BL 2020.03 Juli / Juillet

Page 1

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 1


KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vzw Hoge Bescherming: Zijne Majesteit de Koning Beschermcomité: Erevoorzitter : Guy VANHENGEL : Eerste Vicevoorzitter Brussels Parlement Vice-erevoorzitter: Carla DEJONGHE : Lid Brussels Parlement Dagelijks bestuur VAN NEROM Edgard, Voorzitter

e-mail: edgard.vannerom@skynet.be

HUYBANDT Marijke, Secretaris

e-mail: marijke_huybandt@hotmail.com

HUYBANDT William, Penningmeester

e-mail: william.huybandt@telenet.be

Raad van bestuur : dagelijks bestuur + onderstaande e-mail: katleen.tilley@telenet.be DE KLIPPEL Roland e-mail: cecile.van.camp@skynet.be

VAN CAMP Cecile

e-mail: vanneyghemlieve@gmail.com

VAN NEYGHEM Lieve

Algemene vergadering : dagelijks bestuur + raad van bestuur + onderstaande e-mail: michaelhuybandt@hotmail.com HUYBANDT Michaël

CONTACT KMF BHG / FRM RBC

CONTACT VIA MAIL: muziekfederatie@hotmail.com

Fijne charcuterie - Belegde broodjes Charcuterie fine - Sandwichs garnis Plattesteen 4, 1000 Brussel Tel : 02 512 06 37 Van maandag tot vrijdag / Lundi au vendredi

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 2


INHOUD Bestuur KMF BHG // Comité FRM RBC ............................................................................. 02 Inhoud ................................................................................................................................ 03 Voorwoord van de redactie / Avant-propos de la rédaction.............................................. 04 Agenda & activiteiten verenigingen ……………………… …………….......................................... 05 In memoriam Remi Meesters ……………………………..….………………....................................... 06 Nederlandse componist Willy Hautvast overleden………………........................................... 08 Corona-richtlijnen bij het heropstarten van de repetities…….…..……................................ 10 Corona-directives pour reprise des répétitions des sociétés musicales …........................ 11 175 jaar geleden werd de componist Gabriel Fauré geboren ……………….…………...............14 Il y a 175 ans naquit le compositeur Gabriel Fauré ……………………………………………………....21 Concours Européen – Europese wedstrijd ………………….…………….…………………………….......26 Muziek voor zomerse dagen…………………………………………………………….............................. 28 Ennio Morricone (Nl)..........................................................................................................38 Ennio Morricone (Fr) .........................................................................................................39 Colofon………………………………………………………………………………………………………………………….42

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 3


Voorwoord van de redactie Begin maart werden we overvallen door het Coronavirus. Velen werden onverwachts ziek en heel wat mensen kwamen te overlijden. De mensen van de zorg deden het onmogelijke. Om erger te voorkomen werden door de overheid drastische maatregelen uitgevaardigd. Ons land ging in een nooit geziene Lock-down. Vrij recentelijk werden de Corona-maatregelen versoepeld en kunnen onze verenigingen onder voorwaarden hun muzikale activiteiten weer opstarten.

Wij wensen onze verenigingen een veilige opstart van hun activiteiten. Voor wie op vakantie gaat wensen we een deugddoende vakantie toe. Hou het veilig. Zorg goed voor jezelf en je medemens.

Avant-propos de la rédaction Début mars nous avons été frappé par le virus Corona. Beaucoup de personnes sont tombées malades, ont été hospitalisés et sont mêmes décédées. Tout le personnel médical a donné le meilleur de soi-même. Pour éviter le pire les autorités ont du prendre des mesures draconniennes. Notre pays a été placé en confinement durant plusieurs mois. Tout récemment les mesures contre le Covid 19 ont été assouplies et sous certaines conditions nos sociétés musicales peuvent reprendre leurs acivités. Nous souhaitons à tous nos musiciens une bonne reprise de leurs activités musicales et de bonnes vacances EN TOUTE SECURITE. Prenez soin de vous et de votre prochain.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 4


AGENDA 2020 KONINKLIJKE MUZIEKFEDERATIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

FEDERATION ROYALE MUSICALE DE LA REGION BRUXELES -CAPITALE ONDER VOORBEHOUD ../11/2020 ……………

Sint Ceciliaviering – Célébration Ste. Cécile Magdalenakerk – Eglise de la Madeleine – Brussel/Bruxelles Met de medewerking van het muziekensemble van de K.H. St.-Cecilia Evere Avec la collaboration de l’ensemble musical de l’H.R. Ste Cécile - Evere

../12/2020 ……………

Muziekconcerten tijdens de Brusselse kerstmarkt Concerts lors du marché de Noël Bruxelles Wij nodigen al onze verenigingen uit tot deelname aan onze activiteiten.

Uiteraard zullen wij u eerstdaags, per E-mail, verdere informatie bezorgen over de plaats en de inhoud van de evenementen. Ondertussen kunt u deze data reeds vrijhouden. Muzikanten en bestuursleden, wij rekenen op uw deelname. Samen met de medewerking van onze verenigingen willen wij, in een vriendschappelijke sfeer, muziek beleven en er hoogstaande culturele activiteiten van maken, uw vereniging, onze organisatie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waardig. Bedankt voor uw bijzonder gewaardeerde medewerking.

ACTIVITEITEN VERENIGINGEN 2020 ACTIVITÉS SOCIÉTÉS 2020 ONDER VOORBEHOUD 11/10/2020 15u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere Koffieconcert - Concert de café GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

05/12/2020 11u/h

Koninklijke Harmonie Sinte Ceciila/ Harmonie Royale Sainte Cécile – Evere St. Ceciliafeest, misviering, muziek, banket en dans Fête de Sainte Cécile, messe, musique, banquet et danse GC Everna- CC Everna – St. Vincentiusstraat- rue Saint Vincent 30 - Evere

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 5


IN MEMORIAM REMI MEESTERS Met grote verslagenheid heeft de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kennis genomen van het plotse overlijden van onze goede vriend Remi Meesters. Remi was lid van de Koninklijke Limburgse Muziekfederatie en gewezen lid van de Algemene Vergadering van het Koninklijk Muziekverbond van België. Van de Koninklijke Limburgse Muziekfederatie ontvingen wij onderstaande In memoriam:

KONINKLIJKE LIMBURGSE MUZIEFEDERATIE Bij het lezen van dit droevig bericht werden wij heel stil… Ik denk aan je, vaak aan je, en wens je alle kracht.

en hoop dat het straks beter is, dat je weer viert en lacht.

De heer Remi Meesters Echtgenoot van Mevrouw Tina Tans Hij werd geboren te Waltwilder op 12 juli 1937 en is onverwacht thuis overleden op 10 april 2020. Bestuurslid , oud-secretaris en oud-toneelspeler van de K.H. Vreugd in Deugd Zussen Voorzitter seniorenclub De Watergroep Spelend lid theatergroep Ozzy Riemst Lid van de Koninklijke Limburgse Muziekfederatie Lid Vlamo Limburg Lid Hoeselts toneelgezelschap Lid Neos Riemst Lid Samana Zussen Bestuursild Katholieke Vereniging voor Gehandicapten De Mergelstreek Lid Kapelvrienden Zussen Lid Landelijke Gilde Zichen-Zussen-Bolder Lid het Spurtend Wiel Zussen Gewezen ceremoniemeester bij Rouwcentrum Theunissen +++++++++++++++++++++++

Een joviale volksmens met een groot hart Remi was een joviale volksmens. Als “'man van de waterleiding” was hij bekend in heel Zuid-Limburg. Hij was een enthousiaste kereI die altijd goedlachs door het leven ging. Eerlijk en correct in de dingen die hij deed. Hij hield van het leven. Een Bourgondier, zouden wij zeggen. Remi was de man die, samen met zijn collega’s van het Uitvoerend Comité, het muziekpodium opbouwde en weer

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 6


hielp afbreken. Zijn helpende hand overal maakten hem zeer geliefd bij de leden van het Centraal Comité, het Uitvoerend Comité , de dirigenten en alle muzikanten. Hij zorgde er steeds voor dat alles steeds keurig in orde was. Remi was altijd positief ingesteld, maar ook kritisch als hij dat nodig vond. Hij had het hart op de tong en sprak in zijn grote kennissenkring en daarbuiten steeds vol lof over zijn Limburgse Muziekfederatie. Ook al had zijn hart hem al eens een verwittiging gegeven, toch was hij er steevast en klaagde hij nooit. Integendeel: zijn optimisme moedigde hij andere aan tot volhardend te musiceren .

Dit groot hart heeft het uiteindelijk begeven !

Wij kunnen ons vandaag moeilijk voorstellen dat bij een volgende ontmoeting zijn krachtige stem ons niet meer zal welkom heten met : “ Goede vrienden “. Een stem die zal gemist worden in de concert– en theaterzalen. Het vreemde gevoel dat een vertrouwde aanwezigheid plots er niet meer is, wordt door de dichter Roland Jooris mooi uitgedrukt als volgt: Hij zal vanavond hier niet zijn. Wij zullen hem de hand niet meer kunnen drukken. De goede sterke hand van een mens. Hij is nu weg. Al lijkt het mij of hij slechts even buiten is. Het treft ons dat Remi, die met veel zorg en toewijding velen een waardig afscheid heeft gegeven als ceremoniemeester van de begrafenisondernemer, in deze uitzonderlijke omstandigheden, in alle intimiteit moest begraven worden. Met een bloemstuk en onze gedachten waren wij aanwezig bij het afscheid van Remi als teken van dankbaarheid om hem als vriend te hebben gekend en als steun voor zijn echtgenote. Geert Vandenwijngaert - Fernand Ribus

De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt deel in de rouw die mevrouw Meesters en familie treft en bieden hun onze innige deelneming aan. Wij wensen hun veel moed en sterkte in deze moeilijke periode. Wij zijn Remi dankbaar voor zijn enorme en enthousiaste inzet voor de muziek in het algemeen maar voor zijn Koninklijke Limburgse Muziekfederatie en het KonInklijk Muziekverbond van België in het bijzonder.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 7


