Natuurlijk Overijssel, winter 2025

Page 1


VOORWOORD

Natuurbeheer

Winter. Voor de natuur en het landschap is dit het seizoen van rust. Sommige soorten, zoals egel, das en vleermuis, gaan in winterrust of -slaap. Wie echter goed luistert, hoort dat de natuur nooit echt helemaal stilvalt. Zo laten uilen en spechten van zich horen, druk in de weer met het alweer afbakenen van hun territoria. In de verder stille bossen klinkt hun karakteristieke geluid. Ook onder het oppervlak bereidt het leven zich alweer voor op een nieuw begin.

Voor natuurbeheerders is de winter een tijd van bezinning én van uitvoering. Plannen voor het nieuwe jaar worden gemaakt en met trots kijken we terug op wat we samen hebben bereikt. Uiteraard ook met een (positief-)kritisch oog naar onze eigen organisatie. Het uitvoeringswerk buiten is in volle gang. We werken hard aan het beheer van onze natuurgebieden en het Overijsselse landschap. Over het algemeen is dit de beste periode van het jaar om die werkzaamheden uit te voeren. De verstoring is minimaal, maar niet nul. Daar houden we zo goed mogelijk rekening mee.

Aan de uitvoering van het beheer gaat een grondige voorbereiding vooraf. En verantwoording achteraf. Elk terrein is anders en vraagt een eigen maatwerkbeheer. Soms wíllen we eigenlijk geen beheer uitvoeren, maar door de druk van buitenaf, zoals verdroging en stikstof, móeten we wel. En soms is specialistisch beheer extra belangrijk. Dat kunnen we zelf en doen we samen met de vrijwilligers van de Vliegende Brigade.

Deze editie van ons magazine staat in het teken van natuurbeheer. We nemen je mee in onze werkzaamheden, van politiek-bestuurlijk tot moeilijke keuzes en het échte werk in de terreinen.

Veel leesplezier en tot ziens in onze terreinen!

Hans Pohlmann directeur-bestuurder

Klein kwiek vogeltje

Dapper als het is Kwiek fluitend langs de struiken

Met vliegensvlugge vleugeltjes

Klaar om erin te duiken

Leeft solitair

Laag bij de grond

Een levenslustig vogeltje

Vreet daar haar buikje rond

Laat duidelijk van zich horen

Zelfs in de winter

Van een beetje vorst

Heeft het geen hinder

Een kleine bruine fluiter

Met een lijfje fijn

Het staartje fier omhoog

Dat moet een winterkoninkje zijn

Haar naam dat is een feit

Een fabel uit een lang vervlogen tijd

Kroes

Henri
foto: annie keizer

06 De beste zorg

Voor de Overijsselse natuur

10 De ene boom is de andere niet Park- en bosbeheer op Smalenbroek

15 Geen dag hetzelfde Jan Flims houdt natuur in topvorm

19 Grijze bisschopsmuts

Op je knieën voor mos

21 Antiek kwelwater

Bloemenrijkdom in de Vledders

25 Natuurbeheer

Zaak van professionals

En verder 04 Nieuws

12 Bedrijfsvrienden 17 Eropuit 27 Colofon

foto: loekie van tweel

Nieuw fonds op naam: Welmarie Fonds

Landschap Overijssel heeft afgelopen maand een nieuw fonds op naam verwelkomd: het Welmarie Fonds. Het is bestemd voor grondaankoop in het stroomgebied van het Dal van de Mosbeek.

Met een fonds op naam is het mogelijk direct invloed uit te oefenen op waarvoor je steun wordt ingezet. De oprichters van het Welmarie Fonds hebben gekozen voor het veiligstellen van de kwetsbare natuur in het Dal van de Mosbeek. Daarmee kan Landschap Overijssel grond verwerven om de Natura 2000-gebieden robuuster te maken.

Het vermogen van dit fonds is beschikbaar gesteld uit een nalatenschap. De naam Welmarie is een combinatie van de naam van de moeder van de erflater en de woonboerderij vlakbij de Mosbeek, waar zij opgroeide.

Wil je ook een Fonds op Naam waar je een eigen invulling aan kan geven? Informeer naar mogelijkheden via fondsenwerving@landschapoverijssel.nl

Natte uiterwaarden goed voor flora en fauna

De uiterwaarden langs de Holtenbroekerdijk staan weer geregeld onder water. En dat is goed nieuws, zegt ecoloog Michiel Poolman. “Dit is precies zoals we het op papier hadden bedacht.”

Afgelopen najaar werkte Landschap Overijssel aan een betere leefomgeving voor vissen en rietvogels aan de rand van de stad, vlak naast het Westerveldse Bos. In het gebied is onder andere een slenk gegraven die het Zwarte Water verbindt met de Westerveldse kolk. Daardoor kunnen vissen als grote modderkruiper, kwabaal en bittervoorn hier nu uitstekend paaien. Ook is een lage zone aangelegd die bij hoog water snel overstroomt. In het najaar was dat al te zien. Behalve deze

Goed nieuws:

in het voorjaar worden er weer zo’n honderdvijftig lammetjes geboren bij de schaapskooi op de Lemelerberg. Na een jaar zonder jonge aanwas vanwege blauwtong is dit een welkome verjonging van de schaapskudde van Landschap Overijssel.

vissen, profiteren ook vogels als de grote en de kleine karekiet en de snor van de aanpassingen in de uiterwaarden. Net als de wilde kievitsbloem die houdt van een afwisseling tussen nat en droog.

Lees ook: landschapoverijssel.nl/ werkzaamheden-holtenbroekerdijk-onderwater

Volgend jaar weer lammetjes

WAARNEMING:

Grote reuzenzakdrager gezien op de Lemelerberg

Tijdens een wandeling over de heide op de Lemelerberg vond André Marissen uit

Enschede een bijzondere nachtvlinder: de grote reuzenzakdrager.

De larven van de grote reuzenzakdrager leven in een zelfgemaakt ‘zakje’ dat ze met zich meedragen. “Bijzondere insecten met een verborgen levenswijze,” legt ecoloog Michiel Poolman uit. “De vrouwtjes zijn vleugelloos en blijven in hun zakje wachten tot ze bevrucht worden, terwijl de kleine mannetjes rondvliegen op zoek naar een partner.

De vondst zegt volgens hem veel over de natuurkwaliteit van de Lemelerberg. “De grote reuzenzakdrager is een

echte droge-heide-specialist. Die zie je alleen in schrale heidegebieden met veel mossen, lage vegetatie en zandige plekken. Zulke gebieden zijn zeldzaam geworden in Nederland, maar op de Lemelerberg is actief gewerkt aan heideherstel om deze waardevolle milieus te behouden.

Poolman ziet de waarneming dan ook als een positief teken. “Het laat zien dat het herstel van de heide werkt en dat we de juiste omstandigheden creëren voor bijzondere insecten.”

Voorbereidingen openstelling Oosterveld in volle gang

Op landgoed Het Oosterveld wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de openstelling in maart 2026.

Verschillende specialisten van Landschap Overijssel onderzoeken het terrein om natuur, erfgoed en beleving in balans te brengen. De veiligheidssnoei is al gestart. Veel laanbomen verkeren door verzuring en verdroging in slechte conditie, wat risico’s oplevert voor bezoekers. Ook wordt gekeken naar nieuwe wandelroutes, rustgebieden en kansen voor bijzondere soorten zoals de gevlekte witsnuitlibel in naastliggende Lonnekermeer.

Veldonderzoek Het oosterveld.

Lees meer over de plannen en hoe je kunt bijdragen aan de toekomst van dit bijzondere gebied op www.landschapoverijssel.nl/oosterveld

Meer nieuws uit de natuur

Op de hoogte blijven van het nieuws over landschap en natuur, meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief op www.landschapoverijssel.nl/nieuwsbrief of scan de QR-code.

Gebiedseigen maaisel in Brecklenkampseveld

In het Brecklenkampseveld is dit najaar maaisel uitgereden op een stuk kale grond om de vestiging van gebiedseigen planten te bevorderen.

