Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3&4

Ontwikkeling en activiteiten PW

Deze uitgave Ontwikkeling en activiteiten PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W2 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

pedagogisch werk

PW Ontwikkeling en activiteiten PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Auteur: M. Baseler A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622522

MBO_WB_Welzijn_ontwikkelingenactiviteiten_PW_210x297mm.indd All Pages

7/09/16 13:34


Ontwikkeling en activiteiten PW Niveau 3 & 4

M. Baseler A.C. Verhoef


Colofon

Redactie

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij tot en een learning learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp design company. We Met brengen leerontwerp technologie technologie samen. onzecontent, groeiende expertise,enervaring en samen. Met onze groeiende ervaring en scholen leeroplossingen zijn we een partner leeroplossingen zijn expertise, we een partner voor bij het vernieuwen en voor scholenvan bij onderwijs. het vernieuwen en verbeteren vanbeter onderwijs. kunnen verbeteren Zo kunnen we samen rechtZo doen aan we de samen beter recht lerenden doen aan en de verschillen en scholen en verschillen tussen scholen entussen ervoorlerenden zorgen dat leren steeds ervoor zorgen effectiever dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. persoonlijker, en efficiënter wordt.

M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Samen leren vernieuwen. vernieuwen.

Taalkundige redactie

www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 3800

Colofon Auteur M. Baseler A.C. Verhoef

Tekst2000, Utrecht

Vormgeving en omslag

ISBN 978 9789006622522 90 06 62252 2 Eerste druk, eerste eerste oplage, oplage, 2016 2016

Studio Fraaj, Rotterdam

© ThiemeMeulenhoff, ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Amersfoort, 2016 2016

Fotografie omslag

Alle rechten rechten voorbehouden. voorbehouden. Niets Nietsuit uitdeze dezeuitgave uitgavemag magworden worden verveelvoudigd, opgeslagen in in een een geautomatiseerd geautomatiseerdgegevensbestand, gegevensbestand, of of openbaar gemaakt, enige vormofofop openige enigewijze, wijze,hetzij hetzij elektronisch, elektronisch, openbaar gemaakt, in in enige vorm mechanisch, door fotokopieën, fotokopieën, opnamen, opnamen, of ofenig enigandere anderemanier, manier,zonder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming toestemming van van de deuitgever. uitgever.

Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Illustraties Roel Seidell, Groningen DDCom, Veldhoven Tiekstra Media, Groningen

Foto’s Collectie Fries Museum, Leeuwarden © blz. 11 Shutterstock / Thomas Hecker © blz. 120

uituit deze uitgave is toegestaan op grond Voor zover zoverhet hetmaken makenvan vankopieën kopieën deze uitgave is toegestaan op van artikel Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus Stbl. 471 grond van 16B artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 231985, augustus 1985, en artikel 1912, dient 1912, men de daarvoor wettelijk verschuldigde Stbl. 471 17 en Auteurswet artikel 17 Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBPostbus Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Reproductierechten Organisatie (PRO), 3060, 2130 KB Hoofddorp Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze van uitgave in bloemlezingen, (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet)(artikel dient men in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken 16 zich tot de uitgever tedient wenden. het gebruik muziek, film Auteurswet) men Voor zich meer tot deinformatie uitgever over te wenden. Voorvan meer en het maken van kopieën in het zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. informatie over het gebruik van onderwijs muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de De uitgever heeft ernaar gestreefd auteursrechten regelen volgens wettelijke bepalingen. Degenen die de desondanks menentezekere rechten te de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Deze uitgave is volledig geproduceerd. Het voor deze uitgaveCO2-neutraal gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten Verwerking 11 Verwerkingsopdrachten 11 Hoofdstuk 1 Over ontwikkelingspsychologie Hoofdstuk 2 Inleiding activiteiten 17 Hoofdstuk 3 Spel en ontwikkeling 21

10

11

Toepassing 27 Praktijksituaties 27 Hoe verschillend kinderen kunnen reageren 27 Hassan heeft een taal- en spraakachterstand 29 De kinderen op BSO Het Luchtkasteel willen liever chillen en gamen 31 Themaopdrachten 34 Evaluatie 35 Studiehulp 35 Hoofdstuk 1 Over ontwikkelingspsychologie Hoofdstuk 2 Inleiding activiteiten 35 Hoofdstuk 3 Spel en ontwikkeling 36 Evaluatie en reectie 37

35

Thema 2 Ontwikkeling van baby’s en peuters

39

Verwerking 41 Verwerkingsopdrachten 41 Hoofdstuk 4 Prenatale ontwikkeling en geboorte 41 Hoofdstuk 5 Ontwikkeling van de baby 44 Hoofdstuk 6 Activiteiten en spel bij de baby 49 Hoofdstuk 7 Ontwikkeling van de peuter 54 Hoofdstuk 8 Activiteiten en spel bij de peuter 60 Toepassing 64 Praktijksituaties 64 Het temperament van Lennette 64 Pieter en Zasja spelen in de zandbak 66 Verschillende soorten spel in Het Speelhuis 68 Vaardigheden 71 Stimuleren van de ontwikkeling bij een baby 71 Themaopdrachten 73


Evaluatie 75 Studiehulp 75 Hoofdstuk 4 Prenatale ontwikkeling en geboorte 75 Hoofdstuk 5 Ontwikkeling van de baby 75 Hoofdstuk 6 Activiteiten en spel bij de baby 76 Hoofdstuk 7 Ontwikkeling van de peuter 77 Hoofdstuk 8 Activiteiten en spel bij de peuter 77 Evaluatie en reectie 79

Thema 3 Ontwikkeling van kleuters

81

Verwerking 82 Verwerkingsopdrachten 82 Hoofdstuk 9 Ontwikkeling van de kleuter 82 Hoofdstuk 10 Activiteiten en spel bij de kleuter

89

Toepassing 94 Praktijksituaties 94 Joshua en Ahmed spelen in de verkleedhoek 94 Van slang tot krokodil: spel op het schoolplein 96 Creatief met kranten op de overblijf 99 Vaardigheden 101 Stimuleren van de ontwikkeling bij een kleuter 101 Themaopdrachten 106 Evaluatie 109 Studiehulp 109 Hoofdstuk 9 De ontwikkeling van de kleuter 109 Hoofdstuk 10 Activiteiten en spel bij de kleuter 109 Evaluatie en reectie 111

Thema 4 Ontwikkeling van schoolkinderen

113

Verwerking 114 Verwerkingsopdrachten 114 Hoofdstuk 11 Ontwikkeling van het schoolkind 114 Hoofdstuk 12 Activiteiten en spel bij het schoolkind 119 Toepassing 125 Praktijksituaties 125 Op huisbezoek bij een nieuwe leerling met een pestverleden 125 De Power Rangers denderen over het schoolplein 127 Rekenen en taal in gezinshuis De Zwaan 128 Vaardigheden 131 Stimuleren van de sociale ontwikkeling bij een schoolkind 131 Themaopdrachten 135


Evaluatie 138 Studiehulp 138 Hoofdstuk 11 Ontwikkeling van het schoolkind 138 Hoofdstuk 12 Activiteiten en spel bij het schoolkind 138 Evaluatie en reectie 140

Thema 5 Ontwikkeling van pubers en adolescenten

142

Verwerking 143 Verwerkingsopdrachten 143 Hoofdstuk 13 Ontwikkeling van de puber 143 Hoofdstuk 14 Ontwikkeling van de adolescent 150 Hoofdstuk 15 Activiteiten bij pubers en adolescenten

155

Toepassing 161 Praktijksituaties 161 Marcella voelt zich ontzettend rot 161 Marika maakt de balans op 163 Vic loopt stage bij De Vrolijkheid 165 Vaardigheden 168 Problemen oplossen met jongeren 168 Themaopdrachten 171 Evaluatie 173 Studiehulp 173 Hoofdstuk 13 Ontwikkeling van de puber 173 Hoofdstuk 14 Ontwikkeling van de adolescent 174 Hoofdstuk 15 Activiteiten bij pubers en jongeren 174 Evaluatie en reectie 176

Thema 6 Problemen in de ontwikkeling

178

Verwerking 180 Verwerkingsopdrachten 180 Hoofdstuk 16 Als de ontwikkeling anders gaat 180 Hoofdstuk 17 Ontwikkelingsstoornissen en problemen Hoofdstuk 18 Sociale problematiek 191 Hoofdstuk 19 Activiteiten en spel 197 Toepassing 202 Praktijksituaties 202 De kinderen van juf Aysel in groep 5 202 Agnita wordt gepest 205 Reza heeft een traumatisch verleden 207 Vaardigheden 209 Emotionele steun bieden 209 Themaopdrachten 212

183


Evaluatie 213 Studiehulp 213 Hoofdstuk 16 Als de ontwikkeling anders gaat 213 Hoofdstuk 17 Ontwikkelingsstoornissen en problemen Hoofdstuk 18 Sociale problematiek 214 Hoofdstuk 19 Activiteiten en spel 215 Evaluatie en reectie 216

213


Thema 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

1

Als pedagogisch werker houd je je veel bezig met het bedenken, organiseren en begeleiden van activiteiten. Dat doe je met een reden: je stimuleert er de ontwikkeling van kinderen en jongeren mee. Er zijn verschillende soorten activiteiten, met verschillende doelen. Kinderen en jongeren ondernemen natuurlijk ook zelf activiteiten die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Over ontwikkelingspsychologie • korte geschiedenis van de ontwikkelingspsychologie • ontwikkelingspsychologie • ontwikkelingsfasen • ontwikkelingsaspecten • ontwikkelingsfactoren • voorwaarden voor ontwikkeling Hoofdstuk 2: Inleiding activiteiten • wat zijn activiteiten? • algemene indeling van activiteiten • verschillende soorten activiteiten • waarom doen mensen activiteiten • activiteitenprogramma Hoofdstuk 3: Spel en ontwikkeling • soorten spel • spel en ontwikkeling • spelbevorderende en spelbelemmerende factoren

1 10


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Over ontwikkelingspsychologie 1

1

Vanaf de zeventiende eeuw zijn de ideeĂŤn over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in hoog tempo veranderd. a Welke twee grote richtingen waren er in eerste instantie?

b

Bekijk de afbeelding van dit schilderij. Bij welke van deze richtingen past dit schilderij? Waarom?

1 11


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

2

c

Vanaf welke eeuw is men goed gaan kijken naar de ontwikkeling van kinderen?

d

Leg uit waarom dat toen pas gebeurde.

In het begrip ontwikkelingspsychologie liggen twee woorden besloten, namelijk: ontwikkelen en psychologie. a Omschrijf beide begrippen in eigen woorden. Ontwikkelen:

Psychologie:

b

Elke ontwikkelingsfase heeft zijn kenmerkende gedragingen. In welke ontwikkelingsfase verkeer jij momenteel?

c

Maak met een eigen voorbeeld duidelijk dat jouw gedrag samenhangt met de ontwikkelingsfase waarin jij verkeert.

d

Geef een voorbeeld van een ontwikkelingstaak die bij jouw ontwikkelingsfase hoort.

1 12


Verwerkingsopdrachten

3

1 Over ontwikkelingspsychologie

Wanneer je je verdiept in de ontwikkeling van de mens, dan is het handig om uit te gaan van verschillende deelaspecten binnen die ontwikkeling: de ontwikkelingsaspecten. a Zet in de tabel hierna de ontwikkelingsaspecten bij de juiste omschrijvingen. Ontwikkelingsaspecten • Lichamelijke ontwikkeling • Persoonlijkheidsontwikkeling • Seksuele ontwikkeling • Cognitieve ontwikkeling • Emotionele ontwikkeling • Sociale ontwikkeling • Emotionele ontwikkeling Omschrijvingen

Ontwikkelingsaspecten

Ontwikkeling van gevoelens van (basis)vertrouwen en veiligheid Verstandelijke ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van denken en geheugen Lichamelijke groei of achteruitgang, motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling Ontwikkeling van de omgang van de mens met andere mensen, de ontwikkeling van empathie (inlevingsvermogen) en de ontwikkeling van sociaal gedrag Vorming van eigen identiteit, ontwikkeling van de eigen wil, de eigen opvattingen en de ontwikkeling van het zelfbeeld Ontwikkeling van seksueel gedrag, ontwikkeling van lichaams- en lustbeleving, ontwikkeling van waardering voor eigen lichaam, ontwikkelen van het bewustzijn dat je een meisje of jongen bent en je daarnaar gedragen (of niet)

1 13


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

b

De volgende uitspraken gaan over de verschillende ontwikkelingsaspecten. Geef met een kruisje aan of de uitspraken juist of onjuist zijn. Controleer je antwoorden. Als iets het fout hebt, lees dan de theorie waar de uitspraak over gaat nog eens goed door.

Stelling

Juist

Onjuist

De zintuiglijke ontwikkeling van de mens valt onder het cognitief aspect. De omgang met anderen valt onder het sociaal aspect. De ontwikkeling van seksueel gedrag valt onder het lichamelijk aspect. Wanneer we het hebben over de cognitieve ontwikkeling, hebben we het over de verstandelijke ontwikkeling. De motorische ontwikkeling valt onder het lichamelijk aspect. De taalontwikkeling valt onder het sociaal aspect.

c d

Ook al ligt de ontwikkeling in grote lijnen vast, toch verloopt de ontwikkeling van ieder mens op unieke wijze. Vul in de tabel hierna de drie factoren die de ontwikkeling van de mens bepalen in. Geef bij elke factor een voorbeeld dat betrekking heeft op je eigen ontwikkeling. Laat in je voorbeeld naar voren komen hoe de externe factoren jouw ontwikkeling hebben beĂŻnvloed.

Factor

4

Voorbeeld

Als een kind geboren wordt, beschikt het over bepaalde aangeboren vermogens oftewel ontwikkelingsmogelijkheden. Lees het onderstaande artikel en beantwoord daarna de vragen.

Kind leeft acht jaar in kippenhok Na acht jaar verblijf in een kippenhok wordt de 9-jarige Portugese Isabel Queresma door haar moeder teruggebracht in de buitenwereld. Het kind kan slechts piepende geluiden voortbrengen en beweegt haar armen alsof het vleugels zijn. De moeder,

1 14


Verwerkingsopdrachten

1 Over ontwikkelingspsychologie

wonend in een gehucht bij de Portugese stad Coimbra, had het kind opgesloten na de dood van haar vader en acht jaar lang gevoerd met kippenvoer, voornamelijk maïs en koolresten. ‘Ik kon het kind niet meenemen naar mijn werk’, verklaart de moeder, ‘waar moest ik het anders laten?’ De vrijlating volgt op een verhaal in de Portugese krant Diaro de Noticas, na tips van de lokale bevolking. Bron: NRC Handelsblad, 1 juli 1980

5

a

Aan welke voorwaarden om tot ontwikkeling te komen, is in deze situatie niet voldaan?

b

Op welke gebieden heeft dit kind waarschijnlijk een ontwikkelingsachterstand opgelopen?

c

Zal de achterstand die het kind heeft opgelopen wat betreft zijn ontwikkeling nog zijn in te halen? Licht je antwoord toe.

Spel is een voorwaarde voor een kind om zich te kunnen ontwikkelen. Welke ontwikkelingsvoorwaarden kun je verbinden aan spel? Omcirkel de letter voor de juiste antwoorden. A Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen bij de opvoeder. B Er moet zowel verbaal als non-verbaal contact zijn tussen opvoeders en kind. C Er moet een stimulerende omgeving zijn. D Een kind moet de gelegenheid krijgen om zelf te onderzoeken. E Een kind moet de mogelijkheid hebben om te spelen. F Een kind moet voldoende bewegingsvrijheid krijgen. G Een kind moet veiligheid en grenzen worden geboden.

1 15


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

1 1 1 1

1

6

Werk in tweetallen. Veel spelmateriaal en speelgoed is voor een bepaalde ontwikkelingsfase ontwikkeld. Jullie gaan onderzoeken welk spelmateriaal geschikt is voor een bepaalde ontwikkelingsfase. Je schrijft daarover een advies voor mensen die spelmateriaal voor kinderen willen kopen. a Zoek voor vijf ontwikkelingsfasen (baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber) naar spelmateriaal dat voor die leeftijdsgroep bedoeld is. Zorg dat je bij elke ontwikkelingsfase minstens twee spellen hebt. b Beschrijf het gevonden spelmateriaal in ongeveer 50 woorden. Gebruik bijvoorbeeld de spelregels, de informatie op de doos of de beschrijving op internet om een beeld te krijgen van het spel. Welke ontwikkelingsaspecten worden door het spel gestimuleerd? Welke ontwikkelingstaken moet een kind beheersen om het spel te kunnen spelen? Zijn er ook ontwikkelingstaken die een kind via dit spel kan oefenen? c Schrijf van elk spel een beoordeling in ongeveer 50 woorden. Past het spel bij de leeftijdsgroep waarvoor het spel bedoeld is? Waarom wel/niet? Is het een bruikbaar spel om de ontwikkeling te stimuleren? Waarom wel/niet? d Trek een conclusie. Schrijf een advies van ongeveer 175-225 woorden.

7

Buitenspelen is belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen. a Leg uit op welke manier buitenspelen verschillende ontwikkelingsaspecten beĂŻnvloedt.

b

Maakt het volgens jou voor de ontwikkeling uit waar je buiten speelt, op straat in een stad, in een park of in een weiland? Leg je antwoord uit.

1 16


Verwerkingsopdrachten

2 Inleiding activiteiten

1 Inleiding activiteiten 2

1

Bij spel staat plezier en ontspanning centraal. a Denk terug aan de spelletjes uit je eigen kindertijd. Aan welke heb je het meeste plezier beleefd en waarom?

b

Behalve plezier en ontspanning, leert een kind ook veel van spel. Spel is essentieel voor de ontwikkeling van het jonge kind. Leg in eigen woorden uit wat met deze uitspraak wordt bedoeld.

c

Schrijf in het schema hierna bij elk ontwikkelingsgebied minimaal twee voorbeelden van het belang van spel.

Ontwikkelingsgebied Voorbeelden van wat leert het kind Sociaal Persoonlijk Emotioneel Motorisch Cognitief

2

Bij een activiteit als sport kan het gaan om kracht, snelheid, behendigheid en om plezier, ontspanning en gezelligheid. a Welke sporten heb jij gedaan of doe je nog steeds?

b

Wat is voor jou persoonlijk het belang (geweest) van sport? Gebruik in je antwoord de begrippen motief en gevoelswaarde.

1 17


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

3

In je werk als pedagogisch medewerker krijg je te maken met verschillende soorten activiteiten. a Leg in je eigen woorden uit wat bij elk van de volgende activiteiten centraal staat. Ontspanningsactiviteit:

Creatieve activiteit:

Expressie activiteit:

Culturele activiteit:

Zelfzorgactiviteit:

Sport- en spelactiviteit:

b

Zet de volgende woorden of woordgroepen op de juiste plek in de tabel hierna. • kookles • uitstapje naar het museum • mountainbiketocht • graffiti-les • game ‘battle’ • rapworkshop creatief expressie cultureel zelfzorg sport spel

1 18


Verwerkingsopdrachten

c

2 Inleiding activiteiten

Activiteiten zijn belangrijk voor het welzijn van mensen. Geef argumenten voor deze stelling en maak daarbij een onderscheid tussen kinderen en volwassenen. Kinderen: 1 2 3 4 Volwassenen: 1 2 3 4

4

Het is noodzakelijk dat je bij het aanbieden van activiteiten aansluit bij de ontwikkelingsfase van het kind. a Ken je uit eigen ervaring een voorbeeld van een activiteit of een opdracht op school die te moeilijk of te gemakkelijk voor je was? Wat gebeurde er? Beschrijf je ervaring in het kort en leg uit welk gevoel je erbij had.

b

Wat is het gevolg als je aan een kind een activiteit aanbiedt die: Te gemakkelijk is:

Te moeilijk is:

1 19


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

5

In het pedagogisch werk krijg je te maken met vaste dag-, week- en jaarprogramma’s. a Schrijf in het schema in elke kolom drie voorbeelden van activiteiten in groep 8 van een basisschool. Maak daarbij een onderscheid tussen een dag-, week- en jaarprogramma.

Dagprogramma

1

6

Weekprogramma

Jaarprogramma

b

Een vast dag-, week- en jaarprogramma heeft veel voordelen. Noem minimaal drie voordelen.

c

Wat zijn de nadelen?

Ontwikkelingsgerichte activiteiten stimuleren altijd meerdere ontwikkelingsgebieden. a Noteer bij de volgende activiteit minimaal drie ontwikkelingsgebieden met een korte uitleg erbij. Het verstopspelletje ‘kiekeboe’ (je handen voor je gezicht doen en vervolgens ben je weer terug: ‘kiekeboe!’) bij een baby van 9 maanden

b

Welke ontwikkelingsgebieden stimuleer je bij het samen een liedje zingen in de groep?

c

Bedenk zelf een activiteit die minimaal drie ontwikkelingsgebieden stimuleert. Noteer de activiteit, de leeftijdsgroep en de ontwikkelingsgebieden met een korte uitleg erbij.

1 20


Verwerkingsopdrachten

3 Spel en ontwikkeling

1 Spel en ontwikkeling 3

1

In je werk als pedagogisch werker kun je een onderscheid maken tussen verschillende soorten spel zoals bouwen en met de poppen spelen. a Waarmee of wat speelde je het liefst als kind?

b

Welke gevoelens heb je ervaren tijdens het spel dat je speelde in je kindertijd?

c

Wat heb je geleerd van die verschillende soorten spel?

d

Een kind moet spelen om zich te kunnen ontwikkelen. Leg in eigen woorden uit wat dit betekent.

e

Samen spelen lijkt iets heel vanzelfsprekends. Toch is er veel dat kinderen moeten leren op dit vlak. Noem drie voorbeelden.

f

Sturing van jou als pedagogisch werker speelt bij het spel een belangrijke rol. Welke vaardigheden heb jij die daarbij van pas kunnen komen?

1 21


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

2

Stel je de volgende situatie voor: a In de groep Het Volgelnest van een organisatie voor naschoolse opvang zitten kinderen van 4-6 jaar bij elkaar. Kies bij elk soort spel in het schema hierna een geleide activiteit die bij deze leeftijdsgroep past.

Soort spel

Activiteit

Bewegingsspel Imitatiespel Constructiespel Sociaal spel Prestatiespel Digitaal spel

1

b

Veel kinderen zijn tegenwoordig te dik, omdat ze te weinig bewegen. Hoe zou je meer beweging kunnen inbouwen in de dagelijkse activiteiten van kinderen op de basisschool? Noem drie punten.

c

Hoe zou je sociaal spel kunnen stimuleren op de speelplaats? Noem drie voorbeelden.

d

Kijk op internet bij afbeeldingen bij het project Playground van kunstenaar James Mollison (Kenia 1973, opgegroeid in Engeland). Hij trok naar speelplaatsen over de hele wereld om er kinderen te fotograferen. Welke verschillen zie je tussen de Nederlandse situatie en die in andere landen van de wereld? Noem drie voorbeelden.

1 22


Verwerkingsopdrachten

3

4

3 Spel en ontwikkeling

Spel is in elke leeftijdsfase belangrijk. Toch zie je dat jongeren minder spelen dan kinderen. a Welke verklaring kun je daarvoor geven?

b

Veel jongeren besteden veel tijd aan gamen. Een nadeel van gamen is dat je eraan verslaafd kunt raken. Heb je zelf misschien ook ervaren dat je veel tijd besteedde aan online spelletjes? Zo ja, wat hielp je eraf?

c

In de theorie staat: Als pedagogisch werker kan het je taak zijn, indien nodig, jongeren uit te dagen tot spel. Met welke activiteiten, behalve gamen zou je jongeren kunnen uitdagen?

a

Spel stimuleert de ontwikkeling op verschillende gebieden. Zet in de tabel hierna het cijfer van de situatie bij het juiste ontwikkelingsgebied.

Situatie 1 In de poppenhoek spelen drie kinderen ‘begrafenisje’. De oma van een van de kinderen is onlangs overleden.

Situatie 2 Een groepje kinderen mag in de boom klimmen op het schoolplein om de kerstverlichting op te hangen.

Situatie 3 Juf leest voor. Tussendoor stelt ze steeds vragen aan de kinderen: ‘Wat zou er gebeuren als…’, ‘Waarom gaat …’, ‘Wat denk je dat…’

Situatie 4 In het gezinshuis doet de pedagogisch medewerker een spel met de groep: ‘Kies drie kaartjes die het meest bij jou passen. Leg aan de ander uit waarom dat zo is.’

Situatie 5 De kinderen in groep 7 willen een speelgoedmarkt organiseren en bedenken daarvoor samen een plan.

1 23


THEMA 1 Inleiding ontwikkeling en activiteiten

Ontwikkelingsgebied

Situatie

lichamelijk cognitief sociaal persoonlijkheid emotioneel

b

Wat kan het gevolg zijn als de ontwikkeling op elk van deze gebieden niet goed verloopt? Noem bij elk ontwikkelingsgebied twee punten. Lichamelijk:

Cognitief:

Sociaal:

Persoonlijkheid:

Emotioneel:

5

De houding van een pedagogisch werker kan een positieve invloed hebben op het spel van kinderen. a Welke ervaring heb je daarin al opgedaan tijdens je BPV?

1 24


Verwerkingsopdrachten

6

3 Spel en ontwikkeling

b

Bij het vrije spel van kinderen kun je als pedagogisch werker drie houdingen aannemen. Welke zijn dat?

c

Stel, jij bent onderwijsassistent in de klas. Drie kinderen van 5 jaar spelen in de huishoek en kibbelen met elkaar over wat ze gaan spelen. Wat zou je kunnen doen? Betrek in je antwoord de houdingen die je hebt genoemd bij b.

a

Geef in je eigen woorden weer wat wordt bedoeld met de begrippen ‘spel belemmerende factoren’ en ‘spel stimulerende factoren’.

b

Bedenk drie voorbeelden van spel belemmerende factoren bij een kind van 11 jaar in een gezinshuis.

c

Hou zou je het sociale spel van Suse kunnen stimuleren in de volgende situatie?

Suse (4) is een van de oudere kinderen op het kinderdagverblijf. Nog een paar maanden en ze gaat naar de basisschool. Als kinderen met haar willen spelen, reageert ze vaak heel kattig: ‘Nee, ik wil niet met jou spelen. Dit is van mij.’ Met als gevolg dat ze vaak alleen zit.

1 25


WERKBOEK NIVEAU 3&4

Ontwikkeling en activiteiten PW

Deze uitgave Ontwikkeling en activiteiten PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W2 Bereidt de uitvoering van activiteiten voor B1-K1-W5 Stimuleert de ontwikkeling door het aanbieden van activiteiten De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

pedagogisch werk

PW Ontwikkeling en activiteiten PW WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Auteur: M. Baseler A.C. Verhoef Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 622522

MBO_WB_Welzijn_ontwikkelingenactiviteiten_PW_210x297mm.indd All Pages

7/09/16 13:34

Ontwikkeling en activiteiten PW werkboek  

Ontwikkeling en activiteiten PW werkboek niveau 3 en 4 maakt deel uit van de serie Traject Welzijn.

Ontwikkeling en activiteiten PW werkboek  

Ontwikkeling en activiteiten PW werkboek niveau 3 en 4 maakt deel uit van de serie Traject Welzijn.