Issuu on Google+

2 editie e

www.mundo-online.nl Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek leerjaar 1 VMBO-KGT

2e editie Mens en maatschappij leerjaar 1 / vmbo-kgt lesboek

www.mundo-online.nl

9006488005_omslag.indd 1

02-10-2013 16:41:56


Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek

leerjaar 1 / vmbo-kgt

Auteurs: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Ilse Ouwens, Theo Peenstra Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra

06488005_KGT1_LB_titelpagina.indd 1

10-08-2011 19:11:20


Methodeoverzicht lwoo/vmbo-bk

vbmo-kgt

vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift thema 1 Wie ben ik?

Themaschrift thema 1 Wie ben ik?

Themaschrift thema 1 Wie ben ik?

Themaschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift thema 3 Toerisme

Themaschrift thema 3 Toerisme

Themaschrift thema 3 Toerisme

Themaschrift thema 4 Rampen en plagen

Themaschrift thema 4 Rampen en plagen

Themaschrift thema 4 Rampen en plagen

Themaschrift thema 5 De stad

Themaschrift thema 5 De stad

Themaschrift thema 5 De stad

Themaschrift thema 6 Arm en rijk

Themaschrift thema 6 Arm en rijk

Themaschrift thema 6 Arm en rijk

Projectschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift thema 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift thema 5 De stad

Projectschrift thema 5 De stad

Projectschrift thema 5 De stad

Leerjaar 2

Lesboek leerjaar 2 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift thema 7 Wereldhandel

Themaschrift thema 7 Wereldhandel

Themaschrift thema 7 Wereldhandel

Themaschrift thema 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift thema 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift thema 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift thema 9 Milieu

Themaschrift thema 9 Milieu

Themaschrift thema 9 Milieu

Themaschrift thema 10 Europa

Themaschrift thema 10 Europa

Themaschrift thema 10 Europa

Themaschrift thema 11 Conflict in Israël

Themaschrift thema 11 Conflict in Israël

Themaschrift thema 11 Conflict in Israël

Themaschrift thema 12 Wie wonen er in

Themaschrift thema 12 Wie wonen er in

Themaschrift thema 12 Wie wonen er in

Leerjaar 1

Lesboek leerjaar 1 vmbo-kgt

Nederland?

Lesboek leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo

Nederland?

Nederland?

Projectschrift thema 9 Milieu

Projectschrift thema 9 Milieu

Projectschrift thema 9 Milieu

Projectschrift thema 12 Wie wonen er in

Projectschrift thema 12 Wie wonen er in

Projectschrift thema 12 Wie wonen er in

Nederland?

Nederland?

Nederland?

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Toetsen

Toetsen

Toetsen

Leerlingensite

Leerlingensite

Leerlingensite

Docentensite

Docentensite

Docentensite

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48800 5 Tweede druk, vierde oplage, 2015 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro. nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC ® -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9006488005_KGT1_LB_methodeoverzicht.indd 2

27/02/15 11:04


3

Inhoud Hoe werk je met Mundo?

4

Thema 1 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wie ben ik? Mijn eigen omgeving Menukaart 1 Mijn familie Menukaart 2 Mijn land Menukaart 3 Ik

6 8 12 14 18 20 24 26

Thema 5 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

De stad Wonen in een stad Menukaart 1 Een stad in de middeleeuwen Menukaart 2 De stad verandert Menukaart 3 Jouw stad

94 96 100 102 106 108 112 114

Thema 2 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wat eten we vandaag? Op zoek naar voedsel Menukaart 1 Voedsel verbouwen Menukaart 2 Overleven in extreme klimaten Menukaart 3 Wat eet jij?

28 30 34 36 40 42 46 48

Thema 6 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Arm en rijk Armoede Menukaart 1 Europa verovert Latijns-Amerika Menukaart 2 Arm en rijk in BraziliĂŤ Menukaart 3 Arm en rijk: ver weg of dichtbij?

116 118 122 124 128 130 134 136

Thema 3 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Toerisme 50 Landen rond de Middellandse Zee 52 Menukaart 1 56 Grieken en Romeinen 58 Menukaart 2 62 Op vakantie naar Turkije 64 Menukaart 3 68 Toerisme en recreatie in je eigen omgeving 70

Thema 4 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Rampen en plagen Natuurrampen Menukaart 1 Rampen in Afrika Menukaart 2 Rampen in de middeleeuwen Menukaart 3 Is een ramp te voorkomen?

9006488005_bw.indb 3

72 74 78 80 84 86 90 92

Tijdwijzer

138

Vaardigheden

144

Register

156

Illustratieverantwoording

158

Voor de docent

160

05-08-2011 16:07:26


4

Hoe werk je met Mundo? Dit is het lesboek van Mundo. Samen met het themaschrift heb je dit boek elke les nodig voor het vak mens en maatschappij. Voor de ict-opdrachten heb je ook nog het internet nodig: je vindt de opdrachten op www.mundo-online.nl. Hoe je met het lesboek en het themaschrift werkt, leggen we je op deze pagina’s uit.

Blokken Thema 3 Toerisme Blok 3 Op vakantie naar Turkije

20

Blok 3

Op vakantie naar Turkije

De islam

Een gastvrije bevolking

Mensen in het Middellandse Zeegebied hebben andere gewoonten dan Nederlanders. Mensen in het Middellandse Zeegebied leven bijvoorbeeld veel meer buiten. Een groot deel van de dag zitten er mannen op het dorpsplein. De mensen zijn ook vaak erg gastvrij. In Turkije moet je niet gek opkijken als mensen je uitnodigen voor een kopje thee, ook al kennen ze je niet. Net als voor de meeste Zuid-Europeanen is voor Turken familie heel belangrijk. Bij die familie horen de grootouders en ook neven en nichten. Belangrijke momenten in het leven worden met de hele familie gevierd. Nederlanders vinden het doen van betaald werk belangrijk, maar er zijn ook veel mensen die een betaalde baan minder belangrijk vinden. De mensen in Turkije vinden werk juist erg belangrijk. Veel Turken zeggen dat mensen die niet werken lui worden. Verder voelen veel Turken zich in de eerste plaats Turk. Veel andere Europeanen voelen zich in de eerste plaats betrokken bij het dorp of de stad waar ze wonen. Er zijn in Europa maar heel weinig mensen die zich in de eerste plaats Europeaan voelen. In Turkije is dat gevoel het zwakst.

Bron 23 Veeteelt in Turkije.

Het lesboek bestaat uit zes thema’s. Een thema is op een vaste manier opgebouwd: een Start, en daarna een aantal Blokken en Menukaarten. Achter in het lesboek vind je nog de Tijdwijzer en de Vaardigheden.

Start 6

Thema 3 Toerisme Start

7

START

21

Een land met grote verschillen

Turkije is een groot land: van de grensstad Edirne in het westen naar de heilige berg Ararat in het oosten is het 1500 km. De berg Ararat is heilig, omdat daar volgens de Bijbel de ark van Noach na de zondvloed is geland. Ararat is ook een bijzondere berg, omdat het een vulkaan is, die ver boven de omgeving uitsteekt. Turkije is rijk aan gebergten. Door die gebergten zijn er ook grote verschillen in klimaten. Je kunt Turkije in drie gebieden verdelen: • Langs de kusten van Turkije is het warm, maar er valt voldoende regen. Boeren verbouwen er fruit, noten, olijven, granen en tabak. • Het oosten van Turkije is hoog en bergachtig. De zomers zijn er heet en droog, de winters ijzig koud. Daardoor is dit gebied ongeschikt voor akkerbouw of fruitteelt. De boeren houden er vooral schapen en geiten. • In het midden en zuidoosten van Turkije is het ook droog. Maar het is er minder bergachtig en de winters zijn minder koud. Met irrigatie wordt er graan, groente en fruit verbouwd. De boeren houden er ook vee.

