Issuu on Google+

2 editie e

www.mundo-online.nl Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek leerjaar 1 VMBO-T/HAVO/VWO

2e editie Mens en maatschappij leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo lesboek

www.mundo-online.nl

9006488029_omslag.indd 1

18-03-14 08:38


Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek

leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo

Auteurs: Liesbeth Coffeng, Jeannette Kooistra, Ilse Ouwens, Theo Peenstra Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra

06488029_THV1_LB.indb 1

19-10-12 10:33


Methodeoverzicht lwoo/vmbo-bk

vmbo-kgt

vmbo-t/havo/vwo

Leerjaar 1

Lesboek leerjaar 1 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 1

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 3

Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 4

Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 5

De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 6

Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Projectschrift 2

Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 5

De stad

Projectschrift 5 De stad

Projectschrift 5 De stad

Wie ben ik?

Leerjaar 2

Lesboek leerjaar 2 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 7

Wereldhandel

Themaschrift 7 Wereldhandel

Themaschrift 7

Themaschrift 8

Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Wereldhandel

Themaschrift 9

Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Projectschrift 9

Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Projectschrift 12

Projectschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Wie wonen er in Nederland?

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Toetsen

Toetsen

Toetsen

Leerlingensite

Leerlingensite

Leerlingensite

Docentensite

Docentensite

Docentensite

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48802 9 Tweede druk, tweede oplage, 2014 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo 1e editie. Aan Mundo 1e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

06488029_THV1_LB_methodeoverzicht.indd 2

18-03-14 08:32


3

Inhoud Hoe werk je met Mundo?

4

Thema 1 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wie ben ik? Mijn eigen omgeving Menukaart 1 Mijn familie Menukaart 2 Mijn land Menukaart 3 Ik

6 8 12 14 18 20 24 26

Thema 5 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

De stad Wonen in een stad Menukaart 1 Een stad in de middeleeuwen Menukaart 2 De stad verandert Menukaart 3 Jouw stad

94 96 100 102 106 108 112 114

Thema 2 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wat eten we vandaag? Op zoek naar voedsel Menukaart 1 Voedsel verbouwen Menukaart 2 Overleven in extreme klimaten Menukaart 3 Wat eet jij?

28 30 34 36 40 42 46 48

Thema 6 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Arm en rijk Armoede Menukaart 1 Europa verovert Latijns-Amerika Menukaart 2 Arm en rijk in BraziliĂŤ en HaĂŻti Menukaart 3 Arm en rijk: ver weg of dichtbij?

116 118 122 124 128 130 134 136

Thema 3 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Toerisme Landen rond de Middellandse Zee Menukaart 1 Grieken en Romeinen Menukaart 2 Op vakantie naar Turkije Menukaart 3 Toerisme en recreatie in je eigen omgeving

50 52 56 58 62 64 68 70

Tijdwijzer

138

Vaardigheden

144

Register

156

Illustratieverantwoording

158

Thema 4 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Rampen en plagen Natuurrampen Menukaart 1 Rampen in Afrika Menukaart 2 Rampen in de middeleeuwen Menukaart 3 Is een ramp te voorkomen?

72 74 78 80 84 86 90 92

Voor de docent

160

06488029_THV1_LB.indb 3

19-10-12 10:33


4

Hoe werk je met Mundo? Dit is het lesboek van Mundo. Samen met het themaschrift heb je dit boek elke les nodig voor het vak mens en maatschappij. Voor de ict-opdrachten heb je ook nog het internet nodig: je vindt de opdrachten op www.mundo-online.nl. Hoe je met het lesboek en het themaschrift werkt, leggen we je op deze pagina’s uit.

Blokken 42

Start 28

29

Thema 2 Wat eten we vandaag? Start

Thema 2: Wat eten we vandaag?

start

Overleven in extreme klimaten

IJsprins en -prinses? ‘Ongelofelijk! Overal ijs om je heen, midden in een gletsjer.’ Dat verzucht prins Willem-Alexander tijdens een tocht door een nauw gangenstelsel onder een gletsjer in het zuidpoolgebied, begin deze week. Op videobeelden is te zien hoe prins Willem-Alexander, prinses Máxima en minister Plasterk aan touwen onder het ijs afdalen. Minister Plasterk noemt het zijn ‘nachtmerrie’ om dertig meter in een nauwe gang onder het ijs te zakken, maar eenmaal afgedaald blijkt hij toch te kunnen genieten van de bijzondere sfeer en het blauwe licht in de gletsjer. Vrij naar: nos.nl

Het lesboek bestaat uit zes thema’s. Een thema is op een vaste manier opgebouwd: een Start, en daarna een aantal Blokken en Menukaarten. Achter in het lesboek vind je nog de Tijdwijzer en de Vaardigheden.

43

Thema 2 Wat eten we vandaag? Blok Start3 Overleven in extreme klimaten

Blok 3

Bron 22 In 2009 logeerden Willem-Alexander en Máxima een nacht bij de zuidpool.

Extreem koud

In het poolgebied ligt het grootste deel van het jaar sneeuw. De rivieren en meren zijn bevroren. In dit extreem koude klimaat wonen de Inuit. Dit volk leefde vroeger vooral van de jacht en de visvangst. Inuit jaagden op dieren zoals zeehonden, ijsberen, walrussen, rendieren en muskusossen. Omdat er nergens in het poolgebied een plek is waar genoeg wilde dieren zijn om van te leven, trokken de Inuit rond. Ze woonden in tenten, sneeuwhutten of plaggenhutten. Tijdens de korte zomer verzamelden ze planten, bloemen en bessen. De Inuit waren dus geheel zelfvoorzienend: ze zorgden voor hun eigen eten, kleding en onderdak. Het leven van de Inuit veranderde toen ze contact kregen met mensen uit andere gebieden. Ze maakten kennis met luxe dingen als tabak, koffie en televisie. Om die spullen te kopen, hadden ze geld nodig. Nu wonen veel Inuit in een huis en ze hebben een baan of een uitkering. Sommigen verdienen nog steeds geld met de jacht en visserij.

Bron 23 De Inuit kunnen overleven in een extreem koud gebied.

Extreem droog

Ook op de heetste plekken op aarde leven mensen. De Toearegs bijvoorbeeld. Dit is een nomadenvolk dat leeft in de Sahel- en Saharawoestijn in Afrika. In de woestijn zijn grote temperatuurverschillen: overdag kan het wel 50°C worden (in de schaduw!), terwijl het ’s nachts kan vriezen. Er valt weinig neerslag in de woestijn. De Toearegs trekken daarom rond met hun vee op zoek naar voedsel voor de dieren en water. De Toearegs houden kamelen, geiten en schapen. Ze eten het vlees van hun dieren en drinken hun melk. Om aan geld te komen, verkopen ze melk, zelfgemaakte tapijten en af en toe een dier. Veel Toearegs wonen in tenten van dierenhuiden of wol. Die zijn gemakkelijk af te breken en ze zijn licht. De Toearegs dragen kleding die bestaat uit verschillende lagen, zodat ze goed beschermd zijn tegen de zon en het stuivende zand. Bron 24 De Toearegs kunnen overleven in een extreem warm gebied.

Wonen in de woestijn

Het zuidwesten van de Verenigde Staten is een droog gebied dat voor landbouw niet erg geschikt is. Toch groeit de bevolking er snel. De stad Las Vegas groeide bijvoorbeeld tussen het jaar 2000 en 2006 van 478.000 tot 591.000 inwoners. Bedrijven waarvoor de vestigingsplaats niet zo belangrijk is, zoals computer- en ruimtevaartbedrijven, vestigen zich graag in de woestijn. De grond is er goedkoop en het droge en zonnige klimaat is aantrekkelijk voor hoogopgeleide werknemers. Zij verdienen een goed salaris. Als het te heet wordt, zetten ze de airconditioning aan in hun huis, kantoor of auto. En drankjes blijven koud in de koelkast. Maar er komen niet alleen rijke mensen in de woestijn wonen. In het zuiden van de Verenigde Staten leven ook veel arbeiders uit Mexico. Zij werken voor een laag loon in fabrieken of in de groenteteelt. Al die mensen hebben water nodig. Dat water moet ergens anders vandaan worden aangevoerd. Door de grote vraag stijgt de prijs van water. Het water uit de rivieren in het westen van de Verenigde Staten is verdeeld onder verschillende groepen bewoners. De oorspronkelijke bewoners van het gebied hebben veel waterrechten. Zij verbouwen katoen. Ze gebruiken het water voor irrigatie, want katoenplanten hebben veel water nodig. Door de stijgende prijs van het water kunnen ze nu meer verdienen aan het verkopen van water dan aan het verkopen van katoen.

Bron 25 Een golfterrein in het droge westen van de VS, een goed idee?

Wonen in laaggelegen gebieden

Eeuwenlang hebben Nederlanders hun best moeten doen om hun land droog te houden. Grote delen van Nederland liggen erg laag. Bij vloed en storm kunnen ze overstromen. In Friesland en Groningen kwamen in de zevende eeuw voor Christus de eerste boeren wonen. Omdat de zeespiegel steeg, kregen die boeren last van overstromingen. Daarom bouwden ze terpen, dat zijn heuvels van klei, mest en afval. Bovenop de terpen stonden de boerderijen en was er ruimte voor moestuinen. De weilanden voor het vee lagen onderaan de terp. Als het bij vloed heel hard stormde, stroomde het water over het lage land, maar de huizen en de tuintjes bleven droog. Na het jaar 1000 werden de eerste terpen met elkaar verbonden door dijken. Daardoor liep het land tussen de terpen ook niet meer onder water. De monniken hielpen met de aanleg en het onderhoud van de dijken. Bron 26 Hogebeintum, de hoogste terp van Nederland.

In de blokken staat de lesstof die je moet leren: begrippen, leerteksten, beeld- en tekstbronnen. Je gebruikt deze informatie om de opdrachten in het themaschrift te maken. In blok 1 en 4 gaat het vooral over wat het onderwerp met jou en jouw omgeving te maken heeft.

Insecten op je bord!

Een sprinkhaan of rups op je bord: griezelig? In veel landen vinden mensen het heel gewoon om insecten te eten. En ze hebben nog gelijk ook. Insecten zijn gezond, want ze bevatten vaak meer eiwitten en minder vet dan andere dierlijke voeding zoals melk, vlees en eieren. Insecten zijn ook gemakkelijk te produceren. Er zijn wel 1400 eetbare soorten. En al die rupsen, sprinkhanen, mieren, kevers en termieten groeien en vermenigvuldigen zich snel. Bovendien hebben ze weinig voedsel nodig. Om een koe een kilo te laten groeien, heb je al gauw tien kilo veevoer nodig en voor een kip vier kilo. Maar voor een kilo sprinkhanen heb je aan 1,1 kilo bladeren genoeg! Hoe dat kan? Een koe en een kip zijn warmbloedige dieren. Ze gebruiken een groot deel van hun eten om op temperatuur te blijven. En omdat ze vrij groot zijn, kost bewegen veel energie. Insecten hoeven zich niet warm te houden en ze zijn klein. Ze verbruiken daardoor heel weinig energie. Insecten zijn dus goedkoop voedsel. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen iets is voor arme mensen. Want wat is het favoriete gerecht van de Japanse keizer? Juist: rijst met gekookte wespen! Ben je overtuigd en wil je een keer insecten eten? Waarschijnlijk heb je ze al gegeten, zonder dat je het wist. In veel snoep zit namelijk een rode kleurstof die gemaakt is van gemalen schildluizen. Kijk maar eens op de verpakking of er E120 in zit. Hoofdvraag van diT THema: Waar komt ons voedsel vandaan?

Menukaarten 46

C

(in de docentenhandleiding)

In afrika, azië en latijns-amerika wordt voor miljoenen euro’s aan insecten verhandeld.

In de Start lees je een verhaal over het thema. Je ontdekt waar het thema over gaat.

Hoe overleef je in de ruimte?

Geen zwaartekracht

A Het leven van de sherpa’s Met voorleesverhaal!

47

Thema 2 Wat eten we vandaag? Menukaart Start 3 Overleven in extreme klimaten

Menukaart 3

In de ruimte verblijven is een bijzondere ervaring. Een groot verschil met de aarde is dat er in de ruimte geen zwaartekracht is. De zwaartekracht zorgt ervoor dat alle dingen naar de aarde toe worden getrokken. De zwaartekracht zorgt ervoor dat jij op de grond blijft en niet opstijgt naar het plafond. Maar als je in de ruimte bent, ben je gewichtloos en zweef je rond.

MET EXTRA OPDRACHT VOOR VWO

Nepal

Nepal is een land dat ongeveer 3,5 keer zo groot is als Nederland. Er wonen 24 miljoen mensen. Maar het land bestaat voor het grootste deel uit bergen. De hoogste berg van de wereld, de Mount Everest, ligt op de grens van Nepal en China. De meeste bergbeklimmers die de berg willen beklimmen, doen dat vanuit Nepal. Ze worden daarbij begeleid door Nepalezen die de weg goed kennen en een flink deel van de bagage dragen. Dat zijn sherpa’s.

BRON 33 Eten in het International Space Station.

BRON 35 Dit blikje cola voor in de ruimte heeft een speciale sluiting, zodat de cola er niet uitvliegt.

Leven aan boord

BRON 31 Sherpa’s dragen bagage van westerse klimmers.

BRON 32 Sherpa’s aan de maaltijd.

Boeren en herders

De eerste sherpa’s waren boeren en herders. Hun leefomstandigheden waren primitief. Er zijn in het gebied geen goede wegen en er is geen waterleiding en elektriciteit. De meeste jongeren trekken daarom tegenwoordig naar de hoofdstad Kathmandu. Daar kunnen ze in de industrie en dienstensector meer verdienen dan in de bergen met het houden van geiten en schapen. De sherpa’s verdienen hun geld met het begeleiden van bergbeklimmers. De ouderen blijven in de dorpen. Ze kunnen niet meer hard werken. Maar dat hoeft ook niet. Ze worden verzorgd door hun kinderen. In Europese berggebieden gebeurt iets vergelijkbaars. Bergboeren kunnen moeilijk concurreren met boeren in vlakke gebieden. Veel boeren verdienen daarom bij in het toerisme.

B

Overwinteren op Nova Zembla

b Ga naar www.mundo-online.nl en speel het spel ‘Overwinteren op Nova Zembla’.

Wandelen in de ruimte

Even een ommetje naar buiten is er niet bij in de ruimte. Het kan er extreem warm of koud zijn, er is onvoldoende zuurstof om te ademen en de luchtdruk is te laag. Je moet je dus goed voorbereiden op een ruimtewandeling. Je moet een speciaal ruimtepak aan. Bron 34 laat zien dat je daar wel even de tijd voor moet nemen. En als je het pak aan hebt, moet je nog zuurstofflessen op je rug nemen. Pas dan ben je klaar. BRON 34 Hoe trek je een ruimtepak aan?

Eten, slapen, drinken en naar de wc gaan moet natuurlijk ook aan boord van een ruimteschip. Maar het gaat wel even anders dan thuis. In de ruimte gaat alles zweven. Losse spullen zijn daarom gevaarlijk. Regel 1 is dus: Altijd je rommel opruimen! Er zijn een paar vaste momenten op de dag in de ruimte: 7.00 uur: Je staat op. Als je naar de wc gaat, zet je je voeten en benen vast in klemmen. 7.30 uur: Ontbijt. Je maakt het bord aan je been vast. Alles wat je eet, is apart verpakt. Bij het meeste voedsel moet je eerst water doen, omdat het gedroogd is. 10.00 uur: Hardlopen. Je hart en spieren hebben niet veel te doen door de gewichtloosheid. Je moet in conditie blijven door twee uur hard te lopen. 19.00 uur: Vrije tijd. Tijd om een mooie foto van de aarde te maken voor je familie en vrienden!

Blok 1, 2 en 3 sluiten steeds af met een eigen menukaart. Je mag hier zelf kiezen welke van de drie opdrachten je van de menukaart wil gaan doen. Je bent ongeveer één lesuur bezig met de opdracht.

06488029_THV1_LB.indb 4

19-10-12 10:33


5

Methodeoverzicht

Tijdwijzer

In de Tijdwijzer vind je een grote tijdbalk waar belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis op staan. De Tijdwijzer helpt je om het onderwerp te plaatsen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld zien wat 50 jaar geleden of 5.000 jaar geleden een belangrijke gebeurtenis was.

Vaardigheden

Op deze pagina’s vind je een handig overzicht van vaardigheden die je nodig hebt bij het vak mens en maatschappij. In ieder thema oefen je veel met deze vaardigheden.

Begrippen

www.mundo-online.nl

Mundo heeft een eigen website. Hier vind je de volgende onderdelen: • Ict-opdrachten. Je kunt bijvoorbeeld in blok 1 op de juiste ict-opdracht klikken. • Vaardigheden. De vaardigheden uit je lesboek vind je ook online. • Tijdwijzer. De Tijdwijzer uit je lesboek vind je ook online. • Animaties en filmpjes. Bij stukjes leerstof en bij begrippen kun je online animaties en filmpjes bekijken die de stof nog eens op een andere manier uitleggen. • Test jezelf. Bij elk thema en elk blok kun je een oefentoets maken op de computer.

Als een woord vetgedrukt is, dan is het een belangrijk begrip, waarvan je de betekenis moet kennen. Achter in het lesboek kun je in het register altijd opzoeken waar de begrippen staan.

Bronnen en figuren

In het lesboek vind je bronnen. Dat zijn plaatjes en teksten over een onderwerp. In het themaschrift staan figuren.

Lesboek en themaschrift

Dit lesboek gebruik je bij de themaschriften. In het themaschrift staan de opdrachten die je moet maken.

06488029_THV1_LB.indb 5

19-10-12 10:33


6

Er zijn verschillende beroemde verhalen over kinderen die opgevoed werden door dieren. Zo werd Tarzan opgevoed door apen en Mowgli uit Junglebook door wolven. Dit schilderij laat het meer dan 2000 jaar oude verhaal zien over de tweelingbroers Romulus en Remus. De tweeling had een heel bijzondere afkomst: hun moeder was een priesteres en hun vader was de oorlogsgod Mars. Nadat hun moeder was vermoord, werd de tweeling in een rieten mandje in de rivier de Tiber gegooid. De broers werden gevonden door een wolvin die ze met haar eigen melk grootbracht en ze opvoedde. Toen de broers volwassen waren, stichtten ze de stad Rome. Maar de broers kregen ruzie wie de baas zou zijn van de nieuwe stad en Romulus vermoordde zijn broer. Zo werd Romulus de eerste koning van Rome.

06488029_THV1_LB.indb 6

19-10-12 10:33


7

Thema 1 Wie ben ik? Start

Thema 1: Wie ben ik?

START Sujit Kumar, de kippenjongen

Toen psycholoog Elizabeth Clayton in november 2002 een bejaardenhuis in Suva, de hoofdstad van Fiji bezocht, vroeg iemand haar of ze de kippenjongen al had gezien. Ze brachten haar naar een beschimmeld kamertje. Op een oud ziekenhuisbed zat de kippenjongen. Hij had overal zweren. Toen Elizabeth dichterbij wilde komen, wilde hij bijten. Omdat hij was vastgebonden, kon hij zelf niet dichterbij komen. Hij kon ook niet lopen, maar hipte als een kip. Hij maakte kippengeluiden en kukelde als een haan. Er werd geprakt eten binnengebracht. De jongen gooide het op de grond en begon er als een kip naar te pikken. Elizabeth ging op zoek naar wie deze jongen was. Sujit Kumar werd als tweejarig kind mishandeld en in het kippenhok opgesloten. De buren wisten ervan, ze hadden Sujit ook wel eens wat afval gevoerd. Maar niemand deed er iets aan. Toen Sujit in 1979 acht jaar was, overleed zijn vader. Hulpverleners vonden hem toen in het kippenhok. Zij brachten Sujit naar de kamer in het bejaardenhuis. Nadat Elizabeth hem had gevonden, werd Sujit onderzocht. Hij had epilepsie, maar zijn hersenen waren niet beschadigd. Het afwijkende gedrag van Sujit is te verklaren doordat hij als kind te weinig contact had met mensen. Kinderen leren door imitatie, en Sujit had geleerd om zich als een kip te gedragen. Na zes jaar in het kippenhok en 22 jaar in het kamertje van het bejaardenhuis kreeg Sujit een verzorger en leerde hij praten. Door het onderzoek naar Sujit is veel bekend geworden over de invloed van de omgeving op wie iemand is. HOOfDVRAAG VAN DIT THeMA: Hoe word jij be誰nvloed door jouw omgeving en geschiedenis?

MET VOORLEESVERHAAL! (in de docentenhandleiding)

06488029_THV1_LB.indb 7

19-10-12 10:33


8

Blok 1

Mijn eigen omgeving

Mijn omgeving

Stel dat je een ruimtereis mag maken vanaf jouw huis. Wat zou je zien als je achterom kijkt? Eerst zie je de huizen in de straat, dan de hele wijk, de hele stad, de kust van Nederland, Europa en zo verder. Je ziet dus een steeds groter gebied. Dat noem je uitzoomen. Omgekeerd zie je bij de landing van het ruimteschip een steeds kleiner gebied. Iets van steeds dichterbij bekijken, noem je inzoomen. Je ziet steeds meer details. Bij het vak mens en maatschappij kijk je onder andere naar je eigen omgeving. Dat is het gebied dat je goed kent. Het zijn de plaatsen waar je iedere week wel een keer komt.

Bron 1 De aarde. Bron 2 Een ingericht landschap, de Nieuwmarkt in Amsterdam.

06488029_THV1_LB.indb 8

19-10-12 10:33


9

Thema 1 Wie ben ik? Blok 1 Mijn eigen omgeving

Kaarten

Bron 3 Een natuurlandschap.

De weg wijzen

Als je iemand de weg wijst, noem je bijvoorbeeld een straat, een kerk of een brug. Wegen en gebouwen noem je inrichtingselementen. Dat zijn dingen die vast in het landschap staan en die door de mens zijn gemaakt. In je omgeving kom je misschien ook dingen tegen die níet door mensen zijn gemaakt, bijvoorbeeld een rivier of een heuvel. Dat zijn natuurlijke elementen. Een landschap met inrichtingselementen noem je een ingericht landschap. Een landschap met alleen maar natuurlijke elementen is een natuurlandschap. Pure natuurlandschappen zijn inmiddels zeldzaam. Grote delen van het aardoppervlak zijn door de mens flink veranderd en de inrichting is nooit af. Dat komt doordat er ieder jaar mensen bijkomen. Meer mensen erbij betekent: meer huizen, scholen, ziekenhuizen, sportvelden, enzovoort. Ook veranderen gebieden door welvaartsgroei. Dat betekent dat mensen meer geld hebben voor een groter huis, een auto, meer reizen en uitgaan. Dat heeft allemaal gevolgen voor de inrichting van het landschap.

06488029_THV1_LB.indb 9

In Mundo gebruik je kaarten. Kaarten zijn verkleinde afbeeldingen van een gebied. Bij een goede kaart is met een getal aangegeven hoe vaak de werkelijkheid verkleind is: de schaal. Het schaalgetal geeft aan hoeveel één centimeter op de kaart in het echt is. Soms wordt de schaal ook aangegeven met een schaalstok. Hoe je met de schaal de afstand in werkelijkheid berekent, kun je lezen in vaardigheid 7c in het vaardighedenoverzicht achterin dit lesboek. Kleuren en symbolen hebben een speciale betekenis op een kaart. Vaak is die betekenis logisch: een tentje betekent dat je op die plek een camping vindt. Maar wat betekent paars op een kaart? De betekenis van de symbolen en kleuren op een kaart worden in de legenda uitgelegd. De titel van een kaart vertelt waar de kaart over gaat. Een kaart is een hulpmiddel om te laten zien hoe een gebied eruitziet. Er zijn twee soorten kaarten. Een thematische kaart gaat altijd over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld het klimaat. Het onderwerp van de kaart staat in de titel van de kaart. Een overzichtskaart geeft een overzicht van een groter gebied. Je kunt een overzichtskaart goed gebruiken om te zien waar een plaats of gebied ligt. Er zijn natuurkundige overzichtskaarten met natuurlijke verschijnselen zoals bergen en rivieren, en er zijn staatkundige overzichtskaarten met de grenzen van landen en/of provincies en de grote steden en belangrijkste wegen. Voor je eigen omgeving gebruik je vooral topografische kaarten. Dat zijn overzichtskaarten van een klein gebied. Bijna elk huis en weggetje staan erop. Een voorbeeld zie je in bron 5. Een topografische kaart heeft een schaal van bijvoorbeeld 1:50.000.

19-10-12 10:33


10 Zoeken op een kaart

Achter in de atlas staat het register van topografische namen. Dat is een lijst met alle aardrijkskundige namen. Achter iedere naam staan een paginanummer en een letter met een getal. Die letter en dat getal zijn de coĂśrdinaten. Ze verwijzen naar een vak op de kaart waar je die plaats vindt. Bron 4 Een oude kaart van Leeuwarden.

Het maken van een kaart is lastig. De eerste ontdekkingsreizigers gebruikten een kompas om te zien waar het noorden was. Verder konden ze aan de zon, de maan en de sterren ongeveer zien waar ze waren. Daar maakten ze aantekeningen van, en uiteindelijk een kaart. Zo wisten ze dat de aarde een noordpool en een zuidpool heeft. Precies daartussenin ligt een lijn die de aarde verdeelt in twee helften, de halfronden. Die lijn heet de evenaar. De afstand tussen de evenaar en de noordpool is met breedtecirkels verdeeld in 90 graden. De afstand van een plaats tot de evenaar wordt gemeten in graden noorderbreedte (NB) of zuiderbreedte (ZB). Op wereldkaarten staan ook lengtecirkels getekend. Dat zijn de lijnen die van de noordpool naar de zuidpool lopen. De lijn die over het Engelse plaatsje Greenwich loopt, is de nulmeridiaan. Precies aan de andere kant van de aardbol loopt de lijn van 180 graden. Deze twee lengtelijnen verdelen de aarde ook in twee helften: het oostelijk halfrond en het westelijk halfrond. De ligging van een plaats vanaf de nulmeridiaan wordt gemeten in graden oosterlengte (OL) of westerlengte (WL). Bron 6 Nederland, gemiddelde neerslag per jaar in mm (1970-2000). A

Bron 5 Leeuwarden in 2006.

B

C

D

1

Groningen Leeuwarden Assen

Den Helder

Emmen 2

Lelystad Haarlem

Amsterdam Apeldoorn

Leiden Den Haag

Utrecht Rotterdam

3

Zwolle Enschede

Arnhem

Nijmegen

‘s-Hertogenbosch Middelburg

Breda

Tilburg Venlo

Eindhoven

4 0

Maastricht

50 km

Heerlen

Neerslag (mm)

06488029_THV1_LB.indb 10

> 900

800 - 850

700 - 750

850 - 900

750 - 800

< 700

19-10-12 10:34


11

Thema 1 Wie ben ik? Blok 1 Mijn eigen omgeving

Botsende belangen Hier en toen: Een steeds kleinere wereld

De gemiddelde personenauto in Nederland rijdt 15.000 kilometer per jaar. Dat is ruim 40 kilometer per dag. Een vliegreis naar Indonesië is even ver (enkele reis!) en niet eens zo heel bijzonder. Iedere dag vertrekken er vliegtuigen uit Nederland naar Indonesië en andere verre bestemmingen. Vroeger was dat wel anders. Vóór 1850, toen de eerste spoorlijnen net waren aangelegd, reisde de gemiddelde Nederlander niet meer dan 40 kilometer per jaar! Mannen gingen een keer naar een jaarmarkt in de stad en ze bezochten een paar keer per jaar een dorp in de buurt. Vrouwen kwamen helemaal het dorp niet uit. Toen de eerste treinen in Nederland reden, maakte het gewone volk er niet veel gebruik van. Voor hen was het te duur. Hoeveel kilometers reis jij te voet, met openbaar vervoer, fiets en auto?

Schaalniveaus

Waar maak jij je druk over? De herrie van je buurjongen, die vaak laat op zijn scooter thuiskomt als jij net inslaapt, of het Nederlandse leger dat meedoet aan een vredesmacht in Afghanistan, of over het opraken van de aardolie en de opwarming van het klimaat? Het zijn allemaal onderwerpen die bij mens en maatschappij horen. Vaak hebben ze met elkaar te maken. Maar er is ook een groot verschil tussen de onderwerpen. Sommige spelen alleen bij jou in de buurt. Maar met andere onderwerpen heeft de hele wereldbevolking te maken. De grootte van het gebied dat met een onderwerp te maken heeft, noemen we het schaalniveau van dat onderwerp. De geluidsoverlast van je buurjongen is een plaatselijk probleem, maar het opraken van de aardolie speelt op wereldschaal. Dat betekent dat bijna iedereen op de hele wereld ermee te maken heeft. Maar het betekent niet dat je er niets tegen kunt doen. Als je buurjongen geen scooter zou rijden (en jij later ook niet), zou dat al een heel klein beetje helpen tegen het opraken van de olie. Je kunt schaalniveaus indelen van laag naar hoog.

Het is niet gemakkelijk om iedereen tevreden te houden. In een woonwijk heeft iedere bewoner zijn eigen belangen. Zo willen ouders van jonge kinderen een speeltuin voor hun kinderen, maar omwonenden geven aan dat ze overlast ervaren, vooral op zondag als veel ouders met hun kinderen de speeltuin bezoeken. Jongeren willen graag een plek in de buurt om bij elkaar te ‘hangen’, bijvoorbeeld een JOP (Jongeren Ontmoetingsplek). De gemeente zorgt er soms voor dat deze doelgroep een overdekte plek krijgt waar dat kan. Maar vaak komen ook hier klachten van omwonenden over zwerfvuil en geluidsoverlast tot ’s avonds laat. Voetballende kinderen hebben last van de geparkeerde auto’s en meestal zijn de eigenaren van de auto’s hier ook niet blij mee. Deze botsende belangen spelen op laag schaalniveau, maar er zijn ook botsende belangen op hogere schaalniveaus. Bij mens en maatschappij komen zulke onderwerpen aan bod. Je moet de verschillende kanten van het onderwerp eerst leren kennen voordat je er een mening over kunt vormen.

Bron 7 Voorbeelden van schaalniveaus.

Schaalniveau

Naam

Gebied

laag

plaatselijk

stadswijk, dorp, stad

regionaal

streek, provincie, landsdeel

landelijk

land

continentaal

meer landen, werelddeel

hoog

wereldwijd

hele wereld

06488029_THV1_LB.indb 11

19-10-12 10:34


12

Menukaart 1 A

Oude wereldkaarten

Abraham Ortelius wordt in 1527 geboren in Antwerpen. Antwerpen is dan een van de rijkste en belangrijkste steden van Europa. Als handelaar en kaartenverzamelaar reist Ortelius veel door Europa. Bovendien schrijft hij veel met andere reizigers en wetenschappers.

Zo verzamelt hij heel veel kennis over de wereld. In 1570 maakt hij een boek met allemaal kaarten van Europa en de wereld: de allereerste wereldatlas. De wereldkaart uit die atlas zie je in bron 8.

Bron 8 Wereldkaart van Ortelius uit 1570.

B

b

Plan je reis

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht â&#x20AC;&#x2DC;Plan je reisâ&#x20AC;&#x2122;.

06488029_THV1_LB.indb 12

19-10-12 10:34


13

Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 1 Mijn eigen omgeving

C Bouw zelf een kompas

Hoe werkt het?

In sommige gebieden kun je gemakkelijk verdwalen. Op zee en in de bergen bijvoorbeeld. Dan is het handig om een kompas bij je te hebben. In een kompas zit een naald die altijd naar het noorden (of zuiden) wijst. Dat komt doordat de naald magnetisch is en de aarde ook. Magneten kunnen elkaar aantrekken of afstoten (zie bron 9). De magnetische noordpool van de aarde zit vlak bij de echte noordpool. De magnetische kompasnaald draait altijd zo dat de ene kant naar het noorden wijst en de andere kant naar het zuiden.

Wie was het eerst?

Zoâ&#x20AC;&#x2122;n 2500 jaar geleden wisten de oude Grieken en Chinezen al dat sommige stenen magnetisch zijn. Die stukken steen gebruikten zij als kompasnaalden. De Chinezen maakten de eerste echte kompassen. In een oud Chinees boek uit 1117 staat voor het eerst een kompas beschreven. Later in de twaalfde eeuw, leerden de Arabieren het kompas kennen. Via de Arabieren werd het kompas ook bekend in Europa. In de vijftiende eeuw gebruikten Europeanen het kompas om verre reizen over zee te maken.

06488029_THV1_LB.indb 13

Bron 9 Tekening 1: Magneten hebben een noordpool en een zuidpool.

Twee verschillende polen trekken elkaar aan.

Tekening 2: Twee dezelfde polen stoten elkaar af.

Tekening 3: De aarde is ook een magneet met twee polen.

Bron 10 Een oud en een nieuw kompas.

19-10-12 10:34


14

Blok 2

Mijn familie

Bron 11 Gezin aan de eettafel. Foto uit 1956. Bron 12 Gezin in de keuken. Foto uit 2006.

Oma Mieke vertelt ‘Oma Mieke,’ vraagt Sophie, ‘vertel eens over vroeger.’ ‘Tja, waar moet ik beginnen?’ ‘Ik ben geboren in april 1940 in Breda. Al snel verhuisden we naar Amsterdam, omdat mijn vader daar werk kreeg. Ik was natuurlijk heel klein toen het oorlog was, maar toch heb ik er herinneringen aan. Zo weet ik nog dat het luchtalarm ging. Mijn moeder haalde ons uit bed. Het was heel eng, vooral omdat ik merkte dat mijn moeder bang was. Ook weet ik nog van de hongerwinter in 1944. Er waren toen bijna geen hout en kolen. De slee die wij voor Sinterklaas hadden gekregen, ging al snel de kachel in. Ook na de oorlog was er nog gebrek aan van alles. Elk gezin kreeg een bonnenboekje waarmee je spullen kon kopen. Als je bonnen op waren, kon je niks meer kopen. Mijn moeder was heel vaak ziek. Als oudste dochter moest ik voor het gezin zorgen. Koken, wassen, het huis schoonhouden. Wasmachines waren er niet, dus je moest alle was met de hand doen. Toen ik negentien was, ben ik getrouwd met opa Piet. Een jaar later kregen we onze oudste zoon. In datzelfde jaar kreeg ik ook mijn eerste wasmachine. Daarna kregen we nog vier kinderen. In 1968 verhuisden we naar het dorp Breukelen, omdat we daar een huis met een tuin konden krijgen. Opa had twee jaar daarvoor zijn eerste auto gekocht. Toen mijn jongste kind uit huis was, ben ik in 1993 teruggegaan naar Amsterdam. Er is daar veel meer te doen dan in een dorp. Maar ik vind Amsterdam toch wel erg druk. Daarom ben ik in 2000 verhuisd naar Groningen.’ Bron 13 Het verhaal van oma Mieke.

Hier en toen: Grote gezinnen

Tien broertjes en zusjes?! Rond 1900 was dat heel normaal. Dat kwam omdat mensen jong trouwden en geen voorbehoedsmiddelen gebruikten. Ze kregen dus veel kinderen. En na 1880 bleven veel meer kinderen in leven. Dat kwam doordat de hygiëne en de medische zorg sterk verbeterden. Voor arme mensen was het een probleem om zo veel kinderen te eten te geven. Veel kinderen moesten werken om geld te verdienen.

06488029_THV1_LB.indb 14

Bijvoorbeeld in een fabriek. Het werk in fabrieken was vaak te zwaar en te gevaarlijk voor kinderen. Sommige politici maakten zich daar grote zorgen over. De overheid maakte daarom een aantal wetten om de situatie van kinderen te verbeteren. In 1874 kwam er een wet die zei dat kinderen jonger dan twaalf jaar niet mochten werken. En in 1901 werd het voor alle kinderen onder de twaalf verplicht om naar school te gaan.

19-10-12 10:34


15

Thema 1 Wie ben ik? Blok 2 Mijn familie

200

150

100

50

0

1900

1920

1940

1960

1980

2000

2010

Bron 14 Sterfte onder baby’s in Nederland per 1000 geboorten per jaar.

Informatie zoeken

Hoe kom je iets te weten over de wereld van toen en nu? Je kunt net als Sophie iemand vragen wat diegene nog weet over vroeger. Dan kom je te weten wat die persoon heeft meegemaakt en zich kan herinneren. Maar soms wil je meer weten. Dan kun je bijvoorbeeld brieven of dagboeken lezen van mensen. Of je leest kranten, bekijkt schilderijen, kaarten en gebouwen. Al deze dingen geven je informatie. Je noemt ze bronnen. Lastig is dat bronnen niet alles vertellen. Dat komt doordat: • mensen alleen dat opschrijven wat zij belangrijk vinden. En misschien wil jij net wat anders weten! • er van sommige tijden en gebieden niet veel bronnen zijn. Wat moet je daar nou mee? Het beste is om verschillende bronnen te gebruiken. Zo is de kans groter dat je een goed beeld krijgt van de wereld.

Bron 15 Anne Frank zat vanaf 1942 ondergedoken in een ruimte die verstopt was achter het kantoor van haar vader. De teksten in haar dagboek zijn geschreven als brieven aan Kitty, een vriendin die Anne had verzonnen.

Brief van een zoon aan zijn vader Apion uit Egypte ging werken bij de Romeinse vloot. Vanuit de haven Misene schreef hij zijn vader dit briefje: ‘Ik ben de god Serapis dankbaar dat hij me dadelijk gered heeft toen ik in gevaar was op zee. Toen ik in Misene aankwam, kreeg ik reisgeld van de keizer: drie goudstukken. Een mooi bedrag , vind ik. Ik vraag u vader, schrijf me een briefje, eerst en vooral hoe het met u gaat, dan over hoe het met mijn broers en zussen gaat. Ook wil ik uw handschrift kunnen kussen. Want u hebt me goed opgevoed, en daardoor hoop ik snel promotie te kunnen maken, als de goden het willen. (…) Mijn Romeinse naam is nu Antonius Maximus. Ik hoop dat het u goed gaat. Bron: C. Laes en J. Strubbe, Kleine Romeinen (Amsterdam 2006), p. 94. Bron 16 Brief, tweede eeuw n.Chr.

06488029_THV1_LB.indb 15

19-10-12 10:34


16 Tijd tellen

Als je het over vroeger hebt, wil je weten hoe lang geleden iets is. In je eigen leven heb je te maken met uren, dagen, weken, maanden en jaren. Als er een jaar om is, vier je dat feestelijk met je verjaardag. De volgende stap is honderd jaar, dat is een eeuw. En duizend jaar is een millennium. Wij leven nu in de 21e eeuw. Wat betekent dat? In Europa waren lange tijd de meeste mensen christelijk. Voor het Uitgaven van het gezin van een sigarenmaker en een schoonmaakster in Amsterdam in 1886. Gezin: man, vrouw en vier dochters van 13, 8, 6 en 2 jaar

Daar en toen: Het schrift

per week huur

ƒ

1,75

verwarming en verlichting

ƒ

1,26

was

ƒ

0,15

tarwebrood en beschuit

ƒ

2,52

roggebrood

ƒ

0,64

aardappelen, groenten en zout

ƒ

1,47

koffie, thee en melk

ƒ

1,05

vlees, vis, reuzel en vet

ƒ

0,70

zieken- en begrafenisfonds

ƒ

0,36

aflossing ondersteuning in de winter

ƒ

0,10

Totaal

ƒ 10,-

Bron: W.P.J.B., Arbeidersbudgets, in: Bijdragen van het Statistisch instituut, jrg. II, 1886, afl. 3, pp. 22-28. Bron 17 Uitgaven van een arbeidersgezin in guldens, 1886, opgesteld door een onderzoeker.

christelijke geloof is de geboorte van Jezus Christus heel belangrijk. Zo belangrijk dat de mensen in Europa zijn geboortejaar het jaar 1 genoemd hebben. Een eeuw voor het jaar 1, noem je dan 100 voor Christus. Deze manier van tellen heet de christelijke jaartelling. In andere delen van de wereld hebben de mensen een andere jaartelling. Er zijn bijvoorbeeld een islamitische en een joodse jaartelling.

Als je iets wilt onthouden, wat doe je dan? Waarschijnlijk schrijf je het ergens op. Dat is handig, je kunt dan gewoon teruglezen wat je moet weten. Wanneer de mensen precies begonnen met lezen en schrijven, weten we niet. We weten wel dat het schrift niet op één plaats en op één tijdstip is uitgevonden. Overal op de wereld ontwikkelden de mensen zich op een andere manier en op een ander moment. In China gebruikte men het schrift rond 1300 v.Chr., terwijl de Egyptenaren al rond 3000 v.Chr. begonnen te schrijven. In Nederland hebben de mensen het schrift pas zo’n 2000 jaar geleden leren kennen. Historici noemen de tijd vóór de uitvinding van het schrift de prehistorie. Vanaf het moment dat een volk geschreven bronnen nalaat, noemen ze dat de historie. De prehistorie eindigt dus niet overal op de wereld op hetzelfde tijdstip. Geschreven bronnen geven vaak meer en betere informatie dan ongeschreven bronnen. Uit een voorwerp kun je heel veel afleiden. Maar uit een geschreven bron kun je beter te weten komen hoe iemand over iets denkt.

Bron 18 Kinderen door de tijd.

1

3000 v. Chr.

Tijd van jagers en boeren

06488029_THV1_LB.indb 16

Tijd van Grieken en Romeinen

500

1000

Tijd van monniken en ridders

19-10-12 10:34


17

Thema 1 Wie ben ik? Blok 2 Mijn familie

Steeds sneller, steeds meer

Bron 19 Een televisieploeg maakt beelden van het nieuws.

Tijd in stukken

Al heel lang zijn er mensen op aarde. Ongeveer 3 miljoen jaar geleden onstonden de voorouders van de mens. De moderne mens, zoals jijzelf, bestaat veel korter: 100.000 jaar geleden liepen die eerste mensen rond in Afrika. De aarde is veel en veel ouder: 4,5 miljard jaar. In de geschiedenis van de aarde is de mens er dus maar net. Lastig hè, om je daar iets bij voor te stellen! De geschiedenis van de moderne mens is dus 100.000 jaar oud. Dat is zo’n lange periode dat we hem opdelen in stukken. Die stukken noemen we tijdvakken. Een nieuw tijdvak begint meestal met een grote verandering. De uitvinding van de stoommachine bijvoorbeeld. Door stoommachines kwamen er fabrieken en treinen. Er veranderde daardoor veel voor de mensen in die tijd. Ze hadden het gevoel dat er een nieuwe tijd begon. In dit boek delen we de geschiedenis op in tien tijdvakken (zie bron 18). De namen van de tijdvakken zijn bedacht voor het onderwijs. Historici gebruiken ook andere namen. De tijd van Grieken en Romeinen noemen zij: de oudheid. En de naam middeleeuwen gebruiken zij zelfs voor twee tijdvakken: de tijd van monniken en ridders én de tijd van steden en staten.

