Issuu on Google+

Handboek sector Economie N3-4

Business English

Robert Hempelman


20/20 Business English Handboek sector Economie N3-4 20/20 Business English is de methode zakelijke communicatie Engels voor de sector Economie van het mbo. Voor niveau 3-4 bestaat de methode uit een handboek, aparte werkboeken en bijbehorende website (www.2020english.nl), en is geschikt voor alle opleidingen binnen de sector Economie. Dit handboek van 20/20 Business English is een zeer uitgebreid naslagwerk, dat alle vaardigheden van het Europees Raamwerk voor Vreemde Talen (ERK) behandelt, inclusief contextrijke voorbeelden, woordenlijsten en grammatica. De werkboeken van 20/20 Business English bestaan uit een aantal units waarbinnen de leerling zijn taalvaardigheden oefent rondom één specifieke (beroeps)situatie. De leerling sluit elke unit af met een case waarin de verschillende taalvaardigheden geïntegreerd aan bod komen. Er zijn werkboeken beschikbaar voor niveau A1, A2, B1 en B2. De website (www.2020english.nl) geeft ondersteuning aan de werkboeken en het handboek door middel van veel audiofragmenten, extra oefenmateriaal en woordenlijsten voor de leerling, en didactische aanwijzingen en uitwerkingen voor de docent. De combinatie van het handboek als naslagwerk, de gevarieerde oefenstof in de werkboeken en het extra materiaal op de website maakt van 20/20 Business English een complete methode zakelijke communicatie Engels, die uitstekend past binnen de actuele eisen van het Moderne Vreemde Talenonderwijs in het mbo.

9 789006 814507


Handboek sector Economie N3-4

Business English

Robert Hempelman H lm


Colofon Auteur

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen

Robert Hempelman

voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en

Redactie

hoger onderwijs.

Sascha van der Aa, Amsterdam Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en Vormgeving

een overzicht van onze leermiddelen:

EnOf Ontwerp + communicatie, www.thiememeulenhoff.nl of via onze Utrecht

klantenservice (088) 800 20 16.

Beeldredactie en opmaak:

ISBN 978 90 06 81450 7

Studio Imago, Amersfoort

Eerste druk, eerste oplage, 2011

Omslagfotografie

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Shutterstock Fotografie binnenwerk iStock Website bij deze uitgave

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

www.2020english.nl Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2


Voorwoord Dit is de nieuwe editie van het Handboek van de methode 20/20 Business English. In deze druk wordt een nadrukkelijke koppeling gemaakt met het Europees ReferentieKader (ERK), waarbij er naar gestreefd is de oorspronkelijke opzet en indeling zoveel mogelijk intact te laten. Hopelijk vindt de gebruiker van de vorige editie ook in deze nieuwe editie weer snel zijn weg. Dit handboek bestaat uit de volgende delen: A Luisteren, Gesprekken Voeren, Spreken B Lezen C Schrijven D Spelling E Grammatica F Achtergrondinformatie G Woordenlijst Nederlands-Engels H Register De codering is ongewijzigd gebleven. Dus C5 verwijst naar paragraaf 5 van Deel C | Schrijven. Van de lijsten uit de vorige editie zijn op www.2020english.nl de volgende terug te vinden: – woorden die vaak met elkaar verward worden – lastige spellingen – namen van landen en inwoners – andere aardrijkskundige namen – afkortingslijsten Ook nu weer bedank ik alle gebruikers die door hun opmerkingen en vragen hebben bijgedragen aan deze verbeterde editie. Robert Hempelman

3


Inhoud A Luisteren, gesprekken voeren en spreken 5 B Lezen

71

C Schrijven D Spelling

89 135

E Grammatica 147 F Achtergrondinformatie

221

G Woordenlijst Nederlands-Engels 229 H Register 255

4


Luisteren, gesprekken voeren en spreken

Deel A

In dit deel vind je informatie over allerlei aspecten van spreken en luisteren. Deze twee vaardigheden worden hier samen behandeld omdat ze nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.


