Page 1

't ALTENATUURTJE Altenatuur Natuurbeschermingsvereniging

voor het Land van Heusden en Altena

104 januari

2017


’t Altenatuurtje 36e jaargang nr. 2, januari 2017. Uitgave van natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. Opgericht 5-11-1980, ingeschreven 15-10-1981. BESTUUR: voorzitter: J. (Jaap) van Diggelen, secretaris: J.H. (Johan) Koekkoek, penningmeester: M. (Margo) van Beem, leden: L. (Len) Bruining H. (Herman) van Krieken J. (Jeanette) Pollema P. (Pia) Stierman G. (Goof) van Vliet

Sportlaan 24,

4286 ET Almkerk.

0183-402034

Emmikhovenseweg 6a,

4286 LH Almkerk.

0183-402231

Hillsestraat 12,

4269 VG Babyloniënbroek.

0416-351772

Van Gendtstraat 14, HilIsestraat 35, Dr. van Vuurestraat 76, Bruigomstraat 12, Molenstraat 28

4271 AM Dussen. 4269 VH Babyloniënbroek. 4271 XH Dussen. 4251 EP Werkendam. 4285 AB Woudrichem

0416-392373 0416-355155 0416-391654 0183-505341 06-28703838

INTERNET: www.altenatuur.nl Facebook: Facebook.com/altenatuur Twitter: @altenatuur

Email: altenatuur@gmail.com altenatuurgastlessen@gmail.com

REDACTIE: P. (Pia) Stierman Bruigomstraat 12, 4251 EP Werkendam. 0183-505341 tevens redactie adres. VORMGEVING EN ILLUSTRATIES: J.A.P. (Jan) van Haaften Eikenlaan 5, 4254 AR Sleeuwijk. 06-49904862 CONTACTADRESSEN: Beheercommissie Natuurgebieden: J. (Jaap) van Diggelen, Sportlaan 24, 4286 ET Almkerk. 0183-402034 Plantenwerkgroep: E.A. (Ernst-Jan) van Haaften, Merwededijk 35, 4285 WC Woudrichem. 06-52318842 Vogelwerkgroep: A. (Arie) van den Herik, Oudendijk 33a, 4285 WH Woudrichem. 0183-304193 LIDMAATSCHAP: jeugdlid €5,-- per jaar, lid €12,50 per jaar, gezinslidmaatschap €20,- per jaar. Rabobank Almkerk: NL67 RABO 0301 5243 19 t.n.v. penn. Altenatuur. Aanmeldingen, adreswijzigingen en opzeggingen opsturen naar de ledenadministratie. Beëindiging van het lidmaatschap schriftelijk vóór 1 december van het lopende jaar. Ledenadministratie Altenatuur, Dr. van Vuurestraat 76, 4271 XH Dussen. OMSLAG: Foto van de grote lisdodde in het Pompveld; Jan van Haaften. Omslagontwerp; Jan van Haaften. Altenatuur heeft sinds 1-1-2011 de ANBI-status Het dossiernummer is: 77688 en het fiscaal nummer: 810362454.


o p

d e

v o o r k a n t

.... de Grote lisdodde. Op grote afstand lijkt het wel gras maar wanneer je dichterbij komt zie je dat de planten beduidend groter zijn. Héél veel groter! Met hun standplaats aan en in het water groeien de grote lisdodden als kool en worden ze wel 2,5 meter hoog. Deze winterharde planten groeien met hun ondergrondse wortelstokken zowel de oever op als het water in. Zo bedekken ze, zonder ingrijpen, in enkele jaren een complete poel of sloot. De oprijzende scheuten worden omzoomd door meterslange bladeren. Ze staan recht omhoog en strak om de stengel heen. We noemen dit een ‘rijdende bladstad'. Het is ook wel bekend van de tuingroente prei.

Als de plant volgroeid is vormt zich bovenaan de stengel een aar. Het bovenste gedeelte ervan bestaat uit mannelijke bloemen. Ze staan zo dicht tegen elkaar dat het wel een pluizige top lijkt. Van dichtbij zie je de dicht op elkaar staande meeldraden. Daaronder, op dezelfde aar, de vrouwelijke bloemen. Ook heel dicht op elkaar. Eerst groen van kleur en later het opvallende donkerbruin dat we voode rja kennen als de sigaarvormige uitsteeksels tussen bladeren. arsvorm In de winter en het voorjaar is het juist dit gedeelte dat we op de voorkant van dit Altenatuurtje zo zien ‘pluizen’, De vrouwelijke bloemen zijn inmiddels verandert in zaadpluis. De wind blaast ze vervolgens kapot en de zaadjes waaien overal heen. Het is best bijzonder dat een plant zoveel zaad produceert en ook nog een lange levensduur heeft. Jan van Haaften 11


Redactioneel

22

Het is zaterdagmiddag en voor ik de binnengekomen kopij van het Altenatuurtje door ga nemen besluit ik om nog even in de tuin een grove snoei, een beetje voor het zicht, uit te voeren. Ook voor de druif tegen de muur is het nu de tijd om te snoeien. In het voorjaar hebben we ’n keer een afgebroken tak gehad, het vocht stroomde eruit. Hans dacht dat we een lek in de goot hadden. Even dichtplakken met Duct-tape was er niet bij, pas na het opbrengen van enkele lagen wondafdekmiddel was de lekkage verholpen. Het merelnest laat ik zitten, de merels en ik voeren ieder jaar een strijd wie er met de druiven vandoor gaat. Zo’n 30 á 40 mussen zorgen voor de muzikale begeleiding. We hebben ’n tuin die beslist uit de toon valt bij de doorsnee tuin, maar goed dan valt er ook altijd wat te beleven. Is het niet van de rondscharrelende vogels, e.d., dan wel van de opmerkingen van de langslopende mensen. Van: “ah, joh, zij komt uit den Biesbosch” tot “mag ik even kijken?” Ik word blij van allebei! We kijken uit naar de gierzwaluwen als ze weer terug zijn en van de in de schemering fladderende vleermuizen. Natuur in je leefomgeving is een groot goed, dat moeten we koesteren en beschermen!

Aalburg, Werkendam en Woudrichem gaan één gemeente worden; de gemeente Altena. Er is door een aantal groepen een visie voor de toekomst opgesteld met de inzet op duurzaamheid. Altenatuur en VMB hebben schone energie ingebracht en de ontwikkeling van een bomenfonds. Een onderdeel daarvan is verduurzaming van woningen, het isoleren van de huizen en aanbrengen van zonnepanelen op de daken, een aantal mensen hebben die stap al gemaakt. Overweegt u ook dit traject al in te gaan, sta er gelijk dan even bij stil dat er voorzieningen worden getroffen om de gierzwaluwen en de vleermuizen, die mogelijk respectievelijk onder de dakpannen of in de spouwmuur huizen, zeker weer een plaatsje te geven. Het zijn beide belangrijke insecteneters. Bespreek het met de mensen die het werk voor u uit gaan voeren. Genieten van je leefomgeving, en genieten van dit nieuwe, geheel in kleur uitgevoerde, Altenatuurtje met artikelen over o.a. vleesvervangers, de waarnemingen, het verslag van André en Ina over slangen, het bedrog van de koekoek, de knotwerkzaamheden van de Liniewerkers en nog veel meer, ook de


jeugdrubriek. Met uitzondering van de nieuwe flora- en faunawet, die is niet te genieten. Nieuw is dat de agenda met onze activiteiten helemaal achterin staat. Tja, en dan heb ik nog wat te vertellen, ik ga stoppen met de redactie van het Altenatuurtje. Met plezier kijk ik terug op de jaren dat ik het mocht verzorgen, de samenwerking met Jan van Haaften en de trouwe schrijvers. Zonder hen geen Altenatuurtje! Wouter van Rijsbergen gaat het van me overnemen en ik wens hem dan ook veel succes. Iedereen weer bedankt voor haar of zijn inzet bij tot stand komen van dit nummer 104, de kopij voor het volgende mei nummer ontvangt Wouter graag voor 1 april a.s.

Ik wens u nog veel mooie dagen toe, Pia Stierman. Redactieadres: W.J. van Rijsbergen (Wouter) Merwededijk 31A 4285 WC Woudrichem 0183-512165 wjvanrijsbergen@online.nl

33


Het bestuur van Altenatuur en de redactie van het Altenatuurtje wenst u een kleurrijk

2017

4


in nummer

104 1. Op de voorkant 2. Redactioneel 4. Nieuwjaarswens

LET O P! DINSD 21 FEB AG R ledenve UARI rgaderin g zie blz. 58

5. In nummer 104 6. Van het bestuur 10. Meer mensen minder vlees 14. Vrouwe Justitia .... 16. De slangen van Frankrijk (reptielen deel 3A) 22. Van de penningmeester 23. Flora 24. Knotwilgen of knotbomen op ons eiland 30. Zoogdiermonitoring in het Land van Heusden en Altena 37. Voor jou (jeugdrubriek) 40. Wilde planten van het vroeger Altena 43. Visieontwikkeling en al een klein beetje uitwerking 46. Waarnemingen van augustus t/m december 2016 48. Notulen van de ledenvergadering december 2016 NBV Altenatuur 50. Het jaar van de Koekoek 54. Vulpes vulpes 56. Puzzel 57. De activiteitenagenda

55


Van het bestuur Jaap van Diggelen

In deze rubriek schrijft een van de bestuursleden een stukje over wat hem of haar bezighoudt of motiveert. Het goede, het ware en het schone

66

Sinds het vorige nummer van ons verenigingsblad is er weer heel veel gebeurd op vele fronten. In het oog springend en niet te missen is natuurlijk ons bestuursbesluit om het Altenatuurtje in kleur uit te geven. Hoe vindt u het? Fantastisch toch? Ik denk hierbij terug aan het moment dat we begonnen met een zwart-wit foto op de omslag, rond 1995 moet dat geweest zijn. Het ons helaas veel te vroeg ontvallen bestuurslid Art Bout gebruikte toen een prachtig oud vaderlands spreekwoord om aan te geven dat ze ‘gewoon al gek genoeg’ vond: 'Eenvoud is het kenmerk van het ware'. Maar het was niemand minder dan Plato die boven zijn ideeënwereld naast het ware en het goede ook wel degelijk het schone plaatste. Iedereen die via ISSU op internet de kleurenversies van het Altenatuurtje wel eens heeft gezien weet hoeveel ‘kleur’ toevoegt aan de schoonheid van onze uitgave. Vanaf nu dus niet alleen virtueel maar ook in hard-copy.


Beheercommissie

De Restauratie van Fort Giessen is in de afrondingsfase. De stellingen staan weliswaar nog tegen de gevels maar de gronddekking is weer teruggebracht en de aannemer maakt terugtrekkende bewegingen: portacabins worden opgeruimd, nieuwe luiken afgehangen en vorige week kwam de nieuwe toiletgroep gereed. Het zal toch niet de mind-set van oorlog zijn dat ik nu in termen van defensie ga schrijven: fronten, stellingen, dekking, terugtrekkende bewegingen, u moet mij geloven dat dit niet vooropgezet is, de wegen van het onbewuste zijn wonderbaarlijk.

De beheercommissie heeft voor alle stroken en grienden die in eigendom en/of beheer zijn, korte beschrijvingen en beheerplannen opgesteld. Dit was noodzakelijk om ze onder te kunnen brengen bij een nieuw subsidiecollectief in Noord-Brabant die voor alle clubs welke minder dan 75 ha beheren (en zoals u zult begrijpen zitten wij daar ver onder) in zijn totaliteit subsidies voor natuurbeheer regelt. Rob Mulder en Johan Koekkoek hebben hiervoor veel werk verzet, noodzakelijk om een bescheiden inkomstenstroom te genereren waardoor het beheerwerk ook in toekomst kan worden uitgevoerd. Daarnaast werd een natuurstrook parallel aan de Griend van Bellemakers (Provincialeweg Noord te Almkerk) na vele jaren voorbereidend werk van de secretaris, eindelijk in eigendom verworven. U heeft er regelmatig over kunnen lezen in vorige uitgaven van ons blad en in dit nummer staan de notulen van de ledenvergadering van 10 november jl. (blz. 48 red.) waarin zoals statutair verplicht, de leden hebben ingestemd met deze verwerving van onroerend goed.

Foto: Wessel Zonneveld, BL

Fort Giessen

Ergens in het nieuwe jaar zal het gerestaureerde Fort officieel worden geopend maar voor het zover is gaan we de bar/keuken in onze ruimte geheel vernieuwen. Er liggen 2 prachtige ontwerpen voor, waaruit we op zeer korte termijn gaan kiezen. Wordt vervolgd.