Geloof is in de landen rond de Middellandse Zee belangrijk. In bron 24 zie je dat de mensen er vaker bidden dan in Nederland. Ook bezoeken ze vaker een kerk of moskee. In Turkije zijn de meeste mensen moslim. Hun geloof is de islam. Deze godsdienst is gesticht door de Arabier Mohammed in de zevende eeuw. Mohammed leefde in het land dat nu Saudi-Arabië heet. De Arabieren hebben de islam in de zevende en achtste eeuw verspreid in Noord-Afrika en tot in India. Maar Istanbul werd pas islamitisch in 1453. In Noord-Afrika namen de mensen de Arabische taal over, maar dat deden de Turken niet. Het Turkse rijk was in de negentiende eeuw een groot rijk dat voor een groot deel in Europa lag. Bosnië en Albanië lagen bijvoorbeeld in het Turkse rijk. In die landen werden veel mensen moslim. In de Eerste Wereldoorlog werd het Turkse rijk verslagen en kreeg Turkije zijn huidige grenzen. Atatürk werd de nieuwe leider van het land, en hij maakte van Turkije een democratisch land. Het land werd een seculiere staat. Dat betekent dat de staat zich niet bemoeit met de godsdienst van de mensen. In Turkse overheidsgebouwen kom je daarom geen religieuze symbolen tegen. Atatürk verving ook het Arabische schrift door het Latijnse alfabet. De islam in Turkije kent veel verschillende stromingen, net zoals er veel verschillende vormen van christendom in Nederland zijn.

Bron 25 Toeristen in de oude stad Efeze.

Toerisme in Turkije

Net als andere landen aan de Middellandse Zee is Turkije populair bij Europese toeristen. Turkije is voor veel Europeanen een goedkoop land. Vooral langs de stranden aan de zuidkust is er massatoerisme. Dat betekent dat veel mensen tegelijk vakantie vieren in een gebied. Er komen ook toeristen naar Turkije voor de cultuur. Zij bezoeken de steden en overblijfselen uit de tijd van de Grieken en Romeinen. Daarnaast komen er toeristen voor de bijzondere natuurlandschappen in Turkije. Voor Turkije is het toerisme heel belangrijk. Veel Turken verdienen er hun geld mee. In 2008 bezochten 26 miljoen buitenlandse toeristen het land. Daarnaast werd Turkije ook nog bezocht door vijf miljoen Turken die in het buitenland wonen. Het massatoerisme kwam in Turkije pas na 1990 op gang. Een reden daarvoor is dat Turkije verder weg ligt van de rijke landen in West-Europa dan Spanje en Italië. Na 1990 werd vliegen veel goedkoper. Turkije kwam daardoor ‘dichterbij’. Een andere reden is dat het reizen voor mensen in Oost-Europa na 1990 gemakkelijker werd.

Bron 24 Mensen die minstens één keer per week bidden.

In de blokken staat de lesstof die je moet leren: begrippen, leerteksten, beeld- en tekstbronnen. Je gebruikt deze informatie om de opdrachten in het themaschrift te maken. In blok 1 en 4 gaat het vooral over wat het onderwerp met jou en jouw omgeving te maken heeft.

Thema 3: Toerisme Zij die gaan sterven groeten u

Vijftig dagen is het al feest in Rome, en het is nog lang niet voorbij. Keizer Titus heeft honderd dagen feest beloofd om de opening van het Colosseum te vieren. Het Colosseum is het grootste theater van het Romeinse rijk. Als ik dat reusachtige gebouw zie, ben ik er trots op Romein te zijn! Ik zal je eens vertellen wat er te zien is tijdens de Spelen. ’s Ochtends kun je de wilde beesten zien vechten, zoals olifanten en struisvogels. Tijdens de middagpauze vechten misdadigers tegen leeuwen en tijgers. Die mensen hebben natuurlijk geen schijn van kans. ’s Middags is mijn geliefde onderdeel. Dan vechten de gladiatoren tegen elkaar. Dat zijn goed getrainde vechters die op leven en dood vechten. Voordat het gevecht begint, eren ze keizer Titus. Ze zeggen dan: ’Gegroet keizer, zij die gaan sterven groeten u.’ Toch sterft de verliezer lang niet altijd. De overwinnaar vraagt aan de keizer of hij zijn tegenstander moet laten leven of dood maken. Doodstil is het dan in het theater. Tot de keizer zijn duim naar boven of naar beneden steekt. Zo populair als het Colosseum onder de oude Romeinen was, is het nu ook onder toeristen. Ieder jaar bezoeken duizenden mensen het vroegere theater. HOOFDVRAAG VAN DIT THEMA: Waarom komen er zo veel toeristen naar het Middellandse Zeegebied?

In de Start lees je een verhaal over het thema. Je ontdekt waar het thema over gaat.

Menukaarten Thema 3 Toerisme Menukaart 2 Grieken en Romeinen

18

Menukaart 2 A

B

Bouw een Griekse tempel

BRON 19 Deze tempel voor de godin Athena heet het

De eerste Olympische Spelen

Ter ere van Zeus

Indeling van de tempel

De Grieken bouwden tempels voor hun goden en godinnen. Een tempel was de woonplaats van een god. Elke tempel werd op dezelfde manier gebouwd. Er was een kleine ruimte waarin de god woonde. Deze ruimte heette de cella. Alleen priesters mochten hier naar binnen. Ze brachten er offers aan de god, zoals fruit, wijn, maar ook koeien en schapen. Achter in de cella stond een beeld van de god. Voor of helemaal rond de cella werden zuilen gezet. Die zuilen droegen het dak van stenen platen. Geen wonder dat er veel zuilen nodig waren om het gewicht te dragen. De tempels werden altijd in de richting oost-west gebouwd.

19

3

2

1

2

3 6 5 4 1 cella 2 portalen 3 zuilengang 4 balk 5 fries 6 timpaan

In 776 v.Chr. werden de eerste Olympische Spelen gehouden, in de stad Olympia. De Spelen waren georganiseerd ter ere van oppergod Zeus. Tijdens de Spelen mochten de Griekse stadstaten geen oorlog met elkaar voeren. Er was eerst maar één wedstrijd: een hardloopwedstrijd in het stadion. De lopers liepen een afstand van één stadie. Dat was zeshonderd maal de voet van de god Herakles. Dat is 192,24 meter.

BRON 20 Plattegrond en voorkant van een Griekse tempel.

Parthenon. De tempel staat in Athene op een heuvel.

BRON 22 Het stadion van Olympia.

De wedstrijd

BRON 21 Deze vaas werd uitgereikt als hoofdprijs van de hardloopwedstrijd. Op de achterkant stond een uil afgebeeld: het symbool van de godin Athena.

C

De wedstrijd begon bij het beeld van Zeus. Daar beloofden de deelnemers en hun trainers om zich sportief te gedragen. Daarna gingen de lopers achter een houten hek staan. Ze zetten hun voeten in drempels die uit marmer waren gehakt. Vóór elke loper hing een dunne houten lat aan een touwtje. Dat was om een valse start te voorkomen. De starter blies op een grote hoorn. Dat was het startsein. Helpers trokken tegelijk het houten hek weg. Wie te vroeg vertrok, kreeg een pak slaag met een roe. De hardlopers liepen in één rechte lijn. Het stadion was dus zo’n tweehonderd meter lang! De winnaar kreeg een krans, gemaakt van twee takken van de heilige olijfboom in Olympia. Hij had het recht om zijn standbeeld te plaatsen in het heilige bos bij Olympia. De winnaar hoefde verder nooit meer belasting te betalen en hij mocht gratis naar de schouwburg.

