Page 1

voorbeeld­ hoofdstuk

3de editie

Perspectief godsdienst-levensbeschouwing voor de onderbouw

vmbo

lesboek deel

Désiré Brokerhof Hilde van Halm Mattijs Bron

Met tekeningen van Margreet de Heer


Bij de derde editie | 2012 Dit is een proefkatern om kennis te maken met de vernieuwde editie van Perspectief. Perspectief is op dit moment een van de drie meest gebruikte methodes voor het vak godsdienst/levensbeschouwing. Het eigene is de thematische ordening van de leerstof en de vergelijking van levensbeschouwelijke denkbeelden en uitingen aan de hand van levensvragen. Het doel van de methode is, dat de leerlingen in de jaren van de middelbare school gaandeweg een eigen, zij het voorlopige levensbe­schouwing ontwikkelen. De hoofdstructuur van de boeken is intact gebleven. Gebruikers van Perspectief zullen veel vertrouwds tegenkomen. Maar natuurlijk is er ook het nodige veranderd. Inhoudelijk zijn er veel verbeteringen doorgevoerd. Daarnaast wordt er in de VMBO-editie gewerkt met een Leergids. Deze neemt leerlingen als het ware bij de hand, om de stof uit het lesboek stap voor stap te verkennen en zich eigen te maken. Natuurlijk is er in deze tijd geen herziening denkbaar zonder digitale ondersteuning. Met de applicatie DigibordbijPerspectief komt er een grote hoeveelheid extra lesstof beschikbaar voor de docent. Lesstof die verheldert, verdiept en visualiseert. Een demo van Digibordbij Perspectief is via de site van Thememeulenhoff beschikbaar. Docenten die dieper willen ingaan op Bijbelse aspecten, kunnen gebruik maken van de Bijbelstream. Via het Digibordbij worden diverse Bijbelse elemeneten uitgewerkt. De methodesite biedt voor de leerlingen ondersteuning bij een aantal opdrachten en bij de drie projecten. De methodesite bevat op het docentendeel de handleiding, toetsmateriaal en achtergrondinformatie. De delen 1 van de derde editie zullen verschijnen in maart/april 2012. De delen 2 en het deel 3thv zullen in de verdere loop van 2012 volgen.

Methode-overzicht: vmbo Lesboek 1 Leergids 1 Lesboek 2 Leergids 2 Leer-opdrachtenboek 3/4

978-9006-48480-9 978-9006-48481-6 978-9006-48483-0 978-9006-48484-7 978-9006-48486-1

vmbo-t/havo/vwo Leer-opdrachtenboek 1 Leer-opdrachtenboek 2 Leer-opdrachtenboek 3 Leer-opdrachtenboek 4/5/6

978-9006-48488-5 978-9006-48489-2 978-9006-48490-8 978-9006-48492-2

digibordbij 1 vmhv 2 vmhv 3/4 vmhv 4/5/6 hv

978-9006-48494-6 978-9006-48495-3 978-9006-48496-0 978-9006-48497-7

Redactie- en auteursgroep: Désiré Brokerhof, Hilde van Halm, Mattijs Bron

Aan deze methode werkten verder mee: Zehra Bal, Bill Banning, Inge Brokerhof, Greet Brokerhof-van der Waa, Naomi Bronkhorst, Kris Derks, Antoinette Dröge, Gerrie de Haan, Lena Hofland, Trudy Labuschagne, Ian Scheele, Anne Stael, Bas van der Sijde, Rawie Sewnat, Anne Claudine Tuller, Timon Verboom, Floris Weijs, Pieter Ruigrok van der Werve, Jeroen Windmeijer, Gepco Wolters.

Vormgeving: Ontwerpbureau Neo, Velp

Ontwikkeling, samenstelling en opmaak: Oase Media b.v., Hoevelaken

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden www.thiememeulehoff.nl


Inhoudsopgave Bekijk het leven Over het vak, levensbeschouwing, godsdiensten en de titel van dit boek.

Legenda In dit boek kom je de volgende soorten vragen en opdrachten tegen:

1 Thuis

Bij de gele strepen staan denkvragen voor jezelf en discussievragen om te bespreken in de klas.

Over je thuis voelen, gebruiken, leefregels, gastvrijheid, vluchte­lingen en wereldburgers.

Bij de blauwe strepen staan opdrachten om alleen of met een groepje klasgenoten uit te voeren.

project Godshuizen.

In de tekst staan woorden in kleur afgedrukt. Dit zijn belangrijke begrippen en personen, waarvan je de betekenis moet kennen.

2 Helpen Over een handje helpen, zelfstandig­ heid, afhankelijkheid, motieven om te helpen, soorten hulp, goede doelen, zorg en hulp van boven.

In elk thema vind je informatie over verschillende levensbeschouwelijke stromingen. De opdracht die daarbij hoort heet:

Stromingen-opdracht

project Kerstmis. Elke stroming heeft zijn eigen symbool.

3 Nieuw begin Over nieuwjaar, geboorte, geboorte­ verhalen, rituelen, schepping, nieuwe kansen, en een schone lei. project Feesten.

4 Op weg Over op weg gaan, doorgaan, bijko­ men en stoppen. Over de bestemming van ons leven, heilige plaatsen en de eigen weg die iedereen gaat.

? X Zie voor de betekenis blz. 6 t/m 9.

Leergids Bij dit lesboek hoort een ‘Leergids’. Die leidt je stap voor stap door de leerstof van dit boek met allerlei vragen en opdrachten. Begin altijd met de leergids. De opdrachten waarbij je internet nodig hebt, vind je op:

WWW. nline perspectief-o .nl


Bekijk het leven

Dit is de inleiding op het hele boek. Je leert hier wat het vak inhoudt en waarom dit boek Perspectief heet. Wat voor soort levensbeschouwingen zijn er? En welke levensbeschouwingen kom je in dit boek tegen?

Dit is een nieuw boek voor een nieuw vak: levensbeschouwing of godsdienst. Misschien heb je wel eerder godsdienst gehad of verhalen uit de Bijbel horen vertellen. Maar op deze nieuwe school in deze nieuwe klas gaat het anders dan je gewend was. Eerst maar eens kijken waarover dit vak eigenlijk gaat.

1 H  eb je eerder het vak godsdienst gehad? Waarover ging dat? 2 Heb je wel eens van het vak levensbe­ schouwing gehoord? 3 Waar denk je dat het vak levensbe­ schouwing over gaat?

Kijk op het leven Mensen leven, net als planten en dieren. Het bijzondere van mensen is, dat ze kunnen nadenken over hun eigen leven. Dat ze erbij stilstaan waarom je leeft en wat voor zin dat heeft. Ieder doet dat op zijn eigen manier. Ieder­ een heeft een eigen kijk op het leven: een eigen levensbeschouwing. ‘Beschouwen’ betekent: ergens met aandacht naar kijken. Levensbeschouwing gaat dus over je kijk op het leven. 4 Heb je zelf een levensbeschouwing? 5 L eg in tweetallen aan elkaar uit wat je levensbeschouwing is.

Mees en Mus in gesprek. Je zult ze vaker tegenkomen in dit boek!

4

Dit meisje laat duidelijk zien welke levens­beschouwing ze heeft.

Verschillende religies Veel mensen hebben een gelovige kijk op het leven. Hun godsdienst (of: hun religie) bepaalt de manier waarop zij naar het leven kijken. Over de hele wereld verspreid zijn er veel verschillende religies. In dit boek maak je kennis met verschillende manieren van geloven. Maar eigenlijk gaat dit vak over iedereen. Want ook zonder religie heb je een kijk op het leven. De één vindt eerlijkheid belang­ rijk en zal nooit stelen. Een ander vindt dat niet zo’n punt. De één wil graag mooie spullen kopen en werkt daar hard voor. Een ander besteedt liever zijn tijd aan sporten. De één kan alles missen, een ander niet. Dit boek helpt je na te denken over wie je bent en wat jouw kijk op het leven is. En dat is iets waar je eigenlijk heel je leven mee bezig zult blijven.


Religieus of niet… of een beetje.

Hetzelfde ding van

Perspectief

verschillende kanten

Dit boek heet ‘Perspectief’. Dat heeft te maken met kijken. Je kunt hetzelfde ding van verschillende kanten bekijken: van opzij of van onder, van dichtbij of veraf. Steeds ziet het er anders uit. Dat komt door het verschil in perspectief. Kijk maar naar de cartoon met de cilinder. Dit lesboek heeft de titel Perspectief gekregen, omdat we allemaal op verschil­ lende manieren naar het leven kijken.

bekijken.

6 Heeft iedereen een levensbeschouwing? 7 W  at is het verschil tussen een religie en een levensbeschouwing? 8 Waarom is een religie ook een levens­ beschouwing?

