Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3

Geestelijke gezondheidszorg

Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het ­kwalificatiedossier Verzorgende IG. P3-K1-W1 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W2 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectie opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Geestelijke gezondheidszorg WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.

verzorgende ig

Auteurs: A. Engeltjes A.J.T. Megens A.C. Verhoef Y.E.P.M. Vullinghs A. Willemse R. Zimmermann-van Beuningen Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910575

WB_Geestelijkegezondheidszorg_N3_210x297mm.indd All Pages

28/03/18 13:23


Geestelijke gezondheidszorg

A. Engeltjes A.J.T. Megens A.C. Verhoef Y.E.P.M. Vullinghs A. Willemse R. Zimmermann-van Beuningen


Colofon Auteurs A. Engeltjes A.J.T. Megens A.C. Verhoef Y.E.P.M. Vullinghs A. Willemse R. Zimmermann-van Beuningen

Over ThiemeMeulenhoff Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van leerontwerp educatieve uitgeverij tot eensamen. design company. We brengen content, en technologie learning company. We brengen content, leerontwerp Met onzedesign groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijnen we een parttechnologie samen. Metvernieuwen onze groeiende expertise, ervaring en Zo kunnen ner voor scholen bij het en verbeteren van onderwijs. leeroplossingen zijn we eenaan partner voor scholen bij lerenden het vernieuwen en en we samen beter recht doen de verschillen tussen en scholen verbeteren vandat onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de ervoor zorgen leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.

Redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Fotografie © Irma Bulkens Fotografie / Hollandse Hoogte; iStock; Karin Ligthart Fotografie; Frank Muller / Hollandse Hoogte; Shutterstock

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 91057 5 Eerste druk, eerste oplage, 2018 ISBN 978 9006 91057 5 Eerste druk, eerste oplage, 2018 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar Alle rechten voorbehouden. dezehetzij uitgave mag worden gemaakt, in enige vorm of opNiets enigeuit wijze, elektronisch, mechanisch, verveelvoudigd, opgeslagen gegevensbestand, door fotokopieën, opnamen, in of een eniggeautomatiseerd andere manier, zonder voorafgaandeof openbaar in enige of op enige wijze, hetzij elektronisch, schriftelijkegemaakt, toestemming van vorm de uitgever. mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande toestemming vanuitgave de uitgever. Voor zover het schriftelijke maken van kopieën uit deze is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 Voor zover maken van kopieën uit deze uitgave wettelijk is toegestaan op en artikel 17het Auteurswet 1912, dient men de daarvoor verschuldigde grond van artikel 16B Auteurswet 1912Publicatiej° het Besluit van 23 augustus 1985, vergoedingen te voldoen aan Stichting en Reproductierechten Stbl. 471 en(PRO), artikelPostbus 17 Auteurswet 1912, men de daarvoor wettelijk Organisatie 3060, 2130 KBdient Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). verschuldigde vergoedingen te voldoen aan uitgave Stichting Publicatie- en readVoor het overnemen van gedeelte(n) uit deze in bloemlezingen, Reproductierechten Organisatie (artikel (PRO), 16 Postbus 3060, dient 2130 KB ers en andere compilatiewerken Auteurswet) menHoofddorp zich tot de (www.stichting-pro.nl). Voor hetinformatie overnemen van gedeelte(n) deze uitgave uitgever te wenden. Voor meer over het gebruik vanuitmuziek, film en in readers en onderwijs andere compilatiewerken (artikel 16 hetbloemlezingen, maken van kopieën in het zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie het gebruik van muziek, film en het maken van volgens kopieën de in De uitgeverover heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

1

In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel

2

De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.

1 10

Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.

3

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.

1 11

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.

1 19

THEMA 1 Lichamelijke verzorging

Evaluatie Studiehulp

1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1

Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Hygiënische verzorging 2

Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.

1 76

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 5 Zorg voor de bedden

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren

1

1 2

Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.

1 260

309

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op de GGZ

12

Verwerking 13 Verwerkingsopdrachten 13 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de GGZ 13 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen 15 Hoofdstuk 3 Proces van intake tot beëindiging zorgverlening 18 Hoofdstuk 4 Zorgproces in de GGZ 20 Toepassing 24 Praktijksituaties 24 Marloes overdenkt haar profielkeuze 24 Ik wil nu echt aan het werk! 27 Psychisch wel in orde? 30 Vaardigheden 32 Herkennen van normaal en afwijkend gedrag Themaopdrachten 35

32

Evaluatie 37 Studiehulp 37 Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de GGZ 37 Hoofdstuk 2 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen 37 Hoofdstuk 3 Proces van intake tot beëindiging zorgverlening 38 Hoofdstuk 4 Zorgproces in de GGZ 38 Evaluatie en reflectie 40