Het doel van deze ingreep is dat gebiedseigen soorten als struikhei, pilzegge, vogelpootje en tormentil zich er gaan ontwikkelen, er schimmels ingebracht worden en bomen en ongewenste vegetatie geen kans krijgen. “Het is een bijzonder werkje dat vraagt om de juiste timing,” legt terreinbeheerder Rick Staudt uit. Het begint met het selecteren van geschikt maaisel. In het Brecklenkampseveld moet dat komen van drogere heischrale graslanden uit andere terreinen van Landschap Overijssel. Daar wordt het maaisel apart afgevoerd en moet het binnen drie dagen weer verspreid zijn in het doelgebied, zodat het niet gaat broeien of composteren. De logistiek is uitdagend: maaien, afvoeren en verstrooien gebeurt met verschillende machines. Daarnaast spelen de weersomstandigheden een grote rol. Dankzij de inzet van de buitendienst is dit proces soepel verlopen en krijgt de biodiversiteit in het Brecklenkampseveld een mooie impuls.

foto: jacob van der weele

foto: Mieke
Scharloo
foto:
andré
marissen

De beste zorg voor de Overijsselse natuur

Natuurherstel langs de Holtebroekerdijk in Zwolle.

Natuurbeheer in een dichtbevolkt land is puzzelen.

Waar en wanneer neem je welke maatregel? Stichting

Landschap Overijssel heeft enkele duidelijke uitgangspunten vastgesteld: herstel van natuurlijke systemen, behoud van cultuurhistorie en ruimte voor beleving. Hoe pakt dat in de praktijk uit?

Als je door een bos, over een heideveld of op een landgoed wandelt, geniet je van de geluiden van de vogels, de kleuren van de bloemen, het gekwaak van de kikkers of juist de stilte. Dat het gebied waarin je wandelt de dagelijkse zorg is van natuurorganisaties zoals Stichting Landschap Overijssel, daar sta je vaak niet bij stil. Maar aan hun inzet is het te danken dat we de natuur in al haar gedaanten nog kunnen ervaren.

Wat we nu nog aan natuur hebben, zijn restanten van natuurlijke systemen die na de laatste ijstijd tot ontwikkeling kwamen in onze contreien én van eeuwenlang ingrijpen van onze voorouders daarin. Toen het klimaat 11.000 jaar geleden begon op te warmen was het in wat we nu Nederland noemen nogal woest en behoorlijk leeg. Heel geleidelijk kwam er vanuit het warmere zuiden leven in dit barre oord. In de loop van duizenden jaren kreeg een delta vorm met kwelders, grote en kleine rivieren, kreken, slenken, beken, venen, meren en bossen. Duizenden jaren gaven water, wind, vuur en grazers er steeds weer een andere vormen aan.

Rijkdom aan planten

en dieren

Dat veranderde toen boeren zich vanaf 5.300 voor Christus vestigden in de delta. Naarmate hun aantallen toenamen in de millennia die volgden, groeide hun invloed op de natuurlijke omgeving. Dat resulteerde uiteindelijk in een zeer gevarieerd land. Ook Overijssel kende een mozaïek van weilanden, hooilanden en akkers, van elkaar gescheiden door sloten, heggen, hagen,

houtwallen, aarden wallen en boomsingels. Daartussen lagen lang forse heidevelden, moerassen, rivier- en beekdalen met hun uiterwaarden, meren en restanten van hoogvenen. Die geweldige variatie aan landschappen zorgde voor een grote rijkdom aan planten en dieren.

De laatste anderhalve eeuw is de invloed van de mens op zijn omgeving in een stroomversnelling geraakt. Door technologische vernieuwingen en economische druk is van dat mozaïek aan landschappen niet veel meer over. Verstedelijking, intensief gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen, snelle afvoer van water en versnippering van natuurlijke landschappen eisten hun tol: veel flora en fauna zijn verdwenen. Aan dat verlies is nog altijd geen einde gekomen.

Comateuze patiënt

Het is die stand van zaken waarmee natuurorganisaties te maken hebben. “Ons natuurlijk systeem is kapot,” zegt Quinten Pellegrom, adviseur natuur- en landschapsbeleving van Landschap Overijssel. “De grote natuurlijke, dynamische processen werken niet meer. In feite hebben we te maken met een comateuze patiënt. Als natuurorganisatie proberen we uit alle macht de patiënt weer op de been te helpen. Hoe? Door de natuurlijke landschappen te beheren en te herstellen. Door maatregelen te nemen waarmee we het landschap herstellen, zodat de flora en fauna die daarvan afhankelijk zijn, weer kansen krijgen.”

LEES VERDER >>

Maak je tuin niet winterklaar

Ruimte geven aan natuurlijke processen kan overal. Ook in je eigen tuin en buurt. Maak je tuin winterklaar door hem niet winterklaar te maken. Snoei niet de uitgebloeide bloemen weg, maar laat ze staan. Insecten schuilen in en tussen de stengels en wachten daar op het voorjaar. Leg rommelhoekjes aan en kijk kritisch voordat je iets onkruid noemt en weghaalt.

Het terugbrengen van natuurlijke dynamiek is een belangrijk streven in de beheervisie van Landschap Overijssel. Dat moet gebeuren in een entourage die daar belemmeringen bij opwerpt. Branden, stormen, ziektes en overstromingen horen er in een natuurlijk systeem bij. Ze zorgen ervoor dat de natuur een reset krijgt, wat voor veel planten en dieren een nieuwe start betekent. Maar in een dichtbevolkt en intensief benut land als de onze doen we er juist alles aan om zulke incidenten te voorkomen.

Oorspronkelijke dynamiek

Beheermaatregelen zijn er daarom op gericht om de effecten van zulke ingrijpende gebeurtenissen zo goed mogelijk na te bootsen. Dat doet Landschap Overijssel op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door slenken te graven langs het Zwartewater en de Vecht. Om de rivier bevaarbaar te houden is er een onnatuurlijk waterpeil: ’s winters lager en ’s zomers hoger dan in een natuurlijke situatie. Met zo’n vrijwel constant waterpeil is de oorspronkelijke dynamiek ver te zoeken en zijn er geen hoogwaters waarin slenken volstromen. Een pomp aangedreven door een zonnecollector zorgt daar nu voor in Buitenlanden Langenholte. In het ondiepe,

snel opwarmende water in de slenk vinden kwabalen daardoor weer ideale paaiplaatsen. In de bossen imiteren de beheerders het gedrag van edelherten en wisenten. Door van bomen en struiken te vreten en bomen om te duwen creëren deze dieren in een natuurlijk bos open plekken. Daar valt dan ineens veel licht op de bodem, waar planten en bomen kunnen kiemen. Zo is er verjonging en een gevarieerde leeftijdsopbouw van de bomen in een bos. Maar die grote grazers ontbreken, zodat beheerders nu met een motorzaag zorgen voor hetzelfde effect.

Lager pitje

Op andere plaatsen schonen ze met enige regelmaat poelen om te voorkomen dat ze helemaal dichtgroeien. Dat is nodig omdat kamsalamanders poelen nodig hebben om zich te kunnen voortplanten. In een volstrekt natuurlijk landschap is het geen punt als een poel verlandt, omdat er door rivierdoorbraken, hevige regenval of het gedrag van stieren van runderen en wisenten steeds weer nieuwe poelen ontstaan. Maar dat is wat er nu niet meer gebeurt. Als het natuurlijk systeem weer naar behoren functioneert, kan het beheer op een lager pitje, zoals in het Aamsveen. Daar zijn de afgelopen jaren maatregelen genomen om de waterhuishouding te verbeteren, zodat het hoogveen zich kan herstellen. De Glanerbeek is ondieper gemaakt, greppels zijn gedempt, er is bos gekapt en er zijn compartimenten gemaakt waarin water vastgehouden wordt. Het beheer verandert hierdoor. De aandacht richt zich op het controleren van het waterpeil. Het weghalen van jonge bomen zal nauwelijks nog nodig zijn.

Laatste vluchtplaatsen

Behalve herstel van natuurlijke dynamiek is ook behoud van cultuurhistorie een belangrijke drijfveer voor Landschap Overijssel om te beheren. “Dat heeft

Door de bast van een boom te onderbreken stopt de sapstroom en sterft hij langzaam af.

Vliegend hert.

twee aspecten,” zegt Pellegrom. “Het heeft te maken met identiteit. Het landschap in het westen van de provincie heeft met z’n vele graslanden een ander karakter dan Twente, waar je meer houtwallen, kleine bosjes en landgoederen hebt. Dat eigen karakter maakt dat mensen die er opgroeien, wonen en werken, zich ermee verbonden voelen. Tegelijkertijd hebben die landschappen hun eigen biodiversiteit. Die wil je niet kwijt.” Want veel cultuurlandschappen zijn de laatste gebieden waar bedreigde planten en dieren voorkomen. Neem weidevogels. In het verleden waren kustgebieden en hoogvenen de landschappen waar grutto’s, tureluurs, kieviten, wulpen en scholeksters hun jongen grootbrachten. Nadat die landschappen zijn verdwenen, zochten ze hun heil in weilanden. Het zijn hun laatste vluchtplaatsen.

