Page 1

Zesde jaargang nr.2 MEI 2013

BR ME AN ER DV NI EIL EU IG WS .CO M

Thema Blusmiddelen / Automatische blusinstallaties

Over het doel van brandmeldsystemen

Bestrijd de brand aan de bron Onduidelijkheden normen brandveiligheid belicht Inwerkingtreding CPR: CE-markering verplicht


Toonaangevend in veiligheid

Trigion Brand en Beveiligingstechniek is uw partner in het creĂŤren van een optimaal brandveilige omgeving. Of het nu gaat om technische beveiligingsoplossingen, brandpreventie, brandveiligheid of diverse safety opleidingen. Wij zetten onze expertise in om u goed te adviseren. We stellen een pakket van eisen op dat aan alle regels voldoet en overleggen met adviesbureaus, brandweer, verzekeraars en inspectiebureaus. We leveren en installeren alles op het gebied van brandveiligheid en verzorgen vervolgens ook graag het langjarig onderhoud, zodat u ook op de lange termijn verzekerd bent van een optimaal brandveilige omgeving. Trigion Brand en Beveiligingstechniek heeft daarmee alles in huis om u compleet te ontzorgen. Wilt u weten wat Trigion voor uw organisatie kan betekenen? Kijk dan voor meer informatie op www.trigion.nl of bel (0348) 40 55 00. Wij zijn u graag van dienst. Trigion. Toonaangevend in veiligheid

De juiste mensen op de juiste plek


Inhoud

10

Thema Blusmiddelen / automatische blusinstallaties

10| Over het doel van brandmeldsystemen

14

14| Bestrijd de brand aan de bron 18| Onduidelijkheden normen brandveiligheid belicht 20| Uit het brandlab 24| Verslag Nationaal Brandveiligheidscongres 2013

20

26| Ce-markering verplicht

Safety & Security amsterdam 2013

Verder in dit nummer

Van 4 - 6 juni vindt de SSa 2013 plaats. Bij deze editie van Brandveilig.com verschijnt een speciale uitgave rondom de beurs, met daarin veel praktische beursinformatie en interessante interviews met de organisatie, exposanten en bezoekers.

6

Nieuws

23

schadepraktijk; iNvloed op de beleNdiNg

32

praktijktoepassiNg; aaNvulleNde eiseN

33

gastcolumN FraNk vaN elseN

35

columN joric witlox

36

braNche-iNFormatie vbe

38

bedrijveNiNdex

nummer 2

mei 2013

3


[MOBIELE TRAINING OVERAL EN ALTIJD

M-FIRE BRANDBLUSTRAINING OP LOCATIE De M-Fire is een veelzijdig, compact en draagbaar brandblusysteem om op locatie mee te trainen. Daag uw cursisten maximaal uit met de verschillende voorgeprogrammeerde brandscenario’s en -klassen. Met een breed scala aan opzetstukken kunt u uw training uitbreiden en veel voorkomende branden simuleren die een verplicht onderdeel zijn van de BHV-brandtraining.

Kennismaken met de M-Fire? Bezoek WWW.HAAGEN.COM of bel +31 (0)13 507 6800

WIN... Sika® Unitherm® Platinum Oplosmiddelvrij en geurarm Brandwerendheid tot 90 minuten (CE-gemarkeerd volgens ETAG 018) Zeer snelle doorharding, na 24 uur gereed voor transport Uitstekende corrosiebescherming volgens ISO 12944-5 (tot C5-I mogelijk)

Sika Nederland B.V. - www.sika.nl

TEL UIT UW WINST


Colofon

Top-of-mind B+B VAKMEDIANET

Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Monique van der Woude Medewerkers aan deze uitgave Gisela van Blokland, Frank van Elsen, Jacques Mertens, Leo Porrio, Jan Sterk, Aad van den Thoorn en Joric Witlox Redactieraad

De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.

Coen van Beek, Eric Bosscher, Xander van Bree, Arnoud Breunese, Maarten de Groot, René Hagen, Dingeman de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen en Joric Witlox Art Direction Mr. Richardson Vormgeving Publish Impulse Group - Cross Media Solutions Alphen aan den Rijn Coverbeeld Danny Merk Uitgever Ruud Bakker, ruudbakker@vakmedianet.nl Marketing Leendert van Wezel, leendertvanwezel@vakmedianet.nl Accountmanagers Michel Lases, michellases@vakmedianet.nl, 06 - 52867256 Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl, 06 52867200 Abonnementenadministratie & Traffic Jolanda van Selm, traffic@vakmedianet.nl Adres B + B Vakmedianet Postbus 219, 1400 AE Bussum Tel. 035-6940740 www.brandveilig.com info@brandveilig.com Abonnementen Brandveilig.com is een tweemaandelijkse uitgave. Abonnement: Nederland € 97,50, overige landen € 120,00, los nummer € 17,00. Prijzen exclusief BTW. Abonnementen worden automatisch verlengd, tenzij twee maanden voor vervaldatum schriftelijk is opgezegd. Bankrelatie ING bank 65.23.73.763 Druk Van der Wiel & Rosmalen Drukkers, Arnhem Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopie-en, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Disclaimer Alle in Brandveilig.com opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. B + B Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. B + B VAKMEDIANET IS AANGESLOTEN BIJ HET OPLAGE INSTITuuT (HOI) ISSN-NuMMER: 1876-5750

Ik heb goed nieuws voor u, zeker als u aanbieder bent in de branche. Brandveiligheid wordt namelijk door ruim zeventig procent van de veiligheidsprofessionals als belangrijkste onderwerp voor hun organisatie gezien. Dit blijkt uit een enquête uitgezet onder veiligheidskenners en uitgevoerd in opdracht van de vakbeurs Safety & Security Amsterdam (SSA). Wat mij om te beginnen opviel was dat de veiligheidsprofessionals de volgende 5 onderwerpen van belang vinden voor hun organisatie als het gaat om veiligheid en beveiliging: brandveiligheid (73%), toegangscontrole (60%), fysieke en mechanische beveiliging (59%), inbraak- en diefstalbeveiliging (58%) en cctv (54%). Eerlijk gezegd had ik toch zeker een klassiek beveiligingsonderwerp als toegangscontrole of cctv op de eerste plaats verwacht. Misschien zegt dit iets over de achtergond van de respondenten, maar het kan natuurlijk zo zijn dat ook security professionals meer en meer gaan inzien dat brand een serieus risico is in het kader van business continuity. Kortom, brandveiligheid is top-of-mind. Gezien deze top 5 is het niet vreemd dat de investeringen op het gebied van beveiliging en veiligheid ook bijna allemaal op deze onderwerpen betrekking hadden. En ook daarbij scoorde brandveiligheid met 17% ruim hoger dan de investeringen op security onderwerpen als cctv (9%) of toegangscontrole (9%). Brandveiligheid staat overigens op een derde plek als het gaat om de belangrijkste investeringen voor de nabije toekomst: 25% van de veiligheidsprofessionals zegt daarin de komende tijd te willen investeren. In deze barre economische tijden lijkt mij dat ook welkom nieuws. Er is echter ook minder goed nieuws, zo blijkt uit dezelfde enquête. En dat betreft de veiligheidsprofessionals zelf, die te kennen geven dat zij in hun werk worden belemmerd door de regelgeving op het terrein van brandveiligheid. Zo vindt 45% deze regels vaak onduidelijk. Iets wat volgens mij niet uniek is voor brandveiligheid, maar wat de overheid en andere regelgevende instanties zich natuurlijk wel zouden moeten aantrekken. En voor een vakblad als Brandveilig.com biedt dit gegeven natuurlijk weer redactionele aanknopingspunten. In deze editie wordt daaraan bijvoorbeeld invulling gegeven met artikelen over brandveiligheidsnormen, over de inwerkingtreding van de Construction Product Regulation (CPR) per 1 juli a.s. en daarmee de verplichting tot CE-markering, en de start van een nieuwe rubriek over hoe brandveiligheidsvoorschriften moeten worden uitgevoerd. Arjen de Kort hoofdredacteur Brandveilig.com arjendekort@vakmedianet.nl

nummer 2

mei 2013

5


Nieuws

Agenda 13 - 16 mei ifSeC birmingHam (vK) www.ifSeC.Co.u

Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com

4 – 6 juni Safety & SeCurity amSterDam (SSa 2013) amSterDam www.SafetySeCurityamSterDam.nl

18 juni Conferentie ZelfreDZaamHeiD en bHv Putten www.nibHv.nl

4 november Dag van De bHv www.DagvanDebHv.nl

Opslag gevaarlijke stoffen vaak onveilig Zo’n 121 bedrijven waar gevaarlijke stoffen liggen opgeslagen, hebben hun brandveiligheid nog niet op orde. Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Sinds 2011 stonden er 151 risicovolle bedrijven onder extra toezicht van het ILT omdat bij inspecties was gebleken dat ze de regels op het gebied van brandveiligheid niet voldoende naleefden. Zo voldeden de brandbeveiligingsinstallaties of bedrijfsbrandweer bij deze bedrijven niet meer aan de eisen. De inspectie constateerde dat vorig jaar 121 van deze bedrijven de brandveiligheid nog steeds niet op orde hadden.

CCV draagt dossiers brandveiligheid over aan IFV Het CCV heeft per 1 april een aantal dossiers over het onderwerp brandveiligheid overgedragen aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Bij de oprichting van het CCV is brandveiligheid als een van de thema’s benoemd. In de loop van de jaren werd brandveiligheid steeds vaker een onderdeel binnen allerlei veiligheidsprojecten. Bijvoorbeeld brandveiligheid binnen het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en als module binnen Veiligheid in het Rond Scholen (VRIS). Deze en andere themadossiers, zoals brandveilige wijk zijn per 1 april ondergebracht bij Infopunt Veiligheid, een onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in Arnhem. U vindt deze dossiers vanaf nu op www.infopuntveiligheid.nl. Het IFV richt zich op het versterken van de brandweerzorg en de aanpak van rampenbestrijding en crisisbeheersing. De regierol van het CCV voor de ontwikkeling, implementatie en beheer van de certificatie- en inspectieschema’s voor brandmeldinstallaties en brandblussystemen verandert niet.

Vervolgstappen Brandweerdoctrine Op 15 maart 2013 heeft de Raad van Brandweercommandanten haar steun uitgesproken voor de vervolgstappen van de Brandweerdoctrine. De komende tijd zal met de volgende zaken aan de slag worden gegaan: • uitwerken van het thema ‘verkenning’ gekoppeld aan het kwadrantenmodel; • ondersteunen van de implementatie van het kwadrantenmodel in de regio’s; • vergroten van de betrokkenheid van het brandweerveld; • versterken van de samenwerking tussen de verschillende netwerken. De Raad heeft hiertoe twee teams geformeerd: het Themateam Verkenning en het Implementatieteam.

6

nummer 2

mei 2013


Nieuws Ontwikkelingen in (brand)veiligheid Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) volgt sinds 2008 trends en ontwikkelingen binnen een groot aantal veiligheidsthema’s. De belangrijkste bevindingen zijn onlangs weer gepubliceerd in het Trendsignalement 2013. Het nieuwste Trendsignalement stelt om te beginnen vast dat in 2013 drie trends uit het afgelopen jaar zich doorzetten: cybercrime, de precaire economische situatie en de opkomst van sociale media binnen de maatschappelijke veiligheid en integrale veiligheidszorg. Verder wordt een apart hoofdstuk gewijd aan brandveiligheid, waarin onder andere valt te lezen dat niet alleen particulieren, maar zeker ook bedrijven en organisaties steeds meer te maken hebben met brandveiligheid. Onderzoek van vier rijksinspecties maakt duidelijk dat de brandveiligheid bij vooral zorginstellingen de afgelopen jaren niet of nauwelijks is verbeterd. Bij 30 procent van de 96 onderzochte zorginstellingen constateerde de inspecties ernstige gebreken, vaak op het gebied van brand- en rookcompartimentering. Bij eenzelfde percentage instellingen was de bedrijfshulpverlening niet op orde. Verontrustend was het gebrekkige brandveiligheidsbewustzijn onder personeel. Wat betreft de toekomst van brandveiligheid stelt het Trendsignalement vast dat deze aan verandering onderhevig is. Er is sprake van nieuwe bouwregelgeving (Bouwbesluit 2012), de brandweer denkt na over de eigen rol, en bedrijven begeven zich steeds meer op het terrein van brandveiligheid. Te verwachten valt dat deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor de rolopvatting en verantwoordelijkheidsverdeling van overheid, bedrijven en burgers. Het Trendsignalement 2013 is een uitgave van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV, www.hetccv-trends.nl).

Opkomsttijd brandweer op niets gebaseerd De wettelijk vastgelegde opkomsttijd van de brandweer bij incidenten is op niets gebaseerd. De maximale tijd die er mag zitten tussen de melding van een incident en de aankomst van het eerste hulpvoertuig dook in 1966 voor het eerst in officiële stukken op, maar waar die normtijden toen vandaan kwamen valt niet meer te achterhalen. Dat stelt onderzoeksinstituut TNO, dat in opdracht van het Veiligheidsberaad onderzoek deed naar de relatie tussen de opkomsttijd en brandveiligheid. Volgens TNO bestaat er geen wetenschappelijke onderbouwing voor de normtijden. Snelheid is ook geen garantie voor het scheppen van een veiliger leefomgeving, aldus de onderzoekers. Het Veiligheidsberaad is het landelijk overleg van de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s. De voorzitters zijn de burgemeesters van de grootste gemeente in elke afzonderlijke regio. Het beraad is ontstemd over een rapport van de Inspectie van Veiligheid en Justitie van vorig jaar, waarin werd gesteld dat de brandweer niet goed presteerde omdat de hulpverleners bij een op de drie branden te laat arriveerden. Ook hadden maar 5 van de 25 regio’s hun zaakjes op orde, aldus de inspectie.

Herziene norm voor wbdbo NEN heeft de norm voor de bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, NEN 6068, aangepast en als normontwerp gepubliceerd. Deze norm is in het Bouwbesluit aangewezen om de uitbreiding van brand in gebouwen te beperken. De belangrijkste wijzigingen zijn de verbetering van de leesbaarheid, de verbreding van het toepassingsgebied met gebouwen met schuine daken en brandoverslag uit dakopeningen. De norm is aangepast naar aanleiding van een onderzoek onder de gebruikers van NEN 6068. Het was nog niet mogelijk om NEN 6068 toe te passen voor gebouwen met hellende gevels en dakopeningen. In het nieuwe normontwerp staat een bepalingsmethode om met hellende gevels, dakopeningen en dakkapellen om te gaan. Daarnaast is de norm herschreven om deze beter leesbaar te maken. Tot op heden was niet duidelijk welke criteria moeten worden toegepast voor gevels. Het nieuwe normontwerp geeft voor allerlei situaties aan welke brandwerendheidscriteria van toepassing zijn. Voor de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag kan NEN 6068 bijvoorbeeld rekenen met een dichte gevel met openingen waar vlammen uitkomen, of de gevel kan per verdieping afwisselend wel brandwerend of niet-brandwerend worden uitgevoerd. Welke criteria van toepassing zijn is afhankelijk van de manier van berekenen van de wbdbo in NEN 6068.

nummer 2

mei 2013

7


Nieuws Brandwerendheid staalconstructies gebouwen volgens Eurocode 3 Bij Bouwen met Staal is een nieuw boek verschenen over brandveiligheid en de berekening van de brandwerendheid van staalconstructies voor gebouwen volgens Eurocode 3. In het boek wordt ingegaan op de doelstellingen van brandveiligheid aan de hand van het gedrag van een brand en worden de maatregelen besproken die een ontwerper kan nemen om te voldoen aan de eisen voor brandveiligheid volgens het Bouwbesluit. Verder komt de berekening van de brandwerendheid van een staalconstructie met betrekking tot bezwijken aan de orde en wordt het onderwerp fire safety engineering behandeld. Zo worden situaties besproken die met FSE in de praktijk al zijn te berekenen: staalconstructies bij een natuurlijke brand, staalconstructies die zich buiten het gebouw bevinden in de buitenlucht, en het systeemgedrag van een staalconstructie met een staalplaat-betonvloer bij een standaardbrand. Tenslotte bevat het boek elf ontwerptabellen voor het eenvoudig bepalen van onder meer de reductiefactor op de sterkte, de doorsnedeklasse en de kritieke staaltemperatuur. A.F. Hamerlinck, ‘Brand. Brandveiligheid en berekening van de brandwerendheid van staalconstructies voor gebouwen volgens Eurocode 3’, Bouwen met Staal, Zoetermeer, ISBN 978-90-72830-85-2.

