Page 1

schoongesneden boekblok 170 x 243 mm | hardcover = + 3 mm + 17 mm omvouw rondom

rug 20,8 mm

TECHNIEK

BOUWKUNDE

|

DEEL B

Algemene Bouwkunde voor makelaars is geheel aangepast aan de nieuwste regelgeving zoals de Omgevingsvergunning, Bouwbesluit, Eurocodes, NEN-EN normen, BRL’s en aanpassingen in de regelgeving over beton-, hout-, staal- en steen constructies. In twee delen bevat de vierde druk Algemene Bouwkunde voor Makelaars alle basiskennis voor het onderdeel Bouwkunde van het examen door de Stichting Vakexamen Makelaardij in Onroerende Goederen SVMNIVO. Door de overzichtelijke behandeling van materialen van grondstof tot de uiteindelijke toepassing in de constructie geeft dit boek een helder beeld van het gehele bouwproces. De vele bouwkundige tekeningen en de uitgebreide achtergrondinformatie maken het boek tevens tot een uitstekend naslagwerk voor alle beroepsbeoefenaars die hun kennis up-to-date willen houden. A.H.L.G. Bone

Algemene Bouwkunde voor makelaars | Deel B

ALGEMENE BOUWKUNDE VOOR MAKEL AARS

Let op: rugdikte nog NIET definitief

Algemene Bouwkunde voor makelaars Deel B

A.H.L.G . Bone

4 de d r u k

HOGER ONDERWIJS

0808-2013: DEF. t.b.v. Proefhoofdstuk


Algemene Bouwkunde voor makelaars deel B A.H.L.G. Bone

9006951059_BOEK.indb 1

31-12-13 13:12


IV

Inhoud 19 Staal 19.1 Staalproductie 19.2 Constructiestaal 19.3 Beschermen van staal 19.4 Verbindingen in staal 19.5 Brandwerende bescherming staalconstructies 20 Non-ferrometalen 20.1 Koper 20.2 Aluminium 20.3 Lood 20.4 Zink 21 Kunststoffen en rubbers 21.1 Vervaardiging kunststoffen 21.2 Toevoegingen aan kunststoffen 21.3 Kunststoffen en milieu 21.4 Thermoplasten 21.5 Thermoharders 21.6 Rubbers of elastomeren 22 Hout 22.1 Opbouw boom 22.2 Eigenschappen hout 22.3 Eisen aan hout 22.4 Eigenschappen en toepassing houtsoorten 22.5 Plantaardige en dierlijke aantasting 22.6 Beschermen en verduurzamen van hout 22.7 Resthoutverwerking 22.8 Duurzaam bosbeheer 23 Houtverbindingen 23.1 Houtverbindingen in breedte- en lengterichting 23.2 Klassieke verbindingen 23.3 Hoekvormende verbindingen 24 Plaatmateriaal 24.1 Fineer en triplex 24.2 Kwaliteitsaanduidingen triplex 24.3 Bijzondere soorten triplex 24.4 Meubelplaat 24.5 Spaanplaat 24.6 Vlasvezelplaat

9006951059_BOEK.indb 4

24.7 Houtwolplaat 24.8 Bitumengebonden vezelplaat 24.9 Boards 24.10 MDF en HDF 24.11 Opslag en afmetingen plaatmateriaal 25 Houten kozijnen, ramen en deuren 25.1 Soorten kozijnen 25.2 Buitenkozijnen 25.3 Binnenkozijnen 25.4 Beglazen ramen, deuren en kozijnen 25.5 Gevelvullende elementen 25.6 Maatwerk volgens concepten 26 Kozijnen en ramen van metaal en kunststof 26.1 Stalen binnendeurkozijnen 26.2 Buitenkozijnen en ramen van staal en kunststof 26.3 Buitenkozijnen en ramen van aluminium 27 Hang- en sluitwerk, bevestigingsmiddelen en kramerijen, en veiligheidseisen hang- en sluitwerk 27.1 Hangwerk 27.2 Sluitwerk 27.3 Sloten 27.4 Bevestigingsmiddelen en kramerijen 28 Vloeren, balklagen en plafonds 28.1 Eisen aan vloeren en plafonds 28.2 Vloeren op houten balklagen 28.3 Vloeren van steenachtig materiaal 28.4 Betonnen vloeren op staalplaat 28.5 Doorvoeren leidingen 28.6 Plafonds 29 Kappen, daken en dakbedekkingen 29.1 Prestatie- en constructieve eisen 29.2 Dakvormen 29.3 Isolatie 29.4 Opbouw platte daken 29.5 Dakbedekking voor platte daken 29.6 Dakdoorvoeren en afvoeren bij platte daken 29.7 Dakranden bij platte daken 29.8 Dilatatievoegen bij platte daken 29.9 Bijzondere platte daken 29.10 Opbouw hellende daken

31-12-13 13:12


V

29.11 daken 29.12 29.13 29.14 29.15 29.16 daken 29.17

Dakbedekkingen voor hellende Rieten daken Metalen dakbedekkingen Leibedekkingen Overige dakbedekkingen Aansluitingsdetails bij hellende Dakdoorbrekingen en -doorvoeren

30 Trappen 30.1 Eisen aan trappen 30.2 Trapvormen 30.3 Houten trappen 30.4 Stalen trappen 30.5 Trappen van natuursteen 30.6 Trappen van beton 30.7 Leuningen 31 Riolering 31.1 Rioolaansluiting 31.2 Opbouw rioolstelsel 31.3 Lozing 31.4 Binnenriolering 31.5 Afvoerleidingen binnenriolering 31.6 Buitenriolering 31.7 Hemelwaterafvoersystemen 31.8 Sanitaire toestellen 31.9 Sanitaire montagesystemen 31.10 Keuken 31.11 Tekeningen voor riolering en sanitaire installaties 32 Leidingwaterinstallatie 32.1 Technische installaties in woningen 32.2 Wet- en regelgeving 32.3 Eisen aan leidingwaterinstallatie 32.4 Winning, opslag, zuivering, transport en hardheid leidingwater 32.5 Leidingwater en milieu 32.6 Perceelaansluitingen 32.7 Leidingen en appendages 32.8 Tekeningen voor leidingwaterinstallatie 32.9 Geluidhinder vanwege leidingwaterinstallatie

33 Gasinstallatie 33.1 Gasunie en energiebedrijven 33.2 Eisen aan gasinstallatie 33.3 Leidingen en verbruikstoestellen 33.4 Materialen leidingen 33.5 Tekeningen voor gasinstallatie 34 Elektrische installatie 34.1 Eisen aan elektrische installatie 34.2 Stroom, spanning en weerstand 34.3 Aanleg elektrische installatie 34.4 Installatiemateriaal 34.5 Elektrische huisinstallatie 34.6 Domotica 35 Verwarming, warmwaterinstallatie en luchtbehandeling 35.1 Warmteverlies of -transmissie 35.2 Centrale verwarming 35.3 Gasgestookte cv-installatie met hoge temperatuurverdeling 35.4 Gasgestookte cv-installatie met lage temperatuurverdeling 35.5 Warmwaterinstallatie 35.6 Ventilatie en luchtbehandelingsinstallatie

36 Overige installaties 36.1 Telefooninstallatie 36.2 Centrale antenne-inrichting (CAI) 36.3 Noodverlichting 36.4 Bliksemafleiderinstallatie 36.5 Inbraakbeveiligingsinstallatie 36.6 Liftinstallatie 36.7 Roltrappen, rolpaden en hellingbanen 36.8 Centrale stofafzuiginstallatie 36.9 Brandbeveiligingsinstallatie

37 Afwerkingen muren, plafonds en vloeren 37.1 Raaplaag 37.2 Tegelwerk 37.3 Vloerafwerkingen 38 Glas, kitten en lijmen 38.1 Glas 38.2 Kitten 38.3 Lijmen

9006951059_BOEK.indb 5

31-12-13 13:12


39 Schilderwerk en behang 39.1 Verf 39.2 Oppervlaktebescherming gevelelementen 39.3 Behang 40 Bouwfysica 40.1 Energieprestatienormering 40.2 Warmte 40.3 Warmte en vocht in bouwkundige constructies 40.4 Lucht 40.5 Licht 40.6 Geluid 40.7 Geluidsisolatie 41 Brandpreventie 41.1 Eisen aan brandveiligheid 41.2 Begrippen 41.3 Gebouwindeling 41.4 Vluchtroutes 41.5 Bezettingsgraad 42 Ontwerpfouten en bouwgebreken 42.1 Funderingen 42.2 Vocht in kruipruimten en kelders 42.3 Vloeren en scheidingswanden 42.4 Gevels 42.5 Gevelmetselwerk en gevelbetimmeringen 42.6 Daken en schoorstenen 42.7 Goten en hemelwaterafvoeren 42.8 Buitenkozijnen 43 Beheer 43.1 Onderhoudsbeheer 43.2 StrategieĂŤn voor onderhoud 43.3 Onderhoudsprognose 44 Hergebruik, herbestemming en toekomstbestendigheid 44.1 Prestatieverloop 44.2 Vernieuwbouw 44.3 Hergebruik en herbestemming 44.4 Revitalisering 44.5 Toekomstbestendigheid wonen, woningen en woonomgeving

Register

9006951059_BOEK.indb 6

31-12-13 13:12


21

Kunststoffen en rubbers

Kunststoffen of plastics zijn groepsnamen waarmee dezelfde synthetische macromoleculaire materialen worden bedoeld. Het ontstaan van kunststoffen vindt zijn oorsprong in 1868 toen J. Hyatt uit kamfer en nitrocellulose het celluloid vervaardigde. Een belangrijke ontwikkeling op dit gebied was de vervaardiging van bakeliet door L. Baekeland in 1910. Vanaf 1930 is er een enorme groei van synthetische materialen op basis van de theorieĂŤn van de Nobelprijswinnaar prof. dr. H. Staudinger. Hij was de eerste die de theorie ontwikkelde over het concrete bestaan van afzonderlijke macromoleculen met een eigen identiteit.

9006951059_BOEK.indb 31

31-12-13 13:13


32

21.1 Vervaardiging kunststoffen Kunststoffen zijn hoogmoleculaire materialen die langs chemische (kunstmatige) weg worden vervaardigd. Aardolie is een veelgebruikte grondstof. Met hoogmoleculair wordt bedoeld dat kunststoffen bestaan uit macromoleculen, die 100 tot 1000 maal zo groot zijn als de moleculen van keukenzout of water. Kunststoffen worden op twee manieren vervaardigd: • thermoplasten, zoals polyvinylchloride (PVC), polystyreen (PS) en polyetheen (PE); ontstaan door polymerisatie, een proces voor het vormen van grote moleculen met behulp van verschillende monomeren. Op dit ingewikkelde proces wordt hier niet nader ingegaan; • thermoharders, zoals pertinax en bakeliet, worden tijdens de fabricage onder invloed van warmte hard. Figuur 21.1 geeft een overzicht van de eigenschappen van thermoplasten en thermoharders. In het dagelijks spraakgebruik worden kunststoffen vaak plastics genoemd. Het begrip plastic moet echter ruimer worden genomen. Niet alleen thermoplasten en thermoharders vallen eronder, maar ook rubbers. Rubbers zijn elastomeren, opgebouwd uit lange ketens moleculen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen synthetische rubbers en natuurrubbers.

21.2 Toevoegingen aan kunststoffen In de meeste gevallen worden aan kunststoffen bepaalde stoffen toegevoegd om de eigenschappen van de kunststof zoveel mogelijk aan te passen aan de eisen die worden gesteld aan de verwerkbaarheid, gebruikseigenschappen of kostprijs. Deze toevoegingen of hulpstoffen zijn: • weekmakers; • vulstoffen; • stabilisatoren; • pigmenten en kleurstoffen; • vloeimiddelen. 21.2.1 Weekmakers Weekmakers verminderen de cohesiekrachten zonder ze te verbreken. Een weekmaker fungeert als een soort inwendig smeermiddel waardoor de ketens beter over elkaar heen kunnen glijden en de stof minder hard en stijf wordt. Doordat de weekmaker verdampt, kunnen de flexibiliteit en taaiheid gedeeltelijk verloren gaan. 21.2.2 Vulstoffen Er zijn twee soorten vulstoffen: • textiel- en papiervezels om de slijtvastheid en sterkte te verhogen; • glasvezel om de slagbestendigheid en sterkte te verhogen.

Figuur 21.1 Eigenschappen thermoplasten en thermoharders

9006951059_BOEK.indb 32

31-12-13 13:13


KUNSTSTOFFEN EN RUBBERS 33

21.2.3 Stabilisatoren De ketenstructuur van thermoplasten kan worden afgebroken en/of de noodzakelijke toevoegingen kunnen worden verdreven door de inwerking van licht en warmte. Roet gaat dat tegen en is een zogenaamde UV-stabilisator bij polyetheen (PE). 21.2.4 Pigmenten en kleurstoffen Pigment en kleurstof geven de gewenste kleur aan het product. Eisen aan kleurstoffen zijn: niet giftig, goede warmte- en lichtbestendigheid en niet oplosbaar in water.

Over hergebruik van kunststoffen wordt steeds meer nagedacht. Al in 1993 werd door het toenmalige ministerie van VROM en de Vereniging van Kunststof Gevelelementenfabrikanten een overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het recyclen van kunststof deuren en kozijnen. Kunststoffen zijn op vier manieren te recyclen: productierecycling, materiaalrecycling, thermische recycling en chemische recycling. Een toepassing van gerecyclede kunststof is te zien in figuur 21.2.

21.2.5 Vloeimiddelen Vloeimiddelen zijn olieachtige stoffen die de vloeibaarheid van het materiaal in de verwerkingsmachines verbeteren, doordat ze zich als een dunne film aan het oppervlak afzetten. Ze worden toegepast bij het vervaardigen van PE-folie.

21.3 Kunststoffen en milieu Zoals al in het begin van dit hoofdstuk is opgemerkt, is aardolie de basis voor de productie van kunststof. Vanaf de winning van aardolie tot de recycling van het kunststof product staat het milieu regelmatig bloot aan vervuiling. Deze vervuiling ontstaat door: • schadelijke emissies; • toevoeging schadelijke hulpstoffen tijdens productie; • uitloging gerede producten door regenwater, waardoor bodemverontreiniging kan ontstaan. Verbranden en recyclen kunststoffen Het verwijderen van kunststoffen uit het milieu kan plaatsvinden door verbranding in verbrandingsovens. Deze ovens zijn tegenwoordig met dusdanige technische voorzieningen uitgerust, dat de uitstoot van schadelijke stoffen wordt beperkt. Het storten van kunststoffen is erg milieuonvriendelijk. Volgens een afspraak van het toenmalige ministerie van VROM met de fabrikanten van kunststofproducten wordt er sinds 2000 geen productieafval meer gestort.

9006951059_BOEK.indb 33

Figuur 21.2 Toepassing gerecyclede kunststof

21.4 Thermoplasten Ongeveer 80 procent van alle kunststoffen zijn thermoplasten. De naam van een thermoplast begint altijd met het woord poly (= veel), afkomstig van het woord polymerisatie. Thermoplasten kunnen onder invloed van warmte vrij eenvoudig tot producten worden verwerkt. Er zijn verschillende methoden: • extrusie: voor profielen voor kozijnen; • walsen of kalanderen: voor geprofileerde platen, zoals golfplaten voor daken; • spuitgieten: voor bevestigingsmiddelen, plankdragers en handgrepen voor kasten. De belangrijkste thermoplasten met hun toepassingen, voor- en nadelen en de methode van identificeren door contact met vuur worden hierna beschreven.

31-12-13 13:13


34

21.4.1 Polyvinylchloride (PVC) PVC wordt in de volgende groepen verdeeld: • hard PVC; • zacht PVC; • PVC-C; • slagvast PVC. 21.4.1.a Hard PVC (zonder weekmaker) Hard PVC is vormvast en in bijna elke kleur verkrijgbaar. Het is weerbestendig en ook UV-bestendig wanneer er een UV-stabilisator aan toegevoegd is. Bij een temperatuur van ongeveer 10 °C wordt het bros, waardoor bij bekledingsplaten en hemelwaterafvoeren door stoten breuk kan optreden. PVC is hard, redelijk taai en ontvlambaar. Tot een temperatuur van circa 70 °C is het goed bruikbaar, daarboven gaat het verweken. Het materiaal ontleedt bij een temperatuur van ongeveer 170 °C. Hierdoor komt chloor vrij dat zich tot zoutzuur bindt. Het is zeer corrosief voor machines en gereedschappen. Het is vervormbaar bij een temperatuur van circa 125 °C. Het materiaal is te herkennen door een sterke groene vlam. Die vlam ontstaat als een gloeiende koperdraad tegen het PVC wordt gehouden en vervolgens weer in de vlam wordt gestoken. Bij brand vertoont PVC een geeloranje vlam die aan de onderkant groen is. Er komt witte of zwarte rook vrij en gele vuurspatten. PVC is goed te lassen (dakbedekking, zwembadfolie) en te lijmen (leiding voor elektrische installatie en riolering).

Hard PVC wordt onder andere toegepast voor: • gasleidingen (met GIVEG-garantie); • waterleidingen (met KIWA-garantie); • elektrische installaties (met KEMA-keur); • bouwfolies; • montagepanelen in schakelaars; • afdichtingsmateriaal bij schoorsteen- en dakmuuraansluitingen; • binnen- en buitenrioleringen; • bekledingsplaten; • golfplaten; • kozijnen en ramen. 21.4.1.b Zacht PVC (met weekmaker) Zacht PVC is een hard PVC waaraan een weekmaker is toegevoegd.

9006951059_BOEK.indb 34

Het wordt onder andere toegepast voor: • folie in de bouw, zoals bouwfolie, ventilerende en geperforeerde folie en versterkte folie; • krimpslang; • draad- en kabelisolatie; • schuimen; • trapneuzen; • tapes; • slang. Folie in de bouw Bouwfolie Bouwfolie is vervaardigd van PVC of polyetheen (PE) en doet onder andere dienst als bescherming tegen stofdoordringing bij sloopwerkzaamheden binnen van de ene naar de andere ruimte of als scheidingslaag tussen een dragende betonvloer op isolatiemateriaal en het zandpakket waarop deze constructie ligt. Bij funderingen kan folie ook gebruikt worden als waterdichte bodemafscherming. De folies zijn waterdampdicht, waardoor ze ook worden toegepast in samengestelde wanden en daken, zoals in de houtskeletbouw en prefab-dakplatenindustrie, om inwendige condensatie te voorkomen. Ventilerende en geperforeerde folie Ventilerende en geperforeerde folie is in tegenstelling tot de dampdichte bouwfolie voorzien van minuscule gaatjes, waardoor damptransport mogelijk is. Deze folie wordt toegepast aan de koude kant van constructies. Versterkte folie Bouwfolie is over het algemeen niet sterk. Als deze folie bij houtskeletbouwelementen of op prefab-dakplaten onder de tengels zou worden verwerkt, zou deze bij het transport van de elementen of het leggen van de pannen snel beschadigen. De folie wordt versterkt met behulp van een wapening van metaal- of kunststof draad om kans op beschadiging te voorkomen.

▶▶ De plaats van de folie in de constructie en de reden hiervan komen aan de orde in hoofdstuk 40

31-12-13 13:13


KUNSTSTOFFEN EN RUBBERS 35

21.4.1.c PVC-C PVC-C, ook wel High-Temp PVC of nagechloreerd PVC genoemd, wordt in de bouw nauwelijks toegepast omdat het niet voor buitenwerk geschikt is. Door het nachloreren (extra chloor aan toevoegen) is het warmtebestendiger geworden. PVC-C wordt gebruikt voor buizen, fittingen en appendages die bestand zijn tegen een temperatuur van 100 °C. Het is een te lijmen thermoplast met een hoge chemische bestendigheid. De inwerking van uv-stralen zal de slagvastheid van PVC-C producten verminderen en deze doen verkleuren. Bij opslag en toepassing van PVC-C-leidingen in de buitenlucht dienen deze hiertegen beschermd te worden. Bij binnentoepassing zijn geen uv-beschermende maatregelen noodzakelijk. Het materiaal is uitstekend toe te passen tussen 5 en 80 °C. Bij lagere temperaturen wordt PVC-C harder ofwel brosser. 21.4.1.d Slagvast PVC Slagvast PVC is UV-bestendig en stoot- en slagvast en kan daarom goed buiten worden toegepast op plaatsen waar beschadiging kan optreden. Het is bestand tegen temperaturen van –3 tot +70 graden °C. Het wordt onder andere toegepast voor: • drainageleiding; • riolering; • gasleidingen; • hemelwaterafvoeren, figuur 21.3; • dakgoten; • waterleidingen; • gevelbekleding.

Hoogslagvast PVC komt ook voor als isolatieschuimplaat met een gesloten cellenstructuur. De kleur is crème tot lichtgeel en de dichtheid is circa 1420 kg/m3. 21.4.2 Polyetheen (PE) Net zoals PVC komt polyetheen (PE) in meerdere vormen voor: • HDPE: hoge dichtheid polyetheen; • LDPE: lage dichtheid polyetheen; lijkt erg veel op HDPE, maar is zachter; • LLDPE: lineaire lage dichtheid polyetheen; een belangrijk LLPDE-product is DPC folie (damp proof course), dat in een dikte van 0,5 mm wordt toegepast als waterkering in constructies. De folie is verkrijgbaar op rollen met verschillende breedten; • UHMWPE: ultrahoog moleculair polyetheen.

Het voert in het kader van dit boek te ver om alle soorten te beschrijven, daarom wordt deze beschrijving algemeen gehouden. Polyetheen is zeer sterk, brandbaar en voelt vettig aan. Door tijdens de productie roet toe te voegen, wordt het PE UV-bestendig, waardoor het ook voor buitentoepassingen kan worden gebruikt. Het wordt wel door olie en vet aangetast. Het materiaal lost in geen enkel oplosmiddel op en is niet te lijmen. Onderlinge verbindingen komen tot stand door stomplassen, ultrasoon lassen en klemkoppelingen. Het is bruikbaar tot een temperatuur van ongeveer 95 °C. Het is niet zelfdovend. Bij brand ontstaat een blauwe, later gele vlam met blauwe randen. Het materiaal druipt tijdens het branden en ruikt naar kaarsvet. Het wordt toegepast in kratten, vuilniszakken en draagtassen. PE wordt onder andere toegepast voor: • folies; • diverse typen leidingen, figuur 21.4; • rioleringsbuizen met hulpstukken; • speciekuipen; • emmers en containers.

Figuur 21.3 PVC-hulpstukken voor hemelwaterafvoeren

9006951059_BOEK.indb 35

31-12-13 13:13


36

21.4.4 Polypropeen (PP) Polypropeen (PP) wordt na PVC en PE het meest toegepast. Het vertoont overeenkomsten met hard PE, maar is beter bestand tegen hogere temperaturen en is taaier. Het kan worden gebruikt tot circa 125 °C. PP is vrij hard en gevoelig voor krassen. Het is glanzend en kleurloos tot lichtgeel doorschijnend. Het is beter verlijmbaar dan PE en heeft een grotere weerstand tegen buigvermoeidheid, waardoor het vaak als scharniermateriaal wordt toegepast. Het is goed verwerkbaar en heeft een goede chemische weerstand, maar is moeilijk te lijmen en te lassen. Het materiaal is niet zelfdovend en brandt met een gele vlam die blauw getint is aan de onderkant. PP smelt en druipt. De geur lijkt enigszins op die van PE. Figuur 21.4 PE-leidingen op rol voor drinkwaterinstallatie

21.4.3 Polystyreen (PS) Polystyreen (PS) is een kleurloze en doorzichtige kunststof. Het is slecht weerbestendig en dus ongeschikt voor buitengebruik. Het is bros en goed bewerkbaar. Het verweekt bij circa 70 °C. De kleur is wit, soms voorzien van een grijze korrel ter voorkoming van reflectie bij zomerse dagen. Het wordt toegepast in koffiebekertjes, kinderspeelgoed en wegwerpverpakkingen. Polystyreen is een bekend product in de bouw. Het is goedkoop en wordt vaak toegepast als: • materiaal voor warmte- en contactgeluidsisolatie; • toeslagstof in lichtgewicht beton; • verloren bekisting in betonfundering.

Door het veranderen van de moleculaire structuur wordt slagvast polystyreen verkregen (styreen-butadieen SB). Het materiaal is minder bros, taaier en slagvaster dan PS. Het komt in verschillende kleuren voor. Van alle kunststoffen is dit materiaal het goedkoopst en eenvoudigst te verwerken. Het is goed te lijmen en te lassen, brandbaar en heeft een sterk roetende gele vlam met styreengeur (doet aan hyacinten denken).

9006951059_BOEK.indb 36

Thermoplasten die ook in de bouw worden toegepast (in kleine hoeveelheden) zijn onder andere acrylaten, nylons en carbonaten. Deze worden hieronder nader toegelicht. 21.4.5 Polymethylmethacrylaat (PMMA) Polymethylmethacrylaat (PMMA), beter bekend onder de naam perspex en plexiglas, is zeer goed lichtdoorlatend, heeft een vrij grote hardheid, goede kleureigenschappen en buitengewone optische eigenschappen. Acrylaat is in zijn zuiverste vorm een glashelder materiaal, waardoor de toepassingen voor een groot deel liggen in beglazingen, peilglazen, lenzen, afdekkappen enzovoort, omdat het een hoge lichttransmissie heeft. Het materiaal is ruim twintig tot dertig maal slagvaster dan gewoon glas, waarbij de gegoten kwaliteit de beste eigenschappen heeft. Dat wil niet zeggen dat het materiaal onbreekbaar is. Het blijft een relatief ‘bros’ materiaal waarmee met zorg moet worden omgegaan bij transport, bewerking en gebruik. Het is uv-bestand en door de hiervoor genoemde eigenschappen dient het vaak ter vervanging van glas. Het materiaal is te herkennen aan een niet-dovende gele vlam die aan de onderzijde blauw is. Het geeft een zwarte rook en het spettert. Het ruikt enigszins zoetig naar sinaasappel. Het materiaal druipt niet bij verbranden en is gemakkelijk te zagen, frezen, buigen, boren,

31-12-13 13:13


KUNSTSTOFFEN EN RUBBERS 37

polijsten, zagen en lassen. De gebruikstemperatuur ligt tussen −10 en +85 °C. 21.4.6 Polyamide (PA) Polyamide (PA) is ook bekend onder de naam nylon. De taaiheid, flexibiliteit en het smeltpunt is afhankelijk van de basisgrondstoffen waaruit het is samengesteld. PA wordt gebruikt voor onder andere schuifdeurrollen, onderdelen van hang- en sluitwerk en pluggen. Het is onderhoudsvrij en zelfsmerend, wat bij hangen sluitwerk en tandwielen een belangrijke factor is. Nylons hebben een goede chemische bestandheid. Ze zijn slecht weerbestendig en kunnen dus beter niet buiten worden gebruikt, zijn moeilijk te lijmen en te lakken, goed te verspanen en te lassen. Het materiaal is zelfdovend, de vlam blauw met een gele punt. Het smeltend verbrandingsoppervlak trekt draden. 21.4.7 Polycarbonaat (PC) Polycarbonaat (PC) is wat sterkte en taaiheid betreft een van de beste thermoplasten. Het wordt onder andere toegepast voor veiligheidsbeglazing, patrijspoorten, afschermkappen en inbraakvertragende ruiten. Polycarbonaat is glashelder of opaal. In transparante uitvoering is het iets gelig. Alle kleuren zijn overigens mogelijk. De lichtdoorlatendheid is uitstekend. Het is weerbestendig dus zowel binnen als buiten toe te passen. Voor buitentoepassing moet een uv-bestande kwaliteit gebruikt worden. Het materiaal is slagvast en 250 keer sterker dan glas. Het is kras- en slagvaster dan perspex, waardoor het vaak in plaats daarvan wordt toegepast. Het materiaal laat zich gemakkelijk koud buigen en zetten, frezen, boren en zagen. De tolerantie op lengte en breedte bedraagt ongeveer 1,0 mm per meter. De gebruikstemperatuur ligt tussen −30 en +120 °C. Het verwekingspunt ligt bij 150 °C. Bij verbranding ruikt het materiaal enigszins fenolachtig, het oppervlak druipt en verkoolt.

9006951059_BOEK.indb 37

21.5 Thermoharders Thermoharders zijn niet-smeltbare en onoplosbare kunststoffen dat bestaat uit een mengsel van vulstoffen, die de sterkte en brosheid beïnvloeden, een hars en nog andere toevoegingen. Het hars geeft de naam aan de kunststof, zoals polyester en epoxy. Bij de verwerking is voorzichtigheid geboden, omdat bijna alle harders giftig of irriterend zijn. De belangrijkste thermoharders worden hieronder beschreven. 21.5.1 Fenolformaldehyde (PF) Fenolformaldehyde (PF) is een harde, krasvaste, stijve, vochtgevoelige en sterke kunststof, die ook bekend is onder de naam bakeliet. Deze hars bestaat voor het belangrijkste deel uit fenol dat bij circa 40 °C smelt, en het bij kamertemperatuur gasvormige en in water oplosbare formaldehyde. De kleur is donkerbruin. Het materiaal wordt toegepast als isolatiemateriaal in de elektrotechniek. Verder kan de hars dienen als basis voor houtlijm bij de triplexfabricage. Het materiaal wordt toegepast als plaatmateriaal dat bestaat uit geperste papierof textiellagen, doordrenkt met hars: het zogenaamde hardweefsel. Het materiaal komt ook in de handel voor onder de naam hardpapier (HPL, Hard Pressure Laminate). Gebruiksvoorbeelden zijn klemborden, isolatieringetjes in de elektrotechniek en tafelbladen. 21.5.2 Ureumformaldehyde (UF) Ureumformaldehyde (UF) lijkt veel op fenolformaldehyde. Het is in verschillende kleuren leverbaar. De krasvastheid, temperatuurbestendigheid en de chemische bestandheid zijn minder dan die van PF. UF wordt veel toegepast in de lijm- en verfindustrie en de elektrotechnische industrie. Geschuimd kan het materiaal uitstekend dienen als thermisch isolatiemateriaal voor het naschuimen van spouwmuren. Bij verbranding ontstaat een gele vlam met blauwe randen en de reuk is maggiachtig.

31-12-13 13:13


38

21.5.3 Melamineformaldehyde (MF) Melamineformaldehyde (MF) is een doorschijnende, kleurloze, harde, stijve en krasvaste kunststof. Het is een hoogwaardiger materiaal dan PF en UF, wat ook duidelijk in de prijs merkbaar is. Het wordt toegepast als basis voor de fabricage van lijm, als lakgrondstof en als plaatmateriaal voor meubels en elektrotechnische artikelen. Volkernplaat is een van de meest bekende producten die van MF worden gemaakt. De plaat, die vaak voor gevelbekleding wordt toegepast, bestaat uit in fenol gedrenkt papier met toplagen van melamine. De hars wordt veel toegepast als afwerklaag voor plaatmateriaal. Bij een brandproef lijkt de vlam en de geur op die van UF, de blauwe randen ontbreken echter. 21.5.4 Polyester (UP) Polyesters (UP) komen zowel transparant als gekleurd voor. Onverzadigde polyesters zijn onvoldoende sterk, vandaar dat wapening in de vorm van vezels wordt toegepast. Hierdoor worden de mechanische eigenschappen aanmerkelijk verbeterd. Verder heeft het materiaal een zeer goede chemische bestandheid en heeft het een uitstekende thermische en elektrische isolatie. Daarnaast heeft het een zeer geringe uitzettingscoëfficiënt (ten opzichte van staal). Om deze eigenschappen te bereiken worden onder andere glasvezels, keramische vezels of koolstofvezels toegevoegd. Gewapende polyesters worden onder andere toegepast in de auto-industrie, de botenbouw en in meubilair. Het materiaal mag niet in aanraking komen met voedingsmiddelen. 21.5.5 Epoxyhars (EP) Epoxyhars (EP) kan voor diverse doeleinden worden gebruikt. Het bezit een grote stijfheid en mechanische sterkte en is weinig vochtgevoelig. De hechting op verschillende materialen is erg goed, vandaar dat het veel als lijm wordt gebruikt die bij kamertemperatuur verhardt. Verder wordt epoxyhars toegepast als bindmiddel in betonreparatieproducten en model- en matrijzenbouw en als grondstof voor lak. De chemische bestandheid en de prijs is hoger dan die van de UP-harsen.

9006951059_BOEK.indb 38

21.5.6 Polyurethaan (PUR) Polyurethaan (PUR) kan zowel een thermoplast als een thermoharder zijn. Het materiaal is lichtblauw/groen of crème van kleur en komt vaak voor als hard schuimplaat met gesloten cellen in bijvoorbeeld sandwichconstructies bij daken en wanden. PUR-platen zijn eenvoudig te verlijmen met andere materialen, zoals hout, staal en aluminium, en hebben een uitstekende hechting met kunstharsen. In de panelenindustrie worden de isolatieplaten verwerkt in panelen voor koeltransport, koelcontainers, isolerende wanden, gevelpanelen, deuren en vensterkozijnen. In de kunststofindustrie worden ze gebruikt als kernmateriaal in polyester boten, daken, dakopstanden en dakkapellen. Het materiaal kan ook ter plaatse worden gespoten, zoals bij het vullen van spouwmuren. Doordat er tijdens het spuiten een volumevermeerdering ontstaat, moet er op worden gelet dat de constructie niet uit elkaar wordt gedrukt. 21.5.7 Polyisocyanuraat (PIR) Polyisocyanuraat (PIR) is een lichtgroen geëxtrudeerd schuim met een cellenstructuur. Het heeft een volumemassa van circa 30 kg/m3. Het ontstaat door twee harsen met elkaar te mengen; de reactie levert een derde stabiel hars op. PIR heeft betere brandwerende eigenschappen dan PUR-isolatiematerialen. De uiterste gebruikstemperatuur is 130 °C. Het heeft zeer goede isolerende eigenschappen: lambdawaarde < 0,0243 W/mK. Hierdoor is het gebruik van panelen met een geringe dikte mogelijk. PIR-platen zijn tamelijk hard, vormvast en hebben een samendrukkingsweerstand van > 0,12 N/mm². Vaak zijn PIR-platen aan beide zijden bekleed met een laag van bitumenglasvlies, aluminiumfolie of glasvlies behandeld met een speciale coating. ▶▶ Folies die worden toegepast als dakbedekking komen aan de orde in hoofdstuk 29

31-12-13 13:13


KUNSTSTOFFEN EN RUBBERS 39

21.6 Rubbers of elastomeren Rubbers hebben een moleculaire opbouw die ongeveer gelijk is aan die van thermoplasten. Ze hebben een grote elasticiteit en worden daarom ook wel elastomeren genoemd. Elasticiteit is het vermogen om grote vormveranderingen te ondergaan, waarbij grote hoeveelheden energie worden opgenomen. Na het opheffen van de kracht die deze vervormingen veroorzaakt, veert het materiaal vrijwel onmiddellijk nagenoeg geheel in zijn oorspronkelijke vorm terug. Denk hierbij aan een stukje elastiek dat na het uitrekken terugveert. Natuurrubber: wordt gewonnen uit de rubberboom. Het heeft een grote mechanische sterkte en stootelasticiteit. Het is slecht bestand tegen temperaturen boven 100 °C en goed bestand tegen temperaturen onder 0 °C. Het wordt door chemicaliën aangetast en is slecht gasdicht. Natuurrubber wordt toegepast op plaatsen waar grote rek is vereist. Daarnaast zijn er vele soorten synthetische rubber. 21.6.1 Vulkaniseren Vulkaniseren is het toevoegen van stoffen aan rubber, waardoor het materiaal elastischer wordt. Aan natuurrubber worden enkele procenten zwavel toegevoegd, waardoor het zeer elastisch wordt. Eboniet is natuurrubber waaraan grote hoeveelheden zwavel zijn toegevoegd. Aan synthetische rubber worden zinkoxide en gasroet toegevoegd. Door het vulkaniseren verliest het rubber zijn plasticiteit en kan daarna niet meer worden herverwerkt, zoals dat ook bij thermoharders het geval is.

butylrubber (BR): zeer gasdicht en goed bestand tegen de inwerking van zuurstof. Het wordt onder andere toegepast voor kabelommantelingen en voegkitten; • styreenbutadieenstyreen (SBS): wordt gebruikt om de eigenschappen van bitumineuze dakbedekking te verbeteren; • etheenpropeenrubber (EPM) en etheenpropeendieenrubber (EPDM): niet bestand tegen benzine en olie. Deze rubbers worden onder andere toegepast als dakbedekking, omdat ze niet snel verouderen, en in tochtstrippen; • chloorrubber (CR) of neopreenrubber: bestand tegen de inwerking van minerale olie en ozon. Het is redelijk weervast, heeft een goede elasticiteit en een zeer goede mechanische sterkte en slijtweerstand. Het wordt toegepast als dakbedekking, afdichtingsstrippen, voegmateriaal voor dilataties en slangen; • siliconenrubber: mechanische sterkte, luchtdichtheid en bestandheid tegen benzine is slecht. De slijtweerstand, elasticiteit en bestandheid tegen olie is matig. Het is goed tot zeer goed bestand tegen hoge en lage temperaturen, weer- en ozonbestand. In de bouw wordt het vaak toegepast als afdichtingsmateriaal in de vorm van kit.

▶▶ EPM en EPDM worden onder andere toegepast als dakbedekking en komen aan de orde in hoofdstuk 29

Synthetische rubbers De volgende soorten synthetische rubber worden onderscheiden: • styreenbutadieenrubber (SBR): belangrijkste en oudste synthetische rubber. Het is een belangrijk product voor de bouw vanwege de zeer hoge slijtweerstand. Het is matig tot slecht bestand tegen olie en benzine. Het wordt veel toegepast in dakbedekkingsmateriaal, vloerbedekking en afdichtingsstrippen;

9006951059_BOEK.indb 39

31-12-13 13:13


24

Plaatmateriaal

Wanneer er sprake is van plaatmateriaal, gaat het meestal om platen die van hout zijn gemaakt. Houten platen worden gebruikt voor een groot aantal toepassingen, zoals isolatie- en (onder) vloerplaten. Houten platen worden ook gebruikt in de meubelindustrie, zoals hard- en zachtboard meubelplaat, multiplex en spaanplaat. Constructieve multiplexplaten, ook wel kruislaagplaten genoemd, worden in de woning- en utiliteitsbouw toegepast voor grote vlakken, zoals dragende elementen, wanden en gevelbekleding. Ze kunnen zowel vlak als gebogen worden toegepast. De lagen, die kruislings met watervaste lijm worden verlijmd, maken de platen weerbestendig en geven extra sterkte-eigenschappen. Door de grote afmetingen van de platen zijn vloeren en wanden uit ĂŠĂŠn stuk te vervaardigen. Ook platen van andere materialen, zoals kunststof- en vezelgebonden platen, worden gerangschikt onder de verzamelnaam plaatmateriaal. Ten slotte zal in dit hoofdstuk de hout/plastic-combinatie (wood plastics composites), die de laatste jaren erg in opkomst is, worden beschreven.

9006951059_BOEK.indb 83

31-12-13 13:13


84

24.1 Fineer en triplex Fineer bestaat uit vellen hout met een dikte van 0,6 tot 4 mm. De structuur van de boom is nog in het fineer te herkennen. Fineer wordt verkregen door het hout te zagen, te schillen of te steken. Vanwege het grote houtverlies wordt zagen weinig toegepast. De schilmethode wordt veel toegepast. Nadat het fineer is vervaardigd, wordt het onderverdeeld in blind- of dekfineer. In blindfineer bevinden zich veel gebreken, het wordt voor de binnenste lagen van het triplex gebruikt. Dekfineer is het mooie fineer zonder gebreken, het wordt voor de buitenzijde van het triplex gebruikt. De banen gestoken of geschild fineer worden tegen elkaar gelijmd. Dit wordt voegen genoemd. Hierdoor ontstaan grotere platen die kruislings op elkaar worden gelijmd. Triplex of multiplex krimpt in de lengte of breedte niet meer en zet ook niet meer uit. Triplex bestaat uit ten minste drie lagen: • dekfineer; • blindfineer; • opnieuw dekfineer. Naar aanleiding van de manier waarop het dekfineer ten opzichte van de lengte van de plaat is aangebracht, worden onderscheiden: • langsdraadplaten, figuur 24.1; • dwarsdraadplaten, figuur 24.2.

Figuur 24.1 Langsdraadplaat

9006951059_BOEK.indb 84

Figuur 24.2 Dwarsdraadplaat

De ontwikkeling van triplex was een belangrijke ontwikkeling in de plaatmaterialenindustrie. In eerste instantie werd triplex vervaardigd uit een oneven aantal lagen fineer die kruislings op elkaar werden gelijmd. Tegenwoordig wordt van diverse loof- en naaldhoutsoorten ook triplex vervaardigd met een even aantal lagen fineer en triplex waarbij de lagen fineer deels evenwijdig aan elkaar lopen. Naaldhoutsoorten die voor triplex worden gebruikt zijn vuren, grenen, Oregon pine en soutern yellow pine. Loofhoutsoorten voor de triplexfabricage zijn populieren, berken, beuken, mahonie, okoumé, meranti en merbau. Als het triplex is opgebouwd uit verschillende soorten fineer, dan is er sprake van combitriplex. Berkentriplex met binnenlagen van naaldhoutfineer van vooral vurenhout is een combinatie die veel voorkomt. De kwaliteit van de triplex wordt vaak aangegeven op basis van de kwaliteit van het dekfineer of van de lijmverbinding tussen de fineerlagen. 24.1.1 Benamingen Toepassingsgerichte benamingen voor triplexsoorten zijn: • interieurtriplex: geschikt voor toepassing binnen en vaak afgewerkt met een laag edelfineer of met een papierlaag die geschikt is voor glad schilderwerk; • exterieurplaat: bij dit type zijn de fineren onderling watervast verlijmd; • constructietriplex: wordt toegepast voor dragende constructies, schuttingen langs het bouwterrein en het dichttimmeren van slooppanden; • overlaytriplex: is fabrieksmatig voorzien van een overlay (deklaag), bijvoorbeeld een polypropyleenfolie, een metaalfolie, een melaminefilm, een lakdraagfolie of een laag HPL of CPL;