Alleen of met elkaar

Een gemeenschappelijke levensbeschou­ wing kan religieus zijn of niet. Hoor je bij een religieuze levensbeschouwing, dan geloof je in een God die de wereld en de mens geschapen heeft. Dat geldt bijvoor­ beeld voor joden, christenen en moslims. Er zijn ook mensen die in meerdere goden geloven, zoals bij het hindoeïsme. Bij een niet-religieuze levensbeschouwing geloof je niet in het bestaan van God of goden. Er is ook een groep mensen daar tussenin. Die geloven wel in ‘iets’, maar weten niet precies wat. Zij worden daarom wel ‘ietsisten’ genoemd. 11 W  at is een religieuze levensbeschou­ wing? Geef twee voorbeelden. 12 Hoor jij zelf bij een religieuze of een niet-religieuze levensbeschouwing? 13 E  en popsong kiezen In popliedjes kom je vaak levensbe­ schouwelijke gedachten tegen. Kies een popsong uit, waarin iets van levensbeschouwing zit. Leg uit wat je raakt.

Ieder mens heeft een eigen kijk op het leven. Dat is een persoonlijke levens­ beschouwing. Die is dus van één iemand, bijvoorbeeld: de levensbeschouwing van Caspar of die van Dünya. Als een groep mensen ongeveer dezelfde kijk op het leven heeft, is dat een gemeen­ schappelijke levensbeschouwing. Bijvoor­ beeld: het jodendom, het christendom of het humanisme.

In Perspectief komen vijf verschillende duidelijk religieuze en drie andere levens­ beschouwingen voor. In elk thema worden denk­beelden van verschillende religies en levensbeschouwingen met elkaar vergele­ ken. Je kunt elke levensbeschouwing herkennen aan een eigen symboo­l.

9 W  at is een persoonlijke levensbeschou­ wing? Geef een voorbeeld. 10 Wat is een gemeenschappelijke levensbeschouwing? Geef een voor­ beeld.

Op de volgende pagina’s volgt een eerste kennismaking. Bedenk daarbij: ‘de’ moslim, of ‘de’ christen bestaat niet. Binnen elke stroming zijn er ook weer behoorlijk grote verschillen.

Acht levensbeschouwingen

Bekijk het leven

5


Joden De joodse godsdienst is de oudste van de drie gods­ diensten met één God. Joden vormen ook een apart volk met Abraham als stamvader. God sloot een verbond met hem. Later bevrijdde Mozes zijn volk uit de slavernij in Egypte. Sara komt uit een joodse familie. Zij vertelt: ‘Voor ons is de sabbat de belangrijkste dag. Die begint op vrijdagavond, na zonsondergang, met een lekkere maaltijd. Op zaterdag gaan we soms naar de synagoge. Er zijn niet veel joden in Nederland – in de synagoge ontmoeten we elkaar. Veel mensen denken dat joden zich aan allerlei regeltjes moeten houden. Er zijn ook wel regels over eten, enzo. Maar joods zijn betekent vooral dat je probeert een goed mens te zijn, en goed te doen op de wereld.’ De zeven-armige kandelaar is het joodse symbool.

Christenen Voor christenen staat Jezus centraal. Hij was een joodse rabbi die in Israël met zijn leerlingen rondtrok, les gaf en mensen genas. Uiteindelijk werd hij gevangen genomen, veroordeeld en gekruisigd. Door zijn opstanding uit de dood was het voor zijn leerlingen duidelijk: dit is de Zoon van God. Ruben wordt christelijk opgevoed: ‘Op zondag gaan we naar de kerk. Het leukst vind ik de diensten die speciaal voor jongeren zijn. En we gaan met de kerk ieder jaar op kamp. Thuis bidden we voor het eten en lezen we na het eten uit de Bijbel. Het zijn mooie verhalen! Bidden doe ik soms ook zelf, als ik me ergens zorgen over maak. Ik geloof niet dat God dat dan allemaal oplost, maar het helpt me toch wel. Ik vind Kerst het mooiste feest met een kerstboom met echte kaarsjes.’ Het kruis is het christelijke symbool.

6


Moslims De islam is ontstaan in de zevende eeuw en is gesticht door Mohammed. Volgens moslims is hij de laatste profeet. In een aantal visioenen werd de Koran aan hem geopenbaard. De ‘vijf zuilen’ van de islam dragen samen het geloof. Dit zijn: de geloofsbelijdenis, het dagelijkse gebed, het helpen van de armen, het vasten in de ramadan en de bedevaart naar Mekka. Maryam vertelt: ‘Mijn ouders komen uit Iran en wij zijn moslim. Dat is een heel praktisch geloof. Het belang­ rijkste is dat we geloven dat er één God is. Ons heilige boek, de Koran, is in het Arabisch geschreven. Er wordt op een mooie, zangerige manier uit voorgelezen. Ook al snap ik lang niet alles, toch word ik er altijd blij van. We bidden vijf keer per dag, met ons gezicht richting Mekka. Dat is onze heilige stad.’ De islam heeft de maansikkel met ster als symbool.

Hindoes Het hindoeïsme is lang geleden ontstaan in India. Het is een heel vrij geloof. Er is niet één bepaalde manier waarop je moet geloven. In het hindoeïsme zijn er veel goden, maar zij zijn verschijningsvormen van de éne Brahman. De ouders van Rosalie komen uit Suriname en zijn hindoe. Rosalie vindt het een heel mooi geloof: ‘Thuis hebben we een altaar waarop een beeld van Krishna staat. We branden er wierook en we bidden er. Er staan ook altijd mooie bloemen en kaarsen. Het hindoeïsme kent allerlei goden, ik weet niet eens hoeveel er zijn. Brahma, Vishnu en Shiva zijn de bekendste. In onze tempel leren we ook van alles over onze hindoe-cultuur en over yoga. Soms bidden we mantra’s. Dat zijn vaste, heilige teksten in het hindi, de oude taal van hindoes.’ Het Aum-teken is het symbool van de hindoes.

Bekijk het leven

7


Boeddhisten Het boeddhisme is ontstaan uit het hindoeïsme. Het is genoemd naar een prins die later de Boeddha genoemd werd. Hij vroeg zich af waarom er zoveel lijden is in de wereld. Zijn denkbeelden over onthechting vormen een leidraad voor het leven van een boeddhist. De ouders van Daan zijn boeddhist. ‘Bij ons thuis staan een paar Boeddhabeelden. Mijn moeder zet er altijd verse bloemen bij. En er staan kaarsjes en wierook. Mijn ouders mediteren en soms doe ik mee. Je wordt er lekker rustig van. Mijn ouders gaan soms naar het boeddhistisch centrum, maar dat is niet echt een plek voor jongeren. Het gaat vooral over je manier van leven. Het komt erop neer dat je goed bent voor alles wat leeft. En dus ook dat je goed zorgt voor jezelf en goede dingen eet en goede dingen zegt. Best moeiijk!’ Het wiel met acht spaken is het boeddhistisch symbool.

Humanisten Het humanisme is een levensbeschouwing, geen godsdienst. Er is geen ‘heilig boek’, geen speciaal gebouw en er zijn geen vaste rituelen. Voor humanis­ ten staat de mens centraal. Elk mens is zelf verant­ woordelijk voor zijn eigen leven. Sam vertelt: ‘Mijn moeder zegt altijd: ‘Wij geloven in mensen.’ Respect voor anderen is dus belangrijk. Je moet zelf iets van je leven maken. Er is geen god of zo die je helpt. Bidden of naar een kerk gaan, doen we dan ook niet. Mensen kunnen en moeten elkaar helpen. Mensen moeten vrij zijn in wat ze willen geloven. Mijn buurman zegt wel eens: ‘god zegene je’ tegen mij. Dat vind ik prima, want ik snap dat hij daar iets aardigs mee bedoelt. Maar ik geloof er niet in. Ik geloof meer in de buurman zelf, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Het symbool voor het humanisme lijkt op een mens.

8


Ietsisten

?

Het ‘ietsisme’ is een term die nog niet zolang bestaat. Het was eerst een spotnaam voor mensen die niet precies weten wat ze geloven. Wij gebruiken de naam in dit boek, omdat die goed aangeeft op welke manier veel mensen van nu geloven. Ilse: ‘Wij zijn thuis een beetje gelovig. Dat klinkt misschien raar, maar we horen niet bij een kerk of zo. Toch geloof ik wel dat er ‘iets’ is. Maar als het over God gaat, denk ik gelijk aan een oude man met een baard en daar geloof ik niet in. Bij ons in de de woonkamer staat een beeldje van Maria naast een Boeddhabeeldje met een foto van mijn overleden oma. We branden er ook wel eens een kaarsje. Bidden doe ik wel. En we maken graag een flinke wandeling in het bos. Even ‘bijtanken in moeder natuur’ noemen we dat.’ Het symbool voor het ietsisme is het vraagteken.

