{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs

Met Zebra+ leer je Nederlands. Je leert de taal om in Nederland te kunnen wonen en naar school te kunnen gaan. Je kunt met Zebra+ veel zelf werken. Er zijn veel oefeningen op de computer. Je oefent de woorden op de computer, je kunt luisteren en video’s bekijken. In dit boek kun je oefenen met spreken en schrijven in alledaagse situaties. Dat doe je met andere leerlingen in je klas en met de docent. Zo krijg je alles onder de knie! Zebra+ bestaat uit 4 delen. In dit boek werk je tot niveau A2. Bij deze uitgave hoort een online leerplatform: www.nt2plus.nl.

DEEL 2

DEEL 2

Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs

Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs Basisleergang inburgeringsexamen A1 – A2

9 789006 978216

3205_NT2_Covers_Zebra+deel2.indd All Pages

8/11/18 08:59


Zebra_boek.indb 1

8/11/18 09:42


deel 2 Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs Basisleergang Inburgeringsexamen A1 – A2

Zebra_boek.indb 1

8/11/18 09:42


02

COLOFON  

COLOFON Auteurs Lies Alons Nannette Bienfait Astrid Kraal Folkert Kuiken Marianne Molendijk Willemijn Vernout Redactie Malka de Lange, MalkaMedia, Amersfoort Didactisch concept Zebra+ Deel 2 is een herziening van Zebra+ Deel 2 uit 2002. Basisontwerp serie NT2+ Studio Fraaj, Rotterdam Vormgeving en opmaak Crius Group, Hulshout (BE) Illustraties Anjo Mutsaars, Groningen Fotografie omslag Peter Bak Isis Vaandrager – styling Beeldredactie Eduardo Media, Stampersgat Online platform Enigmatry, Rotterdam Bij alle uitgaven van Zebra hoort een digitale applicatie: http://www.nt2plus.nl Klantenservice uitgeverij ThiemeMeulenhoff 033 - 448 3700

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl Dit boek wordt op twee manieren geleverd: • boek plus voucher: ISBN 9789006978216 • boek plus licentie: ISBN 9789006312577 Tweede editie, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Zebra_boek.indb 2

8/11/18 09:42


INHOUD 

03

INHOUD

06

HOOFDST UK 9

Eten en drinken

HOOFDST UK 10

48 Winkelen

HOOFDST UK 11

90 Logeren 124 156 194 238 288

HOOFDST UK 12

Het weer HOOFDST UK 13

Vrije tijd HOOFDST UK 14

Wat zie je er goed uit! HOOFDST UK 15

De gemeente HOOFDST UK 16

Angst, spanning en fantasie

Antwoorden

Zebra_boek.indb 3

8/11/18 09:42


04

Leeswijzer  

Leeswijzer In het boek staan bij de oefeningen kleine plaatjes. De plaatjes zeggen wat je moet doen of hoe je iets moet doen.

Deze oefeningen doe je samen met je docent.

Deze oefening doe je samen met een andere leerling.

Deze oefening maak je met drie of vier leerlingen.

Deze oefening staat online. Ga naar www.nt2plus, dan naar Zebra+ en kies daarna Deel 2.

Zebra_boek.indb 4

Bij deze oefening heb je een werkblad nodig. Vraag dit aan je docent.

Bij deze oefening is een geluidsfragment.

Bij deze oefening zit een video die je met de klas gaat kijken.

8/11/18 09:42


Leeswijzer 

Zebra_boek.indb 5

05

8/11/18 09:42


HO OF DST UK 9

Eten en drinken

Zebra_boek.indb 6

8/11/18 09:42


Zebra_boek.indb 7

8/11/18 09:42


08

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

Les 1

Wat eet je?

Wat leer je?

- Informatie over eten begrijpen. - Informatie over een gezonde maaltijd begrijpen. - Vragen over eten begrijpen. - Vragen over smaak en geur begrijpen. - Zeggen dat je iets (niet) lekker vindt. - Woorden over eten en drinken.

Introductie

Zebra_boek.indb 8

1

1 Kijk naar de tekeningen aan het begin van het hoofdstuk. Geef antwoord op de vragen.

1 Waar gaat dit hoofdstuk over, denk je?

2 Bedenk woorden bij de tekeningen.

3 Wat vind jij lekker? En wat niet?

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

09

2 Luister en geef antwoord. 3 Lees ‘Wat leer je?’

Maak online de oefeningen van de Introductie.

2

1 Wat vind jij zelf lekker? Wat lust je niet? Kruis aan. Ik hou van:

Ik hou niet van:

1 rijst 2 groente 3 spaghetti 4 fruit 5 vlees

TIP!

Gebruik lichaamstaal Wil je iets vertellen? Weet je het woord niet? Laat dan zien wat je wilt vertellen. Je kunt je lichaam en je gezicht gebruiken.

6 7 8 9 10

2 Werk nu samen. Wat vindt de andere leerling lekker? Waar houdt de andere ­ leerling niet van? Stel vragen en schrijf het antwoord op. Spreek af wie van jullie begint met vragen stellen.

1 rijst 2 groente 3 spaghetti 4 fruit 5 vlees

houdt van:     

houdt niet van:     

6

7

8

9

10

Wat je kunt zeggen

Zebra_boek.indb 9

als je wilt vragen of iemand iets lekker vindt • Hou jij van ...? • Vind jij ... lekker? • Lust jij ...? • Wat vind jij lekker?

als je wilt zeggen dat je iets (niet) lekker vindt • Ik hou van ... / Ik hou niet van ... • Ik vind ... lekker. / Ik vind ... niet lekker. • Ik lust ... / Ik lust geen ...

8/11/18 09:42


10

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

3 1 Spreek af wie A is en wie B is. Lees de informatie op je werkblad. 2 Laat zien aan de andere leerling wat je wilt vertellen.

3 Kijk ook naar de andere leerling. Wat wil hij of zij vertellen?

Informatie over eten begrijpen

Maak online de taak Informatie over eten begrijpen.

Vragen over eten begrijpen

Maak online de taak Vragen over eten begrijpen.

Informatie over een gezonde maaltijd begrijpen

4

5

Hoe moet het? Kijk samen naar het werkblad en maak de oefening.

Doen! In oefening 6 gaan jullie de maaltijd van twee andere leerlingen bekijken. Je moet kijken of het een gezonde maaltijd is. Lees de tekst op de volgende bladzijde. Je hebt deze online ook al een keer gelezen. Waar moet je op letten?  Je moet alleen iets uit vak 2 en 3 eten.  Je moet vier keer op een dag eten.  Je moet bij iedere maaltijd proberen iets uit alle vakken te eten.  Je moet vijf keer per dag iets koken.  Je moet veel drinken.  Je moet iedere dag vlees eten.  Je moet zes keer per dag iets tussen de maaltijden eten.  Je mag nooit patat eten.

