Issuu on Google+

Zelfstandig werken Taal Groep 5-6 Werkboek

Puzzelen met... Spreekwoorden en gezegden

Ajodakt Naam: Groep:

De serie Puzzelen met… is een onderdeel van Ajodakt. Dit merk bestaat uit een verzameling gebruiksvriendelijke en voordelige oefenboekjes voor groep 3 t/m 8 waarmee de leerlingen allerlei vaardigheden efficiënt inoefenen. De leerlingen kunnen zelf hun antwoorden nakijken met behulp van de antwoordenboekjes. Ajodakt maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assortiment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt u al onze uitgaven: www.zelfstandig-werken.nl

9 789006 628265

9006628265_omslag.indd 1

17-08-11 16:52


Inhoud Introductie aan de leerling   3 Taak   1 Dieren (1)   4 Taak   2 Dieren (2)   6 Taak   3 Hoofd (1)   8 Taak   4 Hoofd (2) 10 Puzzelmix 1 12 Taak   5 Lichaam (1) Taak   6 Lichaam (2) Taak   7 Kleding Taak   8 Eten Puzzelmix 2

14 16 18 20 22

Taak   9 Weer en natuur Taak 10 Huis en tuin Taak 11 Handen Taak 12 Geld Puzzelmix 3

24 26 28 30 32

Taak 13 Water Taak 14 Allerlei (1) Taak 15 Allerlei (2) Puzzelmix 4

34 36 38 40

Puzzelverzamelmix 1 Puzzelverzamelmix 2 Superpuzzelverzamelmix

42 44 46

2

9006628265_bw.indd 2

17-08-11 16:58


Taak 13

Water

Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Als twee druppels water op elkaar lijken. Voor dag en dauw. In het water vallen. Het water loopt me in de mond. 1

Boven water komen. Kijken of je water ziet branden. Niet in zeven sloten tegelijk lopen. Als water en vuur zijn. Water naar de zee dragen.

Zet een rondje om het juiste antwoord. 1 Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. a Dat is de laatste gebeurtenis op een rij waardoor je heel boos wordt. b Iets heel doms doen. 2 Als twee druppels water op elkaar lijken. a Erg verschillend zijn. b Bijna hetzelfde eruit zien. 3 Voor dag en dauw. a Iets doen als het regent. b ’s Ochtends vroeg. 4 In het water vallen. a Mislukken. b Nog geen zwemdiploma hebben. 5 Het water loopt me in de mond. a Bij de gedachte aan iets lekkers krijg je er trek in. b Verkouden zijn. 6 Kijken of je water ziet branden. a Iets uitvinden. b Heel verbaasd kijken. 7 Niet in zeven sloten tegelijk lopen. a Wel weten wat je doet, geen domme dingen doen. b Onmogelijke dingen doen. 8 Als water en vuur zijn. a Elkaars vijanden zijn. b Afwisselend blij en boos zijn. 9 Water naar de zee dragen. a Een heel moeilijke klus doen. b Iets onzinnigs doen. 10 Boven water komen. a Iets terugvinden. b Naar adem happen bij het zwemmen.

34

9006628265_bw.indd 34

17-08-11 16:59


2

Zet een rondje om het juiste woord. 1 Het smaakje – water – woord loopt me in de mond. 2 Als twee druppels verf – wijn – water op elkaar lijken. 3 Water – Zand – Schelpen naar de zee dragen. 4 In het water duiken – zwemmen – vallen. 5 Dat is de druppel die de gootsteen – emmer – wc doet overlopen. 6 Voor dag en dauw – nacht – week. 7 Kijken of je hout – water – ijzer ziet branden. 8 Boven water zijn – lopen – komen. 9 Niet in tien – negen – zeven sloten tegelijk lopen. 10 Als water en zeep – vuur – zand zijn.

