Page 1

Werken als Verpleegkundige. Dat is leuk en afwisselend werk. Verantwoordelijk werk ook. Mensen doen een beroep op jou als het gaat om zorg en begeleiding in situaties waarin zij dat tijdelijk of langdurig niet zelfstandig kunnen. Het vraagt van jou dat je beschikt over de juiste competenties. Dit boek bevat de theorie die je nodig hebt om op een verantwoorde manier zorg te verlenen aan mensen die aan jou zijn toevertrouwd. Dit boek – Verplegen van geriatrische zorgvragers – maakt deel uit van de serie ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken. Het boek draagt bij aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden. Ze gelden slechts in bepaalde beroepssituaties, ook wel contexten genoemd. Een context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Dit boek gaat over het verplegen van oudere mensen met gezondheidsproblemen. Dat kunnen lichamelijke of psychosociale problemen zijn. Meestal gaat het om problemen die niet meer weggaan, een chronische ziekte of stoornis. De zorg voor geriatrische cliënten is veelomvattend: lichamelijke zorg, verpleegtechnische handelingen en psychosociale ondersteuning. De zorg voor ouderen is sterk in beweging. Er wordt veel onderzoek gedaan naar gezondheidsproblemen van ouderen en naar wat ze nodig hebben. Daardoor zie je grote veranderingen optreden, vooral in verpleeg- en verzorgingstehuizen: meer privacy, meer eigen spulletjes, minder moeten, meer mogen. Verpleegkundige in de geriatrie, een uitdagend beroep.

Zorg basisboek Verplegen van geriatrische zorgvragers

Verplegen van geriatrische zorgvragers – niveau 4

Verplegen van geriatrische zorgvragers

Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzonderingen: VVT ZH

Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg Ziekenhuizen

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken, Traject V&V, i-care flex, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie etc.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

9006924497_omslag.indd 9

04-05-11 09:34


Verplegen van geriatrische zorgvragers

9006924497_bw.indd 1

05-04-11 10:23


Colofon Auteurs Arjen Tilro Saskia Danen-de Vries Sietske Boer Liesbeth van Gemert Freek Gillissen Wilma Poelstra Annelies Schepers Paulien Tazelaar

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, ­Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 92449 7 Eerste druk, eerste oplage, 2011 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Inhoudelijke redactie Ton Vermeij Saskia Danen-de Vries

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande

Ontwerp Omslag: Enof, Utrecht Binnenwerk: DeltaHage, Den Haag

schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te

Fotografie Karin Ligthart, Amsterdam

voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloem­ lezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever

Overige foto’s in deze uitgave Fidder & Löhr, Deventer Ad van Horssen, Bussum Hans Brik, Callantsoog Spaarnestad Fotoarchief, Haarlem Henk Braam, Hollandse Hoogte VVVG, Utrecht Hospice Breda, Breda NVVE, Amsterdam Erasmus Medisch Centrum/Pijnkennis centrum, Rotterdam

te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2

9006924497_bw.indd 2

05-04-11 10:23


Inhoudsopgave Woord vooraf Thema 1

Oriëntatie op de zorgcategorie 1 De zorgcategorie 2 Ouderenzorg in Nederland 3 Historisch perspectief Het verplegen van geriatrische zorgvragers De verpleegkundige Verpleegkundige aandachtsgebieden, strategieën en interventies Het verpleegproces Coördinatie en kwaliteitszorg

87 88 108 126 152

1 2 3 4 5 6 7 8

Zorgvragercategorieën Verplegen van zorgvragers met problemen in de houding, beweging en mobiliteit Verplegen van zorgvragers met beperkingen door visus- en/of gehoorstoornissen Verplegen van zorgvragers met incontinentie Verplegen van zorgvragers met voedingsproblemen Verplegen van zorgvragers met dementie Verplegen van zorgvragers met depressie Verplegen van patiënten met een delier Het levenseinde, palliatieve en terminale zorg

173 174 196 224 250 274 298 326 344

Kernwoorden

366

Index

379

Bronnen

382

Thema 3

9 10 38 72

1 2 3 4

Thema 2

4

3

9006924497_bw.indd 3

05-04-11 10:23


Woord vooraf Over Thiememeulenhoff Zorg - Basisboeken De ThiemeMeulenhoff Zorg – Basisboeken zijn competentiegericht naslagmateriaal voor niveau 3 en niveau 4 van het gezondheidszorgonderwijs. Het uitgangspunt van ThiemeMeulenhoff Zorg is het leveren van een bijdrage aan het opleiden van studenten tot competente beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. De Basisboeken sluiten aan bij het competentiegericht opleiden waarbij aan de beroepspraktijk gerelateerde theorie en leeractiviteiten vanaf het begin van de opleiding tot verzorgende-IG en verpleegkundige centraal staan. De theorie is toegankelijk geschreven en voorzien van veel praktijksituaties. Vragen en opdrachten doen voortdurend een beroep op het beroepsmatig handelen. Dit maakt de ThiemeMeulenhoff Zorg - Basisboeken tot een compleet product dat past in elk didactisch model. Het naslagmateriaal is gerelateerd aan de kerntaken en werkprocessen uit de nieuwe kwalificatiedossiers. Van hieruit is een vertaalslag naar de kernactiviteiten en beroepsprestaties eenvoudig te maken. Als zodanig is het naslagmateriaal goed te plaatsen in een onderwijsmagazijn. In combinatie met onze digitale producten vormt het een compleet en rijk geschakeerd aanbod aan competentiegericht lesmateriaal, dat ingezet kan worden binnen het competentiegericht leren. Deze variatie aan leermiddelen en werkvormen in combinatie met e-learning (blended learning) verhoogt het leerrendement en bevordert de zelfstandigheid van studenten.

Competenties Competenties zijn de vermogens van mensen om in bepaalde situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen. Een competentie is samengesteld uit kennis, inzichten, vaardigheden, houdingen en persoonlijke eigenschappen. Een competent persoon kan deze elementen geĂŻntegreerd en doelgericht inzetten om de juiste resultaten te bereiken. Er zijn drie typen competenties, namelijk: beroepscompetenties: de vermogens om in beroepssituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; leercompetenties: de vermogens om in leersituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; burgerschapscompetenties: de vermogens om in maatschappelijke situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen. Voor verpleegkundigen, maar ook voor verpleegkundigen in opleiding zijn alle drie de soorten competenties van belang. Beroepscompetenties heb je nodig omdat je handelen een grote invloed heeft op het leven van mensen. Je hebt een beroep gekozen met een grote verantwoordelijkheid, temeer

4

9006924497_bw.indd 4

05-04-11 10:23


omdat je als verpleegkundige zelfstandig besluit, kiest en handelt. Je bent een professional met een eigen bevoegdheid. Leercompetenties zijn van belang omdat het beroep voortdurend in ontwikkeling is. Verplegingswetenschap, maar ook de medische en gedragswetenschappen zorgen onophoudelijk voor nieuwe kennis. Dat maakt het verplegen tot een vak waarin steeds weer nieuwe leersituaties ontstaan. Burgerschapscompetenties zijn belangrijk omdat het verzorgen midden in de samenleving gebeurt. Het contact met mensen staat altijd centraal. Verpleegsituaties zijn maatschappelijke situaties, ongeacht de zorgsetting. De beroepsspecifieke boeken – dus ook dít boek, Verplegen van geriatrische zorgvragers – zijn geschreven voor verpleegkundigen in opleiding. Het boek levert een bijdrage aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden, dat wil zeggen dat ze slechts gelden in bepaalde beroepssituaties, of met een andere woord ‘contexten’. Zo’n context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Omschrijvingen van beroepscompetenties kom je in dit boek tegen in thema 3, dat handelt over specifieke cliëntencategorieën. Er zijn verhoudingsgewijs steeds meer ouderen in Nederland. Onder andere door de hoge kwaliteit van de gezondheidszorg en veranderende leefstijlen worden mensen steeds ouder. Ook blijven mensen langer gezond. Maar het bekende spreekwoord blijft geldig: ouderdom komt met gebreken. Anders gezegd: veel ouderen hebben op een bepaald moment verpleegkundige zorg en hulp nodig. Het gaat dan om aandoeningen waarbij de leeftijd een grote rol speelt. Dat kunnen zowel somatische, psychiatrische als psychogeriatrische aandoeningen zijn. Het bijzondere is dat die verschillende aandoeningen vaak in combinatie voorkomen, veelal atypische verschijnselen vertonen en bovendien een chronisch karakter hebben. Een ander bijzonder kenmerk van de verpleegkundige zorg voor ouderen is dat niet genezing voorop staat, maar de kwaliteit van leven. Dit alles maakt het verplegen van geriatrische zorgvragers tot een complex en uitdagend werkgebied. Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzonderingen: VVT ZH

Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg Ziekenhuizen

In deze boeken komen alle kerntaken en de daarbij behorende werkprocessen op het niveau van verdieping en verbijzondering aan bod.

5

9006924497_bw.indd 5

05-04-11 10:23


Dit boek sluit aan bij de volgende beroepsprestaties: Fase 2: Beroepsprestaties ontwikkelingsgericht: Vaardig in verplegingstechniek Planmatig verplegen 2 Beroepsprestaties kwalificerend: Uitvoeren van verpleegtechnische vaardigheden Begeleiden bij verliesverwerking Omgaan met grensoverschrijdend gedrag Hanteren van communicatieproblemen Handelen onder druk Fase 3: Beroepsprestaties kwalificerend: Verdiepen in de branche Regie voeren Professionaliseren

Het boek is ingedeeld in drie thema’s: Oriëntatie op de zorgcategorie Het verplegen van geriatrische zorgvragers Zorgvragercategorieën Ieder thema is ingedeeld in hoofdstukken die elk een afgerond geheel vormen. De hoofdstukken vormen samen het bronnenmateriaal voor je verdere verdieping als beginnend beroepsbeoefenaar in één of meerdere uitstroomverbijzonderingen. Het bronnenmateriaal heb je nodig om je de betreffende competenties eigen te maken. Naast theorie kom je praktijkvoorbeelden tegen waarmee je je verdiept in levensechte situaties. In thema 3 tref je competentieopdrachten aan. Deze opdrachten doen een appèl op de competenties die je ook in je beroep nodig hebt, zoals zelfstandigheid, initiatief, keuzes maken en beslissingen nemen. Zo beslis je bij elke opdracht zelf in welke vorm je deze giet en of je de opdracht alleen of met anderen uitvoert. Ook organiseer je zelf bijvoorbeeld het krijgen van feedback.