Thema 2 Relatie en begeleiding

42

Verwerking 43 Verwerkingsopdrachten 43 Hoofdstuk 5 Relatie tussen verzorgende en psychiatrische zorgvrager Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ 46 Toepassing 50 Praktijksituaties 50 Ik ben zo moe, ik kan niet opstaan … 50 Wat kun je mooi gitaar spelen, Guido! 53

1 6

43


Vaardigheden 56 Herkennen en voorkomen van ‘ruis’ 56 Zorgvragers respectvol accepteren 59 Je inleven en empathisch reageren 62 Parafraseren 65 Reflecteren van gevoel 67 Gericht luisteren 70 Echtheid tot uitdrukking brengen 73 Vertrouwen winnen 76 Omgaan met openheid (zelfonthulling) 80 Aandacht geven en betrokkenheid tonen 83 Themaopdrachten 85 Evaluatie 86 Studiehulp 86 Hoofdstuk 5 Relatie tussen verzorgende en psychiatrische zorgvrager Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ 86 Evaluatie en reflectie 88

86

Thema 3 Psychopathologie: oriëntatie, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen 90 Verwerking 92 Verwerkingsopdrachten 92 Hoofdstuk 7 Oriëntatie op de psychopathologie 92 Hoofdstuk 8 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 95 Hoofdstuk 9 Zorgvragers met schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen 100 Toepassing 108 Praktijksituaties 108 ‘Vrijheid’ 108 ‘Zon, zon, waar is de zon?’ 111 In het heelal … 114 Vaardigheden 117 Emotionele expressie (EE) laag houden 117 Betekenis geven aan emotionele uitingen van een zorgvrager met een psychiatrische aandoening 120 Themaopdrachten 122 Evaluatie 125 Studiehulp 125 Hoofdstuk 7 Oriëntatie op de psychopathologie 125 Hoofdstuk 8 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 125 Hoofdstuk 9 Zorgvragers met schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen 126 Evaluatie en reflectie 127

1 7


Thema 4 Stemmings-, angst- en aan angst gerelateerde stoornissen

129

Verwerking 130 Verwerkingsopdrachten 130 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met stemmingsstoornissen 130 Hoofdstuk 11 Zorgvragers met angst- en aan angst gerelateerde stoornissen

136

Toepassing 145 Praktijksituaties 145 Laat me toch met rust! 145 Dagmar weet zeker dat er geschoten is ‌ 149 Hoe gaan jullie om met het dwangmatige gedrag van meneer Van Robbescheuten? 152 Vaardigheden 155 Concretiseren 155 Themaopdrachten 157 Evaluatie 158 Studiehulp 158 Hoofdstuk 10 Zorgvragers met stemmingsstoornissen 158 Hoofdstuk 11 Zorgvragers met angst- en aan angst gerelateerde stoornissen Evaluatie en reectie 160

Thema 5 Persoonlijkheids-, verslavings- en neurocognitieve stoornissen

159

162

Verwerking 164 Verwerkingsopdrachten 164 Hoofdstuk 12 Zorgvragers met persoonlijkheidsstoornissen 164 Hoofdstuk 13 Zorgvragers met vreemd of excentriek gedrag, cluster Apersoonlijkheidsstoornissen 167 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met dramatisch, emotioneel of labiel gedrag, cluster Bpersoonlijkheidsstoornissen 169 Hoofdstuk 15 Zorgvragers met nerveus of angstig gedrag, cluster Cpersoonlijkheidsstoornissen 174 Hoofdstuk 16 Zorgvragers met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen 175 Hoofdstuk 17 Zorgvragers met neurocognitieve stoornissen 179 Toepassing 186 Praktijksituaties 186 Samen maar toch alleen! 186 Ik in dat bed met die vlooien? Ik denk er niet aan! 190 Pure emotie! 193 Vaardigheden 196 Herhalen en negeren van zijpaden 196 Omgaan met manipulatieve kritiek 199 Hanteren van overdrachts- en tegenoverdrachtssituaties 201 Confronteren 205 Motiverende gespreksvoering 209 Themaopdrachten 212

1 8


Evaluatie 215 Studiehulp 215 Hoofdstuk 12 Zorgvragers met persoonlijkheidsstoornissen 215 Hoofdstuk 13 Zorgvragers met vreemd of excentriek gedrag, cluster Apersoonlijkheidsstoornissen 215 Hoofdstuk 14 Zorgvragers met dramatisch, emotioneel of labiel gedrag, cluster Bpersoonlijkheidsstoornissen 216 Hoofdstuk 15 Zorgvragers met nerveus of angstig gedrag, cluster Cpersoonlijkheidsstoornissen 217 Hoofdstuk 16 Zorgvragers met middelgerelateerde en verslavingsstoornissen 217 Hoofdstuk 17 Zorgvragers met neurocognitieve stoornissen 218 Evaluatie en reflectie 219

Thema 6 Omgaan met risicogedrag en zorg voor medicijnen Verwerking 223 Verwerkingsopdrachten 223 Hoofdstuk 18 Zorgvragers met agressief gedrag 223 Hoofdstuk 19 Zorgvragers met automutilerend gedrag 225 Hoofdstuk 20 Suïcidaal gedrag 229 Hoofdstuk 21 Omgaan met gevoelens van machteloosheid 231 Hoofdstuk 22 Zorg voor medicijnen 233 Toepassing 239 Praktijksituaties 239 Gevaarlijk gedrag 239 Omgaan met zelfverwondend gedrag 243 Zie je wel, dat gaat over mij! 248 Vaardigheden 252 Gewenst gedrag bevorderen 252 Ongewenst gedrag negeren 256 Onderbreken van ongewenst gedrag 258 Ondersteunen bij zelfbeheersing 260 Constructief handelen in situaties van dreigende agressie 265 Bevorderen van medicatietrouw 268 Medicijnen innemen onder toezicht 271 Signaleren en reageren op een overdosis medicijnen 272 Themaopdrachten 275 Evaluatie 279 Studiehulp 279 Hoofdstuk 18 Zorgvragers met agressief gedrag 279 Hoofdstuk 19 Zorgvragers met automutilerend gedrag 279 Hoofdstuk 20 Suïcidaal gedrag 280 Hoofdstuk 21 Omgaan met gevoelens van machteloosheid 280 Hoofdstuk 22 Zorg voor medicijnen 281 Evaluatie en reflectie 282

1 9

221


Thema 7

Begeleiden van de woon- en leefsituatie

284

Verwerking 285 Verwerkingsopdrachten 285 Hoofdstuk 23 Woon- en leefsituatie 285 Hoofdstuk 24 Aspecten van de (leef)groep 287 Hoofdstuk 25 Leefgroep begeleiden 291 Hoofdstuk 26 Methodisch begeleiden van de leefgroep

295

Toepassing 299 Praktijksituaties 299 Kirsten voelt zich alleen tussen iedereen … 299 Het loopt uit de hand! 302 Grenzeloos gedrag, wat nu? 306 Vaardigheden 310 Observeren van gedragsrollen 310 Herkennen van individuele normen in een groep 312 Ondersteunen van een veilig groepsklimaat 314 Communicatiekanalen openhouden 318 Omgaan met groepsconflicten 321 Themaopdrachten 325 Evaluatie 331 Studiehulp 331 Hoofdstuk 23 Woon- en leefsituatie 331 Hoofdstuk 24 Aspecten van de (leef)groep 331 Hoofdstuk 25 Leefgroep begeleiden 332 Hoofdstuk 26 Methodisch begeleiden van de leefgroep Evaluatie en reflectie 334

Thema 8 Coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting Verwerking 337 Verwerkingsopdrachten 337 Hoofdstuk 27 Coördineren en afstemmen van zorg Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg 341 Hoofdstuk 29 Voorlichting 346

337

Toepassing 350 Praktijksituaties 350 Hoe heb jij haar vanmorgen ervaren? 350 Nog geen uur later is Joshua opgenomen 355 Themaopdrachten 359 Evaluatie 360 Studiehulp 360 Hoofdstuk 27 Coördineren en afstemmen van zorg Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg 360 Hoofdstuk 29 Voorlichting 361 Evaluatie en reflectie 362

1 10

360

332

336


Thema 9 GGZ en samenleving

364

Verwerking 365 Verwerkingsopdrachten 365 Hoofdstuk 30 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 31 Ethiek in de GGZ 368 Hoofdstuk 32 Wetgeving en financiering 370

365

Toepassing 374 Praktijksituaties 374 Ik dien een klacht in! 374 Je hebt toch plichten! 379 Themaopdrachten 383 Evaluatie 385 Studiehulp 385 Hoofdstuk 30 Maatschappelijke ontwikkelingen Hoofdstuk 31 Ethiek in de GGZ 385 Hoofdstuk 32 Wetgeving en financiering 386 Evaluatie en reflectie 387

1 11

385


Thema 1 Oriëntatie op de GGZ

1

Werken met zorgvragers met psychiatrische stoornissen houdt in dat je werkt met mensen waarbij psychologische functies, zoals voelen, denken of waarnemen, afwijkend functioneren of verstoord werken. Het gevolg hiervan is afwijkend gedrag. Het is belangrijk om te weten wie deze kwetsbare zorgvragers zijn. Zorgvragers kunnen heel verschillende psychiatrische stoornissen hebben. Bij een psychiatrische stoornis kunnen enkele maar ook alle psychologische functies verstoord zijn. Denk aan: denken, voelen, waarnemen en bewustzijn. Door de eeuwen heen is men steeds anders gaan kijken naar mensen met psychiatrische stoornissen. Hierdoor is in de zorg, ondersteuning en omgang met deze zorgvragers veel veranderd. De geschiedenis is bepalend voor hoe de zorg nu is. Als verzorgende werk je doelgericht aan het herstel van de zorgvrager. Samen met de zorgvrager pak je zaken stap voor stap aan. Ook bij het werken vanuit het verpleegplan volg je een methodische aanpak. Het gaat om de volgende stappen: verzamelen van informatie, inschatten van de zorgsituatie, plannen van zorgacties, uitvoeren van de zorgacties en evalueren van de zorg. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Zorgvragers in de GGZ • normaal of afwijkend gedrag? • invalshoeken voor afwijkend gedrag • DSM-5 Classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen • psychiatrische zorg vroeger • psychiatrische zorg nu • organisatie van de GGZ • zorgcircuits en zorgprogramma’s • psychiatrie en verplegen Hoofdstuk 3: Proces van intake tot beëindiging zorgverlening • verschillende routes • intake en behandeling • afbouwen of afronden Hoofdstuk 4: Zorgproces in de GGZ • behandelplan • wat verzorgenden doen • methodisch verzorgen • zorg en begeleiding in vijf stappen

1 12


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Zorgvragers in de GGZ 1

1

‘Gestoord gedrag’ is een begrip dat vragen oproept. a Waarom is dat?

b

2

Welke stellingen over psychiatrische stoornissen zijn juist? a Alleen mensen als de huisarts, psychiater, naasten en de zorgvrager zelf kunnen aangeven of er afwijkend of gestoord gedrag te zien is. b Iemand die zich abnormaal gedraagt, heeft een psychiatrische stoornis. c Niet alle gedrag dat afwijkt, is een symptoom van een psychiatrische stoornis. d Psychiatrische zorgvragers zijn vaak mensen met een lage intelligentie.

Er zijn bepaalde criteria voor gedrag. Deze geven aan wanneer gedrag een symptoom is van een stoornis. a Noteer hier de vier criteria voor het vaststellen van gestoord gedrag.

b

Welk van de vier criteria is een subjectief criterium?

1 13


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

3

Is het afwijkend gedrag of gestoord gedrag? Kies uit: denken dat je Jezus bent – hard praten – in het openbaar in je neus peuteren – jezelf snijden – naakt op de snelweg lopen – niets eten omdat je denkt dat je te dik bent – tics hebben Afwijkend gedrag

4

Gestoord gedrag

De zoektocht naar de oorzaak van een psychiatrische stoornis heeft tot nu toe geen eenduidig antwoord opgeleverd. Vanuit verschillende invalshoeken wordt naar de oorzaak van een psychiatrische stoornis gekeken. a Combineer de invalshoek met de mogelijke oorzaak van een psychiatrische stoornis.

Invalshoek

b

Een psychiatrische stoornis ontstaat door:

1

biologische invalshoek

a

combinatie van het niet goed functioneren van de hersenen, het psychologisch (be) leven en het sociale systeem

2

biopsychosociale invalshoek

b

functioneren van het sociale systeem en/of culturele achtergrond

3

magische invalshoek

c

iemands psychologisch beleven en leven

4

psychologische invalshoek

d

niet goed functioneren van de hersenen

5

sociaal-culturele invalshoek

e

onbegrijpelijke en ongrijpbare boze geesten of krachten die bezit van iemand nemen

Vul de juiste invalshoek in. •

Jorn geeft aan dat ‘ze’ zijn ruggengraat eruit willen halen en schreeuwt het invalshoek.

uit: •

Marcel heeft autisme en kan moeilijk contact maken met mensen. Hierdoor heeft hij geen vrienden en staat hij vaak alleen in de pauze: invalshoek.

1 14


Verwerkingsopdrachten

2 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

Mohammed wil niet meer meedoen aan de ramadan en hangt liever wat rond met zijn vrienden in de coffeeshop. Hij wordt steeds opstandiger en heeft het gevoel dat hij nergens meer bij hoort: invalshoek.

Peter is vroeger veel gepest op school. Hij heeft hierdoor een angststoornis invalshoek.

ontwikkeld: •

Imme is erg druk in zijn hoofd, kan moeilijk stil zitten, is snel afgeleid en kan invalshoek.

zich slecht concentreren: c

5

Waarom is het van belang dat je op de hoogte bent van de verschillende invalshoeken?

De psychiatrische stoornissen zijn geordend in een classificatiesysteem, de DSM-5. Vul de juiste woorden in. De letters DSM staan voor of Mental Disorders. Het is een opsomming van afwijkend gedrag, gedachten en . In de DSM-5 worden psychiatrische stoornissen omschreven in algemene categorieën.

1 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen 2

1

Mensen met een psychiatrische stoornis werden vroeger in ‘dolhuizen’ geplaatst. a Op welke tijd heeft deze uitspraak betrekking? a op de middeleeuwen b op de negentiende eeuw c op de twintigste eeuw b Hoe werd in die tijd naar psychiatrische patiënten gekeken? Kies de juiste woorden. In die tijd had men van mensen met een psychiatrische aandoening een heel ander beeld / zelfde beeld als nu. Het vreemde gedrag dat mensen vertoonden, zag men als een ziekte / uiting van duivels of boze geesten. Psychiatrische patiënten moesten worden opgeborgen / terugkeren naar de maatschappij. In de dolhuizen werden de psychiatrische patiënten behandeld / bewaakt.

1 15


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

2

Zorgverleners deden steeds meer kennis op over oorzaken en behandelwijzen van psychiatrische stoornissen. Hierdoor dacht men ook steeds beter te weten wat goed was voor de zorgvrager. Kies steeds het juiste woord. • ‘Ieder mens, dus ook een persoon met een psychiatrische aandoening, heeft het recht om zelf te beslissen over zijn eigen leven.’ Dit hoort bij autonomie / bestwil. • ‘Zorgverleners weten wat goed is voor de zorgvrager. Zij kunnen beter kiezen voor de zorgvrager. Die kan het immers zelf niet.’ Dit hoort bij autonomie / bestwil.

3

Tegenwoordig zijn er veel verschillende zorgvormen, zoals psychiatrische zorg thuis (PZT), beschermd wonen, deeltijdbehandeling, klinische behandeling, e-mental health, bemoeizorg en Flexible assertive community treatment (F-ACT) teams. Lees de situatieschetsen.

Abraham Abraham is zijn huis uit gevlucht. Daar zijn ‘ze’ nu ook al. Hij voelt zich niet meer veilig. Op straat klampt hij mensen aan om hulp. Een ander moment ziet hij ‘de vijand’ in een omstander en probeert die aan te vallen met een tak die op straat ligt. De politie wordt gebeld. Denise Denise is na drie maanden opgenomen te zijn geweest, weer thuis in haar eigen omgeving. Ze krijgt nog hulp om de stap naar meer zelfredzaamheid en zelfstandigheid gemakkelijker te maken. Mevrouw De Groot Mevrouw De Groot komt weinig buiten. Eigenlijk alleen om kattenvoer voor haar negen katten te halen. Haar flat is ernstig vervuild. De buren klagen over stank. Jeroen Jeroen heeft psychische klachten en schaamt zich er heel erg voor. Hij wil niet dat zijn omgeving dit weet. Wel wil hij anoniem aan de slag met zijn problemen.

Welke zorgvorm wordt waarschijnlijk voor of door de betreffende zorgvrager ‘gekozen’? •

Zorgvorm voor Abraham:

Zorgvorm voor Denise:

Zorgvorm voor mevrouw De Groot:

Zorgvorm voor Jeroen:

1 16


Verwerkingsopdrachten

4

2 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

Voor 2014 werd er in de GGZ nog gewerkt met ‘lijnen’ in de zorg. De GGZ nu is in drie categorieën ingedeeld. a Combineer de categorie met de omschrijving ervan.

Categorie

b

5

Omschrijving

1

curatieve GGZ

a

door de rechter opgelegde hulp na het plegen van een strafbaar feit

2

forensische GGZ

b

gericht op genezing, ofwel herstel of stabilisering van de aandoening zodat deze niet erger wordt

3

langdurige GGZ

c

gericht op zorgvragers met ernstige psychische aandoeningen binnen en buiten een instelling, die langdurig en chronisch is

De huisarts heeft de zogenoemde ‘poortwachtersfunctie’. Wat wil dit zeggen?

In de GGZ wordt gewerkt met het concept van zorgcircuits. Welk zorgcircuit hoort bij het kenmerk?

Kenmerk

Zorgcircuit

Methadonverstrekking Zo kort mogelijke behandeling, meestal korter dan twee jaar Zorg afgestemd op de (on)mogelijkheden van de oudere zorgvrager Zorg gericht op mensen die niet in staat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien en zelf geen hulpvraag stellen Zorg gericht op voorkomen en beperken van psychische aandoeningen Zorg gericht op ‘zo gewoon’ mogelijk leven Zorgvrager die in aanraking is gekomen met justitie Zorgvragers van 0-23 jaar

1 17


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

6

Kerntaken beschrijven wat van jou als (beginnend) verzorgende IG wordt verwacht en welke verantwoordelijkheid je draagt. a Noteer de drie kerntaken van de verzorgende IG in de GGZ die in de theorie worden genoemd.

b

7

Bij deze kerntaken horen werkprocessen. Noem één werkproces dat je waarschijnlijk lastig gaat vinden en leg uit waarom.

Het actuele uitgangspunt in de GGZ is dat zorg en begeleiding worden geboden vanuit het idee van HOZ. a Waarvoor staat de afkorting HOZ? De afkorting HOZ staat voor b

zorg.

HOZ vraagt een bijpassende basishouding van de verzorgende IG. Welke kenmerken heeft die basishouding? a De verzorgende heeft een houding van realisme en temperen van enthousiasme van de zorgvrager. b De verzorgende herkent, stimuleert en benut de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager. c De verzorgende is present (aandachtig aanwezig). d De verzorgende maakt ruimte voor het persoonlijk verhaal van de zorgvrager.

1 Proces van intake tot beëindiging zorgverlening 3

1

Een zorgvrager kan niet naar eigen inzicht bij een willekeurige zorgaanbieder aankloppen. Hiervoor zijn door de overheid routes afgesproken. a Vul het schema in. Kies uit: curatieve zorg – forensische zorg – gemeenten – langdurige zorg – ministerie van Justitie en Veiligheid – zorgverzekeraars Route

Gericht op behandeling en herstel behandeling zorg na het plegen van of verdacht worden van een strafbaar feit gerelateerd aan psychische problematiek zo zelfstandig mogelijk leven met een stoornis of beperking

1 18

Betaald door


Verwerkingsopdrachten

b

2

3 Proces van intake tot beëindiging zorgverlening

Welke stellingen zijn juist? a Bij problemen als eenzaamheid en overspannenheid stuurt de huisarts de zorgvrager meteen door naar de basis GGZ. b Het behandelteam in de gespecialiseerde GGZ is meestal multidisciplinair. c Het Centrum Indicatiestelling Zorg onderzoekt samen met de instelling of iemand voor intensieve zorg in aanmerking komt. d Voorwaarde voor doorverwijzing naar de basis GGZ is dat een DSM-diagnose is gesteld, of dat er een sterk vermoeden is van een DSM-diagnose.

Het kan zijn dat een zorgvrager meteen moet worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. a Vul de juiste woorden in. Bij een klinische opname in de psychiatrie is nogal eens sprake van een opname. Er is dan sprake van een

situatie.

In dit soort situaties wordt gebruikgemaakt van een IBS, een . Dit is een

maatregel die bepaalt dat iemand

tegen zijn zin mag worden opgenomen. b

c

3

Bij een spoedopname kan het voorkomen dat een zorgvrager naar een instelling in een andere provincie gebracht wordt. Lees de zinnen. Is het een mogelijk voordeel of nadeel? • Het sociale netwerk van de zorgvrager kan moeilijker worden benut. Familie en vrienden bevinden zich op grotere afstand. Dit is een mogelijk voordeel / nadeel. • Het kan zijn dat de zorgvrager zich vrijer voelt, geen schaamtegevoelens heeft, minder denkt ‘als niemand mij maar ziet’. Dit is een mogelijk voordeel / nadeel. Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om iemand tegen zijn wil te kunnen opnemen? a De dreiging van gevaar is zo dringend dat een uitspraak van de rechter niet kan worden afgewacht. b De zorgvrager is niet vrijwillig bereid tot opname. c De zorgvrager lijdt aan een psychische stoornis. d De zorgvrager veroorzaakt een onmiddellijk dreigend gevaar voor zichzelf of anderen. e Er is waarschijnlijk een verband tussen de stoornis en het gevaar. f Het gevaar is afgewend, maar de zorgvrager is in een psychiatrisch ziekenhuis het best op zijn plek.

De behandeling vindt plaats volgens de doelen die in het behandelplan zijn opgenomen. a Vul de juiste woorden in. Wat betreft inhoud van doelen is er geen verschil tussen een klinische behandeling en een

behandeling. In een klinische situatie is .

de behandeling wel

1 19


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

b

Wat staat er in een behandelplan?

c

Psychiatrische zorg kan voor zorgvragers met een chronische psychiatrische aandoening bijna nooit helemaal worden gestopt. Wat zou het voor hen betekenen als hun zorg helemaal wordt gestopt? Motiveer je antwoord.

1 Zorgproces in de GGZ 4

1

Bij de zorg voor zorgvragers met een psychiatrische stoornis zijn meestal meerdere disciplines betrokken. a Wat is de basis voor het handelen van verzorgenden IG?

b

Vul de juiste woorden in. •

De

is verantwoordelijk voor het ontwerpen

van het verpleegplan. •

De

De

stelt mede het verpleegplan op. is eindverantwoordelijk voor het

behandelplan en dus ook voor het verpleegplan. 2

Als de psychiater voldoende gegevens heeft verzameld, stelt hij een medische diagnose. a Welke gegevens verzamelt de psychiater? a aanwezigheid van psychiatrische verschijnselen b levensgeschiedenis van de zorgvrager c lichamelijk onderzoek d problemen van de zorgvrager e schoolscores van de zorgvrager f verleden van de zorgvrager b Waarom stelt een psychiater vaak eerst een zogenoemde voorlopige of werkdiagnose vast?

1 20


Verwerkingsopdrachten

3

4 Zorgproces in de GGZ

Welke taken horen bij de psychiater (P) en welke taken horen bij de verzorgende IG (V)? Vul in het schema P of V in.

Taak

P of V

beoordelen van het toestandsbeeld van de zorgvrager hoofdverantwoordelijk zijn voor het behandelplan HOZ bieden op het gebied van persoonlijke verzorging en adl HOZ bieden op het gebied van psychosociaal handhaven HOZ bieden op het gebied van wonen en huishouden luisterend oor zijn voor de zorgvrager observeren van het gedrag van de zorgvrager onderzoeken of er ziekelijke storingen zijn in de psychische functies relevante informatie methodisch verzamelen, overdragen en rapporteren samen met de verpleegkundige het verpleegplan ontwikkelen en opstellen stellen van een medische diagnose uitwisselen van observaties en meningsvorming voorschrijven van medicijnen voorschrijven van wel of geen inperking van de vrijheid

4

Zelfredzaamheid is de uitvoerende kant van de zelfzorg van de zorgvrager. a Om welke uitvoerende handelingen gaat het hierbij?

b

Welke andere kant van zelfzorg is er?

c

De regie over de eigen zelfredzaamheid is bij zorgvragers met een psychiatrische stoornis nogal eens onvoldoende. Een zorgvrager mag alleen de regie over zichzelf worden ontnomen als hij zichzelf in gevaar brengt. Kies het juiste woord. In geval van de eigen zelfredzaamheid is hier wel / niet snel sprake van.

1 21


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

5

Methodisch verzorgen houdt in dat de zorg die je geeft verloopt volgens een plan. a Vul de juiste woorden in. •

is de weg waarlangs de zorg zich ontwikkelt van begin- tot eindpunt.

is de methodische manier waarop je de zorg vorm en inhoud geeft.

b

6

Er zijn vijf stappen die je bewust en in vaste volgorde zet. Dit is je methodische aanpak voor de zorg en begeleiding bij de individuele zorgvrager. a Noem de vijf stappen.

b

7

Wat is het verschil in het maken van een plan voor aanpak voor de lange termijn en de korte termijn?

Intuïtief handelen voldoet niet aan de kenmerken van methodisch verzorgen. Toch is het een feit dat verpleegkundigen en verzorgenden nogal eens intuïtief werken. Dit kan en is zelfs onmisbaar. Waarom is voor beginnend verzorgenden intuïtief handelen moeilijk?

Lees de situatieschets.

In het verpleegplan van mevrouw De Haas staat dat mevrouw in staat is zichzelf ’s morgens te verzorgen. Ze moet wel verbaal worden gestimuleerd om dit te doen. Suze is voor de derde achtereenvolgende ochtend ingedeeld op de unit waar mevrouw De Haas verblijft. De twee voorafgaande dagen is het Suze opgevallen dat mevrouw De Haas alleen het gezicht wast en de haren enigszins uitkamt. Nu Suze dit vandaag weer ziet, besluit ze om mevrouw erop aan te spreken. Mevrouw De Haas vertelt dat ze elke dag doodmoe opstaat en dat ze geen energie heeft om zich uitgebreid te verzorgen. Suze biedt aan om mevrouw te helpen. Deze accepteert dit en zegt het liefst in bad te gaan. Suze helpt mevrouw daarbij.

1 22


Verwerkingsopdrachten

4 Zorgproces in de GGZ

a

Geef aan of er in deze situatie sprake is van een methodische aanpak. Licht je antwoord toe.

b

Hoe zou een methodische aanpak eruit kunnen zien?

1 23


THEMA 1 Oriëntatie op de GGZ

Toepassing Praktijksituaties Marloes overdenkt haar profielkeuze De twijfel van Marloes Marloes is 18 jaar en volgt de opleiding tot Verzorgende IG. Het basisdeel van de opleiding heeft ze achter de rug. Nu is ze volop bezig met de verschillende profieldelen. Over een tijdje mag ze een keuze maken om zich extra te verdiepen in een van de profielen. De laatste weken twijfelt ze sterk welk profieldeel ze zal kiezen. In eerste instantie had ze gekozen voor het profieldeel verpleging- en verzorgingshuizen en thuiszorg. Maar bij nader inzien vraagt ze zich af of dat wel voldoende uitdaging biedt. Daarom denkt ze nu na over het profieldeel geestelijke gezondheidszorg. Ze wil in haar latere beroep hoe dan ook mensen helpen om weer gezond of gelukkig te worden. Op tv kijkt ze graag naar programma’s waarin mensen met problemen worden geholpen: over mensen in een vervuild huis dat wordt schoongemaakt, of mensen die vastlopen in de relaties die ze met anderen hebben. Het lijkt Marloes boeiend om zelf met deze mensen te werken en hen te helpen bij de problemen die ze hebben. Marloes heeft nieuwe plannen Als Marloes met vriendin Shanti praat over haar plannen, zegt Shanti dat ze denkt dat de GGZ wel goed past bij Marloes. Ze zegt: ‘Jij bent altijd goed in contact leggen met mensen. Je kunt goed luisteren en wilt altijd mensen helpen.’ Hm, denkt Marloes, dat klopt wel. Ze zegt: ‘Ik denk inderdaad dat het mij echt voldoening geeft als een probleem van iemand echt is opgelost.’ Na het gesprek met Shanti besluit ze om ook eens met haar moeder te praten. Wat zou haar moeder van haar nieuwe plannen vinden? Marloes en de buurvrouw Als Marloes haar moeder heeft verteld van haar gewijzigde plannen, zegt haar moeder als eerste: ‘Weet waar je aan begint. Ik denk dat je er wat te gemakkelijk over denkt, Marloes. Praat eens met die nieuwe buurvrouw hier in de straat. Zij werkt met mensen met psychiatrische problemen. Het valt echt niet altijd mee als mensen de hele tijd mopperig zijn of neerslachtig. Sommige mensen vinden het moeilijk te accepteren dat ze hulp nodig hebben of voelen zich machteloos en reageren dat af op haar. En soms zijn er schrijnende situaties met mensen die slecht voor zichzelf zorgen of iemand die al voor de vijfde keer heeft geprobeerd een eind aan zijn leven te maken.’ ‘Dat kan ook een uitdaging zijn’, zegt Marloes. ‘Natuurlijk’, reageert haar moeder. ‘Maar het is echt niet eenvoudig te werken met

1 24


Praktijksituaties

Marloes overdenkt haar profielkeuze

mensen met psychiatrische problemen. Dat zei de buurvrouw ook nog, dat je echt stevig in je schoenen moet staan om met al die mensen en hun problemen om te kunnen gaan. Je moet het als je ’s avonds thuiskomt wel van je af kunnen zetten en altijd positief kunnen blijven. Jij bent van jezelf lang niet altijd positief en standvastig ben je ook niet altijd. Je wilt nog weleens van mening veranderen.’ ‘Nou, dat is vaak ook wel een voordeel, hoor’, reageert Marloes. Haar moeder gaat verder. ‘Ze vertelde ook dat er steeds meer administratie bij dit werk komt kijken. Je moet elke stap die je met een zorgvrager neemt nauwkeurig vastleggen. Heel precies weet ik het ook allemaal niet. Praat gewoon eens met haar.’ ‘Die buurvrouw lijkt me wel negatief’, reageert Marloes afwerend. ‘En wat zij meemaakt, zo hoeft het toch niet overal te zijn. Misschien heeft die buurvrouw wel heel moeilijke zorgvragers. Dat kan toch?’ 1

Marloes denkt erover om een andere keuze voor haar profieldeel van de opleiding te maken. Ze denkt erover om te kiezen voor het profieldeel geestelijke gezondheidszorg. a Wat is jouw mening over de gedachten die Marloes heeft over het werken als verzorgende in de GGZ? Licht je mening toe met ten minste twee argumenten.

b

Hoe zou het komen dat Marloes het werken in de GGZ te gemakkelijk inschat?

2

Marloes heeft een bepaalde behoefte die ze in haar latere beroep wil vervullen: ze wil graag mensen helpen om weer gezond of gelukkig te worden. Zal Marloes deze behoefte kunnen vervullen als ze als verzorgende gaat werken in de GGZ? Licht je antwoord toe.

3

Marloes houdt geen rekening met een aantal lastige of minder leuke onderdelen van het werken binnen de GGZ. a Welke lastige of minder leuke onderdelen van het werk worden in de praktijksituatie benoemd? Noem er twee.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 3

Geestelijke gezondheidszorg

Deze uitgave Geestelijke gezondheidszorg maakt deel uit van de serie Traject V&V. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het ­kwalificatiedossier Verzorgende IG. P3-K1-W1 Communiceert met zorgvragers gericht op maatschappelijke participatie P3-K1-W2 Begeleidt een groep zorgvragers en naastbetrokkenen De leermiddelen uit de serie Traject V&V zijn bestemd voor de opleiding Verzorgende IG (niveau 3) en de opleiding Mbo-Verpleegkundige (niveau 4). Door de thematische opbouw is Traject V&V geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden. Het complete aanbod van Traject V&V bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie of reflectie opdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject V&V? Kijk dan op: www.thiememeulenhoff.nl/trajectvenv

Geestelijke gezondheidszorg WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorieboeken.

verzorgende ig

Auteurs: A. Engeltjes A.J.T. Megens A.C. Verhoef Y.E.P.M. Vullinghs A. Willemse R. Zimmermann-van Beuningen Onder redactie van: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

9 789006 910575

WB_Geestelijkegezondheidszorg_N3_210x297mm.indd All Pages

28/03/18 13:23

Geestelijke gezondheidszorg niveau 3 werkboek  

Geestelijke gezondheidszorg niveau 3 werkboek maakt deel uit van de serie Traject V&V.

Geestelijke gezondheidszorg niveau 3 werkboek  

Geestelijke gezondheidszorg niveau 3 werkboek maakt deel uit van de serie Traject V&V.