Page 1

REVEIL #20 dag van de vergeten verhalen


REVEIL dag van de vergeten verhalen

© 2020 Reveil vzw


INHOUD

p09

Vooraf

p51

Gerard Scharn | Voorgoed verleden tijd?

p13

Peter Verhelst | Het Licht I

p52

Ingrid Vanderkrieken | Heimwee naar de verte

p15

Peter Verhelst | Het Licht II

p54

Jeroen Zonneveld | Kliekjes

p16

Marjolijn van Raaij | Het koninkrijk aan het kanaal

p55

Meliza de Vries | Rechtsaf

p21

Dick van Welzen | DAT IS GENOEG

p57

Joke Prinsen | Toen de dood

p22

Abel Dossche | Wolf

p59

Joke Prinsen | De stand van zaken zoals zichtbaar werd

p23

Erika De Stercke | De wereld in rouw

uit een buitenwijks raam in juli 2020

p24

Erwin de Ridder Moeders sterven niet

p61

Kristien Severs Rocha | Flarden

p26

Angelo Cloof | Aan de dood kan je niet ontsnappen

p62

Rudi Lavreysen | Het lukt niet

p29

Frederik Bosmans | Kist

p64

Leonie De Clercq

p32

Aya Sabi | Behalve Elkaar

Haar haren in de kap van mijn winterjas

p33

Rino Feys NIE GEZEID

p66

Shana Pauwels | Ster

p68

Tine Putzeys | De kroning van Maria

p73

Evie Vallet | Licht geraakt

|

|

Het lettertype collectief Kortrijk

4

|

p34

Kate Dejonckheere | Stadsvlucht

p75

Evie Vallet | Zeepdoos

p37

Joke De Kerpel | Hartenvier

p76

Hanneke Middelburg | Punt

p39

Alice Boudry | Sluimer

p77

Greet Langen | Zomer

p41

Judith De Wandel | Waas

p78

Ingrid Van Remoortel | Black label

p42

Louise Maddens | Het rouwen dat mij wacht

p79

Ingrid Van Remoortel | 1 november

p44

Oona Loncke | Rouw in tijden van corona

p81

Annemarie van Es | 100 mutsjes

p46

Vere Verheecke | hōkū

p83

Melissa Van Dam | Ooit zal ik het oprapen

p49

Louis Vanoosthuyze | Dag pépé

p84

Nina Moortgat | Stofdeeltjes

p50

Thomas Jacques

p85

Vincent Vandommele | Elke gedachte aan jou

p86

Katrien Vandeginste | Uil

p88

Siebrand Craeynest | 18 november 2017

p90

Valerie Tack | Maneki neko, of de gelukskat

|

Zuurstof

5


VOORAF

In 2012 stierven in de gemeente Deerlijk vier jonge mensen uit dezelfde vriendenkring in zes maanden tijd. De band Zinger, die een muzikale vriend had verloren, maakte er een nummer over, ‘Grace (Everybody’s Dying these Days)’. Bij de voorbereiding van de bijbehorende videoclip kwam de band bij Nico Hermans, voorzitter van de Belgian Truckers Club (BTC). Hij had een oude Chevrolet Bisontruck gekocht om die als pensioenproject op te knappen. Net voor de opnames stierf Nico. Zijn BTC-kompanen werkten het project van Nico af, en als eerbetoon reden ze de truck naar het kerkhof, terwijl de Zingerfanfare het nummer ‘Grace’ aan zijn graf speelde. De truckers ontkurkten enkele flessen, toostten en lachten om schun­ nige anekdotes en Nico’s koppige karakter. Geen opsmuk, geen verheerlijking, enkel eerlijke, menselijke verhalen. Zanger Pieter Deknudt besloot om dit beklijvende moment mee te nemen naar zijn thuishaven Deerlijk. Samen met de cultuurraad organiseerde hij er op 1 november 2014 de eerste editie van Reveil. Tussen 17 en 18 uur baadde de lokale begraafplaats even in een gloed van theelichtjes, koperblazers en vergeten verhalen. De heemkring vertelde en de band speelde tussendoor muziek onder begeleiding van de lokale fanfare. De opkomst en reacties waren overweldigend. De mensen achter Reveil ontdekten dat veel mensen de behoefte hebben om op 1 november iets meer te doen dan een chrysant op een graf te leggen. Sindsdien laat Reveil elk jaar op 1 november Vlaamse begraafplaatsen opleven met muziek, poëzie en verhalen. Elke gemeente geeft een plaats aan lokale muzikanten en woordkunstenaars om een respectvol eerbetoon te brengen aan overleden streekgenoten. Ondertussen zitten we aan de zevende editie.

7


Omdat het te jammer is om de opgehaalde verhalen, gedichten en herinneringen na elke editie telkens onder het stof te laten verdwijnen, besloot Reveil in 2016 om een verhalenblog op te zetten waar teksten op terechtkomen die mensen insturen. Het gaat om over de vergeten verhalen van dierbare overledenen. Enkele van die inzendingen prijken in dit boek naast werk van profes­ sionele auteurs, zoals Peter Verhelst, Aya Sabi en Valerie Tack. Ook opkomend literair talent krijgt hier een plaats. Een mooi aandenken voor wie na Reveil 2020 nog wat wil nalezen, en een mooi eerbetoon aan alle mensen die het verdienen om niet vergeten te worden. Omdat niet alle verhalen hun weg vonden naar deze publicatie, ontwierp Reveil een digitale verhalenbank waar iedereen een tekst kan achter­laten over een dierbare overledene. Zo kunnen we onze begraafplaatsen omvormen tot warme verzamelplekken van herinneringen, die de wortels van onze samenleving vormen.

8


HET LICHT I Peter Verhelst

Weldra komen we aan op de plek hoewel we nog niet weten hoe we er terechtkwamen en waarom er ’s nachts zoveel licht is, niet meer duidelijk wie we zijn als we wakker worden, maar is het wel wakker worden wat we doen, nu uren in een seconde verstrijken en de tijd tegelijk achteruit loopt, almaar brozer het huis, almaar bleker. We zien onszelf amper nog in de tuin naast de bloesemboom, fel wit, met een hand boven de ogen en met de andere zwaaiend, vermoeden we, doorschijnend, nog even al die bloesems, blijf kijken tegen de groter wordende zon in.

11


HET LICHT II Peter Verhelst

Was me met licht en melkwit zal de zee in de rivier en de rivier terug naar de bron, de grond in laten we naar elkaar toe rennen over de zoutwitte vlakte twee beverige vlammen die als ze eindelijk samenkomen ontketenen een ultieme, verticale zee van

Larissa Viaene

laswit licht.

13


HET KONINKRIJK AAN HET KANAAL Marjolijn van Raaij

14

Ons koninkrijk bestaat uit drie stacaravans aan de rand van het

Voorbij de boom, door het hoge riet, loop ik door met stevige passen.

kanaal. Papa is de koning. Sam, Saar en ik de prins en de prinsessen.

Hier is het pad gevormd door de zware voetstappen van papa en een

School was saai vandaag, en het is koud, dus ik zet grote stappen op

beetje door die van ons. Ik loop langs de weilanden en pluk de wol

de klinkers. De weg vanuit het dorp kronkelt tussen de huizen door,

uit het prikkeldraad. Verder, verder, bijna honderd grote stappen,

en ik stap, stap, stap richting de hoek bij het heksenhutje. Daar woont

tot de grond zompig wordt. Ik zie het groepje hoge bomen, trots in

een oude vrouw die altijd naar ons roept als we langskomen, armoed-

het lege landschap, de poorten van ons koninkrijk. Hier wonen we.

zaaiers noemt ze ons, dus ik versnel, tot ik de bocht om ben.

Drie stacaravans aan het kanaal.

De weg wordt breder en vormt zo de kade, alsof hij uitmondt in

Sam en Saar staan op de kade. Ze kijken naar iets in het water.

een rivier, maar dan in het bruine water van het kanaal. Het is wel

Ik duw het hekje open en ren naar ze toe. Sam hoort me pas als ik

honderd meter naar de andere kant, zei Saar, en dat is waar mama

achter hem sta. Hij draait zich om, en ik schrik, want zijn ogen zijn

nu is, zei ze, en ik stop plichtsgetrouw eventjes om te zwaaien.

groot en tranen rollen over zijn wangen. Ik pak zijn handje vast en

Aan de overkant is het leeg. Alleen het zwiepende gras van de

kijk over zijn schouder naar het water.

weilanden zwaait naar me terug. Verder is er niks te zien, en een

Daar dobbert het: eerst kan ik het niet plaatsen, omdat het zo groe-

gek gevoel knaagt in mijn maag. Daar wil ik niet aan denken, dus

zelig is. Maar dan zie ik de pootjes en het kopje met open ogen,

verder naar huis nu, stap, stap, stap. Langs de kade staan bankjes

lege streepjes zonder leven. Een schaap dobbert op zijn kant in het

met namen erin gekrast en bomen leunen erover heen alsof ze hen

water. De wind maakt golven tegen de kade, en zo wordt het dier

willen beschermen voor de wind. De wind waait hier altijd.

elke paar seconden tegen de kant geduwd en weer een stukje weg­

Aan het einde van de kade staat de grootste boom. Ik kijk naar het

getrokken. Sam huilt zachtjes en ik kijk op naar Saar, die op haar

oranje touw dat bungelt aan een van de takken. Ik moet denken aan

beurt strak naar het schaap kijkt. Ik trek aan haar mouw. Dan pas

de zomer, wanneer de kade volstroomt met de kinderen uit het dorp,

lijkt ze te merken dat ik er ben. Saar huilt niet, kijkt niet geschrok-

en ze zichzelf met het touw het kanaal in slingeren, soms zo ver dat

ken, ze is rustig zoals altijd, en ze zegt:

ze bijna aan de andere kant het water in plonzen, gillend van pret.

‘We moeten papa halen.’