NEDERLANDSE COMPONIST WILLY HAUTVAST OVERLEDEN De componist Willy Hautvast is overleden op 6 mei 2020. De bekende Nederlandse componist en arrangeur voor blaasmuziek Willy Hautvast werd in 1932 geboren in Maastricht. Zijn vader was beroepsmuzikant en zijn broer Guus was hoboïst in het Promenade Orkest. Het was dan ook een beetje vanzelfsprekend dat Willy eveneens koos voor de muziek. Willy Hautvast studeerde klarinet aan het conservatorium van Maastricht. Na zijn muziekstudie was hij van 1951 tot 1974 klarinettist bij de “Kapel van de Koninklijke Luchtmacht” in Nederland. In die periode componeerde en arrangeerde hij een groot aantal werken voor dit orkest. Vanaf 1960 begon hij zijn composities en arrangementen te publiceren. Van zijn hand verschenen ongeveer 300 composities en arrangementen die tot op de dag van vandaag wereldwijd worden uitgevoerd. In 1974 verliet hij de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht en vestigde zich in Nijmegen waar hij werd benoemd tot hoofd HARMONIE, FANFARE en KLASSIEKE afdeling van het muziekcentrum “De Lindenberg” in Nijmegen. Willy Hautvast was dirigent van verschillende orkesten. Zo was hij o.a. jarenlang de dirigent van de harmonie “Jubal” en heeft hij met dit korps verschillende prijzen gewonnen. Van 1991 werkte hij uitsluitend als componist en arrangeur. In datzelfde jaar werd hij voor zijn inzet en verdiensten benoemd tot “Ridder in de Orde van Oranje-Nassau”. Hij ontving compositieopdrachten van SOMNO, SAMO, NFCM, Fonds voor scheppende toonkunst, stad Venlo en won in 1970 met het werk “Festal Suite” de eerste prijs in de compositiewedstrijd van Hilvarenbeek. Willy Hautvast was jarenlang lid van het college voor juryleden en was examinator bij de federatieve muziekexamens. Op 12 november 2017 nam hij als dirigent afscheid van het Nijmeegse Senioren Orkest dat hij in 1977 zelf had opgericht. Wij en alle muziekverenigingen zijn Willy Hautvast dankbaar voor de mooie composities en arrangementen die hij ons nalaat en waarvan wij nog altijd mogen genieten. De Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt deel in de rouw die de familie van Willy Hautvast treft en biedt hun, onze innige deelneming aan. Wij wensen hun veel moed en sterkte in deze moeilijke periode. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 8


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 9


CORONA – RICHTLIJNEN BIJ HET HEROPSTARTEN VAN REPETITIES Zeer recentelijk bevinden wij ons in fase 4 en is een heropstart van onze muziekverenigingen mogelijk. Onderstaand een beknopt overzicht van de meeste maatregelen die op dit ogenblik van kracht zijn.

Om op de hoogte te blijven van de recentste verplichtingen is het noodzakelijk om u te blijven informeren op de officiële websites van de overheid en de daarop aangegeven richtlijnen nauwkeurig te volgen.

Volg steeds de algemene richtlijnen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen

• • • • • •

Blijf thuis als je ziek bent. Was vaak je handen met water en zeep of ontsmettende handgel. Raak je gezicht niet aan met je handen. Hoest of nies in een papieren zakdoek of in de binnenkant van je elleboog. Hou minstens 1,5 meter afstand van mensen buiten je persoonlijke bubbel. Draag een mondmasker indien deze afstand niet kan gerespecteerd worden. Beperk de fysieke contacten.

Schat je persoonlijk gezondheidsrisico in voor je aan een activiteit begint

Bij het hernemen van sociale activiteiten is het belangrijk om vooraf stil te staan bij je eigen gezondheid. Het verloop van de epidemie heeft ons immers geleerd dat er gradueel hogere risico’s zijn naarmate mensen ouder zijn, en dit vooral door de samenhang met vooraf bestaande gezondheidsproblemen, zoals chronische hart- en vaatziektes. Deze mensen hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden als ze besmet zijn met het nieuwe coronavirus. Dat komt doordat de natuurlijke afweer van het lichaam van oudere personen en bij mensen die een ziekte hebben vaak lager is.

Hou rekening met de risico’s die samenhangen met de activiteit

• • • •

Culturele activiteiten in groepsverband mogen slechts plaats vinden met maximaal 50 personen. Verplichting om in te schrijven Draag een mondmasker bij binnenkomen en bij elke verplaatsing in de zaal. Muzikanten dienen 2 meter van elkaar te zitten (tenzij er scheidingswanden zijn).

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 10


• • • • • • •

Jassen en handtassen worden aan de eigen stoel gehangen in plaats van aan de gemeenschappelijke kapstokken. Instrumenten-koffers worden bij voorkeur aan de eigen stoel geplaatst. Deel geen instrumenten of ander materiaal met je collega’s. Vloeistoffen zoals condenswater moeten opgevangen worden met wegwerpdoekjes of nog beter breng een propere absorberende doek mee voor persoonlijk gebruik. Laat geen condens achter op de vloer. Neem tijdig plaats op je stoel zodat je zo min mogelijk je collega’s moet passeren tijdens het repeteren. Indien er bij de activiteit drank of eten genuttigd wordt is de regelgeving van de horeca van toepassing. Deze kan je vermijden door bv. de repetities te laten doorgaan zonder pauze en geen dranken of hapjes te serveren. Na afloop repetitie de zaal onmiddellijk gesloten.

Belangrijk : • • •

Scenario van de activiteit op te stellen + risicoanalyse Wettelijke verplichting om een corona-coördinator aan te stellen. Deze is aanwezig gedurende heel de duur van het evenement. Het is handig om bijkomend ook een extra corona-aanspreekpunt te hebben binnen je vereniging.

CORONA – DIRECTIVES POUR REPRISE DES RÉPÉTITIONS DES SOCIÉTÉS MUSICALES Depuis le 1er juillet 2020 nous sommes dans la phase 4 des directives Corona et nous pouvons reprendre nos activités musicales. Ci-dessous veuillez trouver en bref la majorité des mesures à prendre en ces moments.

Pour rester à la hauteur des dernières obligations il est indispensable que vous restez informés et consulter régulièrement les sites officiels des autorités et suivez scrupuleusement les directives imposées.

Suivez toujours les recommandations générales pour éviter la propagation du COVID-19

• • •

Rester à la maison si vous êtes malade. Lavez régulièrement vos mains avec eau et savon ou utilisez un gel antibactérien. Ne touchez pas votre figure avec vos mains.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 11


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 12


• • •

Eternuez ou toussez dans un mouchoir de poche en papier ou dans le creux de votre coude. Gardez au minimum 1,5 m de distance avec les autres personnes. Portez un masque si vous ne pouvez respecter ces distances. Evitez les contacts physiques

Assurez-vous de vos propres risques de santé avant de débuter une activité.

Pour la reprise de vos activités sociales il est important au préalable de vous informer sur votre état de santé. Le déroulement de cette pandémie du virus Corona nous a appris que les risques d’attraper le virus allait en croissance avec l’âge. Les personnes âgées étaient les plus atteintes et principalement ceux atteints de maladies chroniques cardiaques ou respiratoires. Ces personnes étaient en première ligne pour attraper le Covid 19, vu que leur immunité était moindre.

Tenez compte des risques qu’entraînent votre activité.

• • • • • • • • • •

Les activités culturelles en groupe ne peuvent avoir place qu’avec 50 personnes au maximum. Obligation de s’inscrire au préalable. Port du masque à l’entrée et à la sortie de la salle et à chaque déplacement dans la salle. Les musiciens doivent être assis à 2m de distance l’un de l’autre (sauf s’il y a des parois de séparation en plexi ou autre). Vestes, manteaux et sacoches doivent être placés au dos des chaises au lieu des portemanteaux communs. Les instruments et coffres doivent être placés à côté de sa chaise. Ne donner pas votre instrument ou autre matériel à un collègue. Les liquides comme eaux de condensation des instruments doivent être absorbés immédiatement avec mouchoirs en papier ou mieux encore avec votre propre chiffon absorbant pour usage personnel. Ne laissez aucune trace de liquide au sol. Prenez place à temps sur votre chaise pour éviter de devoir passer devant vos collègues pour les répétitions. Si durant les répétitions des boissons ou nourriture sont servies les directives imposés pour l’horéca sont d’application. Vous pouvez éviter cela si vous répétez sans pause et en ne servant rien comme boisson ou nourriture. A la fin de la répétition la salle doit immédiatement être fermée.

Important : • • •

Scénario de l’activité doit être rédigé + une analyse des risques Obligation légale d’avoir un coördinateur Corona qui doit rester présent durant toute l’activité ou évènement. Il est utile d’avoir une antenne extra corona (personne) dans votre société.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 13


175 JAAR GELEDEN WERD DE COMPONIST GABRIEL FAURE GEBOREN Hoewel Gabriel Fauré in de eerste plaats bekend is voor zijn liederen, kamermuziek en werken voor orkest, die het toonbeeld zijn van fijngevoeligheid en terughoudendheid, wist hij ook raad met dramatische en hartstochtelijke klanken. Zijn werken blinken uit in technisch talent, kleurrijke melodieën en delicate harmonieën. Of ze nu opgewekt-gecultiveerd zijn of onstuimig en emotioneel, Fauré’s muziek is altijd poëtisch en daarmee typisch Frans.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 14


Gedurende de hele 19e. eeuw was Parijs de Europese hoofdstad van de opera. Hier waren de grootste en best uitgeruste podia, en bijna iedere operacomponist, inclusief Wagner en Verdi, wilde zijn opera’s in Parijs opgevoerd zien worden. Maar tegen het einde van de eeuw gingen Franse componisten zich steeds meer toeleggen op instrumentale werken, orkestmuziek en het lied. Fauré heeft veel aan deze ontwikkeling bijgedragen. Hij componeerde kamermuziek, werken voor piano en liederen die tot de mooiste vocale stukken van de Franse muziekgeschiedenis behoren. Met zijn expressieve stijl was hij een van de pioniers van een nieuwe generatie Franse componisten. Met zijn natuurlijke gevoel voor maat en ritme, zijn tedere melodieën en soms duistere, moeilijk te doorgronden harmonieën legde hij de fundamenten voor de werken van Debussy en die van het gehele Franse impressionisme uit het begin van de 20 e. eeuw. Gabriel Fauré werd geboren op 12 mei 1845 in Pamiers (Ariège) één van de acht departementen in de Midi-Pyrénées. Hij was het jongste kind van Toussaint-Honoré Fauré en Marie-AntoinetteHélène Lalène-Laprada. Gabriel was de enige van de zes kinderen die interesse had voor de muziek. Zijn ouders hadden echter niet veel geld waardoor Gabriel de eerste vier jaar van zijn leven bij een pleeggezin moest doorbrengen. Toen zijn vader werd benoemd tot directeur van de Ecole Normale in Montgauzy kon hij zijn gezin weer onderhouden en kon de kleine Gabriel terug bij zijn familie komen wonen. Wanneer de jonge Gabriel tijd had speelde hij urenlang op het harmonium van een kapelletje in het Zuid-Franse Montgauzy. Op een dag kwam een oude, blinde vrouw binnen om te luisteren. Onder de indruk van wat ze had gehoord, vertelde ze aan vader Fauré hoe muzikaal zijn zoon was. Het was een ontdekking die het leven van Fauré zou bepalen. Toen Fauré negen jaar was ging hij, na het behalen van een beurs, naar de Parijse School voor klassieke en religieuze muziek, beter bekend als de “Niedermeyer School”. Hier zou Fauré worden opgeleid tot koormeester en onderwezen worden in allerlei aspecten van de kerkmuziek, zoals Gregoriaanse zang, meerstemmige koorzang uit de renaissance, harmonie, compositie en literatuur. Ook behoorde orgel- en pianolessen en wekelijkse repetities in het schoolkoor tot het lessenpakket. Fauré was een schitterende leerling en won prijzen voor notenleer, piano, harmonie contrapunt en fuga. Met zijn “Cantique de Jean Racine” won hij de eerste prijs in een compositiewedstrijd van de school. De invloed van alles waarmee Fauré in aanraking kwam op de Ecole Niedermeyer is duidelijk in het werk te horen : koor en orgel spelen de hoofdrol, de tekst is religieus en de muziek ademt de sfeer van kerkelijke muziek. De tekst van Fauré’s meesterwerk heeft een oudere oorsprong en werd geschreven door Jean Racine, de beroemde Franse dichter en toneelschrijver die leefde van 1639 tot 1699. Samen met Molière en Pierre Corneille behoorde hij tot de grote drie toneelschrijvers van Frankrijk in de zeventiende eeuw. Van zijn hand kwamen vooral tragedies maar ook hymnes en lofzangen, zoals de tekst “Cantique de Jean Racine” . De tekst is een parafrase van de Latijnse hymne “Consors paterni luminus” uit het gebedenboek van de katholieke kerk. Racine publiceerde zijn versie in 1688 in “Hymnes traduits du Bréviaire Romain”. Ruim een eeuw later componeerde Fauré zijn “Cantique” op deze tekst. Na 11 jaar studie ging Fauré aan de slag in verschillende grote kerken, waar hij als organist de erediensten begeleidde. Hij begon in de Basilique Saint-Sauveur in Rennes, waar men hem na vier jaar vroeg om ontslag te nemen. Hij glipte regelmatig tijdens de mis naar buiten om een sigaret te roken en verscheen zelfs een keer op zondagochtend nog in zijn kledij van een bal van

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 15


de voorbije nacht, hetgeen allemaal niet in goede aarde viel bij de pastoor. Gedurende zijn tijd als organist in de Parijse Eglise Saint Sulpice maakte hij wel eens grapjes met zijn collega CharlesMarie Widor. Ze improviseerden tegelijk op twee orgels van de kerk en probeerden elkaar dan steeds van de wijs te brengen door plotseling van toonaard te veranderen. Op de Ecole Niedermeyer kreeg hij pianoles van niemand minder dan de componist Camille SaintSaëns. Hij spoorde Fauré aan om te gaan componeren en zou een levenslange vriend en mentor blijven. Saint-Saëns liet zijn leerlingen kennis maken met de hedendaagse muziek van Robert Schumann, Franz Liszt en Richard Wagner. Fauré zou zijn leven lang een liefhebber blijven van Wagners muziek. Hij reisde zelfs langs de theaters van West-Europa om de grote opera’s van Wagner te kunnen bijwonen. Tussen maart en augustus 1870 was hij organist in de kerk Notre-Dame-de-Clignancourt te Parijs. Op 16 augustus 1870 bij het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog gaf Fauré zijn baan als organist in het Bretonse Rennes op en keerde terug naar Parijs, waar hij infanteriesoldaat werd. Frankrijk wankelde onder de kracht van de Pruisen. Na de val van Sedan en de gevangenneming van de Franse keizer Napoleon III, werd in Parijs de Vierde Republiek uitgeroepen. Het jaar daarop werd Fauré uit het leger ontslagen, en zo eindigde zijn militaire carrière. Op 25 februari 1871 werd Fauré een regelmatige bezoeker aan het muzikale salon van Saint-Saëns waar hij tijdens bijeenkomsten kennismaakte met allerlei figuren uit de Parijse muziekkringen. Zo kwam het dat hij samen met de componisten Vincent d’Indy, Edouard Lalo, Henri Duparc en Emmanuel Chabrier de ”Société Nationale de Musique” oprichtte ter bevordering van hedendaagse Franse muziek. Vervolgens woonde Fauré bij zijn broer Arnaud in Parijs. In 1874 was hij plaatsvervanger van Saint-Saëns in de Madeleinekerk en verhuisde hij naar de rue de Parme. Op 22 november 1874 werd hij verkozen tot secretaris van de “National Music Society”. In april 1877 verving Théodore Dubois Saint-Saëns aan het grote orgel van de schitterende Madeleinekerk en Fauré werd benoemd tot koorleider . In die tijd componeerde hij zijn “Eerste sonate voor viool”, zijn “Eerste kwartet met piano” en de “Ballade voor piano”. In december 1877 was Fauré in Weimar waar hij de componist Liszt ontmoette, die zijn “Ballade voor Piano” te moeilijk vond om te spelen. “Aprés un rêve” is een van de 20 melodieën die Fauré tussen 1860 en 1879 schreef en tot een cyclus samenvoegde. “De Melodies” behoren tot de belangrijkste verzamelingen Franse liederen, omdat ze de traditie voortzetten van de grote Franse liederencomponist Charles Gounod. Deze schitterende, ietwat melancholieke melodie die Fauré aan het begin van zijn muzikale carrière schreef, behoort tot zijn mooiste werken. Het lied schildert een prachtig visioen over een meisje dat droomt van een romantische vlucht met haar verloofde, weg van de aarde, naar het licht. Maar als ze wakker wordt, is ze weer in de harde werkelijkheid en ze verlangt terug naar de droom. De tekst komt van een anoniem Italiaans lied en is vrij vertaald naar het Frans door Romain Bussine. De compositie “Après un rêve” werd tijdens de huwelijksplechtigheid van de Britse prins Harry en prinses Meghan, hertog en hertogin van Sussex op 19 mei 2018 in St. George’s Chapel in Windsor vertolkt door de cellist Sheku Kanneh-Mason. In 1881 bracht Fauré de zomer door in Villerville in Normandië en componeerde daar zijn “Bass Mass” voor vrouwenkoor. In 1882 ontmoette hij Liszt terug in Zürich.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 16


Aangemoedigd door de componist Camille Saint-Saëns besteedde Fauré in de jaren na zijn opleiding veel tijd aan componeren. Hij schreef zijn eerste pianostukken, liederen en kerkelijke werken. Fauré vormde steeds meer zijn eigen, zo kenmerkende stijl: verfijnd subtiel, elegant, kleurrijk en lyrisch. De invloed van religieuze muziek, waar hij op de Ecole Niedermeyer en daarna zo veel mee bezig was, is te horen in de serene sfeer van Fauré’s muziek. Hij componeerde het liefst kamermuziek, met name pianostukken en liederen. Fauré’s muziek werd door sommigen als te modern bestempeld. Nu wordt het vooral beschouwd als een brug tussen de romantiek en de muziek uit de twintigste eeuw. Net als in zijn muzikale loopbaan duurde het in de liefde ook een tijd voor Fauré vond wat hij zocht. Als twintiger was hij jarenlang verliefd op Marianne Viardot, de dochter van de beroemde Franse mezzosopraan en componiste Pauline Viardot. Marianne en Fauré werden een koppel, maar na een paar maanden maakte zij een einde aan de verloving. Het brak Fauré’s hart en beïnvloedde zijn doorgaans aardige, vrolijke en sensitieve karakter. In 1883 trouwde Fauré met Marie Fermiet, de dochter van de beeldhouwer Emmanuël Fermiet. Het was echter geen gelukkig huwelijk. Alhoewel Fauré zijn vrouw waardeerde als vriendin en vertrouweling, had hij allerlei affaires. Zo was hij in de jaren 1890 samen met de zangeres Emma Bardac, die later met de componist Claude Debussy zou trouwen. Na een affaire met de componiste Adela Maddison, ontmoette Fauré Marguerite Hasselmans, met wie hij de rest van zijn leven openlijk een relatie had. Ondanks al zijn escapades met andere vrouwen kregen Fauré en zijn echtgenote twee zonen, Emmanuel en Philippe. Gabriel Fauré kreeg echter niet meteen succes als componist. Hij had ook weinig tijd om te componeren en zijn uitgever betaalde hem maar 50 francs per muziekstuk. Om zijn gezin te onderhouden organiseerde hij een dagelijkse dienst in de Madeleinekerk en gaf piano- en harmonielessen. In 1886 voltooide hij zijn “Pianokwartet nr.2” en ontving hij de “Chabrierprijs” voor zijn kamermuziek. In 1887 componeerde Fauré “Pavane voor orkest”. De pavane, een statige dans, ontstond in de zestiende eeuw in Italië, in de tijd van de renaissance. Al snel was de dans populair aan de Europese koningshoven, waar de vorstelijke dansfeesten meestal met de pavane werden geopend, vaak in combinatie met een dans die iets levendiger was, de galliarde. De trage, sierlijke passen van de pavane doen de naam eer aan – pavane is Spaans voor “pauw”. Deze innige muziek straalt een heel eigen sfeer uit van opgewekte ontspaning. Ook niet- klassieke luisteraars zullen dit werk stellig herkennen, want het wordt veelvuldig gebruikt in reclamespots, of als documentaire- en filmmuziek. In 1891 was Fauré in Venetië waar hij werd ontvangen door prinses de Polignac, waarna hij verbleef in Florence. In 1892 werd hij benoemd tot professor en inspecteur aan het conservatorium van Parijs, een functie waarvoor hij heel Frankrijk door moest reizen om de verschillende conservatoria te bezoeken. Slechts in de zomervakantie kon hij al zijn tijd aan componeren besteden. Om te componeren trok Gabriel zich terug op het platteland of op een plek aan een Zwitsers meer. “Ik geniet er altijd van om zonlicht te zien spelen op de rotsen, het water, de bomen en de velden. Wat verschillende effecten, wat een schittering en wat een zachtheid… ik wou dat mijn muziek net zo veel diversiteit kon laten zien” aldus de componist.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 17


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 18


Op 21 januari 1893 werd een eerste versie van zijn “Requiem” aan de Madeleinekerk gegeven ( het werd pas in 1900 voltooid in zijn orkestratie). Op 26 oktober voor de begrafenis van Charles Gounod had Gabriel de leiding en bespeelde Camille Saint-Saëns het grote orgel. Op 10 januari 1896 bespeelde Fauré het grote orgel tijdens de begrafenis van Paul Verlaine en op 2 juni van datzelfde jaar volgde hij Théodore Dubois op voor het bespelen van het grote orgel in de Madeleinekerk. In oktober 1896 volgde Fauré de componist Massenet op in de compositieklas van het Muziekconservatorium. In 1897 componeerde hij zijn “Dolly” een suite voor piano met vier handen. Gabriel Fauré zocht met zijn “Dolly” de fantasie van het kind en het spel. Het werk bestaat uit zes wonderschone pianostukken die geen kind, zelfs geen volwassene mag missen. De compositie is opgedragen aan Hélène Bardac, het kleine dochtertje van zijn geliefde Emma. Hij noemde het meisje “Dolly”. In 1906 schreef Henri Rabaud de versie voor orkest. Het werk is vrolijk en extravert. Een elegante melodie vleit zich tegen de stormachtige passages van de strijkers . De overmoedigheid laat zich niet beteugelen: het grote orkest verzamelt alle krachten voor de pakkende finale. Het eerste deel uit deze zesdelige suite, Berceuse is wellicht het meest bekend. Deze Berceuse is zo geliefd dat het dikwijls ook door andere instrumenten wordt gespeeld. De zes delen zijn : 1. Berceuse 2. Mi-a-ou (of Miaou, de huiskat 3. Le jardin de Dolly 4. Kitty valse 5. Tendresse 6. Le Pas Espagnol. In april 1898 kreeg Fauré in London de opdracht de toneelmuziek te schrijven voor de Engelse versie van “Pelléas et Mélisande”. Het werk is geschreven naar het gelijknamige toneelstuk van de Belgische schrijver Maeterlinck. Het stuk zou reeds in juni in première moeten gaan. Vanwege de krappe tijd gebruikte Fauré materiaal van eerder gecomponeerde werken en schakelde een leerling in voor de orkestratie. Later zou uit de toneelmuziek een orkestsuite ontstaan. Het verhaal gaat over een dramatische driehoeksverhouding en een tragische moord uit jaloezie. De geschiedenis speelt zich af in de middeleeuwen. Goulaud, een prins en kleinzoon van de koning treft in het bos een hulpeloos meisje aan. Alleen haar naam “Mélisande” wilt ze kwijt. De prins wordt verliefd en trouwt met haar. Als Mélisande haar ring kwijt is komt Goulaud er achter dat zijn vrouw een affaire heeft met zijn halfbroer Pelléas. Wanneer Goulaud het koppel betrapt op een teder samenzijn, doodt hij Pelléas. Mélisande die het leven heeft geschonken aan een meisje is stervende. Goulaud vraagt om vergeving. Andere componisten die het werk ook op muziek hebben gezet zijn: Debussy, Schönberg en Sibelius. In 1877 begon Fauré met het schrijven van zijn “Requiem”. Deze compositie voltooide hij in 1900. Hij was vol originele ideeën: hij wilde een heel ander requiem schrijven dan gebruikelijk was. De dramatische en bombastische requiems van Hector Berlioz en Guisseppe Verdi vond hij maar niets, en de treurige muziek van de requiemmis kende hij inmiddels ook al door en door – als organist had hij talloze rouwplechtigheden begeleid. Maar Fauré had een heel andere visie op de dood dan in deze requiems te horen was. “Een streven naar geluk hierboven in plaats van een pijnlijke ervaring” zo beschouwde Fauré het sterven. En dat uitte hij in de hoopvolle en ingetogen klanken van zijn “Requiem”. “Een heel menselijk gevoel van hoop in eeuwige rust” zo omschreef Fauré zijn compositie. “Mijn Requiem is zachtmoedig van temperament, zoals ikzelf” zei hij erover.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 19


Zijn “Requiem” legde Fauré geen windeieren. Iets wat de componist zelf al had gehoopt. “Mijn Requiem zal worden gespeeld in Brussel, Nancy, Marseille en op het conservatorium van Parijs ! wacht maar. Spoedig zal ik een beroemd componist zijn” schreef hij in een brief aan een muziekrecensent. En inderdaad spoedig werd het werk overal gespeeld. Als hoogtepunt werd de derde versie door 250 musici uitgevoerd in het” Palais du Trocadéro” ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in Parijs in juli 1900. Het geheel stond onder de leiding van dirigent Paul Taffanel. Op 28 oktober van datzelfde jaar werd het werk in deze versie in Brussel uitgevoerd onder de leiding van Eugène Ysaye, waarna de compositie met veel succes werd uitgevoerd in vele Europese steden. De uitgave van het Requiem voor groot koor en orkest uit 1900 was de meest bekende versie van het” Requiem”, totdat omstreeks 1980 Fauré’s originele manuscript voor kamerorkest werd ontdekt door John Rutter in de Bibliothèque Nationale de Paris. Sindsdien hebben nieuwe uitgaven van Rutter en Jean Nectoux ervoor gezorgd dat het “Requiem” steeds meer in een kleinere bezetting wordt uitgevoerd. De muziekpedagoge en componiste Nadia Boulanger, schreef over het “Réquiem” van Fauré: “het is niet alleen zijn grootste werk, maar het behoort bovendien tot de meest kostbare sieraden van de muziek. De sobere expressie van rouw wordt nergens teniet gedaan door effectbejag van de componist; geen spoor van twijfel ondermijnt zijn vaste geloof. Het werk straalt vertrouwen uit en een hoopvolle verwachting in een nieuwe toekomst”. Men hoeft niet religieus te zijn om u door deze muziek in de stemming van innerlijke rust te laten brengen waarvan het hele “Requiem” is doordrongen. In 1900 had in een openluchttheater in Béziers de première plaats van zijn compositie “Prometheus”. De uitvoering werd bijgewoond door 15.000 toeschouwers. Dit werk is geschreven voor drie koperensembles, 100 strijkers, 12 harpen, koren en solisten. Het succes was destijds enorm. Maar het was duidelijk dat Gabriel al snel besefte dat een uitvoering met dergelijke bezetting niet kon worden uitgevoerd in de concertzaal. Met de hulp van Roger Ducasse maakte Gabriel echter een versie voor symfonisch orkest. Het werk ging in première in de Parijse Opera op 17 mei 1917. Van 1903 tot 1921 was Gabriel Fauré muziekcriticus bij Le Figaro. Op 5 april 1903 werd hij benoemd tot Officier van het Legioen van Eer. In 1905 volgde Fauré Théodore Dubois op als directeur van het Conservatorium van Parijs. Hij voerde daar enkele hervormingen door waardoor hij de bijnaam “Robespierre” kreeg. In 1909 werd hij verkozen tot lid van de Niedermeyer school. In 1910 ondernam hij een succesvolle concertreis naar Sint-Petersburg, Helsinki en Moskou. De première van zijn opera “Pénélope” in 1913 in de salle Garnier in Monte-Carlo was een triomf. Het libretto van René Fauchois is gebaseerd op het slot van Homerus Odyssée. Het werk is opgedragen aan Camille Saint-Saëns. Pénélope wacht op de terugkeer van haar man die jaren geleden naar de oorlog ging. Leeft hij nog? Is hij haar vergeten? Herinneringen en hoop gaan verloren in de tijd. De trouwe, eenzame Pénélope wacht op zijn terugkeer, terwijl hij listig van het ene avontuur naar het andere dwaalt. Fauré’s opera concentreert zich op Pénélope’s kant van het verhaal: een gecompliceerde vrouwelijke figuur die niet alleen wacht en werkt maar ook haar aanbidders op afstand moet houden. Hoewel haar echtgenoot Ulysses, koning van Ithaca levendig alomtegenwoordig is in haar geest en hart – als hij na tien jaar terugkeert is hij een

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 20


vreemde die ze niet herkent. Terwijl ze allebei proberen weer dicht bij elkaar te komen rijst de vraag of liefde de tijd kan overleven. In 1917 werd Fauré verkozen tot voorzitter van de “National Music Society”. Op 26 april werd hij benoemd tot Grootofficier van het Legioen van Eer en in oktober verliet hij de directie van het Conservatorium. In 1919 componeerde Fauré de orkestsuite “Masques et Bergamasques”. De titel is afkomstig uit de verzen van de Franse schrijver Paul Verlaine over grandioze toneelspektakels en prachtige gemaskerde feesten aan het hof van Lodewijk XIV en Lodewijk XV. De karakters Arlequin, Gilles (ook wel Pierrot genoemd) en Colombine, allen afkomstig uit de Commedia dell’ Arte, hadden gewoonlijk als taak de adel en de rijken te vermaken. In “Masques et Bergamasques” zijn ze nu zelf als toeschouwers aanwezig op een fête galante. De deftige en voorname dames en heren die als altijd hun amoureuze avonturen en andere prestaties etaleren, zorgen nu, zonder het te beseffen, voor vermaak van de toeschouwers, in dit geval dus voor Arlequin, Gilles en Colombine. Opmerkelijk is dat Fauré bij “Masques et Bergamasques” een notitie maakte, dat de muziek een impressie geeft van de schilderijen van Jean Antoine Watteau. Dit is heel bijzonder, aangezien Watteau in 1719 een schilderij had gemaakt met daarop de figuur van Gilles, zodat hier terecht kan gesproken worden van een volledige synthese tussen muziek, toneel, poëzie en schilderkunst. Pas de laatste jaren van zijn leven kreeg Fauré echt erkenning als componist. Op 75 jarige leeftijd ontving hij de onderscheiding “Grand-Croix van het Legioen van Eer”, de hoogste en belangrijkste Franse nationale onderscheiding. In 1922 organiseerde de president van Frankrijk, Alexandre Millerand, een eerbetoon aan Fauré. Zijn werken werden uitgevoerd in het bijzijn van de componist die zichtbaar van het eerbetoon genoot. Hij kon de muziek echter niet meer goed horen, de laatste twintig jaar van zijn leven kreeg Gabriel steeds meer last van doofheid en vervorming van de geluiden die hij hoorde. Hierdoor moest hij in 1920 zijn functie aan het conservatorium neerleggen. Ondanks zijn doofheid schreef Fauré in zijn laatste levensjaren enkele van zijn belangrijkste kamermuziekwerken, waaronder zijn enige strijkkwartet. Gabriel Fauré overleed op 4 november 1924 in Parijs op 79 jarige leeftijd. Hij kreeg een staatsbegrafenis in de Madeleinekerk waar hij zo dikwijls het orgel bespeelde en waar tijdens de uitvaart zijn “Requiem” werd uitgevoerd. Gabriel Fauré werd begraven op het Cimetière de Passy in Parijs.

CVC

IL Y A 175 ANS QUE LE COMPOSITEUR GABRIEL FAURE EST NE Né à Pamiers (Ariège) le 12 mai 1845, mort à Paris le 4 novembre 1924. Compositeur. Il est le plus jeune des six enfants de Toussaint-Honoré Fauré (1810-1885) et de MarieAntoinette-Hélène Lalène-Laprade (1809-1887). En 1849 la famille s'installe près de Foix, à

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 21


Montgauzy où Toussaint-Honoré est nommé directeur de l'École normale. Fauré prend l'habitude de jouer l'harmonium de la chapelle, jouxtant l'école, il est conseillé par une vieille dame aveugle. En octobre 1854, après avoir obtenu une bourse, Fauré entre à l'École de musique classique et religieuse de Paris, communément appelée École Niedermeyer. En plus des études générales, il suit des cours d'orgue (Clément Loret), d'harmonie (Louis Dietsch), de contrepoint et de fugue (Xavier Wackenthaler), de piano de plain-chant et de composition (Niedermeyer). Entre mars et août 1870 il est organiste (orgue de chœur) à l'église Notre-Dame-de-Clignancourt de Paris, il s'enrôle dans la Garde Impériale le 16 août (guerre franco-prussienne) et participe à plusieurs engagements dans la région parisienne. Le 25 février 1871, un mois après la capitulation, il participe à la création de la Société Nationale de Musique (avec : César Franck, Ernest Guiraud, Camille Saint-Saëns, Jules Massenet, Henri Duparc, Jules Garcin Théodore Dubois, Paul Taffanel et Romain Bussière). Il habite alors avec son frère Arnaud à Paris (45 rue des Missions). Il est démobilisé le 9 mars 1871. Il est pendant quelques semaines organiste de l'église Saint-Honoré d'Eylau dans le XVIe arrondissement de Paris. Pendant la Commune de Paris il réside à Rambouillet, l'été, il enseigne la composition à Cours-sous-Lausanne (en Suisse), où l'École Niedermeyer est réfugiée. Il est de retour à Paris en octobre, et loge à l'emplacement actuel du 167 boulevard de SaintGermain (qui était alors le 19 rue Taranne). Il tient l'orgue du chœur de l'église Saint-Sulpice, où Widor tient le grand orgue. Il fréquente le salon de Saint-Saëns où se rencontre la société musicale parisienne, et au cours de l'année 1872, Saint-Saëns l'introduit dans le salon de Claudine Viardot, où il rencontre, en plus des fondateurs de la Société Nationale de Musique, Renan, Gounod, George Sand ou Flaubert. En 1874, il est suppléant de Saint-Saëns à l'église de la Madeleine (Messager le remplace à SaintSulpice), et il déménage rue de Parme. Il est élu le 22 novembre 1874, Secrétaire de la Société Nationale de Musique. En avril 1877 Théodore Dubois remplace Saint-Saëns au grand orgue de la Madeleine, Fauré est nommé maître de choeur. En 1877, il déménage rue Mosnier (IXe arrondissement de Paris). Il est fiancé quelques temps à Marianne Viardot, la fille de Pauline. Il compose à cette époque sa Première sonate pour violon, son Premier quatuor avec piano et la Ballade pour piano. En décembre 1877 il est à Weimar où il rencontre Liszt qui trouve sa Ballade trop difficile à jouer. En avril 1879 il est à Cologne où il assiste à la représentation de l'Or du Rhin et de La Walkyrie. Il passe l'été 1881 à Villerville en Normandie et y compose sa Messe basse pour chœur de femmes. En 1882, il rencontre de nouveau Liszt à Zürich. Il se marie le 27 mars 1883 avec Marie Frémiet, la fille d'un sculpteur en vogue. Ils s'installent dans le XVIIe arrondissement de Paris, 93 avenue de Niel. Ils ont deux fils, Emmanuel (1883-1971) et Philippe (1889-1954). Pour subvenir aux besoins de sa famille, il organise un service journalier à la Madeleine (son «travail de mercenaire»), et donne des leçons de piano et d'harmonie. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 22


Ses musiques lui rapportent peu, son éditeur, qui vend ses partitions 50 francs pièce, ayant tous les droits. En 1886, il achève son second quatuor avec piano et déménage au 154 boulevard Malesherbes. En 1885 l'Institut lui décerne le prix Chartier pour sa musique de chambre. Le 16 janvier 1888, il dirige des esquisses de son Requiem à l'occasion des obsèques de H. Lesoufaché à l'église de la Madeleine. En mars 1888, il fait un premier voyage à Bayreuth en compagnie de Messager et y retrouve Debussy et Bréville. En mai-juin 1891, il séjourne à Venise, où il est reçu par la princesse de Polignac, puis demeure brièvement à Florence. Il a une liaison avec Emma Bardac, qui sera la seconde épouse de Debussy. Il lui dédicace La bonne chanson et le Salve regina. Le premier juin 1892, il est nommé inspecteur des conservatoires nationaux en province, en remplacement d'Ernest Guiraud. Il entame une longue série de voyages à Londres, où il se rendra chaque année jusqu'en 1900 (où ses amis les Maddisons, Frank Schuster et John Singer Sargent, organisent des concerts privés). Le 21 janvier 1893, une première version de son Requiem est donnée à l'église de la Madeleine (il ne sera finalisé dans son orchestration qu'en 1900), et le 26 octobre, pour les obsèques de Charles Gounod, il dirige la maîtrise alors que Saint-Saëns tient le grand orgue. Le 19 mai 1894, il est candidat à l'Institut, mais Théodore Dubois est élu par 20 voix contre 4. Le 10 Janvier 1896, il tient le grand orgue pour les obsèques de Paul Verlaine, et le 2 juin il succède à Théodore Dubois au grand orgue de l'église de la Madeleine. Il subit un nouvel échec à l'Institut, Charles Lenepveu est élu par 19 voix contre 4.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 23


La même année, en octobre il succède à Massenet à la classe de composition du Conservatoire de musique. Ce poste lui avait été refusé quatre ans auparavant, car Ambroise Thomas trouvait sa musique trop révolutionnaire. Il a comme élèves : Ravel, Florent Schmitt, Koechlin, Louis Aubert, Roger-Ducasse, Enescu, Paul Ladmirault, Nadia Boulanger, Émile Vuillermoz. En 1898, il compose une musique de scène pour la version anglaise de Pelléas et Mélisande de Maeterlinck (pour petit orchestre, qui est orchestré par Koechlin). Le 12 juillet, dans le cadre de l'Exposition universelle, son Requiem dans sa version chœur et orchestre est joué sous la direction de Paul Taffanel. Les 27 et 28 août 1900 il crée Prométhée à Béziers, dans un théâtre de plein-air devant 15.000 spectateurs. Cette œuvre est conçue pour trois ensembles de cuivres, 100 cordes, 12 harpes, chœurs et solistes. Cette œuvre sera redonnée au même endroit les 25 et 27 août 1901, et à Paris les 5 et 15 décembre 1907. Avec l'aide de Roger Ducasse, il en réalise une version pour orchestre symphonique qui est créée à l'Opéra de Paris le 17 mai 1917. C'est au cours de la première, à Béziers qu'il rencontre la pianiste Marguerite Hasselmans (sœur du violoncelliste et chef d'orchestre Louis Hasselmans) qui restera sa compagne. De 1903 à 1921 il est critique musical au Figaro. Le 5 avril 1903 il est fait Officier de la Légion d'honneur. Pendant l'été, il est sujet aux premiers troubles auditifs. Entre 1904 et 1913 il enregistre une série de rouleaux pour la société Hupfeld and Welte-Mignon dont on a conservé ou réédité : 3e Romance sans paroles, 1ère Barcarolle, 3e Prélude, Pavane, 3e Nocturne, Sicilienne, Thème et variations, 1ère, 3e et 4e Valses-caprices. Le 15 juin 1905, il succède à Théodore Dubois à la direction du conservatoire de musique de Paris. Il y entreprend quelques réformes qui lui valent le surnom de « Robespierre ». Il est élu en 1909 à l'Institut au fauteuil laissé vacant par Ernest En 1910 il entreprend un tournée de concerts qui le mène à Saint-Pétersbourg, Helsinki et Moscou. La première de Pénélope le 10 mai 1913 à Paris est un triomphe, mais la faillite du Théâtre des Champs-Élysées, au mois d'octobre, interrompt les représentations, et la première guerre mondiale ne laisse pas envisager une reprise dans un autre théâtre. En 1917 il est élu président de la Société Nationale de Musique. Le 26 avril il est fait Grand officier de la Légion d'honneur, et en octobre 1920, quitte la direction du Conservatoire. Le 20 juin 1922, on lui rend un hommage nationale à la Sorbonne. Le 31 janvier 1923 il reçoit la Grande croix de la Légion d'honneur. Gabriel Fauré est décédé le 4 novembre 1924 à Paris à l’âge de 79 ans. Ses funérailles nationales furent célébrées dans l’église de la Madeleine où il joua si souvent les orgues et où joua son “Requiem” durant la cérémonie. Gabriel Fauré est enterré au Cimetière de Passy à Paris. Musicologie.org

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 24


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 25


CONCOURS EUROPEEN POUR CORDES ET MUSIQUE DE CHAMBRE (CORDES) 15 NOVEMBRE 2020 L’Ecole de musique de l’Union Grand-Duc Adolphe (UGDA) organise, le dimanche 15 novembre 2020 au Conservatoire de la Ville de Luxembourg, un concours Européen pour cordes et musique de chambre (cordes) dans le cadre du 37e Concours Luxembourgeois pour Jeunes Solistes. L'Ecole de musique de l’UGDA attend des candidatures venant de tous les pays d’Europe. Par sa conception, le Concours s'adresse aussi bien aux débutants qu'aux jeunes musiciens déjà formés. La limite d'âge est de 26 ans (en musique de chambre, la moyenne d’âge ne doit pas être supérieure à 26 ans).

Date-limite des inscriptions: le 10 octobre 2020. Renseignements et inscriptions (règlement, morceaux imposés, formulaires d’inscriptions) : ECOLE DE MUSIQUE DE L’UGDA 3 Route d‘Arlon, L-8009 Strassen Tél: (+352) 22 05 58-1 - Fax: (+352)22 22 97 E-Mail: concours@ugda.lu / www.ugda.lu/ecole-de-musique (Concours Jeunes Solistes)

EUROPESE WEDSTRIJD VOOR SNAARINSTUMENTEN en KAMERMUZIEK (SNAREN) - 15 november 2020 De muziekschool van de L’Union Grand Duc Adolphe (UGDA), organiseert in het kader van de 37e. Luxemburgse wedstrijd voor solisten, op zondag 15 november 2020 met de medewerking van het Conservatorium van de stad Luxemburg een Europese wedstrijd voor snaarinstrumenten en kamermuziek (snaren). De muziekschool van de L’Union Grand Duc Adolphe verwacht kandidaturen uit alle Europese landen. Zowel beginnende muzikanten als gevorderde muzikanten kunnen aan de wedstrijd deelnemen . De leeftijdsgrens is 26 jaar (bij kamermuziek mag de gemiddelde leeftijdsgrens niet ouder zijn dan 26 jaar). Uiterste datum van Inschrijving: 10 oktober 2020. Inlichtingen en inschrijvingen (reglement, verplichte werken, inschrijvingsformulier): ECOLE DE MUSIQU DE L’UGDA 3 Route d’Arlon, L-8009 Strassen Tel: (+352) 22 05 58 -1 Fax (+352) 22 22 97 E-mail: concours@ugda.lu/ www.ugda.lu/ ecole -de-musique (Concours Jeunes Solistes)

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 26


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 27


MUZIEK VOOR ZOMERSE DAGEN

Eindelijk …zomer! één van de mooiste seizoenen. De dagen zijn op hun langst, De natuur is volop in actie. Alles groeit en bloeit naar hartenlust. De tuinen mooi in weelderige bloei. De bloemen die hun meest verleidelijke parfums op ons loslaten en het groen van de jonge blaadjes is intens. Vogels brengen hun mooiste serenade. ’s Morgens gewekt worden door het gezang van de merel en de zanglijster. Alles maakt optimaal gebruik van de kracht van de zon. Wie zich voor de zomer openstelt, zal verbaasd zijn van de kracht en emoties die dat seizoen oproept. Luie vakantiedagen, eindeloze zwoele avonden met het gezang van de nachtegaal. Momenten waarop je even de pauzetoets van het leven kunt indrukken. Momenten waarop je helemaal tot rust kunt komen en vanuit die ontspanning je helemaal kunt opladen met energie en inspiratie. Laat je, al dan niet met een glaasje wijn, in je luie tuinzetel op je balkon, terras of tuin in de zon of in de avondschemering overspoelen door onderstaande muziek. Laat je gedachten glijden in tedere verten naar alles wat je lief is. Geef u onvoorwaardelijk over aan de zomer en geniet.

PRELUDE A L’APRES-MIDI D’UN FAUNE – Claude DEBUSSY Zijn eerste succes bij het grote publiek in 1894 was de compositie “Prélude à l’après-midi d’un Faune”. Dit betoverende, dromerige stuk voor orkest begint met een verleidelijk thema van de fluiten. Debussy’s werk naar een gedicht van Stéphane Mallarmé, vertelt het verhaal van een slapende faune ( mythisch wezen half mens, half bok), die van een mooie nimf droomt. Terwijl hij in slaap doezelt, stelt hij zich voor hoe hij haar achtervolgt en uiteindelijk vangt. Met houtblazers en hoorn brengt Debussy de erotische symboliek van het gedicht treffend tot uitdrukking. De muziek gaat geleidelijk naar een hoogtepunt, om uiteindelijk weer terug te keren naar de dromerige sfeer van het begin. Dit meesterwerk is kenmerkend voor Debussy’s subtiele suggestieve muziek.

CHANSON DU MATIN – Edward ELGAR Hoewel er in Elgars romantische werken een vredige stemming heerst, was hij zelf dikwijls de wanhoop nabij. Het putte hem geestelijk uit om zijn muziek op papier te zetten, zodat de voltooiing van een groot werk altijd een kwellende leegte achterliet. Ook toen hij eindelijk succes had, was hij nog altijd niet van zichzelf overtuigd. “Chanson du Matin” : dit opgewekte stuk van Elgar geeft uitdrukking aan de mooie sfeer van een vroege zomerse ochtend, als de wereld vol verwachting de eerste zonnestralen begroet. Zuchtende strijkers geven de ochtendbries weer, die zacht over het uitgestrekt landschap waait. Melodieën worden teder begeleid door harmonieën die bijna onwerelds met elkaar versmelten. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 28


Maar er heerst niet alleen vreugde en zonneschijn. Af en toe wordt de idylle zacht, maar waarschuwend onderbroken door de klank van de hoorns. Onverwacht gaat de muziek over in mineur – een eerste aangrijpende, dan hartstochtelijke verandering. Al snel keert echter het hoofdthema terug en barst het orkest opnieuw uit in een lofzang op het zomerse ochtendgloren.

SYMFONIE NR.2 IN D-MAJEUR – Johannes BRAHMS Johannes BRAHMS werkte twintig jaar aan zijn “Symfonie nr.1”. Zijn tweede symfonie daarentegen schreef hij in de opvallende tijd van drie maanden. Bij een zomervakantie in het Idyllische Pörtshach in de Oostenrijkse bergen raakte hij geïnspireerd door het landschap en het mooie weer. Deze symfonie had een totaal ander karakter : was de eerste bijna tragisch te noemen, de tweede was lief, zelfs vrolijk. Niet voor niets kreeg deze ode aan de natuur met het herderlijke karakter en het zomerse weer de passende bijnaam “Pastorale”. Brahms was een geweldige wandelaar en had een hartstochtelijke liefde voor de natuur. Het was zijn gewoonte in het voorjaar en in de zomer om vier of vijf uur op te staan, en nadat hij een tasje koffie had gezet, het bos of de bergen in te trekken om te genieten van de heerlijke frisheid van de vroege ochtend en te luisteren naar het gezang van de vogels.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 29


In dit werk roepen waardige harmonieën en een vloeiende cellomelodie het beeld op van het moment waarop in de bergen de zonnige dag aanbreekt. Eerst presenteren de klanken zich aanvankelijk als een koele ochtendnevel, dan zoeken zij hartstochtelijk de grote hoogten op. Tegen het einde van het werk bereikt de muziek een climax, gedragen door pauken en onstuimige strijkers en roept zij een beeld op van zonnestalen die overvloedig over de bergtoppen kruipen en daarna het dal verwarmen. Zo gaat de ochtend langzaam over in een zonnige zomerse dag. Op de première werd het werk met veel succes uitgevoerd door de Wiener Philharmoniker onder de leiding van Hans Richter.

CHANTS D’AUVERGNE – Joseph CANTELOUBE De Franse componist Josepf Canteloube heeft veel betekend voor de Franse volksmuziek. Dankzij hem zijn veel volksliederen voor het nageslacht bewaard gebleven. De liefde die hij had voor het verleden wilde hij overdragen aan de toekomst. Na het herstel van een ziekte gooide hij het roer radicaal om. Hij had extra tijd gekregen om na te denken en hij had het besluit genomen zich alleen nog maar volledig aan de muziek te wijden. Hij had een voorliefde voor de geboortegrond van zijn voorouders: de Auvergne. Een prachtig gebied in Frankrijk. Sinds 2016 is de regio samengevoegd met Rhône-Alpes tot Auvergne-Rhône-Alpes. De Hoofdstad is Clermont-Ferrand.

Dit werk is een pareltje, een lofzang op dit unieke stukje hemel op aarde. Opeens uit het niets een prachtige stem vanuit de heuvels, licht galmend… maar sterk genoeg om de zoete geur van lavendel mee te voeren. Wat je hoort is een vrouw die tegen een herder zingt dat hij zijn kudde beter aan de kant van de rivier laat grazen. De muziek is simpel maar perfect zoals de natuur zelf. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 30


Het is alsof je door een Disney-paradijs wandelt: als je je ogen sluit hoort je de bloemen uit de grond schieten en voelt je hoe vlinders rond je hoofd fladderen. In de zomer is dit het land van de zon, de leeuweriken, de vlinders en tapijten van wilde bloemen. Cantaloube hield zo van de plaats waar zijn voorouders geboren waren, waar ze hadden liefgehad, gehuild, gedronken, gelachen , waar ze stierven… dat hij het wilde vastleggen in klank. Deze muziek is met liefde geschreven. Hoe verliefd kan men zijn op een gebied, een landschap en de zuiderse zomer? dit werk laat het je horen. Dertig jaar lang schaafde Joseph Canteloube aan zijn “Chants d’Auvergne” Hij heeft er net zo lang aan gewerkt tot het perfect was. Dertig jaar tot het zo perfect was als het landschap en het klimaat dat hij bezong.

LA FILLE AUX CHEVEUX DE LIN – Claude DEBUSSY “La Fille aux Cheveux de Lin” (het meisje met de vlassen haren), is het achtste stuk en een van de meest betoverende stukken uit de Préludes van Claude Debussy, geschreven rond 1910. Het is geïnspireerd op een gedicht van Leconte de Lisle uit 1852. Een enkele meanderende lijn trekt ons in de vluchtige, droomachtige wereld waarin deze muziek leeft. Deze prélude heeft het karakter van een lied. De lyriek voert de boventoon en de harmonie past zich aan. Naar dit stuk luisteren is alsof u door een schilderij van de grote impressionistische schilders wandelt. We worden gefascineerd door het spel van licht en schaduw, de raadselachtige uitdrukking op het gezicht van het meisje met het lichtblond haar dat zacht neuriënd door een klaverveld slentert, de mix van onschuld, sensualiteit en stille klaagzang. De vredige en tedere uitdrukking van deze compositie doet denken hoe de befaamde Franse pianiste Marguerite Long het pianospel van Debussy typeerde: “zachtheid in een onafgebroken stroom”. Het werk doet ons denken aan de zachte warmte en het licht van een prachtige zomerdag.

FANTASIA IN E. MAJOR – (The Last Rose of Summer) - Felix MENDELSSOHNBARTHOLDY Felix Mendelssohn componeerde zijn “Fantasia in E Major” (“The Last Rose of Summer”) in 1830. Het werk is gebaseerd op een gedicht van de dichter Thomas Moore geschreven in 1805 en op muziek (een Iers volksliedje) gezet door de componist Sir John Stevenson, een medewerker van “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 31


Moore. De muziek en de woorden van “The Last Rose of Summer” werden voor het eerst gepubliceerd in 1813 in “A Selection of Irish Melodies”. De dichter ziet geen zin in een leven zonder liefde en de warmte van vriendschap want wie zou deze sombere wereld alleen willen bewonen. ‘Tis the last rose of summer left blooming alone All her lovely companions are faded and gone No flower of her kindred no rosebud is nigh To reflect back her blushes and give sigh for sigh…… De melodie werd de basis voor veel bewerkingen o.a. : “Variaties for Flute and Piano” van Beethoven en in de opera “Martha” van Friederich von Flotow. Het nummer werd meteen een succes en blijft tot op de dag van vandaag populair.

DAPHNIS ET CHLOE – LEVER DU JOUR – Maurice RAVEL Maurice Ravel is afkomstig uit de Franse Pyreneeën. Hij was de zoon van een Baskische moeder en een Zwitserse vader en was leerling van Gabriel Fauré, al lijkt zijn muziek op het eerste gehoor meer verwant aan die van Claude Debussy. “Daphnis et Chloé” is een ballet, waarvan het verhaal is gebaseerd op het gelijknamige liefdesverhaal van Longus, een Griekse schrijver uit de 2-de eeuw. De legende: Pan is in de Griekse mythologie de god van het bos. Hij is boven de taille mens, maar heeft het onderlichaam van een bok, wat symbool staat voor de mannelijke viriliteit. In de 3e. akte wordt Chloë door Pan gered van een piratenbende. Snel brengt hij haar terug bij haar geliefde Daphnis, zodat het paar nog dezelfde dag in het huwelijk kan treden “Lever du jour”, de dageraad, het moment wanneer de dag begint. Soms gaat dat met een schitterend schouwspel gepaard. In deze scène van zijn ballet schildert Ravel in klanken hoe op een zomerse dag de natuur ontwaakt. De ochtendschemering boven het bos trekt op, de natuur komt tot leven en de houtblazers kondigen heel zacht de aanbrekende dag aan. Een van de mooiste zonsopgangen in de muziek. Daar voelt je gewoon de zon opkomen, Je voelt de zonnestralen op je lichaam. In de strijkers hoor je zelfs de vogeltjes. Gewoon magisch. Wie wil weten wat met kleur in de muziek wordt bedoeld, moet dit werk beluisteren. Maurice Ravel vertaalde de zonsopgang weergaloos in orkestklank. “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 32


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 33


STRIJKERSSERENADE IN ES-MAJEUR – Josef SUK De Tsjechische componist Josef Suk studeerde aan het Praags conservatorium waar hij in de compositieklas zat van de beroemde componist Antonin Dvorak. Tijdens zijn studententijd verbleef Suk in het gezin van zijn leraar en werd verliefd op de dochter des huizes. Later werd Suk professor aan het Praags conservatorium en huwde hij de dochter van zijn leermeester. In de zomer van 1892 kreeg Suk van zijn mentor het advies eens een vrolijk werk te schrijven. Zo ontstond deze “Strijkersserenade in Es majeur”, die een fantastisch helder portret van de zomerse natuur in bloei laat zien. In 1894 ging het werk in première. Het is een vrolijk en zeer romantisch werk. In het derde deel van de serenade horen we een prachtig adagio. De stijl van Suk wordt omschreven als hoog romantisch en impressionistisch. Het is een mooi stukje muziek voor een romantische zomeravond.

SUMMER PASTORAL – Arthur HONEGGER “Summer Pastoral” is een symfonisch gedicht van Arthur Honegger, die het werk schreef in de zomer van 1920. De compositie werd opgedragen aan Alexis Roland-Manuel een Franse componist en criticus. Het werk werd voor het eerst met veel succes opgevoerd op 21 februari 1921 in Parijs onder de leiding van Vladimir Golschmann. De compositie geeft de indrukken weer van de componist die op vakantie was in de Zwitserse Alpen en genoot van de mooie landschappen en het mooie zomerweer die hem een gevoel van welbehagen bezorgden. Honegger stelt zich open voor de empirische gegevens die zijn geest in de zomer mobiliseerden om het op de scope te transcriberen.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 34


Het werk is als een muzikaal schilderij . Het roept geen letterlijke beelden, maar gevoelens en losse associaties op. De wereld ontwaakt. Het is een muzikale impressie van een rustige zomerse morgen in de Zwitserse Alpen. De ziel van de natuur spreekt door de muziek. Deze compositie won de “Prix Verley”, een prijs die door het publiek wordt gekozen. Op de partituur van Arthur Honegger’s “Summer Pastorale” stond het opschrift “J’ai embrassé l’aube d’été” (ik heb de zomerse dageraad omhelsd), een tekst van de Franse dichter Rimbaud.

NOCTURNE OP.55 – nr.2 – Frédéric CHOPIN “Songs of the night” zo worden de nocturnes van Frédéric Chopin genoemd. Het zijn pianominiaturen die behoren tot de bekendste en mooiste werken van Chopin. Het genre van de piano nocturne is gemaakt door de Ierse pianist John Field (1782-1837) naar wie Chopin steeds verwees. De nocturne roept met zijn naam romantische en dromerige beelden op van de nacht, de maan en alle tinten van lyrische en dramatische expressie die daarmee samenhangen. De poëzie wordt gevormd door een sfeer van intimiteit en mijmering. Het was vooral Chopin die de nocturne naar het toppunt van de poëzie bracht en de meest gevierde meester werd.

In 1843 bracht Chopin de zomer door in Nohant, ten zuiden van Chateauroux, in het mooie huis van de Franse schrijfster George Sand. Met haar maakte hij lange wandelingen. De lucht op het platteland deed hem goed, want hij had een kwetsbare gezondheid. De magie van de plek werkte. Alles beviel hem: De rust van het huis, het lied van de nachtegalen, de geur van de rozen. Maar bovenal was er iets prachtigs, een alchemie van het landschap dat hem deed denken aan zijn geboorteland Polen. En wat een rust. In Nohant had Chopin zijn vleugel, een Pleyel die George Sand hem een paar jaar eerder had geschonken en componeerde hij in zijn ruime kamer op de eerste verdieping waar hij uitkeek op een prachtig park .

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 35


In de zomer van 1843 componeerde Chopin zijn “Nocturne opus 55 nr.2”. Het is ongetwijfeld een van de mooiste, belangrijkste en diepste werken in het genre. Chopin componeerde 21 nocturnes voor piano. Deze intieme dichterlijke werken zijn een samenvatting van Chopins muziek. Zij verklanken de emoties van de componist van het romantische tijdperk, maar zijn nog altijd even populair. De vele stilistische stemmingen worden gecombineerd op een wijze die tot op de dag van vandaag onovertroffen zijn. Dit is muziek voor een zwoele zomeravond.

LE NOZZE DI FIGARO – Aria PORGI AMOR Een stukje opera voor een romantische zomeravond! “Le Nozze di Figaro” is gebaseerd op een blijspel van de Fransman Beaumarchais die het in 1775 schreef. Wegens het lichtzinnige karakter werd het toneelstuk aanvankelijk verboden. Mozart dirigeerde de première van zijn opera buffa (komische opera) op 1 mei 1786 in Wenen. Deze compositie wordt gerekend tot de top opera’s van Mozart.

Sevilla rond 1750. Het huwelijk van de graaf en gravin Almaviva is in een crisis beland. De gravin voelt zich eenzaam en verlaten. De graaf heeft zijn zinnen gezet op Suzanne, het kamermeisje van de gravin, en probeert haar te verleiden. Suzanne is de vrouw van de Figaro, de bediende van de graaf. Met een list en bedrog wordt geprobeerd de graaf een hitsige rokkenjager een loer te draaien. De komedie gaat zelfs zo ver dat de gravin zich vermomd als het kamermeisje. De gravin wint de slag en de dag van kwelling en dwaasheid eindigt in een ” ze leefden nog lang en gelukkig”. De tweede akte van de opera begint met deze prachtige, intense aria van gravin Almaviva. Verdrietig denkt zij aan de liefde die de graaf ooit voor haar had. In haar aria “Porgi amor, qualche ristoro” (“God van liefde, schenk me verlichting), een van de meest eenvoudige, maar ook meest indringende melodieën van Mozart , smeekt ze de god van de liefde haar de toewijding van haar man terug te geven – een passage van grote tederheid in deze grootse, vrolijke opera.

CVC “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 36


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 37


COMPONIST—DIRIGENT ENNIO MORRICONE OVERLEDEN OP 91 JARIGE LEEFTIJD De Italiaanse componist en dirigent Ennio Morricone, is op 91-jarige leeftijd aan de gevolgen van een val overleden.

Ennio Morricone werd geboren op 10 november 1928 in Trastevere, Rome). Hij werkte ook onder de pseudoniemen Dan Savio en Leo Nichols en componeerde de filmmuziek van meer dan 500 films. Zijn naam wordt voornamelijk geassocieerd met het filmgenre van de spaghettiwestern, aangezien hij de muziek schreef voor 30 van dergelijke films, maar hij componeerde ook filmmuziek voor andere genres. Morricone studeerde trompet en koormuziek aan het Santa Cecilia Conservatorium en behaalde in 1946 zijn diploma als trompettist en dirigent . Een jaar later volgde zijn eerste aanstelling als theatercomponist. In 1953 begon hij met het ontwerpen van het avondprogramma van een Italiaanse radiozender. Goffredo Petrassi was verantwoordelijk voor zijn opleiding tot componist aan het conservatorium, waar hij in 1954 afstudeerde. In 1956 trouwde hij met Maria Travia. Zijn vrouw steunde hem in zijn werk; Daarom schreef ze aanvullende teksten voor zijn muziekstukken voor de film The Mission , die ook Latijnse teksten bevat. Samen hebben ze drie zonen en een dochter. Vanaf midden jaren 50 stond hij zich met kamermuziek en orkestwerken in de muzikale avantgarde van zijn land. In 1958 volgde Morricone de Internationale zomercursussen voor “Nieuwe Muziek” in Darmstadt. In hetzelfde jaar tekende Morricone een arbeidsovereenkomst als muziekassistent met de staatszender Radiotelevisione Italiana, waar hij werkte als arrangeur. Hij schreef ook arrangementen voor tal van opnames in het popgenre. Morricone componeerde zijn eerste filmmuziek voor Luciano Salces Il Federale in 1961. In 1964 begon hij zijn succesvolle samenwerking met Sergio Leone (de twee hadden in dezelfde school gestudeerd) en Bernardo Bertolucci. Gedurende deze tijd schreef hij onder meer de muziek voor Leone's films For a Fistful of Dollars , Two Glorious Scoundrels en Play Me the Song of Death. Morricone's composities verschilden sterk van de traditionele symfonische westernsoundtracks uit Hollywood en waren stijlvol en innovatief vanwege hun ongebruikelijke “BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 38


geluidselementen (monddrums, fluitjes, geschreeuw, huilende coyotes, bellen, speeldozen, zweepslagen, enz.). Met enkele van zijn composities bereikte de componist zelfs hitparades. In het genre van de spaghettiwestern volgden talloze componisten de door Morricone ontwikkelde stijl. Vanaf het midden van de jaren negentig componeerde Morricone filmmuziek voor ongeveer 15 films per jaar. Hij speelde ook van 1964 tot de jaren '70 in het ensemble “Gruppo di Improvvisazione Nuova Consonanza. Samen met andere componisten richtte Morricone in 1984 in Rome IRTE.M op, een onderzoeksinstituut voor muziektheater. In meer dan veertig jaar artistieke creatie schreef Morricone filmmuziek in samenwerking met bekende Italiaanse en internationale regisseurs. Hij dirigeerde een groot aantal orkesten en werkte samen met het Roma Sinfonietta Orchestra voor tal van concerten en filmmuziekopnames. Met dit ensemble gaf Morricone op 2 februari 2007 ook een ere-concert ter gelegenheid van de inauguratie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Kimoon. Naast film- en toneelmuziek bleef hij ook kamermuziek schrijven voor solisten (gitaar, piano, viool, cello) en verschillende formaties (trio, kwintet, sextet, piano en instrumenten.) Hij won in zijn carrière tientallen prijzen : Grammy Awards, Golden Globes en Bafta’s. In 2007 kreeg hij een Academy Honorary Award. In 2016 won hij nog de Oscar voor ‘beste soundtrack’ voor ‘The Hateful Eight’, een film van Quentin Tarantino.

CVC

LE COMPONISTE & CHEF D’ORCHESTRE ENNIO MORRICONE EST DECEDE A L’AGE DE 91 ANS Le compositeur italien Ennio Morricone 91 ans , réputé dans le monde entier pour ses musiques de films, est décédé à Rome dans la nuit de dimanche à lundi à la suite d’une chute ayant provoqué une fracture du fémur. Ennio Morricone naît à Rome, le 10 novembre 1928, dans une famille modeste qui lui inculque le goût du travail. Dès son plus jeune âge, il étudie la trompette au Conservatoire Santa Cecilia, avant d’entrer dans la classe de composition de Goffredo Petrassi auquel il restera lié, malgré leurs divergences esthétiques. En 1954, Morricone entame des collaborations qui lui seront utiles. Aux œuvres pour voix et piano, à la musique de chambre et à un Concerto pour piano et orchestre dédié à Petrassi, s’ajoutent des pièces radiophoniques, des chansons et de la musique de film d’autres compositeurs, qu’il arrange et complète. Morricone collabore avec les orchestres de musique légère de la RAI, avec Pippo Barzizza et Cinico Angelini, et avec RCA, label d’auteurscompositeurs-interprètes à succès. La modernité du langage de Morricone, éloigné des stéréotypes alors en usage, suscite une reconnaissance immédiate. Morricone est associé à des chansons à succès : Il barattolo, Se telefonando, considéré comme l’une des meilleures chansons italiennes de l’après-guerre, Abbronzatissima ou Ogni volta e via dicendo. Il est alors reconnu pour son traitement du texte, ses timbres recherchés, son usage de bruits et d’instruments rares, ainsi que ses procédés d’élaboration de cellules chromatiques, un ensemble de stylèmes qui se retrouveront dans ses bandes-sons comme dans sa musique pure.

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 39


En 1958, Morricone suit les Cours d’été de Darmstadt, où il découvre la musique de Luigi Nono, dont les Cori di Didone et Il canto sospeso l’impressionnent. Trois ans plus tard, en 1961, il débute officiellement au cinéma, avec Mission ultra-secrète de Luciano Salce, prélude aux collaborations avec le père du western italien, Sergio Leone. Dans la « trilogie du dollar » – Pour une poignée de dollars (1964), Et pour quelques dollars de plus (1965), Le Bon, la Brute et le Truand (1966) –, Morricone renouvelle les univers sonores du western. Alessandro Alessandroni, le guimbardiste Salvatore Schilirò, le guitariste Bruno Battisti D’Amario, le trompettiste Francesco Catania et la chanteuse Edda Dell’Orso sont ses fidèles interprètes. Morricone est sollicité par nombre de réalisateurs : Argento, Bellocchio, Bertolucci, Bolognini, Cavani, De Seta, Ferreri, Montaldo, Pasolini, Petri, Pontecorvo, Wertmüller, Zurlini, les frères Taviani… Peu à peu, ses collaborations s’élargissent aux réalisateurs européens et américains : Almodovar, Beatty, Boormann, De Palma, Joffé, Lyne, Polanski, Stone, Verneuil, von Trotta… (Stanley Kubrick l’appelle pour Orange mécanique, mais le projet n’aboutit pas). La popularité de ces bandes-sons lui vaut son premier disque d’or pour le million de disques vendus en 1971. Morricone continue à composer de la musique pure. Parmi les dix œuvres de cette période, cinq ont un caractère filmique et proviennent d’adaptations de bandes-sons antérieures. C’est le cas de Requiem per un destino, issu de la musique pour Un homme à moitié de Vittorio De Seta. D’une autre facture sont Suoni per Dino, sur une structure musicale périodique, mais aussi Caput Coctu Show, sur un texte de Pier Paolo Pasolini, Bambini del mondo, aux structures modulaires, et Grande violino piccolo bambino. Soulignons aussi, au cours de ces mêmes années, à l’invitation de Franco Evangelisti, la participation de Morricone aux activités du Groupe d’improvisation Nuova Consonanza, où convergent musique électronique, aléa, gestualité et musique concrète. Des années plus tard, en 1984, il sera l’un des fondateurs de l’Institut de recherche sur le théâtre musical à Rome (IRTEM), une institution de premier plan dans l’étude et la diffusion de la musique composée pour les médias. De 1970 à 1972, Morricone participe à une initiative visant à renouveler les programmes ministériels d’enseignement dans les conservatoires. Avec Daniele Paris, Bruno Nicolai, Dino Asciolla et Vincenzo Mariozzi et Severino Gazzelloni, il fonde une nouvelle école à Frosinone, qui devient le Conservatoire Licinio-Refice. L’enseignement, vite abandonné en raison d’engagements contraignants, reprendra en 1991, à l’Accademia Chigiana de Sienne, avec Sergio Miceli. Au cours de sa carrière, Morricone a reçu de nombreux prix et distinctions : Oscar pour l’ensemble de sa carrière, Oscar de la musique et cinq nominations, cinq BAFTA (Académie britannique du film et de la télévision), trois Golden Globes, un Grammy Award, un European Film Award, dix Nastri d’argento, neuf David di Donatello, vingt-sept disques d’or, six disques de platine… Citons aussi d’autres prix d’institutions prestigieuses : Prix De Sica, Grand Prix de la Sacem, Golden Graal… Morricone est docteur honoris causa de l’Université de Götteborg, Officier de l’ordre des Arts et des Lettres du ministère français de la Culture, Commandeur de l’ordre du Mérite de la République italienne et Chevalier de l’ordre de la Légion d’honneur, sur décret du président de la République française. © Ircam-Centre Pompidou

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 40


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 41


“Brussel Leeft” “Klankbord Brussels Gewest” Driemaandelijks tijdschrift. Een uitgave van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vzw. Redactieadres, lezersbrieven, abonnementen en advertenties KMF BHG E-mail: muziekfederatie@hotmail.com Gelieve uw bijdrage elektronisch aan te leveren

De artikels voor de volgende editie van ons tijdschrift dienen uiterlijk in het bezit te zijn van de redactie vóór 1 OKTOBER 2020 Les articles pour la prochaine édition doivent être en possession de la rédaction pour le 1 OCTOBRE 2020 au plus tard Het overnemen van artikels en illustraties (of een gedeelte ervan) kan alleen na de uitdrukkelijke toestemming van de Koninklijke Muziekfederatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Verantwoordelijke uitgever: William Huybandt, Brugstraat 27, 1730 Asse Werkten mee aan dit nummer: Cecile Van Camp, Louis G. Meeus, Edgard Van Nerom, William Huybandt, Stany De Smedt Lay-out: Marijke Huybandt Lezersbrieven zijn welkom! Indien mogelijk zullen wij uw brief publiceren: hou er wel rekening mee dat om diverse redenen uw brief kan worden ingekort of beknopt weergegeven.

Wie graag dit “gratis” magazine graag digitaal ontvangt klikt: Qui désire recevoir ce magazine << gratuit >> digitale cliquez

https://muziekfederatie.be/contact/

“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 42


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 43


“BRUSSEL LEEFT” / “BRUXELLES VIT”

KMF BHG / FRM RBC - 44


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.