Zoek de goden

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Zoek de goden’.

Blok 1, 2 en 3 sluiten steeds af met een eigen menukaart. Je mag hier zelf kiezen welke van de drie opdrachten je van de menukaart wil gaan doen. Je bent ongeveer één lesuur bezig met de opdracht.

9006488005_bw.indb 4

05-08-2011 16:07:29


5

Tijdwijzer

In de Tijdwijzer vind je een grote tijdbalk waar belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis op staan. De Tijdwijzer helpt je om het onderwerp te plaatsen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld zien wat 50 jaar geleden of 5.000 jaar geleden een belangrijke gebeurtenis was.

Vaardigheden

Op deze pagina’s vind je een handig overzicht van vaardigheden die je nodig hebt bij het vak mens en maatschappij. In ieder thema oefen je veel met deze vaardigheden.

Begrippen

www.mundo-online.nl

Mundo heeft een eigen website. Hier vind je de volgende onderdelen: • Ict-opdrachten. Je kunt bijvoorbeeld in blok 1 op de juiste ict-opdracht klikken. • Vaardigheden. De vaardigheden uit je lesboek vind je ook online. • Tijdwijzer. De Tijdwijzer uit je lesboek vind je ook online. • Animaties en filmpjes. Bij stukjes leerstof en bij begrippen kun je online animaties en filmpjes bekijken die de stof nog eens op een andere manier uitleggen. • Test jezelf. Bij elk thema en elk blok kun je een oefentoets maken op de computer.

Als een woord vetgedrukt is, dan is het een belangrijk begrip, waarvan je de betekenis moet kennen. Achter in het lesboek kun je in het register altijd opzoeken waar de begrippen staan.

Bronnen en figuren

In het lesboek vind je bronnen. Dat zijn plaatjes en teksten over een onderwerp. In het themaschrift staan figuren.

Lesboek en themaschrift

Dit lesboek gebruik je bij de themaschriften. In het themaschrift staan de opdrachten die je moet maken.

9006488005_bw.indb 5

05-08-2011 16:07:30


6

Schilderij van Rubens over Romulus en Remus. Er zijn verschillende beroemde verhalen over kinderen die opgevoed werden door dieren. Zo werd Tarzan werd opgevoed door apen, Mowgli uit Junglebook door wolven. Dit schilderij laat het meer dan 200 jaar oude verhaal zien over de tweelingbroers Romulus en Remus. De tweeling had een heel bijzondere afkomst: hun moeder was een priesteres en hun vader was de oorlogsgod Mars. Nadat hun moeder was vermoord werd de tweeling in een rieten mandje in de rivier de Tiber gegooid. Ze werden gevonden door een wolvin die de broers met haar eigen melk grootbracht en ze opvoedde. Toen de broers volwassen waren stichtten ze de stad Rome. Maar de broers kregen ruzie wie de baas zou zijn van de nieuwe stad en Romulus vermoordde zijn broer. Zo werd Romulus de eerste koning van Rome.

9006488005_bw.indb 6

05-08-2011 16:07:33


Thema 1 Wie ben ik? Start

7

Thema 1: Wie ben ik?

START Sujit Kumar, de kippenjongen

Toen psycholoog Elizabeth Clayton in 2002 een bejaardenhuis op Fiji bezocht ontdekte ze Sujit, de kippenjongen. In een beschimmeld kamertje op een oud ziekenhuisbed zat Sujit. Toen Elizabeth dichterbij wilde komen, wilde hij bijten. Omdat hij was vastgebonden, kon hij zelf niet dichterbij komen. Hij kon ook niet lopen, maar hipte als een kip. Hij maakte kippengeluiden en kukelde als een haan. Er werd geprakt eten binnengebracht. De jongen gooide het op de grond en begon er als een kip naar te pikken. Sujit Kumar werd als tweejarig kind mishandeld en in een kippenhok opgesloten. Toen Sujit in 1979 acht jaar was, overleed zijn vader. Hulpverleners vonden hem toen in het kippenhok en brachten hem naar het bejaardenhuis. Elizabeth liet Sujit onderzoeken. Hij had epilepsie, maar zijn hersenen waren niet beschadigd. Het afwijkende gedrag van Sujit is te verklaren doordat hij als kind te weinig contact had met mensen. Kinderen leren door imitatie, en Sujit had geleerd om zich als een kip te gedragen. Na zes jaar in het kippenhok en 22 jaar in het kamertje van het bejaardenhuis kreeg Sujit een verzorger en leerde praten. Door het onderzoek naar Sujit is veel bekend geworden over de invloed van de omgeving op wie iemand is.

HOOFDVRAAG VAN DIT THEMA: Hoe word jij be誰nvloed door jouw omgeving en geschiedenis?

MET VOORLEESVERHAAL! (in de docentenhandleiding)

9006488005_bw.indb 7

05-08-2011 16:07:34


8

Blok 1

Mijn eigen omgeving

Mijn omgeving

... five … four … three … two … one! We have a lift-off. In april 2004 maakte de Nederlandse ruimtevaarder André Kuipers een ruimtereis naar het Ruimtestation ISS. Heel bijzonder, of toch niet? André zei zelf: ‘Je hebt het gevoel dat je gewoon op de grond aan het werk bent. Tot je uit het raam kijkt en ziet dat je rond de aarde draait.’ Probeer je eens voor te stellen dat je ook een ruimtereis maakt. Gewoon, met een ruimteschip vanuit je eigen straat. Wat zou je zien als je achterom kijkt? Eerst zie je de huizen in de straat, dan de hele wijk, de hele stad, de kust van Nederland, Europa, en zo verder. Je ziet dus een steeds groter gebied. Dat noem je uitzoomen. Omgekeerd zie je bij de landing van het ruimteschip een steeds kleiner gebied. Iets van steeds dichterbij bekijken noem je inzoomen. Bij het vak mens & maatschappij kijk je naar je eigen omgeving. Dat is het gebied dat je goed kent. Het zijn de plaatsen waar je iedere week wel een keer komt.

9006488005_bw.indb 8

Bron 1 André Kuipers aan het werk in de ruimte.

Hier en toen: Je wereld: een dorp?

De gemiddelde personenauto in Nederland rijdt 15.000 kilometer per jaar. Dat is ruim 40 kilometer per dag. Een vliegreis naar Indonesië is even ver (enkele reis!) en niet eens zo heel bijzonder. Iedere dag vertrekken er vliegtuigen uit Nederland naar Indonesië en andere verre bestemmingen. Vroeger was dat wel anders. Voor 1850, toen de eerste spoorlijnen net waren aangelegd, reisde de gemiddelde Nederlander niet meer dan 40 kilometer per jaar! Mannen gingen een keer naar een jaarmarkt in de stad en ze bezochten een paar keer per jaar een dorp in de buurt. Vrouwen kwamen helemaal het dorp niet uit. Hoeveel kilometers reis jij?

05-08-2011 16:07:35


Thema 1 Wie ben ik? Blok 1 Mijn eigen omgeving

9

Kijken naar het landschap

De weg naar de sporthal? Oh, dan moet u bij de kerk links, en dan over de brug gelijk rechtsaf. Als je iemand de weg wijst, noem je bijvoorbeeld een straat, een kerk of een brug. Wegen en gebouwen noem je inrichtingselementen. Dat zijn onderdelen van het landschap die vast staan en door de mens zijn gemaakt. In je omgeving kom je misschien ook dingen tegen die nĂ­et door mensen zijn gemaakt. Bijvoorbeeld een rivier of een heuvel. Dat zijn natuurlijke elementen. Een landschap met inrichtingselementen noem je een ingericht landschap. Een landschap met alleen maar natuurlijke elementen is een natuurlandschap. Echte natuurlandschappen zijn inmiddels zeldzaam. In de meeste gebieden op aarde heeft de mens wel iets veranderd.

Bron 3 Een natuurlandschap.

Bron 2 Een ingericht landschap.

9006488005_bw.indb 9

05-08-2011 16:07:40


10 Werken met kaarten

In Mundo gebruik je kaarten. Kaarten zijn verkleinde afbeeldingen van een gebied. Bij een goede kaart staat vermeld hoe vaak je de kaart moet vergroten om te weten hoe groot het gebied in werkelijkheid is. Dat noem je de schaal. De schaal van een kaart wordt meestal aangegeven met een schaalstok of een schaalgetal. Het schaalgetal geeft aan hoeveel één centimeter op de kaart in het echt is. Hoe je dat doet, kun je lezen bij vaardigheid 7d op bladzijde 151 achter in je boek. Omdat een kaart een verkleining is van de werkelijkheid, past niet alles uit het gebied op de kaart. Daarom zijn kaarten altijd eenvoudiger dan het gebied zelf. Om de kaart goed te kunnen gebruiken, wordt met symbolen en kleuren aangegeven wat er op de kaart te zien is. De betekenis van die symbolen en kleuren wordt in de legenda van de kaart uitgelegd. De titel van een kaart legt uit waar de kaart over gaat. Bij vaardigheid 7f op bladzijde 152 lees je verder hoe je kaarten moet lezen. Bron 4 Een kaart van Leeuwarden in 1652.

9006488005_bw.indb 10

water

bebouwing (huizen, bedrijven)

kerktoren

0

250 m

500 m

Bron 5 Topografische kaart van Leeuwarden in 2006.

Kaarten in de atlas

Neem op de rotonde de tweede afslag … Als je ergens naartoe wilt, kun je een navigatiesysteem gebruiken: een routeplanner op internet of een GPS-apparaat. Daarbij worden kaarten gebruikt waar alleen de wegen in een gebied op staan. De kaarten in Mundo laten vaak andere dingen zien, bijvoorbeeld bodemgebruik. Een kaart met een bepaald onderwerp, zoals wegen of bodemgebruik, heet een thematische kaart. In de titel van de kaart wordt het onderwerp genoemd. De legenda geeft uitleg over hoe je de kaart kunt lezen. De meeste kaarten die je bij mens & maatschappij gebruikt, staan in de atlas. Behalve thematische kaarten staan in de atlas ook overzichtskaarten. In de titel van een overzichtskaart staat alleen de naam van het gebied. Je kunt een overzichtskaart goed gebruiken om op te zoeken waar een plaats of gebied ligt. Een overzichtskaart van een klein gebied heet een topografische kaart. Topografie betekent: het beschrijven van een plaats. Op topografische kaarten staan bijna alle wegen en gebouwen in een gebied apart ingetekend. Achter in de atlas staan lijsten met plaatsnamen en onderwerpen. Dat zijn de registers. Voor het opzoeken van kaarten over een bepaald onderwerp heb je het trefwoordenregister (BB: zaakregister) nodig. Voor het opzoeken van plaatsen gebruik je het register van topografische namen (BB: namenregister). Hoe je met deze registers werkt leer je bij vaardigheid 7g op bladzijde 152 achter in dit boek.

05-08-2011 16:07:41


Thema 1 Wie ben ik? Blok 1 Mijn eigen omgeving

11

Noord, oost, zuid en west

De eerste kaarten die we kennen, werden gemaakt door de oude Grieken. De wereld die zij kenden bestond uit het Middellandse Zeegebied en de gebieden langs enkele routes naar India. Als je dat gebied op de wereldkaart van nu opzoekt, zie je dat de lengte van dat gebied van west naar oost groot is. Van noord naar zuid was dat gebied niet zo breed. De begrippen lengte en breedte gebruiken we nog steeds om de ligging van een plaats op de wereldbol te bepalen. Aan de lengteligging van een plaats kun je zien hoe ver die plaats naar het oosten of het westen ligt. Daarvoor zijn op de wereldbol denkbeeldige cirkels getekend: lengtecirkels. Toen net ontdekt was dat de wereld rond was, maakten de Engelsen veel wereldkaarten. Zij bepaalden daarom dat de nulmeridiaan, de nullijn van de lengtecirkels, over Engeland liep. De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan is de lengteligging van een plaats. Op dezelfde manier kun je met breedtecirkels zien hoe ver een plaats naar het noorden of het zuiden ligt. De aarde is een draaiende bol. Het lijkt of de aarde rond een denkbeeldige stok ronddraait. De plaatsen waar die denkbeeldige stok uit de aarde steekt, noemen we de noordpool en de zuidpool. Als je de aarde precies tussen de polen doormidden snijdt, krijg je twee helften: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond. De grens tussen die twee halfronden is de evenaar. De afstand tot de evenaar heet de breedteligging. Plaatsen die op dezelfde afstand van de evenaar liggen, liggen op dezelfde breedtecirkel. De lengteligging van een plaats meet je in graden oosterlengte (OL) of westerlengte (WL). De breedteligging van een plaats meet je in graden noorderbreedte (NB) of zuiderbreedte (ZB). Met deze graden of coördinaten kun je de ligging van iedere plaats op de wereld precies bepalen.

o l fr ha

noordpool

noordpool 90°NB

nd

no or de

lij

k

Bron 6 Breedte- en lengteligging.

Greenwich

60°NB NO

DE

zuide lijk hal fron

d

OR

RB

90°WL

RE

EDT

we s hal telijk fro nd

60°WL

E

30°NB GTE

30°WL

RB

RE

0° evenaar

EDT

E

nu lm er idi aan EN GT E

DE

WEST ERL EN

ZUI

Breedteligging

9006488005_bw.indb 11

zuidpool

60°ZB A

30°OL

L ER ST OO

30°ZB 90°ZB zuidpool

oos hal telijk fro nd

Lengteligging

B

05-08-2011 16:07:43


12

Menukaart 1 A

Oude wereldkaarten

Bron 7 Wereldkaart van Ortelius. Abraham Ortelius was een handelaar en kaartenverzamelaar uit Antwerpen. Hij reisde veel en ontmoette andere reizigers en wetenschappers. Zo verzamelde hij veel informatie. In 1570 maakte hij een boek met allemaal kaarten van Europa en de wereld: de allereerste wereldatlas.

B

b

Plan een reis

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Plan een reis’.

9006488005_bw.indb 12

05-08-2011 16:07:47


Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 1 Mijn eigen omgeving

13

C Bouw zelf een kompas Hoe werkt het?

In sommige gebieden kun je gemakkelijk verdwalen. Op zee en in de bergen bijvoorbeeld. Dan is het handig om een kompas bij je te hebben. In een kompas zit een naald die altijd naar het noorden (of zuiden) wijst. Dat komt doordat de naald magnetisch is en de aarde ook. Magneten kunnen elkaar aantrekken of afstoten (bron 8). De magnetische noordpool van de aarde zit vlak bij de echte noordpool. De magnetische kompasnaald draait altijd zo dat de ene kant naar het noorden wijst en de andere kant naar het zuiden.

Wie was het eerst?

Zo’n 2500 jaar geleden wisten de oude Grieken en Chinezen al dat sommige stenen magnetisch zijn. Die stukken steen gebruikten zij als kompasnaalden. De Chinezen maakten de eerste echte kompassen. In een oud Chinees boek uit 1117 staat voor het eerst een kompas beschreven. In de 12de eeuw leerden de Arabieren het kompas kennen. Via de Arabieren werd het kompas ook bekend in Europa. In de 15de eeuw gebruikten Europeanen het kompas om verre reizen over zee te maken.

9006488005_bw.indb 13

Bron 8 Tekening 1: Magneten hebben een noordpool en een zuidpool.

Twee verschillende polen trekken elkaar aan.

Tekening 2: Twee dezelfde polen stoten elkaar af.

Tekening 3: De aarde is ook een magneet met twee polen.

Bron 9 Een oud en een nieuw kompas.

05-08-2011 16:07:49


14

Blok 2

Mijn familie

Oma Mieke vertelt ‘Oma Mieke,’ vraagt Sophie, ‘vertel eens over vroeger.’ ‘Tsja waar moet ik beginnen?’ ‘Ik ben geboren in april 1940 in Breda. Al snel verhuisden we naar Amsterdam, omdat mijn vader daar werk kreeg. Ik was natuurlijk heel klein toen het oorlog was, maar toch heb ik er herinneringen aan. Zo weet ik nog dat het luchtalarm ging. Mijn moeder haalde ons uit bed. Het was heel eng. In de hongerwinter in 1944 waren er bijna geen hout en kolen. De slee die wij voor Sinterklaas hadden gekregen, ging al snel de kachel in. Ook na de oorlog was er nog gebrek aan van alles. Elk gezin kreeg een bonnenboekje waarmee je spullen kon kopen. Als je bonnen op waren, kon je niks meer kopen. Mijn moeder was heel vaak ziek. Als oudste dochter moest ik voor het gezin zorgen. Koken, wassen, het huis schoonhouden. Wasmachines waren er niet, dus je moest alle was met de hand doen. Toen ik negentien was, ben ik getrouwd met opa Piet. Een jaar later kregen we onze oudste zoon. In datzelfde jaar kreeg ik ook mijn eerste wasmachine. Daarna kregen we nog vier kinderen. In 1968 verhuisden we naar het dorp Breukelen, omdat we daar een huis met een tuin konden krijgen. Opa had twee jaar daarvoor zijn eerste auto gekocht. Toen mijn jongste kind uit huis was, ben ik in 1993 teruggegaan naar Amsterdam. Er is daar veel meer te doen dan in een dorp. Maar ik vind Amsterdam toch wel erg druk. Daarom ben ik in 2000 verhuisd naar Groningen.’

Informatie zoeken

Hoe kom je iets te weten over de wereld toen en nu? Je kunt iemand vragen wat diegene nog weet over vroeger. Dan kom je te weten wat die persoon heeft meegemaakt en zich kan herinneren. Maar soms wil je meer weten. Dan kun je bijvoorbeeld brieven of dagboeken lezen van mensen. Of je leest kranten, bekijkt schilderijen, kaarten en gebouwen. Al deze dingen geven je informatie. Je noemt ze bronnen. Lastig is dat bronnen niet alles vertellen. Dat komt doordat: • mensen opschrijven wat zij belangrijk vinden. En misschien wil jij net wat anders weten! • er van sommige tijden en gebieden niet veel bronnen zijn. Bijvoorbeeld omdat de mensen niet konden schrijven, of omdat je moeilijk in dat gebied kunt komen. Wat moet je daar nou mee? Het beste is om verschillende bronnen te gebruiken. Zo is de kans groter dat je een goed beeld krijgt van de wereld.

Bron 10 Het verhaal van oma Mieke, 2006.

3000 v. C.

Tijd van jagers en boeren

9006488005_bw.indb 14

1

Tijd van Grieken en Romeinen

500

1000

Tijd van monniken en ridders

05-08-2011 16:07:53


Thema 1 Wie ben ik? Blok 2 Mijn familie

15 Tijd in stukken

Al heel lang zijn er mensen op aarde. De oudste botten van mensachtigen (de voorouders van de mens) die zijn gevonden, zijn 6 miljoen jaar oud. De moderne mens, zoals jijzelf, bestaat veel korter: 100.000 jaar geleden liepen die eerste mensen rond in Afrika. De aarde is veel en veel ouder: 4,5 miljard jaar. In de geschiedenis van de aarde is de mens er dus maar net. Lastig hè, om je daar iets bij voor te stellen! De geschiedenis van de moderne mens is dus 100.000 jaar oud. Dat is zo’n lange periode dat we haar opdelen in stukken. Die stukken noemen we tijdvakken. Elk tijdvak heeft een begin- en eindjaartal en er hoort een icoon (plaatje) bij. Een nieuw tijdvak begint meestal met een grote verandering. De uitvinding van de stoommachine bijvoorbeeld. Door stoommachines kwamen er fabrieken en treinen. Er veranderde daardoor veel voor de mensen in die tijd. Ze hadden het gevoel dat er een nieuwe tijd begon. Net zoiets als toen jij van de basisschool naar de middelbare school ging.

Bron 11 Gezin aan de eettafel. Foto uit 1956.

Bron 12 Gezin in de keuken. Foto uit 2006.

Bron 13 Kinderen door de tijd.

1500

Tijd van steden en staten

9006488005_bw.indb 15

1600

Tijd van ontdekkers en hervormers

1700

Tijd van regenten en vorsten

1800

Tijd van pruiken en revoluties

1900

Tijd van burgers en stoommachines

1950

Tijd van de wereldoorlogen

Tijd van de televisie en de computer

05-08-2011 16:08:00


16

Daar en toen: Het schrift

Als je iets wilt onthouden, wat doe je dan? Waarschijnlijk schrijf je het ergens op. Dat is handig, je kunt dan gewoon teruglezen wat je moet weten. Wanneer de mensen precies begonnen met lezen en schrijven, weten we niet. We weten wel dat het schrift niet op één plaats en op één tijdstip is uitgevonden. In China begonnen de mensen rond 1300 v.Chr. met dingen opschrijven, terwijl de Egyptenaren dat al rond 3000 v.Chr. deden. In Nederland hebben de mensen het schrift pas zo’n 2000 jaar geleden leren kennen. De tijd vóór de uitvinding van het schrift heet de prehistorie. Vanaf het moment dat een volk geschreven bronnen nalaat, heet die tijd de historie. De prehistorie eindigt dus niet overal op de wereld op hetzelfde moment. Geschreven bronnen geven vaak meer en betere informatie dan ongeschreven bronnen. Uit een voorwerp kun je heel veel afleiden. Maar uit een geschreven bron kun je beter te weten komen hoe iemand over iets denkt.

Bron 14 Spijkerschrift. Kleitablet uit 2500 v.Chr. Lange tijd hebben wetenschappers dit schrift niet kunnen lezen. In 1857 hadden zij het ontcijferd en konden ze het lezen.

9006488005_bw.indb 16

Brief van een zoon aan zijn vader Apion uit Egypte ging werken bij de Romeinse vloot. Vanuit de haven Misene schreef hij zijn vader dit briefje: ‘Ik ben de god Serapis dankbaar dat hij me dadelijk gered heeft toen ik in gevaar was op zee. Toen ik in Misene aankwam, kreeg ik reisgeld van de keizer: drie goudstukken. Een mooi bedrag, vind ik. Ik vraag u vader, schrijf me een briefje, eerst en vooral hoe het met u gaat, dan over hoe het met mijn broers en zussen gaat. Ook wil ik uw handschrift kunnen kussen. Want u hebt me goed opgevoed, en daardoor hoop ik snel promotie* te kunnen maken, als de goden het willen. (…) Mijn Romeinse naam is nu Antonius Maximus. Ik hoop dat het u goed gaat. *promotie: een betere baan krijgen Bron: C. Laes en J. Strubbe, Kleine Romeinen (Amsterdam 2006), p. 94. Bron 15 Brief, 2e eeuw n.Chr.

