Issuu on Google+

05-694(;0,;,*/50,2 42 Kernboek

Herzien door: A. de Bruin Redactie: J. van de Graaf


INFORMATIETECHNIEK 1MK Kernboek

Herzien door: A. de Bruin Redactie: J. van de Graaf

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 3

31-05-11 16:39


IV

Herzien door: A. de Bruin Redactie: J. van de Graaf Vormgeving binnenwerk en omslagontwerp TwinMedia bv, Culemborg Zetwerk Studio Imago, Amersfoort Tekeningen P.A. Cornelis, Eindhoven

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voort­ gezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 90162 7 Tweede druk, eerste oplage, 2011 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschul­ digde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 4

31-05-11 16:39


V

Woord vooraf Sinds eind jaren negentig is de serie Transfer de methode voor techniekopleidin­ gen in het middelbaar beroepsonderwijs, zoals elektrotechniek, werktuigbouw­ kunde en mechatronica. De ontwikkelingen in de techniek en het onderwijs staan niet stil. Op basis van gebruikersonderzoek bleek dat docenten tevreden zijn over de inhoud van de boeken, maar dat de boeken aan actualisering toe waren door veranderingen in de techniek en het onderwijs. Belangrijk vond men wel dat de structuur van de boeken als zodanig behouden bleef. Daarom is dit boek in samenspraak met bedrijven herzien. Daarbij is door de auteurs een zorgvuldige afweging gemaakt tussen basiskennis, verdiepende ken­ nis en actualiteit. Er is extra aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de boeken voor de deel­ nemers. Elk hoofdstuk start met een aansprekend praktijkvoorbeeld. Het geeft antwoord op de vraag van de deelnemer: ‘’Waarom moet ik dit eigenlijk weten?’’ De leesbaarheid voor deelnemers van de boeken is aanzienlijk verbeterd. Daarnaast wordt nu elk kernboekhoofdstuk afgesloten met de belangrijkste kernpunten. De serie Transfer is ontwikkeld voor zelfstandig leren en werken. Aan de hand van de werkboeken worden de deelnemers door de leerstof in het kernboek geleid. De kernboeken bevatten voldoende theorie, waardoor u onafhankelijk van uw didactiek, onderwijssysteem of regio altijd de juiste theoretische borging van uw onderwijs heeft. Wij hopen dat u met plezier zult werken met onze herziene boeken uit de serie Transfer. Indien u vragen of suggesties heeft dan waarderen wij het bijzonder wanneer u contact met ons opneemt.

De uitgever

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 5

31-05-11 16:39


Inhoudsopgave

VII

Inhoudsopgave 1

Informatietechnologie

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding Spanningssoorten Periodetijd en frequentie Faseverschuiving Analoge en digitale spanning Kloksignaal en duty cycle Kernpunten

2

Elektronische componenten

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Inleiding Elektrisch schema Passieve en actieve componenten Componenten en symbolen Ge誰ntegreerde schakelingen SMT (Surface-Mount Technology) Schema lezen Kernpunten

3

Versterking 

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Inleiding Versterkeraanpassingen Spanningsversterking Stroomversterking en vermogensversterking Versterking in decibel Amplitudekarakteristiek Kernpunten

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 7

1 2 4 6 8 9 10 12

15 16 16 17 18 21 23 25 27

29 30 31 32 35 38 42 45

31-05-11 16:39


VIII

informatietechniek 1MK

4

PN-overgangen 

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Inleiding PN-overgang Diode Led Zenerdiode Fotodiode Kernpunten

5

De transistor 

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Inleiding Opbouw van NPN- en PNP-transistor Basisinstelling van een transistor Vermogen en maxima van een transistor Behuizingen van een transistor Kernpunten

6

De op-amp 

87

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

Inleiding Eigenschappen van de op-amp Terugkoppeling Niet-inverterende versterker Inverterende versterker Optelschakeling Verschilversterker Kernpunten

88 89 93 94 99 102 103 105

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 8

47 48 49 50 56 63 67 68

71 72 73 74 79 82 85

31-05-11 16:39


Inhoudsopgave

IX

7

Digitale techniek

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Inleiding Elementaire logica AND-functie OR-functie NOT-functie NAND-functie NOR-functie Technologische eigenschappen van logische poorten Kernpunten

8

Logische schakelingen

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Inleiding Waarheidstabellen met meerdere variabelen Opstellen van een waarheidstabel Bepalen van de logische functie van een digitale schakeling Een logische functie omzetten naar een digitale schakeling Niet-gebruikte poortingangen Kernpunten 

9

Talstelsels 

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Inleiding Binair stelsel Conversie van decimaal naar binair en omgekeerd Hexadecimaal stelsel Conversie van binair naar hexadecimaal en omgekeerd Kernpunten

144 146 148 150 151 154

10

Digitale rekenkundige bewerkingen

155

10.1 10.2 10.3 10.4

Inleiding Optellen Aftrekken Kernpunten

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 9

107 108 112 116 118 121 122 124 125 127

129 130 131 133 135 137 140 141

143

156 156 159 164

31-05-11 16:39


X

informatietechniek 1MK

11

IndustriĂŤle automatisering

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7

Inleiding Besturingssysteem Sensoren Actuatoren Besturingsfuncties in een PLC Arbeidsstroom en ruststroom Kernpunten

165 166 169 170 172 176 178 180

Illustratieverantwoording 

181

Trefwoordenregister

183

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 10

31-05-11 16:39


Informatietechnologie

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 1

1

31-05-11 16:39


2

1.1

informatietechniek 1MK

Inleiding

Informatietechnologie richt zich op informatiesystemen, telecommunicatie en computers. In de informatie- en communicatietechnologie (ICT) gaat het om het verwerken van data (verzameling van gegevens) tot informatie. Data worden pas informatie als ze een betekenis vormen voor de ontvanger. Informatie kan zijn: weersvoorspelling, filenieuws, treinvertraging, tv-beelden, rapportages, enzo­ voort. Data in de informatie zijn bijvoorbeeld temperatuur, tijd en plaats. Data worden in elektrische schakelingen verwerkt. Dit kan alleen als data worden weergegeven met elektrische signalen. In elektronische apparatuur bevinden zich meerdere schakelingen die elektrische signalen verwerken. Binnen de informatietechnologie maken we gebruik van blokschema’s. In een blokschema wordt op grafische wijze de werking van apparaten weergegeven. De inhoud van een bepaald blok (of onderdeel) in een blokschema is hierbij niet belangrijk. In een blokschema gaat het alleen maar om de verwerking van data. In figuur 1.1 zien we een uitvoering van een PLC (Programmable Logic Control­ ler). In figuur 1.2 is het blokschema van deze PLC weergegeven. Een PLC wordt onder andere toegepast in verkeerslichtinstallaties.

Figuur 1.1  PLC (Programmable Logic Controller)

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 2

31-05-11 16:39


1

Informatietechnologie

3

voeding

programmageheugen

datageheugen

ingangssignalen sensoren

uitgangssignalen actuatoren ingangen

CPU

uitgangen

programmeertoestel Figuur 1.2  Blokschema van een PLC

In het blokschema zijn de in- en uitgangssignalen het belangrijkst. De voeding (230 V wisselspanning of 24 V gelijkspanning) van de verschillende blokken wordt vaak niet in een blokschema weergegeven. Een gebruiker is meestal niet geïnteresseerd in de werking van de PLC, wel in de mogelijkheden van het apparaat. In figuur 1.3 zien we een fruitsorteerinstallatie waarin PLC’s zijn toegepast.

Figuur 1.3  PLC in een fruitsorteerinstallatie

Voor het verhelpen van een storing in een apparaat of installatie, moet een repa­ ratietechnicus wel kennis hebben van de werking van de componenten waaruit een apparaat is opgebouwd. Ook zal deze technicus kennis moeten hebben van elektrische signalen die in een apparaat of elektrische schakeling voorkomen.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 3

31-05-11 16:39


4

informatietechniek 1MK

1.2

Spanningssoorten

In de informatietechnologie komen we verschillende soorten elektrische spannin­ gen tegen. Elektrische spanningen kunnen we indelen naar: –– Soort: wisselspanning of gelijkspanning; –– Toepassing: analoge spanning (signaal) of digitale spanning (signaal). Wisselspanning

Bij wisselspanning wisselt de polariteit voortdurend van richting. De stroom door een component wisselt dan ook voortdurend van richting. ­Wisselspanning wordt daarom ook aangegeven met de letters AC (Alternating Current). Gelijkspanning

Een gelijkspanning heeft maar één polariteit. De stroom kan maar in één richting door een component lopen: direct current. Gelijkspanning wordt daarom ook aangegeven met de letters DC (Direct Current). We zullen van elke soort spanning een toelichting geven. Wisselspanning

Bij wisselspanning wisselt de polariteit voortdurend van richting. We onderschei­ den daarbij twee soorten: –– symmetrische wisselspanning; –– asymmetrische wisselspanning. Symmetrische wisselspanning

Bij een symmetrische wisselspanning heeft de spanningsvorm in het positieve gedeelte dezelfde vorm als in het negatieve gedeelte. Zie figuur 1.4.

U

U

t

t

Figuur 1.4  Symmetrische wisselspanning

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 4

31-05-11 16:39


1

Informatietechnologie

5

Asymmetrische wisselspanning

Bij een asymmetrische wisselspanning wisselt de polariteit voortdurend van rich­ ting, maar heeft de spanningsvorm in het positieve gedeelte niet dezelfde vorm als in het negatieve gedeelte. Zie figuur 1.5.

U

U t

t

Figuur 1.5  Asymmetrische wisselspanning

Gelijkspanning

Een gelijkspanning kan een positieve of een negatieve waarde hebben. Bovendien kan ze naar de tijd gezien een constante of een variërende waarde hebben. Constante gelijkspanning

In figuur 1.6 is een spanning met een constante waarde (5 V) weergegeven. De spanning kan positief of negatief zijn.

U +5 V

U 0

t

0

t

–5 V

a. positieve spanning

b. negatieve spanning

Figuur 1.6  Constante gelijkspanning

Bij een voedingsbron met een constante spanning blijft deze spanning constant onafhankelijk van de afgegeven stroom. Een voorbeeld van een gelijkspannings­ bron is een batterij of accu. Als we de spanning van een accu meten, kunnen we deze aangeven als +12 Vof –12 V. Zie figuur 1.7

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 5

31-05-11 16:39


6

informatietechniek 1MK

U 12 V U 0

t

0

t

–12 V

Figuur 1.7 Meten van gelijkspanningen

Variërende gelijkspanning

Een variërende gelijkspanning heeft geen constante waarde, maar wel een con­ stante polariteit. Zie figuur 1.8.

U

U t

a. positieve variërende gelijkspanning

t

b. negatieve variërende gelijkspanning

Figuur 1.8  Variërende gelijkspanning

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 6

31-05-11 16:39


1

1.3

7

Informatietechnologie

Periodetijd en frequentie

Als een spanningsvorm zich periodiek herhaalt, kunnen we de periodetijd T van deze spanning bepalen en daarmee de frequentie f berekenen. De tijdsduur van een herhaling van hetzelfde spanningspatroon noemen we de periodetijd T. In figuur 1.9 zien we vier spanningsvormen, waarin de periodetijd T is aange­ geven. Het aantal herhalingen in één seconde noemen we de frequentie.

U

U t

t

T

T

U

U t

T

T

t

Figuur 1.9  Bepalen van de periodetijd T

Met de periodetijd T kunnen we de frequentie van een spanning bepalen. f= 1 T

(1.1)

Met: –– f = frequentie in Hz; –– T = periodetijd in s. De eenheid van frequentie is hertz; dit wordt afgekort met Hz. Heinrich Hertz (1857-1894) toonde het bestaan van elektromagnetische golven aan. Ook bewees hij dat de snelheid van deze golven gelijk is aan de snelheid van het licht.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 7

31-05-11 16:39


8

informatietechniek 1MK

Voorbeeld 1.1

Gegeven De frequentie van de netspanning is 50 Hz. Gevraagd Bereken de periodetijd van deze spanning. Oplossing Periodetijd T =

1 1 = = 0,02 s = 20 ms f 50 s –1

Met een oscilloscoop kunnen we spanningssignalen zichtbaar maken. Zie figuur 1.10.

Figuur 1.10  Oscilloscoop

1.4

Faseverschuiving

In een apparaat komen vaak meerdere spanningsvormen voor. Deze spanningen kunnen op hetzelfde tijdstip een verschillende onderlinge relatie hebben. In figuur 1.11 zien we een aantal sinusvormige spanningen, die op een tijdstip een verschillende nuldoorgang hebben.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 8

31-05-11 16:39


1

U1

9

Informatietechnologie

U3 1

2

3

4

t

U2

1

2

3

4

t

1

2

3

4

t

U4 1

2

3

4

t

ϕ

a. faseverschuiving van -90°

ϕ

b. faseverschuiving van -180°

Figuur 1.11  Bepaling van de faseverschuiving

In figuur 1.11a zien we dat U2 op een later tijdstip de nul-as passeert dan de span­ ning U1. We zeggen dan dat de spanning U2 na-ijlt op U1. De grootte van het tijd­ verschil noemen we faseverschuiving. De grootte van de faseverschuiving geven we meestal op in graden. Een hele ­periode van een sinusvormige spanning komt overeen met 360º. In figuur 1.11a is de faseverschuiving –90º. In figuur 1.11b zien we dat de faseverschuiving –180º bedraagt. We zeggen in zo’n geval ook wel, dat de spanning U4 geïnverteerd (in tegenfase) is ten opzichte van de spanning U3. Het bepalen van de faseverschuiving kan met een oscilloscoop. Zie figuur 1.12.

Figuur 1.12  Meten van de faseverschuiving van twee spanningen

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 9

31-05-11 16:39


10

informatietechniek 1MK

1.5

Analoge en digitale spanning

In apparatuur waarin data worden verwerkt, zijn deze data omgezet in een ­elektrische spanning. Daarbij onderscheiden we twee soorten spanningen: –– Analoge spanning: deze spanning bezit een oneindig aantal niveaus tussen twee uitersten waarden. Meestal spreken we in zo’n geval van een analoog signaal. –– Digitale spanning: deze spanning bezit een beperkt aantal spanningsniveaus tussen twee uiterste waarden. Meestal spreken we in zo’n geval van een digi­ taal signaal. Het analoge signaal van figuur 1.13a verandert van 2 V op het tijdstip 1, naar 5 V op het tijdstip 3. Tussen deze twee tijdstippen worden traploos alle spanning­ sniveaus van 2 V naar 5 V doorlopen. 5

5

V

V

4

4

3

U

3

U

2 1 0

2 1

0

1

2

3

ms

4

0

0

1

t

a. analoog signaal

2

3

ms

4

t

b. digitaal signaal

Figuur 1.13  Een analoog en een digitaal signaal

Bij een digitaal signaal verandert het niveau met ‘sprongen’. Het digitale signaal van figuur 1.13b verandert op tijdstip 2, van 2 V naar 4 V. De tussenliggende spanningswaarden komen niet voor.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 10

31-05-11 16:39


1

1.6

Informatietechnologie

11

Kloksignaal en duty cycle

Bij digitale systemen (zoals een pc) komen we vaak het begrip kloksignaal of klokpuls (clock pulse) tegen. Zie figuur 1.14. U t Figuur 1.14  Kloksignaal

Een kloksignaal is een digitale spanning, die gebruikt wordt om logische schake­ lingen aan te sturen. De processor in een pc kan bijvoorbeeld aangestuurd wor­ den met een kloksignaal van 2,5 GHz. De periodetijd van het kloksignaal is dan 0,4∙10–9 s. Als bij een kloksignaal gedurende 50% van de periodetijd spanning aanwezig is en gedurende 50% van de tijd geen spanning, dan spreken we van een symme­ trisch kloksignaal. De duty cycle D van zo’n signaal is dan 50%. De duty cycle D is als volgt gedefinieerd: D=

ton T

× 100%

(1.2)

Met: –– D = duty cycle in %; –– ton = de tijd waarin er spanning aanwezig is in s; –– T = periodetijd van de spanning in s.

U t ton T Figuur 1.15  Bepalen duty cycle

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 11

31-05-11 16:39


12

informatietechniek 1MK

Voorbeeld 1.2

Gegeven Het kloksignaal (spanning) volgens figuur 1.16.

U

0

2

4

6

8

10

12

ms

14

t

Figuur 1.16  Spanning

Gevraagd a Bereken de frequentie f van deze spanning. b Bereken de duty cycle D van deze spanning. Oplossing De periodetijd van de klokspanning is 6 ms. f=

1 1 = = 166,6 Hz T 6 ⋅ 10 –3 s

De tijd ton = 2 ms. De tijd T = 6 ms. D=

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 12

ton T

× 100% =

2 ms × 100% = 33,3% 6 ms

31-05-11 16:39


1

1.7

13

Informatietechnologie

Kernpunten

Blokschema: eenvoudige 足weergave van een installatie of apparaat

860 MHz converter naar 100 MHz 855 - 866 MHz bandfilter + versterker

100 MHz 150 MHz LPF + versterker mixer naar tuner

VCO - met PLL of - 10-slags pot

Gelijkspanning (DC): de polariteit van deze spanning wisselt niet

U

0

Wisselspanning (AC): de polariteit van deze spanning wisselt voort足 durend

Analoge spanning: dit is een spanning (informatiesignaal) met oneindig aantal niveaus

t

U

t

5 V 4 3

U

2 1 0

Digitale spanning: dit is een spanning 足(informatiesignaal) met een beperkt aantal niveaus

1

0

1

t

2

3

2

3

ms

4

5 V 4 3

U

2 1 0

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 13

0

t

ms

4

31-05-11 16:39


14

informatietechniek 1MK

Duty cycle: D=

ton T

U

Ă— 100%

t ton T

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 14

31-05-11 16:39


Elektronische componenten

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 15

2

31-05-11 16:39


16

2.1

informatietechniek 1MK

Inleiding

In figuur 2.1 is de binnenzijde van een radio-ontvanger weergegeven. We noemen dit ook wel een tuner. Op de afbeelding zien we dat het apparaat is opgebouwd uit diverse componenten. Componenten zijn onderdelen waaruit een elektrische schakeling is samengesteld. Dit kunnen zowel concrete componenten zijn als printplaten en modules. Elke component heeft een bepaalde vorm (of shape). De componenten zijn (elek­ trisch) met elkaar verbonden. Die verbindingen kunnen we bijvoorbeeld uitvoe­ ren met draadjes, maar meestal worden de componenten op een printplaat gemonteerd. De printplaat bevat de verbindingsdraden. Deze verbindingsdraden bestaan uit een dunne koperlaag (35 μm of 70 μm). Printplaten kunnen enkelzij­ dig of dubbelzijdig zijn, of kunnen zelfs uit meerdere lagen bestaan. Een print­ plaat die uit meerdere lagen bestaat noemen we een multilayer print.

Figuur 2.1  Tuner

Bij elk apparaat hoort een gebruiksaanwijzing waarin de diverse functies worden vermeld. Soms bevat de gebruiksaanwijzing ook een blokschema. De service manual (service doc) van een apparaat bevat het schema en de tekeningen van de printplaat (platen). In het elektrisch schema van een apparaat worden de compo­ nenten met symbolen weergegeven.

2.2

Elektrisch schema

In figuur 2.2 is een deel van een elektrisch schema weergegeven. In elektrische schema’s worden de componenten met symbolen weergegeven. Het gebruik van symbolen is vastgelegd in de NEN 5152. Dit is een document van het Nederlands Normalisatie-Instituut, waarin de elektrotechnische symbo­ len zijn vastgelegd.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 16

31-05-11 16:39


2

Elektronische componenten

17

Figuur 2.2  Deel van een elektrisch schema van een ontvanger

Een aantal componenten en hun symbolen lichten we toe.

2.3

Passieve en actieve componenten

Componenten die we in de informatietechnologie tegenkomen, kunnen we ­globaal in twee groepen verdelen: –– passieve componenten; –– actieve componenten. Passieve componenten hebben geen versterkende werking. Voorbeelden van passieve componenten zijn:

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 17

31-05-11 16:39


18

–– –– –– ––

informatietechniek 1MK

weerstanden; condensatoren; diodes; leds.

Actieve componenten hebben wel een versterkende werking. Voorbeelden hiervan zijn: –– transistors; –– FET’s en MOSFET’s; –– op-amps. Actieve componenten onderscheiden zich van passieve doordat ze één of meer voedingsspanningen nodig hebben om te kunnen functioneren.

Figuur 2.3  Verzameling passieve en actieve componenten

2.4

Componenten en symbolen

Het is niet altijd mogelijk een component aan zijn uiterlijk te herkennen. In het schema van de ontvanger zijn ook geïntegreerde schakelingen (IC’s) gebruikt. Een aantal veel voorkomende componenten in elektrische schema’s zullen we nader toelichten.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 18

31-05-11 16:39


2

Elektronische componenten

19

Weerstanden

a. uitvoering

b. symbool

Figuur 2.4  Weerstand

Weerstanden worden in de schema’s van fabrikanten vaak aangegeven met R1, R2, R3, enzovoort. Weerstanden hebben een weerstandswaarde met de eenheid Ω(ohm). De grootte van de weerstandswaarde kunnen we op verschillende manieren weergeven. De waarde 1200 Ω kunnen we als 1,2 kΩ of 1k2 weergeven. De letter k (kilo) heeft daarin de grootte 1000. Condensatoren

NV 6287-02.02b a. uitvoering

b. symbool

Figuur 2.5  Condensator

Condensatoren worden aangegeven met C1, C2, C3, enzovoort. Condensatoren hebben een capaciteitswaarde met de eenheid F (Farad). Als de capaciteit van een condensator klein is, geven we de grootte aan met μF, nF of pF. De grootte van de capaciteitswaarde kan op verschillende manieren worden aan­ gegeven. De waarde 1,2 nF kunnen we ook als 1n2 weergeven. De letter n (nano) heeft daarin de grootte 10–9. De waarde 4,7 pF kunnen we ook als 4p7 weerge­ ven. De letter p (pico) heeft daarin de grootte 10–12.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 19

31-05-11 16:39


20

informatietechniek 1MK

Diodes

anode

kathode

a. uitvoering

b. symbool

Figuur 2.6  Diodes

Diodes worden aangegeven met D1, D2, D3, enzovoort. Naast de aanduiding D1 of D2 wordt meestal de fabriekscode van de diode gegeven. In figuur 2.2 zien we bijvoorbeeld dat D8 de diode 1N4448 is. Transistors collector

basis

emitter

a. uitvoering

b. symbool

Figuur 2.7  Transistors

Transistors worden aangegeven met TR1, TR2, TR3, enzovoort. Ook bij transis­ tors wordt naast de aanduiding TR1 of TR2 ook de fabriekscode gegeven. In het schema van figuur 2.2 zien we bijvoorbeeld dat TR2 de transistor BF240 is.

12296_BW_TransferE Informatietechniek.indd 20

31-05-11 16:39


TransferE Informatietechniek 1MK