1500

Tijd van steden en staten

06488029_THV1_LB.indb 17

1600

Tijd van ontdekkers en hervormers

Jij weet veel meer over wat er in de wereld gebeurt dan de mensen vroeger. Er bestond toen geen televisie, telefoon, vliegtuig of auto. Dus hoe kwam het nieuws van de ene plek naar de andere? Handelaren die op reis waren, vertelden nieuwtjes door. Als er belangrijk nieuws was, dan ging een man op een paard heel snel naar degene die het nieuws moest weten. Het nieuws is niet alleen sneller bij jou, maar er is ook meer nieuws. In bron 20 zie je dat er nu veel meer mensen zijn dan vroeger. Met meer mensen gebeurt er ook veel meer. Je weet dus meer van het nieuws én er gebeurt meer. Als je naar de tijdbalk kijkt, kun je dat terugzien in de tijdvakken. Hoe dichter je bij onze tijd komt, hoe korter de tijdvakken worden. Dat is zo, omdat er in korte tijd meer gebeurt. Bron 20 De wereldbevolking. wereldbevolking (miljarden) 7 2005: 6,5 miljard

5 1900: 1,5 miljard

4

1700: 600 miljoen

3

1500: 400 miljoen

2

1: 150-200 miljoen

1

-8000: 4-5 miljoen -10.000 jaar

1700

Tijd van regenten en vorsten

6

1999: 6 miljard

-8000

-6000

-4000

1800

Tijd van pruiken en revoluties

-2000

1900

Tijd van burgers en stoommachines

1

0 2005

2000

1950

Tijd van de wereldoorlogen

Tijd van de televisie en de computer

19-10-12 10:34


18

Menukaart 2 A

Oude aarde

Fossielen

Lang voordat er mensen waren, werd de aarde al bewoond door allerlei dieren. Je kent vast de dinosauriĂŤrs wel. Die liepen vanaf 240 miljoen jaar geleden rond. 65 miljoen jaar geleden stierven ze uit. Dat is erg lang geleden! We weten dat, omdat er afdrukken van nesten en botten van dinosauriĂŤrs zijn gevonden. Soms worden ook echte resten van dinoâ&#x20AC;&#x2122;s gevonden. Die resten zijn heel langzaam in steen veranderd. Deze versteende resten en afdrukken heten fossielen. Door de fossielen zijn wetenschappers veel te weten gekomen over de geschiedenis van het leven op aarde. Bron 21 Afdruk van een plant (varen), 300 miljoen jaar geleden.

Bron 22 Fossiel van de triceratops. Deze plantenetende dinosaurus leefde 67 tot 65 miljoen

Bron 23 De geologische tijdtafel en de ontwikkeling

jaar geleden in Noord-Amerika.

van het leven.

06488029_THV1_LB.indb 18

19-10-12 10:34


19

Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 2 Mijn familie

B

Schatkist voor de toekomst

Wat laat je na?

Over mensen die al lang dood zijn, weten we van alles doordat ze spullen nalaten. Resten van huizen, gebruiksvoorwerpen, tekeningen, boeken. Deze voorwerpen geven veel informatie over hoe de mensen geleefd hebben. Toch is het vaak moeilijk om achter het hele verhaal te komen. Het is net een puzzel waar een heleboel stukjes van ontbreken. Het prehistorische beeldje van bron 24 werd in Oostenrijk in 1908 gevonden. Het werd gesneden in een kalksteen die niet in het gebied is te vinden. Hoe kwamen de mensen aan die steen? Trokken zij rond? Ook over de betekenis van het beeldje zijn er veel vragen. Het beeldje heeft geen gezicht. Andere kenmerken die met vrouwelijkheid hebben te maken zijn sterk overdreven, zoals de heupen en de borsten. Het lijkt erop dat het beeldje gaat over vruchtbaarheid. Probeerden de mensen met dit beeldje aan de goden te vragen of ze voor vruchtbaarheid konden zorgen? We weten het niet. Toen mensen konden schrijven, was het makkelijker om erachter te komen wat mensen dachten en voelden. Maar dan moet je hun schrift wel kunnen lezen. Het schrift van de oude Egyptenaren konden wetenschappers lange tijd niet lezen. De Franse wetenschapper Champollion slaagde er in 1822 als eerste in de hiërogliefen te ontcijferen. Hoe was hem dat gelukt? In 1799 was het Franse leger van Napoleon op veldtocht in Egypte. Daar vonden soldaten in de plaats Rosetta (nu El Rashid) een steen met daarop een tekst in drie oude talen: Egyptische hiërogliefen, oud-Egyptisch en Grieks. Grieks was bekend en daardoor lukte het Champollion na veel studie de hiërogliefen ook te lezen.

Bron 24 Venus van Willendorf, prehistorisch beeldje gemaakt tussen 24.000 en 22.000 v.Chr.

Bron 25 Afbeelding in steen van de Egyptische farao (koning). Bij de afbeelding staat in hiërogliefen de naam van de farao.

C

b

Schatten op de bodem van de zee

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Schatten op de bodem van de zee’.

06488029_THV1_LB.indb 19

19-10-12 10:34


20

Blok 3 Mijn land Nederland verandert!

Op verschillende manieren kun je zien dat Nederland verandert. Bijvoorbeeld door gewoon op straat goed om je heen te kijken. Wat nu hypermodern en helemaal ‘hot’ is, is over een aantal jaren weer uit. Dat is niet alleen zo met mode en technische snufjes. Ook gebouwen, lantaarnpalen en verkeersborden veranderen in de loop van de tijd. Er is wel een verschil: als je jas niet meer in de mode is, doe je hem niet meer aan. Maar een gebouw dat uit de mode is, blijft vaak nog jarenlang staan. Zo kun je in de stad van tegenwoordig nog veel terugzien van hoe het leven vroeger was.

Typisch Nederlands

Een bosje tulpen en een pan dampende aardappelen op tafel ... Goede voorbeelden van Nederlandse producten? Nee, hoor! Tulpen komen namelijk van oorsprong uit Turkije en aardappelen uit Zuid-Amerika. Maar de combinatie van producten uit verschillende landen maakt wel de Nederlandse cultuur. Bovendien verandert de cultuur voortdurend. Er komen producten bij en soms vergeten we bepaalde producten weer. Echt origineel Hollands zijn de landschappen in het westen van Nederland. Daar zijn moerassen drooggemaakt door slootjes te graven en water met molens weg te pompen. Op de slappe grond kon je het best op klompen lopen. Molens en klompen zijn daardoor typische Hollandse producten én souvenirs geworden. Ook het ontstaan van grootschalige tulpenbollenteelt in het westen van ons land is uniek. Vanaf de zeventiende eeuw was er steeds meer zand nodig voor het verstevigen van de ondergrond voor de stadsuitbreidingen van Amsterdam en later voor de spoordijken. Daarvoor groeven arbeiders het zand van de oude duinen af. De afgegraven velden waren heel geschikt voor het kweken van tulpenbollen. Het bollengebied heeft zich uitgebreid tot het belangrijkste ter wereld.

Bron 26 De Laurierdwarsstraat in Amsterdam, in 1920.

06488029_THV1_LB.indb 20

Bron 27 De Laurierdwarsstraat in Amsterdam, in 2000.

19-10-12 10:34


21

Thema 1 Wie ben ik? Blok 3 Mijn land

Bron 28 De Beeldenstorm in Antwerpen op 20 augustus 1566. Prent uit 1583.

De Nederlanden

Nederland bestond niet als land in de zestiende eeuw! Nederland, België en Luxemburg werden in de zestiende eeuw de Nederlanden genoemd. De Nederlanden hoorden bij het Spaanse rijk. De koning van Spanje, Filips II, was de heer van de Nederlanden. De Nederlanden bestonden uit zeventien verschillende gewesten (soort provincies). Elk gewest had een eigen munt, een eigen dialect en een eigen bestuur. In dat bestuur zaten machtige edelen en rijke burgers. Filips II wilde van de verschillende gewesten één land maken dat vanuit één punt, Brussel, zou worden bestuurd. Dit heet centralisatie. De edelen en de rijke burgers kregen steeds minder te vertellen over het bestuur en waren ontevreden.

Protestanten

In Nederland mag je toch geloven wat je wilt? Dat is tegenwoordig zo, maar in de zestiende eeuw was dat niet het geval. In de zestiende eeuw was er in Europa veel kritiek op de katholieke Kerk. Mensen gingen uit protest weg uit de katholieke Kerk. Zij werden protestanten genoemd. De Spaanse koning Filips II die in de Nederlanden de baas was, was een streng gelovige katholiek. Hij wilde dat al zijn onderdanen ook katholiek waren. Protestanten liet hij vervolgen en straffen. Veel Nederlanders vonden de straffen tegen de protestanten te zwaar. Zij waren boos op Filips II. In 1566 sloeg de vlam in de pan. Protestanten waren zo kwaad op de koning dat zij na een bijeenkomst in de open lucht een kerk ingingen en alle heiligenbeelden vernielden. Al snel werden honderden kerken en kloosters vernield. Dit heet de Beeldenstorm.

Een nieuw land

Filips II was woedend over de Beeldenstorm en stuurde een van zijn beste generaals, de hertog van Alva, met een leger naar de Nederlanden. Alva gebruikte veel geweld om de rust in de Nederlanden te herstellen. De rust was echter van korte duur. De edelman Willem van Oranje ging het verzet leiden tegen de Spaanse koning.

06488029_THV1_LB.indb 21

Tijdens de oorlog bleven de zuidelijke gewesten trouw aan Filips II. De noordelijke gewesten kozen partij voor Willem van Oranje. Zij werden na jaren van strijd onafhankelijk van Spanje. Dat maakte Willem van Oranje niet meer mee, want hij werd in 1584 vermoord. Het nieuwe land werd een republiek: een land zonder koning. Een republiek was heel bijzonder in die tijd en daarom werd het nieuwe land de Republiek genoemd. In 1648 sloot de Republiek vrede met Spanje (Vrede van Münster). Uit deze Republiek ontstond later het moderne Nederland.

Grenzen

Een grens is een lijn in het landschap die aangeeft tot waar een groep mensen of een overheid iets te zeggen heeft. Grenzen lopen daarom vanouds vaak langs lijnen die al in het landschap zichtbaar zijn, zoals rivieren en bergruggen. Zulke natuurlijke grenzen waren gemakkelijk te verdedigen in een oorlog. Ook een leeg gebied, zoals een woestijn, kan een natuurlijke grens zijn. Zo is de Sahara de grens tussen het vooral blanke, islamitische NoordAfrika en tropisch Afrika, waar vooral zwarte mensen wonen die natuurgodsdiensten hebben (of tot het christendom zijn bekeerd). Er zijn ook grenzen die niet langs een natuurlijk obstakel lopen. Soms zijn ze zelfs kaarsrecht. Dat zijn kunstmatige grenzen. Ze hebben niets te maken met natuurlijke elementen in het landschap. Je merkt alleen iets van zo’n grens wanneer hij duidelijk in het landschap wordt aangegeven door bijvoorbeeld borden of een douanekantoor.

19-10-12 10:34


22 Afspraken bij de grens

Groepen mensen aan beide kanten van een grens hebben soms verschillende belangen. In landen waar voedsel aan strenge veiligheidsvoorschriften moet voldoen, wil men producten die daar niet aan voldoen graag buiten de grens houden, ook al zijn ze misschien goedkoper. Aan de buitengrenzen van zo’n land of groep landen, worden mensen en goederen die er binnen willen komen daarom streng gecontroleerd. Buitengrenzen zijn bedoeld om ongewenste zaken buiten te houden. Maar soms hebben mensen van verschillende landen ook dezelfde belangen. Binnen de Europese Unie hebben de landen bijvoorbeeld met elkaar afgesproken, dat je goederen uit het ene land zonder extra kosten mag verkopen in het andere land. De eisen aan die producten zijn in alle landen hetzelfde. Aan de binnengrenzen van de EU-landen wordt daarom niet streng gecontroleerd. Uiteindelijk worden goederen daardoor voor alle Europeanen goedkoper. Deze afspraak over het controleren aan de grens heet het Akkoord van Schengen. De douane controleert in die Schengen-landen alleen nog mensen die de grens met een niet-Schengenland oversteken.

Bron 29 De Spaanse grens bij Ceuta.

Wie wonen er in Nederland?

Binnen de grenzen van Nederland woont de Nederlandse bevolking. Maar dan weet je nog niet wíe die mensen zijn. Je kunt de Nederlandse bevolking op verschillende manieren indelen. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar welke nationaliteit iemand heeft. Je nationaliteit bepaalt van welk land je een paspoort kunt krijgen en waar je mag stemmen als je ouder bent dan achttien jaar. Er wonen in Nederland mensen met de Nederlandse nationaliteit: Nederlanders. En er wonen mensen die níet de Nederlandse nationaliteit hebben. Zij zijn niet-Nederlanders. Je kunt ook kijken naar waar iemand is geboren. Mensen die in Nederland zijn geboren en van wie de ouders ook in Nederland zijn geboren, zijn autochtonen. Mensen die in het buitenland zijn geboren of een buitenlandse ouder hebben, zijn allochtonen. Als een familie een paar generaties in Nederland woont, wordt die familie dus vanzelf autochtoon! Je kunt de bevolking ook indelen op basis van andere kenmerken: mannen en vrouwen, jong en oud, arm en rijk, enzovoort. Daarover staan veel kaarten in de atlas.

Bron 30 Grensovergang tussen Nederland en België.

06488029_THV1_LB.indb 22

19-10-12 10:34


23

Thema 1 Wie ben ik? Blok 3 Mijn land

Verschillende culturen

De mensen die in een gebied wonen en samenleven, doen dat op hun eigen manier. Dat noem je cultuur. Vanaf je geboorte groei je op in een cultuur. De onderdelen van een cultuur noem je de cultuurelementen. Dat zijn jouw taal en godsdienst, maar ook allerlei regels en gewoonten. Bijvoorbeeld hoe mensen eten, slapen, zich kleden, sporten, kunst maken en elkaar begroeten. Sinds de middeleeuwen geven mensen in Europa elkaar een hand als begroeting. Mensen waren toen bang om aangevallen te worden. Als je elkaar een lege hand toestak, zag je dat de ander geen wapen had en dat hij vriendelijke bedoelingen had. Tegenwoordig geven we elkaar nog steeds een hand. In Japan buigen mensen naar elkaar als ze elkaar begroeten. Binnen een land bestaan vaak verschillende culturen. Dat komt doordat in een land mensen met verschillende achtergronden wonen. Dat kan te maken hebben met het land waar zij geboren zijn, met hun werk, maar ook met leeftijd. Jongeren hebben een andere cultuur dan ouderen. De culturen in de wereld verschillen op een paar punten erg van elkaar. Bijvoorbeeld: hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan en hoe belangrijk mensen het vinden om plannen te maken voor hun toekomst.

06488029_THV1_LB.indb 23

Hier en daar: Canada Day

Op 1 juli ieder jaar is het zover: Canada Day! Al dagen is de voorpret te zien in de vorm van wapperende vlaggetjes op auto’s. Hoewel de dag vol is van nationalistische symbolen, doet de sfeer helemaal niet nationalistisch aan. Er zijn verschillende podia met muziek, iedereen loopt op straat, het is een vrolijke boel. Het is een beetje vergelijkbaar met Koninginnedag, maar dan zonder de vrijmarkten. Wat mij het meest opviel, was de diversiteit van de vierende mensen. Dit land is één groot succesverhaal wat betreft immigratie. Ik zag rijen moslima met hoofddoekjes in de Canadese kleuren, ik zag orthodoxe joden met Canadese vlaggen in hun zwarte hoed, Arabieren die huilden bij het zingen van het volkslied en Sikhs die er de ene na de andere vreugdedans uitgooiden. Een Irakees vertelde mij geëmotioneerd dat hij tweeëneenhalf jaar na afronding van zijn cursus nog werd gebeld door zijn inburgeringsmentor of alles goed met hem ging. En of hij wilde komen barbecuen! Deze man sloot zijn verhaal af met een welgemeend ‘Long live Canada!’, voordat hij verdween in de armen van een zwarte vrouw. Uit: Brief van een Canadese immigrant uit Nederland, 2005.

Bron 31 Canada Day is een nationale feestdag in Canada. Dan vieren de Canadezen dat hun land in 1867 een eigen regering kreeg. Bron 32 Sinterklaas is een typisch Nederlands feest.

19-10-12 10:34


24

Menukaart 3

A Koerden, een volk zonder land

Bron 33 Koerdische kinderen.

De Koerden

Niet alle volkeren op aarde hebben een eigen land. De Koerden zijn een goed voorbeeld van zo’n volk. Ze wonen in het grensgebied van Turkije, Syrië, Iran, Irak en Armenië. Ze hebben een eigen taal, het Koerdisch, en eigen gewoonten. De Koerden zijn een volk van ongeveer 40 miljoen mensen. Aan het begin van de twintigste eeuw, toen landen als Syrië en Irak zelfstandige staten werden, raakten de Koerden verdeeld over die landen. Sindsdien is de Koerdische taal in een aantal landen streng verboden. De Koerden stammen waarschijnlijk af van de Meden, een volk uit de oudheid. Het rijk Medië bestond van 728 v.Chr. tot 550 v.Chr. in het noorden van het huidige Iran. 90 procent van de Koerdische bevolking is islamitisch. In de zevende eeuw hebben de meeste Koerden zich bekeerd tot de soennitische stroom van de islam. Het grootste deel van de Koerden streeft naar een onafhankelijke eigen staat: Koerdistan. Door de regeringen van diverse landen wordt dit gezien als een bedreiging. Dit zou namelijk betekenen dat landen als Turkije, Syrië, Iran en Irak grondgebied moeten afstaan. In het noorden van Irak werden de Koerden in maart 1988 onder het bewind van Saddam Hoessein met gifgas bestookt. Ruim 182.000 Koerden zijn vermoord en 4000 dorpen met de grond gelijk gemaakt. Dat jaar was het meest donkere jaar voor de Koerden. In veel landen, zoals Nederland en België, wonen Koerdische vluchtelingen. In Nederland leven ongeveer 41.000 Koerden.

06488029_THV1_LB.indb 24

Gevlucht Mijn naam is Sirud en ik ben twaalf jaar. Ik ben geboren in Koerdistan – Irak. Toen ik acht jaar was, ben ik met mijn ouders naar Nederland gevlucht. In Irak was de dictator Saddam Hoessein aan de macht. Hij wilde dat alle mensen in het land leven als Arabieren. Maar in het noorden van Irak, waar ik vandaan kom, leven alleen maar Koerden en geen Arabieren. Koerden spreken een andere taal, luisteren naar andere muziek en dragen andere kleren. Saddam Hoessein heeft alles verboden wat bij onze cultuur hoort. We mogen geen Koerdisch spreken en kregen straf als we een Koerdisch liedje zongen. Bron 34 Een Koerdische vluchteling in Nederland.

19-10-12 10:34


25

Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 3 Mijn land

B Typisch Nederlands

Vlaai, Domtoren en schaatsen

Elk gebied in Nederland heeft zijn eigen typische kenmerken. Utrechtenaren zijn trots op hun Domtoren, Limburgers eten het liefst vlaai bij de koffie en Friezen houden van schaatsen en zeilen. Welke kenmerken ken je nog meer van de verschillende steden en streken in Nederland? Bron 35 De haven van Rotterdam.

Bron 36 Carnaval in Den Bosch. Bron 37 Wadlopen in Groningen.

C Ministaatjes

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht â&#x20AC;&#x2DC;Ministaatjesâ&#x20AC;&#x2122;.

06488029_THV1_LB.indb 25

19-10-12 10:34


26

Blok 4 Ik Ouders en vrienden

In de cultuur waarin je leeft, gelden allerlei regels over hoe mensen met elkaar omgaan. Als je die regels niet kent, heb je een probleem. Mensen vinden je onbeleefd, raar of asociaal. Dat vindt niemand leuk. Hoe leer je dan die regels? Je ouders of verzorgers zijn de eersten die jou van alles leren. Bijvoorbeeld dat je niet met volle mond mag praten en dat je geen speelgoed mag afpakken van een ander kind. Als je op de middelbare school zit, zijn vooral je vrienden belangrijk. Je trekt je vaak meer aan van wat zij vinden dan van wat je ouders vinden. Helemaal als het om kleren en muziek gaat. Kleren en muziek zeggen vaak iets over de jongerencultuur waar jij bij hoort. Ben jij hiphop, alto of gothic misschien? Bron 39 Zij zijn gothic. Bron 38 In Azië krijgen de opa en oma in het gezin veel respect.

Wat ben jij?

Uniek, of toch niet?

Wil je apart zijn of juist liever niet opvallen? Het maakt niet uit: jij bent uniek! Er is maar één iemand zoals jij. Maar helemaal uniek ben je ook weer niet. De cultuur waar jij bij hoort, heeft namelijk veel invloed op jou. Op hoe je je gedraagt en wat je vindt. De cultuur is afhankelijk van je omgeving en de tijd waarin je leeft. Stel: je was 2000 jaar geleden geboren als kind in een rijke Romeinse familie. Je zou het heel normaal vinden dat er slaven bij jullie thuis werken. Dat kun je je nu waarschijnlijk niet voorstellen. Wat je normaal vindt, hangt dus erg af van de tijd en de plaats waarin je leeft. Dat komt weer doordat waarden verschillen per tijd en plaats. Een waarde is iets wat je heel belangrijk vindt in het leven. Wij vinden nu bijvoorbeeld gelijkheid heel belangrijk. Bij gelijkheid hoort de regel dat niemand een ander mens tot slaaf kan maken. Zo’n regel heet een norm.

06488029_THV1_LB.indb 26

19-10-12 10:34


27

Thema 1 Wie ben ik? Blok 4 Ik

Hier en toen: Verzet in de jaren ’60

Vind je jouw ouders wel eens ouderwets? Jongeren in de jaren zestig van de vorige eeuw vonden dat wel. Ze kwamen luid in verzet tegen de normen en waarden van die tijd. Wat wilden ze? • Jongeren wilden meer te zeggen krijgen: in de politiek, thuis en op school. • In de jaren zestig van de vorige eeuw steeg de welvaart. De mensen konden hun geluk niet op en kochten allerlei nieuwe dingen. Maar het maken van die producten vervuilde wel het milieu. Daar maakten jongeren zich zorgen om. • Alleen seks als je getrouwd bent, was de norm. Jongeren waren het daar niet mee eens. • Het was normaal dat een vrouw thuisbleef voor de kinderen en dat de man buitenshuis werkte. Daar waren jongeren het niet mee eens. • Jongeren vonden dat vrouwen alleen zwanger moesten worden als ze dat echt wilden. Daarom moesten vrouwen het recht krijgen om abortus te laten plegen als ze ongewenst zwanger waren. En alle vrouwen moesten de pil kunnen krijgen.

Imago

Je kleding, kapsel en muziekkeuze bepalen je imago. Je imago is het beeld dat anderen van jou hebben. Bijvoorbeeld: dat je een brave studiebol bent of juist een luilak. Ook een merk heeft een imago. Probeer eens het imago van bekende merken als Philips, Diesel of Vifit te beschrijven. Dan kom je misschien op woorden als betrouwbaar, stoer en gezond. Reclamemakers proberen het imago van een merk te beïnvloeden. Want een merk met het juiste imago wordt meer gekocht en vaak voor hogere prijzen. Welk merk je koopt hangt niet alleen af van het imago, maar voor een groot deel ook van je budget. Dat is de hoeveelheid geld die je tot je beschikking hebt. Weinig mensen in de wereld kunnen alles betalen wat ze willen hebben. Je zult dus altijd moeten kiezen: wat koop je wel en wat niet? Je moet kiezen omdat je budget niet eindeloos is. Ook de overheid en bedrijven moeten steeds kiezen wat ze wel en niet gaan doen. Al die keuzes gaan over schaarste. Schaarste betekent dat er niet eindeloos veel grondstoffen, werknemers en machines zijn. Er moet daarom gekozen worden waarvoor ze worden gebruikt. Ook tijd is schaars, want je kunt je tijd maar één keer besteden.

06488029_THV1_LB.indb 27

Wie wil ik zijn?

Als je ouder wordt, denk je steeds meer na over wie je wilt zijn en waar je bij wilt horen. Je krijgt een eigen mening, kiest je eigen vrienden uit, gedraagt je op jouw manier. Ook denk je misschien na over de groepen waar je bij hoort. Stel: je ouders komen uit Marokko en jullie wonen in Amsterdam. Voel je je vooral een Amsterdammer, een Ajax-fan, een Marokkaan, een Nederlander, een moslim, een Europeaan of een Noord-Afrikaan? Wie jij bent en waar je trots op bent, is jouw identiteit. Bij identiteit hoort ook wat je belangrijk vindt in het leven: jouw waarden. Vind je vooral je vrienden belangrijk, je familie, je gezondheid, je school, bijbaantje of sport? En denk je wel eens na over problemen waar je niet direct mee te maken hebt? Zoals het milieu, de armoede in de wereld, oorlogen in andere landen, vluchtelingen en ziektes. Als je weet wat je belangrijk vindt, kun je ervoor kiezen je daarvoor in te zetten. Bron 40 Wat mensen het meest belangrijk vinden in hun leven. percentage mensen dat familie, werk, vrienden, vrije tijd en geloof heel belangrijk noemt in hun leven 100

80

60

40

20

0

West-Europa

Turkije

familie

vrije tijd

werk

geloof

vrienden

19-10-12 10:34


28

In Afrika, Azië en Latijns-Amerika wordt voor miljoenen euro’s aan insecten verhandeld.

06488029_THV1_LB.indb 28

19-10-12 10:34


Mundo 1 vmbo-t/havo/vwo