A-godsdienstigen

X

Veel mensen houden zich eigenlijk helemaal niet bezig met geloof. Ze zijn niet per se ongelovig en ze zijn ook niet tegen het geloof. Ze doen er gewoon niet aan. Ze vinden geloof en levensbeschouwing niet interessant. En ze weten eigenlijk ook niet goed waarover dat gaat. Mark zegt: ‘Wij doen thuis nergens aan, van geloven of zo. Mijn ouders doen hun werk en we doen met het gezin leuke dingen. We sporten thuis veel, dat is gezond én leuk. In het weekend hebben we wedstrijden en door de week trainen we. Geloven boeit me niet echt, moet ik zeggen. Mensen mogen van mij geloven wat ze willen, maar het is niks voor mij. Eerlijk gezegd vind ik het een beetje raar als mensen nu nog geloven in de schepping. Dat kan toch helemaal niet? Maar van mij mogen ze, hoor.’ Het symbool voor a-godsdienstigen is een sluitvakje.

Bekijk het leven

9


1

thuis


1·1

Thuis zijn

In deze les onderzoek je wat er nodig is om je ergens thuis te voelen. En hoe belangrijk de plek en de mensen thuis zijn. Wat maakt jouw huis tot thuis? Wat is het gevoel dat bij thuis hoort?

Elk mens heeft behoefte aan een eigen plek. Een plek waar je je prettig voelt en tot jezelf kunt komen. Waar je je eigen gang kunt gaan en gelukkig kunt zijn. Daar is nog wel meer voor nodig dan alleen een huis: liefde, veiligheid en vertrouwen.

Leergids Dit is het lesboek. Begin altijd met de leergids. Daarin staan de verwijzingen naar de teksten uit dit lesboek.

Een dak boven je hoofd Bijna iedereen vindt het belangrijk en fijn om een huis te hebben. Je moet ergens wonen. Je hebt bescherming nodig tegen de regen en de kou. En in de zomer is juist een koel plekje belangrijk. Een huis biedt bescherming en beschutting. In huis kun je ontspannen, eten koken, douchen, slapen. Een huis zorgt er ook voor dat je veilig bent. Met de deur op slot kunnen er geen vreemden binnenkomen. Een huis is een van de levens­behoeften die je beslist nodig hebt om te kunnen leven. In de vakantie is het heerlijk om een tijdje in een tent te wonen. Maar op een gegeven moment mis je toch een echt huis. Er zijn veel verschillende soorten huizen: groot en klein en er tussenin. Een huis in de stad is anders dan een huis op het platte­

In Nederland staan ruim 7 miljoen huizen voor ruim 16 miljoen landgenoten.

12

land. En het maakt heel wat uit of je aan een drukke straat woont of aan een rustig weggetje. Woon jij in een buurt met veel mensen? Of kun je het huis van je buren niet eens zien? 1 Waarom is een huis zo belangrijk? 2 W  aarom is een huis een eerste levens­ behoefte? 3 Welke andere belangrijke levensbe­ hoeften ken je? 4 Wat vind je van het huis waarin je nu woont? 5 Wat vind je van de buurt? 6 Jouw huis B  ekijk de foto’s op blz. 13. Op welke foto lijkt jouw huis het meest?


Al die verschillende huizen zien er ook heel verschillend uit.

Een eigen plek Ieder mens heeft een eigen plek nodig. Een plek waar je kunt doen wat je wilt en zijn wie je bent, ook wat het geloof betreft. Waar je je vertrouwd en prettig voelt. Het huis waar je woont, is als het goed is een thuis. 7 Waaraan denk je bij het woord ‘huis’? 8 Waaraan denk je bij het woord ‘thuis’? 9 Wat is het verschil?

Het gevoel dat bij thuis hoort Als je na een vakantie thuiskomt, geeft dat een speciaal gevoel. Het is leuk om weg te zijn, maar ook weer fijn om thuis te komen. Thuis is een vertrouwde plek, de plek waar je thuishoort en die je het beste kent van alle plekken. Als het goed is, voel je je thuis veilig en welkom. De mensen thuis houden van je. Je kunt er jezelf zijn. En er gaat niets boven slapen in je eigen bed.

10 W  elke gevoelens horen bij ‘thuis’? 11 Wanneer voelt thuis niet prettig? 12 Als het thuis niet prettig is, is het dan toch thuis? 13 C  ollage Maak met behulp van oude tijdschrif­ ten een collage over’ thuis’. Laat daarin zien welke gevoelens bij ‘thuis’ horen. Of maak je collage digitaal.

Thuisgevoel De één voelt zich vooral thuis op zijn eigen kamer. Een ander zit liever gezellig bij de andere gezinsleden in de huiskamer. En weer en ander voelt zich bij een speciaal iemand erg thuis. Wat betekent ‘thuis’ voor jou? Vier jongeren vertellen hun eigen verhaal. (zie bron 1 t/m 4 op de volgende blz.)

1·1 Thuis zijn

13


bron 1

bron 2

Kopje thee Mijn oma is al heel oud. Ze woont nog op zichzelf in een huis op de vierde verdieping. Ze kan niet zo goed meer lopen. Als ze naar buiten wil, moet er iemand met haar mee. Ze zit vaak te lezen voor het raam. Als ik bij haar kom, vraagt ze altijd of ik een kopje thee wil. Met honing. Dat krijg ik bij mijn moeder niet. Op tafel staat het theelichtje. Dat kleine vlammetje geeft me het gevoel dat ik helemaal thuis ben. Thee met honing bij oma, dat is heel gezellig!

Puinhoop In de laatste vakantie paste ik op het huis en op mezelf. Geweldig! Ik kon lekker doen waar ik zin in had, eten wat ik wilde en naar bed gaan als ik moe was. Geen ouders die zeurden dat ik niet zo lang mocht bellen of compu­teren. Na een week zag het huis eruit alsof er een bom was ontploft! Overal lagen kleren. Het aanrecht stond vol met vuile vaat. Ik had geen schone broek meer om aan te trekken! Ik had net op tijd alles weer opgeruimd. En ik voelde me echt thuis, die week!

Omar, 15 jaar

Frederike, 16 jaar

bron 3

bron 4

Veilig Ik heb graag mensen om mij heen bij wie ik me thuis voel. Mijn fami­lie en mijn vrienden. Maar het is ook belangrijk dat je je thuis voelt bij jezelf. Ik vind het niet erg om alleen te zijn. En ook als ik ergens vreemd ben, kan ik me thuis voelen. Dat gevoel zit in mijzelf. Er zit een veilige basis in mijzelf.

Pleeggezin Toen ik acht jaar was, moest ik naar een pleeggezin. Mijn vader woonde al lang niet meer bij ons. En mijn moeder kon niet goed voor mij zorgen. Ze was aan de drank verslaafd. Daarom werd ik uit huis geplaatst. Nu ben ik veertien en woon ik bij mijn derde pleeggezin. Weer een ander huis, weer een andere vader en moeder. Weer andere broers en zusjes om me heen. Weer naar een andere school. Ik voel me nergens thuis.

Sanne, 16 jaar

Dennis, 14 jaar

14 W  elk verhaal spreekt je aan? Waarom? 15 Wat betekent ‘thuis’ voor jou? 16 Hoe werk jij eraan mee om het bij jullie in huis ‘thuis’ te laten zijn? 17 Wanneer voel jij je niet thuis?

14


1·2

Gewoontes, gebruiken en leefregels

In deze les ga je na welke gewoontes en gebruiken er thuis zijn. Je maakt kennis met de Gulden Regel en de Tien Geboden. En je gaat na welke leefregels er horen bij verschil­ lende stromingen.

Om samen te leven, heb je regels nodig. Soms zijn dat vaste afspraken over hoe het hoort bij jullie thuis. Soms zijn het ook gewoontes, die er gewoon zijn: zo gaat het nu eenmaal. Gewoontes, gebruiken en regels hebben met je kijk op het leven te maken. Vaak kun je eraan zien welke levensbeschouwing of welk geloof er thuis is.

Mag je roken van je ouders? En mag je ook binnenshuis roken? Houd je je daaraan?

Leefregels thuis In elk huis zijn er regels, vaste afspraken over wat wel en wat niet kan. En afspraken over wat je wel en wat niet mag. Dat geeft duidelijkheid. Er zijn regels waar iedereen zich aan moet houden. Bijvoorbeeld de afspraak dat er thuis niet gerookt wordt. Maar er zijn ook regels speciaal voor de kinderen. Bijvoorbeeld dat je op een bepaalde tijd thuis moet zijn. Of dat je niet mag bellen als je aan tafel zit. Het gebeurt vast wel eens dat je het niet eens bent met elkaar. Soms mag je iets niet en wil je het toch. Of de anderen zijn kwaad op je, terwijl jij dat niet eerlijk vindt. Ruzies tussen volwassenen en kinderen of tussen broers en zussen zijn vervelend, maar soms ook nodig. Als je het thuis leuk wilt houden, kun je een ruzie beter uit­praten. Dat is een goede regel. Anders heb je op den duur geen leven meer. 18 Z  ijn er bij jou thuis duidelijke, vaste afspraken? 19 Houdt iedereen zich thuis goed aan de leefregels? 20 Waarom is ruzie maken soms nodig? 21 Waarom is het belangrijk om een ruzie uit te praten?

bron 5

De Gulden Regel

‘Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.’ Deze Gulden Regel is terug te vinden in bijna alle godsdiensten en levensbeschouwingen.

