Basiskennis recht - Inkijkexemplaar - 9789006392456

Page 1

Basiskennis recht

Colofon

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt slimme flexibele leeroplossingen met een persoonlijke aanpak. Voor elk niveau en elke manier van leren. Want niemand is hetzelfde. We combineren onze kennis van content, leerontwerp en technologie, met onze energie voor vernieuwing. Om met en voor onderwijsprofessionals grenzen te verleggen. Zo zijn we samen de motor voor verandering in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 39245 6

Eerste druk, eerste oplage, 2024

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Voorwoord

Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Daartoe behoren nieuwe kwalificatiedossiers, maar ook ontwikkelingen zoals een breed eerste jaar voor business opleidingen.

Voor die opleidingen brengt ThiemeMeulenhoff nu de modulaire methode InBusiness uit.

InBusiness is opgebouwd uit een groot aantal modules, die op drie verschillende manieren aangeboden worden:

• Als hoofdstukken in een standaardboek met een vaste volgorde over één vakgebied of hoofdonderwerp;

• Als hoofdstukken in een door de docent zelf samen te stellen Boek Opmaat, desgewenst met verschillende onderwerpen commercieel en financieel, in een zelf te bepalen volgorde;

• Als complete modules in de interactieve digitale leeromgeving eDition met directe feedback en resultatenoverzicht. Deze bevat de volledige theorie en alle opdrachten, zeer geschikt voor meer zelfstandig werken door studenten en voor afstandsonderwijs.

De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het zes-leerfasen model: Introductie, Theorie, Verwerking, Toepassing, Evaluatie/zelftoets, Toetsing.

LET OP: Bij dit standaardboek behoort een basislicentie voor toegang tot de digitale leeromgeving eDition. Iconen helpen je daarbij op weg.

Hiermee word je verwezen naar de digitale leeromgeving eDition, waar je de volgende onderdelen vindt die behoren tot de standaardinhoud van elke module van InBusiness:

• Extra verwerkings- en toepassingsvragen

• Video’s

• Samenvatting

• Test je kennis en inzicht

De serie InBusiness is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat je met plezier met InBusiness werkt. Wanneer je vragen of suggesties hebt, neem dan contact met ons op.

De auteurs en uitgever

3

2

Inhoudsopgave

3

1.5

1.6

3.4

3.5

3.6

Voorwoord 3
BKR01 Wat is recht? 7 Introductie 8 Oriëntatievragen 9 Theorie 8 1.1 Wat is het recht? 11 1.2 Rechten en plichten 13
Doel van het recht 16
De functies van het recht 17
1
1.3
1.4
De oorsprong van het recht 20
De bronnen van het recht 25
Natuurlijke personen en rechtspersonen 35 1.8 De wettenbundel 39 Begrippen 47 Opdrachten 49 Begrijp je de theorie? 49 Verwerkingsvragen 50 Praktijktaak 63 Evaluatie en reflectie 65 Checklist 65
1.7
BKR02 Rechtsgebieden 67 Introductie 68 Oriëntatievragen 69 Theorie 72
Indelingen van het recht 72 2.2 Privaatrecht 76 2.3 Publiekrecht 87
Andere rechtsgebieden en indelingen van het recht 94 2.5 De wettenbundel gebruiken 98 Begrippen 105 Opdrachten 108 Begrijp je de theorie? 108 Verwerkingsvragen 109 Praktijktaak 119 Evaluatie en reflectie 121 Checklist 121
2.1
2.4
BKR03 De rechtszaak 123 Introductie 124 Oriëntatievragen 125 Theorie 128 3.1 Rechtshulp 128
De rechtspraak 136 3.3 De rechterlijke instanties 141
3.2
Een rechtszaak in het civiele recht 145
Een rechtszaak in het strafrecht 152
Een rechtszaak in het bestuursrecht 158 5

4

3.7 Kort

5

4.1 De staat, dat ben jij!

4.2 Staatsvormen en regeringsvormen

4.3 Hoe is het in Nederland geregeld?

4.4

5.1

5.2

5.3

5.4

5.5

5.6

geding 162 Begrippen 164 Opdrachten 167 Begrijp je de theorie? 167 Verwerkingsvragen 168 Praktijktaken 180 Evaluatie en reflectie 184 Checklist 184
BKR04 Staatsrecht 185 Introductie 186 Oriëntatievragen 187 Theorie 190
190
191
195
rechtsstaat 199 Begrippen 209 Opdrachten 210 Begrijp je de theorie? 210 Verwerkingsvragen 211 Praktijktaak 219 Evaluatie en reflectie 221 Checklist 221
De
BKR05 Privacyrecht 223 Introductie 224 Oriëntatievragen 225 Theorie 227
Privacy.
227
Ik heb toch niets te verbergen?
De AVG 231
Regels van de AVG 235
De grondslagen 242
Rechten van betrokkenen 248
Een datalek 254 Begrippen 262 Opdrachten 263 Begrijp je de theorie? 263 Verwerkingsvragen 264 Praktijktaken 276 Evaluatie en reflectie 281 Checklist 281 Register 282 6

Auteur Arjen Pater

Eindredactie Renate Verstraaten

BKR01
Wat is recht?

INTRODUCTIE

Iets met rechten

Lucas is een enthousiaste jongen van 16 jaar. Na zijn examens op de middelbare school is hij met veel plezier aan zijn nieuwe opleiding Legal, Insurance & HR Services Specialist begonnen.

Als hij aan zijn toekomst denkt, is hij gemotiveerd. Hij wil zoveel mogelijk uit de opleiding halen. Legal, Insurance & HR Services Specialist is een brede opleiding. Dit bevalt Lucas goed. Hij wil zijn opties zoveel mogelijk openhouden.

Eigenlijk weet Lucas nog niet helemaal wat hij later wil. Voor zichzelf beginnen en een eenmanszaak starten? De eerste jaren in dienst bij een groot bedrijf als juridisch medewerker? Of toch doorstuderen?

Lucas hoopt dat hij er in het komende jaar achter komt. In ieder geval wil hij ‘iets met rechten’. Hij heeft veel series en films gezien die over rechtszaken gaan. Ook volgt

Lucas het nieuws: veel gaat over recht en onrecht in de wereld. Een oom van Lucas is advocaat, Lucas hoort veel verhalen over zijn werk.

Lucas is blij dat hij kan starten met Basiskennis Recht. Hij opent het boek en ontdekt dat hij aan het einde antwoord kan geven op de volgende vragen:

• Wat is recht?

• Welke soorten recht zijn er?

• Hoe verloopt een rechtszaak in Nederland?

• Wat zijn juridische beroepen?

• Hoe belangrijk zijn wettenbundels?

• Wat is jurisprudentie?

Figuur 1 Vrouwe Justitia als icoon van het recht.
8 BKR01 Wat is recht?
© Shutterstock / travelview

THEORIE

1.1 Wat is het recht?

Leerdoelen:

• Je kunt uitleggen wat het recht is.

Het recht is er zonder dat wij ons er altijd van bewust zijn. Bij alles wat je doet, kom je het recht tegen. Je stopt bijvoorbeeld voor het rode licht, dit is een regel uit het verkeersrecht. Wanneer je solliciteert mag iemand jou niet beoordelen op je afkomst, dit staat in de Grondwet. En als je een nieuwe jas koopt ga je een koopovereenkomst aan.

Het kan zijn dat iemand door rood rijdt en schade aan je scooter veroorzaakt door een botsing, wat is dan jouw recht? En wanneer jij wordt afgewezen voor een baan omdat je vrouw bent, kan dat zomaar? Hoe zit het eigenlijk met die nieuwe jas waarvan de rits na twee keer dragen stuk is? In al deze gevallen heb jij rechten en heeft de ander plichten. Het recht is dus overal en van iedereen. Het recht is het totaalpakket aan alle geschreven en ongeschreven rechtsregels die er bestaan en die er allemaal voor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven. Rechtsregels verschaffen ons informatie.

Wetboeken

In jouw opleiding ga je leren over het recht. Je leert wat het recht is en wat daar allemaal onder valt. Je leert ook om met het recht te werken. Zo kun jij na je opleiding het recht opzoeken en weet je wat je ermee kunt doen. Om je daarbij te helpen zul je tijdens het lezen een aantal keer dit icoon van een wetboek tegenkomen. Dat betekent dat daar een wetsartikel staat. Dat wetsartikel kun je natuurlijk ook altijd vinden in je wettenbundel of via wetten.overheid.nl.

Juridische vaardigheden

Misschien weet je nu nog helemaal niet wat een wet of een wetboek is. Dat ga je stapsgewijs leren. Tijdens het lezen zul je ook een aantal keer een tekstblok met het icoon van een wetboek met tandwiel tegenkomen waar ‘juridische vaardigheid’ bij staat. Dat betekent dat je daar leert hoe je een wet toepast. Hoe kun je zoeken in een wettenbundel? Hoe is een wet opgebouwd? Hoe schrijf je een wetsartikel? Allemaal juridische vaardigheden die jou gaan helpen om het recht toe te passen.

Lucas koopt een dure laptop

Vol enthousiasme begint Lucas aan zijn studie. Hij koopt alles wat hij nodig heeft. Een goede laptop is erg belangrijk, hij moet er jaren mee vooruit kunnen.

Na online gekeken te hebben koopt hij een Macbook van 2.750 euro. Enkele dagen later bezorgt de postbode het pakket. Op het moment dat hij het pakket wil aannemen laat de postbode het uit zijn handen glippen. De doos valt op de grond.

Lucas schrikt maar stelt de postbode gerust dat er niets aan de hand is. Er zit toch altijd genoeg piepschuim omheen. Binnen opent Lucas de doos. De laptop is toch kapot en Lucas raakt in paniek. Zo’n dure laptop, wat nu te doen?

Kan Lucas de laptop nog terugbrengen naar de winkel en geld terug krijgen? Is het de schuld van de postbode en moet dit de schade vergoeden? Of heeft Lucas zelf pure pech? Hoe zit het eigenlijk met schadevergoeding, reparatie en aansprakelijkheid?

11
is het recht?
Wat

Lucas onderzoekt zijn mogelijkheden. Voor het eerst in zijn leven ontdekt hij een paar wetsartikelen via Google. Hij beseft dat inzicht in het recht hem veel antwoorden kan geven.

Lucas ontdekt het volgende artikel online:

“Artikel 18a lid 2 uit boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak of de zaak met digitale elementen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.”

Later leest hij:

“Artikel 24 lid 1 uit boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

Indien op grond van een consumentenkoop een zaak is afgeleverd die niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, heeft de koper jegens de verkoper recht op schadevergoeding overeenkomstig de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van Boek 6.”

Ook leest hij op rechtspraak.nl:

"Als u iets koopt heeft u recht op een goed product. Is er iets mis met het product? Dan kunt u teruggaan naar de winkel voor gratis reparatie of een nieuw product."

Figuur 2 Laptop kapot, wat nu? © Copyright (c) 2022 Burdun Iliya/Shutterstock
12 BKR01 Wat is recht?

1.2 Rechten en plichten

Leerdoelen:

• Je kunt onderscheid maken tussen fatsoensregels en rechtsregels.

• Je kunt onderscheid maken tussen geschreven recht en ongeschreven recht.

Je kent de uitdrukking vast wel. ‘Je hebt niet alleen rechten, maar ook plichten!’ Misschien hoor je het thuis. Er wordt dan bedoeld dat je als onderdeel van een gezin ook een bijdrage moet leveren. Je kunt niet alleen profiteren.

Rechten en plichten horen bij elkaar. Als je ergens recht op hebt, dan komt er jou iets toe. Je hebt bijvoorbeeld recht op loon van je bijbaan. Of als student heb je recht op studiefinanciering. Daar staat tegenover dat je ook een verplichting hebt. Je hebt recht op je loon als je je verplichting nakomt om te werken. Je hebt recht op studiefinanciering als je de verplichting nakomt om te studeren.

Hoe ouder je bent, hoe meer je mag. Hoe meer rechten je hebt. In de wet is geregeld dat je als meerderjarige meer rechten hebt dan als minderjarige. Je mag als achttienjarige bijvoorbeeld zelf alcohol kopen, stemmen en zelf een rechtszaak beginnen.

Sommige dingen mag je zelfs al op je zestiende. Je kunt denken aan het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Ook kun je je opgeven als donor als je zestien bent en je gaat over je eigen medische beslissingen.

Let op; ook je plichten en verantwoordelijkheden nemen toe. Zo ben je zelf verantwoordelijk voor schade die je veroorzaakt, en niet meer je ouders. Ook kun je als zestien- of zeventienjarige vervolgd worden volgens het volwassenrecht.

De leeftijdsladder

Lucas is blij dat hij 16 jaar is. "Ook al ben ik nog niet volwassen, ik heb al veel meer rechten en plichten dan toen ik 15 was!". Hij wil graag helder hebben wat zijn rechten zijn als 16-jarige.

Hij komt op de website van de Kinderombudsman de ‘leeftijdsladder’ tegen. Hierin ontdekt Lucas de volgende rechten.

16 jaar

• Zijn leerplicht van 5 dagen per week loopt af, als hij tenminste een havo-, vwo- of mbo niveau 2-diploma heeft behaald. Zo lang hij nog geen havo-, vwo- of mbo niveau 2-diploma heeft, geldt de kwalificatieplicht tot 18 jaar.

• Lucas mag zijn eigen Youtube-account aanmaken.

• Wettelijk gezien mag hij nu ook echt WhatsApp gebruiken.

• Lucas mag brommer rijden met een brommercertificaat.

• Hij mag een tractor besturen met een tractorcertificaat.

• Nu Lucas 16 is, mag hij theorie-examen voor zijn rijbewijs B doen.

• Een half jaar later, met 16,5 jaar, mag hij starten met rijlessen.

• Als hij wil mag Lucas ook een testament maken. In een testament kan hij aangeven wat hij wil dat er met zijn geld en bezittingen gebeurt als hij overlijdt.

• Lucas is nu ook helemaal zelf verantwoordelijk voor schade die hij veroorzaakt; zijn ouders dus niet meer.

• Pleegt Lucas een strafbaar feit, dan wordt hij nog berecht via het jeugdstrafrecht. Echter in uitzonderlijke gevallen kan hij vanaf 16 jaar ook berecht worden volgens het volwassenenstrafrecht.

13 Rechten en plichten

• Lucas kan nu een eigen bedrijf beginnen, als hij daarvoor toestemming krijgt van de rechter.

• Zonder dat zijn ouders bezwaar kunnen maken, kan Lucas orgaandonor worden.

• Stel dat Lucas een vriendin heeft die zwanger is van hem, dan mag hij trouwen. Wel heeft hij nog toestemming van z’n ouders nodig.

• Ook kan Lucas de rechter vragen om hem meerderjarig te verklaren als zijn vriendin zwanger is. Op die manier kan hij voor zijn eigen kind zorgen en het zelf opvoeden.

• Lucas kan nu zelf een arbeidsovereenkomst aangaan.

• Vanaf zijn 16e mag hij zelf beslissen over onderzoeken en medische behandelingen.

Zie voor alle leeftijden en rechten de leeftijdsladder.

1.2.1 Rechtsregels

Regels van het recht noem je rechtsregels. In die regels staat wat je wel of niet mag doen. Soms staat in zo’n regel ook beschreven hoe je iets moet doen. Neem nou de leeftijdsladder, een voorbeeld van een rechtsregel is dat Lucas nu hij 16 jaar is, zelf een arbeidsovereenkomst aan kan gaan.

Een rechtsregel is een regel die voor alle mensen in Nederland geldt, van jong tot oud, waar je ook vandaan komt. Rechtsregels zijn opgesteld door de overheid. De rechter beoordeelt de naleving van de rechtsregels en veroordeelt als mensen zich niet aan de regels houden.

Te jong?

Lucas is 16 jaar en sluit een arbeidsovereenkomst als afwasser bij de plaatselijke kroeg. Zijn ouders vinden dat hij hier te jong voor is. Ze vragen aan zijn werkgever om de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Lucas en zijn werkgever zijn het hier niet mee eens en Lucas blijft doorwerken.

De ouders van Lucas stappen naar de rechter om de arbeidsovereenkomst te laten vernietigen. De rechter oordeelt in het voordeel van Lucas en zijn werkgever. Lucas is namelijk 16 jaar waardoor hij de arbeidsovereenkomst zelf mocht afsluiten en er mag blijven werken.

Rechtsregels kun je onderverdelen in geschreven rechtsregels en ongeschreven rechtsregels. Veruit de grootste groep rechtsregels zijn de geschreven rechtsregels die zijn vastgelegd in de wet

Sommige rechtsregels zijn altijd al geschreven rechtsregels geweest, zoals de rechtsregel dat moord strafbaar is. Soms zijn er ontwikkelingen die de overheid zo belangrijk vindt dat de overheid daar rechtsregels over opstelt. Zo ontstaan er steeds nieuwe, geschreven rechtsregels.

14 BKR01 Wat is recht?

Een voorbeeld van een maatschappelijke ontwikkeling die tot veranderingen in geschreven rechtsregels heeft geleid, is het rookverbod. Door de discussie over de schadelijkheid van roken zijn uiteindelijk deze stappen gezet.

Al meer dan 50 jaar is er in de politiek discussie over de schadelijkheid van roken en een beleid van de overheid om roken te ontmoedigen.

1990

2008

2020

2022

Deze discussie leidt in 1990 tot de Tabakswet. Dat is een geschreven rechtsregel. Daar staat op dat moment in dat je niet mag roken in openbare ruimten.

In 2008 is er een rookverbod in de horeca ingesteld. Ook een geschreven rechtsregel die is vastgesteld door de overheid. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Een tijd lang mag volgens de rechter nog worden gerookt in kleine cafés zonder personeel. Totdat de hoogste rechter in Nederland in 2014 beslist dat die uitzondering voor kleine cafés niet rechtsgeldig is.

In 2020 is als geschreven rechtsregel toegevoegd dat er ook een verbod geldt op roken op schoolterreinen.

In 2022 is er nog een rechtsregel door de overheid vastgesteld en zijn aparte rookruimtes overal verboden. Werknemers kunnen alleen nog buiten roken.

2025 Vanaf 2025 zijn alle ziekenhuizen rookvrij.

Nationaal Preventie Akkoord: Slechts 5% van de volwassenen rookt.

2040

Figuur 3 Maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot veranderingen. © Tiekstramedia

Soms zijn er regels die niet zijn opgesteld door de overheid, maar waar iedereen zich wel aan houdt. Deze regels behoren tot gewoonterecht, dat zijn de ongeschreven rechtsregels. Gewoonterecht zie je terug in de politiek. De motie van wantrouwen is daar een voorbeeld van. Als er geen vertrouwen meer is in iemand in de politiek kan er een motie van wantrouwen worden uitgesproken. De persoon om wie het gaat moet dan opstappen, zonder dat dit in de wet staat. Het is wel een rechtsregel en je kunt dit dus wel aan de rechter voorleggen.

1.2.2 Fatsoensregels

Geschreven rechtsregels en ongeschreven rechtsregels zijn niet hetzelfde als fatsoensregels.

Fatsoensregels zijn informele afspraken over wat hoe we vinden dat we ons moeten gedragen en met elkaar omgaan. Veel fatsoensregels zijn breed geaccepteerd. Ze kunnen per situatie verschillen. De meeste mensen vinden dat iedereen er zich aan moet houden. Toch zijn het geen rechtsregels. Je kunt er dus niet voor naar de rechter.

Voorbeelden fatsoensregels.

• Het is fatsoenlijk om op te staan voor een oudere dame in de trein.

• Het is fatsoenlijk dat je elkaar netjes gedag zegt.

• Als je een gesprek voert, is het fatsoenlijk dat je elkaar aankijkt.

• Iedereen vindt het normaal dat je tijdens een vergadering niet alleen je social media bijwerkt, maar inhoudelijk betrokken bent.

• Als je een sollicitatiegesprek hebt, ben je netjes gekleed en geef je elkaar aan het begin een hand.

• Tijdens de les zit je niet met je oordopjes in of spelletjes te doen op je laptop of telefoon. Het is een regel die geldt op vrijwel alle scholen.

15 Rechten en plichten

ongeschreven rechtsregels rechtsregels fatsoensregels regels

ontstaan uit gewoonte of gebruik, geldend voor iedereen en je kunt altijd naar de rechter als ze niet nageleefd worden.

1.3 Doel van het recht

Leerdoelen:

geschreven rechtsregels

opgesteld door de overheid, geldt voor iedereen en je kunt altijd naar de rechter voor een oordeel.

• Je kunt de doelen en de functies van het recht onderscheiden.

Een bekende filosoof Thomas Hobbes had als bekende uitspraak: ‘de mens is voor de medemens een wolf’. Hij bedoelde hiermee dat zonder het recht er al snel chaos en oorlog ontstaat. Al snel geldt het recht van de sterkste. Dat kan alleen maar slecht aflopen.

Je herkent het misschien wel in een klas. Als een docent geen orde kan houden, ontstaat er chaos. Even is het leuk, alleen is het uiteindelijk voor niemand goed. We hebben regels en structuur nodig om tot leren te komen. Je ziet dit ook in landen in oorlog. Het gezag is verdwenen, er ontstaat een land in chaos.

Rechtsregels en het recht zijn er met twee duidelijke doelen.

Doelen van het recht:

• Het recht brengt orde en structuur aan in het handelen van mensen. Zo ontstaat er een georganiseerde en geordende samenleving. Iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

• Op momenten dat het toch mis gaat, biedt het recht mogelijkheden. Het recht zorgt voor rechtvaardige oplossingen bij conflicten. Daarbij kan het gaan om conflicten tussen mensen onderling of om conflicten tussen mensen en de overheid.

Ontslag voor het eten van een croissantje

Op 31 januari 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan in een ontslag zaak.

Deze zaak gaat om een werknemer die al bijna 20 jaar bij een supermarkt achter de kassa werkt. De supermarkt had op een camera gezien dat de werknemer achter de kassa croissantjes van de supermarkt at. De supermarkt vond dat diefstal. Ze had de croissantjes niet betaald dacht de supermarkt. In ieder geval niet bij degene bij wie ze dat volgens de regels moest doen. Bovendien mochten werknemers helemaal niet achter de kassa eten. De werknemer werd toen op staande voet ontslagen.

Figuur 4 Verschillende soorten regels. © Tiekstramedia
16 BKR01 Wat is recht?

Diefstal is een reden voor ontslag op staande voet. De wet bepaalt dan wel dat de supermarkt moet bewijzen dat de werknemer ook echt diefstal had geplaagd. Dat heeft de supermarkt volgens de rechter niet gedaan. Het was onduidelijk of de werknemer de croissantjes had betaald of niet.

Misschien dat de werknemer de regels niet goed had opgevolgd. Volgens de rechter was dat geen reden om haar meteen te ontslaan. De diefstal was niet bewezen, de medewerker was bijna 20 jaar in dienst en ze had haar werk altijd goed gedaan.

Je ziet hier beide doelen van het recht:

• Het recht brengt orde en structuur: er zijn regels over bewijs en ontslag waardoor duidelijk is wat er van werkgevers en werknemers wordt verwacht.

• Het recht geeft een rechtvaardige oplossing: als een werkgever en een werknemer een conflict hebben met elkaar.

Wist je dat veel uitspraken van rechters online te vinden zijn? Via de website uitspraken.rechtspraak.nl kun je ze opzoeken. Om dat wat makkelijker te maken heeft iedere uitspraak een eigen nummer, een ECLI-nummer. Het ECLI nummer van de uitspraak in het vorige voorbeeld is: ECLI:NL:GHAMS:2023:131. Kijk maar eens of je de uitspraak kunt vinden!

1.4 De functies van het recht

Leerdoelen:

• Je kunt de doelen en de functies van het recht onderscheiden.

Het recht is een totaalpakket aan rechtsregels. Er zijn er duizenden. Deze rechtsregels zijn er niet zomaar. Ze zijn in de loop van de tijd ontstaan met een bepaalde functie om de twee doelen van het recht te kunnen bereiken.

Het recht kent vier functies:

1. Normatieve functie

De wetten en regels zijn de normen waaraan we ons met elkaar moeten houden. Op deze manier weten we hoe we ons moeten gedragen.

Alle rechtsregels in een land zijn ontwikkeld en opgeschreven, omdat de overheid die regels belangrijk vindt. Het overgrote deel van de samenleving vindt ook dat iedereen die regels moet opvolgen.

De afspraak is dan ook dat als je je niet aan deze regels houdt, je in overtreding bent en je straf verdient.

Denk aan niet moorden, niet discrimineren, het verbod op verkrachting.

De regels van het recht laten dus zien wat onze waarden en normen zijn. Als onze waarden en normen veranderen, zullen ook de regels veranderen.

17
functies van het recht
De

Twee rechtsregels met een normatieve functie vind je hieronder:

“Artikel 1 uit de Grondwet

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

“Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Discriminatie wegens handicap en seksuele gerichtheid

Lucas is bij zijn opa. Vol trots vertelt hij over zijn juridische opleiding. Lucas bedenkt met zijn opa enkele bekende wetten. Samen hebben ze het over het bekende artikel 1 van de Grondwet, het discriminatieverbod.

De opa van Lucas heeft nog een oude wettenbundel liggen van vroeger. Hij zoekt artikel 1 uit de Grondwet op. Ondertussen heeft Lucas het artikel al opgezocht op zijn telefoon.

Ze komen tot de ontdekking dat er iets veranderd is. Het huidige artikel is aangepast. Op wetten.overheid.nl staat:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Dit terwijl in het wetboek van jaren geleden ‘handicap en seksuele gerichtheid’ er nog niet bij stonden.

Lucas herinnert zich weer de berichten in het nieuws dat het artikel recent gewijzigd is. Dit omdat de waarden en normen de laatste tijd ook veranderd zijn en er meer aandacht is gekomen voor de genoemde discriminatiegronden.

18 BKR01 Wat is recht?
Figuur 5 Minister Hanke Bruins Slot ondertekent de grondwetswijziging van artikel 1. © ministerie BZK

2. Geschiloplossende functie.

De tweede functie van het recht is dat er een rechtvaardige oplossing komt als er een probleem is. Als mensen er samen niet uitkomen. Als je een probleem hebt met je werkgever. Of als je bijvoorbeeld mishandeld bent. Zelfs als iedereen denkt dat je schuldig bent.

Iedereen kan met zijn of haar probleem bij de rechter terecht om tot een rechtvaardige oplossing te komen.

Dit betekent ook dat je niet voor eigen rechter mag spelen. Het recht bepaalt dat we dit aan de rechter overlaten. Vandaar ook de naam rechtspraak.

We hebben een hele rechterlijke organisatie met ruim 2.500 rechters die ieder jaar meer dan 1 miljoen uitspraken doen.

De rechter onderzoekt wat er precies aan de hand is. Aan de hand van de geschreven en ongeschreven rechtsregels doet de rechter een uitspraak. De rechter spreekt recht en komt tot een rechtvaardige oplossing.

In conflicten tussen mensen onderling bepaalt de rechter wie er gelijk heeft. Als de overheid een beslissing neemt waar je het niet mee eens bent, onderzoekt de rechter of de beslissing terecht was. Als je iets strafbaars hebt gedaan, dan bepaalt de rechter óf je straf verdient, welke straf dit is en hoe die moet worden uitgevoerd.

3. Aanvullende functie

Met een mooi woord heet dit de additionele functie van het recht. Soms gaan mensen ervan uit dat er geen problemen zullen ontstaan. Daarom maken ze er geen afspraken over. Vaak gaat het dan goed, maar niet altijd. Als er dan tussen mensen of partijen toch een probleem ontstaat, dan regelt het recht hoe het moet worden opgelost.

Snowboard kapot? Het recht lost het op!

Inmiddels is Lucas al even bezig met zijn opleiding en heeft hij veel geleerd. Gelukkig heeft hij nu even vakantie. Een studiegenoot gaat op wintersport en leent van Lucas z’n snowboard. Het was een prachtige vakantie, alleen is er één probleempje. Op de laatste dag is de studiegenoot ‘off-piste’ gegaan en toen hij viel is de snowboard kapot gegaan.

Lucas heeft natuurlijk geen afspraak gemaakt met zijn studiegenoot over wat er gebeurt als zijn snowboard kapot gaat. Betekent dat dan dat Lucas pech heeft?

Natuurlijk niet! Dat weet Lucas inmiddels wel. Het recht bepaalt dat de studiegenoot voor Lucas een nieuwe snowboard koopt of hem een redelijke schadevergoeding geeft.

Zo is duidelijk dat het recht in dit soort situaties voor een oplossing zorgt.

4. Instrumentele functie

De vierde functie van het recht is dat het bepaalde praktische regels vaststelt. Dat zijn regels die niet te maken hebben met onze normen en waarden, maar die orde geven. Zo is het in de wet geregeld dat we aan de rechterkant van de weg rijden en niet links.

Zo stoppen we bij het stoplicht als het op rood staat en rijden we door bij groen. Niet andersom.

We hebben het simpelweg zo afgesproken. Het had ook anders gekund. Er zit dus geen diepe gedachte achter. Het recht is in deze gevallen alleen een middel, een instrument om iets te regelen.

19
functies van het recht
De

De overheid kan er ook voor kiezen bepaalde bevoegdheden in te zetten als instrumenten – middelen – om ervoor te zorgen dat burgers zich aan de regels houden.

We noemen dit de instrumentele functie van het recht.

In het strafrecht is de instrumentele functie van het recht duidelijk aanwezig. Het strafrecht kent veel hulpmiddelen om criminaliteit tegen te gaan. Het aftappen van een telefoon, het fouilleren van een verdachte, in beslag leggen van een auto. Verdachten kunnen door deze hulpmiddelen opgespoord en vervolgd worden. Ook zijn de straffen instrumenten om de misdaad te bestrijden en de samenleving veilig te houden.

“Artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht

1. Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

4. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.

5. Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.”

De instrumentele functie in het strafrecht – Juridische vaardigheid

Laten we eens kijken naar artikel 300 van het Wetboek van strafrecht. In deze rechtsregel staat dat mishandeling bestraft wordt. Dat is ontstaan vanuit de normatieve functie van het recht. We vinden dat mishandeling niet toegestaan is en dat er rechtsregels moeten zijn om dat te voorkomen. Hoe doen we dat? Door gebruik te maken van de instrumentele functie van het recht. Als je iemand mishandelt, is er een rechtsregel die bepaalt dat je daar een gevangenisstraf of geldboete voor krijgt. Op die manier helpt het recht om ervoor te zorgen dat het gewenste gedrag ook echt wordt uitgevoerd.

1.5 De oorsprong van het recht

Leerdoelen:

• Je kunt twee opvattingen over de oorsprong van het recht beschrijven.

• Je kunt uitleggen hoe en door wat het recht beïnvloed wordt.

Een van de oudst bekende wetboeken van meer dan 4.000 jaar oud is de Codex Ur-Nammu, uit het huidige Irak. Het is een wetboek van ongeveer 2100 – 2050 v. Chr. Al zag dat wetboek er natuurlijk wel wat anders uit dan de wetboeken die we nu kennen. De teksten zijn geschreven met een soort spijkerschrift op kleitabletten. Ook in de tijd van de Codex Ur-Nammu stond er een straf op het plegen van moord. Er waren toen al mensenrechten.

20 BKR01 Wat is recht?

Mensenrechten, iedereen heeft ze. Jij ook. Simpelweg omdat jij mens bent. Jij hebt dus rechten. Leuk om te weten, maar hoe komen we er eigenlijk aan? En is het recht dat we nu hebben eerlijker en rechtvaardiger dan vroeger dat van de Egyptenaren of de Romeinen?

Interessant is dat mensen altijd en overal al hebben nagedacht over de oorsprong van het recht. Het Nederlandse recht zoals jij dat in deze opleiding leert, was er niet opeens. Het is ontstaan in een lang proces. Op dit moment hebben we in Nederland bijna tienduizend wetten en regels. Waar komen die allemaal vandaan?

1.5.1 Natuurrecht en het sociaal contract

Er bestaan veel opvattingen over de oorsprong van het recht. Wij behandelen de twee meest gangbare:

1. Het natuurrecht

Het natuurrecht is het idee dat voor alle mensen op de wereld, dezelfde mensenrechten gelden. Natuurrechten zijn aangeboren en ‘onvervreemdbaar’, je kunt ze niet afpakken. Natuurrechten zijn rechten die niet door mensen zijn gemaakt of bedacht.

Het natuurrecht komt vanuit het idee dat ieder mens rechten heeft meegekregen vanuit de ‘natuur’. Denk aan het recht op leven, het recht op vrijheid of recht op bezittingen. Een voorbeeld van een natuurrecht is dat je niet mag doden. Of dat je niet zomaar mag liegen en de waarheid belangrijker is. Ook mag je niet zomaar andermans spullen afpakken. Dit zijn regels die altijd en overal op de wereld gelden.

Het maakt dus niet uit wie je bent, waar je woont of hoe je in het leven staat. Het natuurrecht is universeel. Het ligt vast in de natuur van de wereld en geldt voor iedereen.

Gelovigen zeggen dat wat goed en fout is – dus wat het recht is – bij hun god vandaan komt. Die god is dan de bron van het recht. De bron van het natuurrecht. Toen de god de wereld maakte, heeft hij ook het idee van goed en kwaad in de natuur aan de mens meegegeven.

Figuur 6 De Codex Ur-Nammu.
21 De oorsprong van het recht

Golden Rule

Je komt natuurrechten tegen in alle culturen, tijden en geloven. Een goed voorbeeld is de zogenaamde ‘Golden rule’ die je in alle geloven terugvindt. Het houdt in dat je goed met andere mensen om moet gaan.

De letterlijke vertaling hiervan is eigenlijk zoals we ook in Artikel 1 van onze Grondwet kunnen lezen "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.". Het is een wettelijke regeling met een oorsprong in het natuurrecht

“ De Koran: ‘Niemand van jullie is een gelovige, tenzij hij zijn naaste toewenst wat hij zichzelf toewenst’.

De Bijbel: 'Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat de mensen jou ook behandelen'.

De Thorah: ‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet’.

Confucius: ‘Wat u voor uzelf niet wenst, wens dat ook voor een ander niet’. ”

Mensenrechten - Video

Bekijk ook eens deze video over mensenrechten en de 'Golden rule'.

2. Het sociaal contract

In de middeleeuwen en ook daarna nog waren koningen en andere machthebbers erg machtig. Ze misbruikten het recht vaak in hun eigen voordeel. Maar de mensen accepteerden dit steeds minder.

Filosofen kwamen met allerlei nieuwe theorieën over de oorsprong van het recht. Zij zeiden dat die oorsprong ligt in de afspraken die mensen onderling gemaakt hebben. Dit noemden ze ook wel een maatschappelijk verbond of sociaal contract.

Het volk en de machthebbers maakten samen de afspraak dat de mensen de machthebber zouden gehoorzamen als hij hun rechten zou respecteren. De burgers betaalden belasting en de machthebber beschermde hen.

Hoe verder we in de tijdlijn komen, hoe meer en hoe vaker deze afspraken en rechten zwart op wit zijn gezet. Zo ontstond het geschreven recht zoals we dat nu in Nederland kennen. Dit noemen we positief recht.

Al het recht dat op dit moment in Nederland geldt, noemen we positief recht

22 BKR01 Wat is recht?

1.5.2 Geschiedenis van de Grondwet

De basis van het Nederlands recht is vastgelegd in de Grondwet. Daarin staan de grondrechten die iedereen heeft. De Grondwet zoals we die nu kennen is van 1848 en is ontworpen onder leiding van Thorbecke. Daarvoor was er de Grondwet uit 1815. Maar wist je dat de eerste officiële Nederlandse Grondwet al uit 1798 komt? Deze wet heet dan nog de ‘Staatsregeling voor het Bataafsche volk’. In de Staatsregeling stonden rechten van burgers, regels voor de staat, verdeling van machten in de staat en ook de rechterlijke macht was al onderdeel van de Staatsregeling.

De Staatsregeling is ontstaan vanuit de Franse Verlichting van 1789. Tot die tijd was het vanzelfsprekend dat de kerk en de koningen veel te zeggen hadden. De Verlichting is een periode uit de geschiedenis waarin de maatschappij veranderde. Mensen gingen meer nadenken over hoe de ideale samenleving er uit zou zien. Mensen gingen anders nadenken over politiek, wetenschap, geloof en hoe je met elkaar om zou moeten gaan. Het volk kwam in opstand en accepteerde niet meer zomaar dat de kerk en koningen het in alles voor het zeggen hadden. Ze wilden eigen rechten. Bekende woorden als ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ werden steeds belangrijker.

Mensenrechten kregen steeds meer een centrale rol, ook in het recht.

Daarna kwam Napoleon aan de macht in Nederland. Hij had heel veel wetten van de Romeinen afgekeken en heeft een grote rol gespeeld in de totstandkoming van de Grondwet zoals we die nu kennen. Daarmee is het Romeinse recht dus eigenlijk de basis voor veel recht dat we nu in Europa hebben. In ieder geval is het de basis van onze huidige Grondwet.

1.5.3 Wanneer is het recht rechtvaardig?

De vraag ‘Wat is het recht?’ houdt de mensheid al duizenden jaren bezig. Over het antwoord op die vraag kan iedereen anders denken. Het recht verschilt over de hele wereld. Ieder land heeft eigen rechtsregels die allemaal hun eigen oorsprong hebben.

Wat de één eerlijk vindt, vindt een ander soms oneerlijk. Wat de één recht vindt, vindt de ander juist krom.

In bijvoorbeeld Spanje vinden ze stierenvechten een mooie traditie die bij de cultuur hoort, terwijl de meeste Nederlanders het zien als dierenmishandeling.

In Nederland heb je als je werkt recht op een minimumloon, maar dat is niet in alle landen in de wereld het geval.

Ruim honderd jaar geleden vonden we het heel normaal dat jonge kinderen elke dag op het land werkten, nu heeft ieder kind recht op goed onderwijs.

En Hitler, om een extreem voorbeeld te noemen, vond heel andere dingen rechtvaardig dan wij nu.

Iedereen een ov-jaarkaart!

Tot 2017 kregen alleen studenten die een opleiding op het hbo of de universiteit volgden een Ov-jaarkaart. Veel jongeren vonden dit oneerlijk. Iedereen heeft toch recht op een gelijke behandeling?

Uiteindelijk zijn er zelfs in de Tweede Kamer felle discussies over gevoerd. En eerlijk is eerlijk, sinds 2017 krijgen alle voltijd studenten een Ov-jaarkaart.

23 De oorsprong van het recht

Of we recht als rechtvaardig zien, heeft te maken met hoe we als mensen in het leven staan. Het recht is beïnvloed door onze waarden en normen. Dit kan dus per land verschillen.

Het recht is altijd beïnvloed door:

• de tijd waarin mensen leven;

• de cultuur van een samenleving;

• godsdienst en geloof;

• waarden en normen in een land;

• de gewoonten in een land.

Waarden en normen

Tijdens de zomervakantie is Lucas met vrienden in Parijs. Tijdens het stappen ontmoeten ze meerdere internationale studenten. Een van hen is Vita, een studente uit Spanje. Vita vertelt dolenthousiast over haar land en cultuur. Ze nodigt iedereen uit om in Spanje langs te komen.

Ze is trots op haar cultuur en begint vol enthousiasme te vertellen over de stierengevechten waar ze laatst bij is geweest. Op het moment dat ze de foto’s laat zien, wordt een Nederlandse student erg boos. “Hoe kun je dit nu cultuur noemen, het is dierenmishandeling!”, roept Lisa.

“Alsof jullie een mooie cultuur hebben met je open en vrije drugsbeleid”, roept Vita terug.

Al snel ontstaat er een felle discussie over verschillende waarden en normen. In elk land zijn de wetten sterk beïnvloed door de cultuur en ethiek die er leeft.

Je kunt zeggen dat recht en ethiek elkaar beïnvloeden. Als je het recht van een land bestudeert, ontdek je vanzelf wat mensen erg belangrijk vinden. En wat hun waarden en normen zijn.

Ethiek gaat over de vraag of we iets goed of fout vinden. Recht en ethiek beïnvloeden elkaar altijd en overal.

Het recht is nooit af. Het is nooit een compleet afgerond proces. Het recht leeft en verandert daarom met de tijd mee. Denk bijvoorbeeld aan Artikel 1 van de Grondwet waar we het eerder over hebben gehad. In de loop van de tijd is deze aangepast doordat we anders tegen zaken aankijken.

Dit verklaart ook waarom we nu bepaalde wetten van vroeger abnormaal en onbegrijpelijk vinden.

Het recht zoals we dat nu in Nederland kennen zal ook veranderen. Het is een interessante vraag welke onderdelen van het recht er de komende jaren zullen veranderen en hoe we dan terugkijken op nu.

24 BKR01 Wat is recht?

Figuur 7 Veranderende wetgeving door nieuwe inzichten.

1.6 De bronnen van het recht

Leerdoelen:

• Je kunt de verschillende rechtsbronnen benoemen en per rechtsbron een voorbeeld noemen.

• Je kunt onderscheid maken tussen formele en materiële wetten en daar voorbeelden van geven.

Iedere morgen worden er mensen wakker die voor hun rechten willen opkomen. Ze hebben een ruzie gehad die is uitgelopen op een mishandeling. Of ze zijn voor hun gevoel onterecht ontslagen. Anderen zijn het oneens met een besluit van de Belastingdienst. Weer anderen hebben niet kunnen slapen omdat ze het oneens zijn met de gemeente over het besluit over een vergunning.

Ze vragen hun vrienden om raad, zoeken online naar antwoorden of pakken hun overeenkomst er nog eens bij. Misschien herken je dit zelf ook wel. Waar kun je vinden wat je rechten zijn?

Misschien heb jij zelf of heeft iemand in je omgeving wel eens een juridisch probleem gehad en daarvoor naar de rechter gegaan.

Je kunt begrijpen dat rechters het recht niet zomaar mogen verzinnen. Het recht moet eerlijk en rechtvaardig toegepast zijn. Het kan niet zo zijn dat een rechter in Amsterdam tot een heel andere uitspraak komt over hetzelfde soort probleem dan een rechter in Groningen.

Waar halen zij het recht vandaan? In Nederland kennen we vier bronnen waar het recht te vinden is.

25
De
bronnen van het recht

De vier rechtsbronnen zijn:

1 De wet

2 De jurisprudentie

3 Het internationale recht

4 Het gewoonterecht

1.6.1 De wet

In wetten zijn rechten en plichten vastgelegd. Zo is in de Werkloosheidswet vastgelegd wanneer je recht hebt op een werkloosheidsuitkering. In de algemene plaatselijke verordening van jouw gemeente kun je lezen of een vispas verplicht is als je wilt gaan vissen in je gemeente. Er is een wet die bepaalt dat je verplicht naar school moet tot een bepaalde leeftijd.

Er bestaan ook vreemde wetten. Zo kunnen in Rotterdam eigenaren van een blaffende hond een bekeuring krijgen. En mag je als dakloos persoon in Groningen niet bedelen. Ook is per wet vastgelegd dat je geen takken, eikels of mos uit het bos mee mag nemen.

Je mag je overal als Sinterklaas verkleden, behalve… in Deventer. Hier is het per wet verboden. Er werden in Almere bekeuringen uitgedeeld omdat stoepkrijten volgens de Algemene Plaatselijke Verordening verboden was. Na veel ophef is dit verbod uit de APV verwijderd.

Een belangrijk uitgangspunt in Nederland is het legaliteitsbeginsel. Dit betekent twee dingen.

1 Al het handelen van de overheid moet een basis in een wet hebben. Anders gezegd: de overheid kan pas iets doen als een wet daar de mogelijkheid voor geeft.

2 Je kunt pas ergens een straf voor krijgen als er een wet is die het verboden heeft. Op het moment dat je iets doet dat nergens in de wet verboden is, kun je niet veroordeeld worden.

“Artikel 16 van de Grondwet

Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.”

Het doet ertoe of je weet of iets in de wet staat en of het verboden is. De wet is het fundament van alles wat de overheid doet. De wet vormt de basis van onze rechtsstaat.

Zo hebben we als burgers zekerheid over wat wel én wat niet kan.

Het legaliteitsbeginsel betekent dat de overheid alleen kan optreden als er een wet aan ten grondslag ligt en je geen straf kunt krijgen zonder dat er eerst een wet is.

De wet is dus een rechtsbron met geschreven recht én het is positief recht. We bedoelen hiermee dat de wet recht bevat dat op dit moment in Nederland geldt. Het is ook de belangrijkste rechtsbron, omdat de rechter altijd verplicht is om de wet te volgen. Ook geldt de wet altijd voor iedereen. Of je nu de koning bent of een dakloos persoon.

Iedereen behoort de wet te kennen. “Ja, maar ik wist het niet,” is geen excuus. Sommige dingen hoor je gewoon te weten. Moet je dan alle duizenden wetten en nog veel meer regels uit je hoofd kennen? Nee, maar als je wethouder bent in een gemeente behoor je wel te weten dat er voor het kappen van twee lindebomen in je tuin een vergunning nodig is. En ook de smoes gaat niet op dat je dacht dat je groenten in je tas had zitten, en de politie bij hoog en bij laag blijft beweren dat het toch echt drugs is.

26 BKR01 Wat is recht?

1.6.2

Online vindplaatsen van wetten – Juridische vaardigheid

De meeste wetten kun je vinden in de wettenbundel. Dat zijn verzamelingen van bepaalde wetten. Hier zijn er tientallen soorten van: veel verschillende wettenbundels voor veel verschillende onderwerpen. Er zijn verschillende uitgevers die ieder hun eigen wettenbundels uitgeven. Voor deze opleiding kun je de wettenbundels van SDU (MBO en SJD) en Wolters Kluwer bijvoorbeeld gebruiken.

Dan gaat het vooral om hoe het eruitziet. Er zijn ook uitgevers die meerdere soorten wettenbundels uitgeven. Voor ieder rechtsgebied een eigen wettenbundel. Of een wettenbundel afgestemd op de opleiding die je volgt.

Een andere manier om wetten op te zoeken is via internet. Op bijvoorbeeld wetten.overheid. nl of overheid.nl/beleid-en-regelgeving zijn de verschillende wetten te vinden. Het voordeel van de online vindplaatsen van wetten is dat je op die manier altijd de meest recente versie van de wet bij de hand hebt. Let er dan wel op dat je de meest actuele versie hebt opgezocht, ook oudere versies zijn namelijk te raadplegen. Zo kun je nooit de mist ingaan als je klanten juridisch advies geeft.

Soorten wetten

De meeste wetten zijn opgesteld door de regering en het parlement. Dit gebeurt in de Tweede en Eerste Kamer. Lagere overheden zoals provincies en gemeenten kunnen deze wetten soms uitwerken in ‘lagere’ wetten zoals verordeningen. Deze verordeningen kunnen dus per gemeente verschillen.

Er bestaan verschillende soorten wetten. Je kunt onderscheid maken tussen formele en materiële wetten.

De wetten gemaakt door de regering en de Staten-Generaal samen heten formele wetten De regering bestaat uit de koning (een formele rol) en de ministers.

De Staten-Generaal is een ander woord voor het parlement, de Eerste en Tweede Kamer. Pas als beide kamers een wetsvoorstel hebben goedgekeurd, ontstaat er een nieuwe wet.

Materiële wetten zijn rechtsregels die algemeen verbindende voorschriften inhouden, regels die voor iedereen gelden. Dat kunnen regels zijn die door een ander overheidsorgaan zijn vastgesteld. Materiële wetten hebben vaak niet het woord ‘wet’ in de naam, maar heten anders:

• Een wet gemaakt door de regering is een Algemene Maatregel van Bestuur.

• Een wet gemaakt door een minister is een ministeriële regeling.

• Een provinciale verordening is een wet van de Provinciale Staten.

• Een gemeentelijke verordening is gemaakt door de gemeenteraad.

De jurisprudentie

De wát?

Om zijn opleiding goed te kunnen volgen, besluit Lucas een wettenbundel aan te schaffen. Hij heeft een speciale wettenbundel voor het mbo gevonden. Het is een flink boek, maar volgens de verkoper staan daarin alle wetten die belangrijk zijn voor zijn opleiding.

Tot zijn verbazing hoort hij tijdens de eerste dagen van zijn opleiding dat deze wettenbundel niet eens de enige bron van recht is. Hij moet ook de jurisprudentie gaan lezen… De wát?

27
De bronnen van het recht

De Romeinen hadden het over ‘iuris prudentia’, oftewel de ‘opvatting over het recht’ van de rechters. Eigenlijk is het heel simpel. De jurisprudentie is een grote verzamelbak van alle rechterlijke uitspraken die er gedaan zijn. Afgelopen jaren waren er meer dan een miljoen rechterlijke uitspraken per jaar!

Alle uitspraken staan niet in een wetbundel. Daarom behoort de jurisprudentie tot het ongeschreven recht. Op de website uitspraken.rechtspraak.nl zijn alle rechterlijke uitspraken te vinden van alle rechters in Nederland.

Jurisprudentie is een verzamelnaam voor alle uitspraken die eerder door rechters zijn gedaan.

Waar is jurisprudentie voor?

Rechters gebruiken naast de wet ook de jurisprudentie om tot een uitspraak te komen. Zo kunnen ze zien wat hun collega-rechters in soortgelijke situaties oordeelden. Op deze manier liggen de rechterlijke uitspraken in dezelfde lijn. Zo ontstaan er nieuwe regels hoe de wet wordt uitgelegd. Jurisprudentie kleurt de wet in en maakt de toepassing preciezer.

Handig natuurlijk om uitspraken op te zoeken over een zaak die je zelf hebt bijgewoond, of omdat je wilt weten hoe verschillende rechters over bepaalde thema’s denken. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een verdachte van doodslag er in Arnhem veel gunstiger vanaf komt dan in Den Haag.

Toch zijn rechters niet verplicht om dezelfde uitspraak te doen. De maatschappij verandert elke dag en geen situatie is hetzelfde. Een rechter kijkt altijd naar de omstandigheden.

Ook advocaten maken veel gebruik van jurisprudentie. Ze gebruiken voorbeelden uit de jurisprudentie om hun verhaal te versterken.

Figuur 8 De Nederlandse Grondwet.
28 BKR01 Wat is recht?
© Shutterstock / N.Savranska

Jurisprudentie geeft iedereen meer zekerheid over hoe het recht wordt toegepast en uitgelegd.

In de wet komen we veel vage begrippen tegen. Kwaliteit van leven, lokaalvredebreuk, overlast, geluidshinder, redelijkheid en billijkheid. Wanneer is nu waar sprake van en wat betekent het nu precies? Zo staat er in de wet dat iemand recht heeft op ‘een redelijke vergoeding’. Maar wat is nu precies redelijk? Dat kan per situatie verschillen. Door hier in een uitspraak een uitleg over te geven, wordt de wet duidelijker.

Belediging van de Koning

Tot 1 januari 2020 was het volgende bij wet verboden: ‘Opzettelijke belediging van de Koning wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.’ En ja hoor, op 16 november 2014 gebeurt het tijdens een Sinterklaasintocht. Een spreker beledigt bij zijn speech de koning. Hij werd gearresteerd en kreeg een boete van 500 euro. Uiteindelijk hoefde hij niet te betalen. De advocaat legde uit dat wat hij zei straattaal is voor ‘weg met het koningshuis’. En laat dat nou net geen belediging zijn, zo vond ook de rechter.

Door zo’n situatie wordt steeds duidelijker of iets beledigend is of dat het gewoon onder vrijheid van meningsuiting valt. Misschien is het door deze situatie gekomen dat het wetsartikel is afgeschaft. Wetten komen en wetten gaan.

Wel of geen ontslag?

Lucas vraag zijn oom Mehmet naar die jurisprudentie. Mehmet is advocaat en legt aan Lucas uit dat jurisprudentie een hele belangrijke bron van recht is. In de wet staan veel regels, maar de wet kan niet voor iedere situatie een pasklare oplossing geven. Niet alle feiten en omstandigheden zijn hetzelfde. Uitspraken van rechters zijn dan nodig. Mehmet legt dit uit met drie voorbeelden over ontslag op staande voet van een werknemer die ‘steelt’ van zijn werkgever.

Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2469

• Een medewerkster van Albert Heijn dronk tijdens haar werk twee colaatjes waar ze niet voor had betaald. Voor Albert Heijn reden om haar te ontslaan vanwege diefstal. Dat ging de rechtbank Amsterdam te ver. Albert Heijn had haar ook een waarschuwing kunnen geven.

Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:905

• Een medewerkster van een andere supermarkt nam na haar werk een pak Optimel mee dat over datum was. Ook zij werd ontslagen wegens diefstal. Dat was volgens de rechtbank Amsterdam wel toegestaan.

Gerechtshof Amsterdam, 1 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1704

• Dan de cateringmedewerker van KLM. Het gaat om een werknemer van dan 53 jaar die al meer dan 25 jaar in dienst was. Tijdens zijn werk goot hij een flesje water dat na een vlucht was achtergebleven over in zijn Dopper. Het flesje zou anders worden weggegooid. Volgens de bedrijfsregels mocht dat niet en ook deze medewerker werd ontslagen. Terecht volgens het gerechtshof Amsterdam!

29
De bronnen van het recht

Lucas luistert vol verbazing naar de voorbeelden van Mehmet en begrijpt er niets van. Bij twee colaatjes moet er eerst een waarschuwing worden gegeven. Bij producten die worden weggegooid mag ontslag wel. Onbegrijpelijk vindt Lucas.

Volgens Mehmet is dat precies waar jurisprudentie voor is bedoeld. In de wet staat deze bijzondere situatie natuurlijk niet uitgelegd. Uit deze uitspraken blijkt wat het verschil is: Albert Heijn had niet zulke duidelijke regels over wat wel en niet mocht. De andere supermarkt en KLM hadden dat wel. Die medewerkers wisten dus precies wat de regels waren en moesten zich daar gewoon aan houden. Daarom mochten zij wel ontslagen worden.

Waar vind je jurisprudentie?

Als je op zoek gaat in de verzamelbak met alle rechterlijke uitspraken ontdek je veel. Bijvoorbeeld wat er gebeurt als je per ongeluk de verkeerde vermoordt. Of een antwoord op de vraag of je mag liegen tegen de rechter. Of hoe ver je mag gaan met zelfverdediging, of mag je jouw gestolen fiets terug stelen.

Online is veel te vinden. De bekendste website is rechtspraak.nl. Hier vind je alle uitspraken. Veel opvallende uitspraken komen ook in het nieuws. Ook advocaten en juristen schrijven veel artikelen en blogs over interessante uitspraken. Ze zijn online goed vindbaar. Kijk maar eens of je op social media een advocaat kunt volgen.

Je kunt alvast eens een kijkje nemen op de Instagram van Meester Leonie.

Ook verschijnen er steeds meer boeken met opvallende uitspraken. Een bekend en bekroond boek is ‘De Zweetvoetenman’. Hierin zijn veel bekende – en soms humoristische – rechtszaken van de afgelopen jaren uitgelegd in taal die voor iedereen te begrijpen is en niet alleen voor de rechters zelf.

Figuur 9 Meester Leonie haalt op social media de vooroordelen weg. © John Geven
30 BKR01 Wat is recht?

1.6.3 Internationaal recht

Er zijn in de loop van de geschiedenis veel bekende personen geweest die invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het recht. Zo heeft Napoléon zijn wetboek, de Code Civil, al ingevoerd in alle landen die hij veroverde. Dit wetboek heeft internationaal veel invloed gehad.

De wereld is groot maar ons leven stopt allang niet meer bij de grens. We halen onze producten overal vandaan. Elke dag zijn we online ook internationaal bezig. Het internationale recht is steeds belangrijker geworden. Dat merken we zeker nu de Europese Unie steeds meer invloed heeft. Juist een klein landje als Nederland is afhankelijk van internationale handel, buitenlandse contacten en wereldwijd verkeer.

Het internationale recht is daarmee een steeds belangrijkere bron van het recht geworden.

Met internationaal recht bedoelen we niet het recht van een bepaald land, maar recht dat juist grensoverschrijdend is. Dat valt onder de rechtsbron internationaal recht.

Ook het internationaal recht heeft verschillende rechtsbronnen. Kijk maar eens op de website van het Centrum voor Internationaal Recht welke rechtsbronnen er allemaal zijn. De bekendste rechtsbron van internationaal recht zijn de verdragen.

Het internationaal recht is het recht dat geldt tussen staten onderling. Internationale verdragen zijn hier een onderdeel van.

Verdragen

Een internationaal verdrag is een verbond of overeenkomst tussen twee of meer landen of internationale organisaties. Je kunt dan denken aan de Europese Unie, de NAVO of de Verenigde Naties. Een verdrag tussen twee staten of organisaties noem je een bilateraal verdrag. Als er meer dan twee landen of organisaties bij betrokken zijn dan heet het een multilateraal verdrag

Nederland sluit ieder jaar ruim honderd internationale verdragen. Denk aan afspraken over internationale belastingen, het milieu of uitlevering tussen staten. Wat namelijk als een verdachte van een moord of ontvoering in een ander land wordt opgepakt? Of wat als een land waar de doodstraf geldt Nederland om uitlevering van een verdachte vraagt? De antwoorden kun je vinden in de uitleveringsverdragen tussen de landen. In zo’n uitleveringsverdrag maken landen afspraken met elkaar over de uitlevering. Wanneer mag iemand worden uitgeleverd en wanneer niet? Als er geen verdrag is, is een land vrij om te beslissen dat een verdachte niet uitgeleverd wordt. Zo worden verdachten niet uitgeleverd door Nederland aan Noord-Korea en China.

In bekende verdragen gaat het vaak over mensenrechten.

Ze beschermen de meest belangrijke rechten in het leven. Ongeacht welk geslacht, etnische afkomst, geloof of politieke overtuiging je ook hebt. Ze beschermen je ook tegen de macht van de overheid.

Het ‘Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens’ (afgekort EVRM) is een bekend voorbeeld. Een ander bekend voorbeeld is het ‘Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (afgekort IVRK ).

Mensenrechten zorgen ervoor dat je kunt leven in menselijke waardigheid welk geslacht, etnische afkomst, godsdienst of politieke overtuiging je ook hebt.

31
De bronnen van het recht

Figuur 10 #Mensenrechten © Shutterstock / HannaTor

“Artikel 93 uit de Grondwet

Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.”

In de Grondwet is in artikel 93 vastgelegd dat alles wat in de verdragen staat, ook geldt voor alle Nederlanders. Op deze manier hebben verdragen veel invloed en is het als onderdeel van het internationale recht ook een rechtsbron voor het Nederlands recht. Het voordeel is dat een Nederlandse burger op deze verdragen een beroep kan doen bij de rechter in ons eigen land.

Verbindende kracht van verdragen

Mehmet, de oom van Lucas doet veel strafrecht. Zijn klanten zijn mensen die door de politie verdacht worden van het plegen van een strafbaar feit. Hij adviseert zijn klanten altijd om meteen bij het verhoor door de politie een advocaat in te schakelen. Daar hebben zijn klanten recht op. Dat volgt uit artikel 6 EVRM wat gaat over het recht op een eerlijk proces, waarin staat dat een verdachte recht heeft op een advocaat.

Mehmet legt uit dat een verdachte dit recht al heeft vanaf het allereerste politieverhoor. Dat is door de Europese rechter zo bepaald. Als de politie dit niet goed doet, kan Mehmet bij de rechter aangeven dat artikel 6 EVRM is geschonden. Hij hoeft dit niet op te zoeken in de Grondwet of een andere Nederlandse wet.

Europees recht

In internationale verdragen worden afspraken gemaakt tussen landen over de hele wereld vastgelegd. Doordat Nederland onderdeel is van de Europese Unie, geldt de Europese wetgeving ook in Nederland. Dit is vastgelegd in het ‘Verdrag betreffende de Europese Unie’. Binnen de Europese Unie gelden er allerlei regels. Bijvoorbeeld over de euro, vrij reizen en producten. Alle landen en de burgers moeten zich ook aan deze wetgeving houden. Afgesproken is dat het Nederlandse recht in overeenstemming met het Europese recht moet worden uitgelegd door de rechter.

Het Europees recht is een zelfstandig deel van het internationale recht. Dit recht regelt vooral de werking van de Europese Unie.

32 BKR01 Wat is recht?

De Europese wetgeving bestaat uit verschillende soorten regels. De twee belangrijkste daarvan zijn:

• Europese verordeningen

Als deze wetten gemaakt zijn, gelden ze gelijk in alle landen van de Europese Unie. Een burger kan zich er ook op beroepen bij een nationale rechter. Een lidstaat kan het dus niet zomaar opzij schuiven.

• Europese richtlijnen

Een richtlijn over een thema is een opdracht voor de lidstaten om er nationaal recht van te maken. Zo komt het recht steeds meer overeen tussen verschillende landen. Het is dus minder dwingend dan een verordening. Een land moet het eerst vastleggen in een eigen wet.

Daarnaast zijn er ook nog besluiten, aanbevelingen en adviezen. Besluiten zijn bindend, maar alleen voor degenen aan wie het besluit is gericht. Zo is er op 1 januari 2023 een besluit genomen om Kroatië toe te staan de euro in te voeren. Dat besluit geldt alleen voor Kroatië. Aanbevelingen en adviezen – de namen verklappen het al – zijn niet bindend en dus ook niet bij een rechter afdwingbaar.

Misschien vraag jij je af waarom het internationale en Europese recht ook voor jou belangrijk is. We wonen toch in Nederland en dan geldt toch gewoon het Nederlandse recht? Toch kom je internationaal recht vaker tegen dan je denkt. Wat dacht je van de transfers van je favoriete sportclub, de reizen die je maakt en de Brexit. En er is zelfs geregeld in een Europese verordening dat de bananen die je koopt niet té krom mogen zijn. Over recht en krom gesproken, wat wil je nog meer?

1.6.4 Het gewoonterecht

Als jij je netjes wilt gedragen, houd je de deur open voor je schoonmoeder. Op de roltrap is het netjes als je zelf stilstaat dat je rechts aanhoudt en een ander kan passeren. Dit zijn fatsoensregels, maar geen rechtsregels.

We kennen geschreven rechtsregels en ongeschreven rechtsregels. De wet is een voorbeeld van een geschreven rechtsregel. Gewoonterecht is een voorbeeld van ongeschreven rechtsregels. Net als de fatsoensregels staat dit gewoonterecht nergens opgeschreven en is er nooit een wet van gemaakt. Anders dan voor de fatsoensregels geldt, zijn regels van gewoonterecht wel rechtsregels. Je kan ze afdwingen bij een rechter. Gewoonterecht is daarom een ongeschreven rechtsbron.

Het gewoonterecht is een ongeschreven rechtsbron met gebruiken en gewoonten. Gewoonten die in een groep lange tijd algemeen geaccepteerd zijn, vormen zo een sociale norm.

Gewoonterecht is de minst zwaarwegende rechtsbron. Omdat de regels nergens zijn opgeschreven, is het moeilijker om de regels te kennen. Alleen als het zo vanzelfsprekend is dat iedereen die regels behoort te kennen en toepast, zal er sprake zijn van gewoonterecht.

Er zijn een paar voorwaarden voordat er sprake is van gewoonterecht.

• De gewoonte moet al langere tijd in gebruik zijn.

• Het is geen gebruik of gewoonte van alleen maar een paar mensen van een gemeenschap of groep.

• De gewoonte moet binnen de groep algemeen geaccepteerd zijn.

33
De bronnen van het recht

Op deze manier is de gewoonte een sociale norm geworden. Als ervan af wordt geweken wordt dat als onfatsoenlijk of niet normaal gezien. Dit is het geval als iedereen eigenlijk vindt dat het ook afgedwongen kan worden. Daarmee wordt het gewoonterecht.

In het Burgerlijk Wetboek is er duidelijk een verwijzing te vinden naar het gewoonterecht. In artikel 2 uit boek 6 van het Burgerlijk Wetboek staat:

“Artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek

1. Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.

2. Een tussen hen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”

In het artikel hierboven zie je dat de eisen van redelijkheid en billijkheid gelden. Ook het gewoonterecht wordt bewust genoemd. Toch kom je steeds minder gewoontes tegen die echt als recht worden gezien. Hier zijn enkele redenen voor.

1 Veel gewoontes zijn in de loop van de tijd opgenomen in de wet.

2 Mensen leggen hun afspraken steeds beter vast in overeenkomsten. Hierdoor werd steeds minder afhankelijk van verschillende ongeschreven gewoontes.

3 Doordat de hele wereld meer met elkaar is verbonden door vervoer en (online) communicatiemiddelen zijn er minder verschillende lokale gewoontes.

Als vroeger een stel trouwde, was het standaard dat de vrouw de achternaam van de man overnam. Dit werd als gewoonterecht gezien en kon dus voor de rechter worden afgedwongen, ook al stond het nergens in de wet. Inmiddels is dit niet meer standaard en zeker niet verplicht. Tegenwoordig heb je de keuze, zoals is vastgelegd in artikel 9 uit Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

“Artikel 9 uit boek 1 van het burgerlijk wetboek

1. Een vrouw die gehuwd is of die gehuwd is geweest dan wel wier partnerschap geregistreerd is of is geweest en die niet is getrouwd na beëindiging van de registratie of is hertrouwd dan wel niet een geregistreerd partnerschap is aangegaan na beëindiging van het huwelijk of opnieuw is aangegaan, is steeds bevoegd de geslachtsnaam van haar echtgenoot of van haar geregistreerde partner te voeren of aan de hare te doen voorafgaan dan wel die te doen volgen op haar eigen geslachtsnaam.”

Toen het nog nergens officieel geregeld was, was het een gewoonte geworden dat als je iets kocht, je een bonnetje – een kwitantie kreeg. Dit stond nergens vast, alleen omdat iedereen het deed mocht je hier vanuit gaan. Het was een gewoonte geworden met dezelfde status als een wetsbepaling. Later is het ook vastgelegd in de wet. In artikel 48 uit Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

“Artikel 48 uit boek 6 van het burgerlijk wetboek

1. De schuldeiser is verplicht voor iedere voldoening een kwitantie af te geven, tenzij uit overeenkomst, gewoonte of billijkheid anders voortvloeit.”

34 BKR01 Wat is recht?

Figuur 11 Wat zijn jouw gewoontes? © Shutterstock / serpi

Het recht in wetten is vastgelegd door de overheid. Het gewoonterecht is gevormd door mensen zelf en komt ‘van onderaf’. Vroeger was er veel meer gewoonterecht. Lang nog niet al het recht lag vast in wetten, terwijl het toch als bindend werd ervaren. Steeds meer gewoonterecht is (vooral na de middeleeuwen) in wetten terecht gekomen. Voorbeelden van gewoonterecht vinden we nog wel in de politiek. Dit komt omdat daar lang niet alle regels als wet zijn vast gelegd. Een bekend voorbeeld is de vertrouwensregel Een minister - maar het geldt ook voor het hele kabinet- moet aftreden als het vertrouwen door de Tweede Kamer is opgezegd. Een ander voorbeeld is het vormen van een nieuw kabinet en de rol van de Koning hierbij. Of de gewoonte dat de grootste partij altijd de premier levert. Juist doordat alles niet vastligt, kan ook de Grondwet mee met z’n tijd. Want niet alleen gewoontes, maar ook het recht verandert.

1.7 Natuurlijke personen en rechtspersonen

Leerdoelen:

• Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon.

Binnen het recht bestaan er natuurlijke personen en rechtspersonen.

In het echte leven kom je als persoon bij veel dingen in aanraking met het recht. Dit gebeurt als je een opleiding volgt, werkt en bijvoorbeeld als je uitgaat. Maar ook als je gaat trouwen of juist gaat scheiden.

Jij als persoon hebt dan te maken met rechten en plichten in verschillende situaties. Binnen het recht noemen we mensen van vlees en bloed natuurlijke personen.

Jij leest op dit moment deze theorie, volgt een studie en hebt misschien een relatie. Je bent een mens van vlees en bloed.

In de wet is geregeld dat er ook rechtspersonen zijn. Dit zijn geen echte (natuurlijke) personen. Het zijn bedrijven en organisaties die een ‘persoonlijkheid hebben in het recht’.

35 Natuurlijke personen en rechtspersonen

Anders gezegd, rechtspersonen hebben rechtspersoonlijkheid. Dit is bedacht zodat ook bedrijven en organisaties in eigen naam kunnen kopen en betalen, schulden kunnen hebben en aansprakelijk kunnen zijn. Zo heeft een winkel personeel in dienst, huurt een pand en moet belasting betalen.

Niet alle bedrijven zijn rechtspersonen. Zo is een eenmanszaak geen rechtspersoon, maar een natuurlijk persoon. In een eenmanszaak ben je zelf enig eigenaar van het bedrijf en ben je privé aansprakelijk voor alle schulden.

Voorbeelden van wat een natuurlijk persoon wél kan en een rechtspersoon niet:

• trouwen en scheiden

• gevangenisstraf krijgen

• overlijden

Allebei kunnen:

• bezittingen en schulden hebben

• aangeklaagd worden

• overeenkomsten aangaan

• vervolgd worden

In het recht bestaan er natuurlijke personen en rechtspersonen. Ze hebben allebei rechten en plichten. Ze kunnen in eigen naam handelen.

Arbeidsovereenkomst met de baas of met het bedrijf?

Om juridische ervaring op te doen, mag Lucas één dag in de week komen werken op het advocatenkantoor waar zijn oom Mehmet werkt, Snelle Advocatuur bv. Mehmet vraagt aan Lucas of hij zelf zijn arbeidsovereenkomst wil opstellen. Zonder erbij na te denken maakt Lucas een overeenkomst tussen hem en Mehmet. Daarbij noemt hij alleen de naam van Mehmet zelf en vult hij het huisadres van Mehmet in.

Mehmet ziet het meteen en legt aan Lucas uit wat het betekent als hij die overeenkomst zelf tekent. ‘Dan sluit ik als natuurlijk persoon een overeenkomst met jou. Dan moet ik jouw salaris uit eigen zak betalen. Je bent dan niet in dienst bij mijn kantoor, maar bij mijzelf’. Oeps, dat was niet de bedoeling. Snel past Lucas de arbeidsovereenkomst aan naar Snelle Advocatuur bv.

natuurlijk persoon rechtspersoon
36 BKR01 Wat is recht?
Figuur 12 Personen in het recht. © Shutterstock

Een rechtspersoon ontstaat niet zomaar. Als je een rechtspersoon wilt oprichten, moet je langs de notaris. Er zijn verschillende soorten rechtspersonen.

Er bestaan privaatrechtelijke rechtspersonen. Een paar voorbeelden:

• de stichting

• de vereniging

• een besloten vennootschap

• een naamloze vennootschap

• een kerk

En er bestaan publiekrechtelijke rechtspersonen. Dit zijn organisaties die bij de overheid horen. Bijvoorbeeld:

• de Staat zelf

• de provincies

• de gemeentes

• de waterschappen

Je moet goed onthouden dat je een rechtspersoon niet in levende lijven kunt tegenkomen.

Het is een ‘bedenksel’ en bestaat alleen op papier. Je hebt echte mensen nodig die handelen namens de rechtspersoon. Ze vertegenwoordigen de rechtspersoon in het echte leven.

1. Natuurlijk persoon

2. Rechtspersoon

 Je begint klein en simpel, voor € 50,- kun je een eenmanszaak inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KvK).

 De eenmanszaak is een natuurlijk persoon:

- Jij neemt de beslissingen, jij hebt rechten en plichten.

- Privé en zakelijk vermogen zijn niet gescheiden.

 Als de onderneming groeit, wil je privé en zakelijk wellicht meer scheiden.

 Je richt een bv op.

 De bv is een rechtspersoon:

- De bv neemt de beslissingen, de bv heeft rechten en plichten.

- Privé vermogen en zakelijk vermogen zijn gescheiden.

Figuur 13 Personen in het recht. © Shutterstock

BV
37 Natuurlijke personen en rechtspersonen

Samengevat kun je privé personen en bedrijven volgens het recht dus op deze manier indelen:

privépersonen = natuurlijke personen

bedrijven zonder rechtspersoonlijkheid = natuurlijke personen

eenmanszaak, vof, maatschap, commanditaire vennootschap

bedrijven

bedrijven met rechtspersoonlijkheid = rechtspersonen

privaatrechtelijke personen

stichting, vereniging, nv, bv, kerk

publiekrechtelijke personen

de staat, provincie, waterschappen, gemeenten

Figuur 14 Privépersonen en bedrijven. © Tiekstramedia

Natuurlijke personen én rechtspersonen hebben rechten en plichten. Ze zijn allebei rechtssubjecten. Ze verrichten rechtshandelingen en de dingen die ze doen hebben gevolgen voor het recht.

In het recht zeggen we dat ze rechtshandelingen begaan. Deze rechtshandelingen hebben gevolgen voor het recht. Met een mooi woord noemen we dit rechtsgevolgen. Er verandert iets in de rechten en plichten van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon. Iemand koopt een nieuwe auto en is daarmee eigenaar geworden. Een onderneming kan de schulden niet meer betalen en raakt failliet.

Hierdoor ontstaan nieuwe situaties in het recht. Deze gebeurtenissen noemen we rechtsfeiten. Er is een nieuwe situatie of een nieuw feit. Bijvoorbeeld als iemand geboren is, overlijdt of als je 18 wordt.

38 BKR01 Wat is recht?

17 jaar 15 jaar 13 jaar 5 jaar 18 jaar 16 jaar 14 jaar 12 jaar 0-4 jaar

18 jaar

Gefeliciteerd! Je bent meerderjarig en volwassen voor de wet. Nu mag je in principe alles wat volwassenen mogen:

Je hebt stemrecht en mag dus stemmen bij de verkiezingen.

Je mag jouw zetel innemen als je verkozen bent voor de gemeenteraad, Provinciale Staten, Eerste of Tweede Kamer. Let op; je mag je al vanaf 14 jaar verkiesbaar stellen.

Je kunt zelf een rechtszaak aanspannen.

Werken mag je nu niet alleen overdag, maar ook ’s nachts.

Je mag trouwen.

Als je daar recht op hebt, kun je zelf een uitkering aanvragen.

Je kunt een bankrekening openen zonder toestemming van je ouders en deze zelf beheren.

Je kunt alimentatie op je eigen rekening ontvangen.

Onder bepaalde voor waarden kun je zelf je voor- of achternaam laten veranderen.

Je mag, als je je rijbewijs hebt gehaald, nu ook zonder begeleider in een auto rijden.

Je mag voogd worden van een minderjarig kind

Je mag een woning huren of kopen.

Je mag een eigen bedrijf star ten. Je heb hier voor geen toestemming van je ouders meer nodig.

Je mag een lening aangaan.

Je mag zorgtoeslag en huursubsidie aanvragen (alleen als je voor minder dan €442,46 per maand huur t).

Je mag studiefinanciering aanvragen als je een mbo-opleiding volgt (bij een hbo of wo-opleiding mag dit eerder)

Je mag een tegemoetkoming scholieren aanvragen als je nog vmbo, havo of vwo doet.

Je hebt geen kwalificatieplicht meer

Als je jeugdhulp ontvangt, dan loopt dit in veel gevallen af

Je mag zelfstandig een euthanasieverzoek indienen.

Je bent verplicht om premie voor de zorgverzekeringswet te betalen.

15 Rechtsfeiten. © Tiekstramedia

1.8 De wettenbundel

Leerdoelen:

• Je kunt werken met een wettenbundel.

• Je kunt twee zoekmethoden in de wettenbundel benoemen.

• Je kunt de standaard opbouw van een wet beschrijven.

Het aanleren van en oefenen met de juridische vaardigheden is erg belangrijk. Een goudsmid moet weten hoe hij met goud en gereedschap om moet gaan. Een schilder heeft technieken en vaardigheden geleerd, hoe hij tot een mooi schilderij komt. Zo werkt het ook voor een jurist.

In een juridisch beroep is het belangrijk dat je helder kunt communiceren. Mondeling, maar uiteraard ook schriftelijk. Je moet om stukken te kunnen schrijven, kennis paraat hebben. Juridische literatuur is hiervoor erg belangrijk. Denk aan juridische vakbladen om je kennis op peil te houden. Zo zijn er nog veel meer belangrijke vaardigheden. Denk aan goede presentatievaardigheden, schrijfvaardigheden, maar ook begrip en beheer van dossiers. In deze paragraaf richten we ons op een andere vaardigheid. Het gebruiken van een wettenbundel.

Het is als juridisch medewerker of jurist van groot belang dat je weet waar je moet zoeken als je met een juridische vraag te maken hebt. Als je pas op het moment dat je een juridisch conflict hebt naar antwoorden gaat zoeken, ben je te laat. Een goed jurist of juridisch medewerker weet hoe hij zijn recht kan halen en hoe anderen hun recht kunnen halen.

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Figuur
39 De wettenbundel

Als juridische medewerker moet je goed kunnen omgaan met de wettenbundel. Je moet helder hebben hoe de rechtbank en de rechtsspraak werkt.

Alle wetten die op dit moment gelden, staan op de website van de overheid, namelijk www.wetten.overheid.nl. Alle wijzigingen in de wet, worden meteen online doorgevoerd. Hierdoor is deze website altijd actueel.

De wet heeft een andere naam

Lucas krijgt les van Rosita. Zij vertelt haar studenten hoe belangrijk het is om altijd de meest recente wetten paraat te hebben. Zelfs onderwijsinstellingen en docenten vergeten dat wel eens. Rosita vertelt Lucas en zijn studiegenoten hoe ze op 6 mei 2022 bij een van haar studenten een examen bestuursrecht aflegde. Een van de wetten uit het examen was de Wet openbaarheid bestuur. Bij het examen mochten haar studenten wetten.overheid.nl gebruiken.

Geen van de studenten van Rosita kon de wet vinden waar het om ging. Het regende klachten. Wat bleek? De wet bestond niet meer! Een paar dagen eerder was de Wet openbaarheid bestuur vervangen door de Wet open overheid. Zo zie je maar weer wat voor een verschil een paar dagen kan maken.

Ook zijn er verzamelingen van verschillende wetten op papier. Die noem je wettenbundels. Bij een papieren versie van de wet is het altijd belangrijk om te zorgen dat je de meest recente versie van de wet hebt, want wetten veranderen nog wel eens. Dat zag je al in het voorbeeld van Rosita.

Omdat er duizenden en duizenden wetsartikelen zijn, is het belangrijk om een goede en praktische wettenbundel te gebruiken. Er zijn er veel wettenbundels in omloop. Sommige wettenbundels richten zich op een bepaald deel van het recht.

Dit kan handig zijn als je specialist bent op een bepaald thema en echt alle wetten over die onderdeel op papier bij elkaar wilt. Zo heb je wettenbundels voor het arbeidsrecht, gezondheidsrecht, sportrecht, belastingrecht. Teveel om op te noemen…

Wettenbundel gezondheidsrecht

Olivia is een vriendin van Lucas. Ze is student op het mbo Office and Management Support.

Tijdens haar stage is Olivia erachter gekomen dat ze de medische kant op wil. Aan het eind van haar stage is haar een baan aangeboden in het ziekenhuis.

Olivia is erg enthousiast en wil graag starten. Ze komt in aanraking met het gezondheidsrecht en begint hierover tegen Lucas.

Lucas is blij te merken dat zijn juridische kennis nu al gewaardeerd wordt. Hij koopt voor de verjaardag van Oliva een wettenbundel Gezondheidsrecht.

Olivia is dolblij: ‘Nu pak ik nooit meer mis en heb ik alle belangrijke, juridische wetten bij elkaar!’

40 BKR01 Wat is recht?

Tijdens een juridische studie is het raadzaam om een uitgebreidere wettenbundel te kopen. Zo heb je alle belangrijke wetten voor je hele studie bij elkaar. Er zijn verschillende opties. Zo heb je de Verzameling Nederlandse Wetgeving van uitgeverij Sdu of de Collegebundel van uitgeverij Wolters Kluwer. In de praktijk worden dit ‘de Blauwe VNW’ en ‘de Kluwer’ genoemd.

Figuur 16 Een wettenbundel voor ieder thema.
41 De wettenbundel
Figuur 17 De blauwe VNW of de Kluwer worden het meest gebruikt.

Elk studiejaar kent een nieuwe uitgave. Dit omdat er ieder jaar wijzigingen zijn in de wetten. Wil je absoluut up-to-date zijn, dan kun je het beste aan het begin van ieder studiejaar een nieuwe uitgave kopen. De wijzigingen zijn meestal erg klein. In de praktijk kun je dus ook goed uit de voeten met een iets oudere uitgave.

Eventuele wijzigingen kun je altijd online controleren op wetten.overheid.nl. Wees hier dus wel scherp op.

Je moet er wel rekening mee houden dat je in deze wettenbundels vooral de wetten vindt die gemaakt zijn door de regering en de Staten-Genraal, de Eerste en de Tweede Kamer. Het zijn dus formele wetten.

Wetten van lagere overheden ga je er niet in tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV) van de stad waarin je woont. Je kun je voorstellen dat dit nooit gaat passen in één wettenbundel.

1.8.1 Hoe gebruik je een wettenbundel?

Op het moment dat je een antwoord zoekt op een juridische vraag, heb je de wettenbundel nodig. Het komt nauwelijks voor dat je een compleet antwoord hebt met behulp van één wetsartikel.

Het is daarom belangrijk dat je op een goede manier met je wettenbundel om kunt gaan. Hieronder vind je enkele tips.

Afkortingen

Veel wetten hebben lange namen. Het kost teveel tijd om elke keer de hele naam vol uit te schrijven. Daarom worden de wetten afgekort.

Hieronder vind je een lijstje met enkele bekende wetten met hun afkortingen. Deze afkortingen staan ook altijd in de wettenbundel zelf:

Afkortingen:

• GW: Grondwet

• BW: Burgerlijk Wetboek

• Rv: Wetboek van burgerlijke rechtsvordering

• VEU: Verdrag betreffende de Europese Unie

• WRvS: Wet op de Raad van State

• EVRM: Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

• RvOTK: Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

• Awb: Algemene wet bestuursrecht

• Sr: Wetboek van Strafrecht

• Sv: Wetboek van Strafvordering

Hoe zoek je in een wettenbundel?

Je kunt je voorstellen dat het een zoektocht kan zijn naar de juiste wetsartikelen. Waar begin je in een wettenbundel met duizenden artikelen? Een aantal manieren zijn handig om te weten.

In het begin zul je zien dat de registermethode het handigst is. Later als je weet welke wetten welke onderwerpen behandelen, is de systematische methode vaak effectiever.

Je kijkt dan niet naar één trefwoord, maar hebt gelijk het overzicht van de hele wet bij de hand.

42 BKR01 Wat is recht?

1. De registermethode

Soms weet je niet in welke wet een bepaald onderwerp te vinden is. Het makkelijkste is het dan om achterin je wettenbundel te kijken. Hier vind je een trefwoordenregister. Let er wel op dat je goed de juridische term opzoekt.

Je zoekt dus niet het woord ‘stelen’ op, maar ‘diefstal’.

Ben je op zoek naar het wetsartikel over diefstal? Kijk dan in het trefwoordenregister. Hier vind je op alfabetische volgorde de onderwerpen staan met het wetsartikel erachter.

Ook vind je een Romeins cijfer. Dit cijfer is een verwijzing naar een bepaalde wet.

In de zijlijn van de meeste wettenbundels vind je ook de juridische namen van het wetsartikel terug. Deze namen noem je ook wel ‘margewoorden’. Dit helpt bij het zoeken.

2. De systematische methode

Wetten beginnen vaak met algemene artikelen en later gaan de wetten in op specifieke thema’s. Soms behandelen wetten verschillende onderwerpen achter elkaar.

De inhoudsopgave biedt hiervoor ook een handige kapstok. Heb je een bepaald onderwerp nodig uit het omvangrijke Burgerlijke Wetboek? Blader dan niet het hele Burgerlijk Wetboek door, maar check de inhoudsopgave voor de juiste plaats.

Tijdens je opleiding ga je hier uitgebreid mee oefenen. Wacht maar af, hoe meer je leert over recht, hoe handiger je in het zoeken wordt!

Er zijn verschillende zoekmethodes voor de wettenbundel. Bij de registermethode gebruik je het trefwoordenregister. Je zoekt een juridische term op. Zo kom je uit bij het wetsartikel. Bij de systematische methode gebruik je de inhoudsopgave van de wet om bij een thema of artikel uit te komen.

Om je te helpen met zoeken, krijg je bij een nieuwe wettenbundel ook een blad met kleine tabjes. Hierop staan de namen van alle verschillende wetten. Hierdoor kun je veel makkelijker bij een bepaalde wet komen. Hij hoeft niet elke keer de juiste bladzijdes op te zoeken. Je slaat simpelweg je wettenbundel open bij het juiste tabje om bij de wet te komen die je wilt hebben.

Kijk online voor de video om zelf je tabjes in je wettenbundel te plakken.

43 De wettenbundel
Figuur 18 Tabjes in je wetbundel.

1.8.2 De opbouw van een wet

Iedere wet kent zijn eigen opbouw en structuur. Wel zijn er standaard onderdelen in de opbouw van een wet.

1. Het opschrift

Iedere wet heeft een eigen officiële naam. Dit heet het opschrift van de wet. In het opschrift lees je ook het onderwerp van de wet. Laten we de Algemene wet bestuursrecht als voorbeeld nemen. Zoals je hier kunt zien, is de officiële naam: Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht).

Figuur 19 Opschrift van de Awb.

Om het makkelijker te maken kent ook iedere wet een citeertitel. Dit is een kortere naam voor de wet. Zo is de ‘Algemene wet bestuursrecht’ de citeertitel van de wet die als officiële naam ‘Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht’ heeft. In praktijk gebruik je alleen de citeertitel en nooit de officiële naam.

Wil je het helemaal snel opschrijven? Dan gebruik je de afkorting van de wet. Burgerlijk Wetboek is dan BW, Het Wetboek van Strafrecht is Sr. De Algemene wet bestuursrecht is Awb.

Figuur 20 Citeertitel van de Awb.

44 BKR01 Wat is recht?

2. De aanhef

De aanhef is de openingszin van een wet. Deze aanhef luidt als volgt:

Figuur 21 De aanhef van Koning Willem-Alexander. (bron: https://www.vrijzinnig.nl/actueel/column/item/ column-koning-bij-de-gratie-van.html)

Bij oudere wetten wordt dan niet verwezen naar Willem-Alexander, maar naar de toenmalige Koning of Koningin. In geval van de Algemene wet bestuursrecht wordt verwezen naar Beatrix die toen nog Koningin was.

Figuur 22 Aanhef van de Awb. © wetten.overheid.nl

3. De considerans

Dit betekent letterlijk: ‘de overweging’. Het maakt in enkele zinnen duidelijk waarom de wet er gekomen is. Ook staat kernachtig het belangrijkste van de wet genoemd. Soms worden ook belangrijke wetten genoemd die er veel mee te maken hebben. Zie hieronder de considerans van de Algemene wet bestuursrecht:

45 De wettenbundel

Figuur 23 Overwegingen van de Awb. © wetten.overheid.nl

4. Het corpus

Het corpus bestaat uit alle wetsartikelen van de wet bij elkaar.

5. Het slot

Hier vind je de handtekening van de minister die verantwoordelijk is. Ook staat hier de oproep om de wet te publiceren in het Staatsblad, de plaats en datum van de bekrachtiging van de wet.

Figuur 24 Het slot van de Awb. © wetten.overheid.nl

Elke wet kent standaard onderdelen: Het opschrift, de aanhef en considerans, het corpus en het slot. Veel wetten hebben een vaste opbouw in de wet. Er zijn verschillende boeken met titels. Deze titels vormen de hoofdstukken met afdelingen. Dit afdelingen behandelen thema’s aan de hand van wetsartikelen.

46 BKR01 Wat is recht?

Begrippen

Aanhef

Aanvullende functie

Algemene maatregel van bestuur

Bilateraal verdrag

Considerans

Het verschilt per soort wet, alleen bestaat iedere aanhef uit een standaard formulering. ‘Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.’; ‘Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:’.

Het recht geeft via wetten regels als er in situaties niet iets afgesproken is.

Een wet gemaakt door de regering.

Een verdrag tussen twee staten of internationale organisaties.

Dit betekent letterlijk: ‘de overweging’. Het maakt in enkele zinnen duidelijk waarom de wet er gekomen is. Ook staat kernachtig het belangrijkste van de wet genoemd.

Corpus Het corpus vormt het belangrijkste gedeelte van de wet. Dit zijn alle wetsartikelen bij elkaar.

Ethiek

Europees recht

Europese richtlijn

Europese verordening

Behandelt de vraag of we iets goed of fout vinden

Zelfstandig deel van het internationale recht. Dit recht regelt vooral de werking van de Europese Unie.

Wetgevend instrument van de Europese Unie. Het is een opdracht voor de lidstaten om er nationaal recht van te maken.

Een Europese wet die geldt binnen alle landen van de Europese Unie. Een burger kan zich er voor de rechter op beroepen.

EVRM Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.

Formele wet

Wet gemaakt door de regering en Staten-Generaal samen.

Gelijkheidsbeginsel Verwoord in artikel 1 uit de Grondwet.

Gemeentelijke verordening

Geschiloplossende functie

Gewoonterecht

Instrumentele functie

Internationaal recht

IVRK

Jurisprudentie

‘ Lagere’ wetten

Legaliteitsbeginsel

Materiële wet

Mensenrechten

Ministeriele regeling

Multilateraal verdrag

Natuurlijke persoon

Natuurrecht

Een wet gemaakt door de gemeenteraad.

Het recht zorgt voor een rechtvaardige oplossing bij problemen.

Een ongeschreven rechtsbron met gebruiken en gewoonten. Gewoonten die in een groep lange tijd algemeen geaccepteerd zijn, vormen zo een sociale norm.

Het recht is een middel om bepaalde gedragsregels te regelen.

Een rechtsbron. Het recht dat geldt tussen staten onderling. Internationale verdragen zijn hier een onderdeel van.

Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind.

Een verzamelnaam voor alle uitspraken die eerder door rechters zijn gedaan.

Wetten gemaakt door lagere overheden. Voorbeelden zijn verordeningen, algemene maatregel van bestuur en ministeriële regelingen.

Het uitgangspunt dat de overheid alleen kan optreden als er een wet aan ten grondslag ligt en je geen straf kunt krijgen zonder dat er eerst een wet is.

Wetten die algemeen verbindende voorschriften bevatten, regels die voor iedereen gelden. Materiële wetten hoeven niet persé afkomstig te zijn van de regering en de Tweede Kamer samen, maar kunnen ook worden opgesteld door alleen de regering of door de gemeenteraad bijvoorbeeld.

Mensenrechten zorgen ervoor dat je kunt leven in menselijke waardigheid welk geslacht, etnische afkomst, godsdienst of politieke overtuiging je ook hebt.

Een wet gemaakt door een minister.

Een verdrag waar meer dan twee landen of organisaties bij betrokken zijn.

Een persoon van vlees en bloed die rechten en plichten heeft.

Recht dat altijd en overal (universeel) geldig is.

47 Begrippen

Normatieve functie

Opschrift

Positief recht

Provinciale verordening

Het recht

Rechtsfeit

Rechtsgevolg

Rechtshandeling

Rechtspersoon

Rechtsregel

Rechtssubject

Registermethode

Slot

Sociaal contract

Staten-Generaal

Systematische methode

Vertrouwensregel Tweede Kamer

Volkerenrecht

Wet

Het recht zorgt voor orde in de samenleving.

Iedere wet heeft een eigen officiële naam. Dit heet het opschrift van de wet. In het opschrift lees je ook het onderwerp van de wet.

Al het recht dat op dit moment in Nederland geldt.

Een wet gemaakt door provinciale staten.

Het totaalpakket aan alle ongeschreven en geschreven rechtsregels die er bestaan die er allemaal bij elkaar voor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven.

Een feit of gebeurtenis die een nieuwe situatie in het recht laat ontstaan.

Het gevolg dat bepaalde feiten of rechtshandelingen in het recht hebben.

Een handeling die gevolgen heeft voor het recht.

Een bedrijf of organisatie met rechten en plichten. Een rechtspersoon kan in eigen naam handelen in de samenleving en economie.

Een regel die voor alle mensen in Nederland geldt, van jong tot oud, waar je ook vandaan komt. Rechtsregels zijn meestal opgesteld door de overheid. De rechter beoordeelt de naleving van de rechtsregels en veroordeelt als mensen zich niet aan de regels houden.

Een natuurlijk of rechtspersoon kan dingen doen die invloed heeft op het recht.

Zoekmethode waarbij je gebruik maakt van het trefwoordenregister. Je zoekt hier een juridische term op om bij het juiste wetsartikel uit te komen.

Het deel van de wet waar je de handtekening vindt van de minister die verantwoordelijk is. Ook staat hier de oproep om de wet te publiceren in het Staatsblad, de plaats en datum van de bekrachtiging van de wet.

De afspraak dat de mensen de heerser gehoorzamen als hij hun rechten respecteert.

Een ander woord voor het parlement, de Eerste en Tweede Kamer.

Zoekmethode in een wettenbundel. Je gebruikt de inhoudsopgave van de wet om bij een thema of artikel uit te komen.

Voorbeeld van gewoonterecht. Een minister (of het hele kabinet) moet opstappen als het vertrouwen is opgezegd.

In het internationale recht zijn de regels uit het volkenrecht vastgelegd.

Geschreven rechtsregels die zijn opgesteld door de overheid. Wetten zijn de belangrijkste en bekendste bron van het recht.

48 BKR01 Wat is recht?
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.