Issuu on Google+

voorbeeld­ hoofdstuk

3de editie

Perspectief godsdienst-levensbeschouwing voor de onderbouw

havo/vwo

leer- opdrachtenboek deel

Désiré Brokerhof Hilde van Halm Mattijs Bron Met tekeningen van Margreet de Heer


Bij de derde editie | 2012 Dit is een proefkatern om kennis te maken met de vernieuwde editie van Perspectief. Perspectief is op dit moment een van de drie meest gebruikte methodes voor het vak godsdienst/levensbeschouwing. Het eigene is de thematische ordening van de leerstof en de vergelijking van levensbeschouwelijke denkbeelden en uitingen aan de hand van levensvragen. Het doel van de methode is, dat de leerlingen in de jaren van de middelbare school gaandeweg een eigen, zij het voorlopige levensbe­schouwing ontwikkelen. De hoofdstructuur van de boeken is intact gebleven. Gebruikers van Perspectief zullen veel vertrouwds tegenkomen. Maar natuurlijk is er ook het nodige veranderd. Inhoudelijk zijn er veel verbeteringen doorgevoerd. Daarnaast wordt er in de VMBO-editie gewerkt met een Leergids. Deze neemt leerlingen als het ware bij de hand, om de stof uit het lesboek stap voor stap te verkennen en zich eigen te maken. Natuurlijk is er in deze tijd geen herziening denkbaar zonder digitale ondersteuning. Met de applicatie DigibordbijPerspectief komt er een grote hoeveelheid extra lesstof beschikbaar voor de docent. Lesstof die verheldert, verdiept en visualiseert. Een demo van Digibordbij Perspectief is via de site van Thememeulenhoff beschikbaar. Docenten die dieper willen ingaan op Bijbelse aspecten, kunnen gebruik maken van de Bijbelstream. Via het Digibordbij worden diverse Bijbelse elemeneten uitgewerkt. De methodesite biedt voor de leerlingen ondersteuning bij een aantal opdrachten en bij de drie projecten. De methodesite bevat op het docentendeel de handleiding, toetsmateriaal en achtergrondinformatie. De delen 1 van de derde editie zullen verschijnen in maart/april 2012. De delen 2 en het deel 3thv zullen in de verdere loop van 2012 volgen.

Methode-overzicht: vmbo Lesboek 1 Leergids 1 Lesboek 2 Leergids 2 Leer-opdrachtenboek 3/4

978-9006-48480-9 978-9006-48481-6 978-9006-48483-0 978-9006-48484-7 978-9006-48486-1

vmbo-t/havo/vwo Leer-opdrachtenboek 1 Leer-opdrachtenboek 2 Leer-opdrachtenboek 3 Leer-opdrachtenboek 4/5/6

978-9006-48488-5 978-9006-48489-2 978-9006-48490-8 978-9006-48492-2

digibordbij 1 vmhv 2 vmhv 3/4 vmhv 4/5/6 hv

978-9006-48494-6 978-9006-48495-3 978-9006-48496-0 978-9006-48497-7

Redactie- en auteursgroep: Désiré Brokerhof, Hilde van Halm, Mattijs Bron

Aan deze methode werkten verder mee: Zehra Bal, Bill Banning, Inge Brokerhof, Greet Brokerhof-van der Waa, Naomi Bronkhorst, Kris Derks, Antoinette Dröge, Gerrie de Haan, Lena Hofland, Trudy Labuschagne, Ian Scheele, Anne Stael, Bas van der Sijde, Rawie Sewnat, Anne Claudine Tuller, Timon Verboom, Floris Weijs, Pieter Ruigrok van der Werve, Jeroen Windmeijer, Gepco Wolters.

Vormgeving: Ontwerpbureau Neo, Velp

Ontwikkeling, samenstelling en opmaak: Oase Media b.v., Hoevelaken

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden www.thiememeulehoff.nl


Inhoudsopgave Bekijk het leven Over het vak, levensbeschouwing, godsdiensten en de titel van dit boek.

Legenda In dit boek kom je de volgende soorten vragen en opdrachten tegen:

1 Thuis

Bij de gele strepen staan denkvragen voor jezelf en discussievragen om te bespreken in de klas.

Over je thuis voelen, gebruiken, leefregels, gastvrijheid, vluchte­lingen en wereldburgers.

Bij de blauwe strepen staan opdrachten om alleen of met een groepje klasgenoten uit te voeren.

project Godshuizen

Bij de paarse strepen staan opdrachten om een eigen portfolio aan te leggen. Over de bedoe­ ling daarvan lees je alles op blz. 10 en 11.

2 Helpen Over een handje helpen, zelfstandig­ heid, afhankelijkheid, motieven om te helpen, soorten hulp, goede doelen, zorg en hulp van boven. project Kerstmis

3 Nieuw begin Over nieuwjaar, geboorte, geboorte­ verhalen, rituelen, schepping, nieuwe kansen, en een schone lei.

In de tekst staan woorden in kleur afgedrukt. Dit zijn belangrijke begrippen en personen, waarvan je de betekenis moet kennen.

In elk thema vind je informatie over verschillende levensbeschouwelijke stromingen. De opdracht die daarbij hoort heet:

Stromingen-opdracht Elke stroming heeft zijn eigen symbool.

project Feesten

? X

4 Op weg Over op weg gaan, doorgaan, bijko­ men en stoppen. Over de bestemming van ons leven, heilige plaatsen en de eigen weg die iedereen gaat.

Zie voor de betekenis blz. 6 t/m 9.

De opdrachten waarbij je internet nodig hebt, vind je op:

WWW. nline perspectief-o .nl


Bekijk het leven

Dit is de inleiding op het hele boek. Je leert hier wat het vak inhoudt en waarom dit boek Perspectief heet. Wat voor soort levensbeschouwingen zijn er? En welke levensbeschouwingen kom je in dit boek tegen?

Dit is een nieuw boek voor een nieuw vak: levensbeschouwing of godsdienst. Misschien heb je wel eerder godsdienst gehad of verhalen uit de Bijbel horen vertellen. Maar op deze nieuwe school in deze nieuwe klas gaat het anders dan je gewend was. Eerst maar eens kijken waarover dit vak eigenlijk gaat.

1 H  eb je eerder het vak godsdienst gehad? Waarover ging dat? 2 Heb je wel eens van het vak levensbe­ schouwing gehoord? 3 Waar denk je dat het vak levensbe­ schouwing over gaat?

Kijk op het leven Vergeleken met al het andere leven op aarde is het bijzondere van mensen, dat ze kunnen nadenken over hun eigen bestaan. Ieder mens doet dat op zijn eigen manier. Iedereen heeft een eigen kijk op het leven: een eigen levensbeschouwing. ‘Beschouwen’ betekent: ergens met aan­ dacht naar kijken. Levensbeschouwing gaat dus over je kijk op het leven. Dit meisje laat duidelijk zien

4 L eg in tweetallen aan elkaar uit wat je eigen levensbeschouwing is. 5 M  aak een Top5 van dingen die je belangrijk vindt in het leven. Bepaal daarna wat de Top5 is van de klas.

Mees en Mus in gesprek. Je zult ze vaker tegenkomen in dit boek!

4

welke levens­beschouwing ze heeft.

Verschillende religies Veel mensen hebben een gelovige kijk op het leven. Hun godsdienst (of: hun religie) bepaalt de manier waarop zij naar het leven kijken. Over de hele wereld verspreid zijn er veel verschillende religies. In dit boek maak je kennis met verschillende manieren van geloven. Maar eigenlijk gaat dit vak over iedereen. Want ook zonder religie heb je een kijk op het leven. De één vindt eerlijkheid belang­ rijk en zal nooit stelen. Een ander vindt dat niet zo’n punt. De één wil graag mooie spullen kopen en werkt daar hard voor. Een ander besteedt liever zijn tijd aan sporten. De één kan alles missen, een ander niet. Dit boek helpt je na te denken over wie je bent en wat jouw kijk op het leven is. En dat is iets waar je eigenlijk heel je leven mee bezig zult blijven.


Religieus of niet… of een beetje.

Hetzelfde ding van

Perspectief

verschillende kanten

Dit boek heet ‘Perspectief’. Dat heeft te maken met kijken. Je kunt hetzelfde ding van verschillende kanten bekijken: van opzij of van onder, van dichtbij of veraf. Steeds ziet het er anders uit. Dat komt door het verschil in perspectief. Kijk maar naar de cartoon met de cilinder. Dit lesboek heeft de titel Perspectief gekregen, omdat we allemaal op verschil­ lende manieren naar het leven kijken.

bekijken.

6 Heeft iedereen een levensbeschouwing? 7 W  at is het verschil tussen een religie en een levensbeschouwing? 8 Waarom is een religie ook een levens­ beschouwing?

Alleen of met elkaar Ieder mens heeft een eigen kijk op het leven. Dat is een persoonlijke levens­ beschouwing. Die is dus van één iemand, bijvoorbeeld: de levensbeschouwing van Caspar of die van Dünya. Als een groep mensen ongeveer dezelfde kijk op het leven heeft, is dat een gemeen­ schappelijke levensbeschouwing. Bijvoor­ beeld: het jodendom, het christendom of het humanisme. 9 W  at is een persoonlijke levensbeschou­ wing? Geef een voorbeeld. 10 Wat is een gemeenschappelijke levensbeschouwing? Geef een voor­ beeld.

Een gemeenschappelijke levensbeschou­ wing kan religieus zijn of niet. Hoor je bij een religieuze levensbeschouwing, dan geloof je in een God die de wereld en de mens geschapen heeft. Dat geldt bijvoor­ beeld voor joden, christenen en moslims. Er zijn ook mensen die in meerdere goden geloven, zoals bij het hindoeïsme. Bij een niet-religieuze levensbeschouwing geloof je niet in het bestaan van God of goden. Er is ook een groep mensen daar tussenin. Die geloven wel in ‘iets’, maar weten niet precies wat. Zij worden daarom wel ‘ietsisten’ genoemd. 11 W  at is een religieuze levensbeschou­ wing? Geef twee voorbeelden. 12 Hoor jij zelf bij een religieuze of een niet-religieuze levensbeschouwing? 13 E  en popsong kiezen In popliedjes kom je vaak levensbe­ schouwelijke gedachten tegen. Zoek een popsong, waarin iets van levensbeschouwing zit. Leg uit wat je raakt.

