Issuu on Google+

2 editie e

www.mundo-online.nl Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek leerjaar 2 VMBO-KGT

2e editie Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt lesboek

www.mundo-online.nl

9006488012_omslag.indd 1

08-08-13 11:07


Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek

leerjaar 2 / vmbo-kgt

Auteurs: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Ilse Ouwens, Theo Peenstra & Paul Scholte Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra

06488012_KGT2_LB_titelpagina.indd 1

28-08-12 10:36


Methodeoverzicht vmbo-kgt

vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 3

Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 4

Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 5

De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 6

Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Projectschrift 2

Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 5

De stad

Projectschrift 5 De stad

Projectschrift 5 De stad

lwoo/vmbo-bk Leerjaar 1

Themaschrift 1

Lesboek leerjaar 1 vmbo-kgt Wie ben ik?

Leerjaar 2

Lesboek leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo

Lesboek leerjaar 2 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 7

Wereldhandel

Themaschrift 7 Wereldhandel

Themaschrift 7

Wereldhandel

Themaschrift 8

Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 9

Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Projectschrift 9

Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Projectschrift 12

Projectschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Wie wonen er in Nederland?

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Toetsen

Toetsen

Toetsen

Leerlingensite

Leerlingensite

Leerlingensite

Docentensite

Docentensite

Docentensite

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48801 2 Tweede druk, vierde oplage, 2015 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo 1e editie. Aan Mundo 1e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

06488012_KGT2_LB_methodeoverzicht.indd 2

27/02/15 10:33


3

Inhoud Hoe werk je met Mundo?

4

Thema 7 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wereldhandel Peper en nootmuskaat Menukaart 1 Koffie en suiker Menukaart 2 Schoenen en mobieltjes Menukaart 3 Jij en de wereldhandel

6 8 12 14 18 20 24 26

Thema 11 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Conflict in Israël Israël Menukaart 1 Ontstaan van het conflict Menukaart 2 Vrede in zicht? Menukaart 3 Meningen

94 96 100 102 106 108 112 114

Thema 8 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Hoe vrij ben jij? Franse volk eist vrijheid Menukaart 1 Vrijheid in Nederland Menukaart 2 Zorg of bemoeizucht? Menukaart 3 Helemaal vrij?

28 30 34 36 40 42 46 48

Thema 12 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wie wonen er in Nederland? Baby’s en bejaarden Menukaart 1 Komen, blijven of weggaan? Menukaart 2 Nederland in de toekomst Menukaart 3 Hoe leef jij in 2038?

116 118 122 124 128 130 134 136

Thema 9 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4 Thema 10 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Milieu 50 Milieu en milieuproblemen 52 Menukaart 1 56 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 58 Menukaart 2 62 De toekomst van het milieu 64 Menukaart 3 68 Het milieu en ik 70

9006488012_BW_boek.indb 3

Europa Eerste Wereldoorlog en crisis Menukaart 1 Tweede Wereldoorlog Menukaart 2 Nooit meer oorlog Menukaart 3 Jij en Europa

72 74 78 80 84 86 90 92

Tijdwijzer

138

Vaardigheden

144

Register

156

Illustratieverantwoording

158

Voor de docent

160

28-08-12 10:29


4

Hoe werk je met Mundo? Dit is het lesboek van Mundo. Samen met het themaschrift heb je dit boek elke les nodig voor het vak mens en maatschappij. Voor de ict-opdrachten heb je ook nog het internet nodig: je vindt de opdrachten op www.mundo-online.nl. Hoe je met het lesboek en het themaschrift werkt, leggen we je op deze pagina’s uit.

Blokken Blok 1

51

Thema 9: Milieu

start Plastic soep

Je denkt er misschien niet zo bij na, maar wat gebeurt er met een plastic colaflesje dat op straat slingert? Wordt het opgeveegd door de gemeentereiniging of rolt het in de gracht? Via kanalen en rivieren komt het dan misschien in zee, waar het meegevoerd wordt door een zeestroom. Zeestromen komen op een paar plekken in de oceanen samen. Drijvend plastic afval komt daar ook terecht. De enorme hoeveelheden afval van schepen en boorplatforms, maar ook via rivieren van het land, drijft op die plekken jarenlang rond. Die plekken zijn ontzettend groot. In de Grote Oceaan drijft een plastic soep die ongeveer twee keer zo groot is als de Verenigde Staten. Charles Moore, een Amerikaanse oceanoloog, vindt de plastic soep een groot probleem. Hij zeilde de oceaan over en voer toen een week lang door de rommel. Er zit van alles tussen, van legosteentjes en flessendoppen tot complete kano’s. Veel mensen denken dat de plastic soep een soort drijvend eiland is. Maar de plastic troep drijft net onder het wateroppervlak in een laag van zo’n tien meter diep. Daardoor zie je het niet, ook niet met een satelliet. Jaarlijks sterven er een miljoen vogels en honderdduizend zeezoogdieren omdat ze injectiespuiten, aanstekers en tandenborstels inslikken, die ze voor voedsel aanzien. HOOFDVRAAG VAN DIT THEMA: Welke invloed hebben mensen op het milieu?

(in de docentenhandleiding)

In 1789 ging het mis in Frankrijk. De oogst was mislukt en er was weinig werk. Miljoenen Fransen hadden honger. Koning Lodewijk XVI (de zestiende: de kleinzoon van Lodewijk XIV) wilde extra belastingen heffen. Hij moest daarvoor toestemming vragen aan de drie standen. De burgers van de derde stand wilden alleen meer betalen als ze ook meer inspraak kregen. Maar daar was de koning het niet mee eens. De burgers verlieten boos de vergadering met de koning. Veel arme mensen waren het eens met de burgers. Op 14 juli 1789 bestormde een groep Parijzenaars de koninklijke gevangenis: de Bastille. Daarna braken er overal in Frankrijk rellen uit. In die chaos namen de burgers de regering over. De nieuwe regering voerde veel veranderingen door: • De standenmaatschappij werd afgeschaft: iedereen was gelijk. • Er kwam een grondwet. In de grondwet stond hoe het land bestuurd moest worden. • Het volk mocht zelf de regering kiezen. Frankrijk werd een democratie. In een paar dagen tijd was er door de opstand tegen de koning veel veranderd in Frankrijk. Je noemt dit een revolutie.

BRON 3 De drie standen.

Boeren en burgers betalen

Iedereen is gelijk, toch? In de tijd van Lodewijk XIV niet. Frankrijk was in de zeventiende eeuw een standenmaatschappij. Iedereen hoorde bij een groep met eigen rechten en plichten: een stand. Er waren drie standen: • eerste stand: geestelijken (mensen die voor de kerk werken); • tweede stand: edelen; • derde stand: boeren en burgers. De eerste en tweede stand hoefden geen belasting te betalen. Boeren en burgers moesten wel belasting betalen. En dat terwijl veel boeren arm waren. Sommige burgers waren wel rijk. Zij konden de belasting wel betalen, maar ze hadden geen inspraak. De koning kon doen en laten wat hij wilde met hun belastinggeld. Het geld ging op aan dure feesten en het voeren van oorlog. Daar waren de burgers het niet mee eens.

‘U zult mij alleen helpen met uw raad als ik u erom vraag. Ik verbied u ook maar iets te ondertekenen buiten mijn opdracht om. Ik wens dat u bij mij persoonlijk iedere dag verantwoording aflegt over wat u gedaan hebt. (…) U weet nu wat mijn wil is. Het enige wat u nu nog hoeft te doen, is mijn wil uitvoeren.’ BRON 2 Lodewijk XIV spreekt tot zijn ministers (1661).

BRON 1 Lodewijk XIV omringde zich met pracht en praal (schilderij van Rigaud,1701). 1700

1800 TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES

1715: dood van koning Lodewijk XIV

1789: Franse Revolutie 1795: Fransen de baas in Nederland

1799: Napoleon aan de macht

BRON 4 Op 14 juli 1789 bestormden burgers de Bastille. In deze koninklijke gevangenis werden vooral burgers opgesloten die kritiek hadden op de koning.

1850 TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES

Willem I koning van Nederland

1815: Napoleon verslagen 1848: Nederland krijgt nieuwe grondwet

Nederland krijgt grondwet

In de blokken staat de lesstof die je moet leren: begrippen, leerteksten, beeld- en tekstbronnen. Je gebruikt deze informatie om de opdrachten in het themaschrift te maken. In blok 1 en 4 gaat het vooral over wat het onderwerp met jou en jouw omgeving te maken heeft.

Menukaarten Thema 8 Hoe vrij ben jij? Menukaart 3 Zorg of bemoeizucht?

46

Menukaart 3

A Begrotingsspel

Volksverzekeringen

b Met voorleesverhaal!

Franse volk eist vrijheid Een machtige koning

Start Thema 9 Milieu Start

31 Weg met de koning!

Vandaag mag ik de koning zijn pruik opzetten. Wat een grote eer! De Franse koning Lodewijk XIV (je zegt: Lodewijk de veertiende) was in de zeventiende eeuw de machtigste koning van Europa. Hij woonde met duizenden edelen en bedienden in een groot paleis in Versailles, bij Parijs. Lodewijk zorgde ervoor dat de edelen aan zijn hof een luxe leventje konden leiden. Ze werden vermaakt met toneelvoorstellingen, jachtpartijen en enorme feesten. Zo kon de koning de edelen goed in de gaten houden, zodat ze niet tegen hem in opstand zouden komen. Iedere dag besprak Lodewijk XIV de stand van zaken in het land met zijn ministers. De koning luisterde naar hun adviezen, maar nam daarna in z’n eentje de belangrijke beslissingen. Hij had alle macht in het land. Die macht had hij gekregen van God, dachten de Fransen en ook Lodewijk zelf. Deze manier van regeren heet absolutisme.

Het lesboek bestaat uit zes thema’s. Een thema is op een vaste manier opgebouwd: een Start, en daarna een aantal Blokken en Menukaarten. Achter in het lesboek vind je nog de Tijdwijzer en de Vaardigheden.

50

Thema 8 Hoe vrij ben jij? Blok 1 Franse volk eist vrijheid

30

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Begrotingsspel’.

B Gezond leven Voorlichting

De overheid probeert het gebruik van ongezonde producten te beperken door accijns te heffen. Als producten duurder worden, kunnen mensen er minder van kopen. En dat is wel zo gezond. Maar een prijsstijging helpt niet bij iedereen. Daarom wil de overheid het ook anders aanpakken. De overheid houdt voorlichtingscampagnes om het gebruik van ongezonde producten te ontmoedigen.

In de Start lees je een verhaal over het thema. Je ontdekt waar het thema over gaat.

47

C Goed verzekerd in Nederland

Als je werkt, betaal je verplicht premies voor sociale verzekeringen. Er zijn twee soorten sociale verzekeringen: volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. Iedereen die werkt, dus ook mensen met een eigen bedrijf, moet premies voor de volksverzekeringen betalen. Dit geld wordt gebruikt om mensen in bepaalde situaties een uitkering te geven. In bron 29 zie je welke volksverzekeringen er zijn. De bekendste zijn de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Algemene Ouderdomswet (AOW). Volgens de AKW krijgt iedereen met jonge kinderen geld. De AOW regelt dat iedereen die ouder is dan 65 jaar een uitkering krijgt. Deze leeftijd wordt in de toekomst waarschijnlijk verhoogd. Als je ziek wordt, zijn er natuurlijk ook kosten, zoals een behandeling in het ziekenhuis. Deze kosten worden uit de premies van de Zorgverzekeringswet betaald. Iedereen die in Nederland woont is verplicht zich hiervoor te verzekeren.

Werknemersverzekeringen

Als werknemer betaal je ook premies voor werknemersverzekeringen. Deze verzekeringen gelden alleen voor werknemers, dus niet voor mensen met een eigen bedrijf. Een belangrijke verzekering is bijvoorbeeld de Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (WULBZ). Deze wet zorgt ervoor dat je, als je door ziekte niet kunt werken, toch loon krijgt. Werknemers kunnen ook hun baan verliezen en werkloos worden. Hiertegen zijn zij verzekerd door de Werkloosheidswet. Als je werkloos wordt, krijg je een bepaalde tijd je loon doorbetaald.

Bron 29 Overzicht sociale verzekeringen.

Sociale verzekeringen

Werknemersverzekeringen

Volksverzekeringen

Geldt voor: • werknemers

Geldt voor: • iedereen

Soorten: • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) • Werkloosheidswet (WW) • Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsverplichting Bij Ziekte (WULBZ)

Soorten: • Algemene Ouderdomswet (AOW) • Algemene nabestaandenwet (Anw) • Algemene Kinderbijslagwet (AKW) • Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) • Zorgverzekeringswet (ZvW)

Bron 28 Campagne tegen alcoholgebruik van kinderen.

Blok 1, 2 en 3 sluiten steeds af met een eigen menukaart. Je mag hier zelf kiezen welke van de drie opdrachten je van de menukaart wil gaan doen. Je bent ongeveer één lesuur bezig met de opdracht. In leerjaar 2 is er per thema ook altijd een keuzemenu Economie.

9006488012_BW_boek.indb 4

28-08-12 10:29


5

Tijdwijzer

In de Tijdwijzer vind je een grote tijdbalk waar belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis op staan. De Tijdwijzer helpt je om het onderwerp te plaatsen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld zien wat 50 jaar geleden of 5.000 jaar geleden een belangrijke gebeurtenis was.

Vaardigheden

Op deze pagina’s vind je een handig overzicht van vaardigheden die je nodig hebt bij het vak mens en maatschappij. In ieder thema oefen je veel met deze vaardigheden.

Begrippen

www.mundo-online.nl

Mundo heeft een eigen website. Hier vind je de volgende onderdelen: • Ict-opdrachten. Je kunt bijvoorbeeld in blok 1 op de juiste ict-opdracht klikken. • Vaardigheden. De vaardigheden uit je lesboek vind je ook online. • Tijdwijzer. De Tijdwijzer uit je lesboek vind je ook online. • Animaties en filmpjes. Bij stukjes leerstof en bij begrippen kun je online animaties en filmpjes bekijken die de stof nog eens op een andere manier uitleggen. • Test jezelf. Bij elk thema en elk blok kun je een oefentoets maken op de computer.

Als een woord vetgedrukt is, dan is het een belangrijk begrip, waarvan je de betekenis moet kennen. Achter in het lesboek kun je in het register altijd opzoeken waar de begrippen staan.

Bronnen en figuren

In het lesboek vind je bronnen. Dat zijn plaatjes en teksten over een onderwerp. In het themaschrift staan figuren.

Lesboek en themaschrift

Dit lesboek gebruik je bij de themaschriften. In het themaschrift staan de opdrachten die je moet maken.

9006488012_BW_boek.indb 5

28-08-12 10:29


6

Kaart uit een boek van Jan Huygen van Linschoten uit 1596.

9006488012_BW_boek.indb 6

28-08-12 10:29


Thema 7 Wereldhandel Start

7

Thema 7: Wereldhandel

START Wereldberoemd reisboek

Enkhuizen 1579. Jan Huygen van Linschoten is een jongen van zestien jaar. Hij wil graag iets zien van de wereld. Jan Huygen vertrekt naar Spanje en gaat van daaruit naar Portugal. Hij krijgt een baan bij de nieuwe bisschop van Goa, de belangrijkste Portugese kolonie in India. Met zijn nieuwe werkgever en zijn oudere broer Willem Tin vertrekt Jan Huygen naar India. De reis gaat voorspoedig en na ongeveer zes maanden komen zij aan. Willem Tin blijft niet lang in India. Jan Huygen geeft hem een lange brief voor zijn ouders mee. Hij schrijft: ‘… mijn hart drukt dag en nacht om vreemde landen te bekijken, zodat ik wat te vertellen heb als ik oud ben.’ Jan Huygen blijft enkele jaren in dienst van de bisschop en verzamelt in zijn vrije tijd allerlei informatie over volken, gebieden en handel in Azië. Na dertien jaar keert hij terug naar Enkhuizen. Zijn reisverslagen werkt hij uit tot een boek, Itinerario, dat een groot succes wordt. Op basis van de informatie uit Itinerario slaagt schipper Cornelis de Houtman er als eerste Nederlander in om naar Azië te varen. Op Java (Indonesië) sticht hij een handelspost. Na een aantal reizen naar Azië richten kooplieden uit de Republiek (zo heette Nederland in de zeventiende eeuw) de VOC op. De VOC is het eerste bedrijf dat wereldwijd handel drijft. Die handel maakt de Republiek rijk. Dit thema gaat over de wereldhandel vroeger en nu. HOOFDVRAAG VAN DIT THEMA: Waarom is er wereldhandel?

Met voorleesverhaal! (in de docentenhandleiding)

9006488012_BW_boek.indb 7

28-08-12 10:29


8

Blok 1

Peper en nootmuskaat Peperduur

Bron 1 Amsterdam in de zeventiende eeuw.

Amsterdam, wereldstad

Aan het eind van de zestiende eeuw kwamen de Nederlanders in opstand tegen de Spaanse koning. Tijdens die opstand werden de zeven noordelijke provincies (ongeveer wat nu Nederland is) onafhankelijk. Het nieuwe land werd de Republiek genoemd. Na de onafhankelijkheid ging het goed met de Republiek. Er werd veel geld verdiend met de handel. Amsterdam groeide uit tot de belangrijkste en rijkste stad van de Republiek en zelfs van de wereld! Amsterdam lag gunstig voor de handel. Vanuit Amsterdam kon je naar de Oostzee, de Noordzee en de Middellandse Zee varen. Antwerpen was in de zestiende eeuw een belangrijke concurrent van Amsterdam. Antwerpen bleef bij Spanje horen. De Republiek wilde die stad dwarszitten en blokkeerde de Antwerpse haven. Er konden geen schepen meer in of uit. Daarom weken de schepen uit naar de dichtstbijzijnde grote havenstad: Amsterdam. Er bleef daardoor nog maar weinig handel over in Antwerpen. De handelaren uit Antwerpen verhuisden naar Amsterdam om daar zaken te doen. Ze namen hun geld en contacten mee. Dat was natuurlijk gunstig voor Amsterdam. 1550

Houd jij van lekker pittig? Al drieduizend jaar gebruiken mensen peper om hun eten te kruiden. Peperkorrels komen van een tropische plant die in OostAzië groeit. Peper wordt vooral op Java verbouwd. Andere specerijen, zoals nootmuskaat, kaneel en kruidnagel, groeien op de Molukken. Tot de vijftiende eeuw kochten Europese kooplieden de specerijen van Arabische kooplieden in Egypte en Turkije. Portugese ontdekkingsreizigers vonden in 1498 als eersten de route over zee naar Azië. Ze hielden die route geheim, maar in 1595 ontdekten Nederlanders ook de weg over zee. Tussen 1595 en 1602 gingen Nederlandse kooplieden een aantal keren naar Indië. Ze kochten schepen en regelden een bemanning. De specerijen uit Indië werden na de terugreis in de Republiek verkocht. Al het personeel werd ontslagen en de schepen werden doorverkocht. De winst werd verdeeld tussen de kooplieden. Daarna werd er weer een nieuwe reis georganiseerd. Dan begon alles van voren af aan.

1600

1700 TIJD VAN REGENTEN EN VORSTEN

1579: Noordelijke Nederlanden onafhankelijk 1585: Antwerpen door Spanjaarden veroverd

9006488012_BW_boek.indb 8

1621: VOC vermoordt de bevolking van Banda

1602: oprichting VOC

1600-1700: Gouden Eeuw

1596: Nederlandse expeditie bereikt Indië

28-08-12 10:29


Thema 7 Wereldhandel Blok 1 Peper en nootmuskaat

9

VOC: samen sterk

Kooplieden uit verschillende Nederlandse steden organiseerden reizen naar Azië. Daar wilden ze allemaal hetzelfde kopen: specerijen. De Aziatische handelaren maakten handig gebruik van die situatie: ze vroegen steeds hogere prijzen. Omdat er meer schepen naar de Republiek teruggingen, steeg het aanbod van specerijen in Europa. Het gevolg was dat de prijs van specerijen in Europa daalde. De handelaren gingen steeds minder verdienen. De overheid greep in en dwong alle Nederlandse kooplieden om samen te werken. Zo stonden ze ook sterker tegenover buitenlandse concurrenten. In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. De VOC mocht als enige bedrijf handelen in specerijen. Verder kreeg de VOC het recht om langs de weg naar Indië forten te bouwen en oorlog te voeren. De VOC kocht specerijen in Indië en bracht die naar Amsterdam om ze te verkopen. Een bedrijf dat alleen handelt in producten zonder die zelf te maken of te bewerken heet een handelsonderneming. De reis naar Indië duurde lang. Daarom had de VOC op de route een aantal handelsposten en forten gebouwd. De VOC had vestigingen over de hele wereld en was de eerste multinational.

9006488012_BW_boek.indb 9

Bron 2 Pakhuizen in Amsterdam uit de zeventiende eeuw.

Aandelen

Het bijzondere aan de VOC was, dat het een blijvende onderneming was. De mensen die geld in het bedrijf stopten, kregen een aandeel in het bedrijf. Jan Huygen van Linschoten uit de Start van dit thema kocht bijvoorbeeld voor 1500 gulden aandelen. Dat was heel veel geld, maar je kon ook voor een veel kleiner bedrag aandelen kopen. Als de VOC winst maakte, kregen de aandeelhouders een deel van de winst. Die winstuitkering heet dividend. Had iemand geld nodig, dan kon hij zijn aandeel verkopen aan een ander. De aandelen konden dus wisselen van eigenaar, maar het geld dat de VOC had verkregen met de aandelen bleef in het bedrijf. De VOC was de eerste naamloze vennootschap (NV). Dat is een bedrijf waarvan de eigenaren een of meerdere aandelen bezitten.

28-08-12 10:29


10

Bron 3 Fort Batavia. Schilderij uit 1656.

De handel van de VOC

De VOC probeerde ervoor te zorgen dat zij als enige kon handelen in een bepaalde specerij. Daarom sloot de VOC contracten met de dorpshoofden waarin stond dat de bevolking een bepaalde specerij alleen aan de VOC mocht verkopen. De VOC gaf het dorpshoofd in ruil daarvoor wapens of hielp hem zijn tegenstander uit te schakelen. Op de Banda-eilanden had deze werkwijze van de VOC grote gevolgen voor de bevolking. Rond 1600 kwam de nootmuskaatboom alleen op die eilanden voor. De VOC had een contract gesloten met de dorpshoofden dat zij nootmuskaat en foelie (producten van de nootmuskaatboom) alleen aan de VOC mochten verkopen. Toen de Bandanezen toch deze specerijen verkochten aan de Engelsen en Portugezen, sloeg de VOC hard toe. Met geweld veroverde de VOC Banda. In 1621 was iedereen op de Banda-eilanden gedood, verbannen of gevlucht. De grond werd verhuurd aan Nederlanders, die daar een plantage met nootmuskaatbomen op begonnen. De plantagehouders mochten de foelie en muskaatnoten uitsluitend aan de VOC leveren. Op de eilanden buiten Banda werden alle

9006488012_BW_boek.indb 10

nootmuskaatbomen omgehakt. Zo werd de VOC in Europa de enige leverancier van muskaatnoten en kon zij hoge prijzen vragen.

Afzet en omzet

De schepen van de VOC haalden in Indië specerijen op. Er werd geteld hoeveel zakken peper er werden ingeladen. In Amsterdam werd de lading naar pakhuizen overgebracht. Natuurlijk werd er dan ook geteld. Zo wist men altijd hoeveel er in voorraad was. Zodra er 25 zakken peper verkocht waren, werd dat opgeschreven. De afzet was dan 25 zakken peper. De afzet is de hoeveelheid die is verkocht. Het bijhouden van de afzet was nodig, want als de voorraad peper te klein werd, moest er nieuwe peper worden gehaald in Indië. Het was ook belangrijk om te weten hoeveel geld de verkoop opleverde. Er werd in die tijd betaald met guldens. Als één zak peper werd verkocht voor 20 gulden en de afzet was 25 zakken peper, dan was er voor 25 x 20 = 500 gulden verkocht. De omzet was dan 500 gulden. De omzet is het geldbedrag waarvoor iets is verkocht.