Goed met elkaar omgaan Leefregels zijn er om goed met elkaar om te gaan. Dat geldt voor thuis, voor school, voor een bedrijf en voor de hele samen­ leving. In de klas zijn er ook regels, bijvoor­ beeld: luisteren naar elkaar, een ander laten uitpraten en respect hebben voor elkaar. Die regels helpen je om het samen goed te hebben en om je thuis te voelen in de klas. De wetten van het land zijn eigenlijk ook leefregels. Als je al die regels en wetten zou moeten samenvatten in één zin, kom je uit bij de Gulden Regel (bron 5). Een regel die op nummer 1 staat en eigenlijk een gouden plak verdient. Want hij geeft duidelijk aan wat een goede manier is om met elkaar om te gaan. 22 H  oe helpt de Gulden Regel om het samen goed te hebben? 23 Waarom houdt niet iedereen zich aan de Gulden Regel? 24 Welke regels gelden er in de klas? 25 Waarom houdt niet iedereen zich aan die regels? 26 Hoe komt het dat de Gulden Regel in bijna alle godsdiensten belangrijk is? 27 Strip of verhaal maken Maak een strip of verhaal waarin je laat zien, wat de Gulden Regel in het dagelijks leven betekent.

1·2 Gewoontes en leefregels

15


Bijbel Jozef wordt door zijn broers verkocht en wordt uiteindelijk onderkoning in Egypte. In zijn leven gebeuren dingen die met de Tien Woorden te maken hebben. Hielden Jozef en zijn tijdgenoten zich aan deze regels?

Tien Bijbelse leefregels In de Bijbel staan nog meer regels. Het meest bekend zijn de ‘Tien Woorden’. Dat zijn basisregels om goed met elkaar te leven. Sommige van die regels zeggen wat je wel moet doen. Dat zijn geboden. Bijvoor­ beeld: 'Eer je vader en je moeder.' Andere regels zeggen wat je juist niet mag. Dat zijn verboden. Bijvoorbeeld: 'Je mag niet stelen.' Het Bijbelverhaal vertelt dat Mozes de Tien Woorden van God heeft gekregen op de berg Sinaï. De Israëlieten waren toen net bevrijd uit Egypte, waar ze als slaven geleefd hadden. Onderweg naar het beloof­ de land kregen ze deze leefregels van God. Zo leerden ze hoe ze als vrije mensen moesten leven. Want ook vrije mensen hebben regels nodig. Het is niet toevallig dat 'vader en moeder' in de Tien Woorden voorkomen. Zonder je ouders zou jij er niet zijn. Dat geeft een speciale band. Die band moet je altijd in ere houden. Maar daarom hoeven ouders nog niet altijd gelijk te hebben. Moet je ze altijd gehoorzamen? 28 W  at is het verschil tussen geboden en verboden? 29 Waarom hebben vrije mensen regels nodig?

bron 6

De Tien Woorden

1 Er is maar één God. 2 Je mag geen andere goden dienen. 3 Je mag de naam van God niet zomaar uitspreken. 4 De laatste dag van de week moet je rusten. 5 Eer je vader en je moeder. 6 Je mag iemand niet doodslaan. 7 Je mag iemand van wie je houdt, niet in de steek laten. 8 Je mag niet stelen. 9 Je mag niet liegen. 10 Je mag niet iets van een ander willen hebben.

Levensbeschouwelijke gebruiken thuis Bij iedereen thuis zijn er bepaalde gewoon­ tes en gebruiken. Dingen die altijd op dezelfde manier of op hetzelfde moment gedaan worden. Als er iemand jarig is, hangen er slingers in de kamer. En dan eet je taart, zo hoort dat. Maar sommige dingen doen mensen heel verschillend. Zo vindt de één het gezellig om voor de tv te eten. Een ander eet liever aan tafel. Dan kun je aan elkaar vertellen wat je die dag hebt meege­ maakt. Er zijn ook gewoontes en gebruiken die samenhangen met de levensbeschouwing thuis. Die verschillen ook: ieder geloof heeft zijn eigen gebruiken. Vaak kun je dus aan de gebruiken thuis zien, welke levensbe­ schouwing de mensen hebben.

Stromingen-opdracht

De Tien Woorden in originele Hebreeuwse tekst op twee stenen tafelen.

16

30 O  p de volgende pagina’s staat infor­ matie over de gebruiken en gewoontes thuis bij vier religies. Lees de informatie. w Zoek uit welke overeenkomsten en verschillen er zijn. Maak een overzichtje. w Bedenk welke levensbeschouwelijke w gebruiken er zijn bij mensen, die thuis niet geloven.


Bidden voor het eten Veel christenen bidden voor het eten. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘Heer, zegen dit eten. Amen.’ Of ze bidden iets met eigen woorden. Anderen bidden het ‘Onze Vader’ voor het eten. Dat is het gebed dat Jezus aan zijn leerlingen heeft geleerd. Als christenen bidden, vouwen ze hun handen en doen ze hun ogen dicht. Dat is om je naar binnen te keren en je te concentreren. Katholieken slaan voor het bidden een kruisteken. Dat gaat zo: met de rechterwijsvinger ‘tekent’ de gelovige een kruis door eerst het voorhoofd aan te raken, daarna de borst, dan de linkerschouder en tenslotte de rechterschouder. Na het eten wordt er gedankt en soms uit de Bijbel gelezen. Christenen bidden soms ook voor het slapen gaan of ze houden een ‘stille tijd’. Zondag is een feest­ dag. Daarom eten sommige christenen op zondag extra feestelijk. Of ze trekken ‘zondagse’ kleren aan.

Sabbat vieren Het jodendom heeft veel gebruiken voor thuis. Een joods gezin dat zich aan de regels van het geloof houdt, mag niet alles eten. Bijvoorbeeld geen varkensvlees. Het eten wordt ook volgens bepaalde regels klaargemaakt. Vlees en melk worden nooit tegelijk gegeten of gebruikt. Bij een boterham met rookvlees drink je dus geen beker melk. Als het eten op de goede manier is klaargemaakt, dan heet dat ‘koosjer’. Dat betekent: zuiver. Op vrijdagavond begint de sabbat. De tafel wordt feestelijk gedekt met wijn, speciaal brood en kaarsen. De moeder steekt de sabbatskaarsen aan en zegent die. De vader spreekt een speciale zegen uit. Er wordt gelezen uit de Thora – het heilige boek van de joden – en er wordt gebeden. Ze danken God omdat hij het heilige en het gewone uit elkaar heeft gehaald. Daarom is de sabbatsdag anders dan andere dagen. Zaterdagavond is de sabbat weer voorbij.

1·2 Gewoontes en leefregels

17


Dagelijks gebed Voor moslims is het dagelijks gebed heel belangrijk. Eigenlijk moet een moslim vijf keer per dag, op vaste tijden, bidden. Maar op je werk of op school kan dat lastig zijn. In dat geval worden de gebeden later thuis ‘ingehaald’. Tijdens het gebed richten de moslims zich naar Mekka, de stad van de profeet Mohammed. Het vlees dat moslims eten, moet op een speciale manier geslacht zijn. Volgens een speciaal ritueel. De slachter zegt: ‘Bismillah, Allah ila allah.’ Dat betekent: ‘In de naam van Allah, Allah is God.’ En dan wordt de keel van het dier doorgesneden. Moslims eten geen varkensvlees. ‘Bismillah, Allah ila allah’ wordt ook voor het eten gezegd. Voor en na het eten wassen moslims hun handen. Eén maand per jaar, tijdens de ramadan, wordt er gevast. Dan mogen ze tussen zonsopgang en zonsondergang niets eten of drinken. Eigenlijk zelfs niet slikken.

Huisaltaar Hindoes hebben in huis een speciaal hoekje: het huisaltaar. Daar bidden zij. Ze geloven dat God zich in verschillende gedaanten kan laten zien; zij eren verschillende goden. Vaak kiezen ze er één uit als hun hoofdgod. Van hem of haar staat er dan een beeld op het altaar. Op het altaar worden ook kaarsen gebrand. En wierook. Voor de goden worden offers neergezet: water of melk of bloemen. Ook hindoes hebben heilige boeken waaruit ze lezen. Veel hindoes nemen regelmatig de tijd om te medite­ ren. Je zit dan stil, met je ogen dicht en let op je ademhaling. Je probeert om aan niets te denken – daar moet je lang op oefenen! Als je mediteert, word je rustig en voel je je vredig. Dat is een manier om dichter bij God te komen. Uit eerbied voor alles wat leeft, eten veel hindoes één dag per week geen vlees. Sommige hindoes eten helemaal vegetarisch.

