9789006372441 Samengevat mbo Nederlands 2F

Page 1

samen gevat

SluitVERNIEUWDvolledigaan ophetexamenprogramma

Nederlands 2F
mbo
Nederlands 2F
mbo
J. van Nassau

Colofon

Auteur

Joep van Nassau

Vormgeving

Criterium, Arnhem

Opmaak

Crius Group, Hulshout (België)

Omslagfoto Shutterstock

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt slimme flexibele leeroplossingen met een persoonlijke aanpak. Voor elk niveau en elke manier van leren. Want niemand is hetzelfde. We combineren onze kennis van content, leerontwerp en technologie, met onze energie voor vernieuwing. Om met en voor onderwijsprofessionals grenzen te verleggen. Zo zijn we samen de motor voor verandering in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 37244 1

Tweede druk, tweede oplage, 2020

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie­ en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting­pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is is volledig CO2­neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®­keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Verantwoording

In dit boek zijn de leerstof en vaardigheden voor het examen Nederlands weergegeven, gebaseerd op de vastgestelde referentieniveaus. In Samengevat Nederlands vind je alle domeinen terug die getoetst worden in het centraal ontwikkeld examen (COE) of in de instellingsexamens (IE). Over elk domein wordt uitleg gegeven. Je krijgt handige tips hoe je je kunt voorbereiden op het examen en hoe je de examenopdrachten het beste kunt aanpakken. Aan het eind van de hoofdstukken Leesvaardigheid, Schrijfvaardigheid, Gespreksvaardigheid en Spreekvaardigheid zijn voorbeeldexamens opgenomen. Samengevat Nederlands zorgt ervoor dat de stukjes kennis die je de afgelopen jaren hebt opgedaan als een puzzel in elkaar passen.

Samengevat Nederlands is naast iedere methode te gebruiken. Je krijgt erdoor steun bij het zelfstandig leren.

Voor reacties, zowel van leerlingen als docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar mbo@thiememeulenhoff.nl.

Amersfoort, juli 2018

Hoe werk je met deze Samengevat?

Zoeken in dit boek

In de inhoudsopgave vind je een algemene indeling van de leerstof. Aan het begin van ieder hoofdstuk staat een gedetailleerde inhoudsopgave, die je snel op de juiste plek brengt. Als je alleen een onderwerp of begrip zoekt, kun je de juiste bladzijde vinden in het register achter in het boek.

Beschrijving per onderwerp

Het boek is verdeeld in hoofdstukken. Binnen deze hoofdstukken worden de bijbehorende onderwerpen kernachtig besproken. Daarbij zijn veel voorbeelden gegeven. Je herkent ze gemakkelijk aan de achtergrondkleur.

COE en IE

De vaardigheden Lezen en Kijken en luisteren worden tegelijkertijd geëxamineerd tijdens het centraal ontwikkeld examen (COE). De vaardigheden Spreken, Gesprekken en Schrijven worden geëxamineerd bij de instellingsexamens (IE). Per hoofdstuk wordt aangegeven wanneer je dit onderdeel kunt verwachten op je examen.

Tips voor bij het examen

In elk hoofdstuk staan tips voor bij het examen. Neem deze goed door. Ze helpen je bij de voorbereiding op je examen Nederlands.

De auteur en de uitgever wensen je veel succes met de voorbereiding op het examen!

Inhoud Lezen (COE) 7 1 Een tekst lezen 8 2 De opbouw van een tekst 14 3 Informatieve en instructieve teksten 19 4 Betogende teksten 21 5 Het examen Lezen 24 Kijken en luisteren (COE) 33 1 Kijken en luisteren naar een fragment 34 2 Woorden in fragmenten 37 3 Informatieve en instructieve fragmenten 39 4 Reclame en discussie 42 5 Het examen Kijken en Luisteren 44 Schrijven (IE) 43 1 Een tekst schrijven 45 2 Schrijfplan 50 3 Correspondentie 52 4 Korte teksten 62 5 Lange teksten 67 6 Het examen Schrijven 72 Gesprekken (IE) 77 1 Een gesprek voeren 78 2 Deelnemen aan discussie en overleg 82 3 Informatie uitwisselen in tweegesprekken 86 4 Het examen Gesprekken 91 Spreken (IE) 95 1 Een presentatie houden 96 2 Boeiend presenteren 99 3 Hoe pak je het aan? 101 4 Het examen Spreken 105
Spelling, stijl en formuleren (IE) 111 1 Werkwoordspelling 112 2 Overige spelling en leestekens 116 3 Helder formuleren 121 4 Stijlfouten en taalfouten 125 5 Grammatica 128 Bijlagen 133 Begrippenlijst 139 Register 146

Lezen

1 Een tekst lezen

1.1 Onderwerp en hoofdgedachte

1.2 Doel van de schrijver

1.3 Leesstrategie

1.4 Moeilijke woorden

1.5 Samenvatten

1.6 Beeldspraak herkennen

1.7 Een tekst beoordelen

2 De opbouw van een tekst

2.1 Beeld en opmaak

2.2 Inleiding, kern, slot

2.3 Functies van een alinea

2.4 Tekstverbanden en signaalwoorden

3 Informatieve en instructieve teksten

3.1 Informatieve teksten

3.2 Infographics

3.3 Instructies

4 Betogende teksten

4.1 Feiten en meningen

4.2 Teksten met een mening

4.3 Argumenten

5 Het examen Lezen

5.1 Meerkeuzevragen

5.2 Voorbeelden van examenteksten

5.3 Tips bij het examen Lezen

5.4 Veelvoorkomende woorden in examens

Lezen

Dit onderdeel gaat over de taalvaardigheid lezen. Van jou wordt verwacht dat je zakelijke teksten goed kunt lezen. Dat kunnen teksten zijn over allerlei onderwerpen. Jij moet kunnen laten zien dat je begrijpt waar deze teksten over gaan. Het examen Lezen wordt getoetst tijdens het centraal ontwikkeld examen (COE).

1 Een tekst lezen

1.1 Onderwerp en hoofdgedachte

Iedere tekst heeft een onderwerp. Om het onderwerp te vinden, stel je de vraag: waar gaat de tekst over? Het antwoord is het onderwerp. Je kunt het onderwerp in één woord of in enkele woorden weergeven. Het onderwerp kun je vaak afleiden uit de titel.

De hoofdgedachte van een tekst is de belangrijkste uitspraak van de schrijver over het onderwerp. Je schrijft de hoofdgedachte in één zin op.

Je vindt de hoofdgedachte vaak in de eerste of laatste alinea. Als de hoofdgedachte niet letterlijk in de tekst staat, moet je die zelf beschrijven. Dat kun je bijvoorbeeld doen door antwoord te geven op de vraag: Wat is het belangrijkste wat de schrijver zegt over het onderwerp?

Om de hoofdgedachte te vinden kun je het volgende doen.

1 Bekijk de titel.

2 Lees de eerste alinea.

3 Lees de laatste alinea.

4 Lees de kernzin van de overige alinea’s (meestal de eerste zin, soms de tweede zin of laatste zin).

In examenteksten wordt vaak naar de hoofdgedachte gevraagd van de hele tekst. Let er dan op dat je de hoofdgedachte van de hele tekst aanklikt. Andere antwoordmogelijkheden lijken misschien juist, maar zijn vaak niet volledig of geven de hoofdgedachte van een gedeelte van de tekst.

8

1.2 Doel van de schrijver

Een schrijver of een spreker heeft altijd een doel met zijn tekst. Hij wil bijvoorbeeld informeren over de laatste mode of instructie geven over hoe je een tuin kunt onderhouden. Welke tekstsoort hij gebruikt, hangt af van zijn doel, maar ook van het publiek voor wie hij schrijft. Als zijn doel is om volwassenen te informeren over zonnepanelen, kan hij ervoor kiezen om een artikel te schrijven. Als hij jongeren wil informeren, kiest hij misschien voor een informatief stripverhaal.

Vaak kun je het doel raden als je een tekstsoort herkent. Tijdens je examen wordt van je verwacht dat je een schrijfdoel herkent. Het kan dan gaan om een van de volgende doelen.

doel bijvoorbeeld in een informeren standaardformulier

artikel populair tijdschrift

nieuwsbericht internettekst

notitie infographic schematische informatie (grafiek, tabel)

instructie geven

recept

gebruiksaanwijzing brochure (bijvoorbeeld over medicijngebruik)

betogen: een mening geven meningvormend artikel ingezonden brief recensie

betogen: overhalen reclame folder (bijvoorbeeld: overhalen om ergens lid van te worden)

Nederlands Lezen 9

Een tekst kan meer doelen hebben. In een filmrecensie (filmbeoordeling) bijvoorbeeld staat meestal informatie over de filminhoud (doel: informeren), maar ook wat de schrijver van de film vindt (doel: overtuigen). Het is dan handig om te weten wat het belangrijkste doel is. Omdat in een recensie een schrijver op de eerste plaats een oordeel wil geven, is het belangrijkste doel meestal overtuigen.

1.3 Leesstrategie

Het centraal ontwikkeld examen Nederlands duurt 90 minuten. Je moet in die tijd veel lezen. Met de juiste leesstrategie kun je een tekst gemakkelijker en sneller begrijpen.

Je kunt op verschillende manieren lezen.

– Verkennend lezen

Je verkent de tekst om een eerste indruk te krijgen. Je kijkt naar de titel, tussenkopjes, illustraties, de bron van de tekst en opvallende kenmerken (bijvoorbeeld vette woorden). Daarna lees je de eerste en laatste alinea.

– Intensief lezen

Je leest heel nauwkeurig om alles te begrijpen wat er staat. Je let op details. – Zoekend lezen

Je zoekt bepaalde informatie in een tekst. Je let op titel, tussenkopjes en trefwoorden.

Bij het lezen van een (examen)tekst gebruik je verschillende leesstrategieën.

1 Lees/bekijk de tekst verkennend.

2 Lees daarna de vraag intensief.

3 Lees de tekst zoekend om het antwoord in de tekst te vinden.

4 Lees het deel intensief waarvan jij denkt dat daar het antwoord staat.

5 Probeer eerst zelf antwoord te geven op de vraag. Kies bij een meerkeuzevraag het best passende antwoord.

Als je informatie zoekt in een schema is het vaak niet nodig de tekst te verkennen. Je begint direct met zoekend lezen. Je let daarbij op opvallende woorden, cijfers en tussenkopjes. Als je denkt dat je het gedeelte met het juiste antwoord gevonden hebt, lees je dat deel intensief.

Tip

Als je twijfelt bij een meerkeuzevraag over een antwoord, streep dan in gedachten eerst de antwoorden weg die zeker niet goed zijn. Als je nog twijfelt, kun je het beste afgaan op je eerste indruk.

10

1.4 Moeilijke woorden

Soms lees je een woord dat je niet kent (een moeilijk woord). Vraag je dan eerst af of je de betekenis van dit woord moet kennen om de tekst te begrijpen. Is het woord niet van belang, dan ga je gewoon verder. Is het woord wel van belang, dan kun je op verschillende manieren achter de betekenis komen.

1 Je kijkt naar het woord zelf.

Je kunt naar het woord zelf kijken. Misschien herken je de betekenis van een deel van het woord. In het woord telemarketing staat het voorvoegsel tele. Dat voorvoegsel ken je natuurlijk ook van woorden als telefoneren en televisie. Het betekent op afstand. Telemarketing is dus marketing op afstand en in de meeste gevallen betekent dat verkopen over de telefoon.

Zie ook Bijlage 4, voor- en achtervoegsels, bladzijde 137.

2 Je kijkt naar informatie in de rest van de tekst. Kijk naar de zin waarin het woord staat.

voorbeeld Het enthousiaste publiek scandeerde tijdens de wedstrijd de naam van de beste speler.

Zonder het woord scandeerde te kennen, kun je toch begrijpen wat ermee bedoeld wordt. Aanwijzingen in de zin zijn enthousiaste publiek en beste speler. Daaruit kun je afleiden dat scanderen luid roepen betekent.

Als de zin zelf weinig informatie oplevert, kijk dan naar de zinnen ervoor en erna. Zoek daar naar aanwijzingen over de betekenis van het woord.

3 Je kunt het woordenboek gebruiken.

Je mag tijdens het examen een woordenboek gebruiken. Maar doe dat als het echt niet anders kan en heel belangrijk is. Want opzoeken kost veel tijd en soms krijg je meerdere betekenissen en heb je een nieuw probleem. Oefen je daarom in de manieren die bij 1 en 2 zijn genoemd, want iemand naar de betekenis vragen kan natuurlijk niet op je examen.

Nederlands Lezen 11

1.5 Samenvatten

Sommige meerkeuzevragen vragen naar de beste samenvatting van een of meer alinea’s. Een vraag die daarop lijkt, is de vraag naar de hoofdzaak van een of een paar alinea’s. Je kunt dan het volgende doen.

1 Lees de alinea of alinea’s die je moet samenvatten, intensief.

2 Zoek in elke alinea naar de hoofdzaak. Die staat meestal in de kernzin (de belangrijkste zin) van de alinea. Vaak is dat de eerste, soms de tweede of de laatste zin van de alinea.

3 Geef zelf antwoord op de vraag. Combineer daarbij de gevonden hoofdzaken.

4 Bekijk welke meerkeuzemogelijkheid het beste past.

Tip

Bij examenteksten kan ook de volgende vraag voorkomen: Welk tussenkopje past het best bij dit tekstdeel? Een tussenkopje geeft namelijk aan waar een gedeelte van de tekst over gaat. Om die vraag te beantwoorden kun je dezelfde strategie toepassen als hierboven.

1.6 Beeldspraak herkennen

Een schrijver probeert op allerlei manieren zijn doel te bereiken. Hij kan voor de gebruikelijke woordkeus en zinsbouw kiezen, maar hij kan ook gebruikmaken van beeldspraak, bijvoorbeeld om meer variatie aan te brengen in zijn tekst.

Er is sprake van beeldspraak als een woord of zin een figuurlijke betekenis krijgt. Het woord of de zin is dan niet letterlijk bedoeld. In het volgende voorbeeld heeft loeide een figuurlijke betekenis.

voorbeeld De worstelaar loeide van de pijn toen zijn arm brak.

Ook uitdrukkingen en spreekwoorden moet je niet letterlijk nemen. Steven heeft de bloemetjes buiten gezet betekent niet dat de bloemen nu buiten staan, maar dat Steven flink heeft feestgevierd. Dat is een pleister op een houten been betekent niet een verbandje op een houten been, maar dat iets niet helpt.

12

voorbeeld

Tijdens je examen kun je in lees- en luisterteksten vragen verwachten over uitdrukkingen/spreekwoorden.

In dit fragment zegt de interviewer: ‘De beste stuurlui staan aan wal.’

Wat bedoelt hij met deze zin?

1.7 Een tekst beoordelen

Op niveau 2F moet je kunnen beoordelen of bepaalde informatie in een tekst belangrijk of waardevol is. Bijvoorbeeld of je vindt dat de schrijver goede argumenten geeft bij zijn mening. Soms krijg je op je examen meer teksten te beoordelen. Je kunt dan bijvoorbeeld worden gevraagd naar de overeenkomst tussen beide teksten. Maar ook of de schrijvers hetzelfde beweren of elkaar juist tegenspreken.

voorbeeld

Wat is de overeenkomst tussen het onderzoek in tekst 1 en het onderzoek in tekst 2?

0 Ze bewijzen beide dat de conclusies van de Franse universiteit niet kloppen.

0 Ze gaan beide in op de gevoelens van mensen die gewelddadige games spelen.

0 Ze tonen beide aan dat spelen van gewelddadige games effecten kan hebben.

Bron: voorbeeldexamen mbo

Nederlands Lezen 13

2 De opbouw van een tekst

2.1 Beeld en opmaak

Beeld en opmaak bepalen het uiterlijk van een tekst. Met beeld wordt een afbeelding of illustratie (foto, tekening, grafiek, logo, plattegrond) bedoeld. Opmaak of lay-out is de manier waarop de tekst en afbeeldingen over de bladzijde zijn verdeeld. Als je let op de opmaak van de tekst, kijk je naar de titel, tussenkopjes, tekstindeling, alinea-indeling en lettertypes. Door de opmaak van een tekst herken je vaak de tekstvorm. Een advertentie bijvoorbeeld herken je aan de afbeelding, weinig tekst en afwisselende lettervormen.

De titel van een tekst is vaak een ingekorte zin zonder punt. De titel kan ook uit één woord bestaan of uit een vraag. De letters zijn vet en meestal wat groter dan de rest van de tekst. Een titel wil de aandacht trekken én duidelijk maken waar de tekst over gaat.

In langere teksten gebruikt een schrijver tussenkopjes. Ze zijn meestal vetgedrukt. Tussenkopjes zeggen iets over de inhoud van de alinea’s die volgen. Ze zijn handig bij het zoekend lezen.

Vaak is een tekst verdeeld in een inleiding, een kern (middenstuk) en een slot. Zo’n tekstindeling geeft je als lezer houvast. Bij verkennend lezen let je op de tekstindeling. Je kunt dan bijvoorbeeld vaststellen waar de kern begint of hoe de tekst aan het slot wordt afgerond.

Bij intensief lezen let je meer op details. Je bekijkt dan precies wat er in een alinea staat. Je kijkt dan ook naar de alinea-indeling en welke zinnen bij elkaar horen.

Een lettertype zegt veel over de tekst. Ze roepen een bepaalde sfeer op. Een zakelijk lettertype als Times New Roman roept een andere sfeer op dan een letter als freestyle script.

2.2 Inleiding, kern, slot

Een schrijver zal niet zomaar wat zinnen achter elkaar zetten. Hij zal letten op een duidelijke tekstindeling. Daarmee maakt hij zijn tekst leesbaarder.

De meeste teksten hebben de indeling: inleiding, kern en slot.

De inleiding bestaat meestal uit één alinea, maar niet altijd.

De kern geeft informatie over het onderwerp, verdeeld in verschillende deelonderwerpen. Ieder deelonderwerp bevat een of meer alinea’s.

14

In het slot rondt de schrijver zijn verhaal af, bijvoorbeeld met een conclusie of samenvatting. Het slot bestaat meestal uit één alinea.

voorbeeld alinea deelonderwerpen

Een studentenbaan heeft voor- en nadelen.

Voordelen: Geld verdienen

Werken geeft afwisseling

Je krijgt mensenkennis

Nadelen: Weinig tijd voor andere activiteiten

Minder aandacht voor studie Voordelen wegen zwaarder dan nadelen.

De inleiding introduceert het onderwerp. De kern bestaat uit vijf deelonderwerpen: drie voordelen van een studentenbaan (alinea 2 t/m 4) en twee nadelen (alinea 5 en 6). In het slot staat een conclusie.

2.3 Functies van een alinea

Iedere alinea in een tekst heeft een functie. Naar die functies wordt geregeld gevraagd in examenteksten. Zo kun je vragen verwachten als

voorbeeld Wat is de functie van alinea 4?

0 Alinea 4 geeft een uitwerking van een behandelmethode.

0 Alinea 4 geeft een vergelijking van behandelmethodes.

0 Alinea 4 geeft een volgorde van een behandelmethode.

Jij moet dan kunnen beoordelen of er een uitwerking, een vergelijking of een volgorde wordt beschreven in alinea 4 . Omdat de inleiding en het slot van een tekst belangrijke onderdelen zijn van een tekst, hebben ze vaak meerdere functies.

Inleiding

De inleiding van een tekst is vaak speciaal opgemaakt, bijvoorbeeld vet of cursief. Je kunt die dus gemakkelijk herkennen. Soms is er een witregel tussen inleiding en kern. In de inleiding lees je wat het onderwerp is van de tekst. Daarnaast kan de schrijver de inleiding nog een andere functie geven. Hij noemt bijvoorbeeld de aanleiding voor het schrijven van de tekst of hij vat de tekst alvast samen.

Nederlands Lezen 15
inleiding kern slot 1 2 3 4 5 6 7

samengevat

- schematisch overzicht van alle examenstof

- beknopte en heldere uitleg

- snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen

- veel voorbeelden en oefenopgaven

- het perfecte naslagwerk

mbo Nederlands 2F

mbo Nederlands 3F

mbo Rekenen niveau 3

mbo Rekenen niveau 4 (per 1 juli 2023)

samengevat Nederlands + samengevat Rekenen = Jouw succesformule 9

789006 372441

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.