6

9006924497_bw.indd 6

05-04-11 10:23


De auteurs hopen dat deze uitgave zal voldoen aan de eisen van de huidige student verpleging. In ieder geval hebben zij geprobeerd de leerstof zodanig te presenteren dat: de inhoud relevant is voor het verpleegkundig beroep; de verwerking in iedere gewenste leervorm kan plaatsvinden; elk hoofdstuk onafhankelijk van andere hoofdstukken bestudeerd kan worden. De auteurs: Arjen Tilro Saskia Danen-de Vries Sietske Boer Liesbeth van Gemert Freek Gillissen Wilma Poelstra Annelies Schepers Paulien Tazelaar Eindredactie: Ton Vermeij Saskia Danen-de Vries

7

9006924497_bw.indd 7

05-04-11 10:23


8

9006924497_bw.indd 8

05-04-11 10:23


Thema Oriëntatie op de zorgcategorie Thema 1 is bedoeld om je te oriënteren op de zorgcategorie geriatrische zorgvragers. Zij vormen een groep met vrij complexe zorgvragen, die je in alle verschillende settings en soorten zorginstellingen tegen kunt komen. De complexiteit van zorgvragen komt voort uit het feit dat er altijd sprake is van meerdere gezondheidsproblemen tegelijk, die ook nog eens invloed hebben op elkaar. Dat kunnen problemen zijn van somatische, maar ook van psychische aard. Dit maakt de oudere tot een erg kwetsbare zorgvrager. Draagkracht en draaglast raken bij geriatrische zorgvragers gemakkelijk uit evenwicht. Zij hebben veel minder mogelijkheden om een door ziekte toegenomen draaglast op te vangen dan jongere volwassenen. Voor oudere zorgvragers is in Nederland veel geregeld op het gebied van zorg en welzijn. Geriatrische zorgvragers vormen een van de grootste groepen die een beroep doen op de thuiszorg en op de verpleeghuiszorg. Daarnaast zijn er natuurlijk de verzorgingshuizen en woonzorgcomplexen. Ook de psychiatrie heeft intramuraal en semi-muraal verschillende voorzieningen voor oudere cliënten. En tot slot zijn er de afdelingen geriatrie in de algemene ziekenhuizen. Zoals gezegd, er is veel geregeld op het gebied van zorg. Maar is het genoeg? Mensen in Nederland worden ouder en er komen meer ouderen. Dit heet dubbele vergrijzing. Nu is het ook zo dat de ‘gezonde jaren’ van de oudere toenemen, maar hoe dan ook, de zorg voor ouderen zal de komende jaren steeds grotere vormen aannemen.

Thema 1

9006924497_bw.indd 9

9

05-04-11 10:23


1

De zorgcategorie

De heer en mevrouw De Rijk zijn beiden de 80 al gepasseerd. Ze gaan dit jaar met de auto naar Spanje. In Spanje staat hun tweede huis, waar ze in de winter een aantal maanden verblijven. Dit doen ze al sinds meneer De Rijk met pensioen is. Ze worden uitgezwaaid door hun buurvrouw, mevrouw Willaerdt. Mevrouw Willaerdt is een alleenstaande dame van 65 jaar, ze heeft reuma en astma en heeft daardoor veel hulp nodig. De thuiszorg helpt haar een keer in de week onder andere met douchen en ze krijgt huishoudelijke hulp. Haar eten komt via Tafeltje-Dek-Je en haar dochter, die in de buurt woont, doet de boodschappen. Uit dit voorbeeld blijkt dat iemands kalenderleeftijd geen goede indicator is voor lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren. In plaats van de kalenderleeftijd wordt daarom ook wel gesproken van iemands fysiologische of biologische leeftijd. Dit onderwerp gaat over het verouderingsproces en oud zijn. Eerst komt de beeldvorming over ouderen aan de orde. Waarom is kennis hierover belangrijk en waardoor wordt beeldvorming bepaald? Vervolgens komen de specifieke kenmerken van ouderen aan bod die het gevolg zijn van de normale veroudering en volgt een overzicht van de problemen van geriatrische zorgvragers. Tot slot wordt kort ingegaan op een aantal belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen uit het verleden en de invloed hiervan op het leven van ouderen. Dit is belangrijk om je in te kunnen leven in hun belevingswereld.

10

9006924497_bw.indd 10

Thema 1

05-04-11 10:23


1.1 Ouderdom

oldest old

Volgens het Van Dale woordenboek betekent ouderdom: ‘de tijd dat iemand geleefd heeft’ en ‘zij die een hoge leeftijd hebben’. Er is geen scherpe grens aan te geven wanneer we spreken over ouderdom. De overheid hanteert vaak 65 als leeftijdsgrens. Denk hierbij aan de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de pensioengerechtigde leeftijd. Lid van een ouderenbond kun je al worden op je 55e. Een veelgebruikte indeling is: senioren, ook wel jonge ouderen genoemd, 55 tot en met 74 jaar; bejaarden, 75 tot en met 82 jaar; hoogbejaarden, 83 jaar en ouder. Deze steeds groter wordende groep wordt ook wel de oldest old, de oudsten onder de ouderen genoemd. Of je iemand oud vindt, hangt voor een groot deel af van je eigen leeftijd. Als je zelf nog geen 20 jaar bent, is 65 heel oud. Mensen die zelf 65 zijn, vinden vaak 80 jaar pas oud. De vraag wat oud is, hangt dus samen met de beeldvorming rondom ouderdom.

1.2 Beeldvorming Bij beeldvorming kennen mensen eigenschappen, kwaliteiten en behoeften toe aan andere personen. De kloof tussen werkelijkheid en beeldvorming is groot. Een onvolledig beeld van de werkelijkheid heet een stereotype. Een negatief stereotype leidt tot een negatieve houding ten opzichte van een bepaalde groep mensen, zoals ouderen. Je houding ten opzichte van ouderen wordt dus in belangrijke mate bepaald door de beeldvorming over ouderen. Het is dus zinvol stil te staan bij meningen en stereotypen die over ouderen bestaan. Maar in de eerste plaats is het goed na te gaan wat je eigen houding ten opzichte van ouderen is. Wat zijn jouw waarden en normen als het gaat om ouderen en hoe zit het met jouw kennis over ouderen? Stel jezelf bijvoorbeeld de vraag hoeveel oude mensen je kent. Vind je deze mensen oud? Vinden ze van zichzelf dat ze oud zijn? Zijn ze actief of passief? Hoe beleven deze ouderen het ouder worden?

1.2.1 Beeldvorming door de jaren heen Hoe mensen over ouderen denken, is afhankelijk van het land of werelddeel waar ze wonen en van de maatschappelijke ontwikkelingen daar. Zo worden ouderen in oosterse landen met ontzag en respect behandeld. In de westerse cultuur zijn de meningen over ouderdom verdeeld. In onze westerse cultuur schrijven wij enerzijds wijsheid aan ouderdom toe, terwijl we anderzijds bij ouderdom een beeld van lichamelijke en geestelijke aftakeling hebben.

Thema 1

9006924497_bw.indd 11

11

05-04-11 10:23


In Nederland wordt ouderdom sinds de zestiende eeuw zowel bespot als vereerd. De stereotiepe gedachten van tegenwoordig vinden hun oorsprong in die tijd, bijvoorbeeld: de oude man die als raadgever zijn mening geeft over de toestand in de wereld; de oude vrouw die begripvol is, maar ook bemoeizuchtig kan zijn.

vergrijzingsproblematiek

Sinds het begin van de vorige eeuw is het aantal ouderen in onze maatschappij sterk gegroeid. Veroudering werd toen gezien als een onbeïnvloedbaar proces van achteruitgang. Hierdoor ontstond het beeld van de oudere als een afhankelijk en hulpbehoevend persoon. Gedurende de jaren vijftig groeit het beeld dat ouderen een ‘last’ zijn voor de samenleving. Steeds meer ouderen verhuizen naar een verzorgingshuis of verpleeghuis. In de jaren zestig verandert de mening over de positie van ouderen. Men vindt dat ouderen deel uitmaken van de maatschappij en niet langer in een uitzonderingspositie moeten worden geplaatst. Het beeld uit de jaren vijftig dat ouderen een last zijn voor de samenleving, ziet men in de jaren zestig als discriminatie. Gelijke behandeling wordt steeds belangrijker. Ouderen mogen meepraten over hun positie. Er worden praatgroepen opgericht en ouderen doen actief mee in de politiek. Aan het eind van de twintigste eeuw is het beeld dat de maatschappij van ouderen heeft tweeledig. Aan de ene kant wordt het beeld bepaald door de vergrijzingsproblematiek. In de media is regelmatig te lezen wat de prognose voor de toekomst is en wat de gevolgen zijn voor de pensioenregelingen en het gebruik en de kosten van gezondheidszorg. Aan de andere kant bestaat het beeld van de actieve ouderen. Een grote groep zal langer actief blijven in het werk of als vrijwilliger. Mede door de huidige welvaart en door de goede pensioenregelingen ontstaat er een positief beeld over ouderdom. De laatste levensfase wordt gezien als een laatste uitdaging. Zo laten reclames voor verzekeringen actieve oudere echtparen zien, die volop genieten van hun oude dag door zich uit te leven in een gemeenschappelijke hobby als fietsen en tuinieren.

1.2.2 Beeldvorming en taalgebruik Het taalgebruik is ook een goede indicator voor de beeldvorming over ouderen. Onze taal is doorspekt met uitdrukkingen waaruit waarden en normen blijken. Aan de woorden die je kiest, liggen denkbeelden ten grondslag. Vroeger werd er bijvoorbeeld gesproken over bejaarden, grijsaards en oude lieden. Wat mildere benamingen zijn 55- of 65-plussers en senioren of ouderen. Uit een onderzoek door het tijdschrift ‘Onze Taal’ (Jansen, 2004) naar leeftijdsaanduidingen blijkt dat er veel benamingen zijn voor 60- tot 80-jarigen en 80-plussers. Wat ook opvalt, is dat er meer negatieve dan positieve benamingen gevonden worden. Negatief zijn bijvoorbeeld: grijze golf, grijze plaag, spataderbrigade, rollatorbrigade. Voorbeelden van positieve benamingen zijn: drie-keer-20’er, de jeugd van vroeger, licht-bejaarde, senior-bejaarde.

Veranderde beeldvorming over ouderen van hulpbehoevende naar actieve oudere

12

9006924497_bw.indd 12

Thema 1

05-04-11 10:23


1.2.3 Beeldvorming bij ouderen Het beeld dat ouderen van zichzelf hebben, is positiever dan het beeld dat er over het algemeen in de maatschappij bestaat. Uit onderzoeken blijkt dat veel ouderen zich niet oud voelen. In stereotypen als hulpbehoevend, traag en passief herkent de actieve oudere zichzelf niet. Dit betekent dat hij zich ook niet tot de categorie ouderen rekent. Het bekende gezegde ‘je bent zo oud als je je voelt’ geldt dus ook voor ouderen. De oudere krijgt een negatiever zelfbeeld naarmate hij hulpbehoevender wordt. Als de lichamelijke gebreken toenemen, gaan ouderen zich wel tot de categorie ouderen rekenen. Ouderen worden uiteraard zelf ook beïnvloed door meningen in de maatschappij. Zij behoren immers tot die zelfde maatschappij. Nederlanders zijn onterecht bang voor de ouderdom. Ze overschatten hoe vaak oude mensen eenzaam en bedlegerig zijn en onderschatten hoe vaak 65-plussers zelfstandig wonen en seks hebben. Dit blijkt uit een enquête via internet die de Volkskrant met de Vrije Universiteit heeft gehouden in het kader van de Boekenweek 2008, waarin ouderdom centraal staat. Bron: Enquête Ouderen: De feiten: De onderzoeksresultaten op een rij, Ad Bergsma, gepubliceerd op 08 maart 2008.