Acht levensbeschouwingen Op de volgende pagina’s maak je kennis met de acht levensbeschouwingen die in Perspectief worden vergeleken. Dat zijn vijf duidelijk religieuze en drie andere levens­ beschouwingen. Bedenk wel dat ‘de’ moslim, of ‘de’ christen niet bestaat. Binnen elke stroming zijn er ook weer behoorlijk grote verschillen. 14 M  aak een staafdiagram van de aantal­ len leerlingen in je klas, die behoren tot de acht verschillende levensbe­ schouwingen op de volgende pagina’s.

Bekijk het leven

5


Joden De joodse godsdienst is de oudste van de drie gods­ diensten met één God. Joden vormen ook een apart volk met Abraham als stamvader. God sloot een verbond met hem. Later bevrijdde Mozes zijn volk uit de slavernij in Egypte. Sara komt uit een joodse familie. Zij vertelt: ‘Voor ons is de sabbat de belangrijkste dag. Die begint op vrijdagavond, na zonsondergang, met een lekkere maaltijd. Op zaterdag gaan we soms naar de synagoge. Er zijn niet veel joden in Nederland – in de synagoge ontmoeten we elkaar. Veel mensen denken dat joden zich aan allerlei regeltjes moeten houden. Er zijn ook wel regels over eten, enzo. Maar joods zijn betekent vooral dat je probeert een goed mens te zijn, en goed te doen op de wereld.’ De zeven-armige kandelaar is het joodse symbool.

Christenen Voor christenen staat Jezus centraal. Hij was een joodse rabbi die in Israël met zijn leerlingen rondtrok, les gaf en mensen genas. Uiteindelijk werd hij gevangen genomen, veroordeeld en gekruisigd. Door zijn opstanding uit de dood was het voor zijn leerlingen duidelijk: dit is de Zoon van God. Ruben wordt christelijk opgevoed: ‘Op zondag gaan we naar de kerk. Het leukst vind ik de diensten die speciaal voor jongeren zijn. En we gaan met de kerk ieder jaar op kamp. Thuis bidden we voor het eten en lezen we na het eten uit de Bijbel. Het zijn mooie verhalen! Bidden doe ik soms ook zelf, als ik me ergens zorgen over maak. Ik geloof niet dat God dat dan allemaal oplost, maar het helpt me toch wel. Ik vind Kerst het mooiste feest met een kerstboom met echte kaarsjes.’ Het kruis is het christelijke symbool.

6


Moslims De islam is ontstaan in de zevende eeuw en is gesticht door Mohammed. Volgens moslims is hij de laatste profeet. In een aantal visioenen werd de Koran aan hem geopenbaard. De ‘vijf zuilen’ van de islam dragen samen het geloof. Dit zijn: de geloofsbelijdenis, het dagelijkse gebed, het helpen van de armen, het vasten in de ramadan en de bedevaart naar Mekka. Maryam vertelt: ‘Mijn ouders komen uit Iran en wij zijn moslim. Dat is een heel praktisch geloof. Het belang­ rijkste is dat we geloven dat er één God is. Ons heilige boek, de Koran, is in het Arabisch geschreven. Er wordt op een mooie, zangerige manier uit voorgelezen. Ook al snap ik lang niet alles, toch word ik er altijd blij van. We bidden vijf keer per dag, met ons gezicht richting Mekka. Dat is onze heilige stad.’ De islam heeft de maansikkel met ster als symbool.

Hindoes Het hindoeïsme is lang geleden ontstaan in India. Het is een heel vrij geloof. Er is niet één bepaalde manier waarop je moet geloven. In het hindoeïsme zijn er veel goden, maar zij zijn verschijningsvormen van de éne Brahman. De ouders van Rosalie komen uit Suriname en zijn hindoe. Rosalie vindt het een heel mooi geloof: ‘Thuis hebben we een altaar waarop een beeld van Krishna staat. We branden er wierook en we bidden er. Er staan ook altijd mooie bloemen en kaarsen. Het hindoeïsme kent allerlei goden, ik weet niet eens hoeveel er zijn. Brahma, Vishnu en Shiva zijn de bekendste. In onze tempel leren we ook van alles over onze hindoe-cultuur en over yoga. Soms bidden we mantra’s. Dat zijn vaste, heilige teksten in het hindi, de oude taal van hindoes.’ Het Aum-teken is het symbool van de hindoes.

Bekijk het leven

7


Boeddhisten Het boeddhisme is ontstaan uit het hindoeïsme. Het is genoemd naar een prins die later de Boeddha genoemd werd. Hij vroeg zich af waarom er zoveel lijden is in de wereld. Zijn denkbeelden over onthechting vormen een leidraad voor het leven van een boeddhist. De ouders van Daan zijn boeddhist. ‘Bij ons thuis staan een paar Boeddhabeelden. Mijn moeder zet er altijd verse bloemen bij. En er staan kaarsjes en wierook. Mijn ouders mediteren en soms doe ik mee. Je wordt er lekker rustig van. Mijn ouders gaan soms naar het boeddhistisch centrum, maar dat is niet echt een plek voor jongeren. Het gaat vooral over je manier van leven. Het komt erop neer dat je goed bent voor alles wat leeft. En dus ook dat je goed zorgt voor jezelf en goede dingen eet en goede dingen zegt. Best moeiijk!’ Het wiel met acht spaken is het boeddhistisch symbool.

Humanisten Het humanisme is een levensbeschouwing, geen godsdienst. Er is geen ‘heilig boek’, geen speciaal gebouw en er zijn geen vaste rituelen. Voor humanis­ ten staat de mens centraal. Elk mens is zelf verant­ woordelijk voor zijn eigen leven. Sam vertelt: ‘Mijn moeder zegt altijd: ‘Wij geloven in mensen.’ Respect voor anderen is dus belangrijk. Je moet zelf iets van je leven maken. Er is geen god of zo die je helpt. Bidden of naar een kerk gaan, doen we dan ook niet. Mensen kunnen en moeten elkaar helpen. Mensen moeten vrij zijn in wat ze willen geloven. Mijn buurman zegt wel eens: ‘god zegene je’ tegen mij. Dat vind ik prima, want ik snap dat hij daar iets aardigs mee bedoelt. Maar ik geloof er niet in. Ik geloof meer in de buurman zelf, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Het symbool voor het humanisme lijkt op een mens.

8


?

Ietsisten

Het ‘ietsisme’ is een term die nog niet zolang bestaat. Het was eerst een spotnaam voor mensen die niet precies weten wat ze geloven. Wij gebruiken de naam in dit boek, omdat die goed aangeeft op welke manier veel mensen van nu geloven. Ilse: ‘Wij zijn thuis een beetje gelovig. Dat klinkt misschien raar, maar we horen niet bij een kerk of zo. Toch geloof ik wel dat er ‘iets’ is. Maar als het over God gaat, denk ik gelijk aan een oude man met een baard en daar geloof ik niet in. Bij ons in de de woonkamer staat een beeldje van Maria naast een Boeddhabeeldje met een foto van mijn overleden oma. We branden er ook wel eens een kaarsje. Bidden doe ik wel. En we maken graag een flinke wandeling in het bos. Even ‘bijtanken in moeder natuur’ noemen we dat.’ Het symbool voor het ietsisme is het vraagteken.

X

A-godsdienstigen

Veel mensen houden zich eigenlijk helemaal niet bezig met geloof. Ze zijn niet per se ongelovig en ze zijn ook niet tegen het geloof. Ze doen er gewoon niet aan. Ze vinden geloof en levensbeschouwing niet interessant. En ze weten eigenlijk ook niet goed waarover dat gaat. Mark zegt: ‘Wij doen thuis nergens aan, van geloven of zo. Mijn ouders doen hun werk en we doen met het gezin leuke dingen. We sporten thuis veel, dat is gezond én leuk. In het weekend hebben we wedstrijden en door de week trainen we. Geloven boeit me niet echt, moet ik zeggen. Mensen mogen van mij geloven wat ze willen, maar het is niks voor mij. Eerlijk gezegd vind ik het een beetje raar als mensen nu nog geloven in de schepping. Dat kan toch helemaal niet? Maar van mij mogen ze, hoor.’ Het symbool voor a-godsdienstigen is een sluitvakje.

Bekijk het leven

9


uitleg

Portfolio In dit boek krijg je regelmatig een opdracht om informatie over een onderwerp te verzamelen of over een speciaal onderdeel van de lesstof een presentatieblad te maken. Door die opdrachten bouw je aan een persoonlijke portfolio, waarmee je anderen kunt laten zien wat jij allemaal van de verschillende levensbeschouwingen weet.

Kennis

Plakboek

In de eerste drie leerjaren van de middelbare school leggen we in dit lesboek de nadruk op het vergaren van kennis over geloof en levens足 beschouwing. Want als je weet wat andere mensen over het leven denken, kun je beter je eigen kijk op het leven ontwikkelen. De kennis die je nu verzamelt, helpt je later een eigen mening te vormen en keuzes te maken.

Jouw portfolio wordt dus een soort plakboek met opdrachten die je voor Godsdienst/levensbeschou足 wing maakt. Een bundeling van verslagen, presentaties en werk足 stukjes. Jouw portfolio is dus alleen van jouzelf.

Waarnemen Kennis kun je het best verzamelen door goed om je heen te kijken. Dat wil zeggen: met aandacht waarnemen wat andere mensen denken en doen. Natuurlijk kun je niet alles onthouden van wat je ziet. Een deel vergeet je weer. Maar je vergeet minder wanneer je er iets van vastlegt: door op te schrijven wat je meemaakt of een foto te maken van wat je ziet. Dan kun je bewijzen wat je hebt gedaan en laten zien wat je weet.

10

Aandacht De aandacht waarmee je je portfo足 lio maakt, draagt bij aan een goede beoordeling. Maar wat belangrijker is: met je portfolio bouw je aan je eigen kijk op het leven. Hoe beter je in deze jaren kennis verzamelt, hoe sterker de basis is voor je eigen levensvisie. Want dan weet je ook waarover je het hebt.

Levensvisieboek Vanaf de vierde klas bouw je voort op je portfolio door het maken van een eigen levensvisieboek.


Zo maak je een goede portfolio

1 2 3

Het is je eigen werk Je portfolio is van jezelf. Je kopieert je werk niet van het internet en neemt het niet over van een klasgenoot. Want dan is het niet je eigen waarneming. Het overnemen van iets wat niet van jou is, heeft weinig waarde.

+

De inhoud klopt Alles wat je verzamelt is interessant, klopt en is goed gedocumenteerd. Dat betekent dat je vermeldt waar je je informatie vandaan hebt (bronvermelding), dat je de data noemt waarop je iets hebt gedaan en dat je de namen noemt van mensen die je hebt gesproken.

?

