Skip to main content

Conformiteitseis in de Nederlandse wetgeving

Page 1

ARTIKEL

CONFORMITEITSEIS IN DE NEDERLANDSE WETGEVING DOROTA ADAMUS Bachelorstudente Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam

In deze bijdrage zal ik het verschijnsel van non-conformiteit behandelen. Het doel van deze bijdrage is om de regelingen en theorie van conformiteit kort en overzichtelijk weer te geven voor elke geïnteresseerde. Omdat er veel te vertellen valt, beperk ik mij in deze bijdrage tot de Nederlandse regeling van conformiteit, met betrekking tot de koop van roerende zaken. Om te beginnen zal ik een achtergrond geven van de regeling, waarin ik uitwerk wat er met conformiteit wordt bedoeld, hoe de wettelijke regeling in elkaar zit en hoe conformiteit wordt beoordeeld. Vervolgens zal ik de regeling in historisch opzicht bespreken, waarbij ik in zal gaan op de verborgen gebreken-regeling en op de aanpassingen door de richtlijn consumentenkoop 1999. Tot slot ga ik

zich in Boek 7 in de kooptitel, die in 1992 is ingevoerd.2 Het begrip conformiteit wordt hier niet expliciet genoemd. Maar volgens lid 1 van art. 7:17 BW is de verkoper verplicht een zaak te leveren die ‘beantwoordt aan de overeenkomst’. Die neergelegde eis van art. 7:17 BW dat ‘de zaak dient te beantwoorden aan de overeenkomst’, wordt in de literatuur ook wel de conformiteitseis genoemd.3 Vervolgens beschrijven lid 2, lid 3 en lid 4 van art. 7:17 BW wanneer een afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (‘nonconform’ is), oftewel wanneer het niet voldoet aan de verplichting van lid 1. Overigens bestaat er in de literatuur nog een discussie omtrent het rechtskarakter van de verplichting in lid 1, maar dat voert helaas te ver voor deze bijdrage.4

nog kort in op de uitwerking van nonconformiteit om vervolgens een conclusie te nemen.

In ons Burgerlijk Wetboek is geen positieve omschrijving of uitwerking van het begrip conformiteit te vinden: er wordt alleen een opsomming gegeven van gevallen, in lid 2 en verder, waarin een afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt.5 Hoe zit dit in elkaar? Lid 1 vestigt het basiscriterium (vereiste van conformiteit) in zijn algemeenheid. Dit basisvereiste wordt op verschillende manieren uitgewerkt, namelijk door middel van een opsomming in lid 2 en lid

Achtergrond Wettelijke opbouw Het conformiteitsbegrip is een belangrijk begrip binnen het kooprecht.1 In ons Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn er twee artikelen gewijd aan het verschijnsel van conformiteit bij koopovereenkomsten: Artikel 17 en artikel 18 BW. De artikelen bevinden

Januari 2021 | ALIBI Magazine

“IN ONS BURGERLIJK WETBOEK IS GEEN POSITIEVE OMSCHRIJVING OF UITWERKING VAN HET BEGRIP CONFORMITEIT TE VINDEN: ER WORDT ALLEEN EEN OPSOMMING GEGEVEN VAN GEVALLEN, IN LID 2 EN VERDER, WANNEER EEN AFGELEVERDE ZAAK NIET AAN DE OVEREENKOMST BEANTWOORDT.”