Nieuwe aanpak brandveiligheid zorgorganisaties en brandweer De brancheorganisaties voor de zorg ActiZ en VGN starten samen met Brandweer Nederland met een nieuwe aanpak om het veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in zorgorganisaties te verhogen. Het project ‘Geen nood bij brand!’ richt zich daarbij zowel op bouwkundige en installatietechnische maatregelen, als op creëren van een veilige woon- en werkomgeving voor cliënten en medewerkers. In de laatste rapportage van de gezamenlijke Rijksinspecties is geconstateerd dat er bij 30% van de gebouwen van zorgorganisaties technische tekortkomingen waren op het gebied van brandveiligheid. ActiZ en VGN gaan vanaf nu nauw samenwerken met de brandweer om dat percentage drastisch terug te brengen. Projectleider Jan Kuyvenhoven van Brandweer Nederland: ‘Tot nu toe kregen zorginstellingen voorgeschreven hoe ze brandveiligheid moesten regelen. In dit project willen we toe naar een situatie waarin zorgorganisaties en de brandweer samen afspraken maken over de brandveiligheid. We gaan als het ware op veiligheidsexpeditie. Want afspraken werken vaak beter dan regels.’ Paul van Aken, beleidsadviseur bij ActiZ: ‘We betrekken medewerkers en leidinggevenden van zorgorganisaties bij brandveiligheid, zodat ze zich meer bewust worden van hun verantwoordelijkheden op dit terrein. En dat moet leiden tot minder slachtoffers.’ ‘Geen nood bij brand!’ is in de veiligheidsregio Gelderland-Midden ontwikkeld en uitgevoerd om attitude, risicoperceptie en bewustwording van brandveiligheid te vergroten bij cliënten, medewerkers en bestuurders van zorgorganisaties. ‘Met succes’, stelt Kuyvenhoven. ‘Het initiatief kreeg de landelijke innovatieprijs en wordt nu landelijk opgepakt. Brandweer en zorgorganisaties gaan structureel samenwerken om de veiligheid van clienten en medewerkers te garanderen.’

Dubbel aantal branddoden in Amsterdam In de regio Amsterdam zijn vorig jaar acht mensen door brand overleden. Dat is bijna twee keer zo veel als gemiddeld. Normaal komen elk jaar in de hoofdstad rond de vier tot vijf mensen om door brand. De brandweer heeft geen verklaring voor de stijging. Bij een felle brand in een historisch pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal in juni kwamen twee mensen om het leven. De geregistreerde branddoden zijn alleen slachtoffers die al overleden zijn als de hulpdiensten arriveren. Mogelijk zijn slachtoffers zwaargewond naar het ziekenhuis vervoerd en daar later alsnog overleden. De Amsterdamse brandweer rukte vorig jaar 564 keer uit voor woningbranden. Uit onderzoek onder 187 woningbranden bleek dat de meeste worden veroorzaakt door menselijk handelen. Branden ontstaan bijvoorbeeld tijdens het koken of het klussen of door kaarsen. In totaal werd afgelopen jaar 11.488 keer een beroep gedaan op het hoofdstedelijke brandweerkorps. Een jaar eerder was de brandweer 12.643 keer nodig. Het grootste deel van de meldingen betrof hulpverlening, zoals reanimatie en liftopsluitingen.

8

nummer 2

mei 2013


Nieuws Afbouwers: grotere rol opdrachtgevers in ontwerp- en bouwproces Door verschillende ontwikkelingen in de bouw veranderen ook de rollen van betrokken partijen. Volgens de afbouwers is met name de rol van installateurs en opdrachtgevers in het ontwerp- en bouwproces groter geworden in de afgelopen vijf jaar en zal deze ook in de komende vijf jaar het meest toenemen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy dat in het vierde kwartaal van 2012 is uitgevoerd onder 119 afbouwers (onder andere aannemers, klusbedrijven, schilders en stukadoors). BIM (Building Information Model), de economische situatie en duurzaam bouwen zijn slechts enkele ontwikkelingen die ervoor hebben gezorgd dat de rollen in het ontwerp- en bouwproces in de afgelopen jaren zijn veranderd. Volgens de afbouwers is vooral de rol van installateurs en opdrachtgevers in dit proces groter geworden (beide 40% toegenomen). Voor de komende vijf jaar zien de ondervraagden vooral een toenemende invloed van woningbouwcorporaties en bedrijfsleven als opdrachtgever. De rol van architecten in het ontwerp- en bouwproces is daarentegen volgens de afbouwers kleiner geworden. Dit beeld zal zich volgens de ondervraagden ook de komende jaren doorzetten. Over de eigen rol van de afbouwers zijn de meningen verdeeld; ongeveer even veel afbouwers geven aan dat hun rol is afgenomen als toegenomen en hetzelfde geldt voor de verwachtingen voor de komende jaren.

Installatiebranche moet innoveren om te overleven Ook in de installatiebranche voelen veel bedrijven de gevolgen van de crisis. Uit onderzoek van UNETO-VNI blijkt dat het productievolume sinds 2009 met een kwart is afgenomen. De branche zet in op innovatie om het tij te keren. De ondernemersorganisatie voor de installatiebranche UNETO-VNI signaleert wel dat installatietechniek een steeds belangrijker onderdeel van de totale bouwsom vormt en verwacht dat dit aandeel de komende jaren zal groeien. Maar op korte termijn zijn veel ondernemers in de branche somber gestemd. De bouwcrisis en afgenomen consumentenvertrouwen zetten de werkgelegenheid in de sector sterk onder druk. Installateurs moeten alle zeilen bijzetten om werkgelegenheid in stand te houden. De sector verwacht veel van het Nationaal Energieakkoord en het Nationaal Fonds Energiebesparing. Duurzame energie en het levensloopbestendig maken van woningen zijn groeimarkten. Ook de doorgevoerde btw-verlaging kan consumenten over de streep trekken om te investeren in woningverbeteringen. De markt voor industriĂŤle installatietechniek lijkt geen last te hebben van de crisis. Deze deelsector verwacht dit jaar zelfs een groei van 1% te realiseren.

nummer 2

mei 2013

9


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

Jan Sterk *

Over het doel van brandmeldsystemen ‘Een brandmeldinstallatie moet de brandveiligheid dienen, dat doel vormt het uitgangspunt voor het Inspectiecertificaat.’ Dit zeggen Radjen Thakoer, senior Adviseur Brandveiligheid van de Rijksgebouwendienst en Paul de Graaf, Technisch Directeur van R2B Inspecties in een interview over de praktijk van het Inspectiecertificaat. Thakoer is lid van de Commissie van Belanghebbenden (CvB) van het CCV en beiden zijn lid van het Deskundigenpanel Brandmeldinstallaties.

Radjen Thakoer (rechts), senior Adviseur Brandveiligheid van de Rijksgebouwendienst en Paul de Graaf, Technisch Directeur van R2B Inspecties zijn het met elkaar eens: ‘Een brandmeldinstallatie moet de brandveiligheid dienen, dat doel vormt het uitgangspunt voor het Inspectiecertificaat.’

T

er vervanging van de Regeling Brandmeldinstallaties BMI 2002 lanceerde het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) vorig jaar drie nieuwe certificatieschema’s, die betrekking hebben op de installatie zelf, het aanleggen ervan en het onderhoud. Daarnaast werden drie Inspectieschema’s Brandbeveiliging gepresenteerd, die gaan over de gerealiseerde brandveiligheid. Ze leiden tot het Inspectiecertificaat, dat voorziet in de informatiebehoefte van overheid en verzekeraars.

10

nummer 2

mei 2013

Voor velen is het nog wennen, al die nieuwe schema’s. En dan is er natuurlijk ook de vraag of en hoe er mee valt te werken.

Belanghebbenden

Alle nieuwe schema’s van het CCV zijn in feite ontwikkeld door de belanghebbenden zelf. De hiervoor ingestelde Commissie van Belanghebbenden van het CCV heeft daarvoor ruimschoots de tijd genomen, want de verschillende partijen waren het lang niet altijd met elkaar eens.

Thakoer: ‘Het was niet makkelijk om altijd dezelfde taal te spreken, maar we zijn elkaar wel steeds beter gaan verstaan. Vooral de laatste twee jaar is het snel gegaan’. De Graaf: ‘Naar mate het duidelijker werd wat de belanghebbenden nastreefden, lukte het steeds beter om een breed gedragen inspectieschema te schrijven.’ Eind vorig jaar gaf de Raad voor Accreditatie het groene licht voor de nieuwe schema’s en dat maakte het mogelijk om


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

WAnnEER EEn InsPEcTIE-

WAT BETEkEnEn DE InsPEcTIEscHEMA’s VOOR DE

cERTIfIcAAT?

OPDRAcHTGEVER?

Het Bouwbesluit eist voor

Radjen Thakoer heeft vertrouwen in de geaccrediteerde inspec-

bepaalde gebruiksfuncties

tieschema’s. Hij somt op:

de toepassing van een

- De inspecties richten zich op doelmatigheid en functionaliteit.

brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie, al dan niet voorzien van een doormeldinstallatie. Hierbij gaat het vooral om gebouwfuncties, waarin veel mensen aanwezig zijn, of waarin de aanwezige mensen zichzelf niet goed in veiligheid kunnen brengen, zoals in gebouwen met een:

Geringe afwijkingen leiden niet automatisch tot afkeur. De gehanteerde normen zijn onmisbaar, maar vormen geen doel in zichzelf. - De inspectieschema’s zijn complex, maar helder gestructureerd. In de praktijk valt er goed mee te werken. Door de inbreng van opdrachtgevers zijn ze ook efficiënt vanuit economisch perspectief. - Het vastleggen van geaccepteerde afwijkingen bevordert een eenduidige werkwijze. - Een productcertificaat is niet verplicht, maar voorkomt dubbel werk. - naast de inspectie voor het Inspectiecertificaat kan een

bijeenkomstfunctie;

Inspectie-instelling ook betrokken worden bij de realisatie.

celfunctie;

Bijvoorbeeld door meer te inspecteren of een uitgangspunten-

gezondheidszorgfunctie;

document te controleren.

logiesfunctie. Bij de invoering van de inspectieschema’s moet er oog zijn voor

Binnen bepaalde grenswaar-

de toepassing van de schema’s in de praktijk. Voor lopende

den wordt daarbij het In-

certificeringen kan de opdrachtgever er nog enige tijd voor

spectiecertificaat vereist.

kiezen om nog met de oude regeling te blijven werken. Het

Een Inspectiecertificaat is

overstapmoment moet zorgvuldig worden gekozen. Alle partijen

ook vereist voor automati-

moeten bovendien betrokkenen blijven om de schema’s te

sche brandblussystemen (zoals sprinklerinstallaties) of rookbeheersingssystemen, die worden gebruikt als gelijkwaardige oplossing. Daarnaast is deze vorm van inspectie verplicht voor PGs15-risico’s (>10 ton) en vuurwerkbewaarplaatsen. Een verplichte automatische brandblusinstallatie moet voorzien zijn van een certificaat afgegeven op grond van het ccV-inspectieschema Brandbeveiliging – Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen.

optimaliseren. van start te gaan met het Inspectiecertificaat, zoals dat is omschreven in het Bouwbesluit. De Graaf: ‘Op grond van de Regeling BMI 2002 worden al jaren certificaten afgegeven, maar die hebben uitsluitend betrekking op de installatie. De regeling is een vorm van productcertificering, die volgens het Bouwbesluit niet meer vereist is. Met het nieuwe inspectieschema inspecteren wij op de doeltreffendheid van een brandmeldsysteem, dus niet alleen de installatie maar ook de stuurfuncties, de doormelding en de bouwkundige en organisatorische randvoorwaarden. Bij het Inspectiecertificaat gaat het om ‘brandveiligheid’ en om de vraag of dat doel met het systeem wordt bereikt. Voor ons is dat niet echt nieuw, want wij inspecteren al sinds 2008 op die manier. Met het nieuwe Bouwbesluit 2012 is het Inspectiecertificaat verplicht gesteld.’

Praktijk

Inmiddels zijn verschillende gebouwen van de Rijksgebouwendienst volgens het nieuwe schema geïnspecteerd. ‘Ik was natuurlijk benieuwd hoe dat zou uitvallen,’ aldus Thakoer. ‘We hebben gezamenlijk ons best gedaan om tot goed werkbare afspraken te komen, maar in de praktijk moet dan nog blijken of alles wat bedacht is, ook echt zo werkt. Voorlopig zijn de ervaringen positief, al zijn er nog wel items die verdere aandacht en uitwerking nodig hebben. Dat gebeurt in deskundigenpanels van het CCV, waarin bepaalde onderwerpen nader onder de loep worden genomen. Zoals hoe je moet omgaan met gelijkwaardige alternatieven. Als we het binnen een panel met elkaar eens zijn, wordt de uitkomst vastgelegd in een harmonisatie-afspraak om te zorgen dat inspecteurs het op dezelfde manier beoordelen. Het kan dan gaan om een

nummer 2

mei 2013

11


Trefpunt voor veiligheid

2013 4-6 juni 4-6 juni 2013

In één dag een complete update van de markt • Circa 200 exposanten op het gebied van beveiliging en (brand)veiligheid • Alle leveranciers, oplossingen, innovaties en trends onder één dak • De ontmoetingsplek bij uitstek • Extra aandacht voor Publiek Private Samenwerking en cameratoezicht • Uitgebreide kennissessies gericht op (semi)overheidorganisaties Kijk op www.safetysecurityamsterdam.nl voor het programma.

Registreer nu voor gratis toegang via www.safetysecurityamsterdam.nl Volg ons op Twitter: @SSAAmsterdam en #SSA13

Organisatie:

Ondersteund door:

NS-reto voor ur

€ 8,50


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

RAAD VOOR AccREDITATIE

WAT Is EEn InsPEcTIEcERTIfIcAAT?

(RVA)

na de inspectie van een brandbeveiligingssysteem, zoals een

sinds eind 2012 is het ccV

brandmeld-, ontruimingsalarm-, rookbeheersing- of blussys-

voor alle certificatie- en

teem, wordt een Inspectiecertificaat afgegeven als de conclusie

inspectieschema’s op het

luidt dat het systeem voldoet aan de afgeleide doelstelling. Bij

gebied van ‘brand’ geaccep-

een brandmeldsysteem gaat het hierbij om de functies waarvoor

teerd als schemabeheerder

het systeem is bedoeld: ‘Een brand tijdig detecteren en alarme-

door de Raad voor Accredi-

ren en de brandveiligheidsvoorzieningen tijdig activeren’. De

tatie (RvA). Dit wil zeggen

afgeleide doelstellingen zijn in het inspectieschema vastgelegd.

dat de betreffende schema’s

Of een brandbeveiligingssysteem voldoet aan de afgeleide

goed in elkaar steken en

doelstelling wordt vastgesteld bij ingebruikname, en daarna

onder accreditatie zijn uit te

periodiek in de gebruiksfase.

voeren. De RvA ziet daarbij toe op de certificatie- en inspectie-instellingen en bevestigt met het accrediteren van een instelling de onafhankelijke, deskundige en betrouwbare uitvoering van de schema’s. Er wordt nu nog gewerkt aan certificatieschema’s voor de onderdelen UPD (Uitgangspunten Document) en ontruimingsalarm. De RvA is onderdeel van een wereldwijd systeem van accreditatie-instellingen, waarbij is afgesproken dat ieder land een eigen accreditatie-instelling heeft die moet voldoen aan de eisen van IsO/IEc 17011. De accreditatie-instellingen toetsen elkaar onderling tegen de gestelde norm.

eenduidige interpretatie van de norm of om een aanvullend voorschrift voor iets waar de norm geen invulling aan geeft. Het CCV publiceert deze afspraken’. Ook De Graaf is positief over de bereikte resultaten. ‘Het loopt goed bij de inspecties en het voordeel is ook dat je niet meteen vastloopt als iets bijvoorbeeld niet letterlijk aan de eisen uit de norm voldoet maar wel net zo veilig is. Door harmonisatie hoeft dat niet meteen tot afkeur te leiden. Uitgangspunt is immers dat het er om gaat of het doel - brandveiligheid wordt gehaald. Dat is winst voor alle partijen. Daarbij is het goed om de dagelijkse praktijkervaringen in een deskundigenpanel te behandelen en gelijkwaardige alternatieven in de database op te nemen. Dat geeft eenheid in benadering.’

(PvE) behoeft niet altijd te betekenen dat een gebouw onveilig is. Het is veel beter om na te gaan of een gelijkwaardig alternatief op de norm nadelig is, door te kijken naar de uitgangspunten, zoals die nu gelden. Daarbij gaat het over de brandveiligheid van het gebouw. En dus over de combinatie van gebouw en installatie. Dat is de reden dat het Bouwbesluit het Inspectiecertificaat verlangt voor verplicht gestelde brandbeveiligingsinstallaties, of indien zulke installaties zijn toegepast in het kader van gelijkwaardigheid. In CCV verband zijn partijen nu nog bezig met de opzet van kwaliteitsborging voor het document waarin de uitgangspunten worden vastgelegd, het UPD.’ * Jan Sterk is freelance journalist

Uitgangspunten

Als gebruiker van een gebouw is Thakoer ook positief over de huidige manier van inspecteren. ‘Een afwijking van een destijds opgesteld Programma van Eisen

MEERDERE cERTIfIcATEn? Binnen de nederlandse wet is het niet meer verplicht dat een brandbeveiligingssysteem wordt aangelegd of onderhouden door een gecertificeerd bedrijf. Toch heeft het voor een opdrachtgever voordelen om met een gecertificeerd bedrijf in zee te gaan. In het inspectieschema wordt de betrokkenheid van een gecertificeerd bedrijf beloond met een lichte inspectie. Voorwaarde is wel dat het gecertificeerde bedrijf het installatiecertificaat, resp. onderhoudcertificaat afgeeft vóórdat de inspectie begint. Het installatie- of. onderhoudcertificaat is dan mede de basis voor het wettelijk verplichte Inspectiecertificaat.

nummer 2

mei 2013

13


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

Aad van den Thoorn *

Bestrijd de brand aan de bron In zorginstellingen is jaarlijks sprake van 1100 incidenten met kleine branden, met het risico dat een deel van daarvan uitgroeit tot grotere branden met alle gevolgen van dien. Volgens expert Marcel Lasker, voorzitter van de beroepsvereniging IFE Nederland moet de brandbestrijding zich bij zulke incidenten richten op het voorwerp van ontstaan in plaats van de ruimte van ontstaan. Deze aanpak volgens de Life Safety Code levert volgens hem bouwkundige besparingen op en trekt veel minder een wissel op het personeel dan de aanpak volgens het Bouwbesluit.

De laatste tijd wordt veel gesproken over watermistsystemen, maar die zijn in de ogen van Marcel Lasker niet per definitie geschikt voor toepassing in ziekenhuizen.

14

nummer 2

mei 2013


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

I

n gebouwen van zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen, telt de brandveiligheid extra zwaar vanwege de kwetsbaarheid van de bewoners. Deze zijn meestal niet zelfredzaam en moeten kunnen vertrouwen op optimale bescherming tegen de gevolgen van brand. Het Bouwbesluit gaat er nu vanuit dat een brand beperkt moet worden tot de ruimte van ontstaan, bijv. het beschermde subbrandcompartiment waarin de bewoner zich bevindt, en dat deze ruimte en aangrenzende ruimten, moeten worden ontruimd. Het principe hierbij is brandcompartimentering die door bouwkundige voorzieningen moet worden gerealiseerd. Het Bouwbesluit gaat er hierbij vanuit dat een brand binnen één minuut wordt ontdekt, dat binnen twee minuten hulpverleners ter plaatse zijn en dat deze de ruimte binnen twee minuten hebben leeggehaald.

verlener bijna niet te doen. Los van het feit dat ze niet de goede kleding en geen persoonlijke beschermingsmiddelen hebben om branden te kunnen bestrijden is het bijna ondoenlijk om bijvoorbeeld een verpleegkamer binnen twee minuten leeg te rijden. Bovendien moeten patiënten die aan apparatuur liggen zoals op de IC-afdelingen van ziekenhuizen snel worden losgekoppeld van de apparatuur. Uitgaan van zo’n korte ontruimingstijd legt een grote verantwoordelijkheid bij de BHV’ers en de interne organisatie. De brand in de instelling Rivierduinen in

bedenken dat in bijvoorbeeld ziekenhuizen wordt gewerkt met zuurstof en met stoffen als ontsmettingsmiddelen met alcohol. De risico’s zijn dus hoog’. Ter illustratie: in 2011 waren er 7 dodelijke slachtoffers door brand in zorginstellingen, op basis van cijfers van IbMZ, kenniscentrum voor veiligheid in de zorg.

Life Safety Code

Het snel ontruimen van ruimten in zorginstellingen is gebaseerd op het Bouwbesluit, dat uitgaat van het beperken van de brand tot de ruimte van ontstaan. Volgens Lasker kan dit uitgangspunt echter niet voldoen aan het beleid dat het ministerie van BZK ten aanzien van gebouwen in de zorg heeft vastgesteld, de Brandveiligheidsvisie Gezondheidszorg. In dit document staat dat de brandveiligheid een onlosmakelijk onderdeel van de kwaliteit van de gezondheidszorg is. De kans dat mensen in het gebouw slachtoffer worden van een brand moet ‘aanvaardbaar klein’ zijn. Meer specifiek stelt dit document dat ‘patiënten en cliënten bij verblijf in hun kamer geen gevaar mogen lopen door een brand die buiten hun schuld is ontstaan in die kamer’. Lasker: ‘de internationale Life Safety Code (NFPA 101) sluit als norm wel goed aan op deze brandveiligheidsvisie. De kern van deze norm is het beperken van de brand tot het voorwerp van ontstaan, of wel de defend in place strategie. De Life Safety Code is een integrale brandveiligheidsnorm, die

‘Snel reagerende sprinklers leiden tot betrouwbare en goedkope beveiliging’

Ontruimen

Vormen deze regels een reële basis voor de veiligheid van de bewoners van zorginstellingen? Marcel Lasker betwijfelt dat: ‘Het Bouwbesluit heeft als doel om de mensen buiten de brandruimte voor langere tijd te beschermen tegen de gevolgen van brand, maar het besluit zegt niets over de persoon in de brandruimte. Deze moet gered worden door de BHV’er of door de brandweer, maar om dit binnen twee minuten te doen is voor een bedrijfshulp-

Oegstgeest, waarbij drie patiënten om het leven kwamen, onderstreept dat nog eens. Je kunt je dus afvragen of die snelle ontruimingstijden waar het Bouwbesluit vanuit gaat, een haalbare filosofie is’. Volgens cijfers van IbMZ (Incidentbeheersing Management Zorginstellingen) zijn er in de zorg jaarlijks gemiddeld 1100 kleine branden, die voor het overgrote deel beperkt blijven tot kleine incidenten, maar daar is wel een kanttekening bij te maken. ‘Bij kleine incidenten, zoals prullenbakbrandjes, is er veel dat wij niet weten, want niet elk klein incident wordt gemeld, maar de kans dat zo’n incident verkeerd uitpakt is aanzienlijk. Je moet bovendien

Over SBr SBr, kennisplatform voor de bouw en vastgoed, organiseert jaarlijks het Nationaal Brandveiligheidscongres. Het thema van 2013 was ‘vat op Brandveiligheid’ met de nadruk op minder zelfredzamen in de zorg. Kijk op www.sbr.nl/nbc voor de gehouden presentaties. Op www.sbr.nl vindt u ook de publicaties over brandwerendheid, zoals de recente publicatiereeks Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen. Deze publicaties zijn geheel aangepast aan het Bouwbesluit 2012.

nummer 2

mei 2013

15


OUD IS NIET OUT!

Tekort aan menskracht maakt leeftijd onbelangrijk Internationale vakbeurs voor technisch textiel en vliesstoffen

Ideale synergiën met twee vakbeurzen op één locatie

10 t/m 13. 6. 2013

info@netherlands.messefrankfurt.com Tel. +31 (0) 70 262 90 71

Voor meer informatie scan de QR code of bezoek www.techtextil.com

OVERSPOELD DOOR SCHAARSTE Auteurs Jacco van den Berg en Richard Jongsma ISBN 9789013106268 Prijs € 43,95 excl. btw

Bestellen: www.vakmedianetshop.nl/overspoeld

57019-009_TT_Protech_Bradveilig_90x267 • CD-Rom • ISO 39 • CMYK • cp: 08.01.2013

MOBILIITOYNALITY FUNCTCTION PROTE RMANCE PERFO

DU: 13.02.2013

NL

11 t/m 13. 6. 2013

Waar halen wij in de toekomst onze medewerkers vandaan? Nu gelden de economische wetten, maar straks de demografische. Want dat de beroepsbevolking als gevolg van de ontgroening en vergrijzing in Nederland structureel vermindert, is een feit. Ook is het een vaststaand gegeven dat de verzorging aan het bed niet naar India kan worden verplaatst en dat menig jongere zijn neus ophaalt voor technische functies of beroepen waarbij de handen vuil kunnen worden. Hoe gaan organisaties het verlies aan kennis en ervaring van de babyboomers, die massaal de arbeidsmarkt gaan verlaten, opvangen? Het in dienst nemen van schoolverlaters is vaak een ontoereikende maatregel om medewerkers die met pensioen gaan (op hun 67e?) te vervangen. Organisaties moeten zich daarom nu al mobiliseren om klaar te zijn voor de war for talent.

Misbruik van brandmelders?

Probeer onze 95 dB beveiliging

Ambachtstraat 14, 4261 TJ Wijk en Aalburg

Stopper: een simpele, betaalbare manier om misbruik van handbrandmelders te voorkomen.

T: +31 (0) 416 - 820 300 E: info@hs-pas.nl W: www.hs-pas.nl

Een stevig deksel van polycarbonaat activeert, wanneer het wordt opgetild, een alarm van 95 dB (batterij).

HS-Pas is distributeur voor STI (Europe), UK in Nederland

Stopper is eenvoudig te monteren. Stopper ontmoedigd misbruik / vandalisme, zonder dat de brandmeldfunctie in gevaar komt. Neem contact met ons op voor nadere informatie.


Thema blusmiddelen / automatische blusinstallaties

eisen stelt aan bouwkundige voorzieningen, installatietechniek, gebruik en organisatie’.

Sprinklers

Hoe kun je de brand het beste bij het voorwerp van ontstaan bestrijden? Volgens Lasker zijn sprinklers die gebruikt worden voor life safety toepassingen snel reagerende systemen die getest zijn voor deze toepassing. Deze sprinklers kunnen met weinig water veiligheid bieden in zorggebouwen. Goedgekeurde sprinklertypes zijn uitgebreid getest en de ontwerpnormen zijn gebaseerd op tientallen jaren ervaring. Deze sprinklers kunnen bij lage gebouwen rechtstreeks op de waterleiding worden aangesloten, terwijl er bij hoge gebouwen een drukverhogingspomp gebruikt moet worden. In gebouwen voor de gezondheidszorg kunnen sprinklersystemen aangelegd worden met kunststof leidingen. ‘Snel reagerende sprinklers, op de waterleiding of met een pomp, leiden tot betrouwbare en goedkope beveiliging, met een bewezen track record’.

De laatste tijd wordt veel gesproken over watermistsystemen, maar die zijn in de ogen van Lasker niet per definitie geschikt voor toepassing in ziekenhuizen. ‘Zij zijn ontworpen voor het ondersteunen van evacuaties in bijzondere omstandigheden waar geen water beschikbaar is, of waar het gebruik van grote hoeveelheden water problemen kan geven, zoals in de scheepvaart. Er zijn mij geen goede gevalideerde testen bekend die de geschiktheid van watermist voor ziekenhuizen overtuigend aantonen. Ik kan me ook niet voorstellen dat een dergelijk relatief complex systeem goedkoper zou zijn dan simpele kunststof leidingen en standaard sprinklers’.

Niet duurder

Het is overigens een misvatting om te denken dat sprinklers de bouw of renovatie van zorginstellingen duurder zouden maken. Lasker: ‘Toepassing van de Life Safety Code bespaart op het maken van subbrandcompartimenten en doet minder een beroep op de inzet van BHV’ers. Je moet de kosten daarvan niet onderschat-

ten, een doorsnee academisch ziekenhuis heeft enkele duizenden BHV’ers. Die mensen moeten allemaal worden geschoold en ze moeten regelmatig trainen, wat verletkosten met zich meebrengt. Als je dat allemaal meerekent, dan hoeft toepassing van de Life Safety Code in combinatie met automatische sprinklers niet duurder uit te pakken dan de aanpak volgens het bouwbesluit. Ik heb als adviseur net de oplevering van een gebouw meegemaakt waarin we hebben aangetoond dat toepassing van het Life Safety Code niet duurder uitpakt door bouwkundige besparingen’ * Aad van den Thoorn werkt bij SBR kennisplatform voor de bouw en vastgoed

WaT iS De iFe? iFe staat voor the institution of Fire engineers. Men kan alleen op persoonlijke titel en op grond van de eigen expertise lid worden van deze van oorsprong Britse beroepsvereniging, die nu meer dan 12.000 leden telt uit 40 landen. Doel ervan is de kennis van brandveiligheid, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, verder te verbeteren en te verspreiden. De Nederlandse afdeling bestaat sinds 2010 en telt 80 leden, met name brandveiligheidsadviseurs, maar ook steeds meer leden van brandweerkorpsen. iFe streeft verhoging van het opleidingsniveau na en kwalificeert haar leden op grond van deskundigheid. Daarnaast kent men een beroepscode. voor meer informatie: kijk op www.ife-nederland.com.

nummer 2

mei 2013

17


Normering

Gisela van Blokland *

Onduidelijkheden normen brandveiligheid belicht

Het is niet altijd voor iedereen even duidelijk wat nu precies de status en waarde is van normen. Op het terrein van brandveiligheid is dit niet anders. In een serie van twee artikelen wordt een aantal zaken nog eens op een rij gezet. In dit eerste artikel wordt daarbij vanuit het perspectief van de ontwerper gekeken.

H

et Bouwbesluit verwijst voor bepaalde onderwerpen naar normen van NEN (bijvoorbeeld: wbdbo moeten worden bepaald volgens NEN 6068). Ondertussen komen over steeds meer onderwerpen Europese normen, die door NEN worden uitgegeven als NEN-EN normen. Het Bouwbesluit verwijst naar sommige Europese normen, maar gebruikt soms ook Nederlandse normen om de Europese normen aan te sturen. In principe zijn de Europese normen vergelijkbaar met de oude Nederlandse normen. Met de aansturing door het Bouwbesluit wordt getracht hetzelfde veiligheidsniveau en hetzelfde kostenniveau te bereiken.

18

nummer 2

mei 2013

Spraakverwarring brandgedrag versus brandwerendheid

Om te beginnen heerst er spraakverwarring op het gebied van brandveiligheid. Zo worden de termen ‘brandgedrag’ en ‘brandwerendheid’ vaak door elkaar gebruikt. Maar wat is het verschil? Brandgedrag is de beoordeling of een product goed brandt en of er rook en druppels worden geproduceerd. Brandgedrag wordt uitgedrukt in de brandklassen - ook wel Euroklassen genoemd - A tot en met F.

Hierbij staat A voor onbrandbaar en F betekent snel ontvlambaar of niet beproefd. Brandwerendheid geeft aan hoe lang een product de brand kan tegenhouden, alvorens deze van de ene naar de andere ruimte overslaat. Brandwerendheid is de eigenschap van een product (een wand, een raam, een deurconstructie) en de weerstand tegen branddoorslag of brandoverslag is de eigenschap van een scheidingsconstructie. Een wand die 60

Het Bouwbesluit verwijst naar NEN 6068 voor de bepaling van de wbdbo


Normering

Het Bouwbesluit stelt alleen eisen aan materialen en producten minuten brandwerend is met een raam dat niet brandwerend is, heeft een weerstand tegen branddoorslag van 0 minuten.

Waar staan de eisen?

De minimumeisen aan het brandgedrag en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) staan in het Bouwbesluit. De uitwerking van de eisen en de bepalingsmethode staan in de normen. Het Bouwbesluit stelt alleen eisen aan bouwmaterialen en bouwproducten. Behalve in sommige vluchtroutes, kunnen vaak meubels en aankleding worden toegepast waar geen eis geldt, dus die soms heel goed branden.

Wbdbo

De eisen aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag zijn afhankelijk van de indeling van het gebouw in brandcompartimenten en beschermde subbrandcompartimenten. Het Bouwbesluit verwijst naar NEN 6068 voor de bepaling van de wbdbo. NEN 6068 bepaalt de wbdbo op basis van de brandwerendheid van de producten in de brandscheiding, bepaald volgens NEN 6069. Brandwerendheid heb je in soorten en maten volgens NEN 6069: de brandwerendheidscriteria waarvan E, I, W en R de belangrijkste zijn. NEN 6069 geeft aan welke criteria de scheidingsconstructie moet voldoen. Deze criteria zijn: E – Vlamdichtheid I – Temperatuur W – Straling R – Bezwijken Het is ook mogelijk van sommige constructies de brandwerendheid te berekenen volgens de Eurocodes. Eurocodes zijn Europese normen voor het toetsen van de constructieve veiligheid van alle mogelijke bouwconstructies. Via NEN 6068 en NEN 6069 kan worden aangetoond dat een gebouw voldoet aan de eisen in het Bouwbesluit. Deze eisen

zijn bedoeld om de brand te beheersen zodat mensen veilig kunnen vluchten en de brand niet overslaat naar andere gebouwen. Dit is een minimaal veiligheidsniveau. Om rekening te houden met bijvoorbeeld de bedrijfscontinuïteit of een kostbare inventaris kan een hoger veiligheidsniveau worden aangehouden.

Brandgedrag

De eisen in het Bouwbesluit aan het brandgedrag van producten zijn gebaseerd op de brandklassen volgens de Europese norm NEN-EN 13501-1. Vroeger waren hiervoor de Nederlandse normen NEN 6064 (onbrandbaar), NEN 6065 (brandvoortplanting), NEN 6066 (rookproductie) en NEN 1775 (brandgedrag vloeren) beschikbaar. Het is nu niet meer toegelaten om met deze normen het brandgedrag van bouwproducten en -materialen te bepalen voor nieuwbouw. Veel bestaande gebouwen zijn gebouwd toen deze normen nog wel van kracht waren. De producten die in de bestaande gebouwen zijn toegepast hoeven niet opnieuw beproefd te worden volgens de Europese normen.

Compartimentering

Een gebouw kan worden opgedeeld in brandcompartimenten en beschermde subbrandcompartimenten om de brand beheersbaar te houden. Afhankelijk van de functie van een scheidingsconstructie gelden andere criteria volgens NEN 6069. In principe geldt dat de scheiding van een brandcompartiment moet worden beoordeeld op EI (ook ‘temperatuur’ genoemd, het zwaardere criterium). De scheiding van een subbrandcompartiment moet worden beoordeeld op EW (ook ‘straling’ genoemd, het minder zware criterium). Deurconstructies, in een scheiding die een wbdbo moet hebben, moeten altijd worden beoordeeld op EW.

moeten sommige vluchtroutes en opvangruimtes een hogere bescherming bieden tegen brand. Hiervoor moet worden beoordeeld op EI (temperatuur). De oppervlakte van de scheidingsconstructie mag dan niet te warm worden aan de kant waar mensen moeten kunnen vluchten of wachten.

Beproevingsrapport

De brandwerendheid van een product wordt bepaald met een brandproef. De resultaten van deze proef gelden voor het beproefde product. In het beproevingsrapport staat voor welk product de resultaten gelden; dit is vaak net iets meer dan het beproefde product. Als een deur wordt beproefd, gelden de resultaten van de proef meestal ook voor bijvoorbeeld kleinere deuren en dikkere deuren met dezelfde uitvoering, in hetzelfde kozijn, in hetzelfde soort wand. Als de deur de brand langer tegenhoudt dan de gewenste tijdsduur, kan de deur soms ook groter worden toegepast. Al deze regels staan in de Europese beproevingsnormen en wat dat betekent voor het specifieke product staat in het beproevingsrapport.

Gaten in een brandwerende wand

Een wand die 60 minuten brandwerend is, verliest deze brandwerendheid als er een gat in wordt gemaakt. Dit klinkt heel logisch, maar in de praktijk worden er vaak gaten gemaakt in brandscheidingen die niet brandwerend worden afgedicht. Als een gat wordt gedicht met een of ander isolatieschuim lijkt de wand wel dicht maar gaat de brand alleen maar sneller door de wand heen. Het ontwerpen en uitvoeren van een brandwerende scheidingsconstructie is een lastige klus, omdat de werkelijke brandwerendheid vaak wordt bepaald door hele kleine details. * ir. drs. Gisela van Blokland is consultant Bouwveiligheid bij NEN

Vluchtroutes

In grote gebouwen kan het lang duren voor het hele gebouw is ontruimd en

nummer 2

mei 2013

19


Uit het brandlab

Watermist als brandbestrijding Water als blus- en koelmiddel heeft voor de meeste typen branden vrijwel ideale eigenschappen. Water heeft door zijn bijzondere molecuulstructuur een buitengewoon hoge soortelijke warmte: het kan veel warmte opnemen zonder zelf veel in temperatuur te stijgen. En als het eenmaal het kookpunt heeft bereikt onttrekt het tijdens de verdamping nog eens een grote hoeveelheid warmte aan de omgeving. Daarbij ontstaat waterdamp, een inert gas dat zuurstof verdringt en zo verdere verbranding vertraagt.

I

n de praktijk van het blussen met een gebonden straal spelen die eigenschappen niet zo’n grote rol. Het bluswater dat de kern van de brand treft is effectief, maar het grootste deel van het bluswater is slechts zeer kort met de brand in contact, en kan voor beheersing van de brand verder geen rol meer spelen. Als je bluswater efficiënter wilt toepassen moet 1. het vloeistof-oppervlak per kg water groter worden, en 2. de tijd die het water in contact staat met hete lucht en vlammen langer worden.

Aan die eisen wordt voldaan door watermist-systemen. Die produceren heel kleine druppels (met een diameter in de orde van 0,1 mm). Het totale oppervlak van die druppels wordt steeds groter naarmate de diameter van elk van de druppels kleiner wordt. 1 kg water in druppels van 10 mm diameter heeft een oppervlak van 0,6 m2, in druppels van 1 mm is het oppervlak 6 m2, en in druppels van 0,1 mm is het oppervlak 60 m2.

20

nummer 2

mei 2013

Wat verder weg van de sproeikoppen worden kleine druppels snel afgeremd en meegevoerd door de omringende lucht. De kleine druppels staan dan ook lang in contact met mogelijk hete omgevingslucht. Is watermist daarmee het ideale blussysteem? Het antwoord op deze vraag is ‘nee’. Op de eerste plaats is het in de praktijk namelijk niet goed mogelijk om met watermist over enige afstand gericht een brandhaard te treffen. De worplengte is daarvoor veel te klein en het systeem is veel te gevoelig voor luchtstromingen. Watermist heeft wél zijn waarde als ‘total flooding’ systeem bewezen in niet al te grote besloten ruimten met weinig ventilatie. Onder die omstandigheden kan voldoende concentratie van de watermist worden opgebouwd. De lucht die naar een brand toestroomt bevat dan zoveel water dat de brand in ieder geval wordt beheerst en meestal geblust. Een ander en mogelijk belangrijk effect van watermist is de verwachting dat een wolk watermist een groot deel van de

warmtestraling kan tegenhouden. Theoretisch zou dit effect vrij sterk moeten zijn, maar er zijn tot op dit moment geen relevante experimentele resultaten die dit bevestigen. Efectis heeft in de herfst van 2012 een korte serie tests op volle schaal uitgevoerd om de afschermende werking van watermist te onderzoeken. Het uitvoeren van metingen is een uitdaging, omdat alleen de straling mag worden gemeten. Andere grote invloeden zoals die van warme lucht, en van waterdruppels en condensatie op de sensoren moeten daarbij worden uitgesloten. Dit project wordt vervolgd. Er wordt door sommige producenten ook geclaimd dat een watermist-systeem in staat zou zijn om toxische verbrandingsgassen te absorberen. Dit is zeker niet het geval voor koolmonoxide: dit gas lost vrijwel niet op in water. Andere gassen zoals blauwzuur lossen wel enigszins op, maar het effect van watermist op de concentratie is zeer onzeker. Victor Meeussen


Uit het brandlab

Proeven op beton volgens pr EN 13381-3:2012 R

ecent heeft Efectis het pakket met beschikbare proeven uitgebreid met de ontwerpnorm prEN 13381-3:2012 Test methods for determining the contribution to the fire resistance of structural members – Part3: applied protection to concrete members. Het is in Nederland gebruikelijk de brandwerendheid van betonnen constructiedelen te bepalen op basis van gegevens over de dekking op de wapening en de temperatuur van deze wapening. Met behulp van de norm EN 13381-3 kan voor een bekledingsmateriaal voor betonnen constructiedelen worden bepaald wat de equivalente betondikte van dit beschermingsmateriaal is. Met andere woorden, kan er worden bepaald hoeveel milimeter betondekking de aangebrachte bekleding vertegenwoordigt. De bekleding kan bestaan uit plaatmaterialen, spuitmortels of coatings en kan worden beproefd op betonplaten en/of liggers. De opdrachtgever mag de betonkwaliteit specificeren. Deze keuze is van invloed op het toepassingsgebied van de resultaten. De betonplaten en de liggers worden beproefd onder belasting. De proef stopt op het moment dat de gemiddelde temperatuur in de wapening 700°C

Proefopstelling voor betonplaten bedraagt of een individuele waarde 750°C bedraagt. Ook mag de proef worden gestopt als de proefduur de 6 uur overschrijdt. De resultaten van proeven op horizontale betonplaten zijn tevens toepasbaar voor wanden. De uitkomsten van de proeven worden beschreven in een testrapport en een assessmentrapport, waarin het verband

tussen brandwerendheid, dikte van de bescherming, diepte in het beton en de kritieke temperatuur wordt weergegeven in grafieken en tabellen. Paul Kortekaas Voor vragen over deze proeven kunt u contact opnemen via: paul.kortekaas@ efectis.com

Onderzoek rookbeheersing O p 27 februari 2013 deed de Brandweeracademie (Instituut Fysieke Veiligheid) in samenwerking met RIVM en Efectis Nederland BV op Campus Vesta, nabij Antwerpen, onderzoek naar de mogelijkheden om de (schadelijke) effecten te beperken van grote rookwolken die bij onbeheersbare branden ontstaan. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het LivingLab Fysieke Veiligheid.

Het praktijkonderzoek is de derde fase van een onderzoeksproject met als doel een

methode te vinden waarmee repressief het schadelijke effect van rook kan worden beperkt. Tot nu toe bestaat de interventie van de brandweer uit het bemeten van het effectgebied en het waarschuwen en voorlichten van de bevolking. Het beperken van het effect zit nog niet in het interventiearsenaal. In deze derde fase zijn de Turbo-Löscher, de microturbine en het rookgordijn experimenteel in de praktijk getest. Er werd, om een standaard rookpluim te creëren, gebruikgemaakt van een speciaal

door Efectis ontworpen bak met een diameter van 10m, waarin dieselolie in brand werd gestoken. De Turbo-Löscher werd ingezet om lucht in de brand te blazen, de rookpluim van richting te veranderen en de rookpluim met een watermist neer te slaan. De speciaal ontworpen microturbine werd getest om lucht in de brand te blazen. Het rookgordijn was in overleg met de leverancier een overmaatse blusdeken geworden om de brand snel te blussen.

nummer 2

mei 2013

21


Uit het brandlab

stelland, Brandweer Midden- en WestBrabant en Brandweer Zuid-Holland Zuid. Efectis werd gevraagd om een brand te creëren met een groot vermogen en een sterke rookontwikkeling. De door Efectis gebouwde brandbak had een diameter van 10m. Om veel rook te produceren werd dieselolie als brandstof gekozen. De in totaal 9 testen zijn vastgelegd met 4 camera’s vanuit drie verschillende posities, waardoor een goed beeld verkregen werd van het gedrag van de rook en de invloed van de verschillende systemen.

State-of-the art meetmethoden

Samenwerking

Het onderzoek is door de Brandweeracademie uitgevoerd in nauwe samenwerking met het RIVM, Efectis Nederland BV, Firetexx, Campus Vesta, Brandweer Antwerpen, Brandweer Amsterdam-Am-

Uit hEt branDlab In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Rijswijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig perso­ neel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatie­ middelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksin­ stanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl

22

nummer 2

mei 2013

Het RIVM heeft met behulp van state-ofthe art meetmethoden gemeten wat het effect op de depositie en de rookdichtheid is. Dat zal uiteindelijk samen met de visuele waarnemingen de resultaten van de verschillende methoden bepalen. In april 2013 worden de onderzoeksresultaten bekendgemaakt. René de Feijter


Schadepraktijk

Leo Porrio *

Invloed op de belending Op 17 juli 2007 was industrieterrein Roerstreek het toneel van één van de grotere branden in Limburg van het afgelopen decennium. Op TV-beelden leek het of Bergia Frites in brand stond, maar het was de eigenaar van een naastgelegen koeltechnisch bedrijf die zijn gebouw zag afbranden.

E

en risk control consultant komt regelmatig bij zijn klant om risico’s in kaart te brengen en om zaken na een verbouwing, na aanschaf van nieuwe machines, of na aanleggen van een blussysteem te actualiseren.

De praktijk

In het geval van Bergia Frites was een nieuw hogedruk watermistsysteem op de frituurinstallatie aanleiding voor een bezoek. Daarbij werd in eerste instantie naar de interne situatie gekeken. De naastgelegen bedrijven kwamen in tweede instantie aan bod. Met name de afstand en de bouwaard van de belending tot het verzekerde pand speelden daarbij een rol. Bij Bergia ging het om Koma, een koeltechnisch bedrijf, dat op zich niet risicoverhogend was. Echter, de bouwaard van het belendende pand bleek wel risicoverhogend, omdat er gebruik was gemaakt van een bitumineuze dakbedekking in combinatie met een brandbare dakisolatie op een geprofileerde staalplaat. En de afstand tussen beide bedrijven was niet groot.

De brand

Op de fatale dag ontstond er als gevolg van dakdekkerswerkzaamheden een dakbrand op het pand van Koma. Wat als een klein vuurtje ontstond, ontwikkelde

zich snel tot een grote brand. De brandweer was snel ter plaatse, maar die stond redelijk machteloos. Het pand ging vrijwel geheel verloren. Uit het overzicht Grote Branden van het Verbond van Verzekeraars bleek dat de schade circa 30.500.000 euro bedroeg, waarmee de brand op de tweede plaats kwam in het jaaroverzicht. De warmte als gevolg van de brand was enorm en Bergia zou ongetwijfeld van de aardbodem verdwenen zijn als er niet een gunstig aspect aanwezig was: het gebruik van een onbrandbaar isolatiemateriaal volgens Euroklasse A1 in zowel de dak- als de wandconstructie, in dit geval steenwol. Het dak was opgebouwd uit een geprofileerde staalplaat met een laag steenwol als isolatiemateriaal en daarop een bitumineuze dakbedekking als afsluitende laag. Verder was het dak voorzien van een kunststof lichtstraat aan de kant van Koma. De scheidende buitenwand was opgebouwd uit een tot 2 meter hoog gemetselde wand en daarop een deel opgebouwd uit een zogenaamde binnen-/ buitendoos, staalplaat gevuld met eveneens steenwol. Deze keuze bleek een uitstekende, omdat de brand anders zonder twijfel tot een total loss zou hebben geleid. Een desastreuze situatie voor een voedselproducent, want niet kunnen produceren betekent marktverlies,

met mogelijk omzetdaling en een faillissement tot gevolg. De schade bleef nu beperkt tot een beschadigd dak. Het isolatiemateriaal was weliswaar zichtbaar maar behield zijn isolerende werking, waardoor de binnendoos in tact bleef en de bedrijfsstilstand beperkt kon blijven tot drie dagen.

Het advies

Een dakbrand is een lastige brandsoort. Zelfs een sprinklerinstallatie helpt niet in zo’n situatie. Alleen een onbrandbaar isolatiemateriaal van het type Euroklasse A1 (als eigenschap van het isolatiemateriaal zelf) kan zorgen voor schadebeperking. Verder zou het toepassen van een alternatief baanvormig dakbedekkingsmateriaal zoals een kunststof gunstig zijn, omdat hierbij geen gebruik gemaakt wordt van open vuur bij zowel de aanleg als latere reparatiewerkzaamheden. Verzekeraars scheppen randvoorwaarden door een vergunningstelsel brandgevaarlijke werkzaamheden voor te schrijven (Hot Work Permit) om het gevaar van een dakbrand door gebruik van open vuur in te dammen. Desondanks komen grote dakbranden jaarlijks nog regelmatig voor. Een goede materiaalkeuze is daarom van levensbelang. * Leo Porrio is risk control consultant

nummer 2

mei 2013

23


Congres

Jan Sterk *

Nationaal Brandveiligheidscongres 2013 Half verstopt onder een geluidswal, maar toch opvallend en goed bereikbaar, staat aan de rand van Ede het CineMec complex. Een prima plek om na te denken en te discussiëren over het omgaan met brandrisico’s en het grote belang van brandscenario’s. Dat gebeurde voor de 7e keer tijdens het NBC 2013. Dit maal onder de dynamische leiding van Joost Karhof.

Dagvoorzitter Joost Karhof opent het congres.

T

hema was dit keer ‘Vat op brandveiligheid: werken met scenario’s’. Een actueel thema, dat meer deelnemers trok dan vorig jaar. Deelnemers uit alle geledingen, inclusief de zorg. Maar helaas nauwelijks uit het overige bedrijfsleven. Dat was jammer, want juist deze gebruikers van gebouwen bepalen in belangrijke mate de brandrisico’s en de brandpreventieve voorzieningen.

Brandweer en de zorg

De aftrap was voor Gerrit Spruit, commandant Brandweer Flevoland. Hij voerde de zaal terug naar 2008 toen drie brandweermensen het leven lieten bij de bestrijding van een brand in een loods in De Punt. Dat was schokkend en – met de kennis van nu – vermijdbaar. Om de risico’s voor de brandweer te beperken ontwikkelde Brandweer Nederland sindsdien het

24

nummer 2

mei 2013

‘kwadrantenmodel’, een nieuwe aanpak van brandbestrijding. Bij het kiezen van een strategie zijn er nu vier mogelijkheden: binnen- of buiteninzet met elk een offensieve of een defensieve aanpak. Daarbij gaat het om de vraag of er nog mensen in het gebouw aanwezig zijn, om de risico’s voor de brandweer en om de preventieve voorzieningen. Het model is nog niet helemaal af en er zullen ook steeds weer nieuwe uitdagingen zijn. Spruit liet dat zien met een filmpje over een zich razendsnel ontwikkelende brand in een moderne huiskamer. Dat laat nauwelijks tijd voor hulpverlening. In de presentatie van Janes Otto, ging het over de brandveiligheid in de zorg. Otto is 32 jaar werkzaam in de zorg, tegenwoordig bij de Stichting Elisabeth, en adviseur Arbo, milieu en veiligheid bij branchevereniging Actiz. De laatste zes jaar was hij betrokken bij veel nieuwbouwprojecten en hij ervoer dat er in de (bouw)praktijk veel mis gaat. Hij somde op: brandkleppen en -manchetten niet goed gemonteerd, allerlei gebreken in verborgen ruimten en een andere uitvoering dan afgesproken. Om dit soort problemen te voorkomen, is vooral behoefte aan een beter toezicht. Otto pleitte daarom voor één (goed) keurmerk, dat volgens hem veel geld en veel extra werk bespaart.

Parallelsessies

Voor de rest van de ochtend stonden vier parallelsessies op het programma. Sessie 1 had als onderwerp: ‘Naar een integrale veiligheid in de zorg’ met Tom de Nooij van Marsh en Harry van Franden en Dieter van Riel van Falck. Zij spraken over de optimale brandveiligheid bij zowel nieuw- als verbouw. Bij sessie 2 ging het over ‘Soft-skills in Fire Safety Engineering’, met bijdragen van Gerrit de Heer van SBR en Jaap Wijnia van Peutz. Het ging hierbij om het verkrijgen van goedkeuring van de toetsende instanties door het optimaal inzetten van de eigen persoonlijkheidsstijl. De titel van sessie 3 luidde ‘Werken met private instrumenten voor het borgen van kwaliteit’. Willem van Oppen van het CCV en Charles Meijer van de Brandweer Breda, die over het model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken (IBB) spraken. Het IBB dient als een gebouwdossier gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw. De vraag was daarbij hoe het IBB in de praktijk werkt en of het daadwerkelijk de brandveiligheid borgt. Sessie 4 kreeg als titel ‘Fundamentele herziening bouwregelgeving’. Rudolf van Mierlo van Efectis en Joost Pothuis van Arcadis gaven elk hun visie op het hoe en waarom van deze herziening. Een verslag


Congres

Janes otto van Stichting elisabeth Breda ging in op het scenariodenken vanuit het perspectief van de opdrachtgever.

methode BvB zijn nu voor een deel is verwerkt. Net als de veranderingen door het Bouwbesluit 2012. Na de toelichting van De Boer gaf Van de Leur uitleg bij de nieuwe NEN 6079. Deze heeft hetzelfde toepassingsgebied als de NEN 6060. Dat wil zeggen dat het gaat om gebouwen waarin geen mensen zullen slapen, waardoor je je kunt afvragen of een brandcompartiment niet nog wat groter zou kunnen zijn. Vooral als er veel is gedaan om de kans op brand te verkleinen. De 6079 geeft daarvoor de systematiek, die vooral betrekking heeft op het rekenen met kansen. Voor de statistische gegevens is gekeken naar gegevens van het CBS, van verzekeraars en van NFPA. Björn Peters van DGMR vertelde vervolgens over zijn betrokkenheid bij de renovatie van het Rijksmuseum. En ook daar natuurlijk als adviseur brandveiligheid. Voor de deelnemers was dit een interessante presentatie over een uniek gebouw.

Innovatieprijs

over hun presentaties is te vinden op pagina 30 en 31. Voor de deelnemers die liever de benen wilden strekken, was er een rondleiding door CineMec complex. Dit onder leiding van de brandveiligheidsadviseur van CineMec, Björn Peters van DGMR en van Gerben Kuipers van CineMec en Brandweer Ede.

Grote compartimenten

Na een levendige lunchbreak op het informatieplein gaven Klaas Jan de Boer en Peter van de Leur van DGMR een toelichting op twee nieuwe normen, die binnenkort zullen verschijnen. Het zijn de NEN 6060, over de methode Beheersbaarheid van Brand (BvB) en de NEN 6079 over risicobenadering. De ervaringen met de

Voor de Innovatieprijs 2013 waren ook deze keer drie genomineerden gekozen uit veertien inzendingen. Na drie korte presentaties door de genomineerden, mocht de zaal de winnaar kiezen. Dat werd Wiljo Pas van DGA Synchro BV met zijn nieuwe product ‘LogboekenOnline’. Het is een logboek op internet, waarbij alle betrokken partijen tijdens ontwerp, bouw, en beheer van brandveiligheidsinstallaties zelf hun gegevens kunnen invoeren. Het logboek werd al getest door Brandweer Gelderland-Midden. Ter afsluiting van een geslaagde dag gaf de Engelse brandweerveteraan Paul Richardson uitleg over de Engels bouwregelgeving en hoe daar in de praktijk mee gewerkt wordt. Het was een goede aanzet voor de afsluitende discussie.

* Jan Sterk is freelance journalist Voor De agenDa: Het nationaal Brandveiligheidscongres 2014 zal Wiljo Pas van Logboeken online neemt de Innovatieprijs Brandveiligheid 2013 in ontvangst.

gerrit Spruit van brandweer Flevoland ging in op de nieuwe brandweerdoctrine.

plaatsvinden op 14 april 2014

nummer 2

mei 2013

25


Certificering

Jacques Mertens *

Inwerkingtreding Construction Product Regulation

CE-markering verplicht Met de inwerkingtreding van de CPR per 1 juli 2013 en daarmee de verplichting tot CE-markering lijkt het een goed moment om wat dieper in te gaan op een aantal vragen, toegespitst op de brandveiligheid van bouwproducten.

26

nummer 2

mei 2013


Certificering

R

uim 50 jaar geleden is de eerste aanzet gegeven tot de eenwording van Europa. Een van de doelen was (en is) het tot stand brengen van een interne markt die wordt gekenmerkt door vrij verkeer van goederen en diensten tussen de Lidstaten. In 1985 is een andere weg ingeslagen, ook wel aangeduid als de ‘New Approach’. Deze nieuwe benadering kan voor bouwproducten - want daarop concentreert dit artikel zich - als volgt worden samengevat: • de wetgeving van de Lidstaten moet worden geharmoniseerd. Een Lidstaat mag wel zelf het gewenste veiligheidsniveau vaststellen, maar moet dat niveau baseren op Europese bepalingsmethoden; • er mogen alleen producten op de markt worden gebracht die aantoonbaar kunnen bijdragen aan de veiligheid van een gebouw. Om dit te bereiken moeten die producten voldoen aan de zogenoemde fundamentele voorschriften (‘essential requirements’). Een van die voorschriften betreft de veiligheid (van burgers) bij brand; • de hierbij behorende technische specificaties moeten worden vastgelegd in geharmoniseerde Europese normen, bij afwezigheid van een norm kan ook (vrijwillig) een Europese Technische Goedkeuring worden aangevraagd (ETA); • als productie en controle van een (bouw)product zijn uitgevoerd volgens de geharmoniseerde productnorm mag de fabrikant de CE-markering aanbrengen. Daarmee geeft het CE-label aan dat de prestatie van het product op goedgekeurde wijze is bepaald.

Doel

Uit het bovenstaande wordt het doel van CE-markering duidelijk. Het is geen keurmerk op zich, maar een merkteken dat aangeeft dat de kwaliteit is bepaald volgens in Europa geaccepteerde methoden. Hierdoor is het product te gebruiken in de Europese Lidstaten. Ook in de EFTA-landen (Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland) wordt CE-marke-

ring met de onderliggende bepalingsmethoden geaccepteerd. Hiermee wordt een belangrijke doelstelling van de Europese Unie, de ‘vrije markt’, bereikt. Het systeem dien echter nog een belangrijk doel: te komen tot een hoger veiligheidsniveau. Om deze reden zijn de fundamentele voorschriften geformuleerd en worden voor de voorschriften die met de veiligheid van burgers te maken hebben zwaardere eisen gesteld aan zaken als de kwaliteitscontrole. Bij het vaststellen van de eigenschappen van die producten en bij de kwaliteitscontrole is een belangrijke rol weggelegd voor de zogeheten aangewezen instanties of ‘notified bodies’. Een notified body is een onafhankelijke partij die door een Lidstaat voor een of meer specifieke beoordelingen als deskundige partij is aangewezen. Bijvoorbeeld het opstellen van de brandwerendheidsclassificatie van een constructie (een wand, een deur, een doorvoering, enz.) moet worden verricht door een partij met kennis van zaken, die inzicht heeft in het gedrag van een constructie bij brand. Het is dus van belang dat die partij ook zelf ervaring heeft met brandproeven. Daarom

door (in Nederland) de Raad voor Accreditatie zijn geaccrediteerd voor de betreffende test(en).

Wanneer verplicht?

Onder het regime van de Construction Products Directive (CPD) was CE-markering nog geen harde verplichting. Per 1 juli zal echter de Construction Product Regulation (CPR) geheel in werking treden en vanaf dat moment is CE-markering op bouwproducten in de Europese Lidstaten een eis. In Nederland wordt deze eis geïmplementeerd via de Regeling Bouwbesluit 2012: in Paragraaf 1.3 van die Regeling is omschreven dat bouwproducten van CE-markering moeten zijn voorzien. Er zijn voorlopig echter nog (een fors aantal) bouwproducten en constructies, waarbij CE-markering geen eis is. Dat heeft vooral te maken met het feit dat niet voor alle bouwproducten al een ‘productnorm’ beschikbaar is. Voor welke bouwproducten verplicht? Het ligt voor de hand dat alle bouwproducten (op termijn) van een CE-markering moeten zijn voorzien. Maar zoals vaak ligt het in de praktijk wat genuanceerder. De

Per 1 juli zal de Construction Product Regulation (CPR) in werking treden en is CE-markering op bouwproducten een eis moeten niet alleen de brandproeven in het kader van CE-markering door een notified body worden uitgevoerd, maar moeten ook de met de proef samenhangende documenten (beproevingsrapport, deskundigenverklaring, classificatierapport etc.) die een rol kunnen spelen in de CE-markering door een notified body worden opgesteld. Om als notified body te kunnen worden aangewezen moet men de beschikking hebben over een eigen laboratorium waar de betreffende (brand)proeven uitgevoerd kunnen worden en moet dat laboratorium

CPR schrijft voor dat alle producten die op de markt worden gebracht, moeten zijn voorzien van de CE-markering. Hiervan mag voor ‘speciale’ producten (maatwerk, niet-seriematig productiewerk) worden afgeweken – waarmee overigens niet wordt bedoeld een op maat gemaakt serieproduct als bijvoorbeeld per project op maat gesneden glas. Verder geldt dat de markering alleen mogelijk is voor die producten waarvoor een geharmoniseerde Europese norm (hEN of productnorm) beschikbaar is. Als voor een bepaald product (nog) geen geharmoniseerde

nummer 2

mei 2013

27


Certificering

productnorm beschikbaar is, kan de fabrikant vragen om een ETA, een Europese Technische Goedkeuring, mits voor de betreffende productsoort een ETAG beschikbaar is. Deze ETAG’s zijn doorgaans (mede) opgesteld door fabrikanten en vervolgens goedgekeurd door een bij EOTA aangesloten partij. CE-markering via een ETA betreft echter een vrijwillig systeem. De productnorm speelt een centrale rol bij de CE-markering. In deze norm is aangegeven volgens welke normen het product moet zijn getest en wie verantwoordelijk is voor het testen, het selecteren van de te testen monsters, enzovoort. Dit is in elke productnorm op dezelfde plaats opgenomen, namelijk in bijlage ZA. Het is hierdoor ook eenvoudig na te gaan of een bepaalde norm een geharmoniseerde productnorm is: als een norm een bijlage ZA bevat, dan is dit een geharmoniseerde productnorm. En dan is dus CE-markering een vereiste. De productnorm verwijst op indirecte wijze door naar de beproevingsnormen. In de productnorm wordt gesteld dat bijvoorbeeld voor het materiaalgedrag (‘reaction to fire’) een classificatie op basis van EN 13501-1 vereist is, of voor de brandwerendheid (‘resistance to fire’) een

veiligheid te maken hebben is dit doorgaans het hoogste systeem (AoC system 1), waarbij sprake is van externe, onafhankelijke partijen die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de prestaties van het product. Meer concreet houdt dit doorgaans in dat de testen moeten zijn uitgevoerd door een Notified Body, dat wil zeggen een laboratorium dat is geaccrediteerd voor de betreffende proef en daarvoor ook door de landelijke overheid is aangewezen als deskundige partij. De fabrikant zelf heeft bij system 1 echter ook diverse verplichtingen, waaronder een goede productiecontrole waardoor bijvoorbeeld is terug te vinden uit welke partij grondstoffen een specifiek product is samengesteld.

Verkrijgen CE-markering

Wat moet een fabrikant doen om de CE-markering te mogen plaatsen? Om te beginnen moet het productieproces goed omschreven zijn en moet de fabrikant beschikken over een goede productiecontrole, die (meestal jaarlijks) door een notified body wordt gecontroleerd. Vervolgens moet het product, of een prototype daarvan, worden onderworpen aan een of meer tests (de ‘initial type tests’) door een notified body. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan een

De eindgebruiker moet zelf controleren of het betreffende product aan de geldende nationale eisen voldoet classificatie conform EN 13501-2. Deze classificatienormen verwijzen voor de beproevingen waarop de classificatie gebaseerd wordt weer door naar de Europese beproevingsnormen, waarmee de cirkel is gesloten. Daarnaast wordt in de productnorm aangegeven volgens welk systeem de ‘conformiteit’ van het product moet worden bepaald. Bij producten die met

28

nummer 2

mei 2013

onafhankelijke selectie van de te onderzoeken producten: deze moeten representatief zijn voor het eindproduct. Op basis van de testresultaten wordt een toepassingsgebied bepaald waarna de classificatie kan worden opgesteld, nog steeds door een notified body. In deze classificatie moet ook zijn aangegeven voor welk toepassingsgebied de classificatie geldig is. Dit toepassingsgebied bestaat uit een

‘direct toepassingsgebied’ dat direct volgt uit de test. In veel gevallen kan dat door de notified body op basis van daarvoor ontwikkelde (en deels nog te ontwikkelen) Europese normen worden uitgebreid met een ‘extended application’ of uitgebreid toepassingsgebied. Tenslotte kan dan door de notified body het ‘certificate of conformity’ worden opgesteld. Op basis hiervan kan dan de fabrikant de ‘declaration of performance’ opstellen, waarin de prestatie ten aanzien van de fundamentele voorschriften wordt vermeld. En pas dan mag de fabrikant ook het CE-logo aanbrengen op het product.

Controle

Het is voor de acceptatie van het systeem belangrijk dat men kan vertrouwen op het de kwaliteit van de CE-markering. De opgegeven prestaties moeten dus correct zijn en op correcte wijze tot stand zijn gekomen. Daarom zal ook worden gecontroleerd op een correct gebruik van het logo en op de wijze van totstandkoming van de CE-markering van een product. Deze controle wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport, die daarbij inspecties kan uitvoeren op de bouw en bij leveranciers. Maar ook bij de testlaboratoria en notified bodies. Op die wijze kan dus het hele traject worden gecontroleerd.

Wat zegt CE-markering?

Het is van belang dat ‘de markt’, dus iedereen die bouwproducten met een CE-markering koopt, installeert, in het eigen gebouw heeft laten plaatsen enzovoort zich realiseert dat hij daarmee nog niet ‘klaar’ is. De CE-markering geeft immers alleen aan dat de prestaties zoals die zijn vermeld, zijn bepaald op de overeengekomen methode. Maar dat wil niet altijd zeggen dat daarmee ook aan de nationale eisen wordt voldaan. Elke Lidstaat kan immers zelf bepalen welke eisen worden gesteld. Een goed voorbeeld is de brandwerendheid. Als bijvoorbeeld een deurconstructie een classificatie heeft van EW 60 dan is dat in Nederland in de meeste gevallen voldoende, maar in de ons omringende lidstaten wordt doorgaans (het strengere) EI2 of EI1 geëist. De


Certificering

eindgebruiker moet daarom altijd zelf controleren of het betreffende product aan de geldende nationale eisen voldoet, maar mag daarbij wel op de opgegeven waarden vertrouwen.

Tot slot

In dit artikel is (kort!) uiteengezet waarom CE-markering in het leven is geroepen en wat een fabrikant moet doen om het CE-logo op zijn producten aan te mogen brengen. Groot voordeel van het systeem is dat een fabrikant zijn product maar één keer hoeft te laten testen en de behaalde resultaten vervolgens in ‘heel’ Europa kan gebruiken. En dat geldt niet alleen voor de testresultaten zelf, men kan in veel gevallen ook door een notified body het toepassingsgebied van die test laten verruimen (extended application) zodat de resultaten van de (kostbare) test voor

meer toepassingen geschikt zijn, en ook dat geldend in alle Lidstaten. Overigens kan dit proces ook worden ‘omgekeerd’, door voorafgaand aan de test met een deskundige partij (bij voorkeur de notified body die ook de uiteindelijk benodigde rapporten op kan stellen) na te gaan voor welke toepassingen men de resultaten wil kunnen gebruiken. Voor de gebruikers van CE-gemarkeerde producten gelden in feite dezelfde voordelen. Men kan immers ook kiezen uit buitenlandse producten, omdat uit de classificatie kan worden afgeleid dat deze in de beoogde eindsituatie aan de gestelde eisen voldoen. Nog mooier: er ontstaat dus (als het goed is) achteraf geen discussie meer of een buitenlands product wel aan de Nederlandse eisen voldoet.

En last but not least: de toegenomen keuzevrijheid en de reductie van het aantal testen (er hoeft immers niet meer in ieder land opnieuw te worden getest) zullen ongetwijfeld een gunstige invloed hebben op de uiteindelijke prijs. * Jacques Mertens is adviseur bij en hoofd van het Laboratorium voor Brandveiligheid van Peutz. Hij is lid van de Nederlandse normcommissie die verantwoordelijk is voor de Nederlandse normen op het gebied van brandproeven en tevens lid van enkele werkgroepen van de Europese normcommissie TC 127.

een begrip in documentatie en archivering

AL MEER DAN 100 JAAR IS SAMSOM FORMULIEREN & OPBERGSYSTEMEN EEN BEGRIP IN HET VASTLEGGEN, BEHEREN EN ARCHIVEREN VAN INFORMATIE. Map Medisch Dossier

Het Medisch dossier is een zuurvrije drieluik-map voor het op uniforme wijze opbergen van zowel losse als gebonden documenten op medisch gebied. In het bijlagevak kunnen losse documenten (bijv. foto’s) worden opgeborgen. Materiaal: lichtgrijs 250 grs stevig karton, bedrukt in zwart.

Ga naar www.samsom.nl/formulieren voor meer informatie of een persoonlijk advies. Of scan de qr code.

nummer 2

mei 2013

29


Congres

Jan Sterk *

Naar een nieuwe bouwregelgeving Moet de bouwregelgeving alweer anders? Waarom? Er is net een nieuw Bouwbesluit? Zulke vragen komen op bij de titel van de parallelsessie ‘Fundamentele herziening bouwregelgeving’ van het Nationaal Brandveiligheidscongres 2013. De antwoorden kwamen van Rudolf van Mierlo, senior projectleider Fire Safety Engineering van Efectis Nederland, en Joost Pothuis, senior consultant van Arcadis.

I

n zijn inleiding memoreerde Van Mierlo dat het bij de ‘bouwvoorschriften’ niet alleen gaat over de kwaliteit van de teksten zelf, maar ook over de manier waarop we ermee omgaan en hoe het toezicht is geregeld. En de ‘fundamentele herziening’ betekent niet dat alles anders moet. Al zal er – door de toenemende complexiteit – steeds meer gebruik gemaakt worden van een risicogerichte benadering van de brandveiligheid waarbij er ook aandacht is voor beperking van de schade, want daar gaat de bouwregelgeving niet over.

Bouwbesluit voedingsbodem voor kwaliteit Volgens Joost Pothuis moeten we open staan voor een nieuw vergezicht dat recht doet aan de ontwikkelingen in de bouwpraktijk. Een vergezicht gericht op Professionaliteit, vrijheid en een ‘level playingfield’. Joost Pothuis bedankt Ruud van Herpen en Harry Nieman van Bureau Nieman voor hun klankbordrol en Rockwool voor het faciliteren van de ontwikkeling van de visie.

30

nummer 2

mei 2013

Hij gaf daarna een opsomming van een aantal trends. Vervolgens schetste hij het doel van de ‘fundamentele herziening’: een nieuw systeem gekenmerkt door ‘professionaliteit’, ‘vrijheid, en ‘level playing field’. En hij benadrukte dat het voor nieuwe ontwikkelingen belangrijk is om aan te sluiten bij bestaande systemen.

Het Bouwbesluit 2012 verwoordt daarbij het absolute minimum, ‘waar we de komende tien jaar van af moeten blijven.’ En toen kwam er een plaatje op het scherm van een bos. Een bos dat de gebouwde omgeving symboliseert en laat zien dat de bomen in een voedzame bodem wortelen. Die bodem is het Bouwbesluit 2012, dat zorgt voor de voeding van ‘pijlers’ als: bruikbaarheid, gezondheid, veiligheid, energiezuinigheid en milieu. Het plaatje spreekt ook van schadebeperking, bedrijfscontinuïteit of esthetica, aspecten die niet in het Bouwbesluit 2012 geworteld blijken. Het plaatje laat zien dat op de voedingsbodem van het Besluit een florerend gebouw of gebouwde omgeving kan ontstaan, stevig gefundeerd op de pijlers van het Besluit. De op de voedingsbodem groeiende bomen vormen samen een bos, zoals het Bouwbesluit met haar pijlers de voedingsbodem vormt voor een gebouw. Voor een kwalitatief goed gebouw is net als bij een bos meer nodig dan alleen een


Congres

(droge) voedingsbodem. ‘De markt vult aan, de markt integreert’. De uiteindelijke kwaliteit is dikwijls een optelsom van de minimale Bouwbesluitkwaliteit en een extra om uit te komen op de door de markt gewenste kwaliteit. Het besluit is niet meer dan een ondergrens om excessen te voorkomen.

‘Brandveiligheid is meer dan alleen het Bouwbesluit’ Dan is een integrale kwaliteitsbenadering nodig. Een visie op de totaal kwaliteit van een gebouw waar alle kwaliteitsaspecten te samen komen.

Nieuwe koers

Hij noemde de invloed die energiebesparende maatregelen kunnen hebben op bijvoorbeeld de brandveiligheid. Want wie is bekend met de invloed op de brandveiligheidsprestaties van: meer isoleren, driedubbele beglazing of een passief huis?

de wortels weg.’ Het snoeien en weghakken symboliseert de invloed van de verhouding tussen de publieke toetsing en de private toetsing. In de loop der jaren voorziet hij hierbij een toenemende rol voor de private toetsing, die zich namelijk in tegenstelling tot de publieke toetsing ook op het private kwaliteitsdomein kan richten. Bij de dekking van restrisico’s is een belangrijke rol weggelegd voor aansprakelijkheidsverzekeraars. Uiteindelijk staat de eindgebruiker van het gebouw daarbij centraal.

Integrale kwaliteitsbenadering

eisenniveau per pijler. Op dit moment wordt de kwaliteit van een gebouw vaak per aspect ontwikkeld en beoordeeld. Voor een toets aan de minimum eisen is dat prima, maar niet bij het ontwerpen van een optimaal gebouw. De gangbare werkwijze leidt tot een reis langs diverse kwaliteitsaspecten, zonder deze in samenhang met elkaar te brengen. Het varen op een eenzijdig kwaliteitscompas geeft wel richting maar geen koers en geen samenhang (zie figuur hieronder)

Volgens Pothuis moet een nieuw systeem niet alleen gebaseerd zijn op uitgangspunten, die het verhaal er achter vertellen. Ook een integrale aanpak met een goede afstemming van de verschillende invalshoeken (de ‘pijlers’) is belangrijk. Dat maakt slim ontwerpen mogelijk met optimale resultaten. Het systeem moet van een zo hoog mogelijk abstractieniveau zijn en dus eigenlijk de basis prestatieeisen omvatten uit het Bouwbesluit met daarboven op een op eigen verantwoordelijkheid gebaseerd kwaliteitssysteem. Van belang is ook de bepaling van de kwaliteitsniveaus per pijler, waarbij controle en borging mogelijk moeten zijn. Om vast te stellen of een gebouw werkelijk veilig is, zal een risico-inventarisatie en -evaluatie moeten plaatsvinden. Een goed gebouw is dan een gebouw met een optimale integrale kwaliteit. In het proces om dat te bereiken moet je in de samenwerking met anderen, zoals het bevoegd gezag (gemeente en brandweer) maar ook met de opdrachtgever, niet polariseren. Voor de ontwikkeling van het nieuwe systeem wijst Pothuis weer naar het plaatje van het bos op de ondergrond van het Bouwbesluit. Het plaatje geeft nu ook een doel aan voor de ontwikkeling van het bos, de doelkwantificering. Hij citeerde het gezegde: ‘Snoei geeft bloei.’ En de daarbij vaak vergeten Japanse tuinderswijsheid: Die stelt dat het geen zin heeft een boom te snoeien zonder ook de wortels aan te pakken. Te snelle groei? Hak een deel van

* Jan Sterk is freelance journalist

TransiTie naar inTegrale bouwkwaliTeiT •

Meer aandacht private kwaliteitsaspecten

integrale bouwkwaliteit

De eindgebruiker staat centraal

Praktijk brengt nieuwe cultuur tot wasdom

Privaat wat kan, publiek

eerst aanpassing kwali-

wat moet teitscultuur dan regelgeving

nummer 2

mei 2013

31


Praktijktoepassing

Aanvullende eisen aan vergunning Een gemeente stelt aan het verlenen van vergunning extra eisen voor wat betreft goede bereikbaarheid, beheersbaarheid en bestrijding van een mogelijke brand. Dat gaat de vergunningaanvrager te ver: de nieuwbouw voldoet aan het Bouwbesluit 2003 en aan het Gebruiksbesluit en dus is er geen grond om in de omgevingsvergunning aanvullende voorwaarden te stellen. Partijen wenden zich tot de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften voor een onafhankelijk oordeel.

H

et meningsverschil speelt tussen de brandweer en een aanvrager van een nieuwbouw project. Het project betreft een bestaand bedrijfsgebouw waaromheen nieuwbouw wordt gerealiseerd in een U-vorm.

Standpunt gemeente

De gemeente is van mening dat door het realiseren van de nieuwbouw de kans reĂŤel is dat een brand in het bestaande bedrijfsgebouw onbeheersbaar wordt. Deze onbeheersbaarheid kan uiteindelijk leiden tot het niet kunnen bereiken van de Burgers, ondernemers en overheden kunnen advies vragen aan de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften over hoe de voorschriften voor brandveiligheid moeten worden uitgevoerd. Brandveilig.com belicht in elke editie een interessant advies. Voor het volledige advies kunt u terecht op: www.rijksoverheid.nl, onder Helpdesk Bouwregelgeving en Brandveilig gebruik.

32

nummer 2

mei 2013

nieuwbouw en het niet kunnen bestrijden van brand. Ook vindt de gemeente dat een brand bestrijdbaar moet zijn en niet een dusdanige omvang mag krijgen dat deze de gemeenschap ontregelt. Naar het oordeel van de gemeente is dat wel het geval gezien de omvang van het bedrijf en de ligging (naast een middelgrote stad en een spoortraject). De gemeente heeft de aanvrager diverse voorstellen gedaan die bijdragen tot een goede bereikbaarheid, beheersbaarheid en bestrijding van de brand.

Standpunt aanvrager

De aanvrager heeft aangegeven de door de gemeente aangedragen mogelijkheden niet te kunnen c.q. te willen uitvoeren omdat de gemeente niets kan en mag zeggen over de bestaande bouw wanneer de nieuwbouw voldoet aan het Bouwbesluit 2003.

Vraagstelling

De vraag die aan de Adviescommissie wordt gesteld is of de gemeente aanvullende eisen kan stellen aan de bereikbaarheid, beheersbaarheid en bestrijding van de brand.

Advies

De adviescommissie deelt de mening van de brandweer dat de mogelijkheid om de

achterste gebouwen bij brand te kunnen blussen door de nieuwbouw verslechterd kan zijn. Ook kan een brand in de bestaande brandcompartimenten eventueel leiden tot het voor blussen niet kunnen bereiken van het achterste gedeelte van de bestaande bebouwing. Toch is de adviescommissie het niet eens met de brandweer dat dan ook de nieuwbouw als verloren moet worden beschouwd. Dit omdat sprake is van een behoorlijke weerstand tegen brandoverslag tussen het bestaande gebouw en de nieuwe gebouwen, waardoor er een gerede kans bestaat dat een bestaand brandcompartiment uitbrandt, zonder dat hierdoor de nieuwbouw ook verloren gaat. Van belang is ook dat de nieuwbouwplannen in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Bouwbesluit. Ook de vraag of de nieuwbouw in combinatie met de bestaande gebouwen een gevaarlijke situatie oplevert voor een aangrenzend perceel wordt door de commissie ontkennend beantwoord. Die gebouwen liggen op dermate grote afstand van bestaande gebouwen dat er geen gevaarlijke situatie optreedt.

Advies met registratienummer 1101, april 2011, status: definitief


Column

Frank van Elsen

Not in my back yard In deze tijd van economische recessie ontkomt ook de brandweer niet aan de bezuinigingen van het kabinet. Volgens de brandweer leiden deze er toe dat er minder vrijwilligers zullen zijn, dat de opkomsttijden niet meer zullen worden gehaald, en dat er meer dodelijke slachtoffers als gevolg van brand zullen vallen. Terecht, of bangmakerij? Tijd voor een nuchtere analyse. Om te beginnen doen bezuinigingen uiteraard pijn, zeker als deze gevolgen hebben voor het betrokken personeel. Het is echter nog maar de vraag in hoeverre het strikt onontkoombaar is dat deze terecht moeten komen bij de personele bezetting, en zo ja in welke mate? De kosten voor de brandweerzorg bestaan uiteraard niet uitsluitend uit personele kosten. Er is onlangs nog veel geld beschikbaar gesteld door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat geld zou kunnen worden gebruikt voor preventie, voor nieuwe meldkamers en voor ‘frictiekosten’. Misschien eerst maar even snijden in (re)organisatiekosten?

Frank van Elsen is directeur van FE-Fire Safety Engineering (www.fe-firesafety-engineering.nl)

Dan zijn er de opkomsttijden, die al jaren een bron van discussie zijn. Je kunt je terecht afvragen wat de waarde is van de gestelde opkomsttijden en of die inderdaad zo scherp moeten zijn. De gebeurtenissenboom waarop de brandweerzorg is gebaseerd, heeft een totaaltijd van 60 minuten en hierbinnen wordt de meeste tijd gebruikt voor bluswerkzaamheden. Er zijn echter vele mogelijkheden om én de beschikbare opkomsttijd te verlengen én de benodigde blustijd te beperken. De brandbeveiligingsconcepten die het ministerie van Binnenlandse Zaken in de jaren negentig heeft uitgegeven, geven hiervoor allerlei mogelijkheden. Het geeft ook te denken dat bedrijven eerst veel geld hebben moeten uitgeven aan kostbare brandmeldinstallaties met doormelding naar de brandweer, om deze nu weer af te schaffen terwijl hiermee kostbare tijd gewonnen kan worden. De beoogde besparing is misschien een verkeerde investering? En wat te denken van automatische blusinstallaties? Het feit dat een goede blusinstallatie in feite de brandweer overbodig maakt - chargeren mag wel even - levert kennelijk gebouweigenaren nog te weinig op. Of zijn de hoge vastrecht kosten voor waterleidingaansluitingen in dit kader wel zo handig? Tenslotte het heikele punt van de dodelijke slachtoffers, want hierbij worden kosten (bezuinigingen) toegerekend aan een mensenleven en daar kunnen we in Nederland moeilijk mee omgaan. Wat mag een mensenleven kosten is een vraag die politiek gezien niet gesteld mag worden. Feit is echter dat het daadwerkelijk reddend optreden van de brandweer in verreweg de meeste gevallen feitelijk niet nodig is en nog altijd - terecht - pas eerst na beoordeling ter plaatse door de commandant van dienst plaatsvindt. De bouwregelgeving voorziet immers in voorzieningen zoals brandmelding, vluchtroute-inrichting en brandcompartimenteringen om mensen zelf te kunnen laten vluchten. Het moet al op veel fronten zijn misgegaan wil de brandweer nog reddend moeten optreden. Bovendien is het aantal slachtoffers voornamelijk incident afhankelijk en niet zo zeer van effectiviteit en kwantiteit van de brandweer. Kortom, het lijkt hier te gaan om een zaak van ‘not in my back yard!’

nummer 2

mei 2013

33


Advertorial

product & MArKt Ontwikkeling op het gebied van brandwerende coatings

Brandwerende voorzieningen kunnen niet alleen grote bedrijfsschade maar ook persoonlijk letsel voorkomen. Sika komt met een unieke ontwikkeling op het gebied van brandwerende coatings: Sika Unitherm Platinum. Dit nieuwe duurzame product is geurarm, oplosmiddelvrij en goedgekeurd conform de nieuwe Europese Norm EN 13381-8. Sika Unitherm Platinum is de eerste Europees gecertificeerde brandwerende coating die geen oplosmiddelen bevat. Het is daarom een stuk gezonder en prettiger werken voor de verwerkers dan met een andere brandwerende coating. De coating is binnen 24 uur droog en de gewenste laagdikte (tot 4 mm) is in 1 laag aan te brengen met een normale airless-pomp. Door deze behandeling wordt de constructie tot 90 minuten brandwerend gemaakt en langdurig beschermd tegen corrosie (corrosiviteitsklasse conform ISO 12944-5, tot C5-I mogelijk). Voor verwerking is geen primer nodig.

Meer informatie: www.sikaunithermplatinum.nl

GeĂŻntegreerde vluchtdeur

Hoefnagels Branddeuren is producent van Firelock brandwerende schuifdeuren. Deze branddeuren worden in eigen huis ontwikkeld en zorgen bij brand voor een directe compartimentering, waardoor de brand zich niet verder kan uitbreiden en de schade beperkt blijft. Voordeel van de Firelock brandwerende schuifdeur is de mogelijkheid tot het integreren van een vluchtdeur. De toepasbaarheid van deze brandwerende afsluiting wordt hiermee vele malen groter, aangezien dan ook een evacuatiemogelijkheid wordt geboden. Er bestaat de keuze uit een enkele vluchtdeur, twee vluchtdeuren of een dubbele vluchtdeur. De brandwerende schuifdeur kan standaard worden uitgevoerd met sandwichpanelen. Maar ook uitvoeringen met brandwerend glas of bekledingen met hout en/of RVS-beplating zijn mogelijk. Met name in situaties waar esthetische kenmerken een grote rol spelen zoals bijvoorbeeld in kantoren, ziekenhuizen en openbare gebouwen, zijn deze luxe schuifdeuren een uitstekende brandveilige oplossing. De schuifdeur is getest bij Efectis/TNO en voldoet aan de NEN 6069 en het Bouwbesluit. Daarnaast is Hoefnagels in het bezit van een KOMO-attest. De brandwerende schuifdeur met vluchtdeur heeft een tweezijdige brandwerendheid van maximaal 60 minuten. Zonder vluchtdeur is de schuifdeur tweezijdig tot maximaal 120 minuten brandwerend.

een begrip in documentatie en archivering

AL MEER DAN 100 JAAR IS SAMSOM FORMULIEREN & OPBERGSYSTEMEN EEN BEGRIP IN HET VASTLEGGEN, BEHEREN EN ARCHIVEREN VAN INFORMATIE. Verlofaanvraagbriefjes

Handig formulier voor het aanvragen van verlof, vakantie of een snipperdag. Wordt door de werknemer ingevuld. ZelfkopiĂŤrend.

Ga naar www.samsom.nl/formulieren voor meer informatie of een persoonlijk advies. Of scan de qr code. 34


Column

Joric Witlox

Mad Max Heeft u hem gezien? De Australische film ‘Mad Max’ uit 1979 met de toen nog onbekende Mel Gibson in de hoofdrol. Steeds vaker denk ik er aan als ik mij in de wereld van brandveiligheid begeef. De film speelt zich namelijk af in wat men een ‘dystopische’ toekomst noemt. Een dystopie is een (denkbeeldige) samenleving met louter negatieve eigenschappen waarin men beslist niet zou willen leven (bron: Wikipedia), en dus het tegenovergestelde van een utopie.

Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).

Vanwaar nu die gedachte? Op de eerste plaats valt me op dat er in de markt van brandveiligheid veel kaf tussen het koren zit. Ik heb het dan over alle disciplines, of het nu aanbieders zijn van bouwkundige, installatie, of organisatorische maatregelen. Of dat het adviseurs, inspecteurs of FSE’ers zijn. Vervolgens valt me op dat veel partijen zich kennelijk willen profileren door andere partijen in een kwaad daglicht te zetten. De manier waarop dit gebeurt, is veelal verwerpelijk en soms zelfs onethisch. Bijvoorbeeld door getallen en percentages (niet) te noemen. Dit doet me aan school denken. De titel van mijn dictaat voor het vak Statistiek luidde: ‘there are lies, big lies, and statistics’. Een malafide aanbieder valt eerst alternatieve producten of diensten aan en daarna ‘collega’ aanbieders van dezelfde producten of diensten voor brandveiligheid. Als dit op grote schaal gebeurt, ontstaat er een berg aan verwarrende halve waarheden en onderlinge negativiteit. Het brandveiligheidsnest wordt daarmee in- en extern bevuild en zwaar in diskrediet gebracht. Natuurlijk hopen ‘azijnzeikers’ daarmee de gunst te winnen van de afnemer. Maar in mijn ogen geeft dit slechts een beeld van een branche met over elkaar heen vallende aanbieders, waarbij de klant uiteindelijk door de bomen het bos niet meer ziet. Vragers en aanbieders van brandveiligheid zijn daarom meer gebaat bij een ethische en professionelere marktbenadering. Nu is ‘professionelere marktbenadering’ ook weer zo’n containerbegrip. Voor degenen die er iets voor voelen er aan bij te dragen, hierbij mijn gedachten daarover. Laten we als aanbieders het nu eens zo organiseren dat we met elkaar interdisciplinair samenwerken om voor onze klanten een werkelijk optimale situatie te creëren. Of u het nu gelooft of niet, soms is een organisatorische oplossing nu eenmaal echt de beste. En los hier van, als we over onze producten praten, zorg er dan voor dat de vooren nadelen van het eigen product of dienst en de toepassing ervan goed duidelijk wordt. Mijn utopische markt van brandveiligheid is er dus een van samenwerkende en elkaar versterkende disciplines en verenigingen. Een markt die feiten ook kan aantonen met behulp van begrijpelijke en controleerbare testen, certificaten of registers. Bovendien hebben we het allemaal, hoop ik, universeel over hetzelfde: betrouwbare veiligheid. Ik verheug me op ‘Glad Max’.

nummer 2

mei 2013

35


Branche-informatie VBE Doelstellingen

De Vereniging van BrandveiligheidsExperts (VBE)stelt zich ten doel kennis op het gebied van brandveiligheid te delen, te vergroten en te verspreiden. De VBE is tevens een platform voor discussie over allerlei (actuele) brandveiligheidsthema’s. De VBE bestaat sinds 2007 en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB), een koepelorganisatie die zich inzet voor een brandveiliger Nederland. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan vergroting van kennis over brandveiligheid en de doelstellingen van de vereniging onderschrijft, kan lid worden. Het lidmaatschap is uitsluitend op persoonlijke titel. De huidige circa 260 leden zijn afkomstig uit onder andere installatiebedrijven, inspectie-instellingen, de brandweer, de overheid, de bouw- en projectontwikkelaarswereld, toeleveringsbedrijven, het facilitair management en de verzekeringswereld.

Lid worden?

Bent u expert op één of meer brandveiligheidsterreinen en geïnteresseerd in een lidmaatschap dan kunt u zich via de website aanmelden en bij voorkeur een VBE-lid als referentie opgeven. Het VBE-comité, samengesteld uit een vijftal leden van de VBE, beslist over het lidmaatschap. Het comité bestaat uit: Maarten de Groot (voorzitter), Bruno van Burik, Wim van de Geijn, Alex Ivanovic en Siem-Jan Stam.

Verenigde Brandveiligheid Experts Hogeweg 37A 5301 LJ Zaltbommel Tel. 0418-510828 E-mail info.vbe@novb.nl www.brandveiligheidslimbekeken.nl www.vbe.novb.nl

www.brandveiligheidslimbekeken.nl

36

nummer 2

mei 2013

Jaarprogramma

De VBE realiseert haar doelstellingen onder andere door geregeld themabijeenkomsten te organiseren en een jaarlijks seminar in het najaar. Daarin komen allerlei (actuele) brandveiligheidsonderwerpen aan de orde.

Seminar 2013

Het seminar 2013 staat gepland op 2 oktober en vindt wederom plaats in de Evenementenhal in Gorinchem. Het VBE-comité is druk doende met de invulling van het programma met als (werk)titel: “Brandveilig Ondernemen”.

Themabijeenkomsten 2013 De VBE-themabijeenkomsten zijn bedoeld voor kennisvergroting, onderlinge uitwisseling van informatie en discussie. Op 24 april 2013 vindt een themabijeenkomst plaats over “Brandwerende liften en deuren”. Liften en deuren zijn de slagader van een gebouw. Brandwerende schuifdeuren en liften moeten volgens het Bouwbesluit en Europese productnormeringen voldoen aan strikte regels. Het gaat om betrouwbare, gebruiksvriendelijke, geïntegreerde toegangssystemen die ook tijdens brand zorgen voor optimale veiligheid, toegankelijkheid en vluchtroutes. Mark van Tilborg van Vetrotech Saint-Goban spreekt over transparante veiligheid; brandwerend glas, CE-markering, -herkenning en -controle; Jacob van den Essenburg van de fa. Kone over brandwerende toegangsdeuren en Rudi van Seter van dezelfde firma over liften in combinatie met brandveiligheid. Om alvast te noteren zijn de overige data voor themabijeenkomsten 2013: 12 juni en 20 november. Informatie over de thema’s volgt. VBE-leden hebben gratis toegang tot de themabijeenkomsten. Het VBEcomité heeft besloten de entree voor niet-VBE-leden te verhogen naar € 50,- omdat het dit een passender bedrag vindt. Deelnemers zijn welkom vanaf 18.30 uur, waarna om 19.00 uur

de bijeenkomst van start gaat. Na afloop is er gelegenheid voor informele uitwisseling en netwerken. De actuele stand van zaken rondom het VBE-jaarprogramma is te vinden op www.brandveiligheidslimbekeken.nl.

Terugblik

In 2013 vonden al drie themabijeenkomsten plaats. In januari was er een herhaling van de themabijeenkomst van 12-12-12 over de nieuwe certificerings- en inspectieregelingen VBB met Willem van Oppen van het CCV. De nieuwe regelingen leveren veel stof op tot discussie, zo bleek. De presentaties zijn te downloaden via http://brandveiligheidslimbekeken.nl/ evenementen-vbe/thema20130123/ presentaties-20121212. Ook de themabijeenkomst op 6 februari over brandveiligheid van parkeergarages was drukbezocht en verliep geanimeerd. Over dit onderwerp publiceerde de NOVB een position paper die door John van Lierop van de NOVB werd toegelicht. Hij benadrukte het belang van toepassing van automatische blussystemen, zoals sprinklers. Daarna braken Joost van Dijk en René Duijndam van de Vebon een lans voor het gebruik van drukventilatie en RWA-systemen. De avond eindigde in where the two can meet nu geen van beide systemen afzonderlijk wonderen kunnen verrichten. Onder voorwaarden kunnen beide elkaar versterken. Het beheersen van de brand dankzij sprinkler is één, voor het effectief blussen zal de brandweer toch veilig naar binnen moeten kunnen en in dat scenario is een drukventilatiesysteem een essentieel instrument. De bijeenkomst was zo succesvol dat een herhaling plaatsvond op 21 maart jl. voor wederom een ‘uitverkochte’ zaal. De presentaties zijn te downloaden via http://brandveiligheidslimbekeken.nl/evenementen-vbe/thema20130321


Foto: Rob Jastrzebski

Branche-informatie VBE

Rene Duijndam in zijn betoog over brandveiligheid van parkeergarages

Opleidingen brandveiligheid De VBE adviseert het OpleidingsCentrum Brandveiligheid (OCB ) over de ontwikkeling van opleidingen. Nieuwe data voor de VSI-A, B en C zullen binnenkort bekend zijn. De nieuwe cursus “Toegepaste Sprinklerbeveiliging voor de brandweer� is ten einde. Een twintigtal mensen, voornamelijk werkzaam in de veiligheidsregio Midden-Nederland verdiepten zich in de wereld van de sprinklersystemen. Het is een positief verlopen 1e pilot, waarin over en weer is geleerd. Op basis van deze try-out zal het lesmateriaal, dat al positief werd onthaald, een optimalisatie ondergaan zodat het nog meer aansluit bij de

behoefte van de brandweer. De cursus bestaat uit vier lesdagen en zal worden herhaald in mei en juni en in het najaar. Voor meer informatie en aanmelding: www.hetocb.nl

LinkedIn

De leden kunnen zich aansluiten bij de VBE-Linkedin groep. De bijdragen aan de op VBE-Linkedin groep zijn zeer divers. Men kan elkaar vragen stellen, er vindt discussie plaats over de beste beveiligingsmethoden van bijvoorbeeld parkeergarages en tunnels en over onderzoeksresultaten en men kan er ook commentaar aantreffen op branden. Bovendien is het een goed medium voor aankondigingen van symposia en evenementen waarin de brandveiligheid aan de orde komt.

Voordeel voor VBE-leden

VBE-leden mogen gratis deelnemen aan al onze activiteiten, worden regelmatig geĂŻnformeerd over de activiteiten van de vereniging en hebben hun eigen discussieplatforms. Daarnaast zijn er regelmatig kortingen op evenementen van derden. Kent u een seminar, opleiding of andere interessant item, neem dan contact met ons op. Ook ontvangen VBE-leden dit blad tegen een aantrekkelijke prijs.

nummer 2

mei 2013

37


Brandveilig.com bedrijvenindex Adembescherming Dräger Safety Nederland www.draeger-safety.nl

Walraven www.walraven.com

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

AfvAlbAkken

blusmiddelen

Schuurman Brandbeveiliging www.schuurman-brandbeveiliging.nl

Arbo

Berki Brandbeveiliging www.berki.nl

EHCM www.ehcm.nl

AdviesbureAus

Adviesbureau Leeuwesteijn www.leeuwesteijn.org

CCB Groep www.ccb-groep.nl

Adviesbureau Peutz www.peutz.nl Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl

AspirAtiesystemen AerOcheck www.aerocheck.eu

AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl

bhv

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs www.chri.nl

CCB Groep www.ccb-groep.nl DSPA.nl www.dspa.nl Escape Mobility Company www.escape-mobility.nl

CCB Groep www.ccb-groep.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

De Wit CAD www.dewitcad.nl

Wagner www.wagner-nl.com

DGMR www.dgmr.nl

binnendeuren Albo Deuren www.albodeuren.nl

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

Alprokon Aluminium www.alprokon.com

Floriaan www.floriaan.nl

Berkvens www.berkvens.nl

Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl

GNS Brinkman www.gnsbrinkman.nl

Obex www.obex.nl

KONE Deursystemen www.konedeursystemen.nl

Vgib Onderhoudsmanagement www.vgib.nl

Aed

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com DSPA.nl www.dspa.nl Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl P&G Safety www.pengsafety.nl Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Gyproc www.gyproc.nl Promat www.promat.nl Reppel www.reppel.nl

bouwplAntoetsing

SABA www.saba.nl

38 38

brAndbeveiliging af-x fire solutions www.afxfiresolutions.com

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

BrandPrevent Applications www.brandprevent.nl

DSPA.nl www.dspa.nl

Dictator Productie www.dictator.nl

Hi-Safe Systems www.hisafe.nl

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Nofiq Fire & Safety Systems www.nofiq.nl

Kuijpers Beveiligingssystemen www.kuijpers.com

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

nummer 2

mei 2013

Air Trade Center Nederland www.airtradecentre.com

SEAC International www.seac.nl

brAndkrAnen

BERMAD Fire Protection www.bermad.nl

brAndmeldinstAllAties Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Dräger Safety Nederland www.draeger-safety.nl

IBMO www.ibmo.eu

brAndkleppen

brAnd/gAsdetectie

blusgAsinstAllAties

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Bumax www.bumax.nl

BD Service Nederland www.bdservice.nl

BBWest www.bbwest.nl

Firestopsupply www.firestopsupply.nl

brAndkAsten

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Breman Brandbeveiliging www.breman.nl

DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl

WBD brandbeveiliging www.wbd-brandbeveiliging.nl

FSS International www.firestopsystems.nl

Theuma DoorSystems www.theuma.nl

Breman Brandbeveiliging www.breman.nl

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

bouwmAteriAlen

Draka Kabel www.draka.nl

Applicom www.applicom.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

DAME-Ltd Nederland www.dame-ltd.com

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Terberg installatiebedrijf www.terberg.eu

Schuurman Brandbeveiliging www.schuurman-brandbeveiliging.nl

Reinaerdt Deuren www.reinaerdt.nl

Afdichtingen

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl Hefas Branddetectie www.hefas.nl Hertek www.hertek.nl Protec Brandbeveiliging www.protecfire.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

brAndslAnghAspels Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com Saval Brandbeveiliging www.saval.nl


Brandveilig.com bedrijvenindex Kemkens Brandbeveiliging www.kemkensbrandbeveiliging.nl

brAndtesten

deurvergrendelingen

noodverlichting

brAndvertrAging

Dictator Productie www.dictator.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

droge blusleidingen

Hertek www.hertek.nl

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl BrandPrevent Applications www.BrandPrevent.nl Finivlam www.finivlam.nl

Alprokon Aluminium www.alprokon.com

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Fireprevention.NL www.fireprevention.nl

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

Flame Guard www.flameguard.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Walraven www.walraven.com

evAcuAtie

brAndweer

Escape Mobility Company www.escape-mobility.nl

De Wit CAD www.dewitcad.nl

Hezemans Textiel www.hezemans.com

DSPA.nl www.dspa.nl

gAsblussystemen

TBTA www.tbta.nl

brAndwerende coAtings DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl Sika Nederland www.sika.nl

brAndwerende deuren Indeko Holland www.indeko.nl

Metacon www.metacon.nl

cfd

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

glAs

AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com Bovema Glas www.bovemaglas.nl

inspectiebureAus

Protec Industrial Doors www.protecindustrialdoors.com

rook- en wArmteAfvoer

vluchtluiken

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

vuurlAstberekening

Bovema Glas www.bovemaglas.nl

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl Floriaan www.floriaan.nl

Bovema Glas www.bovemaglas.nl

wAtermist

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Fire Technology www.firetechnology.nl

Firetexx www.firetexx.com

Draka Kabel www.draka.nl

schoorsteenvegers

Gorter Luiken www.dakluiken.nl

luiken

Gorter Luiken www.dakluiken.nl

Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl/brandbeveiliging.htm

FSS International www.firestopsystems.nl SEAC International www.seac.nl

lAdders/trAppen

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Aralco www.firecatch.nl

Cable Masters www.cablemasters.nl

Eldra www.eldra.nl

Gorter Luiken www.dakluiken.nl

Adviesbureau Leeuwesteijn www.leeuwesteijn.org

roosters

kAbels

Next Door Systems www.nextdoorsystems.com

Hertek www.hertek.nl

Unilin www.unilin.nl

A. Leering Enschede www.leering-enschede.nl

Metacon www.metacon.nl

Rucon Systemair www.rucon.nl

Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com

Rockwool Benelux www.rockwool.nl

Merford Special Doors www.specialdoors.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Kingspan Geïsoleerde Panelen www.kingspanpanels.nl

GNS Branddeuren en Rolluiken www.gns.nl

Hoefnagels Branddeuren BV www.hoefnagels.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

ExcelAir www.excelair.nl

rookschermen

isolAtiemAteriAAl

Terberg Systeemintegratie www.terberg.eu

trAining/opleiding

Colt International www.coltgroup.com

Bureau Veritas www.bureauveritas.nl

Exiss www.exiss.eu

deuren industrie

Air Trade Center Nederland www.airtradecentre.com

DAME-Ltd Nederland www.dame-ltd.com

R2B Inspecties www.r2b.nl

AFG Group www.afggroup.nl

pArkeergArAge-ventilAtie

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl/

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

totAAlinstAllAteur

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Colt International www.coltgroup.com

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

Kuijpers Beveiligingssystemen www.kuijpers.com

Wolter & Dros www.blussenmetbeleid.nl

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl

Adviesbureau Peutz www.peutz.nl

ONE Simulations www.onesimulations.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Schoorsteenveegbedrijf Boomgaardshoek www.boomgaardshoek.nl

Uw bedrijf ook in de bedrijvenindex? Bel of mail

sprinklers

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

accountmanager Michel Lases,

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.facilicom.com

06 - 52867256 of Marion Smits,

Breman Brandbeveiliging www.breman.nl

michellases@vakmedianet.nl, marionsmits@vakmedianet.nl, 06 - 52867200

nummer 2

mei 2013

39


Brandveilig.com nr.2 mei 2013  

Vakblad voor professionals in brandpreventie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you