18


1·3

Gastvrijheid

In deze les gaat het over gastvrijheid en het gebrek daaraan. Hoe gastvrij is Nederland? En waarom is gastvrijheid nodig volgens de diverse godsdiensten?

Thuis is je ‘eigen’ terrein. Maar er zullen vast ook wel eens andere mensen komen. Bezoek dat mee blijft eten. Gasten die een nachtje komen logeren. Worden die mensen gastvrij ontvangen? Of zijn er gasten die niet zo erg welkom zijn? En hoe is het om zelf ergens te gast te zijn?

Verschillen Er zijn verschillen tussen het ene gezin en het andere. In het ene gezin zijn er altijd ‘vreemden’ over de vloer. In het andere gezin is een logeerpartij iets heel bijzon­ ders. En het scheelt nogal of je van tevoren weet dat er iemand op bezoek komt, of dat er onverwacht gasten komen. Nederlanders zijn bijna berucht om hun gebrek aan gastvrijheid. Dat is het verhaal van één koekje bij de thee. Daarna gaat de koektrommel weer in de kast. Mee-eten kan alleen als je een afspraak hebt. En ‘s avonds gaan de gordijnen dicht en de deur op slot. Toch zijn er in Nederland ook genoeg mensen, die hun huis openstellen om anderen te ontvangen. Dat zullen meestal familieleden, vrienden of bekenden zijn. Maar in principe gaat gastvrijheid verder: hoe worden vreemden thuis ontvangen? Of: hoe reageert een klas op een nieuwe leerling?

31 V  ind je het leuk als er gasten zijn? 32 Ben jij wel eens ongastvrij behandeld? Hoe vond je dat? 33 Heb jij zelf wel eens iemand ongastvrij behandeld? Hoe kwam dat? 34 S  pel Er komt een nieuwe leerling in de klas. Die is net hier komen wonen en voelt zich een vreemde eend in de bijt. w Laat de ‘nieuwkomer’ even naar de gang gaan. w Speel het spel volgens instructies van je docent. w Bespreek het spel na: Wat gebeurde er? Wat vond je van het gedrag van de groep? Wat vond je van het gedrag van de nieuwkomer? Hoe zou het anders kunnen? Speel het spel nog een keer, maar dan w volgens het principe van gastvrijheid.

Zijn Nederlanders gastvrij of niet? Zoek de verschillen!

1·3 Gastvrijheid

19


bron 7

In alle grote steden

Kleurrijk Nederland

vind je buitenlandse

Nederlanders hebben tegenwoordig wel eens de naam ongastvrij te zijn. Toch heeft ons land eeuwenlang bekend gestaan als een land waar iedereen welkom was. Hugenoten uit Frankrijk en joden uit Portugal konden in de 16e en 17e eeuw hier terecht toen hun leven in hun eigen land gevaar liep. In de loop der eeuwen zijn er veel mensen uit andere landen in Neder­ land komen wonen. Daardoor is het hier nu een mengelmoes geworden van mensen uit allerlei landen, culturen en religies. Dat merk je ook aan de vele ‘buitenlandse’ restaurantjes. Je kunt zomaar naar een Grieks eethuisje, een Italiaanse Pizzeria of een Chinees restaurant gaan. Of je gaat gezellig Thais wokken. En thuis eet je misschien ook wel eens Turkse dürüm, Japanse teriyaki of Indiase kip madras. Je koopt het gewoon in de supermarkt. Als je wilt snacken neem je een Amerikaanse hamburger of een Arabische shoarma. Die gerechten zijn wel aangepast aan de Nederlandse smaak. Wat minder pittig of met wat minder knoflook. Eigenlijk is het dus gewoon Nederlandse shoarma.

restaurants, zoals dit Turkse restaurant. En een broodje shoarma is in Nederland echt ingeburgerd.

35 W  at is jouw favoriete eten? Uit welk land komt dat oorspronkelijk? 36 Wat vind jij 'echt Nederlands' eten? 37 Welk Nederlands eten zouden ze in het buitenland moeten leren kennen? 38 Eet je vaker Nederlands of ‘buiten­ lands’?

20

Vluchteling Abou komt uit Liberia. Toen hij twaalf was, kroop hij stiekem aan boord van een schip. Hij voer mee als verstekeling. Het schip ging naar Rotterdam. Uiteindelijk kwam hij daar aan, helemaal alleen en zonder geld. Hij kon niemand verstaan. Hij had al een poos niets gegeten of gedronken. Abou werd naar een asielzoekerscen­ trum gebracht. Daar kreeg hij geen eten of drinken, want het was geen etens­ tijd. Wel werden hem alle regels uitgelegd. Abou’s vader in Liberia was dorpshoofd. ‘Als daar vreemden kwamen, riep hij alle inwoners van het dorp bij elkaar. Zij zorgden met elkaar dat de vreemdeling te eten kreeg en een goede slaapplaats. In Nederland is dat anders,’ zegt Abou. Ontleend aan: www.volkskrant.nl

Lees bron 7. 39 Vind je Nederland een gastvrij land? 40 Wat is de belangrijkste regel, waaraan een buitenlander in Nederland volgens jou moet voldoen? 41 Wat is je reactie op het verhaal van Abou? 42 Vind je dat Abou gastvrij behandeld is? Waaruit blijkt dat?

Stromingen-opdracht 43 In verschillende godsdiensten vindt men gastvrijheid belangrijk. Met behulp van verhalen en voorschriften wordt dat duidelijk gemaakt. Lees de informatie op blz. 21 t/m 23. w Noem de verschillende redenen die in de drie godsdiensten voor gastvrijheid worden gegeven.


te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing.’ Onder leiding van Mozes verlieten ze toen Egypte. Dat kostte veel moeite. Nadat de farao ze uiteinde­ lijk had laten gaan, kwam hij toch nog met een leger achter ze aan. Maar het lukte de joden om te ontsnappen.

Seideravond Het verhaal van de ‘uittocht uit Egypte’ is voor joden tot op de dag van vandaag heel belangrijk. Dit verhaal gaat over de tijd dat de joden werkten als slaven voor de farao in Egypte. Maar God zag hoe zijn volk onderdrukt werd en zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is. Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord. Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren

Nog elk jaar herdenken joden de ‘uittocht uit Egypte’ tijdens de Seideravond, de eerste avond van het Pesachfeest. Zo houden ze de herinnering levend hoe het was om zelf vreemdeling te zijn. En ze weten daardoor nog altijd hoe het is om te moeten vluchten. Daarom staat op Seideravond de deur voor iedereen open. Want dit is de leefregel die ze hebben meegekregen: ‘Wanneer er een vreemdeling bij jullie in het land woont, dan mag je hem niet slecht behandelen. Integendeel: je moet hem behandelen alsof hij een geboren Israëliet is, en hem liefhebben zoals je jezelf liefhebt. Je weet immers hoe kwetsbaar zijn positie is, omdat je zelf als vreemdelingen in Egypte hebt gewoond.’ Exodus 3:7-8 NBV en Leviticus 19:33-34 GNB

44 B  eschrijf de gebruiken bij de viering van Seideravond en de vragen die het jongste kind tijdens de viering stelt.

Op de foto boven zit de familie aan tafel tijdens de viering van de seideravond. Rechts: de traditionele gerechten voor het feest. Bovenin tussen de twee glazen wijn de matses die herinneren aan het overhaaste vertrek uit Egypte, verder de bittere kruiden die herinneren aan de slavernij, het ei dat verwijst naar de kwetsbaarheid van het menselijk leven, de peterselie die in zout wordt gedoopt als herinnering aan de tranen die zijn vergoten in de tijd van de slavernij en charoset, een mengsel van appel en noten, waarvan de zoete smaak het bittere lijden moest verzachten. Het boekje bevat de teksten voor de viering.

1·3 Gastvrijheid

21


eten gegeven. Ik heb dorst geleden en jullie hebben mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling, en ik mocht bij jullie wonen. Ik had niets om aan te trekken en jullie gaven me kleren. Ik was ziek en jullie kwamen me opzoeken. Ik kwam in de gevan­ genis en jullie kwamen toen bij mij.’ De mensen tegen wie dit gezegd wordt, zullen dan verbaasd zijn en zeggen: ‘We hebben u helemaal niet gezien!’ Maar dan zegt de Messias: ‘Weten jullie nog wel dat je allerlei hulpeloze mensen tegen­ kwam? Mensen aan wie je zomaar voorbijloopt? Nou, dat zijn precies de mensen voor wie ik er wil zijn. Wat je voor hen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.’