Meer ruimte

Vliegende herten leefden in bossen, waar altijd wel oude, dode, rottende bomen stonden waarin hun eieren zich gedurende vele jaren konden ontwikkelen tot larven, poppen en uiteindelijk volwassen kevers. Heel lang hadden we echter geen bossen meer met zulke bomen, waardoor je vliegende herten nu vrijwel alleen nog maar vindt in oude houtwallen, bijvoorbeeld in NoordoostTwente. Alleen daar kunnen de kevers nog overleven. Totdat de inzet om bossen weer oud te laten worden succesvol is, is het dus zaak om zuinig te zijn op die houtwallen. Dat vergt zorgvuldig beheer.

Een derde reden voor Landschap Overijssel om natuur en landschap te beheren, is het bieden van gelegenheid om ervan te genieten. “Mensen willen buiten recreëren in allerlei vormen: wandelen, fietsen, mediteren, sporten, feestvieren,” aldus Pellegrom. “Zeker in onze

natuurgebieden bij steden als Enschede neemt dat alleen maar toe. Er worden nieuwe wijken gebouwd tegen die gebieden aan. Voor ons is dan de opgave om te voorkomen dat de verstoring uit de hand loopt. Het plaatst ons bovendien voor lastige dilemma’s. Op landgoed Stroink staan oude bomen waarin vleermuizen zitten. Die wil je met rust laten. Maar uit die bomen vallen takken. Wij zijn als beheerder aansprakelijk als iemand die op zijn hoofd krijgt. Kiezen we dan voor de vleermuizen of voor de wandelaars?”

Het illustreert in een notendop hoezeer natuur in de knel is gekomen. “Door hun geringe omvang zijn onze natuurgebieden heel vatbaar voor invloeden van buitenaf, zoals stikstof en verdroging,” stelt Quinten Pellegrom. “Een robuust, gezond en veerkrachtig natuurgebied kan best wat tikjes verdragen. Maar we zitten nu in de situatie dat er geen incasseringsvermogen over is. Veel van ons beheer is dan ook reparatie van de schadelijke invloeden van buitenaf. Het is zaak dat we veel grotere natuurgebieden krijgen in een omgeving die geen schade veroorzaakt.” Dit benadrukte het Planbureau voor de Leefomgeving afgelopen najaar nog eens: om de biodiversiteit in Nederland te herstellen moet er 100.000 tot 150.000 hectare natuur bij komen.

Heidekoe zorgt voor afwisseling

Om het natuurlijk systeem op de Manderheide te verbeteren laat Landschap Overijssel er sinds enkele jaren heidekoeien grazen. Ze houden, samen met schapen, de heide open, door van braam, berk en vogelkers te eten. Wat ze ook doen, is dat ze een ’poeplandschap’ creëren. Her en der in de heide deponeren ze hun mest. Daar komen tientallen soorten insecten op af, waaronder de zeldzame harige kortschildkever. Deze roofkever jaagt op mestkevers.

foto: ilona dijkman

De ene boom is de andere niet

Smalenbroek

Tekst: Frans Bosscher

Aan de rand van Enschede ligt landgoed

Smalenbroek. Park en bos liggen naast elkaar. Hoe ga je daar als beheerder mee om? Kies je voor het historische karakter of voor een natuurlijke ontwikkeling? Of kan het allebei?

Op de grote vijver van Smalenbroek drijven enkele zwanen in alle rust voorbij. Met de villa op de achtergrond, geflankeerd door hoge bomen, ontvouwt zich in de herfstzon een volmaakt romantisch plaatje. “Het is een showlandgoed,” zegt beheerder Alexander van der Elst, “bedoeld om mee te pronken. Het is een operazangeres met volume en uitstraling.”

Het landgoed aan de rand van Enschede was bijna een eeuw (van 1894 tot 1981) in bezit van de textielfamilie Ter Kuile.

De eerste Ter Kuile gaf omstreeks de eeuwwisseling opdracht aan de Heidemij om bos aan te planten op het landgoed. Voor een deel productiebos met beuk en eik op rabatten, en rondom de vijver een collectie exotische bomen, bedoeld om het landgoed allure te geven. Daar staan mammoetboom, rode treurbeuk, amberboom, tulpenboom, trompetboom, goudes, moseik, atlasceder, tsuga, Japanse notenboom en weymouthden.

Productiehout

Ruim een eeuw na de aanplant is er groot onderhoud nodig, aldus Van der Elst. “Veel bomen zijn er slecht aan toe. Dat geldt voor het arboretum (de collectie bijzondere bomen), maar ook voor het productiebos. In de tijd dat het van de Ter Kuiles was, werkten er tien tot vijftien man op het landgoed. Toen de vraag naar productiehout inzakte en de textielindustrie teloorging, verdwenen ze en is dat bos niet meer onderhouden. Het is verwilderd. Ecologisch heel interessant.

Er zijn wat bomen omgevallen, takken zijn uitgescheurd, er zijn holtes in de bomen gekomen, schorsplaten laten los. Voor insecten en vogels is het nu een prachtig bos. Vooral de middelste bonte specht doet het er heel goed.”

Oorspronkelijke aanleg

Ook al oogt het nog idyllisch, het is ook duidelijk dat een flink deel van de bomen na honderd jaar niet meer in goede staat is. Daarom is een herstelplan gemaakt. Daarbij wordt niet over een nacht ijs gegaan. Van der Elst: “Met onze erfgoeddeskundige hebben we het ontwerp van de oorspronkelijke aanleg erbij gepakt. Dat is destijds gemaakt door de landschaps- en tuinarchitect Pieter Wattez, die meer tuinen en parken in Twente heeft ontworpen. Aan de hand van een beheerkaart uit de jaren tachtig konden we bepalen wat er nog van de oorspronkelijke aanleg stond. De bomen die in slechte staat zijn, gaan we verwijderen en vervangen. Ook de bomen die in al die jaren verdwenen zijn, planten we terug.”

In het hart van het landgoed houdt Landschap Overijssel zo de cultuurhistorische waarden in ere. In het bosgebied eromheen laat de beheerder de oorspronkelijke bestemming van productiebos los. Een deel van het bos was op rabatten aangelegd. Dat zijn wallen met greppels ertussen. Het is een methode om in drassige gebieden toch bomen te kunnen planten. Smalenbroek ligt in een laagte met vrij dicht onder het oppervlak

‘Smalenbroek is een showlandgoed’

een leemlaag, die weinig water doorlaat. Van nature groeien daar elzen en op de iets hogere delen essen. Maar die brachten veel minder geld in het laatje dan eiken, beuken, douglassparren en lariksen. Dankzij de rabatten konden die in die nattigheid tot uitgroeien tot volwaardige bomen.

Natuurlijk proces

“Het is echter al lang geen productiebos meer,” weet Van der Elst. “Daarom vormen we dit geleidelijk om naar een natuurlijk bos. Bij dunningen houden we daar al rekening mee. De naaldbomen gaan er als

Beheer Smalenbroek

Beheertype: dennen, eiken- en beukenbos.

Doel: omvorming productiebos naar natuurlijk bos.

Werkwijze: geleidelijk vervangen van uitheemse naaldbomen door inheemse loofbomen.

Doel: behoud cultuurhistorisch park. Werkwijze: oorspronkelijk ontwerp terugbrengen van het arboretum.

Alexander van der Elst

eerste uit. Van oudsher plantten we op de plekken die dan ontstonden eiken, maar daar zijn we van teruggekomen. Jonge eiken zijn toch erg gevoelig voor droogte en vraat door reeën.”

Daarom kiest Landschap Overijssel er nu voor om meer het natuurlijke proces te volgen. Berken, die altijd als eerste op een kale bodem ontkiemen, laat hij gewoon staan. “Na een jaar of twee, als die berken al één, anderhalve meter hoog zijn, maken we er openingen in. Daarin planten we dan de eiken. In wat lagere, natte stukken planten we verder elzen en hogerop iepen. Zo krijg je een mooie mix van hard- en zachthoutsoorten, passend bij een natuurlijk bos. De jonge berken zorgen ervoor dat er een begin is van een bosklimaat, waarin de jonge bomen het wel goed doen.”