28-08-12 10:29


Thema 7 Wereldhandel Blok 1 Peper en nootmuskaat

11

Kosten en winst

De VOC wilde zo veel mogelijk winst maken. Een zak peper werd verkocht voor 20 gulden. Zo’n zak werd in Indië ingekocht voor 5 gulden. Als er 25 zakken peper werden verkocht, dan was de inkoopwaarde 25 x 5 = 125 gulden. De VOC hield dus 375 gulden over. Dat is de brutowinst. De VOC had veel bedrijfskosten. De schepen waren duur en ook de bemanning moest loon krijgen. De bedrijfskosten kwamen per zak peper uit op 10 gulden. Als er 25 zakken peper werden verkocht, dan waren de bedrijfskosten 25 x 10 = 250 gulden. Van de brutowinst bleef dus 125 gulden over. Dat is de nettowinst.

Bron 4 De VoC had eigen munten.

omzet

= prijs x afzet

brutowinst = omzet – inkoopwaarde van de omzet nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten

Daar en nu: Nederlandse sporen in Indonesië

Bron 5

Van het VOC-verleden kun je in Indonesië nog altijd sporen zien. De huidige hoofdstad Jakarta was in de VOC-tijd de hoofdvestiging van de VOC. De stad heette toen Batavia. Batavia werd gebouwd als een Hollandse stad met grachten, pakhuizen, kantoren en woonhuizen in Hollandse stijl. Maar het klimaat is in Indonesië heel anders dan in Nederland. De grachten stonken enorm en de huizen waren niet koel genoeg. Batavia ligt laag en is omringd door moerassen. Het is er daardoor heet en in de zeventiende eeuw vol muggen die tropische ziekten overbrachten. De sterfte onder Europeanen was daardoor erg hoog. Rijke Europeanen lieten daarom grote buitenhuizen bouwen buiten Batavia, meer landinwaarts. De bouwstijl van huizen werd in de loop der tijd aangepast aan het tropische klimaat. Er werd gezorgd voor ventilatie en zo veel mogelijk schaduw.

Bron 6 oude pakhuizen in Jakarta aan een gracht (Kali Besar). Door de hitte stinkt het water enorm.

9006488012_BW_boek.indb 11

28-08-12 10:29


12

Menukaart 1

A De beurs

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘De beurs’.

B Tulpengekte

Dure tulpen

De zeventiende eeuw was een ‘gouden eeuw’. In de scheepvaart en op de beurs werd veel geld verdiend. Ook tulpenbollen waren een gewild product. Er kwamen steeds meer variaties in vorm en in kleur. Sommige tulpen waren zo bijzonder dat mensen er hoge prijzen voor wilden betalen. Op een gegeven moment ging het verhaal rond dat je veel geld kon verdienen met tulpenbollen, omdat de prijzen zouden blijven stijgen. Mensen kochten tulpenbollen, omdat ze erop gokten dat ze de bollen later tegen hogere prijzen konden verkopen. Dit heet speculeren. In 1637 daalden de prijzen. Iedereen wilde tegelijk van zijn dure tulpenbollen af. De prijzen kelderden. Veel speculanten zaten nu met duur betaalde bollen die niets meer waard waren.

9006488012_BW_boek.indb 12

Bron 7 Afbeelding van een bijzondere tulp uit de zeventiende eeuw.

28-08-12 10:29


Thema 7 Wereldhandel Menukaart 1 Peper en nootmuskaat

13

C Michiel de Ruyter: zeeheld

Varen en vechten

In de zeventiende eeuw was de Republiek vaak in oorlog. Met concurrent Engeland was de Republiek twee keer in oorlog. Die oorlogen werden op zee uitgevochten. De bekendste bevelhebber van de Nederlandse vloot was Michiel de Ruyter. Michiel de Ruyter werd in 1609 in Vlissingen geboren als zoon van een bierdrager. Hij werd in de leer gedaan bij een touwslager, maar eigenlijk wilde Michiel het liefst varen. In 1618 maakte hij zijn eerste reis als hoogbootsjongen naar West-IndiĂŤ (LatijnsAmerika). Daarna werd hij walvisvaarder, kaper en schipper. In 1652 vroeg de regering hem om de Nederlandse handelsschepen te beschermen tegen de Engelsen. Dit was het begin van Michiels loopbaan als luitenant-admiraal van de Nederlandse marine. Na 58 jaren vechten en varen stierf De Ruyter in 1676 aan een schotwond. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam werd een praalgraf voor hem opgericht. Bron 8 Admiraal Michiel de Ruyter. Schilderij van Ferdinand Bol uit 1667.

9006488012_BW_boek.indb 13

Bron 9 De brandende Engelse vloot voor Chatham, 20 juni 1667. Schilderij van Peter van de Velde, gemaakt tussen 1667 en 1700.

Overwinning op de Engelsen

Het grootste succes van Michiel de Ruyter was zijn tocht in 1667 naar Chatham, een plaats bij Londen. De Engelse vloot lag tijdelijk in de haven van de rivier de Theems, omdat koning Karel II een pauze wilde in de oorlog met de Republiek. Londen was namelijk getroffen door een pestepidemie en een groot deel van Londen was afgebrand in 1666. Michiel de Ruyter voer met zijn vloot richting Engeland en vernietigde een groot deel van de Engelse schepen. Voor de Engelsen was het een grote vernedering om in hun eigen wateren te worden verslagen. De Ruyter nam een van de belangrijkste schepen, de Royal Charles, vernoemd naar de Engelse koning, als buit mee terug naar de Republiek. Het wapen op de achterkant van dit schip kun je nu nog in het Rijksmuseum in Amsterdam bekijken.

28-08-12 10:29


14

Blok 2

Koffie en suiker

Het einde van de VoC

De handel in specerijen maakte van de VOC een machtig wereldbedrijf. Maar in de achttiende eeuw ging het mis. De VOC werd slecht bestuurd. En er kwam steeds meer concurrentie. In 1799 ging de VOC failliet. De Nederlandse regering nam alle bezittingen en schulden van de VOC over. De VOC-gebieden in Indië werden een kolonie van Nederland. Het gebied werd nu Nederlands-Indië genoemd. Na 1800 breidde de Nederlandse regering haar macht uit in de kolonie. Steeds meer gebieden werden toegevoegd aan de kolonie. Maar hoe bestuur je met een klein aantal Nederlanders zo’n groot gebied? De Nederlanders werkten samen met een groot aantal Indische edelen. Dat had als voordeel dat de bevolking naar haar eigen bestuurders moest luisteren. Maar de relatie tussen de Nederlandse en Indische bestuurders was vaak moeilijk. Tussen 1800 en 1830 kwamen de Indische vorsten regelmatig in opstand tegen het Nederlandse bestuur.

Bron 10 De Indische vorst Dipo Negoro was de leider van de grootste opstand tegen het Nederlandse bestuur: de Java-oorlog (1825-1830). op dit schilderij geeft hij zich over. Nederlands schilderij uit 1830.

Geld verdienen

De Nederlandse regering wilde geld verdienen in Nederlands-Indië. Op Java voerde de regering in 1830 daarom het cultuurstelsel in. Javaanse boeren moesten verplicht een vijfde deel van hun grond gebruiken om bepaalde gewassen te verbouwen. Dat waren gewassen waar in Europa veel vraag naar was: peper, koffie, suiker, thee en tabak. De boeren moesten die producten verkopen aan een bedrijf van de Nederlandse regering: de Nederlandse Handelsmaatschappij. De boeren kregen een vaste prijs voor hun gewassen. De Handelsmaatschappij vervoerde de producten naar Europa en verkocht ze daar met winst. Met dat geld liet de regering in Nederland kanalen graven, bruggen bouwen en (spoor)wegen aanleggen.