Terugblik en reflectie Je verzamelt informatie. Dat is genoeg. Maar je informatie wordt waardevoller als je terugblikt op wat je hebt meegemaakt of gevonden. Het is een pluspunt als je toevoegt wat je er zelf van vindt. Dan wordt duidelijk dat je erover hebt nagedacht.

Digitaal of op papier Je mag je portfolio op papier maken of digitaal. Misschien heeft je docent voorkeur, maar voor dit lesboek maakt het niet uit. Het gaat om de inhoud, de vorm is onder颅 geschikt.

Je werk is goed verzorgd Je teksten zijn duidelijk en zonder taalen typfouten. Voorzien van toepasselijke illustraties met bijschrift.

1路1 Thuis zijn

11


1

thuis


1·1

Thuis zijn

In deze les onderzoek je wat er nodig is om je ergens thuis te voelen. En hoe belangrijk de plek en de mensen thuis zijn. Wat maakt jouw huis tot thuis? Wat is het gevoel dat bij thuis hoort?

Elk mens heeft behoefte aan een eigen plek. Een plek waar je je prettig voelt en tot jezelf kunt komen. Waar je je eigen gang kunt gaan en gelukkig kunt zijn. Daar is nog wel meer voor nodig dan alleen een huis: liefde, veiligheid en vertrouwen.

Een dak boven je hoofd

Een eigen plek

Bijna iedereen vindt het belangrijk en fijn om een huis te hebben. Je moet ergens wonen. Je hebt bescherming nodig tegen de regen en de kou. En in de zomer is juist een koel plekje belangrijk. Een huis biedt bescherming en beschutting. Niet alleen tegen extreem weer, maar ook tegen ongewenst bezoek. Een huis is een van de eerste levens­behoeften.

Ieder mens heeft een eigen plek nodig. Een plek waar je kunt doen wat je wilt en zijn wie je bent, ook wat het geloof betreft. Waar je je vertrouwd en prettig voelt. Het huis waar je woont, is als het goed is een thuis.

1 Waarom is een huis zo belangrijk? 2 W  at zijn de factoren die bepalen of je ergens prettig woont of niet? 3 Wat zijn andere belangrijke levensbe­ hoeften? Woonsituaties bedenken 4 Een koningin woont in een paleis en een eskimo in een iglo. Bedenk 5 andere bijzondere woonsituaties met hun bewoners. In Nederland staan ruim 7 miljoen huizen voor ruim 16 miljoen landgenoten.

14

5 Waaraan denk je bij het woord ‘huis’? 6 Waaraan denk je bij het woord ‘thuis’? 7 Wat is het verschil?

Het gevoel dat bij thuis hoort Als je na een vakantie thuiskomt, geeft dat een speciaal gevoel. Het is leuk om weg te zijn, maar ook weer fijn om thuis te komen. Thuis is een vertrouwde plek, waar alles bekend is en waar je je op je gemak voelt. Dat gevoel van ‘ergens thuis zijn’ heeft voor de een vooral te maken met de plek zelf. Voor een ander zijn het vooral de bewoners, die je het gevoel van ‘thuis’ geven.


Al die verschillende huizen zien er ook heel verschillend uit.

8 W  elke gevoelens horen bij ‘thuis’? 9 Wanneer voelt thuis niet prettig? 10 Als het thuis niet prettig is, is het dan toch thuis? 11 C  ollage Maak met behulp van oude tijdschrif­ ten een collage over’ thuis’. Laat daarin zien welke gevoelens bij ‘thuis’ horen. Of maak je collage digitaal. 12 M  aak een ‘elfje’ dat begint met een van de volgende woorden: thuis, huis, sfeer, liefde, pleeggezin, puinhoop, veilig, basis, dak, zonder. Bijvoorbeeld zoals hieronder met het woord ‘thuis’. Thuis mijn kamer met mijn muziek voel ik me happy eindeloos

Uitspraken over thuis Omdat ergens thuis zijn zo belangrijk is voor iedereen, zijn er heel wat uitspraken over te vinden. Lees de volgende vier uitspraken van beroemde figuren: ‘Je huis wordt je thuis wanneer je het deelt met anderen.’ (Ed van den Bergen) ‘De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is.’ (Godfried Bomans) ‘Je voelt je niet thuis waar je woont, maar waar ze je begrijpen.’ (Christian Morgenstern) ‘Wie gelukkig wil zijn, moet thuis blijven.’ (Pablo Picasso) 13 S  chrijf een reactie van minimaal 100 woorden op een van de uitspraken over thuis. Je mag ook reageren op een combinatie van twee uitspraken. 14 B  edenk zelf een uitspraak over thuis of zoek een uitspraak op het internet, waar je het helemaal mee eens bent. 15 Wat betekent ‘thuis’ voor jou? 16 Hoe werk jij eraan mee om het bij jullie in huis ‘thuis’ te laten zijn? 17 Wanneer voel jij je niet thuis?

1·1 Thuis zijn

15


1·2

Gewoontes, gebruiken en leefregels

In deze les ga je na welke gewoontes en gebruiken er thuis zijn. Je maakt kennis met de Gulden Regel en de Tien Woorden. En je gaat na welke leefregels er horen bij verschil­ lende stromingen.

Om samen te leven, heb je regels nodig. Soms zijn dat vaste afspraken over hoe het hoort bij jullie thuis. Soms zijn het ook gewoontes, die er gewoon zijn: zo gaat het nu eenmaal. Gewoontes, gebruiken en regels hebben met je kijk op het leven te maken. Vaak kun je eraan zien welke levensbeschouwing of welk geloof er thuis is.

Leefregels thuis In elk huis zijn er vaste afspraken over wat moet en mag. Bijvoorbeeld de afspraak dat er thuis niet gerookt wordt. Of dat je niet mag bellen tijdens het eten. Of dat je je rommel moet opruimen. 18 Z  ijn er bij jou thuis veel of weinig vaste regels? Welke? 19 Houden jullie je thuis aan die regels? 20 Welke regel vind je goed en welke zou je willen afschaffen? 21 B  edenk samen een regel die speciaal voor je vader en/of je moeder zou moeten gelden. Vertel aan de klas wat jullie hebben bedacht en waarom.

Goed met elkaar omgaan

Mag je roken van je ouders? En mag je ook binnenshuis roken? Houd je je daaraan?

Leefregels zorgen dat je goed met elkaar omgaat. Dat geldt thuis, op school, en op straat. In de klas moet je bijvoorbeeld naar elkaar luisteren en op straat mag je niet te hard rijden. Regels en wetten zijn bedoeld om het goed te hebben met elkaar. Als je alle regels en wetten zou moeten samenvatten in één zin, kom je uit bij de Gulden Regel (zie bron 1). Die staat op

bron 1

De Gulden Regel

‘Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.’ Deze Gulden Regel is terug te vinden in bijna alle godsdiensten en levensbeschouwingen.

nummer 1 en verdient eigenlijk een gouden plak. Want hij geeft duidelijk aan wat een goede manier is om met elkaar om te gaan. 22 H  oe helpt de Gulden Regel om het samen goed te hebben? 23 Waarom houdt niet iedereen zich aan de Gulden Regel? 24 Welke regels gelden er in de klas? 25 Waarom houdt niet iedereen zich aan die regels? 26 Hoe komt het dat de Gulden Regel in bijna alle godsdiensten is terug te vinden? 27 Strip of verhaal maken Maak een strip of verhaal waarin je laat zien, wat de Gulden Regel in het dagelijks leven betekent.

Tien Bijbelse leefregels De Gulden Regel staat ook in de Bijbel, maar daarin staan nog meer regels. Het meest bekend zijn de ‘Tien Woorden’. Dat zijn basisregels om samen te leven. Sommige van die regels zeggen wat je wel moet doen. Dat zijn geboden. Bijvoorbeeld: ‘Eer je vader en je moeder.’ Andere regels zeggen wat je juist niet mag. Dat zijn verboden. Bijvoorbeeld: ‘Je mag niet stelen.’

16


bron 2

De Tien Woorden

1 Er is maar één God. 2 Je mag geen andere goden dienen. 3 Je mag de naam van God niet zomaar uitspreken. 4 De laatste dag van de week moet je rusten. 5 Eer je vader en je moeder. 6 Je mag iemand niet doodslaan. 7 Je mag iemand van wie je houdt, niet in de steek laten. 8 Je mag niet stelen. 9 Je mag niet liegen. 10 Je mag niet iets van een ander willen hebben.

Bijbel Jozef wordt door zijn broers verkocht en wordt uiteindelijk onderkoning in Egypte. In zijn leven gebeuren dingen die met de Tien Woorden te maken hebben. Hielden Jozef en zijn tijdgenoten zich aan deze regels?

De Tien

28 W  elke drie van de Tien Woorden vind jij het belangrijkst? 29 Welke van de Tien Woorden wordt volgens jou het meest overtreden? Licht je antwoord toe. 30 Vaak hebben mensen het over ‘De Tien Geboden’. Waarom is dat eigenlijk geen goede term? 31 D  e KRO heeft de Tien Woorden ver­ werkt tot ‘oneliners’ die ze gebruiken als een soort reclameboodschap bij hun programma’s. Ze staan in wille­ keurige volgorde in bron 3. a Welke oneliner hoort bij welk van de Tien Woorden? b Kies de oneliner uit die je het best vindt en bedenk er een passend tv-programma bij.

bron 3

Tien oneliners

a. Ik ben eerlijk b. Ik eerbiedig c. Ik wil leven d. Mijn liefde is puur e. Deze dag is heilig f. Ik ben trouw g. God is er h. Ik ben dankbaar. i. Ik respecteer mijn afkomst j. Ik heb genoeg Bron: KRO

Levensbeschouwelijke gebruiken thuis Bij iedereen thuis zijn gewoontes. Als er iemand jarig is, hangen er bij de meeste mensen slingers in de kamer en eet je taart. Maar sommige dingen doen mensen ook heel verschillend. Bij de een thuis bidden ze voor het eten maar bij anderen thuis niet. Dit soort gewoontes en gebruiken hangen samen met de levensbeschouwing thuis. Ieder geloof heeft zijn eigen gebruiken. Vaak kun je aan de gebruiken thuis zien, welke levensbeschouwing de mensen hebben.

Stromingen-opdracht 32 O  p de volgende pagina’s staat infor­ matie over de gebruiken en gewoontes thuis bij vier religies. Lees de informatie. w Zoek uit welke overeenkomsten en verschillen er zijn. w Maak een overzichtje. w Bedenk welke levensbeschouwelijke gebruiken er zijn bij mensen, die thuis niet geloven.

Woorden in originele Hebreeuwse tekst op twee stenen tafelen.

33 M  aak een presentatieblad voor je portfolio over de gebruiken thuis in een christelijk, islamitisch, joods, of hindoeïstisch gezin.

1·2 Gewoontes en leefregels

17


Bidden voor het eten Veel christenen bidden voor het eten. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘Heer, zegen dit eten. Amen.’ Of ze bidden iets met eigen woorden. Anderen bidden het ‘Onze Vader’ voor het eten. Dat is het gebed dat Jezus aan zijn leerlingen heeft geleerd. Als christenen bidden, vouwen ze hun handen en doen ze hun ogen dicht. Dat is om je naar binnen te keren en je te concentreren. Katholieken slaan voor het bidden een kruisteken. Dat gaat zo: met de rechterwijsvinger ‘tekent’ de gelovige een kruis door eerst het voorhoofd aan te raken, daarna de borst, dan de linkerschouder en tenslotte de rechterschouder. Na het eten wordt er gedankt en soms uit de Bijbel gelezen. Christenen bidden soms ook voor het slapen gaan of ze houden een ‘stille tijd’. Zondag is een feest­ dag. Daarom eten sommige christenen op zondag extra feestelijk. Of ze trekken ‘zondagse’ kleren aan.

Sabbat vieren Het jodendom heeft veel gebruiken voor thuis. Een joods gezin dat zich aan de regels van het geloof houdt, mag niet alles eten. Bijvoorbeeld geen varkensvlees. Het eten wordt ook volgens bepaalde regels klaargemaakt. Vlees en melk worden nooit tegelijk gegeten of gebruikt. Bij een boterham met rookvlees drink je dus geen beker melk. Als het eten op de goede manier is klaargemaakt, dan heet dat ‘koosjer’. Dat betekent: zuiver. Op vrijdagavond begint de sabbat. De tafel wordt feestelijk gedekt met wijn, speciaal brood en kaarsen. De moeder steekt de sabbatskaarsen aan en zegent die. De vader spreekt een speciale zegen uit. Er wordt gelezen uit de Thora – het heilige boek van de joden – en er wordt gebeden. Ze danken God omdat hij het heilige en het gewone uit elkaar heeft gehaald. Daarom is de sabbatsdag anders dan andere dagen. Zaterdagavond is de sabbat weer voorbij.

18 18


Dagelijks gebed Voor moslims is het dagelijks gebed heel belangrijk. Eigenlijk moet een moslim vijf keer per dag, op vaste tijden, bidden. Maar op je werk of op school kan dat lastig zijn. In dat geval worden de gebeden later thuis ‘ingehaald’. Tijdens het gebed richten de moslims zich naar Mekka, de stad van de profeet Mohammed. Het vlees dat moslims eten, moet op een speciale manier geslacht zijn. Volgens een speciaal ritueel. De slachter zegt: ‘Bismillah, Allah ila allah.’ Dat betekent: ‘In de naam van Allah, Allah is God.’ En dan wordt de keel van het dier doorgesneden. Moslims eten geen varkensvlees. ‘Bismillah, Allah ila allah’ wordt ook voor het eten gezegd. Voor en na het eten wassen moslims hun handen. Eén maand per jaar, tijdens de ramadan, wordt er gevast. Dan mogen ze tussen zonsopgang en zonsondergang niets eten of drinken. Eigenlijk zelfs niet slikken.

Huisaltaar Hindoes hebben in huis een speciaal hoekje: het huisaltaar. Daar bidden zij. Ze geloven dat God zich in verschillende gedaanten kan laten zien; zij eren verschillende goden. Vaak kiezen ze er één uit als hun hoofdgod. Van hem of haar staat er dan een beeld op het altaar. Op het altaar worden ook kaarsen gebrand. En wierook. Voor de goden worden offers neergezet: water of melk of bloemen. Ook hindoes hebben heilige boeken waaruit ze lezen. Veel hindoes nemen regelmatig de tijd om te medite­ ren. Je zit dan stil, met je ogen dicht en let op je ademhaling. Je probeert om aan niets te denken – daar moet je lang op oefenen! Als je mediteert, word je rustig en voel je je vredig. Dat is een manier om dichter bij God te komen. Uit eerbied voor alles wat leeft, eten veel hindoes één dag per week geen vlees. Sommige hindoes eten helemaal vegetarisch.

1·2 Gewoontes en leefregels

19


1·3

Gastvrijheid

In deze les gaat het over gastvrijheid en het gebrek daaraan. Hoe gastvrij is het bij jou thuis? Hoe gastvrij is Nederland? En waarom is gastvrijheid nodig volgens de diverse godsdiensten?

Thuis is je ‘eigen’ terrein. Maar er zullen vast ook wel eens andere mensen komen. Bezoek dat mee blijft eten. Gasten die een nachtje komen logeren. Worden die mensen gastvrij ontvangen? Of zijn er gasten die niet zo erg welkom zijn? En hoe is het om zelf ergens te gast te zijn?

Gasten De deurbel gaat en jullie zitten nét aan tafel. Is het iemand met een collectebus? Nee, het is een oude vriendin van je moe­ der. Lang niet gezien – en nu staat ze onverwachts op de stoep. Wat gebeurt er dan? Wordt er meteen een stoel aangescho­ ven en een bord opgeschept? Krijgt ze het beste en grootste stuk vlees? Wordt er een extra lekker toetje uit de voorraadkast getoverd? In dat geval vinden jullie het thuis belangrijk om gastvrij te zijn. In sommige gezinnen zal dat heel vanzelfspre­ kend zijn. Maar in andere gevallen niet zo. En wat gebeurt er als er een hongerige vreemde had aangebeld?

34 H  ebben jullie een gastvrij huis? Waaraan merk je dat? 35 Blijven er wel eens mensen bij jullie logeren? 36 Welke voorbereidingen treffen jullie als je weet dat er gasten komen? 37 Vind je het leuk om thuis bezoek te hebben? Wanneer wel, wanneer niet? 38 Als er een vreemde zou aanbellen, die er duidelijk koud en hongerig uitziet, zou je die dan binnenlaten en te eten geven? 39 Jullie gasten blijven langer dan je wilt. Hoe kun je op een aardige manier duidelijk maken dat het tijd is? 40 Los de rebus hieronder op.

20

41 In deze opdracht vind je 13 stellingen over gastvrijheid. w Maak er twee rijen van: in de ene rij schrijf je de stellingen waar je het mee eens bent. In de andere rij waar je het niet mee eens bent. w Overleg daarna met je buurman/ buur­vrouw. Zijn jullie het met elkaar eens? 1 Mensen die aanbellen moet je altijd binnen laten. 2 Als je gasten krijgt, dan bied je ze iets te eten en te drinken aan. 3 Een gast hoort zich bescheiden op te stellen. 4 Ook al komt iemand ongelegen, dat zal ik nooit laten merken. 5 Ons huis is een soort herberg: iedereen is er welkom. 6 Als mijn beste vriend(in) op bezoek komt, dan is dat geen gast. 7 Bij ons thuis kan er altijd wel iemand mee-eten. 8 Ik vind het vervelend als mensen onaangekondigd langskomen. 9 Een gast moet zich aan de regels van ons gezin houden. 10 Ook al ben je bij ons te gast, je moet wel gewoon helpen met de vaat. 11 Wij krijgen eigenlijk nooit bezoek. 12 Ik vind bezoek wel leuk, als ze maar niet te lang blijven. 13 Je hoort gasten flink te verwennen: zij krijgen van alles het beste.


Verschillen Er zijn verschillen tussen het ene gezin en het andere. In het ene gezin staat de deur altijd open en zijn er altijd ‘vreemden’ over de vloer. In het andere gezin worden ‘vreemden’ niet erg op prijs gesteld. In het algemeen zijn Nederlanders bijna berucht om hun gebrek aan gastvrijheid. Dat is het verhaal van één koekje bij de thee. Daarna gaat de koektrommel weer in de kast. Mee-eten kan alleen als je een afspraak hebt. En ‘s avonds gaan de gordijnen dicht en de deur op slot. Toch zijn er in Nederland ook genoeg mensen, die hun huis openstellen om anderen te ontvangen. Dat zullen meestal familieleden, vrienden of bekenden zijn. Maar in principe gaat gastvrijheid verder: hoe worden vreemden thuis ontvangen? Of: hoe reageert een klas op een nieuwe leerling? 42 V  ind je gastvrijheid een belangrijke waarde? Waarom wel of waarom niet? 43 Ben jij wel eens ongastvrij behandeld? Hoe vond je dat? 44 H  eb jij zelf wel eens iemand ongastvrij behandeld? Hoe kwam dat? 45 In de onderstaande cartoons zijn de verschillen wel heel extreem. Bepaal twee aan twee wat de vijf belangrijkste verschillen zijn.

46 L ees bron 1 op blz. 14. Maak een omschrijving van gastvrijheid op de manier van de Gulden Regel. 47 S  pel Er komt een nieuwe leerling in de klas. Die is net hier komen wonen en voelt zich een vreemde eend in de bijt. w Laat de ‘nieuwkomer’ even naar de gang gaan. w Speel het spel volgens instructies van je docent. w Bespreek het spel na: Wat gebeurde er? Wat vond je van het gedrag van de groep? Wat vond je van het gedrag van de nieuwkomer? Hoe zou het anders kunnen? Speel het spel nog een keer, maar dan w volgens het principe van gastvrijheid.

Kleurrijk Nederland Nederlanders hebben tegenwoordig wel eens de naam ongastvrij te zijn. Toch heeft ons land eeuwenlang bekend gestaan als een land waar iedereen welkom was. Hugenoten uit Frankrijk en joden uit Portugal konden hier terecht toen hun leven in hun eigen land gevaar liep. In de loop der eeuwen zijn er veel mensen uit

Het ene of het andere huis verschilt nogal…

1·3 Gastvrijheid

21


bron 4

In alle grote steden vind je buitenlandse restaurants, zoals dit Turkse restaurant. En een broodje shoarma is in Nederland echt ingeburgerd.

andere landen in Nederland komen wonen. Daardoor is het hier nu een mengelmoes geworden van mensen uit allerlei landen, culturen en religies. Dat merk je ook aan de vele ‘buitenlandse’ restaurantjes. Je kunt zomaar naar een Grieks eethuisje, een Italiaanse Pizzeria of een Chinees restau­ rant gaan. Of je gaat gezellig Thais wokken. En thuis eet je misschien ook wel eens Turkse dürüm, Japanse teriyaki of Indiase kip madras. Je koopt het gewoon in de supermarkt. Als je wilt snacken neem je een Amerikaanse hamburger of een Arabische shoarma. Die gerechten zijn wel aangepast aan de Nederlandse smaak. Wat minder pittig of met wat minder knoflook. Eigenlijk is het dus gewoon Nederlandse shoarma. 48 W  at is jouw favoriete eten? Uit welk land komt dat oorspronkelijk? 49 Wat vind jij 'echt Nederlands' eten? 50 Welk Nederlands eten zouden ze in het buitenland moeten leren kennen? 51 Eet je vaker Nederlands of ‘buiten­ lands’? 52 M  aak een presentatieblad in je portfo­ lio over buitenlands eten dat in Nederland is ingeburgerd. w Bedenk zoveel mogelijk gerechten en eetgewoonten die oorspronkelijk uit het buitenland komen, maar die nu in Nederland gangbaar zijn. Zoals bij­ voorbeeld: Franse wijn, Chinese stokjes en Italiaanse pizza. Zoek er ook passende illustraties bij.