Zoogdierenwerkgroep i.o. In het vorige nummer schreef ik uitgebreid over het zoogdierinventarisatiewerk. In septemberoktober zijn de kleine zoogdieren op 4 plaatsen in ons gebied geĂŻnven-

77


tariseerd, hierover leest u verderop in dit nummer meer (blz. 30 red.). Afgelopen zomer zijn voor het tweede jaar de vleermuizen langs 3 monitoringroutes geïnventariseerd met een batlogger. Jan van Haaften heeft zowel het rijden van de routes als het monnikenwerk van het op naam brengen van de sonogrammen (welke soorten vleermuizen zijn er ‘gelogd’) grotendeels op zich genomen, waarvoor dank! Nog weer een andere tak van zoogdierinventarisatie gaat eind december van start als met lichtbakken de hazen, konijnen en vossen worden geinventariseerd langs routes in de twee gebieden van het PARTRIDGE project (zie voor uitleg hieronder). Na jarenlang geen enkele aandacht voor zoogdieren gebeurt er nu ineens heel veel voor deze diergroep. Dat is heel mooi want er is nog veel onbekend. Er is een vast groepje van vrijwilligers erg serieus mee bezig, in feite is er sprake van een Zoogdierwerkgroep. Het zal niet lang meer duren of u ziet de gegevens van deze nieuwe werkgroep op de binnenflap...

88

PARTRIDGE-project Ik noemde het al, het PARTRIDGEproject. Dit is een internationaal project dat de komende 4 jaren gaat lopen in verschillende landen rond de Noordzee. PARTRIDGE is Engels voor Patrijs maar we schrijven het in hoofdletters omdat het staat voor een lange afkorting die het project omschrijft. Het project beoogt door een aantal natuurbeheermaatregelen in het agrarisch gebied de kansen voor akkervogels met de Patrijs als boegbeeld, te verbeteren. Van een gebied van ruim 500 ha tussen Sleeuwijk en Almkerk wordt in totaal 7% van het oppervlak ingericht tot een passend leefgebied voor patrijzen. Als referentie is een gebied van bijna 500 ha nabij Genderen gekozen waarin deze maatregelen niet worden genomen. Hierdoor wordt het mogelijk om gedurende het project de effecten van de inrichtingsmaatregelen op het voorkomen van de patrijs en andere akkervogels vast te stellen.


Om een beeld te krijgen in hoeverre aanwezige zoogdieren het voorkomen van patrijzen beïnvloeden worden de hierboven genoemde inventarisaties met lichtbakken uitgevoerd, twee maal per jaar. Daarnaast zullen vrijwilligers van de Vogelwerkgroep wintertellingen en broedvogelmonitoring gaan uitvoeren in het kader van dit project. Veel werk dus maar voor een schitterend project dat hopelijk veel kansen gaat bieden voor de boerenlandvogels.

Vijfde generatie Schouten actief in ontwikkeling van vegetarische producten

Symboliek van uilen door Thijs Caspers in november. Beide lezingen trokken ruim zestig bezoekers, Dit zijn de belangrijkste zaken waar ongekende aantallen. we op dit moment mee bezig zijn. Inmiddels worden de lezingen voor Daarnaast loopt ook nog het traject komend voorjaar geregeld, zie de van de Icoonprojecten voor de Visie nieuwe gemeente, inmiddels definitief, activiteitenagenda (blz. 56 red.). De beheercommissie heeft haar Altena. Elders in dit nummer leest u hierover (blz. 43 red.). En dan nog het werkochtenden, de vogelwerkgroep haar wintertellingen en de weide‘gewone’ reilen en zeilen van vogelvrijwilligers bereiden het nieuwe Altenatuur: we kijken terug op twee seizoen voor. Alle hens aan dek voor overvol bezette, zeer geslaagde een natuurrijk Land van Heusen en lezingen in dit najaar, respectievelijk Altena. Ik wens u allen een heel goed, die over Vleesvervangers van Henk mooi en waardevol 2017. ❀ Schouten in oktober en die over de Afsluitend

99


Meer mensen, minder vlees Goof van Vliet

Het jaar 2016 was door de Verenigde Naties uitgeroepen als het jaar van de peulvrucht, de boon. Peulvruchten zijn duurzame gewassen die ons moeten helpen om de naar verwachting 10 miljard mensen tegen 2050 te kunnen voeden. Ze worden vaak voor groenten aangezien, maar eigenlijk zijn het zaden. Meestal eten we enkel de zaden (bruine en witte bonen, erwten, linzen, …), maar soms ook de zaden met omhulsel (prinsessenbonen, snijbonen, …). Daarnaast zijn bijvoorbeeld ook de pinda’s peulvruchten (en dus geen noten).

10

Aan de peulvrucht zijn verscheidene voordelen verbonden. Het is een gewas dat tegen droogte kan, het is betaalbaar, voedzaam en gezond voor mens en planeet. Peulvruchten zijn rijk aan proteïnen, vitaminen en mineralen, koolhydraten, eiwitten en vezels. Ze hebben een lage caloriewaarde. In combinatie met granen, noten, zaden of eieren kunnen ze een goede vleesvervanger zijn.


Peulvruchten zijn momenteel vooral populair in ontwikkelingslanden, maar ze worden steeds vaker erkend als deel van gezonde voeding wereldwijd. Ze helpen obesitas bestrijden en kunnen chronische ziekten zoals diabetes, hartaandoeningen en kanker vermijden. Er zijn ook positieve effecten op het milieu. De productie van andere gewassen of veeteelt vergt tot 18 keer meer water. Daarnaast dragen peulvruchten bij aan een vruchtbare bodem. Bonen zijn niet alleen beter voor jezelf, maar ook voor het milieu. De productie van bonen belast het milieu maar weinig. Ook is de verspilling minimaal, omdat bonen lang houdbaar zijn. Daarnaast zijn bonen een goede vleesvervanger voor flexi- en vegetariërs. Bonen zijn niet alleen rijk aan eiwitten en vezels, maar ook aan Bvitamines, ijzer en andere mineralen. Aangezien bonen in vergelijking met vlees altijd vetarm en veel minder belastend voor het milieu zijn sla je twee vliegen in één klap. Slim bezig voor je lijn en het milieu! Niet voor niets hebben peulvruchten een prominente rol gekregen in de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding, zoals in 2015 gepresenteerd. Altenatuurlezing Als bestuur van Altenatuur wilden we graag aandacht besteden aan het belang van minder vlees eten en dus aan vleesvervangers. De redenen zijn duidelijk: de vleesproductie belast de Aarde veel te zwaar en dat zal de komende jaren alleen maar ernstiger worden als de wereldbevolking van nu 7 naar 9 of 10 miljard mensen zal groeien. (Zie bijvoorbeeld de documentaire Cowspiracy op Netflix) Een andere reden is de zware belasting van het milieu door de vleesteelt, niet alleen door het verlies aan natuur maar ook door de uitstoot van CO2, stikstof en methaan. Op het internet is er veel informatie te vinden maar wie zou op Fort Giessen een interessante lezing over dit onderwerp kunnen organiseren? Die persoon bleek dichterbij dan verwacht. In Giessen is namelijk Schouten-Europe gevestigd, de grootste producent van vleesvervangers in Nederland.

11


Directeur Henk Schouten was graag bereid een lezing te houden in oktober. Henk Schouten over vleesvervangers Het was bomvol met belangstellenden in Fort Giessen. Er moesten zelfs mensen naar huis omdat er niet genoeg plek was. Henk Schouten hield een korte, boeiende en humorvolle lezing over het bedrijf Schouten Europe wat in Giessen gevestigd is. Na afloop konden de aanwezigen ook proeven van de warme vegetarische hapjes. Dat beviel zeer goed, alle schalen waren binnen de kortste keren leeg. Schouten is een oud familiebedrijf uit de streek. 25 Jaar geleden is Schouten Europe opgericht in het oude hoofdkantoor in Giessen. Schouten begint met enkele teksten uit de bijbel. Daarin wordt gesteld dat het belangrijk is om groenten, zaden en vruchten van bomen te eten en geen vlees. Bijvoorbeeld Daniël 1:12-15 waarin wordt voorgesteld om een proef te doen met het voeden door groenten en water in plaats van koninklijke spijzen. Na verloop van tien dagen bleek het uiterlijk van de dienaren schoner en zagen zij er welvarender uit dan al de knapen die van de koninklijke spijzen gegeten hadden. Het eten van dierlijk eiwit is een zeer inefficiënte manier van consumeren. Wanneer de wereldbevolking vlees blijft eten zoals nu gebeurt, dan zijn er in 2050 twee wereldbollen nodig om in de behoefte te voorzien. Voor 1 kg rundvlees heb je bijvoorbeeld 9 kg graan of soja nodig. En dus heel veel land, water en energie.

bron: Ecolife

De voordelen van vegetarisch eten zijn: ▶ Beter voor je gezondheid: minder kans op hart- en vaatziekten, kanker, overgewicht en diabetes. ▶ Beter voor het milieu en de natuur: minder uitstoot van broeikasgassen, minder boskap en verlies van natuur, minder energie- en watergebruik, en een kleiner mestoverschot. ▶ Beter voor dierenwelzijn: meer ruimte voor dieren, minder dierziektes en minder dierenleed. 12


De grondstoffen zijn op basis van plantaardige eiwitten uit de volgende planten: - sojabonen - linzen - noten - kikkererwten - tarwe - erwten - bonen. Daar worden veel verschillende producten van samen-gesteld. In het laboratorium van Schouten wordt alles uitgeprobeerd en getest. Een vraag uit de zaal was waarom moet het nou altijd een naam van vlees hebben en er ook zo uit zien? De reden is simpel: het wordt anders niet gekocht. Vandaar vegetarische worst, gehaktballetjes, notenhamburgers en nuggets.

Schouten is actief in 38 landen. Niet alleen in Europa maar ook in het MiddenOosten en India. Binnenkort komen er vestigingen in de Verenigde Staten, Taiwan en Kenia. Na de lezing De lezing over vleesvervangers heeft gelijk een vervolg gekregen in de streek. Met Schouten, Hak, Theo Koekkoek en Altenatuur wordt gepraat over het telen, verwerken, produceren en verkopen van vleesvervangers op ons eiland Altena. Bij de heropening van Fort Giessen in de zomer van 2017 willen we vegetarische hapjes van de Barbecue presenteren. Henk Schouten heeft toegezegd daar met Goodbite aan mee te willen werken. â?€ Wil je meer weten: - www.schouteneurope.com/nl - https://www.natuurenmilieu.nl/themas/voedsel/onze-visie. - http://www.dagenzondervlees.be

13


Vrouwe Justitia ..... Herman van Krieken

Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Boswet, Natuurbeschermingswet en Flora- en faunawet worden daarin samengevoegd, maar vooral van veel beschermingsdoelstellingen ontdaan. En om het nog ingewikkelder te maken, wordt deze nieuwe wet over drie jaar weer geheel geĂŻntegreerd in de Omgevingswet. Feitelijk komt alle macht over het wel en wee van 14 14

flora en fauna per 1 januari bij de provincie en voor een deel zelfs bij de nog minder deskundige gemeenten te liggen. De strikte bescherming van allerlei soorten wordt opgeheven. Het subjectieve gevoel van overlast kan al aanleiding zijn om soorten actief te gaan bestrijden. De provincies zijn nu hard bezig vast te stellen, wat er na 1 januari 2017 precies van ze verwacht wordt. Ze zijn nu bezig vrijstellingslijsten vast te stellen van soorten, die met name door boeren zonder vergunning bestreden of verjaagd mogen worden, of waarvan de nesten of verblijfplaatsen mogen worden vernietigd. Zo mogen van de provincie Drenthe straks de burchten van de overigens beschermde das door grondgebruikers worden vernietigd. Zuid-Holland staat grondgebruikers zelfs toe om knobbelzwanen het hele jaar te doden. Ook marterachtigen en orchideeĂŤn, de wettelijke bescherming komt immers te vervallen, moeten buiten natuurgebieden vrezen voor hun


voortbestaan. Maar niet alle provincies trekken dezelfde conclusie. Volgens de Vogelrichtlijn kan ‘overlast’ naar onze (De Faunabescherming) stellige overtuiging nooit de reden zijn om beschermde vogelsoorten te doden. Sommige provincies staan bestrijding toe, zolang de gunstige staat van instandhouding van een soort maar niet in gevaar komt. Dit alles terwijl bescherming het uitgangspunt van deze wet zou moeten zijn en bestrijding beperkt zou moeten worden tot een uitzondering. En als klap op de vuurpijl: Friesland denkt op grond van de nieuwe wet gewoon weer een ontheffing te kunnen verlenen voor het rapen van kievitseieren… Hoe hardleers kan je als overheid zijn? Belangrijk met het oog op de toekomst; een kerninstrument van de Omgevingswet is de omgevingsvisie. Deze omvat een integrale langetermijnvisie en vervangt structuurvisies, milieubeleidsplannen, waterplannen, vervoersplannen en nog veel meer. Zowel Rijk als provincies als gemeenten zijn

verplicht een dergelijke visie op te stellen. In de Omgevingswet staat decentrale besluitvorming door gemeenten centraal. De wet gaat uit van meer participatie door inwoners en (lokale) partijen. Het idee daarbij is dat door vroegtijdige participatie goede plannen worden gemaakt, die ook op meer draagvlak kunnen rekenen. In een omgevingsplan moeten gemeenten hun beleidsvoornemens en maatregelen vastleggen; dit omgevingsplan komt in plaats van het bestemmingsplan en de diverse verordeningen. Voor iedereen, dus ook voor lokale natuur- en milieugroepen betekent de Omgevingswet een andere werkwijze. In plaats van het indienen van bezwaar en beroep is het vooral van belang om betrokken te zijn in het voortraject van de planvorming. Milieugroepen en burgers dienen alert te zijn en de ontwikkelingen in de buurt goed in de gaten te houden! ❀ Bewerking artikel Argus november 2016 jaargang 41 nummer 2 en info site Brabantse Milieu Federatie (BMF)

15 15


De slangen van Frankrijk (reptielen deel 3A) André van den Berg

Naarmate we (Ina en schrijver) ouder worden hebben we steeds meer behoefte aan warmte en zon. Sinds de kinderen niet meer mee op vakantie gaan trekken we met onze caravan vaak in zuidelijke richting. Het wordt dan meestal Frankrijk met de bedoeling de westkust te bezoeken; echter door het mindere weer daar rijden we veel vaker in zuidoostelijke richting. Omdat we van natuur en rust houden, doen we allerlei campings aan waar we dat vinden.

16 16

Natuur en rust zijn in Frankrijk minder moeilijk te vinden dan hier; het wil echter niet zeggen dat daar alles o.k. is. Wanneer we na een aantal jaren weer op dezelfde stekken terug komen zien we dat het ook daar drukker is geworden (bebouwing, verkeer enz.) en dat de natuur heeft moeten wijken. Ook zien we rond de grote steden steeds meer luchtvervuiling hangen. Maar goed dit probleem is in eigen land ook groot (let maar eens op de kleur van de lucht en het zeewater wanneer je Nederland per auto, vliegtuig of schip nadert). Ook het probleem klimaatsverandering gaat aan Frankrijk niet voorbij gezien de enorme waterhozen die vooral het zuiden van Frankrijk teisteren, met grote overlast en doden tot gevolg. Hitte en droogte zorgen zo nu en dan voor hevige bosbranden, die al dan niet om een bepaalde reden worden aangestoken. Toch heeft Frankrijk voor natuur (onder)zoekers veel te bieden; de natuur is er gevarieerd en het lijkt wat minder georganiseerd, waardoor het gevoel van vrijheid groot is. We zijn dan ook al heel wat jaren afgeladen, als een onderzoeksbureau op pad gegaan. Visnetten, vlindernetjes, vangpotjes en ± 25 kg naslagwerk, waarmee gedetermineerd kon worden, namen een belangrijke plaats in. Hoewel deze ’natuurdrift’ met het groeien van de leeftijd minder is geworden, luisteren en speuren we nog heel wat af. Het liefst nog tijdens een


etentje en een wijntje op een stil plekje buiten, als typisch onderdeel van de Franse cultuur. We genieten van de fraaie landschappen, maar zijn vooral kleinschalig bezig met de flora en fauna die zich daarbinnen bevinden. Beknopt zal ik proberen weer te geven van wat we in de loop der jaren zoal aan slangen tegenkwamen en in mijn dagboeken staan opgetekend. De slangen Hoewel ik qua interesse voor dier- of plantensoorten geen duidelijke voorkeur heb krijgt deze soortgroep vaak de meeste aandacht. Het blijft een uitdaging om slangen Adderringslang te inventariseren. En in Frankrijk, zoals in de meeste zuidelijke landen, zijn ze beter vertegenwoordigd dan hier. Behalve de soorten die in ons land voorkomen (Adder, Gladde slang en Ringslang) komen in Frankrijk nog een aantal andere soorten voor waarvan ik de belangrijkste zal opnoemen: Aspisadder, Esculaapslang, Geelgroene toornslang, Hagedisslang, Girondische gladde slang, Ladderslang en Adderringslang. We laten de Weideadder en de Cantabrische adder maar buiten beschouwing omdat die zeldzaam voorkomen in het grensgebied met Italië en Spanje. Dus gaan we hier uit van tien soorten. De slang heeft in historisch opzicht altijd in een kwaad daglicht gestaan, en ook vandaag de dag nog worden deze dieren in Frankrijk heel vaak zonder pardon afgemaakt. Dit gebeurt vooral doordat men de soorten onvoldoende kent of omdat men zich zorgen maakt over een voortijdig vertrek van toeristen. Maar ook mensen ‘van buiten’ zoals boeren en jagers, en ook eigen maatje Ina moeten niets van slangen hebben. Toch vind ik dit onterecht, deze interessante dieren verdienen hun plaats binnen het ecosysteem en vallen geen enkel mens zomaar aan. Als we naar bovenvermelde soorten kijken kunnen we deze discipline grof weg indelen in: watergebonden slangen zoals de Ringslang en

17 17


Adderringslang en de typisch zuidelijke slangen Hagedisslang, Ladderslang en Girondische gladde slang. Esculaapslang en Geelgroene toornslang komen door het hele land ten zuiden van een denkbeeldige lijn van Bretagne richting Parijs voor. De Girondische slang meer in het zuiden terwijl de Gladde slang wat noordelijker voorkomt. Ook bij de Adder t.o.v. de Aspisadder en de Ringslang t.o.v. de Adderringslang vind je dat terug. Er vindt ook wel wat overlapping plaats maar wel in de juiste habitats natuurlijk. Slangen komen Geelgroene toornslang echt niet overal voor.

18 18

Inventariseren van slangen vraagt om het betere sluipwerk! De beste gedragsregels bij een inventarisatie zijn: snel kijken en niet aankomen, dan gebeurt er niets en bij verdergaand onderzoek bijvoorbeeld aan addersoorten moet je een speciale handschoen gebruiken. Zelf gebruik ik meestal een zelf gemaakt vlindernet wanneer ik een soort goed wil bekijken. Opereer voorzichtig, het kost wat moeite maar het zal beloond worden. Een bezoek aan verschillende gebieden zal naar schatting gemiddeld zo’n vier soorten per vakantie opleveren. Om in een gebied waar je niet bekend bent wat meer over deze dieren te weten te komen kun je als volgt te werk gaan: ▶ Bereid je voor met een boek of internet door specifieke uiterlijke kenmerken per soort in je op te nemen, zodat je bij ‘een seconde waarneming’ in het veld weet om welke soort het gaat (seconde waarneming is een flits die je ziet verdwijnen). ▶ Let altijd goed op of er ergens dode dieren op de weg liggen (verkeersslachtoffers). Zet als het veilig genoeg is de auto of fiets even aan de kant en probeer de slang op naam te brengen. ▶ Probeer na het vinden van een levend of dood dier de biotoop in de omgeving op te nemen, hierdoor zal de trefkans bij het opsporen van slangen onherroepelijk beter worden en habitat herkenning ontstaat. ▶ Gebruik soepele schoenen of sportschoenen, die elke trilling dempen; wandelschoenen zijn vaak veel te lomp, eigenlijk zijn


▶ ▶ ▶

▶ ▶ ▶

blote voeten ideaal maar gezien de vaak doornige vegetatie niet aan te bevelen. Ondanks het feit dat de meeste slangen redelijk doof zijn zullen ze elke trilling registreren. Om slangen te spotten kan het tijdstip van de dag en van het jaar bepalend zijn. Vroeg en later op de dag liggen slangen vaker in de zon op te warmen. Ook in het donker zijn ze soms op een stenige plek of stille weg aan te treffen vanwege de warmte die hier nog uitstraalt. Loop geconcentreerd in een rustige tred en kijk een paar meter voor je uit. Overgangssituaties in de vegetatie, in bosranden, in rots- of steen velden en langs een water zijn vaak succesvol, maar kunnen per regio en vooral per soort verschillen. Binnen een seconde kunnen goed opgewarmde slangen uit het gezichtsveld zijn verdwenen. Probeer de ruis die de vlucht van een slang veroorzaakt in de vegetatie in je op te nemen en deze te vergelijken met die van andere reptielen (meestal hagedissen). Watergebonden slangen zoals de Adderringslang zijn ook goed te inventariseren vanaf een hoger punt met verrekijker door de waterspiegel kijkend. Je ziet ze soms jagen of zonnen. Vind je een slang, dan de plek onthouden, vaak komen ze op dezelfde plek terug. Kijk of zich in de vegetatie afgestroopte huiden bevinden, slangen vervellen n.l. een aantal malen per jaar. Het geeft een goede indicatie of een bepaalde soort aanwezig is.

Adder Het was begin mei 2009 toen we op een boerencamping in de Sologne arriveerden. Het was een geaccidenteerd kwelrijk gebied met bossen, meren, akkers en schraallanden. Tijdens het uitdraaien van de caravanpoten sprong er pardoes een springkikker op mijn hand. Dat wordt hier genieten dacht ik terwijl we ons kampje gereed maakten voor gebruik. Ondanks de koude nacht hoorden we enkele boomkikkers roepen. De andere ochtend ging ik ter verkenning een rondje maken. Het was nog behoorlijk koud (13 OC) maar de zon maakte alles goed. Ik liep een bospad af dat hier en daar onder water stond en waarin zelfs Sterrekroos groeide. In de verte zong een Boomleeuwerik zijn melancholisch lied, af en toe sprong een springkikker met reuze sprongen voor me uit een orchideeënrijk schraalland in. Harlekijn- en een

19 19


Aapjesorchis staan er tussen bedacht ik jubelend. Het droge zoekend liep ik door de ijle vegetatie en volgde een wildpaadje omhoog waarop enkele mensendrollen lagen. Dichterbij gekomen zag ik opeens dat de eerste bewoog en begreep ik dat het allemaal adders waren die ingerold als worsten in de zon, op het wildpaadje lagen op te warmen. De een na de ander verdween traag in de vegetatie. Het zullen er ongeveer zeven zijn geweest. Het kon niet op, die dag, want op het paadje verderop vond ik twee Gladde slangen in elkaar gestrengeld. De dagen erna lagen de Adders er weer maar het werden er steeds minder. Op een andere plek bij een paar volkstuintjes vond ik nog twee Adders onder een ijzeren plaat. Opmerkelijk was dat de kleur van alle adders die ik hier gezien had zwart was. De bekende zigzag streep was vrijwel afwezig. In de literatuur wordt dit vaak in verband gebracht met de genetische verarming van een te kleine populatie. Gladde slang De hier beschreven Adder habitats behoren tot de voorkeur habitats van de soort. Een andere behuizing die minder voor de hand liggend is vonden we een paar weken later. We stonden op een camping, niet ver van zee en net onder de rivier de Loire. In de buurt lag een riviertje, met daar doorheen een stuwmeer. Je kon er een fraaie wandeling maken. Tijdens de eerste wandeling had ik net iets te ver weg een seconde waarneming gedaan, dus wist ik niet zeker of het een slang was geweest en we besloten daarom de volgende ochtend terug te gaan.

20 20

De nachten waren nog steeds fris, overdag scheen de zon. Aangekomen bij de bosrand aan het stuwmeer zag Ina al snel een slang in de bosrand liggen. Omdat ik over de soortnaam twijfelde namen we snel wat foto’s die we later nog eens bekeken. Het bleek toch een Adderringslang te zijn die we hier op de rand van z’n verspreidingsareaal aantroffen. We liepen nu naar de plek waar ik gisteren dacht een slangenkop gezien te hebben. Deze lag aan de voet van de stuwdam vlak bij het water en bestond uit stenen en losse cementplaten Voorzichtig klom ik naar beneden en jawel tussen de stenen en wat ijle


grassoorten vlak bij het water vond ik vijf fraai getekende adders, maar waarschijnlijk lagen er meer. Heel behoedzaam tussen de adders sluipend lukte het me heelhuids te blijven, want wanneer je er een raakt kun je een beet verwachten. Aspisadder Deze adder vind je vooral in bergachtige terreinen en op stenige plekken. In het bijzonder in de buurt van parkeerplaatsen waar gegeten wordt; hier is meestal een goede muizenstand te vinden. Ze hebben een iets andere neus dan de adder en meestal donkere dwars banden op hun rug die niet met elkaar in verbinding staan zoals bij de adder en zijn giftiger dan de Adder. De meest spectaculaire vondst was de volgende: We maakten een bergwandeling in de voorAlpen en liepen over een losse stenen pad naar boven. Bij een bos lag een oude Aspisadder spoorbiels langs het pad waar ik natuurlijk toch heel even onder moest kijken. Bij het kantelen zag ik een aspisadder vlak langs mijn hand glijden richting de begroeiing. Snel zocht ik een stok zodat ik hem even beter kon bekijken. Later besefte ik dat ik veel geluk had gehad. Adderringslang en de Ringslang Beiden zijn ze aan water gebonden zodat ze meestal niet ver van het water gezien worden, uitgezonderd zwervende of zoekende dieren. De Adderringslang ligt vaak langs het water te zonnen. De kleur van deze slang lijkt een beetje saai maar kan onder water soms verbluffend fraai ogen, vol adderstrepen en kleurige rondjes. Hij is in Zuid- Frankrijk veel algemener en meer watergebonden dan de Ringslang. Ze komen, soms ook samen, in hetzelfde water voor. Wat minder bekend is, is het zonnen onder water op plekken waar weinig water staat en het water lekker is op gewarmd. Ook zie je deze slang vaak onder water jagen. Dat heb ik met name in de Crau, vanaf een brugje, en op ondergelopen zilte paden langs de kust (Languedoc) gezien. Soms samen met grote Palingen. Bij de rivier de Creuse ving ik

21 21


ooit een Adderringslang op een oude spoorbrug over het water. Tijdens de determinatie begon hij te spugen en zag ik een prachtige Gestippelde alver tevoorschijn komen (deze was in ons land uitgestorven, maar is nu weer in de Geul te vinden). Jagen doen ook de juvenielen van de Adderringslang op kleine visjes tussen wortelstructuren en waterplanten in de oeverzone. Een aantal malen kwam ik er tijdens warme dagen achter dat ze graag de oevers afgrazen op zoek naar jonge vis of wormen. Met mijn benen in het water hangend voelde en zag ik ze dan letterlijk door mijn benen glippen. Maar ook zag ik ze als jonge snoekjes achter jonge visjes aan jagen, die dan boven Alver water uit sprongen. Iets dergelijks zag ik o.a. in de Ain, de Ardèche en in de Rhône-delta. De gewone Ringslang komt in heel Frankrijk voor, de dichtste bezetting troffen we aan vrij noordelijk langs de Moezel, waar we een uurtje zittend aan de oever vanaf één plek acht verschillende Ringslangen over zagen zwemmen of jagend tussen waterplanten aantroffen. ❀

Van de penningmeester Met ingang van 1 januari 2017 vervalt de ING bankrekening van Altenatuur. Aan u het vriendelijke verzoek om in het vervolg het bankrekeningnummer van Rabobank te gebruiken. Zie daarvoor Colofon. Vriendelijk dank voor uw medewerking! Margo van Beem 22 22


F L O R A Vroeg in het voorjaar zie je het gebeuren. Uit het niets staan daar ineens purperrode knotsen op geschubde stelen. Wat is dat? Geen blad te zien! Bovenaan de stelen bloemhoofdjes. Maar niet allemaal hetzelfde! Soms met bloemen met stampers. Soms met bloemen met meeldraden. Apart! Tweehuizig! De stengels ook nog eens behaard. En de schubben blijken kleine blaadjes. De bloemen zijn nu over hun hoogtepunt. Dan komen de opgerolde bladeren uit de wortelstokken tevoorschijn. Groot. Zeer groot! Als rabarber. Tot wel een halve meter doorsnede. Aan deze grote bladeren dankt de plant zijn naam. Petasites hybrides. (petasos = grote hoed met brede rand). Wij zeggen meestal Groot hoefblad. Jan van Haaften

23 23


Knotwilgen of knotbomen op ons eiland Goof van Vliet

VMB, Altenatuur en de Brabantse waterliniewerkers zijn in de herfst weer aan de slag gegaan met het knotten van wilgen in de grienden. Dat gebeurt van oudsher als de bomen hun blad hebben verloren en er geen of nauwelijks werk meer in de landbouw is.

24

Tijdens het knotten met de Brabantse waterliniewerkers in een van de grienden aan de Almkerkseweg zegt boswachter Jos Schenkeveld van het Brabants Landschap dat het eigenlijk gek is dat we het altijd over wilgen knotten hebben. Vroeger werden er veel meer soorten bomen geknot. Dat is eigenlijk ook beter vanuit ecologisch standpunt. Als je alleen nog maar wilgen knot heb je grote kans op ziektes. Je mist ook een aantal interessante andere knotbiotopen. Denk aan paddenstoelen en varens. Deze opmerking leidde tot een boeiend gesprek - en verslag - over het knotten van bomen in onze regio. Niet alleen de geschiedenis is boeiend maar we kunnen de kennis ook gebruiken voor een nog mooier eiland Altena in de toekomst. Waarschijnlijk knotten mensen bomen sinds zij van jagers landbouwers zijn geworden. De twijgen en takken werden voor meerdere doeleinden gebruikt. Het blad van lindes en essen werd als hooi gevoerd aan de beesten. Essen, met hun lange en taaie vezels leverden hout voor bezemstelen en staken waar beesten op stal aan vast gezet konden worden. Wilgenhout werd gebruikt voor manden, vlechtwerk en later voor zinkstukken. Elzentwijgen leverden bezems en takkenbossen voor ovens om brood te bakken. Populieren leverden klompenhout. Alle knotbomen leverden hout om te stoken.


Bomen worden niet alleen geknot door menselijke activiteiten. In de natuur gebeurt het ook door vraat, storm en bliksem. Dat zal wel als voorbeeld voor de mens gediend hebben. Verleden Vroeger werden er veel meer soorten bomen geknot. Die stonden eerst vlakbij de boerderijen en huizen. Een bijzondere vorm van knotten waren de knotlindes bij de boerderijen om zon tegen te houden in de zomer en hem juist toe te laten in de winter. Later werden langs de sloten wilgen, essen, hazelaars en elzen geplant. Beuken en eiken kwamen hier nauwelijks voor, die zijn meer voor de droge gronden. Interessant is om met behulp van

www.topotijdreis.nl oude kaarten van ons gebied te bekijken. Rond 1900 bijvoorbeeld zie je dan honderden stippen in de weilanden langs sloten staan. Dat waren meestal knotbomen. De grienden met knotwilgen zijn dus niet altijd typisch voor ons landschap geweest. De aanleg kwam pas rond 1900 of nog later. Grienden werden aangelegd op slechte plekken die te nat waren voor landbouw of veeteelt. Er kwam steeds meer behoefte aan griendhout voor zinkstukken en beschoeiing. Kijk bijvoorbeeld naar het Pompveld waar rond 1930 de wilgenstekken de grond in zijn gegaan. Het knotten in de winter was zwaar werk. Het was hard werken voor weinig geld. De griendwerkers

Gedeelte van de liniewerkers bij het bouwen van een schrankkeet

25


zelf waren blij dat ze het werk niet meer hoefden te doen. In 1930 is er door de Tweede Kamer bijvoorbeeld een wet aangenomen dat de verblijven van steen moesten zijn. Daarvoor waren het hutten ‘schrankketen’ van wilgenstaken en riet. De Brabantse waterliniewerkers hebben nu 2 schrankketen gebouwd. In de 70-er jaren was het griendhout niet meer nodig. Kunststof doek leek de rol over te nemen bij de zinkstukken. Het vlechtwerk voor manden kwam voortaan uit Polen. De grienden verdwenen uit het landschap, soms liet men het doorschieten of het Gemaakt van populierenhout

26

uit het Pompveld

werd gerooid ten behoeve van weiland. Op sommige kavels werden populieren geplant ten behoeve van de productie van luciferhout. Deze bomen zijn nu kaprijp. Ze zijn o.a. te zien in het Almbos en het Pompveld. Er worden weer populieren geplant, nu voor een grotere biodiversiteit en diversiteit in het landschap. Het hout wordt nu o.a. geleverd aan de klompenmaker in Dussen. Heden en toekomst De meeste grienden op ons eiland zijn dus niet ouder dan 100 jaar. Er is geen bescherming, behalve dat zij als bos moeten blijven bestaan. Brabants Landschap houdt in Altena ongeveer 30 hectare grienden in stand. Dit doet zij uit het oogpunt van cultuurhistorie en ecologische waarde. De VMB doet het in haar griend aan de Peerenboom en Altenatuur in haar griendjes langs de Alm. Ook enkele landgoedeigenaren hebben nog wel ‘snijgrienden’. Daarin worden takken afgelegd en elk jaar machinaal ‘gemaaid’. Het wordt gekweekt voor vlechtwerk maar het heeft niet zo’n grote natuurwaarde omdat er geen stobben zijn. Knotwilgen zijn zeer goed voor de planten- en dierendiversiteit. Er kunnen meer dan 100 verschillende soorten planten in de knot groeien. Ze zijn rijk aan insecten en bieden vogels - holenbroeders als eend, mees en steenuil of ransuil - een broedplek, zie foto. Vleermuizen overwinteren er in. De natuurwaarde die een reguliere


boomsoort pas op erg hoge leeftijd bereikt wordt veel eerder bereikt door het knotten van een boom. Daarnaast kan een geknotte boom wel twee maal zo oud worden dan vrij uitgroeiende bomen. Door de stoel, stobbe of stoof ontstaan er holtes waarin blad valt en water blijft staan. Door dit regeneratieproces ontstaat een laagje strooisel wat geschikt is voor veel planten. In de huidige grienden wordt het af en toe een mooie loofboom gegund om volledig uit te groeien. Die kan dan weer een rijkere natuurwaarde laten ontstaan. Hij is bijvoorbeeld een schuil- en voederplaats voor fazanten. Die slapen graag in bomen.

Elke 3 jaar worden de wilgen geknot. Het gekapte hout wordt ook weer gebruikt. Bijvoorbeeld als wiepen voor zinkstukken en voor beschoeiing van waterkanten. (De natuurlijke zinkstukken bleken veel beter voor het milieu te zijn en net zo functioneel als die van kunststof.) Een deel wordt als brandhout gebruikt: snippers voor kachels en houtblokken van 80cm voor een grote houtkachel bij de Kringloop. Els, es en eik kunnen om de 6 tot 10 jaar geknot worden. Het is minder werk en levert hoogwaardiger producten. Eik en els branden bijvoorbeeld veel langer dan wilgen. De losse knotbomen langs sloten en

zeldzaam broedgeval van Canadese gans in knotwilg

27


wegen zijn met de ingrijpende ruilverkaveling in de 60-er jaren bijna allemaal verdwenen. Er is toen bijvoorbeeld 700 km sloot gedempt waar nog veel knotbomen langs stonden. Brabants Landschap plant nu langs wandelpaden en sloten weer knot populieren en knot elzen om de variatie in het landschap te vergroten. Els, wilg en populier kunnen tegen natte voeten. In principe kunnen alle loofbomen in Nederland geknot worden. Zie bijvoorbeeld de haagbeuk. In ons gebied hoort ook de es thuis maar deze wordt nu niet geplant vanwege de essentaksterfte. Voor de ecologie is het van groot belang dat er veel verschillende inheemse soorten bomen en struiken in een gebied staan. Bij maar enkele soorten is de kans op ziekten en kaalslag veel groter. Jos Schenkeveld, boswachter bij Brabants Landschap, heeft bos- en natuurbeheer gestudeerd. Hij is ook lid van Altenatuur. Jos geeft graag uitleg en rondleidingen aan mensen die geĂŻnteresseerd zijn in natuur en

28

Jos Schenkeveld

landschap. Hij begeleidt de vrijwilligersgroep Brabantse waterliniewerkers. Vlechten met wilgentenen is en apart beroep, het gebeurt bijna niet meer. Versteeg in Aalburg doet het nog. Het hout haalt hij uit Oost-Europa en het vlechten gebeurt daar ook voor het grootste deel. Om het hier te doen is te duur geworden. Het hout is ook beter, al komt dat wel door spuiten. In het Visserijmuseum Woudrichem geeft Hendrik Ruitenbeek af en toe les of demonstraties mandenmaken. Wat kun je zelf doen? Je kunt natuurlijk als vrijwilliger aan de slag gaan bij Brabants Landschap, Altenatuur en VMB. Een andere mogelijkheid is het in eigen tuin planten van een knot els of knot populier. Geen wilg, daar heb je te veel werk aan en er zijn er al veel. Het zijn prachtige knotten om nestgelegenheid te bieden voor holenbroeders als eend, steenuil en mezen. Er groeien zeer veel planten op, je krijgt zo een interessant minituintje. Het snoeihout kan gebruikt worden voor de haard, een vuur korf of een vlechthaag. Een populier planten is simpel: steek een goede gezonde jonge tak in de winter in de grond (60-80 cm diep) en hij gaat groeien. Knot elzen kunnen gekocht worden. Zij moeten namelijk al een wortelgestel ontwikkeld hebben. Laat de boompjes groeien tot de hoogte waar je de stobbe wilt hebben en zaag hem daar af. Boomkweker Jan van de Beek in Genderen verkoopt in ieder geval elzenboompjes. â?€ Goof van Vliet in gesprek met Jos Schenkeveld, november 2016. Foto's Jos Schenkeveld.


29

29 29


Zoogdieren monitoring in het Land van Heusden en Altena Jaap van Diggelen

“They’re somewhere out there, you know”. Misschien nog wel meer dan op een science fiction thriller over buitenaardse monsters, is deze zin van toepassing op onze zoogdieren. Het zijn dieren van de nacht die je zelden ziet. Af en toe eens een muis, geapporteerd door de kat en zeldzamer, een helaas tot tweedimensionale proporties teruggebrachte marterachtige, ergens dood op het wegdek.

Sinds begin september doen we met een groepje van vier enthousiastelingen mee aan zoogdierenmonitoring binnen de pilot voor Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (Pilot ANLb, zie ook Altenatuurtje 103 pagina 14-15). En nu weten we het zeker, “ze zijn daar ergens buiten”, in het agrarisch gebied. En niet weinig ook. Methode

30

In kasten met camera-vallen, zogeheten Mostela’s, waar de beestjes door heen lopen, worden ze opgenomen met een digitale camera. Ze worden daarbij gelokt door een voor hen welriekende visolie capsule. Beweging en warmte zijn de triggers om een opname van 30 seconden te starten. Zijn ze daarna nog in de kast dan start kort daarop weer een opname van 30 seconden.


In de periode september-oktober 2016 zijn op 4 plaatsen in onze streek Mostelas uitgezet langs transecten. Een transect is 1500 meter lang en om de ca 150 meter wordt een opname-kast geplaatst. De transecten zijn in overleg met de ANV, de landeigenaren en de Zoogdiervereniging vastgesteld. Doel van het onderzoek is om te kijken of Agrarisch Natuurbeheer een effect heeft op het voorkomen van zoogdieren. Twee transecten werden daarom gekozen in een gebied waar agrarisch natuurbeheer wordt toegepast, 2 andere aan de rand van agrarisch gebied waar geen beheermaatregelen worden We hebben wel veel genomen. belangstelling, De Mostela’s worden vandaag! in hoge vegetatie geplaatst zodat ze niet zichtbaar zijn voor passerend publiek. In intensief beheerd agrarisch landschap is langs sloot- en perceelsranden geen hoge vegetatie te vinden die voldoende dekking biedt. Daarom werd uitgeweken naar de grens tussen agrarisch gebied en Ecologische Verbindingszones, waar wel een opstelling van de opname-kasten mogelijk was. Na tien dagen werden de camera’s en kasten weer uit het veld gehaald. Dan begint het spannende checken van alle opnamen die digitaal op het geheugenkaartje terecht zijn gekomen. Doelsoorten in het onderzoek zijn wezel en hermelijn, twee kleine marterachtigen die ik ooit in mijn jeugd, de jaren zestig/ zeventig van de vorige eeuw nog wel eens zag maar waarvan de waarnemingen in de landelijke database 31


voor de afgelopen decennia op enkele handen of slechts 1 hand (hermelijn) te tellen zijn. Zouden ze hier nog zitten? Resultaten Op het eerste transect dat we uitzetten (3-13 september) is het meteen raak: even steekt een wezeltje de kop de loopbuis in, je ziet duidelijk dat het om een langgerekt gebouwd beest gaat en ook de golvende overgang van het bruin op de rug naar het wit op de hals is zichtbaar. Onmiskenbaar een wezel. Fantastische waarneming, maar het blijft op dit transect bij ĂŠĂŠn exemplaar. Op ons tweede transect (16-26 september) hebben we in tien dagen tijd veel opnamen van allerlei soorten muizen maar helaas geen enkele wezel, laat staan hermelijn. Zou de methode wel goed zijn, vraag je je dan af of erger, zouden ze er nog wel zijn? Gelukkig was het derde transect (30 september -10 oktober) dat we onderzochten een absoluut succes: in totaal werden hier in 5 kasten 31 opnamen gemaakt van een wezel. Het is vrijwel zeker dat het hier om meerdere individuen gaat. De dieren lopen door de kast, duiken megagroot op als ze tegen de

open gemaakte capsule met visolie 32


lens van de camera gaan ‘opstaan’, ‘stelen’ de complete capsule met visolie en komen dan even later terug om het plaatje waarop de visolie lag, nog weer schoon te likken! Dit zijn de beesten waar het project voor is opgetuigd: schitterend.

Alle resultaten zijn hierboven samengevat in Tabel 1. Tabel 1: Overzicht van waargenomen soorten en aantallen opnamen per soort per transect in de periode september - oktober 2016 op 4 transecten in het Land van Heusden en Altena. Aantallen opnamen zijn niet noodzakelijk gelijk aan aantallen individuen: soms wordt van hetzelfde exemplaar een aantal opnamen achtereen gemaakt omdat het langer in de kast verblijft of omdat het in korte tijd enkele malen door de kast heen loopt. Bosspitsmuis indet. betekent dat niet op uiterlijk is vast te stellen of het hier om de Gewone bosspitsmuis of om de Tweekleurige bosspitsmuis gaat.

Hé, wat ruik ik?

33


In de tabel is te zien dat de wezel werd vastgesteld op 3 van de 4 transecten, een mooi resultaat. Verder valt het gigantisch aantal opnamen van muizen op in het transect in de Oostwaard van de Biesbosch. Dit betreft een overjarige akkerrand die bestond uit hoog opgroeiend riet en andere vegetatie langs een perceel aardappels. In 1 kast werden hier 380 opnamen gemaakt, meer dan in de andere transecten in 10 kasten bij elkaar! Opvallend is dat in 2 van de 4 transecten de overgrote meerderheid van muizen bosmuizen betreft, terwijl in de natte EVZ bij Uppel (Transect 3) de Rosse woelmuis veruit de meerderheid vormt. Transect 1 (Eethen) valt laag uit wat muizen betreft. De aanwezigheid van wezels (geurherkenning?) zou het lage aantal muizen kunnen verklaren: als muizen lucht krijgen van hun aartsvijand dan gaan ze niet meer naar binnen. In dit transect is de Dwergmuis de meest algemene soort. Het betreft opnamen in 3 kasten waar geen wezels zijn gefilmd. De prachtige dwergmuizen die als acrobaten door de kast rennen, klimmen en hier en daar een zaadje Engels raaigras eten zijn vermakelijk om te zien. Het lijkt wel of je naar een huisdiertje in een hamsterkooi zit te kijken, maar dan zonder tralies natuurlijk.

34

Het is overduidelijk dat de standplaats van de kasten mede bepalend is voor de soorten muizen die worden aangetroffen: in de buurt van bomen heel veel bosmuizen (what’s in a name?) hoewel die ook op de akkerrand in de Biesbosch zeer talrijk zijn, en op nattere, moerasachtige plaatsen meer rosse woelmuizen. De overmacht aan dwergmuizen werd aangetroffen in kasten langs een voor weidevogels plas-dras gezet terrein dat op het moment van de inventarisatie droog stond. De ruigte om de natte laagten was niet gemaaid, een pionierachtige vegetatie met dus een overweldigende hoeveelheid dwergmuizen en nauwelijks andere soorten. Spitsmuizen zijn insecteneters die in de transecten maar in een handjevol opnamen werden gezien. Leuk dat er twee soorten zijn aangetroffen. Van de woelmuizen werd naast de Rosse ook de Veldmuis in lage aantallen gezien. Met de Egel die zijn snuit naar binnen steekt maar hoogstwaarschijnlijk niet verder kan, de enkele Bruine rat en een verdwaalde Huismuis komt het totaal aantal soorten op tien. Niet gek voor een eerste onderzoek! Er is nog heel wat te analyseren aan deze ruwe data. Zo is er een duidelijk verschil in dag en nacht: bosmuizen met name ’s nachts, woelmuizen meer overdag, evenals de wezels.


Conclusie Voor conclusies over verschillen tussen ‘gewoon’ agrarisch gebied en agrarisch gebied met beheersubsidies is het nog te vroeg. Dit is pas het eerste jaar van het onderzoek, de nulmeting. Een tweede inventarisatieronde in 2017 zal meer duidelijkheid geven. Wat wel zonder meer geconcludeerd kan worden is dat er een ongelofelijke rijkdom aan muizen in het agrarisch landschap te vinden is. Een grote voedselbron voor uilen, torenvalken, buizerds, reigers, vossen, welke predator dan ook. We laten de hoop niet varen maar het ontbreken van de Hermelijn in een fors onderzoek (400 opnamedagen!) als dit is geen reden tot optimisme. Het fantastische nieuws over de vestiging van een populatie Boommarters in de Biesbosch wordt voor mij overschaduwd door het bange vermoeden dat we de Hermelijn aan het kwijt raken zijn in het open agrarisch gebied, hoe mooi ook dooraderd met EVZ en natuurparels. You win some you lose some, zo lijkt het ook hier. ❀

Aahh, visolie!!!!

35


Vlinders, wilde bijen en hun waard- en drachtplanten Wankja Ferguson

Een introductie We weten allemaal wel dat er bepaalde vlinders zijn zoals de dagpauwoog, het landkaartje en de kleine vos en dat die afhankelijk zijn van de brandnetel voor hun voortbestaan omdat ze hun eitjes er op afzetten en de rupsen er van eten. Veel minder bekend is dat er vele andere planten zijn die ook specifiek door andere vlindersoorten worden uitgezocht, bijvoorbeeld het oranjetipje kiest de pinksterbloem en een paar andere planten, het Icarusblauwtje houdt van de rolklavers en andere, het fijne boomblauwtje kan uit de voeten met de stekelige hulst.

Boomblauwtje op vergeet-me-nietje

Pluimvoetbij met stuifmeel op chichorei

Ook kennen we allemaal de honingbij, vanwege de honing allicht. We weten ook dat ze bloemen bestuiven. Stuifmeel verzamelen ze van de zogenaamde drachtplanten. Toch zijn we veel minder op de hoogte van het feit dat de honingbij een alleseter en allesverzamelaar is en dat er hĂŠĂŠl veel bijensoorten zijn, die een veel specifiekere keus maken in hun drachtplantkeuze en dat daardoor onze algehele biodiversiteit van bijensoorten en bloemen complexer in elkaar zit dan zo op het eerste gezicht lijkt. We weten vaak niet dat honingbijen niet bij alle planten in staat zijn deze de bestuiven, zoals bijvoorbeeld bij de tomaten, die alleen door hommels bestoven kunnen worden. We hebben ongeveer 360 soorten bijen in ons land maar er staan er 181 van op de rode lijst. Ook veel vlinders hebben het moeilijk. Wil u wat meer te weten komen over de dagvlinders en wilde bijen en hun planten, kom dan naar de avond over dit onderwerp op 31 januari 2017, gegeven door Wankja Ferguson. 36 Kijk ook op bladzijde 57 en op www.vlindererbij.nl


VOOR JOU! Jan van Haaften

Pas was ik een tijdje in Texas en land in de Verenigde Staten van Amerika. Toen ik daar de natuur in ging zag ik al snel dat het er erg droog was. Het gras zag er dor en geel uit. Woestijnachtig zou je kunnen zeggen. En dan denk je; nou hier zal niet veel te zien zijn. Maar dat bleek niet waar! Tot mijn verbazing zag ik al snel een libel en verschillende vlinders vliegen.

leefden natuurpark n e e in n olonie, E Een hele k s. g o d ie ir e foto P ra wild. Op d t e h in r a zoma e leven een zien. Z de kun je er n die ze in le o h in r a je da . Overal zie n e v a r g d gron en en hopen’ ligg grote ‘mols n er daar zitte je t e e w n a d

37 37


Bij ons is het inmiddels ook winter geworden. Veel vogels zijn naar warmere landen vertrokken. Dat zijn de trekvogels. Maar er zijn er ook heel wat gebleven! Ook zijn er uit het noorden nog naar ons toe gekomen. Al deze vogels kunnen tegen de kou omdat ze in de herfst een vetlaagje hebben opgebouwd. Maar dat is niet genoeg voor de hele winter. Daarom moeten we ze een handje helpen.

en oorbeeld e v ij b t n u k Je Of ophangen. voedersilo en dig bent e als je han Een k maken. voederplan da’s ing van pin mooie kett je d leuk! Als ij lt a k o o is n je jd hebt ku echt veel ti et ken over h nog naden vetbollen. maken van

Dat gaat z o. Je doet een blokje frituurvet in een pan netje en zet het op de kooplaat in de keuken. La at het langzaam smelten. 38 38


Als alles gesmolten is, kan de pan van het vuur. Nu kun je er vogelzaadjes erbij doen. Hoe meer zaadjes, hoe beter. Misschien kun je ook nog aan zonnepitten komen of stukje walnoot. Roer alles goed door en laat nu het mengsel wat afkoelen.

Pak onder tussen een paar grote aan een k paperclips ant open. en buig die A ls het men meer is, k g sel niet he un je het m el warm engsel ver bekertjes. delen over Stop de pa e en paar perclips nu bekertjes m in de gevu et de geslo lde ten kant n Laat de be aar boven. kertjes afk oelen totd geworden. at het men gsel hard is Dat ziet er dan zo uit! Nu kun je het bekertje kapot knippen. Je vetbol is klaar! Succes!

Puzzel je mee op bladzijde 56?

39 39


Wilde planten van het vroeger Altena Deel 3: Van Gorkum naar Bommel in 1934 Ernst-Jan van Haaften

Tegenwoordig is goed bekend welke plantensoorten er nu in deze regio te vinden zijn. Oude plantengegevens zijn echter schaars, zeker die van meer dan 50 jaar oud. De slechts enkele bronnen die er wel zijn, geven een bijzonder inkijkje in de vroegere natuurrijkdom van het Land van Heusden en Altena. In deze serie bespreek ik een aantal van deze bronnen. In dit Altenatuurtje deel 3, dat gaat over een verslag (in twee delen) van een excursie in 1934, geschreven door H. Boting [1, 2]. Eenige natuurvrienden uit Haarlem… Net als in het vorige stukje over oude plantengegevens uit deze streek zijn er mensen ‘van buiten’ voor nodig om iets te leren van de toenmalige natuurwaarden. In dit geval gaat het om enkele plantenkenners uit Haarlem. In natuurtijdschrift 'De Levende Natuur' hebben ze een uitgebreid verslag opgetekend van hun tweedaagse wandeltocht door het Land van Altena en de Bommelerwaard in augustus 1934. Aanleiding vormde de herinnering van een van de heren, die de streek kende van veertig jaar eerder. En 'altijd was hem de plantenrijkdom voor den geest gebleven, dien hij daar gezien had', zo opent het verslag. Sleeuwijk, ‘t Zand en het Kraaiveld

40 40

De heren vertrokken vanuit Gorkum met het veer naar Sleeuwijk. Over de dijk wandelde men oostwaarts en vonden langs de weg Wit vetkruid, Zacht vetkruid, Cichorei en Jakobskruiskruid. Het eerste doel was het bos rond het herenhuis van het Kraaiveld. Men was bekend met het feit dat hier Groot heksenkruid en Breedbladige wespenorchis groeiden. Aangekomen op de plaats van bestemming, trof men echter alleen een groot weiland.


Navraag bij een boer leerde dat het huis zes jaar eerder was afgebroken. Men richtte de aandacht op de graslanden en trof daar al snel zeldzame soorten Ereprijs aan: Gladde ereprijs en Doffe ereprijs. Verder werden als bijzonderheden nog Rijstgras en Aardbeiklaver genoteerd. Langs de Alm De tocht ging verder in zuidelijke richting en men wandelt naar Almkerk. Van daar uit volgt met de Alm richting Nieuwendijk. 'Die Alm is een toonbeeld van een deftig riviertje. Helder, stroomend water, vol met Watergentiaan, Witte waterlelie en Gele plomp'. In de Alm wordt ook gekeken naar fonteinkruiden. Men treft er Plat -, Doorgroeid - en Drijvend fonteinkruid aan. De twee laatstgenoemde kan je er ook vandaag nog vinden. Langs de oever noteert men ook nog Wilde bertram. Aangekomen bij Nieuwendijk vervolgt men de toch langs de Bakkerskil naar het noorden, tot bij Werkendam. Daar vandaan loopt men door de uiterwaarden richting Sleeuwijk. Weidekervel In het buitendijkse gebied bij Werkendam (waarschijnlijk liep men in de Cloppenwaard), werd al snel Weidekervel gevonden. Ook toen was dit een vrij zeldzame soort, die alleen werd gevonden in graslanden langs de grote rivieren. Nu is dat niet anders. Tegenwoordig is ze op de vindplaats bij Werkendam niet meer aanwezig. In de Groesplaat bij Woudrichem staat nog wel een klein aantal planten, en in Sliedrechtse Biesbosch staat ze nog erg talrijk. Als de heren verderop nog Schijnraket vinden, worden ze helemaal enthousiast. Op een rivierkrib wordt dan nog Smalle aster gevonden en in de ondergroei van een griendje staat Groot springzaad en Moeraskruiskruid.

41 41


Oeverwarkruid in de Sleeuwijkerwaard Bijna aan het einde van de excursie gekomen ziet men een Warkruid op wilg. Er zijn verschillende soorten Warkruid. Deze klimmende planten zijn parasieten, die tegen een andere plant opklimmen en met kleine worteltjes voedingsstoffen en water aan de gastheer onttrekken. De gevonden soort klimt op tegen wilgen

en heeft geel gekleurde stengels. Hij wordt gedetermineerd als Oeverwarkruid, een erg zeldzamen soort. Omdat de avond nadert moet het gezelschap door naar de eindbestemming. Dat levert een aardige beschrijving van de Sleeuwijkerwaard in die dagen op, die toen duidelijk moerassiger was dan tegenwoordig. 'Dwars door de wilgen naar den dijk, die rechts van ons moest liggen en ook lag. Een meter of 10 van den dijk af dachten wij er te zijn, maar er was ook een kreek, niet breed, maar diep. Dus terug en natuurlijk liepen wij verkeerd en kwamen weer voor de kreek, die met een bocht door het wilgenbosch ging. Dan naar rechts, mis, in de modder en een zijarm van de kreek. Weer terug naar het punt van waar wij het eerst de kreek zagen, dan rechtuit op de rivier af en terug langs het water. Vooruit, achteruit, opzij, links, rechts, telkens weer die kreek, het was om wanhopig te worden. Met gezucht, gesteun en gekraak van takken kwamen wij met een paar natte voeten weer aan de rivier terecht, blij uit deze wildernis verlost te zijn'. Men sluit de dag af met een lijst van ruim 200 soorten. Helaas vermeld het artikel deze lijst niet. De dag erna onderneemt men een tweede excursie van uit Sleeuwijk, vooral gericht op de Bommelerwaard. â?€ Literatuur [1] Boting, H. 1934. Van Gorkum naar Bommel. De Levende Natuur 39 (4): 119-124.

42 42

[2] Boting, H. 1934. Van Gorkum naar Bommel II. De Levende Natuur 39 (6): 183-187.


Visieontwikkeling, en al een klein beetje uitwerking Johan Koekkoek

Samenwerkende gemeenten Aalburg, Werkendam Woudrichem. Op 17 november waren er zo’n 30 afgevaardigden bijeen van de 25 visiegroepen. De inleidingen vanuit de organisatie komt met de hieronder weergegeven tekst overeen. Wij zijn 21 vitale gemeenschappen in het groenste deel van de Brabantse Mozaïek. Via saamhorigheid, ondernemerschap en vernieuwing werken we aan ons welzijn. We zien om naar onze medemens, onze omgeving, onze historie en tradities. Zelfredzaamheid, duurzaamheid en veelzijdigheid zijn de principes waarlangs we samen leven en werken in en aan onze nieuwe gemeente. Wij hebben hier het beste van twee werelden. De rust en ruimte van een prachtig eiland, gecombineerd met de voorzieningen van de steden om ons heen. We willen de kwaliteiten van ons gebied koesteren èn benutten. Niet om ons te meten met de steden in Brabant en Holland, maar om iets toe te voegen dat daar ontbreekt. Kwalitatieve ontwikkeling met respect voor elkaar en onze omgeving, gebaseerd op eigen initiatief in onze kernen. Dat houdt ons vitaal en aantrekkelijk in een turbulente wereld, ook voor onze kinderen en kleinkinderen. Vijf en twintig groepen hebben op schrift hun visie ingebracht. Elke groep mocht een icoon project inbrengen. De organisatie heeft deze projecten bekeken. Daar waar uitvoering ter hand gevat kan worden, wordt commitment uitgesproken. Schone energie zoals wij als Altenatuur/VMB ingebracht hebben is samengevoegd met een aantal andere groepen die ook duurzaamheid in hun beschrijving hadden opgenomen.

De uitwerking resulteert in een hoofdrol voor DEcAB met 1. de oprichting van een energiebedrijf, 2. een bedrijf dat de verduurzaming van de woningen opvat en 3. een paragraaf waarin communicatie uitgewerkt wordt.

43


De concrete toezeggingen van de benodigde financiering is er nog niet. Maar het overleg hierover zal in begin 2017 starten. De VMB is met de opgestelde visie over bomen reeds concreet aan de slag met gemeente Werkendam. De resultaten van het overleg op 17 november staan verder uitvoerig weergegeven op de site Toekomstvisie AWW.

Met name het in de streek binden van opleiding en kansen, was een zin die mij tot op heden stevig bij gebleven is. Ik was in de groep in een stevig gesprek geraakt met Wim de Jong, oud wethouder van Werkendam, Fientje Bax, Gijsbert van de Beek, rector van het Altena College en Theo Koekkoek voorzitter raad van bestuur Agrifirm, en nog enkele anderen. Het gesprek eindigde in een afspraak met Theo Koekkoek over een ontmoeting die ik zou arrangeren met de directeur van Goodbite, Henk Schouten, die een week geleden een lezing had gegeven op fort Giessen over vega/zadenburgers.

Community bijeenkomst Rabobank De Rabobank heeft op half november een community bijeenkomst gehouden waarin ook in groepen over de toekomst van Altena gesproken is. Op deze avond heb ik aan het gesprek over alumni deelgenomen. Ik was geĂŻnteresseerd in het standpunt van de bedrijven over de toekomst van agrarische bedrijven. We leven immers in een gebied waar het open agrarisch gebied het goud van de 44 streek genoemd wordt.

H. Schouten

Theo en ik zijn op 30 november bij Henk op kantoor geweest. Wij waren het er over eens dat we in de streek moeten proberen de agrarische sector op de kaart te zetten met een aansprekend product. Wij willen beiden dat de plantaardige eiwit-


productie in de regio, liefst biologisch, stevig ter hand gevat wordt. Na een kleine aanzet van onze kant neemt Henk het woord. Hij vertelt uitvoerig over zijn bedrijf Goodbite. We krijgen uitvoerig folders te zien over vegaburgers, gehaktballen, tofu etc. Henk vertelt over GPA, Green Proteïne Alliance. GPA houdt in dat een groot aantal bedrijven, waaronder HAK en Goodbite, een afspraak hebben gemaakt met het ministerie van economische zaken over een betere balans van het Nederlandse menu. Nu bestaat dat uit 30% plantaardig eiwit en 70% koolhydraten, vet, dierlijk eiwit, etc. Dat moet 50-50 worden.

Om dat te bereiken zegt Henk zouden we in Nederland zo’n 10 eiwitpraktijklokalen moeten oprichten. In zo’n lokaal kunnen scholieren gedurende een halve of hele dag eiwit proeven en eiwit proefjes doen. Wat zou het niet geweldig zijn als we

hier in de regio dat eerste lokaal zouden kunnen vestigen. Wat denken jullie van de oude kantine van de Jager. Die staat nou toch leeg. En Henk fantaseert verder: Met een Syrische kok gaan we dan een aantal dagen in de week vega voedsel in het restaurant verkopen. Terug bij de realiteit. Theo en ik zullen om ons heen kijken wat de meest slimme manier is om de teelt van

plantaardige eiwitten te promoten. Zelf beginnen. Kijken of er bedrijven zijn die kikkererwten, Quinoa en of Soja willen telen. Henk zal contact met Hak leggen en eventueel ook met het pindabedrijf van de Graaf, dat op het industrieterrein in Giessen gevestigd is. Via de mail houden we contact en zullen vervolgstappen op elkaar afstemmen. ❀

45


Waarnemingen van aug. t/m dec. 2016 Doorgegeven aan Rinus Punt

Datum

Waarneming

april 1 Steenmarter (tuin)

Plaats en Waarnemer BabyloniĂŤnbroek, Johan Roodnat

31 aug. 1 Witbandzandoog (moestuin) Meeuwen, Cees de Gast 9 aug. 1 Purperreiger

Fort Giessen, Wim Smits

2 IJsvogels 25 aug. 2 Patrijzen

Hoofdgraaf, Giessen/Andel, Wim Smits

26 aug. 60 Ooievaars (in thermiek)

Andelse Sluis, Hans Wijkniet

27 aug. 2 Indische Ganzen 1 sept. 1 IJsvogel

Giessen, Wim Smits

4 sept. 1 Draaihals

Heesbeense Uiterwaarden, Henk Kraaykamp

10 sept. 1 Bosuil (roepend)

Achter Bieboschmuseum, Jeanette Pollema

20 sept. 1 IJsvogel (tuin)

Eethen, Elsje Dekker

23 sept. 10 Lepelaars (o.v.)

Sleeuwijk, Gert/Jan Boer

28 sept. 3 Bosuilen (boomgaard)

Sleeuwijk, Hylke Tromp

6 okt.

46 46

11 Patrijzen

Almkerk (Alm/buitenkade), Gerrit Romijn

11 okt.

1 Roerdomp (golfpark)

Almkerk, Paul de Vos

15 okt.

15 Patrijzen

Struikwaard, Wim Smits

20 okt.

9 Patrijzen

Klaverplak, Petra Furster

22 okt.

12 Patrijzen

Almkerk

23 okt.

5 Patrijzen

Dussen (kasteel), Paul Raams

23 okt.

1 IJsvogel (in tuin)

Sleeuwjk, Eikenlaan, Els Capelle

24 okt.

1 Zwarte Specht, (tegen muur)

Almkerk, Galerij 10, Lies Fabel


Datum

Waarneming

Plaats en Waarnemer

Datum Plaats enGalerij Waarnemer 24 okt. Waarneming 1 Zwarte Specht, (tegen muur) Almkerk, 10, Lies Fabel

24 24 okt. okt. 24 okt.

1 kwikstaart Eikenlaan 1 Grote Zwartegele Specht, (tegen muur) Sleeuwijk, Almkerk, Galerij 10, (in Liestuinvijver), Fabel Jan van Haaften 1 Grote gele kwikstaart Sleeuwijk, Eikenlaan (in tuinvijver), Jan van Haaften

6 okt. 11 Patrijzen 6 nov. okt. 10 11 Kramsvogels Patrijzen 6 (boomgaard) 6 nov. 10 Kramsvogels (boomgaard) 10 nov. 1 IJsvogel 10 13 13 23 23

nov. 1 IJsvogel nov. 2 Goudhaantjes nov. 2 Goudhaantjes nov. 14 Patrijzen nov. 14 Patrijzen 2 Grote Zilverreigers 25 nov. 2 Grote Zilverreigers 25 nov. 2 Ooievaars 2 Ooievaars 28 nov. 1 Grote Zilverreiger 28 nov. 1 Grote Zilverreiger 6 Patrijzen 6 Patrijzen 6 Patrijzen nov. 6 Patrijzen nov. 6 Patrijzen 6 Patrijzen 4 Patrijzen 4 Patrijzen 3 dec. 1 Groene specht 3 dec. 1 Groene specht 5 dec. 1 Watersnip (in tuinvijver) 5 dec. 1 Watersnip (in tuinvijver) 11 dec. 1 IJsvogel (in tuin) 11 dec. 1 IJsvogel (in tuin)

Almkerk (Alm/buitenkade), Gerrit Romijn Almkerk (Alm/buitenkade), Gerrit Romijn Sleeuwijk, Hylke Tromp Sleeuwijk, Hylke Tromp Nieuwendijk, Schansgat, Ans Capelle Nieuwendijk, Schansgat, Ans Capelle Sleeuwijk, Hylke tromp Sleeuwijk, Hylke tromp Struikwaard, Wim Smits Struikwaard, Wim Smits Sleeuwijk, Munnikendreef, Sleeuwijk, Munnikendreef, Greet/Gert-Jan Boer Greet/Gert-Jan Boer Sleeuwijk singel Hoekeinde, Hylke Tromp Sleeuwijk singel Hoekeinde, Hylke Tromp Achter Oerlemans v.d. Mooren Achter Oerlemans v.d. Mooren Dijk Genderen Dijk Genderen J. v.d. Beek, laanboomkwekerij J. v.d. Beek, laanboomkwekerij Nieuwe Steeg Nieuwe Steeg Sleeuwijk, Transvaal, Aartje van der Zouwen Sleeuwijk, Transvaal, Aartje van der Zouwen Johan Koekkoek, Almkerk Johan Koekkoek, Almkerk Sleeuwijk, Eikenlaan, Els Capelle Sleeuwijk, Eikenlaan, Els Capelle

Bedankt voor het melden, ik blijf op mijn post om de nieuwe waarnemingen te noteren! â?€ Met vriendelijke groet, Rinus Punt Hoofdstraat 48, 4265 HL Genderen Tel. 0416-352301 of 06-48638377 47 47


Notulen ledenvergadering NBV Altenatuur Johan Koekkoek (secretaris)

Datum: 10 november 2016 Plaats: Fort Giessen Aanwezig: 4 leden en 4 bestuursleden. 1. Opening door de voorzitter. 2. Reden om de ledenvergadering bijeen te roepen: aankoop van perceel grond, in te richten als natuurgebied. De statuten schrijven voor dat een dergelijke aankoop een besluit van de ledenvergadering vereist. Verder staat in de statuten dat we een ledenvergadering moeten houden voor alle leden. Indien niet alle leden verschijnen kan een korte tijd later een tweede vergadering uitgeschreven worden waarin het aantal aanwezige leden de bevoegdheid heeft de beslissing te nemen. De voorzitter constateert dat niet alle leden aanwezig zijn en sluit de eerste vergadering. 3. Opening tweede ledenvergadering. De voorzitter opent voor de tweede maal de ledenvergadering, er zijn 8 leden aanwezig. 4. Voorzitter en secretaris geven een toelichting. De ledenvergadering is bijeengeroepen om een besluit te nemen over het verwerven van 2100 m2 agrarische grond van de heer D. Ewijk. Het perceel is gelegen ten Noordwesten van de zogenaamde griend van Bellemakers langs de Provinciale Weg Noord te Almkerk. Deze grond kan Altenatuur verwerven omdat de gemeente Woudrichem gelden beschikbaar heeft gesteld ter compensatie van het verlies van een stuk natuurgrond nabij verpleeghuis Altenahove in Almkerk. Aan het verpleeghuis is een vleugel bijgebouwd waarvoor watercompensatie verplicht gesteld is door het waterschap. Deze watercompensatie eiste een belangrijk stuk natuur gelegen in de Ecologische Verbindingszone van de Alm. Altenatuur en Brabants Landschap hebben in de jaren tachtig van de vorige eeuw een financiĂŤle bijdrage geleverd voor de inrichting van dit natuurdeel. 48


5. De inrichting van het nieuw te verwerven perceel langs de Provincialeweg Noord. Het talud van de sloot langs de griend wordt in een helling gebracht van 1:4. Een duiker wordt in de sloot geplaatst voor ontsluiting van de natuurstrook via de griend. De vrij gekomen grond wordt in een kleine verhoging weggezet. Op de verhoging wordt een haag geplant. Het perceel wordt ingezaaid met een zaadmengsel zoals voorgeschreven voor natuurranden door Brabants Landschap. 6. Door enkele leden wordt toelichting gevraagd over de financiering en het toekomstig beheer van de natuurstrook. Voorzitter en secretaris leggen uit dat de Gemeente Woudrichem de financiĂŤn beschikbaar stelt in verband met de compensatieplicht. Vervolgens wordt het voorstel om over te gaan tot aankoop met algemene stemmen aangenomen. 7. De voorzitter sluit de vergadering.

De voorzitter, J. van Diggelen

De secretaris, J.H. Koekkoek

â?€

Perceel Ewijk

Ingang Perceel Altenatuur

Prov.weg Noord Almkerk

Griend Bellemakers

49


Het jaar van de Koekoek Jaap van Diggelen

Eind november was ik op de SOVON-dag (Stichting Ornithologisch VeldOnderzoek Nederland), een jaarlijkse pelgrimage voor onze vaderlandse vogelaars. In maar liefst 5 zalen worden parallel lezingen gehouden over vogels en natuurbeheer. Staande tussen de drommen mensen bij de entree verbaas ik me over de massaliteit van het vogelvolk. Het aantal bezoekers nadert ieder jaar de 2000 en mij bekruipt een gevoel van ‘more chiefs than indians’: zijn er wel genoeg vogels te zien voor al die kijkers? Stel dat iedere vogelaar jaarlijks bewust 1000 vogels spot in ons land, dan moeten er toch minstens 2 miljoen zijn, gesteld dat iedereen zijn ‘eigen’ 1000 exemplaren ziet. Het blijkt dat ik me zorgen maak om niets: in de top 50 van meest voorkomende broedvogels lees ik dat alleen de merel al richting de 2 miljoen gaat. Het totaal aantal vogels in ons land kan op enig moment makkelijk boven de 20 miljoen liggen. 50


Dat niet alleen mensen op zoek gaan naar vogels maar ook vogels zelf, werd op schitterende wijze geïllustreerd door de hoofdlezing van de Engelse hoogleraar Nick Davies over de koekoek. Deze vogel is een meesterspeurder naar kleine zangvogels en dan niet om ze op te eten maar om hun nest te parasiteren. Je vraagt je af wat erger is. Achter de heldere roep van de koekoek in het voorjaar gaat een niet te bevatten wereld aan vogelleed schuil (menselijk gesproken natuurlijk). Davies bestudeert al meer dan 30 jaar deze enige broedparasiet van West-Europa. Aristoteles wist al dat koekoeken op slinkse wijze hun eitjes in de nesten van kleine zangvogels leggen. Meestal merken de nesteigenaren het bedrog niet en broeden gezellig door. Het eerste wat het koekoeksjong doet als het naakt en kaal maar verre van hulpeloos uit het ei komt, is de andere eieren over de rand van het nestkommetje kieperen. Ook eventueel al uit het ei gekomen pleegbroertjes en – zusjes gaan over de rand. Davies ontdekte dat dit vuile werk opgeknapt moet worden door de jonge koekoek. Als de vrouwtjeskoekoek bij het ei leggen niet slechts één (als lekker hapje) maar alle in het nest aanwezige eitjes zou weghalen,

dan valt dat de pleegouders wel op en verlaten ze het nest. Einde verhaal.

N. Davies

Gefascineerd door de evolutionaire wapenwedloop tussen de koekoek als broedparasiet en de ogenschijnlijk nietsvermoedende gastouders, kwam Davies steeds weer op nieuwe vragen. Waar men in de 17e eeuw nog dacht dat de luid roepende karekietjes hun blijdschap uitten omdat zo’n grote vogel hun nederig nestje de eer aandeed er een eitje in te deponeren, ontdekte Davies dat de karekieten luidt alarmerend de koekoek wegjaagden en het ei vervolgens ook direct verwijderden. Het bedrog slaagt alleen als de eileg door het koekoeksvrouwtje ongezien plaatsvindt als de broedende vogel even van de eieren af is. Een kunstje wat het koekoeksvrouwtje in tien seconden flikt. Davies ontdekte verder dat een vrouwtjeskoekoek nauwgezet alle beginnende legsels in een 51


terrein in de gaten houdt om vervolgens na verloop van tijd in elk nest een eitje erbij te leggen, tot wel acht keer toe. Een perfecte boekhoudster dus. Het koekoeksei valt niet op: het is nauwelijks groter dan de eitjes van de gastvrouw terwijl de koekoek zelf toch zeker meer dan 6x zo groot is als de gastouders. Bovendien is het ei fantastisch gecamoufleerd. Het matched in tekening en kleur perfect bij dat van de gastoudersoort, zie foto's hiernaast. Dat is alleen mogelijk omdat ieder koekoeksvrouwtje gespecialiseerd is op ĂŠĂŠn soort zangvogel: een kleine karekiet, graspieper, tuinfluiter of kwikstaart. De vrouwtjes van deze soorten weten hoe hun eigen eieren eruit zien. Oude vrouwtjes die al enkele jaren leggen uiteraard beter dan jonge die hun persoonlijke handtekening op het ei voor de eerste keer zetten. Jonge vrouwtjes zijn daarom gemakkelijker te parasiteren dan oude, vond Davies uit. Zien die zangertjes dan niet dat van hun zorgvuldig uitgebroed kroost alleen een grijs-gestreept gedrocht met een groot rood keelgat overblijft? Kennelijk niet en horen doen ze het al helemaal niet: Davies ontdekte dat die ene veelvraat geluid maakt voor vier. Waar 1 karekietkuiken piepgeluidjes met enige tussenpozen 52

Koekoek

Grote karekiet

Koekoek

Graspieper

Koekoek

Graspieper

Koekoek

Tuinfluiter

Koekoek

Gekraagde roodstaart

Koekoek

Heggemus

Koekoek

Kleine karekiet


maakt, produceert het koekoeksjong een kakofonie van kortopeenvolgende piepjes: de illusie van een viertal jongen! Het succes van het broedparasitisme berust op een subtiel evenwicht tussen instinct (voorgeprogrammeerd oudergedrag) en de alertheid van ouders in het moment. Meest frappant was voor mij een filmpje van een jong van een Japanse koekoeksoort die naast zijn gele opengesperde bek zijn vleugeltje omhooghield met een tekening erop die perfect leek op.... een gele opengesperde bek: kijk nou, we zijn met z’n tweeën! En dat dat vleugeltje dan nog voer krijgt ook! Broedparasitisme is zeldzaam in de vogelwereld, slechts 1% van alle soorten heeft het ontwikkeld.

koekoek Cuculus canorus, eeuwenlang succesvol was met zijn bedrieglijke praktijken. Was, want het aantal koekoeken neemt af. Rond de eeuwwisseling waren er nog 6-8 duizend broedparen (teveel eer dat broed ervoor), sinds die tijd is er een dalende lijn. Niet omdat al het kleine grut ineens door heeft dat ze besodemieterd worden maar omdat.....Tsja, we weten het niet goed. Reden om 2017 uit te roepen tot het ‘Jaar van de koekoek’. Door meer onderzoek en aandacht van waarnemers hopen SOVON en Vogelbescherming de kennishiaten op te sporen. Doet u mee? ❀ Verder lezen? Nick Davies: De koekoek, Atlas Contact, €24,99

Zelfs in de familie van de koekoeken is nog niet de helft parasitair (59 van de 141 soorten). Laat onverlet dat ‘onze’ 53


Vulpes vulpes Herman van Krieken

54

Jagers grijpen elke kans aan om vossen zwart te maken. Tegenwoordig krijgen ze zelfs hulp van weidevogelbeschermers die van bijvoorbeeld reigers en ooievaars blijkbaar wel accepteren dat ze pullen, jonge weidevogels, pakken. Helaas is de gewelddadige oplossing een tijdelijke, de oorzaak wordt niet opgelost. Professor Stephen Harris, die zijn gehele arbeidzame leven onderzoek deed naar Vulpes vulpes, oftewel de vos, bevestigd dit in een gesprek met Pieter van den Heuvel voor De Faunabescherming. “In Londen werden vanaf de jaren 40’ tot in de jaren 80’ vossen ‘geruimd’, maar het bleek onmogelijk om het aantal vossen te verminderen. Wanneer namelijk het dominante mannetje, binnen het territorium, wordt verwijderd, komen er doorgaans binnen een dag of vier, meerdere nieuwe mannetjes om zijn plaats in te nemen. Zo komen er zelfs meer vossen en kan het maanden duren voordat de stabiele situatie van één dominant paar per territorium is wedergekeerd. In de periode dat de vossen onderling uitmaken wie de nieuwe territoriumeigenaar wordt, is er veel geluidsoverlast voor de omgeving. Al met al bleek het onhaalbaar te zijn het aantal vossen te verminderen en ook bleek het onmogelijk te zijn om de verspreiding van de vos tegen te gaan. Hier in Bristol, net als vele steden in Engeland bereikte de vossenpopulatie de maximale omvang, en al jaren blijft die stabiel”. Het bejagen van vossen is een korte termijn oplossing die alleen maar ruimte schept voor de volgende vos. Fijn als je graag vossen doodschiet maar verder nagenoeg nutteloos. Professor Stephen Harris maakt duidelijk waarom een populatie niet ongelimiteerd kan groeien. “Binnen het eigen territorium van een vossenpaar worden geen andere voortplantende paren geduld. Denk ook aan voedselgebrek. Een jonge vos die aan het eind van het jaar op zoek gaat naar een eigen territorium, zal veel moeite hebben om aan voedsel te komen. Het is net als boodschappen doen in een


onbekende supermarkt. Het vinden van een muis of konijn, bessen of gevallen fruit op onbekend terrein kost voor een vos, die toch 850 gram aan voedsel per dag nodig heeft, meer tijd en energie. Kou en regen spelen ook een rol en maken de dieren vatbaar voor ziektes. In Engeland komt ‘Mange’ (schurft) voor. In Bristol bijvoorbeeld is in 1994 als gevolg van schurft zo’n 95% van de vossen verdwenen. Zowel voor als na de ziekte is er nooit iets aan beheer gedaan en de populatie is nu weer stabiel”. Ik verbaas me altijd over het feit dat wij van honden en katten erg veel pikken terwijl de vos vaak aan de schandpaal wordt genageld. Van wie hebben we de meeste overlast? In de VS worden volgens Stephen Harris jaarlijks zo’n 5 miljoen mensen gebeten door honden. De journalist Casper Janssen schreef in de Volkskrant van 1 november een mooie column naar aanleiding van een interview met Pauline de Bok. De journaliste wilde terug naar natuur, ging jagen, schreef daar een boek over getiteld Buit en vertelde haar verhaal aan de media. "Ik heb m’n hele leven een sterk verlangen gehad om mijn fysieke wezen te voelen", zei ze in de Volkskrant. En in Trouw: "Toen ik mijn eerste beest goed geraakt had, begon mijn hele lijf te gloeien van opluchting en geluk." Zoals dierenbeschermers het individuele romantiseren, romantiseert De Bok het doodschieten van een dier. Persoonlijk ben ik niet tegen de beheerjacht, als het nut vaststaat en als het doel is om schade of overlast te beperken. Er moeten staatsjagers komen, hoorde ik iemand opperen. Goed idee. "De jacht hoort een rationele aangelegenheid te zijn, geen persoonlijke ontdekkingstocht van de narcistische medemens”, aldus Casper Janssen. Persoonlijk vraag ik me altijd af met welk recht jagers mij het genot van het bewonderen van wild met het blote oog of verrekijker en telescoop mogen afpakken? Leida en ik genieten bijna elke dag van de fazanten in onze tuin. Jagers mogen deze zonder pardon afschieten als ze zich op de akkers rond ons huis begeven. Plezierjacht moet wat mij betreft zo snel mogelijk verboden worden. Laten we genieten van vossen en alleen bij hoge uitzondering naar het 'schietgeweer' grijpen. Jaag met je ogen en geef vossen en fazanten de ruimte. ❀ Bewerking artikel Argus november 2016 jaargang 41 nummer 2 en column Casper Janssen Volkskrant 1 november 2016

55


P U Z Z E L Jan van Haaften

Overlapper De woorden in deze puzzel overlappen elkaar. Ieder woord begint en eindigt met een rode letter. 1. Vlinder met oranje vleugeltoppen. 2. Boom met een meisjesnaam. 3. Dier dat slijmerig spoor achterlaat. 4. Vogel die je in het groot en het klein hebt. 5. Een katachtig dier; fors van formaat. 6. Een vogel met een lange snavel die graag een kikker lust. 7. Zoetwatervis, voor een deel een plantennaam. 8. Vogel die wel 200 liedjes kent en ze tot 's nachts laat horen. 9. Plant die als waardplant dient voor de vlinder van nummer 1. 10. Vlinder die algemeen voorkomt in ons land. 11. Grote boom waarvan de zaden door sommige vogels verstopt worden. 12. Vogel die vaak op de voederplank is te zien.

`

O

E

S K

L K N

E K

56

R

R

T


de activiteitenagenda PROGRAMMA WINTER/VOORJAAR 2017 Activiteiten worden vooraf aangekondigd in de streekbladen. Let ook op de website en op Facebook voor eventuele wijzigingen: www.altenatuur.nl. Noteer de data vast in uw agenda! Dinsdag 31 januari: Vlinders en wilde bijen en hun waard- en drachtplanten Dagvlinders hebben waardplanten nodig om hun eitjes op af te zetten waar hun rupsen van kunnen eten. Daarnaast hebben ze als imago (volwassen vlinder) drachtplanten nodig om nectar uit te drinken. Ook bijen verzamelen op drachtplanten nectar en stuifmeel om zichzelf en hun broed te kunnen voeden, waarmee ze tegelijkertijd de bloemen bestuiven. De honingbij is een voorbeeld van een generalist die veel bloemsoorten bezoekt. Daarnaast zijn er honderden andere soorten bijen, die veel specifieker zijn in de drachtplantkeuze. Dit levert een grote biodiversiteit op van planten en insecten die vaak complexe relaties met elkaar hebben. Wankja Ferguson gaat in deze lezing in op de vele soorten bijen, vlinders en hun waard- en drachtplanten. Daarbij passeren veel soorten de revue met hun specifieke levenswijze en ecologie, hun belang in natuurlijke vegetaties en wat je voor deze soorten kunt doen in je eigen tuin. Zie ook blz. 36! Plaats: Fort Giessen; aanvang 20.00 uur.

57 57


Dinsdag 21 februari: Ledenvergadering, Fort Giessen, aanvang 20.00 uur Het bestuur van Altenatuur nodigt u uit voor de jaarlijkse ledenvergadering, waarvoor de AGENDA als volgt is: ------------------------------------------------1. 2. 3. 4a. 4b. 5. 6.

7. 8. 9.

10.

Opening door de voorzitter. Notulen van de ledenvergadering van 16 februari 2016 (Zie Altenatuurtje nr 102, mei 2016). Jaarverslag door de secretaris. Financieel jaaroverzicht 2016/begroting 2017 door de penningmeester. Voorstel tot contributieverhoging. Verslag kascontrolecommissie. Bestuursverkiezing. Aftredend en herkiesbaar: Jaap van Diggelen en Herman van Krieken. Aftredend en niet herkiesbaar: Pia Stierman. Het bestuur draagt Wouter van Rijsbergen voor als haar opvolger. Rondvraag. Pauze. Na de pauze: De voorzitter presenteert het werk aan zoogdier-inventarisaties (kleine zoogdieren en vleermuizen) dat in de afgelopen twee jaren heeft plaatsgevonden. Sluiting.

Donderdag 23 maart: Duurzame landbouw - biologische landbouw Presentaties door verschillende sprekers over de toekomst van de landbouw. De land-bouw in ons land ontwikkelt zich in toenemende mate richting duurzaamheid. Deze ontwikkelingen en de wenselijkheid/noodzaak ervan worden toegelicht en we gaan hierover met elkaar in gesprek. Nadere informatie over opzet en sprekers volgt in de Nieuwsbrief, op Face-book en op 58 58 onze website. Plaats: Fort Giessen; start 20.00 uur.


Foto: Jos Schenkeveld, BL

Donderdag 13 april: Project PARTRIDGE: patrijzenproject tussen Almkerk en Sleeuwijk De komende vier jaren loopt er een internationaal project waarin wordt onderzocht wat de effecten zijn van gesubsidieerde beheermaatregelen op het voorkomen van vogels in agrarisch gebied. De patrijs wordt de ambassadeursoort voor dit project. Jochem Sloothaak, coĂśrdinator soortenbescherming bij het Brabants Landschap, presenteert op deze avond dit project. Hoe staat het momenteel met de patrijs, welke maatregelen worden genomen en hoe worden de effecten ervan op de vogelstand gemonitord. Welke organisaties leveren een bijdrage en wat is de rol van Altenatuur? We hopen dat heel veel leden op deze avond kennis komen nemen van dit omvangrijke project, in het bijzonder de leden van de vogelwerkgroep en de weidevogelwerkgroep. Plaats: Fort Giessen; aanvang: Let op: 20.30 uur. Vooraankondiging 1: Vogelcursus voor beginners De Vogelwerkgroep organiseert in februari-maart twee theorie avonden voor beginners om vogels te leren kennen en herkennen, gevolgd door een praktijkochtend op zaterdag in het veld. Meer informatie volgt via site, Facebook, nieuwsbrief en streekbladen. Vooraankondiging 2: Telweekend Argusvlinder in Mei Altenatuur wil graag met een groep enthousiaste vlinderliefhebbers meedoen aan dit jaarlijks terugkerende telweekend (datum nog niet bekend). In 1 of meer dagdelen willen we zoveel mogelijk kansvolle kilometerhokken in ons gebied inventariseren. Meedoen? Meld u aan: digge082@planet.nl ovv Argustelweekend of altenatuur@gmail.com. Vervolgens wordt u geĂŻnformeerd over 59 plaats, datum en tijd. 59


WERKOCHTENDEN BEHEERCOMMISSIE WINTERSEIZOEN 2016 - 2017 De komende winterperiode worden weer vrijwilligers gezocht die een handje willen helpen bij het onderhoud van de natuurgebieden. Deze werkochtenden vinden op iedere derde zaterdag van de maand plaats en duren van 8.30 – 12.00 uur.

De Altenatuur-werkochtenden zijn gepland op: Zaterdag 21 januari: Plaats: Almkerk, Griend langs de Emmikhovenseweg Activiteit: Griend-onderhoud: opruimen wilgen- en essenhout. Zaterdagen 4 en 18 februari en 4 en 18 maart: Plaats: Waardhuizen, Griend langs N322/ten Zuiden van de Wijde Alm Activiteit: Griend-onderhoud: opruimen wilgen- en essenhout. Materiaal is aanwezig maar heeft u zelf goed gereedschap dan is het misschien wel handig om dat mee te brengen. Laarzen, regenkleding en werkhandschoenen aanbevolen. Meer informatie: Jaap van Diggelen, (0183-402034). â?€

60 60


Kringloopcentrum Altena Kerkstraat 1, 4286 BA Almkerk.

tel. 0183-403080

- Inzameling - & Verkoop bruikbare goederen - Educatie & Voorlichting - Recycling

NIEUWE MEUBELEN? GROTE SCHOONMAAK? OPRUIMEN? VERHUIZEN?

BANKJE NODIG? OF EEN LEUKE BLOUSE? OF SERVIESGOED? OF DAT ENE BOEK?

Bel maandag t/m vrijdag van 9 tot 12 uur het Kringloopcentrum voor het ophalen van al uw bruikbare spullen!

Bezoek de Kringloopwinkel op de hoek van de Kerkstraat en de Woudrichemseweg in Almkerk!

OPENINGSTIJDEN KRINGLOOPCENTRUM

maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag

winkel

afgeven bruikbare goederen

13.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 16.00 uur

09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 17.00 uur 09.00 - 16.00 uur 61


Doelstelling van de vereniging: We willen een bijdrage leveren aan het behoud en het bevorderen van de biodiversiteit in het Land van Heusden en Altena. Dat doen we o.a. door overleg met zoveel mogelijk personen of groepen waaronder overheden zoals gemeenten en provincie. Werkgroepen: - Beheercommissie - Fort-educatie - Plantenwerkgroep - Vogelwerkgroep - Milieu en Klimaat - Weidevogelbescherming - DEcAB

Activiteiten: - Natuurwandelingen - Lezingen - Diverse inventarisaties - Nachtvlindernacht - etc.

✠AANMELDINGSKAART Ja, ik wil ook meehelpen de natuur in het Land van Heusden en Altena te beschermen. Noteer mij daarom als lid / jeugdlid / gezinslid. naam: ______________________ straat: ______________________

62

Natuurbeschermingsvereniging ALTENATUUR

postcode: ________ ____

p/a. Mw. J. Pollema

plaats: ______________________

Dr. v. Vuurestraat 76

tel: _________________________

4271 XH Dussen

email: _______________________

Profile for Jan van Haaften

't Altenatuurtje 104  

Veel plezier bij het lezen van dit Altenatuurtje 104. Uitgebracht door Altenatuur, de natuurbeschermingsvereniging van het Land van Heusden...

't Altenatuurtje 104  

Veel plezier bij het lezen van dit Altenatuurtje 104. Uitgebracht door Altenatuur, de natuurbeschermingsvereniging van het Land van Heusden...

Profile for jansissuu
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded