Issuu on Google+

r o i n u J

PROEFMATERIAAL LIBRE SE RV ICE |

FR ANS VOOR DE ONDERBOUW

Als je in Frankrijk bij een benzinestation, een wegrestaurant of een supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service biedt je veel mogelijkheden om tot het beste resultaat te komen!

TEXTES & ACTIVITÉS VMBO GT/H 1


PROEFMATERIAAL Unité 1 en 6

J un io r Frans voor de onderbouw

Auteurs

X Paul Baaijens X Karin van der Kant X Bert Nap Eindredactie

X Erika Welgraven

TEXTES & ACTIVITÉS VMBO GT(H) 1 A/B


2

LIBRE SERVICE JUNIOR • METHODEOVERZICHT / COLOFON

METHODEOVERZICHT LIBRE SERVICE JUNIOR

Textes & Activités

hv / havo

vwo

vmbo gt/h

1 hv A 1 hv B 2 hv A 2 hv B 3 havo A 3 havo B

1 vwo A 1 vwo B 2 vwo A 2 vwo B 3 vwo A 3 vwo B

1 vmbo gt/h A 1 vmbo gt/h B 2 vmbo gt/h A 2 vmbo gt/h B ¾ vmbo gt/h A ¾ vmbo gt/h B

Digitaal leerplatform eDition

Ieder boek is te bestellen met een startlicentie (beperkt digitaal aanbod) of een totaallicentie, waarbij de theorie en alle opdrachten digitaal worden aangeboden

Docent: digitaal pakket

toegang tot docentenhandleiding, antwoorden, leerstofoverzichten en audio en video

Docent: totaal digitaal pakket

toegang tot de materialen van de startlicentie, aangevuld met de toetsen, de digiboeken, de digibordapplicatie Schooltas, VensterFrans, Panorama en het leerlingmateriaal en leerlingvolgsysteem van eDition.

COLOFON Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 XXXXX X Eerste druk, eerste oplage, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR

WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR Als je in Frankrijk bij een benzinestation, wegrestaurant of supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service Junior biedt je veel mogelijkheden om goed Frans te leren!

TEXTES & ACTIVITÉS Je werkt met een Textes & Activités. Dat betekent een tekst- en werkboek waarin de teksten en opdrachten bij elkaar in één boek staan. Heel handig én handzaam omdat het niet te dik is en je er direct in kunt werken. Het boek Textes & Activités 1 hv bestaat uit twee delen: A en B. Ieder deel heeft vier unités (hoofdstukken). Bij het leren van een taal vormen de vaardigheden de basis. In iedere unité komen ze daarom aan bod. Zo kun je de woorden en de taalregels die je leert gebruiken in herkenbare situaties. Daarnaast maak je aan het begin van iedere unité kennis met een onderdeel van de Franse cultuur. De unités zijn als volgt opgebouwd:

)5$1.5ò..81'(

X LIRE

De leestekst sluit aan bij het onderwerp van de unité. Bij de leestekst beantwoord je verschillende soorten vragen. De vragen die in het Nederlands zijn gesteld, beantwoord je in het Nederlands. De vragen die in het Frans zijn gesteld beantwoord je meestal in het Frans. Bij iedere tekst krijg je ook een tip (leesstrategie) die je helpt om teksten beter te begrijpen. X GRAMMAIRE

In iedere unité oefen je met taalregels en leert deze. Bij grammaire I leer je een werkwoord dat veel voorkomt. Bij Grammaire II komt een onderwerp aan bod dat belangrijk is om goede Franse zinnen te spreken en te schrijven. De oefeningen bij Grammaire lopen steeds in moeilijkheid op, van herhaling en geleide toepassing naar een vrijere opdracht. Zo hoeft grammatica niet moeilijk te zijn!

X PANORAMA

Iedere unité begint met informatie over Frankrijk en over de verschillen tussen Nederland en Frankrijk. Bij de opening hoort ook de Panorama, die je docent op het digibord laat zien. De Panorama geeft een mooi beeld op het hoofdstuk: het belangrijkste vocabulaire, een kort gesprekje en bijvoorbeeld een rap en filmpje die bij het onderwerp passen.

X ÉCOUTER

In dit onderdeel train je je luistervaardigheid om het Frans goed te verstaan en te begrijpen. Je beluistert steeds twee gesprekken tussen vier Franse jongeren die we een heel jaar volgen: de relaxte Romain, de stoere Ousmane, de arrogante Clémence en de verlegen Aurélie. Verder luister je naar fragmenten die je in Frankrijk zou kunnen horen, zoals een omroepbericht op het station of een reclameboodschap in de supermarkt. Dit heet in Libre Service Junior semi-authentiek luisteren. De luisterfragmenten kun je via een QR-code of via de site beluisteren. X PARLER

X REGARDER

Bij kijkvaardigheid bekijk je een vlog waarin een Nederlandse jongen, Boris, en een Franse jongen, David, samen op pad gaan. Hoe red je je in bepaalde situaties in het Frans? Dat leer je met de vlog.