Toen ik een keer vroeg aan Saar of we bij mama op bezoek konden,

Papa’s stacaravan staat het dichtst bij de poort. Het is de oudste van

zei ze nee, omdat we geen boot hebben. Nu sta ik onder het touw

de drie, een grijs en hoekig ding dat lekt aan alle kanten, maar papa

en bedenk ik me dat ik misschien wel kan slingeren naar de andere

heeft potten met planten voor de deur gezet om het vrolijk te maken.

kant. Maar vandaag is het ijzig koud en als ik in het water val, krijg ik

We stappen er achter elkaar in een rij naartoe, Saar voorop. Ze klimt

het niet meer warm vanavond, dus ik stop de gedachte weg achter in

het trapje op en klopt op de deur. Saar zegt dat we altijd moeten

mijn hoofd. Misschien morgen, of als het warmer wordt.

kloppen als we bij papa naar binnen willen. Papa roept:

15


16

‘Kom binnen!,’ en dus schoppen we onze laarzen uit en openen we

gat en het schaap dat ernaast ligt op een stuk plastic. Ik probeer niet

de deur. Binnen zit papa over zijn werktafel gebogen. Hij heeft zijn

te denken aan de gehalveerde wormen in de grond en kijk naar Sam,

bril op, en zoals altijd doet dat me grinniken, want de bril is veel te

die tegenover me staat. Zijn blik is strak op het gat gericht en zijn lieve

klein voor iemand zo groot als papa. Saar kijkt me bestraffend aan,

gezicht is verwrongen van de kou en weggedoken achter zijn sjaal.

maar richt zich dan tot papa.

‘Wat nu?,’ vraagt Saar.

‘Er drijft een dood schaap in het water.’

Papa loopt naar binnen en komt terug met een oud laken. Het heeft

Papa kijkt niet eens op. Zijn grote handen houden een klein horloge

kleine roze bloemetjes en overal zitten gaten. We wikkelen het laken

vast en met een pincet duwt hij een tandwieltje kleiner dan de nagel

om het schaap heen en houden elk een van zijn pootjes vast. Zo tillen

van mijn pink op zijn plek. Zonder weg te kijken van het horloge,

we hem langzaam, ondersteboven, zijn laatste rustplaats in.

zegt hij: ‘Dat drijft zo weer verder.’

Ik kijk naar Saar in de verwachting dat ze nog steeds als een standbeeld

‘Papa,’ roept Sam verontwaardigd, zijn stem scheurt. ‘Het is dood!’

zal staan kijken, maar ze trilt. Het lijkt alsof ze ver weg is met haar

Papa zucht en legt voorzichtig het horloge neer. Met een langzame

gedachten. Papa pakt haar hand vast en knijpt, en dan rolt er een traan

beweging zet hij zijn bril af. Dan pas kijkt hij naar ons op. Hij schudt

over haar wang.

zijn hoofd, maar ik kan zien dat hij niet boos is. Hij staat op, geeft

‘Mama was dol op schapen,’ zegt hij met zijn lage stem. ‘Zo’n mooi

Sam een aai over zijn blonde haren, en volgt ons naar buiten.

rustplekje zou zij hem ook hebben gegeven.’

We staan in een halve cirkel, terwijl papa schept en schept. Soms

Het steekt in mijn buik. Was. Mama was. Was was was. Het kaatst

zet hij een stap naar links of rechts om het stuk waar hij net stond

heen en weer en kan nergens heen. Ik word heet vanbinnen en dan trap

ook weg te scheppen. Eerst kraakt de grond telkens als hij de schep

ik tegen de hoop aarde naast het gat, en de modderige korrels vallen

neerzet en hem met zijn voet de aarde in dwingt, want de aarde is

op de vacht van het schaap. Tegen de donkerbruine aarde lijkt de wol

bevroren en de wortels ook. Terwijl ik sta te kijken, denk ik aan de

opeens weer puur wit. Papa, Sam en Saar kijken me geschrokken aan.

regenwormen die in de zomer boven de grond komen kijken als

Maar Saar pakt mijn gebalde vuist, en Sam de andere, en zo staan we

het regent. Ik stel me voor dat ze bevroren in de grond liggen,

met zijn allen hand in hand rondom het dode schaap in het gat.

hoe ze geduldig wachten tot de zomer komt. En zo worden ze,

Dan begint papa met scheppen, zijn grote harige armen tillen zonder

krak, in tweeën geschept door papa’s schep.

moeite hopen aarde op en laten het op het schaap weer vallen. Eerst

Dan kraakt de grond niet meer, want hier wordt het zompig, te diep

maakt het een dof geluid, maar de laag wordt dikker, tot we alleen

om helemaal bevroren te zijn, in ieder geval zo vroeg in de winter.

nog maar aarde op aarde horen vallen. Ik wend mijn blik af naar de

En papa graaft en graaft, tot er alleen maar druipende modder naar

overkant van het kanaal. Het gras zwiept heen en weer. Ik verwacht

boven komt, en dan zegt hij: ‘Zo, dat is genoeg.’ Met een diepe grom

niks anders meer dan de bekende leegte aan de overkant. Maar het is

klimt hij uit het gat. Zo staan we allemaal even te kijken naar het

gaan schemeren, en opeens zie ik de lichtjes van auto’s op een weg in 17


DAT IS GENOEG Dick van Welzen

de verte. En ik zie koeien in het weiland. En een huisje in de verte.

De hele vakantie

En trotse, hoge bomen, net als die van ons. En opeens zie ik overal

was al in een koffer gevouwen

mama die zwaait, en danst, en bloemen plant, en op ons wacht op het

het overschot nog te stoffelijk.

schoolplein, en onze laarzen uittrekt bij de voordeur, en dan vraag ik

Een bries bolt de dunne gordijnen

aan papa of ik ook een schepje mag doen. De schep is zwaar, maar het

zij blaast de oude geuren

handvat is warm van papa’s handen. En zo staan we in de schemer in

het leed is geleden.

ons koninkrijk zonder koningin, en ik schep, schep, schep.

De paarden wachten op een uur afstand dat is genoeg. Het is te warm om te treuren krijsend opent zich het hek voor een stoet stemmen. Later zullen zij spreken over de rouwranden aan ieders leven.

18

19


WOLF

DE WERELD IN ROUW

Abel Dossche

Erika De Stercke

Mama heeft zich van dag vergist.

Toneelstukken zonder tekst concertzalen zonder publiek

De kalender, nog dik van beloftes,

deuren dicht

hangt op als een foto, een momentopname.

voor hoelang

Jij bracht de tijd steeds lachend door,

mei of juni

scheurde hem weg naar ouder worden

volgend jaar

en riep hoe laat het was voor we beneden waren.

kinderen in vervroegde vakantie onder het kleine dak spanningen

Ik wrijf mijn handen warm bij de herinnering,

zelfs de kat heeft het lastig

stap tot waar sneeuw aan bloemen doet denken.

de ramen zijn gezeemd

Zij blijft stilstaan, zoekt vruchteloos je lievelingsfruit.

blinken in het ochtendlicht glanzen dof bij het dodenaantal handen grijpen de dagen vast de tuin neemt de stress weg   wandelen versnippert het wachten   op de trappen van het leven draaien richtlijnen uit balans

20

21


MOEDERS STERVEN NIET Erwin de Ridder

Moeders sterven niet … moeders maken een ommetje, een wandeling,

Moeders geven leven, baren mooie verwachtingen …

verdwijnen wel uit het zicht, maar zijn steeds aanwezig.

daar blijven ze over waken.

Zweven om je heen. … daar kan geen ander levend wezen tegenop … Moeders sterven niet … zij komen altijd terug.

die navelstreng wordt nooit doorgeknipt.

… trekken zich terug bij eb en laten schelpjes achter op het strand. Moeders sterven niet … moeders maken een ommetje, … gaan onder in het westen en stralen ’s morgens in het oosten.

een wandeling, verdwijnen wel uit het zicht, maar zijn steeds aanwezig.

Moeders sterven niet … zij komen altijd terug.

Zweven om je heen.

… maken zich in de herfst los van hun trouwe tak om opnieuw te ontluiken in de lente. … slaan hun vleugels uit om te overwinteren in het zuiden, kracht op te doen om een nest te bouwen in het voorjaar. Moeders sterven niet … zij komen altijd terug. … tikkend als wijzers op de klok, gestaag hun rondje draaiend. Moeders sterven niet … zij hebben geen tijd om te sterven.

22

23


AAN DE DOOD KAN JE NIET ONTSNAPPEN Angelo Cloof

24

Dertien jaar geleden was er een rokerige, feestelijke avond. Ons kleine

steriele ziekenhuislampen – waren als duizend-en-een gevangen

stad leefde weer eens op. Het was zomer, de dagen duurden langer en

nachtmerries, wachtend op het moment dat ik nabij zou zijn,

het was broodnodig om de slaap van de winter en de loomte van de

om dan uiteindelijk de ramen der gevangenschap te doorbreken

lente van ons af te werpen. En het onnoembare dat ik koste wat het

en mij zo te kunnen kwellen tot in de eindigende eeuwigheid.

kost wou begraven in mijn achterhoofd.

De draaideur roteerde akelig traag, alsof ze het elk moment zou

Iedereen had zin in een feestje, een lang, zwaar en bevrijdend feest.

begeven. De geur van het ziekenhuis kroop afschuwelijk traag in

Zeker ik. En wel nog het meeste van iedereen die toen in en rond

mijn neusholte. Mijn hart sloeg over. Toen zag ik mijn vader staan,

Dendermonde aanwezig was. Achteraf bekeken een belachelijke

aan de deur van het gesloten prullariawinkeltje. Hij knikte me met

gedachte, maar persoonlijk verdriet maakt alles subjectief, laat alles

een stenen gezicht toe. ‘Je moeder is in de kamer,’ was al wat hij

draaien rond jou en jou alleen.

kon zeggen. Mijn toenmalige vriendin ging met mijn vader naar

‘Voor mij een pintje,’ waren de eerste woorden die uit mijn mond

de rokersruimte, de enige ruimte die nog open was en waar je kon

kwamen in het aloude volkscafé ’t Peirt. De muziek stond hard;

zitten en iets kopen om te drinken.

snoeiharde, semimarginale schlagersongs. De eerste sigaret werd

Een witte lange gang. Geurend naar ziekte en genezing; een aroma

aangestoken. Mijn eerste pint ging vlotjes binnen.

van gebroken immuunsystemen en medicijnen. Aan het einde van

Toen ging mijn telefoon. Het was mijn moeder. Angelo, je moet nu

de gang stond mijn moeder. Ze huilde en werd omhelsd door haar

komen, hoorde ik haar snikken. Een schokgolf ging door me heen.

zus, die ook huilde. Aarzelend naderde ik hen. Mijn tante merkte

Mijn toenmalige vriendin en vrienden wisten onmiddellijk wat er was.

me als eerste op. Tussen de snikken door kwam ik te weten dat mijn

Ik stotterde moeizaam een paar woorden om het overduidelijke

oma niet lang meer had. Mijn moeder omhelsde me ook. Haar tranen

duidelijk te maken. De woorden stierven een langzame dood op de

braken mijn hart. Een hart dat tot vandaag nog steeds de littekens

rand van mijn onderlip. De stille, pijnlijke boodschap werd door mijn

van die dag meedraagt. ‘Ik ga met je moeder even naar beneden’,

sprakeloosheid omgezet in een luide, oorverdovende declamatie.

zei mijn tante. Ik kreeg alle tijd van de wereld om afscheid te nemen.

Het werd begrepen, en ik vertrok.

Het vaarwel duurde niet lang. Mijn egoïstische zelve kon de laatste

De fietstocht van ’t Peirt naar het Sint-Blasiusziekenhuis leek een

groet niet aan. Soms hoor je mensen zeggen dat de laatste groet een

eeuwigheid te duren. Als ik er nu aan terugdenk, is het slechts een

vredig tafereel is, wel voor mij was er niets vredigs aan. Mijn arme

fragment van een fractie van een seconde die door mijn hersen-

oma lag daar met haar kin krampachtig omhoog, haar ogen gesloten

pan flitst. Met mijn toenmalige vriendin op de achterzijde van mijn

en haar mond wijd open – alsof de doodsschreeuw net voor haar

moeders fiets racete ik naar een van de grootste en tegelijk schrik­

eigen dood gestorven was. Dat laatste beeld van haar zal voor eeuwig

barendste gebouwen van heel Dendermonde. De vele ramen –

en drie dagen op mijn netvlies gebrand blijven. En soms, gelukkig

sommige verduisterd, doods; andere felverlicht door de kenmerkende

maar soms, als ik mijn ogen sluit, dan flitst dat beeld voorbij – als een 25


KIST Frederik Bosmans

déjà vu, als een echo; een laatste rimpeling uit een ver verleden dat

1.

met die herinnering een lugubere sensibiliseringsactie op poten wil

provinciaal crematorium werft aan:

zetten met als boodschap: aan de dood kan je niet ontsnappen.

vorkliftbestuurder (m/v)

Achttien jaar oud was ik, en toen al een lafaard. Had ik maar meer

voltijds

moed en empathie gehad, dan had ik haar ons afscheid niet ontnomen. Dan was ik niet achtergebleven met een echoënd schuldgevoel

2.

dat me nooit meer los zal laten.

hout, wie spreekt er nog van jouw inlandigheid  de vlammen in je nerven storm die buigend werd verdragen voorvoel je nog de handen   hoe ze tastten naar weerwerk onder het schaven gedenk je ze nog de derwisjen in je houtrokken het ademhalen waarmee jouw krullen  kort leven werden ingeblazen de zwaluwstaartverbindingen ga je ze nog aan, wiegend hout zing je ooit nog over bijenwas, de termieten onder je bast en zal de regen wel uitblijven vannacht 

26

27


de balsem, de stofdoek, het koperen beslag ken je de nagels nog wel bij hun naam wees huis, hout van kervende initialenÂ

Lara Jakoba Breine

schiet op in je kruin van ruisen

28


B E H A LV E E L K A A R

NIE GEZEID

Aya Sabi

Rino Feys

We ontbijten niet vroeger dan het middaggebed. Een theekan

We stoenn tegoare deur de ruute te kykn

voor vijf, delen we met twee. En jij zegt niets. En ik hoor je.

de latste kée da k èm zoage ‘Zy j zeekre da da t éeste verdiep is ier?

Gebakken brood en olijfolie, zoete aardappelen, munt.

T is lik zoa ooge da w ier zittn’

Zo zouden we alles overleven, behalve elkaar. Begraaf mij

maar eerst, zeiden we tegelijk.

De verpleegsters an èm in ne slapzak gestookn moa ka èm were losgemakt

We baarden kinderen en kleinkinderen. Maar er was altijd nog

Da voend n géestig; overèks doen

plek voor meer. We stroomden over van liefde en meerden weer

teegn droad zyn

aan aan onze eigen rivieren. We zijn gewikkeld in het lint van

drieënvijftig cassettebandjes en een foto of twintig. Drieduizend

Je kéek noa buutn en je wréef over zyn ooft

kilometer is helemaal niets als je in elkaar woont.

Je koste da goed, over zyn ooft wryvn T oar van boovn leit n upsyts

We verwijten elkaar van alles. Beschuldigen elkaar van niets.

en da upsyts wréef n noa beneen

En op alle thee konden we terug naar huis varen, zeggen we,

maar we dronken alles leeg.

Je boog zyn ooft zoa dak n boovnkant goed koste zien; je kéek noa my

We woonden in een miljoenenstad maar kozen voor elkaar.

en j oalde zyn skoers up lik of dat n wilde zeggn:

Want zoveel plek, maar nergens waar ik mijn luide lach kwijt kon.

‘en ik die vroeger zoaveel oar a!’

Zoveel plek, maar nergens dat jij zo stil mocht zijn.

Twoarn van de latste woordn

Drieduizend kilometer is helemaal niets als je eigenlijk nooit

dat n nie teegn my gezeid ee

verder bent geraakt.

30

31


STADSVLUC HT Kate Dejonckheere

[voor mensen die een hoofdstad waren maar erin verdwaalden]

over de vraag waarom ze niet meer vliegen konden nu struikelen wij over woorden

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

terwijl we vleugels vinden die ze toen niet vonden

we plooiden de hoeken van de stad tevergeefs om tot

een origamivogel

(misschien dat alles beter meeviel met wat ezelsoren)

ze verklaarden zich al vogelvrij

- dan is vallen ook vliegen -

nu bekleden ze de plattelandswegen die we nog niet bereikten euforisch met doodlopende straten

de overgebleven stad waar we wonen

zal nooit meer vliegen

we drukken straten met

zware hoofden neer

achter onze ramen ademen we uren uit

tot zwaartekracht

terwijl we weten dat ergens een mens een manier om te zweven vond

over de randjes van hun stad heen vielen mensen in uitgestrektheid te vaak gleden ze uit 32

33


HARTENVIER Joke De Kerpel

dus hijsen we vleugels op onze rug

Er was Facebook op zondagmorgen. Zelfs dan. Ik wou dat ik het

dragen gevallen vogels door de lege straten tot we samen bijna vliegen

niet gelezen had. Er was het staren aan de ontbijttafel. Er waren

snijden stadskaarten door tot verse vluchtwegen vloeien

telefoontjes die ik niet wou doen en die niemand wou ontvangen.

van ons naar de blik van wie vaker zweeft

Er was het herlezen van je laatste sms: ‘Mag er kaas op?’ Er is de

als aders waardoor alles wat wegwijzers heeft een stroomversnelling pompt

boom die blijft staan waar jij gevallen bent en die ons verdriet opslorpt met zijn wortels. Het stopt niet met het einde, het is het begin van zoveel dingen die niemand wil zien gebeuren. Er was geen scenario. Laat er

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

nooit een scenario zijn. Er was onmacht en er was liefde. Er was het niet weten hoe je te gedragen, wat te zeggen of wat niet te zeggen. Er was samenhorigheid en er waren mensen die vonden dat zij meer recht hadden op verdriet. Er was stilstand en er was ongeloof, dat ook wij weer verder moesten, twee dagen later, met lesgeven over de oorlog. Er was het zoeken naar een nieuwe groepswerkpartner. Er waren stille ruimtes, er waren fouten, er was veel moois. Jij was er, gedragen door je Chirovrienden. Jij was er en je bleef. Ik gaf knuffels aan mensen die ik anders niet zou knuffelen. In de kerk stonden we op en hielden elkaars hand vast, een oneindige ketting van verdriet. Alles was breekbaar. Er was de geldomhaling te midden van die ketting en ik probeerde tevergeefs niet boos te worden. Er was jouw naam op de stoelen op speelkaart hartenvier, die ik al acht jaar in mijn portefeuille meedraag. Er was het bewaren van aandenkens en het herhalen van gesprekken in mijn hoofd over hoe je je krullen enkel kon kammen als je ze gewassen had en het fototoestel dat we gingen kopen voor Kenia. Er was Kenia, er was de lege stoel bij de verdere voorbereiding en de stralende kindergezichten die we achteraf enkel konden tonen aan je mama. 34

35


SLUIMER

Jij lachte en de wereld lachte terug. Je deed niets speciaals,

Sinds jij vertrok, word ik moeilijker wakker.

maar daarmee deed je alles. Het was onmogelijk niet van je te

Je hebt mijn botten broos gemaakt

houden. Ik kan nog steeds moeilijk vatten dat je dood bent en

en ze zakken in onder het gewicht

het leven niet meer meemaakt.

van mijn deken

Dood, wie heeft dat woord ooit uitgevonden. Het begin en einde

en de vuist diep in mijn keel

zijn hetzelfde en daartussen één langgerekte achtbaan.

van de lucht die me neerdrukt in de matras

Nu is er de wijn van gisteren en de lege chocoladewikkel. Ik doe

van mijn rechtstaan

alsof maar het helpt niet. Mijn hoofd verzwaart, de zoute druppels

en de massa boterham in mijn maag

blijven komen op onverwachte momenten. Ik voel ze prikken in

het mentholschuim

elke vezel van mijn lijf. Ik stuur foto’s van mijn tranen naar mijn zus,

en hoe strak mijn veters zitten

want huilen op afstand is altijd een gemis. Jij was er en je zult er altijd zijn. Niemand is ongezien verloren.

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

Alice Boudry

van de wind die mijn wangen droog blaast de kartonnen muren van het wc-hokje de ongeruste frons van hoe die glimlach aanvoelt en de secondewijzer de smaak van ijs met spikkels, de stilte aan de andere kant van de lijn en die ene appelblauwzeegroene paraplu Sinds jij vertrok, zak ik in onder het gewicht van hoe anders alles is zonder jou

36

37


WAAS Judith De Wandel

Hoewel dikke hemeltranen op het raam beter passen bij mijn gemoed, laat de zon haar stralen voelen. Op zoek naar een zuchtje wind open ik het raam. De hitte slaat in mijn gezicht en mijn zweetklieren worden wakker. Ik traan. In mijn hoofd hoor ik je zeggen dat ik niet in het licht mag staren en dat ik mijn huid en ogen beter moet beschermen. Maar vandaag luister ik niet naar jou. Mijn blote voeten voelen de warme tegels en even sputteren ze tegen.