Zebra_boek.indb 10

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 1

SCHOOL

LES 1

11

Gezond eten Wat is dat, gezond eten? Iedere dag patat eten is niet erg goed voor je. Je wilt goed leven. Dan moet je ook goed eten. Dat noemen we: ­gezond eten. Als je gezond eet, word je niet zo snel ziek. Wat moet je eten? Op het plaatje zie je de maaltijdschijf. De maaltijdschijf heeft vijf vakken en wordt daarom ook wel de 'Schijf van vijf' genoemd. In het oranje vak zie je brood, aard­ appelen en graanproducten zoals ­pasta en rijst. In het rode vak zie je producten zoals zuivel (melk), vlees, en vleesvervangers (bonen, tofu).

Zebra_boek.indb 11

In het gele vak staan de vetten (boter en olie). In het blauwe vak staat wat je het ­beste kunt drinken (thee en water). In het groene vak staan allemaal groenten (wortel, komkommer, sla) en fruit (appel, banaan, peer). Hoe eet je gezond? Kies bij iedere maaltijd iets uit elk vak. Een gezonde maaltijd is bijvoorbeeld: drie boterhammen met boter, kaas en tomaat of komkommer en een glas melk of thee. Eet drie keer op een dag, bijvoorbeeld ’s ochtends voordat je naar school gaat, tussen de middag in de pauze op school en ’s avonds. Je moet niet meer dan vier keer op een dag iets tussen de maaltijd eten.

8/11/18 09:42


12

HOOFDSTUK 9

6

ETEN EN DRINKEN

LES 1

Doen! 1 Geef jullie werkblad aan twee andere leerlingen. Jullie krijgen het werkblad van de andere leerlingen. Kijk naar hun maaltijd. Kijk naar de schijf van vijf. Wat hebben zij gekozen uit de vakken? Schrijf op. oranje:

rood:

geel:

blauw:

groen: 2 Vinden jullie het een gezonde maaltijd? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? En hoe kun je de maaltijd dan gezond maken?

3 Bespreek de maaltijden met de andere leerlingen.

7

Hoe gaat het? 1 In oefening 6 bekijken jullie de maaltijd van twee andere leerlingen. Jullie moeten zeggen of de maaltijd gezond is. Jullie moeten verschillende dingen doen. Lees de zinnen. Hoe gaat dat? goed

een beetje goed

nog niet goed

De tekst over gezond eten goed lezen. Aankruisen waar je op moet letten bij een gezonde maaltijd. De maaltijd lezen. Opschrijven wat in de maaltijd zit. Kijken of er uit ieder vak iets in de maaltijd zit. Bedenken wat er nog bij de maaltijd moet komen. 2 In oefening 6 kijken andere leerlingen naar jullie maaltijd. Wat vinden zij van jullie maaltijd?

Zebra_boek.indb 12

 Ze vinden het een gezonde maaltijd.  Ze vinden het geen gezonde maaltijd.

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

13

3 Hebben de leerlingen iets veranderd in jullie maaltijd? Wat hebben ze veranderd? Begrijp je waarom?

Vragen over geur en smaak begrijpen 8

Hoe moet het? Suna houdt van pannenkoeken met kaas. Jamal vindt een pannenkoek met fruit ­lekker. 1 Lees de tekst hieronder. Je kijkt met je ogen en je luistert met je oren. Je proeft met je mond en je ruikt met je neus. Wat proef je? Een citroen. De smaak is zuur. Wat proef je? Zout. De smaak is zout. Wat proef je? Suiker. De smaak is zoet. En wat ruik je? Zeep. De geur is zoet. Wat ruik je nog meer? Komkommer. Hoe is de geur? ­Komkommer. Komkommer ruikt naar komkommer. 2 Lees de vragen en denk na over het antwoord.

9

1 2 3 4

Vind je zure dingen lekker? Vind je zoete dingen lekker? Vind je de geur van koffie lekker? Vind je de smaak van koffie lekker?

Doen! 1 Je gaat een spel spelen. Je gaat ruiken en proeven. Weet je wat het is? Luister naar je leraar. 2 Luister naar de vragen. Schrijf het antwoord op.

Wat is het?

suiker

Wat ruik je? Kies uit: geen geur/ de geur is lekker/ de geur is niet lekker

de geur is lekker

Wat proef je? Kies uit: zoet/zout/zuur

zoet

1 2 3 4 5 6 7 8

Zebra_boek.indb 13

8/11/18 09:42


14

HOOFDSTUK 9

10

ETEN EN DRINKEN

LES 1

Hoe gaat het? In oefening 9 moet je vragen over eten en drinken beantwoorden. Kun je dat?  Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed.

11 1

Zebra_boek.indb 14

In de schijf van vijf staat vlees. Er zijn veel soorten vlees. Dat vlees komt van de dieren op de afbeelding. Schrijf de naam van het vlees bij het dier. Kies uit: varken / rund / schaap / geit / kip

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

15

2 Er zijn mensen die geen vlees willen eten. Er zijn ook mensen die geen vlees mogen eten.

1 Lees de teksten hieronder. Sita is hindoe. Ze vertelt: ‘Voor ons is het verboden om rundvlees te eten. We eten wel andere soorten vlees: varkensvlees, kip, schapenvlees en geitenvlees.’

Hafid is moslim. Hij zegt: ‘Wij eten geen varkensvlees. Het is niet verboden om schapenvlees te eten.We eten ook wel kip, rundvlees en geitenvlees.’ Bram is joods. Hij legt uit: ‘Het is voor ons verboden om varkensvlees te eten. We eten wel het vlees van koeien, schapen, geiten en kippen. Maar als we vlees eten, mogen we er geen melk bij drinken.’

Roxanne is vegetariër. Ze legt uit: ‘Ik eet geen vlees van dieren. Ik vind het niet leuk dat dieren dood gemaakt worden om op te eten. Ik eet wel dingen van dieren die leven, bijvoorbeeld eieren van de kip, kaas van de koe of de geit.’

2 Welk vlees eet jij wel? Welk vlees eet jij niet? Kruis aan. wel

niet

varken kip rund geit schaap

Zebra_boek.indb 15

12

Luister en doe mee met het gesprek.

8/11/18 09:42


16

HOOFDSTUK 9

13

ETEN EN DRINKEN

LES 1

1 Luister eerst naar je leraar of lerares. 2 Kijk naar de advertenties hieronder. Wat is allemaal vlees? Schrijf op.

SLAGERIJ Magere runderlappen Kilo € 9,97

e 7,49 Vegetarische gehaktballetjes 100 gram € 0,86

5 stuks € 3,85

e 2,99 Filetlapjes à la minute 100 gram € 1,36

e 0,79

e 1,19

Ouwehand Haringrugjes

Kip Tandoori

Pot 355 gram € 1,59

Kilo € 9,07

Per kilo € 7,99

e 1,39

Per kilo € 7,99

Zebra_boek.indb 16

Bretonse schnitzel

Per kilo € 11,90

e 6,99 8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

17

3 Welk vlees is varkensvlees? Welk vlees is rundvlees? Schrijf op. Varkensvlees

Rundvlees

4 Luister en doe mee met het gesprek.

Huiswerk

14

Wat eet je? En wanneer? 1 Kies een dag. Schrijf in het schema op hoe laat je iets eet. Bijvoorbeeld: om 8.15 uur, om 11 uur. 2 Schrijf ook op wat je eet, bijvoorbeeld een broodje, een komkommer.

datum: tijd

Wat eet je?

15

Zebra_boek.indb 17

Ga naar de bibliotheek, een buurtcentrum of zoek op internet. Zoek een folder over gezond eten, ­bijvoor­beeld een folder met de schijf van vijf. Bekijk die en neem hem mee naar de volgende les.

8/11/18 09:42


18

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 1

Afsluiting

16

1 Wat kun je? Lees de zinnen. Kruis aan.

Leerdoelen

1 Je leest informatie over eten, bijvoorbeeld over gezond eten. Begrijp je dat? 2 Je leest of hoort vragen over eten. Bijvoorbeeld: ‘Wat ruik je?’ of ‘Hoeveel maaltijden eet je op een dag?’ Je moet antwoord geven op de vragen. Kun je dat? 3 Je eet bij een vriend of vriendin. Je vindt het eten ­lekker. Kun je dat zeggen?

2

Zebra_boek.indb 18

Ken je deze woorden? Kruis aan.  de aardappel  het rundvlees  de boter  de saus  de citroen  het schaap  het ei  de sla  het eten  de smaak  het fruit  de snackbar  de geit  de soep  de geur  de soort  de kip  de spaghetti  de koe  de tomaat  de komkommer  de ui  de maaltijd  het varken  de maaltijdschijf  het varkensvlees  de olie  de vis  de pannenkoek  het vlees  de patat  de wortel

 koken  lusten  proeven  ruiken  smaken  gezond  heerlijk  tussen de middag  zoet  zout  zuur

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

19

Les 2

Maak jij het eten?

Wat leer je?

- Informatie over eten maken begrijpen. - Naar instructies bij het koken luisteren. - Een recept begrijpen. - Instructies begrijpen */**. - Woorden die je nodig hebt bij het koken.

Introductie

1

1 Kijk naar de video. 2 Jamal en Suna gaan deze week het eten maken. Geef antwoord op de vragen.

1 Wie kookt bij jou thuis?

2 Kook je zelf wel eens? Wat kook je dan? Vind je het leuk om te koken?

3 Hoe weet je hoe je iets moet maken?

Zebra_boek.indb 19

4 Kun je in Nederland voor het eten alles kopen wat je nodig hebt?

8/11/18 09:42


20

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

3 Luister naar je leraar. Geef antwoord op de vragen.

Maak online de oefeningen van de Introductie.

Gewicht een kilo (1 kg) = 1000 gram (1000 g) een halve kilo (0,5 kg) = een pond = 500 gram (500 g) een half pond (0,25 kg) = 250 gram (250 g) een ons = 100 gram (100 g) een half ons = 50 gram (50 g)

Inhoud een liter (1 l) = 10 deciliter (10 dl) een halve liter (0,5 l) = 5 deciliter (5 dl) een kwart liter (0,25 l) = 2,5 deciliter (2,5 dl) anderhalve liter (1,5 l) = 15 deciliter (15 dl)

Informatie over eten maken begrijpen

2

Hoe moet het? Het is donderdag. Vanavond kookt Jamal. 1 Lees de tekstjes hieronder.

rijst saus met vlees ui en tomaten, sla met ui tomaten en komkommer drinken: melk! Sla met ui, tomaat en ­komkomme

r

1

Rijst met saus

2

Voor 2 personen: olie 1 kropje sla zout 1 tomaat peper mer kom 1/2 kom 1 ui stukken. Was de tomaat en Was de sla en snij de sla in kleine jes. Pel en snipper de ui. de komkommer en snij ze in plak komkommer in een schaal Doe de sla, de ui, de tomaat en de en peper naar smaak toe. en giet de olie erover. Voeg zout Meng alles door elkaar.

Zebra_boek.indb 20

3

Voor 2 personen 200 gram rijst 200 gram vlees 3 tomaten 2 uien boter zout gen Kook de rijst volgens de aanwijzin op het pak. Pel en snipper de ui. op het vuur. r Doe de bote in de pan en zet hem tjes. Doe de ui in de pan en bak het zach dit bij de Snij het vlees in kleine stukken. Doe Als het vlees uien in de pan. Snij de tomaten. j. bruin is, doe dan de tomaten erbi Goed ­roeren! smaak met peper en zout. op saus Breng de

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

21

2 Wat staat er in de tekstjes? tekst 1

tekst 2

tekst 3

Hoe je het eten moet maken. Hoe het eten smaakt. Wat je nodig hebt om het eten te maken. De boodschappen die je moet halen. De tijd. 3 Jamal en Suna weten wat ze gaan eten. Wat moeten ze nu doen? Kruis aan.

3

 Eerst het recept goed lezen.  De aardappels koken.  Kijken wat je nodig hebt om het eten te maken.  Kijken welke boodschappen je moet halen.  Een boodschappenlijst maken.  Het eten proeven.

Doen! Jamal gaat boodschappen doen. 1 Lees nog een keer het lijstje bij oefening 2. 2 Lees de recepten. Wat heeft Jamal nog meer nodig?

3 Jamal maakt een boodschappenlijstje. Let op: Jamal en Suna moeten bood- schappen doen voor vier mensen. Het recept is voor twee mensen. Schrijf de boodschappen op het lijstje.

Zebra_boek.indb 21

8/11/18 09:42


22

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

4 Kijk weer naar het boodschappenlijstje en lees de zinnen. Zet een streep onder het goede antwoord. 1 Je hebt een pond varkensvlees. Dit is genoeg / te veel / te weinig om de rijst met vlees te maken. 2 Je hebt een kilo rijst. Je houdt 1 pond en 100 gram / 7 ons / 1 pond over.

4

Hoe gaat het? 1 In oefening 2 lees je recepten. Begrijp je de informatie in de recepten?

 Ik begrijp de informatie goed.  Ik begrijp de informatie een beetje.  Ik begrijp de informatie nog niet goed.

2 In oefening 3 moet je een boodschappenlijstje maken. Kun je dat?

 Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed.

Maak online de taak Informatie over eten maken begrijpen.

Naar instructies bij het koken luisteren

Maak online de taak en de oefeningen bij Naar instructies bij het koken luisteren.

Een recept begrijpen */**

5

Hoe moet het? 1 Bekijk de tekst op het pak pannenkoekmix hieronder. Lees de tekst nog niet.

Pannenkoekmix Pannenkoeken Dit heeft u nodig voor 20 kleine of 12 grote pannenkoeken: 1 pak De Boer pannenkoekmix 2 eieren 1 liter melk boter of olie

Zo maakt u de pannenkoeken: Doe de inhoud van dit pak in een schaal. Voeg de helft van de melk toe. Meng de melk en de pannenkoekmix goed. Roer de eieren één voor één door de mix. Voeg de andere helft van de melk toe. Roer de mix weer goed. Doe een beetje olie of boter in de pan. Giet een beetje mix in de pan. Draai de pannenkoek om als hij droog is. Eet smakelijk. Ze zijn heerlijk!

Zebra_boek.indb 22

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

23

2 Lees de vragen. Kruis het goede antwoord aan. 1 Wat voor soort tekst is het? 2  een briefje  een gesprek  een recept  een oefening uit een schoolboek

6

Waar gaat de tekst over, denk je?  hoe je rijst moet koken  boodschappen  wat Jamal lekker vindt  hoe je pannenkoeken moet maken

Doen! Suna en Jamal gaan pannenkoeken bakken. Ze lezen op het pak wat ze moeten doen. 1 Lees de tekst op het pak pannenkoekmix nu goed. 2 Geef antwoord op de vragen.

1 Hoeveel pannenkoeken kunnen Suna en Jamal met de inhoud van het pak

Zebra_boek.indb 23

7

pannenkoekenmix maken?

2 Wat hebben Suna en Jamal nodig?

Doen! Lees het recept voor de pannenkoeken bij oefening 5 nog een keer. Bekijk de plaatjes. Wat moeten Suna en Jamal eerst doen? Schrijf een 1 bij het plaatje. Wat moeten ze daarna doen? Schrijf een 2 bij het plaatje. Ga zo door tot 9.

8/11/18 09:42


24

HOOFDSTUK 9

8

ETEN EN DRINKEN

LES 2

Hoe gaat het? 1 In oefening 6 lees je een recept. In oefening 7 moet je opschrijven wat je moet doen. Wat vind je moeilijk aan het recept?

 Begrijpen wat je moet doen.  Begrijpen wat je eerst moet doen en wat daarna.  Begrijpen wat je nodig hebt.

 Iets anders:  Ik vind het recept niet moeilijk.

2 Je wilt rijst koken. Je leest op het pak wat je moet doen. Kun je de rijst maken, denk je?

 Ik denk het wel.  Ik denk het niet.  Ik weet het niet zeker.

3 Je wilt spaghetti koken. Je leest het recept. Kun je de spaghetti koken, denk je?

 Ik denk het wel.  Ik denk het niet.  Ik weet het niet zeker.

Instructies begrijpen

9

1 Lees de tekst hieronder.

Omelet Voor 2 personen 3 eieren 2 aardappels 2 tomaten 1 ui olie zout

Zebra_boek.indb 24

Kook de aardappels. jes. Snij de aardappels in kleine stuk stukjes. in ook ze snij en aten Was de tom jes. stuk Snij de ui in Doe de eieren in een schaal. Roer de eieren met het zout. Doe een beetje olie in de pan. Bak eerst de uien. Doe daarna de aardappels erbij. Bak dit 5 minuten. Doe daarna de eieren erbij. ken. Laat het 10 minuten zachtjes bak . pan de op sel Doe een dek Eet de omelet met brood en sla.

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

25

2 Lees de vragen. Geef antwoord.

1 Wat voor soort tekst is dit?

2 Wat heb je nodig om een omelet te maken?

3 Wat heb je nog meer nodig? Denk bijvoorbeeld aan iets om te snijden.

4 Wat moet je eerst snijden?

5 Wat ga je daarna bakken?

6 Hoe lang moeten de eieren bakken? 7 Wat kun je nog meer bij de eieren bakken?

8 Heb jij wel eens een omelet gegeten? Zo ja, vind je het lekker? Zo niet, denk je dat het lekker is?

Vraag nu aan je docent om de herhalingsopdrachten of de verdiepingsopdrachten.

Deze opdrachten staan online Herhalingsopdrachten

Verdiepingsopdrachten

10* Hoe moet het? 11* Hoe moet het? 12* Doen! 13* Hoe gaat het?

10** Hoe moet het? 11** Hoe moet het? 12** Doen! 13** Hoe gaat het?

14 Lees de zinnen. Schrijf het goede woord op. Kies uit: snijdt / liter / smaken / roert / pan / recept / pannenkoekjes / schaal

1 Je wilt pannenkoeken met appel maken. Je weet niet goed hoe het moet.

Zebra_boek.indb 25

Je leest eerst het goed.

2 Je doet de helft van het pak pannenkoekenmix in een

3 Daarna voeg je een halve

.

melk toe.

8/11/18 09:42


26

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

4 Je

de melk goed door de pannenkoekmix.

5 Je schilt een appel en je

hem in stukjes.

6 Je bakt de pannenkoeken in de

7 Je bakt tien mooie, kleine

8 Je eet ze samen met een vriendin op. Ze

. . heerlijk.

15 1 Wat vind jij lekker? Zoek een recept. Lees het recept goed. 2 Geef antwoord op de vragen.

1 Wat heb je nodig?

2 Voor hoeveel personen is het recept?

3 Hoeveel tijd kost het eten koken?

4 Kun jij het eten in het recept maken, denk je?

5 Wat begrijp je niet in het recept? Probeer samen met een andere leerling een oplossing te vinden.

16 Lees de vragen. Schrijf de woorden op. Kies uit: de pan / de komkommer / de rijst / de spaghetti / de olie / de tomaat / de fles / het water / de beker / de ui / het ei / de saus

1 Wat kun je gieten?

Zebra_boek.indb 26

2 Wat kun je snijden?

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

27

3 Wat kun je vullen?

4 Je houdt twee woorden over. Wat kun je hiermee doen?

woord 1:

woord 2:

17

1

5 Weet je nog meer dingen die je kunt gieten, snijden of vullen? Schrijf ze erbij. Lees de woorden. Wat kun je ermee doen? Bedenk allebei bij elk woord veel dingen. Schrijf ze op.

de sla

de pan

de rijst

het ei

de olie

het deksel

de pannenkoek

de fles

de weegschaal

wassen, eten, snijden

2 Bespreek samen de woorden. Wie heeft meer dingen?

Huiswerk 18 Hoofdstuk 9 Les 2 gaat over eten maken. Jamal en Suna hebben rijst met saus gemaakt. Maar wat vind jij lekker? Zoek thuis tien dingen op die je lekker vindt en schrijf die hier op. Kijk ook waar het in zit en wat het gewicht is. In het schema staat een voorbeeld. 1 2

Wat:

Gewicht/Inhoud:

Waarin:

koekjes

150 gram

een pakje

3 4 5 6 7 8 9 10

Zebra_boek.indb 27

8/11/18 09:42


28

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 2

19 Ga naar een supermarkt. Neem een gratis supermarktblad mee. Of kijk in een krant, kookboek, of op een pakje met een recept op de achterkant. Zoek twee recepten uit die je lekker vindt. Je kunt ook twee recepten vragen aan bijvoorbeeld je familie of buren. Schrijf ze op. Neem ze mee naar de volgende les.

Afsluiting

20 1 Wat kun je? Lees de zinnen. Kruis aan.

Leerdoelen 1 Je leest informatie in een recept. Je moet een boodschappenlijstje maken. 2 Je luistert naar instructies bij het koken. Bijvoorbeeld: iemand vertelt hoe je groente moet koken. Begrijp je dat? 3 Je leest een recept in een tijdschrift. Je begrijpt alle woorden in het recept.

2 Ken je deze woorden? Kruis aan.  de bon  het deksel  de fles  de gast  het gewicht  de gram  de helft  de inhoud  de instructie  de kilo  de liter  het ons  het pak  de pan  het pond  het recept  de schaal  de weegschaal

Zebra_boek.indb 28

 bakken  drukken  gieten  mengen  roeren  schillen  snijden  toevoegen  uitnodigen  vullen  wegen

 nodig

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

29

Les 3

Wat eten we vanavond?

Wat leer je?

- Vragen over de maaltijd begrijpen. - Uitleg over een recept begrijpen. - Informatie over het eten begrijpen. - Woorden die je nodig hebt bij het eten. - Zeggen dat je iets (niet) wilt. - Vragen of iemand iets wil eten of drinken.

Introductie

Zebra_boek.indb 29

1

Luister naar je leraar. Kijk naar de afbeeldingen op de volgende bladzijde.

8/11/18 09:42


30

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

Vragen over de maaltijd begrijpen

2

Hoe moet het? De klas van Suna praat over eten. Ze praten over wat ze ’s ochtends, tussen de ­middag of ’s avonds eten. De lerares stelt vragen aan Ameer en Shambu. 1 Welke vragen kan de lerares stellen?

 Eet je met mes en vork?  Met wie eet je ’s ochtends?  Vind je het eten lekker?  Wat eet je ’s ochtends bij het ontbijt?  Hoeveel kost een pak melk?  Hoe laat is het?  Waar eet je ’s ochtends?  Wat eten jullie ’s avonds?  Hebben jullie vaak gasten?

 Welk eten in Nederland vind je lekker?  Waar eet je tussen de middag?  Wat eet je tussen de middag?  Hoeveel weegt die zak met aardappels?  Wat doe je met een mes?  Waar eet je ’s avonds?

2 Luister naar de audio. Zijn je antwoorden goed?

Zebra_boek.indb 30

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

31

3 Weet je zelf ook nog vragen? Schrijf ze op.     

3

Doen! 1 De lerares stelt vragen aan Ameer en Shambu. Zij geven antwoord. Zoek de goede vragen van oefening 2 bij de antwoorden. Schrijf de vraag voor het antwoord.

Zebra_boek.indb 31

Lerares:  Ameer: Ik eet ‘s ochtends niets. Ik drink alleen thee. Shambu: Bij het ontbijt eet ik vaak rijst.

Lerares: 

Ameer: In de keuken. Shambu: In de keuken.

Lerares:  Ameer: Alleen. Shambu: Meestal met mijn moeder.

Lerares:  Ameer: In Irak aten we vaak warm eten, bijvoorbeeld rijst met vlees en groente ofzo. Maar in Nederland eet ik meestal brood met kaas, schapenvlees. En ik koop ook wel eens iets lekkers op school, een mars of een gevulde koek. Shambu: Soep of brood.

Lerares:  Ameer: Nou, door de week op school en in het weekend thuis. Shambu: Thuis of op school.

Lerares:  Ameer: Nou thuis, we eten altijd met de hele familie. Alleen op donderdag niet. Shambu: Thuis of bij mijn oma.

Lerares:  Ameer: Rijst met vlees en groente of soep. Shambu: Rijst en kip of vlees of vis. Allemaal samen gebakken.

Lerares:  Ameer: Ja, er eet vaak iemand mee. Shambu: Een of twee keer in de week.

Lerares:  Ameer: Ik ken geen Nederlands eten. Shambu: Ik weet niet hoe het heet. Het zijn aardappels en groente door elkaar geroerd.

8/11/18 09:42


32

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

2 Hebben Ameer en Shambu alle vragen beantwoord? Zo niet, welke niet?

4

Doen! 1 Je gaat aan een andere leerling vragen stellen. Gebruik de vragen uit oefening 2. Schrijf hieronder de antwoorden van de leerling hieronder op. naam: 's ochtends

tussen de middag

's avonds

Welk eten? Lekker of niet lekker? Waar? Hoe? Met wie?

2 Luister naar de vragen van de andere leerlingen. Geef antwoord. Gebruik je antwoorden van oefening 14 uit les 1 op bladzijde 17. 3 Kijk of de andere leerling gezond heeft gegeten. Gebruik ook de informatie van oefening 5 uit les 1 op bladzijde 11. gezond

5

niet gezond

Hoe gaat het? 1 In oefening 2 lees je vragen. In oefening 3 lees je antwoorden. Je zoekt de goede vragen bij de antwoorden. Wat vind je moeilijk?

 De vragen begrijpen en kiezen.  De antwoorden begrijpen.  De vragen en antwoorden bij elkaar zoeken.  Ik vind oefening 2 en 3 niet moeilijk.

2 In oefening 4 stel je vragen aan elkaar. En je geeft antwoord op de vragen van de andere leerling. Geef antwoord op de vragen.

Zebra_boek.indb 32

1 Begrijp je de vragen van de andere leerling?

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

33

2 Vind je het moeilijk om antwoord te geven op de vragen?

3 Vind je het moeilijk om zelf vragen te stellen? 4 Vind je het moeilijk om de antwoorden goed op te schrijven? 3 In oefening 4 moet je kijken of de andere leerling gezond heeft gegeten. Weet je nog hoe dat moet?

 Ja, ik heb de tekst op bladzijde 11 nog een keer gelezen.  Ja, ik heb nog een keer naar oefening 14 op bladzijde 17 gekeken.  Nee, ik heb het aan een ander gevraagd.  Een beetje, ik heb het aan een ander gevraagd.

Informatie over het eten begrijpen

6

Hoe moet het? 1 Wat doen Suna en Jamal? Kijk goed naar de tekeningen. Schrijf de letter van de zin bij de goede tekening.

A B C D

Jamal pakt het recept voor Mai. Mai, Sierra, Suna en Jamal zitten lekker te eten. Suna gaat de tafel dekken. Jamal zet het eten op tafel.

2 Kijk nog een keer naar de tekeningen. Vindt Mai het eten lekker, denk je? Schrijf ook op waarom je dat denkt.

Zebra_boek.indb 33

8/11/18 09:42


34

HOOFDSTUK 9

7

ETEN EN DRINKEN

LES 3

Doen! 1 Lees de tekst hieronder.

Suna en Jamal zijn in de keuken aan het koken. Het eten is bijna klaar. Suna zegt: ‘Ik ga de tafel dekken. Ik denk dat Mai zo wel zal komen.’ Ze pakt de borden, het bestek en de glazen. In de kamer dekt ze de tafel. Ze zet de borden op tafel. Daarna legt ze het bestek neer. De messen rechts en de vorken links. Ze zet ook de sla op tafel. Naast de schaal legt ze een lepel en een vork neer. Die zijn voor de sla. Zo, nu zet ik bij elk bord nog een glas neer. En de tafel is klaar. Om zeven uur gaat de bel. Dat is Mai met haar vriendin. ‘Nou’, zegt Suna, ‘jullie zijn op tijd. Alles is klaar. We kunnen gaan eten.’ Jamal zet het eten op tafel. De rijst met de saus, de salade, brood en iets te drinken. Mai en Sierra vinden het heerlijk. Mai vraagt: ‘Hoe hebben jullie dit gemaakt?’ ‘Nou’, zegt Jamal, ‘het staat allemaal in het recept.’ Mai wil graag het recept van deze maaltijd hebben. Dan kan ze het ook een keer maken. Jamal is zelf ook tevreden. Hij denkt: morgen kook ik weer!

2 Lees de vragen. Geef antwoord.

1 Wat zet Suna op tafel?

2 Wie heeft Suna uitgenodigd? 3 Wanneer is het eten klaar? 4 Wat eten ze? 5 Vindt Mai het eten lekker? 6 Waarom wil Mai het recept hebben? 7 Vindt Jamal koken leuk? 8 Wie wil jij uitnodigen om te komen eten?

Zebra_boek.indb 34

En wat ga je maken?

Vind jij koken leuk?

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

8

ETEN EN DRINKEN

LES 3

35

Hoe gaat het? In oefening 6 kijk je naar tekeningen. In oefening 7 lees je een tekst. En je moet de vragen bij de tekst beantwoorden. Hoe gaat dat? goed

een beetje goed

nog niet goed

Bedenken waar het verhaal over gaat. Het verhaal lezen en begrijpen. De vragen lezen en begrijpen. De vragen beantwoorden.

Maak online de oefeningen van Informatie over het eten begrijpen.

Uitleg over een recept begrijpen

9

Hoe moet het? 1 Suna heeft iets om te drinken bij het eten gemaakt. Lees het recept hieronder.

Doogh

yoghurtdrank tijd: 5 minuten nodig: 1 dl yoghurt 1,5 l water 1/2 komkommer zout basilicum

jes. Snijd de komkommer in ­kleine stuk Doe het water bij de ­yoghurt. Voeg de komkommer toe. Doe er een beetje zout bij. Roer dit goed met een lepel. jes. Snijd de basilicum in ­kleine stuk . Doe de doogh in een groot glas k. Leg een beetje basilicum op de dran

2 Wat vind jij erg lekker? Schrijf op hoe het heet. Schrijf op wat er in zit. Schrijf ook op hoe je het moet maken. Je kunt ook het recept van oefening 19 op bladzijde 28 gebruiken.

Zebra_boek.indb 35

8/11/18 09:42


36

HOOFDSTUK 9

10

ETEN EN DRINKEN

LES 3

Doen! Jullie gaan aan elkaar het recept vertellen. Spreek af wie er begint. 1 Je gaat aan een andere leerling vertellen hoe je jouw recept moet maken. Vertel in korte zinnen hoe je het moet maken. Geef goede instructies. 2 Luister naar een andere leerling. Stel vragen. Schrijf op hoe je het recept moet maken.

Wat je kunt zeggen als je wilt vragen hoe je iets moet maken • Hoe heet het? • Wat heb je nodig? • Hoe moet ik het maken? • Wat moet ik eerst doen?

• Wat moet ik daarna doen? • En dan? • Hoe lang duurt het?

3 Vind jij het een lekker recept?

4 Kijk of de leerling jouw recept goed heeft.

11

Hoe gaat het? 1 In oefening 10 moet je uitleggen hoe je jouw recept moet maken. Kun je dat?  Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed. 2 In oefening 10 moet je luisteren naar het recept van een andere leerling. Je moet begrijpen wat de andere leerling zegt. Je moet vragen stellen over het recept. Je moet opschrijven hoe je het recept moet maken. Wat vind je moeilijk? En wat vind je makkelijk? Moeilijk: Makkelijk:

Zebra_boek.indb 36

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

12

ETEN EN DRINKEN

LES 3

37

Wat kun je zeggen? Lees de zinnen. 1

Een vriend of vriendin komt bij jou op bezoek. Jij wilt graag iets drinken. Wat vraag je aan hem of haar?  Heb je honger?  Wil je ook wat drinken?  Lust je citroenen?

2

Je vriend of vriendin wil wel iets drinken. Wat zegt hij of zij?  Ja, graag.  Nee, liever niet.  Misschien.

3

Je vraagt wat je vriend of vriendin wil drinken. Wat vraag je?  Wil je een glas limonade hebben?  Lust je geen limonade?  Heb je een glas limonade voor mij?

4

Hij of zij wil graag een glas limonade. Wat zegt hij of zij?  Een glas limonade graag.  Ik lust geen limonade.  Ik wil graag een kopje thee.

5

Je hebt lekkere koekjes. Wat vraag je?  Wil je ook een koekje?  Wil je me een koekje geven?  Heb je ook koekjes?

6

Je vriend of vriendin wil geen koekje. Wat zegt hij of zij?  Nee, liever niet.  Ja, graag.  Nee, ik heb geen koekjes.

13 1 Lees de tekst hieronder. Je hebt deze online ook al een keer gezien.

Ze zijn klaar met eten. Jamal vraagt: ‘Mai, wil je een stukje taart? We hebben een heerlijke taart met vruchten. Ik geloof dat er appel en banaan op zit.’ ‘Nee, liever niet’, zegt Mai, ‘ik heb geen honger meer.’ ‘Ik neem wel hoor’, zegt Jamal, ‘het is heerlijke taart!’ Suna lust geen taart. Ze heeft een pakje kauwgom. Ze kauwt op een kauwgompje. Ze vraagt: ‘Wie wil er een stukje kauwgom?’ Mai zegt: ‘Ja, lekker.’ Daarna gaan ze op de bank zitten. Suna vraagt aan Mai: ‘Wat wil je drinken?’ Mai zegt: ‘Een glas limonade graag. Ik hou van limonade.’ Suna pakt een leeg glas. Ze schenkt limonade in het glas. Het glas is nu vol. Suna geeft het volle glas aan Mai. Mai zegt: ‘Lekker, dank je wel.’ Sierra wil ook een glas limonade. Jamal wil graag thee. Hij vraagt: ‘Schenk je een kopje thee voor mij in?’ ‘Dat kun je zelf wel’, zegt Suna.

Zebra_boek.indb 37

8/11/18 09:42


38

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

2 Geef antwoord op de vragen.

1 Wat eet Jamal na de maaltijd?

2 Wat eten Suna en Mai na de maaltijd? 3 Wat drinken Sierra en Mai na de maaltijd? 3 Luister en doe mee. Lees mee met de taalrebbel hieronder. Suna Wil je wat drinken? Mai Ja graag. Suna Wil je wat drinken? Mai Ja graag. Suna Sinaasappelsap of spa? Of wil je een glas limonade? Mai Als het kan wil ik liever cola. Suna Sinaasappelsap of spa? Of wil je een glas limonade? Mai Als het kan wil ik liever cola. Suna Ach sorry, dat heb ik niet! Mai Oké, doe dan maar spa. Suna Ach sorry, dat heb ik niet! Mai Oké, doe dan maar spa. Suna Alsjeblieft! Mai Dankjewel. Suna Alsjeblieft! Mai Dankjewel. 14

Doe deze oefening in een groepje van vier leerlingen. Jullie spelen Suna, Mai, Shambu en Samir. Jullie zitten bij Suna thuis. Jullie praten met elkaar. 1 Pak het werkblad. Iedere leerling neemt één kaart. 2 Speel het gesprek na. Suna begint met praten.

Zebra_boek.indb 38

8/11/18 09:42


HOOFDSTUK 9

15

ETEN EN DRINKEN

LES 3

39

Jullie gaan een spel spelen. 1

Kies samen een letter van het alfabet, bijvoorbeeld de letter S. Bedenk allebei woorden met die letter, bijvoorbeeld de sla, de sinaasappel, de spaghetti. De woorden moeten over eten en drinken gaan en het moeten Nederlandse woorden zijn.

2 Schrijf veel woorden op.

3 Wie van jullie heeft meer woorden?

Huiswerk

16

1 Lees de tekst hieronder. Het is een gedicht geschreven door Drs. P en komt uit het boek Tante Constance en tante Mathilde (Nijgh & van Ditmar, 1999) Ze groeien aan bepaalde soorten bomen. Ze zijn oranje en zo goed als rond. Ze worden vaak voor zieken meegenomen. Die eten ze dan op, dat is gezond. 2 Waar gaat de tekst over?

3 Kies iets dat je kunt eten. Maak zelf ook een tekstje. Het eten dat je kiest, mag niet in de tekst staan.

Zebra_boek.indb 39

8/11/18 09:42


40

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 3

Afsluiting

17 1 Wat kun je? Lees de zinnen. Kruis aan.

Leerdoelen 1 Iemand stelt je vragen over eten, bijvoorbeeld: ‘Hoe laat eet je?’, ‘Wat eet je ‘s avonds?’.Begrijp je de vragen? 2 Je luistert naar de uitleg van een recept. Begrijp je hoe je het recept moet maken? 3 Je leest informatie over een maaltijd. Begrijp je de informatie? 4 Iemand vraagt aan jou: ‘Heb je zin in een stuk taart?’ Kun je zeggen dat je geen taart wilt? 5 Je hebt iemand op bezoek. Kun je vragen of hij iets wil drinken?

2 Ken je deze woorden? Kruis aan. ……het bord

……dekken

……graag

……de taart

……inschenken

……leeg

……de kauwgom

……kauwen

……vol

……de vork

……neerleggen

……de lepel

……neerzetten

……het vrucht ……de limonade ……het mes ……het ontbijt ……de stok ……het stuk

Zebra_boek.indb 40

8/11/18 09:43


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 4

41

Les 4

Wat maak jij voor het schoolfeest?

Wat leer je?

- Informatie begrijpen.*/** - Hoe je woorden moet zeggen.

Introductie

1

1 Denk aan een feest. Wat eet je op een feest? 2 Luister naar je leraar. Geef antwoord.

Zebra_boek.indb 41

8/11/18 09:43


42

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 4

Informatie begrijpen */**

2

1 Lees de tekst. Let op: niet alle woorden staan in de tekst. De klas van Suna heeft vrijdagavond een feest. Alle leerlingen van de klas komen ’s avonds op school. Mevrouw Blok en andere leraren komen ook op school. Ze gaan dansen en lekker eten en drinken. Vrijdagmiddag gaan Suna, Jonathan en Mai boodschappen doen voor het feest. Eerst bedenken ze wat ze willen kopen. Jonathan wil chips. Hij houdt erg van chips. Hoeveel chips moeten ze kopen? Jonathan, Mai en Suna vinden het moeilijk. Ze bedenken dat vijf (1) chips goed moet zijn. Jonathan vraagt welke chips ze gaan kopen. Mai en Suna vinden het leuk om verschillende soorten chips te kopen: paprikachips, bolognese en naturel. Mai vindt dat ze nog meer eten moeten kopen voor het feest. Suna vertelt over caçik. Dat is een Turkse saus met komkommer. Suna weet hoe ze het moet maken. Ze heeft een (2)

Jonathan en Mai kennen het

niet. Ze willen het graag een keer (3) . Suna besluit om zelf caçik te maken voor het klassenfeest. Ze weet hoe het moet. Ze heeft het van haar oom geleerd. Hij heeft een restaurant. Suna zegt dat je het eet met brood, met Turks brood. Dat is heel lekker. Ze moeten dus ook twee Turkse broden kopen. Voor de caçik moeten ze twee (4) kopen, ­knoflook, en een halve liter yoghurt. Ze moeten ook niet vergeten om een (5) snijden. En bordjes voor het brood.

mee te nemen. Dan kunnen ze het brood

Mai bedenkt dat ze ook nog drinken moeten kopen. Mevrouw Blok drinkt ’s avonds graag een kopje koffie. Ze vertelt dat er geen koffie en thee meer op school is. Ze schrijven op: een (6) koffie (500 gram) en thee. En dan moeten ze nog meer drinken kopen. Limonade en spa en cola. Ze besluiten om drie (7)

limonade te kopen, twee

(8) spa en vier cola. En ze moeten niet ­vergeten om glaasjes mee te nemen voor het feest. 2 Schrijf de goede woorden in de tekst. Kies uit: pak, liter, mes, recept, kauwen, proeven, flessen, zakken, komkommers, taart, lepel, bakken. Let op: Je houdt vier woorden over.

Zebra_boek.indb 42

8/11/18 09:43


HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 4

43

Vraag nu aan je docent om de herhalingsopdrachten of de verdiepingsopdrachten.

Deze opdrachten staan online

6

Herhalingsopdrachten

Verdiepingsopdrachten

3* 4* 5*

3** Hoe moet het? 4** Doen! 5** Hoe gaat het?

Hoe moet het? Doen! Hoe gaat het?

Mai en Suna praten samen over de caçik. 1 Maak het gesprek af. Schrijf de zinnen op de juiste plaats. Let op: Je houdt zinnen over!

Kies uit: – ‘Ja, doe maar wat op deze lepel.’ – ‘Hoeveel kost die caçik?’ – ‘Ja, het is heerlijk.’ – ‘Het ruikt heerlijk.’ – ‘Snijd de komkommer in kleine stukjes.’ – ‘Komkommer, yoghurt en knoflook.’ – ‘Je snijdt de komkommer. Je doet alles in een schaal. En dan goed roeren.’ – ‘Wat is caçik?’ – ‘Ja, ik doe het graag.’ – ‘Wat is het gewicht van de caçik?’ – ‘Wil je nog een stukje brood met caçik?’

Suna 'Wil je een beetje proeven?'

Mia 

Suna 'Vind je het lekker?'

Mia  'Wat zit erin?'

Suna 

Mia 'En hoe maak je caçik?'

Suna 

Mia 'Hou je van koken?'

Suna 'Ja, ik doe het graag.'   

Mia 'Ja, graag.'

2 Oefen het gesprekje samen met een andere leerling.

Zebra_boek.indb 43

8/11/18 09:43


44

HOOFDSTUK 9

7 1

ETEN EN DRINKEN

LES 4

Bedenk samen een recept voor een ‘heerlijke’ taart voor het schoolfeest. Gebruik in het recept deze etenswaren: kauwgum / sla / ei / ui / fruit en wat je verder wilt. Gebruik ook woorden als: gieten, roeren, proeven, snijden, toevoegen. Je kunt deze zinnen gebruiken: Giet het /de ... in de / het ... Roer de / het ... door de / het .... Proef de / het ... Schenk het / de ... in de / het ... Snijd de / het ... in kleine stukjes. Voeg een beetje ... toe.

2 Geef jullie recept een naam en schrijf het op.

Ons recept:

8 

Wat hoor je? Hetzelfde of verschillend? Luister goed. Kruis aan.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Zebra_boek.indb 44

hetzelfde

verschillend

         

         

11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

hetzelfde

verschillend

         

         

8/11/18 09:43


HOOFDSTUK 9

9 

ETEN EN DRINKEN

LES 4

45

Hoor je aa of a? Luister goed naar de woorden. Kruis aan: aa of a. aa

a

         

         

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

aa

a

         

         

10  Spreek af wie A is en wie B is. Leerling A leest de woorden op het werkblad, leerling B zet een kruisje bij aa of a. Daarna leest leerling B de woorden en kruist

leerling A ze aan. aa 1 

a          

2 3 4 5

   

   

Huiswerk 11 

Bedenk twee dingen om te eten of te drinken voor een schoolfeest. Bedenk wat je ­ nodig hebt, welke boodschappen je moet doen, wat het kost. Schrijf ook op hoe je het moet maken. Nodig

Boodschappen

Prijs































Recept

    

Zebra_boek.indb 45

8/11/18 09:43


46

HOOFDSTUK 9

ETEN EN DRINKEN

LES 4

Afsluiting

12

1 Wat kun je? Lees de zinnen. Kruis aan.

Leerdoelen 1 Je leest informatie over eten. Je moet opschrijven hoe je iets maakt. Kun je dat? 2 Je luistert naar de Nederlandse taal, naar woorden met a zoals in ‘man’ en aa zoals in ‘kaas’. Hoor je het verschil? 3 In dit hoofdstuk heb je veel geleerd over eten. Wat vond je leuk? En wat vond je niet leuk?

2 Ken je de woorden uit dit hoofdstuk?

1 Bedenk tien woorden die horen bij het woord ‘restaurant’. Schrijf ze op in het woordweb.

Restaurant

2 Kijk naar de woorden van dit hoofdstuk. Kies vijf woorden uit die je goed kent. Schrijf ze op. 1  2  3  4  5 

Zebra_boek.indb 46

8/11/18 09:43


Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs

Met Zebra+ leer je Nederlands. Je leert de taal om in Nederland te kunnen wonen en naar school te kunnen gaan. Je kunt met Zebra+ veel zelf werken. Er zijn veel oefeningen op de computer. Je oefent de woorden op de computer, je kunt luisteren en video’s bekijken. In dit boek kun je oefenen met spreken en schrijven in alledaagse situaties. Dat doe je met andere leerlingen in je klas en met de docent. Zo krijg je alles onder de knie! Zebra+ bestaat uit 4 delen. In dit boek werk je tot niveau A2. Bij deze uitgave hoort een online leerplatform: www.nt2plus.nl.

DEEL 2

DEEL 2

Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs

Nederlands als tweede taal voor anderstaligen in het voortgezet onderwijs Basisleergang inburgeringsexamen A1 – A2

9 789006 978216

3205_NT2_Covers_Zebra+deel2.indd All Pages

8/11/18 08:59

Profile for ThiemeMeulenhoff

9789006978216_inkijkexemplaar  

9789006978216_inkijkexemplaar