19


ARTIKEL

3 van de gevallen waarin er geen sprake is van conformiteit. Deze leden worden gevolgd door regels voor bijzondere gevallen in lid 4 en lid 6. Lid 5 noemt een paar uitzonderingen.6 De uitwerkingen van de eis van lid 1 hebben betrekking op de kwaliteit, identiteit en kwantiteit van zaken. In lid 2 van 7:17 BW staat de uitwerking die de ‘kwaliteit’ van zaken betreft: het ontbreken bij de afgeleverde zaak van de eigenschappen waarvan de koper mocht verwachten dat ze wel aanwezig zouden zijn, maakt een zaak nonconform. In lid 3 eerste zin staat de uitwerking die de ‘identiteit’ van zaken betreft: een afgeleverde zaak die een andere zaak of een andere soort zaak is dan oorspronkelijk gekocht, is nonconform. In lid 3 tweede zin wordt de ‘kwantiteit’ uitgewerkt: een afwijking van de afgeleverde zaak in getal, maat of gewicht zorgt voor non-conformiteit. Is aan één van deze leden voldaan, dan is er sprake van non-conformiteit.7 Lid 1 vormt dus de basis en de leden 2 en 3 vormen een uitwerking van de verplichting van lid 1 door middel van een opsomming. Nergens is vermeld dat de uitwerking van art. 7:17 limitatief is. In de parlementaire geschiedenis wordt duidelijk gemaakt dat het artikel over ‘iedere afwijking’ gaat. Het is dus zeker mogelijk dat, bij een situatie waarin lid 2 of lid 3 niet van toepassing is, een rechtstreeks beroep op lid 1 overblijft. Aan de andere kant omvat lid 2 en lid 3 wel bijna alle mogelijke conformiteitsgevallen.8 Het begrip conformiteit Zoals eerder al genoemd is in ons Burgerlijk Wetboek geen positieve omschrijving of uitwerking van het begrip conformiteit te vinden. Er wordt alleen een opsomming gegeven van gevallen van non-conformiteit.9 Dit is bijvoorbeeld anders in het Weens koopverdrag (CISG) waarin staat

20

vermeld: “the seller must deliver goods which are of the quantity, quality and description required by the contract, and which are contained or packaged in the manner required by the contract”.10 Volgens dit verdrag is conformiteit via vier aspecten de regel: kwantiteit, kwaliteit, beschrijving en verpakking.11 Verder volgt ook in dit verdrag een opsomming van gevallen van nonconformiteit.12 Het begrip ‘niet beantwoorden aan de overeenkomst’ (non-conformiteit) houdt volgens de parlementaire geschiedenis in elk geval in “ieder verschil tussen de zaak die het

Januari 2021 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

onderwerp van de overeenkomst uitmaakt en de feitelijk afgeleverde zaak”.13 Oftewel het moet gaan om een verschil tussen een gekocht product en het product dat daadwerkelijk geleverd wordt. Een verkoper voldoet niet aan zijn verplichting een conforme zaak te leveren indien de zaak die is overeengekomen afwijkt van de zaak die is afgeleverd. De verplichting van het conform leveren is op alle soorten koop van toepassing.14 De koper wordt beschermd tegen ‘materiële gebreken’ van de afgeleverde zaak. Hiermee worden bedoeld de feitelijke gebreken van de afgeleverde zaak. Op rechtsgebreken heeft art. 7:17 BW volgens Hijma geen toepassing, wat volgens hem mede blijkt uit de feitelijke aard van de in lid 2 tot en met 6 behandelde gevallen.15 Met ‘rechtsgebrek’ wordt een gebrek bedoeld welke als inhoudt heeft dat een verkochte zaak niet vrij van rechten en plichten wordt geleverd (geen onbelaste eigendom). Het terrein van rechtsgebreken wordt al door de artikelen 15 en 16 van boek 7 BW behandeld. Heymans en Bartels zijn van andere mening en vinden dat art. 7:17 BW voor alle soorten gebreken van toepassing is.16 Hijma betoogt dat bij de toepassing van art. 7:17 BW niet heel streng moet worden geoordeeld wat betreft de rechtsgebreken. Art. 7:17 BW moet als aanvullend op art. 7:15 BW kunnen gelden. Bevindt men zich in een kloof tussen art. 7:15 BW (rechtsgebreken) en art. 7:17 BW (materiële gebreken) en

Januari 2021 | ALIBI Magazine

is er geen sprake van een rechtsgebrek, dan moet een gebrek onder art. 7:17 BW (‘materieel gebrek’) kunnen vallen.17 Beoordeling Voor de conformiteitsvraag is beslissend wat de toestand van de zaak was op het tijdstip van de risico-overgang op de koper. Dit moment is in beginsel het tijdstip van aflevering (art. 7:10 BW). Dit is ook het geval als de non-conformiteit pas later zichtbaar wordt. In een later stadium pas zichtbare gebreken kunnen namelijk tot de conclusie leiden dat er al op het moment van aflevering sprake

“HET MOET GAAN OM EEN VERSCHIL TUSSEN EEN GEKOCHT PRODUCT EN WAT ER DAADWERKELIJK GELEVERD WORDT.”

was van een gebrek.18 De bewijslast bij non-conformiteit rust op de koper conform art. 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor consumentenkoop is er in art. 7:18 lid 2 BW een bewijsvermoeden neergelegd.19 Bij het oordeel over de conformiteitsvraag moet rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval. In het Nederlands recht gebeurt dit met inachtneming van alle feiten en omstandigheden20en de redelijkheid en billijkheid.21 Conformiteit door de jaren heen Om overzichtelijk de geschiedenis van het conformiteitsvereiste weer te geven zal ik een onderscheid maken tussen twee fases. Eerst zal ik de verborgen gebreken-regeling uit het oude BW uitwerken en daarna de conformiteitsregeling van ons nieuw BW. Verborgen gebrek De in 1992 ingevoerde titel 7.1 bevatte

21


ARTIKEL

voor het eerst het conformiteitsbegrip. Daarvòòr gold de verborgen gebrekenregeling van art.1540 e.v. oud BW als lex specialis, naast de algemene wanprestatieregeling.22 Hoe werkte deze regeling? Het begrip ‘gebrek’ omvat alleen gebreken die invloed hebben op het feitelijk gebruik van de zaak.23 Als criterium gold dat de zaak een gebrek had in de zin van art. 1540 oud BW als een gekochte zaak, voor het feitelijk gebruik dat partijen op het oog hadden, in zulke mate minder geschikt is, dat de koper de zaak nooit zou hebben gekocht of voor een lagere prijs zou hebben gekocht. Dus doorslaggevend was het gebruik dat beide partijen voor ogen hadden. Naast het criterium van ‘het feitelijk gebruik dat partijen op het oog hadden’, gold ook het criterium van ‘gewoon gebruik van de zaak’. Aan dit criterium is voldaan als een zaak ‘in zulke mate minder geschikt is voor het feitelijk gebruik dat men van soortgelijke zaken gewoonlijk pleegt te maken, dat de koper de zaak nooit zou hebben gekocht of voor een lagere prijs zou hebben gekocht’.24 Daarnaast moest dit gebrek een verborgen gebrek zijn, wat inhield dat de koper er niet achter was gekomen door een in redelijkheid te vergen onderzoek van de zaak. Tegelijkertijd moest het gebrek wel al “in de kiem aanwezig zijn” (J. Hijma, 2013).25 Het verschil tussen de conformiteitseis en het gebrek-criterium is zichtbaar in het voorbeeld van een gekochte machine. Als een koper een andere kleur machine geleverd krijgt dan deze gekocht had, is er geen sprake van een defect of gebrek. De machine werkt gewoon. Toch krijgt de koper niet wat hij mocht verwachten op grond van de overeenkomst. Er is dan wel sprake van non-conformiteit.26 Als er sprake was van een verborgen gebrek, had de koper volgens art. 1543

22

oud BW het recht om te kiezen uit twee vorderingen: de actio redhibitoria, welke inhield dat de koper bij teruggave van de zaak het bedrag van de prijs kon terugvorderen en de actio quanti minoris die inhield dat de koper de zaak mocht houden en een deel van de koopprijs kreeg terugbetaald.27 Voor het instellen van deze twee vorderingen gold een zeer korte termijn (vervaltermijn). Dit was een van de grote nadelen voor de koper bij de verborgen gebreken-regeling. Om deze reden hebben rechtspraak en doctrine getracht de regeling zo veel mogelijk te beperken in toepassing, bijvoorbeeld door het alleen van toepassing te achten op de specieskoop.28 Conformiteitsregeling Zoals al genoemd bevatte ons Burgerlijk Wetboek, sinds de wijziging in 1992 van titel 7.1, het conformiteitsvereiste voor het eerst als criterium.29 Op de inhoud van dit begrip ben ik hiervoor al ingegaan. Wat betreft de gehele regeling van de conformiteitseis zijn de artikelen 17 en 18 van boek 7 BW van 1992 nog deels gewijzigd als gevolg van de invloed van het internationale recht. Met betrekking tot de consumentenbescherming is op dit moment is de richtlijn consumentenkoop uit 1999 (99/44/ EG) geldig.30 Het doel van deze richtlijn is aanpassing van bepalingen in de lidstaten van de Europese Unie teneinde een minimumniveau van consumentenbescherming te bewerkstelligen.31 Deze Richtlijn 1999/44/EG heeft geleid tot aanpassingen in de titel over koop32door de implementatie van de richtlijn in ons BW per mei 2003.33 Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is de conformiteitseis, die in art. 2 van de richtlijn wordt behandeld. Lid 5 van

Januari 2021 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

art. 7:17 BW is hierdoor toegevoegd.34 De Nederlandse wet bevatte al een uitgebreide regeling in art. 7:17 BW waardoor de aanpassing van het artikel uiteindelijk vooral ten doel had voor meer duidelijkheid te zorgen.35 Verwachtingen van koper Wanneer is er dan geen sprake van conformiteit? Zoals net al genoemd geven lid 2, lid 3 en lid 4 meer duidelijkheid over het conformiteitsvraagstuk. Ik zal eerst lid 2 behandelen. Volgens lid 2 van art. 7:17 BW is sprake van nonconformiteit als een afgeleverde zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Het gaat hier dus om een verwachting aan de zijde van de koper. Lid 2 is niet alleen van toepassing bij het ontbreken van een gewenste eigenschap van de zaak maar ook bij aanwezigheid van een ongewenste eigenschap.36 Hijma zou graag het woord ‘eigenschap’ breed willen interpreteren, zodat alle kwalitatieve discrepanties daaronder vallen. Het gaat hierbij niet alleen om zaken die in bruikbaarheid zijn

Januari 2021 | ALIBI Magazine

beïnvloed, maar ook om uiterlijke discrepanties (beschadigingen), een onjuiste kleur, valsheid of een onjuiste herkomst van de zaak.37 Welke eigenschappen van de zaak mocht de koper verwachten? Het artikel specificeert dat het om eigenschappen gaat die nodig zijn voor een normaal gebruik van de zaak.38 Als een horloge niet de juiste tijd aangeeft, dan bezit het niet de eigenschappen die de koper mocht verwachten en is het dus nonconform. Indien er, middels hetgeen overeengekomen is, in een bijzonder gebruik is voorzien, moet de zaak daar ook aan voldoen. De zaak moet de eigenschappen bezitten die nodig zijn voor dit bijzonder gebruik. Bij het oordeel over de te verwachten eigenschappen moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Twee omstandigheden worden in lid 2 genoemd: de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper.39 Verder noemt parlementaire geschiedenis in haar opsomming van factoren de

hoogte van de prijs, de soort winkel, de persoon van de koper en verkoper en de omstandigheden waaronder de koop plaatsvond.40 Uitgangspunt blijft echter dat dit enkel factoren zijn en dat bij het conformiteitsoordeel uiteindelijk een gezamenlijke weging van alle omstandigheden van het geval moet worden gemaakt. Dit blijkt ook al uit het woord ‘mede’ van lid 2.41 Dit sluit overigens niet uit dat er met betrekking tot bepaalde onderwerpen een algemene jurisprudentielijn is te herkennen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij tweedehands auto’s, waarbij moet worden aangenomen dat een auto nonconform is als het gebrek een gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren.42 Overige uitwerkingen Indien een afgeleverde zaak een andere is dan welke is gekocht, is de zaak nonconform. Als een afgeleverde zaak van andere soort is dan is overeengekomen, dan is de zaak ook non-conform. Ook als de afgeleverde zaak een ander gewicht heeft of verschilt in getal of maat, is deze zaak non-conform.43

23


ARTIKEL

Is er een model of monster van een zaak getoond of verstrekt? In dat geval moet volgens lid 4 van art. 7:17 BW de zaak daarmee overeenstemmen. Als dat niet het geval is, is de zaak ook nonconform. Uitzondering hierop is indien de zaak alleen bij wijze van aanduiding werd verstrekt.44 Concluderend kan worden gezegd dat, ondanks het feit dat het begrip conformiteit zelf geen algemeen criterium bevat, het artikel over de conformiteit in de praktijk niet veel problemen zal opleveren. Er zijn veel duidelijke en uitgebreide uitwerkingen aangebracht in het artikel, waardoor een bepaald conformiteitsvraagstuk altijd wel ergens op los kan worden gelaten. Een situatie waarin men terug zal moeten grijpen op lid 1 van art. 7:17 BW lijkt zeer onwaarschijnlijk. Bovendien zal een koper vooral gediend zijn met het antwoord op de vraag of er in zijn specifieke geval sprake is van nonconformiteit en niet met het antwoord op de vraag of conform is geleverd. Voldoen aan een van de eisen van nonconformiteit uit een van de leden maakt de algemene vraag naar conformiteit irrelevant. •

1. 2. 3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13. 14.

15.

16.

17.

18.

19.

20. 21.

24

P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.2.4. P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.2.6; Asser/Hijma 7-I 2019/27 en 28. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2013, 325-354; P. Klik, Koop en consumentenkoop, 2014, par. 4.6; P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, m.n. hfdst 1.1 en 3. Zie Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 471. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 467. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H7.2, paragraaf 482, 483. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H7.2 paragraaf 482. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 483. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 467. Art. 35 lid 1 CISG, Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 468. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 468. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf, 468. TM, Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 7 titels 1, 7, 9 en 14 1990, p. 118. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 467. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H7.2 paragraaf 469 en 482. Heyman & Bartels 2012, nr. 284-286, 305309; Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 469. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 470. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 475. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 476 tot 480. HR 13 maart 1981, NJ 1981/635 (Ermes/ Haviltex) P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.2.6; Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en

22. 23.

24.

25.

26.

27.

28.

29. 30. 31. 32.

33.

34.

35.

36.

37.

38. 39.

40.

41.

42.

43. 44.

ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H7.2. P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.4.12, H1.6.31. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H7.4. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2013, H6.4. Het begrip ‘zaak’ houdt in ‘goed’ in de zin van ons huidig BW. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2013, 6.4, specifieke citaat uit paragraaf 369. P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.4.12 die deze te danken heeft aan de toelichting op paragraaf 22 Orgalime General Conditions. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2013, 6.4. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2013, 6.4. P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.6. Richtlijn 1999/44/EG betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen. Artikel 1 lid 1 van de richtlijn consumentenkoop 1999, zie ook artikel 288 VWEU. G.T. De Jong, H.B. Krans, M.H. Wissink, Verbintenissenrecht algemeen (SBR 4), 2018; J. Hijma, C.C. Van Dam, W.A.M. Van Schendel, W.L. Valk, Rechtshandeling en overeenkomst (SBR 3), 2019, 18a. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, 96 en 467. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, 96-97; A.S. Hartkamp e.a. (red.), De invloed van het Europese recht op het Nederlandse privaatrecht (Onderneming en recht, nr. 81-II), Deventer: Kluwer 2014, II.A.13.5.7.1. A.S. Hartkamp e.a. (red.), De invloed van het Europese recht op het Nederlandse privaatrecht (Onderneming en recht, nr. 81-II), Deventer: Kluwer 2014, II.A.13.5.7.1. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 484. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 484. P. Klik, Conformiteit bij koop (diss. Rotterdam), 2008, H1.1.1. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 485 en 486. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 486. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 486. Jac. Hijma, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 7. Bijzondere overeenkomsten. Deel I. Koop en ruil, Deventer: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 487 en 506. Art 7:17 lid 3 BW. Art 7:17 lid 4 BW.

Januari 2021 | ALIBI Magazine


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Conformiteitseis in de Nederlandse wetgeving by ALIBImagazine - Issuu