Tijd

Hiep hiep hoera! … Weer een jaartje ouder. Als je het over vroeger hebt, wil je weten hoe lang geleden iets is. In je eigen leven heb je te maken met uren, dagen, weken, maanden en jaren. Als er een jaar om is, vier je dat feestelijk met je verjaardag. De volgende stap is honderd jaar, dat is een eeuw. Wij leven nu in de 21ste eeuw. Zijn er maar 21 eeuwen? Nee, er zijn veel meer eeuwen. Dat zit zo. In Europa waren lange tijd de meeste mensen christelijk. Voor het christelijke geloof is de geboorte van Jezus Christus heel belangrijk. Zo belangrijk dat de mensen in Europa zijn geboortejaar het jaar 1 hebben genoemd. Een eeuw voor het jaar 1, noem je dan 100 voor Christus. Deze manier van tellen heet de christelijke jaartelling. In andere delen van de wereld hebben de mensen een andere jaartelling. Er zijn bijvoorbeeld een islamitische en een joodse jaartelling.

05-08-2011 16:08:01


Thema 1 Wie ben ik? Blok 2 Mijn familie

17

Steeds sneller, steeds meer

Kijk jij wel eens naar het Jeugdjournaal? Dan zie je wat er die dag is gebeurd in de wereld. Jij weet veel meer over wat er in de wereld gebeurt dan de mensen vroeger. Er bestond toen geen televisie, telefoon, vliegtuig of auto. Hoe kwam het nieuws van de ene plek naar de andere? Handelaren die op reis waren, vertelden nieuwtjes door. Als er belangrijk nieuws was, dan ging een man op een paard heel snel naar degene die het nieuws moest weten. Het nieuws is niet alleen sneller bij jou, maar er is ook meer nieuws. In bron 19 zie je dat er nu veel meer mensen zijn dan vroeger. Met meer mensen gebeurt er ook veel meer. Je weet dus meer van het nieuws en er gebeurt meer. Als je naar de tijdbalk op de bladzijden 14 en 15 kijkt, kun je dat terugzien in de tijdvakken. Hoe dichter je bij onze tijd komt, hoe korter de tijdvakken worden. Dat is zo, omdat er in korte tijd meer gebeurt.

Bron 17 Een koerier brengt het nieuws over.

Bron 18 De wereldbevolking. wereldbevolking (miljarden) 7 2005: 6,5 miljard 6

1999: 6 miljard

Bron 16 Een televisieploeg maakt beelden van het nieuws.

5 1900: 1,5 miljard

4

1700: 600 miljoen

3

1500: 400 miljoen

2

1: 150-200 miljoen

1

-8000: 4-5 miljoen -10.000 jaar

9006488005_bw.indb 17

-8000

-6000

-4000

-2000

1

2000

0 2005

05-08-2011 16:08:06


18

Menukaart 2 A

Maak je eigen fossiel

Oude aarde

Lang voordat er mensen waren, werd de aarde al bewoond door allerlei dieren. Je kent vast de dinosauriÍrs wel. Die liepen vanaf 240 miljoen jaar geleden op aarde rond. 65 Miljoen jaar geleden stierven ze uit. Dat is erg lang geleden! We weten dat, omdat er afdrukken van nesten en botten van dinosauriÍrs zijn gevonden. Soms worden er ook echte resten van dino’s gevonden. Die resten zijn heel langzaam in steen veranderd. Deze versteende resten en afdrukken heten fossielen. Door de fossielen zijn wetenschappers veel te weten gekomen over de geschiedenis van het leven op aarde. Bron 19 Afdruk van een plant (varen) van 300 miljoen jaar geleden.

Bron 20 Fossiel van de triceratops. Deze plantenetende dinosaurus leefde 67 tot 65 miljoen jaar

Bron 21 De geologische tijdvakken en de

geleden in Noord-Amerika.

ontwikkeling van het leven op aarde.

9006488005_bw.indb 18

05-08-2011 16:08:11


Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 2 Mijn familie

B

19

Schatkist voor de toekomst

Wat laat je na?

Over mensen die al lang dood zijn, weten we van alles doordat ze spullen nalaten. Resten van huizen, gebruiksvoorwerpen, tekeningen, boeken. Deze voorwerpen geven veel informatie over hoe de mensen geleefd hebben. Toch is het vaak moeilijk om achter het hele verhaal te komen. Het is net een puzzel waar een boel stukjes van ontbreken. Het beeldje van bron 22 werd in Oostenrijk in 1908 gevonden. Het werd gesneden in een kalksteen die niet in het gebied is te vinden. Hoe kwamen de mensen aan die steen? Trokken zij rond? Ook over de betekenis van het beeldje zijn er veel vragen. Het beeldje heeft geen gezicht. Andere kenmerken die met vrouwelijkheid hebben te maken zijn sterk overdreven, zoals de heupen en de borsten. Het lijkt erop dat het beeldje gaat over vruchtbaarheid. Probeerden de mensen met dit beeldje aan de goden te vragen of ze voor vruchtbaarheid konden zorgen? We weten het niet. Toen mensen konden schrijven, was het makkelijker om erachter te komen wat mensen dachten en voelden ... Maar dan moet je hun schrift wel kunnen lezen. Het schrift van de oude Egyptenaren konden wetenschappers lang niet lezen. De Franse wetenschapper Champollion slaagde er in 1822 als eerste in de hiërogliefen te ontcijferen. Hoe was hem dat gelukt? In 1799 was het Franse leger van Napoleon op veldtocht in Egypte. Daar vonden soldaten in de plaats Rosetta (nu El Rashid) een steen met daarop een tekst in drie oude talen: Egyptische hiërogliefen, oud-Egyptisch en Grieks. Grieks was bekend en daardoor lukte het Champollion na veel studie de hiërogliefen ook te lezen.

Bron 22 Venus van Willendorf, prehistorisch beeldje gemaakt tussen 24.000 en 22.000 v.Chr.

Bron 23 Afbeelding in steen van de Egyptische farao (koning). Bij de afbeelding staat in hiërogliefen de naam van de farao.

C

b

Lijken uit de prehistorie

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Lijken uit de prehistorie’.

9006488005_bw.indb 19

05-08-2011 16:08:13


20

Blok 3 Mijn land Nederland verandert!

Waar ik woon is het zó saai. Daar verandert nooit wat! Op verschillende manieren kun je zien dat de tijden veranderen. Daar hoef je niet voor naar een museum. Je kunt ook gewoon op straat goed om je heen kijken. Wat nu hypermodern en helemaal ‘hot’ is, is over een aantal jaren weer uit. Dat is niet alleen zo met mode en technische snufjes. Ook gebouwen, lantaarnpalen en verkeersborden veranderen in de loop van de tijd. Er is wel een belangrijk verschil: als je jas niet meer in de mode is, doe je hem niet meer aan. Maar een gebouw dat uit de mode is, blijft vaak nog jarenlang staan. In een huis in een ouderwetse bouwstijl kun je nog prima wonen.

Bron 24 De Laurierdwarsstraat in Amsterdam, in 1920.

9006488005_bw.indb 20

Mensen vinden oude gebouwen vaak zelfs mooi. Ze zijn eraan gehecht: het gebouw hoort echt bij hun stad. Maar soms is een oud gebouw niet meer geschikt voor het doel waarvoor het ooit is gebouwd. Een fabriekshal in de stad is bijvoorbeeld te klein geworden en kan niet worden uitgebreid. De fabriekshal kan worden verbouwd en een nieuwe functie krijgen. Het wordt bijvoorbeeld een winkelcentrum of een museum. Ook veel kerken worden tegenwoordig niet meer gebruikt als kerk. Ze worden soms verbouwd tot woningen of een bibliotheek. Zo blijven de oude gebouwen wel behouden en kun je in de stad nog veel terugzien van hoe het leven vroeger was. Bron 25 De Laurierdwarsstraat in Amsterdam, in 2000.

05-08-2011 16:08:16


Thema 1 Wie ben ik? Blok 3 Mijn land

21

De Nederlanden

Nederland bestond niet als land in de zestiende eeuw! Nederland, België en Luxemburg werden in de zestiende eeuw de Nederlanden genoemd. De Nederlanden hoorden bij het Spaanse rijk. De koning van Spanje, Filips II, was ook de baas van de Nederlanden. De Nederlanden bestonden uit zeventien verschillende gewesten. Een gewest heet nu provincie. Elk gewest had eigen wetten, een eigen munt, een eigen dialect en een eigen bestuur. In dat bestuur zaten mensen uit rijke en machtige families. Filips II wilde van de verschillende gewesten één land maken met één bestuur en met dezelfde wetten. De rijke mensen in de gewesten kregen steeds minder macht en waren ontevreden.

Bron 26 De Beeldenstorm in Antwerpen op 20 augustus 1566. Prent uit 1583.

Protestanten

In Nederland mag je toch geloven wat je wil? In de zestiende eeuw was dat niet het geval. Hoe zat dat? In de zestiende eeuw was er in West-Europa één Kerk: de katholieke Kerk. Er kwam veel kritiek op de katholieke Kerk. Sommige mensen gingen uit protest weg uit de Kerk. Zij werden protestanten genoemd. Koning Filips II was zelf een streng gelovige katholiek. Hij wilde dat al zijn onderdanen ook katholiek waren. Protestanten liet hij vervolgen en straffen. Veel Nederlanders vonden de straffen tegen de protestanten te zwaar. Zij waren boos op Filips II. In 1566 kwamen er rellen. Protestanten waren zo kwaad op de koning dat zij na een bijeenkomst in de open lucht een kerk ingingen en alle beelden vernielden. Al snel werden honderden kerken en kloosters vernield. Dat heet de Beeldenstorm.

Een nieuw land

Filips II was woedend over de Beeldenstorm en stuurde een leger naar de Nederlanden. De leider van het Spaanse leger was Alva. Hij gebruikte veel geweld om de rust in de Nederlanden te herstellen. De rust duurde maar kort. De edelman Willem van Oranje ging het verzet leiden tegen de Spaanse koning. Tijdens de oorlog bleven de zuidelijke gewesten trouw aan Filips II. De noordelijke gewesten kozen partij voor Willem van Oranje. Zij werden na jaren van strijd onafhankelijk van Spanje. Dat maakte Willem van Oranje niet meer mee, want hij werd in 1584 vermoord. Het nieuwe land werd een republiek: een land zonder koning. Het was de enige republiek in die tijd en werd daarom de Republiek genoemd. In 1648 sloot de Republiek vrede met Spanje (Vrede van Münster). Uit deze Republiek ontstond later het moderne Nederland.

9006488005_bw.indb 21

05-08-2011 16:08:17


22 Grenzen

Ik ga deze zomer naar Tsjechië op vakantie. Dvd’s zijn daar veel goedkoper dan hier. Ik koop een flink aantal en verkoop ze dan hier weer met een mooie winst. Nederlandse winkels verkopen minder als iedereen producten in goedkope landen koopt. Daarom moet je voor bepaalde producten geld betalen als je ze het land binnenbrengt. Om te voorkomen dat goederen stiekem het land binnen worden gebracht, controleert de douane het verkeer bij de grens. Binnen de Europese Unie mag je producten uit het ene land wel zonder extra kosten verkopen in het andere land. Uiteindelijk worden producten dan voor alle Europeanen goedkoper. Aan de grens tussen EU-landen wordt daarom niet streng gecontroleerd. Aan de grens worden ook mensen gecontroleerd. Niet iedereen mag het land in. Sommige landen bouwen zelfs muren aan de grens om mensen tegen te houden. De grenzen die je in de bronnen 27 en 28 ziet, zijn door mensen getrokken. Het zijn kunstmatige grenzen. Soms is zo’n grens een kaarsrechte lijn op de kaart. De natuur heeft invloed op de vorm van een grens. Rivieren en bergen bijvoorbeeld zijn moeilijk over te steken. Daardoor ontstaat daar vanzelf een grens tussen gebieden. Die grenzen noemen we natuurlijke grenzen. Ook een leeg gebied kan een natuurlijke grens zijn. Zo is de Sahara-woestijn in Afrika de grens tussen het islamitische Noord-Afrika, waar vooral blanke mensen wonen, en het tropische Afrika, waar zwarte mensen wonen die natuurgodsdiensten hebben (of die tot het christendom zijn bekeerd). Bron 27 Grens tussen Spanje en Marokko.

9006488005_bw.indb 22

Bron 28 Grensovergang tussen Nederland en Duitsland.

Bron 29 De Sahara, overdag is het hier 45 graden Celsius …

Daar en toen: Pioniers in de VS

Natuurlijke grenzen zijn altijd een hindernis. Als mensen een nieuw gebied binnendringen, duurt het soms lang voor die hindernissen worden overwonnen. Zo vestigden de eerste Europeanen zich na de ontdekking van Amerika aan de oostkust. Ze breidden het gebied dat ze bewoonden, langzaam uit naar het westen. Bij het optrekken naar het westen kwamen de Europeanen verschillende hindernissen tegen: bergen, een rivier en grote droge vlakten.

05-08-2011 16:08:20


Thema 1 Wie ben ik? Blok 3 Mijn land

Verschillende culturen

In Spanje slapen ze tussen de middag: dat lijkt me nou heerlijk! De mensen die in een gebied wonen en samenleven, doen dat op hun eigen manier. Dat noem je cultuur. Daar horen allerlei regels en gewoonten bij: hoe mensen eten, slapen, kleden en elkaar begroeten. In Europa geven mensen elkaar een hand als begroeting. Die gewoonte is in de middeleeuwen ontstaan. Mensen waren toen bang om aangevallen te worden. Je wist nooit wie je tegenover je had. Als je elkaar een lege hand toestak, zag je dat de ander geen wapen had en dat hij vriendelijke bedoelingen had. Tegenwoordig weet bijna niemand dat meer, maar we geven elkaar nog wel steeds een hand. In andere landen doen ze het weer anders. In Japan buigen mensen naar elkaar als ze elkaar begroeten. Binnen een land bestaan vaak verschillende culturen. Dat komt omdat in een land mensen met verschillende achtergronden wonen. Dat kan te maken hebben met het land waar zij geboren zijn, met hun werk, maar ook met leeftijd. Jongeren hebben bijvoorbeeld een andere cultuur dan ouderen. Als je de culturen in de wereld met elkaar vergelijkt, valt op dat er een paar punten zijn waarop culturen erg van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld: hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan en hoe belangrijk mensen het vinden om plannen te maken voor hun toekomst. Bron 30 In een moskee trekken mensen hun schoenen uit.

9006488005_bw.indb 23

23 Wie wonen er in Nederland?

Binnen de grenzen van Nederland woont de Nederlandse bevolking. Er zijn natuurlijk verschillen tussen de bewoners van ons land. Om meer over de bevolking te weten te komen, kun je de bevolking indelen. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar welke nationaliteit iemand heeft. Je nationaliteit bepaalt van welk land je een paspoort kunt krijgen en waar je mag stemmen als je ouder bent dan achttien jaar. Nederlanders hebben de Nederlandse nationaliteit. Maar er wonen in Nederland ook mensen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben. Dat zijn nietNederlanders. Omdat de cultuur van mensen verschilt, kun je ook kijken naar waar iemand is geboren. Mensen die in het buitenland zijn geboren of een buitenlandse ouder hebben, zijn allochtonen. Allochtonen worden weer verdeeld in westerse allochtonen en nietwesterse allochtonen. Mensen die in Nederland zijn geboren en van wie de ouders ook in Nederland zijn geboren, zijn autochtonen. Als een familie een paar generaties in Nederland woont, wordt die familie dus vanzelf autochtoon. Je kunt de bevolking ook indelen op basis van andere kenmerken: godsdienst, mannen en vrouwen, jong en oud, arm en rijk enzovoort. Daarover staan veel kaarten in de atlas.

Bron 31 Sinterklaas is een typisch Nederlands feest.

05-08-2011 16:08:23


24

Menukaart 3 A Trots op je club? Ajax, Feyenoord en PSV

Ajax, Feyenoord en PSV worden vaak de grote drie genoemd. Het zijn de voetbalclubs van Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Behalve in deze steden hebben deze clubs fans in het hele land. Dat komt omdat ze behalve in Nederland ook bijna ieder jaar Europees voetbal spelen. Dan zijn de meeste mensen wel een beetje trots op iedere Nederlandse club die in Europa speelt. Toch komen de meeste bezoekers van de wedstrijden van deze clubs uit de omgeving van de steden waar ze spelen. Op de kaart van bron 32 zijn de gemeenten rond de thuisbases van de clubs gekleurd waar meer dan de helft van de voetbalsupporters naar die club gaat kijken als er een wedstrijd gespeeld wordt.

Bron 32 Kaart van de Nederlandse voetbalclubs in de eredivisie 2010-2011.

9006488005_bw.indb 24

05-08-2011 16:08:24


Thema 1 Wie ben ik? Menukaart 3 Mijn land

25

B Typisch Nederlands Vlaai, Domtoren en schaatsen

Elk gebied in Nederland heeft zijn eigen typische kenmerken. Utrechtenaren zijn trots op hun Domtoren, Limburgers eten het liefst vlaai bij de koffie en Friezen houden van schaatsen en zeilen. Welke kenmerken ken je nog meer van de verschillende steden en streken in Nederland?

Bron 34 Carnaval in Den Bosch.

Bron 33 De haven van Rotterdam.

Bron 35 Wadlopen in Groningen.

C Ministaatjes

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Ministaatjes’.

9006488005_bw.indb 25

05-08-2011 16:08:28


26

Blok 4 Ik Uniek, of toch niet?

Bron 36 In Azië krijgen de opa en oma in het gezin veel respect.

Slavernij in het Romeinse Rijk De Romein Cato schreef 2200 jaar geleden: Verkoop uitgeputte ossen, besmet rundvee en besmette schapen, wol, huiden, een oude wagen, oud gereedschap, een oude slaaf, een zieke slaaf en andere zaken die overbodig zijn.

Wil je apart zijn of juist liever niet opvallen? Het maakt niet uit: jij bent uniek! Er is maar één iemand zoals jij. Maar helemaal uniek ben je ook weer niet. Je omgeving en de tijd waarin je leeft, hebben namelijk veel invloed op jou. Op hoe je je gedraagt en wat je vindt. Stel: je was 2000 jaar geleden geboren als kind in een rijke Romeinse familie. Dan zou je het heel normaal vinden dat er slaven bij jullie thuis werken. Kun je je dat nu voorstellen? Waarschijnlijk niet. Je ziet dat wat je normaal vindt heel erg afhangt van de tijd en de plaats waarin je leeft. Dat komt doordat wij nu andere waarden hebben dan de Romeinen. Wij vinden gelijkheid heel belangrijk. Bij gelijkheid hoort de regel dat niemand een ander mens tot slaaf kan maken. Zo’n regel heet een norm.

Bron 37 Een Romein aan het woord.

Gastvrijheid in Turkije Ekim (16) komt uit Turkije: In Turkije staat de deur altijd voor je open. Als je bij een vriend langsgaat en hij is er niet, dan kun je altijd bij de buren aankloppen. In Nederland is het veel meer ieder voor zich. Ik neem al vijf jaar dezelfde bus. Iedere dag kom ik dezelfde mensen tegen bij de halte. In Turkije zou ik ze inmiddels allemaal goed kennen, thee bij ze hebben gedronken. Maar hier groeten we elkaar nog niet eens. Naar: Onze wereldspiegel, nr. 9A Bron 38 Ekim over Nederland.

9006488005_bw.indb 26

05-08-2011 16:08:30


Thema 1 Wie ben ik? Blok 4 Ik

Ouders en vrienden

Goedemiddag mijnheer en mevrouw. Hoe gaat het met u? In de cultuur waarin je leeft, gelden allerlei regels over hoe mensen met elkaar omgaan. Als je die regels niet kent, heb je een probleem. Mensen vinden je onbeleefd, raar of asociaal. Hoe leer je die regels? Je ouders of verzorgers zijn de eersten die je van alles leren. Bijvoorbeeld dat je niet met je mond vol mag praten en dat je geen speelgoed mag afpakken van een ander kind. Als je op de middelbare school zit, zijn vooral je vrienden belangrijk. Je trekt je vaak meer aan van wat zij vinden dan van wat je ouders vinden. Helemaal als het om kleren en muziek gaat. Kleren en muziek zeggen vaak iets over de jongerencultuur waar jij bij hoort. Ben jij hiphop, alto of gothic misschien? Bron 39 Zij zijn gothic. Wat ben jij?

Als je ouder wordt, denk je steeds meer na over wie je wilt zijn en waar je bij wilt horen. Wie jij bent en waar je trots op bent, is jouw identiteit. Bij identiteit hoort ook wat je belangrijk vindt in het leven. Eliane (15): Op zaterdagochtend werk ik bij het dierenasiel. Ik maak hokken schoon en ik geef de dieren te eten. Ik houd van dieren en ik vind het heel erg dat mensen een huisdier nemen en het daarna naar het asiel brengen. Moshen (14): Met mijn ouders ben ik gevlucht uit Iran. Ik wil in Nederland een goede opleiding volgen. Misschien kan ik later terug naar Iran en iets doen voor mijn land. Als ik een goede baan heb, kan ik ook voor mijn ouders zorgen.

27 Imago

Je kleding, kapsel en muziekkeuze bepalen je imago. Je imago is het beeld dat anderen van jou hebben. Bijvoorbeeld: dat je een brave studiebol bent of juist een luilak. Ook een merk heeft een imago. Probeer maar eens het imago van bekende merken als Philips, Diesel of Vifit te beschrijven. Dan kom je misschien op woorden als betrouwbaar, stoer en gezond. Reclamemakers proberen het imago van een merk te beïnvloeden. Want een merk met het juiste imago wordt meer gekocht en vaak voor hogere prijzen. Welk merk je koopt hangt niet alleen af van het imago, maar voor een groot deel ook van je budget. Dat is de hoeveelheid geld die je tot je beschikking hebt. Weinig mensen in de wereld kunnen alles betalen wat ze willen hebben. Je zult dus altijd moeten kiezen: wat koop je wel en wat niet? Je moet kiezen omdat je budget niet eindeloos is. Ook de overheid en bedrijven moeten steeds kiezen wat ze wel en niet gaan doen. Al die keuzes gaan over schaarste. Schaarste betekent dat er niet eindeloos veel grondstoffen, werknemers en machines zijn. Er moet daarom gekozen worden waarvoor ze worden gebruikt. Ook tijd is schaars, want je kunt je tijd maar één keer besteden.

Bron 40 Wat vind je belangrijk?

9006488005_bw.indb 27

05-08-2011 16:08:31


28

In Afrika, AziÍ en Latijns-Amerika wordt voor miljoenen euro’s aan insecten verhandeld.

9006488005_bw.indb 28

05-08-2011 16:08:34


Mundo 1 vmbo-kgt