Het lettertype collectief Kortrijk

De haren op mijn armen en benen gaan rechtstaan, alsof ze allemaal een zonnestraal willen stelen. Ik twijfel. Wat als je meekijkt? Met mijn armen wijd in de lucht ga ik in het midden van het grasveld staan. Het gras prikt en ik draai rond, zodat elke cel en elke porie in mijn lijf het zonlicht kunnen inademen. Het is mijn wijze van protest. Al weet ik nog niet zo goed waartegen. Misschien tegen iedereen rondom mij. Misschien tegen jou alleen. Misschien tegen alle leugens. Want je zei dat het allemaal zo erg niet zou zijn en dat ik het nooit zou merken. Je zei dat je terug zou komen. En je lachte erbij. Zo’n lach die alleen jij kon geven. Eentje die me altijd geruststelde. Ook toen. Mijn hartslag minderde en ik voelde mijn adem terugkeren. Ik voelde je warme hand op mijn arm. Wanneer ik mijn ogen open, zie ik grote gele bollen. Ik probeer ze te tellen, maar jij roept me in mijn hoofd terug naar binnen. Ik verzet me tegen je stem, al wil ik ze nooit vergeten. Vertel me alles wat je wilt, maar laat me hier nog even staan. In groen en geel en vogelgezang. Binnen is het zwart en ruikt het naar koffie. Stemmen zijn gedempt en slechts heel af en toe wordt er gelachen. Daarna voelt iedereen zich schuldig. Loes Deckers

Want hij zou het zo wel gewild hebben, maar is het niet nog wat te vroeg? Mag ik met je mee? Geruisloos. Heel stilletjes. Net zoals jij de deur achter je sloot. 39


HET ROUWEN DAT MIJ WAC HT Louise Maddens

ik weet nog niet wat rouwen is denk ik het volwassen rouwen het gedempte en verantwoord rouwen het niet te lang niet te kort

Het lettertype collectief Kortrijk

en kan ik dat is het blauw of is het zwart is het altijd of denk ik dat holt het uit of stopt het vol schraapt het in je keel rekt het je schouderbladen zakt het in je borst of spant het rond de hoeken van je mond en kan ik dat want wel nog de dagen en wel nog de nachten en wel nog de kreuken in de lentejassen en kan ik dat en dus anticipeer ik op de dood op de hunne maar kan ik dat 40

Lemon Lizzie

op de jouwe en op de zijne en op de hare


RO U W E N I N T I J D E N VA N C O RO N A

Pianoconcert nr. 5 van Beethoven weergalmt door de luidsprekers

De ceremonie is ten einde.

in de sereen ogende zaal. Roze bloemenkransen versieren de pilaren

Een traan rolt over de wang van de oudere dame. Ik vraag haar of

vooraan. Naast een mooie grote foto van haar. De ene dochter brengt

ze nog een laatste wens wil uiten. Ik zie dat de familie op het scherm

een stukje viool, de andere dochter zingt een aria. Een kleinkind leest

dat ook doet. Ze houdt haar hand op haar hart en zegt: ‘Dat ik je heel

een ontroerend kattebelletje voor.

graag gezien heb.’

De zoon vertelt over de isolatie in tijden van covid-19. Hoe volgens

Ik sluit het kadertje van de livestream-ceremonie af.

hem zijn moeder gestorven is aan eenzaamheid, aan het gebrek aan

Een gevoel van verdriet overvalt me. Om iemand van wie ik pas

steun van haar dierbaren. Steun die ze haar nu niet konden bieden.

anderhalf uur geleden voor het eerst haar foto zag. Ik voel me leeg.

Niet aan haar slepende ziekte. De opgekropte woede in zijn stem

Zoiets intiems hoor ik niet mee te maken. Een wrange nasmaak

geeft me kippenvel. De eerste tranen vloeien. Niet enkel bij de

cirkelt in mijn mond.

oudere dame naast mij, die de druppels zorgvuldig wegveegt met een papieren servet, maar ook bij mij. Ik ervaar haar reizen, help haar schilderijen vormgeven, zing haar koorliederen mee. Mijn hoofd en lichaam rouwen, maar mijn geest zegt dat dit niet klopt. Ik voel me als een dief. Een dief die het hart van dit gezin

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

Oona Loncke

ongemerkt steelt. Haar jeugd was hard en werd niet liefdevol genoemd. Ik voel mij aangesproken, verantwoordelijk. Ik kijk hoe de dame naast mij reageert. Niet. Alsof de woorden haar niet vreemd klinken. Misschien heeft ze zelf nooit veel liefde gekend in haar jeugd. Of wist ze niet dat je die ook moet geven als ouder. Of ging dit helemaal niet over haar. Mijn hart bloedt even. Mogelijk overschat ik een oudere dame waarbij dementie in haar hoofd woekert. Deze dag lijkt ze de ziekte even uit haar hoofd te bannen. Alsof ze zegt: ‘Niet nu! Niet nu ik afscheid moet nemen van mijn dochter.’

42

43

Maar misschien zit ik hier vooral om haar leven te absorberen, als een spons, om alle emoties en lasten van de familie op mij te nemen. Zodat de druk op hun schouders minder zwaar wordt. Van dief naar welkome spons. Of dat vertel ik toch vooral mezelf.


HŌKŪ Vere Verheecke

‘Da kan toch nie’

‘Dat kan toch niet’

Seconden gingen nog nooit zo traag

Liefste, ik ben niet langer wie jij gekend hebt en als dit leven over is,

In die seconden was jij er nog

weet jij dan nog wie ik ben en zul je begrijpen waarom ik hier bleef

Alsof dood wacht met definitief zijn tot iemand

terwijl het soms zoveel makkelijker leek om een herinnering te wor-

knikt

den dan nog langer iemand te willen zijn

de ogen sluit op verzenden klikt

Ik zou boeken kunnen schrijven over alles waar jij bij zou moeten zijn

Misschien had ik nooit iets moeten vragen ‘Da kan toch nie’ Maar het kon wel en plots sloop jouw dood in alles wat ik sindsdien deed smaakt de zee naar jouw afwezigheid en zijn er dagen dat ik alleen

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

Alles wat jij nog had moeten zien

maar jouw geschiedenis ben

Alles wat we nu niet meer samen kunnen doen zelfs al hadden we daar nooit plannen toe ‘Da kan toch niet’ Dit kan toch niet? Liefste, het kan toch niet dat jij nu Het tijdperk en ik De achterblijver

‘DA KAN TOCH NIE’

Het kan toch niet dat dit ons einde is en dat wij nooit meer

Er sterven zoveel mensen, maar niemand deed dat zoals jij

Schattige foto’s van lama’s

Ging jij dood en bleef je dan toch nog leven omdat achttien geen

Zingende honden

eindpunt hoort te zijn

Kusjes achter elke zin

Maar leef je wel als dat alleen maar in mijn hoofd is en ben je wel dood als ik je op elke hoek van elke straat kan zien

44

‘Da kan toch niet’

45


DAG PÉPÉ Louis Vanoosthuyze

Met jou stierf mijn God en vallen alle dagen nu over elkaar als niet te

27 oktober 2017

onderscheiden voorbij omdat jij geen einde in mijn leven hoort te zijn

De dag dat ik 18 jaar werd

omdat er nog zoveel meer kwam na die vrijdagmorgen in september

De dag dat ik eindelijk volwassen ben geworden

En moet dat alles nu

maar ook de dag dat ik je het laatst sprak

Zonder jou

Veel hebben we toen niet gesproken Ik zat in Oostende

‘Da kan toch niet’

een stad waar we vaak naartoe gingen

Ik wou dat ik nu een God had

Ik zei dat ik morgen weleens zou langskomen

op wie ik heel boos mocht worden maar

dat ik dan weleens zou luisteren naar jouw verhaal

ik kan alleen denken aan hoe graag jij dood wou En ik voorgoed een wankel evenwicht Hoe graag jij dood wou En ik

Het lettertype collectief Kortrijk

Het lettertype collectief Kortrijk

Door de luide kermisgeluiden kon ik je niet verstaan

Nooit zal ik weten wat je toen nog wilde zeggen Dat er Chocotoffs lagen? Dat je je einde voelde naderen? Dat je een leuk televisieprogramma had gezien? Ik zal het nooit horen Wat voorheen een toevluchtsoord was

voorgoed

een plaats waar ik tot rust kwam

jouw wankel evenwicht

de perfecte tussenstop tijdens mijn fietsroutes waar altijd het logeerbed al klaarstond die plaats werd plots een leegstaand huis Maar in mijn hart woont nog steeds de herinnering Je woorden leven verder in mijn gedachten

46

47


ZUURSTOF

VOORGOED VERLEDEN TIJD?

Thomas Jacques

Gerard Scharn

straten branden van verontwaardiging

wie betreurt de dood van winnetou

terwijl rubberen kogels de vlammen

of eline vere, emma bovary en

smoren. het internet kleurt zwart.

anna karenina, wie rouwt om helden

Jij kon niet ademen.

uit een grijs verleden of om verloren maagdelijkheid en kinderlijke onschuld?

dit nooit meer, schreeuwen we om ter hardst. sippen van onze espresso, en gaan door met leven.

Het lettertype collectief Kortrijk

Jij kon niet ademen. je riep om water je buik deed pijn je nek deed pijn de woorden gleden van hen af Jij kon niet slapen. een rel is de taal van de ongehoorde zei Martin Luther King drieĂŤnvijftig jaar geleden. wij moeten spreken bovenal wij moeten luisteren

48

49


HEIMWEE NAAR DE VERTE Ingrid Vanderkrieken

Drieëntwintig jaar geleden zag ik je voor het laatst. Toch ontmoet ik je

De onderlaag van je schilderijen maakte je altijd geel. De kleuren waren

nog vaak. Ook hier in deze stad, waar jij nooit hebt gewoond. Dan loopt

daarna stralender en warmer. Dat had je, geloof ik, bij Van Gogh af­

daar iemand die op jou lijkt; mijn hart valt en ik houd mijn adem in. Ik

gekeken. De portretten van mijn peter en meter hangen hier in de

versnel mijn stap om dichterbij te kunnen komen en te kijken of je het

woonkamer, maar het schilderij dat je van mij maakte en waar ik vele,

werkelijk bent. Het zou toch zomaar kunnen - dat ik het me allemaal

stille uren voor moest poseren, staat op zolder. Het spijt me, het lijkt

heb ingebeeld?

sprekend, maar ik kijk niet graag naar mezelf.