3

Zet de juiste letter achter de zin. Kies uit de spreekwoorden onder de zinnen. 1 Ik keek erg verbaasd naar de apen die een levende piramide konden bouwen. 2 Toen Whalid voor de tiende keer een grote mond opzette, werd zijn moeder echt heel boos. 3 Ik heb echt heel veel trek in die paashaas van chocolade. 4 Mijn broer en ik maken altijd ruzie. 5 Morris heeft na weken eindelijk zijn vriendenboekje teruggevonden. 6 Vincent ging om vijf uur ’s ochtends op vakantie. 7 Doordat mijn oma ziek was op haar verjaardag, mislukte ons hele plan. 8 Souraya en Leila zien er zo hetzelfde uit dat ik ze niet uit elkaar kan houden. 9 Kaat stond in de regen de tuin te sproeien. 10 Quinty weet heus wel wat ze doet, maak je geen zorgen. a b c d e f g h i j

Het is de druppel die de emmer doet overlopen. Het water loopt me in de mond. Kijken of je water ziet branden. Boven water komen. Als water en vuur zijn. Niet in zeven sloten tegelijk lopen. Voor dag en dauw. In het water vallen. Als twee druppels water op elkaar lijken. Water naar de zee dragen.

35

9006628265_bw.indd 35

17-08-11 16:59


Taak 14

Allerlei (1)

Iemand voor het blok zetten. Bekijk het maar. De slappe lach hebben. Het te bont maken. Ergens in trappen. 1

Trek een lijn tussen het spreekwoord en de betekenis. Iemand voor het blok zetten. Bekijk het maar. De slappe lach hebben. Het te bont maken. Ergens in trappen. Loop naar de maan. Trappelen van ongeduld. Een vlotte babbel hebben. Tranen met tuiten huilen. Iemand door en door kennen.

2

Loop naar de maan. Trappelen van ongeduld. Een vlotte babbel hebben. Tranen met tuiten huilen. Iemand door en door kennen.

• • • • • • • • • •

• • • • • • • • • •

Niet meer kunnen stoppen met lachen. Te veel dingen doen die niet mogen. Weigeren iets te doen. Je voor de gek laten houden. Iemand dwingen te kiezen. Heel erg moeten huilen. Makkelijk praten. Ga weg. Precies weten hoe iemand is. Niet meer kunnen of willen wachten.

Zoek de fout. Streep het foute woord door en schrijf het juiste woord erachter.

bont

1 Het te licht maken. 2 Iemand door en door duwen. 3 Iemand voor het net zetten. 4 Tranen met tongen huilen. 5 Springen van ongeduld. 6 Een gekke babbel hebben. 7 Bekijk het niet. 8 Ergens in lopen. 9 Loop naar de berg. 10 De stevige lach hebben.

36

9006628265_bw.indd 36

17-08-11 16:59


3

Omcirkel het juiste antwoord.   1   2   3   4   5   6   7   8   9 10

4

Als je iemand door en door kent, dan … a ken je iemand al heel lang. b weet je precies hoe iemand in elkaar zit. Als je tranen met tuiten huilt, dan … a moet je heel erg huilen. b doe je net alsof je huilt. Als je de slappe lach hebt, dan … a kun je niet meer stoppen met lachen. b lach je maar een klein beetje. Als je ergens in trapt, dan … a neem je de verkeerde beslissing. b heb je niet door dat iemand een grapje met je uithaalt. Als je een vlotte babbel hebt, dan … a praat je erg snel. b praat je makkelijk met allerlei mensen. Als je het te bont maakt, dan … a doe je te veel stoute dingen. b doe je te veel dingen tegelijk. Als je iemand voor het blok zet, dan … a lach je iemand uit. b moet iemand een keuze maken, of hij dat nou wil of niet. Als je trappelt van ongeduld, dan … a dan wil je iets heel graag en kun je niet meer wachten. b ben je erg boos. Als je tegen iemand zegt: ‘Loop naar de maan!’, dan … a zeg je dat hij op moet schieten. b wil je iemand even niet meer zien. Als je tegen iemand zegt: ‘Bekijk het maar’, dan … a wil je iemand niet meer helpen. b vraag je of hij je schilderij mooi vindt.

Welk spreekwoord hoort bij de tekening?

1

2

3

4

37

9006628265_bw.indd 37

17-08-11 16:59


9789006628265 Ajodakt Puzzelen met spreekwoorden en gezegden WB 56