Page 1

Laagland, literatuur lezer

Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

Literaire ontwikkeling en begrippen

Laagland, literatuur & lezer is dé methode literatuuronderwijs Nederlands voor de tweede fase van havo en vwo. Met al 20 jaar ervaring groeit Laagland mee; Laagland brengt literatuur tot leven met een rijk aanbod aan fragmenten en aansprekende opdrachten. • De lezer staat centraal • Een breed en gevarieerd aanbod van zorgvuldig geselecteerde literaire teksten • Aandacht voor differentiatie • Een solide basis van literaire theorie en begrippen • Diepgaande en boeiende behandeling van de literatuurgeschiedenis • Praktisch en overzichtelijk

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literaire ontwikkeling en begrippen leerwerkboek A

4/5 havo

leerwerkboek A

Aanbod voor havo:

4/5 havo

9 789006 371352

WT Cover Laagland 4-5 havo Boek A.indd 1

9/04/18 11:27


Laagland Havo A Boek.indb 216

9/04/18 10:39


[Nog op te maken]

Literatuur Nederlands voor de tweede fase Laagland, literatuur & lezer 4e editie

Literatuur Nederlands voor Leerwerkboek A 4/5 havo de tweede fase Literaire ontwikkeling en begrippen

Laagland, literatuur lezer 4e editie

Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

Literaire ontwikkeling en begrippen Leerwerkboek A

Gerrit van der Meulen

Laagland Havo A Boek.indb 1

4/5 havo

Willem van der Pol

9/04/18 10:38


Methodeoverzicht Laagland, literatuur & lezer, 4e editie voor de tweede fase havo/vwo bestaat uit de volgende delen: havo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo in Schooltas

vwo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo in Schooltas

ISBN 9789006371352 Vierde druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Redactie/bureauredactie Atonaal, Rineke Crama, Allingawier Vormgeving Sproud, Sanneke Prins, Haarlem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leer­ ontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Opmaak Crius Group, Hulshout Omslagontwerp Sproud, Sanneke Prins, Haarlem Omslagfoto © Jan Cremer, The Sea, the Sky, the Earth, the Wind (Sea) 2005 c/o Pictoright Amsterdam 2017

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Laagland Havo A Boek.indb 2

9/04/18 10:38


Inhoud Introductie

4

Module 1 Tekst en lezer Opdrachten Theorie 1.1 Fictie en literatuur 1.2 Lezer en tekst 1.3 Jij als lezer

6 7 33 33 35

Module 2 Literair taalgebruik en betekenistoekenning Opdrachten Theorie 2.1 Nadruk op taalgebruik 2.2 Stijlfiguren 2.3 Beeldspraak en symboliek 2.3.1 Metaforen 2.3.2 Metonymia 2.3.3 Personificatie 2.3.4 Symboliek 2.4 Betekenistoekenning

36 37 61 61 62 63 63 64 64 64

Module 3 Het lezen van verhalende teksten Opdrachten Theorie 3.1 Inleiding 3.2 Waarover wordt verteld? De geschiedenis 3.3 Hoe wordt verteld? Het verhaal 3.4 Wie vertelt? De verteller 3.5 Wie neemt waar? Focalisatie 3.6 Auteursaanwijzingen 3.7 Verhaalgenres

66 67 109 109 110 111 112 113 114

Module 4 Het lezen van gedichten Opdrachten Theorie 4.1 Presentatie 4.2 Wie presenteert en wat? 4.3 Bouwstenen: versregels en strofen 4.4 Herhaling: inhoud, klank, metrum en ritme 4.5 Vast of vrij 4.6 Dichtersaanwijzingen 4.7 Genres

116 117 140 141 141 142 143 144 144

Module 5 Toneel Opdrachten Theorie 5.1 Toneel: lezen en zien 5.2 Het toneelstuk als tekst 5.3 Het toneelstuk als voorstelling 5.4 Toneelgenres

146 147 158 158 159 159

Module 6 Literatuur en maatschappij Opdrachten Theorie 6.1 Inleiding 6.2 Literatuur en geld: uitgeverij, auteur en prijzen 6.3 Het publieke domein: oordelen over literatuur 6.4 Schokkende boeken, taboes en ideologie

162 163 192 192 193 194

Werkwijzers bij het lezen voor je lijst 196 Namen- en titelregister 205 Begrippenregister 207 Bronvermelding 210 3

Laagland Havo A Boek.indb 3

9/04/18 10:38


Introductie De omslagfoto van het boek dat je nu in handen hebt, is een gedeelte van een schilderij uit de reeks zeegezichten van de schrijver en schilder Jan Cremer. De Noordzee, de luchten en het laagland van Nederland zijn hier het onderwerp. De golven lijken ontembaar, opgezweept door weer en wind, en weerspiegelen de dynamiek van de lucht. We hebben als schrijvers van Laagland, literatuur & lezer, 4e editie bewust dit schilderij gekozen op de omslagen van de boeken. Het schilderij past goed bij de rijke, veelzijdige en boeiende literatuur van het Nederlandse taalgebied. Wij hopen dat jij dat ook gaat ontdekken en beleven. Laagland, literatuur & lezer, 4e editie is een volledige methode literatuur Nederlands voor de tweede fase havo en vwo. In boek A leer je theorie en maak je opdrachten over literaire ontwikkeling en literaire begrippen, twee subdomeinen van het schoolexamen literatuur. Het boek is ingedeeld in modules waarin je langere tijd aan een bepaald onderdeel werkt, bijvoorbeeld aan het lezen van verhalende teksten (module 3). Als je de modules van boek A helemaal hebt doorgewerkt, kun je literaire teksten en tekstsoorten herkennen en onderscheiden en kun je literaire begrippen hanteren bij de interpretatie van literaire teksten. Ook kun je beargumenteerd verslag uitbrengen over je leesontwikkeling en over je leeservaringen met een aantal door jou geselecteerde literaire werken (de lees- of boekenlijst). Een module begint met een inleiding waarin kort staat waar de module over gaat en hoe deze is opgebouwd. Daarna volgen opdrachten die je moet maken. In elke module wordt de bijbehorende theorie, die als basis voor de opdrachten dient, aangeboden. Je werkt boek A het best door als je begint bij module 1, vervolgens module 2 en zo verder. Verschillende soorten opdrachten Elke module in boek A bestaat uit verschillende soorten opdrachten: • Opdrachten die je alleen, samen met een medeleerling of in een groepje moet maken. • Keuzeopdrachten: opdrachten waarin je een keuze maakt over wat en hoe je die gaat uitvoeren. Ook kun je soms kiezen tussen verschillende opdrachten. • Verdiepingsopdrachten: opdrachten die je kunt maken in plaats van één of meer andere opdrachten. Een verdiepingsopdracht geeft extra verdieping of nodigt je uit anders te denken, iets te onderzoeken of op een creatieve manier uit te voeren. • Slotopdrachten: samenvattende opdrachten waarin diverse theorie die je hebt geleerd, wordt gecombineerd. Slotopdrachten komen aan het eind van een module voor. We maken in dit boek gebruik van enkele iconen:

Bij deze opdracht wordt naar een website verwezen. Bij deze opdracht hoort een videofragment dat op de website is te vinden. Deze tekst kun je beluisteren op de website. Deze opdracht maak je samen met een medeleerling. Deze opdracht maak je in een groepje medeleerlingen.

Bij opdrachten met een video- of luisterfragment of een website staat een QR-code. Je hebt een (gratis) QR-scanner/reader nodig op je mobiele telefoon of tablet.

4

Laagland Havo A Boek.indb 4

9/04/18 10:38


Lezen voor je lijst Voor havo moet je ten minste acht literaire werken lezen. Op de website www.lezenvoordelijst.nl vind je allerlei tips voor boeken die je kunt lezen voor je lijst. De boeken worden ingedeeld naar zes leesniveaus. Je moet op je schoolexamen literatuur kunnen laten zien dat je een bepaald leesniveau hebt bereikt. Voor havo is dat minstens niveau 3. Achter in dit boek vind je een aparte afdeling Werkwijzers bij het lezen voor je lijst. Hierin staan verschillende werkwijzers, zoals de leesautobiografie en het balansverslag, die je kunt gebruiken bij het lezen van boeken voor je lijst. Blader deze werkwijzers door voordat je aan module 1 begint, dan weet je wat je daar kunt verwachten. Vanzelfsprekend is je docent de eerst aangewezen persoon om je te helpen bij het lezen voor je lijst. Literatuurgeschiedenis Bij dit boek hoort ook boek B over literatuurgeschiedenis, het andere subdomein van het schoolexa­men literatuur, dat je doorwerkt als je boek A hebt gedaan. Ook op de website www.literatuurgeschiedenis.nl kun je informatie vinden. Met deze twee boeken, A en B, bereidt Laagland, literatuur & lezer, 4e editie jou volledig op het school­ examen literatuur voor. Wij wensen je veel succes, leeservaringen en leesplezier! Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

5

Laagland Havo A Boek.indb 5

9/04/18 10:38


MODULE  |  1

Tekst en lezer Inleiding In deze module leer je het verschil (her)kennen tussen fictie en non-fictie. Je leert dat literaire teksten in drie groepen worden onderverdeeld: proza, poëzie (gedichten) en toneel. Vervolgens leer je hoe de wisselwerking tussen jou als lezer en de literaire tekst ontstaat. Wat is het effect van open plekken? Wat is spanning? Welke verwachtingen heb jij als lezer? Waarom lees je? Tot slot leer je hoe het komt dat lezers verschillen en welke rol identiteit bij het lezen van literaire teksten speelt. 6

Laagland Havo A Boek.indb 6

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Overzicht opdrachten en theorie Pagina Module 1 Tekst en lezer bestaat uit 20 opdrachten.

• Opdracht 1 laat je kennismaken met de stof en is een voorbereiding op 1.1 Fictie en literatuur. 7-12 • De opdrachten 2 , 3 , 4 en 5 horen bij de theorie van 1.1 Fictie en literatuur. 13-14 • De opdrachten 6 en 7 laten je kennismaken met nieuwe stof en zijn een voorbereiding op 1.2 Lezer en tekst. 14-17 • De opdrachten 8 , 9 , 10 , 11 , 12 en 13 horen bij de theorie van 1.2 Lezer en tekst. 18-24 • Opdracht 11 en 12 zijn keuzeopdrachten: maak opdracht 11 óf opdracht 12 . 21, 22 • De opdrachten 14 en 15 laten je kennismaken met nieuwe stof en zijn een voorbereiding op 1.3 Jij als lezer. 24-29 • De opdrachten 16 , 17 , 18 , en 19 horen bij de theorie van 1.3 Jij als lezer. 29-32 • Opdracht 20 is de slotopdracht. 32

Opdracht 1

theorie 1.1

Lees de zeven teksten A tot en met G en beantwoord met twee medeleerlingen de vragen op pagina 12.

Tekst A

Nepbrieven tarten Duitse post

5

10

15

De Duitsers verrijkten de wereld de afgelopen jaren al met sjoemeldiesel, komt daar nu ook sjoemelpost bij? Het heeft er alle schijn van na de onthullingen over een fraudezaak bij Deutsche Post afgelopen weekeinde in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung. Het verschil tussen Deutsche Post en de Duitse autofabrikanten is dat de laatsten hun afnemers een loer draaiden door te knoeien met software, terwijl ’s werelds grootste postbedrijf juist het slachtoffer is van een bende gewiekste onderaannemers. Deutsche Post, de tegenhanger van PostNL, geeft een premie aan bedrijven die grote partijen brieven en drukwerk ophalen en die voor verwerking aanbieden. Die premie kan oplopen tot 44 procent van de portokosten. Het lijkt een systeem dat uitnodigt tot fraude en precies dat is ook gebeurd. De onderaannemers boden partijen nepbrieven aan bij

20

25

30

35

Deutsche Post en lieten zich daarvoor vorstelijk belonen. Volgens eerste schattingen is Deutsche Post op deze manier voor 50 tot 100 miljoen euro opgelicht, zo bericht de zondagskrant. Het blad laat een van de onderaannemers aan het woord, die uitlegt hoe het bedrog in zijn werk ging. Deutsche Post voerde slechts steekproeven uit om na te gaan of de leveranciers werkelijk brieven en drukwerk aanleverden. Het vermoeden is dat de fraudeurs hulp van binnenuit hebben gehad. Deutsche Post bevestigt tegenover de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung de ‘manipulatie met schijnzendingen’. Verder commentaar wil het bedrijf, met een jaaromzet van ruim 56 miljard euro en ruim 420 duizend werknemers, voorlopig niet kwijt. De zaak ‘is in onderzoek’. Uit: de Volkskrant.

7

Laagland Havo A Boek.indb 7

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Tekst B 1854-1929 Aletta Jacobs Vrouwenemancipatie

5

10

15

20

25

30

Aletta Jacobs was de eerste vrouw in de geschiedenis van Nederland die officieel werd toegelaten tot de universiteit. Dat was in 1871. Als scholiere had zij een brief geschreven aan Thorbecke, de eerste minister, met het verzoek om te worden toegelaten tot ‘de academische lessen’. Zij wilde namelijk niets liever dan arts worden. Thorbecke antwoordde binnen een week, maar niet aan Aletta zelf. Hij schreef haar vader dat het goed was. Het is dus te danken aan een meisje van zeventien dat in 1871 de universiteiten in Nederland voor meisjes werden opengesteld. Vóór die tijd waren universiteiten en ook de meeste scholen alleen voor jongens toegankelijk. Alleen Anna Maria van Schurman, een geleerde vrouw die leefde in de zeventiende eeuw (ze beheerste meer dan tien talen) had ooit wat colleges mogen volgen in Utrecht. Maar dat wel van achter een gordijntje, om de jonge studenten niet af te leiden. Haar hele leven is Aletta Jacobs voor de rechten van vrouwen opgekomen. Als arts opende zij bijvoorbeeld een praktijk die vrouwen hielp aan voorbehoedsmiddelen, zodat zij niet ieder jaar zwanger werden. Ook trok zij ten strijde tegen misstanden in het winkelbedrijf. In haar Amsterdamse artsenpraktijk had zij gemerkt dat winkelmeisje veel lichamelijke klachten hadden omdat zij de hele werkdag (wel elf uur lang) moesten blijven staan. Dankzij Aletta Jacobs kwam er een wet tot stand die winkels verplichtte

35

40

45

50

55

60

‘zitgelegenheid’ voor hun personeel in te richten. Vijftig jaar lang heeft zij ook gestreden voor het algemeen vrouwenkiesrecht, samen met andere vrouwen en mannen die opkwamen voor de rechten van de vrouw. Die vrouwen noemden zich ‘feministen’ en lieten zich veelvuldig horen: ze organiseerden tentoonstellingen, gaven kranten en pamfletten uit, richtten verenigingen op, demonstreerden en boden petities aan. Het duurde tot 1919 voor het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd. In 1922 gingen de Nederlandse vrouwen voor het eerst naar de stembus. Aletta Jacobs was toen 68 jaar oud. Politiek is eeuwenlang een mannenwereld geweest en gebleven, net zoals de universiteit, de kerk en het leger. Men vond dat vrouwen ondergeschikt waren aan de man: zij hoorden te zorgen voor het huishouden en de kinderen, en konden daarom niet meedoen aan het publieke leven. Kritiek op dit ‘patriarchale’ denken is er altijd wel geweest, maar echte veranderingen kwamen pas in de twintigste eeuw. Daar was nog wel een ‘tweede feministische golf’ voor nodig. In de jaren zestig voerden ‘dolle mina’s’ acties voor bevrijding van de vrouw. Zij wilden niet als hun moeders veroordeeld worden tot een huisvrouwenbestaan. In 1980 werd de ‘wet op gelijke behandeling’ aangenomen. Uit: entoen.nu De canon van Nederland. De vijftig vensters.

8

Laagland Havo A Boek.indb 8

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Tekst C

Overgewicht Was ik maar dik. Wat houdt je tegen? Het overwegen. Uit: Tim Hofman, Gedichten van de broer van Roos.

Tekst D

Tomaten-courgettegratin vegetarisch groente- of bijgerecht

5

10

15

3 vleestomaten 1 courgette ⅛ l slagroom 2 eetlepels melk 2 eieren zout versgemalen zwarte peper ½ teentje knoflook ½ theelepel gedroogde tijm 50 g geraspte oude Goudse kaas 2 eetlepels paneermeel 20 g boter Snijd de kroontjes uit de tomaten en snijd de velletjes kruiselings in. Leg ze enkele seconden in kokend water en trek de velletjes

20

25

eraf. Snijd ze in plakken. Was de courgette en snijd hem in plakken, die net zo dik zijn als de tomaat. Zet de plakken tomaat en courgette om en om rechtop in een lage ovenschotel. Klop de slagroom los met de melk, eieren, zout en peper. Knijp de knoflook erboven uit en roer de tijm erdoor. Verwarm de oven voor op 200° C. Schenk het eimengsel over de groenten. Meng de geraspte kaas en het paneermeel door elkaar en strooi dit over de schotel. Leg hier en daar een klontje boter. Bak de gratin in ca. 30 minuten goudbruin.

Uit: Het Nederlands zuivelbureau, Room de grote versierder.

9

Laagland Havo A Boek.indb 9

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Tekst E

Uit: de Volkskrant.

Tekst F VROLIJKMAKEND VEGANISTISCH Recensent Mac van Dinther eet in Utrecht bij Oproer, een prijswinnend veganistisch restaurant.

5

10

15

20

25

What’s up in Utrecht? Diep in ons hart willen we allemaal veganist worden, zei Tobias Leenaert, schrijver van How te create a vegan world, onlangs in deze krant. Want wie wil er nou medeverantwoordelijk zijn voor het massaal afslachten van dieren, toch onze medeschepselen op deze aarde? Je kunt zeggen wat je wilt: er zit wat in. We zijn op zoek naar de veganist in onszelf. En dat doen we in Oproer, winnaar van de Vegan Award 2016. Het klinkt zo ongezellig, dat veganisme. Het veganisme maakt op buitenstaanders een nogal vreugdeloze indruk. Er mag veel niet in deze beweging die het dierenleed van de wereld op de schouders torst. Daar kan geen lachje bij af. Die indruk wordt versterkt als we de fabriek betreden waarin restaurant Oproer is opgeschoten. Een troosteloze hal van beton en kale muren waaraan slechts minimale verfraaiing is aangebracht. Ergens glimt een spiegelbal, aan een traliewerk hangen wat gekleurde lampjes, in de hoek verpietert een yucca. Daar moeten we het qua sfeer mee doen. We melden ons bij een bar van planken waar we door een ober met groen haar en een

30

35

40

45

50

gele jurk vaagjes worden gewezen naar een tafeltje voor de keuken: een kioskje van glas en hout. In de hoek staan de stalen ketels waar Oproer speciale bieren brouwt; het is ook een brouwerij. Dat wordt afzien. Je vreest het ergste. Oproer heeft een menukaart met twee voor‑, twee hoofdgerechten en een dessert. We bestellen het allemaal, inclusief het bierarrangement. Smaakt het een beetje? Geloof het of niet: de sfeer slaat om zodra het eten op tafel komt. Dat is heel behoorlijk, om niet te zeggen vrolijkmakend. De tempura van broccoli is wat vet, maar bros en pittig, wat mooi samengaat met de zure dip van kappertjes en wasabi. Op het andere bord ligt een donkergroen rondje zachte polenta met de bittere smaak van cavolo nero (een soort boerenkool) in een fijne pure paprikasaus. Sloppy Joe, bruine brij op een broodje, smaakt beter dan hij oogt: vastkokende kleine belugalinzen zijn doorspekt (excusez le mot) met pittig gekruide stukjes sponzige seitan (vleesvervanger van tarwegluten). Remoulade van selderij dient als frisse tegenhanger. Het andere bord heeft zoete aardappel als

10

Laagland Havo A Boek.indb 10

9/04/18 10:38


60

65

70

75

80

85

90

95

1 | OPDRACHTEN

55

centraal thema. In zijn geheel geroosterd in de oven, ietwat overgaar, maar verrassend begeleid door piepkleine blokjes zuurzoete kaki en een pittige oranje pindasaus waarin friszoete sinaasappel is verwerkt. ‘Ik vind het alwéér lekker’, zegt onze tafelgenoot. ‘Sorry.’ Verrassend! Dat geldt ook voor het toetje. Een met amaretto (iets te zwart) geflambeerde rauwe peer (die zachter had gekund) met een knapperig amandelkoekje en veganistische zure room. Die is van sojayoghurt, zegt onze serveerster. Nu we het er toch over hebben: hoe is de bediening? Een tikje eigenaardig, maar vriendelijk. Zelfs de aanvankelijk nukkig overkomende ober ontpopt zich als een enthousiast verteller over bier. Zijn oog­ schaduw heeft dezelfde kleur als zijn haren, hij zou een neefje van Boy George kunnen zijn. Dat bier is voor gevorderden trouwens; daar moet je van houden. En: hebben we de veganist in onszelf ontdekt? Oproer laat zien dat veganisme niet louter treurigheid hoeft te zijn. De vleeseter in ons is er even stil van.

DE CIJFERS: Kosten: drie gangen € 28 (met bier € 38) Eten 7 Bediening 7 Entourage 6 Prijs-kwaliteit 7 HET MENU: Gepeperde broccolitempura met wasabikappertjesmayonaise / cavolo nero polenta met bospaddenstoelen • Sloppy Joe met belugalinzen, met chorizokruiden gekruide seitan en remoulade • geroosterde zoete aardappel met pinda-sinaasappelsaus • in Amaretto geflambeerde peer met amandeltuille. OPROER BROUWERIJ EN RESTAURANT CAB-Rondom 90a 3534BE Utrecht 06-83033194 oproerbrouwerij.nl Uit: de Volkskrant Magazine.

Tekst G

5

10

15

Er was eigenlijk maar één ding veranderd. De rest was hetzelfde gebleven: een tv-gids kwam op haar naam, boeken die ik nooit zou lezen stonden op regenboogkleur in de hoge kast in de kamer en een grootverpakking scheermesjes zat achter de douchekraan geklemd. Het waren dezelfde stille dagen waar ik in de loop der tijd aan gewend was geraakt. Er was maar één ding echt veranderd: zij was er niet meer bij. Ik zat op mijn kruk in de keuken, droeg haar ijsbeervoetensloffen en telde de dagen dat ze weg was. Het regende op het zolderdak waaronder ik alleen had geslapen, maar daarna was de lucht opengebroken en dreven de laatste wattenwolken vanaf de Noordzee, uit Schotland misschien, richting de stad, over

20

25

30

de buitenwijken naar de straat vlak bij het centrum en de keuken waar ik zat. Een maand was er voorbijgegaan. Op een van de eerste dagen van de lente had ze een rode reistas gepakt en was ze vertrokken. Ik had me ingesteld op alles; dat ze een minuut later weer terug zou komen, dat ze een dag later zou bellen om te zeggen dat ze nog meer spullen zou komen halen, dat ze een uur later weer terug zou komen, dat haar moeder met een gehuurde aanhangwagen voor de deur zou staan om alle boeken, meubels en scheermesjes in te laden, dat ze een week later terug zou komen en me in mijn nek zou kussen en zou zeggen dat het allemaal een grote vergissing was — dat het zweverig gelul was geweest wat ze had gezegd over hoe we beter 11

Laagland Havo A Boek.indb 11

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

35

40

45

50

55

60

functioneren zonder de helft van onze energie aan de ander te geven — dat het een vergissing was en vooral dat ze nu weer terug was om voor altijd te blijven. Er gebeurde helemaal niets. De lente was begonnen en ik zat op een kruk in de keuken omringd door alles wat we samen hadden verzameld. Ik las de krant, zette koffie in haar Bodum-koffieduwer, luisterde naar stemmen op 747 am, omdat de fm in de keuken kapot was gegaan en alles bleef hetzelfde. In de krant stond een artikel over een Chinese buschauffeur. De chauffeur had een boete gekregen omdat hij zijn bus had achtergelaten in een drukke straat in de stad Wuhan. Volgens het artikel had hij tijdens zijn werk heimwee gekregen, zijn bus stilgezet, een taxi aangehouden en was hij naar huis gegaan. De stilstaande bus veroorzaakte een file in de straten van de stad en de chauffeur kreeg een boete van vijfhonderd yuan. Ik zat in de keuken en dacht aan de buschauffeur, probeerde langs een wereld aan steden, velden, bergen en zeeën in het hoofd te kijken van de man die heimwee kreeg tijdens een gewone werkdag. Tot dat moment was ik in de veronderstelling dat heimwee ontstond op verre reizen op onoverkomelijke afstanden in tijd en plaats, maar deze chauffeur was gewoon

65

70

75

80

85

aan het werk in de stad waar hij woonde, miste zijn familie en nam een taxi naar huis. Ik probeerde onze laatste dagen te reconstrueren, om te ontdekken waarom ze was vertrokken, maar ik herinnerde me eigenlijk vooral één ding. De laatste dag dat ze er nog was had ze een cd gedraaid van een net doorgebroken Amsterdamse singer-songwriter: Ted Robin. Hij was een liedje komen spelen in het televisieprogramma waar zij op de redactie werkte en daarna had ze zijn cd gekregen. De liedjes waren een soundtrack bij mijn dagen geworden en ik kreeg ze niet uit mijn hoofd, zelfs niet nadat ze vertrokken was. Would it be different if I were a dog, zong Ted als ik opstond. En ‘Sunday Morning Drugs’. The story of my life — Sunday morning church — the only way to survive — with my Sunday morning drugs. In het begin deed ik alsof er een last van mijn schouders was gevallen nadat ze was vertrokken en het was mijn overtuiging dat ik haar langzaam zou vergeten, dat de herinneringen aan haar plaats zouden maken voor herinneringen aan nieuwe vrouwen, nieuwe huizen, andere ijsbeervoetensloffen en betere gesprekken. Het zou een kwestie van tijd zijn voor dat gebeurde.

90 Uit: Arjen Lubach, Magnus.

1 Verdeel deze zeven teksten in twee groepen van bij elkaar horende teksten. De teksten die tot dezelfde groep worden gerekend, moeten een gezamenlijke teksteigenschap hebben. Groepeer de teksten dus op teksteigenschap en niet op onderwerp! 2 Leg in minimaal 20 woorden beargumenteerd uit waarom de teksten op deze wijze in twee groepen zijn verdeeld. 3 Leg beargumenteerd uit of Aletta Jacobs (tekst B) een heldin is of niet. 4 Lees tekst C “Overgewicht” van Tim Hofman (1988) aandachtig. Hofman maakt in deze tekst gebruik van woordspel. Leg het woordspel uit. 5 Lees tekst E aandachtig. a Wat is schokkend of verrassend aan het tweede plaatje? b Leg beargumenteerd uit of het derde plaatje weggelaten had kunnen worden. 6 Lees tekst F aandachtig en bepaal welke concrete tekstsoort dit is. 7 Leg in eigen woorden uit wat het verschil is tussen een veganist en een vegetariër. 8 Waarom maakt de schrijver van tekst F excuses voor zijn woordkeus in r. 48?

12

Laagland Havo A Boek.indb 12

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Opdracht 2

theorie 1.1

Bestudeer de theorie van 1.1 Fictie en literatuur en maak een waaierschema van de stof. Zorg ervoor dat in je schema de belangrijkste begrippen en omschrijvingen duidelijk zijn.

Opdracht 3

theorie 1.1

Beantwoord met twee medeleerlingen de vragen over de zeven teksten A tot en met G en 1.1 Fictie en literatuur. 1 Welke drie teksten zijn fictie en welke vier teksten non-fictie? 2 Vergelijk het antwoord op vraag 1 met de antwoorden op vraag 1 en 2 van opdracht 1. Is de indeling in twee groepen bij opdracht 1 gebaseerd op het onderscheid fictie of non-fictie of niet? 3 In welke tekst(en) ligt de nadruk op het taalgebruik? 4 Waaraan herken je “Overgewicht” van Tim Hofman direct als gedicht? 5 Leg beargumenteerd uit waarom tekst G, een fragment uit Magnus van Arjen Lubach (1979), proza is. 6 Tekst G, het fragment uit Magnus van Arjen Lubach begint met de mededeling: “Er was eigenlijk maar één ding veranderd” (r. 1). Wat is er veranderd? 7 Leg beargumenteerd uit of tekst E een ‘getekend toneelstukje’ is of niet.

Opdracht 4

theorie 1.1

Bekijk het filmpje van Arjen Lubach over zijn boek Magnus op YouTube en beantwoord met een medeleerling de vragen. Je kunt de QR-code hieronder scannen.

 1 Hoe heet de ik-figuur van de roman Magnus? 2 Waar gaat de hoofdpersoon (de ik-figuur) naartoe en waarom? 3 Arjen Lubach voorspelt de mogelijke uitwerking(en) van zijn boek op jou als je Magnus zou gaan lezen. Wat voorspelt Lubach? 4 Leg beargumenteerd uit of je nieuwsgierig bent geworden naar Magnus of niet.

Opdracht 5

theorie 1.1

Voer deze opdracht uit met drie medeleerlingen. Bekijk de video: Opgezwolle “Hoedenplank” op YouTube en lees de tekst van deze rap op een van de volgende sites: • Opgezwolle, Hoedenplank songtekst / Songteksten.nl Your Lyrics. • Opgezwolle, Hoedenplank Lyrics / Genius Lyrics. • Opgezwolle, Hoedenplank Songtekst – Muzikum.eu.

13

Laagland Havo A Boek.indb 13

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Je kunt voor de video de QR-code hieronder scannen.

 1 Leg beargumenteerd uit wat je opvalt aan het taalgebruik van de tekst van “Hoedenplank”. Bespreek minimaal drie opvallende taalverschijnselen. 2 Bij welke vorm van fictie/literatuur moet je “Hoedenplank” onderbrengen: proza, poëzie of toneel? Leg dit uit. 3 Leg beargumenteerd uit of de videoclip goed past bij de tekst van “Hoedenplank”. 4 Schrijf zelf een raptekst over of naar aanleiding van een van de volgende onderwerpen: gaspedaal, achteruitkijkspiegel, jerrycan, reservewiel of kofferbak. Je tekst mag de melodie van “Hoedenplank” als basis of uitgangspunt nemen, maar dat hoeft niet.

Opdracht 6

theorie 1.1

Lees tekst 1 en beantwoord met een medeleerling de vragen op pagina 16. Tekst 1 is een fragment uit het begin van Het Gouden Ei (1984) van Tim Krabbé (1943).

Rex en Saskia zijn op weg naar hun vakantiebestemming in Zuid-Europa. Onderweg in Frankrijk zijn ze bij een groot benzinestation gestopt om te rusten en van chauffeur te wisselen.

Tekst 1

5

10

15

20

‘Maar eerst heb ik nog wel trek in een koud drankje. Jij niet? Ik ga even halen, zal ik voor jou ook iets meenemen?’ ‘Laat mij dan even gaan.’ ‘Nee, dat vind ik leuk. Ik trakteer. Zal ik voor jou een pilsje nemen? Je hoeft nu toch niet meer te rijden.’ ‘Ja, lekker.’ ‘En geef de sleuteltjes maar vast. Dat went vast een beetje.’ Rex gaf zijn bosje met het gerafelde leertje waar ooit een hanger aan had gezeten, en Saskia begon terug te lopen over de melkweg naar het benzinestation. Hij keek haar na, in haar witte spijkerbroek en haar met gouddraad bestikte gele truitje. Ze droeg vaak truitjes met laag uitgesneden ruggen, misschien omdat hij eens had gezegd dat hij haar rug het mooiste vond van haar lichaam: weerbarstig, kwetsbaar,

25

30

35

40

en vol met sproeten. ‘Heb je wel geld?’ riep hij. Ze draaide zich naar hem toe en hield haar kleine tasje omhoog. ‘O ja.’ Hij hief zijn hand even en Saskia liep door. Toen hij de volgende keer keek was ze verdwenen. Hij maakte een paar sprongetjes, huppelde wat rondjes over het veld en ging weer zitten. ‘Peace-piesen’, ‘vast aan de sleuteltjes wennen’ – ‘aanstelster’ dacht hij dan. Het was nu de vierde of vijfde keer dat ze samen muntjes begroeven en minstens drie keer had hij midden in haar gezicht gedacht: ‘overdrijfster’. Maar het was niet zo dat hij die dingen van haar verdroeg, het waren tegelijk de dingen die maakten dat hij van haar hield. Hoe kon dat? Op een ochtend toen ze nog sliep had hij haar tasje opengemaakt en een rijksdaalder

14

Laagland Havo A Boek.indb 14

9/04/18 10:38


50

55

60

65

70

75

80

85

90

95

100

105

110

115

120

125

130

135

140

1 | OPDRACHTEN

45

uit haar portemonnee genomen. Trillend en op hetzelfde moment gefascineerd door zijn slechtheid had hij met die rijksdaalder in zijn hand gestaan – en hem niet teruggedaan. Een andere keer had hij een citaat nodig gehad uit een boek dat hij niet zo gauw kon vinden en waarvan hij wist dat zij het ook had. Terwijl hij haar nummer draaide schoot hem alsnog te binnen waar zijn exemplaar lag – maar later had hij haar toch opgebeld. En terwijl zij de passage op dicteersnelheid voorlas en hij in zijn opengeslagen boek meelas had hij een griezelige wellust gevoeld. Hij had het haar nooit verteld, het was het grootste geheim dat hij voor haar had. Het waren martelingen – waarom? Bij geen enkele andere vriendin had hij ooit iets dergelijks gedaan. Saskia was de enige met wie hij er werkelijk naar had verlangd één te zijn – uitte hij met die martelingen zijn machteloosheid dat dat zelfs met haar niet kon? Een prachtige theorie, maar ondertussen kon hij maar beter oppassen dat hij haar niet kwijtraakte met al dat geplaag. Rex stond weer op en liep naar de auto. Hij pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: total-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chaufferen. De foto aan een punt houdend keek hij hoe het total-station en de geparkeerde auto’s, haast of ze even leefden, uit de chemicaliën opdoemden. Hij legde het toestel terug en met de foto in zijn hand slenterde hij weer naar de verhoging waar geen ruisend bergbeekje was. Hij ging zitten en achterovergeleund op zijn ellebogen keek hij naar het benzinestation. Maar haar plagen met de benzine, misschien ging dat te ver. Er was toen op die landweg in Italië meer aan de hand geweest. Toen hij met zijn jerrycan terugkwam had hij Saskia volkomen overstuur aangetroffen. Als een vechtend dier had ze zich aan hem vastgeklampt, snikkend dat hij haar nooit meer zo alleen mocht laten. De beklemming

in het kleine zwarte hok van de auto had haar bijna gek van angst gemaakt; het was even eenzaam geweest als in haar nachtmerrie van het Gouden Ei. Toen ze klein was had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar één hoop. Er vloog nog zo’n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot! Dat een dergelijk beeld van verschrikking bij zo’n jong kind op kon komen had Rex geschokt. En daar plaagde hij haar mee! Hij keek op zijn horloge: even over half acht. Boven de boomtoppen aan de andere kant van de Autoroute hingen de zacht violette nevelstrepen waarvan Saskia altijd zei: kijk, het wordt morgen mooi weer. Nooit geijkte voorspellingen natuurlijk, en het huisje lag een dag rijden verder, maar Rex begroette de strepen in haar geest: het zou een zonovergoten, onvergetelijke vakantie worden. ‘Ze voorspellen ook,’ dacht hij, ‘dat ik de rest van de vakantie iedere gelegenheid tot plagen ongebruikt laat.’ Wat een schat was ze toch: ze had bedacht dat ze zou rijden maar met haar onzichtbare schoorvoeten bewees ze hoe ze er tegenop zag. Rex stond weer op, maakte wat lostrappende bewegingen, en huppelde naar de auto. Haar gebloemde jasje hing over de leuning van haar stoel, de zonneklep aan haar kant stond omlaag. Dat stond hij bijna altijd – een standaard-knipoog tussen ze, er zat een spiegeltje op. ‘Wie wil chaufferen moet mooi zijn’, hij hoorde het haar al zeggen. Waarschijnlijk stond ze zich uitgebreid op te tutten in het toilet. Ze was ongegeneerd ijdel, Rex had zelfs een foto van haar weten te maken op een besneeuwd strand waar, getuige haar broekspijpen en striemen van vlokken, een harde wind stond – maar waarop ze een spiegeltje naar de donkere wolken hief en met haar andere hand haar lippen stiftte. Maar hoe ijdel ze ook was, dat bedierf niets aan de baldadige, tragische schoonheid van haar gezicht. Had ze wel geld meegenomen? Ja, anders 15

Laagland Havo A Boek.indb 15

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

145

150

155

160

165

170

175

was ze juist eerder teruggekomen. Ze had trouwens haar tasje nog laten zien. Hij huppelde nog een paar rondjes over het gras, draaibewegingen makend met de armen, zijn longen plooiden open. Hij keek op zijn horloge. Haar nevelstrepen waren het violet gepasseerd, onderweg naar paars en verder. ‘Ik krijg wel de kans mijn goede voornemens meteen uit te voeren,’ dacht Rex, ‘en dus ga ik niet alvast met een nors gezicht achter het stuur zitten: het hoeft voor mij niet meer, geef de sleuteltjes maar. Ik laat niet na een paar slokken haar lieve pilsje staan. Ik rijd niet terug naar de pompen om haar daar vast op te wachten.’ Bovendien, zij had de sleuteltjes. Hij keek op zijn horloge: elf over half acht. Hij leunde een tijdje tegen de auto, turend naar het total-gebouwtje, en haalde de polaroid uit zijn borstzak. Die was al een beetje veranderd. Een of twee auto’s stonden er niet meer, er was een nieuwe gekomen, alle mensen stonden op andere plaatsen. Maakte ze het nu echt niet te bont? Zou hij haar gaan wakker schudden uit de Marie Claire waar ze bij de tijdschriftenrekken in stond te dromen? Nee – ze was in staat bloemen te plukken achter het benzinestation als ze die daar had zien groeien of een cadeautje voor hem uit te zoeken. En dan zou het wel weer iets zijn als een fopspeentje of een fluitje aan een touwtje dat vogelgeluiden maakte als je het rondzwaaide of het kleinst vindbare opschrijfboekje met een onbruikbaar potloodje, en hij zou denken: ‘Hoepel toch op met die dingen’, maar tegelijk zou hij zijn cadeau lief en oprecht mooi vinden, en

180

185

190

195

200

205

210

gelukkig zijn dat hij haar mocht hebben. Hoe lang was ze eigenlijk al weg? Dertien over half acht. Rex kon een gealarmeerd gevoel niet onderdrukken. Vervelend dat hij de auto niet kon afsluiten, anders zou hij nu echt even gaan kijken. Hij zou nog één volle rondgang van de secondewijzer afwachten. Maar zonder er verder bij na te denken gooide hij zijn tasje met papieren in haar mand, en met de mand onder zijn arm holde hij naar de pompen. ‘De auto popelt om door jou gereden te worden’, dàt zou hij zeggen, niet iets korzeligs dat hij nu onbeheerd stond. De glazen deuren sprongen voor hem open, hij ging de servicewinkel binnen. Meteen tegenover de ingang was de kassa met rechts daarvan een afdeling met levensmiddelen. Daar was ze niet. Het naar links kijken had hij opgespaard: nu moest hij wel. Door een schap in het midden met Eiffeltorens en puzzels werden twee paden gevormd met aan het eind daarvan de drankenautomaten en een flipperkast. Ze was er niet. Rechts van de automaten was een gang naar de toiletten. Daar was ze ook niet. Hij deed de deur van de damestoiletten open: daar stond ze niet voor de spiegel. Rex ging vlug weer naar buiten. Hij liep achter de servicewinkel langs. Ook daar was een kleine parkeerplaats, en een smallere voortzetting van het grasveld met twee houten picknicktafels en banken. In het gras groeiden geen bloemen en zij was er niet. Hij holde terug naar de auto en bleef daar even uithijgen. Hij snapte er nu niets meer van. Uit: Tim Krabbé, Het Gouden Ei.

1 2 3 4

Wat is de relatie tussen Rex en Saskia? Waar verwijst de titel van de roman naar? In r. 119-120 denkt Rex aan “haar onzichtbare schoorvoeten”? Wat bedoelt Rex met deze formulering? Leg uit waarom de formulering “haar onzichtbare schoorvoeten” typerend is voor het taalgebruik van literaire teksten. 5 Schrijf een vervolg van minimaal vier alinea’s waaruit blijkt waarom Rex Saskia niet kan vinden. De alinea’s moeten inhoudelijk logisch bij het fragment aansluiten. Voor het vervolg kun je kiezen uit twee mogelijkheden: a er overkomt Saskia iets waardoor Rex haar niet kan vinden; b Saskia doet iets waardoor Rex haar niet kan vinden. 16

Laagland Havo A Boek.indb 16

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Opdracht 7

theorie 1.1

Lees tekst 2 en beantwoord met een medeleerling de vragen op pagina 18. Tekst 2 is een fragment uit De liefde niet (2015) van Margriet van der Linden (1970).

De liefde niet gaat over M die opgroeit in een strenggelovig gezin in een dorp in de buurt van Rotterdam. M is al heel lang gefascineerd door een beroemde tennisster. In het fragment zit M in 5 havo.

Tekst 2

5

10

15

20

25

30

35

Het eindexamen zat er bijna op. Anders dan hoe ze het de laatste jaren had aangepakt, was M geconcentreerd gaan werken en deed ze haar best de stof in zich op te nemen. Veel te laat, dat wel, maar in het voorjaar, toen ze voor de zoveelste keer over de paden, wegen, het viaduct en de rotondes naar school fietste, zei ze hardop, de armen over het stuur: ‘Maak het af.’ Het jaar dat ze over had moeten doen en de terugplaatsing naar de havo hadden haar goedgedaan: fluitend ging ze over naar de vierde, waar al snel werd begonnen aan de voorbereidingen voor het landelijk eindexamen. In de praktijk deed ze nog vrij weinig, ze was in een klas beland waar, zo leek het, alle recalcitranten uit de gereformeerde gezindte waren samengebracht; de meeste energie zat in lol trappen, M werd er nog steeds vaak uit gestuurd, maar ze was niet meer de enige. Tot drie keer toe moest ze op zaterdag voor straf proefwerken komen maken, die niet eens meetelden. Tot haar stomme verbazing waren het ook nog meerkeuzetoetsen geweest, waar ze in vijf minuten mee klaar was. De straffen hadden haar nooit iets gedaan, ook niet toen ze na het schrijven van een toneelstuk een week van school werd gestuurd. Een toneelstuk dat de suggestie bevatte van een affaire tussen de nieuwe gymlerares en Bout van biologie. Het stuk zou worden opgevoerd tijdens een schoolavond, maar zover kwam het niet, een conrector had ingegrepen en haar in zijn kamer ‘verhoord’: of het exemplaar dat hij in bezit had het enige

40

45

50

55

60

65

70

was, of waren er nog meer in omloop? ‘Het is maar een toneelstuk,’ had ze geprobeerd te sussen, de stemming te verbeteren. ‘Het is je reinste bederf.’ Hij was woedend geweest en had M naar huis gestuurd. Haar moeder was in het uur dat ze onderweg was gebeld. ’s Avonds aan tafel smeet de vader zijn mes en vork naast zijn bord en vroeg zich af waarom in zijn gezin nooit eens iets normaal kon gaan, haar moeder was, voor zover M zich kon herinneren, voor het eerst boos geworden om een schoolsituatie en verweet de school kinderachtig gedrag, bovendien was het volgens haar wel weer typisch dat M degene was die hiervoor opdraaide, anderen waren er net zo goed bij betrokken geweest, of niet? Ze was achttien geworden, de oudere broer was tot twee keer toe een halfjaar intern geweest op boerderijen waar hij stage liep. Er was meer ruimte in huis, ze kon meer haar eigen gang gaan, ze tenniste tegen de muur, bracht avonden op haar kamer door, ze keek televisie bij de familie Den Oudsten, met de dochter ging ze vaak om, middagenlang keken ze naar tennis, waardoor M veel van de vrouw had gezien. De stapel tennisbladen, boeken, krantenknipsels, hoe minuscuul het berichtje ook was geweest, was enorm geworden. M had zelfs even gedacht, en ze dacht het nog weleens, dat ze gek aan het worden was: de vrouw had haar nooit meer losgelaten. Ze had de gedachten nodig, vooral nadat ze achter in de bibliotheek de boeken was gaan lezen van de schrijfster die echt een relatie met de 17

Laagland Havo A Boek.indb 17

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

vrouw had gehad. De boeken gingen ook over vrouwen die een relatie met een vrouw hadden, er was één boek dat zelfs helemaal over M leek te gaan en dat ze met een bonzend

75

hart achter de Grote Bosatlas had gelezen. Dat meisje, dat was zijzelf. Uit: Margriet van der Linden, De liefde niet.

1 Leg beargumenteerd uit wat voor soort leerling M op school is. 2 Leg uit wat – in dit fragment – de belangrijkste reden is dat M boeken leest.

Opdracht 8

theorie 1.2

Bestudeer de theorie van 1.2 Lezer en tekst en maak een samenvatting van de stof. Zorg ervoor dat de belangrijke begrippen en hun omschrijving duidelijk omschreven in je samenvatting staan.

Opdracht 9

theorie 1.2

Beantwoord met een medeleerling de volgende vragen. 1 Leg beargumenteerd uit welk verband je kunt leggen tussen het begrip ‘leesmotivatie’ en het fragment uit De liefde niet. 2 De verdwijning van Saskia is een open plek (tekst 1). Ben je in staat op basis van gegevens in het tekstfragment deze open plek in te vullen? 3 Is het antwoord op vraag 5a van opdracht 6 (de vier alinea’s) een invulling van de open plek? 4 Leg uit of er bij de verdwijning van Saskia sprake is van een raadsel, een geheim of dreiging.

Opdracht 10

theorie 1.2

Lees tekst 3 en beantwoord met een medeleerling de vragen op pagina 20-21. Tekst 3 is een fragment uit het begin van De aanslag (1982) van Harry Mulisch (1927-2010).

De roman gaat over Anton Steenwijk. Als het boek begint is het de hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog. Anton woont met zijn ouders en zijn oudere broer Peter in Haarlem. Naast hen woont in villa ‘Nooitgedacht’ meneer Korteweg met zijn dochter Karin. De andere buren van de Steenwijks zijn meneer en mevrouw Beumer. Als het fragment begint, speelt de familie Steenwijk een bordspel.

Tekst 3 In die stilte, die de oorlog ten slotte was in Holland, weerklinken op straat plotseling zes scherpe knallen: eerst één, dan twee snel achter elkaar, na een paar seconden het

5

vierde en het vijfde schot. Even later een soort schreeuw en dan nog een zesde. Anton, die juist de dobbelsteen wil gooien, verstart en kijkt naar zijn

18

Laagland Havo A Boek.indb 18

9/04/18 10:38


15

20

25

30

35

40

45

50

55

moeder, zijn moeder naar zijn vader, zijn vader naar de tussendeuren; maar Peter tilt de mantel van de carbidlamp en zet hem op het bord. Op slag zaten zij in het donker. Peter stond op, stommelde naar voren, deed de schuifdeuren open en loerde in de erker door een kier van de gordijnen. Meteen stroomde muffe vrieskou uit de salon de kamer in. ‘Ze hebben iemand neergeschoten,’ zei hij. ‘Er ligt iemand.’ Snel ging hij naar de gang. ‘Peter!’ riep zijn moeder. Anton hoorde dat zij hem achterna ging. Zelf sprong hij ook op en rende naar de erker, waarbij hij feilloos alle meubels ontweek die hij maanden niet had gezien en ook nu niet zag: de fauteuils, de lage ronde tafel met het kanten kleed onder de glasplaat, het dressoir met de aardewerken schaal en de portretten van zijn grootouders. De gordijnen, de vensterbank, alles was ijskoud; omdat er al zo lang niet was geademd, stonden er zelfs geen ijsbloemen op de ruiten. Het was een maanloze avond, maar verijsde sneeuw hield het licht van de sterren vast. Eerst dacht hij dat Peter maar wat gekletst had, maar door het linker zijraam van de erker zag hij het toen ook. Midden op de verlaten straat, voor het huis van meneer Korteweg, lag een fiets waarvan het omhoogstekende voorwiel nog draaide, – een dramatisch effect, dat later close in elke verzetsfilm zou verschijnen. Mank rende Peter over het pad van de voortuin de straat op. Sinds weken had hij een zweer aan een teen van zijn linkervoet, die niet wilde genezen; daar had zijn moeder een stuk leer uit zijn schoen geknipt. Hij knielde neer bij een bewegingloze man, die ter hoogte van de fiets in de goot lag. Zijn rechterarm rustte op de stoeprand, alsof hij het zich makkelijk had gemaakt. Anton zag zwarte laarzen glanzen en het ijzeren beslag op de hakken. Met een stem die tegelijk hard was en fluisterde, riep zijn moeder op de drempel van de voordeur tegen Peter, dat hij onmiddellijk binnen moest komen. Peter kwam overeind, keek links en rechts de kade af, toen weer naar de man, en hinkte terug. ‘Het is Ploeg,’ hoorde Anton hem even later

60

65

70

75

80

85

90

95

100

105

1 | OPDRACHTEN

10

op de gang zeggen, met iets triomfantelijks in zijn stem. ‘Hartstikke dood, als je ’t mij vraagt.’ Anton was twaalf jaar, maar ook hij wist het: Fake Ploeg, hoofdinspecteur van politie, de grootste moordenaar en verrader van Haarlem en omstreken. Hij kwam hier regelmatig langs, op weg naar zijn werk of naar zijn huis in Heemstede. Een grote, breedgeschouderde man met een ruw gezicht, meestal gekleed in een donkerbruin sportjasje, een overhemd met das en een hoed op, maar met een zwarte rijbroek en hoge laarzen, omgeven door een aureool van geweld, haat en angst. Zijn zoon Fake zat bij hem in de klas. Anton staarde naar de laarzen. Die kende hij dus. Een paar keer was Fake door zijn vader naar school gebracht, achterop die fiets daar. Als iedereen stil werd bij de ingang van de school, wierp Ploeg spottende blikken om zich heen; maar als hij weg was, liep Fake met neergeslagen ogen de school in en moest maar zien, hoe hij het verder opknapte. ‘Tonny?’ De stem van zijn moeder. ‘Kom onmiddellijk bij dat raam vandaan.’ Op de tweede dag van het schooljaar, toen eigenlijk nog niemand hem kende, was Fake in het lichtblauwe uniform van de Jeugdstorm verschenen, op zijn hoofd de bijbehorende zwarte klut met het oranje dak. Dat was in september, kort na Dolle Dinsdag, toen iedereen dacht dat de bevrijders er aan kwamen en de meeste NSB’ers en collaborateurs naar de duitse grens waren gevlucht, of nog verder. Helemaal alleen zat Fake op zijn plaats in de klas en haalde zijn boeken te voorschijn. Meneer Bos, de leraar wiskunde, hield op de drempel zijn arm tegen de deurpost om de andere leerlingen tegen te houden; wie er al zat, had hij teruggeroepen. Hij riep naar Fake, dat er geen les gegeven werd aan leerlingen in uniform, zo ver was het nog niet en zo ver zou het ook niet komen, en dat hij naar huis moest gaan om iets anders aan te trekken. Fake zei niets, keek ook niet om, maar bleef roerloos zitten. Even later wrong de rector zich door het gedrang en begon geagiteerd tegen de leraar te fluisteren, maar ook die gaf niet toe. Anton stond vooraan en keek onder de arm door naar Fake’s rug in de leegte van het lokaal. Opeens draaide Fake langzaam zijn 19

Laagland Havo A Boek.indb 19

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

110

115

120

125

130

135

140

145

hoofd om en keek hem recht aan. Op hetzelfde ogenblik kreeg Anton zo’n medelijden met hem als hij nog nooit voor iemand had gevoeld. Hij kon natuurlijk helemaal niet naar huis, met die vader van hem! Eer hij wist wat hij deed, was hij onder de arm van meneer Bos door gedoken en ging op zijn plaats zitten. Daarmee was het verzet gebroken. Toen de school uitging, had de rector hem in het portaal even bij zijn arm gepakt en gefluisterd, dat hij misschien wel het leven van meneer Bos had gered. Hij wist niet goed wat hij aan moest met dat compliment; later werd er nooit meer over gepraat, ook thuis had hij het niet verteld. Het lichaam in de goot. Het wiel stond stil. Daarboven de ontzaglijke sterrenhemel. Zijn ogen waren nu aan het donker gewend en hij zag wel tien keer zo goed als net. Orion, die zijn zwaard hief, de Melkweg, één fel stralende planeet, Jupiter vermoedelijk; – sinds eeuwen was het firmament boven Holland niet zo helder geweest. Aan de horizon twee langzaam bewegende, zich kruisende en elkaar verlatende lichtbundels van zoeklichten, maar een vliegtuig was niet te horen. Hij merkte dat hij nog steeds de dobbelsteen in zijn hand had en stopte hem in zijn zak. Toen hij aanstalten maakte om van het raam weg te gaan, zag hij plotseling meneer Korteweg het huis uit komen, gevolgd door Karin. Korteweg greep Ploeg bij zijn schouders, Karin pakte hem bij de laarzen, en even later begonnen zij hem weg te trekken, Karin achteruitlopend. ‘Moet je nou kijken,’ zei Anton. Zijn moeder en Peter zagen nog net, hoe het lijk voor hun huis werd neergelegd. Karin en Korteweg renden terug en Karin gooide de losgelaten pet naar het lichaam, haar vader

150

155

160

165

170

175

180

185

de fiets. Even later waren zij in ‘Nooitgedacht’ verdwenen. In de erker bij Steenwijk kon nog niemand een woord uitbrengen. De kade was weer verlaten, alles was weer zoals het was, en tegelijk was niets meer hetzelfde. De dode lag nu met de armen achter het hoofd, de lange jas tot het middel opgestroopt, alsof Ploeg bezig was van grote hoogte naar beneden te vallen. De rechterhand omklemde een pistool. Anton herkende het grote gezicht nu duidelijk, de geplakte, achterovergeborstelde haren nauwelijks in de war. ‘Godverdomme!’ schreeuwde Peter plotseling met overslaande stem. ‘Hee, hee, hee,’ weerklonk daarop Steenwijks stem in de duisternis van de achterkamer. Hij was nog niet van de tafel opgestaan. ‘Ze hebben hem voor ons huis neergelegd, die schoften!’ riep Peter. ‘Jezus Christus! Hij moet meteen weg daar, voordat de moffen er zijn!’ ‘Bemoei je er niet mee,’ zei mevrouw Steenwijk. ‘Wij hebben er niets mee te maken.’ ‘Nee, behalve dat hij nu hier voor de deur ligt! Waarom denkt u dat ze dat gedaan hebben? Omdat de moffen represailles gaan nemen natuurlijk. Net als laatst op de Leidsevaart.’ ‘Wij hebben niets misdaan, Peter.’ ‘Alsof ze zich daar iets van aan trekken! Moet je net de moffen hebben!’ Hij ging de kamer uit. ‘Kom op, Anton, vlug, dan doen wij het.’ ‘Zijn jullie gek geworden!’ riep mevrouw Steenwijk. Zij verslikte zich, schraapte haar keel en spuwde de kruidnagel uit. ‘Wat wou je dan doen?’ ‘Terugleggen – of bij mevrouw Beumer.’ Uit: Harry Mulisch, De aanslag.

1 Het fragment eindigt met een open plek. Leg uit wat de open plek precies is. 2 Geef een samenvatting van minimaal 25 woorden waarin je beschrijft wat er precies gebeurt in het verhaal. 3 Je kunt op basis van gegevens in de tekst afleiden wat een “klut” (r. 87) is. Wat is/was een klut? 4 In r. 153-154 staat: “alles was weer zoals het was, en tegelijk was niets meer hetzelfde”. Leg uit wat met deze formulering wordt bedoeld. 20

Laagland Havo A Boek.indb 20

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

5 Aan het einde van het fragment wil Peter het lijk van Ploeg weer verslepen. Leg beargumenteerd uit of je dat verstandig vindt of niet. 6 Leg beargumenteerd uit of het gedrag van Korteweg en Karin een open plek is of niet. 7 In het fragment wordt Fake Ploeg doodgeschoten. Welke belangrijke open plek roept dit op? 8 In r. 117-120 zegt de rector tegen Anton dat hij misschien wel het leven van meneer Bos had gered. Leg uit waarom dat wellicht het geval was. Kies opdracht 11 of opdracht 12.

Keuzeopdracht 11

theorie 1.2

Lees tekst 4 en beantwoord met twee medeleerlingen de vragen. Tekst 4 is de liedtekst “De commensaal” (1957) van Drs. P (1919-2015). Het lied is ook bekend als “Het trapportaal”.

Een commensaal is een kostganger, iemand die tegen betaling bij mensen een kamer huurt.

Tekst 4

De commensaal We hebben nou al sinds een maand of zeven Een man die in de achterkamer woont Je kan met commensalen veel beleven Maar zoiets is beslist nog nooit vertoond: 5

10

15

Er ligt alweer een juffrouw in het trapportaal Die onnatuurlijk om het leven is gekomen Mijn vader zegt: ‘Dat heb je van die commensaal Had jij die stiekemerd maar nooit in huis genomen’ Mijn moeder zegt: ‘Maar Jan Het is zo’n keurig nette man Zo rustig en beleefd En die nooit dàt beschadigd heeft’ Maar ja, daar ligt die juffrouw in het trapportaal Nou kan je zeggen wat je wil, maar zoiets is toch niet normaal

De huur betaalt hij steevast alle weken Toch hadden wij hem liever niet gehad Bij ons wordt anders niet zo nauw gekeken Met commensalen heb je altijd wat

21

Laagland Havo A Boek.indb 21

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

20

25

30

35

40

Nou ligt er weer een juffrouw in het trapportaal Die op afschuwlijke manier is overleden Mijn moeder zegt: ‘Maak jullie nou niet zo’n schandaal Want iedereen heeft toch zijn eigenaardigheden’ Maar vader neemt het niet Hij zegt: ‘Dat is de vijfde griet Wat heb ik aan die gein? Dat kost maar zeep en terpentijn ’t Is geen gezicht, zo’n juffrouw in het trapportaal En vrijheid blijheid, daar niet van, maar zoiets is niet meer normaal’

Als iemand eens een dame wil ontvangen Dan is er in principe geen bezwaar Maar niemand kan het uiterste verlangen We maken van ons huis geen abattoir Er ligt weer net zo’n juffrouw in het trapportaal En alle mensen komen thuis met rode schoenen En Coba moppert want de loper wordt zo schraal Als zij hem elke keer maar weer opnieuw moet boenen Er wordt in onze buurt Al veel gegiecheld en gegluurd Dat krijg je met zo’n vent Al sta je nog zo goed bekend Hij moet weg, al is ’t een goeie commensaal Zo’n juffrouw hoort in het kanaal, maar niet bij ons in ’t trapportaal Uit: Ilja Leonard Pfeijffer, De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten.

1 Wat doet de man die de commensaal wordt genoemd met de vrouwen die hij ontvangt? 2 Als lezer (of luisteraar) heb je een mentaal schema over hoe personages zich (gaan) gedragen. Leg beargumenteerd uit dat je verwachtingen niet uitkomen bij de verhuurders in dit lied. 3 In vs. 34 staat dat de mensen thuiskomen “met rode schoenen”. Waarom zijn de schoenen rood? 4 Beluister Drs. P “De Commensaal (Trapportaal)” (1957) op YouTube. Je kunt de QR-code hieronder scannen.

 Leg beargumenteerd uit of de muzikale uitvoering goed past bij de inhoud van het lied.

Keuzeopdracht 12

theorie 1.2

Lees tekst 5 en beantwoord met twee medeleerlingen de vragen. Tekst 5 is de liedtekst “Ik ken mensen” (1983) van Joke van Leeuwen (1952). 22

Laagland Havo A Boek.indb 22

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Tekst 5

Ik ken mensen Ik ken mensen en die mensen kennen mensen en die kennissen die kennen weer een vrouw en ik hoorde van die mensen, want ik ken ze wat ik anders niet zo gauw geloven zou. 5

10

15

20

Eind november kan die vrouw een woning huren, een oude buurt, een oud gebouw, dus niet zo duur maar ze krijgt al gauw problemen met de buren want die hebben zo’n merkwaardige cultuur. Begin december gaat die buurman zich verkleden vreemde mantel, en een nepbaard om zijn snoet misschien heeft hij daarvoor een goede reden maar hij is niet meer herkenbaar en dat moet. Twee weken later sleept zijn vrouw een boom naar boven en zegt: mijn ballen zijn dit jaar mooi groot misschien dat zij daar zelf iets bij geloven maar zo’n boom gaat zonder wortels toch gauw dood? Dan op een nacht laten ze bommen exploderen gaan ze kijken naar de strepen die dat geeft misschien dat zij daar zelf wat mee bezweren maar wees blij als je zo’n aanslag overleeft. Dus die vrouw die daar nu zit met zulke buren hoopt maar dat ze binnenkort iets anders vindt zelf kan ze zulke buren wel verduren maar het heeft zo’n slechte invloed op haar kind. Uit: Joke van Leeuwen, Woorden op bezoek. Een keuze uit de gedichten.

1 De versregels 9-20 gaan over de “merkwaardige cultuur” (vs. 8) van de buren van een vrouw. Leg uit dat door de wijze waarop in vs. 9-20 die merkwaardige cultuur getypeerd of aangeduid wordt, open plekken ontstaan. 2 Noem drie open plekken in vs. 9-20 en geef de invulling ervan. 3 Leg beargumenteerd uit of je het standpunt in vs. 24 juist vindt of niet. 4 “Ik ken mensen” is bedoeld als liedtekst. Hoe moet dit lied klinken? Bedenk een melodie (je mag ook een bestaande melodie gebruiken) en geef een muzikale (vocale) uitvoering van het lied.

23

Laagland Havo A Boek.indb 23

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Opdracht 13

theorie 1.2

Lees tekst 6 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 6 is “oorlog & oorlog” van Lucebert (1924-1994).

Tekst 6

oorlog & oorlog Zij komen glanzend overgevlogen onder de bloedende moeder smelt de eerste sneeuw

5

Onder wuivende palmen monstert hij de nieuwe limousine van zijn schoonzoon Uit: Vijf 5 tigers. Een bloemlezing uit het werk van Remco Campert, Jan Elburg, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Bert Schierbeek.

Lezers verwachten dat een literaire tekst samenhang vertoont en lezers verwachten ook dat zij betekenis aan zo’n tekst toe kunnen kennen. 1 2 3 4

Leg beargumenteerd uit of je samenhang in deze tekst als geheel kunt herkennen. Als je samenhang kunt herkennen, leg uit welke samenhang dat volgens jou is. Leg beargumenteerd uit of aan deze tekst wel of geen betekenis is toe te kennen. Leg uit welk verband je kunt leggen tussen de titel en de tekst.

Opdracht 14

theorie 1.2

Lees tekst 7 en beantwoord met twee medeleerlingen de vragen op pagina 26. Tekst 7 is een fragment uit Eus. Een schelmenroman (2012) van Özcan Akyol (1984).

Eus (de hoofdpersoon en ik-figuur) van de roman zit op het mbo en is verliefd op Levine. Hij woont nog bij zijn ouders. Batsen is de bijnaam voor Turken met een plat achterhoofd. Eus voelt zich geen bats. Metin is zijn oudere broer, Turis is zijn vader. In het fragment is Eus uitgenodigd om kennis te maken met de ouders van Levine.

24

Laagland Havo A Boek.indb 24

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Tekst 7

5

10

15

20

25

30

35

40

45

Na een hoop sms’jes over en weer kregen Levine en ik verkering, tot minachting van alle batsen op het mbo, die niet konden bevatten dat ik met zo’n ‘makkelijk Nederlands wijf’ aanpapte. Als iemand er vol ongeloof naar vroeg, loog ik dat ze heel rijk was en dat ik echt wel andere meisjes te grazen nam. Dat verhaal dwong een zekere mate van respect af. Voor wat het waard was. Eigenlijk konden ze allemaal de vliegende tering krijgen. Echt waar. Met uitzondering van Metin had ik die kaffers nog nooit met een vrouw gezien. En dan durfden ze mij te veroordelen! Altijd vertelden ze sterke verhalen, die achterlijke plathoofden, maar in de praktijk viel het vies tegen. Volgens mij was meer dan de helft nog maagd. Ik ging gewoon mijn eigen gang, al durfde ik daar niet openlijk voor uit te komen. Toen we een maand verkering hadden werd ik uitgenodigd voor een diner, zodat die ouders en ik elkaar zouden leren kennen. Ze woonden in een naburig dorp. Ongeveer op een halfuur fietsen van mijn huis, als je tenminste wind in de rug had. Het was een chique bedoening bij die mensen thuis. Er stonden drie wagens voor de deur en de tuin had de omvang van een half voetbalveld. Ik parkeerde de fiets voor het entreehek en drukte op een supersonische bel, compleet met ingebouwde camera. Blijkbaar was ze écht rijk. Dat was een meevaller. Van Levine had ik al signalen ontvangen dat haar ouders niet zo gelukkig waren met de relatie. Die ouweheer van haar vond ’r veel te jong voor vaste verkering. En haar moeder had zo haar bedenkingen bij m’n achtergrond. Beiden vreesden een cultuurbotsing, nog voor ze me überhaupt hadden ontmoet. Schoorvoetend stemde ik in met de hele poppenkast, al was het maar omdat ik heel graag met Levine naar bed wilde – zij had blijkbaar eerst de zegen van haar ouders nodig. Voor haar moeder kocht ik een tuil tulpen en die vader kreeg een doosje dure sigaren. Volgens Levine hield hij daarvan. Het geld ervoor leende ik van Metin.

50

55

60

65

70

75

80

85

90

Samen liepen we naar het huis, nadat ze me achter het hek had opgevangen. Bij binnenkomst stond ik te wankelen op mijn poten. In vol ornaat zou ik louter een beroep doen op de duurste woorden uit mijn vocabulaire. En natuurlijk moest ik vousvoyeren, dat kregen wij sowieso van huis uit mee – niet alles was kut in Huize Budamar. Het ontvangstcomité stond klaar in de hal. Door twee paar grote ogen werd ik van top tot teen gemonsterd. Ik schudde allebei die mensen de hand, overhandigde plechtig de cadeautjes en volgde hun voetstappen naar de woonkamer. ‘Zo, eindelijk ontmoeten we elkaar, jongen,’ zei de vader vanuit z’n luie stoel. Zijn volgevreten pens lag op zijn schoot. Hij droeg een bril met touwtjes en z’n dode haar stak slordig alle kanten op. Levine was intussen naast haar moeder gaan zitten en wipte zenuwachtig met haar benen. Aan de muren hingen handgetekende portretten van lelijke mensen. Irritant tikte een ouderwetse pendule in een hoek van de woonkamer, het geluid werkte op mijn zenuwen. ‘Ik ben blij dat u mij uitgenodigd heeft. Uw dochter vertelt altijd positieve verhalen over u.’ In werkelijkheid sprak ze nooit over haar ouders. Altijd als ik erover begon, hield ze de boot af. ‘Ik heb van Levine gehoord dat je van voetbal houdt. Voor welk team ben je?’ ‘Nou, ik ben niet echt voor een team,’ antwoordde ik. ‘Ik houd gewoon van het spelletje.’ Het gesprek viel stil. Per ongeluk maakte ik oogcontact met de moeder. ‘Wat vind je er nou eigenlijk van om een Turk te zijn?’ vroeg ze. ‘Uh... Ja, ik weet niet... Ben niet anders gewend... Voel me eigenlijk Nederlander.’ ‘En je ouders?’ ‘Ja, die zijn meer Turks dan Nederlands. Maar ook weer niet echt doorsnee-Turken. Ze gaan bijvoorbeeld niet naar de moskee of zo.’ ‘Kunnen ze wel Nederlands?’ 25

Laagland Havo A Boek.indb 25

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

95

100

105

110

115

120

‘Nee, eigenlijk niet.’ Stilte. Ongemakkelijk wreef ze een paar keer over haar been. Met een rode kop keek Levine toe. ‘Wil je een glas whisky, jongen?’ vroeg de vader. ‘Dat wekt de eetlust op, of mag dat niet van je geloof?’ ‘Ik geloof niet, mijnheer.’ ‘Maar je bent toch Turks?’ ‘Ja.’ Het onbegrip viel van zijn gezicht te lezen. Hij gebaarde zijn vrouw wat drank te halen. Ik kreeg een glas Jack Daniel’s in m’n hand gedrukt. Elitedrank, volgens Turis, die tegenwoordig alleen nog vieux dronk, ooit door Nederlanders bedacht als imitatiecognac en daarom spotgoedkoop. De vader van Levine was ook niet vies van een borrel. Op zijn praatstoel bazelde hij honderduit over volslagen oninteressante onderwerpen. Ik hield me gedeisd en luisterde naar zijn gezever. Terwijl die hangbek vertelde, knoeide hij van alles op zijn kleding. Af en toe stelde ik een intelligente vraag, waardoor hij weer een tijd kon raaskallen. Ik geloofde niet dat het verschrikkelijke mensen waren, misschien een beetje benepen, maar dat heb je algauw als je in zo’n reservaat woont en altijd

125

130

135

140

145

met hetzelfde volk omgaat. ‘Jij deugt, knul,’ zei hij ineens. ‘Dat zie ik meteen. Mijn dochter is safe bij jou.’ We tafelden een poos door. De spanning bleef steeds voelbaar, zelfs toen de fles leeg was. Tegen negen uur nam ik afscheid. Onhandig drukte de moeder drie kusjes op mijn wangen. ‘Tot de volgende keer, jongen,’ zei ze. ‘Dag, mevrouw.’ ‘Mag ik een stuk met Eus meefietsen?’ vroeg Levine. ‘Ja, natuurlijk,’ schreeuwde haar vader. ‘Voor mijn part trouw je dat jong!’ Schaterend van plezier strompelde hij naar de drankkast voor een nieuwe borrel. Zijn overhemd stak nu helemaal uit zijn pantalon. Het was geen gezicht. Levine vloog de trap op, rommelde wat op de eerste verdieping en keerde na een paar tellen terug. ‘Wij gaan nu. Ik ben over een uur thuis. Tot zo.’ Buiten werd ik secondelang geknuffeld. ‘Goed gedaan! Ze zijn dol op je. Nu weet ik zeker dat het goed zit tussen ons.’

Uit: Özcan Akyol, Eus. Een schelmenroman.

1 In dit fragment spelen vooroordelen een belangrijke rol. Geef twee duidelijke voorbeelden van vooroordelen in dit fragment. 2 In r. 38 is er sprake van een “cultuurbotsing”. Leg uit wat daarmee wordt bedoeld. 3 De moeder vraagt Eus in r. 86-87 naar zijn Turkse identiteit. Leg beargumenteerd uit of je deze vraag gepast vindt of niet. 4 In r. 105-106 wordt over de vader van Levine gezegd: “Het onbegrip viel van zijn gezicht te lezen.” Leg zo precies mogelijk uit wat hiermee wordt bedoeld: wat begrijpt de vader van Levine niet? 5 Leg beargumenteerd uit of jij vindt dat Eus echt van Levine houdt. 6 Lezers verwachten dat een tekst een bepaalde samenhang vertoont. Hoe ontstaat samenhang in dit fragment uit Eus?

26

Laagland Havo A Boek.indb 26

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

Opdracht 15

theorie 1.2

Lees tekst 8 en beantwoord met twee medeleerlingen de vragen op pagina 28. Tekst 8 is een fragment uit Alleen maar nette mensen (2008) van Robert Vuijsje (1970).

Alleen maar nette mensen gaat over David, een jonge joodse Amsterdammer uit een welvarend gezin. Hij woont – net als al zijn vrienden en kennissen – met zijn ouders in een voorname Amsterdamse wijk (Oud-Zuid). Veel mensen denken – afgaand op zijn uiterlijk – dat David een Marokkaan is. David heeft een Nederlandse vriendin (Naomi), maar komt erachter dat hij donkere vrouwen interessanter vindt. In het fragment gaat David naar een feestje bij een van zijn vrienden thuis. Filet mignon is een luxe stukje rundvlees dat vaak op de kaart in klassieke restaurants staat; Piper Heidsieck is champagne.

Tekst 8

Filet mignon

5

10

15

20

25

In de straat waar de ouders van Bas wonen, stonden meer jeeps dan normaal. Iedere karakteracteur in de betere Nederlandse speelfilm rijdt in een jeep. De Saab 9-3 Cabriolet die eigenlijk van mijn moeder was, maar waar ik in rondreed, moest ik om de hoek neerzetten. De ouders van Bas woonden in zo’n huis van drie verdiepingen in de Van Eeghenstraat. De achtertuin, die aan het Vondelpark grensde, stond vol zogenaamde vrienden van de vader van Bas. Ze dronken champagne en aten toastjes met gerookte zalm. Alleen maar nette mensen. De moeder van Bas was vroeg begonnen met champagne drinken, dus ze moest me aan iedereen voorstellen. De karakteracteur die in geen jaren meer een karakterrol had gespeeld stond er verlaten bij. ‘Dit is David, de beste vriend van Bas. Hij woont om de hoek.’ De moeder van Bas liep weg, op zoek naar een nieuwe fles. Ik bleef achter met de karakteracteur. De werkloze karakteracteur keek naar mij en ik keek naar hem. Ik weet nooit zo goed wat ik moet zeggen tegen de mensen. Hij bleef ook

30

35

40

45

50

stil. Uiteindelijk vroeg de werkloze karakteracteur: ‘Waar kom je vandaan? Ben je geadopteerd?’ Die vraag stellen ze vaker. Ik zei dat mijn vader en moeder, voor zover ik wist, mijn biologische ouders waren en dat ik uit Amsterdam kwam. Hij vroeg: ‘Ja, maar waar kom je echt vandaan?’ Dat is meestal de volgende vraag. Hollanders zijn niet zo van de discretie, of van het bedenken dat je over sommige onderwerpen misschien niet zomaar vragen moet stellen. Goeie vraag: waar kom je echt vandaan? Kom je echt uit Nederland, omdat je ouders daar toevallig terecht zijn gekomen na de grote diaspora, ze konden net zo goed naar België gaan, of Frankrijk of Engeland, was je dan echt uit Engeland gekomen, en als je uit Amsterdam Oud-Zuid komt, hoor je dan bij de mensen die daar wonen, of hoor je bij de mensen die ze allochtonen noemen omdat iedereen denkt dat je er een bent, en wanneer een Marokkaan, of een Surinamer, vraagt waar je vandaan komt is het uit interesse, maar als een Hollander het 27

Laagland Havo A Boek.indb 27

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

55

60

vraagt, wil hij weten of jij een van de mensen bent die weg moeten want vol = vol, dus ben je meer op je gemak bij de mensen die ze allochtonen noemen, maar niet helemaal want je blijft een Hollander die is opgegroeid tussen alleen maar blanke kinderen en – stop. Ik had geen antwoord gegeven op de vraag van de werkloze karakteracteur. Hij stond me nog steeds aan te kijken. Na twee minuten zwijgen vond ik dat het goed fatsoen was om weg te lopen.

90

95

100

65

70

75

80

85

De kamer van Bas was op de derde verdieping. Bas en Daan waren er, met Esther en Annet, en met wat jongens die ik niet kende. Waarschijnlijk zogenaamde vrienden van Bas, van de universiteit. Bas zat een joint te roken. Van beneden had ik een fles Piper Heidsieck meegenomen. De kurk knalde ik uit het raam. Ik kon niet zien of-ie op het dak van een jeep terechtkwam. Esther vroeg: ‘Waar is Naomi?’ Ik zei niets, ik vroeg alleen: ‘Waarom zijn hier geen negerinnen?’ Daan dronk whisky uit een klein flesje, zoals ze in het vliegtuig hebben of in de minibar van een hotelkamer. Thuis had hij een collectie met honderden flesjes. Die noemde hij: ‘Mijn eigen minibar, op maximaal niveau’. Hij vertelde over de nieuwe auto van zijn vader, een bmw uit de 5-serie. Het ging over de vraag waarom het tegenwoordig geaccepteerd was dat joden in Duitse auto’s rijden. Bas gaf de joint aan een van zijn studentenvrienden. ‘Wat zei je over negerinnen?’ vroeg hij. Zijn ogen waren rood. ‘Daar had je het laatst ook over.’

105

110

115

120

‘Waarom zou je een negerin nemen als je een blanke vrouw kunt krijgen?’ riep Daan. ‘Ik eet iedere dag filet mignon, waarom zou ik frikadellen vreten? Ik ga mijn lul toch niet in een vuilnisbak stoppen? En wat als je kinderen krijgt? Dan zit je met een kansloze koffieboon.’ ‘Daan.’ Ik deed alsof ik zuchtte. ‘Even stil als de grote mensen praten.’ Daan deed een wijsvinger over zijn lippen. ‘Waarom zijn wij van Europa naar Afrika gegaan om slaven te halen? Waarom was het niet andersom? Waarom hebben wij het buskruit uitgevonden? Ze waren onze slaven. Wat zegt dat over ons en over de negro’s?’ Een van de studentenvrienden van Bas heette Matthijs. Hij kwam een nieuwe joint brengen aan Bas. Matthijs had een vriend die een neger was. Hij was even stil, om te zien of iedereen luisterde. ‘Hij heet Jermaine.’ De studenten moesten lachen om de naam Jermaine. ‘Jermaine is een Surinamer, of een Antilliaan,’ vertelde Matthijs. ‘Maakt ook niet uit. Hij had zes vriendinnen. Jermaine was zoveel tijd kwijt aan al die vrouwen dat hij nooit op zijn werk kwam. Daarom kunnen negers niet werken. Ze hebben er geen tijd voor.’ De studentenvrienden van Bas haalden uit een grote plastic zak een paar xtc-pillen, met een Mickey Mouse-plaatje erop. Daan stak een halfje in zijn mond, hij gaf mij de andere helft. Dit was tegen zijn regels. Sinds iedereen het deed, wilde Daan geen xtc meer nemen. Cocaïne was ook uit, dat was voor boeren. Uit: Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen.

1 In Eus (opdracht 14) speelden vooroordelen een belangrijke rol. Leg beargumenteerd uit of David in r. 20-63 geconfronteerd wordt met vooroordelen of niet. 2 Op de kamer van Bas hoort David Daan en Matthijs hun mening geven over mensen met een donkere huid. Vind je die mening racistisch, of niet? 3 In r. 13-14 staat “Alleen maar nette mensen”. Leg beargumenteerd uit of deze formulering neutraal, negatief, positief of ironisch bedoeld is. 4 Lezers verwachten dat een tekst een bepaalde samenhang vertoont. Hoe ontstaat samenhang in het fragment uit Alleen maar nette mensen?

28

Laagland Havo A Boek.indb 28

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

5 Bekijk de officiële trailer van de verfilming van Alleen Maar Nette Mensen op YouTube. Je kunt de QR-code hieronder scannen.

 In de trailer van de verfilming van Alleen maar nette mensen staan twee groepen tegenover elkaar. a Welke twee groepen staan tegenover elkaar? b David kiest (in de trailer) uiteindelijk voor een relatie met Rowanda. Leg beargumenteerd uit of hij de codes van haar groep helemaal beheerst.

Opdracht 16

theorie 1.3

Bestudeer de theorie van 1.3 Jij als lezer en maak een samenvatting van de stof. Zorg ervoor dat de belangrijke begrippen en hun omschrijving duidelijk omschreven in je samenvatting staan.

Opdracht 17

theorie 1.3

Voer deze opdracht met drie medeleerlingen uit. Je hebt tot nu toe de volgende tien literaire teksten en tekstfragmenten gelezen: 1 “Overgewicht” van Tim Hofman; 2 fragment Magnus van Arjen Lubach; 3 fragment Het Gouden Ei van Tim Krabbé; 4 fragment De liefde niet van Margriet van der Linden; 5 fragment De aanslag van Harry Mulisch; 6 “De commensaal” van Drs. P; 7 “Ik ken mensen” van Joke van Leeuwen; 8 “oorlog & oorlog” van Lucebert; 9 fragment Eus van Özcan Akyol; 10 fragment Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. 1 Stel individueel een top drie samen. Welke drie teksten en/of tekstfragmenten vind je het best en waarom? 2 Bespreek met de twee medeleerlingen hun lijstjes van de top drie teksten en/of tekstfragmenten. Welke teksten/tekstfragmenten komen overeen? Welke niet? Bespreek de overeenkomsten en verschillen? Hoe zijn de verschillen in voorkeur te verklaren? 3 In literaire teksten speelt identiteit een belangrijke rol. a In welke drie teksten en/of tekstfragmenten uit het bovenstaande lijstje speelt identiteit een belangrijke rol? b Leg beargumenteerd uit welke rol identiteit in de drie teksten en/of tekstfragmenten speelt.

Opdracht 18

theorie 1.3

Lees tekst 9 en beantwoord met een medeleerling de vragen op pagina 32. Tekst 9 is “Bierfiets” van Mano Bouzamour (1991). 29

Laagland Havo A Boek.indb 29

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

De tekst komt uit Nederland. Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen (2015). In dat boek wordt door 51 schrijvers geprobeerd aan de hand van voorwerpen (zoals de fluitketel, de tuinkabouter, de kaasschaaf, de stamppotstamper, de rollator, het washandje) een beeld te schetsen (van een aspect) van de Nederlandse identiteit. De bijdrage van Mano Bouzamour is een tekst over de bierfiets. De tekst speelt in Amsterdam.

Tekst 9

Bierfiets

5

10

15

20

25

30

Mijn eerste biertje dronk ik tijdens de ramadan. Mijn vader en moeder zijn nogal gelovig. Ze geloven in Allah en een heel legertje profeten wier namen zo ingewikkeld zijn dat ik ze nooit onthouden kan. Mijn moeder heet Malika, koningin in het Arabisch. Ze heeft altijd een witte hoofddoek om. Ze heeft er een stuk of honderd, in alle tinten wit. En omdat ze een lange, slanke nek heeft, lijkt ze een beetje op een zwaan als ze een hoofddoek om heeft. Mijn vader lijkt op Kees van Kooten. Maar dan met baard. Tijdens het Suikerfeest versiert mijn vader zijn baard altijd met margrietjes. Hij vertelt steevast dat er op die dag ineens bloemetjes op zijn baard groeien. Ieder neefje en nichtje gelooft hem, plukt een margrietje van zijn baard en krijgt een zakje snoep. Mijn ouders zijn op 7 juli 1974 aangekomen in Amsterdam. Op die avond vond de wk-finale plaats waarin Nederland tegen West-Duitsland speelde. Ze keken met de koffers tussen de benen naar de wedstrijd op een terrasje van een café op de Ceintuurbaan, tegenover het Sarphatipark. Na de verloren wedstrijd begon iedereen met bier te smijten en mijn vader dacht er serieus aan om zich niet in Nederland maar in Duitsland te vestigen. Hij had nog een broer in Aken die hem daar wegwijs kon maken. Maar mijn moeders overredingskracht zorgde ervoor dat ze het even zouden aankijken. Even aankijken duurde godzijdank tot de dag van vandaag, anders zou ik een Duitser

35

40

45

50

55

60

65

zijn geweest. Kun je het je voorstellen? Een Marokkaanse mof? Man, dat is een scheldwoord met nucleaire lading. Maar goed. We woonden jarenlang naast het café. Op de derde verdieping van een statig, maar sleets pand. Daar ben ik geboren in het voorjaar van 1991. Aan de andere kant zetelde een drukbezocht bordeel. Het eeuwige gelul van bezopen stamgasten en het gekreun en gehijg van prostituees wiegden ons in slaap. Op extreme dagen schudde mijn vader het hoofd en zei, terwijl hij met een rotvaart de kralen van het gebedskransje telde: ‘We wonen te midden van barbaren.’ Zo rond de millenniumwisseling stond er volgens mijn vader ‘een verschrikkelijk verschijnsel’ op de stoep. Hij noemde het ‘de wagen van Satan’ en vervolgde steevast: ‘Ze zijn zich er niet van bewust dat ze zo de vurige valleien van de hel in denderen.’ Op het dak van dat ding stond: www. bierfietsverhuur.nl. Als ik niets te doen had – als kind had ik bijna nooit iets te doen, verveling was mijn grootste vriend – keek ik urenlang uit het raam naar mensen die op het terras van het café zaten. Tegen een uur of zes stapten er negen man op de bierfiets. Vier aan elke zijde. Plus de bestuurder, die vreemd genoeg altijd Bob heette. De Bobs bestuurden de kermisattractie

30

Laagland Havo A Boek.indb 30

9/04/18 10:38


75

80

85

90

95

100

105

110

115

1 | OPDRACHTEN

70

behendig met de heupen als zij een bocht maakten. Bier drinkend, zingend en flink op de pedalen trappend, verdwenen zij richting het Frederiksplein om een tochtje door het 120 centrum te maken. Wanneer ik ze uit het oog verloor, stelde ik mij altijd voor hoe ze door de stad fietsten. Langs de glazige grachten, die er soms zo vredig bij lagen dat ze de boterkleurige lichtkringen van de lantaarns weerspiegelden. Op de kades 125 langs de Amstel, de bakstenen bruggen op en waardoor de lallende lui het gevoel in de buik kregen alsof ze eventjes zweefden. Door de Utrechtsestraat, langs de bomvolle barretjes, terwijl ze onduidelijke teksten naar 130 de mooie meisjes schreeuwden die buiten met een wijntje in de hand deden alsof ze gezellig met elkaar stonden te kletsen, maar stiekem hopeloos stonden te wachten op een sympathieke klootzak die ze van de saaie 135 gesprekken zou verlossen. Daarna over de verlaten Albert Cuyp-markt, door een meute kijvende meeuwen die om hen heen opstoof als een zwerm kwade engelen. Langs de schimmige gitaarjunkies die schichtig 140 overstaken en iedere voorbijganger om saffies of kleingeld vroegen. Langs de schaarsgeklede oma’s aan de Ruysdaelkade, die tegen de rode ramen ramden om geramd te worden en ook nog 145 eens schaamteloos op hun allergeilst met de bierbende sjansten. Arme oma’s, ben je tegen de honderd en sta je daar een beetje met jezelf te pronken in een verpieterd leren pakje, om maar te zwijgen over de handelswaar. 150 Langs de louche kroegen aan de kade, waar met lange halen de lach werd uitgelaten. Langs de penozegozers met hun kauwgumkauwende kale koppen, die naar hun kostbare kloteklokkies keken terwijl het tuig teugjes nam 155 van wodka-appelsap. De bierfiets reed vervolgens door, over de Ceintuurbaan, onder de immense platanen door die over de weg buigen en elkaar bijna broederlijk lijken te willen omarmen – de 160 basten schilferend alsof ze aan een huidziekte lijden. Anderhalf uur later verschenen ze weer op de stoep, bezopen en vermoeid. Door de bierfiets verkende ik de uitgestrekte velden van de verbeelding. 165

Toen ik begon te puberen, vroeg ik mijn ouders of ik mijn verjaardag met mijn vriendjes op de bierfiets mocht vieren. Om het daarna spetterend af te sluiten bij onze andere buren. Mijn moeder wees naar mij en zei: ‘Dit kind, het gaat regelrecht naar de hel.’ Ik kan mij de dag dat ik voor het eerst een fluitje in mijn handen gedrukt kreeg van de cafébaas nog haarfijn voor de geest halen. Mijn vader en ik waren net klaar met het vrijdaggebed in de moskee – het was tijdens de ramadan. De dikbuikige cafébaas, wiens naam mij ontschoten is, riep mij terwijl hij van de bierfiets afstapte. Hij vroeg of ik hem wilde helpen het ding schoon te maken. Ik zou er twee knaken voor vangen. Ik keek mijn vader aan, hij knikte en liep de trap op. Voor de gele doekjes en een emmer water met sop moesten we het café in. De geur van verspild bier en sigarettenrook kroop mijn neusgaten in en nestelde zich voor eeuwig in mijn brein. Het leek alsof ik me in een commercial van Heineken bevond. Ik kende de bierreclames die na een voetbalwedstrijd op televisie verschenen uit mijn hoofd. Een groep vrienden die onderuitgezakt zat, elkaar flesjes doorgaven om die tegelijkertijd te openen en er heldhaftig uit te drinken. Onder aan het tafereel stond meestal de tekst: Geniet, maar drink met mate. Als kind dacht ik dat drink met mate, drink met je vrienden, met je maten, betekende! Maar goed. Na een halfuur boenen waren we klaar. De bierfiets druppelde na toen ik vijf piek in mijn borstzakje geschoven kreeg. De cafébaas had dorst, vertelde hij terwijl hij zich met moeite achter de smalle bar wrong. Wonderlijk vond ik het hoe hij de biertjes met een zekere nonchalance tapte voor de stamgasten. Hij wenkte mij en zei: ‘Kom er maar eentje tappen.’ Met ingehouden tegenzin, waggelde ik naar hem toe. Na wat geklungel, had ik het al snel onder de knie. Ik vond het verdomd leuk! Ondertussen keek ik voortdurend naar het deurraam: als ik mijn vader zou zien, zou ik meteen ineenduiken. De cafébaas reikte mij een zelfgetapt fluitje 31

Laagland Havo A Boek.indb 31

9/04/18 10:38


1 | OPDRACHTEN

170

aan en zei: ‘Drink het op, je hebt het verdiend.’ Ik sloeg het met een geheven hand af en zei: ‘Ik ben aan het vasten.’ ‘Eén slokkie maar.’ Ik keek hoe de belletjes in het bier naar het schuim aan de oppervlakte raasden. Ik keek naar het deurraam en toen naar het fluitje.

175

Mijn mond was droog. En ik weet nog dat ik dacht: zó smaakt de hel. Verdomd lekker.

Uit: Wim Brands en Jeroen van Kan (red.), Nederland Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen.

1 Welk van de volgende begrippen is niet van toepassing op “Bierfiets”: proza, open einde, kort verhaal, novelle, geheim, gesloten einde, raadsel, identiteit? 2 Worden de gebeurtenissen chronologisch of niet-chronologisch verteld? 3 In r. 51-52 krijg je te maken met een open plek: wat is dat verschrikkelijke verschijnsel? Geef de invulling van deze open plek. 4 De verteller van de tekst probeert grappig en humoristisch te zijn. Citeer twee voorbeelden van grappig bedoeld taalgebruik. 5 De bierwagen wordt door de ouders van de ik-figuur in verband gebracht met de hel. Citeer twee tekstpassages waaruit dat blijkt. 6 Waarom verbinden de ouders van de ik-figuur de bierwagen met de hel? 7 Leg beargumenteerd uit dat de ik-figuur anders over de hel denkt dan zijn ouders. 8 Leg beargumenteerd uit dat “Bierfiets” een tekst over identiteit is.

Opdracht 19

theorie 1.3

Schrijf een tekst (je mag kiezen: een kort verhaal of een gedicht) over identiteit. Je mag je laten inspireren door een Nederlands voorwerp (zie opdracht 18), maar dat hoeft niet. Je mag ook zelf een uitgangspunt voor je tekst kiezen. De tekst moet een duidelijk herkenbare hoofdpersoon hebben (dat mag een ik-figuur zijn, niet verplicht). De tekst moet samenhang hebben en een open einde. De omvang is minimaal één kantje A4.

Opdracht 20

theorie 1.1, 1.2 en 1.3

Slotopdracht 20 Schrijf een literair zelfportret waarin je de volgende vragen bespreekt: • Wie ben jij als lezer? • Wat zijn je leesmotivaties? • Wat zijn je leesvoorkeuren? • Wat is je huidige smaak? • Hoe belangrijk is identificatie en herkenning voor jou? • Wat wil je gaan lezen (welk genre, welke genres) en waarom? Licht de antwoorden op de vragen toe met duidelijke voorbeelden.

32

Laagland Havo A Boek.indb 32

9/04/18 10:38


1 | THEORIE

Tekst en lezer 1.1 Fictie en literatuur Dagelijks lees je teksten: thuis, op school, in de trein of in de bus. Op je telefoon, je tablet, in een tijdschrift of een boek. Veel van die teksten beschrijven een bepaalde situatie in de (historische) werkelijkheid en het doel van die teksten is voor jou als lezer duidelijk. Je weet direct of je een gebruiksaanwijzing voor een digitale fotocamera, een informatief artikel over fraude, een leertekst over vulkanen uit een aardrijkskundeboek of een recept voor een ovenschotel leest. Bij veel van die teksten kun je als lezer ook de vraag stellen: waar of niet waar? Teksten over een bestaande (historische) situatie, waarbij het doel voor jou als lezer direct duidelijk is en waarbij je jezelf de vraag waar of niet waar kunt stellen, noemen we non-fictie. Bij fictie is dat anders. De vraag waar of niet waar is bij fictie niet aan de orde. Een fictionele tekst heeft ook geen doel, zoals een gebruiksaanwijzing, recept of een leertekst, want een fictionele tekst is géén beschrijving van een bepaalde (historische) situatie in de werkelijkheid. Bij een fictionele tekst stel jij je als lezer een bepaalde situatie voor. Als lezer creëer jij al lezend een ‘wereld in woorden’. Er zijn fictionele teksten waaraan veel betekenis of waarde wordt gehecht: literaire teksten, of: literatuur. In veel literaire teksten verschilt het taalgebruik van het alledaagse taalgebruik. Als lezer verwacht je in een literaire tekst eerder bepaalde vormen van rijm of beeldspraak dan in een leertekst of in een gebruiksaanwijzing. Literaire teksten kunnen in drie groepen worden onderverdeeld: proza, poëzie (gedichten) en toneel. 1 Bij proza vullen de regels de totale breedte van de pagina. Romans (honderd bladzijden of meer), novellen (ongeveer tachtig tot honderd bladzijden) en het kort verhaal (minder dan vijfentwintig bladzijden) zijn vormen van proza. Een prozatekst is verdeeld in alinea’s. Romans zijn verdeeld in hoofdstukken. 2 Een gedicht (poëzie) herken je doordat de tekst op een bijzondere manier op de bladzijde staat. Een gedicht bestaat uit versregels en die versregels hoeven niet door te lopen over de hele breedte van de bladzijde. Je herkent een gedicht direct aan het wit van de bladzijde om de tekst heen. Er zijn ook liedteksten die tot de poëzie worden gerekend. 3  Toneel verschilt van proza en poëzie. Proza en poëzie lees je zelfstandig en individueel. Toneelteksten daarentegen zijn in de eerste plaats bedoeld om gespeeld te worden voor een publiek. De tekst van het toneelstuk vormt het uitgangspunt van de voorstelling.

1.2 Lezer en tekst Lezers lezen om verschillende redenen literaire teksten, ze hebben vaak meerdere leesmotivaties. Je kunt lezen om je te ontspannen, om weg te dromen in een fantasiewereld, om jezelf te herkennen in anderen of om een wereld te leren kennen die je (nog) niet kent. Veel lezers worden geboeid door herkenbare zaken en situaties, zoals identiteit en geaardheid, 33

Laagland Havo A Boek.indb 33

9/04/18 10:38


1 | THEORIE

vriendschap, liefde en seksualiteit, ouder-kindrelaties of verlies en verdriet. Ze zoeken dan naar boeken met deze voor hen herkenbare en realistische onderwerpen. Literaire teksten kunnen een bepaalde uitwerking (effect) op lezers hebben. Je kunt in de lach schieten, maar ook aan het denken worden gezet, je visie op de wereld kan veranderen of je kunt door herkenning en identificatie meer ontdekken over jezelf. In een literaire tekst wordt niet alle informatie gegeven, niet alles wordt verteld. Kenmerkend voor literaire teksten zijn open plekken: tekstpassages die bij jou vragen oproepen die je als lezer wilt beantwoorden. Je wilt de open plekken invullen. Open plekken kunnen op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld als plotseling van verteller wordt gewisseld, als de verteller informatie achterhoudt of omdat personages zich geheimzinnig of vreemd gedragen, terwijl jij niet weet wat de reden daarvoor is. Ook de titel roept meestal een open plek op: waarom deze titel en hoe sluit de titel aan bij de tekst? Soms is een tekstpassage onduidelijk omdat je een verwijzing naar de werkelijkheid buiten het verhaal niet direct kunt plaatsen. Denk aan historische personen (Anna Paulowna, Napoleon III) mythologische namen (Apollo, Yggdrasil), bijbelse personen (Judith en Holofernes), geografische aanduidingen (Afsluitdijk, Finnmarken) en gebeurtenissen (Rijksdagbrand, Twaalfjarig Bestand). Literaire teksten veronderstellen kennis over de werkelijkheid en soms moet je dus dingen opzoeken. Dat is iets anders dan een open plek invullen. Een open plek in een literaire tekst is het resultaat van literair vertellen. Sommige open plekken kun je al snel invullen, na een paar regels of alinea’s. Andere pas na een paar hoofdstukken of halverwege het boek. Er zijn open plekken die je pas aan het einde van de tekst in kunt vullen. Als je aan het einde van de tekst alle open plekken in kunt vullen, dan heeft de tekst een gesloten einde. Als je de tekst helemaal gelezen hebt en er zijn nog belangrijke open plekken, dan heeft de tekst een open einde. Een belangrijke vorm van een open plek is spanning. Spanning ontstaat als voor de lezer relevante informatie ontbreekt. Er is bij spanning sprake van informatieachterstand bij de lezer. Er zijn drie soorten spanning: 1 bij een raadsel suggereert de verteller iets te weten wat lezer en personage niet weten; 2 bij een geheim weet de lezer niet wat de verteller en vaak ook het personage wel weten; 3 bij dreiging weet het personage niet wat verteller en lezer wel weten. Lezers hebben verwachtingen bij het lezen van een literaire tekst. 1 Lezers hebben verwachtingen door het soort tekst (genre) dat zij lezen. Bij een detective verwacht de lezer dat de misdadiger ontmaskerd wordt. Bij een liefdesverhaal verwacht (en hoopt?) de lezer op een happy end. Maar een tekst kan spelen met die verwachtingen: ze leefden nog lang en ongelukkig en de misdadiger is de speurder te slim af. 2 Lezers hebben verwachtingen op basis van een soort mentaal schema: je weet hoe gebeurtenissen zullen verlopen en hoe mensen zich gedragen, en dat verwacht je ook in de tekst die je leest. Zo krijg je verwachtingen over hoe personages in een bepaalde situatie zullen gaan reageren. 3 Lezers verwachten dat een tekst samenhang heeft: je verwacht dat zinnen op elkaar aansluiten, dat er een logische en chronologische volgorde tussen de gebeurtenissen is en dat je betekenis aan een tekst toe kunt kennen. 34

Laagland Havo A Boek.indb 34

9/04/18 10:38


1 | THEORIE

1.3 Jij als lezer Lezers verschillen van elkaar, bijvoorbeeld in literaire smaak. De een houdt van verhalen met psychologische problemen, terwijl een ander liever een thriller of detective leest. De smaak van lezers ligt niet voor eens en altijd vast. Je smaak verandert doordat je ouder wordt of andere interesses krijgt. Als lezer maak je een smaakontwikkeling door. Dat lezers verschillen in literaire voorkeur komt doordat ze van elkaar verschillen in leeftijd, geslacht, geaardheid, maatschappelijke achtergrond en opleiding. Verschil in literaire voorkeur verklaart waarom lezers verschillen in hun lezersreacties en hun waardering van teksten. Veel literaire teksten gaan over identiteit. In veel teksten komen de personages erachter wie ze echt zijn of wat ze echt willen. Door herkenning en identificatie kan een lezer steun vinden bij de vorming van zijn eigen identiteit. Identiteit is altijd gebaseerd op verschil: je bent een jongen, dus geen meisje; je bent homo, dus geen hetero; je bent vegetariër en dus geen vleeseter. Het is belangrijk vast te stellen wat voor lezer jij bent en waarom literatuur belangrijk voor je is of kan zijn. Stel je daartoe de volgende vragen: • Wat zijn je leesmotivaties? • Wat zijn je literaire voorkeuren? • Hoe sluiten je voorkeuren aan bij je leesmotivaties? • Welke smaakontwikkeling heb je tot nu toe doorgemaakt? • Welke rol spelen herkenning en identificatie in je leesontwikkeling?

35

Laagland Havo A Boek.indb 35

9/04/18 10:38


Laagland, literatuur lezer

Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

Literaire ontwikkeling en begrippen

Laagland, literatuur & lezer is dé methode literatuuronderwijs Nederlands voor de tweede fase van havo en vwo. Met al 20 jaar ervaring groeit Laagland mee; Laagland brengt literatuur tot leven met een rijk aanbod aan fragmenten en aansprekende opdrachten. • De lezer staat centraal • Een breed en gevarieerd aanbod van zorgvuldig geselecteerde literaire teksten • Aandacht voor differentiatie • Een solide basis van literaire theorie en begrippen • Diepgaande en boeiende behandeling van de literatuurgeschiedenis • Praktisch en overzichtelijk

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literaire ontwikkeling en begrippen leerwerkboek A

4/5 havo

leerwerkboek A

Aanbod voor havo:

4/5 havo

9 789006 371352

WT Cover Laagland 4-5 havo Boek A.indd 1

9/04/18 11:27

Laagland, literatuur & lezer inkijkexemplaar havo boek a  
Laagland, literatuur & lezer inkijkexemplaar havo boek a