefend, dan wordt het certificaat door de certificerende instelling (IFV) steeds verlengd.”

Door verhoging van de opleidingskwaliteit ontstaat immers een meer gelijk speelveld. Men is voornemens deze overeenkomst vanaf 1 juli dit jaar van kracht te laten gaan. Stil: “Het IFV en de Brandweeracademie zijn bezig met het

Wil je kwaliteitsnormen handhaven, dan komt certificering om de hoek kijken Certificeringinstelling

Onlangs is besloten om de band tussen de certificeringinstelling en cerficaathouder formeler vast te leggen in een certificatieovereenkomst. Zodanig dat rechten en plichten wederzijds duidelijk zijn. Daarnaast onderzoekt het IFV de eisen gesteld aan opleidingsinstellingen.

oplijnen van hun processen en het verhogen van de kwaliteit, wat vervolgens ten goede komt aan Brandweer Nederland. Waar het op neerkomt, is dat we vanuit de duikbranche streven naar en adviseren om te werken aan kwalitatief goede duikopleidingen die representatief zijn voor de beroepsuitoefening.”

Van de vloer

Dat de Brandweer er niet alleen is voor het blussen van branden, mag duidelijk zijn. Reddend duiken is eveneens een niet te onderschatten taak van de Brandweer. Een taak die risicovol is. Daarom zijn opleiding en zeker ook wet- en regelgeving van uitermate groot belang. Wil je kwaliteitsnormen handhaven, dan komt certificering om de hoek kijken. Ron Stil tot slot: “Het mooie is dat wij als branche van beroepsduikers, verenigd in de SWOD, samen met onze achterban bepalen wat de norm is. We bepalen met elkaar de inhoud en de vorm, daar waar het gaat om de veiligheid en kwaliteit van mens en materieel”. Kijk voor meer informatie op: www.werkenonderoverdruk.nl.

Betty Rombout is freelance journalist.

nummer 3

juni 2014

19


Thema Certificering

Column

Frank van Elsen

Als certificering een last wordt “Geachte (...), Ik heb een brief gekregen van de gemeente dat het certificaat van de automatische blusinstallatie al vanaf januari 2012 niet meer geldig is en dat wij nu formeel in overtreding zijn. Bovendien schrijft de gemeente dat wij daar zelf niets aan kunnen doen, maar wij worden wel gesommeerd hier alert in te handelen richting inspectie-instelling.”

Frank van Elsen is directeur van FE-Fire Safety Engineering (www.fe-fire-safetyengineering.nl)

In deze praktijksituatie openbaart de onduidelijkheid inzake certificering van brandbeveiligingssystemen zich in volle glorie. De brief was gedateerd op juni 2013! Ten tijde van het schrijven van deze column – een jaar later – is er nog geen zicht op daadwerkelijke accreditatie van de inspectie-instelling voor inspecteren volgens de nieuwe inspectieschema’s. De deadline uit het Bouwbesluit zou 1 januari 2015 zijn. Even een stap terug. Waarvoor zijn inspectie en certificering bedoeld? Het certificaat is voor betrokken partijen een bevestiging dat het geïnspecteerde voldoet. Maar waaraan? De norm? Het Bouwbesluit? Eisen van de brandweer en/of verzekeraar? Of aan allemaal? Februari van dit jaar kreeg ik van een andere ondernemer een document toegezonden waarin het CCV opdrachtgevers tracht te informeren over de stand van zaken rondom de nieuwe inspectieschema’s van brandbeveiligingssystemen. Helaas roept dit document meer vragen op dan het beantwoordt. Wel wordt duidelijk dat het inspectiecertificaat uit het Bouwbesluit 2012 pas op 1 januari 2015 verplicht zal worden. Nu is er nog een overgangstermijn van kracht en dus zat de eerdergenoemde gemeente er naast. Dit alles gezegd hebbend, zijn we er natuurlijk met ons allen van overtuigd dat inspectie en certificering, juist bij brandveiligheid, wel degelijk een toegevoegde waarde hebben en regelmatig zelfs een must blijken. Maar waarom dan zo ingewikkeld? En hoe kan het toch dat er al vanaf 2012 problemen zijn met accreditaties, die tot op de dag van vandaag nog niet zijn opgelost? Onwil, onkunde, onmogelijk? Ongetwijfeld zullen er genuanceerde geluiden te horen zijn dat het wel goed komt en dat het allemaal niet zo moeilijk is. Nee, als het je dagelijkse werk is. Maar als ondernemer die niet vertrouwd is met deze materie en wel verantwoordelijk wordt gesteld als het misgaat, denk je daar toch wat anders over. Want wat als er een alles verwoestende brand heeft gewoed en je certificaat blijkt ongeldig verklaard? Betalen verzekeraars dan nog wel uit? En hoe zit het met de juridische aansprakelijkheid? Het CCV-document beantwoordt deze vragen niet. Als je alle organisaties en instanties op een rijtje zet die betrokken zijn bij het inspecteren en certificeren van brandbeveiligingssystemen, wordt duidelijk waarom het allemaal zo omvangrijk en dus ingewikkeld geworden is. Dat is op zich nog niet eens zo erg. Maar ingewikkeld wil in dit geval ook zeggen: kostbaar! En dat is zeker geen stimulans voor het verbeteren van de brandveiligheid in deze kommervolle tijden. Het is niet voor niets dat op het gebied van woningsprinklers een tegenstroming is ontstaan om het eenvoudiger en dus goedkoper te maken. Wat zou het mooi zijn als alle gebouwen voorzien waren van een automatisch blussysteem. Een utopie? Als je er even over nadenkt en het op je laat inwerken – met enige kennis van zaken en wellicht gevoed met cijfers inzake kosten en besparingen – begint het er heel anders uit te zien.

20

nummer 3

juni 2014


Uit het brandlab

De ins & outs van bluswater

Natuurbrand bestrijden is uitdaging in Nederland Hoeveel bluswater is er nu precies nodig om een natuurbrand te bestrijden? Op deze en andere vragen heeft Efectis een antwoord proberen te vinden, als partner in een onderzoek naar natuurbrandbestrijding.

E

r duiken in Nederland steeds meer campings op in natuurgebieden, en kleine dorpen bij of in deze gebieden worden almaar groter. De combinatie met het drogere klimaat vormde voor de Landelijke Vakgroep Natuurbranden (LVN) aanleiding een onderzoek te starten. Efectis heeft gekeken naar de bestrijding van natuurbranden. Tijdens het symposium Effectief blussen van natuurlijke branden in Velp op 27 mei, zijn de resultaten gepresenteerd van het onderzoek waar verschillende partijen aan

deelnamen, waaronder het IVF, VU Amsterdam en Kennisnetwerk OBN (Ontwikkeling, Beheer en Natuurkwaliteit). Het project is gefinancierd door het ministerie van Financiën. Het doel is bundeling en een wetenschappelijke benadering van de kennis die verspreid aanwezig is in de verschillende veiligheidsregio’s.

Effectief

Efectis heeft bijgedragen aan het deelonderzoek over het bluswaterver-

bruik. Hoe effectief is bluswater en hoeveel is er nodig? “Een natuurbrand kan, met een aantal tussenvormen, over het algemeen op twee manieren bestreden worden”, vertelt Tony Lemaire, die als senior projectleider betrokken is bij het onderzoek. “De eerste is defensief, door het natmaken van het gebied benedenwinds dat nog niet brandt. Bij voorkeur aan een zijde van een pad of weg van 1 of 2 meter breed, zodat de brand niet kan overslaan. Bij offensief blussen, de tweede manier, bestrijden we de brand direct.” Efectis heeft beide manieren onderzocht. En dat was nodig, volgens Lemaire. “Het idee bestond dat er minder bluswater nodig zou zijn bij natuurbrandbestrijding. Op het moment dat er een verhoogde kans

nummer 3

juni 2014

21


Uit het brandlab

op natuurbranden bestaat, moeten er materialen en mannen klaarstaan. Van tevoren kunnen inschatten hoeveel water nodig is, is heel handig. Hoe minder benodigde capaciteit, hoe effectiever. Daar is eigenlijk weinig over bekend.”

Gevarieerd

Eerst was het tijd voor de literatuur, uit het buitenland. Uit Australië met name, maar ook uit Frankrijk. Wat bleek: de gegevens zijn niet toepasbaar voor de Nederlandse situaties. Nederland heeft een heel gevarieerd vegetatielandschap en relatief kleine natuuroppervlakken.

verschillende grassoorten), waarbij de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij brand is gemeten. De warmte die een natuurbrand veroorzaakt, is nagebootst met een glazen plaat voor de oven in het lab van Efectis. De vraag was: hoeveel water is er nodig om ontbranding door hitte te voorkomen? “Met water wordt die ontbranding uitgesteld. Hoe lang duurt het voordat het ontsteekt en hoe lang duurt het met nathouden? Op basis van die tests kunnen we aanbevelingen doen. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat een brand te weinig warmte oplevert voor ontbranding van andere vegetatie, dus

Je kunt het je niet veroorloven om een natuurbrand te laten branden Bovendien is in ons land alles kleinschalig. “Je moet dus sneller ingrijpen, je kunt het je niet veroorloven om een natuurbrand te laten branden. En we hebben te maken met veel campings, zoals op de Hoge Veluwe. Snel ingrijpen is dus noodzakelijk.” Daarnaast wordt in het buitenland gebruikgemaakt van additieven in het bluswater, zoals schuim. In Nederland is dat vanuit milieuoogpunt niet toegestaan.

Warmte

Voor het onderzoek heeft Efectis in het lab metingen verricht met samples van vegetatiesoorten (struikheide, tophout,

dan is er ook minder water nodig om dat deel nat te houden. Het kan ook zijn dat er een pad is dat breed genoeg is, waardoor je geen water nodig hebt. Defensief blussen werkt dus als je er de ruimte voor hebt.”

Uit het brandlab In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Bleis­ wijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig perso­ neel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatie­ middelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksin­ stanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl.

Inzicht

Efectis wil de aanbevelingen aanscherpen door middel van een praktijkproef en meer berekeningen. De praktijkproeven die in februari en maart gepland stonden, zijn niet doorgegaan vanwege het regenachtige weer en de vroege start van het broedseizoen. “Volgend jaar, als de financiering rond is, kunnen we de

resultaten uit het lab in de praktijk verifiëren.” Volgens Lemaire geeft het onderzoek meer inzicht. “Een betere indicatie van wat je kunt verwachten. Of een brand een echt gevaar vormt, hangt af van het seizoen, de wind, de regen. Zit er veel of weinig vocht in de bomen? Allemaal factoren om rekening mee te houden.” Met de metingen in het lab heeft Efectis ook onderzoek kunnen doen naar offensief blussen. Lemaire: “Dat kunnen we combineren met wat we weten van de vegetatie. De hoeveelheid gewicht per vierkante meter kunnen we combineren met een efficiencyfactor voor het blussen. Dat zou uiteindelijk tot een methode moeten leiden waarmee je op basis van de verschillende omstandigheden een schatting kunt maken van de benodigde hoeveelheid bluswater bij direct blussen.”

22

nummer 3

juni 2014


Uit het brandlab

Nieuwe systemen kippenstof getest Voor het afvangen van stof in kippenstallen heeft Efectis samen met Wageningen UR Livestock Research onderzoek gedaan naar twee nieuwe systemen. De vraag: hoe groot is de kans op brand en explosies? Vleeskuikens zitten een week of zeven in een stal. In die tijd ontstaan er centimeters kippenstof (huid, veren en mest). Met name in de laatste weken groeien de kuikens snel en ontstaan er veel stof en mest. Dat betekent niet alleen een ongezonde werkomgeving voor boeren, maar ook een toegenomen risico op brand en explosies. Daarom zijn er onlangs twee nieuwe systemen ontwikkeld, waar Efectis onderzoek naar heeft gedaan. Het rapport is inmiddels beschikbaar op de website van de universiteit (edepot.wur.nl).

Statische elektriciteit

Het eerste systeem werkt op basis van ionisatie, met hoogspanningsdraden van zo’n 30.000 volt die langs het dak van een stal lopen. “Die draden zorgen voor een vorm van statische elektriciteit waardoor het stof naar omliggende constructieonderdelen wordt toegetrokken”, vertelt

projectleider brandonderzoek René de Feijter. “Zo zweeft het stof niet meer rond, maar plakt het ergens aan vast.” Efectis heeft gekeken naar de kans op ontsteking van kippenstof en het risico op een explosie door een ontlading van dat afvangsysteem. De Feijter: “Die kans achten we verwaarloosbaar. Bij een ionisatiesysteem kunnen wel wat vonkjes overspringen, maar die kunnen het kippenstof niet doen ontbranden. Door een heet oppervlak op een wat zwaardere ontstekingsbron kan dat wel, maar dan moet het stof wel heel fijn zijn en moet er een bepaalde hoeveelheid stof in de lucht aanwezig zijn. We hebben ook een elektrotechnisch installatiebureau de installatie laten beoordelen en dat stof hebben we in een Engels laboratorium laten testen op explosiegevoeligheid.

Productnorm

Tijdens het onderzoek ontdekte Efectis dat het ionisatiesysteem onder geen enkele productnorm valt. “Er zat wel een CE-keurmerk op of iets dat erop leek. Bij navraag blijkt het onder geen enkele productnorm te vallen, niet onder die voor hoogspanningsinstallaties en ook niet onder die voor laagspanningsinstallaties. Daarmee is het systeem niet per definitie onveilig, maar is het ook niet duidelijk waaraan het wel en niet moet voldoen.”

Olieverneveling

Het tweede systeem zorgt voor olieverneveling net boven de grond, die de laag stof een beetje vochtig houdt, waardoor het niet opwaait. Daarin schuilt wel een klein risico, zegt De Feijter. “Wanneer olie in een isolatiemateriaal terecht komt waardoor het heel fijn wordt verdeeld, heb je kans op zelfopwarming, met ontbranding als mogelijk gevolg. Onze aanbeveling is om daar vooral op te letten. Ons advies luidt om in die omgeving vooral geen isolatiemateriaal te gebruiken.”

nummer 3

juni 2014

23


Column

Louis Cleef

Hoe nu verder? “De huidige bouwregelgeving ten aanzien van brandveiligheid is alleen gericht op veiligheid van personen, maar niet op schadelastbeheersing en bedrijfscontinuïteit.” Dat was de belangrijkste boodschap die de bezoekers te horen kregen tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014 op 17 april in Ede.

Louis Cleef is Fire Safety Manager bij Rockwool

Onze gebouwde omgeving verandert snel als gevolg van trends zoals groene, duurzame, en energie-efficiënte gebouwen. Panden die bovendien vaak meerdere gebruiksfuncties krijgen. Maar de consequenties voor de brandveiligheid zijn niet in alle gevallen te overzien. En niet alleen de bouwkundige randvoorwaarden wijzigen in geval van nieuwbouw en ombouw van gebouwen. Ook de gebouwgebruiker verandert, bijvoorbeeld door de vergrijzing van de bevolking. Dit impliceert een ander waarnemingsvermogen en vluchtgedrag dan waarvan standaard wordt uitgegaan. Het Bouwbesluit zegt niets over hoe een gebouw eruit ziet na een brand; dat is geen doelstelling van de overheid. Dit betekent dat beperking van de impact van een brand een doelstelling moet zijn van de gebouweigenaar. Denk hierbij aan zowel de economische impact (materiële en immateriële schade) als de sociale impact (bijvoorbeeld de toegankelijkheid van het gebied waar de brand is geweest, of het gevoel van veiligheid). Een veel gehoorde opmerking is dat men het bij herbouw dan ook ‘beter’ wil doen. Naast duurzaamheid is schadelastbeperking dan wel een van de ambities. Maar voordat keuzes worden gemaakt, dient eerst te worden vastgesteld welke doelen men wil nastreven. Zijn het alleen publieke doelen zoals die zijn vastgelegd in de regelgeving? Of zijn dat ook private doelen zoals deze worden gesteld door bijvoorbeeld verzekeraars? Daarnaast kan ook de brandweer adviseren bovenwettelijke maatregelen te treffen die niet verplicht maar wel wenselijk zijn. Steeds vaker willen bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), met dien verstande dat de impact van bijvoorbeeld een brand een ‘verwacht’ acceptabel risico moet zijn. Onze maatschappelijke verantwoordelijkheid gaat verder dan het wettelijke kader. Het gaat om MVO, waarbij de gebouweigenaar/opdrachtgever het bouwwerk krijgt opgeleverd dat voldoet aan zijn verwachtingen en ambities, en aan datgene wat zijn omgeving van hem mag verwachten. Niet alleen in de gebruiksfase, maar ook op het moment dat er brand uitbreekt. Zorg er daarom voor dat rekening wordt gehouden met het toekomstige gebruik en het veranderende gedrag van personen door bijvoorbeeld vergrijzing. Een gebouw dat door een brand volledig verloren gaat is niet duurzaam. Hoe nu verder? • Ga niet meer uit van normdenken maar van risicodenken. Brandveiligheid volgens de huidige norm is geen garantie voor schadelastbeperking en bedrijfscontinuïteit. Daarom dient er een omslag te komen gebaseerd op bepalingsmethoden, waarbij de kennis van brandweer en verzekeraars van het risico op schade niet mag ontbreken. Er is namelijk meer te redden met preventie dan met repressie. • Stel een BIA (Bedrijfs Impact Analyse) op, waarbij de gemaakte keuzes transparant worden. • Als u wilt dat uw bedrijf bij een brand door de brandweer wordt gered, dan is het raadzaam rekening te houden met het advies van de brandweer en/of verzekeraar ondanks het feit dat te nemen maatregelen in sommige gevallen bovenwettelijk zijn. • Benchmark kosten en kwaliteit van brandveiligheidsmaatregelen. Alleen dan wordt inzicht verkregen en kan kennis over het toepassen van de juiste maatregelen worden gedeeld. • Vermijd gemakzuchtige scenario’s. • Zorg voor transparantie, bewustwording en betrokkenheid. Alleen dan is er sprake van integrale kwaliteit, waarbij de gebouwconsument datgene krijgt wat hij verwacht. Het volledige artikel kunt u vinden op http://visieopkwaliteit.rockwool.nl/.

24

nummer 3

juni 2014


Congres

Arjen de Kort

Veranderen van gebouwen

Wet is alleen nog basis Wat vinden marktpartijen een acceptabel brandveiligheidsniveau in bestaande gebouwen? Waar loop je tegenaan als een gebouw van functie verandert? Wat is het van ‘rechtens verkregen niveau’? Deze en andere vragen stonden centraal tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014.

M

eer dan 200 bezoekers waren op 17 april naar het Cinemec in Ede gekomen om het Nationaal Brandveiligheidscongres bij te wonen en zich te informeren over twee belangrijke trends die de markt momenteel bezig houden: (1) verbouwen volgens het ‘rechtens verkregen niveau’ en (2) het veranderen van de functie (transformatie) van gebouwen. Het hierbij keurig volgen van de brandveiligheidseisen uit de wet- en regelgeving is niet voldoende en ontslaat gebouweigenaren en -beheerders niet van hun verantwoordelijkheid. Sterker nog: door de aanpassingen in 2012 van het Bouwbesluit geeft die regelgeving nog slechts een basis, waarmee eigenaar of beheerder de veiligheid in bestaande gebouwen onvoldoende kan garanderen. Dus moeten betrokkenen zélf een steeds scherper beeld hebben van het vereiste kwaliteitsniveau voor brandveiligheid in hun gebouwen.

Rechtens verkregen niveau

Om dit beeld aan te scherpen ging Johan van der Graaf (adviseur Nieman Raadgevende Ingenieurs) in de eerste plenaire presentatie in op de ervaringen van de afgelopen twee jaar – sinds de wijziging van het Bouwbesluit per 1 april 2012 – met het zogenoemde rechtens verkregen niveau (RVN) voor de brandveiligheid, toegepast in de (ver)bouwpraktijk. Van der Graaf bracht om te beginnen de lastige definitie van het RVN terug tot “het kwaliteitsniveau van een rechtmatig gebouwd bouwwerk”. Vervolgens illustreerde hij aan de hand van een drietal casussen de dilemma’s bij wat het

RVN in de praktijk betekent voor de brandveiligheid als bestaande bouw wordt verbouwd. Hierbij spelen de ondergrens (bestaande bouw) en de bovengrens (nieuwbouw) zoals vastgelegd in het Bouwbesluit een belangrijke rol, waarbij de gebouweigenaar nu de vrijheid heeft om het gewenste niveau te kiezen. Maar Van der Graaf merkte op dat de gebouweigenaar zich niet altijd bewust is van de gevolgen van zijn keuzes voor brandveiligheid en dat deze zich moet afvragen of het voldoen aan de ondergrens garant staat voor het borgen en actief beheren van brandveiligheid. Van der Graaf sloot zijn presentatie daarom af met het advies brandveiligheid integraal te benaderen vanuit risico’s: van regelgericht naar risicogericht.

Transformatie

De tweede trend – veranderen van de functie van gebouwen – kwam aan de orde in de presentatie ‘Transformatie – een “brandend” probleem’ van Jean Baptiste Benraad (onder andere lid expertteam ministerie BZK). Volgens Benraad is transformatie van bestaande gebouwen, als gevolg van de enorme leegstand van kantoren, de komende jaren onontkoombaar. Transformatie is vooral de oplossing voor de groeiende behoefte aan huisvesting voor studenten, ouderen, alleenstaanden, arbeidsmigranten en kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen. Daar waar je bij nieuwbouw uitgaat van een Programma van Eisen, ga je bij transformatie uit van de kwaliteit van het

nummer 3

juni 2014

25


Congres

Arnoud Breunese (Efectis) licht het onderzoek naar kanaalplaatvloeren toe.

Dagvoorzitter Erik Peekel (rechts) stelt een aantal vragen aan Raphael Gallis (TNO).

Erik Peekel in zijn rol van dagvoorzitter.

bestaande gebouw. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de brandveiligheidseisen en toe te passen brandveiligheidsvoorzieningen. Het Bouwbesluit 2012 zegt hierover in artikel 1.12 Verbouw: op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. Maar bij (bijna) alle artikelen is dit uitgewerkt als artikel 2.110 Verbouw (bijv. capaciteit vluchtroutes): op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.103 tot en met 2.109 van overeenkomstige toepassing, waarbij

men, in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen, uitgaat van het rechtens verkregen niveau.

(adviseur en onderzoeker bij TNO), die stelde dat in plaats van bouwkundige oplossingen ook de mens een oplossing kan zijn. Deze oplossing in organisatorische veiligheid is onderdeel van de ontwikkeling in het denken over veiligheid, waarbij de omslag wordt gemaakt van norm- naar risicodenken. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de BHV-/ bedrijfsnoodorganisatie, waarbij volgens Gallis een goede BHV-oplossing een gelijkwaardige oplossing kan zijn. Voorwaarde is dan wel dat er een goed bedrijfsnoodplan komt, met daaraan gekoppeld een plan-do-check-act cyclus, en dat dit geborgd is.

BIO

In het middagprogramma kwamen in verschillende presentaties de bouwkundige, installatie-technische en organisatorische (BIO) oplossingen bij verbouwen aan de orde. Zo presenteerde Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal) drie voorbeelden van brandveilig verbouwen van gebouwen. Zijn conclusie was dat regels een goed raamwerk geven voor te realiseren brandveiligheid, maar dat een al te strikte naleving ervan kan leiden tot verkeerde keuzes en uiteindelijk zelfs een lager niveau van brandveiligheid. Verfrissend was de visie van Raphael Gallis

De bezoekers van het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014 brengen hun stem uit over de innovatieprijs.

26

nummer 3

juni 2014

Gebouwbeheerder

Ook de gebouwbeheerder kwam aan het woord. Bob de Jong (Garantienet), “intermediair tussen gebouweigenaar en gebouwgebruiker”, hield de brandveiligheidsexperts in de zaal voor dat de primaire doelstelling van een gebouweigenaar toch vooral het behalen van rendement op zijn investering is. En voor een gebouwgebruiker (huurder) zijn locatie en prijs belangrijke aspecten. Voor beiden is brandveiligheid ‘slechts’ onderdeel van het brede begrip veiligheid – arbo, omgeving, inbraak, maatschappelijke – en zeker geen showstopper bij de keuze voor een gebouw. Volgens De Jong is voor een gebouweigenaar vooral business continuity van belang en maakt hij bij eventuele investeringen in brandveiligheid die bovenop het door de overheid vereiste niveau komen, vooral rendementsafwegingen.


Congres

Innovatieprijs

Productnieuws

Brandveiligheid De Innovatieprijs Brandveiligheid 2014 is gewonnen door Gerco met de twee productinnovaties Flex Tube en de Flex Box, die een oplossing bieden voor het veel voorkomende probleem van niet herstelde doorbrekingen in brandwerende afdichtingen. Beide producten zijn getest volgens NEN EN 1366-3. De Flex Tube en de Flex Box zijn beide te openen, waarna er een nieuwe kabel doorheen gevoerd kan worden en eventueel een bestaande kabel vervangen kan worden. Beide zijn flexibel in het gebruik doordat de Flex Tube vervangen kan worden en de Flex Box kan worden vervangen en verwijderd.

Hogedruk watermistsystemen Veiligheidsinstanties vragen steeds meer aandacht voor geavanceerde vormen van brandbeveiliging, ook in de woonomgeving. In Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk is het al gebruikelijk om woonhuizen, verzorgings- en bejaardentehuizen tegen brand te beveiligen met hogedruk watermistsystemen. Ultra Fog AB heeft vele jaren ervaring met dergelijke systemen. Deze voldoen aan INSTA-900, regels die de grondslag vormen voor de NEN 2077. Ultra Fog-systemen vernevelen het water onder hoge druk en zorgen door koeling en verstikking van het vuur voor een uiterst efficiënte en snelle beheersing van de vuurhaard. Dit verhoogt de overlevingskansen drastisch. • Activering geschiedt door detectie. • Per ruimte tot 48 m2 is 1 sprinklerkop vereist. • Het systeem is gemakkelijk te monteren en vrijwel onderhoudsvrij. Technoship BV | 055-355 5876 | info@technoship.nl | www.technoship.nl

Productnieuws Innovatieve oplossingen voor schuimen Danny van Goudzwaard (directeur Gerco) neemt de Innovatieprijs 2014 in ontvangst van Barbera Peters (SBRCURnet).

Toekomst

Ten slotte ging Peter van Veen (ministerie BZK) in op de aanstaande stelselwijziging Verbetering kwaliteitsborging in de bouw. Hij verwacht dat het betreffende wetsvoorstel eind van dit jaar naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd. Eind 2015 kan het wettelijk stelsel dan van kracht zijn, met als belangrijkste effecten bij bouw of verbouw: •• Eenvoudiger procedure bij gemeente. •• Er moet gebruik worden gemaakt van een erkend borgingsinstrument. •• De bouwer heeft een product geleverd en staat garant voor dit product. •• Aanvullend bestaat de mogelijkheid een verzekerde garantie overeen te komen. •• Per saldo is de opdrachtgever hiermee goedkoper uit.

NMC is een toonaangevende onderneming als het gaat om innovatieve oplossingen voor schuimen van de hoogste kwaliteit. Daarvoor zorgen de meer dan 1200 hooggekwalificeerde medewerkers op de afdelingen productie, verkoop, verzending en service. De behoeften van onze klanten staan in al onze activiteiten consequent op de eerste plaats. NMC staat synoniem voor hightech-producten van A tot Z, in 80 landen over de hele wereld. Wij huldigen de filosofie van duurzaamheid al meer dan een halve eeuw en met topproducten zorgen wij voor een beter comfort. In Nederland is Toine Mutsaers verantwoordelijk voor de activiteiten van NMC. Hij is al ruim 25 jaar bekend in de installatiebranche en beantwoordt graag al uw vragen op het gebied van isoleren. NMC | 06-11771610 | toine.mutsaers@nmc.be | www.nmc.be

nummer 3

juni 2014

27


Brandveiligheidsconcept

Björn Peters

Vluchten en evacueren in ziekenhuizen

Brandoffers

Nieuwe technologieën, nieuwe ideeën over de architectuur van ziekenhuizen en andere zorginstellingen, veranderende fysische of fysieke condities van patiënten en nieuwe management strategieën in de zorg vragen om een nieuw brandveiligheidsconcept. Het huidige concept, dat in de meeste instellingen wordt gehanteerd, is naar de huidige maatstaven achterhaald.

28

nummer 3

juni 2014


Brandveiligheidsconcept

Figuur 1: Theoretische tijdlijn uit brandveiligheidsconcept gezondheidszorggebouwen 1994

V

oor de nieuwbouw van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort is in nauwe samenwerking tussen de architect (Atelier Pro), brandweer, BHV-organisatie en brandveiligheidsadviseur (DGMR) een nieuw brandveiligheidsconcept ontwikkeld, met als uitgangspunt een veilige evacuatie van patiënten in geval van nood. Maar onderzoek of literatuur over het ontruimen van patiëntenkamers is er niet of nauwelijks. Om meer inzicht te verkrijgen zijn daarom ontruimingstesten uitgevoerd.

minuten veilig. Daaruit zou je kunnen afleiden dat, als je verder niets doet en de patiënten niet zelfstandig kunnen vluchten, een brand in een patiëntenkamer blijkbaar maximaal zes mensenlevens mag kosten. Maar in de praktijk worden de deuren bij veel ziekenhuizen en zorginstellingen niet zelfsluitend uitgevoerd door de hinder die dat oplevert in het dagelijkse gebruik, of was dit ten tijde van de bouw nog niet vereist. In dat geval is men dus afhankelijk van adequaat menselijk handelen om de deuren in geval van nood te sluiten.

brandende patiëntenkamer zijn. In de volgende twee minuten moeten zij de zes patiënten (in het ergste geval allemaal in bed) evacueren naar een veilige ruimte. In de tussentijd zullen meer personeelsleden beschikbaar zijn om te helpen bij de ontruiming. Dit concept is echter ingetrokken, met als motivatie dat zorginstellingen hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Zorginstellingen mogen tegenwoordig zelf weten hoe ze dit organiseren, maar worden daarbij door de overheid wel gewezen op de zogenoemde ‘zorgplicht’.

Regelgeving

Huidig brandveiligheidsconcept

Bestaand versus nieuw

De huidige Nederlandse regelgeving gaat uit van een extra bescherming van patiëntenkamers van binnenuit. De omvang van de subbrandcompartimenten waarin die kamers zich bevinden,

Het in 1994 uitgebrachte Brandveiligheidsconcept Gezondheidszorggebouwen brengt het aantal slachtoffers in theorie terug naar nul, door te garanderen dat er voldoende hulpverleners tijdig

Is het mogelijke brandoffer van 6 mensenlevens met het huidige brandveiligheidsconcept acceptabel? maximaal 50 m2, hangt samen met de afmetingen van patiëntenkamers (voor maximaal zes patiënten) die destijds gangbaar waren. Bij een brand in een patiëntenkamer zijn de overige kamers op de afdeling – door de brandwerende scheiding rond die kamer en een zelfsluitende kamerdeur – ten minste dertig

aanwezig zijn om de patiënten in geval van nood te evacueren. Dit brandveiligheidsconcept is gebaseerd op een tijdlijn zoals weergegeven in figuur 1. Het concept gaat uit van een automatisch brandalarm binnen één minuut. Daarna moeten binnen twee minuten twee personeelsleden (BHV’ers) bij de

In tegenstelling tot ziekenhuizen die in de jaren 90 of al eerder zijn gebouwd en die kamers hadden aan een lange interne gang, worden ziekenhuizen tegenwoordig voorzien van brede, open gangen, waar daglicht kan toetreden en die als een soort woonkamer dienst kunnen doen. Daarnaast neemt de vraag naar éénpersoons patiëntenkamers nog altijd toe. In deze kamers is meer apparatuur aanwezig en er zit meer elektronica in de bedden. Daardoor is een bed tegenwoordig verbonden met monitoringsapparaten, en met de achterwand via een set stekkers en/of slangen, die bij evacuatie allemaal eerst ontkoppeld moeten worden voordat de patiënt geëvacueerd kan worden. Ook de fysieke gesteldheid van de patiënten is veranderd; denk hierbij aan een groter percentage patiënten met overgewicht. Ten slotte streeft men naar steeds

nummer 3

juni 2014

29


Brandveiligheidsconcept

Figuur 2: Toegepaste rookschermen (stripecoil)

minder personeel op de verpleegafdelingen, zeker in de avond- en nachtperiode. Hierdoor is het onzeker of het nog wel haalbaar is om twee minuten na een brandmelding twee BHV’ers ter plaatse te hebben.

Nieuw brandveiligheidsconcept

In het nieuwe brandveiligheidsconcept dat is ontwikkeld voor het Meander Medisch Centrum, vormen zes éénpersoonskamers met de gang ertussen een apart subbrandcompartiment. Een brand

Verder is de brandveiligheid geoptimaliseerd door een aantal scheidingen tussen subbrandcompartimenten uit te voeren met een rookscherm (zie figuur 2) dat gemakkelijk met bedden te passeren is en met een sprinklersysteem om branduitbreiding en rookverspreiding te beperken en daarmee tijd te winnen voor de ontruiming. De deuren van de patiëntenkamers zijn niet zelfsluitend uitgevoerd. Het sluiten van deuren is opgenomen in het ontruimingsprotocol van het personeel en dat wordt veelvuldig getraind. De toepassing van een sprinklerinstallatie maakt het concept ook voldoende robuust om een veilige ontruiming mogelijk te maken, zelfs wanneer het personeel toch zou vergeten om een deur te sluiten.

Ontruimingstesten

Met verschillende ontruimingstesten is onderzocht of de risico’s voor patiënten in een (beschermd) subbrandcompartiment – waar brand is ontstaan – laag genoeg zijn. In deze testen is de invloed van verschillende parameters onderzocht, maar het effect van brand en rook op de ontruimingstijd zijn buiten beschouwing gelaten.

De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor de (brand)veiligheid van zorginstellingen duidelijk bij die instellingen neergelegd in een patiëntenkamer kan – net als in het huidige brandveiligheidsconcept van het Bouwbesluit – maximaal zes patiënten bedreigen, maar de overige clusters van patiëntenkamers worden beschermd door één of meerdere brandwerende scheidingsconstructies. De patiënten kunnen zo altijd een vluchtroute nemen die niet voert door het gebied waar de brand woedt.

30

nummer 3

juni 2014

Uit de testen bleek herhaaldelijk dat het zowel bij het huidige als bij het nieuwe brandveiligheidsconcept mogelijk is om de zes patiënten in het subbrandcompartiment binnen twee minuten te evacuëren, zonder de bedden te hoeven loskoppelen en ontgrendelen. In vergelijking met het huidige brandveiligheidsconcept is de ontruimingstijd in het nieuwe concept iets langer.

Uit het onderzoek blijkt verder dat bij het nieuwe concept de ontruimingstijd inclusief loskoppelen van bedden kan oplopen van 2,5 naar 3 minuten. Ook kon worden vastgesteld dat het ontruimen van patiënten met overgewicht extra tijd kost: circa twee tot zes seconden per patiënt. Bij de testen is geen rekening gehouden met de invloed van brand en rook op de ontruimingstijden.

Conclusie

Het huidige brandveiligheidsconcept voor verpleegafdelingen in ziekenhuizen en andere zorginstellingen moet nodig aan de nieuwe inzichten worden aangepast. Want als er rekening wordt gehouden met minder personeel tijdens de avond- en nachturen, het loskoppelen van bedden en apparatuur, en de fysieke toestand van patiënten, dan leidt dat tot een ontruimingstijd die kan oplopen tot meer dan drie minuten. En dan wordt er nog geen rekening gehouden met de gevolgen van brand en rook voor het personeel en de patiënten!

Aanvaardbare risico’s?

Is het acceptabel dat met het huidige brandveiligheidsconcept in de bouwregelgeving mogelijk zes mensenlevens worden opgeofferd bij een brand in een patiëntenkamer? Ogenschijnlijk durft niemand daar iets over te zeggen. Het (inmiddels ingetrokken) Brandveiligheidsconcept Gezondheidszorggebouwen blijkt in de praktijk niet haalbaar; er is meer tijd nodig voor een veilige evacuatie van patiënten, of er moet meer personeel voor de ontruiming beschikbaar komen. De verantwoordelijkheid voor de (brand) veiligheid van zorginstellingen is door de overheid duidelijk bij de instellingen neergelegd, maar op basis van de hen ter beschikking gestelde gegevens weten zij vaak niet eens dat deze problematiek speelt. Björn Peters is senior adviseur brandveiligheid bij DGMR.


Bedrijfshulpverlening

Niels Strating

Evacuatie van bedgebonden patiënten

Redden met de stopwatch Zorginstellingen worden steeds vaker bewoond door mensen die niet zelfredzaam of bedlegerig zijn. Inzicht in de evacuatietijden van bedgebonden patiënten is noodzakelijk om de prestaties van een BHV-team te waarderen en af te stemmen op de beschikbare evacuatietijden. De TU/e deed hier een experimenteel onderzoek naar. Niels Strating schetst de bevindingen en uitkomsten.

D

e vergrijzing in Nederland stelt de huidige zorgsector in toenemende mate op de proef: steeds meer mensen worden afhankelijk van zorg. Dit gebeurt zowel intramuraal (in bijvoorbeeld ziekenhuizen en verzorgingshuizen) als extramuraal (middels thuiszorg). Extramurale zorg wordt uitsluitend ingezet bij personen die nog zelfredzaam en mobiel zijn. De mate van zelfredzaamheid en mobiliteit zal echter aanzienlijk lager liggen dan bij een woonfunctie zonder zorg (Van Herpen, 2013). Door deze extramuralisering worden de intramurale instellingen in toenemende mate bewoond door mensen die niet meer zelfredzaam zijn en zelfs bedlegerig. In deze intramurale instellingen is het

daarom van belang om een goed georganiseerde Bedrijfshulpverlening (BHV) te hebben. Inzicht in de evacuatietijden van bedgebonden patiënten is noodzakelijk om de prestaties van een BHV-team te waarderen en af te stemmen op de beschikbare evacuatietijden. Wanneer de beschikbare evacuatietijden te kort zijn, zal het BHV-team moeten worden versterkt of moeten de beschikbare evacuatietijden worden verlengd door middel van bouw- of installatietechnische voorzieningen.

Opzet

Door de TU/e is een experimenteel onderzoek uitgevoerd naar de prestaties van BVH-organisaties in verschillende

ziekenhuizen en verzorgingshuizen (Strating 2013). De experimenten zijn uitgevoerd volgens een vaste methodiek, zodat de resultaten onderling met elkaar te vergelijken zijn. In de methode zijn telkens twee BHV’ers vooraf geïnstrueerd over het ontruimingsscenario. Het evacuatietraject werd gestart net buiten het brandcompartiment, waarna de BHV’ers de meest veraf gelegen ruimte zijn gaan ontruimen en daarbij de bedden in die ruimte uiteindelijk allemaal buiten de compartimentsdeuren hebben gebracht. Dit evacuatietraject is vastgelegd met drie camera’s (zie figuur 1), om de oefening naderhand optimaal te kunnen analyseren.

Figuur 1: Het evacuatietraject binnen het brandcompartiment met de verpleegkamers en de positionering van de camera’s. Er kan meer dan één bed per kamer aanwezig zijn.

nummer 3

juni 2014

31


Bedrijfshulpverlening

Methode

Het evacuatieproces is opgedeeld in 4 fasen. Allereerst kost het tijd om van buiten het compartiment bij het bed te komen (afhankelijk van loopsnelheid). Vervolgens volgt het ontkoppelen en voorbereiden op evacuatie, het evacuatietraject zelf en het afronden van de evacuatie met het positioneren van het bed buiten het brandcompartiment. Figuur 2 zet het evacuatieproces in een tijdbalk. Indien er in de kamer meerdere bedden aanwezig waren, is dit traject meerdere keren achter elkaar herhaald met dezelfde BHV’ers, net zolang tot de gehele kamer ontruimd was. Om een zo realistisch mogelijke evacuatie na te bootsen zijn in alle gevallen (behalve bij de oefeningen op de Intensive Care) vrijwilligers op de bedden geplaatst en zijn deze in enkele gevallen verbonden aan een infuus. Daarnaast zijn de BHV’ers geïnstrueerd om deuren te sluiten na elke evacuatie, voor zover deze deuren niet zelfsluitend uitgevoerd waren.

Figuur 3: ‘Whisker plot’

Figuur 4: Resultaten van 91 metingen in 4 ziekenhuizen; snelheden in m/s ters is een dergelijke samenvoeging niet mogelijk, omdat die parameters daarvoor te projectspecifiek zijn. Daarvoor zijn per ziekenhuis of verzorgingshuis de conse-

Door een minder getrainde BHV wordt in verzorgingshuizen minder snel geëvacueerd De resultaten zijn gepresenteerd in een zogenaamde ‘Whisker plot’ (zie figuur 3). In een dergelijke figuur kan men in één oogopslag de piekwaarden, de mediaan en de 50%-spreiding van alle gemeten waarden analyseren.

Evacuatieoefeningen

De resultaten van de oefeningen zijn voor de evacuatie- en loopsnelheden samengevoegd in twee groepen: ziekenhuizen en verzorgingshuizen. Voor andere parame-

quenties bepaald (Strating, 2013). Deze zijn in dit artikel niet meegenomen. In totaal zijn er 101 metingen uitgevoerd in 5 ziekenhuizen en 18 metingen in 5 verzorgingshuizen. Van de 101 oefeningen uitgevoerd in de ziekenhuizen zijn er 91 samengevoegd. De overige resultaten zijn apart gehouden en worden hier niet nader toegelicht, omdat deze uitgevoerd zijn op een Intensive Care met een afwijkende opzet. Van de 18 oefeningen uitgevoerd in

Figuur 2: De vier fasen in het evacuatietraject

32

nummer 3

juni 2014

de verzorgingshuizen zijn er 14 samengevoegd, de overige 4 waren niet conform de onderzoeksopzet uitgevoerd. Figuur 4 geeft de resultaten weer van de 91 evacuatieoefeningen uitgevoerd in de ziekenhuizen. Hieruit blijkt dat de evacuatiesnelheid een bereik van 0,54 tot 1,33 meter per seconde beslaat. Bij de drie laagst gemeten waarden was er sprake van hinder door kabels of een rolstoel. Vanaf 0,67 meter per seconde was er sprake van een ongestoorde evacuatie. De drie snelst gemeten evacuatieoefeningen waren het resultaat van het meermaals oefenen van de evacuatie. Tot een snelheid van 1,23 meter per seconde is een evacuatie uitgevoerd zonder meerdere malen te oefenen, in de realiteit zal dit een meer waarschijnlijke maximale snelheid zijn. Figuur 5 geeft de resultaten weer van de 14 evacuatieoefeningen uitgevoerd in de verzorgingshuizen. Zoals valt af te lezen uit de figuur, beslaat de evacuatiesnelheid een bereik van 0,25 tot 1,3 meter per seconde. De spreiding in de resultaten is vele malen groter dan de spreiding van de metingen in de ziekenhuizen. De reden hiervoor is dat de ervaring van personeelsleden in een dergelijke situatie behoorlijk verschilt. In sommige gevallen bleek duidelijk dat personeelsleden niet gewend waren om een bed te verplaatsen, daar


Bedrijfshulpverlening

Bibliografie •• Herpen, R.A.P. van (2013). Applying rules or engineering safety? – fellow Figuur 5: Resultaten van 14 metingen in 3 verzorgingshuizen; snelheden in m/s waar dit in een ander verzorgingshuis vaker gebeurde; de snelste 5 evacuatieoefeningen werden namelijk allemaal behaald in hetzelfde verzorgingshuis. Om toch een indicatie te kunnen geven van hoe lang een evacuatie gemiddeld duurt zonder hierbij in detail te treden, zijn in tabel 1 de gemiddelde evacuatiesnelheden weergegeven per ziekenhuis/verzorgingshuis. Deze waarden zijn per bed, inclusief arriveer-, ontkoppel-, evacuatie- en positioneringstijden.

Discussie

Uit de resultaten blijkt dat de evacuatietijd sterk afhankelijk is van een aantal belangrijke factoren, namelijk de ervaring van de BHV-organisatie en het wel of niet gekoppeld zijn aan een infuus. Daarnaast zijn de breedte van de deur en de draairichting van invloed op de evacuatiesnelheid. Vanwege deze specifieke afhankelijkheid zijn de resultaten niet generiek toe te passen. Per situatie kunnen verschillen optreden, gerelateerd aan de genoemde factoren. Daarbij komt dat de huidige evacuatiestrategie van tevoren is doorgenomen met de BHV’ers; zij hadden dus voorkennis. In werkelijkheid zal dit niet zo zijn en duurt de evacuatie wellicht langer. De resultaten uit dit onderzoek zijn dan ook te gebruiken als minimaal benodigde evacuatietijd (detectie- en reactietijd niet inbegrepen). De evacuatiesnelheid zou wel bruikbaar

moeten zijn vanwege zijn onafhankelijkheid van de tijd, maar geldt dan wel voor het afgelegde traject. In vergelijking met de theoretische tijdslijn van TNO (1994), die stelt dat een ruimte binnen 2 minuten ontruimd zal zijn, zijn de resultaten van dit onderzoek minder gunstig. Zeker wanneer een ruimte meer dan 3 bedden bevat, is een ontruiming met 2 BHV’ers binnen 2 minuten niet waarschijnlijk. Een onderzoek (Boyce, 1999) naar de evacuatiesnelheden van verminderd mobiele personen wijst uit dat mensen met een wandelstok en geassisteerde rolstoelgebruikers sneller geëvacueerd kunnen worden (over een recht stuk, dus iets afwijkende opzet) dan bedgebonden gebruikers. De overige verminderd mobiele personen, zoals mensen met krukken of een rollator en niet-geassisteerde rolstoelgebruikers, blijken een vergelijkbare evacuatiesnelheid te behalen als de bedgebonden personen in dit onderzoek.

Conclusie

Uit de resultaten blijkt dat voor de gegeven opzet de evacuatiesnelheid in ziekenhuizen tussen de 0,54 en 1,34 meter per seconde ligt. Voor verzorgingshuizen ligt dit tussen de 0,25 en 1,3 meter per seconde. De reden dat er in verzorgingshuizen minder snel wordt geëvacueerd, is

Uitgevoerd in

Gemiddelde evacuatietijd/bed

Ziekenhuis #1

66,25 sec.

Ziekenhuis #2

50,59 sec.

Ziekenhuis #3

48,43 sec.

Ziekenhuis #4

40,36 sec.

Verzorgingshuis #2

51,45 sec.

Verzorgingshuis #3

49,24 sec.

Verzorgingshuis #4

44,66 sec.

Tabel 1: Gemiddelde totale evacuatietijden per bed; tijden in seconden

speech TU/e. Eindhoven University of technology •• Strating, N. (2013). Evacuation of bedridden building occupants. (www. nieman.nl/wp-content/ uploads/2013/03/Evacuation-of-bedridden-buildingoccupants.pdf) •• TNO (1994). Fire Safety Concept for Health Care Buildings. Delft: Report BK88K133. •• Boyce, K., Shields, T., & Silcock, G. (1999). Toward the Characterization of Building Occupancies for Fire Safety Engineering: Capabilities of Disabled People Moving Horizontally and on an Incline. Fire Sert, University of Ulster. Antrim: Fire Technology. het gevolg van een minder ervaren en getrainde BHV. Daarnaast bleek dat de communicatie onder de BHV’ers in de verzorgingshuizen een stuk stroever verliep dan die onder de BHV’ers in de ziekenhuizen. De gemiddelde evacuatietijd per bed verschilt per ziekenhuis of verzorgingshuis. Dit is toe te schrijven aan een aantal projectspecifieke factoren. Bij eventuele toepassing van deze onderzoeksresultaten in andere projecten is het zaak rekening te houden met projectspecifieke factoren en per situatie te bekijken in welke mate deze verschillen van de ontruimingsoefeningen in deze studie. Niels Strating werkt bij Nieman Raadgevende Ingenieurs BV (Supervisor: Ruud van Herpen, Technische Universiteit Eindhoven).

nummer 3

juni 2014

33


Congres

John van Lierop

Tweedaagse verdieping in parallelsessies

Fire Sprinkler International 2014 De belangrijkste sprinklerconferentie buiten Noord-Amerika werd dit jaar georganiseerd door British Automatic Fire Sprinkler Association (BAFSA) en European Fire Sprinkler Network (EFSN). Het thema van de conferentie was ‘Business Sustainability, Sprinkler Innovations and Standards’. Een verslag.

T

ijdens het tweedaagse evenement (20 en 21 mei) in Londen konden de bijna 350 deelnemers en 37 sponsoren uit 28 landen luisteren naar een keuze uit maar liefst 54 sprekers. De deelnemers en sponsoren waren zeer tevreden over de nieuwe aanpak, waarbij naast plenaire hoofdthema’s de verdieping werd gezocht in parallelsessies.

Opening

Na het openingswoord van Steward Kidd van BAFSA en Michel Walhof, de voorzitter van EFSN, was het woord aan de Deputy Mayor van Londen, Sir Edward Lister. Hij nam de deelnemers mee in één van de ontwikkelingen waar Londen de komende jaren mee te maken krijgt: een forse bevolkingsgroei. Al die mensen moeten ergens wonen en werken en zich kunnen verplaatsen in de toch al overvolle stad. Daardoor gaat de skyline van Londen in de komende jaren ingrijpend veranderen. Op dit moment worden 268 ‘high rise buildings’ ontworpen en gebouwd. En met name voor hoogbouw zijn goede brandveiligheidsoplossingen, zoals sprinklers, onmisbaar.

Keynote sprekers

Chris Hanks sprak namens de verzekeraars over de afname van het aantal branden in het Verenigd Koninkrijk, bij een gelijk gebleven schadebedrag. Met name de toepassing van steeds meer brandbare materialen vond hij zorgwekkend. Hij deed daarom ook een dringende oproep aan de aanwezigen om meer samen te werken aan brandveiligheid in wat hij ‘a new gold standard’ noemde.

34

nummer 3

juni 2014

Debbie Smit en Oliver Hogan van BRE Global en CEBR gaven de aanwezigen inzicht in de onderzoeken naar de economische impact van het installeren van sprinklers in opslaggebouwen. Beide instituten publiceerden eerder dit jaar hun rapportage (http://sprinkler.nl/news/ cebr-and-bre-reports-find-economic-casefor-sprinklers-in-warehouses). Smit, directeur van BRE Global UK, ging in op de investeringen en de zogenaamde ecopoints. Investeren in sprinklers kost meer ecopoints, maar boven de 2.000 m2 wordt vaak een omslagpunt bereikt en loont het om sprinklers te installeren. Hogan, directeur van CEBR, gaf aan dat ze in hun onderzoek meer meenemen dan alleen de schade gedekt door verzekeraars. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar het verlies van banen. Dat is een onderdeel van het onderzoek dat niet onderschat mag worden. Volgens Hogan is één van de

grootste problemen bij investeringen in opslaggebouwen dat nog niet bekend is hoe het gebouw uiteindelijk gebruikt gaat worden, waardoor niet voor optimale oplossingen kan worden gekozen. Ronnie Gibson van FM Global gaf inzicht in de onderzoeken van FM. De combinatie van fire growing-, protection- en watermodellen moet leiden tot meer inzicht en realistischer voorspellingen van branden in gesprinklerde gebouwen. Zodra de simulatiemodellen gevalideerd zijn, zijn minder kostbare brandproeven nodig. Gibson liet twee opnames van brandproeven zien met de voorspellingen uit de simulaties ernaast. De voorspellingen bleken bijzonder waarheidsgetrouw! Haukur Ingason van SP Zweden is betrokken bij de brandveiligheid van de tunnels met een totale lengte van 50 km


Congres

die onderdeel uitmaken van een nieuwe snelweg die 140.000 voertuigen per dag moet verwerken. In de tunnels komen speciaal ontwikkelde sprinklers die ook bijdragen aan een verlaging van de benodigde ventilatiecapaciteit. Steve Turek van de Londen Fire Brigade verbaasde zich over de argumenten om vooral geen sprinklers toe te passen waarmee hij in de praktijk geconfronteerd wordt. De brandweer van Londen zet zich in om een andere wijze van denken te stimuleren, meer gericht op het risico en de kosteneffectieve oplossing. De strategie van Turek is om het vooral praktisch te houden en tegenargumenten te weerleggen met feiten. Een aantal brandtesten met ‘extended plastics’, zoals plastic vleesbakjes en matrassen, openden de ogen van de aanwezigen. Steve Wolin van Code Consultants legde met ondersteunend beeldmateriaal uit waarom brandveiligheid zo’n lastige opgave is. De vlammen zitten binnen 44 seconden aan het dak van een opslaghal en één sprinklerkop kan de brand niet controleren. Goede projectering zorgt ervoor dat de sprinklers snel reageren, maar niet te snel omdat de andere sprinklers dan vertraagd reageren. Voor de experts: 8 pallets vleesbakjes leverden in 90 seconden een piekvermogen van 20 MW op. Nieuwe extended coverage sprinklers kunnen de schade met minder water beperken. De presentatie van Casey Grant over het beveiligen van gebouwen met houten bouwconstructies tot wel 30 etages, zette de aanwezigen aan het denken. De tendens is dat hoofddraagconstructies in toenemende mate van hout zijn. Er moet nog veel onderzoek gedaan worden naar

Russ Fleming geeft met voorbeelden aan hoe duurzaam sprinklers zijn.

Fire Sprinkler International 2014: bijna 350 deelnemers. de brandveiligheid van dit soort constructies, omdat gelijmde constructies en metalen verbindingen zich in een brand anders gedragen dan massieve balken met houtverbindingen. Grant presenteerde de onderzoeksagenda van NFPA op dat gebied (http://www.nfpa.org/foundation). Hoe ga je om met sprinklerinstallaties in gebieden waar weinig water is en de brandweer van ver moet komen? In Nederland een minder belangrijk issue, maar voor Christina Francis van Procter & Gamble een uitdaging. Zij lichtte toe waarom watermanagement een belangrijke rol speelt vanaf het moment dat de sprinklerinstallatie de brand onder controle heeft. Tijd, een goede planning en begrip van wat er gebeurt na het uitschakelen van de sprinklerinstallatie zijn cruciaal bij het nablussen van een brand. Marcelo Lima van FM Global ging in op de Santa Maria Fire in nachtclub Kiss, waarbij vorig jaar 242 mensen omkwamen. Lima schetste de situatie: het gebouw was maar aan één zijde toegankelijk, er was geen vluchtwegaanduiding, er waren veel belemmeringen en klanten drinken op rekening en mogen pas vertrekken wanneer voor de consumpties is betaald. Pas vrij laat werd duidelijk dat de brand, veroorzaakt door een act met vuur, geen onderdeel van was van die act. Veel mensen zaten vast omdat ze de verkeerde kant op waren gevlucht. Ontkomen was daardoor onmogelijk geworden. Volgens Lima onttrekken veel partijen zich aan hun verantwoordelijkheid. Toepassing van sprinklers in dit soort gelegenheden kan de brandveiligheid enorm verbeteren. De brand heeft geleid tot review van de brandveiligheidseisen. Wanneer de

capaciteit meer dan 100 bezoekers bedraagt, moet de brandweer inspecteren. Eigenaren die de aanbevelingen van de brandweer niet opvolgen, zijn strafrechtelijk aansprakelijk. De managing director van International Fire Sprinkler Association (IFSA), Russ Flemming, gaf met voorbeelden aan hoe duurzaam sprinklers zijn. Hij wil dat sprinklers erkend worden als duurzame investering. Er is steeds minder materiaal nodig om te komen tot minimaal hetzelfde brandveiligheidsniveau, er is ervaring opgedaan met het recyclen van testwater en er wordt gewerkt aan het verkrijgen van erkenning voor het duurzaamheidscertificaat LEED.

Parallelsessies

Naast de keynote sprekers waren er veel interessante presentaties in de parallelsessies. Zoals een Nederlandse bijdrage van Johan Hoogeweg van DGMR. Hoogeweg presenteerde een slimme bescherming van atria met delugesystemen: niet traditioneel vanuit het plafond, maar vanuit de wanden. Ook de bescherming van transformatoren, corrosiebeschermers, woningsprinklerinstallaties en de update van normen zoals NPFA13, NFPA25 en EN12845 kwamen in de parallelsessies aan de orde. EFSN en BAFSA kijken terug op een geslaagd evenement. Meer informatie over de conferentie vindt u op http://firesprinklerinternational.com/. De volgende grote EFSN conferentie is in 2016 in München. John van Lierop is landmanager EFSN/NOVB.

nummer 3

juni 2014

35


Praktijk

Emiel van Rossum

Certificering van een ontruimingsalarminstallatie Brandveilig bouwen is een zaak van details en samenhang in maatregelen. Maar soms kunnen brandveiligheidsmaatregelen elkaar in de praktijk tegenwerken.

A

ls in een bouwwerk een brandmeldinstallatie vereist is, zal hier ook een ontruimingsalarminstallatie aan gekoppeld zijn. Een ontruimingsalarminstallatie is een installatie die de personen in een gebouw alarmeert in geval van bijvoorbeeld brand. De alarminstallatie alarmeert intern met licht- of

geluidsignalen, de zogenaamde slow whoop. Een ontruimingsinstallatie wordt ontworpen (geprojecteerd) conform de NEN 2575. Hierin staan minimale en maximale geluidsniveaus beschreven. Het minimale geluidsniveau zorgt ervoor dat het alarm hoorbaar is en boven het omgevingsgeluid uitkomt, het maximale

De ontruimingsalarminstallatie alarmeert intern met licht- of geluidsignalen.

36

nummer 3

juni 2014

geluidsniveau dat het geen gehoorschade veroorzaakt. Dit minimale en maximale geluidsniveau zorgt voor een bandbreedte waarin de slow whoops geplaatst moeten worden. De slow whoop mag niet boven een bepaald geluidsniveau uitkomen en dat maakt het nodig om zo veel slow whoops


Praktijk

te plaatsen dat het signaal in het gehele gebied boven het minimale geluidsniveau uitkomt. Een brandwerende muur is meestal 60 minuten WBDBO (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag). Dit om te voorkomen dat brand overslaat van het ene brandcompartiment naar het andere. In een WBDBO-scheiding van bijvoorbeeld een stenen muur mag geen opening zitten, want door zo’n opening zou de brand alsnog door kunnen slaan naar het andere brandcompartiment. Vandaar de brandwerende afwerking van kabel- en buisdoorvoeringen.

beoogt men te voorkomen dat pas tijdens de certificering duidelijk wordt dat het vereiste geluidsniveau niet wordt gehaald. Tijdens de tussentijdse geluidsmeting blijken alle geluidsniveaus voldoende. Het ziet er dus naar uit dat de installatie op dat punt voldoet aan de regelgeving. Na enkele maanden is het zover: het moment van certificering. Het inspectiebureau wordt uitgenodigd om de installatie te inspecteren. Een vast onderdeel van zo’n inspectie is het controleren van het geluidsniveau. En jammer maar helaas: tijdens de inspectie wordt het vereiste geluidsniveau niet gehaald,

Tijdens tussentijdse metingen waren veel doorvoeringen nog open We hebben in het navolgende project te maken met de renovatie van een 30 jaar oude metrolijn. In het project wordt onder andere de brandveiligheid op het hedendaagse niveau gebracht door middel van een brandmeldinstallatie en een rook- en warmteafvoerinstallatie. Ook vernieuwt men veel installaties en brengt men de brandcompartimentering naar de huidige standaarden.

Probleem

Na het aanleggen van de ontruimingsalarminstallatie is er een tussentijdse geluidsmeting uitgevoerd om te verifiëren of het geluidsniveau van de ontruimingsalarminstallatie voldoende is. Hiermee

terwijl dat bij de tussentijdse meting nog wel voldoende was.

Overwegingen

Hoe is het nu mogelijk dat het geluidsniveau tijdens de inspectie onvoldoende blijkt, daar waar dit enkele maanden eerder bij een tussentijdse controle wel goed was? De slow whoops maken evenveel geluid, hun aantal is gelijk gebleven en ze zijn nog steeds in dezelfde ruimten gemonteerd. Tijdens het project lopen uiteraard allemaal werkzaamheden parallel aan de werkzaamheden met de ontruimingsinstallatie. Bijvoorbeeld het brandwerend afwerken van de doorvoeringen in brandwerende wanden.

Tijdens de tussentijdse metingen waren veel doorvoeringen nog open en kwam het geluid gemakkelijker van de ene naar de andere ruimte.

Wat blijkt nu? Tijdens de tussentijdse metingen waren veel van de doorvoeringen nog open en kwam het geluid gemakkelijk van de ene naar de andere ruimte. Hierdoor was het geluidsniveau in bijvoorbeeld een technische ruimte voldoende als de slow whoop in de naastgelegen gang gemonteerd was. Tijdens de inspectie waren deze brandwerende doorvoeringen inmiddels dichtgezet. Het geluid vanuit de gang kwam daardoor niet zo makkelijk meer in de technische ruimte. Gevolg: het geluidsniveau werd niet meer gehaald.

Oplossing

Doordat de doorvoeringen brandwerend zijn afgewerkt, is er in de huidige situatie een grotere geluidsisolatie tussen de ruimten. Dat betekent dus: extra slow whoops aanbrengen. Er zijn in alle technische ruimten opnieuw geluidsmetingen uitgevoerd. Op basis daarvan is een nieuw ontwerp gemaakt om alsnog aan de geluidseisen te voldoen. Is dit eenmaal in orde, dan kan de installatie alsnog gecertificeerd worden.

Praktijk Brandveilig bouwen is een zaak van details. Maar juist die details kunnen grote investeringen in veiligheid teniet doen. In de dagelijkse praktijk stuit Emiel van Rossum regelmatig op dat soort details. Hij adviseert opdrachtgevers hoe zij vervolgens toch tot een brandveilige oplossing kunnen komen. In deze rubriek deelt hij zijn ervaringen met de lezers van Brandveilig. com. Emiel van Rossum is brandpreventie-adviseur en daarnaast docent bij Brandpreventie Academy. Hij gebruikt zijn ervaringen uit de praktijk om als docent praktijkgericht les te geven. Kijk voor meer info op www.bp-ac.nl.

nummer 3

juni 2014

37


Branche-informatie VBE Doelstellingen

De Verenigde BrandveiligheidsExperts (VBE) stellen zich ten doel de kennis van brandveiligheid te delen, te vergroten en te verspreiden. Zij bieden een platform voor discussie over allerlei (actuele) brandveiligheidsthema’s. De VBE bestaat sinds 2007 en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB), een koepelorganisatie die zich sterk maakt voor een brandveiliger Nederland. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan vergroting van kennis over brandveiligheid en de doelstellingen van de vereniging onderschrijft, kan lid worden. Het lidmaatschap is uitsluitend op persoonlijke titel en mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. De huidige ca. 280 leden zijn afkomstig uit onder andere installatiebedrijven, inspectieinstellingen, de brandweer, de overheid, de bouw- en projectontwikkelaarswereld, toeleveringsbedrijven, het facilitair management en de verzekeringswereld.

Lid worden?

Bent u expert op één of meer brandveiligheidsterreinen en geïnteresseerd in een lidmaatschap dan kunt u zich via de website aanmelden en bij voorkeur een VBE-lid als referentie opgeven. Het VBE-comité beslist over de toelating. Het comité bestaat uit de VBE-leden Maarten de Groot (voorzitter), Bruno van Burik, Alex Ivanovic, Siem-Jan Stam en Wim van de Geijn. Verenigde Brandveiligheid Experts Hogeweg 37A 5301 LJ Zaltbommel Tel. 0418-510828 e-mail: secretariaat@novb.nl www.brandveiligheidslimbekeken.nl www.vbe.novb.nl

www.brandveiligheidslimbekeken.nl

38

nummer 3

juni 2014

VBE-Jaarprogramma De VBE realiseert haar doelstellingen onder andere door geregeld themabijeenkomsten te organiseren en een jaarlijks seminar in het najaar. Daarin komen verschillende brandveiligheidsonderwerpen aan de orde.

23 april 2014 Themabijeenkomst

De eerste themabijeenkomst van dit jaar op 23 april stond in het teken van blusschuimsystemen. Restaurant/zalencentrum de Verdraagzaamheid in Zaltbommel bood een podium aan sprekers Joop Rijnbout en Mickey Hovers. Zij hebben de ongeveer 60 aanwezigen van alles verteld over de huidige toepassingen, ontwikkelingen, risico’s, testen en technische mogelijkheden van blusschuimsystemen. Natuurlijk werden deze informatieve lezingen nabesproken onder het genot van een drankje en een hapje aan de bar.

16 juni 2014 Themabijeenkomst

Na deze geslaagde avond kijken we al weer uit naar de volgende themabijeenkomst. Zet 18 juni 2014 alvast in uw agenda. Meer informatie over deze themabijeenkomst vindt u zo snel mogelijk op www.brandveiligheidslimbekeken.nl. Deelname voor VBE-leden is gratis. Niet-leden betalen bij binnenkomst € 50,00. Vanaf 18.30 uur staan de koffie en thee klaar, waarna de bijeenkomst om 19.00 uur aanvangt. In het programma is tijd ingeruimd voor discussie. Na de bijeenkomst is er ruim gelegenheid tot informeel napraten en netwerken.

8 oktober 2014 Seminar Herbestemmen & Brandveiligheid Noteert u alvast in uw agenda dat op woensdag 8 oktober 2014 het jaarlijks VBE-seminar plaatsvindt in de Evenementenhal te Gorinchem. Net als in andere jaren zoeken we de actualiteit op. Er is op dit moment sprake van een groot aanbod aan leegstaande gebouwen in Nederland. Het einde van deze trend is niet in zicht: de leegstand neemt nog steeds toe. Waren het eerst alleen nog kerken en kloosters, intussen zijn daar talloze fabrieken, kazernes, paleizen, gevangenissen en kantoren bijgekomen. Het wordt daardoor een steeds grotere uitdaging om goede mogelijkheden voor hergebruik te vinden. Bovendien levert het herbestemmen ook brandveiligheidsuitdagingen op. Een nieuwe functie vraagt immers om een ander brandbeveiligingsconcept. Maar kan dat wel in een gebouw dat daar oorspronkelijk niet voor bedoeld was? Deze vraag zal centraal staan tijdens het seminar. Momenteel is het VBE-comité druk doende om een aantrekkelijk programma samen te stellen met boeiende sprekers uit de herbestemmingswereld en brandveiligheid. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen via www.brandveiligheidslimbekeken.nl .

Voordeel voor VBE-leden

VBE-leden mogen gratis deelnemen aan alle verenigingsactiviteiten, ontvangen regelmatig informatie over de activiteiten van de vereniging en hebben hun eigen discussieplatforms. Daarnaast zijn er regelmatig kortingen op evenementen van derden. Ook ontvangen VBE-leden dit blad tegen een aantrekkelijke prijs.


Automatische blusinstallaties

Henk Jan Kooijmans

Watermistblussystemen in ziekenhuizen

Vele kleine druppels maken één grote Snel reagerende sprinklers leiden tot betrouwbare en goedkope brandbeveiliging. Echter, steeds vaker worden watermistblussystemen toegepast – ook in ziekenhuizen. Een update.

A

lleen al in Nederland is ongeveer 350.000 m2 vloeroppervlak in ziekenhuizen en zorginstellingen voorzien van een gecertificeerd automatisch watermistblussysteem. Brandweer, adviseurs, architecten, UPD (uitgangspuntendocument), schrijvers en inspectieinstellingen zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming ervan. Daarnaast wordt er momenteel in Nederland nog zo’n 200.000 m2 vloeroppervlak in ziekenhuizen en zorginstellingen voorzien van een watermistblussysteem. Wat zijn de verschillen en wat zijn de overeenkomsten tussen conventionele sprinklertechniek en watermist?

Overeenkomsten

1. Grotere brandcompartimentering mogelijk, waardoor vrijer indeelbaar. 2. Sterke beperking brandgrootte en -oppervlak, waardoor veel minder noodzaak bestaat voor grootschalige ontruimingen. 3. Essentieel voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. In geval van een (onbeheersbare) brand zijn de directe en gevolgschade niet te overzien. 4. Actieve brandveiligheid versus passieve brandveiligheid. 5. Lagere faalkans sprinkler- of watermistinstallatie versus bouwkundige voorzieningen.

Additionele voordelen watermist

1. Minder schade in geval van blussing: a. Een brand wordt sneller beheerst of geblust, waardoor de brandschade nog beperkter is. b. Er wordt slechts een fractie aan water gebruikt, waardoor bijkomende waterschade minimaal is. c. Doordat watermist zich meer als een gas gedraagt, is de invloed van obstructies kleiner. Een brandhaard ‘zuigt’ de watermist naar zich toe.

varieert de druppelgrootte van verschillende watermistblussystemen tussen de 0,01 en 0,100 mm. Het principe van blussen richt zich op het wegnemen van minimaal één van de drie elementen die de verbranding gaande houden: temperatuur, brandbare stof of zuurstof. De blussende werking van watermist berust op drie mechanismen die inwerken op de branddriehoek: koeling, absorptie van warmtestraling en lokale inertisering.

Watermist? Als de druppels kleiner zijn dan 1 milimeter 2. Gaswassing; minder rook en minder toxische stoffen in de lucht. 3. Minder kans op letsel; de ruimtetemperatuur blijft lager en warmtestraling wordt geblokkeerd. 4. Kleinere buisdiameters. 5. Visueel aantrekkelijker.

Hoe werkt watermist?

Bepalend bij de definitie van watermist is de grootte van de waterdruppel. Als de druppel kleiner is dan een millimeter, spreken we van watermist. Praktisch gezien

Conclusie

Watermist als brandbeveiliging is een relatief nieuwe, veelbelovende techniek met vele voordelen, die steeds vaker wordt toegepast, niet in de laatste plaats in ziekenhuizen. Door te kiezen voor certificeerbare systemen, waarmee de goede werking is geborgd, ontstaat er draagvlak bij alle stakeholders.

Henk Jan Kooijmans is sales manager bij Unica brandbeveiliging.

nummer 3

juni 2014

39


Schadepraktijk

Leo Porrio

Vluchten kan wel weer Branden in senioren- en verzorgingshuizen komen met regelmaat voor. De bewoners zijn in veel gevallen niet zelfredzaam, waardoor vluchten moeizaam verloopt en de afloop vaak fataal is. Een woningsprinkler kan uitkomst bieden.

O

p 15 april van dit jaar woedde er brand in een verzorgingshuis in Rotterdam. In het persbericht: “In een verzorgingshuis in Rotterdam is dinsdag een brand uitgebroken. Het pand is ontruimd en zeventien bewoners zijn naar het ziekenhuis gebracht vanwege de rook die ze ingeademd hebben. (...) De bewoners van het verzorgingshuis zijn uit hun woning gehaald vanwege een brandje in een van de appartementen. Twee personen worden door ambulancepersoneel nagekeken omdat ze te veel rook hebben ingeademd, meldt de brandweer. De hulpdiensten sloegen in eerste instantie groot alarm voor de brand en gaven de melding ‘zeer grote brand’. Het vuur was echter binnen korte tijd onder controle. Het alarm werd vermoedelijk gegeven omdat de hulpdiensten zo extra hulp kregen bij het naar buiten brengen van de omwonenden, zegt een woordvoerder. Het ging om een woning op de tweede verdieping van de bejaardenflat. Volgens de brandweer hebben meerdere verdiepingen last van de rook. Het gebouw wordt geventileerd. Over de schade en de oorzaak is nog niets bekend. (...)” Een dramatisch bericht over mensen die in de meeste gevallen slecht ter been zijn en zichzelf daardoor niet snel kunnen redden. Een wooncomplex voor bejaarden is in het gunstigste geval uitgerust met een brandmeldinstallatie. Maar dan moet je nog wel veilig naar buiten kunnen komen. Want een brandmeldinstallatie blust niet, de brand en de rookontwikkeling gaan gewoon door. Met alle ellende die daarbij

40

nummer 3

juni 2014

•• Onder controle houden en mogelijk blussen van de brand.

Certificeringsregeling

Het CCV is druk doende met een certificeringsregeling. In april 2014 is de norm NEN 2077 gepubliceerd, ontwerpgrondslag voor de woningsprinkler (zie ook Brandveilig. com 2014/2). Een certificeringsregeling is van belang om de kwaliteit te garanderen en het periodieke onderhoud te borgen. De levensreddende installatie moet tenslotte wel blijven werken.

Keuze of combi hoort: slecht zicht, paniek, slecht ter been zijn. Allemaal ingrediënten die onherroepelijk tot slachtoffers leiden. En ook al staan hulpverleners meestal klaar, het blijft de vraag of ze na een melding op tijd zijn. Er is echter een andere oplossing voorhanden: de woningsprinkler.

Sprinklers in wooncomplexen

Recente branden in wooncomplexen voor senioren hebben de aandacht gevestigd op een al jaren bestaand systeem: Life Safety Sprinklers (NFPA 13D en R). Het oorspronkelijk uit de VS stammende systeem wordt ook in Nederland in toenemende mate geïnstalleerd. De voordelen zijn: •• Voorkomen van de gevreesde flashover door koeling van de rookgassen. •• Opgebouwde rooklaag daalt door koeling en is niet levensbedreigend. •• Vergroten van de ontvluchtingskans.

Het is geen enkel probleem een wooncomplex volledig te voorzien van een conventionele, gecertificeerde sprinklerinstallatie volgens de bestaande sprinklernormering. Maar woningsprinklers zijn aanzienlijk eenvoudiger te installeren: sanitairinstallateurs kunnen die uitvoeren met in de eenvoudigste uitvoering voeding door het drinkwaternet. In 2011 is reeds een project uitgevoerd bij de restauratie van een groot aantal woningen in het Amsterdamse woningcomplex Oostenburg. Het project werd uitgevoerd op basis van kunststof buizen en fittingen met voeding door de drinkwaterleiding. Bij dit complex werd de vereiste brandwerendheid van 60 minuten constructief niet gehaald. De sprinklerinstallatie zorgde hier voor een deel gelijkwaardigheid; dat kan ook een overweging zijn. Leo Porrio is risk control consultant.


Advertorial

Is isolerend Nederland klaar voor de nieuwste Europese brandveiligheidsnorm?

Climaflex by NMC sa eerste en enige polyethyleen leidingisolatie met BL s1 d0 NMC sa heeft in 2012 op de isolatiebeurs in Keulen als eerste en enige de hoogste brandveiligheidsklasse gepresenteerd voor polyethyleen leidingisolatie BL s1 d0. Deze strenge Europese brandveiligheidsnorm valt sinds 1 juli 2013 onder de Europese verordening 305/2011/EU CPR. De overheid voert hierop controle uit. Climaflex® by NMC sa voldoet al sinds augustus 2012 volledig aan alle gestelde eisen en CE-markering, die sindsdien verplicht is voor alle soorten isolatiematerialen van technische productsystemen. Doordat Climaflex® by NMC de brandveiligheidsklasse BL s1 d0 heeft in polyethyleen in zowel de zelfklevende als niet-zelfklevende versie bent u in de gelegenheid deze materialen breder dan voorheen in te zetten. Climaflex® is dus overal inzetbaar. Of het nu openbare gebouwen betreft of hoger gelegen gedeeltes: u kunt nu kiezen voor de gekende polyethyleen leidingisolatie van NMC sa. Ervaar ook het gemak van de Climaflex® prefab bochten-en T-stukken. In combinatie met nieuwe NMC FIX lijm wordt uw installatie strak en professioneel. Zo scoort u de hoogst mogelijke rendementen en wordt de vorming van condensatie en daardoor corrosie voorkomen. Sinds meer dan 30 jaar is NMC als betrouwbare en innovatieve partner met Climaflex® toonaangevend marktleider voor PE-flexibele leidingisolatie en voldoet uiteraard aan de verplichte Europese CE-norm. Climaflex® by NMC heeft

dezelfde isolatiewaarde als de meest gebruikte isolatieproducten maar door de uitzonderlijke prijsstelling van Climaflex® kunt u grote besparingen in aankoop en montagekosten verwezenlijken. In geval van brand is het van levensbelang dat mensen de vluchtwegen snel vinden, de extreem lage rookontwikkeling s1 levert een daadwerkelijke bijdrage op het gebied van brandpreventie in gebouwen. In alle bouwtrajecten dient ook de beschermde vluchtroute (buiten een subbrandcompartiment gelegen gedeelte van een vluchtroute die uitsluitend voert door een verkeersruimte) te voldoen aan brandklasse B. Dat geldt ook voor alle aan woonfunctie gerelateerde objecten, zorginstellingen, logiesfunctie,

kinderopvang en celfuncties. In alle bouwtrajecten moet de extra beschermde vluchtroute te allen tijde voldoen aan de nieuwe Europese brandklasse B. Nationale normen zoals M1, B1, B2 etc. bestaan sinds augustus 2012 niet meer. Beschikken de producten die u toepast over de nieuwe CE markering en kan uw leverancier op verzoek een DoP (Declaration of Performance = wettelijk verplicht vanaf 1 juli 2013) voorleggen? In uw eigen belang: vraag er naar bij uw leverancier. Gebruikt u Climaflex® by NMC, kijk dan op onze website www.nmc.eu/dop Hier vindt u alle NMC producten die onder de geharmoniseerde en verplichtte normeringen vallen.

FLEX® A M I L C B L s1d0

WE WILL SUCCEED TOGETHER NMC sa Gert-Noël-Strasse – B-4731 Eynatten +32 87 85 85 00 – +32 87 85 85 11 info@nmc.eu – www.nmc.be

nummer 3

juni 2014

41


Brandveilig.com bedrijvenindex Adembescherming

Afvalbakken

Adviesbureaus

Aspiratiesystemen

Dräger Nederland www.draeger.com

EHCM www.ehcm.nl

Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl

AerOcheck www.aerocheck.eu

AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl

BHV

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl DGMR dgmr.nl

Floriaan www.floriaan.nl Leeuwesteijn Bandveiligheid www.leeuwesteijn.org Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl

Vgib Onderhoudsmanagement www.vgib.nl

Aed

Bouwmaterialen Draka Kabel www.draka.nl

Hefas Branddetectie www.hefas.nl

Berkvens www.berkvens.nl

Promat www.promat.nl

Hertek www.hertek.eu

KONE Deursystemen www.konedeursystemen.nl

Reppel www.reppel.nl

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl

Bouwplantoetsing

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Blusgasinstallaties

Blusmiddelen Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

afsluiters

BERMAD Fire Protection www.bermad.nl

42 42

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Tremco illbruck www.nullifire.nl

Walraven www.walraven.com

Hi-Safe Systems www.hisafe.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

IBMO www.ibmo.eu

Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Dräger Nederland www.draeger.com

Brandbeveiliging

Hertek www.hertek.eu

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl

Afdichtingen

Firestopsupply www.firestopsupply.nl

Brand/gasdetectie

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl BBWest www.bbwest.nl

BD Service Nederland www.bdservice.nl

Binnendeuren

P&G Safety www.pengsafety.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Schuurman Brandbeveiliging www.schuurman-brandbeveiliging.nl

Ascom www.ascom.nl

Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl

blusdekens

Synchro Brandveiligheid www.synchro.nl

BRANDMELDINSTALLATIES

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Theuma DoorSystems www.theuma.nl

Peutz www.peutz.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

Obex www.obex.nl

Rucon Systemair www.systemair.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Albo Deuren www.albodeuren.nl

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

Prymos Nederland www.prymos.nl

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

Ascom www.ascom.nl

BBD Brandveiligheid www.bbdbrandveiligheid.nl BrandPrevent Applications www.brandprevent.nl Dictator Productie www.dictator.nl

Brakel Atmos www.brakelatmos.com DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl

Brandslanghaspels Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Brandtesten

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl Peutz www.peutz.nl

Brandvertraging BrandPrevent Applications www.BrandPrevent.nl

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Finivlam www.finivlam.nl

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

Fireprevention.NL www.fireprevention.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Walraven www.walraven.com

Brandwerende coatings DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Sika Nederland www.sika.nl

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Brandwerende deuren

P&G Safety www.pengsafety.nl

Brandkleppen

nummer 3

juni 2014

FSS International www.firestopsystems.nl

Alprokon Aluminium www.alprokon.com

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl


Brandveilig.com bedrijvenindex GND-garantiedeuren www.gnd.nl

Bureau Veritas www.bureauveritas.nl

Firetexx www.firetexx.com

Hoefnagels Branddeuren BV www.hoefnagels.com

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com

KONE Deurystemen www.konedeursystemen.nl

Kiwa BPSI www.kiwabpsi.nl

Stöbich Fire Protection www.stöbichfireprotection.nl

Merford Special Doors www.specialdoors.nl

R2B Inspecties www.r2b.nl

Roosters

Metacon www.metacon.nl

Isolatiemateriaal

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl Theuma DoorSystems www.theuma.nl

CFD

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl/ Exiss www.exiss.eu Peutz www.peutz.nl

Deuren industrie

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl Firetexx www.firetexx.com Merford Special Doors www.specialdoors.nl Metacon www.metacon.nl REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

Deurvergrendelingen Alprokon Aluminium www.alprokon.com Dictator Productie www.dictator.nl

droge blusleidingen Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Van Walraven www.vanwalraven.com

Glas

AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com Vetrotech Saint-Gobain Benelux www.vetrotech.nl

Inspectiebureaus

Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl

Rockwool Benelux www.rockwool.nl

Unilin Insulation www.unilininsulation.com

Kabels

FSS International www.firestopsystems.nl

Sprinklers

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl

Cable Masters www.cablemasters.nl

Kemkens Brandbeveiliging www.kemkensbrandbeveiliging.nl

Draka Kabel www.draka.nl

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Eldra www.eldra.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

ladders

Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl

Gorter Luiken www.dakluiken.nl

Noodverlichting Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Hertek www.hertek.eu Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl Saval Brandbeveiliging www.saval.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

online logboek LogboekenOnline® www.logboekenonline.nl

Parkeergarage-ventilatie Colt International www.coltgroup.com Rucon Systemair www.systemair.nl

rook- en warmteafvoer Brakel Atmos www.brakelatmos.com Colt International www.coltgroup.com

rookmelders

First Alert – Sprue Safety www.firstalert.nl P&G Safety www.pengsafety.nl

Rookschermen Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Van Walraven www.vanwalraven.com Wolter & Dros www.blussenmetbeleid.nl

Training/opleiding Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Hefas Branddetectie www.hefas.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Vluchtluiken Gorter Luiken www.dakluiken.nl

Vuurlastberekening Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl Floriaan www.floriaan.nl Leeuwesteijn Brandveiligheid www.leeuwesteijn.org

Watermist

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl Fire Technology www.firetechnology.nl

Ook in de ­bedrijvenindex?

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Bel of mail accountmanager Marion Smits:

Technoship www.ultrafog.com

marionsmits@vakmedianet.nl

Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl

06 - 52867200

nummer 3

juni 2014

43


Trigion Brand en Beveiligingstechniek Houttuinlaan 18 | 3447 GM Woerden | tel. (0348) 40 55 00 | info@trigionbbt.nl

Brandveilig.com, nr. 3, juni 2014  

Vakblad voor professionals in brandpreventie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you