Reveil21 Verhalenboek

Page 1

R E V E I L # 21 dag van de vergeten verhalen


REVEIL dag van de vergeten verhalen

© 2021 Reveil vzw


INHOUD

4

p07

Vooraf

p13

Uus Knops | Zonder titel

p14

Joris Denoo | Ballade van de dierbare

p15

Freek Lauwers | Wennen aan de woestijn

p16

Chantal Pauwels | Vrijdag de dertiende

p22

Sara Eelen | De afstand reikt

p23

Vincent Vandommele | Midzomer

p25

Toon Tellegen | Zonder titel

p26

Lyna De Leener | (Wan)Hoop

p27

Erika De Stercke | Houden van

p29

Nikki Petit | Eens een kind

p30

Martine Muller | Mooie dag

p35

Bert Deben | Hoe zou het zijn geweest als jij

p36

Koen Vlerick | UUR D

p38

Leen Verheyen | Nachtelijke afdaling

p41

Alexandra Hustinx | Rusteloos verlangend

p42

Geraard van Heusden | Dood

p44

Nerkiz Sahin | Kan zijn

p45

Ingrid Van Remoortel | Een voldongen feit

p47

Ilja Leonard Pfeijffer | Gedicht #30

p48

Saskia Van Laere | Een beetje

p49

Mieke Thienpont | Zonder jou


5

p50

Cecile Vanhoutte | OMKIJKEN

p52

Christine Van den Hove | Wake

p53

Claudia Sips | Zonder titel

p54

Joséphine Vandekerckhove | Laten we eilanden bouwen

p56

Liesbeth Alen | Moeilijke woorden

p57

Sonja C. de Bruijn | In this Room of Light

p58

Janneke Willems | Mag ik even

p60

Dominique Minten | Diep onder

p61

Annette Akkerman | Sterrenkind

p63

Monica Boschman | Leunen zonder gewicht

p64

Jade Amari | Voor altijd

p65

Monique Bol | Herfstig

p67

B.P. Arend | Nummer drie

p68

Greta Vandeborne | Lamento voor R.

p70

Francine Baetens | Er is een dag

p71

Alida Lyssens | Afscheid

p73

Liese Leunens | Onuitwisbaar

p74

Isha Van Alsenoy | Steen

p80

Sofie Florin | jij en ik

p81

Alice Boudry | Verlies

p83

Vere Verheecke | Rouwen voor beginners


VOORAF

In 2012 stierven in de gemeente Deerlijk in zes maanden tijd vier jonge mensen uit dezelfde vriendenkring. Het was als een donkere wolk die boven de kleine West-Vlaamse gemeente hing. Een van hen, Robbie Van Eeckhout, was de Deerlijkse rocklegende die met zijn band Highway Jack z’n duivels ontbond op het podium. Lederen jasje, gescheurde jeans, één voet op de monitor en gas geven. Dat hij daarnaast ook bij de begeleidingsband van Niels Destadsbader speelde, deed hij volgens geruchten vooral voor de vrouwelijke aandacht die ermee gepaard ging. De leden van Zinger, het ‘andere bandje’ in Deerlijk, verloren niet alleen een collega-muzikant, maar ook een vriend. Om hem te eren, maakten ze het nummer Grace (Everybody’s Dying these Days). Frontman Pieter Deknudt besloot om het lied te spelen aan het graf van Robbie. Ondanks nogal wat fronsende blikken van vrienden en kennissen - ‘Muziek? Op de begraafplaats? Kan dat wel?’ - voelde hij dat dit het meest respectvolle was dat hij voor z’n maat kon doen. Enkele krasse 80-jarige leden van de lokale heemkring stelden hem gerust en vertelden hem dat de fanfare vroeger ook op de begraafplaats speelde. Samen verbaasden ze er zich over dat die gewoonte verdwenen was, net zoals heel wat andere warme rouwtradities.

7


Op 1 november 2014, rond zonsondergang, was het zover. Zinger had de lokale fanfare en de heemkring opgetrommeld, en speelde om klokslag 17 uur het eerste Gm-akkoord van Robbiesong Grace (Everybody’s Dying These Days). Met knikkende knietjes, want doodsbang voor boze reacties. In het uurtje dat volgde, baadde de lokale begraafplaats even in een gloed van lichtjes, koperblazers en vergeten verhalen. De heemkring haalde enkele mooie levensverhalen van onder het stof. De band speelde muziek onder begeleiding van de lokale fanfare. De opkomst en reacties waren overweldigend. Blijkbaar was het hoog tijd om onze braakliggende rouwcultuur te beschouwen als een wit blad. Vanaf dat moment ging het snel. In enkele jaren tijd groeide de beweging fors: van één tot meer dan één op de drie gemeenten in Vlaanderen. Op 1 november, om klokslag 17 uur, klinkt intussen op meer dan 100 begraafplaatsen ingetogen, lokale troostmuziek, poëzie en verhalen. Sindsdien vatte Reveil de missie op om op zoek te gaan naar een warmere rouwcultuur van eigen bodem. Met respect voor onze wortels. En met de blik op de toekomst. Zonder politieke of levensbeschouwelijke vlag.