Deel A Algemeen

Algemeen A1

Luisteren, gesprekken voeren en spreken Op school worden luisteren en spreken nogal eens als aparte vaardigheden geoefend en getoetst. Dit heeft vaak een praktische reden. In de praktijk zul je merken dat luisteren en spreken sterk met elkaar verbonden zijn, want als je een gesprek voert zul je aandachtig moeten luisteren om goed te kunnen reageren. Het is daarom verstandig goed te luisteren naar voorbeelden van correct Engels taalgebruik. Bij de Engelse televisiezenders BBC1 en BBC2 kun je gebruikmaken van teletekst (Ceefax), pagina 888. Ceefax is ook beschikbaar bij veel live-uitzendingen. Door tegelijk te luisteren en de ondertiteling te lezen kun je controleren of je het goed hebt verstaan. Bovendien leer je zo ook sneller de correcte uitspraak van woorden die je nog niet kende.

A2

Formeel en informeel Ook al sta je er misschien zelden bij stil, je past vaak je taalgebruik aan de situatie aan. Als je bijvoorbeeld met vrienden praat, gebruik je andere woorden en uitdrukkingen dan wanneer je een sollicitatiegesprek voert. Tegen je vrienden ben je informeel, tijdens een sollicitatiegesprek formeel. In zakelijke situaties kun je het best formeel blijven totdat je merkt dat dit niet nodig is. Hieronder zie je enkele voorbeelden van informeel en formeel taalgebruik.

6

informeel

formeel

Hello! / Hi!

Good morning / afternoon / evening,

It was great seeing you.

sir. It’s been a pleasure meeting you,

I’m here to see Michael about

Ms Usherwood. I have an appointment with Mr Gray.

something. Ta! / Cheers, mate! No problem.

Thank you very much. You’re welcome.


Deel A

Algemeen

A

Uitspraak Als je je verstaanbaar wilt maken in het Engels, moet je goed letten op klanken, klemtonen, intonatie en ritme. Probeer de correcte uitspraak zo dicht mogelijk te benaderen, zodat er geen misverstanden ontstaan. Er zijn nu eenmaal grote verschillen in betekenis tussen bed, bad, bet, bat en bath, ook al lijken deze woorden op elkaar. Op internet zijn goede woordenboeken te vinden die je ook de uitspraak van woorden laten horen. In dit boek wordt steeds uitgegaan van de uitspraak zoals die in GrootBrittanniĂŤ gangbaar is.

A4

Klanken Als je een woordenboek gebruikt, kom je misschien voor jou nog onbekende tekens tegen, zoals [twentie twentie biznis ingglisj]. Deze tekens staan vaak tussen vierkante haken of schuine strepen en geven de uitspraak weer van het woord dat je hebt opgezocht. De tekens hierboven geven aan hoe je de naam van deze methode uitspreekt: 20/20 Business English. Deze tekens maken deel uit van een fonetisch schrift. In het woordenboek waarin ze gebruikt worden, wordt aan het begin met simpele voorbeeldwoorden uitgelegd hoe je ze moet uitspreken. De overzichten in A5 en A6 hieronder zijn gebaseerd op een eenvoudig notatiesysteem dat gebruikt wordt in de Van Dale Pocketwoordenboeken EngelsNederlands en Nederlands-Engels.

A5

Medeklinkers

symbool sleutelwoord andere spellingsvormen met dezelfde klank p b t d k g tsj dzj f v u d s

pen back tea day key get chat jump fat very thing then soon

happy rubber butter, walked, doubt ladder, called, could cool, soccer, lock, school, cheque bigger, ghost match, nature, question, cello age, edge, soldier, gradual coffee, cough, physics, half of – mother city, psychology, mess, scene, listen

7

Luisteren, gesprekken voeren en spreken

A3


Deel A Algemeen

z sj zj h m n ng l r j w ch

zero shake pleasure hot man no long land red yet wet loch

was, puzzle sure, station, tension, vicious vision, rouge whole hammer, calm, bomb funny, know, gnaw sink balloon, battle marry, wriggle, rhubarb onion, use, new, Europe one, when, queen Deze klank wordt ook uitgesproken als k en wordt in het Schots met een g-klank uitgesproken.

A6

8

Klinkers

symbool

sleutelwoord

andere spellingsvormen met dezelfde klank

ie: i e æ a: o o: oe oe: u !: ! ee oo aj au oj i! e! oe! ee! oo! ajj! au! ojj!

sheep ship bed bad father pot four put boot but bird cupboard make note bite now boy here there poor player lower fire tower employer

field, team, key, scene savage, guilt, system, women any, said, bread, bury, friend – calm, heart, laugh watch, cough ball, board, draw, floor, caught wood, wolf, could move, shoe, group, blue, rude some, blood, does burn, worm, earn, journal, Bert the, colour, actor, nation, danger, asleep pray, prey, steak, vein soap, soul, grow, toe pie, buy, try, guide, sigh spout, plough poison, lawyer beer, appear, fierce hair, bear, bare, prayer tour, sure greyer – buyer our –


Deel A

Algemeen

A

Stomme medeklinkers Er zijn nogal wat Engelse woorden met stomme medeklinkers. Die moet je wel schrijven, maar je spreekt ze niet uit! Let speciaal op de uitspraak in de volgende gevallen. – De b wordt niet uitgesproken na een m: bomb, comb, climb, lamb, tomb, womb. – De k wordt niet uitgesproken vóór een n: knight, knee, know. – De l wordt niet uitgesproken aan het eind van sommige woorden: folk, walk, calf. – De p wordt niet uitgesproken vóór een s aan het begin van een woord: psychology, psalm. – De r wordt meestal niet uitgesproken aan het eind van het woord: mother, manager, your. De r aan het eind van een woord wordt wel uitgesproken als het woord erna met een klinkerklank begint: your uncle, mother-in-law. Deze verbindings-r vergemakkelijkt de uitspraak van het volgende woord. – De w wordt niet uitgesproken vóór een r aan het begin van een woord: wrong, write, wrap. – De w wordt ook niet uitgesproken vóór ho aan het begin van sommige woorden: who, whole.

A8

Verschillen in uitspraak Hieronder zie je een aantal klanken die op elkaar lijken, maar die verschillend uitgesproken moeten worden om verwarring te voorkomen. d/t Een d aan het eind van een woord wordt meestal ook als een d uitgesproken en niet als een t: ride, beard, card, heard. Na een f, k, p, s wordt een d wel uitgesproken als een t: stopped, missed, worked, stuffed. s/z Een s aan het eind van een woord wordt als z uitgesproken: cars, hears, catalogues, lives, finances. De s wordt wel als een (scherpe) s uitgesproken na f, k, p, t: stops, hits, works, handcuffs. f/v Maak goed onderscheid in de Engelse uitspraak tussen een f en een v, ferry / very. 9

Luisteren, gesprekken voeren en spreken

A7


Deel A Algemeen

u/d De u hoor je wanneer je lucht uitblaast bij de uitspraak: thick, throw, bath. De d wordt uitgesproken zonder dat er lucht uitgeblazen wordt en lijkt een beetje op de uitspraak van de Nederlandse d: this, therefore, rather. æ/e Het verschil in uitspraak tussen deze klanken kun je horen als je de volgende woorden goed uitspreekt: bad / bed, bat / bet, had / head.

A9

Klemtoon Als een woord uit meer dan één lettergreep bestaat, moet je weten op welke lettergreep of lettergrepen de klemtoon valt. Anders gezegd: welke delen van het woord worden met meer nadruk uitgesproken? Ook hier kan het woordenboek je helpen. Bij de uitspraaknotatie van woorden met meer lettergrepen zie je dat sommige tekens onderstreept zijn, bijvoorbeeld [divvell!pm!nt]. De onderstreping hier geeft aan dat de klemtoon op de tweede lettergreep valt: development.

A10

Intonatie en ritme Nederlanders die Engels spreken, komen nogal eens als vlak, eentonig, ongeïnteresseerd, of zelfs onbeleefd op Engelsen over. Dit komt doordat de Engelsen veel meer gebruikmaken van intonatie dan Nederlanders. Engelse woorden, woordgroepen en zinnen hebben een andere intonatie (klankpatroon) dan Nederlandse. Denk hierbij aan korte pauzes na een woordgroep, of aan woorden die met een hoge of lage klank worden uitgesproken. Een goed voorbeeld is de klank van het woord idee. In het Nederlands gaat bij de uitspraak van dit woord aan het eind de klank omhoog. Bij het Engelse woord idea gaat de klank juist omlaag. Dit geldt niet alleen voor losse woorden, maar ook voor hele zinnen. Je kunt het beste een zin met een hoge stem beginnen, dit zolang mogelijk gedurende de zin volhouden en pas aan het eind van de zin zo snel mogelijk met je stem omlaaggaan. Een voorbeeld: What would you like for dinner tonight? Spreek de zin maar eens voor je gevoel overdreven uit zoals Engelsen dat zouden doen: zo hoog mogelijk beginnen, hoog aanhouden en pas bij de eerste lettergreep van dinner zo snel als je kunt met je stem omlaag, zo diep als je kunt. Voor jou klinkt dit misschien overdreven, voor een Engelsman helemaal niet. Hoe kun je dit het snelst leren? Luister goed naar Engelsen of Amerikanen en

10


Deel A

Algemeen

A

zal een grammaticale fout of een verkeerd woord makkelijker geaccepteerd worden.

A11

Het alfabet Je zult waarschijnlijk regelmatig een naam of woord in het Engels moeten spellen, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek. Daarom is het belangrijk dat je de letters van het Engelse alfabet goed kunt uitspreken. Wees altijd voorbereid op de vraag: Could you spell that, please? Hieronder vind je het Engelse alfabet met de uitspraak van de afzonderlijke letters.

a b c d e f g h i j k l m

ee bie: sie: die: ie: ef dzjie: eetsj aj dzjee kee el em

n o p q r s t u v w x y z

en oo pie: kjoe: a: es tie: joe vie: dubl joe eks waj zed

Hoofdletters kun je aangeven door vóór de uitspraak van de letter het woord capital (hoofdletter) toe te voegen: Pelmolenplantsoen. That’s spelled: capital P-e-l-m-o-l-e-n-p-l-a-n-t-s-o-e-n. Soms is het verstandig om het Engelse telefoonalfabet te gebruiken, zie A48.

11

Luisteren, gesprekken voeren en spreken

probeer hen te imiteren. Als je het Engels met de juiste intonatie uitspreekt,


Deel A Luistervaardigheid

Luistervaardigheid A12

Voorbereiden op luisteren Als je een luisteroefening moet doen, ga je als volgt te werk.

• Bereid je erop voor dat je geconcentreerd moet gaan luisteren. • Zorg ervoor dat je eventueel aantekeningen kunt maken (als dat toegestaan is).

• Lees de opdracht goed door. Begrijp je precies wat er van je verwacht wordt? Het heeft geen zin te beginnen aan een opdracht die je niet of niet helemaal begrijpt.

• Zorg ervoor dat je weet hoe vaak je de tekst te horen krijgt. A13

Gebruikmaken van wat je al weet Je begrijpt beter wat je hoort als je al iets over het onderwerp afweet. Als je weet dat de luistertekst over Australië gaat, denk dan van tevoren goed over dit land na. Eventuele nieuwe informatie in de luistertekst kun je dan combineren met wat je al weet (oude informatie). Behalve het onderwerp zijn ook andere zaken van invloed op jouw begrip van de informatie. Enkele voorbeelden:

• Hoor je achtergrondgeluiden? De omgeving helpt je ook dingen beter te begrijpen. Waar bevindt de spreker zich? In een winkel? Op een congres? Op een handelsbeurs? Op een luchthaven?

• Met wat voor spreker heb je hier te maken? Man of vrouw? Leeftijd? Opleiding?

• Hoe spreekt iemand? Op wat voor toon? Spreekt iemand vlot? Met veel aarzelingen en pauzes?

• Wat voor taalgebruik hanteert de spreker? Is de stijl formeel of informeel (zie hiervoor A2)? Gebruikt de spreker veel moeilijke woorden?

A14

Omgaan met onbekende woorden en uitdrukkingen Het zou erg handig zijn als je in elke situatie letterlijk alle Engelse woorden en uitdrukkingen begrijpt die iemand gebruikt. Jammer genoeg is dat maar zelden het geval. Belangrijk is hoe je daarmee omgaat. Dat kan op twee manieren.

• Je negeert gewoon de onbekende woorden of uitdrukkingen die je niet begrijpt. Misschien zijn ze niet van belang om de spreker te kunnen volgen en de boodschap te begrijpen.

12


Deel A

Luistervaardigheid

A

uitdrukkingen. Dat doe je op basis van de rest van de zin, het onderwerp, andere dingen die eerder gezegd zijn of je eigen voorkennis. Aan de ene kant moet je proberen een zekere feeling te krijgen voor wat je met onbekende woorden of uitdrukkingen moet doen. Dan kun je steeds sneller beslissen of iets genegeerd of voorspeld moet worden. Aan de andere kant kun je ook aan de context horen of iets genegeerd kan worden of niet. Enkele voorbeelden maken dit duidelijk. De spreker zegt: And what I’m going to say now is of great importance. The disclosures of last week’s meeting must be used to take action at once! Wat denk je: negeren of voorspellen…? Voorspellen natuurlijk! De spreker geeft immers zelf aan dat de zaak van great importance is en dat er at once gehandeld moet worden. De spreker zegt: Maybe you’re right. It reminds me of something else. Let me think of another example … Yes, you can also see it as a case of loose lips sink ships. Wat denk je: negeren of voorspellen…? Negeren mag misschien wel! De spreker probeert nog een voorbeeld te bedenken voor iets wat hij of zij al eerder verteld heeft.

A15

Begrijpen van de structuur Je kunt een spreker ook beter begrijpen door te letten op hoe hij of zij het verhaal heeft vormgegeven. Met andere woorden: hoe is het verhaal opgebouwd, gestructureerd? Let hierbij op de volgende aandachtspunten.

• Hoe hoor ik welke gedeelten belangrijker zijn dan andere? • Hoe kan ik horen of bepaalde informatie al eerder gegeven is? • Hoe wordt er verband gelegd tussen de verschillende delen van een verhaal?

• Hoe worden samenvattingen gegeven? Wat is daarbij belangrijke en wat is minder belangrijke informatie? De paragrafen A16 tot en met A26 helpen je een antwoord te vinden op deze vragen.

13

Luisteren, gesprekken voeren en spreken

• Je voorspelt zo goed mogelijk de betekenis van de onbekende woorden of


Deel A Luistervaardigheid

A16

Woorden die een volgorde aangeven

• first, in the first place, firstly • second, in the second place, secondly • third, in the third place, thirdly • lastly • finally • after that A17

• ten eerste, in de eerste plaats • ten tweede, in de tweede plaats • ten derde, in de derde plaats • ten laatste • ten slotte • daarna

Woorden die nieuwe informatie aankondigen

• in addition, moreover, furthermore,

• bovendien, verder, daarnaast

what’s more, besides

• again, once more • also, as well, too • neither, nor, not … either • and • and then • besides, except, except for • equally important • further … • another (example) • one more (example) • finally A18

• weer, opnieuw, nogmaals • ook • ook niet, evenmin • en • en dan • behalve • even belangrijk • verdere … • nóg een (voorbeeld) • nog één (voorbeeld) • ten slotte

Woorden die het belang aangeven

• important • very important, vital, essential,

• belangrijk • zeer belangrijk

major, of the utmost importance

• first, best, strongest, cheapest, ... • remember, don’t forget • keep in mind • the solution A19

Woorden die een vergelijking aangeven

• just as important, equally important • no less important • in the same way / manner, likewise, similarly

14

• eerste, beste, sterkste, goedkoopste, ... • onthoud, denk eraan, vergeet niet • houd in gedachten • dé oplossing • al even / net zo belangrijk • niet minder belangrijk • op dezelfde wijze / manier, evenzo


Deel A

Luistervaardigheid

A

Woorden die een gevolg aankondigen

• as a result, consequently • therefore • the result / consequence is A21

Luisteren, gesprekken voeren en spreken

A20

• met als gevolg / resultaat • daardoor, om die reden • het gevolg / resultaat is

Woorden die een tegenstelling aankondigen

• although, though • at the same time • but • even so, still, nevertheless, yet • however • in contrast to • on the contrary • on the other hand • or, alternatively • quite the reverse is true of

• hoewel • tegelijkertijd • maar • toch • echter • in tegenstelling tot / met • integendeel • aan de andere kant • of • precies het tegenovergestelde / omgekeerde geldt voor

A22

Woorden die een voorbeeld aankondigen

• as an illustration • for example, for instance • say, ... • to give / mention an example • let’s say • to demonstrate this • to show how it works A23

• ter illustratie • bijvoorbeeld • zeg, ... / bijvoorbeeld... • om een voorbeeld te geven / noemen • laten we zeggen • om dit te laten zien • om te laten zien hoe het werkt

Woorden die een doel aangeven

• for this purpose • for this reason • in order to do so, to do that • so • the point of all this is • what I would like to do is • therefore, that is why • for this / that reason

• voor dit doel • om deze reden • om dat te kunnen doen • dus • de reden voor dit alles is • wat ik wil doen is • daarom • om deze / die reden

15


Deel A Luistervaardigheid

A24

Woorden die een herhaling aankondigen

• as I have said before / as I said earlier

• in other words • put differently • in brief / short • what I really mean to say is … A25

gegeven

• met andere woorden • anders gezegd • in het kort gezegd • wat ik eigenlijk wil zeggen is …

Woorden die aangeven dat je terugverwijst

• as I said just now • to get back to your question • referring back to • you will remember what I said about

A26

• zoals ik hiervoor / eerder al heb aan-

• zoals ik daarnet al zei • om terug te komen op uw vraag • ik verwijs terug naar • u zult zich herinneren wat ik heb gezegd over

Woorden die een samenvatting aankondigen

• finally • in short / in brief • in conclusion • summing up, to conclude,

• ten slotte, tot slot • in het kort • ter afsluiting • om samen te vatten, samengevat

to sum up

• in a nutshell • anyway, to cut a long story short

• in een notendop • maar goed, om een lang verhaal kort te maken

A27

Intonatie en nadruk Ook met zijn stem en met zijn intonatie kan een spreker aangeven wat hij belangrijk vindt. Welke passages worden met meer nadruk uitgesproken? Een voorbeeld. It’s the production of toys that causes the biggest problem. Door het woord toys luider uit te spreken, maakt de spreker duidelijk dat hij dit een belangrijk onderdeel vindt. Woorden die vooraan (of achteraan) in de zin geplaatst worden, krijgen meer nadruk – en dus meer aandacht – dan als ze in het midden van de zin staan. Vergelijk het verschil in nadruk dat the losses krijgt in de onderstaande zinnen.

16


Deel A

Luistervaardigheid

A Luisteren, gesprekken voeren en spreken

I think we should talk about the losses of the last three months. (midden) The losses of the last three months is what I think we should talk about. (begin) When we discuss the last three months, I think we should talk about the losses. (eind)

A28

De grote lijn bepalen of bepaalde informatie zoeken? Voordat je gaat luisteren, moet je weten met welk doel je gaat luisteren: wil je de grote lijn volgen van wat er gezegd wordt (skimmen) of zoek je gericht naar bepaalde informatie (scannen)? Skimmen (de grote lijn volgen, de algemene strekking achterhalen) Hierbij let je vooral op:

• De opening van het verhaal. Wat is het onderwerp? • De structuurwoorden die aangeven hoe het verhaal is opgebouwd, bijvoorbeeld first, second, finally, in short enzovoort en wat er direct daarna gezegd wordt.

• De openingszinnen na elke pauze die iemand neemt. • De slotopmerking(en). Scannen (gericht naar bepaalde informatie zoeken) Hierbij let je vooral op:

• Woorden of uitdrukkingen die rechtstreeks te maken kunnen hebben met de door jou gezochte informatie. Je wilt bijvoorbeeld weten wat de leveringsvoorwaarden zijn van een bedrijf. Je let dan vooral op woorden als delivery, terms, conditions, if, weeks, months, enzovoort.

A29

Gespreksvaardigheid en spreekvaardigheid Er is een verschil tussen gespreksvaardigheid (Gesprekken Voeren) en spreekvaardigheid (Spreken). Bij gespreksvaardigheid, het woord zegt het al, heb je een gesprek met andere mensen. In zo’n gesprek hebben alle deelnemers invloed op het verloop en de inhoud van het gesprek. Bij gespreksvaardigheid is luistervaardigheid van groot belang. Een gesprek zou immers vreemd verlopen als je niet echt luistert, maar af en toe zomaar iets zegt. Bij spreekvaardigheid is er minder wisselwerking tussen de betrokkenen. Denk bijvoorbeeld maar aan een presentatie, lezing, instructie enzovoort. De luisteraars kunnen wel op je reageren, bijvoorbeeld met vragen, maar in principe staat wat de spreker wil zeggen al vast. 17


Deel A Luistervaardigheid

Bij zowel gespreksvaardigheid als spreekvaardigheid doe je allerlei dingen om het gesprek, de instructie, de presentatie zo goed mogelijk te laten verlopen, bijvoorbeeld:

• je probeert de informatie die je wilt overbrengen zo goed mogelijk te ordenen;

• je probeert het gesprek zo vlot mogelijk te laten verlopen; • je probeert communicatiestoornissen te voorkomen of zo snel mogelijk te verhelpen.

General phrases | Algemene uitdrukkingen Hier volgt een aantal uitdrukkingen die je kunt gebruiken om vlot te leren spreken.

A30

Opening / Bringing something up for discussion – Beginnen / Onderwerp ter sprake brengen

• I’d like to talk to you about… • By the way, I’d like to ask you something.

• Could I have a word with you? • There is something I need to

• Ik wil het met u hebben over... • Tussen haakjes, ik wil u graag iets vragen.

• Kan ik u even spreken? • Er is iets dat ik met u moet bespreken.

discuss with you.

• Theo, would you know if…? • Theo, weet jij of...? • I say, Tom, do you happen to know • Zeg, Tom, weet jij toevallig wanneer...? when…?

• Have you got a minute? A31

Giving an example – Voorbeeld geven

• Let me give you an example. • for example / for instance • To illustrate this… A32

• Heeft u een ogenblik tijd voor mij? • Laat me u een voorbeeld geven. • bijvoorbeeld • Om dit te illustreren...

Stressing – Benadrukken

• I’d like to stress / emphasise / underline that…

• It’s very important / vital / essential / of the utmost

• Ik wil graag benadrukken / onderstrepen dat...

• Het is heel belangrijk / essentieel / van het allergrootste belang.

importance.

• It’s absolutely necessary. 18

• Het is absoluut noodzakelijk.


20/20 Business English Handboek Economie