De woorden en zinnen die je leert bij Parler pas je toe in praktijkgerichte spreekoefeningen. Dat zorgt ervoor dat je prima in staat bent om gesprekken in het Frans te voeren. X ÉCRIRE

Bij schrijfvaardigheid krijg je bouwstenen in de vorm van vocabulaire en handige zinnen aangereikt zodat je een kaartje, een appje of een mail kunt schrijven.

3


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR UNITÉ 6 • BON APPÉTIT • LIRE

100

UNITÉ 6 • BON APPÉTIT

LIRE A1

101

UNITÉ 6

BON APPÉTIT

REGARDER

A1

David au supermarché Een vlog over David die boodschappen doet in de supermarkt. LIRE

A1

Interview Een interview met Jules en Léo over hun eetgewoontes en een menu van een Franse schoolkantine. GRAMMAIRE I Het werkwoord prendre (nemen). ÉCOUTER Wist je dat… het bekendste eten uit Frankrijk in de boulangerie verkocht wordt? De stokbroden (baguettes of grands pains) en croissants zijn wereldberoemd. In allerlei landen probeert men de Franse broden na te maken. Maar dat lukt bijna nergens. In Frankrijk smaken ze écht anders!

Wist je dat… er op een Franse ontbijttafel bijna nooit kaas te vinden is? Fransen eten die kaas meestal na een warme maaltijd, maar niet – zoals wij – op de ontbijtboterhammen. Bij het ontbijt (le petit-déjeuner) kiezen ze eerder voor een stuk stokbrood of een croissantje met iets zoets, zoals chocoladepasta of confiture.

Wist je dat… de grootste supermarkt van Frankrijk wel 25.000 m² aan winkeloppervlakte heeft? Dat is zo groot als vijf voetbalvelden! Een Franse supermarkt noemen ze ook wel een hypermarché. Hypergroot, want je vindt er wel tien meter met verschillende soorten yoghurt en wel twintig merken bronwater. O ja, deze grootste Carrefour vind je net ten zuidoosten van Parijs in Villiers-en-Bière.

A1

Tu veux une glace; Un pain au chocolat; Promotion barbecue Twee gesprekken over ijs en brood kopen, en een reclameboodschap. GRAMMAIRE II Het delend lidwoord. PARLER

A1

Tu veux une glace; Un pain au chocolat IJs of brood kiezen, bestellen en afrekenen; praten over wat je koopt in de supermarkt. ÉCRIRE

A1

Qu’est-ce que tu manges? Een bijdrage leveren aan een forum over eetgewoontes. APPRENDRE Woorden, zinnen en grammatica: al het leerwerk bij elkaar. Wist je dat… Fransen meestal twee keer per dag warm eten? Hun lunch (le déjeuner) heeft meestal meerdere gangen: une entrée, un plat principal, du fromage, un dessert. Franse leerlingen eten die warme maaltijd in de schoolkantine. ‘s Avonds eten de Fransen hun dîner meestal later dan wij.

Wist je dat… aardappels in Frankrijk tot de groenten worden gerekend? Bij je hoofdgerecht krijg je dus niet aardappels én groente, maar aardappels óf een andere groente.

RÉPONDS AUX QUESTIONS

 Bedenk met elkaar zes dingen die de Fransen ’s ochtends eten en drinken.

 Frankrijk is net als Nederland het land van de kaas, van de fromage. Welke Franse kaassoorten ken je? Vind je ze lekker?

NA DEZE UNITÉ KUN JE… • een eenvoudige vlog die zich in de supermarkt afspeelt begrijpen. • verschillende korte teksten – zoals een interview, een menukaart - begrijpen. • begrijpen wat er besteld of gekocht wordt. • iets bestellen of iets kopen en je aankopen afrekenen. • een stukje schrijven voor een forum over eetgewoontes.

X MENU AU CHOIX

Aan het eind van elk onderdeel vind je een Menu au choix. Dit keuzemenu biedt extra opdrachten op drie niveaus: het herhalingsniveau het basisniveau waarop je extra kunt oefenen, bijvoorbeeld voor de toets en het niveau met een uitdagende opdracht. Als je naar de havo wilt, is het goed om deze opdrachten te maken. In het boek vind je een korte beschrijving van deze opdracht, die verder staat uitgelegd op de website. Meestal zal je docent aangeven welke opdracht je moet maken, maar je kunt natuurlijk altijd zelf naar de website gaan om extra te oefenen.

X OPBOUW VAN DE VAARDIGHEDEN

Bij iedere vaardigheid en bij Grammaire biedt Libre Service Junior een indeling in grofweg drie stappen aan (didactique en trois étapes): 1 Een inleidende opdracht bedoeld om je kennis te laten maken met het onderwerp en om woorden bij het thema te activeren (mise en route). 2 De oefenfase waarin je bronnen leert begrijpen of bouwstenen verzamelt voor je schrijf- of spreekopdracht (compréhension). 3 Tot slot een kleine toepassing van wat je in de oefenfase hebt geleerd (mise en pratique). Je gaat dus stapsgewijs van makkelijk naar moeilijk, en dat werkt motiverend. Je zult merken dat deze drie stappen het leren van de Franse taal behapbaar maken! Hieronder staat een korte toelichting bij die drie stappen.

MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

Ik kan de vormen van het werkwoord être in zinnen goed invullen.

Maak exercice 8F op pagina 34 of op de site. Maak exercice 8G op pagina 34 of op de site. Maak exercice 8H op pagina 34 of op de site.

X O PZOEKGRAMMATICA EN  WOORDENLIJSTEN

Achter in het Textes & Activités vind je alle grammatica-onderwerpen die je hebt geleerd overzichtelijk bij elkaar. Ook vind je een alfabetische lijst met de woorden die aan bod zijn geweest. En een overzicht van de lees- en leertips. X QR-CODE

X START

De audiofragmenten kun je via de site of met een QR-code beluisteren. Voor de QR-code moet je een gratis app installeren.

Je begint altijd met een kleine, speelse opdracht. Je kijkt wat je al weet van een bepaald onderwerp of je herhaalt woorden die je eerder hebt geleerd.

X INSTRUCTIES X VOCABULAIRE

De mise en route biedt je woorden die je nodig hebt om iets te kunnen begrijpen, zeggen of schrijven. Als je goed naar de betekenis van de zinnen kijkt, kun je de juiste betekenis vaak al raden! Ook grammatica en uitspraak komen – afhankelijk van de vaardigheid – aan bod in de Mise en route. X B EGRIJPEN 

Bij Regarder, Lire en Écouter ga je eerst in grote lijnen aan de slag met de tekst. Als je weet waar het fragment ongeveer over gaat, kun je de vragen daarna beter maken. X D OEN! 

Bij schrijven en spreken zoek je in de teksten handige zinnen op en oefent daarmee. Dan kan je ze daarna zelf toepassen in een bericht of gesprek.

De instructies in Libre Service Junior zijn de eerste vier unités zowel in het Frans als in het Nederlands. Vanaf unité 5 (1 hv B) zijn de instructies vooral in het Frans. Achter in het boek vind je een lijst met de veel voorkomende instructies. X HET EUROPEES REFERENTIEKADER

Om te bepalen op welk niveau leerlingen in Europa een taal beheersen zijn er ‘Europa-breed’ beschrijvingen en niveau-aanduidingen geformuleerd: het Europees Referentiekader, kortweg ERK. In de onderbouw gelden de volgende niveaus: 1 vmbo gt(h)

2 vmbo gt

3/4 vmbo gt

Lezen

A1

A1/A2

A2

Luisteren

A1

A1/A2

A2

6FKUóYHQ

A1

A1/A2

A2/A1

Spreken / *HVSUHNNHQYRHUHQ

A1

A1/A2

A2

makkelijk


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR X LEERDOELEN

Het ERK is voor elk niveau opgebouwd uit verschillende leerdoelen per vaardigheid. Deze leerdoelen vind je in Libre Service Junior terug aan het begin van iedere vaardigheid. Zo weet je precies waar je naar toewerkt bij het maken van de opdrachten.

PARLER A1

DOEL: je kunt iemand in het Frans begroeten, afscheid ne

Bij een startlicentie beschik je over: • alle opdrachten uit het Menu au choix; • de bronnen die je nodig hebt bij de opdrachten, zoals audio en de vlog. Bij een totaallicentie beschik je over: • alle opdrachten uit het boek in digitale vorm; • uitgebreide beoordelingsmogelijkheden met rubrics bij de Mise en pratique van Écrire en Parler; • alle opdrachten uit het Menu au choix; • alle bronnen (audio, video, leesteksten); • alle theorie (het grammatica-overzicht, en bij verschillende grammaticaonderdelen vind je ook uitleg in de vorm van een korte animatie).

X NIEUWE FRANSE SPELLING

In Libre Service Junior wordt de nieuwe Franse spelling toegepast, net zoals de meest Franse educatieve uitgeverijen vanaf 2016 doen. De nieuwe spelling is bedoeld om het Frans makkelijker en moderner te maken. Meer informatie: www.orthographe-recommandee.info X DIGITALE LEEROMGEVING

Bij Libre Service Junior hoort de digitale leeromgeving eDition: leren.libreservicejunior-online.nl. Afhankelijk van de keuze van jouw school werk je met een startlicentie of een totaallicentie.

X VERBUGA

Wil je werkwoorden leren? Dankzij een samenwerking met Verbuga oefen je op leren.libreservice-online.nl de werkwoorden uit de unités. Door de werkwoorden steeds op een andere manier te oefenen, leer je ze nóg beter! X WRTS!

Een heel bekende site waar je vocabulaire kunt oefenen is www.wrts.nl. Libre Service Junior werkt samen met de makers van WRTS. Je vindt er snel de juiste woordenlijsten die passen bij het boek dat jij gebruikt. Meld je gratis aan en maak je eigen inlog.

PICTOGRAMMEN In dit boek worden de volgende pictogrammen gebruikt: Kijken / Regarder

Groepsopdracht

Lezen / Lire

Website

Luisteren / Écouter

Herhalings- of reproductive opdracht

Grammatica / Grammaire

Opdracht op toetsniveau

Spreken / Parler

Uitdagende opdracht, ook heel geschikt als je naar de havo wilt.

Schrijven / Écrire

Woordenboek

Opdracht in tweetallen

Opdracht waarbij je je voorbereidt op de toekomst


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

UNITÉ

THÈMES

1

Premiers contacts

REGARDER

A1

Je kunt een vlog begrijpen waarin iemand zich voorstelt.

LIRE

A1

Je kunt korte teksten over personen begrijpen.

GRAMMAIRE I + II I être = zijn (en persoonlijk voornaamwoord) II bepaald en onbepaald lidwoord

2

Famille et amis

3

Au collège

begrijpen waarin iemand vertelt over zijn familie en vrienden.

Je kunt eenvoudige teksten over familie en vrienden begrijpen.

I avoir = hebben

Je kunt een vlog begrijpen waarin iemand vertelt over zijn school en hobby’s.

Je kunt informatie in een brochure over school en vrije tijd begrijpen.

I regelmatige werkwoorden op -er

II bezittelijk voornaamwoord enkelvoud

II bijvoeglijk naamwoord (vorm)

P

Moi et les autres

Project: • Je kunt een profiel van jezelf en anderen maken. • Je kunt verschillende informatie (luisteren en lezen) begrijpen. • Herhaling grammatica, werkwoorden en vocabulaire van unité 1 tot en met unité 3.

4

C’est où ça?

Je kunt een vlog begrijpen waarin iemand vertelt over zijn huis en buurt.

Je kunt informatieve teksten over wonen in Frankrijk begrijpen.

I aller = gaan (en futur proche) II ontkenning

5

Style

6

Bon appétit

P

Les vacances

Je kunt een vlog begrijpen waarin iemand vertelt over mode en smaak.

Je kunt informatieve teksten over jongeren en hun kleding en stijl begrijpen.

I faire = maken / doen

Je kunt een vlog begrijpen waarin iemand vertelt over zijn huis.

Je kunt verschillende korte teksten zoals interviews en menukaarten begrijpen.

I prendre = nemen

Project: • Je kunt je vakantiewensen presenteren. • Je kunt brochures lezen en verschillende korte teksten (van bijvoorbeeld websites) begrijpen. • Herhaling grammatica, werkwoorden en vocabulaire van unité 1 tot en met unité 6.

MENU AU CHOIX

Bij de vaardigheden Lire, Écouter, Grammaire, Parler, Écrire komen differentiatieopdrachten voor op drie niveaus:

II bijvoeglijk naamwoord (plaats)

II delend lidwoord


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

ÉCOUTER

A1

PARLER

A1

ÉCRIRE

A1

VOCABULAIRE

Je kunt begrijpen dat anderen elkaar begroeten / afscheid nemen en zich voorstellen aan elkaar.

Je kunt jezelf voorstellen, en op eenvoudige manier groeten en afscheid nemen.

Je kunt een kort bericht schrijven voor sociale media.

Klassen- en werkboekvocabulaire

Je kunt gesprekken over familie en vrienden begrijpen.

Je kunt praten met en over vrienden en familie en afspraken met hen maken.

Je kunt een kort formulier met vragen over jezelf invullen.

Familieleden Getallen 0-20

Je kunt gesprekken over school begrijpen en korte mededelingen verstaan.

Je kunt vragen beantwoorden en praten over school en schoolvakken.

Je kunt een e-mail schrijven over een afspraak.

Dagen van de week Schoolvakken Kloktijden

Je kunt gesprekken over wonen en reizen begrijpen en waarschuwingen verstaan.

Je kunt de weg vragen, zeggen waar je woont en je huis beschrijven.

Je kunt een kaart met een wens of groet schrijven.

Huis / wonen Voorzetsels

Je kunt gesprekken tussen Fransen begrijpen en het onderwerp bepalen van kijk / luisterteksten

Je kunt praten over je uiterlijk en je kleding, zeggen wat je leuk en niet leuk vindt.

Je kunt een korte blog schrijven over je eigen smaak en die van anderen.

Kleding Uiterlijk Kleuren Getallen 21-69

Je kunt begrijpen wat iets kost en om welke hoeveelheden het gaat. Je kunt een omroepbericht met getallen begrijpen.

Je kunt een gerecht van een eenvoudige menukaart bestellen en afrekenen.

Je kunt een kort bericht schrijven over eten en drinken.

Eten en drinken Hoeveelheidswoorden

Grammaticaoverzicht 102 La France 120

Plan de Paris 123 Franse instructies / klassenvocabulaire 146


4

1

UNITÉ 1 • BONJOUR !

BONJOUR !

Wist je dat… er 66 miljoen mensen in Frankrijk wonen? Je gaat in Libre service Junior kennismaken met Frankrijk en haar inwoners, maar natuurlijk ook met le français, de Franse taal die niet alleen in Frankrijk wordt gesproken, maar over de hele wereld. Door meer dan 250 miljoen mensen!

Wist je dat… Frankrijk al jaren in de top 3 staat van populaire vakantielanden? La France is een geweldig vakantieland met heel verschillende landschappen: hoge bergen, brede stranden en oude stadjes met kastelen. En niet te vergeten de wereldstad Parijs die net zo groot is als heel onze provincie Utrecht. Beklim de tour Eiffel of de Arc de triomphe of breng een bezoek aan Disneyland of Parc Astérix.

Wist je dat… de wielrenners van de Tour de France ruim 3000 kilometer afleggen? Le tour de France is waarschijnlijk wel het beroemdste Franse sportevenement. Ruim twee weken lang strijden de wielrenners om le maillot jaune, de gele trui. De finishlijn ligt altijd in de capitale van Frankrijk: Paris.

Wist je dat… Fransen veel meer zoenen dan Nederlanders? Bonjour ! zeg je als je in Frankrijk iemand begroet. Bij een begroeting hoort in Frankrijk bijna altijd een handdruk of een aantal kussen. Elke keer weer. Ook als je elkaar aan het begin van een schooldag tegenkomt.


UNITÉ 1 • BONJOUR !

5

UNITÉ 1 REGARDER

A1

David et Bram ! Een vlog over David die zichzelf en zijn vriend Bram voorstelt. LIRE

A1

Bonjour ! et À Paris. Kennismaken met vier Franse jongeren. GRAMMAIRE I Het werkwoord être (zijn). ÉCOUTER

Wist je dat… het Franse voetbalteam Les Bleus wordt genoemd? Les Français zijn trots op hun land, hun taal en hun nationale helden. In Frankrijk zie je overal het bleu, blanc et rouge als les Bleus een internationaal voetbaltoernooi winnen. Op hun shirt staat een bekend Frans symbool, de haan: le coq.

A1

Clémence et Aurélie; Ousmane et Romain; Vocabulaire de classe. Gesprekken… over begroeten, kennismaken en afscheid nemen. En: instructies van een Franse juf. GRAMMAIRE II Het lidwoord. PARLER

A1

Clémence et Aurélie; Ousmane et Romain; Begroeten, kennismaken, afscheid nemen en iets over jezelf vertellen. ÉCRIRE

A1

La classe de Naomie Stel jezelf voor aan de klas van Naomie. APPRENDRE Woorden, zinnen en grammatica: al het leerwerk bij elkaar. In dit eerste hoofdstuk maak je kennis met de vier hoofdpersonen Aurélie, Clémence, Ousmane en Romain. Je gaat ze volgen in hun dagelijkse belevenissen. RÉPONDS AUX QUESTIONS

 Welke Franse of Franstalige gebieden ken je?  Welke beroemde Franse merken of producten kun je noemen?

NA DEZE UNITÉ KUN JE… • een eenvoudige vlog over twee jongens begrijpen. • verschillende korte teksten over Franse jongeren en over Parijs begrijpen. • begrijpen hoe Fransen elkaar begroeten, kennismaken en afscheid nemen. • een kort gesprek voeren met Fransen en iets over jezelf vertellen. • een stukje schrijven over jezelf voor Franse leerlingen.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • REGARDER

6

REGARDER A1

DOEL: je kunt de vlog van David begrijpen.

EXERCICE 1 – KIJKEN EN LUISTEREN Kijk naar de vlog van David. Kruis aan goed of fout. 1 2 3 4

David stelt zichzelf voor. David heeft Bram nog nooit ontmoet. Bram spreekt al heel goed Frans. David vertelt aan Bram wat ze allemaal kunnen doen in Lille.

goed

fout

… … … …

… … … …

EXERCICE 2 – DE VLOG BEGRIJPEN Kijk nog eens en beantwoord de vragen.

 Wat vragen David en Bram aan elkaar bij hun ontmoeting? … Hoe heet je? … Hoe gaat het met je? … Heb je een goede reis gehad? … Ben je moe? … Heb je honger?  Wat bestelt Bram bij de verkoopster?  De verkoopster vraagt aan de jongens …A of ze samen of apart betalen. …B of ze hun bestelling willen meenemen.  Bram vraagt aan David: Qu’est-ce qu’on va faire? Wat betekent die vraag? …A Waar zijn we? …B Waar woon je? …C Wat gaan we doen?  David geeft een heel lang antwoord. Noem één ding waar hij over vertelt.

Leer de woorden van Apprendre 1 : Frans – Nederlands en Nederlands – Frans (pagina 26).


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE

7

LIRE A1

DOEL: je kunt korte teksten begrijpen over personen en hun omgeving.

EXERCICE 3 – START A

Je komt in het Nederlands veel Franse woorden tegen. Trek een lijn tussen de woorden met dezelfde betekenis. 1 toneelspeler z affiche z toilet 2 ingang z acteur 3 lange broek 4 bezoek z entree 5 WC z etage 6 verdieping z journaliste 7 verslaggever z pantalon 8 poster z privé 9 persoonlijk z visite 10 eethuis z restaurant B

Ook voor de volgende woorden gebruiken we vaak woorden die uit het Frans komen. Kun jij bedenken welke dat zijn?

1

ziekenauto

4

verrassing

2

sinaasappelsap

5

stoep, voetpad

3

geschenk

6

bestuurder

C

Complétez. Travaillez en groupe. Vul aan. Kun je nog andere Franse woorden noemen? Bedenk er zoveel mogelijk.

EXERCICE 4 – VOCABULAIRE A

Complète les phrases. Maak de Nederlandse zinnen af. Vul de vertaling in van het vetgedrukte woord. Kies uit de woorden onder de oefening.

1

Bonjour, je m’appelle Eva.

Dag, ik

2

J’habite à Paris.

Ik

3

L’adresse est 32, rue des Alpes.

Het adres is Alpen

4

Martin habite aussi à Paris.

Martin woont

5

Martin est l’ami de Lucas.

Martin is

6

Et toi ? Tu es néerlandais ?

7

Paris est la capitale de la France.

Parijs is de hoofdstad van

8

C’est une grande ville.

Het is een

Eva. in Parijs. 32. in Parijs. van Lucas.  ? Ben jij Nederlands? . stad.

En jij | Frankrijk | grote | heet | ook | straat | de vriend | woon B

Souligne. Zoek de vetgedrukte woorden uit A op in de tekst Bonjour ! en Paris (pagina 8). Onderstreep ze.


8

1

2

UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE

Voilà Romain. Il habite à Paris, 26, rue de Belleville. C’est dans le 19e arrondissement. Il est au collège Georges Brassens. Il aime regarder le foot à la télé..

3

Voici Clémence. Salut ! Je m’appelle Clémence Gautier. J’aime la mode. Je suis sportive. Et toi ? Tu es en quelle classe ?

4

Bonjour ! Je suis Ousmane.

Je suis aussi au collège Georges Brassens. Je suis un ami de Romain. Ma passion : la musique et la danse.

Voilà Aurélie. Elle va à l’école en métro. Elle est dans la classe de Clémence. Elle aime les animaux.

t

e ondissemen Paris, le 19 arr

mence, Le quartier de Romain, Clé s joli. Ousmane et Aurélie est trè rd-est de Paris. C’est un quartier dans le no ns de sport. Il y a des parcs et des terrai ns est aussi Le collège Georges Brasse e dans le 19 arrondissement.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE EXERCICE 5 – GLOBAAL LEZEN

9

TIP

Lis et écoute les textes. Luister naar de teksten en lees mee. 1

Kijk naar de afbeeldingen. Wat zie je voor gebouw achter de vier jongeren?

2

Ken je de vier hoofdpersonen uit Libre Service Junior al? Schrijf de juiste naam onder de foto.

3

In welk deel van Parijs wonen de hoofdpersonen van Libre Service Junior?

Kijk altijd goed naar de afbeeldingen. Die kunnen je vaak helpen bij het begrijpen van de tekst.

EXERCICE 6 – DE TEKST BEGRIJPEN Lis les textes et réponds aux questions. Lees de teksten en beantwoord de vragen.

 Onderstreep het goede antwoord. a b c d

Romain houdt van voetballen / voetbal kijken op tv. Clémence houdt van mooie kleren / school. Ousmane is een vriend van Clémence / houdt van muziek. Aurélie gaat met de fiets naar school / zit bij Clémence in de klas.

 Clémence en Ousmane begroeten je allebei. Wat is het verschil? Clémence zegt:

! Je m’appelle Clémence Gautier.

Ousmane zegt:

! Je suis Ousmane.

 Wat valt je op aan de manier waarop het adres van Romain staat opgeschreven?  Lees de zinnen en kruis aan. Vrai of faux? a b c d

De vier hoofdpersonen zitten bij elkaar op school. Clémence en Romain zijn sportief. Aurélie houdt van dieren. Romain en Ousmane zijn vrienden.

vrai

faux

… … … …

… … … …

 Lees de teksten Paris en Le 19e arrondissement. Vul in. Parijs is de De

van Frankrijk. Er zijn

QUIZ monumenten.

van Romain, Clémence, Ousmane en Aurélie is erg mooi.

 Het collège Georges Brassens ligt in het 19e arrondissement. Waar is dat? …A in het centrum van Parijs …B in het noord-oosten van Parijs …C in het zuiden van Parijs

Wie heeft de Eiffeltoren ontworpen?


10

UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE  Schrijf nog twee dingen op die in het 19e arrondissement te vinden zijn.

 In dit hoofdstuk leer je het werkwoord être (= zijn). De volgende zinnen staan in de tekst. Vertaal de vetgedrukte woorden. Je suis un ami de Romain.

Ik

La France est un grand pays.

Frankrijk

een vriend van Romain. een groot land.

EXERCICE 7 – DOEN! Fais un collage. Voici Paris. Zoek op internet naar informatie over Parijs. Wat kun je daar allemaal zien? Maak een collage met minimaal vijf afbeeldingen en schrijf Franse woorden op die erbij passen. Leer de woorden van Apprendre 2: Frans – Nederlands en Nederlands – Frans (pagina 26). MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

makkelijk

Ik kon de vragen over de Franse teksten goed beantwoorden. Lees de tekst Je m’appelle Loïc op pagina 30 en maak de *-opdrachten. Lees de tekst Je m’appelle Loïc op pagina 30 en maak de **-opdrachten. Lees de tekst Bonjour ! Je me présente … op pagina 32 en maak de havo-opdrachten ***. Je kunt de opdrachten ook digitaal maken.

Antwoord op de quizvraag: Gustave ... Eiffel !


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • GRAMMAIRE I

GRAMMAIRE I

HET ONREGELMATIGE WERKWOORD ÊTRE (ZIJN)

EXERCICE 8A – LUISTEREN

 De volgende zinnen komen uit de tekst bij Lire. De vetgedrukte woorden zijn vormen van het onregelmatige werkwoord être (= zijn). Vertaal de zinnen. Je suis Ousmane. Paris est la capitale de la France.

 Lees het rijtje, luister naar de uitspraak en zeg het na. Leer het daarna uit je hoofd. 1.1 HET WERKWOORD ÊTRE (ZIJN) être je suis tu es

zijn ik ben jij bent

il elle on

hij is zij is wij zijn, men is

est est est

nous sommes vous êtes

wij zijn jullie zijn, u bent

ils sont elles sont (f)

zij zijn zij zijn (v)

Let op: 1

Vous êtes kun je op twee manieren vertalen. Vous êtes français, monsieur Dubois? U bent Vous êtes français, Paul et Luc ? Jullie zijn

2

Paul est au collège. Myriam est au collège. Paul et Marc sont au collège. Paul et Sophie sont au collège. Sophie et Myriam sont au collège.

- Il est au collège. - Elle est au collège. - Ils sont au collège. - Ils sont au collège. - Elles sont au collège.

EXERCICE 8B – HERKENNEN Je gaat luisteren naar acht zinnen. In elke zin hoor je een vorm van être. Zet het nummer van de zin achter de vorm die je hoort. Exemple

Voilà Marc et Jean-Pierre. Ils sont en vacances.

je suis



nous sommes

tu es



vous êtes

il est



ils sont

elle est



elles sont

on est

1

11


12

UNITÉ 1 • BONJOUR ! • GRAMMAIRE I EXERCICE 8C – OEFENEN Vul de juiste vorm van être in. Kies uit: suis - es - est - sommes - êtes - sont. 1

Bonjour, je m’appelle Timéo. Je

au collège.

2

Maryam

3

Timéo et Maryam

4

Vous

5

Oui, nous

à Disneyland.

6

Et toi ? Tu

en Hollande ?

aussi au collège. dans la classe de Louna. à Paris, Daphné et Louna ?

EXERCICE 8D – OEFENEN Vul de juiste vertaling in. 1

sportif.

u bent

2

au camping.

wij zijn (1)

3

au camping.

wij zijn (2)

4

un garçon français.

Paul is

5

Voilà Mélissa et Cendrine.

au collège.

zij zijn

6

Lara est française ? - Non,

néerlandaise.

zij is

7

Je m’appelle Bastien.

l’ami de Julien.

ik ben

8

Amir est en France ? - Non,

au Maroc.

hij is

EXERCICE 8E – DOEN! Kies het logische antwoord dat bij de vraag past. Vul de Franse vertaling in. 1 Tu es l’ami de Nicolas ?

Non,

l’ami de Jules.

ik ben / hij is

2 Vous êtes au collège, Denis et Nicolas ?

Oui,

dans la classe.

zij zijn / wij zijn

3 Marine et Sophie sont en vacances?

Oui,

au camping.

zij zijn / wij zijn

4 Marion est à l’Arc de triomphe ?

Non,

à la tour Eiffel.

zij is / Thomas is

Leer Apprendre 3: grammatica 1 (pagina 27). MENU AU CHOIX moeilijk Ik kan de vormen van het werkwoord être in zinnen goed invullen. Maak exercice 8F op pagina 34 of op de site. Maak exercice 8G op pagina 34 of op de site. Maak exercice 8H op pagina 34 of op de site.

ging wel

makkelijk


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

13

ÉCOUTER A1

DOEL: je kunt het begrijpen als Fransen elkaar begroeten of als ze zich voorstellen aan elkaar.

EXERCICE 9 – START A

Écoute et combine. Luister naar de zinnen. Zet het nummer van de zin onder het juiste plaatje.

1 2 3 4

Bonjour, ça va ? - Oui, ça va très bien. Merci. Je m’appelle Timo. J’habite en Hollande. À Rotterdam. Moi, je suis français. J’habite en France. Salut, je m’appelle Solange. J’habite à Paris.

la Hollande

B

la France

bonjour

Paris

Travaillez à deux. Werk samen en zeg om de beurt een zin die bij het plaatje past.

EXERCICE 10 – VOCABULAIRE Choisis la bonne traduction. Kies de juiste vertaling van de vetgedrukte woorden. Schrijf deze achter de zin. 1

Salut. Comment tu t’appelles ?

2

Moi ? Je m’appelle Samy.

3

Et toi ? Comment tu t’appelles ?

4

La fille là-bas, c’est Ambre.

5

Ambre est une amie de Lola.

6

On va être amis ? C’est possible.

7

Bonjour, Mathieu. Ça va bien ?

8

Au revoir Samy ! Oui, à plus !

tot gauw | het gaat goed | hoe | ik | jij | mogelijk | het meisje | een vriendin

QUIZ Waar horen de kleuren bleu, blanc, rouge bij?


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

14

EXERCICE 11 – HOE KLINKT HET FRANS? Écoute et répète les mots. Luister naar de woorden en zeg ze na. In het Frans worden letters en woorden anders uitgesproken dan je in het Nederlands gewend bent. Soms helpt een accent (‘, `) bij de uitspraak. l’école le collège ça va l’hôtel la France; le garçon une fille; deux filles vous; bonjour au revoir

Een é spreek je uit als de ‘e’ in het woord thee. Een è spreek je uit als de ‘e’ in het woord melk. Een ç spreek je uit als een s. De h spreek je meestal niet uit; daarom ook komt er l’ in plaats van le. Vaak spreek je een klank door je neus: de neusklank. Een e of een s aan het eind van een woord spreek je meestal niet uit. Je spreekt ou uit als oe. Je spreekt au uit als o.

EXERCICE 12 – TIJDENS HET LUISTEREN A

TIP

Écoute les dialogues. Luister naar de gesprekken. Welke foto hoort bij welk gesprek? Noteer de letter van de foto.

a gesprek 1

b

Lees altijd eerst de vragen van opdracht A en B voordat je gaat luisteren.

c

gesprek 2

B

Écoute les dialogues et coche la bonne réponse. Kruis aan wat de hoofdpersonen doen. begroeten kennismaken afscheid nemen

1 2

Clémence en Aurélie Romain en Ousmane

… …

… …

… …

EXERCICE 13 – HET GESPREK BEGRIJPEN Écoute encore une fois et réponds. Luister nog een keer. De gesprekjes zijn nu in stukjes geknipt. Na de ‘biep’ heb je tijd om de vragen te beantwoorden. Lees ook nu weer eerst de vragen voordat je gaat luisteren.

DIALOGUE 2

Kruis aan. Vrai of faux?

1 2 3 4

Clémence en Aurélie praten over hun vakantie. Clémence en Aurélie zitten bij elkaar in de klas. Clémence en Aurélie kennen elkaar al lang Aurélie gaat met de metro naar school.

B

Onderstreep het juiste antwoord.

1 2 3

Romain vraagt aan Ousmane hoe het gaat / hoe hij heet. Romain wil iets weten over een jongen / een meisje op het schoolplein. Als de bel gaat lopen de jongens samen de school binnen / nemen de jongens afscheid. Romain wil snel naar binnen / eerst nog met de meisjes kletsen.

4

vrai

faux

… … … …

… … … …

Antwoord op de quizvraag: Bij de Franse vlag: le drapeau tricolore: blauw-wit-rood

DIALOGUE 1

A


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER EXERCICE 14 – KLASSENVOCABULAIRE HERKENNEN A

Écoute et combine. Luister naar de klassenwoorden en maak combinaties.

In de Franse lessen krijg je opdrachten in het Frans. Om die te begrijpen moet je een paar belangrijke woorden kennen. Trek een lijn van elke zin naar de juiste vertaling. 1 2 3 4 5 6 7 8 B

Regarde le film. Lis le texte. Écoute la musique. Écris un e-mail. Réponds aux questions. Complète les phrases. Combine les images. Travaillez à deux.

a b c d e f g h

Beantwoord de vragen. Luister naar de muziek. Werk met z’n tweeën. Lees de tekst. Schrijf een e-mail. Combineer de plaatjes. Kijk naar de film. Maak de zin af.

Écoute et coche. Luister naar de Franse juf en kruis aan welke instructies je hoort.

… Regarde … Lis

… Écoute … Écris

… Réponds … Complète

EXERCICE 15 – DOEN: SPREEK FRANS A

Lis les phrases. Lees de woorden en de zinnen. Steeds horen er twee bij elkaar: ze vormen een gesprekje. Geef de zinnen die bij elkaar horen dezelfde kleur. Oui. Ça va bien.

r.

Bonjou

Comment tu t’appelles ?

À plus !

Salut. Je m’appelle Patricia.

Au revoir.

Ça va ? B

Parlez. Voer een gesprek met Patricia en maak kennis met haar.

Gebruik de zinnen van opdracht 15A. Leer de woorden van Apprendre 4: Frans – Nederlands en Nederlands – Frans (pagina 27). MENU AU CHOIX moeilijk

ging wel

makkelijk

Hoe vond je het om naar Franse gesprekken te luisteren? Luister op de website naar twee andere gesprekken en vul de ontbrekende woorden in. Luister op de website naar twee andere gesprekken en maak de opdrachten. Luister op de website naar de gesprekken en zoek passende foto’s.

15


Inkijkexemplaar Libre Service Junior vmbo gt/h