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 85

• geluidsisolerend triplex: twee lagen triplex waartussen een elastische laag is aangebracht; • betontriplex: is voorzien van een fenollaag en wordt gebruikt als bekistingsplaat. Welke lijm voor de verlijming van triplex wordt gebruikt, is afhankelijk van de toepassing van het triplex. In principe worden er drie typen lijm toegepast: • triplex voor vochtige omstandigheden: melamine-ureumformaldehyde; • triplex voor binnentoepassing: ureumformaldehyde; • triplex voor buitentoepassing: fenolformaldehyde. 24.1.2 Triplex volgens de Europese normen Volgens Europese normen wordt triplex in het algemeen ingedeeld naar de mogelijkheden om het af te werken: NEN-EN 635-1 Triplex – Classificatie door beoordeling van het uiterlijk van het oppervlak – Deel 1: Algemeen en de geschiktheid voor de toepassing ervan in bepaalde klimaatcondities, NEN-EN 636:2012 en Triplex – Specificaties. In de NVN-ENV wordt voor triplex een indeling gemaakt in klassen op basis van de geschiktheid voor toepassing in klimaatcondities en de mogelijke afwerking. De klimaatklassen volgens NEN-EN 335-2:2006 en Duurzaamheid van hout en op hout gebaseerde producten – Definitie van gebruiksklassen – Deel 2: Massief hout zijn: • klimaatklasse 1 droog binnen: enkele weken per jaar mag de relatieve vochtigheid boven 65% komen; • klimaatklasse 2 vochtig: enkele weken per jaar mag de relatieve vochtigheid boven 85% komen; • klimaatklasse 3 exterieur: blootstelling aan weersomstandigheden, water of waterdamp in een geventileerde omgeving.

Behalve de Europese kwaliteitsaanduidingen komen de volgende kwaliteitsaanduidingen nog wel eens voor: • WBP (water boiled proof); • MR (moisture resistant). De kwaliteit van het niet-Europese triplex wordt vaak nog aangegeven met letters die de

9006951059_BOEK.indb 85

kwaliteit van de deklagen aangeven, bijvoorbeeld A/B, B/BB en BB/BB. De eerste code geeft de kwaliteit van de fineerlaag aan de zichtzijde aan, de tweede code staat voor de kwaliteit van de achterzijde. Triplex volgens NEN-EN 313-1:1996 en Triplex – Classificatie en terminologie – Deel 1: Classificatie Deze norm stelt een classificatie vast waarmee triplex kan worden ingedeeld volgens: • het uiterlijk van de plaat (o.a. opbouw, vorm); • de belangrijkste eigenschappen (o.a. duurzaamheid); • de eisen van de gebruiker. Voor de in deze norm vermelde andere normen bestaan in Nederland de volgende equivalenten: • EN 313-2 NEN-EN 313-2 Triplex – Classificatie en terminologie – Deel 2: Termen en definities. • EN 636-1 NEN-EN 636-1 Triplex – Specificaties – Deel 1: Eisen voor triplex voor niet-overdekte buitentoepassingen (in voorbereiding). • EN 636-2 NEN-EN 636-2 Triplex – Specificaties – Deel 2: Eisen voor triplex voor overdekte buitentoepassingen (in voorbereiding). • EN 636-3 NEN-EN 636-3 Triplex – Specificaties – Deel 3: Eisen voor triplex voor droge binnentoepassingen (in voorbereiding).

24.1.3 Indeling Triplex kan volgens de NEN-EN 313 worden ingedeeld naar uiterlijk, opbouw en eigenschappen. Voor het uiterlijk en de opbouw gelden de volgende twee omschrijvingen: • vorm: vlakke of gebogen platen; • opbouw: hierin wordt onderscheidt gemaakt tussen triplex, meubelplaat en sandwichpanelen die met fineer zijn afgewerkt.

Volgens de NEN-EN 635 wordt de kwaliteit van het oppervlak ingedeeld in de klassen E, I, II, III en IV. E is de hoogste kwaliteit, nagenoeg zonder kwasten, verkleuring of aantasting. IV is de

31-12-13 13:13


86

laagste kwaliteit, waarin praktisch alle onregelmatigheden uit het hout zijn toegelaten, maar de plaat moet nog wel bruikbaar zijn. Naast de kwaliteit van het oppervlak worden de eigenschappen ten gevolge van de productie en de eigenschappen die houteigen zijn beoordeeld. Eigenschappen: productie De belangrijkste zijn: • lijmdoorslag; • overlappingen; • niet gesloten voegen; • gaten, indrukkingen en deuken; • blazen, het plaatselijk loslaten van de lijm; • beschadiging aan de randen zoals zaag- en schuurfouten; • doorschuringen; • reparaties, zoals proppen. Eigenschappen: houteigen De belangrijkste zijn: • schimmels die het hout aantasten; • harszakken en ingegroeide bast; • verkleuring die het hout niet aantast, zoals blauwverkleuring door zwammen en schimmels; • gezonde vergroeide kwasten; • pitkwasten met een maximale doorsnede van 5 mm; • losse en gedeeltelijk losse kwasten en ongezonde (rotte) kwasten; • onregelmatigheden in de houtstructuur zoals draaigroei, kruisdraad, draadverloop en golvende houtdraad; • aantasting door insecten; • harszakken.

De indeling naar eigenschappen: • mechanische eigenschappen; • uiterlijk van het oppervlak; • afwerking van het oppervlak, bijvoorbeeld geschuurd of ongeschuurd, gegrond en afgewerkt en voorzien van edelfineer, geïmpregneerd, papier of film; • duurzaamheid, de gebruikstoestand in droge of vochtige omgeving, of buiten. 24.1.4 Gebruiksklassen NEN-EN 335-3 Met de gebruiksklassen volgens NEN-EN 3353:1995 en Duurzaamheid van hout en op hout

9006951059_BOEK.indb 86

gebaseerde producten – Definitie van risicoklassen voor biologische aantasting – Deel 3: Toepassing bij op hout gebaseerde plaatmaterialen, wordt aangegeven onder welke omstandigheden het materiaal geschikt is. We onderscheiden drie gebruiksklassen: • gebruiksklasse 1, voor binnentoepassing bij een temperatuur van maximaal 20 °C en een maximale relatieve luchtvochtigheid van 65%; • gebruiksklasse 2, beschut buiten bij een temperatuur van maximaal 20 °C en een maximale relatieve luchtvochtigheid van 90%; • gebruiksklasse 3, voor buitenomstandigheden waarbij de platen regelmatig worden blootgesteld aan weersomstandigheden, water of waterdamp in een geventileerde omgeving, en waarbij het evenwichtsvochtgehalte regelmatig hoger is dan 20%. In gebruiksklasse 1 is er alleen kans op aantasting door houtaantastende insecten. In gebruiksklasse 2 en 3 is er behalve kans op aantasting door houtaantastende insecten ook kan op houtaantastende schimmels en blauwschimmel. 24.1.5 Lijmverbinding In Europees verband zijn er in de NEN-EN 314 drie lijmklassen vastgelegd voor de waterbestendigheid van de lijmverbinding: • Klasse 1 geschikt voor de toepassing in droge omstandigheden, de gebruikte lijmsoort is meestal ureumformaldehydelijm; • Klasse 2 geschikt voor vochtige binnentoepassingen en beschermende buitentoepassingen, de gebruikte lijm is ureumformaldehyde of met melamine versterkte ureumformaldehydelijm; • Klasse 3 geschikt voor alle buitentoepassingen, meestal wordt hiervoor fenolformaldehydelijm gebruikt, ook melamineformaldehydelijm wordt hiervoor toegepast.

Vanwege de CE-markering voor triplex moeten de Europese kwaliteitsaanduidingen worden gebruikt. Triplex uit niet-Europese landen wordt op een andere manier aangegeven, hierop wordt in paragraaf 24.2 verder ingegaan.

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 87

24.1.6 Duurzaamheideisen In de NEN-norm NPR-CEN/TS 1099:2007 en Triplex – Biologische duurzaamheid – Leidraad voor de beoordeling van triplex voor toepassing in verschillende gebruiksklassen, worden richtlijnen gegeven voor de selectie van triplex in verschillende klimaatklassen en weerstandsklassen. De duurzaamheid van het triplex wordt bepaald door de lijmverbinding, de houtsoort en de fineerdikte. In deze norm wordt ook de duurzaamheid van de houtsoort van het fineer gerelateerd aan de weerstandsklassen waarin het triplex wordt toegepast. Verder wordt in deze voornorm bekeken of de natuurlijke duurzaamheid van de houtsoort voldoende is of dat het hout moet worden verduurzaamd. 24.1.7 Soorten triplex en toepassing Door de manier van samenstellen van de verschillende triplexsoorten kunnen deze sterk van elkaar verschillen. Deze verschillen worden bepaald door de volgende factoren: • kwaliteit en uiterlijk dekfineer; • toegepaste houtsoort; • dikte plaat; • dikte fineren; • lijmverbindingen; • toegepaste hulpstoffen.

De indeling in categorieën hangt af van deze factoren. In de handel is een groot aantal verschillende soorten triplex te verkrijgen, die onder verschillende omstandigheden goed kunnen worden toegepast. In het algemeen is triplex toe te passen voor: • puien; • borstwering; • gevelbekledingen; • luifels; • vloeren; • gootranden; • boeiboorden; • bekleden van deuren.

9006951059_BOEK.indb 87

24.2 Kwaliteitsaanduidingen triplex Houtachtige platen die na 1 april 2004 zijn geproduceerd, moeten voor permanent gebruik in bouwwerken voorzien zijn van een CE-markering. De gebruiker kan zo de toepassingsmogelijkheden en producteigenschappen van het plaatmateriaal achterhalen. Bovendien mag de afnemer erop vertrouwen dat de genoemde eigenschappen juist en de platen van constante kwaliteit zijn. De platen moeten aan eisen op de volgende fundamentele gebieden voldoen: • constructieve veiligheid: sterkte-eigenschappen en verlijmingskwaliteit; • brandveiligheid: brandreactie en brandwerendheid; • hygiëne, gezondheid en milieu: formaldehyde-emissie; • beperking geluidhinder: geluidsisolatie en geluidsabsorptie; • energiebesparing en warmtebehoud: thermische isolatiewaarde. De CE-markering verdeelt het plaatmateriaal in twee klassen: • klasse 2+; kan constructief worden toegepast; • klasse 4; kan niet constructief worden toegepast. Keurmerk triplex De volgende keurmerken worden op de plaat aangebracht: • Nederland: KOMO-keur; • Amerika: APA-keur; • Canada: COFI-keur; • Finland: Finnplay-keur; • Frankrijk: CTBA-keur.

24.2.1 Nederlands triplex Triplex wordt volgens de BRL 1705 (nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-productcertificaat voor triplex) ingedeeld in de klassen A, B, C en D. BRL 1705 geeft de eisen die door de certificatie- en attesteringsinstellingen gehanteerd worden bij de behandeling van

31-12-13 13:13


88

een aanvraag voor of de instandhouding van een KOMO-productcertificaat voor triplex. Voor geveltimmerwerk, inclusief buitendeuren, geldt dat triplex bij een binnentoepassing, zoals binnenbekleding van een opgebouwde vakvulling, en bij een buitentoepassing minimaal moet voldoen aan klasse D. Omdat er sprake is van minimaal komen ook de klassen A, B en C in aanmerking. Welke kwaliteit ook wordt toegepast, het triplex moet altijd dekkend zijn afgewerkt. BRL 1705 Triplex In BRL 1705 staan de procedure voor het verkrijgen van een attest-met-productcertificaat voor triplex en nadere eisen voor het verkrijgen van het productcertificaat triplex. Deze BRL omvat de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 Inleiding. • Hoofdstuk 2 Procedure ter verkrijging van een productcertificaat. Hierin wordt aangegeven welke stappen moeten worden doorlopen: de aanvrager verstrekt de nodige gegevens voor het opstellen van een technische specificatie; er wordt door de attesterings-/certificatie-instelling een toelatingsonderzoek uitgevoerd; het kwaliteitssysteem van de aanvrager wordt beoordeeld; als het attesteringsonderzoek en de beoordeling van het kwaliteitssysteem positief zijn wordt het productcertificaat verleend. Na afgifte wordt de externe controle uitgevoerd door een certificatie- en attesteringsinstelling. • Hoofdstuk 3 Prestatie-eisen bouwbesluit en kwaliteitsverklaringen (voor platen voor bouwkundige toepassingen). Hierin worden de van toepassing zijnde prestatie-eisen uit het bouwbesluit vermeld: sterkte bouwconstructie, bijdrage tot brandvoortplanting, rookdichtheid en toepassing schadelijke materialen. • Hoofdstuk 4 Overige producteisen. Hier wordt onderscheid gemaakt in triplex voor bouwkundige toepassingen en triplex voor niet-bouwkundige toepassingen. Deze eisen hebben betrekking op plaatdikte en maatafwijkingen, opbouw, oppervlakteafwerkingen, uiterlijk en toelaatbare gebreken, en nadere bewerkingen.

9006951059_BOEK.indb 88

Bij de oppervlakteafwerkingen wordt een klassenindeling gehanteerd: toepassing buiten (A t/m E), toepassing beschut buiten (F t/m I) en toepassing binnen (J t/m M). A geschikt voor alle afwerkingen en toepassingen B reeds voorzien van een afwerklaag C geschikt voor transparante afwerking D geschikt voor een dekkende afwerking E geen speciale eisen F reeds voorzien van een afwerklaag G geschikt voor transparante afwerking H geschikt voor een dekkende afwerking I geen speciale eisen J reeds voorzien van een afwerklaag K geschikt voor transparante afwerking L geschikt voor een dekkende afwerking M geen speciale eisen • Hoofdstuk 5 Eisen met betrekking tot het kwaliteitssysteem. • Hoofdstuk 6 Externe kwaliteitsbewaking door certificatie-instelling. • Hoofdstuk 7 Merken. • Hoofdstuk 8 Eisen aan certificatie-instelling en personeel. • Hoofdstuk 9 Titels van vermelde documenten. • Bijlage 1 Model KOMO-productcertificaat (triplex voor bouwkundige toepassingen). • Bijlage 2 Model KOMO-productcertificaat (triplex voor niet-bouwkundige toepassingen).

24.2.1.a Klasse A Klasse A is de beste kwaliteit triplex. Dit triplex is geschikt voor alle afwerkingen en toepassingen, waaronder botenbouw. De houtsoorten die hiervoor in aanmerking komen, zijn sipo, sapeli, teak, okoumé en makoré. De eisen aan klasse A zijn: De oppervlakte van het dekfineer moet worden geschuurd. De dikte van de buitenfineren bedraagt minimaal 1,2 mm en maximaal 1,5 mm. De dikte van de binnenfineren bedraagt maximaal 2,5 mm, gapingen en overlappingen zijn niet toegestaan. In de laag onder het dekblad mogen geen open gebreken voorkomen.

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 89

De lijmverbinding moet voldoen aan de NEN-EN 314-1:2005 en Triplex – Kwaliteit van de lijmverbinding – Deel 1: Beproevingsmethoden. 24.2.1.b Klasse B Klasse B is al voorzien van een afwerklaag. De houtsoorten die hiervoor in aanmerking komen, zijn sipo, sapeli, teak, okoumé, makoré, berken en naaldhout. De minimum kwaliteit van de dekfineer volgens de British Standard 6566 deel 6 is B of II. De eisen aan klasse B zijn: Aan de oppervlakte van het dekfineer worden geen eisen gesteld. De dikte van de buitenfineren bedraagt minimaal 0,8 mm en maximaal 1,5 mm. De dikte van de binnenfineren bedraagt maximaal 3 mm, gapingen en overlappingen zijn niet toegestaan in de buitenste twee lagen aan beide zijden. De lijmverbinding moet voldoen aan de NEN-EN 314-1:2005 en Triplex – Kwaliteit van de lijmverbinding – Deel 1: Beproevingsmethoden. 24.2.1.c Klasse C Klasse C is geschikt voor transparante afwerking. De houtsoorten die hiervoor in aanmerking komen, zijn sipo, sapeli en okoumé. De minimum kwaliteit van de dekfineer volgens de British Standard 6566 deel 6 is E of I. De eisen aan klasse C zijn: De oppervlakte van het dekfineer moet geschuurd zijn. De dikte van de buitenfineren bedraagt minimaal 0,8 mm en maximaal 1,5 mm. De dikte van de binnenfineren bedraagt maximaal 3 mm, gapingen en overlappingen zijn niet toegestaan in de buitenste twee lagen aan beide zijden. De lijmverbinding moet voldoen aan de NEN-EN 314:2005 en Triplex – Kwaliteit van de lijmverbinding – Deel 1: Beproevingsmethoden. 24.2.1.d Klasse D Klasse D is geschikt voor dekkende afwerking De houtsoorten die hiervoor in aanmerking komen, zijn sipo, sapeli, okoumé, makoré, berken of naaldhout, mits voorzien van een met kunsthars geïmpregneerde laag.

9006951059_BOEK.indb 89

De minimum kwaliteit van de dekfineer volgens de British Standard 6566 deel 6 is B of II. De eisen aan klasse D zijn: De oppervlakte van het dekfineer moet glas of geschuurd zijn. De dikte van de buitenfineren bedraagt minimaal 0,8 mm en maximaal 1,5 mm. De dikte van de binnenfineren bedraagt maximaal 3 mm, gapingen en overlappingen zijn niet toegestaan in de buitenste twee lagen aan beide zijden. De lijmverbinding moet voldoen aan de NEN-EN 314-1:2005 en Triplex – Kwaliteit van de lijmverbinding – Deel 1: Beproevingsmethoden. 24.2.2 Amerikaans en Canadees triplex Amerikaans naaldhouttriplex wordt op uiterlijk ingedeeld in de klassen: • A, B, C en D; • C- en D-plugged.

De platen zijn gemaakt van Amerikaans grenen en hebben aan één zijde grote kwasten en scheuren. Plugged wil zeggen dat de kwasten zijn uitgesneden. De ontstane gaten zijn weer met fineer opgevuld. Canadees triplex wordt ingedeeld in: • douglas fir-triplex; • naaldhouttriplex. Voor deze triplexsoort wordt een groot aantal naaldhoutsoorten gebruikt. De triplexplaten worden met verschillende afwerklagen geleverd. De afwerklagen verbeteren de weerstand tegen slijtage, stoten, chemicaliën en vuur en voorkomen vochtopname. Houtachtige platen van Amerikaans en Canadees triplex De duurzaamheidseisen aan deze platen worden vastgesteld op basis van de gebruikte grondstof, de samenstelling en de hechting van de lagen onderling. Exterieurpanelen van dit triplex zijn ontworpen voor toepassingen onder permanente blootstelling aan alle weersomstandigheden,

31-12-13 13:13


90

waardoor de kwaliteitsaanduiding aangegeven wordt met Exposure 1. Een voorbeeld van deze platen is underlayment, dat wordt toegepast voor vloer- en bekistingsplaten, figuur 24.3.

24.2.4 Frans triplex Frans triplex wordt ingedeeld in: • Type X: bestaat helemaal uit okouméfineer; • Type C: dekfineren van okoumé en binnenfineren van naaldhout; • Type II: dekfineren van okoumé en binnenfineren van loofhout; • Type III: dekfineren van sapeli en binnenfineren van okoumé.

24.3 Bijzondere soorten triplex In deze paragraaf wordt een aantal bijzondere triplexsoorten besproken. Figuur 24.3 Toepassing underlayment

24.2.3 Fins triplex Fins triplex wordt ingedeeld in: • exterior WBP (Water and Boiled Proof)-berkentriplex: wordt toegepast voor daklijsten en boeiboorden; • combi mirror: heeft aan de buitenzijde twee lagen berkenfineer met in de kern om en om een laag berkenfineer; • berken- en naaldhoutfineer: zeer homogeen en sterk. Wordt toegepast in omstandigheden waar de sterkte een bijzondere eis is; • carjointed triplex: leverbaar in maten tot 12.800 × 2800 mm. De plaat wordt samengesteld uit kleinere panelen die door middel van schuine lassen aan elkaar worden verbonden. De schuine lassen worden watervast gelijmd. De plaat kan van een naadloze coating worden voorzien; • combiplaat: heeft aan de buitenzijde een laag berkenfineer en aan de binnenzijde om en om naaldhout- en berkenfineer. Wordt toegepast voor betonbekistingen; • naaldhouttriplex: opgebouwd uit lagen naaldhoutfineer. Naaldhouttriplex is licht van gewicht. De platen worden geleverd met zowel vuren als grenen dekfineren. Wordt toegepast bij dakbeschotplaten.