Nog elke dag smeedt de organisatie samenwerkingen met muzikanten, illustratoren, dansers, dichters, vertellers, … om samen beter om te gaan met afscheid. Met muziek, dans, poëzie en verhalen als wapen. Met een sterke lokale verankering, over generaties en culturen heen. Zo kan iedereen herinneringen aan een overleden geliefde achterlaten op de Reveil Verhalenbank. Reveil ondersteunt gemeenten en organisaties met warme troostproducties, zoals de Boodschap aan de Overkant, De Grote Oversteek en Soul Repair Café, en organiseert conferenties om warme troost– organisaties samen te brengen en samen te bouwen aan de #rouwrevolutie. Intussen staan ook een theaterproductie en een tijdschrift in de steigers. Vzw Reveil wil in het bijzonder Tine Marie Vandamme, Lara Jakoba Breine, Leni Debacker en Astrid Fieuws bedanken voor hun fantastische werk. Ze bedankt ook Toon Tellegen, Ilja Leonard Pfeijffer, Uus Knops en alle schrijvers en illustratoren om er samen opnieuw een adembenemende editie van te maken.

Beluister hier de song Grace (Everybody’s Dying These Days), die Zingerfrontman en Reveil-oprichter Pieter Deknudt schreef voor zijn overleden vriend Robbie: het lied waar alles mee begon.

Neem zeker een kijkje op www.reveil.org of richt je telefooncamera op de QR-code hiernaast. Je kan er ook de vorige edities van het Reveil-boek ontdekken.


Astrid Fieuws


ZONDER TITEL Uus Knops

Soms regent het alleen in het bos. De bui is voorbij. Maar het regent nog na. Verzamelde tranen kunnen plots niet meer opgehouden worden op de bladeren van de bomen. Omdat ze te veel of te zwaar om te dragen zijn geworden. En in dat bos, wat als er een boom omvalt zonder publiek? Maakt die dan ook geluid? Is er geluid als er niemand is die het hoort? Als de druppels nergens terechtkomen, als er niet wordt beroerd? Laat het maar regenen alleen in het bos, ook als de bui al over is. Laat de bomen maar vallen, ook als dat geruisloos is. Zij die iemand verloren zijn, zullen altijd voelen én horen wat of wie er niet meer is.

13


B A L L A D E VA N D E D I E R B A R E Joris Denoo

Als je uit je lichaam wandelt en plaatsmaakt voor wat klein verdriet, wil dan de ramen kieren, want vergeten doen we niet. Als je van je tafel opstaat en een zwart sjabloon nalaat, vul ons dan nog even in met een vers waar geen maat op staat. Want ramen kunnen huilen van de regen. Want iets kan ver weg klinken als een oude plaat. Want takken kunnen röntgen lijken. Want licht kan bomen doorstrepen. Want wind kan kruinen doen schuimen. Als je uit je lichaam wandelt en plaats maakt voor wat klein verdriet, wil dan de regen kieren, want vergeten doen we niet.

14


WENNEN AAN DE WOESTIJN Freek Lauwers

Wandel kruip strompel door de woestijn. Tot je al het zand hebt geteld en elke korrel persoonlijk kent. Tot een enkele druppel water genoeg is om je dorst te lessen. Tot je op een rots een eenzame roos ziet groeien. En nog één. Tot de hels brandende zon je beste vriend is, alle slangen de andere kant op ratelen. En de fata morgana uiteindelijk toch een oase blijkt te zijn. 15


VRIJDAG DE DERTIENDE Chantal Pauwels

Het metrostation lijkt een mierennest. Toeristen zoeken hun weg, studenten lopen wat te lummelen, pendelaars haasten zich naar huis. Werner volgt de stroom naar lijn 2. Gebogen hoofd, opgetrokken schouders. Af en toe knikt een bekende hem toe. Vragende ogen, een vluchtige groet. Het stoort hem niet. Sinds jaren vindt niemand nog de juiste woorden. Hij stapt het rijtuig in, gaat op in de zwijgzame, deinende massa. Oogkleppen en afgeschermde emoties. Het donker flitst voorbij. En dan ineens… Juul, zijn Juul. Blonde krullen, rugzak, knalrood T-shirt, omringd door vrienden. Het zweet breekt Werner uit. Bij de volgende halte drumt hij zich een weg naar de uitgang, holt de betegelde tunnel uit. Zijn keel snoert dicht. Brandende beelden op zijn netvlies. Omvergeduwde tafels en stoelen, krijsende mensen. Levenloze lichamen. Juul. Parijs is opnieuw heel dichtbij. Buiten neemt hij een ferme teug adem. De frisse avondlucht brengt hem terug in het nu. Met stevige pas loopt hij naar huis. Een klein uur later steekt hij de sleutel in het slot, snuift de geur van thuis op. Hij hangt zijn jas aan de haak, schopt zijn schoenen uit. ‘Ik vraag het hem. Ik houd je op de hoogte. Tot later.’ Hilde duwt haar telefoon af, kijkt hem vragend aan. ‘Schat, waar bleef je? Ik was ongerust.’ ‘Ik ben te voet. De metro werd me te druk.’ Werner komt naast haar staan. ‘Sorry.’ Zachtjes drukt hij een zoen op haar schouder. Ze gaan aan tafel. Woensdag. Wortelen met worst, gesausd met een bijna tastbare stilte. Hilde schuift haar bord weg. ‘Wat scheelt er?,’ vraagt Werner. ‘Geen trek?’

16


Ze neemt een slokje water. ‘Ik kreeg net telefoon van Inge.’ ‘Hoe gaat het met haar? En met Marc?’ ‘Goed. Ze gaan een weekend weg. Vrijdagmorgen vertrekken ze.’ ‘Leuk voor hen.’ ‘Ze vraagt ons mee.’ ‘Hoezo?’ Hij prikt in een laatste stukje aardappel. ‘Ze heeft twee kamers geboekt. Eenvoudig, proper en goedkoop. In Parijs.’ ‘Parijs?’ Werners vork klettert op zijn bord. ‘Durft ze dat echt te vragen?’ Hij schuift zijn stoel achteruit, loopt naar de woonkamer. ‘Het is goed bedoeld.’ Hilde volgt hem. ‘Ze noemt het “een plaats geven”.’ Werner draait zich om, vanaf de kast lachen blauwe kijkers hem toe. Loslaten. Een plaats geven. Mooie woorden uit de mond van onwetenden. ‘Ronddolen in Parijs zal ons echt niet helpen Juuls dood te verwerken.’ Hij gaat zitten. ‘Het maakt de wonde groter, schat.’ Hij zoekt de blik van zijn vrouw. Grauwe ogen, vermoeide trekken, diepe groeven in haar voorhoofd. Broos als glas. ‘Luister schat, de waarheid is dat ik Inge heb gevraagd een weekend Parijs te boeken.’ ‘Maar…’ Ze gaat zitten, neemt zijn hand. ‘Zondag is het moederdag. Dan wil ik bij Juul zijn. Op de stoel zitten waarop hij zat. Zien wat hij zag. Proeven wat hij dronk. Ik wil hem voelen.’ Haar stem breekt. Droge tranen doen haar lichaam schokken.

17


Iets komt tot leven. Werners schedel tintelt, blauwe ogen branden gaatjes in zijn rug. Hij huivert. Papa, laat los. Het is oké. Een late zonnestraal licht de woonkamer op. ‘Goed, we gaan naar Parijs. Ik neem verlof. Bel Inge maar.’ Vrijdagmorgen, half elf. Werner staart door het passagiersraam naar buiten, zegt geen woord. Op de achterbank zwijgen Hilde en Inge geen seconde. Het stoort hem mateloos. Nerveus tikt hij met zijn vingers op zijn dij. ‘Cambrai.’ Zijn schoonbroer wijst naar het groene bord boven de snelweg. ‘Leuke stad.’ ‘Met een citadel en gezellige pleintjes,’ vervolgt Inge. ‘Ik kocht daar die mooie reistas. Weet je nog Marc?’ ‘Die bruine?,’ vraagt Hilde. Een lichte zucht ontsnapt Werner. Koetjes en kalfjes, loze woorden. Was hij maar thuis. Alleen. De klotewereld buitengesloten. Een voertuig met twee koersfietsen op de drager haalt hen in. Hij slikt. Hun laatste zomer samen. Hij en Juul op de Mont Ventoux. De beklimming was zwaar, windstoten, ondraaglijke hitte. Half zo heftig als deze calvarie naar Parijs. ‘Ik zie Juul nog geregeld.’ Hij schrikt van zijn eigen woorden. Marc kijkt hem bezorgd aan. ‘Juul?’ ‘Ja. In de metro, op straat, in de fitness.’ Het gesprek op de achterbank valt stil. Elk van hen verdwaalt in zijn eigen herinneringen en verdriet. Onuitgesproken, verstikkende woorden. Dik twee uur later rijden ze de ring van Parijs op. Hilde wijst naar het voetbalstadion aan de linkerkant.

18


‘Weet je nog hoe Juul de scheidsrechter treiterde?’ Haar stem klinkt hees. Werner draait zich om. ‘Ja.’ Zijn gezicht klaart op. ‘Telkens als de arbiter de aftrap wou fluiten, knielde hij neer en strikte zijn veters. Iedere match opnieuw.’ ‘Ik kon wel weglopen van schaamte,’ glimlacht Hilde. ‘Hij liet bewust iedereen wachten. Steeds weer.’ ‘Ooit kreeg hij daarvoor een gele kaart, weet je nog?,’ vervolgt Werner enthousiast. ‘Het was een sloeber, onze Juul.’ Zijn lippen krullen zich tot een glimlach. ‘Toon ons het Parijs waar Juul van hield,’ stelt Inge voor. Hilde haalt diep adem. ‘Het Quartier Latin, de buurt rond de Bourse de Commerce, de steegjes in Montmartre. Daar was hij graag.’ ‘We slenteren van buurt naar buurt, nemen zo weinig mogelijk de metro. We volgen zijn voetstappen. Wat denken jullie?’ ‘Super.’ Hilde veegt een traan weg. ‘We zijn er bijna.’ Marc voegt in naar rechts. ‘Porte d’Asnières. Nog hooguit vijf kilometer tot aan het hotel.’ Even later rijdt hij een ondergrondse parking in. De lift brengt hen naar de Parijse boulevards. Zondagmiddag. Marc en Inge lopen het terras op van La Belle Equipe in de Rue de Charonne. ‘Hier is er plaats.’ Met lood in hun schoenen gaan Hilde en Werner zitten. Ze bestellen een fles rosé. In stilte nippen ze aan hun glas. Alles herinnert hen aan 13 november 2015. Even over half negen. 138 kogelinslagen, 20 doden. Blinde woede die hun leven vernielde.

19


‘Ik had nooit gedacht dat ik hier nog zou komen,’ breekt Hilde de stilte. ‘Het doet deugd hier te zijn.’ Werner kijkt het terras rond. Alle tafeltjes zijn bezet. Jong en oud, onbevreesd. Tijd heelt dan toch de wonden. ‘We hadden een mooi weekend. Ik begrijp waarom Juul hier graag was,’ beaamt Inge. ‘Het was zijn droom die uitkwam. Erasmus in Parijs. Hadden we geweten…’ Werners adem stokt. Hilde legt haar hand op de zijne. ‘Niemand heeft een glazen bol, ook wij niet. Juul was hier gelukkig. Dat is het voornaamste.’ ‘Laten we wat eten.’ Marc vraagt de kaart, schenkt hun glazen nog eens bij. ‘Santé. Op Juul.’ ‘Op Juul.’ Iets doet het tafellaken opbollen. Werner heft zijn hoofd. Op de hoek van de straat ziet hij hem staan. Zijn Juul. Blonde krullen, rugzak, knalrode T-shirt. Duim omhoog. Het is goed papa. ‘Op Juul.’ Voor het eerst in vijf jaar klaart de mist in zijn hoofd een beetje op.

20


Ilja Leonard Pfeijffer / Uus Knops / Joris Denoo / Chantal Pauwels / Freek Lauwers / Christine Van den Hove / Cecile Vanhoutte / Martine Muller / Sara Eelen / Toon Tellegen / Vincent Vandommele / Alexandra Hustinx / Lyna De Leener / Erika De Stercke / Nikki Petit / Janneke Willems / Jade Amari / Bert Deben / Koen Vlerick / Leen Verheyen / Francine Baetens / Nerkiz Sahin / Geraard van Heusden / B.P. Arend / Ingrid Van Remoortel / Saskia Van Laere / Alida Lyssens / Claudia Sips / Vere Verheecke / Dominique Minten / Liese Leunens / Annette Akkerman / Sonja C. de Bruijn / Mieke Thienpont / Alice Boudry / Monica Boschman / Monique Bol / Joséphine Vandekerckhove/ Isha Van Alsenoy / Liesbeth Alen / Sofie Florin / Greta Vandeborne