Werken van Barmhartigheid In de Bijbel wordt veel verteld over wat Jezus zijn leerlingen leerde. Hij praatte met hen over hoe je moet leven op een manier zoals God dat wil. Vaak verpakte hij zijn boodschap in een verhaal. Dan begrepen zijn leerlingen het makkelijker. Zo ver­ telde hij over de tijd dat de Messias komt en het Koninkrijk van God zal aanbreken. In zijn verhaal vertelde hij wie daar dan naar binnen mogen: ‘Kom binnen in het Koninkrijk van God. Want ik heb honger geleden en jullie hebben mij te

Uit dit Bijbelverhaal zijn de ‘Zeven Werken van Barmhartigheid’ voortgekomen. Zeven dingen die je moet doen als je volgens de wil van God wilt leven. Zes ervan kun je uit het verhaal halen. Het zevende werk is: ‘Begraaf de doden.’ Een paus heeft deze in de 13e eeuw aan de zes uit het Bijbelverhaal toegevoegd. Citaat: Matteüs 25 naar P. van Midden, Groeibijbel, deel 2

45 Geef  aan met welke van de Werken van Barmhartigheid de drie foto’s op deze blad­ zijde te maken hebben.

Foto boven: christelijke asielzoekers willen niet terug naar hun land van herkomst. Links: Het slaan van waterputten voorziet in de eerste levensbehoeften van arme mensen. Deze meisjes halen vers drinkwater. Rechts: Voedselhulp is soms nodig.

22


‘Want,’ zo zegt de profeet, ‘iedereen die gelooft dat Allah vrijgevig is, dat hij zorgt voor zijn schepping en dat hij degenen die gastvrij zijn zal belonen, die moet goed voor zijn gasten zorgen.’

Gul en gastvrij De Profeet Mohammed zegt dat moslims gul en gastvrij moeten zijn. En dan niet alleen voor vrienden en familie, maar vooral ook voor vreemde­ lingen. Geef ze eten en drinken, stel ze op hun gemak, geef ze aandacht en bied ze een slaapplaats aan als dat nodig mocht zijn.

In het Midden-Oosten – waar het jodendom, het christendom en de islam zijn ontstaan – was gastvrijheid een noodzaak. Als je door de woestijn reist, kan een gastvrije plek het verschil maken tussen leven en dood. In de Koran wordt – net als in de Thora en de Bijbel – het verhaal verteld over Abraham. Als Abraham in de verte vreemdelingen ziet aankomen, gaat hij hen tegemoet om hen te verwelkomen en biedt hen onmiddellijk iets te eten aan. Volgens de islam is een gast een geschenk van Allah. De gast stelt je in de gelegenheid om gastvrij te zijn. Dankzij je gast kun je goed doen en de wil van Allah volgen. Gastvrijheid is eerder een plicht tegenover God, dan tegenover de vreemdeling zelf.

46 Luister naar het verhaal ‘De Bontjas’ en vertel

in eigen woorden wat dit verhaal met gastvrijheid te maken heeft.

Foto boven en rechts: Iftarmaaltijd in Amsterdam, waarbij moslims hun stadgenoten gastvrij ontvangen en met elkaar in gesprek zijn. Foto links: traditioneel Marokkaans theestel als symbool voor een gastvrij en hartelijk onthaal.

1·3 Gastvrijheid

23


1·4

Zonder thuis

In deze les gaat het over verschillende situaties waarin mensen een thuis moeten missen. Hoe kun je je zonder huis toch een beetje thuis voelen?

Soms hebben mensen geen thuis. Ze missen een veilige plek. Bijvoorbeeld mensen, die gevlucht zijn voor oorlog, geweld of honger. Die hebben hun huis nood­gedwongen achterge­ laten. Ze wonen wel ergens, maar zitten toch eigenlijk zonder thuis. En kinderen met gescheiden ouders wonen bij allebei een beetje. Waar ben je dan thuis?

Twee huizen, geen thuis… Als ouders gaan scheiden, verandert er veel voor de kinderen. Meestal gaat de vader ergens anders wonen. Het is fijn als je én je vader én je moeder kunt blijven zien. Maar het nadeel is dan wel dat veel kinderen daardoor twee huizen krijgen. Dat betekent elke week sjouwen met spullen. Nadenken over de kleren die je moet meenemen. Je gymspullen niet vergeten. En vooral elke keer weer omschakelen. Want bij je vader thuis is het anders dan bij je moeder. De meeste kinderen maken er het beste van. Maar sommigen blijven zich ‘ontheemd’ voelen: eigenlijk zijn ze nergens thuis. Altijd missen ze één van beide ouders. En nergens is het, zoals het vroeger was. 47 H  oeveel leerlingen uit jouw klas hebben twee huizen? 48 Wat is het grootste nadeel van die twee huizen? 49 Zijn er ook voordelen te noemen? Welke?

bron 8 Naema Tahir: ‘Ik wortel in mensen.’ Schrijfster Naema Tahir vertelt: ‘Ik ben altijd een buiten­ staander. Ik blijf een Pakistaanse vrouw met een Arabische naam. Ik heb een niet-westerse opvoeding gehad. Nederlands is niet mijn moedertaal. Daarom vind ik het extra mooi als ik wortel in mensen. Ik verheug me over het gevoel dat ik het wel kán, hier en daar wortelen. Als je je nergens thuisvoelt, is het extra kostbaar om je bij iemand thuis te voelen.’ Bron: Dagblad Trouw.

Ontworteld Als je ergens thuis bent, zeggen ze ook wel dat je er ‘geworteld’ bent. Zoals een boom met zijn wortels stevig in de grond staat, zo sta jij stevig op je eigen plek thuis. Je kent de omgeving en de mensen. Je begrijpt de taal en de gewoontes. Maar mensen zijn geen bomen. Mensen kunnen ergens anders heen gaan. Op zoek naar een ander, een beter thuis. Misschien vinden ze dat. Misschien ook niet. Want een mens kan zich ook blijvend ontworteld voelen. Dan hoor je nergens thuis en voel je je overal een vreemde. Mensen die vanuit het buitenland in Nederland zijn komen wonen, voelen dat vaak zo. Hoe goed ze ook Nederlands hebben leren spreken. Of zelfs schrijven, zoals Naema Tahir.

24


Maatschappij Er zijn veel organisaties die vluchtelingen in Nederland en andere landen helpen. De officiële organisatie in Nederland is Stichting Vluchte­ lingenwerk. Wat doet deze stichting en waarom?

bron 9

bron 10

Amadou ‘Ik kom uit Niger. Mijn vader is vermoord door rebellen. Ze waren ook naar mij op zoek. Daarom moest ik weg. Eerst wist ik echt niet waarheen. Een auto heeft me toen naar Libië gebracht. Ik weet niet hoe dat land eruit ziet, want ik moest me in de auto verstoppen vanwege alle controles. Van de haven van Libië ben ik naar Europa gegaan. Ik wist niet in welk land ik was. Alleen dat het een blank land was, want ik zag alleen maar blanke mensen. En ik had het heel koud. De politie heeft me toen meegenomen. Ze vroegen allerlei dingen, maar ik kon er niets van verstaan. Ik probeerde aan te voelen wat ze zeiden. Inmiddels heb ik een W2-document; ik weet nog niet of ik hier mag blijven. Ik mag niet werken, heb geen geld om te studeren. Ik heb geen recht op een woning. Ik doe vrijwilligerswerk bij de lokale radio. Als ik daar ben, met die andere mensen, dan ben ik blij.’

Saman ‘Op een dag kwam ik thuis en toen zei mijn moeder: we gaan naar Europa. Mijn vader had allerlei politieke problemen, maar ik weet daar niet zoveel van. Ik heb ook niet gevraagd waarom we gingen. Ik was toen 12 jaar, ik ging gewoon met mijn familie mee. Mijn neef, mijn vrienden, mijn familie, mensen die ik elke dag tegenkwam: in één klap zag ik die nooit meer. Ik weet nog dat ik op het vliegveld een jongen en een meisje zag zoenen. Ik denk nu dat ze afscheid namen. Daar bleef ik maar naar kijken. ‘Wat doen die nou?’ dacht ik! Dat zag je in Iran nooit op straat! Eerst werd onze asielaanvraag afgewezen. We hebben toen anderhalve maand in een detentiecentrum gezeten. Dat was de slechtste tijd van mijn leven. Zoveel problemen, daar! Elke dag mensen die huilen. Nu heb ik toch een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kan ik eindelijk mijn leven opbouwen.’

Amadou is 22 jaar

Saman is 17 en komt uit Iran.

Lees bron 8. 50 Heb jij je wel eens ‘ontworteld’ ge­ voeld? 51 Wat bedoelt Naema Tahir met: ‘ik wortel in mensen?’ 52 Bij wie voel jij je echt thuis?