24.3.1 Geprefabriceerde triplexribpanelen of stressed-skin panelen Geprefabriceerde triplexpanelen bestaan uit twee lagen triplex die met lijm en draadnagels op ribben zijn bevestigd, figuur 24.4. Hierdoor ontstaat een schuifvaste verbinding tussen de plaat en de ribben. De ontstane doos is zeer buigingsstijf. Een voordeel van deze panelen is dat er snel grote vlakken mee kunnen worden dichtgemaakt.

bovenste beplating eenvoudige uitvoering isolatie rib

onderste beplating

ventilatie

uitvoering met isolatie (en ventilatie)

Figuur 24.4 Geprefabriceerde triplexribpanelen of stressed-skin panelen

9006951059_BOEK.indb 90

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 91

De panelen kunnen worden uitgevoerd met dampdichte lagen en warmte-isolatie, waardoor ze als dakbeschot of lichte wandconstructie gebruikt kunnen worden. Bij houtskeletbouw zijn de panelen zeer goed bruikbaar. Bij een traditionele bouwmethode zijn de stressed-skin panelen niet bruikbaar. De panelen kunnen in verband met beschadigingen en het nat worden van de panelen niet gelijktijdig met het optrekken van de binnenmuren en gevels worden geplaatst.

bieden anderen vergelijkbare producten, zodat hechthout nu ook als soortnaam in gebruik is. Dikwijls wordt de benaming hechthout ten onrechte gebruikt, waarbij dan waterbestendig verlijmd triplex of multiplex wordt bedoeld. Openporige afwerksystemen (houtveredeling en beitsen) zijn in het algemeen ongeschikt voor gelaagd hout.

24.3.2 Betontriplex Betontriplex is verkrijgbaar in grote platen. Het is een hard en zwaar materiaal dat aan beide zijden voorzien is van een fenolfilmlaag. Hierdoor is de betonbekisting gemakkelijk van de gestorte betonconstructie te verwijderen. Betontriplex is meerdere keren te gebruiken. Verder wordt het materiaal, dat water- of kookvast (WBP, water and boiled proof) verlijmd is, onder andere gebruikt voor bekleding van vrachtwagens, loodsen, balkonafscheidingen, dansvloeren en glijbanen. De platen komen voornamelijk uit Frankrijk en Finland en zijn voorzien van groef en messing. Volgens de fabrieksvoorschriften moet de kant waar ‘this side down’ staat onder worden gehouden, waardoor de platen zonder probleem in elkaar passen. Ze worden vooral in de houtskeletbouw toegepast.

Meubelplaat bestaat uit een kern van vurenhouten latten, blokjes of staafjes die aan weerszijde met een of twee lagen fineer zijn bekleed, figuur 24.5. Meubelplaat met een kern van latten of blokjes krijgt als gevolg van vocht een golvend oppervlak (wasbordeffect). Daarom wordt meubelplaat meestal samengesteld met een staafjesvulling. De kern bestaat uit tegen elkaar gelijmde fineren met een gelijke dikte van 4 tot 8 mm. Om deze kern te verkrijgen, wordt een aantal dikke geschilde fineerlagen op elkaar gelijmd. Hiervan worden dan platen op een dikte gezaagd die de kern van de te vormen meubelplaat moet hebben.

24.3.3 Hechthout Hechthout is triplex van een tropische houtsoort met een goede duurzaamheidsklasse en zodanig verlijmd, dat er zo min mogelijk aantasting ontstaat. Er worden hoogwaardige lijmsoorten gebruikt. Sommige soorten, zoals lauan, mahonie, meranti, okoumé en oregon pine multiplex, zijn WBP verlijmd. Naast de verlijming bepalen ook de opbouw van de plaat en de dikte en kwaliteit van de fineerlagen de geschiktheid voor buitenwerk onder alle omstandigheden. Hechthout wordt toegepast voor onder andere gootlijsten, puivullingen en gevelbeplating. Op sommige hechthoutsoorten wordt twintig jaar en op andere tien jaar garantie gegeven. In navolging van de eerste leverancier die hechthout als merknaam op de markt bracht,

9006951059_BOEK.indb 91

24.4 Meubelplaat

meubelplaat met lattenvulling

meubelplaat met staafjesvulling

crossbandmeubelplaat

Figuur 24.5 Doorsnede over meubelplaat

31-12-13 13:13


92

Meubelplaat die aan elke zijde van een fineerlaag is voorzien, wordt een enkelvoudige plaat genoemd. De dikte van het fineer (die meestal 3 mm is) wordt dwars over de kern gelijmd. Net zoals bij triplex wordt de lengte gemeten in de richting van de houtdraad. Cross-bandplaten Cross-bandplaten hebben aan elke zijde twee fineerlagen. De binnenste fineerlagen hebben de draadrichting dwars op de kern, de buitenste (meestal edelfineerlagen) hebben de houtdraad evenwijdig aan de vulling. Als fineer wordt onder andere teak, eiken en mahonie gebruikt.

24.5 Vezelplaat Vezelplaten zijn opgebouwd uit vezels, bijvoorbeeld houtvezels of vlasvezels, die zijn verbonden met een bindmiddel. Voorbeelden van vezelplaat zijn: • spaanplaat; • vlasvezelplaat; • houtwolplaat; • bitumengebonden vezelplaat; • hout/plasticcombinatie (WPC); • boards; • MDF. 24.5.1 Spaanplaat Spaanplaat bestaat uit houtspaanders vermengd met kunstharslijm. Dit mengsel wordt onder hoge druk tot platen geperst die, afhankelijk van het toepassingsgebied, van fineer of een kunststoflaag worden voorzien, figuur 24.6. Spaanplaat moet voldoen aan de eisen in de BRL 1101. De volumieke massa bedraagt 630 kg/m3.

Een van de voordelen van spaanplaat is dat de lengte en breedte gelijke eigenschappen bezitten. Hierdoor wordt het krimpen en uitzetten opgeheven en de breedte- en lengterichting kunnen willekeurig worden toegepast. De platen zijn in vele afmetingen verkrijgbaar. Ook zijn speciale typen te verkrijgen, zoals brandwerende, betonbekistings- en vochtwerende spaanplaat.

9006951059_BOEK.indb 92

Figuur 24.6 Verschillende spaanplaatsoorten

In de NEN-EN 120:1993 en Houtachtige plaatmaterialen – Bepaling van het formaldehydegehalte – Extractiemethode genoemd perforatormethode, komen diverse zaken met betrekking tot keuringseisen, fysisch en mechanisch onderzoek en formaldehydegehalte aan de orde. In de handel worden platen geleverd met de aanduiding E1. Deze aanduiding geeft aan dat de formaldehyde-uitstoot voldoet aan de door de overheid gestelde eisen. OSB en waferboard (flake board) Bijzondere spaanplaatproducten zijn OSB (oriented strand board) en waferboard. Ze worden gemaakt van houtspanen die een lengte van circa 75 mm hebben en met een thermohardende lijmsoort aan elkaar worden gelijmd. De platen moeten voldoen aan de eisen in de BRL 1106. Oriented Strand Board (OSB). De kwaliteitsverklaring heeft betrekking op OSB voor zowel bouwkundige als niet-bouwkundige toepassingen, onder andere bedoeld om te worden toegepast in de bouw en in de timmer-, meubel- en verpakkingsindustrie. OSB is verkrijgbaar in OSB type II en OSB type III. Het verschil zit in de ligging van de houtspaanders en het toepassingsgebied. Bij OSB type II liggen de spanen in de buitenste lagen in dezelfde richting en in de middelste lagen willekeurig, figuur 24.7. Bij OSB type III liggen de spanen in de verschillende richtingen loodrecht op elkaar, figuur 24.8.

Waferboard bestaat uit een laag spanen die in alle richtingen liggen, figuur 24.9.

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 93

welijks meer in de handel verkrijgbaar. Ze zijn verdrongen door bijvoorbeeld spaanplaat, MDF-plaat en OSB-plaat.

Figuur 24.7 OSB II

Figuur 24.8 OSB III

Figuur 24.9 Opbouw waferboard

24.5.2 Vlasvezelplaat Vlasvezelplaat wordt ook wel vlasspaanplaat genoemd. Vlasvezelplaat is echter minder sterk dan vlasspaanplaat. Het wordt vervaardigd van de scheven van de vlasplant. Vlasscheven zijn de houtachtige delen van de stengels die overblijven bij de fabricage van linnen. Tijdens de fabricage worden middelen toegevoegd die de duurzaamheid en brandwerendheid beïnvloeden. De mechanische eigenschappen zijn vooral van belang voor dragende constructies. Hiervoor komen alleen de harder geperste platen met een volumieke massa van circa 500 kg/m3 in aanmerking. In de NEN-EN 15197:2007 en Houtachtige plaatmaterialen – Vlasvezelplaat – Specificaties, zijn de eisen opgenomen voor vlasvezelplaat voor algemene en binnentoepassingen en voor niet-dragende toepassingen in droge en vochtige omstandigheden. Vroeger werden deze platen veel toegepast voor onder andere dakplaten. Nu zijn ze nau-

9006951059_BOEK.indb 93

24.5.3 Houtwolplaat Houtwolplaat, ook wel mineraal gebonden plaat genoemd, bestaat uit lange houtvezels en is, afhankelijk van het toegepaste bindmiddel, verkrijgbaar als houtwolcement- of houtwolmagnesietplaat. De platen moeten voldoen aan de eisen in de BRL 5065 Mineraal gebonden houtwolplaten (2003-10). Houtwolplaat wordt samengeperst tot een sterke onbuigbare plaat. De platen zijn goed bestand tegen water en vocht en worden constructief, bouwfysisch (bestrijden van geluidhinder en verbeteren van de nagalmtijd) en om esthetische redenen in de bouw toegepast. Voorbeelden zijn de sandwichplaat, figuur 24.10, met kernen van polystyreen, steenwol en resolschuim, en de constructieplaat voorzien van houten latten, figuur 24.11, die wordt toegepast voor vrijstaande wanden. 24.5.5 Hout/plastic-combinatie (WPC) Omdat het benutten van houtreststoffen uit oogpunt van milieu en duurzaamheid steeds belangrijker wordt, worden WPC’s (wood plastics composites) vervaardigd. Deze composieten of combinaties bestaan voor een groot deel, ongeveer 70%, uit houtvezels. Ze hebben een redelijk grote volumieke massa. In vergelijking met puur kunststof hebben ze een geringe uitzetting en een groter stijfheid. Voor het bindmiddel wordt een kunststof toegepast. Een WPC heeft hetzelfde gedrag als een kunststofproduct en wordt gefabriceerd door middel van spuitgieten, vormpersen of extrusie. Vanwege het houtaandeel van 70% wordt het evenwichtsvochtgehalte pas na lange tijd (zes maanden) bereikt. Afhankelijk van de soort kunststof die is toegepast zal een vergrijzing van het materiaal optreden.

31-12-13 13:13


94

Figuur 24.10 Sandwichplaat

Afhankelijk van de houtsoort is het board wat lichter of donkerder van kleur. Houtvezelplaten zijn te verdelen in zacht- en hardboard. Zachtboard is poreus en vaak voorzien van sleufjes of gaatjes waardoor het geluiddempend is. Hardboard wordt onder grote druk geperst. De hardere persing bij hardboard is te herkennen aan het wafelpatroon aan de achterzijde. Het wordt onder andere gebruikt voor het bekleden van wanden en plafonds en op plaatsen waar sterkte en hardheid van belang zijn. Het is een eenvoudig soort plaatmateriaal, dat doorgaans gebruikt wordt voor achterzijdes van meubelen of kasten en voor verpakkingen. Speciale hardboardproducten zijn: • lakboard: voorzien van laklaag of andere uitvoering, zoals een motief; • geperforeerd hardboard: voorzien van gaatjes; • geprofileerd hardboard: aan één zijde voorzien van een profilering (gegroefd of gegolfd) of tegelmotief.

Figuur 24.11 Houtwolcementplaat voorzien van houten latten

24.5.4 Bitumengebonden vezelplaat Bitumengebonden vezelplaat wordt gebruikt als waterkerende en dampdoorlatende laag aan de spouwzijde van buitenmuren in gevelvullende elementen en kozijnen. Het materiaal moet voldoen aan de volgende eisen: • schimmelbestendig; • gelijkmatige verdeling bitumen en een bitumenpercentage van minimaal 25 procent; • waterdampdoorlatend: μd kleiner dan 1 m. 24.5.6 Boards Board is plaatmateriaal dat geperst wordt uit een brij van water, gemalen houtvezels en wat lijm. Eén zijde van de plaat is glad, de achterzijde heeft altijd een ‘zeefafdruk’. Voor de vervaardiging van board wordt naast hout ook gebruikgemaakt van suikerriet en andere natuurlijke vezels. Daarom wordt board ook wel houtvezelplaat of plaat van vervezeld hout genoemd. Het materiaal wordt vervaardigd uit vezels die hoofdzakelijk met de hierin al aanwezige bindstof bij elkaar worden gehouden.

9006951059_BOEK.indb 94

Masonite Masonite is de merknaam voor een zeer harde en watervaste boardplaat die ook voor buitenwerk geschikt is. Het oppervlak ziet eruit als andere hardboards, maar heeft een iets olieachtig aanzien. In de handel wordt het ook super tempered of oil tempered hardboard genoemd. De volumieke massa bedraagt 950 tot 1100 kg/m3 volgens de NEN 2122. Het materiaal wordt onder andere toegepast voor balken in vloer- en dakconstructies. Deze balken hebben een hoge stijfheid en zijn licht van gewicht, figuur 24.12. Verder wordt Masonite toegepast als bekledingsplaat die vanwege de hardheid van het product geschroefd wordt aangebracht.

31-12-13 13:13


hoogte

PLAATMATERIAAL 95

8 mm

gte

len 45 mm

MDF- en HDF-materialen zijn toe te passen voor onder andere binnenbetimmeringen, architraven, plinten, badkamermeubelen, keukens, slaapkamers, kantoormeubelen en reclamezuilen. Het MDF-ZF (zonder formaldehyde) is geschikt voor toepassing op plaatsen waar formaldehyde-emissie niet gewenst is, zoals kasten, vitrines, meubels, betimmeringen en lijstwerk in musea, laboratoria, verpleeghuizen, ziekenhuizen, kinderdagverblijven en scholen.

45 mm

Figuur 24.12 I-profiel voor vloer- en dakconstructie

24.5.7 MDF en HDF MDF (Medium density fibreboard) en HDF (high density fibreboard), een lichtbruine plaat met een glad oppervlak, hebben in korte tijd een belangrijke positie op de markt ingenomen. De grootste persdruk bepaalt of het MDF dan wel HDF is. MDF en HDF zijn plaatmaterialen die gemaakt worden van afvalhout van minderwaardige houtkwaliteiten, zowel van naald- als van loofhoutsoorten, dat wordt verpulverd tot ‘houtstof’. Dit houtstof wordt onder hoge druk bij een hoge temperatuur samengeperst tot een plaat, waarbij de natuurlijke bindmiddelen van het hout eigenlijk als ‘lijm’ dienen. Sommige fabrikanten voegen minder dan 1% van het totaalgewicht aan lijm toe. MDF van een hogere kwaliteit heeft een opbouw uit 3 ‘lagen’: doordat de houtvezels worden gezeefd, komen de fijnste vezels aan de buitenkant en de grovere vezels in de kern van de plaat terecht. Het voordeel hiervan is een gladdere en sterkere plaat. Het materiaal kan als vervanging van massief hout dienstdoen. Het heeft een grote maatvastheid en hoge buigsterkte. Het materiaal is goed te verspanen. Dit gaat echter met veel stofontwikkeling gepaard. Door het dichte oppervlak kan het zuinig en strak met allerlei lakken worden afgewerkt. MDF is in verschillende uitvoeringen in de handel: standaard, vochtbestendig en brandvertragend. Ook zijn platen zonder formaldehyde leverbaar.

9006951059_BOEK.indb 95

24.6 Opslag en afmetingen plaatmateriaal Plaatmaterialen moeten in een geventileerde ruimte worden opgeslagen volgens de voorschriften van de fabrikant of leverancier. De opslag moet zodanig plaatsvinden, dat de bij de fabricage verkregen vorm en eigenschappen niet nadelig worden beïnvloed. Speciale aandacht is vereist voor: • droge opslag; • stapeling met voldoende ondersteuning; • bescherming tegen verkleuring. De in dit hoofdstuk beschreven plaatmaterialen komen in veel verschillende lengten, breedten en dikten voor in de houthandel. Figuur 24.13 bevat de belangrijkste maten.

31-12-13 13:13


96

Plaatmateriaal Fineer fineer (diverse houtsoorten) houtfineer gelijmd op ondergrond van papier voor toepassing op ronde en afgeronde materialen kantenstrip kunststof voorgelijmd op rol

Afmetingen

Dikte

2500 x 1220 mm

22 mm breed

Triplex lauan /meranti interieur lauan/meranti exterieur WBP

beuken door en door WBP-verlijmd okoumĂŠ door en door rood WBP-verlijmd

Fins berken WBP-verlijmd Russisch berken vliegtuigtriplex garantietriplex WBP-verlijmd 20 jaar garantie okoumĂŠ sipo mahonie garantietriplex tweezijdig in fenol gedrenkt papier buigtriplex

2440 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 2150 x 950 mm 3050 x 1530 mm 2500 x 1250 mm 2500 x 1220 mm 2150 x 950 mm 2150 x 1000 mm 3100 x 1530 mm 1250 x 2500 mm 1550 x 1550 mm 1530 x 1530 mm 2500 x 1250 mm 2115 x 930 mm 2500 x 1250 mm 2500 x 1250 mm 3100 x 1530 mm 1220 x 2500 mm

4-18 mm 4-18 mm 4-18 mm 4-18 mm 12, 18 en 40 mm 4-40 mm 40 mm 40 mm 4-40 mm 18 mm 1-1,5 en 2 mm 3-18 mm 4-40 mm 40 mm 4-18 mm 8-18 mm 10-18 mm 5 en 8 mm

Betontriplex (tweezijdig voorzien van coating van ten minste 120 gr) lauan 2500 x 1250 mm 2500 x 1220 mm

4-18 mm 4-18 mm

Meubelplaat gefineerd (diverse afwerklagen)

2500 x 1220 mm

18 mm

2500 x 1250 mm 3050 x 1250 mm 410 x 1850 mm 2500 x 1250 mm 2500 x 1250 mm

8-25 mm 8-25 mm 10-18 mm 10 en 18 mm 18 mm

2500 x 1240 mm 3040 x 1220 mm

17 mm 17 mm

Spaanplaat geschuurd persing 650

waterwerend melamine verlijmd persing 700 betonspaanplaat met randafwerking twee zijden voorzien van polyester coating gefineerd spaanplaat

9006951059_BOEK.indb 96

31-12-13 13:13


PLAATMATERIAAL 97

Plaatmateriaal

Afmetingen

Dikte

tweezijdig geplastificeerd

2500 x 1250 mm 3050 x 1250 mm 3670 x 1850 mm

8-18 mm 8-18 mm 8-18 mm

3040 x 1220 mm

17 mm

2440 x 1220 mm

18 mm

2000 x 500 mm

15, 25, 35 en 50 mm

2440 x 1220 mm 610 x 1220 mm 244 x 1220 mm 305 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 3050 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 2240 x 1120 mm 3050 x 1220 mm 2440 x 1220 mm

10 mm 4 mm 4 mm 4 mm 4 mm 4 mm 4 mm 4, 5 en 6,5 mm 4, 5 en 6,5 mm 4, 5 en 6,5 mm

2240 x 1220 mm 2745 x 1220 mm 3050 x 1525 mm 3050 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 2440 x 1220 mm 2500 x 1240 mm 3040 x 1220 mm

3-30 mm 3-30 mm 12-25 mm 9 mm 18 mm 12, 18 en 25 mm 12-25 mm 17 mm 17 mm

OSB Houtwolcementplaat Board zachtboard hardboard

lakboard geperforeerd board extra hard en waterbestendig (masonite)

MDF

light, waterwerend, wit watervast brandvertragend gefineerd

Figuur 24.13 Handelsmaten plaatmateriaal

9006951059_BOEK.indb 97

31-12-13 13:13


schoongesneden boekblok 170 x 243 mm | hardcover = + 3 mm + 17 mm omvouw rondom

rug 20,8 mm

TECHNIEK

BOUWKUNDE

|

DEEL B

Algemene Bouwkunde voor makelaars is geheel aangepast aan de nieuwste regelgeving zoals de Omgevingsvergunning, Bouwbesluit, Eurocodes, NEN-EN normen, BRLâ&#x20AC;&#x2122;s en aanpassingen in de regelgeving over beton-, hout-, staal- en steen constructies. In twee delen bevat de vierde druk Algemene Bouwkunde voor Makelaars alle basiskennis voor het onderdeel Bouwkunde van het examen door de Stichting Vakexamen Makelaardij in Onroerende Goederen SVMNIVO. Door de overzichtelijke behandeling van materialen van grondstof tot de uiteindelijke toepassing in de constructie geeft dit boek een helder beeld van het gehele bouwproces. De vele bouwkundige tekeningen en de uitgebreide achtergrondinformatie maken het boek tevens tot een uitstekend naslagwerk voor alle beroepsbeoefenaars die hun kennis up-to-date willen houden. A.H.L.G. Bone

Algemene Bouwkunde voor makelaars | Deel B

ALGEMENE BOUWKUNDE VOOR MAKEL AARS

Let op: rugdikte nog NIET definitief

Algemene Bouwkunde voor makelaars Deel B

A.H.L.G . Bone

4 de d r u k

HOGER ONDERWIJS

0808-2013: DEF. t.b.v. Proefhoofdstuk

Proefhoofdstuk Algemene Bouwkunde voor makelaars deel B  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you