‘in het hart van het landgoed houden we de cultuurhistorische waarden in ere’

En wat doe je met de rabatten? Dat zijn toch ook cultuurhistorische overblijfselen? Omdat gekozen is om het productiebos om te vormen naar een natuurlijk bos, haalt Landschap Overijsel ze er zoveel mogelijk uit. “We dammen ze af of vlakken ze helemaal uit. Daarmee dempen we de fluctuaties in het waterpeil.”

Speciale zaagmachines

Het dunnen, ofwel het zagen van bomen uit het bos, wordt gedaan door loonwerkers die speciale machines hebben voor dit soort klussen. De machines zijn voorzien van brede banden om te voorkomen dat de bodem verdicht, wat slecht kan uitpakken voor het bodemleven. Ze hebben bovendien een drukwisselsysteem. Dat wil zeggen dat ze in het bos de luchtdruk in de banden kunnen verlagen tot iets van 0,8 bar, waardoor de banden zachter en breder worden. Een bredere band betekent minder druk op de bodem. De takken die de

machine van de boom afzaagt, legt hij voor zijn wielen neer. Ook dat vermindert de druk op de bodem.

“De stobben laten we in principe zitten,” vertelt de terreinbeheerder. “Die verdwijnen in een jaar of twintig en zorgen voor wat voedsel voor de nieuwe bomen. Die stobben zijn bovendien mooie plekken voor jonge bomen om te kiemen; een eikel zit tussen de wortels beschermd. En als hij groot is, is de stobbe verrot. Alleen als we bos omvormen naar grasland, zoals we in het Aamsveen hebben gedaan, frezen we de stobben weg.”

Zon en licht

Om de natuurlijkheid van het bos verder te vergroten, creëert Landschap Overijssel langs de randen geleidelijke overgangen van vegetatie die steeds hoger wordt. “We halen dikke bomen in de bosranden weg. Zo krijg je een lange strook waar de zon vrij spel heeft. De vrijgekomen ruimte planten we vaak in met soorten die van licht houden en vrucht dragen, zoals meidoorn, Gelderse roos, kardinaalsmuts of wilde appels. Voor vlinders ontstaat er zo een rand waar ze kunnen opwarmen en waar nectarsoorten groeien zoals wilde kamperfoelie. Het wemelt er van de bloemen, insecten en vogels.”

Smalenbroek.
foto: Henny de Joode
Middelste bonte specht
foto:

Eropuit in de

WINTER

Midwinterhoornwandeling

De diepe tonen van de midwinterhoorns zijn van verre te horen. Wandel mee door het verstilde winterlandschap van het Reestdal en ervaar de magie van deze eeuwenoude traditie. Bij de start vind je gezellige kramen, hartverwarmende winterkost en live muziek.

Twee afstanden, starten tussen 11.00 en 14.00 uur.

- Balkbrug, 14 december

Word vrijwilliger bij Landschap Overijssel

Voor de locaties Balkbrug, Enschede en Mander zoekt Landschap Overijssel enthousiaste vrijwilligers. Wil jij je inzetten voor de natuur en bezoekers een bijzondere ervaring bieden? Meld je aan voor het kinderteam of als gastheer of -vrouw. Stuur een mail naar louiset.vos@landschapoverijssel.nl

*Alle data zijn onder voorbehoud.

Begin het nieuwe jaar goed

Heb je goede voornemens en ben je nieuwsgierig naar wat jij in 2026 kunt doen voor natuur en landschap? Kom dan naar de leuke leerzame Startdag en maak kennis met de wereld van vrijwilligerswerk in het groen.

- Dalfsen, 16 januari

Nieuwjaarswandeling

Ervaar hoe verfrissend het is om het jaar buiten te beginnen! Onder leiding van een ervaren gids ontdek je het afwisselende landschap rondom de Mosbeek en de mysterieuze Galgenberg.

- Mander, 3 januari

Help de vogels de winter door

Haal de vogels naar je tuin of je balkon. In de koude wintermaanden hebben vogels vaak moeite om voldoende voedsel te vinden. Jouw hulp kunnen ze dan goed gebruiken. Maak samen met andere kinderen een voedselhanger voor vogels van natuurlijke materialen.

Smullen ze!

- Enschede, 11 januari

Jan Flims houdt Twentse natuur in topvorm

Voor buitendienstmedewerker Jan Flims is geen dag hetzelfde. De ene dag is hij aan het maaien in het Aamsveen, de andere dag zaagt hij bomen op de Lonnekerberg. De grote verscheidenheid aan terreinen en werkzaamheden vragen van hem specialistische kennis en vaardigheden. “Mooi werk, man!”

Vanmorgen heeft hij nog even nieuwe wielen gehaald voor de eenasser, waarmee hij later vandaag gaat maaien in het Aamsveen. De wielen hebben rubberen kegelvormige noppen. Die moeten voorkomen dat de eenasser, die veel weg heeft van de baanveger op de ijsbaan, alle kanten op gaat glijden op de natte graslanden in het veengebied. We zijn al ver in de herfst en dan loopt het maaiseizoen ten einde. Nog even en het is simpelweg onmogelijk om nog te maaien. Jan Flims houdt ervan om in dit soort omstandigheden te werken. “Je moet voortdurend opletten, scherp zijn. Voor je het weet loop je vast met je machine.”

Flims werkt al weer veertien jaar voor Landschap Overijssel. Geen dag heeft hij er spijt van gehad. “Het is heel afwisselend. De ene dag zit je op de trekker, de volgende dag ben met je de bosmaaier in het veld, met de eenasser aan het werk of hekken en afrasteringen aan het plaatsen. En dat allemaal in de mooiste natuur.”

Samen met collega Lars Buunen werkt Flims in de gebieden van Landschap Overijssel in de omgeving van Enschede, zoals Lonnekerberg, Lonnekermeer, Hof

Espelo, Smalenbroek, ’t Spik, Stroink, Kristalbad, Groot Brunink en Aamsveen. Naast dit tweetal zijn er nog zes buitendienstmedewerkers bij Landschap Overijssel.

Essentieel beheerwerk

Met terreinbeheerder Alexander van der Elst stemt Flims af wanneer hij welke werkzaamheden oppakt. “Gedurende de zomermaanden staat er veel maaiwerk op de werklijst. Als de broedende vogels met hun jongen uit de graslanden zijn vertrokken, moeten we heel veel hectares maaien. Voor we een perceel opgaan, controleren we met een drone nog wel even of er geen vogels meer zijn.” Het is essentieel beheerwerk. Door het maaien én afvoeren van het gras verschralen de graslanden. Met andere woorden dit werk maakt de graslanden voedselarmer. Dat is wat kwetsbare planten, zoals orchideeën, beenbreek, parnassia of klokjesgentianen nodig hebben.

“Het is specialistisch werk waar we liever geen loonwerker voor inschakelen,” zegt Flims. “Wij kennen onze terreinen, weten precies waar het nat is en waar bijvoorbeeld kwetsbare flora staat.” Een

Jan Flims

BUITENDIENST 16

loonwerker heeft volgens hem toch de drang om in rechte lijnen zo snel mogelijk een perceel te maaien. Daarbij let hij niet altijd op natte stukken en dan wordt de bodem nogal eens kapotgereden, legt Films uit. “Als ik een nat stuk tegenkom, rijd ik eromheen en maai ik dat met de eenasser. En als dat ook een te zware belasting is voor de bodem, slaan we een jaar over. Of we gaan zeilen. We gooien het gras dan op een groot stuk zeil. Aan de rand van het perceel trekt een trekker met een lier dat zeil vervolgens uit het veld. Zo voorkomen we dat de grond wordt verdicht door het gewicht van de machines.”

Zeker in de gebieden waar je bronnen hebt, zoals die van de Mosbeek, steekt het volgens de buitendienstmedewerker nauw. Je moet goed weten wat je doet. Ook in terreinen met boomstobben bijvoorbeeld. “Daar is het oppassen geblazen, zeker met de opraapwagen. Je rijdt hem zo stuk. Je moet dan voorzichtig rijden en geconcentreerd zijn om het spul heel te houden.”

Bos omvormen

Staan de zomermaanden in het teken van gras maaien, in de winter moet er veel gezaagd worden. In enkele gebieden, zoals op landgoed Smalenbroek en bij het Lonnekermeer, is Landschap Overijssel bezig om het voormalige productiebos geleidelijk om

te vormen naar een gemengd loofbos, omdat dat voor planten en dieren veel meer te bieden heeft. Zulk bos is bovendien beter in staat om de toenemende weersextremen op te vangen. De terreinbeheerder markeert de bomen die verwijderd moeten worden – blessen heet dat in het vakjargon – waarna Flims en Buunen aan de slag kunnen met de motorzaag. “Wij halen bomen weg waar de processor niet bij kan.” Een processor is een machine die volledig mechanisch bomen zaagt en de takken van de stammen afhaalt, waarna ze klaar zijn voor transport. Behalve de gebleste bomen, haalt de buitendienst zoveel mogelijk Amerikaanse vogelkers weg. Bospest wordt deze boomsoort genoemd en dat zegt eigenlijk genoeg. Ooit aangeplant om de bodems van de naaldbossen te verrijken, is Amerikaanse vogelkers uitgegroeid tot een plaag, die inheemse bomen en struiken verdringt. “Het is één van de exoten die ons veel werk bezorgen, net als Japanse duizendknoop en watercrassula.”

En ook op heidevelden heeft Films ’s winters het nodige te doen. “Daar halen we jonge boompjes weg met de bosmaaier. Daar moet je niet lang mee wachten, want berken en vliegdennen groeien hard. En dan moet je er alsnog met de motorzaag bij.”

‘Wij zagen bomen weg waar de processor niet bij kan’

Messen slijpen

De winter is ook de periode dat de machines onderhouden worden in de werkschuur bij de Lonnekerberg. “Ja, dat doen we zoveel mogelijk zelf. We maken de boel schoon, slijpen de

Foto: Mieke
Scharloo

messen, verversen olie. Pas als er echt dingen kapot zijn, brengen we ze naar een mechanisatiebedrijf.”

Met dat bedrijf kijkt Jan ook voortdurend naar mogelijkheden voor vernieuwingen. Zo heeft hij net een nieuwe trekker met een systeem om de bandendruk te verlagen bij de werkzaamheden in het veld. Sowieso is het verlagen van druk door machines een permanent punt van aandacht. Bij veel machines, zelfs bij de eenasser, hebben we brede en ook extra banden gemonteerd om de schade aan de bodem maar zoveel mogelijk te beperken.

Oplopende emoties

Als je zo zichtbaar voor iedereen aan het werk bent, krijg je ook wel eens reacties. “Vooral als ik aan het zagen ben. Het is voor

Geef natuurGeef toekomst

Op zoek naar een cadeau dat écht iets betekent? Schenk een stukje natuur met het Overijssels Natuurfonds.

Voor slechts €7,50 draag je bij aan het beschermen en uitbreiden van onze natuurgebieden. Elk stukje natuur dat we samen veiligstellen, biedt ruimte aan planten, dieren én aan een gezonde leefomgeving voor toekomstige generaties.

Je ontvangt een persoonlijk certificaat met de naam van de ontvanger – een bijzonder, duurzaam cadeau voor Sinterklaas, de feestdagen of zomaar… omdat geven goed voelt.

Geef een vierkante meter natuur cadeau via www.landschapoverijssel.nl/natuurfonds

mensen niet altijd duidelijk waarom we dat doen. Ik snap dat ook wel. Het is vaak niet zichtbaar dat een boom van binnen rot is. Maar als ik het uitleg, is er meestal wel begrip.” Soms lopen de emoties op. “Het lukt hem goed om kalm te blijven,” vertelt Flims. “Het is de kunst om er zelf niet op te vliegen. Ik ben van mezelf redelijk rustig. Als het niet anders kan, haal ik onze boa erbij.” En binnenkort volg ik een cursus, want we krijgen steeds vaker te maken met boze en agressieve mensen. Jammer dat het nodig is, maar goed dat we zo’n training kunnen volgen.”

Het laat maar zien dat een buitendienst-medewerker bij Landschap Overijssel van veel markten thuis moet zijn.

Op de knieën voor de grijze bisschopsmuts

Lia van Looij

Op het eerste gezicht oogt de grijze bisschopsmuts als een klein vlekje mos, verscholen tussen zand en korstmossen. Toch vertelt dit bescheiden mosje een groot verhaal – over het verdwijnen van open zand, de sluipende gevolgen van stikstof en het zorgvuldige beheer dat nodig is om de laatste schrale, soortenrijke landschappen van weleer te behouden.

Loop je op een open, zanderige vlakte, waar de wind vrij spel heeft en het zand schraal begroeid is, dan zou je de grijze bisschopsmuts kunnen tegenkomen: een prachtig fijn vertakt organisme, met aan de uiteinden een doorzichtig randje dat het licht vangt en waaraan het zijn naam dankt. Dit zeldzame mos is een kenmerkende soort van stuifzandgebieden en droge schraallanden. Ontginning, landbouw en stadsuitbreiding hebben zijn leefgebied drastisch verkleind. En zelfs waar hij nog

voorkomt, is de soort kwetsbaar. Stikstofdepositie verstoort de mineralenbalans in de bodem, waardoor algemene soorten zoals haarmossen en het uit Amerika afkomstige grijs kronkelsteeltje de overhand krijgen. Zij overwoekeren de oorspronkelijke mossen en korstmossen, waardoor de grijze bisschopsmuts dreigt te verdwijnen. Maar hij niet alléén. “Zeldzame insecten zijn net zo afhankelijk van dat schrale zand. De heivlinder

Tekst:

bijvoorbeeld – zo goed als verdwenen in Overijssel – en de blauwvleugel-sprinkhaan – die van alle insecten die het moeilijk hebben, als eerste reageert op natuurherstel en weer een beetje begint toe te nemen. Waar het slecht gaat met de grijze bisschopsmuts, gaat het dus slecht met het hele milieu waarvan hij deel uitmaakt,” legt ecoloog Michiel Poolman uit.

‘Waar het slecht gaat met de grijze bisschopsmuts, gaat het slecht met het hele milieu waarvan hij deel uitmaakt’

Tegenwoordig vind je de grijze bisschopsmuts alleen nog in de mooiste natuurpareltjes van Nederland. In het Beerzerveld en op de Lemelerberg bijvoorbeeld, waar hij tussen een grijswit tapijt van korstmossen bescheiden staat te stralen, al is zijn voortbestaan daar alles¬behalve vanzelfsprekend. Naast luchtvervuiling zorgen de droge zomers en toenemende hitte door klimaatverandering ook voor extra druk. De soort leeft al in een extreem milieu – nog droger of warmer kan hij nauwelijks aan. Om deze zeldzame mossoort te behouden, wordt er hard gewerkt aan herstel van zijn leefgebied. “Dat doen we door zandverstuivingen uit te breiden en openheid terug te brengen, zodat de wind weer meer vrij spel krijgt en er nieuwe mos- en korstmos-vegetaties kunnen ontstaan. Zo zijn op de Lemelerberg en in het Beerzerveld voormalige productiebossen gekapt om de oude duintjes te herstellen. Want voldoende wind en beschikbaar open zand zijn nodig, zonder dat is er voor de grijze bisschopsmuts geen toekomst. Bij sommige groeiplaatsen van mossen en korstmossen maken we kunstmatig kleine zandverstuivingen door met machines het zand los te halen en zo opnieuw open plekken te creëren,” licht de ecoloog toe. Dit nabootsen van natuurlijke dynamiek blijkt cruciaal voor soorten die afhankelijk zijn van verstuivend zand en schrale omstandigheden.

Herstel langs de rivier

De grijze bisschopsmuts hoort ook thuis op zandige rivierduintjes, zoals die vroeger volop langs de Vecht, Dinkel en Regge voorkwamen. Veel van die plekken zijn inmiddels verdwenen of omgevormd tot landbouwgrond of andere vormen van landgebruik. Langs de Vecht komt dit prachtige mosje bijvoorbeeld nog maar op hooguit drie plekken voor. Toch is er ook goed nieuws. Bij toeval is de soort vrij recent ontdekt in een ander terrein van Landschap Overijssel: in Maatgraven. “Hier hebben we een oude rivierduin hersteld en de buffering van de bodem hersteld met kalk en steenmeel om verzuring tegen te gaan. Na dit natuurherstel keerde de stroomdalflora terug. Behalve deze kruidige, korte vegetatie

– denk aan steenanjer, tijm en vetkruiden – is op een open plek dus ook een heel klein groeiplaatsje verschenen van de grijze bisschopsmuts,” vertelt Poolman trots. Een teken dat goed herstel en beheer effectief zijn. “We weten dus wat er nodig is: open structuur en vegetatie, herstel van mineralenbalans en ruimte voor natuurlijke dynamiek. Wat vaak ontbreekt zijn de middelen, én oplossingen voor de structurele luchtvervuiling die deze kwetsbare ecosystemen bedreigt.”

Speldenknopjes op tere steeltjes

Om een nieuwe groeiplaats te vormen, ontwikkelt de grijze bisschopsmuts kleine kapsels, als speldenknopjes op tere steeltjes. Door de rijping, geholpen door goed weer, barsten de kapsels open en worden talloze minuscule sporen meegevoerd door de wind. Valt zo’n spore toevallig op de juiste, schraal begroeide zandplek, dan kan daar een mosje ontspruiten en een nieuwe groeiplaats ontstaan. Poolman: “Zo’n nieuwe groeiplaats is bijna niet te onderscheiden als je er langsloopt, je moet echt op je knieën om het te kunnen zien. Waar de grijze bisschopsmuts al tientallen jaren voorkomt, vormt hij grotere plakkaten, maar een nieuwe groeiplaats begint met een paar stengeltjes, dus vind het maar.” Wie voor de grijze bisschopsmuts op de knieën gaat, begrijpt waarom het de moeite waard is om dit zeldzame, groen met zilvergrijze mosje te blijven beschermen.

Grijze bisschopsmuts zien?

Volg een wandelroute van Landschap Overijssel over de Lemelerberg of bij Beerze of sluit je aan bij een excursie in deze gebieden. Kijk voor de routes en de activiteiten op www.landschapoverijssel.nl/eropuit

Graslandbeheer in Vledders en Leijerhooilanden Herstel bloemenrijkdom

Vledders en Leijerhooilanden

De waterhuishouding in Vledders en Leijerhooilanden is in ere hersteld. Eén keer per jaar maait Landschap

Overijssel de velden. Verder is het aan de natuur om te bepalen hoe de toekomst eruit gaat zien.

“Nee, laarzen zijn niet nodig,” zegt ecoloog Jacob van der Weele met een blik op mijn waterdichte, hoge wandelschoenen. De eerste honderden meters over het dijkje langs de Streitenvaart gaat het nog goed. Zodra we naar beneden lopen, blijkt echter al vrij snel dat het toch handiger was geweest om laarzen aan te trekken. Het laat maar zien dat het herstelwerk in Vledders en Leijerhooilanden succesvol is. Het gebied van zo’n 180 hectare tussen Staphorst en IJhorst is bijna weer even nat als het ooit was. Met wat kunst- en vliegwerk slagen we er toch in het grootste deel te doorkruisen. Vledders en Leijerhooilanden ligt in een laagte, omsloten door dekzandruggen. Twee ondergrondse waterstromen

komen hier aan de oppervlakte. Je hebt het water uit de omgeving dat er maar een paar jaar over doet om tevoorschijn te komen. En je hebt het water dat vanaf het Drents Plateau onder de Reest door hier omhoog welt; het is dan een paar duizend jaar onderweg geweest. Het is dus regenwater dat viel voordat de Romeinen in onze streken opdoken.

Antiek

In deze laagte vond gedurende duizenden jaren veenvorming plaats. Pas in de dertiende of veertiende eeuw waren er de eerste pogingen om er landbouwgrond van te maken. In het laagste deel van

Tekst: Frans Bosscher

het gebied kwam een sloot om water af te voeren: de Streitenvaart.

Droog werd het gebied echter niet. Het bleef ongeschikt om er vee te weiden. En dankzij het ‘antieke’ kwelwater, dat rijk aan mineralen was, was het rijk aan bloemen. In de jaren zestig van de vorige eeuw wilde men het gebied toch productiever maken. De Streitenvaart werd verdiept en verbreed, en er kwam een heel stelsel aan greppels om het water naar de Reest af te voeren. In de jaren erna verdroogden Vledders en Leijerhooilanden meer en meer. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts met de biodiversiteit.

In de loop der jaren kon Landschap Overijssel percelen in het gebied aankopen. Dat zette tien jaar geleden bij een ruilverkaveling de deur open naar het plan om het hele gebied aan de natuur terug te geven. In 2020 werd de vaart weer ondieper en smaller gemaakt, en werden de meeste greppels gedempt. De waterhuishouding in het gebied is gescheiden van die voor de landbouw in de omgeving, zodat er nu alleen nog schoon kwel- en regenwater is. En dat dat weer een stuk hoger staat, merken we als we een weg proberen te zoeken over pollen en andere kleine verhogingen.

Natuur aan zet

“Sinds de herinrichting is het aan de natuur om te bepalen wat er gebeurt,” zegt Van der Weele. “Het natuurlijk systeem is grotendeels hersteld. Het waterpeil wordt nog gereguleerd om te voorkomen dat buren wateroverlast krijgen. De enige beheermaatregel die we treffen is dat we het gebied elk najaar maaien. Zouden

‘Regenwater dat viel voordat de Romeinen in onze streken opdoken’

we dat niet doen, dan krijg je één groot wilgenbos. De meerwaarde daarvan is niet zo groot. Lang niet zo groot als van de ruige graslanden die nu tot ontwikkeling komen.”

Dat maaien doen loonwerkers die daarvoor speciale trekkers hebben: wetlandtracks. Ze zijn voorzien van rupsbanden, zodat ze geen diepe sporen maken of zelfs vast komen te zitten. In één werkgang maaien ze en vangen ze het maaisel op in een kar. Dat maaisel gaat naar boeren in de omgeving, die het gebruiken om de bodemvruchtbaarheid van hun akkers te verbeteren. We maaien laat in het seizoen zodat de planten hun zaden kunnen laten vallen. Die zijn van belang om zoveel mogelijk bloemen terug te brengen.

Jacob van der Weele

Het is niet zo dat ze er niet zijn, maar de terugkeer van de flora gaat langzaam. “We hebben ervoor gekozen om geen maaisel met zaden uit andere gebieden uit te rijden,” aldus de ecoloog. “De natuur moet het zelf doen. Een deel van het gebied dat al twintig jaar uit landbouwgebruik is, laat zien welke mogelijkheden er zijn. Daar staan honderden orchideeën: rietorchissen, gevlekte orchissen en vleeskleurige orchissen. Er staat volop moeraskartelblad, dotterbloem komt steeds meer voor.” Aan het eind van de zomer, zo vertelt Van der Weele, staat de moerasrolklaver nog volop in bloei. “Niet per se een zeldzame soort, maar het is een geweldige nectarbron voor vlinders. Er komen massaal witjes en icarusblauwtjes op af. Dat het barst van de insecten zie je ook aan de honderden boerenzwaluwen en gierzwaluwen die hier in de nazomer boven de velden vliegen.”

Baardmannen

De vogels reageren sowieso snel op herstelmaatregelen. Er broeden watersnippen en kieviten, in de moerassige delen zitten rietzangers, kleine karekieten, snorren, waterrallen en baardmannen. “Vorig jaar, toen het heel nat was, zaten er ineens vier paar porseleinhoenders en zelfs een kwartelkoning,” vertelt de eoloog glunderend. “Waar ik naar uitkijk is dat kraanvogels gaan broeden. Er is een paar al een jaar of drie een territorium aan het verkennen. Het gebied is groot genoeg en er is voldoende rust, omdat er geen wandelpaden zijn.”

Hij is nog niet uitgepraat of een groep van zo’n zestig wintertalingen vliegt op, om nog maar eens te onderstrepen hoe goed de omstandigheden zijn voor vogels die rust en ruimte nodig hebben.

Schaken

Een keer per jaar maaien. Dan zou je zeggen dat Vledders en Leijerhooilanden weinig tijd vraagt van Landschap Overijssel. De schijn bedriegt, zegt Jacob. Zo liggen er twee natuurakkers in het gebied waarin winterrogge is gezaaid. Na de oogst in de zomer, bewerkt een loonwerker de grond om onder meer kweek onder de duim te houden. Akkerflora zoals korenbloem, klaproos en slofhak kunnen daardoor tot bloei komen. “Verder houden we veel contact met de mensen die rondom het gebied wonen, over het waterpeil moeten we goed afstemmen met het waterschap. Verschillende buren aan de noord- en westkant pachten percelen waar ze na de broedtijd vee laten grazen; ook dat vraagt aandacht. Er zitten veel reeën in het gebied. Eens in de twee jaar komt er een externe ecoloog die heel precies in kaart brengt wat er aan flora en fauna is. Die data benutten we ook voor de montoring en het eventueel bijsturen van het beheer. Het beheer van Vledders en Leijerhooilanden heeft zo toch wel wat weg van schaken op meer borden.”

Beheer Vledders en Leijerhooilanden

Beheertype: vochtige schraalgraslanden

Doel: ontwikkeling robuuste natuur met karakteristieke soorten voor vochtig hooiland. Werkwijze: zo natuurlijk mogelijk waterpeil voeren, een maal jaarlijks maaien en maaisel afvoeren.

In de nazomer vliegen er veel boerenzwaluwen die zich tegoed doen aan de vele insecten.
foto: mark zekhuis

Even voorstellen

Afgelopen maanden kreeg Stichting Landschap Overijssel er weer verschillende bedrijfsvrienden bij. Landschap Overijssel is trots op de samenwerking met deze maatschappelijk betrokken bedrijven. Urenco Nederland stelt zich graag voor.

Urenco Nederland verrijkt uranium voor klanten over de hele wereld. Het verrijkte uranium gaat naar kerncentrales zodat zij er CO2-vrije elektriciteit mee op kunnen wekken. Een energiemix van wind- zon én kernenergie, stelt ons in staat om onze klimaatdoelen te halen. Als bedrijf zetten we stappen om in 2040 een netto-nul uitstoot te bereiken. Onderdeel daarvan is aandacht voor de natuur om ons heen. Ons terrein grenst aan natuurgebied De Doorbraak en via het partnerschap met Landschap Overijssel willen we de bewustwording vergroten via excursies en vrijwilligerswerkprojecten.

DE BEDRIJFSVRIENDEN VAN LANDSCHAP OVERIJSSEL

• Aannemersbedrijf Gerwers B.V., Tilligte

• Aannemingsmij Hegeman B.V., Nijverdal

• Aannemingsbedrijf Netjes, Kampen

• Authentiek Bouw B.V., Nieuwleusen

• Aveco de Bondt, Holten

• Ben & Jerry’s Hellendoorn, Hellendoorn

• Bevede, Zwolle

• Boskalis Nederland, Rotterdam

• Bouwbedrijf Salbam B.V., Vilsteren

• Bouwbedrijf Scholte op Reimer, Vasse

• Bouwhuis Aannemingsmaatschappij ‘Bouwmij’ B.V., Beerzerveld

• BPD Ontwikkeling B.V. -Regio Noord-Oost & Midden, Amersfoort

• CIUS Techniek B.V., Dalfsen

• Cogas, Almelo

• Countus Accountants + adviseurs, Zwolle

• D&A Licht, Nijverdal

• De Friesland, Leeuwarden

• De Ridderschap van Overijssel, Velp

• Dolmans Landscaping Noord en Oost, Beilen

• Dunnewind Groep B.V., Ommen

• Eshuis Accountants en Adviseurs, Almelo

• Eelerwoude B.V., Goor

• Gasunie, Vilsteren

• Gemeente Dinkelland, Denekamp

• Gemeente Oldenzaal, Oldenzaal

• Grolsche Bierbrouwerij Nederland B.V., Enschede

• Grondverzet Vilsteren B.V., Dalfsen

• Heutink, Nijverdal

• Installatiebedrijf Tijhaar Vilsteren B.V., Vilsteren

• Koopmans Bouw B.V., Enschede

• KWS Infra B.V., Zwolle

• Landgoed de Wilmersberg, De Lutte

• Landschapsadvies en onderhoudsbedrijf Welhuis, Rossum

• Lenferink Schilders - Afbouw en Vastgoedonderhoud, Lemelerveld

• NABR B.V., Enschede

• Negam, Borne

• NV Rova Holding, Zwolle

• ODIN Landschapsontwerpers B.V., Diepenheim

• OnzEnergie, Zwolle

• Roelofs Beheer B.V., Den Ham

• R-vent, Staphorst

• Sensata Technologies Holland B.V., Hengelo

• Sazas, Woerden

• Schuitemaker, Rijssen

• SIGHT Landscaping B.V., Harderwijk

• St. Military Boekelo, Enschede

• Sweco Nederland B.V., Zwolle

• Takman IJzerwaren, Ommen

• Timmerhuis Groep, Vriezenveen

• Twence B.V. Afval en energie, Hengelo

• Vebego Groen, Enschede

• Vechtstede Notarissen, Zwolle

• Wadinko N.V., Zwolle

• WandelWol V.O.F., Nieuwleusen

Gouden vrienden: Zilveren vrienden:

Een betere wereld kan dichtbij huis beginnen. Gewoon, in je eigen postcode. Wie meespeelt met de Postcode Loterij maakt kans op prijzen én steunt goede doelen. Zoals LandschappenNL , dat in vijf jaar tijd € 70,5 miljoen ontving om natuur en erfgoed te beschermen.

In Overijssel vind je uitgestrekte heidevelden, oude grafheuvels en groene houtwallen. Prachtig en kwetsbaar. Dankzij vrijwilligers en deelnemers blijven deze plekken bestaan. Dat is de kracht van samen. Dat is The Power of Postcodes

Natuurbeheer zaak van professionals

Natuur beheren zoals dat bedoeld is, vraagt zorgvuldige voorbereiding en verantwoording. Uitvoering daarvan vergt veel professionaliteit, stelt Hans Pohlmann, directeur van Stichting Landschap Overijssel. “Zowel buiten in het veld bij het feitelijke beheer, als op kantoor bij de vastlegging en verantwoording.”

Voor vrijwel elke vierkante meter natuur in ons land is vastgesteld wat de waarde is, waarom het moet worden beheerd en hoe het moet worden beheerd. Landelijk zijn er zeven ecosysteemtypen omschreven: bos, heide, open duin, moeras, (half)natuurlijke graslanden, grootschalige dynamische natuur en water. Die zijn weer onderverdeeld in zeventien natuurtypen, zoals rivieren, hoogveen, moerassen, beken en bronnen, droge heiden en vochtige schraalgraslanden. Die worden vervolgens weer onderscheiden in 49 beheertypen, van kranswierwater, brakwater tot trilveen en zwakgebufferd ven.

De provincies zijn verantwoordelijk voor het natuurbeleid in Nederland. Zij maken op basis van die indeling hun beleidsnota’s, tekenen op kaarten in welk natuurbeheertype waar ligt en bepalen welk beheer daarbij hoort. Het is vervolgens aan de eigenaren van

natuurgebieden, zoals Landschap Overijssel, om dat uit te voeren. “Voor onze gebieden maken we daarom op basis van de provinciale beleidsnota een eigen beheerplan. Daarin beschrijven we welk beheer we gaan uitvoeren op welk moment om de gestelde doelen te realiseren., aldus Pohlmann.”

Op de voet volgen

Dat eigen beheerplan heeft een looptijd van twaalf jaar en is de basis van een werkplan dat jaarlijks wordt vastgesteld. Om te beoordelen of het beheer goed op de rails staat, vindt elke drie jaar een schouw plaats. In het veld kijken de beheerders samen met de ecologen of het beheer uitpakt zoals gedacht. Is dat niet (helemaal) het geval, dan passen ze het beheer aan. Na zes jaar is er een formele monitoring en evaluatie met de ecologen van de

Tekst: Frans Bosscher
‘vakkundige organisatie, geen club van koekenbakkers’

provincie; voor die periode is gekozen om te voorkomen dat jaren met extremen, zoals droogte of veel neerslag, het beeld bepalen. Na negen jaar schouwt Landschap Overijssel zelf weer. En na twaalf jaar is er wederom een formele monitoring, waarna een nieuw beheerplan wordt gemaakt.

Voorwaarde

Naast deze cyclus is er een driejaarlijkse beoordeling door de Stichting Certificering SNL (Subsidiestelsel Natuur en Landschap). Houdt de beherende organisatie zich aan de eisen die geformuleerd zijn in het kwaliteitshandboek, is daarbij de vraag. Is de conclusie van de beoordeling dat dat zo is, dan krijgt de organisatie een certificaat van deze onafhankelijke organisatie. Dat certificaat is een voorwaarde om subsidie aan te kunnen vragen voor het beheerwerk dat uitgevoerd wordt.

Geen koekenbakkers

“Het mag duidelijk zijn,” stelt Pohlmann, “zo’n systeem vereist een vakkundige organisatie, geen club van koekenbakkers.” Landschap Overijssel beheert natuurgebieden in vijf regio’s, die elk een beheerder hebben. Dat doen ze in nauw overleg

met twee ecologen. Ze worden bijgestaan door acht medewerkers in de buitendienst. Dat zijn de mensen die het werk daadwerkelijk uitvoeren, van maaien tot zagen en wat er maar nodig is. Ze doen dat samen met boeren die grond pachten en met vakmensen die de stichting inhuurt. Op kantoor zijn er collega’s die zorgen voor de verantwoording en de administratie.

De manager natuur brengt de belangen van de natuur in het managementteam. Pohlmann: “En ik ben continu bestuurlijk in overleg met provincie, rijk en andere partijen om te zorgen dat we ons beheerwerk goed kunnen doen. Al die mensen zijn dus nodig om te zorgen dat we onze 6.250 hectare natuur in een betere staat brengen en houden.”

De provincie vergoedt 84 procent van de kosten die alle typen beheerwerkzaamheden met zich meebrengen.

“De overige 16 procent halen we binnen met donaties, erfenissen, acties en de bijdrage van de Nationale Postcodeloterij.”

Beperkingen

Dat lukt. Op zich kan Pohlmann dan ook goed leven met het subsidiestelsel. Tegelijkertijd signaleert hij wel een aantal serieuze beperkingen. “De provincie subsidieert niet al het werk dat bij beheer komt kijken. Zo moeten we het beheer van sommige specifieke beheertypen, zoals historische tuinen, zelf betalen. Dat geldt ook voor het toezicht. Daar gaat om een bedrag van 2,5 tot 4 ton per jaar. Dat geld stop ik liever in de natuur zelf.”

Een meer fundamentele beperking is dat veel beheer zit in het repareren van de gevolgen van verdroging, de neerslag van stikstof en het inwaaien van bestrijdingsmiddelen. “We merken de gevolgen daarvan steeds sterker. Ik zou graag zien dat er meer werk wordt gemaakt van de aanpak van die zogenoemde drukfactoren. We zijn nu vooral met symptoombestrijding bezig. Het is veel beter om die problemen bij de bron aan te pakken. Dan zouden we de natuur echt kunnen versterken.”

Hans Pohlmann

DE ACHTERTUIN VAN

Inge van der Moolen

‘Hier krijg ik energie van’

Met een zaag in de hand en een grote glimlach op haar gezicht helpt Inge van der Moolen uit Zwolle mee aan het herstel van de Overijsselse natuur. Buiten zijn, samen de handen uit de mouwen steken en iets goeds doen voor de natuur – dáár wordt ze blij van.

“Kijk, hier krijg ik nou energie van,” zegt Inge van der Moolen enthousiast terwijl ze met een handzaag een jong berkje omzaagt. Samen met zo’n twintig andere vrijwilligers steekt ze deze woensdagmorgen haar handen uit de mouwen in het Boetelerveld vlakbij Haarle. Het is het laatste stukje natte heide dat is overgebleven van de vroegere

uitgestrekte Sallandse Heide. Hier is werk aan de winkel: heide afplaggen en jonge berkjes verwijderen.

“Ik vind het heerlijk om buiten fysiek bezig te zijn,” vervolgt ze. “Ik ben grootgebracht met de natuur. Met het gezin gingen we elke zondag naar het bos. Mijn moeder was vooral van de wilde bloemen, mijn vader

meer van de vogels. Het grappige is dat ik vroeger vooral met mijn vader naar de lucht keek, terwijl ik nu meer oog heb voor planten en bloemen.”

Zó enthousiast

Inge van der Moolen woont al 40 jaar in het centrum van Zwolle, maar eigenlijk is ze helemaal geen stadsmens. Ze werkt drie dagen per week als gastouder voor vier kinderen. “Dat doe ik al dertig jaar met veel plezier, maar nu ik ouder word, kost het mij best wat energie. Daarom ben ik op mijn vrije dagen graag buiten, want de

Foto’s: Suzanne van Gaale
Tekst: Suzanne van Gaale

natuur geeft mij energie! Ik ga graag met mijn oppaskinderen naar De Horte. We wandelen een stukje en onderweg zitten we altijd even gezellig op het bankje bij de oude druivenkas.” Tijdens één van deze uitstapjes liep ze twee vrouwen uit haar buurt tegen het lijf. “Zij vertelden over hun groene vrijwilligerswerk op De Horte. Zó enthousiast dat ik me direct heb aangemeld. En zo ben ik twee jaar geleden bij de Vliegende Brigade beland.”

Divers

De Vliegende Brigade van Landschap Overijssel is een energieke groep van zo’n 25 vrijwilligers. Ze helpen bij het behoud en herstel van het landschap, met speciale aandacht voor bedreigde planten- en diersoorten. De brigade springt bij op plekken waar geen lokale vrijwilligersgroep actief is. Van der Moolen: “Het leuke is, dat we door de hele provincie werken, van Staphorst tot aan de Duitse grens. Op terreinen van Landschap Overijssel, maar ook van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en andere grondeigenaren. De klussen zijn heel divers, van het onderhouden van poelen en houtwallen tot het aanplanten van heggen en het wieden van grasland.”

Burn-out

Behalve lekker buiten bezig zijn, is voor Van der Moolen het contact met anderen heel belangrijk. Het heeft haar zelfs goed geholpen toen ze vorig jaar een burn-out kreeg. “Ik heb toen een week op de bank gehangen, deed niets anders dan Netflixen. Maar ik ben helemaal geen stilzitter, wel

een buitenmens. Na een week was ik het zat.; ik heb Landschap Overijssel gebeld en gevraagd: Hebben jullie naast de Vliegende Brigade nog andere vrijwilligerswerk in de natuur voor mij?’ Al snel was ik vier ochtenden in de week in het groen bezig. Buiten zinvol bezig zijn, praten met anderen – dat hielp me enorm. Na een paar weken kwam mijn energie weer terug, dat was zo fijn!”

Om te koesteren

Omdat ze met de Vliegende Brigade op veel verschillende plekken komt, is geen vrijwilligersdag hetzelfde. “Er is zoveel mooie natuur in onze provincie en zo divers. Dat is iets om te koesteren, al die landschappen en mooie natuurgebieden.” Zelf komt ze graag bij de Vreugderijkerwaard langs de IJssel. “Daar zit een zeearend. Prachtig! Maar ik ga ook graag naar de Lemelerberg, de Noetselerberg en de Zwarte Dennen bij Staphorst.”

Kop soep

“Het vrijwilligerswerk bij Landschap Overijssel heeft mij veel gebracht. Je ontmoet leuke mensen, leert nieuwe dingen en heel belangrijk, je draagt een steentje bij aan de natuur. Ondertussen zit de ochtend op het Boetelerveld er alweer bijna op. De

‘Het leuke is, dat we door de hele provincie werken’

vrijwilligers verzamelen het gereedschap in de speciale aanhanger van Landschap Overijssel. Van der Moolen brengt hem na afloop terug naar De Horte; een paar collega-vrijwilligers rijden dan met haar mee. Maar eerst is er nog tijd voor een warme kop soep! “We hebben altijd een grote pan mee, klaargemaakt door twee vrijwilligers. Dat gaat er na zo’n ochtend wel in en het is een gezellige afsluiting.”

Iets voor jou? Wil je ook meehelpen aan het natuurbehoud in onze mooie provincie? Kijk op landschapoverijssel.nl/meehelpen/vrijwilligerswerk

colofon

Natuurlijk Overijssel is een uitgave van Stichting Landschap Overijssel en wordt vier keer per jaar aan de vrienden toegezonden.

Vriendenadministratie

Tel: 0529 - 401 731

Mail: vrienden@landschapoverijssel.nl

Bijdrage: vanaf 30 euro per jaar

IBAN: NL93 INGB 0008 6231 98

redactie en productie

Landschap Overijssel, Poppenallee 39, 7722 KW Dalfsen, tel. 0529 - 401 731

Tel: 0529 - 401 731

Mail: communicatie@landschapoverijssel.nl

Web: www.landschapoverijssel.nl

opmaak

Bredewold, Wezep Productie

Mailtraffic, Zwolle

Landschap Overijssel is een Erkend Goed Doel. Dat betekent dat wij voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Toezichthouder CBF controleert dit. Meer weten? Kijk op geefgerust.nl

Maak blijvende impact met een Fonds op Naam

Met een Fonds op Naam bij Stichting Landschap Overijssel bepaal je zelf hoe jouw bijdrage het verschil maakt. Je kiest bijvoorbeeld voor het beschermen van poelen, bomen of een specifieke regio. Zo geef je duurzaam vorm aan jouw liefde voor natuur en erfgoed en heb je direct invloed in hoe jouw steun wordt ingezet.

Houd jij van het Overijsselse landschap en wil je daar écht iets unieks voor betekenen?

Laten we samen de mogelijkheden bespreken. Neem contact op via fondsenwerving@landschapoverijssel.nl.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.