Gevlucht Overal in de wereld zijn mensen ver van huis. En dan gaat het niet om een paar weekjes vakantie. Nee, het gaat om mensen die gevlucht zijn. Mensen die vanwege oorlogsgeweld, armoede of een natuurramp op pad zijn gegaan. Soms halsoverkop, soms na jarenlange voorbereidingen. Vluchten doe je niet zomaar. Je kunt niet veel meenemen. Het meeste van wat je bezit, moet je achterlaten. Je kunt vaak geen afscheid nemen van je familie of je vrienden. Meestal weten vluchtelingen niet waar ze terecht zullen komen. Vaak is er geen andere uitweg omdat de problemen

zich hebben opgestapeld. Zoals bij Amadou en Saman (zie bron 9 en 10). Veel vluchtelingen vluchten weg uit hun vaderland. Misschien komt er een tijd dat zij ergens in Nederland een vaste plek vinden. Misschien gaan ze zich op den duur zelfs ergens thuis voelen. Maar Nederland zal nooit hun vaderland worden. Dat is nu eenmaal het land waar ze geboren zijn. Dat verandert nooit. 53 W  at is het verschil tussen ‘land’ en ‘vaderland’? 54 W  at kunnen volgens jou redenen zijn om te vluchten? 55 W  at denk je dat het moeilijkste is als je moet vluchten? Lees bron 9 en 10 56 H  oe kunnen Amadou en Saman zich in Nederland thuis gaan voelen?

1·4 Zonder thuis

25


De ‘White Umbrella March’ op Wereldvluchtelingendag in Utrecht.

bron 11

Dagboek van Zlata

57 D  enk jij dat je je in een ander land

thuis zou kunnen voelen? Waarom wel of waarom niet? 58 W  at denk je dat moeilijker is voor Amadou en Saman: het missen van vroeger of de onzekerheid over de toekomst? Lees de bronnen 9 en 8. 59 Is Amadou ook ‘geworteld in mensen’, net als Naema Tahir? Leg je antwoord uit. 60 O  ntwerp een poster, die aandacht vraagt voor de problemen van vluchte­ lingen.

Dagboek van Zlata Zelfs als je in je eigen huis en in je eigen stad kunt blijven wonen, kun je toch een veilig thuis missen. Zoals Zlata Filipovic. Zij woonde in Sarajevo tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren 90 van de vorige eeuw. Ze heeft een dagboek bijge­ houden. Op deze bladzijde lees je daar een stukje uit (bron 11). 61 62 63

26

Lees bron 11. Hoe komt het dat Zlata ontworteld is? Wat is het thuis dat Zlata mist? Waarom denk je dat Zlata een dagboek bijhoudt?

Dear Mimmy, Ik heb genoeg van dat schieten, van het doden van mensen. Genoeg van de wanhoop, de honger, de angst! Dit is mijn leven. Het leven van een onschul­ dig schoolmeisje van elf! Een school­ meisje zonder school. Een kind zonder spelletjes, zonder vriendinnen. Zonder de zon, zonder de vogels, zonder fruit, zonder chocola en snoepjes, alleen met een beetje melkpoeder. Kortom, een kind zonder kinder­jaren. Een oorlogskind. Ik besef nu pas dat ik in een oorlog leef. Dat ik getuige ben van een smerige, walgelijke oorlog. Ik en nog duizenden andere kinderen in deze stad, die verwoest wordt, die schreeuwt, huilt en hulp vraagt. Maar er komt geen hulp. God, zal dit ooit ophouden? Zal ik ooit weer een schoolmeisje worden? Zal ik ooit nog van mijn jeugd kunnen genieten? Ik heb eens gehoord dat je jeugd het mooiste deel van je leven is. En dat is het ook. Ik genoot ervan en nu wordt het allemaal weggenomen door die smerige oorlog. Waarom? Ik voel me triest. Ik heb zin om te huilen. Ik huil al. Je Zlata


1·5

Wereldburgers

In deze les is het de vraag: wat is eigenlijk nog het buiten­ land? En wat is globalisering? Kun je je door je geloof beter thuisvoelen in de wereld? Of juist niet?

Je woont in een huis, in een dorp of stad. En in een land. Misschien in het land waar je ook geboren bent, maar dat hoeft niet. Je praat met andere mensen thuis en op school. Maar via het internet praat je even gemakkelijk met mensen in een ver land! Hoe groot onze planeet ook is, uiteindelijk wonen we allemaal gewoon in die ene wereld!

Buitenland Als je vroeger op vakantie ging naar Spanje, moest je Spaans peseta’s meenemen en Belgische en Franse franken voor onderweg. Elk land had toen zijn eigen geld. De euro bestond nog niet. Bij de grens werd je paspoort gecontroleerd. En in de winkels zag je olijven en knoflook, bijzondere kaassoorten en aubergines. Dat soort dingen waren in Nederland nauwelijks te koop. Nu we in één Europa wonen, zijn veel van die verschillen weggevallen. Bestaat het ‘buitenland’ eigenlijk nog wel? Als je naar de voorbeelden op de poster hiernaast kijkt, is dat toch echt de vraag! 64 W  at wil de poster duidelijk maken? 65 Welke voorbeelden kun je nog meer noemen? 66 Bestaat het buitenland nog?

Globalisering In Amsterdam wonen mensen van 177 verschillende nationaliteiten. Daarmee is Amsterdam de meest ‘diverse’ stad van de wereld. Sommige van deze mensen zijn gevlucht uit hun geboorteland. Anderen zijn hier gekomen vanwege de liefde of door

hun werk. Natuurlijk wonen er ook gewoon Nederlanders in Amsterdam. Maar zij vormen één van de 177 nationaliteiten. Er zijn ook Nederlanders die in een ander land zijn gaan wonen. In heel veel landen wonen Nederlanders. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn er veel Nederlanders naar Canada en Australië geëmigreerd. Momenteel is Zweden populair. Dankzij Skype, Twitter en Facebook kun je tegenwoordig makkelijk contact houden met elkaar. ‘De wereld wordt een dorp,’ zeggen ze. ‘Vroeger wist iedereen in het dorp alles van elkaar. Nu weten we het meteen als er iets aan de andere kant van de wereld gebeurt.’ Dit is globalisering.

1·5 Wereldburgers

27


Bijbel In de gelijkenis van de ‘verloren zoon’ wil de hoofdpersoon het huis uit. Hij trekt met zijn deel van de erfenis de wijde wereld in. Wat moet hij als het geld op is en het leven er wat minder rooskleu­ rig uit ziet dan hij eerst dacht?

Globalisering komt niet alleen door het internet. Ook door de economie zijn alle delen van de wereld met elkaar verbonden. En natuurlijk door de reizen die veel mensen maken. Grote bedrijven zijn ‘multinationals’ met vestigingen in heel veel landen. Sport is ook een wereldwijd gebeuren. Aan de Tour de France doen niet alleen Fransen en Spanjaarden mee, maar ook renners uit Amerika en Australië. En de Olympische Spelen trekken sporters en supporters van bijna alle landen ter wereld. 67 H  eb je contact met mensen uit het buitenland? Waarover heb je het dan? 68 In welke andere landen ben je ge­ weest? Wat was daar anders dan hier? 69 Waarom willen mensen weg uit Nederland? Waarom willen mensen graag in Nederland wonen? 70 Is globalisering positief? Lees bron 12. 71 Waarom reizen profvoetballers veel? 72 Waarom noemt Enoh zich een wereld­ burger? Wat is een wereldburger? 73 Wat bedoelt Enoh met zijn laatste zin?

Wereldgodsdiensten In dit boek komt een aantal grote godsdien­ sten regelmatig terug: christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme. Dit worden ook wel wereldgodsdiensten genoemd. Dat betekent dat ze niet aan een bepaalde streek of aan een bepaald land verbonden zijn. Het zijn godsdiensten waar ieder mens, waar ook ter wereld, zich bij kan aansluiten. Ook het jodendom is een wereldgodsdienst. Joodse gelovigen zijn over de hele wereld uitgezwermd sinds hun tempel in het jaar 70 werd verwoest. Vandaag de dag wonen er meer joden in Amerika dan in heel Israël. Er zijn ook minder bekende wereldgods­ diensten, zoals de bahai en de sikhs. Het mooie van een wereldgodsdienst is, dat je overal geloofsgenoten kunt tegenkomen. Een katholiek uit Eindhoven zal veel herkennen in een katholieke kerk in Brazi­ lië. En een moslim uit Zoetermeer zal zich ook thuis voelen in een moskee in Seattle.

