Page 1

KLIM- EN BERGSPORTMAGAZINE

MONTE

2021 / 2

Eilanden: Canyoning in de Azoren en Balearen Sicilië: van klimsport tot werelderfgoed Powder ski in Japan (foto kaft) Leven in IJsland... Concatemento: Klimmen op Tre Cime Bevers: terug van weggeweest

een blik op: eilanden VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR - JANUARI (SPECIAL EDITION - OPLEIDINGSBROCHURE), MAART, JUNI, OKTOBER, DECEMBER AFGIFTEKANTOOR 2300 TURNHOUT - AFZENDERADRES STATIESTRAAT 64 - ZWIJNDRECHT - ERKENNINGSNR. P309808

1


© Arnaud Childeric / Sam Bié

JULIA CHANOURDIE // We’re always focused on our climbing performance, whether it’s indoor training, competitions, or outdoor climbing, but revisiting the fundamentals of belaying is equally important. // #belaybetter

GRIGRI® +

Belay device with assisted braking and anti-panic handle, for a broad range of single rope diameters (8.5 to 11 mm). www.petzl.com

2


JAARGANG 14

2021 / 2

EEN BLIK OP...

Eilanden 14

Inhoud

20

Actueel 3 Inhoud 5 Voorwoord 7 Up2Date 66 Shop en hutten Veiligheid & techniek 10 Rab en Lowe Alpine zijn volledig klimaatneutraal 14 Hoe kies ik een tent? 56 De partnercheck, een succesverhaal!? bergbeklimmen 12 Twee dagen uit een dagboek in Pakistan 20 Dubbelinterview met twee nieuwe berggidsen

32

een blik op... Eilanden 6 Boekbespreking - Eilanden 26 Life in: Iceland 28 Eilanden in de Middellandse zee en wereldwijd 32 Faeröer: De vergeten Scandinavische parel 36 Variatie troef op de Canarische eilanden 38 Sicilië: Klimmen, skiën, fietsen, of...van antieke sites naar werelderfgoed 42 Canyoning in de Azoren en Balearen 46 Hokkaido: het Japanse poederparadijs winter 48 Op raketten door de Jura

42

rotsklimmen 9 Aankondiging Open rotsbeheerdag in Hotton 54 Concatemento 62 Slijtage maillon rapide of 'MR' natuur 62 Bevers

54 Foto kaft: © Rik De Clerq - Hokkaido: het Japanse poederparadijs 3


OVER de KLIM- EN BERGSPORTFEDERATIE De Klim- en Bergsportfederatie vzw is een unisportfederatie met meer dan 13 000 leden, erkend en gesubsidieerd door Sport Vlaanderen. De KBF telt 33 aangesloten clubs. Vind een club in jouw regio op www.kbfvzw.be > clubs

BEREIKBAARHEID Statiestraat 64, 2070 Zwijndrecht Bereikbaar van maandag tot vrijdag, tussen 9:00 en 17:00 uur T: 03 830 75 00*

De mooiste berg ter wereld, de Alpamayo, ligt in Peru. Het mooiste klimcentrum met dezelfde naam vind je op de be-MINE, in de voormalige elektriciteitscentrale. Individuelen, groepen en scholen zijn er welkom.

*Tijdens het weekend: uitsluitend voor de melding van ernstige ongevallen. Andere ongevallen meld je op maandag. E: info@kbfvzw.be W: www.kbfvzw.be Klachten: ombudspersoon@kbfvzw.be

Op de hoogte blijven?

Klimcentrum ALPAMAYO be-Mine 21, 3582 Beringen info@alpamayo.be facebook/alpamayo.klimcentrum 011/96.66.66

W W W. ALPAMAYO.BE

Volg ons op

SHOP In de KBF-webshop kun je topo’s, allerlei boeken en cursusteksten aankopen aan democratische prijzen. Meer op www.kbfvzw.be > webshop KBF-HUTTEN Chaveehut Rue de la Chavée 7, 5330 Maillen Van 1 maart tot 30 oktober: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Vennhütte Am Bahnhof 13, 4790 Burg-Reuland Vanaf 30 maart: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Reserveer je slaapplaats via www.kbfvzw.be of info@kbfvzw.be. Voor KBF-leden geldt een kortingstarief.

KLIMGREPEN

KLIM VOLUMES

S P O RT

HARDWAREN

KLIM MATERIALEN

DE BESTE PRIJZEN VIND JE OP

WWW.KLIMWANDSHOP.BE

4

ENZE MET GR

N

ro n d t v ra g e n ra g ? Z it je m e end ged jd o v e rs c h ri s n re g l) (s e k s u e e lp li jn 17 12 e v a l: h u 75 02 • Noodg 03 830 z w.b e o f fv b k i@ p :a • A d v ie s


VOORWOORD

Eilandjes Het is een idyllische wandeling vanuit Eskdale naar de Scafell. Eerst kom je nog wat koeien tegen die je aanstaren alsof je de eerste mens bent die ze in jaren te zien krijgen. Dan volgt een geleidelijke klim door een desolaat landschap naar een van de hoogste pieken in het Lake District. Enkele dagen eerder was er een zondvloed over het land geraasd. De grond had het water opgezogen als een spons. Bij Burnmoor Tarn waadden we door het water om bij het bruggetje te geraken. De Scafell rees op als een eilandje boven het drassige land.

KBF werkt samen met: MOUNT COACH-Academy

Onderweg kwamen we niemand tegen, maar boven op de top was het druk. Een koppeltje nam foto’s en wat verderop kookte een eenzame hiker zijn potje. Wij installeerden ons op wat stenen en aten onze picknick. Straks, na de afdaling, zouden we weer alleen zijn. Nu staarden we verbaasd naar de Scafell Pike wat verderop. Ginder tjokte een lange rij klimmers achter elkaar van een parking naar de hoogste berg van Engeland om dan samen te troepen op de top. Het zicht benam ons alle lust om de Mickledore pas over te steken en ons palmares uit te breiden. Wij bleven liever op ons eilandje en keken naar de menigte op dat andere eilandje. Twee eilandjes op dat grote eiland, dat sinds 1 januari nog wat meer eiland geworden is dan het al was. Ze zijn altijd wat moeilijker bereikbaar, eilanden. Juist dat maakt ze zo aantrekkelijk.

Bruno Vermeeren Teamlead

SPORTKADERKLEDIJ

colofon Het federatietijdschrift Monte verschijnt vijf maal per jaar en is een uitgave van de Klim- en Bergsportfederatie VERSCHIJNINGSDATA 2021 januari (Special Edition - Opleidingen en workshops), maart, juni, oktober, december deadlines 2021 Maart 25.12.2020 / juni 05.04.2020 / oktober 30.07.2020 / december 06.10.2020 REDACTIEVERANTWOORDELIJKE Reginald Roels / reginald.roels@kbfvzw.be REDACTIEMEDEWERKERS Reginald Roels, Isabeau Vogeleer, Lisa Viane, Hilde De Dobbeleer, Lus Van den Bossche, Arne Monstrey, Jan Cools, Ben Van Poucke, Bart Haenraets, Ignace Bral VORMGEVING, PREPRESS EN DRUK Lay-out / Opmaak en beeldvorming Reginald Roels Druk: Drukkerij Albe de Cocker - Hoboken VERANTWOORDELIJKE UITGEVer Frank Stevens - p/a Statiestraat 64 - Zwijndrecht

5


BOEKBESPREKING

Tekst Ignace Bral

Eiland Een schip lijdt schipbreuk in een hevige orkaan. Een man, zijn dochtertje en hun hond weten zich te redden. Ze drijven naar een onbewoond eiland… dat in werkelijkheid de rug van een reuzenschildpad blijkt te zijn. Eiland beschermt de drie en laat hen kennis maken met een prachtige wereld. Ze leven daar zo lang dat ze zelfs een huis bouwen op hun ruggeneiland. Wanneer na vele seizoenen een boot langsvaart om hen te redden neemt het meisje met grote dankbaarheid afscheid van Eiland. Een prachtig kartonnen kinderboek zonder woorden om je fantasie op los te laten. Auteur: Mark Janssen Uitgeverij: Lemniscaat ISBN 97 890 477 1110 0

Archipel van de Hond Het enige bewoonde eiland van een archipel, onbestemd gelegen in de Middellandse Zee, kent zijn eigen intieme leven: druiven kweken, vissen, wijn verbouwen en bakken onder de loden zon in de schaduw van de vulkaan de Brau. Tot op een dag drie lijken aanspoelen. Duidelijk Afrikaanse mensen. De overheden van het dorp trachten dit potje voor iedereen gedekt te houden. Alleen de moedige onderwijzer roeit tegen de stroom in. Vanaf dan wordt de Archipel van de Hond een ware thriller. De auteur beschrijft hier in een fenomenale stijl een zeer actueel thema. Hij dwingt de lezer in de rol van iemand die er ook bij is, maar de ogen sluit. Ben je getuige of medeplichtige? Een heel sterk boek. Auteur: Philippe Claudel Uitgeverij: De Bezige Bij ISBN 97 894 031 2540 4

Naar het hart van Borneo De avonturier Redmond 0’Hanlon is reisboekenschrijver en wetenschapper. Hij is een kenner van Charles Darwin. In ‘Naar het hart van Borneo’ hebben Redmond en zijn kompaan James Fenton een dubbel doel: ze gaan op zoek naar de nog niet geëxploiteerde bergketen Batu Tiban en ze willen weten of de witte neushoorn nog voorkomt in dat gebied. Het verhaal neemt je mee op een tocht diep in de jungle. De tegenstelling hoe de plaatselijke bewoners omgaan met het oerwoud en de avontuurlijke Westerse reizigers is meer dan frappant. Net zoals in het hooggebergte de dragers het vuile werk opknappen staan deze woudmensen met al hun inzet ten dienste van de ontdekkingsreizigers. O’Hanlon heeft oog voor elk detail van het woud: planten, vogels, vissen, leefgewoonten, water, licht, heel veel zweet en ongemakken. Zelden was de aanloop naar een berg zo uitputtend. Een aanrader! Auteur: Redford O’Hanlon Uitgeverij: Atlas Contact ISBN 90 413 3028 3

6


UP2DATE Webinar-reeks “Avontuur van in uw kot”

Mis jij ook de interessante babbels over de bergsport? Luister je graag naar inspirerende verhalen van andere bergsportfanaten? Of zoek je nog informatie over één van onze opleidingen? KBF tracht de sleur van de crisis wat te doorbreken en komt daarom tot bij jou met een gratis webinar-reeks speciaal voor klim-en bergsporters: “Avontuur van in uw kot".

Nieuwe club KBF

KBF verwelkomt zijn 33ste club!! BeSlack North richt zich naar Initiatie en training in slacklinen zowel individueel als in groep. BeSlack North deelt hun ervaring tijdens demonstraties op evenementen (openbaar en privé). Bovendien organiseert de club jaarlijks slackline-rally's om gelijkgezinde slackliners samen te brengen.

nieuwe medewerkster op KBF-secretariaat - Alissia CAp Elke woensdag laten we een materiaalexpert, topsporter of lesgever aan het woord. Daarmee raken we alle disciplines in de bergsport aan. Als woensdag voor jou niet past, dan kan je de webinars steeds herbekijken op onze nieuwe Youtube-pagina. 1.500 gelijkgezinden waren jou al voor! Op de agenda staan nog webinars als: “Rotsklimmen, hoe begin ik eraan?” en “Berggidsen: Vraag & Antwoord”. Het volledige aanbod en hoe je kan inschrijven vind je terug op onze website. We verwelkomen je graag op onze wekelijkse webinardag! Check de lijst!

KBF verwelkomt een nieuwe administratieve medewerkster. Alissia zal in eerste instantie het onthaal en telefonie voor haar rekening nemen, maar verder ook verantwoordelijk zijn voor e-mail (eerste lijn), KVB-pasjes, klimtoelatingen, reservaties Chaveehut en Vennhütte, online plaatsen stages, de bibliotheek, en de bestellingen via de webshop. We wensen haar veel werkplezier!!

erratum

In Monte - uitgave december 2020 - staat er op pagina 44 een foute auteur vermeld bij het artikel 'Bikepacking op de Tour du Haute Dauphiné'. De auteur van tekst en foto's moet Bert Van Hooff zijn, en niet de gedrukte naam.. Duizend excuses Bert! Volg Bert op zijn Blog: https://berrevoets.wixsite.com/berre-voets

parkeren aan rotsmassief Mozet

De tot hiertoe gebruikte parking van het massief van Mozet (Thon-Samson) was beperkt in plaats en gevaarlijk gelegen in de bocht van de weg. KBF heeft bijkomende parkeerplaats gevonden op het terrein van het voormalige restaurant 'Le Moulin', op een goede honderd meter van de tot hiertoe gebruikte parking. Hier zijn een tiental parkeerplaatsen afgebakend. Aan de ingang van deze parkeerplaats staat weliswaar een verbodsbord 'propriété privée', maar dat mag - door klimmers in het bezit van een geldige lidkaart - genegeerd worden. Door middel van een infobord is verder duidelijk aangegeven waar er kan geparkeerd worden. We zouden dan ook willen vragen om de voorkeur te geven aan deze parkeerplaatsen. Parkeren op de tot hiertoe gebruikte parking mag in principe nog, maar is beperkt tot 5 wagens."

7


2 t.e.m. 11 april 9 t.e.m. 18 april 16 t.e.m. 25 april 23 april t.e.m. 2 mei

: : : :

klim- en alpineweek rug- en slaapzakkenweek schoenenweek tent- en kampeerweek Tentenshow 23 / 24 / 25 april 120 tenten opgesteld :-)

Opendeurweekend mounteqshop.be

23 / 24 / 25 april

TENTENWEEK

VAN 30 MAART TEM 3 APRIL -15% OP ALLE TENTEN

Plezantstraat 11, 9220 Hamme * Tel 052/47 85 22 * info@berghut.be * https://berghut.be


Klimax, Breendonk 02 - 04 juli 2021

European Youth Cup

Lead & Speed 2021

Binnenkort lanceren we een oproep voor vrijwilligers... Hou jullie agenda alvast vrij!!

9


Tekst en foto's © Advertorial

Rab en Lowe Alpine zijn volledig klimaatneutraal Beide merken van Equip op weg naar Net Zero in 2030

De Britse outdoormerken Rab en Lowe Alpine, partners van de KBF, hebben zich voorgenomen om in 2030 te voldoen aan de doelstelling om de CO2-footprint terug te brengen naar 0 (Net Zero).Het betekent dat Equip, het moederbedrijf van beide merken, op dat moment de uitstoot van CO2 geheel kan compenseren door het toepassen van nieuwe technieken of de aankoop van CO2-emissierechten. Een eerste belangrijke stap op weg daar naartoe is de recente toekenning van het certificaat klimaatneutraal bedrijf door South Pole, de toonaangevende expert op dit terrein. South Pole begeleidt Rab en Lowe Alpine ook op weg naar het geformuleerde doel voor 2030. Deze ontwikkeling sluit goed aan bij de KBF, dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft.

M att Gowar, ceo van Equip zegt daarover: ‘’Sinds de start van ons bedrijf hebben onze merken één doel gehad: het laten ervaren dat iedereen iets in zich heeft van de klimmer en de bergsporter en ze net zoveel van de buitensport laten genieten als wij doen. Dat is ook wat we voor ogen hebben als we het outdoorgevoel willen bewaren en beschermen voor komende generaties en een positieve verandering willen die uitstijgt boven onze merken en produkten.” Gowar vervolgt: ‘’Het vastleggen op Net Zero in 2030 is de juiste weg voor ons als bergmensen, voor onze onderneming en voor onze aandeelhouders. We willen niet afwachten, maar we willen nú actie. Daarom is de stap naar de erkenning van een klimaatneutraal bedrijf zo belangrijk. We nemen een ferme en besliste stap die weinig andere merken maken. We laten onze merken en ons bedrijf groeien naar de juiste richting zodat wij de omgeving beschermen waarin wij leven.”

Klimaatneutraal en Net Zero Klimaatneutraal betekent dat activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat. Dat kan onder andere door sterke reductie van de CO2-uitstoot bijvoorbeeld door het overschakelen naar hernieuwbare energie of het compenseren van CO2-uitstoot. Net Zero, zoals gedefinieerd door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) betekent dat Equip niet meer niet-vermijdbare broeikasgasemissies in de atmosfeer uitstoot dan het neutraliseert met daadwerkelijke koolstofverwijdering. Prestaties Equip South Pole heeft Equip benoemd tot klimaatneutraal bedrijf op basis van de aanpak en de controle van de uitstootgegevens over 2019. De stappen die Equip ondertussen heeft genomen:

1

10

• Overstap naar volledig hernieuwbare energie in het hoofdkantoor in Engeland, het Nederlandse kantoor en in de Engelse distibutiecentra; • Elke vervanging in het wagenpark is een hybride of geheel elektrisch voertuig; • Overschakelen naar gerecucleerd stoffen en isolatiemateriaal met zowel synthetische stoffen als P.U.R.E. dons. Dit gebeurde al in de herfst/winter van 2020 met enkele van Rab’s belangrijkste collecties, zijnde de Cirrus en Microlight-reeksen. Meer collecties worden in de toekomst op deze manier geproduceerd. • Het verwijderen van plastic verpakkingen of overstap naar het gebruik van minimaal 50% gerecycleerd plastic verpakkingen in het voorjaar/zomer van 2021.


De stap naar Net Zero Als eerste stap naar Net Zero is een overzicht gemaakt van de huidige broeikasgasuitstoot in de bedrijfsprocessen van Equip. Daarna wordt een plan gemaakt met heldere en meetbare doelen om die uitstoot te verminderen. Deze doelen worden opgesteld in lijn met de wetenschappelijke inzichten in het klimaat. Onvermijdelijke emissies worden dan gecompenseerd. De resultaten van deze aanpak worden onderzocht en gepubliceerd.

Bethan Halls, Senior Sustainability Consultant van South Pole voegt daaraan toe: ‘’Equip neemt grote stappen op de klimaatreis van het bedrijf en bij het vaststellen van de standard voor verantwoordelijk ondernemen. Op weg naar Net Zero stimuleert Equip actie en ambitie in de hele keten van toeleveringspartners. ”

Equip’s compensatiepartner South Pole verzekert dat de data waarop de route naar Net Zero is gebaseeerd onafhankelijk worden gecontroleerd, transparant en volgens de inzichten van de klimaatwetenschap. Vervolgens garandeert South Pole dat Equip’s portfolio van projecten die ondersteund worden, bijdraagt aan de doelen van duurzame ontwikkeling. South Pole maakt daarvan een overzicht dat bijdraagt aan het vaststellen van de uitstoot door het bedrijf. Equip’s projecten zijn: Nam Hong Hydropower in Vietnam, efficiënte fornuizen voor vrouwen in Nepal en het Kariba bosbeschermingsproject in Zimbabwe.

South Pole is een voornaam projectontwikkelaar en -uitvoerder op het terrein van wereldwijde klimaatactiviteiten, met meer dan 350 experts in 17 internationale kantoren. South Pole helpt bedrijven, kapitaalmarkten en de publieke sector bij het verminderen van hun invloed op het klimaat terwijl het risico verminderd wordt en waarde wordt toegevoegd.

Debbie Read, Manager Corporate Social Responsibility (CSR) bij Equip, zegt daarover: “Onze verbintenis met Net Zero in 2030 betekent dat we de eerste stap hebben gezet op een ambitieuze maar essentiële reis. De klimaatcrisis kan niet langer ontkend worden en de noodzaak om snel te handelen is duidelijk. Het partnerschap met South Pole geeft ons de mogelijkheid om een robuust proces te ontwikkelen voor een zeer wezenlijk reductieplan met scherpe doelen in overeenstemming met de Science-Based Target (SBT) methode. De mogelijkheid om belangwekkende projecten in lijn te brengen met duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals (SDG)), zorgt voor onmiddellijke en tastbare voordelen die zowel motiverend zijn als zorgen voor een emotionele binding met ons bedrijf.”

South Pole

South Pole is een bedrijf dat zich richt op de klimaatwetenschap en gebruikt daarvoor projectfinanciering, data-gegevens en analyses op het gebied van klimaatrisico’s evenals op de ontwikkeling van ecologische grondstoffen. South Pole heeft gezorgd voor de financiering van meer dan 700 projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen onder andere door hernieuwbaar gebruik van energie, efficient gebruik van energie en het duurzaam gebruik van land. Meer informatie op www.southpole.com. Equip Outdoor Technologies Equip Outdoor Technologies UK Ltd is een internationaal bedrijf met het hoofdkantoor in Derbyshire in Engeland. Equip is de trotse eigenaar van de outdoormerken Rab en Lowe Alpine. Rab is een van de officiële partners van de KBF. Equip heeft nadrukkelijk een passie voor het buitenleven en die avontuurlijke geest is een goede basis voor de activiteiten van het bedrijf. www.equipuk.com

11


Tekst Jean-François Spelmans / foto's Sofie Lenaerts

TWEE DAGEN UIT EEN DAGBOEK IN PAKISTAN Opstaan en je klaarmaken in een klein tentje vol met ijskristallen terwijl het -20 is buiten.. is een beetje gecompliceerd maar aan de andere kant hebben we zoveel geluk dat we dit kunnen meemaken. We voelen ons hier geïsoleerd op één van de grootste gletsjers ter wereld...

O

nze ski’s zakken diep weg in de 50 centimeter verse poedersneeuw terwijl we aan onze zwaar beladen sleeën trekken. De gletsjer is immens groot en lijkt uit drie delen te bestaan. We hadden gehoopt op het vlakke centrale stuk te zitten, niet dus. We zien nauwelijks het reliëf dat onze weg in bochten dwingt en we zien al helemaal geen spleten. Het gevecht is intens, meter na meter vragen we ons af wanneer het gemakkelijker zal worden. We proberen een systeem te vinden om sneller te gaan wanneer Jeff voor de zoveelste keer zijn gekantelde slee overreind trekt. Hij gaat voorop zonder slee om gemakkelijker te kunnen sporen. Sofie volgt met de smalle slee om een pad te effenen voor de twee sleeën die stef als laatste trekt. Zijn bijnaam is niet voor niks “de yak”. We trekken ons in het zweet maar we zijn niet het type om te klagen want we zijn waar we willen zijn nu we eindelijk onze vrijheid als bergbeklimmer hebben kunnen herwinnen. Het is zoeken om een vlakke route te vinden en elke helling kost teveel energie, we halen gemiddeld 1km per uur. We zouden minstens 35 km moeten afleggen in 3 dagen tijd om aan de voet van onze berg Lukpe Lawo Brakk te geraken maar we zijn al anderhalve dag onderweg en we hebben nauwelijks 10 km afgelegd. Aan dit tempo geraken we nooit op tijd aan de berg. Voor we vertrokken hadden we erover gesproken, dat deze winter expeditie onbekend terrein zou zijn en we ons flexibel zouden opstellen om eventueel onze plannen te veranderen indien de condities niet optimaal zijn… m.a.w. we pakken dus wat er komt. Ons doel halen is de kers op de taart, maar genieten en het beste ervan maken is nog belangrijker. Met dit in gedachte verschijnt er langzaam aan onze rechter kant een elegante couloir op de zuidflank van een onbekende berg. Het zicht op de top wordt bedekt door de lage wolken maar ieder van ons keek er met veel belangstelling naar. Een mooie “Y” couloir die uitmondt op een graat met een gigantische rotsblok die de lijn in twee splitst. Het besluit is snel genomen en we plaatsen onze tenten. Er resten ons nog een paar uur voor zonsondergang en dus trekken Stef en Jeff er met de tourksi op uit om een weg te vinden tot de voet van de bergflank. Sofie smelt sneeuw in afwachting van hun terugkomst want de temperaturen kelderen zodra het licht verdwijnt. De mannen zoeken een pad in het doolhof van de morene om de gletsjer te kunnen verlaten. Na enkele tientallen meters te hebben afgelegd voelen ze beweging onder de latten en besluiten om verder te gaan in cordee want de kloven zijn onzichtbaar geworden onder de sneeuw. De ski's zijn ideaal om sneeuwbruggen te vinden over de spleten waar de donkere afgrond loert en na anderhalf uur vinden ze een1 uitweg tot aan de couloir in relatief goede condities. Morgen zou wel eens een prachtige dag kunnen worden…

12


Deze route ligt op de zuidflank en is waarschijnlijk alleen in de winter en onder bepaalde omstandigheden te beklimmen. Het is totaal onbekend terrein waarvan het moeilijk is om de omvang of liever de hoogte ervan in te schatten maar we verheugen ons erop! Na een gezellig samenzijn in een van onze tenten en een goede nachtrust vatten we de klim de volgende dag vroeg aan. De aanloop verloopt vlotjes dankzij het voorbereidend werk van de dag ervoor. Het weer lijkt schitterend te worden, de mooiste dag sinds ons vertrek uit Askole. We vorderen "met een strak touw" want we willen ongelukken vermijden. We bevinden ons op vijf stapdagen van de bewoonde wereld. Enige hulp hier is ver te zoeken. Niemand weet exact waar we zijn en we hebben maar één satelliettelefoon dus als die in een spleet valt of onder een lawine bedolven geraakt, kunnen we zelfs niemand opbellen. We nemen geen onnodige risico’s. De beklimming gaat wonderwel met een gemakkelijke steiltegraad van 45 tot 50 graden. Soms ligt er minder sneeuw en is het lastig vorderen op de rotsen die eronder liggen en de couloir blijkt langer dan verwacht. Aan de splisting (4890 meter) besluiten we de rechter kant te nemen met enige hoop om de rechter graad te kunnen volgen tot een top.

Eenmaal boven geeft de hoogtemeter meer dan 5.170 meter aan, we bevinden ons ongeveer 1.030 meter boven ons tentje dat we vanochtend verlieten. We zitten vlak onder de graat maar we zitten op het gevaarlijkste stuk. Nergens een mogelijkheid om te beveiligen en de sneeuw reikt tot aan de heupen. Door het schitterend weer is het warm in de couloir die uit de wind ligt en het brede sneewvlak lijkt ons gevaarlijk om lawines te triggeren. Het uitzicht is magnifiek en we bewonderen het immense landschap onder de ondergaande zon. We besluiten om terug te keren gezien de omstandigheden… er rest ons nog een lange afdaling. In het licht van onze koplampen en in de ijzige koude bereiken we ons kamp. De dagen zijn kort in de winter maar we prijzen ons gelukkig met dit onverwacht geschenk op een prachtige dag. We hebben gevonden waarvoor we kwamen... Klimmen om te ontdekken, de natuur verkennen en een hechte vriendschap te vormen om verder te dromen .... Tevreden vallen we in slaap; Shabb Bachär. We voelen ons vereerd deze couloir een naam te mogen geven; Het wordt de "Yaari" couloir. Dit betekent “vriendschap” of “goed gezelschap” in de lokale Urdu-taal. We konden er geen betere naam voor kiezen.

Jean-Francois Spelmans (alias den byffel) Steven Maginelle (alias de yak) Sofie Lenaerts (alias bergmuisje)

13


Tekst en foto's Arne Monstrey (verkoper bij K2)

Hoe kies ik een nieuwe tent? En wat wil ik er vooral mee doen?

Het eerste wat je je altijd moet afvragen bij de aanschaf van nieuw buitensportmateriaal is het volgende: 'Wat ga ik er mee doen? Zoek je bijvoorbeeld een tent om elke zomer mee op een camping te gaan staan? Of wil je er eerder een trektocht mee maken? Wil je er ook mee gaan kamperen in de winter? Voor hoeveel personen is de tent bedoeld? En waar leg je je prioriteit? Bij het gewicht, het pakvolume, de prijs of de duurzaamheid. Ideaal is uiteraard om op een tent uit te komen die op alle vlakken scoort. Tenten bestaan immers in allerlei soorten en vormen en vooral, in allerlei prijscategorieën. Maar wat zijn dan die factoren die de prijs mee bepalen?

I n hoofdzaak zullen dit vooral de gebruikte materialen zijn. En dan vooral voor het buitenzeil en de tentstokken. Verder speelt de vorm van de tent ook vaak een rol. En uiteraard ook voor hoeveel personen ze bedoeld is. Ook deze punten worden verderop uitvoerig besproken. Als laatste wordt nog even de 'Amerikaanse' versus de 'Europese' stijl van tenten aangekaart.

14

Aan de hand van deze vijf punten zou je toch in staat moeten zijn om een voor jou geschikte tent te vinden. De meeste speciaalzaken tenslotte, geven elk jaar in het voorjaar een tentenshow, waarbij telkens meerdere tientallen of zelfs honderden tenten worden opgesteld. Ben je op zoek naar een deftige tent, maar zit je nog met heel wat praktische vragen? Dan is zo'n tentenshow voor jou een absolute must.


De tentstokken: glasvezel, aluminium of carbon Goedkopere tenten hebben stokken gemaakt uit glasvezel. Deze tenten zijn eigenlijk alleen maar geschikt om mee op een camping of een andere vaste locatie te gaan staan. Glasvezelstokken zijn immers zwaar en zeer volumineus. Bovendien zijn ze helemaal niet zo duurzaam. Na verloop van tijd gaan ze opensplitsen en moet je de kapotte segmenten vervangen door nieuwe. Als je van plan bent om een deftige tent te kopen, die lang meegaat en waarmee je zelfstandig trektochten wilt maken, blijf dan vooral uit de buurt van tenten met dit soort stokken. In de meeste speciaalzaken zul je ze zelfs niet eens terugvinden. Dan zijn stokken uit aluminium veel interessanter. Enkele van de bekendste namen zijn DAC, Yunan of Easton. Met deze merken zit je sowieso goed, maar er zijn er uiteraard veel meer. Het voordeel van aluminium is dat het een pak lichter is en tegelijkertijd veel sterker en duurzamer. Bovendien kunnen de segmenten korter opgeplooid worden waardoor je meestal ook met een compacter pakvolume overblijft. Elk serieus tentmerk dat zich richt op de actieve buitensporters, zal dus vooral tenten met aluminium stokken aanbieden. In het ultralichtgewicht gamma worden ook tenten met carbon stokken geproduceerd. Deze excelleren vooral omdat ze een ongelooflijk laag gewicht hebben, maar zijn op termijn iets minder sterk. Bovendien zal carbon bij een zware belasting (denk maar aan een serieuze storm of iemand die over een stormkoordje struikelt) eerder versplinteren, terwijl aluminium buigt. Een versplinterde stok valt niet zomaar te repareren als je onderweg bent en bovendien bestaat het risico dat deze ook ineens door je tentzeil scheurt en daarmee nog meer schade aanricht.

Stalen tentstokken tenslotte, vind je enkel terug bij de echt grote familie- of patrouilletenten. Deze tenten wegen veel meer en hebben daardoor een veel sterkere ondersteuning nodig. Er bestaan ook tenten zonder tentstokken, die op spanning worden gebracht door buizen vol gecompresseerde lucht. Hiervoor heb je dus een pomp nodig. Daarmee dat deze tenten enkel kunnen dienen als je ergens op een vaste locatie staat. Het meenemen van zo'n pomp in je rugzak is onzin. Ook al zijn deze buizen zeer sterk, als er toch eens een lek in ontstaat, zijn ze niet één, twee drie te repareren. Hetzelfde geldt voor de zogenaamde 'two seconds' tentjes of opwerptentjes. Deze kun je enkel zien als een festivaltent of als een tent voor op een camping. Ze zijn helemaal niet zo stormvast, de waterdichtheid is vaak om van te huilen en als je ze dan toch eens terug in de verpakking krijgt, is deze schijf veel te onhandig om mee te nemen op je rugzak. Je blijft overal achter hangen en je vangt veel wind. Geen serieuze optie dus. Vaak wordt er bij de betere tenten ook een hulsje meegeleverd dat een net iets dikkere diameter heeft dan je tentstok. Dit heet een 'Pole Doctor' (of in het Nederlands: een 'tentstok dokter'). Als je aluminium stok gebroken is, dan kun je dit hulsje nog steeds over het beschadigde deel schuiven en desnoods met tape vastkleven. Het kan zijn dat je dit elke dag opnieuw moet los- en weer vastmaken, maar op zijn minst zul je je tocht kunnen verderzetten. Voor zware tochten in afgelegen gebieden loont het misschien de moeite om één reserve stoksegment mee te nemen. Zo'n segment vervangen is niet moeilijk, maar zorg wel dat je op voorhand weet hoe dit moet. Sommige expeditietenten hebben stoksleuven die zodanig ruim zijn dat er twee sets stokken doorgeschoven kunnen worden voor extra stevigheid.

15


Het tentdoek: polyester, nylon of (poly-)katoen

16

Naar analogie van de tentstokken, kun je er weer van uitgaan dat een goedkopere tent meer dan waarschijnlijk een polyester buitenzeil heeft. Dit kost minder, maar is sowieso zwaarder, volumineuzer en minder duurzaam. Om een tent gemaakt uit polyester waterdicht te krijgen, zet men er een PU-coating op (polyurethaan). Officieel is iets waterdicht vanaf 1.500 millimeter waterkolom. Máár onder invloed van druk is dit getal zeer vlug niet meer toereikend. Je tent op spanning brengen of een stevige windvlaag, het zal er allemaal voor zorgen dat vocht door je tentzeil heen geperst kan worden. Een degelijke polyester tent met een PU-coating zou op zijn minst een waterkolom van 3.000 mm moeten hebben, maar 5.000 mm is nog beter. Ben je een type dat vooral graag Scandinavische klimaten opzoekt, investeer dan in een tent met een eerder hoge waterkolom. De combinatie polyester-PU kan bovendien niet zo goed tegen de Uv-stralen uit het zonlicht. Een tent ziet veel meer af van de zon dan van de regen. Dit betekent dat je doek jaar na jaar aangetast wordt en vooral dat ook de waterdichtheid hiervan naar beneden gaat. Hoe hoger de waterkolom waar je mee vertrekt, hoe langer de tent duurzaam waterdicht zal blijven. Een kleine opmerking nog over de bodem van je binnentent. Aangezien je hier sowieso veel meer druk op gaat uitoefenen door er met je eigen lichaamsgewicht op te gaan zitten, is het hier nog belangrijker om een grondzeil met een hoge waterkolom te kiezen. Voor een deftig grondzeil heb je een waterkolom van minstens 5.000 mm nodig, maar 7.000 of zelfs 10.000 mm is nog een pak beter. Een footprint of een extra grondzeil op maat van je (binnen-)tent verlengt de levensduur van je tent en zorgt bovendien voor een nog betere bescherming tegen vocht als je in echt drassige omstandigheden gaat kamperen. Eigenlijk is de aanschaf van zo'n extra footprint altijd aan te raden.

Er zijn merken die hun tenten in een PU- en een SI- versie uitbrengen, zonder verder iets te veranderen aan de afmetingen. Op die manier kan je dus in één oogopslag zien, wat het verschil is qua gewicht, pakvolume en prijs.

Het meest geziene type buitenzeil bij de betere tenten is nylon. Het voordeel van nylon is dat het lichter en compacter is en tegelijkertijd sterker en rekbaarder, waardoor het beter wisselende weersomstandigheden kan opvangen. Bovendien wordt er hier niet met een PU-coating maar met een siliconen-impregnatie gewerkt. In plaats van op het doek te blijven liggen, dringen deze siliconen echt tussen de vezels door. Hoewel pure polyester beter bestand is tegen Uv-licht dan nylon, zorgt deze siliconen impregnatie er uiteindelijk voor dat de combinatie nylon-siliconen alsnog beter bestand is tegen zonlicht dan de combinatie polyester-PU. Dit alles maakt een nylon tent, naast lichter en compacter, helaas ook duurder, maar vooral veel duurzamer. Als je van plan bent om je tent echt veel te gebruiken, haal je het prijsverschil er sowieso uit. De waterkolom die op dit tentzeil zit bij aanschaf, zal er in principe nog steeds opzitten op het einde van de levensduur van je tent. Aangezien deze waarde altijd min of meer hetzelfde blijft, is een tent met een waterkolom van 2.000 mm hier in principe al voldoende. Meer mag uiteraard altijd. Voor het grondzeil geldt echter hetzelfde als bij polyester tenten. Een minimum waterkolom van 5.000 mm is dan ten zeerste aan te raden.

Bovendien zijn de duurdere nylon tenten meestal van zo'n uitstekende kwaliteit dat de naad ongelooflijk strak gestikt is en hier dus geen gaatjes te vinden zijn. De siliconen impregnatie zorgt er ook voor dat je tentzeil wat gladder wordt, wat vettiger. Het is zeer moeilijk om hier zo'n klassieke taping op aan te brengen. Die zou binnen de kortste keren loskomen. Het enige wat je wel kunt doen is met behulp van een 'silicone seam sealer' de binnenkant van de naden behandelen. Dit is iets dat niet machinaal gedaan kan worden en dus sowieso manueel dient te gebeuren. Het klinkt raar dat dit net bij het duurste soort tenten van jou verwacht wordt, dat je zelf nog aan het werk moet gaan met je tent.

Nog een laatste opmerking over getapete naden. Bij polyestertenten zul je vaak zien dat er aan de binnenkant van je buitenzeil een soort plakband, een tape gekleefd is. Deze dient om ervoor te zorgen dat er geen regen langs de gestikte naden naar binnen kan komen en is absoluut essentieel. Een polyester tent zonder getapete naden is in de regen weinig waard. Vind je ergens een goedkoop of tweedehands model, check dan zeker of deze tapings aanwezig zijn en of ze geen luchtblaasjes vertonen, want dan zullen ze in de kortste keren loskomen. Als deze tapings zo belangrijk zijn, waarom vind je ze dan niet of nauwelijks terug op de duurdere gesiliconiseerde nylon tenten? Daar zijn twee goede redenen voor: de prijs en het feit dat ze meestal niets eens nodig zijn. Om de verschillende stukken tentzeil aan elkaar te stikken, wordt meestal een katoenen zweldraad gebruikt. De naam zegt het zelf al. Als deze vezel nat wordt, gaat ze opzwellen en daarmee de gaten opvullen in de stiknaad.

Maar als deze manuren doorgerekend zouden worden bij de productieprijs van je tent, zou de toch al dure prijs nog eens de hoogte in gaan. Bovendien is het meestal zelfs niet eens nodig. Merk je tijdens een deftige regenbui of na verloop van een aantal jaren dat er hier en daar toch een druppel begint binnen te komen langs de naden, dan kun je deze dus zeer eenvoudig alsnog zelf behandelen. No stress.


Naast nylon en polyester bestaat er nog een derde vezel die je regelmatig tegen kunt komen in de tentenwereld. Het gaat dan niet langer om een synthetische maar om een natuurlijke vezel, zijnde katoen. Katoen heeft het grote voordeel dat het zeer goed ademt en een zeer temperatuur regulerend vermogen heeft. Daarom dat katoen vooral aangeraden wordt in warme, droge klimaten. Het is van nature Uv-bestendig en zal daarom zeer lang meegaan. In zo'n tent zal het bovendien niet snel te warm worden. In een synthetische tent wil je in de volle middagzon echt niet zitten. Helaas is katoen vaak ook duur, maar vooral zeer zwaar en volumineus. Het zijn tenten die je enkel kunt overwegen als je met de auto op reis bent. Als een katoenen tent nat wordt, gaat ze bovendien dit vocht absorberen en dus nog zwaarder worden. In droge klimaten met weinig kans op regen valt een tent uit 100% katoen te overwegen. Bestaat de kans echter dat je ook eens een bui te verwerken krijgt, dan is het interessanter om voor een tent uit polykatoen te gaan. Vaak is dit een verhouding van 65% katoen en 35% polyester. In principe is een tent uit polykatoen ook volledig waterdicht. Het enige wat er kan gebeuren is dat er een soort nevel in je tent kan hangen, maar lekken mag het niet. Dit soort doek ga je omwille van zijn zware gewicht en grote pakvolume zelden terugvinden in trekkerstentjes, maar eerder in grote familietenten waarin je ook kunt rechtstaan.

Een laatste, beetje aparte categorie zijn de zogenaamde 'single wall tenten'. Zoals de naam doet vermoeden zijn dat tenten die niet uit een binnen- en een buitentent bestaan, maar uit slechts één tent, één zeil. Dit soort tenten is eigenlijk bedoeld voor hoogalpiene of expeditie omstandigheden. Door het feit dat ze uit 1 zeil bestaan, zijn ze uiteraard veel lichter en compacter. Maar daardoor zijn ze ook veel gevoeliger voor condensatie. Denk maar aan je eigen adem en je zweet dat je zelfs nog in koude omstandigheden verdampt. Maar net door die koude omstandigheden zal deze condensatie zich niet vastzetten als vloeibare druppels, maar eerder als ijskristallen aan de binnenkant van je tent. Deze zijn veel minder hinderlijk en 's ochtends veel gemakkelijker uit je tent te verwijderen. Voor standaard kamperen in de meer gangbare klimaten, zal een single wall tent omwille van deze condensatie toch net iets hinderlijker zijn. Maar alles evolueert en er zouden tegenwoordig ook tentjes op de markt moeten zijn die hiermee komaf hebben gemaakt.

T E NT E N

K 2 : 2 3 - S H O WS 24 - 2 5 a De Berg pril hut: 30 m aa Mounte q : 2 3 - 24 r t - 0 3 a p r i l -25 apr il

V.l.n.r. : - Vierpersoons koepeltent in Plitvice Nationaal Park in Kroatië - Zicht op de Groenlandse ijskap - Driepersoonstentjes doen hun dienst als comfortkluis voor telkens twee personen hier in Groenland

17


Welke vorm: tunnel, koepel of (semi-)geodeet. Een andere belangrijke vraag die je je kunt stellen, is welke vorm je wilt dat je tent heeft. Een tunneltent geeft over het algemeen meer leefruimte voor eenzelfde gewicht in verhouding tot bijvoorbeeld een koepeltent. Meestal hangt de binnentent reeds vast aan de buitentent, waardoor je je tent in één keer kunt opzetten, handig voor als het regent. Het nadeel van een tunneltent is dat je altijd minstens vier piketten (de vier hoeken van je tent) moet kunnen verankeren. In gebieden met een zeer rotsachtige bodem is dit niet altijd mogelijk. Een tunneltent is theoretisch gezien zeer stormvast, behalve voor zijdelingse wind. Hou hier dus rekening mee en probeer de tent in de heersende windrichting te zetten. Maak zeker ook gebruik van alle stormkoordjes en breng de tent goed op spanning. Als je merkt dat er veel sneeuw valt, duw of stamp de sneeuw dan regelmatig van je tentdak zodat die niet gaat inzakken. Als het echt te extreem wordt, zul je 's nachts misschien naar buiten moeten om je tent weer vrij te scheppen. De meeste tunneltenten hebben een relatief grote voortent. Ideaal voor mensen met veel bagage of voor mensen die waarschijnlijk veel in hun tent zullen moeten koken wegens slechte weersomstandigheden. Een koepeltent is in principe een zelfdragende constructie. Vaak worden de tentsokken in de binnentent gestoken, waarna je er dan je buitenzeil overgooit. Dit kan raar klinken omdat je binnentent dan nat kan worden als je dit doet in de regen, maar dit is geen drama, en deze constructie is vaak steviger in geval van zware stormwind. Daarmee dat je dit ook terugvindt in de meeste expeditie tenten: binnentent eerst en daarna het buitenzeil erover. Je moet dan wel opletten dat je zeil niet kan gaan waaien tijdens het opzetten natuurlijk. Er bestaan ook koepeltenten waarbij de binnentent standaard vasthangt aan je buitentent, maar deze behoren meestal tot de duurdere categorie. Het voordeel van zo'n zelfdragende constructie (de naam zegt het zelf) is dat de (binnen)tent al uit zichzelf blijft rechtstaan eens je de stokken erin hebt gestoken. Zonder piketten als verankering zal deze uiteraard geen stormwind doorstaan, maar bij goed weer kun je op zijn minst al gaan slapen als je enkel een stenige ondergrond vindt. Idem voor als je tijdens je fietstocht ergens je tent op een koer of een plein wilt opzetten. Bovendien is het in warme klimaten vaak fijn om enkel in je binnentent te slapen. Wil je bijvoorbeeld slapen in een schuur of een andere avontuurlijke overdekking, maar heb je schrik van insecten of ander ongedierte, dan is het vaak ook fijn dat je je in een afgesloten binnentent kunt terugtrekken.

Famiie(tunnel)ietent in gebruik in Slovenië

18

Daar waar een koepeltent in principe bestaat uit twee stokken die elkaar kruisen, eventueel aangevuld met één of twee extra stokken voor een voortent of om meer volume bovenin je tent te creëren, zal een geodetische tent uit vier (of vijf) stokken bestaan en een semigeodetische tent uit drie (of vier). Zo'n geodetische tent heeft dus meerdere stokken die elkaar allemaal op meerdere plaatsen kruisen. Dit zorgt voor een ongelooflijk stabiele constructie. Zowel voor de druk van sneeuw van bovenaf, als voor de druk van zijdelingse stormwind. Bovendien zorgt dit ervoor dat de ruimte tussen je binnen- en je buitentent opgedeeld wordt in kleine driehoeken, waardoor er meer warme lucht kan vastgehouden worden en je tent dus beter zal isoleren. Zo goed als elke expeditietent is opgebouwd volgens dit principe. Maar omdat niet iedereen op expeditie vertrekt en sommige mensen toch echt wel op zoek zijn naar een zeer stormvaste constructie, bestaan er ook semigeodetische tenten. De binnentent hiervan heeft drie stokken die elkaar telkens op twee plaatsen kruisen. Eventueel nog aangevuld met een extra vierde stok om een grotere voortent te creëren. Het grote voordeel van deze tenten is dus vooral hun stormvaste en zelfdragende constructie. Het is één van breedst inzetbare types tenten. En dan zijn er nog de tipi tentjes of éénstoksmodellen en de driehoekige tweestoksmodellen. Hierbij worden vaak wandelstokken gebruikt om de tent op te stellen. Hun grote voordeel is dus het lage gewicht (wegens het ontbreken van tentstokken). De tipi's zijn mits een goede verankering vaak zeer stormvast, de tweestoksvarianten meestal een pak minder. Bovendien bieden beide modellen, door de schuin aflopende wanden, vaak relatief weinig leefruimte binnenin de tent. Lightweight hikers dromen vaak van een tarp als lichtgewicht alternatief. Maar bedenk dan dat je veel meer last zult hebben van ongedierte (muggen!), dat je in een stevige storm met veel wind weldegelijk nat zult worden en dat je slaapzak in ons Europese klimaat 's ochtends vaak klammig zal zijn van de dauw. Er bestaan tegenwoordig zo'n lichtgewicht tentjes dat het gewichtsverschil met een tarp quasi wegvalt, terwijl een tent je toch veel meer bescherming biedt.

Rustiek kamperen met een koepeltent in de Belgische Ardennen


één, twee, drie, vier, tentje van, tentje van... Een andere belangrijke vraag ten slotte, is voor hoeveel personen de tent bedoeld is. Een solotentje is uiteraard gemaakt voor 1 persoon. Maar dit type tenten kent best wel nog wat variaties, waarbij je je vooral de vraag kunt stellen of je een voortent wilt of dat je je bagage ineens mee bij je in je binnentent wilt nemen. Voor mensen die alleen een trektocht willen maken, speelt gewicht en een compact pakvolume vaak een doorslaggevende rol. Plan je er eerder mee op een camping te gaan staan of ga je bijvoorbeeld met de fiets of auto op reis, dan is het vaak aangenamer om voor een ruimere één- of zelfs ineens een tweepersoonstent te gaan. Hetzelfde geldt uiteraard voor een koppel dat graag wat meer comfort heeft. Niets houd je tegen om ineens voor een driepersoonstent te gaan. Meer comfort en leefruimte, maar uiteraard ook een zwaarder gewicht, een hoger pakvolume en een duurdere prijs. Je kan je ook de vraag stellen of je een vierpersoonstent wilt kopen, of niet beter ineens voor de aanschaf van twee tweepersoonstenten kunt gaan. Hou er verder rekening mee dat de meeste merken er van uit gaan dat een gemiddeld éénpersoonsmatje zo'n 51 cm breed is. De bredere matjes zijn vaak 64 cm breed. Ben je dus op zoek naar een lichtgewicht tweepersoonstent, check dan zeker de afmetingen van je binnentent! Meestal kan één gewoon en één breder matje nog net, maar voor twee bredere matjes zul je vaak ineens naar een driepersoonstent moeten gaan. Heb je twijfels, aarzel dan niet om dit te testen in een winkel of op een tentenshow. Amerikaanse versus Europese stijl: 'is light really right?' De laatste jaren draait de outdoorwereld vooral om licht, lichter, lichtst. Zo zie je tegenwoordig steeds meer mensen met trailrunners wandelen. Maar ook bikepacken bijvoorbeeld, wint serieus aan populariteit. Licht is natuurlijk altijd fijn. Elke kilogram die je niet moet meesleuren, is mooi meegenomen, maar uiteraard bots je altijd op een bepaalde grens, een bepaalde beperking. In het geval van tenten is dit vaak een verminderde duurzaamheid.

Een semigeodeet is ideaal bijvoorbeeld in Namibië, omdat je enkel de binnentent kunt opzetten © Pixabay

Veel mensen beginnen hun zoektocht naar een nieuwe tent op het internet en komen daarbij nogal snel op Amerikaanse websites terecht. Buiten het feit dat veel van de daar aangeraden tenten nauwelijks of niet te verkrijgen zijn in Europa, valt hier een belangrijke kanttekening bij te maken. De Amerikaanse tentenmarkt heeft zich vooral gefocust op de gemiddelde PCT-wandelaar. Deze zeer populaire Pacific Crest Trail wordt gekenmerkt door een warm en eerder droog klimaat. Op vijf maanden stappen zul je gemiddeld gezien niet veel regen hebben. Deze tenten moeten dus vooral excelleren in ventilatie en niet zozeer in isolatie. Hun binnententen zullen vaak volledig uit licht en doorzichtig 'muskietengaas' bestaan. Superlicht, supercompact en heel aangenaam bij warm weer. Een gemiddeld Europees klimaat daarentegen wordt gekenmerkt door veel vochtigere lucht, zelfs als het niet per se regent. Dit betekent dat je van je binnentent vaak wat meer bescherming verwacht. Het materiaal mag iets dikker en windbestendiger zijn, zeker lager tegen de grond waar je slaapt. Wil je je ultralichtgewicht tentje dus ook gebruiken in Schotland, Scandinavië of de Belgische herfst en lente, dan zal je slaapzak en al het materiaal in je binnentent vaak zeer kil en vochtig aanvoelen, omdat er geen mogelijkheid is om deze kille vochtige lucht buiten te houden. Tel daar nog eens een koude wind bij die onder je buitenzeil waait en het plaatje is compleet. Een licht gewicht is dus handig, maar bedenk vooral in wat voor klimaat jij je tent meestal wilt gebruiken. Hou er ook rekening mee dat een lichtere tent meestal veel sneller verslijt dan een iets zwaardere tent, terwijl ze in verhouding zeker niet goedkoper en soms zelfs duurder is. Iets waar de gemiddelde Amerikaanse klant veel minder mee bezig is dan de iets ecologisch bewustere Europese klant. Als laatste geven we nog even mee dat er op de meeste tenten een maximum- en een minimumgewicht staat. Hier wordt door de leveranciers nog wel eens mee gegoocheld. Het maximumgewicht is all-inclusive. Het is de zak die je krijgt als je je tent aanschaft. Het minimumgewicht is hetzelfde pakket, maar dan zonder de zakjes waar je tent, je tentstokken en je piketten inzitten. Meestal wordt ook het gewicht van de stormkoordjes niet meegerekend en vaak zelfs niet eens de piketten, terwijl je deze laatste toch echt wel nodig hebt. Soms lees je ook nog iets over 'trail weight' of 'light and fast weight'. Deze extreme versie is vaak berekend op het gewicht van je buitenzeil, een footprint en je tentstokken. Hier draait het meer om een veredelde tarp dus. Vele leveranciers durven verschillende definities te hanteren. Het gemakkelijkste en het eerlijkste om tenten met elkaar te vergelijken is dus om naar het maximumgewicht te kijken.

Winterkamperen in een geodetische tent in de Spaanse Sierra Nevada

19


Tekst Bart Smets / foto's Jonas Vandermaesen en Jef Verstraeten

Dubbelinterview met 2 nieuwe berggidsen Vlak voor kerstmis ging KBF-medewerker Bart Smets online in gesprek met twee bergsporters met Vlaamse roots die recent hun diploma tot UIAGM ski- en berggids behaalden. Jef Verstraeten woont al sinds zijn 14 jaar in Oostenrijk en zal in mei mee de bijscholing van de sportkaders bergbeklimmen verzorgen én in juni de Get Ready for IAC-stage. Jonas Vandermaesen woont in Zwitserland en heeft zijn talenten mede via Mount Coach Academy kunnen aanscherpen.

Foto links : Jef in een onsight van Blue Macaco in Grotta dell’Edera, Finale Foto rechts: Jonas op de topgraat van de Matterhorn, Zermatt - foto Jelle Staleman 20


KBF: Waar is je liefde voor de bergen en het klimmen ontstaan?

KBF: Wat betekenen bergen en de bergsport voor jou?

Jef: Mijn eerste ervaringen met klimmen waren in Fontainebleau als heel jong kind. Daarna steeds met mijn ouders op vakantie naar de bergen voor bergwandelen, vervolgens huttentochten en skiën. Ze namen me mee naar klimzalen en de rotsen van Freyr. Ik kan me nog een autorit herinneren waarbij mijn papa zei: “Dit is de mastworp en de halve mastworp, je hebt nu 1,5u tijd om deze te leren… als je ze niet kunt bij aankomst in Freyr maken we rechtsomkeer!” Dat was de dag dat ik mijn eerste multipitch klom…

Jonas: De bergen zijn voor mij een plek waar we vrij zijn om er op uit te trekken, om avonturen te beleven en waar, mits de juiste kennis en uitrusting, de mogelijkheden eindeloos zijn. Ik vind er rust en ontspanning, maar ook de uitdaging en het onbekende zijn interessant. Ik ga met nederigheid de bergen in maar ben altijd nieuwsgierig om bij te leren en te gaan verkennen.

Jonas: Als kind ben ik vaak op vakantie gekomen in de bergen, iets wat mijn ouders én grootouders al graag deden. In de familie werd er vaak over verteld ook. Ik was al van kleins af iemand die graag buiten was en van de natuur hield. We trokken meermaals per jaar naar de Alpen, vooral Valais en meer bepaald het Val d’Hérens, om te gaan wandelen in de zomer en te skiën in de winter. En kijk: van generatie op generatie ben ik, met mijn verhuis naar Nendaz, ook in deze regio terechtgekomen. Jef: Juist voor mijn 13de ben ik met mijn papa naar Frankrijk gereisd, waar we o.a. op Mont Aiguille klommen. Daar heeft hij me de vraag gesteld wat ik er van zou vinden in Oostenrijk te wonen; minder dan een jaar later waren we verhuisd… Ik sloot me aan bij de lokale OeAV sektion Austria en ben ik me meer op klimmen gaan toeleggen. Jonas: Mijn ouders waren geen alpinisten, dus dat is pas later een passie geworden. Via een foldertje van de Belgische Alpen Club schreef ik me in 2003 in voor een stage alpinisme.

21

KBF: Wat heeft een bergsportfederatie zoals KBF of het OeAV (tegenwoordig Alpenverein Österreich) betekend voor jou als alpinist en allround bergsporter? Jonas:: Het is via KBF dat ik in contact kwam met het alpinisme, dus voor mij is het echt hét begin geweest. Voorheen las ik er al wel over, maar ik wist eigenlijk niet goed hoe eraan te beginnen. Bij BAC (n.v.d.r. sinds 2008 samen met VBSF het KBF gaan vormen), deed ik mijn eerste beginnersstage, daarna volgde dan een vervolmaking bij Jan Vanhees. Eerst kwam voor mij dus het alpinisme en nadien kwam daar pas het klimmen bij. Via de opleidingen tot zelfstandig bergsporter heb ik mijn dromen kunnen realiseren. Jef: Ik heb bij het OeAV heel wat mensen leren kennen om samen mee op stap te gaan. Ik leerde er toerskiën, volgde een ijsklimcursus en werd zelf ook Jugendleiter, waarna ik me engageerde om in Linz en andere plaatsen klimcursussen te geven. Je kan wel zeggen dat het me als bergsporter gevormd heeft én het was een basis voor een latere job als gids en als coach.

21


Foto insert: Jonas in een goulotte in Bassin d’Argentière, Chamonix - foto Sam Van Brempt Foto pag 22: Een skitour op de Bortelhorn, Simplon - foto Yannick De Bièvre Foto pag 23 links: Jef in Ú gsi or not to be (7c) op de Martinswand Foto 17 rechts: Skihochtouren in gebied van de Franz-Senn-Hütte, Stubaier Alpen - foto Jef Verstraeten 22


KBF: Beiden deden jullie een traject voor ambitieuze en beloftevolle jonge bergsporters, in Vlaanderen bekend als Mount Coach Academy. Opvallend zijn de uitzonderlijke prestaties die velen neerzetten in meerdere bergsportdisciplines. Hoe was het voor jou?

KBF: Ook als berggids heb je nooit alle risico’s in de hand. Je mag dan nog zo goed getraind en voorbereid zijn. Een lawine, steenslag of meesleurongeval treft jaarlijks ook meerdere berggidsen. Hoe ga je daarmee om?

Jonas: Mount Coach was voor mij de opstap naar veel dingen die ik nadien heb kunnen realiseren: geëngageerde beklimmingen én mijn opleiding tot berggids. Ik was gemotiveerd en best wel ambitieus, maar op een punt gekomen dat het moeilijk was om partners te vinden met diezelfde motivatie en visie. Op een alpiene treffen van KBF in Chamonix besloot ik samen met Tim de Dobbeleer me in te schrijven voor de ingangstesten. Spannend, maar MC bleek een heel positieve ervaring die toen ook mijn ogen geopend heeft. Ik heb er veel mensen leren kennen met een ongelofelijke motivatie en liefde voor de bergen… Dat werkte aanstekelijk!

Jonas: Een goede voorbereiding is cruciaal voor mij, zowel fysiek, mentaal als tactisch. Ik informeer me en probeer me de tocht of beklimming zo realistisch mogelijk voor te stellen, ik bepaal punten waar beslissingen moeten genomen worden, voorzie varianten… Een bepaald risico kan je echter niet uitsluiten, maar je kan het wel binnen acceptabele grenzen krijgen; door je goed te informeren en zeker ook ‘nee’ te durven zeggen. Volg je buikgevoel!

Jef: Op basis van mijn palmares werd ik toegelaten tot het project Junge Alpinisten Team voor 20 tot 26-jarigen. We waren met een zeer grote groep van 16, wat de onderlinge samenhang moeilijker maakte. Amper een jaar na de opstart zijn bij een groot lawineongeval in de Franse Dauphiné drie van mijn beste maten verongelukt en een vierde lag vijf dagen in coma. Hij heeft meer dan een jaar niet meer kunnen klimmen. De fase na het ongeval was voor iedereen zwaar en voor de groepsdynamiek was het zeker niet goed. Voor mij was dat het moment dat ik besloot meer afstand te nemen van het project. Het niveau was redelijk basic en het sociale aspect viel voor mij toen weg… Nog los van alle spanningen, verdriet en verantwoordelijkheidsdiscussies die eruit voort kwamen. Een moeilijke tijd. Het project Junge Alpinisten heeft uit de gemaakte fouten geleerd; ik heb al een heel pak gemotiveerde youngsters een deelname aangeraden. Jonas: Het is altijd pijnlijk om met het verlies van andere bergsporters geconfronteerd te worden. Ik ken helaas ook verschillende mensen die verongelukten, mensen die eenzelfde passie delen en slachtoffer worden van de risico’s ervan. Als je hen beter kent, is de klap nog groter.

Jef: Belangrijk is de druk weg te nemen die we onszelf opleggen om te presteren of je diensten te leveren waar de klant zo veel voor betaald heeft. Het ‘product’ dat we als gids bieden is een activiteit in een zo veilig mogelijk kader laten doorgaan; dat kan ook betekenen om af te zien van een bepaalde beklimming. Ik wil voor mezelf helder hebben waarom iets wel of niet te doen. In het nemen van risico’s met cliënten (bv slecht weer) ben ik eerder terughoudend. Doorkruisingen op ski’s of in alpinisme, daar ben ik als berggids geen te grote fan van; vooral als je met groepen op stap bent is het aanpassen van programma’s heel moeilijk . Voor het grote lawineongeval, waar meerdere van mijn vrienden om het leven kwamen, ben ik ook reeds, door mijn eigen inschattingsfout, in een lawine terecht gekomen. Gelukkig enkel met wat kneuzingen tot gevolg, maar het maakt wel dat ik me de laatste jaren voorzichtiger heb opgesteld. Jonas: Ik heb nog maar weinig zo’n vooropgesteld meerdaags programma drastisch moeten aanpassen. Maar het is zeker zo dat de druk hoog is om zo’n programma zonder wijzigingen uit te voeren omwille van praktische regelingen, hoge kosten van veranderingen én de verwachtingsdruk. Bart: Het is iets waar we als sportkaders onze cursisten ook voor waarschuwen. Als laaglanders maken we vaak grootse plannen en verblijven we graag in meerdere hutten. Er ontstaat een dromerig beeld vol verwachtingen. Terwijl je toch vooral de juiste weersomstandigheden en routecondities nodig hebt. Voor locals is dat anders… Jonas: Ja, als je hier woont, dan kan je gerust wachten op de betere condities. Jef: Als gids was dat iets nieuws; ook bij slecht weer naar buiten gaan. Dat doe je niet als in de Alpen wonende bergsporter.

23


KBF: Om berggids te worden moet je allround een sterke bergsporter zijn. Enkel een goede rotsklimmer, watervalijsklimmer of fervent skiër zijn, volstaat niet. Hoe heb je de opleiding tot berggids ervaren? Jonas: Zo’n opleiding is stresserend, maar dat is oké. In Zwitserland verloopt de opleiding in modules die in een vooropgestelde volgorde moeten afgelegd worden, te beginnen bij skiën. Als je slaagt voor een module mag je naar de volgende, indien je niet slaagt, moet je een jaar wachten om je opnieuw voor dezelfde module te presenteren. Drie keer falen op dezelfde module betekent uitsluiting van de opleiding. De experts willen zien wat je technisch kan, maar ook hoe je reageert in stress-situaties, bij vermoeidheid, hoe je dan beslissingen neemt enz. De opleiding is fysiek en mentaal veeleisend. Er wordt continu naar alle deelnemers gekeken en er zijn weinig momenten van rust. Als je voor een module slaagt is dat telkens toch een opluchting. Daarnaast is het een vrij dure opleiding; een module moeten herhalen is dus kostelijk. Maar eens in de praktijk ben je blij dat de opleiding zo verloopt, want het geeft je wel tools om de juiste beslissingen te nemen eens je met klanten onderweg bent in een vaak risicovolle omgeving. Jef: Ik ben in 2017 gestart met de Oostenrijkse gidsopleiding en door Corona heb ik die pas gisteren (21/12/2020) officieel afgerond en ben ik gediplomeerd. Het is gestructureerd in opleidingsblokken van ongeveer een week, waarbij telkens een andere discipline aan bod komt. Je start met sportklimmen en daarna alpiene rotsklimmen. Tegen de winter aan lawinekunde en toerskiën, zo verdiep je je telkens in nieuwe thema’s met ook heel wat huiswerk. Na de eerste cursus Hochtouren word je dan Anwärter (in Zwitserland ‘Aspirant’) en mag je beginnen gidsen. Daarna volgen nog een 6-tal delen om dan na een 2e Hochtouren-stage je opleiding af te ronden, normaal in Chamonix maar coronagewijs was het nu anders georganiseerd.

Ik heb die opleiding ervaren als sterk op hard skills maar zwakker op soft skills… Bijvoorbeeld hoe je omgaat met iemand die angst heeft, komt amper aan bod. Dat was opvallend want binnen het Alpenverein zijn er meer pedagogen actief en worden opleidingen net opgesteld om iedereen zo veel mogelijk ‘mee’ te krijgen. En in het gidsen lijkt dat bijna omgekeerd, verantwoordelijkheid over het leren zelf wordt bij de deelnemer gelegd en de gids controleert enkel. Mijn perspectief ligt daar anders in. Ik heb moeite met die andere aanpak en het soms zelfs schreeuwen tegen een cursist. Jonas: Ook in Zwitserland is dat gelijkaardig, de opleiding lijkt meer op een langgerekt examen waarbij je continue moet aantonen dat je er klaar voor bent op technisch en fysiek vlak, met minder aandacht voor ondersteuning van de klant. Enkel in een korte -meer theoretische- module over communicatie en bespreking van een aantal cases zet men wat meer in op die soft skills. KBF: Er zijn er wel meer die dromen van berggids worden, welke ingesteldheid is er voor nodig? Jonas: Het begint bij het willen delen van je passie voor de bergen. Daarbij komt dan doorzettingsvermogen, een goede portie motivatie en open staan om een specifieke manier van werken aan te nemen. Technieken worden verondersteld juist uitgevoerd te worden, beklimmingen of tochten net zo omkaderd als de manier dat het aangeleerd wordt. Jef: Je motivatie om gids te worden moet enorm hoog zijn, doorzettingsvermogen is een must. Er wordt te veel geredeneerd dat je vooral die zware ingangsproeven te doorlopen hebt… maar het is veel meer dan dat. Ik wist al van mijn 16 jaar dat ik berggids zou worden… en ik heb er 10 jaar over gedaan om het waar te maken, ook al woon ik in Oostenrijk. Jonas: Toen ik besliste om aan de opleiding deel te nemen, was ik allicht nog een beetje naïef te denken dat ik er als alpinist geheel klaar voor was… terwijl het toch nog een lang en vermoeiend leerproces was. Vooral aan mijn skiniveau moest gewerkt worden. Mijn intentie was hier niet langer dan een jaar te blijven, maar toen vond ik werk en leerde ik mijn vriendin kennen. Dus nooit meer teruggekeerd.

Jef Verstraeten · Geboren in 1994 en tot zijn 14 jaar in Kessel-Lo gewoond · Nog voor hij kon lopen klauterde hij al op de blokken van Fontainebleau · Studeerde sport-, cultuur- en eventmanagement in Kufstein · Woont met zijn vriendin in het Oostenrijkse Obernberg am Brenner, Tirol. · Opende zelf een sportklimmassief · Eet als veganist liefst een Gröstl in de berghutten · UIAGM Ski- en Berggids sinds december 2020 - opende zelf een sportklimmassief op de Pfriemeswand (Nockspitze)’ · www.berggids.be

Foto: Jef tijdens de first ascent, 100hm WI4+/5 op zijn huisberg Obernberger Tribulaun

24


KBF: Is er zo’n memorabele beklimming waar je iets over kan vertellen?

KBF: Wat is je grootste droom die je als bergsporter nog wil realiseren?

Jonas: Grote beklimmingen tot een goed einde brengen, zorgt altijd wel voor mooie herinneringen. Zeker als er wat onzekerheid bestaat over de condities en je als cordée alleen onderweg bent in de route. Tegenwoordig is er zó veel op het internet te vinden en wanneer routes in conditie komen, staan cordées vaak letterlijk aan te schuiven. Ik ga liever op zoek naar een minder gekende beklimming… en waar dus vaak ook minder informatie over te vinden is. Zelf de condities proberen te begrijpen, topo’s lezen,… en dan op een moment beslissen om ervoor te gaan, geeft me meer voldoening. Zo keek ik al jaren naar de 1000m hoge noordwand (TD) van de Dent Blanche (4357m), een woestenij van ijs én mixed klimmen. Enkel een vage topo beschikbaar, geen informatie over actuele condities. In de herfst van 2018 leek de sneeuw genoeg ‘te plakken’ en midden oktober zijn we dan vertrokken na een nacht samen- alleen in het bivak op de col met die immense wand boven ons… Het was pittig, maar doenbaar, spannend én leerrijk. De voldoening is dan des te groter.

Jonas: Ik zou graag nog de laatste van de drie grote noordwanden beklimmen: de Eiger langs de Heckmaier-route. En 8a klimmen op rots! Nadeel aan pittig rotsklimmen is dat je er stevig voor moet trainen… én blijven trainen. Er is zeker geen haast bij en op dit moment geniet ik van de rust na de gidsenopleiding, wat touren of klimmen met vrienden en familie.

Jef: Ik heb enkele jaren geleden de Peuterey Intégrale (TD+) gedaan en dat was eigenlijk nog maar mijn vijfde échte tocht in vergletsjerd terrein. Deze tour staat bekend als de langste beklimming van de Alpen, een tocht van normaal gezien 3 tot 5 dagen die we in twee dagen van elk 20 uur deden. Een jaar later deden we de overschrijding van Stockhorn-Bietschorn (TD). Dit deed me nadenken of het dat allemaal wel waard is, zo’n grote risico’s accepteren om toch maar die grote routes beklommen te hebben. Na ook nog aansluitend de beklimming van de Arète du Diable (D+) had ik er geen zin meer in. Maar na twee weken rust dan toch terug naar de West-Alpen voor o.a. de Freneypijler (TD+, 7a+ à vue). De laatste jaren ben ik voor mijn eigen avonturen meer in de Oost-Alpen gebleven. Ik wil meer voor mijzelf klimmen, en daarvoor zijn geen bekende routes of toppen nodig, liever de talloze ‘secret spots’ vlakbij mijn voordeur.

Jonas: Streef je dromen na!

Jef: Momenteel heb ik geen specifieke beklimming op het oog. Het fonkelen in de ogen van mijn gasten te zien is iets wat me heel veel geeft. Verder nog, dag in dag uit de bergen kunnen beleven, is voor mij het mooiste dat er is. Als ik dan zelf nog enkele mooie dagen kan poedersneeuw skiën, een paar mooie tochten maken en een reisje naar de Lofoten en jaarlijks een nieuwe multipitch kan openen, dan ben ik meer dan tevreden. KBF: Heb je nog één boodschap die je aan de lezer van Monte wil meegeven?

Jef: Belevenissen zijn 1000x meer waard dan al het materialistische dat met geld te kopen valt!

Op de gratis webinar in de reeks ‘Avontuur van in uw kot’ beantwoorden berggidsen Jef, Jonas én Bart Overlaet je vragen! (woensdag 21 april)

Andere UIAGM ski- en berggidsen met Vlaamse roots zijn: Bart Overlaet (www.terra-alta.be), Helmuth Van Pottelbergh (www.tsa-climbing.com), Stijn Vandendriessche (www.en-montagne.ch), Lars Van Halewijck (www.mountainpenguins.com), Jan Vanhees (www.namaste-mountainguides.com)

Jonas Vandermaesen · Geboren in 1985, opgegroeid in Hasselt. · Verruilde op zijn 19de het handbal voor de bergsport · Afgestudeerd als burgerlijk ingenieur-architect aan de KULeuven in 2008 · Woont sinds 2011 in het Zwitserse Nendaz, Valais met vriendin en zijn twee jonge zoontjes. · Fan van de enige echte Walliser Rösti · Skileraar en sinds september 2020 UIAGM berggids · www.jonasguide.ch

25


Tekst en foto's Bart Vaganee

Life in: Iceland Al vele jaren had ik de droom om professioneel gids te worden. Het is echter niet zo eenvoudig om als gids aan de slag te gaan in de Alpen. Het beroep van berggids is sterk gereguleerd, dus ging ik op zoek naar alternatieven om toch al te kunnen werken ter voorbereiding van het behalen van een internationaal erkend professioneel diploma. Via Dieter Van Holder (International Mountain Leader) hoorde ik van de mogelijkheid om gletsjergids te worden in IJsland. Na het afwerken van mijn studies tot leerkracht, heb ik dan ook de sprong gewaagd.

B

ij sollicitaties voor verschillende gidsbedrijven, bleek al snel, dat het nuttig is om ook lokaal een opleiding tot gletsjergids te volgen. In mei 2019 vertrok ik voor de eerste keer naar het ‘land van ijs en vuur’ om een zgn. Jökla 1 opleiding te doorlopen bij de ‘Associatie van de IJslandse Berggidsen’ (AIMG). Met dit diploma op zak kreeg ik vlot een job aangeboden bij de grootste touroperator voor avontuurlijke reizen in IJsland. Sólheimajökull als mijn nieuwe heimat Vanaf juni 2019 startte mijn ‘life in Iceland’. Het verhuizen en me daar vestigen gaat eenvoudig. Gewoon je registreren op het politiebureau en een bankrekening openen. De huisvesting in een eigen kamer werd voorzien door de werkgever. Aanvankelijk was Hvolsvöllur mijn uitvalsbasis om te gidsen op Sólheimajökull, een gletsjer langs de zuidkust van IJsland die naar beneden vloeit vanaf de Mýrdalsjökull ijskap. Moeilijk uitspreekbare benamingen en al even lastig om te onthouden… het kostte mij ook enige tijd. Het is ook in Vlaanderen een populaire quizvraag geworden: Hoe heet de vulkaan die in 2010 het luchtverkeer over Europa stillegde? Ja, Eyjafjallajökull, die ik dagelijks passeerde op weg naar het werk. De eerste werkweken volgden nog meer opleiding, nu binnen het bedrijf. Doordat ik eerdere ervaring had opgedaan als ‘UIAA Instructor Alpine Climbing’ voor KBF, ging die basisopleiding me vlot af, en kon ik al direct de opleidingsmodule voor begeleiding van ijsklimactiviteiten aanvatten. De basisopleiding is gericht op het veilig gidsen in eenvoudig nietbesneeuwd gletsjerterrein. Dit omvat alles van klantencontact, veiligheids- en materiaalbriefings tot routeselectie en reddingstechnieken. De vervolgopleiding tot ijsklimgids voegt daar extra touwen reddingstechnieken aan toe, gecombineerd met gidstechnieken in moeilijker terrein.

Een klant is maar zelden KBF-lid… Toen ik dan écht begon aan de job, waren er twee zaken die me opvielen: het internationale karakter én de diversiteit in klanten.

foto © Oliver Morrison-Chapman

26

Gidsen in IJsland is werken in een bijzonder internationale omgeving; mijn baas was een Italiaan en mijn collega’s kwamen van Spanje, Kroatië, het Verenigd Koninkrijk, Polen, België, Frankrijk,… Maar dus geen IJslanders in ons team! De locals mikken op de beter betaalde jobs, zoals het management of buschauffeur. Naar Europese normen krijg je als gletsjergids een goede verloning, in dit land val je echter binnen de laagste categorie van lonen. Overigens zijn de meeste IJslanders gewoon niet zo geïnteresseerd in actieve bergsport. Zij rijden liever met hun superjeeps of sneeuwscooters de hooglanden in.


De gemiddelde klant die we op ‘onze’ gletsjer gidsten is totaal verschillend van een KBF-lid. Het zijn namelijk vooral toeristen die je anders op bijvoorbeeld de Eifeltoren kan treffen. Veel Chinezen en Amerikanen, naast een mengeling van Europese nationaliteiten. Van acht tot negetig jaar, met een stapvaardigheidsniveau van idealiter een regelmatig bergwandelaar tot mensen die vermoedelijk nog nooit tot het einde van hun straat gewandeld hebben. Bovendien verstaat een deel van het cliënteel geen Engels, heb je dus geen gedeelde taal, … Het gevolg is dat het gidsen niet zozeer om de fysieke inspanning gaat, maar eerder een uitdaging is om iedereen een veilige en interessante tocht te bieden, ondanks de soms grote verschillen in verwachtingen. Dit maakt het echter bijzonder interessant! Het land van steeds minder ijs… Ondanks dat we maandenlang op diezelfde gletsjertong gidsen is er veel variatie in het werk. Elke groep is totaal verschillend, de gletsjer zelf dynamisch… soms verschillen van dag tot dag! Vaak ook snelle weersveranderingen, wat een indrukwekkend verschil geeft voor de beleving op de gletsjer. Het meest dramatische verschil wordt echter veroorzaakt door de klimaatverandering. We kennen de berichtgeving over het krimpen van de gletsjers in de Alpen. Toch was het voor mij schrikken om zelfs dagelijkse verschillen te zien op de gletsjer. Sólheimajökull is nu al niet meer dezelfde gletsjer als diegene waarop ik ben beginnen gidsen, amper 1,5 jaar geleden. Gemiddeld trekt de gletsjer zich terug met een snelheid van 40 m per jaar, in 2018 zelfs met 110 m! Dit geef ik mee aan alle klanten die ik gids, die bewustwording is nodig én een sensibiliserende rol die wij willen opnemen.

Helaas heeft corona ook in IJsland een sterke impact gehad op het toerisme. Ondanks dat het aantal besmettingen redelijk laag is gebleven en de maatregelen in het land eerder beperkt, is het toerisme volledig stilgevallen. Dat betekent een enorme klap voor de IJslandse economie, want toerisme is een van dé grootste inkomensbronnen. Plotsklaps zijn dus ook bijna alle gletsjergidsen ontslagen of in een werkloosheidsstelsel beland. Nu is er wel terug hoop voor de toekomst! Zo worden in het voorjaar alle IJslanders gevaccineerd.

Hotspot voor bergsporters Als fervente bergsporter ben ik niet voldaan van louter mijn werkdagen op de gletsjer. Veel van mijn vrije tijd gaat dus naar de verkenning van het eiland. IJsland is een fantastische bestemming voor verschillende buitensporten. In de zomer geliefd voor mooie dagtochten en meerdaagse trekkings door vaak kleurrijke bergen met uitzichten over prachtige gletsjers. De klassieker is de ‘Laugavegur’ trekking, maar met een beetje opzoekwerk kan je verschillende tochten opstellen die minstens even mooi zijn, maar véél minder druk. Als je graag de hoogste toppen opzoekt, dan is Vatnajökull the place to be. Toppen zoals Hvannadalshnúkur (2109m) en Hrútsfjallstindar behoren tot de hoogste toppen van IJsland en zijn relatief eenvoudige beklimmingen voor alpinisten met enige ervaring. Vanop de top heb je een prachtig uitzicht over Europa’s grootste ijskap, de Vatnajökull. Doe je graag meer technische beklimmingen en ijswatervalklimmen dan kan je terecht op website isalp.is voor inspiratie. Toerskiën kan je doen in Tröllaskagi of de Westfjorden. Als je echter de juiste condities afwacht kan je ook Eyjafjallajökull afskiën. Misschien niet de meest interessante toerskitocht, maar wel leuk om eens gedaan te hebben. Hoewel IJsland een bijzonder rotsachtig eiland is, zijn de meeste rotsen van vulkanische oorsprong en meestal is de kwaliteit bijzonder slecht. Bovendien is er heel vaak neerslag en veel wind. Dus niet direct ideaal als bestemming voor sportklimmers. Dat gezegd, er zijn wel enkele boulders en klimmassieven van solide basalt. Deze kan je terugvinden op website klifur.is

Wel nog een waarschuwing: IJsland is Zwitserland niet! De wegen zijn niet altijd berijdbaar of slechts met de ruigste jeeps. Als bergsporter kom je op padloos terrein in soms zeer afgelegen gebieden, waar het moeilijk navigeren is. De weersomstandigheden kunnen omslaan in minder dan een ogenblik en stormen zijn vaak zeer heftig. Reddingsoperaties zijn vaak complex en vergen veel tijd. Bekijk dus altijd het weerbericht op vedur.is, informeer je op safetravel.is en vraag informatie aan de rangers. Niet voldoende eigen ervaring? Ga dan zeker met een lokale gids op tocht!

27


Tekst Arne Monstrey / foto's © internet

Eilanden in de Middel

28

KRETA - de E4 'heel Kreta over langs het Europese Wandelpad nummer vier'

MALLORCA - GR221: Tramuntana 'Ruta de la pedra en sec' of 'De route van de droge stenen muren'

Iedereen kent wel de GR's, de Grote Routepaden, die zich meestal beperken tot een streek. Daar zijn er in Europa honderden, zo niet duizenden van. Maar wist je dat er ook E-routes bestaan? Het zijn Europese wandelroutes die zich uitstrekken over het gehele continent en vele verschillende landen aandoen. Momenteel zijn er zo’n twaalf. De E4 waarvan hier sprake loopt van Gibraltar in Spanje tot in Cyprus en kruist onderweg onder meer de Sierra Nevada, de Pyreneeën, de hele alpenboog en een heel groot stuk Oost-Europa alvorens zuidwaarts af te buigen en via het Griekse vasteland in Kreta terecht te komen. Hier legt hij zo'n 500 kilometer af van Kissamo Kastelli in het westen naar Kato Zakros in het oosten. Als je het hele traject wilt wandelen, moet je wel zelfvoorzienend zijn. Ook al is het mits wat planning mogelijk om grote delen van dorp naar dorp te stappen, dit is niet voor de hele route het geval. Wildkamperen is 'officieel' verboden, maar zolang je niet op privégrond gaat staan zou dit in de praktijk geen problemen mogen opleveren. Hou er wel rekening mee dat het op Kreta hoog in de bergen verdacht koud kan worden en er in het voorjaar zelfs nog sneeuw kan vallen! Vele wandelaars hebben zich hier al door laten verrassen. Ben je dus op zoek naar rust in de bergen op een wild eiland in de Middellandse Zee, dan is dit vast iets voor jou.

Wat de Duitsers al lang weten, is voor vele Belgen nog niet bekend. Namelijk dat Mallorca niet alleen een eiland voor zonnekloppers is, maar dat er ook heerlijk gewandeld kan worden. Waar het zuiden van het eiland grotendeels vlak is, rijzen er in het noorden zeer abrupt bergen van meer dan 1.000 meter op uit de zee. Het is de bedoeling dat dit langeafstandswandelpad uiteindelijk helemaal vanaf Port d'Andratx in het zuidwesten tot aan Pollença in het noordoosten loopt, maar er zijn nog enkele disputen met lokale landeigenaars die uitgeklaard moeten worden. De totale afstand zou 150 kilometer bedragen en verdeeld zijn over 8 dagetappes. Het merendeel van dit traject is momenteel reeds gemarkeerd met de klassieke witrode GR-streepjes en bewegwijzerd met houten paaltjes. De route begint en eindigt op zeeniveau en brengt je doorheen de hele Tramuntanabergketen tot hoogtes van meer dan 1.200 meter, steeds met een zeer indrukwekkend zicht op de wilde Middellandse Zee links van je, en het prachtige binnenland rechts van je. Het mag dan misschien niet 'de grote wildernis' zijn, maar het is vast wilder, woester en vooral mooier dan je van dit feesteiland verwacht had. Momenteel zijn reeds vijf van de acht geplande berghutten open, maar je passeert onderweg genoeg dorpjes om elke dag een alternatieve overnachtingsplaats te kunnen vinden. Ook aan winkels en restaurantjes is er geen gebrek, zodat je elke dag met een relatief lichte rugzak op stap kunt. De route vanaf Valldemossa tot Pollença is klaar en is goed voor vijf volwaardige stapdagen.

• totale afstand: zo'n 500 km • aantal dagetappes: 23 • beste seizoen: voorjaar (half april tot half juni) • overnachtingsmogelijkheden: zeer afwisselend (hotel, B&B, camping...) maar ook vaak zelfstandig bivakkeren • restauratiemogelijkheden: redelijk veel, niet echt dagelijks, maar meestal toch om de twee dagen

• totale afstand: zo'n 150 km • aantal dagetappes: 8 (waarvan de laatste vijf reeds bewegwijzerd en gemarkeerd zijn) • beste seizoen: voorjaar en najaar (van half juni tot half september is het er vaak te warm) • overnachtingsmogelijkheden: dagelijks meerdere opties (berghut, hotel, B&B...) • restauratiemogelijkheden: dagelijks meerdere opties (restaurants, winkels...)


llandse zee CORSICA - GR20: A travers la montagne Corse - Fra li Monti ' Dwars door de pracht van Corsica over wat bekend staat als de moeilijkste GR van Europa'

SARDINIË - Il Selvaggio Blu 'een extreme zevendaagse trektocht langs de woeste oostkust van Sardinië'

De GR20 heeft een bijna mythische betekenis voor vele wandelaars. En dat zul je in de zomer dan ook geweten hebben: rustig is het er dan nooit. De volledige route slingert zich gedurende zo'n 15 stapdagen over iets meer dan 180 kilometer tussen Calenzana in het noorden en Conca in het zuiden. Ook al stappen de meeste mensen deze route van noord naar zuid en staat die in de meeste reisgidsen ook zo beschreven, ze is wel in twee richtingen gemarkeerd. En eigenlijk is het veel logischer om in het zuiden te beginnen. De zwaarste dagetappes liggen immers in het noorden en op die manier heb je reeds wat conditie opgebouwd en eindig je met de climax. Veel mensen doen ook enkel het noordelijke, meest spectaculaire deel, van Calenzana tot Vizzavona, het eerste dorp en bevoorradingspunt dat je pas passeert na 9 dagen stappen. In het zuidelijke deel kom je er meer tegen. Overnachten en eten kan telkens in een berghut. Vaak zijn deze enkel in juli en augustus open en direct volgeboekt. Je mag naast deze hutten op een legale manier je eigen tentje opzetten, maar dan weegt je rugzak direct een pak zwaarder natuurlijk. Wildkamperen in het Nationaal Park is ten strengste verboden (vooral omwille van brandgevaar) en wordt zeer streng gecontroleerd. De GR20 mag dan misschien populair zijn, deze tocht over de Berg in de Zee, zoals Corsica genoemd wordt, zal je met zijn wilde karakter en woeste uiterlijk voor altijd bijblijven.

De Selvaggio Blu, het Wilde Blauw. Wat een passende benaming bij deze extreme tocht. Want wild, dat is hij zeker. Voor een afstand van 42 kilometer worden zeven dagen uitgetrokken! En blauw is hij ook, de prachtige Middellandse Zee is immers nooit veraf. Deze tocht is uniek (en zwaar!) omwille van verschillende redenen. Ten eerste is het niet zomaar een trektocht, er moet immers ook geklommen en gerappeld worden. Het eigenlijke klimniveau overschrijdt nooit de vierde graad, maar je hebt natuurlijk wel kennis van zaken en het juiste materiaal nodig. Overnachtingsmogelijkheden zijn er niet. Er dient op het einde van elke dag gebivakkeerd te worden. Aan jou de keuze of je hiervoor een tent, tarp of bivakzak meeneemt. Het regent hier bijna nooit... Wat ons ineens bij de grootste hinderpaal van dit traject brengt: er is zo goed als nergens water te vinden! Je moet berusten op regenwater dat onderweg in kleine rotspoeltjes is blijven staan, of water dat is opgevangen door lokale herders. Soms zijn dit grote regentonnen, soms een klein gemetst bassin ingekapseld in een grot, of grote afgesneden plastic flessen die water opvangen dat vanaf stalagtieten naar beneden drupt. We zeiden al dat deze tocht 'extreem' is. En om het net nog iets extremer te maken, is deze trektocht nauwelijks gemarkeerd en is er heel vaak van een wandelpad zelfs geen sprake. Ondertussen is er een deftige kaart, een engelstalige gids en bestaan er gpx-files voor in je GPS, maar gemakkelijk wordt het nooit. De GR20 mag dan misschien bekend staan als de moeilijkste GR van Europa, maar mocht de Selvaggio Blu ook een GR zijn en geen privé-initiatief, zou hij moeiteloos met de eerste prijs gaan lopen.

• totale afstand: ongeveer 180 km • aantal dagetappes: 15 (negen voor wie enkel het noordelijke traject wil stappen) • beste seizoen: einde juni en begin september (in juli en augustus is het er vaak te heet en te druk) • overnachtingsmogelijkheden: dagelijks berghutten • restauratiemogelijkheden: dagelijks berghutten, pas na 9 dagen kom je een dorp met een winkel tegen

• totale afstand: slechts 42 km • aantal dagetappes: 7 (!) • beste seizoen: voorjaar en najaar (in de zomer is het er te warm en te droog) • overnachtingsmogelijkheden: enkel zelfstandige bivak mogelijk • restauratiemogelijkheden: geen (na drie dagen stappen is er wel een exit mogelijk in Cala Goloritze en in de zomer is er overdag misschien een strandbar geopend in Cala Sisine, op het einde van dag 6)

29


Eilanden wereldwijd

30

SAO TOME en de Pico Cao Grande 'een onwaarschijnlijke eilandengroep voor de westkust van Afrika'

DE AZOREN - beklimming van de PICO 'een hoogtepunt tussen Europa en Amerika'

Niet alleen de Fransen waren bedreven in het wereldwijd koloniseren van eilanden. Zo zijn de Canarische Eilanden nog steeds Spaans en Madeira nog steeds Portugees, net zoals die andere belangrijke eilandengroep in de Atlantische Oceaan: de Azoren. Vele andere zijn in de loop der tijd onafhankelijk geworden. Zo zijn er nog de Kaapverdische Eilanden én de dubbelarchipel van Sao Tomé en Principe, waarbij vooral het eerste eiland met de hoofdprijs gaat lopen. De grote trekpleister hier is de Pico Cao Grande (de Grote Honden Piek), een onwaarschijnlijke rots die het hele eiland domineert en die op deze wereld haar gelijke niet heeft. Ze is 663 meter hoog, waarbij de eigenlijke wanden zo'n 300 meter oprijzen. Ze is al beklommen, maar je moet een serieuze avonturier zijn om er zin in te hebben: je kampt er met brokkelige rots, insecten, spinnen, ander ongedierte dat in elk gat in de rots kan zitten, een tegenwerkende vegetatie en een zeer vochtig klimaat. Deze rots trekt wolken aan en is vaak in mist gehuld. Dan kun je misschien beter gaan wandelen. Van een meerdaagse trektocht is hier niet echt sprake, maar op het eiland zijn meerdere dagtochten uitgewerkt, gaande van 4 tot 20 km. De langste wandeluitdaging is een tweedaagse langs de wilde westkust.

De Azoren zijn sowieso al een wandelparadijs. Met een keuze tussen kustwandelingen, tochten door oerbossen en wandelingen door en over de bergen is hier voor elk wat wils. Elk van deze 9 eilanden heeft een eigen karakter en biedt verschillende landschappen en dus tochten aan. Santa Maria is waarschijnlijk het minst spectaculair voor de wandelaars, maar heeft de meeste stranden. Sao Miguel is het grootst en biedt daarmee de grootste verscheidenheid, maar is waarschijnlijk ook het drukst. Faial heeft in het midden een heuse Caldeira liggen waar een spectaculaire tocht langs loopt. Flores en Sao Jorge gaan beide met de hoofdprijs lopen als het aankomt op 'mooiste eilanden' en 'mooiste wandelroutes'. Terceira en Graciosa zijn beide een bezoek waard, maar zijn iets minder wild en wat dichter bebouwd. Corvo is zeer spectaculair, maar zo klein dat het meestal als daguitstap vanuit Flores wordt bezocht. En dan is er nog het eiland Pico, met de gelijknamige top. Met zijn 2.351 meter is het een van de hoogste toppen in de Atlantische Oceaan. Een beklimming vanaf zeeniveau is mogelijk, maar dan doe je er best twee dagen over. De meesten mensen beginnen aan de 'Casa de Montanha' op 1.221 meter hoogte. Er staat je dan nog steeds een klim van meer dan duizend hoogtemeters te wachten. Ook al gaat het om wandelen en niet klimmen, toch heeft de berg al meerdere slachtoffers gemaakt door zelfoverschatting en roekeloosheid. Het is alleszins de zwaarste tocht die je op de Azoren kunt doen.

• totale afstand: dagtochten in alle afstanden mogelijk • aantal dagetappes: voornamelijk dagtochten • beste seizoen: van december tot februari en van juni tot september • overnachtingsmogelijkheden: het toerisme mikt hier eerder op ecolodges en luxeresorts. Er is meer dan genoeg keuze, maar meestal niet zo goedkoop (hoewel je na enig zoeken of eens ter plekke altijd wel iets vindt). • restauratiemogelijkheden: aangezien de meeste tochten dagetappes zijn en de meeste mensen tijdens hun verblijf op dezelfde locatie overnachten, zijn het vermoedelijk ook je gastheren die je dagelijks van eten zullen voorzien.

• totale afstand: 1.150 hoogtemeters op en af • aantal dagetappes: 1 (reken op ongeveer zes uur vanaf de Casa de Montanha en weer terug) • beste seizoen: van mei tot en met december • overnachtingsmogelijkheden: onderweg zijn er geen overnachtingsmogelijkheden, op het eiland zelf daarentegen zijn er genoeg voorhanden. • restauratiemogelijkheden: onderweg zijn er geen restauratiemogelijkheden.


LA RÉUNION - GR R1: Tour du Piton des Neiges 'in 2019 verkozen als mooiste wandelroute van Frankrijk'

NIEUW CALEDONIË - GR R1 Sud (NC1) 'een exotische trektocht doorheen prachtige ongerepte natuur'

Een mini-expeditie op het dak van de Indische Oceaan, mooi verwoord. Deze trektocht voert je in enkele dagen rondom de hoogste top van het eiland: de Piton des Neiges (3.070 m). Zonder extreem moeilijk te zijn, vraagt hij wel de nodige stapconditie en de juiste kledij om met de snel wisselende weersomstandigheden om te kunnen gaan. Ook al is hij maar 58 kilometer lang, de tocht is wel onderverdeeld in zes stapdagen van elk ongeveer een zestal uur (pauzes niet meegerekend). Bijna elke dag zijn er zijtrajecten mogelijk, naar spectaculaire uitzichtspunten of de top van de Piton des Neiges zelf. Het is vooral een excuus om één van 's werelds 'coolste' eilanden te gaan verkennen. Zo ligt hier ook nog de Piton de la Fournaise, één van de actiefste vulkanen ter wereld die beklommen kan worden. Wil je meer wandelen, en heb je aan de GR R1 niet genoeg, dan liggen hier ook nog de GR R2 en R3 op jou te wachten, twee andere meerdaagse tochten die andere delen van het eiland doorkruisen. En verder kan je hier allerlei soorten actieve sporten beoefenen, zowel op zee (snorkelen, duiken, surfen...) als in de bergen (wandelen, mountainbiken, canyoning...) En als je na dat alles toe bent aan wat rust, is er uiteraard nog steeds het tropische strand. La Réunion is misschien niet gemakkelijk en goedkoop om er te geraken, maar eens je er bent, waan je je in het paradijs.

Naast het eiland van La Réunion zijn de Fransen er ook in geslaagd nog enkele andere exotische locaties op de wereld officieel 'Frans' te houden. Het gaat dan bijvoorbeeld nog over Frans-Guyana in ZuidAmerika, maar verder vooral over vele eilanden, zoals Guadeloupe, Martinique, Frans-Polynesië en Nieuw-Caledonië. Daarnaast nog zes andere locaties, samen goed voor 2,6 miljoen extra Franse inwoners! De Fransen wandelen graag en zijn zeer actief in het aanleggen van GR's of Grote Routepaden. En dat doen ze dus ook in deze regio's. Deze GR R1 moet één van de mooiste en meest exotische GR's zijn die er bestaan. Hij is verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel, waarvan vooral de zuidelijke variant hoog aangeschreven staat. Dagafstanden nemen ongeveer zes tot zeven wandeluren in beslag. Je passeert stranden en bergen en doorkruist oerbos met planten en bomen die nergens anders op de aarde voorkomen. Elke dag passeer je drinkbaar water, gaande van kleine stroompjes tot heuse rivieren. Dat dit geen 'walk in the park' is, bewijst het feit dat je vele ervan moet doorwaden en dat dit soms niet mogelijk is bij of na zware regenval. Op het noordelijke traject wordt inzake eten en overnachten meer zelfstandigheid van je verwacht. Het hier beschreven zuidelijke traject houdt elke dag halt in een dorp of een refuge en laat je dus toe om lichter bepakt op stap te gaan.

• totale afstand: 58 km • aantal dagetappes: 4 tot 6 • beste seizoen: van mei tot november • overnachtingsmogelijkheden: dagelijks meerdere opties (berghut, gîte, maar ook campings en wildbivaks zijn mogelijk) • restauratiemogelijkheden: dagelijks meerdere opties (restauratie in de hutten of gîtes, kleine winkeltjes bij de locals...)

• totale afstand: zo'n 127 km • aantal dagetappes: 7 • beste seizoen: van juli tot januari (beste maanden om te wandelen zijn september, oktober en november) • overnachtingsmogelijkheden: dagelijks een berghut of een gîte in een dorp • restauratiemogelijkheden: dagelijks in een berghut of in een dorp

31


Tekst en foto's Jan Ostermeyer en Anke Demyttenaere

Faeröer: de vergeten Scandinavische parel Anke en ik wilden deze zomer naar Scandinavië, maar heel wat van die landen waren eind juli plots gesloten vanwege corona. Na wat zoekwerk bleek dat we wél naar de Faeröer konden: een geïsoleerde eilandengroep tussen Schotland en IJsland, deel van Denemarken, maar sinds 1948 quasi in volledig autonoom bestuur met eigen vlag, eigen taal en eigen munteenheid. Het feit dat het niet in EU/Schengen ligt en je dus een paspoort nodig hebt, maakt het dés te exotischer in tijden van Corona! Met de auto reden we tot in Hirsthals (Denemarken) om aansluitend, met rugzak en tent, de grote ferry te nemen. Bestemming: Tórshavn: de haven van Thor, de dondergod.

F aeröer

was écht een schot in de roos! Met de indrukwekkende fjorden van Noorwegen en de schapen en papegaaiduikers van IJsland is het een prachtige mix tussen de twee landen. Het land bestaat uit 18 grote eilanden. De eilanden zijn van vulkanische origine: ze zijn net zoals IJsland ontstaan op de Mid-Atlantische breuklijn, meer dan 66 miljoen jaar geleden. Ze bestaan voornamelijk uit ruige kliffen van basalt-gesteente, afgesleten door erosie. Fjorden worden afgewisseld met natuurlijke inhammen en groene vlaktes tussen de steile kust en bruine toppen: dat zijn de Faeröer-eilanden. Je mag er niet wildkamperen (de inwoners willen verhinderen dat tenten hun kostbare schapenweide vernielen) maar er zijn genoeg campings. Plan je reis wel goed als je met de tent gaat en reserveer best op voorhand. De plaatsen zijn beperkt in hoogseizoen.

32

De naam Føroyar is afgeleid van Oud-Noors en Gaelic en betekent "Schapen-eilanden". Deze naam is niet gestolen: er zijn ongeveer dubbel zo veel schapen als mensen. Met een grootte van 1400 km² en een populatie van +-50.000 inwoners zijn de eilanden zeer dunbevolkt (ter vergelijking: Provincie Antwerpen: 2870 km² en 1,87 miljoen inwoners). Fun fact: Niels Ryberg Finsen is de enige Faröerse Nobelprijswinnaar, maar omwille van het lage bevolkingsaantal hebben de Faeröer-eilanden het hoogst aantal Nobelprijswinnaars per capita ter wereld.


mYKINES: PUFFIN PARADISE We begonnen onze reis op het meest westelijk en moeilijkst bereikbare eiland: Mykines (uitgesproken als "Mitchiness"). Dit eiland is enkel met een kleine, gammele ferry bereikbaar en dit tweemaal per dag (alternatief is een helikopter drie maal in de week). De haven van Mykines is een smalle kloof waar de ferry enkel in kan als de oceaan niet te wild is -en dat is ze vaak. Op dit eiland wonen tien mensen, een honderdtal schapen en duizenden papegaaiduikers (Puffins). Deze vogels zien er mooi uit met hun net "kostuum" en gekleurde snavel. Ze worden ook wel de clowns van de zee genoemd omdat ze klungelig vliegen met die kleine vleugeltjes. Ze kunnen veel beter duiken (tot wel 150 m diep!) dan vliegen. De rode snavel hebben ze enkel in het broedseizoen omdat ze daarmee makkelijker visjes vangen, om te voeren aan de jongen, dankzij de kartelingen in de snavel. Mykines is een natuurreservaat dus de dieren zijn hier beschermd. Het afgebakend wandelpad leidt je letterlijk tussen de nesten en je ziet deze iconische vogels van op vijf meter afstand. Je moet trouwens een brug over een stuk oceaan nemen om naar het natuurreservaat Mykinesholmur te geraken. Hier staat de meest westelijke vuurtoren van de eilanden. Het is ook een ideale locatie om de zon vuurrood te zien ondergaan in de Atlantische Oceaan. 

DE WESTELIJKE EN CENTRALE EILANDEN: WATERVALLEN, ROTSFORMATIES EN GESCHIEDENIS De drie dingen die je zeker moet gezien hebben, liggen vlak bij elkaar op het eiland Vágar: de mysterieuze Drangarnir rocks (een vrijstaande steile rotsformatie met een gat in waardoor je kan varen), de waterval Mùlafossur die in zee stort in Gasadalur en Sørvágsvatn: "the lake above the ocean". Vanaf een bepaald punt op een klif geeft dit meer de natuurlijke optische illusie dat het boven de oceaan "zweeft". Je kan van deze klif ook een rappel doen van 300 meter om dan met een boot opgepikt te worden. Saksun en Tjornuvik (op het eiland Sterymoy) en Gjogv (op het eiland Eysturoy) zijn dan weer historische dorpjes die quasi nog exact zijn zoals in de Middeleeuwen: authentieke kerkjes en huizen met dikke grasdaken omringd door grazende schapen. Vooral door Gjogv waren wij heel verrast: een heel rustiek dorpje. Vlakbij Gjogv ligt ook de Slættaratindur, met 882 m het hoogste punt van de Faeröereilanden. De top is een mooie vlakte waar in de lente (mei-juni) gele Dotterbloemen (Caltha palustris) groeien. De hoofdstad Tórshavn is gelegen op Streymoy, het grootste eiland van de achttien Faeröer-eilanden. Hier vind je ook een kleine universiteit, het historisch centrum Tinganes (met nog de originele huizen met grasdaken) en de HUB voor alle busverbindingen naar de andere eilanden. Het is ook de plaats waar je gegarandeerd de beste sushi van Europa gaat vinden: je ziet kwekerijen in elke fjord: verser kan niet. De visindustrie van de Faeröer is sinds de EU-boycot van Rusland in 2014 (voor de annexatie van de Krim in Oekraïne) exponentieel geboomd. Omdat Faeröer geen lid is van de EU, zijn ze niet gebonden aan de boycot en daar profiteren de vissers enorm van.

33


34

DE NOORDELIJKE EILANDEN: FJORDEN EN MYSTERIE

DE ZUIDELIJKE EILANDEN: KLIFFEN EN CULTUUR

Deze eilanden bieden steile kliffen met adembenemende uitzichten over de Fjorden, zoals op de top van de Klakkur (foto) op het eiland Borðoy. Het zustereiland Kalsoy moet je bezocht hebben: de wandeling tot aan de vuurtoren van Kallur aan het dorpje Trøllanes geeft je het gevoel aan het einde van de wereld te staan! Als je over de wijde oceaan naar het Noordwesten tuurt, heb je het gevoel dat IJsland binnen handbereik ligt (in feite nog 440 km ver). Van de Kallur vuurtoren kan je ook twee iconische rotsen Risin en Kellingin zien: de folklore zegt dat dit twee trollen waren die Faeröer naar IJsland probeerden te slepen maar in steen veranderden bij zonsopgang. Naast Trøllanes ligt het dorpje Mikladalur waar een twee en een halve meter groot standbeeld staat van "the seal woman". Een speciaal verhaal, zeker waard om te googelen! De noordelijkste eilanden Fugloy en Svinoy zijn enkel met de ferry (twee maal daags) en helikopter bereikbaar. Deze afgelegen eilanden hebben een sfeer van mysterie over zich: de mensen hooien de weides nog op een ambachtelijke manier en laten het hooi drogen op hekken. Op Svinoy vind je ook de meest oostelijk gelegen kampeerplaats van de eilanden. Bereid je voor op oneffen grond. Er is een douche en WC, maar wij hadden geen warm water (alweer).

De Zuidelijke eilanden staan bekend om hun kliffen en vuurtorens die vele poëten en schrijvers hebben geïnspireerd tot hun beste werken. Wij zagen hier jammer genoeg niet veel van, gezien deze eilanden toen letterlijk waren opgeslokt door dichte mist. Gelukkig was dat zowat de enige tegenslag qua weer. Vergis je niet: de Faeröereilanden zijn compleet blootgesteld aan de grillen van de Atlantische Oceaan. Als je pech hebt, moet je (net zoals op IJsland) dagenlange regen en wind trotseren! Het moet ook gezegd worden dat er op Suduroy, het Zuidelijkste eiland, een jaarlijks evenement genaamd Grindadràp doorgaat. Tijdens dit evenement worden er grote groepen bruinvissen in een baai gedreven, waar deze met haken op het strand worden getrokken en met messen ter plaatse geslacht. Het is blijkbaar een traditie die teruggaat tot aan de eerste Noormannen die er zich vestigden. Het is ook de enige plaats in West-Europa waar dit soort inheemse walvisvangst nog gebeurt. Ik begrijp dat het een traditie is die al tien eeuwen mee gaat, maar als natuurliefhebber kan je je er serieuze vragen bij stellen. Gezien Faeroër voedsel geïmporteerd krijgen dankzij het vruchtbare Deense moederland, zullen ze in ieder geval nooit van de honger omkomen.


TRANSPORT De verbindingen tussen de eilanden bestonden eeuwenlang uitsluitend uit bootjes die tussen de dorpjes vaarden. Dit zorgde voor extreem isolationisme van sommige dorpen en het gevolg dat een heel aantal van deze dorpen verlaten werden. Het is pas in de jaren 70-80-90 dat er tunnels geboord werden om de dorpen met wegen te verbinden. Vandaag de dag zijn de Faeröers meesters geworden in het bouwen van bruggen en "zee-tunnels": tunnels door de oceaanbodem. Zo finaliseert de overheid er in 2021 een gigantisch rond punt in de oceaanbodem. Je kan dus makkelijk rondreizen op de eilanden via een goed aansluitend netwerk van bussen en ferry's. Je kan ook je eigen wagen op de ferry vanuit Denemarken meenemen, rondrijden en daarna doorreizen naar IJsland.

Faeröer is voor sommigen slechts een tussenstop onderweg naar IJsland, maar wij vonden deze geïsoleerde eilandengroep met maar 50.000 inwoners een wereld apart en onze negen dagen vakantie daar helemaal waard! Faeröer: de vergeten Scandinavische parel van Europa.

De zuidelijke eilanden zijn een eind van de andere gelegen en zijn enkel met de ferry of helikopter bereikbaar. Een heel leuke activiteit op Faeröer is dan ook een helikoptervlucht nemen. De Deense overheid subsidieert de helikoptervluchten enorm omdat sommige eilanden amper bereikbaar zijn (zo is Stóra Dímun énkel met de helikopter bereikbaar en dit tweemaal per week). Het is een soort publiek-transport. Een helikoptervlucht heb je dan ook voor +- €25 per persoon! Goedkoper kan haast niet! Het is ook de ideale manier om de eilanden van bovenaf te zien: steile fjorden met smaragdgroene weides doorsneden door de blauwe oceaan. De helikoptervluchten staan op voorhand ingeprogrammeerd zoals de trams in een grote stad bij ons. Toeristen die een ticket kopen, vullen daardoor gewoon vrije plaatsen op.

Pag 32: Drangarnir rock, Vagar Pag 33 : Kallur vuurtoren / Múlafossur bij Gásadalur / Gásadalur / Syðradalur Pag 34 : Tórshavn / Puffins op Mykineshólmur / Tinganes: historisch centrum / traditioneel hooidrogen op Svínoy Pag 35 : Sørvágsvatn / Bøsdalafossur, met Mykiness helemaal links

35


Tekst en foto's Lisa Viane

Variatie troef op de Canarische eilanden Gran Canaria, Tenerife, Lanzarote… de namen van deze eilanden doen wellicht een belletje rinkelen. Maar wist je dat de Canarische Eilanden eigenlijk uit dertien eilanden bestaan? Dertien eilanden met een grote verscheidenheid aan landschappen en dus een grote variatie aan klimen bergsporten! Bergwandelen Bergwandelaars kiezen het best voor het grootste eiland, Tenerife. Op Tenerife ligt namelijk de hoogste berg van Spanje, de vulkaan de Teide. Met zijn 3718 m al eens de moeite om te beklimmen. Het mooie aan deze beklimming is dat je het ene moment nog volop tussen de naaldbomen aan het stappen bent en het volgende moment precies op een desolaat maanlandschap staat. Vergis je dan niet tijdens deze beklimming: vanaf het moment dat je de boomgrens achter je laat, is het bakken in de felle zon! Wie trouwens helemaal tot de top van de berg wil wandelen, moet wat extra maatregelen treffen. De eerste optie is een vergunning aanvragen. Helaas zijn die beperkt, dus plan je trip tijdig in.

© pexels.com

36

De tweede optie is een overnachting in de berghut Altavista boeken en die verlaten voor negen uur ’s morgens. Dan hoef je de vergunning niet apart aan te vragen. Maar ook hier geldt: tijdig boeken. Naast de beklimming van de Teide kunnen wandelaars ook hun hartje ophalen op de GR131. Dit is een route die over alle zeven hoofdeilanden van de Canarische Eilanden loopt, van Lanzarote tot El Hierro. De volledige route is 560 kilometer lang en staat beschreven in ‘Trekking in the Canary Islands’ van uitgeverij Cicerone. De route is namelijk niet op ieder eiland even goed aangeduid… Soms krijgt de route ook de naam ‘Camino Natural’. Het beste tijdstip om deze GR-route te bewandelen is de lente. In de zomer kan het op sommige stukken te heet zijn, terwijl er in de winter soms sneeuw kan liggen.


Klimmen en boulder

Mountainbike

De Canarische Eilanden zijn van oorsprong allemaal vulkanisch. Dat zorgt ervoor dat er zeer uiteenlopende soorten grond en gesteentes te vinden zijn. Het is een reliëf met veel contrasten, waardoor klimmers van elk niveau én elke subdiscipline (sportklimmen, rotsklimmen en boulder) er hun gading vinden. De bekendste klimspots liggen op Gran Canaria en Tenerife.

Liefhebbers van mountainbiking kunnen op alle zeven hoofdeilanden terecht. Waar je gaat fietsen hangt vooral af van welke ondergrond en omgeving je het liefste hebt. Fiets je graag in bossen? Dan is Tenerife jouw plek. Eerder fan van kleine kiezelwegen? Ga dan voor Lanzarote, Gran Canaria of Fuerteventura en fiets doorheen vulkanische landschappen. We kunnen niet garanderen dat je op de fiets zal kunnen blijven zitten op de steile hellingen…

Op Gran Canaria is de buurt van Artenara, in het Tamadaba Nationaal Park de place to be voor de gemiddelde en ervaren klimmers. Er zijn 400 routes in verschillende niveaus. De hoogste route is er veertig meter hoog en er komen ieder jaar nieuwe routes bij. Aangezien deze spot in een nationaal park ligt, heb je toestemming nodig om te mogen klimmen. Maar het loont de moeite, want er is een oud gezegde dat luidt “Wie leert klimmen in Tamadaba, zal overal kunnen klimmen”. De klimspot nabij Fataga, in het zuiden van Gran Canaria, is toegankelijker en daardoor ook populairder. Je kan er het hele jaar door klimmen, maar in de zomer kan het er nogal druk worden. Wie graag grote lengtes klimt en multipitcht, moet naar het midden van het eiland trekken, naar Ayacata. Er zijn meer dan tweehonderd routes op de verticale wanden rond de Roque Nublo, waarvan sommige zelfs tot tweehonderd meter hoog. Boulderaars halen dan weer hun hartje op in Los Albarianes, waar er meer dan duizend routes te vinden zijn.

Canyoning Hoewel er heel wat mooie kloven te vinden zijn op de Canarische eilanden, zijn er toch niet heel veel canyons te vinden. Alhoewel: ze zijn er wel, maar ze staan meestal droog. Dat is dan meteen ook het nadeel aan de aangename, zomerse temperaturen doorheen het hele jaar. De paar canyons waar wel het hele jaar water doorstroomt, zijn ofwel heel kort ofwel liggen ze in een nationaal park, waardoor je er niet in mag. Kortom: er zijn betere plaatsen om aan canyoning te doen. Via ferrata Deze manier om bergen te beklimmen wint de laatste jaren enorm aan populariteit. Toch zijn er op de Canarische Eilanden niet veel via ferrata’s te vinden. Er zijn bepaalde routes uitgestippeld, maar die worden helaas niet langer onderhouden. Meer zelfs, op sommige plaatsen zijn de onderste stukken weggehaald om te voorkomen dat je kan starten. Duimen dat de toeristische dienst op de kar van de populariteit springt, want de uitzichten zijn er werkelijk fenomenaal!

Ook op Tenerife zijn er verschillende klimspots. Zo kan je bij de Roques de García klimmen met het zicht op de Teide. Vooral de Roque la Catedral is daar populair, met een hoogte van honderdtwintig meter. De langste routes bevinden zich echter in het noordoosten van het eiland, tussen de steile bergen en diepe ravijnen van het Anaga Rural Park. Je vindt er meer dan honderd goed geëquipeerde routes met een maximale hoogte van tweehonderdvijftig meter. Ook deze zijn eerder geschikt voor de gemiddelde tot ervaren klimmer. De populairste klimplek ligt in het zuiden van het eiland, nabij Arico. Er zijn meer dan vijfhonderd routes van verschillende moeilijkheidsgraden, sommige overhangend, met een maximale hoogte van vijfendertig meter. Boulderfans moeten in de nabijgelegen kloof van Ortiz zijn. Sportklimmers trekken het best naar de klif Guaira op de berg Tejina. Het klimmen hier kan soms verboden worden, omdat het een broedplek is voor verschillende beschermde diersoorten.

37


Tekst Lus Van den Bossche / foto's Demis Centi & Greet De Wolf

SICILIË:

van klimmen tot werelderfgoed Er zijn weinig bestemmingen die kunnen concurreren met Sicilië, het grootste eiland in de Middellandse zee: culturele rijkdom (architectuur, kunst, muziek, religie, keuken, landschappen) en een rijke geschiedenis van zowel glorierijke periodes als jaren van slecht bestuur. Door zijn ligging is Sicilië lange tijd gescheiden geweest van de rest van Europa. Sinds 1860, slechts 150 jaar geleden, behoort het bij het eengemaakte Italië. Dit merkt men nog steeds: buiten de toeristische sites is het leven eenvoudig en traditioneel, de bevolking zeer gastvrij en nieuwsgierig.

D e jaren van onderdrukking en corrupt bestuur zorgden ervoor dat de maffia voet aan wal kreeg. Als toerist merkt men niets van de maffia, ook al is die nog aanwezig. Vandaag de dag vooral bij de illegale immigratieproblematiek. Sicilië ligt op het kruispunt tussen Afrika en Europa, op het eiland Lampedusa (250 km ten zuiden) komen jaarlijks vijftienduizend vluchtelingen toe. Tot de regio Sicilië behoren ook de Eolische eilanden (een vulkanische archipel met o.a. Stromboli), Ustica, de Egadische eilanden, Pantelleria (op het Afrikaanse continent, zonder massatoerisme) en de Pelagische eilanden. De eilandstaat Malta ligt ten zuiden van Sicilië. Natuur(parken) en wandelen Het landschap van de noordoostkust wordt gevormd door een bergketen bedekt met grote groene bossen: de Monti Peloritani, het natuurpark van de Monti Nebrodi en van de Madonie, met de hoogste top de Carbonara, 1979m. Deze is slechts een dwerg in vergelijking met de Etna, de hoogste Europese vulkaan, die met zijn 3350m de vlakte van Catania domineert. In het oosten vindt men de Monti Iblei, ook van vulkanische oorsprong en in het noordwesten de Monti di Gibibellina. De wandelpaden zijn meestal niet of slecht aangegeven, een kaart is dus noodzakelijk. Er zijn ook heel wat organisaties die begeleide wandelingen aanbieden, in de meeste plaatsen vindt men bij de toeristische dienst beperkte informatie. In 1981 werd het natuurreservaat Zingaro, in het noordwesten tussen Scopello en San Vito, beschermd gebied. Een prachtige locatie voor het eerste natuurreservaat, de steile kliffen lopen uit in het felblauwe water van de golf van Castellammare. Avontuurlijke paden leiden over de kliffen naar beneden, het ruikt er naar wilde bloemen en zoute zeelucht. Zingaro is ook een van de oudste nederzettingen in Sicilië, de grot Uzzo werd ruim tienduizend jaar geleden bewoond door neanderthalers. Het natuurgebied is alleen te voet toegankelijk, men moet op de aangeduide wandelpaden blijven. Zo geniet men nog van de ongerepte natuur in dit prachtig stukje kustlandschap.

38


Klimmen in San Vito Lo Capo

De Etna

De badplaats aan de voet van de kliffen van de Capo San Vito is in de zomer te mijden. Maar een paar kilometer verder vindt men het reservaat van de Monte Cofano waar men kan klimmen. Er zijn bijna duizend routes van 4a tot 8c. Aanvankelijk kon iedereen er boren en routes bouwen. De laatste jaren worden er veel inspanningen gedaan voor veiligheid en natuurbehoud.

In het noorden van Sicilië kan men de Etna van zowat overal zien. De grootste vulkaan van Europa en een van de meest actieve en gevaarlijke ter wereld. Sinds 2013 is het natuurpark werelderfgoed. De zuidoostelijke krater op 3300m kan enkel met een vulkanoloog worden bezocht. De organisatie Funivia dell’Etna heeft het monopolie op de beklimming van de berg maar mag enkel de basis van de zuidoostelijke krater op 2990m bezoeken. Een wandeling op de Etna is zeker de moeite, de vulkaan zorgt voor de meest bizarre landschappen. Wanneer men de steile flanken beklimt komt men dichtbij de tientallen kraters in zwarte, bruine en groene tinten, en de vreemde plantengroei. De zwarte lavasteen steekt fel af tegen de felblauwe lucht en de pittoreske steden die men vanop de top ziet. De klim valt best mee maar is behoorlijk steil. Naast wandelen kan men ook toerskiën op de Etna, bijvoorbeeld een driedaagse: donderdag afspraak met de gids op de luchthaven van Catania. Overnachting in een B&B aan de voet van de berg. Vrijdag, naar de Pizzi de’ Neri en de Citelli hut. Zaterdag, traversée van de zuidflank naar de noordflank via de top van de krater op 3340m. Zondag, toerski naar de lagere toppen en de grot del Gelo, in gezelschap van een vulkanoloog voor geschiedenis en achtergrondinformatie.

39


Proeven van Zuid-Sicilië, fietsen langs de baroksteden Sicilië biedt zoveel dat men een keuze moet maken, de aanwezige Italiaanse organisaties op de fiets- en wandelbeurs in Gent gaven heel wat informatie. Onze eerste kennismaking met het eiland wordt een fietsreis in het zuidoosten langs de baroksteden, zo combineren we natuur en cultuur. We vertrekken eind mei en stellen een reisschema van twaalf dagen op. In pre-coronatijden kiezen we voor een vlucht vanuit Charleroi naar Comiso, een voormalige militaire luchthaven. Het dichtst bij ons ligt vertrekpunt Ragusa. We nemen ieder een fietszak als handbagage, de tweede fietszak geven we samen, in één praktisch opbergbare bag, af als bagage. Gezien we van de ene plaats naar de andere fietsen moet alle bagage mee op de fiets. Vooraf reserveren we fietsen, een taxi van de luchthaven naar onze eerste B&B en ook onze volgende B&B’s.

Zoals afgesproken worden de volgende dag onze fietsen geleverd, degelijke trekkingfietsen. De man stelt de fietsen perfect af, maar de fiets van Carine is iets te klein. de volgende morgen brengt hij een andere fiets naar onze B&B. Het vertrek is naar beneden, al vlug zijn we de stad uit en fietsen langs fruit-, olijf- en wijngaarden. Onze eerste stop is Modica, bekend voor zijn statige kathedraal met de Onze-Lieve-Vrouw kapel die rijkelijk versierd is met marmeren bloemen. Op het terras van het busstation eten we een broodje en fietsen verder via Scicli naar Ispica. In Scicli heerst een gezellige drukte. De politie houdt ons tegen: op het plein zijn er opnames voor de televisiereeks van commissaris Montalbano, de Italiaanse Maigret. Onderweg naar Ispica krijgen we onze eerste, en laatste, platte band. Een volgwagen van een Italiaanse jeugdwielerploeg stopt en helpt ons. Het laatste stuk is nog een steile klim naar B&B Elianthos. Er verblijven twee gidsen van Apulia bike tours, zij begeleiden een Zwitserse groep die op hotel logeert en geven nog enkele tips.

De vlucht is in de namiddag, met bus en trein rijden we naar Charleroi. Om half negen arriveren we aan onze B&B in hartje Ragusa Ibla, waar de eigenaar ons vriendelijke ontvangt. Na ons tweedaags verblijf moeten we de sleutel op tafel leggen en de deur dichttrekken. Een mooi, modern, smaakvol ingericht appartement in een gerestaureerd gebouw. Telkens we ergens toekomen laten we ons inspireren door de hospita en zo ontdekken we culinaire pareltjes. Cucina locale. Een woordje Italiaans doet wonderen. Ragusa is een bijzonder mooi barok stadje. Langs de trappen wandelen we naar Ragusa Superiore. Prachtige façades, monumentale gebouwen en mooie barokke balkons. De omgeving is bekend voor amandelen en chocolade.

We verlaten de beboste heuvels met vooral vijgen- en amandelbomen en fietsen langs moesvelden, met jammer genoeg veel zwerfvuil. Het zicht op het helblauwe water van de Middellandse en Ionische zee verzachten dit euvel. Even pauze in Marzamemi, een oud charmant vissersdorp en dan door het Vendicari natuurreservaat, waar we vooral veel vogels horen, naar Noto, de barok hoofdstad en Unesco Werelderfgoed. Het is even zoeken naar de B&B, we moeten de fietsen enkele trappen op dragen. ’s Ochtends worden we verrast met een heerlijk ontbijt, o.a. verse croissants met ricotta, een plaatselijke specialiteit. Het verlaten van een stad en binnenfietsen gebeurt meestal langs drukke wegen, zo ook in Syracuse. We overnachten op het kleine eiland Ortigia, in het historische centrum, in een 18de eeuws palazzo met zicht op zee. We bezoeken de haven, het Griekse theater en amfitheater en kuieren door de stad. Van Syracuse zouden we naar Caltagirone fietsen, 105 km en steeds bergop. We zoeken voor de eerste 40 km vervoer. Het is zondag, dus slechts één trein om zes uur naar Palazzolo Acreide. We maken het ons gemakkelijk en bestellen een taxi die ons om negen uur oppikt. De chauffeur is in Zwitserland geboren, zijn ouders zijn gepensioneerd en de familie is teruggekeerd. De weg gaat op en af, het landschap is adembenemend en we zien de Etna. In Vizzini stoppen we voor een cappuccino in de plaatselijke bar. Er heerst een gezellige drukte op het terras, vooral mannen in pak met hoed. Onze fietsen staan aan de kant, ons fototoestel en geld liggen op tafel… We voelen ons helemaal niet in een maffialand.

40


Caltagirone is bekend voor de met mozaïek beklede trappen, 142 treden verbinden de beneden- met de bovenstad. De eigenaar van de B&B verhuurt fietsen en organiseert tochten. Er logeert ook een groep Noren, zij fietsen met vervoer van bagage. Het eerste stuk de volgende dag is prachtig. We fietsen langs bloemenvelden met o.a. klaprozen, irissen, oleanders en enorme vijgcactusvelden. In Piazza Armerina fietsen we recht naar de bar op het kerkplein. De kelner vraagt waar we overnachten en even later komt de B&B-eigenaar ons ophalen. In de namiddag fietsen we naar de Villa Imperiale del Casale, een romeinse villa met sublieme mozaïeken uit de 4de eeuw. Onze laatste stad is Agrigento aan de zuidkust en hoe dichter we bij de stad komen, hoe meer vuil we langs de weg vinden. De B&B-eigenares verklaart: sinds twee jaar moet het afval gescheiden worden buiten gezet en moet men betalen. Veel mensen betalen niet en gooien hun afval in de natuur. Volgens haar is het nochtans gemakkelijk om mensen te doen betalen: iedereen die een elektriciteitsaansluiting heeft, moet ook voor afvalophaling betalen. We logeren aan de rand van het historisch centrum en vanop het dakterras genieten we van het zicht op zee en de Griekse tempelvallei. Onze fietsen worden opgehaald, we bezoeken de archeologische sites, snuiven de sfeer op in de stad, gaan langs de markt, proeven de specialiteiten en genieten al aperitievend op het terras van de ondergaande zon. Voor de rit naar de luchthaven hebben we de goedkoopste taxi gereserveerd. De man heeft de hele nacht gereden en dat merken we. We moeten hem aan de praat houden zodat hij niet in slaap valt, regelmatig stopt hij aan een bar voor koffie. Net op tijd bereiken we Comiso.

praktisch Boekhandel Bij de betere reisboeken- en kaartenwinkels is voldoende informatie te vinden. Klimmen www.thecrag.com/en/climbing/italy/trapani Toerski op de Etna www.gardaoutdoor.it Beste periode in mei/juni staat er nog veel in bloei, in september/oktober heb je minder regen maar ook drogere landschappen. Vervoer Sicilië ligt in het noordoosten slechts 3 km van de regio Calabrië op het Italiaanse vasteland, er is een regelmatige bootverbinding. Bus- en treinvervoer op het eiland zijn goed georganiseerd. Voor de trein vanuit Brussel heeft men 30 uur nodig. Afhankelijk van de bestemming zijn er drie luchthavens Palermo, Catania en Comiso.

41


Tekst en foto's Arjen Ceulemans

Canyoning in de Azoren en Balearen Uitgelicht: Flores (Azoren/Portugal) & Mallorca (Spanje) Door hun geïsoleerde ligging is er op elk eiland een unieke combinatie van fauna en flora ontstaan; dat wist Darwin ook al. Tektonische stuwingen laten ‘eiland’-bergen rechtstreeks uit de oceaan oprijzen. Het verdampende zeewater botst op de rotsformaties en zorgt voor de regenval, die op zijn beurt samen met de wind voor erosie én de vorming van kloven zorgt. De canyon sport, het afdalen in deze prachtige atmosfeer van water en bergen, is op enkele eilanden al vergevorderd voor recreatieve en toeristische doeleinden. Andere eilanden zijn dan weer minder geëquipeerd, wat heel wat exploratie mogelijkheden voor ervaren canyoneers biedt. Een reis naar een van deze plaatsen laat de zelfstandige sporter onder ons toe het eiland op een unieke manier te ontdekken.

42


Flores (Azoren): alle rivieren leiden naar zee De archipel wordt gevormd door de toppen van enkele hoge vulkanische bergen die uit de oceaan oprijzen vanuit de MidAtlantische rug. De vulkanische ondergrond is de voedingsbodem voor een overvloedige plantengroei, die kleurrijk afsteekt tegen de zwarte basaltzuilen die het eiland rijk is en je in de canyons mag aanschouwen. Let wel op, vulkanische rots is enorm scherp! Pas je touwtechnieken hier dus zeker aan. Een reis naar Flores vraagt wel wat tijd, organisatie, en enkele overstappen in luchthavens. Het is aangeraden langer dan een week uit te trekken om de vele canyons die het eiland telt, te kunnen verkennen. De ideale periode, wat betreft temperatuur en regenval, loopt van april tot het begin van de herfst. Hoewel de meeste canyons door een relatief klein alimentatie bekken gevoed worden, stijgt het debiet bij neerslag snel. De juiste keuze van canyon blijft altijd de gouden regel, rekening houdend met de weersvoorspellingen en het niveau van de groep. Nog een pluspunt van een bezoek in de zomerperiode is de bloei van de ontelbare hortensiastruiken die op het eiland groeien. Aan de kust is het terrein meestal erg steil en ruig met talrijke inhammen, grotten en steile kliffen, doorsneden door beekjes. Het plotse hoogteverschil vanop het plateau tot aan zee maakt prachtige, hoge watervallen en bijhorende lange rappels. Op het plateau lopen de meeste rivieren in een open jungle-karakter stelselmatig af naar lager gelegen terrein waar ze zich vervolgens als smalle kloven in het landschap slijten. Voor enkele canyons (bv. Moucu) moet je rekening houden met eb en vloed om terug te kunnen stappen over smalle rotsstranden. Er zijn zelfs canyons (Barrosas, Alquevins) waar je een pick-up-boot moet regelen in de haven om terug op het vasteland te geraken. Is je timing niet goed, dan kunnen de golven deze spectaculaire afsluiter van je canyon dag enorm bemoeilijken. Ferreiro (V6a4V) is een prachtig voorbeeld van een hoge verticale canyon. Vanop het plateau daal je in een aaneenschakeling van rappels zo’n tweehonderdveertig meter af naast een bulderende waterval en aan de relais is er niet veel meer plaats dan voor twee personen. Eens beneden is het avontuur nog niet voorbij, je moet namelijk een sterk begroeid meer over zien te zwemmen en niet vast komen te zitten met je uitrusting. Niettemin is deze passage de moeite waard aangezien je tijdens het zwemmen langs de flanken talloze stromen kan bewonderen. De variatie van gemakkelijk toegankelijke canyons tot hoge verticale afdalingen met aquatische rappels maakt van het eiland een topbestemming voor alle niveaus.

43


Mallorca Het Spaanse eiland Mallorca is het grootste van de Balearen. Twee bergketens, de Sierra de Tramuntana en de Sierra de Levante, rijzen op vanuit de Middellandse zee. Beide massieven bestaan voornamelijk uit poreuze kalksteen, de ideale bodem voor canyonen grotvorming. Deze kan je voornamelijk in het noordelijke Tramuntana gebergte vinden. De flanken van de afwateringskanalen (torrents) zijn begroeid met subtropische planten (citrus, sinaasappel, olijf, amandel), lange grassen en oude steeneiken. Met wat geluk zie je ook nog de zeldzame zwarte gier vliegen. Het hele jaar door heb je er warme temperaturen, een ideaal eiland om tijdens de wintermaanden een canyon trip te plannen. Gorge Blau i Sa Fosca Onder canyoneers is het eiland bekend omdat één van Europa’s mooiste canyons zich een weg baant door het grillige landschap: Gorge Blau i Sa Fosca (V3a4III). De vier kilometer lange kloof is op sommige plaatsen wel driehonderd meter diep, soms zelfs zo smal en diep dat het daglicht de bodem niet bereikt. Enkele dapperen daalden de canyon in 1965 af, niet wetende waar het eindpunt zich zou bevinden… de canyon bestaat namelijk uit twee delen. Het eerste deel ‘Gorg Blau’ start vrij open en vernauwt zich stapsgewijs. Afhankelijk van de periode van afdaling en de hoeveelheid neerslag van de afgelopen dagen, kan je de eerste hindernissen al rappelend of springend overbruggen.

“Het plotse hoogteverschil vanop het plateau tot aan zee maakt prachtige, hoge watervallen en bijhorende lange rappels...”

Wanneer de kloof dieper is ingesleten en de rappels elkaar opvolgen, vind je heldere poelen vol met prachtig turquoise water. Kronkelende bochten brengen je steeds dieper in de aarde tot wanneer je de laatst mogelijke exit ‘Pas del Duro’ bereikt. De uren hierna bestaan uit heel wat “ondergronds” klim- en klouterwerk in het tweede deel ‘Sa Fosca’. De ervaring is zo boeiend dat je alle tijdsbesef volledig verliest. Uitgerust met hoofdlampen kan je genieten van prachtige kalksteenvormen en druipende gordijnen. Hoe ver je lamp ook naar boven reikt, je ziet de bovenkant van de smalle spleet niet. Sa Fosca is geen grot maar nog steeds een echte canyon waarvan de bovenkant op sommige plaatsen slechts veertig cm breed is. De lange opeenvolging van rappels, sifons en sprongen bezorgt je gegarandeerd een geweldige ervaring. Wanneer het daglicht terug zichtbaar wordt, weet je dat de indrukwekkende canyon bijna op zijn einde is. De eerste exploratie duurde ongeveer achtenveertig uur, tegenwoordig doe je tussen de vijf en zeven uur over de fenomenale afdaling. Een degelijke voorbereiding, een rugzak vol snacks en een goede kennis van het weerbericht zijn essentieel, aangezien de smalle kloof zeer gevoelig is voor overstromingen en er geen exits of zogenaamde rustplaatsen bestaan in de smalle ondergrondse stukken. Spaar zeker voldoende energie voor de wandeling terug (ofwel één uur dertig en vierhonderd hoogtemeters omhoog of als je twee wagens hebt, de kloof twee uur volgen tot aan de zee).

44


Mortitx, een spectaculaire en karakteristieke canyon die alle facetten van het eiland bevat. Na anderhalf uur instappen door hoge grashalmen en tussen rotskliffen bereik je de Mortitx canyon. Je waant je echt ver van alle beschaving. De kloof is een van de canyons waar het ganse jaar door water stroomt en is daardoor een echte aanrader! Verschillende sprongen en glijbanen wisselen elkaar af. Het heldere water is aantrekkelijk om in te duiken en met een duikbril de onderwaterwereld van de kloof te bewonderen. De canyon eindigt in een inham van de zee. De klotsende golven stuwen met de regelmaat van de deining spetterende fonteinen de canyon in. Waterpret verzekerd! De terugweg is al even indrukwekkend. Langs een via ferrata klim je over scherpe rotsen tot je een prachtig panorama krijgt over de steile kustlijn.

praktisch Bagage: spring creatief om met de gewichtslimieten die een luchtvaartmaatschappij oplegt. Je krijgt meer dan je denkt in je hand- en ruimbagage. Via sommige maatschappijen kan je (gratis) extra sportbagage boeken. Ideaal om je canyonzak en touwen mee te nemen. Getijden: wanneer je canyon in zee eindigt, moet je naast de normale meteo check ook nog de getijden in het oog houden. Kijk hiervoor op gespecialiseerde (surf)websites zoals magicseaweed.com. Reddingsdiensten in meer afgelegen gebieden, waartoe een eiland zeker behoort, zijn in vergelijking met de diensten die we gewoon zijn op het vasteland minder professioneel georganiseerd. Reken dus niet op een gespecialiseerde organisatie en een helikopter overal. Voorzichtigheid is nog meer dan gewoonlijk op zijn plaats. Heb je minder ervaring? Aarzel dan niet een gids te nemen. Ben je helaas toch getuige van een ongeval, vergeet deze dan niet te melden via klimenbergsportongevallen.eu Geniet!

Pag 42: kronkelende vormen in de diepe kloof van Gorge Blau Pag 44: bemoste wanden in Gorge Blau Pag 44: indrukwekkende instap naar Mortritx Pag 44: Jasper komt uit een ingesloten deel in Gorge Blau Pag 44 onder: één van de vele sprongen in Canyon Mortitx Pag 45: het daglicht bereikt de bodem van de canyon (Si Fosca) Pag 45: zicht vanuit het overwoekerde meer op de eindwaterval (links in beeld) van Ferreiro (V6a4V)

45


Tekst en foto's Rik De Clercq

Hokkaido: het Japanse poederparadijs

46


Poederparadijs

Berghut op wielen

Hokkaido is het meest noordelijke eiland van Japan. Met een gemiddelde sneeuwval van 15 meter per seizoen is dit een van de grootste poederski-paradijzen op deze aardbol. Er valt praktisch om de twee dagen een nieuwe dikke laag kurkdroge sneeuw, en met temperaturen die niet boven het vriespunt komen, blijft de sneeuw er zeer lang goed.

Omdat in Hokkaido de ski- en toerskigebieden redelijk klein zijn, is het een goed idee om een roadtrip uit te stippelen en maximaal 1 à 2 dagen in eenzelfde gebied te blijven. Wij kozen er voor om in Sapporo een vierwielaangedreven motorhome te huren die gedurende twee weken onze kleine gezellige berghut op wielen werd.

Tijdens hevige sneeuwval, gecombineerd met minder goede zichtbaarheid, kan je best freeriden rond de skigebieden, die meestal voorzien zijn op freeriders. Als het weer goed is kan je best ver weg van de skigebieden gaan toeren. Door het grillige vulkanische landschap, in combinatie met beperkt kaartmateriaal en het feit dat je meestal tussen de bomen skiet, is het terrein niet altijd even logisch te interpreteren als in de Alpen. Als echte sushi-liefhebber blijf je in Hokkaido wat op je honger zitten. Hier is men immers gespecialiseeerd in diverse soorten ‘ramen’, (Chinese noedels in een vlees- of visbouillon): overal te krijgen in de skigebieden en best lekker.

Zo hadden we een maximum aan flexibiliteit en autonomie en een minimum aan logistiek geregel. Het was wel even aanpassen om links te rijden. Gelukkig had de motorhome een goede gps zodat we ons geen zorgen hoefden te maken over de richtingaanduidingen die meestal enkel in het Japans waren. Onze zalige onsen Zoals het een berghut betaamt, had ook onze hut-op-wielen geen douche. Nu wou het lukken dat het in Japan een traditie is om je te wassen en om te relaxen in een onsen met heerlijk warm vulkanisch water. Kan het nog beter worden na een dag poederskiën? Deze onsen zijn er in praktisch elk dorpje en zelfs hier en daar in de vrije natuur.

47


aanbevolen tochten en gebieden Niseko, Furano en Asahidake: Skigebieden met veel freeridemogelijkheden en gecontroleerd backcountryterrein. Ideaal bij slechte zichtbaarheid. Asahidake is ‘the place to be’ en ontvangt door zijn meest noordelijke ligging nog meer sneeuw dan de andere gebieden. Mount (Mt.) Iwaonupuri (1116 m) Ligt aan de achterzijde van het skigebied Niseko en is bereikbaar via de ‘Niseko backcountry gates’, of langs de weg vanuit Goshiki Onsen. Dit is een mooie vallei waar je enkele korte toerskibeklimmingen kan combineren op een dag en tussendoor even kan opwarmen in Goshiki Onsen. Ideaal als start van de trip. Mt. Yoischi (1488 m) De oostflank van Yoischi Dake is een zeer mooi gebied en is bereikbaar na een uurtje stappen van de hoogste skilift van het skigebied Kiroro. In dit gebied ben je verplicht om je routes op een topokaart te tekenen, die te registreren en te bespreken met een deskundige van het skigebied. Vreemd was het om ginder een Belg tegen te komen die in een kraampje van de skihal Luikse wafels verkocht. Mt. Shirubetsu (1107 m) Het alleenstaand mini-toerskivulkaantje vlakbij het skigebied Rusutsu heeft zeer mooie afdalingen met een mooie continue hellingsgraad van 35° à 40°. Bovendien staan bomen er op ideale afstand van mekaar om tussendoor te skiën. In het skigebouw van Rusutsu hebben de Japanners een levensgroot middeleeuws Europees stadje volledig nagebouwd. Dit is er zo ‘over’ waardoor het terug mooi wordt. Mt. Yotei (1898 m) Dit is de mooiste conusvormige vulkaan van Hokkaido waarbij je tot in de krater kan skiën. Spijtig genoeg was de top zowel bij onze beklimming als bij onze afdaling in de mist. Doordat deze vulkaan wat hoger is en niet omringd is door andere bergen, was het op de top ook nog aan het stormen.

48


Mt. Fupushi (1102 m) en Mt. Eniwa (1320 m) Deze actieve vulkanen, met geisers in de ongerepte natuur, worden omringd door een mooi kratermeer. Hier had een machete niet misstaan om je een weg te banen doorheen de bamboe. Niet de beste sneeuw hier, maar het was wel een mooi avontuur daar. Mt. Asahidake (2290 m) Een zeer mooie dagtocht vanuit de hoogste lift van Asahidake, waarbij je langs indrukwekkende geisers skiet. Dit is tevens de hoogste berg van Hokkaido. Mt. Furano (1730 m) Waarschijnlijk het gebied met de meeste toerskimogelijkheden, vanuit Ryounkaku Onsen in het natuurpark Tokachidake. Voor wie ‘m weet te vinden ligt er in de buurt een prachtige wilde onsen verscholen in het bos! Mt. Chitokaniushi (1445 m) ZW-couloir vanop Kitami Pass (80 km ten oosten van Asahikawa). Zeer mooie locatie ‘in the middle of nowhere’. Tokyo Als afsluiter van je trip mag je zeker een bezoek aan Tokyo niet missen. Van zodra je op de luchthaven aankomt wijzen sprekende robots je de weg en word je zelfs gecontroleerd en gescand door een rondrijdende ‘politierobot’. Bij een stadsbezoek mogen zeker de Sky Tree, Akihabara (het gaming-district), Shibuya (het shoppingdictrict) en Ryogoku (het sumo-district) niet ontbreken. Hier kom je de laatste nieuwe technologische snufjes tegen, en maak je kennis met de overijverige Japanners die dag en nacht ten dienste staan van hun job en hun werkgever. Tip: beste periode om te skiën: half januari tot half februari.

Pag Pag Pag Pag Pag Pag Pag Pag Pag Pag

46 boven: Tokachidake 46 onder: Tokachidake 47 boven: Shirubetsu 47 onder: Tokachidake 48 boven: Iwanoupuri 48 midden: Shirubetsu 48 onder: Shirubetsu 49 boven: Tokyo 49 midden: Furano 49 onder: Furano

49


Tekst en foto's Nele Van Mieghem

Op raketten door de Jura

Het moet blijven hangen zijn uit mijn Suske & Wiskeperiode in de jaren tachtig. In ‘De lachende wolf’ trekken de striphelden naar Alaska om er een of andere slechterik te ontmaskeren. Vriend en vijand struint op overmaatse tennisraketten door het witte landschap. Pas in 2017 zet ik zelf mijn eerste stappen op sneeuwschoenen, iets dichter bij huis en met iets moderner schoeisel: een begeleide 6-daagse sneeuwschoentocht in de Chartreuse. En zo ontdek ik eindelijk het genot van winters wandelen in een verstilde omgeving, ver weg van de skipistes.

N a een handvol winterdagtochten in de Vogezen waag ik me dit jaar aan een doorgaande trekking met 3 op sneeuw beluste vriendinnen. Met een vergrootglas speuren we op de kaart van West-Europa naar de dichtstbijzijnde vlek sneeuw in deze warme, droge winter. Eind februari begeven we ons op weg voor de Grande Traversée du Jura à Raquettes, kortweg GTJ. Op zoek naar sneeuw Transferdienst Roule ma Poule brengt ons tegen zonsondergang van Giron naar La Cure. Tegen het prachtige rozerood van de lucht steekt het hoogplateau echter niet wit af, maar vooral geelgroen en bruin. ‘Gaan die raketten heel de tocht op onze rugzak hangen?’, zinkt de moed ons in de (sneeuw)schoenen. Toch spotten we hier en daar wat wit. We bestuderen de kaart dus grondig om de hoogst mogelijke route uit te stippelen, met meest kans op een laagje sneeuw. Vanuit onze B&B net over de Frans-Zwitserse grens stijgen we de volgende ochtend via de onbesneeuwde GR9 recht naar het Belvédère Des Dappes, dat pal onder een skilift ligt op zo’n 1400 meter. En jawel, er wordt geskied! Geleidelijk aan wordt het bospad wit en knisperig. Sneeuwschoenen aan, dus! Met mijn TSL-model is dat ‘klik en klaar’. Maar voor Kris en Wies, die elk een paar huurden, is het friemelen met riempjes. Niet de beste merchandise, want hun raketten zijn eerder geschikt voor D-schoenen, die we niet nodig hebben in dit terrein. Wies kreeg zelfs 2 rechterexemplaren mee. De sluiting zit daardoor aan de binnenkant van haar voet en dus flink in de weg.

50

Zevenmijlslaarzen De GR slingert door het bos. De rood-witte streepjes zijn makkelijk te volgen. Heerlijk, met die zevenmijlslaarzen aan! Aan Les Tuffes, een ouderwets houten chalet, verschijnen de eerste fluogele paaltjes van de GTJ. Toch blijft het goed opletten in zo’n ondergesneeuwd bos, waar alle paadjes begraven liggen onder een witte deken. Het ploegen voelt al gauw vertrouwd aan. Tussen de bomen door blikken we op de blanke top van La Dôle aan de overkant van het dal, 1600m hoog. Op onze route blijft het spannend, want geregeld steekt de bosgrond de kop op door het witte laagje. Als op kousenvoeten passeren we de bruine eilandjes naar de volgende laag stuifsneeuw. Ondertussen gaan de jassen uit, verdwijnen de mutsen in de rugzak, en de raketten helaas ook een paar keer. Ter hoogte van Combe à la Chevre komen we in een langgerekte vallei tussen de bossen. Het is hier volop genieten van de zon. Een kilometerslange glinsterende strook wacht om overschreden te worden, slechts hier en daar onderbroken door een schuur of boerderij met namen als Oudgriekse versvoeten: la Regarde, la Bolaise, la Canonnière, la Sermangindre. Je zou ervan gaan huppelen op die overzetters. En ook het landschap zelf brengt de poëet in ons naar boven. De eerste skipiste met dat effect moet ik nog tegenkomen (al moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ik niet kan skiën ;-) ).


Wandelwol Maar goed, het is niet al rozengeur en maneschijn, zo’n sneeuwschoentocht. Tegen het einde van dag 1, goed voor 18 kilometer en 500 hoogtemeters, voel ik een pijnlijke bult onder mijn voet. Een kanjer van een blaar, blijkt als we onze kamer in de gîte van Le Manon innemen. An ontpopt zich tot de verpleegster van het kwartet. Behalve naald en Compeed bevat haar EHBO-kit ook een wondermiddel dat wandelwol heet. Verbaasd vernemen we de heilzame effecten van dit natuurproduct tijdens een hilarische voorleessessie van de handleiding. ‘Het materiaal is zacht, bevat lanoline en geeft u het gevoel te lopen op wolken’, doet ze ons wegdromen. ‘Ter voorkoming van traumanagels bij het sporten of bij langeafstandswandelingen. Velen gingen u al voor!’, predikt het tekstje. Maar het blijkt te kloppen, merk ik de volgende dag: een propje wol onder de gevoelige plek en het euvel is verholpen. Sneeuwtrippen En we zijn vertrokken, richting Bellecombe, raketten op de rugzak. Zachtjes stijgend pletten we het gras onder het dunne laagje wit poeder, op zoek naar de sneeuwgrens. Een breed bospad brengt ons bovenop een heuvelrug. Halsreikend kijken we of het hier de moeite loont om de sneeuwschoenen aan te trekken. We besluiten van wel. Verkeerde gok: 100 meter verder is alles gesmolten. In de felle ochtendzon ligt aan de overkant van het dal een parallelle ‘crête’ stralend wit te blinken – dààr zouden we dus moeten zijn.

Tegen lunchtijd, na de oversteek van de vallei, is het zover: een slagroomwitte picknick op een open plek in het bos brengt ons helemaal in winterstemming. Zo hadden we het ons voorgesteld! De volgende kilometers wanen we ons (bijna) in Lapland, dwars door de dennenbossen, langs stapels omgehakte stammen, en geen mens te bekennen, zalig. We rekken het sneeuwtrippen zo lang mogelijk, negeren de afslag naar beneden en blijven boven op de helling tot we de ganzen van La Guienette horen gakken. Betere waakhonden zijn er niet, wordt gezegd. Nog meer pluimvee wacht ons op: 2 uit de kluiten gewassen kalkoenen bewaken het erf, waar we eerst de ledematen stretchen en dan een welverdiende après-raquettes bestellen. De 4-persoonsyourte die we gereserveerd hebben, is al lekker op temperatuur. De houtkachel moeten we zelf aan de praat houden. Maar het diner is zo gezellig, de douches zo deugddoend, de gezelschapsspelletjes zo uitzinnig, dat de tijd vliegt. De kachel is dan ook zo dood als een pier als we in ons exotisch onderkomen terugkeren. Opnieuw is het An die zich opwerpt als de probleemoplosser. Wies en Kris moedigen haar aan, languit op hun prinsheerlijke bed. An stookt de stoof op, en ik neem de eerste wacht op mij: één blok erop, twee blokken erop, drie blokken erop … Zzzz … ’t Is eens iets anders dan schaapjes tellen.

51


Weersomslag Op het afgesproken uur staan An en ik klaar voor de deur van La Guienette, gepakt en gezakt, kappen dichtgesnoerd, wandelstokken in de gehandschoende hand. Er staat een snijdende wind, de temperatuur heeft een duik genomen. De hemel is loodgrijs. Wachtend op de achterhoede staan we al snel te verkleumen. Maar even snel zijn we weer warm na onze eerste bergop van de dag. Sneeuwschoenen aan, klik en klaar. Terwijl het onderbindmanoeuvre met de minder gunstige raketmodellen nog aan de gang is, beginnen er vlokken uit de lucht te vallen. Eerst zachtjes, dan harder en harder. Het stappen krijgt een heel ander karakter. Meer regelmaat, minder gelach, meer concentratie. Trekken we in het bos eerst nog moddervoetsporen, al gauw sloffen we door een stevig sneeuwtapijt. Vandaag geen zonnige picknick. De regenbroeken worden zelfs aangetrokken. Door een gordijn van sneeuw zetten we door, de wimpers af en toe wissend om te checken of we nog met 4 zijn. Onder de bomen komen we even op adem en sippen we wat thee uit de thermos. We sporen om de beurt. Binnen de 2 uur zijn we nat genoeg om druipend te gaan schuilen in refuge Le Berbois in La Pesse.

52

Helaas krijgen we niet meteen een warm onthaal. De kachel brandt niet en in het drooghok mag de blazer niet aan, deelt de zoon des huizes ons kleintjes mee. Mogen onze doorweekte handschoenen dan in de droogmachine? Het is niet met plezier dat de waardin dat verzoek uitvoert, hoewel we hier dikke sneden toast gratin en soep bestellen. Nee, geef ons dan maar de aankomst in gîte les Tavaillons diezelfde avond, waar we even druipend als ’s middags binnen stommelen. Al in de vestibule waait een warme wafelgeur ons tegemoet. Alsof de grot van Ali Baba opengaat, zo voelen we ons na een sombergrijze dag in het verlaten bos, nat en uitgedaagd, maar 100% tevreden. En des te meer beloond met een proper bed en een warme douche bij deze hartelijke gastvrouw. We nemen de tijd voor een chillmomentje, een gezelschapsspel, en een strijdplan voor de volgende dag, want er wordt een sneeuwstorm voorspeld. Op de kaart zoeken we de escaperoutes in ons traject, waar we bijvoorbeeld een taxi zouden kunnen nemen of in toegankelijker terrein kunnen geraken. Een kapelletje op een V-splitsing wordt ons point of no return: als we daar voorbij gaan, moeten we zelfstandig de finish halen.


Finale Het heeft heel de nacht gesneeuwd. Op de hoofdweg is de sneeuwruimer al gepasseerd, en dus vertrekken we zonder sneeuwschoenen onder. Maar al gauw gaat een van ons onderuit, en ook een volgende maakt een serieuze slip. De sneeuwschoenen hebben ook studs, probleem opgelost. We staan maar deels onbeschut als we die aandoen, en plots krijgt een hevige windvlaag ons te pakken. De wenkbrauwen gaan mee de hoogte in: hmm, is dit wel een goed idee? Maar we komen weldra in het bos en verwachten daar minder wind. Het kapelletje passeren is een spannend moment, maar we zetten door, en krijgen daar geen spijt van. De rest van de dag vertoeven we in een witte wereld waar de sneeuwstorm niet doordringt. We ploffen urenlang verder op onherkenbare wegen die in de zomer druk bereden zijn. Volk zien we nauwelijks, op een sneeuwscooter na die de langlaufpistes prepareert. Zijn we daar nu zo van onder de indruk, of is onze aandacht wat verslapt, in ieder geval merken we tijdens de lunch dat we serieus van de GTJ afgeweken zijn. Een dikke 1,5 km extra, dat staat garant voor nog wat overtollige calorieën kwijtraken, zo moet je maar denken. Ons humeur is alvast niet kapot te krijgen, want dit is waar we voor gekomen zijn: sneeuw, actie, buitenlucht en witte bossen. En zo stormen we ten slotte de laatste helling af naar Giron, dat vredig op ons ligt te wachten. Yihaa!

PRAKTISCH - La Cure – Giron • Alles over de Grande Traversée du Jura: www.gtj.asso.fr/ itineraires-et-activites/gtj-a-raquette. De route is zeer geschikt voor beginnende sneeuwschoenwandelaars: geen lawinegevaar, goed aangeduide route (gele paaltjes), geen al te lange afstanden of grote hoogteverschillen, en niet al te ver van de bewoonde wereld. Handig: de site geeft ook ‘info neige’, zodat je het stuk met de meeste sneeuw kan kiezen voor je traject. • Toch best je navigatieskills meepakken, net als stafkaarten (IGN 3327ET Morez-les Rousses en 3328 OT Crêt de la Neige) en/of apps (zoals Outdoor Active). • Voor het onderhouden van de route vraagt men een bijdrage (redevance), maar we zagen maar 1 ‘loket’ op onze route en dat was gesloten. • Voor een sneeuwschoentocht plan je best iets minder kilometers dan voor een gewone wandeling. Je hebt meer gewicht aan je voeten en je krijgt het er flink warm van. Bovendien wordt het vroeg donker (eind februari). Wij deden op 4 dagen ongeveer 51 km in totaal, en 200 tot 500 stijgende hoogtemeters per dag. • In de Jura zijn er (betaalbare) overnachtingsmogelijkheden te over: gîtes, refuges, chambres d’hôtes, … Dichtst bij de skipistes = snelst volzet. • Wij kozen voor een traject van La Cure tot Giron in 4 etappes, met overnachting in Le Manon (gîte Nature à Trés-les-Crêts), Bellecombe (Auberge La Guienette) en La Pesse (gîte Les Tavaillons). Allemaal aanraders. • Verschillende transferdiensten brengen jou en/of je bagage van A (bv. je auto) naar B (bv. je begin- of eindpunt) als je niet in een lus wandelt. Goede ervaringen met Roule Ma Poule. www. agence-roulemapoule.fr/transport-navettes. • We reden met de auto naar Giron en parkeerden daar voor Le Relais Nordique, waar je kan eten en slapen, maar ook raketten kan huren. • Kies alleszins voor makkelijk aan- en uittrekbare sneeuwschoenen. Grote hoogtes moet je hier niet overbruggen, dus je hebt niet per se een stijghulp nodig (extra klep onderaan de sneeuwschoen). Wel stokken! • Nieuwsgierig naar wandelwol? www.wandelwol.nl

Dit artikel verscheen eerder in Reiskrant nr. 217 december 2020

53


Tekst en foto's David Leduc

“Concatenamento” De Belg Claude Barbier is aan het balen. Maandenlang was hij thuis in Brussel stiekem aan het dromen over een bepaalde 'eerste beklimming'. Hij heeft er nog met niemand over gesproken. Van zodra hij aankomt in de Dolomieten hoort hij dat die beklimming een week eerder door iemand anders is volbracht. Hij moet er meerdere dagen, en eigenlijk een leven lang van bekomen, hij heeft zelfs geen zin meer in klimmen. Maar opeens komt hij op een geniaal idee…

Concatenamento di Claudio, augustus 1961 Augustus 1961. Claudio Barbier heeft een geniaal idee. Zijn makkers vragen hem of hij niet wil gaan klimmen. Neen, hij heeft geen zin, zegt hij. Ze snappen er niks van, het wordt zonnig en stralend weer, maar het is niet de eerste keer dat hun vriend de paljas uithangt. Claude heeft ook geen zin in een avondje met grappa aan de toog van de hut. Hij gaat op tijd slapen. Nog vóór het licht wordt vertrekt hij. Zijn vriend Bepi volgt hem vanuit de hut met de verrekijker. Wanneer hij ’s ochtends opstaat, ziet hij Claudio op de wand midden in de Cassinroute in de Cima Ovest. Alleen. Iets later op de ochtend zit hij in de Comici op de Cima Grande. Na de middag pakt hij er nog de kleinere wandjes bij: de Preussroute op de Cima Piccolissima, de Dülfer op de Punta Frida, en als cooling down de Innerkofler op de Cima Piccola. Om 19u00 is hij terug in de hut voor het avondeten. In het huttenboek noteert hij het volgende: 24 augustus: Claudio Barbier (da solo) • Cima Ovest via Cassin : 5u20 – 8u18, afdaling 8u30 – 9u30 • Cima Grande via Comici : 10u10 – 13u10 • Cima Piccolissima via Preuss : 14u45 -15u55 • Punta di Frida via Dülfer : 16u30 - 17u30 • Cima Piccola via Innerköffler : 17u55 – 18u25 Vijf routes op één dag, vijf routes die in die tijd nog serieuze beklimmingen zijn, en dat zonder partner! De vijf noordwanden van de Drei Zinnen, alle een mijlpaal in de geschiedenis van het klimmen, eventjes solo afgelapt. Futuristisch, elegant, visionair, il concatenamento di Claudio. Pas jaren en zelfs decennia later raakt deze manier van klimmen - snel en luchtig meters slikken - in de mode bij de elite van de bergsport. Claudio is blij, maar is het ook alweer snel vergeten. Vandaag zijn deze routes alpiene megaklassiekers. Nu hebben we natuurlijk perfect dynamische touwen, gordels, klimschoenen, en eventueel nog dure Gore-Tex zooi, betrouwbare weerberichten, overdreven gedetailleerde topo’s die al het avontuur elimineren, en overal verschrikkelijke internetvervuiling zodat we zelfs in de bergen niet meer in de bergen zijn. Maar toch behouden deze routes nog een beetje van hun ruige karakter: de Dolomieten hebben zich niet laten temmen door boorhaken, plaquettes of salonklimmers! De rots is goed gekuist door de honderden beklimmingen, maar er kunnen nog steeds kleine frigo’s naar beneden vallen. Foutklimmen is moeilijk maar nog steeds mogelijk. En die pitons, zalig! Het voelt steeds zo goed om ze te zien, maar vertrouw ze niet blind!

54


55


56


60 jaar later 24 augustus 2021. Een zonnige zomerse zondag. Sébastien Berthe en ik willen wat schaduw opzoeken. En waarom ook niet wat overhangen erbij pakken, porties losse rots, en een chronometer. Het is tenslotte 60 jaar geleden dat Barbier op zijn eentje al die wanden beklom. Dertien uur deed hij over de 1750 klimmeters, inclusief de afdalingen. Een belangrijke feestdag voor de Belgische klimmers! Wij nemen wél een touw mee, en een banner. Vandaag is het zaterdag. We hebben rustig uitgeslapen na een zware dag. Donderdag hebben we een nachtje overgeslagen, dan alles kapotgetrokken in Bellavista, waarna we dus ook laat in bed zijn gekropen. Koffie drinken en in de rivier springen, voor de rest staat er niet zo veel op het programma. Plannen bespreken. “David, wat dacht jij hier nog te willen doen?” “Ja Sébastien… ik heb een leuk idee!”. Het weer checken, dat moet natuurlijk ook. Hmm, morgen zon. En daarna een hele week regen. Er komt dus toch wat meer op het programma te staan vandaag: topo’s bestuderen, rugzakken maken, een tactiek bespreken, met de hond gaan wandelen, een stuk stof en een spuitbus vinden om een banner te maken! Sébastien vindt het natuurlijk een goed idee. Zegt hij eigenlijk ooit “nee” op een voorstel of op eender welk idioot plan? In cordée zijn we trager dan alleen. Claudio deed er 13 uur over. Gaat het ons, de slakken, dan lukken in één dag? We kennen het massief ook niet zo goed. In ieder geval gaan we het proberen, zonder risico’s te nemen. Hoe pakken we dat dan aan? Zo weinig mogelijk gewicht aan kleren, eten, literatuur… De moeilijkere lengtes linken, per 2 of per 3, en de rest corde tendue, simultaan klimmen, tot het materiaal op is, en dan relais maken, zodat de naklimmer met al het gerecupereerde gerief kan beginnen voorklimmen tot opnieuw alles op is. Maar hoeveel gerief neem je dan mee, setjes, klemblokken, cordelettes, microtractions? Genoeg, maar ook niet te veel. Toegegeven, we hebben voldoende marge in het niveau en in de stijl. Wat we moeten doen, is zo weinig mogelijk haken inpikken, zo weinig mogelijk gerief steken, maar ook niet overdrijven. Alle punten goed verlengen, anders geraak je niet meer verder door de tirage. Niet foutklimmen uiteraard, en vooral niet vallen.

La mia via è senza funivia Tegelijk willen Sébastien en ik een boodschap overbrengen. Een boodschap die misschien, maar heel waarschijnlijk, in de lijn ligt van de idealen van Claudio. “La mia via è senza funivia”. In samenwerking met Mountain Wilderness vragen we om de ruige natuur te beschermen, te stoppen met het bouwen van skiliften, en de bergen niet om te bouwen tot een groot pretpark. Elke route, elke wand, elke helling verdient het gebruik van eigen kracht en passie om ze te temmen. Skiliften behoren tot de verleden tijd. Morgen moeten de bergen weer bergen worden.

Maar we hebben wel iets over het hoofd gezien: morgen, de enige dag waarop het niet gaat regenen, zal een zonnige zomerse zondag zijn. Bovendien staan onze routes in het boek “de allergrootste klassiekers van de Alpen”. Wat nu? We moeten voorbereid zijn op het voorsteken van andere cordées. Sébastien denkt dat we tijdens het voorbijsteken best wat gezellig kunnen babbelen en ons strak plan uitleggen, waardoor we wel op sympathie zullen kunnen rekenen. Check! Wekker om 5u. We slenteren naar de Cassin. Maar wat een zondagsklimmers zijn we toch: er is al een cordée vóór ons! Na de derde lengte steken we die voorbij. Alles verloopt zoals we het hebben bedacht. We linken de lengtes en klimmen simultaan door de laatste paar honderd meter. Het is 9u47, en we staan al op de top van de Cima Grande! We lopen op het gemak naar beneden door het puin en het steengruis van de normaalroute. Om 11u13, starten we de via Comici. We cruisen naar boven: heerlijk om te klimmen zonder uren aan een relais te hangen. In het midden passeren we een cordée, we passen de besproken tactiek toe en alles loopt op wieltjes. Op het einde van de route verkiezen we de mooiere en iets moeilijkere variant Costantini-Alveria. Om 14u18 kleden we ons op de top uit voor een kleine manifestatie! Afdaling. Punta Frida, 46min. Afdaling. Cima Piccola, 43min. Afdaling. Cima Piccolissima, 1u05. 21u11: feestje op de top! Nu resten ons enkel nog een paar rappels, en we nemen uiteraard de verkeerde kant, op schrale pitons.

57


‘Partnercheck 2.0 – Berg und Steigen #100 Herfst 2017 - Vertaling door Ben Van Poucke Foto’s: © Berg und Steigen / © KBF

DE PARTNERCHECK, EEN SUCCESVERHAAL!? Het concept van de partnercheck ontstond aan het einde van de vorige eeuw, naar aanleiding van twee artikels over risicomanagement in klimzalen in het tijdschrift Berg & Steigen (3/1997 en 1/1998). De auteurs, berggids Michael Larcher en sportklimleraar Markus Schwaiger, beiden medewerkers van de Oostenrijkse alpenvereniging, achtten in 2017 de tijd rijp voor een partnercheck 2.0. Dit is een samenvatting van het artikel dat daarover verscheen in Berg & Steigen 3/17. Een oproep aan de gehele klimgemeenschap, maar in het bijzonder aan toezichters, begeleiders en sportkaders.

M eer

dan 90% van de klimmers kent het begrip ‘partnercheck’, 45% zegt deze toe te passen en geschat wordt dat 30% het ook écht volledig correct doet. De cijfers dateren van enkel jaren geleden, wellicht liggen ze nu hoger. De woordkeuze ‘partnercheck’ heeft waarschijnlijk in belangrijke mate bijgedragen tot de acceptatie ervan. ‘Partner’ staat voor gelijkwaardig, op dezelfde golflengte, een begrip waar veel sympathie en warmte in schuilt. Wat dat woord ontbreekt aan coolness, zit dan weer verweven in ‘check’. Geef toe ‘routinecontrole vóór het klimmen’ klinkt toch minder aantrekkelijk?

eis steigt Oktoberfest: Bierpr so lautet der

15,30 €, München (dpa) ich s, der einvernehml diesjährige Bierprei vereinbart wurde irten senw Wie den von

...da leit‘s heia grod no oa Maß...

BLACK-OUT EN VERSTROOIDHEID, EEN VALKUIL VOOR ERVAREN KLIMMERS? Volgens de auteurs ligt de bron van de risico’s die we met de partnercheck willen tegengaan in de ‘bewustzijnsuitvallen’, zogenaamde blackouts. Wie heeft er zichzelf nog niet op betrapt dat hij, een paar meter boven de grond, met een gespannen blik controleert of de inbindknoop wel goed gelegd is? Daarbij komt nog verstrooidheid, al dan niet veroorzaakt door afleidende factoren waaraan in een klimzaal geen gebrek is. Bijzonder aan dit laatste is dat het meer voorkomt bij ervaren klimmers dan bij beginners. Dat lijkt plausibel, omdat handelingen die we al honderden keren herhaald hebben, automatisch gebeuren en we niet langer de gebieden van onze hersenen nodig hebben die verantwoordelijk zijn voor het bewust denken. Daardoor komt er in ons hoofd ruimte vrij voor andere, meer afleidende gedachten. Wellicht is dat de reden waarom er, ook na het invoeren van de partnercheck, nog steeds dodelijke ongevallen in klimzalen gebeuren. Een routinematige en louter visuele partnercheck (het ‘vier-ogenprincipe’) is volgens Larcher en Schwaiger niet afdoende. Zij denken dat de partnercheck 2.0. dit euvel mee kan helpen voorkomen. 1

58

Afleiding, verstrooidheid, black-out: Oktoberfeste München: prijsstijging van het bier - “Met dergelijke hoge prijzen kan ik me maar een halve liter veroorloven, in plaats van 3 …”


PARTNERCHECK 2.0 De auteurs suggereren om de partnercheck aan te leren volgens de afbeeldingen hiernaast. Hun tweede oproep is de controleroutine te systematiseren, d.w.z. om de volgorde van de individuele controlemaatregelen volgens een bepaald patroon aan te leren, en wel als volgt: 1. Eerst gebeurt de controle van de klimmer, dan van de zekeraar 2. De controle gebeurt van buitenaf, naar het lichaam toe 3. Het touweinde wordt als laatste gecontroleerd. In detail (en zoals het beschreven wordt in het klimvaardigheidsbewijs 'outdoor voorklimmen') • Eerst controleert de zekeraar bij de klimmer (afbeelding 1): 1. De lengte van het touweinde van de inbindknoop, deze hoort minimaal een handpalm breed te zijn en maximaal de handpalm plus een gespreide duim (een andere evenwaardige duimregel zegt minimaal 10 en maximaal 15 keer de touwdiameter); 2. de inbindknoop, effectief aantrekken ervan; 3. of het touw correct door de inbindlus(sen) van het klimharnas zit; 4. of de gordelgesp(en) aangetrokken zijn. Afbeelding 1

• Dan controleert de klimmer bij de zekeraar, die het remtouw al in de hand houdt (afbeelding 2): 1. De blokkeerwerking van het zekeringsapparaat (nvdr: tuberachtige, autotuber of halfautomaat, waarbij de laatste twee de voorkeur verdienen)': neem de karabiner met de hand vast en geef een ruk aan het touw dat naar de klimmer gaat; 2. de volledige en correcte sluiting van de karabiner: druk actief op de veiligheidssluiting; 3. of de karabiner correct op de inbindlus zit 4. of de gordelgesp(en) zijn aangetrokken. Controleer daarna of er een stevig aangetrokken knoop (bijvoorbeeld dubbele zaksteek of dubbele achtknoop) in het vrije uiteinde van het touw zit. Check? Check! HARDE WOORDEN De auteurs eindigen hun artikel met een bedenking die blijft hangen. ‘Wie de partnercontrole consequent uitvoert - inclusief de knopen aan het touwuiteinde, óók in de klimzaal - en dit ook van zijn partners eist, handelt correct. Degenen die dit niet doen of alleen in bepaalde situaties, zijn niet met hun tijd mee. Het recht om onszelf in gevaar te brengen blijft bestaan, het recht om onze klimpartner in gevaar te brengen heeft nooit bestaan. Nooit.’

Afbeelding 2 Knoten im Seilende...passt!!

Afbeelding 1 Eerst wordt de klimmer gecontroleerd, dan diegene die zekert. Controle van buitenaf, naar het lichaam toe. Vier ogen - vier handen controleren: (1) lengte van het touwuiteinde (2) inbindknoop, (3) inbindlussen gordel, (4) gesp van de gordel. Afbeelding 2 Voorstel tot routinecontrole zekeraar die het remtouw al in de hand heeft. Controle van buiten naar het lichaam. Vier ogen - vier handen: (1) zekeringstoestel, blokkeertest, (2) vergrendeling van de karabiner met het zekeringstoestel, (3) karabiner correct in inbindlussen gordel (4) gesp van de gordel.

mind. ½ m

Afbeelding 3

Afbeelding 3 Voorstel tot routinecontrole touweinde Vier ogen principe: Knoop in het touweinde? … Check!

59


Tekst en foto's Koen Hauchecorne

Slijtage maillon rapide of 'MR'... E en ‘maillon rapide’ (MR), in het Nederlands een ‘snelschakel’, kan je beschouwen als een schakel uit een ketting die je kan open- en dichtschroeven. Afbeelding één toont een MR gemaakt uit roestvrij (inox) staal (voor de kenners: 316L), met een diameter van 10 mm. Een MR is erg sterk. De in afbeelding één getoonde heeft een houdkracht van 90 kN (of in gewone mensentaal, ongeveer 9000 kg).

Afbeelding twee toont de voormalige standaard voor een KBFstandplaats. Van boven naar onder bestaat deze uit: een lijmhaak in gegalvaniseerd staal (een galva lijmhaak), een galva maillon rapide, vervolgens een galva ketting die onderaan door middel van een inox MR verbonden is met een inox lijmhaak. Op vele KBF-massieven, voornamelijk de al langer bestaande (de Paradou, Durnal, Pont à Lesse,…) tref je bovenaan de route dit type van standplaats aan. In de loop van 2019 werd deze standaard gewijzigd. In de voorgaande jaren werd namelijk vastgesteld dat er bij de standplaats uit afbeelding twee soms roestvorming optrad op de plaats waar de galva ketting de inox MR raakt. Nooit verontrustend, precies omdat een MR zo sterk is. Maar op erg lange termijn (tientallen jaren) wordt dit wel iets om op te volgen. De nieuwe standaard is nu het type uit afbeelding drie: twee keer een inox MR diameter tien mm vastgemaakt in een inox lijmhaak, op een onderlinge afstand van ongeveer dertig cm, en ongeveer vijf cm zijdelings uit elkaar. Slijtage van MR’s

Afbeelding 1: Maillon rapide of snelschakel

Op vrijwel alle standplaatsen van de KBF-massieven tref je zulke MR’s aan. En vrijwel al die standplaatsen behoren tot één van de twee onderstaande types.

Afbeelding 2: Maillon rapide of snelschakel

60

Op de Belgische rotsmassieven en ook op degene die KBF beheert, wordt er vaak getoproped. Bij de standplaats uit afbeelding twee loopt het touw door de onderste MR, bij de standplaats uit afbeelding drie loopt het door beide MR’s, waarbij de bovenste het meest wordt belast. Vuil partikels en in het bijzonder zandkorrels op de bodem vóór de rotsen kunnen zich vasthechten aan een klimtouw. Als dit vervolgens bij het neerlaten van een klimmer door een MR loopt, veroorzaakt dat een aanzienlijke slijtage. Bijzonder op het massief van Durnal (Chansin) valt dit op. Dit is dan ook een zandsteenmassief. Het is niet voor niets dat oude slijpstenen vaak uit zandsteen zijn gemaakt!

Afbeelding 3: Maillon rapide of snelschakel.

Afbeelding 4: Maillon rapide (INOX, 10 mm) uit de route ‘Frodo’ te Durnal


De afbeelding vier toont een MR die iets minder dan twee jaar (!) op de standplaats (type zoals in afbeelding twee) van de route ‘Frodo’ heeft gehangen, een erg populaire route in Durnal. De MR was voor ongeveer dertig procent ingesleten. Veiligheidstechnisch gezien geen probleem: deze MR heeft nog steeds een houdkracht van ongeveer 4500 kg, een belasting die in de praktijk in geen enkele klim situatie kan optreden. Maar een sterk doorgesleten MR wekt natuurlijk geen vertrouwen. Bovendien ontstaat er bij diep uitslijten een geultje waarvan de zijranden best scherp kunnen worden. Met risico op beschadiging van het touw. Daarom vervangt KBF de MR’s bij één derde afname van de diameter. Op dat moment bestaat er nog geen gevaar op scherpe slijt randjes . Het pakweg tweejaarlijks vervangen van MR’s, is een dure aangelegenheid. Niet alleen omwille van de kostprijs (reken op ongeveer € 8 per stuk), maar ook omdat het telkens veel tijd en mankracht van medewerkers van het Belgian Rebolting Team vergt. Het is dus een kwestie om deze slijtage zoveel mogelijk te verminderen. at kan je als klimmer doen om deze slijtage te verminderen? Gebruik een touwzak Een touwzak houdt je touw zuiverder dan wanneer je het gewoon op de (zand)grond uitrolt. Dat is du niet alleen goed voor de levensduur van het touw zelf, maar ook voor de slijtage van de MR’s bij het topropen. Gebruik zoveel mogelijk een karabiner als omlooppunt bij het topropen Als beide personen van je touwgroep de route willen klimmen, dan kan je de slijtage al tot de helft reduceren als de eerste die boven komt op de standplaats een beveiligde karabiner (bijvoorbeeld een Petzl Am 'D Ball-Lock of William Ball-Lock) aanbrengt en daarin het touw klipt. Op een standplaats zoals in afbeelding één hang je deze karabiner in de onderste MR. Op een standplaats zoals in afbeelding twee hang je deze karabiner in de bovenste haak, en in de onderste bevestig je een setje, dat je ook als backup rond het touw klipt. De zekeraar laat de eerste klimmer zakken en kan dan zelf de route voor- of naklimmen. Boven gekomen moet die de achtergelaten karabiners weer meenemen, na ombouwen naar toprope volgens de onderstaande methode. - Maak een zelfzekering aan de onderste MR van de standplaats met een bandlus en een beveiligde karabiner, of met een setje. Hou de zelfzekering altijd onder spanning - Haal twee meter touw dubbel door de onderste MR (bij een standplaats zoals in afbeelding twee) eerst langs boven door de bovenste MR en dan langs boven door de onderste MR (bij een standplaats zoals in afbeelding drie). Leg op dit dubbel genomen touw een achtknoop en bevestig de lus ervan met een beveiligde karabiner aan de zekeringslus van je gordel. - Maak je originele inbindknoop los en trek het losse touweinde door de MR(‘s). - Trek jezelf naar de standplaats, zoek (oog)contact met je zekeraar en vraag ‘blok’ (het touw aan te spannen) - Maak, slechts na een ‘OK’ van je zekeraar en voelbare touwspanning, je zelfzekering los - Je zekeraar laat je zakken. Het is bij deze methode absoluut noodzakelijk dat de zekeraar de hele tijd blijft zekeren. Je roept nooit ‘Stand’!

En soms is rappellen meer aangewezen dan topropen… Ook bij routes van slechts één touwlengte is het soms aangewezen om niet te topropen, maar wel te rappellen. Dat is bijvoorbeeld het geval: - Als er in een toprope situatie erg veel touw wrijving zou ontstaan, doordat het routeverloop erg grillig is en/of doordat er erg veel wrijving optreedt op het touw dat naar de zekeraar gaat (als dat bijvoorbeeld door een nauwe rotsspleet of over een sterk geprononceerd rots uitsteeksel loopt). In dergelijke gevallen kan de zekeraar erg veel moeite hebben om het touw in te halen, en daarbij kan de touwmantel erg gaan slijten. - Wanneer in een toprope situatie het touw over een scherpe rotsrand loopt, met niet te verwaarlozen risico op ernstige beschadiging van het touw. In deze voorbeelden is het aangewezen dat voor- en naklimmer samenkomen op de standplaats, en vervolgens beide weer naar beneden gaan door rappellen. Het recupereren van het klimtouw na het rappellen zorgt voor veel minder slijtage van de MR (en van het touw) omdat het touw veel minder belast is. Natuurlijk is rappellen ook een goede oefening voor wie routes van meerdere touwlengtes wil klimmen. Tegelijk is het de eenvoudigste en meest afdoende methode om slijtage van de MR sterk te reduceren. Maar let op: rappellen is niet altijd en overal zonder meer mogelijk. Het uitgooien van het touw of het afdalen zelf kunnen zorgen voor de nodige hinder als er nog touwgroepen in dezelfde zone actief zijn. Als rotsklimmer moet je steeds de situatie kunnen beoordelen en in functie daarvan de juiste technieken aanwenden.

Klimvaardigheidsbewijzen De in dit artikel vermelde techniek om om te bouwen naar toprope wordt ook aangeleerd tijdens de cursus die leidt tot het behalen van het klimvaardigheidsbewijs ‘outdoor voorklimmen’ (kortweg ‘KVB 3’). Vele KBF-clubs bieden deze cursus standaard aan. Meer informatie kan je vinden onder: https://www.klimenbergsportfederatie.be/ rotsklimmen/klimvaardigheidsbewijzen.

61


Tekst en foto's Jan Cools

Bevers Bevers zijn terug van weggeweest. Tot tien jaar geleden moest je op safari gaan om bevers op speciale plekken aan de Ourthe te zien. Nu zie je hun burchten en dammen overal in de Ardennen. De bever zelf is moeilijker te spotten. Wallonië telt nu ongeveer duizend bevers, verspreid over tweehonderdvijftig territoria.

De jacht op bevers De laatste bever stierf in België in 1848. Ook in de rest van Europa werd stevig gejaagd op bevers. Begin 20ste eeuw leefden er nog amper twaalfhonderd bevers in heel Europa en Azië samen. Sinds begin deze eeuw is de bever bezig aan een opmars. In de meeste landen waar de bever was uitgestorven, is hij terug geïntroduceerd. Eind jaren negentig droomden enkele natuurliefhebbers er van om terug bevers in België te hebben. Tussen 1998-2000 namen ze actie en gingen op zoek naar bevers in het Elbe gebied in Beieren (Duitsland). De gevangen bevers lieten ze terug vrij in NoordFrankrijk, in het brongebied van de Ourthe. Van daaruit kon de bever aan zijn opmars in België beginnen. Met die actie was niet iedereen gelukkig en het was bovendien illegaal. Bevers, als bedreigde diersoort, mogen zonder vergunning niet gevangen worden. Ook herintroductie in België was verboden. Daarom werd de bever stroomopwaarts in Frankrijk uitgezet. Zo konden ze zelf de Belgische grens overzwemmen. Tien jaar geleden werd dit kunstje opnieuw gedaan. Bevers werden ook in het Dijle gebied uitgezet.

62

Bevers zijn beschermd in Europa, er mag dus niet op gejaagd worden. Sommige slachtoffers van beverschade zien dit wel zitten. De rattenvangers in dienst van de overheid laten de bever ook met rust. Zij jagen enkel op de kleinere neefjes: de beverrat en de muskusrat. En dan is er nog de Amerikaanse bever, die hier niet welkom is. Europa beschermt enkel, rara, de Europese bever. Historisch gezien werd op bevers gejaagd voor hun bont, vlees en bevergeil. Bever vlees was speciaal. Het vlees van dit waterdier werd door de kerk aanzien als vis en mocht dus gegeten worden op vrijdag, de dag die door de Kerk werd uitgeroepen als vleesloze dag. Bevergeil of castoreum is een olie-achtige substantie die bevers gebruiken om hun vacht waterdicht te maken en om hun territorium af te bakenen. Als grootste Europese knaagdier heb je bovendien niet veel bevers nodig voor een bontjas. Bevergeil had ook commerciële waarde als parfum en medicijn. Het bevergeil werkte als medicijn. Het bevat de stof salicylzuur, de werkzame stof van aspirine.


foto © Jean Beaufort (CC0 Public Domain) Bevers, de ingenieurs van de natuur Bevers staan bekend om boomstammen om te knagen, in de vorm van een potloodpunt. Een bever kan vijftig bomen per jaar vellen, voornamelijk in de herfst. Meestal worden bomen tot twintig centimeter diameter geveld, en dat in minder dan vijf minuten. Dikkere stammen, tot zeventig cm, kunnen ze ook aan. Daar hebben ze dan wel dagen voor nodig met meerdere bevers. Voor dikkere stammen wordt eerst een zandloper vormige inkeping gemaakt. De wind zorgt ervoor dat de boom neer gaat. Het eindresultaat is de bekend: een stam die afknapt in de vorm van een potlood. Bevers zijn vooral actief met knagen in de herfst. Ze leggen dan een voedselreserve aan voor de winter. In tegenstelling tot andere knaagdieren houden ze geen winterslaap. Stammen en twijgen worden onder water in de modder verankerd. Zo kan hij er ook aan als het water is dichtgevroren. De bast, twijgjes en de blaadjes eten ze op. Met het resthout dammen ze de rivier af en bouwen ze hun huis, de zogenoemde burcht, te midden van het water. Een dam bouwt de bever om ervoor te zorgen dat het waterpeil hoog genoeg staat. Een bever heeft minstens een waterdiepte van vijftig cm nodig om vrij te kunnen zwemmen, maar ook om de toegang tot zijn burcht onzichtbaar onder water te maken. Als die diepte er niet is, maakt hij een dam. Achter de dam ontstaat dan een meer, met de nodige diepte. In het midden van het meer bouwt de bever zijn burcht. De ingangen bevinden zich altijd onder water. Is het water wel diep genoeg, zoals bijvoorbeeld in de Dijle, dan bouwt hij geen burcht, en maakt hij zijn hol in de oever, onder water. De ingang van de burcht ligt onder water om vijanden weg te houden. De woonkamer van de burcht is wel droog. De binnenkant is ingesmeerd met modder en leem om water- en winddicht te maken. Met zijn voorpoten brengt hij modder en leem aan, met zijn staart drukt hij alles aan. Een burcht bestaat uit twee kamers. Ze komen binnen via de natte kamer. Daar schudden ze zich uit, en maken zich schoon. De natte kamer is verbonden met de eigenlijke woonkamer, die droog blijft. De woonkamer zelf ligt trouwens op zo’n twintig cm boven de waterspiegel. Een gemiddelde burcht is drie meter hoog. In een beverburcht woont één gezin van vier à tien bevers. Dat zijn de ouders met de kleine bevers van dit jaar en het jaar ervoor. In het derde jaar gaan de oudste kinderen hun eigen weg. Vaak bouwen ze stroomopwaarts hun eigen dam en burcht. Het liefst knagen ze aan wilg en populier, voor hen zachte en lekkere boomsoorten. Maar zo kieskeurig zijn ze niet, ze kiezen het liefst bomen die dicht bij het water staan. En dat zijn in de Ardennen vaak naaldbomen. Bevers eten trouwens ook kruiden, bloemen en grassen. Zelfs brandnetel staat op zijn menu. In tegenstelling tot de otter, waar hij wel wat op lijkt, eet hij geen vis. Een bever eet zoals een konijn, ook zijn uitwerpselen op. Hiermee wil hij de achtergebleven voedingsstoffen opnemen. Een bever heeft twee types uitwerpselen: groen en vochtig, en bruin en droog. Het is enkel het groene dat hij terug opeet. Bevers zijn echte ingenieurs. Op traag stromend water is de dam een rechte lijn, terwijl een dam op snel stromend water eerder gekromd is, om beter de kracht van het water te kunnen opvangen. Bevers hebben ook de gewoonte om gebreken zo snel mogelijk te herstellen. Kwade boeren die een dam (deels) stuk maken zien dat hun werk vaak teniet wordt gedaan. De bever heeft een dam snel hersteld, of elders opnieuw opgebouwd.

63


Bevers zijn goed voor de natuur Bevers creëren niet enkel voor zichzelf een goede woonomgeving. Ook andere dieren zoals libellen, kikkers en salamanders varen wel bij de vernatting door bevers. De extra biodiversiteit trekt op zijn beurt zwarte ooievaars en kiekendieven aan. Het voornaamste voordeel voor de natuur is dat bevers met hun dammen wetlands doen ontstaan. Wetlands zijn natuurlijke moerasgebieden die onder druk van bebouwing, land- en bosbouw grotendeels zijn verdwenen. Bevers nemen eigenlijk een beetje werk van de overheid over, want die hoort ook drooggevallen wetlands te herstellen. Daarnaast zorgen bevers voor natuurlijke herbebossing. Soorten die niet tegen natuurlijke overstroming kunnen, zoals naaldhout verdwijnen ten voordele van wilgen en populieren.

Met hun oranje snijtanden kunnen ze hout van alle dikte doorknagen. De beschermende glazuurlaag geeft de snijtanden de typische oranje kleur. De tanden blijven trouwens zijn hele leven lang doorgroeien, net zo snel om de slijtage door het knagen te compenseren. De snijtanden zijn ook erg praktisch gebouwd, hij kan hout knagen met zijn mond toe. Zo krijgt hij geen houtsplinters binnen.

Bevers zijn van nature goed in waterbeheer. Hun werk vermindert schade van zowel overstromingen als droogte. Hun dammetjes zorgen voor meer infiltratie, en vertragen ook het wegstromen van water. Overtollig water bij hevige neerslag wordt zo in de bevermeren vastgehouden en schade benedenstrooms wordt vermeden. De infiltratie naar het grondwater zorgt voor een extra reserve in geval van droogte. Daarnaast helpen bevers ook om waterkwaliteit te verbeteren. Het vertragen en vasthouden van water achter hun dammen verhoogt het zelfreinigend vermogen van rivieren.

Ook aan de zintuigen zie je dat de bever goed aangepast is aan leven in het water. Bevers kunnen sneller zwemmen dan de mens en zien beter onder water. Ze hebben een doorzichtig ooglid dat er voor zorgt dat hij zijn ogen onder water kan openhouden. Bevers kunnen tot twintig minuten lang hun adem inhouden, hij doet dit enkel in geval van gevaar. Op het land sleept hij zich wat voort, in bever gebied zie je vaak een breed modderspoor.

Typisch bever Een bever herken je makkelijk aan zijn platte geschubde staart. Daarnaast heeft hij krachtige oranje snijtanden en handige poten. Die staart heeft verschillende functies. Hij doet dienst als roer bij het zwemmen, is comfortabel als zitkussen en een werktuig waarmee hij de modder op de burcht en de dam aandrukt. De staart regelt ook zijn temperatuur, vooral als het te warm is.

64

Een bever is verder heel handig met zijn voorpoten. Hij kan een twijg ter grootte van een potlood vlot ronddraaien terwijl hij de bast er vanaf eet. De voorpoten worden ook gebruikt om modder en stenen te verplaatsen. Tussen de tenen van de achterpoten zitten zwemvliezen.

De bever kan bijna volledig onder water zijn maar toch nog de ogen, oren en neus boven water hebben. Zo kan hij zijn vijanden op het land observeren terwijl hijzelf grotendeels onzichtbaar is. Dat is trouwens een verschil met de muskusrat en beverrat. Die zijn zowiezo kleiner, maar liggen ook een pak hoger in het water. Een beverrat en muskusrat zie je makkelijk zwemmen, terwijl dat bij een bever een pak moeilijker is. Om bevers te spotten heb je veel geduld nodig, het zijn heel schuwe dieren. Het zijn eigenlijk dagdieren, maar hebben hun gedrag aangepast door de aanwezigheid van de mens. Ze zijn bij ons vooral ‘s nachts en in de vroege morgen actief.


Beverschade Conclusie Heel wat landeigenaars, waaronder boeren, klagen over de schade die veroorzaakt is door bevers. Bomen sneuvelen, land komt onder water te staan. Bevers durven ook wel van granen, maïs en bieten te snoepen. Sommige stellen daarom dat, gezien de schade, uitzonderlijk op bevers moet kunnen gejaagd worden. Natagora, de Waalse tegenhanger van Natuurpunt stelt dat schade aan landbouwgewassen in Wallonië eerder marginaal is, en zowiezo veel lager dan de schade door wilde zwijnen. De vele voordelen van bevers voor de natuur, en de ervaring dat het vernietigen van dammen, burchten, of bevers zelf, onvoldoende werkt om beverschade tegen te gaan, meent Natagora dat het onredelijk is om een uitzondering toe te staan om op bevers te jagen.

Bevers zelf zijn moeilijk te spotten, maar hun sporen zijn vaak heel duidelijk in het landschap aanwezig: dammen, burchten en afgeknaagde bomen. Bevers zijn echte ingenieurs en landschapsarchitecten. Ze creëren niet alleen voor zichzelf een goede leefomgeving, maar ook voor andere dieren. Bevers zijn verspreid over de Ardennen. Hun sporen zijn het spectaculairst op kleine riviertjes waar de waterstand normaal gezien niet zo hoog is. Voor hun overleven leggen bevers daar dammen en burchten aan. Zo ontstaan bever meren, waarin het water hoog staat.

Er bestaan simpele voorzorgsmaatregelen om beverschade te voorkomen. Bevers zijn bovendien meesters in het herstellen van schade aan hun burcht of dam. Jonge bevers zullen bovendien geneigd zijn aanlokkelijke sites opnieuw te bevolken, en dus opnieuw onder water te zetten. Een beboste corridor van tien meter langs de waterloop natuur laten, biedt voldoende voedsel voor bevers en vermijdt grotendeels de schade. Is dit niet mogelijk dan kan kippengaas of een afstotende coating aangebracht worden aan bomen, die niet mogen afgeknaagd worden. Een geëlektrificeerde afrastering rond het domein is een andere oplossing om bevers op afstand te houden. Als oplossing voor overstromingen, kan een schuin aflopende PVC buis worden aangebracht waar nodig. De mond van de PVC buis moet wel afgeschermd worden met een metalen kooi, om hardwerkende bevers te slim af te zijn.

© Pixabay

Photo by y Niklas Hamann on Unsplash

foto © Junior Libby (CC0 Public Domain)

65


SHOP Uitgebreid aanbod in de webshop In de KBF-webshop vind je een uitgebreide keuze aan topo’s, boeken en cursussen. Bekijk het volledige aanbod op www.kbfvzw.be > webshop

De gezelligheid van een berghut in de Ardennen of de Hoge Venen Chaveehut - Rue de la Chavee 7, 5330 Maillen Ideaal gelegen tussen de verschillende rotsmassieven

Je kan in de hut maaltijden krijgen, je dient hiervoor wel telkens op voorhand alles te reserveren. Het is ook mogelijk om zelf te koken in de trekkerskeuken of te barbecuen. Er zijn vier douches en een aparte wasgelegenheid voor dames en heren. Er kan geslapen worden op het lager (41 bedden) of op de familiekamers (3 kamers voor 6p, 1 kamer voor 4p, 1 kamer voor 2p). Uiteraard zijn alle ruimtes verwarmd. Er is mogelijkheid tot kamperen op de weide aan de hut. oor Korting v de KBF, n a v n e d le andere NKBV of igingen! n Alpenvere

Vennhütte - Am Bahnhof 13, 4790 Burg Reuland Ideaal gelegen voor charmante wandelingen en fietstochten in de natuur

Er is plaats voor in totaal 32 gasten. Hiervan kunnen 20 gasten slapen op het lager (slaapzolder) in ruimtes van maximaal 8 personen. 12 gasten kunnen op kamers slapen van 2 tot maximaal 6 personen. Breng hiervoor zeker zelf je slaapzak, een 1 persoons hoeslaken en een kussensloop mee. Er is een modern sanitair, een goed uitgeruste keuken en een gezellige bar. In de hut kook je je avondmaal zelf. Ontbijt en lunchpakketten kunnen voorzien worden als je dit vooraf bestelt en betaalt. Info & reserveren: www.klimenbergsportfederatie.be/infochaveehut en www.klimenbergsportfederatie.be/Vennhütte


JAY & JAYNE The Ultimate All-rounders. No matter whether used for sport, ice or alpine climbing, these two harnesses feel at home in any terrain. Adjustable leg loops and easy-to-center tie-in point enable the harness to be quickly and conveniently fitted to size. Made of bluesign® certified materials. www.edelrid.com


ZENITH DOORSTA ELKE STORM

Waarom zou je wachten tot de wolken zijn verdwenen? De Zenith komt het best tot zijn recht in barre omstandigheden. Door het ingenieuze ontwerp en de GORE-TEX® PACLITE® Plus buitenstof beschermt dit jack je tegen het slechtste weer dat de bergen voor je in petto kunnen hebben.

WWW.RAB.EQUIPMENT

Profile for Klim en Bergsportfederatie

MONTE - Klim-en Bergsportfederatie - 2021 / 2  

Advertisement
Advertisement
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded