Fluids Processing 3-2022

Page 8

ENERGIETRANSITIE | Tekst: Pieter van den Brand | Fotografie: BTG Biomass Technology Group

BTG: Stapsgewijs naar bioraffinaderij

FRACTIONEREN PYROLYSE-OLIE BASIS V Pyrolyse van biomassastromen kan stevig bijdragen aan de fossielvrije ambities van bedrijfsleven en overheid. Naast bio-olie is de scope inmiddels verbreed naar biobased grondstoffen. Technologie-ontwikkelaar BTG zit bij de koplopers. In Europa schieten pyrolysefabrieken als paddenstoelen uit de grond. In het oog springen twee nieuwe fabrieken in Zweden en Finland. Het technisch fundament hiervan stoelt op Twentse technologie. Naast deze eerste fabrieken zitten er nog flink meer installaties in de pijplijn, laat CEO René Venendaal van BTG Biomass Technology Group weten. Via dochterbedrijf BTG Bioliquids rolt het Enschedese bedrijf zijn commercieel beschikbare pyrolyse-technologie uit over de landsgrenzen. “Het ziet er allemaal veelbelovend uit”, zegt Venendaal. De pyrolysefabriek in Finland is sinds eind 2020 operationeel en eigendom van bioraffinagebedrijf Green Fuel Nordic, dat er reststromen van houtzagerijen verwerkt. Een van de afnemers van de geproduceerde bio-olie is een warmtecentrale van het bedrijf Savon Voima, dat eind 2030 volledig CO₂-neutraal wil zijn. De Pyrocell-fabriek in Zweden draait sinds de opening in juli 2021 op zaagsel uit de houtindustrie en staat pal naast de zagerij van eigenaar Setra. Het houtverwerkingsbedrijf heeft een joint-venture met raffinagebedrijf Preem, dat de pyrolyse-olie wil opwerken in zijn olieraffinaderij in Lysekil aan het Skagerak.

VERBETERDE KOPIEËN De fabrieken in Zweden en Finland, goed voor jaarlijks zo’n 25.000 ton bio-olie, zijn verbeterde kopieën van de Empyro-fabriek die BTG vanaf 2015 in Hengelo bij Nobian heeft ontwikkeld. De feedback die het bedrijf uit de fabrieken in Finland en Zweden krijgt, kan het weer voor verbetering van de eigen basistechnologie gebruiken. “Zo versterken deze ontwikkelingen elkaar”, zegt Venendaal. “We kunnen voortdurend optimalisatieslagen aanbrengen.” De fabriek bij Nobian is overigens eind 2018 door afval- en energiebedrijf Twence overgenomen. Als puur technologiebedrijf had BTG geen interesse om als olieproducent actief te zijn. Wel wordt de technologie samen met Twence verder verfijnd. De fabriek is vooral bedoeld voor niet-herbruikbare houtachtige stromen die niet geschikt zijn voor de andere verwerkingsprocessen van Twence, “maar we kijken ook naar andere feedstock”, zegt Venendaal.

‘De uitrol van onze pyrolysetechnologie over de landsgrenzen ziet er veelbelovend uit’ BIOBASED GRONDSTOFFEN De R&D-inspanningen van BTG zijn daarnaast gericht op het upgraden van ruwe pyrolyse-olie voor de productie van biobased grondstoffen en materialen. “We fractioneren de pyrolyse-olie om van componenten nieuwe toepassingen te maken”, verduidelijkt Venendaal. Het bedrijf heeft een pilotfractioneringsplant gebouwd op de thuislocatie in Enschede (capaciteit: 3 ton per dag), die inmiddels drie producten heeft afgeleverd: een pyrolytische lignine voor de productie van harsen als alternatief voor fossiel fenol, pyrolytische suikers om op furanen gebaseerde harsen te maken en diverse extracten als basis voor fijnchemicaliën. “We willen deze nieuwe route de komende jaren gaan opschalen in een commercialiseringstraject. Klanten kunnen straks niet alleen een pyrolysefabriek kopen, maar ook modules waarmee ze andere producten dan bio-olie kunnen maken. Stapsgewijs gaan we zo naar een bio-raffinaderij toe.”

STREVEN NAAR FOSSIELVRIJ René Venendaal, CEO BTG Biomass Technology Group.

8

De locatie van de fabrieken in Zweden en Finland is niet alleen verklaarbaar vanwege de grote

hoeveelheid reststromen uit de bosbouw en de houtindustrie die een nuttige toepassing verdienen. “Deze landen willen vooral een koppositie pakken in duurzame energie”, zegt Venendaal, “en veel eerder fossielvrij zijn dan de rest van Europa.

Fluids Processing | nr. 3 | juni 2022

FLU003_08_Pyrolse.indd 8

25-05-2022 14:42