1800

1900 TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES

1799: VOC failliet

1830-1870: cultuurstelsel

1825-1830: Java-oorlog

9006488012_BW_boek.indb 14

1870-1914: modern imperialisme

1950 TIJD VAN WERELDOORLOGEN

1900: ethische politiek

1927: partij voor onafhankelijk Indonesië

1945: onafhankelijkheid Indonesië 1942-1945: Nederlands-Indië bezet door Japan

1949: Nederland erkent Indonesië

28-08-12 10:29


Thema 7 Wereldhandel Blok 2 Koffie en suiker

15

Het cultuurstelsel had grote gevolgen voor de Javaanse bevolking. Indische vorsten zetten de boeren onder druk om zo veel mogelijk te produceren. Want als de boeren meer produceerden, kregen de vorsten meer betaald. De vorsten werden zo rijk van het cultuurstelsel. Maar voor de meeste boeren was het anders. Het verbouwen van suikerriet was veel werk. En de boeren moesten ook onbetaald werk doen, zoals het aanleggen van wegen. De boeren hadden daardoor minder tijd om op hun rijstakkers te werken. De bevolking op Java was tussen 1817 en 1850 verdubbeld. Er was dus juist meer rijst nodig. Na een aantal misoogsten ontstond er op het dichtbevolkte Java hongersnood.

Europa de baas

9006488012_BW_boek.indb 15

Bron 11 Rijstbouw op Java nu. De grond op Java is vruchtbaar door de vele vulkanen op het eiland. Op de vulkaanhellingen zijn vlakke terrassen gemaakt.

BRUNEI

Gr ote

MALEISIË Kalimantan

Sumatra

Sulawesi INDONESIË

is Ind

Tussen 1870 en 1914 breidden Engeland, Frankrijk en Duitsland in snel tempo hun macht uit in Afrika en Azië. Deze landen wilden een groot wereldrijk stichten: een imperium. Dit streven heet het modern imperialisme. Waarom vonden Europese landen koloniën zo belangrijk? Ten eerste omdat een land met koloniën veel aanzien had. En verder moet je weten dat er in Europa in de negentiende eeuw fabrieken kwamen. Dit heet industrialisatie. De fabrieken hadden grondstoffen nodig, zoals katoen. Van grondstoffen werden in de fabrieken eindproducten gemaakt, zoals kleding van katoen. De fabrieken produceerden zo veel, dat het niet allemaal in Europa verkocht kon worden. Dus werden die producten in de koloniën verkocht. Lastig was dat de reis naar Azië veel tijd kostte. Die reis werd een stuk korter door het nieuwe Suezkanaal dat in 1869 werd geopend. Nederland had met Nederlands-Indië een groot koloniaal rijk. Maar de Nederlandse regering was eigenlijk alleen op Java echt de baas. De andere eilanden werden economisch pas interessant toen daar na 1870 grondstoffen werden gevonden, zoals olie en tin. Nederland breidde daarom haar macht uit in de buitengebieden. Dat was ook om te voorkomen dat andere Europese landen zich in de buitengebieden gingen vestigen. De Indische vorsten verloren macht en kwamen in opstand tegen Nederland. Pas rond 1910 was Nederland echt de baas op de meeste Indische eilanden.

ch e

Oc eaa

0

250

500 km

Oce aan

Maluku Nieuw-Guinea

Java n

AUSTRALIË Indonesië, grondstoffen plantagelandbouw (rubber, koffie, thee, tabak) aardolie aardgas koper nikkel en tin

Bron 12 Grondstoffen en plantagelandbouw in Indonesië nu.

28-08-12 10:30


16

Toen en nu: Boter uit de fabriek

Een oude, droge boterham zonder boter? Bah! Vroeger hadden de meeste mensen geen boter om op hun brood te smeren. Echte boter was alleen voor de rijken en de boeren, die hun eigen boter konden maken. De armen smeerden reuzel (uitgebakken varkensvet) op brood. Fabrieksarbeiders hadden zelfs geen geld voor reuzel. Zij aten droog brood. Daar kun je natuurlijk niet de hele dag op werken. In Frankrijk werd daarom een prijsvraag uitgeschreven om goedkope boter voor de arbeiders uit te vinden. Dat lukte: het werd margarine genoemd. In Nederland werd margarine al snel gemaakt door de familie Jurgens. De belangrijkste grondstoffen voor margarine – palmolie en kokosolie – kwamen uit Nederlands-Indië. Het bedrijf van de familie Jurgens ging later op in de multinationale onderneming Unilever. Unilever maakt nog steeds margarine, zoals Becel en Blue Band.

Bron 13 een reclame voor margarine (plantenboter) uit het begin van de 20ste eeuw.

9006488012_BW_boek.indb 16

Bron 14 De haven van Tandjong Priok, Java. Nederlandse schoolplaat.

Vrije ondernemers

Het cultuurstelsel leverde Nederland veel geld op. Toch kwam er in Nederland steeds meer kritiek op, vooral van ondernemers. Zij vonden dat de regering zich zo min mogelijk moest bemoeien met de economie. Dat alleen de Nederlandse Handelsmaatschappij handel mocht drijven in Indië, vonden zij slecht. Slecht voor zichzelf, maar ook voor de Indische bevolking. Een vrije economie was beter voor iedereen. De ondernemers geloofden in het kapitalisme. Dat is een economie waarin ondernemers eigenaar zijn van de bedrijven, niet de regering. In 1870 werd het cultuurstelsel afgeschaft. Ondernemers kregen de kans om bedrijven in Nederlands-Indië te beginnen. De Europese ondernemers hadden veel meer geld dan de Indische boeren. Zij konden grote plantages en bedrijven beginnen. Op Sumatra kwam bijvoorbeeld een grote tabaksplantage. Daar groeide al snel de beste tabak van de wereld. Ook werden er delfstoffen gevonden. Dat zijn stoffen die uit de grond worden gehaald, zoals olie en erts. Op Sumatra werd aardolie gewonnen door het bedrijf Koninklijke Olie, dat in 1890 werd opgericht. Later ging dit bedrijf samen met Shell.

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Blok 2 Koffie en suiker

17

einde aan de armoede

De regering moet beter zorgen voor de Indische bevolking. Dat vond een grote groep mensen rond 1900 in Nederland. Er moest een einde komen aan de armoede onder de Indische bevolking. Het geld dat in Indië werd verdiend, moest in Indië geïnvesteerd worden om de situatie van de Indiërs te verbeteren. Deze nieuwe politiek werd de ethische politiek genoemd. De aanhangers van de ethische politiek wilden de armoede bestrijden door: • onderwijs: door goed onderwijs zou de Indische bevolking beter voor zichzelf kunnen zorgen. • irrigatie: door irrigatie kon er meer rijst verbouwd worden. • emigratie: als mensen van het dichtbevolkte Java naar andere eilanden verhuisden, zou er minder honger zijn op Java. De ethische politiek was goed bedoeld, maar werkte niet zoals gehoopt. De armoede bleef bestaan. De bevolking op Java bleef groeien. En Indische arbeiders hadden geen andere keus dan voor een laag loon op de Europese bedrijven te blijven werken. Bron 15 Leerboek van de Nederlandse taal voor Indiërs uit 1922.

9006488012_BW_boek.indb 17

Bron 16 een schilderij wordt weggedragen uit het paleis van de Nederlandse bestuurder van Nederlands-Indië. Foto uit 1949.

Vrijheid

Wij willen zelf de baas zijn in ons land! Door de ethische politiek kon een kleine groep Indische jongeren studeren in Nederland. Deze studenten leerden dat Europese landen een eigen regering hadden. Waarom zijn in ons land de Nederlanders de baas?, vroegen zij zich af. In 1927 richtten de studenten een politieke partij op voor een onafhankelijk Indië. De partij kreeg veel aanhang. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd NederlandsIndië bezet door de Japanners. De Europeanen werden opgesloten in kampen. Eerst waren veel Indiërs blij met de Japanse bezetting. De Japanners beloofden vrijheid, maar daar kwam niet veel van terecht. Japan ging in 1945 weg uit Indië. Nederland wilde weer de baas zijn in Indië. Maar de Indiërs wilden niets meer met Nederland te maken hebben. Zij riepen de Republiek Indonesië uit. Nederland begon een oorlog om Indië terug te krijgen. In het buitenland was er veel kritiek op die oorlog. De Amerikaanse regering zette Nederland onder druk om weg te gaan uit Indië. Dat gebeurde in 1949.

28-08-12 10:30


18

Menukaart 2 A

Tempo doeloe een romantisch beeld

Het eerste wat ik Indië leerde was, dat er twee soorten mensen op de wereld zijn: blanken en kleurlingen. De blanke mens is de heer. Dat bewijst al dadelijk zijn manier van spreken. Hij verzoekt niet, maar hij beveelt. ‘Boy! Bier!’ en de Javaanse bediende rent direct geruisloos weg als een donkere schim en haalt het bier. Geduldig wacht de boy achter de deur tot hij geroepen wordt. Dan komt hij onmiddellijk met krom gebogen rug aangeslopen. Hij doet dit graag. Het is zijn beroep. Hij moppert niet, hij toont geen onwil. Hij dient omdat dat zijn bestemming is. De blanken leven absoluut afgezonderd. Er zijn twee werelden: die van de blanken en die van de kleurlingen. Nooit had ik kunnen denken dat ik nog eens louter en alleen door mijn blanke huid zoveel voorrechten zou genieten! Naar: L. Székely, Van oerwoud tot plantage. Het verhaal van een plantersleven (Amsterdam 1935) 86-87. Bron 17 L. Székely schrijft in 1935 over zijn ervaringen in de periode 1912-1928 als plantage-eigenaar op Sumatra.

Bron 18 Rond 1910 had iedere europeaan op Java die veel

‘Ik word bediend zoals thuis een vorst bediend wordt. Nee, dat klopt niet: waar werd thuis ooit een vorst bediend als ik nu? Nergens in Europa bestaat zo’n herenleven!’, schreef een plantageeigenaar in 1935. De meeste Nederlanders gingen na de onafhankelijkheid van Indonesië terug naar Nederland. Zij dachten met heimwee terug aan de jaren in Indië. Ze noemden die tijd ‘tempo doeloe’. In Indië hadden de Nederlanders een luxe leventje. Zij woonden in grote landhuizen en hadden bediendes die op de kinderen pasten, het huis schoonmaakten en de tuin bijhielden. Veel Nederlanders vonden dat ze een goede relatie hadden met hun bedienden. Dit romantische beeld komt vaak terug op foto’s uit deze tijd en in de romans die over Indië zijn geschreven. Maar als je de foto’s van die tijd goed bekijkt, zie je dat er een groot sociaal verschil is tussen de Nederlanders en de Indiërs. De Nederlanders waren de baas en staan op de foto’s op de voorgrond. De Indiërs hebben weinig te vertellen en staan op de achtergrond. Het romantische beeld van de tempo doeloe is daarom eenzijdig. Het laat zien hoe Nederlanders naar hun verblijf in Indië keken. In werkelijkheid was er sprake van een grote sociale ongelijkheid.

geld verdiende een auto. Hier poseert het gezin met hun

Bron 19 De Nederlanders lieten in Indië grote, statige

favoriete bediende. Foto uit 1900.

huizen bouwen. Foto uit 1910.

9006488012_BW_boek.indb 18

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Menukaart 2 Koffie en suiker

19

B Multatuli

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Multatuli’.

C Spel koloniale producten

Bron 20 Het Veluwe-spel van de Handelsmaatschappij De Veluwe, 1928-1929. Zie je hoe belangrijk de koloniën waren in het dagelijkse voedingspatroon van de Nederlanders?

9006488012_BW_boek.indb 19

28-08-12 10:30


20

Blok 3 Schoenen en mobieltjes Sneller en goedkoper

Een VOC-schip deed er in de zeventiende eeuw acht maanden over om van Amsterdam naar Batavia te varen. Tenminste: als het schip onderweg niet overvallen werd of verging. Nu varen reusachtige tankers en containerschepen in 28 tot 40 dagen dezelfde afstand, meestal zonder ongelukken. De kosten om zo’n groot, modern schip te laten varen, zijn natuurlijk hoger dan die van een schip in de VOC-tijd. Maar een modern schip met vijftien bemanningsleden kan duizenden containers tegelijk vervoeren. De kosten van het vervoer per product zijn daardoor in verhouding veel lager geworden. In het goederenvervoer zijn er twee soorten goederen: • Massagoederen: onverpakte goederen die in grote hoeveelheden worden vervoerd, zoals aardolie en graan. Deze goederen kun je gemakkelijk laden en lossen. • Stukgoederen: losse of verpakte goederen, zoals schoenen en zakken rijst. Het kost veel tijd om de goederen stuk voor stuk in- en uit te laden. Door de uitvinding van containers, dat zijn grote stalen kisten, is het vervoer van stukgoederen gemakkelijker geworden. De stukgoederen worden in de fabriek in een container gedaan. Een vrachtwagen of trein brengt de container naar de haven. Daar wordt de container in het schip gezet. Dat kan grotendeels automatisch, omdat de containers allemaal even groot zijn. Door het snelle en goedkope vervoer van goederen is de wereldhandel hard gegroeid. Bron 21 Containers kunnen gemakkelijk overgeladen worden op een ander vervoermiddel.

9006488012_BW_boek.indb 20

Verplaatsen van arbeid

Kijk eens op het labeltje van je spijkerbroek. Waarschijnlijk staat er ‘Made in China’ of zoiets op. Bijna alle katoenen kleding in jouw kast komt uit landen waar de lonen heel laag zijn. Bedrijven proberen om hun goederen zo goedkoop mogelijk te laten maken. Zo kunnen ze winst maken. Maar omdat andere bedrijven ook goedkoop produceren, probeert een bedrijf zijn producten ook goedkoop te verkopen. Zo kunnen bedrijven méér verkopen dan de concurrent en ook veel winst maken. Om de kosten laag te houden, wordt werk waarvoor veel mensen nodig zijn, gedaan in landen waar de lonen laag zijn. Dat worden lagelonenlanden genoemd. Schoenen, kleding, speelgoed, computers en mobieltjes worden daarom gemaakt in lagelonenlanden, zoals de landen in Oost-Europa of ontwikkelingslanden. Voor het meeste werk dat daar gedaan wordt, hebben mensen niet veel scholing nodig. Door de lage vervoerskosten is het produceren in lagelonenlanden gunstig. Het heeft immers geen zin om in China goedkope producten te maken, als daar hoge vervoerskosten bijgeteld moeten worden, voor ze in Europa verkocht kunnen worden.

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Blok 3 Schoenen en mobieltjes

21 Waarom daar?

Bron 22 Arbeiders van een fabriek in China maken schoenen voor de westerse markt.

Wereldwijde markt

Nike is een Amerikaanse onderneming. Het bedrijf laat zijn sportschoenen in China in elkaar zetten, maar de zolen komen uit Indonesië en de veters bijvoorbeeld uit Thailand. Ook het frontje, de batterij, de chip en het schermpje van je mobieltje komen uit verschillende fabrieken. Uiteindelijk vormen ze samen het toestel dat jij redelijk goedkoop kunt kopen. Multinationale ondernemingen laten onderdelen van producten vaak daar maken waar dat het goedkoopst is. Dat is dus vaak in verschillende landen. Door de komst van internet en communicatie via satellieten is het contact tussen mensen waar ook ter wereld steeds gemakkelijker. Deze steeds verdergaande uitwisseling van goederen en informatie en samenwerking van mensen uit verschillende landen heet mondialisering.

9006488012_BW_boek.indb 21

De armste landen van de wereld liggen in Afrika. Daar moeten de lonen dus nog lager zijn dan in Azië. Weten multinationale ondernemingen dat niet? Multinationale ondernemingen kiezen voor hun productie niet voor de allerarmste landen. Daarvoor zijn twee redenen: • Bedrijven willen zeker weten hoeveel goederen er in een bepaalde tijd kunnen worden gemaakt. In landen waar veel onrust is of waar niet een betrouwbare regering is, produceren ze daarom liever niet. • In de allerarmste landen zijn de havens en het wegennet vaak slecht. Ook valt de stroom vaak uit. Producten kunnen daardoor niet altijd op tijd geleverd worden. De loonkosten zijn trouwens niet de enige reden om uit rijke landen te vertrekken. Bedrijven die vervuilen, moeten in rijke landen zoals Nederland extra belasting betalen. Deze milieuheffing komt boven op de prijs. Producten worden daardoor duurder. Bedrijven proberen onder deze regels uit te komen door naar landen te verhuizen waar zulke wetten niet zijn. Toch hebben multinationale ondernemingen niet alleen vestigingen in lagelonenlanden. Het ontwerpen van de producten en de machines om ze te maken, en het bedenken van reclame gebeurt vooral in de rijke landen. Bron 23 Chinese filmposter van 007 James Bond.

28-08-12 10:30


22 Always Coca Cola? ‘Coca-Cola zuigt de grond leeg. Ze moeten hier weg!’ Dit zegt de 75-jarige boer Mohai. Hij verbouwt groenten, rijst en suikerriet pal naast de Coca-Colafabriek in het Indiase dorpje Mehdiganj. Met vuur in zijn ogen vertelt hij over de komst van de Coca-Colafabriek naar het dorp in 2000. ‘Binnen korte tijd daalde het waterniveau en kon ik mijn gewassen geen water meer geven. Uiteindelijk moest hij een stuk land verkopen voor de aanschaf van een nieuwe, dure waterpomp, die veel dieper de grond ingaat.

Bron 24 Vrij naar De Pers, 26 juli 2010.

Vrije handel

In een supermarkt liggen producten uit de hele wereld: druiven uit Namibië, kip uit Brazilië, cacao uit Ghana en kiwi’s uit Nieuw-Zeeland. Handelaren speuren de hele aardbol af naar de beste en goedkoopste producten. Dat wordt steeds gemakkelijker, omdat je steeds meer soorten goederen uit een ander land mag invoeren zonder invoerheffing te betalen. Invoerheffingen maken producten uit andere landen duurder voor een koper. Het is dan goedkoper om een product uit het eigen land te kopen. Als de invoerheffingen worden afgeschaft, ontstaat vrije handel. Daardoor neemt de invoer en uitvoer van goederen toe. Dat kan een land extra banen opleveren, bijvoorbeeld in het transport. Maar er kunnen ook banen verloren gaan, bijvoorbeeld in de productie.

9006488012_BW_boek.indb 22

De rol van de overheid

Het belangrijkste doel van multinationale bedrijven is het maken van winst. De rol van de overheid is het zorgen voor welvaart en welzijn van de bevolking. Zoals je in bron 24 ziet, gaat dat niet altijd samen. Voor de plaatselijke bevolking is de manier van produceren van de colafabriek nadelig. Maar omdat grote, multinationale bedrijven meer geld hebben dan veel overheden, hebben de bedrijven veel macht. Ze zorgen voor werk en ze betalen belasting. Zo hebben multinationale bedrijven veel invloed op overheden in arme landen. In China heeft de overheid juist een grote invloed. Tot 1980 was de overheid eigenaar van alle bedrijven in het land. Toen de regering in dat jaar besloot om in een paar steden ook buitenlandse bedrijven toestemming te geven om er fabrieken te bouwen, groeiden die steden snel. Er werden daarom meer van zulke open steden aangewezen. De bedrijven in die steden lieten veel producten maken door de Chinese staatsfabrieken, waardoor ook de gebieden rond de open steden snel gingen groeien. In Europa maakt de overheid regels voor de arbeidsomstandigheden in bedrijven. Als een bedrijf zich daar niet aan houdt, kunnen arbeiders klagen, en als ze gelijk hebben krijgt het bedrijf een boete. In China maakt de overheid ook zulke regels. Maar als arbeiders van een staatsfabriek protesteren, doen ze dat dus bij hun baas. Ze lopen een grote kans dat zij zelf gestraft worden, in plaats van de directie van het bedrijf. De meeste Chinezen houden zich daarom maar stil. Bron 25 Door het aanwijzen van open steden is de welvaart in sommige Chinese steden heel snel gegroeid.

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Blok 3 Schoenen en mobieltjes

23

Kennis is geld

Na de middelbare school ga ik studeren, zodat ik later een goedbetaalde baan krijg. In Nederland en andere westerse landen zijn de lonen hoog. Toch kan Nederland concurreren met landen waar de lonen veel lager zijn. • In westerse landen maken minder mensen in een uur meer goederen. Dat kan door machines en computers te gebruiken. Hoeveel een werknemer in een uur produceert, heet arbeidsproductiviteit. Door slim te werken met computers en machines is de arbeidsproductiviteit in westerse landen hoger dan in lagelonenlanden. • Doordat bedrijven en gebieden zich specialiseren, hebben ze minder last van concurrentie. Nederland is bijvoorbeeld gespecialiseerd in het vervoeren van goederen. We hebben goede havens en wegen. Maar er zijn ook bedrijven met goed opgeleid personeel. Die hebben veel ervaring in opslag, administratie, verpakken en het snel op de juiste tijd afleveren van goederen. Door een opleiding stijgt de arbeidsproductiviteit. Kennis levert dus geld op.

Bron 27 Havens met de grootste aantallen vervoerde containers per jaar in 1996 en 2010 (in miljoen standaardcontainers). Bron: Havenbedrijf Rotterdam.

Bron 26 Autofabrieken hebben een hoge arbeidsproductiviteit.

Poort van Europa

Als je iets hebt wat een ander niet heeft, dan ben je in het voordeel. Nederland heeft een gunstige ligging aan zee en de monding van een grote rivier. Veel schepen met goederen uit lagelonenlanden komen in Rotterdam aan land. Een deel van die goederen wordt bewerkt of opnieuw verpakt. Een deel van de goederen gaat direct verder naar het achterland van de Rotterdamse haven. Het achterland van een haven is het gebied dat de goederen uit die haven ontvangt of via die haven uitvoert. In het achterland van Rotterdam wonen veel mensen.

1996 2010 Miljoen Miljoen Haven Land containers Haven Land containers

Hongkong Singapore Kaohsiung Rotterdam Busan Long Beach Hamburg Los Angeles Antwerpen Yokohama

9006488012_BW_boek.indb 23

Verenigd Koninkrijk Singapore Taiwan Nederland Zuid-Korea Verenigde Staten Duitsland Verenigde Staten BelgiĂŤ Japan

13,5 13,0 5,1 5,0 4,9 3,0 3,0 3,0 2,5 2,5

Shanghai Singapore Hongkong Shenzhen Busan Ningbo Guangzhou Qingdao Dubai Rotterdam

China Singapore China China Zuid-Korea China China China Ver. Arabische Emiraten Nederland

29,1 28,4 23,5 22,5 14,2 13,1 12,5 12,2 11,6 11,1

28-08-12 10:30


24

Menukaart 3

A Schone kleren

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Schone Kleren’.

B Mondialisering: een goede zaak?

Meningen

Mondialisering gaat steeds verder. Mensen, goederen en diensten gaan tegenwoordig de hele wereld over. Dat heet ook wel globalisering. Moeten we daar blij mee zijn? Globalisten vinden van wel. Anders-globalisten zijn niet gelukkig met de gevolgen van globalisering en vinden dat er grenzen aan de globalisering gesteld moeten worden. Hun meningen: • Economie Globalisten: Mondialisering zorgt voor meer welvaart in arme en rijke landen. Producten worden voor iedereen goedkoper. In arme landen neemt de werkgelegenheid toe, doordat goederen daar geproduceerd worden. In rijke landen neemt het aantal banen in de handel en transport toe. Anders-globalisten: Door mondialisering nemen verschillen in welvaart tussen arme en rijke landen toe. Rijke landen geven bijvoorbeeld steun aan hun eigen boeren, waardoor die hun producten goedkoop kunnen verkopen. Daar kunnen boeren uit arme landen niet tegen concurreren. • Milieu Globalisten: Mondialisering zorgt voor meer welvaart. Rijke landen kunnen meer geld uitgeven voor de bescherming van het milieu. Zij kunnen bijvoorbeeld investeren in schonere technologie. Anders-globalisten: Door mondialisering is er veel transport. Dat is vervuilend. Verder worden producten daar gemaakt waar de kosten het laagst zijn. Bedrijven ontlopen milieuheffingen in rijke landen door in arme landen te produceren.

9006488012_BW_boek.indb 24

Bron 28 Meer leden, meer handel.

Bron 29 Een betoging tegen globalisering.

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Menukaart 3 met keuzemenu Economie Schoenen en mobieltjes

25

C Nederland handelsland

Concurrentie

Nederland is echt een handelsland. Nederlandse bedrijven kopen veel producten uit het buitenland en verkopen ook veel aan het buitenland. We handelen vooral met landen in de Europese Unie. Dat is logisch, want die landen zijn dichtbij, er wonen veel mensen en de koopkracht is groot in de EU. De handel is dus belangrijk voor Nederland. Maar hoe goed kunnen Nederlandse bedrijven concurreren met buitenlandse bedrijven? Dat is de concurrentiekracht. Voor de concurrentiekracht van een land zijn verschillende factoren belangrijk, zoals de arbeidskosten, de arbeidsproductiviteit en het opleidingsniveau van de bevolking.

2001

2007

Nederland

136

136

Duitsland

125

126

Frankrijk

135

132

Verenigd Koninkrijk

111

112

Polen

48

49

Zweden

114

116

Portugal

60

–

Bron 31 Arbeidsproductiviteit (EU-gemiddelde = 100). Bron: CBS.

Bron 32 Opleidingsniveau van de bevolking (2007).

Bron 30 Arbeidskosten per uur, 2007 (euro).

Bron: CBS. Nederland Duitsland

Nederland

Frankrijk

Duitsland

Verenigd Koninkrijk

Frankrijk

Polen

Verenigd Koninkrijk

Zweden

Polen

Portugal

Zweden 0

10

20

30

40

Portugal

arbeidskosten, 2007 (per uur in euro’s)

0

25

50

75

100

opleidingsniveau bevolking van 25-64 jaar, 2007 (in %)

lager voortgezet onderwijs of minder hoger voortgezet onderwijs hoger onderwijs

9006488012_BW_boek.indb 25

28-08-12 10:30


26

Blok 4

Jij en de wereldhandel

Meer banen, of toch niet?

Liggen er straks meer banen op jou te wachten door de grotere wereldhandel? Meer mondialisering betekent meer containers in de Rotterdamse haven. Vooral uit China komen steeds grotere containerschepen met kleding, speelgoed en elektronische apparaten. Dat levert werk op in Rotterdam: elke dag vertrekken er duizenden vrachtwagens, schepen en treinen om de Chinese spullen naar andere Europese landen te brengen. Maar er verdwijnt ook werk. Chinezen en andere Aziaten zijn steeds beter opgeleid. Ze kunnen daarom in de toekomst meer werk van ons overnemen. Computerbedrijven laten vanwege de lage lonen al jaren software ontwikkelen in bijvoorbeeld India. Grote Amerikaanse verzekeraars en internetwinkels verplaatsen afdelingen naar de Filipijnen. In dat land werken nu bijna een half miljoen mensen in callcenters, ze beantwoorden daar de telefoontjes van Amerikaanse klanten. De Filipijnen was vroeger een Amerikaanse kolonie, veel mensen spreken er daarom Engels met een Amerikaans accent. Amerikaanse klanten voelen zich daardoor op hun gemak. Bron 33 een Nederlands callcenter in Zuid-Afrika.

9006488012_BW_boek.indb 26

Nederlandse callcenters in het buitenland Voor Nederlandse bedrijven is Suriname een geschikt land om callcenters te vestigen. Suriname heeft naast de lage lonen extra voordelen. Veel Surinamers spreken goed Nederlands en door het tijdsverschil is het in Suriname dag als het in Nederland avond is. Dan zijn in Nederland de meeste mensen thuis. Ook het Afrikaans lijkt op het Nederlands. Veel Zuid-Afrikanen kunnen na een cursus vragen van Nederlandse bellers beantwoorden. Als je in Nederland Airmiles belt, dan krijg je een ZuidAfrikaan aan de lijn die je kan vertellen of 10.000 airmiles genoeg zijn voor een weekend Parijs. Bron 34 Bedrijven verplaatsen hun callcenters naar het buitenland.

Wat koop jij?

Zonder de lagelonenlanden is jouw spijkerbroek onbetaalbaar. Zoals je al weet, zoeken kledingmerken plaatsen in de wereld op waar hun kleding goedkoop geproduceerd kan worden. Dat gaat soms ten koste van mens en milieu. Nu denk je, dan koop je die producten toch gewoon niet. Maar het is lastig om de productie van allerlei producten goed te controleren. De verschillende delen van het product worden op verschillende plaatsen gemaakt en elk deel van de productie heeft z’n gevaren en problemen. Bij de katoenteelt worden vaak giftige stoffen gebruikt, in de spinnerijen en weverijen staan gevaarlijke machines die veel lawaai maken en in de naaiateliers zijn de lonen van de werknemers laag en werken er soms kinderen. Organisaties zoals Schone Kleren Campagne proberen klanten en fabrikanten te wijzen op de omstandigheden waaronder kleding gemaakt wordt. Ook proberen ze regels op te stellen waaraan de kledingmerken zich moeten houden: geen kinder- en dwangarbeid, veilige werkomstandigheden en een loon waarvan de arbeiders redelijk kunnen leven.

28-08-12 10:30


Thema 7 Wereldhandel Blok 4 Jij en de wereldhandel

27

Voor klanten zijn er keurmerken om duidelijkheid te geven over de omstandigheden waaronder producten zijn gemaakt en verhandeld. Er zijn ook bedrijven die alleen aan eerlijke handel doen of milieuvriendelijk produceren. In veel dorpen en steden zijn wereldwinkels, waar je alleen producten met zulke merken en keurmerken kunt kopen, maar je vindt ze ook in de supermarkt. Bron 35 De wereldwinkel in Arnhem.

Bron 38 In plaatsen waar in Nederland veel Polen werken, vind je in de supermarkt ook een rek met Poolse producten.

Mensenhandel Bron 36 Op de hele wereld zijn er maar liefst 250 miljoen kinderen tussen de 5 en 14 jaar die gedwongen moeten werken.

Adnan (14) werkt in een schoenenfabriek in India: Ik heb net mijn loon aan mijn ouders gegeven. Ik ben de oudste van vijf kinderen. Mijn ouders kunnen het geld goed gebruiken. Meestal werk ik zeven dagen per week. In de fabriek is het licht slecht. En in de regentijd is het vochtig, dan stinkt het er ook. Ik verdien ongeveer 1 euro per dag. Overuren krijg ik niet uitbetaald. Ik zou best meer willen verdienen. Bron 37 Adnan.

9006488012_BW_boek.indb 27

De wereldhandel is vooral ontstaan door beter, sneller en goedkoper vervoer. Door televisie en internet weten mensen in de hele wereld ook beter wat er ergens anders te halen is. Behalve goederen reizen dus ook mensen de wereld over op zoek naar werk en welvaart. Veel meisjes uit de Filipijnen gaan bijvoorbeeld naar Japan en Amerika om er als schoonmaakster of verpleegkundige te werken. Filipijnse mannen varen als zeeman de hele wereld over op schepen. In Nederland komen mensen uit Afrika en Oost-Europa om werk te zoeken. Binnen de Europese Unie mogen mensen vrij reizen en werken. Maar omdat er niet voor iedereen werk is in Europa, worden de grenzen streng bewaakt. Voor een werkzoekende uit een arm Aziatisch of Afrikaans land is het daarom moeilijk om Europa binnen te komen. Mensen die een betere toekomst zoeken, betalen een groot bedrag aan een mensenhandelaar voor de reis naar een Europees land. Dat is alleen de prijs voor de reis, want de mensenhandelaar regelt geen officiĂŤle papieren. In Europa zijn de werkzoekers dus illegaal, ze kunnen alleen stiekem werken. Ze doen zwaar werk en krijgen heel weinig loon, wonen in slechte huizen en zijn niet verzekerd. Klagen durven ze niet, want dan worden ze het land uitgezet.

28-08-12 10:30


Mundo 2 vmbo-kgt