1.2.4 Beeldvorming en werkers in de gezondheidszorg Beeldvorming is bepalend voor het contact met ouderen. Stereotypen – positief of negatief – zijn hierbij richtinggevend. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat ouderen van hun oude dag mogen genieten, zul je als verpleegkundige minder snel het belang ervan inzien om de oudere zorgvrager te stimuleren tot bewegen. De communicatie tussen verpleegkundigen en ouderen kan behoorlijk worden belemmerd als die verpleegkundigen negatieve opvattingen hebben over ouderen. Als je het idee hebt dat alle ouderen zeuren, zul je het als lastig gedrag opvatten wanneer een oudere op een verpleegafdeling veel belt. Het beeld van ouderen dat je als werker in de gezondheidszorg hebt, kan gekleurd worden door het beroep dat je uitoefent. Als je als verpleegkundige in een verpleeghuis werkt en altijd te maken hebt met kwetsbare ouderen, kun je de indruk krijgen dat alle ouderen hulpbehoevend zijn. Dit terwijl de meeste ouderen nog zelfstandig wonen en weinig hulp nodig hebben. Mensen die cursussen voor ouderen organiseren hebben waarschijnlijk een heel ander beeld. Zij denken aan actieve, vitale mensen die nooit te oud zijn om te leren. Gelukkig zijn verpleegkundigen en verzorgenden positiever gaan denken over ouderen, wat zichtbaar wordt in patiëntgericht gedrag. Hierbij wordt de communicatie afgestemd op de doelgroep door de juiste woordkeuze, gezichtsuitdrukking, stemklank en praattempo. Het is belangrijk dat je weet hoe jij tegen ouderen aankijkt. Zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt, beïnvloedt het beeld dat je als verpleegkundige van ouderen hebt onder meer de communicatie

Thema 1

9006924497_bw.indd 13

13

05-04-11 10:23


tijdens je werk. Professioneel werken vereist een open houding, waarbij je zo neutraal mogelijk observeert. Dit houdt in dat je je zo min mogelijk laat leiden door stereotypen en vooronderstellingen.

1.3 Mensen worden ouder Mensen worden steeds ouder. Dit komt doordat vanaf het midden van de negentiende eeuw de levensverwachting van mensen is toegenomen. Dit betekent dat mensen op steeds latere leeftijd sterven. De toegenomen levensverwachting komt onder andere door: het inzicht in het ontstaan van ziekteverwekkers; de ontwikkeling van de geneeskunde; de verbetering van de levensstandaard.

1.3.1 Inzicht in het ontstaan van ziekteverwekkers Vroeger was het niet vanzelfsprekend hygiënische maatregelen te treffen om infecties te voorkomen. Er was geen inzicht in het ontstaan van ziekteverwekkers. Dit kunnen we ons tegenwoordig maar moeilijk voorstellen. Het nemen van hygiënische maatregelen als het wassen van de handen, om besmetting te voorkomen, is zo normaal dat wij misschien wel denken dat dit altijd bestaan heeft. Dit inzicht is echter pas gekomen na de ontdekking van micro-organismen.

Voorbeeld In het midden van de negentiende eeuw deed de Oostenrijkse arts Semmelweis een belangrijke ontdekking. Hij merkte op dat in het ziekenhuis waar hij werkte veel vrouwen na hun bevalling overleden aan de ‘kraamvrouwenkoorts’. Op één afdeling was de sterfte zo hoog, dat het hem opviel. Hij onderzocht hoe dit kwam. Op de afdeling met de hoge sterfte werkten veel leerling-artsen. Deze studenten verrichtten naast bevallingen ook veel lijkschouwingen om de anatomie van de mens te leren kennen. Tussen de verschillende werkzaamheden door namen zij geen hygiënische maatregelen, zoals het wassen van de handen. Op grond hiervan concludeerde Semmelweis dat de koorts van de kraamvrouwen werd veroorzaakt door besmetting. Infecties ontstonden door bacteriën die werden overgebracht door de artsen in opleiding. De sterfte daalde toen de artsen voorafgaand aan een bevalling grondig hun handen reinigden.

14

9006924497_bw.indd 14

Thema 1

05-04-11 10:23


Belangrijke wetenschappers als Louis Pasteur ontdekten rond 1870 dat micro-organismen, met name bacteriën, belangrijke verwekkers van infectieziekten waren. Wel wist men al langer dat sommige ziekten erg besmettelijk waren en dat er epidemieën konden ontstaan. Hele gezinnen stierven in de middeleeuwen immers aan de gevolgen van ernstige en besmettelijke ziekten als de pest. Door de kennis over infectieziekten konden mensen maatregelen treffen om besmetting te voorkomen. Het verbeteren van de hygiëne in het leven van mensen heeft voor een belangrijk deel bijgedragen aan de stijging van de levensverwachting. Er werd riolering aangelegd en goede sanitaire voorzieningen gebouwd met de bedoeling schoon drinkwater te scheiden van vervuild water. Mensen namen voor zichzelf ook meer hygiënische maatregelen. Middelen als zeep werden niet meer alleen uit cosmetisch oogpunt gebruikt, bijvoorbeeld om je te ontdoen van een nare lichaamslucht, maar ook ter voorkoming van besmetting.

1.3.2 Ontwikkeling van de geneeskunde Na de ontdekking van de micro-organismen is de ontwikkeling van de geneeskunde in een stroomversnelling gekomen. Aan het begin van de vorig eeuw is het eerste antibioticum ontwikkeld, de penicilline. Deze maakte een einde aan het tot dan toe vaak dodelijke karakter van infectieziekten. Longontsteking, tuberculose, difterie en maagbloedingen konden vanaf die tijd worden behandeld. De geneeskunde kon vanaf dat ogenblik werkelijk iets betekenen voor mensen en zich verder ontwikkelen. Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden technische hulpmiddelen steeds belangrijker in de geneeskunde, zowel bij de diagnostiek als op het gebied van de therapie en de instandhouding van levensfuncties. Op dit moment is de westerse gezondheidszorg geheel afhankelijk van de technische systemen. Vrijwel alle nieuwe diagnostische en therapeutische successen vloeien voort uit (medisch-)technologische innovaties. Bij nagenoeg elke medische diagnose zijn beeldvormingstechnieken als echografie en MRI- of CT-scans standaard geworden. Binnen de medisch-therapeutische interventies zijn technieken als radiotherapie, dialyse, hartkatheterisatie voorbeelden waar de technologie bepalend is voor het succes.

1.3.3 Verbetering van de levensstandaard Naast de ontwikkeling van de geneeskunde heeft de verbetering van de levensstandaard een positieve invloed gehad op de levensverwachting van mensen. Ondervoeding was vroeger in Nederland, met name bij kinderen, een van de belangrijkste doodsoorzaken. Er heerste onder het volk veel armoede en hierdoor konden mensen onvoldoende aan gezonde producten komen. We weten nu dat gezonde voeding mensen tegen allerlei ziekten en kwalen beschermt. Tegenwoordig behoort Nederland al jaren tot de meest welvarende landen van de wereld. Maar misschien gaat het ons wel te goed. Door de overdaad aan voeding eten we vaak te veel en te vet. Hierdoor ontstaan welvaartsziekten, zoals hart- en vaatziekten en diabetes. In Nederland zijn deze ziekten dan ook doodsoorzaak nummer één.

Thema 1

9006924497_bw.indd 15

15

05-04-11 10:23


1.4 Veroudering Met het stijgen van de levensverwachting en de ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg neemt ook het aantal gezonde jaren toe. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, gaat ouderdom niet per definitie gepaard met ziekte, eenzaamheid en gebreken. Uit onderzoek blijkt dat het grootste deel van het leven na 65 jaar zonder lichamelijke beperkingen is. Met het ouder worden verandert wel de aard van het ziek worden. Vaak is dan sprake van een combinatie van meer dan één (chronische) aandoening. Het is niet altijd de ziekte zelf die de oorzaak is van problemen, maar de bijkomende beperkingen. Van de 80-plussers is bijvoorbeeld een derde slecht ter been en een op de vijf kan zichzelf niet verzorgen (Timmermans & Woittiez, 2004). Bij ouderen treden een aantal onomkeerbare veranderingen in hun lichaam op. Deze veranderingen worden samengevat onder de noemer ‘veroudering’. Ze treden spontaan op en nemen toe naarmate je ouder wordt. Veroudering begint eigenlijk al op het moment dat je geboren wordt. Vanaf dat moment vinden er immers allerlei veranderingen plaats en word je elke dag een dagje ouder. In de geneeskunde wordt pas van veroudering gesproken als het gaat om blijvende veranderingen bij volwassenen. Het gaat om onder andere de volgende veranderingen: endogene en exogene veranderingen; achteruitgang van de organen; achteruitgang van de zintuigen; verminderde hormoonproductie; veranderingen in de cognitieve functies; veranderingen in de mobiliteit.

1.4.1 Endogene en exogene veranderingen endogene verandering exogene verandering

Bij ieder mens treedt een aantal veranderingen op bij het ouder worden. Hierbij moet je onderscheid maken tussen endogene veranderingen en exogene veranderingen. Endogene veranderingen zijn veranderingen van binnenuit. Een voorbeeld van een endogene verandering is grijs worden. Of en wanneer iemand grijs wordt, is van tevoren niet te zeggen, dit is voor iedereen anders. Vaak zie je wel dat grijs worden familiair is. Andere voorbeelden van veranderingen van binnenuit zijn: ouderdomsdoofheid; ouderdomsverziendheid; staar; botontkalking (osteoporose); het dunner worden van de huid.

Ouderen zijn steeds vaker ziek, maar hebben er minder last van Ouderen leven langer en zullen in de toekomst vaker een ziekte hebben, maar zij hebben daar minder last van. Door medische technologie en hulpmiddelen kunnen de gevolgen van veel ziekten steeds beter worden gecompenseerd. Daardoor hebben ziekten minder negatieve gevolgen voor de kwaliteit van leven. Dit staat in het rapport ‘Ouderen nu en in de toekomst. Gezondheid, verpleging en verzorging 2000 – 2020’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

16

9006924497_bw.indd 16

Gezond ouder worden (Persbericht RIVM, 23 juni 2004)

Thema 1

05-04-11 10:23


Onder exogene verouderingsveranderingen worden verschijnselen verstaan die het gevolg zijn van schadelijke invloeden van buitenaf. Hierbij moet je denken aan iemands leefwijze, zoals: voeding; stress; roken; lichamelijke conditie; milieu-invloeden. Het is mogelijk dat een aantal endogene verschijnselen in de toekomst toch exogeen blijkt te zijn. Zo werd vroeger gedacht dat het krijgen van rimpels een gevolg was van natuurlijke veroudering. Nu staat vast dat, naast natuurlijke veroudering, zonlicht ook een grote invloed heeft op rimpelvorming. Vaak worden ouderdomsverschijnselen veroorzaakt door een combinatie van factoren, die zowel van binnenuit als van buitenaf komen. Aderverkalking is bijvoorbeeld een aandoening die in bepaalde families veel voorkomt (endogeen) en verergert door verkeerde voedingsgewoonten, zoals te vet eten (exogeen).

1.4.2 Achteruitgang van de organen Veroudering gaat gepaard met een achteruitgang van vrijwel alle organen. Dit komt door een vermindering van het aantal cellen en door toename van het aantal beschadigde cellen, waardoor communicatie tussen de cellen afneemt. De afname van de orgaanfunctie heeft meestal geen invloed op het functioneren van het lichaam tijdens normale dagelijkse activiteiten, maar wel bij inspanning zoals hardlopen of tennissen.

atrofie

homeostase

Thema 1

9006924497_bw.indd 17

Vermindering van het aantal cellen Ouderen hebben minder cellen dan jongvolwassenen. Deze vermindering uit zich in een afname van het gewicht van organen, ook wel atrofie genoemd. Het normale weefsel verdwijnt of wordt vervangen door bindweefsel. Atrofie is onder meer te constateren in de nieren, de hersenen en het bot. Ook het skelet en de spieren worden lichter, wat verklaart waarom oudere mensen krimpen. Toename beschadigde cellen en afname communicatie tussen de cellen Omdat cellen beschadigd raken door endogene en exogene veranderingen, verloopt de communicatie tussen de cellen langzamer. Hierdoor gaat het herstel van lichaamsfuncties bij ouderen trager dan bij jongvolwassenen. Je zou kunnen zeggen dat hoe ouder iemand wordt, hoe moeilijker het is voor de cellen om zich aan te passen aan de omgeving. Het inwendige evenwicht, ook wel homeostase genoemd, is sneller uit balans. Denk hierbij aan de lichaamstemperatuur bij koorts. Het lichaam van een oudere heeft over het algemeen meer tijd nodig om de koorts te bestrijden dan het lichaam van

17

05-04-11 10:23


een jongere. Ook bij een wisseling in bloedsuikers duurt het bij een oudere langer voor er weer een normale waarde is bereikt. Hierdoor hebben oudere mensen een verhoogd risico op het ontstaan van ziekten en andere stoornissen en een grotere sterftekans.

1.4.3 Achteruitgang van de zintuigen Een van de eerste verschijnselen waaraan mensen merken dat ze ouder worden, is dat de zintuigen minder goed werken. Vanaf het 40e levensjaar kan het gezichtsvermogen minder worden, dit valt meestal het eerst op bij het lezen. Naast moeite met scherp zien hebben 60-jarigen bijvoorbeeld drie keer zoveel licht nodig als 20-jarigen om te lezen. Behalve het gezichtsvermogen wordt ook het gehoor minder en hebben mensen meer moeite met het bewaren van hun evenwicht. Iets wat minder bekend is, is dat met het ouder worden ook de tastzin, de smaak en de reuk afnemen. Het gevaar van verminderde tastzin is dat iemand zich brandt aan heet water of een kachel, omdat hij te laat voelt dat iets te heet is. De achteruitgang van smaak lijkt samen te hangen met een verminderd reukvermogen en kan verklaren waarom veel oudere mensen minder eetlust hebben. Het eten ‘smaakt’ hen niet meer zoals vroeger. Dit komt doordat het aantal smaakpapillen achter op de tong minder wordt. Men vermoedt dat tussen het 30e en 75e levensjaar tweederde van de smaakpapillen verloren gaat. Smaken die je het langst proeft, zijn zout en zuur.

Bloedvaten

Vaatwand dikker Afname van elasticiteit Kleiner windketel effect

Hart

Hypertrofie van de linker hartkamer Kleiner slagvolume Verminderde regulatie van hartritme

Longen

Afname van elasticiteit Afname van oppervlakte van longblaasjes Stuggere thorax

Maagdarmkanaal

Atrofie van maagwand Afname van stoffen die noodzakelijk zijn voor de spijsvertering (maagzuur en pepsine) Afname maagslijm Afname van beschermende stoffen in maagslijm (bicarbonaat en prostaglandines)

Lever

Nieren

Dunnere nierschors Minder glomeruli Afname van filtratievermogen

Blaas

Kleinere capaciteit Afname van urinestroom Groter residu

Bewegingsapparaat

Afname van botmassa Afname van spiermassa en spierkracht

Hersenen

Atrofie van schors Afname van aantal dendrieten per zenuwcel Toename van plaques en neurofibriliaire tangles Afname van neurotransmitters (dopamine, serotonine en acetylcholine)

Hormoonhuishouding

18

9006924497_bw.indd 18

Afname van gewicht Toename van bindweefsel Afname van bloeddoorstroming

Samenvatting van de belangrijkste lichamelijke veranderingen bij ouderen

Tragere afgifte insuline Toename van insulineresistentie Na 80 afname van TSH en schildklierhormoon

Thema 1

05-04-11 10:23


1.4.4 Verminderde hormoonproductie

botmassa osteoporose

Een ander, minder bekend kenmerk van veroudering is de verminderde hormoonproductie. De werking van de schildklier neemt af, waardoor ouderen over het algemeen wat trager en minder oplettend worden. Daarnaast heeft de veranderende hormoonhuishouding gevolgen voor de botmassa. Botontkalking (osteoporose) is een normaal verouderingsverschijnsel bij zowel mannen als vrouwen. Maar bij vrouwen komt botontkalking in een stroomversnelling als ze in de overgang komen. Dit komt doordat de hoeveelheid vrouwelijke hormonen (oestrogeen) vermindert. Omdat vrouwen minder botmassa hebben dan mannen, heeft de botontkalking bij hen een grotere invloed op de stevigheid van de botten. Hierdoor hebben zij een verhoogde kans op botbreuken.

1.4.5 Veranderingen in de cognitieve functies Naast de hiervoor genoemde lichamelijke gevolgen, veranderen met het ouder worden ook de cognitieve functies. Cognitieve functies zijn processen in de hersenen die het denken, spreken, onthouden, waarnemen en oplossen van problemen mogelijk maken. Bij ouderen kost het verwerken van informatie meer moeite en tijd. Dit verklaart waarom leren steeds moeilijker wordt naarmate je ouder wordt. Wanneer je een ‘gezonde’ oudere echter meer tijd geeft, zal hij de informatie net zo goed verwerken als een jongere. Naast het vermogen om dingen te leren, verminderen ook het reactie-, concentratie- en aanpassingsvermogen. Dit is bijvoorbeeld te merken in het verkeer. Voor sommige ouderen is het drukke verkeer tijdens de spits nauwelijks te volgen. Een ander bekend probleem bij veel ouderen is een vermindering van het kortetermijngeheugen. Dit wil zeggen dat ze dingen die pas geleden gebeurd zijn niet onthouden, terwijl gebeurtenissen uit het verleden nog vers in het geheugen liggen. Als er in grote mate sprake is van vermindering van het kortetermijngeheugen, kan er sprake zijn van dementie.

1.4.6 Veranderingen in de mobiliteit Ouder worden gaat vaak gepaard met veranderingen in de mobiliteit. Onder mobiliteit verstaan we de mogelijkheden die iemand heeft om zich te bewegen en het gebruik dat hij daarvan maakt. De oudere kan zich niet meer zo gemakkelijk bewegen als toen hij jonger was. Hij wordt wat langzamer en slechter ter been. Ook uit bed komen en opstaan uit een stoel gaan moeilijker. Doordat de conditie minder is, gaat het afleggen van lange afstanden niet meer. Ook hier bevestigen uitzonderingen de regel, want er zijn nog zeventigplussers die de marathon lopen.

ng-

erin-

Thema 1

9006924497_bw.indd 19

19

05-04-11 10:23


1.5 Zorgvragers Dé oudere bestaat niet. Daarvoor zijn de verschillen binnen de groep ouderen te groot. Ook de groep ouderen die een beroep doet op de gezondheidszorg is geen homogene groep. Binnen de groep oudere zorgvragers kan een onderverdeling gemaakt worden in: de vitale oudere; de pregeriatrische zorgvrager; de geriatrische zorgvrager; de psychogeriatrische zorgvrager. De vitale oudere Mevrouw De Jong uit het voorbeeld is een vitale oudere. Zij gaat voor een medische behandeling naar het ziekenhuis, maar ze heeft slechts één probleem: haar galstenen. Hier heeft zij, ondanks haar leeftijd, geen specifieke ‘geriatrische zorg’ voor nodig.

Voorbeeld Mevrouw De Jong is 76 jaar. Ze woont samen met haar zus en geniet van het leven. Ze is nooit ziek geweest, maar sinds het weekend heeft ze vreselijke pijn in haar buik. Mevrouw De Jong wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een kijkoperatie. Tijdens de operatie blijkt dat zij galstenen heeft die verwijderd moeten worden.

De pregeriatrische zorgvrager Meneer Veenstra in het volgende voorbeeld is een kwetsbare oudere voor wie preventieve maatregelen nodig zijn om de thuissituatie niet te laten escaleren. Hij was door de hulp van zijn echtgenote nog relatief gezond en zelfstandig. Door de ingrijpende gebeurtenis van het overlijden van zijn vrouw bestaat echter de kans dat hij uit zijn (al wankele) evenwicht raakt en daardoor allerlei problemen krijgt.

Voorbeeld Meneer Veenstra is 79 jaar. Hij woont samen met zijn vrouw in een serviceflat. Hij is al jaren astmapatiënt. Sinds hij vorig jaar een longontsteking heeft gehad, loopt hij te kwakkelen. Langzamerhand heeft zijn echtgenote allerlei taken van hem overgenomen. Begin dit jaar overlijdt zijn vrouw plotseling.

20

9006924497_bw.indd 20

Thema 1

05-04-11 10:23


De geriatrische zorgvrager Het is niet makkelijk om een eensluidende definitie van de geriatrische zorgvrager te geven. De term ‘geriatrische zorgvrager’ wordt gereserveerd voor de oudere zorgvrager met complexe ziekteproblemen als gevolg van stoornissen in lichamelijke, geestelijke en sociale functies. Vaak zijn er verschillende ziekten tegelijk aanwezig, die op een ingewikkelde manier in elkaar grijpen. Een belangrijk kenmerk is dat de zorgvrager daardoor zijn zelfstandigheid verliest en (meer) hulp nodig heeft. Deze samenhangende problematiek kan niet los worden gezien van de omgeving van de zorgvrager. De zorgvrager is vaak al geruime tijd aangewezen op hulp van familieleden. Het kan dan ook zijn dat de zorgvraag niet van de zorgvrager zelf komt, maar van zijn naasten. Het komt voor dat de partner of de kinderen van de zorgvrager al lange tijd mantelzorg verlenen en hier op een gegeven moment professionele hulp bij nodig hebben. Niet alleen de zorgvrager, maar ook zijn naasten hebben behoefte aan zorg en begeleiding. Het instandhouden van dit natuurlijke ondersteuningssysteem, de mantelzorg, is een belangrijk aandachtspunt in de zorg voor de geriatrische zorgvrager. Het streven is namelijk dat de zorgvrager na verloop van tijd terugkeert naar de thuissituatie.

Voorbeeld Mevrouw Van Dijk is 82 jaar. Haar huisarts verwijst haar door naar de polikliniek van de afdeling geriatrie. Mevrouw Van Dijk is altijd een ‘nette’ dame geweest die veel tijd aan haar uiterlijk besteedde. Ook haar huis zag er altijd schoon en opgeruimd uit. Haar schoondochter vertelt dat het huis sinds drie weken steeds rommeliger wordt en dat haar schoonmoeder ook zichzelf lijkt te verwaarlozen. Ze eet slecht en komt haast de deur niet uit. Mevrouw Van Dijk kan zelf niet aangeven of ze klachten heeft. De huisarts heeft wel een blaasontsteking geconstateerd en de schoondochter zegt dat ze thuis gevallen is.

Zoals je ziet, is niet iedere zieke oudere zomaar een geriatrische zorgvrager. Wel kan iedere oudere (tijdelijk) een geriatrische zorgvrager worden. Naar schatting is 5% van de mensen boven de 65 jaar op enig moment geriatrisch patiënt. Dit percentage neemt toe naarmate de leeftijd stijgt. De geriatrische zorgvrager kun je in heel veel settings tegenkomen. Bijvoorbeeld in de thuiszorg, het verzorgings- of verpleeghuis, de psychiatrie, het ziekenhuis en in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen. In de behandeling van geriatrische zorgvragers ligt de nadruk niet zozeer op het bereiken van volledige gezondheid, maar op handhaving van autonomie en herstel van functies. De kwaliteit van het leven is belangrijker dan de verlenging van het leven.

Thema 1

9006924497_bw.indd 21

21

05-04-11 10:23


De psychogeriatrische zorgvrager Meneer Keur in het volgende voorbeeld is iemand die mogelijk een psychogeriatrische zorgvrager wordt. Als inderdaad blijkt dat meneer Keur aan dementie lijdt, zal zijn geheugen steeds slechter worden en kan hij allerlei gedragsproblemen krijgen. Psychogeriatrische zorgvragers zijn mensen die op latere leeftijd meer of minder ernstig psychische problemen en/of gedragsstoornissen ontwikkelen. Hierbij moet je naast dementie ook denken aan depressie, achterdocht en wanen. Deze gedragsproblemen hebben een psychische, lichamelijke of sociale oorzaak. In eerste instantie zullen de klachten thuis behandeld worden door de huisarts. Als de problemen erger worden en de zorgvrager langdurige zorg nodig heeft, kan de behandeling worden voortgezet in een verpleeghuis.

Voorbeeld Meneer Keur is vroeger rector op een middelbare school geweest. Zes jaar geleden is hij met pensioen gegaan. Zijn oudste zoon, die in Amerika woont, is een paar weken op vakantie in Nederland. Het is bijna een jaar geleden dat hij zijn vader heeft gezien. Hij vindt hem veranderd, maar kan niet goed zeggen waarom. Het valt hem op dat zijn vader af en toe ontwijkende antwoorden op zijn vragen geeft en kleine dingen vergeet. Hij besluit wat meer op zijn vader te letten tijdens zijn verblijf. Hij merkt dat zijn vader soms niet meer weet waar hij mee bezig is. Ook voert hij ogenschijnlijk gemakkelijke handelingen verkeerd uit. Meneer Keur houdt erg van lezen. In het weekend kon hij zo een boek uitlezen. Nu is hij de hele week al met één tijdschrift bezig, waar hij steeds opnieuw in begint. De zoon bespreekt zijn bevindingen met zijn moeder. In eerste instantie kijkt ze ervan op, maar als ze er wat langer over doorpraten, blijkt ook zij voorbeelden te kunnen noemen van momenten dat vader een beetje ‘raar’ deed. Zo deed hij een tijdje geleden boodschappen en kwam toen terug met een lege tas. Toen ze hem vroeg waar de boodschappen waren, werd hij boos. Sindsdien blijft hij steeds meer binnen, terwijl hij altijd zo van uitstapjes hield. Moeder en zoon besluiten de volgende dag de huisarts te raadplegen, omdat ze bang zijn dat vader dement aan het worden is.

22

9006924497_bw.indd 22

Thema 1

05-04-11 10:23


1.6 Kenmerken van de geriatrische zorgvrager Het centrale thema in de geriatrie is de toenemende kwetsbaarheid of fragiliteit van de oudere patiënt (Dieteren, 2004). Relatief kleine veranderingen kunnen een oudere zorgvrager al uit zijn evenwicht brengen. Het is moeilijk aan te geven wanneer iemand kwetsbaar is of wordt. Het is vaak een opeenstapeling van factoren. Karakteristiek voor de geriatrische zorgvrager is: de samenhang van somatische, psychische, sociale en functionele factoren; de gelijktijdige aanwezigheid van meer dan één ziekte; de veranderde presentatie van ziekten; het gebruik van veel verschillende medicijnen; de afname van functionele reserves en snelle achteruitgang; het langzame herstel en de grotere kans op complicaties.

1.6.1 Samenhang van somatische, psychische, sociale en functionele factoren Bij de geriatrische zorgvrager zie je over het algemeen dat het functioneren verstoord is geraakt als gevolg van het gelijktijdig voorkomen van aandoeningen op lichamelijk, psychisch en sociaal vlak. Eerder dan bij jongeren leidt een lichamelijk probleem bij ouderen tot een psychisch probleem, bijvoorbeeld een delier bij een long- of blaasontsteking. Ook kan een psychische aandoening zich uiten als een somatisch ziektebeeld, zoals een slechte voedingstoestand bij een depressie. De depressie heeft weer gevolgen voor het sociale leven van de zorgvrager. De zorgvrager komt de deur niet uit en zijn sociale contacten worden minder. Dit kan op zijn beurt de depressie weer in stand houden en zo belandt de zorgvrager in een vicieuze cirkel. Bij de functionele factoren moet je denken aan het vermogen om als mens te functioneren door activiteiten zoals eten, bewegen, contacten onderhouden met anderen en dergelijke. Somatische, psychische en sociale factoren hebben op hun beurt weer invloed op functionele factoren. Wil de aanpak van de problemen die de zorgvrager heeft effectief zijn, dan moet naar al deze factoren gekeken worden. In de geriatrie wordt daarom wel gesproken over de vier assen waarop de hulpverleners hun doelen en acties richten: de somatische as; de psychische as; de sociale as; de functionele as.

Thema 1

9006924497_bw.indd 23

23

05-04-11 10:23


Voorbeeld Meneer Postma is 80 jaar en woont zelfstandig. Hij krijgt een keer in de week hulp bij het douchen van de wijkverpleegkundige. Van de ene op de andere dag wordt hij verward en onrustig (psychische as). Meneer Postma was redelijk adl-zelfstandig, maar door de onrust wordt hij volledig hulpbehoevend, zelfs zijn krant leest hij niet meer (functionele as). Ook kan meneer Postma (tijdelijk) niet meer naar zijn bridgeclub (sociale as). Tijdens de lichamelijke verzorging ontdekt de verpleegkundige dat meneer Postma wat incontinent is (somatische as). De huisarts constateert dat hij een blaasontsteking heeft opgelopen, wat zijn incontinentie en verwardheid kan verklaren.

1.6.2 Gelijktijdige aanwezigheid van meer dan één ziekte Het aantal chronisch zieken zal de komende jaren verder toenemen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de vergrijzing, maar anderzijds ook door ons vermogen sterfte uit te stellen in combinatie met het snellere opsporen van ongezondheid. Ruim 60% van de ouderen tussen de 65 en 74 jaar heeft minstens één chronische ziekte. Van de ouderen tussen de 75 en 85 jaar is dit ruim 70%. Ongeveer 25% van de ouderen tussen de 65 en 74 jaar heeft zelfs twee of méér chronische aandoeningen. Bij de ouderen tussen de 75 en 85 jaar is dit ongeveer 40%. In de tabel zie je de voorspelling van de top elf van meest voorkomende chronische ziekten die verwacht worden in 2020. Rangorde ziektelast in 2020

24

9006924497_bw.indd 24

Ziekte/doodsoorzaak

Aantal

Coronaire hartziekten

413.000

Beroerte

276.000

Angststoornissen

216.000

Diabetes mellitus

210.000

Longkanker

200.000

COPD

193.000

Depressie

176.000

Artrose

157.000

Thema 1

05-04-11 10:23


Ziekte/doodsoorzaak

Aantal

Dementie

136.000

Privé-ongevallen

121.000

Bron: RIVM, 2010. multipathologie

Het gelijktijdig aanwezig zijn van meer dan één (chronische) ziekte wordt ook wel multipathologie genoemd. Veel voorkomende chronische ziekten bij ouderen zijn: chronisch hartfalen; chronisch-obstructief longlijden; astma; neurologische aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson en het cerebrovasculair accident (CVA); diabetes mellitus; artrose; osteoporose. Naast verschillende ziekten heeft de zorgvrager vaak ook last van allerlei ouderdomskwaaltjes, zoals slechthorendheid. Dit gelijktijdig voorkomen van meerdere aandoeningen vraagt om een multidisciplinaire aanpak, temeer omdat niet altijd direct duidelijk is waar oorzaak en gevolg liggen.

1.6.3 Veranderde presentatie van ziekten atypisch symptoom

symptoomarmoede

geriatric giant

Thema 1

9006924497_bw.indd 25

De symptomen die de geriatrische zorgvrager vertoont zijn vaak atypische symptomen. Dit wil zeggen dat symptomen van ziekten zich op een andere manier uiten dan gebruikelijk is. Normaliter bijvoorbeeld treedt bij een blaasontsteking pijn bij het plassen op, bij een longontsteking koorts en bij een hartinfarct pijn op de borst. Deze symptomen zijn bij de geriatrische zorgvrager vaak afwezig. Het afwezig zijn van symptomen noem je symptoomarmoede. In plaats van de gangbare symptomen zie je bij ouderen vaak een van de volgende algemene klachten: verminderde mobiliteit: decubitus, contracturen; gestoorde stabiliteit: duizeligheid, vallen; gestoorde communicatie: slecht horen of zien; psychische stoornis: verwardheid; incontinentie van urine of feces. Dit zijn de geriatric giants, die in 1992 door de Engelse geriater Isaacs zijn benoemd. Deze klachten hebben allemaal meerdere oorzaken en een chronisch verloop. Bovendien zijn ze moeilijk te

25

05-04-11 10:23


genezen en leiden ze vaak tot hulpbehoevendheid. Het uitblijven van symptomen of de afwijkende presentatie van ziekte in de vorm van de ‘geriatric giants’ maakt het onderkennen van de problemen moeilijk. Een andere factor die het onderkennen van problemen bemoeilijkt, is dat de oudere zorgvrager of de hulpverlener de klachten toeschrijft aan ouderdom. Dit komt nogal eens voor bij incontinentie. De persoon in kwestie denkt dat er toch niets aan te doen is en zoekt om die reden geen hulp. De zorgvrager kan de problemen ook ontkennen, omdat hij bang is voor de gevolgen: vervelende onderzoeken of een opname in het ziekenhuis. Tot slot kan het voorkomen dat de zorgvrager door cognitieve stoornissen of een depressie de klachten niet herkent of uit.

1.6.4 Gebruik van veel verschillende medicijnen

polyfarmacie

interactie

Het gebruik van geneesmiddelen onder ouderen, en dus ook onder geriatrische zorgvragers, is over het algemeen hoog. Het is dan ook geen wonder dat een kwart tot de helft van de geneesmiddelen is voorgeschreven aan mensen boven de 65 jaar. Ruim 60 tot 70% van de mensen boven de 65 jaar gebruikt geneesmiddelen. Meestal gebruiken ze meer dan één medicijn, soms worden zelfs vijf tot tien medicijnen tegelijkertijd geslikt. Het gebruik van veel verschillende medicijnen wordt polyfarmacie genoemd. Tegenwoordig zijn veel medicijnen vrij te verkrijgen bij drogist of supermarkt. Bij de huisarts is dit medicijnengebruik lang niet altijd bekend. Hoe meer medicijnen tegelijkertijd worden geslikt, des te groter de kans op interacties is. Dit kan leiden tot een verminderd of juist versterkt effect van het medicijn of tot bijwerkingen. Door een tragere uitscheiding duurt het bij dezelfde dosering bij ouderen langer voordat de werkzame stof uit het bloed is dan bij jongeren. Dit verklaart waarom ongewenste bijwerkingen bij ouderen ook meer voorkomen. Een te hoge dosering kan intoxicatie (vergiftiging) veroorzaken. Ongeveer 10% van de ziekenhuisopnamen van zorgvragers ouder dan 75 jaar is een gevolg van geneesmiddelenintoxicatie.

1.6.5 Afname van functionele reserves en snelle achteruitgang functionele reserve

26

9006924497_bw.indd 26

Jongeren beschikken over functionele reserves van hun organen. Dat wil zeggen dat een orgaan een functie die uitvalt in veel gevallen zelf kan compenseren. De mogelijkheden en de grootte van die reserves verschilt per orgaan. Zo zijn de reserves van de longen aanzienlijk groter dan die van het hart en kunnen mensen over het algemeen goed leven met één nier. Veroudering leidt tot verminderde reserves van vrijwel alle lichaamsfuncties. De reserve dient als veiligheidsmarge en door veroudering wordt die marge kleiner. Dit kan een snelle achteruitgang tot gevolg hebben. Wat enkele jaren geleden nog een kleine verkoudheid was, ontaardt nu in een longontsteking. Een valpartij veroorzaakt een gebroken heup, met als gevolg een langdurig ziekbed.

Thema 1

05-04-11 10:23


Het is een soort kettingreactie. Een relatief kleine aandoening krijgt een chronisch karakter en kan als gevolg hebben dat iemand blijvend invalide wordt of zelfs komt te overlijden. Geneesmiddelenintoxicaties kunnen bijdragen aan de kettingreactie of deze veroorzaken. Behalve een kettingreactie op het somatische vlak, kan een lichamelijke aandoening ook gevolgen hebben op het psychische en sociale vlak.

1.6.6 Langzaam herstel en grotere kans op complicaties Door de afgenomen reserves van de oudere en de snelle achteruitgang verloopt het herstel van een doorgemaakte ziekte traag. Het herstel is ook lang niet altijd volledig. De kwetsbaarheid van de geriatrische zorgvrager komt daarnaast ook tot uiting in de grotere kans op complicaties. Een complicatie is een ongewenst neveneffect van bijvoorbeeld een ziekte, opname of operatie. Complicaties zijn niet leeftijdgebonden, maar bij oudere zorgvragers ontstaan ze sneller, zijn ze ernstiger en treden er vaak meerdere complicaties tegelijkertijd op. Daarnaast leiden deze complicaties bijna altijd tot het verergeren van of ontstaan van nieuwe gezondheidsproblemen. Als je je ziek voelt, willen de meeste mensen het liefst in bed blijven liggen. Dat is een logische reactie. Gezondheidszorginstellingen, en vooral ziekenhuizen, worden geassocieerd met ziekte. Vaak zie je dan ook dat zorgvragers bij binnenkomst in het ziekenhuis vrijwel direct hun pyjama aantrekken en in bed kruipen, ook als dit niet noodzakelijk is. Voor ouderen heeft bedrust echter al snel een negatief effect. De verminderde activiteit kan onder meer stijve ledematen, spieratrofie, contracturen, decubitus, trombose, embolie en pneumonie veroorzaken. Naast lichamelijke complicaties kan een ziekenhuisopname, of een andere ingrijpende gebeurtenis in het leven van een oudere, psychische, functionele of sociale complicaties met zich meebrengen.

Voorbeeld Mevrouw Van Andelst is negentig jaar en wordt opgenomen op de afdeling interne geneeskunde van het ziekenhuis. Ze heeft nog nooit in het ziekenhuis gelegen. Een ziekenhuisopname is voor iedereen spannend, maar zeker voor een oude dame die voor het eerst in haar leven haar huis moet verlaten. Ze is angstig en onzeker en weet niet wat ze verwachten kan (psychische complicatie). Mevrouw Van Andelst komt op een vierpersoonskamer te liggen, in een bed dat ze niet zelf kan bedienen. Ook de badkamer is niet aangepast aan haar kleine postuur. Dit maakt haar afhankelijk en hulpbehoevend (functionele complicaties). De naambordjes op de deuren zijn zo klein dat ze gedesoriĂŤnteerd op de afdeling rondloopt (psychische complicatie). Omdat ze haar gehoorapparaat

Thema 1

9006924497_bw.indd 27

27

05-04-11 10:23


niet altijd in heeft, geeft ze soms ‘rare’ antwoorden, waardoor ze verward overkomt. De vriendinnen van mevrouw Van Andelst, die ook in de negentig zijn, zijn niet in staat om dagelijks op bezoek te komen. Als ze lange tijd in het ziekenhuis moet blijven, kan dit consequenties hebben voor haar sociale netwerk. Bovendien loopt ze de kans dat ze na de ziekenhuisopname ook thuis professionele hulp nodig heeft (sociale complicaties).

Het is bij complicaties van groot belang dat ze voorkomen worden en, als ze toch optreden, dat ze direct behandeld worden. Dit betekent dat vooral verpleegkundigen heel alert moeten zijn op potentiĂŤle problemen.

1.7 Gezondheidsproblemen Het kenmerk van de geriatrische zorgvrager is dat er vaak sprake is van meerdere problemen, die zich zowel op lichamelijk als op psychisch en sociaal vlak voordoen. De problemen die de zorgvrager ervaart als gevolg van zijn ziekte staan centraal. Alle disciplines werken vanuit dit uitgangspunt. Verpleegkundigen die in de zorg voor geriatrische zorgvragers werken, moeten hun aandacht dan ook concentreren op de dreigende of feitelijke gezondheids- en bestaansproblemen die het gevolg zijn van de ziekte of de problemen die de zorgvrager ervaart. Meestal heeft de zorgvrager meerdere problemen tegelijkertijd. Deze kunnen op het vlak liggen van verschillende specialismen, zoals interne geneeskunde, neurologie, urologie en psychiatrie. Daarnaast hebben geriatrische zorgvragers vaak problemen met hun zelfverzorging. Gezondheidsproblemen die je bij de geriatrische zorgvrager kunt tegenkomen, zijn: de ziekte van Parkinson; de ziekte van Alzheimer; CVA; hartfalen; luchtweginfecties; urineweginfecties; depressie; ontregelde diabetes.

28

9006924497_bw.indd 28

Thema 1

05-04-11 10:23


Verpleegproblemen die daaruit voortvloeien, zijn onder meer: eenzaamheid, verwaarlozing; slechte voedingstoestand; somberheid; acuut optredende verwardheid (delier); gestoorde mobiliteit; obstipatie; incontinentie; slikklachten; verwardheid; gestoorde stabiliteit. Deze opsomming is niet volledig en vooral bedoeld om je een indruk te geven van de diversiteit aan problemen in de geriatrie.

1.8 Het verleden en de invloed hiervan op het leven van ouderen

life event

Ouderen zijn net als jij en ik mensen met eigen waarden en normen en herinneringen. Iedereen heeft in zijn of haar leven immers verschillende ervaringen. Ouderen zijn opgegroeid in een tijd waarin respect voor elkaar belangrijk was. Mensen gingen formeler met elkaar om, dit was een uiting van respect. Ze spraken elkaar met ‘u’ aan en schudden elkaar de hand bij een ontmoeting. Keurig taalgebruik tegenover ouders en personen met aanzien hoorde hier ook bij. Ze hebben ingrijpende ontwikkelingen in de twintigste eeuw meegemaakt, vooral op technologisch, sociaal en economisch gebied. Voor verpleegkundigen is het belangrijk inzicht te hebben in het verleden van de zorgvrager en bekend te zijn met hun mijlpalen of life events. Deze life events hangen vaak samen met gebeurtenissen in de twintigste eeuw.

1.8.1 Toename van de welvaart De twintigste eeuw wordt gekenmerkt door een toename van de welvaart. Tien jaar voor de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) bestond in Nederland een hoge werkeloosheid en veel armoede. Na de oorlog kwam er langzamerhand meer economische groei en ontstond de verzorgingsstaat. Morele opvattingen veranderden: normen en waarden werden steeds minder van bovenaf opgelegd. Er kwam meer ruimte voor de denkbeelden van het individu.