22

Vluchteling Abou komt uit Liberia. Toen hij twaalf was, kroop hij stiekem aan boord van een schip. Hij voer mee als verstekeling. Het schip ging naar Rotterdam. Uiteindelijk kwam hij daar aan, helemaal alleen en zonder geld. Hij kon niemand verstaan. Hij had al een poos niets gegeten of gedronken. Abou werd naar een asielzoekerscen­ trum gebracht. Daar kreeg hij geen eten of drinken, want het was geen etens­ tijd. Wel werden hem alle regels uitgelegd. Abou’s vader in Liberia was dorpshoofd. ‘Als daar vreemden kwamen, riep hij alle inwoners van het dorp bij elkaar. Zij zorgden met elkaar dat de vreemdeling te eten kreeg en een goede slaapplaats. In Nederland is dat anders,’ zegt Abou. Ontleend aan: www.volkskrant.nl

Lees bron 4. 53 Vind je Nederland een gastvrij land? 54 Wat is de belangrijkste regel, waaraan een buitenlander in Nederland volgens jou moet voldoen? 55 Wat is je reactie op het verhaal van Abou? 56 Vind je dat Abou gastvrij behandeld is? Waaruit blijkt dat? 57 Hoe geef je iemand het gevoel dat hij of zij welkom is?

Stromingen-opdracht 58 In verschillende godsdiensten vindt men gastvrijheid belangrijk. Met behulp van verhalen en voorschriften wordt dat duidelijk gemaakt. w Lees de informatie op blz. 21 t/m 23. Noem de verschillende redenen die in de drie godsdiensten voor gastvrijheid worden gegeven.


te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing.’ Onder leiding van Mozes verlieten ze toen Egypte. Dat kostte veel moeite. Nadat de farao ze uiteinde­ lijk had laten gaan, kwam hij toch nog met een leger achter ze aan. Maar het lukte de joden om te ontsnappen.

Seideravond Het verhaal van de ‘uittocht uit Egypte’ is voor joden tot op de dag van vandaag heel belangrijk. Dit verhaal gaat over de tijd dat de joden werkten als slaven voor de farao in Egypte. Maar God zag hoe zijn volk onderdrukt werd en zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is. Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord. Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren

Nog elk jaar herdenken joden de ‘uittocht uit Egypte’ tijdens de Seideravond, de eerste avond van het Pesachfeest. Zo houden ze de herinnering levend hoe het was om zelf vreemdeling te zijn. En ze weten daardoor nog altijd hoe het is om te moeten vluchten. Daarom staat op Seideravond de deur voor iedereen open. Want dit is de leefregel die ze hebben meegekregen: ‘Wanneer er een vreemdeling bij jullie in het land woont, dan mag je hem niet slecht behandelen. Integendeel: je moet hem behandelen alsof hij een geboren Israëliet is, en hem liefhebben zoals je jezelf liefhebt. Je weet immers hoe kwetsbaar zijn positie is, omdat je zelf als vreemdelingen in Egypte hebt gewoond.’ Exodus 3:7-8 NBV en Leviticus 19:33-34 GNB

59 B  eschrijf de gebruiken bij de viering van Seideravond en de vragen die het jongste kind tijdens de viering stelt.

Op de foto boven zit de familie aan tafel tijdens de viering van de seideravond. Rechts: de traditionele gerechten voor het feest. Bovenin tussen de twee glazen wijn de matses die herinneren aan het overhaaste vertrek uit Egypte, verder de bittere kruiden die herinneren aan de slavernij, het ei dat verwijst naar de kwetsbaarheid van het menselijk leven, de peterselie die in zout wordt gedoopt als herinnering aan de tranen die zijn vergoten in de tijd van de slavernij en charoset, een mengsel van appel en noten, waarvan de zoete smaak het bittere lijden moest verzachten. Het boekje bevat de teksten voor de viering.

1·3 Gastvrijheid

23


eten gegeven. Ik heb dorst geleden en jullie hebben mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling, en ik mocht bij jullie wonen. Ik had niets om aan te trekken en jullie gaven me kleren. Ik was ziek en jullie kwamen me opzoeken. Ik kwam in de gevan­ genis en jullie kwamen toen bij mij.’ De mensen tegen wie dit gezegd wordt, zullen dan verbaasd zijn en zeggen: ‘We hebben u helemaal niet gezien!’ Maar dan zegt de Messias: ‘Weten jullie nog wel dat je allerlei hulpeloze mensen tegen­ kwam? Mensen aan wie je zomaar voorbijloopt? Nou, dat zijn precies de mensen voor wie ik er wil zijn. Wat je voor hen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.’

Werken van Barmhartigheid In de Bijbel wordt veel verteld over wat Jezus zijn leerlingen leerde. Hij praatte met hen over hoe je moet leven op een manier zoals God dat wil. Vaak verpakte hij zijn boodschap in een verhaal. Dan begrepen zijn leerlingen het makkelijker. Zo ver­ telde hij over de tijd dat de Messias komt en het Koninkrijk van God zal aanbreken. In zijn verhaal vertelde hij wie daar dan naar binnen mogen: ‘Kom binnen in het Koninkrijk van God. Want ik heb honger geleden en jullie hebben mij te

Uit dit Bijbelverhaal zijn de ‘Zeven Werken van Barmhartigheid’ voortgekomen. Zeven dingen die je moet doen als je volgens de wil van God wilt leven. Zes ervan kun je uit het verhaal halen. Het zevende werk is: ‘Begraaf de doden.’ Een paus heeft deze in de 13e eeuw aan de zes uit het Bijbelverhaal toegevoegd. Citaat: Matteüs 25 naar P. van Midden, Groeibijbel, deel 2

60 Geef  aan met welke van de Werken van Barmhartigheid de drie foto’s op deze blad­ zijde te maken hebben.

Foto boven: christelijke asielzoekers willen niet terug naar hun land van herkomst. Links: Het slaan van waterputten voorziet in de eerste levensbehoeften van arme mensen. Deze meisjes halen vers drinkwater. Rechts: Voedselhulp is soms nodig.

24


‘Want,’ zo zegt de profeet, ‘iedereen die gelooft dat Allah vrijgevig is, dat hij zorgt voor zijn schepping en dat hij degenen die gastvrij zijn zal belonen, die moet goed voor zijn gasten zorgen.’

Gul en gastvrij De Profeet Mohammed zegt dat moslims gul en gastvrij moeten zijn. En dan niet alleen voor vrienden en familie, maar vooral ook voor vreemde­ lingen. Geef ze eten en drinken, stel ze op hun gemak, geef ze aandacht en bied ze een slaapplaats aan als dat nodig mocht zijn.

In het Midden-Oosten – waar het jodendom, het christendom en de islam zijn ontstaan – was gastvrijheid een noodzaak. Als je door de woestijn reist, kan een gastvrije plek het verschil maken tussen leven en dood. In de Koran wordt – net als in de Thora en de Bijbel – het verhaal verteld over Abraham. Als Abraham in de verte vreemdelingen ziet aankomen, gaat hij hen tegemoet om hen te verwelkomen en biedt hen onmiddellijk iets te eten aan. Volgens de islam is een gast een geschenk van Allah. De gast stelt je in de gelegenheid om gastvrij te zijn. Dankzij je gast kun je goed doen en de wil van Allah volgen. Gastvrijheid is eerder een plicht tegenover God, dan tegenover de vreemdeling zelf.

61 Luister  naar het verhaal ‘De Bontjas’ en vertel in eigen woorden wat dit verhaal met gastvrijheid te maken heeft.

Foto boven en rechts: Iftarmaaltijd in Amsterdam, waarbij moslims hun stadgenoten gastvrij ontvangen en met elkaar in gesprek zijn. Foto links: traditioneel Marokkaans theestel als symbool voor een gastvrij en hartelijk onthaal.

1·3 Gastvrijheid

25


1·4

Zonder thuis

In deze les gaat het over verschillende situaties waarin mensen een thuis moeten missen. Hoe kun je je zonder huis toch een beetje thuis voelen?

Soms hebben mensen geen thuis. Ze missen een veilige plek. Bijvoorbeeld mensen, die gevlucht zijn voor oorlog, geweld of honger. Die hebben hun huis nood­gedwongen achterge­ laten. Ze wonen wel ergens, maar zitten toch eigenlijk zonder thuis. En kinderen met gescheiden ouders wonen bij allebei een beetje. Waar ben je dan thuis?

Twee huizen, geen thuis…

Alles verandert

Als ouders gaan scheiden, verandert er veel voor de kinderen. Meestal gaat de vader ergens anders wonen. Het is fijn als je én je vader én je moeder kunt blijven zien. Maar het nadeel is dan wel dat veel kinderen daardoor twee huizen krijgen. Dat betekent elke week sjouwen met spullen. Nadenken over de kleren die je moet meenemen. Je gymspullen niet vergeten. En vooral elke keer weer omschakelen. Want bij je vader thuis is het anders dan bij je moeder. De meeste kinderen maken er het beste van. Maar sommigen blijven zich ‘ontheemd’ voelen: eigenlijk zijn ze nergens thuis. Altijd missen ze één van beide ouders. En nergens is het, zoals het vroeger was.