28

bron 12 Profvoetballer Voetballer Eyong Enoh komt oorspron­ kelijk uit Kameroen. Hij zegt in een interview: ‘Over de hele wereld vind je win­ naars en mensen die snel tevreden zijn met wat ze hebben. Overal heeft men dezelfde behoeftes en dezelfde problemen. We hebben allemaal verschillende huidskleuren en achtergronden, maar mensen lijken veel meer op elkaar dan je op het eerst gezicht zou denken. Dat gevoel had ik altijd al en nu ik dankzij mijn bestaan als profvoet­ baller veel van de wereld heb gezien, is die gedachte alleen maar sterker geworden. Ik zie mezelf als een wereldburger. Ik denk niet in landsgrenzen. Dus beoordeel ik mensen als individu.’ uit: Voetbal International

Er is ook een schaduwzijde aan de wereld­ godsdiensten: ze botsen met elkaar. Als je het nieuws volgt, hoor je daar regelmatig over. Gelovigen vinden dat hun eigen geloof het beste is. Dat is logisch want anders had­ den ze dat geloof niet. Vaak vinden ze een ander geloof niet goed en bestrijden dat. Dat leidt tot onbegrip en haat. Soms zelfs tot geweld. Terwijl er toch ook verwant­ schap is tussen wereldgodsdiensten. Het christendom en de islam zijn eigenlijk uit het jodendom ontstaan. En de gelovigen geloven allemaal in één God. Mensen letten vast meer op de verschillen dan op de overeenkomsten die er zijn. Herinner je je nog de Gulden Regel uit het begin van dit thema? (zie bron 5, blz. 15) Deze basisregel is in alle wereldgodsdien­ sten terug te vinden. Dat zou het samenle­ ven van verschillende gelovigen toch een stuk gemakkelijker moeten maken, zou je denken...


Lees bron 13. 74 Waarom is Kèren blij dat ze joods is? 75 Geldt haar verhaal ook voor andere godsdiensten, denk je? 76 Welke andere voorbeelden van een wereldwijde gemeenschap kun je bedenken?

Eén grote familie In 1971 reisde de astronaut Edgar Mitchell met de Apollo 14 door de ruimte, op weg naar de maan. Toen hij hoog genoeg kwam, kon hij de aarde als mooie blauwe bol in de ruimte zien zweven. In één oogopslag kon hij de hele planeet overzien, met al die landen en mensen, met al die wolken en zeeën. Later vertelde hij dat hij dacht: ‘Alles vormt één groot geheel en alles heeft elkaar nodig. Alle mensen vormen eigenlijk één grote familie.’ En hij voelde zich helemaal één met al die mensen, met al dat leven. Het was een geweldige ervaring. Het voelde als een soort gebed.

bron 13 Joods ‘Ik ben heel erg blij dat ik joods ben. Het feit dat ik bij de wereldwijde joodse gemeente hoor, voelt geweldig. Waarom eigenlijk? Mijn familie is joods, een grote groep van mijn vrienden is joods en ik natuurlijk zelf. Maar waarom voel ik me zo thuis bij die ‘wereldwijde joodse gemeenschap’? Ik heb de afgelopen jaren overal ter wereld joodse mensen ontmoet. En dan voel je meteen dat je iets deelt met elkaar. Daarmee is het ijs gebroken. Mensen met dezelfde religie helpen elkaar. Daardoor heb ook echt het gevoel dat ik me overal in de wereld redden kan. Want overal zijn joodse mensen waarop ik terug kan vallen.’ Kèren Zohar

77 W  at vind je van de gedachte dat alle mensen op de wereld eigenlijk één grote familie vormen?

29


project

Godshuizen Overal op de wereld zoeken mensen elkaar op om hun God of goden te eren. Mensen komen bij elkaar om te bidden, te zingen, te luisteren en te offeren. Dit hoeft niet per se in een gebouw te zijn, het kan ook ergens in de openlucht. Sommige mensen hebben thuis een vaste plek waar ze bidden, een kaarsje branden of bepaalde rituelen uitvoeren. Maar veel gelovigen vinden het ook fijn om dat samen met anderen te doen in een gebouw dat daar speciaal voor is.

De gebouwen waar gelovigen samenkomen noemen we godshui­ zen. Deze gebouwen bepalen het beeld van veel steden en dorpen. Want wat zou Rome zijn zonder de Sint Pieter, Istanbul zonder de Blauwe Moskee of jouw eigen woonplaats zonder de plaatselijke kerk of synagoge? Aan de buitenkant kun je vaak al zien bij welke godsdienst een bepaald godshuis hoort. Eenmaal binnen zie je dat godshuizen allemaal verschillend ingericht zijn. Er gebeuren ook andere dingen tijdens de bijeenkomsten. In het ene godshuis komen gelovigen op vaste tijden samen om naar een preek te luisteren en samen te zingen. In een ander godshuis bieden mensen bloemen en voedsel aan de goden aan en in weer een ander komen ze om in hun eentje te mediteren.

30

Veel mensen vinden het prettig om regelmatig naar hun godshuis te gaan. Ze ontmoeten er andere mensen van hun eigen geloof. Ze leren er nieuwe dingen over hun godsdienst. Ze kunnen er pro­ blemen voorleggen aan een voorganger of priester. Of ze zoeken er gewoon even rust in de drukte van alledag. Welke godshuizen zijn er in jouw eigen omgeving? Hoe ziet het gebouw er van­binnen uit? En wat doen de gelovigen daar eigenlijk? Dat ga je ontdekken tijdens dit project ‘Godshuizen’. Op de website: www.perspectief-online.nl vind je alle opdrachten met de benodigde uitleg.

1 ij

en vlakb

Godshuiz

e omge­ n er in d a a t s n e n platte­ odshuiz Neem ee e buurt ? Welke g t n o o fd r jij w t dorp o ving waa stad, he e ar de d a n w a v n eef aa grond g n n e t n oo Maak ee waar je w zijn te vinden. de r e v o en ie godshuiz t meer informat eval de me er g legenda eld in ied r ze bij horen. m r e V . n a e gebouw ienst wa de godsd n e m a a n


5

2

Eigen ervaring

Beroem

Ga je zelf wel eens na ar een godshuis? Of ben jij wel eens aa nwezig geweest bij een dienst of viering? Schrijf een verslag over jouw eigen ervari ng. Hoe vaak bezoek je een godshu is en met wie ga je? Vind je het belangrijk om daar heen te gaan? Wat vind je va n de sfeer, de aankleding en de ande re bezoekers? En hoe ziet het er uit , tref je bepaalde voorbereidingen voord at je er naartoe gaat?

de god

shuize

n Elke go dsdien s t godshu heeft w is Rome, . Bijvoorbeeld el een beken d de d de Blau Sagrada Fam e Sint Pieter in we Mo il ia in Ba sk Wat-te mpel in ee in Istanbu rcelona, l of de Cambo artikel An dja vo beroem or een reisgid . Schrijf een gor kort de god s o ver é sh artikel moet g uizen in de w én van de aan ov ereld. H geschie er h d e het go enis en de bij et ontstaan t , de dshuis zonder . heden van

6

3

Samenkomst

ker

e Vaste bezo

godshuis speelt hun n e ig v lo e g interview Voor veel l. Maak een ro is e jk ri g n een godshu een bela regelmatig ie rg d o z d n n a e m p met ie genlijst o tel een vra lovigen bezoekt. S waarom ge t m o k r te n, dat je erach is bezoeke het godshu g an v ti a e z lm t e a g re en en w o d l a o z r a e ook e n wat zij da en. Je kunt d in v w u o of imam het geb er, rabbijn st e r ri p , e e ebsite voo domin ijk op de w K . n e w ie interv jst. eldvragenli een voorbe

Inrichting

4

Maak een folder met een platteg rond van een godshuis bij jou in de buurt en geef daarop aan hoe het gebouw is inge richt. De plattegrond moet geschikt zijn voor toeristen die er een bezoek bren gen. Dus: stippel een route uit langs de belangrijke plekken en geef een beknopte uitleg over de belangrijke voorwe rpen, beelden en plaatsen in het gebouw .

Ben jij wel eens bij een dienst of viering in een godshuis geweest? Zo niet, dan is dat nu het moment om te doen. Hoe ziet zo’n bijeenkomst van gelovigen eruit? Beschrijf wat er gebeurt tijdens een dienst of viering en aan welke regels de gelovigen zich moeten houden. Maak (als dat mag) foto’s van de belangrijkste momenten en gebeurtenissen.

>

Afsluiting t een presentatie in de Sluit het project af me jullie presentatie zien hoe klas. Laat tijdens de en zijn tak de e ho t, ngepak je opdracht hebben aa . resultaat is geworden verdeeld en wat het leerd ge lie jul n ge din e uw Benoem ook welke nie ject. hebben tijdens dit pro

Kijk op www.perspectie f-online.nl voor een overzicht va n alle op­drachten met toelich ting

Project · godshuizen

31

Perspectief lesboek vmbo  

Perspectief proefhoofdstuk van lesboek vmbo deel 1

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you