Thema 1

9006924497_bw.indd 29

29

05-04-11 10:23


Technologische ontwikkelingen De twintigste eeuw is een unieke eeuw. Een eeuw met veel technologische vernieuwingen: de komst van de elektriciteit, centrale verwarming, auto, vliegtuig, (mobiele) telefoon en de computer. Je kunt je bijna niet voorstellen dat deze zaken er een eeuw geleden nog niet waren. Veel van deze technologische vernieuwing was al aan het eind van de negentiende eeuw ingezet. Toen vonden ingrijpende veranderingen plaats op het gebied van de landbouw, gezondheid, openbare hygiëne, waterstaat, gas, licht en elektriciteit, telegrafie en telefonie. Zo werd er riolering aangelegd, kwam er verlichting in de straat en kregen de huizen elektriciteitsvoorzieningen. Al deze ontwikkelingen hebben het leven van mensen die zijn opgegroeid in de vorige eeuw drastisch veranderd. Vervoer en transport Door ontwikkelingen op het gebied van vervoer en transport is de rest van de wereld een stuk bereikbaarder geworden. Denk aan de komst van nieuwe vervoersmiddelen, zoals auto en vliegtuig. Daarnaast vonden er verbeteringen plaats aan tram, trein en schip. Ook de transportinfrastructuur ontwikkelde zich. Het spoorwegennet werd uitgebreid en de stoomtrein werd vervangen door de eerste dieseltrein. Deze veranderingen hebben ertoe geleid dat het leven in veel opzichten anders werd. Zo is de auto met z’n bijbehorende files, luchtverontreiniging en uitbreiding van het wegennet niet meer weg te denken uit ons huidige straatbeeld. Stel je eens een stad voor zonder het geluid van auto’s. De auto heeft ervoor gezorgd dat mensen buiten hun eigen dorp of stad konden gaan werken. Ook kwam een vakantie in het buitenland binnen handbereik. Veel ouderen zijn gesteld op hun auto. Het geeft autonomie en vergroot de zelfstandigheid. Dit zijn belangrijke elementen in de beleving van de kwaliteit van leven.

Voorbeeld Op 17 december 1903 vloog het eerste vliegtuig, de Wright Flyer, op het strand bij Kitty Hawk in Noord-Carolina, Amerika. De vliegmachine vloog twaalf seconden lang op drie meter hoogte en kwam veertig meter verder weer aan de grond. De Amerikaanse broers en fietsenmakers Orville en Wilbur Wright bouwden het vliegtuig. Twee jaar later bleef een verbeterde versie een halfuur in de lucht. In 1909 werd het eerste Nederlandse vliegveld gebouwd in Soesterberg. Schiphol werd geopend in 1920 en er vonden maar drie vluchten per dag plaats. Schiphol werd opengesteld voor de burgerluchtvaart in 1920 en de KLM vestigt er haar thuisbasis. Een kleine honderd jaar na de eerste vliegtuigvlucht vervoert Schiphol jaarlijks zo’n veertig miljoen passagiers. Het aantal vliegbewegingen van en naar Schiphol is jaarlijks ongeveer vierhonderdduizend.

30

9006924497_bw.indd 30

Thema 1

05-04-11 10:23


Vernieuwingen in het huishouden Huishoudelijke apparatuur is steeds meer huishoudelijke handarbeid gaan vervangen. De komst van de stofzuiger, het strijkijzer, de wasmachine, de koelkast, maar ook producten als kindervoeding en luiers hebben de aard van het huishoudelijke werk ingrijpend veranderd. Van 1950 tot 1960 waren het vooral de rijkere mensen die zich de elektrische apparatuur konden veroorloven. Na 1960 maakte de gestegen welvaart huishoudelijke apparaten toegankelijk voor brede lagen van de bevolking. Je kunt je voorstellen dat deze vooruitgang een grote verandering in het leven van het gezin teweegbracht. Het huishouden zonder apparatuur was een bijzonder tijdrovende bezigheid.

Voorbeeld Mevrouw Boerhave lijkt niet van vernieuwingen te houden. Ze woont vanaf 1951 in een kleine huurwoning en is sinds de oorlog weduwe. Anja komt bij haar op huisbezoek. Ze zet eenmaal per week de medicijnen voor mevrouw uit. Anja raakt nieuwsgierig naar de manier waarop mevrouw Boerhave leeft en woont. Ze leeft erg sober. De enige apparatuur die ze ziet staan, is een knots van een televisie. Anja vraagt mevrouw Boerhave waarom ze zo weinig moderne apparatuur in haar huis heeft. ‘Weinig moderne apparatuur?!’ antwoordt mevrouw Boerhave verbaasd. ‘In vergelijk met mijn ouders heb ik ontzettend veel moderne apparatuur. Weet je’, gaat ze verder, ‘mijn ouders leefden in een klein boerenhuis in het Brabantse land. Mijn moeder werkte thuis en mijn vader op het land, hij was boer. Mijn moeder deed alleen het huishouden en hier had ze een behoorlijk zware taak aan. We hadden in die tijd bijvoorbeeld geen wasmachine. Met het wassen van kleding waren we wel een hele dag bezig. Soms gebeurde het dat ik samen met mijn zus van school werd thuisgehouden om mee te helpen met de was. Er was geen vloeibare zeep, dus wij moesten harde zeep raspen en in het water oplossen. Het water werd gekookt en de was werd met een grote stok omgeschept. Er was geen centrifuge, dus alle kleding ging door een mangel. Veel van de dagelijkse dingen van nu waren vroeger niet vanzelfsprekend. Moderne apparaten als een wasmachine, koelkast waren er niet. Eigenlijk ben ik nu heel modern, ik heb een koelkast, een televisie en zelfs een eigen badkamer. De televisie moeten ze me niet afnemen. Ik wil graag op de hoogte blijven wat er gebeurt in de wereld

Thema 1

9006924497_bw.indd 31

31

05-04-11 10:23


en door mijn slechte ogen kan ik geen krant meer lezen. Mijn zoon heeft me aangeraden een groot beeldscherm te nemen, zodat ik het goed kan zien. En het is ook makkelijk voor het volgen van de woordspelletjes op tv, want daar houd ik erg van. Laatst had ik het tienletterwoord goed geraden: wasmachine!’

1.8.2 De Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog is voor veel mensen boven de zestig jaar een belangrijk ‘life event’. Het was een ingrijpende gebeurtenis die diepe sporen heeft nagelaten. In veel gesprekken met ouderen komen dan ook herinnering uit de oorlog naar boven. Nederland was niet meer in handen van de Nederlandse bevolking, maar was van 1940 tot 1945 bezet door de Duitse machthebbers. Veel mannen moesten in Duitsland werken en vrouwen bleven met de kinderen achter. Er was weinig te eten, vooral in de grote steden en tijdens de hongerwinter. Het eten dat er was, werd door de bezetters vaak in beslag genomen. Het was een tijd van angst en onzekerheid. Verscheidene ouderen hebben een deel van de oorlog in gevangenkampen doorgebracht. Dit geldt vooral voor verzetsstrijders en joodse mensen. Door de holocaust hebben joodse mensen veel familie verloren. Sommige mensen hebben in Nederlands-Indië de oorlog in gevangenschap doorgebracht. Japan was in oorlog met de geallieerden en Indonesië was in die tijd Nederlands bezit. Veel Nederlanders woonden in het toenmalige Nederlands-Indië en werden zodoende tijdens de oorlog geconfronteerd met de Japanse bezetting. Er zijn veel Nederlanders in kampen opgesloten tijdens deze bezetting van Indonesië. Veel mannen werden tewerkgesteld. Een gevangenenkamp was vaak een ware hel. Er heersten besmettelijke ziekten, mensen waren ondervoed en werden onderdrukt. Dit heeft bij de meeste gevangenen diepe wonden nagelaten. Soms, op latere leeftijd, kan een plotselinge verandering in het leven leiden tot een crisis, waardoor veel van de traumatische ervaringen worden herbeleefd.

Voorbeeld In het boek ‘Indische Duinen’ schrijft Adriaan van Dis onder andere over de worsteling met het verleden van een familie die tijdens de oorlog in Nederlands-Indië woonde. In het boek maken we kennis met een moeder die met haar drie dochters onderweg is van Indië naar Nederland. De meisjes zijn in de voormalige kolonie geboren en hebben Nederland nog nooit gezien. Bij aankomst in Nederland wijst een ambtenaar hun een huis in de duinen toe. Een zoon wordt geboren, maar hij is een buitenstaander, jaloers op zijn

32

9006924497_bw.indd 32

Thema 1

05-04-11 10:23


zussen en opgevoed in een sfeer van verzwegen leed. Zijn vader wil hem voorbereiden op de volgende oorlog. Hij vertelt er steeds over en gedraagt zich tegenover zijn zoon als een officier. Zowel de vader als de halfzussen van de verteller zijn getraumatiseerd door de oorlog. Zijn halfzussen lijden er nog steeds onder. Als hij 11 jaar is, sterft zijn vader en 46 jaar later zijn halfzus. Haar dood en begrafenis doen gebeurtenissen uit het verleden herleven.

De wederopbouw Na de oorlog begon een periode van wederopbouw van het land. Mensen pakten de draad weer op en de oorlog moest worden vergeten; hard werken, het gezin en de ontwikkeling van de samenleving stonden voorop. Kort na de oorlog werden er veel kinderen geboren. Deze geboortegolf staat bekend als de naoorlogse ‘babyboom’. De groeiende welvaart en de toename van geneeskundige kennis in combinatie met deze babyboom heeft ervoor gezorgd dat de bevolking van Nederland in de twintigste eeuw is verdrievoudigd.

1.8.3 Verzuiling De naoorlogse tijd, eind jaren veertig en de jaren vijftig, was een periode waarin de gedachten van voor de oorlog nog standhielden bij een groeiende welvaart. Een voortvloeisel hieruit is de verzuiling. De maatschappij werd gescheiden door kerkelijke en politieke belangengroepen. ‘Zuilen’ waren onder meer: de katholieken, gereformeerden en arbeiders. Mensen gingen om met de mensen uit hun eigen ‘zuil’. Waarden en normen werden vanuit deze zuilen opgelegd aan de mensen. De heersende moraal binnen de zuil bepaalde wat goed en slecht was. Regels over hoe je je moest gedragen ten opzichte van anderen werden van hogerhand opgelegd. Mensen luisterden naar deze regels en er bestond respect voor diegenen die de regels bepaalden. Een erfenis van deze zuilenstructuur zie je nu nog terug in de opbouw van het omroepenstelsel. De Katholieke Radio Omroep (KRO) en de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV) zijn hiervan voorbeelden. In de jaren zestig is de ontzuiling begonnen. Met wie je omging werd minder afhankelijk van de levensbeschouwelijke stroming waartoe je behoorde. In de loop van de tijd kwam er steeds meer verzet tegen de heersende moraal die van bovenaf werd opgelegd.

1.8.4 Emancipatie De plaats die mensen innemen binnen de samenleving of het gezin heeft een belangrijke invloed op de vorming van de identiteit. Deze plaats wordt bepaald door posities en rollen, die in een mensenleven nogal eens veranderen. Een mens groeit op en neemt verschillende rollen aan: kind, puber,

Thema 1

9006924497_bw.indd 33

33

05-04-11 10:23


emancipatie

volwassene en vaak ouder of grootouder. Ouderen hebben in hun leven verschillende posities gehad. Er zijn ouderen die tientallen jaren lang bij een en hetzelfde bedrijf werkten zes dagen in de week, jaar in jaar uit. De een was arbeider en heeft weinig invloed gehad, de ander heeft een belangrijke politieke rol gespeeld in de samenleving. De rollen en posities die ouderen in het leven hebben ingenomen, zijn van grote invloed op hoe zij zich hebben kunnen ontwikkelen. Bedenk daarbij dat er vroeger beduidend minder kansen op de arbeidsmarkt waren dan tegenwoordig. Vaak zorgde de vrouw voor het gezin en werkte de man zes dagen in de week. Gezinnen van vier tot acht kinderen waren eerder regel dan uitzondering. Het huishouden was in die tijd een zware taak, zonder hulpmiddelen als de wasmachine, stofzuiger en auto. De huishouding en opvoeding van de kinderen waren grotendeels de taak van de vrouw. Pas vanaf de tijd van de emancipatie in de jaren zestig en zeventig zijn er belangrijke verschuivingen opgetreden in de rolverdeling tussen man en vrouw. Vooral voor de vooroorlogse generatie geldt dus nog een vast rollenpatroon. De jaren zestig waren de jaren van emancipatie en verzet tegen de heersende moraal. Emancipatie wil zeggen het toestaan van gelijke rechten voor de wet. Emanciperen is vrijmaken, mondig verklaren, gelijkstellen. Het was het begin van de ontzuiling, individualisering, mondigheid, seksuele openheid en ontkerkelijking. De heersende macht legde de norm niet langer op, maar jij als individu bepaalde je eigen norm. Cultuuruitingen als muziek, brommers en kleding bepaalden tot welke groep je behoorde, niet het verleden van je ouders en hun opvattingen. Grenzen vervagen De rest van de wereld kwam steeds dichterbij. Door radio en tv konden mensen kennismaken met invloeden van buiten. Vooral de Verenigde Staten werden als voorbeeld gezien en vormden de norm voor de jeugd van die tijd: rock-’n-roll, swing, petticoats en sigaretten hoorden bij het leven van de jeugd. Via technologische ontwikkelingen als radio, tv en grammofoonplaten kon iedereen deelgenoot worden van deze spannende veranderingen. De welvaart trok aan. Er was werk genoeg, ook werk dat de Nederlanders niet graag wilden doen. Mensen – mannen – uit andere landen kwamen in Nederland werken: Spanjaarden, Grieken en Portugezen, en later Turken en Marokkanen, mensen die we nu allochtonen noemen. In combinatie met de immigratie van mensen uit de vroegere koloniën, zoals Suriname en Nederlands-Indië, ontstond langzamerhand een multiculturele samenleving.

1.8.5 Financiële onafhankelijkheid Tijdens de wederopbouw van Nederland heerste de sociale gedachte dat iedereen, arm en rijk, van de nieuwe welvaart zou moeten kunnen profiteren. Vanuit deze solidariteitsgedachte ontwikkelde zich de verzorgingsstaat. Een staat waarin je verzorgd wordt van ‘de wieg tot het graf’. Niemand hoeft

34

9006924497_bw.indd 34

Thema 1

05-04-11 10:23


honger te lijden, alle kinderen hebben recht op onderwijs en iedereen is verzekerd van medische hulp en uiteindelijk van een ‘goede oude dag’. De overheid maakte sociale wetten om dit te garanderen en te zorgen dat dit ideaal werd verwezenlijkt. De belangrijkste wet die ouderen voorziet in een goede oude dag, is de Algemene Ouderdomswet (AOW). De AOW is een volksverzekering die mannen en vrouwen vanaf het 65e jaar voorziet van een basispensioen. In het algemeen komt iedereen die gewoond en/of gewerkt heeft in Nederland in aanmerking voor een AOW-uitkering. De AOW heeft ervoor gezorgd dat mensen na hun 65e jaar verzekerd zijn van een basisinkomen. Deze uitkering is overigens niet hoog en de meeste mensen vullen dit dan ook aan met een pensioen. Het pensioengeld is opgebouwd tijdens de periode van werken. Voor veel ouderen is het pensioen in combinatie met de AOW de inkomstenbron waarvan ze moeten rondkomen. De leeftijd van 65 jaar geldt voorlopig nog als pensioengerechtigde leeftijd. Vroeger was het bereiken van het 65e jaar vaak ook het moment om definitief te stoppen met werken. Tegenwoordig gaat het anders, vaak flexibeler. Sommige mensen proberen voor hun 65e jaar te stoppen met werken. Overheid en werkgevers hebben in loop van de jaren allerlei regelgeving gecreëerd om mensen hierbij te helpen, zoals de flexibele pensioenuitkering (FPU) en de vervroegde uittreding (VUT). Daarnaast bieden banken allerlei spaarvormen aan, die ervoor moeten zorgen dat mensen er op hun oude dag financieel nog ‘warmpjes’ bijzitten. In veel gevallen hebben beide echtelieden een eigen pensioen opgebouwd. Mensen zijn zich steeds beter gaan voorbereiden op de periode na het werk. De ouderen van de naoorlogse generatie kunnen zich hierdoor vaak financieel meer veroorloven dan die van de vooroorlogse generatie. Hierdoor zijn mensen minder afhankelijk geworden van hun werk als inkomstenbron. De vooroorlogse generatie was doorgaans niet bezig met de zorg voor de oude dag. Bovendien bestond er bij deze generatie geen financiële ruimte om geld opzij te leggen voor de oude dag. De meeste mensen tussen de 50 en 65 jaar zijn financieel krachtig. Financiële onafhankelijkheid is voor ouderen belangrijk om het leven te kunnen inrichten zoals ze dat graag willen.

1.8.6 Generaties Zoals je hebt kunnen lezen, was de twintigste eeuw een turbulente eeuw met veel veranderingen op technologisch en maatschappelijk gebied. Een groep mensen die in een bepaalde periode heeft geleefd, wordt aangeduid met de term generatie. Deze mensen vertonen in handelen en denken gelijkenissen, doordat ze in dezelfde periode zijn opgegroeid en zijn beïnvloed door de toen heersende ideeën. Vaak worden de generaties in vijf, hiernagenoemde, groepen ingedeeld. De omschrijvingen geven een verklaring voor de waarden en normen en het gedrag van ouderen. De vooroorlogse generatie: geboren tussen 1910 en 1929, sterk beïnvloed door traditionele waarden over arbeidsethos, gezagsgetrouwheid en strakke seksuele opvattingen.

Thema 1

9006924497_bw.indd 35

35

05-04-11 10:23


De stille generatie: geboren tussen 1930 en 1945, sterk beïnvloed in hun waarden door de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, waarin idealisme en opstandigheid naar de achtergrond werden gedrukt. De protestgeneratie: geboren tussen 1946 en 1954, ook wel de babyboomgeneratie genoemd. Deze generatie is sterk beïnvloed door de maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig. De verloren generatie: geboren tussen 1955 en 1969. ‘Verloren’ verwijst naar de langdurige werkeloosheid waarmee deze generatie is geconfronteerd. De pragmatische generatie: geboren tussen 1970 en 1980. Typerend voor deze generatie is dat de normen en waarden individueel zijn bepaald en geen verband hebben met vroeger heersende opvattingen. De eerste twee generaties worden door sommigen in de zorg ook wel gekscherend de ‘dank-je-welgeneratie’ genoemd. Hiermee doelen ze op de gezagsgetrouwheid van deze generatie ten opzichte van de hulpverleners.

Samenvatting In dit onderwerp is duidelijk geworden dat het zinvol is stil te staan bij de verschillende ideeën die heersen over ouderen en kritisch te kijken naar je eigen beeldvorming. De levensverwachting is toegenomen en mensen worden steeds ouder. De geriatrische zorgvrager heeft een hoge biologische leeftijd en vertoont vaak meer, complexe en uiteenlopende problemen ten gevolge van stoornissen in lichamelijke en geestelijke functies en/of een ontregelde sociale situatie. De exacte leeftijd doet hierbij niet ter zake. Alle geriatrische zorgvragers zijn oud, maar niet iedere oude zieke zorgvrager is een geriatrische zorgvrager. In het algemeen is slechts 5% van de hoogbejaarde ouderen een geriatrische zorgvrager. Ouderen hebben het grootste deel van hun leven achter zich. Gebeurtenissen in het leven zijn bepalend voor hoe ouderen denken en doen. De komst van de auto, de eerste man op de maan, ze hebben het allemaal meegemaakt. Ook ingrijpende gebeurtenissen als de Tweede Wereldoorlog hebben vaak diepe sporen achtergelaten. Als verpleegkundige is het belangrijk dat je geïnteresseerd bent in het verleden van de ouderen. Het stelt je in staat hun gedrag en denken te begrijpen en hierdoor de zorgverlening te kunnen afstemmen op de behoefte van de zorgvrager.

36

9006924497_bw.indd 36

Thema 1

05-04-11 10:23


Werken als Verpleegkundige. Dat is leuk en afwisselend werk. Verantwoordelijk werk ook. Mensen doen een beroep op jou als het gaat om zorg en begeleiding in situaties waarin zij dat tijdelijk of langdurig niet zelfstandig kunnen. Het vraagt van jou dat je beschikt over de juiste competenties. Dit boek bevat de theorie die je nodig hebt om op een verantwoorde manier zorg te verlenen aan mensen die aan jou zijn toevertrouwd. Dit boek – Verplegen van geriatrische zorgvragers – maakt deel uit van de serie ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken. Het boek draagt bij aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden. Ze gelden slechts in bepaalde beroepssituaties, ook wel contexten genoemd. Een context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Dit boek gaat over het verplegen van oudere mensen met gezondheidsproblemen. Dat kunnen lichamelijke of psychosociale problemen zijn. Meestal gaat het om problemen die niet meer weggaan, een chronische ziekte of stoornis. De zorg voor geriatrische cliënten is veelomvattend: lichamelijke zorg, verpleegtechnische handelingen en psychosociale ondersteuning. De zorg voor ouderen is sterk in beweging. Er wordt veel onderzoek gedaan naar gezondheidsproblemen van ouderen en naar wat ze nodig hebben. Daardoor zie je grote veranderingen optreden, vooral in verpleeg- en verzorgingstehuizen: meer privacy, meer eigen spulletjes, minder moeten, meer mogen. Verpleegkundige in de geriatrie, een uitdagend beroep.

Zorg basisboek Verplegen van geriatrische zorgvragers

Verplegen van geriatrische zorgvragers – niveau 4

Verplegen van geriatrische zorgvragers

Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzonderingen: VVT ZH

Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg Ziekenhuizen

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken, Traject V&V, i-care flex, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie etc.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

9006924497_omslag.indd 9

04-05-11 09:34

Verplegen van geriatrische zorgvragers niveau 4  

Verplegen van geriatrische zorgvragers niveau 4

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you