In onze tijd vluchten er mensen uit Afrikaanse landen of uit Afghanistan. In de Tweede Wereldoorlog vluchtten mensen uit Europese landen voor het oorlogsgeweld – ook uit Nederland. Vóór de oorlog vluchtten er mensen van de ene staat van Amerika naar de andere. Dat was de tijd van ‘The great Depression’ toen Amerikaanse boerengezinnen op zoek gingen naar een beter leven. Voor mensen die in zulke situaties geen thuis meer hebben, verandert alles. Thuis heb je eten, kun je slapen en onder de douche. Als je onderweg bent, is dat heel anders. Thuis wordt er voor je gezorgd en kun je je terugtrekken op je eigen kamer. Onderweg is dat heel anders. Je ouders zijn gespannen en bezorgd. Iedereen is verdrie­ tig en zenuwachtig – je huis verlaten is een deel van jezelf verlaten. Zonder thuis word je een ander mens.

62 H  oeveel leerlingen uit jouw klas hebben twee huizen? 63 Wat is het grootste nadeel van die twee huizen? 64 Zijn er ook voordelen te noemen? Welke?

26

In zijn beroemde boek ‘Druiven der Gram­ schap’ beschrijft John Steinbeck het leven van de familie Joad. Ze zijn hun boerderij kwijtgeraakt. Door de grote droogte was er geen oogst en daardoor hadden ze geen geld meer om hun hypotheek te betalen. Ze besluiten met de hele familie naar Californië te reizen. Daar zou genoeg werk zijn. Het wordt een vreselijke tocht. Onder­ weg overlijden de grootvader en de groot­ moeder, die ze langs de kant van de weg moeten begraven. Ze worden weggejaagd als ze ergens willen overnachten. Maar ze blijven hoopvol. Tot ze in Californië aan­ komen. Duizenden andere families blijken ook die tocht te hebben gemaakt. Het is bijna onmogelijk om werk te vinden. Het boek laat goed zien hoe een gewone boeren­familie verandert. (bron 5.)


Historische foto van

bron 5

Dorothea Lange uit 1936. Migranten­ moeder in Californië met haar kinderen in een uitzichtsloze situatie.

Verandering 's Morgens werden de tenten afgebroken, het zeildoek werd gevouwen, de tentpalen werden langs de treeplank gebonden, de bedden op hun plaats op de auto's gelegd, de potten ook op hun plaats. En naarmate de families westelijk trokken, ontstond er een vaste techniek om 's avonds een tehuis op te bouwen en het met het morgenlicht weer af te breken; zodat de gevouwen tent op een vaste plaats gepakt werd, de kookpotten geteld werden voor ze in hun kist opgeborgen werden. En naarmate de auto's westwaarts gingen, kreeg ieder lid van de familie zijn eigen plaats, kreeg zijn eigen plichten, zodat ieder lid, oud en jong, zijn vaste plaats in de auto had; zodat de afmattende hete avonden, als de auto's de kampeerplaatsen binnenreden, ieder lid zijn taak had en eraan begon zonder dat het hem opgedragen moest worden; kinderen verzamelden hout, haalden water; mannen zetten de tenten op en brachten de bedden naar beneden; vrouwen kookten het avondeten en verzorgden de familie terwijl ze aten. En dit werd gedaan zonder bevel. De families die eenheden waren geweest, waarvan de grenzen 's nachts een huis en overdag een boerenerf waren, kenden geen grenzen meer. (…) Aldus veranderde hun sociale leven en veranderden zij zelf, zoals in het gehele universum alleen de mens kan veranderen. Ze waren niet langer boeren, maar landverhuizers. Bron: John Steinbeck, Druiven der Gramschap

De Grote Depressie

65 W  elke dingen van thuis zou jij niet willen missen? 66 Waarom word je zonder thuis een ander mens? 67 Hoe komt het dat veel mensen – ook nu – negatief staan tegenover eco­ nomische vluchtelingen, die op zoek zijn naar werk en een beter leven?

was de tijd van de zwaarste economische crisis in de geschiedenis vanaf 24 oktober 1929, vooral in de VS.

68 Z  oek via Perspectief-online uit waar­ door mensen tijdens de Grote Depres­ sie hun huis verlieten.

Lees bron 5. 69 Wat was voor deze boerenfamilie de grootste verandering? 70 Waarom veranderde hun leven totaal nu ze hun boerenerf kwijt waren?’

Ontworteld Als je ergens thuis bent, zeggen ze ook wel dat je er ‘geworteld’ bent. Zoals een boom met zijn wortels stevig in de grond staat, zo sta jij stevig op je eigen plek: thuis. Je kent de omgeving en de mensen. Je begrijpt de taal en de gewoontes. Maar mensen zijn geen bomen. Mensen kunnen ergens anders heen gaan. Op zoek naar een ander, een beter thuis. Misschien vinden ze dat. Misschien ook niet. Want een mens kan zich ook blijvend ontworteld voelen. Dan hoor je nergens thuis en voel je je overal een vreemde. Mensen die vanuit het buitenland in Nederland zijn komen wonen, voelen dat vaak zo. Hoe goed ze ook Nederlands hebben leren spreken. Of zelfs schrijven, zoals Naema Tahir. (zie bron 6)

1·4 Zonder thuis

27


bron 6

De ‘White Umbrella March’ op Wereldvluchtelingendag in Utrecht.

Lees bron 6. 71 Heb jij je wel eens ‘ontworteld’ ge­ voeld? 72 Wat bedoelt Naema Tahir met: ‘ik wortel in mensen?’ 73 Bij wie voel jij je echt thuis? 74 T  eken een boom op een vel papier. Laat ook de wortels onder de grond zien. De boom ben jijzelf. De wortels zijn de dingen of mensen die ervoor zorgen dat jij je thuisvoelt. w Schrijf bij elke wortel één ding of naam waardoor jij je thuisvoelt.

Gevlucht Maatschappij Er zijn diverse organisaties die vluchtelingen in Nederland en andere landen helpen. Wat doen deze organisaties en hoe kunnen ze vluchtelingen een thuisgevoel geven?

28

Overal in de wereld zijn mensen ook nu ver van huis. Mensen die vanwege oorlogsge­ weld, armoede of een natuurramp zijn gevlucht. Soms halsoverkop, soms na jarenlange voorbereidingen. Vluchten doe je niet zomaar. Je kunt niet veel meenemen. Het meeste van wat je bezit, moet je achterlaten. Je kunt vaak geen afscheid nemen van je familie en vrienden. En het is onzeker waar je terecht zult komen. Vaak is er geen andere uitweg. Zoals bij Amadou. (zie bron 7) Veel vluchtelingen vluchten weg uit hun vaderland. Misschien zullen ze ergens in Nederland een vaste plek vinden. Misschien gaan ze zich op den duur zelfs ergens thuis voelen. Maar Nederland zal nooit hun vaderland worden. Want je vaderland is nu eenmaal het land waar je geboren bent. Dat verandert nooit.

Naema Tahir: ‘Ik wortel in mensen.’ Schrijfster Naema Tahir vertelt: ‘Ik ben altijd een buiten­ staander. Ik blijf een Pakistaanse vrouw met een Arabische naam. Ik heb een niet-westerse opvoeding gehad. Nederlands is niet mijn moedertaal. Daarom vind ik het extra mooi als ik wortel in mensen. Ik verheug me over het gevoel dat ik het wel kán, hier en daar wortelen. Als je je nergens thuisvoelt, is het extra kostbaar om je bij iemand thuis te voelen.’ Bron: Dagblad Trouw.

75 W  at is het verschil tussen ‘land’ en

‘vaderland’? 76 W  at kunnen volgens jou redenen zijn om te vluchten? 77 W  at denk je dat het moeilijkste is als je moet vluchten? Lees bron 7. 78 H  oe kan Amadou zich in Nederland thuis gaan voelen? 79 D  enk jij dat je je in een ander land thuis zou kunnen voelen? Waarom wel of waarom niet? 80 W  at denk je dat moeilijker is voor Amadou: het missen van vroeger of de onzekerheid over de toekomst? Lees de bronnen 7 en 6. 81 Is Amadou ook ‘geworteld in mensen’, net als Naema Tahir? Leg je antwoord uit. 82 O  ntwerp een poster, die aandacht vraagt voor de problemen van vluchtelingen. 83 B  edenk samen vijf dingen die je mee zou nemen als je zelf plotseling zou moeten vluchten.


bron 7

bron 8

Amadou ‘Ik kom uit Niger. Mijn vader is vermoord door rebellen. Ze waren ook naar mij op zoek. Daarom moest ik weg. Eerst wist ik echt niet waarheen. Een auto heeft me toen naar Libië gebracht. Ik weet niet hoe dat land eruit ziet, want ik moest me in de auto verstoppen vanwege alle controles. Van de haven van Libië ben ik naar Europa gegaan. Ik wist niet in welk land ik was. Alleen dat het een blank land was, want ik zag alleen maar blanke mensen. En ik had het heel koud. De politie heeft me toen meegenomen. Ze vroegen allerlei dingen, maar ik kon er niets van verstaan. Ik probeerde aan te voelen wat ze zeiden. Inmiddels heb ik een W2-document; ik weet nog niet of ik hier mag blijven. Ik mag niet werken, heb geen geld om te studeren. Ik heb geen recht op een woning. Ik doe vrijwilligerswerk bij de lokale radio. Als ik daar ben, met die andere mensen, dan ben ik blij.’

Dear Mimmy, Ik heb genoeg van dat schieten, van het doden van mensen. Genoeg van de wanhoop, de honger, de angst! Dit is mijn leven. Het leven van een onschul­ dig schoolmeisje van elf! Een school­ meisje zonder school. Een kind zonder spelletjes, zonder vriendinnen. Zonder de zon, zonder de vogels, zonder fruit, zonder chocola en snoepjes, alleen met een beetje melkpoeder. Kortom, een kind zonder kinder­jaren. Een oorlogskind. Ik besef nu pas dat ik in een oorlog leef. Dat ik getuige ben van een smerige, walgelijke oorlog. Ik en nog duizenden andere kinderen in deze stad, die verwoest wordt, die schreeuwt, huilt en hulp vraagt. Maar er komt geen hulp. God, zal dit ooit ophouden? Zal ik ooit weer een schoolmeisje worden? Zal ik ooit nog van mijn jeugd kunnen genieten? Ik heb eens gehoord dat je jeugd het mooiste deel van je leven is. En dat is het ook. Ik genoot ervan en nu wordt het allemaal weggenomen door die smerige oorlog. Waarom? Ik voel me triest. Ik heb zin om te huilen. Ik huil al.

Amadou is 22 jaar

Dagboek van Zlata

Dagboek van Zlata

Je Zlata

Zelfs als je in je eigen huis en in je eigen stad kunt blijven wonen, kun je toch een veilig thuis missen. Zoals Zlata Filipovic. Zij woonde in Sarajevo tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren 90 van de vorige eeuw. Ze heeft een dagboek bijge­ houden. Op deze bladzijde lees je daar een stukje uit (bron 8). 84 85 86

Lees bron 8. Hoe komt het dat Zlata ontworteld is? Wat is het thuis dat Zlata mist? Waarom denk je dat Zlata een dagboek bijhoudt?

Islamitische begraafplaats in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië Herzegovina.

87 S  chrijf een brief aan Zlata, waarin je reageert op het fragment uit haar dagboek.

1·4 Zonder thuis

29


zijn er ook veel Joden naar Amerika gegaan. Daar wonen nog altijd de meeste Joden.

Romeins relief. De grote joodse kandelaar, de menora, wordt bij de verwoesting van de joodse tempel als buit weggedragen.

Diaspora Je zou zeggen dat het simpel is: Nederlan­ ders wonen in Nederland, Mexicanen in Mexico, Kongolezen in Kongo en ga zo maar door. Voor veel mensen gaat dat op. Zij blijven wonen in hun eigen vaderland. Maar als je om je heen kijkt, zie je al dat dit toch niet helemaal klopt. Mensen emigreren naar andere landen. Dat zijn lang niet allemaal vluchtelingen. Er kunnen allerlei redenen zijn om te emigreren. Dus wonen er Nederlanders in Canada, Zuid-Afrikanen in Polen en Colombianen in Thailand. Er zijn ook mensen die het min of meer zonder eigen land moeten doen. Koerden wonen verspreid over wel drie landen en er is geen 'Koerdië'. Voor Roma (zigeuners) geldt dat nog sterker – zij wonen verspreid over heel Europa, tot aan India aan toe, en er is geen 'Romaland'. Eeuwenlang gold dit ook voor Joden. In het jaar 70 verwoestten de Romeinen de tempel in Jeruzalem. Dat was het begin van wat men de Joodse diaspora noemt. Dat betekent letterlijk 'verstrooiing': toen Joden geen eigen land meer hadden, vertrokken ze naar landen in de buurt. Later ook naar Rusland, naar Spanje en Portugal, naar Nederland, België en Duitsland. Uiteindelijk

30

Tijdens de eeuwen van de diaspora zijn er in veel steden grote Joodse wijken ontstaan. Ook al leefden ze niet meer in hun eigen land, Joden bleven wel vasthouden aan hun eigen tradities en gewoontes. Ze vonden als het ware hun wortels in de Joodse wijk om hen heen, en in hun geloof met hun ge­ woontes en gebruiken. Zo behielden ze hun eigen identiteit. Dat had ook nadelen: doordat Joden er anders uitzagen en andere gewoontes en gebruiken hadden, werden de mensen rondom hen achterdochtig. Ze kregen de schuld van verschillende misstanden. Ze werden gediscrimineerd en vervolgd. De ergste vervolgingen vonden plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen zes miljoen Joden werden omgebracht in concentratiekampen. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Joden een nieuw ‘thuisland’ gekregen door de stichting van de onafhankelijke staat Israël door een resolutie van de Verenigde Naties in 1948. Maar in dat gebied woon­ den op dat moment al Palestijnen. Tot op de dag van vandaag wordt het grondgebied van Israël geclaimd als ‘thuis’ door zowel Joden als Palestijnen. Bij de stichting van Israël is deze kwestie nooit goed geregeld. 88 W  at zijn tegenwoordig redenen om te emigreren? 89 W  at is het verschil tussen Joden die verspreid over de wereld wonen en Nederlanders die emigreren? 90 H  oe hebben Joden ervoor kunnen zorgen dat ze zich in de diaspora toch thuis konden voelen? 91 M  aak een presentatieblad in je portfo­ lio over één van de volgende drie onderwerpen: w De Joodse diaspora w De Koerdische vrijheidsstrijd w Een Nederlander in het buitenland


1·5

Wereldburgers

In deze les is het de vraag: wat is eigenlijk nog het buiten­ land? En wat is globalisering? Kun je je door je geloof beter thuisvoelen in de wereld? Of juist niet?

Je woont in een huis, in een dorp of stad. En in een land. Misschien in het land waar je ook geboren bent, maar dat hoeft niet. Je praat met andere mensen thuis en op school. Maar via het internet praat je even gemakkelijk met mensen in een ver land! Hoe groot onze planeet ook is, uiteindelijk wonen we allemaal gewoon in die ene wereld!

Buitenland Als je vroeger op vakantie ging naar Spanje, moest je Spaanse peseta’s meenemen en Belgische en Franse franken voor onderweg. Elk land had toen zijn eigen geld. De euro bestond nog niet. Bij de grens werd je paspoort gecontroleerd. En in de winkels zag je olijven en knoflook, bijzondere kaassoorten en aubergines. Dat soort dingen waren in Nederland nauwelijks te koop. Nu we in één Europa wonen, zijn veel van die verschillen weggevallen. Bestaat het ‘buitenland’ eigenlijk nog wel? Als je naar de voorbeelden op de poster hiernaast kijkt, is dat toch echt de vraag! 92 W  at wil de poster duidelijk maken? 93 Welke voorbeelden kun je nog meer noemen? 94 Bestaat het buitenland nog?

Globalisering In Amsterdam wonen mensen van 177 verschillende nationaliteiten. Daarmee is Amsterdam de meest ‘diverse’ stad van de wereld. Sommige van deze mensen zijn gevlucht uit hun geboorteland. Anderen zijn hier gekomen vanwege de liefde of

door hun werk. Natuurlijk wonen er ook gewoon Nederlanders in Amsterdam. Maar zij vormen één van die 177 nationaliteiten. Er zijn ook Nederlanders die in een ander land zijn gaan wonen. In heel veel landen wonen Nederlanders. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn er veel Nederlanders naar Canada en Australië geëmigreerd. Momenteel is Zweden populair. Dankzij Skype, Twitter en Facebook kun je tegenwoordig makkelijk contact houden met elkaar. ‘De wereld wordt een dorp,’ zeggen ze. ‘Vroeger wist iedereen in het dorp alles van elkaar. Nu weten we het meteen als er iets aan de andere kant van de wereld gebeurt.’ Dit is globalisering.

1·5 Wereldburgers

31


Multinationals hebben vestigingen in bijna alle landen van de wereld.

Globalisering komt niet alleen door het internet. Ook door de economie zijn alle delen van de wereld met elkaar verbonden. Grote bedrijven zijn ‘multinationals’ met vestigingen in heel veel landen. Sport is ook een wereldwijd gebeuren. Aan de Tour de France doen niet alleen Fransen en Span­ jaarden mee, maar ook renners uit Amerika en Australië. En de Olympische Spelen trekken sporters en supporters van bijna alle landen ter wereld. 95 H  eb je contact met mensen uit het buitenland? Waarover heb je het dan? 96 In welke andere landen ben je ge­ weest? Wat was daar anders dan hier? 97 Waarom willen mensen weg uit Nederland? Waarom willen mensen graag in Nederland wonen? 98 Is globalisering positief?

32

Lees bron 9. 99 Waarom reizen profvoetballers veel? 100 Waarom noemt Enoh zich een wereld­ burger? Wat is een wereldburger? 101 Wat bedoelt Enoh met zijn laatste zin? 102 Voel jij je een ‘wereldburger’? Waarom wel of niet?

Creatieve Klasse Voor mensen van nu zijn verre reizen heel normaal. Met een dag vliegen ben je aan de andere kant van de wereld. Veel studenten lopen stage in het buiten­ land. Ze gaan voor een half jaar naar Engeland, China of Amerika of volgen een paar vakken aan een universiteit in ZuidAfrika. Anderen sjorren na hun studie hun rugzak op en gaan een jaartje ‘backpacken’ in Australië of Zuid-Amerika. Tijdens al dat reizen, leg je natuurlijk contact met mensen uit allerlei landen.


bron 9 Profvoetballer Voetballer Eyong Enoh komt oorspronkelijk uit Kameroen. Hij zegt in een interview: ‘Over de hele wereld vind je winnaars en mensen die snel tevreden zijn met wat ze hebben. Overal heeft men dezelfde behoeftes en dezelfde problemen. We hebben allemaal verschillende huidskleuren en achtergronden, maar mensen lijken veel meer op elkaar dan je op het eerst gezicht zou denken. Dat gevoel had ik altijd al en nu ik dankzij mijn bestaan als profvoetballer veel van de wereld heb gezien, is die gedachte alleen maar sterker geworden. Ik zie mezelf als een wereldburger. Ik denk niet in landsgrenzen. Dus beoordeel ik mensen als individu.’ uit: Voetbal International

In die contacten ontdek je dat ieder mens anders is, maar ook dat er veel gemeen­ schappelijks te vinden is. Iedereen wil graag een gezond en lang leven in een land zonder oorlog. Een leven in vrijheid, met mensen van wie je houdt. Bijbel In de gelijkenis van de ‘verloren zoon’ wil de hoofdpersoon het huis uit. Hij trekt met zijn deel van de erfenis de wijde wereld in. Wat moet hij als het geld op is en het leven er wat minder rooskleu­ rig uit ziet dan hij eerst dacht?

Volgens sommigen zijn we door al dat reizen en al die wereldwijde contacten in een nieuw tijdperk beland. In 2002 schreef de Amerikaan Richard Florida het boek ‘The Rise of the Creative Class’. Hij stelt daarin dat in deze nieuwe tijd de menselijke creativiteit de grootste economische hulpbron is geworden. In de ‘oude tijd’ was olie de belangrijkste hulpbron voor de economie. In deze nieuwe tijd is dat volgens hem intelligentie, kennis en creativiteit. Florida ziet om zich heen gebeuren dat jonge mensen de hele wereld over reizen om dan weer hier en dan weer daar te werken. Vroeger trokken er ook werkende

mensen rond, maar dat waren vooral seizoensarbeiders. Bij de ‘Creatieve Klasse’, zoals Florida ze noemt, gaat het meer om het uitwerken van allerlei nieuwe ideeën en het verbeteren van bestaande producten. Het gaat om wetenschappers, kunstenaars, ontwerpers e.d. Al die mensen die nu eens in New York, dan weer in Tokio of Amsterdam wonen, blijven met elkaar – en dus eigenlijk met de hele wereld – in contact. Zo ontstaat een generatie van wereldburgers: overal voelen ze zich thuis. 103 L ijkt het jou leuk om bij die ‘creatieve klasse’ te horen? Waarom wel of niet? 104 Wat zijn de voor- en nadelen van zo’n rondreizend leven? 105 Behoren profvoetballers ook tot de ‘creatieve klasse’? 106 Bekijk  via Perspectief-online de site van DJ Armin van Buuren en zoek uit waar hij de komende tijd optreedt. Vind jij dat Armin van Buuren bij de ‘creatieve klasse’ hoort? Leg je ant­ woord uit. Welke mensen behoren volgens jou tot deze groep? 107 S  chrijf een kernachtige stelling over het idee dat creativiteit de nieuwe ‘olie’ is voor de wereldeconomie.

Het geloof als ‘thuis’ In dit boek staat informatie over verschil­ lende wereldgodsdiensten, godsdiensten die over de hele wereld voorkomen en waar ieder mens zich – waar ook ter wereld – bij kan aansluiten. Het mooie van een wereld­ godsdienst is, dat je overal geloofsgenoten kunt tegenkomen. Een katholiek uit Eindho­ ven zal veel herkennen in een katholieke kerk in Brazilië. En een moslim uit Zoeter­ meer zal zich ook thuis voelen in een moskee in Seattle. De meest bekende wereldgodsdiensten zijn de vijf godsdien­ sten die in dit boek voorkomen. Er zijn ook minder bekende wereldgodsdiensten, zoals van de bahai en de sikhs.

33


Migrantenkerken

Victory Outreach Amsterdam

In Amsterdam Zuid-Oost gaan elke zondag tienduizenden mensen naar de kerk. Vaak is dat een parkeergarage of een schoolgebouw. Vaak zijn het mensen van Surinaamse of Afrikaanse afkomst, christenen, die zich niet thuis­ voelen in een gewone Amsterdamse kerk. Ze zoeken aansluiting bij mensen met eenzelfde achtergrond en geschiedenis. Daar kunnen ze, in hun eigen taal, met hun eigen muziek en volgens hun eigen gewoontes de zondagsdienst vieren. Er zijn in Nederland naar schatting 800.000 ‘migrantenchristenen’. Zij gaan naar hun kerk voor het woord van God, maar de kerk is ook een belang­ rijke ontmoetingsplek. Het geloof biedt hen de mogelijk­ heid zich ver van huis toch thuis te voelen. Bovendien bieden deze kerken veel praktische hulp. Je vindt er een luisterend oor als je moeilijkheden hebt. In Amsterdam en Rotterdam zijn er inmiddels meer ‘migrantenchriste­ nen’ dan leden van Nederlandse kerken.

Moslim-gemeenschap

De Ittihad moskee in aanbouw

34 34

In 1955 werd de eerste echte moskee in Den Haag gebouwd. Inmiddels zijn er heel wat moskeeën bijgeko­ men. Dat is niet zo vreemd, want er wonen zo’n 800.000 moslims in Nederland. Voor hen is het contact met andere moslims essentieel om zich in Nederland thuis te kunnen voelen. De moskee is voor hen meer dan een gebedshuis. Mensen komen er ook naartoe om elkaar te ontmoeten of om hulp te zoeken. Een goed voorbeeld is de Ittihad moskee in Leiden. ‘Ittihad’ betekent eenheid. Die naam laat zien dat alle moslims er welkom zijn. In de moskee worden ook cursussen gegeven, er is huiswerkbegeleiding en je kunt er terecht voor geestelijke zorg. Die dingen kun je natuurlijk ook ergens anders doen, maar ‘voor de moskee bestaat geen drempelvrees,’ zegt het bestuur. Daar lopen mensen makkelijker binnen. Zo is de Ittihadmoskee een stukje ‘thuis’.


Stromingen-opdracht Lees de informatie op blz. 32. 108 Geef aan wat de overeenkomsten zijn tussen de christenen van migranten­ kerken en moslims in Nederland. Lees bron 10. 109 Waarom is Kèren blij dat ze joods is? 110 Op welke manier is haar geloof voor haar een ‘thuis’?

Eén grote familie In 1971 reisde de astronaut Edgar Mitchell met de Apollo 14 door de ruimte, op weg naar de maan. Toen hij hoog genoeg kwam, kon hij de aarde als mooie blauwe bol in de ruimte zien zweven. In één oogopslag kon hij de hele planeet overzien, met al die landen en mensen, met al die wolken en zeeën. Later vertelde hij dat hij dacht: ‘Alles vormt één groot geheel en alles heeft elkaar nodig. Alle mensen vormen eigenlijk één grote familie.’ En hij voelde zich helemaal één met al die mensen, met al dat leven. Het was een geweldige ervaring. Het voelde als een soort gebed.

bron 10 Joods ‘Ik ben heel erg blij dat ik joods ben. Het feit dat ik bij de wereldwijde joodse gemeente hoor, voelt geweldig. Waarom eigenlijk? Mijn familie is joods, een grote groep van mijn vrienden is joods en ik natuurlijk zelf. Maar waarom voel ik me zo thuis bij die ‘wereldwijde joodse gemeenschap’? Ik heb de afgelopen jaren overal ter wereld joodse mensen ontmoet. En dan voel je meteen dat je iets deelt met elkaar. Daarmee is het ijs gebroken. Mensen met dezelfde religie helpen elkaar. Daardoor heb ook echt het gevoel dat ik me overal in de wereld redden kan. Want overal zijn joodse mensen waarop ik terug kan vallen.’ Kèren Zohar

111 W  at vind je van de gedachte dat alle mensen op de wereld eigenlijk één grote familie vormen?

35


project

Godshuizen Overal op de wereld zoeken mensen elkaar op om hun God of goden te eren. Mensen komen bij elkaar om te bidden, te zingen, te luisteren en te offeren. Dit hoeft niet per se in een gebouw te zijn, het kan ook ergens in de openlucht. Sommige mensen hebben thuis een vaste plek waar ze bidden, een kaarsje branden of bepaalde rituelen uitvoeren. Maar veel gelovigen vinden het ook fijn om dat samen met anderen te doen in een gebouw dat daar speciaal voor is.

De gebouwen waar gelovigen samenkomen noemen we godshui­ zen. Deze gebouwen bepalen het beeld van veel steden en dorpen. Want wat zou Rome zijn zonder de Sint Pieter, Istanbul zonder de Blauwe Moskee of jouw eigen woonplaats zonder de plaatselijke kerk of synagoge? Aan de buitenkant kun je vaak al zien bij welke godsdienst een bepaald godshuis hoort. Eenmaal binnen zie je dat godshuizen allemaal verschillend ingericht zijn. Er gebeuren ook andere dingen tijdens de bijeenkomsten. In het ene godshuis komen gelovigen op vaste tijden samen om naar een preek te luisteren en samen te zingen. In een ander godshuis bieden mensen bloemen en voedsel aan de goden aan en in weer een ander komen ze om in hun eentje te mediteren.

36

Veel mensen vinden het prettig om regelmatig naar hun godshuis te gaan. Ze ontmoeten er andere mensen van hun eigen geloof. Ze leren er nieuwe dingen over hun godsdienst. Ze kunnen er pro­ blemen voorleggen aan een voorganger of priester. Of ze zoeken er gewoon even rust in de drukte van alledag. Welke godshuizen zijn er in jouw eigen omgeving? Hoe ziet het gebouw er van­binnen uit? En wat doen de gelovigen daar eigenlijk? Dat ga je ontdekken tijdens dit project ‘Godshuizen’. Op de website: www.perspectief-online.nl vind je alle opdrachten met de benodigde uitleg.

1 ij

en vlakb

Godshuiz

e omge­ n er in d a a t s n e n platte­ odshuiz Neem ee e buurt ? Welke g t n o o fd r jij w t dorp o ving waa stad, he e ar de d a n w a v n eef aa grond g n n e t n oo Maak ee waar je w zijn te vinden. de r e v o en ie godshuiz t meer informat eval de me er g legenda eld in ied r ze bij horen. m r e V . n a e gebouw ienst wa de godsd n e m a a n


5

2

Eigen ervaring

Beroem

Ga je zelf wel eens na ar een godshuis? Of ben jij wel eens aa nwezig geweest bij een dienst of viering? Schrijf een verslag over jouw eigen ervari ng. Hoe vaak bezoek je een godshu is en met wie ga je? Vind je het belangrijk om daar heen te gaan? Wat vind je va n de sfeer, de aankleding en de ande re bezoekers? En hoe ziet het er uit , tref je bepaalde voorbereidingen voord at je er naartoe gaat?

de god

shuize

n Elke go dsdien s t godshu heeft w is Rome, . Bijvoorbeeld el een beken d de d de Blau Sagrada Fam e Sint Pieter in we Mo il ia in Ba sk Wat-te mpel in ee in Istanbu rcelona, l of de Cambo artikel An dja vo beroem or een reisgid . Schrijf een gor kort de god s o ver é sh artikel moet g uizen in de w én van de aan ov ereld. H geschie er h d e het go enis en de bij et ontstaan t , de dshuis zonder . heden van

6

3

Samenkomst

ker

e Vaste bezo

godshuis speelt hun n e ig v lo e g interview Voor veel l. Maak een ro is e jk ri g n een godshu een bela regelmatig ie rg d o z d n n a e m p met ie genlijst o tel een vra lovigen bezoekt. S waarom ge t m o k r te n, dat je erach is bezoeke het godshu g an v ti a e z lm t e a g re en en w o d l a o z r a e ook e n wat zij da en. Je kunt d in v w u o of imam het geb er, rabbijn st e r ri p , e e ebsite voo domin ijk op de w K . n e w ie interv jst. eldvragenli een voorbe

Inrichting

4

Maak een folder met een platteg rond van een godshuis bij jou in de buurt en geef daarop aan hoe het gebouw is inge richt. De plattegrond moet geschikt zijn voor toeristen die er een bezoek bren gen. Dus: stippel een route uit langs de belangrijke plekken en geef een beknopte uitleg over de belangrijke voorwe rpen, beelden en plaatsen in het gebouw .

Ben jij wel eens bij een dienst of viering in een godshuis geweest? Zo niet, dan is dat nu het moment om te doen. Hoe ziet zo’n bijeenkomst van gelovigen eruit? Beschrijf wat er gebeurt tijdens een dienst of viering en aan welke regels de gelovigen zich moeten houden. Maak (als dat mag) foto’s van de belangrijkste momenten en gebeurtenissen.

>

Afsluiting t een presentatie in de Sluit het project af me jullie presentatie zien hoe klas. Laat tijdens de en zijn tak de e ho t, ngepak je opdracht hebben aa . resultaat is geworden verdeeld en wat het leerd ge lie jul n ge din e uw Benoem ook welke nie ject. hebben tijdens dit pro

Kijk op www.perspectie f-online.nl voor een overzicht va n alle op­drachten met toelich ting

Project · godshuizen

37


Perspectief leer-opdrachtenboek havo/vwo