Twee maanden geleden ging ik alleen op reis. Naar Thailand. Je weet het

Mijn kinderen heb je als tieners en volwassenen niet gekend. Soms word

misschien nog niet, maar Vincent woont en werkt daar. Heb jij je ooit

ik daar verdrietig van, net zoals het me droevig stemt dat ik jou niet

kunnen voorstellen dat een zoon van mij zo ver weg zou trekken? En dat

lang genoeg heb gekend. Eénendertig was ik toen het telefoontje kwam,

ik hem in mijn eentje achterna zou reizen? Dat meisje dat vroeger nog

volop bezig met mezelf en mijn gezin. Midden in de nacht reden we met

niet eens alleen naar het postkantoor durfde te gaan, of weigerde de bus

z´n vijven naar het ziekenhuis. Zwijgend raasden we voort en anderhalf

te nemen omdat ze op de bel moest duwen wanneer ze wilde uitstappen.

uur later waren we daar. Je had niet op ons gewacht.

Jouw dromerige dochter die overal te bang en te verlegen voor was.

Je ging te vroeg dood. Is lang leven een kwestie van meer levenswil?

Vincent zal het wel van jou hebben, zijn heimwee naar de verte, de

Dacht je aan je kinderen en kleinkinderen toen je stierf - dat je ze nooit

warmte en de zon. Ik weet nog goed dat je ooit eens zei dat je, later,

meer zou zien? Dacht je aan mijn moeder? Of dacht je aan het grote

wanneer je met pensioen zou zijn, in Zuid-Frankrijk wou gaan wonen.

niets? Aan God? Geloofde je nog wel in God?

Je wilde daar gaan schilderen. Je was er nooit geweest, toch wist je dat

Maar ik wijk af. Twee maanden geleden reisde ik alleen naar Thailand

het licht daar anders is. Met een Jaguar zou je ernaartoe rijden, vertelde

om mijn middelste zoon te bezoeken. Mijn twee andere zonen hebben

je, en ik zag de voorpret in je ogen. Het maakte me blij. Ineens kreeg je

me naar Brussel gebracht, waar het vliegtuig ´s avonds vertrok. Zes uur

een aura van avontuurlijkheid, iets wat ik niet eerder had vermoed bij

later moest ik in Abu Dhabi overstappen. Ik had twee uur de tijd om van

jou en in mijn verbeelding zag ik je al over de Autoroute du Soleil rijden.

de ene gate naar de andere te gaan, net genoeg om me niet druk te hoe-

Onder een wolkeloze, stralend blauwe hemel zoefde je alsmaar verder,

ven maken en in alle rust het komen en gaan op de luchthaven te kunnen

dwars door het goudgele Frankrijk, rechtstreeks naar het zuiden. Jij, met

observeren. En toen zag ik jou. Je zat schuin tegenover me te wachten.

een grote zonnebril en een witte, Franse pet, achter het stuur van een

Ik herkende je aan je zwarte zegelring. Je rechtervoet wipte op en neer

donkerrode Jaguar, dezelfde als die van Inspector Morse. Chris Rea’s

en met je linker middelvinger streek je je weerbarstige wenkbrauwen

‘Looking for the summer’ op de achtergrond, je halfblote arm naar bui-

glad. Mijn hart viel en ik hield mijn adem in. Je was niet ouder gewor-

ten, tussen wijs- en middelvinger je eeuwige sigaret. Wat zou ik je graag

den. Je had nog steeds die doordringende, blauwe ogen en je had nog

zijn komen bezoeken.

al je haar. Grijs, krullend haar. Ik heb je niet aangesproken, hoewel het zomaar had gekund. Ik was te bang - bang dat ik het me had ingebeeld.

50

51


KLIEKJES

RECHTSAF

Jeroen Zonneveld

Meliza De Vries

Mevrouw van der Voort jast de piepers voor haar en haar man.

Je onderbreekt mij terwijl ik een theezakje op en neer beweeg zo geef je water kleur, geen smaak, zeg je

Ze moet er nog een beetje aan wennen.

en laat het zakje hangen tegen de avond lopen we rondjes over het schoolplein poseren we met plastic lelies, rokjes boven de knieĂŤn

Morgen eet ze de kliekjes.

mijn foundation op jouw huid: hazelnootbruin, zacht en glanzend ben je. Het licht komt uit een dode hoek. We doen de eerste tampon in ons lijf een condoom over de wc-borstel. Onze huid ruikt nog naar amandeldouchegel zinkzalf en eucalyptusshampoo. Misschien mis je de geuren wanneer je de schimmel in je studentenkamer wegschuurt de gaten in de bank bedekt met een kat of kussen de rest van je schulden opvult met een bijbaantje in de stad zie je wegen krommen over de veengrond de klinkers op en neer bewegen als je naar huis fietst, met je laptop over je schouder op het bureaublad die foto toen je donkerder was, je slaat rechtsaf. Ik wil je richting tegenhouden je onderbreekt mij.

52

53


TOEN DE DOOD Joke Prinsen

Toen de dood zich hier binnenliet kroop hij niet door het stof, maar schonk wijn aan tafel at het brood uit mijn mond en lachte alsof jij een grap was geweest, wij een los blad Met een knip van z’n vingers verdween of verscheen hij pronkzuchtig vergat hij nooit zichzelf te vergeten. ’s Avonds verveelde hij me met z’n gekozen uitvaartmuziek, om het walgelijkst kweelde hij mee op drukkende weeën van pijn ’s Nachts hield hij me uit m’n slaap telde de veren van het kussen, de tegels aan de wand: zo legde hij de patronen van mijn ledige leven bloot hoestte z’n gouden munten op, legde die in m’n schoot bood zichzelf aan met een lijzige, monotone stem teerde op herhaling - want hij was toch wel, hij was wel. Ons huis schilderde hij met moddersporen.

Camille Segaert

Hij verbrandde je geboorteboom met een benzinetoorts.

55


D E S TA N D VA N Z A K E N Z OA L S Z I C H T B A A R WERD UIT EEN BUITENWIJKS RAAM I N J U L I 2 0 2 0 Joke Prinsen Ondertussen kleedde hij mijn schuld in dure gewaden,

De stand van zaken zoals hij zichtbaar werd uit een buitenwijks

met veel geduld waste hij mijn voeten, mijn hart -

raam in juli 2020

plots ontbraken er stukjes van je waarvan ik dacht dat ik die had bewaard.

Mijn tong verschraalt en krakeleert ze geeft geen toegang meer

Zelfverzekerd gaf hij mij zijn woorden in de plaats,

de wil wordt belemmerd

suste m’n pogingen om op te staan. ik beeld mezelf alleen Het was pas toen de zee de zon in mij riep

in een opgelegde industrie

de hemel weer achter bomen verdween

dus ik wend mij naar het raam

dat ik de spot met hem dreef:

zoek naar wat met mij is in de straat

Hij was slechts een albasten buste Een burleske van al je deugden

Nette portieken met hittebestendige plastieken deuren

zonder je signatuur.

waarrond als een gewichtig besluit planten zich wentelen en respectloos kruipen langs de burgerlijke façades 

Grijnzend ontwikkelde hij z’n lijkgewaad

afgelijnde, beveiligde bolides

gaf me m’n rinkelende sleutels terug,

uitgestrekte, praalzuchtige neuzen van stationwagons

en keerde de rug.

waarvan de charme mij totaal ontgaat Ik wacht, merk ik.  Toch verdedig ik mij tegen de sloomheid van passanten in teenslippers en die verwarrende esthetiek van getatoeëerde lichamen waaruit stukken  metaal steken als tegengif tegen de slapte van de koffieklets de absurde beluiken die knikken als onbekende kopjes 

56

57


FLARDEN Kristien Severs Rocha

Ik wacht.

De leegte in je kamer doet me rillen. De kilte zit buiten en binnenin. Langzaam glijden mijn handen over de houten ladekast. Krassen en

Ergens staan heuvels onder hun gras te eroderen.

kerven vertellen me verhalen.

Ergens vertrekken schepen uit een baai: hun passagiers worden week in de knieën bij het zien van de kwartmaan wiens stralen uitademen op het

Aarzelend trek ik de bovenste lade open. Keurig gestreken T-shirts

splijtende water.  

liggen eeuwig te rusten. Daarnaast staat een doos met spullen: een

Ergens kapt men de wieken van wouden.

dikke rode rekker, drie keien, een stuiterbal, een armband van het

Ergens zwijgt men om de taal te dienen.

ziekenhuis en een verkreukte, gele bandana vol vriendennamen en

Ergens wordt verdriet heet gestookt en op een aambeeld gelegd,

x’jes. Voor een buitenstaander zijn het prullen, ik zie flarden van

naar de gewenste vorm gezet.

jouw leven.

Ergens print men een huis met twee verdiepingen waarin men de vloeren vergeet.

Onderin zit een envelop verdoken, volgepropt met lokken. Lieverd.

Ergens in dit wegkwijnende openluchtmuseum zegt iemand van zichzelf:

Mijn snik doet de glazen stilte breken. Ze valt kapot op de linoleum-

ga opzij, ik ben de smid, laat mij maar hameren.

vloer. De scherven snijden. De haren, die ik noodgedwongen knipte, rollen knisperend tussen mijn vingers.

Hij smeedt microkristallen in een bepaalde aannemelijkheid der dingen terwijl hij wacht op een symfonische gebeurtenis van moreel licht

Ik streel jouw overgebleven stukje.

terwijl hij huilt - weerspannig - in een uithoek van een vergezicht.   Net zoals ik.  Ik kleed mij uit in een van de honderdduizenden kamers van deze stad  en schrijf naakt over een ingebeelde, wederzijdse liefde  in de hoop terug te mogen keren uit mijn ballingschap.   Morgen wacht luid.

58

59


HET LUKT NIET Rudi Lavreysen

We mogen elkaar een tijdje niet zien. Bij wet verboden door de minister.

Het is fijn om vaak hetzelfde te horen.

Dat het zover is moeten komen. Maar ik begrijp het wel. Alles voor de gezondheid. Een raampje zoals in de gevangenis, dat zou nog wat zijn.

Woensdag keken we voor het laatst samen naar Blokken. Voorlopig

Zij aan de ene kant, wij aan de andere. Met een telefoon om door te spre-

natuurlijk, tot we weer vrij zijn. Emily speelt de finale. Acht letters,

ken. Het is ook een beetje als gevangen zitten.

zoals altijd. De tip is ‘Het lukt niet.’ Er staan vijf letters. De s, e, r, e en g.

Ofwel moeten we doen zoals in het sprookje met Raponsje van de

Emily vindt het niet. Wij ook niet.

gebroeders Grimm. Dan moet ma een vlecht laten groeien, waaraan ik naar boven klim. Tot bij haar raam op de eerste verdieping van het

Het is vergeefs.

woon-zorgcentrum. Maar dat mag natuurlijk niet. En in enkele weken tijd een lange vlecht zoals Raponsje? We moeten eerlijk zijn, dat gaat niet lukken. Nee, het is niet gemakkelijk. Gelukkig stuurt de afdeling foto’s naar de families. Ze hebben toch plezier, samen met de zorgverleners. We hebben ook beslist om voor haar raam te gaan zwaaien. Met een bordje waarop ‘alles goed?’ staat. Of ‘heb je goed gegeten?’ Of ‘heb je Blokken gezien?’ Want dat mis ik ook. Om 18.30 uur op tv. Het is een traditie, dat we er samen naar kijken. En dat we het woord van de finale zoeken. Als ma het raadt, zeg ik altijd dat ik ze ga inschrijven. ‘Dat zal wel zijn,’ lacht ze dan. En als ik het woord vind, zegt ze dat ik moet meedoen.

60

61


H A A R H A R E N I N D E K A P VA N MIJN WINTERJAS Leonie De Clercq

de geur van afgelopen winter huist nog in mijn winterjas ik ruik de geur van gesmolten sneeuwmannen en te koude winterkussen die ik stiekem wel leuk vond (op de televisie speelt het nieuws het gaat over veel te lange rijen geïrriteerde ministers, de prijs van veel te dure auto’s en over bewolking met hier en daar een opklaring) in de kap liggen haren die zowel van haar als van mij kunnen zijn voor de zekerheid houd ik ze voor het licht om daarna alle blonde haren in het conservenblik te bewaren

Saïdjah Vos

ik schrijf met een permanente stift: en we gooiden met sneeuwballen

62


STER Shana Pauwels

Lieve William, Toen je papa vertrok naar zijn werk (hij had de nachtdienst) nestel-

Ik ging slapen, wrikkelde me wat moeizaam in een comfortabele

de ik mij in de zetel met een boek op mijn dikke buik. Drie kussens

positie, wat steeds moeilijker werd. Zoals elke avond legde ik je

onder mijn benen, drie achter mijn rug, een dekentje, de ventilator

leeuwtje op mijn buik en je konijn tegen mijn wang. Het leeuwtje

op mijn voeten, zalig. Midden in de zomer had ik het best wel warm

speelde zijn muziekje. Meestal reageerde je daar nog op en kreeg

met jou in mijn buik. Waren die laatste twee maanden maar al voor-

ik nog wat stampjes. Je was stil die avond. Ik weet het aan je dans­

bij. Ik wenste dat het winter was, dat ik helemaal kon wegkruipen in

moment, bedacht dat je wel moe zou zijn na zo’n inspanning. Ik aaide

dat dekentje, dat ik kaarsjes kon aansteken en volledig cocoonen.

je en viel in slaap, net als jij.

En dan zou jij er ook al zijn! Blijkbaar las je mijn gedachten, want daar was je! Plots ging mijn boek op en neer en weg en weer. Je draaide en keerde, je leek wel te dansen. Ik moest bijna een traantje wegpinken van geluk. Ik kreeg een zalig warm gevoel vanbinnen. Dit moest het dan zijn, het veelbesproken gevoel waar ik mij nog niet echt iets bij kon voorstellen: het moedergevoel. Ik suste je wat, wreef over mijn buik, vond het jammer dat ik je nog niet kon vasthouden. Ik glimlachte. Mijn boek vloog even aan de kant. Dit is echt, besefte ik. Dit gaat echt gebeuren. Ik krijg een baby die ik zal kunnen vasthouden, voeden, strelen of naar wie ik gewoon kan staren. Ik stelde me voor hoe je zou lachen naar me, zou kirren en zou grijpen in het niets. Wat een zalige herinnering.

64

65


D E K RO N I N G VA N M A R I A Tine Putzeys

‘Ze eet niet goed meer de laatste dagen,’ zei de verpleger door de hoorn.

De twintig kinderen en kleinkinderen vochten digitaal om de vier kruimels

Omdat ze niemand meer mag zien, dacht Jos, en omdat jullie haar alleen

tijd die nog overbleven. Niemand durfde te hopen op acht of twaalf krui-

maar van dat mottige brood zonder zout geven. Hij hield zijn mond.

mels en zelfs die twee in de namiddag leken even veraf als het einde van

‘We kunnen opnieuw een infuus steken, maar…’ De verpleger maakte

de pandemie.

zijn zin niet af. Elke vorm van zekerheid was de laatste dagen van tafel

De gezinnen met risicopatiënten waren automatisch uitgesloten. Voor hun

geveegd. Zelfs waarschijnlijk en vermoedelijk lagen moeilijk. Verder

eigen veiligheid, dat sprak voor zich. Ook de hoogzwangere kleindochter

dan vierentwintig uur werd niet meer vooruitgekeken.

mocht in geen kilometers van het ziekenhuis komen. Dat sprak voor zich.

‘En het alternatief?’ De woorden waren nog niet uit zijn keelgat of het

Dan bleef alleen nog de vraag wie het meest recht had om Moeke te bezoe-

zwol dicht. Alsof zijn lijf wilde vermijden dat hij hier nog verder over kon

ken: de familieleden die er het vaakst over de vloer kwamen en met wie ze

onderhandelen. Waar haalde hij het lef vandaan pro en contra af te wegen?

dus de beste band had, of de familieleden die er bijna nooit waren en Moeke

‘Als we niets doen, dan zal de dokter haar palliatief moeten verklaren.

al het langst niet meer hadden gezien.

Dat betekent wel dat u opnieuw bij haar op bezoek mag komen.’

Voor Jos was het duidelijk: mensen zoals hij, die dagelijks op de koffie

De weegschaal kantelde.

kwamen, hadden voorrang. Hij was het die haar haag scheerde en elk

‘Enkel naaste familie. Twee personen in de voormiddag, twee in de

voorjaar de stinkertjes in rijen voor het raam ging planten. Hij was het

na­middag. Maximaal één uur,’ ratelde de verpleger. Het was waarschijnlijk

die om de twee weken met haar naar de kapper reed. Hij was het, die haar

de zoveelste keer vandaag dat hij hetzelfde riedeltje moest opzeggen.

naar het zieken­huis had gebracht voor wat een kleine routineoperatie had

Hoeveel mensen hadden al om de foute redenen voor dat alternatief

moeten zijn.

gekozen?

Maar hij wist ook dat Moeke nooit een van haar kinderen of kleinkinderen

‘Mijnheer Timmermans?’

zou voortrekken. Het woord favoriet kende ze alleen in de context van

Jos wist dat hij eigenlijk zijn broers en zussen moest raadplegen, maar hij

tv-programma’s of taarten. Hij stelde voor om digitaal lootje te trekken.

wist ook dat ze nooit tot een consensus zouden komen. Zeker niet per

De website was afstotend vrolijk. De makers hadden waarschijnlijk nooit

telefoon. Of via zo’n afschuwelijke videochat, die het lelijkste in iedereen

vermoed dat hun werk ooit zo’n luguber doel zou dienen. Het regenboog-

naar boven bracht.

kleurige rad met hun namen draaide voor zijn ogen en tegelijk op twintig

Hij forceerde een bol speeksel door zijn keelholte, om ruimte te maken

andere schermen verspreid door het land. Als er enige vorm van rechtvaar-

voor zijn stem: ‘Het tweede dan.’

digheid in het universum was, zou hij bij de vier zijn. Dan kon hij een echt pateeke met goei boter binnensmokkelen. Wie weet, zou dat haar erbovenop helpen. Er was geen rechtvaardigheid.

66

67


maakten. Iedereen raakte diezelfde plek aan, met de hand waarmee ze Ze hadden geluk dat ze niet door het virus was geveld. Moeke kreeg een

net hun neus nog hadden gesnoten.

begrafenis. Weliswaar in intieme kring en zonder koffietafel, maar ze

Jos was als laatste aan de beurt. Waarom had hij aangedrongen op een open

hoefde niet naar de loods waar de rijen eenvormige doodskisten in quaran-

kist? Hij keek van de grote foto op het scherm aan de wand naar de kist,

taine opgesteld stonden, alsof ze radioactief afval waren.

waarvan het bovenste stuk als een raampje was opengeklapt. De vrouw

‘Wij zijn hier vandaag samen om een laatste groet te brengen aan mevrouw

die daar lag, was zijn moeder niet. Haar rimpels waren verborgen onder

Maria Timmermans, weduwe van Jef Timmermans, medeoprichtster van

make-up die ze anders nooit droeg. Haar vel zat strak om haar kin gespan-

bakkerij Timmermans en zonen, jullie allerliefste Moeke.’

nen, alsof ze op drie maanden voor haar honderdste verjaardag nog een

De stem van de begrafenisondernemer klonk gedempt door zijn mond­

facelift nodig had. En haar haar. Had de begrafenisondernemer haar nog

masker. Deze man had geluk. Hij was een van de weinigen die beroepshalve

een verse kleuring gegeven? Het was zeker een maand geleden dat ze nog

de nodige beschermingsmiddelen in voorraad had, nog voor het hamsteren

bij de kapper was geweest en nu krulden haar blonde haren als een gouden

begon. Voor de rouwenden waren er geen maskers.

kroon om haar hoofd. Hij keek op en sloeg een kruis in de lucht. Knikte

De stoelen in de aula stonden allemaal op twee meter van elkaar. Niemand

naar de foto op het scherm.

durfde zijn stoel dichter te schuiven naar de partner of kinderen met wie

Als hij nu naar buiten ging, was het afgelopen. Dan werd de kist gesloten

hij al weken opgehokt zat. Niemand las zijn eigen afscheidsbrief voor.

en de kitscherige harpcover van ‘The Sound of Silence’ uitgezet. Geen

Zo’n microfoon is erger dan een petrischaal.

koffietafel, geen crematorium, geen uitstrooiing. Hij probeerde de tijd

Voor de vijfde keer op rij, verkondigde de begrafenisondernemer in naam

in de aula nog wat te rekken door de stapel volgesnoten zakdoeken onder

van een kind of kleinkind, hoe ze telkens opnieuw een taart uit de koel­kast

zijn stoel op te ruimen.

toverde, zelfs als je onaangekondigd langskwam op een vergeten dinsdag-

Nergens was een vuilnisbak te bespeuren. De begrafenisondernemer liep

middag.

op hem af en strekte zijn handen naar hem uit. Jos dumpte de stapel zakdoe-

Dit was een vrouw die een koffietafel verdiende ter nagedachtenis. Eentje

ken in de blauwe handschoenen en keek naar het gezicht van de man. Het

waar een volledig Afrikaans dorp een week van kon eten, met minstens

was niet duidelijk of hij al dan niet glimlachte achter zijn mondmasker. Jos

drie taarten en twaalf koffiekoeken per familielid en een sloot zwarte

vroeg zich af of hij de zakdoeken ook zou cremeren na de begrafenis.

Douwe Egberts filterkoffie, geserveerd in zo’n gigantische zilveren thermos

Buiten waren de gezinnen in eilandjes samengetroept. Nonkel Sus stond

met pompje bovenop.

alleen, op twee meter van zijn dochter, die niet meer bij hem woonde.

De begrafenisondernemer nodigde hen uit om één voor één, met inacht­

Even leek het alsof hij haar toch zou knuffelen, maar zijn ledematen bleven

name van de voorgeschreven veilige afstand, tot bij de kist te komen voor

verloren in de lucht hangen. Hij haalde zijn schouders op en ging nog wat

hun laatste groet. De achterste rij mocht eerst, zodat Jos vanop zijn stoel

verder weg staan.

vooraan toekeek hoe ze één voor één een kruisje op de voet van de kist 68

69


LICHT GERAAKT Evie Vallet

Bij een ander eiland hoorde Jos dat de achterkleindochter nu bang was

Mijn geliefde in de hemel

dat ze haar achterneefjes nooit meer zou zien. Of dat kwam omdat met

koestert zijn met gouddraad

Moeke ook hun speelruimte in de voortuin zou verdwijnen of omdat nie-

geborduurde kanttekening

mand wist of ze ooit nog uit quarantaine konden komen, was niet duidelijk.

op zijn linkervleugel

Ze wisten allemaal dat ze daar niet lang konden blijven staan. Als er een

net boven zijn

politiepatrouille voorbijreed, kregen ze er nog eens een boete voor samen-

drijfveer omdat goud

scholing bovenop. Maar niemand wist wat het protocol was voor deze situa-

in de hemel zes keer lichter

tie en vanaf wanneer je geacht werd terug naar je quarantainekot te gaan.

is dan hier op aarde.

Jos nam, voor de laatste keer, het voortouw. Hij knikte vanop veilige afstand

Tijdens de nacht knoopt hij

en liet de eilandjes achter zich. Aan de overkant van het dorpsplein was er

van mijn losse eindjes

een bakkerij. Taarten, zo had de overheid beslist, bleven essentieel, ook in

en zoekgeraakte sokken

tijden van crisis. Hij haalde er een met slagroom en kersen, de favoriet van

met voetafdrukken van

Moeke, die hij thuis tot de laatste kruimel zou opeten aan zijn koffietafel

platgetreden paden

voor ĂŠĂŠn.

een vliegend tapijt om mij onderweg

Al bij de eerste hap van de taart, zwol zijn keelgat dicht.

naar morgen zacht te kunnen laten landen.

70

71


ZEEPDOOS Evie Vallet

Mijn vader is de laatste zondag van mei gestorven hoewel hij sinds lange tijd alleen nog leefde van hemelse dauw.   Deze gedachte trek ik op azuurblauwe flessen die ik liefdevol op de bovenste plank etaleer.   Zo past alles netjes in mijn kraam op de markt waar ik omhelzingen 

Yule Hermans

en verschijningen verkoop.

73


PUNT

ZOMER

Hanneke Middelburg

Greet Langen

Ik wreef je in met zalvende woorden

hoe verwaand was ik

mijn warme handen op jouw bleke huid

om te denken dat ik je kon redden

als braille tekende het kippenvel

je kon kiezen: praten of springen

jouw verhaal in fijne lijnen

voor het eerste paste je

en je kende geen tussenweg

Grof onderbroken door een punt

die heel lang een komma had moeten blijven

nu klim je ’s nachts op mijn schouders

maar grillig ineenkromp tot die ene stip

en klemt mijn nek hard

waaraan geen ontkomen was

tussen duim en wijsvinger

mijn hoofd davert dan van heimwee

Gleed je weg zonder te willen

naar die dag waarop we dubbelgeklapt van het lachen

liet je los wat je vast had willen houden

poseerden in onze zomerjurken

ik streel zachtjes over je voorhoofd

mijn warme handen op jouw koude huid.

vandaag zit ik hier alleen in jouw te krappe bloemenjurk het is weer zomer en radiostilte

74

75


BL AC K L ABEL

1 NOVEMBER

Ingrid Van Remoortel

Ingrid Van Remoortel

Vanavond is het zover.

we lieten ze zakken

Stoom aflaten.

in een sterfput

Dansen, dansen om te dansen.

Alles loslaten.

we halen ze op

De dodendans

aan ragfijne draden

Alles vertrappelen in de moshpit.

Zweet, bier, DJ Zebedeüs.

we spinnen verhalen

‘Killing in the name of…’

uit herinneringen

‘Motherfucker’

geruisloos kloppen hun harten voort

76

77


100 MUTSJES Annemarie van Es

Wat is er nuttelozer dan een muts te haken voor een hoofd dat er niet meer is? Nou, er nog één haken en nog één… Vandaag haakt ze de honderdste. In elke lus een looping waarom, waarom, waarom, in honderd mutsjes wel duizend waaroms. In elke steek, doorhaling, knoop, hetzelfde haaksel in hart en hoofd, een doolhof vol

Cheyenne Deckx

hopeloos hoe.

79


OOIT ZAL IK HET OPRAPEN Melissa Van Dam

Ze haakt terug

Ooit zal ik het oprapen

naar hoe hij was

hoe hij zou kunnen zijn,

Mijn verdriet

en maakt haar deksels

gewikkeld

de een na de ander

in witte linnen doeken

die nooit meer, nooit meer

rolt langzaam de trap af

zullen bedekken.

iedere trede steekt

Zoveel vragen

prikt

zullen altijd vragen blijven,

en laat blauwe tekeningen achter

ook na honderd gehaakte mutsjes.

op mijn huid ik sta daar helemaal beneden maar toe te kijken uiteindelijk stort het verdriet zich uitgerold aan mijn kleine, platte voeten ik zou het moeten oprapen maar da’s moeilijk   het is, te glibberig, te waterig, te onvast   dus ik sta en blijf ernaar kijken   naar mijn verdriet en de witte linnen doeken waarin ik het tracht te wikkelen

80

81


STOFDEELTJES

ELKE GEDAC HTE AAN JOU

Nina Moortgat

Vincent Vandommele

Jouw boekenkast is een schatkist

Elke gedachte aan jou

van vergeten handelingen.

wil ik drogen in een dik boek, telkens weer

De bladzijden glijden

tot het helemaal vol is.

langs mijn duim

Dan zet ik het op die lege plek

en ik ruik aan jouw

midden in de boekenkast

herinnering.

tussen ‘Raad eens hoeveel ik van je hou’ en ‘Overal en ergens’.

Een onverzonden postkaart,

achtergelaten

Dan begin ik opnieuw

door jouw hand.

er blijft nog zoveel leegte over.

Even heb ik een gevoel van verbintenis, maar die vervliegt zoals het stof dat op je bladzijden ligt.

82

83


UIL Katrien Vandeginste

‘Toen je twee jaar werd, kwam er in de avond een uil aanvliegen,’ sprak zijn vader altijd. Hij wou steeds vragen hoe die uil eruitzag. Had hij zo’n driehoekje op zijn gezicht? Was het een sneeuwuil, zoals in Harry Potter? En kon hij zijn hoofd draaien? Maar telkens als hij details begon te vragen, werd zijn vader wat ongeduldig en afwerend. Wat maakt het nou uit, jongen, hoe die uil eruitzag? Hoe hard hij vloog? ‘Wat belangrijker is,’ en dan liet hij zijn stem dalen tot een fluistertoon, de jongen hing aan zijn lippen, ‘is wat die uil hier kwam doen.’ ‘En wat kwam die uil hier doen?’ Hij stelde altijd de vraag opnieuw, ook al kende hij het antwoord, omdat hij het telkens en telkens opnieuw wou horen. ‘Het was een teken van je moeder, jongen,’ zei zijn vader dan plechtig, ‘om te zeggen dat we met ons tweetjes goed bezig zijn. En ik weet dat het je moeder was, jongen, want je moeder...’ ‘Was zo wijs als een uil,’ vulde hij ademloos aan. Zijn hart was vervuld met trots als hij zich voorstelde hoe wijs zijn moeder was geweest. ‘Inderdaad,’ zei zijn vader met een knikje. En dan zaten ze zwijgend

Marion Beeck

samen, zij aan zij, ’s avonds op hun bankje in de tuin.

84


18 N O V E M B E R 2 017 Siebrand Craeynest

’k stond op.

17 November 2017

Huidevetterskaai, m’n kot in Gent

me moeder moest de latste uren vande vrijdag lesgeven

ontbijt gefret en t lichaam van me lief verkend

‘mn takenlijstje is afgewerkt’ in’t laatste bericht dazze vanme pa ad

me klaar gemaakt

gekregen

en toen kwamze binnengerend

ze gingen samen eten,

‘n sms vanu ma, z’is onderweg’

maar de eisen van mn oma moesten daar n stukske voor steken. Die

ik dacht whaat?

avond nog geen nieuws,

Das bijzonder slecht nieuws - wa ebbek misdaan?

maar ie ging die dag dan ook rust nemen.

Kbelde haar, dan me vader, omdazze nie opnam

Toen ze wakker werd attie aar bericht op whatsapp nognie bekeken

gin enkele respons - kwist attie em nie oppakt ist fok’d. Dan

we zaten innen verhuis, zis naar mn allereerste thuis gereden 6u

k’stuurde na mn broertje, ‘ik moe weg, na kortrik, workshop gan

s’ochtends - zn auto stond daar - ze werd kwaad

geven’ em smste, ‘we zijn er bijna’, wacht nog even.

en toen zag ze het bed was onbelegen.

Kbegon nerveus te komen, wa ging de dag gaan geven?

Na de zolder gewandeld,

die avond gingen we jammen me ’n jazzband ma eerst moestek me

Der hing n blad ‘pas op! Gas.’

nog voorbereiden voor de

Zis nie binnengetreden

workshop-geefstress en enige keer dakze ooit heb weten afkomen

ze belde n vriendin van kom me helpen

zon der reden was toenda mn

en dacht toen wa alstie nog zou leven

broer 2 weken nadatie ging thuiskomen nog niks ad laten weten ma zelf addek niets in dien aard uit proberen steken..

18 november 2017

Dus ik stresss.

Op me pa z’n laptop vondek n pdf

Gsm gaat - stem van me moeder die zegt dazze voor de deur staat -

‘de heliummethode voor zelfeuthanasie bij voltooid leven’

ik storm naar beneden doe de deur open me moeder staat er, broertje, 2 geüniformeerde peten kvroeg ‘oma?’ ze zei ‘papa’ kzei ‘istr iemand inde fout gegaan int verkeer en dr tegengereden?’ ze zei nee meer moestek nie weten. 86

87


MANEKI NEKO, OF DE GELUKSKAT Valerie Tack

1.

Haar stem schokte. Ze keek achterom.

Fay. Je zusje.

Naar een stilstaande auto waarin

Die ineens aan de deur stond.

een vrouw het stuur met twee handen

Die jouw naam noemde en

omvatte.

brak in nimmer op te vegen stukken.

(Die vrouw. Dat was je moeder.

Dat ze je die ochtend gevonden hadden. In je garage.

Ik had haar niet eerder ontmoet.

Met om je hals je broeksriem.

Want jij en ik, wij waren niet officieel.

Wat waren wij dan?)

Ik geloofde haar niet.

Een misverstand, zei ik.

Nee, zei ik, dat kan niet.

Dit moet een misverstand zijn.

(Het was jouw verjaardag.

Nee, dat is het niet.

We hadden afgesproken die avond.

Ik zou naar je toe komen. We zouden tv kijken, pizza eten, vrijen.

Fay keek naar haar schoenen en dan langs me heen.

Ik had je een kat gekocht. Een maneki neko.

De verte in. Die veilig was.

Zo’n Japanse gelukskat, met een bewegend armpje.

En eindeloos.

Op zonne-energie. Een spuuglelijk stuk plastic,

maar het geluk dat ze je brengen zou,

dat kon je goed gebruiken.)

Ik moet naar hem toe, zei ik. Ik haalde je cadeau uit de woonkamer,

We wilden hem verrassen, zei Fay.

trok de voordeur dicht en liet Fay achter op de stoep.

Mama en ik. Voor zijn verjaardag. Maar hij. Ons.

88

89


2.

3.

Ik reed naar je toe. Ik belde aan. Je deed niet open.

Links, op het einde van de tuin stond, nog steeds,

Je deed nooit open, omdat je muziek weer te hard stond

je garage, die ik weigerde te zien, maar niet vermijden kon.

of omdat je zat te knoeien. In je geluidsdichte kelder.

Het politielint aan de deur. Het was losgeraakt.

Met je gitaren, je drums en je opnameapparatuur.

(Waarom belde ik aan deze keer?

Ik belde nooit aan.)

Het wapperde mijn gezichtsveld binnen. (Verjaardagsslingers.)

Ik klom

4.

Ik ging de keuken in en riep je naam. Het bleef stil.

(Het voelde anders.)

Ik belde je op, kwam op je voicemail terecht. Ik vloekte. Om de slechte verbinding die je fakete. Al jarenlang

over de muur die jouw tuin en jouw achterdeur scheidde

datzelfde idiote bericht dat niet overeenstemde met

van de supermarktparking naast je huis.

hoe je was. Met hoe ik je kende.

Je had het me ooit voorgedaan.

(Lang geleden.)

Je had me getoond waar ik mijn voeten zetten moest en waar mijn handen grip kregen. Een sleutel was makkelijker geweest, maar daar dacht jij niet aan en bovendien had je gelijk:

90

(Alleen nu niet, want ik viel bijna.

Ik viel bijna, omdat ik me er niet op toelegde.

Op het klimmen.

Ik dacht aan je broeksriem.)

(Kende ik je? Je zei zo weinig altijd. Amper iets.

Je keek alleen maar.

Je lachte. Je kuste. Je streelde.

Je trok mijn en jouw kleren uit.

En dan vroeg je, wanneer ik naar huis ging:

kom je volgende week terug?)

Hallo? Ja? Hallo? Hallo?

deze muur was stukken interessanter dan je voordeur.

Ik hoor je niet. Hallo? Ja? Nee, ik hoor je echt niet. Wacht, ik ga even ergens anders staan.

91


Wat volgde: een lange, uitgerekte schreeuw, alsof je een bodemloze diepte intuimelde.

(Heel pijnlijk ineens.

Misplaatst ook.

Klootzak.)

5.

Ik dacht: ik blijf gewoon. Ik blijf gewoon hier. Tot je terugkomt. Dat kan elk moment. En ondertussen zette ik de tv aan. Je zat midden in de laatste aflevering van Planet Earth. Over het minst ontdekte deel van de planeet. De diepzee.

(We gingen die, dat had je beloofd, samen bekijken.)

In de koelkast vond ik een half aangevreten pizza die ik schrokkerig naar binnen werkte. In de asbak op de salontafel drie sigarettenpeuken die ik een voor een oprookte. Over een stoel een trui die van jou was.

Randall Caesaer

Die ik aantrok. Ik sloot mijn ogen. Snoof. En ja, daar was je weer.

93


6.

8.

Fay. Die me belde.

Ik dacht dat je aan mij, aan ons, aan alles wat we waren,

(Had jij haar mijn nummer gegeven? Of stond

en aan alles wat we niet waren

dat in je afscheidsbrief? Was er een brief?

genoeg had.

Was er iets?)

(Vond ik je te vanzelfsprekend? Was dat het?

Of ik daar was.

Was het niet genoeg? Wou je meer? Iets anders?

Ja.

Iemand anders? Waarom zei je nooit iets?)

Dat ze eraan kwam. 9.

(Je moeder ook?)

De bel. De voordeur.

7.

Je zus.

En dan, zo maar, vanuit een plek in mijn lijf

Je moeder.

die ik nog niet kende, duwde ik

Ik.

je platenkast omver.

Een Mexican standoff van

(Ik weet niet waar ik de kracht haalde.

schuld, schaamte en verdriet.

Wat zou je kwaad geweest zijn.

Je zou me vermoord hebben.)

We keken elkaar niet aan. We hielden afstand. Om het niet nog erger te maken.

94

95


10.

Ik opende je cadeau. Toonde het aan je moeder.

(Je leek op haar. Mijn god, wat leek je op haar.)

Wat een lelijk ding, zei ze.

(Is het erg dat ik lachen moest?)

Mag ik? vroeg ze. Ik knikte en gaf haar de kat, die ze met veel geweld tegen de muur flikkerde.

(Jullie hadden ook hetzelfde temperament.)

Het bewegende armpje brak af en kwam voor mijn voeten te liggen. En wij, met ons drieĂŤn, Staren. Kijken. Naar dat armpje. Huilen ook. Drie vrouwen. Geluidsdicht. Om jou en om dat vreselijke geluk dat je nu niet langer nodig had. 96


Colofon

Auteurs: Peter Verhelst, Marjolijn van Raaij, Dick van Welzen,

Abel Dossche, Erika De Stercke, Aya Sabi, Erwin de Ridder, Angelo Cloof, Frederik Bosmans, Valerie Tack, Rino Feys, Alice Boudry, Kate Dejonckheere, Joke De Kerpel, Judith De Wandel, Louise Maddens, Oona Loncke, Vere Verheecke, Louis Vanoosthuyze, Thomas Jacques, Gerard Scharn, Ingrid Vanderkrieken, Jeroen Zonneveld, Meliza de Vries, Joke Prinsen, Kristien Severs Rocha, Rudi Lavreysen, Leonie De Clercq, Shana Pauwels, Tine Putzeys, Evie Vallet, Hanneke Middelburg, Greet Langen, Ingrid Van Remoortel, Annemarie van Es, Melissa Van Dam, Nina Moortgaat, Vincent Vandommele, Katrien Vandeginste en Siebrand Craeynest. Illustratoren: SaĂŻdjah Vos, Cheyenne Deckx, Lemon Lizzie, Larissa

Viaene, Loes Deckers, Marion Beeck, Randall Casaer, Lara Jakoba Breine, Yule Hermans en Camille Segaert. Cover en ontwerp: Astrid Fieuws Verantwoordelijk uitgever: Reveil vzw Uitgever: Imane Ghislaine Hoofdredactie: Imane Ghislaine en Vere Verheecke Redactieraad: Imane

Ghislaine, Lara Jakoba Breine, Vere Verheecke,

Thomas Jacques en Pieter Deknudt Een intiatief van Reveil vzw, Zinger en John, I’m Only Dancing Indien u na het lezen van deze bundel met vragen zit omtrent zelfmoord, kan u steeds gratis bellen naar het nummer 1813.

Met dank aan:


Peter Verhelst / Marjolijn van Raaij / Dick van Welzen / Abel Dossche / Erika De Stercke / Angelo Cloof / Erwin de Ridder / Valerie Tack / Aya Sabi / Joke Prinsen / Frederik Bosmans / Rino Feys / Alice Boudry / Kristien Severs Rocha / Ingrid Vanderkrieken / Melissa Van Dam / Kate Dejonckheere / Evie Vallet / Joke De Kerpel / Judith De Wandel / Tine Putzeys / Jeroen Zonneveld / Vincent Vandommele / Annemarie van Es / Shana Pauwels / Siebrand Creaynest / Nina Moortgat / Louise Maddens / Thomas Jacques / Greet Langen / Gerard Scharn / Leonie De Clercq / Rudi Lavreysen / Hanneke Middelburg / Katrien Vandeginste / Oona Loncke / Vere Verheecke / Ingrid Van Remoortel / Meliza de Vries / Louis Vanoosthuyze

Profile for reveilvlaanderen

Reveil20 Verhalenboek  

Reveil20 Verhalenboek

Reveil20 Verhalenboek  

Reveil20 Verhalenboek

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded